Agria 3546 de handleiding

Type
de handleiding
998 942-B agria-type 3546 011 + 3646 011 agria-Werke GmbH • D-74215 Möckmühl • Tel. +49/(0)6298/39-0 • Fax +49/(0)6298/39-111 • e-mail: [email protected] • Internet: www.agria.de 5
Lees deze handleiding aandachtig door
voordat u de machine in gebruik neemt en
volg de instructies nauwkeurig op.
Waarschuwingsteken
Dit symbool treft u aan bij alle passages
die betrekking hebben op uw veiligheid.
Breng ook andere gebruikers op de hoogte
van deze veiligheidsaanwijzingen.
Gebruik conform de
bestemming
Het aanbouw-maaiwerk is uitsluitend be-
stemd voor gebruik als landbouwmachine,
in de bosbouw en gras- en weiland-
verzorging (gebruik conform de bestem-
ming).
Iedere andere toepassing geldt als niet in
overeenstemming zijnde met het doel waar-
voor de motormaaier gebouwd is. Voor
schade die door ondoelmatig gebruik ver-
oorzaakt wordt, kan de fabrikant niet
aansprakelijk worden gesteld. Dit risico is
geheel en al voor de gebruiker.
De door de fabrikant voorgeschreven
gebruiksvoorschriften, alsmede de voor-
schriften met betrekking tot controle,
onderhoud en reparatie dienen in acht te
worden genomen.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden
gesteld voor schade die ontstaat door ei-
genhandige wijzigingen aan de machine.
Algemene
veiligheidsvoorschriften
Basisprincipe:
De gebruiker dient zich te houden aan alle
voorschriften ter voorkoming van ongeval-
len, alsmede aan de algemeen geldende
regels wat betreft veiligheid, arbeids-
geneeskunde en wegverkeer.
Bij gebruik van openbare wegen dienen de
geldende verkeersbepalingen in acht te wor-
den genomen.
Controleer voor ingebruikname van de
motormaaier altijd eerst de verkeers- en
bedrijfsveiligheid.
De motormaaier mag slechts gebruikt, on-
derhouden en gerepareerd worden door
personen die over de nodige kennis
beschikken en van de risico’s op de hoogte
zijn.
Personen beneden de 16 jaar mogen de
machine niet bedienen!
Werk alleen bij goed zicht en voldoende
licht.
De bestuurder moet goed aansluitende
werkkleding dragen. Wijde kledingstukken
dienen vermeden te worden. Draag altijd
stevige schoenen!
De waarschuwings- en instructiebordjes op
de machine geven belangrijke aanwijzingen
voor veilig gebruik. Volg deze aanwijzingen
nauwkeurig op, in het belang van uw eigen
veiligheid!
Zet de motor af wanneer u de machine
transporteert van en naar de werkplek.
Blijf altijd op een veilige afstand van
draaiende werktuigen!
Voorzichtig met nalopende werktuigen.
Wachten tot het werktuig helemaal stil staat!
Bij werkzaamheden met extern aangedre-
ven machineonderdelen bestaat de kans op
beknellingen en andere verwondingen!
Het is niet toegestaan tijdens de werkzaam-
heden mee te rijden op de motormaaier.
Aangebouwde werktuigen en ladingen heb-
ben invloed op het rijdrag en het stuur- en
remvermogen van de machine. Let op vol-
doende stuur- en remmogelijkheden. Pas
uw werksnelheid aan aan de omstandighe-
den.
Instelling van het motortoerental niet ver-
anderen. Een verhoogd toerental vergroot
de kans op ongelukken.
Arbeids- en gevarenbereik
De gebruiker is op de werkplek tegenover
derden verantwoordelijk.
Blijf buiten het gevarenbereik van de motor-
maaier.
Controleer voor het starten en wegrijden de
omgeving van de motormaaier. Let vooral
op kinderen en dieren!
Voordat met de werkzaamheden begonnen
wordt, dienen obstakels uit de weg te wor-
den geruimd. Let ook tijdens de
werkzaamheden op obstakels en haal ze
tijdig weg.
Bij werkzaamheden op omheinde plaatsen
dient de veiligheidsafstand tot de omheining
in acht genomen te worden, zodat de ma-
chine niet beschadigd wordt.
Bediening en
veiligheidsmaatregelen
Voor de werkzaamheden
Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van
alle installaties en bedieningscomponenten,
alsmede van het functioneren ervan. In het
bijzonder dient u te weten hoe u de motor
in geval van nood snel en veilig afzet.
Controleer of alle veiligheidsmaatregelen
zijn getroffen en in de juiste positie zijn ge-
bracht.
Wanneer de aftakas niet gebruikt wordt,
dient deze met een beschermingskap te zijn
afgedekt.
Starten
Start de motor niet in afgesloten ruimtes.
De uitlaatgassen bevatten koolmonoxide,
dat zeer giftig is wanneer het ingeademd
wordt.
Voor het starten van de motor dienen alle
bedieningselementen in stand ‘neutraal’ te
worden gezet.
Voor het starten van de motor niet vóór de
motormaaier of het aanbouwwerktuig gaan
staan.
Gebruik geen starthulpvloeistof in combi-
natie met elektrische startkabels. Explosie-
gevaar!
Tijdens de werkzaamheden
Tijdens de werkzaamheden mag de stuurs-
tang nooit worden losgelaten.
Bedieningsstang tijdens de werkzaamhe-
den nooit verstellen – ongevalsrisico!
Neem bij alle werkzaamheden met de
motormaaier die afstand van de machine
in acht, waartoe u door de stuurstang
gedwongen wordt, vooral bij het nemen van
bochten!
Het is niet toegestaan tijdens de werkzaam-
heden en het transport op de machine mee
te rijden.
Wanneer het maaiwerk aan het aanbouw-
werktuig vast zit, moet de motor worden
afgezet en dient het maaiwerk en het
aanbouwwerktuig met passend gereed-
schap te worden schoongemaakt.
Indien de motormaaier of het aanbouw-
werktuig beschadigd is, moet de machine
onmiddellijk worden gestopt en de motor
worden afgezet. Laat de schade direct her-
stellen!
Bij een defect aan de stuurinrchting de
motormaaier meteen stoppen en de motor
afzetten. Laat het defect direct repareren!
Wanneer op hellend terrein wordt gewerkt
verdient het aanbeveling, dat een tweede
persoon de machine met een trekkabel of
een trekstang vasthoudt, om te voorkomen
dat de machine wegschuift. De begeleider
moet zich heuvelopwaarts van de machine
bevinden en dient voldoende afstand te hou-
den tot de werktuigen!
Werk indien mogelijk dwars op de helling!
Beëindigen van de
werkzaamheden
Laat de motormaaier nooit onbeheerd ach-
ter als de motor nog loopt.
Zet de motor af voordat u de motormaaier
verlaat.
Tref de nodige voorzorgsmaatregelen om
gebruik door onbevoegden te verhinderen.
Haal de contactsleutel uit het contact (indien
aanwezig) of trek de bougiekap eruit.
Aanbouwwerktuigen
Koppel de aanbouwwerktuigen uitsluitend
aan bij afgezette motor en uitgeschakelde
aandrijving.
Gebruik passend gereedschap en draag al-
tijd veiligheidshandschoenen als u
aanbouwwerktuigen of onderdelen ervan
vervangt.
Breng de steunen bij het monteren en de-
monteren in de juiste positie en zorg ervoor
dat het werktuig niet kan wegkantelen.
Bij het aankoppelen van de werktuigen is
grote voorzichtigheid geboden.
Koppel aanbouwwerktuigen uitsluitend aan
de daarvoor bestemde inrichtingen, volgens
de voorschriften.
Indien u de werkplek verlaat, motormaaier
en aanbouwwerktuig beveiligen tegen weg-
rollen. Voorkom gebruik door onbevoegden.
Monteer eventueel de transport- of
beschermingsinrichting en zet deze in de
veiligheidsstand.
Maai-inrichting
De scherpe kant van de maaibalk kan bij
onoplettendheid aanzienlijke verwondingen
veroorzaken. Verwijder daarom de schut-
latten van de messen alleen tijdens het
maaien en plaats ze na het maaien direct
weer op de juiste manier terug.
Tijdens transport en opslag dienen de
schutlatten altijd op de messen te zijn
gemonteerd; op de vingerbalk moeten
bovendien de spanveren worden ingehaakt.
Transporteer de gedemonteerde maaibalk
niet zonder schutlat.
Bescherm de messen met de schutlatten
voordat de maaibalk gemonteerd en gede-
monteerd wordt.
Let er bij het vervangen van de messen en
het losmaken en vastdraaien van de mes-
meenemers op dat de schroefbeweging van
de richting van de snijkanten af beweegt.
Draag bij het slijpen van de messen een
veiligheidsbril en handschoenen.
Gewichten
Breng de gewichten altijd aan volgens de
voorschriften aan de daarvoor bestemde
bevestigingspunten.
Onderhoud en reiniging
Pleeg geen onderhouds- en reinigings-
werkzaamheden aan de machine met
lopende motor.
Bij werkzaamheden aan de motor dient de
bougiekap altijd te worden verwijderd.
Zijn bepaalde beschermingsinrichtingen of
werktuigen aan slijtage onderhevig, dan
moeten deze regelmatig gecontroleerd en
eventueel vervangen worden!
Beschadigde messen moeten vervangen
worden!
Gebruik bij het vervangen van de messen
passend gereedschap en veiligheids-
handschoenen.
Reparatiewerkzaamheden zoals lassen, slij-
pen, boren enz. mogen niet aan dragende,
veiligheidstechnische onderdelen (bijv.
aanhanginrichtingen) worden uitgevoerd!
Zorg ervoor dat de motormaaier en de
aanbouwwerktuigen schoon blijven, om
brandgevaar te vermijden.
Moeren en schroeven regelmatig controle-
ren of ze vast zitten en eventueel
aandraaien.
Na de onderhouds- en reinigings-
werkzaamheden dienen de beschermings-
inrichtingen weer te worden aangebracht en
in oorspronkelijke positie te worden
teruggebracht.
Altijd originele agria-reserveonderdelen ge-
bruiken. Andere reserveonderdelen moeten
kwalitatief gelijkwaardig zijn en
overeenkomen met de door de firma agria
vastgelegde technische eisen.
Beschrijving van de
waarschuwingssymbolen
Voor reinigings-, onderhouds- en reparatie-
werkzaamheden motor afzetten en bougie-
kap eruit trekken.
Houd bij lopende motor voldoende afstand
van het bereik van de maaiwerktuigen!
&
Handleiding nr. NL 998 942-B 06-07
Lees eerst de handleiding voordat u de machine in gebruik neemt.
Volg veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen nauwkeurig op!
2141_1
De technische gegevens, afbeeldingen en maten in deze handleiding zijn niet
bindend. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld. Wij behouden ons het
recht voor veranderingen aan te brengen, zonder deze handleiding te wijzigen.
1. Veiligheidstechnische aanwijzingen 2. Technische gegevens
Symbolen
W
waarschuwingsteken.
Vindt u bij passages die
betrekking hebben op uw
veiligheid.
belangrijke informatie
veiligheidsbril dragen
veiligheidshandschoenen dragen
smeren met de handvetspuit
maaiaandrijving
wielaandrijving
vooruit
achteruit
voor agria type 3500 en 3600
Maai-inrichting
art.-nr. 3546 011
Voor aanbouw aan agria-Type 3500
Centraalaangedreven pendelmaaiwerk-
aandrijving
Slag ......................................... 58 mm
Toerental .............................923 min-1
Montagetap.......................... Ø 45 mm
Gewicht ............................... ca. 9,0 kg
Noodzakelijk toebehoor:
universele-maaibalk............................
97 cm ....................... art.-nr. 3547 551
Aanbouwen aan de basismachine
De montage en demontage van het maaitoestel mag enkel gebeuren
terwijl de motor stilstaat. De aanbouwwerktuigen vastzetten, zodat
ze niet kunnen wegrollen. Tijdens de montage op de knelpunten letten.
Het monteren en demonteren dient te gebeuren op een effen, stabiele
bodem.
l
Het toestel mag gemonteerd of gedemonteerd worden terwijl de maaibalk eraan
gekoppeld is
l
het maaitoestel wordt vooraan de machine aangebouwd; daarvoor dient de
handgreep van de basismachine 180° te w orden gedraaid, zodat de motor (vanuit
de rijrichting gezien) zich achteraan bevindt
l
in de handleiding van de basismachine, onder hoofdstuk "Frontaanbouwwerk-
tuigen" staat beschreven hoe de montage en demontage aan de agria type 3500
en 3600 moet worden uitgevoerd
Aanbouw-pendelmaaiwerkAanbouw-pendelmaaiwerk
Aanbouw-pendelmaaiwerkAanbouw-pendelmaaiwerk
Aanbouw-pendelmaaiwerk
3546 011 and 3646 0113546 011 and 3646 011
3546 011 and 3646 0113546 011 and 3646 011
3546 011 and 3646 011
Handleiding
geopend (ontgrendeld)
gesloten (vergrendeld)
zichtcontrole
snijhoogte hoog
snijhoogte diep
draaien met de klok mee
draaien tegen de klok in
è -Serviceç = Laat dit uit-
voeren door een agria-vakgarage!
Maai-inrichting
art.-nr. 3646 111
Voor aanbouw aan agria-Type 3600
Centraalaangedreven pendelmaaiwerk-
aandrijving
Slag ......................................... 72 mm
Toerental ...........................1026 min-1
Montagetap..........................Ø 47 mm
Gewicht ............................. ca. 16,5 kg
Noodzakelijk toebehoor:
universele-maaibalk............................
117 cm ..................... art.-nr. 3647 561
of
maaibalk gemeente-uitvoering ...........
117 cm .................... art.-nr. 3647 761
indien nodig:
extra gewicht............ art.-nr. 3646 911
998 942-B agria-type 3546 011 + 3646 011 agria-Werke GmbH • D-74215 Möckmühl • Tel. +49/(0)6298/39-0 • Fax +49/(0)6298/39-111 • e-mail: [email protected] • Internet: www.agria.de 6
1.
2.
è I
1.
2.
6 2 h
1/2
1/2
2
3
è I
3. Machine- en bedieningselementen 4. Ingebruikname 5. Onderhoud en reparatie 5. Onderhoud en reparatie 6. Storingen opsporen
3.1 Aanbouw van de maaibalk
Motor afzetten,
bougiekap verwijderen!
Veiligheidshandschoenen
dragen
Mesbeschermingslijst aanbrengen
Eerste montage
I
Met de de basismachine wordt een
bevestigingsplaat (5) en een mesmee-
nemer (16) geleverd.
Universele maaibalk
De aansluitingsplaat (5) met 2
centreerbussen (7) en met de langere balk-
schroeven (11 = M8x30) aan de maaibalk
(9) monteren.
De mesmeenemer (16) aan het maai-
mes monteren.
Verstelbare loopschoenen (21) aan de
maaibalk monteren.
Maaibalk gemeente-uitvoering
De aansluitingsplaat (5) met 2
centreerbussen (7) en de lijst (8) aan de
maaibalk monteren.
De mesmeenemer (16) aan het maai-
mes monteren.
Aanbouw van de mesmeenemer
Beschermingshandschoenen dragen!
Mesbeschermingslijst aanbrengen!
Klemschroef (17) aan de mesmee-
nemer even losdraaien en de mesmeene-
merschroeven (18) ca. 2 toeren losschroe-
ven.
Maaibalk met mesmeenemer(16) in de
scharniertap(13) brengen.
Maaibalk aan de maaibalkdrager(12)
schroeven, gelijkmatig vastdraaien en met
de contramoeren (6) vastschroeven.
Mesmeenemer
afstellen
èè
èè
è
5.2.
Controleren of alle bevestigings-
schroeven vastzitten!
Demontage van de maaibalk
gebeurt in omgekeerde volgorde
3.2 Maaimessen vervangen
I
Beschrijving
èè
èè
è
bijgevoegde
maaibalk-handleiding.
W
Motor afzetten, bougiekap verwijd
eren!
Veiligheidshandschoenen dragen!
3.3 Maaibalk-loopschoenen
Afhankelijk van de uitvoering van de maaibalk
(of speciale uitvoering) kunnen aan de maaibalk
in hoogte verstelbare loopschoenen worde ge-
monteerd zodat het maaimes tijdens de maai-
werkzaamheden niet door stenen of iets
dergelijks kan worden beschadigd.
Hoogteverstelling:
l
Zeskantige moeren (1) losmaken.
l
Maaibalk iets optillen en de loopschoen
(2) verschuiven.
l
De zeskantige moeren (1) vastmaken.
I
alle loopschoenen op gelijke hoogte
bevestigen.
1 zeskantige moeren
2 loopschoenen
4.1 Maaien
Mesbeschermingslijst
verwijderen.
Maaibalk smeren.
.
Motor starten zoals be-
schreven onder
"ingebruikname” van de
basismachine.
Afhankelijk van de werk-
zaamheden de gepaste ver-
snelling inschakelen.
VR-hendel in positie voor-
uit brengen.
Maaiaandrijving inschake-
len.
Langzaam de koppeling
inschakelen en tegelijkertijd
gas geven.
I
Na het beëindigen van
de maai-
werkzaamheden of als de
maaimachine verstopt is:
l
VR-hendel in "neutraal"
schakelen; de maaier blijft
staan, maar de maaimessen
bewegen nog: de maaibalk
wordt vrijgeschud.
4.2 Gevarenbereik
W
Het is verboden in het
gevarenbereik van de
maaier te vertoeven tijdens
het starten en tijdens de
werkzaamheden.
4.3 Maaien op
hellingen
W
Wanneer op hellend
terrein wordt gewerkt
verdient het de aanbeve-
ling, dat de motormaaier
door een begeleider met
een trekkabel of een trek-
stang wordt vastgehouden,
om te voorkomen dat de
machine wegschuift. De
begeleider moet zich
heuvelopwaarts van de
machine bevinden en dient
voldoende afstand te hou-
den tot de werktuigen!
Werk indien mogelijk dwars
op de helling!
Motor starten op de
helling
Maaidrijfwerk en rij-
versnellingen in de geschakelde
positie laten staan: werkt als rem.
Koppelingshendel en
veiligheidsschakelaar in
bedrijfspositie brengen.
Motor starten.
Maaien op vlak
terrein
Maaien op hellin-
gen
Wanneer tijdens het
maaien de machine
moet worden schoon-
gemaakt dient de mo-
tor om veiligheidsredenen te worden af-
gezet en de bougiekap te worden ver-
wijderd.
Na het maaien onmiddellijk de mes-
beschermingslijst aanbrengen.
De maaibalk is één van de zwaarst
belaste landbouwwerktuigen. Het
is daarom vanzelfsprekend dat de maai-
balk bijzonder zorgvuldig onderhouden
en afgesteld moet worden.
maaibalk gemeente-uitvoering
universele-SC maaibalk
5. Onderhoud en reiniging
Na het eerste gebruik en bij iedere ver-
wisseling van de messen van ca. 15 - 30
bedrijfsminuten en dan steeds na 2 be-
drijfsuren alle schroeven en moeren aan
het maaiwerk en de maaibalk aanhalen
(vooral aan de maaibalkbevestiging en de
mesmeenemer).
5.1 Maaidrijfwerk
maaiwerkaandrijving
Voor het eerste gebruik en na de eerste
5 bedrijfsuren, vervolgens telkens na 8
bedrijfsuren en na een schoonmaakbeurt
met een hogedrukreiniger
l
Pendelaandrijving en pendellager ter
hoogte van de vetnippels (1 en 2) met
smeervet smeren.
5.2 Instelling van de
mesmeenemers
Voor iedere ingebruikname en steeds na
8 bedrijfsuren de speling van 0,10 mm tus-
sen de stelschroeven en de kogelkop-
aandrijfstift controleren:
Klemschroeven losmaken.
De speling instellen door de meeneem-
tappen naar links of rechts te draaien.
Klemschroeven weer vastzetten.
I
Controleren of instellen met een naar
links, respectievelijk naar rechts ge-
draaide zwenkarm.
Wanneer de bevestigingsschroeven van de
mesmeenemer vervangen worden, enkel
originele Agria-schroeven gebruiken, om
te voorkomen dat de messen zouden bre-
ken.
5.3 Reiniging
Maaibalk
Na de maaiwerkzaamheden moet de maaibalk
grondig met water worden schoongemaakt.
Daarvoor dient het maaimes te worden gede-
monteerd, zodat het vuil dat zich tussen de
messen heeft verzameld, gemakkelijk kan wor-
den verwijderd. Alle glijdende delen moeten ver-
volgens met biologisch afbreekbare smeerolie
geolied worden, of met biologisch afbreekbaar
smeervet worden ingesmeerd.
Mesbeschermingslijst
aanbrengen!
Maaidrijfwerk en machine
Na een schoonmaakbeurt met een
hogedrukreiniger moet de zwenkarmlage-
ring van de maai-installatie en de andere
smeerplaatsen aan de machine meteen
worden gesmeerd, en de maai-installatie
dient kort te worden ingeschakeld, zodat
het binnengedrongen water eruit geslin-
gerd wordt. De lagers moeten voorzien zijn
van een vetkraag die de lagers beschermt
tegen het binnendringen van vuil, planten-
sappen en vocht.
5.4 Stallen
Wanneer de machine gedurende lan-
gere tijd niet gebruikt wordt, moeten vol-
gende maatregelen genomen worden:
l
Grondige reinigingsbeurt
l
Laklaag bijwerken
l
Maschine en maai-installatie door-
smeren en enige tijd laten draaien
l
Alle onbeschermde onderdelen met biolo-
gisch-afbreekbare corrosiewerende olie
inoliën.
W
Mesbeschermingslijst
aanbrengen!
Bovenmes Ondermes ESM-
universele maaibalk
en maaibalk
gemeente-uitvoering
5.5 Algemeen
l
Schroeven en moeren
regelmatig controleren,
eventueel natrekken.
l
Alle glijdende of be-
weeglijke onderdelen met
biologisch-afbreekbaar vet
of olie vet houden.
5.6 Maaibalk
I
Onderhoud en reparatie
èè
èè
è
bijgevoegde maaibalk-
handleiding.
Slijpen van de maaimessen
Veiligheidsbril en -handschoenen
dragen.
Afhankelijk van de intensiteit waarmee
de messen worden gebruikt, zijn de
messen na 4 - 20 bedrijfsuren zover
afgestompt dat ze moeten geslepen
worden.
Dat gebeurt met een handslijper met ca.
15.000 tot 20.000 min
-1
in combinatie met
een komvormige slijptol met een doorsnede
van Ø25 mm en een lengte van ca. 35 mm
of een speciaal slijpapparaat.
I
Het slijpen van de messen is van
het grootste belang voor schone
en probleemloze maaiwerkzaamheden.
l
Er wordt alleen geslepen met de
voorkant van de slijptol, vanaf de ach-
terkant van het mes tot de mespunten.
l
De messen mogen niet warm worden,
ze zijn niet meer bruikbaar (uitgegloeid en
zacht), wanneer ze blauw verkleurd zijn.
l
Messen aan de voorkant niet afron-
den (P)
l
Snijvlak niet in bogen slijpen (P)
l
Slijpbraam met een handslijpsteen
verwijderen
fout geslepen goed geslepen
Motor afzetten,
bougiekap
verwijderen!
6 (5) 8 h
Vetnippels:
1 Pendelaandrijving
2 Pendellager
storing mogelijke oorzaak oplossing
Teveel vibratie
Bevestigingsbouten zijn
los
Bevestigingsbouten
natrekken
Maaiprestaties nemen
af
Messen zijn stomp Messen vervangen of slijpen
Messen zijn stomp Messen vervangen of slijpen
Messen zijn niet recht
Messen demonteren en
veranderen
=~Öêá~JpÉêîáÅÉ=
Messen staan niet op
één lijn
Messen veranderen
=~Öêá~JpÉêîáÅÉ=
Onderste armen
verbogen
=~Öêá~JpÉêîáÅÉ=
Punten van het
onderste mes werken
zich in de punten van
het bovenste mes
Bovenste mes staat te
ver voor het onderste
mes
Mesgeleidingen instellen
Snijvlakken liggen niet
op elkaar
Snijvlekken of messen
verbogen, achterkant
messen verdraaid
Controleer of de messen
recht zijn, evt. veranderen,
tot ook de snijvlakken op
één lijn staan
=~Öêá~JpÉêîáÅÉ=
6. Storingen opsporen en verhelpen
Er blijft gras tussen de
messen zitten

Documenttranscriptie

1. Veiligheidstechnische aanwijzingen Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de machine in gebruik neemt en volg de instructies nauwkeurig op. Waarschuwingsteken Arbeids- en gevarenbereik Dit symbool treft u aan bij alle passages die betrekking hebben op uw veiligheid. Breng ook andere gebruikers op de hoogte van deze veiligheidsaanwijzingen. Gebruik conform de bestemming Het aanbouw-maaiwerk is uitsluitend bestemd voor gebruik als landbouwmachine, in de bosbouw en gras- en weilandverzorging (gebruik conform de bestemming). Iedere andere toepassing geldt als niet in overeenstemming zijnde met het doel waarvoor de motormaaier gebouwd is. Voor schade die door ondoelmatig gebruik veroorzaakt wordt, kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. Dit risico is geheel en al voor de gebruiker. De door de fabrikant voorgeschreven gebruiksvoorschriften, alsmede de voorschriften met betrekking tot controle, onderhoud en reparatie dienen in acht te worden genomen. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die ontstaat door eigenhandige wijzigingen aan de machine. Algemene veiligheidsvoorschriften Basisprincipe: De gebruiker dient zich te houden aan alle voorschriften ter voorkoming van ongevallen, alsmede aan de algemeen geldende regels wat betreft veiligheid, arbeidsgeneeskunde en wegverkeer. Bij gebruik van openbare wegen dienen de geldende verkeersbepalingen in acht te worden genomen. Controleer voor ingebruikname van de motormaaier altijd eerst de verkeers- en bedrijfsveiligheid. De motormaaier mag slechts gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden door personen die over de nodige kennis beschikken en van de risico’s op de hoogte zijn. Personen beneden de 16 jaar mogen de machine niet bedienen! Werk alleen bij goed zicht en voldoende licht. De bestuurder moet goed aansluitende werkkleding dragen. Wijde kledingstukken dienen vermeden te worden. Draag altijd stevige schoenen! De waarschuwings- en instructiebordjes op de machine geven belangrijke aanwijzingen voor veilig gebruik. Volg deze aanwijzingen nauwkeurig op, in het belang van uw eigen veiligheid! Zet de motor af wanneer u de machine transporteert van en naar de werkplek. Blijf altijd op een veilige afstand van draaiende werktuigen! Voorzichtig met nalopende werktuigen. Wachten tot het werktuig helemaal stil staat! Bij werkzaamheden met extern aangedreven machineonderdelen bestaat de kans op beknellingen en andere verwondingen! Het is niet toegestaan tijdens de werkzaamheden mee te rijden op de motormaaier. Aangebouwde werktuigen en ladingen hebben invloed op het rijdrag en het stuur- en remvermogen van de machine. Let op voldoende stuur- en remmogelijkheden. Pas 998 942-B uw werksnelheid aan aan de omstandigheden. Instelling van het motortoerental niet veranderen. Een verhoogd toerental vergroot de kans op ongelukken. De gebruiker is op de werkplek tegenover derden verantwoordelijk. Blijf buiten het gevarenbereik van de motormaaier. Controleer voor het starten en wegrijden de omgeving van de motormaaier. Let vooral op kinderen en dieren! Voordat met de werkzaamheden begonnen wordt, dienen obstakels uit de weg te worden geruimd. Let ook tijdens de werkzaamheden op obstakels en haal ze tijdig weg. Bij werkzaamheden op omheinde plaatsen dient de veiligheidsafstand tot de omheining in acht genomen te worden, zodat de machine niet beschadigd wordt. Bediening en veiligheidsmaatregelen Voor de werkzaamheden Zorg ervoor dat u op de hoogte bent van alle installaties en bedieningscomponenten, alsmede van het functioneren ervan. In het bijzonder dient u te weten hoe u de motor in geval van nood snel en veilig afzet. Controleer of alle veiligheidsmaatregelen zijn getroffen en in de juiste positie zijn gebracht. Wanneer de aftakas niet gebruikt wordt, dient deze met een beschermingskap te zijn afgedekt. Starten 2. Technische gegevens moet zich heuvelopwaarts van de machine bevinden en dient voldoende afstand te houden tot de werktuigen! Werk indien mogelijk dwars op de helling! Beëindigen van de werkzaamheden Laat de motormaaier nooit onbeheerd achter als de motor nog loopt. Zet de motor af voordat u de motormaaier verlaat. Tref de nodige voorzorgsmaatregelen om gebruik door onbevoegden te verhinderen. Haal de contactsleutel uit het contact (indien aanwezig) of trek de bougiekap eruit. Aanbouwwerktuigen Koppel de aanbouwwerktuigen uitsluitend aan bij afgezette motor en uitgeschakelde aandrijving. Gebruik passend gereedschap en draag altijd veiligheidshandschoenen als u aanbouwwerktuigen of onderdelen ervan vervangt. Breng de steunen bij het monteren en demonteren in de juiste positie en zorg ervoor dat het werktuig niet kan wegkantelen. Bij het aankoppelen van de werktuigen is grote voorzichtigheid geboden. Koppel aanbouwwerktuigen uitsluitend aan de daarvoor bestemde inrichtingen, volgens de voorschriften. Indien u de werkplek verlaat, motormaaier en aanbouwwerktuig beveiligen tegen wegrollen. Voorkom gebruik door onbevoegden. Monteer eventueel de transport- of beschermingsinrichting en zet deze in de veiligheidsstand. Start de motor niet in afgesloten ruimtes. De uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, dat zeer giftig is wanneer het ingeademd wordt. Voor het starten van de motor dienen alle bedieningselementen in stand ‘neutraal’ te worden gezet. Voor het starten van de motor niet vóór de motormaaier of het aanbouwwerktuig gaan staan. Gebruik geen starthulpvloeistof in combinatie met elektrische startkabels. Explosiegevaar! Maai-inrichting Tijdens de werkzaamheden Bescherm de messen met de schutlatten voordat de maaibalk gemonteerd en gedemonteerd wordt. Tijdens de werkzaamheden mag de stuurstang nooit worden losgelaten. Bedieningsstang tijdens de werkzaamheden nooit verstellen – ongevalsrisico! Neem bij alle werkzaamheden met de motormaaier die afstand van de machine in acht, waartoe u door de stuurstang gedwongen wordt, vooral bij het nemen van bochten! Het is niet toegestaan tijdens de werkzaamheden en het transport op de machine mee te rijden. Wanneer het maaiwerk aan het aanbouwwerktuig vast zit, moet de motor worden afgezet en dient het maaiwerk en het aanbouwwerktuig met passend gereedschap te worden schoongemaakt. Indien de motormaaier of het aanbouwwerktuig beschadigd is, moet de machine onmiddellijk worden gestopt en de motor worden afgezet. Laat de schade direct herstellen! Bij een defect aan de stuurinrchting de motormaaier meteen stoppen en de motor afzetten. Laat het defect direct repareren! Wanneer op hellend terrein wordt gewerkt verdient het aanbeveling, dat een tweede persoon de machine met een trekkabel of een trekstang vasthoudt, om te voorkomen dat de machine wegschuift. De begeleider agria-type 3546 011 + 3646 011 De scherpe kant van de maaibalk kan bij onoplettendheid aanzienlijke verwondingen veroorzaken. Verwijder daarom de schutlatten van de messen alleen tijdens het maaien en plaats ze na het maaien direct weer op de juiste manier terug. Tijdens transport en opslag dienen de schutlatten altijd op de messen te zijn gemonteerd; op de vingerbalk moeten bovendien de spanveren worden ingehaakt. passend gereedschap en veiligheidshandschoenen. Maai-inrichting Maai-inrichting Reparatiewerkzaamheden zoals lassen, slijpen, boren enz. mogen niet aan dragende, veiligheidstechnische onderdelen (bijv. aanhanginrichtingen) worden uitgevoerd! art.-nr. 3546 011 Voor aanbouw aan agria-Type 3500 art.-nr. 3646 111 Voor aanbouw aan agria-Type 3600 Centraalaangedreven pendelmaaiwerkaandrijving Centraalaangedreven pendelmaaiwerkaandrijving Slag ......................................... 58 mm Slag ......................................... 72 mm Toerental ............................. 923 min-1 Toerental ........................... 1026 min-1 Moeren en schroeven regelmatig controle- Montagetap .......................... Ø 45 mm ren of ze vast zitten en eventueel Gewicht ............................... ca. 9,0 kg aandraaien. Montagetap .......................... Ø 47 mm Zorg ervoor dat de motormaaier en de aanbouwwerktuigen schoon blijven, om brandgevaar te vermijden. Na de onderhouds- en reinigingswerkzaamheden dienen de beschermingsinrichtingen weer te worden aangebracht en Noodzakelijk toebehoor: in oorspronkelijke positie te worden universele-maaibalk ............................ teruggebracht. Altijd originele agria-reserveonderdelen gebruiken. Andere reserveonderdelen moeten kwalitatief gelijkwaardig zijn en overeenkomen met de door de firma agria vastgelegde technische eisen. 97 cm ....................... art.-nr. 3547 551 Handleiding Aanbouw-pendelmaaiwerk 3546 011 and 3646 011 Gewicht ............................. ca. 16,5 kg Noodzakelijk toebehoor: voor agria type 3500 en 3600 universele-maaibalk ............................ 117 cm ..................... art.-nr. 3647 561 of maaibalk gemeente-uitvoering ........... 117 cm .................... art.-nr. 3647 761 Beschrijving van de waarschuwingssymbolen indien nodig: extra gewicht ............ art.-nr. 3646 911 Voor reinigings-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden motor afzetten en bougiekap eruit trekken. Aanbouwen aan de basismachine Houd bij lopende motor voldoende afstand van het bereik van de maaiwerktuigen! De montage en demontage van het maaitoestel mag enkel gebeuren terwijl de motor stilstaat. De aanbouwwerktuigen vastzetten, zodat ze niet kunnen wegrollen. Tijdens de montage op de knelpunten letten. Het monteren en demonteren dient te gebeuren op een effen, stabiele bodem. 2141_1 & Lees eerst de handleiding voordat u de machine in gebruik neemt. Volg veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen nauwkeurig op! Handleiding nr. NL 998 942-B 06-07 l Het toestel mag gemonteerd of gedemonteerd worden terwijl de maaibalk eraan gekoppeld is l het maaitoestel wordt vooraan de machine aangebouwd; daarvoor dient de handgreep van de basismachine 180° te w orden gedraaid, zodat de motor (vanuit de rijrichting gezien) zich achteraan bevindt De technische gegevens, afbeeldingen en maten in deze handleiding zijn niet bindend. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld. Wij behouden ons het recht voor veranderingen aan te brengen, zonder deze handleiding te wijzigen. l in de handleiding van de basismachine, onder hoofdstuk "Frontaanbouwwerktuigen" staat beschreven hoe de montage en demontage aan de agria type 3500 en 3600 moet worden uitgevoerd Transporteer de gedemonteerde maaibalk niet zonder schutlat. Let er bij het vervangen van de messen en het losmaken en vastdraaien van de mesmeenemers op dat de schroefbeweging van de richting van de snijkanten af beweegt. Symbolen Draag bij het slijpen van de messen een veiligheidsbril en handschoenen. Gewichten Breng de gewichten altijd aan volgens de voorschriften aan de daarvoor bestemde bevestigingspunten. Onderhoud en reiniging Pleeg geen onderhouds- en reinigingswerkzaamheden aan de machine met lopende motor. Bij werkzaamheden aan de motor dient de bougiekap altijd te worden verwijderd. Zijn bepaalde beschermingsinrichtingen of werktuigen aan slijtage onderhevig, dan moeten deze regelmatig gecontroleerd en eventueel vervangen worden! Beschadigde messen moeten vervangen worden! Gebruik bij het vervangen van de messen W waarschuwingsteken. Vindt u bij passages die betrekking hebben op uw veiligheid. geopend (ontgrendeld) gesloten (vergrendeld) belangrijke informatie zichtcontrole veiligheidsbril dragen snijhoogte hoog snijhoogte diep veiligheidshandschoenen dragen draaien met de klok mee smeren met de handvetspuit maaiaandrijving wielaandrijving draaien tegen de klok in -Serviceç = Laat dit uitvoeren door een agria-vakgarage! è vooruit achteruit agria-Werke GmbH • D-74215 Möckmühl • Tel. +49/(0)6298/39-0 • Fax +49/(0)6298/39-111 • e-mail: [email protected] • Internet: www.agria.de 5 3. Machine- en bedieningselementen 4. Ingebruikname 3.1 Aanbouw van de maaibalk Motor afzetten, bougiekap verwijderen! universele-SC maaibalk Œ Mesbeschermingslijst aanbrengen Met de de basismachine wordt een bevestigingsplaat (5) en een mesmeenemer (16) geleverd. I Universele maaibalk Œ De aansluitingsplaat (5) met 2 centreerbussen (7) en met de langere balkschroeven (11 = M8x30) aan de maaibalk (9) monteren.  De mesmeenemer (16) aan het maaimes monteren. Ž Verstelbare loopschoenen (21) aan de maaibalk monteren. Maaibalk gemeente-uitvoering Œ De aansluitingsplaat (5) met 2 centreerbussen (7) en de lijst (8) aan de maaibalk monteren.  De mesmeenemer (16) aan het maaimes monteren. Aanbouw van de mesmeenemer Beschermingshandschoenen dragen! Mesbeschermingslijst aanbrengen! Mesbeschermingslijst verwijderen. Ž 1/2 2 Ž 3 Œ 6 2h  Maaibalk smeren. . Ž Motor starten zoals be-  2. 1.  schreven onder "ingebruikname” van de basismachine. ‘ è I ’  1/2 1 zeskantige moeren 2 loopschoenen 998 942-B I Œ Na het eerste gebruik en bij iedere ver- Wanneer de machine gedurende langere tijd niet gebruikt wordt, moeten volgende maatregelen genomen worden: l Schroeven en moeren regelmatig controleren, eventueel natrekken. l Grondige reinigingsbeurt l Alle glijdende of beweeglijke onderdelen met biologisch-afbreekbaar vet of olie vet houden. wisseling van de messen van ca. 15 - 30 bedrijfsminuten en dan steeds na 2 bedrijfsuren alle schroeven en moeren aan het maaiwerk en de maaibalk aanhalen (vooral aan de maaibalkbevestiging en de mesmeenemer). 5.1 Maaidrijfwerk l Laklaag bijwerken l Maschine en maai-installatie doorsmeren en enige tijd laten draaien l Alle onbeschermde onderdelen met biologisch-afbreekbare corrosiewerende olie inoliën. W Mesbeschermingslijst aanbrengen! Dat gebeurt met een handslijper met ca. 15.000 tot 20.000 min-1 in combinatie met een komvormige slijptol met een doorsnede van Ø25 mm en een lengte van ca. 35 mm of een speciaal slijpapparaat. Het slijpen van de messen is van het grootste belang voor schone en probleemloze maaiwerkzaamheden. I Ž Klemschroeven weer vastzetten. Controleren of instellen met een naar links, respectievelijk naar rechts gedraaide zwenkarm. Wanneer de bevestigingsschroeven van de mesmeenemer vervangen worden, enkel originele Agria-schroeven gebruiken, om te voorkomen dat de messen zouden breken. I W Œ Ž 4.3 Maaien op hellingen W Maaien op vlak terrein Maaien op hellingen Werk indien mogelijk dwars op de helling! Motor starten op de helling Œ è  I 2. 1. Ž Bovenmes fout geslepen Wanneer op hellend terrein wordt gewerkt verdient het de aanbeveling, dat de motormaaier door een begeleider met een trekkabel of een trekstang wordt vastgehouden, om te voorkomen dat de machine wegschuift. De begeleider moet zich heuvelopwaarts van de machine bevinden en dient voldoende afstand te houden tot de werktuigen! Œ Maaidrijfwerk en rijversnellingen in de geschakelde positie laten staan: werkt als rem.  Koppelingshendel en veiligheidsschakelaar in bedrijfspositie brengen. 5.3 Reiniging Onderhoud en reparatie è bijgevoegde maaibalkhandleiding. Afhankelijk van de intensiteit waarmee de messen worden gebruikt, zijn de messen na 4 - 20 bedrijfsuren zover afgestompt dat ze moeten geslepen worden. Œ Klemschroeven losmaken. De speling instellen door de meeneem I Veiligheidsbril en -handschoenen dragen. Voor iedere ingebruikname en steeds na 8 bedrijfsuren de speling van 0,10 mm tussen de stelschroeven en de kogelkopaandrijfstift controleren:  5.6 Maaibalk Slijpen van de maaimessen 5.2 Instelling van de mesmeenemers Het is verboden in het gevarenbereik van de maaier te vertoeven tijdens het starten en tijdens de werkzaamheden. Ž Motor starten. agria-type 3546 011 + 3646 011 5.4 Stallen Voor het eerste gebruik en na de eerste 5 bedrijfsuren, vervolgens telkens na 8 bedrijfsuren en na een schoonmaakbeurt met een hogedrukreiniger l Pendelaandrijving en pendellager ter hoogte van de vetnippels (1 en 2) met smeervet smeren. ‘Maaiaandrijving inschakelen. 5.5 Algemeen 5. Onderhoud en reiniging tappen naar links of rechts te draaien. 3.3 Maaibalk-loopschoenen Hoogteverstelling: l Zeskantige moeren (1) losmaken. l Maaibalk iets optillen en de loopschoen (2) verschuiven. l De zeskantige moeren (1) vastmaken. alle loopschoenen op gelijke hoogte bevestigen. 5. Onderhoud en reparatie 6. Storingen opsporen  maaiwerkaandrijving 4.2 Gevarenbereik Beschrijving è bijgevoegde maaibalk-handleiding. Afhankelijk van de uitvoering van de maaibalk (of speciale uitvoering) kunnen aan de maaibalk in hoogte verstelbare loopschoenen worde gemonteerd zodat het maaimes tijdens de maaiwerkzaamheden niet door stenen of iets dergelijks kan worden beschadigd. zaamheden de gepaste versnelling inschakelen. Vetnippels: 1 Pendelaandrijving 2 Pendellager I 3.2 Maaimessen vervangen Motor afzetten, bougiekap verwijd eren! Veiligheidshandschoenen dragen!  Afhankelijk van de werk- Wanneer tijdens het maaien de machine ’ Langzaam de koppeling moet worden schoon- inschakelen en tegelijkertijd gemaakt dient de mo- gas geven. tor om veiligheidsredenen te worden afgezet en de bougiekap te worden verNa het beëindigen van wijderd. de maaiwerkzaamheden of als de Na het maaien onmiddellijk de mes- maaimachine verstopt is: beschermingslijst aanbrengen. l VR-hendel in "neutraal" schakelen; de maaier blijft staan, maar de maaimessen bewegen nog: de maaibalk wordt vrijgeschud. gebeurt in omgekeerde volgorde I W 6 (5) 8 h uit brengen. Demontage van de maaibalk De maaibalk is één van de zwaarst belaste landbouwwerktuigen. Het is daarom vanzelfsprekend dat de maaibalk bijzonder zorgvuldig onderhouden en afgesteld moet worden.   VR-hendel in positie voor- ŒKlemschroef (17) aan de mesmeenemer even losdraaien en de mesmeenemerschroeven (18) ca. 2 toeren losschroeven. Maaibalk met mesmeenemer(16) in de scharniertap(13) brengen. Ž Maaibalk aan de maaibalkdrager(12) schroeven, gelijkmatig vastdraaien en met de contramoeren (6) vastschroeven.  Mesmeenemer afstellen è5.2.  Controleren of alle bevestigingsschroeven vastzitten!  Motor afzetten, bougiekap verwijderen! Œ Eerste montage Œ 4.1 Maaien  Veiligheidshandschoenen dragen maaibalk gemeente-uitvoering 5. Onderhoud en reparatie Ondermes ESMuniversele maaibalk en maaibalk gemeente-uitvoering goed geslepen l Er wordt alleen geslepen met de voorkant van de slijptol, vanaf de achterkant van het mes tot de mespunten. l De messen mogen niet warm worden, ze zijn niet meer bruikbaar (uitgegloeid en zacht), wanneer ze blauw verkleurd zijn. l Messen aan de voorkant niet afronden (P) l Snijvlak niet in bogen slijpen (P) l Slijpbraam met een handslijpsteen verwijderen 6. Storingen opsporen en verhelpen Maaibalk Na de maaiwerkzaamheden moet de maaibalk grondig met water worden schoongemaakt. Daarvoor dient het maaimes te worden gedemonteerd, zodat het vuil dat zich tussen de messen heeft verzameld, gemakkelijk kan worden verwijderd. Alle glijdende delen moeten vervolgens met biologisch afbreekbare smeerolie geolied worden, of met biologisch afbreekbaar smeervet worden ingesmeerd. Mesbeschermingslijst aanbrengen! storing oplossing Teveel vibratie Maaiprestaties nemen af Messen zijn stomp Messen vervangen of slijpen Messen zijn stomp Messen vervangen of slijpen Messen zijn niet recht Messen demonteren en veranderen =~Öêá~JpÉêîáÅÉ= Messen staan niet op één lijn Messen veranderen  =~Öêá~JpÉêîáÅÉ=  Onderste armen verbogen  =~Öêá~JpÉêîáÅÉ=  Punten van het onderste mes werken zich in de punten van het bovenste mes Bovenste mes staat te ver voor het onderste mes Mesgeleidingen instellen Snijvlakken liggen niet op elkaar Snijvlekken of messen verbogen, achterkant messen verdraaid Controleer of de messen recht zijn, evt. veranderen, tot ook de snijvlakken op één lijn staan  =~Öêá~JpÉêîáÅÉ=  Er blijft gras tussen de messen zitten Maaidrijfwerk en machine Na een schoonmaakbeur t met een hogedrukreiniger moet de zwenkarmlagering van de maai-installatie en de andere smeerplaatsen aan de machine meteen worden gesmeerd, en de maai-installatie dient kort te worden ingeschakeld, zodat het binnengedrongen water eruit geslingerd wordt. De lagers moeten voorzien zijn van een vetkraag die de lagers beschermt tegen het binnendringen van vuil, plantensappen en vocht. mogelijke oorzaak Bevestigingsbouten zijn Bevestigingsbouten los natrekken agria-Werke GmbH • D-74215 Möckmühl • Tel. +49/(0)6298/39-0 • Fax +49/(0)6298/39-111 • e-mail: [email protected] • Internet: www.agria.de 6
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6

Agria 3546 de handleiding

Type
de handleiding