Remote Automation Solutions MVS205 Multi-Variable Sensor Handleiding

Type
Handleiding
Instructies voor veilig gebruik — MVS205 September 2015
Remote Automation Solutions
Website: www.EmersonProcess.com/Remote
Onderdeel D301205X012
MVS205 multi-variabele sensor
Afbeelding 1. Label op de MVS205 multi-variabele sensor
Gebruik dit document met instructies voor veilig
gebruik samen met de apparaatspecifieke
handleidingen:
Instructiehandleiding ROC800-serie Remote
Operations Controller (onderdeel D301217X012)
Gebruikshandleiding ROCLINK™ 800-
configuratiesoftware (voor ROC800-serie) (onderdeel
D301250X012)
Instructiehandleiding FloBoss™ 107 Flow Manager
(onderdeel D301232X012)
Gebruiksaanwijzing ROCLINK 800-
configuratiesoftware (voor FloBoss 107) (onderdeel
D301249X012)
Instructiehandleiding FloBoss 103 en 104 Flow
Manager (onderdeel D301153X012)
Gebruiksaanwijzing ROCLINK 800-
configuratiesoftware (voor FB100-serie) (onderdeel
D301159X012)
Alle aandachtspunten en omschrijvingen met
betrekking tot de installatie en het verhelpen van
storingen vindt u in deze handleidingen.
Deze instructiehandleiding voor veilig gebruik beschrijft
de MVS205R, de remote-versie van de MVS205 multi-
variabele sensor. Alle verwijzingen naar de MVS205 in
deze instructiehandleiding voor veilig gebruik gelden
voor model MVS205R.
Speciale voorwaarden voor veilig gebruik van de
MVS205:
Het instrument bevat een dunwandig membraan.
Bij installatie, onderhoud en gebruik moet
rekening worden gehouden met de
omgevingsomstandigheden waaraan het
membraan onderworpen zal worden. Volg de
installatie- en onderhoudsinstructies van de
fabrikant nauwgezet op om veiligheid gedurende
de levensduur van het apparaat te garanderen.
Zorg dat kappen met schroefdraad ten minste 8
draadgangen zijn ingeschroefd.
LET OP
Controleer, als het apparaat in een gevaarlijke
omgeving wordt geïnstalleerd, of alle voor de
installatie gebruikte onderdelen geschikt zijn voor
gebruik in een dergelijke omgeving. Installatie en
onderhoud mogen alleen plaatsvinden als de
omgeving daarvoor geen gevaar oplevert.
Installatie in een gevaarlijke omgeving kan leiden
tot persoonlijk letsel of materiële schade.
LET OP
Schakel altijd eerst de stroom van de sensor uit voor
u werkzaamheden aan de bekabeling uitvoert. Het
bekabelen van ingeschakelde apparatuur kan tot
lichamelijk letsel of schade aan het apparaat leiden.
Schakel de stroom van het ROC- of FloBoss-
apparaat uit voordat u de MVS205-sensor installeert
of buiten werking stelt, om schade aan de sensor te
voorkomen.
Draai nooit de polariteit van de stroomkabels (+ en —)
om terwijl u werkt aan de bedrading van de Remote
MVS-apparaten anders kunnen er schakelingen in de
Remote MVS of elders beschadigd raken. Controleer
nogmaals op goede aansluitingen voordat u stroom
aansluit.
Neem bij werkzaamheden binnen in het apparaat
afdoende maatregelen om schade aan de
schakelingen door elektrostatische ontladingen te
voorkomen, bijvoorbeeld door een geaarde
polsband te dragen.
Overschrijd niet de maximale waarden voor de
verschildruk en de statische druk die zijn
aangegeven op het etiket van de MVS205-sensor.
Instructies voor veilig gebruik — MVS205 Pagina 2
Onderdeel D301205X012
Specificaties
VOEDING
Ingang bij 0 tot 75 °C: 8 tot 30 V dc, gemiddeld
245 mW. Ingang bij -40 tot 0 °C: 8,5 tot 30 V dc,
gemiddeld 245 mW. Geleverd door ROC/FloBoss.
OMGEVING
Bedrijfstemperatuur: —40 tot 75 °C.
Opslagtemperatuur: —50 tot 85 °C.
Vochtigheidsgraad bedrijf: 0 tot 99%, niet-
condenserend.
Immuniteit uitgestraalde/geleide emissies: Voldoet
aan eisen van IEC 61326 Elektrische apparatuur voor
gebruik op industriële locaties.
Uitgestraalde emissies: Voldoet aan EN 55022 klasse B
en ICES-003:1997 digitaal apparaat.
GEWICHT
Inclusief kop, 3,0 kg.
GOEDKEURINGEN
ATEX/IECEx
Beoordeeld volgens de onderstaande Europese
normen:
EN 60079—0 (2006).
EN 60079—1 (2007).
EN 61241—0 (2006)
EN 61241—1 (2004)
EN 60529 (2001).
Gecertificeerd door KEMA als model MVS205R.
Productmarkeringen voor gevaarlijke locaties:
Ex d IIB T5 (T
amb
=75 °C).
Ex tD A21 IP66 T85°C.
II 2 GD. 0081.
ATEX-cert KEMA 04ATEX2182 X
IEC-cert IECEx KEM 07.0055X
Voor het installeren, uitvoeren van onderhoud en
verhelpen van storingen aan het apparaat zijn de
volgende gereedschappen vereist:
Personal computer (pc) met Microsoft
®
Windows
®
2000 (met Service Pack 2), Windows Vista of
Windows 7.
ROCLINK™ 800-configuratiesoftware.
Kruiskopschroevendraaier.
Bladschroevendraaier.
Dopsleutel met binnenzeskant (3/8-inch).
Dopsleutel met binnenzeskant (7/16-inch).
Inbussleutel (3 mm).
1. Haal de MVS205-sensor uit de transportdoos.
2. Bepaal een geschikte plaats voor de MVS205-
sensor. Controleer alle vrije ruimte wanneer u een
installatielocatie kiest. Zorg voor voldoende ruimte
voor de bekabeling en het uitvoeren van
onderhoud.
3. De Coplanar™-flens op de onderzijde van de
MVS205-sensor maakt montage mogelijk op een
leidingsteun, wand, paneel of aan de
flensschroefgaten van een integrale
meetschijfmodule of verdelerklep.
De MVS205 kan worden gemonteerd op een paneel
of leiding (zie Afbeelding 3, Afbeelding 4 en Afbeelding
5)
met de optionele beugelset, die een L-vormige
beugel en een leidingklem omvat. De beugelset
wordt op de Coplanar-flens bij de drukconnector
bevestigd.
A Kapklem
B
Elektronicakop
C Drukconnector
D ½ - 14 NPT ingang veldbedrading
E
Locatie extern aardpunt
Afbeelding 2. MVS205 multi-variabele sensor
4. De procesdrukingangen worden verbonden met de
¼-18 NPT-aansluitingen op de onderzijde van de
MVS205 of op een daartussen geïnstalleerde
verdelerklep. U kunt de MVS205 ook direct op
flensschroefgaten monteren met een verdelerklep
of een integrale meetschijfmodule (niet
afgebeeld).
5. Gebruik de veldbedradingsingangen om de
bedrading binnen de elektronicakop van de MVS-
sensor te brengen. De metalen afdichtstoppen
moeten op hun plaats blijven zitten in ongebruikte
bedradingsingangen om de drukvastheid van de
behuizing te handhaven.
Kabelaansluiting
Het kabelinvoerinstrument moet een
typecertificering hebben voor een
explosiebeschermde, drukvaste behuizing “d”, die
geschikt is voor de gebruiksomstandigheden en
correct is geïnstalleerd. Gebruik bij
omgevingstemperaturen van meer dan 70 °C
kabels en kabelwartels die geschikt zijn voor ten
minste 90 °C.
C
B
A
E
D
Instructies voor veilig gebruik — MVS205 Pagina 3
Onderdeel D301205X01
2
Doorvoeraansluiting
Zorg voor een afdichting met de certificatie EEx d
(bijv. een doorvoerafsluiting met een uithardende
stof) direct naast de ingang van de klepbehuizing.
Bij omgevingstemperaturen van meer dan 70 °C
moeten de bedrading en uithardende stof in de
doorvoerafsluiting geschikt zijn voor ten minste
90 °C.
De blindstoppen in ongebruikte openingen
moeten de doorvoerstop van de fabrikant zijn of
van een gecertificeerd drukvast type dat geschikt
is voor de gebruiksomstandigheden en correct is
geïnstalleerd.
MVS205aa.dsf
71 mm
120 mm
156 mm
Afbeelding 3. Paneelmontage van de MVS205
MVS205a.dsf
I
N
E
X
P
L
O
S
I
V
E
A
T
M
O
S
P
H
E
R
E
-
K
E
E
P
T
I
G
H
T
W
H
E
N
C
I
R
C
U
I
T
A
L
I
V
E
-
-
W
A
R
N
I
N
G
-
90 mm
Afbeelding 4. Leidingmontage van de MVS205
(horizontale leiding)
MVS205ac.dsf
159 mm
Afbeelding 5. Leidingmontage van de MVS205
(verticale leiding)
6.
Om toegang te verkrijgen tot de aansluitklemmen
in de MVS-sensor verwijdert u de kapklem van de
sensor met een inbussleutel van 3 mm. Schroef
daarna de eindkap van de sensor los.
Via de interface-printplaat in de MVS205-
elektronicakop kan de MVS worden verbonden
met (gevoed worden via) en communiceren met
Instructies voor veilig gebruik — MVS205 Pagina 4
Onderdeel D301205X012
een ROC of FloBoss, door middel van een seriële
4-polige
EIA-485 (RS-485)-verbinding.
De vier geleiders moeten ten minste 22 AWG
zijn en kunnen maximaal 605 meter lang zijn.
Tabel 1. Aansluitklemmen MVS-interfacecircuit
Aansluitklem Gebruik
Aarde CS Aarde kast
Aarde DR Aarde afvoer
COMM A RX/TX+
COMM B RX/TX —
RTD REF RTD REF
RTD + RTD +
RTD — RTD —
RTD RET RTD RET
PWR + Voeding +
PWR — Voeding —
De aansluitklemmen in de MVS205-kop zijn net
zo gelabeld als de aansluitklemmen op het MVS-
aansluitblok in de ROC of FloBoss. Sluit de ROC
of FloBoss en Remote MVS-aansluitklemmen
een-op-een aan: A op A, B op B, “+” op “+”
en “—” op “—”.
Draai nooit de polariteit van de stroomkabels
(+ en —) om terwijl u werkt aan de bedrading
van het MVS-apparaat.
Voor de FB107 legt u vier draden van het
aansluitblok op de FB107 MVS-module
naar de MVS-sensor.
Voor de ROC800-serie legt u vier draden
van het aansluitblok op de ROC800 MVS of
MVS IO-module naar de MVS-sensor.
In alle gevallen moeten de aansluitingen als
volgt worden gemaakt: strip het uiteinde van de
ader (max. 6 mm), steek het gestripte uiteinde
van de ader in onder het klemplaatje onder de
aansluitschroef en draai dan de schroef aan tot
0,25 Nm.
Let goed op. Nooit de stroomdraden
omdraaien. Maak deze verbinding altijd na het
verwijderen van de stroom van de ROC of
FloBoss. Controleer nogmaals op goede
oriëntatie voordat u stroom aansluit. Als de
verbindingen zijn omgedraaid en u de stroom
inschakelt, kunt u zowel de MVS als de
printplaat van de ROC of FloBoss beschadigen.
7. Sluit de Remote MVS aan op een geschikt
massapunt volgens geldende codes en normen.
Er zijn twee aardpunten beschikbaar op het
apparaat: intern en extern. Zie Afbeelding 2 voor
de locatie van het externe aardpunt.
Alle aardverbindingen moeten maximaal een
staaf- of roosterimpedantie van 25 ohm
hebben, zoals gemeten met een aardtester. De
aardingsgeleider mag een maximale weerstand
hebben van 1 ohm tussen het aardpunt op de
MVS205-sensorkop en de aardingsstaaf of -
rooster.
NB Zie het Installatieblad voor de MVS205-
kastisolatie (onderdeel D301641X012)
voor informatie over isolatie en aarding
van de kast.
Voor beveiliging tegen blikseminslag monteert
u een overspanningsbeveiliger op de
serviceafsluiter op de gelijkspanningsbron.
8. Gebruik een externe drie- of vieraderige RTD om
de procestemperatuur te meten. De RTD-sensor
wordt direct verbonden met de interface-
printplaat van de MVS-sensor. Voor de
aansluiting is een aparte RTD-kabel nodig. Zie
tabel 1 voor beschrijvingen van de
aansluitklemmen.
Stel vóór de uiteindelijke bedrading van
meerdere MVS-apparaten het adres in van elke
MVS. Voor een goede werking van meerdere
MVS-apparaten moet elk MVS-apparaat een
uniek adres hebben. De FloBoss 107
ondersteunt een enkele MVS-module die
verbinding maakt met maximaal zes MVS-
apparaten; de ROC800-serie ondersteunt
maximaal twee modules die elk verbinding
kunnen maken met maximaal zes MVS-
apparaten.
Sluit de ROC/FloBoss aan op een computer
met ROCLINK 800-software.
Selecteer Configure (Configureren)
> I/O > MVS Sensor.
Navigeer naar het MVS-scherm dat hoort bij
de MVS waaraan u een adres wilt
toekennen.
Vul het unieke nummer in het adresveld in.
Gebruik niet de adressen 0 of 240.
Klik op Apply (Toepassen) of Save (Opslaan)
om uw wijzigingen op te slaan.
9. Gebruik Sealtite
®
(of een gelijkwaardig product)
om het doorvoerpad van de Remote MVS naar
de ROC of FloBoss af te dichten. Er kan een
ongewapende kabel worden gebruikt indien
geïnstalleerd in een doorvoer en met
afdichtingen met toepassing van de procedures
voor installatie in een gevaarlijke omgeving.
Vóór kalibratie en gebruik van de MVS205-
sensor moet deze geconfigureerd worden met
de ROCLINK 800-software. Sluit de pc met
ROCLINK 800 aan
op de LOI-poort van de flowcomputer om de
configuratiegegevens over te zetten op de
MVS205-sensor.
De firmware van de MVS-sensor bevat
standaardwaarden voor alle parameters. Als de
standaardwaarden aanvaardbaar zijn voor uw
toepassing, laat ze dan zoals u ze aantreft. Voer
Instructies voor veilig gebruik — MVS205 Pagina 5
Onderdeel D301205X01
2
wijzigingen aan het MVS-apparaat uit met de
ROCLINK 800-configuratiesoftware. Zie de
gebruiksaanwijzing voor ROCLINK 800-
configuratiesoftware voor uw betreffende apparaat.
Als de MVS205-sensor moet worden gebruikt in
een situatie met bidirectionele flow, raadpleeg
dan de Accessoirehandleiding voor de ROC/FloBoss
(onderdeel D301061X012) voor configuratie-
informatie.
Bij de kalibratieroutine kan 5-puntskalibratie
worden gebruikt, waarbij de drie middelste
punten in willekeurige volgorde kunnen worden
gekalibreerd. De lage of nullezing wordt eerst
gekalibreerd, gevolgd door de hoge of
volledigeschaallezing. De drie tussenliggende
punten kunnen daarna desgewenst worden
gekalibreerd. Zie voor de kalibratieprocedure de
Gebruiksaanwijzing ROCLINK 800-
configuratiesoftware voor het betreffende
apparaat.
10. Nadat de eindkappen zijn geplaatst en de
kapklemmen over de eindkappen zijn
geschoven en zijn aangedraaid, kan de MVS205-
sensor in bedrijf worden gesteld.
11. Bepaal om problemen met de MVS205-sensor
op te lossen altijd eerst of het probleem door de
configuratie of door de hardware wordt
veroorzaakt. Controleer de configuratie in de
ROCLINK 800 om eventuele incorrecte
instellingen op te sporen. Controleer de
hardware op beschadigingen. Controleer de
printplaat op verkeerd gemaakte aansluitingen.
Neem contact op met het plaatselijke
verkoopkantoor als u hiermee het probleem niet
kunt oplossen.
12. Tijdens gebruik kunt u de MVS205-sensor lokaal
of op afstand monitoren. Voor lokale
monitoring gebruikt u de ROCLINK 800-
software op een pc die is verbonden via de LOI-
poort. Voor monitoring op afstand configureert
u een host om de ROC of FloBoss te pollen die
met de MVS205-sensor is verbonden.
13. Om de MVS205-sensor buiten gebruik te
stellen, ontkoppelt u de voeding van de eenheid
en haalt u vervolgens alle externe
draadverbindingen los. Isoleer het apparaat van
het procesgas en ontlucht de
koppelingsleidingen.
14. Verwijder de sensor daarna van de leidingsteun
of meetschijf en plaats hem in een
transportdoos.
Instructies voor veilig gebruik — MVS205 Pagina 6
Ga voor klantenservice en ondersteuning naar
www.emersonprocess.com/remote/support
Hoofdkantoor:
Emerson Process Management
Remote Automation Solutions
6005 Rogerdale Road
Houston, TX 77072 U.S.A.
T +1 281 879 2699 | F +1 281 988 4445
www.EmersonProcess.com/Remote
© 2005-2015 Remote Automation Solutions, een divisie van Emerson Process Management.
Alle rechten voorbehouden.
Remote Automation Solutions is een divisie van Emerson Process Management en is niet
aans
rakeli
k voor technische of redactionele fouten in deze handleidin
of eventuele we
latin
en ui
deze handleiding. REMOTE AUTOMATION SOLUTIONS BIEDT GEEN ENKELE GARANTIE, HETZIJ
IMPLICIET HETZIJ UITDRUKKELIJK, MET INBEGRIP VAN DE STILZWIJGENDE GARANTIES INZAKE
VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL IN VERBAND MET DEZE
HANDLEIDING EN REMOTE AUTOMATION SOLUTIONS KAN IN GEEN GEVAL AANSPRAKELIJK
WORDEN GESTELD VOOR INCIDENTELE, PUNITIEVE, SPECIALE OF GEVOLGSCHADE INCLUSIEF DOCH
NIET BEPERKT TOT PRODUCTIEVERLIES, GEDERFDE WINST, GEDERFDE INKOMSTEN OF
GEBRUIKSDERVING EN GEMAAKTE KOSTEN INCLUSIEF DOCH NIET BEPERKT TOT
KAPITAALUITGAVEN, BRANDSTOF- EN ENERGIEKOSTEN EN AANSPRAKEN VAN DERDEN.
Emerson Process Management Ltd, Remote Automation Solutions (UK), is een volle
dochtermaatschappij van Emerson Electric Co. die handel drijft onder de naam Remote
Automation Solutions, een divisie van Emerson Process Management. FloBoss, ROCLINK,
ControlWave, Helicoid en OpenEnterprise zijn handelsmerken van Remote Automation
Solutions. AMS, PlantWeb en het PlantWeb-logo zijn merken die in het bezit zijn van de divisie
Emerson Process Management van Emerson Electric Co. Emerson Process Management,
Emerson en het Emerson-logo zijn handels- en servicemerken van de Emerson Electric Co. Alle
andere merken zijn eigendom van hun respectieve eigenaars.
De inhoud van deze publicatie is uitsluitend ter informatie. Hoewel we uiterste zorg hebben
besteed aan de nauwkeurigheid van de informatie, kunnen er geen rechten of garanties,
expliciet of impliciet, met betrekking tot de producten of diensten die erin beschreven worden,
of het gebruik of de toepasbaarheid ervan, aan worden ontleend. Wij behouden ons het recht
voor de ontwer
en of s
ecificaties van deze
roducten o
elk moment en zonder vooraf
aande
kennisgeving aan te passen of te verbeteren. De leveringsvoorwaarden van Remote
Automation Solutions, die op aanvraag verkrijgbaar zijn, zijn op alle verkopen van toepassing.
Remote Automation Solutions aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de selectie, het gebruik
of het onderhoud van producten. De aansprakelijkheid voor de juiste selectie, het
j
uiste
g
ebruik
en het
uiste onderhoud van
roducten van Remote Automation Solutions berust uitsluitend bi
de koper en de eindgebruiker.
Euro
p
a:
Emerson Process Management
Remote Automation Solutions
Unit 8, Waterfront Business Park
Dudley Road, Brierley Hill
Dudley UK DY5 1LX
T +44 1384 487200 | F +44 1384 487258
www.EmersonProcess.com/Remote
Noord- en Zuid-Amerika:
Emerson Process Management
Remote Automation Solutions
6005 Rogerdale Road
Houston TX USA 77072
T +1 281 879 2699 | F +1 281 988 4445
www.EmersonProcess.com/Remote
Midden-Oosten en Afrika:
Emerson Process Management
Remote Automation Solutions
Emerson FZE
P.O. Box 17033
Jebel Ali Free Zone — South 2
Dubai V.A.E.
T +971 4 8118100 | F +971 4 8865465
www.EmersonProcess.com/Remote
Azië-Pacific:
Emerson Process Management
Remote Automation Solutions
1 Pandan Crescent
Singapore 128461
T +65 6777 8211| F +65 6777 0947
www.EmersonProcess.com/Remote
Remote Automation Solutions
Onderdeel D301205X012

Documenttranscriptie

Instructies voor veilig gebruik — MVS205 Onderdeel D301205X012 September 2015 MVS205 multi-variabele sensor Afbeelding 1. Label op de MVS205 multi-variabele sensor Gebruik dit document met instructies voor veilig gebruik samen met de apparaatspecifieke handleidingen:  Instructiehandleiding ROC800-serie Remote Operations Controller (onderdeel D301217X012)  Gebruikshandleiding ROCLINK™ 800configuratiesoftware (voor ROC800-serie) (onderdeel D301250X012)  Instructiehandleiding FloBoss™ 107 Flow Manager (onderdeel D301232X012)  Gebruiksaanwijzing ROCLINK 800configuratiesoftware (voor FloBoss 107) (onderdeel D301249X012)  Instructiehandleiding FloBoss 103 en 104 Flow Manager (onderdeel D301153X012)  Gebruiksaanwijzing ROCLINK 800configuratiesoftware (voor FB100-serie) (onderdeel D301159X012) Alle aandachtspunten en omschrijvingen met betrekking tot de installatie en het verhelpen van storingen vindt u in deze handleidingen. Deze instructiehandleiding voor veilig gebruik beschrijft de MVS205R, de remote-versie van de MVS205 multivariabele sensor. Alle verwijzingen naar de MVS205 in deze instructiehandleiding voor veilig gebruik gelden voor model MVS205R. Speciale voorwaarden voor veilig gebruik van de MVS205:   Het instrument bevat een dunwandig membraan. Bij installatie, onderhoud en gebruik moet rekening worden gehouden met de omgevingsomstandigheden waaraan het membraan onderworpen zal worden. Volg de installatie- en onderhoudsinstructies van de fabrikant nauwgezet op om veiligheid gedurende de levensduur van het apparaat te garanderen. Zorg dat kappen met schroefdraad ten minste 8 draadgangen zijn ingeschroefd. Remote Automation Solutions Website: www.EmersonProcess.com/Remote LET OP Controleer, als het apparaat in een gevaarlijke omgeving wordt geïnstalleerd, of alle voor de installatie gebruikte onderdelen geschikt zijn voor gebruik in een dergelijke omgeving. Installatie en onderhoud mogen alleen plaatsvinden als de omgeving daarvoor geen gevaar oplevert. Installatie in een gevaarlijke omgeving kan leiden tot persoonlijk letsel of materiële schade. LET OP Schakel altijd eerst de stroom van de sensor uit voor u werkzaamheden aan de bekabeling uitvoert. Het bekabelen van ingeschakelde apparatuur kan tot lichamelijk letsel of schade aan het apparaat leiden. Schakel de stroom van het ROC- of FloBossapparaat uit voordat u de MVS205-sensor installeert of buiten werking stelt, om schade aan de sensor te voorkomen. Draai nooit de polariteit van de stroomkabels (+ en —) om terwijl u werkt aan de bedrading van de Remote MVS-apparaten anders kunnen er schakelingen in de Remote MVS of elders beschadigd raken. Controleer nogmaals op goede aansluitingen voordat u stroom aansluit. Neem bij werkzaamheden binnen in het apparaat afdoende maatregelen om schade aan de schakelingen door elektrostatische ontladingen te voorkomen, bijvoorbeeld door een geaarde polsband te dragen. Overschrijd niet de maximale waarden voor de verschildruk en de statische druk die zijn aangegeven op het etiket van de MVS205-sensor. Onderdeel D301205X012 Pagina 2 Instructies voor veilig gebruik — MVS205 3. De Coplanar™-flens op de onderzijde van de Specificaties MVS205-sensor maakt montage mogelijk op een leidingsteun, wand, paneel of aan de flensschroefgaten van een integrale meetschijfmodule of verdelerklep. VOEDING Ingang bij 0 tot 75 °C: 8 tot 30 V dc, gemiddeld 245 mW. Ingang bij -40 tot 0 °C: 8,5 tot 30 V dc, gemiddeld 245 mW. Geleverd door ROC/FloBoss. De MVS205 kan worden gemonteerd op een paneel of leiding (zie Afbeelding 3, Afbeelding 4 en Afbeelding 5) met de optionele beugelset, die een L-vormige beugel en een leidingklem omvat. De beugelset wordt op de Coplanar-flens bij de drukconnector bevestigd. OMGEVING Bedrijfstemperatuur: —40 tot 75 °C. Opslagtemperatuur: —50 tot 85 °C. Vochtigheidsgraad bedrijf: 0 tot 99%, nietcondenserend. Immuniteit uitgestraalde/geleide emissies: Voldoet aan eisen van IEC 61326 Elektrische apparatuur voor gebruik op industriële locaties. Uitgestraalde emissies: Voldoet aan EN 55022 klasse B en ICES-003:1997 digitaal apparaat. A B GEWICHT Inclusief kop, 3,0 kg. GOEDKEURINGEN ATEX/IECEx Beoordeeld volgens de onderstaande Europese normen: EN 60079—0 (2006). EN 60079—1 (2007). EN 61241—0 (2006) EN 61241—1 (2004) EN 60529 (2001). D E C Gecertificeerd door KEMA als model MVS205R. Productmarkeringen voor gevaarlijke locaties: Ex d IIB T5 (Tamb=75 °C). Ex tD A21 IP66 T85°C. II 2 GD. 0081. ATEX-cert KEMA 04ATEX2182 X IEC-cert IECEx KEM 07.0055X Voor het installeren, uitvoeren van onderhoud en verhelpen van storingen aan het apparaat zijn de volgende gereedschappen vereist:  Personal computer (pc) met Microsoft® Windows® 2000 (met Service Pack 2), Windows Vista of Windows 7.  ROCLINK™ 800-configuratiesoftware.  Kruiskopschroevendraaier.  Bladschroevendraaier.  Dopsleutel met binnenzeskant (3/8-inch).  Dopsleutel met binnenzeskant (7/16-inch).  Inbussleutel (3 mm). 1. Haal de MVS205-sensor uit de transportdoos. 2. Bepaal een geschikte plaats voor de MVS205- sensor. Controleer alle vrije ruimte wanneer u een installatielocatie kiest. Zorg voor voldoende ruimte voor de bekabeling en het uitvoeren van onderhoud. A B C D E Kapklem Elektronicakop Drukconnector ½ - 14 NPT ingang veldbedrading Locatie extern aardpunt Afbeelding 2. MVS205 multi-variabele sensor 4. De procesdrukingangen worden verbonden met de ¼-18 NPT-aansluitingen op de onderzijde van de MVS205 of op een daartussen geïnstalleerde verdelerklep. U kunt de MVS205 ook direct op flensschroefgaten monteren met een verdelerklep of een integrale meetschijfmodule (niet afgebeeld). 5. Gebruik de veldbedradingsingangen om de bedrading binnen de elektronicakop van de MVSsensor te brengen. De metalen afdichtstoppen moeten op hun plaats blijven zitten in ongebruikte bedradingsingangen om de drukvastheid van de behuizing te handhaven. Kabelaansluiting Het kabelinvoerinstrument moet een typecertificering hebben voor een explosiebeschermde, drukvaste behuizing “d”, die geschikt is voor de gebruiksomstandigheden en correct is geïnstalleerd. Gebruik bij omgevingstemperaturen van meer dan 70 °C kabels en kabelwartels die geschikt zijn voor ten minste 90 °C. Onderdeel D301205X012 Pagina 3 Instructies voor veilig gebruik — MVS205 E P I V E OS L W A T MO N I N A R G S P - E - H X E I N R - A L I V E P K E E H I I G T T Doorvoeraansluiting Zorg voor een afdichting met de certificatie EEx d (bijv. een doorvoerafsluiting met een uithardende stof) direct naast de ingang van de klepbehuizing. Bij omgevingstemperaturen van meer dan 70 °C moeten de bedrading en uithardende stof in de doorvoerafsluiting geschikt zijn voor ten minste 90 °C. T W H E N R C I C U De blindstoppen in ongebruikte openingen moeten de doorvoerstop van de fabrikant zijn of van een gecertificeerd drukvast type dat geschikt is voor de gebruiksomstandigheden en correct is geïnstalleerd. MVS205a.dsf 90 mm 156 mm 71 mm 120 mm Afbeelding 4. Leidingmontage van de MVS205 (horizontale leiding) MVS205aa.dsf Afbeelding 3. Paneelmontage van de MVS205 159 mm MVS205ac.dsf Afbeelding 5. Leidingmontage van de MVS205 (verticale leiding) 6. Om toegang te verkrijgen tot de aansluitklemmen in de MVS-sensor verwijdert u de kapklem van de sensor met een inbussleutel van 3 mm. Schroef daarna de eindkap van de sensor los. Via de interface-printplaat in de MVS205elektronicakop kan de MVS worden verbonden met (gevoed worden via) en communiceren met Instructies voor veilig gebruik — MVS205 Onderdeel D301205X012 Pagina 4 een ROC of FloBoss, door middel van een seriële 4-polige EIA-485 (RS-485)-verbinding. hebben van 1 ohm tussen het aardpunt op de MVS205-sensorkop en de aardingsstaaf of rooster. De vier geleiders moeten ten minste 22 AWG zijn en kunnen maximaal 605 meter lang zijn. NB Tabel 1. Aansluitklemmen MVS-interfacecircuit Aansluitklem Aarde CS Aarde DR COMM A COMM B RTD REF RTD + RTD — RTD RET PWR + PWR — Gebruik Aarde kast Aarde afvoer RX/TX+ RX/TX — RTD REF RTD + RTD — RTD RET Voeding + Voeding — De aansluitklemmen in de MVS205-kop zijn net zo gelabeld als de aansluitklemmen op het MVSaansluitblok in de ROC of FloBoss. Sluit de ROC of FloBoss en Remote MVS-aansluitklemmen een-op-een aan: A op A, B op B, “+” op “+” en “—” op “—”. Draai nooit de polariteit van de stroomkabels (+ en —) om terwijl u werkt aan de bedrading van het MVS-apparaat.  Voor de FB107 legt u vier draden van het aansluitblok op de FB107 MVS-module naar de MVS-sensor.  Voor de ROC800-serie legt u vier draden van het aansluitblok op de ROC800 MVS of MVS IO-module naar de MVS-sensor. In alle gevallen moeten de aansluitingen als volgt worden gemaakt: strip het uiteinde van de ader (max. 6 mm), steek het gestripte uiteinde van de ader in onder het klemplaatje onder de aansluitschroef en draai dan de schroef aan tot 0,25 Nm. Let goed op. Nooit de stroomdraden omdraaien. Maak deze verbinding altijd na het verwijderen van de stroom van de ROC of FloBoss. Controleer nogmaals op goede oriëntatie voordat u stroom aansluit. Als de verbindingen zijn omgedraaid en u de stroom inschakelt, kunt u zowel de MVS als de printplaat van de ROC of FloBoss beschadigen. Zie het Installatieblad voor de MVS205kastisolatie (onderdeel D301641X012) voor informatie over isolatie en aarding van de kast. Voor beveiliging tegen blikseminslag monteert u een overspanningsbeveiliger op de serviceafsluiter op de gelijkspanningsbron. 8. Gebruik een externe drie- of vieraderige RTD om de procestemperatuur te meten. De RTD-sensor wordt direct verbonden met de interfaceprintplaat van de MVS-sensor. Voor de aansluiting is een aparte RTD-kabel nodig. Zie tabel 1 voor beschrijvingen van de aansluitklemmen. Stel vóór de uiteindelijke bedrading van meerdere MVS-apparaten het adres in van elke MVS. Voor een goede werking van meerdere MVS-apparaten moet elk MVS-apparaat een uniek adres hebben. De FloBoss 107 ondersteunt een enkele MVS-module die verbinding maakt met maximaal zes MVSapparaten; de ROC800-serie ondersteunt maximaal twee modules die elk verbinding kunnen maken met maximaal zes MVSapparaten.  Sluit de ROC/FloBoss aan op een computer met ROCLINK 800-software.  Selecteer Configure (Configureren) > I/O > MVS Sensor.  Navigeer naar het MVS-scherm dat hoort bij de MVS waaraan u een adres wilt toekennen.  Vul het unieke nummer in het adresveld in. Gebruik niet de adressen 0 of 240.  Klik op Apply (Toepassen) of Save (Opslaan) om uw wijzigingen op te slaan. 9. Gebruik Sealtite® (of een gelijkwaardig product) massapunt volgens geldende codes en normen. Er zijn twee aardpunten beschikbaar op het apparaat: intern en extern. Zie Afbeelding 2 voor de locatie van het externe aardpunt. om het doorvoerpad van de Remote MVS naar de ROC of FloBoss af te dichten. Er kan een ongewapende kabel worden gebruikt indien geïnstalleerd in een doorvoer en met afdichtingen met toepassing van de procedures voor installatie in een gevaarlijke omgeving. Vóór kalibratie en gebruik van de MVS205sensor moet deze geconfigureerd worden met de ROCLINK 800-software. Sluit de pc met ROCLINK 800 aan op de LOI-poort van de flowcomputer om de configuratiegegevens over te zetten op de MVS205-sensor. Alle aardverbindingen moeten maximaal een staaf- of roosterimpedantie van 25 ohm hebben, zoals gemeten met een aardtester. De aardingsgeleider mag een maximale weerstand De firmware van de MVS-sensor bevat standaardwaarden voor alle parameters. Als de standaardwaarden aanvaardbaar zijn voor uw toepassing, laat ze dan zoals u ze aantreft. Voer 7. Sluit de Remote MVS aan op een geschikt Instructies voor veilig gebruik — MVS205 wijzigingen aan het MVS-apparaat uit met de ROCLINK 800-configuratiesoftware. Zie de gebruiksaanwijzing voor ROCLINK 800configuratiesoftware voor uw betreffende apparaat. Als de MVS205-sensor moet worden gebruikt in een situatie met bidirectionele flow, raadpleeg dan de Accessoirehandleiding voor de ROC/FloBoss (onderdeel D301061X012) voor configuratieinformatie. Bij de kalibratieroutine kan 5-puntskalibratie worden gebruikt, waarbij de drie middelste punten in willekeurige volgorde kunnen worden gekalibreerd. De lage of nullezing wordt eerst gekalibreerd, gevolgd door de hoge of volledigeschaallezing. De drie tussenliggende punten kunnen daarna desgewenst worden gekalibreerd. Zie voor de kalibratieprocedure de Gebruiksaanwijzing ROCLINK 800configuratiesoftware voor het betreffende apparaat. 10. Nadat de eindkappen zijn geplaatst en de kapklemmen over de eindkappen zijn geschoven en zijn aangedraaid, kan de MVS205sensor in bedrijf worden gesteld. 11. Bepaal om problemen met de MVS205-sensor op te lossen altijd eerst of het probleem door de configuratie of door de hardware wordt veroorzaakt. Controleer de configuratie in de ROCLINK 800 om eventuele incorrecte instellingen op te sporen. Controleer de hardware op beschadigingen. Controleer de printplaat op verkeerd gemaakte aansluitingen. Neem contact op met het plaatselijke verkoopkantoor als u hiermee het probleem niet kunt oplossen. 12. Tijdens gebruik kunt u de MVS205-sensor lokaal of op afstand monitoren. Voor lokale monitoring gebruikt u de ROCLINK 800software op een pc die is verbonden via de LOIpoort. Voor monitoring op afstand configureert u een host om de ROC of FloBoss te pollen die met de MVS205-sensor is verbonden. 13. Om de MVS205-sensor buiten gebruik te stellen, ontkoppelt u de voeding van de eenheid en haalt u vervolgens alle externe draadverbindingen los. Isoleer het apparaat van het procesgas en ontlucht de koppelingsleidingen. 14. Verwijder de sensor daarna van de leidingsteun of meetschijf en plaats hem in een transportdoos. Onderdeel D301205X012 Pagina 5 Instructies voor veilig gebruik — MVS205 Onderdeel D301205X012 Pagina 6 Ga voor klantenservice en ondersteuning naar www.emersonprocess.com/remote/support Hoofdkantoor: Emerson Process Management Remote Automation Solutions 6005 Rogerdale Road Houston, TX 77072 U.S.A. T +1 281 879 2699 | F +1 281 988 4445 www.EmersonProcess.com/Remote Europa: Emerson Process Management Remote Automation Solutions Unit 8, Waterfront Business Park Dudley Road, Brierley Hill Dudley UK DY5 1LX T +44 1384 487200 | F +44 1384 487258 www.EmersonProcess.com/Remote Noord- en Zuid-Amerika: Emerson Process Management Remote Automation Solutions 6005 Rogerdale Road Houston TX USA 77072 T +1 281 879 2699 | F +1 281 988 4445 www.EmersonProcess.com/Remote Midden-Oosten en Afrika: Emerson Process Management Remote Automation Solutions Emerson FZE P.O. Box 17033 Jebel Ali Free Zone — South 2 Dubai V.A.E. T +971 4 8118100 | F +971 4 8865465 www.EmersonProcess.com/Remote Azië-Pacific: Emerson Process Management Remote Automation Solutions 1 Pandan Crescent Singapore 128461 T +65 6777 8211| F +65 6777 0947 www.EmersonProcess.com/Remote Remote Automation Solutions © 2005-2015 Remote Automation Solutions, een divisie van Emerson Process Management. Alle rechten voorbehouden. Remote Automation Solutions is een divisie van Emerson Process Management en is niet aansprakelijk voor technische of redactionele fouten in deze handleiding of eventuele weglatingen uit deze handleiding. REMOTE AUTOMATION SOLUTIONS BIEDT GEEN ENKELE GARANTIE, HETZIJ IMPLICIET HETZIJ UITDRUKKELIJK, MET INBEGRIP VAN DE STILZWIJGENDE GARANTIES INZAKE VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL IN VERBAND MET DEZE HANDLEIDING EN REMOTE AUTOMATION SOLUTIONS KAN IN GEEN GEVAL AANSPRAKELIJK WORDEN GESTELD VOOR INCIDENTELE, PUNITIEVE, SPECIALE OF GEVOLGSCHADE INCLUSIEF DOCH NIET BEPERKT TOT PRODUCTIEVERLIES, GEDERFDE WINST, GEDERFDE INKOMSTEN OF GEBRUIKSDERVING EN GEMAAKTE KOSTEN INCLUSIEF DOCH NIET BEPERKT TOT KAPITAALUITGAVEN, BRANDSTOF- EN ENERGIEKOSTEN EN AANSPRAKEN VAN DERDEN. Emerson Process Management Ltd, Remote Automation Solutions (UK), is een volle dochtermaatschappij van Emerson Electric Co. die handel drijft onder de naam Remote Automation Solutions, een divisie van Emerson Process Management. FloBoss, ROCLINK, ControlWave, Helicoid en OpenEnterprise zijn handelsmerken van Remote Automation Solutions. AMS, PlantWeb en het PlantWeb-logo zijn merken die in het bezit zijn van de divisie Emerson Process Management van Emerson Electric Co. Emerson Process Management, Emerson en het Emerson-logo zijn handels- en servicemerken van de Emerson Electric Co. Alle andere merken zijn eigendom van hun respectieve eigenaars. De inhoud van deze publicatie is uitsluitend ter informatie. Hoewel we uiterste zorg hebben besteed aan de nauwkeurigheid van de informatie, kunnen er geen rechten of garanties, expliciet of impliciet, met betrekking tot de producten of diensten die erin beschreven worden, of het gebruik of de toepasbaarheid ervan, aan worden ontleend. Wij behouden ons het recht voor de ontwerpen of specificaties van deze producten op elk moment en zonder voorafgaande kennisgeving aan te passen of te verbeteren. De leveringsvoorwaarden van Remote Automation Solutions, die op aanvraag verkrijgbaar zijn, zijn op alle verkopen van toepassing. Remote Automation Solutions aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de selectie, het gebruik of het onderhoud van producten. De aansprakelijkheid voor de juiste selectie, het juiste gebruik en het juiste onderhoud van producten van Remote Automation Solutions berust uitsluitend bij de koper en de eindgebruiker.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56

Remote Automation Solutions MVS205 Multi-Variable Sensor Handleiding

Type
Handleiding