Bosch GIM 60 L Professional Specificatie

Categorie
Meten
Type
Specificatie

Deze handleiding is ook geschikt voor

Nederlands | 49
Bosch Power Tools 1 618 C00 62X | (27.8.12)
Servizio di assistenza ed assistenza clienti
Il servizio di assistenza risponde alle Vostre domande relative alla riparazio-
ne ed alla manutenzione del Vostro prodotto nonché concernenti le parti di
ricambio. Disegni in vista esplosa ed informazioni relative alle parti di ricam-
bio sono consultabili anche sul sito:
www.bosch-pt.com
Il team assistenza clienti Bosch è a Vostra disposizione per rispondere alle
domande relative all’acquisto, impiego e regolazione di apparecchi ed ac-
cessori.
Italia
Officina Elettroutensili
Robert Bosch S.p.A.
Corso Europa, ang. Via Trieste 20
20020 LAINATE (MI)
Tel.: +39 (02) 36 96 26 63
Fax: +39 (02) 36 96 26 62
Fax: +39 (02) 36 96 86 77
Svizzera
Tel.: +41 (044) 8 47 15 13
Fax: +41 (044) 8 47 15 53
Smaltimento
Smaltire gli imballaggi, gli strumenti di misura e gli accessori dismessi in
modo che possano essere riciclati nel pieno rispetto dell’ambiente.
Non gettare strumenti di misura e batterie ricaricabili/batterie tra i rifiuti
domestici!
Solo per i Paesi della CE:
Conformemente alla direttiva europea 2002/96/CE gli
strumenti di misura diventati inservibili e, in base alla di-
rettiva europea 2006/66/CE, le batterie ricaricabili/ bat-
terie difettose o consumate devono essere raccolte sepa-
ratamente ed essere inviate ad una riutilizzazione
ecologica.
Per le batterie ricaricabili/le batterie non funzionanti rivolgersi al Consorzio:
Italia
Ecoelit
Viale Misurata 32
20146 Milano
Tel.: +39 02 / 4 23 68 63
Fax: +39 02 / 48 95 18 93
Svizzera
Batrec AG
3752 Wimmis BE
Con ogni riserva di modifiche tecniche.
Nederlands
Veiligheidsvoorschriften
Alle aanwijzingen moeten worden gelezen en in acht
worden genomen om zonder gevaren en veilig met het
meetgereedschap te werken. Maak waarschuwings-
plaatjes op het meetgereedschap nooit onleesbaar.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.
f Voorzichtig – wanneer andere dan de hier vermelde bedienings- en
instelvoorzieningen worden gebruikt of andere procedures worden
uitgevoerd, kan dit tot gevaarlijke stralingsblootstelling leiden.
f Het meetgereedschap wordt geleverd met een waarschuwings-
plaatje (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met
afbeeldingen aangeduid met nummer 22).
f Als de tekst van het waarschuwingsplaatje niet in de taal van uw
land is, plak er dan vóór de eerste ingebruikneming de meegelever-
de sticker in de taal van uw land op.
f Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de
laserstraal. Dit meetgereedschap brengt laserstraling van laserklasse 2
volgens IEC 60825-1 voort. Daardoor kunt u personen verblinden.
f Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het
beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen
de laserstralen.
IEC 60825-1:2007<1mW, 635 nm
Laserstrahlung
Nicht in den Strahl blicken
Laser Klasse 2
OBJ_BUCH-1628-002.book Page 49 Monday, August 27, 2012 12:22 PM
50 | Nederlands
1 618 C00 62X | (27.8.12) Bosch Power Tools
f Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De la-
serbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en ver-
mindert de waarneming van kleuren.
f Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkun-
dig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daar-
mee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in
stand blijft.
f Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht ge-
bruiken. Anders kunnen personen worden verblind.
f Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving met explosie-
gevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of
brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ont-
staan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
Breng het meetgereedschap niet in de buurt van een
pacemaker. De magneten 14 brengen een veld voort dat
de functie van een pacemaker nadelig kan beïnvloeden.
f Houd het meetgereedschap uit de buurt van magnetische gegevens-
dragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de
magneten 14 kan onherroepelijk gegevensverlies optreden.
Product- en vermogensbeschrijving
Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meetgereedschap
open en laat deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing
leest.
Gebruik volgens bestemming
Het meetgereedschap is bestemd voor nauwkeurig meten en overbrengen
van hellingen.
Het meetgereedschap is geoptimaliseerd voor gebruik binnenshuis.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meet-
gereedschap op de pagina met afbeeldingen.
1 Toets Geluidssignaal
2 Aan-uit-toets hellingmeting/display
3 Toets nulpunt wijzigen „Alt 0°
4 Toets kalibratie/indicatiewaarde verhogen „CAL”
5 Toets maateenheid wisselen/indicatiewaarde verminderen „° / %/
mm/m”
6 Toets „Hold/Copy”
7 Batterijvakdeksel hellingmeting
8 Toets voor uitschuiven van waterpasvoet
9 Instelschroef van waterpasvoet
10 Schakelaar voor inschuiven van waterpasvoet
11 Display
12 Horizontale libel
13 Verticale libel
14 Magneten
15 Riemgeleiding
16 Opstelvoet
17 Waterpasvoet
18 Statiefopname 1/4"
19 Aan-uit-toets laser
20 Batterijvakdeksel laser
21 Opening voor laserstraal
22 Laser-waarschuwingsplaatje
23 Serienummer
24 Beschermetui
25 Vasthoudriem
26 Statief*
* Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd.
Indicatie-elementen
a Uitrichthulpmiddelen
b Meetwaarde
c Indicatie geluidssignaal
d Batterijwaarschuwing
e Indicatie gewijzigd nulpunt
f Maateenheid
OBJ_BUCH-1628-002.book Page 50 Monday, August 27, 2012 12:22 PM
Nederlands | 51
Bosch Power Tools 1 618 C00 62X | (27.8.12)
Technische gegevens
Montage
Batterijen inzetten of vervangen
In het meetgereedschap zijn er twee van elkaar gescheiden stroomkringen.
De hellingmeting inclusief de laser wordt door een andere batterij van
stroom voorzien dan de laser.
Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkalimangaanbatterij-
en geadviseerd.
f Neem de batterijen uit het meetgereedschap als u het langdurig niet
gebruikt. Als de batterijen lang worden bewaard, kunnen deze gaan
roesten en leegraken.
Batterij voor de hellingmeting inzetten/vervangen
Neem het batterijvakdeksel 7 met de batterijhouder voorzichtig uit het
meetgereedschap. Let erop dat daarbij de aansluitkabel van de batterij en
het batterijvakdeksel niet beschadigd worden. Ernstige beschadigingen
van de steunvlakken van het batterijvakdeksel 7 kunnen tot verkeerde me-
tingen leiden.
Sluit de batterij met de juiste poolrichting op de batterijhouder aan. Plaats
het deksel van het batterijvak met de batterijhouder zodanig in het meetge-
reedschap dat de aansluitkabel niet kan worden vastgeklemd.
Als de hellingmeting na het vervangen van de batterij voor het eerst wordt
ingeschakeld, branden alle displayelementen gedurende 1 seconde en
klinkt er een geluidssignaal. Alle opgeslagen instellingen (meetfunctie, in-
gestelde maateenheid) worden bij het vervangen van de batterij gewist.
Als de batterijwaarschuwing d brandt, moet u de batterij vervangen.
Batterijen voor de laser inzetten/vervangen
Klap het batterijvakdeksel 20 open en plaats de batterijen. Let daarbij op de
juiste poolaansluitingen, zoals aangegeven op de binnenzijde van het batte-
rijvakdeksel.
Als de laser niet meer schijnt, moeten de batterijen vervangen worden.
Opmerking: De batterijwaarschuwing d in het display heeft geen betrek-
king op de batterijen voor de laser.
f Schakel de laser beslist uit voordat u de batterijen vervangt. Een on-
bedoeld ingeschakelde laser kan personen verblinden.
Vervang altijd alle voor de laserfunctie bestemde batterijen tegelijkertijd.
Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.
Digitale waterpas GIM 60 L
Zaaknummer
3 601 K76 300
Meetbereik
0–360° (4x90°)
Meetnauwkeurigheid
–0°/90°
–1°89°
± 0,05°
± 0,2°
Werkbereik laser
1)
30 m
Waterpasnauwkeurigheid laser
± 0,5 mm/m
Afstand laseruitgangOnderkant van meetge-
reedschap
24 mm
Laserklasse
2
Lasertype
635 nm, <1 mW
Diameter laserstraal (bij 25 °C) ca.
op 5 m afstand
op 10 m afstand
3,5 mm
6mm
Bedrijfstemperatuur
–10 °C...+50 °C
Bewaartemperatuur
–20 °C...+70 °C
Relatieve luchtvochtigheid max.
90 %
Statiefopname
1/4"
Batterijen
Hellingmeting
–Laserfunctie
1x9V6LR61
2x1,5VLR03 (AAA)
Gebruiksduur ca.
Hellingmeting
–Laserfunctie
300 h
20 h
Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003
0,9 kg
Afmetingen (lengte x breedte x hoogte)
600x27x59mm
1) De reikwijdte kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandigheden (zoals fel
zonlicht).
Het serienummer 23 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw
meetgereedschap.
OBJ_BUCH-1628-002.book Page 51 Monday, August 27, 2012 12:22 PM
52 | Nederlands
1 618 C00 62X | (27.8.12) Bosch Power Tools
Gebruik
Ingebruikneming
f Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
f Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of
temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet lange tijd in de
auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grote temperatuurschomme-
lingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik
neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de
nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig worden beïnvloed.
f Voorkom een heftige schok of val van het meetgereedschap. Laat na
sterke externe inwerkingen op het meetgereedschap voordat u de werk-
zaamheden voortzet altijd een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie
„Nauwkeurigheidscontrole en kalibratie van het meetgereedschap”,
pagina 54).
f Houd de steunvlakken van het meetgereedschap schoon en be-
scherm deze tegen stoten en slagen. Vuildeeltjes of vervormingen
kunnen tot verkeerde metingen leiden.
Meetgereedschap opstellen/bevestigen
Als u hellingen wilt meten of overbrengen, kunt u het meetgereedschap niet
alleen op oppervlakken zetten of leggen, maar heeft u ook andere mogelijk-
heden om het op te stellen of te bevestigen.
Opstellen met waterpasmechanisme (bijv. bij ongelijke vloer)
(zie afbeelding B):
Druk kort tegen de opstelvoet 16 als u deze uit wilt schuiven. Druk op de
toets 8 als u de waterpasvoet 17 uit wilt schuiven. Stel de hoogte van de
waterpasvoet zodanig af door aan de instelschroef 9 te draaien, dat de
laserstraal langs het te meten oppervlak verloopt, resp. de gewenste hel-
ling als meetwaarde b wordt aangegeven.
Voor werkzaamheden zonder waterpasmechanisme schuift u opstelvoet
16 en waterpasvoet 17 weer in. Duw daarvoor beide delen van de op-
stelvoet ineen () en schuif vervolgens de opstelvoet 16 in het meetge-
reedschap (), tot deze hoorbaar vastklikt. Als u de waterpasvoet 17 in
wilt schuiven, duwt u de schakelaar 10 opzij.
Bevestigen op het statief:
Zet het meetgereedschap met de 1/4"-statiefopname 18 op de snelwis-
selplaat van het statief 26 of een in de handel verkrijgbaar fotostatief.
Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van de snelwissel-
plaat vast.
Bevestigen met magneten:
Zet het meetgereedschap met de magneet 14 op een plaats waar het vol-
doende wordt vastgehouden.
f Controleer of het meetgereedschap stevig bevestigd is.
Niet stevig
bevestigde meetgereedschappen kunnen omlaag vallen en kunnen u of
anderen verwonden. Bij het vallen kan het meetgereedschap bescha-
digd worden of beschadigingen veroorzaken.
Bevestigen met vasthoudriemen (zie afbeelding C):
Trek de vasthoudriemen 25 door de riemopeningen 15 en bevestig het
meetgereedschap met beide riemen aan buizen of iets dergelijks. Let er-
op dat de klittenbevestiging van het uiteinde van de riem op de vast-
houdriem wordt aangedrukt. Bij dunne buizen steekt u daarvoor de vast-
houdriem met de gladde zijde naar buiten door de riemvoeringen en
slaat u deze zoals op de afbeelding getoond nogmaals om het meetge-
reedschap. Bij dikke buizen steekt u de vasthoudriem met de gladde zij-
de naar binnen door de riemvoeringen.
f Maak het meetgereedschap altijd met beide vasthoudriemen vast en
controleer of de vasthoudriemen stevig vast zitten. De vasthoudkracht
van de riemen 25 is afhankelijk van de aard van het materiaal waarop deze
bevestigd worden. Los zittende meetgereedschappen kunnen omlaag glij-
den en beschadigd worden of beschadigingen veroorzaken.
f Laat kinderen de vasthoudriemen 25 niet zonder toezicht gebrui-
ken. Ze kunnen zich met de vasthoudriemen verwonden.
In-/uitschakelen hellingmeting en display
Als u de hellingmeting en het display wilt inschakelen, drukt u op de aan-
uit-toets 2. Het meetgereedschap bevindt zich in de functie hellingmeting
met standaardnulpunt.
Als u de hellingmeting en het display wilt uitschakelen, drukt u op de aan-
uit-toets 2.
Als er ca. 30 minuten lang geen toets op het meetgereedschap wordt inge-
drukt en de helling van het meetgereedschap niet meer dan 1,5° wordt ge-
wijzigd, worden hellingmeting en display automatisch uitgeschakeld om de
batterij te ontzien. Dit betreft de laser niet.
OBJ_BUCH-1628-002.book Page 52 Monday, August 27, 2012 12:22 PM
Nederlands | 53
Bosch Power Tools 1 618 C00 62X | (27.8.12)
In-/uitschakelen laser
Als u de laser wilt inschakelen duwt u de aan-uit-toets 19 in stand „I”.
f Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de
laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.
Als u de laser wilt uitschakelen duwt u de aan-uit-toets 19 in stand „0”.
f Laat het meetgereedschap met ingeschakelde laser niet onbeheerd
achter en schakel de laser na gebruik uit. Andere personen kunnen
door de laserstraal verblind worden.
Als u de laser niet gebruikt, dient u deze uit te schakelen om energie te sparen.
Maateenheid wisselen (zie afbeelding A)
U kunt op elk moment wisselen tussen de maateenheden „°”, „%” en
„mm/m”. Druk daarvoor de toets voor maateenheid wisselen 5 zo vaak in tot
de gewenste maateenheid in de indicatie f verschijnt. De huidige meet-
waarde wordt automatisch omgerekend.
De instelling van de maateenheid blijft bewaard bij het uit- en inschakelen
van het meetgereedschap.
Geluidssignaal in- en uitschakelen
Met de toets voor het geluidssignaal 1 kunt u het geluidssignaal in- en uit-
schakelen. Als het geluidssignaal is ingeschakeld, wordt in het display de in-
dicatie c weergegeven.
De instelling van het geluidssignaal blijft bewaard bij het uit- en inschakelen
van het meetgereedschap.
Meetwaarde-indicatie en richtindicaties
De meetwaarde wordt bij elke beweging van het meetgereedschap geactu-
aliseerd. Wacht na een sterke beweging van het meetgereedschap met het
aflezen van de meetwaarde tot deze niet meer verandert.
Afhankelijk van de positie van het meetgereedschap worden meetwaarde
en maateenheid in het display 180° gedraaid weergegeven. Daardoor kan
de indicatie ook bij werkzaamheden boven het hoofd worden afgelezen.
Het meetgereedschap geeft met de richtindicaties a in het display aan in
welke richting het schuin moet worden geplaatst om de doelwaarde te be-
reiken. De doelwaarde is bij standaardmetingen de horizontale of verticale
lijn, in de functie „Copy” de opgeslagen meetwaarde en bij gewijzigd nul-
punt het opgeslagen nulpunt.
Als de doelwaarde is bereikt, gaan de pijlen van de richtindicaties a uit en
klinkt, als het geluidssignaal is ingeschakeld, een permanent geluid.
Meetfuncties
Vasthouden en overbrengen van een meetwaarde (zie afbeelding D)
Met de toets „Hold/Copy”6 kunnen twee functies bestuurd worden:
vasthouden („Hold”) van een meetwaarde, ook als het meetgereedschap
daarna wordt bewogen (bijv. omdat het meetgereedschap zich in een
stand bevindt waarin het display slecht afleesbaar is);
Overbrengen („Copy”) van een meetwaarde.
Functie „Hold”:
Druk op de toets „Hold/Copy” 6. De huidige meetwaarde b wordt in het
display vastgehouden. Alle display-elementen behalve de meetwaarde
knipperen.
Als u naar de functie „Copy” wilt gaan, drukt u op de toets voor het ge-
luidssignaal 1. Als u een nieuwe meting wilt starten, drukt u op de toets
„Hold/Copy” 6.
Functie „Copy”:
Schakel het geluidssignaal in (zie „Geluidssignaal in- en uitschakelen”,
pagina 53).
Druk op de toets „Hold/Copy” 6. De huidige meetwaarde wordt opge-
slagen. Er klinkt een kort signaal en de indicaties voor maateenheid f en
geluidssignaal c knipperen.
Grof gemeten waarden kunt u vóór het overbrengen corrigeren. Druk op
de toets voor het verhogen van de indicatiewaarde 4 als u de opgeslagen
meetwaarde wilt verhogen. Druk op de toets voor het verlagen van de in-
dicatiewaarde 5 als u de opgeslagen meetwaarde wilt verlagen.
Zet het meetgereedschap neer op de plaats waarnaar de meetwaarde
moet worden overgebracht. Zoals op de afbeelding weergegeven, is de
richting van het meetgereedschap daarbij niet van belang. De richtindica-
ties a geven de richting aan waarin het meetgereedschap moet worden be-
wogen om de te kopiëren hoek te bereiken. Bij het bereiken van de opge-
slagen hoek klinkt een geluidssignaal en de richtindicaties a gaan uit.
Druk op de toets „Hold/Copy” 6 als u een nieuwe meting wilt starten.
Nulpunt wijzigen
Als u schuine hoeken (bijv. 45°) gemakkelijker wilt controleren, kunt u het
nulpunt van de meting wijzigen.
Richt het meetgereedschap zodanig, bijv. door het tegen een referentie-
werkstuk te plaatsen, dat het gewenste nieuwe nulpunt als meetwaarde
wordt aangegeven (bijv. 45,1°). Druk op de toets „Alt 0°” 3. De meet-
waarde b en de indicatie voor het gewijzigde nulpunt e knipperen.
Grof gemeten waarden kunt u corrigeren zolang de meetwaarde b knippert.
Druk op de toets voor het verhogen van de indicatiewaarde
4 als u de opge-
slagen meetwaarde wilt verhogen. Druk op de toets voor het verlagen van de
indicatiewaarde 5 als u de opgeslagen meetwaarde wilt verlagen (bijv. van
45,1° naar 45,0°). De weergegeven hoek wordt 3 seconden nadat voor het
laatst op een toets is gedrukt als nieuwe referentiewaarde opgeslagen.
OBJ_BUCH-1628-002.book Page 53 Monday, August 27, 2012 12:22 PM
54 | Nederlands
1 618 C00 62X | (27.8.12) Bosch Power Tools
Na het opslaan geeft de knipperende indicatie e het gewijzigde nulpunt aan.
In de meetindicatie b wordt de huidige meetwaarde met betrekking tot het
nieuwe nulpunt aangegeven. Ook de richtindicaties en geluidssignalen heb-
ben betrekking op het nieuwe nulpunt. Voorbeeld: Bij een hoek van 43,8°
ten opzichte van de horizontale lijn en een opgeslagen nulpunt van 45°
wordt 1,2° als meetwaarde aangegeven.
Als u wilt terugkeren naar het standaardnulpunt 0°, drukt u op een van de
toetsen „Alt 0°” 3, „Hold/Copy” 6 of „CAL” 4. De indicatie gewijzigd nul-
punt e gaat uit.
Hoeken aanrakingsloos meten/overbrengen
Met de laser kunt u hoeken aanrakingsloos meten of overbrengen, ook over
grote afstanden.
f Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de
laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.
f Gebruik altijd alleen het midden van de laserpunt voor het markeren.
De grootte van de laserpunt verandert met de afstand.
Als u hoeken wilt meten, richt u het meetgereedschap zodanig dat de laser-
straal langs het te meten oppervlak verloopt. Als u hoeken wilt overbren-
gen, richt u het meetgereedschap zodanig dat de gewenste hoek als meet-
waarde b wordt aangegeven en brengt u de hoek met behulp van de
laserpunt op het doeloppervlak over.
Opmerking: Houd er bij het overbrengen van hoeken met de laser rekening
mee dat de laser 24 mm boven de onderkant van het meetgereedschap
naar buiten komt.
Nauwkeurigheidscontrole en kalibratie van het meetgereed-
schap
Meetnauwkeurigheid controleren
Controleer de nauwkeurigheid van het meetgereedschap altijd vóór kritische
metingen, na grote temperatuurveranderingen en na ernstige schokken.
Voor het meten van hoeken <45° dient de controle plaats te vinden op een
egaal, ongeveer horizontaal oppervlak, voor het meten van hoeken >45° op
een egaal, ongeveer verticaal oppervlak.
Schakel het meetgereedschap in en leg het op een horizontaal of verticaal
vlak.
Kies de maateenheid „°” (zie „Maateenheid wisselen”, pagina 53).
Wacht 10 seconden en noteer vervolgens de meetwaarde.
Draai het meetgereedschap 180° om zijn verticale as. Wacht opnieuw
10 seconden en noteer de tweede meetwaarde.
f Kalibreer het meetgereedschap alleen als het verschil tussen beide
meetwaarden groter dan 0,1° ist.
Kalibreer het meetgereedschap in de positie (verticaal of horizontaal),
waarin het verschil van de meetwaarden is vastgesteld.
Kalibreren van de horizontale raakvlakken (zie afbeelding E)
Het oppervlak waarop u het meetgereedschap legt, mag niet meer dan 5°
van het horizontale oppervlak afwijken. Als de afwijking groter is, wordt het
kalibreren afgebroken en wordt „---” weergegeven.
Schakel het meetgereedschap in en leg het zodanig op het horizontale
oppervlak dat de libel 12 naar boven wijst en het display 11 naar u toe
is gericht. Wacht 10 seconden.
Druk vervolgens gedurende 2 seconden op de kalibratietoets
„CAL” 4, tot kort „CAL1” in het display verschijnt. Vervolgens knip-
pert de meetwaarde in het display.
Draai het meetgereedschap 180° om de verticale as, zodat de libel
nog steeds naar boven wijst, maar het display 11 zich op de van u af-
gewende zijde bevindt. Wacht 10 seconden.
Druk vervolgens opnieuw op de kalibratietoets „CAL” 4. In het display
wordt kort „CAL2” weergegeven. Vervolgens verschijnt de meetwaar-
de (niet meer knipperend) in het display. Het meetgereedschap is nu
voor dit raakvlak opnieuw gekalibreerd.
In aansluiting daarop moet u het meetgereedschap voor het tegeno-
verliggende raakvlak kalibreren. Daarvoor draait u het meetgereed-
schap zodanig om de horizontale as dat de libel 12 naar beneden en
het display 11 naar u toe wijst. Leg het meetgereedschap op het hori-
zontale oppervlak. Wacht 10 seconden.
Druk vervolgens gedurende 2 seconden op de kalibratietoets
„CAL” 4, tot kort „CAL1”
in het display verschijnt. Vervolgens knip-
pert de meetwaarde in het display.
Draai het meetgereedschap 180° om de verticale as, zodat de libel
nog steeds naar onderen wijst, maar het display 11 zich op de van u af-
gewende zijde bevindt. Wacht 10 seconden.
Druk vervolgens opnieuw op de kalibratietoets „CAL” 4. In het display
wordt kort „CAL2” weergegeven. Vervolgens verschijnt de meetwaar-
de (niet meer knipperend) in het display. Het meetgereedschap is nu
voor beide horizontale raakvlakken opnieuw gekalibreerd.
Opmerking: Als het meetgereedschap bij de stappen en niet wordt
gedraaid om de as die op de afbeelding is weergegeven, kan het kalibreren
niet worden afgesloten („CAL2” wordt niet in het display weergegeven).
OBJ_BUCH-1628-002.book Page 54 Monday, August 27, 2012 12:22 PM
Nederlands | 55
Bosch Power Tools 1 618 C00 62X | (27.8.12)
Kalibreren van de verticale raakvlakken (zie afbeelding F)
Het oppervlak waarop u het meetgereedschap legt, mag niet meer dan 5°
van het verticale oppervlak afwijken. Als de afwijking groter is, wordt het ka-
libreren afgebroken en wordt „---” weergegeven.
Schakel het meetgereedschap in en leg het zodanig op het verticale
oppervlak dat de libel 13 naar boven wijst en het display 11 naar u toe
is gericht. Wacht 10 seconden.
Druk vervolgens gedurende 2 seconden op de kalibratietoets
„CAL” 4, tot kort „CAL1” in het display verschijnt. Vervolgens knip-
pert de meetwaarde in het display.
Draai het meetgereedschap 180° om de verticale as, zodat de libel
nog steeds naar boven wijst, maar het display 11 zich op de van u af-
gewende zijde bevindt. Wacht 10 seconden.
Druk vervolgens opnieuw op de kalibratietoets „CAL” 4. In het display
wordt kort „CAL2” weergegeven. Vervolgens verschijnt de meetwaar-
de (niet meer knipperend) in het display. Het meetgereedschap is nu
voor dit raakvlak opnieuw gekalibreerd.
In aansluiting daarop moet u het meetgereedschap voor het tegeno-
verliggende raakvlak kalibreren. Daarvoor draait u het meetgereed-
schap zodanig om de horizontale as dat de libel 13 naar beneden en
het display 11 naar u toe wijst. Plaats het meetgereedschap tegen het
verticale oppervlak. Wacht 10 seconden.
Druk vervolgens gedurende 2 seconden op de kalibratietoets
„CAL” 4, tot kort „CAL1” in het display verschijnt. Vervolgens knip-
pert de meetwaarde in het display.
Draai het meetgereedschap 180° om de verticale as, zodat de libel
nog steeds naar onderen wijst, maar het display 11 zich op de van u af-
gewende zijde bevindt. Wacht 10 seconden.
Druk vervolgens opnieuw op de kalibratietoets „CAL” 4. In het display
wordt kort „CAL2” weergegeven. Vervolgens verschijnt de meetwaar-
de (niet meer knipperend) in het display. Het meetgereedschap is nu
voor beide verticale raakvlakken opnieuw gekalibreerd.
Opmerking: Als het meetgereedschap bij de stappen en niet wordt
gedraaid om de as die op de afbeelding is weergegeven,
kan het kalibreren
niet worden afgesloten („CAL2” wordt niet in het display weergegeven).
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde
beschermetui.
Houd het meetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of
oplosmiddelen.
Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op
pluizen.
Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldige fabricage- en testmetho-
den toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een er-
kende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen. Open het
meetgereedschap niet.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit
tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetge-
reedschap.
Verzend het meetgereedschap in het beschermetui 24 in het geval van een
reparatie.
Klantenservice en advies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud
van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en in-
formatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op:
www.bosch-pt.com
De medewerkers van onze klantenservice adviseren u graag bij vragen over
de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren.
Nederland
Tel.: +31 (076) 579 54 54
Fax: +31 (076) 579 54 94
België
Tel.: +32 2 588 0589
Fax: +32 2 588 0595
Afvalverwijdering
Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het
milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.
Gooi meetgereedschappen, accu’s en batterijen niet bij het huisvuil.
OBJ_BUCH-1628-002.book Page 55 Monday, August 27, 2012 12:22 PM

Documenttranscriptie

OBJ_BUCH-1628-002.book Page 49 Monday, August 27, 2012 12:22 PM Nederlands | 49 Servizio di assistenza ed assistenza clienti Il servizio di assistenza risponde alle Vostre domande relative alla riparazione ed alla manutenzione del Vostro prodotto nonché concernenti le parti di ricambio. Disegni in vista esplosa ed informazioni relative alle parti di ricambio sono consultabili anche sul sito: www.bosch-pt.com Il team assistenza clienti Bosch è a Vostra disposizione per rispondere alle domande relative all’acquisto, impiego e regolazione di apparecchi ed accessori. Italia Officina Elettroutensili Robert Bosch S.p.A. Corso Europa, ang. Via Trieste 20 20020 LAINATE (MI) Tel.: +39 (02) 36 96 26 63 Fax: +39 (02) 36 96 26 62 Fax: +39 (02) 36 96 86 77 E-Mail: [email protected] Svizzera Tel.: +41 (044) 8 47 15 13 Fax: +41 (044) 8 47 15 53 Smaltimento Smaltire gli imballaggi, gli strumenti di misura e gli accessori dismessi in modo che possano essere riciclati nel pieno rispetto dell’ambiente. Non gettare strumenti di misura e batterie ricaricabili/batterie tra i rifiuti domestici! Solo per i Paesi della CE: Conformemente alla direttiva europea 2002/96/CE gli strumenti di misura diventati inservibili e, in base alla direttiva europea 2006/66/CE, le batterie ricaricabili/ batterie difettose o consumate devono essere raccolte separatamente ed essere inviate ad una riutilizzazione ecologica. Per le batterie ricaricabili/le batterie non funzionanti rivolgersi al Consorzio: Italia Ecoelit Viale Misurata 32 20146 Milano Tel.: +39 02 / 4 23 68 63 Fax: +39 02 / 48 95 18 93 Svizzera Batrec AG 3752 Wimmis BE Con ogni riserva di modifiche tecniche. Nederlands Veiligheidsvoorschriften Alle aanwijzingen moeten worden gelezen en in acht worden genomen om zonder gevaren en veilig met het meetgereedschap te werken. Maak waarschuwingsplaatjes op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED. f Voorzichtig – wanneer andere dan de hier vermelde bedienings- en instelvoorzieningen worden gebruikt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot gevaarlijke stralingsblootstelling leiden. f Het meetgereedschap wordt geleverd met een waarschuwingsplaatje (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 22). Laserstrahlung Nicht in den Strahl blicken Laser Klasse 2 IEC 60825-1:2007<1mW, 635 nm f Als de tekst van het waarschuwingsplaatje niet in de taal van uw land is, plak er dan vóór de eerste ingebruikneming de meegeleverde sticker in de taal van uw land op. f Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de laserstraal. Dit meetgereedschap brengt laserstraling van laserklasse 2 volgens IEC 60825-1 voort. Daardoor kunt u personen verblinden. f Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen. Bosch Power Tools 1 618 C00 62X | (27.8.12) OBJ_BUCH-1628-002.book Page 50 Monday, August 27, 2012 12:22 PM 50 | Nederlands f Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren. f Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft. f Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Anders kunnen personen worden verblind. f Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen. Breng het meetgereedschap niet in de buurt van een pacemaker. De magneten 14 brengen een veld voort dat de functie van een pacemaker nadelig kan beïnvloeden. f Houd het meetgereedschap uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneten 14 kan onherroepelijk gegevensverlies optreden. Product- en vermogensbeschrijving Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meetgereedschap open en laat deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest. Gebruik volgens bestemming Het meetgereedschap is bestemd voor nauwkeurig meten en overbrengen van hellingen. Het meetgereedschap is geoptimaliseerd voor gebruik binnenshuis. Afgebeelde componenten De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen. 1 Toets Geluidssignaal 2 Aan-uit-toets hellingmeting/display 3 Toets nulpunt wijzigen „Alt 0°” 4 Toets kalibratie/indicatiewaarde verhogen „CAL” 5 Toets maateenheid wisselen/indicatiewaarde verminderen „° / % / mm/m” 6 Toets „Hold/Copy” 7 Batterijvakdeksel hellingmeting 8 Toets voor uitschuiven van waterpasvoet 9 Instelschroef van waterpasvoet 10 Schakelaar voor inschuiven van waterpasvoet 11 Display 12 Horizontale libel 13 Verticale libel 14 Magneten 15 Riemgeleiding 16 Opstelvoet 17 Waterpasvoet 18 Statiefopname 1/4" 19 Aan-uit-toets laser 20 Batterijvakdeksel laser 21 Opening voor laserstraal 22 Laser-waarschuwingsplaatje 23 Serienummer 24 Beschermetui 25 Vasthoudriem 26 Statief* * Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd. Indicatie-elementen a Uitrichthulpmiddelen b Meetwaarde c Indicatie geluidssignaal d Batterijwaarschuwing e Indicatie gewijzigd nulpunt f Maateenheid 1 618 C00 62X | (27.8.12) Bosch Power Tools OBJ_BUCH-1628-002.book Page 51 Monday, August 27, 2012 12:22 PM Nederlands | 51 Technische gegevens Digitale waterpas Zaaknummer Meetbereik Meetnauwkeurigheid – 0°/90° – 1° –89° Werkbereik laser 1) Waterpasnauwkeurigheid laser Afstand laseruitgang–Onderkant van meetgereedschap Laserklasse Lasertype Diameter laserstraal (bij 25 °C) ca. – op 5 m afstand – op 10 m afstand Bedrijfstemperatuur Bewaartemperatuur Relatieve luchtvochtigheid max. Statiefopname Batterijen – Hellingmeting – Laserfunctie Gebruiksduur ca. – Hellingmeting – Laserfunctie Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 Afmetingen (lengte x breedte x hoogte) GIM 60 L 3 601 K76 300 0–360° (4 x 90°) ±0,05° ±0,2° 30 m ±0,5 mm/m 24 mm 2 635 nm, <1 mW 3,5 mm 6 mm –10 °C...+50 °C –20 °C...+70 °C 90 % 1/4" 1 x 9 V 6LR61 2 x 1,5 V LR03 (AAA) 300 h 20 h 0,9 kg 600 x 27 x 59 mm 1) De reikwijdte kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandigheden (zoals fel zonlicht). Het serienummer 23 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw meetgereedschap. Montage Batterijen inzetten of vervangen In het meetgereedschap zijn er twee van elkaar gescheiden stroomkringen. De hellingmeting inclusief de laser wordt door een andere batterij van stroom voorzien dan de laser. Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkalimangaanbatterijen geadviseerd. f Neem de batterijen uit het meetgereedschap als u het langdurig niet gebruikt. Als de batterijen lang worden bewaard, kunnen deze gaan roesten en leegraken. Batterij voor de hellingmeting inzetten/vervangen Neem het batterijvakdeksel 7 met de batterijhouder voorzichtig uit het meetgereedschap. Let erop dat daarbij de aansluitkabel van de batterij en het batterijvakdeksel niet beschadigd worden. Ernstige beschadigingen van de steunvlakken van het batterijvakdeksel 7 kunnen tot verkeerde metingen leiden. Sluit de batterij met de juiste poolrichting op de batterijhouder aan. Plaats het deksel van het batterijvak met de batterijhouder zodanig in het meetgereedschap dat de aansluitkabel niet kan worden vastgeklemd. Als de hellingmeting na het vervangen van de batterij voor het eerst wordt ingeschakeld, branden alle displayelementen gedurende 1 seconde en klinkt er een geluidssignaal. Alle opgeslagen instellingen (meetfunctie, ingestelde maateenheid) worden bij het vervangen van de batterij gewist. Als de batterijwaarschuwing d brandt, moet u de batterij vervangen. Batterijen voor de laser inzetten/vervangen Klap het batterijvakdeksel 20 open en plaats de batterijen. Let daarbij op de juiste poolaansluitingen, zoals aangegeven op de binnenzijde van het batterijvakdeksel. Als de laser niet meer schijnt, moeten de batterijen vervangen worden. Opmerking: De batterijwaarschuwing d in het display heeft geen betrekking op de batterijen voor de laser. f Schakel de laser beslist uit voordat u de batterijen vervangt. Een onbedoeld ingeschakelde laser kan personen verblinden. Vervang altijd alle voor de laserfunctie bestemde batterijen tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit. Bosch Power Tools 1 618 C00 62X | (27.8.12) OBJ_BUCH-1628-002.book Page 52 Monday, August 27, 2012 12:22 PM 52 | Nederlands Gebruik Ingebruikneming f Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht. f Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig worden beïnvloed. f Voorkom een heftige schok of val van het meetgereedschap. Laat na sterke externe inwerkingen op het meetgereedschap voordat u de werkzaamheden voortzet altijd een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie „Nauwkeurigheidscontrole en kalibratie van het meetgereedschap”, pagina 54). f Houd de steunvlakken van het meetgereedschap schoon en bescherm deze tegen stoten en slagen. Vuildeeltjes of vervormingen kunnen tot verkeerde metingen leiden. Meetgereedschap opstellen/bevestigen Als u hellingen wilt meten of overbrengen, kunt u het meetgereedschap niet alleen op oppervlakken zetten of leggen, maar heeft u ook andere mogelijkheden om het op te stellen of te bevestigen. Opstellen met waterpasmechanisme (bijv. bij ongelijke vloer) (zie afbeelding B): – Druk kort tegen de opstelvoet 16 als u deze uit wilt schuiven. Druk op de toets 8 als u de waterpasvoet 17 uit wilt schuiven. Stel de hoogte van de waterpasvoet zodanig af door aan de instelschroef 9 te draaien, dat de laserstraal langs het te meten oppervlak verloopt, resp. de gewenste helling als meetwaarde b wordt aangegeven. – Voor werkzaamheden zonder waterpasmechanisme schuift u opstelvoet 16 en waterpasvoet 17 weer in. Duw daarvoor beide delen van de opstelvoet ineen ( ) en schuif vervolgens de opstelvoet 16 in het meetgereedschap ( ), tot deze hoorbaar vastklikt. Als u de waterpasvoet 17 in wilt schuiven, duwt u de schakelaar 10 opzij. Bevestigen op het statief: – Zet het meetgereedschap met de 1/4"-statiefopname 18 op de snelwisselplaat van het statief 26 of een in de handel verkrijgbaar fotostatief. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van de snelwisselplaat vast. Bevestigen met magneten: – Zet het meetgereedschap met de magneet 14 op een plaats waar het voldoende wordt vastgehouden. f Controleer of het meetgereedschap stevig bevestigd is. Niet stevig bevestigde meetgereedschappen kunnen omlaag vallen en kunnen u of anderen verwonden. Bij het vallen kan het meetgereedschap beschadigd worden of beschadigingen veroorzaken. Bevestigen met vasthoudriemen (zie afbeelding C): – Trek de vasthoudriemen 25 door de riemopeningen 15 en bevestig het meetgereedschap met beide riemen aan buizen of iets dergelijks. Let erop dat de klittenbevestiging van het uiteinde van de riem op de vasthoudriem wordt aangedrukt. Bij dunne buizen steekt u daarvoor de vasthoudriem met de gladde zijde naar buiten door de riemvoeringen en slaat u deze zoals op de afbeelding getoond nogmaals om het meetgereedschap. Bij dikke buizen steekt u de vasthoudriem met de gladde zijde naar binnen door de riemvoeringen. f Maak het meetgereedschap altijd met beide vasthoudriemen vast en controleer of de vasthoudriemen stevig vast zitten. De vasthoudkracht van de riemen 25 is afhankelijk van de aard van het materiaal waarop deze bevestigd worden. Los zittende meetgereedschappen kunnen omlaag glijden en beschadigd worden of beschadigingen veroorzaken. f Laat kinderen de vasthoudriemen 25 niet zonder toezicht gebruiken. Ze kunnen zich met de vasthoudriemen verwonden. In-/uitschakelen hellingmeting en display Als u de hellingmeting en het display wilt inschakelen, drukt u op de aanuit-toets 2. Het meetgereedschap bevindt zich in de functie hellingmeting met standaardnulpunt. Als u de hellingmeting en het display wilt uitschakelen, drukt u op de aanuit-toets 2. Als er ca. 30 minuten lang geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt en de helling van het meetgereedschap niet meer dan 1,5° wordt gewijzigd, worden hellingmeting en display automatisch uitgeschakeld om de batterij te ontzien. Dit betreft de laser niet. 1 618 C00 62X | (27.8.12) Bosch Power Tools OBJ_BUCH-1628-002.book Page 53 Monday, August 27, 2012 12:22 PM Nederlands | 53 In-/uitschakelen laser Als u de laser wilt inschakelen duwt u de aan-uit-toets 19 in stand „I”. f Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand. Als u de laser wilt uitschakelen duwt u de aan-uit-toets 19 in stand „0”. f Laat het meetgereedschap met ingeschakelde laser niet onbeheerd achter en schakel de laser na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden. Als u de laser niet gebruikt, dient u deze uit te schakelen om energie te sparen. Maateenheid wisselen (zie afbeelding A) U kunt op elk moment wisselen tussen de maateenheden „°”, „%” en „mm/m”. Druk daarvoor de toets voor maateenheid wisselen 5 zo vaak in tot de gewenste maateenheid in de indicatie f verschijnt. De huidige meetwaarde wordt automatisch omgerekend. De instelling van de maateenheid blijft bewaard bij het uit- en inschakelen van het meetgereedschap. Geluidssignaal in- en uitschakelen Met de toets voor het geluidssignaal 1 kunt u het geluidssignaal in- en uitschakelen. Als het geluidssignaal is ingeschakeld, wordt in het display de indicatie c weergegeven. De instelling van het geluidssignaal blijft bewaard bij het uit- en inschakelen van het meetgereedschap. Meetwaarde-indicatie en richtindicaties De meetwaarde wordt bij elke beweging van het meetgereedschap geactualiseerd. Wacht na een sterke beweging van het meetgereedschap met het aflezen van de meetwaarde tot deze niet meer verandert. Afhankelijk van de positie van het meetgereedschap worden meetwaarde en maateenheid in het display 180° gedraaid weergegeven. Daardoor kan de indicatie ook bij werkzaamheden boven het hoofd worden afgelezen. Het meetgereedschap geeft met de richtindicaties a in het display aan in welke richting het schuin moet worden geplaatst om de doelwaarde te bereiken. De doelwaarde is bij standaardmetingen de horizontale of verticale lijn, in de functie „Copy” de opgeslagen meetwaarde en bij gewijzigd nulpunt het opgeslagen nulpunt. Als de doelwaarde is bereikt, gaan de pijlen van de richtindicaties a uit en klinkt, als het geluidssignaal is ingeschakeld, een permanent geluid. Meetfuncties Vasthouden en overbrengen van een meetwaarde (zie afbeelding D) Met de toets „Hold/Copy”6 kunnen twee functies bestuurd worden: – vasthouden („Hold”) van een meetwaarde, ook als het meetgereedschap daarna wordt bewogen (bijv. omdat het meetgereedschap zich in een stand bevindt waarin het display slecht afleesbaar is); – Overbrengen („Copy”) van een meetwaarde. Functie „Hold”: – Druk op de toets „Hold/Copy” 6. De huidige meetwaarde b wordt in het display vastgehouden. Alle display-elementen behalve de meetwaarde knipperen. – Als u naar de functie „Copy” wilt gaan, drukt u op de toets voor het geluidssignaal 1. Als u een nieuwe meting wilt starten, drukt u op de toets „Hold/Copy” 6. Functie „Copy”: – Schakel het geluidssignaal in (zie „Geluidssignaal in- en uitschakelen”, pagina 53). – Druk op de toets „Hold/Copy” 6. De huidige meetwaarde wordt opgeslagen. Er klinkt een kort signaal en de indicaties voor maateenheid f en geluidssignaal c knipperen. – Grof gemeten waarden kunt u vóór het overbrengen corrigeren. Druk op de toets voor het verhogen van de indicatiewaarde 4 als u de opgeslagen meetwaarde wilt verhogen. Druk op de toets voor het verlagen van de indicatiewaarde 5 als u de opgeslagen meetwaarde wilt verlagen. – Zet het meetgereedschap neer op de plaats waarnaar de meetwaarde moet worden overgebracht. Zoals op de afbeelding weergegeven, is de richting van het meetgereedschap daarbij niet van belang. De richtindicaties a geven de richting aan waarin het meetgereedschap moet worden bewogen om de te kopiëren hoek te bereiken. Bij het bereiken van de opgeslagen hoek klinkt een geluidssignaal en de richtindicaties a gaan uit. – Druk op de toets „Hold/Copy” 6 als u een nieuwe meting wilt starten. Nulpunt wijzigen Als u schuine hoeken (bijv. 45°) gemakkelijker wilt controleren, kunt u het nulpunt van de meting wijzigen. Richt het meetgereedschap zodanig, bijv. door het tegen een referentiewerkstuk te plaatsen, dat het gewenste nieuwe nulpunt als meetwaarde wordt aangegeven (bijv. 45,1°). Druk op de toets „Alt 0°” 3. De meetwaarde b en de indicatie voor het gewijzigde nulpunt e knipperen. Grof gemeten waarden kunt u corrigeren zolang de meetwaarde b knippert. Druk op de toets voor het verhogen van de indicatiewaarde 4 als u de opgeslagen meetwaarde wilt verhogen. Druk op de toets voor het verlagen van de indicatiewaarde 5 als u de opgeslagen meetwaarde wilt verlagen (bijv. van 45,1° naar 45,0°). De weergegeven hoek wordt 3 seconden nadat voor het laatst op een toets is gedrukt als nieuwe referentiewaarde opgeslagen. Bosch Power Tools 1 618 C00 62X | (27.8.12) OBJ_BUCH-1628-002.book Page 54 Monday, August 27, 2012 12:22 PM 54 | Nederlands Na het opslaan geeft de knipperende indicatie e het gewijzigde nulpunt aan. In de meetindicatie b wordt de huidige meetwaarde met betrekking tot het nieuwe nulpunt aangegeven. Ook de richtindicaties en geluidssignalen hebben betrekking op het nieuwe nulpunt. Voorbeeld: Bij een hoek van 43,8° ten opzichte van de horizontale lijn en een opgeslagen nulpunt van 45° wordt 1,2° als meetwaarde aangegeven. Als u wilt terugkeren naar het standaardnulpunt 0°, drukt u op een van de toetsen „Alt 0°” 3, „Hold/Copy” 6 of „CAL” 4. De indicatie gewijzigd nulpunt e gaat uit. Hoeken aanrakingsloos meten/overbrengen Met de laser kunt u hoeken aanrakingsloos meten of overbrengen, ook over grote afstanden. f Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand. f Gebruik altijd alleen het midden van de laserpunt voor het markeren. De grootte van de laserpunt verandert met de afstand. Als u hoeken wilt meten, richt u het meetgereedschap zodanig dat de laserstraal langs het te meten oppervlak verloopt. Als u hoeken wilt overbrengen, richt u het meetgereedschap zodanig dat de gewenste hoek als meetwaarde b wordt aangegeven en brengt u de hoek met behulp van de laserpunt op het doeloppervlak over. Opmerking: Houd er bij het overbrengen van hoeken met de laser rekening mee dat de laser 24 mm boven de onderkant van het meetgereedschap naar buiten komt. Nauwkeurigheidscontrole en kalibratie van het meetgereedschap Meetnauwkeurigheid controleren Controleer de nauwkeurigheid van het meetgereedschap altijd vóór kritische metingen, na grote temperatuurveranderingen en na ernstige schokken. Voor het meten van hoeken <45° dient de controle plaats te vinden op een egaal, ongeveer horizontaal oppervlak, voor het meten van hoeken >45° op een egaal, ongeveer verticaal oppervlak. Schakel het meetgereedschap in en leg het op een horizontaal of verticaal vlak. Kies de maateenheid „°” (zie „Maateenheid wisselen”, pagina 53). Wacht 10 seconden en noteer vervolgens de meetwaarde. Draai het meetgereedschap 180° om zijn verticale as. Wacht opnieuw 10 seconden en noteer de tweede meetwaarde. f Kalibreer het meetgereedschap alleen als het verschil tussen beide meetwaarden groter dan 0,1° ist. Kalibreer het meetgereedschap in de positie (verticaal of horizontaal), waarin het verschil van de meetwaarden is vastgesteld. Kalibreren van de horizontale raakvlakken (zie afbeelding E) Het oppervlak waarop u het meetgereedschap legt, mag niet meer dan 5° van het horizontale oppervlak afwijken. Als de afwijking groter is, wordt het kalibreren afgebroken en wordt „---” weergegeven. Schakel het meetgereedschap in en leg het zodanig op het horizontale oppervlak dat de libel 12 naar boven wijst en het display 11 naar u toe is gericht. Wacht 10 seconden. Druk vervolgens gedurende 2 seconden op de kalibratietoets „CAL” 4, tot kort „CAL1” in het display verschijnt. Vervolgens knippert de meetwaarde in het display. Draai het meetgereedschap 180° om de verticale as, zodat de libel nog steeds naar boven wijst, maar het display 11 zich op de van u afgewende zijde bevindt. Wacht 10 seconden. Druk vervolgens opnieuw op de kalibratietoets „CAL” 4. In het display wordt kort „CAL2” weergegeven. Vervolgens verschijnt de meetwaarde (niet meer knipperend) in het display. Het meetgereedschap is nu voor dit raakvlak opnieuw gekalibreerd. In aansluiting daarop moet u het meetgereedschap voor het tegenoverliggende raakvlak kalibreren. Daarvoor draait u het meetgereedschap zodanig om de horizontale as dat de libel 12 naar beneden en het display 11 naar u toe wijst. Leg het meetgereedschap op het horizontale oppervlak. Wacht 10 seconden. Druk vervolgens gedurende 2 seconden op de kalibratietoets „CAL” 4, tot kort „CAL1” in het display verschijnt. Vervolgens knippert de meetwaarde in het display. Draai het meetgereedschap 180° om de verticale as, zodat de libel nog steeds naar onderen wijst, maar het display 11 zich op de van u afgewende zijde bevindt. Wacht 10 seconden. Druk vervolgens opnieuw op de kalibratietoets „CAL” 4. In het display wordt kort „CAL2” weergegeven. Vervolgens verschijnt de meetwaarde (niet meer knipperend) in het display. Het meetgereedschap is nu voor beide horizontale raakvlakken opnieuw gekalibreerd. Opmerking: Als het meetgereedschap bij de stappen en niet wordt gedraaid om de as die op de afbeelding is weergegeven, kan het kalibreren niet worden afgesloten („CAL2” wordt niet in het display weergegeven). 1 618 C00 62X | (27.8.12) Bosch Power Tools OBJ_BUCH-1628-002.book Page 55 Monday, August 27, 2012 12:22 PM Nederlands | 55 Kalibreren van de verticale raakvlakken (zie afbeelding F) Het oppervlak waarop u het meetgereedschap legt, mag niet meer dan 5° van het verticale oppervlak afwijken. Als de afwijking groter is, wordt het kalibreren afgebroken en wordt „---” weergegeven. Schakel het meetgereedschap in en leg het zodanig op het verticale oppervlak dat de libel 13 naar boven wijst en het display 11 naar u toe is gericht. Wacht 10 seconden. Druk vervolgens gedurende 2 seconden op de kalibratietoets „CAL” 4, tot kort „CAL1” in het display verschijnt. Vervolgens knippert de meetwaarde in het display. Draai het meetgereedschap 180° om de verticale as, zodat de libel nog steeds naar boven wijst, maar het display 11 zich op de van u afgewende zijde bevindt. Wacht 10 seconden. Druk vervolgens opnieuw op de kalibratietoets „CAL” 4. In het display wordt kort „CAL2” weergegeven. Vervolgens verschijnt de meetwaarde (niet meer knipperend) in het display. Het meetgereedschap is nu voor dit raakvlak opnieuw gekalibreerd. In aansluiting daarop moet u het meetgereedschap voor het tegenoverliggende raakvlak kalibreren. Daarvoor draait u het meetgereedschap zodanig om de horizontale as dat de libel 13 naar beneden en het display 11 naar u toe wijst. Plaats het meetgereedschap tegen het verticale oppervlak. Wacht 10 seconden. Druk vervolgens gedurende 2 seconden op de kalibratietoets „CAL” 4, tot kort „CAL1” in het display verschijnt. Vervolgens knippert de meetwaarde in het display. Draai het meetgereedschap 180° om de verticale as, zodat de libel nog steeds naar onderen wijst, maar het display 11 zich op de van u afgewende zijde bevindt. Wacht 10 seconden. Druk vervolgens opnieuw op de kalibratietoets „CAL” 4. In het display wordt kort „CAL2” weergegeven. Vervolgens verschijnt de meetwaarde (niet meer knipperend) in het display. Het meetgereedschap is nu voor beide verticale raakvlakken opnieuw gekalibreerd. Opmerking: Als het meetgereedschap bij de stappen en niet wordt gedraaid om de as die op de afbeelding is weergegeven, kan het kalibreren niet worden afgesloten („CAL2” wordt niet in het display weergegeven). Onderhoud en service Onderhoud en reiniging Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde beschermetui. Houd het meetgereedschap altijd schoon. Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen. Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen. Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen. Open het meetgereedschap niet. Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap. Verzend het meetgereedschap in het beschermetui 24 in het geval van een reparatie. Klantenservice en advies Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com De medewerkers van onze klantenservice adviseren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren. Nederland Tel.: +31 (076) 579 54 54 Fax: +31 (076) 579 54 94 E-mail: [email protected] België Tel.: +32 2 588 0589 Fax: +32 2 588 0595 E-mail: [email protected] Afvalverwijdering Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt. Gooi meetgereedschappen, accu’s en batterijen niet bij het huisvuil. Bosch Power Tools 1 618 C00 62X | (27.8.12)
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222

Bosch GIM 60 L Professional Specificatie

Categorie
Meten
Type
Specificatie
Deze handleiding is ook geschikt voor