Makita BSS501 Handleiding

Categorie
Cirkelzagen
Type
Handleiding
28
NEDERLANDS
Verklaring van het onderdelenoverzicht
TECHNISCHE GEGEVENS
• Als gevolg van ons doorlopende onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma, zijn de technische gegevens van dit
gereedschap onderhevig aan veranderingen zonder voorafgaande kennisgeving.
• De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
• Gewicht, inclusief de accu, volgens de EPTA-procedure 01/2003
Gebruiksdoeleinden
ENE028-1
Het gereedschap is bedoeld voor het recht zagen in de
lengte- en breedterichting, en verstekzagen onder een
hoek in hout, waarbij het gereedschap stevig in contact
staat met het werkstuk.
VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN
ACCUCIRKELZAAG
GEB061-1
Gevaar:
1. Houd uw handen uit de buurt van het zaaggebied
en het zaagblad. Houd met uw andere hand de
voorhandgreep of de behuizing van het
gereedschap vast. Als u de cirkelzaag met beide
handen vasthoudt, kunt u nooit in uw handen zagen.
2. Reik nooit met uw handen onder het werkstuk. De
beschermkap kan u niet beschermen onder het
werkstuk tegen het zaagblad.
3. Stel de zaagdiepte in overeenkomstig de dikte van
het werkstuk. Minder dan een volledige tandhoogte
dient onder het werkstuk uit te komen.
4. Houd het werkstuk waarin wordt gezaagd nooit
vast met uw handen of benen. Zorg dat het
werkstuk stabiel is ten opzichte van de
ondergrond. Het is belangrijk het werkstuk goed te
ondersteunen om de kans te minimaliseren dat uw
lichaam eraan blootgesteld wordt, het zaagblad
vastloopt of u de controle over het gereedschap
verliest.
Afbeelding van goed vasthouden met uw handen en
goede ondersteuning van het werkstuk. (Zie afb. 1)
5. Houd het gereedschap vast aan het geïsoleerde
oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op
plaatsen waar het zaaggereedschap met
verborgen bedrading in aanraking kan komen.
Door contact met onder spanning staande draden,
zullen ook de niet-geïsoleerde metalen delen van het
elektrisch gereedschap onder spanning komen te
staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan
krijgen.
6. Gebruik bij het schulpen altijd de breedtegeleider
of de langsgeleider. Hierdoor wordt de
nauwkeurigheid van het zagen vergroot en de kans op
vastlopen van het zaagblad verkleint.
7. Gebruik altijd zaagbladen met doorngaten van de
juiste afmetingen en vorm (diamand versus rond).
Zaagbladen die niet goed passen op de
bevestigingsmiddelen van de cirkelzaag, zullen
excentrisch draaien waardoor u de controle over het
gereedschap verliest.
8. Gebruik nooit een beschadigde of verkeerde
bouten en ringen om het zaagblad mee te
bevestigen. De bouten en ringen voor de bevestiging
van het zaagblad zijn speciaal ontworpen voor gebruik
met uw cirkelzaag voor optimale prestaties en veilig
gebruik.
9. Oorzaken van terugslag en wat de gebruiker
hieraan kan doen:
- Terugslag is een plotselinge reactie op een
bekneld, vastgelopen of niet-uitgelijnd zaagblad,
waardoor de oncontroleerbare cirkelzaag omhoog,
uit het werkstuk en in de richting van de gebruiker
gaat.
- Wanneer het zaagblad bekneld raakt of vastloopt
doordat de zaagsnede naar beneden toe smaller
wordt, vertraagt het zaagblad en komt als reactie
de motor snel omhoog in de richting van de
gebruiker.
1. Rode deel
2. Knop
3. Accu
4. Hendel
5. Zool
6. Zaaglijn
7. Uit-vergrendeling
8. Aan/uit-schakelaar
9. Asvergrendeling
10. Inbussleutel
11. Zeskantbout
12. Buitenflens
13. Zaagblad
14. Binnenflens
15. Stofafzuigaansluitmond
16. Schroef
17. Slang
18. Stofzuiger
19. Stelschroef voor 90°
20. Geodriehoek
21. Slijtgrensmarkering
22. Koolborsteldop
23. Schroevendraaier
Model BSS500 BSS501
Diameter zaagblad 136 mm
Max. zaagdiepte
bij 90° 51 mm
bij 45° 35 mm
Onbelaste snelheid (min
-1
) 3.600
Totale lengte 359 mm 364 mm
Netto gewicht 2,6 kg 2,7 kg
Nominale spanning 14,4V gelijkspanning 18 V gelijkspanning
29
- Als het zaagblad gebogen of niet-uitgelijnd raakt in
de zaagsnede, kunnen de tanden aan de
achterrand van het zaagblad zich in het
bovenoppervlak van het hout vreten, waardoor het
zaagblad uit de zaagsnede klimt en omhoog springt
in de richting van de gebruiker.
Terugslag is het gevolg van misgebruik van de
cirkelzaag en/of onjuiste gebruiksprocedures of -
omstandigheden, en kan worden voorkomen door
goede voorzorgsmaatregelen te treffen, zoals
hieronder vermeld:
• Houd de cirkelzaag stevig vast met beide
handen en houdt uw armen zodanig dat een
terugslag wordt opgevangen. Plaats uw lichaam
zijwaarts versprongen van het zaagblad en niet
in een rechte lijn erachter. Door terugslag kan de
cirkelzaag achterwaarts springen, maar de kracht
van de terugslag kan met de juiste
voorzorgsmaatregelen door de gebruiker worden
opgevangen.
• Wanneer het zaagblad vastloopt, of wanneer u
om een of andere reden het zagen onderbreekt,
laat u de aan/uit-schakelaar los en houdt u de
cirkelzaag stil in het materiaal totdat het
zaagblad volledig tot stilstand is gekomen.
Probeer nooit het zaagblad uit het werkstuk te
halen of de cirkelzaag naar achteren te trekken,
terwijl het zaagblad nog draait omdat hierdoor
een terugslag kan optreden. Onderzoek waarom
het zaagblad is vastgelopen en tref afdoende
maatregelen om de oorzaak ervan op te heffen.
• Wanneer u de cirkelzaag weer inschakelt terwijl
het zaagblad in het werkstuk zit, plaatst u het
zaagblad in het midden van de zaagsnede en
controleert u dat de tanden niet in het materiaal
grijpen. Als het zaagblad is vastgelopen, kan
wanneer de cirkelzaag wordt ingeschakeld het
zaagblad uit het werkstuk lopen of terugslaan.
• Ondersteun grote platen om de kans te
minimaliseren dat het zaagblad bekneld raakt of
terugslaat. Grote platen neigen door te zakken
onder hun eigen gewicht. U moet de plaat
ondersteunen aan beide zijranden, vlakbij de
zaaglijn en vlakbij het uiteinde.
Ondersteun de plank of plaat vlakbij de zaaglijn om
terugslag te voorkomen. (Zie afb. 2)
Ondersteun de plank of plaat niet op grote afstand van
de zaaglijn. (Zie afb. 3)
• Gebruik een bot of beschadigd zaagblad niet
meer. Niet-geslepen of verkeerd gezette tanden
maken een smalle zaagsnede wat leidt tot grote
wrijving, vastlopen en terugslag.
• De vergrendelhendels voor het instellen van de
zaagbladdiepte en verstelhoek moeten
vastzitten alvorens te beginnen met zagen. Als
de instellingen van het zaagblad zich tijdens het
zagen wijzigen, kan dit leiden tot vastlopen of
terugslag.
• Wees extra voorzichtig wanneer u een ‘blinde’
zaagsnede maakt in een bestaande wand of een
andere plaats waarvan u de onderkant van het
zaagoppervlak niet kunt zien. Wanneer het
zaagblad door het materiaal heen breekt, kan het
een voorwerp raken waardoor een terugslag
optreedt.
10. Controleer voor ieder gebruik of de onderste
beschermkap goed sluit. Gebruik de cirkelzaag
niet als de onderste beschermkap niet vrij kan
bewegen en onmiddellijk sluit. Zet de onderste
beschermkap nooit vast in de geopende stand. Als
u de cirkelzaag per ongeluk laat vallen, kan de
onderste beschermkap worden verbogen. Til de
onderste beschermkap op aan de terugtrekhendel en
controleer dat deze vrij kan bewegen en niet het
zaagblad of enig ander onderdeel raakt, onder alle
verstekhoeken en op alle zaagdiepten.
11. Controleer de werking van de veer van de
onderste beschermkap. Als de beschermkap en
de veer niet goed werken, dienen deze te worden
gerepareerd voordat de cirkelzaag wordt gebruikt.
De onderste beschermkap kan traag werken als
gevolg van beschadigde onderdelen, gom- of
hardafzetting, of opeenhoping van vuil.
12. De onderste beschermkap mag alleen met de hand
worden geopend voor het maken van speciale
zaagsneden, zoals een ‘blinde’ zaagsnede en
‘samengestelde’ zaagsnede. Til de onderste
beschermkap op aan de terugtrekhendel en laat
deze los zodra het zaagblad in het materiaal zaagt.
Bij alle andere typen zaagsneden, dient de onderste
beschermkap automatisch te werken.
13. Let er altijd op dat de onderste beschermkap het
zaagblad bedekt voordat u de cirkelzaag op een
werkbak of vloer neerlegt. Een onbeschermd
zaagblad dat nog nadraait, zal de cirkelzaag achteruit
doen lopen waarbij alles op zijn weg wordt gezaagd.
Denk aan de tijd die het duurt nadat de cirkelzaag is
uitgeschakeld voordat het zaagblad stilstaat.
14. Houd het gereedschap ALTIJD met beide handen
stevig vast. Plaats NOOIT uw hand of vingers
achter het zaagblad. Als een terugslag optreedt, kan
het zaagblad gemakkelijk achteruit en over uw hand
springen waardoor ernstig persoonlijk letsel ontstaat.
(Zie afb. 4)
15. Dwing de cirkelzaag nooit. Duw de cirkelzaag
vooruit met een snelheid waarbij het zaagblad niet
vertraagt. Als u het zaagblad dwingt, kan dat leiden
tot een ongelijkmatige zaagsnede, verminderde
nauwkeurigheid en mogelijke terugslag.
16. Wees extra voorzichtig bij het zagen in nat hout,
druk-behandeld timmerhout en hout met
knoesten. Pas de snelheid van het zagen aan zodat
de cirkelzaag soepel vooruit blijft gaan zonder dat de
snelheid van het zaagblad lager wordt.
17. Probeer niet afgezaagd materiaal te verwijderen
terwijl het zaagblad nog draait. Wacht totdat het
zaagblad volledig tot stilstand is gekomen voordat
u het afgezaagde materiaal vastpakt. LET OP: Het
zaagblad draait nog na nadat het gereedschap is
uitgeschakeld.
18. Voorkom dat u in spijkers zaag. Inspecteer het
hout op spijkers en verwijder deze zonodig
voordat u begint te zagen.
19. Plaats het bredere deel van de zool van de
cirkelzaag op het deel van het werkstuk dat goed
is ondersteund, en niet op het deel dat omlaag valt
nadat de zaagsnede gemaakt is. Als voorbeeld laat
30
afbeelding 5 zien hoe u het uiteinde van een plank
GOED afzaagt, en afbeelding 6 hoe u dit
VERKEERD doet. Als het werkstuk kort of smal is,
klemt u het vast. PROBEER NOOIT EEN KORT
WERKSTUK IN UW HANDEN VAST TE HOUDEN!
20. Voordat u het gereedschap neerlegt na het
voltooien van een zaagsnede, controleert u dat de
onderste beschermkap gesloten is en het
zaagblad volledig tot stilstand is gekomen.
21. Probeer nooit te zagen waarbij de cirkelzaag
ondersteboven in een bankschroef is geklemd. Dit
is uiterst gevaarlijk en kan leiden tot ernstig
persoonlijk letsel. (zie afb. 7)
22. Sommige materialen bevatten chemische stoffen
die giftig kunnen zijn. Neem
voorzorgsmaatregelen tegen het inademen van
stof en contact met de huid. Volg de
veiligheidsinstructies van de leverancier van het
materiaal op.
23. Breng het zaagblad niet tot stilstand door
zijdelings op het zaagblad te drukken.
24. Gebruik altijd zaagbladen die in deze
gebruiksaanwijzing aanbevolen worden. Gebruik
geen slijpschijven.
25. Houd het zaagblad scherp en schoon. Gom of hars
dat op het zaagblad is opgedroogd vertraagt het
zaagblad en verhoogt de kans op terugslag. Houd het
zaagblad schoon door dit eerst van het gereedschap
te demonteren en het vervolgens schoon te maken
met een reinigingsmiddel voor gom en hars, heet
water of kerosine. Gebruik nooit benzine.
26. Draag een stofmasker en gehoorbescherming
tijdens gebruik van het gereedschap.
BEWAAR DEZE
VOORSCHRIFTEN.
WAARSCHUWING:
Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van
comfort en bekendheid met het gereedschap (na
veelvuldig gebruik) en neem alle
veiligheidsvoorschriften van het betreffende product
altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet
volgen van de veiligheidsinstructies in deze
gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig persoonlijk
letsel.
BELANGRIJKE
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ENC007-4
VOOR ACCU’S
1. Alvorens de accu in gebruik te nemen, leest u
eerst alle instructies en
waarschuwingsopschriften op (1) de acculader, (2)
de accu en (3) het apparaat waarin de accu wordt
aangebracht.
2. Haal de accu niet uit elkaar.
3. Als de gebruikstijd aanzienlijk korter is geworden,
stopt u onmiddellijk met het gebruik. Anders kan
dit leiden tot kans op oververhitting, mogelijke
brandwonden en zelfs een explosie.
4. Als de elektrolyt in uw ogen komt, wast u deze uit
met schoon water en raadpleegt u onmiddellijk
een arts. Dit kan leiden tot verlies van
gezichtsvermogen.
5. Sluit de accu niet kort:
(1) Raak de accupolen niet aan met enig geleidend
materiaal.
(2) Bewaar de accu niet op een plaats waar deze in
aanraking kan komen met andere metalen
voorwerpen, zoals spijkers, munten, enz.
(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen.
Kortsluiting van de accu kan leiden tot een
hoge stroomsterke, oververhitting, mogelijke
brandwonden en zelfs een defect.
6. Bewaar het gereedschap en de accu niet op
plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot
50°C of hoger.
7. Werp de accu niet in een vuur, zelfs niet als deze
al ernstig beschadigd of helemaal versleten is. De
accu kan in een vuur exploderen.
8. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen of
ergens tegenaan stoot.
9. Gebruik een accu die is gevallen of gestoten niet
meer.
BEWAAR DEZE
VOORSCHRIFTEN.
Tips voor een lange levensduur van de
accu
1. Laad de accu op voordat deze volledig leeg is.
Wanneer u merkt dat het gereedschap minder
vermogen heeft, stopt u met het gebruik ervan en
laadt u eerst de accu op.
2. Laad nooit een volledig opgeladen accu op. Te
lang opladen verkort de levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur
van 10°C t/m 40°C. Laat een warme accu eerst
afkoelen voordat u deze oplaadt.
BESCHRIJVING VAN DE
FUNCTIES
LET OP:
• Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld
en de accu is verwijderd alvorens de functies van het
gereedschap te controleren of af te stellen.
De accu aanbrengen en verwijderen (zie
afb. 8)
• Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu
aanbrengt of verwijdert.
• Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de
zijkant van de accu en trekt u tegelijkertijd de accu uit
het gereedschap.
• Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit
met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn
plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het
gereedschap tot u een klikgeluid hoort. Als u het rode
deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de
accu niet goed aangebracht. Steek de accu zo ver
mogelijk erin tot het rode deel niet meer zichtbaar is.
Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het
gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving
verwonden.
31
• Oefen geen grote kracht uit bij het aanbrengen van de
accu. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap
kan worden gestoken, wordt deze niet goed
aangebracht.
De zaagdiepte instellen (zie afb. 9)
LET OP:
• Nadat u de zaagdiepte hebt ingesteld, zet u de hendel
altijd stevig vast.
Zet de hendel los aan de zijkant van de achterhandgreep
en beweeg de zool omhoog en omlaag. Zet de zool vast
op de gewenste zaagdiepte door de hendel vast te zetten.
Voor een schonere, veiligere zaagsnede, stelt u de
zaagdiepte zodanig in dat niet meer dan een tandhoogte
door het werkstuk heen steekt. Door de zaagdiepte goed
in te stellen, verkleint u de kans op een potentieel
gevaarlijke TERUGSLAG, en daarmee op persoonlijk
letsel.
Verticaal verstekzagen (zie afb. 10)
Zet de hendel van de verstekschaalverdeling aan de
voorkant van de zool van het gereedschap los. Stel de
gewenste verstekhoek in (0° - 50°) door
dienovereenkomstig te kantelen, en zet vervolgens de
hendel weer vast.
Zichtlijn (zie afb. 11)
Voor recht zagen lijnt u de positie A op de voorkant van
de zool uit met de zaaglijn. Voor verstekzagen onder een
hoek van 45°, gebruikt u hiervoor positie B.
Aan/uit-schakelaar (zie afb. 12)
LET OP:
• Controleer altijd, voordat u de accu in het gereedschap
steekt, of de aan/uit-schakelaar op de juiste manier
schakelt en weer terugkeert naar de uit-stand nadat
deze is losgelaten.
• Knijp de aan/uit-schakelaar niet hard in zonder de uit-
vergrendeling in te duwen. Hierdoor kan de aan/uit-
schakelaar kapot gaan.
Om te voorkomen dat de aan/uit-schakelaar per ongeluk
wordt bediend, is een uit-vergrendeling aangebracht. Om
het gereedschap te starten, duwt u de uit-vergrendeling in
en knijpt u de aan/uit-schakelaar in. Laat de aan/uit-
schakelaar los om het gereedschap te stoppen.
WAARSCHUWING:
• Omwille van uw veiligheid is dit gereedschap uitgerust
met een uit-vergrendeling die voorkomt dat het
gereedschap onbedoeld wordt ingeschakeld. Gebruik
het gereedschap NOOIT wanneer dit draait door
gewoon de aan/uit-schakelaar in te knijpen zonder de
uit-vergrendeling in te duwen. Stuur het gereedschap
voor deugdelijke reparatie terug naar een MAKITA-
servicecentrum ALVORENS het verder te gebruiken.
• U mag NOOIT de uit-vergrendeling met plakband
vastzetten of anderszins de werking en functie ervan te
niet doen.
De lamp inschakelen
LET OP:
• Kijk niet rechtstreeks in het licht of naar de bron van de
lamp.
U mag alleen in de aan/uit-schakelaar knijpen zonder de
uit-vergrendeling in te duwen om het licht in te schakelen.
Om het licht in te schakelen en het gereedschap te
starten, duwt u op de uit-vergrendeling en knijpt u in de
aan/uit-scheklaar zonder de uit-vergrendeling in te
duwen.
OPMERKING:
• Gebruik een wattenstaafje om het vuil van de lens van
de lamp te vegen. Wees voorzichtig de lens van de
lamp niet te bekrassen om de lichtopbrengst niet te
verlagen.
• Gebruik geen benzine, thinner of soortgelijk middel om
de lens van de lamp te reinigen. Dergelijke middelen
zullen de lens beschadigen.
ONDERDELEN AANBRENGEN/
VERWIJDEREN
LET OP:
• Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld
en de accu is verwijderd alvorens enige
werkzaamheden aan het gereedschap te verrichten.
Het zaagblad aanbrengen en verwijderen
(zie afb. 13 en 14)
LET OP:
• Verzeker u ervan dat het zaagblad zodanig wordt
aangebracht dat de tanden aan de voorkant van het
gereedschap omhoog wijzen.
• Gebruik uitsluitend de Makita-inbussleutel voor het
aanbrengen en verwijderen van het zaagblad.
Als u het zaagblad wilt verwijderen, drukt u eerst de
asvergrendeling in zodat het zaagblad niet meer kan
draaien, en gebruikt u vervolgens de inbussleutel om de
inbusbout rechtsom los te draaien. Verwijder tenslotte de
zeskantbout, de buitenflens en het zaagblad.
Om het zaagblad aan te brengen, volgt u de procedure in
omgekeerde volgorde. ZORG ERVOOR DAT U DE
INBUSBOUT LINKSOM STEVIG VASTDRAAIT. (Zie
afb. 15)
Vergeet niet tijdens het verwisselen van het zaagblad ook
de bovenste en onderste beschermkappen te ontdoen
van opgehoopte houtsnippers en spaanders. Ondanks
dergelijk onderhoud blijft het noodzakelijk de werking van
de onderste beschermpak voor ieder gebruik te
controleren.
Opbergplaats van de inbussleutel (zie
afb. 16)
Wanneer u de inbussleutel niet gebruikt, bergt u deze op
de plaats aangegeven in de afbeelding op, om te
voorkomen dat deze wordt verloren.
Aansluiten op een stofzuiger (zie afb. 17
en 18)
Wanneer u tijdens het zagen schoon wilt werken, sluit u
een Makita-stofzuiger aan op uw gereedschap. Monteer
de stofafzuigaansluitmond op het gereedschap met
behulp van de schroef. Sluit vervolgens de
stofzuigerslang aan op de stofafzuigaansluitmond, zoals
aangegeven in de afbeelding.
32
BEDIENING
LET OP:
• Steek de accu altijd zo ver mogelijk in het gereedschap
totdat deze met een klik wordt vergrendeld. Als u het
rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is
de accu niet goed aangebracht. Steek de accu zo ver
mogelijk erin tot het rode deel niet meer zichtbaar is.
Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het
gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving
verwonden.
• Duw het gereedschap voorzichtig in een rechte lijn
naar voren. Als u het gereedschap dwing of verdraait,
zal de motor oververhit raken en het gereedschap
gevaarlijk terugslaan waardoor ernstig letsel kan
worden veroorzaakt.
• Als het gereedschap continu wordt bediend totdat de
accu leeg is, laat u het gereedschap gedurende 15
minuten liggen alvorens verder te werken met een volle
accu. (zie afb. 19)
Houd het gereedschap stevig vast. Het gereedschap is
voorzien van zowel een voorhandgreep als een
achterhandgreep. Gebruik beide om het gereedschap zo
goed mogelijk vast te houden. Als u de cirkelzaag met
beide handen vasthoudt, kunt u nooit in uw handen
zagen. Plaats eerst de zool op het werkstuk dat u wilt
zagen, zonder dat het zaagblad het werkstuk raakt.
Schakel vervolgens het gereedschap in en wacht totdat
het zaagblad op volle snelheid draait. Duw het
gereedschap nu gewoon naar voren over het oppervlak
van het werkstuk, houd het daarbij vlak, en duw
gelijkmatig totdat het zagen klaar is.
Zorg voor een schone zaagsnede voor een rechte
zaaglijn en een constante voortgaande snelheid. Als de
zaagsnede niet verloopt volgens de voorgenomen
zaaglijn, mag u niet proberen het gereedschap iets te
draaien of te dwingen terug te keren naar de zaaglijn. Als
u dit doet, kan het zaagblad vastlopen en een gevaarlijke
terugslag optreden met mogelijk ernstig persoonlijk letsel
tot gevolg. Laat de aan/uit-schakelaar los, wacht tot het
zaagblad tot stilstand is gekomen en trek vervolgens het
gereedschap terug. Lijn het gereedschap opnieuw uit met
een nieuwe zaaglijn en begin weer te zagen. Probeer te
vermijden dat door de positie van het gereedschap de
gebruiker wordt blootgesteld aan zaagsel en spaanders
die door het gereedschap worden uitgeworpen. Gebruik
oogbescherming om verwonding te voorkomen.
Breedtegeleider (liniaal) (los verkrijgbaar)
(zie afb. 20)
Met de handige breedtegeleider kunt u extra nauwkeurig
recht zagen. Schuif gewoon de breedtegeleider strak
tegen de zijkant van het werkstuk en zet deze op zijn
plaats vast met behulp van de schroef op de voorkant van
de zool van het gereedschap. Op deze manier is het
tevens mogelijk een zaagbeweging te herhalen met
identieke breedte.
ONDERHOUD
LET OP:
• Zorg er altijd voor dat de machine is uitgeschakeld en
de accu is verwijderd, voordat u een inspectie of
onderhoud uitvoert.
De nauwkeurigheid van de zaaghoeken
90° (verticaal) instellen
Deze instelling is reeds in de fabriek gemaakt. Maar als
dit niet meer juist is, draait u de instelbouten met een
inbussleutel terwijl u de zaaghoek van 90° tussen het
zaagblad en de zool van het gereedschap controleert met
behulp van een winkelhaak, geodriehoek, enz. (zie
afb. 21 en 22)
De koolborstels vervangen (zie afb. 23)
Verwijder en controleer de koolborstels regelmatig.
Vervang deze wanneer ze tot aan de slijtgrensmarkering
zijn afgesleten. Houd de koolborstels schoon en zorg
ervoor dat ze vrij kunnen bewegen in de houders.
Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden
vervangen. Gebruik alleen identieke koolborstels.
Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen
te verwijderen.
Haal de versleten koolborstels eruit, plaats de nieuwe
erin, en zet de koolborsteldoppen goed vast. (Zie afb. 24)
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het
gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties,
onderhoud en afstellingen te worden uitgevoerd door een
erkend Makita-servicecentrum, en altijd met
gebruikmaking van originele Makita-
vervangingsonderdelen.
ACCESSOIRES
LET OP:
• Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen
voor gebruik met het Makita-gereedschap dat in deze
gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van
andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor
persoonlijk letsel opleveren. Gebruik de accessoires of
hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven
gebruiksdoeleinden.
Mocht u meer informatie willen hebben over deze
accessoires, dan kunt u contact opnemen met uw
plaatselijke Makita-servicecentrum.
• Zaagblad
• Breedtegeleider (liniaal)
• Inbussleutel 5
• Stofafzuigaansluitmond
• Originele Makita-batterijen en -lader
Voor model BSS500
Geluid
ENG102-3
De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten
volgens EN60745:
Geluidsdrukniveau (L
pA
): 91 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (L
wA
): 102 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
Draag gehoorbescherming.
Trilling
ENG214-2
De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals
vastgesteld volgens EN60745:
Gebruikstoepassing: zagen in spaanplaat
Trillingsemissie (a
h
): 2,5 m/s
2
of minder
Onzekerheid (K): 1,5 m/s
2
33
Voor model BSS501
Geluid
ENG102-3
De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten
volgens EN60745:
Geluidsdrukniveau (L
pA
): 92 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (L
wA
): 103 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
Draag gehoorbescherming.
Trilling
ENG214-2
De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals
vastgesteld volgens EN60745:
Gebruikstoepassing: zagen in spaanplaat
Trillingsemissie (a
h
): 2,5 m/s
2
of minder
Onzekerheid (K): 1,5 m/s
2
Alleen voor Europese landen ENH101-13
EU-verklaring van conformiteit
Wij, Makita Corporation, als de verantwoordelijke
fabrikant, verklaren dat de volgende Makita-
machine(s):
Aanduiding van de machine:
Accucirkelzaag
Modelnr./Type: BSS500, BSS501
in serie is geproduceerd en
Voldoet aan de volgende Europese richtlijnen:
98/37/EC tot en met 28 december 2009 en daarna
aan 2006/42/EC vanaf 29 december 2009
En zijn gefabriceerd in overeenstemming met de
volgende normen of genormaliseerde documenten:
EN60745
De technische documentatie wordt bewaard door onze
erkende vertegenwoordiger in Europa, te weten:
Makita International Europe Ltd.,
Michigan Drive, Tongwell,
Milton Keynes, MK15 8JD, Engeland
30 januari 2009
Tomoyasu Kato
Directeur
Makita Corporation
3-11-8, Sumiyoshi-cho
Anjo, Aichi, JAPAN

Documenttranscriptie

NEDERLANDS Verklaring van het onderdelenoverzicht 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. Rode deel Knop Accu Hendel Zool Zaaglijn Uit-vergrendeling Aan/uit-schakelaar Asvergrendeling Inbussleutel Zeskantbout Buitenflens Zaagblad Binnenflens Stofafzuigaansluitmond Schroef 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. Slang Stofzuiger Stelschroef voor 90° Geodriehoek Slijtgrensmarkering Koolborsteldop Schroevendraaier TECHNISCHE GEGEVENS Model BSS500 Diameter zaagblad Max. zaagdiepte BSS501 136 mm bij 90° 51 mm bij 45° 35 mm Onbelaste snelheid (min-1) 3.600 Totale lengte 359 mm Netto gewicht 2,6 kg 364 mm 2,7 kg Nominale spanning 14,4V gelijkspanning 18 V gelijkspanning • Als gevolg van ons doorlopende onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma, zijn de technische gegevens van dit gereedschap onderhevig aan veranderingen zonder voorafgaande kennisgeving. • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. • Gewicht, inclusief de accu, volgens de EPTA-procedure 01/2003 Gebruiksdoeleinden ENE028-1 Het gereedschap is bedoeld voor het recht zagen in de lengte- en breedterichting, en verstekzagen onder een hoek in hout, waarbij het gereedschap stevig in contact staat met het werkstuk. VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN GEB061-1 ACCUCIRKELZAAG Gevaar: 1. Houd uw handen uit de buurt van het zaaggebied en het zaagblad. Houd met uw andere hand de voorhandgreep of de behuizing van het gereedschap vast. Als u de cirkelzaag met beide handen vasthoudt, kunt u nooit in uw handen zagen. 2. Reik nooit met uw handen onder het werkstuk. De beschermkap kan u niet beschermen onder het werkstuk tegen het zaagblad. 3. Stel de zaagdiepte in overeenkomstig de dikte van het werkstuk. Minder dan een volledige tandhoogte dient onder het werkstuk uit te komen. 4. Houd het werkstuk waarin wordt gezaagd nooit vast met uw handen of benen. Zorg dat het werkstuk stabiel is ten opzichte van de ondergrond. Het is belangrijk het werkstuk goed te ondersteunen om de kans te minimaliseren dat uw lichaam eraan blootgesteld wordt, het zaagblad vastloopt of u de controle over het gereedschap verliest. Afbeelding van goed vasthouden met uw handen en goede ondersteuning van het werkstuk. (Zie afb. 1) 5. Houd het gereedschap vast aan het geïsoleerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het zaaggereedschap met 28 6. 7. 8. 9. verborgen bedrading in aanraking kan komen. Door contact met onder spanning staande draden, zullen ook de niet-geïsoleerde metalen delen van het elektrisch gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen. Gebruik bij het schulpen altijd de breedtegeleider of de langsgeleider. Hierdoor wordt de nauwkeurigheid van het zagen vergroot en de kans op vastlopen van het zaagblad verkleint. Gebruik altijd zaagbladen met doorngaten van de juiste afmetingen en vorm (diamand versus rond). Zaagbladen die niet goed passen op de bevestigingsmiddelen van de cirkelzaag, zullen excentrisch draaien waardoor u de controle over het gereedschap verliest. Gebruik nooit een beschadigde of verkeerde bouten en ringen om het zaagblad mee te bevestigen. De bouten en ringen voor de bevestiging van het zaagblad zijn speciaal ontworpen voor gebruik met uw cirkelzaag voor optimale prestaties en veilig gebruik. Oorzaken van terugslag en wat de gebruiker hieraan kan doen: - Terugslag is een plotselinge reactie op een bekneld, vastgelopen of niet-uitgelijnd zaagblad, waardoor de oncontroleerbare cirkelzaag omhoog, uit het werkstuk en in de richting van de gebruiker gaat. - Wanneer het zaagblad bekneld raakt of vastloopt doordat de zaagsnede naar beneden toe smaller wordt, vertraagt het zaagblad en komt als reactie de motor snel omhoog in de richting van de gebruiker. - Als het zaagblad gebogen of niet-uitgelijnd raakt in de zaagsnede, kunnen de tanden aan de achterrand van het zaagblad zich in het bovenoppervlak van het hout vreten, waardoor het zaagblad uit de zaagsnede klimt en omhoog springt in de richting van de gebruiker. Terugslag is het gevolg van misgebruik van de cirkelzaag en/of onjuiste gebruiksprocedures of omstandigheden, en kan worden voorkomen door goede voorzorgsmaatregelen te treffen, zoals hieronder vermeld: • Houd de cirkelzaag stevig vast met beide handen en houdt uw armen zodanig dat een terugslag wordt opgevangen. Plaats uw lichaam zijwaarts versprongen van het zaagblad en niet in een rechte lijn erachter. Door terugslag kan de cirkelzaag achterwaarts springen, maar de kracht van de terugslag kan met de juiste voorzorgsmaatregelen door de gebruiker worden opgevangen. • Wanneer het zaagblad vastloopt, of wanneer u om een of andere reden het zagen onderbreekt, laat u de aan/uit-schakelaar los en houdt u de cirkelzaag stil in het materiaal totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. Probeer nooit het zaagblad uit het werkstuk te halen of de cirkelzaag naar achteren te trekken, terwijl het zaagblad nog draait omdat hierdoor een terugslag kan optreden. Onderzoek waarom het zaagblad is vastgelopen en tref afdoende maatregelen om de oorzaak ervan op te heffen. • Wanneer u de cirkelzaag weer inschakelt terwijl het zaagblad in het werkstuk zit, plaatst u het zaagblad in het midden van de zaagsnede en controleert u dat de tanden niet in het materiaal grijpen. Als het zaagblad is vastgelopen, kan wanneer de cirkelzaag wordt ingeschakeld het zaagblad uit het werkstuk lopen of terugslaan. • Ondersteun grote platen om de kans te minimaliseren dat het zaagblad bekneld raakt of terugslaat. Grote platen neigen door te zakken onder hun eigen gewicht. U moet de plaat ondersteunen aan beide zijranden, vlakbij de zaaglijn en vlakbij het uiteinde. Ondersteun de plank of plaat vlakbij de zaaglijn om terugslag te voorkomen. (Zie afb. 2) Ondersteun de plank of plaat niet op grote afstand van de zaaglijn. (Zie afb. 3) • Gebruik een bot of beschadigd zaagblad niet meer. Niet-geslepen of verkeerd gezette tanden maken een smalle zaagsnede wat leidt tot grote wrijving, vastlopen en terugslag. • De vergrendelhendels voor het instellen van de zaagbladdiepte en verstelhoek moeten vastzitten alvorens te beginnen met zagen. Als de instellingen van het zaagblad zich tijdens het zagen wijzigen, kan dit leiden tot vastlopen of terugslag. • Wees extra voorzichtig wanneer u een ‘blinde’ zaagsnede maakt in een bestaande wand of een andere plaats waarvan u de onderkant van het zaagoppervlak niet kunt zien. Wanneer het zaagblad door het materiaal heen breekt, kan het een voorwerp raken waardoor een terugslag optreedt. 10. Controleer voor ieder gebruik of de onderste beschermkap goed sluit. Gebruik de cirkelzaag niet als de onderste beschermkap niet vrij kan bewegen en onmiddellijk sluit. Zet de onderste beschermkap nooit vast in de geopende stand. Als u de cirkelzaag per ongeluk laat vallen, kan de onderste beschermkap worden verbogen. Til de onderste beschermkap op aan de terugtrekhendel en controleer dat deze vrij kan bewegen en niet het zaagblad of enig ander onderdeel raakt, onder alle verstekhoeken en op alle zaagdiepten. 11. Controleer de werking van de veer van de onderste beschermkap. Als de beschermkap en de veer niet goed werken, dienen deze te worden gerepareerd voordat de cirkelzaag wordt gebruikt. De onderste beschermkap kan traag werken als gevolg van beschadigde onderdelen, gom- of hardafzetting, of opeenhoping van vuil. 12. De onderste beschermkap mag alleen met de hand worden geopend voor het maken van speciale zaagsneden, zoals een ‘blinde’ zaagsnede en ‘samengestelde’ zaagsnede. Til de onderste beschermkap op aan de terugtrekhendel en laat deze los zodra het zaagblad in het materiaal zaagt. Bij alle andere typen zaagsneden, dient de onderste beschermkap automatisch te werken. 13. Let er altijd op dat de onderste beschermkap het zaagblad bedekt voordat u de cirkelzaag op een werkbak of vloer neerlegt. Een onbeschermd zaagblad dat nog nadraait, zal de cirkelzaag achteruit doen lopen waarbij alles op zijn weg wordt gezaagd. Denk aan de tijd die het duurt nadat de cirkelzaag is uitgeschakeld voordat het zaagblad stilstaat. 14. Houd het gereedschap ALTIJD met beide handen stevig vast. Plaats NOOIT uw hand of vingers achter het zaagblad. Als een terugslag optreedt, kan het zaagblad gemakkelijk achteruit en over uw hand springen waardoor ernstig persoonlijk letsel ontstaat. (Zie afb. 4) 15. Dwing de cirkelzaag nooit. Duw de cirkelzaag vooruit met een snelheid waarbij het zaagblad niet vertraagt. Als u het zaagblad dwingt, kan dat leiden tot een ongelijkmatige zaagsnede, verminderde nauwkeurigheid en mogelijke terugslag. 16. Wees extra voorzichtig bij het zagen in nat hout, druk-behandeld timmerhout en hout met knoesten. Pas de snelheid van het zagen aan zodat de cirkelzaag soepel vooruit blijft gaan zonder dat de snelheid van het zaagblad lager wordt. 17. Probeer niet afgezaagd materiaal te verwijderen terwijl het zaagblad nog draait. Wacht totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het afgezaagde materiaal vastpakt. LET OP: Het zaagblad draait nog na nadat het gereedschap is uitgeschakeld. 18. Voorkom dat u in spijkers zaag. Inspecteer het hout op spijkers en verwijder deze zonodig voordat u begint te zagen. 19. Plaats het bredere deel van de zool van de cirkelzaag op het deel van het werkstuk dat goed is ondersteund, en niet op het deel dat omlaag valt nadat de zaagsnede gemaakt is. Als voorbeeld laat 29 afbeelding 5 zien hoe u het uiteinde van een plank GOED afzaagt, en afbeelding 6 hoe u dit VERKEERD doet. Als het werkstuk kort of smal is, klemt u het vast. PROBEER NOOIT EEN KORT WERKSTUK IN UW HANDEN VAST TE HOUDEN! 20. Voordat u het gereedschap neerlegt na het voltooien van een zaagsnede, controleert u dat de onderste beschermkap gesloten is en het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. 21. Probeer nooit te zagen waarbij de cirkelzaag ondersteboven in een bankschroef is geklemd. Dit is uiterst gevaarlijk en kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. (zie afb. 7) 22. Sommige materialen bevatten chemische stoffen die giftig kunnen zijn. Neem voorzorgsmaatregelen tegen het inademen van stof en contact met de huid. Volg de veiligheidsinstructies van de leverancier van het materiaal op. 23. Breng het zaagblad niet tot stilstand door zijdelings op het zaagblad te drukken. 24. Gebruik altijd zaagbladen die in deze gebruiksaanwijzing aanbevolen worden. Gebruik geen slijpschijven. 25. Houd het zaagblad scherp en schoon. Gom of hars dat op het zaagblad is opgedroogd vertraagt het zaagblad en verhoogt de kans op terugslag. Houd het zaagblad schoon door dit eerst van het gereedschap te demonteren en het vervolgens schoon te maken met een reinigingsmiddel voor gom en hars, heet water of kerosine. Gebruik nooit benzine. 26. Draag een stofmasker en gehoorbescherming tijdens gebruik van het gereedschap. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende product altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet volgen van de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ENC007-4 VOOR ACCU’S 1. Alvorens de accu in gebruik te nemen, leest u eerst alle instructies en waarschuwingsopschriften op (1) de acculader, (2) de accu en (3) het apparaat waarin de accu wordt aangebracht. 2. Haal de accu niet uit elkaar. 3. Als de gebruikstijd aanzienlijk korter is geworden, stopt u onmiddellijk met het gebruik. Anders kan dit leiden tot kans op oververhitting, mogelijke brandwonden en zelfs een explosie. 4. Als de elektrolyt in uw ogen komt, wast u deze uit met schoon water en raadpleegt u onmiddellijk 30 5. 6. 7. 8. 9. een arts. Dit kan leiden tot verlies van gezichtsvermogen. Sluit de accu niet kort: (1) Raak de accupolen niet aan met enig geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet op een plaats waar deze in aanraking kan komen met andere metalen voorwerpen, zoals spijkers, munten, enz. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan leiden tot een hoge stroomsterke, oververhitting, mogelijke brandwonden en zelfs een defect. Bewaar het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50°C of hoger. Werp de accu niet in een vuur, zelfs niet als deze al ernstig beschadigd of helemaal versleten is. De accu kan in een vuur exploderen. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen of ergens tegenaan stoot. Gebruik een accu die is gevallen of gestoten niet meer. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. Tips voor een lange levensduur van de accu 1. Laad de accu op voordat deze volledig leeg is. Wanneer u merkt dat het gereedschap minder vermogen heeft, stopt u met het gebruik ervan en laadt u eerst de accu op. 2. Laad nooit een volledig opgeladen accu op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu. 3. Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur van 10°C t/m 40°C. Laat een warme accu eerst afkoelen voordat u deze oplaadt. BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES LET OP: • Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is verwijderd alvorens de functies van het gereedschap te controleren of af te stellen. De accu aanbrengen en verwijderen (zie afb. 8) • Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. • Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de zijkant van de accu en trekt u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap. • Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereedschap tot u een klikgeluid hoort. Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht. Steek de accu zo ver mogelijk erin tot het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. • Oefen geen grote kracht uit bij het aanbrengen van de accu. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden gestoken, wordt deze niet goed aangebracht. Om het licht in te schakelen en het gereedschap te starten, duwt u op de uit-vergrendeling en knijpt u in de aan/uit-scheklaar zonder de uit-vergrendeling in te duwen. De zaagdiepte instellen (zie afb. 9) OPMERKING: • Gebruik een wattenstaafje om het vuil van de lens van de lamp te vegen. Wees voorzichtig de lens van de lamp niet te bekrassen om de lichtopbrengst niet te verlagen. • Gebruik geen benzine, thinner of soortgelijk middel om de lens van de lamp te reinigen. Dergelijke middelen zullen de lens beschadigen. LET OP: • Nadat u de zaagdiepte hebt ingesteld, zet u de hendel altijd stevig vast. Zet de hendel los aan de zijkant van de achterhandgreep en beweeg de zool omhoog en omlaag. Zet de zool vast op de gewenste zaagdiepte door de hendel vast te zetten. Voor een schonere, veiligere zaagsnede, stelt u de zaagdiepte zodanig in dat niet meer dan een tandhoogte door het werkstuk heen steekt. Door de zaagdiepte goed in te stellen, verkleint u de kans op een potentieel gevaarlijke TERUGSLAG, en daarmee op persoonlijk letsel. Verticaal verstekzagen (zie afb. 10) Zet de hendel van de verstekschaalverdeling aan de voorkant van de zool van het gereedschap los. Stel de gewenste verstekhoek in (0° - 50°) door dienovereenkomstig te kantelen, en zet vervolgens de hendel weer vast. Zichtlijn (zie afb. 11) Voor recht zagen lijnt u de positie A op de voorkant van de zool uit met de zaaglijn. Voor verstekzagen onder een hoek van 45°, gebruikt u hiervoor positie B. Aan/uit-schakelaar (zie afb. 12) LET OP: • Controleer altijd, voordat u de accu in het gereedschap steekt, of de aan/uit-schakelaar op de juiste manier schakelt en weer terugkeert naar de uit-stand nadat deze is losgelaten. • Knijp de aan/uit-schakelaar niet hard in zonder de uitvergrendeling in te duwen. Hierdoor kan de aan/uitschakelaar kapot gaan. Om te voorkomen dat de aan/uit-schakelaar per ongeluk wordt bediend, is een uit-vergrendeling aangebracht. Om het gereedschap te starten, duwt u de uit-vergrendeling in en knijpt u de aan/uit-schakelaar in. Laat de aan/uitschakelaar los om het gereedschap te stoppen. WAARSCHUWING: • Omwille van uw veiligheid is dit gereedschap uitgerust met een uit-vergrendeling die voorkomt dat het gereedschap onbedoeld wordt ingeschakeld. Gebruik het gereedschap NOOIT wanneer dit draait door gewoon de aan/uit-schakelaar in te knijpen zonder de uit-vergrendeling in te duwen. Stuur het gereedschap voor deugdelijke reparatie terug naar een MAKITAservicecentrum ALVORENS het verder te gebruiken. • U mag NOOIT de uit-vergrendeling met plakband vastzetten of anderszins de werking en functie ervan te niet doen. De lamp inschakelen ONDERDELEN AANBRENGEN/ VERWIJDEREN LET OP: • Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is verwijderd alvorens enige werkzaamheden aan het gereedschap te verrichten. Het zaagblad aanbrengen en verwijderen (zie afb. 13 en 14) LET OP: • Verzeker u ervan dat het zaagblad zodanig wordt aangebracht dat de tanden aan de voorkant van het gereedschap omhoog wijzen. • Gebruik uitsluitend de Makita-inbussleutel voor het aanbrengen en verwijderen van het zaagblad. Als u het zaagblad wilt verwijderen, drukt u eerst de asvergrendeling in zodat het zaagblad niet meer kan draaien, en gebruikt u vervolgens de inbussleutel om de inbusbout rechtsom los te draaien. Verwijder tenslotte de zeskantbout, de buitenflens en het zaagblad. Om het zaagblad aan te brengen, volgt u de procedure in omgekeerde volgorde. ZORG ERVOOR DAT U DE INBUSBOUT LINKSOM STEVIG VASTDRAAIT. (Zie afb. 15) Vergeet niet tijdens het verwisselen van het zaagblad ook de bovenste en onderste beschermkappen te ontdoen van opgehoopte houtsnippers en spaanders. Ondanks dergelijk onderhoud blijft het noodzakelijk de werking van de onderste beschermpak voor ieder gebruik te controleren. Opbergplaats van de inbussleutel (zie afb. 16) Wanneer u de inbussleutel niet gebruikt, bergt u deze op de plaats aangegeven in de afbeelding op, om te voorkomen dat deze wordt verloren. Aansluiten op een stofzuiger (zie afb. 17 en 18) Wanneer u tijdens het zagen schoon wilt werken, sluit u een Makita-stofzuiger aan op uw gereedschap. Monteer de stofafzuigaansluitmond op het gereedschap met behulp van de schroef. Sluit vervolgens de stofzuigerslang aan op de stofafzuigaansluitmond, zoals aangegeven in de afbeelding. LET OP: • Kijk niet rechtstreeks in het licht of naar de bron van de lamp. U mag alleen in de aan/uit-schakelaar knijpen zonder de uit-vergrendeling in te duwen om het licht in te schakelen. 31 BEDIENING LET OP: • Steek de accu altijd zo ver mogelijk in het gereedschap totdat deze met een klik wordt vergrendeld. Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht. Steek de accu zo ver mogelijk erin tot het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. • Duw het gereedschap voorzichtig in een rechte lijn naar voren. Als u het gereedschap dwing of verdraait, zal de motor oververhit raken en het gereedschap gevaarlijk terugslaan waardoor ernstig letsel kan worden veroorzaakt. • Als het gereedschap continu wordt bediend totdat de accu leeg is, laat u het gereedschap gedurende 15 minuten liggen alvorens verder te werken met een volle accu. (zie afb. 19) Houd het gereedschap stevig vast. Het gereedschap is voorzien van zowel een voorhandgreep als een achterhandgreep. Gebruik beide om het gereedschap zo goed mogelijk vast te houden. Als u de cirkelzaag met beide handen vasthoudt, kunt u nooit in uw handen zagen. Plaats eerst de zool op het werkstuk dat u wilt zagen, zonder dat het zaagblad het werkstuk raakt. Schakel vervolgens het gereedschap in en wacht totdat het zaagblad op volle snelheid draait. Duw het gereedschap nu gewoon naar voren over het oppervlak van het werkstuk, houd het daarbij vlak, en duw gelijkmatig totdat het zagen klaar is. Zorg voor een schone zaagsnede voor een rechte zaaglijn en een constante voortgaande snelheid. Als de zaagsnede niet verloopt volgens de voorgenomen zaaglijn, mag u niet proberen het gereedschap iets te draaien of te dwingen terug te keren naar de zaaglijn. Als u dit doet, kan het zaagblad vastlopen en een gevaarlijke terugslag optreden met mogelijk ernstig persoonlijk letsel tot gevolg. Laat de aan/uit-schakelaar los, wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen en trek vervolgens het gereedschap terug. Lijn het gereedschap opnieuw uit met een nieuwe zaaglijn en begin weer te zagen. Probeer te vermijden dat door de positie van het gereedschap de gebruiker wordt blootgesteld aan zaagsel en spaanders die door het gereedschap worden uitgeworpen. Gebruik oogbescherming om verwonding te voorkomen. Breedtegeleider (liniaal) (los verkrijgbaar) (zie afb. 20) Met de handige breedtegeleider kunt u extra nauwkeurig recht zagen. Schuif gewoon de breedtegeleider strak tegen de zijkant van het werkstuk en zet deze op zijn plaats vast met behulp van de schroef op de voorkant van de zool van het gereedschap. Op deze manier is het tevens mogelijk een zaagbeweging te herhalen met identieke breedte. ONDERHOUD LET OP: • Zorg er altijd voor dat de machine is uitgeschakeld en de accu is verwijderd, voordat u een inspectie of onderhoud uitvoert. 32 De nauwkeurigheid van de zaaghoeken 90° (verticaal) instellen Deze instelling is reeds in de fabriek gemaakt. Maar als dit niet meer juist is, draait u de instelbouten met een inbussleutel terwijl u de zaaghoek van 90° tussen het zaagblad en de zool van het gereedschap controleert met behulp van een winkelhaak, geodriehoek, enz. (zie afb. 21 en 22) De koolborstels vervangen (zie afb. 23) Verwijder en controleer de koolborstels regelmatig. Vervang deze wanneer ze tot aan de slijtgrensmarkering zijn afgesleten. Houd de koolborstels schoon en zorg ervoor dat ze vrij kunnen bewegen in de houders. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik alleen identieke koolborstels. Gebruik een schroevendraaier om de koolborsteldoppen te verwijderen. Haal de versleten koolborstels eruit, plaats de nieuwe erin, en zet de koolborsteldoppen goed vast. (Zie afb. 24) Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud en afstellingen te worden uitgevoerd door een erkend Makita-servicecentrum, en altijd met gebruikmaking van originele Makitavervangingsonderdelen. ACCESSOIRES LET OP: • Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita-gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijk letsel opleveren. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven gebruiksdoeleinden. Mocht u meer informatie willen hebben over deze accessoires, dan kunt u contact opnemen met uw plaatselijke Makita-servicecentrum. • Zaagblad • Breedtegeleider (liniaal) • Inbussleutel 5 • Stofafzuigaansluitmond • Originele Makita-batterijen en -lader Voor model BSS500 Geluid ENG102-3 De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN60745: Geluidsdrukniveau (LpA): 91 dB (A) Geluidsvermogenniveau (LwA): 102 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) Draag gehoorbescherming. Trilling ENG214-2 De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN60745: Gebruikstoepassing: zagen in spaanplaat Trillingsemissie (ah): 2,5 m/s2 of minder Onzekerheid (K): 1,5 m/s2 Voor model BSS501 Geluid ENG102-3 De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN60745: Geluidsdrukniveau (LpA): 92 dB (A) Geluidsvermogenniveau (LwA): 103 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) Draag gehoorbescherming. Trilling ENG214-2 De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN60745: Gebruikstoepassing: zagen in spaanplaat Trillingsemissie (ah): 2,5 m/s2 of minder Onzekerheid (K): 1,5 m/s2 Alleen voor Europese landen ENH101-13 EU-verklaring van conformiteit Wij, Makita Corporation, als de verantwoordelijke fabrikant, verklaren dat de volgende Makitamachine(s): Aanduiding van de machine: Accucirkelzaag Modelnr./Type: BSS500, BSS501 in serie is geproduceerd en Voldoet aan de volgende Europese richtlijnen: 98/37/EC tot en met 28 december 2009 en daarna aan 2006/42/EC vanaf 29 december 2009 En zijn gefabriceerd in overeenstemming met de volgende normen of genormaliseerde documenten: EN60745 De technische documentatie wordt bewaard door onze erkende vertegenwoordiger in Europa, te weten: Makita International Europe Ltd., Michigan Drive, Tongwell, Milton Keynes, MK15 8JD, Engeland 30 januari 2009 Tomoyasu Kato Directeur Makita Corporation 3-11-8, Sumiyoshi-cho Anjo, Aichi, JAPAN 33
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56

Makita BSS501 Handleiding

Categorie
Cirkelzagen
Type
Handleiding