ATIKA BKS 38 de handleiding

Categorie
Elektrische kettingzagen
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

BKS 38 A
Seite 2
Originalbetriebsanleitung – Sicherheitshinweise – Ersatzteile
Page 17
Original instructions – Safety instructions – Spare parts
Page 31
Notice originale – Consignes de sécurité –
Pièces de rechange
Side 46
Original brugsanvisning – Sikkerhedsanvisninger – Reservedele
Side 60
Alkuperäiset ohjeet - Turvaohjeet - Varaosat
Pagina 74
Istruzioni originali – Indicazioni per la sicurezza – Pezzi di ricambio
Side 89
Original brugsanvisning – Montering – Reservedeler
Blz. 103
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing – Veiligheidsinstructies –
Reserveonderdelen
Sidan 118
Bruksanvisning i original – Säkerhetsanvisningar
Reservdelar
103
I
I
n
n
h
h
o
o
u
u
d
d
EG-Verklaring van overeenstemming 103
Lever hoeveelheid 103
Bedrijfstijden 103
Symbolen op de kettingzaag 104
Symbolen bedieningsaanwijzing 104
Reglementaire toepassing 104
Restrisico’s 104
Veiligheidsinstructies 105
Persoonlijke veiligheidsuitrusting
105
Vóór het zagen
105
Bediening
105
Gedurende het zagen
106
Terugslag van de zaag
106
Algemene instructies
107
Veilige omgang met brandstoffen
107
Werkinstructies (zaagtechnieken) 107
Aanvullende instructies voor het zagen van
stammen
107
Instructies voor het zagen van hout onder spanning
108
Instructies met betrekking tot boomsnoeiing
108
Instructies voor het vellen van bomen
108
Montage 108
Montage geleiderail en zaagketting
108
Zaagketting spannen
109
Voorbereiden ter ingebruikname 109
Smering van de ketting
109
Zaagkettingolie bijvullen
109
Controleren van de kettingsmering
109
Tanken
110
Het mengen
110
Tank van de kettingzaag vullen
110
Ingebruikname 110
Kettingrem
110
Controleren van de kettingrem
111
Vóór het starten van de kettingzaag
111
Starten bij koude motor
111
Stoppen van de motor
111
Starten bij warme motor
111
Onderhoud en reiniging 111
Regelen van de kettingsmering
112
Zaagketting en geleiderail
112
Scherpen van de zaagketting
112
Geleiderail reinigen
112
Kettingwiel
112
Luchtfilter reinigen resp. vervangen
113
Brandstoffilter vervangen
113
Bougie controleren resp. vervangen
113
Ontstekingsvonk controleren
113
Kettingvanger
113
Geluiddemper/uitlaatopening
113
Carbuateur instellen (stationair toerental)
113
Reiniging
114
Transport 114
Opslag 114
Onderhouds- en reinigingsschema 115
Storingen 116
Technische gegevens 117
Toestelbeschrijving / Reserveonderdelen 117
Garantie 117
E
E
G
G
-
-
V
V
e
e
r
r
k
k
l
l
a
a
r
r
i
i
n
n
g
g
v
v
a
a
n
n
o
o
v
v
e
e
r
r
e
e
e
e
n
n
s
s
t
t
e
e
m
m
m
m
i
i
n
n
g
g
overeenkomstig de richtlijn van de raad: 2006/42/EG
Hiermede verklaren wij
ATIKA GmbH & Co. KG
Schinkelstraße 97, 59227 Ahlen – Germany
in uitsluitende verantwoordelijkheid, dat het product
Benzinkettensäge (Benzinekettingzaag) type BKS 38
Serienummer: zie laatste pagina
aan de bepalingen van de boven vermelde EG-richtlijnen alsook
aan de bepalingen van de volgende verdere richtlijnen
beantwoordt:
2004/108/EG en 2000/14/EG.
De volgende geharmoniseerde normen werden toegepast:
EN ISO 11681-1:2008; EN ISO 14982:2009
Volgende andere technische voorschriften / specificaties
werden toegepast:
EK9 2007-18:2007-05-31
Conformiteit-beoordeling-procedures:
2000/14/EG - Aanhangsel V
Gemeten geluidsniveau L
WA
110,7 dB (A).
gegarandeerd geluidsniveau L
W A
114 dB (A).
EG-modelkeuring uitgevoerd door:
Intertek Germany GmbH
certificaat nr.: 09SHW2070-01
Bewaring van de technische documenten:
ATIKA GmbH & Co. KG – Technisch kantoor
Schinkelstr. 97 – 59227 Ahlen – Germany
Ahlen, 17.06.2010 A. Pollmeier, directie
L
L
e
e
v
v
e
e
r
r
h
h
o
o
e
e
v
v
e
e
e
e
l
l
h
h
e
e
i
i
d
d
Controleer na het uitpakken de inhoud van de verpakking
op:
! Aanwezigheid van alle onderdelen
! Eventuele transportschade
In het geval van onvolkomenheden dit direct aan uw leverancier
ofwel maker melden. Latere reclamaties worden niet in
behandeling genomen.
1 Kettingzaag 1 Ronde veil
1 Geleidingsrail 1 Bedieningshandleiding
1 Zaagketting 1 Montage- en bedieningsblad
1 Kettingbescherming 1 Garantieverklaring
1 Benzine-mengbak Toebehoren voor montering
B
B
e
e
d
d
r
r
i
i
j
j
f
f
s
s
t
t
i
i
j
j
d
d
e
e
n
n
Houdt alstublieft vóór ingebruikname van het toestel
rekening met de landelijke (regionale) voorschriften
omtrent de lawaaibescherming.
104
S
S
y
y
m
m
b
b
o
o
l
l
e
e
n
n
o
o
p
p
d
d
e
e
k
k
e
e
t
t
t
t
i
i
n
n
g
g
z
z
a
a
a
a
g
g
Waarschuwing! De kettingzaag kan ernstig letsel
veroorzaken!
Lees voor de inbedrijfstelling de bedienings-
handleiding en veiligheidsvoorschriften en neem
deze in acht.
Gevaar voor terugslag! Niet met de zwaardpunt
zagen.
Benzine en olie zijn licht ontvlambaar en kennen
exploderen. Vuur, open licht en rook zijn
verboden.
Houd de kettingzaag tijdens het werken altijd met
twee handen vast.
Veiligheidskleding met snijbescherming dragen.
Veiligheidshelm, oog- en geluidsbescher-ming
dragen.
Veiligheidshandschoenen dragen.
Veiligheidsschoenen dragen.
Brandstofmengsel 40:1
Motor afzetten!
Zaagkettingolie
Tanken, brandstofmengsel
Op looprichting van de schakels letten
Kettingrem: l gelost
Kettingrem: = geactiveerd
Chokehendel: bedrijfspositie (warme motor)
Chokehendel: startpositie (koude motor)
Kettingsmering instellen
S
S
y
y
m
m
b
b
o
o
l
l
e
e
n
n
i
i
n
n
d
d
e
e
g
g
e
e
b
b
r
r
u
u
i
i
k
k
s
s
a
a
a
a
n
n
w
w
i
i
j
j
z
z
i
i
n
n
g
g
Dreigend gevaar of gevaarlijke situatie. Het niet
opvolgen van deze aanwijzingen kan schade of
verwondingen tot gevolg hebben.
L
Belangrijke aanwijzing voor het vakkundig gebruik
van de machine. Het niet opvolgen van deze
aanwijzingen kan storing aan de machine
veroorzaken.
Gebruikersaanwijzingen. Deze aanwijzingen helpen
u de machine optimaal te benutten.
Montage, gebruik en onderhoud. Hier wordt precies
uitgelegd wat u moet doen.
Belangrijke instructies voor milieuvriendelijk
gedrag. Het veronachtzamen van deze instructies
kan tot schade van het milieu leiden.
Â
Â
passend afbeeldings-nr. bij de tekst
R
R
e
e
g
g
l
l
e
e
m
m
e
e
n
n
t
t
a
a
i
i
r
r
e
e
t
t
o
o
e
e
p
p
a
a
s
s
s
s
i
i
n
n
g
g
De kettingzaag is alleen geschikt voor het zagen van hout in
de open lucht.
De kettingzaag mag niet voor het zagen van bouw- en
kunststoffen worden toegepast.
Tot het toepassen volgens de voorschriften behoren ook het
opvolgen van de montage- gebruiks-, en
onderhoudsvoorschriften en na leven van de
veiligheidsvoorschriften van de fabrikant.
Alle verdere toepassingen gelden als niet volgens de
voorschriften. Voor de hieruit voortvloeiende schade is de
fabrikant niet aansprakelijk – de aansprakelijkheid is alleen
voor de gebruiker.
R
R
e
e
s
s
t
t
r
r
i
i
s
s
i
i
c
c
o
o
s
s
Ook bij het gebruik volgens de voorschriften zijn er op
grond van de constructie voor de toepassing van deze machine
nog een aantal restricties.
De restricties kunnen geminimaliseerd worden wanneer de
veiligheids-, gebruiks-, gezondheids- en onderhoudsvoor-
schriften nauwkeurig in acht genomen worden.
Consideratie en voorzichtigheid verminderen het risico van
personenletsels en beschadigingen.
Terugslaggevaar bij contact van het uiteinde van de
geleidingsrails met een vast voorwerp.
Gevaar van verwondingen van vingers en handen door het
werktuig (zaagketting).
Verwonding door weggeslingerde werkstukdelen.
Vermindering van het gehoor bij langdurig werken zonder
gehoorbescherming.
Gevaar van verbrandingen bij contact met hete onderdelen.
Gevaar van een koolmonoxidevergiftiging bij gebruik van het
apparaat in gesloten of slecht geventileerde ruimten.
Brandgevaar
Verder kunnen er ondanks alle genomen maatregelen niet
zichtbare restricties bestaan.
105
V
V
e
e
i
i
l
l
i
i
g
g
h
h
e
e
i
i
d
d
s
s
i
i
n
n
s
s
t
t
r
r
u
u
c
c
t
t
i
i
e
e
s
s
Houdt alstublieft rekening met de volgende instructies om
zich zelf en andere tegen mogelijke verwondingen te
beschermen.
Lees en volg de onderstaande aanwijzingen, devoor-
schriften te voorkoming van ongevalen en de algemene
veiligheidsvoorschriften op, om u zelf en anderen tegen
verwondingen te beschermen.
L
Bewaar deze veiligheidsvoorschriften goed.
Reparaties aan het toestel dienen door de fabrikant resp.
door door hem benoemde bedrijven te geschieden.
Wie met de kettingzaag werkt, moet een opleiding kunnen
vertonen die in overeenstemming staat met de geplande
toepassing en moet bovendien met het gebruik van de
kettingzaag en de persoonlijke beschermuitrusting bekend
zijn.
Minderjarige kinderen mogen niet met de kettingzaag
werken.
Wees oplettend. Let op dat, wat u doet. Ga met vgerstand te
werk. Gebruik het toestel niet, wanneer u moe bent of onder
de invloed van drugs, alcohol of medicamenten staat. Een
moment van onoplettendheid bij het gebruik van het toestel
kann tot ernstige verwondingen leiden.
Maak u voor gebruik met het apparaat vertrouwd, met
behulp van de bedieningshandleiding.
Gebruik het toestel niet voor doeleinden voor die het niet is
bestemd (zie “Reglementaire toepassing”).
Persoonlijke veiligheidsuitrusting
Werk nooit zonder geschikte veiligheidsuitrusting:
draag geen wijde kleding of sierraden, ze kunnen
worden gegrepen door bewegende delen
Bij lang haar een haarnet dragen.
gekeurde veiligheidshelm in situaties, waarin met
hoofdverwondingen moet worden gerekend (bv bij het
vellen en ontlasten van bomen).
gezichtsbescherming
Gehoorbeschermer
veiligheidsjack met signaalkleur
broeken en handschoenen met snijbescherming
slipvrije laarzen (veiligheidsschoenen) met snij- en
teenbescherming
brandblusser en schop (tijdens het zagen kunnen
vonken ontstaan)
eerste-hulp-materiaal
eventueel mobiele telefoon
Veiligheidsinstructies - vóór het zagen
Voer vóór de ingebruikname en regelmatig gedurende het
zagen de volgende controles uit. Houdt alstublieft in ieder
geval rekening met de overeenkomstige paragraven in de
gebruiksaanwijzing:
Werd de kettingzaag geheel en volgens de voorschriften
gemonteerd?
Is de kettingzaag in goede en veilige toestand?
Gebruik uitsluitend een geschikte combinatie van geleiderail
en zaagketting, zoals bij „Technische gegevens“ is
beschreven. Verkeerde combinaties verhogen het
terugslaggevaar (kickback)!
Is de olietank (kettingsmering) gevuld?
Controleer het oliepeil regelmatig.
Vul onmiddellijk
zaagkettingolie bij, zodat de zaagketting niet droog loopt.
Is de zaagketting correct gespannen?
Let op de punten in het gedeelte „Zaagketting spannen”.
Is de zaagketting correct geslepen?
Alleen met een geslepen zaagketting werkt u veilig en goed.
Is de kettingrem losgezet en werkt ze foutvrij?
Let op de punten in het gedeelte „Controleren van de
kettingrem”.
Zijn de handgrepen schoon en droog – vrij van olie en hars?
Contoleer het volgende voordat u gaat werken:
zich in het werkbereik geen andere personen, kinderen
of dieren bevinden
u zonder hinder van obstakels kunt terugwijken
de grond vrij van alle vreemde voorwerpen, struikgewas
en takken is.
een veilige houding is aangenomen.
Is de werkplaats vrij van struikelgevaren? Zorg dat uw
werkomgeving op orde is. Rommel kan ongevallen
veroorzaken – gevaar van struikelen!
Let op de omgevingsinvloeden:
Stel werkzaamheden bij ongunstig weer (regen, sneeuw,
ijs, wind) uit – verhoogd gevaar van ongelukken!
Werk nooit bij ontoereikende lichtverhoudingen (bv bij
mist, regen, sneeuwjacht of schemering).
U kunt details
in het valbereik niet meer herkennen – gevaar voor
ongelukken.
Gebruik de kettingzaag niet in de nabijheid van
brandbare vloeistoffen of gassen – gevaar van brand!
Werk niet op sneeuw, ijs of vers geschilt hout –
slipgevaar.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongelukken of gevaren
die tegenover andere personen of hun eigendom optreden.
Heeft u alle instructies gelezen en begrepen?
Veiligheidsinstructies - bediening
 Zaag nooit met één hand. Houdt de
kettingzaag steeds met beide handen vast, linker
hand aan de voorste handgreep (4) en rechter
hand aan de achterste handgreep (29).
Â
Houdt de kettingzaag licht rechts van uw eigen
lichaam.
Vermijdt een abnormale lichaamshouding. Zorg voor een
stabiele en uitgebalanceerde houding.
Werk nooit
met gestrekte armen
aan moeilijk te bereiken plekken
boven schouderhoogte
op een ladder, een steiger of een boom staande.
Bedien de kettingrem bij het opzoeken van een boom.
Bij werkpauzes dient de kettingzaag zodanig te worden
beveiligd (afdekking van de geleiderail, kettingrem activeren)
en neergelegd dat niemand in gevaar wordt gebracht.
Kettingzaag beveiligen tegen onbevoegd gebruik.
Veiligheidsinstructies - terwijl het zagen
Werk nooit alleen. Houd voortdurend mondeling en visueel
contact met andere personen, zodat in geval van nood
onmiddellijk hulp kan worden geboden.
Stop meteen de motor bij dreigend gevaar of in geval van
nood.
Laat de machine nooit zonder toezicht draaien.
De motorzaag produceert schadelijke stoffen! Laat de
kettingzaag nooit in gesloten of slecht geventileerde ruimten
draaien. Zorg voor voldoende luchtvervanging, wanneer u in
inzinkingen, sloten of benauwde omgevingen werkt. Er
bestaat het gevaar van een koolmonoxidevergiftiging of
dood door verstikking!
Beëindig de werkzaamheden direct, wanneer lichamelijk
ongemak optreedt (bv hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid,
enz.) – er staat een verhoogd gevaar voor ongelukken!
 Bij het inschakelen moet de kettingzaag goed
ondersteund en vastgehouden worden. Ketting en
geleiderail moeten vrij staan.
Begin met het snijden pas, wanneer de zaagketting het vol
toerental heeft bereikt.
106
Overbelast de machine niet. U werkt beter en zeker met de
juiste belasting van de machine.
Las tijdens het zagen pauzes in, zodat de motor kan
afkoelen.
Zet de heet geworden kettingzaag niet in het droge gras of
op brandbare voorwerpen.
Raak de geluiddemper en motor nooit aan als de zaag
draait of kort nadat de zaag gestopt is. Gevaar voor
verbranding!
Raak nooit met draaiende zaag draadafrasteringen of de
vloer.
Let erop dat het hout vrij van vreemde voorwerpen (stenen,
nagels enz.) is.
Zorg ervoor dat
zich het hout gedurende het zagen niet
verdraaid.
Zaag gespi
nterd hout met voorzichtigheid. Er bestaat gevaar
van verwondingen door meegescheurde houten stukken.
Voorkom terugslag van de zaag door correcte geleiding v
an
de kettingzaag.
Houdt r ekening met: Veiligheidsinstructies -
zaagterugslag
 Gebruik de klauwenaanslag (31) voor het fixeren van
de kettingzaag op het hout. Gebruik de klauwenaanslag
gedurende het zagen als hendel.
Gebruik de kettingzaag niet voor
het optillen of bewegen
van hout.
Laat de kettingzaag werken, doordat u via de
klauwenaanslag een lichte druk veroorzaakt.
Druk bij het
zagen niet met geweld.
Zet bij het zagen van sterkere takken of stammen de
klauwenaanslag (31) aan een dieper punt na. Voor het
nazetten maak de klauwenaanslag uit het hout los en zet
hem opnieuw dieper aan. Verwijder hierbij de zaag niet uit
de snede.
Er bestaat gevaar voor ongelukken voor benen en voeten.
Zodra de zaag uit het hout komt, verandert zich de
gewichtskracht. Er bestaat gevaar voor ongelukken voor
benen en voeten.
Verwijder de kettingzaag slechts met draaiende zaagketting
uit de snede.
Wanneer de zaagketting klem komt te zitten in het hout,
moet het toestel direct uitgeschakeld worden.
Gebruik een
wig om de geleiderail weer vrij te krijgen.
Trillingen
Wanneer personen met bloedcirculatiestoornissen te vaak
aan trillingen worden blootgesteld, kunnen beschadigingen aan
het zenuwsysteem of aan de bloedvaten optreden.
U kunt de trillingen reduceren:
- door stevige, warme arbeidshandschoenen
- verkorting van de werktijd (meerdere lange pauzes maken)
Consulteer een arts wanneer uw vingers opzwellen, u zich niet
goed voelt of uw vingers gevoelloos worden.
Veiligheidsinstructies -
Terugslag van de zaag
Wat is zaagterugslag? Zaagterugslag is het
plotseling hoog- en terugslaan van de draaiende
kettingzaag in richting van de gebruiker.
Dit ontstaat, wanneer
Â
het uiteinde van de geleiderail het zaaggoed (onop-
zettelijk) of andere vaste voorwerpen raakt.
de zaagketting aan de punt van het geleidingsrail klemt.
De kettingzaag reageert ongecontroleert en veroorzaakt vaak
zware verwondingen bij de gebruiker.
Wees bij zijdelingse sneden, schuin- en langssneden
bijzonder voorzichtig, omdat hier de klauwenaanslag niet wordt
aangezet.
Hoe kan ik zaagterugslag vermijden?
 De kettingzaag altijd vast met beide handen houden.
 Zaag voor een betere controle met de onderhkant
van het geleidingsrail. Zet de kettingzaag altijd zo vlak als
mogelijk aan.
 Nooit met de punt van het geleidingsrail zagen.
 Zagen met de bovenkant kan een terugslag van de
zaag verwekken, wanneer de zaagketting klemt of op een
vast voorwerp in het hout stoot.
Slechts met draaiende zaagketting de snede beginnen.
Alleen met scherpe en correct geslepen zaagketting werken.
 De klauwenaanslag (31) als hendel gebruiken.
Nooit over schouderhoogte werken.
Nooit meerdere takken in één keer doorzagen. Bij het
ontlasten erop letten dat geen andere tak wordt geraakt.
 Bij het inkorten naar mogelijkheid gebruik maken van
een zaagblok.
Steeksneden mogen slechts door geschoold personeel
worden uitgevoerd.
Algemene veiligheidsvoorschriften
Schakel de machine uit bij:
107
contact van de ketting met aardrijk, stenen,
nagels of andere vreemde voorwerpen
B controleer de ketting en geleiderail onmiddellijk
reparatiewerkzaamheden
onderhouds- en reinigings- werkzaamheden
bij storingen
Transport
naspannen van de ketting
kettingwissel
Verlaten van de machine (ook bij korte onder-brekingen)
Onderhoudt de kettingzaag met zorgvuldigheid:
Volg de onderhoudsvoorschriften en de instructies
omtrent het smeren en voor de werktuigwissel op.
Houdt de werktuigen scherp en schoon, om beter en
veilig te kunnen werken.
Houdt de handgrepen door en vrij van hars, olie en vet.
Onderzoek de machine op eventuele beschadigingen.
Voor het verdere gebruik van de machine moeten alle
veiligheidsvoorzieningen gecontroleerd worden op de
juiste montage en het goed functioneren. Werk alleen
met alle veiligheidsvoorzieningen op de juiste wijze
aangebracht. Verander niets aan de machine wat de
veiligheid in gevaar kan brengen.
Controleer of alle bewegende delen van de machine
goed functioneren en niet klemmen of beschadigd zijn.
Alle delen moeten juist gemonteerd zijn en goed
functioneren om de machine correct te laten werken.
Beschadigde bescherminrichtingen en - delen moe-ten,
indien noodzakelijk, door een erkende reparatie-
werkplaats gerepareerd of verwisseld worden.
Beschadigde of onleesbare veiligheidsstickers dienen te
worden vervangen.
Laat geen sleutels steken!
Controleer vóór het inschakelen altijd of de sleutels en
instelgereedschappen verwijderd zijn.
Bewaar ongebruikte toestellen op een droge, afgesloten
plaats buiten de reikwijdte van kinderen op.
Voer geen andere reparaties dan de in het hoofdstuk
„Onderhoud“ beschreven reparaties aan de machine uit,
maar neem direct contact op met de fabrikant of
klantenservice.
Reparaties aan andere delen van de machine mogen
alleen door de fabrikant of een door hem erkende
werkplaats uitgevoerd worden.
Alleen de originele toebehoren en onderdelen gebruiken.
Bij het gebruik van niet originele onderdelen kunnen
risico’s voor de gebruiker ontstaan. De fabrikant kan niet
aansprakelijk gesteld worden voor ongevallen hierdoor
ontstaan.
Veiligheidsinstructies -
Veilige omgang met brandstoffen
Brandstoffen en brandstofdampen zijn brand-
gevaarlijk en kunnen bij het inademen en op de
huid ernstig letsel veroorzaken. Bij de omgang met
brandstof is daarom voorzichtigheid gebo-den en
moet er voor een goede ventilatie gezorgd worden.
Bij het tanken niet roken en open vuur vermijden.
Draag handschoenen bij het tanken.
Tank niet in gesloten ruimtes.
Schakel het toestel uit en laat het afkoelen.
Maak de tankdop (9) voorzichtig open, zodat eventueel
aanwezige overdruk kan zakken.
Let erop dat u geen brandstof of olie morst. Reinig de
kettingzaag direct, als u brandstof of olie hebt gemorst. Trek
onmiddellijk andere kleren aan, als u brandstof of olie over
uw kleding gemorst hebt.
Let erop dat er geen brandstof in de grond terechtkomt.
Sluit de tankdop na het tanken weer zorgvuldig en let erop
dat de tankdop tijdens het gebruik van de zaag niet loskomt.
Controleer of het tankdeksel en de benzineleidingen dicht
zijn. Bij lekkages mag u het toestel niet in gebruik nemen.
Gebruik nooit een zaag met beschadigde ontstekingskabel
en bougiestekker! Gevaar voor vonkvorming!
Transporteer en bewaar brandstoffen alleen in hiervoor
toegestane en gemarkeerde reservoirs.
Houd kinderen uit de buurt van brandstoffen.
Transporteer en bewaar brandstoffen niet in de buurt van
brandbare of licht ontvlambare stoffen, vonken of open vuur.
Ga vóór het starten van het toestel minimaal drie meter bij
de tankplaats vandaan staan.
W
W
e
e
r
r
k
k
i
i
n
n
s
s
t
t
r
r
u
u
c
c
t
t
i
i
e
e
s
s
-
-
z
z
a
a
a
a
g
g
t
t
e
e
c
c
h
h
n
n
i
i
e
e
k
k
e
e
n
n
Aanvullende instructies voor het zagen van
stammen
 Leg de stam voor het zagen nooit op de aardbodem.
De stam zo steunen dat zich de snede niet sluit en de
zaagketting klemt. Gebruik een veilige steun (bv zaagbok).
Vermijdt het contact van de bodem met de geleiderailpunt of
de zaagketting.
Richt kortere stammen vóór het zagen in en klem deze vast.
Vermijdt het snijden van dun struikgewas of snijhout.
De
kettingzaag is voor deze werkzaamheden niet geschikt.
Voer langssneden met bijzondere zorgvuldigheid uit, omdat
de klauwenaanslag niet wordt toegepast.
U voorkomt
zaagterugslag, door de zaag in een vlakke hoek te voeren.
Staat u bij werkzaamheden op een helling steeds boven of
zijdelings van de stam resp. het liggend zaaggoed.
Controleer of de tankdop goed dicht zit.
108
Instructies voor het zagen van hout onder
spanning
Worden onder spanning staande takken, bomen of hout door
zagen van de spanning bevrijdt, moet men bijzonder voorzichtig
zijn.
Het zaaggoed kan absoluut ongecontroleerd reageren en
tot zware verwondingen of dood leiden.
Zulke werkzaamheden dienen slechts door geschoolde
vakmensen te worden uitgevoerd.
 /  /  / Â
Zet bij alle werkzaamheden eerst aan de drukzijde n de
ontlastingssnede en de scheidingssnede
o - de kettingzaag
kan anders klemmen of terugslaan.
 Hout op de bovenkant in trekspanning
n Zet van beneden een snede (een derde van de
stamdoorsnede) naar boven.
o Zet dan op identieke plaats van boven een tweede snede
die de stam doorsnijdt.
 Hout op de onderkant in trekspanning
n Zet van boven een snede (een derde van de
stamdoorsnede) naar beneden.
o Zet dan op identieke plaats van beneden een tweede
snede die de stam doorsnijdt.
 Sterke stammen en sterke spanning
n Zet van beneden een snede (een derde van de
stamdoorsnede) naar boven.
o Zet dan met afstand tot de eerste snede van boven een
tweede snede die de stam doorsnijdt.
Instructies met betrekking tot boomsnoeiing
 Trapsgewijze snoeiing
n Zet van beneden de eerste snit (een derde van de
stamdoorsnede).
o Op dezelfde hoogte van de 1
e
snede zet u van boven de
tweede snit die de ast doorsnijdt.
p Snijdt voor het verwijderen van reststukken de tak dicht
aan de stam van boven af.
Instructies voor het vellen van bomen
Zulke werkzaamheden dienen slechts door geschoolde
vakmensen te worden uitgevoerd.
Houd rekening met de lengte van de geleiderail. Er mogen
alleen bomen worden geveld, waarvan de stamdiameter
kleiner dan de lengte van de geleiderail is.
Â
Zeker voor het vellen de gevarenzone (D). Let
erop dat zich geen personen of dieren in het valbereik
ophouden. Er bestaat levensgevaar!
 De minimumafstand naar de volgende werkplaats
moet 2 ½ boomlengten bedragen.
Â
Waarborg dat het werkbereik rond om de stam vrij is
van struikelgevaren en dat u een veilige vluchtweg (F) heeft.
 Leg voor het vellen van de boom de velrichting (C)
vast. Houdt hierbij rekening met het zwaartepunt van de
boomkruin, met bomen in de nabijheid, hangrichting,
gezondheidstoestand van de boom en windrichting.
Op
deze kant wordt de velkerf ingesneden.
Bevrijdt het werkbereik aan de stam van storende takken,
struikgewas en obstakels en zorg zo voor een stabiele
stand.
Maak de stamvoet grondig schoon – zand, stenen en
andere vreemde voorwerpen maken de zaagketting stomp
of kunnen deze beschadigen.
Houdt u rekening met de gezondheidstoestand van de boom
– wees voorzichtig bij stammen met beschadigingen of dood
hout (uitgedroogd, vermolmd of afgestorven hout).
 Boomveltechniek:
B Zaag een ca. 1/3 van de boomdoorsnede diepe velkerf
in de stam. Zet eerst de horizontale snede en dan als
tweede een snede van boven in de hoek van 45°.
B Schreeuw de waarschuwing " Attentie" of "de boom is
falling" alvorens viel te beginnen velsnede.
B Zaag nu op de tegenover liggende kant van de stam een
horizontale velsnede. Deze snede dient iets hoger (ca. 4
cm) te worden aangezet dan de horizontalge snede van
de velkerf.
B In geen geval de stam doorzagen. Er moeten ca. 1/10
van de stamdoorsnede blijven staan. Indien de boom
voortijdig begint te vallen, meteen de kettingzaag uit de
snede trekken en terug of naar opzij stappen.
B Drijf de spie in de horizontale velsnede om de boom tot
val te brengen.
B Let op vallende takken of twijgen, wanneer de boom
begint te vallen.
M
M
o
o
n
n
t
t
a
a
g
g
e
e
M
M
o
o
n
n
t
t
a
a
g
g
e
e
g
g
e
e
l
l
e
e
i
i
d
d
i
i
n
n
g
g
s
s
r
r
a
a
i
i
l
l
e
e
n
n
z
z
a
a
a
a
g
g
k
k
e
e
t
t
t
t
i
i
n
n
g
g
Gevaar van verwondingen!
Zet de motor bij werkzaamheden aan de
geleiderail en zaagketting altijd af en
draag veiligheidshandschoenen!
 Zet de kettingzaag op een rechte vlakte en maak de
kettingrem los. Druk de voorste handbescherming (3)
tegen de voorste handgreep (4).
 Verwijder de afdekking (13) door de bevestigings-
moeren (14) los te maken.
Â
Draai de kettingspanschroef (15) naar links tot de
kettingspantap (16) in eindpositie staat.
Â
Leg het geleidingsrail op. De kettingspanschroef (16)
moet in de desbetreffende boring van het geleidingsrail
grijpen.
Leg de zaagketting over de koppeling (17) op het
daarachter liggend kettingwiel (18) ) Â
en voer de
109
zaagketting in de omlopende geleidingssleuf van het
geleidingsrail in.
Let op de correcte looprichting van de schakels!
Let bij de inbouw erop dat de schakels correct in
de geleidingsgleuf en aan het kettingwiel liggen!
Â
Breng de afdekking (13) weer aan en draai de
bevestigingsmoeren (14) stevig aan.
Span de zaagketting zoals is beschreven in de
paragraaf „Zaagketting spannen“.
Z
Z
a
a
a
a
g
g
k
k
e
e
t
t
t
t
i
i
n
n
g
g
s
s
p
p
a
a
n
n
n
n
e
e
n
n
Gevaar van verwondingen!
Zet de motor bij werkzaamheden aan de
geleiderail en zaagketting altijd af en
draag veiligheidshandschoenen!
Â
Maak de bevestigingsmoeren (14) om max. 1
omdraaiing los.
Â
Breng het uiteinde van het geleidingsrail iets omhoog en
draai de kettingspanschroef (15) naar rechts tot de
juiste kettingspanning is bereikt.
Â
De zaagketting is correct gespannen, als ze in het
midden van de geleiderail ca. 3 – 4 mm omhoog kan
worden gebracht.
Draai de kettingspanschroef naar links, als de
zaagketting te strak is gespannen. Draai de ketting-
spanschroef naar links, als de zaagketting te strak is
gespannen.
Controleer of de schakels correct in de geleidingsgleuf
van de geleiderail liggen.
Draai de bevestigingsmoeren (14) weer vast.
Controleer de zaagkettingspanning:
B vóór werkbegin
B na de eerste sneden
B gedurende het zagen regelmatig alle 10 minuten
Slechts met een correct gespannen zaagketting en een
toereikende smering heeft u invloed op de levensduur.
L Houdt alstublieft rekening met het volgende:
B een nieuwe zaagketting moet vakker worden nagespannen
B bij verwarming van de ketting op bedrijfstemperatuur rekt ze
zich uit en moet worden nagespannen.
Na beëindiging van de zaagwerkzaamheden de zaag-
ketting weer ontspannen, omdat bij afkoeling anders te hoge
spanningen in de zaagketting zouden ontstaan.
B klappert de ketting of komt ze uit de geleiding, meteen
naspannen.
V
V
o
o
o
o
r
r
b
b
e
e
r
r
e
e
i
i
d
d
i
i
n
n
g
g
v
v
o
o
o
o
r
r
i
i
n
n
g
g
e
e
b
b
r
r
u
u
i
i
k
k
n
n
a
a
m
m
e
e
L De kettingzaag wordt niet met zaagkettingolie en
branstof gevuld uitgeleverd.
Vul de kettingzaag zoals onder “Kettingsmering” en ”Tanken” is
beschreven.
Smering van de ketting
L Exploiteer de kettingzaag nooit zonder
kettingsmering. Het gebruik zonder zaagkettingolie
leidt tot beschadiging van de kettingzaag en het
geleidingsrail.
De levensduur en het snijvermogen van de ketting is afhankelijk
van de optimale smering. Gedurende het bedrijf wordt de
zaagketting automatisch met olie bevocht.
Zaagkettingolie in de olietank gieten
Zet de motor af en draag veiligheids-
handschoenen!
Contact met de huid en ogen vermij-
den!
Â
Leg de kettingzaag op een geschikte ondergrond en
schroef de olietanksluiting (11) open.
Vul de olietank met biologisch afbreekbare
zaagkettingolie (bestel-nr.: 400144). Gebruik voor het
eenvoudiger vullen een trechter.
Let bij het vullen erop dat geen vuil in de olietank
geraakt.
Schroef de olietanksluiting weer dicht.
Gebruik nooit gerecyclede olie of oude olie. Bij gebruik van
olie die niet voor kettingzagen is geschikt, vervalt de garantie.
Controleren van de kettingsmering
Exploiteer de kettingzaag nooit zonder goed werkende
kettingsmering.
U controleert de werking van de automatische kettingsmering,
door de kettingzaag in te schakelen en ze met de punt in
richting van een kartonnen doos op papier op de bodem te
houden.
Raak de bodem niet met de ketting. Veiligheidsafstand van
20 cm opvolgen.
Vertoont zich bij de controle een toenemend oliespoor, werkt de
olie-automatiek onberispelijk. Toont zich ondanks volle olietank
geen oliespoor
Â
reinig het oliestroomkanaal (19).
B Heeft dit geen succes, richt u zich dan aan de
klantenservice
Â
Regel de kettingsmering:
zie instructies ook onder Onderhoud/reiniging punt:
“Regeling van de kettingsmering”.
110
T
T
a
a
n
n
k
k
e
e
n
n
Bij de omgang met benzine en olie is extra
waakzaamheid geboden. Roken en open vuur is
niet toegestaan (explosiegevaar).
Het toestel werkt op een mengsel van normale
benzine (loodvrij) en tweetakt-motorolie.
Benzine: octaangetal minimaal 91 ROZ, loodvrij
Vul de tank niet met loodhoudende benzine, diesel of
andere niet-toegestane brandstoffen.
Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 91
ROZ.
Dit kan door verhoogde motortemperaturen tot
ernstige beschadiging van de motor leiden.
Wanneer u constant met een hoog toerental werkt, moet u
benzine met een hoger octaangetal gebruiken.
Om milieutechnische redenen wordt het gebruik van
loodvrije benzine aanbevolen.
Tweetaktmotorolie:
volgens specificatie JASO FC of ISO EGD
Maak uitsluitend gebruik van tweetakt-motorenolie voor
luchtgekoelde motoren.
H
H
e
e
t
t
m
m
e
e
n
n
g
g
e
e
n
n
Mengverhouding 40:1
Benzine Tweetaktmotorolie
1 Liter 0,025 Liter
2 Liter 0,050 Liter
5 Liter 0,125 Liter
10 Liter 0,250 Liter
De hoeveelheid olie moet exact aangehouden worden,
omdat een geringe afwijking van de hoeveelheid olie bij
kleine hoeveelheden brandstof grote invloed op de
mengverhouding heeft.
Verander de mengverhouding niet, hierdoor ontstaan in
toenemende mate verbrandingsresten, het
brandstofverbruik stijgt en het vermogen neemt af, of de
motor wordt beschadigd.
Meng benzine en olie in de meegeleverde brandstof-
mengbak (38).
Â
Vul eerst de benzine tot aan de markering "Petrol"
in.
Vul vervolgens de olie tot aan de markering "Oil" in.
Schud het brandstofmengsel.
Brandstoffen zijn maar beperkt houdbaar. Te lang
opgeslagen brandstoffen en brandstofmengsels kunnen tot
startproblemen leiden. Meng daarom slechts de hoeveelheid
brandstof die u in een maand verbruikt.
Sla brandstoffen alleen op in hiervoor toegestane en
gemarkeerde reservoirs. Bewaar brandstofreservoirs droog
en veilig.
De brandstofreservoirs moeten buiten het bereik van
kinderen bewaard worden.
Restbrandstoffen en voor de reiniging toegepaste
vloeistoffen moeten volgens de regels en milieuvriendelijk
worden afgevoerd.
T
T
a
a
n
n
k
k
v
v
a
a
n
n
d
d
e
e
k
k
e
e
t
t
t
t
i
i
n
n
g
g
z
z
a
a
a
a
g
g
v
v
u
u
l
l
l
l
e
e
n
n
Motor uitschakelen en laten afkoelen!
Veiligheidshandschoenen dragen!
Contact met de huid en ogen vermijden!
In ieder geval op “Veilige omgang met
brandstof” opvolgen.
1. Maak de omgeving van de dop schoon.
Verontreinigingen
in de tank veroorzaken bedrijfsstoringen.
2. Â
Maak de tankdop (9) voorzichtig open, zodat
eventueel aanwezige overdruk kan zakken..
3. Schud het reservoir nog een keer voordat de inhoud in de
tank wordt gegoten.
4. Giet het brandstofmengsel voorzichtig in de tank tot aan de
onderste rand van de vulpijp. Let erop dat u geen brandstof
of olie morst. Reinig de kettingzaag direct, als u brandstof of
olie hebt gemorst.
Let erop dat er geen brandstof in de grond terechtkomt.
5. Sluit de tankdop na het tanken weer zorgvuldig en let erop
dat de tankdop tijdens het gebruik van de zaag niet loskomt.
6. Controleer of het tankdeksel en de benzineleidingen dicht
zijn. Bij lekkages mag u het toestel niet in gebruik nemen.
7. Maak de tankdop en de omgeving schoon.
Ga vóór het starten van het toestel minimaal drie meter
bij de tankplaats vandaan staan.
I
I
n
n
g
g
e
e
b
b
r
r
u
u
i
i
k
k
n
n
a
a
m
m
e
e
U mag de machine niet gebruiken voordat u deze
gebruiksaanwijzing heeft gelezen, alle voorschriften heeft
opgevolgd en de machine als voorgeschreven heeft
gemonteerd!
Controleer voor elk gebruik:
- het toestel op eventuele beschadigingen.
- losse bevestiging
Garandeer dat de AAN/UIT-schakelaar,
gashendelblokkering, gashendel en kettingrem correct
functioneren.
Let in ieder geval op alle veiligheidsinstructies!
Kettingrem
 De kettingrem is een veiligheidsmechanisme, dat bij
terugslagende kettingzaag of automatisch via de voorste
handbescherming (3) wordt geactiveerd. De zaagketting
stopt onmiddellijk (< 0,1 sec.).
111
Controleren van de kettingrem
Test de werking van de kettingrem voor aanvang van alle
werkzaamheden.
Start de motor, zie „Starten van de kettingzaag“.
Houd de kettingzaag met twee handen vast en laat de motor
draaien.
Â
Druk met de handrug tegen de voorste handbeschermer
.
De zaagketting moet onmiddellijk stil blijven staan!
Een kettingzaag mag niet gebruikt worden als de
kettingrem niet goed functioneert. Neem contact
op met de fabrikant of klantenservice!
Vóór het starten van de kettingzaag
 Bedien de kettingrem. Druk de voorste handbeschermer
(3) naar voren.
Ga op een veilige plek staan.
 Leg de kettingzaag voor u op de grond, de geleiderail en
de ketting zijn naar links gericht.
Ketting en geleiderail moeten vrij staan.
Zet de rechter voetpunt in de achterste handgreep (29)
en pak de voorste handgreep (4) vast met de
linkerhand.
Starten bij koude motor
 Zet de AAN/UIT-schakelaar (8) op .
Druk de gashendelblokkering (5) in en bedien gelijktijdig
de gashendel (6).
Trek de chokehendel (7) geheel eruit
en
laat de gashendel los.
Druk meervoudig de benzinepomp (28) in, om brandstof
in de carburateur te pompen.
 Trek de startkabel aan de starthendel (27) langzaam tot
aan de weerstand eruit en trek dan snel en krachtig
door. Druk hierbij de kettingzaag aan de voorste
handgreep (4) naar beneden.
Trek de startkabel niet helemaal eruit en leid de
startgreep langzaam terug, opdat de startkabel
correct wordt opgewikkeld.
Geef een beetje gas zodra de motor aanslaat, = de
chokehendel springt automatisch in de bedrijfspositie
en de motor draait in het stationair draaien.
Â
Los de kettingrem. Druk de voorste handbeschermer (3)
in de richting van de voorste handgreep
. De
kettingzaag klaar voor gebruik.
Bedien de gashendel (6) slechts bij losgezette
kettingrem. Een geblokkeerde zaagketting leidt tot
schade aan de kettingaandrijving.
LWanneer de gashendel wordt losgelaten, stopt de
zaagketting en draait de motor stationair. Wanneer de
zaagketting draait terwijl de gashendel niet is
ingedrukt, moet het stationair toerental verlaagd
worden. (Â „Onderhoud“)
Stoppen van de motor
 Laat de gashendel l (6) os.
Zet de stopschakelaar in de positie „
Starten bij warme Motor
Start de kettingzaag zoals bij „Starten bij koude motor“ is
beschreven, maar laat de chokehendel in de bedrijfspositie
.
O
O
n
n
d
d
e
e
r
r
h
h
o
o
u
u
d
d
e
e
n
n
r
r
e
e
i
i
n
n
i
i
g
g
i
i
n
n
g
g
Voor aanvang van iedere onderhouds- en
reinigingsbeurt
motor uitschakelen
stilstand van de snijvoorziening afwachten
bougiestekker uittrekken
Draag veiligheidshandschoenen om letsels
aan de handen te vermijden.
Voer de onderhoudswerkzaamheden niet in de
buurt van open vuur uit. Brandgevaar!
Verder gaande onderhouds- en reinigingswerkzaamheden dan
in dit hoofdstuk zijn beschreven, moeten door de klantenservice
worden uitgevoerd.
De in het kader van onderhoud of reiniging verwijderde
veiligheidsvoorzieningen moeten absoluut weer correct
aangebracht en gecontroleerd worden.
Gebruik alleen originele onderdelen. Andere onderdelen kunnen
onverwachte schade en verwondingen tot gevolg hebben.
Onderhoud
Opdat een lang en betrouwbaar gebruik van de kettingzagen is
gewaarborgd, voer de volgende onderhoudswerkzaamheden
regelmatig uit. Â Onderhouds- en reinigingsschema.
Controleer kettingzaak op
losse of beschadigde zaagketting
losse bevestiging
slijtage, in het bijzonder de ketting, geleiderail en het
kettingwiel.
versleten of beschadigde onderdelen
tankdop/olietankdop en brandstofleidingen op dichtheid
correct gemonteerde en onbeschadigde afdekkingen of
veiligheidsvoorzieningen.
Noodzakelijke reparaties of onderhoudswerkzaamheden dienen
vóór gebruik van de kettingzaag te worden uitgevoerd.
Regelen van de kettingsmering
Zet de motor af!
De kettingsmering is door de fabriek ingesteld. Al naar
houtsoorten en werktechnieken kan de oliehoveelheid
verschillen en moet worden gecorrigeerd.
Â
Regel de kettingsmering via de regelschroef
(12), die zich onder het toestel bevindt.
112
Tegen de wijzers van de klok in M grote
hoeveelheid olie (MAX)
In richting van de wijzers van de klok M kleine hoeveelheid olie
(MIN)
L De kettingsmering is correct ingesteld, wanneer de
zaagketting gedurende het bedrijf niet geringe
hoeveelheden olie wegslingert.
Zaagketting en geleiderail
De zaagketting en geleiderail zijn onderhevig aan hoge slijtage.
Vervang de zaagketting en geleiderail onmiddellijk, als de
goede werking niet gegarandeerd is, Â „Montage geleiderail en
zaagketting“.
Scherpen van de zaagketting
U kunt alleen veilig en goed werken met een
scherpe en schone zaagketting.
Beschadigde of
onjuist geslepen zaagkettingen verhogen het
terugslaggevaar!
Een zaagketting moet geslepen worden, wanneer
in plaats van zaagspaanders alleen nog houtstof wordt
uitgeworpen
de kettingzaag gedurende het snijden door het hout moet
worden gedrukt.
L Voor de onervaren gebruiker: laat de zaagketting door een
vakman/klantenservice slijpen.
Wanneer u de zaagketting zelf wilt slijpen, let op de volgende
waarden en gebruik de meegeleverde ronde vijl. (bijkomende
extra toebehoren verkrijgt u in de vakhandel)
Type kettingzaag Carlton N1C-BL-57E
Ronde vijl Ø 4 mm (5/32“)
Dieptebegrenzerafstand T 0,56 mm (.022“)
Slijphoek α 35°
Wighoek β 60°
Schaaftandlengte a min. 3 mm
 Span de kettingzaag met het geleidingsrail vast in een
bankschroef en blokkeer de zaagketting. Bedien de
kettingrem.
Â
Los de kettingrem om de zaagketting verder te trekken.
Â
Vijl alle slijphoeken (α=35°) met de meegeleverde
ronde vijl (37).
L Maak slechts 2-3 streken met de vijl
L De slijphoeken moeten hetzelfde zijn. Ongelijke
slijphoeken leiden tot een onrustige loop van de ketting
of een gebroken ketting.
Â
Houd de vijl tijdens het slijpen in een rechte hoek ten
opzichte van de geleiderail (90°).
Â
Door het gebruik van de ronde vijl en de juiste slijphoek
ontstaat de correcte wighoek β.
Â
De schaaftandlengtes (a) moeten hetzelfde zijn.
Ongelijke lengtes kunnen tot een onrustige loop van de
ketting of een gebroken ketting leiden.
Â
Wanneer alle slijphoeken bewerkt zijn, is uw
zaagketting scherp, maar zaagt ze misschien niet.
Daarom moet er ook altijd een dieptebegrenzerafstand
aanwezig zijn (T = afstand tussen dieptebegrenzer en
snijkant).
L Gebruik een vlakvijl om de dieptebegrenzerafstand
te vijlen.
Let erop dat u de voorkant van de dieptebeperker
met de ronde vijl afrondt. De oorspronkelijke vorm van
het snijlid moet bewaard blijven.
L Verwijder bij het slijpen weinig materiaal!
U kunt uw zaagketting echter ook met een kettingsl-ijpapparaat
KSG 220 (artikel-nr.: 302360) zelf slijpen.
Geleiderail reinigen
 / Â
Controleer en reinig de plaatsen waar olie vrijkomt (A) van
het geleidingsrail en de geleidingsgleuf (B) regelmatig.
Verwijder de braam die zich heeft gevormd met een vlakke
vijl.
Draai het geleidingsrail na iedere kettingwissel / ketting
slijpen om een eenzijdige slijtage te voorkomen.
L Vervang beschadigde geleidingsrails direct.
Kettingwiel
De belasting van het kettingwiel is bijzonder groot. Controleer
de tanden van het kettingwiel regelmatig op slijtage of
beschadiging.
Â
Reinig het kettingwiel (18) en de bevestiging van het
geleidingsrail met een borstel.
L Een versleten of beschadigd kettingwiel reduceert de
levensduur van de zaagketting en dient vandaar
meteen door de klantenservice te worden vervangen
113
Luchtfilter reinigen resp. vervangen
Verwijder stof en vuil regelmatig van het luchtfilter om
- startproblemen,
- vermogensverlies
- een te hoog brandstofverbruik te voorkomen.
Reinig het luchtfilter ongeveer om de acht bedrijfsuren en bij
veel stof vaker.
Â
1. Maak de luchtfilterafdekking (21) open.
2. Neem het luchtfilter (22) uit.
3. Dek de aanzuigopening af met een schone doek, zodat er
geen vuil in de carburateur terechtkomt.
4. Trek de beide delen van het luchtfilter uit elkaar.
5. Was het luchtfilter in lauw zeepsop.
Blaas vuildeeltjes niet weg, gevaar voor oogletsel!
6. Laat het luchtfilter goed drogen en zet hem weer terug.
LBeschadigde luchtfilters moeten onmiddellijk
vervangen worden.
Brandstoffilter vervangen
Â
De kettingzaag is uitgerust met een brandstoffilter. Controleer
deze filter regelmatig en reinig of vervang hem.
Open hiervoor de tankdop (9) en haal het brandstoffilter (10) uit
de tank.
I Wanneer het filter slechts licht verontreinigd is, moet u hem
voorzichtig van de olieleiding aftrekken en met
reinigingsbenzine reinigen.
L Wanneer het brandstoffilter sterk verontreinigd is,
moet u het brandstoffilter vervangen.
Bougie controleren resp. vervangen
- Raak de bougie of bougiestekker niet aan als de
motor draait. Hoogspanning!
- Gevaar voor verbranding bij hete motor.
- Draag veiligheidshandschoenen!
Controleer de bougie en de elektrodenafstand regelmatig.
Ga hiertoe als volgt te werk:
Â
Maak de luchtfilterafdekking (21) open.
Â
Trek de bougiestekker (23) van de bougie (24) af.
Draai de bougie met de meegeleverde bougiesleutel (36)
eruit.
Â
De elektrodenafstand moet 0,6 tot 0,7 mm bedragen.
Reinig de bougie, als deze vuil is.
Monteer de bougie in omgekeerde volgorde.
Bougie niet te sterk aantrekken.
Vervang de bougie:
- alle 100 uren of 1x jaarlijks (afhankelijk daarvan, welk geval
zich het eerst voordoet)
- bij sterke elektrode-afbrand
- bij zeer vuile elektroden of elektroden die bedekt zijn met
een laagje olie
Gebruik de volgende bougies: NGK-BPMR 7A
BOSCH WSR6F
OREGON OPR 15Y
CHAMPION RCJ7Y
Ontstekingsvonk controleren
1. Draai de bougie (24) los.
2. Steek de bougiestekker (23) goed op de bougie.
3. Druk de bougie met een geïsoleerde tang tegen het
motorhuis (niet in de buurt van het bougiegat).
4. Zet de AAN-UIT-schakelaar in de positie „
5. Trek aan de startkabel.
L Als er geen vonk tussen de elektroden te zien is, kan
de bougie defect zijn.
Kettingvanger
Â
De kettingvanger (30) voorkomt dat de gebruiker gedurende het
zagen een gescheurde of gesprongen zaagketting
tegemoetkomt.
LControleer de kettingvanger regelmatig en vervang
hem, wanneer hij beschadigd is.
Geluiddemper / uitlaatopening
Â
Controleer regelmatig of de schroeven van de geluiddemper
(25) niet losgeraakt zijn.
Î Als ze loszitten, moet u ze bij koude motor handvast
vastdraaien.
Haal de schroeven van de geluiddemper niet aan, als de
motor heet is.
L Reinig de uitlaatopening regelmatig.
Carburateur instellen (stationair toerental)
De carburateur is vanaf fabriek op het juist stationair toerental
ingesteld, zo dat de motor het juiste brandstof-luchtmengstel
wordt toegevoerd.
Een verkeerde instelling van de carburateur leidt tot zware
beschadigingen van de motor. Werk absoluut niet
verder met de kettingzaag!
In de volgende gevallen moet de carburateur (stationair
toerental) worden gecorrigeerd:
- toerental te hoog (zaagketting draait in het stationair draaien
door)
- onregelmatige loop of gebrekkige versnelling (stationair
toerental te laag)
- aanpassing aan weersomstandigheden, temperaturen
L Richt u zich aan een vakgarage en laat de instelling
van de carburateur uitvoeren.
114
Reiniging
Reinig de kettingzaag zorgvuldig na ieder gebruik, opdat de
foutloze werking blijft bewaard.
B Reinig de behuizing met een zachte borstel of een droge
doek.
Water, oplosmiddelen en polijstmiddelen mogen niet
worden toegepast.
B Â Let erop dat de ventilatiegleuven (32) van de
afdekking (26) en de motorkoelribben (33) voor de
motorkoeling vrij zijn (gevaar van oververhitting).
B
Reinig de zaagketting bij sterke verontreiniging met een in
de handel gebruikelijke kettingschoonmaakmiddel.
B Â Maak het oliestroomkanaal (19) met een schone
doek of een penseel schoon.
B Â
Reinig de remband (20) op de afdekking (13) met
een kwast
T
T
r
r
a
a
n
n
s
s
p
p
o
o
r
r
t
t
Voor aanvang van iedere transport
Toestel uitschakelen
Wachten tot de kettingzaag stilstaat
Afdekking van het geleidingsrail aanbrengen
 Draag het toestel aan de voorste handgreep. De
geleiderail wijst hierbij naar achteren.
Transporteer het toestel in de auto alleen in de kofferbak of
in een aparte transportruimte.
Beveilig de kettingzaag hierbij
tegen omkantelen, beschadigingen en het uitstromen van
brandstof.
O
O
b
b
s
s
l
l
a
a
g
g
Bewaar ongebruikte toestellen op een droge, afgesloten
plaats buiten de reikwijdte van kinderen op.
Om de levensduur van de machine te verlengen en de
kettingzaag optimaal te laten functioneren is het gewenst
voor opslag de volgende punten in uit te voeren:
B Rijd de carburateur leeg.
B De machine grondig reinigen.
B Ledig de benzinetank geheel.
B Verwijder de olie uit de olietank.
B
Voer de restbrandstof/zaagkettingolie volgens de
voorschriften (milieuvriendelijk) af
Tip:
Sommige kettingolies neigen na langere tijd tot
verkorsten. Vandaar dient het oliesysteem vóór een
langere opslag met een in de handel gebruikelijke
kettingzaagreiniger te worden doorgespoeld. Vul de
reiniger tot de helft (ca. 50 ml) in de lege olietank. Sluit
de tank. Laat de kettingzaag zonder gemonteerd
geleidingsrail en ketting zo lang draaien, tot de gehele
reiniger uit de olieopening van de kettingzaag is
vrijgekomen.
B Leg de zaagketting na het reinigen kort in een oliebad en
wikkel ze vervolgens in oliepapier in.
115
O
O
n
n
d
d
e
e
r
r
h
h
o
o
u
u
d
d
s
s
-
-
e
e
n
n
r
r
e
e
i
i
n
n
i
i
g
g
i
i
n
n
g
g
s
s
s
s
c
c
h
h
e
e
m
m
a
a
Onderhoudswerkzaamheden
vóór ieder gebruik
Na ieder gebruik
wekelijks
maandelijks
jaarlijks
alle 100 uren
Bij
behoefte/beschadiging
bij stopzetting
Controle van de werking
Kettingrem
Controle van de werking
Klantenservice
Controleren
Reinigen/draaien
Geleidingsrail
Vervangen
Controleren
Kettingwiel
Laten vervangen
Spanning van de zaagketting Controleren
Controleren
Laten slijpen
Zaagketting
Vervangen
Controle van de werking
Gashendel, gashendel-
blokkering, aan/uit-schakelaar
Laten vervangen
Controle van de werking
Startkabel / terughaalveer
Vervangen
Smering van de ketting Controleren
Olietank Reinigen
Controleren
Brandstof- en olietankdop
Vervangen
Brandstoftank Reinigen
Reinigen
Brandstoffilter
Vervangen
Reinigen
Luchtfilter
Vervangen
Controleren
Bougie
Vervangen
Reinigen
Geluiddemper
Vervangen
Controleren (ketting mag niet
meedraaien)
Carburateur in de vrijloop
Laten instellen
Controleren
Machine cpl.
Reinigen
Controleren
Kettingvanger
Vervangen
Controleren
Klauwbescherming
Vervangen
Veiligheidssticker Vervangen
116
M
M
o
o
g
g
e
e
l
l
i
i
j
j
k
k
e
e
S
S
t
t
o
o
r
r
i
i
n
n
g
g
e
e
n
n
Voor het verhelpen van iedere storing
Toestel uitschakelen
Wachten tot de kettingzaag stilstaat
Kettingrem bedienen
bougiestekker uittrekken
Handschoenen dragen
Na het verhelpen van iedere storing moeten alle veiligheidsvoorzieningen weer in werking gesteld en getest worden.
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
Motor start niet  Verkeerde volgorde bij het starten
 Luchtfilter is verontreinigd
 Brandstoffilter verstopt
 Bougie is bedekt met roet
 Geen brandstoftoevoer
 Storing in de brandstofleiding
 Startmechanisme is defect
 Motor afgezopen
 Carburateur defect
Â Ü Houd de juiste startvolgorde aan
 Luchtfilter reinigen of vervangen
 Brandstoffilter reinigen of vervangen.
 Bougie reinigen of vervangen
 Tanken. Chokehendel bij het starten in de
juiste positie zetten. Brandstoffilter reinigen of
vervangen.
 Brandstofleiding op knikken of beschadigingen
controleren
 Startkabel vervangen. Terughaalveer
vervangen.
 Bougie eruit schroeven, reinigen en drogen,
vervolgens de starterkabel meervoudig
trekken; bougie weer erin schroeven
 Fabrikant, resp. bevoegde klantenservice
consulteren
Motor start en slaat onmiddellijk
af
 Verkeerde instelling van de carburateur
(stationair toerental)
 Fabrikant, resp. bevoegde klantenservice
consulteren
Kettingzaag werkt niet met volle
capaciteit
 Machine is overbelast
 Ketting stomp/versleten
 Luchtfilter is verontreinigd
 Carburateur is verkeerd ingesteld
 Geluiddemper verstopt
 Gedurende het zagen niet met kracht drukken.
 Zaagketting slijpen of vervangen
 Luchtfilter reinigen of vervangen
 Richt u zich alsublieft aan de klantenservice
 Uitlaatopening van de geluiddemper reinigen
Kettingzaag werkt met
onderbrekingen (stottert)
 Carburateur is verkeerd ingesteld
 Bougie is bedekt met roet
 Fabrikant, resp. bevoegde klantenservice
consulteren
 Bougie reinigen of vervangen. Bougiestekker
controleren
Ketting loopt niet.
 Kettingrem geactiveerd
 Kettingrem loszetten
Kettingzaag loopt schokkend,
trilt of zaagt niet juist
 Ketting stomp/versleten
 Kettingspanning
 Ketting niet correct gemonteerd (tanden
wijzen in de verkeerde richting)
 Zaagketting slijpen of vervangen
 Kettingspanning controleren en instellen
 Ketting opnieuw monteren
Zaagketting is heet  geen olie in de tank
 Oliestroomkanaal verstopt
 Kettingspanning te hoog
 Ketting stomp
 Kettingsmering verkeerd ingesteld
 Olie bijvullen
 Oliestroomkanaal reinigen
 Kettingspanning instellen
 Ketting laten naslijpen of vervangen
 Kettingsmering instellen
Geen zaagkettingsmering  geen olie in de tank
 Oliestroomkanaal verstopt
 Kettingsmering verkeerd ingesteld
 Olie bijvullen
 Oliestroomkanaal reinigen
 Kettingsmering instellen
Rookontwikkeling  Verkeerd brandstofmengsel
 Carburateur is verkeerd ingesteld
 Tweetaktolie in de mengverhouding 40:1
gebruiken
 Richt u zich alsublieft aan de klan-tenservice
117
T
T
e
e
c
c
h
h
n
n
i
i
s
s
c
c
h
h
e
e
g
g
e
e
g
g
e
e
v
v
e
e
n
n
s
s
Type BKS 38 A
Model BKS 38 A
Max. motorvermogen bij toerental
1,3 kW
Cilinderinhoud 37,2 cm³
Stationair-toerental n
0
3400 min –1
Max. motortoerental met snijgereedschap 10000 min
–1
Kettingwiel (aantal tanden/steek) 6 / 9,525 mm (3/8“)
Snijlengte 370 mm
Ontstekingssysteem elektronische ontsteking
Bougie NGK-BPMR7A of vergelijkbaar type, Â opslag
Elektrodenafstand 0,6 – 0,7 mm
Inhoud brandstoftank 0,31 l
Brandstofverbruik bij max. vermogen (volgens ISO 7293) 0,9 kg/h
Specifiek verbruik bij max. vermogen (volgens ISO 7293) 560 g/kWh
Mengverhouding (brandstof/tweetaktolie) 40:1
Inhoud kettingolietank 0,21 l
Oliepomp automatisch
Kettingzaagtype N1C-BL-57E (Carlton)
Steek / sterkte aandrijfschakels 9,525 mm (3/8“ )/ 1,3 mm (.050“)
Hand-arm-vibratie volgens EN 1033/DIN 45675 11,5 m/s²
Trillingsemissiewaarden volgens ISO 22867
Gewicht (tank leeg, zonder geleiderail en ketting) ca. 4,5 kg
Geluidsdrukpegel L
PA
bij het werk 99,4 dB (A) (volgens ISO 22868)
gemeten geluidsniveau L
WA
110,7 dB (A) (volgens richtlijn 2000/14/EG)
gegarandeerd geluidsniveau L
WA
114 dB (A) (volgens richtlijn 2000/14/EG)
T
T
o
o
e
e
s
s
t
t
e
e
l
l
b
b
e
e
s
s
c
c
h
h
r
r
i
i
j
j
v
v
i
i
n
n
/
/
R
R
e
e
s
s
e
e
r
r
v
v
e
e
o
o
n
n
d
d
e
e
r
r
d
d
e
e
l
l
e
e
n
n
Pos. Reserve-
onderdeel
– nr.
Benaming Pos. Reserve-
onderdeel
– nr.
Benaming
1 364500 Geleidingsrail (zwaard) 21 364508 Luchtfilterafdekking
2 364538 Zaagketting N1C-BL-57E (Carlton) 22 364509 Luchtfilter
3 364502 voorste handbescherming (kettengrem) 23 Bougiestekker
4 voorste handgreep 24 364510 Bougie
5 Gashendelblokkering 25 364511 Geluiddemper
6 Gashendel 26 364512 Afdekking voor startinrichting
7 Chokehendel 27 364513 Startgreep
8 AAN-UIT-schakelaar 28 Benzinepomp
9 364503 Tankdop voor brandstof 29 achterste handgreep
10 364504 Brandstoffilter 30 364514 Kettingvanger
11 364505 Olietankdop voor kettingsmering 31 364515 Klauwenaanslag
12 Regelschroef voor kettingsmering 32 Ventilatiespleten
13 364506 Afdekking 33 Motorkoelribben
14 364507 Bevestigingsmoer 34 364516 Afdekking van de geleiderail
(kettingbescherming)
15 Kettingspanschroef 35 364517 Schroevendraaier
16 Kettingspantap 36 364518 Schroefsleutel
17 Koppeling 37 364519 Ronde vijl
18 Kettingwiel 38 364520 Brandstofreservoir
19 Oliestroomkanaal 39 364521 Veiligheidssticker
20 Remband 40 400144 Zaagkettingolie 1 l
G
G
a
a
r
r
a
a
n
n
t
t
i
i
e
e
Houdt u alstublieft rekening met de ingesloten garantieverklaring.

Documenttranscriptie

BKS 38 A Seite 2 Originalbetriebsanleitung – Sicherheitshinweise – Ersatzteile Page 17 Original instructions – Safety instructions – Spare parts Page 31 Notice originale – Consignes de sécurité – Pièces de rechange Side 46 Original brugsanvisning – Sikkerhedsanvisninger – Reservedele Side 60 Alkuperäiset ohjeet - Turvaohjeet - Varaosat Pagina 74 Istruzioni originali – Indicazioni per la sicurezza – Pezzi di ricambio Side 89 Original brugsanvisning – Montering – Reservedeler Blz. 103 Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing – Veiligheidsinstructies – Reserveonderdelen Sidan 118 Bruksanvisning i original – Säkerhetsanvisningar Reservdelar Inhoud EG-Verklaring van overeenstemming Lever hoeveelheid Bedrijfstijden Symbolen op de kettingzaag Symbolen bedieningsaanwijzing Reglementaire toepassing Restrisico’s Veiligheidsinstructies − Persoonlijke veiligheidsuitrusting − Vóór het zagen − Bediening − Gedurende het zagen − Terugslag van de zaag − Algemene instructies − Veilige omgang met brandstoffen Werkinstructies (zaagtechnieken) − Aanvullende instructies voor het zagen van stammen − Instructies voor het zagen van hout onder spanning − Instructies met betrekking tot boomsnoeiing − Instructies voor het vellen van bomen Montage − Montage geleiderail en zaagketting − Zaagketting spannen Voorbereiden ter ingebruikname − Smering van de ketting − Zaagkettingolie bijvullen − Controleren van de kettingsmering − Tanken − Het mengen − Tank van de kettingzaag vullen Ingebruikname − Kettingrem − Controleren van de kettingrem − Vóór het starten van de kettingzaag − Starten bij koude motor − Stoppen van de motor − Starten bij warme motor Onderhoud en reiniging − Regelen van de kettingsmering − Zaagketting en geleiderail − Scherpen van de zaagketting − Geleiderail reinigen − Kettingwiel − Luchtfilter reinigen resp. vervangen − Brandstoffilter vervangen − Bougie controleren resp. vervangen − Ontstekingsvonk controleren − Kettingvanger − Geluiddemper/uitlaatopening − Carbuateur instellen (stationair toerental) − Reiniging Transport Opslag Onderhouds- en reinigingsschema Storingen Technische gegevens Toestelbeschrijving / Reserveonderdelen Garantie 103 EG-Verklaring van overeenstemming 103 103 103 104 104 104 104 105 105 105 105 106 106 107 107 107 107 108 108 108 108 108 109 109 109 109 109 110 110 110 110 110 111 111 111 111 111 111 112 112 112 112 112 113 113 113 113 113 113 113 114 114 114 115 116 117 117 117 overeenkomstig de richtlijn van de raad: 2006/42/EG Hiermede verklaren wij ATIKA GmbH & Co. KG Schinkelstraße 97, 59227 Ahlen – Germany in uitsluitende verantwoordelijkheid, dat het product Benzinkettensäge (Benzinekettingzaag) type BKS 38 Serienummer: zie laatste pagina aan de bepalingen van de boven vermelde EG-richtlijnen alsook aan de bepalingen van de volgende verdere richtlijnen beantwoordt: 2004/108/EG en 2000/14/EG. De volgende geharmoniseerde normen werden toegepast: EN ISO 11681-1:2008; EN ISO 14982:2009 Volgende andere technische voorschriften / specificaties werden toegepast: EK9 2007-18:2007-05-31 Conformiteit-beoordeling-procedures: 2000/14/EG - Aanhangsel V 110,7 dB (A). Gemeten geluidsniveau LWA gegarandeerd geluidsniveau LW A 114 dB (A). EG-modelkeuring uitgevoerd door: Intertek Germany GmbH certificaat nr.: 09SHW2070-01 Bewaring van de technische documenten: ATIKA GmbH & Co. KG – Technisch kantoor Schinkelstr. 97 – 59227 Ahlen – Germany Ahlen, 17.06.2010 A. Pollmeier, directie Lever hoeveelheid Controleer na het uitpakken de inhoud van de verpakking op: ! ! Aanwezigheid van alle onderdelen Eventuele transportschade In het geval van onvolkomenheden dit direct aan uw leverancier ofwel maker melden. Latere reclamaties worden niet in behandeling genomen. 1 Kettingzaag 1 Geleidingsrail 1 Zaagketting 1 Kettingbescherming 1 Benzine-mengbak 1 Ronde veil 1 Bedieningshandleiding 1 Montage- en bedieningsblad 1 Garantieverklaring Toebehoren voor montering Bedrijfstijden Houdt alstublieft vóór ingebruikname van het toestel rekening met de landelijke (regionale) voorschriften omtrent de lawaaibescherming. Symbolen op de kettingzaag Symbolen in de gebruiksaanwijzing Waarschuwing! De kettingzaag kan ernstig letsel veroorzaken! Dreigend gevaar of gevaarlijke situatie. Het niet opvolgen van deze aanwijzingen kan schade of verwondingen tot gevolg hebben. Lees voor de inbedrijfstelling de bedieningshandleiding en veiligheidsvoorschriften en neem deze in acht. Belangrijke aanwijzing voor het vakkundig gebruik van de machine. Het niet opvolgen van deze aanwijzingen kan storing aan de machine veroorzaken. L Gevaar voor terugslag! Niet met de zwaardpunt zagen. Gebruikersaanwijzingen. Deze aanwijzingen helpen u de machine optimaal te benutten. Benzine en olie zijn licht ontvlambaar en kennen exploderen. Vuur, open licht en rook zijn verboden. Montage, gebruik en onderhoud. Hier wordt precies uitgelegd wat u moet doen. Belangrijke instructies voor milieuvriendelijk gedrag. Het veronachtzamen van deze instructies kan tot schade van het milieu leiden. Houd de kettingzaag tijdens het werken altijd met twee handen vast. Veiligheidskleding met snijbescherming dragen.   passend afbeeldings-nr. bij de tekst … Veiligheidshelm, oog- en geluidsbescher-ming dragen. Veiligheidshandschoenen dragen. Veiligheidsschoenen dragen. Brandstofmengsel 40:1 Motor afzetten! Zaagkettingolie Reglementaire toepassing   De kettingzaag is alleen geschikt voor het zagen van hout in de open lucht.   De kettingzaag mag niet voor het zagen van bouw- en kunststoffen worden toegepast.   Tot het toepassen volgens de voorschriften behoren ook het opvolgen van de montagegebruiks-, en onderhoudsvoorschriften en na leven van de veiligheidsvoorschriften van de fabrikant.   Alle verdere toepassingen gelden als niet volgens de voorschriften. Voor de hieruit voortvloeiende schade is de fabrikant niet aansprakelijk – de aansprakelijkheid is alleen voor de gebruiker. Restrisico’s Tanken, brandstofmengsel Ook bij het gebruik volgens de voorschriften zijn er op grond van de constructie voor de toepassing van deze machine nog een aantal restricties. Op looprichting van de schakels letten De restricties kunnen geminimaliseerd worden wanneer de veiligheids-, gebruiks-, gezondheids- en onderhoudsvoorschriften nauwkeurig in acht genomen worden. Kettingrem: l gelost Kettingrem: = geactiveerd Chokehendel: bedrijfspositie (warme motor) Chokehendel: startpositie (koude motor) Kettingsmering instellen Consideratie en voorzichtigheid verminderen het risico van personenletsels en beschadigingen.   Terugslaggevaar bij contact van het uiteinde van de geleidingsrails met een vast voorwerp.   Gevaar van verwondingen van vingers en handen door het werktuig (zaagketting).   Verwonding door weggeslingerde werkstukdelen.   Vermindering van het gehoor bij langdurig werken zonder gehoorbescherming.   Gevaar van verbrandingen bij contact met hete onderdelen. 104   Gevaar van een koolmonoxidevergiftiging bij gebruik van het apparaat in gesloten of slecht geventileerde ruimten.   Brandgevaar Verder kunnen er ondanks alle genomen maatregelen niet zichtbare restricties bestaan. Veiligheidsinstructies Houdt alstublieft rekening met de volgende instructies om zich zelf en andere tegen mogelijke verwondingen te beschermen. Lees en volg de onderstaande aanwijzingen, devoorschriften te voorkoming van ongevalen en de algemene veiligheidsvoorschriften op, om u zelf en anderen tegen verwondingen te beschermen. L Bewaar deze veiligheidsvoorschriften goed. Reparaties aan het toestel dienen door de fabrikant resp. door door hem benoemde bedrijven te geschieden.           Wie met de kettingzaag werkt, moet een opleiding kunnen vertonen die in overeenstemming staat met de geplande toepassing en moet bovendien met het gebruik van de kettingzaag en de persoonlijke beschermuitrusting bekend zijn. Minderjarige kinderen mogen niet met de kettingzaag werken. Wees oplettend. Let op dat, wat u doet. Ga met vgerstand te werk. Gebruik het toestel niet, wanneer u moe bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicamenten staat. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het toestel kann tot ernstige verwondingen leiden. Maak u voor gebruik met het apparaat vertrouwd, met behulp van de bedieningshandleiding. Gebruik het toestel niet voor doeleinden voor die het niet is bestemd (zie “Reglementaire toepassing”). Persoonlijke veiligheidsuitrusting   Werk nooit zonder geschikte veiligheidsuitrusting: − draag geen wijde kleding of sierraden, ze kunnen worden gegrepen door bewegende delen − Bij lang haar een haarnet dragen. − gekeurde veiligheidshelm in situaties, waarin met hoofdverwondingen moet worden gerekend (bv bij het vellen en ontlasten van bomen). − gezichtsbescherming − Gehoorbeschermer − veiligheidsjack met signaalkleur − broeken en handschoenen met snijbescherming − slipvrije laarzen (veiligheidsschoenen) met snij- en teenbescherming − brandblusser en schop (tijdens het zagen kunnen vonken ontstaan) − eerste-hulp-materiaal − eventueel mobiele telefoon Veiligheidsinstructies - vóór het zagen Voer vóór de ingebruikname en regelmatig gedurende het zagen de volgende controles uit. Houdt alstublieft in ieder geval rekening met de overeenkomstige paragraven in de gebruiksaanwijzing:  Werd de kettingzaag geheel en volgens de voorschriften gemonteerd?  Is de kettingzaag in goede en veilige toestand?  Gebruik uitsluitend een geschikte combinatie van geleiderail en zaagketting, zoals bij „Technische gegevens“ is beschreven. Verkeerde combinaties verhogen het terugslaggevaar (kickback)!  Is de olietank (kettingsmering) gevuld? Controleer het oliepeil regelmatig. Vul onmiddellijk zaagkettingolie bij, zodat de zaagketting niet droog loopt.  Is de zaagketting correct gespannen? Let op de punten in het gedeelte „Zaagketting spannen”.  Is de zaagketting correct geslepen? Alleen met een geslepen zaagketting werkt u veilig en goed.  Is de kettingrem losgezet en werkt ze foutvrij? Let op de punten in het gedeelte „Controleren van de kettingrem”.  Zijn de handgrepen schoon en droog – vrij van olie en hars?  Contoleer het volgende voordat u gaat werken: − zich in het werkbereik geen andere personen, kinderen of dieren bevinden − u zonder hinder van obstakels kunt terugwijken − de grond vrij van alle vreemde voorwerpen, struikgewas en takken is. − een veilige houding is aangenomen.   Is de werkplaats vrij van struikelgevaren? Zorg dat uw werkomgeving op orde is. Rommel kan ongevallen veroorzaken – gevaar van struikelen!   Let op de omgevingsinvloeden: − Stel werkzaamheden bij ongunstig weer (regen, sneeuw, ijs, wind) uit – verhoogd gevaar van ongelukken! − Werk nooit bij ontoereikende lichtverhoudingen (bv bij mist, regen, sneeuwjacht of schemering). U kunt details in het valbereik niet meer herkennen – gevaar voor ongelukken. − Gebruik de kettingzaag niet in de nabijheid van brandbare vloeistoffen of gassen – gevaar van brand! − Werk niet op sneeuw, ijs of vers geschilt hout – slipgevaar.   De gebruiker is verantwoordelijk voor ongelukken of gevaren die tegenover andere personen of hun eigendom optreden.   Heeft u alle instructies gelezen en begrepen? Veiligheidsinstructies - bediening    105  Zaag nooit met één hand. Houdt de kettingzaag steeds met beide handen vast, linker hand aan de voorste handgreep (4) en rechter hand aan de achterste handgreep (29).  Houdt de kettingzaag licht rechts van uw eigen lichaam. Vermijdt een abnormale lichaamshouding. Zorg voor een stabiele en uitgebalanceerde houding.    Werk nooit − met gestrekte armen − aan moeilijk te bereiken plekken − boven schouderhoogte − op een ladder, een steiger of een boom staande. Bedien de kettingrem bij het opzoeken van een boom. Bij werkpauzes dient de kettingzaag zodanig te worden beveiligd (afdekking van de geleiderail, kettingrem activeren) en neergelegd dat niemand in gevaar wordt gebracht. Kettingzaag beveiligen tegen onbevoegd gebruik. Veiligheidsinstructies - terwijl het zagen                    Werk nooit alleen. Houd voortdurend mondeling en visueel contact met andere personen, zodat in geval van nood onmiddellijk hulp kan worden geboden. Stop meteen de motor bij dreigend gevaar of in geval van nood. Laat de machine nooit zonder toezicht draaien. De motorzaag produceert schadelijke stoffen! Laat de kettingzaag nooit in gesloten of slecht geventileerde ruimten draaien. Zorg voor voldoende luchtvervanging, wanneer u in inzinkingen, sloten of benauwde omgevingen werkt. Er bestaat het gevaar van een koolmonoxidevergiftiging of dood door verstikking! Beëindig de werkzaamheden direct, wanneer lichamelijk ongemak optreedt (bv hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, enz.) – er staat een verhoogd gevaar voor ongelukken!  Bij het inschakelen moet de kettingzaag goed ondersteund en vastgehouden worden. Ketting en geleiderail moeten vrij staan. Begin met het snijden pas, wanneer de zaagketting het vol toerental heeft bereikt. Overbelast de machine niet. U werkt beter en zeker met de juiste belasting van de machine. Las tijdens het zagen pauzes in, zodat de motor kan afkoelen. Zet de heet geworden kettingzaag niet in het droge gras of op brandbare voorwerpen. Raak de geluiddemper en motor nooit aan als de zaag draait of kort nadat de zaag gestopt is. Gevaar voor verbranding! Raak nooit met draaiende zaag draadafrasteringen of de vloer. Let erop dat het hout vrij van vreemde voorwerpen (stenen, nagels enz.) is. Zorg ervoor dat zich het hout gedurende het zagen niet verdraaid. Zaag gespinterd hout met voorzichtigheid. Er bestaat gevaar van verwondingen door meegescheurde houten stukken. Voorkom terugslag van de zaag door correcte geleiding van de kettingzaag. Houdt rekening met: Veiligheidsinstructies zaagterugslag  Gebruik de klauwenaanslag (31) voor het fixeren van de kettingzaag op het hout. Gebruik de klauwenaanslag gedurende het zagen als hendel. Gebruik de kettingzaag niet voor het optillen of bewegen van hout.      Laat de kettingzaag werken, doordat u via de klauwenaanslag een lichte druk veroorzaakt. Druk bij het zagen niet met geweld. Zet bij het zagen van sterkere takken of stammen de klauwenaanslag (31) aan een dieper punt na. Voor het nazetten maak de klauwenaanslag uit het hout los en zet hem opnieuw dieper aan. Verwijder hierbij de zaag niet uit de snede. Er bestaat gevaar voor ongelukken voor benen en voeten. Zodra de zaag uit het hout komt, verandert zich de gewichtskracht. Er bestaat gevaar voor ongelukken voor benen en voeten. Verwijder de kettingzaag slechts met draaiende zaagketting uit de snede. Wanneer de zaagketting klem komt te zitten in het hout, moet het toestel direct uitgeschakeld worden. Gebruik een wig om de geleiderail weer vrij te krijgen. Trillingen Wanneer personen met bloedcirculatiestoornissen te vaak aan trillingen worden blootgesteld, kunnen beschadigingen aan het zenuwsysteem of aan de bloedvaten optreden. U kunt de trillingen reduceren: - door stevige, warme arbeidshandschoenen - verkorting van de werktijd (meerdere lange pauzes maken) Consulteer een arts wanneer uw vingers opzwellen, u zich niet goed voelt of uw vingers gevoelloos worden. Veiligheidsinstructies Terugslag van de zaag Wat is zaagterugslag? Zaagterugslag is het plotseling hoog- en terugslaan van de draaiende kettingzaag in richting van de gebruiker. Dit ontstaat, wanneer −  het uiteinde van de geleiderail het zaaggoed (onopzettelijk) of andere vaste voorwerpen raakt. − de zaagketting aan de punt van het geleidingsrail klemt.   De kettingzaag reageert ongecontroleert en veroorzaakt vaak zware verwondingen bij de gebruiker. Wees bij zijdelingse sneden, schuin- en langssneden bijzonder voorzichtig, omdat hier de klauwenaanslag niet wordt aangezet. Hoe kan ik zaagterugslag vermijden? ƒ  ƒ  ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ De kettingzaag altijd vast met beide handen houden. Zaag voor een betere controle met de onderhkant van het geleidingsrail. Zet de kettingzaag altijd zo vlak als mogelijk aan.  Nooit met de punt van het geleidingsrail zagen.  Zagen met de bovenkant kan een terugslag van de zaag verwekken, wanneer de zaagketting klemt of op een vast voorwerp in het hout stoot. Slechts met draaiende zaagketting de snede beginnen. Alleen met scherpe en correct geslepen zaagketting werken.  De klauwenaanslag (31) als hendel gebruiken. Nooit over schouderhoogte werken. 106 Veiligheidsinstructies Veilige omgang met brandstoffen ƒ Nooit meerdere takken in één keer doorzagen. Bij het ontlasten erop letten dat geen andere tak wordt geraakt. ƒ  Bij het inkorten naar mogelijkheid gebruik maken van een zaagblok. ƒ Steeksneden mogen slechts door geschoold personeel worden uitgevoerd. Brandstoffen en brandstofdampen zijn brandgevaarlijk en kunnen bij het inademen en op de huid ernstig letsel veroorzaken. Bij de omgang met brandstof is daarom voorzichtigheid gebo-den en moet er voor een goede ventilatie gezorgd worden. Algemene veiligheidsvoorschriften           Schakel de machine uit bij: − contact van de ketting met aardrijk, stenen, nagels of andere vreemde voorwerpen B controleer de ketting en geleiderail onmiddellijk − reparatiewerkzaamheden − onderhouds- en reinigings- werkzaamheden − bij storingen − Transport − naspannen van de ketting − kettingwissel − Verlaten van de machine (ook bij korte onder-brekingen) Onderhoudt de kettingzaag met zorgvuldigheid: − Volg de onderhoudsvoorschriften en de instructies omtrent het smeren en voor de werktuigwissel op. − Houdt de werktuigen scherp en schoon, om beter en veilig te kunnen werken. − Houdt de handgrepen door en vrij van hars, olie en vet. Onderzoek de machine op eventuele beschadigingen. − Voor het verdere gebruik van de machine moeten alle veiligheidsvoorzieningen gecontroleerd worden op de juiste montage en het goed functioneren. Werk alleen met alle veiligheidsvoorzieningen op de juiste wijze aangebracht. Verander niets aan de machine wat de veiligheid in gevaar kan brengen. − Controleer of alle bewegende delen van de machine goed functioneren en niet klemmen of beschadigd zijn. Alle delen moeten juist gemonteerd zijn en goed functioneren om de machine correct te laten werken. − Beschadigde bescherminrichtingen en - delen moe-ten, indien noodzakelijk, door een erkende reparatiewerkplaats gerepareerd of verwisseld worden. − Beschadigde of onleesbare veiligheidsstickers dienen te worden vervangen. Laat geen sleutels steken! Controleer vóór het inschakelen altijd of de sleutels en instelgereedschappen verwijderd zijn. Bewaar ongebruikte toestellen op een droge, afgesloten plaats buiten de reikwijdte van kinderen op. Voer geen andere reparaties dan de in het hoofdstuk „Onderhoud“ beschreven reparaties aan de machine uit, maar neem direct contact op met de fabrikant of klantenservice. Reparaties aan andere delen van de machine mogen alleen door de fabrikant of een door hem erkende werkplaats uitgevoerd worden. Alleen de originele toebehoren en onderdelen gebruiken. Bij het gebruik van niet originele onderdelen kunnen risico’s voor de gebruiker ontstaan. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor ongevallen hierdoor ontstaan. 107                           Bij het tanken niet roken en open vuur vermijden. Draag handschoenen bij het tanken. Tank niet in gesloten ruimtes. Schakel het toestel uit en laat het afkoelen. Maak de tankdop (9) voorzichtig open, zodat eventueel aanwezige overdruk kan zakken. Let erop dat u geen brandstof of olie morst. Reinig de kettingzaag direct, als u brandstof of olie hebt gemorst. Trek onmiddellijk andere kleren aan, als u brandstof of olie over uw kleding gemorst hebt. Let erop dat er geen brandstof in de grond terechtkomt. Sluit de tankdop na het tanken weer zorgvuldig en let erop dat de tankdop tijdens het gebruik van de zaag niet loskomt. Controleer of het tankdeksel en de benzineleidingen dicht zijn. Bij lekkages mag u het toestel niet in gebruik nemen. Gebruik nooit een zaag met beschadigde ontstekingskabel en bougiestekker! Gevaar voor vonkvorming! Transporteer en bewaar brandstoffen alleen in hiervoor toegestane en gemarkeerde reservoirs. Houd kinderen uit de buurt van brandstoffen. Transporteer en bewaar brandstoffen niet in de buurt van brandbare of licht ontvlambare stoffen, vonken of open vuur. Ga vóór het starten van het toestel minimaal drie meter bij de tankplaats vandaan staan. Werkinstructies - zaagtechnieken Aanvullende instructies voor het zagen van stammen   Leg de stam voor het zagen nooit op de aardbodem. De stam zo steunen dat zich de snede niet sluit en de zaagketting klemt. Gebruik een veilige steun (bv zaagbok). Vermijdt het contact van de bodem met de geleiderailpunt of de zaagketting.  Richt kortere stammen vóór het zagen in en klem deze vast.  Vermijdt het snijden van dun struikgewas of snijhout. De kettingzaag is voor deze werkzaamheden niet geschikt.  Voer langssneden met bijzondere zorgvuldigheid uit, omdat de klauwenaanslag niet wordt toegepast. U voorkomt zaagterugslag, door de zaag in een vlakke hoek te voeren.  Staat u bij werkzaamheden op een helling steeds boven of zijdelings van de stam resp. het liggend zaaggoed. Controleer of de tankdop goed dicht zit. Instructies voor het zagen van hout onder spanning Worden onder spanning staande takken, bomen of hout door zagen van de spanning bevrijdt, moet men bijzonder voorzichtig zijn. Het zaaggoed kan absoluut ongecontroleerd reageren en tot zware verwondingen of dood leiden. Zulke werkzaamheden dienen slechts door geschoolde vakmensen te worden uitgevoerd. / / / Zet bij alle werkzaamheden eerst aan de drukzijde n de ontlastingssnede en de scheidingssnede o - de kettingzaag kan anders klemmen of terugslaan.   n o  n o  n o Hout op de bovenkant in trekspanning Zet van beneden een snede (een derde van de stamdoorsnede) naar boven. Zet dan op identieke plaats van boven een tweede snede die de stam doorsnijdt.   De minimumafstand naar de volgende werkplaats moet 2 ½ boomlengten bedragen.   Waarborg dat het werkbereik rond om de stam vrij is van struikelgevaren en dat u een veilige vluchtweg (F) heeft.   Leg voor het vellen van de boom de velrichting (C) vast. Houdt hierbij rekening met het zwaartepunt van de boomkruin, met bomen in de nabijheid, hangrichting, gezondheidstoestand van de boom en windrichting. Op deze kant wordt de velkerf ingesneden.  Bevrijdt het werkbereik aan de stam van storende takken, struikgewas en obstakels en zorg zo voor een stabiele stand.  Maak de stamvoet grondig schoon – zand, stenen en andere vreemde voorwerpen maken de zaagketting stomp of kunnen deze beschadigen.  Houdt u rekening met de gezondheidstoestand van de boom – wees voorzichtig bij stammen met beschadigingen of dood hout (uitgedroogd, vermolmd of afgestorven hout).  Boomveltechniek: B Zaag een ca. 1/3 van de boomdoorsnede diepe velkerf in de stam. Zet eerst de horizontale snede en dan als tweede een snede van boven in de hoek van 45°. B Schreeuw de waarschuwing " Attentie" of "de boom is falling" alvorens viel te beginnen velsnede. B Zaag nu op de tegenover liggende kant van de stam een horizontale velsnede. Deze snede dient iets hoger (ca. 4 cm) te worden aangezet dan de horizontalge snede van de velkerf. B In geen geval de stam doorzagen. Er moeten ca. 1/10 van de stamdoorsnede blijven staan. Indien de boom voortijdig begint te vallen, meteen de kettingzaag uit de snede trekken en terug of naar opzij stappen. B Drijf de spie in de horizontale velsnede om de boom tot val te brengen. B Let op vallende takken of twijgen, wanneer de boom begint te vallen. Hout op de onderkant in trekspanning Zet van boven een snede (een derde van de stamdoorsnede) naar beneden. Zet dan op identieke plaats van beneden een tweede snede die de stam doorsnijdt. Sterke stammen en sterke spanning Zet van beneden een snede (een derde van de stamdoorsnede) naar boven. Zet dan met afstand tot de eerste snede van boven een tweede snede die de stam doorsnijdt. Instructies met betrekking tot boomsnoeiing  n o p Trapsgewijze snoeiing Zet van beneden de eerste snit (een derde van de stamdoorsnede). Op dezelfde hoogte van de 1e snede zet u van boven de tweede snit die de ast doorsnijdt. Snijdt voor het verwijderen van reststukken de tak dicht aan de stam van boven af. Instructies voor het vellen van bomen Zulke werkzaamheden dienen slechts door geschoolde vakmensen te worden uitgevoerd.  Houd rekening met de lengte van de geleiderail. Er mogen alleen bomen worden geveld, waarvan de stamdiameter kleiner dan de lengte van de geleiderail is.   Zeker voor het vellen de gevarenzone (D). Let erop dat zich geen personen of dieren in het valbereik ophouden. Er bestaat levensgevaar! Montage Montage geleidingsrail en zaagketting Gevaar van verwondingen! Zet de motor bij werkzaamheden aan de geleiderail en zaagketting altijd af en draag veiligheidshandschoenen!     Zet de kettingzaag op een rechte vlakte en maak de kettingrem los. Druk de voorste handbescherming (3) tegen de voorste handgreep (4). Verwijder de afdekking (13) door de bevestigingsmoeren (14) los te maken. Draai de kettingspanschroef (15) naar links tot de kettingspantap (16) in eindpositie staat. Leg het geleidingsrail op. De kettingspanschroef (16) moet in de desbetreffende boring van het geleidingsrail grijpen. Leg de zaagketting over de koppeling (17) op het daarachter liggend kettingwiel (18) )  en voer de 108 zaagketting in de omlopende geleidingssleuf van het geleidingsrail in.  Let op de correcte looprichting van de schakels! Let bij de inbouw erop dat de schakels correct in de geleidingsgleuf en aan het kettingwiel liggen! Breng de afdekking (13) weer aan en draai de bevestigingsmoeren (14) stevig aan. Span de zaagketting zoals is beschreven in de paragraaf „Zaagketting spannen“. Zaagketting spannen Voorbereiding voor ingebruikname L De kettingzaag wordt niet met zaagkettingolie en branstof gevuld uitgeleverd. Vul de kettingzaag zoals onder “Kettingsmering” en ”Tanken” is beschreven. Smering van de ketting L Exploiteer de kettingzaag nooit zonder kettingsmering. Het gebruik zonder zaagkettingolie leidt tot beschadiging van de kettingzaag en het geleidingsrail. Gevaar van verwondingen! Zet de motor bij werkzaamheden aan de geleiderail en zaagketting altijd af en draag veiligheidshandschoenen!    Maak de bevestigingsmoeren (14) om max. 1 omdraaiing los. Breng het uiteinde van het geleidingsrail iets omhoog en draai de kettingspanschroef (15) naar rechts tot de juiste kettingspanning is bereikt. De zaagketting is correct gespannen, als ze in het midden van de geleiderail ca. 3 – 4 mm omhoog kan worden gebracht. Draai de kettingspanschroef naar links, als de zaagketting te strak is gespannen. Draai de kettingspanschroef naar links, als de zaagketting te strak is gespannen. Controleer of de schakels correct in de geleidingsgleuf van de geleiderail liggen. Draai de bevestigingsmoeren (14) weer vast. De levensduur en het snijvermogen van de ketting is afhankelijk van de optimale smering. Gedurende het bedrijf wordt de zaagketting automatisch met olie bevocht. Zaagkettingolie in de olietank gieten Zet de motor af en draag veiligheidshandschoenen! Contact met de huid en ogen vermijden!  Leg de kettingzaag op een geschikte ondergrond en schroef de olietanksluiting (11) open. Vul de olietank met biologisch afbreekbare zaagkettingolie (bestel-nr.: 400144). Gebruik voor het eenvoudiger vullen een trechter. Let bij het vullen erop dat geen vuil in de olietank geraakt. Schroef de olietanksluiting weer dicht. Gebruik nooit gerecyclede olie of oude olie. Bij gebruik van olie die niet voor kettingzagen is geschikt, vervalt de garantie. Controleer de zaagkettingspanning: B vóór werkbegin B na de eerste sneden B gedurende het zagen regelmatig alle 10 minuten Controleren van de kettingsmering Slechts met een correct gespannen zaagketting en een toereikende smering heeft u invloed op de levensduur. Exploiteer de kettingzaag nooit zonder goed werkende kettingsmering. L Houdt alstublieft rekening met het volgende: U controleert de werking van de automatische kettingsmering, door de kettingzaag in te schakelen en ze met de punt in richting van een kartonnen doos op papier op de bodem te houden. Raak de bodem niet met de ketting. Veiligheidsafstand van 20 cm opvolgen. Vertoont zich bij de controle een toenemend oliespoor, werkt de olie-automatiek onberispelijk. Toont zich ondanks volle olietank geen oliespoor  reinig het oliestroomkanaal (19). B Heeft dit geen succes, richt u zich dan aan de klantenservice  Regel de kettingsmering: B een nieuwe zaagketting moet vakker worden nagespannen B bij verwarming van de ketting op bedrijfstemperatuur rekt ze zich uit en moet worden nagespannen. Na beëindiging van de zaagwerkzaamheden de zaagketting weer ontspannen, omdat bij afkoeling anders te hoge spanningen in de zaagketting zouden ontstaan. B klappert de ketting of komt ze uit de geleiding, meteen naspannen. zie instructies ook onder Onderhoud/reiniging punt: “Regeling van de kettingsmering”. 109 Tanken Bij de omgang met benzine en olie is extra waakzaamheid geboden. Roken en open vuur is niet toegestaan (explosiegevaar). Het toestel werkt op een mengsel van normale benzine (loodvrij) en tweetakt-motorolie. Benzine: octaangetal minimaal 91 ROZ, loodvrij  Vul de tank niet met loodhoudende benzine, diesel of andere niet-toegestane brandstoffen.  Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 91 ROZ. Dit kan door verhoogde motortemperaturen tot ernstige beschadiging van de motor leiden.  Wanneer u constant met een hoog toerental werkt, moet u benzine met een hoger octaangetal gebruiken. Om milieutechnische redenen wordt het gebruik van loodvrije benzine aanbevolen. Tweetaktmotorolie: volgens specificatie JASO FC of ISO EGD  Maak uitsluitend gebruik van tweetakt-motorenolie voor luchtgekoelde motoren. Het mengen Mengverhouding 40:1 Benzine 1 Liter 2 Liter 5 Liter 10 Liter Tweetaktmotorolie 0,025 Liter 0,050 Liter 0,125 Liter 0,250 Liter  De hoeveelheid olie moet exact aangehouden worden, omdat een geringe afwijking van de hoeveelheid olie bij kleine hoeveelheden brandstof grote invloed op de mengverhouding heeft.  Verander de mengverhouding niet, hierdoor ontstaan in toenemende mate verbrandingsresten, het brandstofverbruik stijgt en het vermogen neemt af, of de motor wordt beschadigd. Meng benzine en olie in de meegeleverde brandstofmengbak (38).  Vul eerst de benzine tot aan de markering "Petrol" in. Vul vervolgens de olie tot aan de markering "Oil" in. Schud het brandstofmengsel. • Brandstoffen zijn maar beperkt houdbaar. Te lang opgeslagen brandstoffen en brandstofmengsels kunnen tot startproblemen leiden. Meng daarom slechts de hoeveelheid brandstof die u in een maand verbruikt. • Sla brandstoffen alleen op in hiervoor toegestane en gemarkeerde reservoirs. Bewaar brandstofreservoirs droog en veilig. • De brandstofreservoirs moeten buiten het bereik van kinderen bewaard worden. Restbrandstoffen en voor de reiniging toegepaste vloeistoffen moeten volgens de regels en milieuvriendelijk worden afgevoerd. Tank van de kettingzaag vullen • • • • Motor uitschakelen en laten afkoelen! Veiligheidshandschoenen dragen! Contact met de huid en ogen vermijden! In ieder geval op “Veilige omgang met brandstof” opvolgen. 1. Maak de omgeving van de dop schoon. Verontreinigingen in de tank veroorzaken bedrijfsstoringen. 2.  Maak de tankdop (9) voorzichtig open, zodat eventueel aanwezige overdruk kan zakken.. 3. Schud het reservoir nog een keer voordat de inhoud in de tank wordt gegoten. 4. Giet het brandstofmengsel voorzichtig in de tank tot aan de onderste rand van de vulpijp. Let erop dat u geen brandstof of olie morst. Reinig de kettingzaag direct, als u brandstof of olie hebt gemorst. Let erop dat er geen brandstof in de grond terechtkomt. 5. Sluit de tankdop na het tanken weer zorgvuldig en let erop dat de tankdop tijdens het gebruik van de zaag niet loskomt. 6. Controleer of het tankdeksel en de benzineleidingen dicht zijn. Bij lekkages mag u het toestel niet in gebruik nemen. 7. Maak de tankdop en de omgeving schoon. Ga vóór het starten van het toestel minimaal drie meter bij de tankplaats vandaan staan. Ingebruikname U mag de machine niet gebruiken voordat u deze gebruiksaanwijzing heeft gelezen, alle voorschriften heeft opgevolgd en de machine als voorgeschreven heeft gemonteerd!  Controleer voor elk gebruik: - het toestel op eventuele beschadigingen. losse bevestiging  Garandeer dat de AAN/UIT-schakelaar, gashendelblokkering, gashendel en kettingrem correct functioneren. Let in ieder geval op alle veiligheidsinstructies! Kettingrem  De kettingrem is een veiligheidsmechanisme, dat bij terugslagende kettingzaag of automatisch via de voorste handbescherming (3) wordt geactiveerd. De zaagketting stopt onmiddellijk (< 0,1 sec.). 110 Controleren van de kettingrem Stoppen van de motor Test de werking van de kettingrem voor aanvang van alle werkzaamheden. • Start de motor, zie „Starten van de kettingzaag“. • Houd de kettingzaag met twee handen vast en laat de motor draaien. Druk met de handrug tegen de voorste handbeschermer   . De zaagketting moet onmiddellijk stil blijven staan! Laat de gashendel l (6) os. Zet de stopschakelaar in de positie „ Starten bij warme Motor Start de kettingzaag zoals bij „Starten bij koude motor“ is beschreven, maar laat de chokehendel in de bedrijfspositie . Een kettingzaag mag niet gebruikt worden als de kettingrem niet goed functioneert. Neem contact op met de fabrikant of klantenservice! Vóór het starten van de kettingzaag   Bedien de kettingrem. Druk de voorste handbeschermer (3) naar voren. Ga op een veilige plek staan. Leg de kettingzaag voor u op de grond, de geleiderail en de ketting zijn naar links gericht. Ketting en geleiderail moeten vrij staan. Zet de rechter voetpunt in de achterste handgreep (29) en pak de voorste handgreep (4) vast met de linkerhand. Starten bij koude motor  Zet de AAN/UIT-schakelaar (8) op . Druk de gashendelblokkering (5) in en bedien gelijktijdig de gashendel (6).   en Trek de chokehendel (7) geheel eruit laat de gashendel los. Druk meervoudig de benzinepomp (28) in, om brandstof in de carburateur te pompen. Trek de startkabel aan de starthendel (27) langzaam tot aan de weerstand eruit en trek dan snel en krachtig door. Druk hierbij de kettingzaag aan de voorste handgreep (4) naar beneden. Trek de startkabel niet helemaal eruit en leid de startgreep langzaam terug, opdat de startkabel correct wordt opgewikkeld. Geef een beetje gas zodra de motor aanslaat, = de chokehendel springt automatisch in de bedrijfspositie en de motor draait in het stationair draaien. Los de kettingrem. Druk de voorste handbeschermer (3) in de richting van de voorste handgreep . De kettingzaag klaar voor gebruik. Bedien de gashendel (6) slechts bij losgezette kettingrem. Een geblokkeerde zaagketting leidt tot schade aan de kettingaandrijving. LWanneer de gashendel wordt losgelaten, stopt de zaagketting en draait de motor stationair. Wanneer de zaagketting draait terwijl de gashendel niet is ingedrukt, moet het stationair toerental verlaagd worden. ( „Onderhoud“) 111 “ Onderhoud en reiniging Voor aanvang van iedere onderhouds- en reinigingsbeurt − motor uitschakelen − stilstand van de snijvoorziening afwachten − bougiestekker uittrekken − Draag veiligheidshandschoenen om letsels aan de handen te vermijden. − Voer de onderhoudswerkzaamheden niet in de buurt van open vuur uit. Brandgevaar! Verder gaande onderhouds- en reinigingswerkzaamheden dan in dit hoofdstuk zijn beschreven, moeten door de klantenservice worden uitgevoerd. De in het kader van onderhoud of reiniging verwijderde veiligheidsvoorzieningen moeten absoluut weer correct aangebracht en gecontroleerd worden. Gebruik alleen originele onderdelen. Andere onderdelen kunnen onverwachte schade en verwondingen tot gevolg hebben. Onderhoud Opdat een lang en betrouwbaar gebruik van de kettingzagen is gewaarborgd, voer de volgende onderhoudswerkzaamheden regelmatig uit.  Onderhouds- en reinigingsschema. Controleer kettingzaak op − losse of beschadigde zaagketting − losse bevestiging − slijtage, in het bijzonder de ketting, geleiderail en het kettingwiel. − versleten of beschadigde onderdelen − tankdop/olietankdop en brandstofleidingen op dichtheid − correct gemonteerde en onbeschadigde afdekkingen of veiligheidsvoorzieningen. Noodzakelijke reparaties of onderhoudswerkzaamheden dienen vóór gebruik van de kettingzaag te worden uitgevoerd. Regelen van de kettingsmering  Zet de motor af! De kettingsmering is door de fabriek ingesteld. Al naar houtsoorten en werktechnieken kan de oliehoveelheid verschillen en moet worden gecorrigeerd.  Regel de kettingsmering via de regelschroef (12), die zich onder het toestel bevindt. Tegen de wijzers van de klok in M grote hoeveelheid olie (MAX) In richting van de wijzers van de klok M kleine hoeveelheid olie (MIN) L Maak slechts 2-3 streken met de vijl L De slijphoeken moeten hetzelfde zijn. Ongelijke     L De kettingsmering is correct ingesteld, wanneer de zaagketting gedurende het hoeveelheden olie wegslingert. bedrijf niet geringe te vijlen. De zaagketting en geleiderail zijn onderhevig aan hoge slijtage. Vervang de zaagketting en geleiderail onmiddellijk, als de goede werking niet gegarandeerd is,  „Montage geleiderail en zaagketting“. Scherpen van de zaagketting U kunt alleen veilig en goed werken met een scherpe en schone zaagketting. Beschadigde of onjuist geslepen zaagkettingen verhogen het terugslaggevaar! Een zaagketting moet geslepen worden, wanneer in plaats van zaagspaanders alleen nog houtstof wordt uitgeworpen de kettingzaag gedurende het snijden door het hout moet worden gedrukt. L Voor de onervaren gebruiker: laat de zaagketting door een vakman/klantenservice slijpen. Wanneer u de zaagketting zelf wilt slijpen, let op de volgende waarden en gebruik de meegeleverde ronde vijl. (bijkomende extra toebehoren verkrijgt u in de vakhandel)   slijphoeken leiden tot een onrustige loop van de ketting of een gebroken ketting. Houd de vijl tijdens het slijpen in een rechte hoek ten opzichte van de geleiderail (90°). Door het gebruik van de ronde vijl en de juiste slijphoek ontstaat de correcte wighoek β. De schaaftandlengtes (a) moeten hetzelfde zijn. Ongelijke lengtes kunnen tot een onrustige loop van de ketting of een gebroken ketting leiden. Wanneer alle slijphoeken bewerkt zijn, is uw zaagketting scherp, maar zaagt ze misschien niet. Daarom moet er ook altijd een dieptebegrenzerafstand aanwezig zijn (T = afstand tussen dieptebegrenzer en snijkant). L Gebruik een vlakvijl om de dieptebegrenzerafstand Zaagketting en geleiderail Type kettingzaag Ronde vijl Dieptebegrenzerafstand T Slijphoek α Wighoek β Schaaftandlengte a Vijl alle slijphoeken (α=35°) met de meegeleverde ronde vijl (37). Carlton N1C-BL-57E Ø 4 mm (5/32“) 0,56 mm (.022“) 35° 60° min. 3 mm Span de kettingzaag met het geleidingsrail vast in een bankschroef en blokkeer de zaagketting. Bedien de Let erop dat u de voorkant van de dieptebeperker met de ronde vijl afrondt. De oorspronkelijke vorm van het snijlid moet bewaard blijven. L Verwijder bij het slijpen weinig materiaal! U kunt uw zaagketting echter ook met een kettingsl-ijpapparaat KSG 220 (artikel-nr.: 302360) zelf slijpen. Geleiderail reinigen / ƒ Controleer en reinig de plaatsen waar olie vrijkomt (A) van het geleidingsrail en de geleidingsgleuf (B) regelmatig. ƒ Verwijder de braam die zich heeft gevormd met een vlakke vijl. ƒ Draai het geleidingsrail na iedere kettingwissel / ketting slijpen om een eenzijdige slijtage te voorkomen.  L Vervang beschadigde geleidingsrails direct. Kettingwiel De belasting van het kettingwiel is bijzonder groot. Controleer de tanden van het kettingwiel regelmatig op slijtage of beschadiging.  Reinig het kettingwiel (18) en de bevestiging van het geleidingsrail met een borstel. L Een versleten of beschadigd kettingwiel reduceert de levensduur van de zaagketting en dient vandaar meteen door de klantenservice te worden vervangen kettingrem. Los de kettingrem om de zaagketting verder te trekken. 112 - Luchtfilter reinigen resp. vervangen Verwijder stof en vuil regelmatig van het luchtfilter om - startproblemen, - vermogensverlies - een te hoog brandstofverbruik te voorkomen. Reinig het luchtfilter ongeveer om de acht bedrijfsuren en bij veel stof vaker.  1. Maak de luchtfilterafdekking (21) open. 2. Neem het luchtfilter (22) uit. 3. Dek de aanzuigopening af met een schone doek, zodat er geen vuil in de carburateur terechtkomt. 4. Trek de beide delen van het luchtfilter uit elkaar. 5. Was het luchtfilter in lauw zeepsop. Blaas vuildeeltjes niet weg, gevaar voor oogletsel! bij zeer vuile elektroden of elektroden die bedekt zijn met een laagje olie Gebruik de volgende bougies: Ontstekingsvonk controleren 1. Draai de bougie (24) los. 2. Steek de bougiestekker (23) goed op de bougie. 3. Druk de bougie met een geïsoleerde tang tegen het motorhuis (niet in de buurt van het bougiegat). 4. Zet de AAN-UIT-schakelaar in de positie „ “ 5. Trek aan de startkabel. L Als er geen vonk tussen de elektroden te zien is, kan de bougie defect zijn. 6. Laat het luchtfilter goed drogen en zet hem weer terug. LBeschadigde luchtfilters moeten onmiddellijk vervangen worden. Brandstoffilter vervangen  De kettingzaag is uitgerust met een brandstoffilter. Controleer deze filter regelmatig en reinig of vervang hem. Open hiervoor de tankdop (9) en haal het brandstoffilter (10) uit de tank. I Wanneer het filter slechts licht verontreinigd is, moet u hem voorzichtig van de olieleiding aftrekken en met reinigingsbenzine reinigen. L Wanneer het brandstoffilter sterk verontreinigd is, moet u het brandstoffilter vervangen. Kettingvanger  De kettingvanger (30) voorkomt dat de gebruiker gedurende het zagen een gescheurde of gesprongen zaagketting tegemoetkomt. LControleer de kettingvanger regelmatig en vervang hem, wanneer hij beschadigd is. Geluiddemper / uitlaatopening  ƒ Controleer regelmatig of de schroeven van de geluiddemper (25) niet losgeraakt zijn. Î Als ze loszitten, moet u ze bij koude motor handvast vastdraaien. Haal de schroeven van de geluiddemper niet aan, als de motor heet is. Bougie controleren resp. vervangen - Raak de bougie of bougiestekker niet aan als de motor draait. Hoogspanning! - Gevaar voor verbranding bij hete motor. - Draag veiligheidshandschoenen! Controleer de bougie en de elektrodenafstand regelmatig. Ga hiertoe als volgt te werk:  Maak de luchtfilterafdekking (21) open.  Trek de bougiestekker (23) van de bougie (24) af. Draai de bougie met de meegeleverde bougiesleutel (36) eruit.  De elektrodenafstand moet 0,6 tot 0,7 mm bedragen. Reinig de bougie, als deze vuil is. Monteer de bougie in omgekeerde volgorde. Bougie niet te sterk aantrekken. Vervang de bougie: - alle 100 uren of 1x jaarlijks (afhankelijk daarvan, welk geval zich het eerst voordoet) - bij sterke elektrode-afbrand 113 NGK-BPMR 7A BOSCH WSR6F OREGON OPR 15Y CHAMPION RCJ7Y L Reinig de uitlaatopening regelmatig. Carburateur instellen (stationair toerental) De carburateur is vanaf fabriek op het juist stationair toerental ingesteld, zo dat de motor het juiste brandstof-luchtmengstel wordt toegevoerd. Een verkeerde instelling van de carburateur leidt tot zware beschadigingen van de motor. Werk absoluut niet verder met de kettingzaag! In de volgende gevallen moet de carburateur (stationair toerental) worden gecorrigeerd: - toerental te hoog (zaagketting draait in het stationair draaien door) - onregelmatige loop of gebrekkige versnelling (stationair toerental te laag) - aanpassing aan weersomstandigheden, temperaturen L Richt u zich aan een vakgarage en laat de instelling van de carburateur uitvoeren. Reiniging Reinig de kettingzaag zorgvuldig na ieder gebruik, opdat de foutloze werking blijft bewaard. B Reinig de behuizing met een zachte borstel of een droge doek. Water, oplosmiddelen en polijstmiddelen mogen niet worden toegepast. B  Let erop dat de ventilatiegleuven (32) van de afdekking (26) en de motorkoelribben (33) voor de motorkoeling vrij zijn (gevaar van oververhitting). B Reinig de zaagketting bij sterke verontreiniging met een in de handel gebruikelijke kettingschoonmaakmiddel. B Maak het oliestroomkanaal (19) met een schone doek of een penseel schoon. B Reinig de remband (20) op de afdekking (13) met een kwast Transport Voor aanvang van iedere transport − Toestel uitschakelen − Wachten tot de kettingzaag stilstaat − Afdekking van het geleidingsrail aanbrengen ƒ  Draag het toestel aan de voorste handgreep. De geleiderail wijst hierbij naar achteren. ƒ Transporteer het toestel in de auto alleen in de kofferbak of in een aparte transportruimte. Beveilig de kettingzaag hierbij tegen omkantelen, beschadigingen en het uitstromen van brandstof. Obslag  Bewaar ongebruikte toestellen op een droge, afgesloten plaats buiten de reikwijdte van kinderen op.  Om de levensduur van de machine te verlengen en de kettingzaag optimaal te laten functioneren is het gewenst voor opslag de volgende punten in uit te voeren: B Rijd de carburateur leeg. B De machine grondig reinigen. B Ledig de benzinetank geheel. B Verwijder de olie uit de olietank. Voer de restbrandstof/zaagkettingolie volgens de voorschriften (milieuvriendelijk) af Tip: Sommige kettingolies neigen na langere tijd tot verkorsten. Vandaar dient het oliesysteem vóór een langere opslag met een in de handel gebruikelijke kettingzaagreiniger te worden doorgespoeld. Vul de reiniger tot de helft (ca. 50 ml) in de lege olietank. Sluit de tank. Laat de kettingzaag zonder gemonteerd geleidingsrail en ketting zo lang draaien, tot de gehele reiniger uit de olieopening van de kettingzaag is vrijgekomen. B Leg de zaagketting na het reinigen kort in een oliebad en wikkel ze vervolgens in oliepapier in. B 114 Kettingrem Geleidingsrail Kettingwiel Spanning van de zaagketting Zaagketting Gashendel, gashendelblokkering, aan/uit-schakelaar Startkabel / terughaalveer Smering van de ketting Olietank Brandstof- en olietankdop Brandstoftank Brandstoffilter Luchtfilter Bougie Geluiddemper Carburateur in de vrijloop Machine cpl. Kettingvanger Klauwbescherming Veiligheidssticker 115 Controle van de werking Controle van de werking Klantenservice Controleren Reinigen/draaien Vervangen Controleren Laten vervangen Controleren Controleren Laten slijpen Vervangen Controle van de werking Laten vervangen Controle van de werking Vervangen Controleren Reinigen Controleren Vervangen Reinigen Reinigen Vervangen Reinigen Vervangen Controleren Vervangen Reinigen Vervangen Controleren (ketting mag niet meedraaien) Laten instellen Controleren Reinigen Controleren Vervangen Controleren Vervangen Vervangen bij stopzetting Bij behoefte/beschadiging alle 100 uren jaarlijks maandelijks wekelijks Onderhoudswerkzaamheden Na ieder gebruik vóór ieder gebruik Onderhouds- en reinigingsschema Mogelijke Storingen Voor het verhelpen van iedere storing − Toestel uitschakelen − Wachten tot de kettingzaag stilstaat − Kettingrem bedienen − bougiestekker uittrekken − Handschoenen dragen Na het verhelpen van iedere storing moeten alle veiligheidsvoorzieningen weer in werking gesteld en getest worden. Storing Mogelijke oorzaak Motor start niet      Verkeerde volgorde bij het starten Luchtfilter is verontreinigd Brandstoffilter verstopt Bougie is bedekt met roet Geen brandstoftoevoer   Startmechanisme is defect   Motor afgezopen   Carburateur defect  Ketting loopt niet.  Kettingzaag loopt schokkend,   trilt of zaagt niet juist  Geen zaagkettingsmering Rookontwikkeling       Storing in de brandstofleiding Motor start en slaat onmiddellijk  Verkeerde instelling van de carburateur af (stationair toerental) Kettingzaag werkt niet met volle  Machine is overbelast  Ketting stomp/versleten capaciteit  Luchtfilter is verontreinigd  Carburateur is verkeerd ingesteld  Geluiddemper verstopt Kettingzaag werkt met  Carburateur is verkeerd ingesteld onderbrekingen (stottert)  Bougie is bedekt met roet Zaagketting is heet Oplossing          Kettingrem geactiveerd Ketting stomp/versleten Kettingspanning Ketting niet correct gemonteerd (tanden wijzen in de verkeerde richting) geen olie in de tank Oliestroomkanaal verstopt Kettingspanning te hoog Ketting stomp Kettingsmering verkeerd ingesteld geen olie in de tank Oliestroomkanaal verstopt Kettingsmering verkeerd ingesteld Verkeerd brandstofmengsel  Carburateur is verkeerd ingesteld Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Â Ü Houd de juiste startvolgorde aan Luchtfilter reinigen of vervangen Brandstoffilter reinigen of vervangen. Bougie reinigen of vervangen Tanken. Chokehendel bij het starten in de juiste positie zetten. Brandstoffilter reinigen of vervangen. Brandstofleiding op knikken of beschadigingen controleren Startkabel vervangen. Terughaalveer vervangen. Bougie eruit schroeven, reinigen en drogen, vervolgens de starterkabel meervoudig trekken; bougie weer erin schroeven Fabrikant, resp. bevoegde klantenservice consulteren Fabrikant, resp. bevoegde klantenservice consulteren Gedurende het zagen niet met kracht drukken. Zaagketting slijpen of vervangen Luchtfilter reinigen of vervangen Richt u zich alsublieft aan de klantenservice Uitlaatopening van de geluiddemper reinigen Fabrikant, resp. bevoegde klantenservice consulteren Bougie reinigen of vervangen. Bougiestekker controleren Kettingrem loszetten Zaagketting slijpen of vervangen Kettingspanning controleren en instellen Ketting opnieuw monteren Olie bijvullen Oliestroomkanaal reinigen Kettingspanning instellen Ketting laten naslijpen of vervangen Kettingsmering instellen Olie bijvullen Oliestroomkanaal reinigen Kettingsmering instellen Tweetaktolie in de mengverhouding 40:1 gebruiken  Richt u zich alsublieft aan de klan-tenservice          116 Technische gegevens Type Model Max. motorvermogen bij toerental Cilinderinhoud Stationair-toerental n0 Max. motortoerental met snijgereedschap Kettingwiel (aantal tanden/steek) Snijlengte Ontstekingssysteem Bougie Elektrodenafstand Inhoud brandstoftank Brandstofverbruik bij max. vermogen (volgens ISO 7293) Specifiek verbruik bij max. vermogen (volgens ISO 7293) Mengverhouding (brandstof/tweetaktolie) Inhoud kettingolietank Oliepomp Kettingzaagtype Steek / sterkte aandrijfschakels Hand-arm-vibratie volgens EN 1033/DIN 45675 Trillingsemissiewaarden volgens ISO 22867 Gewicht (tank leeg, zonder geleiderail en ketting) Geluidsdrukpegel LPA bij het werk gemeten geluidsniveau LWA gegarandeerd geluidsniveau LWA BKS 38 A BKS 38 A 1,3 kW 37,2 cm³ 3400 min –1 10000 min –1 6 / 9,525 mm (3/8“) 370 mm elektronische ontsteking NGK-BPMR7A of vergelijkbaar type,  opslag 0,6 – 0,7 mm 0,31 l 0,9 kg/h 560 g/kWh 40:1 0,21 l automatisch N1C-BL-57E (Carlton) 9,525 mm (3/8“ )/ 1,3 mm (.050“) 11,5 m/s² ca. 4,5 kg 99,4 dB (A) (volgens ISO 22868) 110,7 dB (A) (volgens richtlijn 2000/14/EG) 114 dB (A) (volgens richtlijn 2000/14/EG) Toestelbeschrijvin / Reserveonderdelen Pos. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Reserveonderdeel – nr. 364500 364538 364502 364503 364504 364505 364506 364507 Benaming Pos. Geleidingsrail (zwaard) Zaagketting N1C-BL-57E (Carlton) voorste handbescherming (kettengrem) voorste handgreep Gashendelblokkering Gashendel Chokehendel AAN-UIT-schakelaar Tankdop voor brandstof Brandstoffilter Olietankdop voor kettingsmering Regelschroef voor kettingsmering Afdekking Bevestigingsmoer 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 Kettingspanschroef Kettingspantap Koppeling Kettingwiel Oliestroomkanaal Remband 35 36 37 38 39 40 Garantie Houdt u alstublieft rekening met de ingesloten garantieverklaring. 117 Reserve- Benaming onderdeel – nr. 364508 Luchtfilterafdekking 364509 Luchtfilter Bougiestekker 364510 Bougie 364511 Geluiddemper 364512 Afdekking voor startinrichting 364513 Startgreep Benzinepomp achterste handgreep 364514 Kettingvanger 364515 Klauwenaanslag Ventilatiespleten Motorkoelribben 364516 Afdekking van de geleiderail (kettingbescherming) 364517 Schroevendraaier 364518 Schroefsleutel 364519 Ronde vijl 364520 Brandstofreservoir 364521 Veiligheidssticker 400144 Zaagkettingolie 1 l
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135

ATIKA BKS 38 de handleiding

Categorie
Elektrische kettingzagen
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor