Agria 5300 de handleiding

Type
de handleiding
Lees voordat u de machine in gebruik neemt eerst de handleiding.
Volg veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen nauwkeurig op!
Betriebsanleitung Nr. 998 847-A 12.11
4238
&
Weidemaaier
5300
- Honda motor
- Robin motor
Handleiding
Vertaling van het oorspronkeijke handleiding
2 agria weidemaaier 5300
Symbolen, typeplaatje
Hier invullen:
Machine art. nr.: .........................
Identificatie/machine nr.:
...................................................
Motor type: .................................
Motor nr.: ....................................
Datum aankoop:.........................
Typeplaatje: zie blz. 3/afb. A/7
Motortype en motornr. zie blz. 3/afb.
B/6.
Bij bestelling van reserveonderdelen
deze gegevens vermelden om fouten
bij levering te vermijden.
Alleen originele agria-reserveon-
derdelen gebruiken!
De technische gegevens, afbeeldin-
gen en maten in deze handleiding zijn
niet bindend. De fabrikant kan niet
aansprakelijk worden gesteld. Wij
behouden ons het recht voor veran-
deringen aan te brengen, zonder
deze handleiding te wijzigen.
Levering:
l
handleiding
l
motor-handleiding
l
weidemaaier – basismachine
l
stuur met greepschroef
l
1 paar wielen*
l
maaibalk*
l
gereedschapsset
* = afhankelijk van de uitvoering van
de machine
Symbolen
W
waarschuwingsteken. Vindt u
bij passages die betrekking
hebben op uw veiligheid
belangrijke informatie
choke
brandstof
olie
motor-start
motortoerental
motor-stop
luchtfilter
zichtcontrole
koppeling
maaiaandrijving
rijaandrijving
vooruit
achteruit
langzaam
geopend (ontgrendeld)
gesloten (vergrendeld)
zie motor-handleiding
è - Serviceç= Laat dit
uitvoeren door een agria-vakgarage!
Opgelet, wat de motor betreft, zijn hier enkel de hanteringen uitgelegd,
die voor de maaier nodig zijn. Alle andere informatie over de motor vindt u
in de bijgeleverde motor-handleiding!
agria weidemaaier 5300 3
Aanduiding van de onderdelen
A
B
5
10
1
2
13 7 8
43
9
6
12 11
Honda motor
Robin motor
4 agria weidemaaier 5300
Aanduiding van de onderdelen
Afbeelding A
1 Maaibalk
2 Maaibalk loopschoenen
3 Mesmeenemer
4 Smeernippel voor balkdraagtap
5 Smeernippel voor krukasschijf
6 Afdekkap voor maaiwerk
7 Typeplaatje/identificatie nr.
8 Motor
10 Stuur
11 Riembescherming (V-snaarkoppeling)
12 Maaibalkvergrendeling
13 Smeernippel voor maaibalkvergrendeling
14 Olievulhals voor transmissieolie / controleschroef
15 Transmissieoliedeksel / olieaftapplug voor transmissie
16 Wiel
17 Haarspeldveer voor wiel
Afbeelding B
1 Luchtfilter
2 Carburateur
3 Brandstoftankdop
4 Brandstoftank
5 Choke-hendel
6 Motor-typenr.
7 Startgreep
8 Koelluchtzeef
9 Uitlaat met beschermingskap
10 Bougie, bougiekap
11 Motorolievulschroef – peilopening
12 Aftapplug voor motorolie
13 Brandstofkraan
agria weidemaaier 5300 5
Inhoudsopgave
3
5
6
2
1
4
Inhoud pakket ..................................2
Symbolen, typeplaatje .....................2
Aanduiding van de
onderdelen........................ 3, 50
Aanbevelingen
Smeermiddelen,
corrosiewerende middelen ..............6
Brandstof .........................................6
Onderhoud en reparatie ..................6
Aanwijzingen voor
uitpakken en montage ........... 7
1. Veiligheidstechnische
aanwijzingen..................... 8–13
Gebruik conform de bestemming ....8
2. Technische gegevens
Afmetingen.....................................14
Weidemaaier..................................14
Maaiwerk .......................................14
Geluidsniveau ................................14
Trillingsniveau ................................14
Motor........................................ 15/16
Gebruik op hellingen ............... 15/16
3. Machine- en
bedieningselementen
Motor..............................................17
Veiligheidsschakeling ....................18
Rijaandrijving .................................19
Koppeling .......................................19
Maaiaandrijving .............................20
Stuurstang .....................................21
Wielen ............................................22
Maaibalk ........................................25
4. Ingebruikname en bediening
Eerste ingebruikname ...................27
Motor starten .................................28
Motor afzetten................................29
Maaien ...........................................30
Gevarenzone .................................31
Maaien op hellingen ......................31
5. Onderhoud en reparatie
Motor..............................................32
Koelsysteem ..................................33
Uitlaat.............................................33
Bediening toerental........................33
Machine .........................................34
Wielen ............................................34
Maai-installatie...............................35
Maaibalk universeel-SC ................36
Maaibalk gemeente-uitvoering ......37
Bijslijpen van de maaimessen .......38
Veiligheidsschakeling ....................39
Afstellingen aan de hendel ............39
Afstellen van de V-snaarspanning.40
Algemeen.......................................41
De machine schoonmaken............41
De machine stallen ................ 42 - 43
6. Storingen opsporen
en verhelpen.................. 44 - 45
Schakelschema,
smeerplan ............................. 46
Lak, slijtageonderdelen ....... 47
Onderhouds- en
inspectietabel ....................... 48
Conformiteitsverklaring ...... 51
Let op uitklappagina’s!
Afb. A + B ................................ 3
Afb. C + D .............................. 50
6 agria weidemaaier 5300
Aanbevelingen
Brandstof:
Deze motor loopt zowel op gangbare
loodvrije normale en superbenzine
(ook E10) en Super plus.
Voeg aan de benzine geen olie toe.
Wanneer om milieutechnische redenen
loodvrije benzine gebruikt wordt, dient
u bij motoren die langer dan 30 dagen
niet gebruikt worden de brandstof af te
tappen, om afzetting van harsresidu’s
in de carburateur, het brandstoffilter en
de brandstoftank te vermijden. U kunt
de brandstof ook vermengen met een
brandstofstabilisator.
Zie ook hoofdstuk ‘Motor in conditie hou-
den’.
Onderhoud en reparatie:
Bij de agria-dealer werken gekwalificeer-
de monteurs die de machine vakkundig
onderhouden en repareren.
Voer grotere onderhouds- en reparatie-
werkzaamheden alleen zelf uit wanneer
u beschikt over het juiste gereedschap
en de vereiste technische kennis van
machines en verbrandingsmotoren.
Klop nooit met harde voorwerpen of
metalen gereedschappen tegen het
vliegwiel. Het kan scheuren en tijdens
gebruik uiteen springen, zodat verwon-
dingen of materiële schade veroorzaakt
wordt. Demonteer het vliegwiel uitslui-
tend met passend gereedschap.
Smeermiddelen en anti-
corrosiemiddelen:
Gebruik voor de motor en de transmis-
sie de voorgeschreven smeermiddelen
(zie ‘Technische gegevens’).
Voor ‘open‘ smeerpunten en smeernip-
pels adviseren wij het gebruik van bio-
logisch afbreekbare olie of smeervet
(volgens de aanwijzingen in de hand-
leiding).
Voor het onderhoud van de machines
en werktuigen adviseren wij biologisch
afbreekbare corrosiewerende olie
(niet gebruiken op gelakte uitwendige
bekledingen). Het anticorrosiemiddel
kan met een kwast of met een spuitbus
worden aangebracht.
Biologische smeermiddelen en corrosie-
werende olie zijn milieuvriendelijk om-
dat ze biologisch snel afbreekbaar zijn.
Wanneer u biologisch afbreekbare
smeermiddelen en corrosiewerende olie
gebruikt, gaat u bewust om met het mi-
lieu en levert u een positieve bijdrage
aan de gezondheid van mens, fauna en
flora.
agria weidemaaier 5300 7
Aanwijzingen voor uitpakken en montage
Deksel van de kartonnen
doos aan de bovenzijde
openen
l
de achterste 2 hoeken
van de doos opensnijden en
de achterkant omlaag klap-
pen.
Stuurstang naar omhoog
draaien
l
zeskantige schroef (3) en
zeskantige moer (4) af-
schroeven en verwijderen
l
stuurstang (2) omhoog
brengen, de zeskantige
schroef (3) door de boorga-
ten steken, zeskantige moer
(4) monteren en vast-
draaien.
Hendel voor wielschake-
ling (6) in positie ‘0’ brengen
en arreteren – wielaandrij-
ving is uitgeschakeld en de
machine kan zonder motor-
aandrijving worden bewo-
gen
l
machine achteruit uit de
doos trekken
Maaibalk (5) monteren
Maatregelen voor eer-
ste ingebruikname uitvoe-
ren
6
3
4
2
1
5
27
25
8 agria weidemaaier 5300
1. Veiligheidstechnische aanwijzingen
1
Lees deze handleiding aandachtig door
voordat u de machine in gebruik neemt
en volg de instructies nauwkeurig op.
Waarschuwingsteken
Dit symbool treft u aan bij alle passa-
ges die betrekking hebben op uw veilig-
heid. Breng ook andere gebruikers op
de hoogte van deze veiligheidsaanwij-
zingen.
Gebruik conform de
bestemming
De weidemaaier is uitsluitend geschikt
voor het maaien van gras en gelijkaar-
dige planten, zoals dun niet houten
struikgewas in de land- en bosbouw en
voor het onderhoud van groene zones
en aanplantingen en kan na de aanbouw
van een passend ruimschild ook als
sneeuwschuiver worden gebruikt (ge-
bruik conform de bestemming).
Iedere andere toepassing geldt als niet
in overeenstemming zijnde met het doel
waarvoor de maaier gebouwd is. Voor
schade die door ondoelmatig gebruik
veroorzaakt wordt, kan de fabrikant niet
aansprakelijk worden gesteld. Dit risico
is geheel en al voor de gebruiker.
Tijdens het gebruik van de weidemaaier
op openbare wegen dienen de bepalin-
gen van de nationale verkeersvoor-
schriften te worden in acht genomen, bv.
reflectoren, verlichting.
De weidemaaier is niet voorzien om te
worden gebruikt met een aanhangwa-
gen op openbare wegen of als trekma-
chine
.
De door de fabrikant voorgeschreven
gebruiksvoorschriften, alsmede de voor-
schriften met betrekking tot controle,
onderhoud en reparatie dienen in acht
te worden genomen.
De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-
den gesteld voor schade die ontstaat
door eigenhandige wijzigingen aan de
machine.
Algemene
veiligheidsvoorschriften
Basisprincipe:
De gebruiker dient zich te houden aan
alle voorschriften ter voorkoming van
ongevallen, alsmede aan de algemeen
geldende regels wat betreft veiligheid,
arbeidsgeneeskunde en wegverkeer.
Bij gebruik van openbare wegen dienen
de geldende verkeersbepalingen in acht
te worden genomen.
Controleer voor ingebruikname van de
weidemaaier altijd eerst de verkeers- en
bedrijfsveiligheid.
De motormaaaier mag slechts gebruikt,
onderhouden en gerepareerd worden
door personen die over de benodigde
kennis beschikken en van de risico’s op
de hoogte zijn.
Personen beneden de 16 jaar mogen
de machine niet bedienen!
Werk alleen bij goed zicht en voldoen-
de licht.
De bestuurder moet goed aansluitende
werkkleding dragen. Wijde kledingstuk-
ken dienen vermeden te worden. Draag
altijd stevige schoenen!
De waarschuwings- en instructiebord-
jes op de machine geven belangrijke
aanwijzingen voor veilig gebruik. Volg
deze aanwijzingen nauwkeurig op, in het
belang van uw eigen veiligheid!
agria weidemaaier 5300 9
1. Veiligheidstechnische aanwijzingen
1
Zet de motor af wanneer u de machine
transporteert van en naar de werkplek.
Blijf altijd op een veilige afstand van
draaiende werktuigen!
Voorzichtig met nalopende werktuigen.
Wachten tot het werktuig helemaal stil
staat!
Bij werkzaamheden met extern aange-
dreven machineonderdelen bestaat de
kans op beknellingen en andere verwon-
dingen!
Het is niet toegestaan tijdens de werk-
zaamheden mee te rijden op de maaier.
Aangebouwde werktuigen en ladingen
hebben invloed op het rijdrag en het
stuur- en remvermogen van de maaier.
Pas uw werksnelheid aan aan de om-
standigheden.
Instelling van het motortoerental niet
veranderen. Een verhoogd toerental
vergroot de kans op ongelukken.
Arbeids- en gevarenbereik
De gebruiker is op de werkplek tegen-
over derden verantwoordelijk.
Blijf buiten het gevarenbereik van de
weidemaaier.
Controleer voor het starten en wegrij-
den de omgeving van de maaier. Let
vooral op kinderen en dieren!
Voordat met de werkzaamheden begon-
nen wordt, dienen obstakels uit de weg
te worden geruimd. Let ook tijdens de
werkzaamheden op obstakels en haal
ze tijdig weg.
Bij werkzaamheden op omheinde plaat-
sen dient de veiligheidsafstand tot de
omheining in acht genomen te worden,
zodat de machine niet beschadigd
wordt.
Bediening en
veiligheidsmaatregelen
Voor de werkzaamheden
Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van
alle installaties en bedieningscompo-
nenten, alsmede van het functioneren
ervan. In het bijzonder dient u te weten
hoe u de motor in geval van nood snel
en veilig afzet.
Controleer of alle veiligheidsmaatrege-
len zijn getroffen en in de juiste positie
zijn gebracht.
Wanneer de aftakas niet gebruikt wordt,
dient deze met een beschermingskap
te zijn afgedekt.
Starten
Start de motor niet in afgesloten ruim-
tes. De uitlaatgassen bevatten koolmo-
noxyide, dat zeer giftig is wanneer het
ingeademd wordt.
Voor het starten van de motor dienen
alle bedieningselementen in stand ‘neu-
traal’ te worden gezet.
Voor het starten van de motor niet vóór
de weidemaaier of het aanbouwwerk-
tuig gaan staan.
Tijdens de werkzaamheden
Tijdens de werkzaamheden mag de
stuurstang nooit worden losgelaten.
Bedieningsstang tijdens de werkzaam-
heden nooit verstellen – ongevalsrisico!
Neem bij alle werkzaamheden met de
weidemaaier die afstand van de machi-
ne in acht, waartoe u door de stuurstang
gedwongen wordt, vooral bij het nemen
van bochten!
10 agria weidemaaier 5300
1. Veiligheidstechnische aanwijzingen
1
Het is niet toegestaan tijdens de werk-
zaamheden en het transport op de ma-
chine mee te rijden.
Wanneer het snijwerktuig of aanbouw-
werktuig vastzit, moet de motor worden
afgezet en dient het snijwerktuig of aan-
bouwwerktuig met passend gereed-
schap te worden schoongemaakt.
Indien de weidemaaier of het aanbouw-
werktuig beschadigd is, moet de machi-
ne onmiddellijk worden gestopt en de
motor worden afgezet. Laat de schade
direct herstellen!
Bij een defect aan de stuurinrchting de
weidemaaier meteen stoppen en de
motor afzetten. Laat het defect direct
repareren!
Wanneer op hellend terrein wordt ge-
werkt verdient het aanbeveling, de wei-
demaaier met een trekkabel of een trek-
stang vast te houden, om te voorkomen
dat de machine wegschuift. De bestuur-
der moet zich heuvelopwaarts van de
machine bevinden en dient voldoende
afstand te houden tot de werktuigen!
Werk indien mogelijk dwars op de helling!
Beëindigen van de
werkzaamheden
Laat de weidemaaier nooit onbeheerd
achter als de motor nog loopt.
Zet de motor af voordat u de maaier
verlaat. Sluit daarna de brandstofkraan.
Tref de nodige voorzorgsmaatregelen
om gebruik door onbevoegden te ver-
hinderen. Haal de contactsleutel uit het
contact (indien aanwezig) of trek de bou-
giekap eruit.
Aanbouwwerktuigen
Koppel de aanbouwwerktuigen uitslui-
tend aan bij afgezette motor en uitge-
schakelde aandrijving.
Gebruik passend gereedschap en draag
altijd veiligheidshandschoenen als u
aanbouwwerktuigen of onderdelen er-
van vervangt.
Breng de steunen bij het monteren en
demonteren in de juiste positie en zorg
ervoor dat het werktuig niet kan weg-
kantelen.
Weidemaaier en aanbouwwerktuigen
tegen wegrollen beveiligen (blokkeer-
rem, wielblokken).
Bij het aankoppelen van de werktuigen
is grote voorzichtigheid geboden.
Koppel aanbouwwerktuigen uitsluitend
aan de daarvoor bestemde inrichtingen,
volgens de voorschriften.
Indien u de werkplek verlaat, weide-
maaier en aanbouwwerktuig beveiligen
tegen wegrollen. Voorkom gebruik door
onbevoegden. Monteer eventueel de
transport- of beschermingsinrichting en
zet deze in de veiligheidsstand.
Maai-inrichting
De scherpe kant van de maaibalk kan
bij onoplettendheid aanzienlijke verwon-
dingen veroorzaken. Verwijder daarom
de schutlatten van de messen alleen tij-
dens het maaien en plaats ze na het
maaien direct weer op de juiste manier
terug.
Tijdens transport en opslag dienen de
schutlatten altijd op de messen te zijn
gemonteerd; op de vingerbalk moeten
bovendien de spanveren worden inge-
haakt.
agria weidemaaier 5300 11
1. Veiligheidstechnische aanwijzingen
1
Transporteer de gedemonteerde maai-
balk niet zonder schutlat.
Bescherm de messen met de schutlat-
ten voordat de maaibalk gemonteerd en
gedemonteerd wordt.
Let er bij het vervangen van de messen
en het losmaken en vastdraaien van de
mesmeenemers op dat de schroefbe-
weging van de richting van de snijkan-
ten af beweegt.
Draag bij het slijpen van de messen een
veiligheidsbril en handschoenen.
Gewichten
Breng de gewichten altijd aan volgens
de voorschriften aan de daarvoor be-
stemde bevestigingspunten.
Sneeuwschuiver
De sneeuwschuiver dient op de juiste
manier te worden aangebouwd! Draag
stevig schoeisel. Bij het manoeuveren
met de sneeuwschuiver moet voorzich-
tig te werk worden gegaan. Ongevalsri-
sico! Pas de werksnelheid aan aan de
omstandigheden.
Onderhoud en reiniging
Pleeg geen onderhouds- en reinigings-
werkzaamheden aan de machine met
lopende motor.
Bij werkzaamheden aan de motor dient
de bougiekap altijd te worden verwijderd
(alleen bij benzinemotoren).
Zijn bepaalde beschermingsinrichtingen
of werktuigen aan slijtage onderhevig,
dan moeten deze regelmatig gecontro-
leerd en eventueel vervangen worden!
Beschadigde messen moeten vervan-
gen worden!
Gebruik bij het vervangen van de mes-
sen passend gereedschap en drag vei-
ligheidshandschoenen.
Zorg ervoor dat de weidemaaier en de
aanbouwwerktuigen schoon blijven, om
brandgevaar te vermijden.
Moeren en schroeven regelmatig con-
troleren of ze vast zitten en eventueel
aandraaien.
Na de onderhouds- en reinigingswerk-
zaamheden dienen de beschermingsin-
richtingen weer te worden aangebracht
en in oorspronkelijke positie te worden
teruggebracht.
Altijd originele agria-reserveonderdelen
gebruiken. Andere reserveonderdelen
moeten kwalitatief gelijkwaardig zijn en
overeenkomen met de door de firma
agria vastgelegde technische eisen.
Na gebruik wegzetten
Het parkeren van de weidemaaier in
ruimtes met open kachels is verboden.
Parkeer de weidemaaier niet in geslo-
ten ruimtes wanneer zich nog brandstof
in de brandstoftank bevindt. Benzine-
dampen zijn gevaarlijk.
12 agria weidemaaier 5300
1. Veiligheidstechnische aanwijzingen
1
Motor, brandstof en olie
Laat de motor niet in een gesloten ruim-
te lopen vanwege verhoogde kans op
vergiftiging! Vervang defecte uitlaaton-
derdelen daarom ook altijd direct.
Opgelet met de hete onderdelen van de
motor!
De uitlaatdemper en andere motoron-
derdelen zijn zeer heet terwijl de motor
draait en onmiddellijk na het afzetten.
Houd voldoende afstand van hete op-
pervlakken en houd kinderen uit de
buurt van de draaiende motor.
Wees voorzichtig met brandstof vanwe-
ge het brandgevaar. Vermijd open vuur,
vonken en hete motoronderdelen tijdens
het bijvullen van brandstof. Vul geen
brandstof bij in gesloten ruimtes. Niet
roken tijdens het tanken!
Tank alleen met uitgeschakelde en af-
gekoelde motor.
Zorg ervoor dat u geen brandstof morst,
gebruik een passende trechter.
Mocht er toch brandstof zijn gemorst,
schuif dan de weidemaaier aan de kant
voordat u de motor start.
Gebruik alleen brandstof van voorge-
schreven kwaliteit.
Bewaar de brandstof alleen in daarvoor
bestemde blikken.
Om veiligheidsredenen dienen de ben-
zinetank en de benzinedop regelmatig
te worden vervangen.
Houd corrosiewerende middelen en sta-
bilisatoren altijd buiten het bereik van
kinderen. Bij misselijkheid en braaknei-
gingen direct een arts waarschuwen. In
geval van contact met de ogen meteen
met veel water uitspoelen. Vermijd het
inademen van de dampen.
Lees de aanwijzingen op de verpakking!
Maak gebruikte spuitbussen (starthulp-
mengsel e.d.) helemaal leeg op een
vonk- en vlamvrije plaats voordat u deze
weggooit, eventueel als klein chemisch
afval behandelen.
Voorzichtig bij het aftappen van hete
olie, er bestaat verbrandingsgevaar.
Gebruik altijd olie van voorgeschreven
kwaliteit. Bewaar de olie alleen in daar-
voor bestemde kannetjes.
Olie, brandstof, vet en filters geschei-
den en volgens de voorschriften verwer-
ken.
Banden en
bandenspanning
Bij werkzaamheden aan de wielen dient
u ervoor te zorgen dat de weidemaaier
veilig geparkeerd is en tegen wegrollen
beveiligd is.
Reparaties aan de wielen mogen alleen
door vakkundig personeel en met pas-
send gereedschap worden uitgevoerd.
Controleer de bandenspanning regel-
matig. Bij een te hoge luchtdruk bestaat
explosiegevaar.
Let op de juiste bandenspanning bij
werkzaamheden met extra gewichten.
Schroeven en moeren van de wielen
dienen bij servicewerkzaamheden te
worden aangedraaid.
Elektrische installatie
Dragers van een pacemaker mogen de
stroomvoerende onderdelen van het
ontstekingssysteem niet aanraken wan-
neer de motor loopt!
agria weidemaaier 5300 13
1. Veiligheidstechnische aanwijzingen
1
Beschrijving van de
waarschuwingssymbolen
Voor reinigings-, onderhouds- en repa-
ratiewerkzaamheden motor afzetten en
bougiekap eruit trekken.
Bij lopende motor voldoende afstand
houden van de maaier.
Beschrijving van de
gebodstekens
Tijdens de werkzaamheden
met de machine dient indivi-
duele gehoorbescherming te
worden gedragen.
Draag veiligheidshandschoe-
nen.
Draag altijd stevige schoenen.
14 agria weidemaaier 5300
2. Technische gegevens
2
Koppeling: ...... V-snaarkoppeling met
spanrol tussen motor en transmissie,
wrijvingsaskoppeling voor
achteruitrijversnelling
Gebruik alleen originele agria-V-sna-
ren! (zie slijtageonderdelen blz. 47)
Transmissie: ......wormwielaandrijving
met schakelbare wielaandrijving
reservoir ca. 0,6 liter
transmissieolie SAE 90 - API - GL5
Rijsnelheden:
vooruit: .................................. 3,0 km/h
achteruit: ............................... 2,3 km/h
Maai-installatie:
centrale krukaandrijving
Cilindertoerental: ................. 920 min
-1
Slag, dyn............................ ca. 56 mm
Stuurstang: ........ met trillingsdempers
zonder gereedschap in hoogte
en zijdelings verstelbaar
Gewicht:
excl. maaibalk ............................ 70 kg
incl. maaibalk 105 cm ................ 84 kg
incl. maaibalk 122 cm ............. 89,5 kg
Geluidsniveau:
Conform de EN 12733 en EN 1553:
geluidsniveau waargenomen
door de bestuurder ... L
p
= 83,3 dB (A)
Geluidswaarde .........L
W
= 103,3 dB(A)
Trillingsniveau:
Conform de EN 12733 en EN 1053:
op stuurhendel: .............a
hw
< 9,6 m/s
2
Afmetingen van de machine:
a ........................................ 470 mm
b ........................................ 630 mm
e ........................................ 280 mm
h .............................. 860–1080 mm
l........................................ 1550 mm
m ............................910 of 1050 mm
(overeenkomstig de maaibalkuitvoering)
s......................................... 375 mm
s........ dubbellucht banden 762 mm
A ........................................ 525 mm
A ....... dubbellucht banden 857 mm
Weidemaaier
Banden:..............3.50-6 (akkerprofiel)
Bandenspanning: .................. 0,8 bar
agria weidemaaier 5300 15
2. Technische gegevens
2
Motor
Bouwwijze:
geforceerd-luchtgekoelde eencilinder
viertaktmotor (benzine) OHV
Motorenfabrikant: ...................Honda
Maaiertype: 5300 441 5300 531
Motortype: GX 160 GX 200
K1 QPU QHQ4
Boring: 65 mm 68 mm
Slag: 45 mm 54 mm
Cilinderinhoud: 163 ccm 196 ccm
Compressie: 8,5:1 8,5:1
Vermogen: 4,0 kW 4,8 kW
bij 3600 min
-1
Koppel max.: 10,8 Nm 13,2 Nm
bij 2500 min
-1
Bougie:....................... NGK BPR6 ES
elektrodenafstand: ........... 0,7–0,8 mm
Ontsteking:
elektronische magneetontsteking,
zonder contact, ontstekingstijdstip
vast ingesteld, radio-ontstoord vol-
gens VDE 0879
Klepspeling (bij koude motor)
inlaatklep....................0,15 ± 0,02 mm
uitlaatklep...................0,20 ± 0,02 mm
Startinrichting:
repeteerstarter met gemechaniseerde
decompressie-inrichting
Inhoud brandstoftank:.......... 3,6 liter
Brandstof:.............. loodvrije benzine,
octaangetal minstens 91 RON (ook
E10)
zie brandstofadvies
Luchtfilter: ........... droog filterelement
met schuimstof voorfilter
Carburateur: ..................... smoorklep
Mengselregelschroef:
basisinstelling
ca. ................ 2 1/8 omwenteling open
Nominaal toerental:2900...3000 min
-1
Maximaal toerental
onbelast: ........................... 3000 min
-1
Stationair
toerental:................1250…1600 min
-1
Motorolie:
hoeveelheid............................. ca. 0,6 l
universele olie SAE 10W-40
klasse SG, SF (of hogere kwaliteit)
Gebruik op hellingen:......... max. 30°
(58%)
(bij motoroliepeil “max. = bovenste
vulmarkering)
16 agria weidemaaier 5300
2. Technische gegevens
Motor
Bouwwijze:
geforceerd-luchtgekoelde eencilinder
viertaktmotor (benzine) OHC
Motorenfabrikant: ....................Robin
Maaiertype: 5300 611
Motortype: EX21
Boring: 67 mm
Slag: 60 mm
Cilinderinhoud: 211ccm
Vermogen: 4,8 kW
bij 3600 min
-1
Koppel max.: 13,9 Nm
bij 2500 min
-1
Bougie:.......................... NGK BR6HS
elektrodenafstand: ........... 0,6–0,7 mm
Ontsteking:
elektronische magneetontsteking,
zonder contact, ontstekingstijdstip
vast ingesteld, radio-ontstoord vol-
gens VDE 0879
Klepspeling (bij koude motor)
inlaatklep....................0,15 ± 0,02 mm
uitlaatklep...................0,20 ± 0,02 mm
Startinrichting:
repeteerstarter met gemechaniseerde
decompressie-inrichting
Inhoud brandstoftank:.......... 3,6 liter
Brandstof:.............. loodvrije benzine,
zie brandstofadvies
Luchtfilter: ........... droog filterelement
met schuimstof voorfilter
(DUAL-ELEMENT)
Carburateur: ..................... smoorklep
Nominaal toerental:2900...3000 min
-1
Maximaal toerental
onbelast: ........................... 3000 min
-1
Stationair
toerental:................1250…1600 min
-1
Motorolie:
hoeveelheid............................. ca. 0,6 l
universele olie SAE 10W-40
klasse SG, SF (of hogere kwaliteit)
Gebruik op hellingen:......... max. 30°
(58%)
(bij motoroliepeil “max. = bovenste
vulmarkering)
2
agria weidemaaier 5300 17
3. Machine- en bedieningselementen
De weidemaaier agria 5300 is ge-
schikt voor land- en bosbouw, maaien
van gras en weiden, als voor het
sneeuwruimen.
De volgende maaibalken zijn voor deze
machine geschikt:
l
Maaibalk universeel-SC
105 cm (agria art. nr. 5347 751)
122 cm (agria art. nr. 5347 661)
l
Maaibalk gemeente-uitvoering
105 cm (agria art. nr. 5347 451)
Voor winterdienst is als aanbouwwerk-
tuig geschikt:
l
Sneeuwschuiver
100 cm (agria art. nr. 5396 012)
Motor
l
De viertakt benzinemotor wordt aan-
gedreven met normaal verkrijgbare ben-
zine (zie ook blz. 6: geadviseerde brand-
stof).
Tijdens de eerste 20 bedrijfsuren (inrij-
periode) mag de motor niet tot het maxi-
mum worden belast.
Ook na de inrijperiode mag u als regel
niet meer gas geven dan nodig is.
I
Hoge toerentallen kunnen de
motor beschadigen en de le-
vensduur aanzienlijk beperken. Dit
geldt vooral als de motor onbelast
draait! Laat de motor nooit over z’n
toeren draaien, daardoor kan de mo-
tor direct defect raken.
Koeling
De motor wordt gekoeld met een venti-
lator. Zorg ervoor dat geen vuil of bla-
derresten in de koelluchtzeef op de re-
peteerstarter en de koelribben van de
cilinder worden aangezogen.
Stationaire toerental
Het stationaire toerental van de motor
moet juist zijn afgesteld. Wanneer de
toerentalhendel tegen de eindaanslag
in stationaire positie staat, moet de mo-
tor bij laag toerental zonder problemen
blijven lopen.
Luchtfilter
Het luchtfilter reinigt de aangezogen
lucht. Een vervuild luchtfilter kan het
motorvermogen ongunstig beïnvloeden.
Ontsteking
De motor is uitgerust met een onder-
houdsvrije, contactloze elektronische
ontsteking. Het is aan te bevelen, de
noodzakelijke controles door een vak-
man te laten uitvoeren.
Choke
De choke-hendel (B/5) bevindt zich aan
de carburateur.
Voor het starten met koude mo-
tor moet de choke worden ge-
sloten.
Voor het starten met warme
motor en in de bedrijfspositie
moet de choke geopend zijn.
Brandstofkraan
De brandstofkraan (B/13) be-
vindt zich aan de carburateur.
3
18 agria weidemaaier 5300
3
3. Machine- en bedieningselementen
Toerentalhendel
Met de toerentalhendel (C/9) aan de
stuurstang kan het motortoerental van min.
= STATIONAIR tot max. = VOLGAS trap-
loos geregeld worden.
Motor-uit-schakelaar
Met de elektronische uit-schakelaar wordt
de ontsteking ingeschakeld en uitgescha-
keld.
positie ‘I’ = in bedrijf
positie ‘0’ = motor uit
I
De motor-uit-schakelaar func-
tioneert ook als noodstopscha-
kelaar: zet deze in de positie ‘0’ om de
motor in gevaarlijke situaties onmiddellijk
uit te schakelen!
Veiligheidsschakeling
STOP-positie: bij het loslaten van de
hendel (C/4) wordt de elektronische ontste-
king uitgeschakeld (motor wordt afgezet).
Voorzichtig! motor loopt nog even door!
Startpositie: om de motor te starten
en voor een werkpauze koppelingshen-
del (C/5) aantrekken en met vergrende-
ling (C/6) vastzetten.
Bedrijfspositie: tijdens de werkzaam-
heden met de machine de veiligheidshen-
del (C/4) naar beneden drukken.
W
Veiligheidshendel niet vast-
zetten!
I
De veiligheidshendel dient ook
als noodschakelaar. De veilig-
heidshendel moet in noodsituaties die om
een snel handelen vragen, worden los-
gelaten, deze komt dan automatisch in
de positie ‘STOP’!
C/3
C/4
C/5
C/6
max
min
C/9
3
agria weidemaaier 5300 19
3
3. Machine- en bedieningselementen
Rijaandrijving
vooruit – achteruit
De weidemaaier is voorzien van een voor-
uit- en achteruitrijkoppeling die geïnte-
greerd is in de koppeling. Deze wordt ge-
schakeld met de koppelingshendel (C/5).
Aandrijving achteruit:
Koppelingshendel (C/5) helemaal naar
boven getrokken.
Aandrijving stationair:
Koppelingshendel (C/5) ca. half aangetrok-
ken en vergrendeling ingeklikt.
Aandrijving vooruit:
Koppelingshendel (C/5) naar beneden ge-
bracht – vergrendeling losgesprongen.
Met de vergrendelingshendel (C/6) kan de
koppelingshendel in positie neutraal (‘0’)
gearreteerd worden.
Koppeling
Let op de koppelingsspeling (X), zodat tij-
dens de werkzaamheden de koppeling niet
slipt.
I
Aanwijzing: Machine altijd met aan-
getrokken koppelingshendel ("0" -
vergrendeling ingeklikt) parkeren, er
kunnen anders problemen met de
koppeling ontstaan als gevolg van
vervorming van de V-snaar.
3
C/6
C/5
39
20 agria weidemaaier 5300
3. Machine- en bedieningselementen
Wielaandrijving
Wielaandrijving ingeschakeld:
Wielschakelhendel (C/11) naar bene-
den gebracht – vergrendeling (C/10) los-
gesprongen.
Wielaandrijving uitgeschakeld:
Wielschakelhendel (C/11) naar boven
getrokken en vergrendeling ingeklikt.
Bij lopende motor moet de wielaandrij-
ving als volgt geschakeld worden:
l
Koppelingshendel (C/5) aantrekken
tot middenpositie (neutraal) en vasthou-
den.
l
Vergrendeling (C/10) los laten sprin-
gen.
l
Wielaandrijvingshendel (C/11) naar
beneden brengen.
l
Koppelingshendel (C/5) langzaam
loslaten en tegelijkertijd gas geven.
Wanneer de wielaandrijving niet ge-
schakeld wordt, dan dient kort te wor-
den gekoppeld en ontkoppeld – vervol-
gens kan weer geschakeld worden.
Maaiwerkaandrijving
De maaimessen worden door middel
van een krukaandrijving aangedreven.
De maaiaandrijving wordt met behulp
van een schakelhendel (C/7) in- en uit-
geschakeld.
Maaiaandrijving alleen in ontkoppelde
positie schakelen (stationair).
C/7
3
C/10
C/11
agria weidemaaier 5300 21
3. Machine- en bedieningselementen
Stuurstang
Stuurstang in hoogte verstellen
l
Zeskantige schroef (2) uit het vier-
kante klemstuk (3) schroeven en uit het
stuurscharniergedeelte trekken.
l
Stuur op de gewenste hoogte bren-
gen en in de passende boring van het
stuurscharniergedeelte leiden.
l
Zeskantige schroef aanbrengen en
met het vierkante klemstuk vastschroe-
ven (let erop dat het klemstuk met de
neus in het langsgat van de bevesti-
gingsopening van het stuurscharnierge-
deelte in het onderstuur arreteerd).
Stuurstang zijwaarts verstellen
l
Schroefknop (1) losdraaien tot de in-
kepingen vrij zijn.
l
Stuurstang naar de gewenste kant
verdraaien en in de passende vertan-
ding laten klikken.
l
Schroefknop vastdraaien.
3
H
22 agria weidemaaier 5300
3
3. Machine- en bedieningselementen
J
1
Wielen
W
Monteren en demonteren van
de wielen alleen met afge-
zette motor!
De wielen zijn voorzien van een borg-
veer (1) en kunnen daarom zonder ge-
reedschap gemonteerd en versteld wor-
den.
De borgveren grijpen in een ringgroef
op de wielas. Het wiel wordt op die wij-
ze vastgehouden.
De wielas heeft aan beide kanten 2 ring-
groeven. In de buitenste ringgroef draait
het wiel op de wielas in neutrale positie.
In de binnenste ringgroef grijpt het wiel
in een vertanding en is op die wijze met
de wielas met meeneming (aandrijving)
verbonden.
Wielen monteren
I
De wielen moeten met de pro-
fielpunten in de rijrichting (van
boven af op de wielen gezien) gemon-
teerd worden, om de trekkracht zo opti-
maal mogelijk te benutten.
l
Borgveer (1) optillen en in ‘montage-
positie’ (afb. J) (voorste ringgroef op de
naaf) brengen.
l
Wielen met de borgveerzijde naar bui-
ten wijzend op de wielas schuiven.
l
Borgveer weer in de oorspronkelijke
positie terugbrengen (afb. K of L) en in
een ringgroef op de wielas laten klikken.
l
Aan beide kanten wielasuiteinden
(kleine as-diameter) met biologisch af-
breekbaar smeervet insmeren.
Het demonteren van de wielen gebeurt
in omgekeerde volgorde.
3
agria weidemaaier 5300 23
3. Machine- en bedieningselementen
K
L
3
Wielen schakelposities
ll
ll
l
Aandrijving star: schuif beide wie-
len helemaal naar binnen en laat de
borgveren in de binnenste ringgroef klik-
ken (afb. K). Wanneer de borgveren niet
inklikken, moeten de wielen een beetje
gedraaid worden en moet het wiel axiaal
naar binnen worden gedrukt tot de kop-
pelingsvertanding merkbaar ingrijpt.
ll
ll
l
Stationair: beide wielen naar buiten
schuiven en in de borgveren van de bui-
tenste ringgroef laten klikken (afb. L).
ll
ll
l
Aandrijving met differentieelach-
tige werking: wiel in de binnenste ring-
groef laten klikken (afb. K), tweede wiel
in de buitenste ringgroef in laten klik-
ken (afb. L) – stationair toerental.
3
24 agria weidemaaier 5300
3
3. Machine- en bedieningselementen
Anti-wikkelbescherming
Op de wielas zijn aan beide kanten tus-
sen het transmissiehuis en het wiel anti-
wikkelbeschermingsbuizen aangebracht
(afb. M). Deze moeten voorkomen dat gras
om de wielas wordt gewikkeld. Omgewik-
keld gras kan worden verwijderd door de
wielen en de anti-wikkelbuis te demonte-
ren (geen gereedschap nodig).
Dubbellucht wielen:
l
Enkele wielen demonteren
l
Dubbellucht wielen op de wielas mon-
teren (zoals beschreven onder ‘wielen
monteren’).
l
Speciale anti-wikkelbeschermingsbui-
zen op de wielas van de dubbellucht wie-
len monteren – let op de uitsparing voor
de ventielen!
l
Enkelvoudige wielen op de wielastap
van de dubbellucht wielen monteren.
Tralie-wielen:
l
Wielen demonteren
l
Tralie wielen op de wielas monteren (zo-
als beschreven onder ‘wielen monteren’).
I
Bij de dubbellucht en tralie wie-
len zijn de schakelposities: aan-
drijving star / positie neutraal / aandrijving
differentieelachtige werking mogelijk.
3
M
agria weidemaaier 5300 25
3
3. Machine- en bedieningselementen
1 maaibalk
2 draagtap
3 boring voor maaibalk
4 maaibalkvergrendeling
7 krukasschijf
8 mesmeenemer
9 bevestigingsschroeven voor mesmeenemer
10 mesbeschermingslijst
11 smeernippel
N
Montage maaibalk
De volgende maaibalken kunnen wor-
den aangebouwd:
Art. nr. 5347 751
Maaibalk universeel-SC 105 cm
Art. nr. 5347 661
Maaibalk universeel-SC 122 cm
Art. nr. 5347 451
Maaibalk gemeente-uitvoering 105 cm
W
Bij het monteren en demon-
teren van de maaibalk moet
de beschermingslijst (10)
worden aangebracht, en moe-
ten veiligheidshandschoenen
gedragen worden.
Montage
l
Maaibalkvergrendeling (4) openen,
zeskantige moer met steeksleutel SW
13 draaien tot markering ‘A’ boven ver-
schijnt.
l
Balkdragertap (2) invetten met biolo-
gisch afbreekbaar smeervet.
l
Krukasschijf (7) door het vliegwiel te
draaien in de onderste positie brengen.
l
Mesmeenemer (8) aan de maaibalk
in de middelste positie ten opzichte van
de balkdraagtap brengen.
l
Balkdraagtap (2) in de boring (3) aan
het maaiwerkhuis tot de aanslag inbren-
gen.
l
Maaibalkvergrendeling (4) sluiten,
draai hiertoe de zeskantige schroef met
de steeksleutel tot markering ‘Z’ boven
verschijnt.
Demontage
l
Beschermingskap (10) aanbrengen.
l
Maaibalkvergrendeling (4) openen,
zeskantige moer met steeksleutel
SW 13 draaien tot de markering ‘A’ bo-
ven verschijnt.
l
Trek de maaibalk er naar voren toe
uit.
3
26 agria weidemaaier 5300
3. Machine- en bedieningselementen
O
Maaibalk-loopschoenen
Aan de maaibalken zijn aan de onder-
zijde vaste glijijzers gemonteerd. Voor
een grotere glijafstand kunnen aan de
maaibalken 2 in hoogte verstelbare loop-
schoenen worden gemonteerd (specia-
le uitvoering agria nr. 713 22 = 1 paar).
Bij de maaibalkuitvoering S moet het
aanwezige glijijzer worden omgemon-
teerd, zo dat de welving naar boven wijst
(zie afb. O).
Voor hoogteverstelling zeskantige moe-
ren (O/1) losmaken en loopschoenen
(O/2) verschuiven, vervolgens zeskan-
tige moeren weer vastdraaien.
Om het maaien gelijkmatig te laten ver-
lopen moeten de loopschoenen op ge-
lijke hoogte worden ingesteld.
3
agria weidemaaier 5300 27
4. Ingebruikname en bediening
4
Eerste ingebruikname
De levensduur en de bedrijfsveiligheid van de motor hangt grotendeels af van het
rijgedrag tijdens de inrijperiode. Laat een koude motor altijd eerst een paar minu-
ten warm draaien en belast de motor niet direct tot het maximum.
Laat de motor tijdens de eerste 20 bedrijfsuren (inrijperiode) nooit op volle toeren
draaien.
Onderhoud het filter goed en zorg voor schone brandstof. Gebruik alleen
merkbenzine.
Gebruik alleen verse en schone brandstof (niet ouder dan drie maanden), alleen
goedgekeurde, in de vakhandel verkrijgbare brandstofjerrycans gebruiken. Ver-
roeste jerrycans of nietbenzinedichte kunststof jerrycans mogen niet gebruikt wor-
den.
Om startproblemen te voorkomen moet de brandstoftank voor de eerste ingebrui-
kname of na een periode van langere stilstand volgetankt worden.
Wees voorzichtig met brandstof.
Benzine is licht ontvlambaar en onder bepaalde omstandigheden
explosief!
l
Tank nooit in afgesloten ruimtes.
l
Alleen tanken met afgezette en afgekoelde mo-
tor.
l
Tank nooit in de omgevingvan open vuur, von-
ken of hete motoronderdelen.
l
Niet roken tijdens het tanken!
l
Mors geen brandstof, gebruik een passende
trechter.
De brandstoftank niet tot aan de rand voltanken
maar tot ca. 5 mm onder de rand, zodat de brand-
stof nog kan uitzetten.
Let ook op de aanwijzingen in de handleiding van de motor!
I
Let op: motor wordt vanuit de fabriek
zonder motorolie geleverd!
Vul motorolie bij voordat de machine in ge-
bruik wordt genomen
32
28 agria weidemaaier 5300
4
Motor starten
W
Wees voorzichtig met het starten van de
motor in gesloten ruimtes. De uitlaatgas-
sen bevatten koolmonoxide, dit is zeer giftig wan-
neer het ingeademd wordt.
Kom niet te dicht bij aangekoppelde werktuigen.
Beschermingsmaatreelin zijn getroffen?
Koppel de aanbouwwerktuigen volgens de
vorschriften?
Motoroliepeil controleren.
Bougiekap plaatsen.
Luchtfilter schoon?
Voldoende brandstof in de brandstoftank?
Brandstofkraan openen.
Koude motor: choke-hendel in positie ‘CHOKE’
brengen.
Warme motor: CHOKE niet gebruiken (bedrijfspo-
sitie).
Koppelingshendel en veiligheidshendel in start-
positie.
Motor-uit-schakelaar in bedrijfspositie ‘I’ brengen.
Toerentalhendel op ca. 1/2 gas draaien.
Motor buiten het gevarenbereik starten.
CHOKE in bedrijfspositie.
Opgelet met de hete onderdelen van de motor!
De uitlaatdemper en andere motoronderdelen zijn
zeer heet terwijl de motor draait en onmiddellijk na
het afzetten. Houd voldoende afstand van hete op-
pervlakken en houd kinderen uit de buurt van de
draaiende motor.
4. Ingebruikname en bediening
4
? ok
? ok
? ok
l
11
1/2
agria weidemaaier 5300 29
4. Ingebruikname en bediening
4
Afzetten van de motor
Toerentalhendel in positie neutraal zetten en de
motor ca. 30 seconden stationair laten draaien.
Motor-uit-schakelaar in positie ‘0’ brengen.
Brandstofkraan sluiten.
Bougiekap verwijderen - Machine beveiligen te-
gen en gebruik door onbevoegden.
W
De motor laten afkoelen, alvorens in een
binnenruimte op te slaan.
W
Voor het afzetten van de motor mag de
choke-hendel niet in positie CHOKE worden
gebracht – brandgevaar!
I
Wanneer de motor gedurende langere tijd niet
wordt gebruikt, kan deze beter niet met de mo-
tor-uit-schakelaar worden uitgeschakeld. Sluit in dat
geval de brandstofkraan en laat de motor zo lang
lopen tot deze door gebrek aan brandstof vanzelf
tot stilstand komt. Dan is de carburateur leeg en kan
geen verharsing optreden.
I
De toerentalhendel dient ook als noodstop
schakelaar. Indien nodig hendel in positie
‘STOP’ brengen, de motor springt af.
66
66
6 30 sec
30 agria weidemaaier 5300
4. Ingebruikname en bediening
Maaien
Mesbeschermingslijst verwijderen.
Maaibalk smeren.
Motor starten zoals beschreven on-
der ‘motor starten’.
W
Controleer het functioneren van
de veiligheidsschakeling - het
machine enkel in gebruik nemen wan-
neer de veiligheidsschakeling werkt!
Gehoorbescherming gebruiken en
draag altijd stevige schoenen.
Wielaandrijving inschakelen.
Maaiaandrijving inschakelen.
V/R-hendel in positie vooruit schake-
len, langzaam de koppeling inschake-
len en tegelijkertijd gas geven.
I
Na het beëindigen van de
maaiwerkzaamheden of als de
maaimachine verstopt is:
Wielaandrijving in positie ‘0’, de maaier
blijft staan, maar de maaimessen bewe-
gen nog: de maaibalk wordt vrijgeschud.
Maaitransmissie uitschakelen.
Motor afzetten.
Mesbeschermingslijst aanbrengen.
Verwisseling van rijrichting
van vooruit naar achteruit:
Motor in positie ‘neutraal’.
De koppeling in achteruit schake-
len en vasthouden
en tegelijkertijd gas geven.
è I
è 0
4
Na het eerste gebruik en bij iedere verwisseling van de mes-
sen van ca. 15 - 30 bedrijfsminuten en dan steeds na 4
bedrijfsuren alle schroeven en moeren aan het maaiwerk
en de maaibalk aanhalen (vooral aan de maaibalkbevesti-
ging, de mesmeenemer en aan de maaiwerk-aanbouwflens).
4
agria weidemaaier 5300 31
Gevarenzone
W
Het is verboden in het ge-
varenzone van de maaier te
ver-toeven tijdens het starten en
tijdens de werkzaamheden.
Maaien op hellingen
W
Wanneer op hellend terrein
wordt gewerkt verdient het de
aanbeveling, dat de weidemaaier
door een begeleider met een trek-
kabel of een trekstang wordt vast-
gehouden, om te voorkomen dat de
machine wegschuift. De begeleider
moet zich heuvelopwaarts van de
machine bevinden en dient vol-
doende afstand te houden tot de
werktuigen!
Werk indien mogelijk dwars op de
helling!
Motor starten op de helling
Maaidrijfwerk en wielaandrijving in
de ingeschakelde positie laten; werkt
als rem.
Koppelingshendel en veiligheids-
schakelaar in bedrijfspositie brengen.
Motor starten.
4
4. Ingebruikname en bediening
Gevarenzone
Maaien op
vlak terrein
Maaien op
hellingen
è I
max
30°
è I
32 agria weidemaaier 5300
Behalve het opvolgen van de bedieningsvoorschriften is het bovendien van groot be-
lang dat u aandacht besteed aan de volgende aanwijzingen omtrent onderhoud en
reparatie.
Let op: voer onderhouds- en reparatiewerkzaamheden al-
leen uit met een afgezette motor en wanneer de bougiekap ver-
wijderd is!
Draag bij werkzaamheden aan de maaimessen altijd veiligheidshandschoe-
nen!
Motor
Motoroliepeil controleren
l
Voor iedere ingebruikname en steeds na
5 bedrijfsuren.
l
Alleen bij afgezette en horizontaal staande
motor.
l
Olievuldop (B/11) en omgeving aan de bui-
tenkant reinigen.
l
Olievuldop losschroeven.
l
Het oliepeil moet gelijk zijn aan de vulope-
ning (max.). Is het oliepeil tot beneden de mar-
kering gedaald, motorolie (zie ‘technische ge-
gevens’) bijvullen. – Niet te veel olie bijvullen.
l
Olievuldop terugplaatsen en vastdraaien.
Motorolie verversen
Voor de eerste keer na 5 bedrijfsuren, dan om de 50 bedrijfs-
uren of eens per jaar, afhankelijk van welk tijdstip het eerst be-
reikt is. Bij intensief gebruik en bij hoge buitentemperaturen moet
de olie al na 25 uur worden ververst.
l
Voor het aftappen van de olie olievul- (2) en aftapplug (1)
losmaken. Olie opvangen of afgewerkte olie met een pompje
door de vulopening opzuigen.
l
Afgewerkte olie op voorgeschreven wijze verwerken!
l
Aftapplug (1) weer terugplaatsen en vastdraaien – eerst af-
dichtring (3) controleren, evt. vervangen.
l
Schone motorolie bijvullen door de olievulopening.
Hoeveelheid en kwaliteit zie ‘technische gegevens’. Vul de olie
zoveel mogelijk bij met een trechter of iets dergelijks.
l
Olievulplug (2) terugplaatsen en vastschroeven.
Ververs de olie zolang de motor nog warm is, let op dat hij niet te
heet is – kans op brandwonden!
5. Onderhoud en reparatie
66
66
6 A; 5 h
B/11
5
agria weidemaaier 5300 33
5. Onderhoud en reparatie
5
Reinigen van het luchtrooster
Na langer gebruik kan het koelsysteem door vuil ver-
stopt raken. Ter vermijding van oververhitting en motor-
schade:
l
Reinig het luchtrooster (B/8) regelmatig om overver-
hitting en schade aan de motor te voorkomen. Contro-
leer het rooster voor iedere ingebruikname.
Luchtkoelsysteem
Inwendige koelribben en vlakken tenminste iedere 100
bedrijfsuren (bij sterke stofvorming eerder) reinigen.
è - Serviceç
W
De geluidsdemper van de motor wordt tijdens
de werkzaamheden zeer heet – geluidsdemper
niet aanraken!
Uitlaat
Omgeving van de uitlaat regelmatig schoonmaken. Haal
gras, vuil en brandbare dingen weg.
W
- Brandgevaar!
Voor iedere inbedrijfname controleren.
Toerentalbediening
De toerentalbediening moet op de juiste manier zijn in-
gesteld. De motor moet met juist toerental gestart wor-
den, functioneren en worden afgezet.
è - Serviceç
66
66
6 100 h
66
66
6 A
Al verdere onderhoud en reparatie bij de motor
34 agria weidemaaier 5300
5. Onderhoud en reparatie
Machine
Wormwielaandrijving
l
Controleer het transmissieoliepeil
voor de eerste inbedrijfname en steeds
na 25 bedrijfsuren.
l
Zet de machine op een vlakke on-
dergrond (afb. V) en draai de aftapplug
(1) eruit.
l
Oliepeil moet gelijk zijn met de invul-
opening, evt. transmissieolie bijvullen.
l
Aftapplug terugplaatsen en vast-
draaien.
Transmissieolie eens per jaar verver-
sen, bij warme motor.
l
Voor het aftappen van de olie trans-
missiedeksel (3) van het transmissiehuis
demonteren (twee zeskantige schroe-
ven aan de binnenzijde uitdraaien).
l
Afgewerkte olie op correcte wijze op-
vangen en volgens de voorschriften ver-
werken.
l
Transmissiedeksel opnieuw monteren,
eerst afdichting (2) controleren, evt. vervangen en de afdichtvlakken reinigen.
l
Machine op een vlakke ondergrond neerzetten en de afdichtplug (1) eruit
draaien.
l
Schone transmissieolie bijvullen (kwaliteit zie ‘technische gegevens’) tot het
oliepeil gelijk staat met de invulopening (afb. V).
l
Afdichtplug terugplaatsen en vastdraaien.
Wielen
l
Controleer regelmatig de bandenspanning (0,8 bar) van de wielen. De banden-
spanning van beide wielen moet gelijk zijn, om probleemloos rijden te kunnen
garanderen.
l
Monteer de wielen met de profielpunten in de rijrichting (van boven op de wie-
len gezien), zodat de trekprestaties volledig worden benut.
l
Wielas doorlopend op gras wikkelen controleren, gras verwijderen, evt. door
de wielen te demonteren.
l
Wielasuiteinden (kleine asdiameter) voor het monteren van de wielen, jaarlijks
en na iedere reinigingsbeurt met een hogedrukreiniger met biologisch afbreek-
baar vet insmeren.
V
W
5
agria weidemaaier 5300 35
5. Onderhoud en reparatie
5
Sneernippels:
1 Krukcilinder (<53035153)
2 Balkdraagtap
3 Maaibalkvergrendeling
Maai-inrichting
De maaibalk is één van de meest inten-
sief gebruikte landbouwwerktuigen. Het
spreekt daarom voor zich dat deze zorg-
vuldig dient te worden onderhouden.
l
Voor iedere ingebruikname en steeds
na 8 bedrijfsuren moeten alle glijdende
delen aan het maaimes met biologisch af-
breekbaar smeervet worden ingesmeerd
of met biologisch afbreekbare smeerolie
worden ingeolied.
l
Steeds na een half bedrijfsuur moeten
alle schroeven en moeren aan het maai-
werk en de maaibalk worden nagetrokken
(vooral aan de mesmeenemer).
I
Gebruik bij vervanging van de mes-
meenemer-bevestigingsschroeven
alleen originele agria-schroeven, er
kunnen anders breuken in de messen
ontstaan.
Reiniging
Na ieder gebruik van de maaimachine
moet de maaibalk direct grondig met wa-
ter worden schoongemaakt. Daartoe moe-
ten de maaimessen worden gedemon-
teerd, zodat het vuil dat zich tussen de
messen verzameld heeft, goed kan wor-
den verwijderd. Alle glijdende delen moe-
ten daarna met biologisch afbreekbare
smeerolie worden ingeolied, of met biolo-
gisch afbreekbaar smeervet worden inge-
smeerd.
Wanneer de machine langere tijd niet ge-
bruikt wordt, moet de maaibalk met biolo-
gisch afbreekbare corrosiewerende olie
worden ingespoten.
Krukasschijf machines slechts
aan Identificatie/machine nr.
53035153
Het lager van de krukasschijf is voorzien
van een langdurig blijvende vetkraag.
Het lager moet voor de eerste keer, en
dan steeds na 25 bedrijfsuren aan de
smeernippel (1) met biologisch afbreek-
baar smeervet voorzichtig en met weinig
vet gesmeerd worden, zodat de afdicht-
ringen aan het lager niet beschadigd wor-
den.
Balkendraagtap
Balkendraagtaplagering na steeds 25 be-
drijfsuren, na iedere maaibalkaanbouw en
na iedere reinigingsbeurt met de hoge-
drukspuit met biologisch afbreekbaar
smeervet aan de smeernippel (2) smeren.
Maaibalkvergrendeling
Maaibalkvergrendeling steeds jaarlijks, en
na iedere reinigingsbeurt met de hoge-
drukreiniger met biologisch afbreekbaar
smeervet aan de smeernippel (3) smeren.
5
5
36 agria weidemaaier 5300
5. Onderhoud en reparatie
universeel-SC
Maaibalk universeel-SC
W
Motor afzetten, bougiekabel
verwijderen!
Beschermings handschoe-
nen dragen!
Demontage van het maaimes
l
bij uitvoering pendelmaaiwerk:
klemschroef (c) losmaken en de mes-
houder (h) omhoog klappen
l
maaimes met mesmeenemer naar
voren toe uittrekken
l
maaibalk reinigen en licht met bio-
smeerolie inoliën
W
Maaimes altijd in de bescher-
mingslijst (j)opbergen!
Montage van het maaimes
l
maaimes van de voorkant met de
meeneemboring van de mesmeenemer
op de scharniertap schuiven
l
meshouder naar beneden klappen en
klemschroeven (c) bij gelijktijdige druk
van de meshouder (h) in de richting van
de pijl (f) met een lange ringsleutel zeer
stevig aanhalen (70 Nm)
l
controleren of de mesgeleiding moet
worden afgesteld, evt. opnieuw afstel-
len
Afstellen
Voor de regulering van de mespositie
(d) en de speling (g)
l
klemschroeven (c) en bevestigings-
schroeven (e) losmaken
l
mesgeleidingen verschuiven; let hier-
bij op het parallel blijven van de gelei-
dingsdelen
l
eerst de bevestigingsschroeven (e)
en vervolgens de klemschroeven (c) bij
gelijktijdige druk van de meshouder (h)
in de richting van de pijl (f) met een lan-
ge ringsleutel zeer stevig aanhalen
(70 Nm)
5
agria weidemaaier 5300 37
5. Onderhoud en reparatie
1 balkpunt
2 tapdrager
3 meeneemhuls
4 meeneemtap
5 achterzijde balk
7 bevestigingsschroef
8 stelschroef
9 lagerhuis
10 spanhulzen
11 smeernippel
Maaibalk gemeente-uitv.
aandrukkracht
veerdrukmeter
5
Maaibalk gemeente-uitvoering
W
Motor afzetten, bougiekabel
verwijderen!
Beschermingshandschoenen
dragen!
Demontage van het maaimes
l
Balanshefboom met de meegeleverde
hendel van de meeneemtap (4) heffen en
van het mes af zwenken
l
maaimes naar voren uittrekken
l
maaibalk reinigen en licht met bio-
smeerolie inoliën
W
Maaimes altijd in de bescher-
mingslijst opbergen!
Montage van het maaimes
l
De montage gebeurt in omgekeerde
volgorde
Onderhoud
l
Smeren van de smeernippels (11) met
bio-smeervet na het maaien en na het rei-
nigen van de maaibalk met water, ten min-
ste echter iedere 8 bedrijfsuren
l
bij nieuwe balanshefboomgeleidingen
bovendien eenmaal na ca. 1 bedrijfsuur
smeren
l
na iedere vervanging van de messen
en steeds na 8 bedrijfsuren moeten de
meeneemtappen (4) van het maaimes van
een beetje smeervet worden voorzien
Instelling van de mesgeleiding
l
Na 25 bedrijfsuren moet de aandruk-
kracht van de balanshefboom (ca. 150 N)
met behulp van een veerdrukmeter wor-
den gecontroleerd
l
vergroot of reguleer de aandrukkracht
van de balanshefboom:
door de 2 bevestigingsschroeven (7)
van het lagerhuis enigszins los te draaien
door de stelschroeven (8) te verdraaien
zodat de juiste aandrukkracht van onge-
veer 150 N wordt verkregen, en vervolgens
de 2 bevestigingsschroeven (7) weer aan
te draaien
let er na het losmaken van de schroe-
ven (7) op dat het lagerhuis (9) in een rech-
te hoek staat ten opzichte van de achter-
zijde van de balk (5)
let er bovendien op dat de afstand van
de naar voren stekende mespunten ten op-
zichte van de balkpunt in middenpositie
ongeveer 4–5 mm bedraagt
l
de meeneemhulzen (3) of de mee-
neemtap (4) moeten worden vervangen
wanneer de speling tussen de beide de-
len groter is dan 2 mm of wanneer de mee-
neemhuls (3) de tapdrager (2) raakt
l
let er bij de montage van nieuwe span-
hulzen (10) op dat de inkepingen steeds
naar buiten wijzen!
5
5
38 agria weidemaaier 5300
5. Onderhoud en reparatie
Bovenmes
Ondermes
ESM-universele maaibalk
en maaibalk gemeente-
uitvoering
fout geslepen
goed geslepen
5
I
Het slijpen van de messen is
van het grootste belang voor
schone en probleemloze maai-
werkzaamheden.
l
Er wordt alleen geslepen met de
voorkant van de slijptol, vanaf de ach-
terkant van het mes tot de mespunten.
l
De messen mogen niet warm wor-
den, ze zijn niet meer bruikbaar (zacht)
wanneer ze blauw verkleurd zijn.
l
Messen aan de voorkant niet afron-
den (P).
l
Snijvlak niet in bogen slijpen (P).
l
Slijpbraam met een handslijpsteen
verwijderen.
Maaibalk
Slijpen van de maaimessen
W
Veiligheidsbril en
-handschoenen dragen
Afhankelijk van de intensiteit waarmee
de messen worden gebruikt, zijn de
messen na 4–20 bedrijfsuren zover
afgestompt dat ze geslepen moeten
worden.
Dat gebeurt met een handslijper met ca.
15.000 tot 20.000 min
-1
, in combinatie
met een komvormige slijptol met een
doorsnede van 25 mm en een lengte
van ca. 35 mm, of een speciaal slijpap-
paraat.
5
agria weidemaaier 5300 39
5. Onderhoud en reparatie
5
Veiligheidsschakeling
Controleer de veiligheidsschakeling voor iedere ingebruik-
name en bij iedere onderhoudsbeurt op juist functioneren.
l
Wanneer de hendel (C/4) wordt losgelaten en de koppeling is
geschakeld, dient de motor automatisch tot stilstand te komen.
l
Elektrische leidingen en stekkers moeten eveneens ge-
controleerd worden, eventueel vervangen
è - Serviceç
Motor-uit-schakeling
Controleer de motor-uit-schakeling voor iedere ingebruikna-
me en bij iedere onderhoudsbeurt op juist functioneren.
l
Wanneer de schakelaar in positie '0' staat, moet de motor
tot stilstand komen.
l
Elektrische leidingen en stekkers moeten eveneens ge-
controleerd worden è - Serviceç
Instellingen aan de hendel voor
wielschakeling en koppeling
Speling en instellingen voor iedere inbedrijfname con-
troleren en evt. bijstellen (vooral bij de inrijperiode na
de eerste inbedrijfname of na het vervangen van de
V-snaar van de koppeling).
1. Borgveer (2) verwijderen,
2. kabeluiteinde (3) met de verstelbout (4) uit de hou-
der in de hendel nemen.
Verstelbout (4) in- of uitdraaien, tot de afstand ”X”
of stationair bij positie 0 beschikbaar is.
1. Kabeluiteinde met de verstelbout weer in de hou-
der terughangen,
2. borgveer (2) monteren.
Hendel voor wielschakeling: X = 3–5 mm
Hendel voor koppeling: X = 2,5–4 mm,
de basisinstelling volgt echter in positie ‘neutraal’, dan
moet tussen rubberen schijf ‘II’ en V-snaarschijf ‘I’ een
afstand van 2–3 mm aanwezig zijn (zie ‘V-snaarspan-
ning instellen’).
5
1 hendel
2 borgveer
3 uiteinde van de kabel
4 verstelbout
66
66
6 A
+
-
C/4
66
66
6 A
66
66
6 A
5
40 agria weidemaaier 5300
5. Onderhoud en reparatie
Instellen van de V-snaarspanning
De V-snaaraandrijving moet worden
bijgesteld als de speling aan de kop-
pelingshendel bij positie ‘vooruit rij-
den’ minder dan 1,5 mm bedraagt.
Snaarbeschermingskap (D/8) ver-
wijderen, hiertoe eerst de bevestigings-
moeren (D/10) verwijderen.
Snaargeleiding (D/7) verwijderen.
Koppelingshendel (C/5) in positie
‘neutraal’ zetten (vergrendeling (C/6) in-
geklikt).
V-snaarschijf met rubber aandrijf-
schijf ‘II in de zwenkplaat zo vast-
schroeven dat de V-snaar bij het ach-
teruit rijden normaal strak gespannen
is.
Rubber schijf ‘II’ voor het achteruit
rijden door de instelling van de Bow-
denkabels in de koppelingshendel (afb.
X) zo afstellen, dat de afstand tussen
de buitenste diameter van de V-snaar-
schijf ‘I’ en de buitenste diameter van
de rubberen rol ‘II’ 5 mm bedraagt.
l
Koppelingshendel koppelen voor rij-
den vooruit.
l
Spanrol ‘III’ in de richting van de pijl
draaien tot de koppelingshendel (in po-
sitie vooruitrijden) een speling van 2,5–
4 mm heeft.
l
Snaargeleiding (D/7) aanbrengen
(zie afb. D).
l
Snaarbeschermingskap (D/8) mon-
teren, koppelingshendel moet in posi-
tie ‘vooruit’ geschakeld zijn.
W
Gebruik alleen originele speciale agria-V-snaren!
Machine alleen in gebruik nemen wanneer alle beschermings-
inrichtingen in de juiste positie zijn gebracht!
5
agria weidemaaier 5300 41
5. Onderhoud en reparatie
5
Algemeen
Let op het verliezen van brandstof en
olie, eventueel opruimen.
Schroeven en moeren regelmatig con-
troleren, eventueel natrekken.
Alle glijdende of beweeglijke onderde-
len (bijv. toerentalhendel, hendellager) met
biologisch-afbreekbaar vet of olie vet hou-
den.
Reiniging
Machine
Na een schoonmaakbeurt met een hoge-
drukreiniger moeten de smeerplaatsen aan
de machine meteen worden gesmeerd, en
de machine dient kort te worden ingescha-
keld, zodat het binnengedrongen water er-
uit geslingerd wordt.
De lagers moeten voorzien zijn van een
vetkraag die de lagers beschermt tegen het
binnendringen van vuil, plantensappen en
vocht.
Motor
Reinig de motor met een doekje. Vermijd
het afspuiten van de motor met een sterke
waterstraal, vocht in het ontstekings- en
brandstofsysteem kan leiden tot storingen.
5
èI
5
42 agria weidemaaier 5300
5. Onderhoud en reparatie
Stallen
Wanneer de machine gedurende lan-
gere tijd niet gebruikt wordt:
a) Grondige reinigingsbeurt, laklaag
bijwerken.
b) alle onbeschermde onderdelen,
met name de maaibalk met biologisch-
afbreekbare corrosiewerende olie inoli-
ën.
c) Motor in conditie houden
l
Brandstof volledig aftappen,
zie
W
Benzine is extreem ontvlambaar
en onder bepaalde omstandighe-
den explosief.
Vermijd open vuur en vonken op de
werkplek. Niet roken.
Of brandstoftank voltanken en brand-
stofstabilisator (agria-nr. 79909) bijmen-
gen.
- Let op de aanwijzing op de verpak-
king.
Motor ca. 1 min. laten lopen.
l
Motorolie verversen.
l
In de bougieopening een theelepel
vol (ca. 0,03 l) motorolie gieten. Motor
langzaam doordraaien
l
Bougie weer inbouwen en trek aan
het startkoord tot er een weerstand
merkbaar is. Nog iets verder aantrek-
ken. In deze toestand zijn de inlaat- en
uitlaatventielen gesloten, waardoor de
binnenkant van de motor beter be-
schermd is tegen roestvorming.
l
De motor om de 2-3 weken langzaam
doordraaien (bougiekap verwijderen).
d) Wielen
Plaats deze op steunblokken zodat de
banden niet op de
vloer rusten. Lucht-
banden gaan snel
in kwaliteit achteruit
wanneer ze zonder
lucht onder belas-
ting staan.
e) Koppeling
Maaier altijd met aangetrokken koppe-
lingshendel (ver-
grendeling ingeklikt)
parkeren, er kunnen
anders problemen
met de koppeling
ontstaan als gevolg
van corrosievor-
ming.
f) Machine stallen
om sterke corrosievorming te voorko-
men:
– beschermen tegen weersinvloeden
niet stallen in:
vochtige ruimtes
ruimtes waar
kunstmest ligt op-
geslagen
stallen of daar-
naast gelegen
ruimtes
g) Afdekken
Dek de machine af
met een dekzeil of
iets dergelijks.
5
44 agria weidemaaier 5300
6. Storingen opsporen en verhelpen
W
Let op de veiligheidsaanwijzingen! Laat grotere problemen aan de machine of de motor altijd op-
lossen door de agria-vakgararage, deze beschikkt over het juiste gereedschap. Ondeskundige
hulp kan grote schade veroorzaken.
storing mogelijke oorzaak oplossing pagina
Motor - Bougiekap is niet aangesloten Bougiekap aansluiten
start niet - Choke-hendel niet in positie CHOKE Choke-hendel in positie CHOKE brengen 28
- Brandstoftank leeg of Brandstoftank vullen
slechte brandstof met schone brandstof 27
- Brandstofleiding verstopt Brandstofleiding reinigen
- Bougie defect Bougie schoonmaken,
afstellen of vervangen BM
- Motor teveel brandstof (verzopen) Bougie drogen, schoonmaken
en starten met volgas BM
- Valse lucht door losgelaten carburateur Bevestigingsschroeven natrekken
en aanzuigleiding
Motor - Motor loopt op choke Chokehendel in positie BEDRIJF brengen 28
hapert - Contactkabel zit los Bougiekap op de bougie vastklemmen,
af en toe bougiekabel vastklemmen,
bougiekab op de bougiekabel vastklemmen
- Brandstofleiding verstopt Brandstofleiding schoonmaken, 27
of slechte brandstof schone brandstof tanken
- Luchttoevoer in de Brandstoftankdop vervangen
brandstoftankdop verstopt
- Water of vuil in het Brandstof aftappen en
brandstofsysteem schone brandstof tanken
- Luchtfilter verontreinigd Luchtfilter schoonmaken of vervangen BM
- Carburateur verkeerd afgesteld Carburateur afstellen
¬
BM
Motor - Te weinig motorolie Meteen motorolie bijvullen 32
wordt - Ventilatiesysteem functioneert niet Luchtrooster schoonmaken, 33
te heet koelribben schoonmaken
¬
33
- Luchtfilter is verontreinigd Luchtfilter reinigen BM
- Carburateur is verkeerd afgesteld Carburateur afstellen
¬
BM
Motor - Ontsteking te krap afgesteld Bougie afstellen BM
haperingen - Stationair toerental Carburateur afstellen
¬
BM
bij hoge niet correct afgesteld
toerentallen
Motor - Ontsteking te ruim afgesteld, Bougie afstellen of vervangen BM
slaat bij Bougie defect
stationair - Luchtfilter verontreinigd Luchtfilter reinigen BM
toerental - Carburateur niet correct afgesteld Carburateur afstellen
¬
BM
vaak af
6
6
agria weidemaaier 5300 45
6
6. Storingen opsporen en verhelpen
storing mogelijke oorzaak oplossing pagina
Motor - Regelstangen zijn verontreinigd, Regelstangen schoonmaken BM
loopt klemmen
onregelmatig
Motor - Motor-uit-schakeling Elektrische leidingen en stekkers
¬
39
springt in is niet correct controleren
stoppositie
niet af
Motor - Luchtfilter verontreinigd Luchtfilter reinigen BM
levert te - Cilinderkop los of Cilinderkop aandraaien,
¬
weinig afdichting beschadigd afdichting vervangen
vermogen - Te weinig compressie Motor laten controleren
¬
Rijaandrijving - Koppelingshendel is Koppelingshendel instellen
¬
39
of maai- niet correct ingesteld
aandrijving
komt bij
aangetrokken
koppeling
niet tot
stilstand
Teveel - Bevestigingsbouten zijn los Bevestigingsbouten natrekken 35, 38
vibratie - Maaimessen los, verbogen of Motor direct afzetten!
niet correct ingesteld Maaibalkdrager, mesmeenemer en
alle moeren en schroeven nalopen,
beschadigde onderdelen vervangen,
mesgeleidingen instellen 35 - 37
Ongelijkmatig - Messen zijn stomp Messen slijpen 38
maaien - Mesgeleidingen zijn niet mesgeleidingen instellen 35 - 37
of er blijft gras correct ingesteld
tussen de - Messen zijn niet recht Messen demonteren en veranderen
¬
messen of vervangen
zitten - Messen staan niet op één lijn Messen veranderen of vervangen
¬
- Messen liggen niet op elkaar Maaibalk veranderen
¬
Punten van het - Bovenste mes staat te ver voor Mesgeleidingen instellen 35 - 37
onderste mes het onderste mes
werken zich in
de punten van
het bovenste mes
¬
= Laat dit uitvoeren door een agria-vakgarage!
BM = Motor-handleiding
46 agria weidemaaier 5300
Elektrisch schakelschema, smeerschema
1 Motor
2 Magnetische ontsteking
3 Motor-uit-schakelaar
(aan toerentalhendel aan de
motorzijde)
5 Schakelaar in de
veiligheidsschakelaar
6 Schakelaar in de
koppelingshendel
bl = blauw
br = bruin
6
Elektrisch schakelschema
Smeerschema
1 Motorolie (blz. 30)
2 Transmissieolie (blz. 34)
3 Maaimes (blz. 35)
4 Maaiaandrijving (blz. 35)
5 Hendellager (blz. 41)
4
5
1
2
3
agria weidemaaier 5300 47
Lak, slijtageonderdelen
agria-bestel nr.
Brandstof stabilisator:
799 09 Brandstof stabilisator zak 5 g
Lak:
181 03 Spuitlak berkengroen spuitbus 400 ml
712 98 Spuitlak rood, RAL 2002 spuitbus 400 ml
509 68 Spuitlak zwart spuitbus 400 ml
Bandenpechbescherming
713 13 Banden afdichtgel Terra-S fles 1 l
Slijtageonderdelen:
305 65 Afdichting transmissiedeksel (wormwieltransmissie)
481 75 V-snaar voor koppeling
481 74 V-snaar voor aandrijving rijden achteruit
Let op: gebruik alleen de originele agria-V-snaren!
Honda motor
761 99 Luchtfilterelement, set
759 99 Bougie NGK BPR6 ES; Bosch WR7DC
Robin motor
400 220 Luchtfilterelement, set
681 87 Bougie NGK BR6 HS; Bosch WR7AC
Reserveonderdelen:
997 021 Weidemaaier 5300
997 145 Motoren Honda
997 077 Motoren Robin
48 agria weidemaaier 5300
Onderhouds- en inspectietabel
6
A = voor iedere ingebruikname
B = na iedere reinigingsbeurt
BM = Motor-handleiding
K = controle- en onderhoudswerkzaamheden kunnen door de bestuurder zelf worden uitgevoerd
W = servicewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een vakkundige garage
* = na 2 jaar
5 8 25 50 100 200
Veiligheidsschakelaar functie
controleren
K 39
Hendel speling controleren K 39
Luchtfilter controleren K BM
Koelluchtzeef reinigen K 33
Motoroliepeil controleren,
eventueel bijvullen
K K 32
Omgeving van de uitlaat reinigen K K 33
Maaibalk: alle glijdende delen
smeren, ook bij iedere
vervanging van de messen
K K K 35
Motorolie verversen, eerste keer, W 32
verdere keren W 32
Maaibalk: mesgeleiding instellen,
speling controleren ook bij
iedere vervanging van de messen
K 36, 37
krukasschijf smeren K K 35
Reinigen K 41
Schroeven en moeren controleren K 41
Transmissieoliepeil controleren K 34
Balkendraagtap smeren – ook bij
iedere vervanging van de messen
K K K 35
Luchtfilterinzet reinigen W W BM
Brandstoffilter reinigen K K BM
Luchtfilter-papier-filterelement vervangen,
indien nodig eerder!
W BM
Bougie reinigen,
elektrodenafstand afstellen
W BM
Koelluchtgrilgeleidingsplaten,
koelribben reinigen,
indien nodig eerder!
W 33
Bougie vervangen K BM
Wielasuiteinden invetten K K 34
Maaibalkvergrendeling smeren K K 35
Alle glijdende delen smeren K K 41
Transmissieolie verversen W 34
Brandstofslangen vernieuwen W* BM
A
Steeds na bedrijfsuren
blz
min.
3mndl.
min.
jaarl. B
agria weidemaaier 5300 49
Aanduiding van de onderdelen
Afbeelding C
1 Schakelhendel voor maaiwerk
2 Schroefknop voor zijwaartse verstelling stuurstang
3 Motor-uit-schakelaar
4 Veiligheidsschakelhendel
5 Koppelingshendel en vooruit-achteruitschakeling
6 Vergrendeling voor koppelingshendel
7 Schakelhendel voor maaiaandrijving
8 Gereedschapset
9 Verstelhendel voor toerental
10 Vergrendeling voor wielschakelhendel
11 Wielschakelhendel
Afbeelding D
1 Snaarspanschijf
2 V-snaaraandrijving voor versnelling vooruit (koppeling)
3 Trillingsdemper
4 Tapeind voor V-snaarbeschermingskap
5 Gat voor V-snaarbeschermingsgreep
6 V-snaaraandrijfschijf (op krukas)
7 V-snaargeleidingsplaat
8 V-snaarbeschermingskap
9 Veerschijf
10 Borgmoer
11 Achteruitrijversnelling rubber schijf
12 V-snaaraandrijving voor versnelling achteruit
13 V-snaaraandrijfschijf (op transmissieas)
50 agria weidemaaier 5300
C
D
Aanduiding van de onderdelen
6
Agria-Werke GmbH
Bittelbronner Straße 42
D-74219 Möckmühl
Tel.:+49 6298 39-0
Fax:+49 6298 39-111
Internet: www.agria.de
Uw agria dealer bij u in de omgeving:

Documenttranscriptie

Handleiding Vertaling van het oorspronkeijke handleiding Weidemaaier 5300 - Honda motor - Robin motor 4238 & Lees voordat u de machine in gebruik neemt eerst de handleiding. Volg veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen nauwkeurig op! Betriebsanleitung Nr. 998 847-A 12.11 Symbolen, typeplaatje Hier invullen: Symbolen Machine art. nr.: ......................... Identificatie/machine nr.: ................................................... W waarschuwingsteken. Vindt u bij passages die betrekking hebben op uw veiligheid belangrijke informatie Motor type: ................................. choke Motor nr.: .................................... brandstof Datum aankoop: ......................... olie Typeplaatje: zie blz. 3/afb. A/7 motor-start Motortype en motornr. zie blz. 3/afb. B/6. motortoerental Bij bestelling van reserveonderdelen deze gegevens vermelden om fouten bij levering te vermijden. motor-stop Alleen originele agria-reserveonderdelen gebruiken! De technische gegevens, afbeeldingen en maten in deze handleiding zijn niet bindend. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld. Wij behouden ons het recht voor veranderingen aan te brengen, zonder deze handleiding te wijzigen. Levering: l handleiding l motor-handleiding l weidemaaier – basismachine l stuur met greepschroef l 1 paar wielen* l maaibalk* l gereedschapsset * = afhankelijk van de uitvoering van de machine luchtfilter zichtcontrole koppeling maaiaandrijving rijaandrijving vooruit achteruit langzaam geopend (ontgrendeld) gesloten (vergrendeld) zie motor-handleiding è - Serviceç= Laat dit uitvoeren door een agria-vakgarage! Opgelet, wat de motor betreft, zijn hier enkel de hanteringen uitgelegd, die voor de maaier nodig zijn. Alle andere informatie over de motor vindt u in de bijgeleverde motor-handleiding! 2 agria weidemaaier 5300 Aanduiding van de onderdelen A Robin motor 3 9 4 B 1 10 Honda motor 2 5 13 7 8 6 12 agria weidemaaier 5300 11 3 Aanduiding van de onderdelen Afbeelding A 1 2 3 4 5 6 7 8 10 11 12 13 14 15 16 17 Maaibalk Maaibalk loopschoenen Mesmeenemer Smeernippel voor balkdraagtap Smeernippel voor krukasschijf Afdekkap voor maaiwerk Typeplaatje/identificatie nr. Motor Stuur Riembescherming (V-snaarkoppeling) Maaibalkvergrendeling Smeernippel voor maaibalkvergrendeling Olievulhals voor transmissieolie / controleschroef Transmissieoliedeksel / olieaftapplug voor transmissie Wiel Haarspeldveer voor wiel Afbeelding B 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 4 Luchtfilter Carburateur Brandstoftankdop Brandstoftank Choke-hendel Motor-typenr. Startgreep Koelluchtzeef Uitlaat met beschermingskap Bougie, bougiekap Motorolievulschroef – peilopening Aftapplug voor motorolie Brandstofkraan agria weidemaaier 5300 Inhoudsopgave Inhoud pakket .................................. 2 Symbolen, typeplaatje ..................... 2 Aanduiding van de onderdelen ........................ 3, 50 Aanbevelingen Smeermiddelen, corrosiewerende middelen .............. 6 Brandstof ......................................... 6 Onderhoud en reparatie .................. 6 Aanwijzingen voor uitpakken en montage ........... 7 1. Veiligheidstechnische aanwijzingen ..................... 8–13 Gebruik conform de bestemming .... 8 5. Onderhoud en reparatie Motor .............................................. 32 Koelsysteem .................................. 33 Uitlaat ............................................. 33 Bediening toerental ........................ 33 Machine ......................................... 34 Wielen ............................................ 34 Maai-installatie ............................... 35 Maaibalk universeel-SC ................ 36 Maaibalk gemeente-uitvoering ...... 37 Bijslijpen van de maaimessen ....... 38 Veiligheidsschakeling .................... 39 Afstellingen aan de hendel ............ 39 Afstellen van de V-snaarspanning . 40 Algemeen ....................................... 41 De machine schoonmaken ............ 41 De machine stallen ................ 42 - 43 1 2 3 6. Storingen opsporen Afmetingen ..................................... 14 en verhelpen .................. 44 - 45 2. Technische gegevens Weidemaaier .................................. 14 Maaiwerk ....................................... 14 Geluidsniveau ................................ 14 Trillingsniveau ................................ 14 Motor ........................................ 15/16 Gebruik op hellingen ............... 15/16 3. Machine- en bedieningselementen Motor .............................................. 17 Veiligheidsschakeling .................... 18 Rijaandrijving ................................. 19 Koppeling ....................................... 19 Maaiaandrijving ............................. 20 Stuurstang ..................................... 21 Wielen ............................................ 22 Maaibalk ........................................ 25 Schakelschema, smeerplan ............................. 46 4 Lak, slijtageonderdelen ....... 47 Onderhouds- en inspectietabel ....................... 48 5 Conformiteitsverklaring ...... 51 6 Let op uitklappagina’s! Afb. A + B ................................ 3 Afb. C + D .............................. 50 4. Ingebruikname en bediening Eerste ingebruikname ................... 27 Motor starten ................................. 28 Motor afzetten ................................ 29 Maaien ........................................... 30 Gevarenzone ................................. 31 Maaien op hellingen ...................... 31 agria weidemaaier 5300 5 Aanbevelingen Smeermiddelen en anticorrosiemiddelen: Gebruik voor de motor en de transmissie de voorgeschreven smeermiddelen (zie ‘Technische gegevens’). Voor ‘open‘ smeerpunten en smeernippels adviseren wij het gebruik van biologisch afbreekbare olie of smeervet (volgens de aanwijzingen in de handleiding). Voor het onderhoud van de machines en werktuigen adviseren wij biologisch afbreekbare corrosiewerende olie (niet gebruiken op gelakte uitwendige bekledingen). Het anticorrosiemiddel kan met een kwast of met een spuitbus worden aangebracht. Biologische smeermiddelen en corrosiewerende olie zijn milieuvriendelijk omdat ze biologisch snel afbreekbaar zijn. Wanneer u biologisch afbreekbare smeermiddelen en corrosiewerende olie gebruikt, gaat u bewust om met het milieu en levert u een positieve bijdrage aan de gezondheid van mens, fauna en flora. Brandstof: Deze motor loopt zowel op gangbare loodvrije normale en superbenzine (ook E10) en Super plus. Voeg aan de benzine geen olie toe. Wanneer om milieutechnische redenen loodvrije benzine gebruikt wordt, dient u bij motoren die langer dan 30 dagen niet gebruikt worden de brandstof af te tappen, om afzetting van harsresidu’s in de carburateur, het brandstoffilter en de brandstoftank te vermijden. U kunt de brandstof ook vermengen met een brandstofstabilisator. Zie ook hoofdstuk ‘Motor in conditie houden’. Onderhoud en reparatie: Bij de agria-dealer werken gekwalificeerde monteurs die de machine vakkundig onderhouden en repareren. Voer grotere onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen zelf uit wanneer u beschikt over het juiste gereedschap en de vereiste technische kennis van machines en verbrandingsmotoren. Klop nooit met harde voorwerpen of metalen gereedschappen tegen het vliegwiel. Het kan scheuren en tijdens gebruik uiteen springen, zodat verwondingen of materiële schade veroorzaakt wordt. Demonteer het vliegwiel uitsluitend met passend gereedschap. 6 agria weidemaaier 5300 Aanwijzingen voor uitpakken en montage ŒDeksel van de kartonnen doos aan de bovenzijde openen Œ l de achterste 2 hoeken van de doos opensnijden en de achterkant omlaag klappen.  Stuurstang naar omhoog draaien 6 Ž 3 4  2 5 l zeskantige schroef (3) en zeskantige moer (4) afschroeven en verwijderen l stuurstang (2) omhoog brengen, de zeskantige schroef (3) door de boorgaten steken, zeskantige moer (4) monteren en vastdraaien. ŽHendel voor wielschake1  ling (6) in positie ‘0’ brengen en arreteren – wielaandrijving is uitgeschakeld en de machine kan zonder motoraandrijving worden bewogen l machine achteruit uit de doos trekken  Maaibalk (5) monteren 25  Maatregelen voor eerste ingebruikname uitvoeren 27 agria weidemaaier 5300 7 1. Veiligheidstechnische aanwijzingen 1 Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de machine in gebruik neemt en volg de instructies nauwkeurig op. Waarschuwingsteken Dit symbool treft u aan bij alle passages die betrekking hebben op uw veiligheid. Breng ook andere gebruikers op de hoogte van deze veiligheidsaanwijzingen. Gebruik conform de bestemming De weidemaaier is uitsluitend geschikt voor het maaien van gras en gelijkaardige planten, zoals dun niet houten struikgewas in de land- en bosbouw en voor het onderhoud van groene zones en aanplantingen en kan na de aanbouw van een passend ruimschild ook als sneeuwschuiver worden gebruikt (gebruik conform de bestemming). Iedere andere toepassing geldt als niet in overeenstemming zijnde met het doel waarvoor de maaier gebouwd is. Voor schade die door ondoelmatig gebruik veroorzaakt wordt, kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. Dit risico is geheel en al voor de gebruiker. Tijdens het gebruik van de weidemaaier op openbare wegen dienen de bepalingen van de nationale verkeersvoorschriften te worden in acht genomen, bv. reflectoren, verlichting. De weidemaaier is niet voorzien om te worden gebruikt met een aanhangwagen op openbare wegen of als trekmachine. De door de fabrikant voorgeschreven gebruiksvoorschriften, alsmede de voor- 8 schriften met betrekking tot controle, onderhoud en reparatie dienen in acht te worden genomen. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die ontstaat door eigenhandige wijzigingen aan de machine. Algemene veiligheidsvoorschriften Basisprincipe: De gebruiker dient zich te houden aan alle voorschriften ter voorkoming van ongevallen, alsmede aan de algemeen geldende regels wat betreft veiligheid, arbeidsgeneeskunde en wegverkeer. Bij gebruik van openbare wegen dienen de geldende verkeersbepalingen in acht te worden genomen. Controleer voor ingebruikname van de weidemaaier altijd eerst de verkeers- en bedrijfsveiligheid. De motormaaaier mag slechts gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden door personen die over de benodigde kennis beschikken en van de risico’s op de hoogte zijn. Personen beneden de 16 jaar mogen de machine niet bedienen! Werk alleen bij goed zicht en voldoende licht. De bestuurder moet goed aansluitende werkkleding dragen. Wijde kledingstukken dienen vermeden te worden. Draag altijd stevige schoenen! De waarschuwings- en instructiebordjes op de machine geven belangrijke aanwijzingen voor veilig gebruik. Volg deze aanwijzingen nauwkeurig op, in het belang van uw eigen veiligheid! agria weidemaaier 5300 1. Veiligheidstechnische aanwijzingen Zet de motor af wanneer u de machine transporteert van en naar de werkplek. Blijf altijd op een veilige afstand van draaiende werktuigen! Voorzichtig met nalopende werktuigen. Wachten tot het werktuig helemaal stil staat! Bij werkzaamheden met extern aangedreven machineonderdelen bestaat de kans op beknellingen en andere verwondingen! Het is niet toegestaan tijdens de werkzaamheden mee te rijden op de maaier. Aangebouwde werktuigen en ladingen hebben invloed op het rijdrag en het stuur- en remvermogen van de maaier. Pas uw werksnelheid aan aan de omstandigheden. Instelling van het motortoerental niet veranderen. Een verhoogd toerental vergroot de kans op ongelukken. Arbeids- en gevarenbereik De gebruiker is op de werkplek tegenover derden verantwoordelijk. Blijf buiten het gevarenbereik van de weidemaaier. Controleer voor het starten en wegrijden de omgeving van de maaier. Let vooral op kinderen en dieren! Voordat met de werkzaamheden begonnen wordt, dienen obstakels uit de weg te worden geruimd. Let ook tijdens de werkzaamheden op obstakels en haal ze tijdig weg. Bij werkzaamheden op omheinde plaatsen dient de veiligheidsafstand tot de omheining in acht genomen te worden, zodat de machine niet beschadigd wordt. Bediening en veiligheidsmaatregelen 1 Voor de werkzaamheden Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van alle installaties en bedieningscomponenten, alsmede van het functioneren ervan. In het bijzonder dient u te weten hoe u de motor in geval van nood snel en veilig afzet. Controleer of alle veiligheidsmaatregelen zijn getroffen en in de juiste positie zijn gebracht. Wanneer de aftakas niet gebruikt wordt, dient deze met een beschermingskap te zijn afgedekt. Starten Start de motor niet in afgesloten ruimtes. De uitlaatgassen bevatten koolmonoxyide, dat zeer giftig is wanneer het ingeademd wordt. Voor het starten van de motor dienen alle bedieningselementen in stand ‘neutraal’ te worden gezet. Voor het starten van de motor niet vóór de weidemaaier of het aanbouwwerktuig gaan staan. Tijdens de werkzaamheden Tijdens de werkzaamheden mag de stuurstang nooit worden losgelaten. Bedieningsstang tijdens de werkzaamheden nooit verstellen – ongevalsrisico! Neem bij alle werkzaamheden met de weidemaaier die afstand van de machine in acht, waartoe u door de stuurstang gedwongen wordt, vooral bij het nemen van bochten! agria weidemaaier 5300 9 1. Veiligheidstechnische aanwijzingen 1 Het is niet toegestaan tijdens de werkzaamheden en het transport op de machine mee te rijden. Wanneer het snijwerktuig of aanbouwwerktuig vastzit, moet de motor worden afgezet en dient het snijwerktuig of aanbouwwerktuig met passend gereedschap te worden schoongemaakt. Indien de weidemaaier of het aanbouwwerktuig beschadigd is, moet de machine onmiddellijk worden gestopt en de motor worden afgezet. Laat de schade direct herstellen! Bij een defect aan de stuurinrchting de weidemaaier meteen stoppen en de motor afzetten. Laat het defect direct repareren! Wanneer op hellend terrein wordt gewerkt verdient het aanbeveling, de weidemaaier met een trekkabel of een trekstang vast te houden, om te voorkomen dat de machine wegschuift. De bestuurder moet zich heuvelopwaarts van de machine bevinden en dient voldoende afstand te houden tot de werktuigen! Werk indien mogelijk dwars op de helling! Beëindigen van de werkzaamheden Koppel de aanbouwwerktuigen uitsluitend aan bij afgezette motor en uitgeschakelde aandrijving. Gebruik passend gereedschap en draag altijd veiligheidshandschoenen als u aanbouwwerktuigen of onderdelen ervan vervangt. Breng de steunen bij het monteren en demonteren in de juiste positie en zorg ervoor dat het werktuig niet kan wegkantelen. Weidemaaier en aanbouwwerktuigen tegen wegrollen beveiligen (blokkeerrem, wielblokken). Bij het aankoppelen van de werktuigen is grote voorzichtigheid geboden. Koppel aanbouwwerktuigen uitsluitend aan de daarvoor bestemde inrichtingen, volgens de voorschriften. Indien u de werkplek verlaat, weidemaaier en aanbouwwerktuig beveiligen tegen wegrollen. Voorkom gebruik door onbevoegden. Monteer eventueel de transport- of beschermingsinrichting en zet deze in de veiligheidsstand. Maai-inrichting Laat de weidemaaier nooit onbeheerd achter als de motor nog loopt. Zet de motor af voordat u de maaier verlaat. Sluit daarna de brandstofkraan. Tref de nodige voorzorgsmaatregelen om gebruik door onbevoegden te verhinderen. Haal de contactsleutel uit het contact (indien aanwezig) of trek de bougiekap eruit. 10 Aanbouwwerktuigen De scherpe kant van de maaibalk kan bij onoplettendheid aanzienlijke verwondingen veroorzaken. Verwijder daarom de schutlatten van de messen alleen tijdens het maaien en plaats ze na het maaien direct weer op de juiste manier terug. Tijdens transport en opslag dienen de schutlatten altijd op de messen te zijn gemonteerd; op de vingerbalk moeten bovendien de spanveren worden ingehaakt. agria weidemaaier 5300 1. Veiligheidstechnische aanwijzingen Transporteer de gedemonteerde maaibalk niet zonder schutlat. Bescherm de messen met de schutlatten voordat de maaibalk gemonteerd en gedemonteerd wordt. Let er bij het vervangen van de messen en het losmaken en vastdraaien van de mesmeenemers op dat de schroefbeweging van de richting van de snijkanten af beweegt. Draag bij het slijpen van de messen een veiligheidsbril en handschoenen. Gewichten Breng de gewichten altijd aan volgens de voorschriften aan de daarvoor bestemde bevestigingspunten. Sneeuwschuiver De sneeuwschuiver dient op de juiste manier te worden aangebouwd! Draag stevig schoeisel. Bij het manoeuveren met de sneeuwschuiver moet voorzichtig te werk worden gegaan. Ongevalsrisico! Pas de werksnelheid aan aan de omstandigheden. Onderhoud en reiniging Gebruik bij het vervangen van de messen passend gereedschap en drag veiligheidshandschoenen. Zorg ervoor dat de weidemaaier en de aanbouwwerktuigen schoon blijven, om brandgevaar te vermijden. Moeren en schroeven regelmatig controleren of ze vast zitten en eventueel aandraaien. Na de onderhouds- en reinigingswerkzaamheden dienen de beschermingsinrichtingen weer te worden aangebracht en in oorspronkelijke positie te worden teruggebracht. Altijd originele agria-reserveonderdelen gebruiken. Andere reserveonderdelen moeten kwalitatief gelijkwaardig zijn en overeenkomen met de door de firma agria vastgelegde technische eisen. Na gebruik wegzetten Het parkeren van de weidemaaier in ruimtes met open kachels is verboden. Parkeer de weidemaaier niet in gesloten ruimtes wanneer zich nog brandstof in de brandstoftank bevindt. Benzinedampen zijn gevaarlijk. Pleeg geen onderhouds- en reinigingswerkzaamheden aan de machine met lopende motor. Bij werkzaamheden aan de motor dient de bougiekap altijd te worden verwijderd (alleen bij benzinemotoren). Zijn bepaalde beschermingsinrichtingen of werktuigen aan slijtage onderhevig, dan moeten deze regelmatig gecontroleerd en eventueel vervangen worden! Beschadigde messen moeten vervangen worden! agria weidemaaier 5300 11 1 1. Veiligheidstechnische aanwijzingen Motor, brandstof en olie 1 Laat de motor niet in een gesloten ruimte lopen vanwege verhoogde kans op vergiftiging! Vervang defecte uitlaatonderdelen daarom ook altijd direct. Opgelet met de hete onderdelen van de motor! De uitlaatdemper en andere motoronderdelen zijn zeer heet terwijl de motor draait en onmiddellijk na het afzetten. Houd voldoende afstand van hete oppervlakken en houd kinderen uit de buurt van de draaiende motor. Wees voorzichtig met brandstof vanwege het brandgevaar. Vermijd open vuur, vonken en hete motoronderdelen tijdens het bijvullen van brandstof. Vul geen brandstof bij in gesloten ruimtes. Niet roken tijdens het tanken! Tank alleen met uitgeschakelde en afgekoelde motor. Zorg ervoor dat u geen brandstof morst, gebruik een passende trechter. Mocht er toch brandstof zijn gemorst, schuif dan de weidemaaier aan de kant voordat u de motor start. Gebruik alleen brandstof van voorgeschreven kwaliteit. Bewaar de brandstof alleen in daarvoor bestemde blikken. Om veiligheidsredenen dienen de benzinetank en de benzinedop regelmatig te worden vervangen. Houd corrosiewerende middelen en stabilisatoren altijd buiten het bereik van kinderen. Bij misselijkheid en braakneigingen direct een arts waarschuwen. In geval van contact met de ogen meteen met veel water uitspoelen. Vermijd het inademen van de dampen. Maak gebruikte spuitbussen (starthulpmengsel e.d.) helemaal leeg op een vonk- en vlamvrije plaats voordat u deze weggooit, eventueel als klein chemisch afval behandelen. Voorzichtig bij het aftappen van hete olie, er bestaat verbrandingsgevaar. Gebruik altijd olie van voorgeschreven kwaliteit. Bewaar de olie alleen in daarvoor bestemde kannetjes. Olie, brandstof, vet en filters gescheiden en volgens de voorschriften verwerken. Banden en bandenspanning Bij werkzaamheden aan de wielen dient u ervoor te zorgen dat de weidemaaier veilig geparkeerd is en tegen wegrollen beveiligd is. Reparaties aan de wielen mogen alleen door vakkundig personeel en met passend gereedschap worden uitgevoerd. Controleer de bandenspanning regelmatig. Bij een te hoge luchtdruk bestaat explosiegevaar. Let op de juiste bandenspanning bij werkzaamheden met extra gewichten. Schroeven en moeren van de wielen dienen bij servicewerkzaamheden te worden aangedraaid. Elektrische installatie Dragers van een pacemaker mogen de stroomvoerende onderdelen van het ontstekingssysteem niet aanraken wanneer de motor loopt! Lees de aanwijzingen op de verpakking! 12 agria weidemaaier 5300 1. Veiligheidstechnische aanwijzingen Beschrijving van de waarschuwingssymbolen 1 Voor reinigings-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden motor afzetten en bougiekap eruit trekken. Bij lopende motor voldoende afstand houden van de maaier. Beschrijving van de gebodstekens Tijdens de werkzaamheden met de machine dient individuele gehoorbescherming te worden gedragen. Draag veiligheidshandschoenen. Draag altijd stevige schoenen. agria weidemaaier 5300 13 2. Technische gegevens Koppeling: ...... V-snaarkoppeling met spanrol tussen motor en transmissie, wrijvingsaskoppeling voor achteruitrijversnelling Weidemaaier Afmetingen van de machine: Gebruik alleen originele agria-V-snaren! (zie slijtageonderdelen blz. 47) Transmissie: ...... wormwielaandrijving met schakelbare wielaandrijving reservoir ca. 0,6 liter transmissieolie SAE 90 - API - GL5 2 a ........................................ 470 mm b ........................................ 630 mm e ........................................ 280 mm h .............................. 860–1080 mm l ........................................ 1550 mm m ............................ 910 of 1050 mm (overeenkomstig de maaibalkuitvoering) s ......................................... 375 mm Rijsnelheden: vooruit: .................................. 3,0 km/h achteruit: ............................... 2,3 km/h Maai-installatie: centrale krukaandrijving Cilindertoerental: ................. 920 min-1 Slag, dyn ............................ ca. 56 mm Stuurstang: ........ met trillingsdempers zonder gereedschap in hoogte en zijdelings verstelbaar s ........ dubbellucht banden 762 mm A ........................................ 525 mm Gewicht: A ....... dubbellucht banden 857 mm excl. maaibalk ............................ 70 kg incl. maaibalk 105 cm ................ 84 kg incl. maaibalk 122 cm ............. 89,5 kg Geluidsniveau: Banden: .............. 3.50-6 (akkerprofiel) Conform de EN 12733 en EN 1553: Bandenspanning: .................. 0,8 bar geluidsniveau waargenomen door de bestuurder ... Lp = 83,3 dB (A) Geluidswaarde ......... LW = 103,3 dB(A) Trillingsniveau: Conform de EN 12733 en EN 1053: op stuurhendel: ............. ahw < 9,6 m/s2 14 agria weidemaaier 5300 2. Technische gegevens Motor Inhoud brandstoftank: .......... 3,6 liter Bouwwijze: geforceerd-luchtgekoelde eencilinder viertaktmotor (benzine) OHV Brandstof: .............. loodvrije benzine, octaangetal minstens 91 RON (ook E10) zie brandstofadvies Motorenfabrikant: ................... Honda Maaiertype: Motortype: 5300 441 5300 531 Luchtfilter: ........... droog filterelement met schuimstof voorfilter GX 160 GX 200 K1 QPU QHQ4 Carburateur: ..................... smoorklep Boring: 65 mm 68 mm Slag: 45 mm 54 mm Mengselregelschroef: basisinstelling ca. ................ 2 1/8 omwenteling open Cilinderinhoud: 163 ccm 196 ccm Compressie: 8,5:1 8,5:1 Nominaal toerental:2900...3000 min-1 Vermogen: bij 3600 min-1 4,0 kW 4,8 kW Maximaal toerental onbelast: ........................... 3000 min-1 Koppel max.: bij 2500 min-1 10,8 Nm 13,2 Nm Stationair toerental: ................ 1250…1600 min-1 Bougie: ....................... NGK BPR6 ES elektrodenafstand: ........... 0,7–0,8 mm Motorolie: hoeveelheid ............................. ca. 0,6 l universele olie SAE 10W-40 klasse SG, SF (of hogere kwaliteit) Ontsteking: elektronische magneetontsteking, zonder contact, ontstekingstijdstip vast ingesteld, radio-ontstoord volgens VDE 0879 Gebruik op hellingen: ......... max. 30° (58%) (bij motoroliepeil “max.” = bovenste vulmarkering) Klepspeling (bij koude motor) inlaatklep .................... 0,15 ± 0,02 mm uitlaatklep ................... 0,20 ± 0,02 mm Startinrichting: repeteerstarter met gemechaniseerde decompressie-inrichting agria weidemaaier 5300 15 2 2. Technische gegevens Inhoud brandstoftank: .......... 3,6 liter Motor Bouwwijze: geforceerd-luchtgekoelde eencilinder viertaktmotor (benzine) OHC Motorenfabrikant: .................... Robin 2 Maaiertype: Motortype: Brandstof: .............. loodvrije benzine, zie brandstofadvies Luchtfilter: ........... droog filterelement met schuimstof voorfilter (DUAL-ELEMENT) 5300 611 EX21 Carburateur: ..................... smoorklep Boring: 67 mm Nominaal toerental:2900...3000 min-1 Slag: 60 mm Maximaal toerental onbelast: ........................... 3000 min-1 Cilinderinhoud: 211ccm Vermogen: bij 3600 min-1 4,8 kW Koppel max.: bij 2500 min-1 13,9 Nm Bougie: .......................... NGK BR6HS elektrodenafstand: ........... 0,6–0,7 mm Ontsteking: elektronische magneetontsteking, zonder contact, ontstekingstijdstip vast ingesteld, radio-ontstoord volgens VDE 0879 Stationair toerental: ................ 1250…1600 min-1 Motorolie: hoeveelheid ............................. ca. 0,6 l universele olie SAE 10W-40 klasse SG, SF (of hogere kwaliteit) Gebruik op hellingen: ......... max. 30° (58%) (bij motoroliepeil “max.” = bovenste vulmarkering) Klepspeling (bij koude motor) inlaatklep .................... 0,15 ± 0,02 mm uitlaatklep ................... 0,20 ± 0,02 mm Startinrichting: repeteerstarter met gemechaniseerde decompressie-inrichting 16 agria weidemaaier 5300 3. Machine- en bedieningselementen De weidemaaier agria 5300 is geschikt voor land- en bosbouw, maaien van gras en weiden, als voor het sneeuwruimen. De volgende maaibalken zijn voor deze machine geschikt: l Maaibalk universeel-SC 105 cm (agria art. nr. 5347 751) 122 cm (agria art. nr. 5347 661) l Maaibalk gemeente-uitvoering 105 cm (agria art. nr. 5347 451) Voor winterdienst is als aanbouwwerktuig geschikt: l Sneeuwschuiver 100 cm (agria art. nr. 5396 012) Motor l De viertakt benzinemotor wordt aangedreven met normaal verkrijgbare benzine (zie ook blz. 6: geadviseerde brandstof). Tijdens de eerste 20 bedrijfsuren (inrijperiode) mag de motor niet tot het maximum worden belast. Ook na de inrijperiode mag u als regel niet meer gas geven dan nodig is. Hoge toerentallen kunnen de motor beschadigen en de levensduur aanzienlijk beperken. Dit geldt vooral als de motor onbelast draait! Laat de motor nooit over z’n toeren draaien, daardoor kan de motor direct defect raken. I Koeling De motor wordt gekoeld met een ventilator. Zorg ervoor dat geen vuil of bladerresten in de koelluchtzeef op de repeteerstarter en de koelribben van de cilinder worden aangezogen. Stationaire toerental Het stationaire toerental van de motor moet juist zijn afgesteld. Wanneer de toerentalhendel tegen de eindaanslag in stationaire positie staat, moet de motor bij laag toerental zonder problemen blijven lopen. Luchtfilter Het luchtfilter reinigt de aangezogen lucht. Een vervuild luchtfilter kan het motorvermogen ongunstig beïnvloeden. Ontsteking De motor is uitgerust met een onderhoudsvrije, contactloze elektronische ontsteking. Het is aan te bevelen, de noodzakelijke controles door een vakman te laten uitvoeren. Choke De choke-hendel (B/5) bevindt zich aan de carburateur. Voor het starten met koude motor moet de choke worden gesloten. Voor het starten met warme motor en in de bedrijfspositie moet de choke geopend zijn. Brandstofkraan De brandstofkraan (B/13) bevindt zich aan de carburateur. agria weidemaaier 5300 17 3 3. Machine- en bedieningselementen Toerentalhendel min C/9 max Met de toerentalhendel (C/9) aan de stuurstang kan het motortoerental van min. = STATIONAIR tot max. = VOLGAS traploos geregeld worden. Motor-uit-schakelaar Met de elektronische uit-schakelaar wordt de ontsteking ingeschakeld en uitgeschakeld. C/3 positie ‘I’ = in bedrijf positie ‘0’ = motor uit 3 De motor-uit-schakelaar functioneert ook als noodstopschakelaar: zet deze in de positie ‘0’ om de motor in gevaarlijke situaties onmiddellijk uit te schakelen! I Œ Veiligheidsschakeling C/4 ŒSTOP-positie: bij het loslaten van de hendel (C/4) wordt de elektronische ontsteking uitgeschakeld (motor wordt afgezet). – Voorzichtig! motor loopt nog even door! Startpositie: om de motor te starten  en voor een werkpauze koppelingshendel (C/5) aantrekken en met vergrendeling (C/6) vastzetten. C/5 C/6 Ž ŽBedrijfspositie: tijdens de werkzaamheden met de machine de veiligheidshendel (C/4) naar beneden drukken. W I Veiligheidshendel niet vastzetten! De veiligheidshendel dient ook als noodschakelaar. De veiligheidshendel moet in noodsituaties die om een snel handelen vragen, worden losgelaten, deze komt dan automatisch in de positie ‘STOP’! 18 agria weidemaaier 5300 3. Machine- en bedieningselementen Rijaandrijving vooruit – achteruit De weidemaaier is voorzien van een vooruit- en achteruitrijkoppeling die geïntegreerd is in de koppeling. Deze wordt geschakeld met de koppelingshendel (C/5). Aandrijving achteruit: Koppelingshendel (C/5) helemaal naar boven getrokken. Aandrijving stationair: Koppelingshendel (C/5) ca. half aangetrokken en vergrendeling ingeklikt. C/6 C/5 Aandrijving vooruit: Koppelingshendel (C/5) naar beneden gebracht – vergrendeling losgesprongen. Met de vergrendelingshendel (C/6) kan de koppelingshendel in positie neutraal (‘0’) gearreteerd worden. Koppeling 39 Let op de koppelingsspeling (X), zodat tijdens de werkzaamheden de koppeling niet slipt. Aanwijzing: Machine altijd met aangetrokken koppelingshendel ("0" vergrendeling ingeklikt) parkeren, er kunnen anders problemen met de koppeling ontstaan als gevolg van vervorming van de V-snaar. I agria weidemaaier 5300 19 33 3. Machine- en bedieningselementen Wielaandrijving Wielaandrijving ingeschakeld: Wielschakelhendel (C/11) naar beneden gebracht – vergrendeling (C/10) losgesprongen. Wielaandrijving uitgeschakeld: C/10 C/11 Wielschakelhendel (C/11) naar boven getrokken en vergrendeling ingeklikt. Bij lopende motor moet de wielaandrijving als volgt geschakeld worden: l Koppelingshendel (C/5) aantrekken tot middenpositie (neutraal) en vasthouden. 3 l Vergrendeling (C/10) los laten springen. l Wielaandrijvingshendel (C/11) naar beneden brengen. l Koppelingshendel (C/5) langzaam loslaten en tegelijkertijd gas geven. Wanneer de wielaandrijving niet geschakeld wordt, dan dient kort te worden gekoppeld en ontkoppeld – vervolgens kan weer geschakeld worden. Maaiwerkaandrijving De maaimessen worden door middel van een krukaandrijving aangedreven. De maaiaandrijving wordt met behulp van een schakelhendel (C/7) in- en uitgeschakeld. C/7 20 Maaiaandrijving alleen in ontkoppelde positie schakelen (stationair). agria weidemaaier 5300 3. Machine- en bedieningselementen Stuurstang Stuurstang in hoogte verstellen l Zeskantige schroef (2) uit het vierkante klemstuk (3) schroeven en uit het stuurscharniergedeelte trekken. l Stuur op de gewenste hoogte brengen en in de passende boring van het stuurscharniergedeelte leiden. l Zeskantige schroef aanbrengen en met het vierkante klemstuk vastschroeven (let erop dat het klemstuk met de neus in het langsgat van de bevestigingsopening van het stuurscharniergedeelte in het onderstuur arreteerd). Stuurstang zijwaarts verstellen H l Schroefknop (1) losdraaien tot de inkepingen vrij zijn. l Stuurstang naar de gewenste kant verdraaien en in de passende vertanding laten klikken. l Schroefknop vastdraaien. agria weidemaaier 5300 21 3 3. Machine- en bedieningselementen Wielen W Monteren en demonteren van de wielen alleen met afgezette motor! De wielen zijn voorzien van een borgveer (1) en kunnen daarom zonder gereedschap gemonteerd en versteld worden. De borgveren grijpen in een ringgroef op de wielas. Het wiel wordt op die wijze vastgehouden. De wielas heeft aan beide kanten 2 ringgroeven. In de buitenste ringgroef draait het wiel op de wielas in neutrale positie. In de binnenste ringgroef grijpt het wiel in een vertanding en is op die wijze met de wielas met meeneming (aandrijving) verbonden. 3 Wielen monteren De wielen moeten met de profielpunten in de rijrichting (van boven af op de wielen gezien) gemonteerd worden, om de trekkracht zo optimaal mogelijk te benutten. I J 1 l Borgveer (1) optillen en in ‘montagepositie’ (afb. J) (voorste ringgroef op de naaf) brengen. l Wielen met de borgveerzijde naar buiten wijzend op de wielas schuiven. l Borgveer weer in de oorspronkelijke positie terugbrengen (afb. K of L) en in een ringgroef op de wielas laten klikken. l Aan beide kanten wielasuiteinden (kleine as-diameter) met biologisch afbreekbaar smeervet insmeren. Het demonteren van de wielen gebeurt in omgekeerde volgorde. 22 agria weidemaaier 5300 3. Machine- en bedieningselementen Wielen schakelposities K 3 l Aandrijving star: schuif beide wielen helemaal naar binnen en laat de borgveren in de binnenste ringgroef klikken (afb. K). Wanneer de borgveren niet inklikken, moeten de wielen een beetje gedraaid worden en moet het wiel axiaal naar binnen worden gedrukt tot de koppelingsvertanding merkbaar ingrijpt. 3 L l Stationair: beide wielen naar buiten schuiven en in de borgveren van de buitenste ringgroef laten klikken (afb. L). l Aandrijving met differentieelachtige werking: wiel in de binnenste ringgroef laten klikken (afb. K), tweede wiel in de buitenste ringgroef in laten klikken (afb. L) – stationair toerental. agria weidemaaier 5300 23 3. Machine- en bedieningselementen M Anti-wikkelbescherming Op de wielas zijn aan beide kanten tussen het transmissiehuis en het wiel antiwikkelbeschermingsbuizen aangebracht (afb. M). Deze moeten voorkomen dat gras om de wielas wordt gewikkeld. Omgewikkeld gras kan worden verwijderd door de wielen en de anti-wikkelbuis te demonteren (geen gereedschap nodig). Dubbellucht wielen: l Enkele wielen demonteren 33 l Dubbellucht wielen op de wielas monteren (zoals beschreven onder ‘wielen monteren’). l Speciale anti-wikkelbeschermingsbuizen op de wielas van de dubbellucht wielen monteren – let op de uitsparing voor de ventielen! l Enkelvoudige wielen op de wielastap van de dubbellucht wielen monteren. Tralie-wielen: l Wielen demonteren l Tralie wielen op de wielas monteren (zoals beschreven onder ‘wielen monteren’). Bij de dubbellucht en tralie wielen zijn de schakelposities: aandrijving star / positie neutraal / aandrijving differentieelachtige werking mogelijk. I 24 agria weidemaaier 5300 3. Machine- en bedieningselementen Montage maaibalk De volgende maaibalken kunnen worden aangebouwd: Art. nr. 5347 751 Maaibalk universeel-SC 105 cm Art. nr. 5347 661 Maaibalk universeel-SC 122 cm Art. nr. 5347 451 Maaibalk gemeente-uitvoering 105 cm W Bij het monteren en demonteren van de maaibalk moet de beschermingslijst (10) worden aangebracht, en moeten veiligheidshandschoenen gedragen worden. Montage l Maaibalkvergrendeling (4) openen, zeskantige moer met steeksleutel SW 13 draaien tot markering ‘A’ boven verschijnt. N 1 2 3 4 7 8 9 10 11 l Balkdragertap (2) invetten met biologisch afbreekbaar smeervet. l Krukasschijf (7) door het vliegwiel te draaien in de onderste positie brengen. l Mesmeenemer (8) aan de maaibalk in de middelste positie ten opzichte van de balkdraagtap brengen. l Balkdraagtap (2) in de boring (3) aan het maaiwerkhuis tot de aanslag inbrengen. l Maaibalkvergrendeling (4) sluiten, draai hiertoe de zeskantige schroef met de steeksleutel tot markering ‘Z’ boven verschijnt. Demontage l Beschermingskap (10) aanbrengen. l Maaibalkvergrendeling (4) openen, zeskantige moer met steeksleutel SW 13 draaien tot de markering ‘A’ boven verschijnt. l Trek de maaibalk er naar voren toe uit. maaibalk draagtap boring voor maaibalk maaibalkvergrendeling krukasschijf mesmeenemer bevestigingsschroeven voor mesmeenemer mesbeschermingslijst smeernippel agria weidemaaier 5300 25 33 3. Machine- en bedieningselementen Maaibalk-loopschoenen Aan de maaibalken zijn aan de onderzijde vaste glijijzers gemonteerd. Voor een grotere glijafstand kunnen aan de maaibalken 2 in hoogte verstelbare loopschoenen worden gemonteerd (speciale uitvoering agria nr. 713 22 = 1 paar). O Bij de maaibalkuitvoering S moet het aanwezige glijijzer worden omgemonteerd, zo dat de welving naar boven wijst (zie afb. O). Voor hoogteverstelling zeskantige moeren (O/1) losmaken en loopschoenen (O/2) verschuiven, vervolgens zeskantige moeren weer vastdraaien. 3 Om het maaien gelijkmatig te laten verlopen moeten de loopschoenen op gelijke hoogte worden ingesteld. 26 agria weidemaaier 5300 4. Ingebruikname en bediening Eerste ingebruikname De levensduur en de bedrijfsveiligheid van de motor hangt grotendeels af van het rijgedrag tijdens de inrijperiode. Laat een koude motor altijd eerst een paar minuten warm draaien en belast de motor niet direct tot het maximum. Laat de motor tijdens de eerste 20 bedrijfsuren (inrijperiode) nooit op volle toeren draaien. Onderhoud het filter goed en zorg voor schone brandstof. Gebruik alleen merkbenzine. Gebruik alleen verse en schone brandstof (niet ouder dan drie maanden), alleen goedgekeurde, in de vakhandel verkrijgbare brandstofjerrycans gebruiken. Verroeste jerrycans of nietbenzinedichte kunststof jerrycans mogen niet gebruikt worden. Om startproblemen te voorkomen moet de brandstoftank voor de eerste ingebruikname of na een periode van langere stilstand volgetankt worden. Wees voorzichtig met brandstof. Benzine is licht ontvlambaar en onder bepaalde omstandigheden explosief! l Tank nooit in afgesloten ruimtes. l Alleen tanken met afgezette en afgekoelde motor. l Tank nooit in de omgevingvan open vuur, vonken of hete motoronderdelen. l Niet roken tijdens het tanken! l Mors geen brandstof, gebruik een passende trechter. De brandstoftank niet tot aan de rand voltanken maar tot ca. 5 mm onder de rand, zodat de brandstof nog kan uitzetten. I Let op: motor wordt vanuit de fabriek zonder motorolie geleverd! Vul motorolie bij voordat de machine in gebruik wordt genomen 32 Let ook op de aanwijzingen in de handleiding van de motor! agria weidemaaier 5300 27 4 4. Ingebruikname en bediening Œ ? ok Motor starten Ž ? ok Wees voorzichtig met het starten van de motor in gesloten ruimtes. De uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, dit is zeer giftig wanneer het ingeademd wordt. Kom niet te dicht bij aangekoppelde werktuigen.  ? ok Beschermingsmaatreelin zijn getroffen? Koppel de aanbouwwerktuigen volgens de vorschriften? W  Œ Motoroliepeil controleren.   Bougiekap plaatsen. ‘ Ž Luchtfilter schoon?  Voldoende brandstof in de brandstoftank? 4 Brandstofkraan openen. ’ ‘ Koude motor: choke-hendel in positie ‘CHOKE’ brengen. Warme motor: CHOKE niet gebruiken (bedrijfspositie). “ ’ Koppelingshendel en veiligheidshendel in startpositie. ” “ Motor-uit-schakelaar in bedrijfspositie ‘I’ brengen. 1/2 • ” Toerentalhendel op ca. 1/2 gas draaien. •Motor buiten het gevarenbereik starten. CHOKE in bedrijfspositie. l 11 28 Opgelet met de hete onderdelen van de motor! De uitlaatdemper en andere motoronderdelen zijn zeer heet terwijl de motor draait en onmiddellijk na het afzetten. Houd voldoende afstand van hete oppervlakken en houd kinderen uit de buurt van de draaiende motor. agria weidemaaier 5300 4. Ingebruikname en bediening Œ 6 30 sec Afzetten van de motor ŒToerentalhendel in positie neutraal zetten en de motor ca. 30 seconden stationair laten draaien.  Motor-uit-schakelaar in positie ‘0’ brengen. Ž ŽBrandstofkraan sluiten.  Bougiekap verwijderen - Machine beveiligen tegen en gebruik door onbevoegden. W W I De motor laten afkoelen, alvorens in een binnenruimte op te slaan. 4 Voor het afzetten van de motor mag de choke-hendel niet in positie CHOKE worden gebracht – brandgevaar! Wanneer de motor gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, kan deze beter niet met de motor-uit-schakelaar worden uitgeschakeld. Sluit in dat geval de brandstofkraan en laat de motor zo lang lopen tot deze door gebrek aan brandstof vanzelf tot stilstand komt. Dan is de carburateur leeg en kan geen verharsing optreden. I De toerentalhendel dient ook als noodstop schakelaar. Indien nodig hendel in positie ‘STOP’ brengen, de motor springt af. agria weidemaaier 5300 29 4. Ingebruikname en bediening Œ Ž   Maaien  Œ Mesbeschermingslijst verwijderen.  Maaibalk smeren. Ž Motor starten zoals beschreven on- W ‘ è I ’ 4 der ‘motor starten’. Controleer het functioneren van de veiligheidsschakeling - het machine enkel in gebruik nemen wanneer de veiligheidsschakeling werkt!  Gehoorbescherming gebruiken en draag altijd stevige schoenen.  Wielaandrijving inschakelen. ‘Maaiaandrijving inschakelen. ’ V/R-hendel in positie vooruit schakelen, langzaam de koppeling inschakelen en tegelijkertijd gas geven. Œ  è Ž  I ŒWielaandrijving in positie ‘0’, de maaier blijft staan, maar de maaimessen bewegen nog: de maaibalk wordt vrijgeschud. Maaitransmissie uitschakelen. ŽMotor afzetten. Mesbeschermingslijst aanbrengen. Œ  0 Na het beëindigen van de maaiwerkzaamheden of als de maaimachine verstopt is: Ž Verwisseling van rijrichting van vooruit naar achteruit: ŒMotor in positie ‘neutraal’.  De koppeling in achteruit schakelen en vasthouden Ž en tegelijkertijd gas geven. Na het eerste gebruik en bij iedere verwisseling van de messen van ca. 15 - 30 bedrijfsminuten en dan steeds na 4 bedrijfsuren alle schroeven en moeren aan het maaiwerk en de maaibalk aanhalen (vooral aan de maaibalkbevestiging, de mesmeenemer en aan de maaiwerk-aanbouwflens). 30 agria weidemaaier 5300 4. Ingebruikname en bediening Gevarenzone Gevarenzone Het is verboden in het gevarenzone van de maaier te ver-toeven tijdens het starten en tijdens de werkzaamheden. W Maaien op hellingen Wanneer op hellend terrein wordt gewerkt verdient het de aanbeveling, dat de weidemaaier door een begeleider met een trekkabel of een trekstang wordt vastgehouden, om te voorkomen dat de machine wegschuift. De begeleider moet zich heuvelopwaarts van de machine bevinden en dient voldoende afstand te houden tot de werktuigen! W max 30° Maaien op vlak terrein Maaien op hellingen Œ Motor starten op de helling è  Werk indien mogelijk dwars op de helling! I è Ž I Œ Maaidrijfwerk en wielaandrijving in de ingeschakelde positie laten; werkt als rem.  Koppelingshendel en veiligheidsschakelaar in bedrijfspositie brengen. Ž Motor starten. agria weidemaaier 5300 31 4 5. Onderhoud en reparatie Behalve het opvolgen van de bedieningsvoorschriften is het bovendien van groot belang dat u aandacht besteed aan de volgende aanwijzingen omtrent onderhoud en reparatie. Let op: voer onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen uit met een afgezette motor en wanneer de bougiekap verwijderd is! Draag bij werkzaamheden aan de maaimessen altijd veiligheidshandschoenen! 6 A; 5 h Motor Motoroliepeil controleren B/11 l Voor iedere ingebruikname en steeds na 5 bedrijfsuren. l Alleen bij afgezette en horizontaal staande motor. l Olievuldop (B/11) en omgeving aan de buitenkant reinigen. l Olievuldop losschroeven. l Het oliepeil moet gelijk zijn aan de vulopening (max.). Is het oliepeil tot beneden de markering gedaald, motorolie (zie ‘technische gegevens’) bijvullen. – Niet te veel olie bijvullen. l Olievuldop terugplaatsen en vastdraaien. Motorolie verversen 5 Voor de eerste keer na 5 bedrijfsuren, dan om de 50 bedrijfsuren of eens per jaar, afhankelijk van welk tijdstip het eerst bereikt is. Bij intensief gebruik en bij hoge buitentemperaturen moet de olie al na 25 uur worden ververst. l Voor het aftappen van de olie olievul- (2) en aftapplug (1) losmaken. Olie opvangen of afgewerkte olie met een pompje door de vulopening opzuigen. l Afgewerkte olie op voorgeschreven wijze verwerken! l Aftapplug (1) weer terugplaatsen en vastdraaien – eerst afdichtring (3) controleren, evt. vervangen. l Schone motorolie bijvullen door de olievulopening. Hoeveelheid en kwaliteit zie ‘technische gegevens’. Vul de olie zoveel mogelijk bij met een trechter of iets dergelijks. l Olievulplug (2) terugplaatsen en vastschroeven. Ververs de olie zolang de motor nog warm is, let op dat hij niet te heet is – kans op brandwonden! 32 agria weidemaaier 5300 5. Onderhoud en reparatie 6A Reinigen van het luchtrooster Na langer gebruik kan het koelsysteem door vuil verstopt raken. Ter vermijding van oververhitting en motorschade: 6 100 h l Reinig het luchtrooster (B/8) regelmatig om oververhitting en schade aan de motor te voorkomen. Controleer het rooster voor iedere ingebruikname. Luchtkoelsysteem Inwendige koelribben en vlakken tenminste iedere 100 bedrijfsuren (bij sterke stofvorming eerder) reinigen. è - Serviceç W De geluidsdemper van de motor wordt tijdens de werkzaamheden zeer heet – geluidsdemper niet aanraken! Uitlaat Omgeving van de uitlaat regelmatig schoonmaken. Haal gras, vuil en brandbare dingen weg. W - Brandgevaar! 5 Voor iedere inbedrijfname controleren. Toerentalbediening De toerentalbediening moet op de juiste manier zijn ingesteld. De motor moet met juist toerental gestart worden, functioneren en worden afgezet. è - Serviceç Al verdere onderhoud en reparatie bij de motor agria weidemaaier 5300 33 5. Onderhoud en reparatie Machine Wormwielaandrijving V l Controleer het transmissieoliepeil voor de eerste inbedrijfname en steeds na 25 bedrijfsuren. l Zet de machine op een vlakke ondergrond (afb. V) en draai de aftapplug (1) eruit. l Oliepeil moet gelijk zijn met de invulopening, evt. transmissieolie bijvullen. l Aftapplug terugplaatsen en vastdraaien. Transmissieolie eens per jaar verversen, bij warme motor. l Voor het aftappen van de olie transmissiedeksel (3) van het transmissiehuis demonteren (twee zeskantige schroeven aan de binnenzijde uitdraaien). l Afgewerkte olie op correcte wijze opvangen en volgens de voorschriften verwerken. l Transmissiedeksel opnieuw monteren, eerst afdichting (2) controleren, evt. vervangen en de afdichtvlakken reinigen. l Machine op een vlakke ondergrond neerzetten en de afdichtplug (1) eruit draaien. l Schone transmissieolie bijvullen (kwaliteit zie ‘technische gegevens’) tot het oliepeil gelijk staat met de invulopening (afb. V). l Afdichtplug terugplaatsen en vastdraaien. W 5 Wielen l Controleer regelmatig de bandenspanning (0,8 bar) van de wielen. De bandenspanning van beide wielen moet gelijk zijn, om probleemloos rijden te kunnen garanderen. l Monteer de wielen met de profielpunten in de rijrichting (van boven op de wielen gezien), zodat de trekprestaties volledig worden benut. l Wielas doorlopend op gras wikkelen controleren, gras verwijderen, evt. door de wielen te demonteren. l Wielasuiteinden (kleine asdiameter) voor het monteren van de wielen, jaarlijks en na iedere reinigingsbeurt met een hogedrukreiniger met biologisch afbreekbaar vet insmeren. 34 agria weidemaaier 5300 5. Onderhoud en reparatie Krukasschijf machines slechts aan Identificatie/machine nr. De maaibalk is één van de meest inten53035153 Maai-inrichting sief gebruikte landbouwwerktuigen. Het spreekt daarom voor zich dat deze zorgvuldig dient te worden onderhouden. l Voor iedere ingebruikname en steeds na 8 bedrijfsuren moeten alle glijdende delen aan het maaimes met biologisch afbreekbaar smeervet worden ingesmeerd of met biologisch afbreekbare smeerolie worden ingeolied. Het lager van de krukasschijf is voorzien van een langdurig blijvende vetkraag. Het lager moet voor de eerste keer, en dan steeds na 25 bedrijfsuren aan de smeernippel (1) met biologisch afbreekbaar smeervet voorzichtig en met weinig vet gesmeerd worden, zodat de afdichtringen aan het lager niet beschadigd worden. Balkendraagtap Balkendraagtaplagering na steeds 25 bedrijfsuren, na iedere maaibalkaanbouw en na iedere reinigingsbeurt met de hogedrukspuit met biologisch afbreekbaar smeervet aan de smeernippel (2) smeren. l Steeds na een half bedrijfsuur moeten alle schroeven en moeren aan het maaiwerk en de maaibalk worden nagetrokken (vooral aan de mesmeenemer). Gebruik bij vervanging van de mesmeenemer-bevestigingsschroeven alleen originele agria-schroeven, er kunnen anders breuken in de messen ontstaan. I 5 5 Maaibalkvergrendeling Maaibalkvergrendeling steeds jaarlijks, en na iedere reinigingsbeurt met de hogedrukreiniger met biologisch afbreekbaar smeervet aan de smeernippel (3) smeren. 5 Reiniging Na ieder gebruik van de maaimachine moet de maaibalk direct grondig met water worden schoongemaakt. Daartoe moeten de maaimessen worden gedemonteerd, zodat het vuil dat zich tussen de messen verzameld heeft, goed kan worden verwijderd. Alle glijdende delen moeten daarna met biologisch afbreekbare smeerolie worden ingeolied, of met biologisch afbreekbaar smeervet worden ingesmeerd. Wanneer de machine langere tijd niet gebruikt wordt, moet de maaibalk met biologisch afbreekbare corrosiewerende olie worden ingespoten. Sneernippels: 1 Krukcilinder (<53035153) 2 Balkdraagtap 3 Maaibalkvergrendeling agria weidemaaier 5300 35 5. Onderhoud en reparatie Maaibalk universeel-SC W universeel-SC Motor afzetten, bougiekabel verwijderen! Beschermings h a n d s c h o e nen dragen! Demontage van het maaimes l bij uitvoering pendelmaaiwerk: klemschroef (c) losmaken en de meshouder (h) omhoog klappen l maaimes met mesmeenemer naar voren toe uittrekken l maaibalk reinigen en licht met biosmeerolie inoliën W Maaimes altijd in de beschermingslijst (j)opbergen! Montage van het maaimes l maaimes van de voorkant met de meeneemboring van de mesmeenemer op de scharniertap schuiven 5 l meshouder naar beneden klappen en klemschroeven (c) bij gelijktijdige druk van de meshouder (h) in de richting van de pijl (f) met een lange ringsleutel zeer stevig aanhalen (70 Nm) l controleren of de mesgeleiding moet worden afgesteld, evt. opnieuw afstellen Afstellen Voor de regulering van de mespositie (d) en de speling (g) l klemschroeven (c) en bevestigingsschroeven (e) losmaken l mesgeleidingen verschuiven; let hierbij op het parallel blijven van de geleidingsdelen l eerst de bevestigingsschroeven (e) en vervolgens de klemschroeven (c) bij gelijktijdige druk van de meshouder (h) in de richting van de pijl (f) met een lange ringsleutel zeer stevig aanhalen (70 Nm) 36 agria weidemaaier 5300 5. Onderhoud en reparatie Maaibalk gemeente-uitvoering meeneemtappen (4) van het maaimes van een beetje smeervet worden voorzien W Instelling van de mesgeleiding Motor afzetten, bougiekabel verwijderen! Beschermingshandschoenen dragen! Demontage van het maaimes l Balanshefboom met de meegeleverde hendel van de meeneemtap (4) heffen en van het mes af zwenken l maaimes naar voren uittrekken l maaibalk reinigen en licht met biosmeerolie inoliën W Maaimes altijd in de beschermingslijst opbergen! Montage van het maaimes l De montage gebeurt in omgekeerde volgorde Onderhoud 55 l Smeren van de smeernippels (11) met bio-smeervet na het maaien en na het reinigen van de maaibalk met water, ten minste echter iedere 8 bedrijfsuren l bij nieuwe balanshefboomgeleidingen bovendien eenmaal na ca. 1 bedrijfsuur smeren l na iedere vervanging van de messen en steeds na 8 bedrijfsuren moeten de l Na 25 bedrijfsuren moet de aandrukkracht van de balanshefboom (ca. 150 N) met behulp van een veerdrukmeter worden gecontroleerd l vergroot of reguleer de aandrukkracht van de balanshefboom: – door de 2 bevestigingsschroeven (7) van het lagerhuis enigszins los te draaien – door de stelschroeven (8) te verdraaien zodat de juiste aandrukkracht van ongeveer 150 N wordt verkregen, en vervolgens de 2 bevestigingsschroeven (7) weer aan te draaien – let er na het losmaken van de schroeven (7) op dat het lagerhuis (9) in een rechte hoek staat ten opzichte van de achterzijde van de balk (5) – let er bovendien op dat de afstand van de naar voren stekende mespunten ten opzichte van de balkpunt in middenpositie ongeveer 4–5 mm bedraagt l de meeneemhulzen (3) of de meeneemtap (4) moeten worden vervangen wanneer de speling tussen de beide delen groter is dan 2 mm of wanneer de meeneemhuls (3) de tapdrager (2) raakt l let er bij de montage van nieuwe spanhulzen (10) op dat de inkepingen steeds naar buiten wijzen! Maaibalk gemeente-uitv. 1 2 3 4 5 7 8 9 10 11 balkpunt tapdrager meeneemhuls meeneemtap achterzijde balk bevestigingsschroef stelschroef lagerhuis spanhulzen smeernippel aandrukkracht veerdrukmeter agria weidemaaier 5300 37 5 5. Onderhoud en reparatie Maaibalk Slijpen van de maaimessen W Veiligheidsbril en -handschoenen dragen Afhankelijk van de intensiteit waarmee de messen worden gebruikt, zijn de messen na 4–20 bedrijfsuren zover afgestompt dat ze geslepen moeten worden. Dat gebeurt met een handslijper met ca. 15.000 tot 20.000 min-1, in combinatie met een komvormige slijptol met een doorsnede van 25 mm en een lengte van ca. 35 mm, of een speciaal slijpapparaat. Het slijpen van de messen is van het grootste belang voor schone en probleemloze maaiwerkzaamheden. I l Er wordt alleen geslepen met de voorkant van de slijptol, vanaf de achterkant van het mes tot de mespunten. l De messen mogen niet warm worden, ze zijn niet meer bruikbaar (zacht) wanneer ze blauw verkleurd zijn. l Messen aan de voorkant niet afronden (P). l Snijvlak niet in bogen slijpen (P). l Slijpbraam met een handslijpsteen verwijderen. Ondermes ESM-universele maaibalk en maaibalk gemeenteuitvoering 5 5 Bovenmes fout geslepen 38 goed geslepen agria weidemaaier 5300 5. Onderhoud en reparatie Veiligheidsschakeling 6A Controleer de veiligheidsschakeling voor iedere ingebruikname en bij iedere onderhoudsbeurt op juist functioneren. l Wanneer de hendel (C/4) wordt losgelaten en de koppeling is geschakeld, dient de motor automatisch tot stilstand te komen. l Elektrische leidingen en stekkers moeten eveneens gecontroleerd worden, eventueel vervangen è - Serviceç C/4 Motor-uit-schakeling 6A Controleer de motor-uit-schakeling voor iedere ingebruikname en bij iedere onderhoudsbeurt op juist functioneren. l Wanneer de schakelaar in positie '0' staat, moet de motor tot stilstand komen. l Elektrische leidingen en stekkers moeten eveneens gecontroleerd worden è - Serviceç 6A Instellingen aan de hendel voor wielschakeling en koppeling 55 1 hendel 2 borgveer 3 uiteinde van de kabel 4 verstelbout Œ Speling en instellingen voor iedere inbedrijfname controleren en evt. bijstellen (vooral bij de inrijperiode na de eerste inbedrijfname of na het vervangen van de V-snaar van de koppeling). Œ1. Borgveer (2) verwijderen, 5 2. kabeluiteinde (3) met de verstelbout (4) uit de houder in de hendel nemen. Verstelbout (4) in- of uitdraaien, tot de afstand ”X” of stationair bij positie 0 beschikbaar is. Ž1. Kabeluiteinde met de verstelbout weer in de hou-  der terughangen, + Ž 2. borgveer (2) monteren. Hendel voor wielschakeling: X = 3–5 mm Hendel voor koppeling: X = 2,5–4 mm, de basisinstelling volgt echter in positie ‘neutraal’, dan moet tussen rubberen schijf ‘II’ en V-snaarschijf ‘I’ een afstand van 2–3 mm aanwezig zijn (zie ‘V-snaarspanning instellen’). agria weidemaaier 5300 39 5. Onderhoud en reparatie Instellen van de V-snaarspanning De V-snaaraandrijving moet worden bijgesteld als de speling aan de koppelingshendel bij positie ‘vooruit rijden’ minder dan 1,5 mm bedraagt.  Œ Snaarbeschermingskap (D/8) verwijderen, hiertoe eerst de bevestigingsmoeren (D/10) verwijderen.  Snaargeleiding (D/7) verwijderen. Ž Koppelingshendel (C/5) in positie ‘neutraal’ zetten (vergrendeling (C/6) ingeklikt).  V-snaarschijf met rubber aandrijf- ’ schijf ‘II’ in de zwenkplaat zo vastschroeven dat de V-snaar bij het achteruit rijden normaal strak gespannen is.  Rubber schijf ‘II’ voor het achteruit 5  rijden door de instelling van de Bowdenkabels in de koppelingshendel (afb. X) zo afstellen, dat de afstand tussen de buitenste diameter van de V-snaarschijf ‘I’ en de buitenste diameter van de rubberen rol ‘II’ 5 mm bedraagt. l Koppelingshendel koppelen voor rijden vooruit. l Spanrol ‘III’ in de richting van de pijl draaien tot de koppelingshendel (in positie vooruitrijden) een speling van 2,5– 4 mm heeft. l Snaargeleiding (D/7) aanbrengen (zie afb. D). l Snaarbeschermingskap (D/8) monteren, koppelingshendel moet in positie ‘vooruit’ geschakeld zijn. W 40 Gebruik alleen originele speciale agria-V-snaren! Machine alleen in gebruik nemen wanneer alle beschermingsinrichtingen in de juiste positie zijn gebracht! agria weidemaaier 5300 5. Onderhoud en reparatie Algemeen Œ Œ Let op het verliezen van brandstof en olie, eventueel opruimen.  Schroeven en moeren regelmatig controleren, eventueel natrekken. Ž Alle glijdende of beweeglijke onderde-  len (bijv. toerentalhendel, hendellager) met biologisch-afbreekbaar vet of olie vet houden. Ž Reiniging Machine Na een schoonmaakbeurt met een hogedrukreiniger moeten de smeerplaatsen aan de machine meteen worden gesmeerd, en de machine dient kort te worden ingeschakeld, zodat het binnengedrongen water eruit geslingerd wordt. 55 èI De lagers moeten voorzien zijn van een vetkraag die de lagers beschermt tegen het binnendringen van vuil, plantensappen en vocht. Motor Reinig de motor met een doekje. Vermijd het afspuiten van de motor met een sterke waterstraal, vocht in het ontstekings- en brandstofsysteem kan leiden tot storingen. agria weidemaaier 5300 41 5 5. Onderhoud en reparatie d) Wielen Stallen Wanneer de machine gedurende langere tijd niet gebruikt wordt: a) Grondige reinigingsbeurt, laklaag bijwerken. b) alle onbeschermde onderdelen, met name de maaibalk met biologischafbreekbare corrosiewerende olie inoliën. c) Motor in conditie houden e) Koppeling l Brandstof volledig aftappen, Maaier altijd met aangetrokken koppelingshendel (vergrendeling ingeklikt) parkeren, er kunnen anders problemen met de koppeling ontstaan als gevolg van corrosievorming. zie Benzine is extreem ontvlambaar en onder bepaalde omstandigheden explosief. Vermijd open vuur en vonken op de werkplek. Niet roken. W Of brandstoftank voltanken en brandstofstabilisator (agria-nr. 79909) bijmengen. 5 Plaats deze op steunblokken zodat de banden niet op de vloer rusten. Luchtbanden gaan snel in kwaliteit achteruit wanneer ze zonder lucht onder belasting staan. - Let op de aanwijzing op de verpakking. f) Machine stallen om sterke corrosievorming te voorkomen: – beschermen tegen weersinvloeden Motor ca. 1 min. laten lopen. l Motorolie verversen. niet stallen in: – vochtige ruimtes l In de bougieopening een theelepel vol (ca. 0,03 l) motorolie gieten. Motor langzaam doordraaien – ruimtes waar kunstmest ligt opgeslagen l Bougie weer inbouwen en trek aan het startkoord tot er een weerstand merkbaar is. Nog iets verder aantrekken. In deze toestand zijn de inlaat- en uitlaatventielen gesloten, waardoor de binnenkant van de motor beter beschermd is tegen roestvorming. – stallen of daarnaast gelegen ruimtes g) Afdekken l De motor om de 2-3 weken langzaam doordraaien (bougiekap verwijderen). 42 agria weidemaaier 5300 Dek de machine af met een dekzeil of iets dergelijks. 6. Storingen opsporen en verhelpen W Let op de veiligheidsaanwijzingen! Laat grotere problemen aan de machine of de motor altijd oplossen door de agria-vakgararage, deze beschikkt over het juiste gereedschap. Ondeskundige hulp kan grote schade veroorzaken. storing mogelijke oorzaak oplossing Motor start niet - Bougiekap is niet aangesloten - Choke-hendel niet in positie CHOKE - Brandstoftank leeg of slechte brandstof - Brandstofleiding verstopt - Bougie defect Bougiekap aansluiten Choke-hendel in positie CHOKE brengen Brandstoftank vullen met schone brandstof Brandstofleiding reinigen Bougie schoonmaken, afstellen of vervangen Bougie drogen, schoonmaken en starten met volgas Bevestigingsschroeven natrekken - Motor teveel brandstof (verzopen) - Valse lucht door losgelaten carburateur en aanzuigleiding Motor hapert af en toe - Motor loopt op choke - Contactkabel zit los - Brandstofleiding verstopt of slechte brandstof - Luchttoevoer in de brandstoftankdop verstopt - Water of vuil in het brandstofsysteem - Luchtfilter verontreinigd - Carburateur verkeerd afgesteld Motor wordt te heet - Te weinig motorolie - Ventilatiesysteem functioneert niet - Luchtfilter is verontreinigd - Carburateur is verkeerd afgesteld 66 pagina 28 27 BM BM Chokehendel in positie BEDRIJF brengen Bougiekap op de bougie vastklemmen, bougiekabel vastklemmen, bougiekab op de bougiekabel vastklemmen Brandstofleiding schoonmaken, schone brandstof tanken Brandstoftankdop vervangen Brandstof aftappen en schone brandstof tanken Luchtfilter schoonmaken of vervangen Carburateur afstellen 28 27 ¬ BM BM Meteen motorolie bijvullen Luchtrooster schoonmaken, koelribben schoonmaken Luchtfilter reinigen Carburateur afstellen ¬ ¬ 32 33 33 BM BM ¬ BM BM Motor haperingen bij hoge toerentallen - Ontsteking te krap afgesteld - Stationair toerental niet correct afgesteld Bougie afstellen Carburateur afstellen Motor slaat bij stationair toerental vaak af - Ontsteking te ruim afgesteld, Bougie defect - Luchtfilter verontreinigd - Carburateur niet correct afgesteld Bougie afstellen of vervangen BM Luchtfilter reinigen Carburateur afstellen BM BM 44 agria weidemaaier 5300 ¬ 6. Storingen opsporen en verhelpen storing mogelijke oorzaak oplossing Motor loopt onregelmatig - Regelstangen zijn verontreinigd, klemmen Regelstangen schoonmaken Motor springt in stoppositie niet af - Motor-uit-schakeling is niet correct Elektrische leidingen en stekkers controleren Motor levert te weinig vermogen - Luchtfilter verontreinigd - Cilinderkop los of afdichting beschadigd - Te weinig compressie Luchtfilter reinigen Cilinderkop aandraaien, afdichting vervangen Motor laten controleren Rijaandrijving of maaiaandrijving komt bij aangetrokken koppeling niet tot stilstand - Koppelingshendel is niet correct ingesteld Koppelingshendel instellen Teveel vibratie - Bevestigingsbouten zijn los - Maaimessen los, verbogen of niet correct ingesteld Bevestigingsbouten natrekken Motor direct afzetten! Maaibalkdrager, mesmeenemer en alle moeren en schroeven nalopen, beschadigde onderdelen vervangen, mesgeleidingen instellen 35 - 37 Messen slijpen mesgeleidingen instellen 38 35 - 37 Ongelijkmatig maaien of er blijft gras tussen de messen zitten - Messen zijn stomp - Mesgeleidingen zijn niet correct ingesteld - Messen zijn niet recht - Messen staan niet op één lijn - Messen liggen niet op elkaar Punten van het - Bovenste mes staat te ver voor onderste mes het onderste mes werken zich in de punten van het bovenste mes Messen demonteren en veranderen of vervangen Messen veranderen of vervangen Maaibalk veranderen Mesgeleidingen instellen pagina BM ¬ 39 BM ¬ ¬ ¬ 39 35, 38 ¬ ¬ ¬ 35 - 37 6 ¬ = Laat dit uitvoeren door een agria-vakgarage! BM = Motor-handleiding agria weidemaaier 5300 45 Elektrisch schakelschema, smeerschema Elektrisch schakelschema 1 Motor 2 Magnetische ontsteking 3 Motor-uit-schakelaar (aan toerentalhendel aan de motorzijde) 5 Schakelaar in de veiligheidsschakelaar 6 Schakelaar in de koppelingshendel bl = blauw br = bruin Smeerschema 1 Motorolie (blz. 30) 2 Transmissieolie (blz. 34) 3 Maaimes (blz. 35) 4 Maaiaandrijving (blz. 35) 5 Hendellager (blz. 41) 5 4 1 6 3 46 2 agria weidemaaier 5300 Lak, slijtageonderdelen agria-bestel nr. Brandstof stabilisator: 799 09 Brandstof stabilisator zak 5g Spuitlak berkengroen Spuitlak rood, RAL 2002 Spuitlak zwart spuitbus spuitbus spuitbus 400 ml 400 ml 400 ml fles 1l Lak: 181 03 712 98 509 68 Bandenpechbescherming 713 13 Banden afdichtgel Terra-S Slijtageonderdelen: 305 65 481 75 481 74 Afdichting transmissiedeksel (wormwieltransmissie) V-snaar voor koppeling V-snaar voor aandrijving rijden achteruit Let op: gebruik alleen de originele agria-V-snaren! Honda motor 761 99 Luchtfilterelement, set 759 99 Bougie NGK BPR6 ES; Bosch WR7DC Robin motor 400 220 Luchtfilterelement, set 681 87 Bougie NGK BR6 HS; Bosch WR7AC Reserveonderdelen: 997 021 997 145 997 077 Weidemaaier 5300 Motoren Honda Motoren Robin agria weidemaaier 5300 47 Onderhouds- en inspectietabel Steeds na bedrijfsuren A Veiligheidsschakelaar functie controleren Hendel speling controleren Luchtfilter controleren Koelluchtzeef reinigen Motoroliepeil controleren, eventueel bijvullen Omgeving van de uitlaat reinigen Maaibalk: alle glijdende delen smeren, ook bij iedere vervanging van de messen min. min. 8 25 50 100 200 3mndl. jaarl. B 39 K K K 39 BM 33 K K 32 K K 33 K K W K krukasschijf smeren Reinigen Schroeven en moeren controleren Transmissieoliepeil controleren K K K K 35 32 32 W Maaibalk: mesgeleiding instellen, speling controleren – ook bij iedere vervanging van de messen Balkendraagtap smeren – ook bij iedere vervanging van de messen Luchtfilterinzet reinigen Brandstoffilter reinigen blz K K Motorolie verversen, eerste keer, verdere keren 6 5 36, 37 K K W K 35 41 41 34 K 35 W K BM BM K Luchtfilter-papier-filterelement vervangen, indien nodig eerder! W BM Bougie reinigen, elektrodenafstand afstellen W BM Koelluchtgrilgeleidingsplaten, koelribben reinigen, indien nodig eerder! W 33 Bougie vervangen Wielasuiteinden invetten Maaibalkvergrendeling smeren K Alle glijdende delen smeren Transmissieolie verversen Brandstofslangen vernieuwen A = B = BM = K = W = * = K K K K 41 W W* voor iedere ingebruikname na iedere reinigingsbeurt Motor-handleiding controle- en onderhoudswerkzaamheden kunnen door de bestuurder zelf worden uitgevoerd servicewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een vakkundige garage na 2 jaar 48 K K BM 34 35 agria weidemaaier 5300 34 BM Aanduiding van de onderdelen Afbeelding C 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Schakelhendel voor maaiwerk Schroefknop voor zijwaartse verstelling stuurstang Motor-uit-schakelaar Veiligheidsschakelhendel Koppelingshendel en vooruit-achteruitschakeling Vergrendeling voor koppelingshendel Schakelhendel voor maaiaandrijving Gereedschapset Verstelhendel voor toerental Vergrendeling voor wielschakelhendel Wielschakelhendel Afbeelding D 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 Snaarspanschijf V-snaaraandrijving voor versnelling vooruit (koppeling) Trillingsdemper Tapeind voor V-snaarbeschermingskap Gat voor V-snaarbeschermingsgreep V-snaaraandrijfschijf (op krukas) V-snaargeleidingsplaat V-snaarbeschermingskap Veerschijf Borgmoer Achteruitrijversnelling rubber schijf V-snaaraandrijving voor versnelling achteruit V-snaaraandrijfschijf (op transmissieas) agria weidemaaier 5300 49 Aanduiding van de onderdelen C D 6 50 agria weidemaaier 5300 Agria-Werke GmbH Bittelbronner Straße 42 D-74219 Möckmühl Tel.: +49 62 98 39-0 Fax: +49 62 98 39-111 E-Mail: [email protected] Internet: www.agria.de Uw agria dealer bij u in de omgeving:
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52

Agria 5300 de handleiding

Type
de handleiding