APRILIA 2010 RXV 550 User And Maintenance Manual

Categorie
Motorfietsen
Type
User And Maintenance Manual
Congratulations on your new RXV .
This innovative motorcycle is designed to provide high performance and great fun under all usage conditions - in other words, with an intent to
revolutionise the concept of enduro motorcycles. Aprilia's first and foremost commitment is to build motorcycles with high technological content, that
are extremely safe to ride and will retain their value over time.
IMPORTANT NOTICE ON VEHICLE USE AND LEGAL WARRANTY
Aprilia RXV motorcycles have been conceived and designed for race-track and off-road competitions. As a result, they meet the rules and class
requirements currently adopted by major international motorcycling associations.
The RXV model has been specifically designed for off-road endurance racing (enduro) and not mainly for motorcrossing. Having the motorcycle serviced
at the recommended intervals as specified in the maintenance charts provided in this manual is critical to avoiding premature wear and severe failures.
To preserve motorcycle performance and avoid severe damage, have the recommended maintenance procedures performed by Authorised Aprilia
Dealers or Service Centres or - at the track - by a qualified mechanic.
The RXV come in a derated version which can be legally used on public roads and is covered by a legal warranty. In order to maintain the warranty,
the recommended maintenance must be performed at the specified intervals by Authorised Aprilia Dealers or Service Centres and each service must
be recorded in the warranty booklet.
Please note that these motorcycles are not suitable for road use. Gear ratios, cooling system, suspension set-up, braking system and engine power
delivery are designed and tuned up for racing, and the operating conditions encountered in competitions differ greatly from those experienced when
riding on public roads.
Below is a short non-exhaustive list of typical operating conditions that may lead to severe engine damage: long stops at traffic lights, motorway trips
with the engine steadily running at maximum rpm, or drafting vehicles.
Any changes or modifications to the motorcycle, especially performance enhancing modifications, will make the motorcycle illegal to ride on public roads
and void the legal warranty. A modified motorcycle may be used for racing in organised races approved by competent authorities.
For your own safety, use only genuine Aprilia parts and accessories. Aprilia disclaims all liabilities for the event non-genuine parts are used and for
resulting damage.
APRILIA WOULD LIKE TO THANK YOU
for choosing one of its products. We have drawn up this booklet to provide a comprehensive overview of your vehicle's quality features. Please read it
carefully before riding the vehicle for the first time. It contains information, tips and precautions for using your vehicle. It also describes features, details
and devices to assure you that you have made the right choice. We believe that if you follow our suggestions, you will soon get to know your new vehicle
well and will use it for a long time at full satisfaction. This booklet is an integral part of the vehicle, and should the vehicle be sold, it must be transferred
to the new owner.
Gefeliciteerd met de aankoop van de nieuwe RXV.
Ed. 03 2008
Het is een motor die de manier van opvatten van enduro motoren radicaal wil veranderen. Het is een innovatief voertuig, en het is in staat hoge prestaties
en plezier in alle gebruiksomstandigheden te garanderen. De primaire doelstelling van Aprilia is dan ook het realiseren van motoren met een hoge
technologische inhoud, die buitengewoon veilig zijn en in staat zijn om mettertijd hun waarde te behouden.
BELANGRIJKE WAARSCHUWINGEN WAT BETREFT HET GEBRUIK VAN HET VOERTUIG EN DE WETTELIJKE GARANTIE
De motoren Aprilia RXV werden geproduceerd, ontworpen en ontwikkeld voor sportief gebruik op een piste of om te crossen. Daarom moeten ze voldoen
aan reglementen en de categorieën die actueel in gebruik zijn door de belangrijkste internationale motorbonden.
Het model RXV werd ontworpen voor lange crosswedstrijden (enduro) en is niet geschikt voor courant gebruik voor motorcross.
Om een voortijdige slijtage en het eventueel stukgaan te vermijden, moeten de vooraf bepaalde handelingen die aangeduid worden in de tabel van het
onderhoud, in deze handleiding, absoluut noodzakelijk gerespecteerd worden. Door het respecteren van de intervals en de handelingen van het
onderhoud, uitgevoerd bij een dealer of erkende garage van Aprilia of bij de wedstrijd door een gekwalificeerd mechanicus, zullen de prestaties van
het voertuig behouden blijven en zal ernstige schade vermeden worden.
De motoren RXV worden niet opgevoerd geleverd, zodat ze in deze versie gehomologeerd zijn voor het gebruik op openbare wegen en gedekt zijn
door de wettelijke garantie op voorwaarde dat de intervals en de handelingen van het onderhoud nauwkeurig gerespecteerd worden, en dat ze uitgevoerd
worden bij een dealer of erkende garage van Aprilia, waar de servicebeurt genoteerd zal worden op het daarvoor bestemde garantieboekje.
Deze voertuigen zijn niet geschikt voor weggebruik: de verhoudingen van de versnellingsbak, de koelinstallatie, de setting van de ophangingen, de
reminstallatie en de kenmerken van de levering van de motor zijn geoptimaliseerd voor sportief gebruik, waar de omstandigheden en het type van
gebruik zeer verschillen van de omstandigheden die zich voordoen op openbare wegen.
Hier volgen enkele voorbeelden, die niet gelden voor alle gevallen, van enkele omstandigheden die de motor ernstig kunnen beschadigen: lang wachten
bij een verkeerslicht, trajecten op snelwegen met de motor steeds aan het maximum toerental of het rijden achter wagens.
Eender welke wijziging of geknoei aan het voertuig, en vooral voor het verhogen van de prestaties van de motor, maken dat het voertuig niet meer
gehomologeerd is voor gebruik op de openbare weg, maar dat het enkel gebruikt mag worden in georganiseerde wedstrijden en met goedkeuring van
de bevoegde instanties. Deze handelingen doen alle rechten op de wettelijke garantie vervallen.
Voor uw veiligheid is het best dat enkel de originele reserveonderdelen en accessoires van Aprilia gebruikt worden. Aprilia kan niet aansprakelijk gesteld
worden voor het gebruik van niet-originele onderdelen en voor de schade die hierdoor veroorzaakt wordt.
APRILIA WIL U BEDANKEN
omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij
raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen
in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen
dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelijk zal wennen aan uw nieuw voertuig,
waar u lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit laatste
moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.
Ed. 03 2008
RXV 450-550
Ed. 03 2008
The instructions in this manual have been prepared to offer mainly a simple and clear guide to its use; This booklet also details routine maintenance
procedures and regular checks that should be carried out on the vehicle at an authorised aprilia Dealer or Workshop. The booklet also contains
instructions for simple repairs. Any operations not specifically described in this booklet require the use of special tools and/or particular technical
knowledge: for these operations, please take your vehicle to an authorised aprilia Dealer or Workshop.
De instructies in deze handleiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zijn voor het gebruik; men vindt eveneens de
handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die uitgevoerd moeten worden op het voertuig, bij een Dealer of Erkende aprilia
Garage. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn
beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen
raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.
4
Personal safety
Failure to completely observe these instructions will
result in serious risk of personal injury.
Persoonlijke veiligheid
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden
opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot ge-
volg hebben.
Safeguarding the environment
Sections marked with this symbol indicate the correct
use of the vehicle to prevent damaging the environ-
ment.
Bescherming van
Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden
zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan-
richt aan de natuur.
Vehicle intactness
The incomplete or non-observance of these regula-
tions leads to the risk of serious damage to the vehicle
and sometimes even the invalidity of the guarantee.
Staat van het voertuig
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden
opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig,
en eventueel het vervallen van deze garantie tot ge-
volg hebben.
The sings above are very important. They are used to
highlight those parts of the booklet that should be read
with particular care. As you can see, each sign con-
sists of a different graphic symbol, making it quick and
easy to locate the various topics. Before starting the
engine, read this manual carefully, particularly the
"SAFE RIDING" section. Your safety as well as other's
does not only depend on the quickness of your reflex-
es and agility, but also on how well you know your
vehicle, its efficiency and your knowledge of the rules
for SAFE RIDING. For your safety, get to know your
vehicle well so as to safely ride and master it in road
traffic IMPORTANT This booklet is an integral part of
the vehicle, and should the vehicle be sold, it must be
transferred to the new owner.
Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze heb-
ben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan
te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u
ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch sym-
bool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen
duidelijk kunnen worden gevonden in de verschillen-
de delen. Vooraleer men de motor start, leest men
aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf
"VEILIG RIJDEN". Uw veiligheid en die van anderen
hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar
ook van de kennis en de efficiëntie van het voertuig,
en van de kennis van de fundamentele regels voor het
VEILIG RIJDEN. We raden daarom aan om vertrouwd
te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en be-
heersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJK
Deze handleiding moet beschouwd worden als inte-
grerend deel van het voertuig, en moet worden over-
handigd bij de verkoop ervan.
5
6
INDEX
INDEX
GENERAL RULES.......................................................................... 9
Carbon monoxide..................................................................... 10
Fuel.......................................................................................... 10
Hot components....................................................................... 11
Coolant..................................................................................... 11
Used engine oil and gearbox oil............................................... 12
Brake and clutch fluid............................................................... 13
Battery hydrogen gas and electrolyte....................................... 14
Reporting of defects that affect safety...................................... 15
VEHICLE......................................................................................... 21
Arrangement of the main components......................................... 23
Dashboard................................................................................... 25
Analog instrument panel.............................................................. 26
Light unit...................................................................................... 26
Digital lcd display......................................................................... 28
Ignition switch........................................................................... 32
Locking the steering wheel....................................................... 32
Horn button.................................................................................. 33
Switch direction indicators........................................................... 33
High/low beam selector............................................................... 34
Start-up button............................................................................. 34
Engine stop switch....................................................................... 35
Manual starter control.................................................................. 36
Opening the saddle.................................................................. 36
Identification................................................................................. 37
USE................................................................................................. 39
Checks......................................................................................... 40
Refuelling..................................................................................... 43
Rear shock absorbers adjustment............................................... 45
Front fork adjustment................................................................... 48
Running in.................................................................................... 51
ALGEMENE NORMEN..................................................................... 9
Koolmonoxide............................................................................. 10
Brandstof.................................................................................... 10
Warme onderdelen..................................................................... 11
Koelvloeistof............................................................................... 11
Gebruikte motorolie en koppelingsolie....................................... 12
Rem- en koppelingsvloeistof...................................................... 13
Elektrolyt en waterstofgas van de accu...................................... 14
Communicatie van de defecten die invloed hebben op de vei-
ligheid......................................................................................... 15
VOERTUING..................................................................................... 21
Plaats van de hoofdcomponenten................................................. 23
Legenda......................................................................................... 25
Analoog instrumentenpaneel......................................................... 26
Groep controlelampjes................................................................... 26
Digitaal display............................................................................... 28
Startschakelaar.......................................................................... 32
Stuurslot vergrendelen............................................................... 32
Drukknop claxon............................................................................ 33
Schakelaar richtingaanwijzers....................................................... 33
Lichtschakelaar.............................................................................. 34
Startknop........................................................................................ 34
Stopschakelaar motor.................................................................... 35
Commando van de manuele starter............................................... 36
Zadel openen............................................................................. 36
Identificatie..................................................................................... 37
GEBRUIK.......................................................................................... 39
Controles........................................................................................ 40
Tanken........................................................................................... 43
Regulering achterdempers............................................................. 45
Regulering voorvorken................................................................... 48
7
Starting up the engine.................................................................. 53
Difficult start up............................................................................ 55
Stopping the engine..................................................................... 57
Stand........................................................................................... 58
Safe driving.................................................................................. 59
Load............................................................................................. 64
MAINTENANCE.............................................................................. 65
Engine oil level............................................................................. 66
Engine oil change..................................................................... 69
Gearbox oil level.......................................................................... 71
Tyres............................................................................................ 74
Spark plug dismantlement........................................................... 76
Removing the air filter.................................................................. 81
Cooling fluid level......................................................................... 83
Checking the brake oil level......................................................... 87
Battery......................................................................................... 96
Fuses........................................................................................... 97
Lamps.......................................................................................... 100
Front light group........................................................................... 100
Headlight adjustment............................................................... 102
Front and rear disc brake............................................................. 103
Periods of inactivity...................................................................... 106
Cleaning the vehicle.................................................................... 108
Transport..................................................................................... 112
Transmission chain...................................................................... 112
Chain backlash check.............................................................. 113
Chain backlash adjustment...................................................... 114
Checking wear of chain, front and rear sprockets.................... 115
Chain lubrication and cleaning................................................. 116
TECHNICAL DATA......................................................................... 119
SPARE PARTS AND ACCESSORIES........................................... 127
Warnings...................................................................................... 128
PROGRAMMED MAINTENANCE.................................................. 129
Scheduled maintenance table..................................................... 130
SPECIAL FITTINGS....................................................................... 153
Inrijden........................................................................................... 51
Starten des motors......................................................................... 53
Moeilijke start................................................................................. 55
Stoppen van de motor.................................................................... 57
Standaard...................................................................................... 58
Veilig rijden.................................................................................... 59
Lading............................................................................................ 64
ONDERHOUD................................................................................... 65
Peil motorolie................................................................................. 66
Vervanging van de motorolie...................................................... 69
Versnellingsbak oliepeil................................................................. 71
Banden........................................................................................... 74
Demonteren van de bougie............................................................ 76
Demonteren van het luchtfilter....................................................... 81
Peil koelvloeistof............................................................................ 83
Controle van het oliepeil van de remmen...................................... 87
Accu............................................................................................... 96
Zekeringen..................................................................................... 97
Lampjes......................................................................................... 100
Koplampset.................................................................................... 100
Afstellen van de koplamp........................................................... 102
Schijfrem voor en achter................................................................ 103
Stilstand van het voertuig............................................................... 106
Reinigen van het voertuig.............................................................. 108
Vervoer.......................................................................................... 112
Transmissieketting......................................................................... 112
Controle van de speling van de ketting...................................... 113
Regeling van de speling van de ketting...................................... 114
Controle van het gebruik van de ketting, het tandrad en kroon
................................................................................................... 115
Smering en reiniging van de ketting........................................... 116
TECHNISCHE GEGEVENS.............................................................. 119
ONDERDELEN EN ACCESSOIRES................................................ 127
Waarschuwingen........................................................................... 128
GEPLAND ONDERHOUD................................................................ 129
Tabel gepland onderhoud.............................................................. 130
SPECIALE UITRUSTINGEN............................................................. 153
8
RXV 450-550
Chap. 01
General rules
Hst. 01
Algemene normen
9
Carbon monoxide
If you need to keep the engine running in
order to perform a procedure, please en-
sure that you do so in an open or very well
ventilated area. Never let the engine run
in an enclosed area. If you do work in an
enclosed area, make sure to use a
smoke-extraction system.
CAUTION
EXHAUST EMISSIONS CONTAIN
CARBON MONOXIDE, A POISONOUS
GAS WHICH CAN CAUSE LOSS OF
CONSCIOUSNESS AND EVEN
DEATH.
Koolmonoxide
Wanneer het nodig is om de motor te
doen werken om een handeling uit te
voeren, controleert men of dit in een open
ruimte of in een goed geventileerd lokaal
gebeurt. Laat de motor nooit werken in
een gesloten ruimte. Wanneer men in
een gesloten ruimte werkt, gebruikt men
een evacuatiesysteem voor de uitlaat-
gassen.
LET OP
DE UITLAATGASSEN BEVATTEN
KOOLMONOXIDE, EEN GIFTIG GAS
DAT BEWUSTELOOSHEID EN OOK
DE DOOD KAN VEROORZAKEN.
Fuel
CAUTION
FUEL USED TO POWER INTERNAL
COMBUSTION ENGINES IS HIGHLY
FLAMMABLE AND CAN BECOME EX-
PLOSIVE UNDER SPECIFIC CONDI-
TIONS. IT IS THEREFORE RECOM-
MENDED TO CARRY OUT REFUEL-
LING AND MAINTENANCE PROCE-
DURES IN A VENTILATED AREA WITH
THE ENGINE SWITCHED OFF. DO
NOT SMOKE DURING REFUELLING
Brandstof
LET OP
DE BRANDSTOF DIE WORDT GE-
BRUIKT VOOR DE AANDRIJVING VAN
DE ONTPLOFFINGSMOTOR IS UI-
TERST BRANDBAAR EN KAN EXPLO-
SIEF WORDEN IN BEPAALDE OM-
STANDIGHEDEN. VOER HET TANKEN
EN DE ONDERHOUDSHANDELINGEN
UIT IN EEN GEVENTILEERDE ZONE
EN MET DE MOTOR UIT. ROOK NIET
TIJDENS HET TANKEN EN IN DE NA-
10
1 General rules / 1 Algemene normen
AND NEAR FUEL VAPOURS, AVOID-
ING ANY CONTACT WITH NAKED
FLAMES, SPARKS OR OTHER SOUR-
CES WHICH MAY CAUSE THEM TO
IGNITE OR EXPLODE.
DO NOT DISPERSE FUEL IN THE EN-
VIRONMENT.
KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-
DREN
BIJHEID VAN BRANDSTOFDAMPEN,
EN VERMIJDT ABSOLUUT CONTACT
MET VRIJE VLAMMEN, VONKEN EN
EENDER WELKE ANDER BRON DIE
HET VLAM VATTEN OF EXPLODEREN
ERVAN KAN VEROORZAKEN.
LOOS DE BRANDSTOF NIET IN HET
MILIEU.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN
Hot components
The engine and the exhaust system com-
ponents get very hot and remain in this
condition for a certain time interval after
the engine has been switched off. Before
handling these components, make sure
that you are wearing insulating gloves or
wait until the engine and the exhaust sys-
tem have cooled down.
Warme onderdelen
De motor en de onderelen van de uitlaat-
installatie worden zeer warm en blijven
warm voor een zekere periode, ook nadat
de motor wordt uitgezet. Vooraleer men
deze onderdelen hanteert, draagt men
isolerende handschoenen, of wacht men
tot de motor en de uitlaatinstallatie zijn
afgekoeld.
Coolant
The coolant contains ethylene glycol
which, under certain conditions, can be-
come flammable. When ethylene glycol
burns, it produces an invisible flame
which can nevertheless cause burns.
CAUTION
PAY ATTENTION NOT TO POUR
COOLANT ON HOT ENGINE OR EX-
Koelvloeistof
De koelvloeistof bevat ethyleenglycol,
wat in sommige omstandigheden ont-
vlambaar is. Wanneer het brandt, produ-
ceert ethylglycol onzichtbare vlammen,
die toch brandwonden veroorzaken.
LET OP
LET OP OM GEEN KOELVLOEISTOF
TE MORSEN OP DE HETE DELEN VAN
11
1 General rules / 1 Algemene normen
HAUST SYSTEM COMPONENTS; IT
MAY CATCH FIRE PRODUCING INVIS-
IBLE FLAMES. IT IS ADVISABLE TO
WEAR LATEX GLOVES WHEN SERV-
ICING THE VEHICLE. EVEN IF IT IS
TOXIC, THE COOLANT HAS A SWEET
FLAVOUR WHICH MAKES IT VERY
ATTRACTIVE TO ANIMALS. NEVER
LEAVE THE COOLANT IN OPEN CON-
TAINERS IN AREAS ACCESSIBLE TO
ANIMALS AS THEY MAY DRINK IT.
KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-
DREN
DO NOT REMOVE THE RADIATOR
CAP WHEN THE ENGINE IS STILL
HOT. THE COOLANT IS UNDER PRES-
SURE AND MAY CAUSE BURNS.
DE MOTOR EN DE UITLAATINSTAL-
LATIE; DEZE ZOU BRAND KUNNEN
VATTEN MET ONZICHTBARE VLAM-
MEN. BIJ ONDERHOUDSHANDELIN-
GEN RAADT MEN AAN OM LATEX
HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.
DE KOELVLOEISTOF IS GIFTIG,
MAAR HEEFT TOCHT EEN ZOETE
SMAAK, WAT HET UITERST AAN-
TREKKELIJK MAAKT VOOR DIEREN.
LAAT DE KOELVLOEISTOF NOOIT IN
GEOPENDE VERPAKKINGEN OF IN
POSITIES DIE BEREIKBAAR ZIJN
VOOR DIEREN, DIE ER ZOUDEN VAN
KUNNEN DRINKEN.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN
VERWIJDER DE RADIATORDOP NIET
WANNEER DE MOTOR NOG WARM
STAAT. DE KOELVLOEISTOF STAAT
ONDER DRUK, EN ZOU BRANDWON-
DEN KUNNEN VEROORZAKEN.
Used engine oil and gearbox
oil
CAUTION
IT IS ADVISABLE TO WEAR LATEX
GLOVES WHEN SERVICING THE VE-
HICLE.
ENGINE OR TRANSMISSION OIL MAY
CAUSE SERIOUS INJURIES TO THE
Gebruikte motorolie en
koppelingsolie
LET OP
BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN
RAADT MEN AAN OM LATEX HAND-
SCHOENEN TE GEBRUIKEN.
DE OLIE VAN DE MOTOR OF DE VER-
SNELLINGSBAK KAN ERNSTIGE
12
1 General rules / 1 Algemene normen
SKIN IF HANDLED FOR PROLONGED
PERIODS OF TIME AND ON A REGU-
LAR BASIS.
WASH YOUR HANDS CAREFULLY
AFTER HANDLING OIL.
HAND THE OIL OVER TO OR HAVE IT
COLLECTED BY THE NEAREST USED
OIL RECYCLING COMPANY OR THE
SUPPLIER.
DO NOT DISPOSE OF OIL IN THE EN-
VIRONMENT
KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-
DREN
SCHADE VEROORZAKEN AAN DE
HUID, WANNEER HET LANG EN DA-
GELIJKS WORDT GEBRUIKT.
MEN RAADT AAN OM DE HANDEN
ZORGVULDIG TE WASSEN NA HET
HANTEREN VAN OLIE.
BEZORG ZE AAN OF LAAT ZE OPHA-
LEN DOOR HET DICHTSTBIJZIJNDE
RECYCLEBEDRIJF VAN GEBRUIKTE
OLIES, OF DE LEVERANCIER.
LOOS DE OLIE NIET IN HET MILIEU.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN
Brake and clutch fluid
THE BRAKE FLUID MAY DAMAGE
PAINTED, PVC OR RUBBER SURFA-
CES. WHEN SERVICING THE BRAK-
ING SYSTEM PROTECT THESE COM-
PONENTS WITH A CLEAN CLOTH.
ALWAYS WEAR PROTECTIVE GOG-
GLES WHEN SERVICING THE BRAK-
ING SYSTEM. THE BRAKE FLUID IS
EXTREMELY DANGEROUS TO THE
EYES. IN THE EVENT OF ACCIDEN-
TAL CONTACT WITH THE EYES,
RINSE THEM IMMEDIATELY WITH
ABUNDANT COLD, CLEAN WATER
AND SEEK MEDICAL ADVICE.
Rem- en koppelingsvloeistof
DE REMVLOEISTOF KAN GELAKTE,
PLASTIC OF RUBBEREN OPPER-
VLAKKEN BESCHADIGEN. WAN-
NEER MEN HET ONDERHOUD VAN
DE REMINSTALLATIE UITVOERT, BE-
SCHERMT MEN DEZE ONDERDELEN
MET EEN REIN DOEK. DRAAG
STEEDS EEN BESCHERMENDE BRIL
WANNEER MEN ONDERHOUD UIT-
VOERT OP DE REMINSTALLATIE. DE
REMVLOEISTOF IS UITERST SCHA-
DELIJK VOOR DE OGEN. IN GEVAL
VAN TOEVALLIG CONTACT MET DE
OGEN, SPOELT MEN ONMIDDELLIJK
MET OVERVLOEDIG KOUD EN REIN
13
1 General rules / 1 Algemene normen
KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-
DREN
WATER, EN RAADPLEEGT MEN ON-
MIDDELLIJK EEN ARTS.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN
Battery hydrogen gas and
electrolyte
CAUTION
THE BATTERY ELECTROLYTE IS
TOXIC, CORROSIVE AND AS IT CON-
TAINS SULPHURIC ACID, IT CAN
CAUSE BURNS WHEN IN CONTACT
WITH THE SKIN. WHEN HANDLING
BATTERY ELECTROLYTE, WEAR
TIGHT-FITTING GLOVES AND PRO-
TECTIVE APPAREL. IF THE ELEC-
TROLYTIC FLUID COMES INTO CON-
TACT WITH THE SKIN, RINSE WELL
WITH ABUNDANT FRESH WATER. IT
IS PARTICULARLY IMPORTANT TO
PROTECT THE EYES BECAUSE EVEN
TINY AMOUNTS OF BATTERY ACID
MAY CAUSE BLINDNESS. IF THE FLU-
ID GETS INTO CONTACT WITH YOUR
EYES, WASH WITH ABUNDANT WA-
TER FOR FIFTEEN MINUTES AND
CONSULT AN EYE SPECIALIST IMME-
DIATELY. IF THE FLUID IS ACCIDEN-
TALLY SWALLOWED, DRINK LARGE
QUANTITIES OF WATER OR MILK,
FOLLOWED BY MILK OF MAGNESIA
OR VEGETABLE OIL AND SEEK MED-
Elektrolyt en waterstofgas van
de accu
LET OP
DE ELEKTROLYT VAN DE ACCU IS
GIFTIG EN BIJTEND, EN IN CONTACT
MET DE HUID KAN HET BRANDWON-
DEN VOORZAKEN OMDAT HET ZWA-
VELZUUR BEVAT. DRAAG GOED
NAUWSLUITENDE HANDSCHOENEN
EN BESCHERMENDE KLEDING WAN-
NEER MEN HET ELEKTROLYT VAN
DE ACCU HANTEERT. WANNEER DE
ELEKTROLYTVLOEISTOF IN CON-
TACT ZOU KOMEN MET DE HUID,
MOET MEN OVERVLOEDIG WASSEN
MET KOUD WATER. HET IS ZEER BE-
LANGRIJK OM DE OGEN TE BE-
SCHERMEN, OMDAT OOK EEN ZEER
KLEINE HOEVEELHEID ZUUR VAN DE
ACCU BLINDHEID KAN VEROORZA-
KEN WANNEER HET IN CONTACT
ZOU KOMEN MET DE OGEN, MOET
MEN OVERVLOEDIG WASSEN MET
WATER VOOR ONGEVEER VIJFTIEN
MINUTEN, EN ONMIDDELLIJK EEN
OOGARTS RAADPLEGEN. WANNEER
HET TOEVALLIG ZOU WORDEN INGE-
14
1 General rules / 1 Algemene normen
ICAL ADVICE IMMEDIATELY. THE
BATTERY RELEASES EXPLOSIVE
GASES; KEEP IT AWAY FROM
FLAMES, SPARKS, CIGARETTES OR
ANY OTHER HEAT SOURCES. EN-
SURE ADEQUATE VENTILATION
WHEN SERVICING OR RECHARGING
THE BATTERY.
KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-
DREN
BATTERY LIQUID IS CORROSIVE. DO
NOT POUR IT OR SPILL IT, PARTICU-
LARLY ON PLASTIC COMPONENTS.
ENSURE THAT THE ELECTROLYTIC
ACID IS COMPATIBLE WITH THE BAT-
TERY TO BE ACTIVATED.
SLIKT, MOET MEN VEEL WATER OF
MELK DRINKEN, DAARNA MAGNE-
SIUMMELK OF VEGETALE OLIE
DRINKEN, EN ONMIDDELLIJK EEN
ARTS RAADPLEGEN. DE ACCU VER-
SPREIDT EXPLOSIEVE GASSEN, EN
HET MOET DUS UIT DE BUURT WOR-
DEN GEHOUDEN VAN VLAMMEN,
VONKEN, SIGARETTEN EN EENDER
WELKE ANDERE WARMTEBRON.
VOORZIE EEN GEPASTE VERLUCH-
TING WANNEER MEN ONDERHOUD
OF HET OPLADEN VAN DE ACCU UIT-
VOERT.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN
DE VLOEISTOF VAN DE ACCU IS
CORROSIEF. GIET ZE NIET UIT EN
VERSPREIDT ZE NIET, VOORAL NIET
OP DE PLASTIC DELEN. CONTRO-
LEER OF HET ELEKTROLYTZUUR
SPECIFIEK VOOR DE TE ACTIVEREN
ACCU IS.
Reporting of defects that
affect safety
GENERAL PRECAUTIONS AND IN-
FORMATION
When repairing, dismantling and reas-
sembling the vehicle follow the recom-
mendations reported below carefully.
Communicatie van de
defecten die invloed hebben
op de veiligheid
ALGEMENE VOORZORGSMAATRE-
GELEN EN INFORMATIE
Wanneer men de herstelling, de demon-
tage en hermontage van het voertuig uit-
voert, moet men zich nauwgezet aan het
volgende advies houden.
15
1 General rules / 1 Algemene normen
BEFORE DISASSEMBLING COMPO-
NENTS
Before dismantling compo-
nents, remove dirt, mud, dust
and foreign bodies from the ve-
hicle. Use the special tools de-
signed for this bike, as required.
COMPONENTS REMOVAL
Do not loosen and/or tighten
screws and nuts using pliers or
other tools other than the espe-
cially designed wrench.
Mark positions on all connection
joints (pipes, cables, etc.) before
separating them, and identify
them with distinctive symbols.
Each component needs to be
clearly marked in order to be
identified during assembly.
Clean and wash the removed
components carefully using a
low-flammability detergent.
Keep coupled parts together
since they have "adjusted" to
each other due to normal wear
and tear.
Some components must be
used together or replaced alto-
gether.
Keep away from heat sources.
VÓÓR DE DEMONTAGE VAN DE ON-
DERDELEN
Verwijder vuil, modder, stof en
vreemde voorwerpen van het
voertuig, vooraleer men de de-
montage van de onderdelen uit-
voert. Gebruik, waar voorzien,
de speciale gereedschappen
die voor dit voertuig ontworpen
werden.
DEMONTAGE VAN DE ONDERDELEN
Los en/of sluit de bouten en de
moeren niet door gebruik te ma-
ken van tangen of andere ge-
reedschappen, maar gebruik
steeds de speciale sleutel.
Merk de posities op alle verbin-
dingskoppelingen (buizen, ka-
bels, enz.) vooraleer men ze
scheidt, en identificeer ze met
verschillende onderscheidende
tekens.
Elk stuk moet duidelijk gemerkt
worden, zodat het tijdens de fa-
se van de installatie geïdentifi-
ceerd kan worden.
Reinig en was de gedemonteer-
de onderdelen zorgvuldig met
een reinigingsmiddel met lage
ontvlambaarheidsgraad.
Hou de onderling gekoppelde
delen bij elkaar, omdat het ene
bij het andere "past" als gevolg
van de normale slijtage.
Sommige onderdelen moeten
samen gebruikt worden of volle-
dig vervangen worden.
16
1 General rules / 1 Algemene normen
Hou ze ver weg van warmte-
bronnen.
REASSEMBLING COMPONENTS
CAUTION
BEARINGS MUST BE ABLE TO RO-
TATE FREELY, WITHOUT JAMMING
AND/OR NOISE, OTHERWISE THEY
NEED REPLACING.
HERMONTAGE VAN DE ONDERDE-
LEN
LET OP
DE KUSSENTJES MOETEN VRIJ
DRAAIEN, ZONDER WRIJVINGEN EN/
OF LAWAAI, ANDERS MOETEN ZE
VERVANGEN WORDEN.
Only use ORIGINAL APRILIA
SPARE PARTS.
Comply with lubricant and con-
sumables usage guidelines.
Lubricate parts (whenever pos-
sible) before reassembling
them.
When tightening nuts and
screws, start from the ones with
the largest section or from the
internal ones, moving diagonal-
ly. Tighten nuts and screws in
successive steps before apply-
ing the tightening torque.
Always replace self-locking
nuts, washers, sealing rings, cir-
clips, O-rings, split pins and
screws with new ones if their
tread is damaged.
When fitting bearings, make
sure to lubricate them well.
Check that each component is
fitted correctly.
After a repair or routine mainte-
nance procedure, carry out pre-
Gebruik enkel ORIGINELE RE-
SERVEONDERDELEN van
aprilia.
Gebruik de aanbevolen smeer-
middelen en verbruiksmateria-
len.
Smeer de delen (wanneer mo-
gelijk) vooraleer men ze mon-
teert.
Bij het sluiten van de bouten en
de moeren, begint men met die-
gene met de grootste diameter
of met de interne, door diago-
naal te werken. Voer het sluiten
uit met opeenvolgende passa-
ges, vooraleer men het sluitkop-
pel toepast.
Vervang steeds de zelfblokke-
rende moeren, de pakkingen, de
dichtingsringen, de elastische
ringen, de O-ringen (OR), de
splitpennen en de bouten met
andere nieuwe, wanneer ze
schade aan de schroefdraad
vertonen.
17
1 General rules / 1 Algemene normen
ride checks and test the vehicle
on private grounds or in an area
with low traffic density.
Clean all junction surfaces, oil
guard rims and washers before
refitting them. Smear a light lay-
er of lithium-based grease on
the oil guard rims. Reassemble
the oil guard and the bearings
with the brand or lot number fac-
ing outward (visible side).
Wanneer men de kussentjes
monteert, smeert men ze over-
vloedig.
Controleer of elk onderdeel cor-
rect gemonteerd is.
Na een herstellingshandeling of
periodiek onderhoud, voert men
de voorafgaande controles uit
en test men het voertuig in een
privé-zone of in een zone met
weinig verkeer.
Reinig alle koppelingsvlakken,
de randen van de oliekeerringen
en de pakkingen vóór de her-
montage. Breng een laagje vet
op basis van lithium aan op de
randen van de oliekeerringen.
Hermonteer de oliekeerringen
en de kussentjes met het merk
of het fabricatienummer naar de
buitenkant gericht (zichtbare
kant).
ELECTRIC CONNECTORS
Electric connectors must be disconnec-
ted as described below as non-compli-
ance with the procedure so described
causes irreparable damage to both the
connector and the cable harness:
Press the relevant safety hooks, if any.
Grip the two connectors and dis-
connect them by pulling them in
opposite directions.
If there are signs of dirt, rust, hu-
midity, etc., clean the connector
ELEKTRISCHE CONNECTORS
De elektrische connectors moeten als
volgt worden losgemaakt, het niet res-
pecteren van deze procedure leidt tot on-
herstelbare schade aan de connector en
aan de bekabeling:
Indien aanwezig, drukt men op de speci-
ale veiligheidskoppelingen.
Grijp de twee connectors vast
en verwijder ze, door de ene van
de andere in de tegenoverge-
stelde richting te trekken.
18
1 General rules / 1 Algemene normen
internal parts carefully using a
pressurised air jet.
Make sure that the cables are
correctly linked to the connector
internal terminal ends.
Then insert the two connectors
making sure that they couple
correctly (if the relevant hooks
are provided, you will hear them
"click" into place).
CAUTION
TO DISCONNECT THE TWO CONNEC-
TORS, DO NOT PULL THE CABLES.
NOTE
THE TWO CONNECTORS CONNECT
ONLY FROM ONE SIDE: CONNECT
THEM THE RIGHT WAY ROUND.
In aanwezigheid van vuil, roest,
vochtigheid, enz, reinigt men
zorgvuldig de binnenkant van de
connector, door gebruik te ma-
ken van een persluchtstraal.
Controleer of de kabels correct
vastgeklemd zijn aan de interne
terminals van de connectors.
Plaats vervolgens de twee con-
nectors, en controleer de cor-
recte koppeling (wanneer te-
genovergestelde koppelingen
aanwezig zijn, hoort men een ty-
pische "klik").
LET OP
TREK NIET AAN DE KABELS OM DE
TWEE CONNECTORS LOS TE MA-
KEN.
N.B.
DE TWEE CONNECTORS HEBBEN
SLECHTS ÉÉN PLAATSINGSZIN,
PLAATS ZE IN DE JUISTE ZIN OP DE
KOPPELING.
TIGHTENING TORQUE
CAUTION
DO NOT FORGET THAT THE TIGHT-
ENING TORQUE OF ALL FASTENING
ELEMENTS ON WHEELS, BRAKES,
WHEEL SPINDLES AND OTHER SUS-
PENSION COMPONENTS PLAY A KEY
ROLE IN ENSURING THE VEHICLE'S
SAFETY AND MUST COMPLY WITH
SPECIFIED VALUES. CHECK THE
SLUITKOPPELS
LET OP
VERGEET NIET DAT DE SLUITKOP-
PELS VAN ALLE BEVESTIGINGSELE-
MENTEN OP WIELEN, REMMEN,
WIELPINNEN EN ANDERE ONDERDE-
LEN VAN DE OPHANGINGEN EEN
FUNDAMENTELE ROL SPELEN VOOR
HET GARANDEREN VAN DE VEILIG-
HEID VAN HET VOERTUIG, EN DAT ZE
19
1 General rules / 1 Algemene normen
TIGHTENING TORQUE OF FASTEN-
ING PARTS ON A REGULAR BASIS
AND ALWAYS USE A TORQUE
WRENCH TO REASSEMBLE THESE
COMPONENTS. FAILURE TO COM-
PLY WITH THESE RECOMMENDA-
TIONS MAY CAUSE ONE OF THESE
COMPONENTS TO GET LOOSE AND
EVEN DETACHED, THUS BLOCKING
A WHEEL, OR OTHERWISE COMPRO-
MISE VEHICLE HANDLING. THIS CAN
LEAD TO FALLS, WITH THE RISK OF
SERIOUS INJURY OR DEATH.
AAN DE VOORGESCHREVEN WAAR-
DEN MOETEN GEHOUDEN WORDEN.
CONTROLEER REGELMATIG DE
SLUITKOPPELS VAN DE BEVESTI-
GINGSELEMENTEN, EN GEBRUIK
STEEDS EEN DYNAMOMETRISCHE
SLEUTEL WANNEER MEN ZE HER-
MONTEERT. WANNEER MEN DEZE
WAARSCHUWINGEN NIET RESPEC-
TEERT, ZOU ÉÉN VAN DEZE ELEMEN-
TEN KUNNEN LOSSEN EN LOSKO-
MEN, DOOR EEN WIEL TE GAAN
BLOKKEREN, OF DOOR ANDERE
PROBLEMEN TE VEROORZAKEN DIE
DE MANOEUVREERBAARHEID ZOU
KUNNEN SCHADEN, WAARDOOR
MEN KAN VALLEN MET HET RISICO
OP ERNSTIGE LETSELS OF DE
DOOD.
20
1 General rules / 1 Algemene normen
RXV 450-550
Chap. 02
Vehicle
Hst. 02
Voertuing
21
02_01
22
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_02
Arrangement of the main
components (02_01, 02_02)
KEY - Left side
1. Left coolant radiator
2. Left rear-view mirror
3. Fuel tank cap
4. Fuel tank
5. Battery
6. Saddle
7. Rear light
8. Rear fork
Plaats van de
hoofdcomponenten (02_01,
02_02)
LEGENDE linker kant
1. Linker radiator koelvloeistof
2. Linker achteruitkijkspiegeltje
3. Dop van de brandstoftank
4. Brandstoftank
5. Accu
6. Zadel
23
2 Vehicle / 2 Voertuing
9. Drive chain
10. Rear left fairing
11. Side stand
12. Driver's left footrest
13. Gear control lever
14. Main fuse holder (30A)
15. Front left fairing
7. Achterlicht
8. Achtervork
9. Transmissieketting
10. Linker zijplaatje achteraan
11. Laterale standaard
12. Linker voetensteun van de be-
stuurder
13. Commandohendel van de ver-
snellingsbak
14. Hoofdzekeringenhouder (30A)
15. Linker zijplaatje vooraan
KEY Right side
1. Front right fairing
2. Right coolant radiator
3. Coolant expansion tank cap
4. Right rear-view mirror
5. Air filter housing
6. Auxiliary fuse box
7. Rear right fairing
8. Pump with rear brake fluid reser-
voir
9. Driver's right footrest
10. Rear brake control lever
LEGENDE rechter kant
1. Rechter zijplaatje vooraan
2. Rechter radiator koelvloeistof
3. Dop van het expansievat van de
koelvloeistof
4. Rechter achteruitkijkspiegel
5. Luchtfilterdoos
6. Secundaire zekeringdoos
7. Rechter zijplaatje achteraan
8. Pomp met vloeistoftank van de
achterrem
9. Rechter voetensteun van de be-
stuurder
10. Commandohendel van de achter-
rem
24
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_03
Dashboard (02_03)
KEY
1. Left rear-view mirror
2. Clutch control lever
3. Instruments and gauges
4. Ignition switch (ON-OFF)
5. Front brake lever
6. Right rear-view mirror
7. Throttle grip
Legenda (02_03)
Legende
1. Linker achteruitkijkspiegel
2. Commandohendel van de koppe-
ling
3. Instrumenten en indicatoren
4. Ontstekingsschakelaar (ON-OFF)
5. Hendel van de voorrem
6. Rechter achteruitkijkspiegel
7. Gashandvat
25
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_04
Analog instrument panel
(02_04)
KEY
1. SCROLL button
2. Neutral gear warning light
(green)
3. Engine oil pressure warning
light (red)
4. Multifunctional digital display.
5. Low fuel warning light (orange)
6. High-beam warning light (blue)
7. Turn indicator warning light
(green)
Analoog instrumentenpaneel
(02_04)
Legende
1. SCROLL knop
2. Controlelamp van de versnelling
in vrij (groen)
3. Controlelamp van de druk van
de motorolie (rood)
4. Digitaal multifunctioneel display
5. Controlelamp van de brandstof-
reserve (oranje)
6. Controlelamp van het groot licht
(blauw)
7. Controlelamp van de richting-
aanwijzers (groen)
Light unit
Turn indicator warning light
Flashes when the turning indication is ac-
tivated
Groep controlelampjes
Controlelamp van de richtingaanwij-
zers
Deze knippert wanneer het signaal in
functie is
High-beam warning light
Comes on when the high beam light is
activated or the high beam light is flash-
ed.
Controlelamp van het groot licht
Deze licht op wanneer de lampen van de
grote lichten geactiveerd zijn, of wanneer
men de knippering van de grote lichten
activeert.
Low fuel warning light Controlelamp van de brandstofreser-
ve
26
2 Vehicle / 2 Voertuing
Comes on when 2.2 ± 1 l (4 ± 1.8 in) of
fuel are left in the fuel tank.
CAUTION
AVOID DEPLETING THE FUEL RE-
SERVE AT ALL COSTS, OR YOU WILL
DAMAGE THE FUEL PUMP.
Deze licht op wanneer in de brandstof-
tank een hoevelheid brandstof overblijft
van 2,2 ± 1 liter (4 ± 1.8 in).
LET OP
VERMIJDT ABSOLUUT OM ZONDER
BRANDSTOFRESERVE TE VALLEN,
OMDAT ZO DE BRANDSTOFPOMP
WORDT BESCHADIGD.
Neutral gear switch warning light
Comes on when neutral is selected.
Controlelamp van de versnelling in vrij
Deze licht op wanneer de versnellings-
bak zich in de vrijpositie bevindt.
Engine oil pressure warning light
It comes on when the ignition switch is set
to ON and the engine in not switched on
and performs the warning light activation
test. If the warning light does not come on
at this stage, contact an Official aprilia
Dealer.
CAUTION
IF THE ENGINE OIL PRESSURE
WARNING LIGHT «3» STAYS ON AF-
TER START-UP OR COMES ON DUR-
ING THE ENGINE'S NORMAL OPERA-
TION, THIS MEANS THAT THE
ENGINE OIL PRESSURE IN THE CIR-
CUIT IS TOO LOW. IN THIS EVENT,
Controlelamp van de oliedruk van de
motor
Deze licht op, elke keer men de ontste-
kingsschakelaar in ON plaatst, en de mo-
tor staat niet aan, door op deze manier
een werkingstest van de controlelamp uit
te voeren. Wanneer de controlelamp tij-
dens deze fase niet oplicht, wendt men
zich tot een Officiële aprilia Dealer.
LET OP
WANNEER DE CONTROLELAMP VAN
DE DRUK VAN DE MOTOROLIE «3»
AANBLIJFT NA DE START, OF ZE
LICHT OP TIJDENS DE NORMALE
WERKING VAN DE MOTOR, IS DE
27
2 Vehicle / 2 Voertuing
STOP THE ENGINE AT ONCE AND
CONTACT AN OFFICIAL APRILIA
DEALER.
DRUK VAN DE MOTOROLIE IN HET
CIRCUIT ONVOLDOENDE. IN DIT GE-
VAL LEGT MEN ONMIDDELLIJK DE
MOTOR STIL, EN WENDT MEN ZICH
TOT EEN OFFICIËLE APRILIA DEA-
LER.
Multifunctional digital display
Speedometer (km/h - MPH) Displays
driving speed in three digits and in real
time.
Odometer km/mi Displays the partial or
total number of kilometres/miles covered
Digitaal multifunctioneel display
Snelheidsmeter (km/h - MPH) Visuali-
seert de onmiddellijke rijsnelheid op 3
cijfers.
Kilometerteller / Mijlenteller Visuali-
seert het partieel of totaal aantal afgeleg-
de kilometers of mijlen
02_05
Digital lcd display (02_05,
02_06, 02_07, 02_08, 02_09,
02_10, 02_11, 02_12, 02_13,
02_14, 02_15)
Each time the instrument panel turns on,
there is a 2-second check for the display
and all warning lights; afterwards, the in-
strument panel shows the last function
set.
Each time the SCROLL button is press-
ed, the functions are displayed in the fol-
lowing sequence:
Digitaal display (02_05, 02_06,
02_07, 02_08, 02_09, 02_10,
02_11, 02_12, 02_13, 02_14,
02_15)
Bij elke aanschakeling van het bedie-
ningspaneel volgt een check van 2 se-
conden van het display en de controle-
lampen, en vervolgens geeft het
dashboard de laatst ingestelde functie
weer.
Bij elke druk op de SCROLL knop volgen
de volgende functies elkaar op:
SPEED - ODO
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
SPEED - ODO
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
28
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_06
02_07
02_08
The number of kilometres or miles cov-
ered, according to the setting, is shown
on the right side of the display.
Rechts op het display wordt de afgelegde
afstand weergegeven in km of miles, af-
hankelijk van de instelling.
SPEED - H
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
The hours of engine operation are shown
on the right side of the display.
SPEED - H
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
Rechts op het display worden de wer-
kingsuren van de motor weergegeven.
SPEED - CLK
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
The time is shown on the right side of the
display.
CLOCK SETTING
The hours increase if you hold down the
SCROLL button for at least 3 seconds.
The minutes increase once the button is
released after 3 seconds.
SPEED - CLK
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt het uur weer-
gegeven.
INSTELLING VAN DE KLOK
Wanneer de SCROLL knop voor min-
stens 3 seconden wordt ingedrukt, zal de
waarde van de uren vergroten. Wanneer
de knop na 3 seconden wordt losgelaten,
zal de waarde van de minuten vergroten.
SPEED - TRIP 1
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
SPEED - TRIP 1
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
29
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_09
02_10
02_11
The number of kilometres or miles parti-
ally covered, according to the setting, is
shown on the right side of the display.
Rechts op het display wordt de partieel
afgelegde afstand weergegeven in km of
miles, afhankelijk van de instelling.
SPEED - STP 1
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
A chronometer is shown on the right side
of the display.
Hold down the SCROLL button for at
least 3 seconds to activate this function
1st activation - start
2nd activation - stop
3rd activation - reset
SPEED - STP 1
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt een chrono-
meter weergegeven.
Om deze functie te activeren, moet de
SCROLL knop voor minstens 3 secon-
den ingedrukt worden
1° activering - start
2° activering - stop
3° activering - nulstelling
SPEED - AVS 1
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
The average speed is shown on the right
side of the display. This information is
generated when TRIP 1 is activated.
SPEED - AVS 1
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt de gemid-
delde snelheid weergegeven. Dit gege-
ven wordt gegenereerd door de active-
ring van TRIP 1.
SPEED - Max speed
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
SPEED - V max
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
30
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_12
02_13
02_14
The maximum speed in the current unit
of measurement is shown on the right
side of the display.
Hold down the SCROLL button for at
least 3 seconds to reset this function.
Rechts op het display wordt de maximum
snelheid weergegeven in de huidige
meeteenheid.
Om deze functie op nul te stellen, moet
voor minstens 3 seconden op de
SCROLL knop gedrukt worden.
SPEED - TRIP 2
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
The number of kilometres or miles parti-
ally covered, according to the setting, is
shown on the right side of the display.
Hold down the SCROLL button for at
least 3 seconds to reset this function.
SPEED - TRIP 2
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt de partieel
afgelegde afstand weergegeven in km of
miles, afhankelijk van de instelling.
Om deze functie op nul te stellen, moet
voor minstens 3 seconden op de
SCROLL knop gedrukt worden.
SPEED - RPM
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
The numbers for engine revolutions per
minute are shown on the right side of the
display.
SPEED - RPM
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt het toerental
per minuut van de motor weergegeven.
UNIT OF MEASUREMENT CONVER-
SION
Start the vehicle while holding down the
SCROLL button until the "km/h" symbol
is displayed.
OMZETTING VAN DE MEETEENHEID
Schakel het voertuig aan en hou de
SCROLL knop ingedrukt tot het symbool
"km/h" verschijnt.
De symbolen "Km/h" en "Mph Miles" zul-
len afwisselend weergegeven worden.
31
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_15
The "Km/h" and "Mph Miles" symbols will
be shown alternately.
Push the SCROLL button again when the
desired unit of measurement is shown.
Druk nogmaals op de SCROLL knop
wanneer de gewenste meeteenheid
weergegeven wordt.
02_16
02_17
Ignition switch (02_16)
The ignition switch is in front of the left
radiator.
The vehicle is supplied with two keys
(one is the spare key).
The lights go off when the ignition switch
is set to «OFF».
NOTE
THE KEY ACTIVATES THE STEERING
LOCK.
NOTE
THE LIGHTS TURN ON AUTOMATI-
CALLY UPON THE ENGINE START-
UP.
Startschakelaar (02_16)
De ontstekingsschakelaar bevindt zich
vóór de linker radiator.
Bij het voertuig worden twee sleutels bij-
geleverd (één reservesleutel).
Het uitgaan van de lichten gebeurt wan-
neer de ontstekingsschakelaar op
«OFF» wordt geplaatst.
N.B.
DE SLEUTEL ACTIVEERT HET
STUURSLOT.
N.B.
DE LICHTEN LICHTEN AUTOMA-
TISCH OP NA DE START VAN DE MO-
TOR.
Locking the steering wheel
(02_17)
To lock the steering:
Stuurslot vergrendelen
(02_17)
Om het stuur te blokkeren:
32
2 Vehicle / 2 Voertuing
• Turn the handlebar completely to the
left.
• Push in the key and turn it anticlockwise
(to the left), move the handlebar slowly to
the right until the key is turned to the right
while still pressed.
• Remove the key.
• Draai het stuur volledig naar links.
• Druk op de sleutel en draai hem in te-
genwijzerszin (naar links), stuur traag
naar rechts terwijl de sleutel ingedrukt
blijft en naar rechts wordt gedraaid.
• Verwijder de sleutel.
02_18
Horn button (02_18)
To action the horn, press button «3».
Drukknop claxon (02_18)
Door op drukknop «3» te drukken, acti-
veert men de akoestische melder.
02_19
Switch direction indicators
(02_19)
To indicate left turn, turn the switch «4»
to the left; to indicate right turn, turn the
switch «4» to the right. To deactivate the
turn indicator, press the «4» switch.
NOTE
ELECTRICAL COMPONENTS FUNC-
TION ONLY WHEN THE IGNITION KEY
IS SET TO "ON"
Schakelaar richtingaanwijzers
(02_19)
Verplaats schakelaar «4» naar links, om
aan te duiden dat men naar links draait;
Verplaats schakelaar «4» naar rechts,
om aan te duiden dat men naar rechts
draait; Druk op schakelaar «4» om de
richtingaanwijzer te desactiveren.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN
WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT-
33
2 Vehicle / 2 Voertuing
STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO-
SITIE «ON» BEVINDT
02_20
High/low beam selector
(02_20)
If the light switch «2» is set to the upper
position, this activates the high-beam
light; if it is set to the lower position, the
low-beam light is switched on. In case of
danger and/or emergency it is possible to
activate high-beam flashing using the
«1» button.
Lichtschakelaar (02_20)
Wanneer de omleider van de lichten «2»
zich in de bovenste positie bevindt, wordt
het groot licht geactiveerd; wanneer hij
zich in de onderste positie bevindt, wordt
het dimlicht geactiveerd. Met drukknop
«1» is het mogelijk om het knipperen van
het groot licht te activeren in geval van
gevaar of nood.
02_21
Start-up button (02_21)
By pressing the starter button «2», the
starter motor makes the engine rotate.
Startknop (02_21)
Door op drukknop «2» te drukken, doet
het startmotortje de motor draaien.
34
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_22
Engine stop switch (02_22)
It acts as a safety or emergency switch.
With switch «1» set to «ON» is possible
to start the engine; by pressing it into the
«OFF» position, the engine stops.
CAUTION
DO NOT ACTIVATE THE ENGINE
STOP SWITCH WHILE RIDING THE
VEHICLE.
CAUTION
WITH THE ENGINE OFF AND THE IG-
NITION SWITCH SET TO «ON» THE
BATTERY MAY GET DISCHARGED.
CAUTION
WHEN THE VEHICLE IS NOT MOVING,
AFTER THE ENGINE HAS BEEN
STOPPED, SET THE IGNITION
SWITCH TO «OFF»
Stopschakelaar motor (02_22)
Dit is een veiligheidsschakelaar of een
noodstopschakelaar. Met schakelaar
«1» in positie «ON», is het mogelijk om
de motor te starten; door er op te drukken
in positie «OFF», wordt de motor stilge-
legd.
LET OP
RAAK DE STOPSCHAKELAAR VAN
DE MOTOR NIET AAN TIJDENS HET
RIJDEN.
LET OP
MET DE MOTOR UIT EN DE ONTSTE-
KINGSSCHAKELAAR IN POSITIE
«ON», KAN DE ACCU ONTLADEN.
LET OP
WANNEER HET VOERTUIG STIL-
STAAT NADAT MEN DE MOTOR
HEEFT STILGELEGD, DRAAIT MEN
DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR IN
POSITIE «OFF».
35
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_23
Manual starter control (02_23)
If the engine is started without being
warmed up, the ECU cannot keep it run-
ning autonomously. In this case, use the
cold start «3» control.
Commando van de manuele
starter (02_23)
Wanneer men start met koude motor, is
de centrale niet in staat om de gestarte
motor autonoom te onderhouden. In dit
geval gebruikt men het commando van
de koude start «3».
02_24
02_25
Opening the saddle (02_24,
02_25)
Turn the fastening clip.
Push the saddle forwards.
Zadel openen (02_24, 02_25)
Draai aan de bevestigingsclip.
Duw het zadel naar voor.
Remove the saddle.
Verwijder het zadel.
36
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_26
02_27
Identification (02_26, 02_27)
Write down the chassis and engine num-
ber in the specific space of this booklet.
The chassis number is handy when pur-
chasing spare parts.
CAUTION
ALTERING IDENTIFICATION NUM-
BERS IS AN OFFENCE WHICH CAN
RESULT IN SEVERE CRIMINAL AND
ADMINISTRATIVE CHARGES. PAR-
TICULARLY MODIFYING THE CHAS-
SIS NUMBER WILL IMMEDIATELY IN-
VALIDATE THE WARRANTY.
Identificatie (02_26, 02_27)
Het is goed om het framenummer en het
motornummer op de speciale plaats in dit
boekje te schrijven. Het framenummer
kan gebruikt worden voor het aanschaf-
fen van reserveonderdelen.
LET OP
HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICA-
TIENUMMERS KAN LEIDEN TOT ZWA-
RE STRAFRECHTERLIJKE EN ADMI-
NISTRATIEVE SANCTIES; VOORAL
DE WIJZIGING VAN HET FRAMENUM-
MER VEROORZAAKT HET ONMID-
DELLIJKE VERVAL VAN DE GARAN-
TIE
ENGINE NUMBER
The engine number is printed on the base
of the left side engine crankcase.
Engine No. ....................
MOTORNUMMER
Het nummer is gedrukt op het onderstel
van de motorcarter, op de linker kant.
Motor nr....................
CHASSIS NUMBER
The chassis number is stamped on the
right side of the headstock.
Chassis No. ....................
FRAMENUMMER
Het framenummer is gedrukt op de kop
van het stuur, rechter kant.
Frame nr....................
37
2 Vehicle / 2 Voertuing
38
2 Vehicle / 2 Voertuing
RXV 450-550
Chap. 03
Use
Hst. 03
Gebruik
39
Checks
CAUTION
BEFORE SETTING-OFF, ALWAYS
CARRY OUT A PRELIMINARY CHECK
OF THE VEHICLE, FOR CORRECT
AND SAFE OPERATION. FAILURE TO
DO SO MAY LEAD TO SEVERE PER-
SONAL INJURY OR VEHICLE DAM-
AGE. DO NOT HESITATE TO CON-
TACT AN OFFICIAL aprilia DEALER IF
YOU DO NOT UNDERSTAND HOW
SOME CONTROLS WORK OR IF MAL-
FUNCTIONING IS DETECTED OR SUS-
PECTED. CHECKS DO NOT TAKE
LONG AND RESULT IN SIGNIFICANT-
LY ENHANCED SAFETY.
Controles
LET OP
VÓÓR HET VERTREK VOERT MEN
STEEDS EEN VOORAFGAANDE CON-
TROLE UIT VAN HET VOERTUIG,
VOOR EEN CORRECTE EN VEILIGE
WERKING. HET NIET UITVOEREN
VAN DEZE HANDELINGEN KAN ERN-
STIGE LETSELS AAN UZELF OF
SCHADE AAN HET VOERTUIG VER-
OORZAKEN. AARZEL NIET OM ZICH
TE WENDEN TOT EEN OFFICIËLE
aprilia DEALER, WANNEER MEN
MERKT DAT ER ONREGELMATIGHE-
DEN ZIJN IN VERBAND MET ENKELE
COMMANDO'S OF IN VERBAND MET
DE WERKING. DE NODIGE TIJD VOOR
EEN CONTROLE IS UITERST BE-
PERKT, EN DE VEILIGHEID KOMT OP
DE EERSTE PLAATS.
PRE-RIDE CHECKS
Front and rear disc brake Check for proper operation. Check
brake lever empty travel and brake
fluid level. Check for leaks. Check
brake pads for wear. If necessary
top-up with brake fluid.
Throttle grip Check it functions smoothly and
that it can be fully opened and
VOORAFGAANDE CONTROLES
Voorste en achterste schijfrem Controleer de werking, de lege
loop van de commandohendels,
het peil van de vloeistof en
eventuele lekken. Controleer de
slijtage van de pastilles. Indien
nodig vult men remvloeistof bij.
40
3 Use / 3 Gebruik
closed at all steering positions.
Adjust and/or lubricate if
necessary.
Engine oil Check and/or top-up as required.
Wheels/tyres Check that tyres are in good
conditions. Check inflation
pressure, tyre wear and potential
damage.
Remove any possible strange
body that might be stuck in the
tread design.
Brake levers Check they function smoothly.
Lubricate the joints and adjust the
travel if necessary.
Clutch Check for proper operation. Check
clutch lever free play and fluid
level. Check for leaks. If needed,
top-up the fluid; the clutch must
work without gripping and/or
sliding.
Steering Check that the rotation is
homogeneous, smooth and there
are no signs of clearance or
slackness.
Side stand Check its operation. Check that
there is no friction when the side
stand is pulled up and down and
that the springs' tension makes it
snap back to its rest position.
Gashendel Controleer of ze zacht werken en
of men ze volledig kan openen en
sluiten, in alle posities van het
stuur. Registreer en/of smeer
indien nodig.
Motorolie Controleer en/of vul bij indien
nodig.
Wielen/banden Controleer de conditie van de
rijvlakken van de banden, de
spanning, de slijtage en eventuele
schade.
Verwijder eventueel aanwezige
vreemde voorwerpen uit de
kervingen van het rijvlak.
Remhendels Controleer of ze zacht werken.
Smeer de bewegingsplaatsen en
regel de loop indien nodig.
Koppeling Controleer de werking, de lege
loop van de commandohendel, het
peil van de vloeistof en eventuele
lekken. Indien nodig vult men
vloeistof bij; de koppeling moet
zonder rukken en/of slippen
werken.
Stuur Controleer of het draaien
homogeen en vloeiend, en zonder
speling of het lossen ervan
gebeurt.
41
3 Use / 3 Gebruik
Lubricate joints and couplings as
required.
Clamps Check that the clamping elements
are not loose.
Adjust or tighten them as required.
Drive chain Check it for clearance.
Fuel tank Check the coolant level and refill if
necessary.
Check the circuit for potential leaks
or obstructions.
Check that the tank cover closes
correctly.
Coolant The coolant level in the radiator
must be such as to cover the grids.
Engine stop switch (RUN - OFF) Check for its correct operation.
Lights, warning lights, horn, rear
stop light switch and electrical
devices
Check the correct operation of the
horn and lights. Replace the bulbs
or repair any malfunction.
Laterale standaard Controleer of ze werkt. Controleer
of er tijdens het in- en uitklappen
van de standaard geen wrijvingen
zijn, en of de spanning van de
veren hem weer in de normale
positie brengt. Smeer indien nodig
de koppelingen en de
bewegingsplaatsen.
Bevestigingselementen Controleer of de
bevestigingselementen niet gelost
zijn.
Registreer of sluit ze eventueel.
TRANSMISSIEKETTING Controleer de speling.
Brandstoftank Controleer het peil, en tank indien
nodig.
Controleer eventuele lekken of
afsluitingen van het circuit.
Controleer de correcte sluiting van
de brandstofdop.
Koelvloeistof Het peil in de radiator moet zodanig
zijn dat de platen van de radiator
bedekt zijn.
Schakelaar voor het stilleggen van
de motor (RUN - OFF)
Controleer de correcte werking.
Lichten, controlelampen,
akoestische melder, schakelaar
van het achterste stoplicht en
elektrische mechanismen
Controleer de correcte werking van
de akoestische en visieve
mechanismen. Vervang de
lampjes of grijp in bij defecten.
42
3 Use / 3 Gebruik
03_01
Refuelling (03_01)
Use premium unleaded petrol as per DIN
51 607, minimum octane rating of 95
(NORM) and 85 (NOMM).
To refuel:
unscrew and remove the fuel
tank cap «1».
Fill up the vehicle.
CAUTION
FUEL USED TO POWER INTERNAL
COMBUSTION ENGINES IS HIGHLY
FLAMMABLE AND CAN BECOME EX-
PLOSIVE UNDER SPECIFIC CONDI-
TIONS. IT IS THEREFORE RECOM-
MENDED TO CARRY OUT REFUEL-
LING AND MAINTENANCE PROCE-
DURES IN A VENTILATED AREA WITH
THE ENGINE SWITCHED OFF. DO
NOT SMOKE DURING REFUELLING
AND NEAR FUEL VAPOURS, AVOID-
ING ANY CONTACT WITH NAKED
FLAMES, SPARKS OR OTHER SOUR-
CES WHICH MAY CAUSE THEM TO
IGNITE OR EXPLODE.
DO NOT DISPERSE FUEL IN THE EN-
VIRONMENT.
KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-
DREN
Tanken (03_01)
Gebruik loodvrije superbenzine volgens
DIN 51 607, met een minimum octaan-
gehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85
(N.O.M.M.).
Voor het tanken, handelt men als
volgt:
Draai de dop van de brandstof-
tank «1» los en verwijder hem.
Voer het tanken van benzine uit.
LET OP
DE BRANDSTOF DIE WORDT GE-
BRUIKT VOOR DE AANDRIJVING VAN
DE ONTPLOFFINGSMOTOR IS UI-
TERST BRANDBAAR EN KAN EXPLO-
SIEF WORDEN IN BEPAALDE OM-
STANDIGHEDEN. VOER HET TANKEN
EN DE ONDERHOUDSHANDELINGEN
UIT IN EEN GEVENTILEERDE ZONE
EN MET DE MOTOR UIT. ROOK NIET
TIJDENS HET TANKEN EN IN DE NA-
BIJHEID VAN BRANDSTOFDAMPEN,
EN VERMIJDT ABSOLUUT CONTACT
MET VRIJE VLAMMEN, VONKEN EN
EENDER WELKE ANDER BRON DIE
HET VLAM VATTEN OF EXPLODEREN
ERVAN KAN VEROORZAKEN.
LOOS DE BRANDSTOF NIET IN HET
MILIEU.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN
43
3 Use / 3 Gebruik
CAUTION
AVOID SPILLING FUEL FROM THE
FILLER OR IT MAY IGNITE IF IT
COMES INTO CONTACT WITH HOT
ENGINE PARTS. IN THE EVENT OF
ACCIDENTAL FUEL SPILLAGE, MAKE
SURE THAT THE AFFECTED AREA IS
FULLY DRY BEFORE STARTING THE
ENGINE. FUEL EXPANDS WITH HEAT
AND DIRECT SUNLIGHT. THERE-
FORE, NEVER FILL THE FUEL TANK
UP TO THE RIM. CLOSE THE CAP AD-
EQUATELY AFTER REFUELLING. BE
CAREFUL THE FUEL DOES NOT GET
INTO CONTACT WITH THE SKIN, DO
NOT BREATH VAPOURS OR SWAL-
LOW FUEL. DO NOT TRANSFER FUEL
FROM ONE CONTAINER TO ANOTH-
ER USING A HOSE.
Characteristic
FUEL TANK CAPACITY (including re-
serve):
7.5 litres (13.6 pt)
Reservoir reserve:
2.2 litres (4 pt) (mechanical reserve)
LET OP
VERMIJDT HET UITSTROMEN VAN
BRANDSTOF UIT DE KLEP, OMDAT
HIJ KAN VLAM VATTEN IN CONTACT
MET DE GLOEIEND HETE OPPER-
VLAKKEN VAN DE MOTOR. WAN-
NEER ER ONVRIJWILLIG BRAND-
STOF WORDT GEMORST, CONTRO-
LEERT MEN OF DE ZONE COMPLEET
DROOG IS, VOORDAT MEN HET
VOERTUIG START. BRANDSTOF ZET
UIT DOOR DE WARMTE EN ONDER
ACTIE VAN ZONNESTRALEN. VUL DE
TANK DUS NOOIT TOT AAN DE RAND.
SLUIT ZORGVULDIG DE DOP NA HET
TANKEN. VERMIJDT DAT DE BRAND-
STOF IN CONTACT KOMT MET DE
HUID, VERMIJDT HET INADEMEN
VAN DE DAMPEN, HET INSLIKKEN,
EN HET OVERGIETEN VAN EEN TANK
NAAR EEN ANDERE MET BEHULP
VAN EEN BUIS.
Technische kenmerken
CAPACITEIT VAN DE TANK (inclusief
de reserve):
7,5 liter (13.6 pt)
RESERVE VAN DE TANK:
2,2 liter (4 pt) (mechanische reserve)
44
3 Use / 3 Gebruik
03_02
03_03
03_04
Rear shock absorbers
adjustment (03_02, 03_03,
03_04, 03_05)
The rear suspension consists of a spring
and shock-absorber group, linked to the
frame via silent-block and the rear fork
levers. To adjust the setting, the shock
absorber has one set screw to adjust re-
bound damping, one set screw «2» to
adjust compression damping, a ring nut
for preloading adjustment of spring «3»
and a ring nut «4».
Regulering achterdempers
(03_02, 03_03, 03_04, 03_05)
De achterste ophanging bestaat uit een
groep veer-schokdemper, verbonden
door middel van een silent-block aan het
frame en hefsystemen aan de achter-
vork. Voor het regelen van de instelling is
de schokdemper voorzien van een bou-
tregister voor de regeling van de hydrau-
lische remming in extensie, een boutre-
gister «2» voor de regeling van de
hydraulische remming in compressie,
een moer voor de regeling van de voor-
belasting «3» en een blokkeermoer «4».
REAR SHOCK ABSORBER ADJUST-
MENT
The standard setting of the rear shock
absorber is adjusted so as to satisfy all
main high and low speed riding condi-
tions, both with reduced and full vehicle
load. It is at any rate possible to insert
personal settings, depending on vehicle
utilisation.
REGELING VAN DE ACHTERSTE
SCHOKDEMPER
De standaardinstelling van de achterste
schokdemper is zodanig geregeld om te
voldoen aan de meeste rijcondities aan
lage en hoge snelheid, en met weinig en
volle lading van het voertuig. Het is alles-
zins mogelijk om een aangepaste rege-
ling uit te voeren volgens het gebruik van
het voertuig.
CAUTION
TO COUNT THE NUMBER OF RELEA-
SES AND/OR REVOLUTIONS OF AD-
JUSTMENT SETTINGS (1 - 2) ALWAYS
START FROM THE MOST RIGID SET-
LET OP
VOOR HET TELLEN VAN HET AAN-
TAL KLIKKEN EN/OF DRAAIEN VAN
HET REGELREGISTER (1 - 2), VER-
TREKT MEN STEEDS VAN DE HARD-
45
3 Use / 3 Gebruik
03_05
TING (WHOLE CLOCKWISE ROTA-
TION OF THE SETTING). DO NOT
STRAIN THE ROTATION OF ADJUST-
MENT SETTINGS (1 . 2) BEYOND THE
END OF THE STROKE IN BOTH
SENSES, IN ORDER TO AVOID ANY
DAMAGE
STE INSTELLING (VOLLEDIGE ROTA-
TIE VAN HET REGISTER IN WIJZERS-
ZIN). FORCEER DE ROTATIE VAN HET
REGELREGISTER NIET (1 . 2), NAAST
DE EINDELOOP IN TWEE RICHTIN-
GEN, VOOR HET VERMIJDEN VAN
MOGELIJKE BESCHADIGINGEN
Using the relevant wrench, un-
screw the locking ring nut «4»
slightly.
Turn the adjustment ring nut
«3» to adjust preloading of the
«B» spring.
When the optimal adjustment
level has been achieved, screw
locking nut ring «4» completely.
Turn the «1» screw to rebound
damping.
Turn the «2» knob to adjust
compression damping (see ta-
ble).
CAUTION
SET SPRING PRELOAD AND RE-
BOUND DAMPING BASED ON THE
VEHICLE'S USAGE CONDITIONS. IF
YOU INCREASE THE SPRING PRE-
LOAD, YOU ALSO NEED TO IN-
CREASE REBOUND DAMPING, IN OR-
DER TO AVOID SUDDEN JERKS
WHEN RIDING. SHOULD YOU NEED
ANY ASSISTANCE, CONTACT AN
APRILIA OFFICIAL DEALER.
Gebruik de speciale sleutel, en
draai gematigd de blokkeer-
moer «4» los.
Handel op de regelmoer «3»
voor het regelen van de voorbe-
lasting van de veer «B».
Wanneer men de optimale in-
richtingscondities heeft bereikt,
sluit men de blokkeermoer «4»
volledig.
Handel op de bout «1» voor het
regelen van de hydraulische
remming in extensie van de
schokdemper.
Handel op de knop «2» voor het
regelen van de hydraulische
remming in compressie (raad-
pleeg de tabel).
LET OP
REGISTREER DE VOORBELASTING
VAN DE VEER EN DE HYDRAULISCHE
REMMING IN extensie VAN DE
SCHOKDEMPER, OP BASIS VAN DE
GEBRUIKSCONDITIES VAN HET
VOERTUIG. WANNEER MEN DE
46
3 Use / 3 Gebruik
TO AVOID COMPROMISING THE
SHOCK ABSORBER'S OPERATION,
DO NOT LOOSEN SCREW «5» AND
DO NOT TAMPER WITH THE SEAL
UNDERNEATH IT, AS NITROGEN MAY
COME OUT, WITH RESULTING RISK
OF AN ACCIDENT.
CAUTION
SPORT SETTINGS MAY BE USED ON-
LY FOR OFFICIAL COMPETITIONS TO
BE CARRIED OUT ON TRACKS,
AWAY FROM NORMAL ROAD TRAF-
FIC AND WITH THE AUTHORISATION
OF THE RELEVANT AUTHORITIES.
USING SPORT SETTINGS AND RID-
ING THE VEHICLE ON ROADS AND
VOORBELASTING VAN DE VEER
VERHOOGT, MOET MEN OOK DE HY-
DRAULISCHE REMMING IN extensie
VAN DE SCHOKDEMPER VERHO-
GEN, VOOR HET VERMIJDEN VAN
PLOTSELINGE STUITERINGEN TIJ-
DENS HET RIJDEN. INDIEN NODIG
WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIË-
LE APRILIA DEALER
OM DE WERKING VAN DE SCHOK-
DEMPER NIET TE SCHADEN, MAG DE
BOUT «5» NIET GELOST WORDEN EN
MAG MEN NIET HANDELEN OP HET
ONDERSTAANDE MEMBRAAN, AN-
DERS ZAL ER STIKSTOF UITSTRO-
MEN, EN IS ER GEVAAR OP ONGE-
VALLEN.
LET OP
DE REGELINGEN VOOR SPORTIEF
GEBRUIK MOGEN UITSLUITEND UIT-
GEVOERD WORDEN VOOR GEORGA-
NISEERDE WEDSTRIJDEN OF SPOR-
TIEVE EVENEMENTEN, DIE ALLES-
ZINS IN EEN GESLOTEN CIRCUIT
MOETEN GEREDEN WORDEN, NIET
IN HET VERKEER, EN MET TOESTEM-
MING VAN DE RECHTSBEVOEGDE
AUTORITEITEN. HET IS TEN STRENG-
STE VERBODEN OM REGELINGEN
47
3 Use / 3 Gebruik
MOTORWAYS WITH THESE SET-
TINGS IS STRICTLY FORBIDDEN.
VOOR SPORTIEF GEBRUIK UIT TE
VOEREN, EN OM MET HET VOERTUIG
VOORZIEN VAN DEZE INRICHTING TE
RIJDEN OP WEGEN EN AUTOSTRA-
DES.
STANDARD ADJUSTMENT OF RXV REAR
SUSPENSION
Shock absorber axial distance (A) 473 ± 1.5 mm (18.6 ± 0.06 in)
(preloaded) Spring (B) length 247 mm (9.7 in)
Rebound adjustment, screw (1) 23 click
Compression adjustment, screw
(2)
Fully open
By-pass adjustment knob (6) Fully open (-)
STANDAARDREGELING VAN DE ACHTERSTE
OPHANGING RXV
Asafstand van de schokdemper
(A)
473 ± 1,5 mm (18.6 ± 0.06 in)
Lengte van de veer (voorbelast)
(B)
247 mm (9.7 in)
Regeling in extensie, bout (1) 23 klikken
Regeling in compressie, bout (2) Alles open
Registratieknop by-pass (6) Alles open (-)
03_06
Front fork adjustment (03_06,
03_07)
FRONT SUSPENSION
The front suspension consists of a hy-
draulic fork connected to the headstock
by means of two plates. To adjust the ve-
hicle setting, each fork stem is equipped
with an upper screw «1» to adjust re-
bound damping and with a lower screw
«2» to adjust compression damping.
FRONT FORK ADJUSTMENT
Regulering voorvorken
(03_06, 03_07)
VOORSTE OPHANGING
De voorste ophanging bestaat uit een hy-
draulische vork, verbonden door middel
van twee platen aan de stuurinrichtings-
kop Voor de instelling van de inrichting
van het voertuig, is elke stang van de vork
voorzien van een bovenste bout «1» voor
de regeling van de hydraulische regeling
in extensie, en een onderste bout «2»
48
3 Use / 3 Gebruik
03_07
CAUTION
DO NOT STRAIN THE ROTATION OF
SET SCREWS (1 . -2) BEYOND THE
END OF THE STROKE IN BOTH
SENSES, IN ORDER TO AVOID ANY
DAMAGE SET BOTH STEMS WITH
THE SAME SPRING PRELOAD AND
DAMPING TOLERANCES: RIDING
THE VEHICLE WITH A DIFFERENT AD-
JUSTMENT FOR THE TWO STEMS RE-
DUCES ITS STABILITY. IF YOU IN-
CREASE SPRING PRELOAD, YOU
ALSO NEED TO INCREASE REBOUND
DAMPING, IN ORDER TO AVOID SUD-
DEN JERKS WHILE RIDING.
voor de regeling van de hydraulische
remming in compressie.
REGELING VAN DE VOORVORK
LET OP
FORCEER DE ROTATIE VAN HET RE-
GELREGISTER NIET (1-2), NAAST DE
EINDELOOP IN TWEE RICHTINGEN,
VOOR HET VERMIJDEN VAN MOGE-
LIJKE BESCHADIGINGEN STEL BEI-
DE STANGEN IN MET DEZELFDE IJ-
KING VAN DE VOORBELASTING VAN
DE VEER EN DE HYDRAULISCHE
REMMING: WANNEER MEN MET HET
VOERTUIG RIJDT MET EEN VER-
SCHILLENDE INSTELLING VAN DE
STANGEN, VERMINDERT DIT DE STA-
BILITEIT VAN HET VOERTUIG. WAN-
NEER MEN DE VOORBELASTING
VAN DE VEER VERHOOGT, MOET
MEN OOK DE HYDRAULISCHE REM-
MING IN extensie VERHOGEN, OM
PLOTSELINGE STUITERINGEN TIJ-
DENS HET RIJDEN TE VERMIJDEN.
The standard setting of the front fork is
adjusted so as to satisfy all main high and
low speed riding conditions, both with re-
duced and full vehicle load. It is at any
rate possible to insert personal settings,
depending on vehicle usage.
RXV Standard front suspension adjust-
ment:
Rebound damping adjustment,
screw «1»: open (**) 12 clicks
from fully closed (*);
De standaardinstelling van de voorste
schokdemper is zodanig geregeld om te
voldoen aan de meeste rijcondities aan
lage snelheid, en met weinig en met volle
lading van het voertuig. Het is alleszins
mogelijk om een aangepaste regeling uit
te voeren, volgens het gebruik van het
voertuig.
Standaardregeling van de voorste op-
hanging RVX:
49
3 Use / 3 Gebruik
Compression damping adjust-
ment, screw «2»: open (**) 12
clicks from fully closed (*) «H»;
Stem «A» protrusion (***) from
top plate (excluding cover): 1
notch.
(*)= Clockwise
(**)= Anticlockwise
(***)= Only use an Official aprilia Dealer
for this type of adjustment
CAUTION
TO COUNT THE NUMBER OF RELEA-
SES AND/OR REVOLUTIONS OF AD-
JUSTMENT SETTINGS (1 - -2) AL-
WAYS START FROM THE MOST RIGID
SETTING (WHOLE CLOCKWISE RO-
TATION OF THE SETTING).
CAUTION
SPORT SETTINGS MAY BE USED ON-
LY FOR OFFICIAL COMPETITIONS TO
BE CARRIED OUT ON TRACKS,
AWAY FROM NORMAL ROAD TRAF-
FIC AND WITH THE AUTHORISATION
OF THE RELEVANT AUTHORITIES.
USING SPORT SETTINGS AND RID-
ING THE VEHICLE ON ROADS AND
Hydraulische regeling in exten-
sie, bout «1»: vanaf alles geslo-
ten (*), openen (**) voor 12
klikken;
Hydraulische regeling in com-
pressie, bout «2»: vanaf alles
gesloten (*), «H» openen (**)
voor 12 klikken;
Uitsteking van de stangen
«A» (***) vanaf de bovenste
plaat (exclusief de dop): 1
streep.
(*)= Wijzerszin
(**)= Tegenwijzerszin
(***)= Voor dit type van regeling wendt
men zich uitsluitend tot een Officiële apri-
lia Dealer
LET OP
VOOR HET TELLEN VAN HET AAN-
TAL KLIKKEN EN/OF DRAAIEN VAN
HET REGELREGISTER (1-2), VER-
TREKT MEN STEEDS VAN DE HARD-
STE INSTELLING (VOLLEDIGE ROTA-
TIE VAN HET REGISTER IN WIJZERS-
ZIN).
LET OP
DE REGELINGEN VOOR SPORTIEF
GEBRUIK MOGEN UITSLUITEND UIT-
GEVOERD WORDEN VOOR GEORGA-
NISEERDE WEDSTRIJDEN OF SPOR-
TIEVE EVENEMENTEN, DIE ALLES-
ZINS IN EEN GESLOTEN CIRCUIT
50
3 Use / 3 Gebruik
MOTORWAYS WITH THESE SET-
TINGS IS STRICTLY FORBIDDEN.
MOETEN GEREDEN WORDEN, NIET
IN HET VERKEER, EN MET TOESTEM-
MING VAN DE RECHTSBEVOEGDE
AUTORITEITEN. HET IS TEN STRENG-
STE VERBODEN OM REGELINGEN
VOOR SPORTIEF GEBRUIK UIT TE
VOEREN, EN OM MET HET VOERTUIG
VOORZIEN VAN DEZE INRICHTING TE
RIJDEN OP WEGEN EN AUTOSTRA-
DES.
Running in
Engine running-in is essential to preserv-
ing engine life and performance over
time. Twisty roads and gradients are ide-
al to run in engine, brakes and suspen-
sions effectively. Vary your driving speed
during the run-in. In this way, you allow
for the work of components to be "loaded"
and then "unloaded", thus cooling the en-
gine parts. Even if it is important to
"stretch" engine components during the
running-in, make sure not to strain them.
Follow the guidelines detailed below:
Do not twist the throttle grip
abruptly and completely when
the engine is working at a low
revs, either during or after run-
in.
for the first 3 operating hours, do
not exceed 50% of the throttle
grip travel and never go over
8000 rpm,
Inrijden
Het inrijden van de motor is fundamen-
teel voor het garanderen van de duur en
de correcte werking. Rij indien mogelijk
op wegen met veel bochten en/of hellin-
gen, waar de motor, de ophangingen en
de remmen worden onderworpen aan
een meer efficiëntere proefperiode. Wij-
zig de rijsnelheid tijdens de proefperiode.
Op deze manier kan men het werk van de
onderdelen "belasten" en vervolgens
"ontlasten", door de delen van de motor
af te koelen. Ook al is het belangrijk om
de onderdelen van de motor tijdens de
poefperiode te belasten, moet men op-
letten om niet te overdrijven.
Men moet zich houden aan de volgen-
de indicaties:
Versnel niet bruusk en volledig
wanneer de motor aan een laag
regime werkt, tijdens en na de
proefperiode.
voor de eerste 3 werkingsuren
mag de gashendel voor maxi-
51
3 Use / 3 Gebruik
for the next 12 hours, do not ex-
ceed 75% of the throttle grip
travel.
NOTE
EVEN AFTER THE RUNNING-IN PERI-
OD, AVOID RUNNING THE ENGINE TO
TOP SPEED, WHEN THE LIMITER
CUTS IN:
RXV 450 11500 rpm
RXV 550 11000 rpm
CAUTION
THE SPEED LIMITER WARNING
LIGHT (NOT THE ECU LIMITER) HAS A
FACTORY SETTING OF 8000 RPM.
mum 50% gedraaid worden, en
mogen de 8000 toeren/min
(rpm) niet overschreden wor-
den,
voor de volgende 12 uren mag
de gashendel voor maximum
75% gedraaid worden.
N.B.
OOK NA DE PROEFPERIODE MOET
MEN VERMIJDEN OM DE MOTOR TE
LATEN DRAAIEN AAN HET TOEREN-
AANTAL VAN DE INGREEP VAN DE
BEGRENZER:
RXV 450 11500 rpm (toeren/
min)
RXV 550 11000 rpm (toeren/
min)
LET OP
DE CONTROLELAMP VAN DE BE-
GRENZER (NIET DE BEGRENZER
VAN DE CENTRALE) IS IN PRODUC-
TIE INGESTELD OP 8000 TOEREN/
MIN.
52
3 Use / 3 Gebruik
03_08
03_09
03_10
Starting up the engine (03_08,
03_09, 03_10, 03_11, 03_12)
CAUTION
DO NOT INSERT OBJECTS IN THE
TOP FAIRING (BETWEEN THE HAN-
DLEBAR AND THE INSTRUMENT
PANEL), IN ORDER NOT TO OBSTA-
CLE THE HANDLEBAR'S ROTATION
AND THE INSTRUMENT PANEL'S VIS-
IBILITY.
CAUTION
BEFORE STARTING THE ENGINE,
READ THE ''SAFE RIDING'' SECTION
CAREFULLY.
Starten des motors (03_08,
03_09, 03_10, 03_11, 03_12)
LET OP
PLAATS GEEN VOORWERPEN IN HET
KAPJE (TUSSEN HET STUUR EN HET
DASHBOARD), OM GEEN VERHINDE-
RINGEN TE CREËREN VOOR DE RO-
TATIE VAN HET STUUR EN VOOR HET
ZICHT VAN HET DASHBOARD.
LET OP
VOORALEER MEN DE MOTOR
START, LEEST MEN AANDACHTIG DE
PARAGRAAF "HET VEILIG RIJDEN''.
Get onto the bike in riding posi-
tion.
Make sure that the stand has
been fully retracted.
Make sure that the light switch
«1» is set to low-beam.
Set the engine stop switch «2»
to RUN.
Push the ignition switch (a red
LED lights up in the switch).
Ga op het voertuig zitten in de
rijpositie.
Controleer of de standaard vol-
ledig ingeklapt is.
Controleer of de omleider van
de lichten «1» zich in de positie
van de dimlichten bevindt.
Plaats de schakelaar voor het
stilleggen van de motor «2» op
RUN.
Druk op de ontstekingsschake-
laar (er zal een rode led oplich-
ten op de schakelaar).
At this stage: Op dit moment gebeurt het volgende:
53
3 Use / 3 Gebruik
03_11
03_12
The ignition screen is shown on
the displayed for two seconds.
All warning lights in the instru-
ment panel turn on for two sec-
onds.
Op het dashboard verschijnt het
beeldscherm van de start voor
twee seconden.
Op het dashboard lichten alle
controlelampen op voor twee
seconden.
Pull a brake lever to block at
least one of the wheels.
Fully action the clutch and en-
gage neutral [green (N) warning
light on].
CAUTION
DO NOT START THE ENGINE WHEN A
GEAR AND THE CLUTCH ARE EN-
GAGED.
CAUTION
IN ORDER TO AVOID EXCESSIVE
BATTERY CONSUMPTION, DO NOT
KEEP THE START-UP BUTTON ON
«3» FOR MORE THAN THREE SEC-
ONDS AT A TIME FOR FIVE SUCCES-
SIVE ATTEMPTS. IF THE ENGINE
DOES NOT START, WAIT FOR SOME
TIME TO ALLOW THE STARTER MO-
TOR TO COOL.
CAUTION
TO AVOID OVERLOADING THE
START-UP COMPONENTS, THE VEHI-
CLE ELECTRONIC CONTROL UNIT IN-
TERVENES IN CASE OF DIFFICULT
START-UP: THE STARTER MOTOR
CAN BE ACTIVATED FOR A MAXIMUM
OF 6 SECONDS, TIME AFTER WHICH
Blokkeer minstens één wiel,
door een remhendel te active-
ren.
Activeer de koppelingshendel
volledig en plaats de comman-
dohendel van de versnellings-
bak in vrij [groene controlelamp
(N) aan].
LET OP
START DE MOTOR NIET WANNEER
ER GESCHAKELD IS EN WANNEER
DE KOPPELING GEACTIVEERD IS
LET OP
OM EEN EXCESSIEF VERBRUIK VAN
BRANDSTOF TE VERMIJDEN, DRUKT
MEN NIET LANGER OP DE START-
KNOP «3» VOOR LANGER DAN DRIE
SECONDEN, VOOR VIJF OPEENVOL-
GENDE POGINGEN. WANNEER IN DIT
TIJDSINTERVAL DE MOTOR NIET
START, WACHT MEN ENKELE MINU-
TEN ZODAT DE STARTMOTOR KAN
AFKOELEN.
LET OP
OM DE STARTMECHANIEK NIET TE
OVERBELASTEN, GRIJPT DE ELEK-
TRONISCHE CENTRALE VAN HET
54
3 Use / 3 Gebruik
THE CONTROL UNIT DISABLES
START-UP FOR 10 SECONDS. ONLY
AFTER THIS TIME HAS ELAPSED,
YOU CAN ATTEMPT A NEW START-
UP. IN CASE OF EMERGENCY, THE
TIMER CAN BE RESET WITH A "KEY
OFF/KEY ON", AND THEN THE VEHI-
CLE CAN BE STARTED.
VOERTUIG IN IN GEVAL VAN EEN
MOEILIJKE START: DE STARTMO-
TOR KAN VOOR MAXIMUM 6 SECON-
DEN CONTINU GEACTIVEERD WOR-
DEN, WAARNA DE CENTRALE DE
START VOOR 10 SECONDEN ZAL
DESACTIVEREN; NA DEZE 10 SE-
CONDEN KAN EEN NIEUWE POGING
ONDERNOMEN WORDEN. IN NOOD-
GEVALLEN KAN DE TIMER OP NUL
GESTELD WORDEN, DOOR EEN KEY
OFF/KEY ON UIT TE VOEREN, EN KAN
DE START ONMIDDELLIJK UITGE-
VOERD WORDEN.
STARTING PROCEDURE WITH
WARMED-UP ENGINE
Press the starter button «3»
without opening the throttle and
release it as soon as the engine
starts.
STARTPROCEDURE BIJ WARME MO-
TOR
Druk op de startknop «3» zon-
der gas te geven, en laat hem
los zodra de motor start.
03_13
Difficult start up (03_13)
Rotate the throttle grip.
Press the cold-start button «4»
downwards.
Release the throttle control. The
control will be slightly acceler-
ated to allow the engine to run
during warm-up.
To disconnect the system, sim-
ply put the throttle control back
to its resting state.
Moeilijke start (03_13)
Draai aan het gashandvat.
Duw de toets van de koude start
«4» naar beneden.
Laat het gascommando los. Het
gascommando geeft toch een
klein beetje gas, zodat de motor
aanblijft tijdens de opwarming.
Om het systeem uit te schake-
len is het voldoende om het gas-
commando in de rustpositie te
brengen.
55
3 Use / 3 Gebruik
CAUTION
AVOID PRESSING THE «ON» START-
ER BUTTON WHEN THE ENGINE HAS
ALREADY STARTED, AS THIS COULD
DAMAGE THE STARTER MOTOR. IF
THE ENGINE OIL PRESSURE WARN-
ING LIGHT COMES ON, THIS MEANS
THAT OIL PRESSURE IN THE CIRCUIT
IS TOO LOW. STOP THE ENGINE IM-
MEDIATELY AND CONTACT AN APRI-
LIA OFFICIAL DEALER.
LET OP
VERMIJDT OM OP DE STARTKNOP
«ON» TE DRUKKEN WANNEER DE
MOTOR GESTART IS, WANT DE
STARTMOTOR ZOU BESCHADIGD
KUNNEN WORDEN. WANNEER DE
CONTROLELAMP VAN DE DRUK VAN
DE MOTOROLIE OPLICHT, IS DE
OLIEDRUK IN HET CIRCUIT ONVOL-
DOENDE. IN DIT GEVAL LEGT MEN
ONMIDDELLIJK DE MOTOR STIL, EN
WENDT MEN ZICH TOT EEN OFFICIË-
LE APRILIA DEALER.
Engage at least a break lever and do not
accelerate until you set off.
CAUTION
DUE TO THE ENGINE'S TIGHT MANU-
FACTURING TOLERANCES AND THE
FACT THAT OIL DUCTS ARE SIZED
FOR SPORTS USAGE, THE ENGINE
MAY NOT START AT TEMPERA-
TURES LOWER THAN 0 °C (32 °F). DO
NOT ATTEMPT TO START THE EN-
GINE TIME AND TIME AGAIN TO
AVOID DAMAGING THE STARTER
MOTOR. IT IS THEREFORE ADVISA-
BLE TO PARK THE VEHICLE IN-
DOORS, PARTICULARLY DURING
THE WINTER.
CAUTION
DO NOT SET OFF SUDDENLY WHEN
THE ENGINE IS COLD. RIDE AT LOW
SPEED FOR SEVERAL KILOMETRES.
Hou minstens één remhendel geacti-
veerd, en geef geen gas tot het vertrek.
LET OP
ALS GEVOLG VAN DE BEPERKTE
BOUWTOLERANTIES VAN DE MO-
TOR EN DE DIMENSIONERING VOOR
SPORTIEF GEBRUIK VAN DE SLIPKA-
NALEN VAN DE OLIE, ZOU HET KUN-
NEN DAT DE MOTOR NIET START BIJ
TEMPERATUREN DIE LAGER ZIJN
DAN 0 °C (32 °F). VERMIJDT OM DOOR
TE GAAN MET POGINGEN OM TE
STARTEN, OM DE STARTMOTOR
NIET TE BESCHADIGEN. ER WORDT
AANGERADEN OM HET VOERTUIG
TE STALLEN IN GESLOTEN RUIMTES,
VOORAL TIJDENS DE WINTER.
LET OP
VERTREK NIET BRUUSK WANNEER
DE MOTOR KOUD STAAT. OM DE
56
3 Use / 3 Gebruik
THIS WILL ALLOW THE ENGINE TO
WARM UP AND REDUCE POLLUTING
EMISSIONS AND FUEL CONSUMP-
TION.
EMISSIE VAN VERVUILENDE STOF-
FEN IN DE LUCHT EN HET BRAND-
STOFVERBRUIK TE BEPERKEN,
RAADT MEN AAN OM DE MOTOR OP
TE WARMEN, DOOR DE EERSTE KI-
LOMETERS AF TE LEGGEN AAN EEN
BEPERKTE SNELHEID.
03_14
Stopping the engine (03_14)
It is very important to select an adequate
parking spot, in compliance with road sig-
nals and the guidelines described below.
CAUTION
PARK ON SAFE AND LEVEL GROUND
TO PREVENT THE VEHICLE FROM
FALLING.
DO NOT LEAN THE VEHICLE ON A
WALL OR LAY ON THE GROUND.
MAKE SURE THE VEHICLE AND SPE-
CIALLY ITS HOT PARTS DO NOT
POSE ANY RISK TO PEOPLE OR
CHILDREN. DO NOT LEAVE YOUR VE-
HICLE UNATTENDED WITH THE EN-
GINE ON OR THE KEY IN THE IGNI-
TION SWITCH.
DO NOT SEAT ON THE VEHICLE
WHEN THE STAND IS LOWERED.
Stoppen van de motor (03_14)
De keuze van de parkeerzone is zeer be-
langrijk en moet de verkeerstekens en de
volgende aanduidingen respecteren.
LET OP
PARKEER HET VOERTUIG OP EEN
VASTE EN VLAKKE ONDERGROND,
ZODAT HET NIET VALT.
LAAT HET VOERTUIG NIET STEUNEN
TEGEN MUREN, EN LEG HET NIET OP
DE GROND.
CONTROLEER OF HET VOERTUIG,
EN VOORAL DE GLOEIEND HETE DE-
LEN ERVAN, NIET GEVAARLIJK ZIJN
VOOR PERSONEN EN KINDEREN.
LAAT HET VOERTUIG NIET ONBE-
WAAKT ACHTER MET DE MOTOR
AAN, OF MET DE SLEUTEL IN DE
ONTSTEKINGSSCHAKELAAR.
57
3 Use / 3 Gebruik
GA NIET OP HET VOERTUIG ZITTEN
WANNEER DE STANDAARD UITGE-
KLAPT IS.
To park the vehicle:
Select an appropriate parking
spot.
Stop the vehicle.
Set the engine stop switch «1»
to «OFF».
Set the ignition switch «2» to
«OFF» .
The red LED next to the switch
should turn off.
Voor het parkeren van het voertuig:
De parkeerzone kiezen.
Het voertuig stilleggen.
Plaats de schakelaar voor het
stilleggen van de motor «1» op
«OFF».
Plaats de ontstekingsschake-
laar «2» op «OFF».
De rode led naast de schakelaar
moet uitgaan.
Get off the vehicle.
Rest the vehicle on its stand.
Block the steering and take out
the key.
Stap van het voertuig af.
Plaats het voertuig op de stan-
daard.
Blokkeer de stuurinrichting en
verwijder de sleutel.
03_15
Stand (03_15)
To place the vehicle on the stand:
Grasp the left grip «1» and put
the right hand on the upper rear
part of the vehicle «2».
Push the side stand fully down
with your right foot «3».
With the stand fully extended,
lean the vehicle to the side until
the stand rests on the ground.
Turn the handlebar fully to the
left.
Standaard (03_15)
Voor het plaatsen van het voertuig op de
standaard:
Grijp het linker handvat «1» vast
en steun de rechter hand op het
achterste bovenste deel van het
voertuig «2».
Duw op de laterale standaard
«3» met de rechter voet, en klap
hem volledig uit.
Hou de standaard volledig uit-
geklapt, en hel het voertuig tot
de standaard de grond raakt.
58
3 Use / 3 Gebruik
CAUTION
MAKE SURE THE GROUND WHERE
YOU HAVE PARKED IS EMPTY, FIRM
AND LEVEL.
Draai het stuur volledig naar
links.
LET OP
CONTROLEER OF HET TERREIN VAN
DE PARKEERZONE VRIJ, VAST EN
VLAK IS.
03_16
03_17
Safe driving (03_16, 03_17,
03_18, 03_19, 03_20, 03_21,
03_22, 03_23, 03_24, 03_25,
03_26, 03_27)
MAIN SAFETY RULES
To ride the vehicle it is necessary to com-
ply with all legal requirements (driving
license, minimum driving age, psycho-
physical performance, insurance, taxes
and fees, registration, license plate, etc.).
You should practise using the vehicle in
traffic-free areas and/or private property
until you have become thoroughly ac-
quainted with the vehicle.
Driving under the influence of medica-
tion, alcohol and narcotic drugs or psy-
chotropic substances dramatically in-
creases the risk of accidents.
Do not ride your vehicle if you feel tired or
drowsy and always keep safe psycho-
physical riding conditions.
The main cause of motorcycle accidents
is users' inexperience.
Veilig rijden (03_16, 03_17,
03_18, 03_19, 03_20, 03_21,
03_22, 03_23, 03_24, 03_25,
03_26, 03_27)
FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSRE-
GELS
Om met het voertuig te rijden moet men
beschikken over alle door de wet voor-
ziene vereisten (rijbewijs, minimum leef-
tijd, psychofysische geschiktheid, verze-
kering, overheidsbelasting, registratie,
nummerplaat, enz.).
Men raadt aan om het voertuig gewoon
te raken in zones met weinig verkeer en/
of in private eigendommen.
Rijden onder invloed van medicijnen, al-
cohol, verdovende of psychotrope mid-
delen verhoogt aanzienlijk het risico op
ongevallen.
Men moet er zeker van zijn dat de psy-
chofysische condities geschikt zijn voor
het rijden, met vooral aandacht voor fysi-
sche moeheid of slaperigheid.
59
3 Use / 3 Gebruik
03_18
03_19
03_20
NEVER lend the vehicle to beginners and
always make sure that the rider complies
with all necessary requirements for a safe
riding.
Strictly obey all national and local traffic
signs and rules.
Avoid any abrupt and dangerous
swerves for your own as well as others'
safety (for example: rearing up on the
back wheel, riding over the speed limit,
etc.). Besides, always assess and bear in
mind the road surface conditions, visibil-
ity, etc.
Do not knock obstacles that can damage
the vehicle or cause loss of control.
Do not ride on the course of the vehicle
in front just to improve your own speed.
CAUTION
ALWAYS RIDE WITH BOTH HANDS
ON THE HANDLEBAR AND FEET ON
THE FOOTRESTS (OR THE RIDER' S
FOOTRESTS) IN THE ADEQUATE RID-
ING POSITION.
De meeste ongevallen zijn te wijten aan
het gebrek aan ervaring van de bestuur-
der.
Leen het voertuig NOOIT aan beginners,
en controleer in elk geval of de bestuur-
der in het bezit is van alle vereisten voor
het rijden.
Respecteer nauwkeurig de bewegwijze-
ring en het normenstelsel in verband met
het nationale en plaatselijk verkeer.
Vermijdt bruuske en gevaarlijke manoeu-
vres voor zichzelf en voor anderen (voor-
beeld: het steigeren, het niet naleven van
de snelheidslimieten, enz.), bovendien
moet men steeds rekening houden met
de condities van het wegdek, de zicht-
baarheid, enz.
Stoot niet tegen obstakels die schade
aan het voertuig of controleverlies over
het voertuig kunnen veroorzaken.
Blijf niet achter voertuigen rijden om de
eigen snelheid te verhogen.
LET OP
RIJ STEEDS MET BEIDE HANDEN OP
HET STUUR EN DE VOETEN OP HET
VOETENVLAK (OF OP DE VOETEN-
STEUNEN VAN DE BESTUURDER),
EN BEHOU EEN CORRECTE RIJPOSI-
TIE.
60
3 Use / 3 Gebruik
03_21
03_22
03_23
Never stand on your feet or stretch your-
self while riding.
The rider should always be attentive,
never get distracted or influenced by peo-
ple, things or actions (never smoke, eat,
drink, read, etc.) while riding.
Always use fuel and lubricants specific
for the vehicle, of the type recommended
in the "LUBRICANTS TABLE". Check
fuel, oil and coolant frequently for correct
level.
In case of an accident or after the vehicle
has fallen down or suffered a sudden
bump, make sure the control levers, pip-
ing, cables, brake circuit and main parts
of the vehicle have not been damaged.
If necessary, take the vehicle to an Offi-
cial aprilia Dealer to check especially the
frame, handlebar, suspensions, safety
components and any device the user
cannot assess without the aid of a spe-
cialist.
Report any malfunction to the engineers
and/or mechanics in order to facilitate
their work.
Never ride the vehicle if the damage jeop-
ardises safety.
Do not modify the position, angle or col-
our of: license plate, turn indicators, light-
ing devices and horn.
Any changes to the vehicle will void the
warranty.
Vermijdt absoluut om recht te staan op
het voertuig en om zich uit te rekken tij-
dens het rijden.
De bestuurder mag niet afgeleid zijn, zich
niet laten afleiden of niet laten beïnvloe-
den door personen, voorwerpen, acties
(niet eten, roken, drinken, lezen, enz.)
wanneer hij met het voertuig rijdt.
Gebruik de brandstof en specifieke
smeermiddelen voor het voertuig, van
het type dat men vindt in de "TABEL VAN
DE SMEERMIDDELEN", controleer her-
haaldelijk of de voorgeschreven peilen
van brandstof, olie en koelvloeistoffen
correct zijn.
Wanneer het voertuig een ongeval heeft
gehad, gevallen is of er werd tegen ge-
stoten, controleert men of de comman-
dohendels, de buizen, de kabels, de
reminstallatie en de fundamentele delen
niet zijn beschadigd.
Laat het voertuig eventueel controleren
bij een Officiële aprilia Dealer, door voor-
al aandacht te schenken voor het frame,
het stuur, de ophangingen, de veilig-
heidsonderdelen en mechanismen waar-
voor de gebruiker niet in staat is om hun
integriteit vast te stellen.
Meldt eender welke slechte werking om
de ingreep van techniekers en/of mecha-
niciens te bevorderen.
Rij absoluut niet met het voertuig wan-
neer de aangebrachte schade de veilig-
heid schaadt.
61
3 Use / 3 Gebruik
03_24
03_25
03_26
Any change introduced to the vehicle and
the removal of original parts may jeop-
ardise the vehicle performance and
therefore reduce safety or even render
the vehicle inappropriate for legal riding.
Comply with all national and local laws
and regulations on vehicle equipment.
In particular do not introduce technical
changes leading to improve performance
and under no circumstances alter the
original specifications of the vehicle.
Never race with vehicles.
Never ride off-road.
Wijzig absoluut niet de positie, de helling
of de kleur van: de nummerplaat, de rich-
tingaanwijzers, de verlichtingsmechanis-
men en de akoestische melders.
Wanneer men wijzigingen uitvoert aan
het voertuig, vervalt de garantie.
Elke eventuele aan het voertuig aange-
brachte wijziging en de verwijdering van
originele stukken, kan de prestaties van
het voertuig schaden, en dus het veilig-
heidsniveau schaden en het voertuig
zelfs illegaal maken.
Men raadt aan om zich steeds te houden
aan alle wetsvoorschriften en nationale
en plaatselijke reglementen in verband
met de uitrusting van het voertuig.
Men moet vooral vermijden om techni-
sche wijzigingen aan te brengen voor het
verhogen van de prestaties, of die alles-
zins de originele kenmerken van het
voertuig wijzigen.
Vermijdt absoluut om wedstrijden te hou-
den met de voertuigen.
Vermijdt om te crossen.
CLOTHING
Before riding off, remember to put on the
helmet and fasten it correctly. Make sure
it is a homologated model, that it is un-
damaged, of the right size and that the
visor is clean.
Wear appropriate protective clothes,
preferably light-coloured and/or in reflec-
KLEDING
Vooraleer men gaat rijden denkt men er-
aan om steeds en correct de helm op te
zetten en vast te maken. Controleer of hij
gehomologeerd en integer is, of de maat
juist is en of het visier rein is.
Draag beschermende kleding, indien mo-
gelijk met een lichte en/of reflecterende
62
3 Use / 3 Gebruik
03_27
tive material. In this way you will be easily
visible to other drivers, thus reducing the
risk of being hit, and you will be better
protected in case of falling.
Always wear tight-fitting clothes without
open cuffs; avoid hanging strings, belts or
ties; these or any other objects should not
interfere with a safe riding when getting
entangled with the riding elements or due
to a special movement.
Never carry in your pockets objects that
can be potentially dangerous in case of
fall, like: pointed objects such as keys,
pens, glass containers, etc. (the same
rule applies to passengers).
kleur. Op deze manier is men goed zicht-
baar voor andere weggebruikers en ver-
mindert men aanzienlijk het risico op
aanrijdingen, en is men beter beschermd
wanneer men valt.
De kleding moet goed aansluiten en de
uiteinden moeten gesloten zijn; koorden,
ceinturen en dassen mogen niet benge-
len; vermijdt dat deze of andere voorwer-
pen interfereren met het rijden, doordat
ze verstrengd raken met bewegende on-
derdelen of ander delen.
Hou geen voorwerpen bij zich, die moge-
lijk gevaarlijk zijn wanneer men valt, bij-
voorbeeld: puntige voorwerpen zoals
sleutels, pennen, glazen voorwerpen,
enz. (dit advies geldt eveneens voor de
eventuele passagier).
ACCESSORIES
User is personally responsible for the in-
stallation and use of the accessories.
While assembling accessories, make
sure that they do not cover the sound or
light alarm devices or affect their correct
functioning, do not limit the suspension
travel or the steering angle, do not ob-
struct control actuation or reduce the
ground clearance and inclination angle at
corners.
Do not use accessories that hinder ac-
cess to the controls as they may increase
the reaction time in case of an emergen-
cy.
ACCESSOIRES
De gebruiker is verantwoordelijk voor de
keuze van de installatie en het gebruik
van de accessoires.
Men raadt aan tijdens de montage, dat
het accessoire de mechanismen van het
akoestisch en visief melden niet bedekt
en dus de functionaliteit ervan schaadt,
de werking van de ophangingen en de
hoek van sturing niet beperkt, de active-
ring van de commando´s niet hindert, en
de hoogte van de grond en de helhoek in
een bocht niet vermindert.
Vermijdt het gebruik van accessoires die
de toegang tot de commando´s hinderen,
63
3 Use / 3 Gebruik
Fairings and large windshields fitted to
the vehicle may cause aerodynamic
forces that affect the vehicle stability
while riding, mainly at high speeds.
Make sure the accessory is firm and se-
cured to the vehicle and that it does not
pose any risks while riding the vehicle.
Do not add or modify electrical equipment
that exceed the vehicle capacity as this
may result in a sudden stop or a danger-
ous lack of power required to keep the
sound and light alarm devices operative.
aprilia advises using original accesso-
ries (aprilia genuine accessories).
en die dus de reactietijden bij nood kun-
nen verlengen.
De bekledingen en de windschermen
met grote afmetingen, die gemonteerd
zijn op het voertuig, kunnen aerodynami-
sche krachten veroorzaken die de stabi-
liteit van het voertuig tijdens het rijden
schaden, vooral bij hoge snelheden.
Controleer of het accessoire goed veran-
kerd is op het voertuig en dat het niet
gevaarlijk is tijdens het rijden.
Wijzig of voeg geen elektrische appara-
ten toe die het draagvermogen van het
voertuig overschrijden; op deze wijze zou
het voertuig onverwacht kunnen stilvallen
of zou er een gevaarlijke afwezigheid van
stroom kunnen zijn, die nodig is voor de
werking van de akoestische en visieve
meldingsmechanismen.
aprilia raadt het gebruik aan van origine-
le accessoires (aprilia genuine accesso-
ries).
Load
NOTE
THE VEHICLE IS NOT SUITABLE FOR
TRANSPORTING LOADS OR LUG-
GAGE.
Lading
N.B.
HET VOERTUIG IS NIET GESCHIKT
OM LASTEN OF BAGAGE TE VER-
VOEREN.
64
3 Use / 3 Gebruik
RXV 450-550
Chap. 04
Maintenance
Hst. 04
Onderhoud
65
04_01
04_02
04_03
Engine oil level (04_01, 04_02)
Checking and topping up engine oil
level
CAUTION
IF THE ENGINE OIL PRESSURE
WARNING LIGHT COMES ON DURING
NORMAL ENGINE OPERATION, IT
MEANS THAT THE ENGINE OIL PRES-
SURE IN THE CIRCUIT IS TOO LOW.
CHECK ENGINE OIL LEVEL, SEE
(CHECKING AND TOPPING UP EN-
GINE OIL LEVEL). IF THE LEVEL IS
NOT CORRECT, STOP THE ENGINE
IMMEDIATELY AND CONTACT AN OF-
FICIAL APRILIA DEALER. HANDLE
CAREFULLY.
DO NOT SPILL OIL!
AVOID SPILLING OIL OVER COMPO-
NENTS, THE AREA YOUR ARE WORK-
ING IN AND ITS SURROUNDS. RE-
MOVE ANY TRACE OF OIL CAREFUL-
LY.
IN THE EVENT OF A LEAK OR MAL-
FUNCTION, CONTACT AN OFFICIAL
APRILIA DEALER.
Peil motorolie (04_01, 04_02)
Controle van het peil van de motorolie
en het bijvullen
LET OP
WANNEER DE CONTROLELAMP VAN
DE MOTOROLIE OPLICHT OP HET
DISPLAY TIJDENS DE NORMALE
WERKING VAN DE MOTOR, IS DE
DRUK VAN DE MOTOROLIE IN HET
CIRCUIT ONVOLDOENDE.
IN DIT GEVAL CONTROLEERT MEN
HET PEIL VAN DE MOTOROLIE,
RAADPLEEG (CONTROLE VAN HET
PEIL VAN DE MOTOROLIE EN HET
BIJVULLEN), WANNEER DIT NIET
CORRECT BLIJKT, LEGT MEN ONMI-
DELLIJK DE MOTOR STIL EN WENDT
MEN ZICH TOT EEN OFFICIËLE APRI-
LIA DEALER. WEES VOORZICHTIG
BIJ HET GEBRUIK.
MORS DE OLIE NIET!
DRAAG ZORG OM GEEN ENKEL ON-
DERDEEL, OM DE ZONE WAARIN
MEN WERKT, EN OM OMLIGGENDE
ZONES NIET TE BESMEUREN. REINIG
ZORGVULDIG ELK EVENTUEEL OLIE-
SPOOR.
BIJ OLIELEKKEN OF EEN SLECHTE
WERKING, WENDT MEN ZICH TOT
EEN OFFICIËLE APRILIA DEALER.
66
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_04
04_05
04_06
To check:
CAUTION
THIS TYPE OF VEHICLE HAS SEPA-
RATE LUBRICATION CIRCUITS FOR
ENGINE AND TRANSMISSION/
CLUTCH. OIL LEVEL CHECK AND RE-
PLACEMENT MUST BE CARRIED OUT
FOR BOTH CIRCUITS.
CAUTION
THE ENGINE MUST BE WARM TO
CHECK ENGINE OIL LEVEL. IF EN-
GINE OIL LEVEL IS CHECKED WHEN
THE ENGINE IS COLD, THE OIL MAY
GO TEMPORARILY BELOW THE MIN-
IMUM LEVEL. THIS IS NOT A PROB-
LEM AS LONG AS THE ENGINE OIL
PRESSURE WARNING LIGHT DOES
NOT COME ON.
Voor de controle:
LET OP
DEZE VOERTUIGEN ZIJN UITGERUST
MET EEN GESCHEIDEN SMEERCIR-
CUIT VOOR VERSNELLINGSBAK/
KOPPELING EN MOTOR. DE CON-
TROLE VAN DE PEILEN EN DE VER-
VANGING VAN DE OLIE MOET UITGE-
VOERD WORDEN OP BEIDE CIR-
CUITS.
LET OP
DE CONTROLE VAN DE MOTOROLIE
MOET UITGEVOERD WORDEN BIJ
WARME MOTOR. WANNEER MEN DE
CONTROLE VAN HET PEIL VAN DE
MOTOROLIE BIJ KOUDE MOTOR UIT-
VOERT, ZOU DE OLIE TIJDELIJK ON-
DER HET MIN. PEIL KUNNEN DALEN.
DIT VORMT GEEN ENKEL PRO-
BLEEM, MITS DE CONTROLELAMP
VAN DE DRUK VAN DE MOTOROLIE
NIET OPLICHT.
NOTE
IN ORDER TO WARM-UP THE ENGINE
AND BRING THE OIL TO THE RIGHT
TEMPERATURE, RIDE THE VEHICLE
FOR A SHORT PERIOD OF TIME (10 -
15 MIN), KEEP THE ENGINE RUNNING
AT IDLE FOR AT LEAST 30 SECONDS
AFTER YOU HAVE COME TO A HALT,
THEN CUT OFF THE ENGINE.
N.B.
OM DE MOTOR OP TE WARMEN EN
DE OLIE OP TEMPERATUUR TE
BRENGEN, GEBRUIKT MEN HET
VOERTUIG VOOR EEN KORTE PERIO-
DE (10 - 15 MIN), LAAT MEN DE MO-
TOR AAN HET MINIMUM TOERENTAL
WERKEN MET HET VOERTUIG STIL
VOOR MINSTENS 30 SECONDEN, EN
LEGT MEN DAARNA DE MOTOR STIL.
67
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Hold the vehicle level with the
two wheels on the ground.
Check the oil level
using the relevant transparent dipstick
«1».
MAX = maximum level
MIN = minimum level
The correct oil level is near the
MAX mark.
Hou het voertuig verticaal met
de twee wielen op de grond.
Controleer het oliepeil langs het
speciale transparante buisje
«1».
MAX = maximum peil
MIN = minimum peil.
Het peil is correct wanneer het
ongeveer het MAX peil bereikt.
Top up as required:
CAUTION
IF YOU RIDE THE VEHICLE IN A
SPORTY FASHION, SOME OIL SPLAT-
TER MAY GET TO THE AIR FILTER
HOUSING THROUGH THE ENGINE
VENT.
CAUTION
DO NOT GO BEYOND THE MAX AND
BELOW THE MIN LEVEL MARKS TO
AVOID SEVERE ENGINE DAMAGE.
Indien nodig herstelt men het peil van de
motorolie:
LET OP
WANNEER MEN HET VOERTUIG
SPORTIEF GEBRUIKT MET EEN TE
HOOG OLIEPEIL, IS HET MOGELIJK
DAT ENKELE OLIESPATTEN DE FIL-
TERKIST BEREIKEN LANGS DE ONT-
LUCHTING VAN DE MOTOR.
LET OP
OVERSCHRIJDT DE MARKERING
«MAX» NIET EN LAAT HET NIET ON-
DER DE MARKERING «MIN» KOMEN,
OM GEEN ERNSTIGE SCHADE AAN
DE MOTOR TE VEROORZAKEN.
Unscrew and remove the filler
plug «2».
Top up the oil in the tank until
you reach the correct level.
Draai de toevoerdop «2» los, en
verwijder hem.
Herstel het juiste peil door de
tank bij te vullen.
68
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CAUTION
DO NOT ADD ADDITIVES OR ANY
OTHER SUBSTANCES TO THE OIL.
WHEN USING A FUNNEL OR ANY
OTHER ELEMENT, MAKE SURE IT IS
PERFECTLY CLEAN.
NOTE
USE GOOD QUALITY LUBRICANTS.
LET OP
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDE-
RE STOFFEN TOE AAN DE OLIE.
WANNEER MEN EEN TRECHTER OF
IETS ANDERS GEBRUIKT, MOET DE-
ZE PERFECT REIN ZIJN.
N.B.
GEBRUIK OLIES VAN EEN GOEDE
KWALITEIT.
Engine oil change (04_03,
04_04, 04_05, 04_06)
Park the vehicle on firm and lev-
el ground.
Rest the vehicle on its stand.
Vervanging van de motorolie
(04_03, 04_04, 04_05, 04_06)
Plaats het voertuig op een vaste
en vlakke ondergrond.
Plaats het voertuig op de stan-
daard.
Stop the engine and let it cool off
so that the oil in the crankcase
flows down and cools as well.
Unscrew and take out the cap
(1).
Place a container to collect the
oil underneath the engine oil
drainage plug on the flywheel
side.
Unscrew and remove the oil
drainage plug (2) and then drain
all the engine oil .
Place a container to collect the
oil underneath the engine oil
drainage plug of the recovery
tank.
Leg de motor stil en laat hem af-
koelen, om de drainage van de
olie in de carter en de afkoeling
van de olie zelf toe te staan.
Draai de tankdop (1) los, en ver-
wijder hem.
Plaats een recipiënt onder de af-
voerdop van de motorolie aan
de kant van het vliegwiel.
Draai de afvoerdop van de olie
(2) los, verwijder hem, en laat
alle motorolie volledig uitstro-
men.
Plaats een recipiënt onder de af-
voerdop van de motorolie van
de recupereertank.
Draai de afvoerdop van de olie
(4) los, verwijder hem, en laat
69
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Unscrew and remove the oil
drainage plug from the reservoir
(4) and drain all the engine oil.
alle motorolie volledig uitstro-
men.
Unscrew the engine oil filter cov-
er (2). Remove it with its gasket,
collect the OR.
Remove the engine oil filter.
Fit a new engine oil filter.
Screw the engine oil filter cover
(3).
Screw and tighten the oil drain-
age plug (2).
Screw and tighten the cap (4).
Pour approx. 1250 cm³ (76.3
cu.in) of engine oil through the
filler opening.
Screw and tighten the cap (1).
Start the engine and let it run for
several minutes. Stop the en-
gine and let it cool down.
Check engine oil level.
Draai het deksel van de motoro-
liefilter (2) los. Verwijder de pak-
king volledig, en recupereer de
O-ring.
Verwijder de van de motorolief-
ilter.
Installeer een nieuwe motoro-
liefilter.
Draai het deksel van de motoro-
liefilter (3) vast.
Draai de afvoerdop van de olie
(2) vast, en sluit hem.
Draai de dop (4) vast, en sluit
hem.
Voer het bijvullen uit langs de
vulboring, met ongeveer 1250
cc (76.3 cu.in) motorolie.
Draai de dop (1) vast, en sluit
hem.
Start het voertuig en laat het
voor enkele minuten draaien.
Zet hem af en laat hem afkoe-
len.
Voer de controle uit van het peil
van de motorolie.
70
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_07
04_08
04_09
Gearbox oil level (04_07,
04_08, 04_09, 04_10)
CAUTION
GEARBOX OIL LEVEL MUST BE
CHECKED WHEN THE ENGINE IS
WARM.
Versnellingsbak oliepeil
(04_07, 04_08, 04_09, 04_10)
LET OP
DE CONTROLE VAN HET OLIEPEIL
VAN DE VERSNELLINGSBAK MOET
UITGEVOERD WORDEN BIJ WARME
MOTOR.
Stop the engine.
Wait some minutes for the oil to
flow from the transmission to the
clutch.
Keep the vehicle upright with the
two wheels on the ground.
Remove the rear brake lever by
undoing the screw (1); collect
the washer.
Leg de motor stil.
Wacht enkele minuten zodat de
olie van de versnellingsbak naar
de koppeling kan lopen.
Hou het voertuig in verticale po-
sitie met de twee wielen op de
grond.
Verwijder de hendel van de ach-
terrem door de bout (1) los te
draaien, en recupereer de sluit-
ring.
Unscrew and remove the cap/
dipstick (2).
The oil level is correct when it is
close to the cap/dipstick (2)
opening.
Draai de inspectiedop (2) los, en
verwijder hem.
Het peil is correct wanneer de
olie de opening van de inspec-
tiedop (2) bijna bereikt.
If necessary:
Remove the filler cap (3).
Top-up with oil up to the cap/
dipstick (2) opening.
Indien nodig:
Verwijder de vuldop (3).
Vul olie bij tot de opening van de
inspectiedop (2) bereikt wordt.
71
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_10
CAUTION
DO NOT ADD ADDITIVES OR OTHER
SUBSTANCES TO THE LIQUID.
IF YOU USE A FUNNEL OR ANOTHER
IMPLEMENT, MAKE SURE THAT
THEY ARE PERFECTLY CLEAN.
LET OP
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDE-
RE STOFFEN TOE AAN DE VLOEI-
STOF.
WANNEER MEN EEN TRECHTER OF
IETS ANDERS GEBRUIKT, MOET DE-
ZE PERFECT REIN ZIJN.
Wait several minutes to allow
the oil to flow from the clutch to
the transmission. Then check
the oil level again.
REPLACEMENT
NOTE
TO ENSURE EASIER AND FULL OIL
DRAINAGE THE OIL MUST BE HOT
AND THEREFORE MORE FLUID.
Wacht enkele minuten zodat de
olie van de koppeling naar de
versnellingsbak kan lopen. Con-
troleer daarna opnieuw het olie-
peil.
VERVANGING
N.B.
VOOR EEN BETERE EN VOLLEDIGE
UITSTROMING, MOET DE OLIE WARM
ZIJN, EN DUS VLOEIBAARDER
Lower the oil pan guard.
Put an adequately sized con-
tainer near the drainage plug
«4».
Unscrew and remove the drain-
age plug«4».
Unscrew and remove the filler
cap «3».
Drain and let the oil drip into the
container for several minutes.
Check and, if needed, replace
the washers of drainage plug
«4».
Verlaag de carterbuffer
Plaats een recipiënt met ge-
schikte capacitiet onder de af-
voerdop «4».
Draai de afvoerdop «4» los, en
verwijder hem.
Draai de vuldop «3» los en ver-
wijder hem.
Laat de olie af en laat ze enkele
minuten uitdruipen in het recipi-
ënt.
72
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Screw and tighten the drainage
plug «4» back on.
Remove the rear brake lever by
unscrewing the screw «1»,
keeping the washer.
Unscrew and remove the cap/
dipstick «2».
Top up with fresh oil until the
level reaches the cap/dipstick
hole mark «2».
Wait several minutes to allow
the oil to flow from the clutch to
the transmission.
Then check the oil level again.
Screw the filler cap «3» back on.
CAUTION
THE OIL FLOW FROM THE CLUTCH
TO THE TRANSMISSION AND FROM
THE TRANSMISSION TO THE CLUTCH
CAN BE PARTICULARLY SLOW
WHEN THE OIL OR ENGINE TEMPER-
ATURE IS LOW.
Controleer en vervang eventu-
eel de dichtingsrondellen van de
afvoerdop «4».
Draai de afvoerdop «4» vast en
sluit hem.
Verwijder de hendel van de ach-
terrem, door de bout «1» los te
draaien en de ring te recupere-
ren.
Draai de inspectiedop «2» los
en verwijder hem.
Voeg nieuwe olie toe, tot de bo-
ring van de inspectiedop
«2»wordt bereikt.
Wacht enkele minuten zodat de
olie van de koppeling naar de
versnellingsbak kan lopen.
Controleer daarna opnieuw het
oliepeil.
Sluit de vuldop «3».
LET OP
DE PASSAGE VAN DE OLIE VANAF
DE KOPPELING NAAR DE VERSNEL-
LINGSBAK EN VICEVERSA, KAN BIJ-
ZONDER TRAAG VERLOPEN WAN-
NEER DE OMGEVINGS-, OLIE- OF
MOTORTEMPERATUUR LAAG IS.
Reassemble the rear brake lev-
er, remembering to insert the
washer between the lever and
the crankcase, screwing the
screw «1» back on.
Hermonteer de hendel van de
achterrem, en denk er aan om
de ring tussen de hendel en de
carter te plaatsen, door de bout
«1» vast te draaien.
73
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Tyres
This vehicle is fitted with tyres with inner
tubes (Tube type).
CAUTION
CHECK TYRE INFLATION PRESSURE
REGULARLY AT AMBIENT TEMPER-
ATURE. THE MEASUREMENT MAY BE
INCORRECT IF TYRES ARE WARM.
CHECK TYRE PRESSURE MAINLY
BEFORE AND AFTER A LONG TRIP.
AN OVER-INFLATED TYRE WILL NOT
CUSHION SURFACE UNEVENNESS,
PROVIDING A HARSH RIDE, REDUC-
ING COMFORT AND STABILITY
WHEN CORNERING. AN UNDER-IN-
FLATED TYRE, ON THE OTHER
HAND, WILL EXTEND THE CONTACT
PATCH TO INCLUDE A LARGER POR-
TION OF THE TYRE SIDEWALLS.
WHEN THIS IS THE CASE, THE TYRE
MIGHT SLIP ON OR BECOME DE-
TACHED FROM THE RIM, LEADING
TO LOSS OF CONTROL OVER THE
VEHICLE. IN CASE OF SHARP BRAK-
ING, TYRES CAN EVEN GET OFF THE
RIMS. LASTLY, THE VEHICLE MIGHT
SKID IN A BEND. INSPECT THREAD
SURFACE AND CHECK IT FOR WEAR.
BADLY WORN TYRES MAY COMPRO-
MISE TRACTION AND HANDLING. RE-
PLACE TYRES WHEN WORN OR IF
THERE IS A PUNCTURE IN THE
TREAD AREA BIGGER THAN 5 mm
Banden
Dit voertuig is voorzien van banden met
binnenband (Tube Type).
LET OP
CONTROLEER REGELMATIG DE
SPANNING VAN DE BANDEN BIJ DE
OMGEVINGSTEMPERATUUR. WAN-
NEER DE BANDEN WARM ZIJN, IS DE
METING NIET CORRECT. VOOR DE
METING UIT VOORAL VÓÓR EN NA
EEN LANGE REIS. WANNEER DE
SPANNING TE HOOG IS, WORDT DE
ONEFFENHEID VAN HET TERREIN
NIET GEDEMPT, EN DUS NAAR DE
STUURINRICHTING VERSTUURT, ZO-
DAT HET RIJCOMFORT VERMINDERT
EN DE WEGLIGGING IN BOCHTEN
VERSLECHTERT. WANNEER VICE-
VERSA DE BANDENSPANNING ON-
VOLDOENDE IS, WERKEN DE ZIJ-
KANTEN VAN DE BANDEN MEER, EN
KAN HET ZIJN DAT DE BAND OP DE
VELG SLIPT OF LOSKOMT, MET ALS
GEVOLG DAT MEN DE CONTROLE
OVER HET VOERTUIG VERLIEST.
WANNEER MEN BRUUSK REMT,
KUNNEN DE BANDEN UIT DE VEL-
GEN KOMEN. IN BOCHTEN KAN HET
VOERTUIG GAAN SLIPPEN. CON-
TROLEER DE STAAT VAN HET RIJOP-
PERVLAK EN DE SLIJTAGE, OMDAT
SLECHTE BANDENCONDITIES DE
WEGLIGGING EN DE BEDIENBAAR-
74
4 Maintenance / 4 Onderhoud
(0.197 in). BALANCE WHEELS AFTER
A TYRE IS MENDED. ONLY USE
TYRES OF THE SIZE SPECIFIED BY
THE MANUFACTURER (SEE TECHNI-
CAL DATA SHEETS). CHECK THAT
THE INFLATION VALVES HAVE THEIR
CAPS FITTED TO AVOID UNEXPEC-
TED FLAT TYRES. TYRE REPLACE-
MENT, REPAIR, MAINTENANCE AND
BALANCING ARE VERY IMPORTANT
OPERATIONS. THEY SHOULD BE
CARRIED OUT USING THE APPRO-
PRIATE TOOLS AND ARE BEST LEFT
EXPERIENCED MECHANICS. HAVE
YOUR TYRES AND WHEELS SERV-
ICED AT AN OFFICIAL aprilia DEALER
OR A SPECIALISED TYRE REPAIRER.
CAUTION
NEW TYRES MAY BE COATED WITH
A SLIPPERY COATING: RIDE WITH
CAUTION DURING THE FIRST KILO-
METRES. DO NOT APPLY UNSUITA-
BLE LIQUIDS ON TYRES. WHEN
TYRES ARE OLD, THE MATERIAL
MAY HARDEN AND NOT PROVIDE
ADEQUATE GRIP, EVEN IF TYRES
ARE STILL WITHIN THE WEAR LIMIT.
IF THIS IS THE CASE, REPLACE THE
TYRES.
HEID VAN HET VOERTUIG KUNNEN
SCHADEN. VERVANG DE BAND WAN-
NEER HIJ VERSLETEN IS, OF WAN-
NEER ER EEN EVENTUEEL GAT IS IN
DE ZONE VAN HET RIJVLAK DAT
GROTER IS DAN 5 mm (0.197 in). NA-
DAT MEN DE BAND HEEFT LATEN
HERSTELLEN, LAAT MEN DE WIELEN
BALANCEREN. GEBRUIK UITSLUI-
TEND BANDEN MET DE AFMETINGEN
DIE WORDEN AANGEDUID DOOR
HET HUIS, RAADPLEEG (TECHNI-
SCHE GEGEVENS). CONTROLEER
OF DE VENTIELEN VOOR HET OP-
BLAZEN STEEDS HUN DOPJES HEB-
BEN, OM HET PLOTSELING LEEGLO-
PEN VAN DE BANDEN TE VERMIJ-
DEN. DE HANDELINGEN VAN HET
VERVANGEN, HERSTELLEN, ONDER-
HOUD EN BALANCEREN ZIJN ZEER
BELANGRIJK, EN MOETEN DUS UIT-
GEVOERD WORDEN MET GESCHIK-
TE GEREEDSCHAPPEN EN MET DE
NODIGE ERVARING. DAAROM
RAADT MEN AAN OM ZICH TE WEN-
DEN TOT EEN OFFICIËLE aprilia DEA-
LER OF EEN BANDENSPECIALIST
VOOR HET UITVOEREN VAN VOOR-
AFGAANDE HANDELINGEN.
LET OP
WANNEER DE BANDEN NIEUW ZIJN,
KUNNEN ZE BEDEKT ZIJN MET EEN
GLADDE LAAG: DE EERSTE KILOME-
75
4 Maintenance / 4 Onderhoud
TERS MOET MEN VOORZICHTIG RIJ-
DEN. SMEER DE BANDEN NIET IN
MET ONGESCHIKTE VLOEISTOFFEN.
WANNEER DE BANDEN OUD ZIJN, EN
OOK AL ZIJN ZE NIET VERSLETEN,
KUNNEN ZE VERHARDEN EN DUS DE
WEGLIGGING NIET GARANDEREN. IN
DIT GEVAL VERVANGT MEN DE BAN-
DEN.
Minimum tread depth:
front and rear 2 mm (0.079 in) (USA 3 mm
- 0.118 in) and anyway not less than re-
quired by the regulations in force in the
country where the vehicle is used.
Minimum dieptelimiet van het rijvlak:
vooraan en achteraan 2 mm (0.079 in)
(USA 3 mm - 0.118 in) en alleszins niet
minder dan voorgeschreven door de van
kracht zijnde wetgeving van het land
waar het voertuig wordt gebruikt.
04_11
Spark plug dismantlement
(04_11, 04_12, 04_13)
At regular intervals, remove the spark
plug and clean off any carbon deposits or
replace as required.
CAUTION
ALWAYS REPLACE BOTH SPARK
PLUGS, EVEN IF ONLY ONE NEEDS
REPLACING.
Demonteren van de bougie
(04_11, 04_12, 04_13)
Demonteer periodiek de bougie, reinig ze
van koolstofafzettingen, en vervang ze
indien nodig.
LET OP
OOK WANNEER SLECHTS ÉÉN VAN
DE BOUGIES MOET VERVANGEN
WORDEN, VERVANGT MEN STEEDS
BEIDE BOUGIES.
76
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_12
04_13
In order to gain access to the spark plugs:
CAUTION
BEFORE CARRYING OUT THE FOL-
LOWING OPERATIONS AND IN OR-
DER TO AVOID BURNS, LEAVE THE
ENGINE AND MUFFLER TO COOL
OFF TO AMBIENT TEMPERATURE.
Om de bougies te bereiken:
LET OP
VOORALEER MEN DE VOLGENDE
HANDELINGEN UITVOERT, LAAT
MEN DE MOTOR EN DE UITLAAT AF-
KOELEN TOT DEZE DE OMGEVINGS-
TEMPERATUUR HEBBEN BEREIKT,
OM MOGELIJKE BRANDWONDEN TE
VERMIJDEN.
Place the vehicle on the stand.
NOTE
THE VEHICLE HAS A SPARK PLUG (2)
FOR EACH CYLINDER. THE FOLLOW-
ING STEPS RELATE TO JUST ONE
SPARK PLUG BUT APPLY TO BOTH.
Plaats het voertuig op de stan-
daard.
N.B.
HET VOERTUIG IS UITGERUST MET
EEN BOUGIE (2) PER CILINDER. DE
VOLGENDE HANDELINGEN ZIJN IN
VERBAND MET ÉÉN BOUGIE, MAAR
GELDEN VOOR BEIDE.
Remove the tube (1) of the
spark plug (2).
Clean off any trace of dirt from
the spark plug (2) base.
Insert the spanner supplied in
the tool kit into the hexagonal
head of the spark plug (2).
Unscrew the spark plug (2) and
remove it from its seat, making
Verwijder de pipet (1) van de
bougie (2).
Verwijder elk vuilspoor van de
basis van de bougie (2).
Plaats de sleutel die wordt bij-
geleverd bij de gereedschapskit
op de zeskantige zit van de bou-
gie (2).
77
4 Maintenance / 4 Onderhoud
sure no dust or dirt gets into the
cylinder.
Checking and cleaning:
CAUTION
THE ELECTRODES OF THE SPARK
PLUGS INSTALLED ON THIS VEHICLE
ARE PLATINUM ELECTRODES. DO
NOT USE METAL BRUSHES AND/OR
ABRASIVE PRODUCTS TO CLEAN
THE SPARK PLUGS. USE ONLY A
COMPRESSED AIR JET.
Draai de bougie (2) los en ver-
wijder ze uit de zit, en laat geen
stof of andere stoffen in de cilin-
der terechtkomen.
Voor de controle en de reiniging:
LET OP
DE ELEKTRODEN VAN DE BOUGIES
DIE OP DIT VOERTUIG GEMONTEERD
ZIJN, ZIJN VAN HET PLATINATYPE.
VOOR DE REINIGING MAG MEN GEEN
METALEN BORSTELS EN/OF ABRA-
SIEVE PRODUCTEN GEBRUIKEN,
MAAR ENKEL EEN PERSLUCHT-
STRAAL.
KEY:
central electrode (3);
insulator (4);
side electrode (5).
Check that the electrodes and
the insulator of the spark plug
(2) do not show signs of carbon
deposits and corrosion. If nec-
essary, clean them using a com-
pressed air jet.
Replace the spark (2) if its insulator is
cracked, the electrodes show signs of
corrosion or excessive deposits, or the
top of the central electrode gets rounded
(6).
LEGENDE:
centrale elektrode (3);
isolering (4);
laterale elektrode (5).
Controleer of de elektroden en
de isolering van de bougie (2)
geen koolstofresten of corrosie-
tekens vertonen, reinig ze even-
tueel met een persluchtstraal.
Wanneer de bougie (2) scheurtjes op de
isolering, corrosie op de elektroden, ex-
cessieve afzettingen vertoont, of de cen-
trale elektrode vertoont een afgerond
toppunt (6), moet de bougie vervangen
worden.
78
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CAUTION
WHEN REPLACING THE SPARK
PLUG (2), CHECK THE PITCH AND
LENGTH OF THE THREAD. IF THE
THREADED PART IS TOO SHORT,
CARBON DEPOSITS WILL BUILD UP
ON THE THREAD'S SEAT AND MAY
THUS CAUSE DAMAGE TO THE EN-
GINE WHEN THE CORRECT THREA-
DED PART IS INSTALLED. USE REC-
OMMENDED SPARK PLUGS ONLY.
USING A SPARK PLUG OTHER THAN
SPECIFIED MIGHT COMPROMISE EN-
GINE PERFORMANCE AND LIFE.
CHECK THE GAP BETWEEN THE
ELECTRODES WITH A FEELER
GAUGE TO AVOID DAMAGING THE
PLATINUM COATING.
LET OP
WANNEER MEN DE BOUGIE (2) VER-
VANGT, CONTROLEERT MEN DE
STEEK EN DE LENGTE VAN DE
SCHROEFDRAAD. WANNEER HET
GESCHROEFDRADE DEEL TE KORT
IS, ZULLEN DE KOOLAFZETTINGEN
ZICH OP DE ZIT VAN DE SCHROEF-
DRAAD AFZETTEN, ZODAT DE MO-
TOR ZOU BESCHADIGD KUNNEN
WORDEN WANNEER MEN DE COR-
RECTE BOUGIE HERMONTEERT. GE-
BRUIK ENKEL BOUGIES VAN HET
AANBEVOLEN TYPE, ANDERS ZOU-
DEN DE PRESTATIES EN DE DUUR
VAN DE MOTOR GESCHAAD KUN-
NEN WORDEN. VOOR HET CONTRO-
LEREN VAN DE AFSTAND TUSSEN
DE ELEKTRODEN, GEBRUIKT MEN
EEN DIKTEMETER VAN HET RAND-
TYPE, DIT OM DE PLATINA BEKLE-
DING NIET TE BESCHADIGEN.
Checking the gap between the
electrodes with a feeler gauge.
Controleer de afstand tussen de
elektroden met een diktemeter
van het randtype.
LET OP
PROBEER OP GEEN ENKELE MA-
NIER OM DE AFSTAND TUSSEN DE
79
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CAUTION
DO NOT ATTEMPT TO READJUST
THE ELECTRODE GAP.
ELEKTRODEN WEER OP MAAT TE
BRENGEN.
The gap between the electrodes should
be between 0.7 ÷ 0.8 mm (0.027 ÷ 0.031
in). Otherwise, replace the spark plug (2).
Make sure the washer is in good
conditions.
Installation:
Once the washer is fitted, screw
the spark plug (2) manually to
avoid damaging the thread.
Tighten using the spanner sup-
plied in the tool kit. Make each
spark plug (2) complete 1/2 of a
turn to compress the washer.
CAUTION
IT IS ESSENTIAL TO TIGHTEN THE
SPARK PLUG (2) PROPERLY. A
LOOSE SPARK PLUG MAY CAUSE
ENGINE OVERHEATING AND RESULT
IN SEVERE DAMAGE.
Locking torques (N*m)
Spark plug - M10x1.25
De afstand tussen de elektroden moet
0,7 ÷ 0,8 mm (0.027 ÷ 0.031 in) bedra-
gen, en wanneer deze verschilt, vervangt
men de bougie (2).
Controleer of de rondel zich in
goede condities bevindt.
Voor de installatie:
Met gemonteerde rondel draait
men de bougie (2) manueel vast
om te vermijden dat de schroef-
draad wordt beschadigd.
Sluit de bougies met behulp van
de bij de gereedschapskit bijge-
voegde sleutel, door elke bougie
(2) een 1/2 draai vast te draaien
om de rondel vast te drukken.
LET OP
DE BOUGIE (2) MOET GOED WORDEN
VASTGEDRAAID, OMDAT ANDERS
DE MOTOR KAN OVERVERHITTEN,
EN DUS ERNSTIG WORDT BESCHA-
DIGD.
Aandraaikoppels (N*m)
Bougie - M10x1.25
80
4 Maintenance / 4 Onderhoud
12 Nm (8.85 lbf ft) 12 Nm (8.85 lbf ft)
Position the spark plug tube (1)
correctly so that it does not get
detached due to engine vibra-
tions.
Plaats de pipet van de bougie
(1) correct, zodat deze niet los-
komt door de vibraties van de
motor.
04_14
04_15
Removing the air filter (04_14,
04_15)
Remove the saddle.
Raise the tank.
Release the air filter cover by
gripping and lifting the handles
from both sides.
Slide out the air filter housing
cover from behind, complete
with filter.
NOTE
WHEN REFITTING THE AIR FILTER,
ENSURE THAT ITS HOUSING IS PER-
FECTLY CLEAN. REMOVE ANY
TRACE OF DIRT THAT MAY HAVE EN-
TERED DURING REMOVAL. DURING
REASSEMBLY, MAKE SURE THAT
THE AIR VENTS ARE INSERTED COR-
RECTLY.
CAUTION
MAKE SURE THAT TANK'S THREAD
SEALER DOES COME INTO TOUCH
Demonteren van het luchtfilter
(04_14, 04_15)
Verwijder het zadel.
Hef de tank op.
Koppel het deksel van de filter-
kist los, door de handgrepen
langs beide kanten vast te grij-
pen, en het op te heffen.
Verwijder het deksel van de fil-
terkist, compleet met luchtfilter,
langs achter.
N.B.
BIJ DE HERMONTAGE LET MEN OP
DAT DE FILTERKIST PERFECT REIN
IS. VERWIJDER ELK SPOOR VAN
VUIL, ZODAT DIT ER NIET KAN INVAL-
LEN TIJDENS DE VERWIJDERING. BIJ
DE HERMONTAGE LET MEN OP
VOOR DE CORRECTE PLAATSING
VAN DE LUCHTINLATEN.
LET OP
LET OP DAT DE TREKDRAAD VAN DE
TANK VOOR GEEN ENKELE REDEN
81
4 Maintenance / 4 Onderhoud
WITH THE BATTERY'S POSITIVE
POLE UNDER ANY CIRCUMSTANCE.
CAUTION
IN THE EVENT OF A FALL, CLEAN
THE AIR FILTER AND ITS HOUSING
CAREFULLY, REMOVING ANY
TRACES OF OIL WHICH MAY HAVE
ENTERED FROM THE OIL TANK
THROUGH THE OIL VAPOURS
BREATHER PIPES.
CAUTION
REMOVE THE AIR FILTER COVER ON-
LY WHEN THE VEHICLE IS PERFECT-
LY CLEAN SO AS TO AVOID THAT
ANY TRACE OF DIRT MAY INGRESS
THE HOUSING.
DE POSITIEVE POOL VAN DE ACCU
RAAKT.
LET OP
WANNEER DE LUCHTFILTER EN DE
FILTERKIST GEVALLEN ZIJN, REI-
NIGT MEN ZE ZORGVULDIG, ZODAT
ER GEEN OLIE MEER AANWEZIG IS
DIE EVENTUEEL VAN DE OLIETANK
LANGS DE ONTLUCHTINGSBUIS VAN
DE OLIEDAMPEN ZOU BINNENGEKO-
MEN ZIJN.
LET OP
VOER DE HANDELING VAN HET VER-
WIJDEREN VAN HET LUCHTFILTER-
DEKSEL ENKEL UIT WANNEER DE
MOTOR PERFECT REIN IS, OM TE
VERMIJDEN DAT HET VUIL IN DE FIL-
TERKIST KOMT.
82
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_16
04_17
Cooling fluid level (04_16,
04_17)
Do not use the vehicle if the coolant is
below the minimum level.
CAUTION
COOLANT IS TOXIC IF INGESTED;
CONTACT WITH EYES OR SKIN MAY
CAUSE IRRITATION. IN THE EVENT
OF CONTACT WITH EYES OR SKIN,
RINSE REPEATEDLY WITH ABUN-
DANT WATER AND SEEK MEDICAL
ADVICE. IF ACCIDENTALLY INGES-
TED, INDUCE VOMITING, RINSE
MOUTH AND THROAT WITH ABUN-
DANT WATER AND SEEK MEDICAL
ADVICE IMMEDIATELY.
Peil koelvloeistof (04_16,
04_17)
Gebruik het voertuig niet wanneer het
peil van de koelvloeistof zich onder het
minimum peil bevindt.
LET OP
DE KOELVLOEISTOF IS SCHADELIJK
WANNEER HET WORDT INGESLIKT;
HET CONTACT MET DE HUID EN DE
OGEN KAN IRRITATIES VEROORZA-
KEN. WANNEER DE VLOEISTOF IN
CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID
EN DE OGEN, SPOELT MEN LANG
MET VEEL WATER, EN RAADPLEEGT
MEN EEN ARTS. WANNEER HET
WORDT INGESLIKT, MOET MEN
OVERGEVEN, DE MOND EN DE KEEL
SPOELEN MET VEEL WATER, EN ON-
MIDDELLIJK EEN ARTS RAADPLE-
GEN.
Coolant solution is 50% water and 50%
antifreeze fluid.
This is the ideal mixture for most operat-
ing temperatures and provides good cor-
rosion protection.
It is advisable to use the same mixture
even in hot seasons as it is less prone to
evaporative loss and will minimise the
need for top-ups.
De oplossing van de koelvloeistof be-
staat uit 50% water en 50% antivries.
Dit mengsel is ideaal voor de meeste
werkingstemperaturen, en garandeert
een goede bescherming tegen corrosie.
Het is goed om herzelfde mengsel te ge-
bruiken tijdens het warme seizoen, om-
dat op deze manier verlies door verdam-
ping en het frequent bijvullen wordt
vermeden.
83
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Less water evaporation means fewer
mineral salts depositing in the radiators,
which helps preserve the efficiency of the
cooling system.
Op deze manier verminderen de bezink-
sels van mineraalzouten, die in de radia-
tor door het verdampte water werden
gelaten, en verandert de efficiëntie van
de koelinstallatie niet.
When the temperature drops below zero
degrees centigrade, check the cooling
system frequently and add more anti-
freeze if needed (up to 60% max.).
Use distilled water in the coolant mixture
to avoid damaging the engine.
CAUTION
DO NOT REMOVE THE EXPANSION
TANK PLUG «1» WHEN THE ENGINE
IS HOT, SINCE COOLANT IS UNDER
PRESSURE AND VERY HOT. CON-
TACT WITH SKIN OR CLOTHES MAY
CAUSE SEVERE BURNS AND/OR IN-
JURIES.
Wanneer de buitentemperatuur zich on-
der het vriespunt bevindt, moet men het
koelcircuit frequent controleren, en voegt
men indien nodig een hogere concentra-
tie antivries toe (tot een maximum van
60%).
Voor de koeloplossing gebruikt men ge-
destilleerd water, om de motor niet te
beschadigen.
LET OP
VERWIJDER DOP «1» NIET VAN HET
EXPANSIEVAT WANNEER DE MOTOR
WARM STAAT, OMDAT DE KOEL-
VLOEISTOF ONDER DRUK STAAT EN
EEN HOGE TEMPERATUUR HEEFT.
BIJ CONTACT MET DE HUID OF DE
KLEDING KAN HET ERNSTIGE LET-
SELS/SCHADE VEROORZAKEN.
Check and top-up Controle en bijvullen
84
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CAUTION
WAIT FOR THE ENGINE TO COOL
DOWN BEFORE CHECKING OR TOP-
PING-UP THE COOLANT LEVEL.
LET OP
VOER DE HANDELINGEN VAN DE
CONTROLE EN HET BIJVULLEN VAN
DE KOELVLOEISTOF UIT WANNEER
DE MOTOR KOUD STAAT.
Stop the engine and wait for it to
cool down.
Place the vehicle on firm and
level ground.
Keep the vehicle upright, with
both wheels on the ground.
Rotate the radiator cap «1» an-
ticlockwise until it clicks once.
Wait for several seconds to al-
low any pressure in the system
to be equalised.
Rotate the radiator cap «1»
again anticlockwise and remove
it.
Check that the liquid covers the
radiator plates completely.
Also check the level in the ex-
pansion tank (underneath the
engine sump cover) from the rel-
evant window.
The correct level should be be-
tween the MIN and MAX marks.
Leg de motor stil en wacht tot hij
afkoelt.
Plaats het voertuig op een vast
en vlak terrein.
Hou het voertuig verticaal met
de twee wielen op de grond.
Draai de radiatordop «1» in te-
genwijzerszin voor één klik.
Wacht enkele seconden, zodat
de ontluchting van eventueel
aanwezige druk in de installatie
kan plaatsvinden.
Draai de radiatordop «1» in te-
genwijzerszin, en verwijder
hem.
Controleer of de vloeistof de pla-
ten van de radiator volledig be-
dekt.
Controleer bovendien het peil in
het expansievat (onder het dek-
sel van de motorcarter) langs
het speciale venster.
Het peil moet zich tussen de
MIN en MAX referenties bevin-
den.
85
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CAUTION
DO NOT ADD ADDITIVES OR OTHER
SUBSTANCES TO THE LIQUID.
IF YOU USE A FUNNEL OR ANOTHER
IMPLEMENT, MAKE SURE THAT
THEY ARE PERFECTLY CLEAN.
LET OP
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDE-
RE STOFFEN TOE AAN DE VLOEI-
STOF.
WANNEER MEN EEN TRECHTER OF
IETS ANDERS GEBRUIKT, MOET DE-
ZE PERFECT REIN ZIJN.
If required, top up with coolant
until the radiator plates are cov-
ered. Do not exceed this level,
otherwise the coolant will spill
during engine operation. If you
use a funnel, make sure it is per-
fectly clean.
Screw the radiator cap back
on«1».
CAUTION
IN THE EVENT OF EXCESSIVE COOL-
ANT CONSUMPTION, CHECK COOL-
ING SYSTEM FOR LEAKS.
HAVE ANY MALFUNCTIONS RE-
PAIRED BY AN aprilia Official Dealer.
Indien nodig vult men koelvloei-
stof bij, tot de platen van de ra-
diator volledig bedekt zijn. Over-
schrijdt dit peil niet, anders zal
de vloeistof tijdens de werking
van de motor uitstromen. Wan-
neer men een trechter of iets
anders gebruikt, moet deze per-
fect rein zijn.
Plaats de radiatordop «1» weer.
LET OP
IN GEVAL VAN EXCESIEF KOEL-
VLOEISTOFVERBRUIK, CONTRO-
LEERT MEN OF ER GEEN LEKKEN IN
HET CIRCUIT ZIJN.
VOOR DE HERSTELLING WENDT
MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia
Dealer.
86
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_18
04_19
04_20
Checking the brake oil level
(04_18, 04_19, 04_20, 04_21)
Maintenance procedures
Brake fluid level and top-up
The information provided below relates to
an individual braking system but is appli-
cable to both.
NOTE
THIS VEHICLE IS EQUIPPED WITH
FRONT AND REAR DISC BRAKES,
EACH OPERATED BY AN INDEPEND-
ENT HYDRAULIC CIRCUIT.
CAUTION
UNEXPECTED CLEARANCE VARIA-
TIONS OR ELASTIC RESISTANCE IN
THE BRAKE LEVER ARE DUE TO
FAILURE IN THE HYDRAULIC CIR-
CUIT. CONTACT AN Official aprilia
Dealer IN CASE OF DOUBTS ON THE
CORRECT OPERATION OF THE
BRAKING SYSTEM OR WHEN UN-
ABLE TO CARRY OUT ROUTINE
CHECK PROCEDURES.
CAUTION
MAKE ESPECIALLY SURE THAT
BRAKE DISCS ARE NOT SMEARED
Controle van het oliepeil van
de remmen (04_18, 04_19,
04_20, 04_21)
Onderhoudshandelingen
Peil van de remvloeistof en het bijvullen
De volgende informatie is in verband met
slechts één reminstallatie, maar geldt
voor beide.
N.B.
DIT VOERTUIG IS UITGERUST MET
SCHIJFREMMEN VOORAAN EN ACH-
TERAAN, MET GESCHEIDEN HY-
DRAULISCHE CIRCUITS.
LET OP
HET PLOTSELING WIJZIGEN VAN DE
SPELING OF EEN ELASTISCHE
WEERSTAND VAN DE REM, ZIJN TE
WIJTEN AAN PROBLEMEN MET DE
HYDRAULISCHE INSTALLATIE. IN
GEVAL VAN TWIJFELS IN VERBAND
MET DE PERFECTE WERKING VAN
DE REMINSTALLATIE EN IN GEVAL
MEN NIET IN STAAT IS OM DE NOR-
MALE CONTROLEHANDELINGEN UIT
TE VOEREN, WENDT MEN ZICH TOT
EEN Officiële aprilia Dealer.
87
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_21
OR LUBRICATED, PARTICULARLY
AFTER MAINTENANCE AND CHECK
PROCEDURES HAVE BEEN CARRIED
OUT.
CHECK THAT BRAKE WIRES ARE
NOT TWISTED OR WORN.
PAY UTMOST ATTENTION THAT NO
WATER OR DUST INADVERTENTLY
GETS INTO THE CIRCUIT.
IT IS ADVISABLE TO WEAR LATEX
GLOVES WHEN SERVICING THE HY-
DRAULIC CIRCUIT.
THE BRAKE FLUID MAY CAUSE IRRI-
TATION IF IN CONTACT WITH SKIN
OR EYES.
CAUTION
RINSE CAREFULLY ALL BODY
PARTS WHICH HAVE COME INTO
CONTACT WITH THE FLUID AND,
SHOULD THE FLUID COME INTO
CONTACT WITH THE EYES, SEEK
MEDICAL ADVICE OR CONTACT AN
OPHTHALMOLOGIST.
CAUTION
DO NOT DISPOSE OF THE FLUID INTO
THE ENVIRONMENT.
LET OP
LET VOORAL OP DAT DE REMSCHIJ-
VEN NIET VETTIG OF INGEVET ZIJN,
VOORAL NA HET UITVOEREN VAN
DE ONDERHOUDSHANDELINGEN OF
DE CONTROLE.
CONTROLEER OF DE REMBUIZEN
NIET IN ELKAAR GEDRAAID OF VER-
SLETEN ZIJN.
LET OP DAT ER GEEN WATER OF
STOF TOEVALLIG IN HET CIRCUIT
KOMT.
BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN
AAN HET HYDRAULISCH CIRCUIT,
RAADT MEN AAN OM LATEX HAND-
SCHOENEN TE GEBRUIKEN.
DE REMVLOEISTOF ZOU IRRITATIE
KUNNEN VEROORZAKEN WANNEER
HET IN CONTACT KOMT MET DE HUID
OF DE OGEN.
LET OP
WAS ZORGVULDIG DE DELEN VAN
HET LICHAAM DIE IN CONTACT ZIJN
GEKOMEN MET DE VLOEISTOF,
WENDT ZICH BOVENDIEN TOT EEN
OOGARTS OF EEN ARTS WANNEER
DE VLOEISTOF IN CONTACT KOMT
MET DE OGEN.
88
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CAUTION
KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-
DREN
CAUTION
WHEN YOU USE THE BRAKE FLUID,
MAKE SURE NOT TO SPILL IT ONTO
PLASTIC OR PAINTED COMPONENTS
AS IT WILL DAMAGE THEM BEYOND
REPAIR.
LET OP
LOOS DE VLOEISTOF NIET IN HET MI-
LIEU.
LET OP
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN
LET OP
WANNEER MEN REMVLOEISTOF GE-
BRUIKT MOET MEN OPLETTEN OM
HET NIET TE MORSEN OP DE PLAS-
TIC OF GELAKTE DELEN, OMDAT
HET ONHERSTELBARE SCHADE ZAL
AANRICHTEN.
Disc brake
CAUTION
BRAKES ARE THE MOST IMPORTANT
COMPONENTS TO ENSURE SAFETY
AND THEREFORE THEY HAVE TO BE
ALWAYS IN PERFECT CONDITIONS;
Schijfremmen
LET OP
DE REMMEN ZIJN DE ONDERDELEN
DIE HET MEEST DE VEILIGHEID GA-
RANDEREN, EN MOETEN DUS
STEEDS PERFECT EFFICIËNT WOR-
89
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CHECK THE BRAKES BEFORE EACH
RIDE.
REPLACE THE BRAKE FLUID AC-
CORDING TO THE SCHEDULED
MAINTENANCE TABLE.
USE THE BRAKE FLUID SPECIFIED IN
THE LUBRICANT CHART.
DEN GEHOUDEN; CONTROLEER ZE
VÓÓR ELKE REIS.
VOER DE VERVANGING VAN DE REM-
VLOEISTOF UIT OP BASIS VAN DE
TABEL VAN HET GEPROGRAM-
MEERD ONDERHOUD.
GEBRUIK DE SPECIFIEKE REM-
VLOEISTOF DIE WORDT AANGEDUID
IN DE TABEL VAN DE SMEERMIDDE-
LEN.
Brake fluid decreases gradually in the
reservoir as the brake pads wear down,
to compensate the wear automatically.
The front brake reservoir «1» is placed
near the front brake lever connection.
The rear brake fluid reservoir «2» is inte-
grated in the brake pump fastened to the
frame near the fork.
Met het verbruik van de wrijvingspastilles
vermindert het peil van de remvloeistof in
de tank, om automatisch de slijtage te
compenseren.
De vloeistoftank van de voorrem «1» be-
vindt zich nabij de koppeling van de hen-
del van de voorrem.
De vloestoftank van de achterrem «2» is
geïntegreerd in de rempomp die aan het
frame is bevestigd, op de rechter kant,
naast de vork.
Check the brake fluid level in the reser-
voirs before setting off.
CAUTION
DO NOT USE YOUR VEHICLE IF A
FLUID LEAK IN THE BRAKING CIR-
CUIT IS DETECTED.
Controleer vóór het vertrek het peil van
de remvloeistof in de tanks.
LET OP
GEBRUIK HET VOERTUIG NOOIT
WANNEER MEN EEN LEK OPMERKT
VAN DE REMINSTALLATIE.
90
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Front brake
Checking
Hold the vehicle upright and
keep the handlebar straight.
Check that the fluid in the reser-
voir «1» is above the MIN. mark
MIN = minimum level
MAX = maximum level
If the fluid does not reach the MIN. mark
CAUTION
BRAKE LEVEL DECREASES GRADU-
ALLY AS BRAKE PADS WEAR DOWN.
Voorrem
Controle
Plaats het voertig verticaal en
hou het stuur recht.
Controleer of de vloeistof in de
tank «1» de MIN referentie over-
schrijdt.
MIN = minimum peil.
MAX = maximum peil
Wanneer de vloeistof niet minstens het
MIN bereikt.
LET OP
HET PEIL VAN DE VLOEISTOF VER-
MINDERT PROGRESSIEF MET DE
SLIJTAGE VAN DE PASTILLES.
Check the brake pads and discs
for wear
If the pads and/or the disc do not need
replacing, top up the fluid.
CAUTION
RISK OF BRAKE FLUID SPILLAGE.
DO NOT PULL THE FRONT BRAKE
LEVER WHEN THE SCREWS «6» ARE
LOOSE OR, PRIMARILY, WHEN THE
BRAKE FLUID RESERVOIR COVER
«7» IS REMOVED.
Controleer de slijtage van de
rempastilles en van de schijf.
Wanneer de pastilles en/of de schijf niet
moeten vervangen worden, voert men
het bijvullen uit.
LET OP
GEVAAR OP HET UITSTROMEN VAN
REMVLOEISTOF. ACTIVEER DE HEN-
DEL VAN DE VOORREM NIET WAN-
NEER DE BOUTEN «6» GELOST ZIJN,
OF VOORAL NIET WANNEER HET
DEKSEL VAN DE TANK VAN DE REM-
VLOEISTOF «7» VERWIJDERD IS.
91
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Using a short Phillips screwdriv-
er remove the screws «6» of the
brake fluid reservoir.
CAUTION
AVOID PROLONGED AIR EXPOSURE
OF THE BRAKE FLUID. THE BRAKE
FLUID IS HYGROSCOPIC AND AB-
SORBS MOISTURE WHEN IS IN CON-
TACT WITH THE AIR. LEAVE THE
BRAKE FLUID RESERVOIR «1» OPEN
ONLY FOR THE TIME NEEDED TO
COMPLETE THE TOPPING UP PRO-
CEDURE.
Gebruik een korte kruisschroe-
vendraaier voor het losdraaien
van de bouten «6» van de tank
van de remvloeistof.
LET OP
VERMIJDT DAT DE REMVLOEISTOF
LANG WORDT BLOOTGESTELD AAN
DE LUCHT. DE REMVLOEISTOF IS HY-
GROSCOPISCH, EN ABSORBEERT
VOCHTIGHEID WANNEER HET IN
CONTACT KOMT MET DE LUCHT.
LAAT DE TANK VAN REMVLOEISTOF
«1» ENKEL OPEN VOOR DE TIJD DIE
NODIG IS OM HET BIJVULLEN UIT TE
VOEREN.
Lift and remove the cap «7» to-
gether with its screws «6» and
washer«8».
CAUTION
TO AVOID SPILLING THE BRAKE FLU-
ID DURING TOP-UP, DO NOT SHAKE
THE VEHICLE. DO NOT ADD ADDI-
TIVES OR OTHER SUBSTANCES TO
THE FLUID. IF YOU USE A FUNNEL OR
ANOTHER IMPLEMENT, MAKE SURE
THAT THEY ARE PERFECTLY CLEAN.
Hef het deksel «7» op, en ver-
wijder het compleet met de bou-
ten «6» en de pakking «8».
LET OP
OM TIJDENS HET BIJVULLEN DE
REMVLOEISTOF NIET TE MORSEN,
RAADT MEN AAN OM NIET TE
SCHUDDEN MET HET VOERTUIG.
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDE-
RE STOFFEN TOE AAN DE VLOEI-
STOF. WANNEER MEN EEN TRECH-
TER OF IETS ANDERS GEBRUIKT,
MOET DEZE PERFECT REIN ZIJN.
92
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Top up the reservoir «1» with
the brake fluid, until you go be-
yond the MIN minimum level
mark.
CAUTION
TOP UP TO MAX LEVEL MARK ONLY
WHEN THE BRAKE PADS ARE NEW.
IT IS ADVISABLE NOT TO TOP UP TO
THE MAX LEVEL MARK WHEN THE
BRAKE PADS ARE WORN BECAUSE
YOUR RISK SPILLING THE FLUID
WHEN CHANGING THE BRAKE PADS.
CHECK BRAKING EFFICIENCY.
WHEN THE BRAKE LEVER HAS EX-
CEEDING TRAVEL OR IF YOU NOTICE
A LOSS OF BREAKING, CONTACT AN
APRILIA OFFICIAL DEALER. THE
BRAKING SYSTEM MAY NEED
BLEEDING.
Vul de tank «1» bij met remvloei-
stof, tot het aangeduide MIN peil
wordt overschreden.
LET OP
MEN MAG ENKEL BIJVULLEN TOT
AAN HET MAX PEIL WANNEER ER
NIEUWE PASTILLES AANWEZIG
ZIJN. MEN RAADT AAN OM NIET BIJ
TE VULLEN TOT AAN HET MAX PEIL
WANNEER DE PASTILLES VERSLE-
TEN ZIJN, OMDAT DE VLOEISTOF
ZAL UITSTROMEN WANNEER DE
REMPASTILLES ZULLEN VERVAN-
GEN WORDEN.
CONTROLEER DE REMEFFICIËNTIE.
IN GEVAL VAN EEN EXCESSIEVE
LOOP VAN DE REMHENDEL OF VAN
VERLIES VAN EFFICIËNTIE VAN DE
REMINSTALLATIE, WENDT MEN ZICH
TOT EEN OFFICIËLE APRILIA DEA-
LER, OMDAT HET NODIG KAN ZIJN
OM EEN ONTLUCHTING UIT TE VOE-
REN VAN DE INSTALLATIE.
Rear brake
Checking
Keep the vehicle upright.
Check that the liquid contained
in the reservoir is higher than the
MIN. mark.
Achterrem
Controle
Plaats het voertuig verticaal.
Controleer of de vloeistof in de
tank de MIN teferentie over-
schrijdt.
93
4 Maintenance / 4 Onderhoud
MIN = minimum level
If the fluid does not reach the MIN. mark
CAUTION
BRAKE LEVEL DECREASES GRADU-
ALLY AS BRAKE PADS WEAR DOWN.
MIN = minimum peil.
Wanneer de vloeistof niet minstens het
MIN bereikt.
LET OP
HET PEIL VAN DE VLOEISTOF VER-
MINDERT PROGRESSIEF MET DE
SLIJTAGE VAN DE PASTILLES.
Check the brake pads and discs
for wear
If the pads and/or the disc do not need
replacing, top up the fluid.
Topping up
CAUTION
RISK OF BRAKE FLUID SPILLAGE.
DO NOT PULL THE FRONT BRAKE
LEVER WHEN THE SCREWS «9» ARE
LOOSE OR, PRIMARILY, WHEN THE
BRAKE FLUID RESERVOIR CAP «10»
IS REMOVED.
Controleer de slijtage van de
rempastilles en van de schijf.
Wanneer de pastilles en/of de schijf niet
moeten vervangen worden, voert men
het bijvullen uit.
Bijvulling
LET OP
GEVAAR OP HET UITSTROMEN VAN
REMVLOEISTOF. ACTIVEER DE HEN-
DEL VAN DE VOORREM NIET WAN-
NEER DE BOUTEN «9» GELOST ZIJN,
OF VOORAL NIET WANNEER HET
DEKSEL VAN DE TANK VAN DE REM-
VLOEISTOF «10» VERWIJDERD IS.
Using a wrench, unscrew the
two screws «9» of the brake fluid
reservoir «2».
CAUTION
AVOID PROLONGED AIR EXPOSURE
OF THE BRAKE FLUID. THE BRAKE
FLUID IS HYGROSCOPIC AND AB-
SORBS MOISTURE WHEN IS IN CON-
TACT WITH THE AIR. LEAVE THE
Gebruik een sleutel voor het los-
draaien van de twee bouten
«9» van de tank van de rem-
vloeistof «2».
LET OP
VERMIJDT DAT DE REMVLOEISTOF
LANG WORDT BLOOTGESTELD AAN
DE LUCHT. DE REMVLOEISTOF IS HY-
GROSCOPISCH, EN ABSORBEERT
94
4 Maintenance / 4 Onderhoud
BRAKE FLUID RESERVOIR «2» OPEN
ONLY FOR THE TIME NEEDED TO
COMPLETE THE TOPPING UP PRO-
CEDURE.
VOCHTIGHEID WANNEER HET IN
CONTACT KOMT MET DE LUCHT.
LAAT DE TANK VAN DE REMVLOEI-
STOF «2» ENKEL OPEN VOOR DE
TIJD DIE NODIG IS OM HET BIJVUL-
LEN UIT TE VOEREN.
Lift and remove the cap «10» to-
gether with its screws «9» and
washer«11».
CAUTION
TO AVOID SPILLING THE BRAKE FLU-
ID DURING TOP-UP, DO NOT SHAKE
THE VEHICLE. DO NOT ADD ADDI-
TIVES OR OTHER SUBSTANCES TO
THE FLUID. IF YOU USE A FUNNEL OR
ANOTHER IMPLEMENT, MAKE SURE
THAT THEY ARE PERFECTLY CLEAN.
Hef het deksel «10» op, en ver-
wijder het compleet met de bou-
ten «9» en de pakking «11».
LET OP
OM TIJDENS HET BIJVULLEN DE
REMVLOEISTOF NIET TE MORSEN,
RAADT MEN AAN OM NIET TE
SCHUDDEN MET HET VOERTUIG.
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDE-
RE STOFFEN TOE AAN DE VLOEI-
STOF. WANNEER MEN EEN TRECH-
TER OF IETS ANDERS GEBRUIKT,
MOET DEZE PERFECT REIN ZIJN.
Top up the reservoir «2» with
the brake fluid, until you go be-
yond the MIN minimum level
mark.
CAUTION
TOP UP TO MAX LEVEL MARK ONLY
WHEN THE BRAKE PADS ARE NEW.
Vul de tank «2» bij met remvloei-
stof, tot het aangeduide MIN peil
wordt overschreden.
LET OP
MEN MAG ENKEL BIJVULLEN TOT
AAN HET MAX PEIL WANNEER ER
NIEUWE PASTILLES AANWEZIG
95
4 Maintenance / 4 Onderhoud
IT IS ADVISABLE NOT TO TOP UP TO
THE MAX LEVEL MARK WHEN THE
BRAKE PADS ARE WORN BECAUSE
YOUR RISK SPILLING THE FLUID
WHEN CHANGING THE BRAKE PADS.
CHECK BRAKING EFFICIENCY.
WHEN THE BRAKE LEVER HAS EX-
CEEDING TRAVEL OR IF YOU NOTICE
A LOSS OF BREAKING, CONTACT AN
APRILIA OFFICIAL DEALER. THE
BRAKING SYSTEM MAY NEED
BLEEDING.
ZIJN. MEN RAADT AAN OM NIET BIJ
TE VULLEN TOT AAN HET MAX PEIL
WANNEER DE PASTILLES VERSLE-
TEN ZIJN, OMDAT DE VLOEISTOF
ZAL UITSTROMEN WANNEER DE
REMPASTILLES ZULLEN VERVAN-
GEN WORDEN.
CONTROLEER DE REMEFFICIËNTIE.
IN GEVAL VAN EEN EXCESSIEVE
LOOP VAN DE REMHENDEL OF VAN
VERLIES VAN EFFICIËNTIE VAN DE
REMINSTALLATIE, WENDT MEN ZICH
TOT EEN OFFICIËLE APRILIA DEA-
LER, OMDAT HET NODIG KAN ZIJN
OM EEN ONTLUCHTING UIT TE VOE-
REN VAN DE INSTALLATIE.
04_22
Battery (04_22, 04_23, 04_24)
Remove the saddle.
Unscrew and remove the nega-
tive wire fastening screw, keep-
ing the washer.
Accu (04_22, 04_23, 04_24)
Verwijder het zadel.
Draai de bevestigingsbout los,
verwijder ze van de negatieve
kabel, en recupereer de bout-
blokkering.
Unscrew and remove the nega-
tive wire fastening screw, keep-
ing the washer.
Draai de bevestigingsbout los,
verwijder ze van de positieve
kabel, en recupereer de bout-
blokkering.
Remove the battery.
Verwijder de accu.
96
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_23
04_24
04_25
Fuses (04_25, 04_26, 04_27,
04_28, 04_29)
CAUTION
NEVER ATTEMPT TO REPAIR FAUL-
TY FUSES. NEVER USE A FUSE OF A
RATING OTHER THAN SPECIFIED.
THIS COULD DAMAGE THE ELECTRI-
CAL SYSTEM OR CAUSE A SHORT
CIRCUIT, WITH THE RISK OF FIRE.
Zekeringen (04_25, 04_26,
04_27, 04_28, 04_29)
LET OP
HERSTEL GEEN DEFECTE ZEKERIN-
GEN. GEBRUIK NOOIT ANDERE ZE-
KERINGEN DAN GESPECIFICEERD.
MEN ZOU SCHADE KUNNEN VER-
OORZAKEN AAN HET ELEKTRISCH
SYSTEEM, OF ZELFS BRAND IN GE-
VAL VAN KORSTSLUITING.
97
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_26
04_27
04_28
CAUTION
IF A FUSE BLOWS OUT FREQUENT-
LY, THAT MAY BE DUE TO A SHORT
CIRCUIT OR OVERLOAD. IF THIS OC-
CURS, CONTACT AN Official aprilia
Dealer.
LET OP
WANNEER EEN ZEKERING FRE-
QUENT WORDT BESCHADIGD, IS ER
WAARSCHIJNLIJK EEN KORTSLUI-
TING OF EEN OVERBELASTING. IN
DIT GEVAL RAADPLEEGT MEN EEN
Officiële aprilia Dealer.
Checking the fuses is necessary when-
ever an electrical component fails to op-
erate or is malfunctioning or when the
engine does not start.
Check the auxiliary fuses first and then
the main 30A fuse.
To check:
Set the ignition switch to (OFF)
to avoid an accidental short cir-
cuit.
Remove the right side fairing by
undoing the two screws (1) and
slide if off from its seat.
Wanneer men het niet of onregelmatig
werken van een elektrisch onderdeel of
het niet starten van de motor opmerkt,
moet men de zekeringen controleren.
Controleer eerst de secundaire zekerin-
gen en vervolgens de hoofdzekering van
30A.
Voor de controle:
Plaats de ontstekingsschake-
laar op (OFF) om een toevallige
kortsluiting te vermijden.
Verwijder de zijplaat door de
twee bouten (1) los te draaien
en ze uit haar zit te verwijderen.
Lift the cover (2) of the auxiliary
fuse box.
Hef het deksel (2) van de secun-
daire zekeringendoos op.
Take out one fuse at a time and
check whether the filament (3) is
broken.
Verwijder de zekeringen één
voor één, en controleer of de
draad (3) onderbroken is.
Vooraleer men de zekering ver-
vangt, zoekt men indien moge-
98
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_29
Before replacing the fuse, find
and solve, if possible, the rea-
son that caused the problem.
If the fuse is damaged, replace
it with one of the same amper-
age.
NOTE
IF THE SPARE FUSE IS USED, SUP-
PLY ANOTHER OF THE SAME TYPE IN
THE CORRESPONDING FITTING.
lijk de oorzaak van het pro-
bleem.
Vervang de zekering indien be-
schadigd, met een andere met
dezelfde elektrische stroom-
sterkte.
N.B.
WANNEER MEN EEN RESERVEZEKE-
RING GEBRUIKT, PLAATST MEN EEN
GELIJKE IN DE SPECIALE ZIT.
Remove the left side cover, fol-
lowing the same procedure as
for the right side cover.
Follow the same steps descri-
bed above for the auxiliary fuses
also for the main fuses.
Verwijder het linker zijplaatje,
door op analoge wijze te han-
delen van het rechter zijplaatje.
Voer ook voor de hoofdzekerin-
gen de eerder beschreven han-
delingen van de secundaire ze-
keringen uit.
SECONDARY FUSES DISTRIBUTION
(1) 15A fuse ECU relay energising
(2) 15A fuse Taillights, indicators, horn,
instrument panel, stop light
(3) 7.5A fuse Front headlights
(4) 7.5A fuse ECU relay power
(5) 7.5A fuse Injector coils
(6) 7.5A fuse Electric fan
(7) 5A fuse Fuel pump
SCHIKKING VAN DE SECUNDAIRE ZEKERINGEN
(1) Zekering van 15A Opwekking van het relais van de
centrale
(2) Zekering van 15A Positielichten, richtingaanwijzers,
claxon, dashboard, stoplicht
(3) Zekering van 7,5A Voorste koplampen
(4) Zekering van 7,5A Vermogen van het relais van de
centrale
(5) Zekering van 7,5A Bobines van de injectors
(6) Zekering van 7,5A Elektroschroef
99
4 Maintenance / 4 Onderhoud
(7) Zekering van 5A Benzinepomp
NOTE
THREE FUSES ARE SPARE
FUSES«8».
N.B.
DRIE ZEKERINGEN ZIJN RESERVE-
ZEKERINGEN «8».
MAIN FUSES DISTRIBUTION
30A fuse Battery recharge (there is just one
fuse, the second one is spare).
SCHIKKING VAN DE HOOFDZEKERINGEN
Zekering van 30A Het opladen van de accu (er is
slechts één zekering, de tweede is
een reservezekering).
Lamps
NOTE
BEFORE CHANGING A BULB, CHECK
THE FUSES.
Lampjes
N.B.
VOORALEER MEN EEN LAMPJE VER-
VANGT, CONTROLEERT MEN DE ZE-
KERINGEN.
04_30
Front light group (04_30,
04_31, 04_32, 04_33, 04_34)
In the front headlight there are:
Two tail light bulbs «1».
One low-beam / high-beam light
bulb «2».
Koplampset (04_30, 04_31,
04_32, 04_33, 04_34)
Op het achterlicht vindt men:
Twee lampjes van het positie-
licht «1».
Een lampje van het dimlicht /
groot licht «2».
For replacement: Voor de vervanging:
100
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_31
04_32
04_33
Rest the vehicle on its stand.
Undo the two upper screws.
Slide off the front cowl from the
mudguard seats.
Side light lamp «1»
Slide off the tail light bulb and
replace it with another of the
same type.
High/low beam light bulb«2»
Hold the bulb electrical connec-
tor «3», pull and disconnect it
from the bulb holder.
Slide off the cover «4» from the
parabole fitting and from the
bulb connectors.
Release the two ends of the re-
taining spring «5» located in the
bulb holder.
Extract the bulb from its fitting.
When refitting the bulb:
Fit a bulb of the same type ade-
quately.
Slide in the cover «4» in the bulb
connectors and the parabole fit-
ting.
Connect the bulb electrical con-
nector «3».
Plaats het voertuig op de stan-
daard.
Draai de twee bovenste bouten
los.
Verwijder het maskertje van de
zitten van het spatbord.
Lampje van het positielicht «1»
Verwijder het positielampje, en
vervang het met één van het-
zelfde type.
Lampje van het dimlicht / groot licht
«2»
Grijp de elektrische connector
van het lampje «3» vast, trek er
aan, en maak hem los van de
lamphouder.
Verwijder de kap «4» van de pa-
raboolzit en de terminals van het
lampje.
Koppel de twee uiteinden van
de trekveer «5» los die zich op
de lamphouder bevindt.
Verwijder het lampje uit de zit.
Bij de hermontage:
Installeer op correcte wijze een
lampje van hetzelfde type.
Plaats de kap «4» correct in de
paraboolzit en de terminals van
het lampje.
Verbindt de elektrische connec-
tor van het lampje «3».
101
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_34
04_35
04_36
Headlight adjustment (04_35,
04_36)
NOTE
IN COMPLIANCE WITH LOCAL LEGAL
REQUIREMENTS, SPECIFIC PROCE-
DURES MUST BE FOLLOWED WHEN
CHECKING LIGHT BEAM ADJUST-
MENT.
Afstellen van de koplamp
(04_35, 04_36)
N.B.
OP BASIS VAN WAT WORDT VOOR-
GESCHREVEN DOOR DE VAN
KRACHT ZIJNDE WETGEVING IN HET
LAND VAN GEBRUIK VAN HET VOER-
TUIG, MOETEN ER VOOR DE CON-
TROLE VAN DE RICHTING VAN DE
LICHTBUNDEL SPECIFIEKE PROCE-
DURES AANGENOMEN WORDEN.
For a quick check of the correct direction
of the front light beam:
Place the vehicle 10m away
from a vertical wall and make
sure the ground is level.
Turn on the low-beam light, sit
on the scooter and check that
the light beam projected to the
wall is a little below the headlight
horizontal straight line (about
9/10 of the total height).
To adjust the light beam:
Working from both sides, undo
the screw «1».
Adjust the headlamp until the
desired position is obtained
Working from both sides, tighten
the screw «1».
Voor een snelle controle van de correcte
richting van de voorste lichtbundel, han-
delt men als volgt:
Plaats het voertuig op tien meter
afstand van een verticale wand,
en controleer of de ondergrond
vlak is.
Ontsteek het dimlicht, ga op het
voertuig zitten, en controleer of
de lichtbundel die op de wand
wordt geprojecteerd zich iets
onder de horizontale lijn van de
koplamp bevindt (ongeveer 9/10
van de totale hoogte).
Voor het regelen van de lichtbundel:
Handel op beide kanten: draai
de bout «1» los.
Richt de koplamp tot de gewen-
ste positie wordt verkregen
Handel op beide kanten: sluit de
bout «1».
102
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_37
04_38
04_39
Front and rear disc brake
(04_37, 04_38, 04_39, 04_40)
CAUTION
THE BRAKES ARE CRITICAL TO
YOUR SAFETY AND MUST ALWAYS
BE KEPT IN SLEEK RUNNING ORDER;
CHECK THE BRAKES BEFORE EACH
RIDE. A DIRTY DISC SOILS THE
PADS, LEADING TO LOSS OF BRAK-
ING. DIRTY PADS MUST BE RE-
PLACED, WHEREAS A DIRTY BRAKE
DISC MAY BE CLEANED WITH A
HIGH-QUALITY DEGREASING PROD-
UCT. HAVE THE BRAKE FLUID
CHANGED AT AN APRILIA OFFICIAL
DEALER ONCE A YEAR. USE THE
BRAKE FLUID SPECIFIED IN THE LU-
BRICANT CHART.
NOTE
THIS VEHICLE IS EQUIPPED WITH
FRONT AND REAR DISC BRAKES,
EACH OPERATED BY AN INDEPEND-
ENT HYDRAULIC CIRCUIT.
Schijfrem voor en achter
(04_37, 04_38, 04_39, 04_40)
LET OP
DE REMMEN ZIJN DE ONDERDELEN
DIE HET MEEST DE VEILIGHEID GA-
RANDEREN, EN MOETEN DUS
STEEDS PERFECT EFFICIËNT WOR-
DEN GEHOUDEN; CONTROLEER ZE
VÓÓR ELKE REIS. EEN VUILE SCHIJF
BESMEURT DE PASTILLES, EN VER-
MINDERT DUS DE DOELTREFFEND-
HEID VAN HET REMMEN. VUILE PAS-
TILLES MOETEN WORDEN VERVAN-
GEN, TERWIJL DE VUILE SCHIJF
WEER GEREINIGD MOET WORDEN
MET EEN ONTVETTEND PRODUCT
VAN HOGE KWALITEIT. DE REM-
VLOEISTOF MOET EENS PER JAAR
VERVANGEN WORDEN, DOOR EEN
OFFICIËLE APRILIA DEALER. GE-
BRUIK DE SPECIFIEKE REMVLOEI-
STOF DIE WORDT AANGEDUID IN DE
TABEL VAN DE SMEERMIDDELEN.
N.B.
DIT VOERTUIG IS UITGERUST MET
SCHIJFREMMEN VOORAAN EN ACH-
TERAAN, MET GESCHEIDEN HY-
DRAULISCHE CIRCUITS.
The front braking system is single disc
(left side).
Het voorste remsysteem is met een en-
kele schijf (linker kant).
103
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_40
The rear braking system is single disc
(right side).
The information provided below relates to
an individual braking system but is appli-
cable to both.
Brake fluid decreases gradually in the
reservoir (1-2) as the brake pads wear
down, to compensate the wear automat-
ically.
The front brake reservoir «1» is placed
near the front brake lever connection.
The rear brake fluid reservoir «2» is inte-
grated in the brake pump fastened to the
frame near the fork.
Het achterste remsysteem is met een en-
kele schijf (rechter kant).
De volgende informatie is in verband met
slechts één reminstallatie, maar geldt
voor beide.
Met het verbruik van de wrijvingspastilles
vermindert het peil van de remvloeistof in
de tank (1-2), om automatisch de slijtage
te compenseren.
De vloeistoftank van de voorrem «1» be-
vindt zich nabij de koppeling van de hen-
del van de voorrem. De vloestoftank van
de achterrem «2» is geïntegreerd in de
rempomp die aan het frame is bevestigd,
op de rechter kant, naast de vork.
Check the brake fluid level in the reser-
voirs «1» «2» and check brake pads for
wear before setting off.
Checking brake pads for wear
Controleer vóór het vertrek het peil van
de remvloeistof in de tanks «1» en «2»,
en de slijtage van de pastilles.
Controle van de slijtage van de pastil-
les
Disc brake pad wear depend on the use,
the riding style and the roads.
CAUTION
WEAR IS GREATER WHEN RIDING ON
DIRTY AND WET ROADS OR OF-
FERED.
De slijtage van de pastilles van de rem-
schijf hangt af van het gebruik, van het
rijgedrag en van het wegtype.
LET OP
ER IS MEER SLIJTAGE WANNEER
MEN OP STOFFIGE EN NATTE WE-
GEN RIJDT, EN CROSST.
104
4 Maintenance / 4 Onderhoud
To carry out a quick pad check:
Rest the vehicle on its stand.
Check the front brake calliper pads:
Visually inspect the area be-
tween brake disc and brake
pads looking from the bottom up
the front end;
Checking the rear brake calliper pads:
Visually inspect the area be-
tween brake disc and brake
pads looking from the bottom up
the rear end;
NOTE
EXCESSIVE WEAR OF THE FRICTION
MATERIAL MAKES THE PAD METAL
SUPPORT GET INTO CONTACT WITH
THE DISC, WHICH RESULTS IN A
METALLIC NOISE AND SPARKS IN
THE CALLIPER; THEREFORE, BRAK-
ING EFFICIENCY AND DISC SAFETY
AND INTEGRITY ARE AT RISK.
Voor het uitvoeren van een snelle con-
trole van de slijtage van de pastilles:
Plaats het voertuig op de stan-
daard.
Controle van de pastilles van de voorste
remtang:
Voer een visieve controle uit
tussen de remtang en de pastil-
le, door te handelen langs bo-
ven vooraan;
Controle van de pastilles van de achter-
ste remtang:
Voer een visieve controle uit
tussen de remtang en de pastil-
le, door te handelen langs bo-
ven achteraan;
N.B.
EEN VERDER VERBRUIK VAN HET
WRIJVINGSMATERIAAL KAN HET
CONTACT VEROORZAKEN MET DE
METALEN STEUN VAN DE PASTIL-
LES MET DE SCHIJF, MET ALS GE-
VOLG LAWAAI VAN METAAL EN DE
TANG DIE VONKEN MAAKT; DE
DOELTREFFENDHEID VAN HET REM-
MEN, DE VEILIGHEID EN DE INTEGRI-
TEIT VAN DE SCHIJF WORDEN OP
DEZE MANIER GESCHAAD.
When the lining material of even just one
of the brake pads is worn down to nearly
1.5 mm (0.06 in) (or even if one of the
wear indicators is no longer visible), re-
place both brake pads.
Wanneer de dikte van het wrijvingsmate-
riaal (ook van slechts één pastille) ver-
minderd is tot ongeveer 1,5 mm (0.06 in)
(of ook wanneer slechts één van de slij-
105
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CAUTION
TAKE YOUR SCOOTER TO AN Official
aprilia Dealer TO HAVE DISCS RE-
PLACED.
tage-indicators niet meer zichtbaar is),
vervangt men beide pastilles.
LET OP
VOOR DE VERVANGING MOET MEN
ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer
WENDEN.
04_41
Periods of inactivity (04_41)
CAUTION
WHEN THE VEHICLE IS LEFT UN-
USED FOR OVER TWENTY DAYS, DIS-
CONNECT THE 30 A FUSE TO PRE-
VENT BATTERY DEGRADATION.
Stilstand van het voertuig
(04_41)
LET OP
WANNEER HET VOERTUIG INACTIEF
BLIJFT VOOR LANGER DAN TWINTIG
DAGEN, MAAKT MEN DE ZEKERING
VAN 30 A LOS OM TE VERMIJDEN
DAT DE ACCU VERVALT.
Take some measures to avoid the side
effects of not using the vehicle. Besides,
it is necessary to carry out general repairs
and checks before garaging the vehicle
as one can forget to do so afterwards.
Proceed as follows:
Remove the battery.
Wash and dry the scooter.
Polish the painted surfaces.
Inflate tyres.
Store the scooter in a cool, dry
place, not exposed to sun rays
and with minimum temperature
variations.
Men moet enkele voorzorgsmaatregelen
treffen om de effecten van het niet ge-
bruiken van het voertuig tegen te gaan.
Bovendien moet men de herstellingen en
de algemene controle vóór het opbergen
uitvoeren, anders kan men vergeten om
dit vervolgens uit te voeren.
Handel als volgt:
Verwijder de accu.
Was en droog het voertuig.
Breng was aan op de gelakte
oppervlakken.
Blaas de banden op.
106
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Wrap and tie a plastic bag
around the exhaust pipe open-
ing to keep moisture out.
NOTE
PLACE A SUITABLE SUPPORT UN-
DER THE VEHICLE TO KEEP THE
WHEELS OFF THE GROUND.
Plaats het voertuig in een niet
verwarmd lokaal, zonder voch-
tigheid, beschermd tegen zon-
nestralen, en waar tempera-
tuursverschillen miniem zijn.
Plaats een plastic zakje op de
uitlaat en bindt dit vast, zodat er
geen vochtigheid in kan komen.
N.B.
PLAATS HET VOERTUIG ZODANIG
DAT BEIDE BANDEN VAN DE GROND
ZIJN, DOOR GEBRUIK TE MAKEN
VAN DE SPECIALE STEUNEN.
Cover the vehicle. Avoid using
plastic or waterproof materials.
Bedek het voertuig, maar met
geen plastic of ondoordringbaar
materiaal.
After storage
Uncover and clean the vehicle.
NOTE
TAKE THE PLASTIC BAGS OFF THE
EXHAUST PIPE OPENING.
NA HET OPBERGEN
Verwijder de bedekking en reinig het
voertuig.
N.B.
VERWIJDER DE PLASTIC ZAKJES
VAN DE TERMINALS VAN DE UIT-
LAAT.
Uncover the vehicle and clean it.
Check the battery for correct
charge and install it.
Refill the fuel tank.
Carry out the pre-ride checks.
Verwijder de bedekking en rei-
nig het voertuig.
Controleer de staat van lading
van de accu, en installeer ze.
Tank brandstof.
Voer de voorbereidende contro-
les uit.
107
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CAUTION
TEST RIDE THE VEHICLE AT MODER-
ATE SPEED FOR A FEW KILOMETRES
IN AN AREA AWAY FROM TRAFFIC.
LET OP
VOER VOOR ENKELE KILOMETERS
EEN TESTRONDE UIT AAN EEN GE-
MATIGDE SNELHEID, IN EEN VER-
KEERSVRIJE ZONE.
Cleaning the vehicle
Clean the vehicle frequently if ex-
posed to adverse conditions, such as:
Air pollution (cities and industrial
areas).
Salinity and humidity in the at-
mosphere (seashore areas, hot
and wet weather).
Special ambient/seasonal con-
ditions (use of salt, anti-icing
chemical products on the roads
in winter).
Make sure to clean off any in-
dustrial residue and pollutant
deposits, tar stains, dead in-
sects, bird droppings, etc. from
the bodywork.
Avoid parking the vehicle under
trees. During some seasons,
resins, fruits or leaves contain-
ing aggressive chemical sub-
stances that may damage the
paintwork may fall from trees.
Reinigen van het voertuig
Reinig het voertuig regelmatig wan-
neer het wordt gebruikt in de volgende
zones of condities:
Atmosferische vervuiling (stad
en industriële zones).
Zoutgehalte en vochtigheid uit
de atmosfeer (zeegebieden,
warm en vochtig klimaat).
Speciale milieu/seizoenscondi-
ties (het gebruik van zout, che-
mische anti-ijsproducten op we-
gen in de winterperiode).
Vermijdt vooral dat er op de car-
rosserie afzettingen overblijven
van industriële en vervuilende
stoffen, teervlekken, dode in-
secten, uitwerpselen van vo-
gels, enz.
Parkeer het voertuig niet onder
bomen. In sommige seizoenen
kan er uit de bomen hars, fruit of
bladeren vallen die chemische
stoffen bevatten die schadelijk
zijn voor de lak.
108
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CAUTION
BEFORE WASHING THE VEHICLE,
COVER THE ENGINE AIR INTAKES
AND THE EXHAUST PIPES.
CAUTION
AFTER CLEANING YOUR VEHICLE,
BRAKING EFFICIENCY MAY BE TEM-
PORARILY AFFECTED DUE TO THE
PRESENCE OF WATER ON THE FRIC-
TION SURFACES OF THE BRAKING
CIRCUIT. CALCULATE A LONGER
BRAKING DISTANCE IN ORDER TO
AVOID ACCIDENTS. BRAKE REPEAT-
EDLY TO RESTORE NORMAL OPER-
ATION. CARRY OUT THE PRE-RIDE
CHECKS.
LET OP
VOORALEER MEN HET VOERTUIG
WAST, DICHT MEN DE INLATEN VAN
DE AANZUIGLUCHT VAN DE MOTOR
EN DE UITLAATSLAGEN VAN DE UIT-
LAAT.
LET OP
NADAT MEN HET VOERTUIG HEEFT
GEWASSEN, KAN DE REMDOEL-
TREFFENDHEID TIJDELIJK MINDER
ZIJN DOOR DE AANWEZIGHEID VAN
WATER OP DE WRIJVINGSOPPER-
VLAKKEN VAN DE REMINSTALLATIE.
VOORZIE EEN LANGE REMAFSTAND
OM ONGELUKKEN TE VERMIJDEN.
ACTIVEER HERHAALDELIJK DE
REMMEN, OM DE NORMALE REM-
CONDITIES TE HERSTELLEN. VOER
DE VOORBEREIDENDE CONTROLES
UIT.
To clean off dirt and mud deposited from
painted surfaces, soften caked dirt with a
low-pressure water jet. Sponge off using
a car body sponge soaked in a car body
shampoo and water solution (2 ÷ 4%
parts of shampoo in water). Then rinse
with plenty of water, and dry with a cha-
mois leather. To clean the engine outer
parts, use degreasing detergent, brushes
Om het vuil en de modder te verwijderen
die zich hebben afgezet op de gelakte
oppervlakken, moet men een waterstraal
onder lage druk gebruiken, de vuile delen
zorgvuldig nat maken, en de modder en
het vuil verwijderen met een zachte
spons voor carrosseries die doordrenkt is
in veel water en shampoo (2 ÷ 4% delen
shampoo in water). Spoel vervolgens
109
4 Maintenance / 4 Onderhoud
and old cloths. Anodised or painted alu-
minium parts such as forks, rims, frame,
footrests etc. should be washed using
water and mild soap. Using aggressive
detergents may damage the surface
treatment of these components. Using
aggressive detergents may damage the
surface treatment of these components.
TO CLEAN THE HEADLIGHTS USE A
SPONGE SOAKED IN WATER AND
MILD DETERGENT, RUBBING THE
SURFACE GENTLY AND RINSING
FREQUENTLY WITH PLENTY OF WA-
TER. REMEMBER TO CLEAN THE VE-
HICLE CAREFULLY BEFORE ANY
POLISHING WITH SILICON WAX. DO
NOT POLISH MATT-PAINTED SURFA-
CES WITH POLISHING PASTE. THE
VEHICLE SHOULD NEVER BE WASH-
ED IN DIRECT SUNLIGHT, ESPECIAL-
LY DURING SUMMER, OR WITH THE
BODYWORK STILL HOT AS THE CAR
SHAMPOO CAN DAMAGE THE PAINT-
WORK IF IT DRIES BEFORE BEING
RINSED OFF.
CAUTION
DO NOT USE WATER (OR LIQUIDS)
AT TEMPERATURES OVER 40°C (104°
F) WHEN CLEANING PLASTIC PARTS
OF THE VEHICLE. DO NOT AIM HIGH
overvloedig met water en droog af met
een zeemvel. Om de externe delen van
de motor te reinigen, gebruikt men een
ontvettend reinigingsmiddel, kwasten en
doeken. De delen in elektrolytisch geoxi-
deerd of gelakt aluminium, zoals de vor-
ken, de velgen, het frame, de voeten-
steunen enz, moeten gewassen worden
met neutrale zeep en water. Het gebruik
van te agressieve reinigingsmiddelen
kan de oppervlaktebehandeling van deze
onderdelen aantasten. Het gebruik van te
agressieve reinigingsmiddelen kan de
oppervlaktebehandeling van deze onder-
delen aantasten.
VOOR DE REINIGING VAN DE LICH-
TEN GEBRUIKT MEN EEN SPONS DIE
WERD ONDERGEDOMPELD IN WA-
TER EN EEN NEUTRAAL REINIGINGS-
MIDDEL, DOOR ZACHTJES OP DE
OPPERVLAKKEN TE WRIJVEN EN
FREQUENT MET VEEL WATER TE
SPOELEN. MEN HERINNERT DAT HET
OPPOETSEN MET SILICONENWAS
UITGEVOERD MOET WORDEN NA-
DAT MEN HET VOERTUIG ZORGVUL-
DIG HEEFT GEWASSEN. POETS MAT-
TE LAKKEN NIET OP MET SCHUREN-
DE PASTA'S. HET WASSEN MAG
NOOIT WORDEN UITGEVOERD IN DE
ZON, VOORAL NIET IN DE ZOMER
WANNEER DE CARROSSERIE NOG
WARM IS, OMDAT DE SHAMPOO DIE
VÓÓR HET SPOELEN OPDROOGT DE
LAK KAN BESCHADIGEN.
110
4 Maintenance / 4 Onderhoud
PRESSURE AIR/WATER JETS OR
STEAM JETS DIRECTLY TO THE FOL-
LOWING PARTS: WHEEL HUBS, CON-
TROLS ON THE RIGHT AND LEFT
SIDE OF THE HANDLEBAR, BEAR-
INGS, BRAKE PUMPS, INSTRUMENTS
AND GAUGES, EXHAUST SILENCER,
IGNITION SWITCH/ STEERING LOCK.
DO NOT USE ALCOHOL OR SOL-
VENTS TO CLEAN ANY RUBBER OR
PLASTIC SADDLE COMPONENTS:
USE WATER AND MILD SOAP IN-
STEAD.
CAUTION
DO NOT APPLY ANY PROTECTIVE
WAX ON THE SADDLE OR IT MAY BE-
COME SLIPPERY.
LET OP
GEBRUIK GEEN WATER (OF VLOEI-
STOFFEN) MET EEN HOGERE TEM-
PERATUUR DAN 40°C (104°C) VOOR
DE REINIGING VAN DE PLASTIC DE-
LEN VAN HET VOERTUIG. RICHT DE
WATERSTRALEN OF PERSLUCHT OF
DAMP NIET OP DE VOLGENDE DE-
LEN: DE NAVEN VAN DE WIELEN, DE
COMMANDO'S OP DE RECHTER EN
LINKER KANT VAN HET STUUR, DE
KUSSENTJES, DE REMPOMPEN, DE
INSTRUMENTEN EN DE indicatoren,
DE UITLAAT VAN DE KNALDEMPER,
DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR /
STUURSLOT. VOOR DE REINIGING
VAN DE RUBBEREN EN PLASTIC DE-
LEN EN VAN HET ZADEL, MAG MEN
GEEN ALCOHOL OF OPLOSMIDDE-
LEN GEBRUIKEN; GEBRUIK DAAR-
ENTEGEN WATER EN NEUTRALE
ZEEP.
LET OP
GEBRUIK OP HET ZADEL GEEN BE-
SCHERMENDE WAS, OM TE VERMIJ-
DEN DAT HET GAAT SCHUIVEN.
111
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Transport
During transport the vehicle must be well
secured in an upright position and first
gear must be engaged, to avoid fuel, oil
and coolant leaks.
IN CASE OF FAILURE, DO NOT HAVE
THE VEHICLE TOWED. ASK FOR
ROAD ASSISTANCE SERVICE.
Vervoer
Tijdens de verplaatsing moet het voertuig
in verticale positie blijven, goed veran-
kerd zijn en in de eerste versnelling ge-
plaatst worden, om eventuele lekken van
brandstof, olie en koelvloeistof te vermij-
den.
IN GEVAL VAN EEN DEFECT MAG
MEN HET VOERTUIG NIET SLEPEN,
MAAR MOET MEN EEN HULPDIENST
CONTACTEREN.
04_42
04_43
Transmission chain
The RXV model features a chain with
master link.
EXCESSIVE CHAIN SLACKENING
MAY CAUSE IT TO COME OFF THE
PINION, WHICH IN TURN COULD
CAUSE AN ACCIDENT OR SEVERE
DAMAGE TO THE VEHICLE. CHECK
THE CHAIN SLACK ON A REGULAR
BASIS AND ADJUST IT AS NECESSA-
RY. TO CHANGE THE CHAIN TAKE
YOUR VEHICLE TO AN Official aprilia
Dealer, WHO WILL PROVIDE ACCU-
RATE, PROMPT SERVICE.
Transmissieketting
De RXV heeft een ketting met verbin-
dingsschakel.
EEN EXCESSIEVE LOSSING VAN DE
KETTING KAN ZE UIT HET RONDSEL
DOEN KOMEN, EN EEN ONGEVAL OF
ERNSTIGE SCHADE AAN HET VOER-
TUIG VEROORZAKEN. CONTROLEER
REGELMATIG DE SPELING, EN VOER
INDIEN NODIG DE REGELING UIT.
VOOR DE VERVANGING VAN DE KET-
TING WENDT MEN ZICH UITSLUI-
TEND TOT EEN Officiële aprilia Dealer,
DIE EEN SNELLE EN VERZORGDE
SERVICE ZAL GARANDEREN.
112
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_44
04_45
CAUTION
INCORRECTLY EFFECTED MAINTE-
NANCE MAY CAUSE EARLY WEAR
OF THE CHAIN AND OR DAMAGE THE
PINION AND/OR THE CROWN. PER-
FORM MAINTENANCE OPERATIONS
MORE FREQUENTLY IF YOU RIDE
THE VEHICLE IN EXTREME CONDI-
TIONS OR ON DUSTY AND OR MUDDY
ROADS.
LET OP
EEN NIET UITGEVOERD ONDER-
HOUD KAN VOORTIJDIGE SLIJTAGE
VAN DE KETTING VEROORZAKEN
EN/OF HET RONDSEL EN/OF DE
KROON BESCHADIGEN. VOER DE
ONDERHOUDSHANDELINGEN RE-
GELMATIGER UIT WANNEER HET
VOERTUIG IN STRENGE OMSTAN-
DIGHEDEN OF OP STOFFIGE EN/OF
MODDERIGE WEGEN WORDT GE-
BRUIKT.
Chain backlash check (04_42)
To check backslash:
Stop the engine.
Place the vehicle on the stand.
Engage neutral gear.
Check that vertical oscillation at
the middle point between pinion
and crown on the lower part of
the chain is of about 20 ÷ 25 mm
(0.79 ÷ 0.98 in).
Move the vehicle forward so as
to check vertical oscillation in
other positions too. The slack
should remain constant during
all wheel rotation phases.
If the slack is uniform, but higher or lower
than 20 ÷ 25 mm (0.79 ÷ 0.98 in), adjust
it as required.
Controle van de speling van de
ketting (04_42)
Voor de controle van de speling:
Leg de motor stil.
Plaats het voertuig op de stan-
daard.
Plaats de hendel van de ver-
snellingsbak in vrij.
Controleer of de verticale
schommeling, in een tussenlig-
gend punt tussen het rondsel en
de kroon in de onderste vertak-
king van de ketting, ongeveer 20
÷ 25 mm (0.79 ÷ 0.98 in) be-
draagt.
Verplaats het voertuig vooruit,
zodat de verticale schommeling
van de ketting ook in andere po-
sities wordt gecontroleerd; de
speling moet in alle fasen van de
113
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CAUTION
IF THERE IS MORE CLEARANCE AT
SOME POSITIONS, THIS MEANS
THAT SOME CHAIN LINKS ARE FLAT-
TENED OR JAMMED. IN THIS EVENT,
CONSULT AN Official aprilia Dealer.
TO AVOID THE RISK OF SEIZURE, LU-
BRICATE THE CHAIN ON A REGULAR
BASIS.
rotatie van het wiel constant blij-
ven.
Wanneer de speling uniform is, maar
meer of minder dan 20 ÷ 25 mm (0.79 ÷
0.98 in) bedraagt, voert men de regeling
uit.
LET OP
WANNEER MEN IN SOMMIGE POSI-
TIES EEN HOGERE SPELING OP-
MERKT, ZIJN ER SAMENGEDRUKTE
OF AFGESLAGEN SCHAKELS, EN IN
DIT GEVAL WENDT MEN ZICH TOT
EEN Officiële aprilia Dealer.
OM TE VOORKOMEN DAT DE SCHA-
KELS KUNNEN AFSLAAN, SMEERT
MEN REGELMATIG DE KETTING.
Chain backlash adjustment
(04_43, 04_44)
If you need to adjust chain tension after
the check:
Rest the vehicle on its stand.
Loosen the nut (1) completely.
Loosen both lock nuts (4).
Actuate on the set screws (5)
and adjust the chain backlash
checking that the references (2
- 3) match on both sides of the
vehicle.
Tighten both lock nuts (4).
Tighten the nut (1).
Check chain clearance.
Regeling van de speling van
de ketting (04_43, 04_44)
Wanneer het na de controle nodig is om
de spanning van de ketting te regelen,
handelt men als volgt:
Plaats het voertuig op de stan-
daard.
Los de blokkeermoer (1) volle-
dig.
Los de twee tegenmoeren (4).
Handel op de registers (5) en re-
gel de speling van de ketting,
door langs beide kanten van het
voertuig te controleren of dezelf-
de referenties (2 - 3) overeen-
komen.
Sluit de twee tegenmoeren (4).
Sluit de moer (1).
114
4 Maintenance / 4 Onderhoud
NOTE
WHEEL CENTRING IS CARRIED OUT
USING THE IDENTIFIABLE FIXED
REFERENCES (2-3) INSIDE THE TEN-
SIONER PAD MOUNTS ON THE FORK
ARMS, IN FRONT OF THE WHEEL
BOLT.
Locking torques (N*m)
Tightening torque for wheel nut (1):
127 Nm (12.7 kgm)
Controleer de speling van de
ketting.
N.B.
VOOR HET CENTREREN VAN HET
WIEL ZIJN ER VASTE REFERENTIES
(2-3) VOORZIEN, DIE MEN IN DE ZIT-
TEN VAN DE SLEDEN VAN DE KET-
TINGSPANNER OP DE ARMEN VAN
DE VORK VINDT, VÓÓR DE WIELPIN.
Aandraaikoppels (N*m)
Sluitkoppel van de wielmoer (1)
127 Nm (12,7 kgm).
Checking wear of chain, front
and rear sprockets (04_45)
Also check the following parts and make
sure that the chain, pinion and crown do
not have:
Damaged rollers.
Loosened pins.
Dry, rusty, flattened or jammed
chain links.
Excessive wear.
Missing sealing rings.
Excessively worn or damaged
pinion or crown teeth.
CAUTION
IF THE CHAIN ROLLERS ARE DAM-
AGED, THE PINS ARE LOOSENED
AND/OR THE O-RINGS ARE MISSING
OR DAMAGED, THE WHOLE CHAIN
Controle van het gebruik van
de ketting, het tandrad en
kroon (04_45)
Controleer bovendien de volgende delen,
en controleer of de ketting, het rondsel en
de kroon geen:
Beschadigde rollen hebben.
Geloste pinnen hebben.
Droge, verroeste, samenge-
drukte of afgeslagen schakels
hebben.
Excessieve slijtage vertonen.
Ontbrekende dichtingsringen
hebben.
Excessief versleten of bescha-
digde rondsel- of kroontanden
hebben.
115
4 Maintenance / 4 Onderhoud
APPARATUS (PINION, CROWN AND
CHAIN) SHOULD BE REPLACED.
LET OP
WANNEER DE ROLLEN VAN DE KET-
TING BESCHADIGD, DE PINNEN GE-
LOST EN/OF DE DICHTINGSRINGEN
BESCHADIGD OF AFWEZIG ZIJN,
MOET MEN DE VOLLEDIGE GROEP
VAN DE KETTING VERVANGEN
(RONDSEL, KROON EN KETTING).
Check the chain slide pad «6»
and the chain tensioner pad
«7» for wear.
Also check the fork protection
pad for wear.
CAUTION
LUBRICATE THE CHAIN ON A REGU-
LAR BASIS, PARTICULARLY IF YOU
FIND DRY OR RUSTY PARTS. FLAT-
TENED OR JAMMED CHAIN LINKS
SHOULD BE LUBRICATED AND
GOOD OPERATING CONDITIONS RE-
STORED. IF YOU ARE UNABLE TO
REPAIR THEM, CONTACT AN Official
aprilia Dealer, WHO WILL REPLACE
THEM.
Controleer de slijtage van de
slede van het kettingoog «6» en
van de slede van de ketting-
spanner «7».
Controleer uiteindelijk de slijta-
ge van de beschermingsslede
van de vork.
LET OP
SMEER DE KETTING REGELMATIG,
VOORAL WANNEER MEN DROGE OF
VERROESTE DELEN OPMERKT. DE
SAMENGEDRUKTE OF AFGESLA-
GEN SCHAKELS MOETEN GE-
SMEERD WORDEN EN OPNIEUW IN
WERKCONDITIES GEBRACHT WOR-
DEN. WANNEER DIT NIET MOGELIJK
ZOU ZIJN, WENDT MEN ZICH TOT
EEN Officiële aprilia Dealer, DIE ZAL
ZORGEN VOOR DE VERVANGING.
Chain lubrication and cleaning
Lubricate the chain whenever necessary.
Lubricate the chain with chain spray
grease. Do not wash the chain with water
jets, vapour jets, high-pressure water jets
and highly flammable solvents.
Smering en reiniging van de
ketting
Smeer de ketting elke keer dit nodig is.
Smeer de ketting met een vetspray voor
kettingen. Was de ketting absloluut niet
116
4 Maintenance / 4 Onderhoud
BE EXTREMELY CAREFUL WHEN AD-
JUSTING, LUBRICATING, WASHING
AND REPLACING THE CHAIN.
met waterstralen, dampstralen, water-
stralen onder hoge druk en met oplos-
middelen met hoge ontvlambaarheids-
graad.
WEES ZEER VOORZICHTIG BIJ DE
REGELING, DE SMERING, HET WAS-
SEN EN DE VERVANGING VAN DE
KETTING.
117
4 Maintenance / 4 Onderhoud
118
4 Maintenance / 4 Onderhoud
RXV 450-550
Chap. 05
Technical data
Hst. 05
Technische gegevens
119
TECHNICAL DATA RXV 450 - RXV 550 (VEHICLE)
Max. length 2240 mm (88.19 in)
Max. width 830 mm (32.68 in)
Max. height (to windshield) 1250 mm (49.21 in)
Saddle height 950 mm (37.40 mm)
Wheelbase 1485 mm (58.46 in)
Minimum ground clearance 320 mm (12.60 in)
Kerb weight (for each fluid) 116,5 kg (256.84 lb)
Fuel tank capacity (including
reserve)
7.5 l (1.98 gal)
Fuel reserve 2.2 l (0.58 gal)
Engine oil capacity 1.3 l (0.34 gal)
Fork oil capacity 100 mm (3.94 in) of clearance (for
each stem, measured without
spring and under compression)
Coolant capacity 1.1 l (0.29 gal) (50% water + 50%
antifreeze solution with ethylene
glycol)
Seats 1
CHASSIS Tubular steel perimeter frame and
aluminium vertical members
Front suspension hydraulic action telescopic fork, Ø
45 mm (Ø 1.77 in) stems
DATI TECNICI RXV 450 - RXV 550 (VEICOLO)
Max lengte 2240 mm (88.19 in)
Max breedte 830 mm (32.68 in)
Max hoogte (tot de kap) 1250 mm (49.21 in)
Hoogte tot het zadel 950 mm (37.40 in)
Asafstand 1485 mm (58.46 in)
Minimum vrije hoogte vanaf de
grond
320 mm (12.60 in)
Droog gewicht (van elke vloeistof) 116,5 kg (256.84 lb)
Capaciteit van de brandstoftank
(inclusief de reserve)
7,5 l (1.98 gal)
Brandstofreserve 2,2 l (0.58 gal)
Capaciteit van de motorolie 1,3 l (0.34 gal)
Capaciteit van de olie voor de vork 100 mm (3.94 in) lucht (gemeten
voor elke stang, zonder veer en
met stang in compressie)
Capaciteit van de koelvloeistof 1,1 l (0.29 gal) (50% water + 50%
antivries met ethyleenglycol)
Plaatsen 1
FRAME Stijl in aluminium, en raamwerk in
stalen buizen
Voorste ophanging telescoopvork met hydraulische
werking, stangen Ø 45 mm (Ø 1.77
in)
120
5 Technical data / 5 Technische gegevens
Front suspension travel 298.5 mm (11.75 in)
Rear suspension Oscillating fork and adjustable
hydraulic single shock absorber
Rear wheel travel 300 mm (11.81 in) (usable)
Front brake Ø 270 mm (Ø 10.63 in) disc brake
with hydraulic transmission
Rear brake Ø 240 mm (Ø 9.45 in) disc brake
with hydraulic transmission
WHEEL RIMS with spokes
Front wheel rim 1.60 x 21
Rear wheel rim 2.15 x 18
front tyre 90/90 21 54R
Front tyre inflation pressure 100 kPa (1.0 bar)
rear tyre 140/80 18 70R
Rear tyre inflation pressure 110 kPa (1.1 bar)
Verplaatsing van de voorste
ophanging
298,5 mm (11.75 in)
Achterste ophanging Achtervork en regelbare
hydraulische monoschokdemper
Verplaatsing van het achterwiel 300 mm (11.81 in) (bruikbaar)
Voorrem met schijf - Ø 270 mm (Ø 10.63 in),
met hydraulische transmissie
Achterrem met schijf - Ø 240 mm (Ø 9.45 in),
met hydraulische transmissie
WIELVELGEN met spaken
Velg van het voorwiel 1,60 x 21"
Velg van het achterwiel 2,15 x 18"
Voorband 90/90 21 54R
Spanning van de voorband 100 kPa (1.0 bar)
achterband 140/80 18 70R
Spanning van de achterband 110 kPa (1.1 bar)
RXV 450 TECHNICAL DATA (ENGINE)
Model 45RX
ENGINE 4-stroke, twin-cylinder, 4 valves
per cylinder, single overhead
camshaft
Cylinder quantity 2
Total engine capacity 449 cc (27.40 cu in)
Bore/stroke 76 mm / 49.5 mm (2.99 in / 1.95 in)
TECHNISCHE GEGEVENS RXV 450 (MOTOR)
Model 45RX
MOTOR bicilindrisch 4-takt met 4 kleppen
per cilinder, monoas met nokken in
de kop
Aantal cilinders 2
Complessieve cilinderinhoud 449 cc (27.40 cu in)
Cilinderdiameterboring/loop 76 mm / 49,5 mm (2.99 in / 1.95 in)
121
5 Technical data / 5 Technische gegevens
Compression ratio 13 ± 0.5
Ignition electronic
Engine revs at idle speed 1800 ÷ 2000 rpm
Clutch multiple-disc oil-bathed clutch
Lubrication system Separate twin-sump lubrication
system with external reservoir
AIR FILTER With dry cartridge filter
Cooling Fluid
Gearbox mechanical, 5 speeds with foot
lever on the left hand side of the
engine
Gear ratio Primary: 22/56 = 1 : 2.545
Final: 15/48 = 1 : 3.200
1st 12/31 = 1: 2,583 (secondary)
1: 21,042 (total)
2nd 13/25 = 1 : 1.923 (secondary)
1: 15.664 (total)
3rd 15/23 = 1 : 1.533 (secondary)
1: 12.489 (total)
4th 19/24 = 1 : 1.263 (secondary)
1: 10.288 (total)
5th 21/22 = 1 : 1.047 (secondary)
1: 8.533 (total)
Compresieverhouding 13 ± 0,5
START Elektrisch
Toerental van de motor bij het
minimumregime
1800 ÷ 2000 toeren/min (tpm)
Koppeling Multischijf in oliebad
Smeersysteem Dubbele gescheiden smering met
externe tank
LUCHTFILTER Met filterend droog patroon
Koeling Met vloeistof
VERSNELLINGSBAK mechanisch met 5 versnellingen
met pedaalcommando op de linker
kant van de motor
Transmissieverhouding Primaire: 22/56 = 1: 2,545
Eind: 15/48= 1: 3,200
12/31 = 1: 2,583 (secundaire)
1: 21,042 (totale)
13/25 = 1: 1,923 (secundaire)
1: 15,664 (totale)
15/23 = 1: 1,533 (secundaire)
1: 12,489 (totale)
19/24= 1: 1,263 (secundaire)
1: 10,288 (totale)
21/22= 1: 1,047 (secundaire)
1: 8,533 (totale)
122
5 Technical data / 5 Technische gegevens
Drive chain with master link
FUEL SUPPLY SYSTEM electronic injection
Mixer Ø 38 mm (1.49 in)
FUEL SUPPLY premium unleaded petrol,
minimum octane rating of 95
(NORM) and 85 (NOMM)
TRANSMISSIEKETTING met koppelingsschakel
VOEDINGSSYSTEEM elektronische injectie
Diffusor Ø 38 mm (1.49 in)
VOEDING Loodvrije superbenzine, met een
minimum octaangehalte van 95
(N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
RXV 550 TECHNICAL DATA (ENGINE)
Model 55RX
ENGINE 4-stroke, twin-cylinder, 4 valves
per cylinder, single overhead
camshaft
Cylinder quantity 2
Total engine capacity 553 cc (33.75 cu in)
Bore/stroke 80 mm / 55.0 mm (3.15 in / 2.16 in)
Compression ratio 12.5 ± 0.5
Ignition electronic
Engine revs at idle speed 1800 ÷ 2000 rpm
Clutch multiple-disc oil-bathed clutch
Lubrication system Separate twin-sump lubrication
system with external reservoir
AIR FILTER With dry cartridge filter
Cooling Fluid
TECHNISCHE GEGEVENS RXV 550 (MOTOR)
Model 55RX
MOTOR bicilindrisch 4-takt met 4 kleppen
per cilinder, monoas met nokken in
de kop
Aantal cilinders 2
Complessieve cilinderinhoud 553 cc (33.75 cu in)
Cilinderdiameterboring/loop 80 mm / 55,0 mm (3.15 in / 2.16 in)
Compresieverhouding 12,5 ± 0,5
START Elektrisch
Toerental van de motor bij het
minimumregime
1800 ÷ 2000 toeren/min (tpm)
Koppeling Multischijf in oliebad
Smeersysteem Dubbele gescheiden smering met
externe tank
LUCHTFILTER Met filterend droog patroon
Koeling Met vloeistof
123
5 Technical data / 5 Technische gegevens
Gearbox mechanical, 5 speeds with foot
lever on the left hand side of the
engine
Gear ratio Primary: 22/56 = 1 : 2.545
Final: 15/48 = 1 : 3.200
1st 12/31 = 1: 2,583 (secondary)
1: 21,042 (total)
2nd 13/25 = 1 : 1.923 (secondary)
1: 15.664 (total)
3rd 15/23 = 1 : 1.533 (secondary)
1: 12.489 (total)
4th 19/24 = 1 : 1.263 (secondary)
1: 10.288 (total)
5th 21/22 = 1 : 1.047 (secondary)
1: 8.533 (total)
Drive chain with master link
FUEL SUPPLY SYSTEM electronic injection
Mixer Ø 40 mm (1.57 in)
FUEL SUPPLY premium unleaded petrol,
minimum octane rating of 95
(NORM) and 85 (NOMM)
VERSNELLINGSBAK mechanisch met 5 versnellingen
met pedaalcommando op de linker
kant van de motor
Transmissieverhouding Primaire: 22/56 = 1: 2,545
Eind: 15/48= 1: 3,200
12/31 = 1: 2,583 (secundaire)
1: 21,042 (totale)
13/25 = 1: 1,923 (secundaire)
1: 15,664 (totale)
15/23 = 1: 1,533 (secundaire)
1: 12,489 (totale)
19/24= 1: 1,263 (secundaire)
1: 10,288 (totale)
21/22= 1: 1,047 (secundaire)
1: 8,533 (totale)
TRANSMISSIEKETTING met koppelingsschakel
VOEDINGSSYSTEEM elektronische injectie
Diffusor Ø 40 mm (1.57 in)
VOEDING Loodvrije superbenzine, met een
minimum octaangehalte van 95
(N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
124
5 Technical data / 5 Technische gegevens
ELECTRICAL COMPONENTS
IGNITION Electronic ignition
Standard spark plug NGK CR8EB
Spark plug electrode gap 0.7 ± 0.8 mm (0.028 in ± 0.031 in)
Resistance 5 kΩ
Battery 12 V - 7 Ah
Main fuse 30 A
Auxiliary fuses 5A; 15A; 20A
(Permanent-magnet) Generator 12V - 350W
Low-beam bulb 12V - 55W
High-beam bulb 12V - 60W
Front side light bulb 12V - 3W
Turn indicator bulb with micro-bulbs
License plate light bulb 12V - 5W
Tail light/stop light bulb LED
Neutral gear warning light LED
Engine oil pressure warning light LED
Low fuel warning light LED
High-beam warning light LED
Turn indicator warning light LED
ELEKTRISCHE ONDERDELEN
ONTSTEKING Elektronica
Standaardbougie NGK CR8EB
Elektrodenafstand van de bougies 0,7 - 0,8 mm (0.028 in - 0.031 in)
Weerstand 5 kΩ
Accu 12 V - 7 Ah
Hoofdzekering 30 A
Secundaire zekeringen 5 A, 15 A, 20 A
Generator (met permanente
magneet)
12V - 350W
Lamp van het dimlicht 12V - 55W
Lamp van het groot licht 12V - 60W
Lamp van het voorste positielicht 12V - 3W
Lamp van het licht van de
richtingaanwijzers
Met microlampjes
Lamp van het nummerplaatlicht 12V - 5W
Lamp van het achterste
positielicht/stoplicht
Led
Controlelamp van de
versnellingsbak in vrij
Led
Controlelamp van de oliedruk van
de motor
Led
Controlelamp van de
brandstofreserve
Led
Controlelamp van het groot licht Led
125
5 Technical data / 5 Technische gegevens
Controlelamp van de
richtingaanwijzers
Led
126
5 Technical data / 5 Technische gegevens
RXV 450-550
Chap. 06
Spare parts and
accessories
Hst. 06
Onderdelen en
accessoires
127
Warnings
The RXV models are delivered with a ser-
ies of accessories which are not installed:
Cooling electric fan
Stand safety rubber band
Racing number plate holder/
rear light
Rear mudguard
Right/left number holding side
fairings
Muffler
Exhaust pipe
CAUTION
DO NOT USE THE VEHICLE OFF
ROAD WITH THE NUMBER PLATE
HOLDER/REAR LIGHT APPROVED
FOR ROAD USE.
Waarschuwingen
De RXV-modellen worden geleverd met
een reeks niet-geïnstalleerde accessoi-
res:
Elektroschroef voor de koeling
Veiligheidsveer voor de stan-
daard
Nummerplaathouder/achterlicht
racing
Achterste spatbord
Zijplaatjes nummerhouders re/li
Knaldemper
Uitlaat
LET OP
GEBRUIK HET VOERTUIG NIET OM TE
CROSSEN WANNEER DE GEHOMO-
LOGEERDE NUMMERPLAATHOU-
DER/ACHTERLICHT GEÏNSTAL-
LEERD IS.
128
6 Spare parts and accessories / 6 Onderdelen en accessoires
RXV 450-550
Chap. 07
Programmed
maintenance
Hst. 07
Gepland onderhoud
129
Scheduled maintenance table
Periodic maintenance chart for scooters
in the original version (throttled) for road
operation,
CAUTION
THE MAINTENANCE OPERATIONS
LISTED MUST BE CARRIED OUT BY A
DEALER OR AUTHORISED APRILIA
WORKSHOP, OTHERWISE THE WAR-
RANTY WILL BE VOIDED.
NOTE
CARRY OUT THE MAINTENANCE OP-
ERATIONS AT HALF THE INTERVALS
SPECIFIED IF THE VEHICLE IS USED
IN WET OR DUSTY AREAS, OFF
ROAD OR FOR SPORTING APPLICA-
TIONS.
Tabel gepland onderhoud
Kaart van het periodiek onderhoud voor
voertuigen in de originele versie (vermin-
derd vermogen) voor weggebruik.
LET OP
DE AANGEDUIDE HANDELINGEN
MOETEN UITGEVOERD WORDEN BIJ
EEN DEALER OF GEAUTORISEERDE
APRILIA GARAGE. INDIEN DIT NIET
GEBEURT, VERVALT ELK GARAN-
TIERECHT.
N.B.
WANNEER HET VOERTUIG WORDT
GEBRUIKT IN REGENACHTIGE OF
STOFFIGE ZONES, OP SLECHTE WE-
GEN, OF WANNEER MEN SPORTIEF
RIJDT, MOETEN DE ONDERHOUDS-
HANDELINGEN AAN DE HELFT VAN
HET AANGEDUIDE TIJDSINTERVAL
UITGEVOERD WORDEN.
END OF RUN-IN PERIOD 500 KM (311 MILES)
Throttle body assembly bolt torque - check
Throttle bodies - Synchronisation
Air filter and filter case - Check and cleaning
Fuel lines - Check condition and position
EINDE VAN DE PROEFPERIODE 500 KM (311 MI)
Sluiting van de bouten van de vlindergroep - Controle
Vlinderrompen - Synchronisatie
Luchtfilter en filterkist - Controle en reiniging
Bebuizing van de benzine - Controle van de conditie, plaatsing
130
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Idle speed adjustment - Check
Gearbox oil - Change
Clutch control - Check and adjust
Coolant level in radiator and expansion tank - Check
Engine oil and engine oil filter - Change
Oil pipes - Check condition and position
Throttle cables - Adjustment
Cold-start key - Adjustment
Brake fluid level - Check
Brake pipes - Check condition and tightness
Brake system screws torque - Check
Light operation/direction
Electrical system operation - Check
Tyre condition and pressure - Check
Wheel bearings clearance - Check
Wheel spokes and rim coaxiality - Check tension
Tightening of wheel pin nuts and screws - Check
Engine mounting bolt torque - Check
Tightening of chassis screws and nuts - Check
Fork - Check for sealing and operation
Tightening of fork plates and feet screws - Check
Shock absorber pins tightening - Check
Shock absorber - Check for sealing and operation
Regeling van het minimum toerental - Controle
Olie van de versnellingsbak - Vervangen
Commando van de koppeling - Controle en registratie
Peil van de koelvloeistof van de radiator en het expansievat - Controle
Motorolie en filter van de motorolie - Vervanging
Bebuizing van de olie - Controle van de conditie, plaatsing
Gaskabels - Registratie
Toets voor de koude start - Registratie
Peil van de remvloeistof - Controle
Rembebuizing - Controle van de conditie en dichting
Sluiting van de bouten van de reminstallatie - Controle
Werking/richting van de lichten
Werking van de elektrische installatie - Controle
Conditie en spanning van de banden - Controle
Speling van de wielkussentjes - Controle
Spaken en coaxialiteit van de velgen - Controle van de spanning
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielpinnen - Controle
Sluiting van de bevestigingsbouten van de motor - Controle
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielen - Controle
Vork - Controle van de dichting en de werking
Sluiting van de bouten van de vorkplaten, vorkvoetjes - Controle
Sluiting van de pinnen van de schokdemper - Controle
Schokdemper - Controle van de dichting en de werking
131
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Steering bearings - Check and adjust
Headstock dust guards - Cleaning
Drive chain - Tension
Chain link, chain sprocket and chain guide - Check for wear
Chain - lubricate
Stuurinrichtingskussentjes - Controle en registratie
Stofkeerringen van de stuurinrichtingskop - Reiniging
Transmissieketting - Spanning
Verbinding van de ketting, kettingkroon en kettinggeleider -
Slijtagecontrole
Ketting - Smering
EVERY 3000 KM (1864 MILES)
Throttle body assembly bolt torque - check
Throttle bodies - Synchronisation
Air filter and filter case - Check and cleaning
Fuel lines - Check condition and position
Idle speed adjustment - Check
Gearbox oil - Change
Clutch springs - Check length
Clutch discs - Check for wear
Clutch control - Check and adjust
Coolant level in radiator and expansion tank - Check
System sealing - Check
Engine oil and engine oil filter - Change
Oil pipes - Check condition and position
Throttle cables - Adjustment
Cold-start key - Adjustment
ELKE 3000 KM (1864 MI)
Sluiting van de bouten van de vlindergroep - Controle
Vlinderrompen - Synchronisatie
Luchtfilter en filterkist - Controle en reiniging
Bebuizing van de benzine - Controle van de conditie, plaatsing
Regeling van het minimum toerental - Controle
Olie van de versnellingsbak - Vervangen
Veren van de koppeling - Controle van de lengte
Schijven van de koppeling - Controle van de slijtage
Commando van de koppeling - Controle en registratie
Peil van de koelvloeistof van de radiator en het expansievat - Controle
Dichting van de installatie - Controle
Motorolie en filter van de motorolie - Vervanging
Bebuizing van de olie - Controle van de conditie, plaatsing
Gaskabels - Registratie
Toets voor de koude start - Registratie
132
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Brake fluid level - Check
Brake pipes - Check condition and tightness
Brake system screws torque - Check
Brake discs thickness - Check
Brake pad thickness - Check
Electrical contacts and switches - Treatment with contact activator spray
Battery connections - Greasing
Light operation/direction
Electrical system operation - Check
Exhaust system - Check for leaks and alignment
Tyre condition and pressure - Check
Wheel bearings - check
Wheel spokes and rim coaxiality - Check tension
Tightening of wheel pin nuts and screws - Check
Engine mounting bolt torque - Check
Tightening of chassis screws and nuts - Check
Fork dust guards - Cleaning
Fork struts - Bleed
Fork - Check for sealing and operation
Tightening of fork plates and feet screws - Check
Shock absorber pins tightening - Check
Shock absorber - Check for sealing and operation
Steering bearing clearance - Check
Peil van de remvloeistof - Controle
Rembebuizing - Controle van de conditie en dichting
Sluiting van de bouten van de reminstallatie - Controle
Dikte van de remschijven - Controle
Dikte van de pastilles - Controle
Elektrische contacten en schakelaars - Behandeling met
heractivatiespray
Aansluiting van de accu - Behandeling met vet
Werking/richting van de lichten
Werking van de elektrische installatie - Controle
Uitlaat - Controle van de dichting en de uitlijning
Conditie en spanning van de banden - Controle
Wielkussentjes - Controle
Spaken en coaxialiteit van de velgen - Controle van de spanning
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielpinnen - Controle
Sluiting van de bevestigingsbouten van de motor - Controle
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielen - Controle
Stofkeerringen van de vork - Reiniging
Benen van de vork - Ontluchting
Vork - Controle van de dichting en de werking
Sluiting van de bouten van de vorkplaten, vorkvoetjes - Controle
Sluiting van de pinnen van de schokdemper - Controle
Schokdemper - Controle van de dichting en de werking
133
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Headstock dust guards - Cleaning
Drive chain - Tension
Chain link, chain sprocket and chain guide - Check for wear
Steering bearings - Lubricate
Clutch lever pin - Lubricate
Throttle cables - Lubricate
Rider footrest bolts - Lubricate
Chain - lubricate
Rear suspension linkage system - Lubricate
Side stand bolt - Lubricate
Front wheel bolt and bearings - Lubricate
Rear fork bolt - Lubricate
Rear wheel bolt and bearings - Lubricate
Speling van de stuurinrichtingskussentjes - Controle
Stofkeerringen van de stuurinrichtingskop - Reiniging
Transmissieketting - Spanning
Verbinding van de ketting, kettingkroon en kettinggeleider -
Slijtagecontrole
Stuurinrichtingskussentjes - Smeren
Pin van de koppelingshendel - Smeren
Gaskabels - Smeren
Pinnen van de voetensteun van de bestuurder - Smeren
Ketting - Smering
Hefsystemen van de achterste ophanging - Smeren
Pin van de laterale standaard - Smeren
Pin en kussentjes van het voorwiel - Smeren
Pin van de achtervork - Smeren
Pin en kussentjes van het achterwiel - Smeren
EVERY 6000 KM (3728 MILES)
Paper air filter - Replacement
Spark plugs - Replacement
ELKE 6000 KM (3728 MI)
Luchtfilter van papier - Vervanging
Bougies - Vervanging
EVERY 9000 KM (5592 MILES)
Complete transmission - Check for wear
ELKE 9000 KM (5592 MI)
Volledige versnellingsbak - Controle van de slijtage
134
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Pressure relief and non-return valve spring - Check
Cylinder liners - Check for wear
Connecting rods and main bushings - Check for wear
Start-up gears - Check for wear
Oil pump gears - Check
Head lubrication nozzles - Cleaning
Pistons and piston rings - Replacement
Piston pin - Check
Cam rockers - Radial check
Valve lifter - Check
Camshaft wear - Check
Camshaft bearings - Check
Valve seat sealing - Check
Valves - Check for wear
Valve clearance - Check and adjust
Valve guides - check for wear
Spring washers, caps, bowls - Check for wear
Chain tightener toothing - Check for wear
Valve springs - check length
Timing chain - Stretching measurement
Drive chain sliders - Check for wear
Fuel pump - Check
Fork - Comprehensive maintenance
Veer van de overdrukklep en de terugslagklep - Controle
Cilinderpijpen - Controle van de slijtage
Drijfstang- en bankkussenblokken - Controle van de slijtage
Raderwerken voor de start - Controle van de slijtage
Raderwerken van de oliepomp - Controle
Sproeiers voor de smering van de kop - Reiniging
Zuigers en elastische klemmen - Vervanging
Zuigerpen van de zuiger - Controle
Rollen van de balanceringen - Radiale controle
Kleplichter - Controle
Slijtage van de nokkenassen - Controle
Kussentjes van de nokkenassen - Controle
Dichting van de klepzitten - Controle
Kleppen - Controle van de slijtage
Kleppenspeling - Controle en registratie
Kleppengeleiders - Controle van de slijtage
Rondellen van de veerhouder, schijven, bekertjes - Controle van de
slijtage
Tanden van de kettingspanner - Controle van de slijtage
Veren van de kleppen - Controle van de lengte
Distributieketting - Meting van de verlenging
Sleden van de transmissieketting - Controle van de slijtage
Benzinepomp - Controle
135
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Fork oil - Replacement
Shock absorber - Comprehensive maintenance
Crankshaft and connecting rod bearing clearance - Check
Chain guide slider - Check for wear
Chain guide eye - Check for wear
Chain tightener roller - Check for wear
Chain tightener slider - Check for wear
Vork - Volledig onderhoud
Olie van de vork - Vervanging
Schokdemper - Volledig onderhoud
Speling van de kussentjes van het drijfstangsysteem - Controle
Slede van de kettinggeleider - Controle van de slijtage
Oog van de kettinggeleider - Controle van de slijtage
Rol van de kettingspanner - Controle van de slijtage
Slede van de kettingspanner - Controle van de slijtage
EVERY YEAR
Brake fluid - Change
ELK JAAR
Remvloeistof - Vervangen
Periodic maintenance chart for scooters
in free version for hobby sports applica-
tions.
Kaart van het periodiek onderhoud voor
voertuigen in vrije versie voor sportief- en
hobbygebruik.
END OF RUN-IN PERIOD AND EVERY 3 HOURS OF OPERATION
Throttle body assembly bolt torque - check
Throttle bodies - Synchronisation
Air filter and filter case - Check and cleaning
Fuel lines - Check condition and position
Idle speed adjustment - Check
EINDE VAN DE PROEFPERIODE, 3 UUR GEBRUIK
Sluiting van de bouten van de vlindergroep - Controle
Vlinderrompen - Synchronisatie
Luchtfilter en filterkist - Controle en reiniging
Bebuizing van de benzine - Controle van de conditie, plaatsing
Regeling van het minimum toerental - Controle
136
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Gearbox oil - Change
Clutch control - Check and adjust
Coolant level in radiator and expansion tank - Check
Engine oil and engine oil filter - Change
Oil pipes - Check condition and position
Throttle cables - Adjustment
Cold-start key - Adjustment
Brake fluid level - Check
Brake pipes - Check condition and tightness
Brake system screws torque - Check
Light operation/direction
Electrical system operation - Check
Tyre condition and pressure - Check
Wheel bearings clearance - Check
Wheel spokes and rim coaxiality - Check tension
Tightening of wheel pin nuts and screws - Check
Engine mounting bolt torque - Check
Tightening of chassis screws and nuts - Check
Fork - Check for sealing and operation
Tightening of fork plates and feet screws - Check
Shock absorber pins tightening - Check
Shock absorber - Check for sealing and operation
Steering bearings - Check and adjust
Olie van de versnellingsbak - Vervangen
Commando van de koppeling - Controle en registratie
Peil van de koelvloeistof van de radiator en het expansievat - Controle
Motorolie en filter van de motorolie - Vervanging
Bebuizing van de olie - Controle van de conditie, plaatsing
Gaskabels - Registratie
Toets voor de koude start - Registratie
Peil van de remvloeistof - Controle
Rembebuizing - Controle van de conditie en dichting
Sluiting van de bouten van de reminstallatie - Controle
Werking/richting van de lichten
Werking van de elektrische installatie - Controle
Conditie en spanning van de banden - Controle
Speling van de wielkussentjes - Controle
Spaken en coaxialiteit van de velgen - Controle van de spanning
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielpinnen - Controle
Sluiting van de bevestigingsbouten van de motor - Controle
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielen - Controle
Vork - Controle van de dichting en de werking
Sluiting van de bouten van de vorkplaten, vorkvoetjes - Controle
Sluiting van de pinnen van de schokdemper - Controle
Schokdemper - Controle van de dichting en de werking
Stuurinrichtingskussentjes - Controle en registratie
137
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Headstock dust guards - Cleaning
Drive chain - Tension
Chain link, chain sprocket and chain guide - Check for wear
Chain - lubricate
Stofkeerringen van de stuurinrichtingskop - Reiniging
Transmissieketting - Spanning
Verbinding van de ketting, kettingkroon en kettinggeleider -
Slijtagecontrole
Ketting - Smering
EVERY 15 HOURS OF OPERATION
Throttle body assembly bolt torque - check
Throttle bodies - Synchronisation
Air filter and filter case - Check and cleaning
Fuel lines - Check condition and position
Idle speed adjustment - Check
Gearbox oil - Change
Clutch springs - Check length
Clutch discs - Check for wear
Clutch control - Check and adjust
Coolant level in radiator and expansion tank - Check
System sealing - Check
Engine oil and engine oil filter - Change
Oil pipes - Check condition and position
Throttle cables - Adjustment
Cold-start key - Adjustment
Brake fluid level - Check
ELKE 15 GEBRUIKSUREN
Sluiting van de bouten van de vlindergroep - Controle
Vlinderrompen - Synchronisatie
Luchtfilter en filterkist - Controle en reiniging
Bebuizing van de benzine - Controle van de conditie, plaatsing
Regeling van het minimum toerental - Controle
Olie van de versnellingsbak - Vervangen
Veren van de koppeling - Controle van de lengte
Schijven van de koppeling - Controle van de slijtage
Commando van de koppeling - Controle en registratie
Peil van de koelvloeistof van de radiator en het expansievat - Controle
Dichting van de installatie - Controle
Motorolie en filter van de motorolie - Vervanging
Bebuizing van de olie - Controle van de conditie, plaatsing
Gaskabels - Registratie
Toets voor de koude start - Registratie
Peil van de remvloeistof - Controle
138
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Brake pipes - Check condition and tightness
Brake system screws torque - Check
Brake discs thickness - Check
Brake pad thickness - Check
Electrical contacts and switches - Treatment with contact activator spray
Battery connections - Greasing
Light operation/direction
Electrical system operation - Check
Exhaust system - Check for leaks and alignment
Tyre condition and pressure - Check
Wheel bearings - check
Wheel spokes and rim coaxiality - Check tension
Tightening of wheel pin nuts and screws - Check
Engine mounting bolt torque - Check
Tightening of chassis screws and nuts - Check
Fork dust guards - Cleaning
Fork struts - Bleed
Fork - Check for sealing and operation
Tightening of fork plates and feet screws - Check
Shock absorber pins tightening - Check
Shock absorber - Check for sealing and operation
Steering bearing clearance - Check
Headstock dust guards - Cleaning
Rembebuizing - Controle van de conditie en dichting
Sluiting van de bouten van de reminstallatie - Controle
Dikte van de remschijven - Controle
Dikte van de pastilles - Controle
Elektrische contacten en schakelaars - Behandeling met
heractivatiespray
Aansluiting van de accu - Behandeling met vet
Werking/richting van de lichten
Werking van de elektrische installatie - Controle
Uitlaat - Controle van de dichting en de uitlijning
Conditie en spanning van de banden - Controle
Wielkussentjes - Controle
Spaken en coaxialiteit van de velgen - Controle van de spanning
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielpinnen - Controle
Sluiting van de bevestigingsbouten van de motor - Controle
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielen - Controle
Stofkeerringen van de vork - Reiniging
Benen van de vork - Ontluchting
Vork - Controle van de dichting en de werking
Sluiting van de bouten van de vorkplaten, vorkvoetjes - Controle
Sluiting van de pinnen van de schokdemper - Controle
Schokdemper - Controle van de dichting en de werking
Speling van de stuurinrichtingskussentjes - Controle
139
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Drive chain - Tension
Chain link, chain sprocket and chain guide - Check for wear
Steering bearings - Lubricate
Clutch lever pin - Lubricate
Throttle cables - Lubricate
Rider footrest bolts - Lubricate
Chain - lubricate
Rear suspension linkage system - Lubricate
Side stand bolt - Lubricate
Front wheel bolt and bearings - Lubricate
Rear fork bolt - Lubricate
Rear wheel bolt and bearings - Lubricate
Stofkeerringen van de stuurinrichtingskop - Reiniging
Transmissieketting - Spanning
Verbinding van de ketting, kettingkroon en kettinggeleider -
Slijtagecontrole
Stuurinrichtingskussentjes - Smeren
Pin van de koppelingshendel - Smeren
Gaskabels - Smeren
Pinnen van de voetensteun van de bestuurder - Smeren
Ketting - Smering
Hefsystemen van de achterste ophanging - Smeren
Pin van de laterale standaard - Smeren
Pin en kussentjes van het voorwiel - Smeren
Pin van de achtervork - Smeren
Pin en kussentjes van het achterwiel - Smeren
EVERY 60 HOURS OF OPERATION
Paper air filter - Replacement
Spark plugs - Replacement
ELKE 60 GEBRUIKSUREN
Luchtfilter van papier - Vervanging
Bougies - Vervanging
EVERY 90 HOURS OF OPERATION
Complete transmission - Check for wear
Pressure relief and non-return valve spring - Check
ELKE 90 GEBRUIKSUREN
Volledige versnellingsbak - Controle van de slijtage
Veer van de overdrukklep en de terugslagklep - Controle
140
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Cylinder liners - Check for wear
Connecting rods and main bushings - Check for wear
Start-up gears - Check for wear
Oil pump gears - Check
Head lubrication nozzles - Cleaning
Pistons and piston rings - Replacement
Piston pin - Check
Cam rockers - Radial check
Valve lifter - Check
Camshaft wear - Check
Camshaft bearings - Check
Valve seat sealing - Check
Valves - Check for wear
Valve clearance - Check and adjust
Valve guides - check for wear
Spring washers, caps, bowls - Check for wear
Chain tightener toothing - Check for wear
Valve springs - check length
Timing chain - Stretching measurement
Drive chain sliders - Check for wear
Fuel pump - Check
Fork - Comprehensive maintenance
Fork oil - Replacement
Cilinderpijpen - Controle van de slijtage
Drijfstang- en bankkussenblokken - Controle van de slijtage
Raderwerken voor de start - Controle van de slijtage
Raderwerken van de oliepomp - Controle
Sproeiers voor de smering van de kop - Reiniging
Zuigers en elastische klemmen - Vervanging
Zuigerpen van de zuiger - Controle
Rollen van de balanceringen - Radiale controle
Kleplichter - Controle
Slijtage van de nokkenassen - Controle
Kussentjes van de nokkenassen - Controle
Dichting van de klepzitten - Controle
Kleppen - Controle van de slijtage
Kleppenspeling - Controle en registratie
Kleppengeleiders - Controle van de slijtage
Rondellen van de veerhouder, schijven, bekertjes - Controle van de
slijtage
Tanden van de kettingspanner - Controle van de slijtage
Veren van de kleppen - Controle van de lengte
Distributieketting - Meting van de verlenging
Sleden van de transmissieketting - Controle van de slijtage
Benzinepomp - Controle
Vork - Volledig onderhoud
141
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Shock absorber - Comprehensive maintenance
Crankshaft and connecting rod bearing clearance - Check
Chain guide slider - Check for wear
Chain guide eye - Check for wear
Chain tightener roller - Check for wear
Chain tightener slider - Check for wear
Olie van de vork - Vervanging
Schokdemper - Volledig onderhoud
Speling van de kussentjes van het drijfstangsysteem - Controle
Slede van de kettinggeleider - Controle van de slijtage
Oog van de kettinggeleider - Controle van de slijtage
Rol van de kettingspanner - Controle van de slijtage
Slede van de kettingspanner - Controle van de slijtage
EVERY YEAR
Brake fluid - Change
ELK JAAR
Remvloeistof - Vervangen
Periodic maintenance chart for scooters
in free version for competitive sports ap-
plications.
Kaart van het periodiek onderhoud voor
voertuigen in vrije versie voor wedstrijd-
gebruik.
END OF RUN-IN PERIOD AND EVERY 3 HOURS OF OPERATION
Throttle body assembly bolt torque - check
Throttle bodies - Synchronisation
Air filter and filter case - Check and cleaning
Fuel lines - Check condition and position
Idle speed adjustment - Check
Gearbox oil - Change
EINDE VAN DE PROEFPERIODE, 3 UUR GEBRUIK
Sluiting van de bouten van de vlindergroep - Controle
Vlinderrompen - Synchronisatie
Luchtfilter en filterkist - Controle en reiniging
Bebuizing van de benzine - Controle van de conditie, plaatsing
Regeling van het minimum toerental - Controle
Olie van de versnellingsbak - Vervangen
142
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Clutch control - Check and adjust
Coolant level in radiator and expansion tank - Check
Engine oil and engine oil filter - Change
Oil pipes - Check condition and position
Throttle cables - Adjustment
Cold-start key - Adjustment
Brake fluid level - Check
Brake pipes - Check condition and tightness
Brake system screws torque - Check
Light operation/direction
Electrical system operation - Check
Tyre condition and pressure - Check
Wheel bearings clearance - Check
Wheel spokes and rim coaxiality - Check tension
Tightening of wheel pin nuts and screws - Check
Engine mounting bolt torque - Check
Tightening of chassis screws and nuts - Check
Fork - Check for sealing and operation
Tightening of fork plates and feet screws - Check
Shock absorber pins tightening - Check
Shock absorber - Check for sealing and operation
Steering bearings - Check and adjust
Headstock dust guards - Cleaning
Commando van de koppeling - Controle en registratie
Peil van de koelvloeistof van de radiator en het expansievat - Controle
Motorolie en filter van de motorolie - Vervanging
Bebuizing van de olie - Controle van de conditie, plaatsing
Gaskabels - Registratie
Toets voor de koude start - Registratie
Peil van de remvloeistof - Controle
Rembebuizing - Controle van de conditie en dichting
Sluiting van de bouten van de reminstallatie - Controle
Werking/richting van de lichten
Werking van de elektrische installatie - Controle
Conditie en spanning van de banden - Controle
Speling van de wielkussentjes - Controle
Spaken en coaxialiteit van de velgen - Controle van de spanning
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielpinnen - Controle
Sluiting van de bevestigingsbouten van de motor - Controle
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielen - Controle
Vork - Controle van de dichting en de werking
Sluiting van de bouten van de vorkplaten, vorkvoetjes - Controle
Sluiting van de pinnen van de schokdemper - Controle
Schokdemper - Controle van de dichting en de werking
Stuurinrichtingskussentjes - Controle en registratie
Stofkeerringen van de stuurinrichtingskop - Reiniging
143
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Drive chain - Tension
Chain link, chain sprocket and chain guide - Check for wear
Chain - lubricate
Transmissieketting - Spanning
Verbinding van de ketting, kettingkroon en kettinggeleider -
Slijtagecontrole
Ketting - Smering
EVERY 15 HOURS OF OPERATION
Throttle body assembly bolt torque - check
Throttle bodies - Synchronisation
Air filter and filter case - Check and cleaning
Fuel lines - Check condition and position
Idle speed adjustment - Check
Gearbox oil - Change
Clutch springs - Check length
Clutch discs - Check for wear
Clutch control - Check and adjust
Coolant level in radiator and expansion tank - Check
System sealing - Check
Engine oil and engine oil filter - Change
Oil pipes - Check condition and position
Throttle cables - Adjustment
Cold-start key - Adjustment
Brake fluid level - Check
Brake pipes - Check condition and tightness
ELKE 15 GEBRUIKSUREN
Sluiting van de bouten van de vlindergroep - Controle
Vlinderrompen - Synchronisatie
Luchtfilter en filterkist - Controle en reiniging
Bebuizing van de benzine - Controle van de conditie, plaatsing
Regeling van het minimum toerental - Controle
Olie van de versnellingsbak - Vervangen
Veren van de koppeling - Controle van de lengte
Schijven van de koppeling - Controle van de slijtage
Commando van de koppeling - Controle en registratie
Peil van de koelvloeistof van de radiator en het expansievat - Controle
Dichting van de installatie - Controle
Motorolie en filter van de motorolie - Vervanging
Bebuizing van de olie - Controle van de conditie, plaatsing
Gaskabels - Registratie
Toets voor de koude start - Registratie
Peil van de remvloeistof - Controle
Rembebuizing - Controle van de conditie en dichting
144
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Brake system screws torque - Check
Brake discs thickness - Check
Brake pad thickness - Check
Electrical contacts and switches - Treatment with contact activator spray
Battery connections - Greasing
Light operation/direction
Electrical system operation - Check
Exhaust system - Check for leaks and alignment
Tyre condition and pressure - Check
Wheel bearings - check
Wheel spokes and rim coaxiality - Check tension
Tightening of wheel pin nuts and screws - Check
Engine mounting bolt torque - Check
Tightening of chassis screws and nuts - Check
Fork dust guards - Cleaning
Fork struts - Bleed
Fork - Check for sealing and operation
Tightening of fork plates and feet screws - Check
Shock absorber pins tightening - Check
Shock absorber - Check for sealing and operation
Steering bearing clearance - Check
Headstock dust guards - Cleaning
Drive chain - Tension
Sluiting van de bouten van de reminstallatie - Controle
Dikte van de remschijven - Controle
Dikte van de pastilles - Controle
Elektrische contacten en schakelaars - Behandeling met
heractivatiespray
Aansluiting van de accu - Behandeling met vet
Werking/richting van de lichten
Werking van de elektrische installatie - Controle
Uitlaat - Controle van de dichting en de uitlijning
Conditie en spanning van de banden - Controle
Wielkussentjes - Controle
Spaken en coaxialiteit van de velgen - Controle van de spanning
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielpinnen - Controle
Sluiting van de bevestigingsbouten van de motor - Controle
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielen - Controle
Stofkeerringen van de vork - Reiniging
Benen van de vork - Ontluchting
Vork - Controle van de dichting en de werking
Sluiting van de bouten van de vorkplaten, vorkvoetjes - Controle
Sluiting van de pinnen van de schokdemper - Controle
Schokdemper - Controle van de dichting en de werking
Speling van de stuurinrichtingskussentjes - Controle
Stofkeerringen van de stuurinrichtingskop - Reiniging
145
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Chain link, chain sprocket and chain guide - Check for wear
Steering bearings - Lubricate
Clutch lever pin - Lubricate
Throttle cables - Lubricate
Rider footrest bolts - Lubricate
Chain - lubricate
Rear suspension linkage system - Lubricate
Side stand bolt - Lubricate
Front wheel bolt and bearings - Lubricate
Rear fork bolt - Lubricate
Rear wheel bolt and bearings - Lubricate
Transmissieketting - Spanning
Verbinding van de ketting, kettingkroon en kettinggeleider -
Slijtagecontrole
Stuurinrichtingskussentjes - Smeren
Pin van de koppelingshendel - Smeren
Gaskabels - Smeren
Pinnen van de voetensteun van de bestuurder - Smeren
Ketting - Smering
Hefsystemen van de achterste ophanging - Smeren
Pin van de laterale standaard - Smeren
Pin en kussentjes van het voorwiel - Smeren
Pin van de achtervork - Smeren
Pin en kussentjes van het achterwiel - Smeren
EVERY 30 HOURS OF OPERATION
Paper air filter - Replacement
Spark plugs - Replacement
ELKE 30 GEBRUIKSUREN
Luchtfilter van papier - Vervanging
Bougies - Vervanging
EVERY 75 HOURS OF OPERATION
Complete transmission - Check for wear
Pressure relief and non-return valve spring - Check
Cylinder liners - Check for wear
ELKE 75 GEBRUIKSUREN
Volledige versnellingsbak - Controle van de slijtage
Veer van de overdrukklep en de terugslagklep - Controle
Cilinderpijpen - Controle van de slijtage
146
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Connecting rods and main bushings - Check for wear
Start-up gears - Check for wear
Oil pump gears - Check
Head lubrication nozzles - Cleaning
Pistons and piston rings - Replacement
Piston pin - Check
Cam rockers - Radial check
Valve lifter - Check
Camshaft wear - Check
Camshaft bearings - Check
Valve seat sealing - Check
Valves - Check for wear
Valve clearance - Check and adjust
Valve guides - check for wear
Spring washers, caps, bowls - Check for wear
Chain tightener toothing - Check for wear
Valve springs - check length
Timing chain - Stretching measurement
Drive chain sliders - Check for wear
Fuel pump - Check
Fork - Comprehensive maintenance
Fork oil - Replacement
Shock absorber - Comprehensive maintenance
Drijfstang- en bankkussenblokken - Controle van de slijtage
Raderwerken voor de start - Controle van de slijtage
Raderwerken van de oliepomp - Controle
Sproeiers voor de smering van de kop - Reiniging
Zuigers en elastische klemmen - Vervanging
Zuigerpen van de zuiger - Controle
Rollen van de balanceringen - Radiale controle
Kleplichter - Controle
Slijtage van de nokkenassen - Controle
Kussentjes van de nokkenassen - Controle
Dichting van de klepzitten - Controle
Kleppen - Controle van de slijtage
Kleppenspeling - Controle en registratie
Kleppengeleiders - Controle van de slijtage
Rondellen van de veerhouder, schijven, bekertjes - Controle van de
slijtage
Tanden van de kettingspanner - Controle van de slijtage
Veren van de kleppen - Controle van de lengte
Distributieketting - Meting van de verlenging
Sleden van de transmissieketting - Controle van de slijtage
Benzinepomp - Controle
Vork - Volledig onderhoud
Olie van de vork - Vervanging
147
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Crankshaft and connecting rod bearing clearance - Check
Chain guide slider - Check for wear
Chain guide eye - Check for wear
Chain tightener roller - Check for wear
Chain tightener slider - Check for wear
Schokdemper - Volledig onderhoud
Speling van de kussentjes van het drijfstangsysteem - Controle
Slede van de kettinggeleider - Controle van de slijtage
Oog van de kettinggeleider - Controle van de slijtage
Rol van de kettingspanner - Controle van de slijtage
Slede van de kettingspanner - Controle van de slijtage
EVERY YEAR
Brake fluid - Change
ELK JAAR
Remvloeistof - Vervangen
CAUTION
IF THE VEHICLE IS USED FOR COM-
PETITIONS, CARRY OUT THE 15-
HOUR SERVICE AFTER EVERY RACE.
NOTE
- MAINTENANCE OPERATIONS BY
THE SPECIALISED APRILIA WORK-
SHOP DO NOT REPLACE DAILY
CHECKING BY THE RIDER!
- IF DISTORTIONS, DAMAGES OR
WEAR EXCEEDING THE TOLERATED
VALUES ARE FOUND, REPLACE THE
INVOLVED COMPONENTS
- BEFORE CARRYING OUT ANY OP-
ERATION, CLEAN YOUR VEHICLE
CAREFULLY
LET OP
WANNEER MEN HET VOERTUIG
COMPETITIEGERICHT GEBRUIKT,
MOET DE SERVICEBEURT VAN NA 15
GEBRUIKSUREN NA ELKE WED-
STRIJD WORDEN UITGEVOERD.
N.B.
- DE ONDERHOUDSHANDELINGEN
VAN DE GESPECIALISEERDE APRI-
LIA GARAGE VERVANGEN DE DAGE-
LIJKSE CONTROLE VAN DE BE-
STUURDER NIET!
- WANNEER BIJ DE CONTROLE SLIJ-
TAGE WORDT OPGEMERKT, NAAST
TOLERANTIEWAARDEN, VERVOR-
MING OF SCHADE, MOETEN DE GE-
INTERESSEERDE ONDERDELEN
VERVANGEN WORDEN
148
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
- RIDING ON SANDY OR DUSTY
ROADS OR UNDER EXTREME SITUA-
TIONS MAY WEAR DOWN SOME
COMPONENTS EVEN BEFORE THE
SCHEDULED CHECK.
- VOORALEER MEN EENDER WELKE
HANDELING UITVOERT, MOET HET
VOERTUIG NAUWGEZET GEREINIGD
WORDEN
- HET GEBRUIK VAN HET VOERTUIG
OP ZANDERIGE OF STOFFIGE WE-
GEN EN IN EXTREME GEBRUIKS-
CONDITIES, ZOU DE SLIJTAGE KUN-
NEN VEROORZAKEN VAN SOMMIGE
ONDERDELEN VÓÓR DE GEPRO-
GRAMMEERDE CONTROLE.
- ENKEL VOOR MODELLEN RXV:
WANNEER HET VOERTUIG VOORNA-
MELIJK WORDT GEBRUIKT VOOR
HET CROSSEN, MOET MEN ELKE 30
GEBRUIKSUREN ALLE VOORZIENE
ONDERHOUDSHANDELINGEN UIT-
VOEREN VOOR NA 45 GEBRUIKSU-
REN.
RECOMMENDED PRODUCTS TABLE RXV 450 - 550
Product Description Specifications
AGIP RACING 4T 10W-60 Engine oil Use top-branded oils that meet or exceed the
CCMC G-4 API SG. SAE 10W-60
specifications requirements
AGIP RACING 4T 10W-60 Gearbox oil -
AGIP PERMANENT SPEZIAL Coolant Biodegradable coolant, ready for use, with
"long life" technology and characteristics
(pink). Freezing protection up to -40° (-40°F).
In compliance with the CUNA 956-16 standard.
149
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Product Description Specifications
AGIP BRAKE 4 Brake fluid As an alternative to the recommended fluid,
other fluids that meet or exceed the required
specifications may be used. SAE J1703,
NHTSA 116 DOT 4, ISO 4925 Synthetic fluid
AGIP MP GREASE Grease for bearings, joints, couplings and
levers
Alternatively to the recommended product, use
top-branded grease for roller bearings, useful
temperature range: -30°C...+140°C (-22°F...
+284°F), drop point: 150°C...230°C (302°F...
446°F), high anticorrosive protection, good
water and rust resistance.
AGIP FORK 7.5W Fork oil SAE 7.5W
TABEL VAN DE AANBEVOLEN PRODUCTEN RXV 450 - 550
Product Beschrijving Kenmerken
AGIP RACING 4T 10W-60 Motorolie Gebruik merkolies met conforme of hogere
prestaties dan de specifieken CCMC G-4 A.P.I.
SG. SAE 10W-60
AGIP RACING 4T 10W-60 Olie van de versnellingsbak -
AGIP PERMANENT SPEZIAL Koelvloeistof Biologisch afbreekbare koelvloeistof,
gebruiksklaar, met "long life"-technologie en -
kenmerken (rood). Verzekert een bescherming
tegen vriestemperaturen tot -40° (-40°F).
Beantwoordt aan de norm CUNA 956-16.
AGIP BRAKE 4 remvloeistof In plaats van de aanbevolen vloeistof kan men
vloeistoffen gebruiken met conforme of hogere
prestaties dan de specifieken. Synthetische
vloeistof SAE J1703, NHTSA 116 DOT 4, ISO
4925
150
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Product Beschrijving Kenmerken
AGIP MP GREASE Vet voor kussentjes, koppelingen,
knooppunten en hefsystemen
In plaats van het aanbevolen product, gebruikt
men merkvet voor draaiende kussentjes, met
bruikbaar temperatuursveld -30°C...+140°C
(-22°F...+284°F), druppelpunt 150°C...230°C
(302°F...446°F), hoge
anticorrosiebescherming, goede weerstand
tegen water en oxidatie.
AGIP FORK 7.5W Olie van de vork SAE 7,5W
151
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
152
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
RXV 450-550
Chap. 08
Special fittings
Hst. 08
Speciale uitrustingen
153
154
8 Special fittings / 8 Speciale uitrustingen
TABLE OF CONTENTS
A
Accessories: 127
Air filter: 81
B
Battery: 14, 96
Brake: 13, 87, 103
C
Chain: 112116
Clutch: 13
Clutch fluid: 13
Coolant: 11
D
Disc brake: 103
Display: 28
E
Engine oil: 12, 66, 69
Engine stop: 35
F
Fork: 48
Fuel: 10
Fuses: 97
G
Gearbox oil: 12, 71
H
Headlight: 102
Horn: 33
I
Identification: 37
Instrument panel: 26
M
Maintenance: 65, 129, 130
S
Saddle: 36
Scheduled maintenance:
130
Shock absorbers: 45
Spark plug: 76
Stand: 58
Start-up: 34
T
Technical data: 119
Transmission: 112
Tyres: 74
155
156
TREFWOORDENREGISTER
A
Accessoires: 127
ACCU: 14, 96
B
Banden: 74
BOUGIE: 76
Brandstof: 10
C
Claxon: 33
D
Display: 28
I
Identificatie: 37
K
Ketting: 113116
Koelvloeistof: 11, 83
Koplamp: 102
L
Luchtfilter: 81
M
Motorolie: 12, 66, 69
O
Onderhoud: 65, 129, 130
R
Richtingaanwijzers: 33
S
Schijfrem: 103
Standaard: 58
Start: 55
Stuurslot: 32
T
Technische gegevens: 119
Z
Zadel: 36
Zekeringen: 97
157
THE VALUE OF SERVICE
Thanks to continuous technical updates and specific training programs on aprilia products, only aprilia Official Network mechanics know this vehicle fully and have the special tools necessary to carry
out maintenance and repair operations correctly.
The reliability of the vehicle also depends on its mechanical conditions. Checking the vehicle before riding, its regular maintenance and the use of Original aprilia Spare Parts only are essential factors!
For information about the nearest Official Dealer and/or Service Centre, consult the Yellow Pages or search directly on the inset map in our Official Website:
www.aprilia.com
Only aprilia Original Spare Parts ensure products already studied and tested during the vehicle design stage. All aprilia Original Spare Parts undergo quality control procedures to guarantee full reliability
and duration.
The descriptions and illustrations given in this publication are not binding; While the basic characteristics as described and illustrated in this manual remain unchanged, aprilia reserves the right, at any
time and without being required to update this publication beforehand, to make any changes to components, parts or accessories, which it considers necessary to improve the product or which are
required for manufacturing or construction reasons.
Not all versions/models shown in this publication are available in all Countries. The availability of individual versions/models should be confirmed with the official aprilia sales network.
© Copyright 2006- aprilia. All rights reserved. Reproduction of this publication in whole or in part is prohibited. aprilia - After sales service.
aprilia trademark is property of Piaggio & C. S.p.A.
DE WAARDE VAN DE ASSISTENTIE
Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma´s van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officiële Netwerk van aprilia
grondig dit voertuig, en beschikken ze over de nodige speciale uitrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen.
De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle vóór het rijden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele
Reserveonderdelen van aprilia zijn essentiële factoren !
Voor informatie in verband met de dichtstbijzijnde Officiële dealer en/of Assisitentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechtstreeks op de geografische kaart op onze Officiële
Website:
www.aprilia.com
Enkel wanneer men Originele aprilia Reserveonderdelen aanvraagt, zal men een product verkrijgen dat reeds bestudeerd en getest werd tijdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele aprilia
Reserveonderdelen worden systematisch onderworpen aan kwaliteitscontroleprocedures, voor het garanderen van de volledige betrouwbaarheid en de duur.
De beschrijvingen en de illustraties in deze uitgave zijn niet bindend; Aprilia houdt zich derhalve het recht voor, behoudens de essentiële eigenschappen van het model dat hierin is beschreven en
geïllustreerd, op elk moment wijzigingen aan te brengen aan de organen of de onderdelen, of de levering van accessoires te actualiseren naar gelang zij dit nodig acht om het product te verbeteren, of
om te voldoen aan enige vereisten van constructieve of commerciële aard, zonder verplicht te zijn om tijdig deze uitgave bij te werken.
Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlijke versies moet gecontroleerd worden via het officiële verkoopsnetwerk van Aprilia.
© Copyright 2006- aprilia. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. aprilia - Dienst na verkoop.
Het merk Aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159

APRILIA 2010 RXV 550 User And Maintenance Manual

Categorie
Motorfietsen
Type
User And Maintenance Manual

in andere talen