5546

Agria 5546 de handleiding

  • Hallo! Ik ben een AI-chatbot die speciaal is getraind om je te helpen met de Agria 5546 de handleiding. Ik heb het document al doorgenomen en kan je duidelijke en eenvoudige antwoorden geven.
998 907-A 09.17 Type agria 5546 021 Agria-Werke GmbH • D-74219 Möckmühl • Tel. +49 6298 39-0 • Fax: +49 6298 39-111 • E-Mail: info@agria.de • Internet: www.agria.de 5
Lees deze handleiding aandachtig door
voordat u de machine in gebruik neemt en
volg de instructies nauwkeurig op.
Waarschuwingsteken
Dit symbool treft u aan bij alle passages
die betrekking hebben op uw veiligheid.
Breng ook andere gebruikers op de hoogte
van deze veiligheidsaanwijzingen.
Gebruik conform de
bestemming
Het planeten-maaiwerk is uitsluitend be-
stemd voor gebruik als landbouwmachine,
in de bosbouw en gras- en weiland-
verzorging (gebruik conform de bestem-
ming).
Iedere andere toepassing geldt als niet in
overeenstemming zijnde met het doel waar-
voor de motormaaier gebouwd is. Voor
schade die door ondoelmatig gebruik ver-
oorzaakt wordt, kan de fabrikant niet
aansprakelijk worden gesteld. Dit risico is
geheel en al voor de gebruiker.
De door de fabrikant voorgeschreven
gebruiksvoorschriften, alsmede de voor-
schriften met betrekking tot controle,
onderhoud en reparatie dienen in acht te
worden genomen.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden
gesteld voor schade die ontstaat door ei-
genhandige wijzigingen aan de machine.
Algemene
veiligheidsvoorschriften
Basisprincipe:
De gebruiker dient zich te houden aan alle
voorschriften ter voorkoming van ongeval-
len, alsmede aan de algemeen geldende
regels wat betreft veiligheid, arbeids-
geneeskunde en wegverkeer.
Bij gebruik van openbare wegen dienen de
geldende verkeersbepalingen in acht te
worden genomen.
Controleer voor ingebruikname van de
motormaaier altijd eerst de verkeers- en
bedrijfsveiligheid.
De motormaaier mag slechts gebruikt, on-
derhouden en gerepareerd worden door
personen die over de nodige kennis
beschikken en van de risico’s op de hoogte
zijn.
Personen beneden de 16 jaar mogen de
machine niet bedienen!
Werk alleen bij goed zicht en voldoende
licht.
De bestuurder moet goed aansluitende
werkkleding dragen. Wijde kledingstukken
dienen vermeden te worden. Draag altijd
stevige schoenen!
De waarschuwings- en instructiebordjes op
de machine geven belangrijke aanwijzingen
voor veilig gebruik. Volg deze aanwijzingen
nauwkeurig op, in het belang van uw eigen
veiligheid!
Zet de motor af wanneer u de machine
transporteert van en naar de werkplek.
Blijf altijd op een veilige afstand van
draaiende werktuigen!
Voorzichtig met nalopende werktuigen.
Wachten tot het werktuig helemaal stil staat!
Bij werkzaamheden met extern aangedre-
ven machineonderdelen bestaat de kans
op beknellingen en andere verwondingen!
Het is niet toegestaan tijdens de werkzaam-
heden mee te rijden op de motormaaier.
Aangebouwde werktuigen en ladingen heb-
ben invloed op het rijdrag en het stuur- en
remvermogen van de machine. Let op vol-
doende stuur- en remmogelijkheden. Pas
uw werksnelheid aan aan de omstandig-
heden.
Instelling van het motortoerental niet ver-
anderen. Een verhoogd toerental vergroot
de kans op ongelukken.
Arbeids- en gevarenbereik
De gebruiker is op de werkplek tegenover
derden verantwoordelijk.
Blijf buiten het gevarenbereik van de motor-
maaier.
Controleer voor het starten en wegrijden
de omgeving van de motormaaier. Let
vooral op kinderen en dieren!
Voordat met de werkzaamheden begonnen
wordt, dienen obstakels uit de weg te wor-
den geruimd. Let ook tijdens de
werkzaamheden op obstakels en haal ze
tijdig weg.
Bij werkzaamheden op omheinde plaatsen
dient de veiligheidsafstand tot de omheining
in acht genomen te worden, zodat de ma-
chine niet beschadigd wordt.
Bediening en
veiligheidsmaatregelen
Voor de werkzaamheden
Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van
alle installaties en bedieningscomponenten,
alsmede van het functioneren ervan. In het
bijzonder dient u te weten hoe u de motor
in geval van nood snel en veilig afzet.
Controleer of alle veiligheidsmaatregelen
zijn getroffen en in de juiste positie zijn ge-
bracht.
Wanneer de aftakas niet gebruikt wordt,
dient deze met een beschermingskap te zijn
afgedekt.
Starten
Start de motor niet in afgesloten ruimtes.
De uitlaatgassen bevatten koolmonoxide,
dat zeer giftig is wanneer het ingeademd
wordt.
Voor het starten van de motor dienen alle
bedieningselementen in stand ‘neutraal’ te
worden gezet.
Voor het starten van de motor niet vóór de
motormaaier of het aanbouwwerktuig gaan
staan.
Gebruik geen starthulpvloeistof in combi-
natie met elektrische startkabels. Explosie-
gevaar!
Tijdens de werkzaamheden
Tijdens de werkzaamheden mag de stuurs-
tang nooit worden losgelaten.
Bedieningsstang tijdens de werkzaamhe-
den nooit verstellen – ongevalsrisico!
Neem bij alle werkzaamheden met de
motormaaier die afstand van de machine
in acht, waartoe u door de stuurstang
gedwongen wordt, vooral bij het nemen van
bochten!
Het is niet toegestaan tijdens de werkzaam-
heden en het transport op de machine mee
te rijden.
Wanneer het maaiwerk aan het aanbouw-
werktuig vast zit, moet de motor worden
afgezet en dient het maaiwerk en het
aanbouwwerktuig met passend gereed-
schap te worden schoongemaakt.
Indien de motormaaier of het aanbouw-
werktuig beschadigd is, moet de machine
onmiddellijk worden gestopt en de motor
worden afgezet. Laat de schade direct her-
stellen!
Bij een defect aan de stuurinrchting de
motormaaier meteen stoppen en de motor
afzetten. Laat het defect direct repareren!
Wanneer op hellend terrein wordt gewerkt
verdient het aanbeveling, dat een tweede
1. Veiligheidstechnische aanwijzingen
Symbolen
W
waarschuwingsteken.
Vindt u bij passages die
betrekking hebben op uw
veiligheid.
belangrijke informatie
veiligheidsbril dragen
veiligheidshandschoenen dragen
smeren met de handvetspuit
maaiaandrijving
wielaandrijving
vooruit
achteruit
rem
parkeerrem
geopend (ontgrendeld)
gesloten (vergrendeld)
zichtcontrole
snijhoogte hoog
snijhoogte diep
draaien met de klok mee
draaien tegen de klok in
agria-Service = Laat dit uitvoeren
door een agria-vakgarage!
persoon de machine met een trekkabel of
een trekstang vasthoudt, om te voorkomen
dat de machine wegschuift. De begeleider
moet zich heuvelopwaarts van de machine
bevinden en dient voldoende afstand te
houden tot de werktuigen!
Werk indien mogelijk dwars op de helling!
Beëindigen van de
werkzaamheden
Laat de motormaaier nooit onbeheerd ach-
ter als de motor nog loopt.
Zet de motor af voordat u de motormaaier
verlaat.
Tref de nodige voorzorgsmaatregelen om
gebruik door onbevoegden te verhinderen.
Haal de contactsleutel uit het contact
(indien aanwezig) of trek de bougiekap
eruit.
Aanbouwwerktuigen
Koppel de aanbouwwerktuigen uitsluitend
aan bij afgezette motor en uitgeschakelde
aandrijving.
Gebruik passend gereedschap en draag al-
tijd veiligheidshandschoenen als u
aanbouwwerktuigen of onderdelen ervan
vervangt.
Breng de steunen bij het monteren en de-
monteren in de juiste positie en zorg ervoor
dat het werktuig niet kan wegkantelen.
Bij het aankoppelen van de werktuigen is
grote voorzichtigheid geboden.
Koppel aanbouwwerktuigen uitsluitend aan
de daarvoor bestemde inrichtingen, volgens
de voorschriften.
Indien u de werkplek verlaat, motormaaier
en aanbouwwerktuig beveiligen tegen weg-
rollen. Voorkom gebruik door onbevoegden.
Monteer eventueel de transport- of
beschermingsinrichting en zet deze in de
veiligheidsstand.
Maai-inrichting
De scherpe kant van de maaibalk kan bij
onoplettendheid aanzienlijke verwondingen
veroorzaken. Verwijder daarom de schut-
latten van de messen alleen tijdens het
maaien en plaats ze na het maaien direct
weer op de juiste manier terug.
Tijdens transport en opslag dienen de
schutlatten altijd op de messen te zijn
gemonteerd; op de vingerbalk moeten
bovendien de spanveren worden ingehaakt.
Transporteer de gedemonteerde maaibalk
niet zonder schutlat.
Bescherm de messen met de schutlatten
voordat de maaibalk gemonteerd en gede-
monteerd wordt.
Let er bij het vervangen van de messen en
het losmaken en vastdraaien van de mes-
meenemers op dat de schroefbeweging van
de richting van de snijkanten af beweegt.
Draag bij het slijpen van de messen een
veiligheidsbril en handschoenen.
Gewichten
Breng de gewichten altijd aan volgens de
voorschriften aan de daarvoor bestemde
bevestigingspunten.
Onderhoud en reiniging
Pleeg geen onderhouds- en reinigings-
werkzaamheden aan de machine met
lopende motor.
Bij werkzaamheden aan de motor dient de
bougiekap altijd te worden verwijderd.
Zijn bepaalde beschermingsinrichtingen of
werktuigen aan slijtage onderhevig, dan
moeten deze regelmatig gecontroleerd en
eventueel vervangen worden!
Beschadigde messen moeten vervangen
worden!
Gebruik bij het vervangen van de messen
passend gereedschap en veiligheidshand-
schoenen.
Reparatiewerkzaamheden zoals lassen,
slijpen, boren enz. mogen niet aan dragen-
de, veiligheidstechnische onderdelen (bijv.
aanhanginrichtingen) worden uitgevoerd!
Zorg ervoor dat de motormaaier en de aan-
bouwwerktuigen schoon blijven, om brand-
gevaar te vermijden.
Moeren en schroeven regelmatig controle-
ren of ze vast zitten en eventueel aandraai-
en.
Na de onderhouds- en reinigingswerkzaam-
heden dienen de beschermingsinrichtingen
weer te worden aangebracht en in oor-
spronkelijke positie te worden terugge-
bracht.
Altijd originele agria-reserveonderdelen
gebruiken. Andere reserveonderdelen moe-
ten kwalitatief gelijkwaardig zijn en overeen-
komen met de door de firma agria vastge-
legde technische eisen.
Beschrijving van de
waarschuwingssymbolen
Voor reinigings-, onderhouds- en reparatie-
werkzaamheden motor afzetten en bougie-
kap eruit trekken.
Houd bij lopende motor voldoende afstand
van het bereik van de maaiwerktuigen!
Planetenmaai-inrichting
Noodzakelijke maaiwerkkappen:
agria 3400 ............................ 3446 031
agria 3900 ............................ 3946 621
agria 5500 ............................ 5546 031
agria 5500 KL en Grizzly ..... 5546 041
agria 5900 Bison en Taifun .. 5946 041
agria 5900 Bison, Taifun en Cyclone .
> 10.2014 ......................... 5946 042
Noodzakelijke aanbouwartikelen:
bij agria 3900 ......... adapter 3955 011
Centraalaangedreven
planetenmaaiwerk
Slaghoogte: .............................. 85 mm
Aanslagnok .............................. 45 mm
met overbelastingsbeveiliging
Te gebruiken maaibalken:
– vingerbalk ................. 5546 011; 021
– gemeente-uitvoering . 5546 411; 421
– universeel-SC ........... 5546 811; 821
1 tapeind aan de
basismachine
2 ring 8,3 x 22 x 2,5
3 maaiwerkkapdrager
4 borgring 8
5 zeskantige moer M 8
6 dopmoer
Aanbouw van de
maai-inrichting
De maai-inrichting moet aan de
betreffende basismachine worden
aan- en afgebouwd volgens de
aanwijzingen zoals beschreven in
de handleiding van de basis-
machine.
Bij type 3400:
Voor de aanbouw moet de maai-
werkkapdrager (3) (wordt met de
maaiwerkkap meegeleverd) aan
de achterbehuizing van de basis-
machine worden gemonteerd.
Bij type 3900:
Voor de aanbouw moeten de
adapter (2) en de maaiwerkkap-
drager (9) aan het planetenmaai-
werk worden gemonteerd (zie
beschrijving handleiding van de
basismachine).
Toebehoor voor maaibalk:
Maaiwerk extra
gewicht
1 extra gewicht
artikel 3446 911
incl. 2 – 4
2 buisklem
3 inbusbout
4 borgring
Maaibalk extra gewicht
Wanneer het gewicht van de maai-
balk bij werkzaamheden op hellin-
gen onvoldoende blijkt (vooral bij
universele balken), kunnen extra
gewichten (artikel nr. 5547 931)
worden gemonteerd, in plaats van
buitenste glijzolen.
Er kan ook een tweede paar extra
gewichten worden gemonteerd, in
plaats van de loopschoenen; hier-
voor is een langere zeskantbout M
8 x 45 nodig.
Grasverdeler
speciale
uitvoering
voor extreme
maai-
omstandigheden
agria-nr. 774 04
2. Technische gegevens
Aanslagnok 45 mm
Slaghoogte 85 mm
Handleiding nr. NL 998 907-A 09.17
Lees eerst de handleiding voordat u de machine in gebruik neemt.
Volg veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen nauwkeurig op!
De technische gegevens, afbeeldingen en maten in deze handleiding zijn niet
bindend. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld. Wij behouden ons het
recht voor veranderingen aan te brengen, zonder deze handleiding te wijzigen.
4720a
Aanbouw-Planetenmaaiwerk
5546 021
Handleiding
Vertaling van het oorspronkeijke handleiding
998 907-A 09.17 Type agria 5546 021 Agria-Werke GmbH • D-74219 Möckmühl • Tel. +49 6298 39-0 • Fax: +49 6298 39-111 • E-Mail: info@agria.de • Internet: www.agria.de 6
M 8 = 23 Nm
M12 = 76 Nm
1 a
1 b
2
3
1 maaiwerkkap
2 planetenmaaiwerk
3 zeskantbout M 8 x 22; 2 x
4 zeskantbout M 8 x 16; 2 x
5 borgring; 4 x
6 mesmeenemer voor univ. maaibalk
en maaibalk gemeente-uitvoering
7 zeskantbout M 8 x 20; 2 x
8 borgring; 2 x
9 mesmeenemer voor vingermaaibalk
10 grasverdeler
11 borgring; 2 x
12 zeskantbout M 8 x 16; 2 x
13 zeskantbout M 12 x 30; 4 x
14 veerring, geribbeld; 4 x
15 zeskantbout M 12; 4 x
16 maaibalk
17 mesbeschermlijst
I
De maaibalk is één van de
zwaarst belaste werktuigen in de
landbouw. Het spreekt daarom vanzelf
dat de maaibalk uiterst zorgvuldig moet
worden onderhouden en afgesteld.
3.1 Aanbouw van de maaibalk
Motor afzetten,
bougiestekker
verwijderen!
Veiligheids-
handschoenen
dragen!
1 zeskantmoeren
2 loopschoenen
1 Mesmeenemer aan
de maaibalk monteren
a) Universeel-SC en
maaibalk gemeente-
uitvoering (pos. 3 – 6)
b) vingermaaibalk
(pos. 7 – 9)
2 maaibalk (16) aan
het planetenmaaiwerk
(2) monteren
– universele maaibalk
en vingermaaibalk
(pos. 13 – 15)
– maaibalk gemeente-
uitvoering
(pos. 13 – 14)
3 grasverdeler (10)
monteren
3.2 Afbouw van de maaibalk
in omgekeerde volgorde
3.3 Aanbouw van de
maaiwerkkap
Maaiwerkkap met het voorste klem-
rubber (1) op de kogelkop plaatsen
achterste klemrubbers (2) op de
kogelkoppen van de maaibalkdrager
drukken
3.4 Afbouw van de
maaiwerkkap
in omgekeerde volgorde
3.5 Maaimes vervangen
I
Beschrijving
zie bijgevoeg-
de handleiding voor maaibalk
W
Motor afzetten, bougiestek-
ker verwijderen!
Veiligheidshandschoenen dragen!
3.6 Maaibalk-
loopschoenen
Om beschadiging van het maaimes
door stenen en dergelijke te voorkomen,
zijn afhankelijk van de uitvoering van de
maaibalk (of extra toebehoor) in hoogte
verstelbare loopschoenen aangebracht.
Hoogteverstelling:
Zeskantmoeren (1) losmaken
maaibalk enigszins optillen en loop-
schoen (2) verstellen
zeskantmoeren (1) vastdraaien
I
Alle loopschoenen moeten op
gelijke hoogte worden afgesteld.
I
1.
2.
I
1.
2.

Wanneer de machine
gereinigd moet wor-
den, moet uit veilig-
heidsoverwegingen de motor worden
afgezet en de bougiestekker worden
verwijderd.
Na de maaiwerkzaamheden direct
mesbeschermlijst aanbrengen!
gevarenzone
maaien op
vlak terrein
maaien op
hellingen
4.1 Maaien
Aanslagnok smeren
mesbeschermlijst verwijderen
maaibalk smeren
motor starten zoals beschreven
onder ‘Ingebruikname’ van de basis-
machine
afhankelijk van de werkzaamhe-
den de juiste versnelling inschakelen
maaiaandrijving inschakelen
rijaandrijving in positie ‘vooruit’
schakelen
evt. centrale rem ontgrendelen
langzaam koppelen en tegelijker-
tijd gas geven
I
Na het beëindigen van de
maaiwerkzaamheden of bij
verstoppingen:
rijaandrijving in positie ‘stationair’
schakelen; de maaier blijft staan, het
maaimes blijft in beweging waardoor
de maaibalk vrijgeschud wordt.
4.2 Gevarenzone
W
Tijdens het starten en de
werkzaamheden mogen zich
geen personen binnen de gevaren-
zone bevinden.
4.3 Maaien op hellingen
W
Wanneer op hellend terrein
wordt gewerkt verdient het
aanbeveling, dat een tweede per-
soon de machine met een trek-
kabel of een trekstang vasthoudt,
om te voorkomen dat de machine
wegschuift. De begeleider moet
zich heuvelopwaarts van de
machine bevinden en dient vol-
doende afstand te houden tot de
werktuigen!
Altijd zoveel mogelijk dwars op de
helling werken!
Motor starten op de helling
Maaiaandrijving en rijaandrijving
in ingeschakelde toestand laten; rem-
werking
parkeerrem aantrekken (indien
aanwezig)
koppelingshendel en veiligheids-
schakelaar in bedrijfspositie brengen
motor starten
speling aanslagnok
Afstandsplaten-onderdelenset 632 21
8 h
50 h
10 Nm
50 h
8 h
5. Onderhoud en reparatie
Motor afzetten, bougiestekker verwijde-
ren!
Bij eerste ingebruikname en bij iedere
vervanging van de messen na ongeveer
15 30 arbeidsminuten en dan steeds
na 4 bedrijfsuren alle bouten en moeren
aan het maaiwerk en de maaibalk aanha-
len (vooral aan de balkbevestiging, aan
de mesmeenemer en aan de maai-
werkaansluiting).
5.1 Planetenmaaiaandrijving
Aanslagnok aan de smeernippel voor
iedere ingebruikname na steeds 8 bedrijf-
suren smeren, tot een duidelijke vetkraag
zichtbaar is bescherming tegen binnen-
dringen van water en vuil
planeetwieltransmissie na steeds
50 bedrijfsuren (4 slagen met de handvet-
spuit)
pendellager na steeds 50 bedrijfsuren
smeren, tot een duidelijke vetkraag zicht-
baar is – bescherming tegen binnendrin-
gen van water en vuil
Er mogen uitsluitend lithiumverzeepte
vetten K2 DIN 51502 worden gebruikt.
Aanbevolen wordt: DEA “Paragon EP1”;
Mobilgrease MB2; Glisando EP2; ARAL
HL2 of LF2; ESSO Beacon EP2
5.2 Mesmeenemer met
verwisselbare afstandhouders
De speling tussen de aandrijfnok en de
mesmeenemer bedraagt maximaal
0,3 mm, wanneer de machine nieuw is. Als
de speling > 0,5 mm: één van de beide
afstandhouders vervangen, bij herhaling
van het probleem moet ook de tegenover-
liggende afstandhouder worden vervan-
gen.
I
Bevestigingsbouten M 6 x 16 mo-
gen niet naar binnen uitsteken.
5.3 Reiniging
Maaibalk
Na de maaiwerkzaamheden moet de
maaibalk direct grondig met water worden
schoongemaakt. Daarvoor dient het
maaimes te worden gedemonteerd, zodat
het vuil dat zich tussen de messen heeft
verzameld, gemakkelijk kan worden
verwijderd. Alle glijdende onderdelen
moeten vervolgens met bio-smeerolie of
met bio-smeervet worden ingevet.
W
Mesbeschermlijst aanbrengen!
Maaiaandrijving en machine
Na een reinigingsbeurt met de hogedruk-
reiniger moet de zwenkarmlagering van
het maaiwerk en de andere smeer-
plaatsen aan de machine direct worden
gesmeerd. Bovendien moet de machine
korte tijd in gebruik worden genomen,
zodat het binnengedrongen water eruit
geslingerd wordt. De lagers moeten zijn
voorzien van een vetkraag die de lagers
beschermt tegen het binnendringen van
vuil, plantensappen en water.
Bovenmes Ondermes EMS-
universele
maaibalk
en maaibalk ge-
meente-uitvoering
fout geslepen juist geslepen
5.4 Algemeen
Schroeven en moeren
regelmatig controleren of
ze vastzitten, evt. aanhalen
alle glijdende en be-
weeglijke onderdelen met
smeervet of bio-smeerolie
smeren
5.5 Stalling
Wanneer de machine langere tijd niet
wordt gebruikt:
de machine grondig reinigen
lak bijwerken
machine en maaiwerk smeren en kort
in gebruik nemen
blanke onderdelen met biologische
anti-corrosieolie inspuiten
W
Mesbeschermlijst aanbrengen!
5.6 Maaibalk
I
Onderhoud en reparatie
zie bijbehorende handlei-
ding voor maaibalk
Slijpen van de maaimessen
Veiligheidsbril en -handschoenen
dragen
Afhankelijk van de intensiteit waarmee
de maaimessen worden gebruikt, zijn
de messen na 4 – 20 bedrijfsuren
zover afgestompt dat ze geslepen
moeten worden.
Dit gebeurt met een handslijper met ca.
15.000 tot 20.000 min
-1
, in combinatie
met een komvormige slijptol, Ø 25 mm,
lengte ca. 35 mm, of een speciaal
slijpapparaat.
I
Het slijpen van de maaimessen
is van het grootste belang voor
schone en probleemloze maai-
werkzaamheden.
Er wordt alleen geslepen met de
voorkant van de slijptol, vanaf de ach-
terkant van het mes tot de mespunten
de messen mogen niet warm wor-
den, ze zijn niet meer bruikbaar (zacht),
wanneer ze blauw verkleurd zijn
messen aan de voorkant niet afron-
den (p)
snijvlak niet in bogen slijpen (P)
slijpbraam met een handslijpsteen
verwijderen
storing mogelijke oorzaak oplossing
Teveel vibratie
Bevestigingsbouten zijn
los
Bevestigingsbouten
natrekken
Maaiprestaties nemen af Messen zijn stomp Messen vervangen of slijpen
Messen zijn stomp Messen vervangen of slijpen
Messen zijn niet recht
Messen demonteren en
veranderen
agria-Service
Messen staan niet op
één lijn
Messen veranderen
agria-Service
Onderste armen
verbogen
agria-Service
Punten van het onderste
mes werken zich in de
punten van het
bovenste mes
Bovenste mes staat te
ver voor het onderste
mes
Mesgeleidingen instellen
Snijvlakken liggen niet
op elkaar
Snijvlekken of messen
verbogen, achterkant
messen verdraaid
Controleer of de messen
recht zijn, evt. veranderen,
tot ook de snijvlakken op één
lijn staan
=
agria-Service
=
6. Storingen opsporen en verhelpen
Er blijft gras tussen de
messen zitten
3. Machine- en bedieningselementen 4. Ingebruikname 5. Onderhoud en reparatie 5. Onderhoud en reparatie 6. Storingen opsporen
1/6