Parkside PMGS 12 B2 de handleiding

Categorie
Elektrisch gereedschap
Type
de handleiding
45 NL
Inhoudsopgave
Inleiding
Doelmatig gebruik.........................................................................................................Pagina 46
Uitrusting ........................................................................................................................ Pagina 46
Leveringsomvang ..........................................................................................................Pagina 47
Technische gegevens ....................................................................................................Pagina 47
Algemene veiligheidsinstructies voor
elektrische gereedschappen .....................................................................Pagina 47
1.
Veiligheid op de werkplek .......................................................................................Pagina 48
2.
Elektrische veiligheid ................................................................................................. Pagina 48
3. Veiligheid van personen ..........................................................................................Pagina 48
4.
Zorgvuldige omgang met en gebruik van elektrische apparaten .........................Pagina 49
Veiligheidsinstructies voor alle toepassingen ..............................................................Pagina 49
Terugslag en dienovereenkomstige veiligheidsinstructies ........................................... Pagina 51
Bijzondere veiligheids maatregelen voor het slijpen en doorslijpen...........................Pagina 51
Andere bijzondere veiligheids instructies voor het doorslijpen ...................................Pagina 52
Bijzondere veiligheidsinstructies voor het schuren ......................................................Pagina 52
Bijzondere veiligheidsinstructies voor het polijsten .....................................................Pagina 52
Bijzonder veiligheidsinstructies voor het werken met draadborstels .......................... Pagina 53
Apparaatspecifieke veiligheidsinstructies voor kleinboormachine PMGS 12 B2
en voedingsapparaat PMGS 12 B2-1 ........................................................................Pagina 53
Ingebruikname ....................................................................................................Pagina 53
Gereedschap plaatsen / verwijderen ..........................................................................Pagina 54
In- en uitschakelen / toerental instellen ........................................................................Pagina 54
Aanwijzingen voor materiaalbewerking / gereedschap / toerentalbereik ................Pagina 54
Tips en trucs ...................................................................................................................Pagina 55
Onderhoud en reiniging ............................................................................... Pagina 55
Service .........................................................................................................................Pagina 55
Garantie .....................................................................................................................Pagina 55
Afvalverwijdering .............................................................................................Pagina 56
Conformiteitsverklaring / Fabrikant ................................................... Pagina 56
46 NL
Inleiding
Modelbouw- en graveerset
PMGS 12 B2
Q
Inleiding
Maak uzelf vóór de eerste ingebruikname
vertrouwd met de functies van het appa-
raat en de juiste omgang met elektrische
gereedschappen. Lees daarvoor deze handleiding
zorgvuldig door. Bewaar deze handleiding goed.
Wanneer u het apparaat doorgeeft aan derden,
geef dan ook alle documenten door.
Q
Doelmatig gebruik
De kleinboormachine is bedoeld voor het boren,
frezen, graveren, polijsten, schuren, doorslijpen en
zagen van hout, metaal, kunststof, keramiek of
steen in droge ruimten. Ledere wijziging of ieder
verderstrekkend gebruik van het product is niet doel-
matig en houdt een aanzienlijk ongevallenrisico in.
De producent is niet aansprakelijk voor schade die
resulteert uit ondoelmatig gebruik. Niet geschikt
voor commercieel gebruik.
Q
Uitrusting
Kleinboormachine:
1
Toerentalregeling
2
AAN- / UIT-Schakelaar
3
Metalen beugel
4
Steker voor netadapter
5
Spanmoer
6
Wartelmoer
7
Spilblokkering
In deze gebruiksaanwijzing / aan het apparaat wordt gebruik gemaakt van de
volgende pictogrammen:
Lees de gebruiksaanwijzing!
Houd kinderen van het elektrische
gereedschap verwijderd!
V
~
Volt (Wisselspanning)
Let op voor elektrische schokken!
Levensgevaar!
W
Watt (Werkvermogen)
Alleen geschikt voor gebruik
binnenshuis!
Gelijkstroom
(Stroom- en spanningssoort)
Levensgevaar door elektrische schokken
in geval van een beschadigde netkabel
of -steker!
n
0
Gemeten nullasttoerental
Draag een veiligheidsbril,
gehoorbescherming, stofmasker en vei-
ligheidshandschoenen.
mA
A / Ah
Milliampère / Ampère / Ampère-uur
Vermijd contact met snel draaiend
gereedschap!
Beschermingsklasse II Brandgevaar!
Waarschuwings- en veiligheidsinstruc-
ties in acht nemen!
Zo handelt u correct.
Explosiegevaar!
Dank de verpakking en het apparaat
op een milieu-vriendelijke manier af!
Inleiding / Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen
47 NL
Inleiding / Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen
Voedingsapparaat (zie afb. A):
8
Insteekvoorziening voor steker
4
9
Apparaathouder
10
Voedingsapparaat
11
Netkabel (met netsteker)
Toebehoren (zie afb. B):
12
6 HSS-boren
13
2 Spandoorns voor gereedschapshouder
14
3 Polijstschijven
15
4 Schuurschijven
16
1 Metalen borstel
17
16 Slijpschijven
18
5 Spantangen
19
2 Kunststofborstels
20
3 Freesbits
21
2 Graveerbits
22
5 Slijpbits
23
1 Combinatiesleutel
Q
Leveringsomvang
1 Kleinboormachine
1 Netadapter
1 Kunststofkoffer
1 Set toebehoren (50 delen)
1 Handleiding
Q
Technische gegevens
Kleinboormachine PMGS 12 B2:
Nominale spanning: 12 V
Nominaal vermogen: 22 W
Nullasttoerental: n
0
5000–20000 min
-1
Max. boor: ø 3,2 mm
Gekeurd volgens: EN60745-1; EN60745-2-1
EN60745-2-3
Informatie over geluid en trillingen
Meetwaarden voor geluid, bepaald volgens
EN 60745. Het A-geluidsniveau van het elektrische
gereedschap bedraagt karakteristiek:
Geluidsdrukniveau: 54,70 dB(A)
Geluidsvermogen: 65,70 dB(A)
Onzekerheid K: 3 dB
Gemeten versnelling, karakteristiek:
Hand- / armvibratie: 1,868 m / s
2
Onzekerheid K = 1,5 m / s
2
Het in deze aanwijzin-
gen vermelde trillingsniveau werd gemeten conform
een in EN 60745 genormeerde meetprocedure en
kan voor de vergelijking met andere apparaten
worden gebruikt.
Het trillingsniveau zal overeenkomstig het gebruik
van het elektrische gereedschap veranderen en
kan in sommige gevallen boven de in deze aanwij-
zingen vermelde waarde liggen. De trillingsbelasting
zou kunnen worden onderschat wanneer het elek-
trische gereedschap regelmatig op een dergelijke
wijze wordt gebruikt.
Opmerking: Voor een nauwkeurige inschatting
van de trillingsdruk tijdens een bepaalde werkperi-
ode moet ook rekening worden gehouden met de
tijd waarin het apparaat uitgeschakeld is of wel
loopt, maar niet werkelijk gebruikt wordt. Dit kan
de trillingsdruk over de hele werkperiode aanzien-
lijk verminderen.
Voedingsapparaat PMGS 12 B2-1:
INGANGSSPANNING / Input:
Nominale spanning: 230 V∼ 50 Hz
UITGANGSSPANNING / Output:
Nominale spanning: 12 V
Nominale stroom: 1A
Beschermingsklasse: II /
Gekeurd volgens: EN61558
Algemene veiligheidsin-
structies voor elektrische
gereedschappen
Lees alle veilig-
heidsinstructies en aanwijzingen!
Nalatigheden bij de naleving van de veiligheidsin-
structies en aanwijzingen kunnen elektrische schok
ken,
brand en / of ernstig letsel tot gevolg hebben.
48 NL
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen
Bewaar alle veiligheidstechnische
instructies en aanwijzingen om deze
eventueel later te kunnen raadplegen!
Het in de veiligheidsinstructies toegepaste begrip
“elektrische gereedschappen” heeft betrekking op
elektrische gereedschappen op netvoeding (met
netkabel) en op elektrische gereedschappen op
accuvoeding (zonder netkabel).
1.
Veiligheid op de werkplek
a) Houd het werkbereik schoon en goed
verlicht. Door wanorde en onverlichte werk-
bereiken kunnen ongevallen ontstaan.
b)
Werk met het apparaat niet
in een explosiegevaarlijke
omgeving met brandbare
vloeistoffen, gassen of stof. Elektrische
gereedschappen veroorzaken vonken die stof
of dampen zouden kunnen ontsteken.
c)
Houd kinderen en andere
personen tijdens het gebruik
weg van het elektrische
gereedschap. In geval van afleiding zou u
de controle over het apparaat kunnen verliezen.
2.
Elektrische veiligheid
a) De netsteker van het apparaat moet in
de contactdoos passen. De steker mag
op geen enkele wijze worden veran-
derd. Gebruik géén adaptersteker in
combinatie met geaarde apparaten.
Ongewijzigde stekers en passende contactdozen
verminderen het risico van elektrische schokken.
b) Vermijd lichaamscontact met geaarde
oppervlakken zoals buizen, verwar-
mingen, fornuizen en koelkasten.
Er bestaat een verhoogd risico voor elektrische
schokken wanneer uw lichaam geaard is.
c) Stel het apparaat niet bloot aan regen
en vocht. Het binnendringen van water in
een elektrisch apparaat verhoogt het risico
van elektrische schokken.
d)
Gebruik de kabel nooit ondoel-
matig, bijv. om het apparaat te
dragen, op te hangen of om de
steker uit de con
tactdoos te trekken.
Houd de kabel verwijderd van hitte,
olie, scherpe randen of bewegende
apparaatonderdelen. Verwarde of
beschadigde kabels verhogen het risico van
elektrische schokken.
e) Gebruik alléén verlengkabels die ook
voor het buitenbereik geschikt zijn
wanneer u met een elektrisch gereed-
schap in de openlucht werkt. Het gebruik
van een voor het buitenbereik geschikte kabel
vermindert het risico van elektrische schokken.
f) Wanneer u met een elektrisch gereed-
schap in een vochtige omgeving moet
werken, dient u een foutstroom-veilig-
heidsschakelaar te gebruiken. Het gebr
uik
van een foutstroom-veiligheidsschakelaar ver-
mindert het risico van elektrische schokken.
3. Veiligheid van personen
a) Wees steeds opmerkzaam, let op wat
u doet en ga met overleg te werk met
een elektrisch gereedschap. Gebruik
het apparaat niet wanneer u moe bent
of onder de invloed van drugs, alcohol
of medicijnen staat. Een moment van
onachtzaamheid tijdens het gebruik van het
apparaat kan tot ernstig letsel leiden.
b)
Draag naast de persoonlijke
veiligheidsuitrusting altijd
een veiligheidsbril. Het dragen
van een persoonlijke veiligheidsuitrusting zoals
stofmasker, slipvaste veiligheidsschoenen, -helm
of gehoorbescherming helpt, al naargelang het
soort en de toepassing van het elektrische ge-
reedschap, het risico voor letsel te verminderen.
c) Vermijd een ongewenste ingebruikna-
me van het apparaat. Waarborg dat
het elektrische gereedschap uitgescha-
keld is voordat u het op de stroomvoor-
ziening aansluit, in de hand neemt of
draagt. Wanneer u tijdens het dragen van
het apparaat de vinger aan de AAN- / UIT-
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen
49 NL
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen
Schakelaar hebt of het apparaat ingeschakeld
is, kan dit tot ongevallen leiden.
d) Verwijder de instelgereedschappen
of schroefsleutel voordat u het appa-
raat inschakelt. Een gereedschap of sleutel
dat / die zich in een draaiend onderdeel van
het apparaat bevindt, kan letsel veroorzaken.
e) Vermijd een abnormale lichaamshou-
ding. Zorg altijd voor een veilige stand
en houd te allen tijde het evenwicht.
Op deze wijze kunt u het apparaat vooral in
onverwachte situaties beter controleren.
f) Draag geschikte werkkleding. Draag
géén wijde kleding of sieraden. Houd
haren, kleding en handschoenen van
bewegende onderdelen verwijderd.
Vlotte kleding, sieraden of haren kunnen door
bewegende onderdelen wordt ingetrokken.
g) Wanneer stofafzuigingsinrichtingen
en -opvanginrichtingen gemonteerd
worden, dient u te waarborgen dat
deze zijn aangesloten en correct wor-
den gebruikt. Het gebruik van deze inrich-
tingen vermindert het gevaar door stof.
4.
Zorgvuldige omgang met
en gebruik van elektrische
apparaten
a) Belast het apparaat nooit te zwaar.
Gebruik voor uw werkzaamheden het
daarvoor bestemde gereedschap. Met
het geschikte elektrische gereedschap werkt u
beter en veiliger in het voorgeschreven vermo-
gensbereik.
b) Gebruik géén elektrisch gereedschap
met een defecte schakelaar. Een elektrisch
gereedschap dat niet meer in- of uitgeschakeld
kan worden, is gevaarlijk en moet worden
gerepareerd.
c) Trek de steker uit de contactdoos voor-
dat u apparaatinstellingen uitvoert,
toebehoren vervangt of het apparaat
weglegt. Hierdoor voorkomt u dat het appa-
raat abusievelijk ingeschakeld wordt.
d) Bewaar niet-gebruikte elektrische
gereedschappen buiten het bereik van
kinderen. Laat géén personen met het
apparaat werken die niet vertrouwd
zijn met het apparaat of die deze aan-
wijzingen niet hebben gelezen. Elektri-
sche gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer
ze door onervaren personen worden gebruikt.
e) Onderhoud het apparaat zorgvuldig.
Controleer of bewegende apparaat-
onderdelen optimaal functioneren en
niet klemmen en of onderdelen gebro-
ken of zodanig beschadigd zijn dat de
functie van het apparaat belemmerd
wordt. Laat beschadigde onderdelen
vóór het gebruik van het apparaat
repareren. Veel ongelukken zijn terug te
voeren op slecht onderhouden elektrische
apparaten.
f) Houd snijgereedschappen scherp en
schoon. Zorgvuldig gereinigde snijgereed-
schappen met scherpe snijranden gaan minder
vaak klemmen en kunnen eenvoudiger worden
geleid.
g) Gebruik elektrisch gereedschap,
toebehoren, hulpgereedschap enz.
overeenkomstig deze aanwijzingen
en zoals het voor dit apparaattype
voorgeschreven is. Houd daarbij re-
kening met de werkomstandigheden
en de uit te voeren werkzaamheden.
Het gebruik van elektrische gereedschappen
voor andere dan de bestemde toepassingen
kan tot gevaarlijke situaties leiden.
Q
Veiligheidsinstructies
voor alle toepassingen
Algemene veiligheidsinstructies voor
het slijpen, schuren, werken met draad-
borstels, polijsten en doorslijpen:
a) Dit elektrische gereedschap dient alleen
te worden gebruikt als slijpmachine,
schuurmachine, draadborstel, polijsten
doorslijpmachine. Neem alle veilig-
heidsinstructies, aanwijzingen, afbeel-
dingen en gegevens in acht die bij dit
apparaat worden meegeleverd. Het
50 NL
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen
negeren van de volgende aanwijzingen kan
leiden tot elektrische schokken, brand en / of
ernstig letsel.
b) Normatieve zin / Opmerking voor dit gereed-
schap niet van toepassing.
c) Gebruik geen toebehoren dat door
de fabrikant niet speciaal voor dit
elektrische gereedschap bestemd is.
Ook al kunt u het toebehoren op uw elektrische
gereedschap bevestigen, vormt dit nog geen
garantie voor een veilig gebruik.
d) Het geoorloofde toerental van het
toebehoren moet minimaal zo hoog
zijn als het op het gereedschap ver-
melde maximale toerental. Toebehoren
dat sneller draait dan is toegestaan, kan breken
of wegvliegen.
e) Buitendiameter en dikte van het toebe-
horen moeten voldoen aan de maatge-
gevens van uw elektrische gereedscha
p.
Toebehoren met verkeerde afmetingen kan niet
voldoende worden afgeschermd of gecontroleerd.
f) Slijpschijven, flenzen, schuurschijven
of ander toebehoren moet exact op
de slijpspil van uw elektrische ge-
reedschap passen. Toebehoren dat niet
exact op de slijpspil past, draait ongelijkmatig,
trilt erg en kan leiden tot controleverlies.
g) Gebruik geen beschadigd toebehoren.
Controleer vóór ieder gebruik toebe-
horen zoals slijpschijven op afsplinte-
ringen en scheuren, schuurschijven op
scheuren of sterke slijtage. Controleer
draadborstels op losgeraakte of ge-
b
roken draden. Wanneer het elektrisch
e
gereedschap of het toebehoren valt,
dient u te controleren of het beschadigd
is. Gebruik nooit beschadigd toebeho-
ren. Houd afstand, wanneer u het toe-
behoren gecontroleerd en geplaatst
hebt, zorg dat in de buurt aanwezige
personen buiten het bereik van het
roterende toebehoren blijven en laat
het apparaat gedurende een minuut
met maximaal toerental draaien. Bescha-
digd toebehoren breekt meest al in de testperiode.
h)
Draag persoonlijke veilig-
heidskleding. Gebruik al
naargelang de toepassing
een volledig gezichtsmasker, oogbe-
scherming of veiligheidsbril. Draag in-
dien nodig een stofmasker, gehoorbe-
scherming, veiligheidshandschoenen
of een speciale schort die u beschermt
tegen kleine slijp- en materiaaldeeltjes.
De ogen moeten worden beschermd tegen
rondvliegende vreemde voorwerpen die bij
verschillende toepassingen ontstaan, stof- of
ademhalingsmaskers moeten het tijdens de
werkzaamheden ontstane stof filteren. Wanneer
u langer wordt blootgesteld aan hard lawaai,
kan dit leiden tot gehoorverlies.
i) Let bij andere personen op een veilige
afstand t.o.v. uw werkbereik. Iedereen
die het werkbereik betreedt, moet
persoonlijke veiligheidsuitrusting dra-
gen. Afbrekende stukken van het werkstuk en
gebroken toebehoren kunnen wegvliegen en ook
buiten het directe werkbereik letsel veroorzaken.
j) Houd de machine alléén aan de geïso-
leerde grijpvlakken vast, wanneer u
werkzaamheden uitvoert waarbij het
toebehoren verborgen stroomleidin-
gen of de eigen netkabel zou kunnen
raken. Het contact met een spanningvoerende
leiding kan ook de metalen apparaatdelen on-
der spanning zetten en zo tot een elektrische
schok leiden.
k) Houd de netkabel verwijderd van
draaiend toebehoren. Wanneer u de
controle over het apparaat verliest, kan de net-
kabel doorgesneden of meegetrokken worden
waardoor uw hand of arm in contact kan komen
met het draaiende toebehoren.
l) Leg het elektrische gereedschap nooit
weg voordat het toebehoren volledig
tot stilstand is gekomen. Het draaiende
toebehoren kan in contact komen met de on-
dergrond waardoor u de controle over het
elektrische gereedschap zou kunnen verliezen.
m) Laat het elektrische gereedschap niet
lopen terwijl u het draagt. Uw kleding
kan door toevallig contact met het draaiende
toebehoren worden meegetrokken waardoor
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen
51 NL
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen
het toebehoren zich in uw lichaam zou kunnen
boren.
n) Reinig de ventilatieopeningen van het
elektrische gereedschap regelmatig.
De motorventilator trekt stof in de behuizing en
een grotere ophoping metaalstof kan leiden tot
elektrische gevaren.
o)
Gebruik het elektrische ge-
reedschap niet in de buurt
van brandbare materialen.
Door vonken kunnen deze materialen ontbranden.
p) Gebruik geen toebehoren dat vloei-
baar koelmiddel vereist. Het gebruik van
water of andere vloeibare koelmiddelen kan
leiden tot elektrische schokken.
Q
Terugslag en dienovereenkom-
stige veiligheidsinstructies
Een terugslag is een plotselinge reactie als gevolg
van een hakend of blokkerend toebehoren zoals
een slijpschijf, schuurschijf, draadborstel enz. Blijven
haken of blokkeren leidt tot een abrupte stop van
het roterende toebehoren. Daardoor wordt een on-
gecontroleerd elektrisch gereedschap op het blok-
keerpunt tegen de draairichting van het toebehoren
in versneld.
Wanneer bijv. de slijpschijf blokkeert of in het werk-
stuk blijft haken, kan de rand van de slijpschijf, die
zich in het werkstuk bevindt, blijven hangen waardoor
de slijpschijf wegschiet of een terugslag veroorzaakt.
De slijpschijf beweegt dan in richting van de bedie-
nende persoon of van hem weg, al naargelang de
draairichting van de schijf op het blokkeerpunt. In
dit geval kunnen slijpschijven ook breken.
Een terugslag is het gevolg van een verkeerde
bediening van het elektrische gereedschap. Een
terugslag kan met behulp van de volgende maatre-
gelen worden voorkomen.
a) Houd het elektrische gereedschap goed
v
ast en breng uw lichaam en uw arme
n
in een positie, waarin u de terugslag-
krachten kunt opvangen. Gebruik altijd
de extra handgreep, indien voorhande
n,
om de grootst mogelijke controle over
terugslagkrachten of reactiemomenten
bij het opstarten te hebben. De bediener
kan door middel van geschikte voorzorgsmaat-
regelen de terugslag- en reactiekrachten be-
heersen.
b) Houd uw hand nooit in de buurt van
draaiend toebehoren. Het toebehoren
kan in geval van een terugslag over uw hand
bewegen.
c) Kom met uw lichaam niet binnen het
bereik waarin het elektrische gereed-
schap in geval van een terugslag be-
weegt. De terugslag beweegt het elektrische
gereedschap in de tegenovergestelde richting
van de beweging van de slijpschijf op het blok-
keerpunt.
d)
Werk uiterst voorzichtig in / aan hoeke
n,
scherpe randen enz. Voorkom dat
toebehoren van het werkstuk terug-
kaatst en klem raakt. Het roterende toe-
behoren neigt ertoe in hoeken, scherpe randen
of in geval van terugkaatsten, klem te raken. Dit
kan leiden tot een controleverlies of terugslag.
e) Gebruik geen ketting- of getand zaag-
blad. Dergelijke toebehoren veroorzaken vaak
terugslagen of leiden tot controleverlies van het
elektrische gereedschap.
Q
Bijzondere veiligheids-
maatregelen voor het
slijpen en doorslijpen
a) Gebruik uitsluitend de voor uw elek-
trische gereedschap goedgekeurde
slijphulpstukken en de voor het slijp-
hulpstuk bestemde beschermkap.
Slijphulpstukken die niet voor het elektrische
gereedschap bedoeld zijn, kunnen niet vol-
doende worden afgeschermd en zijn onveilig.
b) De beschermkap moet veilig aan het
elektrische gereedschap zijn aange-
bracht en zodanig ingesteld zijn dat
een maximum aan veiligheid wordt
bereikt, d.w.z. het kleinst mogelijke
deel van het slijphulpstuk wijst open
naar de gebruiker. De beschermkap moet
52 NL
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen
de gebruiker beschermen tegen afgebroken
stukken en toevallig contact met het slijphulpstuk.
c) Slijphulpstukken mogen alléén voor
de aanbevolen toepassingsmogelijk-
heden worden gebruikt. Bijvoorbeeld:
slijp nooit met het zijvlak van een
doorslijpschijf. Doorslijpschijven zijn bedoeld
voor het doorslijpen van materiaal met de rand
van de schijf. Door zijwaartse krachtinwerkingen
kunnen slijphulpstukken breken.
d) Gebruik altijd onbeschadigde span-
flenzen in de correcte maten en vormen
voor de door u gekozen slijpschijf.
Geschikte flenzen steunen de slijpschijf en ver-
minderen daardoor het gevaar van een slijp-
schijfbreuk. Flenzen voor doorslijpschijven kunnen
verschillen van de flenzen voor andere slijpschijven.
e) Gebruik geen versleten slijpschijven
van grotere elektrische gereedschap-
pen. Slijpschijven voor grotere elektrische
gereedschappen zijn niet geconcipieerd voor
de hogere toerentallen van kleinere elektrische
gereedschappen en kunnen dus breken.
Q
Andere bijzondere veiligheids-
instructies voor het doorslijpen
a) Voorkom het blokkeren van de door-
slijpschijf of een te hoge aanpersdruk.
Voer geen overmatig diepe sneden
uit. Door overbelasting van de doorslijpschijf
stijgt de belasting en daarmee het risico van
kantelen of blokkeren met als gevolg een terug-
slag of breuk van het slijphulpstuk.
b) Vermijd het bereik vóór en achter de
roterende doorslijpschijf. Wanneer u de
doorslijpschijf in het werkstuk van u weg be-
weegt, kan het elektrische gereedschap met
de draaiende schijf in geval van een terugslag
direct in uw richting worden geslingerd.
c) Wanneer de doorslijpschijf klemt of u
de werkzaamheden onderbreekt,
schakelt u het apparaat uit en houdt u
het werkstuk rustig totdat de schijf tot
stilstand is gekomen. Tracht nooit, de
nog draaiende doorslijpschijf uit de
snede te trekken, daardoor kan een
terugslag ontstaan. Stel de oorzaak voor
het klemmen vast en verhelp deze.
d) Schakel het elektrische gereedschap
niet in zolang de doorslijpschijf nog in
het werkstuk steekt. Wacht totdat
de doorslijpschijf het volle toerental
heeft bereikt, voordat u de snede
voorzichtig voortzet. In het andere geval
kan de schijf blijven haken, uit het werkstuk
springen of een terugslag veroorzaken.
e) Steun de platen of werkstukken goed
om het risico van een terugslag door
een ingeklemde doorslijpschijf te mi-
nimaliseren. Grote werkstukken kunnen op
grond van hun eigengewicht doorbuigen. Het
werkstuk moet aan beide zijden van de schijf
worden gesteund, zowel in de buurt van de
doorslijpschijf als aan de rand.
f) Wees bijzonder voorzichtig bij “gleuf-
sneden” in bestaande muren of andere
onoverzichtelijke bereiken. De binnen-
dringende doorslijpschijf kan tijdens het snijden
in gas- of waterleidingen, elektrische leidingen
of andere objecten een terugslag veroorzaken.
Q
Bijzondere veiligheidsinstructies
voor het schuren
Gebruik geen te grote schuurbladen,
maar neem de voorschriften van de
fabrikanten m.b.t. de maten van het
schuurblad in acht. Schuurbladen die boven
de schuurschijf uitsteken kunnen letsel veroorza-
ken, tot blokkeren of scheuren van de schuur-
bladen leiden of een terugslag veroorzaken.
Q
Bijzondere veiligheidsinstructies
voor het polijsten
Let op dat geen losse onderdelen van
de polijstkap, vooral bevestigingsdra-
den, voorhanden zijn. Berg de bevestigings-
draden op of kort deze in. Losse, meedraaiende
bevestigingsschroeven kunnen uw vingers raken
en verwonden of in het werkstuk blijven hangen.
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen / Ingebruikname
53 NL
Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen / Ingebruikname
Q
Bijzonder veiligheidsinstructies
voor het werken met draad-
borstels
a) Let op dat de draadborstel ook tijdens
het normale gebruik draadstukken
verliest. Overbelast de draden niet
door een te hoge aanpersdruk. Weg-
vliegende draadstukken kunnen probleemloos
door dunne kleding en / of de huid dringen.
b) Wanneer een beschermkap aanbevo-
len wordt, dient u te vermijden dat de
beschermkap en de draadborstel elkaar
kunnen raken. Schijf- en komborstels kunnen
door aanpersdruk en centrifugale krachten hun
diameter vergroten.
Apparaatspecifieke veilig-
heidsinstructies voor klein-
boormachine PMGS 12 B2
en voedingsapparaat
PMGS 12 B2-1
Gebruik tijdens het werk de
volgende veiligheidsuitrusting:
Veiligheidsbril en werkhandschoenen.
VOORZICHTIG! Na het uitschakelen
loopt het gereedschap nog na.
Vermijd contact met het snel draai
ende gereedschap.
Beveilig het
gereedschap. Gebruik de spaninrichting /
bankschroef om het werkstuk vast te zetten. Het
wordt daarin veiliger gehouden dan in uw hand.
Steun in géén
geval met uw handen naast of vóór
het apparaat of het te bewerken op-
pervlak omdat in geval van wegglijden
gevaar voor letsel bestaat.
Vermijd contact met het draaiende
slijpgereedschap.
BRANDGEVAAR DOOR WEG-
SPRINGENDE VONKEN!
Wanneer u metaal slijpt, ontstaat een
vonkenregen. Let daarom altijd op dat géén
personen in gevaar worden gebracht en geen
brandbare materialen in de buurt van het werk-
bereik zijn opgeslagen.
GEVAAR
DOOR STOF! De door de bewerking ontsta-
ne schadelijke / giftige stoffen vormen een ge-
vaar voor de gezondheid van de bedienende
persoon of in de buurt aanwezige personen.
Draag een
ademhalingsmasker!
GIFTIGE
DAMPEN! Zorg bij de bewerking van kunst-
stoffen, verf, lak enz. voor afdoende ventilatie.
Drenk materialen of te bewerken
oppervlakken niet met oplosmiddel-
houdende vloeistoffen.
Vermijd het schuren van loodhoudende
verven of andere gezondheidsscha-
delijke materialen.
Asbesthoudend materiaal mag niet
worden bewerkt. Asbest geldt als kanker-
verwekkend.
Bewerk geen vochtige materialen of
oppervlakken.
OPMERKING! Belast het apparaat tijdens het
bedrijf niet zo sterk dat stilstand wordt veroor
zaakt!
Laat het uitge-
schakelde apparaat eerst tot stilstand
komen voordat u het weglegt.
Het apparaat
moet steeds schoon, droog en vrij van
olie of andere smeermiddelen zijn.
Kinderen of personen met onvoldoende kennis
over en ervaring in de omgang met het appa-
raat of met beperkte lichamelijke, sensorische
of geestige vermogens mogen het apparaat
niet zonder toezicht of voorafgaande instructie
door een voor hun veiligheid verantwoordelijke
persoon gebruiken. Op kinderen dient toezicht
te worden gehouden om te voorkomen dat ze
met het apparaat spelen.
Q
Ingebruikname
Gebruik het apparaat nooit ondoel-
matig en steeds alléén met originele
onderdelen / toebehoren. Het gebruik van
54 NL
Ingebruikname
andere dan in deze handleiding aanbevolen
onderdelen of ander toebehoren kan gevaar
voor letsel vormen.
Q
Gereedschap plaatsen /
verwijderen
Druk de spilblokkering
7
in en houd deze
ingedrukt.
Draai de spanmoer
5
totdat de blokkering
inklikt.
Draai de spanmoer
5
met behulp van de
combinatiesleutel
23
van de schroefdraad.
Verwijder een eventueel reeds geplaatst ge-
reedschap.
Schuif het voorgeschreven gereedschap eerst
door de spanmoer
5
voordat u het in de bij de
gereedschapsschacht passende spantang
18
steekt.
Druk de spilblokkering
7
in en houd deze
ingedrukt.
Steek de spantang
18
in de schroefdraadinzet
en schroef vervolgens de spanmoer
5
met de
behulp van de combinatiesleutel
23
vast aan
de schroefdraad.
Hulpstuk met spandoorn
13
gebruiken:
OPMERKING: Gebruik de schroevendraai
er-
zijde van de combinatiesleutel
23
om de schr
oef
van de spandoorn
13
los of vast te draaien.
Plaats de spandoorn
13
zoals beschreven in
het elektrische gereedschap.
Draai de schroef van de spandoorn
13
los met
behulp van de combinatiesleutel
23
.
Steek het gewenste hulpstuk tussen de beide
onderlegplaatjes op de schroef.
Draai de schroef aan de spandoorn
13
vast
met behulp van de combinatiesleutel
23
.
Q
In- en uitschakelen /
toerental instellen
Inschakelen / toerentalbereik instellen:
Sluit de steker
4
aan op de netadapter
10
door hem in de daarvoor bestemde insteek-
voorziening
8
te steken (zie afb. C).
Sluit het apparaat aan op de stroomvoorziening
door de netsteker in de contactdoos te steken.
Druk de AAN- / UIT-Schakelaar
2
naar bene-
den en schuif hem vervolgens in de richting van
de toerentalregeling
1
. Stel de toerentalrege-
ling in op een stand tussen “5” en “20”.
Uitschakelen
Zet de toerentalregeling
1
op de positie “5”.
Druk de AAN- / UIT-Schakelaar
2
naar bene-
den en schuif hem vervolgens in de richting
van de kabel.
Q
Aanwijzingen voor materiaal-
bewerking / gereedschap /
toerentalbereik
Gebruik de freesbits
20
voor de bewerking
van staal en ijzer bij maximaal toerental.
Bepaal het toerentalbereik voor de bewerking
van zink, zinklegeringen, aluminium, koper en
lood door een test op een proefstuk.
Bewerk kunststof en materialen met een laag
smeltpunt in het lage toerentalbereik.
Bewerk hout met hoge toerentallen.
Voer reinigings-, polijst- en poetswerkzaamheden
uit met een gemiddeld toerental.
De onderstaande gegevens vormen niet-bindende
adviezen. Test bij het praktische werk ook zelf,
welk gereedschap en welke instelling voor het te
bewerken materiaal optimaal geschikt zijn.
Geschikt toerental instellen:
Cijfer aan de
toerentalre-
geling
1
Te bewerken
materiaal
5
Kunststof en materialen met
een laag smeltpunt
8
Steen, Keramiek
12
Zachthout, metaal
16
Hardhout
20
Staal
Ingebruikname / Onderhoud en reiniging / Service / Garantie
55 NL
Ingebruikname / Onderhoud en reiniging / Service / Garantie
Toepassingsvoorbeelden / geschikt
gereedschap kiezen:
Functie Toebe-
horen
Gebruik
Boren
HSS-boor
12
Hout bewerken
Fraiser
Freesbits
20
Veelzijdige bewer-
kingen: bijv. uitdeu-
ken, uithollen,
vormen, groeven
of sleuven aan-
brengen
Graveren Graveerbits
21
Kenmerking aan-
brengen, knutsel-
werkzaamheden
(zie afb. D)
Polijsten,
ontroesten
VOOR-
ZICHTIG!
Oefen met het
gereedschap
slechts lichte
druk uit op het
werkstuk.
Metalen
borstel
16
Ontroesten
Polijstschijven
14
Verschillende mate-
rialen en kunststof-
fen bewerken,
vooral edelmetalen
zoals goud of zilver
(zie afb. E)
Reinigen Kunststofbor-
stels
19
Bijvoorbeeld slecht
bereikbare kunst-
stofbehuizingen
reinigen of de om-
geving rond een
deurslot reinigen
Slijpen Slijpschijven
15
,
slijpbits
22
Slijpwerkzaamhe-
den aan steen,
hout, fijn werk aan
harde materialen
zoals keramiek of
gelegeerd staal
(zie afb. F, G)
Doorslijpen
en zagen
Doorslijpschij-
ven
17
Metaal, kunststof
en hout bewerken
Q
Tips en trucs
Wanneer u teveel druk zet, kan het ingespannen
gereedschap breken en / of het werkstuk bescha
digd
raken. U bereikt optimale resultaten wanneer u het
gereedschap inzet met gelijkblijvend toerental en
geringe druk op het werkstuk.
Q
Onderhoud en reiniging
Het apparaat is onderhoudsvrij.
Verwijder vuil van het apparaat. Gebruik daar-
voor een droge doek.
Q
Service
Laat uw appa-
raten door het servicepunt of een ge-
kwalificeerd vakpersoneel en alléé
n
met originele onderdelen repareren.
Op deze wijze wordt gewaarborgd dat de
veiligheid van het apparaat behouden blijft.
Laat de steker
of de aansluitleiding altijd door de
fabrikant van het apparaat of door
diens technische dienst repareren.
Op deze wijze wordt gewaarborgd dat de
veiligheid van het apparaat behouden blijft.
Q
Garantie
U heeft op dit apparaat 3 jaar garantie
vanaf de aankoopdatum. Het apparaat
is met de grootst mogelijke zorg vervaar-
digd en voorafgaand aan de levering
nauwkeurig gecontroleerd. Bewaar a.u.b.
de kassabon als aankoopbewijs. Als u
aanspraak wilt maken op garantie, neem
dan a.u.b. telefonisch contact op met uw
servicefiliaal. Alleen op die manier is een
kostenloze verzending van uw product
gegarandeerd.
De garantie geldt alleen voor materiaal- of fabrica-
gefouten, echter niet voor transportschade, of voor
onderdelen die aan slijtage onderhevig zijn, of voor
beschadigingen aan breekbare delen, bijv. schake-
laars of accu’s. Het product is uitsluitend bestemd
voor privé-gebruik en niet voor bedrijfsmatige doel-
einden.
Bij verkeerd gebruik en ondeskundige behandeling,
bij gebruik van geweld en bij reparaties die niet
door ons geautoriseerd servicefiliaal zijn uitgevoerd,
56 NL
Garantie / Afvalverwijdering / Conformiteitsverklaring / Fabrikant
vervalt de garantie. Uw wettelijke rechten worden
door deze garantie niet beperkt.
De garantieperiode wordt niet verlengd door de aan-
sprakelijkheid. Dit geldt eveneens voor vervangen
en gerepareerde onderdelen. Schade en gebreken
die mogelijk reeds bij de aankoop aanwezig zijn,
moeten direct na het uitpakken worden gemeld, ui-
terlijk echter twee dagen na de dag van aankoop.
Na verstrijken van de garantieperiode moeten alle
voorkomende reparaties vergoed worden.
NL
Service Nederland
Tel.: 0900 0400223
(0,10 EUR/Min.)
IAN 66445
Q
Afvalverwijdering
De verpakking bestaat uit milieuvrien-
delijke materialen die u via de plaatseli-
jke recyclingdiensten kunt afvoeren.
Voer elektronische gereedschap-
pen niet af via het huisafval!
Conform de Europese richtlijn 2002 / 96 / EC
betreffende afgedankte elektrische en elektronische
apparatuur en de omzetting daarvan naar nationaal
recht moeten oude elektrische gereedschappen
separaat worden ingezameld en op milieuvriende-
lijke wijze worden gerecycled.
Informeer bij uw gemeente over de recyclingmogelijk-
heden voor uitgediende elektrische gereedschappen.
Q
Conformiteitsverklaring /
Fabrikant
Wij, Kompernaß GmbH, documentverantwoordelijke
persoon: de heer Semi Uguzlu, Burgstr. 21, D-44867
Bochum, Duitsland, verklaren hiermee dat dit product
voldoet aan de volgende normen, normatieve do-
cumenten en EG-richtlijnen:
Machinerichtlijn
(2006 / 42 / EC)
EG-laagspanningsrichtlijn
(2006 / 95 / EC)
Elektromagnetische compatibiliteit
(2004 / 108 / EC)
Toegepaste, geharmoniseerde normen
EN 60745-1:2009, EN 60745-2-1:2010
EN 60745-2-3:2007+A11
EN 55014-1:2006+A1
EN 55014-2:1997+A1+A2
EN 61558-1:1997+A1+A11, EN 61558-2-6:1997
EN 61000-3-2:2006+A1+A2
EN 61000-3-3:2008
Type / Benaming:
Modelbouw- en graveerset PMGS 12 B2
Date of manufacture (DOM): 09–2011
Serienummer: IAN 66445
Bochum, 30.09.2011
Semi Uguzlu
- Kwaliteitsmanager -
Technische wijzigingen binnen het kader van de
verderontwikkeling zijn voorbehouden.

Documenttranscriptie

Inhoudsopgave Inleiding Doelmatig gebruik.........................................................................................................Pagina 46 Uitrusting.........................................................................................................................Pagina 46 Leveringsomvang...........................................................................................................Pagina 47 Technische gegevens.....................................................................................................Pagina 47 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen......................................................................Pagina 47 1. Veiligheid op de werkplek........................................................................................Pagina 48 2. Elektrische veiligheid..................................................................................................Pagina 48 3. Veiligheid van personen...........................................................................................Pagina 48 4. Zorgvuldige omgang met en gebruik van elektrische apparaten..........................Pagina 49 Veiligheidsinstructies voor alle toepassingen...............................................................Pagina 49 Terugslag en dienovereenkomstige veiligheidsinstructies............................................Pagina 51 Bijzondere veiligheids­maatregelen voor het slijpen en doorslijpen...........................Pagina 51 Andere bijzondere veiligheids­instructies voor het doorslijpen....................................Pagina 52 Bijzondere veiligheidsinstructies voor het schuren.......................................................Pagina 52 Bijzondere veiligheidsinstructies voor het polijsten......................................................Pagina 52 Bijzonder veiligheidsinstructies voor het werken met draadborstels...........................Pagina 53 Apparaatspecifieke veiligheidsinstructies voor kleinboormachine PMGS 12 B2 en voedingsapparaat PMGS 12 B2-1.........................................................................Pagina 53 Ingebruikname.....................................................................................................Pagina 53 Gereedschap plaatsen / verwijderen...........................................................................Pagina 54 In- en uitschakelen / toerental instellen.........................................................................Pagina 54 Aanwijzingen voor materiaalbewerking / gereedschap / toerentalbereik.................Pagina 54 Tips en trucs....................................................................................................................Pagina 55 Onderhoud en reiniging................................................................................Pagina 55 Service..........................................................................................................................Pagina 55 Garantie......................................................................................................................Pagina 55 Afvalverwijdering..............................................................................................Pagina 56 Conformiteitsverklaring / Fabrikant....................................................Pagina 56 NL 45 Inleiding In deze gebruiksaanwijzing / aan het apparaat wordt gebruik gemaakt van de volgende pictogrammen: Lees de gebruiksaanwijzing! Houd kinderen van het elektrische gereedschap verwijderd! V~ Volt (Wisselspanning) Let op voor elektrische schokken! Levensgevaar! W Watt (Werkvermogen) Alleen geschikt voor gebruik binnenshuis! Gelijkstroom (Stroom- en spanningssoort) Levensgevaar door elektrische schokken in geval van een beschadigde netkabel of -steker! Gemeten nullasttoerental Draag een veiligheidsbril, gehoorbescherming, stofmasker en veiligheidshandschoenen. n0 mA A / Ah Milliampère / Ampère / Ampère-uur Beschermingsklasse II Brandgevaar! Waarschuwings- en veiligheidsinstructies in acht nemen! Zo handelt u correct. Explosiegevaar! Dank de verpakking en het apparaat op een milieu-vriendelijke manier af! Modelbouw- en graveerset PMGS 12 B2 Q Inleiding Maak uzelf vóór de eerste ingebruikname vertrouwd met de functies van het apparaat en de juiste omgang met elektrische gereedschappen. Lees daarvoor deze handleiding zorgvuldig door. Bewaar deze handleiding goed. Wanneer u het apparaat doorgeeft aan derden, geef dan ook alle documenten door. Q Doelmatig gebruik De kleinboormachine is bedoeld voor het boren, frezen, graveren, polijsten, schuren, doorslijpen en 46 NL Vermijd contact met snel draaiend gereedschap! zagen van hout, metaal, kunststof, keramiek of steen in droge ruimten. Ledere wijziging of ieder verderstrekkend gebruik van het product is niet doelmatig en houdt een aanzienlijk ongevallenrisico in. De producent is niet aansprakelijk voor schade die resulteert uit ondoelmatig gebruik. Niet geschikt voor commercieel gebruik. Q Uitrusting Kleinboormachine: 1 Toerentalregeling 2 AAN- / UIT-Schakelaar 3 Metalen beugel 4 Steker voor netadapter 5 Spanmoer 6 Wartelmoer 7 Spilblokkering Inleiding / Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen Voedingsapparaat (zie afb. A): 8 Insteekvoorziening voor steker 4 9 Apparaathouder 10 Voedingsapparaat 11 Netkabel (met netsteker) Toebehoren (zie afb. B): 12 6 HSS-boren 13 2 Spandoorns voor gereedschapshouder 14 3 Polijstschijven 15 4 Schuurschijven 16 1 Metalen borstel 17 16 Slijpschijven 18 5 Spantangen 19 2 Kunststofborstels 20 3 Freesbits 21 2 Graveerbits 22 5 Slijpbits 23 1 Combinatiesleutel Q Leveringsomvang 1 Kleinboormachine 1 Netadapter 1 Kunststofkoffer 1 Set toebehoren (50 delen) 1 Handleiding Q Technische gegevens Kleinboormachine PMGS 12 B2: Nominale spanning: 12 V   Nominaal vermogen: 22 W Nullasttoerental: n0 5000–20000 min-1 Max. boor: ø 3,2 mm Gekeurd volgens: EN60745-1; EN60745-2-1 EN60745-2-3 Informatie over geluid en trillingen Meetwaarden voor geluid, bepaald volgens EN 60745. Het A-geluidsniveau van het elektrische gereedschap bedraagt karakteristiek: Geluidsdrukniveau: 54,70 dB(A) Geluidsvermogen: 65,70 dB(A) Onzekerheid K: 3 dB Gemeten versnelling, karakteristiek: Hand- / armvibratie: 1,868 m / s2 Onzekerheid K = 1,5 m / s2 Het in deze aanwijzingen vermelde trillingsniveau werd gemeten conform een in EN 60745 genormeerde meetprocedure en kan voor de vergelijking met andere apparaten worden gebruikt. Het trillingsniveau zal overeenkomstig het gebruik van het elektrische gereedschap veranderen en kan in sommige gevallen boven de in deze aanwijzingen vermelde waarde liggen. De trillingsbelasting zou kunnen worden onderschat wanneer het elektrische gereedschap regelmatig op een dergelijke wijze wordt gebruikt. Opmerking: voor een nauwkeurige inschatting van de trillingsdruk tijdens een bepaalde werkperiode moet ook rekening worden gehouden met de tijd waarin het apparaat uitgeschakeld is of wel loopt, maar niet werkelijk gebruikt wordt. Dit kan de trillingsdruk over de hele werkperiode aanzienlijk verminderen. Voedingsapparaat PMGS 12 B2-1: Ingangsspanning / Input: Nominale spanning: 230 V∼ 50 Hz Uitgangsspanning / Output: Nominale spanning: 12 V   Nominale stroom: 1A Beschermingsklasse: II /  Gekeurd volgens: EN61558 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen! Nalatigheden bij de naleving van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kunnen elektrische schokken, brand en / of ernstig letsel tot gevolg hebben. NL 47 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen Bewaar alle veiligheidstechnische instructies en aanwijzingen om deze eventueel later te kunnen raadplegen! Het in de veiligheidsinstructies toegepaste begrip “elektrische gereedschappen” heeft betrekking op elektrische gereedschappen op netvoeding (met netkabel) en op elektrische gereedschappen op accuvoeding (zonder netkabel). 1. Veiligheid op de werkplek a)  Houd het werkbereik schoon en goed verlicht. Door wanorde en onverlichte werkbereiken kunnen ongevallen ontstaan. b)  Werk met het apparaat niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die stof of dampen zouden kunnen ontsteken. c)  Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik weg van het elektrische gereedschap. In geval van afleiding zou u de controle over het apparaat kunnen verliezen. 2. Elektrische veiligheid a)  De netsteker van het apparaat moet in de contactdoos passen. De steker mag op geen enkele wijze worden veranderd. Gebruik géén adaptersteker in combinatie met geaarde apparaten. Ongewijzigde stekers en passende contactdozen verminderen het risico van elektrische schokken. b)  Vermijd lichaamscontact met geaarde oppervlakken zoals buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico voor elektrische schokken wanneer uw lichaam geaard is. c)  Stel het apparaat niet bloot aan regen en vocht. Het binnendringen van water in een elektrisch apparaat verhoogt het risico van elektrische schokken. 48 NL  Gebruik de kabel nooit ondoelmatig, bijv. om het apparaat te dragen, op te hangen of om de steker uit de contactdoos te trekken. Houd de kabel verwijderd van hitte, olie, scherpe randen of bewegende apparaatonderdelen. Verwarde of beschadigde kabels verhogen het risico van elektrische schokken. e) Gebruik alléén verlengkabels die ook voor het buitenbereik geschikt zijn wanneer u met een elektrisch gereedschap in de openlucht werkt. Het gebruik van een voor het buitenbereik geschikte kabel vermindert het risico van elektrische schokken. f)  Wanneer u met een elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving moet werken, dient u een foutstroom-veiligheidsschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een foutstroom-veiligheidsschakelaar vermindert het risico van elektrische schokken. d) 3. Veiligheid van personen a) W  ees steeds opmerkzaam, let op wat u doet en ga met overleg te werk met een elektrisch gereedschap. Gebruik het apparaat niet wanneer u moe bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicijnen staat. Een moment van onachtzaamheid tijdens het gebruik van het apparaat kan tot ernstig letsel leiden. b)  Draag naast de persoonlijke veiligheidsuitrusting altijd een veiligheidsbril. Het dragen van een persoonlijke veiligheidsuitrusting zoals stofmasker, slipvaste veiligheidsschoenen, -helm of gehoorbescherming helpt, al naargelang het soort en de toepassing van het elektrische gereedschap, het risico voor letsel te verminderen. c)  Vermijd een ongewenste ingebruikname van het apparaat. Waarborg dat het elektrische gereedschap uitgeschakeld is voordat u het op de stroomvoorziening aansluit, in de hand neemt of draagt. Wanneer u tijdens het dragen van het apparaat de vinger aan de AAN- / UIT- Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen Schakelaar hebt of het apparaat ingeschakeld is, kan dit tot ongevallen leiden. d)  Verwijder de instelgereedschappen of schroefsleutel voordat u het apparaat inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat / die zich in een draaiend onderdeel van het apparaat bevindt, kan letsel veroorzaken. e)  Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg altijd voor een veilige stand en houd te allen tijde het evenwicht. Op deze wijze kunt u het apparaat vooral in onverwachte situaties beter controleren. f)  Draag geschikte werkkleding. Draag géén wijde kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen van bewegende onderdelen verwijderd. Vlotte kleding, sieraden of haren kunnen door bewegende onderdelen wordt ingetrokken. g)  Wanneer stofafzuigingsinrichtingen en -opvanginrichtingen gemonteerd worden, dient u te waarborgen dat deze zijn aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van deze inrichtingen vermindert het gevaar door stof. 4. Zorgvuldige omgang met en gebruik van elektrische apparaten a)  Belast het apparaat nooit te zwaar. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde gereedschap. Met het geschikte elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger in het voorgeschreven vermogensbereik. b)  Gebruik géén elektrisch gereedschap met een defecte schakelaar. Een elektrisch gereedschap dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c)  Trek de steker uit de contactdoos voordat u apparaatinstellingen uitvoert, toebehoren vervangt of het apparaat weglegt. Hierdoor voorkomt u dat het apparaat abusievelijk ingeschakeld wordt. d)  Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschappen buiten het bereik van kinderen. Laat géén personen met het apparaat werken die niet vertrouwd zijn met het apparaat of die deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer ze door onervaren personen worden gebruikt. e)  Onderhoud het apparaat zorgvuldig. Controleer of bewegende apparaatonderdelen optimaal functioneren en niet klemmen en of onderdelen gebroken of zodanig beschadigd zijn dat de functie van het apparaat belemmerd wordt. Laat beschadigde onderdelen vóór het gebruik van het apparaat repareren. Veel ongelukken zijn terug te voeren op slecht onderhouden elektrische apparaten. f)  Houd snijgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig gereinigde snijgereedschappen met scherpe snijranden gaan minder vaak klemmen en kunnen eenvoudiger worden geleid. g)  Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, hulpgereedschap enz. overeenkomstig deze aanwijzingen en zoals het voor dit apparaattype voorgeschreven is. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrische gereedschappen voor andere dan de bestemde toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden. Q  Veiligheidsinstructies voor alle toepassingen Algemene veiligheidsinstructies voor het slijpen, schuren, werken met draadborstels, polijsten en doorslijpen: a)  Dit elektrische gereedschap dient alleen te worden gebruikt als slijpmachine, schuurmachine, draadborstel, polijsten doorslijpmachine. Neem alle veiligheidsinstructies, aanwijzingen, afbeeldingen en gegevens in acht die bij dit apparaat worden meegeleverd. Het NL 49 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen negeren van de volgende aanwijzingen kan leiden tot elektrische schokken, brand en / of ernstig letsel. b) Normatieve zin / Opmerking voor dit gereedschap niet van toepassing. c)  Gebruik geen toebehoren dat door de fabrikant niet speciaal voor dit elektrische gereedschap bestemd is. Ook al kunt u het toebehoren op uw elektrische gereedschap bevestigen, vormt dit nog geen garantie voor een veilig gebruik. d)  Het geoorloofde toerental van het toebehoren moet minimaal zo hoog zijn als het op het gereedschap vermelde maximale toerental. Toebehoren dat sneller draait dan is toegestaan, kan breken of wegvliegen. e) Buitendiameter en dikte van het toebehoren moeten voldoen aan de maatgegevens van uw elektrische gereedschap. Toebehoren met verkeerde afmetingen kan niet voldoende worden afgeschermd of gecontroleerd. f) Slijpschijven, flenzen, schuurschijven of ander toebehoren moet exact op de slijpspil van uw elektrische gereedschap passen. Toebehoren dat niet exact op de slijpspil past, draait ongelijkmatig, trilt erg en kan leiden tot controleverlies. g) Gebruik geen beschadigd toebehoren. Controleer vóór ieder gebruik toebehoren zoals slijpschijven op afsplinteringen en scheuren, schuurschijven op scheuren of sterke slijtage. Controleer draadborstels op losgeraakte of gebroken draden. Wanneer het elektrische gereedschap of het toebehoren valt, dient u te controleren of het beschadigd is. Gebruik nooit beschadigd toebehoren. Houd afstand, wanneer u het toebehoren gecontroleerd en geplaatst hebt, zorg dat in de buurt aanwezige personen buiten het bereik van het roterende toebehoren blijven en laat het apparaat gedurende een minuut met maximaal toerental draaien. Beschadigd toebehoren breekt meest al in de testperiode. 50 NL  raag persoonlijke veilig D heidskleding. Gebruik al naargelang de toepassing een volledig gezichtsmasker, oogbescherming of veiligheidsbril. Draag indien nodig een stofmasker, gehoorbescherming, veiligheidshandschoenen of een speciale schort die u beschermt tegen kleine slijp- en materiaaldeeltjes. De ogen moeten worden beschermd tegen rondvliegende vreemde voorwerpen die bij verschillende toepassingen ontstaan, stof- of ademhalingsmaskers moeten het tijdens de werkzaamheden ontstane stof filteren. Wanneer u langer wordt blootgesteld aan hard lawaai, kan dit leiden tot gehoorverlies. i) Let bij andere personen op een veilige afstand t.o.v. uw werkbereik. Iedereen die het werkbereik betreedt, moet persoonlijke veiligheidsuitrusting dragen. Afbrekende stukken van het werkstuk en gebroken toebehoren kunnen wegvliegen en ook buiten het directe werkbereik letsel veroorzaken. j) Houd de machine alléén aan de geïsoleerde grijpvlakken vast, wanneer u werkzaamheden uitvoert waarbij het toebehoren verborgen stroomleidingen of de eigen netkabel zou kunnen raken. Het contact met een spanningvoerende leiding kan ook de metalen apparaatdelen onder spanning zetten en zo tot een elektrische schok leiden. k) Houd de netkabel verwijderd van draaiend toebehoren. Wanneer u de controle over het apparaat verliest, kan de netkabel doorgesneden of meegetrokken worden waardoor uw hand of arm in contact kan komen met het draaiende toebehoren. l)  Leg het elektrische gereedschap nooit weg voordat het toebehoren volledig tot stilstand is gekomen. Het draaiende toebehoren kan in contact komen met de ondergrond waardoor u de controle over het elektrische gereedschap zou kunnen verliezen. m) Laat het elektrische gereedschap niet lopen terwijl u het draagt. Uw kleding kan door toevallig contact met het draaiende toebehoren worden meegetrokken waardoor h) Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen het toebehoren zich in uw lichaam zou kunnen boren. n)  Reinig de ventilatieopeningen van het elektrische gereedschap regelmatig. De motorventilator trekt stof in de behuizing en een grotere ophoping metaalstof kan leiden tot elektrische gevaren. o)  Gebruik het elektrische gereedschap niet in de buurt van brandbare materialen. Door vonken kunnen deze materialen ontbranden. p) Gebruik geen toebehoren dat vloeibaar koelmiddel vereist. Het gebruik van water of andere vloeibare koelmiddelen kan leiden tot elektrische schokken. Q  Terugslag en dienovereenkomstige veiligheidsinstructies Een terugslag is een plotselinge reactie als gevolg van een hakend of blokkerend toebehoren zoals een slijpschijf, schuurschijf, draadborstel enz. Blijven haken of blokkeren leidt tot een abrupte stop van het roterende toebehoren. Daardoor wordt een ongecontroleerd elektrisch gereedschap op het blokkeerpunt tegen de draairichting van het toebehoren in versneld. Wanneer bijv. de slijpschijf blokkeert of in het werkstuk blijft haken, kan de rand van de slijpschijf, die zich in het werkstuk bevindt, blijven hangen waardoor de slijpschijf wegschiet of een terugslag veroorzaakt. De slijpschijf beweegt dan in richting van de bedienende persoon of van hem weg, al naargelang de draairichting van de schijf op het blokkeerpunt. In dit geval kunnen slijpschijven ook breken. Een terugslag is het gevolg van een verkeerde bediening van het elektrische gereedschap. Een terugslag kan met behulp van de volgende maatregelen worden voorkomen. a) Houd het elektrische gereedschap goed vast en breng uw lichaam en uw armen in een positie, waarin u de terugslagkrachten kunt opvangen. Gebruik altijd de extra handgreep, indien voorhanden, om de grootst mogelijke controle over terugslagkrachten of reactiemomenten bij het opstarten te hebben. De bediener kan door middel van geschikte voorzorgsmaatregelen de terugslag- en reactiekrachten beheersen. b)  Houd uw hand nooit in de buurt van draaiend toebehoren. Het toebehoren kan in geval van een terugslag over uw hand bewegen. c)  Kom met uw lichaam niet binnen het bereik waarin het elektrische gereedschap in geval van een terugslag beweegt. De terugslag beweegt het elektrische gereedschap in de tegenovergestelde richting van de beweging van de slijpschijf op het blokkeerpunt. d)  Werk uiterst voorzichtig in / aan hoeken, scherpe randen enz. Voorkom dat toebehoren van het werkstuk terugkaatst en klem raakt. Het roterende toebehoren neigt ertoe in hoeken, scherpe randen of in geval van terugkaatsten, klem te raken. Dit kan leiden tot een controleverlies of terugslag. e)  Gebruik geen ketting- of getand zaagblad. Dergelijke toebehoren veroorzaken vaak terugslagen of leiden tot controleverlies van het elektrische gereedschap. Q  Bijzondere veiligheids­ maatregelen voor het slijpen en doorslijpen a) Gebruik uitsluitend de voor uw elektrische gereedschap goedgekeurde slijphulpstukken en de voor het slijphulpstuk bestemde beschermkap. Slijphulpstukken die niet voor het elektrische gereedschap bedoeld zijn, kunnen niet voldoende worden afgeschermd en zijn onveilig. b)  De beschermkap moet veilig aan het elektrische gereedschap zijn aangebracht en zodanig ingesteld zijn dat een maximum aan veiligheid wordt bereikt, d.w.z. het kleinst mogelijke deel van het slijphulpstuk wijst open naar de gebruiker. De beschermkap moet NL 51 Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen de gebruiker beschermen tegen afgebroken stukken en toevallig contact met het slijphulpstuk. c)  Slijphulpstukken mogen alléén voor de aanbevolen toepassingsmogelijkheden worden gebruikt. Bijvoorbeeld: slijp nooit met het zijvlak van een doorslijpschijf. Doorslijpschijven zijn bedoeld voor het doorslijpen van materiaal met de rand van de schijf. Door zijwaartse krachtinwerkingen kunnen slijphulpstukken breken. d) Gebruik altijd onbeschadigde spanflenzen in de correcte maten en vormen voor de door u gekozen slijpschijf. Geschikte flenzen steunen de slijpschijf en verminderen daardoor het gevaar van een slijpschijfbreuk. Flenzen voor doorslijpschijven kunnen verschillen van de flenzen voor andere slijpschijven. e)  Gebruik geen versleten slijpschijven van grotere elektrische gereedschappen. Slijpschijven voor grotere elektrische gereedschappen zijn niet geconcipieerd voor de hogere toerentallen van kleinere elektrische gereedschappen en kunnen dus breken. Q  Andere bijzondere veiligheids­ instructies voor het doorslijpen a) V  oorkom het blokkeren van de doorslijpschijf of een te hoge aanpersdruk. Voer geen overmatig diepe sneden uit. Door overbelasting van de doorslijpschijf stijgt de belasting en daarmee het risico van kantelen of blokkeren met als gevolg een terugslag of breuk van het slijphulpstuk. b) Vermijd het bereik vóór en achter de roterende doorslijpschijf. Wanneer u de doorslijpschijf in het werkstuk van u weg beweegt, kan het elektrische gereedschap met de draaiende schijf in geval van een terugslag direct in uw richting worden geslingerd. c) Wanneer de doorslijpschijf klemt of u de werkzaamheden onderbreekt, schakelt u het apparaat uit en houdt u het werkstuk rustig totdat de schijf tot stilstand is gekomen. Tracht nooit, de nog draaiende doorslijpschijf uit de snede te trekken, daardoor kan een 52 NL terugslag ontstaan. Stel de oorzaak voor het klemmen vast en verhelp deze. d) Schakel het elektrische gereedschap niet in zolang de doorslijpschijf nog in het werkstuk steekt. Wacht totdat de doorslijpschijf het volle toerental heeft bereikt, voordat u de snede voorzichtig voortzet. In het andere geval kan de schijf blijven haken, uit het werkstuk springen of een terugslag veroorzaken. e)  Steun de platen of werkstukken goed om het risico van een terugslag door een ingeklemde doorslijpschijf te minimaliseren. Grote werkstukken kunnen op grond van hun eigengewicht doorbuigen. Het werkstuk moet aan beide zijden van de schijf worden gesteund, zowel in de buurt van de doorslijpschijf als aan de rand. f) Wees bijzonder voorzichtig bij “gleufsneden” in bestaande muren of andere onoverzichtelijke bereiken. De binnendringende doorslijpschijf kan tijdens het snijden in gas- of waterleidingen, elektrische leidingen of andere objecten een terugslag veroorzaken. Q  Bijzondere veiligheidsinstructies voor het schuren G  ebruik geen te grote schuurbladen, maar neem de voorschriften van de fabrikanten m.b.t. de maten van het schuurblad in acht. Schuurbladen die boven de schuurschijf uitsteken kunnen letsel veroorzaken, tot blokkeren of scheuren van de schuurbladen leiden of een terugslag veroorzaken. Q  Bijzondere veiligheidsinstructies voor het polijsten L et op dat geen losse onderdelen van de polijstkap, vooral bevestigingsdraden, voorhanden zijn. Berg de bevestigingsdraden op of kort deze in. Losse, meedraaiende bevestigingsschroeven kunnen uw vingers raken en verwonden of in het werkstuk blijven hangen. Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen / Ingebruikname Q  Bijzonder veiligheidsinstructies voor het werken met draadborstels a)  Let op dat de draadborstel ook tijdens het normale gebruik draadstukken verliest. Overbelast de draden niet door een te hoge aanpersdruk. Wegvliegende draadstukken kunnen probleemloos door dunne kleding en / of de huid dringen. b)  Wanneer een beschermkap aanbevolen wordt, dient u te vermijden dat de beschermkap en de draadborstel elkaar kunnen raken. Schijf- en komborstels kunnen door aanpersdruk en centrifugale krachten hun diameter vergroten. Apparaatspecifieke veiligheidsinstructies voor kleinboormachine PMGS 12 B2 en voedingsapparaat PMGS 12 B2-1  Gebruik tijdens het werk de volgende veiligheidsuitrusting: Veiligheidsbril en werkhandschoenen. Voorzichtig! Na het uitschakelen  loopt het gereedschap nog na. Vermijd contact met het snel draai ende gereedschap.  Beveilig het gereedschap. Gebruik de spaninrichting /  bankschroef om het werkstuk vast te zetten. Het wordt daarin veiliger gehouden dan in uw hand.  Steun in géén geval met uw handen naast of vóór het apparaat of het te bewerken oppervlak omdat in geval van wegglijden gevaar voor letsel bestaat. Vermijd contact met het draaiende slijpgereedschap.   Brandgevaar door wegspringende vonken! Wanneer u metaal slijpt, ontstaat een vonkenregen. Let daarom altijd op dat géén personen in gevaar worden gebracht en geen brandbare materialen in de buurt van het werkbereik zijn opgeslagen.  GEVAAR DOOR STOF! De door de bewerking ontstane schadelijke / giftige stoffen vormen een gevaar voor de gezondheid van de bedienende persoon of in de buurt aanwezige personen.  Draag een ademhalingsmasker!  GIFTIGE DAMPEN! Zorg bij de bewerking van kunststoffen, verf, lak enz. voor afdoende ventilatie. Drenk materialen of te bewerken oppervlakken niet met oplosmiddelhoudende vloeistoffen. Vermijd het schuren van loodhoudende verven of andere gezondheidsschadelijke materialen. Asbesthoudend materiaal mag niet worden bewerkt. Asbest geldt als kankerverwekkend. Bewerk geen vochtige materialen of oppervlakken. OPMERKING! Belast het apparaat tijdens het bedrijf niet zo sterk dat stilstand wordt veroorzaakt!  Laat het uitgeschakelde apparaat eerst tot stilstand komen voordat u het weglegt.  Het apparaat moet steeds schoon, droog en vrij van olie of andere smeermiddelen zijn. Kinderen of personen met onvoldoende kennis over en ervaring in de omgang met het apparaat of met beperkte lichamelijke, sensorische of geestige vermogens mogen het apparaat niet zonder toezicht of voorafgaande instructie door een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon gebruiken. Op kinderen dient toezicht te worden gehouden om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen. Q Ingebruikname G  ebruik het apparaat nooit ondoelmatig en steeds alléén met originele onderdelen / toebehoren. Het gebruik van NL 53 Ingebruikname andere dan in deze handleiding aanbevolen onderdelen of ander toebehoren kan gevaar voor letsel vormen. Q Gereedschap verwijderen plaatsen  /  D  ruk de spilblokkering 7 in en houd deze ingedrukt. Draai de spanmoer 5 totdat de blokkering inklikt. Draai de spanmoer 5 met behulp van de combinatiesleutel 23 van de schroefdraad. Verwijder een eventueel reeds geplaatst gereedschap. Schuif het voorgeschreven gereedschap eerst door de spanmoer 5 voordat u het in de bij de gereedschapsschacht passende spantang 18 steekt. Druk de spilblokkering 7 in en houd deze ingedrukt. Steek de spantang 18 in de schroefdraadinzet en schroef vervolgens de spanmoer 5 met de behulp van de combinatiesleutel 23 vast aan de schroefdraad. Hulpstuk met spandoorn 13 gebruiken: Opmerking: Gebruik de schroevendraaierzijde van de combinatiesleutel 23 om de schroef van de spandoorn 13 los of vast te draaien. Plaats de spandoorn 13 zoals beschreven in het elektrische gereedschap. Draai de schroef van de spandoorn 13 los met behulp van de combinatiesleutel 23 . Steek het gewenste hulpstuk tussen de beide onderlegplaatjes op de schroef. Draai de schroef aan de spandoorn 13 vast met behulp van de combinatiesleutel 23 . Q In- en uitschakelen /  toerental instellen Inschakelen / toerentalbereik instellen: Sluit de steker 4 aan op de netadapter 10 door hem in de daarvoor bestemde insteekvoorziening 8 te steken (zie afb. C). 54 NL S  luit het apparaat aan op de stroomvoorziening door de netsteker in de contactdoos te steken.  Druk de AAN- / UIT-schakelaar 2 naar beneden en schuif hem vervolgens in de richting van de toerentalregeling 1 . Stel de toerentalregeling in op een stand tussen “5” en “20”. Uitschakelen  Zet de toerentalregeling 1 op de positie “5”. Druk de AAN- / UIT-schakelaar 2 naar beneden en schuif hem vervolgens in de richting van de kabel. Q Aanwijzingen voor materiaalbewerking / gereedschap / toerentalbereik G  ebruik de freesbits 20 voor de bewerking van staal en ijzer bij maximaal toerental. Bepaal het toerentalbereik voor de bewerking van zink, zinklegeringen, aluminium, koper en lood door een test op een proefstuk. Bewerk kunststof en materialen met een laag smeltpunt in het lage toerentalbereik. Bewerk hout met hoge toerentallen. Voer reinigings-, polijst- en poetswerkzaamheden uit met een gemiddeld toerental. De onderstaande gegevens vormen niet-bindende adviezen. Test bij het praktische werk ook zelf, welk gereedschap en welke instelling voor het te bewerken materiaal optimaal geschikt zijn. Geschikt toerental instellen: Cijfer aan de toerentalregeling 1 5 8 Te bewerken materiaal Kunststof en materialen met een laag smeltpunt Steen, Keramiek 12 Zachthout, metaal 16 20 Hardhout Staal Ingebruikname / Onderhoud en reiniging / Service / Garantie Toepassingsvoorbeelden / geschikt gereedschap kiezen: Functie Toebe­ horen Boren HSS-boor 12 Hout bewerken Fraiser Freesbits 20 Graveren Graveerbits 21 Polijsten, ontroesten Metalen borstel 16 Polijstschijven Voor- 14 zichtig! Oefen met het gereedschap slechts lichte druk uit op het werkstuk. Reinigen Kunststofborstels 19 Gebruik Veelzijdige bewerkingen: bijv. uitdeuken, uithollen, vormen, groeven of sleuven aanbrengen Kenmerking aanbrengen, knutselwerkzaamheden (zie afb. D) Ontroesten Verschillende materialen en kunststoffen bewerken, vooral edelmetalen zoals goud of zilver (zie afb. E) Bijvoorbeeld slecht bereikbare kunststofbehuizingen reinigen of de omgeving rond een deurslot reinigen Slijpwerkzaamheden aan steen, hout, fijn werk aan harde materialen zoals keramiek of gelegeerd staal (zie afb. F, G) Slijpen Slijpschijven 15 , slijpbits 22 Doorslijpen en zagen Doorslijpschij- Metaal, kunststof ven 17 en hout bewerken Q Tips en trucs Wanneer u teveel druk zet, kan het ingespannen gereedschap breken en / of het werkstuk beschadigd raken. U bereikt optimale resultaten wanneer u het gereedschap inzet met gelijkblijvend toerental en geringe druk op het werkstuk. Q Onderhoud en reiniging Het apparaat is onderhoudsvrij. Verwijder vuil van het apparaat. Gebruik daarvoor een droge doek. Q Service  Laat uw apparaten door het servicepunt of een gekwalificeerd vakpersoneel en alléén met originele onderdelen repareren. Op deze wijze wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het apparaat behouden blijft.  Laat de steker of de aansluitleiding altijd door de fabrikant van het apparaat of door diens technische dienst repareren. Op deze wijze wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het apparaat behouden blijft. Q Garantie U heeft op dit apparaat 3 jaar garantie vanaf de aankoopdatum. Het apparaat is met de grootst mogelijke zorg vervaardigd en voorafgaand aan de levering nauwkeurig gecontroleerd. Bewaar a.u.b. de kassabon als aankoopbewijs. Als u aanspraak wilt maken op garantie, neem dan a.u.b. telefonisch contact op met uw servicefiliaal. Alleen op die manier is een kostenloze verzending van uw product gegarandeerd. De garantie geldt alleen voor materiaal- of fabricagefouten, echter niet voor transportschade, of voor onderdelen die aan slijtage onderhevig zijn, of voor beschadigingen aan breekbare delen, bijv. schakelaars of accu’s. Het product is uitsluitend bestemd voor privé-gebruik en niet voor bedrijfsmatige doeleinden. Bij verkeerd gebruik en ondeskundige behandeling, bij gebruik van geweld en bij reparaties die niet door ons geautoriseerd servicefiliaal zijn uitgevoerd, NL 55 Garantie / Afvalverwijdering / Conformiteitsverklaring / Fabrikant vervalt de garantie. Uw wettelijke rechten worden door deze garantie niet beperkt. Q Conformiteitsverklaring  / De garantieperiode wordt niet verlengd door de aansprakelijkheid. Dit geldt eveneens voor vervangen en gerepareerde onderdelen. Schade en gebreken die mogelijk reeds bij de aankoop aanwezig zijn, moeten direct na het uitpakken worden gemeld, uiterlijk echter twee dagen na de dag van aankoop. Na verstrijken van de garantieperiode moeten alle voorkomende reparaties vergoed worden. Wij, Kompernaß GmbH, documentverantwoordelijke persoon: de heer Semi Uguzlu, Burgstr. 21, D-44867 Bochum, Duitsland, verklaren hiermee dat dit product voldoet aan de volgende normen, normatieve documenten en EG-richtlijnen: NL Service Nederland Tel.: 0900 0400223 (0,10 EUR/Min.) e-mail: [email protected] EG-laagspanningsrichtlijn (2006 / 95 / EC) IAN 66445 Q Fabrikant Machinerichtlijn (2006 / 42 / EC) Elektromagnetische compatibiliteit (2004 / 108 / EC) De verpakking bestaat uit milieuvriendelijke materialen die u via de plaatselijke recyclingdiensten kunt afvoeren. Toegepaste, geharmoniseerde normen EN 60745-1:2009, EN 60745-2-1:2010 EN 60745-2-3:2007+A11 EN 55014-1:2006+A1 EN 55014-2:1997+A1+A2 EN 61558-1:1997+A1+A11, EN 61558-2-6:1997 EN 61000-3-2:2006+A1+A2 EN 61000-3-3:2008 V  oer elektronische gereedschappen niet af via het huisafval! Type / Benaming: Modelbouw- en graveerset PMGS 12 B2 Afvalverwijdering Conform de Europese richtlijn 2002 / 96 / EC betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en de omzetting daarvan naar nationaal recht moeten oude elektrische gereedschappen separaat worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze worden gerecycled. Date of manufacture (DOM): 09–2011 Serienummer: IAN 66445 Bochum, 30.09.2011 Informeer bij uw gemeente over de recyclingmogelijkheden voor uitgediende elektrische gereedschappen. Semi Uguzlu - Kwaliteitsmanager Technische wijzigingen binnen het kader van de verderontwikkeling zijn voorbehouden. 56 NL
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57

Parkside PMGS 12 B2 de handleiding

Categorie
Elektrisch gereedschap
Type
de handleiding