Truma Trumatic C 6002 EH Operating Instructions Manual

Categorie
Ruimteverwarmingstoestellen
Type
Operating Instructions Manual
30
Trumatic C 6002 EH
1 Bedieningsdeel
2 Energie-keuzeschakelaar
3 Tijdschakelklok ZUC 2 (toebehoren)
4 Kamertemperatuurvoeler
5 Koudwateraansluiting
6 Warmwateraansluiting
7 Gasaansluiting
8 Uitlaatopeningen voor warme lucht
9 Circulatieluchtterugvoer
10 Uitlaatgasafvoer
11 Verbrandingsluchttoevoer
12 Elektronische regeleenheid
13 Vermogenselektronica
14 Oververhittingsschakelaar 230 V
15 Waterreservoir (12 liter)
16 Ontsteker
17 Brander
18 Warmtewisselaar
19 Oververhittingsbeveiliging
20 Verwarmingselementen 230 V
21 Elektrische veiligheids-/aftapklep
Functiebeschrijving
Het combitoestel Trumatic
C 6002 EH combineert de
voordelen van een stationaire
elektroverwarming met het
hoge verwarmingsvermogen
van een onafhankelijke
gasverwarming.
Onafhankelijk van het feit,
of u in zomerstand alleen
warm water of in winter-
stand alleen warmte of
warmte en warm water wilt
produceren, staan u 3 moge-
lijkheden voor het kiezen
van de soort energie ter
beschikking:
– alleen gas (propaan/buta)
voor onafhankelijk gebruik
– alleen elektro (230 V)
voor stationair gebruik op
de camping
– of gas en elektro
(tegelijkertijd).
Zomerstand
(alleen warm water)
Voor de bereiding van warm
water gebruikt men ofwel de
gaswerking of de elektrower-
king 230 V. De watertempera-
tuur kan ingesteld worden op
40°C of 60°C.
Bij gaswerking kiest het
toestel automatisch de klein-
ste brandertrap met 2000 W.
Door de eigen accu 12 V van
stroom voorzien regelt de
volautomatische besturing de
watertemperatuur.
Voor de elektrowerking
kan, overeenkomstig de be-
veiliging op de camping, een
vermogen van 900 W (3,9 A)
of 1800 W (7,8 A) handmatig
gekozen worden.
De mengwerking (gas
en elektro tegelijkertijd)
is niet mogelijk. Bij deze
instelling kiest het toestel au-
tomatisch de elektrowerking
met het gekozen vermogen
van 900 W of 1800 W.
De gasbrander wordt niet
ingeschakeld.
Winterstand
(warmte en warm water)
Voor gebruik in de winter kan
gebruik gemaakt worden van
alle 3 mogelijkheden voor
energiekeuze.
Bij gaswerking kiest het
toestel naargelang vermo-
gensvraag (dit blijkt uit het
temperatuurverschil tussen
ingestelde en momentele
binnentemperatuur) auto-
matisch de noodzakelijke
brandertrap (2000 W, 4000 W
of max. 6000 W). De voor de
verdeling van warme lucht
noodzakelijke circulatielucht-
ventilator alsmede de volau-
tomatische besturing voor
de binnentemperatuur- en
veiligheidsbewaking worden
door de eigen accu 12 V van
stroom voorzien.
Voor de elektrowerking
kan, overeenkomstig de be-
veiliging op de camping, een
vermogen van 900 W (3,9 A)
of 1800 W (7,8 A) handmatig
voorgekozen worden.
Bij een grotere behoefte
aan vermogen (b.v.
opwarmen of lage buiten-
temperaturen) moet echter
de gas- of mengwerking
gekozen worden, aangezien
de elektrowerking 230 V
met een verwarmingsvermo-
gen van maximaal 1800 W
slechts een secundaire
verwarming is.
In mengwerking staat u
indien nodig het volle ver-
warmingsvermogen van
max. 7800 W (gas 6000 W +
stroom 1800 W) ter be-
schikking. Deze combinatie
garandeert snelle opwarm-
tijden, ook bij extreem lage
buitentemperaturen. Het
noodzakelijke verwarmings-
vermogen (blijkt uit het
temperatuurverschil tussen
ingestelde en momentele
binnentemperatuur) kiest het
toestel automatisch. Bij een
slechts geringe vermogens-
vraag (b.v. voor het behoud
van de binnentemperatuur)
wordt de voorkeur gegeven
aan de elektrowerking 230 V.
De gasbrander schakelt pas
bij een hogere vermogens-
vraag in resp. schakelt bij het
opwarmen eerst uit.
Verwarmen is in alle
modi (gas-, elektro- en
mengwerking) altijd zowel
met als zonder waterin-
houd onbeperkt mogelijk.
31
Gebruiksaanwijzing
l = Zomerstand (watertem-
peratuur 40°C of 60°C)
m = Winterstand (verwarmen
zonder warmwatervraag)
n = Winterstand (verwarmen
met warmwatervraag)
p = Draaischakelaar „uit“
q = Gele controlelamp
„boiler opwarmfase“
r = Rode controlelamp
„storing“
Bij gebruik van voertuigspeci-
fieke schakelaars a.u.b. goed
nota nemen van de gebruiks-
aanwijzing van de voertuigfa-
brikant.
Kamerthermostaat
s
s = Kamertemperatuurvoeler
Voor het meten van de ka-
mertemperatuur bevindzt
zich in het voertuig een exter-
ne kamertemperatuurvoeler
(s). De positie van de voeler
wordt door de voertuigfabri-
kant, al naargelang voertuig-
type individueel afgestemd.
Meer informatie vindt u in de
gebruiksaanwijzing van uw
voertuig.
De thermostaatinstelling op
het bedieningsdeel (1 – 9)
moet conform warmtebe-
hoefte en constructie van het
voertuig individueel vastge-
steld worden. Voor een ge-
middelde kamertemperatuur
van ca. 23°C adviseren wij
een thermostaatinstelling van
ca. 6 – 8.
Ingebruikname
Vóór de ingebruikname a.u.b.
absoluut controleren:
1. Is de schoorsteen vrij?
Eventuele afdekkingen abso-
luut verwijderen, bij gebruik
op boten dekschoorsteen
openen.
2. Zijn de gasfles en de
snelsluitende kraan in de
gastoevoerleiding open?
3. Is de beveiliging van de
stroomvoorziening 230 V op
de camping voldoende voor
het ingestelde vermogen
(900 W of 1800 W)?
4. Is de stroomtoevoerkabel
voor de caravan helemaal van
de kabelhaspel gerold?
Voor ingebruikname die-
nen eerst de Gebruiksaan-
wijzing en de „Belangrijke
bedieningsvoorschriften“
te worden doorgenomen!
De voertuigbezitter is ervoor
verantwoordelijk dat het ap-
paraat op correcte wijze kan
worden bediend.
Vóór het eerste ge-
bruik in ieder geval
de gehele watervoorziening
met verwarmd zuiver water
goed doorspoelen. Wanneer
de kachel niet in werking is,
moet bij vorstgevaar het wa-
ter absoluut worden afgetapt!
U kunt in geval van vorst-
schade geen aanspraak
maken op de garantie!
Ook vóór herstellingen van of
onderhoudswerkzaamheden
aan het voertuig (in de ga-
rage!) moet het water worden
afgetapt, omdat de elektri-
sche veiligheids-/aftapkraan
zonder stroomtoevoer auto-
matisch wordt geopend!
Energie-
keuzeschakelaar
T
rumatic C EH
230
V~
f
e
g
h
c
d
c = Elektrowerking
230 V, 1800 W
d = Elektrowerking
230 V, 900 W
e = Gaswerking
f = mengwerking*
(gas en elektro 900 W)
g = Mengwerking*
(gas en elektro 1800 W)
h = Gele controlelamp
„Elektrowerking“
* Alleen winterstand!
In de zomerstand kiest
het toestel automatisch
de elektrowerking met het
voorgekozen elektrische
vermogen van 900 W of
1800 W.
Bedieningdeel
Trumatic C
40°
60°
60°
1
3
5
7
9
l
m
p
r
j
q
n
k
j = Draaiknop voor kamer-
temperatuur (1 – 9)
k = Groene controlelamp
„werking“
Verwarmen is in alle
modi (gas-, elektro- en
mengwerking) altijd zowel
met als zonder waterin-
houd onbeperkt mogelijk.
Zomerstand
(alleen warm water)
1. Op de energie-keuzescha-
kelaar de gewenste modus
(gas- of elektrowerking)
instellen.
In de zomerstand is
mengwerking (gas en
elektro) niet mogelijk. Bij deze
instelling kiest het toestel au-
tomatisch de elektrowerking
met het voorgekozen elektri-
sche vermogen van 900 W
of 1800 W.
2. Op het bedieningsdeel de
draaischakelaar op zomer-
stand (I) 40°C of 60°C zetten.
Na het inschakelen branden
de groene werking-contro-
lelamp (k) en de gele op-
warm-controlelamp (q) op het
bedieningsdeel. Bij elektro-
werking brandt op de ener-
gie-keuzeschakelaar ook nog
de gele controlelamp (h) en
signaleert de werking 230 V.
Na bereiken van de ingestel-
de watertemperatuur (40°C of
60°C) schakelt het toestel uit
en de gele opwarm-controle-
lamp (q) gaat uit.
Winterstand
Verwarmen met
warmwater-vraag
1. Op de energie-keuzescha-
kelaar de gewenste modus
(gas-, elektro- of mengwer-
king) instellen.
2. Op het bedieningsdeel de
draaiknop (j) op de gewenste
thermostaatstand (1 – 9)
voor de binnentemperatuur
draaien.
3. Op het bedieningsdeel
de draaischakelaar op „n“
zetten.
Na het inschakelen branden
de groene werking-contro-
lelamp (k) en de gele op-
warm-controlelamp (q) op het
bedieningsdeel. Bij elektro-
werking brandt op de ener-
gie-keuzeschakelaar ook nog
de gele controlelamp (h) en
signaleert de werking 230 V.
Naargelang modus (gas-,
elektro- of mengwerking) en
vermogensvraag (tempera-
tuurverschil tussen ingestelde
en momentele binnentem-
peratuur) kiest het toestel
automatisch de benodigde
vermogenstrap tot max.
7800 W.
Tot het bereiken van de
ingestelde binnentempera-
tuur schakelt het toestel
trapsgewijs terug. Is deze
bereikt, terwijl het water nog
opgewarmd moet worden,
dan schakelt de circulatie-
luchtventilator uit en de wa-
terinhoud wordt verder op de
kleinste vermogenstrap tot
60°C opgewarmd.
Afhankelijk van het
verwarmingsvermogen
voor het bereiken van de bin-
nentemperatuur kan het wa-
ter tot max. 80°C opgewarmd
worden.
De gele controlelamp (q)
geeft de opwarmfase van het
warm water aan en dooft na
bereiken van de watertempe-
ratuur (60°C).
Verwarmen zonder
warmwater-vraag
1. Op het bedieningsdeel de
draaiknop (j) op de gewenste
thermostaatstand (1 – 9)
voor de binnentemperatuur
draaien.
2. Op de energie-keuzescha-
kelaar de gewenste modus
(gas-, elektro- of mengwer-
king) instellen.
3. Op het bedieningsdeel
de draaischakelaar op „m“
zetten.
Na het inschakelen brandt de
groene werking-controlelamp
(k) op het bedieningsdeel. Bij
elektrowerking brandt op de
energie-keuzeschakelaar ook
nog de gele controlelamp
(h) en signaleert de werking
230 V.
In deze stand brandt de gele
controlelamp (q) alleen bij
watertemperaturen beneden
10°C!
Naargelang modus (gas-,
elektro- of mengwerking) en
vermogensvraag (tempera-
tuurverschil tussen ingestelde
en momentele binnentem-
peratuur) kiest het toestel
automatisch de benodigde
vermogenstrap tot max.
7800 W.
32
Gebruiksaanwijzing
Storing
elektrowerking
Bij een storing in de elektro-
werking gaat op de energie-
keuzeschakelaar de gele
controlelamp (h) uit.
Mogelijke oorzaken vindt
u in de instructies voor het
opsporen van fouten.
Wordt tijdens werking
de stroomvoorziening
230 V slechts voor korte tijd
onderbroken, dan loopt de
verwarming daarna normaal
verder.
Elektrische
veiligheids-/aftapklep
a = Druknop „gesloten“
b = Drukknop „aftappen“
Het aftapklep wordt met
behulp van een spoel in
gesloten toestand gehouden.
Om de accu niet onnodig te
belasten, adviseren wij het
aftapklep te sluiten als het
langer niet wordt gebruikt!
Bij temperaturen beneden
4°C aan de veiligheids-/aftap-
klep kan de boiler uit zichzelf
leeglopen als het apparaat
niet in bedrijf is (ook bij sto-
ringen)! Om waterverlies te
voorkomen, het toestel inscha-
kelen (zomer- of winterbedrijf)
en het veiligheids-/aftapklep
aan de bedieningsknop door
omhoogtrekken weer sluiten
(stand a).
Als de kachel niet aan staat,
kan de veiligheids-/aftapklep
pas bij temperaturen boven
8°C weer worden gesloten!
Het aftapaansluitstuk van de
elektrische veiligheids-/aftap-
klep moet altijd vrij worden
gehouden van vuil (spat-
sneeuw, ijs, bladeren, etc.)!
U kunt in geval van vorst-
schade geen aanspraak
maken op de garantie!
Na bereiken van de op het
bedieningsdeel ingestelde
binnentemperatuur schakelt
de verwarming (onafhankelijk
van de watertemperatuur) uit.
Bij gevulde boiler wordt
het water automatisch
meeverwarmd. Afhankelijk
van het verwarmingsvermo-
gen en de verwarmingsduur
kan de watertemperatuur
max. 80°C bereiken.
Uitschakelen
Voor uitschakelen op het
bedieningsdeel de draaischa-
kelaar op „p“ zetten.
Na het uitschakelen kan de
ventilator voor benutting van
de restwarmte nog nalopen.
Om een abusievelijke
overbelasting van het
elektriciteitsnet bij een
hernieuwde inbedrijfstel-
ling te vermijden, is het
aan te raden, het toestel
na het uitschakelen met
de energie-keuzeschake-
laar op gaswerking te
zetten.
Bij vorstgevaar moet het
water absoluut worden
afgetapt!
Sluit de snelsluitkraan in de
gastoevoerleiding en draai
de gasfles dicht wanneer het
toestel gedurende lange tijd
niet wordt gebruikt.
Storing gaswerking
Bij een storing in de gaswer-
king gaat op het bedienings-
deel de rode controlelamp (r)
branden.
Mogelijke oorzaken vindt u
in de instructies voor het
opsporen van fouten.
De ontgrendeling geschiedt
door uitschakelen en
opnieuw inschakelen.
Wordt de vensterschakelaar
geopend en weer gesloten,
dan komt dit overeen met Uit/
Aan op het bedieningspaneel
(b.v. bij storingreset)!
Vindt tijdens de meng-
werking een uitschake-
ling door een storing plaats
(b.v. door een lege gasfles),
dan loopt de verwarming
verder in de elektrowerking.
De boiler vullen
1. Sluit de elektrische vei-
ligheids-/aftapklep door de
knop omhoog te trekken
(stand a).
Bij temperaturen van rond de
8°C en lager moet eerst de
kachel of de boiler worden
ingeschakeld, zodat de kraan
niet weer open gaat!
2. Schakel de stroomtoevoer
naar de waterpomp in (via
hoofdschakelaar of pomp-
schakelaar).
3. Draai de warmwaterkranen
in keuken en badkamer open
(mengkranen of kranen met
één hefboom stelt u in op
de stand „warm”). Laat de
kranen openstaan totdat alle
lucht in de boiler door water
is vervangen en water uit de
kranen stroomt.
Wanneer alleen de
koudwaterinstallatie
zonder boiler wordt gebruikt,
zal de boiler toch met water
worden gevuld. Om vorst-
schade te vermijden, moet
het water via de veiligheids-/
aftapklep worden afgetapt,
zelfs wanneer de boiler niet
wordt gebruikt. Als alternatief
kunnen twee heetwaterbe-
stendige blokkeerkleppen
voor de koud- en warmwater-
aansluiting worden gemon-
teerd.
Bij aansluiting op een
centrale watervoor-
ziening (nationaal of lokaal)
moet een waterdrukregelaar
worden gebruikt, om te voor-
komen dat hogere drukwaar-
den dan 2,8 bar in de boiler
kunnen ontstaan.
De boiler aftappe
1. Schakel de stroomtoevoer
naar de waterpomp uit (via
de hoofdschakelaar of de
pompschakelaar).
2. Draai de warmwaterkranen
in keuken en badkamer open.
3. Open de elektrische vei-
ligheids-/aftapklep door de
drukknop in te drukken
(stand b).
De boiler wordt nu via de
veiligheids-/aftapklep direct
naar buiten geleegd. Door
een emmer met dienovereen-
komstige inhoud eronder te
plaatsen, controleren of de
waterinhoud helemaal weg-
loopt (12 liter). U kunt in ge-
val van vorstschade geen
aanspraak maken op de
garantie!
33
Onderhoud
Belangrijke bedieningsvoorschriften
Oververhittings-
beveiliging 230 V
De verwarmingswerking
230 V heeft een mechanische
oververhittingsschakelaar.
Wordt b.v. tijdens werking
of tijdens de nalooptijd de
stroomvoorziening 12 V on-
derbroken, dan kunnen de in
het toestel heersende tempe-
raturen de oververhittingsbe-
veiliging activeren.
Voor het resetten van de
oververhittingsbeveiliging
de verwarming laten afkoe-
len, dan de afdekkap op de
vermogenselektronica (13)
omhoog schuiven en de rode
knop indrukken.
Het waterreservoir is ge-
maakt van roestvrij staal
dat geschikt is voor levens-
middelen.
Gebruik wijnazijn om de boi-
ler te ontkalken. Gebruik de
watertoevoer om het produkt
in de boiler te brengen. Laat
het produkt inwerken en
spoel de boiler vervolgens
grondig met vers water door.
Voor ontsmetting adviseren
wij „Certisil-Argento“. Andere
produkten, in het bijzonder
chloorhoudende, zijn niet
geschikt.
Om een nederzetting door
mikro-organismen te voorko-
men, dient de boiler in regel-
matige afstanden op 70°C te
worden verwarmd (enkel bij
winterbedrijf bereikbaar).
Het water niet als drinkwater
gebruiken!
Zekeringen 12 V
De toestelzekeringen 12 V
bevinden zich op de elektro-
nische regeleenheid (12) op
het toestel.
Deze zekeringen voor zwak-
stroom mogen uitsluitend
vervangen worden door zeke-
ringen van hetzelfde type.
F1: 6,3 A, traag
F2: 1,6 A, traag
Zekering 230 V
Zekeringen en netaansluitka-
bels mogen uitsluitend door
een erkende vakman vervan-
gen worden!
Vóór het openen van
de behuizing voor de
vermogenselektronica moet
het toestel met alle polen van
het net losgekoppeld worden.
De toestelzekering 230 V
bevindt zich op de vermo-
genselektronica (13) op het
toestel.
Deze zekering voor zwak-
stroom mag uitsluitend
vervangen worden door een
zekering van hetzelfde type:
10 A, traag, uitschakelvermo-
gen „H“.
Voor onderhouds- en repa-
ratiewerkzaamheden mogen
uitsluitend originele reserve-
onderdelen van Truma
gebruikt worden.
1. Werd de schoorsteen in de
buurt resp. direct onder een
te openen venster geplaatst,
dan moet het toestel voorzien
zijn van een automatische
uitschakelinrichting, om wer-
king bij geopend venster te
verhinderen.
2. Regelmatig, vooral na
lange reizen, moet worden
gecontroleerd of de gecom-
bineerde aan-/afvoerpijp niet
is beschadigd en of de aan-
sluitingen nog intact zijn. Dit
geldt ook voor het toestel zelf
en de schoorsteen.
3. Na een kleine interne gas-
ontploffing (foutieve ontste-
king) moet de rookgasafvoer
door een vakbekwaam mon-
teur worden gecontroleerd!
4. De schoorsteen voor
de afvoer van rookgas en
de toevoer van verbran-
dingslucht moet altijd vrij
worden gehouden van vuil
(spatsneeuw,ijs, bladeren,
enz.).
5. De gasbrander werkt met
ondersteuning van een venti-
lator, daardoor is een correct
functioneren ook tijdens het
rijden gewaarborgd. Voor ge-
bruik tijdens het rijden moet
rekening gehouden worden
met eventuele nationale
beperkingen.
6. De ingebouwde tempera-
tuurbegrenzer sluit de gastoe-
voer af wanneer het apparaat
te heet wordt. Daarom mo-
gen de warmeluchtuitlaten en
de recicurlaitieopening niet
worden afgesloten.
7. De bij het apparaat ge-
leverde gele sticker met
waarschuwingen voor de
gebruiker moet door de in-
bouwer of de eigenaar van
het voertuig op een voor elke
gebruiker duidelijk zichtbare
plaats in het voertuig worden
aangebracht (bijv. op de deur
van de klerenkast)! Als u deze
sticker niet hebt, moet u die
bij Truma aanvragen.
8. Voor verwarming tijdens
het rijden is in richtlijn
2004/78/EG voor campers
een veiligheidsafsluitinrich-
ting voorgeschreven. Voor
verwarming tijdens het rijden
raden wij voor caravans ook
een veiligheidsafsluitinrich-
ting aan.
De gasdrukregelaar Truma
SecuMotion voldoet aan deze
eis.
Wanneer geen gasdruk-
regelaar Truma
SecuMotion geïnstalleerd
is, moet de gasfles tijdens
het rijden gesloten zijn en er
moeten waarschuwings-
bordjes in de flessenkast
en in de buurt van het be-
dieningspaneel aangebracht
worden.
34
Algemene veiligheidsinstructies
Accessoires
parkeergarages, garages of
op veerboten niet gebruikt
worden.
5. Bij eerste ingebruikname
van een spiksplinternieuw
toestel (resp. na een langere
periode van stilstand) kan
gedurende een korte tijd een
lichte rook- en geurontwikke-
ling optreden. Het is zinvol,
het toestel in meng-/zomer-
werking (60°C) meerdere
malen op te warmen en te
zorgen voor een goede
ventilatie van het vertrek.
6. Een ongewoon brander-
geluid kan duiden op een
regelaardefect en maakt
een controle van de regelaar
noodzakelijk.
7. Voorwerpen die gevoelig
zijn voor warmte (bijv. spuit-
bussen) mogen niet in het
inbouwframe van de verwar-
ming worden opgeborgen
omdat het hier eventueel tot
verhoogde temperaturen kan
komen.
8. Voor de gasinstallatie
mogen alleen drukregelin-
richtingen conform EN 12864
(voor voertuigen) resp.
EN ISO 10239 (voor boten)
met een vaste uitgangs-
druk van 30 mbar gebruikt
worden. De doorstromings-
snelheid van de drukregelin-
richting moet minimaal over-
eenkomen met het maximale
verbruik van alle door de in-
stallatiefabrikant ingebouwde
toestellen.
Voor voertuigen adviseren
wij de Truma gasdrukregelaar
SecuMotion resp. voor de
gasinstallatie met twee fles-
sen de automatische omscha-
kelklep Truma DuoComfort.
Bij temperaturen rond 0°C en
lager moet de gasdrukrege-
laar resp. de omschakelklep
gebruikt worden met de ijs-
bestrijdingsinstallatie EisEx.
Er mogen uitsluitend voor het
land van gebruik geschikte
regelaar-aansluitslangen die
voldoen aan de eisen van het
land, gebruikt worden. Deze
moeten regelmatig gecontro-
leerd worden op broosheid.
Voor gebruik in de winter mo-
gen uitsluitend winterharde
speciale slangen gebruikt
worden.
Drukregelapparatuur en
slangleidingen dienen uiterlijk
10 jaar (bij zakelijk gebruik
8 jaar) na de fabricagedatum
door nieuwe te worden
vervangen. Hiervoor is de
gebruiker verantwoordelijk.
Bij lekken in de gasinstal-
latie of wanneer een gasreuk
wordt waargenomen:
alle open vlammen blussen
– niet roken
de apparate uitschakelen
– sluit de gasfles
ramen en deuren openen
– zet geen elektrische
apparaten aan
laat de hele installatie door
een vakbekwaam monteur
controlen!
Reparaties mogen
alleen door vakbe-
kwarme monteurs worden
uitgevoerd!
Na elke demontage van de
rookgasafvoerbuis moet een
nieuwe O-ring gemonteerd
worden!
1. Iedere wijziging aan het
apparaat (met inbegrip van
rookafvoer en schoorsteen)
of het gebruik van reserveon-
derdelen en voor het functio-
neren belangrijke accessoires
(bijv. tijdschakelklok) die geen
originele Truma onderdelen
zijn, als ook het niet opvolgen
van de inbouw- en gebruiks-
handleiding leidt ertoe dat de
garantie vervalt en dat claims
m.b.t. aansprakelijkheid zijn
uitgesloten. Bovendien ver-
valt hierdoor de gebruikstoe-
lating voor het apparaat en in
sommige landen ook voor het
voertuig.
2. De werkdruk van de gas-
voorziening moet overeen-
stemmen met de werkdruk
van het toestel (30 mbar).
3. LPG-installaties moeten
voldoen aan de technische
en administratieve voorschrif-
ten van het betreffende land
van gebruik (in Europa b.v.
EN 1949 voor voertuigen of
EN ISO 10239 voor boten).
Nationale voorschriften en re-
gelingen (in Duitsland b.v. het
DVGW-werkblad G 607 voor
voertuigen of G 608 voor bo-
ten) moeten in acht genomen
worden.
De keuring van de gasin-
stallatie moet iedere 2 jaar
door een vakman herhaald
worden en eventueel beves-
tigd worden in de keurings-
verklaring (in Duitsland b.v.
conform DVGW-werkblad
G 607 voor voertuigen of
G 608 voor boten).
De eigenaar van het voer-
tuig is zelf verantwoorde-
lijk voor de keuring ervan.
4. Generatorgastoestellen
mogen bij het tanken, in
MODIMIDOFRSASO
2
1
3
Truma tijdschakelaar ZUC 2,
incl. verbindingskabel van
3 m (art.-nr. 34042-01).
Afstandsbediening voor elek-
trische veiligheids-/aftapklep
incl. verbindingskabel van
3 m (art.-nr. 34170-01).
De elektrische accessoires
zijn uitgerust met een stekker
en kunnen afzonderlijk
worden aangesloten.
Verlengkabel voor het be-
dieningspaneel, de tijdscha-
kelaar ZUC 2 alsook het
bedieningspaneel voor de
afstandsbediening van het
aftapklep staan desgewenst
ter beschikking.
Schoorsteenverlengstuk KVC
voor overwintering
(art.-nr. 34070-01).
Tijdens het rijden moet
de schoorsteenverlenging
weggenomen worden.
Doorvoering voor caravaniso-
latiedak (art.-nr. 34080-01).
Standaard levert Truma bij
elk bedieningsdeel/elke tijd-
schakelklok een passend
afdekraampje in de kleur
agaatgrijs.
Als speciaal toebehoren zijn
afdekraampjes in meerdere
kleuren verkrijgbaar alsmede
als afsluiting naar het afde-
kraampje zijdelen in 8 ver-
schillende kleuren.
Vraag a.u.b. uw leverancier.
Koppelclips
(art.-nr. 34000-65900).
Voor de montage van meer-
dere Truma bedieningsdelen
naast elkaar.
Opbouwraampje voor de
Truma bedieningsdelen
(art.-nr. 40000-52600).
Een combinatie met de
zijdelen is niet mogelijk.
35
Garantieverklaring van de fabrikant Truma
Technische gegevens
vastgesteld conform EN 624 resp. Truma keuringsvoorwaarden
Gassoort:
generatorgas (propaan/buta)
Werkdruk:
30 mbar
Waterinhoud:
12 liter
Opwarmtijd van ca. 15°C tot ca. 60°C:
zomerstand/gaswerking: ca. 30 min.
(gemeten volgens
EN 15033
zomerstand/elektrowerking (1800 W): ca. 45 min.
winterstand: ca. 60 min. en meer
(afhankelijk van het afgegeven verwarmingsvermogen)
Waterdruk:
max. 2,8 bar
Nominaal verwarmingsvermogen:
propaan-/butagas: 2000 W, 4000 W, 6000 W
elektrisch: 900 W, 1800 W
Gasverbruik:
170 – 480 g/uur
Luchtvolumestroom:
max. 287 m³/uur (vrij uitblazend, zonder warme-luchtbuis)
Opgenomen stroom bij 12 V:
verwarming + boiler: 0,2 – 5,6 A
boiler opwarmen: 0,4 A
ruststroom: 0,001 A
Opgenomen stroom van de elektrische veiligheids-/
aftapklep bij 12 V:
0,035 A
Opgenomen stroom bij 230 V:
900 W (3,9 A) of 1800 W (7,8 A)
Gewicht:
ca. 18,7 kg (zonder waterinhoud)
Conformiteitsverklaring:
De Trumatic C 6002 EH is door de DVGW gekeurd en voldoet
aan de gastoestel-richtlijn (90/396/EEG) alsmede aan de tevens
geldende EG-richtlijnen. Voor EU-landen is het CE-product-
identificatienummer beschikbaar:
CE-0085AS0122.
De verwarming voldoet aan de verwarmingsrichtlijn 2001/56/EG
met supplementen 2004/78/EG en 2006/119/EG
en draagt het typekeuringsnummer:
e1 00 0146.
De verwarming voldoet aan de richtlijn voor radio-ontstoring
van motorvoertuigmotoren 72/245/EEG met aanvullingen
2004/104/EG en 2005/83/EG en draagt het typegoedkeurings-
nummer:
e1 03 2499.
De verwarming voldoet aan de EMC-richtlijn 89/336/EEG en de
laagspanningsrichtlijn 73/23/EEG.
Technische wijzigingen voorbehouden!
wordt ingezet. Werkzaamhe-
den van de afdeling klanten-
service in andere landen val-
len niet onder de garantie.
Bijkomende kosten voor extra
in- en uitbouwwerkzaam-
heden aan het toestel (bijv.
demontage van meubel- of
carrosserie-onderdelen) val-
len niet onder de garantie.
3. Indienen van
garantieclaim
Het adres van de fabrikant
luidt:
Truma Gerätetechnik
GmbH & Co. KG,
Wernher-von-Braun-Straße 12,
85640 Putzbrunn.
In Duitsland moet bij storin-
gen altijd contact opgeno-
men worden met de Truma
servicecentrale; in andere
landen staan de betreffende
servicepartners (zie adressen-
lijst) ter beschikking. Klachten
moeten ander omschreven
worden. Verder moet de
correct ingevulde garantie-
oorkonde overgelegd worden
of het fabricagenummer van
het toestel alsmede de datum
van aankoop aangegeven
worden.
Om de fabrikant in staat te
stellen, te controleren of
er sprake is van een geval
dat onder de garantie valt,
moet de consument het
toestel voor zijn risico naar
de fabrikant brengen of naar
deze opsturen. Bij schade
aan verwarmingselementen
(warmtewisselaars) moet ook
de gasdrukregelaar worden
meegestuurd.
Bij opsturen naar de fabriek
dient het toestel als vracht-
goed verzonden te worden.
Indien het geval onder de
garantie valt, draagt de fa-
briek de transportkosten
resp. kosten van opsturen
en terugsturen. Als niet op
garantie aanspraak kan wor-
den gemaakt, informeert de
fabrikant de klant hierover en
geeft aan welke kosten niet
voor rekening van de fabri-
kant zijn. Bovendien zijn in dit
geval de verzendkosten voor
rekening van de klant.
1. Gevallen waarin op
garantie aanspraak kan
worden gemaakt
De fabrikant biedt garantie
voor defecten aan het toestel
die worden veroorzaakt door
materiaal- of fabricagefouten.
Daarnaast blijven ook de bij
de wet bepaalde voorwaar-
den voor aanspraak op
garantie van kracht.
Er kan geen aanspraak op de
garantie worden gemaakt:
Voor aan slijtage onderhe-
vige onderdelen en natuur-
lijke slijtage,
door gebruik van andere
dan originele Truma onder-
delen in de apparaten en
bij gebruik van ongeschikte
gasdrukregelaars,
indien de inbouw- en ge-
bruiksaanwijzingen van
Truma niet werden aange-
houden,
als gevolg van ondeskun-
dig gebruik,
als gevolg van een ondes-
kundige, niet door Truma
geleverde transportverpak-
king.
2. Omvang van de
garantie
De garantie geldt voor defec-
ten in de zin van punt 1, die
binnen de 24 maanden na het
sluiten van de verkoop-over-
enkomst tussen de verkoper
en de eindgebruiker onstaan.
De fabrikant zal dergelijke
gebreken alsnog verhelpen,
d.w.z. naar eigen keuze her-
stellen of voor een vervan-
gende levering zorgdragen.
Indien de fabrikant dit onder
garantie verhelpt, begint
de garantietermijn voor het
gerepareerde of vervangen
onderdeel niet opnieuw, maar
valt het verder onder de oude
garantietermijn. Andere aan-
spraken, met name vervan-
ging bij schade voor de koper
of derden is uitgesloten. De
voorschriften van de wet op
produkt-aansprakelijheid blij-
ven onverminderd gelden.
De kosten voor het beroep
dat op de eigen service-afde-
ling van Truma wordt gedaan
om een defect te herstellen
dat onder de garantie valt,
met name transport-, ver-
plaatsings-, arbeids- en ma-
teriaalkosten, worden door
de fabrikant gedragen, als de
service-afdeling in Duitsland
36
Gaswerking
Na het inschakelen (winter-
en zomerstand) brandt de
groene controlelamp op
het bedieningsdeel niet.
Na het inschakelen brandt
de groene controlelamp,
echter de verwarming
brandt niet.
Na het inschakelen van de
verwarming knippert de
rode controlelamp.
Ca. 30 sec. na het inscha-
kelen van de verwarming
brandt de rode controle-
lamp permanent.
Verwarming schakelt na
een langere gebruiksduur
op storing.
Elektrowerking
230 V
Na het inschakelen brandt
op het bedieningsdeel de
groene controlelamp, de
gele controlelamp op de
energie-keuzeschakelaar
brandt niet en de verwar-
ming wordt niet warm.
Watervoorziening
Na het uitschakelen van de
warming opent de elektri-
sche veiligheids-/aftapklep.
Ook na inschakelen van
de verwarming blijft de
klep open.
De elektrische veiligheids-/
aftapklep kan niet meer
gesloten worden.
Ook na inschakelen van
de verwarming blijft de
klep open.
Water druppelt van de
elektrische veiligheids-/
aftapklep.
– Geen voedingsspanning.
Toestel- of voertuigzekering
defect.
De ingestelde temperatuur
op het bedieningsdeel is
lager dan de binnentempe-
ratuur.
Venster boven de schoor-
steen open (vensterschake-
laar).
– Accuspanning te laag
< 10,5 V.
Gasfles of snelsluitende
klep in de gastoevoerlei-
ding gesloten.
– Luchttoevoer onderbroken.
– Uitlaatopeningen warme
lucht geblokkeerd.
– Gasdrukregelaar bevroren.
– Butaanaandeel in de
gasfles te hoog.
– Geen voedingsspanning.
– Toestelzekering defect.
– Oververhittingsschakelaar
is geactiveerd.
– Buitentemperatuur
beneden 4°C.
Stroomvoorziening 12 V bij
aftapklep ontbreekt.
– Buitentemperatuur
beneden 8°C.
Stroomvoorziening 12 V bij
aftapklep ontbreekt.
Waterdruk te hoog.
Accuspanning 12 V controleren.
Alle elektrische steekverbindingen controleren.
Toestelzekering controleren (zie Onderhoud).
– Voertuigzekering controleren.
Binnentemperatuur op het bedieningsdeel hoger zetten.
– Venster sluiten.
– Accu laden.
– Gastoevoer controleren.
Schoorsteen controleren op eventuele afdekkingen.
Bij gebruik op boten dekschoorsteen openen.
Controle van de afzonderlijke uitlaatopeningen.
Regelaar ontijzingsinstallatie (EisEx) gebruiken.
Propaan gebruiken (met name bij temperaturen beneden
10°C is butaan niet geschikt voor verwarmen).
Voedingsspanning 230 V en zekeringen controleren.
Toestelzekering controleren (zie Onderhoud).
Oververhittingsschakelaar resetten (zie Onderhoud).
Verwarming inschakelen (bij temperaturen rond 4°C en lager
opent de aftapklep automatisch).
Voedingsspanning 12 V en zekeringen controleren.
Verwarming inschakelen (zonder verwarmingsmodus kan
de aftapklep pas bij temperaturen boven 8°C weer gesloten
worden).
Voedingsspanning 12 V en zekeringen controleren.
Pompdruk controleren (max. 2,8 bar).
Bij aansluiting op een centrale watervoorziening (land- resp.
city-aansluiting) moet een drukregelaar gebruikt worden,
deze voorkomt, dat hogere drukken dan 2,8 bar in de boiler
kunnen optreden.
Instructies voor het opsporen van fouten
Fout Oorzaak Verhelpen
Mochten deze maatregelen niet resulteren in het verhelpen van de storing, neem dan a.u.b. altijd contact op met de
afdeling service van Truma.

Documenttranscriptie

Trumatic C 6002 EH 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 Bedieningsdeel Energie-keuzeschakelaar Tijdschakelklok ZUC 2 (toebehoren) Kamertemperatuurvoeler Koudwateraansluiting Warmwateraansluiting Gasaansluiting Uitlaatopeningen voor warme lucht Circulatieluchtterugvoer Uitlaatgasafvoer Verbrandingsluchttoevoer Elektronische regeleenheid Vermogenselektronica Oververhittingsschakelaar 230 V Waterreservoir (12 liter) Ontsteker Brander Warmtewisselaar Oververhittingsbeveiliging Verwarmingselementen 230 V Elektrische veiligheids-/aftapklep Functiebeschrijving Het combitoestel Trumatic C 6002 EH combineert de voordelen van een stationaire elektroverwarming met het hoge verwarmingsvermogen van een onafhankelijke gasverwarming. Onafhankelijk van het feit, of u in zomerstand alleen warm water of in winterstand alleen warmte of warmte en warm water wilt produceren, staan u 3 mogelijkheden voor het kiezen van de soort energie ter beschikking: – alleen gas (propaan/buta) voor onafhankelijk gebruik – alleen elektro (230 V) voor stationair gebruik op de camping – of gas en elektro (tegelijkertijd). 30 Zomerstand Winterstand (alleen warm water) (warmte en warm water) Voor de bereiding van warm water gebruikt men ofwel de gaswerking of de elektrowerking 230 V. De watertemperatuur kan ingesteld worden op 40°C of 60°C. Voor gebruik in de winter kan gebruik gemaakt worden van alle 3 mogelijkheden voor energiekeuze. Bij gaswerking kiest het toestel automatisch de kleinste brandertrap met 2000 W. Door de eigen accu 12 V van stroom voorzien regelt de volautomatische besturing de watertemperatuur. Voor de elektrowerking kan, overeenkomstig de beveiliging op de camping, een vermogen van 900 W (3,9 A) of 1800 W (7,8 A) handmatig gekozen worden. De mengwerking (gas en elektro tegelijkertijd) is niet mogelijk. Bij deze instelling kiest het toestel automatisch de elektrowerking met het gekozen vermogen van 900 W of 1800 W. De gasbrander wordt niet ingeschakeld. Bij gaswerking kiest het toestel naargelang vermogensvraag (dit blijkt uit het temperatuurverschil tussen ingestelde en momentele binnentemperatuur) automatisch de noodzakelijke brandertrap (2000 W, 4000 W of max. 6000 W). De voor de verdeling van warme lucht noodzakelijke circulatieluchtventilator alsmede de volautomatische besturing voor de binnentemperatuur- en veiligheidsbewaking worden door de eigen accu 12 V van stroom voorzien. Voor de elektrowerking kan, overeenkomstig de beveiliging op de camping, een vermogen van 900 W (3,9 A) of 1800 W (7,8 A) handmatig voorgekozen worden. Bij een grotere behoefte aan vermogen (b.v. opwarmen of lage buitentemperaturen) moet echter de gas- of mengwerking gekozen worden, aangezien de elektrowerking 230 V met een verwarmingsvermogen van maximaal 1800 W slechts een secundaire verwarming is. In mengwerking staat u indien nodig het volle verwarmingsvermogen van max. 7800 W (gas 6000 W + stroom 1800 W) ter beschikking. Deze combinatie garandeert snelle opwarmtijden, ook bij extreem lage buitentemperaturen. Het noodzakelijke verwarmingsvermogen (blijkt uit het temperatuurverschil tussen ingestelde en momentele binnentemperatuur) kiest het toestel automatisch. Bij een slechts geringe vermogensvraag (b.v. voor het behoud van de binnentemperatuur) wordt de voorkeur gegeven aan de elektrowerking 230 V. De gasbrander schakelt pas bij een hogere vermogensvraag in resp. schakelt bij het opwarmen eerst uit. Verwarmen is in alle modi (gas-, elektro- en mengwerking) altijd zowel met als zonder waterinhoud onbeperkt mogelijk. Gebruiksaanwijzing Voor ingebruikname dienen eerst de Gebruiksaanwijzing en de „Belangrijke bedieningsvoorschriften“ te worden doorgenomen! De voertuigbezitter is ervoor verantwoordelijk dat het apparaat op correcte wijze kan worden bediend. Vóór het eerste gebruik in ieder geval de gehele watervoorziening met verwarmd zuiver water goed doorspoelen. Wanneer de kachel niet in werking is, moet bij vorstgevaar het water absoluut worden afgetapt! U kunt in geval van vorstschade geen aanspraak maken op de garantie! Ook vóór herstellingen van of onderhoudswerkzaamheden aan het voertuig (in de garage!) moet het water worden afgetapt, omdat de elektrische veiligheids-/aftapkraan zonder stroomtoevoer automatisch wordt geopend! Energiekeuzeschakelaar Trumatic C EH c d e f g h 230 V~ c = Elektrowerking 230 V, 1800 W d = Elektrowerking 230 V, 900 W e = Gaswerking f = mengwerking* (gas en elektro 900 W) g = Mengwerking* (gas en elektro 1800 W) h = Gele controlelamp „Elektrowerking“ * Alleen winterstand! In de zomerstand kiest het toestel automatisch de elektrowerking met het voorgekozen elektrische vermogen van 900 W of 1800 W. 5 7 Trumatic C 60° 3 40° 1 60° Bij gebruik van voertuigspecifieke schakelaars a.u.b. goed nota nemen van de gebruiksaanwijzing van de voertuigfabrikant. Kamerthermostaat s l p m n 9 j = Draaiknop voor kamertemperatuur (1 – 9) k = Groene controlelamp „werking“ Verwarmen is in alle modi (gas-, elektro- en mengwerking) altijd zowel met als zonder waterinhoud onbeperkt mogelijk. Zomerstand (alleen warm water) 1. Op de energie-keuzeschakelaar de gewenste modus (gas- of elektrowerking) instellen. In de zomerstand is mengwerking (gas en elektro) niet mogelijk. Bij deze instelling kiest het toestel automatisch de elektrowerking met het voorgekozen elektrische vermogen van 900 W of 1800 W. 2. Op het bedieningsdeel de draaischakelaar op zomerstand (I) 40°C of 60°C zetten. s = Kamertemperatuurvoeler Voor het meten van de kamertemperatuur bevindzt zich in het voertuig een externe kamertemperatuurvoeler (s). De positie van de voeler wordt door de voertuigfabrikant, al naargelang voertuigtype individueel afgestemd. Meer informatie vindt u in de gebruiksaanwijzing van uw voertuig. Na het inschakelen branden de groene werking-controlelamp (k) en de gele opwarm-controlelamp (q) op het bedieningsdeel. Bij elektrowerking brandt op de energie-keuzeschakelaar ook nog de gele controlelamp (h) en signaleert de werking 230 V. Na bereiken van de ingestelde watertemperatuur (40°C of 60°C) schakelt het toestel uit en de gele opwarm-controlelamp (q) gaat uit. De thermostaatinstelling op het bedieningsdeel (1 – 9) moet conform warmtebehoefte en constructie van het voertuig individueel vastgesteld worden. Voor een gemiddelde kamertemperatuur van ca. 23°C adviseren wij een thermostaatinstelling van ca. 6 – 8. Winterstand Ingebruikname 1. Op de energie-keuzeschakelaar de gewenste modus (gas-, elektro- of mengwerking) instellen. Vóór de ingebruikname a.u.b. absoluut controleren: 1. Is de schoorsteen vrij? Eventuele afdekkingen absoluut verwijderen, bij gebruik op boten dekschoorsteen openen. 2. Zijn de gasfles en de snelsluitende kraan in de gastoevoerleiding open? Bedieningdeel j q r k l = Zomerstand (watertemperatuur 40°C of 60°C) m = Winterstand (verwarmen zonder warmwatervraag) n = Winterstand (verwarmen met warmwatervraag) p = Draaischakelaar „uit“ q = Gele controlelamp „boiler opwarmfase“ r = Rode controlelamp „storing“ 3. Is de beveiliging van de stroomvoorziening 230 V op de camping voldoende voor het ingestelde vermogen (900 W of 1800 W)? 4. Is de stroomtoevoerkabel voor de caravan helemaal van de kabelhaspel gerold? Verwarmen met warmwater-vraag 2. Op het bedieningsdeel de draaiknop (j) op de gewenste thermostaatstand (1 – 9) voor de binnentemperatuur draaien. 3. Op het bedieningsdeel de draaischakelaar op „n“ zetten. Na het inschakelen branden de groene werking-controlelamp (k) en de gele opwarm-controlelamp (q) op het bedieningsdeel. Bij elektrowerking brandt op de energie-keuzeschakelaar ook nog de gele controlelamp (h) en signaleert de werking 230 V. Naargelang modus (gas-, elektro- of mengwerking) en vermogensvraag (temperatuurverschil tussen ingestelde en momentele binnentemperatuur) kiest het toestel automatisch de benodigde vermogenstrap tot max. 7800 W. Tot het bereiken van de ingestelde binnentemperatuur schakelt het toestel trapsgewijs terug. Is deze bereikt, terwijl het water nog opgewarmd moet worden, dan schakelt de circulatieluchtventilator uit en de waterinhoud wordt verder op de kleinste vermogenstrap tot 60°C opgewarmd. Afhankelijk van het verwarmingsvermogen voor het bereiken van de binnentemperatuur kan het water tot max. 80°C opgewarmd worden. De gele controlelamp (q) geeft de opwarmfase van het warm water aan en dooft na bereiken van de watertemperatuur (60°C). Verwarmen zonder warmwater-vraag 1. Op het bedieningsdeel de draaiknop (j) op de gewenste thermostaatstand (1 – 9) voor de binnentemperatuur draaien. 2. Op de energie-keuzeschakelaar de gewenste modus (gas-, elektro- of mengwerking) instellen. 3. Op het bedieningsdeel de draaischakelaar op „m“ zetten. Na het inschakelen brandt de groene werking-controlelamp (k) op het bedieningsdeel. Bij elektrowerking brandt op de energie-keuzeschakelaar ook nog de gele controlelamp (h) en signaleert de werking 230 V. In deze stand brandt de gele controlelamp (q) alleen bij watertemperaturen beneden 10°C! Naargelang modus (gas-, elektro- of mengwerking) en vermogensvraag (temperatuurverschil tussen ingestelde en momentele binnentemperatuur) kiest het toestel automatisch de benodigde vermogenstrap tot max. 7800 W. 31 Gebruiksaanwijzing Na bereiken van de op het bedieningsdeel ingestelde binnentemperatuur schakelt de verwarming (onafhankelijk van de watertemperatuur) uit. Bij gevulde boiler wordt het water automatisch meeverwarmd. Afhankelijk van het verwarmingsvermogen en de verwarmingsduur kan de watertemperatuur max. 80°C bereiken. Uitschakelen Voor uitschakelen op het bedieningsdeel de draaischakelaar op „p“ zetten. Na het uitschakelen kan de ventilator voor benutting van de restwarmte nog nalopen. Storing elektrowerking Bij een storing in de elektrowerking gaat op de energiekeuzeschakelaar de gele controlelamp (h) uit. Mogelijke oorzaken vindt u in de instructies voor het opsporen van fouten. Wordt tijdens werking de stroomvoorziening 230 V slechts voor korte tijd onderbroken, dan loopt de verwarming daarna normaal verder. Elektrische veiligheids-/aftapklep Om een abusievelijke overbelasting van het elektriciteitsnet bij een hernieuwde inbedrijfstelling te vermijden, is het aan te raden, het toestel na het uitschakelen met de energie-keuzeschakelaar op gaswerking te zetten. Bij vorstgevaar moet het water absoluut worden afgetapt! Sluit de snelsluitkraan in de gastoevoerleiding en draai de gasfles dicht wanneer het toestel gedurende lange tijd niet wordt gebruikt. Storing gaswerking Bij een storing in de gaswerking gaat op het bedieningsdeel de rode controlelamp (r) branden. Mogelijke oorzaken vindt u in de instructies voor het opsporen van fouten. De ontgrendeling geschiedt door uitschakelen en opnieuw inschakelen. Wordt de vensterschakelaar geopend en weer gesloten, dan komt dit overeen met Uit/ Aan op het bedieningspaneel (b.v. bij storingreset)! Vindt tijdens de mengwerking een uitschakeling door een storing plaats (b.v. door een lege gasfles), dan loopt de verwarming verder in de elektrowerking. 32 a = Druknop „gesloten“ b = Drukknop „aftappen“ Het aftapklep wordt met behulp van een spoel in gesloten toestand gehouden. Om de accu niet onnodig te belasten, adviseren wij het aftapklep te sluiten als het langer niet wordt gebruikt! Bij temperaturen beneden 4°C aan de veiligheids-/aftapklep kan de boiler uit zichzelf leeglopen als het apparaat niet in bedrijf is (ook bij storingen)! Om waterverlies te voorkomen, het toestel inschakelen (zomer- of winterbedrijf) en het veiligheids-/aftapklep aan de bedieningsknop door omhoogtrekken weer sluiten (stand a). Als de kachel niet aan staat, kan de veiligheids-/aftapklep pas bij temperaturen boven 8°C weer worden gesloten! Het aftapaansluitstuk van de elektrische veiligheids-/aftapklep moet altijd vrij worden gehouden van vuil (spatsneeuw, ijs, bladeren, etc.)! U kunt in geval van vorstschade geen aanspraak maken op de garantie! De boiler vullen 1. Sluit de elektrische veiligheids-/aftapklep door de knop omhoog te trekken (stand a). Bij temperaturen van rond de 8°C en lager moet eerst de kachel of de boiler worden ingeschakeld, zodat de kraan niet weer open gaat! 2. Schakel de stroomtoevoer naar de waterpomp in (via hoofdschakelaar of pompschakelaar). 3. Draai de warmwaterkranen in keuken en badkamer open (mengkranen of kranen met één hefboom stelt u in op de stand „warm”). Laat de kranen openstaan totdat alle lucht in de boiler door water is vervangen en water uit de kranen stroomt. Wanneer alleen de koudwaterinstallatie zonder boiler wordt gebruikt, zal de boiler toch met water worden gevuld. Om vorstschade te vermijden, moet het water via de veiligheids-/ aftapklep worden afgetapt, zelfs wanneer de boiler niet wordt gebruikt. Als alternatief kunnen twee heetwaterbestendige blokkeerkleppen voor de koud- en warmwateraansluiting worden gemonteerd. Bij aansluiting op een centrale watervoorziening (nationaal of lokaal) moet een waterdrukregelaar worden gebruikt, om te voorkomen dat hogere drukwaarden dan 2,8 bar in de boiler kunnen ontstaan. De boiler aftappe 1. Schakel de stroomtoevoer naar de waterpomp uit (via de hoofdschakelaar of de pompschakelaar). 2. Draai de warmwaterkranen in keuken en badkamer open. 3. Open de elektrische veiligheids-/aftapklep door de drukknop in te drukken (stand b). De boiler wordt nu via de veiligheids-/aftapklep direct naar buiten geleegd. Door een emmer met dienovereenkomstige inhoud eronder te plaatsen, controleren of de waterinhoud helemaal wegloopt (12 liter). U kunt in geval van vorstschade geen aanspraak maken op de garantie! Onderhoud Het waterreservoir is gemaakt van roestvrij staal dat geschikt is voor levensmiddelen. Gebruik wijnazijn om de boiler te ontkalken. Gebruik de watertoevoer om het produkt in de boiler te brengen. Laat het produkt inwerken en spoel de boiler vervolgens grondig met vers water door. Voor ontsmetting adviseren wij „Certisil-Argento“. Andere produkten, in het bijzonder chloorhoudende, zijn niet geschikt. Belangrijke bedieningsvoorschriften Oververhittingsbeveiliging 230 V De verwarmingswerking 230 V heeft een mechanische oververhittingsschakelaar. Wordt b.v. tijdens werking of tijdens de nalooptijd de stroomvoorziening 12 V onderbroken, dan kunnen de in het toestel heersende temperaturen de oververhittingsbeveiliging activeren. Zekeringen 12 V De toestelzekeringen 12 V bevinden zich op de elektronische regeleenheid (12) op het toestel. Deze zekeringen voor zwakstroom mogen uitsluitend vervangen worden door zekeringen van hetzelfde type. F1: 6,3 A, traag F2: 1,6 A, traag Zekering 230 V Zekeringen en netaansluitkabels mogen uitsluitend door een erkende vakman vervangen worden! Vóór het openen van de behuizing voor de vermogenselektronica moet het toestel met alle polen van het net losgekoppeld worden. De toestelzekering 230 V bevindt zich op de vermogenselektronica (13) op het toestel. Deze zekering voor zwakstroom mag uitsluitend vervangen worden door een zekering van hetzelfde type: 10 A, traag, uitschakelvermogen „H“. 1. Werd de schoorsteen in de buurt resp. direct onder een te openen venster geplaatst, dan moet het toestel voorzien zijn van een automatische uitschakelinrichting, om werking bij geopend venster te verhinderen. 2. Regelmatig, vooral na lange reizen, moet worden gecontroleerd of de gecombineerde aan-/afvoerpijp niet is beschadigd en of de aansluitingen nog intact zijn. Dit geldt ook voor het toestel zelf en de schoorsteen. Om een nederzetting door mikro-organismen te voorkomen, dient de boiler in regelmatige afstanden op 70°C te worden verwarmd (enkel bij winterbedrijf bereikbaar). Het water niet als drinkwater gebruiken! Voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend originele reserveonderdelen van Truma gebruikt worden. Voor het resetten van de oververhittingsbeveiliging de verwarming laten afkoelen, dan de afdekkap op de vermogenselektronica (13) omhoog schuiven en de rode knop indrukken. 8. Voor verwarming tijdens het rijden is in richtlijn 2004/78/EG voor campers een veiligheidsafsluitinrichting voorgeschreven. Voor verwarming tijdens het rijden raden wij voor caravans ook een veiligheidsafsluitinrichting aan. De gasdrukregelaar Truma SecuMotion voldoet aan deze eis. Wanneer geen gasdrukregelaar Truma SecuMotion geïnstalleerd is, moet de gasfles tijdens het rijden gesloten zijn en er moeten waarschuwingsbordjes in de flessenkast en in de buurt van het bedieningspaneel aangebracht worden. 3. Na een kleine interne gasontploffing (foutieve ontsteking) moet de rookgasafvoer door een vakbekwaam monteur worden gecontroleerd! 4. De schoorsteen voor de afvoer van rookgas en de toevoer van verbrandingslucht moet altijd vrij worden gehouden van vuil (spatsneeuw,ijs, bladeren, enz.). 5. De gasbrander werkt met ondersteuning van een ventilator, daardoor is een correct functioneren ook tijdens het rijden gewaarborgd. Voor gebruik tijdens het rijden moet rekening gehouden worden met eventuele nationale beperkingen. 6. De ingebouwde temperatuurbegrenzer sluit de gastoevoer af wanneer het apparaat te heet wordt. Daarom mogen de warmeluchtuitlaten en de recicurlaitieopening niet worden afgesloten. 7. De bij het apparaat geleverde gele sticker met waarschuwingen voor de gebruiker moet door de inbouwer of de eigenaar van het voertuig op een voor elke gebruiker duidelijk zichtbare plaats in het voertuig worden aangebracht (bijv. op de deur van de klerenkast)! Als u deze sticker niet hebt, moet u die bij Truma aanvragen. 33 Algemene veiligheidsinstructies Bij lekken in de gasinstallatie of wanneer een gasreuk wordt waargenomen: parkeergarages, garages of op veerboten niet gebruikt worden. – – – – – – 5. Bij eerste ingebruikname van een spiksplinternieuw toestel (resp. na een langere periode van stilstand) kan gedurende een korte tijd een lichte rook- en geurontwikkeling optreden. Het is zinvol, het toestel in meng-/zomerwerking (60°C) meerdere malen op te warmen en te zorgen voor een goede ventilatie van het vertrek. alle open vlammen blussen niet roken de apparate uitschakelen sluit de gasfles ramen en deuren openen zet geen elektrische apparaten aan – laat de hele installatie door een vakbekwaam monteur controlen! Reparaties mogen alleen door vakbekwarme monteurs worden uitgevoerd! Na elke demontage van de rookgasafvoerbuis moet een nieuwe O-ring gemonteerd worden! 1. Iedere wijziging aan het apparaat (met inbegrip van rookafvoer en schoorsteen) of het gebruik van reserveonderdelen en voor het functioneren belangrijke accessoires (bijv. tijdschakelklok) die geen originele Truma onderdelen zijn, als ook het niet opvolgen van de inbouw- en gebruikshandleiding leidt ertoe dat de garantie vervalt en dat claims m.b.t. aansprakelijkheid zijn uitgesloten. Bovendien vervalt hierdoor de gebruikstoelating voor het apparaat en in sommige landen ook voor het voertuig. 2. De werkdruk van de gasvoorziening moet overeenstemmen met de werkdruk van het toestel (30 mbar). 3. LPG-installaties moeten voldoen aan de technische en administratieve voorschriften van het betreffende land van gebruik (in Europa b.v. EN 1949 voor voertuigen of EN ISO 10239 voor boten). Nationale voorschriften en regelingen (in Duitsland b.v. het DVGW-werkblad G 607 voor voertuigen of G 608 voor boten) moeten in acht genomen worden. De keuring van de gasinstallatie moet iedere 2 jaar door een vakman herhaald worden en eventueel bevestigd worden in de keuringsverklaring (in Duitsland b.v. conform DVGW-werkblad G 607 voor voertuigen of G 608 voor boten). De eigenaar van het voertuig is zelf verantwoordelijk voor de keuring ervan. 4. Generatorgastoestellen mogen bij het tanken, in 34 6. Een ongewoon brandergeluid kan duiden op een regelaardefect en maakt een controle van de regelaar noodzakelijk. 7. Voorwerpen die gevoelig zijn voor warmte (bijv. spuitbussen) mogen niet in het inbouwframe van de verwarming worden opgeborgen omdat het hier eventueel tot verhoogde temperaturen kan komen. 8. Voor de gasinstallatie mogen alleen drukregelinrichtingen conform EN 12864 (voor voertuigen) resp. EN ISO 10239 (voor boten) met een vaste uitgangsdruk van 30 mbar gebruikt worden. De doorstromingssnelheid van de drukregelinrichting moet minimaal overeenkomen met het maximale verbruik van alle door de installatiefabrikant ingebouwde toestellen. Voor voertuigen adviseren wij de Truma gasdrukregelaar SecuMotion resp. voor de gasinstallatie met twee flessen de automatische omschakelklep Truma DuoComfort. Bij temperaturen rond 0°C en lager moet de gasdrukregelaar resp. de omschakelklep gebruikt worden met de ijsbestrijdingsinstallatie EisEx. Er mogen uitsluitend voor het land van gebruik geschikte regelaar-aansluitslangen die voldoen aan de eisen van het land, gebruikt worden. Deze moeten regelmatig gecontroleerd worden op broosheid. Voor gebruik in de winter mogen uitsluitend winterharde speciale slangen gebruikt worden. Drukregelapparatuur en slangleidingen dienen uiterlijk 10 jaar (bij zakelijk gebruik 8 jaar) na de fabricagedatum door nieuwe te worden vervangen. Hiervoor is de gebruiker verantwoordelijk. Accessoires 1 2 3 MODIMIDOFRSASO Truma tijdschakelaar ZUC 2, incl. verbindingskabel van 3 m (art.-nr. 34042-01). Afstandsbediening voor elektrische veiligheids-/aftapklep incl. verbindingskabel van 3 m (art.-nr. 34170-01). Als speciaal toebehoren zijn afdekraampjes in meerdere kleuren verkrijgbaar alsmede als afsluiting naar het afdekraampje zijdelen in 8 verschillende kleuren. Vraag a.u.b. uw leverancier. Koppelclips (art.-nr. 34000-65900). Voor de montage van meerdere Truma bedieningsdelen naast elkaar. De elektrische accessoires zijn uitgerust met een stekker en kunnen afzonderlijk worden aangesloten. Verlengkabel voor het bedieningspaneel, de tijdschakelaar ZUC 2 alsook het bedieningspaneel voor de afstandsbediening van het aftapklep staan desgewenst ter beschikking. Schoorsteenverlengstuk KVC voor overwintering (art.-nr. 34070-01). Tijdens het rijden moet de schoorsteenverlenging weggenomen worden. Doorvoering voor caravanisolatiedak (art.-nr. 34080-01). Standaard levert Truma bij elk bedieningsdeel/elke tijdschakelklok een passend afdekraampje in de kleur agaatgrijs. Opbouwraampje voor de Truma bedieningsdelen (art.-nr. 40000-52600). Een combinatie met de zijdelen is niet mogelijk. Technische gegevens Garantieverklaring van de fabrikant Truma vastgesteld conform EN 624 resp. Truma keuringsvoorwaarden Gassoort: generatorgas (propaan/buta) Werkdruk: 30 mbar Waterinhoud: 12 liter Opwarmtijd van ca. 15°C tot ca. 60°C: zomerstand/gaswerking: ca. 30 min. (gemeten volgens EN 15033 zomerstand/elektrowerking (1800 W): ca. 45 min. winterstand: ca. 60 min. en meer (afhankelijk van het afgegeven verwarmingsvermogen) Waterdruk: max. 2,8 bar Nominaal verwarmingsvermogen: propaan-/butagas: 2000 W, 4000 W, 6000 W elektrisch: 900 W, 1800 W Gasverbruik: 170 – 480 g/uur Luchtvolumestroom: max. 287 m³/uur (vrij uitblazend, zonder warme-luchtbuis) Opgenomen stroom bij 12 V: verwarming + boiler: 0,2 – 5,6 A boiler opwarmen: 0,4 A ruststroom: 0,001 A Opgenomen stroom van de elektrische veiligheids-/ aftapklep bij 12 V: 0,035 A Opgenomen stroom bij 230 V: 900 W (3,9 A) of 1800 W (7,8 A) Gewicht: ca. 18,7 kg (zonder waterinhoud) Conformiteitsverklaring: De Trumatic C 6002 EH is door de DVGW gekeurd en voldoet aan de gastoestel-richtlijn (90/396/EEG) alsmede aan de tevens geldende EG-richtlijnen. Voor EU-landen is het CE-productidentificatienummer beschikbaar: CE-0085AS0122. De verwarming voldoet aan de verwarmingsrichtlijn 2001/56/EG met supplementen 2004/78/EG en 2006/119/EG en draagt het typekeuringsnummer: e1 00 0146. De verwarming voldoet aan de richtlijn voor radio-ontstoring van motorvoertuigmotoren 72/245/EEG met aanvullingen 2004/104/EG en 2005/83/EG en draagt het typegoedkeuringsnummer: e1 03 2499. De verwarming voldoet aan de EMC-richtlijn 89/336/EEG en de laagspanningsrichtlijn 73/23/EEG. Technische wijzigingen voorbehouden! 1. Gevallen waarin op garantie aanspraak kan worden gemaakt De fabrikant biedt garantie voor defecten aan het toestel die worden veroorzaakt door materiaal- of fabricagefouten. Daarnaast blijven ook de bij de wet bepaalde voorwaarden voor aanspraak op garantie van kracht. Er kan geen aanspraak op de garantie worden gemaakt: – Voor aan slijtage onderhevige onderdelen en natuurlijke slijtage, – door gebruik van andere dan originele Truma onderdelen in de apparaten en bij gebruik van ongeschikte gasdrukregelaars, – indien de inbouw- en gebruiksaanwijzingen van Truma niet werden aangehouden, – als gevolg van ondeskundig gebruik, – als gevolg van een ondeskundige, niet door Truma geleverde transportverpakking. 2. Omvang van de garantie De garantie geldt voor defecten in de zin van punt 1, die binnen de 24 maanden na het sluiten van de verkoop-overenkomst tussen de verkoper en de eindgebruiker onstaan. De fabrikant zal dergelijke gebreken alsnog verhelpen, d.w.z. naar eigen keuze herstellen of voor een vervangende levering zorgdragen. Indien de fabrikant dit onder garantie verhelpt, begint de garantietermijn voor het gerepareerde of vervangen onderdeel niet opnieuw, maar valt het verder onder de oude garantietermijn. Andere aanspraken, met name vervanging bij schade voor de koper of derden is uitgesloten. De voorschriften van de wet op produkt-aansprakelijheid blijven onverminderd gelden. wordt ingezet. Werkzaamheden van de afdeling klantenservice in andere landen vallen niet onder de garantie. Bijkomende kosten voor extra in- en uitbouwwerkzaamheden aan het toestel (bijv. demontage van meubel- of carrosserie-onderdelen) vallen niet onder de garantie. 3. Indienen van garantieclaim Het adres van de fabrikant luidt: Truma Gerätetechnik GmbH & Co. KG, Wernher-von-Braun-Straße 12, 85640 Putzbrunn. In Duitsland moet bij storingen altijd contact opgenomen worden met de Truma servicecentrale; in andere landen staan de betreffende servicepartners (zie adressenlijst) ter beschikking. Klachten moeten ander omschreven worden. Verder moet de correct ingevulde garantieoorkonde overgelegd worden of het fabricagenummer van het toestel alsmede de datum van aankoop aangegeven worden. Om de fabrikant in staat te stellen, te controleren of er sprake is van een geval dat onder de garantie valt, moet de consument het toestel voor zijn risico naar de fabrikant brengen of naar deze opsturen. Bij schade aan verwarmingselementen (warmtewisselaars) moet ook de gasdrukregelaar worden meegestuurd. Bij opsturen naar de fabriek dient het toestel als vrachtgoed verzonden te worden. Indien het geval onder de garantie valt, draagt de fabriek de transportkosten resp. kosten van opsturen en terugsturen. Als niet op garantie aanspraak kan worden gemaakt, informeert de fabrikant de klant hierover en geeft aan welke kosten niet voor rekening van de fabrikant zijn. Bovendien zijn in dit geval de verzendkosten voor rekening van de klant. De kosten voor het beroep dat op de eigen service-afdeling van Truma wordt gedaan om een defect te herstellen dat onder de garantie valt, met name transport-, verplaatsings-, arbeids- en materiaalkosten, worden door de fabrikant gedragen, als de service-afdeling in Duitsland 35 Instructies voor het opsporen van fouten Fout Oorzaak Verhelpen • Na het inschakelen (winteren zomerstand) brandt de groene controlelamp op het bedieningsdeel niet. – Geen voedingsspanning. – – – – • Na het inschakelen brandt de groene controlelamp, echter de verwarming brandt niet. – De ingestelde temperatuur op het bedieningsdeel is lager dan de binnentemperatuur. – Venster boven de schoorsteen open (vensterschakelaar). – Binnentemperatuur op het bedieningsdeel hoger zetten. • Na het inschakelen van de verwarming knippert de rode controlelamp. – Accuspanning te laag < 10,5 V. – Accu laden. • Ca. 30 sec. na het inschakelen van de verwarming brandt de rode controlelamp permanent. – Gasfles of snelsluitende klep in de gastoevoerleiding gesloten. – Luchttoevoer onderbroken. – Gastoevoer controleren. • Verwarming schakelt na een langere gebruiksduur op storing. – Uitlaatopeningen warme lucht geblokkeerd. – Gasdrukregelaar bevroren. – Butaanaandeel in de gasfles te hoog. – Controle van de afzonderlijke uitlaatopeningen. – Geen voedingsspanning. – Toestelzekering defect. – Oververhittingsschakelaar is geactiveerd. – Voedingsspanning 230 V en zekeringen controleren. – Toestelzekering controleren (zie Onderhoud). – Oververhittingsschakelaar resetten (zie Onderhoud). – Buitentemperatuur beneden 4°C. – Verwarming inschakelen (bij temperaturen rond 4°C en lager opent de aftapklep automatisch). – Stroomvoorziening 12 V bij aftapklep ontbreekt. – Voedingsspanning 12 V en zekeringen controleren. – Buitentemperatuur beneden 8°C. – Verwarming inschakelen (zonder verwarmingsmodus kan de aftapklep pas bij temperaturen boven 8°C weer gesloten worden). – Stroomvoorziening 12 V bij aftapklep ontbreekt. – Voedingsspanning 12 V en zekeringen controleren. – Waterdruk te hoog. – Pompdruk controleren (max. 2,8 bar). Bij aansluiting op een centrale watervoorziening (land- resp. city-aansluiting) moet een drukregelaar gebruikt worden, deze voorkomt, dat hogere drukken dan 2,8 bar in de boiler kunnen optreden. Gaswerking – Toestel- of voertuigzekering defect. Accuspanning 12 V controleren. Alle elektrische steekverbindingen controleren. Toestelzekering controleren (zie Onderhoud). Voertuigzekering controleren. – Venster sluiten. – Schoorsteen controleren op eventuele afdekkingen. – Bij gebruik op boten dekschoorsteen openen. – Regelaar ontijzingsinstallatie (EisEx) gebruiken. – Propaan gebruiken (met name bij temperaturen beneden 10°C is butaan niet geschikt voor verwarmen). Elektrowerking 230 V • Na het inschakelen brandt op het bedieningsdeel de groene controlelamp, de gele controlelamp op de energie-keuzeschakelaar brandt niet en de verwarming wordt niet warm. Watervoorziening • Na het uitschakelen van de warming opent de elektrische veiligheids-/aftapklep. – Ook na inschakelen van de verwarming blijft de klep open. • De elektrische veiligheids-/ aftapklep kan niet meer gesloten worden. – Ook na inschakelen van de verwarming blijft de klep open. • Water druppelt van de elektrische veiligheids-/ aftapklep. Mochten deze maatregelen niet resulteren in het verhelpen van de storing, neem dan a.u.b. altijd contact op met de afdeling service van Truma. 36
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56

Truma Trumatic C 6002 EH Operating Instructions Manual

Categorie
Ruimteverwarmingstoestellen
Type
Operating Instructions Manual