Nice Automation Spin and Spinbus de handleiding

Type
de handleiding
8
NEDERLANDS
2) - Beschrijving van het product
Dit addendum levert een aanvulling op en bijwerking van de instructies van de pro-
ducten die vermeld zijn in Tabel 1 en 2.
De producten van deze lijn kunnen worden aangesloten op het systeem “Nice Ope-
ra”; en implementeren bovendien twee nieuwe functies: de functie Stand-by hard-
ware, die het mogelijk maakt energie te besparen wanneer de automatisering niet in
beweging is, en de functie Voeding via zonne-energie, die het mogelijk maakt de
besturingseenheid van stroom te voorzien via het systeem “Solemyo”.
Om de accumulator van “Solemyo” aan te sluiten op de besturingseenheid, ge-
bruikt u op de besturingseenheid de aansluiting die normaal bestemd is voor de
bufferbatterij.
LET OP!
- Als het systeem “Solemyo” gebruikt wordt om de besturingseenheid van
stroom te voorzien, is het verplicht de besturingseenheid van de netvoe-
ding af te koppelen.
- Het systeem “Solemyo” kan alleen gebruikt worden indien in de besturings-
eenheid de functie “Stand-by hardware” is geactiveerd.
2.1) - Gebruikslimieten
Raadpleeg de gebruikslimieten die zijn vermeld in Tabel 3. Deze tabel vervangt de
tabel die in de handleiding van het product staat.
3.4) - Elektrische aansluitingen
Zie voor de elektrische aansluitingen afb. 36: deze afbeelding vervangt dezelfde
afbeelding die in de handleiding van het product staat.
Opmerkingen bij afb. 36:
• Op de besturingseenheid zit een klem voor de ingang van de inrichtingen die de
Openingsmanoeuvre aansturen. Het is mogelijk contacten van het normaal geopen-
de type (“NO”) aan te sluiten.
• Op de besturingseenheid zit een aansluiting “BusT4” die het mogelijk maakt
meerdere besturingseenheden onderling te verbinden, in een bus-netwerk. Daar-
naast biedt deze aansluiting de mogelijkheid een Oview eenheid aan te sluiten, voor
het programmeren van de besturingseenheid en het aansturen van de automatise-
ring. Zie voor meer informatie de paragraaf “Portable programmeereenheid”.
4.6) - Radio-ontvanger
De besturingseenheid is uitgerust met een specifieke connector die het mogelijk
maakt een optionele radio-ontvanger van het type SMXI, SMXIS, OXI, te gebruiken.
4.6.1) - In het geheugen opslaan van de radiozenders
Als u een ontvanger SMXI of SMXIS gebruikt, verkrijgt u, door de zender op te
slaan in Modus I
(zie de handleiding van de Spin) de volgende koppeling tussen de
toetsen van de zender en de bedieningsinstructies van de Spin:
Toets nr. 1 Instructie “P.P.” (Stap-voor-Stap)
Toets nr. 2 Instructie “Gedeeltelijke opening”
Toets nr. 3 Instructie “Open”
Toets nr. 4 Instructie “Sluit”
Als u daarentegen een ontvanger OXI gebruikt, is het, door de zender op te slaan in
Modus II uitgebreid
(zie de handleiding van Spin) mogelijk aan iedere toets van de
zender één van de volgende bedieningsinstructies van de Spin te koppelen:
Instructie nr 1 Stap-voor-stap
Instructie nr 2 Open gedeeltelijk 1
Instructie nr 3 Open
Instructie nr 4 Sluit
Instructie nr 5 Stop
Instructie nr 6 Stap-voor-stap Woonblok
Instructie nr 7 Stap-voor-stap Hoge prioriteit
Instructie nr 8 Open gedeeltelijk 2
Instructie nr 9 Open gedeeltelijk 3
Instructie nr 10 Open en Vergrendel automatisering
Instructie nr 11 Sluit en Vergrendel automatisering
Instructie nr 12 Vergrendel automatisering
Instructie nr 13 Ontgrendel automatisering
Instructie nr 14 On Timer Gebruikerslicht
Instructie nr 15 On-Off Gebruikerslicht
7.2.1) - Programmeringen – Functies eerste niveau
De functie Stand by hardware, aanwezig in Tabel 15 van de producthandleiding,
onderging de volgende update.
De functie kan geactiveerd of gedeactiveerd worden. Wanneer de functie actief is,
kan het energieverbruik maximaal beperkt worden, aangezien de besturingseen-
heid 1 minuut na het beëindigen van de manoeuvre alle uitgangen, de ingang Open,
de BusT4 en alle leds uitschakelt, met uitzondering van de led “BlueBUS” die lang-
zamer zal gaan knipperen. De besturingseenheid herneemt de normale werking
wanneer er een bedieningsinstructie binnenkomt via radio of vanaf de ingang Stap-
voor-stap.
Als de functie niet actief is, zal er geen vermindering van het energieverbruik zijn.
7.3.1) - BlueBUS
Codeschakelaar MOTB en lezer voor transponderkaarten MOMB
Op de klem “BlueBUS” kunnen maximaal 4 codeschakelaars MOTB of lezers voor
transponderkaarten MOMB worden aangesloten.
MOTB maakt het mogelijk de automatisering aan te sturen door op het toetsenbord
één van de geldige, gedurende de programmering opgeslagen nummercombinaties
in te toetsen.
2
1
MOMB daarentegen maakt het mogelijk de automatisering aan te sturen door een
lezer in de buurt van één van de geldige, gedurende de programmering opgeslagen
transponderkaarten te houden.
Elke MOTB en MOMB inrichting wordt geïdentificeerd door een persoonlijke en
eenduidige code die in de besturingseenheid wordt opgeslagen gedurende de her-
kenningsfase van de inrichting. Op deze manier zal het bij een eventuele poging de
inrichting valselijk te vervangen, niet mogelijk zijn de automatisering aan te sturen.
Zie voor verdere inlichtingen de handleiding met aanwijzingen voor MOTB en
MOMB.
7.3.2) - Ingang STOP
De ingang Stop veroorzaakt een onmiddellijke onderbreking van de manoeuvre,
gevolgd door een kortstondige omkering. Op deze ingang kunnen de inrichtingen
met uitgang met normaal open contacten “NO” aangesloten worden, alsook nor-
maal gesloten contracten “NC”, optische inrichtingen (“Opto Sensor”), of inrichtin-
gen met uitgang met constante weerstand van 8,2 K zoals bijvoorbeeld de con-
tactlijsten.
Gedurende de zelfleerfase herkent de besturingseenheid wat voor soort inrichting
er is aangesloten op de ingang Stop en geeft vervolgens, gedurende het normale
gebruik van de automatisering, een Stop-instructie wanneer er een variatie ten
opzichte van de aangeleerde status wordt gedetecteerd.
Let op! - Als u wilt dat de veiligheidscategorie 3 tegen storingen gegaran-
deerd wordt, volgens de norm EN 954-1, is het noodzakelijk uitsluitend opti-
sche inrichtingen (“Opto Sensor”) te gebruiken, of inrichtingen met een uit-
gang met constante weerstand van 8,2 K.
Voor het aansluiten van een optische inrichting volgt u de aanwijzingen van afb. 1.
De maximumstroom die op de 12 Vcc leiding geleverd wordt, bedraagt 40 mA.
7.5) - Aansluiting van andere inrichtingen
Stroomvoorziening van externe inrichtingen
Als u een externe inrichting (bijvoorbeeld, een lezer voor transpondercards of de
achtergrondverlichting van een sleutelschakelaar) van stroom wilt voorzien, kunt u
de inrichting aansluiten op de besturingseenheid van het product zoals is aangege-
ven op afb. 2. De voedingsspanning is 24 Vcc, -30% +50%, maximaal beschikba-
re stroom 100 mA.
Aansluiting van een Oview
U hebt de mogelijkheid om de programmeereenheid Oview aan te sluiten op de
“BusT4” aansluiting op de besturingseenheid van de Spin, dit gebeurt via een bus-
kabel met 4 elektriciteitsdraden in het binnenste. Deze eenheid biedt de volgende
mogelijkheden: een complete en snelle programmering van de functies, instelling
van de parameters, bijwerking van de firmware van de besturingseenheid, een
diagnoseprocedure voor het opsporen van eventuele storingen, periodiek onder-
houd (opmerking - om toegang tot de aansluiting “BusT4” te krijgen, verwijdert u
de afdekking die de aansluiting bedekt).
Met de Oview kunt u vanaf een afstand van maximaal 100 meter op de besturings-
eenheid werken. Indien er meerdere besturingseenheden onderling zijn verbonden
via een “BusT4” netwerk, kunt u, door de Oview aan te sluiten op één van deze
besturingseenheden, op het display alle op het netwerk aangesloten besturings-
eenheden bekijken (maximaal 16 besturingseenheden). De eenheid Oview kan ook
gedurende de normale werking van de automatisering met de besturingseenheid
verbonden blijven; in dit geval heeft de gebruiker de mogelijkheid om via een speci-
fiek menu bedieningsinstructies te verzenden. Als de besturingseenheid daarnaast
beschikt over een radio-ontvanger van het type OXI, maakt de Oview het mogelijk
toegang te krijgen tot de parameters die in deze ontvanger zijn opgeslagen.
Meer informatie vindt u in de instructiehandleiding van de eenheid Oview en op het
blad “Spin - Functies die geprogrammeerd kunnen worden met behulp van de pro-
grammeereenheid Oview”, dat ook beschikbaar is via de site www.niceforyou.com.
12
NEDERLANDS
LUCYB MOFB MOSE
36
OVIEW
Codice: ISTSPIN005RO1.4865 - Rev. 00 del 11-03-2009
SN6031 moet voorzien worden van de geleiderails SNA5 (3m) of SNA6 (3m + 1m).
SN6041 moet voorzien worden van de geleiderail SNA6 (3m + 1m).
SPIN30/A; SPIN40/A; SN6031/A en SN6041/A kunnen voorzien worden van de radio-ontvangers SMXI, SMXIS of OXI en de daarbijbehorende radiozenders.
* 120V in de uitvoeringen SPIN/V1
Model type Reductiemotor Geleiderail Radio-ontvanger Radiozender
SPIN23KCE SN6021/A 3m SMXI FLO2R-S
SPIN30/A SN6031/A 3x1m --- ---
SPIN40/A SN6041/A 3x1m --- ---
SN6031/A SN6031/A --- --- ---
SN6041/A SN6041/A --- --- ---
Tabel 1: Beschrijving samenstelling SPIN
Reductiemotor type SN6021/A SN6031/A SN6041/A
Maximale koppel
(overeenkomende met de maximale kracht)
11.7 Nm (650N) 14.4 Nm (800N) 18 Nm (1000N)
Vermindering verbruik tijdens Stand-By Si Si Si
Consumptie op stand-by 4,2W 0,8W 1,2W
BlueBus-eenheden maximaal 12 12 12
Stroomtoevoer bij stroomuitval met PS124 met PS124 met PS124
Gebruikerslicht (lampfitting) 12V - 21W (BA15) 230V* - 40W (E27) 230V* - 40W (E27)
Aansluitmogelijkheid voor “Solemyo” Si Si Si
Tabel 2: Vergelijking essentiële kenmerken van de reductiemotoren SPIN
Model type: SECTIONAALdeur Binnen de gevel blijvende kanteldeur Buiten de gevel draaiende kanteldeur (met het
(met het accessoire SPA5) accessoire SPA5) of met veren (zonder SPA5)
Hoogte Breedte Hoogte Breedte Hoogte Breedte
SSPPIINN2233KKCCEE
2.4m 4.4m 2.2m 4.2m 2.8m 4.2m
SSPPIINN3300//AA
2.4m 5m 2.2m 4.2m 2.8m 4.2m
SSPPIINN4400//AA
2.4m 5.2m 2.2m 4.2m 2.8m 4.2m
SSNN66003311//AA ((SSNNAA55))
2.4m 5m 2.2m 4.2m 2.8m 4.2m
SSNN66003311//AA ((SSNNAA66))
3.4m 3.5m 3.2m 2.9m 3.5m 3.4m
SSNN66004411//AA ((SSNNAA66))
3.4m 5.2m 3.2m 4.2m 3.5m 4.2m
Tabel 3: Gebruikslimieten reductiemotoren SPIN

Documenttranscriptie

NEDERLANDS 2) - Beschrijving van het product Dit addendum levert een aanvulling op en bijwerking van de instructies van de producten die vermeld zijn in Tabel 1 en 2. De producten van deze lijn kunnen worden aangesloten op het systeem “Nice Opera”; en implementeren bovendien twee nieuwe functies: de functie Stand-by hardware, die het mogelijk maakt energie te besparen wanneer de automatisering niet in beweging is, en de functie Voeding via zonne-energie, die het mogelijk maakt de besturingseenheid van stroom te voorzien via het systeem “Solemyo”. Om de accumulator van “Solemyo” aan te sluiten op de besturingseenheid, gebruikt u op de besturingseenheid de aansluiting die normaal bestemd is voor de bufferbatterij. LET OP! - Als het systeem “Solemyo” gebruikt wordt om de besturingseenheid van stroom te voorzien, is het verplicht de besturingseenheid van de netvoeding af te koppelen. - Het systeem “Solemyo” kan alleen gebruikt worden indien in de besturingseenheid de functie “Stand-by hardware” is geactiveerd. 2.1) - Gebruikslimieten Raadpleeg de gebruikslimieten die zijn vermeld in Tabel 3. Deze tabel vervangt de tabel die in de handleiding van het product staat. 3.4) - Elektrische aansluitingen Zie voor de elektrische aansluitingen afb. 36: deze afbeelding vervangt dezelfde afbeelding die in de handleiding van het product staat. Opmerkingen bij afb. 36: • Op de besturingseenheid zit een klem voor de ingang van de inrichtingen die de Openingsmanoeuvre aansturen. Het is mogelijk contacten van het normaal geopende type (“NO”) aan te sluiten. • Op de besturingseenheid zit een aansluiting “BusT4” die het mogelijk maakt meerdere besturingseenheden onderling te verbinden, in een bus-netwerk. Daarnaast biedt deze aansluiting de mogelijkheid een Oview eenheid aan te sluiten, voor het programmeren van de besturingseenheid en het aansturen van de automatisering. Zie voor meer informatie de paragraaf “Portable programmeereenheid”. 4.6) - Radio-ontvanger De besturingseenheid is uitgerust met een specifieke connector die het mogelijk maakt een optionele radio-ontvanger van het type SMXI, SMXIS, OXI, te gebruiken. 4.6.1) - In het geheugen opslaan van de radiozenders Als u een ontvanger SMXI of SMXIS gebruikt, verkrijgt u, door de zender op te slaan in Modus I (zie de handleiding van de Spin) de volgende koppeling tussen de toetsen van de zender en de bedieningsinstructies van de Spin: Toets nr. 1 Toets nr. 2 Toets nr. 3 Toets nr. 4 Instructie “P.P.” (Stap-voor-Stap) Instructie “Gedeeltelijke opening” Instructie “Open” Instructie “Sluit” Als u daarentegen een ontvanger OXI gebruikt, is het, door de zender op te slaan in Modus II uitgebreid (zie de handleiding van Spin) mogelijk aan iedere toets van de zender één van de volgende bedieningsinstructies van de Spin te koppelen: Instructie nr 1 Instructie nr 2 Instructie nr 3 Instructie nr 4 Instructie nr 5 Instructie nr 6 Instructie nr 7 Instructie nr 8 Instructie nr 9 Instructie nr 10 Instructie nr 11 Instructie nr 12 Instructie nr 13 Instructie nr 14 Instructie nr 15 Stap-voor-stap Open gedeeltelijk 1 Open Sluit Stop Stap-voor-stap Woonblok Stap-voor-stap Hoge prioriteit Open gedeeltelijk 2 Open gedeeltelijk 3 Open en Vergrendel automatisering Sluit en Vergrendel automatisering Vergrendel automatisering Ontgrendel automatisering On Timer Gebruikerslicht On-Off Gebruikerslicht MOMB daarentegen maakt het mogelijk de automatisering aan te sturen door een lezer in de buurt van één van de geldige, gedurende de programmering opgeslagen transponderkaarten te houden. Elke MOTB en MOMB inrichting wordt geïdentificeerd door een persoonlijke en eenduidige code die in de besturingseenheid wordt opgeslagen gedurende de herkenningsfase van de inrichting. Op deze manier zal het bij een eventuele poging de inrichting valselijk te vervangen, niet mogelijk zijn de automatisering aan te sturen. Zie voor verdere inlichtingen de handleiding met aanwijzingen voor MOTB en MOMB. 7.3.2) - Ingang STOP De ingang Stop veroorzaakt een onmiddellijke onderbreking van de manoeuvre, gevolgd door een kortstondige omkering. Op deze ingang kunnen de inrichtingen met uitgang met normaal open contacten “NO” aangesloten worden, alsook normaal gesloten contracten “NC”, optische inrichtingen (“Opto Sensor”), of inrichtingen met uitgang met constante weerstand van 8,2 KΩ zoals bijvoorbeeld de contactlijsten. Gedurende de zelfleerfase herkent de besturingseenheid wat voor soort inrichting er is aangesloten op de ingang Stop en geeft vervolgens, gedurende het normale gebruik van de automatisering, een Stop-instructie wanneer er een variatie ten opzichte van de aangeleerde status wordt gedetecteerd. Let op! - Als u wilt dat de veiligheidscategorie 3 tegen storingen gegarandeerd wordt, volgens de norm EN 954-1, is het noodzakelijk uitsluitend optische inrichtingen (“Opto Sensor”) te gebruiken, of inrichtingen met een uitgang met constante weerstand van 8,2 KΩ. Voor het aansluiten van een optische inrichting volgt u de aanwijzingen van afb. 1. De maximumstroom die op de 12 Vcc leiding geleverd wordt, bedraagt 40 mA. 7.5) - Aansluiting van andere inrichtingen Stroomvoorziening van externe inrichtingen Als u een externe inrichting (bijvoorbeeld, een lezer voor transpondercards of de achtergrondverlichting van een sleutelschakelaar) van stroom wilt voorzien, kunt u de inrichting aansluiten op de besturingseenheid van het product zoals is aangegeven op afb. 2. De voedingsspanning is 24 Vcc, -30% +50%, maximaal beschikbare stroom 100 mA. Aansluiting van een Oview U hebt de mogelijkheid om de programmeereenheid Oview aan te sluiten op de “BusT4” aansluiting op de besturingseenheid van de Spin, dit gebeurt via een buskabel met 4 elektriciteitsdraden in het binnenste. Deze eenheid biedt de volgende mogelijkheden: een complete en snelle programmering van de functies, instelling van de parameters, bijwerking van de firmware van de besturingseenheid, een diagnoseprocedure voor het opsporen van eventuele storingen, periodiek onderhoud (opmerking - om toegang tot de aansluiting “BusT4” te krijgen, verwijdert u de afdekking die de aansluiting bedekt). Met de Oview kunt u vanaf een afstand van maximaal 100 meter op de besturingseenheid werken. Indien er meerdere besturingseenheden onderling zijn verbonden via een “BusT4” netwerk, kunt u, door de Oview aan te sluiten op één van deze besturingseenheden, op het display alle op het netwerk aangesloten besturingseenheden bekijken (maximaal 16 besturingseenheden). De eenheid Oview kan ook gedurende de normale werking van de automatisering met de besturingseenheid verbonden blijven; in dit geval heeft de gebruiker de mogelijkheid om via een specifiek menu bedieningsinstructies te verzenden. Als de besturingseenheid daarnaast beschikt over een radio-ontvanger van het type OXI, maakt de Oview het mogelijk toegang te krijgen tot de parameters die in deze ontvanger zijn opgeslagen. Meer informatie vindt u in de instructiehandleiding van de eenheid Oview en op het blad “Spin - Functies die geprogrammeerd kunnen worden met behulp van de programmeereenheid Oview”, dat ook beschikbaar is via de site www.niceforyou.com. 1 7.2.1) - Programmeringen – Functies eerste niveau De functie Stand by hardware, aanwezig in Tabel 15 van de producthandleiding, onderging de volgende update. De functie kan geactiveerd of gedeactiveerd worden. Wanneer de functie actief is, kan het energieverbruik maximaal beperkt worden, aangezien de besturingseenheid 1 minuut na het beëindigen van de manoeuvre alle uitgangen, de ingang Open, de BusT4 en alle leds uitschakelt, met uitzondering van de led “BlueBUS” die langzamer zal gaan knipperen. De besturingseenheid herneemt de normale werking wanneer er een bedieningsinstructie binnenkomt via radio of vanaf de ingang Stapvoor-stap. Als de functie niet actief is, zal er geen vermindering van het energieverbruik zijn. 7.3.1) - BlueBUS Codeschakelaar MOTB en lezer voor transponderkaarten MOMB Op de klem “BlueBUS” kunnen maximaal 4 codeschakelaars MOTB of lezers voor transponderkaarten MOMB worden aangesloten. MOTB maakt het mogelijk de automatisering aan te sturen door op het toetsenbord één van de geldige, gedurende de programmering opgeslagen nummercombinaties in te toetsen. 8 2 NEDERLANDS Tabel 1: Beschrijving samenstelling SPIN Model type SPIN23KCE SPIN30/A SPIN40/A SN6031/A SN6041/A Reductiemotor SN6021/A SN6031/A SN6041/A SN6031/A SN6041/A Geleiderail 3m 3x1m 3x1m ----- Radio-ontvanger SMXI --------- Radiozender FLO2R-S --------- SN6031 moet voorzien worden van de geleiderails SNA5 (3m) of SNA6 (3m + 1m). SN6041 moet voorzien worden van de geleiderail SNA6 (3m + 1m). SPIN30/A; SPIN40/A; SN6031/A en SN6041/A kunnen voorzien worden van de radio-ontvangers SMXI, SMXIS of OXI en de daarbijbehorende radiozenders. Tabel 2: Vergelijking essentiële kenmerken van de reductiemotoren SPIN Reductiemotor type SN6021/A SN6031/A Maximale koppel 11.7 Nm (650N) 14.4 Nm (800N) (overeenkomende met de maximale kracht) Vermindering verbruik tijdens Stand-By Si Si Consumptie op stand-by 4,2W 0,8W BlueBus-eenheden maximaal 12 12 Stroomtoevoer bij stroomuitval met PS124 met PS124 Gebruikerslicht (lampfitting) 12V - 21W (BA15) 230V* - 40W (E27) Aansluitmogelijkheid voor “Solemyo” Si Si SN6041/A 18 Nm (1000N) Si 1,2W 12 met PS124 230V* - 40W (E27) Si * 120V in de uitvoeringen SPIN/V1 Tabel 3: Gebruikslimieten reductiemotoren SPIN Model type: SECTIONAALdeur Binnen de gevel blijvende kanteldeur (met het accessoire SPA5) Hoogte Breedte Hoogte Breedte SPIN23KCE 2.4m 4.4m 2.2m 4.2m SPIN30/A 2.4m 5m 2.2m 4.2m SPIN40/A 2.4m 5.2m 2.2m 4.2m SN6031/A (SNA5) 2.4m 5m 2.2m 4.2m SN6031/A (SNA6) 3.4m 3.5m 3.2m 2.9m SN6041/A (SNA6) 3.4m 5.2m 3.2m 4.2m 36 LUCYB MOFB Buiten de gevel draaiende kanteldeur (met het accessoire SPA5) of met veren (zonder SPA5) Hoogte Breedte 2.8m 4.2m 2.8m 4.2m 2.8m 4.2m 2.8m 4.2m 3.5m 3.4m 3.5m 4.2m MOSE Codice: ISTSPIN005RO1.4865 - Rev. 00 del 11-03-2009 OVIEW 12
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12

Nice Automation Spin and Spinbus de handleiding

Type
de handleiding