WALTHER PILOT PILOT WA 500 Handleiding

Type
Handleiding
54 55
Inhoud
Explosietekening 2
EG-conformiteitsverklaring 55
Lijst met vervangstukken 56
1 Algemeen 57
1.1 Aanduiding van het model 57
1.2 Doelmatig gebruik 57
1.3 Ondoelmatig gebruik 58
2 Technische beschrijving 58
3 Veiligheidsinstructies 59
3.1 Aanduiding van de veiligheidsinstructies 59
3.2 Algemene veiligheidsinstructies 59
4 Montage 60
4.1 Bevestiging van het spuitpistool 60
4.2 Aansluiten van de toevoerleidingen 60
5 Bediening 61
5.1 Veiligheidsinstructies 61
5.2 Ingebruikname en buitengebruikstelling 61
5.3 Het spuitprofiel testen 61
5.4 Het spuitprofiel veranderen 62
5.5 Ombouwen van het spuitpistool 64
6 Onderhoud 64
6.1 Veiligheidsinstructies 64
6.2 Basisreiniging 65
6.3 Routinematige reiniging 66
7 Reparatie 66
7.1 Lekkende naaldpakking vervangen 67
7.2 Vervanging van nozzle, -naald, veren en dichtingen 67
8 Storingen opsporen en verhelpen 68
9 Wat te doen met afval 68
10 Technische gegevens 69
EG-conformiteitsverklaring
De fabrikant verklaart onder geheel eigen verantwoording dat het hierna beschreven product aan de
algemeen aanvaarde veiligheids- en gezondheidsvoorschriften voldoet. Bij een niet met ons bespro-
ken wijziging aan het hierna beschreven product of bij oneigenlijk gebruik verliest deze verklaring
haar geldigheid.
Fabrikant WALTHER Spritz- und Lackiersysteme GmbH
Kärntner Str. 18 - 30
D - 42327 Wuppertal
Tel.: +49(0)202 / 787 - 0
Fax: +49(0)202 / 787 - 2217
www.walther-pilot.de • e-mail: [email protected]
Typekentekening Model: automatisch spuitpistool
PILOT WA 500 (standaard-uitvoering)
PiLOT WA 510 (rondpomp-uitvoering)
PILOT WA 520 (HVLP- uitvoering)
PILOT WA 530 (HVLP- en rondpomp-uitvoering)
PILOT WA 570-K (spuitpistool voor het verspuiten van lijmen)
PILOT WA 571-K (rondpomp-uitvoering)
PILOT WA 572-K (HVLP- uitvoering)
PILOT WA 573-K (HVLP- en rondpomp-uitvoering)
Doelmatig gebruik verwerking van verstuifbare stoffen
Toegepaste normen en richtlijnen
EG-richtlijnen voor machines 2006 / 42 / EC
94/9 EC (ATEX richtlijnen)
EN ISO 12100-1
EN ISO 12100-2 DIN EN 1953
DIN EN 1127-1 DIN EN 13463-1
Specificatie overeenkomstig richtlijn 94 / 9 / EC
Categorie 2 Typenummer
II 2 G c T 5
Tech.File,Ref.:
2402
Gemachtigd voor de samenstelling van de technische documentatie:
Nico Kowalski, WALTHER Spritz- und Lackiersysteme GmbH, Kärntner Str. 18 - 30
D- 42327 Wuppertal
NB:
Het product moet worden ingebouwd in een ander apparaat. De ingebruikname is niet geoorloofd,
totdat de conformiteit van het eindproduct met de richtlijn 2006 / 42 / EC is vastgesteld.
Wuppertal, de 1 januari 2010
Naam: Torsten Bröker
Positie: Manager Constructie en Ontwikkeling
Deze verklaring is geen garantie en kan derhalve niet worden gebruikt bij kwesties m.b.t. aansprakelijkheid.
Raadpleeg s.v.p. de veiligheidsvoorschriften in de productdocumentatie.
i.V.
56 57
Lijst met vervangstukken:
PILOT WA 500
Pos. Vervanstuk-nr. Omschrijving
Nr.
1 V 11 360 04 300 Luchtapmoer
2 facultatief Luchtkap **
V 11 360 30 060 (Nozzle: 0,3-1,8 mm ø)
V 11 360 30 210 (Nozzle: 2,0-2,5 mm ø)
3 facultatief
Materiaalnozzle
V 11 601 40 . . 3 * **,***
4 V 09 002 16 000 Afdichtingsring
5 V 11 601 04 000 Luchtverdeelring
6 V 20 510 14 003 Bevestigungsschroef
7a
V 20 510 10 500 Voorlichaam
8 V 20 510 13 003 Materiaalansluitnippel
9 V 09 001 72 000 Naaldpakking compl.
10 V 10 361 07 000 Drukstuk
11 V 20 510 12 003 Pakkingsveer
12 V 20 510 11 003 Pakkingsschroef
13 V 09 001 70 000 Dichting
14 V 20 510 42 003 Dichtingsschroef
15 V 09 102 02 007 O-ring
16 V 20 510 40 000 Zuigerhuis
17 facultatief Bevestigingsbout
V 20 510 21 003 12 mm ø
V 20 510 21 103 14 mm ø
18 V 11 601 20 000 Rondstraalregeling
19 V 11 601 20 000 Breedstraalregeling
20 V 00 101 70 005 Dubbele nippel
21 V 00 101 01 000 Dubbele nippel
22 V 09 230 01 000 Zuigerrumtedichting
23 V 09 103 27 001 O-ring
24 V 20 510 24 004 Zuigerbus
25 V 09 102 09 000 O-ring
26 V 20 510 23 004 Zuiger
27 V 09 102 02 001 O-ring
28 V 20 510 47 004 Bus
29 V 20 651 06 000 Potmanchet
30 V 20 510 18 004 Klemring
31 V 20 510 16 004 Zuigerschroef
32 V 20 606 11 000 Zuigerveer
33 V 20 510 33 000 Draadbus
34 facultatief Materialnaald
V 20 510 30 . . 3* **,***
35 V 20 510 29 003 Naaldveer
36 V 20 510 32 000 Kap
37 V 20 510 34 000 Trekstang
38 V 20 510 10 010 Verzonken schroef
Reservedelsliste for modellerne
PILOT WA 510 / WA 520 / WA 530
(afwijkingen van PILOT WA 500)
PILOT WA 510 (rondpompversie)
Pos. Vervangstuk-nr. Omschrijving
Nr.
7b V 20 510 19 510 Voorlichaam
PILOT WA 520 (HVLP-versie)
Pos. Vervangstuk-nr. Omschrijving
Nr.
2 facultatief HVLP-luchtkap
V 11 631 15 011 (High-finishing luchtkap,
nozzle: 0,5-1,8 mm ø)
V 11 631 15 012 (High-finishing luchtkap,
nozzle: 2,0-2,5 mm ø)
V 11 631 10 060 voor filler (0,3-1,8 mm ø)
V 11 631 10 210 voor filler (2,0-2,5 mm ø)
V 11 631 11 061 voor lak (0,3-1,8 mm ø) ***
V 11 631 11 211 voor lak (2,0-2,5 mm ø)
5 V 11 631 04 000 Luchtverdeelring
7a V 20 510 10 520 Voorlichaam
16 V 20 510 50 000 Zuigerhuis
PILOT WA 530 (HVLP-versie voor
rondpompwerking)
Pos. Vervangstuk-nr. Omschrijving
Nr.
2 facultatief HVLP-luchtkap
V 11 631 15 011 (High-finishing luchtkap,
nozzle: 0,5-1,8 mm ø)
V 11 631 15 012 (High-finishing luchtkap,
nozzle: 2,0-2,5 mm ø)
V 11 631 10 060 (voor filler, 0,3-1,8 mm ø)
V 11 631 10 210 (voor filler, 2,0-2,5 mm ø)
V 11 631 11 061 (voor lak, 0,3-1,8 mm ø) ***
V 11 631 11 211 (voor lak, 2,0-2,5 mm ø)
5 V 11 631 04 000 Luchtverdeelring
7b V 20 510 10 530 Voorlichaam
16 V 20 510 50 000 Zuigerhuis
PILOT WA 570-K, 571-K, 572-K, 573-K
(Lijmspuitpistolen)
Pos. Vervangstuk-nr. Omschrijving
Nr.
2 facultatief
Luchkap
V 11 631 12 054 (0,8 - 1,0 mm ø)
V 11 631 12 204 (1,2 - 1,8 mm ø)
V 11 631 12 254 (2,0 - 2,5 mm ø)
3 V 11 641 40 . . 3*
Materiaalnozzle ****
4 Afdichtingsring ondbreekt
7a V 20 570 10 500 VoorlichaamWA 570-K
7b V 20 570 10 510 VoorlichaamWA 571-K
7a V 20 570 10 520 Voorlichaam WA 572-K
7b V 20 570 10 530 Voorlichaam WA 573-K
34 V 20 570 30 . . 3*
Materialnaald ****
* Vermeld voor het leveren van vervangstukken de over-
eenkomstige maten.
Wij adviseren reparatiesets op lager te houden.Deze
onderdelen staan in de lijst met reserveonderdelen vet-
gedrukt aangegeven.
** in Spuitkopset bevatten: V 15 500 06 . . 3
*** in Spuitkopset bevatten: V 15 520 03 . . 3
**** in Spuitkopset bevatten: V 15 572 02 . . 3
1 Algemeen
1.1 Aanduiding van het model
Modelen: automatische spuitpistolen PILOT WA 500, WA 510, WA 520, WA 530
WA 570-K, WA 571-K, WA 572-K, WA 573-K
Type: 20 500 WA 500 standard-versie
20 510 WA 510 rondpomp-versie
20 520 WA 520 HVLP-versie
20 530 WA 530 HVLP-versie voor rondpomp
20 570 WA 570-K spuitpistolen voor het verspuiten van lijmen-standard-versie
20 571 WA 571-K spuitpistolen voor het verspuiten van lijmen-rondpomp-versie
20 572 WA 572-K spuitpistolen voor het verspuiten van lijmen-HVLP-versie
20 573 WA 573-K spuitpistolen voor het verspuiten van lijmen- HVLP-versie
voor rondpomp
Fabrikant: WALTHER Spritz- und Lackiersysteme GmbH
Kärntner Str. 18-30
D-42327 Wuppertal (Bondsrepubliek Duitsland)
Tel.: +49-202-787-0
Fax: +49-202-787-2217
www.walther-pilot.de Email:[email protected]
1.2 Doelmatig gebruik
De automatische spuitpistolen van de serie PILOT WA 500 zijn uitsluitend bedoeld
voor de verwerking van verstuifbare stoffen. Aangezien alle materiaalgeleidende
delen uit edelstaal zijn vervaardigd, kunnen ook waterhoudende en agressieve
stoffen worden verstoven, waaronder:
verven en lakken;
vetten, olien en anticorrosiemiddelen;
lijmen;
ceramische glazuren
zuurhoudende stoffen en
beitsen
Als de stoffen die u wilt verspuiten niet in deze lijst voorkomen, neem dan contact op
met WALTHER Spritz- und Lackiersystme GmbH, Wuppertal. De verstuifbare stoffen
mogen alleen op werkstukken of voorwerpen worden aangebracht.De temperatuur
van de te verstuiven stof mag in principe niet hoger liggen dan 80°C.
De modellen van de serie PILOT WA 500 zijn geen manueel bediende spuitpistolen
en moeten daarom in een geschickte houder worden geplaatst.
Doelmatig gebruik betekent ook, dat alle instructies en aanwijzingen van deze hand-
leiding gelezen, begrepen en nageleefd worden.
Het apparaat voldoet aan de eisen bescherming tegen explosie, richtlijn 94 / 9 EG
(ATEX) voor de op het typeplaatje aangegeven explosiegroep, categorie apparaat en
temperatuurklasse.
Bij gebruik van het apparaat is het noodzakelijk dat de in de gebruiksaanwijzing
58 59
omschreven bepalingen worden aangehouden.
De voorgeschreven inspectie-en ondehoudsintervallen moeten worden waargeno-
men. De gegevens op het typeplaatje resp. de informatie in het hoofdstuk Technische
Gegevens moeten worden aangehouden en mogen niet worden overschreden. Er
mag absoluut geen overbelasting van het apparaat ontstaan. Het apparaat mag in
toepassingsgebieden met gevaar voor explosie alleen worden ingezet met toestem-
ming van de verantwoordelijke overheidsinstantie.
Het is aan de verantwoordelijke overheidsinstantie resp. de exploitant de mate
van explosiegevaar vast te stellen (indeling in zones).
Het is aan de exploitant te controleren en ervoor te zorgen dat alle technische gege-
vens en de kentekening overeenkomstig ATEX met de noodzakelijke voorschriften
overeenstemmen. In geval van gebruik, waarbij door een evtl. uitval van het apparaat
een gevaar voor personen zou kunnen ontstaan, zijn door de exploitant passende
veiligheidsmaatregelen te nemen.
Als er bij gebruik onzekerheid ontstaat, doordat het apparaat naar mening van de
exploitant niet naar believen functioneert, moet het apparaat onmiddellijk worden
stopgezet en moet met contact worden opgenomen met WALTHER Spritz- und
Lackiersysteme.
Aarding/potentiaalnormalisatie
Gegarandeerd dient te worden dat het spuitpistool zowel separaat als gemonteerd op
de installatie, voldoende geaard is (Maximale weerstand: 10
6
Ω).
1.3 Ondoelmatig gebruik
Het spuitpistool mag niet op een andere wijze worden gebruikt dan beschreven onder
Doelmatig gebruik.
Elk ander gebruik is ondoelmatig.
Ondoelmatig gebruik is bijvoorbeeld:
het verstuiven van stoffen op mensen en dieren,
het verstuiven van vloeibare stikstof.
2 Technische beschrijving
De modellen van de serie PILOT WA 500 werken volautomatisch met behulp van
persluchtsturing en worden aangestuurd via een 3/2-wegsstuurventiel.Hiervoor
kunnen hand-, voet- of magneetnozzels worden gebruikt.
Als het 3/2-wegsstuurventiel wordt geactiveerd, komt de voor de aansturing noodza-
kelijke perslucht in de cilinderruimte van het spuitpistool en worden achtereenvolgens
het verstuivingsluchtkanaal en het toevoersysteem van de te verstuiven stof geo-
pend. Als de besturingslucht via het 3/2-wegstuurventiel opnieuw wordt onderbroken,
ontsnapt eerst de perslucht die zich in de cilinderruimte bevindt. De veerdruk van de
zuigerveer drukt daarna de materiaalnaald opnieuw in de uitgangspositie en sluit zo
de toevoer van te versproeien materiaal en verstuivingslucht af. Het materiaaldebiet
en de vorm van de spuitstraal (vlak / breed / rond) worden ingesteld met behulp van
regelschroeven aan het pistool.
Het materiaaltoevoersysteem van de modellen de serie PILOT WA 500 kan manueel
worden geopend om bijvoorbeeld een verstopte nozzle te reinigen.
De modellen PILOT WA 510/571-K en WA 530/573-K met dubbele aansluiting voor
de toevoer van het materiaal kunnen in een rondpompsysteem worden geintegreerd.
Op deze manier kunnen verschillende spuitpistolen via de ringvormig geinstalleerde
rondpompleiding gelijktijdig worden voorzien van spuitmateriaal.
De spuitpistolen WA 500/570-K en WA 520/572-K kunnen worden aangesloten aan
materiaaldrukvaten en pompinstallaties.
De modellen PILOT WA 520/572-K en WA 530/573-K zijn zuivere HVLP-spuitpistolen.
Ze werken met een spuitdruk van 0,7 bar bij ingangsdruk van 4,5 bar.
3 Veiligheidsinstructies
3.1 Aanduiding van de veiligheitsinstructies
Waarschuwing
Het symbool en het woord „Warschuwingwijzen op een mogelijk gevaar voor per-
sonen. Mogelijke gevolgen: zware of lichte verwondingen.
Opgelet
Het symbool en het woord Opgelet“ wijzen op een mogelijk gevaar voor zaken.
Mogelijke gevolgen: beschadigung vaan voorwerpen.
Aanwijzing
Het symbool en het woord „Aanwijzing“ geven aanvullende informatie voor het veilig
en efficiet gebruik van het spuitpistool.
3.2 Algemene veiligheidsinstructies
De desbetreffende ongevalpreventievoorschriften en de overige erkende veiligheids-
technische en op het werk betrekking hebbende medische regels dienen in acht te
worden genomen.
Gebruik het spuitpistool uitsluitend in goed geventileerde ruimten. Tijdens het werk is
vuur, niet afgeschermd licht en roken verboden Bij het verspuiten van licht ontvlam-
bare materialen (b.v. lakken, lijm, reinigingsmiddelen enz.) bestaat een verhoogd
gezondheids-, explosie- en brandrisico.
Gegarandeerd dient te worden dat het spuitpistool zowel separaat als gemonteerd op
de installatie, voldoende geaard is (Maximale weerstand: 10
6
Ω). Maak vóór ieder
onderhoud en reparatie de lucht- en materiaaltoevoer naar het spuitpistool vrij van
druk- letselrisico. Houd bij het verspuiten van materialen geen handen of andere
lichaamsdelen voor de onder druk staande spuitkop van het spuitpistool – letselrisico.
Richt het spuitpistool niet op personen en dieren – letselrisico. Neem de verwerkings-
en veiligheidsinstructies van de fabrikanten van spuitmateriaal en reinigingsmiddel in
acht. Vooral agressieve en bijtende materialen kunnen schade aan de gezondheid
veroorzaken.
Draag oorbescherming tijdens het werken met het spuitpistool. Het door het spuitpi-
stool geproduceerde geluidsniveau bedraagt ca. 86 dB (A). De met deeltjes geladen
afgewerkte lucht moet uit de buurt van het werkgebied en het bedrijfspersoneel wor-
den gehouden. Draag desondanks de voorgeschreven ademhalingsbescherming en
de voorgeschreven werkkleding, als u met het spuitpistool materialen verwerkt.
Rondzwevende deeltjes vormen een gevaar voor uw gezondheid. Let er steedsop dat
60 61
bij de inbedrijfstelling, vooral na montage- en onderhoudswerkzaamheden alle
moeren en schroeven stevig zijn vastgedraaid.
Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen, omdat WALTHER uitsluitend voor
deze onderdelen een veilige en perfecte functie kan garanderen.
Wend u voor informatie over een risicoloos gebruik van het spuitpistool en de
daarin gebruikte materialen tot WALTHER Spritz- und Lackiersysteme GmbH,
D-42327 Wuppertal.
4 Montage
Het spuitpistool is door de fabrikant volledig gemonteerd. Voordat u het spuitpistool
in bedrijf kunt nemen, moet eerst het volgende gebeuren.
4.1 Bevestiging van het spuitpistool
Bevestig het spuitpistool aan een geschikte, stevige houder, zoals beschreven in
het volgende voorbeeld:
4.2 Aansluiten van de toevoerleidingen
Waarschuwing
Let erop, dat u de aansluitingen voor de besturings- en de verstuivingslucht niet met
elkaar verwisselt p gevaar voor letsels.
M
= Materiaalaansluiting G 1/4“
ST = Stuurluchtaansluiting G 1/8“
Z
= Spuitluchtaansluiting G 1/4“ Materiaalaansluiting voor
rondpomp versies:
PILOT WA 510 / 571-K en
WA 530 / 573-K (G 3/8“)
Het spuitpistool is nu volledig gemonteerd en kan in bedrijf worden gesteld.
1
M ST Z
5 Bediening
5.1 Veiligheidsinstructies
Let bij de bediening van het spuitpistool in het bijzonder op de volgende veiligheid-
sinstructies!
Draag adembescherming en werkkleiding die aan de voorschriften beantwoor
den, als u met het spuitpistool materialen verstuift. Zwevende deeltjies zijn een
gevaar voer uw gezendheid.
Draag bij het werken met het spuitpistool en oorbescherming. Het geluidsni-
veau van het spuitpistool bereikt ca. 83 dB (A) en kan schade aan het gehoor
veroor zaken.
Voor open licht en roken is verboden in de werkruimte. Bij het verstuiven van
licht ontvlambare stoffen (zoals lakken, lijmen) is er verhoogd risico op brand
en entploffing.
5.2 Ingebruikname en buitengebruikstelling
Voordat u het spuitpistool in gebruik neemt, moet volgende voorwaarden voldaan
zijn:
De toevoer van besturingslucht naar het spuitpistool staat ender druk
De toevoer van verstuingslucht naar het spuitpistool staat ender druk
De materiaaltoevoer naar het spuitpistool staat ender druk
Opgelet
De materiaaltoevoerdruk mag niet hoger ingesteld zijn dan:
10 bar, aangezien de betrouwbare werking van het spuitpistool anders niet
gewaarborgd is.Stel de besturingsluchtdruk in op
minstens 4 bar, zodat het spuitpistool in gebruik kan worden genomen.
U kunt het spuitpistool in gebruik nemen en buiten bedrijf stellen door het 3/2-wegs-
stuurventiel te activeren (zie de handleiding van de fabrikant van de installatie).
Waarschuwing
Na beendiging van het werk moet de druk aan het spuitpistool altijd wor den uitge-
schakeld. Onder druk staande leidingen kunnen barsten en personen in de onmid-
delijke omgeving kunnen door het vrijkomende materiaal worden verwond.
5.3 Het spuitprofiel testen
Het spuitprofiel moet altijd worden getest als:
het spuitpistool voor het eerst in gebruik wordt genomen;
ander verstuifmateriaalwordt gebruikt;
het spuitpistool voor onderhouds- of herstellingswerkzaamheden werd gede-
mon teerd
Het spuitprofiel kan worden getest op een testwerkstuk, een metalen plaat, karton
ot papier.
Gebruik hiervoor de bevestigingsbout (1),dia-
meter 12 mm.
Andere bevestigingsmiddelen op aanvraag.
62 63
Waarschuwing
Houd bij het verstuiven van materiaal geen handen of andere lichaams delen voor
de onder druk staande nozzle van het spuitpistool p gevaar voor letsels.
Waarschuwing
Let er bij de ingebruikname van het spuitpistool op dat er zich enkeke persoon in
het verstuifbereik van het pistool bevindt - gevaar voor letsels.
1. Neem het pistool in gebruik om het spuitprofiel te testesten (zie 5.2
Ingebruikname en buitengebruikstelling)
2. Controleer het resultaat van de test en pas indien nodig de instellingen het
spuitpistool aan (zie 5.4 Het spuitprofiel veranderen )
5.4 Het spuitprofiel veranderen
Aan de serie PILOT WA 500 kunt u met de volgende instellingen het spuitprofiel
wijzigen.:
Spuitlucht instellen
Instelling van het materiaaldebiet
1 2
1
2
Regelen van de materiaaldruk
Deze kan alleen aan de pomp of aan het druk reservoir worden ingesteld. Let daarbij
op de aanwijzingen en de veiligheidsinstructies van de fabrikant.
Regelen van de verstuivingsluchtdruk
De Verstuivingsluchtdruk wordt ingesteld aan het drukluchtreduceerventiel van de
compressorinstallatie. Let daarbij op de aanwijzingen en de veiligheidsinstructies van
de fabrikant.
Als u het spuitprofiel niet naar wens kunt instellen met de vermelde mogelijkheden,
moet u het spuitpistool ombouwen.
(zie 5.5 Ombouwen van het spuitpistool ).
WALTHER biedt hiervoor een gamma uileenlopende luchtkap-, nozzle- en naaldcom-
binaties aan.
Gebreken van een spuitprofiel verhelpen
Uit de volgende tabel kunt u afleiden met welke instellingen u het spuitprofiel kunt
beinvloeden.
Gewenst resultaat
Spuitbeeldproef Afwijking Vereiste instelling
Spuitbeeld is in het midden
te dik
Bredere spuitstraalvorm
instellen
Spuitbeeld is aan de uitein-
den te dik
Rondere spuitstraalvorm
instellen
Spuitbeeld is tamelijk grof-
druppelig
Verstuiverluchtdruk verho-
gen
Opgebrachte materiaal is in
het midden van het spuit-
beeld erg dun
Verstuiverluchtdruk verla-
gen
Spuitbeeld is in het midden
gespleten
Sproeierdiameter vergroten
Verstuiverluchtdruk verla-
gen
Materiaaldruk verhogen
Spuitbeeld is erg convex
Materiaaldruk verlagen
Verstuiverluchtdruk verho-
gen
Met behulp van de twee regelschroeven (1) en (2)
kunt u een optimaal spuitprofiel instellen
Regelschroef (1) beinvloedt de rondheid van het
profiel, regelschroef (2) de breedle of vlakheid van
het profiel.
Draai kap (1) uit de basispositie (= inkeping
op het zuigerhuis)
naar binnen om het materiaaldebiet te vermin-
deren
naar binnen om het materiaaldebiet te verho-
gen.
Met trekstang (2) kan het materiaaldebiet
door de nozzle worden bediend zonder de
verstuivingslucht in te schakelen.
64 65
5.5 Ombouwen van het spuitpistool
De bij het te verstuiven materiaal passende luchtkop-/materiaalnozzle-/naaldcom-
binatievormt een op elkaar afgestemde eenheid - het nozzle-inzelstuk. Vervang
altijd het volledige inzetstuk, zodat de gewenste spuitprofielkwaliteit behouden blijft.
Waarschuwing
Schakel voordat u met het ombouwen begint, altijd eerst de druk van de besturings-
en verstuivingslucht alsook van de materiaalloevoer naar het spuitpistool uit p
gevaar voor letsels.
Aanwijzing
Om volgende procedures uit te voeren gebruikt u de uitklaptekening aan het begin
van deze gebruiksaanwijzing.
De luchtkap vervangen
1. Schroef de geribde luchtkapmoer 1 af van het voorzetstuk.
2. Trek de luchtkap 2 van het voorzelstuk naar beneden.
3. Plaats de gewenste luchtkap op het voorzelstuk.
4. Schroef de luchtkapmoer (Pos. 1) op het voorzelstuk.
Vervangen van de materiaalnozzle en -naald
1. Verwijder de luchtkap (zie 5.5 De luchtkap vervangen ).
2. Schroef de materiaalnozzle (Pos. 3) uit het voorzelstuk (SW 13). Demonteer
de dichtingsring (Pos. 4) en de luchtverdeelring (Pos. 5).
3. Schroef de kap (Pos. 36) van de draadbus (Pos. 33).
4. Trek de materiaalnaald (Pos. 34) inclusief (Pos. 35-37) uit het pistoolhuis.
5. Schroef de materiaalnaald (Pos. 34) uit de trekstang (Pos. 37).
De naaldinstelmaat bedraagt 113,5 mm vanaf de punt van de naald tot en met de
meenemerbus.
Het monteren van het nieuwe nozzle- inzelstuk en van de overige onderdelen gebe-
urt in omgekeerde volgorde
6 Onderhoud
6.1 Veiligheidsinstructies
Schakel voordat u met onderhoudswerkzaamheden gegint, allijd eerst de
druk van de besturingsen verstuvingslucht alsook van de materiaalloevoer
naar het spuitpistool uit p gevaar voor letsels.
Vuur, open licht en roken is verboden in de werkruimte. Bij het verstuiven van
licht entvlambare stoffen (zoals reinigingsmiddelen)is er verhoogd risico op
brand en ontploffing.
Respecteer de veiligheidsinstructies van de fabrikant van het reinigingsmiddel.
ooral agressieve en bijtende reinigingsmiddelen kunnen schade aan de gezond-
heid veroorzaken.
6.2 Basisreiniging
Om de levensduur en de werking van het spuitpistool lang te vrijwaren, moet het
pistool regelmatig worden gereinigd en gesmeerd.
Gebruik voor het reinigen van het spuitpistool alleen die reinigingsmiddelen, die door
de fabrikant van de volgende bestandden bevallen:
gehalogeneerde koolwaterstoffen (zoals 1,1,1, trichloorethaan, methyleenchlo-
rid enz.);
zuren en zuurhoudende reinigingsmiddelen;
gerecycleerde oplosmiddelen (verbunde middelen);
ontlakkingsmiddelen.
De hiertoeven opgesomde bestanddelen veroorzaken bij gegalvaniseerde onderde-
len chemische reakties en schade als gevolg van corrosie.
Voor schade die het gevolg is van een dergelijke behandeling geeft WALTHER
Spritz- und Lackiersysteme GmbH geen garantie.
Reinig het spuitpistool
voor elke verandering van verf of materiaal;
wekelijks minstens eenmaal;
wekelijks verschillende malen in functie van het materiaal en de grad van
voeron treiniging
Opgelet
Leg het spuitpistool niet in een oplosmiddel of een ander reinigingsmiddel. Een
onberispelijke werking van het pistool kan anders niet worden gegarandeerd.
Opgelet
Gebruik voor het reinigen van het spuitpistool geen harde of puntige voorwerpen.Dit
zou delicate onderdelen kunnen beschadigen en het spuitresultaat verslechteren.
1. Haal het spuitpistool uit elkaar, zie 5.5 De materiaalnozzle en -naald vervangen.
2. Reinig de luchtkap en de materiaalnozzle met een kwast en het reinigingsmid-
del.
3. Reinig alle andere onderdelen en het pistoolhuis met een doek en het reini-
gingsmiddel.
4. Voorzie de volgende onderdelen van een dunne vetfilm:
de afdichtingsring van de zuiger
de O-ring van de zuiger
de materiaalnaald
de naaldveer
Gebruik daarvoor een zuur- en harsvrij vet en een kwast.
Vervolgens steekt u het spuitpistool in omgekeerde volgorde opnieuw in elkaar.
66 67
6.3 Routinematige reiniging
Als u regelmatig van verf verandert kunt u na het beeindigen van het spuitwerk (in
functie van het spuitmateriaal) het pistool ook reinigen, zonder dat u het daarbij uit
elkaar moet halen.
Aanwijzing
Reinig en smeer het spuitpistool toch regelmatig zolals beschreven in (6.2
Basisreiniging). Op deze manier bijven de betrouvbaarheid en de kwaliteit vanhet
spuitpistool behourden.
Voor u de routinematige reiniging kunt uitvoeren, moet aan volgende voor-
waarden voldaan zijn:
1. Het gereinigde materiaalreservoir wordt gevuld met een geschikt reinigings-
middel. Aan het spuitpistool mag alleen de materiaaltoevoer onder druk staan.
Het reinigingsmiddel mag niet worden verstoven.
2. Neem het pistool in gebruik, (zie 5.2 Ingetbruikname)
3. Stel het spuitpistool pas buiten gebruik als het alleen nog zuiver reinigingsmid-
del produccert.
Om niet de volledige verstuifinstallatie te moeten starten, kunt u de materiaaltoevo-
er van de serie PILOT WA 500 ook manueel deblokkeren.
Schakel nu alle druk aan de verstuivingsinstallatie uit lot het volgende gebruik
ervan.
7 Reparatie
Waarschuwing
Schakel voordat u met herstellingswerkzaamheden begint, altijd eerst de druk van
de besturings- en verstuivingslucht alsook van de materiaaltoe voer naar het spuit-
pistool uit p gevaar voor letsels.
Aanwijzing
Om volgende procedures uit te voeren gebruikt u de uitklaptekening aan het begin
deze gebruiksaanwijzing.
7.1 Lekkende naaldpakking vervangen
1. Schakel elke druk aan het spuitpistool uit.
2. Schroef de 3 bevestigingsschroeven (Pos. 6) uit het voorlichaam (Pos. 7) (inbus
SW 3).
3. Trek het voorlichaam (Pos. 7) uit het zuigerhuis (Pos. 16).
4. Verwijder de dichting (Pos. 13).
5. Schroef de pakkingschroef (Pos. 12) uit het voorzetstuk (Pos. 7) (schroeve-
draaier).
6. Neem de pakkingsveer (Pos. 11) (en vervang ze indien beschadigd) en het
drukstuk (Pos. 10) uit de inschroefopening.
7. Trek de naaldpakking (Pos. 9) met een gereedschap uit de zitting. Gebruik
daarbij eenvaste draad, waarvan het uiteinde tot een kleine haak is gebogen.
8. Vet de nieuwe naaldpakking in met een zuur- en harsvrij vet in.
9. Plaats de nieuwe naaldpakking in het pistoolhuis.
De overige onderdelen monteert u in omgekeerde volgorde.
Aanwijzing
De naaldpakking (Pos. 9) die u uit het pistoolvoorzetstuk hebt gehaald, mag u niet
opnieuw gebruiken, omdat een lekvrije werking in dat geval niet gewaarborgd is.
7.2 Vervangen van nozzle, -naald, veren en dichtingen
Haal het spuitpistool uit elkaar zoals beschreven onder 7.2 Materiaalnozzle en -
naald vervangen , als de volgende onderdelen moeten vervangen worden:
materiaalnozzle
drukveer van de zuiger
materiaalnaald*
naaldveer*
manchet van de zuiger*
O-ring van de zuiger*
Aanwijzing
De met * aangeduide onderdelen moet voor het monteren in het pistoolhuis worden
gesmeerd m.b.v. een zuur- en harsvrij vet.
WALTHER Spritz- und Lackiersysteme GmbH houdt voor de types van de serie
PILOT WA 500, reparatiesets beschikbaar, waarin alle slijtende onderdelen zitten:
Art.-nr.: V 16 500 06 . . 3 (WA 500 / WA 510)
Art.-nr.: V 16 520 03 . . 3 (WA 520 / WA 530)
Art.-nr.: V 16 570 02 . . 3 (WA 570 / WA 571 / WA 572 / WA 573)
De slijtende onderdelen worden ook in de lijst met vervangstukken opgesomd (aan-
geduid in vetjes).
1. Trek de trekstang (25) van het spuitpistool naar
achter. De materiaaltoevoer wordt geopend en
materiaalkanaal en - nozzle kunnen worden
gereinigd.
2. Stel het spuitpistool pas buiten gebruik als het
alleen nog zuvier reinigingsmiddel produceert.
68 69
8 Storingen opsporen en verhelpen
Waarschuwing
Schakel voordat u met onderhouds- of herstellingswerkzaamheden begint, altijd
eerst de druk van de besturings- en verstuivingslucht alsook van de materiaal-
toevoer naar het spuitpistool uit p gevaar voor letsels.
Fout Oorzak Oplossing
Pistool drupt
Materiaalnozzle of -naald
verontreinigd
Materiaalnozzle of -naald
beschadigd
Pakkingbus te hardt aan-
gedraaid
Zie 5.5 Materiaalnozzle of
-naald demonteren en reini-
gen
Zie 7.2 Materiaalnozzle of
-naald vervangen
Pakkingschroef (Pos. 12)
met schroevdraaier lichtjes
lossen
Pistool opent niet Te weinig besturingslucht
Besturingslucht verhogen
tot min 4,5 bar
Materiaal lekt uit de
lekboring
Naaldpakking lekt
De pakkingbus is te los
Zie 7.1 Naaldpakking ver-
vangen
De pakkingschroef (Pos. 12)
met een schroevdraaier
lichtjes aandraien
Schokkende ternder of
slingerende spuitstraal
Te weinig materiaal in het
materialreservoir
Materiaal bijvullen (zie
gebruiksaanwijzing van de
fabrikant van de installatie)
9 Wat te doen me afval
De materialen die bij de reiniging en het onderhoud worden gebruikt, moeten con-
form de wetten en de voorschriften in functie van de substantie en vakkundig wor-
den verwijderd.
Waarschuwing
Hou in het bijzonder rekening met de aanwijzingen van de fabrikant van de spuit-
en reinigingsmiddelen. Substanties, die niet op correcte wijze worden afgevoerd,
brengen de gezondheid van mens en dier in gevaar.
10 Technische gegevens
Gewicht: 680 g
Nozzles: 0,5 - 0,8 - 1,0 - 1,2 - 1,4 - 1,5 - 1,8 - 2,0 -
2,2 - 2,5 mm ø
Aansluiting:
Verstuivingslucht: G 1/4“
Besturingslucht: G 1/8“
Materiaaltoevoer: G 1/4“
Drukbereik:
Besturingsluchtdruk min. 4 bar
Materiaaldruk max. 10 bar
Verstuivingsluchtdruk max. 8 bar
Maximale bedrijfstempe-
ratuur van het spuitpistool: 80 °C
Geluidsniveau (gemeten
op ca. 1 m van het spuit-
pistool): 86 dB (A)
Luchtverbruik:
Model PILOT WA 500/570-K en
WA 510/571-K
Model PILOT WA 520/572-K en
WA 530/573-K
Luchtkap: Twee gaten Luchtkap: HVLP
Verstuivings-
luchtdruk
Luchtverbruik Ingangsluchtdruk Luchtverbruik
1,0 bar
2,0 bar
3,0 bar
4,0 bar
5,0 bar
6,0 bar
18,0 m
3
/h
24,6 m
3
/h
29,4 m
3
/h
33,0 m
3
/h
36,0 m
3
/h
39,0 m
3
/h
1,0 bar
2,0 bar
3,0 bar
4,0 bar
4,5 bar
5,0 bar
6,0 bar
12,0 m
3
/h
16,2 m
3
/h
18,6 m
3
/h
21,6 m
3
/h
22,8 m
3
/h*
24,0 m
3
/h
26,4 m
3
/h
* Bij een ingangsluchtdruk van 4,5 bar bedraagt de spuitluchtdruk 0,7 bar.
Technische wijzigingen voorbehouden.
Das WALTHER PILOT-Programm
Hand-Spritzpistolen
Automatik-Spritzpistolen
Niederdruck-Spritzpistolen (System HVLP)
Materialdruckbehälter
Drucklose Behälter
Rührwerk-Systeme
Airless-Geräte und Flüssigkeitspumpen
Materialumlaufsysteme
Kombinierte Spritz- und Trockenboxen
Absaugsysteme mit Trockenabscheidung
Absaugsysteme mit Nassabscheidung
• Trockner
Zuluft-Systeme
Atemschutzsysteme und Zubehör
The WALTHER PILOT Programme
Hand-Held Spray Guns
Automatic Spray Guns
Low Pressure Spray Guns (System HVLP)
Material Pressure Tanks
Nonpressurized Tanks
Agitator Systems
Airless Equipment and Transfer Pumps
Material Circulation Systems
Combined Spraying and Drying Booths
Dry Back Overspray Extraction Systems
Wet Back Overspray Extraction Systems
Dryers
Ventilation Systems
Protective Respiratory Systems and
Accessory Items
Le Programme de WALTHER PILOT
Pistolets de pulvérisation manuels
Pistolets de pulvérisation automatiques
Pistolets de pulvérisation (Système HVLP)
Réservoirs sous pression
Récipients de mélange et de stockage
Appareils de pulvérisation sans air
Pompes de transfert
Murs à aspiration sèche
Murs à rideau d'eau
Cabines de poudrage
Cabines mixtes peinture-séchage
Installations de soufflage
Etuves
• Très nombreux accessoires
Het WALTHER PILOT Programma
Manuele spuitpistolen
Automatische spuitpistolen
Lagedruk-spuitpistolen (systeem HVLP)
Airless apparaten en vloeistofpompen
Druktanks
Drukloze tanks
Circulatiesystemen
Roersystemen
Gecombineered spuit- en droogboxen
Verfnevelafzuigsystemen met droge
afscheiding
Verfnevelafzuigsystemen met natte
afscheiding
Verluchtingsinstallaties
Allerlei accessoires
WALTHER Spritz- und Lackiersysteme GmbH
Kärntner Str. 18-30 D-42327 Wuppertal
Tel.: 0202 / 787-0 Fax: 0202 / 787-2217
www.walther-pilot.de

Documenttranscriptie

EG-conformiteitsverklaring Inhoud Explosietekening EG-conformiteitsverklaring Lijst met vervangstukken 2 55 56 1 1.1 1.2 1.3 Algemeen Aanduiding van het model Doelmatig gebruik Ondoelmatig gebruik 57 57 57 58 2 Technische beschrijving 58 3 3.1 3.2 Veiligheidsinstructies Aanduiding van de veiligheidsinstructies Algemene veiligheidsinstructies 59 59 59 4 4.1 4.2 Montage Bevestiging van het spuitpistool Aansluiten van de toevoerleidingen 60 60 60 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Bediening Veiligheidsinstructies Ingebruikname en buitengebruikstelling Het spuitprofiel testen Het spuitprofiel veranderen Ombouwen van het spuitpistool 61 61 61 61 62 64 6 6.1 6.2 6.3 Onderhoud Veiligheidsinstructies Basisreiniging Routinematige reiniging 64 64 65 66 7 7.1 7.2 Reparatie Lekkende naaldpakking vervangen Vervanging van nozzle, -naald, veren en dichtingen 66 67 67 8 Storingen opsporen en verhelpen 68 9 Wat te doen met afval 68 10 Technische gegevens 69 54 De fabrikant verklaart onder geheel eigen verantwoording dat het hierna beschreven product aan de algemeen aanvaarde veiligheids- en gezondheidsvoorschriften voldoet. Bij een niet met ons besproken wijziging aan het hierna beschreven product of bij oneigenlijk gebruik verliest deze verklaring haar geldigheid. Fabrikant WALTHER Spritz- und Lackiersysteme GmbH Kärntner Str. 18 - 30 D - 42327 Wuppertal Tel.: +49(0)202 / 787 - 0 Fax: +49(0)202 / 787 - 2217 www.walther-pilot.de • e-mail: [email protected] Typekentekening Model: automatisch PILOT WA 500 PiLOT WA 510 PILOT WA 520 PILOT WA 530 PILOT WA 570-K PILOT WA 571-K PILOT WA 572-K PILOT WA 573-K Doelmatig gebruik verwerking van verstuifbare stoffen spuitpistool (standaard-uitvoering) (rondpomp-uitvoering) (HVLP- uitvoering) (HVLP- en rondpomp-uitvoering) (spuitpistool voor het verspuiten van lijmen) (rondpomp-uitvoering) (HVLP- uitvoering) (HVLP- en rondpomp-uitvoering) Toegepaste normen en richtlijnen EG-richtlijnen voor machines 2006 / 42 / EC 94/9 EC (ATEX richtlijnen) EN ISO 12100-1 EN ISO 12100-2 DIN EN 1127-1 DIN EN 1953 DIN EN 13463-1 Specificatie overeenkomstig richtlijn 94 / 9 / EC Categorie 2 II 2 G c T 5 Typenummer Tech.File,Ref.: 2402 Gemachtigd voor de samenstelling van de technische documentatie: Nico Kowalski, WALTHER Spritz- und Lackiersysteme GmbH, Kärntner Str. 18 - 30 D- 42327 Wuppertal NB: Het product moet worden ingebouwd in een ander apparaat. De ingebruikname is niet geoorloofd, totdat de conformiteit van het eindproduct met de richtlijn 2006 / 42 / EC is vastgesteld. Wuppertal, de 1 januari 2010 i.V. Naam: Torsten Bröker Positie: Manager Constructie en Ontwikkeling Deze verklaring is geen garantie en kan derhalve niet worden gebruikt bij kwesties m.b.t. aansprakelijkheid. Raadpleeg s.v.p. de veiligheidsvoorschriften in de productdocumentatie. 55 Lijst met vervangstukken: PILOT WA 500 Pos. Vervanstuk-nr. Nr. 1 2 3 4 5 6 7a 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 V 11 360 04 300 facultatief V 11 360 30 060 V 11 360 30 210 facultatief V 11 601 40 . . 3 * V 09 002 16 000 V 11 601 04 000 V 20 510 14 003 V 20 510 10 500 V 20 510 13 003 V 09 001 72 000 V 10 361 07 000 V 20 510 12 003 V 20 510 11 003 V 09 001 70 000 V 20 510 42 003 V 09 102 02 007 V 20 510 40 000 facultatief V 20 510 21 003 V 20 510 21 103 V 11 601 20 000 V 11 601 20 000 V 00 101 70 005 V 00 101 01 000 V 09 230 01 000 V 09 103 27 001 V 20 510 24 004 V 09 102 09 000 V 20 510 23 004 V 09 102 02 001 V 20 510 47 004 V 20 651 06 000 V 20 510 18 004 V 20 510 16 004 V 20 606 11 000 V 20 510 33 000 facultatief V 20 510 30 . . 3* V 20 510 29 003 V 20 510 32 000 V 20 510 34 000 V 20 510 10 010 PILOT WA 520 (HVLP-versie) Pos. Vervangstuk-nr. Omschrijving Nr. 2 facultatief HVLP-luchtkap Omschrijving V 11 631 15 011 (High-finishing luchtkap, nozzle: 0,5-1,8 mm ø) Luchtapmoer V 11 631 15 012 (High-finishing luchtkap, Luchtkap ** nozzle: 2,0-2,5 mm ø) (Nozzle: 0,3-1,8 mm ø) V 11 631 10 060 voor filler (0,3-1,8 mm ø) (Nozzle: 2,0-2,5 mm ø) V 11 631 10 210 voor filler (2,0-2,5 mm ø) Materiaalnozzle V 11 631 11 061 voor lak (0,3-1,8 mm ø) *** **,*** V 11 631 11 211 voor lak (2,0-2,5 mm ø) Afdichtingsring 5 V 11 631 04 000 Luchtverdeelring Luchtverdeelring 7a V 20 510 10 520 Voorlichaam Bevestigungsschroef 16 V 20 510 50 000 Zuigerhuis Voorlichaam Materiaalansluitnippel Naaldpakking compl. PILOT WA 530 (HVLP-versie voor Drukstuk rondpompwerking) Pakkingsveer Pos. Vervangstuk-nr. Omschrijving Pakkingsschroef Nr. Dichting 2 facultatief HVLP-luchtkap Dichtingsschroef V 11 631 15 011 (High-finishing luchtkap, O-ring nozzle: 0,5-1,8 mm ø) Zuigerhuis V 11 631 15 012 (High-finishing luchtkap, Bevestigingsbout nozzle: 2,0-2,5 mm ø) 12 mm ø V 11 631 10 060 (voor filler, 0,3-1,8 mm ø) 14 mm ø V 11 631 10 210 (voor filler, 2,0-2,5 mm ø) Rondstraalregeling V 11 631 11 061 (voor lak, 0,3-1,8 mm ø) *** Breedstraalregeling V 11 631 11 211 (voor lak, 2,0-2,5 mm ø) Dubbele nippel 5 V 11 631 04 000 Luchtverdeelring Dubbele nippel V 20 510 10 530 Voorlichaam Zuigerrumtedichting 7b 16 V 20 510 50 000 Zuigerhuis O-ring Zuigerbus O-ring PILOT WA 570-K, 571-K, 572-K, 573-K Zuiger (Lijmspuitpistolen) O-ring Bus Pos. Vervangstuk-nr. Omschrijving Potmanchet Nr. Klemring 2 facultatief Luchkap Zuigerschroef V 11 631 12 054 (0,8 - 1,0 mm ø) Zuigerveer V 11 631 12 204 (1,2 - 1,8 mm ø) Draadbus V 11 631 12 254 (2,0 - 2,5 mm ø) Materialnaald 3 V 11 641 40 . . 3* Materiaalnozzle **** **,*** 4 Afdichtingsring ondbreekt Naaldveer 7a V 20 570 10 500 VoorlichaamWA 570-K Kap 7b V 20 570 10 510 VoorlichaamWA 571-K Trekstang 7a V 20 570 10 520 Voorlichaam WA 572-K Verzonken schroef 7b V 20 570 10 530 Voorlichaam WA 573-K 34 V 20 570 30 . . 3* Materialnaald **** Reservedelsliste for modellerne PILOT WA 510 / WA 520 / WA 530 (afwijkingen van PILOT WA 500) PILOT WA 510 (rondpompversie) * Vermeld voor het leveren van vervangstukken de overeenkomstige maten. Wij adviseren reparatiesets op lager te houden.Deze onderdelen staan in de lijst met reserveonderdelen vetgedrukt aangegeven. Pos. Vervangstuk-nr. Nr. 7b V 20 510 19 510 ** in Spuitkopset bevatten: V 15 500 06 . . 3 *** in Spuitkopset bevatten: V 15 520 03 . . 3 **** in Spuitkopset bevatten: V 15 572 02 . . 3 Omschrijving Voorlichaam 56 1 1.1 Algemeen Aanduiding van het model Modelen: automatische spuitpistolen PILOT Type: 20 20 20 20 500 510 520 530 WA 500 WA 510 WA 520 WA 530 WA 500, WA 510, WA 520, WA 530 WA 570-K, WA 571-K, WA 572-K, WA 573-K standard-versie rondpomp-versie HVLP-versie HVLP-versie voor rondpomp 20 570 WA 570-K 20 571 WA 571-K 20 572 WA 572-K 20 573 WA 573-K spuitpistolen spuitpistolen spuitpistolen spuitpistolen voor het verspuiten van lijmen-standard-versie voor het verspuiten van lijmen-rondpomp-versie voor het verspuiten van lijmen-HVLP-versie voor het verspuiten van lijmen- HVLP-versie voor rondpomp Fabrikant: WALTHER Spritz- und Lackiersysteme GmbH Kärntner Str. 18-30 D-42327 Wuppertal (Bondsrepubliek Duitsland) Tel.: +49-202-787-0 Fax: +49-202-787-2217 www.walther-pilot.de • Email:[email protected] 1.2 Doelmatig gebruik De automatische spuitpistolen van de serie PILOT WA 500 zijn uitsluitend bedoeld voor de verwerking van verstuifbare stoffen. Aangezien alle materiaalgeleidende delen uit edelstaal zijn vervaardigd, kunnen ook waterhoudende en agressieve stoffen worden verstoven, waaronder: • verven en lakken; • vetten, olien en anticorrosiemiddelen; • lijmen; • ceramische glazuren • zuurhoudende stoffen en • beitsen Als de stoffen die u wilt verspuiten niet in deze lijst voorkomen, neem dan contact op met WALTHER Spritz- und Lackiersystme GmbH, Wuppertal. De verstuifbare stoffen mogen alleen op werkstukken of voorwerpen worden aangebracht.De temperatuur van de te verstuiven stof mag in principe niet hoger liggen dan 80°C. De modellen van de serie PILOT WA 500 zijn geen manueel bediende spuitpistolen en moeten daarom in een geschickte houder worden geplaatst. Doelmatig gebruik betekent ook, dat alle instructies en aanwijzingen van deze handleiding gelezen, begrepen en nageleefd worden. Het apparaat voldoet aan de eisen bescherming tegen explosie, richtlijn 94 / 9 EG (ATEX) voor de op het typeplaatje aangegeven explosiegroep, categorie apparaat en temperatuurklasse. Bij gebruik van het apparaat is het noodzakelijk dat de in de gebruiksaanwijzing 57 omschreven bepalingen worden aangehouden. De voorgeschreven inspectie-en ondehoudsintervallen moeten worden waargenomen. De gegevens op het typeplaatje resp. de informatie in het hoofdstuk Technische Gegevens moeten worden aangehouden en mogen niet worden overschreden. Er mag absoluut geen overbelasting van het apparaat ontstaan. Het apparaat mag in toepassingsgebieden met gevaar voor explosie alleen worden ingezet met toestemming van de verantwoordelijke overheidsinstantie. Het is aan de verantwoordelijke overheidsinstantie resp. de exploitant de mate van explosiegevaar vast te stellen (indeling in zones). Het is aan de exploitant te controleren en ervoor te zorgen dat alle technische gegevens en de kentekening overeenkomstig ATEX met de noodzakelijke voorschriften overeenstemmen. In geval van gebruik, waarbij door een evtl. uitval van het apparaat een gevaar voor personen zou kunnen ontstaan, zijn door de exploitant passende veiligheidsmaatregelen te nemen. Als er bij gebruik onzekerheid ontstaat, doordat het apparaat naar mening van de exploitant niet naar believen functioneert, moet het apparaat onmiddellijk worden stopgezet en moet met contact worden opgenomen met WALTHER Spritz- und Lackiersysteme. Aarding/potentiaalnormalisatie Gegarandeerd dient te worden dat het spuitpistool zowel separaat als gemonteerd op de installatie, voldoende geaard is (Maximale weerstand: 106 Ω). 1.3 Ondoelmatig gebruik Het spuitpistool mag niet op een andere wijze worden gebruikt dan beschreven onder Doelmatig gebruik. Elk ander gebruik is ondoelmatig. Ondoelmatig gebruik is bijvoorbeeld: • het verstuiven van stoffen op mensen en dieren, • het verstuiven van vloeibare stikstof. 2 Technische beschrijving De modellen van de serie PILOT WA 500 werken volautomatisch met behulp van persluchtsturing en worden aangestuurd via een 3/2-wegsstuurventiel.Hiervoor kunnen hand-, voet- of magneetnozzels worden gebruikt. Als het 3/2-wegsstuurventiel wordt geactiveerd, komt de voor de aansturing noodzakelijke perslucht in de cilinderruimte van het spuitpistool en worden achtereenvolgens het verstuivingsluchtkanaal en het toevoersysteem van de te verstuiven stof geopend. Als de besturingslucht via het 3/2-wegstuurventiel opnieuw wordt onderbroken, ontsnapt eerst de perslucht die zich in de cilinderruimte bevindt. De veerdruk van de zuigerveer drukt daarna de materiaalnaald opnieuw in de uitgangspositie en sluit zo de toevoer van te versproeien materiaal en verstuivingslucht af. Het materiaaldebiet en de vorm van de spuitstraal (vlak / breed / rond) worden ingesteld met behulp van regelschroeven aan het pistool. Het materiaaltoevoersysteem van de modellen de serie PILOT WA 500 kan manueel worden geopend om bijvoorbeeld een verstopte nozzle te reinigen. 58 De modellen PILOT WA 510/571-K en WA 530/573-K met dubbele aansluiting voor de toevoer van het materiaal kunnen in een rondpompsysteem worden geintegreerd. Op deze manier kunnen verschillende spuitpistolen via de ringvormig geinstalleerde rondpompleiding gelijktijdig worden voorzien van spuitmateriaal. De spuitpistolen WA 500/570-K en WA 520/572-K kunnen worden aangesloten aan materiaaldrukvaten en pompinstallaties. De modellen PILOT WA 520/572-K en WA 530/573-K zijn zuivere HVLP-spuitpistolen. Ze werken met een spuitdruk van 0,7 bar bij ingangsdruk van 4,5 bar. 3 3.1 Veiligheidsinstructies Aanduiding van de veiligheitsinstructies Waarschuwing Het symbool en het woord „Warschuwing“ wijzen op een mogelijk gevaar voor personen. Mogelijke gevolgen: zware of lichte verwondingen. Opgelet Het symbool en het woord „Opgelet“ wijzen op een mogelijk gevaar voor zaken. Mogelijke gevolgen: beschadigung vaan voorwerpen. Aanwijzing Het symbool en het woord „Aanwijzing“ geven aanvullende informatie voor het veilig en efficiet gebruik van het spuitpistool. 3.2 Algemene veiligheidsinstructies De desbetreffende ongevalpreventievoorschriften en de overige erkende veiligheidstechnische en op het werk betrekking hebbende medische regels dienen in acht te worden genomen. Gebruik het spuitpistool uitsluitend in goed geventileerde ruimten. Tijdens het werk is vuur, niet afgeschermd licht en roken verboden Bij het verspuiten van licht ontvlambare materialen (b.v. lakken, lijm, reinigingsmiddelen enz.) bestaat een verhoogd gezondheids-, explosie- en brandrisico. Gegarandeerd dient te worden dat het spuitpistool zowel separaat als gemonteerd op de installatie, voldoende geaard is (Maximale weerstand: 106 Ω). Maak vóór ieder onderhoud en reparatie de lucht- en materiaaltoevoer naar het spuitpistool vrij van druk- letselrisico. Houd bij het verspuiten van materialen geen handen of andere lichaamsdelen voor de onder druk staande spuitkop van het spuitpistool – letselrisico. Richt het spuitpistool niet op personen en dieren – letselrisico. Neem de verwerkingsen veiligheidsinstructies van de fabrikanten van spuitmateriaal en reinigingsmiddel in acht. Vooral agressieve en bijtende materialen kunnen schade aan de gezondheid veroorzaken. Draag oorbescherming tijdens het werken met het spuitpistool. Het door het spuitpistool geproduceerde geluidsniveau bedraagt ca. 86 dB (A). De met deeltjes geladen afgewerkte lucht moet uit de buurt van het werkgebied en het bedrijfspersoneel worden gehouden. Draag desondanks de voorgeschreven ademhalingsbescherming en de voorgeschreven werkkleding, als u met het spuitpistool materialen verwerkt. Rondzwevende deeltjes vormen een gevaar voor uw gezondheid. Let er steedsop dat 59 bij de inbedrijfstelling, vooral na montage- en onderhoudswerkzaamheden alle moeren en schroeven stevig zijn vastgedraaid. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen, omdat WALTHER uitsluitend voor deze onderdelen een veilige en perfecte functie kan garanderen. Wend u voor informatie over een risicoloos gebruik van het spuitpistool en de daarin gebruikte materialen tot WALTHER Spritz- und Lackiersysteme GmbH, D-42327 Wuppertal. 4 Montage Het spuitpistool is door de fabrikant volledig gemonteerd. Voordat u het spuitpistool in bedrijf kunt nemen, moet eerst het volgende gebeuren. 4.1 Bevestiging van het spuitpistool Bevestig het spuitpistool aan een geschikte, stevige houder, zoals beschreven in het volgende voorbeeld: 1 Gebruik hiervoor de bevestigingsbout (1),diameter 12 mm. Andere bevestigingsmiddelen op aanvraag. 4.2 Aansluiten van de toevoerleidingen Waarschuwing Let erop, dat u de aansluitingen voor de besturings- en de verstuivingslucht niet met elkaar verwisselt p gevaar voor letsels. 5 5.1 Bediening Veiligheidsinstructies Let bij de bediening van het spuitpistool in het bijzonder op de volgende veiligheidsinstructies! • Draag adembescherming en werkkleiding die aan de voorschriften beantwoor den, als u met het spuitpistool materialen verstuift. Zwevende deeltjies zijn een gevaar voer uw gezendheid. • Draag bij het werken met het spuitpistool en oorbescherming. Het geluidsniveau van het spuitpistool bereikt ca. 83 dB (A) en kan schade aan het gehoor veroor zaken. • Voor open licht en roken is verboden in de werkruimte. Bij het verstuiven van licht ontvlambare stoffen (zoals lakken, lijmen) is er verhoogd risico op brand en entploffing. 5.2 Ingebruikname en buitengebruikstelling Voordat u het spuitpistool in gebruik neemt, moet volgende voorwaarden voldaan zijn: • De toevoer van besturingslucht naar het spuitpistool staat ender druk • De toevoer van verstuingslucht naar het spuitpistool staat ender druk • De materiaaltoevoer naar het spuitpistool staat ender druk Opgelet De materiaaltoevoerdruk mag niet hoger ingesteld zijn dan: • 10 bar, aangezien de betrouwbare werking van het spuitpistool anders niet gewaarborgd is.Stel de besturingsluchtdruk in op • minstens 4 bar, zodat het spuitpistool in gebruik kan worden genomen. U kunt het spuitpistool in gebruik nemen en buiten bedrijf stellen door het 3/2-wegsstuurventiel te activeren (zie de handleiding van de fabrikant van de installatie). Waarschuwing Na beendiging van het werk moet de druk aan het spuitpistool altijd wor den uitgeschakeld. Onder druk staande leidingen kunnen barsten en personen in de onmiddelijke omgeving kunnen door het vrijkomende materiaal worden verwond. 5.3 M ST Z M = Materiaalaansluiting G 1/4“ ST = Stuurluchtaansluiting G 1/8“ Z = Spuitluchtaansluiting G 1/4“ Materiaalaansluiting voor rondpomp versies: PILOT WA 510 / 571-K en WA 530 / 573-K (G 3/8“) Het spuitprofiel testen Het • • • spuitprofiel moet altijd worden getest als: het spuitpistool voor het eerst in gebruik wordt genomen; ander verstuifmateriaalwordt gebruikt; het spuitpistool voor onderhouds- of herstellingswerkzaamheden werd gedemon teerd Het spuitprofiel kan worden getest op een testwerkstuk, een metalen plaat, karton ot papier. Het spuitpistool is nu volledig gemonteerd en kan in bedrijf worden gesteld. 60 61 Waarschuwing Houd bij het verstuiven van materiaal geen handen of andere lichaams delen voor de onder druk staande nozzle van het spuitpistool p gevaar voor letsels. Waarschuwing Let er bij de ingebruikname van het spuitpistool op dat er zich enkeke persoon in het verstuifbereik van het pistool bevindt - gevaar voor letsels. 1. 2. 5.4 Neem het pistool in gebruik om het spuitprofiel te testesten (zie 5.2 Ingebruikname en buitengebruikstelling) Controleer het resultaat van de test en pas indien nodig de instellingen het spuitpistool aan (zie 5.4 Het spuitprofiel veranderen ) Het spuitprofiel veranderen Aan de serie PILOT WA 500 kunt u met de volgende instellingen het spuitprofiel wijzigen.: Spuitlucht instellen 1 2 Met behulp van de twee regelschroeven (1) en (2) kunt u een optimaal spuitprofiel instellen Regelschroef (1) beinvloedt de rondheid van het profiel, regelschroef (2) de breedle of vlakheid van het profiel. Instelling van het materiaaldebiet 1 2 Draai kap (1) uit de basispositie (= inkeping op het zuigerhuis) • naar binnen om het materiaaldebiet te verminderen • naar binnen om het materiaaldebiet te verhogen. Met trekstang (2) kan het materiaaldebiet door de nozzle worden bediend zonder de verstuivingslucht in te schakelen. 62 Regelen van de materiaaldruk Deze kan alleen aan de pomp of aan het druk reservoir worden ingesteld. Let daarbij op de aanwijzingen en de veiligheidsinstructies van de fabrikant. Regelen van de verstuivingsluchtdruk De Verstuivingsluchtdruk wordt ingesteld aan het drukluchtreduceerventiel van de compressorinstallatie. Let daarbij op de aanwijzingen en de veiligheidsinstructies van de fabrikant. Als u het spuitprofiel niet naar wens kunt instellen met de vermelde mogelijkheden, moet u het spuitpistool ombouwen. (zie 5.5 Ombouwen van het spuitpistool ). WALTHER biedt hiervoor een gamma uileenlopende luchtkap-, nozzle- en naaldcombinaties aan. Gebreken van een spuitprofiel verhelpen Uit de volgende tabel kunt u afleiden met welke instellingen u het spuitprofiel kunt beinvloeden. Gewenst resultaat Spuitbeeldproef Afwijking Vereiste instelling Spuitbeeld is in het midden te dik • Bredere spuitstraalvorm instellen Spuitbeeld is aan de uiteinden te dik • Rondere spuitstraalvorm instellen Spuitbeeld is tamelijk grofdruppelig • Verstuiverluchtdruk verhogen Opgebrachte materiaal is in het midden van het spuitbeeld erg dun • V  erstuiverluchtdruk verlagen Spuitbeeld is in het midden gespleten • Sproeierdiameter vergroten • Verstuiverluchtdruk verlagen • Materiaaldruk verhogen Spuitbeeld is erg convex • Materiaaldruk verlagen • Verstuiverluchtdruk verhogen 63 5.5 Ombouwen van het spuitpistool De bij het te verstuiven materiaal passende luchtkop-/materiaalnozzle-/naaldcombinatievormt een op elkaar afgestemde eenheid - het nozzle-inzelstuk. Vervang altijd het volledige inzetstuk, zodat de gewenste spuitprofielkwaliteit behouden blijft. Waarschuwing Schakel voordat u met het ombouwen begint, altijd eerst de druk van de besturingsen verstuivingslucht alsook van de materiaalloevoer naar het spuitpistool uit p gevaar voor letsels. • 6.2 Respecteer de veiligheidsinstructies van de fabrikant van het reinigingsmiddel. ooral agressieve en bijtende reinigingsmiddelen kunnen schade aan de gezondheid veroorzaken. Basisreiniging Om de levensduur en de werking van het spuitpistool lang te vrijwaren, moet het pistool regelmatig worden gereinigd en gesmeerd. De luchtkap vervangen Gebruik voor het reinigen van het spuitpistool alleen die reinigingsmiddelen, die door de fabrikant van de volgende bestandden bevallen: • gehalogeneerde koolwaterstoffen (zoals 1,1,1, trichloorethaan, methyleenchlorid enz.); • zuren en zuurhoudende reinigingsmiddelen; • gerecycleerde oplosmiddelen (verbunde middelen); • ontlakkingsmiddelen. 1. 2. 3. 4. De hiertoeven opgesomde bestanddelen veroorzaken bij gegalvaniseerde onderdelen chemische reakties en schade als gevolg van corrosie. Voor schade die het gevolg is van een dergelijke behandeling geeft WALTHER Spritz- und Lackiersysteme GmbH geen garantie. Aanwijzing Om volgende procedures uit te voeren gebruikt u de uitklaptekening aan het begin van deze gebruiksaanwijzing. Schroef de geribde luchtkapmoer 1 af van het voorzetstuk. Trek de luchtkap 2 van het voorzelstuk naar beneden. Plaats de gewenste luchtkap op het voorzelstuk. Schroef de luchtkapmoer (Pos. 1) op het voorzelstuk. Vervangen van de materiaalnozzle en -naald 1. 2. Verwijder de luchtkap (zie 5.5 De luchtkap vervangen ). Schroef de materiaalnozzle (Pos. 3) uit het voorzelstuk (SW 13). Demonteer de dichtingsring (Pos. 4) en de luchtverdeelring (Pos. 5). 3. Schroef de kap (Pos. 36) van de draadbus (Pos. 33). 4. Trek de materiaalnaald (Pos. 34) inclusief (Pos. 35-37) uit het pistoolhuis. 5. Schroef de materiaalnaald (Pos. 34) uit de trekstang (Pos. 37). De naaldinstelmaat bedraagt 113,5 mm vanaf de punt van de naald tot en met de meenemerbus. Het monteren van het nieuwe nozzle- inzelstuk en van de overige onderdelen gebeurt in omgekeerde volgorde 6 6.1 Onderhoud Veiligheidsinstructies Reinig het spuitpistool • voor elke verandering van verf of materiaal; • wekelijks minstens eenmaal; • wekelijks verschillende malen in functie van het materiaal en de grad van voeron treiniging Opgelet Leg het spuitpistool niet in een oplosmiddel of een ander reinigingsmiddel. Een onberispelijke werking van het pistool kan anders niet worden gegarandeerd. Opgelet Gebruik voor het reinigen van het spuitpistool geen harde of puntige voorwerpen.Dit zou delicate onderdelen kunnen beschadigen en het spuitresultaat verslechteren. 1. 2. • Schakel voordat u met onderhoudswerkzaamheden gegint, allijd eerst de druk van de besturingsen verstuvingslucht alsook van de materiaalloevoer naar het spuitpistool uit p gevaar voor letsels. • Vuur, open licht en roken is verboden in de werkruimte. Bij het verstuiven van licht entvlambare stoffen (zoals reinigingsmiddelen)is er verhoogd risico op brand en ontploffing. 64 Haal het spuitpistool uit elkaar, zie 5.5 De materiaalnozzle en -naald vervangen. Reinig de luchtkap en de materiaalnozzle met een kwast en het reinigingsmiddel. 3. Reinig alle andere onderdelen en het pistoolhuis met een doek en het reinigingsmiddel. 4. Voorzie de volgende onderdelen van een dunne vetfilm: • de afdichtingsring van de zuiger • de O-ring van de zuiger • de materiaalnaald • de naaldveer Gebruik daarvoor een zuur- en harsvrij vet en een kwast. Vervolgens steekt u het spuitpistool in omgekeerde volgorde opnieuw in elkaar. 65 6.3 Routinematige reiniging 7.1 Als u regelmatig van verf verandert kunt u na het beeindigen van het spuitwerk (in functie van het spuitmateriaal) het pistool ook reinigen, zonder dat u het daarbij uit elkaar moet halen. Aanwijzing Reinig en smeer het spuitpistool toch regelmatig zolals beschreven in (6.2 Basisreiniging). Op deze manier bijven de betrouvbaarheid en de kwaliteit vanhet spuitpistool behourden. 1. 2. 3. 4. 5. 6. Voor u de routinematige reiniging kunt uitvoeren, moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn: 7. 1. 8. 9. 2. 3. Het gereinigde materiaalreservoir wordt gevuld met een geschikt reinigingsmiddel. Aan het spuitpistool mag alleen de materiaaltoevoer onder druk staan. Het reinigingsmiddel mag niet worden verstoven. Neem het pistool in gebruik, (zie 5.2 Ingetbruikname) Stel het spuitpistool pas buiten gebruik als het alleen nog zuiver reinigingsmiddel produccert. Om niet de volledige verstuifinstallatie te moeten starten, kunt u de materiaaltoevoer van de serie PILOT WA 500 ook manueel deblokkeren. Schakel nu alle druk aan de verstuivingsinstallatie uit lot het volgende gebruik ervan. 1. 2. 7 Trek de trekstang (25) van het spuitpistool naar achter. De materiaaltoevoer wordt geopend en materiaalkanaal en - nozzle kunnen worden gereinigd. Stel het spuitpistool pas buiten gebruik als het alleen nog zuvier reinigingsmiddel produceert. Lekkende naaldpakking vervangen Schakel elke druk aan het spuitpistool uit. Schroef de 3 bevestigingsschroeven (Pos. 6) uit het voorlichaam (Pos. 7) (inbus SW 3). Trek het voorlichaam (Pos. 7) uit het zuigerhuis (Pos. 16). Verwijder de dichting (Pos. 13). Schroef de pakkingschroef (Pos. 12) uit het voorzetstuk (Pos. 7) (schroevedraaier). Neem de pakkingsveer (Pos. 11) (en vervang ze indien beschadigd) en het drukstuk (Pos. 10) uit de inschroefopening. Trek de naaldpakking (Pos. 9) met een gereedschap uit de zitting. Gebruik daarbij eenvaste draad, waarvan het uiteinde tot een kleine haak is gebogen. Vet de nieuwe naaldpakking in met een zuur- en harsvrij vet in. Plaats de nieuwe naaldpakking in het pistoolhuis. De overige onderdelen monteert u in omgekeerde volgorde. Aanwijzing De naaldpakking (Pos. 9) die u uit het pistoolvoorzetstuk hebt gehaald, mag u niet opnieuw gebruiken, omdat een lekvrije werking in dat geval niet gewaarborgd is. 7.2 Vervangen van nozzle, -naald, veren en dichtingen Haal het spuitpistool uit elkaar zoals beschreven onder 7.2 Materiaalnozzle en naald vervangen , als de volgende onderdelen moeten vervangen worden: • materiaalnozzle • drukveer van de zuiger • materiaalnaald* • naaldveer* • manchet van de zuiger* • O-ring van de zuiger* Aanwijzing De met * aangeduide onderdelen moet voor het monteren in het pistoolhuis worden gesmeerd m.b.v. een zuur- en harsvrij vet. Reparatie Waarschuwing Schakel voordat u met herstellingswerkzaamheden begint, altijd eerst de druk van de besturings- en verstuivingslucht alsook van de materiaaltoe voer naar het spuitpistool uit p gevaar voor letsels. Aanwijzing Om volgende procedures uit te voeren gebruikt u de uitklaptekening aan het begin deze gebruiksaanwijzing. 66 WALTHER Spritz- und Lackiersysteme GmbH houdt voor de types van de serie PILOT WA 500, reparatiesets beschikbaar, waarin alle slijtende onderdelen zitten: Art.-nr.: V 16 500 06 . . 3 (WA 500 / WA 510) Art.-nr.: V 16 520 03 . . 3 (WA 520 / WA 530) Art.-nr.: V 16 570 02 . . 3 (WA 570 / WA 571 / WA 572 / WA 573) De slijtende onderdelen worden ook in de lijst met vervangstukken opgesomd (aangeduid in vetjes). 67 8 Storingen opsporen en verhelpen 10 Waarschuwing Schakel voordat u met onderhouds- of herstellingswerkzaamheden begint, altijd eerst de druk van de besturings- en verstuivingslucht alsook van de materiaaltoevoer naar het spuitpistool uit p gevaar voor letsels. Fout Pistool drupt Pistool opent niet Materiaal lekt uit de lekboring Schokkende ternder of slingerende spuitstraal 9 Oorzak Oplossing Materiaalnozzle of -naald verontreinigd Zie 5.5 Materiaalnozzle of -naald demonteren en reinigen Materiaalnozzle of -naald beschadigd Zie 7.2 Materiaalnozzle of -naald vervangen Pakkingbus te hardt aangedraaid Pakkingschroef (Pos. 12) met schroevdraaier lichtjes lossen Te weinig besturingslucht Besturingslucht verhogen tot min 4,5 bar Naaldpakking lekt Zie 7.1 Naaldpakking vervangen De pakkingbus is te los De pakkingschroef (Pos. 12) met een schroevdraaier lichtjes aandraien Materiaal bijvullen (zie Te weinig materiaal in het gebruiksaanwijzing van de materialreservoir fabrikant van de installatie) Wat te doen me afval De materialen die bij de reiniging en het onderhoud worden gebruikt, moeten conform de wetten en de voorschriften in functie van de substantie en vakkundig worden verwijderd. Waarschuwing Hou in het bijzonder rekening met de aanwijzingen van de fabrikant van de spuiten reinigingsmiddelen. Substanties, die niet op correcte wijze worden afgevoerd, brengen de gezondheid van mens en dier in gevaar. 68 Technische gegevens Gewicht: 680 g Nozzles: 0,5 - 0,8 - 1,0 - 1,2 - 1,4 - 1,5 - 1,8 - 2,0 2,2 - 2,5 mm ø Aansluiting: Verstuivingslucht: Besturingslucht: Materiaaltoevoer: G 1/4“ G 1/8“ G 1/4“ Drukbereik: Besturingsluchtdruk Materiaaldruk Verstuivingsluchtdruk min. 4 bar max. 10 bar max. 8 bar Maximale bedrijfstemperatuur van het spuitpistool: 80 °C Geluidsniveau (gemeten op ca. 1 m van het spuitpistool): 86 dB (A) Luchtverbruik: Model PILOT WA 500/570-K en WA 510/571-K Model PILOT Luchtkap: Twee gaten Verstuivingsluchtdruk 1,0 2,0 3,0 4,0 5,0 6,0 bar bar bar bar bar bar WA 520/572-K en WA 530/573-K Luchtkap: HVLP Luchtverbruik 18,0 24,6 29,4 33,0 36,0 39,0 m3/h m3/h m3/h m3/h m3/h m3/h Ingangsluchtdruk Luchtverbruik 1,0 bar 2,0 bar 3,0 bar 4,0 bar 4,5 bar 5,0 bar 6,0 bar 12,0 m3/h 16,2 m3/h 18,6 m3/h 21,6 m3/h 22,8 m3/h* 24,0 m3/h 26,4 m3/h * Bij een ingangsluchtdruk van 4,5 bar bedraagt de spuitluchtdruk 0,7 bar. Technische wijzigingen voorbehouden. 69 Das WALTHER PILOT-Programm The WALTHER PILOT Programme • Hand-Spritzpistolen • Automatik-Spritzpistolen • Niederdruck-Spritzpistolen (System HVLP) • Materialdruckbehälter • Drucklose Behälter • Rührwerk-Systeme • Airless-Geräte und Flüssigkeitspumpen • Materialumlaufsysteme • Kombinierte Spritz- und Trockenboxen • Absaugsysteme mit Trockenabscheidung • Absaugsysteme mit Nassabscheidung • Trockner • Zuluft-Systeme • Atemschutzsysteme und Zubehör • Hand-Held Spray Guns • Automatic Spray Guns • Low Pressure Spray Guns (System HVLP) • Material Pressure Tanks • Nonpressurized Tanks • Agitator Systems • Airless Equipment and Transfer Pumps • Material Circulation Systems • Combined Spraying and Drying Booths • Dry Back Overspray Extraction Systems • Wet Back Overspray Extraction Systems • Dryers • Ventilation Systems • Protective Respiratory Systems and Accessory Items Le Programme de WALTHER PILOT Het WALTHER PILOT Programma • Pistolets de pulvérisation manuels • Pistolets de pulvérisation automatiques • Pistolets de pulvérisation (Système HVLP) • Réservoirs sous pression • Récipients de mélange et de stockage • Appareils de pulvérisation sans air • Pompes de transfert • Murs à aspiration sèche • Murs à rideau d'eau • Cabines de poudrage • Cabines mixtes peinture-séchage • Installations de soufflage • Etuves • Très nombreux accessoires • Manuele spuitpistolen • Automatische spuitpistolen • Lagedruk-spuitpistolen (systeem HVLP) • Airless apparaten en vloeistofpompen • Druktanks • Drukloze tanks • Circulatiesystemen • Roersystemen • Gecombineered spuit- en droogboxen • Verfnevelafzuigsystemen met droge afscheiding • Verfnevelafzuigsystemen met natte afscheiding • Verluchtingsinstallaties • Allerlei accessoires WALTHER Spritz- und Lackiersysteme GmbH Kärntner Str. 18-30 • D-42327 Wuppertal Tel.: 0202 / 787-0 • Fax: 0202 / 787-2217 www.walther-pilot.de E-mail: [email protected]
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37

WALTHER PILOT PILOT WA 500 Handleiding

Type
Handleiding