Reely 1692233 Handleiding

Categorie
Speelgoed met afstandsbediening
Type
Handleiding
71
Inhoudsopgave
Pagina
1. Inleiding .............................................................................................................................................................72
2. Verklaring van symbolen ....................................................................................................................................72
3. Doelmatig gebruik .............................................................................................................................................. 73
4. Omvang van de levering .................................................................................................................................... 73
5. Benodigde accessoires ......................................................................................................................................74
6. Veiligheidsinstructies .........................................................................................................................................75
a) Algemeen ....................................................................................................................................................75
b) Ingebruikname .............................................................................................................................................76
c) Rijden met het voertuig ................................................................................................................................77
7. Opmerkingenoverbatterijenenaccu's .............................................................................................................78
8. Rij-accu voor het voertuig laden ........................................................................................................................80
9. Ingebruikname ................................................................................................................................................... 81
a) Carrosserie verwijderen ...............................................................................................................................81
b) Rijregelaarcongureren ..............................................................................................................................81
c) Batterijen/accu'sindezenderplaatsen .......................................................................................................81
d) Zender in gebruik nemen .............................................................................................................................82
e) Derij-accuinhetvoertuigplaatsen .............................................................................................................82
f) Rij-accuaansluitenopderijregelaar ...........................................................................................................83
g) Rijregelaar inschakelen ...............................................................................................................................83
h) Carrosserieplaatsenenbevestigen ............................................................................................................83
i) Decoratiefgereedschapaandecarrosseriebevestigen .............................................................................84
j) Voertuig besturen ........................................................................................................................................84
k) Led-verlichting aan-/uitschakelen ................................................................................................................ 85
l) Rit beëindigen ..............................................................................................................................................85
10. Reiniging en onderhoud .....................................................................................................................................86
a) Algemeen ....................................................................................................................................................86
b) Voor en na elke rit ........................................................................................................................................86
c) Wielen vervangen ........................................................................................................................................87
d) Instellenvandetandankenspeling ............................................................................................................87
e) Slipkoppelinginstellen ................................................................................................................................. 89
11. Verwijdering .......................................................................................................................................................90
a) Product ........................................................................................................................................................90
b) Batterijen/accu’s ..........................................................................................................................................90
12. Conformiteitsverklaring (DOC) ...........................................................................................................................90
13. Verhelpenvanstoringen .................................................................................................................................... 91
14. Technische gegevens van het voertuig ..............................................................................................................93
72
1. Inleiding
Geachte klant,
Hartelijkdankvoordeaankoopvanditproduct.
Ditproductvoldoetaanallewettelijke,nationaleenEuropesenormen.
Om dit zo te houden en een veilig gebruik te garanderen, dient u als gebruiker de aanwijzingen in deze gebruiksaan-
wijzingoptevolgen.
Dezegebruiksaanwijzingbehoortbijditproduct.Erstaanbelangrijkeaanwijzingeninoverdeingebruik-
nameenhetgebruik.Houdhierrekeningmeealsuditproductdoorgeeftaanderden.Bewaardezege-
bruiksaanwijzing daarom voor later gebruik!
Allevermeldebedrijfs-enproductnamenzijnhandelsmerkenvanderespectievelijkeeigenaren.Allerechtenvoor-
behouden.
Bijtechnischevragenkuntuzichwendentotonzehelpdesk.
Voormeerinformativekuntukijkenopwww.conrad.nl of www.conrad.be.
2. Verklaring van symbolen
Hetsymboolmethetuitroeptekenineendriehoekwijstopbelangrijketipsindezegebruiksaanwijzingdie
beslistopgevolgdmoetenworden.
Hetpijl-symboolzietuwaarbijzonderetipsenaanwijzingenoverdebedieningwordengegeven.
73
3. Doelmatig gebruik
Ditproductiseenvierwielaangedrevenmodelvoertuig,datviademeegeleverdeafstandsbedieningdraadloosbe-
stuurdkanworden.Destuurfunctieszijnvooruit/achteruit/links/rechts(elktraploos).
De ingebouwde motor wordt aangestuurd via een elektronische rijregelaar en de besturing door een servomotor.
Het voertuig (chassis en carrosserie) is rijklaar gemonteerd.
BovendienbevindtzicheenNiMHrij-accueneenNiMH-opladerevenals4batterijenvanhettypeAA/mignonvoor
de zender bij de levering.
Hetapparaatisgeenspeelgoedenisnietgeschiktvoorkinderenjongerdan14jaar.
Neem de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht. Deze bevatten belangrijke informatie
voordeomgangmethetproduct.Leesdegebruiksaanwijzingvoordeingebruiknameenhetgebruikvan
het voertuig in zijn geheel en goed door.
Het niet in acht nemen ervan kan verschillende gevaren met zich meebrengen, bijv. verwondingsgevaar.
4. Omvang van de levering
• Rijklaar gemonteerd voertuig
• Zender (afstandsbediening)
• 6-celligeNiMHrij-accu(nominalespanning7,2V)
• NiMH-oplader
• 4 AA/mignon batterijen voor de zender
• Kleineonderdelen(bijv.antennebuisje,decoratievegereedschappenvoordebevestigingaandecarossiere,enz.)
• Gebruiksaanwijzing voor het voertuig
• Gebruiksaanwijzing voor de afstandsbediening
• Gebruiksaanwijzingvoordeoplader
Actuele gebruiksaanwijzingen
Download de meest recente gebruiksaanwijzing via de link www.conrad.com/downloads of scan de
afgebeeldeQR-Code.Volgdeinstructiesopdewebsite.
74
5. Benodigde accessoires
BijdeleveringvindtuzoweleenvoorhetvoertuigpassendeNiMHrij-accu,eenNiMH-opladeren4AA/mignon-
batterijenvoordezender.Voorheteerstegebruikvanhetvoertuighebtudusgeenextraaccessoiresnodig.
Voor een optimaal gebruik van het voertuig raden wij echter nog de volgende onderdelen aan:
• Eenofmeeranderepassenderij-accu's
Opgelet!
Derijregelaariszowelgeschiktvooreen6-celligeNiMHrij-accualsvooreen2-celligeLipo-accu.
De meegeleverde NiMH-oplader mag echter alleen voor het opladen van een NiMH rij-accu worden
gebruikt. Als u probeert een LiPo-accu met de NiMH-oplader op te laden, dan bestaat brand- en
explosiegevaar!
EenLiPo-rij-accumagalleenmeteengeschikteLiPo-opladerwordenopgeladen(eneenNiMH-accuuit-
sluitendviaeenNiMH-oplader).AlsuduseenLiPo-accuvoorhetvoertuigwiltaanschaffen,danheeftu
tevenseengeschikteLipo-opladernodig.
• Reservebanden (om versleten/beschadigde banden snel te kunnen vervangen)
• Montagestandaard(voorproefdraaienengemakkelijkonderhoud)
• Verschillendgereedschap(bijv.schroevendraaier,punttang,binnenzeskantsleutel)
• Persluchtspuit(voordereiniging)
• Borglak(omlosgeraakteschroefverbindingenweertexeren)
Dereserveonderdelenlijstvindtuoponzeinternetpaginawww.conrad.com in het downloadbereik van het
betreffendeproduct.
75
6. Veiligheidsinstructies
In geval van schade, die ontstaat door het niet naleven van de gebruiksaanwijzing, komt de waar-
borg/garantie te vervallen. Wij zijn niet aansprakelijk voor gevolgschade!
Wij zijn niet aansprakelijk voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door verkeerd
gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies! In dergelijke gevallen komt de waarborg/
garantie te vervallen.
Bovendien valt schade voortvloeiend uit gewone slijtage tijdens het gebruik (bijv. versleten wielen of tand-
wielen) en schade door ongevallen (bijv. gebroken draagarm, verbogen chassis, enz.) niet onder de ga-
rantie.
Geachteklant,dezeveiligheidsinstructieszijnnietalleenbedoeldvoordebeschermingvanhetproduct,
maar ook voor de bescherming van uw gezondheid en die van anderen. Lees daarom dit hoofdstuk aan-
dachtigdoorvoordatuhetproductingebruikneemt!
a) Algemeen
Let op, belangrijke aanwijzing!
Hetgebruikvanhetmodelkanschadeaanobjectenen/ofpersoonlijkletselveroorzaken.Zorgerdusvoor
datuvoldoendeverzekerdbentvoordebedieningvanhetmodel,bijvoorbeeldviaeenaansprakelijkheids-
verzekering.Alsualeenaansprakelijkheidsverzekeringbezit,controleerdanvoordeingebruiknemingvan
hetmodelbijuwverzekeringsmaatschappijofdebedieningvanhetmodelwordtgedekt.
• Uitveiligheids-envergunningsredenenishetniettoegestaanditproductzelfomtebouwenen/ofte
veranderen.
• Hetapparaatisgeenspeelgoedenisnietgeschiktvoorkinderenjongerdan14jaar.
• Laathetverpakkingsmateriaalnietrondslingeren,ditkanvoorkinderengevaarlijkspeelgoedzijn.
• Als u vragen hebt die niet door deze gebruiksaanwijzing kunnen worden beantwoord, kunt u contact met
ons(zievoorcontactgegevenshoofdstuk1)ofmeteenanderespecialistopnemen.
• Debedieningenhetgebruikvanopafstandbedienbaremodelvoertuigenmoetgeleerdworden!Alsu
nog nooit een dergelijk voertuig bestuurd hebt, moet u heel voorzichtig beginnen met rijden en u eerst
vertrouwdmakenmetdereactiesvanhetvoertuigopdecommando'svandezender.Weesgeduldig!
• Neembijhetgebruikvanhetproductgeenrisico’s!Uweigenveiligheidendievanuwomgevingis
uitsluitend afhankelijk van uw verantwoord gebruik van het model.
• Hetbeoogdgebruikvanhetvoertuigvergtregelmatigeonderhoudswerkzaamhedenen/ofreparaties.
Debandenzijnbijvoorbeeldonderhevigaanslijtage,oferisdooreenrijfoutsprakevaneen“ongevals-
schade”.
Gebruikvoordedanvereisteonderhouds-ofreparatiewerkzaamhedenalleenoriginelereserveonder-
delen!
76
b) Ingebruikname
• Degebruiksaanwijzingvoorde zender endeoplader wordt afzonderlijkmeegeleverd.Houdper sé
rekening met de daar vermelde veiligheidsinstructies en alle verdere informatie! Bij ondoelmatig gebruik,
inhetbijzondervandedeoplader,kunnenerallerleigevarenoptreden.
• Wikkeldeantennekabelnooitop!Ditvermindertdereikwijdteaanzienlijk.Leterdaarbijgoedopdatde
antennekabel niet wordt beschadigd. Kort de antennekabel nooit in!
• Gebruikuitsluitendvoorhetvoertuiggeschikterij-accu's.Gebruikderijregelaarnooitviaeennetspan-
ningsadapter,ooknietvoortestdoeleinden.
• DitvoertuigisuitsluitendgeschiktvooreenNiMH-accumet6cellen(nominalespanning7,2V)ofeen
LiPorij-accumet2cellen(nominalespanning7,4V).
Bij gebruik van rij-accu's met meer cellen bestaat brandgevaar door oververhitting van de rijregelaar. Bo-
vendien wordt de aandrijving van het voertuig overbelast en daardoor beschadigd (bijv. het differentieel).
De waarborg/garantie komt te vervallen!
Opgelet!
De meegelevere NiMH-oplader mag alleen worden gebruikt voor het opladen van een NiMH-rij-
accu. Als u probeert een LiPo-accu met de NiMH-oplader op te laden, dan bestaat brand- en
explosiegevaar!
EenLiPo-rij-accumagalleenmeteengeschikteLiPo-opladerwordenopgeladen(eneenNiMH-accu
uitsluitendviaeenNiMH-oplader).AlsuduseenLiPo-accuvoorhetvoertuigwiltaanschaffen,danheeft
utevenseengeschikteLipo-opladernodig.
Leterdaaromaltijdop,devoordeaccutechnologiebijpassendeopladertegebruiken.
• Zet bij de ingebruikname altijd eerst de zender aan. Pas daarna mag de rij-accu van het voertuig met
de rijregelaar verbonden worden en de rijregelaar ingeschakeld worden. Dit kan anders tot onvoorziene
reacties van het voertuig leiden!
Ga als volgt te werk:
- Zethetvoertuig voor het aansluiten opeengeschiktonderstel zodat de wielen vrijrondkunnen
draaien.
- Zet de rijregelaar uit.
- Als dat nog niet gebeurd is, zet dan de zender aan. Controleer diens werking (bijv. bedrijfsindicator
van de zender).
- Brengopdezenderdetrimmingvoordegas-/remfunctieindemiddelstestand.
- Sluitnupasdevolgeladenrij-accuaanopderijregelaar.
- Schakel daarna de rijregelaar in. Wacht vervolgens enkele seconden totdat de rijregelaar zijn zelfdi-
agnose heeft afgesloten.
- Controleerofhetvoertuigzoalsverwachtopdeafstandsbedieningreageert(besturingenaandrij-
ving),voordatuhetvandeondergrondneemtenhetmetwielenopdegrondplaatst.
77
c) Rijden met het voertuig
• Eenverkeerdgebruikkanernstigpersoonlijkletselenmateriëleschadetotgevolghebben!Rijalleen
zolang u direct zichtcontact met het voertuig hebt. Rijd daarom ook niet ‘s nachts.
• Rij alleen wanneer uw reactievermogen niet verminderd is. Vermoeidheid of beïnvloeding door alcohol of
medicijnen kan, net zoals bij een echt voertuig, verkeerde reacties tot gevolg hebben.
• Denkeraandatumetditmodelvoertuignietopdeopenbareweg,pleinenenstratenmagrijden.Gebruik
hetooknietopprivéterreinzondertoestemmingvandeeigenaar.
• Rij niet naar mensen of dieren toe!
• Vermijdhetrijdenbijzeerlageomgevingstemperaturen.Kunststofonderdelenverliezenhierdooraan
elasticiteit. Dit kan bij een klein ongeluk al grote schade kan veroorzaken.
• Rijniettijdensonweer,onderhoogspanningskabelsofindebuurtvanzendmasten.
• Laat de zender altijd ingeschakeld zolang het voertuig in gebruik is.
• Om het voertuig weg te zetten moet u altijd eerst de rijregelaar van het voertuig uitzetten en vervolgens
derij-accuvolledigontkoppelenvanderijregelaar.
Pas daarna mag de zender uitgeschakeld worden.
• Bij zwakke batterijen (of accu's) in de zender neemt de reikwijdte af. Vervang de batterijen of accu's
door nieuwe.
Alsderij-accuinhetvoertuigleegraakt,wordtdezetragerofreageertnietmeergoedopdezender.
De rij-accu in het voertuig is niet alleen bestemd voor de stroomvoorziening van de motor via de rijre-
gelaar.Derijregelaargenereertookdenodigespanning/stroomvoordeontvangerendestuurservo.
Daarvoor is in de rijregelaar een BEC ingebouwd (Engels voor “Battery Eliminator Circuit”, elektronische
schakelingvoordirectestroomvoorzieningvandeontvangerzonderextraontvangeraccu).
Bijeentelagespanningvanderij-accukanookdespanningaandeontvangerdalen,watertoeleidtdat
hetvoertuignietmeeropdestuurbevelenvandezenderreageert.
Inditgevalmoetuhetgebruikonmiddellijkstoppen(rijregelaaruitschakelen,rij-acculoskoppelenvan
het voertuig, zender uitschakelen). Vervang daarna de rij-accu van het voertuig of laad de rij-accu weer
op.
• Zowel de motor en de aandrijving alsook de rijregelaar en de rij-accu van het voertuig worden warm
tijdenshetgebruik.Lasvoorelkeaccuwisseleenpauzevanminstens5tot10minutenin.
• Laat de rij-accu voor het laden volledig afkoelen.
• Raak de motor, de rijregelaar en de accu niet aan tot deze afgekoeld zijn. Gevaar voor brandwonden!
78
7. Opmerkingen over batterijen en accu's
Het gebruik van batterijen en accu’s is vandaag de dag weliswaar vanzelfsprekend, maar er bestaan
toch tal van gevaren en problemen. Vooral bij LiPo-accu's met hun hoge energie-inhoud (in verge-
lijking met gewone NiMH-accu's) dient men verschillende voorschriften in acht te nemen, omdat er
anders explosie- en brandgevaar bestaat.
Houd daarom in ieder geval rekening met de volgende informatie en veiligheidsinstructies voor de
omgang met batterijen en accu’s.
• Houd batterijen en accu’s uit de buurt van kinderen.
• Laat batterijen/accu’s niet rondslingeren. Er bestaat dan gevaar dat ze door kinderen of huisdieren
wordeningeslikt.Neemindatgevaldirectcontactopmeteenarts!
• Umagbatterijen/accu’snooitkortsluiten,demonterenofinhetvuurwerpen.Erbestaatexplosiegevaar!
• Alsuhetproductlangeretijdnietgebruikt(bijv.alsuhetopbergt),moetudebatterijen/accu’suitde
zenderhalenombeschadigingendoorlekkendebatterijen/accu’stevoorkomen.Koppelderij-accuvol-
ledig los van het voertuig en haal hem uit het voertuig.
• Lekkende of beschadigde batterijen/accu’s kunnen bij contact met de huid chemische brandwonden
veroorzaken. Gebruik in dergelijke gevallen geschikte veiligheidshandschoenen.
• Uitbatterijenenaccu’slekkendevloeistoffenzijnchemischuiterstagressief.Voorwerpenofoppervlak-
kendieermeeincontactkomen,kunnenernstigbeschadigdraken.Bewaarbatterijen/accu’sdaaromop
eendaarvoorgeschikteplaats.
• Gewone(niet-oplaadbare)batterijenmogennietwordenopgeladen.Erbestaatbrand-enexplosiege-
vaar!Laaduitsluitendbatterijenopdiedaarvoorbestemdzijnengebruikhiervooreengeschikteoplader.
• Letbijhetplaatsenvandebatterijenenhetaansluitenvaneenrij-accuopdejuistepolariteit(plus/+en
min/-).
• Umagnooitoplaadbareenniet-oplaadbarebatterijendoorelkaargebruiken!Gebruikvoordezender
ofweloplaadbareofniet-oplaadbarebatterijen.
• Vervang steeds de volledige set batterijen/accu's in de zender. Gebruik geen volle en halfvolle batterijen
ofaccu’sdoorelkaar.Gebruiksteedsbatterijenofaccu’svanhetzelfdetypeendezelfdefabrikant.
• Afhankelijk van de accutechnologie (NiMH, LiPo....) is een geschikte acculader nodig. Laad LiPo-accu's
bijvoorbeeldnooitopmeteenNiMH-oplader!Erbestaatbrand-enexplosiegevaar!
• VoorhetopladenvanmeercelligeLiPo-accu'siseengeschiktebalancerabsoluutnoodzakelijk(inde
meesteLiPo-opladersisdital ingebouwd.Eenbalancer(ookwelequalizergenoemd)voorkomthet
overladenvaneenLiPo-celdoordeindividuelecelspanningentecontroleren.
HetoverladenvaneenLiPo-cel(max.celspanning4,24V)kandeceldoenopzwellenenzelfsbrandof
eenexplosieveroorzaken!
• Umagalleenintacteaccu’sopladendienietbeschadigdzijn.Alsdeuitwendigeisolatievandeaccu
of de behuizing ervan beschadigd is of als de accu vervormd is of bol staat, mag deze in geen geval
wordenopgeladen.Inditgevalbestaatereenacuutgevaarvoorbrandofeenexplosie!
• Umagaccu’snooitdirectnahetgebruikopladen.Laataccu’saltijdeerstafkoelen(minstens5-10
minuten).
79
• Haaldeaccuuithetmodelomdezeopteladen.
• Zetdeopladerenaccuopeenhittebestendig,ontbrandbaaroppervlak.
• Opladerenaccu’swordenwarmtijdenshetladen.Houddaaromvoldoendeafstandtussenopladeren
deaccu;legdeaccunooitopdeoplader.Dekdeopladerendeaccunooitaf.Umagdeopladerende
accunietaanhoge/lagetemperaturenendirectzonlichtblootstellen.
• Laadaccu’snooitonbeheerdop.
• Laadaccu’sregelmatigop(ongeveerelke2à3maanden),omdatdeaccu’szichandersdoorzelfontla-
dingtediepontladen.Daardoorwordendeaccu’sonbruikbaar!
NiMH-accu’s(behalvespecialetypenmetgeringezelfontlading)verliezenhunenergiealbinnenenkele
weken.
LiPo-accu'sbehoudenhunenergienormaalgesprokengedurendemeerderemaanden,maarzeworden
dooreendiepteontladingblijvendbeschadigdenkunnennietmeerwordengebruikt.
• Gebruiknooiteente hoge laadstroom;raadpleegdeinformatie van defabrikantover de idealeen
maximalelaadstroom.
• Koppeldeacculosvandeladeralsdezevolledigopgeladenis.
• Laders en accu’s mogen niet vochtig of nat worden. Er bestaat levensgevaar door elektrische schokken
enbovendienbrand-ofexplosiegevaardoordeaccu!
Vooral accu's met lithium-technologie (bijv. LiPo-accu's) zijn vanwege de gebruikte chemicaliën zeer
gevoelig voor vocht!
80
8. Rij-accu voor het voertuig laden
• Hetproductwordtgeleverdmeteen6-celligeNiMHrij-accueneenhiervoorgeschikteNiMH-oplader.Neemvoor
hetopladenvanderij-accuookdegebruiksaanwijzingvandeopladerinacht.
Opgelet!
De meegelevere NiMH-oplader mag alleen worden gebruikt voor het opladen van een NiMH-rij-accu.
Als u probeert een LiPo-accu met de NiMH-oplader op te laden, dan bestaat brand- en explosiege-
vaar!
EenLiPo-rij-accumagalleenmeteengeschikteLiPo-opladerwordenopgeladen(eneenNiMH-accuuit-
sluitendviaeenNiMH-oplader).AlsuduseenLiPo-accuvoorhetvoertuigwiltaanschaffen,danheeftu
tevenseengeschikteLipo-opladernodig.
• Eenrij-accuisbijdeleveringnormaalgesprokenleegenmoetwordenopgeladen.Voordateenrij-accuzijnmaxi-
malecapaciteitlevertmoetdezemeermaalsontladenenopgeladenworden.
Bijaccu'smetNiMH-ofLiPo-techniekleidthetopladenvandeelsontladenaccu'sniettotproblemen.Eerstontla-
denisnormaalgesprokennietnodig.
• Hoogwaardigerij-accu’shebbennietalleeneengroterecapaciteitomlangermethetvoertuigtekunnenrijden,
maardezeaccu'shebbenonderbelastingookeenhogereuitgangsspanning.Opdezemanierbeschiktdemotor
over een groter vermogen, wat zich uit in een betere acceleratie en een hogere snelheid.
• Accu’swarmentijdenshetladenofhetontladen(tijdenshetrijdenvanhetvoertuig)op.Laaddeaccu’spasopals
zeafgekoeldzijntotopkamertemperatuur.Hetzelfdegeldtnahetladen;gebruikdeaccupasdanalsdeaccuna
het laden voldoende is afgekoeld.
• Gebruikalleeneenopladerdiegeschiktisvoorhetgebruikteaccutype(NiMHofLiPo).
• Haal de rij-accu voor het laden uit het voertuig.
81
9. Ingebruikname
a) Carrosserie verwijderen
Trekdeveiligheidsclipseruitverwijderdecarrosserienaarboven.
b) Rijregelaarcongureren
Derijregelaarbeschiktover twee jumpersviawelkede
rijfunctieenhetaccutypegecongureerdkunnenworden.
Jumper“MODE”(A):Hierkandebedrijfsmodusworden
gekozen (“Boat” = boot). Laat deze jumper op positie
“Crawler” staan.
Jumper“BATT”(B):Stelhierinwelkerij-accuopderijre-
gelaar wordt aangesloten (LiPo- of NiMH rij-accu).
Belangrijk!
Indien u een LiPo-accu gebruikt en u stelt het
accutypeinopNiMH,danwordtdeaccutever
ontladen en hierdoor onherstelbaar bescha-
digd.
Leterdaaromaltijdopdatuhetjuisteaccutype
instelt voordat u met het voertuig rijdt.
Bij de instelling “LiPo” reduceert de rijregelaar bij een ac-
cuspanningonder6,5Vhetmotorvermogenop50%.
Bijeenaccuspanningonder6,0Vschakeltderijregelaar
demotoruit.OpdezemanierwordtdeLiPorij-accube-
schermdtegendiepteontlading.
Bij de instelling “NiMH” wordt het motorvermogen bij een
accuspanningonder4,5Vgereduceerd;demotorwordt
bijeenaccuspanningonder4,0Vuitgeschakeld.
c) Batterijen/accu's in de zender plaatsen
Openhetbatterijvakopdezenderenplaatsdaarofweldebatterijenofwelvolledigopgeladenaccu's.Letbijhet
plaatsenopdejuistepolariteit(plus/+enmin/-),zieopdrukinhetbatterijvak.Sluithetbatterijvakweer.
Leesbovendienookdeapartmeegeleverdegebruiksaanwijzingvandezender.
82
d) Zender in gebruik nemen
Schakeldezenderaanenzetdetrimmingvoordestuur-enrijfunctieelkindemiddelstepositie.Alsdezenderover
eendualrate-functiebeschikt,moetdezewordenuitgeschakeldresp.zowordeningestelddatdestuurinslagniet
wordtbeperkt.
Neembovendienookdeapartmeegeleverdegebruiksaanwijzingvandeafstandsbedieninginacht.
e) De rij-accu in het voertuig plaatsen
Opgelet!
U mag de rij-accu nog niet met de rijregelaar verbinden. Neem eerst de zender in gebruik, zie hoofdstuk
9. c) en 9. d).
Belangrijk!
DitvoertuigisuitsluitendgeschiktvooreenNiMHrij-accumet6cellen(nominalespanning7,2V)ofeen
LiPorij-accumet2cellen(nominalespanning7,4V).
Bij gebruik van rij-accu's met meer cellen bestaat brandgevaar door oververhitting van de rijregelaar. Bo-
vendien wordt de aandrijving van het voertuig overbelast en daardoor beschadigd (bijv. het differentieel).
De waarborg/garantie komt te vervallen!
Controleerofdeaccuhetbijderijregelaarpassendestekkersysteemheeftenofdepolariteitcorrectis
(rodekabel=plus/+,zwartekabel=min/-).
Maak de klittenband (A) van de accuhouder los.
Plaats vervolgens de rij-accu in de accuhouder (B).
Als de aansluitkabel van de accu zeer kort is, moet de
accuzoindeaccuhouderwordengeplaatstdatdeaan-
sluitkabel naar achteren in de richting van de kofferbak
is gericht.
Trek de klittenband (A) strak aan zodat de rij-accu stevig
vastzit en sluit de klittenband.
83
f) Rij-accu aansluiten op de rijregelaar
Omtevermijdendatdewielenplotsbeginnen
te draaien en zodoende ook het voertuig begint
te rijden (bijv. als de trimregelaar voor de aan-
drijving versteld is), moet u het modelvoertuig
op een geschikte verhoging plaatsen (of op
eenstartbox)zodatdewielen bij een storing
vrij kunnen draaien.
Steek uw hand niet in de aandrijving. Houd de
wielen niet vast.
Zet nu de snelheidsregelaar uit (schakelstand "OFF"). De aan-/uit-schakelaar vindt u direct naast de rijregelaar (neem
detekstopdeschakelaarinacht).Neemvervolgens,indienuditnognietgedaanheeft,eerstdezenderingebruik
(zie hoofdstuk 9. c) en 9. d).
Sluitdaarnaderij-accuaanopderijregelaar.Letdaarbijopdejuistepolariteit(rodekabel=plus/+,zwartekabel=
min/-). Gebruik bij het verbinden van de accustekker met de aansluiting van de rijregelaar geen geweld.
Belangrijk!
DitvoertuigisuitsluitendgeschiktvooreenNiMHrij-accumet6cellen(nominalespanning7,2V)ofeen
LiPorij-accumet2cellen(nominalespanning7,4V).
Leteropdatdekabelsnietindeaandrijvingvanhetvoertuigofinhetstuurmechanismeterechtkunnenkomen.
Gebruikeventueelkabelbindersomdekabelstexeren.
g) Rijregelaar inschakelen
Schakelderijregelaaraan,doordeschuifschakelaar(zieafbeeldinginhoofdstuk9.f)oppositie“ON”tezetten.
Wachtvervolgensenkeleseconden(gas-/remhendelopdezenderindeneutralestandlaten,nietbewegen),totdat
de rijregelaar de zelftest heeft voltooid.
Wanneerderijregelaargeenzendersignaalofgeenjuisteneutralepositieheeftherkend,blijftderodeled
knipperen.Derijregelaarkannietingebruikwordengenomen.
Betekenis van de geluidssignalen Status-led
• 1xkortgeluidssignaal:NiMHrij-accuherkend
• 2x kort geluidssignaal: LiPo rij-accu met 2 cellen
herkend
• 1xlanggeluidssignaal:Zelftest is afgesloten,gas-/
remhendelopdezenderbevindtzichindeneutrale
stand, rijregelaar is klaar voor gebruik
• Leduit:Gas-/remhendelopdezenderisindeneu-
trale stand
• Ledknippert:Gas-/remhendelopdezenderisinde
stand voor vooruit of achteruit rijden
• Led brandt: Plankgas
De geluidssignalen worden door een korte aansturing van de motor veroorzaakt.
Controleer nu de aandrijf- en stuurfuncties van het voertuig.
h) Carrosserie plaatsen en bevestigen
Plaatsdecarrosserieopdehoudersenbeveiligdezemetdemetalenclipjes.
84
i) Decoratief gereedschap aan de carrosserie bevestigen
Monteer,indiengewenst,hetmeegeleverdedecoratievegereedschapaandecarrosserie.Zodathijtijdenshetrijden
niet verloren gaat, kunt u hem bijv. met wat hete lijm of lijm voor kunststof bevestigen.
j) Voertuig besturen
Plaatshetvoertuigopdegrond.Steekuwvingersnietindeaandrijvingenhoudhetvoertuignietvastaandewielen.
Bediendegashendelopdezenderheelvoorzichtigenrijinhetbeginniettehard,totuvertrouwdbent
metdereactiesvandeautoopdebediening.Maakgeensnelleenschokkendebewegingenmetdebedie-
ningselementen van de zender.
Als het voertuig de neiging heeft om naar links of rechts te trekken, moet u de trimming voor de besturing overeen-
komstig instellen aan de zender.
De volgende afbeeldingen dienen alleen als illustratie van de functies. Deze hoeven niet met de uitvoering
van de meegeleverde zender overeen te komen.
1. Gas-remhendelloslaten(neutralestand),voertuigroltuitresp.beweegtniet(evt.trimregelaarvoorderijfunctieop
de zender corrigeren)
2. Vooruitrijden,gas-remhendellangzaaminrichtingvandegreepduwen
3. Achteruitrijden,gas-/remhendellangzaamvandegreepwegschuiven
Wisselnietrechtstreekstussenderijrichtingen,maarstophetvoertuigeerstvoordatuindeandererichting
rijdt. Een directe wisseling van de rijrichting kan een overbelasting van de aandrijving tot gevolg hebben.
85
U moethetrijdenonmiddellijkstopzettenalsu ongewonereactiesvandeautoopde besturingscom-
mando’s van de zender vaststelt of als de auto niet meer reageert. Dit kan worden veroorzaakt door een
zwakke rij-accu, zwakke batterijen in de zender of een te grote afstand tussen het voertuig en de zender.
Ookeen opgeroldeantenne vandeontvanger,storingenophetgebruiktezendkanaal(bijv.draadloze
transmissiesdoorandereapparaten,Bluetooth
®
, WLAN) of ongunstige zend-/ontvangstvoorwaarden kun-
nen een oorzaak zijn voor ongewone reacties van het voertuig.
Aangezien de stroomvoorziening van de ontvanger afkomstig is van de rijregelaar/rij-accu, leidt een zwak-
ke of lege rij-accu tot ongewenste bewegingen van het voertuig (bijv. het schokken van de stuurservo).
Despanningvanderij-accudaaltbijvoorbeeldbijplankgaskortstondigzover,datdeontvangernietmeer
debenodigdebedrijfsspanningkrijgt.Hetvoertuigversneltdanwelmaardestuurservoreageertnietjuist.
Beëindigdanonmiddellijkhetgebruikvanhetvoertuigengebruikeennieuwe,volledigopgeladenrij-accu.
Als de rij-accu leeg is moet u minstens 5 - 10 minuten wachten totdat de motor en de rijregelaar voldoende
zijnafgekoeld.Startpasdaarnaeennieuweritmeteenvollerij-accu.
k) Led-verlichting aan-/uitschakelen
Hetvoertuigheeftaandebumpersaanvoor-enachter-
kant led’s. Deze kunt u via een kleine schuifschakelaar
inschakelen(“ON”)ofuitschakelen(“OFF”),ziedepijlin
de afbeelding rechts.
l) Rit beëindigen
Om het rijden te beëindigen gaat u als volgt te werk:
• Laatdegashendelopdezenderloszodatdezeindeneutralestandstaatenlaathetvoertuiguitrollen.
• Nadat het voertuig tot stilstand is gekomen, gaat de rijregelaar uit (schakelstand “OFF”).
Raakdewielenofdeaandrijvinghierbijnietaanenbeweegingeengevaldegashendelopdezender!
Houd het voertuig niet aan de wielen vast!
Opgelet!
Motor, rijregelaar en rij-accu worden tijdens het gebruik zeer warm! Raak deze onderdelen meteen na het
rijdendaaromnietaan,kansopbrandwonden!
• Koppelderij-acculosvanderijregelaar.Maakdestekkerverbindingvollediglos.
• Pas daarna mag de zender uitgeschakeld worden.
86
10. Reiniging en onderhoud
a) Algemeen
Voor de reiniging of het onderhoud moet de rijregelaar uitgezet worden en moet de rij-accu volledig van de rijregelaar
wordenlosgekoppeld.Indienuzojuistmethetvoertuighebtgeredendientualleonderdelen(bijv.motor,rijregelaar
enz.) eerst volledig te laten afkoelen.
Maak het voertuig na het rijden schoon door stof en vuil te verwijderen met bijvoorbeeld een schone langharige kwast
eneenstofzuiger.Persluchtkanhierbijookvanpaskomen.
Gebruikgeenreinigingsspraysofgewoneschoonmaakmiddelen.Daardoorkandeelektronicabeschadigdraken.
Bovendien leiden dergelijke middelen tot verkleuringen aan de kunststof onderdelen of de carrosserie.
Was het voertuig nooit met water af, zoals bijv. met een hogedrukreiniger. Daardoor kan de motor, de rijregelaar en
ook de ontvanger beschadigd raken.
Voor het afvegen van de carrosserie kunt u een zachte en enigszins vochtige doek gebruiken. Wrijf niet te hard,
anders ontstaan er krassen.
b) Voor en na elke rit
Door de trillingen van de motor en schokken tijdens het rijden kunnen er onderdelen en schroefverbindingen losraken.
Controleer daarom voor en na elke rit de volgende punten:
• Vastzitten van de wielmoeren en alle schroefverbindingen van het voertuig
• Bevestiging van rijregelaar, aan-uitschakelaar, ontvanger
• Bevestigingvandebandenopdevelgenendetoestandvandebanden
• Bevestiging van alle kabels (deze mogen niet in bewegende delen van het voertuig terecht komen)
Controleerhetvoertuigookvoorennaelkgebruikopbeschadigingen.Indienubeschadigingenvaststelt
mag het voertuig niet meer gebruikt worden.
Mochten versleten voertuigonderdelen (bijv. banden) of defecte onderdelen van het voertuig (bijv. een
gebroken draagarm) vervangen moeten worden, mag u alleen originele reserveonderdelen gebruiken.
87
c) Wielen vervangen
Debandenzijnopdevelggexeerd,zodatzrnietloskunnenrakenvandevelg.Wanneerdebandenversletenzijn,
moet daarom het hele wiel worden vervangen.
Na het verwijderen van de moerafdekking (A) maakt u de
wielmoeren (B) met een geschikte steeksleutel los. Trek
vervolgens het wiel van de wielas (D).
Vervolgenswordthetnieuwewielgeplaatstzodatdebin-
nenzeskantbinnenaandevelgpreciesopdewielmeene-
mer-moer (C) steekt.
Draai het wiel met de in het begin verwijderde wielmoer
(B)weervastopewielas. Pas echter tijdens hetvast-
schroeven geen geweld toe, aangezien het wiel anders
moeizaam draait, waardoor de aandrijving beschadigd
kan raken. Steek vervolgens de moerafdekking (A) weer
opdewielmoer(B).
Mogelijkerwijzeblijftdewielmeenemer-moer(C)bijheterafhalenvanhetachterwielopdevelgstekenof
raakthijlosvandewielas(D).Leterdanopdatdemeenemerpen(E)nieteruitvaltenverlorengaat.
Wanneerlaterhetwielopnieuwwordtgemonteerddientperségecontroleerdteworden,datdemeene-
merpen(E)preciesinhetmiddenvandewielas(D)steektindeovereenkomstigegroefindewielmeene-
mer-moer (C) komt te liggen.
Bijeenontbrekendemeenemerpen(E)kangeendraaimomentvandemotornaarhetwielwordenoverge-
dragen, het wiel draait vrij door.
d) Instellenvandetandankenspeling
De fabrikant heeft de tandankspeling al ingesteld. Dit
hoeft in de regel niet gecorrigeerd te worden.
Het kan echter gebeuren dat de bevestigingsschroeven
van de motor na langdurig gebruik van het voertuig los
trillen. In dit geval is het noodzakelijk dat de motor weer
wordt vastgeschroefd; maar daarbij moet erop worden
geletdatdetandankspelingjuistis.
Verwijderdestofkap(A)doorde3borgschroeventever-
wijderen.
88
De afstand tussen het hoofdtandwiel (B) en het motor-
tandwiel (C) moet zo klein mogelijk zijn zonder dat de
tandwielen stroef draaien.
Draai de twee bevestigingsschroeven (D) van de motor
een beetje los. Schuif daarna met lichte druk de motor met
het motorwiel (B) in de richting van het versnellingswiel
(C).
De motor mag hierbij echter niet loszitten; de
bevestigingsschroeven mogen slechts zo ver
worden losgedraaid, dat de motor net kan wor-
den bewogen.
Het motortandwiel en het hoofdtandwiel moeten nu zon-
derspelinginelkaargrijpen.Ditisechternietzogoedvoor
de levensduur van de tandwielen!
Plaatseenstrookjedunpapier(E)tussenhethoofdtand-
wiel (C) en het motortandwiel (B) en draai het hoofdtand-
wielmetdehandzodathetstrookjepapier(max.80g
papier)tussendetweetandwielengetrokkenwordt.
Doordedrukvanhetpapierwordtdemotorzover als
nodig teruggeduwd.
Draainuindezepositiedebevestigingsschroeven(D)van
de motor vast.
Als u vervolgens het hoofdtandwiel terugdraait om het
strookjepapiertekunnenverwijderen(G),moettussende
twee tandwielen de juiste afstand zijn ingesteld.
Plaatsdestofkapweerterugenschroefdezevast.
In het ideale geval zit het motortandwiel zo dicht mogelijk bij het hoofdtandwiel zonder dat de tanden elkaar
raken en de tandwielen daardoor stroef draaien.
Als de tandwielen (motortandwiel en hoofdtandwiel) te ver van elkaar staan, worden al na enkele seconden
rijden de tanden van het hoofdtandwiel door het motortandwiel letterlijk weggefreesd. De garantie komt
daarmee te vervallen!
Alshetmotortandwielechtertegenhethoofdtandwieldrukt(detandwielendraaienzonderspeling),leidt
dittotlagereprestaties,hogerstroomverbruik(demotorheeftmeervermogennodigomhethoofdtandwiel
te laten draaien) en voortijdige slijtage van het hoofdtandwiel.
89
e) Slipkoppeling instellen
Deslipkoppelingbeschermtdetandwielkasttegenoverbelastingbijhetrijdenopbijvoorbeeldbijzonderruwterrein.
Bovendienwordtdooreenovereenkomstigeinstellingvandeslipkoppelingvoorkomendathetvoertuigdoorhethoge
toerentalvandeaandrijvingbijhetstartenoverdekopslaat.
De fabrikant heeft al een zo goed mogelijke instelling geselecteerd. Verander deze daarom niet zonder
reden.
Doorzeerveelvuldigwegrijdenopvolvermogenopeenstevigeondergrondkankandeslipkoppelingslijten,waar-
dooreventueeleenafstellingvandeslipkoppelingmoetwordenuitgevoerd.Verderkunnenprofessionelebestuurders
deslipkoppelingovereenkomstighetgewensteoptrekgedragopeenbepaaldeondergrondinstellen.
Als u de instelling wilt veranderen, ga dan als volgt te werk:
Verwijderdestofkap(A)doorde3borgschroeventever-
wijderen.
Deslipkoppelingkanwordeningestelddooraandezes-
kantmoer (B) te draaien.
Met de klok mee draaien ervan verhoogt het aandrijfver-
mogen van de transmissie en tegen de klok in draaien
vermindert de krachtoverbrenging.
Als de slipkoppeling te vast ingesteld wordt,
wordt het aandrijfvermogen volledig overge-
dragenenkandeslipkoppelingzijnwerkniet
doen. Dit kan het differentieel beschadigen en
bovendien bestaat het gevaar dat het voertuig
bij een te harde ondergrond vanwege het grote
koppelvandemotorbijhetwegrijdenoverde
kopslaat.
Alsdeslipkoppelingte"zacht"ingesteldwordt,
zaldeslipkoppelingsnelslijten.Bovendienzal
het voertuig slecht accelereren of helemaal niet
bewegen(deslipkoppelingdraaitdoor).
Versteldeslipkoppelingalleeninkleinestapjes
(max.1/4slag)entestvervolgenshetgedrag
van het voertuig bij het wegrijden. Maak in elk
geval een notitie van de uitgevoerde wijziging,
zodat u deze zo nodig weer ongedaan kunt ma-
ken.
90
11. Verwijdering
a) Product
Elektronischeapparatenzijnrecyclebarestoffenenhorennietbijhethuisvuil.Voerhetproductaanhet
eindevanzijnlevensduurvolgensdegeldendewettelijkebepalingenaf.
Verwijderbatterijen/accu'sdiemogelijkinhetapparaatzittenengooizeafzonderlijkvanhetproductweg.
b) Batterijen/accu’s
AlseindverbruikerbentuconformdeKCA-voorschriftenwettelijkverplichtomallelegebatterijen/accu’sinteleveren.
Batterijen/accu’s mogen niet met het huisvuil meegegeven worden.
Batterijen/accu’s die schadelijke stoffen bevatten, worden aangegeven met het nevenstaande symbool. Dit
pictogramduidteropdatafvoerviahethuishoudelijkafvalverbodenis.Deaanduidingenvoordezware
metalendiehetbetreftzijn:Cd=cadmium,Hg=kwik,Pb=lood(deaanduidingstaatopdebatterijen/
accu's bijv. onder het links afgebeelde vuilnisbaksymbool).
Ukuntverbruiktebatterijen/accu’sgratisafgevenbijhetKCA,onzelialenofoveralwaarbatterijen/accu’sworden
verkocht.
Uvoldoetdaarmeeaandewettelijkeverplichtingenendraagtbijaandebeschermingvanhetmilieu.
12. Conformiteitsverklaring (DOC)
Hiermeeverklaart ConradElectronic SE,Klaus-Conrad-Straße 1,D-92240 Hirschaudat hetproduct voldoetaan
richtlijn 2014/53/EU.
De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is als download via het volgende internetadres be-
schikbaar:
www.conrad.com/downloads
Kieseentaaldooropeenvlagsymboolteklikkenenvoerhetbestelnummervanhetproductinhetzoekveld
in;aansluitendkuntudeEU-conformiteitsverklaringdownloadeninpdf-formaat.
91
13. Verhelpen van storingen
Hetvoertuigisvolgensdenieuwstetechnischeinzichtenvervaardigd.Erkunnendesondanksproblemenofstoringen
optreden.Mogelijkestoringenkuntualsvolgtverhelpen.Neembovendienookdemeegeleverdegebruiksaanwijzing
van de zender in acht.
Het model reageert niet of niet juist
• Bij2,4GHz-zender/ontvangersmoetdeontvangerwordengekoppeldmetdezender.Dezeprocedurewordtmet
deEngelseterm“Binding”of“Pairing”aangeduid.Hetkoppelenwordtnormaalgesprokendoordefabrikantuitge-
voerd,kanuiteraardookdooruzelfwordenuitgevoerd.Neemhiervoordeapartmeegeleverdegebruiksaanwijzing
van de zender in acht.
• Is de rij-accu van het voertuig leeg of zijn de batterijen in de zender leeg? Vervang de rij-accu of batterijen in de
zender dan door nieuwe.
• Hebt u eerst de zender en daarna de rijregelaar ingeschakeld? Bij omgekeerde volgorde werkt de rijregelaar om
veiligheidsredenen niet.
• Isderij-accucorrectaangeslotenopderijregelaar?Controleerdestekkerverbindingofdezeeventueelverontrei-
nigdofgeoxideerdis.
• Is het voertuig te ver weg? Met een volle rij-accu en volle batterijen in de zender moet een bereik van 50 m of meer
mogelijkzijn.Ditkanechterwordenverminderddooromgevingsinvloeden,bijv.storingenopdezendfrequentieof
de nabijheid van andere zenders (niet alleen zenders, maar ook WLAN-/Bluetooth
®
-apparatendieeveneenseen
zendfrequentie van 2,4 GHz gebruiken), van metalen onderdelen, gebouwen, enz.
Depositievandezender-enontvangerantennetenopzichtevanelkaarheeftzeersterkeinvloedophetbereik.
Hetishetbestealszoweldezender-alsdeontvangerantenneverticaalstaan(metbeideantennesparallelten
opzichtevanelkaar).Alsdezenderantennedaarentegenophetvoertuigwordtgerichtheeftditeenzeerklein
bereik tot gevolg!
• Controleerdejuistepositievandestekkervanderijregelaarenvandestuurservoindeontvanger.Alsdestekkers
180° gedraaid zijn aangesloten werken de rijregelaar en de stuurservo niet.
Wanneer daarentegen de stekker van de rijregelaar en stuurservo met elkaar worden verwisseld stuurt de gas-
remhendelopdezenderdestuurservoenhetdraaiwielderijfunctie!
Het voertuig blijft niet staan als de gashendel wordt losgelaten
• Corrigeeropdezenderdetrimregelaarvoorderijfunctie(neutralestandinstellen).
Het voertuig wordt trager of de stuurservo reageert nog maar weinig of helemaal niet meer; het bereik tussen
de zender en het voertuig is maar zeer klein
• De rij-accu is (bijna) leeg.
DestroomvoorzieningvandeontvangerenzodoendeookvandestuurservovindtplaatsviadeBECvanderijre-
gelaar. Daarom leidt een zwakke of lege rij-accu ertoe dat de ontvanger niet meer naar behoren werkt. Vervang de
rij-accudooreennieuwevolledigopgeladenrij-accu(voorafeenpauzevan5à10minuteninlassen,zodatdemotor
en de rijregelaar voldoende kunnen afkoelen).
• Controleer de batterijen/accu's in de zender.
92
Tijdens het rijden wordt het voertuig langzamer of blijft staan
• De rij-accu is (bijna) leeg.
• Derijregelaarisoververhit,deovertemperatuurbeveiligingisgeactiveerd(rodeledknippert,rijregelaarlatenafkoe-
len, dan is het voertuig weer gereed voor gebruik).
• De afstand tot de zender is te groot, de rijregelaar heeft via de ontvanger geen geldig stuursignaal herkend (of de
failsafe-functie van de ontvanger is geactiveerd, zie gebruiksaanwijzing van de zender).
Het voertuig rijdt niet correct rechtuit
• Lijndebesturingmetbehulpvandezenderendebijbehorendetrimfunctieuit.
• Controleer de stuurstang, de servoarm en de schroefverbinding ervan.
• Heefthetvoertuigeenongevalgehad?Controleerhetvoertuigdanopdefecteofgebrokenonderdelenenvervang
deze.
De besturing is tegengesteld ten opzichte van de beweging van het draaiwiel op de zender
• Activeerdereverse-instellingvoordestuurfunctieopdezender.
De rijfunctie is tegenovergesteld ten opzichte van de beweging van de gas-/remhendel op de zender
• Normaalgesprokenmoethetvoertuignaarvorenrijden,alsdegas-/remhendelopdezendernaardegreeptoe
wordt getrokken.
Alsditniethetgevalis,activeertuopdezenderdereverse-instellingvoorderijfunctie.
• Alsdemotorislosgekoppeldvanderijregelaar(bijv.tijdenseenreparatievanhetvoertuig)dientudemotorkabels
te verwisselen.
De besturing werkt niet of niet juist, stuuruitslag van het voertuig te gering
• Als de zender een dualrate-instelling biedt, controleer deze dan (neem de gebruiksaanwijzing van de zender in
acht). Bij een te geringe dualrate-instelling reageert de stuurbekrachtiging niet meer.
• Controleerhetstuurmechanismeoplosseonderdelen;controleerbijv.ofdeservoarmjuistaandeservoisbeves-
tigd.
93
14. Technische gegevens van het voertuig
Schaal ...................................................1:10
Geschikterij-accutypes .......................6-celligeNiMHrij-accu(nominalespanning7,2V)
2-celligeLiPorij-accu(nominalespanning7,4V)
Aandrijving ............................................ elektromotor,type550
vierwielaandrijving via cardanas
starreasvoorenachter(typischvoorCrawlerzonderdifferentieel)
Ophanging ............................................hydraulischeschokdempersmetspiraalveren
Rijregelaar ............................................permanentestroomsterktevooruit40A,achteruit20A
troom kortstondig (1 s) vooruit 180 A, achteruit 90 A
BEC-uitgang 6 V/DC, 2 A
geïntegreerdebeveiligingtegentehogetemperatuur(ca.+100°C)
Afmetingen(LxBxH)..........................562x236x268mm
Bandafmetingen(bxØ) .......................44x110mm
Wielbasis ..............................................313 mm
Bodemspeling ....................................... 30mm(onderdeassen)resp.63mm(inhetmidden)
Gewicht .................................................2070 g (zonder rij-accu)
Geringeafwijkingeninafmetingenengewichtkunnenomproductietechnischeredenenvoorkomen.
TechnischegegevensvoordeafstandsbedieningenNiMH-opladervindtuindebijbehorendegebruiksaan-
wijzing.
Dies ist eine Publikation der Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
AlleRechte einschließlichÜbersetzung vorbehalten.Reproduktionen jederArt,z.B.Fotokopie, Mikroverlmung,oder
die Erfassung in elektronischen Datenverarbeitungsanlagen, bedürfen der schriftlichen Genehmigung des Herausgebers.
Nachdruck,auchauszugsweise,verboten.DiePublikationentsprichtdemtechnischenStandbeiDrucklegung.
Copyright2018byConradElectronicSE.
ThisisapublicationbyConradElectronicSE,Klaus-Conrad-Str.1,D-92240Hirschau(www.conrad.com).
All rightsincluding translationreserved. Reproduction byany method,e.g. photocopy, microlming,or the capturein
electronicdataprocessingsystemsrequirethepriorwrittenapprovalbytheeditor.Reprinting,alsoinpart,isprohibited.
Thispublicationrepresentthetechnicalstatusatthetimeofprinting.
Copyright2018byConradElectronicSE.
CeciestunepublicationdeConradElectronicSE,Klaus-Conrad-Str.1,D-92240Hirschau(www.conrad.com).
Tousdroitsréservés,ycomprisdetraduction.Toutereproduction,quellequ‘ellesoit(p.ex.photocopie,microlm,saisie
dansdesinstallationsdetraitementdedonnées)nécessiteuneautorisationécritedel‘éditeur.Ilestinterditdeleréimprimer,
mêmeparextraits.Cettepublicationcorrespondauniveautechniquedumomentdelamisesouspresse.
Copyright2018byConradElectronicSE.
DitiseenpublicatievanConradElectronicSE,Klaus-Conrad-Str.1,D-92240Hirschau(www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie,
microverlmingofderegistratieinelektronischegegevensverwerkingsapparatuur,vereisendeschriftelijketoestemmingvan
deuitgever.Nadruk,ookvanuittreksels,verboden.Depublicatievoldoetaandetechnischestandbijhetindrukbezorgen.
Copyright2018byConradElectronicSE.
1692233_V1_0818_02_VTP_m_4L

Documenttranscriptie

Inhoudsopgave Pagina 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. Inleiding..............................................................................................................................................................72 Verklaring van symbolen.....................................................................................................................................72 Doelmatig gebruik...............................................................................................................................................73 Omvang van de levering.....................................................................................................................................73 Benodigde accessoires.......................................................................................................................................74 Veiligheidsinstructies..........................................................................................................................................75 a) Algemeen.....................................................................................................................................................75 b) Ingebruikname..............................................................................................................................................76 c) Rijden met het voertuig.................................................................................................................................77 Opmerkingen over batterijen en accu's..............................................................................................................78 Rij-accu voor het voertuig laden.........................................................................................................................80 Ingebruikname....................................................................................................................................................81 a) Carrosserie verwijderen................................................................................................................................81 b) Rijregelaar configureren...............................................................................................................................81 c) Batterijen/accu's in de zender plaatsen........................................................................................................81 d) Zender in gebruik nemen..............................................................................................................................82 e) De rij-accu in het voertuig plaatsen..............................................................................................................82 f) Rij-accu aansluiten op de rijregelaar............................................................................................................83 g) Rijregelaar inschakelen................................................................................................................................83 h) Carrosserie plaatsen en bevestigen.............................................................................................................83 i) Decoratief gereedschap aan de carrosserie bevestigen..............................................................................84 j) Voertuig besturen.........................................................................................................................................84 k) Led-verlichting aan-/uitschakelen.................................................................................................................85 l) Rit beëindigen...............................................................................................................................................85 Reiniging en onderhoud......................................................................................................................................86 a) Algemeen.....................................................................................................................................................86 b) Voor en na elke rit.........................................................................................................................................86 c) Wielen vervangen.........................................................................................................................................87 d) Instellen van de tandflankenspeling.............................................................................................................87 e) Slipkoppeling instellen..................................................................................................................................89 Verwijdering........................................................................................................................................................90 a) Product.........................................................................................................................................................90 b) Batterijen/accu’s...........................................................................................................................................90 Conformiteitsverklaring (DOC)............................................................................................................................90 Verhelpen van storingen.....................................................................................................................................91 Technische gegevens van het voertuig...............................................................................................................93 71 1. Inleiding Geachte klant, Hartelijk dank voor de aankoop van dit product. Dit product voldoet aan alle wettelijke, nationale en Europese normen. Om dit zo te houden en een veilig gebruik te garanderen, dient u als gebruiker de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing op te volgen. Deze gebruiksaanwijzing behoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in over de ingebruikname en het gebruik. Houd hier rekening mee als u dit product doorgeeft aan derden. Bewaar deze gebruiksaanwijzing daarom voor later gebruik! Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voorbehouden. Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be. 2. Verklaring van symbolen Het symbool met het uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke tips in deze gebruiksaanwijzing die beslist opgevolgd moeten worden. Het pijl-symbool ziet u waar bijzondere tips en aanwijzingen over de bediening worden gegeven. 72 3. Doelmatig gebruik Dit product is een vierwielaangedreven modelvoertuig, dat via de meegeleverde afstandsbediening draadloos bestuurd kan worden. De stuurfuncties zijn vooruit/achteruit/links/rechts (elk traploos). De ingebouwde motor wordt aangestuurd via een elektronische rijregelaar en de besturing door een servomotor. Het voertuig (chassis en carrosserie) is rijklaar gemonteerd. Bovendien bevindt zich een NiMH rij-accu en een NiMH-oplader evenals 4 batterijen van het type AA/mignon voor de zender bij de levering. Het apparaat is geen speelgoed en is niet geschikt voor kinderen jonger dan 14 jaar. Neem de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht. Deze bevatten belangrijke informatie voor de omgang met het product. Lees de gebruiksaanwijzing voor de ingebruikname en het gebruik van het voertuig in zijn geheel en goed door. Het niet in acht nemen ervan kan verschillende gevaren met zich meebrengen, bijv. verwondingsgevaar. 4. Omvang van de levering • Rijklaar gemonteerd voertuig • Zender (afstandsbediening) • 6-cellige NiMH rij-accu (nominale spanning 7,2 V) • NiMH-oplader • 4 AA/mignon batterijen voor de zender • Kleine onderdelen (bijv. antennebuisje, decoratieve gereedschappen voor de bevestiging aan de carossiere, enz.) • Gebruiksaanwijzing voor het voertuig • Gebruiksaanwijzing voor de afstandsbediening • Gebruiksaanwijzing voor de oplader Actuele gebruiksaanwijzingen Download de meest recente gebruiksaanwijzing via de link www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-Code. Volg de instructies op de website. 73 5. Benodigde accessoires Bij de levering vindt u zowel een voor het voertuig passende NiMH rij-accu, een NiMH-oplader en 4 AA/mignonbatterijen voor de zender. Voor het eerste gebruik van het voertuig hebt u dus geen extra accessoires nodig. Voor een optimaal gebruik van het voertuig raden wij echter nog de volgende onderdelen aan: • Een of meer andere passende rij-accu's Opgelet! De rijregelaar is zowel geschikt voor een 6-cellige NiMH rij-accu als voor een 2-cellige Lipo-accu. De meegeleverde NiMH-oplader mag echter alleen voor het opladen van een NiMH rij-accu worden gebruikt. Als u probeert een LiPo-accu met de NiMH-oplader op te laden, dan bestaat brand- en explosiegevaar! Een LiPo-rij-accu mag alleen met een geschikte LiPo-oplader worden opgeladen (en een NiMH-accu uitsluitend via een NiMH-oplader). Als u dus een LiPo-accu voor het voertuig wilt aanschaffen, dan heeft u tevens een geschikte Lipo-oplader nodig. • Reservebanden (om versleten/beschadigde banden snel te kunnen vervangen) • Montagestandaard (voor proefdraaien en gemakkelijk onderhoud) • Verschillend gereedschap (bijv. schroevendraaier, punttang, binnenzeskantsleutel) • Persluchtspuit (voor de reiniging) • Borglak (om losgeraakte schroefverbindingen weer te fixeren) De reserveonderdelenlijst vindt u op onze internetpagina www.conrad.com in het downloadbereik van het betreffende product. 74 6. Veiligheidsinstructies In geval van schade, die ontstaat door het niet naleven van de gebruiksaanwijzing, komt de waarborg/garantie te vervallen. Wij zijn niet aansprakelijk voor gevolgschade! Wij zijn niet aansprakelijk voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door verkeerd gebruik of het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies! In dergelijke gevallen komt de waarborg/ garantie te vervallen. Bovendien valt schade voortvloeiend uit gewone slijtage tijdens het gebruik (bijv. versleten wielen of tandwielen) en schade door ongevallen (bijv. gebroken draagarm, verbogen chassis, enz.) niet onder de garantie. Geachte klant, deze veiligheidsinstructies zijn niet alleen bedoeld voor de bescherming van het product, maar ook voor de bescherming van uw gezondheid en die van anderen. Lees daarom dit hoofdstuk aandachtig door voordat u het product in gebruik neemt! a) Algemeen Let op, belangrijke aanwijzing! Het gebruik van het model kan schade aan objecten en/of persoonlijk letsel veroorzaken. Zorg er dus voor dat u voldoende verzekerd bent voor de bediening van het model, bijvoorbeeld via een aansprakelijkheidsverzekering. Als u al een aansprakelijkheidsverzekering bezit, controleer dan voor de ingebruikneming van het model bij uw verzekeringsmaatschappij of de bediening van het model wordt gedekt. • Uit veiligheids- en vergunningsredenen is het niet toegestaan dit product zelf om te bouwen en/of te veranderen. • Het apparaat is geen speelgoed en is niet geschikt voor kinderen jonger dan 14 jaar. • Laat het verpakkingsmateriaal niet rondslingeren, dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn. • Als u vragen hebt die niet door deze gebruiksaanwijzing kunnen worden beantwoord, kunt u contact met ons (zie voor contactgegevens hoofdstuk 1) of met een andere specialist opnemen. • De bediening en het gebruik van op afstand bedienbare modelvoertuigen moet geleerd worden! Als u nog nooit een dergelijk voertuig bestuurd hebt, moet u heel voorzichtig beginnen met rijden en u eerst vertrouwd maken met de reacties van het voertuig op de commando's van de zender. Wees geduldig! • Neem bij het gebruik van het product geen risico’s! Uw eigen veiligheid en die van uw omgeving is uitsluitend afhankelijk van uw verantwoord gebruik van het model. • Het beoogd gebruik van het voertuig vergt regelmatige onderhoudswerkzaamheden en/of reparaties. De banden zijn bijvoorbeeld onderhevig aan slijtage, of er is door een rijfout sprake van een “ongevalsschade”. Gebruik voor de dan vereiste onderhouds- of reparatiewerkzaamheden alleen originele reserveonderdelen! 75 b) Ingebruikname • De gebruiksaanwijzing voor de zender en de oplader wordt afzonderlijk meegeleverd. Houd per sé rekening met de daar vermelde veiligheidsinstructies en alle verdere informatie! Bij ondoelmatig gebruik, in het bijzonder van de de oplader, kunnen er allerlei gevaren optreden. • Wikkel de antennekabel nooit op! Dit vermindert de reikwijdte aanzienlijk. Let er daarbij goed op dat de antennekabel niet wordt beschadigd. Kort de antennekabel nooit in! • Gebruik uitsluitend voor het voertuig geschikte rij-accu's. Gebruik de rijregelaar nooit via een netspanningsadapter, ook niet voor testdoeleinden. • Dit voertuig is uitsluitend geschikt voor een NiMH-accu met 6 cellen (nominale spanning 7,2 V) of een LiPo rij-accu met 2 cellen (nominale spanning 7,4 V). Bij gebruik van rij-accu's met meer cellen bestaat brandgevaar door oververhitting van de rijregelaar. Bovendien wordt de aandrijving van het voertuig overbelast en daardoor beschadigd (bijv. het differentieel). De waarborg/garantie komt te vervallen! Opgelet! De meegelevere NiMH-oplader mag alleen worden gebruikt voor het opladen van een NiMH-rijaccu. Als u probeert een LiPo-accu met de NiMH-oplader op te laden, dan bestaat brand- en explosiegevaar! Een LiPo-rij-accu mag alleen met een geschikte LiPo-oplader worden opgeladen (en een NiMH-accu uitsluitend via een NiMH-oplader). Als u dus een LiPo-accu voor het voertuig wilt aanschaffen, dan heeft u tevens een geschikte Lipo-oplader nodig. Let er daarom altijd op, de voor de accutechnologie bijpassende oplader te gebruiken. • Zet bij de ingebruikname altijd eerst de zender aan. Pas daarna mag de rij-accu van het voertuig met de rijregelaar verbonden worden en de rijregelaar ingeschakeld worden. Dit kan anders tot onvoorziene reacties van het voertuig leiden! Ga als volgt te werk: -- Zet het voertuig voor het aansluiten op een geschikt onderstel zodat de wielen vrij rond kunnen draaien. -- Zet de rijregelaar uit. -- Als dat nog niet gebeurd is, zet dan de zender aan. Controleer diens werking (bijv. bedrijfsindicator van de zender). -- Breng op de zender de trimming voor de gas-/remfunctie in de middelste stand. -- Sluit nu pas de volgeladen rij-accu aan op de rijregelaar. -- Schakel daarna de rijregelaar in. Wacht vervolgens enkele seconden totdat de rijregelaar zijn zelfdiagnose heeft afgesloten. -- Controleer of het voertuig zoals verwacht op de afstandsbediening reageert (besturing en aandrijving), voordat u het van de ondergrond neemt en het met wielen op de grond plaatst. 76 c) Rijden met het voertuig • Een verkeerd gebruik kan ernstig persoonlijk letsel en materiële schade tot gevolg hebben! Rij alleen zolang u direct zichtcontact met het voertuig hebt. Rijd daarom ook niet ‘s nachts. • Rij alleen wanneer uw reactievermogen niet verminderd is. Vermoeidheid of beïnvloeding door alcohol of medicijnen kan, net zoals bij een echt voertuig, verkeerde reacties tot gevolg hebben. • Denk eraan dat u met dit modelvoertuig niet op de openbare weg, pleinen en straten mag rijden. Gebruik het ook niet op privéterrein zonder toestemming van de eigenaar. • Rij niet naar mensen of dieren toe! • Vermijd het rijden bij zeer lage omgevingstemperaturen. Kunststof onderdelen verliezen hierdoor aan elasticiteit. Dit kan bij een klein ongeluk al grote schade kan veroorzaken. • Rij niet tijdens onweer, onder hoogspanningskabels of in de buurt van zendmasten. • Laat de zender altijd ingeschakeld zolang het voertuig in gebruik is. • Om het voertuig weg te zetten moet u altijd eerst de rijregelaar van het voertuig uitzetten en vervolgens de rij-accu volledig ontkoppelen van de rijregelaar. Pas daarna mag de zender uitgeschakeld worden. • Bij zwakke batterijen (of accu's) in de zender neemt de reikwijdte af. Vervang de batterijen of accu's door nieuwe. Als de rij-accu in het voertuig leeg raakt, wordt deze trager of reageert niet meer goed op de zender. De rij-accu in het voertuig is niet alleen bestemd voor de stroomvoorziening van de motor via de rijregelaar. De rijregelaar genereert ook de nodige spanning/stroom voor de ontvanger en de stuurservo. Daarvoor is in de rijregelaar een BEC ingebouwd (Engels voor “Battery Eliminator Circuit”, elektronische schakeling voor directe stroomvoorziening van de ontvanger zonder extra ontvangeraccu). Bij een te lage spanning van de rij-accu kan ook de spanning aan de ontvanger dalen, wat ertoe leidt dat het voertuig niet meer op de stuurbevelen van de zender reageert. In dit geval moet u het gebruik onmiddellijk stoppen (rijregelaar uitschakelen, rij-accu loskoppelen van het voertuig, zender uitschakelen). Vervang daarna de rij-accu van het voertuig of laad de rij-accu weer op. • Zowel de motor en de aandrijving alsook de rijregelaar en de rij-accu van het voertuig worden warm tijdens het gebruik. Las voor elke accuwissel een pauze van minstens 5 tot 10 minuten in. • Laat de rij-accu voor het laden volledig afkoelen. • Raak de motor, de rijregelaar en de accu niet aan tot deze afgekoeld zijn. Gevaar voor brandwonden! 77 7. Opmerkingen over batterijen en accu's Het gebruik van batterijen en accu’s is vandaag de dag weliswaar vanzelfsprekend, maar er bestaan toch tal van gevaren en problemen. Vooral bij LiPo-accu's met hun hoge energie-inhoud (in vergelijking met gewone NiMH-accu's) dient men verschillende voorschriften in acht te nemen, omdat er anders explosie- en brandgevaar bestaat. Houd daarom in ieder geval rekening met de volgende informatie en veiligheidsinstructies voor de omgang met batterijen en accu’s. • Houd batterijen en accu’s uit de buurt van kinderen. • Laat batterijen/accu’s niet rondslingeren. Er bestaat dan gevaar dat ze door kinderen of huisdieren worden ingeslikt. Neem in dat geval direct contact op met een arts! • U mag batterijen/accu’s nooit kortsluiten, demonteren of in het vuur werpen. Er bestaat explosiegevaar! • Als u het product langere tijd niet gebruikt (bijv. als u het opbergt), moet u de batterijen/accu’s uit de zender halen om beschadigingen door lekkende batterijen/accu’s te voorkomen. Koppel de rij-accu volledig los van het voertuig en haal hem uit het voertuig. • Lekkende of beschadigde batterijen/accu’s kunnen bij contact met de huid chemische brandwonden veroorzaken. Gebruik in dergelijke gevallen geschikte veiligheidshandschoenen. • Uit batterijen en accu’s lekkende vloeistoffen zijn chemisch uiterst agressief. Voorwerpen of oppervlakken die ermee in contact komen, kunnen ernstig beschadigd raken. Bewaar batterijen/accu’s daarom op een daarvoor geschikte plaats. • Gewone (niet-oplaadbare) batterijen mogen niet worden opgeladen. Er bestaat brand- en explosiegevaar! Laad uitsluitend batterijen op die daarvoor bestemd zijn en gebruik hiervoor een geschikte oplader. • Let bij het plaatsen van de batterijen en het aansluiten van een rij-accu op de juiste polariteit (plus/+ en min/-). • U mag nooit oplaadbare en niet-oplaadbare batterijen door elkaar gebruiken! Gebruik voor de zender ofwel oplaadbare of niet-oplaadbare batterijen. • Vervang steeds de volledige set batterijen/accu's in de zender. Gebruik geen volle en halfvolle batterijen of accu’s door elkaar. Gebruik steeds batterijen of accu’s van hetzelfde type en dezelfde fabrikant. • Afhankelijk van de accutechnologie (NiMH, LiPo....) is een geschikte acculader nodig. Laad LiPo-accu's bijvoorbeeld nooit op met een NiMH-oplader! Er bestaat brand- en explosiegevaar! • Voor het opladen van meercellige LiPo-accu's is een geschikte balancer absoluut noodzakelijk (in de meeste LiPo-opladers is dit al ingebouwd. Een balancer (ook wel equalizer genoemd) voorkomt het overladen van een LiPo-cel door de individuele celspanningen te controleren. Het overladen van een LiPo-cel (max. celspanning 4,24 V) kan de cel doen opzwellen en zelfs brand of een explosie veroorzaken! • U mag alleen intacte accu’s opladen die niet beschadigd zijn. Als de uitwendige isolatie van de accu of de behuizing ervan beschadigd is of als de accu vervormd is of bol staat, mag deze in geen geval worden opgeladen. In dit geval bestaat er een acuut gevaar voor brand of een explosie! • U mag accu’s nooit direct na het gebruik opladen. Laat accu’s altijd eerst afkoelen (minstens 5 - 10 minuten). 78 • Haal de accu uit het model om deze op te laden. • Zet de oplader en accu op een hittebestendig, ontbrandbaar oppervlak. • Oplader en accu’s worden warm tijdens het laden. Houd daarom voldoende afstand tussen oplader en de accu; leg de accu nooit op de oplader. Dek de oplader en de accu nooit af. U mag de oplader en de accu niet aan hoge/lage temperaturen en direct zonlicht blootstellen. • Laad accu’s nooit onbeheerd op. • Laad accu’s regelmatig op (ongeveer elke 2 à 3 maanden), omdat de accu’s zich anders door zelfontlading te diep ontladen. Daardoor worden de accu’s onbruikbaar! NiMH-accu’s (behalve speciale typen met geringe zelfontlading) verliezen hun energie al binnen enkele weken. LiPo-accu's behouden hun energie normaal gesproken gedurende meerdere maanden, maar ze worden door een diepteontlading blijvend beschadigd en kunnen niet meer worden gebruikt. • Gebruik nooit een te hoge laadstroom; raadpleeg de informatie van de fabrikant over de ideale en maximale laadstroom. • Koppel de accu los van de lader als deze volledig opgeladen is. • Laders en accu’s mogen niet vochtig of nat worden. Er bestaat levensgevaar door elektrische schokken en bovendien brand- of explosiegevaar door de accu! Vooral accu's met lithium-technologie (bijv. LiPo-accu's) zijn vanwege de gebruikte chemicaliën zeer gevoelig voor vocht! 79 8. Rij-accu voor het voertuig laden • Het product wordt geleverd met een 6-cellige NiMH rij-accu en een hiervoor geschikte NiMH-oplader. Neem voor het opladen van de rij-accu ook de gebruiksaanwijzing van de oplader in acht. Opgelet! De meegelevere NiMH-oplader mag alleen worden gebruikt voor het opladen van een NiMH-rij-accu. Als u probeert een LiPo-accu met de NiMH-oplader op te laden, dan bestaat brand- en explosiegevaar! Een LiPo-rij-accu mag alleen met een geschikte LiPo-oplader worden opgeladen (en een NiMH-accu uitsluitend via een NiMH-oplader). Als u dus een LiPo-accu voor het voertuig wilt aanschaffen, dan heeft u tevens een geschikte Lipo-oplader nodig. • Een rij-accu is bij de levering normaal gesproken leeg en moet worden opgeladen. Voordat een rij-accu zijn maximale capaciteit levert moet deze meermaals ontladen en opgeladen worden. Bij accu's met NiMH- of LiPo-techniek leidt het opladen van deels ontladen accu's niet tot problemen. Eerst ontladen is normaal gesproken niet nodig. • Hoogwaardige rij-accu’s hebben niet alleen een grotere capaciteit om langer met het voertuig te kunnen rijden, maar deze accu's hebben onder belasting ook een hogere uitgangsspanning. Op deze manier beschikt de motor over een groter vermogen, wat zich uit in een betere acceleratie en een hogere snelheid. • Accu’s warmen tijdens het laden of het ontladen (tijdens het rijden van het voertuig) op. Laad de accu’s pas op als ze afgekoeld zijn tot op kamertemperatuur. Hetzelfde geldt na het laden; gebruik de accu pas dan als de accu na het laden voldoende is afgekoeld. • Gebruik alleen een oplader die geschikt is voor het gebruikte accutype (NiMH of LiPo). • Haal de rij-accu voor het laden uit het voertuig. 80 9. Ingebruikname a) Carrosserie verwijderen Trek de veiligheidsclips eruit verwijder de carrosserie naar boven. b) Rijregelaar configureren De rijregelaar beschikt over twee jumpers via welke de rijfunctie en het accutype geconfigureerd kunnen worden. Jumper “MODE” (A): Hier kan de bedrijfsmodus worden gekozen (“Boat” = boot). Laat deze jumper op positie “Crawler” staan. Jumper “BATT” (B): Stel hier in welke rij-accu op de rijregelaar wordt aangesloten (LiPo- of NiMH rij-accu). Belangrijk! Indien u een LiPo-accu gebruikt en u stelt het accutype in op NiMH, dan wordt de accu te ver ontladen en hierdoor onherstelbaar beschadigd. Let er daarom altijd op dat u het juiste accutype instelt voordat u met het voertuig rijdt. Bij de instelling “LiPo” reduceert de rijregelaar bij een accuspanning onder 6,5 V het motorvermogen op 50 %. Bij een accuspanning onder 6,0 V schakelt de rijregelaar de motor uit. Op deze manier wordt de LiPo rij-accu beschermd tegen diepte ontlading. Bij de instelling “NiMH” wordt het motorvermogen bij een accuspanning onder 4,5 V gereduceerd; de motor wordt bij een accuspanning onder 4,0 V uitgeschakeld. c) Batterijen/accu's in de zender plaatsen Open het batterijvak op de zender en plaats daar ofwel de batterijen ofwel volledig opgeladen accu's. Let bij het plaatsen op de juiste polariteit (plus/+ en min/-), zie opdruk in het batterijvak. Sluit het batterijvak weer. Lees bovendien ook de apart meegeleverde gebruiksaanwijzing van de zender. 81 d) Zender in gebruik nemen Schakel de zender aan en zet de trimming voor de stuur- en rijfunctie elk in de middelste positie. Als de zender over een dualrate-functie beschikt, moet deze worden uitgeschakeld resp. zo worden ingesteld dat de stuurinslag niet wordt beperkt. Neem bovendien ook de apart meegeleverde gebruiksaanwijzing van de afstandsbediening in acht. e) De rij-accu in het voertuig plaatsen Opgelet! U mag de rij-accu nog niet met de rijregelaar verbinden. Neem eerst de zender in gebruik, zie hoofdstuk 9. c) en 9. d). Belangrijk! Dit voertuig is uitsluitend geschikt voor een NiMH rij-accu met 6 cellen (nominale spanning 7,2 V) of een LiPo rij-accu met 2 cellen (nominale spanning 7,4 V). Bij gebruik van rij-accu's met meer cellen bestaat brandgevaar door oververhitting van de rijregelaar. Bovendien wordt de aandrijving van het voertuig overbelast en daardoor beschadigd (bijv. het differentieel). De waarborg/garantie komt te vervallen! Controleer of de accu het bij de rijregelaar passende stekkersysteem heeft en of de polariteit correct is (rode kabel = plus/+, zwarte kabel = min/-). Maak de klittenband (A) van de accuhouder los. Plaats vervolgens de rij-accu in de accuhouder (B). Als de aansluitkabel van de accu zeer kort is, moet de accu zo in de accuhouder worden geplaatst dat de aansluitkabel naar achteren in de richting van de kofferbak is gericht. Trek de klittenband (A) strak aan zodat de rij-accu stevig vastzit en sluit de klittenband. 82 f) Rij-accu aansluiten op de rijregelaar Om te vermijden dat de wielen plots beginnen te draaien en zodoende ook het voertuig begint te rijden (bijv. als de trimregelaar voor de aandrijving versteld is), moet u het modelvoertuig op een geschikte verhoging plaatsen (of op een startbox) zodat de wielen bij een storing vrij kunnen draaien. Steek uw hand niet in de aandrijving. Houd de wielen niet vast. Zet nu de snelheidsregelaar uit (schakelstand "OFF"). De aan-/uit-schakelaar vindt u direct naast de rijregelaar (neem de tekst op de schakelaar in acht). Neem vervolgens, indien u dit nog niet gedaan heeft, eerst de zender in gebruik (zie hoofdstuk 9. c) en 9. d). Sluit daarna de rij-accu aan op de rijregelaar. Let daarbij op de juiste polariteit (rode kabel = plus/+, zwarte kabel = min/-). Gebruik bij het verbinden van de accustekker met de aansluiting van de rijregelaar geen geweld. Belangrijk! Dit voertuig is uitsluitend geschikt voor een NiMH rij-accu met 6 cellen (nominale spanning 7,2 V) of een LiPo rij-accu met 2 cellen (nominale spanning 7,4 V). Let erop dat de kabels niet in de aandrijving van het voertuig of in het stuurmechanisme terecht kunnen komen. Gebruik eventueel kabelbinders om de kabels te fixeren. g) Rijregelaar inschakelen Schakel de rijregelaar aan, door de schuifschakelaar (zie afbeelding in hoofdstuk 9. f) op positie “ON” te zetten. Wacht vervolgens enkele seconden (gas-/remhendel op de zender in de neutrale stand laten, niet bewegen), totdat de rijregelaar de zelftest heeft voltooid. Wanneer de rijregelaar geen zendersignaal of geen juiste neutrale positie heeft herkend, blijft de rode led knipperen. De rijregelaar kan niet in gebruik worden genomen. Betekenis van de geluidssignalen Status-led • 1x kort geluidssignaal: NiMH rij-accu herkend • Led uit: Gas-/remhendel op de zender is in de neutrale stand • 2x kort geluidssignaal: LiPo rij-accu met 2 cellen herkend • Led knippert: Gas-/remhendel op de zender is in de stand voor vooruit of achteruit rijden • 1x lang geluidssignaal: Zelftest is afgesloten, gas-/ remhendel op de zender bevindt zich in de neutrale • Led brandt: Plankgas stand, rijregelaar is klaar voor gebruik De geluidssignalen worden door een korte aansturing van de motor veroorzaakt. Controleer nu de aandrijf- en stuurfuncties van het voertuig. h) Carrosserie plaatsen en bevestigen Plaats de carrosserie op de houders en beveilig deze met de metalen clipjes. 83 i) Decoratief gereedschap aan de carrosserie bevestigen Monteer, indien gewenst, het meegeleverde decoratieve gereedschap aan de carrosserie. Zodat hij tijdens het rijden niet verloren gaat, kunt u hem bijv. met wat hete lijm of lijm voor kunststof bevestigen. j) Voertuig besturen Plaats het voertuig op de grond. Steek uw vingers niet in de aandrijving en houd het voertuig niet vast aan de wielen. Bedien de gashendel op de zender heel voorzichtig en rij in het begin niet te hard, tot u vertrouwd bent met de reacties van de auto op de bediening. Maak geen snelle en schokkende bewegingen met de bedieningselementen van de zender. Als het voertuig de neiging heeft om naar links of rechts te trekken, moet u de trimming voor de besturing overeenkomstig instellen aan de zender. De volgende afbeeldingen dienen alleen als illustratie van de functies. Deze hoeven niet met de uitvoering van de meegeleverde zender overeen te komen. 1. Gas-remhendel loslaten (neutrale stand), voertuig rolt uit resp. beweegt niet (evt. trimregelaar voor de rijfunctie op de zender corrigeren) 2. Vooruitrijden, gas-remhendel langzaam in richting van de greep duwen 3. Achteruit rijden, gas-/remhendel langzaam van de greep wegschuiven Wissel niet rechtstreeks tussen de rijrichtingen, maar stop het voertuig eerst voordat u in de andere richting rijdt. Een directe wisseling van de rijrichting kan een overbelasting van de aandrijving tot gevolg hebben. 84 U moet het rijden onmiddellijk stopzetten als u ongewone reacties van de auto op de besturingscommando’s van de zender vaststelt of als de auto niet meer reageert. Dit kan worden veroorzaakt door een zwakke rij-accu, zwakke batterijen in de zender of een te grote afstand tussen het voertuig en de zender. Ook een opgerolde antenne van de ontvanger, storingen op het gebruikte zendkanaal (bijv. draadloze transmissies door andere apparaten, Bluetooth®, WLAN) of ongunstige zend-/ontvangstvoorwaarden kunnen een oorzaak zijn voor ongewone reacties van het voertuig. Aangezien de stroomvoorziening van de ontvanger afkomstig is van de rijregelaar/rij-accu, leidt een zwakke of lege rij-accu tot ongewenste bewegingen van het voertuig (bijv. het schokken van de stuurservo). De spanning van de rij-accu daalt bijvoorbeeld bij plankgas kortstondig zo ver, dat de ontvanger niet meer de benodigde bedrijfsspanning krijgt. Het voertuig versnelt dan wel maar de stuurservo reageert niet juist. Beëindig dan onmiddellijk het gebruik van het voertuig en gebruik een nieuwe, volledig opgeladen rij-accu. Als de rij-accu leeg is moet u minstens 5 - 10 minuten wachten totdat de motor en de rijregelaar voldoende zijn afgekoeld. Start pas daarna een nieuwe rit met een volle rij-accu. k) Led-verlichting aan-/uitschakelen Het voertuig heeft aan de bumpers aan voor- en achterkant led’s. Deze kunt u via een kleine schuifschakelaar inschakelen (“ON”) of uitschakelen (“OFF”), zie de pijl in de afbeelding rechts. l) Rit beëindigen Om het rijden te beëindigen gaat u als volgt te werk: • Laat de gashendel op de zender los zodat deze in de neutrale stand staat en laat het voertuig uitrollen. • Nadat het voertuig tot stilstand is gekomen, gaat de rijregelaar uit (schakelstand “OFF”). Raak de wielen of de aandrijving hierbij niet aan en beweeg in geen geval de gashendel op de zender! Houd het voertuig niet aan de wielen vast! Opgelet! Motor, rijregelaar en rij-accu worden tijdens het gebruik zeer warm! Raak deze onderdelen meteen na het rijden daarom niet aan, kans op brandwonden! • Koppel de rij-accu los van de rijregelaar. Maak de stekkerverbinding volledig los. • Pas daarna mag de zender uitgeschakeld worden. 85 10. Reiniging en onderhoud a) Algemeen Voor de reiniging of het onderhoud moet de rijregelaar uitgezet worden en moet de rij-accu volledig van de rijregelaar worden losgekoppeld. Indien u zojuist met het voertuig hebt gereden dient u alle onderdelen (bijv. motor, rijregelaar enz.) eerst volledig te laten afkoelen. Maak het voertuig na het rijden schoon door stof en vuil te verwijderen met bijvoorbeeld een schone langharige kwast en een stofzuiger. Perslucht kan hierbij ook van pas komen. Gebruik geen reinigingssprays of gewone schoonmaakmiddelen. Daardoor kan de elektronica beschadigd raken. Bovendien leiden dergelijke middelen tot verkleuringen aan de kunststof onderdelen of de carrosserie. Was het voertuig nooit met water af, zoals bijv. met een hogedrukreiniger. Daardoor kan de motor, de rijregelaar en ook de ontvanger beschadigd raken. Voor het afvegen van de carrosserie kunt u een zachte en enigszins vochtige doek gebruiken. Wrijf niet te hard, anders ontstaan er krassen. b) Voor en na elke rit Door de trillingen van de motor en schokken tijdens het rijden kunnen er onderdelen en schroefverbindingen losraken. Controleer daarom voor en na elke rit de volgende punten: • Vastzitten van de wielmoeren en alle schroefverbindingen van het voertuig • Bevestiging van rijregelaar, aan-uitschakelaar, ontvanger • Bevestiging van de banden op de velgen en de toestand van de banden • Bevestiging van alle kabels (deze mogen niet in bewegende delen van het voertuig terecht komen) Controleer het voertuig ook voor en na elk gebruik op beschadigingen. Indien u beschadigingen vaststelt mag het voertuig niet meer gebruikt worden. Mochten versleten voertuigonderdelen (bijv. banden) of defecte onderdelen van het voertuig (bijv. een gebroken draagarm) vervangen moeten worden, mag u alleen originele reserveonderdelen gebruiken. 86 c) Wielen vervangen De banden zijn op de velg gefixeerd, zodat zr niet los kunnen raken van de velg. Wanneer de banden versleten zijn, moet daarom het hele wiel worden vervangen. Na het verwijderen van de moerafdekking (A) maakt u de wielmoeren (B) met een geschikte steeksleutel los. Trek vervolgens het wiel van de wielas (D). Vervolgens wordt het nieuwe wiel geplaatst zodat de binnenzeskant binnen aan de velg precies op de wielmeenemer-moer (C) steekt. Draai het wiel met de in het begin verwijderde wielmoer (B) weer vast op e wielas. Pas echter tijdens het vastschroeven geen geweld toe, aangezien het wiel anders moeizaam draait, waardoor de aandrijving beschadigd kan raken. Steek vervolgens de moerafdekking (A) weer op de wielmoer (B). Mogelijkerwijze blijft de wielmeenemer-moer (C) bij het eraf halen van het achterwiel op de velg steken of raakt hij los van de wielas (D). Let er dan op dat de meenemerpen (E) niet eruit valt en verloren gaat. Wanneer later het wiel opnieuw wordt gemonteerd dient per sé gecontroleerd te worden, dat de meenemerpen (E) precies in het midden van de wielas (D) steekt in de overeenkomstige groef in de wielmeenemer-moer (C) komt te liggen. Bij een ontbrekende meenemerpen (E) kan geen draaimoment van de motor naar het wiel worden overgedragen, het wiel draait vrij door. d) Instellen van de tandflankenspeling De fabrikant heeft de tandflankspeling al ingesteld. Dit hoeft in de regel niet gecorrigeerd te worden. Het kan echter gebeuren dat de bevestigingsschroeven van de motor na langdurig gebruik van het voertuig los trillen. In dit geval is het noodzakelijk dat de motor weer wordt vastgeschroefd; maar daarbij moet erop worden gelet dat de tandflankspeling juist is. Verwijder de stofkap (A) door de 3 borgschroeven te verwijderen. 87 De afstand tussen het hoofdtandwiel (B) en het motortandwiel (C) moet zo klein mogelijk zijn zonder dat de tandwielen stroef draaien. Draai de twee bevestigingsschroeven (D) van de motor een beetje los. Schuif daarna met lichte druk de motor met het motorwiel (B) in de richting van het versnellingswiel (C). De motor mag hierbij echter niet loszitten; de bevestigingsschroeven mogen slechts zo ver worden losgedraaid, dat de motor net kan worden bewogen. Het motortandwiel en het hoofdtandwiel moeten nu zonder speling in elkaar grijpen. Dit is echter niet zo goed voor de levensduur van de tandwielen! Plaats een strookje dun papier (E) tussen het hoofdtandwiel (C) en het motortandwiel (B) en draai het hoofdtandwiel met de hand zo dat het strookje papier (max. 80 g papier) tussen de twee tandwielen getrokken wordt. Door de druk van het papier wordt de motor zo ver als nodig teruggeduwd. Draai nu in deze positie de bevestigingsschroeven (D) van de motor vast. Als u vervolgens het hoofdtandwiel terugdraait om het strookje papier te kunnen verwijderen (G), moet tussen de twee tandwielen de juiste afstand zijn ingesteld. Plaats de stofkap weer terug en schroef deze vast. In het ideale geval zit het motortandwiel zo dicht mogelijk bij het hoofdtandwiel zonder dat de tanden elkaar raken en de tandwielen daardoor stroef draaien. Als de tandwielen (motortandwiel en hoofdtandwiel) te ver van elkaar staan, worden al na enkele seconden rijden de tanden van het hoofdtandwiel door het motortandwiel letterlijk weggefreesd. De garantie komt daarmee te vervallen! Als het motortandwiel echter tegen het hoofdtandwiel drukt (de tandwielen draaien zonder speling), leidt dit tot lagere prestaties, hoger stroomverbruik (de motor heeft meer vermogen nodig om het hoofdtandwiel te laten draaien) en voortijdige slijtage van het hoofdtandwiel. 88 e) Slipkoppeling instellen De slipkoppeling beschermt de tandwielkast tegen overbelasting bij het rijden op bijvoorbeeld bijzonder ruw terrein. Bovendien wordt door een overeenkomstige instelling van de slipkoppeling voorkomen dat het voertuig door het hoge toerental van de aandrijving bij het starten over de kop slaat. De fabrikant heeft al een zo goed mogelijke instelling geselecteerd. Verander deze daarom niet zonder reden. Door zeer veelvuldig wegrijden op vol vermogen op een stevige ondergrond kan kan de slipkoppeling slijten, waardoor eventueel een afstelling van de slipkoppeling moet worden uitgevoerd. Verder kunnen professionele bestuurders de slipkoppeling overeenkomstig het gewenste optrekgedrag op een bepaalde ondergrond instellen. Als u de instelling wilt veranderen, ga dan als volgt te werk: Verwijder de stofkap (A) door de 3 borgschroeven te verwijderen. De slipkoppeling kan worden ingesteld door aan de zeskantmoer (B) te draaien. Met de klok mee draaien ervan verhoogt het aandrijfvermogen van de transmissie en tegen de klok in draaien vermindert de krachtoverbrenging. Als de slipkoppeling te vast ingesteld wordt, wordt het aandrijfvermogen volledig overgedragen en kan de slipkoppeling zijn werk niet doen. Dit kan het differentieel beschadigen en bovendien bestaat het gevaar dat het voertuig bij een te harde ondergrond vanwege het grote koppel van de motor bij het wegrijden over de kop slaat. Als de slipkoppeling te "zacht" ingesteld wordt, zal de slipkoppeling snel slijten. Bovendien zal het voertuig slecht accelereren of helemaal niet bewegen (de slipkoppeling draait door). Verstel de slipkoppeling alleen in kleine stapjes (max. 1/4 slag) en test vervolgens het gedrag van het voertuig bij het wegrijden. Maak in elk geval een notitie van de uitgevoerde wijziging, zodat u deze zo nodig weer ongedaan kunt maken. 89 11. Verwijdering a) Product Elektronische apparaten zijn recyclebare stoffen en horen niet bij het huisvuil. Voer het product aan het einde van zijn levensduur volgens de geldende wettelijke bepalingen af. Verwijder batterijen/accu's die mogelijk in het apparaat zitten en gooi ze afzonderlijk van het product weg. b) Batterijen/accu’s Als eindverbruiker bent u conform de KCA-voorschriften wettelijk verplicht om alle lege batterijen/accu’s in te leveren. Batterijen/accu’s mogen niet met het huisvuil meegegeven worden. Batterijen/accu’s die schadelijke stoffen bevatten, worden aangegeven met het nevenstaande symbool. Dit pictogram duidt erop dat afvoer via het huishoudelijk afval verboden is. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen/ accu's bijv. onder het links afgebeelde vuilnisbaksymbool). U kunt verbruikte batterijen/accu’s gratis afgeven bij het KCA, onze filialen of overal waar batterijen/accu’s worden verkocht. U voldoet daarmee aan de wettelijke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming van het milieu. 12. Conformiteitsverklaring (DOC) Hiermee verklaart Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Straße 1, D-92240 Hirschau dat het product voldoet aan richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is als download via het volgende internetadres beschikbaar: www.conrad.com/downloads Kies een taal door op een vlagsymbool te klikken en voer het bestelnummer van het product in het zoekveld in; aansluitend kunt u de EU-conformiteitsverklaring downloaden in pdf-formaat. 90 13. Verhelpen van storingen Het voertuig is volgens de nieuwste technische inzichten vervaardigd. Er kunnen desondanks problemen of storingen optreden. Mogelijke storingen kunt u als volgt verhelpen. Neem bovendien ook de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de zender in acht. Het model reageert niet of niet juist • Bij 2,4 GHz-zender/ontvangers moet de ontvanger worden gekoppeld met de zender. Deze procedure wordt met de Engelse term “Binding” of “Pairing” aangeduid. Het koppelen wordt normaal gesproken door de fabrikant uitgevoerd, kan uiteraard ook door uzelf worden uitgevoerd. Neem hiervoor de apart meegeleverde gebruiksaanwijzing van de zender in acht. • Is de rij-accu van het voertuig leeg of zijn de batterijen in de zender leeg? Vervang de rij-accu of batterijen in de zender dan door nieuwe. • Hebt u eerst de zender en daarna de rijregelaar ingeschakeld? Bij omgekeerde volgorde werkt de rijregelaar om veiligheidsredenen niet. • Is de rij-accu correct aangesloten op de rijregelaar? Controleer de stekkerverbinding of deze eventueel verontreinigd of geoxideerd is. • Is het voertuig te ver weg? Met een volle rij-accu en volle batterijen in de zender moet een bereik van 50 m of meer mogelijk zijn. Dit kan echter worden verminderd door omgevingsinvloeden, bijv. storingen op de zendfrequentie of de nabijheid van andere zenders (niet alleen zenders, maar ook WLAN-/Bluetooth®-apparaten die eveneens een zendfrequentie van 2,4 GHz gebruiken), van metalen onderdelen, gebouwen, enz. De positie van de zender- en ontvangerantenne ten opzichte van elkaar heeft zeer sterke invloed op het bereik. Het is het beste als zowel de zender- als de ontvangerantenne verticaal staan (met beide antennes parallel ten opzichte van elkaar). Als de zenderantenne daarentegen op het voertuig wordt gericht heeft dit een zeer klein bereik tot gevolg! • Controleer de juiste positie van de stekker van de rijregelaar en van de stuurservo in de ontvanger. Als de stekkers 180° gedraaid zijn aangesloten werken de rijregelaar en de stuurservo niet. Wanneer daarentegen de stekker van de rijregelaar en stuurservo met elkaar worden verwisseld stuurt de gasremhendel op de zender de stuurservo en het draaiwiel de rijfunctie! Het voertuig blijft niet staan als de gashendel wordt losgelaten • Corrigeer op de zender de trimregelaar voor de rijfunctie (neutrale stand instellen). Het voertuig wordt trager of de stuurservo reageert nog maar weinig of helemaal niet meer; het bereik tussen de zender en het voertuig is maar zeer klein • De rij-accu is (bijna) leeg. De stroomvoorziening van de ontvanger en zodoende ook van de stuurservo vindt plaats via de BEC van de rijregelaar. Daarom leidt een zwakke of lege rij-accu ertoe dat de ontvanger niet meer naar behoren werkt. Vervang de rij-accu door een nieuwe volledig opgeladen rij-accu (vooraf een pauze van 5 à 10 minuten inlassen, zodat de motor en de rijregelaar voldoende kunnen afkoelen). • Controleer de batterijen/accu's in de zender. 91 Tijdens het rijden wordt het voertuig langzamer of blijft staan • De rij-accu is (bijna) leeg. • De rijregelaar is oververhit, de overtemperatuurbeveiliging is geactiveerd (rode led knippert, rijregelaar laten afkoelen, dan is het voertuig weer gereed voor gebruik). • De afstand tot de zender is te groot, de rijregelaar heeft via de ontvanger geen geldig stuursignaal herkend (of de failsafe-functie van de ontvanger is geactiveerd, zie gebruiksaanwijzing van de zender). Het voertuig rijdt niet correct rechtuit • Lijn de besturing met behulp van de zender en de bijbehorende trimfunctie uit. • Controleer de stuurstang, de servoarm en de schroefverbinding ervan. • Heeft het voertuig een ongeval gehad? Controleer het voertuig dan op defecte of gebroken onderdelen en vervang deze. De besturing is tegengesteld ten opzichte van de beweging van het draaiwiel op de zender • Activeer de reverse-instelling voor de stuurfunctie op de zender. De rijfunctie is tegenovergesteld ten opzichte van de beweging van de gas-/remhendel op de zender • Normaal gesproken moet het voertuig naar voren rijden, als de gas-/remhendel op de zender naar de greep toe wordt getrokken. Als dit niet het geval is, activeert u op de zender de reverse-instelling voor de rijfunctie. • Als de motor is losgekoppeld van de rijregelaar (bijv. tijdens een reparatie van het voertuig) dient u de motorkabels te verwisselen. De besturing werkt niet of niet juist, stuuruitslag van het voertuig te gering • Als de zender een dualrate-instelling biedt, controleer deze dan (neem de gebruiksaanwijzing van de zender in acht). Bij een te geringe dualrate-instelling reageert de stuurbekrachtiging niet meer. • Controleer het stuurmechanisme op losse onderdelen; controleer bijv. of de servoarm juist aan de servo is bevestigd. 92 14. Technische gegevens van het voertuig Schaal ���������������������������������������������������1:10 Geschikte rij-accu types �����������������������6-cellige NiMH rij-accu (nominale spanning 7,2 V) 2-cellige LiPo rij-accu (nominale spanning 7,4 V) Aandrijving ��������������������������������������������elektromotor, type 550 vierwielaandrijving via cardanas starre as voor en achter (typisch voor Crawler zonder differentieel) Ophanging ��������������������������������������������hydraulische schokdempers met spiraalveren Rijregelaar ��������������������������������������������permanente stroomsterkte vooruit 40 A, achteruit 20 A troom kortstondig (1 s) vooruit 180 A, achteruit 90 A BEC-uitgang 6 V/DC, 2 A geïntegreerde beveiliging tegen te hoge temperatuur (ca. +100 °C) Afmetingen (L x B x H) �������������������������562 x 236 x 268 mm Bandafmetingen (b x Ø) �����������������������44 x 110 mm Wielbasis ����������������������������������������������313 mm Bodemspeling ���������������������������������������30 mm (onder de assen) resp. 63 mm (in het midden) Gewicht �������������������������������������������������2070 g (zonder rij-accu) Geringe afwijkingen in afmetingen en gewicht kunnen om productietechnische redenen voorkomen. Technische gegevens voor de afstandsbediening en NiMH-oplader vindt u in de bijbehorende gebruiksaanwijzing. 93 Dies ist eine Publikation der Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). Alle Rechte einschließlich Übersetzung vorbehalten. Reproduktionen jeder Art, z. B. Fotokopie, Mikroverfilmung, oder die Erfassung in elektronischen Datenverarbeitungsanlagen, bedürfen der schriftlichen Genehmigung des Herausgebers. Nachdruck, auch auszugsweise, verboten. Die Publikation entspricht dem technischen Stand bei Drucklegung. Copyright 2018 by Conrad Electronic SE. This is a publication by Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). All rights including translation reserved. Reproduction by any method, e.g. photocopy, microfilming, or the capture in electronic data processing systems require the prior written approval by the editor. Reprinting, also in part, is prohibited. This publication represent the technical status at the time of printing. Copyright 2018 by Conrad Electronic SE. Ceci est une publication de Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). Tous droits réservés, y compris de traduction. Toute reproduction, quelle qu‘elle soit (p. ex. photocopie, microfilm, saisie dans des installations de traitement de données) nécessite une autorisation écrite de l‘éditeur. Il est interdit de le réimprimer, même par extraits. Cette publication correspond au niveau technique du moment de la mise sous presse. Copyright 2018 by Conrad Electronic SE. Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen. Copyright 2018 by Conrad Electronic SE. 1692233_V1_0818_02_VTP_m_4L
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96

Reely 1692233 Handleiding

Categorie
Speelgoed met afstandsbediening
Type
Handleiding