APRILIA 2010 RXV 550 Use and Maintenance Manual

Categorie
Motorfietsen
Type
Use and Maintenance Manual

Deze handleiding is ook geschikt voor

Congratulations on your new RXV .
This innovative motorcycle is designed to provide high performance and great fun under all usage conditions - in other words, with an intent to
revolutionise the concept of enduro motorcycles. aprilia's first and foremost commitment is to build motorcycles with high technological content, that
are extremely safe to ride and will retain their value over time.
IMPORTANT NOTICE ON VEHICLE USE AND LEGAL WARRANTY
aprilia RXV motorcycles have been conceived and designed for race-track and off-road competitions. As a result, they meet the rules and class
requirements currently adopted by major international motorcycling associations.
The RXV model has been specifically designed for off-road endurance racing (enduro) and not mainly for motorcrossing.
Having the motorcycle serviced at the recommended intervals as specified in the maintenance charts provided in this manual is critical to avoiding
premature wear and severe failures. To preserve motorcycle performance and avoid severe damage, have the recommended maintenance procedures
performed by Authorised aprilia Dealers or Service Centres.
The RXV come in a derated version which can be legally used on public roads and is covered by a legal warranty. In order to maintain the warranty,
the recommended maintenance must be performed at the specified intervals by Authorised aprilia Dealers or Service Centres and each service must
be recorded in the warranty booklet.
Please note that these motorcycles are not suitable for road use. Gear ratios, cooling system, suspension set-up, braking system and engine power
delivery are designed and tuned up for racing, and the operating conditions encountered in competitions differ greatly from those experienced when
riding on public roads.
Below is a short non-exhaustive list of typical operating conditions that may lead to severe engine damage: long stops at traffic lights, motorway trips
with the engine steadily running at maximum rpm, or drafting vehicles.
Any changes or modifications to the motorcycle, especially performance enhancing modifications, will make the motorcycle illegal to ride on public roads
and void the legal warranty. A modified motorcycle may be used for racing in organised races approved by competent authorities.
For your own safety, use only genuine aprilia parts and accessories. aprilia disclaims all liabilities for the event non-genuine parts are used and for
resulting damage.
APRILIA WOULD LIKE TO THANK YOU
for choosing one of its products. We have compiled this booklet to provide a comprehensive overview of your vehicle's quality features. Please, read it
carefully before riding the vehicle for the first time. It contains information, tips and precautions for using your vehicle. It also describes features, details
and devices to assure you that you have made the right choice. We believe that if you follow our suggestions, you will soon get to know your new vehicle
well and that it will continue to give you satisfactory service for many years to come. This booklet is an integral part of the vehicle and must be handed
over to the new owner in the event of sale.
Gefeliciteerd met de aankoop van de nieuwe RXV.
Ed. 10 2008
Het is een motor die de manier van opvatten van enduro motoren radicaal wil veranderen. Het is een innovatief voertuig, en het is in staat hoge prestaties
en plezier in alle gebruiksomstandigheden te garanderen. De primaire doelstelling van aprilia is dan ook het realiseren van motoren met een hoge
technologische inhoud, die buitengewoon veilig zijn en in staat zijn om mettertijd hun waarde te behouden.
BELANGRIJKE WAARSCHUWINGEN WAT BETREFT HET GEBRUIK VAN HET VOERTUIG EN DE WETTELIJKE GARANTIE
De motoren aprilia RXV werden geproduceerd, ontworpen en ontwikkeld voor sportief gebruik op een piste of om te crossen. Daarom moeten ze
voldoen aan reglementen en de categorieën die actueel in gebruik zijn door de belangrijkste internationale motorbonden.
Het model RXV werd ontworpen voor lange crosswedstrijden (enduro) en is niet geschikt voor courant gebruik voor motorcross.
Om een voortijdige slijtage en het eventueel stukgaan te vermijden, moeten de vooraf bepaalde handelingen die aangeduid worden in de tabel van het
onderhoud, in deze handleiding, absoluut noodzakelijk gerespecteerd worden. Door het respecteren van de intervals en de handelingen van het
onderhoud, uitgevoerd bij een dealer of erkende garage van aprilia, zullen de prestaties van het voertuig behouden blijven en zal ernstige schade
vermeden worden.
De motoren RXV worden niet opgevoerd geleverd, zodat ze in deze versie gehomologeerd zijn voor het gebruik op openbare wegen en gedekt zijn
door de wettelijke garantie op voorwaarde dat de intervals en de handelingen van het onderhoud nauwkeurig gerespecteerd worden, en dat ze uitgevoerd
worden bij een dealer of erkende garage van aprilia, waar de servicebeurt genoteerd zal worden op het daarvoor bestemde garantieboekje.
Deze voertuigen zijn niet geschikt voor weggebruik: de verhoudingen van de versnellingsbak, de koelinstallatie, de setting van de ophangingen, de
reminstallatie en de kenmerken van de levering van de motor zijn geoptimaliseerd voor sportief gebruik, waar de omstandigheden en het type van
gebruik zeer verschillen van de omstandigheden die zich voordoen op openbare wegen.
Hier volgen enkele voorbeelden, die niet gelden voor alle gevallen, van enkele omstandigheden die de motor ernstig kunnen beschadigen: lang wachten
bij een verkeerslicht, trajecten op snelwegen met de motor steeds aan het maximum toerental of het rijden achter wagens.
Eender welke wijziging of geknoei aan het voertuig, en vooral voor het verhogen van de prestaties van de motor, maken dat het voertuig niet meer
gehomologeerd is voor gebruik op de openbare weg, maar dat het enkel gebruikt mag worden in georganiseerde wedstrijden en met goedkeuring van
de bevoegde instanties. Deze handelingen doen alle rechten op de wettelijke garantie vervallen.
Voor uw veiligheid is het best dat enkel de originele reserveonderdelen en accessoires van aprilia gebruikt worden. aprilia kan niet aansprakelijk
gesteld worden voor het gebruik van niet-originele onderdelen en voor de schade die hierdoor veroorzaakt wordt.
APRILIA WIL U BEDANKEN
omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij
raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen
in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen
dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelijk zal wennen aan uw nieuw voertuig,
waar u lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit laatste
moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.
Ed. 10 2008
RXV 450-550
Ed. 10 2008
The instructions in this booklet have been compiled primarily to offer a simple and clear guide to using the vehicle; it also describes routine maintenance
procedures and regular checks that should be carried out on the vehicle at an Aprilia Dealer or Authorised Workshop. This booklet also contains
instructions for simple repairs. Any operations not specifically described in this booklet require the use of special tools and/or particular technical
knowledge; for these operations, please take your vehicle to an Aprilia Dealer or Authorised Workshop.
De instructies in deze handleiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zijn voor het gebruik; men vindt eveneens de
handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De
handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven,
vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan
om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.
4
Personal safety
Failure to completely observe these instructions will
result in serious risk of personal injury.
Persoonlijke veiligheid
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden
opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot ge-
volg hebben.
Safeguarding the environment
Sections marked with this symbol indicate the correct
use of the vehicle to prevent damaging the environ-
ment.
Bescherming van
Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden
zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan-
richt aan de natuur.
Vehicle intactness
The incomplete or non-observance of these regula-
tions leads to the risk of serious damage to the vehicle
and sometimes even the invalidity of the guarantee.
Staat van het voertuig
Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden
opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig,
en eventueel het vervallen van deze garantie tot ge-
volg hebben.
The symbols shown above are very important. They
are used to highlight those parts of the booklet that
should be read with particular care. As you can see,
each sign consists of a different graphic symbol, mak-
ing it quick and easy to locate the various topics.
Before starting the engine, read this booklet thorough-
ly and the "SAFE RIDING" section in particular. Your
safety as well as other's does not only depend on the
quickness of your reflexes and agility, but also on how
well you know your vehicle, the state of maintenance
of the vehicle itself and your knowledge of the rules
for SAFE RIDING. For your safety, get to know your
vehicle well so as to safely ride and master it in road
traffic IMPORTANT This booklet is an integral part of
the vehicle, and must be handed to the new owner in
the event of sale.
Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze heb-
ben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan
te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u
ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch sym-
bool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen
duidelijk kunnen worden gevonden in de verschillen-
de delen. Vooraleer men de motor start, leest men
aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf
"VEILIG RIJDEN". Uw veiligheid en die van anderen
hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar
ook van de kennis en de efficiëntie van het voertuig,
en van de kennis van de fundamentele regels voor het
VEILIG RIJDEN. We raden daarom aan om vertrouwd
te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en be-
heersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJK
Deze handleiding moet beschouwd worden als inte-
grerend deel van het voertuig, en moet worden over-
handigd bij de verkoop ervan.
5
6
INDEX
INDEX
GENERAL RULES.......................................................................... 9
Carbon monoxide..................................................................... 10
Fuel.......................................................................................... 10
Hot components....................................................................... 11
Coolant..................................................................................... 11
Used engine oil and gearbox oil............................................... 13
Brake and clutch fluid............................................................... 14
Battery hydrogen gas and electrolyte....................................... 14
Reporting of defects that affect safety...................................... 16
VEHICLE......................................................................................... 23
Arrangement of the main components......................................... 25
Dashboard................................................................................... 27
Analog instrument panel.............................................................. 28
Light unit...................................................................................... 28
Digital lcd display......................................................................... 30
Ignition switch........................................................................... 35
Locking the steering wheel....................................................... 35
Horn button.................................................................................. 36
Switch direction indicators........................................................... 36
High/low beam selector............................................................... 37
Start-up button............................................................................. 37
Engine stop switch....................................................................... 38
Opening the saddle.................................................................. 39
Identification................................................................................. 39
USE................................................................................................. 43
Checks......................................................................................... 44
Refuelling..................................................................................... 47
Rear shock absorbers adjustment............................................... 49
Front fork adjustment................................................................... 53
Running in.................................................................................... 55
Starting up the engine.................................................................. 57
ALGEMENE NORMEN..................................................................... 9
Koolmonoxide............................................................................. 10
Brandstof.................................................................................... 10
Warme onderdelen..................................................................... 11
Koelvloeistof............................................................................... 11
Gebruikte motorolie en koppelingsolie....................................... 13
Rem- en koppelingsvloeistof...................................................... 14
Elektrolyt en waterstofgas van de accu...................................... 14
Communicatie van de defecten die invloed hebben op de vei-
ligheid......................................................................................... 16
VOERTUING..................................................................................... 23
Plaats van de hoofdcomponenten................................................. 25
Legenda......................................................................................... 27
Analoog instrumentenpaneel......................................................... 28
Groep controlelampjes................................................................... 28
Digitaal display............................................................................... 30
Startschakelaar.......................................................................... 35
Stuurslot vergrendelen............................................................... 35
Drukknop claxon............................................................................ 36
Schakelaar richtingaanwijzers....................................................... 36
Lichtschakelaar.............................................................................. 37
Startknop........................................................................................ 37
Stopschakelaar motor.................................................................... 38
Zadel openen............................................................................. 39
Identificatie..................................................................................... 39
GEBRUIK.......................................................................................... 43
Controles........................................................................................ 44
Tanken........................................................................................... 47
Regulering achterdempers............................................................. 49
Regulering voorvorken................................................................... 53
Inrijden........................................................................................... 55
7
Stopping the engine..................................................................... 61
Anti-theft device........................................................................... 62
Stand........................................................................................... 63
Safe driving.................................................................................. 64
Load............................................................................................. 70
MAINTENANCE.............................................................................. 71
Engine oil level............................................................................. 72
Engine oil change..................................................................... 75
Gearbox oil level.......................................................................... 77
Spark plug dismantlement........................................................... 81
Removing the air filter.................................................................. 86
Cooling fluid level......................................................................... 88
Checking the brake oil level......................................................... 92
Battery......................................................................................... 102
Fuses........................................................................................... 103
Lamps.......................................................................................... 107
Front light group........................................................................... 107
Headlight adjustment............................................................... 109
Front and rear disc brake............................................................. 110
Periods of inactivity...................................................................... 114
Cleaning the vehicle.................................................................... 116
Transport..................................................................................... 120
Transmission chain...................................................................... 120
Chain backlash check.............................................................. 121
Chain backlash adjustment...................................................... 122
Checking wear of chain, front and rear sprockets.................... 123
Chain lubrication and cleaning................................................. 125
TECHNICAL DATA......................................................................... 127
Kit equipment............................................................................... 134
SPARE PARTS AND ACCESSORIES........................................... 135
Warnings...................................................................................... 136
PROGRAMMED MAINTENANCE.................................................. 137
Scheduled maintenance table..................................................... 138
Starten des motors......................................................................... 57
Stoppen van de motor.................................................................... 61
Antidiefstalsysteem........................................................................ 62
Standaard...................................................................................... 63
Veilig rijden.................................................................................... 64
Lading............................................................................................ 70
ONDERHOUD................................................................................... 71
Peil motorolie................................................................................. 72
Vervanging van de motorolie...................................................... 75
Versnellingsbak oliepeil................................................................. 77
Demonteren van de bougie............................................................ 81
Demonteren van het luchtfilter....................................................... 86
Peil koelvloeistof............................................................................ 88
Controle van het oliepeil van de remmen...................................... 92
Accu............................................................................................... 102
Zekeringen..................................................................................... 103
Lampjes......................................................................................... 107
Koplampset.................................................................................... 107
Afstellen van de koplamp........................................................... 109
Schijfrem voor en achter................................................................ 110
Stilstand van het voertuig............................................................... 114
Reinigen van het voertuig.............................................................. 116
Vervoer.......................................................................................... 120
Transmissieketting......................................................................... 120
Controle van de speling van de ketting...................................... 121
Regeling van de speling van de ketting...................................... 122
Controle van het gebruik van de ketting, het tandrad en kroon
................................................................................................... 123
Smering en reiniging van de ketting........................................... 125
TECHNISCHE GEGEVENS.............................................................. 127
Bijgeleverd gereedschap............................................................... 134
ONDERDELEN EN ACCESSOIRES................................................ 135
Waarschuwingen........................................................................... 136
GEPLAND ONDERHOUD................................................................ 137
Tabel gepland onderhoud.............................................................. 138
8
RXV 450-550
Chap. 01
General rules
Hst. 01
Algemene normen
9
Carbon monoxide
If you need to keep the engine running in
order to perform a procedure, please en-
sure that you do so in an open or very well
ventilated area. Never let the engine run
in an enclosed area. If you do work in an
enclosed area, make sure to use a
smoke-extraction system.
CAUTION
EXHAUST EMISSIONS CONTAIN
CARBON MONOXIDE, A POISONOUS
GAS WHICH CAN CAUSE LOSS OF
CONSCIOUSNESS AND EVEN
DEATH.
Koolmonoxide
Wanneer het nodig is om de motor te
doen werken om een handeling uit te
voeren, controleert men of dit in een open
ruimte of in een goed geventileerd lokaal
gebeurt. Laat de motor nooit werken in
een gesloten ruimte. Wanneer men in
een gesloten ruimte werkt, gebruikt men
een evacuatiesysteem voor de uitlaat-
gassen.
LET OP
DE UITLAATGASSEN BEVATTEN
KOOLMONOXIDE, EEN GIFTIG GAS
DAT BEWUSTELOOSHEID EN OOK
DE DOOD KAN VEROORZAKEN.
Fuel
CAUTION
FUEL USED TO POWER INTERNAL
COMBUSTION ENGINES IS HIGHLY
FLAMMABLE AND CAN BECOME EX-
PLOSIVE UNDER SPECIFIC CONDI-
TIONS. IT IS THEREFORE RECOM-
MENDED TO CARRY OUT REFUEL-
LING AND MAINTENANCE PROCE-
Brandstof
LET OP
DE BRANDSTOF DIE WORDT GE-
BRUIKT VOOR DE AANDRIJVING VAN
DE ONTPLOFFINGSMOTOR IS UI-
TERST BRANDBAAR EN KAN EXPLO-
SIEF WORDEN IN BEPAALDE OM-
STANDIGHEDEN. VOER HET TANKEN
EN DE ONDERHOUDSHANDELINGEN
10
1 General rules / 1 Algemene normen
DURES IN A VENTILATED AREA WITH
THE ENGINE OFF. DO NOT SMOKE
DURING REFUELLING AND NEAR
FUEL VAPOURS, AVOID ANY CON-
TACT WITH NAKED FLAMES,
SPARKS OR OTHER SOURCES
WHICH MAY CAUSE THEM TO IGNITE
OR EXPLODE.
DO NOT DISPOSE OF FUEL IN THE
ENVIRONMENT.
KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-
DREN
UIT IN EEN GEVENTILEERDE ZONE
EN MET DE MOTOR UIT. ROOK NIET
TIJDENS HET TANKEN EN IN DE NA-
BIJHEID VAN BRANDSTOFDAMPEN,
EN VERMIJD ABSOLUUT CONTACT
MET VRIJE VLAMMEN, VONKEN EN
ELKE ANDERE BRON DIE HET VLAM
VATTEN OF EXPLODEREN ERVAN
KAN VEROORZAKEN.
LOOS DE BRANDSTOF NIET IN HET
MILIEU.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN
Hot components
The engine and the exhaust system com-
ponents get very hot and remain in this
condition for a certain time interval after
the engine has been switched off. Before
handling these components, make sure
that you are wearing insulating gloves or
wait until the engine and the exhaust sys-
tem have cooled down.
Warme onderdelen
De motor en de onderdelen van de uit-
laatinstallatie worden zeer warm en blij-
ven lang warm, ook nadat de motor wordt
uitgezet. Vooraleer men deze onderde-
len hanteert, draagt men isolerende
handschoenen, of wacht men tot de mo-
tor en de uitlaatinstallatie zijn afgekoeld.
Coolant
The coolant contains ethylene glycol
which, under certain conditions, can be-
come flammable. When ethylene glycol
burns, it produces an invisible flame
which can nevertheless cause burns.
Koelvloeistof
De koelvloeistof bevat ethyleenglycol,
wat in sommige omstandigheden ont-
vlambaar is. Wanneer het brandt, produ-
ceert ethylglycol onzichtbare vlammen,
die toch brandwonden veroorzaken.
11
1 General rules / 1 Algemene normen
CAUTION
TAKE CARE NOT TO POUR COOLANT
ONTO HOT ENGINE OR EXHAUST
SYSTEM COMPONENTS; THE FLUID
MAY CATCH FIRE AND BURN WITH
INVISIBLE FLAMES. WHEN CARRY-
ING OUT MAINTENANCE OPERA-
TIONS, IT IS ADVISABLE TO WEAR
LATEX GLOVES. EVEN THOUGH IT IS
TOXIC, COOLANT HAS A SWEET FLA-
VOUR WHICH MAKES IT VERY AT-
TRACTIVE TO ANIMALS. NEVER
LEAVE THE COOLANT IN OPEN CON-
TAINERS IN AREAS ACCESSIBLE TO
ANIMALS AS THEY MAY DRINK IT.
KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-
DREN
DO NOT REMOVE THE RADIATOR
CAP WHEN THE ENGINE IS STILL
HOT. THE COOLANT IS UNDER PRES-
SURE AND MAY CAUSE BURNS.
LET OP
LET OP OM GEEN KOELVLOEISTOF
TE MORSEN OP DE HETE DELEN VAN
DE MOTOR EN DE UITLAATINSTAL-
LATIE; DEZE ZOU BRAND KUNNEN
VATTEN MET ONZICHTBARE VLAM-
MEN. BIJ ONDERHOUDSHANDELIN-
GEN RAADT MEN AAN OM LATEX
HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.
DE KOELVLOEISTOF IS GIFTIG,
MAAR HEEFT TOCH EEN ZOETE
SMAAK, WAT HEM UITERST AAN-
TREKKELIJK MAAKT VOOR DIEREN.
LAAT DE KOELVLOEISTOF NOOIT IN
GEOPENDE VERPAKKINGEN OF IN
POSITIES DIE BEREIKBAAR ZIJN
VOOR DIEREN, DIE ER ZOUDEN VAN
KUNNEN DRINKEN.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN
VERWIJDER DE RADIATORDOP NIET
WANNEER DE MOTOR NOG WARM
STAAT. DE KOELVLOEISTOF STAAT
ONDER DRUK, EN ZOU BRANDWON-
DEN KUNNEN VEROORZAKEN.
12
1 General rules / 1 Algemene normen
Used engine oil and gearbox
oil
CAUTION
IT IS ADVISABLE TO WEAR LATEX
GLOVES WHEN SERVICING THE VE-
HICLE.
THE ENGINE OR GEARBOX OIL MAY
CAUSE SERIOUS INJURIES TO THE
SKIN IF HANDLED FOR PROLONGED
PERIODS OF TIME AND ON A REGU-
LAR BASIS.
WASH YOUR HANDS CAREFULLY
AFTER HANDLING OIL.
HAND THE OIL OVER TO OR HAVE IT
COLLECTED BY THE NEAREST USED
OIL RECYCLING COMPANY OR THE
SUPPLIER.
DO NOT DISPOSE OF OIL IN THE EN-
VIRONMENT
KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-
DREN
Gebruikte motorolie en
koppelingsolie
LET OP
BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN
RAADT MEN AAN OM LATEX HAND-
SCHOENEN TE GEBRUIKEN.
DE OLIE VAN DE MOTOR OF DE VER-
SNELLINGSBAK KAN ERNSTIGE
SCHADE VEROORZAKEN AAN DE
HUID, WANNEER HIJET LANG EN DA-
GELIJKS WORDT GEBRUIKT.
MEN RAADT AAN OM DE HANDEN
ZORGVULDIG TE WASSEN NA HET
HANTEREN VAN OLIE.
BEZORG HEM AAN OF LAAT HEM OP-
HALEN DOOR HET DICHTSTBIJZIJN-
DE RECYCLEBEDRIJF VAN GE-
BRUIKTE OLIES OF DOOR DE
LEVERANCIER.
LOOS DE OLIE NIET IN HET MILIEU.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN
13
1 General rules / 1 Algemene normen
Brake and clutch fluid
THE BRAKE FLUID MAY DAMAGE
PAINTED, PVC OR RUBBER SURFA-
CES. WHEN SERVICING THE BRAK-
ING SYSTEM PROTECT THESE COM-
PONENTS WITH A CLEAN CLOTH.
ALWAYS WEAR PROTECTIVE GOG-
GLES WHEN SERVICING THE BRAK-
ING SYSTEM. THE BRAKE FLUID IS
EXTREMELY DANGEROUS TO THE
EYES. IN THE EVENT OF ACCIDEN-
TAL CONTACT WITH THE EYES,
RINSE THEM IMMEDIATELY WITH
ABUNDANT COLD, CLEAN WATER
AND SEEK MEDICAL ADVICE.
KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-
DREN
Rem- en koppelingsvloeistof
DE REMVLOEISTOF KAN GELAKTE,
PLASTIC OF RUBBEREN OPPER-
VLAKKEN BESCHADIGEN. WAN-
NEER MEN HET ONDERHOUD VAN
DE REMINSTALLATIE UITVOERT, BE-
SCHERMT MEN DEZE ONDERDELEN
MET EEN REIN DOEK. DRAAG
STEEDS EEN BESCHERMENDE BRIL
WANNEER MEN ONDERHOUD UIT-
VOERT OP DE REMINSTALLATIE. DE
REMVLOEISTOF IS UITERST SCHA-
DELIJK VOOR DE OGEN. IN GEVAL
VAN TOEVALLIG CONTACT MET DE
OGEN, SPOELT MEN ONMIDDELLIJK
MET OVERVLOEDIG KOUD EN REIN
WATER, EN RAADPLEEGT MEN ON-
MIDDELLIJK EEN ARTS.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN
Battery hydrogen gas and
electrolyte
CAUTION
BATTERY ELECTROLYTE IS TOXIC,
CORROSIVE AND AS IT CONTAINS
SULPHURIC ACID, IT CAN CAUSE
Elektrolyt en waterstofgas van
de accu
LET OP
DE ELEKTROLYT VAN DE ACCU IS
GIFTIG EN BIJTEND, EN IN CONTACT
MET DE HUID KAN HET BRANDWON-
14
1 General rules / 1 Algemene normen
BURNS WHEN IN CONTACT WITH
THE SKIN. WHEN HANDLING BAT-
TERY ELECTROLYTE, WEAR TIGHT-
FITTING GLOVES AND PROTECTIVE
APPAREL. IF THE ELECTROLYTIC
FLUID COMES INTO CONTACT WITH
THE SKIN, RINSE WELL WITH ABUN-
DANT FRESH WATER. IT IS PARTIC-
ULARLY IMPORTANT TO PROTECT
YOUR EYES AS EVEN TINY AMOUNTS
OF BATTERY ACID MAY CAUSE
BLINDNESS. IF THE FLUID GETS INTO
CONTACT WITH YOUR EYES, WASH
WITH ABUNDANT WATER FOR FIF-
TEEN MINUTES AND CONSULT AN
EYE SPECIALIST IMMEDIATELY. IF
THE FLUID IS ACCIDENTALLY SWAL-
LOWED, DRINK LARGE QUANTITIES
OF WATER OR MILK, FOLLOWED BY
MILK OF MAGNESIA OR VEGETABLE
OIL AND SEEK MEDICAL ADVICE IM-
MEDIATELY. THE BATTERY RELEA-
SES EXPLOSIVE GASES; KEEP IT
AWAY FROM FLAMES, SPARKS, CIG-
ARETTES OR ANY OTHER HEAT
SOURCE. ENSURE ADEQUATE VEN-
TILATION WHEN SERVICING OR RE-
CHARGING THE BATTERY.
KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-
DREN
BATTERY LIQUID IS CORROSIVE. DO
NOT POUR OR SPILL IT, PARTICU-
LARLY ON PLASTIC COMPONENTS.
ENSURE THAT THE ELECTROLYTIC
ACID IS COMPATIBLE WITH THE BAT-
TERY TO BE ACTIVATED.
DEN VOORZAKEN OMDAT HET ZWA-
VELZUUR BEVAT. DRAAG NAUW-
SLUITENDE HANDSCHOENEN EN
BESCHERMENDE KLEDING WAN-
NEER MEN HET ELEKTROLYT VAN
DE ACCU HANTEERT. WANNEER DE
ELEKTROLYTVLOEISTOF IN CON-
TACT ZOU KOMEN MET DE HUID,
MOET MEN OVERVLOEDIG WASSEN
MET KOUD WATER. HET IS ZEER BE-
LANGRIJK OM DE OGEN TE BE-
SCHERMEN, OMDAT OOK EEN ZEER
KLEINE HOEVEELHEID ZUUR VAN DE
ACCU BLINDHEID KAN VEROORZA-
KEN. WANNEER HET IN CONTACT
ZOU KOMEN MET DE OGEN, MOET
MEN OVERVLOEDIG WASSEN MET
WATER VOOR ONGEVEER VIJFTIEN
MINUTEN, EN ONMIDDELLIJK EEN
OOGARTS RAADPLEGEN. WANNEER
HET TOEVALLIG ZOU WORDEN INGE-
SLIKT, MOET MEN VEEL WATER OF
MELK DRINKEN, DAARNA MAGNE-
SIUMMELK OF VEGETALE OLIE
DRINKEN, EN ONMIDDELLIJK EEN
ARTS RAADPLEGEN. DE ACCU VER-
SPREIDT EXPLOSIEVE GASSEN EN
MOET DUS UIT DE BUURT WORDEN
GEHOUDEN VAN VLAMMEN, VON-
KEN, SIGARETTEN EN ELKE ANDERE
WARMTEBRON. VOORZIE EEN GE-
PASTE VERLUCHTING WANNEER
MEN ONDERHOUD OF HET OPLADEN
VAN DE ACCU UITVOERT.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN
15
1 General rules / 1 Algemene normen
DE VLOEISTOF VAN DE ACCU IS
CORROSIEF. GIET ZE NIET UIT EN
VERSPREIDT ZE NIET, VOORAL NIET
OP DE PLASTIC DELEN. CONTRO-
LEER OF HET ELEKTROLYTZUUR
SPECIFIEK VOOR DE TE ACTIVEREN
ACCU IS.
Reporting of defects that
affect safety
GENERAL PRECAUTIONS AND IN-
FORMATION
When repairing, dismantling and reas-
sembling the vehicle follow the recom-
mendations reported below carefully.
Communicatie van de
defecten die invloed hebben
op de veiligheid
ALGEMENE VOORZORGSMAATRE-
GELEN EN INFORMATIE
Wanneer men de herstelling, de demon-
tage en hermontage van het voertuig uit-
voert, moet men zich nauwgezet aan het
volgende advies houden.
BEFORE REMOVING COMPONENTS
Before dismantling compo-
nents, remove dirt, mud, dust
and foreign bodies from the ve-
hicle. Use the special tools de-
signed for this bike, as required.
COMPONENTS REMOVAL
Do not loosen and/or tighten
screws and nuts using pliers or
other tools than the especially
designed wrench.
Mark positions on all connection
joints (pipes, cables etc.) before
VÓÓR DE DEMONTAGE VAN DE ON-
DERDELEN
Verwijder vuil, modder, stof en
vreemde voorwerpen van het
voertuig, voordat men de de-
montage van de onderdelen uit-
voert. Gebruik, waar voorzien,
de speciale gereedschappen
die voor dit voertuig ontworpen
werden.
DEMONTAGE VAN DE ONDERDELEN
Los en/of sluit de bouten en de
moeren niet met tangen of an-
16
1 General rules / 1 Algemene normen
separating them, and identify
them with distinctive symbols.
Each component needs to be
clearly marked in order to be
identified during reassembly.
Clean and wash the dismantled
components carefully using a
low-flammability detergent.
Keep coupled parts together
since they have "adjusted" to
each other due to normal wear
and tear.
Some components must be
used together or replaced alto-
gether.
Keep away from heat sources.
dere gereedschappen, maar ge-
bruik steeds de speciale sleutel.
Merk de posities op alle verbin-
dingskoppelingen (buizen, ka-
bels, enz.) vooraleer men ze
scheidt, en identificeer ze met
verschillende onderscheidende
tekens.
Elk stuk moet duidelijk gemerkt
worden, zodat het tijdens de fa-
se van de installatie geïdentifi-
ceerd kan worden.
Reinig en was de gedemonteer-
de onderdelen zorgvuldig met
een reinigingsmiddel met lage
ontvlambaarheidsgraad.
Houd de onderling gekoppelde
delen bij elkaar, omdat het ene
bij het andere "past" als gevolg
van de normale slijtage.
Sommige onderdelen moeten
samen gebruikt worden of volle-
dig vervangen worden.
Houd ze ver van warmtebron-
nen.
REASSEMBLY OF COMPONENTS
CAUTION
BEARINGS MUST BE ABLE TO RO-
TATE FREELY, WITHOUT JAMMING
AND/OR NOISE: OTHERWISE, THEY
NEED TO BE REPLACED.
HERMONTAGE VAN DE ONDERDE-
LEN
LET OP
DE KUSSENTJES MOETEN VRIJ
DRAAIEN, ZONDER WRIJVINGEN EN/
OF LAWAAI, ANDERS MOETEN ZE
VERVANGEN WORDEN.
17
1 General rules / 1 Algemene normen
Only use ORIGINAL APRILIA
SPARE PARTS.
Comply with lubricant and con-
sumables use guidelines.
Lubricate parts (whenever pos-
sible) before reassembling
them.
When tightening nuts and
screws, start from the ones with
the largest section or from the
internal ones, moving diagonal-
ly. Tighten nuts and screws in
successive steps before apply-
ing the tightening torque.
Always replace self-locking
nuts, washers, sealing rings, cir-
clips, O-rings (OR), split pins
and screws with new ones if
their tread is damaged.
When assembling the bearings,
make sure to lubricate them
well.
Check that each component is
assembled correctly.
After a repair or routine mainte-
nance procedure, carry out pre-
ride checks and test the vehicle
on private grounds or in an area
with low traffic density.
Clean all coupling surfaces, oil
guard rims and gaskets before
refitting them. Smear a light lay-
er of lithium-based grease on
the oil guard rims. Reassemble
oil guards and bearings with the
brand or lot number facing out-
ward (visible side).
Gebruik enkel ORIGINELE RE-
SERVEONDERDELEN van
aprilia.
Gebruik de aanbevolen smeer-
middelen en verbruiksmateria-
len.
Smeer de delen (wanneer mo-
gelijk) vooraleer men ze mon-
teert.
Bij het sluiten van de bouten en
de moeren, begint men met die-
gene met de grootste diameter
of met de interne, en men werkt
diagonaal. Voer het sluiten uit
met opeenvolgende passages,
vooraleer men het sluitingskop-
pel toepast.
Vervang steeds de zelfborgen-
de moeren, de pakkingen, de
dichtingsringen, de elastische
ringen, de O-ringen (OR), de
splitpennen en de bouten door
nieuwe, wanneer ze schade aan
de schroefdraad vertonen.
Wanneer men de kussentjes
monteert, smeert men ze over-
vloedig.
Controleer of elk onderdeel cor-
rect gemonteerd is.
Na een herstellingshandeling of
periodiek onderhoud, voert men
de voorafgaande controles uit
en test men het voertuig in een
privé-zone of in een zone met
weinig verkeer.
Reinig alle koppelingsvlakken,
de randen van de oliekeerringen
en de pakkingen vóór de her-
18
1 General rules / 1 Algemene normen
montage. Breng een laagje vet
op basis van lithium aan op de
randen van de oliekeerringen.
Hermonteer de oliekeerringen
en de kussentjes met het merk
of het fabricatienummer naar de
buitenkant gericht (zichtbare
kant).
ELECTRIC CONNECTORS
Electric connectors must be disconnec-
ted as described below; failure to comply
with this procedure causes irreparable
damage to both the connector and the
cable harness:
Press the relevant safety hooks, if any.
Grip the two connectors and dis-
connect them by pulling them in
opposite directions.
If there are signs of dirt, rust, hu-
midity, etc., clean the connector
internal parts carefully using a
pressurised air jet.
Make sure that the cables are
correctly cramped to the con-
nector internal terminal ends.
Then insert the two connectors
making sure that they couple
correctly (if the relevant hooks
are provided, you will hear them
"click" into place).
ELEKTRISCHE CONNECTORS
De elektrische connectors moeten als
volgt worden losgemaakt, het niet res-
pecteren van deze procedure leidt tot on-
herstelbare schade aan de connector en
aan de bekabeling:
Indien aanwezig, drukt men op de speci-
ale veiligheidskoppelingen.
Grijp de twee connectors vast
en verwijder ze, door ze in de
tegenovergestelde richting uit
elkaar te trekken.
In aanwezigheid van vuil, roest,
vochtigheid, enz., reinigt men
zorgvuldig de binnenkant van de
connector met gebruik van een
persluchtstraal.
Controleer of de kabels correct
vastgeklemd zijn aan de interne
terminals van de connectors.
Plaats vervolgens de twee con-
nectors, en controleer de cor-
recte koppeling (wanneer te-
genovergestelde koppelingen
aanwezig zijn, hoort men een ty-
pische "klik").
19
1 General rules / 1 Algemene normen
CAUTION
TO DISCONNECT THE TWO CONNEC-
TORS, DO NOT PULL THE CABLES.
NOTE
THE TWO CONNECTORS CONNECT
ONLY FROM ONE SIDE: CONNECT
THEM THE RIGHT WAY ROUND.
LET OP
TREK NIET AAN DE KABELS OM DE
TWEE CONNECTORS LOS TE MA-
KEN.
N.B.
DE TWEE CONNECTORS KUNNEN
MAAR OP EEN WIJZE INGEBRACHT
WORDEN, PLAATS ZE IN DE JUISTE
RICHTING OP DE KOPPELING.
TIGHTENING TORQUE
CAUTION
DO NOT FORGET THAT THE TIGHT-
ENING TORQUE OF ALL FASTENING
ELEMENTS ON WHEELS, BRAKES,
WHEEL SPINDLES AND OTHER SUS-
PENSION COMPONENTS PLAY A KEY
ROLE IN ENSURING THE VEHICLE'S
SAFETY AND MUST COMPLY WITH
SPECIFIED VALUES. CHECK THE
TIGHTENING TORQUE OF FASTEN-
ING PARTS ON A REGULAR BASIS
AND ALWAYS USE A TORQUE
WRENCH TO REASSEMBLE THESE
COMPONENTS. FAILURE TO COM-
PLY WITH THESE RECOMMENDA-
TIONS MAY CAUSE ONE OF THESE
COMPONENTS TO GET LOOSE AND
EVEN DETACHED, THUS BLOCKING
A WHEEL, OR OTHERWISE COMPRO-
MISE VEHICLE HANDLING. THIS CAN
LEAD TO FALLS, WITH THE RISK OF
SERIOUS INJURY OR DEATH.
SLUITINGSKOPPELS
LET OP
VERGEET NIET DAT DE SLUITINGS-
KOPPELS VAN ALLE BEVESTIGINGS-
ELEMENTEN OP WIELEN, REMMEN,
WIELPINNEN EN ANDERE ONDERDE-
LEN VAN DE OPHANGINGEN EEN
FUNDAMENTELE ROL SPELEN VOOR
HET GARANDEREN VAN DE VEILIG-
HEID VAN HET VOERTUIG, EN DAT ZE
AAN DE VOORGESCHREVEN WAAR-
DEN MOETEN GEHOUDEN WORDEN.
CONTROLEER REGELMATIG DE
SLUITINGSKOPPELS VAN DE BEVES-
TIGINGSELEMENTEN, EN GEBRUIK
STEEDS EEN DYNAMOMETRISCHE
SLEUTEL WANNEER MEN ZE HER-
MONTEERT. WANNEER MEN DEZE
WAARSCHUWINGEN NIET RESPEC-
TEERT, ZOU ÉÉN VAN DEZE ELEMEN-
TEN KUNNEN LOSSEN EN LOSKO-
MEN EN EEN WIEL BLOKKEREN OF
ANDERE PROBLEMEN VEROORZA-
KEN DIE DE MANOEUVREERBAAR-
20
1 General rules / 1 Algemene normen
HEID NEGATIEF KUNNEN BEÏNVLOE-
DEN ZODAT MEN KAN VALLEN MET
HET RISICO OP ERNSTIGE LETSELS
OF DE DOOD.
21
1 General rules / 1 Algemene normen
22
1 General rules / 1 Algemene normen
RXV 450-550
Chap. 02
Vehicle
Hst. 02
Voertuing
23
02_01
24
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_02
Arrangement of the main
components (02_02)
KEY
1. Coolant left side radiator
2. Left rear-view mirror
3. Fuel tank cap
4. Fuel tank
5. Battery
6. Saddle
7. Rear light
8. Rear fork
9. Drive chain
10. Rear left side fairing
Plaats van de
hoofdcomponenten (02_02)
Legende
1. Linker radiator koelvloeistof
2. Linker achteruitkijkspiegeltje
3. Dop van de brandstoftank
4. Brandstoftank
5. Accu
6. Zadel
7. Achterlicht
8. Achtervork
9. Transmissieketting
10. Linker zijplaatje achteraan
25
2 Vehicle / 2 Voertuing
11. Side stand
12. Left rider footrest
13. Gear shift lever
14. Main fuse box
15. Front left side fairing
16. Front right side fairing
17. Coolant right side radiator
18. Coolant expansion tank cap
19. Right rear-view mirror
20. Air filter housing
21. Auxiliary fuses housing
22. Rear right side fairing
23. Pump with rear brake fluid res-
ervoir
24. Right rider footrest
25. Rear brake control lever
11. Laterale standaard
12. Linker voetensteun van de be-
stuurder
13. Commandohendel voor het
schakelen
14. Hoofdzekeringenhouder
15. Linker zijplaatje vooraan
16. Rechter zijplaatje vooraan
17. Rechter radiator koelvloeistof
18. Dop van het expansievat van de
koelvloeistof
19. Rechter achteruitkijkspiegel
20. Doos luchtfilter
21. Doos secundaire zekeringen
22. Rechter zijplaatje achteraan
23. Pomp met vloeistoftank achter-
rem
24. Rechter voetensteun van de be-
stuurder
25. Commandohendel van de ach-
terrem
26
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_03
Dashboard (02_03)
KEY
1. Left rear-view mirror
2. Clutch control lever
3. Instruments and gauges
4. Ignition switch (ON-OFF)
5. Front brake lever
6. Right rear-view mirror
7. Throttle grip
Legenda (02_03)
Legende
1. Linker achteruitkijkspiegel
2. Commandohendel van de kop-
peling
3. Instrumenten en indicatoren
4. Ontstekingsschakelaar (ON-
OFF)
5. Hendel van de voorrem
6. Rechter achteruitkijkspiegel
7. Gashandvat
27
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_04
Analog instrument panel
(02_04)
KEY
1. SCROLL button
2. Neutral gear warning light
(green)
3. Engine oil pressure warning
light (red) (not active)
4. Multifunctional digital display.
5. Low fuel warning light (orange)
6. High-beam warning light (blue)
7. Turn indicator warning light
(green)
Analoog instrumentenpaneel
(02_04)
Legende
1. SCROLL knop
2. Controlelamp van de versnelling
in vrij (groen)
3. Controlelamp van de druk van
de motorolie (rood) (niet actief)
4. Digitaal multifunctioneel display
5. Controlelamp van de brandstof-
reserve (oranje)
6. Controlelamp van het groot licht
(blauw)
7. Controlelamp van de richting-
aanwijzers (groen)
Light unit
Neutral gear indicator «2 »
It comes on when neutral is selected.
Groep controlelampjes
Indicatielamp, versnellingsbak in vrij
«2 »
Deze licht op wanneer de versnellings-
bak zich in de vrijpositie bevindt.
Multifunction LCD display «4»
Speedometer (km/h - MPH) Displays
driving speed in three digits and in real
time.
Odometer km/mi Displays the partial or
total number of kilometres/miles covered
Multifunctioneel digitaal display «4 »
Snelheidsmeter (km/h - MPH) Visuali-
seert de onmiddellijke rijsnelheid op 3
cijfers.
28
2 Vehicle / 2 Voertuing
Kilometerteller / Mijlenteller Visuali-
seert het partieel of totaal aantal afgeleg-
de kilometers of mijlen
Low fuel warning light «5 »
Comes on when 2.2 ± 1 l (0.48 ± 0.22
Ukgal) of fuel are left in the fuel tank.
CAUTION
AVOID DEPLETING THE FUEL RE-
SERVE AT ALL COSTS, OR YOU WILL
DAMAGE THE FUEL PUMP.
Controlelamp van de brandstofreser-
ve «5 »
Deze licht op wanneer in de brandstof-
tank een hoevelheid brandstof overblijft
van 2,2 ± 1 liter (0.48 ± 0.22 Uk gal).
LET OP
VERMIJDT ABSOLUUT OM ZONDER
BRANDSTOFRESERVE TE VALLEN,
OMDAT ZO DE BRANDSTOFPOMP
WORDT BESCHADIGD.
High-beam warning light «6 »
It comes on when the high-beam light is
activated or the high-beam light is flash-
ed.
Controlelamp van het groot licht «6 »
Deze licht op wanneer de lampen van de
grote lichten geactiveerd zijn, of wanneer
men de knippering van de grote lichten
activeert.
Turn indicator warning light «7 »
It flashes when the turning indication is
activated
Controlelamp van de richtingaanwij-
zers «7 »
Deze knippert wanneer het signaal van
verandering van richting in functie is
29
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_05
Digital lcd display (02_05,
02_06, 02_07, 02_08, 02_09,
02_10, 02_11, 02_12, 02_13,
02_14, 02_15)
Each time the instrument panel turns on,
there is a 2-second check for the display
and all warning lights; afterwards, the in-
strument panel shows the last function
set.
Each time the SCROLL button is press-
ed, the functions are displayed in the fol-
lowing sequence:
Digitaal display (02_05, 02_06,
02_07, 02_08, 02_09, 02_10,
02_11, 02_12, 02_13, 02_14,
02_15)
Bij elke aanschakeling van het bedie-
ningspaneel volgt een check van 2 se-
conden van het display en de controle-
lampen, en vervolgens geeft het
dashboard de laatst ingestelde functie
weer.
Bij elke druk op de SCROLL knop volgen
de volgende functies elkaar op:
02_06
SPEED - ODO
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
The number of kilometres or miles cov-
ered, according to the setting, is shown
on the right side of the display.
SPEED - ODO
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt de afgelegde
afstand weergegeven in km of miles, af-
hankelijk van de instelling.
30
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_07
SPEED - H
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
The hours of engine operation are shown
on the right side of the display.
SPEED - H
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
Rechts op het display worden de wer-
kingsuren van de motor weergegeven.
02_08
SPEED - CLK
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
The time is shown on the right side of the
display.
CLOCK SETTING
The hours increase if you hold down the
SCROLL button for at least 3 seconds.
The minutes increase once the button is
released after 3 seconds.
SPEED - CLK
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt het uur weer-
gegeven.
INSTELLING VAN DE KLOK
Wanneer de SCROLL knop voor min-
stens 3 seconden wordt ingedrukt, zal de
waarde van de uren vergroten. Wanneer
de knop na 3 seconden wordt losgelaten,
zal de waarde van de minuten vergroten.
31
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_09
SPEED - TRIP 1
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
The number of kilometres or miles parti-
ally covered, according to the setting, is
shown on the right side of the display.
SPEED - TRIP 1
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt de partieel
afgelegde afstand weergegeven in km of
miles, afhankelijk van de instelling.
02_10
SPEED - STP 1
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
A chronometer is shown on the right side
of the display.
Hold down the SCROLL button for at
least 3 seconds to activate this function
1st activation - start
2nd activation - stop
3rd activation - reset
SPEED - STP 1
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt een chrono-
meter weergegeven.
Om deze functie te activeren, moet de
SCROLL knop voor minstens 3 secon-
den ingedrukt worden
1° activering - start
2° activering - stop
3° activering - nulstelling
32
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_11
SPEED - AVS 1
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
The average speed is shown on the right
side of the display. This information is
generated when TRIP 1 is activated.
SPEED - AVS 1
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt de gemid-
delde snelheid weergegeven. Dit gege-
ven wordt gegenereerd door de active-
ring van TRIP 1.
02_12
SPEED - Max speed
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
The maximum speed in the current unit
of measurement is shown on the right
side of the display.
Hold down the SCROLL button for at
least 3 seconds to reset this function.
SPEED - V max
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt de maximum
snelheid weergegeven in de huidige
meeteenheid.
Om deze functie op nul te stellen, moet
voor minstens 3 seconden op de
SCROLL knop gedrukt worden.
02_13
SPEED - TRIP 2
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
The number of kilometres or miles parti-
ally covered, according to the setting, is
shown on the right side of the display.
Hold down the SCROLL button for at
least 3 seconds to reset this function.
SPEED - TRIP 2
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt de partieel
afgelegde afstand weergegeven in km of
miles, afhankelijk van de instelling.
33
2 Vehicle / 2 Voertuing
Om deze functie op nul te stellen, moet
voor minstens 3 seconden op de
SCROLL knop gedrukt worden.
02_14
SPEED - RPM
The vehicle current speed is shown in
km/h or mph on the left side of the display.
The numbers for engine revolutions per
minute are shown on the right side of the
display.
SPEED - RPM
Links op het display wordt de onmiddelij-
ke snelheid van het voertuig weergege-
ven in km/h of mph.
Rechts op het display wordt het toerental
per minuut van de motor weergegeven.
02_15
UNIT OF MEASUREMENT CONVER-
SION
Start the vehicle while holding down the
SCROLL button until the "km/h" symbol
is displayed.
The "Km/h" and "Mph Miles" symbols will
be shown alternately.
Push the SCROLL button again when the
desired unit of measurement is shown.
OMZETTING VAN DE MEETEENHEID
Schakel het voertuig aan en hou de
SCROLL knop ingedrukt tot het symbool
"km/h" verschijnt.
De symbolen "Km/h" en "Mph Miles" zul-
len afwisselend weergegeven worden.
Druk nogmaals op de SCROLL knop
wanneer de gewenste meeteenheid
weergegeven wordt.
34
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_16
Ignition switch (02_16)
The ignition switch is in front of the left
radiator.
The vehicle is supplied with two keys
(one is the spare key).
The lights go off when the ignition switch
is set to «OFF».
NOTE
THE LIGHTS TURN ON AUTOMATI-
CALLY UPON THE ENGINE START-
UP.
Startschakelaar (02_16)
De ontstekingsschakelaar bevindt zich
vóór de linker radiator.
Bij het voertuig worden twee sleutels bij-
geleverd (één reservesleutel).
Het uitgaan van de lichten gebeurt wan-
neer de ontstekingsschakelaar op
«OFF» wordt geplaatst.
N.B.
DE LICHTEN LICHTEN AUTOMA-
TISCH OP NA DE START VAN DE MO-
TOR.
02_17
Locking the steering wheel
(02_17)
To lock the steering:
• Turn the handlebar completely to the
left.
• Push in the key and turn it anticlockwise
(to the left), move the handlebar slowly to
the right until the key is turned to the right
while still pressed.
• Remove the key.
Stuurslot vergrendelen
(02_17)
Om het stuur te blokkeren:
• Draai het stuur volledig naar links.
• Druk op de sleutel en draai hem in te-
genwijzerszin (naar links), stuur traag
naar rechts terwijl de sleutel ingedrukt
blijft en naar rechts wordt gedraaid.
• Verwijder de sleutel.
35
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_18
Horn button (02_18)
To action the horn, press button «3».
Drukknop claxon (02_18)
Door op drukknop «3» te drukken, acti-
veert men de akoestische melder.
02_19
Switch direction indicators
(02_19)
To indicate left turn, turn the switch «4»
to the left; to indicate right turn, turn the
switch «4» to the right. To deactivate the
turn indicator, press the «4» switch.
NOTE
ELECTRICAL COMPONENTS FUNC-
TION ONLY WHEN THE IGNITION KEY
IS SET TO "ON"
Schakelaar richtingaanwijzers
(02_19)
Verplaats schakelaar «4» naar links, om
aan te duiden dat men naar links draait;
Verplaats schakelaar «4» naar rechts,
om aan te duiden dat men naar rechts
draait; Druk op schakelaar «4» om de
richtingaanwijzer te desactiveren.
N.B.
DE ELEKTRISCHE ONDERDELEN
WERKEN ENKEL WANNEER DE ONT-
STEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN PO-
SITIE «ON» BEVINDT
36
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_20
High/low beam selector
(02_20)
If the light switch «2» is set to the upper
position, this activates the high-beam
light; if it is set to the lower position, the
low-beam light is switched on. In case of
danger and/or emergency it is possible to
activate high-beam flashing using the
«1» button.
Lichtschakelaar (02_20)
Wanneer de omleider van de lichten «2»
zich in de bovenste positie bevindt, wordt
het groot licht geactiveerd; wanneer hij
zich in de onderste positie bevindt, wordt
het dimlicht geactiveerd. Met drukknop
«1» is het mogelijk om het knipperen van
het groot licht te activeren in geval van
gevaar of nood.
02_21
Start-up button (02_21)
By pressing the starter button «2», the
starter motor makes the engine rotate.
Startknop (02_21)
Door op drukknop «2» te drukken, doet
het startmotortje de motor draaien.
37
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_22
Engine stop switch (02_22)
It acts as an engine cut-off or emergency
stop switch. With switch «1» set to «ON»
is possible to start the engine; by press-
ing it into the «OFF» position, the engine
stops.
CAUTION
DO NOT ACTIVATE THE ENGINE
STOP SWITCH WHILE RIDING THE
VEHICLE.
CAUTION
WITH ENGINE OFF AND THE IGNITION
SWITCH SET TO «ON» THE BATTERY
MAY GET DISCHARGED.
CAUTION
WHEN THE VEHICLE IS NOT MOVING,
AFTER THE ENGINE HAS BEEN
STOPPED, SET THE IGNITION
SWITCH TO «OFF»
Stopschakelaar motor (02_22)
Dit is een veiligheidsschakelaar of een
noodstopschakelaar. Met schakelaar
«1» in positie «ON», is het mogelijk om
de motor te starten; door er op te drukken
in positie «OFF» wordt de motor stilge-
legd.
LET OP
RAAK DE STOPSCHAKELAAR VAN
DE MOTOR NIET AAN TIJDENS HET
RIJDEN.
LET OP
MET DE MOTOR UIT EN DE ONTSTE-
KINGSSCHAKELAAR IN POSITIE
«ON», KAN DE ACCU ONTLADEN.
LET OP
WANNEER HET VOERTUIG STIL-
STAAT NADAT MEN DE MOTOR
HEEFT STILGELEGD, DRAAIT MEN
DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR IN
POSITIE «OFF».
38
2 Vehicle / 2 Voertuing
02_23
Opening the saddle (02_23,
02_24)
Turn the fastening clip.
Push the saddle forwards.
Zadel openen (02_23, 02_24)
Draai aan de bevestigingsclip.
Duw het zadel naar voor.
02_24
Remove the saddle.
Verwijder het zadel.
Identification (02_25, 02_26)
Write down the chassis and engine num-
ber in the specific space of this booklet.
The chassis number can be used to order
spare parts.
Identificatie (02_25, 02_26)
Het is goed om het framenummer en het
motornummer op de speciale plaats in dit
boekje te schrijven. Het framenummer
kan gebruikt worden voor de aankoop
van reserveonderdelen.
39
2 Vehicle / 2 Voertuing
CAUTION
ALTERING IDENTIFICATION NUM-
BERS IS AN OFFENCE WHICH MAY
RESULT IN SEVERE CRIMINAL
CHARGES AND FINES. PARTICULAR-
LY MODIFYING THE CHASSIS NUM-
BER WILL IMMEDIATELY INVALID-
ATE THE WARRANTY
LET OP
HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICA-
TIENUMMERS KAN LEIDEN TOT ZWA-
RE STRAFRECHTELIJKE EN ADMINI-
STRATIEVE SANCTIES; VOORAL DE
WIJZIGING VAN HET FRAMENUM-
MER VEROORZAAKT HET ONMID-
DELLIJKE VERVAL VAN DE GARAN-
TIE
02_25
ENGINE NUMBER
The engine number is stamped on the
base of the left side engine crankcase.
Engine No ....................
MOTORNUMMER
Het motornummer is gedrukt op het on-
derstel van de motorcarter, op de linker
kant.
Motor nr....................
02_26
CHASSIS NUMBER
The chassis number is stamped on the
right side of the headstock.
Chassis No....................
FRAMENUMMER
Het framenummer is gedrukt op de kop
van het stuur, rechter kant.
Frame nr....................
40
2 Vehicle / 2 Voertuing
41
2 Vehicle / 2 Voertuing
42
2 Vehicle / 2 Voertuing
RXV 450-550
Chap. 03
Use
Hst. 03
Gebruik
43
Checks
CAUTION
BEFORE SETTING-OFF, ALWAYS
CARRY OUT A PRELIMINARY CHECK
OF THE VEHICLE, FOR CORRECT
AND SAFE OPERATION. FAILURE TO
DO SO MAY LEAD TO SEVERE PER-
SONAL INJURY OR VEHICLE DAM-
AGE. DO NOT HESITATE TO CON-
TACT AN OFFICIAL aprilia DEALER IF
YOU DO NOT UNDERSTAND HOW
SOME CONTROLS WORK OR IF A
MALFUNCTION IS DETECTED OR
SUSPECTED. CHECKS DO NOT TAKE
LONG AND RESULT IN SIGNIFICANT-
LY ENHANCED SAFETY.
Controles
LET OP
VOER VOOR HET WEGRIJDEN AL-
TIJD EEN CONTROLE VAN HET
VOERTUIG UIT OM EEN CORRECTE
EN VEILIGE WERKZAAMHEID TE GA-
RANDEREN. HET NIET UITVOEREN
VAN DEZE HANDELINGEN KAN ERN-
STIGE LETSELS AAN UZELF OF
SCHADE AAN HET VOERTUIG VER-
OORZAKEN. AARZEL NIET OM ZICH
TE WENDEN TOT EEN Officiële aprilia
Dealer, WANNEER MEN DE WERKING
VAN BEPAALDE COMMANDO'S NIET
BEGRIJPT OF WANNEER MEN ONRE-
GELMATIGHEDEN IN DE WERKING
MERKT OF VERMOEDT. DE NODIGE
TIJD VOOR EEN CONTROLE IS UI-
TERST BEPERKT, EN DE VEILIGHEID
KOMT OP DE EERSTE PLAATS.
PRE-RIDE CHECKS
Front and rear disc brake Check operation. Check brake
lever travel when stationary and
brake fluid level. Check for leaks.
Check brake pads for wear. If
necessary top-up with brake fluid.
VOORAFGAANDE CONTROLES
Voorste en achterste schijfrem Controleer de werking, de loze slag
van de commandohendels, het peil
van de vloeistof en eventuele
lekken. Controleer de slijtage van
de pastilles. Indien nodig vult men
remvloeistof bij.
44
3 Use / 3 Gebruik
Throttle grip Check that the throttle functions
smoothly and can be fully opened
and closed in all steering positions.
Adjust and/or lubricate if
necessary.
Engine/gearbox oil Check and/or top-up as required.
Wheels/ tyres Check that tyres are in good
condition. Check inflation pressure
and check for tyre wear and
damage.
Remove any foreign objects stuck
in the tread.
Brake levers Check they function smoothly.
Lubricate joints and adjust travel if
necessary.
Clutch Check for proper operation. Check
control lever empty travel. The
clutch must work without gripping
and/or slipping.
Steering Check that the rotation is uniform,
smooth and there are no signs of
clearance or slackness.
Side stand Check its operation. Check that
there is no friction when the side
stand is pulled up and down and
that the springs' tension makes it
snap back to its rest position.
Lubricate joints and couplings as
required.
Gashendel Controleer of hij zacht werkt en of
men hem volledig kan openen en
sluiten, in alle posities van het
stuur. Registreer en/of smeer
indien nodig.
Olie motor/versnellingsbak Controleer en/of vul bij indien
nodig.
Wielen/banden Controleer de conditie van de
rijvlakken van de banden, de
spanning, de slijtage en eventuele
schade.
Verwijder eventueel aanwezige
vreemde voorwerpen uit het profiel
van het rijvlak.
Remhendels Controleer of ze zacht werken.
Smeer de bewegingsplaatsen en
regel de slag indien nodig.
Koppeling Controleer de werking en de lege
loop van de commandohendel. De
koppeling moet zonder rukken en/
of slippen werken.
Stuur Controleer of het draaien
homogeen en vloeiend, en zonder
speling of het lossen ervan
gebeurt.
Laterale standaard Controleer of ze werkt. Controleer
of er tijdens het in- en uitklappen
van de standaard geen wrijvingen
zijn, en of de spanning van de
45
3 Use / 3 Gebruik
Fastener elements Check that the fastener elements
are not loose.
Adjust or tighten if necessary.
Drive chain Check it for backlash.
Fuel tank Check the level and refill if
necessary.
Check the circuit for leaks or
obstructions.
Check that the tank cover closes
correctly.
Coolant The coolant level in the radiator
must be such as to cover the grids.
Engine stop switch (RUN - OFF) Check function.
Lights, warning lights, horn, rear
stop light switch and electrical
devices
Check function of horn and lights.
Replace bulbs or repair any faults
noted.
veren hem weer in de normale
positie brengt. Smeer indien nodig
de koppelingen en de
bewegingsplaatsen.
Bevestigingselementen Controleer of de
bevestigingselementen niet gelost
zijn.
Stel ze af of sluit ze eventueel.
Transmissieketting Controleer de speling.
Brandstoftank Controleer het peil, en tank indien
nodig.
Controleer eventuele lekken of
afsluitingen van het circuit.
Controleer de correcte sluiting van
de brandstofdop.
Koelvloeistof Het peil in de radiator moet zodanig
zijn dat de platen van de radiator
bedekt zijn.
Schakelaar voor het stilleggen van
de motor (RUN - OFF)
Controleer de correcte werking.
Lichten, controlelampen,
akoestische melder, schakelaars
van het achterste stoplicht en
elektrische mechanismen
Controleer de correcte werking van
de akoestische en visuele
mechanismen. Vervang de
lampjes of grijp in bij defecten.
46
3 Use / 3 Gebruik
03_01
Refuelling (03_01)
Use premium unleaded petrol as per DIN
51 607, minimum octane rating of 95
(NORM) and 85 (NOMM).
To refuel:
Unscrew and remove the fuel
tank cap (1).
Refuel.
CAUTION
FUEL USED TO POWER INTERNAL
COMBUSTION ENGINES IS HIGHLY
FLAMMABLE AND CAN BECOME EX-
PLOSIVE UNDER SPECIFIC CONDI-
TIONS. IT IS THEREFORE RECOM-
MENDED TO CARRY OUT REFUEL-
LING AND MAINTENANCE PROCE-
DURES IN A VENTILATED AREA WITH
THE ENGINE OFF. DO NOT SMOKE
DURING REFUELLING AND NEAR
FUEL VAPOURS, AVOID ANY CON-
TACT WITH NAKED FLAMES,
SPARKS OR OTHER SOURCES
WHICH MAY CAUSE THEM TO IGNITE
OR EXPLODE.
DO NOT DISPOSE OF FUEL IN THE
ENVIRONMENT.
KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-
DREN
Tanken (03_01)
Gebruik loodvrije superbenzine volgens
DIN 51 607, met een minimum octaan-
gehalte van 95 (N.O.R.M.) en 85
(N.O.M.M.).
Voor het tanken, handelt men als
volgt:
Draai de dop van de brandstof-
tank (1) los, en verwijder hem.
Voer het tanken van brandstof
uit.
LET OP
DE BRANDSTOF DIE WORDT GE-
BRUIKT VOOR DE AANDRIJVING VAN
DE ONTPLOFFINGSMOTOR IS UI-
TERST BRANDBAAR EN KAN EXPLO-
SIEF WORDEN IN BEPAALDE OM-
STANDIGHEDEN. VOER HET TANKEN
EN DE ONDERHOUDSHANDELINGEN
UIT IN EEN GEVENTILEERDE ZONE
EN MET DE MOTOR UIT. ROOK NIET
TIJDENS HET TANKEN EN IN DE NA-
BIJHEID VAN BRANDSTOFDAMPEN,
EN VERMIJD ABSOLUUT CONTACT
MET VRIJE VLAMMEN, VONKEN EN
ELKE ANDERE BRON DIE HET VLAM
VATTEN OF EXPLODEREN ERVAN
KAN VEROORZAKEN.
LOOS DE BRANDSTOF NIET IN HET
MILIEU.
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN
47
3 Use / 3 Gebruik
CAUTION
AVOID SPILLING FUEL FROM THE
FILLER OR IT MAY IGNITE IF IT
COMES INTO CONTACT WITH HOT
ENGINE PARTS. IN THE EVENT OF
ACCIDENTAL FUEL SPILLAGE, MAKE
SURE THAT THE AFFECTED AREA IS
FULLY DRY BEFORE STARTING THE
ENGINE. FUEL EXPANDS WITH HEAT
AND DIRECT SUNLIGHT. THERE-
FORE, NEVER FILL THE FUEL TANK
UP TO THE RIM. CLOSE THE CAP AD-
EQUATELY AFTER REFUELLING. BE
CAREFUL FUEL DOES NOT GET INTO
CONTACT WITH THE SKIN, DO NOT
INHALE VAPOURS OR SWALLOW
FUEL. DO NOT TRANSFER FUEL
FROM ONE CONTAINER TO ANOTH-
ER USING A HOSE.
Characteristic
FUEL TANK CAPACITY (including re-
serve):
7.5 l (1.65 Ukgal)
Reservoir reserve:
2.2 l (0.48 Ukgal)
LET OP
VERMIJDT HET UITSTROMEN VAN
BRANDSTOF UIT DE KLEP, OMDAT
HIJ KAN VLAM VATTEN IN CONTACT
MET DE GLOEIEND HETE OPPER-
VLAKKEN VAN DE MOTOR. WAN-
NEER ER ONVRIJWILLIG BRAND-
STOF WORDT GEMORST, CONTRO-
LEERT MEN OF DE ZONE COMPLEET
DROOG IS, VOORDAT MEN HET
VOERTUIG START. BRANDSTOF ZET
UIT DOOR DE WARMTE EN ONDER
ACTIE VAN ZONNESTRALEN. VUL DE
TANK DUS NOOIT TOT AAN DE RAND.
SLUIT ZORGVULDIG DE DOP NA HET
TANKEN. VERMIJDT DAT DE BRAND-
STOF IN CONTACT KOMT MET DE
HUID, VERMIJDT HET INADEMEN
VAN DE DAMPEN, HET INSLIKKEN,
EN HET OVERGIETEN VAN EEN TANK
NAAR EEN ANDERE MET BEHULP
VAN EEN BUIS.
Technische kenmerken
CAPACITEIT VAN DE TANK (inclusief
de reserve):
7,5 l (1.65 Uk gal)
Reserve van de tank
2,2 l (0.48 Uk gal)
48
3 Use / 3 Gebruik
03_02
Rear shock absorbers
adjustment (03_02, 03_03,
03_04, 03_05)
The rear suspension consists of a spring-
shock absorber unit linked to the frame
via silent-block and to the rear fork via a
linkage system. To adjust the setting, the
shock absorber is fitted with a set screw
that adjusts hydraulic rebound damping
(1), with a set screw (2) that adjusts hy-
draulic compression damping (low
speed), with a knob (6) that adjusts hy-
draulic compression damping (high
speed) and a ring nut that adjusts spring
preloading (3) and a locking ring nut (4).
Regulering achterdempers
(03_02, 03_03, 03_04, 03_05)
De achterste ophanging bestaat uit een
groep veerschokdemper, die verbonden
is door middel van een silentblock aan
het frame en door middel van hefsyste-
men aan de achtervork. Om de instelling
te regelen, is de schokdemper voorzien
van een regelaar met bout voor de rege-
ling van de hydraulische remming in ex-
tensie (1), van een regelaar met bout (2)
voor de regeling van de hydraulische
remming in compressie (lage snelheid),
van een draaiknop (6) voor de regeling
van de hydraulische remming in com-
pressie (hoge snelheid), van een moer
voor de regeling van de voorbelasting
van de veer (3) en van een blokkeermoer
(4).
03_03
REAR SHOCK ABSORBER ADJUST-
MENT
The standard setting of the rear shock
absorber is adjusted so as to satisfy all
main high and low speed riding condi-
tions, both with reduced and full vehicle
load. It is at any rate possible to insert
personal settings, depending on vehicle
utilisation.
REGELING VAN DE ACHTERSTE
SCHOKDEMPER
De standaardinstelling van de achterste
schokdemper is zodanig geregeld om te
voldoen aan de meeste rijcondities aan
lage en hoge snelheid, en met weinig en
volle lading van het voertuig. Het is alles-
zins mogelijk om een aangepaste rege-
ling uit te voeren volgens het gebruik van
het voertuig.
49
3 Use / 3 Gebruik
03_04
CAUTION
TO COUNT THE NUMBER OF RELEA-
SES AND/OR REVOLUTIONS OF AD-
JUSTMENT SETTINGS (1 - 2) ALWAYS
START FROM THE MOST RIGID SET-
TING (WHOLE CLOCKWISE ROTA-
TION OF THE SETTING). DO NOT
FORCE THE SET SCREWS (1 - 2) TO
TURN BEYOND THE END OF THE
STROKE ON BOTH SIDES SO AS NOT
DAMAGE THEM.
LET OP
VOOR HET TELLEN VAN HET AAN-
TAL KLIKKEN EN/OF DRAAIEN VAN
HET REGELREGISTER (1 - 2), VER-
TREKT MEN STEEDS VAN DE HARD-
STE INSTELLING (VOLLEDIGE ROTA-
TIE VAN HET REGISTER IN WIJZER-
ZIN). FORCEER DE ROTATIE VAN HET
REGELREGISTER NIET (1 - 2), NAAST
DE EINDELOOP IN TWEE RICHTIN-
GEN, VOOR HET VERMIJDEN VAN
MOGELIJKE BESCHADIGINGEN.
03_05
Using the specific spanner,
slightly loosen the locking ring
nut (4).
Operate on the adjusting ring
nut (3) to adjust the spring pre-
loading (B).
When the optimal adjustment
level has been obtained, screw
the locking nut ring (4) com-
pletely.
Operate on screw (2) to adjust
hydraulic compression damping
at low speeds (see chart).
Operate on knob (6) to adjust
hydraulic compression damping
at high speeds (see chart).
Gebruik de speciale sleutel, en
draai gematigd de blokkeer-
moer (4) los.
Handel op de regelmoer (3) om
de voorbelasting van de veer (B)
te regelen.
Wanneer men de optimale in-
richtingscondities heeft bereikt,
sluit men de blokkeermoer (4)
volledig.
Handel op de bout (2) voor de
regeling van de hydraulische
remming in compressie aan la-
ge snelheden (raadpleeg de ta-
bel).
Handel op de draaiknop (6) voor
de regeling van de hydraulische
remming in compressie aan ho-
ge snelheden (raadpleeg de ta-
bel).
50
3 Use / 3 Gebruik
CAUTION
SET SPRING PRELOAD AND RE-
BOUND DAMPING BASED ON THE
VEHICLE'S USAGE CONDITIONS. IF
YOU INCREASE THE SPRING PRE-
LOAD, YOU ALSO NEED TO IN-
CREASE REBOUND DAMPING, IN OR-
DER TO AVOID SUDDEN JERKS
WHEN RIDING. SHOULD YOU NEED
ANY ASSISTANCE, CONTACT AN Of-
ficial aprilia Dealer.
TO AVOID COMPROMISING THE
SHOCK ABSORBER'S OPERATION,
DO NOT LOOSEN SCREW «5» AND
DO NOT TAMPER WITH THE SEAL
UNDERNEATH IT, AS NITROGEN MAY
COME OUT, WITH RESULTING RISK
OF AN ACCIDENT.
CAUTION
SPORT SETTINGS MAY BE USED ON-
LY FOR OFFICIAL COMPETITIONS TO
BE CARRIED OUT ON TRACKS,
AWAY FROM NORMAL ROAD TRAF-
FIC AND WITH THE AUTHORISATION
OF THE RELEVANT AUTHORITIES.
USING SPORT SETTINGS AND RID-
LET OP
REGISTREER DE VOORBELASTING
VAN DE VEER EN DE HYDRAULISCHE
REMMING IN extensie VAN DE
SCHOKDEMPER, OP BASIS VAN DE
GEBRUIKSCONDITIES VAN HET
VOERTUIG. WANNEER MEN DE
VOORBELASTING VAN DE VEER
VERHOOGT, MOET MEN OOK DE HY-
DRAULISCHE REMMING IN extensie
VAN DE SCHOKDEMPER VERHO-
GEN, VOOR HET VERMIJDEN VAN
PLOTSELINGE STUITERINGEN TIJ-
DENS HET RIJDEN. INDIEN NODIG
WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële
aprilia Dealer.
OM DE WERKING VAN DE SCHOK-
DEMPER NIET TE SCHADEN, MAG DE
BOUT «5» NIET GELOST WORDEN EN
MAG MEN NIET HANDELEN OP HET
ONDERSTAANDE MEMBRAAN, AN-
DERS ZAL ER STIKSTOF UITSTRO-
MEN, EN IS ER GEVAAR OP ONGE-
VALLEN.
51
3 Use / 3 Gebruik
ING THE VEHICLE ON ROADS AND
MOTORWAYS WITH THESE SET-
TINGS IS STRICTLY FORBIDDEN.
LET OP
DE REGELINGEN VOOR SPORTIEF
GEBRUIK MOGEN UITSLUITEND UIT-
GEVOERD WORDEN VOOR GEORGA-
NISEERDE WEDSTRIJDEN OF SPOR-
TIEVE EVENEMENTEN, DIE ALLES-
ZINS IN EEN GESLOTEN CIRCUIT
MOETEN GEREDEN WORDEN, NIET
IN HET VERKEER, EN MET TOESTEM-
MING VAN DE RECHTSBEVOEGDE
AUTORITEITEN. HET IS TEN STRENG-
STE VERBODEN OM REGELINGEN
VOOR SPORTIEF GEBRUIK UIT TE
VOEREN, EN OM MET HET VOERTUIG
VOORZIEN VAN DEZE INRICHTING TE
RIJDEN OP WEGEN EN AUTOSTRA-
DES.
REAR SUSPENSION STANDARD ADJUSTMENT
Shock absorber axial distance (A) 473 ± 1.5 mm (18.6 ± 0.06 in)
(preloaded) Spring (B) length 241 ± 1 mm (9.48 in)
Rebound adjustment, screw (1) 16 clicks from fully closed
Compression damping
adjustment, (low speeds), screw
(2)
13 clicks from fully closed
STANDAARD REGELING VAN DE ACHTERSTE
OPHANGING
Asafstand van de schokdemper
(A)
473 ± 1,5 mm (18.6 ± 0.06 in)
Lengte van de veer (voorbelast)
(B)
241 ± 1 mm (9.48 in)
Regeling in extensie, bout (1) 16 klikken vanaf helemaal gesloten
Regeling in compressie (lage
snelheid), bout (2)
13 klikken vanaf helemaal gesloten
52
3 Use / 3 Gebruik
Compression damping
adjustment, (high speeds), knob
(6)
14 clicks from fully closed Regeling in compressie (hoge
snelheid), knop (6)
14 klikken vanaf helemaal gesloten
03_06
Front fork adjustment (03_06,
03_07)
FRONT SUSPENSION
The front suspension consists of a hy-
draulic fork connected to the headstock
by means of two plates. To adjust the ve-
hicle setting, each fork stem is equipped
with an upper screw «1» to adjust re-
bound damping and with a lower screw
«2» to adjust compression damping.
FRONT FORK ADJUSTMENT
CAUTION
TO PREVENT DAMAGE, DO NOT
FORCE THE ADJUSTER (1-2) BE-
YOND THE RESPECTIVE END OF
TRAVEL IN EITHER DIRECTION. SET
BOTH STEMS WITH THE SAME
SPRING PRELOAD AND DAMPING
TOLERANCES: RIDING THE VEHICLE
WITH A DIFFERENT ADJUSTMENT
FOR THE TWO STEMS REDUCES ITS
STABILITY. IF YOU INCREASE
SPRING PRELOAD, YOU ALSO NEED
TO INCREASE REBOUND DAMPING
TO PREVENT SUDDEN JERKS WHILE
RIDING.
Regulering voorvorken
(03_06, 03_07)
VOORSTE OPHANGING
De voorste ophanging bestaat uit een hy-
draulische vork, verbonden door middel
van twee platen aan de stuurinrichtings-
kop Voor de instelling van de inrichting
van het voertuig, is elke stang van de vork
voorzien van een bovenste bout «1» voor
de regeling van de hydraulische regeling
in extensie, en een onderste bout «2»
voor de regeling van de hydraulische
remming in compressie.
REGELING VAN DE VOORVORK
LET OP
FORCEER DE ROTATIE VAN HET RE-
GELREGISTER (1-2) NIET VERDER
DAN DE EINDSLAG IN DE TWEE RICH-
TINGEN, OM MOGELIJKE BESCHADI-
GINGEN TE VERMIJDEN. STEL BEIDE
STANGEN IN MET DEZELFDE IJKING
VAN DE VOORBELASTING VAN DE
VEER EN DE HYDRAULISCHE REM-
MING: WANNEER MEN MET HET
VOERTUIG RIJDT MET EEN VER-
SCHILLENDE INSTELLING VAN DE
STANGEN, VERMINDERT DIT DE STA-
BILITEIT VAN HET VOERTUIG. WAN-
53
3 Use / 3 Gebruik
NEER MEN DE VOORBELASTING
VAN DE VEER VERHOOGT, MOET
MEN OOK DE HYDRAULISCHE REM-
MING IN EXTENSIE VERHOGEN, OM
PLOTSELINGE STUITERINGEN TIJ-
DENS HET RIJDEN TE VERMIJDEN.
03_07
The standard setting of the front fork is
adjusted so as to satisfy all main high and
low speed riding conditions, both with re-
duced and full vehicle load. It is at any
rate possible to insert personal settings,
depending on vehicle usage.
Front suspension standard adjustment:
Rebound damping adjustment,
screw (1): open (**) 12 clicks
from fully closed (*);
Compression damping adjust-
ment, screw (2): open (**) 12
clicks from fully closed (*) (H);
Stems (A) (***) protrusion from
top plate (excluding cover): 1
notch.
(*)= Clockwise
(**)= Anticlockwise
(***)= Only use an Official aprilia Dealer
for this type of adjustment
CAUTION
TO COUNT THE NUMBER OF RELEA-
SES AND/OR REVOLUTIONS OF AD-
JUSTMENT SETTINGS (1 - -2) AL-
WAYS START FROM THE MOST RIGID
De standaardinstelling van de voorste
schokdemper is zodanig geregeld om te
voldoen aan de meeste rijcondities aan
lage snelheid, en met weinig en met volle
lading van het voertuig. Het is alleszins
mogelijk om een aangepaste regeling uit
te voeren, volgens het gebruik van het
voertuig.
Standaard regeling van de voorste op-
hanging:
Hydraulische regeling in exten-
sie, bout (1) vanaf alles gesloten
(*), openen (**) voor 12 klikken;
Hydraulische regeling in com-
pressie, bout (2) vanaf alles ge-
sloten (*) (H), openen (**) voor
12 klikken;
Uitsteking van de stangen (A)
(***) vanaf de bovenste plaat
(exclusief de dop): 1 streep.
(*)= Wijzerszin
(**)= Tegenwijzerszin
(***)= Voor dit type van regeling wendt
men zich uitsluitend tot een Officiële apri-
lia Dealer
54
3 Use / 3 Gebruik
SETTING (WHOLE CLOCKWISE RO-
TATION OF THE SETTING).
CAUTION
SPORT SETTINGS MAY BE USED ON-
LY FOR OFFICIAL COMPETITIONS TO
BE CARRIED OUT ON TRACKS,
AWAY FROM NORMAL ROAD TRAF-
FIC AND WITH THE AUTHORISATION
OF THE RELEVANT AUTHORITIES.
USING SPORT SETTINGS AND RID-
ING THE VEHICLE ON ROADS AND
MOTORWAYS WITH THESE SET-
TINGS IS STRICTLY FORBIDDEN.
LET OP
VOOR HET TELLEN VAN HET AAN-
TAL KLIKKEN EN/OF DRAAIEN VAN
HET REGELREGISTER (1-2), VER-
TREKT MEN STEEDS VAN DE HARD-
STE INSTELLING (VOLLEDIGE ROTA-
TIE VAN HET REGISTER IN WIJZERS-
ZIN).
LET OP
DE REGELINGEN VOOR SPORTIEF
GEBRUIK MOGEN UITSLUITEND UIT-
GEVOERD WORDEN VOOR GEORGA-
NISEERDE WEDSTRIJDEN OF SPOR-
TIEVE EVENEMENTEN, DIE ALLES-
ZINS IN EEN GESLOTEN CIRCUIT
MOETEN GEREDEN WORDEN, NIET
IN HET VERKEER, EN MET TOESTEM-
MING VAN DE RECHTSBEVOEGDE
AUTORITEITEN. HET IS TEN STRENG-
STE VERBODEN OM REGELINGEN
VOOR SPORTIEF GEBRUIK UIT TE
VOEREN, EN OM MET HET VOERTUIG
VOORZIEN VAN DEZE INRICHTING TE
RIJDEN OP WEGEN EN AUTOSTRA-
DES.
Running in
Engine run-in is essential to ensure en-
gine long life and correct operation.
Twisty roads and gradients are ideal to
Inrijden
De proefperiode van de motor is funda-
menteel voor het garanderen van de duur
en de correcte werking. Rij indien moge-
55
3 Use / 3 Gebruik
run in engine, brakes and suspensions
effectively. Vary your riding speed during
the run-in. In this way, you allow for the
work of components to be "loaded" and
then "unloaded", thus cooling the engine
parts. Even if it is important to "strain" en-
gine components during run-in, make
sure not to overdo this.
Follow the guidelines detailed below:
Do not twist the throttle grip
abruptly and completely when
the engine is working at a low
revs, either during or after run-
in.
for the first 3 operating hours, do
not exceed 50% of the throttle
grip travel and never go over
8000 rpm,
for the next 12 hours, do not ex-
ceed 75% of the throttle grip
travel.
NOTE
EVEN AFTER THE RUNNING-IN PERI-
OD, AVOID RUNNING THE ENGINE TO
TOP SPEED, WHEN THE LIMITER
CUTS IN:
RXV 450 11500 rpm
RXV 550 11000 rpm
lijk op wegen met veel bochten en/of hel-
lingen, waar de motor, de ophangingen
en de remmen worden onderworpen aan
een meer efficiëntere proefperiode. Wij-
zig de rijsnelheid tijdens de proefperiode.
Op deze manier kan men het werk van de
onderdelen "belasten" en vervolgens
"ontlasten", door de delen van de motor
af te koelen. Ook al is het belangrijk om
de onderdelen van de motor tijdens de
proefperiode te belasten, moet men op-
letten om niet te overdrijven.
Men moet zich houden aan de volgen-
de indicaties:
Versnel niet bruusk en volledig
wanneer de motor aan een laag
regime werkt, tijdens en na de
proefperiode.
voor de eerste 3 werkingsuren
mag de gashendel voor maxi-
mum 50% gedraaid worden, en
mogen de 8000 toeren/min
(rpm) niet overschreden wor-
den,
voor de volgende 12 uren mag
de gashendel voor maximum
75% gedraaid worden.
N.B.
OOK NA DE PROEFPERIODE MOET
MEN VERMIJDEN OM DE MOTOR TE
LATEN DRAAIEN AAN HET TOEREN-
AANTAL VAN DE INGREEP VAN DE
BEGRENZER:
RXV 450 11500 rpm (toeren/
min)
56
3 Use / 3 Gebruik
RXV 550 11000 rpm (toeren/
min)
Starting up the engine (03_08,
03_09, 03_10, 03_11, 03_12)
CAUTION
DO NOT CARRY OBJECTS IN THE
WINDSHIELD (BETWEEN HANDLE-
BAR AND INSTRUMENT PANEL) SO
THAT THE HANDLEBAR CAN TURN
FREELY AND THE INSTRUMENT PAN-
EL IS VISIBLE AT ALL TIMES.
CAUTION
BEFORE STARTING THE ENGINE,
READ THE ''SAFE RIDING'' SECTION
CAREFULLY.
Starten des motors (03_08,
03_09, 03_10, 03_11, 03_12)
LET OP
PLAATS GEEN VOORWERPEN IN HET
KAPJE (TUSSEN HET STUUR EN HET
DASHBOARD), ZODAT DE ROTATIE
VAN HET STUUR EN HET ZICHT OP
HET DASHBOARD NIET WORDEN GE-
HINDERD.
LET OP
VOORALEER MEN DE MOTOR
START, LEEST MEN AANDACHTIG DE
PARAGRAAF "HET VEILIG RIJDEN''.
03_08
Get onto the bike in riding posi-
tion.
Make sure that the stand has
been fully retracted.
Make sure the light switch (1) is
set to "low-beam".
Set the engine stop switch (2) to
RUN.
Ga op het voertuig zitten in de
rijpositie.
Controleer of de standaard vol-
ledig ingeklapt is.
Controleer of de omleider van
de lichten (1) zich in de positie
van de dimlichten bevindt.
Plaats de schakelaar voor het
stilleggen van de motor (2) op
RUN.
57
3 Use / 3 Gebruik
03_09
Push the ignition switch (4) (a
red LED lights up in the switch).
Druk op de ontstekingsschake-
laar (4) (er zal een rode led op-
lichten op de schakelaar).
At this stage:
The ignition screen is shown on
the displayed for two seconds.
All warning lights in the instru-
ment panel turn on for two sec-
onds.
Op dit moment gebeurt het volgende:
Op het dashboard verschijnt het
beeldscherm van de start voor
twee seconden.
Op het dashboard lichten alle
controlelampen op voor twee
seconden.
Block at least one wheel by op-
erating one brake lever.
Operate the clutch lever com-
pletely and set the gearshift lev-
er to neutral [green warning light
(N) on].
Blokkeer minstens een wiel,
door een remhendel te active-
ren.
Activeer de koppelingshendel
volledig, en plaats de comman-
dohendel van de versnellings-
bak in vrij [groene controlelamp
(N) aan].
Press the starter button «3»
without opening the throttle and
release it as soon as the engine
starts.
Druk op de startknop «3» zon-
der gas te geven, en laat hem
los zodra de motor start.
58
3 Use / 3 Gebruik
03_10
03_11
03_12
CAUTION
DO NOT START THE ENGINE WHEN A
GEAR AND THE CLUTCH ARE EN-
GAGED.
CAUTION
IN ORDER TO AVOID EXCESSIVE
BATTERY CONSUMPTION, DO NOT
KEEP THE START-UP BUTTON ON
«3» FOR MORE THAN THREE SEC-
ONDS AT A TIME FOR FIVE SUCCES-
SIVE ATTEMPTS. IF THE ENGINE
DOES NOT START, WAIT FOR SOME
TIME TO ALLOW THE STARTER MO-
TOR TO COOL.
CAUTION
TO AVOID OVERLOADING THE
START-UP COMPONENTS, THE VEHI-
CLE ELECTRONIC CONTROL UNIT IN-
TERVENES IN CASE OF DIFFICULT
START-UP: THE STARTER MOTOR
CAN BE ACTIVATED FOR A MAXIMUM
OF 6 SECONDS, TIME AFTER WHICH
THE CONTROL UNIT DISABLES
START-UP FOR 10 SECONDS. ONLY
AFTER THIS TIME HAS ELAPSED,
YOU CAN ATTEMPT A NEW START-
UP. IN CASE OF EMERGENCY, THE
TIMER CAN BE RESET WITH A "KEY
OFF/KEY ON", AND THEN THE VEHI-
CLE CAN BE STARTED.
LET OP
START DE MOTOR NIET WANNEER
ER GESCHAKELD IS EN WANNEER
DE KOPPELING GEACTIVEERD IS
LET OP
OM EEN EXCESSIEF VERBRUIK VAN
BRANDSTOF TE VERMIJDEN, DRUKT
MEN NIET LANGER OP DE START-
KNOP «3» VOOR LANGER DAN DRIE
SECONDEN, VOOR VIJF OPEENVOL-
GENDE POGINGEN. WANNEER IN DIT
TIJDSINTERVAL DE MOTOR NIET
START, WACHT MEN ENKELE MINU-
TEN ZODAT DE STARTMOTOR KAN
AFKOELEN.
LET OP
OM DE STARTMECHANIEK NIET TE
OVERBELASTEN, GRIJPT DE ELEK-
TRONISCHE CENTRALE VAN HET
VOERTUIG IN IN GEVAL VAN EEN
MOEILIJKE START: DE STARTMO-
TOR KAN VOOR MAXIMUM 6 SECON-
DEN CONTINU GEACTIVEERD WOR-
DEN, WAARNA DE CENTRALE DE
START VOOR 10 SECONDEN ZAL
DESACTIVEREN; NA DEZE 10 SE-
CONDEN KAN EEN NIEUWE POGING
ONDERNOMEN WORDEN. IN NOOD-
GEVALLEN KAN DE TIMER OP NUL
GESTELD WORDEN, DOOR EEN KEY
OFF/KEY ON UIT TE VOEREN, EN KAN
DE START ONMIDDELLIJK UITGE-
VOERD WORDEN.
59
3 Use / 3 Gebruik
CAUTION
AVOID PRESSING THE «ON» START-
ER BUTTON WHEN THE ENGINE HAS
ALREADY STARTED, AS THIS COULD
DAMAGE THE STARTER MOTOR.
CAUTION
DUE TO THE ENGINE'S TIGHT MANU-
FACTURING TOLERANCES AND THE
FACT THAT OIL DUCTS ARE SIZED
FOR SPORTS APPLICATIONS, THE
ENGINE MAY NOT START AT TEM-
PERATURES LOWER THAN 0 °C (32 °
F). DO NOT ATTEMPT TO START THE
ENGINE TIME AND TIME AGAIN TO
AVOID DAMAGING THE STARTER
MOTOR. IT IS THEREFORE ADVISA-
BLE TO PARK THE VEHICLE IN-
DOORS, PARTICULARLY DURING
THE WINTER.
CAUTION
DO NOT SET OFF SUDDENLY WHEN
THE ENGINE IS COLD. RIDE AT LOW
SPEED FOR SEVERAL KILOMETRES.
THIS WILL ALLOW THE ENGINE TO
WARM UP AND REDUCE POLLUTING
EMISSIONS AND FUEL CONSUMP-
TION.
LET OP
VERMIJDT OM OP DE STARTKNOP
«ON» TE DRUKKEN WANNEER DE
MOTOR GESTART IS, WANT DE
STARTMOTOR ZOU BESCHADIGD
KUNNEN WORDEN.
LET OP
ALS GEVOLG VAN DE BEPERKTE
BOUWTOLERANTIES VAN DE MO-
TOR EN DE DIMENSIONERING VOOR
SPORTIEF GEBRUIK VAN DE SLIPKA-
NALEN VAN DE OLIE, ZOU HET KUN-
NEN DAT DE MOTOR NIET START BIJ
TEMPERATUREN DIE LAGER ZIJN
DAN 0 °C (32 °F). VERMIJDT OM DOOR
TE GAAN MET POGINGEN OM TE
STARTEN, OM DE STARTMOTOR
NIET TE BESCHADIGEN. ER WORDT
AANGERADEN OM HET VOERTUIG
TE STALLEN IN GESLOTEN RUIMTES,
VOORAL TIJDENS DE WINTER.
LET OP
VERTREK NIET BRUUSK WANNEER
DE MOTOR KOUD STAAT. OM DE
EMISSIE VAN VERVUILENDE STOF-
FEN IN DE LUCHT EN HET BRAND-
STOFVERBRUIK TE BEPERKEN,
RAADT MEN AAN OM DE MOTOR OP
TE WARMEN, DOOR DE EERSTE KI-
LOMETERS AF TE LEGGEN AAN EEN
BEPERKTE SNELHEID.
60
3 Use / 3 Gebruik
Stopping the engine (03_13)
It is very important to select an adequate
parking spot, in compliance with road sig-
nals and the guidelines described below.
CAUTION
PARK ON SAFE AND LEVEL GROUND
TO PREVENT THE VEHICLE FROM
FALLING.
DO NOT LEAN THE vehicle ON A
WALL OR LAY IT ON THE GROUND.
MAKE SURE THE VEHICLE AND SPE-
CIALLY ITS HOT PARTS DO NOT
POSE ANY RISK TO PEOPLE OR
CHILDREN. DO NOT LEAVE YOUR VE-
HICLE UNATTENDED WITH THE EN-
GINE ON OR THE KEY IN THE IGNI-
TION SWITCH.
DO NOT SEAT ON THE VEHICLE
WHEN THE STAND IS LOWERED.
Stoppen van de motor (03_13)
De keuze van de parkeerzone is zeer be-
langrijk en moet de verkeerstekens en de
volgende aanduidingen respecteren.
LET OP
PARKEER HET VOERTUIG OP EEN
VASTE EN VLAKKE ONDERGROND,
ZODAT HET NIET VALT.
LAAT HET VOERTUIG NIET STEUNEN
TEGEN MUREN, EN LEG HET NIET OP
DE GROND.
CONTROLEER OF HET VOERTUIG,
EN VOORAL DE GLOEIEND HETE DE-
LEN ERVAN, NIET GEVAARLIJK KUN-
NEN ZIJN VOOR PERSONEN EN KIN-
DEREN. LAAT HET VOERTUIG NIET
ONBEWAAKT ACHTER MET DE MO-
TOR AAN, OF MET DE SLEUTEL IN DE
ONTSTEKINGSSCHAKELAAR.
GA NIET OP HET VOERTUIG ZITTEN
WANNEER DE STANDAARD UITGE-
KLAPT IS.
To park the vehicle:
Select an appropriate parking
spot.
Stop the vehicle.
Set the engine stop switch «1»
to «OFF».
Voor het parkeren van het voertuig:
De parkeerzone kiezen.
Het voertuig stilleggen.
Plaats de schakelaar voor het
stilleggen van de motor «1» op
«OFF».
61
3 Use / 3 Gebruik
Set the ignition switch «2» to
«OFF» .
The red LED next to the switch
should turn off.
Plaats de ontstekingsschake-
laar «2» op «OFF».
De rode led naast de schakelaar
moet uitgaan.
03_13
Get off the vehicle.
Rest the vehicle on its stand.
Stap van het voertuig af.
Plaats het voertuig op de stan-
daard.
03_14
Anti-theft device (03_14)
Six Days Version:
The Six Days version is supplied with an
antitheft device (1) to be applied to the
rear brake disc (2) (padlock with key
lock).
NOTE
REMOVE THE ANTITHEFT DEVICE
FROM THE REAR BRAKE DISC EACH
TIME YOU USE THE VEHICLE OR
WHEN CARRYING OUT ANY PROCE-
DURE WITH ENGINE OFF. FAILURE
Antidiefstalsysteem (03_14)
Versie Six Days:
De versie Six Days is uitgerust met een
antidiefstalsysteem (1) dat moet aange-
bracht worden op de schijf van de ach-
terrem (2) (hangslot met sleutel).
N.B.
VERWIJDER HET ANTIDIEFSTALSYS-
TEEM VAN DE SCHIJF VAN DE ACH-
TERREM ELKE KEER HET VOERTUIG
WORDT GEBRUIKT OF EEN MA-
NOEUVRE UITGEVOERD WORDT
62
3 Use / 3 Gebruik
TO OBSERVE THIS WARNING MAY
SERIOUSLY DAMAGE THE VEHICLE
AND INJURE PEOPLE.
WANNEER HET VOERTUIG NIET GE-
START IS. HET NIET RESPECTEREN
VAN DEZE WAARSCHUWING KAN
ERNSTIGE SCHADE AAN HET VOER-
TUIG EN LETSELS AAN PERSONEN
VEROORZAKEN.
03_15
Stand (03_15)
To place the vehicle on the stand:
Grasp the left grip «1» and put
the right hand on the upper rear
part of the vehicle «2».
Push the side stand «3» with
your right foot, and extend it
completely.
With the stand fully extended,
lean the vehicle to the side until
the stand rests on the ground.
Turn the handlebar fully left-
wards.
CAUTION
MAKE SURE THE GROUND WHERE
YOU HAVE PARKED IS UNOCCUPIED,
FIRM AND LEVEL.
Standaard (03_15)
Voor het plaatsen van het voertuig op de
standaard:
Grijp het linker handvat «1» vast
en steun de rechter hand op het
achterste bovenste deel van het
voertuig «2».
Duw op de laterale standaard
«3» met de rechter voet, en klap
hem volledig uit.
Hou de standaard volledig uit-
geklapt, en hel het voertuig tot
de standaard de grond raakt.
Draai het stuur volledig naar
links.
LET OP
CONTROLEER OF HET TERREIN VAN
DE PARKEERZONE VRIJ, VAST EN
VLAK IS.
63
3 Use / 3 Gebruik
03_16
03_17
03_18
Safe driving (03_16, 03_17,
03_18, 03_19, 03_20, 03_21,
03_22, 03_23, 03_24, 03_25,
03_26, 03_27)
MAIN SAFETY RULES
To ride the vehicle it is necessary to com-
ply with all legal requirements (driving
license, minimum driving age, psycho-
physical performance, insurance, taxes
and fees, registration, license plate, etc.).
You should practise using the vehicle in
traffic-free areas and/or private property
until you have become thoroughly ac-
quainted with the vehicle.
Driving under the influence of medica-
tion, alcohol and narcotic drugs or psy-
chotropic substances dramatically in-
creases the risk of accidents.
Do not ride your vehicle if you feel tired or
drowsy and always keep safe psycho-
physical riding conditions.
The main cause of motorcycle accidents
is users' inexperience.
NEVER lend the vehicle to beginners and
always make sure that the rider complies
with all necessary requirements for a safe
riding.
Strictly obey all national and local traffic
signs and rules.
Avoid any abrupt and dangerous
swerves for your own as well as others'
safety (for example: rearing up on the
Veilig rijden (03_16, 03_17,
03_18, 03_19, 03_20, 03_21,
03_22, 03_23, 03_24, 03_25,
03_26, 03_27)
FUNDAMENTELE VEILIGHEIDSRE-
GELS
Om met het voertuig te rijden moet men
beschikken over alle door de wet voor-
ziene vereisten (rijbewijs, minimum leef-
tijd, psychofysische geschiktheid, verze-
kering, overheidsbelasting, registratie,
nummerplaat, enz.).
Men raadt aan om het voertuig gewoon
te raken in zones met weinig verkeer en/
of in private eigendommen.
Rijden onder invloed van medicijnen, al-
cohol, verdovende of psychotrope mid-
delen verhoogt aanzienlijk het risico op
ongevallen.
Men moet er zeker van zijn dat de psy-
chofysische condities geschikt zijn voor
het rijden, met vooral aandacht voor fysi-
sche moeheid of slaperigheid.
De meeste ongevallen zijn te wijten aan
het gebrek aan ervaring van de bestuur-
der.
Leen het voertuig NOOIT aan beginners,
en controleer in elk geval of de bestuur-
der in het bezit is van alle vereisten voor
het rijden.
64
3 Use / 3 Gebruik
back wheel, riding over the speed limit,
etc.). Besides, always assess and bear in
mind the road surface conditions, visibil-
ity, etc.
Do not knock obstacles that can damage
the vehicle or cause loss of control.
Do not ride on the course of the vehicle
in front just to improve your own speed.
CAUTION
ALWAYS RIDE WITH BOTH HANDS
ON THE HANDLEBAR AND FEET ON
THE FOOTRESTS (OR THE RIDER' S
FOOTRESTS) IN THE ADEQUATE RID-
ING POSITION.
Respecteer nauwkeurig de bewegwijze-
ring en het normenstelsel in verband met
het nationale en plaatselijk verkeer.
Vermijdt bruuske en gevaarlijke manoeu-
vres voor zichzelf en voor anderen (voor-
beeld: het steigeren, het niet naleven van
de snelheidslimieten, enz.), bovendien
moet men steeds rekening houden met
de condities van het wegdek, de zicht-
baarheid, enz.
Stoot niet tegen obstakels die schade
aan het voertuig of controleverlies over
het voertuig kunnen veroorzaken.
Blijf niet achter voertuigen rijden om de
eigen snelheid te verhogen.
LET OP
RIJ STEEDS MET BEIDE HANDEN OP
HET STUUR EN DE VOETEN OP HET
VOETENVLAK (OF OP DE VOETEN-
STEUNEN VAN DE BESTUURDER),
EN BEHOU EEN CORRECTE RIJPOSI-
TIE.
65
3 Use / 3 Gebruik
03_19
03_20
03_21
Never stand on your feet or stretch your-
self while riding.
The rider should always be attentive,
never get distracted or influenced by peo-
ple, things or actions (never smoke, eat,
drink, read, etc.) while riding.
Always use fuel and lubricants specific
for the vehicle, of the type recommended
in the "LUBRICANTS TABLE". Check
fuel, oil and coolant frequently for correct
level.
In case of an accident or after the vehicle
has fallen down or suffered a sudden
bump, make sure the control levers, pip-
ing, cables, brake circuit and main parts
of the vehicle have not been damaged.
If necessary, take the vehicle to an Offi-
cial aprilia Dealer to check especially the
frame, handlebar, suspensions, safety
components and any device the user
cannot assess without the aid of a spe-
cialist.
Report any malfunction to the engineers
and/or mechanics in order to facilitate
their work.
Never ride the vehicle if the damage jeop-
ardises safety.
Do not modify the position, angle or col-
our of: license plate, turn indicators, light-
ing devices and horn.
Any changes to the vehicle will void the
warranty.
Vermijdt absoluut om recht te staan op
het voertuig en om zich uit te rekken tij-
dens het rijden.
De bestuurder mag niet afgeleid zijn, zich
niet laten afleiden of niet laten beïnvloe-
den door personen, voorwerpen, acties
(niet eten, roken, drinken, lezen, enz.)
wanneer hij met het voertuig rijdt.
Gebruik de brandstof en specifieke
smeermiddelen voor het voertuig, van
het type dat men vindt in de "TABEL VAN
DE SMEERMIDDELEN", controleer her-
haaldelijk of de voorgeschreven peilen
van brandstof, olie en koelvloeistoffen
correct zijn.
Wanneer het voertuig een ongeval heeft
gehad, gevallen is of er werd tegen ge-
stoten, controleert men of de comman-
dohendels, de buizen, de kabels, de
reminstallatie en de fundamentele delen
niet zijn beschadigd.
Laat het voertuig eventueel controleren
bij een Officiële aprilia Dealer, door voor-
al aandacht te schenken voor het frame,
het stuur, de ophangingen, de veilig-
heidsonderdelen en mechanismen waar-
voor de gebruiker niet in staat is om hun
integriteit vast te stellen.
Meldt eender welke slechte werking om
de ingreep van techniekers en/of mecha-
niciens te bevorderen.
Rij absoluut niet met het voertuig wan-
neer de aangebrachte schade de veilig-
heid schaadt.
66
3 Use / 3 Gebruik
Any change introduced to the vehicle and
the removal of original parts may jeop-
ardise the vehicle performance and
therefore reduce safety or even render
the vehicle inappropriate for legal riding.
Comply with all national and local laws
and regulations on vehicle equipment.
In particular do not introduce technical
changes leading to improve performance
and under no circumstances alter the
original specifications of the vehicle.
Never race with vehicles.
Never ride off-road.
Wijzig absoluut niet de positie, de helling
of de kleur van: de nummerplaat, de rich-
tingaanwijzers, de verlichtingsmechanis-
men en de akoestische melders.
Wanneer men wijzigingen uitvoert aan
het voertuig, vervalt de garantie.
Elke eventuele aan het voertuig aange-
brachte wijziging en de verwijdering van
originele stukken, kan de prestaties van
het voertuig schaden, en dus het veilig-
heidsniveau schaden en het voertuig
zelfs illegaal maken.
Men raadt aan om zich steeds te houden
aan alle wetsvoorschriften en nationale
en plaatselijke reglementen in verband
met de uitrusting van het voertuig.
Men moet vooral vermijden om techni-
sche wijzigingen aan te brengen voor het
verhogen van de prestaties, of die alles-
zins de originele kenmerken van het
voertuig wijzigen.
Vermijdt absoluut om wedstrijden te hou-
den met de voertuigen.
Vermijdt om te crossen.
67
3 Use / 3 Gebruik
03_22
03_23
CLOTHING
Before riding off, remember to put on the
helmet and fasten it correctly. Make sure
it is a homologated model, that it is un-
damaged, of the right size and that the
visor is clean.
Wear appropriate protective clothes,
preferably light-coloured and/or in reflec-
tive material. In this way you will be easily
visible to other drivers, thus reducing the
risk of being hit, and you will be better
protected in case of falling.
Always wear tight-fitting clothes without
open cuffs; avoid hanging strings, belts or
ties; these or any other objects should not
interfere with a safe riding when getting
entangled with the riding elements or due
to a special movement.
Never carry in your pockets objects that
can be potentially dangerous in case of
fall, like: pointed objects such as keys,
pens, glass containers, etc. (the same
rule applies to passengers).
KLEDING
Vooraleer men gaat rijden denkt men er-
aan om steeds en correct de helm op te
zetten en vast te maken. Controleer of hij
gehomologeerd en integer is, of de maat
juist is en of het visier rein is.
Draag beschermende kleding, indien mo-
gelijk met een lichte en/of reflecterende
kleur. Op deze manier is men goed zicht-
baar voor andere weggebruikers en ver-
mindert men aanzienlijk het risico op
aanrijdingen, en is men beter beschermd
wanneer men valt.
De kleding moet goed aansluiten en de
uiteinden moeten gesloten zijn; koorden,
ceinturen en dassen mogen niet benge-
len; vermijdt dat deze of andere voorwer-
pen interfereren met het rijden, doordat
ze verstrengd raken met bewegende on-
derdelen of ander delen.
Hou geen voorwerpen bij zich, die moge-
lijk gevaarlijk zijn wanneer men valt, bij-
voorbeeld: puntige voorwerpen zoals
sleutels, pennen, glazen voorwerpen,
enz. (dit advies geldt eveneens voor de
eventuele passagier).
68
3 Use / 3 Gebruik
03_24
03_25
03_26
ACCESSORIES
User is personally responsible for the in-
stallation and use of the accessories.
While assembling accessories, make
sure that they do not cover the sound or
light alarm devices or affect their correct
functioning, do not limit the suspension
travel or the steering angle, do not ob-
struct control actuation or reduce the
ground clearance and inclination angle at
corners.
Do not use accessories that hinder ac-
cess to the controls as they may increase
the reaction time in case of an emergen-
cy.
Fairings and large windshields fitted to
the vehicle may cause aerodynamic
forces that affect the vehicle stability
while riding, mainly at high speeds.
Make sure the accessory is firm and se-
cured to the vehicle and that it does not
pose any risks while riding the vehicle.
Do not add or modify electrical equipment
that exceed the vehicle capacity as this
may result in a sudden stop or a danger-
ous lack of power required to keep the
sound and light alarm devices operative.
ACCESSOIRES
De gebruiker is verantwoordelijk voor de
keuze van de installatie en het gebruik
van de accessoires.
Men raadt aan tijdens de montage, dat
het accessoire de mechanismen van het
akoestisch en visief melden niet bedekt
en dus de functionaliteit ervan schaadt,
de werking van de ophangingen en de
hoek van sturing niet beperkt, de active-
ring van de commando´s niet hindert, en
de hoogte van de grond en de helhoek in
een bocht niet vermindert.
Vermijdt het gebruik van accessoires die
de toegang tot de commando´s hinderen,
en die dus de reactietijden bij nood kun-
nen verlengen.
De bekledingen en de windschermen
met grote afmetingen, die gemonteerd
zijn op het voertuig, kunnen aerodynami-
sche krachten veroorzaken die de stabi-
liteit van het voertuig tijdens het rijden
schaden, vooral bij hoge snelheden.
Controleer of het accessoire goed veran-
kerd is op het voertuig en dat het niet
gevaarlijk is tijdens het rijden.
Wijzig of voeg geen elektrische appara-
ten toe die het draagvermogen van het
voertuig overschrijden; op deze wijze zou
het voertuig onverwacht kunnen stilvallen
of zou er een gevaarlijke afwezigheid van
stroom kunnen zijn, die nodig is voor de
werking van de akoestische en visieve
meldingsmechanismen.
69
3 Use / 3 Gebruik
03_27
aprilia advises using original accesso-
ries (aprilia genuine accessories).
aprilia raadt het gebruik aan van origine-
le accessoires (aprilia genuine accesso-
ries).
Load
NOTE
THE VEHICLE IS NOT SUITABLE FOR
TRANSPORTING LOADS OR LUG-
GAGE.
Lading
N.B.
HET VOERTUIG IS NIET GESCHIKT
OM LASTEN OF BAGAGE TE VER-
VOEREN.
70
3 Use / 3 Gebruik
RXV 450-550
Chap. 04
Maintenance
Hst. 04
Onderhoud
71
Engine oil level (04_01, 04_02)
Checking and topping up engine oil
level
CAUTION
DO NOT SPILL OIL!
AVOID SPILLING OIL OVER COMPO-
NENTS, THE AREA YOUR ARE WORK-
ING IN AND ITS SURROUNDS. RE-
MOVE ANY TRACE OF OIL CAREFUL-
LY.
IN THE EVENT OF LEAKS OR MAL-
FUNCTION, CONTACT AN Official
aprilia Dealer.
Peil motorolie (04_01, 04_02)
Controle van het peil van de motorolie
en het bijvullen
LET OP
MORS DE OLIE NIET!
DRAAG ZORG OM GEEN ENKEL ON-
DERDEEL, OM DE ZONE WAARIN
MEN WERKT, EN OM OMLIGGENDE
ZONES NIET TE BESMEUREN. REINIG
ZORGVULDIG ELK EVENTUEEL OLIE-
SPOOR.
BIJ OLIELEKKEN OF EEN SLECHTE
WERKING WENDT MEN ZICH TOT
EEN Officiële aprilia Dealer.
To check:
CAUTION
THIS TYPE OF VEHICLE HAS SEPA-
RATE LUBRICATION CIRCUITS FOR
ENGINE AND TRANSMISSION/
CLUTCH. OIL LEVEL CHECK AND RE-
PLACEMENT MUST BE CARRIED OUT
FOR BOTH CIRCUITS.
CAUTION
THE ENGINE MUST BE WARM TO
CHECK ENGINE OIL LEVEL. IF EN-
GINE OIL LEVEL IS CHECKED WHEN
Voor de controle:
LET OP
DEZE VOERTUIGEN ZIJN UITGERUST
MET EEN GESCHEIDEN SMEERCIR-
CUIT VOOR VERSNELLINGSBAK/
KOPPELING EN MOTOR. DE CON-
TROLE VAN DE PEILEN EN DE VER-
VANGING VAN DE OLIE MOET UITGE-
VOERD WORDEN OP BEIDE CIR-
CUITS.
72
4 Maintenance / 4 Onderhoud
THE ENGINE IS COLD, THE OIL MAY
GO TEMPORARILY BELOW THE MIN-
IMUM LEVEL. THIS IS NOT A PROB-
LEM.
LET OP
DE CONTROLE VAN DE MOTOROLIE
MOET UITGEVOERD WORDEN BIJ
WARME MOTOR. WANNEER MEN DE
CONTROLE VAN HET PEIL VAN DE
MOTOROLIE BIJ KOUDE MOTOR UIT-
VOERT, ZOU DE OLIE TIJDELIJK ON-
DER HET MIN. PEIL KUNNEN DALEN.
DIT VORMT GEEN ENKEL PRO-
BLEEM.
04_01
NOTE
IN ORDER TO WARM-UP THE ENGINE
AND BRING THE OIL TO THE RIGHT
TEMPERATURE, RIDE THE VEHICLE
FOR A SHORT PERIOD OF TIME (10 -
15 MIN), KEEP THE ENGINE RUNNING
AT IDLE FOR AT LEAST 30 SECONDS
AFTER YOU HAVE COME TO A HALT,
THEN CUT OFF THE ENGINE.
N.B.
OM DE MOTOR OP TE WARMEN EN
DE OLIE OP TEMPERATUUR TE
BRENGEN, GEBRUIKT MEN HET
VOERTUIG VOOR EEN KORTE PERIO-
DE (10 - 15 MIN), LAAT MEN DE MO-
TOR AAN HET MINIMUM TOERENTAL
WERKEN MET HET VOERTUIG STIL
VOOR MINSTENS 30 SECONDEN, EN
LEGT MEN DAARNA DE MOTOR STIL.
Hold the vehicle level with the
two wheels on the ground.
Check the oil level
using the relevant transparent dipstick
«1».
MAX = maximum level
MIN = minimum level
The correct oil level is near the
MAX mark.
Hou het voertuig verticaal met
de twee wielen op de grond.
Controleer het oliepeil langs het
speciale transparante buisje
«1».
MAX = maximum peil
MIN = minimum peil.
Het peil is correct wanneer het
ongeveer het MAX peil bereikt.
73
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_02
Top up as required:
CAUTION
IF YOU RIDE THE VEHICLE IN A
SPORTY FASHION, SOME OIL SPLAT-
TER MAY GET TO THE AIR FILTER
HOUSING THROUGH THE ENGINE
VENT.
CAUTION
DO NOT GO BEYOND THE MAX AND
BELOW THE MIN LEVEL MARKS TO
AVOID SEVERE ENGINE DAMAGE.
Indien nodig herstelt men het peil van de
motorolie:
LET OP
WANNEER MEN HET VOERTUIG
SPORTIEF GEBRUIKT MET EEN TE
HOOG OLIEPEIL, IS HET MOGELIJK
DAT ENKELE OLIESPATTEN DE FIL-
TERKIST BEREIKEN LANGS DE ONT-
LUCHTING VAN DE MOTOR.
LET OP
OVERSCHRIJDT DE MARKERING
«MAX» NIET EN LAAT HET NIET ON-
DER DE MARKERING «MIN» KOMEN,
OM GEEN ERNSTIGE SCHADE AAN
DE MOTOR TE VEROORZAKEN.
Unscrew and remove the filler
plug «2».
Top-up the oil in the reservoir
until you reach the correct level.
CAUTION
DO NOT ADD ADDITIVES OR ANY
OTHER SUBSTANCES TO THE OIL.
WHEN USING A FUNNEL OR ANY
OTHER ELEMENT, MAKE SURE IT IS
PERFECTLY CLEAN.
Draai de toevoerdop «2» los, en
verwijder hem.
Herstel het juiste peil door de
tank bij te vullen.
LET OP
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDE-
RE STOFFEN TOE AAN DE OLIE.
WANNEER MEN EEN TRECHTER OF
IETS ANDERS GEBRUIKT, MOET DE-
ZE PERFECT REIN ZIJN.
74
4 Maintenance / 4 Onderhoud
NOTE
USE OIL RECOMMENDED IN THE
PRODUCTS TABLE.
N.B.
GEBRUIK DE OLIE DIE WORDT AAN-
BEVOLEN IN DE TABEL VAN DE PRO-
DUCTEN
04_03
Engine oil change (04_03,
04_04, 04_05, 04_06)
Park the vehicle on firm and lev-
el ground.
Rest the vehicle on its stand.
Vervanging van de motorolie
(04_03, 04_04, 04_05, 04_06)
Plaats het voertuig op een vaste
en vlakke ondergrond.
Plaats het voertuig op de stan-
daard.
04_04
Stop the engine and let it cool off
so that the oil in the crankcase
flows down and cools as well.
Remove the oil sump guard.
Unscrew and take out the oil fill-
er plug (1).
Place a container to collect the
oil underneath the engine oil
drainage plug on the flywheel
side.
Unscrew and remove the oil
drainage plug (2) and then drain
all the engine oil .
Leg de motor stil en laat hem af-
koelen, om de drainage van de
olie in de carter en de afkoeling
van de olie zelf toe te staan.
Verwijder de carterbedekking
Draai de vuldop van de olie (1)
los, en verwijder hem.
Plaats een recipiënt onder de af-
voerdop van de motorolie aan
de kant van het vliegwiel.
Draai de afvoerdop van de olie
(2) los, verwijder hem, en laat
alle motorolie volledig uitstro-
men.
75
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_05
04_06
Unscrew the engine oil filter cov-
er (4).
Remove the engine oil filter cov-
er (4) and collect the O-ring.
Remove the engine oil filter.
Place a container underneath
the engine oil drainage plug (3)
of the recovery reservoir.
Unscrew and remove the oil
drainage plug (3) from the re-
covery reservoir and drain all
the engine oil.
Fit a new engine oil filter.
Screw the engine oil filter cover
(4).
Screw and tighten the oil drain-
age/filler plugs (2)(3).
Pour approx. 1000 cm³ (61.02
cu.in) of engine oil through the
filler opening.
Screw and tighten the oil filler
plug (1).
Start the engine and let it run for
several minutes.
Stop the engine.
Draai het deksel van de motoro-
liefilter (4) los.
Verwijder de bedekking van de
filter van de motorolie (4), en re-
cupereer de O-ring.
Verwijder de van de motorolief-
ilter.
Plaats een recipiënt onder de af-
voerdop van de motorolie (3)
van de recupereertank.
Draai de afvoerdop van de mo-
torolie (3) van de tank los, en
laat alle motorolie volledig uit-
stromen.
Installeer een nieuwe motoro-
liefilter.
Draai het deksel van de motoro-
liefilter (4) vast.
Draai de afvoer/vuldoppen van
de olie (2) en (3) vast, en sluit ze.
Voer het bijvullen uit langs de
vulboring, met ongeveer 1000
cc (61.02 cu.in) motorolie.
Draai de vuldop van de olie (1)
vast, en sluit hem.
76
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Unscrew and take out the oil fill-
er plug (1).
Top up with other 250 cm³
(15.25 cu.in) of oil.
Screw and tighten the plug (1).
Start the engine and let it run for
several minutes.
Stop the engine and leave it cool
off.
Check engine oil level.
Start de motor, en laat hem voor
enkele minuten opwarmen.
Leg de motor stil.
Draai de vuldop van de olie (1)
los, en verwijder hem.
Voeg nog 250 cc (15.25 cu in)
olie bij.
Draai de dop (1) vast, en sluit
hem.
Start het voertuig, en laat de mo-
tor voor enkele minuten draaien.
Leg de motor stil, en laat hem
afkoelen.
Voer de controle uit van het peil
van de motorolie.
Gearbox oil level (04_07,
04_08, 04_09, 04_10)
CAUTION
GEARBOX OIL LEVEL MUST BE
CHECKED WHEN THE ENGINE IS
WARM.
Versnellingsbak oliepeil
(04_07, 04_08, 04_09, 04_10)
LET OP
DE CONTROLE VAN HET OLIEPEIL
VAN DE VERSNELLINGSBAK MOET
UITGEVOERD WORDEN BIJ WARME
MOTOR.
77
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_07
Stop the engine.
Wait some minutes for the oil to
flow from the transmission to the
clutch.
Keep the vehicle upright with the
two wheels on the ground.
Remove the rear brake lever by
undoing the screw (1); collect
the washer.
Leg de motor stil.
Wacht enkele minuten zodat de
olie van de versnellingsbak naar
de koppeling kan lopen.
Houd het voertuig in verticale
positie met de twee wielen op de
grond.
Verwijder de hendel van de ach-
terrem door de bout (1) los te
draaien, en recupereer de sluit-
ring.
04_08
Unscrew and remove the cap/
dipstick (2).
The oil level is correct when it is
close to the cap/dipstick (2)
opening.
Draai de inspectiedop (2) los, en
verwijder hem.
Het peil is correct wanneer de
olie de opening van de inspec-
tiedop (2) bijna bereikt.
04_09
If necessary:
Remove the filler cap (3).
Top-up with oil up to the cap/
dipstick (2) opening.
Indien nodig:
Verwijder de vuldop (3).
Vul olie bij tot de opening van de
inspectiedop (2) bereikt wordt.
78
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CAUTION
DO NOT ADD ADDITIVES OR OTHER
SUBSTANCES TO THE FLUID.
IF A FUNNEL OR ANY OTHER ELE-
MENT IS USED, MAKE SURE IT IS
PERFECTLY CLEAN.
LET OP
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDE-
RE STOFFEN TOE AAN DE VLOEI-
STOF.
WANNEER MEN EEN TRECHTER OF
IETS ANDERS GEBRUIKT, MOET DE-
ZE PERFECT SCHOON ZIJN.
Wait some minutes to allow the
oil to flow from the clutch to the
transmission. Then check the oil
level again.
Refit the rear brake lever, re-
member to insert the washer be-
tween the lever and the crank-
case, by tightening the screw
(1).
REPLACEMENT
NOTE
TO ENSURE EASIER AND FULL OIL
DRAINAGE THE OIL MUST BE HOT
AND THEREFORE MORE FLUID.
Wacht enkele minuten zodat de
olie van de koppeling naar de
versnellingsbak kan lopen. Con-
troleer daarna opnieuw het olie-
peil.
Hermonteer de hendel van de
achterrem, en denk er aan om
de ring tussen de hendel en de
carter te plaatsen, door de bout
(1) vast te draaien.
VERVANGING
N.B.
VOOR EEN BETERE EN VOLLEDIGE
UITSTROMING, MOET DE OLIE WARM
ZIJN, EN DUS VLOEIBAARDER
79
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_10
Lower the oil pan guard.
Place a container with suitable
capacity under the drainage
plug (4).
Unscrew and remove the drain-
age plug (4).
Unscrew and remove the filler
plug (3).
Drain the oil into the container;
allow several minutes for oil to
drain out completely.
Check and if necessary, replace
the drainage plug (4) sealing
washers.
Screw and tighten the drainage
plug (4).
Remove the rear brake lever by
undoing the screw (1); collect
the washer.
Unscrew and remove the cap/
dipstick (2).
Pour in new oil until it reaches
the cap/dipstick opening (2).
Wait some minutes to allow the
oil to flow from the clutch to the
transmission.
Then check the oil level again.
Tighten the filler cap (3).
CAUTION
THE OIL FLOW FROM THE CLUTCH
TO THE TRANSMISSION AND FROM
THE TRANSMISSION TO THE CLUTCH
CAN BE PARTICULARLY SLOW
WHEN THE OIL OR ENGINE TEMPER-
ATURE IS LOW.
Verlaag de carterbuffer.
Plaats een geschikt recipiënt
met gepaste capaciteit onder de
afvoerdop (4).
Draai de afvoerdop (4) los en
verwijder hem.
Draai de vuldop (3) los en ver-
wijder hem.
Voer de olie af, en laat ze enkele
minuten uitdruipen in het recipi-
ënt.
Controleer en vervang eventu-
eel de dichtingsrondellen van de
afvoerdop (4).
Draai de afvoerdop (4) vast en
sluit hem.
Verwijder de hendel van de ach-
terrem door de bout (1) los te
draaien, en recupereer de sluit-
ring.
Draai de inspectiedop (2) los, en
verwijder hem.
Vul nieuwe olie bij tot de ope-
ning van de inspectiedop (2) be-
reikt wordt.
Wacht enkele minuten zodat de
olie van de koppeling naar de
versnellingsbak kan lopen.
Controleer daarna opnieuw het
oliepeil.
Sluit de vuldop (3).
LET OP
DE PASSAGE VAN DE OLIE VANAF
DE KOPPELING NAAR DE VERSNEL-
LINGSBAK EN VICEVERSA, KAN BIJ-
ZONDER TRAAG VERLOPEN WAN-
80
4 Maintenance / 4 Onderhoud
NEER DE OMGEVINGS-, OLIE- OF
MOTORTEMPERATUUR LAAG IS.
Refit the rear brake lever, re-
member to insert the washer be-
tween the lever and the crank-
case, by tightening the screw
(1).
NOTE
USE OIL RECOMMENDED IN THE
PRODUCTS TABLE.
Hermonteer de hendel van de
achterrem, en denk er aan om
de sluitring tussen de hendel en
de carter te plaatsen, door de
bout (1) vast te draaien.
N.B.
GEBRUIK DE OLIE DIE WORDT AAN-
BEVOLEN IN DE TABEL VAN DE PRO-
DUCTEN
04_11
Spark plug dismantlement
(04_11, 04_12, 04_13)
At regular intervals, remove the spark
plugs and clean off any carbon deposits
or replace them as required.
CAUTION
ALWAYS REPLACE BOTH SPARK
PLUGS, EVEN IF ONLY ONE NEEDS
REPLACING.
Demonteren van de bougie
(04_11, 04_12, 04_13)
Demonteer periodiek de bougie, reinig ze
van koolstofafzettingen, en vervang ze
indien nodig.
LET OP
OOK WANNEER SLECHTS ÉÉN VAN
DE BOUGIES MOET VERVANGEN
WORDEN, VERVANGT MEN STEEDS
BEIDE BOUGIES.
81
4 Maintenance / 4 Onderhoud
In order to gain access to the spark plugs:
CAUTION
BEFORE CARRYING OUT THE FOL-
LOWING OPERATIONS AND IN OR-
DER TO AVOID BURNS, LEAVE EN-
GINE AND MUFFLER TO COOL OFF
TO AMBIENT TEMPERATURE.
Om de bougies te bereiken:
LET OP
VOORALEER MEN DE VOLGENDE
HANDELINGEN UITVOERT, LAAT
MEN DE MOTOR EN DE UITLAAT AF-
KOELEN TOT DEZE DE OMGEVINGS-
TEMPERATUUR HEBBEN BEREIKT,
OM MOGELIJKE BRANDWONDEN TE
VERMIJDEN.
Place the vehicle on the stand.
NOTE
THE VEHICLE HAS A SPARK PLUG (2)
FOR EACH CYLINDER. THE FOLLOW-
ING STEPS RELATE TO JUST ONE
SPARK PLUG BUT APPLY TO BOTH.
Plaats het voertuig op de stan-
daard.
N.B.
HET VOERTUIG IS UITGERUST MET
EEN BOUGIE (2) PER CILINDER. DE
VOLGENDE HANDELINGEN ZIJN IN
VERBAND MET ÉÉN BOUGIE, MAAR
GELDEN VOOR BEIDE.
Remove the tube (1) of spark
plug (2).
Clean off any trace of dirt from
the spark plug (2) base.
Insert the spanner supplied in
the tool kit into the hexagonal
head of spark plug (2).
Verwijder de pipet (1) van de
bougie (2).
Verwijder elk vuilspoor van de
basis van de bougie (2).
Plaats de sleutel die wordt bij-
geleverd bij de gereedschapskit
op de zeskantige zit van de bou-
gie (2).
82
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Unscrew spark plug (2) and re-
move it from its seat, making
sure no dust or dirt gets into the
cylinder.
Checking and cleaning:
CAUTION
DO NOT USE METAL BRUSHES AND/
OR ABRASIVE PRODUCTS TO CLEAN
SPARK PLUGS; USE ONLY A SHORT
BLAST OF COMPRESSED AIR.
Draai de bougie (2) los en ver-
wijder ze uit de zit, en laat geen
stof of andere stoffen in de cilin-
der terechtkomen.
Voor de controle en de reiniging:
LET OP
VOOR DE REINIGING MAG MEN GEEN
METALEN BORSTELS EN/OF ABRA-
SIEVE PRODUCTEN GEBRUIKEN,
MAAR UITSLUITEND EEN PERS-
LUCHTSTRAAL.
Check that the electrodes and
the insulator of the spark plug
(2) do not show signs of carbon
deposits or corrosion. If neces-
sary, clean them using a short
blast of compressed air.
Replace spark plug (2) if its insulator is
cracked, the electrodes show signs of
corrosion or excessive deposits or the top
of the central electrode gets rounded.
CAUTION
USE RECOMMENDED SPARK PLUGS
ONLY. USING A SPARK PLUG OTHER
THAN THE TYPE SPECIFIED MIGHT
COMPROMISE ENGINE PERFORM-
ANCE AND LIFE. CHECK THE GAP
Controleer of de elektroden en
de isolering van de bougie (2)
geen koolstofresten of corrosie-
tekens vertonen, reinig ze even-
tueel met een persluchtstraal.
Wanneer de bougie (2) scheurtjes op de
isolering, corrosie op de elektroden, ex-
cessieve afzettingen vertoont, of de cen-
trale elektrode vertoont een afgerond
toppunt, moet ze vervangen worden.
LET OP
GEBRUIK ENKEL BOUGIES VAN HET
AANBEVOLEN TYPE, ANDERS ZOU-
DEN DE PRESTATIES EN DE DUUR
VAN DE MOTOR GESCHAAD KUN-
NEN WORDEN. VOOR DE CONTROLE
83
4 Maintenance / 4 Onderhoud
BETWEEN ELECTRODES WITH A
FEELER THICKNESS GAUGE
VAN DE AFSTAND TUSSEN DE ELEK-
TRODE MOET EEN DIKTEMETER VAN
HET RANDTYPE GEBRUIKT WOR-
DEN.
04_12
04_13
Check the gap between electro-
des with a feeler thickness
gauge.
CAUTION
DO NOT ATTEMPT TO READJUST
THE ELECTRODE GAP.
Characteristic
Electrode gap
0.7 ± 0.8 mm (0.027 ± 0.031 in)
Controleer de afstand tussen de
elektroden met een diktemeter
van het randtype.
LET OP
PROBEER OP GEEN ENKELE MA-
NIER OM DE AFSTAND TUSSEN DE
ELEKTRODEN WEER OP MAAT TE
BRENGEN.
Technische kenmerken
Afstand van de elektroden
0,7 ± 0,8 mm (0.027 ± 0.031 in)
If the electrode gap is different from the
prescribed gap, replace the spark plug
(2).
Make sure the washer is in good
conditions.
Als de afstand tussen de elektroden ver-
schilt van wat beschreven wordt, moet de
bougie (2) vervangen worden.
Controleer of de rondel zich in
goede condities bevindt.
84
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Installation:
Manually screw the spark plug
(2) to avoid damaging the
thread.
Tighten using the spanner sup-
plied in the tool kit. Make each
spark plug (2) complete 1/2 of a
turn to compress the washer.
CAUTION
IT IS ESSENTIAL TO TIGHTEN THE
SPARK PLUG (2) PROPERLY. A
LOOSE SPARK PLUG MAY CAUSE
ENGINE OVERHEATING AND RESULT
IN SEVERE DAMAGE.
Locking torques (N*m)
Spark plug USA
8.85 lbf ft (12 Nm)
Voor de installatie:
Draai de bougie (2) manueel
vast zodat de schroefdraad niet
wordt beschadigd.
Sluit de bougies met behulp van
de bij de gereedschapskit bijge-
voegde sleutel, door elke bougie
(2) een 1/2 draai vast te draaien
om de rondel vast te drukken.
LET OP
DE BOUGIE (2) MOET GOED WORDEN
VASTGEDRAAID, OMDAT ANDERS
DE MOTOR KAN OVERVERHITTEN,
EN DUS ERNSTIG WORDT BESCHA-
DIGD.
Aandraaikoppels (N*m)
Bougie USA
8.85 lbf ft (12 Nm)
Position the spark plug tube (1)
correctly so that it does not get
detached due to engine vibra-
tions.
Plaats de pipet van de bougie
(1) correct, zodat deze niet los-
komt door de vibraties van de
motor.
85
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_14
04_15
Removing the air filter (04_14,
04_15)
Remove the saddle.
Remove the side fairings.
Lift the tank paying attention to
the fuel pipe.
Release the air filter cover by
gripping and lifting the handles
from both sides.
Take the filter casing cover off
together with the air filter paying
attention not to damage the con-
trol unit connector (remove it if
necessary).
NOTE
DURING FUEL TANK LIFTING AND
REFITTING, MANUALLY PLACE THE
FUEL PIPE AND CHECK ITS COR-
RECT POSITIONING.
CAUTION
OIL THE SPONGE FILTER AS IN-
STRUCTED IN THE SCHEDULED
MAINTENANCE CHART.
NOTE
WHEN REFITTING THE AIR FILTER,
ENSURE THAT ITS HOUSING IS PER-
FECTLY CLEAN. REMOVE ANY
TRACE OF DIRT THAT MAY HAVE EN-
TERED DURING REMOVAL. DURING
REASSEMBLY, MAKE SURE THAT
THE AIR VENTS ARE INSERTED COR-
RECTLY.
Demonteren van het luchtfilter
(04_14, 04_15)
Verwijder het zadel.
Verwijder de zijplaatjes.
Hef de tank op door op te letten
voor de benzinebuis.
Koppel het deksel van de filter-
kist los, door de handgrepen
langs beide kanten vast te grij-
pen, en het op te heffen.
Verwijder de bedekking van de
filterdoos compleet met filter
langs achter, en let op om de
connector van de centrale niet
te beschadigen (verwijder deze
eventueel).
N.B.
TIJDENS HET OPHEFFEN EN DE HER-
PLAATSING VAN DE BRANDSTOF-
TANK MOET DE BENZINEBUIS MANU-
EEL BEGELEID WORDEN, EN MOET
DE CORRECTE PLAATSING IN DE ZIT
ERVAN GECONTROLEERD WORDEN.
LET OP
VOORZIE DE SPONS VAN DE FILTER
VAN OLIE, ZOALS AANGEDUID WOR-
DEN IN DE TABEL VAN HET GEPRO-
GRAMMEERD ONDERHOUD.
N.B.
BIJ DE HERMONTAGE LET MEN OP
DAT DE FILTERKIST PERFECT REIN
IS. VERWIJDER ELK SPOOR VAN
VUIL, ZODAT DIT ER NIET KAN INVAL-
86
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CAUTION
MAKE SURE THAT TANK'S THREAD
SEALER DOES COME INTO TOUCH
WITH THE BATTERY'S POSITIVE
POLE UNDER ANY CIRCUMSTANCE.
CAUTION
IN THE EVENT OF A FALL, CLEAN
THE AIR FILTER AND ITS HOUSING
CAREFULLY, REMOVING ANY
TRACES OF OIL WHICH MAY HAVE
ENTERED FROM THE OIL TANK
THROUGH THE OIL VAPOURS
BREATHER PIPES.
CAUTION
REMOVE THE AIR FILTER COVER ON-
LY WHEN THE VEHICLE IS PERFECT-
LY CLEAN SO AS TO AVOID THAT
ANY TRACE OF DIRT MAY INGRESS
THE HOUSING.
LEN TIJDENS DE VERWIJDERING. BIJ
DE HERMONTAGE LET MEN OP
VOOR DE CORRECTE PLAATSING
VAN DE LUCHTINLATEN.
LET OP
LET OP DAT DE TREKDRAAD VAN DE
TANK VOOR GEEN ENKELE REDEN
DE POSITIEVE POOL VAN DE ACCU
RAAKT.
LET OP
WANNEER DE LUCHTFILTER EN DE
FILTERKIST GEVALLEN ZIJN, REI-
NIGT MEN ZE ZORGVULDIG, ZODAT
ER GEEN OLIE MEER AANWEZIG IS
DIE EVENTUEEL VAN DE OLIETANK
LANGS DE ONTLUCHTINGSBUIS VAN
DE OLIEDAMPEN ZOU BINNENGEKO-
MEN ZIJN.
LET OP
VOER DE HANDELING VAN HET VER-
WIJDEREN VAN HET LUCHTFILTER-
DEKSEL ENKEL UIT WANNEER DE
MOTOR PERFECT REIN IS, OM TE
87
4 Maintenance / 4 Onderhoud
VERMIJDEN DAT HET VUIL IN DE FIL-
TERKIST KOMT.
Cooling fluid level (04_16,
04_17)
Do not use the vehicle if the coolant is
below the minimum level.
CAUTION
COOLANT IS TOXIC IF INGESTED;
CONTACT WITH YOUR EYES OR SKIN
MAY CAUSE IRRITATION. IF THE FLU-
ID GETS IN CONTACT WITH THE
EYES OR SKIN, RINSE REPEATEDLY
WITH PLENTY OF WATER AND SEEK
MEDICAL ADVICE. IF SWALLOWED,
INDUCE VOMITING, RINSE MOUTH
AND THROAT WITH PLENTY OF WA-
TER AND SEEK MEDICAL ADVICE IM-
MEDIATELY.
Peil koelvloeistof (04_16,
04_17)
Gebruik het voertuig niet wanneer het
peil van de koelvloeistof zich onder het
minimum peil bevindt.
LET OP
DE KOELVLOEISTOF IS SCHADELIJK
WANNEER HIJ WORDT INGESLIKT;
HET CONTACT MET DE HUID EN DE
OGEN KAN IRRITATIES VEROORZA-
KEN. WANNEER DE VLOEISTOF IN
CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID
EN DE OGEN, SPOELT MEN LANG
MET VEEL WATER, EN RAADPLEEGT
MEN EEN ARTS. WANNEER HET
WORDT INGESLIKT, MOET MEN
OVERGEVEN, DE MOND EN DE KEEL
SPOELEN MET VEEL WATER, EN ON-
MIDDELLIJK EEN ARTS RAADPLE-
GEN.
Coolant solution is 50% water and 50%
antifreeze fluid.
De oplossing van de koelvloeistof be-
staat uit 50% water en 50% antivries.
88
4 Maintenance / 4 Onderhoud
This is the ideal mixture for most operat-
ing temperatures and provides good cor-
rosion protection.
It is advisable to use the same mixture
even in hot weather as this minimises
loss due to evaporation and the need of
frequent top-ups.
Less water evaporation means fewer
mineral salts depositing in the radiators,
which helps preserve the efficiency of the
cooling system.
Dit mengsel is ideaal voor de meeste
werkingstemperaturen, en garandeert
een goede bescherming tegen corrosie.
Het is een goede gewoonte om hetzelfde
mengsel ook tijdens het warme seizoen
te gebruiken, omdat op deze manier ver-
lies door verdamping en het frequent bij-
vullen wordt vermeden.
Op deze manier verminderen de bezink-
sels van mineraalzouten, die in de radia-
tor door het verdampte water werden
gelaten, en verandert de efficiëntie van
de koelinstallatie niet.
04_16
When the external temperature drops be-
low zero degrees centigrade, check the
cooling system frequently and add more
antifreeze solution if needed (up to 60%
max.).
Use distilled water in the coolant mixture
to avoid damaging the engine.
CAUTION
DO NOT REMOVE THE RADIATOR
CAP «1» WHEN THE ENGINE IS HOT
SINCE COOLANT IS UNDER PRES-
SURE AND VERY HOT. CONTACT
WITH SKIN OR CLOTHES MAY CAUSE
SEVERE BURNS AND/OR INJURIES.
Wanneer de buitentemperatuur zich on-
der het vriespunt bevindt, moet men het
koelcircuit frequent controleren, en voegt
men indien nodig een hogere concentra-
tie antivries toe (tot een maximum van
60%).
Voor de koeloplossing gebruikt men ge-
destilleerd water, om de motor niet te
beschadigen.
LET OP
VERWIJDER DOP «1» NIET VAN DE
RADIATOR WANNEER DE MOTOR
WARM STAAT, OMDAT DE KOEL-
VLOEISTOF EEN HOGE TEMPERA-
TUUR HEEFT EN ONDER HOGE DRUK
STAAT. BIJ CONTACT MET DE HUID
89
4 Maintenance / 4 Onderhoud
OF DE KLEDING KAN HET ERNSTIGE
LETSELS/SCHADE VEROORZAKEN.
Checking and topping up
CAUTION
WAIT FOR THE ENGINE TO COOL
DOWN BEFORE CHECKING OR TOP-
PING-UP THE COOLANT LEVEL.
Controle en bijvullen
LET OP
VOER DE HANDELINGEN VAN DE
CONTROLE EN HET BIJVULLEN VAN
DE KOELVLOEISTOF UIT WANNEER
DE MOTOR KOUD STAAT.
04_17
Shut off the engine and wait until
it cools off.
Park the vehicle on firm and lev-
el ground.
Keep the vehicle upright with the
two wheels on the ground.
Turn the radiator cap (1) anti-
clockwise just one click.
Wait for some seconds so that
any pressure in the system may
be purged.
Turn the radiator cap (1) anti-
clockwise again and remove it.
Make sure the fluid covers the
radiator plates completely.
Also check the level in the ex-
pansion tank (under the engine
sump cover) through the appro-
priate sight glass.
Leg de motor stil en wacht tot hij
afgekoeld is.
Plaats het voertuig op een vaste
en vlakke ondergrond.
Houd het voertuig in verticale
positie met de twee wielen op de
grond.
Draai de radiatordop (1) voor
één klik in tegenwijzerzin.
Wacht enkele seconden lang
zodat de eventuele druk in de
inrichting afgelaten wordt.
Draai de radiatordop (1) op-
nieuw in tegenwijzerzin, en ver-
wijder hem.
Controleer of de vloeistof de ra-
diatorplaten helemaal bedekt.
Controleer bovendien het peil in
het expansievat (onder het dek-
sel van de motorcarter) langs
90
4 Maintenance / 4 Onderhoud
The level should be between the
MIN and MAX reference marks.
CAUTION
DO NOT ADD ADDITIVES OR OTHER
SUBSTANCES TO THE FLUID.
IF A FUNNEL OR ANY OTHER ELE-
MENT IS USED, MAKE SURE IT IS
PERFECTLY CLEAN.
het daarvoor bestemde venster-
tje.
Het peil moet zich tussen de
MIN en MAX referenties bevin-
den.
LET OP
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDE-
RE STOFFEN TOE AAN DE VLOEI-
STOF.
WANNEER MEN EEN TRECHTER OF
IETS ANDERS GEBRUIKT, MOET DE-
ZE PERFECT SCHOON ZIJN.
If required, top-up with coolant
until the radiator plates are cov-
ered. Do not exceed this level;
otherwise, the coolant will spill
during engine operation. When
using a funnel or any other ele-
ment, make sure it is perfectly
clean.
Refit the radiator cap (1).
CAUTION
IN THE EVENT OF EXCESSIVE COOL-
ANT CONSUMPTION, CHECK COOL-
ING SYSTEM FOR LEAKS.
HAVE ANY MALFUNCTION RE-
PAIRED BY AN Official aprilia Dealer.
Indien nodig vult men koelvloei-
stof bij, tot de platen van de ra-
diator volledig bedekt zijn. Over-
schrijd dit peil niet, anders zal de
vloeistof tijdens de werking van
de motor uitstromen. Wanneer
een trechter of iets anders ge-
bruikt wordt, moet deze perfect
gereinigd worden.
Plaats de radiatordop (1) weer.
LET OP
IN GEVAL VAN EXCESSIEF KOEL-
VLOEISTOFVERBRUIK, CONTRO-
LEERT MEN OF ER GEEN LEKKEN IN
HET CIRCUIT ZIJN.
91
4 Maintenance / 4 Onderhoud
VOOR DE HERSTELLING MOET MEN
ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer
WENDEN.
Checking the brake oil level
(04_18, 04_19, 04_20, 04_21)
Check the brake fluid level following the
instructions on the scheduled mainte-
nance table.
The information provided below relates to
an individual braking system but is appli-
cable to both.
NOTE
THIS VEHICLE IS EQUIPPED WITH
FRONT AND REAR DISC BRAKES,
EACH OPERATED BY AN INDEPEND-
ENT HYDRAULIC CIRCUIT.
CAUTION
UNEXPECTED CLEARANCE VARIA-
TIONS OR ELASTIC RESISTANCE IN
THE BRAKE LEVER ARE DUE TO
FAILURE IN THE HYDRAULIC CIR-
CUIT. CONTACT AN Official aprilia
Dealer IN CASE OF DOUBTS ON THE
CORRECT OPERATION OF THE
BRAKING SYSTEM OR WHEN UN-
Controle van het oliepeil van
de remmen (04_18, 04_19,
04_20, 04_21)
Controleer het peil van de remvloeitof
volgens de aanduidingen in de tabel van
het geprogrammeerd onderhoud
De volgende informatie is in verband met
slechts één reminstallatie, maar geldt
voor beide.
N.B.
DIT VOERTUIG IS UITGERUST MET
SCHIJFREMMEN VOORAAN EN ACH-
TERAAN, MET GESCHEIDEN HY-
DRAULISCHE CIRCUITS.
LET OP
HET PLOTSELING WIJZIGEN VAN DE
SPELING OF EEN ELASTISCHE
WEERSTAND VAN DE REM, ZIJN TE
WIJTEN AAN PROBLEMEN MET DE
HYDRAULISCHE INSTALLATIE. IN
GEVAL VAN TWIJFELS IN VERBAND
MET DE PERFECTE WERKING VAN
DE REMINSTALLATIE EN IN GEVAL
92
4 Maintenance / 4 Onderhoud
ABLE TO CARRY OUT ROUTINE
CHECK PROCEDURES.
CAUTION
MAKE ESPECIALLY SURE THAT
BRAKE DISCS ARE NOT SMEARED
OR LUBRICATED, PARTICULARLY
AFTER MAINTENANCE AND CHECK
PROCEDURES HAVE BEEN CARRIED
OUT.
CHECK THAT BRAKE WIRES ARE
NOT TWISTED OR WORN.
PAY UTMOST ATTENTION THAT NO
WATER OR DUST INADVERTENTLY
GETS INTO THE CIRCUIT.
IT IS ADVISABLE TO WEAR LATEX
GLOVES WHEN SERVICING THE HY-
DRAULIC CIRCUIT.
THE BRAKE FLUID MAY CAUSE IRRI-
TATION IF IN CONTACT WITH SKIN
OR EYES.
CAUTION
RINSE CAREFULLY ALL BODY
PARTS WHICH HAVE COME INTO
CONTACT WITH THE FLUID AND,
SHOULD THE FLUID COME INTO
CONTACT WITH THE EYES, SEEK
MEN NIET IN STAAT IS OM DE NOR-
MALE CONTROLEHANDELINGEN UIT
TE VOEREN, WENDT MEN ZICH TOT
EEN Officiële aprilia Dealer.
LET OP
LET VOORAL OP DAT DE REMSCHIJ-
VEN NIET VETTIG OF INGEVET ZIJN,
VOORAL NA HET UITVOEREN VAN
DE ONDERHOUDSHANDELINGEN OF
DE CONTROLE.
CONTROLEER OF DE REMBUIZEN
NIET IN ELKAAR GEDRAAID OF VER-
SLETEN ZIJN.
LET OP DAT ER GEEN WATER OF
STOF TOEVALLIG IN HET CIRCUIT
KOMT.
BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN
AAN HET HYDRAULISCH CIRCUIT,
RAADT MEN AAN OM LATEX HAND-
SCHOENEN TE GEBRUIKEN.
DE REMVLOEISTOF ZOU IRRITATIE
KUNNEN VEROORZAKEN WANNEER
HET IN CONTACT KOMT MET DE HUID
OF DE OGEN.
93
4 Maintenance / 4 Onderhoud
MEDICAL ADVICE OR CONTACT AN
OPHTHALMOLOGIST.
CAUTION
DO NOT DISPOSE OF THE FLUID INTO
THE ENVIRONMENT.
CAUTION
KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-
DREN.
CAUTION
WHEN YOU USE THE BRAKE FLUID,
MAKE SURE NOT TO SPILL IT ONTO
PLASTIC OR PAINTED COMPONENTS
AS IT WILL DAMAGE THEM BEYOND
REPAIR.
LET OP
WAS ZORGVULDIG DE DELEN VAN
HET LICHAAM DIE IN CONTACT ZIJN
GEKOMEN MET DE VLOEISTOF,
WENDT ZICH BOVENDIEN TOT EEN
OOGARTS OF EEN ARTS WANNEER
DE VLOEISTOF IN CONTACT KOMT
MET DE OGEN.
LET OP
LOOS DE VLOEISTOF NIET IN HET MI-
LIEU.
LET OP
BUITEN BEREIK VAN KINDEREN
HOUDEN
LET OP
WANNEER MEN REMVLOEISTOF GE-
BRUIKT MOET MEN OPLETTEN OM
HET NIET TE MORSEN OP DE PLAS-
TIC OF GELAKTE DELEN, OMDAT
HET ONHERSTELBARE SCHADE ZAL
AANRICHTEN.
94
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Disc brake
CAUTION
BRAKES ARE THE MOST IMPORTANT
COMPONENTS TO ENSURE SAFETY
AND THEREFORE THEY HAVE TO BE
ALWAYS IN PERFECT CONDITIONS;
CHECK THE BRAKES BEFORE EACH
RIDE.
REPLACE THE BRAKE FLUID AC-
CORDING TO THE SCHEDULED
MAINTENANCE TABLE.
USE THE BRAKE FLUID SPECIFIED IN
THE RECOMMENDED PRODUCT TA-
BLE.
Schijfremmen
LET OP
DE REMMEN ZIJN DE ONDERDELEN
DIE HET MEEST DE VEILIGHEID GA-
RANDEREN, EN MOETEN DUS
STEEDS PERFECT EFFICIËNT WOR-
DEN GEHOUDEN; CONTROLEER ZE
VÓÓR ELKE REIS.
VOER DE VERVANGING VAN DE REM-
VLOEISTOF UIT OP BASIS VAN DE
TABEL VAN HET GEPROGRAM-
MEERD ONDERHOUD.
GEBRUIK DE SPECIFIEKE REM-
VLOEISTOF DIE WORDT AANGEDUID
IN DE TABEL VAN DE AANBEVOLEN
PRODUCTEN.
Brake fluid decreases gradually in the
reservoir as the brake pads wear down,
to compensate the wear automatically.
The front brake fluid reservoir (1) is
placed near the front brake lever connec-
tion.
The rear brake fluid reservoir (2) is inte-
grated in the brake pump fastened to the
frame, on the right side, near the fork.
Met het verbruik van de wrijvingspastilles
vermindert het peil van de remvloeistof in
de tank, om automatisch de slijtage te
compenseren.
De vloeistoftank van de voorrem (1) be-
vindt zich nabij de koppeling van de hen-
del van de voorrem.
De vloestoftank van de achterrem (2) is
geïntegreerd in de rempomp die op het
frame bevestigd is, op de rechter kant,
naast de vork.
95
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_18
Check the brake fluid level in the reser-
voirs before setting off.
CAUTION
DO NOT USE YOUR VEHICLE IF A
FLUID LEAK IN THE BRAKING CIR-
CUIT IS DETECTED.
Controleer vóór het vertrek het peil van
de remvloeistof in de tanks.
LET OP
GEBRUIK HET VOERTUIG NOOIT
WANNEER MEN EEN LEK OPMERKT
VAN DE REMINSTALLATIE.
04_19
Front brake
Checking
Place the vehicle upright and
keep the handlebar right.
Make sure the fluid level in the
reservoir (1) is above the MIN
level reference mark.
MIN = minimum level
MAX = maximum level
If the fluid does not reach the MIN. mark
CAUTION
BRAKE LEVEL DECREASES GRADU-
ALLY AS BRAKE PADS WEAR DOWN.
Voorrem
Controle
Plaats het voertuig verticaal en
hou het stuur recht.
Controleer of de vloeistof in de
tank (1) de MIN referentie over-
schrijdt.
MIN = minimum peil.
MAX = maximum peil
Wanneer de vloeistof niet minstens het
MIN bereikt.
LET OP
HET PEIL VAN DE VLOEISTOF VER-
MINDERT PROGRESSIEF MET DE
SLIJTAGE VAN DE PASTILLES.
96
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_20
Check the brake pads and discs
for wear.
If the pads and/or the disc do not need
replacing, top up the fluid.
CAUTION
RISK OF BRAKE FLUID SPILLING. DO
NOT PULL THE FRONT BRAKE LEV-
ER WHEN THE SCREWS (3) ARE
LOOSE OR, MAINLY, WHEN THE
BRAKE FLUID RESERVOIR CAP (4)
HAS BEEN REMOVED.
Controleer de slijtage van de
rempastilles en van de schijf.
Wanneer de pastilles en/of de schijf niet
moeten vervangen worden, voert men
het bijvullen uit.
LET OP
GEVAAR OP HET UITSTROMEN VAN
REMVLOEISTOF. ACTIVEER DE HEN-
DEL VAN DE VOORREM NIET WAN-
NEER DE BOUTEN (3) GELOST ZIJN,
OF VOORAL NIET WANNEER HET
DEKSEL VAN DE TANK VAN DE REM-
VLOEISTOF (4) VERWIJDERD IS.
Undo the screws (3) of the brake
fluid reservoir using a short Phil-
lips screwdriver.
CAUTION
AVOID PROLONGED AIR EXPOSURE
OF THE BRAKE FLUID. THE BRAKE
FLUID IS HYGROSCOPIC AND AB-
SORBS MOISTURE WHEN IS IN CON-
TACT WITH THE AIR. LEAVE THE
BRAKE FLUID RESERVOIR «1» OPEN
ONLY FOR THE TIME NEEDED TO
COMPLETE THE TOPPING UP PRO-
CEDURE.
Gebruik een korte kruisschroe-
vendraaier voor het losdraaien
van de bouten (3) van de tank
van de remvloeistof.
LET OP
VERMIJDT DAT DE REMVLOEISTOF
LANG WORDT BLOOTGESTELD AAN
DE LUCHT. DE REMVLOEISTOF IS HY-
GROSCOPISCH, EN ABSORBEERT
VOCHTIGHEID WANNEER HET IN
CONTACT KOMT MET DE LUCHT.
LAAT DE TANK VAN REMVLOEISTOF
«1» ENKEL OPEN VOOR DE TIJD DIE
NODIG IS OM HET BIJVULLEN UIT TE
VOEREN.
97
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Lift and remove the cover (4) to-
gether with the screws (3) and
the gasket (5).
CAUTION
TO AVOID SPILLING BRAKE FLUID
DURING TOP-UP, DO NOT SHAKE
THE VEHICLE. DO NOT ADD ADDI-
TIVES OR OTHER SUBSTANCES TO
THE FLUID. WHEN USING A FUNNEL
OR ANY OTHER ELEMENT, MAKE
SURE IT IS PERFECTLY CLEAN.
Hef het deksel op (4) compleet
met bouten (3) en pakking (5),
en verwijder het.
LET OP
OM TIJDENS HET BIJVULLEN DE
REMVLOEISTOF NIET TE MORSEN,
RAADT MEN AAN OM NIET TE
SCHUDDEN MET HET VOERTUIG.
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDE-
RE STOFFEN TOE AAN DE VLOEI-
STOF. WANNEER MEN EEN TRECH-
TER OF IETS ANDERS GEBRUIKT,
MOET DEZE PERFECT REIN ZIJN.
Top up the reservoir «1» with
the brake fluid, until you go be-
yond the MIN minimum level
mark.
CAUTION
TOP UP TO MAX LEVEL MARK ONLY
WHEN BRAKE PADS ARE NEW. IT IS
ADVISABLE NOT TO TOP UP TO THE
MAX LEVEL MARK WHEN THE
BRAKE PADS ARE WORN BECAUSE
YOUR RISK SPILLING THE FLUID
WHEN CHANGING THE BRAKE PADS.
Vul de tank «1» bij met remvloei-
stof, tot het aangeduide MIN peil
wordt overschreden.
LET OP
MEN MAG ENKEL BIJVULLEN TOT
AAN HET MAX PEIL WANNEER ER
NIEUWE PASTILLES AANWEZIG
ZIJN. MEN RAADT AAN OM NIET BIJ
TE VULLEN TOT AAN HET MAX PEIL
WANNEER DE PASTILLES VERSLE-
TEN ZIJN, OMDAT DE VLOEISTOF
ZAL UITSTROMEN WANNEER DE
REMPASTILLES ZULLEN VERVAN-
GEN WORDEN.
98
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CHECK BRAKING EFFICIENCY.
WHEN THE BRAKE LEVER HAS EX-
CEEDING TRAVEL OR IF YOU NOTICE
A LOSS OF BREAKING, CONTACT AN
APRILIA OFFICIAL DEALER. THE
BRAKING SYSTEM MAY NEED
BLEEDING.
CONTROLEER DE REMEFFICIËNTIE.
IN GEVAL VAN EEN EXCESSIEVE
LOOP VAN DE REMHENDEL OF VAN
VERLIES VAN EFFICIËNTIE VAN DE
REMINSTALLATIE, WENDT MEN ZICH
TOT EEN OFFICIËLE APRILIA DEA-
LER, OMDAT HET NODIG KAN ZIJN
OM EEN ONTLUCHTING UIT TE VOE-
REN VAN DE INSTALLATIE.
Rear brake
Checking
Keep the vehicle upright.
Check that the liquid contained
in the reservoir is higher than the
MIN. mark.
MIN = minimum level
If the fluid does not reach the MIN. mark
CAUTION
BRAKE LEVEL DECREASES GRADU-
ALLY AS BRAKE PADS WEAR DOWN.
Achterrem
Controle
Plaats het voertuig verticaal.
Controleer of de vloeistof in de
tank de MIN teferentie over-
schrijdt.
MIN = minimum peil.
Wanneer de vloeistof niet minstens het
MIN bereikt.
LET OP
HET PEIL VAN DE VLOEISTOF VER-
MINDERT PROGRESSIEF MET DE
SLIJTAGE VAN DE PASTILLES.
99
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_21
Check the brake pads and discs
for wear.
If the pads and/or the disc do not need
replacing, top up the fluid.
Topping up
CAUTION
RISK OF BRAKE FLUID SPILLING. DO
NOT PULL THE FRONT BRAKE LEV-
ER WHEN THE SCREWS (6) ARE
LOOSE OR, PRIMARILY, WHEN THE
BRAKE FLUID RESERVOIR CAP (7) IS
REMOVED.
Controleer de slijtage van de
rempastilles en van de schijf.
Wanneer de pastilles en/of de schijf niet
moeten vervangen worden, voert men
het bijvullen uit.
Bijvulling
LET OP
GEVAAR OP HET UITSTROMEN VAN
REMVLOEISTOF. ACTIVEER DE HEN-
DEL VAN DE VOORREM NIET WAN-
NEER DE BOUTEN (6) GELOST ZIJN,
OF VOORAL NIET WANNEER HET
DEKSEL VAN DE TANK VAN DE REM-
VLOEISTOF (7) VERWIJDERD IS.
Using a wrench, unscrew the
two screws (6) of the brake fluid
reservoir (2).
CAUTION
AVOID PROLONGED AIR EXPOSURE
OF THE BRAKE FLUID. THE BRAKE
FLUID IS HYGROSCOPIC AND AB-
SORBS MOISTURE WHEN IS IN CON-
TACT WITH THE AIR. LEAVE THE
BRAKE FLUID RESERVOIR «2» OPEN
ONLY FOR THE TIME NEEDED TO
COMPLETE THE TOPPING UP PRO-
CEDURE.
Gebruik een sleutel voor het los-
draaien van de twee bouten (6)
van de tank van de remvloeistof
(2).
LET OP
VERMIJDT DAT DE REMVLOEISTOF
LANG WORDT BLOOTGESTELD AAN
DE LUCHT. DE REMVLOEISTOF IS HY-
GROSCOPISCH, EN ABSORBEERT
VOCHTIGHEID WANNEER HET IN
CONTACT KOMT MET DE LUCHT.
LAAT DE TANK VAN DE REMVLOEI-
STOF «2» ENKEL OPEN VOOR DE
TIJD DIE NODIG IS OM HET BIJVUL-
LEN UIT TE VOEREN.
100
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Lift and remove the cover (7) to-
gether with the screws (6) and
the gasket (8).
CAUTION
TO AVOID SPILLING BRAKE FLUID
DURING TOP-UP, DO NOT SHAKE
THE VEHICLE. DO NOT ADD ADDI-
TIVES OR OTHER SUBSTANCES TO
THE FLUID. WHEN USING A FUNNEL
OR ANY OTHER ELEMENT, MAKE
SURE IT IS PERFECTLY CLEAN.
Hef het deksel op (7) compleet
met bouten (6) en pakking (8),
en verwijder het.
LET OP
OM TIJDENS HET BIJVULLEN DE
REMVLOEISTOF NIET TE MORSEN,
RAADT MEN AAN OM NIET TE
SCHUDDEN MET HET VOERTUIG.
VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDE-
RE STOFFEN TOE AAN DE VLOEI-
STOF. WANNEER MEN EEN TRECH-
TER OF IETS ANDERS GEBRUIKT,
MOET DEZE PERFECT REIN ZIJN.
Top-up the reservoir (2) with the
brake fluid until the level is over
the MIN level reference mark.
CAUTION
TOP UP TO MAX LEVEL MARK ONLY
WHEN BRAKE PADS ARE NEW. IT IS
ADVISABLE NOT TO TOP UP TO THE
MAX LEVEL MARK WHEN THE
BRAKE PADS ARE WORN BECAUSE
YOUR RISK SPILLING THE FLUID
WHEN CHANGING THE BRAKE PADS.
CHECK BRAKING EFFICIENCY.
Vul de tank (2) bij met remvloei-
stof, tot het aangeduide MIN peil
wordt overschreden.
LET OP
MEN MAG ENKEL BIJVULLEN TOT
AAN HET MAX PEIL WANNEER ER
NIEUWE PASTILLES AANWEZIG
ZIJN. MEN RAADT AAN OM NIET BIJ
TE VULLEN TOT AAN HET MAX PEIL
WANNEER DE PASTILLES VERSLE-
TEN ZIJN, OMDAT DE VLOEISTOF
ZAL UITSTROMEN WANNEER DE
REMPASTILLES ZULLEN VERVAN-
GEN WORDEN.
101
4 Maintenance / 4 Onderhoud
WHEN THE BRAKE LEVER HAS EX-
CEEDING TRAVEL OR IF YOU NOTICE
A LOSS OF BREAKING, CONTACT AN
APRILIA OFFICIAL DEALER. THE
BRAKING SYSTEM MAY NEED
BLEEDING.
CONTROLEER DE REMEFFICIËNTIE.
IN GEVAL VAN EEN EXCESSIEVE
LOOP VAN DE REMHENDEL OF VAN
VERLIES VAN EFFICIËNTIE VAN DE
REMINSTALLATIE, WENDT MEN ZICH
TOT EEN OFFICIËLE APRILIA DEA-
LER, OMDAT HET NODIG KAN ZIJN
OM EEN ONTLUCHTING UIT TE VOE-
REN VAN DE INSTALLATIE.
04_22
Battery (04_22, 04_23, 04_24)
Remove the saddle.
Unscrew and remove the nega-
tive wire fastening screw, keep-
ing the washer.
Accu (04_22, 04_23, 04_24)
Verwijder het zadel.
Draai de bevestigingsbout los,
verwijder ze van de negatieve
kabel, en recupereer de bout-
blokkering.
04_23
Unscrew and remove the nega-
tive wire fastening screw, keep-
ing the washer.
Draai de bevestigingsbout los,
verwijder ze van de positieve
kabel, en recupereer de bout-
blokkering.
102
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_24
Remove the battery.
Verwijder de accu.
Fuses (04_25, 04_26, 04_27,
04_28, 04_29)
CAUTION
NEVER ATTEMPT TO REPAIR FAUL-
TY FUSES. NEVER USE A FUSE OF A
RATING OTHER THAN SPECIFIED.
THIS COULD DAMAGE THE ELECTRI-
CAL SYSTEM OR CAUSE A SHORT
CIRCUIT, WITH THE RISK OF FIRE.
CAUTION
A FUSE THAT BLOWS FREQUENTLY
MAY INDICATE A SHORT CIRCUIT OR
OVERLOAD. IF THIS OCCURS, CON-
TACT AN Official aprilia Dealer.
Zekeringen (04_25, 04_26,
04_27, 04_28, 04_29)
LET OP
HERSTEL GEEN DEFECTE ZEKERIN-
GEN. GEBRUIK NOOIT ANDERE ZE-
KERINGEN DAN GESPECIFICEERD.
MEN ZOU SCHADE KUNNEN VER-
OORZAKEN AAN HET ELEKTRISCH
SYSTEEM, OF ZELFS BRAND IN GE-
VAL VAN KORSTSLUITING.
LET OP
WANNEER EEN ZEKERING FRE-
QUENT WORDT BESCHADIGD, IS ER
WAARSCHIJNLIJK EEN KORTSLUI-
TING OF EEN OVERBELASTING. IN
103
4 Maintenance / 4 Onderhoud
DIT GEVAL RAADPLEEGT MEN EEN
Officiële aprilia Dealer.
04_25
Checking the fuses is necessary when-
ever an electrical component fails to op-
erate or is malfunctioning or when the
engine does not start.
Check the auxiliary fuses first and then
the main 30A fuse.
To check:
Set the ignition switch to (OFF)
to avoid an accidental short cir-
cuit.
Remove the right side fairing by
undoing the two screws (1) and
slide if off from its seat.
Wanneer men het niet of onregelmatig
werken van een elektrisch onderdeel of
het niet starten van de motor opmerkt,
moet men de zekeringen controleren.
Controleer eerst de secundaire zekerin-
gen en vervolgens de hoofdzekering van
30A.
Voor de controle:
Plaats de ontstekingsschake-
laar op (OFF) om een toevallige
kortsluiting te vermijden.
Verwijder de zijplaat door de
twee bouten (1) los te draaien
en ze uit haar zit te verwijderen.
04_26
Lift the cover (2) of the auxiliary
fuse box.
Hef het deksel (2) van de secun-
daire zekeringendoos op.
104
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Take out one fuse at a time and
check whether the filament (3) is
broken.
Before replacing the fuse, find
and solve, if possible, the rea-
son that caused the problem.
If the fuse is damaged, replace
it with one of the same amper-
age.
NOTE
IF THE SPARE FUSE IS USED, RE-
PLACE WITH ONE OF THE SAME
TYPE IN THE CORRESPONDING FIT-
TING.
Verwijder de zekeringen één
voor één, en controleer of de
draad (3) onderbroken is.
Vooraleer men de zekering ver-
vangt, zoekt men indien moge-
lijk de oorzaak van het pro-
bleem.
Vervang de zekering indien be-
schadigd, met een andere met
dezelfde elektrische stroom-
sterkte.
N.B.
WANNEER MEN EEN RESERVEZEKE-
RING GEBRUIKT, PLAATST MEN EEN
GELIJKE IN DE SPECIALE ZITTING.
04_27
Remove the left side cover, fol-
lowing the same procedure as
for the right side cover.
Follow the same steps descri-
bed above for the auxiliary fuses
also for the main fuses.
Verwijder het linker zijplaatje,
door op analoge wijze te han-
delen van het rechter zijplaatje.
Voer ook voor de hoofdzekerin-
gen de eerder beschreven han-
delingen van de secundaire ze-
keringen uit.
SECONDARY FUSES DISTRIBUTION
(1) Fuse NOT USED
SCHIKKING VAN DE SECUNDAIRE ZEKERINGEN
(1) Zekering NIET GEBRUIKT
105
4 Maintenance / 4 Onderhoud
(2) 15A fuse ECU relay power
(3) 15A Fuse Taillights, indicators, horn,
instrument panel, stop light
(4) 15A Fuse ECU relay energising
(5) 7.5A fuse Injector coils
(6) 7.5A fuse Electric fan
(7) 7.5A fuse Fuel pump
(2) Zekering van 15A Vermogen van het relais van de
centrale
(3) Zekering van 15A Positielichten, richtingaanwijzers,
claxon, dashboard, stoplicht
(4) Zekering van 15A Opwekking van het relais van de
centrale
(5) Zekering van 7,5A Bobines van de injectors
(6) Zekering van 7,5A Elektroschroef
(7) Zekering van 7,5A Benzinepomp
04_28
NOTE
THREE FUSES ARE SPARE
FUSES«8».
N.B.
DRIE ZEKERINGEN ZIJN RESERVE-
ZEKERINGEN «8».
MAIN FUSES DISTRIBUTION
30A fuse Battery recharge (there is just one
fuse, the second one is spare).
SCHIKKING VAN DE HOOFDZEKERINGEN
Zekering van 30A Het opladen van de accu (er is
slechts één zekering, de tweede is
een reservezekering).
106
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_29
Lamps
NOTE
BEFORE CHANGING A BULB, CHECK
THE FUSES.
Lampjes
N.B.
VOORALEER MEN EEN LAMPJE VER-
VANGT, CONTROLEERT MEN DE ZE-
KERINGEN.
04_30
Front light group (04_30,
04_31, 04_32, 04_33, 04_34)
In the front headlight there are:
Two tail light bulbs «1».
One low-beam / high-beam light
bulb «2».
Koplampset (04_30, 04_31,
04_32, 04_33, 04_34)
In het voorlicht vindt men:
Twee lampjes van het positie-
licht «1».
Een lampje van het dimlicht /
groot licht «2».
107
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_31
04_32
04_33
To replace:
Rest the vehicle on its stand.
Undo the two upper screws.
Slide off the front cowl from the
mudguard seats.
Side light lamp «1»
Slide off the tail light bulb and
replace it with another of the
same type.
High/low beam light bulb«2»
Hold the bulb electrical connec-
tor «3», pull and disconnect it
from the bulb holder.
Slide off the cover «4» from the
parabole fitting and from the
bulb connectors.
Release the two ends of the re-
taining spring «5» located in the
bulb holder.
Extract the bulb from its fitting.
Upon refitting:
Fit a bulb of the same type ade-
quately.
Slide in the cover «4» in the bulb
connectors and the parabole fit-
ting.
Connect the bulb electrical con-
nector «3».
Voor de vervanging:
Plaats het voertuig op de stan-
daard.
Draai de twee bovenste bouten
los.
Verwijder het maskertje uit de
zittingen van het spatbord.
Lampje van het positielicht «1»
Verwijder het positielampje, en
vervang het met een van het-
zelfde type.
Lampje van het dimlicht / groot licht
«2»
Grijp de elektrische connector
van het lampje «3» vast, trek er
aan, en maak hem los van de
lamphouder.
Verwijder de kap «4» van de pa-
raboolzitting en de terminals van
het lampje.
Koppel de twee uiteinden van
de trekveer «5» los die zich op
de lamphouder bevindt.
Verwijder het lampje uit de zit-
ting.
Bij de hermontage:
Installeer op correcte wijze een
lampje van hetzelfde type.
Plaats de kap «4» correct in de
paraboolzitting en de terminals
van het lampje.
Verbind de elektrische connec-
tor van het lampje «3».
108
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_34
04_35
Headlight adjustment (04_35,
04_36)
NOTE
IN COMPLIANCE WITH LOCAL LEGAL
REQUIREMENTS, SPECIFIC PROCE-
DURES MUST BE FOLLOWED WHEN
CHECKING LIGHT BEAM ADJUST-
MENT.
Afstellen van de koplamp
(04_35, 04_36)
N.B.
OP BASIS VAN WAT WORDT VOOR-
GESCHREVEN DOOR DE VAN
KRACHT ZIJNDE WETGEVING IN HET
LAND VAN GEBRUIK VAN HET VOER-
TUIG, MOETEN ER VOOR DE CON-
TROLE VAN DE RICHTING VAN DE
LICHTBUNDEL SPECIFIEKE PROCE-
DURES UITGEVOERD WORDEN.
109
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_36
For a quick check of the correct direction
of the front light beam:
Place the vehicle 10m away
from a vertical wall and make
sure the ground is level.
Turn on the low-beam light, sit
on the scooter and check that
the light beam projected to the
wall is a little below the headlight
horizontal straight line (about
9/10 of the total height).
To adjust the light beam:
Working from both sides, undo
screw «1».
Adjust the headlamp until the
desired position is obtained
Working from both sides, tighten
screw «1».
Voor een snelle controle van de correcte
richting van de voorste lichtbundel, han-
delt men als volgt:
Plaats het voertuig op tien meter
afstand van een verticale wand,
en controleer of de ondergrond
vlak is.
Ontsteek het dimlicht, ga op het
voertuig zitten, en controleer of
de lichtbundel die op de wand
wordt geprojecteerd zich iets
onder de horizontale lijn van de
koplamp bevindt (ongeveer 9/10
van de totale hoogte).
Voor het regelen van de lichtbundel:
Handel op beide kanten: draai
de bout «1» los.
Richt de koplamp tot de gewen-
ste positie wordt verkregen
Handel op beide kanten: sluit de
bout «1».
Front and rear disc brake
(04_37, 04_38, 04_39, 04_40)
CAUTION
BRAKES ARE THE MOST IMPORTANT
COMPONENTS TO ENSURE SAFETY
AND THEREFORE THEY HAVE TO BE
ALWAYS IN PERFECT CONDITIONS;
Schijfrem voor en achter
(04_37, 04_38, 04_39, 04_40)
LET OP
DE REMMEN ZIJN DE ONDERDELEN
DIE HET MEEST DE VEILIGHEID GA-
RANDEREN, EN MOETEN DUS
STEEDS PERFECT EFFICIËNT WOR-
110
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CHECK THE BRAKES BEFORE EACH
RIDE. A DIRTY DISC SOILS THE
PADS, LEADING TO LOSS OF BRAK-
ING. DIRTY PADS MUST BE RE-
PLACED, WHEREAS A DIRTY BRAKE
DISC MAY BE CLEANED WITH A
HIGH-QUALITY DEGREASING PROD-
UCT. HAVE THE BRAKE FLUID
CHANGED AT AN Official aprilia Deal-
er ONCE A YEAR. USE THE BRAKE
FLUID SPECIFIED IN THE RECOM-
MENDED PRODUCT TABLE.
NOTE
THIS VEHICLE IS EQUIPPED WITH
FRONT AND REAR DISC BRAKES,
EACH OPERATED BY AN INDEPEND-
ENT HYDRAULIC CIRCUIT.
DEN GEHOUDEN; CONTROLEER ZE
VÓÓR ELKE REIS. EEN VUILE SCHIJF
BESMEURT DE PASTILLES, EN VER-
MINDERT DUS DE DOELTREFFEND-
HEID VAN HET REMMEN. VUILE PAS-
TILLES MOETEN WORDEN VERVAN-
GEN, TERWIJL DE VUILE SCHIJF
WEER GEREINIGD MOET WORDEN
MET EEN ONTVETTEND PRODUCT
VAN HOGE KWALITEIT. DE REM-
VLOEISTOF MOET EENS PER JAAR
VERVANGEN WORDEN DOOR EEN
Officiële aprilia Dealer. GEBRUIK DE
SPECIFIEKE REMVLOEISTOF DIE
WORDT AANGEDUID IN DE TABEL
VAN DE AANBEVOLEN PRODUCTEN.
N.B.
DIT VOERTUIG IS UITGERUST MET
SCHIJFREMMEN VOORAAN EN ACH-
TERAAN, MET GESCHEIDEN HY-
DRAULISCHE CIRCUITS.
04_37
The front braking system has single disc
(left side).
The rear braking system has single disc
(right side).
The information provided below relates to
an individual braking system but is appli-
cable to both.
Brake fluid decreases gradually in the
reservoir (1-2) as the brake pads wear
down, to compensate the wear automat-
ically.
Het voorste remsysteem is met een en-
kele schijf (linker kant).
Het achterste remsysteem is met een en-
kele schijf (rechter kant).
De volgende informatie is in verband met
slechts één reminstallatie, maar geldt
voor beide.
Met het verbruik van de wrijvingspastilles
vermindert het peil van de remvloeistof in
de tank (1-2), om automatisch de slijtage
te compenseren.
111
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_38
The front brake reservoir «1» is placed
near the front brake lever connection.
The rear brake fluid reservoir «2» is inte-
grated in the brake pump fastened to the
frame near the fork.
De vloeistoftank van de voorrem «1» be-
vindt zich nabij de koppeling van de hen-
del van de voorrem. De vloestoftank van
de achterrem «2» is geïntegreerd in de
rempomp die aan het frame is bevestigd,
op de rechter kant, naast de vork.
Check the brake fluid level in the reser-
voirs «1» «2» and check brake pads for
wear before setting off.
Checking brake pads for wear
Controleer vóór het vertrek het peil van
de remvloeistof in de tanks «1» en «2»,
en de slijtage van de pastilles.
Controle van de slijtage van de pastil-
les
04_39
Disc brake pad wear depend on the use,
the riding style and the roads.
CAUTION
WEAR IS GREATER WHEN RIDING ON
DIRTY AND WET ROADS OR OF-
FERED.
De slijtage van de pastilles van de rem-
schijf hangt af van het gebruik, van het
rijgedrag en van het wegtype.
LET OP
ER IS MEER SLIJTAGE WANNEER
MEN OP STOFFIGE EN NATTE WE-
GEN RIJDT, EN CROSST.
112
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_40
To carry out a quick pad check:
Rest the vehicle on its stand.
Check the front brake calliper pads:
Visually inspect the area be-
tween brake disc and brake
pads looking from the bottom up
the front end;
Checking the rear brake calliper pads:
Visually inspect the area be-
tween brake disc and brake
pads looking from the bottom up
the rear end;
NOTE
EXCESSIVE WEAR OF THE FRICTION
MATERIAL MAKES THE PAD METAL
SUPPORT GET INTO CONTACT WITH
THE DISC, WHICH RESULTS IN A
METALLIC NOISE AND SPARKS IN
THE CALLIPER; THEREFORE, BRAK-
ING EFFICIENCY AND DISC SAFETY
AND INTEGRITY ARE AT RISK.
Voor het uitvoeren van een snelle con-
trole van de slijtage van de pastilles:
Plaats het voertuig op de stan-
daard.
Controle van de pastilles van de voorste
remtang:
Voer een visieve controle uit
tussen de remtang en de pastil-
le, door te handelen langs bo-
ven vooraan;
Controle van de pastilles van de achter-
ste remtang:
Voer een visieve controle uit
tussen de remtang en de pastil-
le, door te handelen langs bo-
ven achteraan;
N.B.
EEN VERDER VERBRUIK VAN HET
WRIJVINGSMATERIAAL KAN HET
CONTACT VEROORZAKEN MET DE
METALEN STEUN VAN DE PASTIL-
LES MET DE SCHIJF, MET ALS GE-
113
4 Maintenance / 4 Onderhoud
VOLG LAWAAI VAN METAAL EN DE
TANG DIE VONKEN MAAKT; DE
DOELTREFFENDHEID VAN HET REM-
MEN, DE VEILIGHEID EN DE INTEGRI-
TEIT VAN DE SCHIJF WORDEN OP
DEZE MANIER GESCHAAD.
When the lining material of even just one
of the brake pads is worn down to nearly
1.5 mm (0.06 in) (or even if one of the
wear indicators is no longer visible), re-
place both brake pads.
CAUTION
TAKE YOUR SCOOTER TO AN Official
aprilia Dealer TO HAVE DISCS RE-
PLACED.
Wanneer de dikte van het wrijvingsmate-
riaal (ook van slechts één pastille) ver-
minderd is tot ongeveer 1,5 mm (0.06 in)
(of ook wanneer slechts één van de slij-
tage-indicators niet meer zichtbaar is),
vervangt men beide pastilles.
LET OP
VOOR DE VERVANGING MOET MEN
ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer
WENDEN.
Periods of inactivity (04_41)
CAUTION
WHEN THE VEHICLE IS LEFT UN-
USED FOR OVER TWENTY DAYS, DIS-
CONNECT THE 30 A FUSE TO PRE-
VENT BATTERY DEGRADATION.
Stilstand van het voertuig
(04_41)
LET OP
WANNEER HET VOERTUIG INACTIEF
BLIJFT VOOR LANGER DAN TWINTIG
DAGEN, MAAKT MEN DE ZEKERING
VAN 30 A LOS OM TE VERMIJDEN
DAT DE ACCU VERVALT.
114
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_41
Take some measures to avoid the side
effects of not using the vehicle. Also, car-
ry out general maintenance and checks
before garaging the vehicle as one can
forget to do so afterwards.
Proceed as follows:
Remove the battery.
Wash and dry the vehicle.
Inflate tyres.
Store the vehicle in cool, dry
place, with minimum tempera-
ture variations and not exposed
to sun rays.
Wrap and tie a plastic bag
around the muffler exhaust end
to keep moisture out.
NOTE
PLACE A SUITABLE SUPPORT UN-
DER THE VEHICLE TO KEEP BOTH
WHEELS OFF THE GROUND.
Men moet enkele voorzorgsmaatregelen
treffen om de effecten van het niet ge-
bruiken van het voertuig tegen te gaan.
Bovendien moet men de herstellingen en
de algemene controle vóór het opbergen
uitvoeren, anders kan men vergeten om
dit vervolgens uit te voeren.
Handel als volgt:
Verwijder de accu.
Was en droog het voertuig.
Blaas de banden op.
Plaats het voertuig in een niet
verwarmd lokaal, zonder voch-
tigheid, beschermd tegen zon-
nestralen, en waar temperatuur-
verschillen miniem zijn.
Plaats een plastic zakje op de
uitlaat en bind dit vast, zodat er
geen vochtigheid in kan komen.
N.B.
PLAATS HET VOERTUIG ZODANIG
DAT BEIDE BANDEN VAN DE GROND
ZIJN, DOOR GEBRUIK TE MAKEN
VAN EEN DAARVOOR BESTEMDE
STEUN.
Cover the vehicle. Avoid using
plastic or waterproof materials.
Bedek het voertuig, maar met
geen plastic of ondoordringbaar
materiaal.
After storage
NA HET OPBERGEN
Verwijder de bedekking en reinig het
voertuig.
115
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Uncover and clean the vehicle.
NOTE
TAKE THE PLASTIC BAGS OFF THE
EXHAUST PIPE OPENING.
N.B.
VERWIJDER DE PLASTIC ZAKJES
VAN DE UITEINDEN VAN DE UITLAAT.
Uncover and clean the scooter.
Check battery charge and in-
stall.
Refill the fuel tank.
Carry out the pre-ride checks.
CAUTION
TEST RIDE THE VEHICLE AT MODER-
ATE SPEED FOR A FEW KILOMETRES
IN AN AREA AWAY FROM TRAFFIC.
Verwijder de bedekking en rei-
nig het voertuig.
Controleer de staat van lading
van de accu, en installeer ze.
Tank brandstof.
Voer de voorbereidende contro-
les uit.
LET OP
VOER EEN TESTRONDE VAN ENKE-
LE KILOMETERS UIT AAN EEN GE-
MATIGDE SNELHEID IN EEN VER-
KEERSVRIJE ZONE.
Cleaning the vehicle
Clean the scooter frequently if ex-
posed to adverse conditions, such as:
Air pollution (cities and industrial
areas).
Salinity and humidity in the at-
mosphere (seashore areas, hot
and wet weather).
Special environmental/season-
al conditions (use of salt, anti-
Reinigen van het voertuig
Reinig het voertuig regelmatig wan-
neer het wordt gebruikt in de volgende
zones of condities:
Atmosferische vervuiling (stad
en industriële zones).
Zoutgehalte en vochtigheid uit
de atmosfeer (zeegebieden,
warm en vochtig klimaat).
116
4 Maintenance / 4 Onderhoud
icing chemical products on the
roads in winter).
Pay special attention to prevent
deposits on the bodywork, such
as industrial dusts and pollu-
tants, tar spots, dead insects,
birds droppings, etc. Avoid park-
ing under trees. During some
seasons, resins, fruits or leaves
containing aggressive chemical
substances that may damage
the paintwork may fall from
trees.
CAUTION
BEFORE WASHING THE VEHICLE,
COVER THE ENGINE AIR INTAKES
AND THE EXHAUST PIPES.
CAUTION
AFTER CLEANING YOUR VEHICLE,
BRAKING EFFICIENCY MAY BE TEM-
PORARILY AFFECTED DUE TO THE
PRESENCE OF WATER ON THE FRIC-
TION SURFACES OF THE BRAKING
CIRCUIT. ALLOW LONGER BRAKING
DISTANCES TO PREVENT ACCI-
DENTS. BRAKE REPEATEDLY TO RE-
STORE NORMAL OPERATION. CAR-
RY OUT THE PRE-RIDE CHECKS.
Speciale milieu/seizoenscondi-
ties (het gebruik van zout, che-
mische anti-ijsproducten op we-
gen in de winterperiode).
Vermijdt vooral dat er op de car-
rosserie afzettingen overblijven
van industriële en vervuilende
stoffen, teervlekken, dode in-
secten, uitwerpselen van vo-
gels, enz. Parkeer het voertuig
niet onder bomen. In sommige
seizoenen kan er uit de bomen
hars, fruit of bladeren vallen die
chemische stoffen bevatten die
schadelijk zijn voor de lak.
LET OP
VOORALEER MEN HET VOERTUIG
WAST, DICHT MEN DE INLATEN VAN
DE AANZUIGLUCHT VAN DE MOTOR
EN DE UITLAATOPENINGEN VAN DE
UITLAAT.
LET OP
NADAT MEN HET VOERTUIG HEEFT
GEWASSEN, KAN DE REMDOEL-
TREFFENDHEID TIJDELIJK MINDER
ZIJN DOOR DE AANWEZIGHEID VAN
WATER OP DE WRIJVINGSOPPER-
VLAKKEN VAN DE REMINSTALLATIE.
VOORZIE EEN LANGE REMAFSTAND
117
4 Maintenance / 4 Onderhoud
OM ONGELUKKEN TE VERMIJDEN.
ACTIVEER HERHAALDELIJK DE
REMMEN, OM DE NORMALE REM-
CONDITIES TE HERSTELLEN. VOER
DE VOORBEREIDENDE CONTROLES
UIT.
TO CLEAN THE HEADLIGHTS USE A
SPONGE SOAKED IN WATER AND
MILD DETERGENT, RUBBING THE
SURFACE GENTLY AND RINSING
FREQUENTLY WITH PLENTY OF WA-
TER. REMEMBER TO CLEAN THE VE-
HICLE CAREFULLY BEFORE APPLY-
ING SILICON WAX POLISH. DO NOT
POLISH MATT-PAINTED SURFACES
WITH POLISHING PASTE. THE VEHI-
CLE SHOULD NEVER BE WASHED IN
DIRECT SUNLIGHT, ESPECIALLY
DURING SUMMER, OR WITH THE
BODYWORK STILL HOT AS THE CAR
SHAMPOO CAN DAMAGE THE PAINT-
WORK IF IT DRIES BEFORE BEING
RINSED OFF.
CAUTION
DO NOT USE WATER (OR LIQUIDS)
AT TEMPERATURES OVER 40°C (104°
F) WHEN CLEANING PLASTIC PARTS
OF THE VEHICLE. DO NOT AIM HIGH
VOOR DE REINIGING VAN DE LICH-
TEN GEBRUIKT MEN EEN SPONS DIE
WERD ONDERGEDOMPELD IN WA-
TER EN EEN NEUTRAAL REINIGINGS-
MIDDEL, WRIJFT MEN ZACHTJES OP
DE OPPERVLAKKEN EN SPOELT
MEN FREQUENT MET VEEL WATER.
MEN HERINNERT DAT HET OPPOET-
SEN MET SILICONENWAS UITGE-
VOERD MOET WORDEN NADAT MEN
HET VOERTUIG ZORGVULDIG HEEFT
GEWASSEN. POETS MATTE LAKKEN
NIET OP MET SCHURENDE PASTA'S.
HET WASSEN MAG NOOIT WORDEN
UITGEVOERD IN DE ZON, VOORAL
NIET IN DE ZOMER WANNEER DE
CARROSSERIE NOG WARM IS, OM-
DAT DE SHAMPOO DIE VÓÓR HET
SPOELEN OPDROOGT DE LAK KAN
BESCHADIGEN.
118
4 Maintenance / 4 Onderhoud
PRESSURE AIR/WATER JETS OR
STEAM JETS DIRECTLY TO THE FOL-
LOWING PARTS: WHEEL HUBS, CON-
TROLS ON THE RIGHT AND LEFT
SIDE OF THE HANDLEBAR, BEAR-
INGS, BRAKE PUMPS, INSTRUMENTS
AND GAUGES, EXHAUST SILENCER,
IGNITION SWITCH. DO NOT USE AL-
COHOL OR SOLVENTS TO CLEAN
ANY RUBBER OR PLASTIC SADDLE
COMPONENTS: USE WATER AND
MILD SOAP.
CAUTION
DO NOT APPLY PROTECTIVE WAX
ON THE SADDLE AS IT MAY BECOME
SLIPPERY.
LET OP
GEBRUIK GEEN WATER (OF VLOEI-
STOFFEN) MET EEN HOGERE TEM-
PERATUUR DAN 40°C (104°C) VOOR
DE REINIGING VAN DE PLASTIC DE-
LEN VAN HET VOERTUIG. RICHT DE
WATERSTRALEN OF PERSLUCHT OF
DAMP NIET OP DE VOLGENDE DE-
LEN: DE NAVEN VAN DE WIELEN, DE
COMMANDO'S OP DE RECHTER EN
LINKER KANT VAN HET STUUR, DE
KUSSENTJES, DE REMPOMPEN, DE
INSTRUMENTEN EN DE INDICATO-
REN, DE UITLAAT VAN DE KNALDEM-
PER, DE ONTSTEKINGSSCHAKE-
LAAR. VOOR DE REINIGING VAN DE
RUBBEREN EN PLASTIC DELEN EN
VAN HET ZADEL, MAG MEN GEEN AL-
COHOL OF OPLOSMIDDELEN GE-
BRUIKEN; GEBRUIK DAARENTEGEN
WATER EN NEUTRALE ZEEP.
LET OP
BRENG OP HET ZADEL GEEN BE-
SCHERMENDE WAS AAN OM TE VER-
MIJDEN DAT HET GAAT SCHUIVEN.
119
4 Maintenance / 4 Onderhoud
Transport
During transport the vehicle must be well
secured in an upright position and first
gear must be engaged, to avoid fuel, oil
and coolant leaks.
IN CASE OF FAILURE, DO NOT HAVE
THE VEHICLE TOWED. ASK FOR
ROAD ASSISTANCE SERVICE.
Vervoer
Tijdens de verplaatsing moet het voertuig
in verticale positie blijven, goed veran-
kerd zijn en in de eerste versnelling ge-
plaatst worden, om eventuele lekken van
brandstof, olie en koelvloeistof te vermij-
den.
IN GEVAL VAN EEN DEFECT MAG
MEN HET VOERTUIG NIET SLEPEN,
MAAR MOET MEN EEN HULPDIENST
CONTACTEREN.
Transmission chain
The RXV model features a chain with
master link.
EXCESSIVE CHAIN SLACKENING
MAY CAUSE IT TO COME OFF THE
PINION, WHICH IN TURN COULD
CAUSE AN ACCIDENT OR SEVERE
DAMAGE TO THE VEHICLE. CHECK
THE CHAIN SLACK ON A REGULAR
BASIS AND ADJUST IT AS NECESSA-
RY. TO CHANGE THE CHAIN TAKE
YOUR VEHICLE TO AN Official aprilia
Dealer, WHO WILL PROVIDE ACCU-
RATE, PROMPT SERVICE.
Transmissieketting
De RXV heeft een ketting met verbin-
dingsschakel.
EEN EXCESSIEVE LOSSING VAN DE
KETTING KAN ZE UIT HET RONDSEL
DOEN KOMEN, EN EEN ONGEVAL OF
ERNSTIGE SCHADE AAN HET VOER-
TUIG VEROORZAKEN. CONTROLEER
REGELMATIG DE SPELING, EN VOER
INDIEN NODIG DE REGELING UIT.
VOOR DE VERVANGING VAN DE KET-
TING WENDT MEN ZICH UITSLUI-
TEND TOT EEN Officiële aprilia Dealer,
DIE EEN SNELLE EN VERZORGDE
SERVICE ZAL GARANDEREN.
120
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CAUTION
INCORRECTLY EFFECTED MAINTE-
NANCE MAY CAUSE EARLY WEAR
OF THE CHAIN AND OR DAMAGE THE
PINION AND/OR THE CROWN. PER-
FORM MAINTENANCE OPERATIONS
MORE FREQUENTLY IF YOU RIDE
THE VEHICLE IN EXTREME CONDI-
TIONS OR ON DUSTY AND OR MUDDY
ROADS.
LET OP
EEN NIET UITGEVOERD ONDER-
HOUD KAN VOORTIJDIGE SLIJTAGE
VAN DE KETTING VEROORZAKEN
EN/OF HET RONDSEL EN/OF DE
KROON BESCHADIGEN. VOER DE
ONDERHOUDSHANDELINGEN RE-
GELMATIGER UIT WANNEER HET
VOERTUIG IN STRENGE OMSTAN-
DIGHEDEN OF OP STOFFIGE EN/OF
MODDERIGE WEGEN WORDT GE-
BRUIKT.
04_42
Chain backlash check (04_42)
To check backslash:
Stop the engine.
Place the vehicle on the stand.
Engage neutral gear.
Check that vertical oscillation at
the middle point between pinion
and crown on the lower part of
the chain is of about 20 ÷ 25 mm
(0.79 ÷ 0.98 in).
Move the vehicle forward so as
to check vertical oscillation in
other positions too. The slack
should remain constant during
all wheel rotation phases.
Controle van de speling van de
ketting (04_42)
Voor de controle van de speling:
Leg de motor stil.
Plaats het voertuig op de stan-
daard.
Plaats de hendel van de ver-
snellingsbak in vrij.
Controleer of de verticale
schommeling, in een tussenlig-
gend punt tussen het rondsel en
de kroon in de onderste vertak-
king van de ketting, ongeveer 20
÷ 25 mm (0.79 ÷ 0.98 in) be-
draagt.
Verplaats het voertuig vooruit,
zodat de verticale schommeling
van de ketting ook in andere po-
sities wordt gecontroleerd; de
121
4 Maintenance / 4 Onderhoud
If the slack is uniform, but higher or lower
than 20 ÷ 25 mm (0.79 ÷ 0.98 in), adjust
it as required.
CAUTION
IF CLEARANCE IS GREATER AT
SOME POSITIONS, THIS MEANS
THAT SOME CHAIN LINKS ARE FLAT-
TENED OR JAMMED.
TO AVOID RISK OF SEIZURE, LUBRI-
CATE THE CHAIN ON A REGULAR
BASIS.
speling moet in alle fasen van de
rotatie van het wiel constant blij-
ven.
Wanneer de speling uniform is, maar
meer of minder dan 20 ÷ 25 mm (0.79 ÷
0.98 in) bedraagt, voert men de regeling
uit.
LET OP
ALS IN BEPAALDE POSITIES EEN
GROTERE SPELING AANWEZIG IS,
ZIJN ER VERPLETTERDE OF VAST-
GELOPEN SCHAKELS AANWEZIG.
OM TE VOORKOMEN DAT DE SCHA-
KELS KUNNEN AFSLAAN, SMEERT
MEN REGELMATIG DE KETTING.
04_43
Chain backlash adjustment
(04_43, 04_44)
If you need to adjust chain tension after
the check:
Rest the vehicle on its stand.
Loosen the nut (1) completely.
Loosen both lock nuts (4).
Actuate on the set screws (5)
and adjust the chain backlash
checking that the references (2
- 3) match on both sides of the
vehicle.
Tighten both lock nuts (4).
Tighten the nut (1).
Check chain clearance.
Regeling van de speling van
de ketting (04_43, 04_44)
Wanneer het na de controle nodig is om
de spanning van de ketting te regelen,
handelt men als volgt:
Plaats het voertuig op de stan-
daard.
Los de blokkeermoer (1) volle-
dig.
Los de twee tegenmoeren (4).
Handel op de registers (5) en re-
gel de speling van de ketting,
door langs beide kanten van het
voertuig te controleren of dezelf-
de referenties (2 - 3) overeen-
komen.
Sluit de twee tegenmoeren (4).
122
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_44
NOTE
WHEEL CENTRING IS CARRIED OUT
USING THE IDENTIFIABLE FIXED
REFERENCES (2-3) INSIDE THE TEN-
SIONER PAD MOUNTS ON THE FORK
ARMS, IN FRONT OF THE WHEEL
BOLT.
Locking torques (N*m)
Tightening torque for wheel nut (1):
120 Nm (12.0 kgm).
Sluit de moer (1).
Controleer de speling van de
ketting.
N.B.
VOOR HET CENTREREN VAN HET
WIEL ZIJN ER VASTE REFERENTIES
(2-3) VOORZIEN, DIE MEN IN DE ZIT-
TEN VAN DE SLEDEN VAN DE KET-
TINGSPANNER OP DE ARMEN VAN
DE VORK VINDT, VÓÓR DE WIELPIN.
Aandraaikoppels (N*m)
Sluitkoppel van de wielmoer (1)
120 Nm (12,0 kgm).
Checking wear of chain, front
and rear sprockets (04_45,
04_46, 04_47)
Also check the following parts and make
sure that the chain, pinion and crown do
not have:
Damaged rollers.
Loosened pins.
Dry, rusty, flattened or jammed
chain links.
Excessive wear.
Missing sealing rings.
Excessively worn or damaged
pinion or crown teeth.
Controle van het gebruik van
de ketting, het tandrad en
kroon (04_45, 04_46, 04_47)
Controleer bovendien de volgende delen,
en controleer of de ketting, het rondsel en
de kroon geen:
Beschadigde rollen hebben.
Geloste pinnen hebben.
Droge, verroeste, samenge-
drukte of afgeslagen schakels
hebben.
Excessieve slijtage vertonen.
Ontbrekende dichtingsringen
hebben.
Excessief versleten of bescha-
digde rondsel- of kroontanden
hebben.
123
4 Maintenance / 4 Onderhoud
CAUTION
IF THE CHAIN ROLLERS ARE DAM-
AGED, THE PINS ARE LOOSEN AND/
OR THE O-RINGS ARE MISSING OR
DAMAGED, THE WHOLE CHAIN AS-
SEMBLY (PINION, CROWN AND
CHAIN) SHOULD BE REPLACED.
LET OP
WANNEER DE ROLLEN VAN DE KET-
TING BESCHADIGD, DE PINNEN GE-
LOST EN/OF DE DICHTINGSRINGEN
BESCHADIGD OF AFWEZIG ZIJN,
MOET MEN DE VOLLEDIGE GROEP
VAN DE KETTING VERVANGEN
(RONDSEL, KROON EN KETTING).
04_45
04_46
Check chain roller, «6» the
chain slide pad and chain ten-
sioner pads «7» for wear.
Also check the fork «8» protec-
tion pad for wear.
CAUTION
LUBRICATE THE CHAIN ON A REGU-
LAR BASIS, PARTICULARLY IF YOU
FIND DRY OR RUSTY PARTS. FLAT-
TENED OR JAMMED CHAIN LINKS
MUST LUBRICATED AND REPAIRED.
IF REPAIR IS NOT POSSIBLE, CON-
TACT AN Official aprilia Dealer TO
HAVE IT REPLACED.
Controleer de slijtage van de rol
van de ketting «6», van het glij-
vlak van het oog van de ketting
en van de glijvlakken van de ket-
tingspanner «7».
Controleer uiteindelijk de slijta-
ge van de beschermingsslede
van de vork «8».
LET OP
SMEER DE KETTING REGELMATIG,
VOORAL WANNEER MEN DROGE OF
VERROESTE DELEN OPMERKT. DE
SAMENGEDRUKTE OF AFGESLA-
GEN SCHAKELS MOETEN GE-
SMEERD WORDEN EN OPNIEUW IN
WERKCONDITIES GEBRACHT WOR-
DEN. WANNEER DIT NIET MOGELIJK
ZOU ZIJN, WENDT MEN ZICH TOT
EEN Officiële aprilia Dealer, DIE ZAL
ZORGEN VOOR DE VERVANGING.
124
4 Maintenance / 4 Onderhoud
04_47
Chain lubrication and cleaning
Lubricate the chain whenever necessary.
Lubricate the chain with chain spray
grease. Do not wash the chain with water
jets, vapour jets, high-pressure water jets
and highly flammable solvents.
BE EXTREMELY CAREFUL WHEN AD-
JUSTING, LUBRICATING, WASHING
AND REPLACING THE CHAIN.
Smering en reiniging van de
ketting
Smeer de ketting elke keer dit nodig is.
Smeer de ketting met een vetspray voor
kettingen. Was de ketting absloluut niet
met waterstralen, dampstralen, water-
stralen onder hoge druk en met oplos-
middelen met hoge ontvlambaarheids-
graad.
WEES ZEER VOORZICHTIG BIJ DE
REGELING, DE SMERING, HET WAS-
SEN EN DE VERVANGING VAN DE
KETTING.
125
4 Maintenance / 4 Onderhoud
126
4 Maintenance / 4 Onderhoud
RXV 450-550
Chap. 05
Technical data
Hst. 05
Technische gegevens
127
TECHNICAL DATA RXV 450 - RXV 550 (VEHICLE)
Max. length 2240 mm (88.19 in)
Max. width 830 mm (32.68 in)
Max. height (to windshield) 1250 mm (49.21 in)
Saddle height 940 mm (37.01 in)
Wheelbase 1485 mm (58.46 in)
Minimum ground clearance 320 mm (12.60 in)
Kerb weight (of every fluid ) 116.5 kg (256.84 lb)
Fuel tank capacity (including
reserve)
7.5 l (1.65 Ukgal)
Fuel reserve 2.2 l (0.48 Ukgal)
Engine oil capacity 1.3 l (0.28 Ukgal)
Fork oil capacity 100 mm (3.94 in) of clearance (for
each stem, measured without
spring and under compression)
Coolant capacity 1.1 l (0.24 Ukgal) (50% water +
50% antifreeze solution with
ethylene glycol)
Seats 1
CHASSIS Tubular steel perimeter frame and
aluminium vertical members
Front suspension hydraulic action telescopic fork, Ø
45 mm (Ø 1.77 in) stems
TECHNISCHE GEGEVENS RXV 450 - RXV 550
(VOERTUIG)
Max lengte 2240 mm (88.19 in)
Max breedte 830 mm (32.68 in)
Max hoogte (tot de kap) 1250 mm (49.21 in)
Hoogte tot het zadel 940 mm (37.01 in)
Asafstand 1485 mm (58.46 in)
Minimum vrije hoogte vanaf de
grond
320 mm (12.60 in)
Droog gewicht (zonder
vloeistoffen)
116,5 kg (256.84 lb)
Capaciteit van de brandstoftank
(inclusief de reserve)
7,5 l (1.65 Uk gal)
Brandstofreserve 2,2 l (0.48 Uk gal)
Capaciteit van de motorolie 1,3 l (0.28 Uk gal)
Capaciteit van de olie voor de vork 100 mm (3.94 in) lucht (gemeten
voor elke stang, zonder veer en
met stang in compressie)
Capaciteit van de koelvloeistof 1,1 l (0.24 gal) (50% water + 50%
antivries met ethyleenglycol)
Plaatsen 1
FRAME Stijl in aluminium, en raamwerk in
stalen buizen
128
5 Technical data / 5 Technische gegevens
Front suspension travel 298.5 mm (11.75 in)
Rear suspension Oscillating fork and adjustable
hydraulic single shock absorber
Rear wheel travel 300 mm (11.81 in) (usable)
Front brake Ø 270 mm (Ø 10.63 in) disc brake
with hydraulic transmission
Rear brake Ø 240 mm (Ø 9.45 in) disc brake
with hydraulic transmission
Wheel rims with spokes
Front wheel rim 1.60 x 21
Rear wheel rim 2.15 x 18
front tyre 90/90 21 54R
Front tyre inflation pressure 100 kPa (1.0 bar)
Rear tyre 140/80 18 70R
Rear tyre inflation pressure 110 kPa (1.1 bar)
Voorste ophanging telescoopvork met hydraulische
werking, stangen Ø 45 mm (Ø 1.77
in)
Verplaatsing van de voorste
ophanging
298,5 mm (11.75 in)
Achterste ophanging Achtervork en regelbare
hydraulische monoschokdemper
Verplaatsing van het achterwiel 300 mm (11.81 in) (bruikbaar)
Voorrem met schijf - Ø 270 mm (Ø 10.63 in),
met hydraulische transmissie
Achterrem met schijf - Ø 240 mm (Ø 9.45 in),
met hydraulische transmissie
Wielvelgen met spaken
Velg van het voorwiel 1,60 x 21"
Velg van het achterwiel 2,15 x 18"
Voorband 90/90 21 54R
Spanning van de voorband 100 kPa (1.0 bar)
Achterband 140/80 18 70R
Spanning van de achterband 110 kPa (1.1 bar)
RXV 450 TECHNICAL DATA (ENGINE)
Model 45RX
Engine 4-stroke, twin-cylinder, 4 valves
per cylinder, single overhead
camshaft
TECHNISCHE GEGEVENS RXV 450 (MOTOR)
Model 45RX
Motor bicilindrisch 4-takt met 4 kleppen
per cilinder, monoas met nokken in
de kop
129
5 Technical data / 5 Technische gegevens
Number of cylinders 2
overall cylinder capacity 449 cm³ (27.40 cu.in)
Bore / stroke 76 mm / 49.5 mm (2.99 in / 1.95 in)
Compression ratio 13 ± 0.5
Ignition electronic
Engine revs at idle speed 1800 ÷ 2000 rpm
Clutch multiple-disc oil-bathed clutch
Lubrication system Separate twin-sump lubrication
system with external reservoir
Air filter Sponge
Cooling Fluid
Gearbox mechanical, 5 speeds with foot
lever on the left hand side of the
engine
Gear ratio Primary: 22/56 = 1 : 2.545
Final: 15/50 = 1 : 3.200
1st 12/31 = 1 : 2.583 (secondary)
1: 21.042 (total)
2nd 13/25 = 1 : 1.923 (secondary)
1: 15.664 (total)
3rd 15/23 = 1 : 1.533 (secondary)
1: 12.489 (total)
4th 19/24 = 1 : 1.263 (secondary)
Aantal cilinders 2
Complessieve cilinderinhoud 449 cc (27.40 cu in)
Boring/loop 76 mm / 49,5 mm (2.99 in / 1.95 in)
Compressieverhouding 13 ± 0,5
Start Elektrisch
Toerental van de motor bij het
minimumregime
1800 ÷ 2000 toeren/min (tpm)
Koppeling Multischijf in oliebad
Smeersysteem Dubbele gescheiden smering met
externe tank
Luchtfilter In spons
Koeling Met vloeistof
VERSNELLINGSBAK mechanisch met 5 versnellingen
met pedaalcommando op de linker
kant van de motor
Transmissieverhouding Primaire: 22/56 = 1: 2,545
Eind: 15/50 = 1: 3,200
1ste 12/31= 1: 2,583 (secundaire)
1: 21,042 (totale)
13/25 = 1: 1,923 (secundaire)
1: 15,664 (totale)
15/23 = 1: 1,533 (secundaire)
1: 12,489 (totale)
130
5 Technical data / 5 Technische gegevens
1: 10.288 (total)
5th 21/22 = 1 : 1.047 (secondary)
1: 8.533 (total)
Drive chain with master link
Fuel system electronic injection
Diffuser Ø 38 mm (1.49 in)
Fuel supply premium unleaded petrol,
minimum octane rating of 95
(NORM) and 85 (NOMM)
19/24= 1: 1,263 (secundaire)
1: 10,288 (totale)
21/22= 1: 1,047 (secundaire)
1: 8,533 (totale)
Transmissieketting met koppelingsschakel
Voedingssysteem elektronische injectie
Diffusor Ø 38 mm (1.49 in)
VOEDING Loodvrije superbenzine, met een
minimum octaangehalte van 95
(N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
RXV 550 TECHNICAL DATA (ENGINE)
Model 55RX
Engine 4-stroke, twin-cylinder, 4 valves
per cylinder, single overhead
camshaft
Number of cylinders 2
Overall engine capacity 553 cm³ (33.75 cu.in)
Bore / stroke 80 mm / 55.0 mm (3.15 in / 2.16 in)
Compression ratio 12.5 ± 0.5
Ignition electronic
Engine revs at idle speed 1800 ÷ 2000 rpm
TECHNISCHE GEGEVENS RXV 550 (MOTOR)
Model 55RX
Motor bicilindrisch 4-takt met 4 kleppen
per cilinder, monoas met nokken in
de kop
Aantal cilinders 2
Complessieve cilinderinhoud 553 cc (33.75 cu in)
Boring/slag 80 mm / 55,0 mm (3.15 in / 2.16 in)
Compressieverhouding 12,5 ± 0,5
Start Elektrisch
Toerental van de motor bij het
minimumregime
1800 ÷ 2000 toeren/min (tpm)
131
5 Technical data / 5 Technische gegevens
Clutch multiple-disc oil-bathed clutch
Lubrication system Separate twin-sump lubrication
system with external reservoir
Air filter Sponge
Cooling Fluid
Gearbox mechanical, 5 speeds with foot
lever on the left hand side of the
engine
Gear ratio Primary: 22/56 = 1 : 2.545
Final: 15/50 = 1 : 3.200
1st 12/31 = 1 : 2.583 (secondary)
1: 21.042 (total)
2nd 13/25 = 1 : 1.923 (secondary)
1: 15.664 (total)
3rd 15/23 = 1 : 1.533 (secondary)
1: 12.489 (total)
4th 19/24 = 1 : 1.263 (secondary)
1: 10.288 (total)
5th 21/22 = 1 : 1.047 (secondary)
1: 8.533 (total)
Drive chain with master link
Fuel system electronic injection
Diffuser Ø 40 mm (1.57 in)
Koppeling Multischijf in oliebad
Smeersysteem Dubbele gescheiden smering met
externe tank
Luchtfilter In spons
Koeling Met vloeistof
VERSNELLINGSBAK mechanisch met 5 versnellingen
met pedaalcommando op de linker
kant van de motor
Transmissieverhouding Primaire: 22/56 = 1: 2,545
Eind: 15/50 = 1: 3,200
1ste 12/31= 1: 2,583 (secundaire)
1: 21,042 (totale)
13/25 = 1: 1,923 (secundaire)
1: 15,664 (totale)
15/23 = 1: 1,533 (secundaire)
1: 12,489 (totale)
19/24= 1: 1,263 (secundaire)
1: 10,288 (totale)
21/22= 1: 1,047 (secundaire)
1: 8,533 (totale)
Transmissieketting met koppelingsschakel
Voedingssysteem elektronische injectie
Diffusor Ø 40 mm (1.57 in)
132
5 Technical data / 5 Technische gegevens
Fuel supply premium unleaded petrol,
minimum octane rating of 95
(NORM) and 85 (NOMM)
VOEDING Loodvrije superbenzine, met een
minimum octaangehalte van 95
(N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.).
ELECTRICAL COMPONENTS
Ignition Electronic
Standard spark plug NGK CR8EKB
Spark plug electrode gap 0.7 ± 0.8 mm (0.028 in ± 0.031 in)
Resistance 5 kΩ
Battery 12V- 6 Ah
Main fuse 30 A
Auxiliary fuses 5 A; 7.5 A; 15 A
(Permanent-magnet) Generator 12V - 350W
Low-beam bulb 12V - 55W
High-beam bulb 12V - 60W
Front side light bulb 12V - 3W
Turn indicator bulb with micro-bulbs
License plate light bulb 12V - 5W
Tail light/stop light bulb LED
Neutral gear warning light LED
Low fuel warning light LED
High-beam warning light LED
ELEKTRISCHE ONDERDELEN
Ontsteking Elektronisch
Standaardbougie NGK CR8EKB
Elektrodenafstand van de bougies 0,7 - 0,8 mm (0.028 in - 0.031 in)
Weerstand 5 kΩ
Accu 12V - 6Ah
Hoofdzekering 30 A
Secundaire zekeringen 5 A, 7,5 A, 15 A
Generator (met permanente
magneet)
12V - 350W
Lamp van het dimlicht 12V - 55W
Lamp van het groot licht 12V - 60W
Lamp van het voorste positielicht 12V - 3W
Lamp van het licht van de
richtingaanwijzers
Met microlampjes
Lamp van het nummerplaatlicht 12V - 5W
Lamp van het achterste
positielicht/stoplicht
LED
Controlelamp van de
versnellingsbak in vrij
LED
133
5 Technical data / 5 Technische gegevens
Turn indicator warning light LED Controlelamp van de
brandstofreserve
LED
Controlelamp van het groot licht LED
Controlelamp van de
richtingaanwijzers
LED
Kit equipment
A toolkit is supplied with the vehicle and
it contains:
Pouch bag.
Reversible crosshead/blade
screwdriver, Ø 6 x 128 mm.
Reversible screwdriver handle
16 x 50 mm box-spanner with 13
x 20 mm welded hex.
Double polygonal L-shaped
wrench, 12 x 13 mm.
Bijgeleverd gereedschap
Bij het voertuig wordt een gereedschaps-
tas bijgeleverd die het volgende bevat:
Gereedschapstas.
Omkeerbare schroevendraaier
platte punt/kruis Ø 6 x 128 mm.
Handgreep voor de omkeerbare
schroevendraaier.
Pijpsleutel 16 x 50 mm met ge-
laste zeskant 13 x 20 mm.
Gebogen dubbele veelhoekige
sleutel 12 x 13 mm.
134
5 Technical data / 5 Technische gegevens
RXV 450-550
Chap. 06
Spare parts and
accessories
Hst. 06
Onderdelen en
accessoires
135
Warnings
RXV models are supplied with a number
of accessories not installed:
Stand safety band
Plate holder/racing rear light
Hand guards
CAUTION
DO NOT USE THE VEHICLE OFF
ROAD WITH THE NUMBER PLATE
HOLDER/REAR LIGHT APPROVED
FOR ROAD USE.
Waarschuwingen
De modellen RXV worden geleverd met
een serie van niet geïnstalleerde acces-
soires:
Veiligheidsriem voor standaard
Nummerplaathouder/achterlicht
racing
Handbescherming
LET OP
GEBRUIK HET VOERTUIG NIET OM TE
CROSSEN WANNEER DE GEHOMO-
LOGEERDE NUMMERPLAATHOU-
DER/ACHTERLICHT GEÏNSTAL-
LEERD IS.
136
6 Spare parts and accessories / 6 Onderdelen en accessoires
RXV 450-550
Chap. 07
Programmed
maintenance
Hst. 07
Gepland onderhoud
137
Scheduled maintenance table
CAUTION
THE MAINTENANCE OPERATIONS
LISTED MUST BE CARRIED OUT BY A
DEALER OR AUTHORISED APRILIA
WORKSHOP, OTHERWISE THE WAR-
RANTY WILL BE VOIDED.
NOTE
CARRY OUT MAINTENANCE OPERA-
TIONS AT HALF THE INTERVALS
RECOMMENDED IF THE VEHICLE IS
USED IN WET OR DUSTY AREAS, OFF
ROAD OR FOR SPORTING APPLICA-
TIONS.
Tabel gepland onderhoud
LET OP
DE AANGEDUIDE HANDELINGEN
MOETEN UITGEVOERD WORDEN BIJ
EEN Dealer of Erkende aprilia Garage.
INDIEN DIT NIET GEBEURT, VERVALT
ELK GARANTIERECHT.
N.B.
WANNEER HET VOERTUIG WORDT
GEBRUIKT IN REGENACHTIGE OF
STOFFIGE ZONES, OP SLECHTE WE-
GEN, OF WANNEER MEN SPORTIEF
RIJDT, MOETEN DE ONDERHOUDS-
HANDELINGEN AAN DE HELFT VAN
HET AANGEDUIDE TIJDSINTERVAL
UITGEVOERD WORDEN.
PERIODIC MAINTENANCE CHART FOR VEHICLES IN THE ORIGINAL VERSION (THROTTLED) FOR ROAD OPERATION
Km x 1,000 0.5 3 6 9 12 15 18 21 24 27 30
Throttle body assembly screw torque I I I I I I I I I I I
Throttle bodies A A A A A A A A A A A
Air filter and filter casing I I I I I I I I I I I
Fuel piping I I I I I I I I I I I
idle speed adjustment A A A A A A A A A A A
138
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Km x 1,000 0.5 3 6 9 12 15 18 21 24 27 30
Gearbox oil R R R R R R R R R R R
Clutch springs - I I I I I I I I I I
Clutch discs - I I I I I I I I I I
Clutch control I I I I I I I I I I I
Coolant level in radiator and expansion tank I I I I I I I I I I I
System seals - I I I I I I I I I I
Engine oil and engine oil filter R R R R R R R R R R R
Fuel pipes I I I I I I I I I I I
Throttle cables A A A A A A A A A A A
Brake fluid level I I I I I I I I I I I
Brakes pipes I I I I I I I I I I I
Brake system screw torque I I I I I I I I I I I
Brake discs thickness - I I I I I I I I I I
Brake pads thickness - I I I I I I I I I I
Electrical contacts and switches - I I I I I I I I I I
Battery connections - I I I I I I I I I I
Light operation/direction A A A A A A A A A A A
Electrical system operation I I I I I I I I I I I
Discharge - I I I I I I I I I I
Tyre pressure and wear conditions I I I I I I I I I I I
Wheel bearings I I I I I I I I I I I
Wheel spokes and rim coaxiality I I I I I I I I I I I
139
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Km x 1,000 0.5 3 6 9 12 15 18 21 24 27 30
Tightening of wheel pin nuts and screws I I I I I I I I I I I
Engine mounting screws torque I I I I I I I I I I I
Tightening of chassis screws and nuts I I I I I I I I I I I
Fork dust guards - C C C C C C C C C C
Fork legs ** - I I I I I I I I I I
Fork I I I I I I I I I I I
Tightening of fork plates and feet screws I I I I I I I I I I I
Shock absorber pins tightening I I I I I I I I I I I
Shock absorber I I I I I I I I I I I
Steering bearings clearance I I I I I I I I I I I
Headstock dust guards C C C C C C C C C C C
Drive chain I I I I I I I I I I I
Chain link, chain sprocket and chain guide I I I I I I I I I I I
Steering bearings L L L L L L L L L L L
Clutch lever pin - L L L L L L L L L L
Throttle cables - L L L L L L L L L L
Rider footrest pins - L L L L L L L L L L
Rear suspension linkage system - L L L L L L L L L L
Side stand bolt - L L L L L L L L L L
Front wheel bolt and bearings - L L L L L L L L L L
Rear fork bolt - L L L L L L L L L L
Rear wheel bolt and bearings - L L L L L L L L L L
140
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Km x 1,000 0.5 3 6 9 12 15 18 21 24 27 30
Sponge air filter - - R - R - R - R - R
SPARK PLUGS - - R - R - R - R - R
Complete gearbox - - - I - - I - - I -
Pressure relief and non-return valve spring - - - I - - I - - I -
Cylinder liners - - - I - - I - - I -
Connecting rod and main bushings - - - I - - I - - I -
Start-up gears - - - I - - I - - I -
Oil pump gears - - - I - - I - - I -
Head lubrication nozzles - - - C - - C - - C -
Pistons and piston rings - - - R - - R - - R -
Piston pin - - - I - - I - - I -
Rocking lever rollers - - - I - - I - - I -
Valve lifter - - - I - - I - - I -
Camshaft wear - - - I - - I - - I -
Camshaft bearings - - - I - - I - - I -
Valve seat sealing - - - I - - I - - I -
Valves - - - I - - I - - I -
Valve clearance - - - A - - A - - A -
Valve guides - - - I - - I - - I -
Spring washers, caps, bowls - - - I - - I - - I -
Chain tensioner toothing - - - I - - I - - I -
Valve springs - - - I - - I - - I -
141
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Km x 1,000 0.5 3 6 9 12 15 18 21 24 27 30
Timing system chain - - - I - - I - - I -
Drive chain sliders - - - I - - I - - I -
Fuel pump - - - I - - I - - I -
Fork (comprehensive maintenance) - - - I - - I - - I -
Fork oil - - - R - - R - - R -
Shock absorber (comprehensive maintenance) - - - I - - I - - I -
Crankshaft and connecting rod bearing clearance - - - I - - I - - I -
Chain guide slider - - - I - - I - - I -
Chain guide eye - - - I - - I - - I -
Chain tensioner roller - - - I - - I - - I -
Chain tensioner pad - - - I - - I - - I -
Brake fluid *** - - - - - - - - - - -
I: INSPECT AND CLEAN, ADJUST, LUBRICATE OR REPLACE IF NECESSARY
C: CLEAN, R: REPLACE, A: ADJUST, L: LUBRICATE
* End of run-in
** Carry out bleeding
*** Replace every year
KAART VAN HET PERIODIEK ONDERHOUD VOOR VOERTUIGEN IN DE ORIGINELE VERSIE (VERMINDERD VERMOGEN) VOOR WEGGEBRUIK.
Km x 1.000 0,5 3 6 9 12 15 18 21 24 27 30
Sluiting van de bouten van de vlindergroep I I I I I I I I I I I
Vlinderrompen A A A A A A A A A A A
142
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Km x 1.000 0,5 3 6 9 12 15 18 21 24 27 30
Luchtfilter en filterdoos I I I I I I I I I I I
Benzineleidingen I I I I I I I I I I I
Minimum regeling A A A A A A A A A A A
Olie van de versnellingsbak R R R R R R R R R R R
Veren van de koppeling - I I I I I I I I I I
Schijven van de koppeling - I I I I I I I I I I
Commando van de koppeling I I I I I I I I I I I
Peil van de koelvloeistof van de radiator en het expansievat I I I I I I I I I I I
Dichting van de installatie - I I I I I I I I I I
Motorolie en filter van de motorolie R R R R R R R R R R R
Olieleidingen I I I I I I I I I I I
Gaskabels A A A A A A A A A A A
Peil van de remvloeistof I I I I I I I I I I I
Remleidingen I I I I I I I I I I I
Sluiting van de bouten van de reminstallatie I I I I I I I I I I I
Dikte van de remschijven - I I I I I I I I I I
Dikte van de pastilles - I I I I I I I I I I
Elektrische contacten en schakelaars - I I I I I I I I I I
Aansluitingen van de accu - I I I I I I I I I I
Werking/richting van de lichten A A A A A A A A A A A
Werking van de elektrische installatie I I I I I I I I I I I
Uitlaat - I I I I I I I I I I
143
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Km x 1.000 0,5 3 6 9 12 15 18 21 24 27 30
Condities en spanning van de banden I I I I I I I I I I I
Kussentjes van de wielen I I I I I I I I I I I
Spaken en coaxialiteit van de velgen I I I I I I I I I I I
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielpinnen I I I I I I I I I I I
Sluiting van de bevestigingsbouten van de motor I I I I I I I I I I I
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielen I I I I I I I I I I I
Stofbeschermingen van de vork - C C C C C C C C C C
Benen van de vork - I I I I I I I I I I
Vork I I I I I I I I I I I
Sluiting van de bouten van de vorkplaten, vorkvoetjes I I I I I I I I I I I
Sluiting van de pinnen van de schokdemper I I I I I I I I I I I
Schokdemper I I I I I I I I I I I
Speling van de stuurkussentjes I I I I I I I I I I I
Stofkeerringen C C C C C C C C C C C
Transmissieketting I I I I I I I I I I I
Koppeling van de ketting, kroon van de ketting en
kettinggeleider
I I I I I I I I I I I
Stuurkussentjes L L L L L L L L L L L
Pin van de koppelingshendel - L L L L L L L L L L
Gaskabels - L L L L L L L L L L
Pinnen van de voetensteun van de bestuurder - L L L L L L L L L L
Stangen van de achterste ophangingen - L L L L L L L L L L
144
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Km x 1.000 0,5 3 6 9 12 15 18 21 24 27 30
Pin van de zijdelingse standaard - L L L L L L L L L L
Pin en kussentjes van het voorwiel - L L L L L L L L L L
Pin van de achtervork - L L L L L L L L L L
Pin en kussentjes van het achter - L L L L L L L L L L
Luchtifilter in spons - - R - R - R - R - R
BOUGIES - - R - R - R - R - R
Complete versnellingsbak - - - I - - I - - I -
Veer van de overdrukklep en de terugslagklep - - - I - - I - - I -
Cilinderpijpen - - - I - - I - - I -
Kussenblokken van de drijfstang en bankkussenblokken - - - I - - I - - I -
Raderwerken voor de start - - - I - - I - - I -
Raderwerken van de oliepomp - - - I - - I - - I -
Sproeiers voor de smering van de kop - - - C - - C - - C -
Zuigers en elastische klemmen - - - R - - R - - R -
Zuigerpen van de zuiger - - - I - - I - - I -
Rollen van de balanceringen - - - I - - I - - I -
Kleplichter - - - I - - I - - I -
Slijtage van de nokkenassen - - - I - - I - - I -
Kussens van de nokkenassen - - - I - - I - - I -
Dichting van de klepzitten - - - I - - I - - I -
Kleppen - - - I - - I - - I -
Kleppenspeling - - - A - - A - - A -
145
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Km x 1.000 0,5 3 6 9 12 15 18 21 24 27 30
Klepgeleiders - - - I - - I - - I -
Veerrondellen, schijven, tassen - - - I - - I - - I -
Tanden van de kettingspanner - - - I - - I - - I -
Klepveren - - - I - - I - - I -
Distributieketting - - - I - - I - - I -
Glijvlakken van de transmissieketting - - - I - - I - - I -
Benzinepomp - - - I - - I - - I -
Vork (volledig onderhoud) - - - I - - I - - I -
Olie van de vork - - - R - - R - - R -
Schokdemper (volledig onderhoud) - - - I - - I - - I -
Speling van de kussentjes van de drijfstang - - - I - - I - - I -
Glijvlak van de ketting - - - I - - I - - I -
Oog voor de geleiding van de ketting - - - I - - I - - I -
Rol kettingspanner - - - I - - I - - I -
Glijvlak kettingspanner - - - I - - I - - I -
Remvloeistof *** - - - - - - - - - - -
I: CONTROLEREN EN REINIGEN, REGELEN, SMEREN OF VERVANGEN INDIEN NODIG
C: REINIGEN, R: VERVANGEN, A: REGELEN, L: SMEREN
* Einde proefperiode
** Ontluchten
*** Vervang elk jaar
146
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
PERIODIC MAINTENANCE CHART FOR VEHICLES IN FREE VERSION FOR HOBBY SPORTS APPLICATIONS.
Hours of operation 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Throttle body assembly screw torque I I I I I I I I I I I
Throttle bodies A A A A A A A A A A A
Air filter and filter casing I I I I I I I I I I I
Fuel piping I I I I I I I I I I I
idle speed adjustment A A A A A A A A A A A
Gearbox oil R R R R R R R R R R R
Clutch springs - I I I I I I I I I I
Clutch discs - I I I I I I I I I I
Clutch control I I I I I I I I I I I
Coolant level in radiator and expansion tank I I I I I I I I I I I
System seals - I I I I I I I I I I
Engine oil and engine oil filter R R R R R R R R R R R
Fuel pipes I I I I I I I I I I I
Throttle cables A A A A A A A A A A A
Brake fluid level I I I I I I I I I I I
Brakes pipes I I I I I I I I I I I
Brake system screw torque I I I I I I I I I I I
Brake discs thickness - I I I I I I I I I I
Brake pads thickness - I I I I I I I I I I
Electrical contacts and switches - I I I I I I I I I I
147
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Hours of operation 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Battery connections - I I I I I I I I I I
Light operation/direction A A A A A A A A A A A
Electrical system operation I I I I I I I I I I I
Discharge - I I I I I I I I I I
Tyre pressure and wear conditions I I I I I I I I I I I
Wheel bearings I I I I I I I I I I I
Wheel spokes and rim coaxiality I I I I I I I I I I I
Tightening of wheel pin nuts and screws I I I I I I I I I I I
Engine mounting screws torque I I I I I I I I I I I
Tightening of chassis screws and nuts I I I I I I I I I I I
Fork dust guards - C C C C C C C C C C
Fork legs ** - I I I I I I I I I I
Fork I I I I I I I I I I I
Tightening of fork plates and feet screws I I I I I I I I I I I
Shock absorber pins tightening I I I I I I I I I I I
Shock absorber I I I I I I I I I I I
Steering bearings clearance I I I I I I I I I I I
Headstock dust guards C C C C C C C C C C C
Drive chain I I I I I I I I I I I
Chain link, chain sprocket and chain guide I I I I I I I I I I I
Steering bearings L L L L L L L L L L L
Clutch lever pin - L L L L L L L L L L
148
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Hours of operation 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Throttle cables - L L L L L L L L L L
Rider footrest pins - L L L L L L L L L L
Rear suspension linkage system - L L L L L L L L L L
Side stand bolt - L L L L L L L L L L
Front wheel bolt and bearings - L L L L L L L L L L
Rear fork bolt - L L L L L L L L L L
Rear wheel bolt and bearings - L L L L L L L L L L
Sponge air filter - - - - R - - - R - -
SPARK PLUGS - - - - R - - - R - -
Complete gearbox - - - - - - I - - - -
Pressure relief and non-return valve spring - - - - - - I - - - -
Cylinder liners - - - - - - I - - - -
Connecting rod and main bushings - - - - - - I - - - -
Start-up gears - - - - - - I - - - -
Oil pump gears - - - - - - I - - - -
Head lubrication nozzles - - - - - - C - - - -
Pistons and piston rings - - - - - - R - - - -
Piston pin - - - - - - I - - - -
Rocking lever rollers - - - - - - I - - - -
Valve lifter - - - - - - I - - - -
Camshaft wear - - - - - - I - - - -
Camshaft bearings - - - - - - I - - - -
149
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Hours of operation 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Valve seat sealing - - - - - - I - - - -
Valves - - - - - - I - - - -
Valve clearance - - - - - - A - - - -
Valve guides - - - - - - I - - - -
Spring washers, caps, bowls - - - - - - I - - - -
Chain tensioner toothing - - - - - - I - - - -
Valve springs - - - - - - I - - - -
Timing system chain - - - - - - I - - - -
Drive chain sliders - - - - - - I - - - -
Fuel pump - - - - - - I - - - -
Fork (comprehensive maintenance) - - - - - - I - - - -
Fork oil - - - - - - R - - - -
Shock absorber (comprehensive maintenance) - - - - - - I - - - -
Crankshaft and connecting rod bearing clearance - - - - - - I - - - -
Chain guide slider - - - - - - I - - - -
Chain guide eye - - - - - - I - - - -
Chain tensioner roller - - - - - - I - - - -
Chain tensioner pad - - - - - - I - - - -
Brake fluid *** - - - - - - - - - - -
I: INSPECT AND CLEAN, ADJUST, LUBRICATE OR REPLACE IF NECESSARY
C: CLEAN, R: REPLACE, A: ADJUST, L: LUBRICATE
150
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
* End of run-in
** Carry out bleeding
*** Replace every year
KAART VAN HET PERIODIEK ONDERHOUD VOOR VOERTUIGEN IN VRIJE VERSIE VOOR SPORTIEF- EN HOBBYGEBRUIK.
Gebruiksuren
3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Sluiting van de bouten van de vlindergroep I I I I I I I I I I I
Vlinderrompen A A A A A A A A A A A
Luchtfilter en filterdoos I I I I I I I I I I I
Benzineleidingen I I I I I I I I I I I
Minimum regeling A A A A A A A A A A A
Olie van de versnellingsbak R R R R R R R R R R R
Veren van de koppeling - I I I I I I I I I I
Schijven van de koppeling - I I I I I I I I I I
Commando van de koppeling I I I I I I I I I I I
Peil van de koelvloeistof van de radiator en het expansievat I I I I I I I I I I I
Dichting van de installatie - I I I I I I I I I I
Motorolie en filter van de motorolie R R R R R R R R R R R
Olieleidingen I I I I I I I I I I I
Gaskabels A A A A A A A A A A A
Peil van de remvloeistof I I I I I I I I I I I
Remleidingen I I I I I I I I I I I
Sluiting van de bouten van de reminstallatie I I I I I I I I I I I
151
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Gebruiksuren 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Dikte van de remschijven - I I I I I I I I I I
Dikte van de pastilles - I I I I I I I I I I
Elektrische contacten en schakelaars - I I I I I I I I I I
Aansluitingen van de accu - I I I I I I I I I I
Werking/richting van de lichten A A A A A A A A A A A
Werking van de elektrische installatie I I I I I I I I I I I
Uitlaat - I I I I I I I I I I
Condities en spanning van de banden I I I I I I I I I I I
Kussentjes van de wielen I I I I I I I I I I I
Spaken en coaxialiteit van de velgen I I I I I I I I I I I
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielpinnen I I I I I I I I I I I
Sluiting van de bevestigingsbouten van de motor I I I I I I I I I I I
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielen I I I I I I I I I I I
Stofbeschermingen van de vork - C C C C C C C C C C
Benen van de vork - I I I I I I I I I I
Vork I I I I I I I I I I I
Sluiting van de bouten van de vorkplaten, vorkvoetjes I I I I I I I I I I I
Sluiting van de pinnen van de schokdemper I I I I I I I I I I I
Schokdemper I I I I I I I I I I I
Speling van de stuurkussentjes I I I I I I I I I I I
Stofkeerringen C C C C C C C C C C C
Transmissieketting I I I I I I I I I I I
152
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Gebruiksuren 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Koppeling van de ketting, kroon van de ketting en
kettinggeleider
I I I I I I I I I I I
Stuurkussentjes L L L L L L L L L L L
Pin van de koppelingshendel - L L L L L L L L L L
Gaskabels - L L L L L L L L L L
Pinnen van de voetensteun van de bestuurder - L L L L L L L L L L
Stangen van de achterste ophangingen - L L L L L L L L L L
Pin van de zijdelingse standaard - L L L L L L L L L L
Pin en kussentjes van het voorwiel - L L L L L L L L L L
Pin van de achtervork - L L L L L L L L L L
Pin en kussentjes van het achter - L L L L L L L L L L
Luchtifilter in spons - - - - R - - - R - -
BOUGIES - - - - R - - - R - -
Complete versnellingsbak - - - - - - I - - - -
Veer van de overdrukklep en de terugslagklep - - - - - - I - - - -
Cilinderpijpen - - - - - - I - - - -
Kussenblokken van de drijfstang en bankkussenblokken - - - - - - I - - - -
Raderwerken voor de start - - - - - - I - - - -
Raderwerken van de oliepomp - - - - - - I - - - -
Sproeiers voor de smering van de kop - - - - - - C - - - -
Zuigers en elastische klemmen - - - - - - R - - - -
Zuigerpen van de zuiger - - - - - - I - - - -
153
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Gebruiksuren 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Rollen van de balanceringen - - - - - - I - - - -
Kleplichter - - - - - - I - - - -
Slijtage van de nokkenassen - - - - - - I - - - -
Kussentjes van de nokkenassen - - - - - - I - - - -
Dichting van de klepzitten - - - - - - I - - - -
Kleppen - - - - - - I - - - -
Kleppenspeling - - - - - - A - - - -
Klepgeleiders - - - - - - I - - - -
Veerrondellen, schijven, tassen - - - - - - I - - - -
Tanden van de kettingspanner - - - - - - I - - - -
Klepveren - - - - - - I - - - -
Distributieketting - - - - - - I - - - -
Glijvlakken van de transmissieketting - - - - - - I - - - -
Benzinepomp - - - - - - I - - - -
Vork (volledig onderhoud) - - - - - - I - - - -
Olie van de vork - - - - - - R - - - -
Schokdemper (volledig onderhoud) - - - - - - I - - - -
Speling van de kussentjes van de drijfstang - - - - - - I - - - -
Glijvlak van de ketting - - - - - - I - - - -
Oog voor de geleiding van de ketting - - - - - - I - - - -
Rol kettingspanner - - - - - - I - - - -
Glijvlak kettingspanner - - - - - - I - - - -
154
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Gebruiksuren 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Remvloeistof *** - - - - - - - - - - -
I: CONTROLEREN EN REINIGEN, REGELEN, SMEREN OF VERVANGEN INDIEN NODIG
C: REINIGEN, R: VERVANGEN, A: REGELEN, L: SMEREN
* Einde proefperiode
** Ontluchten
*** Vervang elk jaar
PERIODIC MAINTENANCE CHART FOR VEHICLES IN FREE VERSION FOR COMPETITIVE SPORTS APPLICATIONS
Hours of operation 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Throttle body assembly screw torque I I I I I I I I I I I
Throttle bodies A A A A A A A A A A A
Air filter and filter casing I I I I I I I I I I I
Fuel piping I I I I I I I I I I I
idle speed adjustment A A A A A A A A A A A
Gearbox oil R R R R R R R R R R R
Clutch springs - I I I I I I I I I I
Clutch discs - I I I I I I I I I I
Clutch control I I I I I I I I I I I
Coolant level in radiator and expansion tank I I I I I I I I I I I
System seals - I I I I I I I I I I
Engine oil and engine oil filter R R R R R R R R R R R
155
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Hours of operation 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Fuel pipes I I I I I I I I I I I
Throttle cables A A A A A A A A A A A
Brake fluid level I I I I I I I I I I I
Brakes pipes I I I I I I I I I I I
Brake system screw torque I I I I I I I I I I I
Brake discs thickness - I I I I I I I I I I
Brake pads thickness - I I I I I I I I I I
Electrical contacts and switches - I I I I I I I I I I
Battery connections - I I I I I I I I I I
Light operation/direction A A A A A A A A A A A
Electrical system operation I I I I I I I I I I I
Discharge - I I I I I I I I I I
Tyre pressure and wear conditions I I I I I I I I I I I
Wheel bearings I I I I I I I I I I I
Wheel spokes and rim coaxiality I I I I I I I I I I I
Tightening of wheel pin nuts and screws I I I I I I I I I I I
Engine mounting screws torque I I I I I I I I I I I
Tightening of chassis screws and nuts I I I I I I I I I I I
Fork dust guards - C C C C C C C C C C
Fork legs ** - I I I I I I I I I I
Fork I I I I I I I I I I I
Tightening of fork plates and feet screws I I I I I I I I I I I
156
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Hours of operation 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Shock absorber pins tightening I I I I I I I I I I I
Shock absorber I I I I I I I I I I I
Steering bearings clearance I I I I I I I I I I I
Headstock dust guards C C C C C C C C C C C
Drive chain I I I I I I I I I I I
Chain link, chain sprocket and chain guide I I I I I I I I I I I
Steering bearings L L L L L L L L L L L
Clutch lever pin - L L L L L L L L L L
Throttle cables - L L L L L L L L L L
Rider footrest pins - L L L L L L L L L L
Rear suspension linkage system - L L L L L L L L L L
Side stand bolt - L L L L L L L L L L
Front wheel bolt and bearings - L L L L L L L L L L
Rear fork bolt - L L L L L L L L L L
Rear wheel bolt and bearings - L L L L L L L L L L
Sponge air filter - - - R - - - R - - -
SPARK PLUGS - - - R - - - R - - -
Complete gearbox - - - - - I - - - - -
Pressure relief and non-return valve spring - - - - - I - - - - -
Cylinder liners - - - - - I - - - - -
Connecting rod and main bushings - - - - - I - - - - -
Start-up gears - - - - - I - - - - -
157
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Hours of operation 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Oil pump gears - - - - - I - - - - -
Head lubrication nozzles - - - - - C - - - - -
Pistons and piston rings - - - - - R - - - - -
Piston pin - - - - - I - - - - -
Rocking lever rollers - - - - - I - - - - -
Valve lifter - - - - - I - - - - -
Camshaft wear - - - - - I - - - - -
Camshaft bearings - - - - - I - - - - -
Valve seat sealing - - - - - I - - - - -
Valves - - - - - I - - - - -
Valve clearance - - - - - A - - - - -
Valve guides - - - - - I - - - - -
Spring washers, caps, bowls - - - - - I - - - - -
Chain tensioner toothing - - - - - I - - - - -
Valve springs - - - - - I - - - - -
Timing system chain - - - - - I - - - - -
Drive chain sliders - - - - - I - - - - -
Fuel pump - - - - - I - - - - -
Fork (comprehensive maintenance) - - - - - I - - - - -
Fork oil - - - - - R - - - - -
Shock absorber (comprehensive maintenance) - - - - - I - - - - -
Crankshaft and connecting rod bearing clearance - - - - - I - - - - -
158
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Hours of operation 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Chain guide slider - - - - - I - - - - -
Chain guide eye - - - - - I - - - - -
Chain tensioner roller - - - - - I - - - - -
Chain tensioner pad - - - - - I - - - - -
Brake fluid *** - - - - - - - - - - -
I: INSPECT AND CLEAN, ADJUST, LUBRICATE OR REPLACE IF NECESSARY
C: CLEAN, R: REPLACE, A: ADJUST, L: LUBRICATE
* End of run-in
** Carry out bleeding
*** Replace every year
KAART VAN HET PERIODIEK ONDERHOUD VOOR VOERTUIGEN IN VRIJE VERSIE VOOR WEDSTRIJDGEBRUIK.
Gebruiksuren 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Sluiting van de bouten van de vlindergroep I I I I I I I I I I I
Vlinderrompen A A A A A A A A A A A
Luchtfilter en filterdoos I I I I I I I I I I I
Benzineleidingen I I I I I I I I I I I
Minimum regeling A A A A A A A A A A A
Olie van de versnellingsbak R R R R R R R R R R R
Veren van de koppeling - I I I I I I I I I I
Schijven van de koppeling - I I I I I I I I I I
Commando van de koppeling I I I I I I I I I I I
159
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Gebruiksuren 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Peil van de koelvloeistof van de radiator en het expansievat I I I I I I I I I I I
Dichting van de installatie - I I I I I I I I I I
Motorolie en filter van de motorolie R R R R R R R R R R R
Olieleidingen I I I I I I I I I I I
Gaskabels A A A A A A A A A A A
Peil van de remvloeistof I I I I I I I I I I I
Remleidingen I I I I I I I I I I I
Sluiting van de bouten van de reminstallatie I I I I I I I I I I I
Dikte van de remschijven - I I I I I I I I I I
Dikte van de pastilles - I I I I I I I I I I
Elektrische contacten en schakelaars - I I I I I I I I I I
Aansluitingen van de accu - I I I I I I I I I I
Werking/richting van de lichten A A A A A A A A A A A
Werking van de elektrische installatie I I I I I I I I I I I
Uitlaat - I I I I I I I I I I
Condities en spanning van de banden I I I I I I I I I I I
Kussentjes van de wielen I I I I I I I I I I I
Spaken en coaxialiteit van de velgen I I I I I I I I I I I
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielpinnen I I I I I I I I I I I
Sluiting van de bevestigingsbouten van de motor I I I I I I I I I I I
Sluiting van de moeren en de bouten van de wielen I I I I I I I I I I I
Stofbeschermingen van de vork - C C C C C C C C C C
160
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Gebruiksuren 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Benen van de vork - I I I I I I I I I I
Vork I I I I I I I I I I I
Sluiting van de bouten van de vorkplaten, vorkvoetjes I I I I I I I I I I I
Sluiting van de pinnen van de schokdemper I I I I I I I I I I I
Schokdemper I I I I I I I I I I I
Speling van de stuurkussentjes I I I I I I I I I I I
Stofkeerringen C C C C C C C C C C C
Transmissieketting I I I I I I I I I I I
Koppeling van de ketting, kroon van de ketting en
kettinggeleider
I I I I I I I I I I I
Stuurkussentjes L L L L L L L L L L L
Pin van de koppelingshendel - L L L L L L L L L L
Gaskabels - L L L L L L L L L L
Pinnen van de voetensteun van de bestuurder - L L L L L L L L L L
Stangen van de achterste ophangingen - L L L L L L L L L L
Pin van de zijdelingse standaard - L L L L L L L L L L
Pin en kussentjes van het voorwiel - L L L L L L L L L L
Pin van de achtervork - L L L L L L L L L L
Pin en kussentjes van het achter - L L L L L L L L L L
Luchtifilter in spons - - - R - - - R - - -
BOUGIES - - - R - - - R - - -
Complete versnellingsbak - - - - - I - - - - -
161
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Gebruiksuren 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Veer van de overdrukklep en de terugslagklep - - - - - I - - - - -
Cilinderpijpen - - - - - I - - - - -
Kussenblokken van de drijfstang en bankkussenblokken - - - - - I - - - - -
Raderwerken voor de start - - - - - I - - - - -
Raderwerken van de oliepomp - - - - - I - - - - -
Sproeiers voor de smering van de kop - - - - - C - - - - -
Zuigers en elastische klemmen - - - - - R - - - - -
Zuigerpen van de zuiger - - - - - I - - - - -
Rollen van de balanceringen - - - - - I - - - - -
Kleplichter - - - - - I - - - - -
Slijtage van de nokkenassen - - - - - I - - - - -
Kussens van de nokkenassen - - - - - I - - - - -
Dichting van de klepzitten - - - - - I - - - - -
Kleppen - - - - - I - - - - -
Kleppenspeling - - - - - A - - - - -
Klepgeleiders - - - - - I - - - - -
Veerrondellen, schijven, tassen - - - - - I - - - - -
Tanden van de kettingspanner - - - - - I - - - - -
Klepveren - - - - - I - - - - -
Distributieketting - - - - - I - - - - -
Glijvlakken van de transmissieketting - - - - - I - - - - -
Benzinepomp - - - - - I - - - - -
162
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Gebruiksuren 3 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Vork (volledig onderhoud) - - - - - I - - - - -
Olie van de vork - - - - - R - - - - -
Schokdemper (volledig onderhoud) - - - - - I - - - - -
Speling van de kussentjes van de drijfstang - - - - - I - - - - -
Glijvlak van de ketting - - - - - I - - - - -
Oog voor de geleiding van de ketting - - - - - I - - - - -
Rol kettingspanner - - - - - I - - - - -
Glijvlak kettingspanner - - - - - I - - - - -
Remvloeistof *** - - - - - - - - - - -
I: CONTROLEREN EN REINIGEN, REGELEN, SMEREN OF VERVANGEN INDIEN NODIG
C: REINIGEN, R: VERVANGEN, A: REGELEN, L: SMEREN
* Einde proefperiode
** Ontluchten
*** Vervang elk jaar
CAUTION
IF THE VEHICLE IS USED FOR COM-
PETITIONS, CARRY OUT THE 15-
HOUR SERVICE AFTER EVERY RACE.
NOTE
- MAINTENANCE OPERATIONS BY
THE SPECIALISED APRILIA WORK-
SHOP DO NOT REPLACE DAILY
CHECKING BY THE RIDER!
LET OP
WANNEER MEN HET VOERTUIG
COMPETITIEGERICHT GEBRUIKT,
MOET DE SERVICEBEURT VAN NA 15
GEBRUIKSUREN NA ELKE WED-
STRIJD WORDEN UITGEVOERD.
N.B.
- DE ONDERHOUDSHANDELINGEN
VAN DE GESPECIALISEERDE APRI-
163
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
- IF DISTORTIONS, DAMAGES OR
WEAR EXCEEDING THE TOLERATED
VALUES ARE FOUND, REPLACE THE
INVOLVED COMPONENTS
- BEFORE CARRYING OUT ANY OP-
ERATION, CLEAN YOUR VEHICLE
CAREFULLY
- RIDING ON SANDY OR DUSTY
ROADS OR UNDER EXTREME SITUA-
TIONS MAY WEAR DOWN SOME
COMPONENTS EVEN BEFORE THE
SCHEDULED CHECK.
IF THE VEHICLE IS USED MAINLY
FOR MOTOCROSS RACING, CARRY
OUT ALL THE MAINTENANCE SERV-
ICES INDICATED IN THE 75-HOUR
COLUMN EVERY 50 HOURS OF USE.
LIA GARAGE VERVANGEN DE DAGE-
LIJKSE CONTROLE VAN DE BE-
STUURDER NIET!
- WANNEER BIJ DE CONTROLE SLIJ-
TAGE WORDT OPGEMERKT, NAAST
TOLERANTIEWAARDEN, VERVOR-
MING OF SCHADE, MOETEN DE GE-
INTERESSEERDE ONDERDELEN
VERVANGEN WORDEN
- VOORALEER MEN EENDER WELKE
HANDELING UITVOERT, MOET HET
VOERTUIG NAUWGEZET GEREINIGD
WORDEN
- HET GEBRUIK VAN HET VOERTUIG
OP ZANDERIGE OF STOFFIGE WE-
GEN EN IN EXTREME GEBRUIKS-
CONDITIES, ZOU DE SLIJTAGE KUN-
NEN VEROORZAKEN VAN SOMMIGE
ONDERDELEN VÓÓR DE GEPRO-
GRAMMEERDE CONTROLE.
- WANNEER HET VOERTUIG VOOR-
NAMELIJK WORDT GEBRUIKT VOOR
HET CROSSEN, MOET MEN ELKE 50
GEBRUIKSUREN ALLE VOORZIENE
ONDERHOUDSHANDELINGEN UIT-
VOEREN VOOR NA 75 GEBRUIKSU-
REN.
164
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
RECOMMENDED PRODUCTS TABLE
Product Description Specifications
AGIP RACING 4T 10W-60 Engine oil Use top-branded oils that meet or exceed the
requirements of CCMC G-4 API SG, SAE
10W-60 specifications.
AGIP RACING 4T 10W-60 Gearbox oil -
SPECIAL AGIP PERMANENT fluid Coolant Ready for use mixed biodegradable coolant
with "long life" technology and characteristics
(red). Freezing protection up to -40°C. In
compliance with the CUNA 956-16 standard.
AGIP BRAKE 4 Brake fluid As an alternative to the recommended fluid,
other fluids that meet or exceed the required
specifications may be used. SAE J1703,
NHTSA 116 DOT 4, ISO 4925 Synthetic fluid
AGIP MP GREASE Grease for bearings, joints, couplings and
leverages
As an alternative to the recommended product,
use top-branded grease for roller bearings with
an operating temperature range of -30°C...
+140°C (-22°F...+284°F), a drop point of 150°
C...230°C (302°F...446°F), high corrosion
protection qualities and good water and rust
resistance.
165
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
Product Description Specifications
AGIP FORK 7.5W Fork oil SAE 7.5W
TABEL MET AANBEVOLEN PRODUCTEN
Product
Beschrijving Kenmerken
AGIP RACING 4T 10W-60 Motorolie Gebruik merkolies met conforme of hogere
prestaties dan de specifieken CCMC G-4 A.P.I.
SG. SAE 10W-60
AGIP RACING 4T 10W-60 Olie van de versnellingsbak -
AGIP PERMANENT SPEZIAL Koelvloeistof Biologisch afbreekbare koelvloeistof,
gebruiksklaar, met "long life" technologie en
kenmerken (rood). Verzekert een bescherming
tegen vriestemperaturen tot -40°. Beantwoordt
aan de norm CUNA 956-16.
AGIP BRAKE 4 remvloeistof In plaats van de aanbevolen vloeistof kan men
vloeistoffen gebruiken met conforme of hogere
prestaties dan de specifieken. Synthetische
vloeistof SAE J1703, NHTSA 116 DOT 4, ISO
4925
AGIP MP GREASE Vet voor kussentjes, koppelingen,
knooppunten en hefsystemen
In plaats van het aanbevolen product, gebruikt
men merkvet voor draaiende kussentjes, met
bruikbaar temperatuursveld -30°C...+140°C
(-22°F...+284°F), druppelpunt 150°C...230°C
(302°F...446°F), hoge
anticorrosiebescherming, goede weerstand
tegen water en oxidatie.
AGIP FORK 7.5W Olie van de vork SAE 7,5W
166
7 Programmed maintenance / 7 Gepland onderhoud
TABLE OF CONTENTS
A
Accessories: 135
Air filter: 86
B
Battery: 14, 102
Brake: 14, 92, 110
C
Chain: 120123, 125
Clutch: 14
Clutch fluid: 14
Coolant: 11
D
Disc brake: 110
Display: 30
E
Engine oil: 13, 72, 75
Engine stop: 38
F
Fork: 53
Fuel: 10
Fuses: 103
G
Gearbox oil: 13, 77
H
Headlight: 109
Horn: 36
I
Identification: 39
Instrument panel: 28
M
Maintenance: 71, 137, 138
S
Saddle: 39
Scheduled maintenance:
138
Shock absorbers: 49
Spark plug: 81
Stand: 63
Start-up: 37
T
Technical data: 127
Transmission: 120
167
168
TREFWOORDENREGISTER
A
Accessoires: 135
ACCU: 14, 102
B
BOUGIE: 81
Brandstof: 10
C
Claxon: 36
D
Display: 30
I
Identificatie: 39
K
Ketting: 121123, 125
Koelvloeistof: 11, 88
Koplamp: 109
L
Luchtfilter: 86
M
Motorolie: 13, 72, 75
O
Onderhoud: 71, 137, 138
R
Richtingaanwijzers: 36
S
Schijfrem: 110
Standaard: 63
Stuurslot: 35
T
Technische gegevens: 127
Z
Zadel: 39
Zekeringen: 103
169
THE VALUE OF SERVICE
As a result of continuous technical updates and specific mechanic training programs for aprilia products, only aprilia Official Network mechanics know this vehicle fully and have the special tools
necessary to carry out maintenance and repair operations correctly.
The reliability of the vehicle also depends on its mechanical state. Checking the vehicle before riding, its regular maintenance and using only Original aprilia Spare Parts are essential!
For information about the nearest Official Dealer and/or Service Centre, consult the Yellow Pages or search directly on the inset map in our Official Website:
www.aprilia.com
Only by requesting aprilia Original Spare Parts can you be sure of purchasing products that were developed and tested during the actual vehicle design stage. All aprilia Original Spare Parts undergo
quality control procedures to guarantee reliability and durability.
The descriptions and illustrations given in this publication are not binding; While the basic characteristics as described and illustrated in this booklet remain unchanged, aprilia reserves the right, at any
time and without being required to update this publication beforehand, to make any changes to components, parts or accessories, which it considers necessary to improve the product or which are
required for manufacturing or construction reasons.
Not all versions/models shown in this publication are available in all Countries. The availability of individual versions/models should be confirmed with the official aprilia sales network.
© Copyright 2008- aprilia. All rights reserved. Reproduction of this publication in whole or in part is prohibited. aprilia - After sales service.
The aprilia trademark is property of Piaggio & C. S.p.A.
DE WAARDE VAN DE ASSISTENTIE
Dankzij de voortdurende technische actualiseringen en de specifieke trainingsprogramma´s van de aprilia producten, kennen enkel de onderhoudsmonteurs van het Officiële Netwerk van aprilia
grondig dit voertuig, en beschikken ze over de nodige speciale uitrusting voor een correcte uitvoering van de handelingen van het onderhoud en de herstellingen.
De betrouwbaarheid van het voertuig hangt ook af van de mechanische condities van het voertuig. De controle vóór het rijden, het regelmatig onderhoud en het exclusief gebruik van de Originele
Reserveonderdelen van aprilia zijn essentiële factoren !
Voor informatie in verband met de dichtstbijzijnde Officiële dealer en/of Assistentiedienst, raadpleegt men de Gouden Gids of zoekt men rechtstreeks op de geografische kaart op onze Officiële
Website:
www.aprilia.com
Enkel wanneer men Originele aprilia Reserveonderdelen aanvraagt, zal men een product krijgen dat reeds bestudeerd en getest werd tijdens de ontwerpfase van het voertuig. De Originele aprilia
Reserveonderdelen worden systematisch onderworpen aan kwaliteitscontroleprocedures om de volledige betrouwbaarheid en de duur ervan te garanderen.
De beschrijvingen en de illustraties in deze uitgave zijn niet bindend; aprilia houdt zich derhalve het recht voor om, met behoud van de essentiële eigenschappen van het model dat hierin is beschreven
en geïllustreerd, op elk moment wijzigingen aan te brengen aan de organen, de onderdelen of de levering van accessoires naar gelang zij dit nodig acht om het product te verbeteren, of om te voldoen
aan vereisten van constructieve of commerciële aard, zonder verplicht te zijn om tijdig deze uitgave bij te werken.
Niet alle versies in deze uitgave zijn in alle landen beschikbaar. De beschikbaarheid van de afzonderlijke versies moet gecontroleerd worden via het officiële verkoopsnetwerk van aprilia.
© Copyright 2008 - aprilia. Alle rechten voorbehouden. Het reproduceren van de inhoud, ook van delen hiervan, is verboden. aprilia - Dienst na verkoop.
Het merk aprilia is eigendom van Piaggio & C. S.p.A.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171

APRILIA 2010 RXV 550 Use and Maintenance Manual

Categorie
Motorfietsen
Type
Use and Maintenance Manual
Deze handleiding is ook geschikt voor

in andere talen