Comet K 250 Handleiding

Type
Handleiding
75
NL
NL
LET OP
VERTALING VAN DE ORIGINELE AANWIJZINGEN
Lees de INSTRUCTIEHANDLEIDING en neem de
voorschriften in acht - VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN.
EIGENSCHAPPEN EN TECHNISCHE GEGEVENS
10.150 12.130 11.160 13.190 15.170 11.210
ELEKTRISCHE AANSLUITING
Voedingsnet (*) 230 V - 1~ - 50 Hz 400 V - 3~ - 50 Hz
Opgenomen vermogen 2,9 kW 3,3 kW (**) 5,0kW
Zekering 16 A
WATERAANSLUITING
Maximum temperatuur toevoerwater 60 °C - 140 °F
Minimum temperatuur toevoerwater 5 °C - 41 °F
Minimum debiet toevoerwater 750 l/h
198 US gph
900 l/h
238 US gph
820 l/h
217 US gph
970 l/h
256 US gph
1120 l/h
296 US gph
820 l/h
217 US gph
Maximum druk toevoerwater 0,8 MPa - 8 bar - 116 psi
Maximum pompdiepte 1,5 m - 4,9 ft
PRESTATIES
Maximum debiet 10 l/min
600 l/h
159 US gph
12 l/min
720 l/h
190 US gph
11 l/min
660 l/h
174 US gph
13 l/min
780 l/h
206 US gph
15 l/min
900 l/h
238 US gph
11 l/min
660 l/h
174 US gph
Maximum druk 15 MPa
150 bar
2176 psi
13 MPa
130 bar
1885 psi
16 MPa
160 bar
2321 psi
19 MPa
190 bar
2756 psi
17 MPa
170 bar
2466 psi
21 MPa
210 bar
3046 psi
Reactiekracht op waterpistool 28,9 N 32,2 N 32,8 N 42,2 N 46,1 N 37,6 N
Geluidsdrukniveau - onzeker (***) 73,2 dB(A) - 0,8 dB(A)
Geluidsvermogenniveau 84 dB(A)
Trillingen hand-arm bediener - onzeker (***)
2,25 m/s² - 0,24 m/s²
GEWICHT EN AFMETINGEN
Lengte x breedte x hoogte 520 x 430 x 930 mm - (20,5 x 16,9 x 36,6 in)
Gewicht
model Classic
model Extra
40 kg - 88 lb
50 kg - 110 lb
(*) De driefasige uitvoeringen worden geleverd met een voedingskabel zonder stekker; wend u voor de montage van dit
component tot een gEKwalIFIcEErd ElEKtrIcIEn (zie de handlEIdIng - vEIlIghEIdsMEdEdElIngEn).
(**) Dit model mag uitsluitend worden gebruikt met elektrische installaties met een geïnstalleerd vermogen van minimaal 3,5kW.
(***) Metingen verricht in overeenstemming met EN 60335-2-79.
De eigenschappen en technische gegevens zijn indicatief. De fabrikant behoudt zich het recht voor de noodzakelijke
wijzigingen aan het toestel te verrichten.
76
BESCHRIJVING VAN DE COMPONENTEN
Raadpleeg de
aFBEEldIngEn 1, 2, 3, 4, 6
en
7
.
1. Hoofdschakelaar
2. Identicatieplaatje. Bevat het serienummer en de
belangrijkste technische eigenschappen
3. Waarschuwingsplaatje “De handleiding voor het
gebruik van de hogedrukreiniger lezen
4. Waarschuwingsplaatje. Informeert over de
restrisicos: het is verboden personen, dieren,
elektrische apparatuur en de hogedrukreiniger te
reinigen. Deelt mee dat de machine niet geschikt
is voor de aansluiting op het drinkwaternet (als u
de machine op het drinkwaternet wilt aansluiten,
moet u een terugstroombeveiliger type
BA
installeren, deze kunt u verkrijgen bij uw verkoper)
5. Slangoproller
6. Druk regelknop
7. Opbergruimte waterpistool / slang spuitlans
8. Manoeuvreer- en draaghendel.
9. Handgreep hendel.
10. Steun kabeloproller
11. Schroef steun kabeloproller.
12. Handwiel bevestiging hendel.
13. Waterpistool
14. Leiding van de spuitlans
15. Vernevelkop
16. Pal veiligheidshendel waterpistool
17. Hendel waterpistool
18. Aansluiting waterpistool G3/8” (model Classic)
19. Aansluiting waterpistool G3/8” met swivel (model
Extra)
20. Hogedrukleiding
21. Aansluiting hogedrukleiding (zijde waterpistool)
22. Snelaansluiting hogedrukleiding (zijde pomp)
23. Externe reinigingsmiddel aanzuigleiding
24. Filter externe reinigingsmiddel aanzuigleiding
25. Verbinding externe reinigingsmiddel aanzuigleiding
26. Zwengel slangoproller
27. Knop vergrendeling slangoproller
28. Voedingskabel
29. Verbinding watertoevoer
30. Filter watertoevoer
31. Pakking snelkoppeling watertoevoer
32. Snelkoppeling watertoevoer
33. Verbindingsslang tussen verbinding waterafvoer en
slangoproller
34. Drukindicator
35. Olie peilglas
36. Professionele vernevelaar met vaste straalbreedte
37. Naald reiniging vernevelaar
38. Terugstroombeveiliger type
BA
(niet meegeleverd)
39. Doseerdop reinigingsmiddeltank
40. Reinigingsmiddeltank
41. Ontgrendelmechanisme reinigingsmiddeltank
42. Reinigingsmiddel aanzuigleiding
43. Externe aansluiting aanzuiging reinigingsmiddel uit
tank
44. Externe dop aanzuiging reinigingsmiddel
45. Drukregelaar (uitsluitend Extra TSR)
VEILIGHEIDSINRICHTINGEN
Ampèrometrische beveiliging.
Deze beveiliging onderbreekt de functionering van de hogedrukreiniger als te veel elektrische stroom
wordt opgenomen.
Pas bij een activering de volgende procedure toe:
- plaats de hoofdschakelaar (1) op “0” en haal de stekker uit het stopcontact;
- druk de hendel (17) van de waterpistool (13) in zodat eventuele resterende druk wordt afgelaten;
- wacht 10÷15 minuten zodat de hogedrukreiniger kan afkoelen;
- controleer of de voorschriften voor de aansluiting op het elektriciteitsnet zijn nageleefd (zie
de
HANDLEIDING  VEILIGHEIDSMEDEDELINGEN
); dit geldt met name voor het gebruikte
verlengsnoer;
- steek de stekker weer in het stopcontact en herhaal de startprocedure beschreven in de paragraaf
“FUNCTIONERING”
.
• Begrenzingsklep/drukregelklep.
Met deze klep, geijkt door de fabrikant, kunt u met de draaiknop (6) de bedrijfsdruk regelen. Dankzij
de klep kan de gepompte vloeistof naar de aanzuiging van de pomp terugstromen. Hierdoor wordt
het ontstaan van gevaarlijke druk vermeden als u de waterpistool afsluit of als u een druk hoger dan
de toegestane maximum limieten probeert in te stellen.
Vergrendeling hendel waterpistool.
De veiligheidspal (16) waarmee u de hendel (17) van de waterpistool (13) in de gesloten stand kunt
vergrendelen om de ongewenste activering te vermijden
(aFB. 3, posItIE s)
.
77
NL
STANDAARD UITRUSTING
Controleer of in de verpakking van het product de volgende voorwerpen bevat:
• hogedrukreiniger;
hogedruktoevoerleiding met snelaansluiting (model Classic);
complete slangoproller (model Extra);
• waterpistool;
spuitpistool met drukregelaar (uitsluitend Extra TSR);
leiding van de spuitlans;
professionele vernevelaar met vaste straalbreedte;
kit snelkoppeling watertoevoer;
kit externe reinigingsmiddel aanzuigleiding;
manoeuvreer- en draaghendel (model Classic);
hendel bevestigingskit (model Classic);
handleiding - veiligheidsmededelingen;
handleiding - gebruik en onderhoud;
• garantiebewijs;
gids servicecentra;
• CE-conformiteitsverklaring;
naald reiniging vernevelaar.
Wend u in het geval van problemen tot de verkoper of een erkend servicecentrum.
OPTIONELE ACCESSOIRES
U kunt de standaard accessoires van de hogedrukreiniger uitbreiden met het volgende assortiment
accessoires:
terugstroombeveiliger type
BA
: verplicht voor de aansluiting op het drinkwaternet.
zandstraalspuit: ideaal voor het polijsten van oppervlakken, het verwijderen van roest, lak, afzettingen,
enz.;
leiding spoelmeter: speciaal ontwikkeld om leidingen en slangen te ontstoppen;
spuitlans roterende vernevelaar: speciaal ontwikkeld voor het verwijderen van hardnekkig vuil;
schuimspuitlans: speciaal ontwikkeld voor een doeltreendere verspreiding van het reinigingsmiddel;
verschillende spuitlansen en vernevelaars.
INSTALLATIE  DE ACCESSOIRES MONTEREN
Breng de steun van de kabeloproller (10) aan op het plaatstalen plaatje van de hendel (8) en zet hem
vast met de zelfborgende schroef (11).
handElIng a van aFB. 2.
Breng de hendel (8) aan op de stalen buizen die uit de machine steken en zet hem met de meegeleverde
kit vast; draai de handwielen (12) aan op de moeren in hun zittingen die in de hendel zijn aangebracht
.
handElIng B van aFB. 2.
Sluit op het model Classic de snelaansluiting (22) van de leiding (20) aan op de verbinding van de
waterafvoer.
handElIng g van aFB. 5.
Draai op het model Classic de verbinding (21) van de hogedrukleiding op het schroefdraad (18) van
de waterpistool (13) en draai hem helemaal vast met twee steeksleutels 22 mm (niet meegeleverd).
handElIng F van aFB. 5.
Draai op het model Extra de verbinding van de hogedrukleiding op het schroefdraad (19) van de
waterpistool (13) en draai hem helemaal vast met twee steeksleutels 22 mm (niet meegeleverd).
handElIng l van aFB. 6.
Breng het lter (30) aan op de aansluiting van de watertoevoer (29). Breng de pakking (31) aan op de
snelkoppeling van de watertoevoer (32) en draai hem op de verbinding (29) vast.
handElIng d van aFB.4.
78
FUNCTIONERING  VOORBEREIDENDE HANDELINGEN
Breng de hogedrukreiniger naar de werkplaats.
Deze machine kan verticaal
(aFB. 2, IndIcatIE a”) of horizontaal (aFB. 2, IndIcatIE b”) worden gebruikt.
Voor continu en intensief gebruik gedurende meerdere uren per dag wordt het horizontale
gebruik aanbevolen.
Rol in het geval van het model Classic de hogedrukleiding (20) helemaal uit.
• Ontgrendel het mechanisme als u beschikt over een machine met slangoproller (5) door de knop (27)
linksom te draaien; rol de vereiste hoeveelheid slang af door de slangoproller met de zwengel (26)
rechtsom te laren draaien; vergrendel vervolgens het mechanisme door de knop (27) rechtsom te
draaien.
Bevestig met behulp van een standaard tuinslangaansluiting aan de snelkoppeling van de
watertoevoer(32) een toevoerslang met een inwendige diameter van 19 mm/0,75 in.
handElIng h van
aFB. 5.
Open het kraantje, controleer of er geen water druppelt;
- als u de machine aansluit op het drinkwaternet is in overeenstemming met de norm EN 12729 de
installatie verplicht van een terugstroombeveiliger type
BA
(38), deze kunt verkrijgen bij uw verkoper
(zIE aFB. 6)
. Raadpleeg de desbetreende handleiding voor het gebruik ervan;
- stop de aanzuigslang in de tank als u een pomptank gebruikt; controleer of de verticale afstand
tussen het waterpeil en de pomp niet groter is dan 1,5 m (4,9 ft).
handElIng M van aFB. 6.
Controleer of de hoofdschakelaar (1) is geplaatst op “0” en steek de stekker in het stopcontact.
handElIngI
van aFB. 5.
Plaats de hoofdschakelaar (1) op “1”.
• Druk de hendel (17) van de waterpistool in en wacht tot een continue stroom water naar buiten wordt
gespoten.
Plaats de hoofdschakelaar (1) op “0” en sluit de leiding van de spuitlans (14) aan op de waterpistool(13),
draai hem helemaal vast.
handElIng E van aFB. 5.
STANDAARD FUNCTIONERING MET HOGE DRUK
• Controleer of de vernevelkop (15) niet op de reinigingsmiddel afgifte-stand is geplaatst (zie tevens de
paragraaf
“FUNCTIONERING MET REINIGINGSMIDDEL
).
Start de hogedrukreiniger door de hoofdschakelaar (1) op “1” te plaatsen.
Druk op de hendel (17) van de waterpistool. Controleer of de straal gelijkmatig uit de vernevelaar wordt
gespoten en er geen water druppelt.
Stel, indien noodzakelijk, de druk af met behulp van de druk regelknop (6). Draai de knop rechtsom,
de druk neemt toe; draai de knop linksom, de druk neemt af.
De drukwaarde kan worden gewijzigd met de regelaar (45) van de spuitpistool (13), zie
handElIngh van
aFB.3 om de druk te verhogen, of zie handElIngl van aFB.3 om de druk te verlagen (uitsluitend Extra
TSR).
De drukwaarde kan van de drukaanwijzer (34) worden afgelezen.
FUNCTIONERING MET REINIGINGSMIDDEL
De aanbevolen reinigingsmiddelen zijn meer dan 90% biologisch afbreekbaar.
Raadpleeg voor het gebruik van het reinigingsmiddel het etiket op de verpakking.
Plaats de hoofdschakelaar (1) op “0”.
Verieer of de drukregelaar (45) om de maximumdruk is ingesteld.
handElIngh van aFB.3 (uitsluitend
Extra TSR).
Bij aanzuiging vanuit de tank van de hogedrukreiniger (40), verwijder de dop (39) en zorg ervoor dat de
vloeistof niet overloopt (maximum inhoud 3,5 l/ 0,92 US gal); vul de tank met de gewenste aangelengde
vloeistof.
Maak de reinigingsmiddeltank (40) vervolgens goed schoon; u kunt hem van zijn plaats verwijderen
door het mechanisme (41) linksom te laten draaien.
handElIng n van aFB. 7.
Pas voor de hermontage de
omgekeerde procedure toe.
79
NL
Bij aanzuiging vanuit een externe tank (
aFB. 7 - IndIcatIE
“a”
),
verwijder de dop (44) en breng op de
aansluiting (43) de verbinding (25) aan van de externe reinigingsmiddel aanzuigleiding (23) zie
aFB.7 -
IndIcatIE
b”; breng het andere uiteinde van de leiding (23) met lter (24) aan in de externe tank die u al
met de gewenste aangelengde vloeistof heeft gevuld: ook in dit geval raden we u aan de aanbevolen
dosering vermeld op de verpakking van het reinigingsmiddel in acht te nemen.
Draai aan de vernevelkop (15) zoals is aangegeven in
aFB. 3 - IndIcatIE
“a”.
• Start de hogedrukreiniger door de hoofdschakelaar (1) op “1” te plaatsen en druk de hendel (17) in; de
aanzuiging en de menging vinden automatisch tijdens de passage van het water plaats.
Draai aan de draaiknop van de dop van de reinigingsmiddel (39) tot de gewenste hoeveelheid product
wordt afgegeven.
Onderbreek de afgifte van het reinigingsmiddel en hervat de functionering bij hoge druk, breng
de hogedrukreiniger tot stilstand door de hoofdschakelaar (1) op “0” te plaatsen en draai aan de
vernevelkop (15), zie
aFB. 3 - IndIcatIE
b”.
DE FUNCTIONERING ONDERBREKEN
Door de hendel (17) van het spuitpistool los te laten wordt de hogedrukstraal onderbroken en activeert
de hogedrukreiniger de bypass-werking. De hogedrukreiniger komt nu onmiddellijk tot stilstand
(uitsluitend modellen K250 TSI), d.w.z. na ongeveer 13 seconden in deze status (uitsluitend modellen
K250 TSR).
De waterreiniger hervat zijn normale werking als de hendel van het spuitpistool weer wordt ingedrukt.
LET OP
Breng de veiligheidspal (16) aan als u de afgifte moet onderbreken en het waterpistool moet neerleggen
zonder dat u de machine uitschakelt.
handElIng s van aFB.3.
UITSCHAKELEN
Sluit het kraantje (of haal de aanzuigleiding uit de pomptank).
Verwijder het water uit de hogedrukreiniger door de hendel (17) van de waterpistool een aantal
seconden in te drukken.
Plaats de hoofdschakelaar (1) op “0”.
Haal de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact.
Laat de resterende druk in de hogedrukleiding af door de hendel (17) van de waterpistool een aantal
seconden ingedrukt te houden.
Wacht tot de hogedrukreiniger is afgekoeld.
OPBERGEN
Wikkel in het geval van het model Classic de hogedrukleiding (20) voorzichtig op, vermijd daarbij
verbuigingen.
• Ontgrendel het mechanisme als u beschikt over een machine met slangoproller (5) door de knop(27)
linksom te draaien; rol de hogedrukleiding netjes op waarbij u verbuigingen vermijdt door de
slangoproller met de zwengel (26) linksom te laten draaien; vergrendel vervolgens het mechanisme
door de knop (27) rechtsom te draaien.
Rol zorgvuldig de voedingskabel (28) op om de steun (10).
Berg de hogedrukreiniger op een droge en schone plaats op. Zorg ervoor dat u de voedingskabel en
de hogedrukleiding niet beschadigt.
NORMAAL ONDERHOUD
Verricht de handelingen beschreven in de paragraaf
“UITSCHAKELEN”
en neem de aanwijzingen van
de volgende tabel in acht.
80
ONDERHOUDSINTERVAL HANDELING
Bij ieder gebruik De voedingskabel, de hogedrukleiding, de verbindingen, de waterpistool
en de leiding van de spuitlans controleren.
De hogedrukreiniger niet gebruiken als een of meer onderdelen schade
vertonen en contact opnemen met een Gespecialiseerd Technicus.
Wekelijks Het lter op de watertoevoer (30) reinigen.
De snelkoppeling (32) losdraaien en het lter (30) uitnemen.
handElIngc
van aFB. 4. Normaal gesproken is het voor het reinigen van het filter
voldoende dat u het onder stromend water schoon spoelt of met perslucht
schoon blaast. Bij hardnekkig vuil antikalkmiddel gebruiken of het lter
vervangen. Wend u voor reserveonderdelen tot een erkend servicecentrum.
Het filter hermonteren en de snelkoppeling weer vastdraaien.
Maandelijks De vernevelaar reinigen.
Normaal gesproken is het voor de reiniging voldoende dat u met
de meegeleverde naald (37) de opening van de vernevelaar (36)
schoonmaakt. Als dit niet voldoende is, vervang de vernevelaar. Wend u voor
reserveonderdelen tot een erkend servicecentrum. De vernevelaar kunt u
vervangen met een sleutel 14 mm (niet meegeleverd).
Het lter op de reinigingsmiddel (24) reinigen.
Normaal gesproken is het voor het reinigen van het lter voldoende dat u
het onder stromend water schoon spoelt of met perslucht schoon blaast.
Bij hardnekkig vuil antikalkmiddel gebruiken of het lter vervangen. Wend
u voor reserveonderdelen tot een erkend servicecentrum.
NB: het lter op de aanzuiging van reinigingsmiddel dat in afbeelding 25 is
afgebeeld is identiek aan het lter in de tank (40), en is op de doseerdop(39)
aangesloten.
Het oliepeil in de pomp controleren.
Plaats de hogedrukreiniger horizontaal
(aFB. 8) en controleer het peil door
het peilglas. Wend u voor het bijvullen van de olie tot een Gespecialiseerd
Technicus.
BUITENGEWOON ONDERHOUD
Het buitengewone onderhoud mag uitsluitend aan de hand van de onderstaande tabel (indicatieve
gegevens) worden verricht door een Gespecialiseerd Technicus.
ONDERHOUDSINTERVAL HANDELING
Elke 200 uur Het hydraulische (water) circuit van
de pomp controleren.
De bevestiging van de pomp
controleren.
Elke 500 uur • De olie in de pomp verversen.
De kleppen voor de aanzuiging/
toevoer van de pomp controleren.
De bevestiging van de schroeven van
de pomp controleren.
De regelklep van de pomp
controleren.
De veiligheidsinrichtingen
controleren.
81
NL
STORINGEN, OORZAKEN EN OPLOSSINGEN
STORINGEN OORZAKEN OPLOSSINGEN
De hogedrukreiniger
functioneert niet als de
hoofdschakelaar (1) op "1"
wordt geplaatst.
De veiligheidsinrichting van de
installatie waar de hogedrukreiniger
op is aangesloten heeft ingegrepen
(zekering, differentieelschakelaar,
enz.).
Herstel de veiligheidsinrichting.
De hogedrukreiniger niet gebruiken als de
veiligheidsinrichting wederom ingrijpt en
contact opnemen met een Gespecialiseerd
Technicus.
Stekker verkeerd in het stopcontact
gestoken.
Haal de stekker uit het stopcontact en steek
hem er juist in.
De hogedrukreiniger trilt
veel en maakt veel geluid.
Filter op watertoevoer (30) vuil. Neem de aanwijzingen in acht van de paragraaf
“NORMAAL ONDERHOUD”
.
Luchtaanzuiging. Controleren of het aanzuigcircuit heel is.
Onvoldoende watertoevoer of het
water wordt op een te grote diepte
aangezogen.
Controleren of het kraantje helemaal geopend
is en of het debiet van het waterleidingnet
of de pompdiepte overeenstemmen met de
gegevens van de paragraaf
“FUNCTIONERING
 VOORBEREIDENDE HANDELINGEN”
aFB.
6 -
handElIng M.
De maximum druk van de
hogedrukreiniger is niet
mogelijk.
Drukregelaar (45) van het
spuitpistool (13) ingesteld op een
lagere drukwaarde.
Draai de regelaar helemaal om volgens
handElIng h van aFB. 3.
De regelklep is op een lagere
drukwaarde dan de maximum
drukwaarde ingesteld.
De regelknop (6) rechtsom draaien.
De vernevelkop (15) is op de
stand lage druk geplaatst
aFB. 3 -
IndIcatIE“a”.
De vernevelkop gebruiken als is aangegeven
in
aFB. 3- IndIcatIE “b”.
De vernevelaar (36) is versleten. Neem de aanwijzingen in acht van de
paragraaf
“NORMAAL ONDERHOUD”
voor
het vervangen van de vernevelaar.
Onvoldoende watertoevoer of het
water wordt op een te grote diepte
aangezogen.
Controleren of het kraantje helemaal geopend
is en of het debiet van het waterleidingnet
of de pompdiepte overeenstemmen met de
gegevens van de paragraaf
“FUNCTIONERING
VOORBEREIDENDE HANDELINGEN”
aFB. 6
-
handElIng M.
De terugstroombeveiliger type
BA
functioneert niet normaal
Zie de tabel in de desbetreende handleiding
(wordt vervolgd op de volgende pagina)
82
STORINGEN OORZAKEN OPLOSSINGEN
Het reinigingsmiddel
wordt slecht aangezogen.
De vernevelkop (15) is niet op de
stand lage druk geplaatst
aFB. 3 -
IndIcatIE “b”.
De vernevelkop gebruiken als is aangegeven
in
aFB. 3 - IndIcatIE “a”.
Drukregelaar (45) ingesteld op
een drukwaarde lager dan de
maximumdruk (uitsluitend Extra
TSR).
Herstel de maximumdruk.
handElIng h van
aFB.3 (uitsluitend Extra TSR).
De regelknop van het
reinigingsmiddel (39) staat
onvoldoende open.
Draai de knop rechtsom
Na het gebruik met een externe tank
is de dop (44) verkeerd aangebracht.
Breng de dop correct aan
Reinigingsmiddel aanzuiglter (24)
verstopt.
Neem de aanwijzingen in acht van de paragraaf
“NORMAAL ONDERHOUD”.
Het gebruikte reinigingsmiddel is
te viskeus.
Een van de door de fabrikant aanbevolen
reinigingsmiddelen gebruiken en aanlengen
volgens de aanwijzingen van het etiket.
Uit de vernevelaar spuit
geen water.
Geen water. Controleren of het kraantje geopend is of
controleren of de aanzuigleiding water kan
opzuigen.
De terugstroombeveiliger type
BA
functioneert niet normaal
Zie de tabel in de desbetreende handleiding
Te grote pompdiepte. Controleren of de pompdiepte overeenstemt
met de aanwijzingen van de paragraaf
"FUNCTIONERING  VOORBEREIDENDE
HANDELINGEN"
aFB. 6 - handElIng M.
Vernevelaar verstopt. Neem de aanwijzingen in acht van de paragraaf
“NORMAAL ONDERHOUD”
voor het reinigen
en/of vervangen van de vernevelaar.
De hogedrukreiniger komt
tijdens de functionering
tot stilstand.
De veiligheidsinrichting van de
installatie waar de hogedrukreiniger
op is aangesloten heeft ingegrepen
(zekering, differentieelschakelaar,
enz.).
Herstel de veiligheidsinrichting.
De hogedrukreiniger niet gebruiken als de
veiligheidsinrichting wederom ingrijpt en
contact opnemen met een Gespecialiseerd
Technicus.
De ampèrometrische beveiliging
heeft ingegrepen.
Neem de aanwijzingen in acht van de paragraaf
“VEILIGHEIDSINRICHTINGEN”
.
De waterreiniger start
spontaan uit een Total
Stop-conditie.
Het toevoercircuit lekt en/of
druppelt.
Controleren of het toevoercircuit heel is.
De motor zoemt maar
start niet als aan de
hoofdschakelaar (1) wordt
gedraaid.
Elektrische installatie en/of
verlengsnoer ongeschikt.
Controleren of de voorschriften voor de
aansluiting op het elektriciteitsnet
zijn nageleefd (zie de
HANDLEIDING 
VEILIGHEIDSMEDEDELINGEN
); dit geldt met
name voor het gebruikte verlengsnoer.

Documenttranscriptie

NL LET OP VERTALING VAN DE ORIGINELE AANWIJZINGEN Lees de INSTRUCTIEHANDLEIDING en neem de voorschriften in acht - VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN. EIGENSCHAPPEN EN TECHNISCHE GEGEVENS 10.150 12.130 11.160 ELEKTRISCHE AANSLUITING Voedingsnet (*) 230 V - 1~ - 50 Hz Opgenomen vermogen 2,9 kW 13.190 3,3 kW (**) 5,0kW 16 A WATERAANSLUITING Maximum temperatuur toevoerwater 60 °C - 140 °F Minimum temperatuur toevoerwater 5 °C - 41 °F 750 l/h 198 US gph 900 l/h 238 US gph Maximum druk toevoerwater 820 l/h 217 US gph 970 l/h 256 US gph 1120 l/h 296 US gph 820 l/h 217 US gph 0,8 MPa - 8 bar - 116 psi Maximum pompdiepte PRESTATIES Maximum debiet 11.210 400 V - 3~ - 50 Hz Zekering Minimum debiet toevoerwater 15.170 1,5 m - 4,9 ft 10 l/min 600 l/h 159 US gph 12 l/min 720 l/h 190 US gph 11 l/min 660 l/h 174 US gph 13 l/min 780 l/h 206 US gph 15 l/min 900 l/h 238 US gph 11 l/min 660 l/h 174 US gph Maximum druk 15 MPa 150 bar 2176 psi 13 MPa 130 bar 1885 psi 16 MPa 160 bar 2321 psi 19 MPa 190 bar 2756 psi 17 MPa 170 bar 2466 psi 21 MPa 210 bar 3046 psi Reactiekracht op waterpistool 28,9 N 32,2 N 32,8 N 42,2 N 46,1 N 37,6 N Geluidsdrukniveau - onzeker (***) Geluidsvermogenniveau Trillingen hand-arm bediener - onzeker (***) GEWICHT EN AFMETINGEN Lengte x breedte x hoogte Gewicht model Classic model Extra NL 73,2 dB(A) - 0,8 dB(A) 84 dB(A) 2,25 m/s² - 0,24 m/s² 520 x 430 x 930 mm - (20,5 x 16,9 x 36,6 in) 40 kg - 88 lb 50 kg - 110 lb (*) De driefasige uitvoeringen worden geleverd met een voedingskabel zonder stekker; wend u voor de montage van dit component tot een Gekwalificeerd Elektricien (zie de Handleiding - Veiligheidsmededelingen). (**) Dit model mag uitsluitend worden gebruikt met elektrische installaties met een geïnstalleerd vermogen van minimaal 3,5 kW. (***) Metingen verricht in overeenstemming met EN 60335-2-79. De eigenschappen en technische gegevens zijn indicatief. De fabrikant behoudt zich het recht voor de noodzakelijke wijzigingen aan het toestel te verrichten. 75 BESCHRIJVING VAN DE COMPONENTEN Raadpleeg de afbeeldingen 1, 2, 3, 4, 6 en 7. 1. Hoofdschakelaar 2. Identificatieplaatje. Bevat het serienummer en de belangrijkste technische eigenschappen 3. Waarschuwingsplaatje “De handleiding voor het gebruik van de hogedrukreiniger lezen 4. Waarschuwingsplaatje. Informeert over de restrisico’s: het is verboden personen, dieren, elektrische apparatuur en de hogedrukreiniger te reinigen. Deelt mee dat de machine niet geschikt is voor de aansluiting op het drinkwaternet (als u de machine op het drinkwaternet wilt aansluiten, moet u een terugstroombeveiliger type BA installeren, deze kunt u verkrijgen bij uw verkoper) 5. Slangoproller 6. Druk regelknop 7. Opbergruimte waterpistool / slang spuitlans 8. Manoeuvreer- en draaghendel. 9. Handgreep hendel. 10. Steun kabeloproller 11. Schroef steun kabeloproller. 12. Handwiel bevestiging hendel. 13. Waterpistool 14. Leiding van de spuitlans 15. Vernevelkop 16. Pal veiligheidshendel waterpistool 17. Hendel waterpistool 18. Aansluiting waterpistool G3/8” (model Classic) 19. Aansluiting waterpistool G3/8” met swivel (model Extra) 20. Hogedrukleiding 21. Aansluiting hogedrukleiding (zijde waterpistool) 22. Snelaansluiting hogedrukleiding (zijde pomp) 23. Externe reinigingsmiddel aanzuigleiding 24. Filter externe reinigingsmiddel aanzuigleiding 25. Verbinding externe reinigingsmiddel aanzuigleiding 26. Zwengel slangoproller 27. Knop vergrendeling slangoproller 28. Voedingskabel 29. Verbinding watertoevoer 30. Filter watertoevoer 31. Pakking snelkoppeling watertoevoer 32. Snelkoppeling watertoevoer 33. Verbindingsslang tussen verbinding waterafvoer en slangoproller 34. Drukindicator 35. Olie peilglas 36. Professionele vernevelaar met vaste straalbreedte 37. Naald reiniging vernevelaar 38. Terugstroombeveiliger type BA (niet meegeleverd) 39. Doseerdop reinigingsmiddeltank 40. Reinigingsmiddeltank 41. Ontgrendelmechanisme reinigingsmiddeltank 42. Reinigingsmiddel aanzuigleiding 43. Externe aansluiting aanzuiging reinigingsmiddel uit tank 44. Externe dop aanzuiging reinigingsmiddel 45. Drukregelaar (uitsluitend Extra TSR) VEILIGHEIDSINRICHTINGEN • Ampèrometrische beveiliging. Deze beveiliging onderbreekt de functionering van de hogedrukreiniger als te veel elektrische stroom wordt opgenomen. Pas bij een activering de volgende procedure toe: - plaats de hoofdschakelaar (1) op “0” en haal de stekker uit het stopcontact; - druk de hendel (17) van de waterpistool (13) in zodat eventuele resterende druk wordt afgelaten; - wacht 10÷15 minuten zodat de hogedrukreiniger kan afkoelen; - controleer of de voorschriften voor de aansluiting op het elektriciteitsnet zijn nageleefd (zie de HANDLEIDING - VEILIGHEIDSMEDEDELINGEN); dit geldt met name voor het gebruikte verlengsnoer; - steek de stekker weer in het stopcontact en herhaal de startprocedure beschreven in de paragraaf “FUNCTIONERING”. • Begrenzingsklep/drukregelklep. Met deze klep, geijkt door de fabrikant, kunt u met de draaiknop (6) de bedrijfsdruk regelen. Dankzij de klep kan de gepompte vloeistof naar de aanzuiging van de pomp terugstromen. Hierdoor wordt het ontstaan van gevaarlijke druk vermeden als u de waterpistool afsluit of als u een druk hoger dan de toegestane maximum limieten probeert in te stellen. • Vergrendeling hendel waterpistool. De veiligheidspal (16) waarmee u de hendel (17) van de waterpistool (13) in de gesloten stand kunt vergrendelen om de ongewenste activering te vermijden (Afb. 3, positie S). 76 STANDAARD UITRUSTING Controleer of in de verpakking van het product de volgende voorwerpen bevat: • hogedrukreiniger; • hogedruktoevoerleiding met snelaansluiting (model Classic); • complete slangoproller (model Extra); • waterpistool; • spuitpistool met drukregelaar (uitsluitend Extra TSR); • leiding van de spuitlans; • professionele vernevelaar met vaste straalbreedte; • kit snelkoppeling watertoevoer; • kit externe reinigingsmiddel aanzuigleiding; • manoeuvreer- en draaghendel (model Classic); • hendel bevestigingskit (model Classic); • handleiding - veiligheidsmededelingen; • handleiding - gebruik en onderhoud; • garantiebewijs; • gids servicecentra; • CE-conformiteitsverklaring; • naald reiniging vernevelaar. Wend u in het geval van problemen tot de verkoper of een erkend servicecentrum. OPTIONELE ACCESSOIRES U kunt de standaard accessoires van de hogedrukreiniger uitbreiden met het volgende assortiment accessoires: • terugstroombeveiliger type BA: verplicht voor de aansluiting op het drinkwaternet. • zandstraalspuit: ideaal voor het polijsten van oppervlakken, het verwijderen van roest, lak, afzettingen, enz.; • leiding spoelmeter: speciaal ontwikkeld om leidingen en slangen te ontstoppen; • spuitlans roterende vernevelaar: speciaal ontwikkeld voor het verwijderen van hardnekkig vuil; • schuimspuitlans: speciaal ontwikkeld voor een doeltreffendere verspreiding van het reinigingsmiddel; • verschillende spuitlansen en vernevelaars. NL INSTALLATIE - DE ACCESSOIRES MONTEREN • Breng de steun van de kabeloproller (10) aan op het plaatstalen plaatje van de hendel (8) en zet hem vast met de zelfborgende schroef (11). handeling A van afb. 2. • Breng de hendel (8) aan op de stalen buizen die uit de machine steken en zet hem met de meegeleverde kit vast; draai de handwielen (12) aan op de moeren in hun zittingen die in de hendel zijn aangebracht. handeling B van afb. 2. • Sluit op het model Classic de snelaansluiting (22) van de leiding (20) aan op de verbinding van de waterafvoer. handeling G van afb. 5. • Draai op het model Classic de verbinding (21) van de hogedrukleiding op het schroefdraad (18) van de waterpistool (13) en draai hem helemaal vast met twee steeksleutels 22 mm (niet meegeleverd). handeling F van afb. 5. • Draai op het model Extra de verbinding van de hogedrukleiding op het schroefdraad (19) van de waterpistool (13) en draai hem helemaal vast met twee steeksleutels 22 mm (niet meegeleverd). handeling L van afb. 6. • Breng het filter (30) aan op de aansluiting van de watertoevoer (29). Breng de pakking (31) aan op de snelkoppeling van de watertoevoer (32) en draai hem op de verbinding (29) vast. handeling D van afb. 4. 77 FUNCTIONERING - VOORBEREIDENDE HANDELINGEN • Breng de hogedrukreiniger naar de werkplaats. • Deze machine kan verticaal (afb. 2, indicatie “a”) of horizontaal (afb. 2, indicatie “b”) worden gebruikt. Voor continu en intensief gebruik gedurende meerdere uren per dag wordt het horizontale gebruik aanbevolen. • Rol in het geval van het model Classic de hogedrukleiding (20) helemaal uit. • Ontgrendel het mechanisme als u beschikt over een machine met slangoproller (5) door de knop (27) linksom te draaien; rol de vereiste hoeveelheid slang af door de slangoproller met de zwengel (26) rechtsom te laren draaien; vergrendel vervolgens het mechanisme door de knop (27) rechtsom te draaien. • Bevestig met behulp van een standaard tuinslangaansluiting aan de snelkoppeling van de watertoevoer (32) een toevoerslang met een inwendige diameter van 19 mm/0,75 in. handeling H van afb. 5. • Open het kraantje, controleer of er geen water druppelt; - als u de machine aansluit op het drinkwaternet is in overeenstemming met de norm EN 12729 de installatie verplicht van een terugstroombeveiliger type BA (38), deze kunt verkrijgen bij uw verkoper (zie afb. 6). Raadpleeg de desbetreffende handleiding voor het gebruik ervan; - stop de aanzuigslang in de tank als u een pomptank gebruikt; controleer of de verticale afstand tussen het waterpeil en de pomp niet groter is dan 1,5 m (4,9 ft). handeling M van afb. 6. • Controleer of de hoofdschakelaar (1) is geplaatst op “0” en steek de stekker in het stopcontact. handeling I van afb. 5. • Plaats de hoofdschakelaar (1) op “1”. • Druk de hendel (17) van de waterpistool in en wacht tot een continue stroom water naar buiten wordt gespoten. • Plaats de hoofdschakelaar (1) op “0” en sluit de leiding van de spuitlans (14) aan op de waterpistool (13), draai hem helemaal vast. handeling E van afb. 5. STANDAARD FUNCTIONERING (MET HOGE DRUK) • Controleer of de vernevelkop (15) niet op de reinigingsmiddel afgifte-stand is geplaatst (zie tevens de paragraaf “FUNCTIONERING MET REINIGINGSMIDDEL”). • Start de hogedrukreiniger door de hoofdschakelaar (1) op “1” te plaatsen. • Druk op de hendel (17) van de waterpistool. Controleer of de straal gelijkmatig uit de vernevelaar wordt gespoten en er geen water druppelt. • Stel, indien noodzakelijk, de druk af met behulp van de druk regelknop (6). Draai de knop rechtsom, de druk neemt toe; draai de knop linksom, de druk neemt af. • De drukwaarde kan worden gewijzigd met de regelaar (45) van de spuitpistool (13), zie handeling H van afb. 3 om de druk te verhogen, of zie handeling L van afb. 3 om de druk te verlagen (uitsluitend Extra TSR). • De drukwaarde kan van de drukaanwijzer (34) worden afgelezen. FUNCTIONERING MET REINIGINGSMIDDEL De aanbevolen reinigingsmiddelen zijn meer dan 90% biologisch afbreekbaar. Raadpleeg voor het gebruik van het reinigingsmiddel het etiket op de verpakking. • Plaats de hoofdschakelaar (1) op “0”. • Verifieer of de drukregelaar (45) om de maximumdruk is ingesteld. handeling H van afb. 3 (uitsluitend Extra TSR). • Bij aanzuiging vanuit de tank van de hogedrukreiniger (40), verwijder de dop (39) en zorg ervoor dat de vloeistof niet overloopt (maximum inhoud 3,5 l/ 0,92 US gal); vul de tank met de gewenste aangelengde vloeistof. • Maak de reinigingsmiddeltank (40) vervolgens goed schoon; u kunt hem van zijn plaats verwijderen door het mechanisme (41) linksom te laten draaien. handeling N van afb. 7. Pas voor de hermontage de 78 omgekeerde procedure toe. • Bij aanzuiging vanuit een externe tank (afb. 7 - indicatie “a”), verwijder de dop (44) en breng op de aansluiting (43) de verbinding (25) aan van de externe reinigingsmiddel aanzuigleiding (23) zie afb. 7 indicatie “b”; breng het andere uiteinde van de leiding (23) met filter (24) aan in de externe tank die u al met de gewenste aangelengde vloeistof heeft gevuld: ook in dit geval raden we u aan de aanbevolen dosering vermeld op de verpakking van het reinigingsmiddel in acht te nemen. • Draai aan de vernevelkop (15) zoals is aangegeven in afb. 3 - indicatie “a”. • Start de hogedrukreiniger door de hoofdschakelaar (1) op “1” te plaatsen en druk de hendel (17) in; de aanzuiging en de menging vinden automatisch tijdens de passage van het water plaats. • Draai aan de draaiknop van de dop van de reinigingsmiddel (39) tot de gewenste hoeveelheid product wordt afgegeven. • Onderbreek de afgifte van het reinigingsmiddel en hervat de functionering bij hoge druk, breng de hogedrukreiniger tot stilstand door de hoofdschakelaar (1) op “0” te plaatsen en draai aan de vernevelkop (15), zie afb. 3 - indicatie “b”. DE FUNCTIONERING ONDERBREKEN • Door de hendel (17) van het spuitpistool los te laten wordt de hogedrukstraal onderbroken en activeert de hogedrukreiniger de bypass-werking. De hogedrukreiniger komt nu onmiddellijk tot stilstand (uitsluitend modellen K250 TSI), d.w.z. na ongeveer 13 seconden in deze status (uitsluitend modellen K250 TSR). • De waterreiniger hervat zijn normale werking als de hendel van het spuitpistool weer wordt ingedrukt. LET OP • Breng de veiligheidspal (16) aan als u de afgifte moet onderbreken en het waterpistool moet neerleggen zonder dat u de machine uitschakelt. handeling S van afb. 3. UITSCHAKELEN • Sluit het kraantje (of haal de aanzuigleiding uit de pomptank). • Verwijder het water uit de hogedrukreiniger door de hendel (17) van de waterpistool een aantal seconden in te drukken. • Plaats de hoofdschakelaar (1) op “0”. • Haal de stekker van de voedingskabel uit het stopcontact. • Laat de resterende druk in de hogedrukleiding af door de hendel (17) van de waterpistool een aantal seconden ingedrukt te houden. • Wacht tot de hogedrukreiniger is afgekoeld. NL OPBERGEN • Wikkel in het geval van het model Classic de hogedrukleiding (20) voorzichtig op, vermijd daarbij verbuigingen. • Ontgrendel het mechanisme als u beschikt over een machine met slangoproller (5) door de knop (27) linksom te draaien; rol de hogedrukleiding netjes op waarbij u verbuigingen vermijdt door de slangoproller met de zwengel (26) linksom te laten draaien; vergrendel vervolgens het mechanisme door de knop (27) rechtsom te draaien. • Rol zorgvuldig de voedingskabel (28) op om de steun (10). • Berg de hogedrukreiniger op een droge en schone plaats op. Zorg ervoor dat u de voedingskabel en de hogedrukleiding niet beschadigt. NORMAAL ONDERHOUD Verricht de handelingen beschreven in de paragraaf “UITSCHAKELEN” en neem de aanwijzingen van de volgende tabel in acht. 79 ONDERHOUDSINTERVAL HANDELING • De voedingskabel, de hogedrukleiding, de verbindingen, de waterpistool en de leiding van de spuitlans controleren. De hogedrukreiniger niet gebruiken als een of meer onderdelen schade vertonen en contact opnemen met een Gespecialiseerd Technicus. • Het filter op de watertoevoer (30) reinigen. De snelkoppeling (32) losdraaien en het filter (30) uitnemen. handeling C van afb . 4. Normaal gesproken is het voor het reinigen van het filter voldoende dat u het onder stromend water schoon spoelt of met perslucht schoon blaast. Bij hardnekkig vuil antikalkmiddel gebruiken of het filter vervangen. Wend u voor reserveonderdelen tot een erkend servicecentrum. Het filter hermonteren en de snelkoppeling weer vastdraaien. • De vernevelaar reinigen. Normaal gesproken is het voor de reiniging voldoende dat u met de meegeleverde naald (37) de opening van de vernevelaar (36) schoonmaakt. Als dit niet voldoende is, vervang de vernevelaar. Wend u voor reserveonderdelen tot een erkend servicecentrum. De vernevelaar kunt u vervangen met een sleutel 14 mm (niet meegeleverd). • Het filter op de reinigingsmiddel (24) reinigen. Normaal gesproken is het voor het reinigen van het filter voldoende dat u het onder stromend water schoon spoelt of met perslucht schoon blaast. Bij hardnekkig vuil antikalkmiddel gebruiken of het filter vervangen. Wend u voor reserveonderdelen tot een erkend servicecentrum. NB: het filter op de aanzuiging van reinigingsmiddel dat in afbeelding 25 is afgebeeld is identiek aan het filter in de tank (40), en is op de doseerdop (39) aangesloten. • Het oliepeil in de pomp controleren. Plaats de hogedrukreiniger horizontaal (afb. 8) en controleer het peil door het peilglas. Wend u voor het bijvullen van de olie tot een Gespecialiseerd Technicus. Bij ieder gebruik Wekelijks Maandelijks BUITENGEWOON ONDERHOUD Het buitengewone onderhoud mag uitsluitend aan de hand van de onderstaande tabel (indicatieve gegevens) worden verricht door een Gespecialiseerd Technicus. ONDERHOUDSINTERVAL Elke 200 uur Elke 500 uur 80 HANDELING • Het hydraulische (water) circuit van • De bevestiging van de pomp de pomp controleren. controleren. • De regelklep van de pomp • De olie in de pomp verversen. • De kleppen voor de aanzuiging/ controleren. toevoer van de pomp controleren. • D e v e i l i g h e i d s i n r i c h t i n g e n • De bevestiging van de schroeven van controleren. de pomp controleren. STORINGEN, OORZAKEN EN OPLOSSINGEN STORINGEN OORZAKEN De veiligheidsinrichting van de installatie waar de hogedrukreiniger op is aangesloten heeft ingegrepen (zekering, differentieelschakelaar, enz.). Stekker verkeerd in het stopcontact gestoken. De hogedrukreiniger trilt Filter op watertoevoer (30) vuil. veel en maakt veel geluid. Luchtaanzuiging. Onvoldoende watertoevoer of het water wordt op een te grote diepte aangezogen. D e hogedruk reiniger functioneert niet als de hoofdschakelaar (1) op "1" wordt geplaatst. OPLOSSINGEN Herstel de veiligheidsinrichting. De hogedrukreiniger niet gebruiken als de veiligheidsinrichting wederom ingrijpt en contact opnemen met een Gespecialiseerd Technicus. Haal de stekker uit het stopcontact en steek hem er juist in. Neem de aanwijzingen in acht van de paragraaf “NORMAAL ONDERHOUD”. Controleren of het aanzuigcircuit heel is. Controleren of het kraantje helemaal geopend is en of het debiet van het waterleidingnet of de pompdiepte overeenstemmen met de gegevens van de paragraaf “FUNCTIONERING - VOORBEREIDENDE HANDELINGEN” 6 - handeling M. De maximum druk van de D r u k r e g e l a a r ( 4 5 ) v a n h e t hogedrukreiniger is niet spuitpistool (13) ingesteld op een lagere drukwaarde. mogelijk. De regelklep is op een lagere drukwaarde dan de maximum drukwaarde ingesteld. De vernevelkop (15) is op de stand lage druk geplaatst afb. 3 indicatie “a”. De vernevelaar (36) is versleten. afb . Draai de regelaar helemaal om volgens handeling H van afb. 3. De regelknop (6) rechtsom draaien. De vernevelkop gebruiken als is aangegeven in afb. 3 - indicatie “b”. Neem de aanwijzingen in acht van de paragraaf “NORMAAL ONDERHOUD” voor het vervangen van de vernevelaar. Onvoldoende watertoevoer of het Controleren of het kraantje helemaal geopend water wordt op een te grote diepte is en of het debiet van het waterleidingnet of de pompdiepte overeenstemmen met de aangezogen. gegevens van de paragraaf “FUNCTIONERING VOORBEREIDENDE HANDELINGEN” - handeling M. afb . NL 6 De terugstroombeveiliger type BA Zie de tabel in de desbetreffende handleiding functioneert niet normaal (wordt vervolgd op de volgende pagina) 81 STORINGEN OORZAKEN Het reinigingsmiddel De vernevelkop (15) is niet op de wordt slecht aangezogen. stand lage druk geplaatst afb. 3 indicatie “b”. Drukregelaar (45) ingesteld op een drukwaarde lager dan de maximumdruk (uitsluitend Extra TSR). De regelknop van het reinigingsmiddel (39) staat onvoldoende open. Na het gebruik met een externe tank is de dop (44) verkeerd aangebracht. Reinigingsmiddel aanzuigfilter (24) verstopt. Het gebruikte reinigingsmiddel is te viskeus. OPLOSSINGEN De vernevelkop gebruiken als is aangegeven in afb. 3 - indicatie “a”. Herstel de maximumdruk. handeling H Extra TSR). afb. 3 (uitsluitend van Draai de knop rechtsom Breng de dop correct aan Neem de aanwijzingen in acht van de paragraaf “NORMAAL ONDERHOUD”. Een van de door de fabrikant aanbevolen reinigingsmiddelen gebruiken en aanlengen volgens de aanwijzingen van het etiket. Uit de vernevelaar spuit Geen water. Controleren of het kraantje geopend is of geen water. controleren of de aanzuigleiding water kan opzuigen. De terugstroombeveiliger type BA Zie de tabel in de desbetreffende handleiding functioneert niet normaal Te grote pompdiepte. Controleren of de pompdiepte overeenstemt met de aanwijzingen van de paragraaf "FUNC TIONERING - VOORBEREIDENDE HANDELINGEN" afb. 6 - handeling M. Vernevelaar verstopt. De hogedrukreiniger komt De veiligheidsinrichting van de tijdens de functionering installatie waar de hogedrukreiniger op is aangesloten heeft ingegrepen tot stilstand. (zekering, differentieelschakelaar, enz.). De ampèrometrische beveiliging heeft ingegrepen. De waterreiniger start Het toevoercircuit lekt en/of spontaan uit een Total druppelt. Stop-conditie. De motor zoemt maar E l e k t r i s c h e i n s t a l l a t i e e n / o f star t niet als aan de verlengsnoer ongeschikt. hoofdschakelaar (1) wordt gedraaid. 82 Neem de aanwijzingen in acht van de paragraaf “NORMAAL ONDERHOUD” voor het reinigen en/of vervangen van de vernevelaar. Herstel de veiligheidsinrichting. De hogedrukreiniger niet gebruiken als de veiligheidsinrichting wederom ingrijpt en contact opnemen met een Gespecialiseerd Technicus. Neem de aanwijzingen in acht van de paragraaf “VEILIGHEIDSINRICHTINGEN”. Controleren of het toevoercircuit heel is. Controleren of de voorschriften voor de aansluiting op het elektriciteitsnet zijn nageleefd (zie de HANDLEIDING VEILIGHEIDSMEDEDELINGEN); dit geldt met name voor het gebruikte verlengsnoer.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156

Comet K 250 Handleiding

Type
Handleiding