Lowrance Elite Ti Installatie gids

Categorie
Navigators
Type
Installatie gids
NEDERLANDS
ELITE Ti
Installatiehandleiding
www.lowrance.com
Voorwoord
Afstandverklaring
Omdat Navico continu werkt aan het verbeteren van zijn producten,
behouden wij ons het recht voor om op elk gewenst moment
wijzigingen in het product aan te brengen, die mogelijk niet in deze
versie van de handleiding worden beschreven. Neem contact op
met uw dealer als u hulp of meer informatie nodig hebt.
Alleen de eigenaar is verantwoordelijk voor het installeren en
gebruiken van de uitrusting op een manier die geen ongevallen,
persoonlijk letsel of schade aan eigendommen veroorzaakt. Alleen
de gebruiker van dit product is verantwoordelijk voor het in acht
nemen van veilige vaarpraktijken.
NAVICO HOLDING AS EN ZIJN DOCHTERMAATSCHAPPIJEN, FILIALEN
EN GELIEERDE BEDRIJVEN WIJZEN ELKE AANSPRAKELIJKHEID VAN
DE HAND VOOR ELK GEBRUIK VAN DIT PRODUCT OP EEN WIJZE DIE
ONGEVALLEN OF SCHADE KAN VEROORZAKEN OF EEN
OVERTREDING VAN DE WET INHOUDT.
Officiële taal: deze verklaring, eventuele instructieboeken,
gebruikershandleidingen en andere informatie met betrekking tot
het product (Documentatie) kan worden vertaald in, of is vertaald
uit een andere taal (Vertaling). In geval van een conflict tussen een
Vertaling van de Documentatie en de Engelstalige versie van de
Documentatie is de Engelstalige versie van de Documentatie de
officiële versie.
Deze handleiding beschrijft het product ten tijde van het ter perse
gaan. Navico Holding AS en zijn dochtermaatschappijen, filialen en
gelieerde bedrijven behouden zich het recht voor wijzigingen in de
specificaties aan te brengen zonder mededeling vooraf.
Copyright
Copyright © 2016 Navico Holding AS.
Garantie
De garantiekaart wordt als separaat document verstrekt.
Raadpleeg bij eventuele vragen de website van uw unit of systeem:
www.lowrance.com.
Voorwoord | ELITE Ti Installatiehandleiding
3
Complianceverklaringen
Deze apparatuur is bedoeld voor gebruik in internationale wateren,
kustgebieden onder bestuur van de Verenigde Staten en in de
landen van de EU en de E.E.R.
Deze apparatuur voldoet aan:
CE volgens richtlijn 2014/53/EU
De eisen voor niveau 2-apparatuur van de
Radiocommunicatienorm 2008 (elektromagnetische
compatibiliteit)
Deel 15 van de FCC-regels. Gebruik is onderworpen aan de
volgende voorwaarden: (1) dit toestel mag geen schadelijke
interferentie veroorzaken, en (2) dit toestel moet alle ontvangen
interferentie accepteren, ook als dat ten koste gaat van de
werking van het toestel.
De relevante conformiteitsverklaring is beschikbaar op de volgende
website: www.lowrance.com.
Industrie Canada
IC RSS-GEN, Sec 7.1.3 Waarschuwing - (vereist voor
vergunningsvrije apparaten)
Dit apparaat voldoet aan de vergunningsvrije RSS-norm(en) van
Industry Canada. Werking is onderhevig aan de volgende twee
voorwaarden: (1) dit apparaat mag geen interferentie veroorzaken,
en (2) dit apparaat moet alle ontvangen interferentie accepteren,
ook als dat ten koste gaat van de werking van het apparaat.
Le présent appareil est conforme aux CNR d’Industrie
Canada applicables aux appareils radio exempts de licence.
L’exploitation est autorisée aux deux conditions suivantes: (1)
l’appareil ne doit pas produire de brouillage, et (2) l’utilisateur de
l’appareil doit accepter tout brouillage radioélectrique subi, même si
le brouillage est susceptible d’en compromettre le fonctionnement.
Waarschuwing
De gebruiker wordt gewaarschuwd dat wijzigingen of aanpassingen
die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door de partij die
verantwoordelijk is voor naleving ertoe kunnen leiden dat de
bevoegdheid van de gebruiker om de apparatuur te gebruiken
komt te vervallen.
4
Voorwoord | ELITE Ti Installatiehandleiding
Deze apparatuur genereert, gebruikt en veroorzaakt mogelijke
straling van radiofrequente energie en kan, indien niet geïnstalleerd
in overeenstemming met de instructies, schadelijke interferentie
veroorzaken aan radiocommunicatie. Er is echter geen garantie dat
er in een bepaalde installatie geen interferentie zal optreden. Mocht
deze apparatuur schadelijke interferentie veroorzaken met radio- of
televisieontvangst, wat bepaald kan worden door de apparatuur in
en uit te schakelen, dan wordt de gebruiker aangeraden te
proberen de interferentie te corrigeren door één of meer van de
volgende maatregelen:
Verplaats de ontvangstantenne of richt deze opnieuw
Vergroot de afstand tussen de apparatuur en de ontvanger
Sluit de apparatuur aan op een stroomvoorziening die op een
andere groep zit dan die waarop de ontvanger is aangesloten
Raadpleeg de dealer of een ervaren technicus voor hulp
Internetgebruik
Sommige functies van dit product hebben een internetverbinding
nodig om gegevens te kunnen uploaden en downloaden. Bij
gebruik van een internetverbinding via een mobiele telefoon of een
verbinding die per MB wordt betaald dient u er rekening mee te
houden dat het dataverbruik hoog kan zijn. Uw internetprovider kan
kosten in rekening brengen voor de hoeveelheid gegevens die u
overbrengt. Neem bij twijfel contract op met uw internetprovider
voor de geldende tarieven en beperkingen.
Landen van beoogd gebruik in de EU
AT - Oostenrijk
BE - België
BG - Bulgarije
CY - Cyprus
CZ - Tsjechië
DK - Denemarken
EE - Estland
FI - Finland
FR - Frankrijk
DE - Duitsland
GR - Griekenland
Voorwoord | ELITE Ti Installatiehandleiding
5
HU - Hongarije
IS - IJsland
IE - Ierland
IT - Italië
LV - Letland
LI - Liechtenstein
LT - Litouwen
LU - Luxemburg
MT - Malta
NL - Nederland
NO - Noorwegen
PL - Polen
PT - Portugal
RO - Roemenië
SK - Slowakije
SI - Slovenië
ES - Spanje
SE - Zweden
CH - Zwitserland
TR - Turkije
UK - Verenigd Koninkrijk
Handelsmerken
Lowrance® en Navico® zijn gedeponeerde handelsmerken van
Navico.
Navionics® is een gedeponeerd handelsmerk van Navionics, Inc.
NMEA
®
en NMEA 2000
®
zijn gedeponeerde handelsmerken van de
National Marine Electronics Association.
Fishing Hot Spots
®
is een gedeponeerd handelsmerk van Fishing
Hot Spots, Inc. Copyright© 2012 Fishing Hot Spots.
C-MAP
®
is een gedeponeerd handelsmerk van C-MAP.
SD
en microSD
zijn handelsmerken of gedeponeerde
handelsmerken van SD-3C, LLC in de Verenigde Staten en/of andere
landen.
Wi-Fi
®
is een gedeponeerd handelsmerk van de Wi-Fi Alliance
®
.
6
Voorwoord | ELITE Ti Installatiehandleiding
Aanvullende kaartgegevens: Copyright© 2012 NSI, Inc.: Copyright©
2012 Richardson's Maptech.
Bluetooth
®
is een gedeponeerd handelsmerk van Bluetooth SIG, Inc.
Power-Pole
®
is een gedeponeerd handelsmerk van JL Marine
Systems, Inc.
C-Monster
is een handelsmerk van JL Marine Systems, Inc.
Navico productreferenties
Deze handleiding heeft betrekking op de volgende producten van
Navico:
Broadband Sounder™ (Broadband Sounder)
DownScan Overlay™ (Overlay)
GoFree™ (GoFree)
INSIGHT GENESIS® (Insight Genesis)
StructureMap™ (StructureMap)
StructureScan® (StructureScan)
StructureScan® HD (StructureScan HD)
Over deze handleiding
Deze handleiding is een naslaghandleiding voor de bediening van
de ELITE Ti.
Belangrijke tekst die speciale aandacht van de lezer behoeft, wordt
als volgt aangegeven:
Ú
Notitie: Wordt gebruikt om de aandacht van de lezer op een
opmerking of belangrijke informatie te richten.
Waarschuwing: Wordt gebruikt als het noodzakelijk
is personen te waarschuwen voorzichtig te werk te
gaan om letsel en/of schade aan personen/apparatuur
te voorkomen.
Voorwoord | ELITE Ti Installatiehandleiding
7
8
Voorwoord | ELITE Ti Installatiehandleiding
Inhoud
11 Controleer de inhoud
12
Overzicht
12 Bediening voorpaneel
13 Aansluitingen op de achterzijde
14 Kaartlezer
16 Installatie
16 Montagelocatie
17 Bevestiging snelwisselsteun
19 Bevestiging U-beugel
20 Paneelmontage
23 De transducer bevestigen
23 Research
23 Een locatie voor de transducer kiezen
25 De transducer bevestigen
26 De transducer afstellen
27 Bedrading
27 Richtlijnen
28 Voedingskabel aansluiten
29 Transducer aansluiten
29 NMEA 2000-backbone
32 Aansluiting NMEA 0183-apparaat
34 Software installeren
34 Voor de eerste keer opstarten
34 Tijd en datum
35 Gegevensbron selecteren
37 Apparatenlijst
38 Diagnostiek
39 Demping
39 Sonar installeren
41 StructureScan
41 Installatie stuurautomaat
41 Brandstofinstellingen
45 Draadloze verbinding instellen
Inhoud | ELITE Ti Installatiehandleiding
9
51 Bluetooth draadloze technologie
51
Installatie NMEA 2000
52 Installatie NMEA 0183
53 Kalibratie touchscreen
54 Software-updates en back-up van gegevens
58 Accessoires
58 NMEA 2000
58 ELITE Ti accessoires
59 Sonar accessoires
60 Ondersteunde gegevens
60 Lijst van met NMEA 2000 compatibele PGN's
64 Door NMEA 0183 ondersteunde sentences
66 Technische specificaties
66 Mechanisch/Milieu
66 Elektrische specificaties
67 Interfaces
68 Maattekeningen
68 ELITE-5Ti maattekeningen
68 ELITE-7Ti maattekeningen
69 ELITE-9Ti maattekeningen
69 ELITE-12Ti maattekeningen
10
Inhoud | ELITE Ti Installatiehandleiding
Controleer de inhoud
7
8
9
12
11
5
6
3
1
4
2
10
E
N
G
LISH
I
n
st
a
ll
a
t
i
o
n
M
anual
b
and
g.
c
o
m
E
NG
L
I
S
H
I
ns
tall
a
t
i
on
M
a
nua
l
b
an
d
g.com
E
N
GL
I
S
H
I
n
stal
l
a
ti
o
n Ma
n
u
a
l
band
g.com
E
NGLI
SH
I
n
st
a
ll
at
ion
M
anual
b
andg.com
1 Zonnescherm
2 ELITE Ti
3 Quick-release montagebeugel alleen (ELITE-5Ti en ELITE-7Ti)
4 U-beugel (alleen ELITE-9Ti en ELITE-12Ti)
5 Klembout en knop quick-release beugel.. (Alleen ELITE-7Ti)
6 Documentatie
7 Zekeringshouder (ATC-blad)
8 Knoppen U-beugel (2x) (alleen ELITE-9Ti en ELITE-12Ti)
9 Zekering (3 ampère)
10 7-pins naar 9-pins transduceradapterkabel. Alleen
meegeleverd bij units zonder transducer.
11 Montageschroeven beugel (4 x #10 x 1,9 cm (3/4 inch) PN
HD SS schroeven)
12 Voedingskabel
1
Controleer de inhoud | ELITE Ti Installatiehandleiding
11
Overzicht
De unit heeft een ingebouwde CHIRP/Broadband- en
StructureScan-sonar.
ELITE-Ti-units, met uitzondering van de ELITE-T5i, kunnen via NMEA
2000 op het netwerk worden aangesloten. Hierdoor krijgt u
toegang tot sensorgegevens.
ELITE-Ti-units kunnen via NMEA 0183 gegevens versturen en
ontvangen.
De unit heeft een ingebouwde supersnelle GPS-ontvanger (10Hz)
en ondersteunt Insight-kaarten van Navico, waaronder Insight
Genesis. Het systeem ondersteunt bovendien kaarten van Navionics
en C-MAP, en content van een aantal andere kaartproducenten in
AT5-indeling. Ga naar www.gofreemarine.com, www.c-map.com of
www.navionics.com voor een volledig overzicht van de beschikbare
kaarten.
De unit kan op het vaartuig worden gemonteerd met de
bijgeleverde montagebeugel of direct op het dashboardpaneel.
De unit is bedoeld voor gebruik met 12 V DC en bestand tegen de
lichte schommelingen die gebruikelijk zijn bij DC-systemen.
Bediening voorpaneel
2
3
4
5
6
1
2
12
Overzicht | ELITE Ti Installatiehandleiding
1 Touchscreen
2 Pagina's
3 In-/uitzoomen (tezamen indrukken = MOB)
4 Nieuw waypoint (lang indrukken = Dialoogvenster
Zoeken)
5 Aan/uit-knop
Houd de knop ingedrukt om de unit aan of uit te zetten.
Druk één keer om het dialoogvenster Systeem regelingen te
openen.
6 Kaartlezer (achter logo)
Aansluitingen op de achterzijde
ELITE-5Ti aansluitingen achterkant
LTW
1
2
1 Sonar - CHIRP, Broadband, DownScan en SideScan imaging
2 Alleen Voeding (12 V ingangsspanning) of Voeding en
NMEA 0183
Overzicht | ELITE Ti Installatiehandleiding
13
Aansluitingen achterkant ELITE-7Ti, ELITE-9Ti en
ELITE-12Ti
1 2 3
1 Alleen Voeding (12 V ingangsspanning) of Voeding en
NMEA 0183
2 NMEA 2000 - gegevensingang/uitgang
3 Sonar - CHIRP, Broadband, DownScan en SideScan imaging
Kaartlezer
Voor het plaatsen van een microSD-geheugenkaart. De
geheugenkaart kan worden gebruikt voor gedetailleerde gegevens,
software-updates, overdracht van gebruikersgegevens en back-ups
van het systeem.
U opent het klepje van de kaartlezer door het logo naar achteren te
klappen en de rubberen afdekking te openen.
14
Overzicht | ELITE Ti Installatiehandleiding
Het klepje van de kaartlezer moet altijd goed worden afgesloten na
het plaatsen of verwijderen van de kaart zodat er geen water kan
binnendringen.
Overzicht | ELITE Ti Installatiehandleiding
15
Installatie
Montagelocatie
Bepaal zorgvuldig de montagelocaties voordat u gaat boren of
snijden. De unit moet zo worden geplaatst dat hij gemakkelijk
bediend kan worden en dat het scherm duidelijk te zien is.
Het scherm heeft een hoog contrast en is goed leesbaar in de zon,
maar voor het beste resultaat kunt u de unit beter buiten bereik van
direct zonlicht plaatsen. Op de gekozen locatie dient zo weinig
mogelijk reflectie van ramen of glanzende objecten voor te komen.
Zorg dat de gaten op een veilige plek worden aangebracht, waar ze
de constructie van de boot niet verzwakken. Raadpleeg bij twijfel
een ervaren botenbouwer of een installateur van zeilelektronica.
Controleer voor u een gat in een paneel maakt of daarachter geen
verborgen elektrische bedrading of andere onderdelen zijn
geplaatst.
Controleer of het mogelijk is om bedrading te leggen naar de
geoogde montagelocatie.
Laat voldoende ruimte vrij om alle kabels aan te sluiten.
Bevestig geen onderdelen op plaatsen waar deze als houvast
kunnen worden gebruikt, onder water kunnen komen of kunnen
storen bij het bedienen, te water gaan of in veiligheid brengen van
de boot.
De montagelocatie kan van invloed zijn op de interne GPS-
ontvanger. Test de unit op de beoogde locatie om te controleren of
de ontvangst naar tevredenheid is. Een externe GPS-bron kan
worden toegevoegd om slechte ontvangst te compenseren.
Raadpleeg "Maattekeningen" op pagina 68 voor breedte- en hoogte-
eisen.
Een goede ventilatie is noodzakelijk. Kies een locatie waar de unit
niet wordt blootgesteld aan omstandigheden die niet aan de
specificaties voldoen. Zie hiervoor "Technische specificaties" op pagina
66.
3
16
Installatie | ELITE Ti Installatiehandleiding
Waarschuwing: Neem gepaste
veiligheidsmaatregelen tijdens de installatie. Draag
bijvoorbeeld gehoorbescherming, een veiligheidsbril
en een stofmasker. Elektrisch gereedschap kan veilige
geluidsniveaus overstijgen of gevaarlijke projectielen
lanceren. Het stof van veel materialen die worden
gebruikt bij de bouw van boten kan irritatie of schade
veroorzaken aan de ogen, huid en longen.
Bevestiging snelwisselsteun
De ELITE-5Ti en ELITE-7Ti kunnen worden bevestigd met de
snelwisselsteun.
1. Plaats de steun op de gewenste plek. Zorg dat de gekozen
locatie hoog genoeg is om de unit in de beugel te kunnen
plaatsen en genoeg ruimte biedt om de unit te kunnen
kantelen en de kabels op de achterkant te kunnen aansluiten.
Ú
Notitie: Zorg dat de gekozen locatie hoog genoeg is om de
unit in de beugel te kunnen plaatsen en genoeg ruimte biedt
om de unit te kunnen kantelen en de kabels op de achterkant
te kunnen aansluiten.
2. Markeer de plek van de schroefgaten door de steun als sjabloon
te gebruiken en boor geleidegaten.
Ú
Notitie: Gebruik bevestigingsmiddelen die geschikt zijn voor
het materiaal waarop u de unit wilt bevestigen. Als het
materiaal te dun is voor zelftappers kunt u het versterken, of u
kunt de beugel ophangen met kleine schroeven en grote
ringen. Gebruik uitsluitend bevestigingsmiddelen van 304 of
316 roestvrij staal.
3. Schroef de beugel vast.
Installatie | ELITE Ti Installatiehandleiding
17
4. Klik de unit in de beugel.
5. Kantel de unit in de gewenste hoek.
6. Alleen voor de ELITE-7Ti geldt dat u de unit eerst in de
gewenste hoek moet kantelen en daarna de vergrendelende
bout en knop moet plaatsen. Draai deze stevig aan om
beweging te voorkomen
De unit verwijderen uit de snelwisselsteun
Trek aan de hendel en houd deze vast. Trek vervolgens de unit uit
de beugel.
18
Installatie | ELITE Ti Installatiehandleiding
Bevestiging U-beugel
De ELITE-9Ti en ELITE-12Ti kunnen worden bevestigd met de U-
beugel.
1. Plaats de steun op de gewenste plek. Zorg dat de gekozen
locatie hoog genoeg is om de unit in de beugel te kunnen
plaatsen en ruimte biedt om de unit te kunnen kantelen.
Bovendien moet er aan beide kanten genoeg ruimte zijn om de
knoppen los en vast te kunnen draaien.
2. Markeer de plek van de schroefgaten door de steun als sjabloon
te gebruiken en boor geleidegaten. Gebruik
bevestigingsmiddelen die geschikt zijn voor het materiaal
waarop u de unit wilt bevestigen. Als het materiaal te dun is
voor zelftappers kunt u het versterken, of u kunt de beugel
ophangen met kleine schroeven en grote ringen. Gebruik
uitsluitend bevestigingsmiddelen van 304 of 316 roestvrij staal.
3. Schroef de beugel vast.
4. Bevestig de unit met de knoppen aan de steun. Draai deze
uitsluitend met de hand aan. De tanden op de beugel en de
behuizing van de unit zorgen voor goede grip en maken dat de
unit in de gewenste hoek blijft staan.
Installatie | ELITE Ti Installatiehandleiding
19
Paneelmontage
1. Controleren of de montagesjabloon op schaal is door met een
meetlint of liniaal de op de sjabloon afgedrukte liniaal na te
meten.
2. Snij uitstekende papierranden af en plak de sjabloon vast met
tape. Controleer of de sjabloon correct is uitgelijnd op een
verticaal of horizontaal referentiepunt. De boot licht mogelijk
niet horizontaal, dus u kunt geen waterpas gebruiken. Corrigeer
waar nodig.
3. Boor alle gemarkeerde geleidegaten. De aanbevolen grootte
van de geleidegaten staat aangegeven op de montagesjabloon.
4. Zaag met een geschikte zaag door de sjabloon en het
montageoppervlak, langs de stippellijn om het gearceerde
midden van de sjabloon.
5. Peuter met een vingernagel of kleine platte schroevendraaier de
hoekklemmetjes van de gegleufde punten aan boven- of
onderkant van elke hoekklem af.
20
Installatie | ELITE Ti Installatiehandleiding
6. Controleer of de unit past en verwijder eventuele obstakels met
een vijl. Als waterdichtheid is vereist, breng dan een dun,
ononderbroken laagje afdichtmiddel aan op de achterkant van
de unit, voordat u de unit definitief installeert. Gebruik een
afdichtmiddel met neutrale harding om schade aan kunststoflagen
te voorkomen.
7. Bevestig de unit met schroeven (niet meegeleverd). Op de
montagesjabloon staat aangegeven welk type schroeven en
van welke grootte wordt aanbevolen. Controleer als de
schroeven volledig zijn aangedraaid of volledig contact wordt
gemaakt met het montageoppervlak.
8. Druk de vier hoekklemmen weer op hun plaats.
Installatie | ELITE Ti Installatiehandleiding
21
22
Installatie | ELITE Ti Installatiehandleiding
De transducer bevestigen
In dit hoofdstuk worden instructies gegeven over het bevestigen
van een op de spiegel te monteren Skimmer-transducer. Instructies
over het installeren van de StructureScan HD en TotalScan
transducers zijn apart bij de transducers geleverd.
Het kiezen van de montageplaats en de montage zijn de twee
belangrijkste stappen in de installatie van Sonar transducers. Voor
een goede werking moet de transducer continu onder water zijn,
op een locatie waar het water tijdens het varen soepel stroomt.
Waarschuwing: Lees alle montage-instructies goed
door, voordat u gaten in uw vaartuig gaat boren of
zagen.
Research
Controleer het volgende voordat u de transducer installeert:
Vraag of de bouwer van de boot een aanbevolen installatieplaats
heeft
Controleer de draairichting van de schroef/schroeven
Bekijk als de boot op kruissnelheid vaart de waterstroom achter
de boot om vast te stellen waar het water het soepelst stroomt
(met de minste luchtbellen)
Een locatie voor de transducer kiezen
Het primaire doel is om de transducer zo dicht mogelijk bij het
midden van de boot te installeren, maar uit de buurt van
turbulentie van schroef en romp.
4
De transducer bevestigen | ELITE Ti Installatiehandleiding
23
1
2
3
5
4
1 Monteer de transducer niet minder dan 1 m (3,3 voet)
bakboord (links) van de schroef
2 De schroef draait gewoon met de klok mee
3 Monteer de transducer niet minder dan 7,5 cm (3 inch)
stuurboord van de schroef
4 Beste montageplek - ononderbroken waterstroom
5 Planeergang - plaats de transducer niet voorbij deze
lijn
Ú
Notitie: Keer de schroef-afstandsgeleiders (1 & 3) indien de
motor is ingesteld op linksom draaien.
Ú
Notitie: Boten met gangen of ribben op de romp kunnen bij
hogere snelheden veel turbulentie genereren. Op dit type
boten kunt u de transducer het best plaatsen tussen de ribben
die zich het dichtst bij de motor bevinden.
Ú
Notitie: Als de transducer niet wordt geplaatst op een plek
waar het water soepel stroomt, kan de interferentie veroorzaakt
door luchtbellen en turbulentie op het scherm worden
weergegeven in de vorm van willekeurige lijnen of stippen. Als
de boot planeert, kan de unit ook het bodemsignaal verliezen.
Ú
Notitie: Het afstellen van trimvlakken kan ook turbulentie
veroorzaken. Blijf uit de buurt als ze worden afgesteld.
24
De transducer bevestigen | ELITE Ti
Installatiehandleiding
De transducer bevestigen
De transducer moet worden parallel aan de waterlijn van de spiegel,
niet aan de bodem van de boot (deadrise), worden geïnstalleerd.
Ú
Notitie: Zorg dat de hele onderkant van de transducer ten
minste 3 mm (1/8ste inch) lager ligt dan de onderkant van de
romp.
Houd de transducer met beugel tegen de spiegel van de boot en
kijk waar de sleufschroefgaten zich bevinden (twee op de 83/200
KHz transducer en vier op de 50/200 KHz transducer). Markeer
boorpunten in het midden van elke omtrek om de hoogte van de
transducer te kunnen afstellen. Boor geleidegaten voor het
bevestigingsmateriaal.
Ú
Notitie: Controleer of er aan de andere kant van het montage-
oppervlak niets aanwezig is wat door boren kan worden
beschadigd.
Bevestig de transducer op de spiegel met de meegeleverde
roestvrijstalen bevestigingsmiddelen. Boor een gat van 25 mm (1
De transducer bevestigen | ELITE Ti Installatiehandleiding
25
inch) boven de waterlijn dat groot genoeg is om de plug door te
steken.
Bevestig de kabel tegen de romp met P-kabelbevestigingsbeugels
of buisklemmen op regelmatige afstanden en zorg dat bewegende
delen, zoals een buitenboordmotor of zwemtrap, de kabel niet kan
beschadigen.
De transducer afstellen
Als het echoloodbeeld op het scherm tijdens het varen
interferentielijnen toont, die toenemen bij hogere snelheid, kunt u
proberen deze te verwijderen door de hoek van de transducer bij te
stellen.
Ú
Notitie: Een transducer die in een van beide richtingen te ver is
gekanteld werkt niet goed, mist doelen of verliest op hogere
snelheid contact met de bodem.
Als de werking niet verbetert door de hoek bij te stellen, probeer
dan de hoogte van de transducer ten opzichte van de spiegel te
wijzigen. Als de transducer te hoog is geplaatst, kan deze cavitatie
registreren, veroorzaakt door de aflopende kant van de spiegel.
26
De transducer bevestigen | ELITE Ti
Installatiehandleiding
Bedrading
Richtlijnen
Doe dit niet:
maak geen scherpe knikken in de kabels
zorg bij de plaatsing van de kabels dat er geen water in de
connectoren kan lopen
plaats de kabels niet direct naast de radar, de zender of naast
grote of hoogspanningskabels en kabels met een hoog
frequentiesignaal.
plaats de kabels niet op locaties waar ze mechanische systemen
belemmeren
Doe dit wel:
maak druipwater- en servicelussen
gebruik kabelbinders bij alle kabels om ze op hun plaat te
houden
soldeer/krimp en isoleer alle bedradingsaansluitingen die de
kabels verlengen of verkorten. Uitstekende kabels moeten
worden voorzien van een passende krimpconnector of dicht
worden gesoldeerd of gesmolten. Verbind kabels op een zo
hoog mogelijke plek om de kans op onderdompeling te
minimaliseren.
Laat ruimte vrij rondom connectoren om het plaatsen en
verwijderen van kabels makkelijker te maken
Waarschuwing: Schakel de stroom uit voor u met de
installatie begint. Als de stroom ingeschakeld blijft
tijdens de installatie bestaat het risico van brand,
elektrische schokken of andere ernstige verwondingen.
Zorg dat het voltage van de stroomvoorziening
compatibel is met dat van de unit.
Waarschuwing: De unit heeft een voltage van 12 V
DC en is niet geschikt voor gebruik met 24 V DC-
systemen.
5
Bedrading | ELITE Ti Installatiehandleiding
27
Waarschuwing: De positieve voedingsdraad (rood)
moet altijd met (+) DC worden verbonden met de
meegeleverde zekering of met een stroomonderbreker
(die zo dicht mogelijk bij de stroomsterkte van de
zekering komt).
Voedingskabel aansluiten
De plug van de meegeleverde voedingskabel bevat een uitgaande
kabel en twee draden (rood en zwart). De rode en zwarte draden
leveren de stroom aan het systeem.
Ú
Notitie: De unit ondersteunt de voedings- en NMEA 0183-
kabel, onderdeelnummer 000-0127-49 (afzonderlijk
verkrijgbaar). Deze plug heeft twee kabels. De ene kabel is voor
de voeding en de andere is voor de aansluiting op NMEA 0183-
apparaten. Zie "Aansluiting NMEA 0183-apparaat" op pagina 32.
+
_
3
2
4
1
1 Voedingskabelconnector naar unit
2 12 V positieve draad (rood), weergegeven met bevestigde
zekeringshouder
3 12 V negatieve draad (zwart)
4 12 V DC-voeding van het vaartuig
28
Bedrading | ELITE Ti Installatiehandleiding
De unit kan worden aan- en uitgezet met de aan/uit-knop aan de
voorkant van de unit.
Transducer aansluiten
De unit heeft een interne CHIRP-, Broadband- en StructureScan-
sonar.
Transducers met een 9-pins aansluiting kunnen rechtstreeks in de 9-
pins poort op de achterkant van de unit worden gestoken. Bekijk
"Aansluitingen op de achterzijde" op pagina 13 voor de locatie van de 9-pins
poort.
Ú
Notitie: De connector van de transducerkabel kan slechts op
één manier worden aangesloten. Nadat de connector is
geplaatst, draait u aan de sluitring om deze vast te zetten.
Ú
Notitie: De instructies voor de installatie van de StructureScan
HD-, StructureScan 3D- en TotalScan-transducers zijn
meegeleverd.
NMEA 2000-backbone
Ú
Notitie: Alle units, met uitzondering van de ELITE-5Ti, zijn
uitgerust met een NMEA 2000-connector. Dit hoofdstuk is niet
van toepassing op de ELITE-5Ti.
Aansluiting NMEA 2000-apparaat
Via de NMEA 2000-datapoort kunt u gegevens uit verschillende
bronnen ontvangen en delen.
Ú
Notitie: De ELITE-5Ti heeft geen NMEA 2000-datapoort.
Bedrading | ELITE Ti Installatiehandleiding
29
2
1
3
4
5
Uitgang (mannelijk)
Kabelaansluiting (vrouwelijk)
Toets Doel Kleur
1 Schild Afvoer
2 NET-S (+12 VDC) Rood
3 NET-C (- 12 VDC) Zwart
4 NET-H Wit
5 NET-L Blauw
Planning en installatie van een netwerk-backbone
De backbone moet worden geplaatst tussen de locaties van alle te
installeren producten - meestal tussen boeg en steven - en niet
verder dan 6 m van een aan te sluiten apparaat.
Kies bij de samenstelling van de backbone uit de volgende
componenten:
Micro-C-kabels: 0,6 m (2 ft), 1,8 m (6 ft), 4,5 m (15 ft), en 7,6 m (25
ft).
T-connector of 4-wegconnector. Hiermee kunt u een
netwerkkabel op de backbone aansluiten.
Micro-C voedingskabel. Sluit deze met behulp van een T-
connector of een 4-wegconnector aan op de backbone, op een
centrale positie voor de netwerkbelasting.
Het netwerk van stroom voorzien
Het netwerk heeft een eigen 12 V DC-voeding nodig, beschermd
door een 3 ampère zekering of onderbreker.
30
Bedrading | ELITE Ti Installatiehandleiding
Sluit bij kleinere systemen de stroom aan op een willekeurig punt in
de backbone.
Voorzie grotere systemen via een centraal punt in de backbone van
stroom om het spanningsverlies in het netwerk in evenwicht te
brengen.
Ú
Notitie: Bij aansluiting op een bestaand NMEA 2000-netwerk
dat al beschikt over een eigen stroomvoorziening mag geen
tweede stroomaansluiting worden aangebracht op een andere
plek in het netwerk. Zorg dat het bestaande netwerk niet van
stroom wordt voorzien door een 24 V DC.
Ú
Notitie: Sluit de NMEA 2000-voedingskabel niet aan op
dezelfde terminals als de startaccu van de motor, de
stuurautomaatcomputer, de boogschroefinstallatie of andere
hoogspanningsapparaten.
De volgende tekening geeft een klein netwerk weer. De backbone
bestaat uit rechtstreeks met elkaar verbonden T-connectoren.
+
_
1
2 V DC
T
3
44
6
2
1
T
5
1 NMEA 2000-apparaat
2 Connector van het apparaat
3 Netwerkkabel, mag niet langer zijn dan 6 m (20 ft)
4 Afsluitweerstanden
Bedrading | ELITE Ti Installatiehandleiding
31
5 Backbone
6 Voedingskabel
Aansluiting NMEA 0183-apparaat
Ú
Notitie: De unit ondersteunt de voedings- en NMEA 0183-
kabel, onderdeelnummer 000-0127-49 (afzonderlijk
verkrijgbaar). Deze plug heeft twee kabels. De ene kabel is voor
de voeding en de andere is voor de aansluiting op NMEA 0183-
apparaten.
De unit heeft een gecombineerde voedings- en datapoort (NMEA
0183 seriële poort) met een ingang en uitgang voor NMEA 0183
data. Raadpleeg "Aansluitingen op de achterzijde" op pagina 13 voor de
locatie van de aansluiting.
De NMEA0183 sentences output kan afzonderlijk worden in- of
uitgeschakeld. Raadpleeg "Door NMEA 0183 ondersteunde sentences" op
pagina 64 voor een volledige lijst van sentences.
1
2
3
4
5
+
_
7
8
6
9
1 Datakabel (gecombineerd met voedingskabel in zelfde
plug)
2 Verzenden (output van deze unit): TX_A (geel), TX_B (blauw)
3 Ontvangen (input naar deze unit): RX_A (oranje), RX_B
(groen)
4 Aarde (beveiliging)
5 Voedingskabel
32
Bedrading | ELITE Ti Installatiehandleiding
6 12 V positieve draad (rood), weergegeven met bevestigde
zekeringshouder
7 12 V negatieve draad (zwart)
8 Niet gebruikt (geel)
9 12 V DC-voeding van het vaartuig
Ú
Notitie: De meeste NMEA 0183-apparaten communiceren op
4.800 baud. AIS is een bekende uitzondering en zendt
gewoonlijk op 38.400 baud.
Talkers en listeners
Sluit op een seriële ingang (RX) van de unit niet meerdere
apparaten aan die gegevens verzenden (“talkers”). Het RS422
protocol is niet bedoeld voor dit type aansluiting en gegevens
worden beschadigd als meerdere apparaten tegelijk gegevens
verzenden. De uitgang (TX) daarentegen kan meerdere ontvangers
(“listeners”) aansturen. Het aantal ontvangers is eindig en hangt af
van de ontvangstapparatuur. Doorgaans zijn drie apparaten
mogelijk.
Bedrading | ELITE Ti Installatiehandleiding
33
Software installeren
De unit dient voor gebruik geconfigureerd te worden als u alles uit
dit product wilt halen. In de volgende hoofdstukken worden
instellingen beschreven die over het algemeen niet meer gewijzigd
hoeven te worden als de unit eenmaal is geconfigureerd. In de
bedieningshandleiding worden voorkeuren van de gebruiker en
gebruikersinstellingen behandeld. Selecteer de startknop om de
startpagina te openen. Deze bestaat uit drie aparte delen. De
scrolbare linkerkolom met pictogrammen is het paneel Tools.
Selecteer Instellingen in het paneel Tools om het dialoogvenster
Instellingen te openen. Dit geeft toegang tot de onderdelen die
geconfigureerd moeten worden.
Voor de eerste keer opstarten
Wanneer het apparaat voor de eerste keer wordt opgestart of na het
terugzetten van de fabrieksinstellingen start het apparaat een
installatiewizard. Volg de instructies van de installatiewizard om een
aantal belangrijke instellingen te selecteren.
U kunt de installatie voltooien met de opties voor
systeeminstellingen. De instellingen die u met de wizard heeft
gedaan kunt u later wijzigen.
Tijd en datum
6
34
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
Configureer de tijdsinstellingen voor de locatie van het vaartuig en
de weergave van datum en tijd.
Gegevensbron selecteren
Ú
Notitie: Als u de NMEA 0183 gebruikt, dient u de setup van de
NMEA 0183 te voltooien voordat u de bronselectie uitvoert. Zie
"Installatie NMEA 0183" op pagina 52.
Gegevensbronnen voorzien het systeem van realtime gegevens.
De gegevens kunnen afkomstig zijn van modules in de unit
(bijvoorbeeld de interne GPS of sonar) of van externe modules
aangesloten op de NMEA 2000 of via NMEA 0183, indien
beschikbaar op het apparaat.
Als een apparaat met meer dan één bron is verbonden die dezelfde
gegevens leveren, kan de gebruiker de gewenste bron selecteren.
Voordat u de bron selecteert, moet u ervoor zorgen dat alle externe
apparaten en de NMEA 2000-backbone zijn aangesloten en
ingeschakeld.
Apparaatnaam
Het is handig om een naam toe te wijzen in systemen waarin
meerdere apparaten van hetzelfde type en formaat worden
gebruikt. Bij het bekijken van gegevensbronnen of de apparatenlijst
worden de standaardproductnaam en de virtuele apparaatfunctie
aan de toegewezen naam toegevoegd om apparaten gemakkelijk
te herkennen.
Automatisch configureren
Automatisch configureren is niet beschikbaar op de ELITE-5Ti.
De optie Automatisch configureren zoekt naar alle bronnen die met
het apparaat zijn verbonden. Indien er meer dan één bron
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
35
beschikbaar is voor elk gegevenstype, wordt de selectie gemaakt op
basis van een interne prioriteitenlijst. Deze optie is geschikt voor de
meeste installaties.
Ú
Notitie: De optie Gegevensbron automatisch selecteren kan al
zijn geselecteerd bij het voor de eerste keer opstarten, maar dit
moet opnieuw worden gedaan als sindsdien nieuwe apparaten
aan het netwerk zijn toegevoegd.
Gegevensbronnen - handmatig selecteren
Handmatige selectie is over het algemeen alleen nodig als er meer
dan één bron voor dezelfde gegevens is en de via Auto
configureren geselecteerde bron niet de gewenste bron is. Door
op de menutoets te drukken als de gewenste gegevensbron is
gemarkeerd worden meer opties weergegeven:
Apparaat configureren
Apparaat configureren is niet beschikbaar op de ELITE-5Ti.
Aanvullende apparaatopties kunnen worden geconfigureerd via het
menu Gegevensbron of de Apparatenlijst. Raadpleeg voor meer
informatie "Apparatenlijst" op pagina 37.
Bereik
Bereik is niet beschikbaar op de ELITE-5Ti.
De actieve gegevensbron in een bepaalde categorie kan worden
ingesteld op Global of Local.
Als een bron is ingesteld als Global, wordt deze gebruikt door alle
displays in het netwerk.
Als een bron is ingesteld als Local, wordt deze alleen gebruikt door
het display waarop deze bron als de bron is geselecteerd.
Ú
Notitie: Als u een display wilt wijzigen van een Global bron in
een andere Local bron, stel de instelling Bereik dan in op Local
voordat u de geselecteerde bron wijzigt, anders worden alle
displays overgeschakeld naar de nieuwe bron.
Ú
Notitie: Local en Global gegevensbroninstellingen zijn alleen
van toepassing op de geselecteerde gegevensbron. Het is niet
mogelijk om een gegevensbron afzonderlijk in te stellen op
Global of Local als het geen actieve bron is op het gebruikte
display.
36
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
Reset Global/Local
Reset Global en Reset Local zijn niet beschikbaar op de ELITE-5Ti.
Als Reset Global is geselecteerd, wordt een automatische
gegevensbronselectie uitgevoerd en worden alle voorgaande
handmatige bronselecties op alle netwerkapparaten geannuleerd.
Als Reset Local is geselecteerd, worden alle gegevensbronselecties
op de gebruikte unit teruggezet op de Global broninstellingen die
beschikbaar zijn op de andere units in het netwerk.
Apparatenlijst
De apparatenlijst is niet beschikbaar op de ELITE-5Ti.
In deze lijst worden de apparaten weergegeven die gegevens
leveren. Dit kan een module binnen in de unit zijn, of een extern
NMEA 2000-apparaat.
Door een apparaat in deze lijst te selecteren, worden aanvullende
gegevens en acties weergegeven:
Alle apparaten staan toewijzing van een exemplaarnummer toe in
de optie Configureren. Stel unieke exemplaarnummers in voor
identieke apparaten in het netwerk, zodat de unit deze van elkaar
kan onderscheiden. De optie Gegevens toont alle gegevens die
door het apparaat worden uitgevoerd.
Sommige apparaten tonen (een) extra optie(s) specifiek voor het
apparaat. Zo is de RC42, zoals hierboven te zien, voorzien van de
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
37
optie Kalibreren, om de installatie van dit apparaat te
vereenvoudigen.
Ú
Notitie: Een exemplaarnummer instellen voor een product van
derden is meestal niet mogelijk.
Diagnostiek
Diagnostiek is niet beschikbaar op de ELITE-5Ti.
Het tabblad NMEA 2000 op de diagnosepagina kan nuttig zijn voor
het opsporen van netwerkproblemen.
Ú
Notitie: De volgende informatie duidt niet altijd op een
probleem dat eenvoudig kan worden opgelost met een kleine
wijziging in de netwerkstructuur of in de aangesloten
apparaten en hun activiteit in het netwerk. Rx- en Tx-fouten
geven waarschijnlijk problemen met het fysieke netwerk aan.
Dit zijn problemen die kunnen worden opgelost door een
connector te vervangen/repareren, een backbone- of
netwerkkabel in te korten of het aantal netwerkknooppunten
(apparaten) te verminderen.
Busstatus
Geeft aan of de bus van stroom wordt voorzien, niet per se of deze
verbonden is met of meerdere gegevensbronnen. Als echter wordt
weergegeven dat de bus niet is ingeschakeld (“Off”), maar de
stroom wel is ingeschakeld en het aantal fouten blijft oplopen, is er
mogelijk iets mis met de stekker of het kabelnetwerk.
Rx overflows
De unit heeft te veel berichten voor de buffer ontvangen, waardoor
deze niet door de toepassing kunnen worden gelezen.
Rx overruns
De unit bevat te veel berichten voor de buffer, waardoor deze niet
door de driver kunnen worden gelezen.
Rx/Tx-fouten
Deze twee waarden worden hoger wanneer er foutmeldingen zijn
en worden lager wanneer berichten goed zijn ontvangen. Deze
waarden zijn, in tegenstelling tot de overige waarden, niet
38
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
cumulatief. Bij een normale werking moeten deze op 0 staan.
Waarden rond de 96 en hoger wijzen op een uitermate
storingsgevoelig netwerk. Als deze waarden voor een bepaald
apparaat te hoog worden, wordt dit apparaat automatisch
ontkoppeld.
Rx/Tx-berichten
Hier wordt de communicatie naar en vanuit het apparaat
weergegeven.
Bus laden
Een hoge waarde betekent hier dat de capaciteit van het netwerk
bijna volledig in gebruik is. Sommige apparaten passen de
transmissiesnelheden bij zwaar netwerkverkeer automatisch aan.
Fast packet-fouten
Cumulatieve optelling van fast packet-fouten. Dit kan bijvoorbeeld
een gemist frame of een frame uit sequentie zijn. NMEA 2000-PGN's
bestaan uit maximaal 32 frames. Als er een frame ontbreekt, wordt
het volledige bericht genegeerd.
Ú
Notitie: Rx- en Tx-fouten geven vaak problemen met het
fysieke netwerk aan. Dit zijn problemen die kunnen worden
opgelost door een connector te vervangen/repareren, een
backbone- of netwerkkabel in te korten of het aantal
netwerkknooppunten (apparaten) te verminderen.
Demping
Indien gegevens onjuist of te gevoelig zijn, kan demping worden
toegepast om de informatie stabieler te maken. Wanneer demping
is ingesteld op MIN, worden de gegevens in ruwe vorm
gepresenteerd, zonder demping. Dit is beschikbaar voor koers, koers
over de grond, snelheid over de grond, schijnbare wind, ware wind,
bootsnelheid, diepte en getijde, verkregen via NMEA 2000.
Sonar installeren
Op de pagina Installatie kunt u de interne sonar configureren.
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
39
Kielcorrectie
Alle transducers meten de waterdiepte van de transducer tot de
bodem. Daardoor tellen de waterdieptewaarden voor de afstand
tussen de transducer en het laagste punt van de boot (bijvoorbeeld:
de onderkant van de kiel, het roer, de schroef of de kielhiel) in het
water of vanaf de transducer tot het wateroppervlak niet mee.
A
A Kielcorrectie, bijvoorbeeld: - 0,3 m (- 1 voet)
Voordat u de kielcorrectie instelt, moet u de afstand meten tussen
de transducer en de onderkant van de motor - zie afbeelding. Als
die afstand bijvoorbeeld 0,3 m (1 ft) is, dan wordt de invoer (minus)
-0,3 m (-1 ft).
Kalibratie watertemperatuur
Temperatuurkalibraties worden gebruikt voor het aanpassen van de
temperaturwaarde van de sonartransducer om overeen te komen
met de gegevens van een andere temperatuursensor. Het kan
nodig zijn lokale invloeden op de gemeten temperatuur te
corrigeren.
Kalibratiebereik: -9,9° tot +9,9°. 0° is standaard.
Ú
Notitie: Kalibratie van de watertemperatuur verschijnt alleen als
de transducer temperatuur kan meten. Controleer de selectie
van het transducertype als deze optie beschikbaar moet zijn.
40
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
Transducertype
Onder Type transducer type selecteert u het model van de
transducer die met de sonarmodule is verbonden. De geselecteerde
transducer bepaalt welke frequenties u kunt kiezen bij gebruik van
de sonar. Sommige transducers met ingebouwde
temperatuursensoren geven de temperatuur niet nauwkeurig weer,
en bij selectie van de verkeerde transducer wordt de temperatuur
helemaal niet weergegeven. Temperatuursensoren hebben een
impedantie van 5k of 10k. Wanneer beide opties worden gegeven
voor hetzelfde model transducer, raadpleeg dan de documentatie
van de transducer om de impedantie vast te stellen.
StructureScan
Deze functie wordt automatisch ingeschakeld als er een TotalScan-
transducer wordt aangesloten voor de unit wordt ingeschakeld.
Installatie stuurautomaat
De stuurautomaat is niet beschikbaar op de ELITE-5Ti.
Stuurautomaatfuncties worden ingeschakeld wanneer een
compatibele MotorGuide-trollingmotor is aangesloten. Een aparte
setup is niet nodig. Zie de bedieningshandleiding voor meer
informatie.
Brandstofinstellingen
Deze functie is niet beschikbaar op de ELITE-5Ti.
Het hulpprogramma Brandstof bewaakt het brandstofverbruik. Het
brandstofverbruik wordt per trip en per seizoen bijgehouden en
gebruikt voor het berekenen van de brandstofzuinigheid. Deze
informatie wordt getoond in de gegevensbalk op de
instrumentenpagina.
Om het hulpprogramma te kunnen gebruiken, moet een Navico
brandstofstroomsensor of een NMEA 2000-motoradapterkabel/
gateway met Navico-brandstofgegevensopslagapparaat in de boot
worden geplaatst. Voor de Navico-brandstofstroomsensor en de
Suzuki-motorinterface is het gebruik van een afzonderlijk
brandstofopslagapparaat niet nodig. Vraag de fabrikant van de
motor of uw dealer of uw motor de juiste gegevensuitvoer heeft en
welke adapter beschikbaar is voor de verbinding met de NMEA
2000.
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
41
Als de fysieke aansluiting is gemaakt, controleert u of de
bronselectie is voltooid. Bij meerdere motorinstallaties met
brandstofstroomsensoren of brandstofgegevensopslagapparaten
moet u de locatie van de motoren opnemen in de Apparatenlijst.
Ga voor algemene informatie over bronselectie naar "Gegevensbron
selecteren" op pagina 35.
Vaartuiginstellingen
Vaartuiginstellingen is niet beschikbaar op de ELITE-5Ti.
In dit dialoogvenster kunt u het aantal motoren, het aantal tanks en
de totale brandstofcapaciteit voor alle tanks opgeven.
Brandstofstroomconfiguratie
Brandstofstroomconfiguratie is niet beschikbaar op de ELITE-5Ti.
Nadat het aantal motoren is ingesteld, dient u aan te geven welke
brandstofstroomsensor met welke motor is verbonden. Onder
Apparatenlijst op de pagina Netwerk kunt u het venster
Apparaatconfiguratie bekijken voor iedere sensor, en de Locatie
instellen van de motor waarmee het apparaat is verbonden.
Configuratie ongedaan maken - herstelt de standaardwaarde
van het apparaat. Alle gebruikersinstellingen worden gewist.
Brandstofstroom opnieuw instellen - herstelt alleen de instelling
van de Brandstof K-waarde, als Kaliberen wordt ingesteld. Alleen
Navico-apparaten kunnen opnieuw worden ingesteld.
42
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
Kalibreren
Kalibratie van de brandstofstroom is niet beschikbaar op de
ELITE-5Ti.
Kalibratie kan noodzakelijk zijn om de gemeten brandstofstroom
nauwkeurig overeen te laten komen met de werkelijke
brandstofstroom. Ga in het dialoogvenster Tanken naar kalibratie.
Alleen brandstofstroomsensoren van Navico kunnen gekalibreerd
worden.
1. Begin met een volle tank en laat de motor draaien zoals
gewoonlijk.
2. Nadat er minstens een aantal liter (een paar gallons) is verbruikt,
moet de tank helemaal bijgevuld worden. Selecteer vervolgens
de optie Zet op vol.
3. Selecteer de optie Kalibreren.
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
43
4. Selecteer de Werkelijk gebruikte hoeveelheid, die is
gebaseerd op de hoeveelheid brandstof waarmee is bijgetankt.
5. Selecteer OK om de instellingen op te slaan. De Brandstof K-
waarde laat nu een nieuwe waarde zien.
Ú
Notitie: Als u meerdere motoren wilt kalibreren herhaalt u
bovenstaande stappen. Kalibreer de motoren één voor één. U
kunt ook alle motoren tegelijkertijd laten draaien en de Werkelijk
gebruikte hoeveelheid delen door het aantal motoren. Hierbij wordt
aangenomen dat de motoren allemaal ongeveer evenveel
brandstof verbruiken.
Ú
Notitie: De optie Kalibreren is alleen beschikbaar als Zet op
vol is geselecteerd en een brandstofstroomsensor is
aangesloten en ingesteld als bron.
Ú
Notitie: Er worden maximaal 8 motoren met een
brandstofstroomsensor ondersteund.
Brandstofpeil
Brandstofpeilconfiguratie is niet beschikbaar op de ELITE-5Ti.
Door een Navico-brandstofpeilapparaat aan te sluiten op een
geschikte tankniveausensor is het mogelijk om de resterende
hoeveelheid brandstof in de tank te meten. Het aantal tanks moet
worden aangegeven in het dialoogvenster Instellingen vaartuig, dat
kan worden geopend op de pagina Opties voor
brandstofinstellingen. Hier kunt u de vloeistofniveau-apparaten
toewijzen aan verschillende tanks.
Selecteer Apparatenlijst op de pagina Netwerk en bekijk het
venster Apparaatconfiguratie voor iedere sensor. Stel de locatie, het
vloeistoftype en de afmeting in voor iedere tank.
44
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
Raadpleeg de bedieningshandleiding voor instructies over het
instellen van een instrumentenbalk of -meter met gegevens over
het vloeistofniveau-apparaat op de pagina Instrumenten.
Ú
Notitie: Er worden maximaal 5 tanks met vloeistofniveau-
apparaten ondersteund.
Ú
Notitie: Tankgegevens die worden geleverd door een
compatibele motorgateway kunnen ook worden getoond,
maar het is niet mogelijk om op deze unit een tankconfiguratie
te maken voor dit type gegevensbron.
Draadloze verbinding instellen
De unit beschikt over ingebouwde draadloze functionaliteit
waarmee u:
Een draadloos apparaat kunt gebruiken om het systeem op
afstand te bekijken (smartphone en tablet) en bedienen (alleen
tablet). Draadloze apparaten maken gebruik van de GoFree-app
die kan worden gedownload vanuit de betreffende applicatie-
store.
Ga naar de GoFree Shop.
Upload uw logbestanden om aangepaste kaarten te maken bij
Insight Genesis.
Download software-updates
Maak verbinding met applicaties van derden
Verbinding maken met een tablet
Installeer de GoFree-app op de tablet voor u deze procedure volgt.
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
45
1. Zet de interne draadloze module in de modus Toegangspunt.
Selecteer de pagina Draadloze apparaten in het
dialoogvenster Draadloos en selecteer de interne draadloze
module van de unit. Selecteer vervolgens de optie Modus en
daarna Intern toegangspunt.
2. Selecteer Intern draadloos apparaat op de pagina Draadloze
apparaten om de netwerksleutel van dat apparaat te bekijken.
3. Navigeer op de tablet naar de pagina waar u verbinding kunt
maken met een draadloos netwerk en zoek de unit of het
GoFree draadloze xxxx netwerk. Kijk op de pagina Draadloze
apparaten om te controleren welk draadloos apparaat met de
unit is verbonden als er meer dan één unit binnen bereik is.
4. Voer de netwerksleutel in op de tablet om verbinding te maken
met het netwerk.
5. Open de GoFree-applicatie – de unit wordt automatisch
gedetecteerd. De naam die wordt weergegeven is de
standaardnaam of de naam die is ingevoerd bij de instelling
Apparaatnaam. Volg de instructies op het scherm om de unit
handmatig te zoeken als deze niet verschijnt.
6. Selecteer het pictogram van de unit. Deze toont een venster
zoals het onderstaande:
7. Selecteer Ja voor een eenmalige verbinding of Altijd als de unit
het apparaat moet onthouden om vaker verbinding te maken.
Deze instelling kan indien nodig worden gewijzigd.
Ú
Notitie: De interne draadloze module ondersteunt alleen de
GoFree-verbinding naar zichzelf. Andere units op het netwerk
zijn niet zichtbaar.
Verbinding maken met een smartphone
Installeer de GoFree-app op de smartphone voor u deze procedure
volgt.
1. Zet de interne draadloze module in de modus Toegangspunt.
Selecteer de pagina Draadloze apparaten in het
dialoogvenster Draadloos en selecteer de interne draadloze
module van de unit. Selecteer vervolgens de optie Modus en
daarna Intern toegangspunt.
46
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
2. Selecteer Intern draadloos apparaat op de pagina Draadloze
apparaten om de netwerksleutel van dat apparaat te bekijken.
3. Navigeer op de smartphone naar de pagina waar u verbinding
kunt maken met een draadloos netwerk en zoek de unit of het
GoFree draadloze xxxx netwerk. Ga naar het dialoogvenster
Draadloos en kijk op de pagina Draadloze apparaten om te
controleren welk draadloos apparaat met de unit is verbonden
als er meer dan één unit binnen bereik is.
4. Voer de netwerksleutel in op de smartphone om verbinding te
maken met het netwerk.
5. Open de GoFree-applicatie op de smartphone - de unit wordt
automatisch gedetecteerd. De naam die wordt weergegeven is
de standaardnaam of de naam die is ingevoerd bij de instelling
Apparaatnaam. Volg de instructies op het scherm om de unit
handmatig te zoeken als deze niet verschijnt.
De display van de MFD wordt getoond op de smartphone. Gebruik
de MFD om de display van de MFD te wijzigen als u een andere
MFD-display op uw smartphone wilt. De wijziging van de display
van de MFD wordt overgenomen op de smartphone.
Afstandsbedieningen
Als een draadloos apparaat is verbonden, verschijnt het in de lijst
met Afstandsbedieningen.
Selecteer Altijd toestaan als u wilt dat het apparaat automatisch
verbinding maakt zonder iedere keer een wachtwoord nodig te
hebben. In dit menu kunt u ook de verbinding verbreken met
apparaten die niet langer toegang nodig hebben.
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
47
Draadloze apparaten
Dit dialoogvenster toont de interne draadloze module, het IP-adres
en het kanaalnummer. Selecteer de interne draadloze module voor
aanvullende details.
U kunt de details van de interne draadloze module (netwerknaam
(SSID), netwerksleutel en kanaal) alleen bekijken en veranderen als
de interne draadloze module in de modus Toegangspunt (Interne
wifi) staat. De interne draadloze module moet in de modus Client
staan om verbinding te kunnen maken met een netwerk (hotspot).
Modus
Is zichtbaar als de interne draadloze module is ingesteld als
Toegangspunt (Interne wifi) of in de modus Client staat. Selecteer
deze optie om de draadloze module te laten wisselen tussen de
modi Toegangspunt en Client.
Als de interne draadloze module staat ingesteld als Toegangspunt
(Interne wifi), hebben smartphones en tablets toegang tot de unit
om deze te bekijken en te bedienen (alleen tablets). Wanneer de
unit in de modus Toegangspunt(Interne wifi) staat, kunt u
bovendien de details van de interne draadloze module bekijken en
48
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
veranderen. In de modus Client kan via een draadloze hotspot
verbinding worden gemaakt met internet.
Hardware
Bekijk het MAC-adres van de draadloze module.
Netwerken
Alleen zichtbaar als de interne draadloze module in de modus
Client staat wanneer het apparaat is geselecteerd. Laat een lijst van
alle netwerken (hotspots) zien waarmee verbinding kan worden
gemaakt. Selecteer de naam van het gewenste netwerk en voer de
netwerksleutel in om verbinding te maken.
Netwerknaam (SSID)
Toont de naam van het interne draadloze netwerk.
Alleen zichtbaar als de interne draadloze module is ingesteld als
Toegangspunt (Interne wifi) wanneer het apparaat is geselecteerd.
Selecteer het netwerk om de naam van het interne draadloze
netwerk naar wens aan te passen zodat u het gemakkelijk herkent.
Netwerksleutel
Vereist door de smartphone of tablet om verbinding te kunnen
maken met het interne draadloze netwerk.
Alleen zichtbaar als de interne draadloze module is ingesteld als
Toegangspunt (Interne wifi) wanneer het apparaat is geselecteerd.
U kunt de sleutel selecteren en aanpassen om de veiligheid van het
netwerk te verbeteren. De sleutel moet minimaal 8 tekens bevatten.
Kanaal
Alleen zichtbaar als de interne draadloze module is ingesteld als
Toegangspunt (Interne wifi) wanneer het apparaat is geselecteerd.
Selecteer het apparaat om de instelling Kanaal te wijzigen. Hiermee
heft u eventuele interferentie op wanneer de draadloze module van
een ander RF-apparaat uitzendt vanaf dezelfde frequentie.
Terug naar standaard instellingen
Verwijdert alle door de gebruiker aangebrachte veranderingen en
herstelt de fabrieksinstellingen van de draadloze module.
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
49
Geavanceerd
Binnen de software zijn hulpmiddelen beschikbaar voor het
opsporen van fouten en het instellen van het draadloze netwerk.
Iperf
Iperf is een veelgebruikt hulpprogramma voor netwerkprestaties.
Het wordt meegeleverd om de prestaties van het draadloze
netwerk rondom het vaartuig te testen, zodat zwakke plekken of
probleemgebieden kunnen worden geïdentificeerd. De applicatie
moet worden geïnstalleerd en uitgevoerd op een tablet.
Er moet een Iperf-server worden uitgevoerd op de ELITE Ti voordat
de test vanaf de tablet wordt gestart. Na het verlaten van de pagina
wordt Iperf automatisch gestopt.
DHCP Probe
De draadloze module bevat een DHCP-server die IP-adressen
toewijst voor alle MFD's en Sonar-units in het netwerk. Bij integratie
met andere apparaten, zoals een 3G-modem of satelliettelefoon,
kunnen andere apparaten in het netwerk ook fungeren als DHCP-
server. Om gemakkelijk alle DHCP-servers op het netwerk te vinden,
kunt u dhcp_probe uitvoeren vanaf de ELITE Ti. Op het netwerk kan
slechts één DHCP-apparaat tegelijk actief zijn. Schakel de DHCP-
functie van het tweede apparaat uit, als dat wordt gevonden.
Raadpleeg de instructies van dat apparaat voor meer informatie.
50
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
Ú
Notitie: Iperf en DHCP Probe zijn hulpmiddelen voor
diagnostische doeleinden, bedoeld voor gebruikers die bekend
zijn met de terminologie en configuratie van netwerken. Navico
is niet de ontwikkelaar van deze hulpmiddelen en kan geen
ondersteuning verlenen bij het gebruik.
Bluetooth draadloze technologie
De unit heeft Bluetooth draadloze technologie ingebouwd. Om de
unit met Bluetooth-apparaten te verbinden, moet u ze koppelen.
Raadpleeg voor meer informatie over Bluetooth en het koppelen
van apparaten de bedieningshandleiding bij de unit.
Installatie NMEA 2000
NMEA 2000-netwerk is niet beschikbaar op de ELITE-5Ti.
Waypoint ontvangen
Selecteer deze optie om een ander apparaat dat waypoints kan
aanmaken en exporteren via NMEA 2000 toegang te geven, en
directe overdracht naar deze unit toe te staan.
Waypoint verzenden
Selecteer deze optie om de unit toestemming te geven om via
NMEA 2000 waypoints te versturen naar een ander apparaat.
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
51
Installatie NMEA 0183
De NMEA 0183 poort moet worden ingesteld op de snelheid van
aangesloten apparaten en kan worden geconfigureerd om alleen
de sentences uit te voeren die listeners (luisterende apparaten)
vereisen.
Waypoint ontvangen
Selecteer deze optie om een apparaat dat waypoints kan aanmaken
en exporteren via NMEA 0183 toegang te geven en directe
overdracht naar deze unit toe te staan.
Baudrate
Dient te worden ingesteld op de baudrate van op de NMEA 0183
ingang en uitgang aangesloten apparaten. Ingang en uitgang (Tx,
Rx) gebruiken dezelfde baudrate-instelling.
Ú
Notitie: AIS-transponders werken meestal op NMEA 0183-HS
(hoge snelheid) en vereisen een baudrate die is ingesteld op
38.400.
52
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
Seriële output sentences
Met deze lijst kan worden ingesteld welke sentences moeten
worden verzonden naar andere apparaten via de NMEA 0183-poort.
Vanwege de beperkte bandbreedte van NMEA 0183 is het wenselijk
om alleen de vereiste gegevens in te schakelen. Hoe minder
sentences worden geselecteerd, hoe hoger de uitvoersnelheid van
de ingeschakelde sentences.
Veelgebruikte sentences zijn standaard ingeschakeld.
Kalibratie touchscreen
Ú
Notitie: Zorg dat het scherm schoon en droog is alvorens de
kalibratie uit te voeren. Raak het scherm niet aan, behalve als dit
wordt gevraagd.
In sommige gevallen kan het nodig zijn om het touchscreen
opnieuw te kalibreren. U kunt uw touchscreen als volgt opnieuw
kalibreren:
1. Schakel de unit uit
2. Houd de Waypoint-toets ingedrukt en schakel de unit in
3. Blijf de Waypoint-toets tijdens het opstarten ingedrukt houden
tot het kalibratiescherm wordt weergegeven
4. Volg de instructies op het scherm om de kalibratie uit te voeren.
Als de kalibratie is voltooid, keert de unit terug naar het
applicatiescherm.
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
53
Software-updates en back-up van
gegevens
Van tijd tot tijd brengen we software-updates uit voor onze
bestaande producten. Updates worden vanwege een aantal
redenen uitgebracht: om functies te verbeteren, ondersteuning toe
te voegen voor nieuwe externe apparaten of om bugs in de
software te verhelpen.
U vindt de updates op de website: www.lowrance.com
Wanneer de unit verbinding heeft met het internet kunnen er pop-
ups verschijnen met de mededeling dat er software-updates
beschikbaar zijn. We raden u aan om deze te downloaden.
U kunt de unit gebruiken om software-updates uit te voeren op
zichzelf en op ondersteunde netwerkapparaten. De bestanden
worden gelezen vanaf een geheugenkaart die in de kaartlezer is
geplaatst.
Zorg dat u een back-up hebt van waardevolle gebruikersgegevens
voor u een update van de unit laat uitvoeren.
Software-upgrades
Zet de update in de hoofdmap van een geheugenkaart.
De update kan bij het opstarten worden uitgevoerd: plaats de
geheugenkaart in de kaartlezer voor u de unit inschakelt, start de
unit op en volg de instructies op het scherm.
U kunt het updatebestand ook via het menu Bestanden opzoeken
op de geheugenkaart in de kaartlezer en kiezen voor Upgraden.
Vervolgens selecteert u Deze display. Herstart de unit als dit
gevraagd wordt en wacht een paar seconden terwijl deze opnieuw
opstart. Verwijder de geheugenkaart niet en zet de unit niet
opnieuw aan voor het proces voltooid is (dit duurt over het
algemeen niet langer dan een paar minuten).
Upgrades NMEA 2000-apparaat
NMEA 2000 is niet beschikbaar op de ELITE-5Ti.
Zet de update in de hoofdmap van een geheugenkaart en plaats
deze in de kaartlezer.
1. Selecteer de optiebalk Bestanden en selecteer het
updatebestand op de geheugenkaart.
54
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
2. Selecteer de optie Upgrade. Deze wordt weergegeven als het
bestand is gemarkeerd. Nu verschijnt een lijst met apparaten
waarop de update van toepassing is. In de meeste gevallen is
dat één apparaat.
Ú
Notitie: Als er geen apparaat wordt weergegeven, controleert
u of het te updaten apparaat is ingeschakeld en voert u eerst
eventuele eerdere updates voor dat apparaat uit.
3. Selecteer het apparaat en start de upgrade. Onderbreek het
upgradeproces niet.
Back-up van gebruikersgegevens maken en deze
importeren
Er kan een back-up worden gemaakt van twee bestanden met door
de gebruiker aangebrachte wijzigingen:
Waypoints, routes en Trails-databases.
Instellingendatabase (waaronder voorkeuren zoals
apparaatinstellingen en aangepaste pagina's).
Plaats een geheugenkaart in de kaartlezer van de unit. Deze wordt
gebruikt als opslaglocatie voor back-upgegevens.
Back-up van waypoints, routes en Trails-database
U kunt alle waypoints, routes en Trails exporteren, of alleen die voor
een bepaalde regio.
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
55
Als u Regio exporteren selecteert wordt de kaartpagina getoond,
waarbij de locatie van het vaartuig is gecentreerd. Met behulp van
het touchscreen kunt u het rode kader aanpassen om het gebied
dat u wilt exporteren te markeren. U kunt het te exporteren bestand
opslaan in verschillende bestandsformaten:
User Data File versie 5: voor de huidige generatie units (NSO
evo2/3, NSS evo2/3, NSS, NSO, NSE, Zeus, Zeus Touch, HDS Gen2,
HDS Gen2 Touch, HDS Gen3, HDS Carbon, GO XSE units, Vulcan
units en ELITE Ti units). Biedt de meeste details.
User Data File versie 4: voor de huidige generatie units (NSO
evo2/3, NSS evo2/3, NSS, NSO, NSE, Zeus, Zeus Touch, HDS Gen2,
HDS Gen2 Touch, HDS Gen3, HDS Carbon, GO XSE units, Vulcan
units en ELITE Ti units).
User data file version 3 (with depth): voor gebruik met
oudere GPS-kaartplotters.
User data file version 2 (with depth): voor gebruik met
oudere GPS-kaartplotters.
GPX (GPS Exchange, no depth): voor gebruik met GPS-
producten van bepaalde andere fabrikanten en pc-applicaties.
Nadat u het bestandstype hebt geselecteerd, kiest u voor Export en
de geplaatste geheugenkaart. De ontvangende GPS/pc moet zijn
ingesteld op het importeren van waypoints.
De optie Seriële poort verzendt de waypoints via de NMEA 0183.
De ontvangende GPS/pc moet zijn ingesteld op het importeren van
waypoints.
Instellingendatabase exporteren
Selecteer Instellingendatabase om de database met instellingen
te exporteren en selecteer de locatie van de geheugenkaart.
56
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
Een database importeren
Op een later moment, als de fabrieksinstellingen van de unit zijn
teruggezet of als er per ongeluk gebruikersgegevens zijn gewist,
kunt u het back-upbestand selecteren op de pagina Bestanden en
het vervolgens Importeren. De aanmaakdatum vindt u bij de
eigenschappen van het bestand.
Software installeren | ELITE Ti Installatiehandleiding
57
Accessoires
De meest recente lijst met accessoires is beschikbaar op:
www.lowrance.com
NMEA 2000
NMEA 2000-netwerk is niet beschikbaar op de ELITE-5Ti.
Artikelnumm
er
Beschrijving
000-0124-69 NMEA 2000-starterkit
000-0119-88 NMEA 2000 2’ (0,61 m) verlengkabel
000-0127-53 NMEA 2000 6’ (1,82 m) verlengkabel
000-0119-86 NMEA 2000 15’ (4,55 m) verlengkabel
000-0119-83 NMEA 2000 25’ (7,58 m) verlengkabel
000-11517-001 Sensor brandstofstroom
000-11518-001 Zender vloeistofniveau
000-11519-001 Snelheidssensor
000-11520-001 Temperatuursensor
000-11521-001 Temperatuursensor door de romp
000-11522-001 Beheer brandstofgegevens
000-11523-001 Druksensor
000-11047-001 Point-1 high speed GPS-antenne met ingebouwd
kompas
000-10613-001 RC42 ratekompas
000-12607-001 Precision-9-kompas
ELITE Ti accessoires
Artikelnummer Beschrijving
000-10027-001 Quick-release montagebeugelset voor de
ELITE-5Ti en de ELITE-7Ti
7
58
Accessoires | ELITE Ti Installatiehandleiding
Artikelnummer Beschrijving
000-11020-001 Montagebeugelset voor de ELITE-9Ti
000-11021-001 Montagebeugelset voor de ELITE-12Ti
032-0353-02 Voedingskabel (2-pins voedingskabel)
000-0127-49 Voedings- en NMEA 0183-kabel
000-12750-001 Zonnescherm voor de ELITE-5Ti
000-12749-001 Zonnescherm voor de ELITE-7Ti
000-13692-001 Zonnescherm voor de ELITE-9Ti
000-13923-001 Zonnescherm voor de ELITE-12Ti
000-12572-001 7-pins transducer- naar 9-pins adapterkabel
000-12751-001 Klemmen met blauwe en zwarte hoeken
Sonar accessoires
Artikelnumm
er
Beschrijving
000-12568-001 TotalScan-transducer
000-0106-72 Skimmer 83/200 kHz transducer*
000-0106-77 Skimmer 50/200 kHz transducer*
000-0106-74 Trollingmotor transducer, 83/200 kHz*
000-0106-73 In-hull shoot-thru transducer, alleen diepte*
000-0106-89 In-hull, shoot-thru transducer, diepte en
temperatuur op afstand*
000-12572-001 7-pins transducer naar 9-pins adapterkabel
* Vereist de 000-12572-001 7-pins transducer naar 9-pins
adapterkabel
Meer transduceropties kunt u vinden op www.lowrance.com
Accessoires | ELITE Ti Installatiehandleiding
59
Ondersteunde gegevens
Lijst van met NMEA 2000 compatibele
PGN's
Ú
Notitie: NMEA 2000-netwerk is niet beschikbaar op de
ELITE-5Ti.
NMEA 2000 PGN (ontvangen)
59392 ISO-bevestiging
59904 ISO-aanvraag
60928 ISO-adresreservering
61184 Parameterverzoek/opdracht
65285 Temperatuur met instance
65289 Configuratie analoog-digitaalomzetter trimtab
65291 Backlightregeling
65292 Waarschuwingen niveau heldere vloeistoffen
65293 Configuratie LGC-2000
65323 Verzoek gegevensgebruikersgroep
65325 Status herprogrammeren
65341 Stuurautomaatmodus
65480 Stuurautomaatmodus
126208 ISO-opdrachtgroepfunctie
126992 Systeemtijd
126996 Productinformatie
127237 Koers/trackcontrole
127245 Roer
127250 Voorliggende koers van vaartuig
127251 Draaisnelheid
127257 Attitude
127258 Magnetische variatie
127488 Motorparameters, snelle update
8
60
Ondersteunde gegevens| ELITE Ti
Installatiehandleiding
127489 Motorparameters, dynamisch
127493 Transmissieparameters, dynamisch
127503 Status AC ingang
127504 Status AC uitgang
127505 Vloeistofniveau
127506 Gedetailleerde status DC
127507 Status oplader
127508 Batterijstatus
127509 Status omvormer
128259 Snelheid, door het water
128267 Waterdiepte
128275 Afstandlog
129025 Positie, snelle update
129026 COG en SOG, snelle update
129029 GNSS-positiegegevens
129033 Tijd & datum
129038 AIS, klasse A, positierapport
129039 AIS, klasse B, positierapport
129040 AIS, klasse B, uitgebreid positierapport
129041 AIS-navigatiehulpmiddelen
129283 Koersafwijking
129284 Navigatiegegevens
129539 GNSS-DOP's
129540 AIS, klasse B, uitgebreid positierapport
129794 AIS-navigatiehulpmiddelen
129801 Koersafwijking
129283 Koersafwijking
129284 Navigatiegegevens
129539 GNSS-DOP's
129540 GNSS-satellieten in beeld
129794 AIS, klasse A, vaste gegevens en vaargegevens
129801 AIS-geadresseerd veiligheidsgerelateerd bericht
Ondersteunde gegevens| ELITE Ti Installatiehandleiding
61
129802 AIS, veiligheidgerelateerd uitgezonden bericht
129808 DSC Call-informatie
129809 AIS, klasse B, “CS”, rapport met vaste gegevens, deel A
129810 AIS, klasse B, “CS”, rapport met vaste gegevens, deel B
130074 Route en WP-service - WP-lijst - WP-naam en -positie
130306 Windgegevens
130310 Omgevingsparameters
130311 Omgevingsparameters
130312 Temperatuur
130313 Vochtigheid
130314 Werkelijke druk
130576 Status van kleine vaartuigen
130577 Richtinggegevens
130840 Configuratie gegevensgebruikersgroep
130842 SimNet DSC-bericht
130845 Hantering parameters
130850 Commando gebeurtenis
130851 Antwoord gebeurtenis
130817 Productinformatie
130820 Status herprogrammeren
130831 Configuratie Suzuki-motor en opslagapparaat
130832 Verbruikte brandstof - hoge resolutie
130834 Configuratie motor en tank
130835 Configuratie motor en tank instellen
130838 Waarschuwing vloeistofniveau
130839 Configuratie druk
130840 Configuratie gegevensgebruikersgroep
130842 Berichttransport AIS en VHF
130843 Sonarstatus – frequentie en DSP-voltage
130845 Weers- en visvoorspelling en geschiedenis
barometerdruk
130850 Evinrude-motorwaarschuwingen
62
Ondersteunde gegevens| ELITE Ti
Installatiehandleiding
130851 Parameter (RC42-kompas en IS12-windkalibratie en -
configuratie)
NMEA 2000 PGN (verzenden)
61184 Parameterverzoek/opdracht
65287 Temperatuur configureren
65289 Kalibratie trimtab
65290 Snelheid schoepenwiel configureren
65291 Backlightregeling
65292 Waarschuwingen niveau heldere vloeistoffen
65293 Configuratie LGC-2000
65323 Verzoek gegevensgebruikersgroep
126208 ISO-opdrachtgroepfunctie
126992 Systeemtijd
126996 Productinformatie
127237 Koers/trackcontrole
127250 Voorliggende koers van vaartuig
127258 Magnetische variatie
128259 Snelheid, door het water
128267 Waterdiepte
128275 Afstandlog
129025 Positie, snelle update
129026 COG en SOG, snelle update
129029 GNSS-positiegegevens
129283 Koersafwijking
129284 Navigatiegegevens
129285 Route-/waypoint-gegevens
129539 GNSS-DOP's
129540 GNSS-satellieten in beeld
130074 Route en WP-service - WP-lijst - WP-naam en -positie
130306 Windgegevens
Ondersteunde gegevens| ELITE Ti Installatiehandleiding
63
130310 Omgevingsparameters
130311 Omgevingsparameters
130312 Temperatuur
130577 Richtinggegevens
130840 Configuratie gegevensgebruikersgroep
130845 Hantering parameters
130850 Commando gebeurtenis
130818 Gegevens herprogrammeren
130819 Verzoek herprogrammeren
130828 Serienummer instellen
130831 Configuratie Suzuki-motor en opslagapparaat
130835 Configuratie motor en tank instellen
130836 Configuratie vloeistofniveau
130837 Configuratie brandstofstroomturbine
130839 Configuratie druk
130845 Weers- en visvoorspelling en geschiedenis
barometerdruk
130850 Evinrude-motorwaarschuwingen
130851 Parameter (RC42-kompas en IS12-windkalibratie en -
configuratie)
Door NMEA 0183 ondersteunde sentences
TX / RX - GPS
Ontvangen GGA GLL GSA GSV VTG ZDA
Zenden GGA GLL GSA GSV VTG ZDA GLC
TX / RX - Navigatie
Ontvangen RMC
Zenden AAM APB BOD BWC BWR
64
Ondersteunde gegevens| ELITE Ti
Installatiehandleiding
Ontvangen
Zenden RMC RMB XTE XDR
TX / RX - Sonar
Ontvangen DBT DPT MTW VLW VHM
Zenden DBT DPT MTW VLW VHM
TX / RX - Kompas
Ontvangen HDG HDT HDM
Zenden HDG
TX / RX - Wind
Ontvangen MWV MWD
Zenden MWV MWD
TX / RX - AIS / DSC
Ontvangen DSC DSE VDM
Ú
Notitie: AIS sentences worden niet overbrugd naar of van
NMEA 2000.
Ondersteunde gegevens| ELITE Ti Installatiehandleiding
65
Technische specificaties
Ú
Notitie: De meest recente lijst met specificaties is beschikbaar
op: www.lowrance.com
Mechanisch/Milieu
Behuizing PC/ABS
Bedrijfstemperatuur -15 °C tot +55 °C (+5 °F tot +131
°F)
Binnendringend water IPX6 en 7
Gewicht (exclusief
bevestigingsmaterialen)
ELITE-5Ti is 0,526 kg (1,16 lbs)
ELITE-7Ti is 0,907 kg (2,0 lbs)
ELITE-9Ti is 1,32 kg (2,9 lbs)
ELITE-12Ti is 2,2 kg (4,9 lbs)
Displaytype WVGA TFT LCD-kleurenscherm
Helderheid scherm > 1200 nits
Displayresolutie 480 x 800 (H x B)
Kijkhoek in graden (typische
waarde bij contrastverhouding
= 10)
L/R: 70, boven: 50, onder: 60
Afmeting Zie maattekeningen
Elektrische specificaties
Bedrijfsspanning 12 V DC (10 - 17 V DC min-max)
Energieverbruik 12 W (0,9 A. bij 13,8 V DC)
Energiezuinige stand-bymodus < 650 mA
Bescherming omgekeerde polariteit en
tijdelijke overspanning tot 36 V
processor iMX61 single core
Conformiteit CE, C-Tick
9
66
Technische specificaties| ELITE Ti Installatiehandleiding
Interfaces
NMEA 2000 (compatibel).
ELITE-5Ti is niet NMEA-
compatibel.
1 poort - Micro-C mannelijk.
(Niet beschikbaar op de
ELITE-5Ti.)
NMEA 0183 (compatibel) 1 poort - Voeding 12 V DC en
Data - NMEA 0183
Sonar 1 poort
Kaartlezer 1 x microSD
Technische specificaties| ELITE Ti Installatiehandleiding
67
Maattekeningen
ELITE-5Ti maattekeningen
94.0 mm
(3.
70”)
94.0 mm
(3.
70”)
176.0 mm (6.93”)
112.5 mm (4.43”)
135.0 mm (5.31”)
28.0 mm
(1.10”)
33.5 mm
(1.31”)
113.5 mm
(4.46”)
ELITE-7Ti maattekeningen
117.0 mm
(4.
60”)
94.0 mm
(3.
70”)
94.0 mm
(3.
70”)
219.50 mm (8.70”)
142.0 mm (5.60”)
28.0 mm
(1.10”)
161.0 mm (6.40”)
36.0 mm
(1.42”)
10
68
Maattekeningen| ELITE Ti Installatiehandleiding
ELITE-9Ti maattekeningen
267.0 mm (10.51”)
285.0 mm (11.22”)
259.0 mm (10.19”)
160.0 mm (6.29”)
175.0 mm (6.88”)
61.0 mm (2.40”)
28.0 mm
(1.10”)
46.0 mm
(1.81”)
110.0 mm (4.33”)
ELITE-12Ti maattekeningen
330.0 mm (13.03”)
351.0 mm (13.82”)
322.0 mm (12.67”)
216.0 mm (6.46”)
230.0 mm (9.05”)
62.0 mm (2.44”)
28.0 mm
(1.10”)
53.5 mm
(2.11”)
117.5 mm (4.62”)
Maattekeningen| ELITE Ti Installatiehandleiding
69
70
Maattekeningen| ELITE Ti Installatiehandleiding
*988-11423-001*
0980
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72

Lowrance Elite Ti Installatie gids

Categorie
Navigators
Type
Installatie gids