Hologic ThinPrep 2000 Processor de handleiding

Type
de handleiding
Gebruikershandleiding
ThinPrep® 2000-processor
ThinPrep
®
2000-systeem
Gebruikershandleiding
MAN-06366-1501
Hologic, Inc.
250 Campus Drive
Marlborough, MA 01752,
Verenigde Staten
Tel: 1-800-442-9892
1-508-263-2900
Fax: 1-508-229-2795
Website: www.hologic.com
Hologic BVBA
Da Vincilaan 5
1930 Zaventem
België
Sponsor in Australië:
Hologic (Australia) Pty Ltd
Suite 302, Level 3
2 Lyon Park Road
Macquarie Park NSW 2113
Australië
Tel: 02 9888 8000
Let op: Krachtens de federale wetgeving van de Verenigde Staten mag dit instrument alleen door of
op voorschrift van een arts worden verkocht of door een andere zorgverlener die krachtens de wet
van de Staat waarin de zorgverlener zijn/haar beroep uitoefent bevoegd is verklaard tot het gebruik
of voorschrijven van het gebruik van het instrument en die is opgeleid voor en ervaring heeft met het
gebruik van het ThinPrep 2000-systeem.
Alleen medewerkers die zijn opgeleid door Hologic of door Hologic aangewezen organisaties of
personen mogen preparaten maken met het ThinPrep 2000-systeem.
Alleen cytologisch analisten en pathologen die door Hologic of door Hologic aangewezen
organisaties of personen zijn opgeleid voor het beoordelen van preparaten die zijn gemaakt met het
ThinPrep 2000-systeem mogen deze preparaten beoordelen.
© Hologic, Inc., 2019. Alle rechten voorbehouden. Niets in deze uitgave mag worden
gereproduceerd, verzonden, overgeschreven, in een gegevensbestand worden opgeslagen, of in
welke taal of programmeertaal dan ook worden vertaald, in enigerlei vorm of met enig hulpmiddel
van elektronische, mechanische, magnetische, optische, chemische of handmatige of andere aard,
zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Hologic, 250 Campus Drive, Marlborough,
Massachusetts, 01752, Verenigde Staten van Amerika.
Hoewel deze handleiding met de grootst mogelijke zorg is samengesteld om nauwkeurigheid te
waarborgen, aanvaardt Hologic geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden of
onvolledigheden noch voor schade van enigerlei aard die het gevolg is van de toepassing of het
gebruik van deze informatie.
Dit product kan onder een of meer Amerikaanse octrooien vallen die worden vermeld
op http://hologic.com/patentinformation
Hologic, CytoLyt, PreservCyt en ThinPrep zijn gedeponeerde handelsmerken van Hologic, Inc. of
zijn dochterondernemingen in de Verenigde Staten en andere landen. Alle andere handelsmerken
zijn eigendom van hun respectieve ondernemingen.
Let op: Veranderingen of aanpassingen van dit systeem die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd
door de partij die verantwoordelijk is voor naleving kan de bevoegdheid van de gebruiker om de
apparatuur te gebruiken doen vervallen.
Documentnummer: AW-19776-1501 Rev. 001
12-2019
Gebruiksaanwijzing voor
de ThinPrep
®
2000
Gebruiksaanwijzing voor
de ThinPrep
®
2000
MAN-06367-1501 Rev. 001 1 of 15
Gebruiksaanwijzing
MAN-06367-1501 Rev. 001 2 of 15
BEOOGD GEBRUIK
Het ThinPrep® 2000-systeem is bedoeld als vervanging van de conventionele preparatiemethode
voor Pap-uitstrijkjes. Het systeem wordt gebruikt voor controle op de aanwezigheid van atypische
cellen, cervixcarcinomen of laesies die daaraan voorafgaan (intra-plaveiselcelepitheellaesies met
lage en hoge maligniteitsgraad) evenals alle andere cytologiecategorieën die in The Bethesda
System for Reporting Cervical/Vaginal Cytologic Diagnoses1 worden beschreven.
SAMENVATTING EN UITLEG VAN HET SYSTEEM
Het ThinPrep-proces begint met het afnemen van een gynaecologisch monster bij de patiënt door
de arts, met behulp van een instrument voor cervixbemonstering. In tegenstelling tot de gangbare
methode, waarbij het monster op een microscoopobjectglaasje wordt uitgestreken, wordt het in
een flacon met 20 ml PreservCyt®-oplossing (PreservCyt) gedompeld en gespoeld. De ThinPrep-
monsterflacon wordt vervolgens met een dop gesloten, geëtiketteerd en naar een laboratorium
gestuurd dat is uitgerust met een ThinPrep 2000-processor.
In het laboratorium wordt de PreservCyt-monsterflacon in een ThinPrep 2000-processor geplaatst.
Hier worden bloed, mucus en deeltjes van niet-diagnostische aard met behulp van een lichte
dispersiestap gebroken en wordt het celmonster grondig gemengd. Vervolgens worden de cellen
op een TPPT-filter (ThinPrep Pap Test-filter) verzameld, dat speciaal voor cellen voor
diagnostische doeleinden is ontworpen. De ThinPrep 2000-processor meet tijdens het
verzamelproces continu de doorstroomsnelheid van het TPPT-filter, zodat wordt voorkomen dat
de cellaag te open of te dicht is. Een dunne laag cellen wordt vervolgens op een objectglaasje
overgebracht in een cirkel met een diameter van 20 mm en het glaasje wordt automatisch in een
fixatiefoplossing geplaatst.
Het bereidingsproces van ThinPrep-monsters
(1) Dispersie (2) Cellen verzamelen (3) Cellenoverdracht
Het TPPT-filter roteert in de
monsterflacon en brengt daarmee
stromingen in de vloeistof teweeg die
krachtig genoeg zijn om deeltjes uiteen
te laten vallen en mucus te dispergeren,
en toch zo kalm zijn dat de vorm van de
cellen intact blijft.
In het TPPT-filter komt een zwak
vacuüm tot stand, waardoor cellen op
het buitenoppervlak van het membraan
worden verzameld. Het verzamelen van
de cellen wordt bestuurd door de
software van de ThinPrep 2000-
processor, die de snelheid van de flow
door het TPPT-filter meet.
Nadat de cellen op het membraan zijn verzameld,
wordt het TPPT-filter omgekeerd en zacht tegen het
ThinPrep-microscoopobjectglaasje gedrukt. Door
natuurlijke aantrekkingskracht en een lichte positieve
luchtdruk hechten de cellen zich aan het ThinPrep-
microscoopobjectglaasje; hierdoor worden de cellen
gelijkmatig verdeeld over een daarvoor bestemd
cirkelvormi
g
g
edeelte.
Evenals bij conventionele Pap-uitstrijkjes het geval is, worden de met het ThinPrep® 2000-
systeem geprepareerde objectglaasjes onderzocht binnen de context van de klinische
MAN-06367-1501 Rev. 001 3 of 15
voorgeschiedenis van de patiënt en van de informatie voortkomend uit andere diagnostische
procedures, zoals colposcopie, biopsie en onderzoek naar humaan papillomavirus (HPV), op
grond waarvan de behandeling van de patiënt kan worden bepaald.
PreservCyt®-oplossing is als onderdeel van het ThinPrep 2000-systeem een alternatief medium
voor afname en transport van gynaecologische monsters waarop HPV DNA-assays worden
uitgevoerd met het Digene Hybrid Capture™ System en CT/NG-assays met het Hologic APTIMA
COMBO 2®-systeem. Raadpleeg de bijsluiters van de respectieve fabrikanten voor aanwijzingen
over het gebruik van PreservCyt-oplossing voor afname, transport, opslag en bereiding van
monsters die met deze systemen worden getest.
PreservCyt-oplossing is als onderdeel van het ThinPrep 2000-systeem ook een alternatief medium
voor afname en transport van gynaecologische monsters die worden getest met de Roche
Diagnostics COBAS AMPLICOR™ CT/NG-assay. Raadpleeg document nr. MAN-02063-001
van de productdocumentatie van Hologic voor aanwijzingen over het gebruik van PreservCyt-
oplossing voor afname, transport, opslag en bereiding van monsters, en de bijsluiter van Roche
Diagnostics COBAS AMPLICOR CT/NG voor aanwijzingen over het gebruik van dat systeem.
BEPERKINGEN
Gynaecologische monsters voor preparatie met het ThinPrep 2000-systeem moeten worden
afgenomen met een cervexborstel of met een endocervicaal monsterafnamehulpmiddel bestaande
uit een combinatie van borstel en plastic spatel.
Het prepareren van microscoopobjectglaasjes met het ThinPrep 2000-systeem mag uitsluitend
worden uitgevoerd door medewerkers die zijn opgeleid door Hologic of door Hologic
aangewezen organisaties of personen.
Microscoopobjectglaasjes die met het ThinPrep 2000-systeem worden bewerkt, mogen
uitsluitend worden beoordeeld door cytologisch analisten en pathologen die door Hologic zijn
opgeleid tot het beoordelen van met ThinPrep bewerkte objectglaasjes of door Hologic
aangewezen organisaties of personen.
In combinatie met het ThinPrep 2000-systeem mogen uitsluitend verbruiksartikelen worden
gebruikt die door Hologic speciaal voor dit systeem zijn ontworpen en geleverd. Dit zijn onder
meer PreservCyt-flacons, TPPT-filters en ThinPrep-microscoopobjectglaasjes. Deze
verbruiksartikelen zijn noodzakelijk voor een adequate werking van het systeem en kunnen
niet door andere artikelen worden vervangen. Door het gebruik van andere verbruiksartikelen
zou de werking van het product in gevaar worden gebracht. Na gebruik moeten de
verbruiksartikelen overeenkomstig de plaatselijke, provinciale en/of landelijke voorschriften
worden afgevoerd.
Een TPPT-filter kan slechts eenmaal worden gebruikt en is dus niet geschikt voor hergebruik.
De werking van HPV DNA- en CT/NG-tests uitgevoerd op opnieuw bewerkte monsterflacons
is niet geëvalueerd.
MAN-06367-1501 Rev. 001 4 of 15
WAARSCHUWINGEN
Te gebruiken als in-vitrodiagnosticum.
Gevaar. De PreservCyt-oplossing bevat methanol. Toxisch bij opname door de mond. Toxisch
bij inademing. Veroorzaakt schade aan organen. Ontvlambare vloeistof en damp. Bij hitte,
vonken, open vuur en hete oppervlakken vandaan houden. De PreservCyt-oplossing kan niet
worden vervangen door andere oplossingen. De PreservCyt-oplossing moet worden bewaard
en afgevoerd volgens alle toepasselijke voorschriften.
Bewerk op de ThinPrep 2000-processor geen cerebrospinale-vloeistofmonsters (CSV) of
andere monstersoorten waarbij het vermoeden bestaat van prioninfectiegevaar (PrPsc)
afkomstig van een patiënt die lijdt aan een overdraagbare spongiforme encefalopathie (TSE),
zoals creutzfeldt-jakobziekte. Een processor die met TSE is besmet kan niet effectief worden
ontsmet en moet daarom op verantwoorde wijze worden afgevoerd, om de veiligheid en
gezondheid van gebruikers van de processor of van onderhoudstechnici te waarborgen.
VOORZORGSMAATREGELEN
Wanneer men voornemens is –na bewerking van een objectglaasje met de ThinPrep 2000-
processor– met de Roche Diagnostics COBAS AMPLICOR CT/NG-test onderzoek naar
Chlamydia trachomatis en Neisseria gonorrhoeae op het monsterresidu uit te voeren, moeten
voor en tijdens het werken met de ThinPrep 2000-processor testspecifieke bewerkingsstappen
worden uitgevoerd. Volg de procedures in hoofdstuk 5B van de gebruikershandleiding van de
ThinPrep 2000.
Deze apparatuur genereert en gebruikt hoogfrequente energie, en kan deze energie uitstralen.
Indien de apparatuur niet overeenkomstig de gebruikershandleiding wordt geïnstalleerd en
gebruikt, kan interferentie met draadloze communicatieapparatuur worden veroorzaakt.
Wanneer deze apparatuur in een woonomgeving wordt gebruikt, is de kans op schadelijke
interferentie aanzienlijk. In een dergelijk geval moet de gebruiker de interferentie voor eigen
rekening verhelpen.
PreservCyt-oplossing met cytologische monsters voor ThinPrep-Paptests moet worden
bewaard bij een temperatuur van 15 oC tot 30 oC, en de tests moeten binnen 6 weken na afname
worden uitgevoerd.
PreservCyt-oplossing met cytologische monsters voor CT/NG-tests met behulp van de Roche
Diagnostics COBAS AMPLICOR CT/NG-test moet worden bewaard bij een temperatuur van
4 oC tot 25 oC, en de tests moeten binnen 6 weken na afname worden uitgevoerd.
MAN-06367-1501 Rev. 001 5 of 15
PreservCyt-oplossing is getest met een verscheidenheid van microbiële en virale organismen.
De onderstaande tabel geeft de aanvangsconcentraties weer van levensvatbare organismen,
evenals het aantal levensvatbare organismen dat na 15 minuten in de PreservCyt-oplossing
voorkomt. Ook wordt de logaritmische afname van levensvatbare organismen weergegeven.
Zoals voor alle laboratoriumprocedures geldt, moeten de algemeen geldende
voorzorgsmaatregelen worden nageleefd.
Organisme Aanvangsconcentratie Logaritmische afname
na 15 min.
Candida albicans 5,5 x 105 CFU/ml >4,7
Aspergillus niger* 4,8 x 105 CFU/ml 2,7
Escherichia coli 2,8 x 105 CFU/ml >4,4
Staphylococcus aureus 2,3 x 105 CFU/ml >4,4
Pseudomonas aeruginosa 2,5 x 105 CFU/ml >4,4
Mycobacterium
tuberculosis**
9,4 x 105 CFU/ml 4,9
Rabbitpox virus 6,0 x 106 CFU/ml 5,5***
HIV-1 1,0 x 107,5 TCID50/ml 7,0***
* Na 1 uur >4,7 log afname
** Na 1 uur >5,7 logafname
*** De gegevens zijn voor 5 minuten
WERKINGSEIGENSCHAPPEN: RESULTATEN VAN KLINISCH
ONDERZOEK
Er is een prospectief multi-center klinisch onderzoek verricht ter beoordeling van de werking van
het ThinPrep 2000-systeem in directe vergelijking met het conventionele Pap-uitstrijkje. Het doel
van het klinisch onderzoek inzake ThinPrep was aan te tonen dat gynaecologische monsters die
met het ThinPrep 2000-systeem zijn bewerkt, ten minste dezelfde effectiviteit hebben als
conventionele Pap-uitstrijkjes als het gaat om de detectie van atypische cellen en
cervixcarcinomen of laesies die daaraan voorafgaan, bij uiteenlopende patiëntenpopulaties.
Bovendien werd de geschiktheid van de monsters beoordeeld.
Het aanvankelijke onderzoekprotocol behelsde een blind, 'matched pair' onderzoek met
gefaseerde bemonstering, waarbij eerst een conventioneel Pap-uitstrijkje werd geprepareerd en de
rest van het monster (het gedeelte dat normaliter zou zijn weggegooid) in een flacon PreservCyt-
oplossing werd gedompeld en gespoeld. In het laboratorium werd de PreservCyt-monsterflacon
in een ThinPrep 2000-processor geplaatst, en vervolgens werd een objectglaasje met een monster
van de patiënt geprepareerd. De glaasjes met ThinPrep en die met conventionele Pap-uitstrijkjes
werden onafhankelijk van elkaar onderzocht en gediagnosticeerd. Voor het vastleggen van de
uitslagen van het vergelijkend onderzoek werd gebruik gemaakt van rapportageformulieren die de
anamnese van de patiënt en een checklist van alle denkbare categorieën uit het Bethesda-systeem
bevatten. Alle afwijkende en positieve objectglaasjes uit alle locaties werden door één
onafhankelijke patholoog onderzocht volgens een 'blinde' methode, zodat een objectieve
beoordeling van de resultaten gewaarborgd was.
MAN-06367-1501 Rev. 001 6 of 15
KENMERKEN VAN DE LABORATORIA EN PATIËNTEN
Aan het klinisch onderzoek werd deelgenomen door cytologielaboratoria in drie testcentra
(aangeduid als S1, S2 en S3) en drie ziekenhuizen (aangeduid als H1, H2 en H3). De deelnemende
testcentra bedienen patiëntenpopulaties (onderzoekpopulaties) met afwijkingsgraden (intra-
plaveiselcelepitheellaesies met lage maligniteitsgraad [LSIL: Low-grade Squamous
Intraepithelial Lesion] en ernstiger laesies) gelijk aan het gemiddelde in de Verenigde Staten,
namelijk minder dan 5%.2 De aan het onderzoek deelnemende ziekenhuizen bedienen een
patiëntenpopulatie met hoog-risicoverwijzing (ziekenhuispopulatie), die wordt gekenmerkt door
een hoge graad (>10%) van cervicale abnormaliteit. Van 70% van de deelnemende patiënten
werden de raciaal-demografische gegevens vastgelegd. De onderzoekpopulatie bestond uit de
volgende raciale categorieën: Blank (41,2%), Aziatisch (2,3%), Latijns-Amerikaans (9,7%), Afro-
Amerikaans (15,2%), Amerikaans-Indiaans (1,0%) en andere categorieën (0,6%).
In tabel 1 worden de laboratoria en patiëntenpopulaties beschreven.
Tabel 1: Locatiegegevens
Laboratoriumgegevens Demografische gegevens voor het klinische onderzoek
Locatie Type
patiënt-
populatie
Laboratoriumom
zet - uitstrijkjes
per jaar
Gevallen Leeftijdbereik
patiënten
Post-
menopauzaal
Eerder afwi
j
kend
Pap-uitstrijkje
gehad
Convent.
prevalentie
LSIL+
S1 Testcentrum 300.000 1.386 18,0 - 84,0 10,6% 8,8% 2,3%
S2 Testcentrum 100.000 1.668 18,0 - 60,6 0,3% 10,7% 2,9%
S3 Testcentrum 96.000 1.093 18,0 - 48,8 0,0% 7,1% 3,8%
H1 Ziekenhuis 35.000 1.046 18,1 - 89,1 8,1% 40,4% 9,9%
H2 Ziekenhuis 40.000 1.049 18,1 - 84,4 2,1% 18,8% 12,9%
H3 Ziekenhuis 37.000 981 18,2 - 78,8 11,1% 38,2% 24,2%
MAN-06367-1501 Rev. 001 7 of 15
KLINISCH-ONDERZOEKSRESULTATEN
Als basis van de vergelijking tussen de onderzoeksresultaten van de conventionele en de
ThinPrep®-uitstrijkjes werden de diagnostische categorieën van het Bethesda-systeem gebruikt.
De diagnostische-classificatiegegevens en de statistische analyses voor alle klinische locaties
worden weergegeven in tabel 2 tot en met 11. Gevallen met onjuiste documentatie,
patiëntenleeftijden lager dan 18 jaar, cytologisch onbeoordeelbare objectglaasjes en patiënten met
een hysterectomie werden van deze analyse uitgesloten. In het klinische onderzoek werden een
paar cervixcarcinoomgevallen (0,02%3) aangetroffen; dit is typerend voor een patiëntenpopulatie
in de Verenigde Staten.
Tabel 2: Diagnoseclassificatietabel, alle categorieën
Conventioneel
NEG ASCUS AGUS LSIL HSIL SQ CA GL CA TOTAAL
ThinPrep NEG 5224 295 3 60 11 0 0 5593
ASCUS 318 125 2 45 7 0 0 497
AGUS 13 2 3 0 1 0 1 20
LSIL 114 84 0 227 44 0 0 469
HSIL 11 15 0 35 104 2 0 167
SQ CA 0 0 0 0 0 1 0 1
GL CA 0 0 0 0 0 0 0 0
TOTAAL 5680 521 8 367 167 3 1 6747
Afkortingen voor diagnoses: NEG = normaal of negatief, ASCUS = atypische plaveiselcellen van onbepaalde
significantie, AGUS = atypische glandulaire cellen van onbepaalde significantie, LSIL = intra-
plaveiselcelepitheellaesies met lage maligniteitsgraad, HSIL = intra-plaveiselcelepitheellaesies met hoge
maligniteitsgraad, SQ CA = plaveiselcelcarcinoom, GL CA = adenocarcinoom glandulaire cellen.
Tabel 3: Diagnoseclassificatietabel met drie categorieën
Conventioneel
NEG ASCUS/AGUS+ LSIL+ TOTAAL
ThinPrep NEG 5224 298 71 5593
ASCUS/
AGUS+
331 132 54 517
LSIL+ 125 99 413 637
TOTAAL 5680 529 538 6747
Tabel 4: Diagnoseclassificatietabel met twee categorieën, LSIL en ernstiger diagnoses
Conventioneel
NEG/ASCUS/
AGUS+
LSIL+ TOTAAL
ThinPrep NEG/ASCUS/
AGUS+
5985 125 6110
LSIL+ 224 413 637
TOTAAL 6209 538 6747
MAN-06367-1501 Rev. 001 8 of 15
Tabel 5: Diagnoseclassificatietabel met twee categorieën, ASCUS/AGUS en ernstiger diagnoses
NEG ASCUS/AGUS+ TOTAAL
ThinPrep NEG 5224 369 5593
ASCUS/
AGUS+
456 698 1154
TOTAAL 5680 1067 6747
De analyse van de diagnosegegevens vanuit de locaties wordt samengevat in tabellen 6 en 7.
Wanneer de p-waarde significant is (p < 0,05), wordt de voorkeursmethode in de tabel
aangegeven.
Tabel 6: Resultaten per locatie, LSIL en ernstiger laesies
Locatie Gevallen ThinPrep
LSIL+
Convent.
LSIL+
Toegenomen
detectie*
p-waarde Voorkeurs-
methode
S1 1.336 46 31 48% 0,027 ThinPrep
S2 1.563 78 45 73% <0,001 ThipPrep
S3 1.058 67 40 68% <0,001 ThinPrep
H1 971 125 96 30% <0,001 ThinPrep
H2 1.010 111 130 (15%) 0,135 Geen van beide
H3 809 210 196 7% 0,374 Geen van beide
*Toegenomen detectie = ThinPrep® LSIL+ - Conventionele LSIL+ x 100%
Conventionele LSIL+
Voor LSIL en ernstiger laesies leverde de diagnostische vergelijking statistisch
op vier locaties een voorkeur voor de ThinPrep-methode op en waren de
methoden statistisch gelijkwaardig op drie locaties.
Tabel 7: Resultaten per locatie, ASCUS/AGUS en ernstiger laesies
Locatie Gevallen ThinPrep
ASCUS+
Convent.
ASCUS+
Toe
g
enomen
detectie*
p-waarde Voorkeurs-
methode
S1 1.336 117 93 26% 0,067 Geen van beide
S2 1.563 124 80 55% <0,001 ThinPrep
S3 1.058 123 81 52% <0,001 ThinPrep
H1 971 204 173 18% 0,007 ThinPrep
H2 1.010 259 282 (8%) 0,360 Geen van beide
H3 809 327 358 (9%) 0,102 Geen van beide
*Toegenomen detectie = ThinPrep® ASCUS+ - Conventionele ASCUS+ x 100%
Conventionele ASCUS+
Voor ASCUS/AGUS en ernstiger laesies leverde de diagnostische vergelijking statistisch op drie
locaties een voorkeur voor de ThinPrep-methode op en waren de methoden statistisch
gelijkwaardig op drie locaties.
MAN-06367-1501 Rev. 001 9 of 15
Voor de zes klinische locaties trad één patholoog op als onafhankelijke beoordelaar; deze ontving
beide objectglaasjes voor gevallen waarin de twee methoden abnormaal of discrepant waren.
Aangezien bij dergelijke onderzoeken geen vaste referentiewaarde kan worden bepaald, zodat de
werkelijke gevoeligheid niet kan worden berekend, vormt het toepassen van controle door een
cytologisch deskundige een alternatief voor histologische bevestiging door biopsie of HPV-
onderzoek (humaan papillomavirus) als hulpmiddel voor het bepalen van de referentiediagnose.
De referentiediagnose was bij keuze uit de diagnoses voortkomend uit de ThinPrep-glaasjes of de
conventionele Pap-objectglaasjes de meest ernstige diagnose, volgens bepaling door de
onafhankelijke patholoog. Het aantal objectglaasjes dat op elke locatie als afwijkend werd
gediagnosticeerd vertegenwoordigt, vergeleken met de referentiediagnose van de onafhankelijk
patholoog, de getalsverhouding tussen LSIL of ernstiger laesies (tabel 8) en ASCUS/AGUS of
ernstiger laesies (tabel 9). Met de statistische analyse kunnen de twee methoden vergeleken
worden en kan bepaald worden welke methode de voorkeur geniet, bij gebruikmaking van de
onafhankelijk patholoog voor deskundige cytologische beoordeling als arbiter van de uiteindelijke
diagnose.
Tabel 8: Resultaten van de onafhankelijke patholoog per locatie, LSIL en ernstiger laesies
Locatie Gevallen
Positief
per onafhankelijk
patholoog
ThinPrep
positief
Conventioneel
positief
p-waarde Voorkeursmethode
S1 50 33 25 0,0614 Geen van beide
S2 65 48 33 0,0119 ThinPrep
S3 77 54 33 <0,001 ThinPrep
H1 116 102 81 <0,001 ThinPrep
H2 115 86 90 0,607 Geen van beide
H3 126 120 112 0,061 Geen van beide
Voor LSIL en ernstiger laesies leverde de diagnostische vergelijking statistisch op drie locaties een voorkeur voor de
ThinPrep-methode op en waren de methoden statistisch gelijkwaardig op drie locaties.
Tabel 9: Resultaten van de onafhankelijke patholoog per locatie, ASCUS/AGUS en ernstiger laesies
Locatie Gevallen
Positief
per
onafhankelijk
patholoog
ThinPrep®
positief
Conventioneel
positief
p-waarde Voorkeursmethode
S1 92 72 68 0,0511 Geen van beide
S2 101 85 59 0,001 ThinPrep
S3 109 95 65 <0,001 ThinPrep
H1 170 155 143 0,090 Geen van beide
H2 171 143 154 0,136 Geen van beide
H3 204 190 191 1,000 Geen van beide
Voor ASCUS/AGUS en ernstiger laesies leverde de diagnostische vergelijking statistisch op twee locaties een voorkeur
voor de ThinPrep-methode op en waren de methoden statistisch gelijkwaardig op vier locaties.
MAN-06367-1501 Rev. 001 10 of 15
Tabel 10 hieronder geeft een samenvatting van de beschrijvende diagnose voor alle categorieën
van het Bethesda-systeem, voor alle locaties.
Tabel 10: Samenvatting beschrijvende diagnose
Descriptive Diagnosis
Beschrijvende diagnose
ThinPrep Conventioneel
A
antal patiënten: 674
7
N % N %
Benigne cellulaire veranderingen:
Infectie:
Trichomonas vaginalis
Candida spp.
Coccobacilli
Actinomyces spp.
Herpes
Overige
Reactieve cellulaire veranderingen
geassocieerd met:
Ontsteking
Atrofische vaginitis
Bestraling
Overi
g
e
1592
136
406
690
2
3
155
353
32
2
25
23,6
2,0
6,0
10,2
0,0
0,0
2,3
5,2
0,5
0,0
0,4
1591
185
259
608
3
8
285
385
48
1
37
23,6
2,7
3,8
9,0
0,0
0,1
4,2
5,7
0,7
0,0
0,5
Afwijkingen epitheelcellen:
Plaveiselcellen:
ASCUS
voorkeur voor reactief
voorkeur voor neoplastisch
onbepaald
LSIL
HSIL
Carcinoom
Glandulaire cellen:
Benigne endometriumcellen bij
postemenopauzale vrouwen
atypische glandulaire cellen (AGUS)
voorkeur voor reactief
voorkeur voor neoplastisch
onbepaald
Endocervicaal adenocarcinoo
m
1159
501
128
161
213
469
167
1
7
21
9
0
12
0
17,2
7,4
1,9
2,4
3,2
7,0
2,5
0,0
0,1
0,3
0,1
0,0
0,2
0,0
1077
521
131
140
250
367
167
3
10
9
4
3
2
1
16,0
7,7
1,9
2,1
3,7
5,4
2,5
0,0
0,1
0,1
0,1
0,0
0,0
0,0
Tabel 11 toont de detectiefrequenties van infectie, reactieve veranderingen en het totaal aan
benigne cellulaire veranderingen, voor zowel de ThinPrep®-methode als de conventionele
methode, op alle locaties.
Tabel 11: Benigne cellulaire veranderingen
ThinPrep Conventioneel
N % N %
Benigne
cellulaire
Infectie 1392 20,6 1348 20,0
veranderingen Reactieve
veranderingen
412 6,1 471 7,0
Totaal* 1592 23,6 1591 23,6
*Bij de totaalwaarden zijn enkele patiënten inbegrepen met zowel een infectie als een reactieve cellulaire verandering.
De tabellen 12, 13 en 14 bieden een overzicht van de resultaten met betrekking tot de geschiktheid
van de monsters voor de ThinPrep-methode en de conventionele uitstrijkjesmethode, op alle
Opmerking: Sommige patiënten kwamen in meer dan één diagnose-subcategorie voor.
MAN-06367-1501 Rev. 001 11 of 15
onderzoekslocaties. Van de in totaal 7360 ingeschreven patiënten zijn 7223 personen in deze
analyse verwerkt. Gevallen waarin de patiënt jonger was dan 18 jaar of waarin de patiënt een
hysterectomie had ondergaan, zijn van deze analyse uitgesloten.
Er zijn twee aanvullende klinische onderzoeken uitgevoerd om de resultaten op
monstergeschiktheid te beoordelen bij directe plaatsing van de monsters in de PreservCyt®-flacon,
zonder dat eerst een conventioneel Pap-uitstrijkje werd geprepareerd. Deze
monsterverzamelingstechniek is het beoogde gebruik van het ThinPrep 2000-systeem. De tabellen
15 en 16 tonen de resultaten bij gefaseerde bemonstering en bij directe plaatsing in de flacon.
Tabel 12: Samenvatting resultaten monstergeschiktheid
Specimen
AdequacyMonstergeschiktheid
ThinPrep Conventioneel
A
antal patiënten: 7.223 N % N %
Voldoende 5656 78,3 5101 70,6
Beoordeelbaar maar beperkt door:
Artefact door droging aan de lucht
Uitstrijkje te dik
Ontbrekende endocervicale component
Karige plaveiselcelepitheel-
component
Beeldvertroebelend bloed
Beeldvertroebelende ontsteking
Geen klinische voorgeschiedenis
Cytolyse
Overige
1431
1
9
1140
150
55
141
12
19
10
19,8
0,0
0,1
15,8
2,1
0,8
2,0
0,2
0,3
0,1
2008
136
65
681
47
339
1008
6
119
26
27,8
1,9
0,9
9,4
0,7
4,7
14,0
0,1
1,6
0,4
Onbeoordeelbaar:
Artefact door droging aan de lucht
Uitstrijkje te dik
Ontbrekende endocervicale component
Karige plaveiselcelepitheel-
component
Beeldvertroebelend bloed
Beeldvertroebelende ontsteking
Geen klinische voorgeschiedenis
Cytolyse
Overi
g
e
136
0
0
25
106
23
5
0
0
31
1,9
0,0
0,0
0,3
1,5
0,3
0,1
0,0
0,0
0,4
114
13
7
11
47
58
41
0
4
9
1,6
0,2
0,1
0,2
0,7
0,8
0,6
0,0
0,1
0,1
Opmerking: Sommige patiënten kwamen in meer dan één subcategorie voor.
Tabel 13: Resultaten monstergeschiktheid
Conventioneel
SAT SBLB UNSAT TOTAAL
ThinPrep SAT 4316 1302 38 5656
SBLB 722 665 44 1431
UNSAT 63 41 32 136
TOTAAL 5101 2008 114 7223
SAT=Beoordeelbaar (Satisfactory), SBLB=Beoordeelbaar maar beperkt door (Satisfactory But Limited By),
UNSAT=Onbeoordeelbaar (Unsatisfactory)
MAN-06367-1501 Rev. 001 12 of 15
Tabel 14: Resultaten monstergeschiktheid per locatie
Locatie Gevallen Thin
Prep
SAT
Gevallen
Con-
vent.
SAT
Gevallen
Thin
Prep
SBLB
Gevallen
Con-
vent.
SBLB
Gevallen
Thin
Prep
UNSAT
Gevallen
Con-
vent.
UNSAT
Gevallen
S1 1.386 1092 1178 265 204 29 4
S2 1.668 1530 1477 130 178 8 13
S3 1.093 896 650 183 432 14 11
H1 1.046 760 660 266 375 20 11
H2 1.049 709 712 323 330 17 7
H3 981 669 424 264 489 48 68
Alle locaties 7.223 5656 5101 1431 2008 136 114
De categorie SBLB (beoordeelbaar maar beperkt door) kan worden onderverdeeld in vele
subcategorieën; een daarvan is de afwezigheid van een endocervicale component. In tabel 15 staan
de SBLB-resultaten voor de categorie Geen endocervicale component voor ThinPrep®- en
conventionele glaasjes.
Tabel 15: Resultaten monstergeschiktheid per locatie, SBLB-frequentie voor Geen endocervicale component.
SBLB wegens geen endocervicale component (ECC)
Locatie Gevallen ThinPrep
SBLB-
geen ECC
ThinPrep
SBLB-
geen ECC (%)
Conventional
SBLB-
geen ECC
Conventional
SBLB-
geen ECC (%)
S1 1.386 237 17,1% 162 11,7%
S2 1.668 104 6,2% 73 4,4%
S3 1.093 145 13,3% 84 7,7%
H1 1.046 229 21,9% 115 11,0%
H2 1.049 305 29,1% 150 14,3%
H3 981 120 12,2% 97 9,9%
Alle locaties 7.223 1140 15,8% 681 9,4%
Bij de resultaten van het klinisch onderzoek met toepassing van een gefaseerde-
bemonsteringsprotocol trad in de detectie van endocervicale componenten een verschil van 6,4
procent op tussen de conventionele methode en de ThinPrep-methode. Deze uitslag is gelijk aan
die van eerdere onderzoeken waarbij gebruik is gemaakt van gefaseerde-bemonsteringsmethoden.
ONDERZOEKEN MET DIRECTE PLAATSING VAN ENDOCERVICALE COMPONENT (ECC) IN DE
FLACON
Voor het beoogde gebruik van het ThinPrep® 2000-systeem wordt het cervicale monsterapparaat
direct in een PreservCyt®-flacon gespoeld, in plaats van het celmonster op te splitsen. Verwacht
werd dat dit zou leiden tot een verhoogde opname van endocervicale en metaplastische cellen. Ter
verificatie van deze hypothese zijn twee onderzoeken uitgevoerd met de direct-in-flaconmethode.
Een samenvatting hiervan is in tabel 16 weergegeven. Over het geheel genomen werden er in deze
twee onderzoeken geen verschillen waargenomen tussen de ThinPrep-methode en de
conventionele methode.
Tabel 16: Samenvatting onderzoeken met directe plaatsing van de endocervicale component (ECC) in de flacon
MAN-06367-1501 Rev. 001 13 of 15
Onderzoek Aantal
evalueerbare
patiënten
SBLB wegens ontbreken
endocervicale component Vergelijkbaar percentage
conventionele Pap-
uitstrijkjes
Geschiktheid direct-
in-flaconmethode 299 9,36% 9,43%1
Klinisch onderzoek
direct-in-
flaconmethode
484 4,96% 4,38%2
1. Geschiktheidsonderzoek direct-in-flaconmethode vergeleken met totaalscore klinisch onderzoek conventionele
Pap-uitstrijkjes met uitslag SBLB - Geen endocervicale component.
2. Klinisch onderzoek direct-in-flaconmethode vergeleken met klinisch onderzoek op locatie S2 conventionele Pap-
uitstrijkjes met uitslag SBLB - Geen endocervicale component.
KLINISCH ONDERZOEK DIRECT-IN-FLACONMETHODE HSIL+
Nadat het ThinPrep-systeem door de FDA was goedgekeurd, heeft Hologic een multi-site klinisch
onderzoek verricht volgens de direct-in-flaconmethodiek, ter beoordeling van het ThinPrep 2000-
systeem in vergelijking met conventionele Pap-uitstrijkjesmethoden voor de detectie van intra-
plaveiselepitheellaesies met hoge maligniteitsgraad en ernstiger laesies (HSIL+). Aan het
onderzoek werd deelgenomen door twee groepen patiënten, afkomstig uit tien (10)
vooraanstaande academische ziekenhuizen in of nabij grote steden in het gehele gebied van de
Verenigde Staten. Vanuit elke locatie bestond de ene groep uit patiënten die aan routinematig Pap-
testonderzoek werden onderworpen, en de andere groep uit patiënten die een verwijzingspopulatie
vertegenwoordigden en die waren ingeschreven op het moment van het colposcopisch onderzoek.
De ThinPrep-monsters werden vooraf afgenomen en vergeleken met een historische
controlecohort. De historische cohort bestond uit gegegevens die waren verzameld uit dezelfde
klinieken en door dezelfde artsen (indien nog aanwezig) die verantwoordelijk waren voor de
ThinPrep-monsters. Deze gegevens werden achtereenvolgens ontleend aan patiënten die direct
voor aanvang van het onderzoek waren gezien.
De resultaten van dit onderzoek toonden een detectiefrequentie van 511 / 20.917 voor de
conventionele Pap-uitstrijkjes versus 399 / 10.226 voor de ThinPrep-objectglaasjes. Voor deze
onderzoekcentra en deze onderzoekpopulaties betekent dit een stijging in de detectie van HSIL+-
laesies van 59,7% in het voordeel van de ThinPrep-monsters. Deze resultaten zijn samengevat in
tabel 17.
Tabel 17: Samenvatting direct-in-flaconmethode HSIL+-onderzoek
Locatie Totaal CP
(n) HSIL+ Procent
(%) Totaal
TP (n) HSIL+ Procent (%)
Procentuele
verandering (%)
S1S1 2.439 51 2,1 1.218 26 2,1 +2,1
S2 2.075 44 2,1 1.001 57 5,7 +168,5
S3 2.034 7 0,3 1.016 16 1,6 +357,6
S4 2.043 14 0,7 1.000 19 1,9 +177,3
S5 2.040 166 8,1 1.004 98 9,8 +20.0
S6 2.011 37 1,8 1.004 39 3,9 +111,1
S7 2.221 58 2,6 1.000 45 4,5 +72,3
S8 2.039 61 3,0 983 44 4,5 +49,6
S9 2.000 4 0,2 1.000 5 0,5 +150,0
S10 2.015 69 3,4 1.000 50 5,0 +46,0
Totaal 20.917 511 2,4 10.226 399 3,9 59,7( p<0,001)
Procentuele verandering (%) = ((TP HSIL+/TP Totaal)/(CP HSIL+/CP Totaal)-1) *100
MAN-06367-1501 Rev. 001 14 of 15
DETECTIE GLANDULAIRE AFWIJKINGEN – GEPUBLICEERDE ONDERZOEKEN
De detectie van endocervicale glandulaire laesies is een essentiële functie van de Pap-test.
Abnormale glandulaire cellen in het Pap-monster kunnen echter ook afkomstig zijn van het
endometrium of extra-uteriene locaties. De Pap-test is niet bedoeld als een screening voor
dergelijke laesies.
Wanneer glandulaire afwijkingen gevonden worden, is de accurate classificatie als echte
glandulaire versus plaveisellaesie belangrijk voor een juiste evaluatie en daaropvolgende
behandeling (bijv. keuze van excisionele biopsie versus conservatieve follow-up). In verschillende
peer-reviewed publicaties4-9 wordt gerapporteerd dat het ThinPrep 2000-systeem vergeleken met
de conventionele Pap-uitstrijkjes beter glandulaire afwijkingen kan ontdekken. Hoewel deze
onderzoeken niet consistent aandacht besteden aan de gevoeligheid van verschillende Pap-
testmethoden om specifieke typen glandulaire afwijkingen te ontdekken, komen de vermelde
resultaten overeen met de vaker gemelde bevestiging door middel van biopsieën van abnormale
glandulaire bevindingen met behulp van de ThinPrep Pap-test vergeleken met conventionele
cytologie.
Wanneer dus een glandulaire afwijking wordt geconstateerd op een ThinPrep Pap-testglaasje,
moet er meer aandacht worden besteed aan de definitieve evaluatie van potentiële endocervicale
of endometriale pathologie.
CONCLUSIES
De effectiviteit van het ThinPrep® 2000-systeem is bij diverse patiëntenpopulaties gelijk aan die
van conventionele Pap-uitstrijkjes, en kan in plaats van de conventionele Pap-uitstrijkjesmethode
worden toegepast voor de detectie van atypische cellen, cervixcarcinomen of daaraan
voorafgaande laesies, evenals voor alle andere cytologische categorieën zoals gedefinieerd in het
Bethesda-systeem.
Het ThinPrep 2000-systeem is bij diverse patiëntenpopulaties aanzienlijk doeltreffender dan het
conventionele Pap-uitstrijkje voor het detecteren van intra-plaveiselcelepitheellaesies van lage
graad (LSIL) en ernstiger laesies.
De kwaliteit van de monsters met het ThinPrep 2000-systeem is bij diverse patiëntenpopulaties
significant beter dan die van conventionele Pap-uitstrijkpreparaten.
BENODIGDE MATERIALEN
BIJGELEVERDE MATERIALEN
Het ThinPrep 2000-systeem bestaat uit de volgende componenten:
ThinPrep-processortoestel (Model TP 2000)
Flacon met PreservCyt®-oplossing
ThinPrep Pap-testfilter voor gynaecologische toepassingen
Programmageheugenkaart voor gynaecologische
toepassingen
Afvalflesset, bestaande uit fles, dop, slangenset,
aansluitingen, afvalfilte
r
2 filterhouders
2 reserve afdichtingsringen
voor filters
Power cordNetsnoe
ThinPrep-objectglaasjes
Bijgeleverde extra artikelen:
ThinPrep 2000 Gebruikershandleiding
10 fixatiefbadflacons
MAN-06367-1501 Rev. 001 15 of 15
BENODIGDE, MAAR NIET BIJGELEVERDE MATERIALEN
Glaasjeskleuringssysteem en reagentia Flacon met 20 ml PreservCy
t
®-oplossing
Standard laboratory fixativeStandaard
laboratoriumfixatief
ThinPrep®-Pap-testfilter voor gynaecologische
toepassingen
Dekglaasjes en afdekmedia Cervixmonsterafname-instrumen
t
OPSLAG
Bewaar PreservCyt-oplossing bij 15 °C tot 30 °C. Gebruik het product niet na het verstrijken
van de uiterste gebruiksdatum die op de container vermeld staat.
Bewaar PreservCyt-oplossing met cytologische monsters voor ThinPrep Pap-tests tussen
15 °C en 30 °C, maximaal 6 weken.
Een PreservCyt-oplossing met cytologische monsters voor CT/NG-tests met behulp van de
Roche Diagnostics COBAS AMPLICOR CT/NG-test moet worden bewaard bij een
temperatuur van 4 oC tot 25 oC, maximaal 6 weken.
BIBLIOGRAFIE
1. Solomon D., Davey D, Kurman R, Moriarty A, O’Connor D, Prey M, Raab S,
Sherman M, Wilbur D, Wright T, Young N, for the Forum Group Members and the
2001 Bethesda Workshop. The 2001 Bethesda System Terminology for Reporting
Results of Cervical Cancer. JAMA. 2002;287:2114-2119.
2. Jones HW. Impact of The Bethesda System, Cancer 77 pp. 1914-1918, 1995.
3. American Cancer Society. Cancer Facts and Figures, 1995.
4. Ashfaq R, Gibbons D, Vela C, Saboorian MH, Iliya F. ThinPrep Pap Test. Accuracy for
glandular disease. Acta Cytol 1999; 43: 81-5
5. Bai H, Sung CJ, Steinhoff MM: ThinPrep Pap Test promotes detection of glandular lesions
of the endocervix. Diagn Cytopathol 2000;23:19-22
6. Carpenter AB, Davey DD: ThinPrep Pap Test: Performance and biopsy follow-up un a university
hospital. Cancer Cytopathology 1999; 87: 105-12
7. Guidos BJ, Selvaggi SM. Detection of endometrial adenocarcinoma with the ThinPrep Pap test.
Diagn Cytopathol 2000; 23: 260-5
8. Schorge JO, Hossein Saboorian M, Hynan L, Ashfaq R. ThinPrep detection of cervical and
endometrial adenocarcinoma: A retrospective cohort study. Cancer Cytopathology 2002;
96: 338-43
9. Wang N, Emancipator SN, Rose P, Rodriguez M, Abdul-Karim FW. Histologic follow-up of
atypical endocervical cells. Liquid-based, thin-layer preparation vs. conventional Pap smear. Acta
Cytol 2002; 46: 453-7
TECHNISCHE ONDERSTEUNING EN PRODUCTINFORMATIE
Neem voor technische ondersteuning en assistentie met betrekking tot het gebruik van het ThinPrep
2000-systeem contact op met Hologic:
Telefoon: 1-800-442-9892
Fax: 1-508-229-2795
Bel van buiten de VS of op lijnen die voor gratis verkeer geblokkeerd zijn +1-508-263-2900.
©2019 Hologic, Inc. Alle rechten voorbehouden.
AW-19777-1501 Rev. 001
11-2019
Hologic, Inc.
250 Campus Drive
Marlborough, MA 01752
1-800-442-9892
www.hologic.com
Hologic BVBA
Da Vincilaan 5
1930 Zaventem
België
Het ThinPrep
®
2000-systeem
voor gynaecologisch gebruik
Het ThinPrep
®
2000-systeem
voor gynaecologisch gebruik
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
i
Het ThinPrep
®
2000-systeem
Voor gynaecologisch gebruik
Deel 1 (witte tabbladen) bevat informatie over de aanwending
van het ThinPrep
®
2000-systeem voor gynaecologisch gebruik.
Bovendien bevat het alle informatie over de installatie, het gebruik
en het onderhoud van de ThinPrep
®
2000-processor.
ii
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
iii
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1
Inleiding
Onderdeel A:
Overzicht en functie van het
ThinPrep
®
2000-systeem......................................1.1
Onderdeel B:
Werkingsprincipes ...............................................1.7
Onderdeel C:
Technische specificaties
ThinPrep 2000-systeem ....................................1.13
Onderdeel D:
Interne kwaliteitsbewaking ............................1.17
Onderdeel E:
Risico's ThinPrep 2000 .....................................1.17
Onderdeel F:
Afvoer .................................................................1.20
Hoofdstuk 2
Installatie van de ThinPrep 2000
Onderdeel A:
Algemeen ..............................................................2.1
Onderdeel B:
Handelingen bij aflevering ...............................2.1
Onderdeel C:
Voorbereidingen voor de installatie .................2.2
Onderdeel D:
Verwijdering van de verpakking
in het instrument ................................................2.3
Onderdeel E:
Aansluiting van het afvalreservoir ...................2.6
Onderdeel F:
Plaatsing van de geheugenkaart
met programma ..................................................2.7
Onderdeel G:
Aansluiting van het netsnoer .............................2.8
Onderdeel H:
Aanzetten van de ThinPrep 2000-processor .2.10
Onderdeel I:
Uitvoering van een run zonder monster .......2.12
Onderdeel J:
Bewaring en gebruik - na de installatie .........2.13
Onderdeel K:
Uitzetten van de ThinPrep 2000-processor ...2.13
Hoofdstuk 3
De preservcyt-oplossing
Onderdeel A:
Inleiding ................................................................3.1
Onderdeel B:
De PreservCyt
®
oplossing .................................3.2
iv
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Hoofdstuk 4
Preparatie van gynaecologische monsters
Onderdeel A:
Inleiding ................................................................4.1
Onderdeel B:
Voorbereiding van de monsterafname ............4.2
Onderdeel C:
Monsterafname ....................................................4.4
Onderdeel D:
Speciale voorzorgsmaatregelen ........................4.6
Onderdeel E:
Verwerken van monsters ...................................4.7
Onderdeel F:
Problemen oplossen bij de verwerking
van een monster....................................................4.9
Hoofdstuk 5 A
Gebruiksinstructies
Onderdeel A:
Inleiding ............................................................ 5A.1
Onderdeel B:
Optionele instructies voor
aanvullende tests ............................................ 5A.2
Onderdeel C:
Benodigd materiaal ........................................ 5A.4
Onderdeel D:
Checklist voorafgaand aan gebruik .............. 5A.6
Onderdeel E:
Overzicht van het laden van de
ThinPrep
®
2000-processor ............................. 5A.7
Onderdeel F:
Laden van het PreservCyt-monsterpotje .... 5A.8
Onderdeel G:
Laden van het filter voor de
ThinPrep-pap-test ............................................ 5A.9
Onderdeel H:
Laden van het ThinPrep-objectglaasje ...... 5A.12
Onderdeel I:
Laden van het potje met fixatief .................. 5A.15
Onderdeel j:
Sluiten van het deurtje ................................. 5A.16
Onderdeel K:
Selecteren en starten van een
verwerkingscyclus ........................................ 5A.17
Onderdeel L:
Uitladen van de ThinPrep 2000-processor.. 5A.19
Onderdeel M:
Onderbreken van de verwerkingsstappen
voor het maken van een preparaat ............. 5A.21
Onderdeel N:
Status-, onderhouds- en testschermen ...... 5A.22
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
v
Hoofdstuk 5 B
Gebruiksinstructies voor de verwerking van
monsters voor de COBAS AMPLICOR™ CT/NG
Onderdeel A:
Inleiding ............................................................. 5B.1
Onderdeel B:
Benodigd materiaal ......................................... 5B.2
Onderdeel D:
Checklist voorafgaand aan gebruik................ 5B.4
Onderdeel E:
Overzicht van het laden van de
ThinPrep
®
2000-processor .............................. 5B.5
Onderdeel E:
Gereedmaken van de filterhouders .............. 5B.6
Onderdeel F:
Laden van het potje met fixatief ..................... 5B.7
Onderdeel G:
Laden van het filter voor de
ThinPrep-pap-test ............................................. 5B.8
Onderdeel H:
Laden van het PreservCyt-monsterpotje .... 5B.10
Onderdeel I:
Laden van het ThinPrep-objectglaasje ........ 5B.11
Onderdeel J:
Sluiten van het deurtje .................................. 5B.14
Onderdeel K:
Selecteren en starten van een
verwerkingscyclus .......................................... 5B.15
Onderdeel L:
Uitladen van het PreservCyt-monsterpotje 5B.18
Onderdeel M:
Uitladen van het ThinPrep-preparaat ......... 5B.19
Onderdeel N:
Uitladen van het filtersamenstel .................. 5B.20
Onderdeel O:
Onderbreken van de verwerkingsstappen
voor het maken van een preparaat 5B.21
Onderdeel P:
Status-, onderhouds- en testschermen ........ 5B.22
Hoofdstuk 6
Problemen oplossen
Onderdeel A:
Inleiding ................................................................6.1
Onderdeel B:
Gebruik van dit onderdeel .................................6.2
Onderdeel C:
Inhoud ...................................................................6.3
Onderdeel D:
Foutenlogboek ...................................................6.36
vi
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Hoofdstuk 7
Onderhoud
Onderdeel A:
Inleiding ................................................................7.1
Onderdeel B:
Leegmaken van het afvalreservoir ....................7.2
Onderdeel C:
Reiniging van de filterhouder ...........................7.4
Onderdeel D:
Invetten van de afdichtingsringen op
de filterhouder .....................................................7.5
Onderdeel E:
Vervanging van de afdichtingsringen
voor het filter ........................................................7.6
Onderdeel F:
Reiniging van het deurtje ...................................7.8
Onderdeel G:
Reiniging van de filterhouderafsluiting ...........7.9
Onderdeel H:
Algemene reiniging ...........................................7.10
Onderdeel I:
Vervanging van een slang van
het afvalsysteem ................................................7.11
Onderdeel J:
Vervanging van het filter van
het afvalsysteem ................................................7.16
Onderdeel K:
Leegmaken en reiniging van
het opvangbakje................................................. 7.18
Onderdeel L:
Verplaatsing van de
ThinPrep
®
2000-processor ................................7.19
Onderdeel M:
Onderhoudsschema ..........................................7.20
Hoofdstuk 8
Fixatie, kleuring en insluiting
Onderdeel A:
Inleiding ................................................................8.1
Onderdeel B:
Fixatie ....................................................................8.2
Onderdeel C:
Kleuring ................................................................8.6
Onderdeel D:
Insluiting ...............................................................8.6
Onderdeel E:
Bronvermelding ...................................................8.6
Hoofdstuk 9
Het opleidingsprogramma voor de ThinPrep-Pap-test
Index
1. Inleiding
1. Inleiding
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.1
1
INLEIDING
Hoofdstuk 1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven en worden de werkingsprincipes beschreven van het
ThinPrep
®
2000-systeem voor verwerking van gynaecologische monsters.
Opmerking:
Bij gebruik van het ThinPrep 2000-systeem moeten speciale verwerkingsstappen
worden gevolgd voor monsters die vervolgens met de Roche Diagnostics COBAS
AMPLICOR™ CT/NG-test worden getest op
Chlamydia trachomatis
en
Neisseria
gonorrhoeae
. (Zie Hoofdstuk 5B, 'Gebruiksinstructies voor de verwerking van monsters
voor de COBAS AMPLICOR™ CT/NG-test'.)
OVERZICHT EN FUNCTIE VAN HET THINPREP
®
2000-SYSTEEM
Het ThinPrep 2000-systeem wordt gebruikt voor verwerking van naar een conserveringsvloeistof
overgebrachte gynaecologische monsters die zijn bestemd voor gebruik met de ThinPrep
®
Pap-test.
Als voorbereiding op de kleuring, insluiting en screening worden de monsters afgenomen, verwerkt
en vervolgens overgebracht en gefixeerd op objectglaasjes. De processor produceert op ThinPrep-
objectglaasjes preparaten met een uniform verdeelde dunne laag cellen.
Gebruiksindicatie
Beoogd gebruik
Het ThinPrep 2000-systeem is bedoeld ter vervanging van de conventionele methode waarmee
Pap-uitstrijkjes werden geprepareerd voor gebruik bij screening op de aanwezigheid van atypische
cellen, cervixcarcinoom of daaraan voorafgaande laesies (intra-plaveiselcelepitheel-laesies met lage
en hoge maligniteitsgraad) en ook alle andere cytologische categorieën die in The Bethesda System
for Reporting Cervical/Vaginal Cytologic Diagnoses worden beschreven
1
.
1. Nayar R, Wilbur DC. (eds).
The Bethesda System for Reporting Cervical Cytology: Definitions, Criteria, and Ex-
planatory Notes.
3rd ed. Cham, Switzerland: Springer: 2015.
ONDERDEEL
A
INLEIDING
1.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
Afbeelding 1-1 De ThinPrep 2000-processor en het bijbehorend afvalreservoir
Opmerking:
In deze handleiding wordt op afbeeldingen het ThinPrep 2000-systeem weergegeven in
twee verschillende uitvoeringen. Deze handleiding omvat instructies voor het gebruik
van het ThinPrep 2000-systeem, ongeacht het uiterlijk van het instrument.
Samenvatting en uitleg van het systeem
De ThinPrep-verwerking begint met het afnemen van een gynaecologisch monster bij de patiënt met
een hulpmiddel waarmee een celmonster van de cervix wordt afgenomen dat niet zoals bij het
conventionele uitstrijkje op een objectglaasje wordt uitgestreken maar in een potje met de PreservCyt
®
oplossing wordt gedompeld en afgespoeld. Vervolgens wordt het ThinPrep-monsterpotje voorzien
van een dop en etiket en naar een laboratorium gezonden dat een ThinPrep 2000-processor heeft.
In het laboratorium wordt het PreservCyt-monsterpotje in een ThinPrep 2000-processor geplaatst.
In de processor wordt van de oplossing met het celmonster van cervix een dispersie gemaakt waarbij
de cellen voor diagnostisch onderzoek voorzichtig onder grondig roeren worden gescheiden van
bloed, slijm en storend vuil. Vervolgens worden de cellen verzameld op een filter voor de ThinPrep-
Pap-test, dat speciaal is geconstrueerd voor het verzamelen van cellen voor diagnostisch onderzoek.
De ThinPrep 2000-processor houdt tijdens het verzamelproces constant de volumestroom door het
filter voor de ThinPrep-Pap-test bij, zodat wordt voorkomen dat er zich te veel op te weinig cellen bij
het filter aandienen. Daarna wordt een dun laagje cellen binnen een cirkel met een diameter van
20 mm op een objectglaasje overgebracht. Vervolgens wordt het objectglaasje automatisch in een
fixatief gedeponeerd.
ThinPrep
®
2000
CYTYC
corporation
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.3
1
INLEIDING
De ThinPrep-verwerking bij het prepareren van monsters
Net als bij conventionele Pap-uitstrijkjes het geval is, worden de met het ThinPrep 2000-systeem
gemaakte preparaten onderzocht in de context van de klinische gegevens van de patiënt en
informatie op basis van andere diagnostische procedures zoals colposcopie, biopsie en onderzoek
naar humaan papillomavirus (HPV), teneinde een behandeling voor de patiënt te bepalen.
1. Dispergeren 2. Verzamelen
van cellen
3. Overbrengen
van cellen
(1) Dispergeren
Het filter voor de ThinPrep-
Pap-test roteert in het mon-
sterpotje, waarbij stromin-
gen in de oplossing worden
opgewekt die sterk genoeg
zijn om vuil van de cellen te
scheiden en slijm te dis-
pergeren maar niet zo sterk
dat de morfologie van de cel-
len wordt beschadigd.
(2) Verzamelen van cellen
In het filter voor de ThinPrep-
Pap-test wordt een lichte
onderdruk gecreëerd, waar-
door er cellen op het buitenop-
pervlak van het membraan
worden verzameld. Het ver-
zamelen van de cellen wordt
aangestuurd door de software
van de ThinPrep 2000-proces-
sor, die de volumestroom door
het filter voor de ThinPrep-
Pap-test bijhoudt.
(3) Overbrengen van cellen
Nadat de cellen op het mem-
braan zijn verzameld, wordt het
filter voor de ThinPrep-Pap-test
omgekeerd en voorzichtig
tegen het ThinPrep-object-
glaasje gedrukt. Door de nor-
male aantrekking en een lichte
overdruk hechten de cellen zich
aan het ThinPrep-objectglaasje
waarbij de cellen zich gelijk-
matig verdelen over een afge-
bakend cirkelvormig
oppervlak.
INLEIDING
1.4
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
Beperkingen
Gynaecologische monsters voor preparatie met het ThinPrep 2000-systeem moeten worden
afgenomen met een ecto-endocervicale borstel of met een endocervicale borstel in combinatie
met een kunststof spatel.
Alleen medewerkers die zijn opgeleid door Hologic of door Hologic aangewezen
organisaties of personen mogen preparaten maken met het ThinPrep 2000-systeem.
Alleen cytologisch analisten en pathologen die door Hologic of door Hologic aangewezen
organisaties of personen zijn opgeleid voor het beoordelen van preparaten die zijn gemaakt
met het ThinPrep 2000-systeem mogen deze preparaten beoordelen.
Bij het ThinPrep 2000-systeem worden benodigdheden gebruikt die specifiek door Hologic
worden vervaardigd en geleverd voor dit systeem. Dit zijn onder meer de potjes met de
PreservCyt-oplossing, filters voor de ThinPrep-Pap-test en ThinPrep-objectglaasjes. Zonder
deze benodigdheden kan het systeem niet goed functioneren en ze kunnen niet door andere
worden vervangen. Als er andere benodigdheden worden gebruikt, zal het systeem niet
goed functioneren. Na gebruik dienen de benodigheden overeenkomstig de plaatselijke,
regionale en landelijke voorschriften te worden afgevoerd.
Een filter voor de ThinPrep-Pap-test mag slechts eenmaal worden gebruikt en kan niet
opnieuw worden gebruikt.
Waarschuwingen
Gevaar. De PreservCyt-oplossing bevat methanol. Toxisch bij opname door de mond. Toxisch
bij inademing. Veroorzaakt schade aan organen. De toxiciteit kan niet worden opgeheven.
Raadpleeg het veiligheidsinformatieblad (SDS) op www.hologicsds.com. Draag persoonlijke
beschermingsmiddelen voor het laboratorium. Ontvlambare vloeistof en damp. Bij hitte,
vonken, open vuur en hete oppervlakken vandaan houden. Bij verdamping van alcohol kan
brand ontstaan. De PreservCyt-oplossing kan niet worden vervangen door andere
oplossingen. De PreservCyt-oplossing moet worden bewaard en afgevoerd volgens alle
toepasselijke voorschriften.
Gebruik de ThinPrep 2000-processor niet voor verwerking van een monster van
cerebrospinale vloeistof (CSV) of een ander type monster dat afkomstig is van een patiënt
met een overdraagbare spongiforme encefalopathie (TSE), zoals de ziekte van Creutzfeld-
Jacob, waarbij de mogelijkheid van overdracht van prionen (PrPsc) niet is uitgesloten. Een
met TSE verontreinigde processor kan niet effectief worden gedesinfecteerd en moet daarom
op passende wijze worden afgevoerd om mogelijke schadelijke gevolgen voor gebruikers
en/of onderhoudsmedewerkers te voorkomen.
Sterk oxiderende middelen, zoals bleekmiddelen, zijn onverenigbaar met de PreservCyt-
oplossing en mogen daarom niet worden gebruikt om het afvalreservoir te reinigen.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.5
1
INLEIDING
Voorzorgsmaatregelen
Dit apparaat genereert, gebruikt en kan radiofrequente energie uitzenden; als het apparaat
niet volgens de gebruikershandleiding wordt geïnstalleerd en gebruikt, kan het interferentie
met draadloze communicatieapparatuur veroorzaken. Bij gebruik van dit apparaat in een
woonomgeving is de kans op schadelijke interferentie aanzienlijk. De gebruiker moet dan de
interferentie voor eigen rekening verhelpen.
Een PreservCyt-oplossing
met
een cytologisch monster dat is bedoeld voor een ThinPrep-
Pap-test moet worden bewaard bij een temperatuur tussen 15 °C en 30 °C en binnen 6 weken
na afname worden onderzocht.
Een PreservCyt-oplossing
met
een cytologisch monster dat is bedoeld voor een CT/NG-test
met de Roche Diagnostics COBAS AMPLICOR CT/NG-test moet worden bewaard bij een
temperatuur tussen 4 °C en 25 °C en binnen 6 weken na afname worden onderzocht.
De PreservCyt-oplossing is getest met diverse micro-organismen en virussen. De volgende tabel
geeft de aanvangsconcentraties van levensvatbare micro-organismen en virussen en de concentratie
daarvan na 15 minuten in de PreservCyt-oplossing. De concentratie na 15 minuten in de vorm de
logaritmische afname. Er moeten zoals bij alle laboratoriumprocedures algemeengeldende
voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
* Na 1 uur logaritmische afname >4,7
** Na 1 uur logaritmische afname >5,7
*** Gegevens zijn voor 5 minuten
Micro-organisme/virus Aanvangsconcentratie Logaritmische afname na
15 min.
Candida albicans 5,5 x 105 CFU/ml >4,7
Aspergillus niger* 4,8 x 105 CFU/ml 2,7
Escherichia coli 2,8 x 105 CFU/ml >4,4
Staphylococcus aureus 2,3 x 105 CFU/ml >4,4
Pseudomonas aeruginosa 2,5 x 105 CFU/ml >4,4
Mycobacterium tuberculosis** 9,4 x 105 CFU/ml 4,9
Konijnenpokkenvirus 6,0 x 106 PFU/ml 5,5***
Hiv-1 1,0 x 107,5 TCID50/ml 7,0***
INLEIDING
1.6
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
BENODIGD MATERIAAL
Geleverd materiaal
Het ThinPrep 2000-systeem bestaat uit de volgende componenten:
De ThinPrep-processor (Model: ThinPrep 2000)
Potje voor de PreservCyt-oplossing
Filter (transparant) voor de gyn. ThinPrep-Pap-test
Geheugenkaart met programma
Netsnoer
2 filterhouders
2 reserve afdichtingsringen voor het filter
Afvalreservoirset, bestaande uit reservoir, dop, slangenset, aansluitingen, filter
ThinPrep-objectglaasjes
Verder bijgeleverde artikelen:
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep 2000-systeem
10 fixatiefpotjes
Borstel/spatel voor het afnemen van een celmonster van de cervix
Afgesloten cilinder
Benodigd maar niet bijgeleverd materiaal
Kleuringssysteem voor preparaten en reagentia
Standaard fixatief van het laboratorium
Dekglaasjes en insluitmiddelen
Pluisvrije doekjes
Bewaring
Bewaar de PreservCyt-oplossing bij een temperatuur tussen 15 °C en 30 °C. Niet gebruiken
na de uiterste gebruiksdatum die is afgedrukt op het potje.
Bewaar een PreservCyt-oplossing
met
een cytologisch monster dat is bedoeld voor een
ThinPrep-Pap-test gedurende maximaal 6 weken bij een temperatuur tussen 15 °C en 30 °C.
Bewaar een PreservCyt-oplossing
met
een cytologisch monster dat is bedoeld voor een
CT/NG-test met de Roche Diagnostics COBAS AMPLICOR CT/NG-test gedurende
maximaal 6 weken bij een temperatuur tussen 4 °C en 25 °C.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.7
1
INLEIDING
WERKINGSPRINCIPES
De ThinPrep 2000-processor maakt bij het dispergeren van het monster en het verzamelen en
overbrengen van cellen gebruik van mechanische, pneumatische en vloeistofdynamische
principes. De monsters worden voorzichtig gedispergeerd door een rotatiemechanisme. Het
verzamelen van cellen wordt gecontroleerd door een pneumatisch/vloeistofdynamisch systeem
dat wordt aangestuurd door een microprocessor. Het overbrengen van de cellen wordt
gecontroleerd door elektrochemische principes, het pneumatische en vloeistofmechanische
systeem, de normale bindingseigenschappen van cellen en de eigenschappen van het filter voor
de ThinPrep-Pap-test.
Elke verwerkingscyclus op de ThinPrep-processor voor het maken van een preparaat is optimaal
afgestemd op de biologische kenmerken van de diverse cytologische monsters.
De verwerkingsstappen op de ThinPrep-processor voor het maken van een preparaat kunnen in
de volgende fasen worden onderverdeeld:
Preparatie van het monster/laden van het instrument
Cyclus starten
Vloeistofniveau bepalen
Dispergeren
Filter bevochtigen
Verzamelen van cellen
Afval verwijderen
Borrelpunt
Overbrengen van cellen
Preparaat uitwerpen
Cyclus voltooien
In de volgende onderdelen worden de principes van elk van deze fasen gedetailleerd beschreven.
ONDERDEEL
B
INLEIDING
1.8
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
Preparatie van het monster/laden van het instrument
Voordat een gynaecologisch monster op de ThinPrep-processor kan worden verwerkt, moet het
monster in de PreservCyt-oplossing worden geplaatst. Gynaecologische monsters moeten worden
geprepareerd volgens de protocollen die worden beschreven in Hoofdstuk 4, 'Preparatie van
gynaecologische monsters'. Nadat de cellen op de juiste manier aan het potje met de PreservCyt-
oplossing zijn toegevoegd, kan het monsterpotje op de processor worden verwerkt.
Ter voorbereiding van de verwerking van het monster plaatst de gebruiker vier essentiële items in de
ThinPrep 2000-processor: een PreservCyt-monsterpotje, een filter voor de ThinPrep-Pap-test met
daaraan de filterhouder, een ThinPrep-objectglaasje en een potje met een standaard fixatief van het
laboratorium. Het laden en gebruik van de processor worden uiteengezet in Hoofdstuk 5A,
'Gebruiksinstructies'.
Cyclus starten
Wanneer de gebruiker een verwerkingscyclus start, controleert de ThinPrep 2000-processor de
plaatsing van de relevante items, de posities van bewegende onderdelen en de positieve en negatieve
druk in de drukreservoirs. Vervolgens wordt het objectglaasje op de processor verwerkt volgens de
geselecteerde verwerkingscyclus.
Vloeistofniveau bepalen
De filterhouderafsluiting gaat omlaag om het filtersamenstel af te sluiten en het monsterpotje gaat
omhoog naar het filtermembraan. De monsterpotje wordt stilgezet wanneer het filtermembraan in
aanraking komt met het vloeistofoppervlak. Als het vloeistofniveau toereikend is, worden de
verwerkingsstappen voor het maken van het preparaat voortgezet. Een ontoereikend vloeistofniveau
wordt aangegeven door middel van een foutmelding en een akoestisch alarmsignaal.
Dispergeren
De filterhouderafsluiting gaat omhoog en het filtersamenstel voor de ThinPrep-Pap-test wordt door
het dispersiesysteem rondgedraaid in de celsuspensie. Daarbij treden schuifkrachten in de vloeistof
op die sterk genoeg zijn om materiaal dat aan elkaar zit willekeurig te scheiden en slijm te
dispergeren maar, op grond van wat tot nu toe gebleken is, niet zo sterk dat ze de celmorfologie
kunnen beschadigen of krachten die diagnostisch relevante celgroepen bijeenhouden kunnen
overwinnen.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.9
1
INLEIDING
Filter bevochtigen
De afsluiting gaat omlaag om de bovenkant van het filtersamenstel af te sluiten. Er wordt
kortstondig negatieve druk uitgeoefend, waarbij een kleine hoeveelheid vloeistof door het filter voor
de ThinPrep-Pap-test wordt opgezogen ter bevochtiging. Na de bevochtiging wordt de vloeistof in
het filter voor de ThinPrep-Pap-test er voorzichtig uitgeblazen. Daardoor wordt celmateriaal dat zich
op het filteroppervlak mocht bevinden daarvan verwijderd.
Cellen verzamelen
Het filtermembraan is biologisch neutraal en is bij een van de uiteinden van de filtercilinder voor de
ThinPrep-Pap-test aangebracht. Het membraan heeft een vlak, glad, poreus oppervlak, waarop het
celmateriaal in één vlakke laag wordt verzameld.
Het pneumatische systeem oefent pulsmatig negatieve druk op het filter uit. Door deze pulsen
van negatieve druk (teugjes) wordt de PreservCyt-oplossing door het filtermembraan opgezogen
en wordt gesuspendeerd celmateriaal op het buitenoppervlak van het membraan verzameld.
Het verzamelproces wordt gestopt wanneer de gewenste bedekking van het filteroppervlak is bereikt.
Die bedekking is vooraf bepaald door de opeenvolging waarin de processor verschillende stappen
doorloopt. Het verzamelen van cellen wordt aangestuurd door een ingebouwde microprocessor die
de druk in de filtercilinder voor de ThinPrep-Pap-test bijhoudt. Na het verzamelen vormen de cellen
een enkele vlakke laag over de membraanporiën en zijn gereed om te worden overgebracht naar het
objectglaasje. In afbeelding 1-2 wordt het verzamelen van cellen geïllustreerd.
INLEIDING
1.10
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
Afbeelding 1-2 Verzamelen van cellen
Afval verwijderen
Wanneer het verzamelen van cellen is voltooid, wordt het filter voor de ThinPrep-Pap-test uit het
monsterpotje getrokken en wordt het filtraat in de afvalreservoir gezogen terwijl het filter wordt
omgekeerd. Als gevolg van de negatieve aanzuigdruk blijven de verzamelde cellen op het filter voor
de ThinPrep-Pap-test zitten.
Borrelpunt
Bij de borrelpunttest wordt overtollige vloeistof uit het filtermembraan verwijderd voordat de cellen
naar het objectglaasje worden overgebracht, zodat de cellen zich beter aan het objectglaasje hechten.
Het borrelpunt treedt op nadat alle vloeistof is verwijderd. Dit blijkt uit de belletjes die in het
filtermembraan ontstaan. Tijdens borrelpunt kunnen cellen niet aan de lucht drogen.
Cellen overbrengen
Nadat de borrelpunttest is voltooid, plaatst de objectglasmodule het objectglaasje tegen het
omgekeerde filter voor de ThinPrep-Pap-test.
Door de normale hechtingseigenschappen van cellen en de elektrochemische lading van het glazen
objectglaasje worden de cellen vanaf het filtermembraan op het objectglaasje overgebracht. De cellen
hebben een grotere affiniteit voor het glazen objectglaasje dan voor het membraan; een geringe
overdruk achter het filtermembraan draagt verder bij aan de overbrenging van de cellen.
Door negatieve
druk ontstaat
onderdruk
Filter voor de
ThinPrep-
Pap-test
Vloeistofstroom
Filterporiën
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.11
1
INLEIDING
Preparaat uitwerpen
Nadat de cellen zijn overgebracht, wordt het preparaat van het filter afgehaald en automatisch
uitgeworpen in het potje met fixatief.
Cyclus voltooien
Alle bewegende onderdelen keren terug naar hun uitgangsposities en het beeldscherm keert terug
naar het hoofdmenu. Als het systeem tijdens de verwerking een fout detecteert, wordt een
foutmelding weergegeven en een akoestisch alarmsignaal afgegeven.
INLEIDING
1.12
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
Afbeelding 1-3 Overzicht van de verwerking
1. Objectglaasje en filter
voor de ThinPrep-Pap-
test zitten goed op hun
plaats. De gebruiker start
de verwerkingscyclus.
2. Het monster gaat omhoog
naar het filter en het
systeem controleert het
vloeistofniveau.
3. Dispergeren. Filter voor
de ThinPrep-Pap-test
roteert om het
monstermateriaal te
dispergeren.
4. Filter bevochtigen.
Vloeistof wordt in het
filter opgezogen en er
vervolgens uitgeblazen.
5. Verzameling. De cellen
worden gecontroleerd
naar het filter voor de
ThinPrep-Pap-test toe
getrokken.
6. Afval verwijderen.
Filter wordt omgekeerd,
filtraat wordt afgevoerd
naar afvalreservoir
en monsterpotje
gaat omlaag.
7. Overbrengen van cellen.
Objectglaasje wordt
tegen het filter geplaatst.
Cellen worden
overgebracht op het
objectglaasje.
8. Preparaat uitwerpen.
Objectglaasje wordt
in een fixatiefbad
gedeponeerd. Filter
keert terug naar de
uitgangspositie.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.13
1
INLEIDING
TECHNISCHE SPECIFICATIES THINPREP 2000-SYSTEEM
Overzicht van de componenten
Afbeelding 1-4 Componenten van het ThinPrep 2000-systeem
ONDERDEEL
C
ThinPrep 2000
Geheugenkaart met
programma
Gebruikershandleiding
Afvalreservoir met dop
en filter
Filterhouders
Fixatiefpotjes
Netsnoer
INLEIDING
1.14
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
Afmetingen en ruimtebeslag ThinPrep 2000
Afbeelding 1-5 Afmetingen processor
Afbeelding 1-6 Ruimtebeslag processor
50 cm
38 cm
43 cm
46 cm
15 cm
15 cm
48 cm
43 cm
55 cm
33 cm
59 cm
46 cm
61 cm
58 cm
25 cm
48 cm
63 cm
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.15
1
INLEIDING
Afmetingen en gewicht (bij benadering)
ThinPrep-processor met scharnierdeurtje: 55 cm H x 48 cm B x 33 cm D
21,9 kg
ThinPrep-processor met schuifdeurtje: 50 cm H x 46 cm B x 38 cm D
18,6 kg
Afvalreservoir: 43 cm H, 15 cm diameter
Omgevingsvoorwaarden
Bedrijfstemperatuur
15–32 °C
59–90 °F
Bedrijfsvochtigheidsgraad
Relatieve vochtigheidsgraad van 20%–90%, zonder condensatie
Temperatuur indien buiten bedrijf (verzending en opslag)
-28–50 °C
-20–122°F
Vervuilingsgraad II
, overeenkomstig IEC 60664.
Categorie II,
het ThinPrep 2000-systeem is uitsluitend bedoeld voor gebruik binnenshuis, in een
praktijk of een schone laboratoriumomgeving.
Hoogte
: 0 meter (zeeniveau) tot 2000 meter.
Atmosferische druk:
1100 millibar tot 500 millibar.
Geluidsniveaus:
Maximaal A-gewogen geluidsdrukniveau op de gebruikerspositie en
omstanderspositie is 72,5 dBA.
Elektrische stroom
Elektrische spanning
100/120 V wisselstroom bij 2 A
220/240 V wisselstroom bij 1 A
Stroomfrequentie
47–63 Hz
Maximale vermogen 200 W
Zekeringen
Twee 3,15 A/250 V, 5x20 mm, glas, met tijdsvertraging
INLEIDING
1.16
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
RS-232-aansluiting
Normclassificaties ThinPrep 2000-systeem
Het ThinPrep 2000-systeem is getest en goedgekeurd door een in de VS landelijk erkend
testlaboratorium (NRTL). Daarbij is vastgesteld dat het instrument voldoet aan de thans geldende
normen met betrekking tot veiligheid, elektromagnetische interferentie (EMI) en elektromagnetische
compatibiliteit (EMC). Zie het productetiket van de processor op de achterkant van het instrument
voor de markeringen met betrekking tot de veiligheidscertificering
Dit apparaat voldoet aan de eisen met betrekking tot uitzending van stoorstraling en
stoorbestendigheid van IEC 61326-2-6. Dit apparaat is ontworpen en getest volgens CISPR 11
Klasse A. In een huishoudelijke omgeving kan het radiostoring veroorzaken, in welk geval
u maatregelen moet treffen om deze storing te verminderen. De elektromagnetische omgeving
moet voorafgaand aan het gebruik van de apparatuur worden beoordeeld.
Gebruik dit apparaat niet in de directe nabijheid van bronnen van krachtige elektromagnetische
straling (bv. niet-afgeschermde bronnen die erop gericht zijn om elektromagnetische straling uit
te zenden), aangezien deze een juiste werking van de apparatuur kunnen verstoren.
Let op:
Veranderingen of aanpassingen van dit systeem die niet uitdrukkelijk zijn goedgekeurd
door de partij die verantwoordelijk is voor naleving kan de bevoegdheid van de gebruiker om de
apparatuur te gebruiken doen vervallen.
Deze apparatuur is aan tests onderworpen, waarbij is vastgesteld dat deze voldoet aan de
beperkingen voor digitale apparaten klasse A, conform Onderdeel 15 van de richtlijnen van de
Federal Communications Commission (FCC Rules; USA). Deze beperkingen zijn bedoeld om
redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie wanneer apparatuur in een
commerciële omgeving wordt gebruikt. Dit apparaat genereert, gebruikt en kan radiofrequente
energie uitzenden; als het apparaat niet volgens de gebruikershandleiding wordt geïnstalleerd en
gebruikt, kan het schadelijke interferentie met draadloze communicatieapparatuur veroorzaken.
Bij gebruik van dit apparaat in een woonomgeving is de kans op schadelijke interferentie aanzienlijk.
De gebruiker moet dan de interferentie voor eigen rekening verhelpen.
Dit product is een medisch hulpmiddel voor
in-vitrodiagnostiek
(IVD).
Pin 1
Pin 5
Pin 9 Pin 6
Pen Signaal Beschrijving
1 CD Carrier Detect (carrierdetectie)
2 RD Receive Data (data-ontvangst)
3 TD Transmit Data (dataverzending)
4 DTR Data Terminal Ready (dataterminal gereed)
5 SG Signal Ground (signaalaarde)
6 DSR Data Set Ready (dataset gereed)
7 RTS Request To Send (verzendingsverzoek)
8 CTS Clear To Send (gereed voor verzending)
9 RI Ring Indicator (ringindicator)
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.17
1
INLEIDING
INTERNE KWALITEITSBEWAKING
Zelftest bij aanzetten (POST - Power On Self Test)
Wanneer de ThinPrep 2000-processor wordt aangezet (zie pagina 2.10), voert het systeem
een diagnostische zelftest uit. De elektrische en mechanische systemen en de software-/
communicatiesystemen worden getest om vast te stellen of deze goed functioneren. De gebruiker
wordt op functiestoringen geattendeerd door een foutmelding op het LCD-scherm en door
piepsignalen.
RISICO'S THINPREP 2000
Het is de bedoeling dat het ThinPrep 2000-systeem wordt gebruikt op de manier zoals in deze
handleiding is aangegeven. Zorg dat u de informatie in deze handleiding doorneemt en begrijpt,
zodat letsel van gebruikers en/of beschadiging van het instrument worden voorkomen.
Als deze apparatuur wordt gebruikt op een wijze die niet door de fabrikant is beschreven, kan dit ten
koste gaan van de bescherming die het instrument biedt.
Waarschuwingen, aandachtspunten en opmerkingen
In deze handleiding hebben de termen
WAARSCHUWING,
LET OP
en
Opmerking
een
specifieke betekenis.
Bij een
WAARSCHUWING
wordt gewaarschuwd voor bepaalde handelingen of situaties die
kunnen leiden tot persoonlijk letsel of overlijden.
Bij
LET OP
wordt gewaarschuwd voor bepaalde handelingen of situaties die kunnen leiden tot
schade aan de apparatuur, tot onnauwkeurige gegevens of tot ongeldige procedures, maar
persoonlijk letsel is onwaarschijnlijk.
Bij een
Opmerking
wordt nuttige informatie gegeven in verband met de instructies die worden
besproken.
ONDERDEEL
D
ONDERDEEL
E
INLEIDING
1.18
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
Op de processor gebruikte symbolen
Op dit instrument kunnen de volgende symbolen voorkomen:
Let op, raadpleeg de productinformatie.
Protective Conductor Terminal (ondersteunt uitsluitend de werk-
ing van de apparatuur, niet toegankelijk voor gebruikers).
Afvoer van elektrische en elektronische apparatuur - neem con-
tact op met Hologic voor afvoer van het apparaat.
Medisch hulpmiddel voor in-vitrodiagnostiek
Erkend vertegenwoordiger in de Europese Gemeenschap
Fabrikant
Fabricagedatum
Catalogusnummer
Serienummer
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.19
1
INLEIDING
Plaats van op de processor gebruikte aanduidingen
Afbeelding 1-7 Locaties van op het instrument aangebrachte etiketten
(binnenkant)
(binnenkant)
(binnenkant)
(binnenkant)
Etiket met
serienummer
Etiket met
serienummer
Etiket model/vermogen
Symbool 'Niet wegwerpen'
Etiket
Object-
glaasjes
inbrengen
Etiket
Brandbare
vloeistoffen Etiket Beweg-
ende delen
INLEIDING
1.20
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
Waarschuwingen in deze handleiding:
WAARSCHUWING:
Bewegende onderdelen
In de processor bevinden zich bewegende onderdelen. Houd de handen, loshangende kleding,
sieraden, etc. op voldoende afstand.
WAARSCHUWING:
Geaard stopcontact
Om een veilige werking te waarborgen moet een geaard stopcontact voor een drieaderig snoer
worden gebruikt. Verbreek de aansluiting op de netvoedingsbron door het netsnoer uit het
stopcontact te nemen.
WAARSCHUWING:
Glas
Het instrument werkt met glazen objectglaasjes, die hebben scherpe randen. Bovendien kunnen de
glaasjes in de verpakking of in het instrument gebroken zijn. Wees voorzichtig bij het omgaan met
glazen objectglaasjes en het reinigen van het instrument.
WAARSCHUWING:
Ontvlambare vloeistof en damp
Ontvlambare vloeistof en damp. Bij hitte, vonken, open vuur en hete oppervlakken vandaan houden.
Bij verdamping van alcohol kan brand ontstaan.
WAARSCHUWING:
Toxisch mengsel
Gevaar. De PreservCyt-oplossing bevat methanol. Toxisch bij opname door de mond. Toxisch bij
inademing. Raadpleeg het veiligheidsinformatieblad (SDS) op www.hologicsds.com voor instructies
voor een veilig gebruik. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen voor het laboratorium.
AFVOER
Afvoer van benodigdheden
Fixatief.
Neem de plaatselijke, regionale en landelijke voorschriften in acht. Voer alle
oplosmiddelen af als gevaarlijk afval.
Inhoud van het afvalreservoir.
Voer alle oplosmiddelen af als gevaarlijk afval. Neem de
plaatselijke, regionale en landelijke voorschriften in acht. Er moeten zoals bij alle
laboratoriumprocedures algemeengeldende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
PreservCyt-oplossing.
Neem de plaatselijke, regionale en landelijke voorschriften in acht.
Voer alle oplosmiddelen af als gevaarlijk afval.
Gebruikte filters.
Afvoeren als normaal afval.
ONDERDEEL
F
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.21
1
INLEIDING
Bodemvoering (absorberende doekjes
)
.
Afvoeren als normaal afval. (Als ze drijfnat zijn,
afvoeren als gevaarlijk afval.)
Gebruikte afdichtingsringen voor filters
en op
filterhouders.
Afvoeren als normaal afval.
Filter afvalsysteem.
Afvoeren als normaal afval.
Knelafsluiterslang.
Afvoeren als normaal afval.
CytoLyt-oplossing.
Afvoeren als gevaarlijk afval. Neem de plaatselijke, regionale en
landelijke voorschriften in acht. Voer alle oplosmiddelen af als gevaarlijk afval.
Gebroken glas.
Afvoeren in een naaldencontainer.
Afvoer van de apparatuur
Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)
Hologic streeft ernaar te voldoen aan landspecifieke voorschriften met betrekking tot
milieuvriendelijke verwerking van onze producten.Onze doelstelling is de hoeveelheid afval
afkomstig van onze elektrische en elektronische apparatuur te verminderen. Hologic is zich bewust
van de voordelen van mogelijke toepassing van de principes van hergebruik, verwerking, recycling
of herwinning met betrekking tot dergelijke AEEA-apparatuur om de hoeveelheid gevaarlijke
stoffen die in het milieu terechtkomen tot het minimum te beperken.
Uw verantwoordelijkheid
Als klant van Hologic is het uw verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat hulpmiddelen met
het hieronder afgebeelde symbool niet in het gemeentelijke afvalsysteem worden geplaatst, tenzij
dat volgens de bevoegde instanties in uw vestigingsgebied is toegestaan. Neem alvorens elektrische
apparatuur van Hologic af te voeren contact op met Hologic (zie onder).
Op het instrument gebruikt symbool
Op dit instrument is het volgende symbool afgebeeld:
Niet plaatsen bij het gemeentelijk afval.
Neem voor informatie over de juiste wijze
van afvoeren contact op met Hologic
(zie hieronder).
INLEIDING
1.22
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
Terugwinning
Hologic zorgt voor de collectie en geschikte terugwinning van de elektrische apparatuur die we aan
onze klanten leveren. Hologic streeft ernaar apparatuur, deelapparatuur en onderdelen zo mogelijk
opnieuw te gebruiken. Wanneer hergebruik niet haalbaar is, zorgt Hologic ervoor dat het
afvalmateriaal op gepaste wijze wordt afgevoerd.
Contactgegevens
Hoofdkantoor
Hologic, Inc.
250 Campus Drive
Marlborough, MA 01752 VS
Tel: (VS en Canada)
1-800-442-9892
Fax: 1-508-263-2967
Gemachtigde vertegenwoordiger in Europa
Hologic BVBA
Da Vincilaan 5
1930 Zaventem
België
2. Installatie van de
ThinPrep
®
2000
2. Installatie van de
ThinPrep
®
2000
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2.1
2
INSTALLATIE VAN DE THINPREP 2000
Hoofdstuk 2
Installatie van de ThinPrep 2000
ALGEMEEN
Dit onderdeel verschaft informatie over het uitpakken en installeren van uw ThinPrep
®
-
processor. Volg de installatieprocedure stap voor stap en
volledig
op om te zorgen voor een
juiste installatie en juiste werking van het systeem.
HANDELINGEN BIJ AFLEVERING
Controleer de verpakking op beschadigingen. Meld eventuele schade zo spoedig mogelijk
aan de vervoerder en/of Hologic Technical Support. (Zie de Servicegegevens op de
achterkaft van deze handleiding.)
Als het instrument niet onmiddellijk wordt uitgepakt, bewaar het dan tot de installatie in een
geschikte omgeving, d.w.z. op een koele, droge, trillingsvrije plek.
Controleer voordat u de ThinPrep 2000-processor installeert de inhoud van de
verzendverpakking(en) aan de hand van de checklist hieronder. Neem contact op met
Hologic Technical Support als items ontbreken of zijn beschadigd. Klanten buiten de
Verenigde Staten: neem contact op met uw distributeur voor Hologic.
Checklist voor de inhoud van de verzendverpakkingen.
ThinPrep 2000
Gebruikershandleiding voor de ThinPrep 2000
Geheugenkaart met programma
Netsnoer, 180 cm
2 filterhouders
2 reserve afdichtingsringen voor het filter
Afvalreservoirset, bestaande uit reservoir, dop,
slangenset, aansluitingen, filter
10 fixatiefpotjes
ONDERDEEL
A
ONDERDEEL
B
INSTALLATIE VAN DE THINPREP 2000
2.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2
Kruiskopschroevendraaier, uiteinde nr. 1 (klein)
Kruiskopschroevendraaier, uiteinde nr. 2 (groot), met vast hangkoord
Hoogvacuüm-siliconenvet
Bodemvoering (absorberende doekjes)
Reserveslang voor het afvalsysteem
Dop voor het afvalreservoir voor gebruik bij verplaatsing
Afgesloten cilinder voor de uitvoering van een test
Dispenserpomp
ThinPrep-objectglaasjes (verpakking met 100 stuks)
Let op:
Wanneer het instrument wordt aangezet voordat u wordt geïnstrueerd dat te doen,
kan het instrument schade oplopen en uw garantie ongeldig worden.
VOORBEREIDINGEN VOOR DE INSTALLATIE
Informatie over het kiezen van een plek
Plaats de ThinPrep 2000-processor bij een geaard stopcontact voor een drieaderig snoer dat vrij is
van spanningsschommelingen en spanningspieken. Het kan zoals bij de meeste
laboratoriumapparatuur nodig zijn een netspanningsstabilisator te installeren, zodat
spanningsschommelingen worden voorkomen en storende invloeden van andere systemen tot het
minimum worden beperkt.
Wanneer de ThinPrep 2000-processor in bedrijf is, is die gevoelig voor trillingen. Het instrument
moet op een stevige werkbank worden geplaatst, die ook stevig genoeg is voor het gewicht van
het instrument (18,6 kg). De werkbank moet zich op voldoende afstand bevinden van centrifuges,
vortexmixers of andere apparaten die trillingen teweegbrengen. Als het instrument dicht bij
dergelijke apparaten moet worden geplaatst, mag het niet tegelijk met dergelijke apparaten in
bedrijf zijn.
Voor de ThinPrep-processor is, wanneer er voldoende ruimte wordt vrijgelaten, de volgende ruimte
nodig: H = 63 cm, B = 58 cm, D = 48 cm. (Zie Afbeelding 1-6.)
Het afvalreservoir kan op de werkbank bij de processor of onder de werkbank worden geplaatst.
Het afvalreservoir neemt een ruimte van ca. 15 x 15 cm en 43 cm hoog in.
ONDERDEEL
C
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2.3
2
INSTALLATIE VAN DE THINPREP 2000
VERWIJDERING VAN DE VERPAKKING IN HET INSTRUMENT
Het mechanisme in de ThinPrep 2000-processor wordt voor de verzending op twee plaatsen
vastgezet. Een voorgevormd stuk piepschuim houdt de draaibare plaat in een verticale stand en een
blokje piepschuim houdt de objectglasmodule op zijn plaats. Deze beveiligingen in het instrument
moeten worden verwijderd voordat het in bedrijf wordt gesteld. Schakel de netvoeding van de
processor pas in wanneer u daartoe wordt geïnstrueerd.
Let op:
Wanneer u de processor aanzet voordat u daartoe wordt geïnstrueerd, kan de processor
schade oplopen en uw garantie ongeldig worden.
Verwijdering van de verpakking van de draaibare plaat:
1. Open het deurtje van de ThinPrep 2000-processor.
2. Pak het stuk voor verzending aangebrachte piepschuim beet en trek het recht naar voren uit
het instrument.
ONDERDEEL
D
INSTALLATIE VAN DE THINPREP 2000
2.4
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2
Opmerking:
Het stuk piepschuim past strak in het instrument. Wees voorzichtig wanneer u het recht
naar buiten trekt en trek geen mechanismen uit hun verband.
Afbeelding 2-1 Verwijdering van de verpakking van de draaibare plaat
3. De draaibare plaat kan rechtsom in een horizontale stand worden gedraaid.
4. Bewaar het stuk piepschuim om het instrument later opnieuw te kunnen verpakken.
Stuk piepschuim voor verzending
Pak het stuk piepschuim
beet en trek het recht naar
voren uit het instrument.
Draaibare plaat
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2.5
2
INSTALLATIE VAN DE THINPREP 2000
Verwijdering van de verpakking van de objectglasmodule:
1. Lokaliseer het oranje blokje piepschuim waarmee de objectglasmodule op zijn plaats is
gehouden. De objectglasmodule wordt in de linkerbovenhoek van het instrument op zijn
plaats gehouden. Zie Afbeelding 2-2.
Afbeelding 2-2 Verwijdering van de verpakking van de objectglasmodule
2. Verwijder voorzichtig het blokje piepschuim dat zich tussen de objectglasmodule en
de vier horizontale pennen van de uitwerper van de module bevindt. Het blokje
piepschuim kan nog steeds in de linkerbovenhoek van het instrument tussen de vier
pennen van de uitwerper van de module zitten. De objectglasmodule kan in een
horizontale stand worden gedraaid om het blokje piepschuim te verwijderen.
3. Sluit het deurtje.
4. Bewaar het blokje piepschuim om het instrument later opnieuw te kunnen
verpakken.
Plaats van de objectglasmodule bij verpakking
Verwijder het blokje piepschuim.
INSTALLATIE VAN DE THINPREP 2000
2.6
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2
AANSLUITING VAN HET AFVALRESERVOIR
Let op:
Het afvalreservoir mag nooit bleekmiddel bevatten wanneer het op de ThinPrep-
processor wordt aangesloten. Raadpleeg Hoofdstuk 7, 'Onderhoud' voor informatie over het
gebruik van bleekmiddelen.
1. Het afvalreservoir moet op gelijke hoogte met de ThinPrep-processor of eronder worden
geplaatst. Plaats het afvalreservoir niet hoger dan het instrument.
2. Draai de dop van het afvalreservoir stevig vast. Het afvalreservoir dient zich in een
rechtopstaande stand te bevinden. Laat het afvalreservoir nooit op zijn kant liggen.
3. Lokaliseer de drie aansluitpunten voor het afvalreservoir op de achterkant van de ThinPrep-
processor. Zie Afbeelding 2-3. Zorg ervoor dat de knopjes van de aansluitpunten zich in de
naar beneden/ingedrukte stand bevinden.
Afbeelding 2-3 Aansluitpunten voor de slangen van het afvalsysteem
ONDERDEEL
E
Sensorslang
Afvalslang
Onderdrukslang
Blauw
Geel
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2.7
2
INSTALLATIE VAN DE THINPREP 2000
4. Sluit de kleurgecodeerde aansluitingen van de slangen van het afvalsysteem aan op de
corresponderende aansluitpunten op de achterkant van het instrument. Wanneer de
aansluitingen op de juiste wijze worden aangesloten, springen de knopjes van de
aansluitpunten met een klikgeluid naar boven/buiten. Het kan nodig zijn een knopje in te
drukken voordat u de aansluiting van een slang in een aansluitpunt van het instrument
steekt.
Let op:
Sluit de slangen niet aan op en verkeerd aansluitpunt. Uw processor kan daardoor
schade oplopen.
Let op:
Leeg het afvalreservoir altijd voordat de markeringslijn voor het maximale vloeistofniveau
wordt bereikt. Volg de procedure in Hoofdstuk 7, 'Onderhoud'.
PLAATSING VAN DE GEHEUGENKAART MET PROGRAMMA
1. Controleer of de netvoeding van het instrument is uitgeschakeld.
Let op:
Schakel de netvoeding ALTIJD uit voordat u de geheugenkaart met programma plaatst
of verwijdert.
2. Lokaliseer de insteekgleuf voor de geheugenkaart met het programma (PMC) in het midden
van het achterpaneel van de ThinPrep 2000-processor.
3. Houd de PMC in de stand zoals is aangeduid door de pijlen op het etiket van de kaart.
4. Steek de PMC in het instrument zoals afgebeeld in Afbeelding 2-4. Duw de kaart in de
insteekgleuf totdat het zwarte knopje aan de bovenkant van de gleuf naar buiten springt.
Gebruik geen kracht als de PMC niet zonder weerstand in de ThinPrep 2000-processor kan
worden gestoken.
ONDERDEEL
F
INSTALLATIE VAN DE THINPREP 2000
2.8
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2
Afbeelding 2-4 Plaatsing van de geheugenkaart met programma (PMC)
5. U kunt de PMC uit het instrument halen door op het zwarte knopje aan de bovenkant van de
insteekgleuf te drukken en de kaart voorzichtig uit het instrument te trekken.
AANSLUITING VAN HET NETSNOER
Let op:
Wanneer u de processor aanzet voordat u daartoe wordt geïnstrueerd, kan de processor
schade oplopen en uw garantie ongeldig worden.
1. Controleer of de aan-/uitschakelaar op de achterkant van de ThinPrep 2000-processor in de
"0"-stand (Uit) staat. In de "0"-stand bevindt de bovenste helft van de aan-/uit-tuimelschakelaar
zich buiten het instrument.
2. Steek de netsnoeraansluiting in het netvoedingsaansluitpunt op de achterkant van de
ThinPrep 2000-processor naast de aan-/uitschakelaar. Zie Afbeelding 2-5.
3. Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact voor een drieaderig snoer.
Controleer of de
netvoeding is UIT-
GESCHAKELD.
ONDERDEEL
G
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2.9
2
INSTALLATIE VAN DE THINPREP 2000
Afbeelding 2-5 Aansluiting van het netsnoer
4. De ThinPrep 2000-processor is uitgevoerd met een automatische netspanningsdetector.
Dankzij deze voorziening is het niet meer nodig de netspanningsinstelling van het systeem
handmatig aan te passen aan uw lokale vereisten. Het instrument stelt zich automatisch in op
alle netspanningswaarden tussen 100–120 V en 220–240 V wisselstroom.
Let op:
Sluit geen kabel aan op de 9-pinsaansluiting op de achterkant van het instrument. Deze
aansluiting is uitsluitend bestemd voor diagnostische doeleinden.
Let op:
De zekeringen van de ThinPrep 2000-processor bevinden zich in het instrument. Er zijn
geen zekeringen waar de gebruiker bij kan komen.
INSTALLATIE VAN DE THINPREP 2000
2.10
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2
AANZETTEN VAN DE THINPREP 2000-PROCESSOR
1. Controleer of de beveiligingen uit het instrument zijn gehaald voordat u de processor gaat
aanzetten. Raadpleeg 'VERWIJDERING VAN DE VERPAKKING IN HET INSTRUMENT' op
pagina 2.3 voor meer informatie.
2. Zorg ervoor dat het deurtje van de ThinPrep 2000-processor dicht is en zet de aan-/uit-
tuimelschakelaar rechts op de achterkant van het instrument in de "1"-stand (AAN). In de
"1"-stand bevindt de bovenste helft van de aan-/uit-tuimelschakelaar zich in het instrument.
3. Wanneer de netvoeding van het instrument wordt ingeschakeld, verschijnt de volgende
reeks mededelingen op het bedieningspaneel. Als er andere mededelingen op het scherm
verschijnen, volg dan de instructies op het bedieningspaneel of raadpleeg Hoofdstuk 6,
'Problemen oplossen' van deze handleiding.
Deze mededeling wordt ongeveer vier seconden lang weergegeven:
Daarna initialiseert het systeem alle mechanismen waarbij deze mededeling ongeveer vier seconden
wordt weergegeven:
ONDERDEEL
H
CYTYC ThinPrep
Version V#.##
Computed CRC: ####
Firmware CRC: ####
CYTYC ThinPrep
Initializing System
Press STOP to Cancel
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2.11
2
INSTALLATIE VAN DE THINPREP 2000
Na het initialiseren kalibreert het systeem alle druksensoren waarbij deze mededeling ongeveer
twintig seconden wordt weergegeven:
Als de initialisatie en kalibratie van het systeem zijn gelukt, wordt het volgende weergegeven op het
bedieningspaneel:
De mededeling hierboven geeft aan dat het systeem zich in de niet-actieve modus bevindt.
4. Laat de netvoeding van de ThinPrep-processor altijd ingeschakeld. Het is niet nodig de
netvoeding uit te schakelen tenzij u wordt geïnstrueerd dat te doen voor het oplossen van
problemen of voor het uitvoeren van onderhoud.
5. De druksensoren van de ThinPrep-processor worden enkele malen gekalibreerd terwijl de
netvoeding is ingeschakeld:
bij het aanzetten
15 minuten na het aanzetten
2 uur na het aanzetten
daarna om de 8 uur
Pressure Sensor
calibration in
progress.
Please wait.
Main Menu: Select
1-SUPER 4-GYN
2-FLU/FNA
3-MUCOID - MORE
INSTALLATIE VAN DE THINPREP 2000
2.12
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2
UITVOERING VAN EEN RUN ZONDER MONSTER
Wanneer de ThinPrep 2000-processor voor de eerste keer wordt gebruikt, is het belangrijk om een
run uit te voeren met een potje met de PreservCyt-oplossing zonder monster om te controleren of het
systeem helemaal functioneel is. Lees Hoofdstuk 5A, 'Gebruiksinstructies' van deze handleiding
voordat u verder gaat met de procedure hieronder.
1. Plaats een potje met PreservCyt-oplossing (zonder monster) in de processor.
2. Bevestig een filterhouder aan het filter voor de ThinPrep-Pap-test en plaats dit geheel in de
processor.
3. Plaats een ThinPrep-objectglaasje in de processor.
4. Plaats een leeg fixatiefpotje in de processor.
5. Sluit het deurtje.
6. Start de GYN-verwerkingscyclus door op toets 4 te drukken.
7. Het instrument verwerkt nu de PreservCyt-oplossing zonder monster.
8. Wanneer de verwerkingscyclus met succes is uitgevoerd, bevindt het objectglaasje zich in het
fixatiefpotje en verschijnt de volgende mededeling op het scherm:
Als er een andere mededeling wordt weergegeven, noteer die dan en raadpleeg Hoofdstuk 6,
'Problemen oplossen' van deze handleiding.
9. Nadat u op toets ENTER hebt gedrukt, verschijnt de volgende mededeling:
10. Schuif het deurtje open.
11. Haal de filterhouder met het filter voor de ThinPrep-Pap-test uit het instrument.
ONDERDEEL
I
COMPLETE: NOTE
Sample is dilute
Please press ENTER
COMPLETE
Remove Filter
Remove Fix Bath
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2.13
2
INSTALLATIE VAN DE THINPREP 2000
12. Haal het fixatiefpotje met het objectglaasje uit het instrument.
13. Haal het potje voor de PreservCyt-oplossing uit het instrument.
14. De installatie van het instrument is volledig uitgevoerd. De ThinPrep 2000-processor is nu
gereed voor het maken van preparaten. Lees Hoofdstuk 7, 'Onderhoud' van deze
handleiding voordat u verder gaat met het maken van preparaten op de processor.
BEWARING EN GEBRUIK - NA DE INSTALLATIE
Wanneer de ThinPrep 2000-processor in bedrijf is, is die gevoelig voor trillingen. Het instrument
moet op een stevige werkbank worden geplaatst die zich op voldoende afstand moet bevinden van
centrifuges, vortexmixers of andere apparaten die trillingen teweegbrengen.
Waarschuwing:
Het potje met fixatief moet uit het instrument worden gehaald.
Bij verdamping van alcohol kan brand ontstaan.
UITZETTEN VAN DE THINPREP 2000-PROCESSOR
Uitzetten van het instrument
Wanneer het instrument uit moet worden geschakeld, haal dan alle benodigdheden die er zich nog in
bevinden eruit (zie pagina 5A.19).
Zet de aan-/uitschakelaar in de "0"-stand (Uit).
Buiten gebruik stellen van het instrument (langdurige uitschakeling)
Wanneer het instrument voor langere duur moet worden uitgeschakeld, volg dan de instructies op
voor het uitzetten van de processor.
Verbreek de verbinding met de netvoeding volledig door de netsnoeraansluiting uit het stopcontact
te trekken.
ONDERDEEL
J
ONDERDEEL
K
INSTALLATIE VAN DE THINPREP 2000
2.14
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2
Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
3. De PreservCyt-
oplossing
3. De PreservCyt-
oplossing
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
3.1
3
DE PRESERVCYT-OPLOSSING
Hoofdstuk 3
De PreservCyt-oplossing
INLEIDING
In de volgende onderdelen worden de functie en specificaties van het cytologische
conserveringsvloeistof, de PreservCyt
®
oplossing, beschreven.
ONDERDEEL
A
DE PRESERVCYT-OPLOSSING
3.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
3
DE PRESERVCYT
®
OPLOSSING
De PreservCyt-oplossing is een gebufferde oplossing op methanolbasis die is bestemd voor het
conserveren van cellen tijdens vervoer en het maken van een preparaat op de ThinPrep 2000-
processor.
Vervoer en bewaring van monsters in de PreservCyt-oplossing is ook noodzakelijk voor de
verwerkingsstappen op de ThinPrep-processor voor het maken van een preparaat. De PreservCyt-
oplossing is geoptimaliseerd voor de verwerkingsstappen op de ThinPrep-processor voor het maken
van een preparaat en kan niet door andere reagentia worden vervangen.
Verpakking
Raadpleeg het onderdeel
Bestelinformatie
van deze handleiding voor de onderdeelnummers en
gedetailleerde informatie over het bestellen van oplossingen en benodigdheden voor het
ThinPrep 2000-systeem.
Bij elke ThinPrep-Pap-test worden potjes met PreservCyt-oplossing (20 ml) geleverd.
Samenstelling
De PreservCyt-oplossing bevat gebufferd methanol. De oplossing bevat geen reactieve bestanddelen.
De oplossing bevat ook geen werkzame bestanddelen.
Voorschriften voor bewaring
Bewaar de PreservCyt-oplossing bij een temperatuur tussen 15 °C en 30 °C. Niet gebruiken
na de uiterste gebruiksdatum die is afgedrukt op het potje.
Bewaar een PreservCyt-oplossing
met
een cytologisch monster dat is bedoeld voor een
ThinPrep-Pap-test gedurende maximaal 6 weken bij een temperatuur tussen 15 °C en 30 °C.
Bewaar een PreservCyt-oplossing
met
een cytologisch monster dat is bedoeld voor een
CT/NG-test met de Roche Diagnostics COBAS AMPLICOR CT/NG-test gedurende
maximaal 6 weken bij een temperatuur tussen 4 °C en 25 °C.
De voorschriften voor bewaring van hoeveelheden PreservCyt-oplossing zijn afhankelijk van
plaatselijke voorschriften met betrekking tot de grootte en inrichting van uw voorziening.
Raadpleeg de handleiding voor bewaring van oplossingen aan het einde van dit hoofdstuk.
ONDERDEEL
B
WAARSCHUWING:
Gevaar. De PreservCyt-oplossing bevat methanol. Toxisch
bij opname door de mond. Toxisch bij inademing. Veroorzaakt schade aan
organen. De toxiciteit kan niet worden opgeheven. Bij hitte, vonken, open vuur
en hete oppervlakken vandaan houden. De PreservCyt-oplossing kan niet
worden vervangen door andere oplossingen.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
3.3
3
DE PRESERVCYT-OPLOSSING
Vervoer
Zorg ervoor dat een potje met cellen in een PreservCyt-oplossing tijdens het vervoer stevig is
afgesloten. Breng de markering op de dop op één lijn met de markering op het potje om verlies
van oplossing te voorkomen, zoals afgebeeld in Afbeelding 3-1. Als de dop van het potje geen
markeringstreepje heeft, zorg er dan voor dat de dop goed is aangedraaid.
Afbeelding 3-1 Op één lijn brengen van de markering op de dop en het potje
De vervoerscategorie voor de PreservCyt-oplossing is:
"ontvlambare vloeistoffen, niet afzonderlijk genoemd, (methanol)" (alleen in de VS)
"ontvlambare vloeistoffen, toxisch, niet afzonderlijk genoemd (methanol)" (buiten de VS)
De vervoerscategorie voor de PreservCyt-oplossing met cellen is "diagnostisch monster".
Raadpleeg de handleiding voor vervoersvoorschriften en -aanbevelingen aan het einde van dit
hoofdstuk.
Stabiliteit
Gebruik de PreservCyt-oplossing niet na de uiterste gebruiksdatum op het etiket op het potje. Als er
meerdere preparaten worden gemaakt van een monster in eenzelfde potje, maak de preparaten dan
voordat de op dit potje vermelde uiterste gebruiksdatum is verstreken. Potjes waarvan de uiterste
gebruiksdatum is verstreken, moeten worden afgevoerd volgens de betreffende procedures van het
laboratorium. Raadpleeg ook de voorschriften voor bewaring (pagina 3.2) voor de
bewaringstermijnen van cellen.
WARNING: See Package Insert Before
SPecimen Collection.
NAME:
ID#:
3256723-46
Het streepje op de
dop en het potje
moeten in elkaars
verlengde liggen
of elkaar
enigszins
overlappen.
DE PRESERVCYT-OPLOSSING
3.4
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
3
Behandeling/afvoer
Behandel al het materiaal dat chemicaliën bevat zorgvuldig overeenkomstig veilige werkwijzen voor
laboratoria. Er zijn extra voorzorgsmaatregelen op de reagenscontainer of in de gebruiksaanwijzing
aangegeven als dat op grond van de samenstelling van een reagens noodzakelijk is.
Voer de PreservCyt-oplossing af overeenkomstig de richtlijnen voor afvoer van gevaarlijk afval.
De PreservCyt-oplossing bevat methanol.
De PreservCyt-oplossing is getest met diverse micro-organismen en virussen. De volgende tabel
geeft de aanvangsconcentraties van levensvatbare micro-organismen en virussen en de concentratie
daarvan na 15 minuten in de PreservCyt-oplossing. De concentratie na 15 minuten in de vorm de
logaritmische afname. Er moeten zoals bij alle laboratoriumprocedures algemeengeldende
voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
* Na 1 uur logaritmische afname >4,7
** Na 1 uur logaritmische afname >5,7
*** Gegevens zijn voor 5 minuten
Stoffen die de werking verstoren
Het gebruik van glijmiddelen (bv. KY Jelly) voorafgaand aan het nemen van een monster moet
worden vermeden. Glijmiddelen kunnen zich aan het filtermembraan hechten, wat ten koste kan
gaan van de overbrenging van cellen naar het objectglaasje. Als gebruik van een glijmiddel
noodzakelijk is, moet dit in minimale hoeveelheden worden gebruikt.
Micro-organisme/virus Aanvangsconcentratie Logaritmische afname na
15 min.
Candida albicans 5,5 x 105 CFU/ml >4,7
Aspergillus niger* 4,8 x 105 CFU/ml 2,7
Escherichia coli 2,8 x 105 CFU/ml >4,4
Staphylococcus aureus 2,3 x 105 CFU/ml >4,4
Pseudomonas aeruginosa 2,5 x 105 CFU/ml >4,4
Mycobacterium tuberculosis** 9,4 x 105 CFU/ml 4,9
Konijnenpokkenvirus 6,0 x 106 PFU/ml 5,5***
Hiv-1 1,0 x 107,5 TCID50/ml 7,0***
Opslaghandleiding(2) voor ThinPrep® oplossingen(1)
AW-13654-1501 Rev. 001
De National Fire Protection Association (NFPA) is (in de VS) de deskundige gezagsinstantie die voor plaatselijke brandweerkorpsen
en instanties is belast met handhaving van brandveiligheidsvoorschriften. De NFPA fungeert als vraagbaak met betrekking tot
brandveiligheidsnormen en -voorschriften. De reglementen van de Association komen tot stand door een normontwikkelingsproces
op basis van consensus, dat de goedkeuring geniet van het American National Standards Institute. De NFPA-normen gelden als
richtlijn voor de meeste instanties die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van brandbeveiligingsvoorschriften. Omdat de
NFPA-normen als richtlijnen worden beschouwd, is het mogelijk dat uw plaatselijke/regionale vergunningverlenende instantie
daarvan in haar uiteindelijke afwegingen afwijkt. Het onderstaande samenvattingsschema is gebaseerd op richtlijnen voor
opslagvoorzieningen met standaard sprinklersystemen als brandbeveiliging. (3)
De NFPA-specificaties voor ThinPrep-producten worden vermeld in een tabel onder dit schema.
Pas dit schema toe bij het bepalen van uw maximumbegrenzingen voor de opslag van brandbare en licht-ontvlambare vloeistoffen.
Maximale hoeveelheden brandbare en licht-ontvlambare vloeistoffen in laboratoriumruimten buiten inpandige opslagruimten voor vloeistoffen(4)
Brandge-
vaarklasse
labruimte
Klasse
brandbare
en licht-
ontvlambare
vloeistoffen
NFPA-
code
Hoeveelheden in gebruik Hoeveelheden in gebruik en opslag
Max. per 100 ft2 (9,2 m2)
labruimte(5)
Max. hoeveelheid
per labruimte
Max. per 100 ft2 (9,2 m2)
labruimte(5)
Max. hoeveelheid
per labruimte
Gallon Liter Flacons(8) Gallon Liter Flacons(8) Gallon Liter Flacons(8) Gallon Liter Flacons(8)
A
(hoog)
I 45-2015 10 38 1900 480 1820 91.000 20 76 3800 480 1820 91.000
I, II, IIIA 45-2015 20 76 3800 800 3028 151.400 40 150 7500 1600 6060 303.000
B(6)
(middelmatig)
I 45-2015 5 19 950 300 1136 56.800 10 38 1900 480 1820 91.000
I, II, IIIA 45-2015 10 38 1900 400 1515 75.750 20 76 3800 800 3028 151.400
C(7)
(laag)
I 45-2015 2 7,5 375 150 570 28.500 4 15 750 300 1136 56.800
I, II, IIIA 45-2015 4 15 750 200 757 37.850 8 30 1500 400 1515 75.750
D(7)
(minimaal)
I 45-2015 1 4 200 75 284 14.200 2 7,5 375 150 570 28.500
I, II, IIIA 45-2015 1 4 200 75 284 14.200 2 7,5 375 150 570 28.500
Maximale hoeveelheden PreservCyt-oplossing (klasse IC) die per brandcompartiment(9) buiten speciaal beveiligde brandbare-stoffenkasten kunnen worden bewaard
Locatie NFPA-code Gallon Liter Flacons(8)
Opslagloods voor algemeen stukgoed(10)(12)(13) 30-2015 120 460 23.000
Opslagloods voor vloeistoffen(3,11) 30-2015 Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt
Praktijkruimte, inclusief onderzoekkamers 30-2015 10 38 1900
Toelaatbare hoeveelheden PreservCyt-oplossing voor opslag in opslagruimten voor vloeistoffen
Locatie NFPA-code Gallon Liter Flacons(8)
Maximaal toelaatbare opslaghoeveelheid per ft2 (0,09 m2) in inpandige opslagruimten met een
vloeroppervlak kleiner dan 150 ft2 (13,94 m2). 30-2015 5 19 950
Maximaal toelaatbare opslaghoeveelheid per ft2 (0,09 m2) in inpandige opslagruimten met
een vloeroppervlak groter dan 150 ft2 (13,9 m2) en kleiner dan 500 ft2 (46,4 m2). 30-2015 10 38 1900
(1)
Klasse-indeling van de oplossingen: PreservCyt: klasse IC; CytoLyt: klasse II; CellFyx: klasse IB.
(2) Dit overzicht is een door Hologic samengestelde samenvatting van de diverse voorschriften. Raadpleeg voor een volledig overzicht van de voorschriften de
documenten NFPA 30 en NFPA 45.
(3) Een opslagloods voor vloeistoffen moet zijn uitgerust met een sprinklersysteem dat overeenkomt met het als geschikt beschreven systeem in NFPA 30.
(4) Met ‘inpandige opslagruimten voor vloeistoffenwordt hier bedoeld opslagruimten die geheel binnen een gebouw besloten liggen en waarin geen van de wanden deel
uitmaakt van de buitenwanden van het pand.
(5) Een laboratoriumruimte is een ruimte omsloten door brandschermen overeenkomstig de NFPA 30 Flammable and Combustible Liquids Code.
(6) Verminder hoeveelheden met 50% voor laboratoriumruimten van klasse B die zich boven de 2e verdieping bevinden.
(7) Verminder hoeveelheden met 25% voor laboratoriumruimten van klasse C en D die zich op de 3e-5e verdieping van een gebouw bevinden en verminder hoeveelheden
met 50% voor laboratoriumruimten van klasse C en D die zich boven de 5e verdieping bevinden.
Opslaghandleiding(2) voor ThinPrep® oplossingen(1)
AW-13654-1501 Rev. 001
(8)
PreservCyt-flacons van 20 ml.
(9) Met ‘brandcompartimentwordt hier bedoeld een deel van een gebouw dat middels een brandwerende constructie met minstens 1 uur brandvertraging is afgescheiden
van de rest van het gebouw en waarvan alle toe- en uitgangsopeningen op de juiste wijze zijn beveiligd door een constructie met minstens 1 uur brandvertraging
overeenkomstig de NFPA 30 Flammable and Combustible Liquids Code.
(10) De toelaatbare hoeveelheden in een opslagloods kunnen worden vergroot door het aanleggen van een sprinklersysteem van een hogere kwaliteitsklasse dan de
standaardsystemen.
(11) Met ‘opslagloods voor vloeistoffenwordt hier bedoeld een afzonderlijk gebouw met of zonder direct belendende panden, dat wordt gebruikt voor handelingen en
bewerkingen samenhangend met opslag van vloeistoffen.
(12) Hoeveelheden mogen met 100% worden vergroot wanneer ze zijn opgeslagen in goedgekeurde opslagkasten voor ontvlambare vloeistoffen.
(13) Hoeveelheden mogen met 100% worden vergroot in gebouwen die volledig zijn uitgerust met een automatisch sprinklersysteem dat is geïnstalleerd in
overeenstemming met NFPA13, Standard for the Installation of Sprinkler Systems (Norm voor de installatie van sprinklersystemen).
Deze tabel vermeldt de NFPA-specificaties voor alle ThinPrep-producten.
ThinPrep-product
Gevaar voor de
gezondheid Ontvlambaarheidsgevaar Instabiliteitsgevaar Specifiek gevaar
ThinPrep PreservCyt-oplossing
2
3
0
n.v.t.
ThinPrep CytoLyt-oplossing
2
2
0
n.v.t.
ThinPrep CellFyx-oplossing
2
3
0
n.v.t.
ThinPrep-spoeloplossing
0
0
0
n.v.t.
ThinPrep-blauwoplossing
0
0
0
n.v.t.
ThinPrep-spoeloplossing II
2
3
0
n.v.t.
ThinPrep-blauwoplossing II
0
0
0
n.v.t.
ThinPrep Stain EA-oplossing
2
3
0
n.v.t.
ThinPrep Stain oranje-G-oplossing
2
3
0
n.v.t.
ThinPrep-kernkleuringsstof
2
0
0
n.v.t.
Pagina 1 van 7
AW-13653-1501 Rev. 001
Transportvereisten voor ThinPrep®-oplossingen
Bereik:
Deze vereisen betreffen het vervoer van:
Biologische monsters (patiëntmonsters) in ThinPrep®-oplossingen
Biologische monsters in andere dan ThinPrep®-oplossingen
Biologische monsters niet in oplossingen
ThinPrep® PreservCyt-oplossing zonder biologische monsters
ThinPrep® CytoLyt-oplossing zonder biologische monsters
Opmerking: Verzenders van gevaarlijke stoffen of gevaarlijke goederen moeten worden getraind volgens
de verschillende voorschriften inzake gevaarlijke stoffen/gevaarlijke goederen.
A. Transportvereisten voor het vervoer van patiëntmonsters uitsluitend in ThinPrep PreservCyt-
oplossing – Omgevingstemperatuur:
1. Patiëntmonsters/biologische stoffen (pathogenen) in ThinPrep PreservCyt-oplossing worden
door de oplossing geneutraliseerd of geïnactiveerd en vormen daardoor geen gevaar voor de
gezondheid meer. (Raadpleeg voor meer informatie hierover de gebruikershandleiding van
de ThinPrep 2000 of ThinPrep 5000.)
2. Voor materialen die zijn geneutraliseerd of geïnactiveerd gelden de vereisten van
Categorie B klasse 6, Divisie 6.2 niet.
3. Oplossingen die geneutraliseerde of geïnactiveerde pathogenen bevatten en voldoen aan de
criteria van een of meer andere gevarenrisico's, moeten worden vervoerd volgens de
transportvereisten voor dat gevarenrisico / die gevarenrisico's.
4. ThinPrep PreservCyt-oplossing geldt als een ontvlambare vloeistof bij binnenlands of
internationaal vervoer. Volg daarom de instructies in paragraaf C hieronder: Vervoer van
alleen ThinPrep® PreservCyt-oplossing (zoals van een laboratorium naar een arts).
B. Biologische monsters vervoeren in oplossingen (anders dan ThinPrep PreservCyt-oplossing)
of zonder oplossingen
Definities:
Biologische stof, categorie B: materialen die infectieuze stoffen bevatten of waarvan
wordt vermoed dat ze infectieuze stoffen bevatten, en die niet aan de criteria van
categorie A voldoen. De IATA-voorschriften voor gevaarlijke goederen zijn herzien met
ingang van 1 januari 2015. Opmerking: de term 'diagnostisch monster' is vervangen door
'biologische stof, categorie B'.
Monsters hiervan uitgezonderd: monsters met minimale waarschijnlijkheid dat er
pathogenen in aanwezig zijn (gefixeerd weefsel, enz.)
Transportvereisten categorie B of uitgezonderd2 – Omgevingstemperatuur:
1. Verpakking moet uit drie onderdelen bestaan:
a. een primaire recipiënt, lekdicht
b. secundaire verpakking, lekdicht
c. een harde buitenverpakking
Opmerkingen:
1. Wanneer biologische monsters worden vervoerd in een hoeveelheid oplossing van 30 ml
of minder, en verpakt zijn volgens deze richtlijnen, hoeft aan geen verdere eisen van de
voorschriften voor gevaarlijke materialen (gevaarlijke goederen) te worden voldaan.
Training wordt desalniettemin aanbevolen.1
Pagina 2 van 7
AW-13653-1501 Rev. 001
2. De primaire recipiënt mag niet meer dan 1 liter vloeibare stof bevatten (500 ml als FedEx wordt
gebruikt).
3. Indien meerdere breekbare primaire recipiënten in één secundaire verpakking worden geplaatst,
moeten ze afzonderlijk verpakt worden of gescheiden worden, om onderling contact te
verhinderen.
* Deze instructies vormen de interpretatie van Hologic van de diverse voorschriften vanaf de
ingangsdatum. Hologic is echter niet verantwoordelijk voor eventuele schendingen van de daadwerkelijke
voorschriften.
4. Tussen de primaire recipiënt en de secundaire verpakking moet absorberend materiaal worden
geplaatst. De hoeveelheid absorberend materiaal (katoen- of cellulosewatten, pakketjes
absorberend materiaal, papieren tissues) moet voldoende zijn om de volledige inhoud van de
primaire recipiënt(en) zodanig te absorberen dat eventueel vrijkomende vloeibare stof de
integriteit van het schokdempende materiaal of de buitenverpakking niet kan aantasten.
5. De buitenverpakking mag niet meer dan 4 liter of 4 kg materiaal bevatten. Deze hoeveelheid
geldt exclusief ijs, droogijs of vloeibare stikstof, indien dat gebruikt wordt om de monsters te
koelen.
6. Een puntsgewijze lijst van de inhoud moet worden ingesloten tussen de secundaire verpakking
en de buitenverpakking.
7. De verpakking moet een valtest van 1,2 meter hoogte doorstaan (paragraaf 6.6.1 van de IATA-
voorschriften).
8. Het UN3373-etiket moet op de buitenkant van de buitenverpakking zijn aangebracht (één zijde
van de buitenverpakking moet de minimale afmetingen 100 mm x 100 mm hebben voor FedEx
gelden minimale afmetingen van 177 mm x 101 mm x 50 mm) op een ondergrond met
contrasterende kleur en het etiket moet duidelijk zichtbaar en leesbaar zijn. Het etiket moet in de
vorm zijn van een ruit met zijden van ten minste 50 mm. De letters moeten ten minste 6 mm
hoog zijn.
9. De correcte transportbenaming 'Biological Substance, Category B' (Biologische stof,
categorie B) moet in letters van ten minste 6 mm hoog worden aangebracht op de
buitenverpakking naast het ruitvormige UN3373-etiket.
OPMERKINGEN:
FedEx accepteert geen klinische of diagnostische monsters in FedEx-enveloppen,
FedEx-kokers, FedEx-verpakkingen of FedEx-dozen.
FedEx accepteert wel klinische monsters in FedEx Clinical Paks.
3
Pagina 3 van 7
AW-13653-1501 Rev. 001
10. Indien u van FedEx gebruik maakt, moet de FedEx USA Luchtvrachtbrief, deel 6, Speciale
behandeling, worden ingevuld met informatie over gevaarlijke goederen/droogijs:
Bevat deze zending gevaarlijke goederen?
JA - verklaring van de verzender niet vereist
11. Op de buitenverpakking van alle diagnostische/klinische monsters moet het volgende worden
vermeld:
a. Naam en adres van de afzender
b. Naam en adres van de ontvanger
c. De woorden 'Biological Substance, Category B' (Biologische stof, categorie B)
d. Het UN 3373-etiket
Transportvereisten categorie B of uitgezonderd Ingevroren of gekoelde monsters:
OPMERKING: FedEx volgt de IATA-voorschriften voor het vervoer van gekoelde of ingevroren diagnostische
monsters.3
Volg alle verpakkingsvoorschriften voor categorie B of uitgezonderd Omgevingstemperatuur plus:
1. Plaats het ijs of het droogijs buiten de secundaire verpakking. Er dienen interne steunen te worden
geplaatst om de secundaire verpakking in de oorspronkelijke positie te houden nadat het ijs of het
droogijs is gesmolten of vervlogen. Als ijs wordt gebruikt, moet de buitenste verpakking of de
omverpakking lekdicht zijn. Als droogijs wordt gebruikt, moet de verpakking ontworpen en
vervaardigd zijn om CO2-gas te laten ontsnappen, om te verhinderen dat drukopbouw de verpakking
doet scheuren.
2. Bevestig altijd het droogijsetiket Klasse 9, UN 1845 en het etiket UN 3373, Biological Substance,
Category B (Biologische stof, categorie B) op dergelijke zendingen.
3. Indien u van FedEx gebruik maakt, moet de FedEx USA Luchtvrachtbrief, deel 6, Speciale
behandeling, worden ingevuld met informatie over gevaarlijke goederen/droogijs:
Bevat deze zending gevaarlijke goederen?
JA - verklaring van de verzender niet vereist
Geef het gewicht van het droogijs in kg op (indien van toepassing)
4. Op de buitenverpakking van alle diagnostische/klinische monsters moet het volgende worden
vermeld:
a. Naam en adres van de afzender
b. Naam en adres van de ontvanger
c. De woorden 'Biological Substance, Category B' (Biologische stof, categorie B)
d. Het UN 3373-etiket
e. Klasse 9-etiket, inclusief UN 1845, en nettogewicht indien met droogijs verpakt
Pagina 4 van 7
AW-13653-1501 Rev. 001
C. Vervoer van alleen ThinPrep® PreservCyt-oplossing (zoals van een laboratorium naar een arts)
Binnenlands wegvervoer - Beperkte hoeveelheden:
Aanbevelingen voor binnenlands wegvervoer - Beperkte hoeveelheden:
1. ThinPrep® PreservCyt-oplossing moet in flacons worden vervoerd.
2. Plaats de flacons in een stevige kartonnen doos van goede kwaliteit, zoals de ThinPrep®-doos
voor 250 flacons. Verpak de flacons zodanig dat er slechts minimale beweging van de
afzonderlijke flacons mogelijk is (voeg naar behoefte beschermend materiaal toe).
3. Markeer de verpakking als 'Flammable liquids, n.o.s., (Methanol Solution), 3, UN1993, Ltd. Qty.'
(Ontvlambare vloeistoffen, zonder nadere specificatie, (methanoloplossing), 3, UN1993, Beperkte
hoeveelheid), breng oriëntatiepijlen op de zijkanten aan en breng het etiket Limited Quantity
(Beperkte hoeveelheid) aan.
4. Vermeld 'UN1993, Flammable liquids, n.o.s., (Methanol Solution), 3, PGIII, Ltd. Qty' (UN1993,
Ontvlambare vloeistoffen, zonder nadere specificatie, (methanoloplossing), 3, PGIII, Beperkte
hoeveelheid) op de vervoersdocumenten.
Binnenlands wegvervoer - Andere dan beperkte hoeveelheden:
Bij het vervoer van verpakkingen die de 'Beperkte hoeveelheid' overschrijden:
1. Laat 'Ltd. Qty.' (Beperkte hoeveelheid) achterwege in de tekst op de verpakking of op de
vervoersdocumenten zoals hierboven aangegeven onder c en d in de paragrafen met
een beschrijving van de verzendcategorie B of uitgezonderd Omgevingstemperatuur en
categorie B of uitgezonderd Ingevroren of gekoelde monsters.
2. Breng een gevarenetiket aan dat verwijst naar klasse 3, 'Flammable Liquid' (Ontvlambare
vloeistof), op de buitenverpakking nabij de tekst zoals hierboven aangegeven onder 'c'.
Zie het etiketvoorbeeld op de laatste pagina van deze aanbevelingen.
3. Markeer de verpakking als 'Flammable liquids, n.o.s., (Methanol Solution), 3, UN1993, Net Qty.'
(Ontvlambare vloeistoffen, zonder nadere specificatie, (methanoloplossing), 3, UN1993, Netto
hoeveelheid).
Opmerkingen:
In de VS wordt ThinPrep® PreservCyt-oplossing ingedeeld als een ontvlambare vloeistof van
klasse 3, onder verpakkingsgroep III (PG III).
Volgens 49 CFR 173.150 (Limited Quantities) mag ThinPrep® PreservCyt-oplossing in flacons in
beperkte hoeveelheden over de weg worden vervoerd in een stevige doos. Het totale volume in
een verpakking mag niet meer bedragen dan 5 liter en niet meer wegen dan 30 kg. Beperkte
hoeveelheden zijn vrijgesteld van de voorschriften voor het aanbrengen van etiketten die
verwijzen naar de gevaren.
Pagina 5 van 7
AW-13653-1501 Rev. 001
Binnenlands luchtvervoer:
In aanvulling op 1 en 2 hierboven bij 'Binnenlands wegvervoer Andere dan beperkte hoeveelheden'
gelden de volgende aanbevelingen voor binnenlands luchtvervoer:
3. De maximaal toegestane pakketafmetingen zijn:
i. zestig (60) liter (3000 flacons) voor passagiersvliegtuigen, en
ii. tweehonderdtwintig (220) liter (11.000 flacons) voor vrachtvliegtuigen.
4. Afzonderlijke pakketten die in totaal meer dan zestig (60) liter (3000 flacons) bevatten
moeten duidelijk worden gemarkeerd als 'FOR CARGO AIRCRAFT ONLY' (UITSLUITEND
VOOR VRACHTVLIEGTUIGEN).
5. Elke hoeveelheid flacons die per vliegtuig wordt vervoerd, moet worden vervoerd in
een 4G-verpakking die door de Verenigde Naties (VN) is gecertificeerd (bijv. een doos
voor 250 flacons ThinPrep® PreservCyt-oplossing of gelijkwaardig).
6. Er moet een klasse 3-etiket 'Flammable Liquid' (Ontvlambare vloeistof) worden aangebracht
op de buitenverpakking nabij de woorden 'Flammable liquids, n.o.s., (Methanol Solution)'
(Ontvlambare vloeistoffen, zonder nadere specificatie, (methanoloplossing)).
Alle soorten binnenlands vervoer:
Hier volgen aanbevelingen voor al het binnenlandse weg- en luchtvervoer:
1. Indien de ThinPrep® PreservCyt-oplossing wordt vervoerd in een verpakking die ook
ongevaarlijk materiaal bevat, moeten de gevaarlijke stoffen als eerste worden vermeld, of
in een afwijkende kleur worden gedrukt (of geaccentueerd met een markeerstift) om deze
stoffen te onderscheiden van het ongevaarlijke materiaal.
2. Het totale volume ThinPrep® PreservCyt-oplossing en het aantal flacons moeten op de
vervoersdocumenten worden vermeld.
Internationaal wegvervoer - Beperkte hoeveelheden:
Voor internationaal vervoer wordt ThinPrep® PreservCyt-oplossing ingedeeld als een primair gevaar
van klasse 3 (Ontvlambare vloeistof) en met een secundair gevaar van klasse 6.1 (Giftig). Het wordt
onder verpakkingsgroep III (PG III) ingedeeld.
De bron die voor de aanbevelingen voor het internationale wegvervoer is gebruikt, is de ADR -
Europese overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg
(Verenigde Naties). Een 'beperkte hoeveelheid' wordt omschreven als een verpakking die maximaal
netto 5 liter bevat en niet meer dan 20 kg weegt. De aanbevelingen voor internationaal
wegvervoer luiden:
1. ThinPrep® PreservCyt-oplossing moet in flacons worden vervoerd.
2. Plaats de flacons in een stevige kartonnen doos van goede kwaliteit, zoals de Hologic-doos
voor 250 flacons. Verpak de flacons zodanig dat er slechts minimale beweging van de
afzonderlijke flacons mogelijk is (voeg naar behoefte beschermend materiaal toe).
Pagina 6 van 7
AW-13653-1501 Rev. 001
3. Markeer de verpakking als 'UN1992, Flammable liquids, toxic, n.o.s., (Methanol Solution),
3, 6.1, PGIII Ltd. Qty.' (UN1992, Ontvlambare vloeistoffen, giftig, zonder nadere specificatie,
(methanoloplossing), 3, 6.1, PGIII, Beperkte hoeveelheid), breng oriëntatiepijlen op de
zijkanten aan en breng het etiket 'Beperkte hoeveelheid' aan waarop een 'Y' staat.
4. De vervoersdocumenten moeten alle informatie bevatten zoals hierboven aangegeven bij '3'.
Internationaal wegvervoer Andere dan beperkte hoeveelheden:
1. Laat 'Ltd. Qty.' (Beperkte hoeveelheid) achterwege in de tekst op de verpakking of op de
vervoersdocumenten zoals hierboven aangegeven onder c en d.
Bevestig zowel een klasse 3-etiket 'Flammable Liquid' (Ontvlambare vloeistof) als een klasse 6.1
secundair etiket 'Toxic' (Giftig) op de verpakking naast de markeringen. Voorbeelden van de
etiketten vindt u op de laatste pagina van dit document.
Klasse 6.1-etiket voor secundair gevaar 'Toxic' (Giftig).
2. Markeer de verpakking als 'UN1992, Flammable liquids, toxic, n.o.s., (Methanol Solution),
3, 6.1, PGIII, Net. Qty' (UN1992, Ontvlambare vloeistoffen, giftig, zonder nadere specificatie,
(methanoloplossing), 3, 6.1, PGIII, netto hoeveelheid).
Internationaal luchtvervoer:
De voor de aanbevelingen voor internationaal luchtvervoer gebruikte bronnen zijn: in aanvulling op a
en b onder Internationaal wegvervoer hierboven gelden de volgende aanbevelingen voor
internationaal luchtvervoer:
1. De maximaal toegestane pakketafmetingen zijn:
i. zestig (60) liter (3000 flacons) voor passagiersvliegtuigen, en
ii. tweehonderdtwintig (220) liter (11.000 flacons) voor vrachtvliegtuigen.
2. Pakketten die in totaal meer dan zestig (60) liter bevatten moeten duidelijk worden gemarkeerd
als 'FOR CARGO AIRCRAFT ONLY' (UITSLUITEND VOOR VRACHTVLIEGTUIGEN).
3. Elke hoeveelheid flacons die per vliegtuig wordt vervoerd, moet worden vervoerd in een 4G-
verpakking die door de Verenigde Naties (VN) is gecertificeerd (bijv. een doos voor
250 flacons ThinPrep® PreservCyt-oplossing of gelijkwaardig). Verpak de flacons zodanig
dat er slechts minimale beweging van de afzonderlijke flacons mogelijk is (voeg naar
behoefte beschermend materiaal toe).
4. Een vrijstelling op basis van 'Beperkte hoeveelheid' kan alleen worden toegepast als de
verpakking een hoeveelheid van netto maximaal twee liter bevat.
Pagina 7 van 7
AW-13653-1501 Rev. 001
5. Bij het vervoer van een beperkte hoeveelheid is het vermelden van de specificaties van de
fabrikant van de verpakking niet vereist.
6. Markeer de verpakking als 'UN1992, Flammable liquids, toxic, n.o.s., (Methanol Solution),
3, 6.1, PGIII, Net. Qty.' (UN1992, Ontvlambare vloeistoffen, giftig, zonder nadere specificatie,
(methanoloplossing), 3, 6.1, PGIII, Netto hoeveelheid).
7. Wanneer een aanduiding 'Uitsluitend voor vrachtvliegtuigen' is vereist, moet deze worden
bevestigd op dezelfde zijde van de verpakking als en nabij de gevarenetiketten.
8. De verzender is verantwoordelijk voor het invullen van een formulier met verklaring voor de
verzending van gevaarlijke goederen (Shipper’s Declaration for Dangerous Goods).
D. Vervoer van alleen ThinPrep® CytoLyt-oplossing (zoals van een laboratorium naar een arts)
Binnenlands wegvervoer:
ThinPrep® CytoLyt-oplossing heeft een vlampunt van 42,8 °C. Uitsluitend voor binnenlands
wegvervoer mag een ontvlambare vloeistof met een vlampunt van 37,8 °C of hoger die niet in andere
gevarenklassen valt, heringedeeld worden als een brandbare vloeistof. Als zodanig is over de weg
vervoerde ThinPrep® CytoLyt-oplossing vrijgesteld van de voorschriften van het Amerikaanse
Department of Transportation (DOT) voor gevaarlijke stoffen.
Binnenlands luchtvervoer:
Voor het vervoer van ThinPrep® CytoLyt-oplossing per vliegtuig volgt u de aanbevelingen voor
binnenlands luchtvervoer voor alleen ThinPrep® PreservCyt-oplossing, die te vinden zijn in
paragraaf C van dit document.
Internationaal weg- en luchtvervoer:
Voor het weg- of luchtvervoer van ThinPrep® CytoLyt-oplossing volgt u de aanbevelingen voor
internationaal weg- of luchtvervoer voor alleen ThinPrep® PreservCyt-oplossing, die te vinden zijn in
paragraaf C van dit document.
E. Vervoer van ThinPrep® CytoLyt-oplossing met patiëntmonster (bijv. van een arts naar een
laboratorium)
Binnenlands vervoer:
ThinPrep® CytoLyt-oplossing met een patiëntmonster wordt geclassificeerd als een biologische stof,
categorie B. Volg de aanbevelingen in paragraaf B van dit document.
Internationaal vervoer:
ThinPrep® CytoLyt-oplossing met een patiëntmonster wordt geclassificeerd als een biologische stof,
categorie B. Volg de aanbevelingen in paragraaf A van dit document.
Bronvermelding:
49 CFR 100 to 185, Transportation
International Air Transport Association (IATA): Dangerous Good Regulations,
49th Edition, 2008, International Air Transportation Association (IATA)
International Civil Aviation Organization: (ICAO): Technical Instructions for the
Safe Transport of Dangerous Goods by Air
Voetnoten:
1. Zie Packing Instruction 650 in the IATA Dangerous Goods Regulations IATA Packing Instruction 650, Pointers on
Shipping: Clinical Samples, Diagnostic Specimens, and Environmental Test Samples, Document
30356FE, FedEx
4. Preparatie van
gynaecologische monsters
4. Preparatie van
gynaecologische monsters
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
4.1
4
PREPARATIE VAN GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
Hoofdstuk 4
Preparatie van gynaecologische monsters
INLEIDING
Betreft celmonsters van de ectocervix en de endocervix.
1. Monsterafname: deponeer het monster direct in het potje met
de PreservCyt
®
-oplossing.
2. Laat de PreservCyt-oplossing met het monster 15 minuten
staan.
3. Voer op de ThinPrep®2000-processor een run uit op basis
van verwerkingscyclus 4, daarna fixeren, kleuren en
beoordelen.
ONDERDEEL
A
PREPARATIE VAN GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
4.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
4
VOORBEREIDING VAN DE MONSTERAFNAME
Monsterafnamemethoden bij ThinPrep
Het primaire doel van het verkrijgen van een monster met cervixcellen is het opsporen van
cervixcarcinoom en daaraan voorafgaande laesies en ook andere gynaecologische afwijkingen.
De volgende richtlijnen zijn ontleend aan document GP15-A3 van Clinical and Laboratory
Standard Institute Guidelines (CLSI, voorheen NCCLS)
1
en die worden aanbevolen als
werkwijze bij het verkrijgen van een monster voor de ThinPrep-Pap-test (TPPT). In het
algemeen geven de richtlijnen aan dat het van belang is een monster te verkrijgen dat niet
wordt vertroebeld door bloed, slijm, inflammatoir exsudaat of glijmiddel.
Patiëntgegevens
De patiënt moet 2 weken na de eerste dag van haar laatste menstruatieperiode worden
onderzocht en beslist niet tijdens de menstruatieperiode.
Hoewel bij de TPPT verstorend bloed wordt verwijderd, heeft klinisch onderzoek uit-
gewezen dat een grote hoeveelheid bloed de test nog steeds kan verstoren en tot een
ontoereikend resultaat kan leiden.
2
De patiënt mag in de 48 uur voorafgaand aan het onderzoek geen vaginale medicatie,
vaginale anticonceptie of een vaginale douche gebruiken.
Voorbereiding van de monsterafname
Voor het glad maken van het speculum mag geen gelei als glijmiddel worden gebruikt.
Hoewel glijmiddelen op basis van geleien in water oplosbaar zijn, kan een grote hoev-
eelheid gelei de test verstoren en tot een ontoereikend resultaat leiden.
Verwijder voorafgaand aan het afnemen van het monster overtollig slijm of ander
aanwezig afscheidingsmateriaal. Dit moet voorzichtig met een tampontang met een
opgevouwen gaasje worden verwijderd.
Het overtollige cervixslijm bevat nauwelijks relevant celmateriaal en als het in het potje
met het monster terechtkomt, kan dit een preparaat opleveren met weinig of geen diag-
nostisch materiaal.
Verwijder voorafgaand aan het afnemen van het monster inflammatoir exsudaat uit het
cervixkanaal. Doe dit door een droog stukje gaas van 5 x 5 cm over de cervix te leggen
en het weer te verwijderen nadat het exsudaat erin is geabsorbeerd of gebruik een lang
droog wattenstaafje.
Het overtollige inflammatoire exsudaat bevat nauwelijks diagnostisch celmateriaal en
als het in het potje met het monster terechtkomt, kan dit een preparaat opleveren met
weinig of geen diagnostisch materiaal.
1. Papanicolaou Technique Approved Guidelines (CLSI Document GP15-A3, third edition, 2008)
2. Lee et al. Comparison of Conventional Papanicolaou Smears and Fluid-Based, Thin-Layer System for
Cervical Cancer Screening. Ob Gyn 1997; 90: 278-284.
ONDERDEEL
B
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
4.3
4
PREPARATIE VAN GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
De cervix mag niet worden gereinigd met een fysiologische zoutoplossing omdat dit een
relatief celarm monster tot gevolg kan hebben.
Het monster moet worden verkregen voordat azijnzuur wordt gebruikt.
PREPARATIE VAN GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
4.4
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
4
MONSTERAFNAME
Een gynaecologisch monster afnemen met een ecto-endocervicale borstel
Instructies voor de arts voor het afnemen van een gynaecologisch monster.
1.
Neem
met een ecto-endocervicale borstel een toereikend
celmonster van de cervix. Steek de lange centrale borstelharen
minstens zo diep in het endocervicale kanaal dat de kortere
borstelharen volledig met de ectocervix in aanraking kunnen
komen. Oefen zachte druk uit en draai de borstel vijf slagen
rechtsom.
2.
Spoel
de borstel zo snel mogelijk af in de PreservCyt-
oplossing door hem 10 keer tegen de bodem van het potje te
drukken, zodat de borstelhaartjes uiteen worden gedrukt. Draai
de borstel ten slotte krachtig rond, zodat nog meer materiaal
loslaat. Doe het afnamehulpmiddel bij het afval.
3.
Draai
de dop vast totdat het aandraaistreepje op de dop
voorbij het aandraaistreepje op het potje is.
4.
Noteer
de naam en het ID-nummer van de patiënt op
het potje.
Noteer
de patiëntgegevens en klinische gegevens van de
patiënt op het cytologie-aanvraagformulier.
Opmerking:
Als het monster onmiddellijk moet worden
verwerkt, laat de PreservCyt-oplossing met het
monster dan minstens 15 minuten staan voordat het
wordt verwerkt.
Ga verder met de volgende stap als het monster voor
verwerking naar een andere locatie moet worden gezonden.
ONDERDEEL
C
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
4.5
4
PREPARATIE VAN GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
Een gynaecologisch monster afnemen met een endocervicale borstel in
combinatie met een spatel
Instructies voor de arts voor het afnemen van een gynaecologisch monster.
5.
Plaats
het potje en het cytologie-aanvraagformulier in een
monsterzak voor vervoer naar het laboratorium.
1.
Neem
een toereikend celmonster van de ectocervix met een
kunststof
spatel.
2.
Spoel
de spatel zo snel mogelijk af in het potje met PreservCyt-
oplossing door de spatel 10 keer krachtig rond te draaien in het
potje. Doe de spatel bij het afval.
3.
Neem
een toereikend celmonster van de endocervix met een
endocervicale borstel. Voer de borstel op in het cervixkanaal totdat
alleen de onderste vezels nog zichtbaar zijn. Draai de borstel
langzaam een kwart tot een halve slag in één richting. NIET TE
VEEL RONDDRAAIEN.
4.
Spoel
de borstel zo snel mogelijk af in de PreservCyt-oplossing
door hem 10 keer in de oplossing rond te draaien terwijl u hem
tegen de zijkant van het PreservCyt-potje drukt. Draai de borstel
krachtig rond zodat nog meer materiaal loslaat. Doe de borstel bij
het afval.
5.
Draai
de dop vast totdat het aandraaistreepje op de dop voorbij
het aandraaistreepje op het potje is.
6. Noteer
de naam en het ID-nummer van de patiënt op het potje.
Noteer
de patiëntgegevens en klinische gegevens van de patiënt op
het cytologie-aanvraagformulier.
PREPARATIE VAN GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
4.6
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
4
SPECIALE VOORZORGSMAATREGELEN
PreservCyt-oplossing
Zie Hoofdstuk 3, 'De PreservCyt-oplossing' voor meer informatie over de PreservCyt-oplossing.
Stoffen die de werking verstoren
In de Clinical and Laboratory Standard Institute Guidelines (voorheen NCCLS) wordt aanbevolen
om bij de Pap-test geen glijmiddel te gebruiken.
1
ACOG raadt aan om zoveel mogelijk te voorkomen dat het monster met glijmiddel wordt
verontreinigd, omdat dit tot ontoereikende resultaten kan leiden.
2
Dit geldt zowel voor
conventionele uitstrijkjes als voor cytologie met een conserveringsvloeistof.
Opmerking:
Als het monster onmiddellijk moet worden verwerkt,
laat de PreservCyt-oplossing met het monster dan
minstens 15 minuten staan voordat het wordt verwerkt.
Ga verder met de volgende stap als het monster voor verwerking
naar een andere locatie moet worden gezonden.
7.
Plaats
het potje en het cytologie-aanvraagformulier in een
monsterzak voor vervoer naar het laboratorium.
Nadat het monster naar het potje met de PreservCyt-oplossing
is overgebracht, moet het minstens 15 minuten blijven staan
voordat wordt verwerkt.
1. Papanicolaou Technique Approved Guidelines (CLSI Document GP15-A3,third edition, 2008)
2. ACOG Practice Bulletin, no. 45, August 2003
ONDERDEEL
D
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
4.7
4
PREPARATIE VAN GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
Als u een kunststof speculum gebruikt of wanneer er een glijmiddel moet worden gebruikt, zorg er dan
voor dat de cervix of het hulpmiddel voor monsterafname niet met het glijmiddel wordt verontreinigd.
Er kan een kleine hoeveelheid glijmiddel worden gebruikt, net voldoende om het speculum met een
gehandschoende vinger met een dun laagje te bedekken, maar smeer het uiteinde van het speculum
niet in.
In de Clinical and Laboratory Standard Institute Guidelines en ACOG wordt aanbevolen geen
monster tijdens de menstruatieperiode af te nemen.
1-2
Bij monsters die op de ThinPrep 2000-processor moeten worden verwerkt, kunnen gijmiddelen zich
aan het filtermembraan hechten, wat ten koste kan gaan van de overbrenging van cellen naar het
objectglaasje. Als gebruik van een glijmiddel noodzakelijk is, moet dit in minimale hoeveelheden
worden gebruikt.
Behandeling/afvoer
Behandel al het materiaal dat chemicaliën bevat zorgvuldig overeenkomstig veilige werkmethoden
voor laboratoria. Er zijn extra voorzorgsmaatregelen op de reagenscontainer aangegeven als dat op
grond van de samenstelling van een reagens noodzakelijk is.
Voer de PreservCyt-oplossing af overeenkomstig de bij u geldende richtlijnen voor afvoer van
gevaarlijk afval. De PreservCyt-oplossing bevat methanol.
VERWERKEN VAN MONSTERS
Benodigd materiaal
Raadpleeg de onderdelen over benodigd materiaal op pagina 1.6 en pagina 5A.4 voor een lijst en
uitleg van geleverd materiaal en benodigd maar niet bijgeleverd materiaal.
Preparatie van monsters
Het gynaecologische monster moet onmiddellijk na afname in de PreservCyt-oplossing
worden gedeponeerd.
Het vloeistofniveau in het monsterpotje met de PreservCyt-oplossing moet binnen de
matglazen band van het potje liggen.
ONDERDEEL
E
PREPARATIE VAN GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
4.8
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
4
Afbeelding 4-1 Het vloeistofniveau in het monsterpotje met de PreservCyt-oplossing
Bewaar een PreservCyt-oplossing
met
een cytologisch monster dat is bedoeld voor een
ThinPrep-Pap-test gedurende maximaal 6 weken bij een temperatuur tussen 15 °C en 30 °C.
Een run op een ThinPrep 2000-processor op basis van verwerkingscyclus 4,
daarna fixeren, kleuren en beoordelen.
Stabiliteit
Bewaar een PreservCyt-oplossing
met
een cytologisch monster dat is bedoeld voor een ThinPrep-
Pap-test gedurende maximaal 6 weken bij een temperatuur tussen 15 °C en 30 °C.
De gebruiker laad het instrument en selecteert voor het monster
dat moet worden verwerkt verwerkingscyclus nummer 4, zoals
beschreven in Hoofdstuk 5A, 'Gebruiksinstructies'. Na de
voltooiing van de verwerking fixeert en kleurt de gebruiker het
preparaat volgens de procedure beschreven in Hoofdstuk 8,
'Fixatie, kleuring en insluiting'.
ID#
00001168
Matglazen band
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
4.9
4
PREPARATIE VAN GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
PROBLEMEN OPLOSSEN BIJ DE VERWERKING VAN EEN MONSTER
EEN POTJE MET EEN MONSTER VOOR EEN THINPREP-PAP-TEST OPNIEUW VERWERKEN
NA EEN ONTOEREIKEND RESULTAAT
Laboratoriumpersoneel kan een monster voor een ThinPrep-Pap-test opnieuw verwerken wanneer
een preparaat na screening door een cytologisch analist als ontoereikend voor diagnostiek is
beoordeeld ("ontoereikend voor beoordeling"). Om deze monsters goed opnieuw te verwerken,
moeten de onderstaande instructies worden opgevolgd:
Opmerking:
Een monster voor een ThinPrep-Pap-test mag slechts één keer opnieuw worden
verwerkt.
Opmerking:
Er dienen goede laboratoriumpraktijken te worden gehanteerd om te voorkomen dat
verontreinigend materiaal in het potje met het monster in de PreservCyt-oplossing
terechtkomt.
ONDERDEEL
F
PREPARATIE VAN GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
4.10
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
4
Protocol voor het opnieuw verwerken van een monster
1 Bereid een voldoende hoeveelheid wasoplossing om 30 ml daarvan
te kunnen toevoegen aan elk monster voor de ThinPrep-Pap-test
dat opnieuw wordt verwerkt. De wasoplossing wordt gemaakt
door 9 delen CytoLyt-oplossing met 1 deel ijsazijn te mengen.
2 Controleer voordat u deze stap uitvoert of het monster voor de
ThinPrep-Pap-test voldoende volume heeft om na het centrifugeren
een pellet te vormen. Giet de monsteroplossing voor de ThinPrep-
Pap-test in een centrifugebuisje dat correct geëtiketteerd is om de
bewakingsketen intact te laten. Bewaar het potje.
3 Centrifugeer de oplossing in het buisje 5 minuten bij 1.200 x
g
om
een pellet te verkrijgen.
Opmerking:
Na het centrifugeren moet de celpellet duidelijk
zichtbaar te zijn, maar de cellen hoeven niet dicht
opeengepakt te zitten (de pellet kan er pluizig uitzien).
4 a. Giet het supernatant in het centrifugebuisje voorzichtig af om
verlies van cellen te voorkomen. Voer het af volgens de plaatselijke
voorschriften.
b. Plaats het centrifugebuisje kort in een vortexmixer.
c. Giet 30 ml van het mengsel van CytoLyt-oplossing met 10%
ijsazijn in het centrifugebuisje en sluit het stevig met de dop af.
d. Meng de inhoud van het centrifugebuisje door het meerdere
keren handmatig om te draaien.
5 Centrifugeer de oplossing in het buisje 5 minuten bij 1.200 x
g
om
weer een pellet te verkrijgen.
30 ml
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
4.11
4
PREPARATIE VAN GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
6 a. Giet het supernatant in het centrifugebuisje voorzichtig af om
verlies van cellen te voorkomen. Voer het af volgens de plaatselijke
voorschriften.
b. Vortex het centrifugebuisje kort.
7 a. Maak gebruik van de volumemarkeringen op het centrifugebuisje
om de nodige hoeveelheid ongebruikte PreservCyt-oplossing
(d.w.z. zonder patiëntmonster) bij de cellen te gieten en vul aan tot
een eindvolume van 20 ml. Draai de dop stevig vast.
b. Meng de inhoud van het centrifugebuisje door het meermaals
handmatig om te draaien en breng het monster terug over naar het
bewaarde monsterpotje.
8 Verwerk het monster op een ThinPrep 2000-processor volgens de
procedure voor het uitvoeren van een run voor een gynaecologisch
monster. Beoordeel het resulterende preparaat volgens
The Bethesda
System for Reporting Cervical/Vaginal Cytologic Diagnosis
. Als nadat
het monster opnieuw is verwerkt een negatief resultaat voor het
monster niet overeenstemt met de klinische indruk, kan het nodig
zijn een nieuw monster af te nemen.
PREPARATIE VAN GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
4.12
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
4
Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
5. Gebruiksinstructies
5. Gebruiksinstructies
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A.1
5A
GEBRUIKSINSTRUCTIES
Hoofdstuk 5A
Gebruiksinstructies
Opmerking:
Er moeten voordat en tijdens dat er een preparaat wordt gemaakt op het
ThinPrep
®
2000-systeem specifieke verwerkingsstappen worden toegepast als
het de bedoeling is om nadat het preparaat is gemaakt het resterende monster op
de ThinPrep 2000-processor te onderzoeken op
Chlamydia trachomatis
en
Neisseria
gonorrhoeae
met de Roche Diagnostics COBAS AMPLICOR™ CT/NG-test. Volg
de procedures in Hoofdstuk 5B van de gebruikershandleiding voor de
ThinPrep 2000.
INLEIDING
In dit onderdeel worden instructies gegeven voor het gebruik van de ThinPrep
®
2000-
processor.
In dit onderdeel komen de volgende onderwerpen aan de orde:
ONDERDEEL B:
Optionele instructies voor aanvullende tests
ONDERDEEL C:
Benodigde materialen
ONDERDEEL D:
Checklist voorafgaand aan gebruik
ONDERDEEL E:
Overzicht van het laden van de ThinPrep 2000-processor
ONDERDEEL F:
Laden van het PreservCyt
®
monsterpotje
ONDERDEEL G:
Laden van het filter voor de ThinPrep-Pap-test
ONDERDEEL H:
Laden van het ThinPrep-objectglaasje
ONDERDEEL I:
Laden van het potje met fixatief
ONDERDEEL J:
Sluiten van het deurtje
ONDERDEEL K:
Selecteren en starten van een verwerkingscyclus
ONDERDEEL L:
Uitladen van de ThinPrep 2000-processor
ONDERDEEL M:
Onderbreken van de verwerkingsstappen voor het maken
van een preparaat
ONDERDEEL N:
Status-, onderhouds- en testschermen
ONDERDEEL
A
GEBRUIKSINSTRUCTIES
5A.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A
OPTIONELE INSTRUCTIES VOOR AANVULLENDE TESTS
Er kan na het maken van het cytologische preparaat van de ThinPrep-Pap-test op bepaalde seksueel
overdraagbare aandoeningen (soa's) en humaan papillomavirus (HPV) worden getest met het
resterende monster in het PreservCyt-monsterpotje. Deze testen kunnen ook worden gedaan door
een aliquot van maximaal 4 ml uit het PreservCyt-monsterpotje te nemen (uitnemen van een aliquot)
voordat het preparaat van de ThinPrep-Pap-test wordt gemaakt.
Het laboratoriumpersoneel dient de specifieke instructies in dit onderdeel op te volgen om op de juiste
wijze het gewenste aliquotvolume uit het monsterpotje te nemen en het PreservCyt-monsterpotje voor
te bereiden voor de ThinPrep-Pap-test. Deze instructies moeten consequent worden opgevolgd om
negatieve gevolgen voor het resultaat van de ThinPrep-Pap-test te voorkomen.
Omdat cytologie/HPV-testen en soa-testen gericht zijn op verschillende klinische vragen, is
uitnemen van een aliquot mogelijk niet geschikt voor alle klinische situaties. Artsen en andere
personen die verantwoordelijk zijn voor het aanvragen van klinische tests, dienen van het volgende
op de hoogte te zijn:
Er zijn geen gegevens over slechtere cytologieresultaten door uitnemen van een aliquot, maar
dat kan echter niet voor alle monsters worden uitgesloten. Zoals bij elk pathologisch-
anatomisch onderzoek van een deelmonster kunnen diagnostische cellen worden gemist als ze
in zeer geringe mate in een preparaat aanwezig zijn. Als een negatief resultaat voor het monster
niet overeenstemt met de klinische indruk, kan het nodig zijn een nieuw monster af te nemen.
Bij het nemen van een aliquot uit een monster met weinig cellen kan er onvoldoende
materiaal in het PreservCyt-monsterpotje achterblijven om een toereikend preparaat voor de
ThinPrep-Pap-test te maken.
Bij het uitnemen van een aliquot kan er onvoldoende materiaal in het PreservCyt-monsterpotje
achterblijven om na het maken van het preparaat voor de ThinPrep-Pap-test met het dan nog
resterende monster aanvullende tests te doen (bijv. een aanvullende test op HPV).
Gelijktijdige afname van een afzonderlijk monster voor de ThinPrep-Pap-test en soa-tests
kan worden overwogen in plaats van uitnemen van een aliquot.
Wanneer ervoor wordt gekozen gelijktig cytologisch onderzoek en onderzoek naar soa's te
doen, dient in aanmerking te worden genomen in hoeverre risico's en klinische gegevens
(bijv. ziekteprevalentie, leeftijd van de patiënt, gegevens over seksualiteit of zwangerschap)
en ook de kwaliteit van het monster (bijv. exsudaat of bloeding) van invloed kunnen zijn op
de diagnostische betrouwbaarheid.
Sexually Transmitted Diseases Treatment Guidelines 2002 (Centers for Disease Control and
Prevention, MMWR 2002: 51(No. RR-6)) voorziet in richtlijnen voor de benadering en behandeling
van individuele patiënten, inclusief het gebruik van de Pap-test.
ONDERDEEL
B
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A.3
5A
GEBRUIKSINSTRUCTIES
Het is essentieel dat de instructies in Hoofdstuk 5B worden opgevolgd als de Roche Diagnostics
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-test met het resterende monster zal worden uitgevoerd nadat er op
de ThinPrep 2000-processor een preparaat is gemaakt.
Nemen van een aliquot (maximaal 4 ml) uit het PreservCyt-monsterpotje
voordat de ThinPrep-Pap-test wordt uitgevoerd.
Opmerking:
Er mag voordat de ThinPrep-Pap-test wordt uitgevoerd slechts één aliquot uit het
PreservCyt-monsterpotje worden genomen, ongeacht het volume van het aliquot
(maximaal aliquotvolume = 4 ml).
Opmerking:
Er dienen goede laboratoriumpraktijken te worden gehanteerd om te voorkomen dat
verontreinigend materiaal in het PreservCyt-monsterpotje of het aliquot terechtkomt.
Het is aan te bevelen om poedervrije handschoenen te gebruiken en afzonderlijk
verpakte pipetten voor eenmalig gebruik, met een aerosolbestendige tip van het juiste
formaat voor het volume dat wordt opgetrokken en overgebracht. Gebruik geen
serologische pipetten. Om de kans op kruisverontreiniging tot een minimum te
beperken, dient uitnemen van een aliquot in een geschikte ruimte plaats te vinden waar
geen DNA-amplificatie wordt uitgevoerd.
1. Vortex het potje 8 tot 12 seconden met hoge snelheid.
Let op
Het gewenste aliquot moet onmiddellijk nadat het potje is gevortexed worden
uitgenomen, zodat het monster nog homogeen verdeeld is.
2. Draai de dop voorzichtig van het monsterpotje.
3. Trek met een pipet een aliquot van maximaal 4 ml uit het monsterpotje op. Zorg ervoor dat
de handschoenen niet met de oplossing verontreinigd raken. Mochten de handschoenen
verontreinigd raken, vervang ze dan door een schoon paar voordat u verder gaat met het
volgende monster.
4. Breng het aliquot over in een polypropyleen buisje van het juiste formaat en met een juist
etiket en sluit het stevig af om verlies van vloeistof of het vrijkomen van damp uit het buisje
te voorkomen.
5. Bewaar het aliquot onder condities die geschikt zijn voor aanvullende tests. Raadpleeg de
instructies van de fabrikant of de laboratoriuminstructies voor het uitvoeren van
aanvullende tests op het aliquot.
6. Voer de pipet af volgens de plaatselijke, regionale en landelijke voorschriften.
7. Gebruik een nieuwe pipet om een hoeveelheid ongebruikte PreservCyt-oplossing op te
trekken die gelijk is aan de hoeveelheid aliquot die in stap 3 uit het monsterpotje is genomen.
8. Breng deze hoeveelheid ongebruikte PreservCyt-oplossing over naar het monsterpotje
waaruit het aliquot is genomen in stap 3.
9. Draai de dop van het monsterpotje goed vast. (Het streepje op de dop en het streepje op het
potje moeten in elkaars verlengde liggen of elkaar enigszins overlappen.)
GEBRUIKSINSTRUCTIES
5A.4
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A
10. Voer de pipet af volgens de plaatselijke, regionale en landelijke voorschriften.
11. Raadpleeg de overige stappen in dit hoofdstuk om de ThinPrep-Pap-test uit te voeren.
BENODIGD MATERIAAL
Afbeelding 5A-1 Het benodigde materiaal
Het potje met de
PreservCyt-oplossing
is een kunststof potje met een conserveringsoplossing op
alcoholbasis, waarin cellen afkomstig van alle lichaamsdelen maximaal drie weken bij
kamertemperatuur bewaard blijven. Zie Hoofdstuk 3, 'De PreservCyt-oplossing' voor meer
informatie over de PreservCyt-oplossing.
Het
filter voor de ThinPrep-Pap-test
is een kunststof cilinder voor eenmalig gebruik, waarvan het
ene uiteinde open is en op het andere uiteinde een filtermembraan is aangebracht. Het
filtermembraan heeft een vlak, glad, poreus oppervlak.
De
filterhouder
is een kunststof dop die op het open uiteinde van het filter voor de ThinPrep-Pap-
test past en waarmee het filter voor de test in de processor wordt aangebracht.
Het
fixatiefpotje
is een kunststof potje dat wordt gevuld met het standaard fixatief van het
laboratorium. Nadat in de ThinPrep-processor de cellen naar het objectglaasje zijn overgebracht,
wordt het preparaat automatisch uitgeworpen in het potje met fixatief.
ONDERDEEL
C
PreservCyt-
oplossing Fixatiefpotje
Gebruikershandleiding
Handschoenen
Pluisvrije doekjes
Filterhouder
ThinPrep-object-
glaasje
Kleurrekje en
alcoholbad
Filter voor
de ThinPrep-
Pap-test
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A.5
5A
GEBRUIKSINSTRUCTIES
Het
ThinPrep-objectglaasje
is een vooraf gereinigd hoogwaardig glazen objectglaasje met een
afgebakend preparaatgebied en groter etiketgebied. Het objectglaasje is specifiek bestemd voor
gebruik met de ThinPrep-processor.
Bij het ThinPrep 2000-systeem worden
benodigdheden
gebruikt die specifiek door Hologic worden
vervaardigd en geleverd voor dit systeem. Dit zijn onder meer de potjes met de PreservCyt-
oplossing voor gebruik bij de ThinPrep-Pap-test, filters (transparant) voor de gynaecologische
ThinPrep-Pap-test en ThinPrep-objectglaasjes. Bij gynaecologisch gebruik kan het systeem zonder
deze benodigdheden niet goed functioneren en die kunnen niet door andere worden vervangen.
Als er andere benodigdheden worden gebruikt, zal het systeem niet goed functioneren. Na gebruik
dienen de benodigheden overeenkomstig de plaatselijke, regionale en landelijke voorschriften te
worden afgevoerd.
De
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep 2000-systeem
bevat gedetailleerde informatie over
het ThinPrep 2000-systeem, zoals de werkingsprincipes, gebruiksinstructies, specificaties en
onderhoudsinformatie. De handleiding bevat ook informatie over de oplossingen en materialen die
nodig zijn voor het maken van preparaten op de ThinPrep 2000-processor.
Laboratoriumhandschoenen voor eenmalig gebruik
— het is aan te bevelen poedervrije
handschoenen te gebruiken.
Pluisvrije doekjes.
Alcoholbad
met een kleurrekje voor preparaten en een standaard fixatief van het laboratorium.
GEBRUIKSINSTRUCTIES
5A.6
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A
CHECKLIST VOORAFGAAND AAN GEBRUIK
De volgende punten moeten worden gecontroleerd voordat op de ThinPrep 2000-processor een
preparaat wordt gemaakt.
Afvalreservoir — controleer of het vloeistofniveau in het afvalreservoir lager is dan de
vulstreep "MAX" op het reservoir. Zie 'LEEGMAKEN VAN HET AFVALRESERVOIR' op
pagina 7.2 voor instructies voor het leegmaken.
Niet-actieve modus — controleer of het instrument is ingeschakeld en in de niet-actieve
modus, of op het hoofdmenu, staat. Als het hoofdmenu niet wordt weergegeven, volg dan de
instructies op het scherm op totdat de niet-actieve modus verschijnt. Als het systeem is
uitgeschakeld, zie dan 'AANZETTEN VAN DE THINPREP 2000-PROCESSOR' op
pagina 2.10 voor informatie over het aanzetten van het systeem.
Afdichtingsringen voor het filter — controleer of de beide afdichtingsringen op de onderkant
van de filterhouder niet zijn uitgedroogd, er geen barstjes in zitten of moeten worden
ingevet. Zie 'INVETTEN VAN DE AFDICHTINGSRINGEN OP DE FILTERHOUDER' op
pagina 7.5 voor instructies voor invetten en/of vervangen.
Laboratoriumhandschoenen voor eenmalig gebruik — draag bij het gebruik van de
ThinPrep-processor altijd laboratoriumhandschoenen en andere persoonlijke
beschermingsmiddelen voor het laboratorium.
Opmerking:
Nadat een monster in een potje met PreservCyt-
oplossing
is gestopt, wordt het potje
aangeduid met
PreservCyt-monsterpotje
.
ONDERDEEL
D
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A.7
5A
GEBRUIKSINSTRUCTIES
OVERZICHT VAN HET LADEN VAN DE THINPREP
®
2000-PROCESSOR
In de volgende vier onderdelen wordt gedetailleerd beschrevende hoe de ThinPrep 2000-processor
moet worden geladen. De volgende benodigdheden moeten in de processor worden geladen voordat
een run voor een monster wordt gestart:
PreservCyt-monsterpotje
Filter voor de ThinPrep-Pap-test
ThinPrep-objectglaasje
Potje met fixatief
De afbeelding hieronder toont de ThinPrep 2000-processor nadat het laden van de benodigdheden is
uitgevoerd.
Afbeelding 5A-2 De ThinPrep 2000-processor geladen met de benodigdheden
ONDERDEEL
E
Objectglasmodule/uitwerper
Potje met
fixatief
Houder potje
met fixatief
Filterhouderafsluitin
Klossen
Filtersamenstel
PreservCyt-
monsterpotje
Houder monsterpotje
Objectglaasje
GEBRUIKSINSTRUCTIES
5A.8
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A
LADEN VAN HET PRESERVCYT-MONSTERPOTJE
1. Open het deurtje van de ThinPrep 2000-processor volledig.
2. Controleer of de houder voor het monsterpotje, de houder voor het fixatiefpotje en de
objectglasmodule leeg zijn.
3. Draai de dop van het PreservCyt-monsterpotje af.
4. Plaats het PreservCyt-monsterpotje voorzichtig in de houder, zodanig dat het potje vlak op
de basis van de houder staat. Zie Afbeelding 5A-3.
5. Het potje blijft los in de monsterhouder staan totdat de verwerking begint. Het monsterpotje
wordt tijdens de verwerking automatisch vastgegrepen.
Afbeelding 5A-3 Laden van het Preservcyt-monsterpotje
ONDERDEEL
F
Houder monsterpotje
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A.9
5A
GEBRUIKSINSTRUCTIES
LADEN VAN HET FILTER VOOR DE THINPREP-PAP-TEST
1. Haal een nieuw filter voor de ThinPrep-Pap-test uit de verpakking door de cilinder bij de
zijkanten beet te pakken.
Let op:
Vermijd te allen tijde aanraking met het filtermembraan van het filter voor de
ThinPrep-Pap-test.
2. Er zijn twee manieren om het filter voor de ThinPrep-Pap-test en de filterhouder op elkaar
aan te sluiten. De twee op elkaar aangesloten delen noemen we het filtersamenstel.
Opmerking:
Ga voorzichtig om met de filterhouder. Stoot de houder niet tegen harde oppervlakken.
Methode A:
Houd de filterhouder in de palm van de ene hand en het filter voor de ThinPrep-Pap-test in de
andere hand, zoals afgebeeld in Afbeelding 5A-4. Druk het filter voor de ThinPrep-Pap-test op
de houder.
Methode B:
Zet de filterhouder op de werkbank en neem het filter voor de ThinPrep-Pap-test in uw hand.
Druk het filter voor de ThinPrep-Pap-test op de houder.
Bij beide methoden kunt u ongewenst opstropen van de afdichtingsringen voorkomen door de
filtercilinder er met een iets draaiende beweging op te drukken. De afdichtingsringen voor het
filter moeten licht ingevet zijn. Zie 'INVETTEN VAN DE AFDICHTINGSRINGEN OP DE
FILTERHOUDER' op pagina 7.5.
Afbeelding 5A-4 De filterhouder en filtercilinder op elkaar aansluiten
ONDERDEEL
G
GEBRUIKSINSTRUCTIES
5A.10
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A
3. Zorg ervoor dat er geen tussenruimte overblijft tussen de filtercilinder en filterhouder.
Zie Afbeelding 5A-5.
De filtercilinder moet aansluiten op de kraag van de filterhouder.
Afbeelding 5A-5 Goede aansluiting van filterhouder en filtercilinder
4. Plaats het filtersamenstel in het instrument
Houd het filtersamenstel bij de filtercilinder vast en plaats de conisch toelopende randen van
de filterhouder tegen de beide klossen vooraan in de processor, zoals afgebeeld in Afbeelding
5A-6.
Afbeelding 5A-6 Plaatsen van de filterhouder tussen de klossen
5. Houd het filtersamenstel in loodrechte stand tussen de klossen en druk het recht naar
achteren. De rechter klos verplaatst zich naar rechts bij het naar achteren drukken van het
Goed Fout
Geen
tussen-
ruimte
Tussenruimte
Filter voor de
ThinPrep-
Pap-test
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A.11
5A
GEBRUIKSINSTRUCTIES
filtersamenstel. De filtersamenstel zit op zijn plaats wanneer de rechter klos zich
terugverplaatst naar links en de twee klossen het filtersamenstel in de processor op zijn
plaats houden. Zie Afbeelding 5A-7.
Wanneer de filterhouder goed is geplaatst, zit die vlak in het instrument en bevindt de
filtercilinder zich boven het PreservCyt-monsterpotje en iets links van het midden. Als de
positie van het filtersamenstel niet met deze beschrijving overeenkomt, haal het er dan uit en
probeer het opnieuw. Als het filtersamenstel goed op zijn plaats zit kan het gemakkelijk
tussen de klossen worden gedraaid.
Afbeelding 5A-7 Laden van het filtersamenstel
Klossen
GEBRUIKSINSTRUCTIES
5A.12
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A
LADEN VAN HET THINPREP-OBJECTGLAASJE
1. Breng het etiket met de identiteitsgegevens van de patiënt op het ThinPrep-objectglaasje aan.
Gebruik hiervoor het matglazen gedeelte van het glaasje. Zorg er bij gebruik van een zelfklevend
etiket voor dat het etiket volledig op het objectglaasje wordt geplakt en dat er geen randen van
het etiket buiten het glaasje uitsteken.
2. Houd het objectglaasje met de duimen en wijsvingers van beide handen bij de voorste
hoeken vast, zoals afgebeeld in Afbeelding 5A-8. Zorg dat u het afgebakende
preparaatgebied van het objectglaasje niet aanraakt. Houd het etiketuiteinde naar rechts en
ondersteboven.
3. Plaats het objectglaasje. Druk de verende klemmen met het objectglaasje naar beneden, plaats
het glaasje tot de helft onder het hogere geleideblok en op de verende klemmen en laat het
objectglaasje dan los. Zie Afbeelding 5A-8.
Afbeelding 5A-8 Plaatsen van het objectglaasje op de klemmen
4. Het objectglaasje moet nu op de beide klemmen en onder het hogere geleideblok liggen zoals
afgebeeld in Afbeelding 5A-9.
ONDERDEEL
H
Klemmen
Objectglaasje
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A.13
5A
GEBRUIKSINSTRUCTIES
Afbeelding 5A-9 Juiste en onjuiste plaatsing van objectglaasje
5. Breng het objectglaasje op zijn plaats door de toppen van uw wijsvingers op de vrije rand
van het objectglaasje te plaatsen en het glaasje naar achteren te drukken totdat het niet verder
gaat, zoals afgebeeld in Afbeelding 5A-10. Wanneer het objectglaasje goed op zijn plaats zit,
pakken de klemmen van de objectglasmodule het glaasje en gaat het glaasje achter het
hogere geleideblok iets omhoog.
LABEL
END
LABEL
END
LABEL
END
Objectglaasje
goed geplaatst
Objectglaasje te veel
naar links
Objectglaasje te veel
naar rechts
GEBRUIKSINSTRUCTIES
5A.14
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A
Afbeelding 5A-10 Op zijn plaats brengen van het objectglaasje
Opmerking:
Druk de naar voren gerichte rand van het objectglaasje naar beneden om het glaasje uit
de processor te halen Trek het glaasje voorzichtig naar u toe.
Objectglaasje
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A.15
5A
GEBRUIKSINSTRUCTIES
LADEN VAN HET POTJE MET FIXATIEF
1. Vul een fixatiefpotje met het standaard fixatief van het laboratorium totdat het vloeistofniveau
zich tussen de markeringstrepen "MIN" en "MAX" op het potje bevindt.
Wanneer het kleuringsprotocol een andere fixatiemethode voorschrijft, laat het fixatiefpotje dan
leeg of vul het met de gewenste fixatiefoplossing.
Ververs de inhoud van het fixatiefpotje op z'n minst om de 100 preparaten of dagelijks, volgens
de voorwaarde waaraaan het eerst is voldaan.
2. Plaats het potje met fixatief in de desbetreffende houder, zodanig dat het potje vlak op de
basis van de houder staat. Zie Afbeelding 5A-11. Zorg ervoor dat het potje met fixatief
helemaal op zijn plaats zit.
Afbeelding 5A-11 Laden van het potje met fixatief
ONDERDEEL
I
FROSTED
END
MAX
!!
GEBRUIKSINSTRUCTIES
5A.16
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A
SLUITEN VAN HET DEURTJE
U sluit het scharnierdeurtje door het deurgreepje vast te pakken en het deurtje dicht te duwen.
Bij instrumenten met een schuifdeurtje pakt u het deurgreepje vast en schuift u deurtje geheel naar links.
Het instrument werkt niet als het deurtje open is. Het deurtje mag nooit worden geopend als
instrument in bedrijf is. Als het deurtje nadat de verwerking is begonnen wordt geopend, wordt de
verwerkingscyclus afgebroken. Het systeem zal zich pas gaan herstellen nadat het deurtje is gesloten.
Afbeelding 5A-12 Openen en sluiten van het deurtje
Let op:
Open het deurtje niet tijdens de verwerking van een preparaat. Afhankelijk van het punt
waarop een verwerkingscyclus is onderbroken, kunnen cellen verloren gaan of aan de
lucht worden gedroogd tijdens systeemherstel.
ONDERDEEL
J
Deurtje gesloten
Deurtje geopend
Opmerking:
Open het scharnierdeurtje voorzichtig.
Door het gebruik van overmatige kracht
kan het deurtje beschadigd raken.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A.17
5A
GEBRUIKSINSTRUCTIES
SELECTEREN EN STARTEN VAN EEN VERWERKINGSCYCLUS
Het programma van de ThinPrep 2000-processor op de geheugenkaart heeft verscheidene modi.
De twee belangrijkste modustypes zijn:
1. Monsterverwerkingscycli
2. Diagnose
De monsterverwerkingscycli worden gebruikt om verschillende soorten monsters te verwerken.
De diagnostische modi worden gebruikt om de status van het instrument weer te geven en voor het
uitvoeren van onderhoudsprocedures. Het hieronder weergegeven hoofdmenu (Main Menu) wordt
altijd weergegeven wanneer het instrument in de niet-actieve modus staat.
In het hoofdmenu staan de vier verwerkingsycli voor het verwerken van monsters. Druk op de toets
pijl-omlaag om de diagnostische modi te bekijken, u ziet dan het volgende:
In Tabel 5A.1 staat een beschrijving van de verwerkingscycli.
ONDERDEEL
K
Main Menu: Select
1-SUPER 4-GYN
2-FLU/FNA
3-MUCOID - MORE
Main Menu: Select
6-STATUS 8-TEST
7-MAINT
STOP - PREVIOUS MENU
GEBRUIKSINSTRUCTIES
5A.18
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A
Tabel 5A.1 : Verwerkingscycli en modi van de ThinPrep 2000-processor
U kunt een verwerkingscyclus voor een monster starten door eenvoudig op de toets te drukken die
met de gewenste verwerkingscyclus overeenkomt. De verwerkingscyclus gaat onmiddellijk na het
indrukken van de toets van start. Druk op de STOP-toets om bij selectie van een verkeerde
verwerkingscyclus de cyclus af te breken. Na voltooiing van de verwerkingscyclus verschijnt het
hoofdmenu weer.
Let op:
Open het deurtje niet tijdens een verwerking. Afhankelijk van het punt waarop een
verwerkingscyclus is onderbroken, kunnen cellen verloren gaan of aan de lucht worden
gedroogd tijdens systeemherstel.
Druk op de toets pijl-omlaag in het hoofdmenu om de diagnostische modi te bekijken, de opties
worden weergegeven. Druk op de STOP-toets om terug te gaan naar de niet-actieve modus en de
verwerkingscycli voor monsters. Druk op het nummer van de gewenste optie om een van de
diagnostische modi te starten. Vanuit een diagnostische modus wordt na voltooiing automatisch
teruggegaan naar het vorige scherm of als de gebruiker op de STOP-toets drukt.
Wanneer de ThinPrep 2000-processor tijdens een verwerkingscyclus een fout detecteert, wordt de
cyclus afgebroken, waarna het systeem zich zal proberen te herstellen en er een foutmelding wordt
weergegeven. Raadpleeg Hoofdstuk 6, 'Problemen oplossen' voor meer informatie.
Toets
Nummer Beschrijving
1 OPPERVLAKKIGE MONSTERS
Hieronder vallen niet-mucoïde, oppervlakkige celmonsters, zoals
monsters uit de mondholte, tepelafscheiding, huidlaesies (Tzanck-
test) en monsters van het wangslijmvlies.
2 VLOEISTOFFEN, FNA (DUNNENAALDASPIRATIE) EN MONSTERS VAN
FIRSTCYTE DUCTALE LAVAGE
Hieronder vallen niet-mucoïde lichaamsholtevloeistoffen en
dunnenaaldaspiratie.
3MUCOÏDE MONSTERS
Hieronder vallen sputummonsters, monsters van bronchiaal borstelen
of bronchiale lavage en monsters uit het maag-darmkanaal.
4 GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
Betreft celmonsters van de ectocervix en de endocervix. Gebruik
deze verwerkingscyclus voor de ThinPrep-Pap-test.
6STATUS
7 ONDERHOUD
8 TEST
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A.19
5A
GEBRUIKSINSTRUCTIES
UITLADEN VAN DE THINPREP 2000-PROCESSOR
1. Open het deurtje.
2. Haal het fixatiefpotje met het preparaat uit de houder. Telkens als er een preparaat is gemaakt
moet het fixatiefpotje uit de houder worden gehaald.
Let op:
Het potje met fixatief moet worden verwijderd. Bij verdamping van alcohol kan brand
ontstaan.
3. Haal het preparaat uit het fixatiefpotje en plaats het in een kleurrekje met een bad van het
standaard fixatief van het laboratorium.
Zie Hoofdstuk 8, 'Fixatie, kleuring en insluiting' voor meer informatie over fixatie en
kleuring en insluiting van preparaten.
4. Neem de hieronder aangegeven voorzorgsmaatregelen tegen kruisverontreiniging in acht.
Haal het filtersamenstel uit het instrument en haal de filtercilinder en filterhouder uit elkaar
(het kan handig zijn om dit met een licht draaiende beweging te doen).
Opmerking:
Wees voorzichtig met de filterhouder. Stoot de houder niet tegen harde oppervlakken.
Let op:
Haal de filterhouder en filtercilinder op een van de volgende manieren uit elkaar om het
risico van kruisverontreiniging te verminderen:
Methode A:
Wind een pluisvrij doekje om de filtercilinder om bij het uit het instrument halen van het
filtersamenstel en het uit elkaar halen van de filtercilinder en filterhouder verontreiniging
van uw handschoenen te voorkomen. Doe het pluisvrije doekje met de filtercilinder bij
het afval.
Methode B:
Haal de filtercilinder en filterhouder uit elkaar en veeg met een pluisvrij doekje eventuele
vloeistof van uw handschoenen of trek na elke verwerkingscyclus nieuwe
handschoenen aan.
5. Voer de gebruikte filtercilinder af volgens de betreffende procedures van het laboratorium.
Een filter voor de ThinPrep-Pap-test mag slechts eenmaal worden gebruikt en kan niet
opnieuw worden gebruikt.
6. Haal het PreservCyt-monsterpotje uit het instrument en draai de dop er weer stevig op. Zorg
ervoor dat het aandraaistreepje op de dop in het verlengde ligt van het aandraaistreepje op
het potje. Zie Afbeelding 5A-13. Als de dop van het potje geen aandraaistreepje heeft, zorg er
dan voor dat de dop goed is aangedraaid.
ONDERDEEL
L
GEBRUIKSINSTRUCTIES
5A.20
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A
Afbeelding 5A-13 Plaatsen van de dop op het PreservCyt-monsterpotje
7. Voer het monsterpotje pas af wanneer is vastgesteld dat er geen meer preparaten nodig zijn.
Zie Hoofdstuk 3, 'De PreservCyt-oplossing' voor informatie over het afvoeren van
oplossingen en het bewaren van monsters.
WARNING: See Package Insert Before
SPecimen Collection.
NAME:
ID#:
3256723-46
Het streepje op de
dop en het potje
moeten in elkaars
verlengde liggen of
elkaar enigszins
overlappen.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A.21
5A
GEBRUIKSINSTRUCTIES
ONDERBREKEN VAN DE VERWERKINGSSTAPPEN VOOR HET MAKEN
VAN EEN PREPARAAT
Normaliter dienen de verwerkingsstappen op de ThinPrep 2000-processor voor het maken van een
preparaat niet te worden onderbroken. Als het echter om de een of andere reden noodzakelijk is de
verwerking stil te zetten, volg dan de procedure hieronder op om ervoor te zorgen dat het preparaat
niet wordt verontreinigd door een ander monster.
1. Druk op de STOP-toets en wacht totdat er RECOVERY COMPLETE wordt weergegeven.
De ThinPrep-processor zet de verwerking stil met een akoestisch signaal en er verschijnt een
mededeling die aangeeft dat de STOP-toets is ingedrukt. Het instrument herstelt zich
automatisch en de bewegende onderdelen gaan terug naar hun uitgangspositie. Het systeem zal
bij foutherstel altijd proberen het celmateriaal op het filter weer in het monsterpotje te stoppen.
2. Druk op ENTER om het akoestisch signaal uit te schakelen en terug te gaan naar het
hoofdmenu.
3. Haal het fixatiefpotje uit het instrument als er een preparaat in zit. Haal anders het ThinPrep-
objectglaasje uit de objectglasmodule.
4. Haal het filtersamenstel uit het instrument.
5. Haal de filtercilinder van de filterhouder af als die nat of beschadigd is. Voer de filtercilinder
af volgens de betreffende procedures van het laboratorium. Raadpleeg 'UITLADEN VAN DE
THINPREP 2000-PROCESSOR' op pagina 5A.19 van dit hoofdstuk.
6. Haal het PreservCyt-monsterpotje uit het instrument als het niet het juiste monster bevat.
Raadpleeg 'LADEN VAN HET PRESERVCYT-MONSTERPOTJE' op pagina 5A.8 eerder in dit
hoofdstuk om de verwerking opnieuw te starten.
ONDERDEEL
M
GEBRUIKSINSTRUCTIES
5A.22
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A
STATUS-, ONDERHOUDS- EN TESTSCHERMEN
De ThinPrep 2000-processor heeft zeven verschillende opties in het hoofdmenu die kunnen worden
bekeken door op de toets pijl-omhoog en pijl-omlaag te drukken:
1–4: verwerkingscycli
6: Status
7: Onderhoud
8: Test
In 'SELECTEREN EN STARTEN VAN EEN VERWERKINGSCYCLUS' op pagina 5A.17 van dit
hoofdstuk wordt beschreven hoe de verwerkingscycli kunnen worden gestart. Het doel van dit
onderdeel is beschrijving van de functies van de menu-opties Status, Onderhoud en Test. Door in
het hoofdmenu op de toets pijl-omlaag te drukken, verschijnt het volgende scherm:
6 – Status:
Door in het hoofdmenu op
6
te drukken, verschijnt het volgende scherm.
Druk op STOP om terug te gaan naar het hoofdmenu.
ONDERDEEL
N
Main Menu: Select
6-STATUS 8-TEST
7-MAINT
STOP - PREVIOUS MENU
Status:
1 - COUNTERS
2 - ERROR HISTORY
3 - FIRMWARE VERSION
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A.23
5A
GEBRUIKSINSTRUCTIES
1 – Counters:
Door op
1
te drukken, worden de Sequence Counters (cyclustellingen) weergegeven. Naast elk
verwerkingscyclusnummer wordt een getal weergegeven, dat het aantal doorlopen cycli aangeeft
voor die bepaalde verwerkinsgscylus. De waarde naast de "T" is het totaal aantal doorlopen cycli op
de processor. Druk op STOP om terug te gaan naar het statusmenu.
2 – Error History:
Door op
2
te drukken, wordt de Error history (foutenlogboek) weergegeven. Het systeem slaat de
laatste 50 foutmeldingen die op de processor zijn voorgekomen op. Bij het oplossen van problemen
kan de technische dienst u vragen dit scherm te openen. De eerste kolom (#) is de meldingentelling,
1–50. De tweede kolom (ERROR) betreft de foutcode. De derde kolom (MINOR) betreft de secundaire
foutcode die vaak aanvullende informatie verschaft over de bron van de fout. De laatste kolom
(CYCLE) betreft het totaal aantal doorlopen cycli op de processor op het moment dat de fout optrad.
Druk op STOP om terug te gaan naar het statusmenu.
Sequence Counters:
1 - XXXXXX 4 - XXXXXX
2 - XXXXXX
3 - XXXXXX T - XXXXXX
Error History: ↑↓
# ERROR MINOR CYCLE
XX XX XX XXXXXX
GEBRUIKSINSTRUCTIES
5A.24
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A
3 – Firmware Version:
Door op
3
te drukken, wordt het scherm Firmware weergegeven. Op dit scherm kan de gebruiker de
versie van de actieve geheugenkaart met programma bekijken zonder dat de netvoeding moet
worden uitgeschakeld en de kaart uit de processor moet worden gehaald. De technische dienst kan
dit scherm openen bij het oplossen van problemen.
Druk op STOP om terug te gaan naar het statusmenu.
7 – Maintenance:
Door in het hoofdmenu op
7
te drukken, verschijnt het volgende scherm.
Druk op STOP om terug te gaan naar het hoofdmenu. Alle benodigdheden moeten uit de processor
zijn gehaald voordat er met Maintenance (onderhoud) wordt doorgegaan.
Firmware:
VERSION X.XX
COMPUTED CRC: XXXX
FIRMWARE CRC: XXXX
Maintenance:
1 - LCD ADJUST
2 - WASTE SYSTEM
3 - SERVICE MODE
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A.25
5A
GEBRUIKSINSTRUCTIES
1 – LCD Adjust:
Door op
1
te drukken, wordt het scherm LCD Contrast Adjust (contrastinstelling LCD-scherm)
weergegeven. Er wordt tussen haakjes een getal weergegeven met een waarde van 00 tot 15. Gebruik
de toets pijl-omhoog en pijl-omlaag om het contrast op de gewenste waarde in te stellen en druk op
ENTER om de wijziging op te slaan en terug te gaan naar het onderhoudsmenu.
2 – Waste System:
Door op
2
te drukken, wordt de onderhoudsmodus van het afvalsysteem geactiveerd. Het is van
essentieel belang dat u het potje met fixatief, het filter, het objectglaasje en het monsterpotje uit het
instrument haalt voordat u verder gaat. Nadat u op ENTER heeft gedrukt om verder te gaan,
verschijnen er drie dingen:
Waste bottle vacuum vents to atmosphere
(De onderdruk in het afvalreservoir wordt
opgeheven) — De druk in het afvalreservoir normaliseert zodat de gebruiker de dop er
gemakkelijker van af kan draaien om het reservoir leeg te maken. Zie 'LEEGMAKEN VAN
HET AFVALRESERVOIR' op pagina 7.2.
Rotating plate in processor inverts
(De draaibare plaat in de processor wordt omgekeerd) —
De draaibare plaat wordt omgekeerd, zodat de gebruiker de onderkant van de
filterhouderafsluiting gemakkelijker kan reinigen. Zie 'REINIGING VAN DE
FILTERHOUDERAFSLUITING' op pagina 7.9.
Sample vial holder rises
(De houder van het monsterpotje gaat omhoog) — De houder van het
monsterpotje wordt omhoog gebracht, zodat de gebruiker het gedeelte daaronder kan
reinigen. Zie 'ALGEMENE REINIGING' op pagina 7.10.
Na voltooiing van de onderhoudshandelingen moet de gebruiker met het deurtje gesloten op
ENTER drukken om terug te kunnen gaan naar het hoofdmenu.
LCD Contrast Adjust:
: + (09)
: - backlight : 1
ENTER to select
Processing 17
Remove disposables
and vial. Press
ENTER when finished.
GEBRUIKSINSTRUCTIES
5A.26
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A
3 – Service Mode:
Door op
3
te drukken, wordt het scherm Service Mode (servicemodus) weergegeven. Deze Service
Mode is uitsluitend bedoeld voor gebruik door Hologic. Bij het oplossen van problemen kan de
technische dienst u vragen dit scherm te openen. Druk op STOP om terug te gaan naar het
hoofdmenu.
8 – Test:
Door in het hoofdmenu op
8
te drukken, verschijnt het volgende scherm. Druk op STOP om terug te
gaan naar het hoofdmenu.
1 – Keypad/Display:
Met deze test wordt gecontroleerd of het toetsenpaneel en het scherm goed functioneren. Door op
1
te drukken, wordt het testscherm Keypad/Display (toetsenblok/scherm) geactiveerd. Druk op alle
knoppen van het toetsenpaneel en controleer of de corresponderende tekens op het scherm
verschijnen. Druk het laatst op de STOP-toets om de test te beëindigen. Neem contact op met de
Technische Dienst van Hologic als een van de toetsen niet reageert.
2 – Pneumatic:
Met deze test wordt gecontroleerd of het hele pneumatische systeem goed functioneert. Hologic raad
aan deze test van 5 minuten elke week uit te voeren. Het resultaat van de test kan een mededeling
zijn dat bepaalde onderhoudsprocedures moeten worden uitgevoerd of een waarschuwing dat het
instrument moet worden nagekeken.
Bij drukken op
2
wordt de gebruiker verzocht om de afgesloten cilinder, een massief kunststof model
van de filtercilinder van de ThinPrep-Pap-test, in het instrument te plaatsen. Druk op ENTER om de
test te starten. De test stopt automatisch bij het optreden van een fout en de gebruiker krijgt een
mededeling over het type probleem. Nadat het probleem is opgelost, moet de test opnieuw worden
uitgevoerd om te controleren of het systeem goed functioneert. Wanneer er geen fouten optreden,
eindigt de test met een mededeling dat de test is geslaagd.
System Test:
1 - Keypad / Display
2 - Pneumatic
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A.27
5A
GEBRUIKSINSTRUCTIES
TEST VAN HET PNEUMATISCHE SYSTEEM
Foutmeldingen Actie
CAP SEAL LEAK (filterhouderafsluiting lekt) Reinig filterhouder en filterhouderafsluiting.
WASTE PRESSURE FAILURE
(drukstoring afvalsysteem)
Volg de instructies in problemen oplossen voor
de foutmelding over drukstoring afvalsysteem.
ATM VALVE LEAK (drukklep lekt) Neem contact op met de technische
ondersteuning van Hologic.
QTO VALVE LEAK (QTO-klep lekt) Neem contact op met de technische
ondersteuning van Hologic.
POSITIVE PRESSURE FAILURE
(storing positieve druk)
Neem contact op met de technische
ondersteuning van Hologic.
NEGATIVE PRESSURE FAILURE
(storing negatieve druk)
Neem contact op met de technische
ondersteuning van Hologic.
WASTE LINE CLOGGED
(afvalafvoerleiding verstopt)
Neem contact op met de technische
ondersteuning van Hologic.
– TANK LINE CLOGGED
(– - tankleiding verstopt)
Neem contact op met de technische
ondersteuning van Hologic.
+ TANK LINE CLOGGED
(+ - tankleiding verstopt)
Neem contact op met de technische
ondersteuning van Hologic.
QTO LINE CLOGGED (QTO-leiding verstopt) Neem contact op met de technische
ondersteuning van Hologic.
GEBRUIKSINSTRUCTIES
5A.28
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5A
Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B.1
5B
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
Hoofdstuk 5B
Gebruiksinstructies voor de verwerking van monsters
voor de
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-test
Opmerking:
Raadpleeg Hoofdstuk 5A, 'Gebruiksinstructies' als onderzoek naar
Chlamydia
trachomatis
en
Neisseria gonorrhoeae
met de Roche Diagnostics COBAS AMPLICOR CT/
NG-test niet wordt uitgevoerd op het resterende monster nadat er een preparaat is
gemaakt op de ThinPrep 2000-processor.
INLEIDING
In dit onderdeel worden instructies gegeven voor het gebruik van de ThinPrep
®
2000-processor voor
de verwerking van monsters die microbiologisch moeten worden getest met de Roche Diagnostics
COBAS AMPLICOR CT/NG-test.
In dit onderdeel komen de volgende onderwerpen aan de orde:
ONDERDEEL B:
Benodigd materiaal
ONDERDEEL C:
Checklist voorafgaand aan gebruik
ONDERDEEL D:
Overzicht van het laden van de ThinPrep 2000-processor
ONDERDEEL E:
Gereedmaken van de filterhouders
ONDERDEEL F:
Laden van het potje met fixatief
ONDERDEEL G:
Laden van het filter voor de ThinPrep-Pap-test
ONDERDEEL H:
Laden van het PreservCyt
®
-monsterpotje
ONDERDEEL I:
Laden van het ThinPrep-objectglaasje
ONDERDEEL J:
Sluiten van het deurtje
ONDERDEEL K:
Selecteren en starten van een verwerkingscyclus
ONDERDEEL L:
Uitladen van het PreservCyt-monsterpotje
ONDERDEEL M:
Uitladen van het ThinPrep-preparaat
ONDERDEEL N:
Uitladen van het filtersamenstel
ONDERDEEL O:
Onderbreken van de verwerkingsstappen voor het maken van een
preparaat.
ONDERDEEL P:
Status, onderhouds- en testschermen
ONDERDEEL
A
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
5B.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B
BENODIGD MATERIAAL
Afbeelding 5B-1 Het benodigde materiaal
Het potje met de
PreservCyt-oplossing
is een kunststof potje met een conserveringsoplossing
op alcoholbasis, waarin cellen afkomstig van alle lichaamsdelen maximaal drie weken bij
kamertemperatuur bewaard blijven. Zie Hoofdstuk 3, 'De PreservCyt-oplossing' voor meer
informatie over de PreservCyt-oplossing.
Het
filter voor de ThinPrep-Pap-test
is een kunststof cilinder voor eenmalig gebruik, waarvan het
ene uiteinde open is en op het andere uiteinde een filtermembraan is aangebracht. Het
filtermembraan heeft een vlak, glad, poreus oppervlak.
De
filterhouder
is een kunststof dop die op het open uiteinde van het filter voor de ThinPrep-Pap-
test past en waarmee het filter voor de test in de processor wordt aangebracht.
Het
fixatiefpotje
is een kunststof potje dat wordt gevuld met het standaard fixatief van het
laboratorium. Nadat in de ThinPrep-processor de cellen naar het objectglaasje zijn overgebracht,
wordt het preparaat automatisch uitgeworpen in het potje met fixatief.
Het
ThinPrep-objectglaasje
is een vooraf gereinigd hoogwaardig glazen objectglaasje met een
afgebakend preparaatgebied en groter etiketgebied. Het objectglaasje is specifiek bestemd voor
gebruik met de ThinPrep-processor.
ONDERDEEL
B
Gebruikershandleiding
Handschoenen
PreservCyt-
oplossing Fixatiefpotje
Filter voor
de ThinPrep-
Pap-test
ThinPrep-object-
glaasje
Filterhouder
Kleurrekje en
alcoholbad
Tissues
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B.3
5B
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
Bij het ThinPrep 2000-systeem worden
benodigdheden
gebruikt die specifiek door Hologic worden
vervaardigd en geleverd voor dit systeem. Dit zijn onder meer de potjes met de PreservCyt-
oplossing voor gebruik bij de ThinPrep-Pap-test, filters (transparant) voor de gynaecologische
ThinPrep-Pap-test en ThinPrep-objectglaasjes. Bij gynaecologisch gebruik kan het systeem zonder
deze benodigdheden niet goed functioneren en die kunnen niet door andere worden vervangen.
Als er andere benodigdheden worden gebruikt, zal het systeem niet goed functioneren. Na gebruik
dienen de benodigheden overeenkomstig de plaatselijke, regionale en landelijke voorschriften te
worden afgevoerd.
De
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep 2000-systeem
bevat gedetailleerde informatie
over het ThinPrep 2000-systeem, zoals de werkingsprincipes, gebruiksinstructies, specificaties en
onderhoudsinformatie. De handleiding bevat ook informatie over de oplossingen en materialen
die nodig zijn voor het maken van preparaten op de ThinPrep 2000-processor.
Laboratoriumhandschoenen voor eenmalig gebruik
— het is aan te bevelen poedervrije
handschoenen te gebruiken.
Tissues.
Alcoholbad
met een kleurrekje voor preparaten en een standaard fixatief van het laboratorium.
BloodBloc
®
super absorberende doekjes
– 10 x 10 cm.
(Verkrijgbaar bij Fisher Scientific op www.fisherscientific.com)
Glazen kleurbakjes met deksel.
Bleekmiddel
(Clorox
®
of een gelijkwaardig product) met een concentratie van minimaal 5%
natriumhypochloriet.
Gedistilleerd water.
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
5B.4
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B
CHECKLIST VOORAFGAAND AAN GEBRUIK
De volgende punten moeten worden gecontroleerd voordat op de ThinPrep 2000-processor een
preparaat wordt gemaakt.
Afvalreservoir — controleer of het vloeistofniveau in het afvalreservoir lager is dan de
vulstreep "MAX" op het reservoir. Zie 'LEEGMAKEN VAN HET AFVALRESERVOIR' op
pagina 7.2 voor instructies voor het leegmaken.
Niet-actieve modus — controleer of het instrument is ingeschakeld en in de niet-actieve
modus, of op het hoofdmenu, staat. Als het hoofdmenu niet wordt weergegeven, volg dan
de instructies op het scherm op totdat de niet-actieve modus verschijnt. Als het systeem is
uitgeschakeld, zie dan 'AANZETTEN VAN DE THINPREP 2000-PROCESSOR' op
pagina 2.10 voor informatie over het aanzetten van het systeem.
Afdichtingsringen voor het filter — controleer of de beide afdichtingsringen op de onderkant
van de filterhouder niet zijn uitgedroogd, er geen barstjes in zitten of moeten worden
ingevet. Zie 'INVETTEN VAN DE AFDICHTINGSRINGEN OP DE FILTERHOUDER' op
pagina 7.5 voor instructies voor invetten en/of vervangen.
Laboratoriumhandschoenen voor eenmalig gebruik — draag bij het gebruik van de
ThinPrep-processor altijd laboratoriumhandschoenen en andere persoonlijke
beschermingsmiddelen voor het laboratorium.Trek voor de uitvoering van een nieuwe run
altijd nieuwe laboratoriumhandschoenen aan.
Bleekmiddelbad – maak elke dag in een glazen kleurbakje met deksel 500 ml van een 10%
(volume/volume) bleekmiddeloplossing in gedistilleerd water.
Waterbad – doe 500 ml gedistilleerd water in een glazen kleurbakje. Dit waterbad moet na
verwerking van 20 PreservCyt-monsterpotjes worden ververst.
Plaats het bleekmiddelbad en het gedistilleerd-waterbad dicht bij de TP 2000-processor op de
werkbank.Plaats 2 filterhouders in het bleekmiddelbad.Zorg ervoor dat de filterhouders helemaal in
het bleekmiddel zijn ondergedompeld. Laat het bleekmiddel minimaal 1 minuut op de filterhouders
inwerken.
Opmerking:
Als u twee (2) filterhouders tegelijk gebruikt, kunt u het bleekmiddel op de ene
filterhouder laten inwerken terwijl u de andere gebruikt.Zorg ervoor dat het
bleekmiddel altijd minimaal 1 minuut op een filterhouder heeft ingewerkt voordat die
wordt gebruikt bij de verwerking van een monster.
Opmerking:
Nadat een monster in een potje met PreservCyt-
oplossing
is gestopt, wordt het potje
aangeduid met
PreservCyt-monsterpotje
.
ONDERDEEL
C
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B.5
5B
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
OVERZICHT VAN HET LADEN VAN DE THINPREP
®
2000-PROCESSOR
In de volgende onderdelen wordt gedetailleerd beschrevende hoe de ThinPrep 2000-processor moet
worden geladen.De volgende benodigdheden moeten in de aangegeven volgorde in de processor
worden geladen voordat er met een run wordt begonnen:
Potje met fixatief
Filter voor de ThinPrep-Pap-test en filterhouder (filtersamenstel)
PreservCyt-monsterpotje
ThinPrep-objectglaasje
De afbeelding hieronder toont de ThinPrep 2000-processor nadat het laden van de benodigdheden is
uitgevoerd.
Afbeelding 5B-2 De ThinPrep 2000-processor geladen met de benodigdheden
ONDERDEEL
D
Objectglasmodule/uitwerper
Potje met
fixatief
Houder potje
met fixatief
Filterhouderafsluiting
Klossen
Filtersamenstel
PreservCyt-
monsterpotje
Houder monsterpotje
Objectglaasje
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
5B.6
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B
GEREEDMAKEN VAN DE FILTERHOUDERS
1. Trek een schoon paar laboratoriumhandschoenen aan (Afbeelding 5B-3).
Afbeelding 5B-3 Trek schone laboratoriumhandschoenen aan
2. Haal een van de filterhouders uit het bleekmiddelbad en laat het overtollige bleekmiddel van
de filterhouder in het bad druppelen.
3. Dompel de filterhouder 3 maal onder in het gedistilleerd-waterbad. Zorg ervoor dat de
houder elke keer volledig in het water wordt ondergedompeld.
4. Droog de filterhouder af met een tissue.
5. Plaats de filterhouder met de afdichtingsringen voor het filter naar boven gericht op een
schoon BloodBloc super absorberend doekje van 10 x 10 cm. De afdichtingsringen voor het
filter moeten licht ingevet zijn. Zie 'INVETTEN VAN DE AFDICHTINGSRINGEN OP DE
FILTERHOUDER' op pagina 7.5.
6. Trek als de afdichtingsringen nu zijn ingevet een nieuw paar laboratoriumhandschoenen
aan.
ONDERDEEL
E
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B.7
5B
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
LADEN VAN HET POTJE MET FIXATIEF
Open het deurtje van de ThinPrep 2000-processor volledig.
1. Vul een fixatiefpotje met het standaard fixatief van het laboratorium totdat het vloeistofniveau
zich tussen de markeringstrepen "MIN" en "MAX" op het potje bevindt.
Wanneer het kleuringsprotocol een andere fixatiemethode voorschrijft, laat het fixatiefpotje dan
leeg of vul het met de gewenste fixatiefoplossing.
Ververs de inhoud van het fixatiefpotje op z'n minst om de 100 preparaten of dagelijks, volgens
de voorwaarde waaraaan het eerst is voldaan.
2. Plaats het potje met fixatief in de desbetreffende houder, zodanig dat het potje vlak op de
basis van de houder staat. Zie Afbeelding 5B-4. Zorg ervoor dat het potje met fixatief
helemaal op zijn plaats zit.
Afbeelding 5B-4 Laden van het potje met fixatief
ONDERDEEL
F
FROSTED
END
MAX
!!
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
5B.8
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B
LADEN VAN HET FILTER VOOR DE THINPREP-PAP-TEST
1. Haal een nieuw filter voor de ThinPrep-Pap-test uit de verpakking door de cilinder bij de
zijkanten beet te pakken.
Let op:
Vermijd te allen tijde aanraking met het filtermembraan van het filter voor de
ThinPrep-Pap-test.
De methode voor het op elkaar aansluiten van het filter voor de ThinPrep-Pap-test en de
filterhouder wordt hieronder beschreven. De twee op elkaar aangesloten delen noemen we
het filtersamenstel. Zie Afbeelding 5B-5.
Opmerking:
Wees voorzichtig met de filterhouder. Stoot de houder niet tegen harde
oppervlakken.
2. Gebruik de filterhouder die u in onderdeel E gereedgemaakt hebt en op het
BloodBlock super absorberende doekje hebt geplaatst en neem het filter voor de
ThinPrep-Pap-test in uw hand en druk het dan op de filterhouder. Ongewenst
opstropen van de afdichtingsringen kan worden voorkomen door de filtercilinder er
met een iets draaiende beweging op te drukken. De afdichtingsringen voor het filter
moeten ietsjes ingevet zijn.Zie 'INVETTEN VAN DE AFDICHTINGSRINGEN OP DE
FILTERHOUDER' op pagina 7.5.
3. Zorg ervoor dat er geen tussenruimte overblijft tussen de filtercilinder en
filterhouder. Zie Afbeelding 5B-5.
De filtercilinder moet aansluiten op de kraag van de filterhouder.
Afbeelding 5B-5 Goede aansluiting van filterhouder en filtercilinder
4. Plaats het filtersamenstel in het instrument
Houd het filtersamenstel bij de filtercilinder vast en plaats de conisch toelopende
ONDERDEEL
G
Goed Fout
Geen
tussen-
ruimte
Tussenruimte
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B.9
5B
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
randen van de filterhouder tegen de beide klossen vooraan in de processor, zoals afgebeeld
in Afbeelding 5B-6.
Afbeelding 5B-6 Plaatsen van de filterhouder tussen de klossen
5. Houd het filtersamenstel in loodrechte stand tussen de klossen en druk het recht naar
achteren. De rechter klos verplaatst zich naar rechts bij het naar achteren drukken van het
filtersamenstel. De filtersamenstel zit op zijn plaats wanneer de rechter klos zich
terugverplaatst naar links en de twee klossen het filtersamenstel in de processor op zijn
plaats houden. Zie Afbeelding 5B-7.
Wanneer de filterhouder goed is geplaatst, zit die vlak in het instrument en bevindt de
filtercilinder zich boven de houder van het PreservCyt-monsterpotje en iets links van het
midden. Als de positie van het filtersamenstel niet met deze beschrijving overeenkomt, haal
het er dan uit en probeer het opnieuw. Als het filtersamenstel goed op zijn plaats zit kan het
gemakkelijk tussen de klossen worden gedraaid.
Afbeelding 5B-7 Laden van het filtersamenstel
Filter voor de ThinPrep-
Pap-test
Klossen
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
5B.10
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B
LADEN VAN HET PRESERVCYT-MONSTERPOTJE
1. Controleer of de houder voor het monsterpotje en de objectglasmodule leeg zijn.
2. Draai de dop van het PreservCyt-monsterpotje af. Zet de dop van het potje met het
schroefdraad naar boven op de werkbank.
3. Plaats het PreservCyt-monsterpotje voorzichtig in de desbetreffende houder, zodanig dat het
potje vlak op de basis van de houder staat. Zie Afbeelding 5B-8. Zorg ervoor dat er niets uit
het potje wordt gemorst. Mocht er van de inhoud van het potje worden gemorst, hanteer dan
de standaard relevante reinigingsprocedures van het laboratorium.
4. Het potje blijft los in de monsterhouder staan totdat de verwerking begint. Het monsterpotje
wordt tijdens de verwerking automatisch vastgegrepen.
Afbeelding 5B-8 Laden van het Preservcyt-monsterpotje
ONDERDEEL
H
Houder monsterpotje
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B.11
5B
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
LADEN VAN HET THINPREP-OBJECTGLAASJE
1. Breng het etiket met de identiteitsgegevens van de patiënt op het ThinPrep-objectglaasje aan.
Gebruik hiervoor het matglazen gedeelte van het glaasje. Zorg er bij gebruik van een zelfklevend
etiket voor dat het etiket volledig op het objectglaasje wordt geplakt en dat er geen randen van
het etiket buiten het glaasje uitsteken.
2. Houd het objectglaasje met de duimen en wijsvingers van beide handen bij de voorste
hoeken vast, zoals afgebeeld in Afbeelding 5B-9. Zorg dat u het afgebakende
preparaatgebied van het objectglaasje niet aanraakt. Houd het etiketuiteinde naar rechts en
ondersteboven.
3. Plaats het objectglaasje. Druk de verende klemmen met het objectglaasje naar beneden, plaats
het glaasje tot de helft onder het hogere geleideblok en op de verende klemmen en laat het
objectglaasje dan los. Zie Afbeelding 5B-9.
Afbeelding 5B-9 Plaatsen van het objectglaasje op de klemmen
ONDERDEEL
I
Klemmen
Objectglaasje
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
5B.12
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B
4. Het objectglaasje moet nu op de beide klemmen en onder het hogere geleideblok liggen zoals
afgebeeld in Afbeelding 5B-10.
Afbeelding 5B-10 Juiste en onjuiste plaatsing van objectglaasje
5. Breng het objectglaasje op zijn plaats door de toppen van uw wijsvingers op de vrije rand
van het objectglaasje te plaatsen en het glaasje naar achteren te drukken totdat het niet verder
gaat, zoals afgebeeld in Afbeelding 5B-11. Wanneer het objectglaasje goed op zijn plaats zit,
pakken de klemmen van de objectglasmodule het glaasje en gaat het glaasje achter het
hogere geleideblok iets omhoog.
LABEL
END
LABEL
END
LABEL
END
Objectglaasje
goed geplaatst
Objectglaasje te veel
naar links
Objectglaasje te veel
naar rechts
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B.13
5B
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
Afbeelding 5B-11 Op zijn plaats brengen van het objectglaasje
Opmerking:
Druk de naar voren gerichte rand van het objectglaasje naar beneden om het glaasje uit
de processor te halen. Trek het glaasje voorzichtig naar u toe.
Objectglaasje
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
5B.14
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B
SLUITEN VAN HET DEURTJE
U sluit het scharnierdeurtje door het deurgreepje vast te pakken en het deurtje dicht te duwen.
Bij instrumenten met een schuifdeurtje pakt u het deurgreepje vast en schuift u deurtje geheel naar links.
Het instrument werkt niet als het deurtje open is. Het deurtje mag nooit worden geopend als
instrument in bedrijf is. Als het deurtje nadat de verwerking is begonnen wordt geopend, wordt de
verwerkingscyclus afgebroken. Het systeem zal zich pas gaan herstellen nadat het deurtje is gesloten.
Afbeelding 5B-12 Openen en sluiten van het deurtje
Let op:
Open het deurtje niet tijdens een verwerking. Afhankelijk van het punt waarop een
verwerkingscyclus is onderbroken, kunnen cellen verloren gaan of aan de lucht worden
gedroogd tijdens systeemherstel.
ONDERDEEL
J
Deurtje gesloten
Deurtje geopend
Opmerking:
Open het scharnierdeurtje voorzichtig.
Door het gebruik van overmatige kracht kan
het deurtje beschadigd raken.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B.15
5B
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
SELECTEREN EN STARTEN VAN EEN VERWERKINGSCYCLUS
Het programma van de ThinPrep 2000-processor op de geheugenkaart heeft verscheidene modi.
De twee belangrijkste modustypes zijn:
1. Monsterverwerkingscycli
2. Diagnose
De monsterverwerkingscycli worden gebruikt om verschillende soorten monsters te verwerken.
De diagnostische modi worden gebruikt om de status van het instrument weer te geven en voor het
uitvoeren van onderhoudsprocedures. Het hieronder weergegeven hoofdmenu (Main Menu) wordt
altijd weergegeven wanneer het instrument in de niet-actieve modus staat.
In het hoofdmenu staan de vier verwerkingsycli voor het verwerken van monsters. Druk op de toets
pijl-omlaag om de diagnostische modi te bekijken, u ziet dan het volgende:
In Tabel 5B.1 staat een beschrijving van de verwerkingscycli.
ONDERDEEL
K
Main Menu: Select
1-SUPER 4-GYN
2-FLU/FNA
3-MUCOID - MORE
Main Menu: Select
6-STATUS 8-TEST
7-MAINT
STOP - PREVIOUS MENU
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
5B.16
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B
Tabel 5B.1 : Verwerkingscycli en modi van de ThinPrep 2000-processor
U kunt een verwerkingscyclus voor een monster starten door eenvoudig op de toets te drukken die
met de gewenste verwerkingscyclus overeenkomt. De verwerkingscyclus gaat onmiddellijk na het
indrukken van de toets van start. Druk op de STOP-toets om bij selectie van een verkeerde
verwerkingscyclus de cyclus af te breken. Na voltooiing van de verwerkingscyclus verschijnt het
hoofdmenu weer.
Let op:
Open het deurtje niet tijdens een verwerking. Afhankelijk van het punt waarop een
verwerkingscyclus is onderbroken, kunnen cellen verloren gaan of aan de lucht worden
gedroogd tijdens systeemherstel.
Toets
Nummer Beschrijving
1 OPPERVLAKKIGE MONSTERS
Hieronder vallen niet-mucoïde, oppervlakkige celmonsters, zoals
monsters uit de mondholte, tepelafscheiding, huidlaesies (Tzanck-test)
en monsters van het wangslijmvlies.
2 VLOEISTOFFEN, FNA (DUNNENAALDASPIRATIE) EN MONSTERS VAN
FIRSTCYTE DUCTALE LAVAGE
Hieronder vallen niet-mucoïde lichaamsholtevloeistoffen en
dunnenaaldaspiratie.
3MUCOÏDE MONSTERS
Hieronder vallen sputummonsters, monsters van bronchiaal borstelen
of bronchiale lavage en monsters uit het maag-darmkanaal.
4 GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
Betreft celmonsters van de ectocervix en de endocervix. Gebruik deze
verwerkingscyclus voor de ThinPrep-Pap-test.
6STATUS
7 ONDERHOUD
8 TEST
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B.17
5B
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
Druk op de toets pijl-omlaag in het hoofdmenu om de diagnostische modi te bekijken, de opties
worden weergegeven. Druk op de STOP-toets om terug te gaan naar de niet-actieve modus en de
verwerkingscycli voor monsters. Druk op het nummer van de gewenste optie om een van de
diagnostische modi te starten. Vanuit een diagnostische modus wordt na voltooiing automatisch
teruggegaan naar het vorige scherm of als de gebruiker op de STOP-toets drukt.
Wanneer de ThinPrep 2000-processor tijdens een verwerkingscyclus een fout detecteert, wordt de
cyclus afgebroken, waarna het systeem zich zal proberen te herstellen en er een foutmelding wordt
weergegeven. Raadpleeg Hoofdstuk 6, 'Problemen oplossen' voor meer informatie.
Let op:
Nr. 4 – GYN is de enige verwerkingscyclus die mag worden gebruikt voor de
verwerking van monsters die microbiologisch moeten worden getest met de Roche
Diagnostics COBAS/AMPLICOR CT/NG-test.
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
5B.18
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B
UITLADEN VAN HET PRESERVCYT-MONSTERPOTJE
1. Open het deurtje.
2. Haal het PreservCyt-monsterpotje uit het instrument en draai de dop er weer stevig op.
Zorg ervoor dat het aandraaistreepje op de dop in het verlengde ligt van het aandraaistreepje
op het potje. Zie Afbeelding 5B-13. Als de dop van het potje geen aandraaistreepje heeft, zorg
er dan voor dat de dop goed is aangedraaid.
Afbeelding 5B-13 Plaatsen van de dop op het PreservCyt-monsterpotje
3. Voer het monsterpotje pas af wanneer is vastgesteld dat er geen meer preparaten nodig zijn.
Zie Hoofdstuk 3, 'De PreservCyt-oplossing' voor informatie over het afvoeren van
oplossingen en het bewaren van monsters.
ONDERDEEL
L
WARNING: See Package Insert Before
SPecimen Collection.
NAME:
ID#:
3256723-46
Het streepje op de
dop en het potje
moeten in elkaars
verlengde liggen of
elkaar enigszins
overlappen.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B.19
5B
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
UITLADEN VAN HET THINPREP-PREPARAAT
1. Haal het fixatiefpotje met het preparaat uit de houder. Telkens als er een preparaat is gemaakt
moet het fixatiefpotje uit de houder worden gehaald.
Let op:
Het potje met fixatief moet worden verwijderd. Bij verdamping van alcohol kan brand
ontstaan.
2. Haal het preparaat uit het fixatiefpotje en plaats het in een kleurrekje met een bad van het
standaard fixatief van het laboratorium. Raadpleeg Hoofdstuk 8, 'Fixatie, kleuring en
insluiting', voor meer informatie over fixatie en kleuring van een preparaat.
3. Zet het fixatiefpotje terug in de desbetreffende houder.
ONDERDEEL
M
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
5B.20
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B
UITLADEN VAN HET FILTERSAMENSTEL
1. Haal het filtersamenstel uit het instrument en gebruik daarbij een schoon BloodBloc super
absorberend doekje. Pak het filter beet en trek het filtersamenstel tussen de klossen door
naar voren. Zie Afbeelding 5B-14.
Opmerking:
Wees voorzichtig met de filterhouder. Stoot de houder niet tegen harde oppervl
akken.
Afbeelding 5B-14 Uithalen van het filtersamenstel
2. Pak met de andere hand de filterhouder beet en haal de filtercilinder en filterhouder met
een licht draaiende beweging uit elkaar.
3. Voer het BloodBloc super absorberende doekje en het filter voor de ThinPrep-Pap-test af
volgens de betreffende procedures van het laboratorium.
Let op:
Een filter voor de ThinPrep-Pap-test mag slechts eenmaal worden gebruikt en kan
niet opnieuw worden gebruikt.
4. Haal met dezelfde hand waarmee u de filtercilinder uit de filterhouder hebt getrokken
het deksel van het bleekmiddelbad en stop de gebruikte filterhouder in de
bleekmiddeloplossing. Zorg ervoor dat de houder volledig in het bleekmiddel is
ondergedompeld.
5. Doe de gebruikte handschoenen bij het afval.
Opmerking:
Gebruik voor het volgende monster dat wordt verwerkt niet de filterhouder die
zojuist in het bleekbad is gestopt, tenzij het bleekmiddel er langer dan een (1)
minuut op in heeft kunnen werken.
ONDERDEEL
N
Gebruik een doekje
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B.21
5B
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
ONDERBREKEN VAN DE VERWERKINGSSTAPPEN VOOR HET MAKEN
VAN EEN PREPARAAT
Normaliter dienen de verwerkingsstappen op de ThinPrep 2000-processor voor het maken van een
preparaat niet te worden onderbroken. Als het echter om de een of andere reden noodzakelijk is de
verwerking stil te zetten, volg dan de procedure hieronder op om ervoor te zorgen dat het preparaat
niet wordt verontreinigd door een ander monster.
1. Druk op de STOP-toets en wacht totdat er RECOVERY COMPLETE wordt weergegeven.
De ThinPrep-processor zet de verwerking stil met een akoestisch signaal en er verschijnt een
mededeling die aangeeft dat de STOP-toets is ingedrukt. Het instrument herstelt zich
automatisch en de bewegende onderdelen gaan terug naar hun uitgangspositie. Het systeem zal
bij foutherstel altijd proberen het celmateriaal op het filter weer in het monsterpotje te stoppen.
2. Druk op ENTER om het akoestisch signaal uit te schakelen en terug te gaan naar het
hoofdmenu.
3. Haal het fixatiefpotje uit het instrument als er een preparaat in zit. Haal anders het ThinPrep-
objectglaasje uit de objectglasmodule.
4. Haal het filtersamenstel uit het instrument.
5. Haal de filtercilinder van de filterhouder af als die nat of beschadigd is. Voer de filtercilinder
af volgens de betreffende procedures van het laboratorium. Raadpleeg 'UITLADEN VAN
HET FILTERSAMENSTEL' op pagina 5B.20 van dit hoofdstuk.
6. Haal het PreservCyt-monsterpotje uit het instrument als het niet het juiste monster bevat.
Raadpleeg 'LADEN VAN HET PRESERVCYT-MONSTERPOTJE' op pagina 5B.10 eerder in dit
hoofdstuk om de verwerking opnieuw te starten.
ONDERDEEL
O
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
5B.22
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B
STATUS-, ONDERHOUDS- EN TESTSCHERMEN
De ThinPrep 2000-processor heeft zeven verschillende opties in het hoofdmenu die kunnen worden
bekeken door op de toets pijl-omhoog en pijl-omlaag te drukken:
1–4: verwerkingscycli
6: Status
7: Onderhoud
8: Test
In 'SELECTEREN EN STARTEN VAN EEN VERWERKINGSCYCLUS' op pagina 5B.15 van dit
hoofdstuk wordt beschreven hoe de verwerkingscycli kunnen worden gestart. Het doel van dit
onderdeel is beschrijving van de functies van de menu-opties Status, Onderhoud en Test. Door in
het hoofdmenu op de toets pijl-omlaag te drukken, verschijnt het volgende scherm:
6 – Status:
Door in het hoofdmenu op 6 te drukken, verschijnt het volgende scherm.
Druk op STOP om terug te gaan naar het hoofdmenu.
ONDERDEEL
P
Main Menu: Select
6-STATUS 8-TEST
7-MAINT
STOP - PREVIOUS MENU
Status:
1 - COUNTERS
2 - ERROR HISTORY
3 - FIRMWARE VERSION
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B.23
5B
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
1 – Counters:
Door op 1 te drukken, worden de Sequence Counters (cyclustellingen) weergegeven. Naast elk
verwerkingscyclusnummer wordt een getal weergegeven, dat het aantal doorlopen cycli aangeeft
voor die bepaalde verwerkinsgscylus. De waarde naast de "T" is het totaal aantal doorlopen cycli op
de processor. Druk op STOP om terug te gaan naar het statusmenu.
2 – Error History:
Door op 2 te drukken, wordt de Error history (foutenlogboek) weergegeven. Het systeem slaat de
laatste 50 foutmeldingen die op de processor zijn voorgekomen op. Bij het oplossen van problemen
kan de technische dienst u vragen dit scherm te openen. De eerste kolom (#) is de meldingentelling,
1–50. De tweede kolom (ERROR) betreft de foutcode. De derde kolom (MINOR) betreft de
secundaire foutcode die vaak aanvullende informatie verschaft over de bron van de fout. De laatste
kolom (CYCLE) betreft het totaal aantal doorlopen cycli op de processor op het moment dat de fout
optrad. Druk op STOP om terug te gaan naar het statusmenu.
Sequence Counters:
1 - XXXXXX 4 - XXXXXX
2 - XXXXXX
3 - XXXXXX T - XXXXXX
Error History: ↑↓
# ERROR MINOR CYCLE
XX XX XX XXXXXX
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
5B.24
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B
3 – Firmware Version:
Door op 3 te drukken, wordt het scherm Firmware weergegeven. Op dit scherm kan de gebruiker de
versie van de actieve geheugenkaart met programma bekijken zonder dat de netvoeding moet
worden uitgeschakeld en de kaart uit de processor moet worden gehaald. De technische dienst kan
dit scherm openen bij het oplossen van problemen.
Druk op STOP om terug te gaan naar het statusmenu.
7 – Maintenance:
Door in het hoofdmenu op 7 te drukken, verschijnt het volgende scherm.
Druk op STOP om terug te gaan naar het hoofdmenu. Alle benodigdheden moeten uit de processor
zijn gehaald voordat er met Maintenance (onderhoud) wordt doorgegaan.
Firmware:
VERSION X.XX
COMPUTED CRC: XXXX
FIRMWARE CRC: XXXX
Maintenance:
1 - LCD ADJUST
2 - WASTE SYSTEM
3 - SERVICE MODE
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B.25
5B
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
1 – LCD Adjust:
Door op 1 te drukken, wordt het scherm LCD Contrast Adjust (contrastinstelling LCD-scherm)
weergegeven. Er wordt tussen haakjes een getal weergegeven met een waarde van 00 tot 15. Gebruik
de toets pijl-omhoog en pijl-omlaag om het contrast op de gewenste waarde in te stellen en druk op
ENTER om de wijziging op te slaan en terug te gaan naar het onderhoudsmenu.
2 – Waste System:
Door op 2 te drukken, wordt de onderhoudsmodus van het afvalsysteem geactiveerd. Het is van
essentieel belang dat u het potje met fixatief, het filter, het objectglaasje en het monsterpotje uit het
instrument haalt voordat u verder gaat. Nadat u op ENTER heeft gedrukt om verder te gaan,
verschijnen er drie dingen:
Waste bottle vacuum vents to atmosphere
(De onderdruk in het afvalreservoir wordt
opgeheven) — De druk in het afvalreservoir normaliseert zodat de gebruiker de dop er
gemakkelijker van af kan draaien om het reservoir leeg te maken. Zie 'LEEGMAKEN VAN
HET AFVALRESERVOIR' op pagina 7.2.
Rotating plate in processor inverts
(De draaibare plaat in de processor wordt omgekeerd) —
De draaibare plaat wordt omgekeerd, zodat de gebruiker de onderkant van de
filterhouderafsluiting gemakkelijker kan reinigen. Zie 'REINIGING VAN DE
FILTERHOUDERAFSLUITING' op pagina 7.9.
Sample vial holder rises
(De houder van het monsterpotje gaat omhoog) — De houder van het
monsterpotje wordt omhoog gebracht, zodat de gebruiker het gedeelte daaronder kan
reinigen. Zie 'ALGEMENE REINIGING' op pagina 7.10.
Na voltooiing van de onderhoudshandelingen moet de gebruiker met het deurtje gesloten op
ENTER drukken om terug te kunnen gaan naar het hoofdmenu.
LCD Contrast Adjust:
: + (09)
: - backlight : 1
ENTER to select
Processing 17
Remove disposables
and vial. Press
ENTER when finished.
GEBRUIKSINSTRUCTIES VOOR DE VERWERKING VAN MONSTERS VOOR DE
COBAS AMPLICOR™ CT/NG-TEST
5B.26
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
5B
3 – Service Mode:
Door op 3 te drukken, wordt het scherm Service Mode (servicemodus) weergegeven. Deze Service
Mode is uitsluitend bedoeld voor gebruik door Hologic. Bij het oplossen van problemen kan de
technische dienst u vragen dit scherm te openen. Druk op STOP om terug te gaan naar het
hoofdmenu.
8 – Test:
Door in het hoofdmenu op 8 te drukken, verschijnt het volgende scherm. Druk op STOP om terug te
gaan naar het hoofdmenu.
1 – Keypad / Display:
Met deze test wordt gecontroleerd of het toetsenpaneel en het scherm goed functioneren. Door op 1
te drukken, wordt het testscherm Keypad/Display (toetsenblok/scherm) geactiveerd. Druk op alle
knoppen van het toetsenpaneel en controleer of de corresponderende tekens op het scherm
verschijnen. Druk het laatst op de STOP-toets om de test te beëindigen. Neem contact op met de
Technische Dienst van Hologic als een van de toetsen niet reageert.
2 – Pneumatic:
Met deze test wordt gecontroleerd of het hele pneumatische systeem goed functioneert. Hologic raad
aan deze test van 5 minuten elke week uit te voeren. Het resultaat van de test kan een mededeling
zijn dat bepaalde onderhoudsprocedures moeten worden uitgevoerd of een waarschuwing dat het
instrument moet worden nagekeken.
Bij drukken op 2 wordt de gebruiker verzocht om de afgesloten cilinder, een massief kunststof model
van de filtercilinder van de ThinPrep-Pap-test, in het instrument te plaatsen. Druk op ENTER om de
test te starten. De test stopt automatisch bij het optreden van een fout en de gebruiker krijgt een
mededeling over het type probleem. Nadat het probleem is opgelost, moet de test opnieuw worden
uitgevoerd om te controleren of het systeem goed functioneert. Wanneer er geen fouten optreden,
eindigt de test met een mededeling dat de test is geslaagd.
System Test:
1 - Keypad / Display
2 - Pneumatic
6. Problemen oplossen
6. Problemen oplossen
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.1
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Hoofdstuk 6
Problemen oplossen
INLEIDING
Dit onderdeel beschrijft gedetailleerde procedures voor het oplossen van problemen die zich kunnen
voordoen tijdens het maken van een preparaat. De procedures in dit onderdeel dienen als leidraad
voor de gebruiker bij het opsporen en verhelpen van de meest voorkomende oorzaken van
foutmeldingen. Als de gebruiker het probleem niet kan oplossen, kunnen deze procedures de
Technische Dienst van Hologic helpen om het probleem snel te ontdekken.
ONDERDEEL
A
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
GEBRUIK VAN DIT ONDERDEEL
In dit onderdeel worden alle mededelingen van de ThinPrep
®
2000-processor opgesomd. De
mededelingen zijn onderverdeeld in waarschuwingen en foutmeldingen. De beschrijving van elke
mededeling omvat de reden van de mededeling, mogelijke oorzaken en een stroomschema met
probleemoplossingen.
Volg bij een weergegeven mededeling de hieronder beschreven driestappenprocedure.
1. Noteer voordat u op ENTER drukt de mededeling die op het bedieningspaneel van de
ThinPrep 2000-processor wordt weergegeven.
2. Zoek de mededeling op in de Inhoudsopgave op pagina 6.3.
(Als er een foutmelding wordt weergegeven die niet in deze lijst wordt genoemd, kan de fout
niet door de gebruiker worden verholpen. Neem dan contact op met Hologic Technical
Support.)
3. Volg de instructies op die in het stroomschema met probleemoplossingen staan.
ONDERDEEL
B
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.3
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
INHOUD
WAARSCHUWINGEN PAGINA
Close Door to Continue Processing .......................................... 6.3
Insert Fix Bath to Continue Processing .................................... 6.6
Insert Slide to Continue Processing .......................................... 6.8
Remove Filter ............................................................................. 6.10
Remove Fix Bath ........................................................................ 6.12
Remove Slide.............................................................................. 6.14
Remove Fix Bath to Continue Processing .............................. 6.16
Remove Slide to Continue Processing.................................... 6.18
Sample Is Dilute......................................................................... 6.20
WERKINGSFOUTEN PAGINA
Evacuation Failure Check Filter .............................................. 6.22
Filter Already Wet...................................................................... 6.24
No Fluid Detected Check Filter and Vial ............................... 6.26
Sample Too Dense Dilute 20:1 (for Non-Gyn only) .............. 6.28
Vial Too Full. 21 ml Max. Allowed.......................................... 6.30
Waste System Failure ................................................................ 6.32
FOUTEN VAN GEBRUIKER PAGINA
Door Open While Processing Sample..................................... 6.34
Press ENTER With Door Closed to
Retry Initialization. System Uninitialized.............................. 6.35
Stop Key Pressed ....................................................................... 6.36
Foutenlogboek............................................................................ 6.37
ONDERDEEL
C
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.4
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Close Door to Continue Processing (sluit het deurtje om door te gaan met de verwerking)
Reden voor mededeling
Deze mededeling verschijnt wanneer de processor tijdens de verwerking of foutherstel detecteert dat
het deurtje open staat. De processor staat stil totdat het deurtje wordt gesloten.
Mogelijke oorzaken
Het deurtje is tijdens de verwerking of foutherstel geopend.
Het deurtje is niet volledig gesloten omdat het ergens door wordt tegengehouden.
De hardware van het systeem functioneert niet goed.
Procedure
Zie stroomschema op volgende pagina.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.5
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Close Door to Continue Processing (sluit het deurtje om door te gaan met de verwerking)
Is het deurtje open? NEE
NEE
JA
JA
Open deurtje en controleer
of er iets in de weg
zit waardoor het deurtje
niet dicht kan.
Zo ja, haal dat dan weg.
Sluit deurtje.
Houdt mededeling aan?
Geen verdere actie vereist.
Neem contact op met de
technische ondersteuning
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.6
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Insert Fix Bath to Continue Processing
(plaats een fixatiefbad in de processor om door te gaan met de verwerking)
Reden voor mededeling
Deze mededeling verschijnt op het scherm wanneer de processor geen fixatiefpotje detecteert.
De processor staat stil totdat de gebruiker dit probleem oplost.
Opmerking:
De processor kan alleen de aan- of afwezigheid van een fixatiefpotje detecteren.
Het systeem kan niet bepalen of het fixatiefpotje al dan niet fixatief bevat.
Mogelijke oorzaken
Het fixatiefbad is niet geplaatst.
Het fixatiefbad is niet goed geplaatst omdat het ergens door wordt tegengehouden.
De hardware van het systeem functioneert niet goed.
Procedure
Zie stroomschema op volgende pagina.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.7
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Insert Fix Bath to Continue Processing
(plaats een fixatiefbad in de processor om door te gaan met de verwerking)
JA
JA
NEE
NEE
Is het potje met
fixatief geplaatst?
Zet het potje met fixatief
terug op zijn plaats.
Houdt mededeling aan?
Geen verdere actie vereist.
Haal het potje met fixatief
weg en controleer of er
iets in de weg zit.
Neem contact op met de
technische ondersteuning
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.8
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Insert Slide to Continue Processing
(plaats een objectglaasje in de processor om door te gaan met de verwerking)
Reden voor mededeling
Deze mededeling verschijnt op het scherm wanneer de processor aan het begin van een
verwerkingscyclus geen objectglaasje in de objectglasmodule detecteert. De processor staat stil totdat
de gebruiker dit probleem oplost.
Mogelijke oorzaken
Het objectglaasje is niet geplaatst.
Het objectglaasje is niet goed geplaatst omdat het ergens door wordt tegengehouden.
De hardware van het systeem functioneert niet goed.
Procedure
Zie stroomschema op volgende pagina.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.9
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Insert Slide to Continue Processing
(plaats een objectglaasje in de processor om door te gaan met de verwerking)
JA
JA
NEE
NEE
Is het objectglaasje
geplaatst?
Verwijder objectglaasje
en controleer of er iets
in de weg zit.
Plaats op de
juiste wijze een
objectglaasje.
Controleer objectglaasje
op beschadiging. Vervang
het indien nodig.
Houdt mededeling aan?
Geen verdere actie vereist.
Neem contact op met de
technische ondersteuning
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.10
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Remove Filter (verwijder het filter)
Reden voor mededeling
Deze mededeling verschijnt op het scherm wanneer de verwerking van een preparaat op de
processor is voltooid en het filtersamenstel niet uit de processor is gehaald. De processor staat stil
totdat de gebruiker dit probleem oplost.
Mogelijke oorzaken
Het filter is na de laatste verwerkingscyclus niet uit de processor gehaald.
Het filter moet uit de processor worden gehaald wegens foutherstel.
De filterhouder is bij het verwijderen niet recht tussen de klossen vandaan getrokken.
Procedure
Zie stroomschema op volgende pagina.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.11
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Remove Filter (verwijder filter)
Neem contact op met de
technische
NEE
NEE
JA
JA
Is het filter geplaatst?
Verwijder filter.
Plaats de filterhouder
en verwijder deze
vervolgens weer.
Houdt mededeling aan?
Geen verdere actie vereist.
Neem contact op met de
technische ondersteuning
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.12
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Remove Fix Bath (verwijder het fixatiefbad)
Reden voor mededeling
Deze mededeling verschijnt op het scherm wanneer de verwerking van een preparaat op de
processor is voltooid en is uitgeworpen in het potje met fixatief. De processor staat stil totdat de
gebruiker dit probleem oplost.
Mogelijke oorzaken
Het fixatiefpotje is na de voltooiing van de verwerkingscyclus nooit uit de processor gehaald.
Het systeem is aangezet terwijl het fixatiefpotje op zijn plaats in de processor zat.
Procedure
Zie stroomschema op volgende pagina.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.13
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Remove Fix Bath (verwijder het fixatiefbad)
Neem contact op met de
technische ondersteuning
NEE
NEE
JA
JA
Zit het potje
met fixatief nog
in de houder?
Haal het potje met
fixatief uit het
instrument.
Houdt mededeling aan?
Geen verdere actie vereist.
Neem contact op met de
technische ondersteuning
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.14
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Remove Slide (verwijder het objectglaasje)
Reden voor mededeling
Deze mededeling verschijnt op het scherm wanneer de verwerking van een preparaat op de
processor is voltooid en niet is uitgeworpen vanaf de objectglasmodule. Deze fout treedt meestal op
wanneer er een andere fout is opgetreden waardoor de processor het preparaat niet kan uitwerpen.
De processor staat stil totdat de gebruiker dit probleem oplost.
Mogelijke oorzaken
Voor foutherstel moet het preparaat uit de processor worden gehaald.
Procedure
Zie stroomschema op volgende pagina.
Opmerkingen
Druk de naar voren gerichte rand van het objectglaasje naar beneden om het glaasje uit de processor
te halen. Trek het glaasje voorzichtig uit de processor door het glaasje bij deze rand beet te houden.
Wanneer het objectglaasje op zijn plaats zit en er zich cellen op bevinden zijn deze cellen
waarschijnlijk aan de lucht gedroogd.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.15
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Remove Slide (verwijder het objectglaasje)
NEE
NEE
NEE
JA
JA
JA
Houdt mededeling aan?
Is het objectglaasje
geplaatst?
Neem objectglaasje uit houder.
(Zie opmerking op vorige pagina)
Zijn er cellen aanwezig
op objectglaasje?
Plaats objectglaasje
in het potje
met fixatief.
Geen verdere actie vereist.
Neem contact op met de
technische ondersteuning
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.16
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Remove Fix Bath to Continue Processing
(verwijder het fixatiefbad om door te gaan met de verwerking)
Reden voor mededeling
Deze mededeling is bedoeld om de gebruiker te waarschuwen dat er zich bij het aanzetten van de
processor een fixatiefpotje in de betreffende houder bevond. De processor staat stil totdat de
gebruiker dit probleem oplost.
Mogelijke oorzaken
Het systeem is aangezet terwijl het fixatiefpotje op zijn plaats in de processor zat.
Procedure
Zie stroomschema op volgende pagina.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.17
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Remove Fix Bath to Continue Processing
(verwijder het fixatiefbad om door te gaan met de verwerking)
NEE
NEE
JA
JA
Houdt mededeling aan?
Haal het potje
met fixatief uit
de houder.
Zit het potje
met fixatief nog
in de houder?
Geen verdere actie vereist.
Neem contact op met de
technische ondersteuning
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.18
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Remove Slide to Continue Processing
(verwijder het objectglaasje om door te gaan met de verwerking)
Reden voor mededeling
Deze mededeling is bedoeld om ervoor te zorgen dat er maar één keer cellen naar een bepaald
objectglaasje worden overgebracht. Het preparaat van een eerdere run is niet uitgeworpen of
er bevond zich een objectglaasje in de objectglasmodule bij het aanzetten van de processor.
De processor staat stil totdat de gebruiker dit probleem oplost.
Mogelijke oorzaken
Het systeem is aangezet terwijl er een objectglaasje op zijn plaats in de processor zat.
Procedure
Zie stroomschema op volgende pagina.
Opmerkingen
Druk de naar voren gerichte rand van het objectglaasje naar beneden om het glaasje uit de processor
te halen. Trek het glaasje voorzichtig uit de processor door het glaasje bij deze rand beet te houden.
Wanneer het objectglaasje op zijn plaats zit en er zich cellen op bevinden zijn deze cellen
waarschijnlijk aan de lucht gedroogd.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.19
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Remove Slide to Continue Processing
(verwijder het objectglaasje om door te gaan met de verwerking)
NEE
NEE
NEE
JA
JA
JA
Houdt mededeling aan?
Is het objectglaasje
geplaatst?
Neem objectglaasje uit houder.
(Zie opmerking op vorige pagina)
Zijn er cellen aanwezig
op objectglaasje?
Plaats objectglaasje
in het potje
met fixatief.
Geen verdere actie vereist.
Neem contact op met de
technische ondersteuning
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.20
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Sample Is Dilute (lage celconcentratie)
Deze mededeling verschijnt wanneer het grootste deel van het monster door het filtermembraan is
gezogen, maar de bedekking van het filter nog niet 100% van de gewenste bedekking heeft bereikt.
Deze mededeling betreft slechts een waarschuwing; er wordt op de processor van het monster nog
steeds een preparaat gemaakt. Nadat de verwerkingscyclus is voltooid, geeft de processor een
akoestisch signaal af totdat de gebruiker op ENTER drukt. Het preparaat moet worden gekleurd en
gescreend.
Reden voor mededeling
De celconcentratie in het monster is mogelijk te laag.
Procedure
Zie stroomschema op volgende pagina.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.21
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Sample Is Dilute (lage celconcentratie)
Druk op ENTER om de
mededeling te wissen en het
akoestisch signaal te stoppen.
Als er nog monstermateriaal beschikbaar is, maak dan zo
mogelijk een ander preparaat met meer cellen. (Niet-gyn.)
Informeer anders de arts die het monster heeft afgenomen.
Is het ThinPrep-preparaat
toereikend?
Geen verdere actie vereist.
JA
NEE
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.22
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Evacuation Failure. Check Filter (Storing bij het afvoeren. Controleer het filter.)
Reden voor mededeling
Deze mededeling verschijnt wanneer de processor detecteert dat het filtraat niet volledig uit de
filtercilinder wordt gezogen nadat het verzamelen van de cellen is voltooid.
Mogelijke oorzaken
De dop van het afvalreservoir is niet goed aangedraaid.
Het filter van het afvalsysteem is nat.
De hardware van het systeem functioneert niet goed.
De slangen van het afvalsysteem zijn losgeraakt of ergens verstopt.
Het filter voor de ThinPrep-Pap-test is beschadigd.
Procedure
Zie stroomschema op volgende pagina.
Opmerkingen
Controleer dagelijks het afvalreservoir voordat met de verwerking op de processor wordt begonnen.
Zorg dat het vloeistofniveau niet hoger is dan de markering "Max" op het etiket van het
afvalreservoir.
Wanneer het afvalreservoir te vol is, kan het nodig zijn om de aansluiting van de afvalsysteemslang
met het filter uit het aansluitpunt op de achterkant van de processor te trekken om de vloeistof uit dit
filter te laten lopen. Sluit de aansluiting weer aan op het aansluitpunt en probeer een run zonder
monster op de processor uit te voeren. Als de fout zich blijft voordoen, vervang dan de slang of het
filter van het afvalsysteem zoals beschreven in 'VERVANGING VAN EEN SLANG VAN HET
AFVALSYSTEEM' op pagina 7.11.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.23
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Evacuation Failure. Check Filter (Storing bij het afvoeren. Controleer het filter.)
JA
JA
JA
JA
JA
NEE
NEE
NEE
NEE
NEE
Houdt mededeling aan?
Druk op ENTER om de mededeling
te wissen en het akoestische signaal
te stoppen.
Is het afvalreservoirvol? Maak het
afvalreservoir leeg.
Is het filter van het
afvalsysteem nat?
Is dop van het
afvalreservoir vast
aangedraaid?
Is er een slang van het
afvalsysteem geblokkeerd?
Controleer filtermembraan
op beschadiging.
Voer een run uit op de
ThinPrep-processor met 20 ml
PreservCyt-oplossing (geen cellen)
om vast te stellen of deze normaal werkt.
Controleer de slangen op
knikken of verstoppingen
en verwijder die.
Draai de dop
goed vast.
Laat vloeistof uit het filter lopen
door filteraansluiting aan achterzijde
van het toestel los te koppelen.
Maak aansluiting weer vast.
OF
Vervang filter.
Geen verdere actie vereist.
Neem contact op met de
technische ondersteuning
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.24
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Filter Already Wet (het filter is al bevochtigd)
Reden voor mededeling
Deze mededeling verschijnt wanneer de processor niet kan detecteren of er lucht door het filter voor
de ThinPrep-Pap-test stroomt voordat het filter in aanraking komt met de vloeistof. Het doel van
deze mededeling is te voorkomen dat een ander monster wordt verontreinigd door een eerder
gebruikt filter.
Mogelijke oorzaken
Het filter voor de ThinPrep-Pap-test is vochtig.
Het membraan van het filter voor de ThinPrep-Pap-test is verstopt.
De hardware van het systeem functioneert niet goed.
Procedure
Zie stroomschema op volgende pagina.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.25
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Filter Already Wet (het filter is al bevochtigd)
JA
JA
NEE
NEE
Houdt mededeling aan?
Druk op ENTER om de mededeling
te wissen en het akoestische signaal
te stoppen.
Verwijder filter zoals aangegeven
op display.
Is het filter nat? Bewaar het filter.
Noteer partijnr.
Vervang het filter.
Start de verwerkingscylus
opnieuw op.
Geen verdere actie vereist.
Neem contact op met de
technische ondersteuning
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.26
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
No Fluid Detected. Check Filter and Vial (
Geen vloeistof gedetecteerd. Controleer het filter en monsterpotje.)
Reden voor mededeling
Deze mededeling verschijnt wanneer de processor het juiste vloeistofniveau in het PreservCyt
®
-
monsterpotje niet kan detecteren.
Mogelijke oorzaken
Het preservCyt-monsterpotje ontbreekt.
Het vloeistofniveau in het PreservCyt-monsterpotje is te laag.
Het filter voor de ThinPrep-Pap-test is niet geplaatst.
Er zit een grote opening in het membraan van het filter voor de ThinPrep-Pap-test.
De filterhouderafsluiting sluit niet goed aan doordat er iets in de weg zit.
Beschadigde afdichtingsring voor de filterhouderafsluiting.
Afgeknelde of verstopte slangen van het pneumatische systeem.
De hardware van het systeem functioneert niet goed.
Procedure
Zie stroomschema op volgende pagina.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.27
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
No Fluid Detected. Check Filter and Vial
(Geen vloeistof gedetecteerd. Controleer het filter en monsterpotje.)
JA
JA
JA
JA
JA
JA
NEE
NEE
NEE
NEE
NEE
NEE
Houdt mededeling aan?
Druk op ENTER om de mededeling
te wissen en het akoestische signaal
te stoppen.
Is het monsterpotje aanwezig?
Zit er een dop op het
monsterpotje?
Bevat het monsterpotje
voldoende vloeistof?
Is TPPT-filter aanwezig?
Is TPPT-filter beschadigd?
Reinig filterhouder.
Inspecteer filterafsluiting en
filterhouderafsluiting.
Ga verder met
procescyclus.
Plaats het monsterpotje
in het instrument.
Haal het monsterpotje uit de
processor en draai de dop er af.
Plaats het monsterpotje weer
in de houder.
Neem het monsterpotje uit instrument.
Voeg PreservCyt-oplossing toe aan het monster-
potje tot volume 17 ml tot 21 ml bedraagt.
Plaats het monsterpotje terug in instrument.
Plaats TPPT-filter.
Vervang TPPT-filter.
Geen verdere actie vereist.
Neem contact op met de
technische ondersteuning
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.28
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Sample Too Dense. Dilute 20:1 (Te hoge celconcentratie. Verdun tot 20:1.)
(alleen voor niet-gynaecologische monsters)
Deze mededeling verschijnt wanneer het monster zo geconcentreerd is dat er op de processor geen
toereikend preparaat van kan worden gemaakt. Hierdoor wordt de verwerking gestopt en wordt er
geen preparaat gemaakt. Deze mededeling wordt gevolgd door een akoestisch signaal totdat de
gebruiker op ENTER drukt.
Reden voor mededeling
De concentratie van het materiaal in het monsterpotje is mogelijk te hoog.
Procedure
Zie stroomschema op volgende pagina.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.29
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Sample Too Dense. Dilute 20:1 (Te hoge celconcentratie. Verdun tot 20:1.)
(alleen voor niet-gynaecologische monsters)
JA
NEE
Houdt mededeling aan?
Verwijder de het monsterpotje en verdun 20:1
door 1 ml uit het monsterpotje in een potje
met nieuwe PreservCyt-oplossing te brengen.
Druk op ENTER om mededeling
te wissen en akoestisch signaal
te stoppen.
Geen verdere actie vereist.
Gebruik een nieuw niet-gynaecologisch
ThinPrep-filter, laad het monsterpotje met het
verdunde monster opnieuw en kies de juiste
verwerkingscyclus om een preparaat te maken.
Neem contact op met de
technische ondersteuning
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.30
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Vial Too Full. 21mL Max. Allowed (Monsterpotje te vol. Max. 21 ml toegestaan.)
Reden voor mededeling
Deze mededeling verschijnt wanneer de processor het vloeistofniveau in het PreservCyt-
monsterpotje te vroeg detecteert.
Mogelijke oorzaken
Het PreservCyt-monsterpotje bevat meer dan 21 ml.
De hardware van het systeem functioneert niet goed.
Procedure
Zie stroomschema op volgende pagina.
Bewaar de overtollige vloeistof in een daarvoor geschikte container als het volume in het
monsterpotje moet worden verminderd tot tussen 17 en 21 ml.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.31
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Vial Too Full. 21mL Max. Allowed (Monsterpotje te vol. Max. 21 ml toegestaan.)
JA
JA
NEE
NEE
Houdt mededeling aan?
Ga verder met de
verwerkingscyclus.
Breng volume van het monsterpotje
terug tot een volume
tussen 17 en 21 ml.
Is het volume van het
monsterpotje groter
dan 21 ml?
Druk op ENTER om de mededeling
te wissen en het akoestische signaal
te stoppen.
Geen verdere actie vereist.
Neem contact op met de
technische ondersteuning
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.32
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Waste System Failure (storing afvalsysteem)
Reden voor mededeling
Deze mededeling verschijnt wanneer de processor tijdens de niet-actieve modus of bij het begin
van een verwerkingscyclus de gewenste negatieve druk in het afvalreservoir niet kan detecteren.
Mogelijke oorzaken
De dop van het afvalreservoir is niet goed aangedraaid
De aansluitingen van de slangen van het afvalsysteem op de achterkant van de processor
zijn losgeraakt
De slangen van het afvalsysteem zijn losgeraakt of ergens verstopt
De hardware van het systeem functioneert niet goed
Het filter van het afvalsysteem is nat
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.33
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Waste System Failure (storing afvalsysteem)
NEE
JA
NEE
NEE
NEE
NEE
JA
JA
JA
JA
Houdt mededeling aan?
Druk in dit stadium niet op ENTER.
Begin met diagnosticeren van probleem.
Is het afvalreservoir vol?
Is het filter van het
afvalsysteem nat?
Is dop van het
afvalreservoir vast
aangedraaid?
Is er een slang van het
afvalsysteem geblokkeerd?
Druk op ENTER om de processor in idle
mode te zetten. Wacht 60 seconden.
Maak het
afvalreservoir leeg.
Laat vloeistof uit het filter lopen
door filteraansluiting aan achterzijde
van het toestel los te koppelen.
Maak aansluiting weer vast.
OF
Vervang filter.
Draai de dop
goed vast.
Controleer de slangen op
knikken of verstoppingen
en verwijder die.
Geen verdere actie vereist.
Neem contact op met de
technische ondersteuning
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.34
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Door Open While Processing Sample
(het deurtje is geopend tijdens de verwerking van het monster)
Reden voor mededeling
Deze mededeling verschijnt wanneer de processor detecteert dat het deurtje wordt geopend tijdens
een verwerkingscyclus. De verwerkingscyclus wordt automatisch afgebroken en er wordt
foutherstel uitgevoerd.
Mogelijke oorzaken
Het deurtje is geopend tijdens een verwerkingscyclus
De hardware van het systeem functioneert niet goed
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.35
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
Press ENTER With Door Closed to Retry Initialization. System Uninitialized
(Druk met het deurtje gesloten op ENTER om het systeem opnieuw te starten.
Het systeem is niet gestart
.
)
Reden voor mededeling
Deze mededeling verschijnt wanneer de processor detecteert dat het deurtje bij het starten van het
systeem open was. De gebruiker moet het deurtje sluiten en op ENTER drukken om het systeem
opnieuw te starten.
Mogelijke oorzaken
Het deurtje was open tijdens het starten van het systeem
De hardware van het systeem functioneert niet goed
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.36
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Stop Key Pressed (de stoptoets is ingedrukt)
Reden voor mededeling
Deze mededeling verschijnt wanneer de gebruiker tijdens een verwerkingscyclus op de STOP-toets
drukt. De verwerkingscyclus wordt automatisch afgebroken en er wordt foutherstel uitgevoerd.
Mogelijke oorzaken
De STOP-toets is ingedrukt tijdens een verwerkingscyclus
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6.37
6
PROBLEMEN OPLOSSEN
FOUTENLOGBOEK
Werkingsfouten en fouten van de gebruiker worden als volgt naar aantal in het foutenlogboek
geregistreerd:
Error message Error
Vial Too Full. 21 ml max. allowed 3
Filter already wet 4
No fluid detected 5
Evacuation failure. Check filter 6
Waste system failure 18
DOOR OPEN WHILE PROCESSING SAMPLE 20
Sample too dense. Dilute 20:1 (20:1 verdunnen) 21
STOP KEY PRESSED 23
Press ENTER with door closed to retry initialization.
System uninitialized
83
ONDERDEEL
D
PROBLEMEN OPLOSSEN
6.38
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
6
Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
7. Onderhoud
7. Onderhoud
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7.1
7
ONDERHOUD
Hoofdstuk 7
Onderhoud
INLEIDING
In dit hoofdstuk worden de vaste onderhoudstaken bij de ThinPrep
®
2000-processor beschreven.
Dit hoofdstuk bevat de volgende onderdelen:
ONDERDEEL B:
Leegmaken van het afvalreservoir
ONDERDEEL C:
Reiniging van de filterhouder
ONDERDEEL D:
Invetten van de afdichtingsringen op de filterhouder
ONDERDEEL E:
Vervanging van de afdichtingsringen voor het filter
ONDERDEEL F:
Reiniging van het deurtje
ONDERDEEL G:
Reiniging van de filterhouderafsluiting
ONDERDEEL H:
Algemene reiniging
ONDERDEEL I:
Vervanging van een slang van het afvalsysteem
ONDERDEEL J:
Vervanging van het filter van het afvalsysteem
ONDERDEEL K:
Leegmaken en reiniging van het opvangbakje
ONDERDEEL L:
Verplaatsing van de ThinPrep 2000-processor
ONDERDEEL M:
Onderhoudsschema
Opmerking:
Taken die niet in dit onderdeel worden beschreven, moeten door speciaal daartoe
opgeleide technici worden uitgevoerd. Neem contact op met de Technische Dienst
van Hologic voor meer informatie.
ONDERDEEL
A
ONDERHOUD
7.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7
LEEGMAKEN VAN HET AFVALRESERVOIR
Controleer elke dag het afvalreservoir en maak het leeg voordat het vloeistofniveau de markering
"MAX" bereikt.
1.
Uitschakelen van het afvalsysteem
Selecteer de pijl-omlaag in het hoofdmenu om het tweede scherm van het hoofdmenu
weer te geven.
Selecteer menu-optie 7, Maintenance.
Selecteer menu-optie 2, Waste System.
Haal alle benodigdheden uit het instrument en druk op ENTER.
Wacht totdat het systeem de onderdruk in het reservoir heeft opgeheven en de mededeling
"ENTER when finished." ("druk na voltooing op ENTER.") wordt weergegeven.
2. Verwijdering van de dop – Haal de dop van het afvalreservoir door de dop ervan af te
draaien terwijl u het reservoir op zijn plaats houdt, zodat de slang van het afvalsysteem
niet verstrengeld raakt.
Zie Afbeelding 7-1.
Haal niet het stuk slang dat op de binnenkant van de dop zit weg.
Afbeelding 7-1 Openen en sluiten van het afvalreservoir
ONDERDEEL
B
Dop
Reservoir
OPENEN
SLUITEN
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7.3
7
ONDERHOUD
3. Vervoersdop – Bij de ThinPrep-processor wordt een extra gewone dop zonder
slangaansluiting meegeleverd voor gebruik bij vervoer van het afvalreservoir. Doe deze dop
op het afvalreservoir wanneer dat wordt meegenomen naar de plek waar het wordt
leeggemaakt.
4. Afvalafvoer – Voer alle oplosmiddelen af als gevaarlijk afval. Neem de plaatselijke, regionale
en landelijke voorschriften in acht. Er moeten zoals bij alle laboratoriumprocedures
algemeengeldende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen. De PreservCyt-
oplossing bevat methanol. Zie Hoofdstuk 3, 'De PreservCyt-oplossing' voor meer informatie
over de PreservCyt-oplossing.
5. Afdichtingsring – Controleer de afdichtingsring aan de binnenkant van de dop van het
afvalreservoir op aanwezigheid van vuil. Reinig de afdichtingsring zo nodig met een
pluisvrij doekje dat is bevochtigd met gedeïoniseerd of gedistilleerd water en breng een dun
laagje siliconenvet (uit de bij de ThinPrep 2000-processor meegeleverde tube) op de
afdichtingsring aan.
6. Terugplaatsen van de dop – Doe de dop van het afvalreservoir weer op het reservoir en let
op dat het stuk slang op de binnenkant van de dop niet wordt afgeklemd.
7. Inspectie – Controleer of de dop van het afvalreservoir goed is aangedraaid. Voor een goede
werking van het afvalreservoir is het noodzakelijk dat de dop goed is aangedraaid.
Controleer of de slang tussen het afvalreservoir en de ThinPrep-processor niet is afgeklemd
of verdraaid.
Controleer of de aansluitingen aan de achterkant van de ThinPrep-processor goed zijn
aangesloten. Zie Hoofdstuk 2, 'Installatie van de ThinPrep 2000' voor meer informatie.
8. Voltooiing – Druk op ENTER wanneer deze taak is afgerond. Het systeem is beschikbaar
voor verwerking van een monster wanneer het hoofdmenu weer verschijnt.
ONDERHOUD
7.4
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7
REINIGING VAN DE FILTERHOUDER
Reinig de filterhouder elke dag. Voor een goede werking van het systeem is het van belang dat
er geen vuil zit op het bovenoppervlak van de filterhouder en de afdichtingsring voor de
filterhouderafsluiting.
Neem de gehele filterhouder af met een pluisvrij doekje dat is bevochtigd met gedeïoniseerd of
gedistilleerd water om achtergebleven vuil te verwijderen. Droog de filterhouder na reiniging af.
Opmerking:
Wees voorzichtig met de filterhouder. Stoot de houder niet tegen harde oppervlakken.
Afbeelding 7-2 Filterhouder
ONDERDEEL
C
Afdichtingsring voor de
filterhouderafsluiting
Afdichtingsringen
voor het filter
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7.5
7
ONDERHOUD
INVETTEN VAN DE AFDICHTINGSRINGEN OP DE FILTERHOUDER
Controleer of de afdichtingsringen voor het filter aan de onderkant van de filterhouder tekenen van
uitdroging vertonen. Als het moeite kost om het filter voor de ThinPrep-Pap-test op de filterhouder
te drukken, kan dit wijzen op uitdroging.
Controleer of de afdichtingsring voor de filterhouderafsluiting aan de bovenkant van de filterhouder
tekenen van uitdroging vertoont. Vervang de hele filterhouder als de afdichtingsring voor de
filterhouderafsluiting is beschadigd.
Voer elke week de hieronder beschreven taak uit voor de afdichtingsring voor de
filterhouderafsluiting en voer deze taak uit wanneer een afdichtingsring voor het filter tekenen van
uitdroging vertoont.
1. Gebruik de tube met hoogvacuüm-siliconenvet die bij de ThinPrep 2000-processor is geleverd en
breng een kleine hoeveelheid siliconenvet aan op elk van de drie afdichtingsringen, zoals
afgebeeld in Afbeelding 7-3.
2. Vet elke ring met een gehandschoende vinger met een dun laagje vet in. Verwijder overtollig
siliconenvet met een pluisvrij doekje van de drie afdichtingsringen.
Afbeelding 7-3 Invetten van de afdichtingsringen op de filterhouder
ONDERDEEL
D
Afdichtingsring voor de
filterhouderafsluiting
Afdichtingsringen
voor het filter
Breng hier
siliconenvet aan
ONDERHOUD
7.6
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7
VERVANGING VAN DE AFDICHTINGSRINGEN VOOR HET FILTER
Controleer of de afdichtingsringen voor het filter aan de onderkant van de filterhouder barstjes of
scheurtjes vertonen. Voer de volgende taak uit als de afdichtingsringen barstjes of scheurtjes vertonen.
Vervang de hele filterhouder als de afdichtingsring voor de filterhouderafsluiting barstjes of
scheurtjes vertoont.
Let op:
Probeer niet de afdichtingsring voor de filterhouderafsluiting te verwijderen.
1. Werk met een kunststof of houten staafje (een tandenstoker is ideaal) een afdichtingsring voor
het filter uit zijn groef en trek de ring vervolgens van de onderkant van de filterhouder af, zoals
afgebeeld in Afbeelding 7-4.
Afbeelding 7-4 Vervanging van de afdichtingsringen voor het filter
2. Rol de nieuwe afdichtingsring over de onderkant van de filterhouder totdat die in de
bestemde groef zit.
3. Controleer of de nieuwe afdichtingsring voor het filter goed op zijn plaats zit en niet is
verdraaid. Vet de nieuwe afdichtingsringen voor het filter in zoals beschreven in
Onderdeel D.
ONDERDEEL
E
Afdichtingsring voor de
filterhouderafsluiting
Afdichtingsringen
voor het filter
Tandenstoker
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7.7
7
ONDERHOUD
Opmerking:
Gebruik de filterhouder niet wanneer er maar één afdichtingsring voor het filter op zit.
Dat zou tot spatten tijdens het dispergeren kunnen leiden en de afsluiting zou dan
ontoereikend zijn voor een goede werking van het systeem.
ONDERHOUD
7.8
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7
REINIGING VAN HET DEURTJE
Het deurtje van de ThinPrep 2000-processor kan na verloop van tijd vuil worden. Het deurtje kan het
best worden gereinigd met een commercieel verkrijgbaar glasreinigingsmiddel.
Het scharnierdeurtje reinigen
Bij instrumenten met een scharnierdeurtje opent u het deurtje en reinigt u het vensterpaneel aan de
binnenkant met een pluisvrije doek. Sluit het deurtje en reinig de buitenkant van het vensterpaneel
in het deurtje met een pluisvrije doek.
Het schuifdeurtje reinigen
Voor instrumenten met een schuifdeurtje volgt u onderstaande instructies.
1. Voor reiniging van de binnenkant van het kunststof deurtje moet het deurmechanisme ontsloten
worden. Schuif het deurtje ongeveer 7,5 cm open. Ontgrendel met uw linkerduim de handgreep
aan de geopende kant van het deurtje en druk met uw vingers het venster uit de deurlijst naar
buiten. Zie Afbeelding 7-5.
Afbeelding 7-5 Deurtje openen voor schoonmaken, instrumenten met een schuifdeurtje
2. Draai het venster naar rechts en reinig de binnenkant met een pluisvrij doekje.
ONDERDEEL
F
Ontgrendel handgreep en druk het
venster uit de deurlijst naar buiten
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7.9
7
ONDERHOUD
3. Plaats het venster voorzichtig terug in de deurlijst totdat het vastklikt.
4. Reinig de buitenkant van het venster met een pluisvrij doekje.
5. Sluit het deurtje door het naar links te schuiven.
REINIGING VAN DE FILTERHOUDERAFSLUITING
De filterhouderafsluiting is een roestvrijstalen onderdeel dat de bovenkant van de filterhouder
afsluit tijdens de verwerking van het monster. Op de bovenkant van deze afsluiting zijn twee
slangen aangesloten. Op de onderkant van de filterhouderafsluiting kan vuil ophopen en
opdrogen; daarom is regelmatige reiniging noodzakelijk.
Volg de hieronder aangegeven instructies op voor de reiniging van de onderkant van de
filterhouderafsluiting:
Selecteer de pijl-omlaag in het hoofdmenu om het tweede scherm van het hoofdmenu
weer te geven.
Selecteer menu-optie 7, Maintenance.
Selecteer menu-optie 2, Waste System.
Haal alle benodigdheden uit het instrument en druk op ENTER.
Wacht totdat de verplaatsing van onderdelen in het systeem is voltooid en de
mededeling "ENTER when finished." ("druk na voltooing op ENTER.") wordt
weergegeven.
Bij deze procedure wordt de draaibare plaat omgekeerd met onbelemmerd zicht op de
onderkant van de filterhouderafsluiting.
Bevochtig een pluisvrij doekje met gedeïoniseerd water. Knijp het doekje uit zodat het
vochtig
is
maar niet druipt. Maak de onderkant van de filterhouderafsluiting vrij van stof, opgedroogde
zouten, etc. Druk wanneer de reiniging is voltooid op ENTER om terug te gaan naar het
hoofdmenu.
ONDERDEEL
G
ONDERHOUD
7.10
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7
Deze taak moet elke dag worden uitgevoerd.
ALGEMENE REINIGING
Maak de filterhouderklossen, de objectglasmodule en de buitenkant van de behuizing
stofvrij met een pluisvrij doekje dat is bevochtigd met gedeïoniseerd water. Schakel de
netvoeding van de processor uit voordat u delen van het toestel gaat schoonmaken, met
uitzondering van de filterhouderafsluiting en de plek onder de monsterhouder.
Er kunnen soms druppels van een filter afvallen wanneer het wordt omgekeerd bij de afvoer
van infiltraat. Die druppels vallen dan op de bodemvoering (een absorberend doekje) onder
de monsterhouder. Deze plek moet ook regelmatig worden gereinigd. Voer om bij deze plek
te kunnen komen de opdrachtenreeks uit die in 'REINIGING VAN DE
FILTERHOUDERAFSLUITING' op pagina 7.9 is beschreven.
Houd als algemene regel aan om gemorst materiaal meteen op te ruimen. Absorbeer gemorst
materiaal met een pluisvrij doekje en reinig de betreffende plek vervolgens met een pluisvrij
doekje dat is bevochtigd met gedeïoniseerd water.
ONDERDEEL
H
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7.11
7
ONDERHOUD
VERVANGING VAN EEN SLANG VAN HET AFVALSYSTEEM
De slang in het kastje voor regeling van de afvoer van afval moet om het half jaar worden vervangen.
Dit kastje kan worden bereikt via het toegangspaneel in de linkerkant van de ThinPrep 2000-
processor.
1. Het afvalsysteem uitschakelen:
Selecteer de pijl-omlaag in het hoofdmenu om het tweede scherm van het hoofdmenu weer
te geven.
Selecteer menu-optie 7, Maintenance.
Selecteer menu-optie 2, Waste System.
Haal alle benodigdheden uit het instrument en druk op ENTER.
Wacht totdat de verplaatsing van onderdelen in het systeem is voltooid en de mededeling
"ENTER when finished." ("druk na voltooing op ENTER.") wordt weergegeven.
2. Het toegangspaneel is er in twee uitvoeringen. Is het toegangspaneel op uw instrument een
scharnierdeurtje, dan opent u het deurtje.
Is het toegangspaneel op uw instrument met schroeven aangebracht, dan gebruikt u de
bijgeleverde kruiskopschroevendraaier tipmaat 1 (klein) om de twee kruiskopschroeven los
te maken waarmee het toegangspaneel is bevestigd, zie Afbeelding 7-6. U hoeft de schroeven
slechts 1/4 slag linksom te draaien om ze los te maken. Probeer de schroeven niet geheel los
te draaien. Neem het toegangspaneel uit en leg het terzijde.
ONDERDEEL
I
ONDERHOUD
7.12
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7
Afbeelding 7-6 Het toegangspaneel openen
3. Lokaliseer de stukken flexibele slang, zoals afgebeeld in Afbeelding 7-7.
Afbeelding 7-7
4. Trek de slang van de aansluitpunten A en B af, zoals afgebeeld in Afbeelding 7-8.
VP
B
A
Slang
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7.13
7
ONDERHOUD
Afbeelding 7-8
5. Houd de slang aan weerszijden van de afsluiter vast en trek de slang naar boven uit de
afsluiter, zoals afgebeeld in Afbeelding 7-9. Doe de slang bij het afval.
Afbeelding 7-9
6. Pak de reserveslang. Werk de slang met een heen en weer gaande beweging en naar beneden
drukkend in de afsluiter. Zie Afbeelding 7-10. Zorg ervoor dat de slang volledig op zijn
plaats zit en niet is verdraaid.
PV
PV
A
B
PV
ONDERHOUD
7.14
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7
Afbeelding 7-10
7. Doe de reserveslang op de aansluitpunten A en B, zoals afgebeeld in Afbeelding 7-11.
Zorg ervoor dat de slang helemaal over de aansluitpunten zit.
Afbeelding 7-11
PV
PV
PV
A
B
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7.15
7
ONDERHOUD
8. Sluit het toegangspaneel of plaats het terug en bevestig het weer met de twee
kruiskopschroeven. Draai de twee schroeven rechtsom om ze vast te draaien.
9. Druk op ENTER. De gebruikte menu-opties worden automatisch afgesloten en het
hoofdmenu verschijnt weer.
10. Test de plaatsing van de nieuwe slang door een run uit te voeren met een potje met
PreservCyt-oplossing zonder monster volgens de procedure "Uitvoering van een run zonder
monster" die in Hoofdstuk 2, 'Installatie van de ThinPrep 2000' van deze handleiding wordt
beschreven.
Opmerking:
Bij Hologic zijn extra reserveslangen verkrijgbaar.
ONDERHOUD
7.16
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7
VERVANGING VAN HET FILTER VAN HET AFVALSYSTEEM
Als u het afvalreservoir te vol laat worden, kan het filter van het systeem nat worden.
De ThinPrep 2000-processor detecteert dan een probleem en geeft een foutmelding.
1. Zet het apparaat uit.
2. Probeer het filter te redden door de vloeistof eruit te laten lopen. Maak op de achterkant van
de processor de onderste aansluiting (geel) los, de aansluiting van de slang met het filter. De
vloeistof in het filter zou er dan afdoende uit kunnen lopen. Als de vloeistof er niet spontaan
uit loopt, plaats dan een injectiespuit of een andere bron van schone lucht op de aansluiting
van het filter om de vloeistof er onder druk uit te spuiten. Herhaal deze handeling totdat het
filter niet meer zichtbaar nat is.Sluit de aansluiting weer aan op het betreffende aansluitpunt,
zet de processor aan en probeer een run met een potje met PreservCyt-oplossing zonder
monster uit te voeren om de werking van het systeem te testen.
3. Als de processor een probleem blijft detecteren, zet hem dan uit en haal alle aansluitingen
van het afvalsysteem van de achterkant van de processor af.
4. Trek de slang plus aansluiting op de processorkant van het filter van het filter af. Het kan
nodig zijn om de slang door te knippen. Zie Afbeelding 7-12.
Afbeelding 7-12 Vervanging van het filter van het afvalsysteem
5. Haal het filter van de slang naar het reservoir af. Het kan nodig zijn om de slang door
te knippen.
ONDERDEEL
J
De filterspecificaties
staan op dit oppervlak
Reservoirkant
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7.17
7
ONDERHOUD
6. Sluit het nieuwe filter aan op de slang naar het reservoir.
Zorg ervoor dat het nieuwe filter met de juiste kant op deze slang zit. De
specificatiesgegevens op het filter moeten zich aan de processorkant van het filter bevinden,
niet aan de reservoirkant.
7. Sluit de slang op de processorkant van het nieuwe filter aan.
8. Sluit alle aansluitingen van het afvalsysteem weer op de achterkant van de processor aan.
Raadpleeg Hoofdstuk 2, 'Installatie van de ThinPrep 2000' voor meer informatie.
9. Zet de processor aan.
10. Voer een run met een potje met PreservCyt-oplossing zonder monster uit om de werking van
de processor te testen.
ONDERHOUD
7.18
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7
LEEGMAKEN EN REINIGING VAN HET OPVANGBAKJE
1. Als de ThinPrep 2000-processor is voorzien van een opvangbakje, moet u regelmatig
controleren hoeveel vloeistof in het opvangbakje terecht is gekomen. Maak het bakje leeg
wanneer het vloeistofniveau dicht bij de eerste inkeping vanaf de bodem is.
2. Selecteer optie 7 (Maintenance) in het hoofdmenu op het toetsenpaneel. Selecteer
optie 2 (Waste System) in het maintenance menu en druk op Enter. De houder van het
monsterpotje gaat nu omhoog zodat u het bakje uit het instrument kunt halen.
3. Pak het bakje bij de handgreep beet en haal het recht omhoog uit de behuizing.
4. Naast PreservCyt-oplossing kunnen er borsteltjes, doppen, filters en dergelijke in het
bakje terechtgekomen zijn. Controleer de inhoud van het bakje voordat u die afvoert.
Voer de inhoud af volgens de richtlijnen van uw laboratorium.
5. Het opvangbakje kan worden gereinigd met water en zeep of met een 10%
bleekmiddeloplossing. Zorg ervoor dat het opvangbakje volledig is afgespoeld en
afgedroogd voordat het wordt teruggeplaatst in het instrument.
Terugplaatsen van het opvangbakje
1. Plaats het opvangbakje terug in de behuizing. De handgreep moet zich aan de voorkant
van het instrument bevinden.(Het opvangbakje is omwille van de duidelijkheid in het
wit afgebeeld. In werkelijkheid is het opvangbakje zwart.)
2. Het opvangbakje heeft uitsparingen in de bodem waarin twee grote schroefkoppen
op de bodem van de behuizing passen. U kunt voelen dat de schroefkoppen in de
uitsparingen zitten wanneer het opvangbakje goed op zijn plaats zit. Controleer of
het opvangbakje goed op zijn plaats zit door voorzichtig tegen de binnenkant van het
bakje te duwen in de richting van de voorkant van het instrument. Het opvangbakje
mag niet los zitten.
Afbeelding 7-13 Plaatsen van het opvangbakje in de behuizing.
Zorg ervoor dat de schroefkoppen de uitsparingen van het opvangbakje pakken.
De ThinPrep 2000-processor is nu klaar voor gebruik.
Opmerking:
Als de houder van het monsterpotje wanneer de processor in bedrijf is tegen
het opvangbakje komt en een systeemfout veroorzaakt, plaats het opvangbakje
dan opnieuw om ervoor te zorgen dat het helemaal goed op zijn plaats zit.
ONDERDEEL
K
ONDERDEEL
K
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7.19
7
ONDERHOUD
VERPLAATSING VAN DE THINPREP
®
2000-PROCESSOR
Wanneer uw ThinPrep 2000-processor moet worden verplaatst, gebruik dan een van de beide
hieronder beschreven methoden.
Verplaatsing van de processor binnen het gebouw:
1. Zet het toestel uit.
2. Trek het netsnoer uit het stopcontact en de processor.
3. Maak het afvalreservoir leeg.
4. Maak de aansluiting van het afvalreservoir op de processor los bij de aansluitpunten
op de achterkant van de processor.
5. Houd het instrument horizontaal en zet het samen met iemand anders voorzichtig op
het vlakke oppervlak van een rolmeubel of trolley. Rijd de processor naar zijn nieuwe
plaats.
6. Til het toestel samen met iemand anders van het rolmeubel en plaats het op zijn
nieuwe vlakke werkplek.
7. Sluit het netsnoer en het afvalreservoir weer aan.
8. Voer een run met een potje met PreservCyt-oplossing zonder monster uit. Raapleeg
de instructies in 'UITVOERING VAN EEN RUN ZONDER MONSTER' op
pagina 2.12.
Vervoer van de processor naar een ander gebouw:
1. Zet het toestel uit.
2. Haal de geheugenkaart met het programma uit de processor door op het zwarte
knopje te drukken.
3. Trek het netsnoer uit het stopcontact en de processor.
4. Maak het afvalreservoir leeg.
5. Maak de aansluiting van het afvalreservoir op de processor los bij de aansluitpunten
op de achterkant van de processor.
6. Plaats de piepschuim beveiligingen voor het vervoer weer in de processor. Zie
'AANSLUITING VAN HET AFVALRESERVOIR' op pagina 2.6.
7. Houd het instrument horizontaal en zet het samen met iemand anders voorzichtig in
de verpakkingsdoos. Doe de accessoires van het instrument in de doos. Sluit de doos
af en verzend de processor.
8. Volg op de plaats van bestemming de instructies voor het uitpakken in Hoofdstuk 2,
'Installatie van de ThinPrep 2000'.
9. Voer een run met een potje met PreservCyt-oplossing zonder monster uit.
10. Voer de test voor het pneumatische systeem uit, zie pagina 5A.26.
ONDERDEEL
L
ONDERHOUD
7.20
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7
ONDERHOUDSSCHEMA
Tabel 7.1 : Onderhoudsschema
Procedure Frequentie
Leegmaken van het afvalreservoir Zoals nodig
Reiniging van de filterhouder Elke dag
Testen van het pneumatische systeem
(zie Hoofdstuk 5A)
Elke week
Invetten van de afdichtingsring voor de filterhouderafsluiting Elke week (of zoals nodig)
Invetten van de afdichtingsringen voor het filter Zoals nodig
Vervanging van de afdichtingsringen voor het filter Zoals nodig
Reiniging van het deurtje Zoals nodig
Algemene reiniging Elke maand
Vervanging van een slang van het afvalsysteem
(in de knelafsluiter)
Om het half jaar
Vervanging van het filter van het afvalsysteem Zoals nodig
Reiniging van de filterhouderafsluiting Elke dag
Leegmaken en reiniging van het opvangbakje (indien aanwezig) Zoals nodig
ONDERDEEL
M
.
Opmerking:
Deze pagina kan worden gekopieerd.
Bronverwijzing:
Frequentie:
pagina 7.2
Elke dag/elke week
pagina 7.4
ELKE DAG
pagina 5A.26
ELKE WEEK
pagina 7.5
ELKE WEEK
pagina 7.5
ELKE DAG
pagina 7.9
ELKE DAG
pagina 7.8
ELKE WEEK
pagina 7.10
ELKE MAAND
DATUM LEEGMAKEN
AFVALRESERVOIR
REINIGING FILTER-
HOUDER
TEST PNEUMA-
TISCHE SYSTEEM
INVETTEN
AFDICHTINGSRING
VOOR FILTERHOU-
DERAFSLUITING
INVETTEN
AFDICHTINGSRINGEN
VOOR FILTER
REINIGING FILTER-
HOUDER-
AFSLUITING
REINIGING
DEURTJE
ALGEMENE
REINIGING
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
ThinPrep 2000-processor
Onderhoudsschema voor de maand:____________________
ONDERHOUD
7.22
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
7
Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
8. Fixatie, kleuring
en insluiting
8. Fixatie, kleuring
en insluiting
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
8.1
8
FIXATIE, KLEURING EN INSLUITING
Hoofdstuk 8
Fixatie, kleuring en insluiting
INLEIDING
Hieronder volgt een beschrijving van de
aanbevelingen en richtlijnen
voor fixatieprocedures,
kleuringsprotocollen en insluitmethoden.
Opmerking:
Bij laboratoria die cytologische monsters verwerken, wordt een grote verscheidenheid
aan fixatie-, kleurings- en insluitmethoden toegepast. De kenmerken van het dunne
laagje cellen van de preparaten die op de ThinPrep
®
-processor zijn gemaakt, maken een
nauwkeurige beoordeling van de effecten van deze verschillen in protocol mogelijk
en biedt laboratoriummedewerkers de mogelijkheid hun methoden te optimaliseren
door de algemene richtlijnen die in dit onderdeel worden gegeven in overweging te
nemen. Deze richtlijnen zijn aanbevelingen en dienen niet als absolute voorschriften
te worden beschouwd.
ONDERDEEL
A
FIXATIE, KLEURING EN INSLUITING
8.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
8
FIXATIE
De ThinPrep 2000-processor werpt voltooide preparaten uit in een fixatiefpotje met 95%
reagensalcohol of 95% ethanol. Gebruik de volgende procedure voor fixatie van preparaten die zijn
gemaakt op het ThinPrep-systeem.
1. Haal elk preparaat uit het fixatiefpotje nadat het daarin in de ThinPrep 2000-processor is
uitgeworpen.
2. Zet het preparaat in een houder voor meerdere preparaten en zet die houder in een
fixatiefbad met 95% reagensalcohol of 95% ethanol. De volgende maatregelen dienen om
blootstelling van ThinPrep-preparaten aan lucht zo veel mogelijk tebeperken:
Het overbrengen van de ThinPrep-preparaten van het fixatiefpotje naar het fixatiefbad met
de houder voor meerdere preparaten moet zo snel mogelijk worden uitgevoerd.
Als de ThinPrep-preparaten worden overgebracht naar een kleurrekje, moet ervoor worden
gezorgd dat preparaten voortdurend in fixatiefoplossing ondergedompeld blijven.
3. Gynaecologische preparaten: ThinPrep-preparaten moeten minstens 10 minuten worden
gefixeerd voordat ze worden gekleurd.
Niet-gynaecologische preparaten: ThinPrep-preparaten moeten minstens 10 minuten
worden gefixeerd voordat ze worden gekleurd of voordat er fixatiefspray wordt
aangebracht.
Gynaecologische preparaten die zijn bedoeld voor gebruik met het ThinPrep® Imaging
System: Als de preparaten voorafgaand aan de kleuring naar een andere locatie moeten
worden verzonden, moet CellFyx™-fixatiefoplossing worden aangebracht.
Opmerking:
Voor gebruik met het ThinPrep Imaging System zijn geen andere fixatiefsprays
gevalideerd. Neem contact op met de klantenservice van Hologic om dit fixatief
te bestellen. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing die bij de fixatiefoplossing
wordt geleverd.
ONDERDEEL
B
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
8.3
8
FIXATIE, KLEURING EN INSLUITING
KLEURING
Algemene richtlijnen die bij de kleuring van ThinPrep-preparaten de moeite van het overwegen
waard zijn:
De kleuringstijden voor ThinPrep-preparaten kunnen verschillen van die van conventionele
preparaten en moeten mogelijk worden aangepast.
Bij gebruik van een alcoholreeks in het kleuringsproces is kans op celvervorming en mogelijk
celverlies minimaal.
Bij gebruik van milde oplossingen voor bluing en baden met verdund zuur wordt een
optimale kleuring van de celkern verkregen en is mogelijk celverlies minimaal.
Kleuringsprotocol:
Een aanbevolen kleuringsprotocol voor ThinPrep-preparaten is als bijlage toegevoegd. In dit
protocol staan de hierboven vermelde algemene richtlijnen voor kleuring en de volgende specifieke
aanbevelingen:
1. Als er voor een preparaat een fixatiefspray is gebruikt, verwijder dit fixatiefspray dan door het
standaard fixatief van het laboratorium minstens 10 minuten op het preparaat te laten inwerken.
2. Kleur de ThinPrep-preparaten met standaard gemodificeerde Papanicolaou-kleuringen
volgens de standaardprocedures van de fabrikant, aangepast aan de bovenvermelde
algemene richtlijnen voor de kleuring van het ThinPrep-preparaat.
3. De kleuringstijden voor ThinPrep-preparaten kunnen verschillen van die van conventionele
preparaten en het kan nodig zijn deze tijden te verlengen of te verkorten. Het is aan te
bevelen de kleuringstijden te optimaliseren volgens de standaard werkwijzen voor
laboratoria. Vanwege de genoemde verschillen kan het noodzakelijk zijn dat ThinPrep-
preparaten en conventionele preparaten afzonderlijk worden gekleurd.
ONDERDEEL
C
FIXATIE, KLEURING EN INSLUITING
8.4
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
8
4. Hologic adviseert blootstelling van preparaten aan sterk zure of sterk basische oplossingen
tot het minimum te beperken omdat dit celverlies tot gevolg kan hebben. Hieronder staan
van verschillende oplossingen de aanbevolen maximale concentraties:
Zoutzuur (HCl) 0,025%
Bad met lithiumcarbonaat (voor bluing) 10 mg per liter
1
Azijnzuur 0,1%
Ammoniumhydroxide 0,1%
5. Vermijd het gebruik van sterke zoutoplossingen zoals Scotts Tap Water Substitute. Hologic
adviseert het gebruik van een verdunde lithiumcarbonaat- of ammoniumhydroxide-
oplossing als oplossing voor bluing.
6. Maak tijdens het hydratie- / dehydratieproces gebruik van een alcoholreeks, b.v.
concentraties van 50%, 70% alcohol. Dit verkleint de kans op osmotische shock of celverlies
tijdens het kleuringsproces.
7. Het vloeistofniveau van oplossingen voor baden moet zo hoog zijn dat de preparaten
gedurende de totale kleuringscyclus volledig zijn ondergedompeld om de mogelijkheid van
celverlies te beperken.
8. De preparaten moeten in elk bad gedurende ten minste 10 dompelingen worden geschud.
Tabel 8.1 : Kleuringsprotocol van Hologic
1. Zie Bales, CE, and Durfee, GR.
Cytologic Techniques
in Koss, L, ed.
Diagnostic Cytology and its Histopathologic
Basis
. 3rd Edition. Philadelphia: JB Lippincott. Vol. II: pp 1187–1260 voor meer informatie.
Oplossing Tijd
1. 70% reagensalcohol 1 minuut met schudden
2. 50% reagensalcohol 1 minuut met schudden
3. Gedistilleerd water (dH2O) 1 minuut met schudden
4. Richard-Allan hematoxyline I 30 seconden met schudden*
5. Gedistilleerd water (dH2O) 15 seconden met schudden
6. Gedistilleerd water (dH2O) 15 seconden met schudden
7. Clarifier (0,025% ijsazijn) 30 seconden met schudden
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
8.5
8
FIXATIE, KLEURING EN INSLUITING
Kleuringen kunnen worden besteld bij Thermo Fisher Scientific.
* Tijd kan variëren per partij kleuroplossing of met hoe oud de kleuroplossing is.
8. Gedistilleerd water (dH2O) 30 seconden met schudden
9. Bluing-reagens (10 mg lithiumcarbonaat/l) 30 seconden met schudden
10. 50% reagensalcohol 30 seconden met schudden
11. 95% reagensalcohol 30 seconden met schudden
12. Richard-Allan Scientific™
Cyto-Stain™
1 minuut met schudden
13. 95% reagensalcohol 30 seconden met schudden
14. 95% reagensalcohol 30 seconden met schudden
15. 100% reagensalcohol 30 seconden met schudden
16. 100% reagensalcohol 30 seconden met schudden
17. 100% reagensalcohol 30 seconden met schudden
18. Xyleen 1 minuut met schudden
19. Xyleen 1 minuut met schudden
20. Xyleen 3 minuten met schudden
21. Breng dekglaasjes aan op de preparaten
Oplossing Tijd
FIXATIE, KLEURING EN INSLUITING
8.6
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
8
INSLUITING
Elk laboratorium dient de keuze van insluitmiddelen te evalueren om verenigbaarheid met
ThinPrep-preparaten zeker te stellen.
Hologic beveelt aan dekglaasjes van 24 mm x 40 mm of 24 mm x 50 mm te gebruiken.
BRONVERMELDING
Bales, CE. and Durfee, GR.
Cytologic Techniques
in Koss, L, ed.
Diagnostic Cytology and its
Histopathologic Basis
. 3rd Edition. Philadelphia: JB Lippincott. Vol. II.
ONDERDEEL
D
ONDERDEEL
E
9. Het opleidingsprogramma
voor de ThinPrep-Pap-test
9. Het opleidingsprogramma
voor de ThinPrep-Pap-test
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
9.1
9
HET OPLEIDINGSPROGRAMMA VOOR DE THINPREP-PAP-TEST
Hoofdstuk 9
Het opleidingsprogramma voor
de ThinPrep-Pap-test
Doelstelling
Hologic heeft het opleidingsprogramma voor de ThinPrep
®
Pap-test ontwikkeld om laboratoria te
ondersteunen bij de overschakeling van het conventionele Pap-uitstrijkje op de ThinPrep-Pap-test.
Hologic biedt informatie, ondersteuning en opleiding voor deze overschakeling, zoals voorlichting
aan artsen over de verandering, opleiding voor het maken van het cytologisch preparaat,
opleidingsprogramma over de morfologie van het preparaat van de ThinPrep-Pap-test en richtlijnen
ter ondersteuning van de opleiding van alle cytologiemedewerkers in het laboratorium.
Opzet
De morfologieopleiding is bedoeld om de verschillen duidelijk te maken tussen het conventionele
Pap-uitstrijkje en de ThinPrep-Pap-test. De deelnemers maken gebruik van een reeks
preparaatmodules om zich vertrouwd maken met een reeks normale en abnormale cytologische
entiteiten met betrekking tot monsters van de ThinPrep-Pap-test.
Dit programma is gebaseerd op een cumulatief leerproces. Interpretatie van de morfologische criteria
voor de monsters van de ThinPrep-Pap-test vereist kritische analyse en toepassing van cytologische
vaardigheden en kennis. Bij een systematische benadering kan iemands begrip van de kenmerken
van het ThinPrep-preparaat regelmatig worden getoetst. Om leervorderingen te beoordelen wordt in
het opleidingsprogramma zowel vooraf als achteraf getoetst.
De opleiding begint met een verhandeling over de morfologie van het ThinPrep-preparaat, die is
bedoeld om de deelnemers vertrouwd te maken met hoe celmonsters van cervix die op het
ThinPrep-systeem zijn verwerkt zich als microscopisch preparaat presenteren. In de verhandeling
wordt een overzicht gegeven van de morfologische kenmerken die gelden voor de specifieke
diagnostische entiteiten die worden beschreven in
The Bethesda System for Reporting Cervical/Vaginal
Cytologic Diagnoses
1
.
Na de inleidende verhandeling volgt een module met bekende gevallen van de ThinPrep-Pap-test
die door alle deelnemers worden geanalyseerd. In deze module wordt een groot aantal verschillende
ziekten en ziektetoestanden gepresenteerd en wordt de deelnemer een basisreferentiekader
aangereikt voor het hele scala aan diagnostische categorieën waaraan het hoofd moet worden
geboden. Beoordeling van sterk op elkaar lijkende gevallen is ook onderdeel van het programma.
Met behulp van de ThinPrep-atlas voor gynaecologische morfologie, waarin veel voorkomende
diagnostische entiteiten en de corresponderende differentiële diagnoses worden belicht, verbreden
HET OPLEIDINGSPROGRAMMA VOOR DE THINPREP-PAP-TEST
9.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
9
de deelnemers hun inzicht in sterk op elkaar lijkende entiteiten op ThinPrep-preparaten en in de
criteria voor de juiste classificatie van deze entiteiten.
Een reeks modules met onbekende gevallen van de ThinPrep-Pap-test wordt gebruikt om de
vaardigheden van elke participant in het screenen en beoordelen van ThinPrep-preparaten te
toetsen. De deelnemers moeten elke set van preparaten screenen en diagnosticeren en hun resultaten
noteren op het beschikbare antwoordformulier. Na voltooiing worden de gevallen en juiste
antwoorden door elke deelnemer individueel bekeken.
Vervolgens wordt een laatste set van onbekende preparaten van de ThinPrep-Pap-test gepresenteerd.
Deze laatste set van preparaten is samengesteld volgens de huidige CLIA-richtlijnen en de resultaten
van de deelnemers zullen worden beoordeeld door personeel dat wordt aangewezen door Hologic.
De resultaten met betrekking tot deze preparaten moeten toereikend zijn om een certificaat voor het
volgen van het programma te krijgen.
De eisen van het CLIA Proficiency Test Program worden als richtlijnen gebruikt voor het vaststellen
van de score-criteria op basis waarvan zal worden bepaald of een deelnemer is geslaagd of gezakt.
Personen die voor de laatste toetsing een score van 90% of meer behalen zijn bevoegd tot het
screenen/interpreteren van gevallen van de ThinPrep-Pap-test en tot opleiding onder toezicht,
zo nodig, van de technisch leidinggevende van het betreffende laboratorium van extra cytologisch
analisten en pathologen in hun laboratorium. Voor deelnemers aan het opleidingsprogramma die
voor de laatste toetsing lager scoren dan 90% is aanvullende opleiding in hun eigen laboratorium
noodzakelijk. Deze aanvullende opleiding betreft het screenen/diagnosticeren van een extra module
met preparaten van de ThinPrep-Pap-test waarin door Hologic zal worden voorzien en waarvoor
een score van 90% of meer moet worden behaald om te slagen voor het opleidingsprogramma voor
de ThinPrep-Pap-test van Hologic.
Opleiding van cytologische medewerkers
Hologic ondersteunt de opleiding van cytologische medewerkers door informatie te verstrekken en
hulpmiddelen aan te bieden, zoals preparaten, antwoordformulieren en online onderwijsmateriaal,
die het laboratorium kan gebruiken om extra personeel op te leiden. De technisch leidinggevende
van het laboratorium is eindverantwoordelijk voor een goede opleiding van deze medewerkers
voordat zij ThinPrep-preparaten onder persoonlijke verantwoordelijkheid gaan screenen en
interpreteren.
Bibliografie
Nayar R, Wilbur DC. (eds).
The Bethesda System for Reporting Cervical Cytology: Definitions, Criteria, and
Explanatory Notes.
3rd ed. Cham, Switzerland: Springer: 2015
.
Index
Index
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Index
.1
INDEX
Index
A
Aansluiting van het afvalreservoir 2.6
Aanvullende tests 5A.2
Afmetingen 1.14
Afvoer
benodigdheden 1.20
B
Benodigd materiaal 1.6, 5B.2
Bewaring en gebruik 2.13
Bleekmiddel 2.6, 5B.3, 5B.4, 5B.20
BloodBloc super absorberende doekjes 5B.3, 5B.6
C
Chlamydia trachomatis 1.1
Close Door to Continue Processing (sluit het deurtje om door te gaan met de verwerking) 6.3
COBAS AMPLICOR™ CT/NG Test 1.1
D
De processor aanzetten 2.10
Deurtje
sluiten 5A.16, 5B.14
Dispergeren 1.3, 1.8
Draaibare plaat 2.3
E
Elektrische stroom 1.15
INDEX
Index
.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
F
Filter 5A.4, 5B.2
bevochtigen 1.9
Filterhouder 5A.4, 5B.2
gereedmaken 5B.6
G
Geheugenkaart met programma 2.7
Gewicht 1.15
Glijmiddel 4.6
I
Insert Fix Bath to Continue Processing (plaats een fixatiefbad in de processor om door te gaan met
de verwerking) 6.6
Insert Slide to Continue Processing (plaats een objectglaasje in de processor om door te gaan met
de verwerking) 6.8
Installatie 2.1
K
Kiezen van een plek 2.2
L
Laden
filter voor de ThinPrep-Pap-test 5A.9, 5B.8
potje met fixatief 5A.15, 5B.7
PreservCyt-monsterpotje 5A.4, 5A.8, 5B.10
ThinPrep-objectglaasje 5A.12, 5B.11
Langdurige uitschakeling 2.13
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Index
.3
INDEX
M
Monsterafname
ecto-endocervicale borstel 4.4
endocervicale borstel in combinatie met een spatel 4.5
N
Neisseria gonorrhoeae 1.1
Netsnoer 2.8
O
Objectglasmodule 2.5
Omgevingsvoorwaarden 1.15
Onderbreken van de verwerkingsstappen voor een preparaat 5A.21
Onderhoudsscherm 5A.24
Op de processor gebruikte aanduidingen 1.19
Op de processor gebruikte symbolen 1.18
Opnieuw verwerken na een ontoereikend preparaat 4.9
Overbrengen van cellen 1.3, 1.10
P
Potje met fixatief 5A.4, 5B.2
Problemen oplossen 6.1
R
Remove Filter (verwijder het filter) 6.10
Remove Fix Bath (verwijder het fixatiefbad) 6.12
Remove Fix Bath to Continue Processing (verwijder het fixatiefbad om door te gaan met de ver-
werking) 6.16
Remove Slide (verwijder het objectglaasje) 6.14
Risico's 1.17
Rode bloedcellen 1.15
INDEX
Index
.4
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
S
Spanning 1.15, 2.9
Statusscherm 5A.22
T
Technische specificaties 1.13
Testscherm 5A.26
U
Uitladen
filter voor de ThinPrep-Pap-test 5B.20
filtercilinder 5A.19
potje met fixatief 5A.19
preparaat 5A.19, 5B.19
PreservCyt-monsterpotje 5B.18
Uitzetten van de processor 2.13
V
Verwerking bij het prepareren van monsters 1.3
Verwerkingscycli 5A.17
Verwijdering van de verpakking in het instrument 2.3
Verzamelen van cellen 1.3, 1.9
Vrije ruimtes 1.14
W
Waarschuwingen, aandachtspunten, opmerkingen 1.17
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Index
.5
INDEX
Z
Zekering 1.15, 2.9
Zelftest bij aanzetten 1.17
Zonder monster 2.12
INDEX
Index
.6
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
Het ThinPrep 2000-systeem voor
niet-gynaecologisch gebruik
Het ThinPrep 2000-systeem voor
niet-gynaecologisch gebruik
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
i
Het ThinPrep
®
2000-systeem
Voor niet-gynaecologisch gebruik
Deel 2 (blauwe tabbladen) bevat informatie die
specifiek betrekking heeft op het prepareren van
niet-gynaecologische monsters. Zie DEEL 1 voor
alle informatie over de installatie, het gebruik en het
onderhoud van de ThinPrep
®
2000-processor.
ii
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
iii
INHOUD
Inhoud
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1
Preparatie van niet-gynaecologische monsters
Onderdeel A:
Inleiding.................................................................1.1
Onderdeel B:
Inhoud....................................................................1.2
Onderdeel C:
Benodigd materiaal..............................................1.3
Onderdeel D:
Beschrijving van de preparatiestappen voor
niet-gynaecologische monsters ..........................1.4
Onderdeel E:
Protocollen voor het prepareren
van monsters ......................................................1.16
Onderdeel F:
Monsters voor ThinPrep
®
UroCyte
®
...............1.23
Onderdeel G:
Problemen oplossen bij het prepareren
van monsters ......................................................1.27
Hoofdstuk 2
Oplossingen
Onderdeel A:
Inleiding.................................................................2.1
Onderdeel B:
De PreservCyt
®
-oplossing...................................2.2
Onderdeel C:
De CytoLyt
®
oplossing.........................................2.5
Handleiding voor bewaring van oplossingen ......
INHOUD
iv
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
1. Preparatie van niet-
gynaecologische monsters
1. Preparatie van niet-
gynaecologische monsters
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.1
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
Hoofdstuk 1
Preparatie van niet-gynaecologische monsters
INLEIDING
Dit hoofdstuk voorziet in instructies voor het prepareren van niet-gynaecologische (niet-gyn.)
monsters en het maken van preparaten met het ThinPrep
®
2000-systeem. Niet-gynaecologische
monsters betreffen onder meer dunnenaaldaspiratiebiopten, monsters van FirstCyte
®
ductale lavage,
urinemonsters, effusiemonsters, sputummonsters, monsters uit de luchtwegen, monsters uit het
maag-darmkanaal, enzovoort.
Volg de instructies in dit hoofdstuk nauwkeurig op om de beste resultaten te verkrijgen. Omdat
monsters biologische verschillen kunnen vertonen en de methoden voor het afnemen van monsters
kunnen verschillen, kan het zijn dat de standaard verwerking niet altijd meteen een toereikend
preparaat met een uniforme verdeling van cellen op het objectglaasje oplevert. Dit hoofdstuk bevat
instructies voor het oplossen van problemen ten aanzien van aanvullende verwerking van monsters
om in bovengenoemde gevallen in tweede instantie preparaten van een betere kwaliteit te
verkrijgen. Dit hoofdstuk voorziet ook in een overzicht van de verschillende methoden voor het
afnemen van monsters en de corresponderende juiste procedures.
Raadpleeg onderdeel F voor informatie over het prepareren van monsters voor ThinPrep UroCyte
®
.
Oplossen van problemen bij het prepareren van monsters, zoals beschreven in onderdeel G, is niet
geëvalueerd voor monsters voor ThinPrep UroCyte.
ONDERDEEL
A
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
INHOUD
Dit hoofdstuk is verdeeld in de volgende vijf hoofdonderdelen en verscheidene subonderdelen:
ONDERDEEL C: Benodigd materiaal
ONDERDEEL D: Beschrijving van de preparatiestappen voor niet-gynaecologische
monsters
ONDERDEEL D-1: Monsterafname
ONDERDEEL D-2: Concentreren door te centrifugeren - 600 g gedurende
10 minuten
ONDERDEEL D-3:
Afgieten supernatant en vortexen om de celpellet te
resuspenderen
ONDERDEEL D-4: Beoordelen van de celpellets op uiterlijke aspecten
ONDERDEEL D-5: Toevoegen van een monster aan een potje met
PreservCyt
®
-oplossing
ONDERDEEL D-6: Laat de PreservCyt-oplossing met het monster
15 minuten staan
ONDERDEEL D-7: Uitvoeren van een run op de ThinPrep
®
2000-processor
met verwerkingscyclus n, daarna fixeren, kleuren en
beoordelen
ONDERDEEL D-8: Mechanisch mengen
ONDERDEEL D-9: Wassen met CytoLyt
®
-oplossing
ONDERDEEL E: Protocollen voor het prepareren van monsters
ONDERDEEL E-1: Dunnenaaldaspiratiebiopten
ONDERDEEL E-2: Mucoïde monsters
ONDERDEEL E-3: Lichaamsvloeistoffen
ONDERDEEL E-4: Borstelingen en afschraapsels van oppervlakkige
monsters
ONDERDEEL E-5: Monsters van FirstCyte
®
ductale lavage
ONDERDEEL F: Monsters voor ThinPrep
®
UroCyte
®
ONDERDEEL G: Problemen oplossen bij het prepareren van monsters
ONDERDEEL
B
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.3
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
BENODIGD MATERIAAL
Van Hologic:
CytoLyt-oplossing
CytoLyt-buisjes
CytoLyt-potjes
CytoLyt-flessen (voorraad)
PreservCyt-oplossing
PreservCyt-potjes
PreservCyt-flessen (voorraad)
Filters (blauw) voor niet-gyn. ThinPrep-tests
Filter (geel) voor ThinPrep UroCyte
®
tests op urinemonsters
ThinPrep UroCyte-objectglaasjes voor urinemonsters
PreservCyt-potjes voor ThinPrep UroCyte-tests op urinemonsters
ThinPrep-objectglaasjes
ThinPrep 2000-processor
Multi-Mix™ Racked Vortexor
Opmerking:
Raadpleeg de
Bestelinformatie
van de gebruikershandleiding voor het
ThinPrep 2000-systeem voor meer informatie over benodigdheden en
oplossingen van Hologic.
Van andere leveranciers:
Centrifuge voor buisjes van 50 ml (vrij zwaaiende rotor)
Centrifugebuisjes, 50 ml
Kunststof volumepipetten, 1 ml, met schaalverdeling
Evenwichtige elektrolytoplossingen
Kleuringssysteem voor preparaten en reagentia
Standaard fixatief van het laboratorium
Dekglaasjes en insluitmiddelen
Antistollingsmiddel voor dunnenaaldaspiratiebiopsieën
Blender (optioneel)
IJsazijn (
alleen voor problemen oplossen
)
Fysiologische zoutoplossing (
alleen voor problemen oplossen
)
Dithiotreïtol (DTT, optioneel, alleen voor mucoïde monsters)
ONDERDEEL
C
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.4
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
BESCHRIJVING VAN DE PREPARATIESTAPPEN VOOR
NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
Hieronder volgen de gebruikelijke stappen voor het prepareren van niet-gynaecologische monsters
bij gebruik van het ThinPrep 2000-systeem. In de volgende onderdelen wordt elke stap uitvoerig
toegelicht.
D-1. Monsterafname
D-2. Concentreren door te centrifugeren - 600 g, 10 minuten.
D-3. Afgieten supernatant en vortexen om de celpellet te
resuspenderen.
D-4. Beoordelen van de celpellets op uiterlijke aspecten.
Zie pagina 1.11.
D-5. Toevoegen van een geschikte hoeveelheid van een monster aan een
potje met PreservCyt-oplossing.
Zie pagina 1.12.
D-6. Laat de PreservCyt-oplossing met het monster 15 minuten staan.
D-7. Uitvoeren van een run op de ThinPrep 2000-processor met
verwerkingscyclus n, daarna fixeren, kleuren en beoordelen.
ONDERDEEL
D
ONDERDEEL
D
WAARSCHUWING:
Gebruik de ThinPrep 2000-processor niet voor verwerking van een
monster van cerebrospinale vloeistof (CSV) of een ander type monster dat afkomstig is
van een patiënt met een overdraagbare spongiforme encefalopathie (TSE), zoals de ziekte
van Creutzfeld-Jacob, waarbij de mogelijkheid van overdracht van prionen (PrPsc) niet is
uitgesloten. Een met TSE verontreinigde processor kan niet effectief worden
gedesinfecteerd en moet daarom op passende wijze worden afgevoerd om mogelijke
schadelijke gevolgen voor gebruikers en/of onderhoudsmedewerkers te voorkomen.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.5
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
MONSTERAFNAME
Opmerking:
De ThinPrep
®
2000-processor is bestemd voor gebruik met de PreservCyt
®
oplossing.
Voer op de ThinPrep
®
2000-processor geen runs uit met andere middelen voor gebruik
bij het afnemen monsters.
Monsters die op de ThinPrep-processor zullen worden verwerkt, kunnen als verse monsters dan wel
als monsters in CytoLyt-oplossing bij het laboratorium worden aangeleverd. Bij een bepaald type
monster kan de voorkeur worden gegeven aan een bepaalde afnamemethode. In dit onderdeel
worden de door Hologic aanbevolen afnamemethode en alternatieve afnamemethoden beschreven.
WAARSCHUWING:
Stel de patiënt niet bloot aan de CytoLyt-oplossing voor spoelingen en lavages.
Dunnenaaldaspiratiebiopten:
Bij het nemen van FNA-biopten is het optimaal om het volledige biopt in een
centrifugebuisje met 30 ml CytoLyt-oplossing te te deponeren en te spoelen. Het
monster kan ook, als een tweede methode, in een evenwichtige elektrolytenoplossing
worden gedeponeerd, bijv. een Polysol
®
of Plasma-Lyte
®
oplossing voor injectie.
Opmerking:
Voor radiografisch geleide FNA-biopten kan het nodig zijn om het biopt direct op een
objectglaasje aan te brengen wanneer snel onderzocht moet worden of het biopt
toereikend is.
Mucoïde monsters
Mucoïde monsters, sputummonsters en met borstelen verkregen monsters kunnen
het best in een CytoLyt-oplossing worden gedaan. Als deze monsters vers worden
afgenomen, moet er zo snel mogelijk CytoLyt-oplossing aan worden toegevoegd.
Wanneer er snel CytoLyt-oplossing aan wordt toegevoegd blijft het monster beter
bewaard en is het slijm eerder opgelost.
D-8. Mechanisch mengen (alleen voor mucoïde monsters, optioneel)
D-9. Wassen met CytoLyt-oplossing
(Bij sommige monsters is wassen met CytoLyt-oplossing niet nodig.
Raadpleeg het specifieke protocol voor het prepareren van het
monster.)
of
30 ml
ALLEEN
MUCOÏDE
MONSTERS
ONDERDEEL
D-1
30 ml
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.6
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
Omvangrijke verse mucoïde monsters (meer dan 20 ml) moeten worden
geconcentreerd voordat er CytoLyt-oplossing aan wordt toegevoegd.
Monsters van lichaamsvloeistoffen:
Bij het prepareren van monsters van lichaamsvloeistoffen (urine, effusies,
synoviaal vocht en vocht uit cysten) verdient het de voorkeur om het verse
monster te concentreren voordat er CytoLyt-oplossing aan wordt toegevoegd.
Wanneer dit niet mogelijk is en de monsters voor vervoer naar het lab moeten
worden geconserveerd, voeg dan CytoLyt-oplossing aan de monsters toe.
Als de CytoLyt-oplossing direct aan vloeistoffen met een hoog eiwitgehalte
wordt toegevoegd, kan er wat eiwit precipiteren.
Opmerking:
Toevoeging van de CytoLyt-oplossing aan monsters van lichaamsvloeistoffen
wordt alleen gezien als een afnamestap en niet als een wasstap. Zie 'WASSEN
MET CYTOLYT-OPLOSSING' op pagina 1.15 in dit onderdeel voor meer
bijzonderheden.
Het volume van monsters van lichaamsvloeistoffen kan sterk variëren, van minder dan 1 ml
tot 1000 ml of meer. Elk laboratorium moet zijn eigen procedure volgen voor het bepalen van
de hoeveelheid van een monster die voor verwerking wordt gebruikt. Als er meer dan één
centrifugebuisje met een hoeveelheid van een monster worden gebruikt, kunnen de
celpellets na het afgieten van het supernatant bij elkaar worden gedaan.
Oppervlakkige monsters:
Borstelingen en afschraapsels van oppervlakkige monsters zijn de enige
niet-gynaecologische monsters die direct in de PreservCyt-oplossing
worden gedaan.
Andere middelen voor gebruik bij het afnemen monsters:
In gevallen waarin de CytoLyt-oplossing is gecontra-indiceerd, kunnen evenwichtige
elektrolytoplossingen, zoals Plasma-Lyte en Polysol, worden gebruikt als middelen voor
gebruik bij het afnemen van monsters die op de ThinPrep 2000-processor zullen worden
verwerkt. Deze oplossingen worden vooral gebruikt als middel voor spoelingen of lavages,
die in aanraking komen met de patiënt.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.7
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
Middelen voor gebruik bij het afnemen monsters die worden afgeraden:
Hologic raad af om de volgende oplossingen voor gebruik bij het afnemen monsters in combinatie
met het ThinPrep-systeem te gebruiken. Bij gebruik van deze oplossingen worden suboptimale
resultaten verkregen:
Sacomanno en andere oplossingen die carbowax bevatten
Alcohol
Mucollexx
®
Normale fysiologische zoutoplossing
Kweekmedia, RPMI-medium
PBS
Formalinehoudende oplossingen
Voordat monsters op de ThinPrep 2000-processor worden verwerkt,
moeten
ze in de CytoLyt
®
oplossing worden gecentrifugeerd en gewassen en naar de PreservCyt
®
-oplossing worden
overgebracht.
Raadpleeg onderdeel D-9 over 'WASSEN MET CYTOLYT-OPLOSSING' op pagina 1.15 voor
instructies voor het wassen met de CytoLyt-oplossing.
Opmerking:
Raadpleeg Hoofdstuk 2, 'Oplossingen' voor meer informatie over de CytoLyt-
oplossing.
WAARSCHUWING:
De CytoLyt-oplossing is een toxische stof (bevat methanol) en
mag nooit direct met de patiënt in aanraking komen.
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.8
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
CONCENTREREN DOOR TE CENTRIFUGEREN -
600 G GEDURENDE 10 MINUTEN
Het doel van deze procedure is concentratie van het celmateriaal om de
cellulaire component(en) van het supernatant te scheiden. Deze stap
wordt met verse monsters uitgevoerd en nadat de CytoLyt-oplossing aan
monsters is toegevoegd. Centrifugeer een monster gedurende 10 minuten
bij 600 keer normaal zwaartekracht (600 g) wanneer dat in het protocol is
gespecifeerd, om de cellen in de oplossing af te draaien tot een pellet op
de bodem van het centrifugebuisje.
Stel uw centrifuge in op (ongeveer) het aantal omwentelingen per minuut
(rpm) dat nodig om de cellen af te draaien bij 600 g.
Volg de volgende stappen om de juiste instelling van uw centrifuge te bepalen:
Let op:
Controleer de celmorfologie van niet-relevante proefmonsters voordat u de
instellingen van uw centrifugeerproces gaat wijzigen.
Opmerking:
Het gebruik van centrifuges met een vaste-hoekrotor wordt afgeraden.
Meet de straal van uw centrifuge.
Gebruik een lineaal om de straal van uw centrifuge te meten, d.w.z. de afstand van het
middelpunt van de rotor tot de bodem van een bucket in horizontale stand, zoals afgebeeld
in Afbeelding 1-1.
Afbeelding 1-1 Meten van de centrifuge
ONDERDEEL
D-2
10 11 12 13 14
12345
123456789
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.9
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
Zie het schema in Afbeelding 1-2
Zoek de straal van uw centrifuge in de eerste kolom van afbeelding 1-2. Trek een lijn vanaf de
waarde van de straal door het punt 600 g in de kolom met g-waarden naar de kolom met de rpm-
waarden. Lees de rpm-waarde af op het snijpunt, zoals afgebeeld in afbeelding 1-2. Laat uw
centrifuge met die snelheid draaien voor een kracht van 600 g op uw monsters.
Afbeelding 1-2 Bepalen van de juiste centrifugeersnelheid
Om de tijd van de centrifugeerstap te verkorten zou u uw centrifuge 5 minuten op 1.200 g kunnen
laten draaien.
.000
.000
.000
.000
.000
.000
.000
.000
.000
.000
.000
.000
.000
.000
Straal bij het draaien (inch)
Straal bij het draaien (cm)
Gerelateerde middelpuntvliedende kracht
Snelheid - (omwentelingen per minuut)
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.10
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
AFGIETEN SUPERNATANT EN VORTEXEN OM DE CELPELLET
TE RESUSPENDEREN
Giet het supernatant zo goed mogelijk af om het monster zo optimaal
mogelijk te concentreren. Doe dit door het centrifugebuisje in een
vloeiende beweging 180 graden om te keren, giet al het supernatant af
en draai het buisje dan weer terug in de oorspronkelijke stand, zoals
afgebeeld in Afbeelding 1-3.
1
Houd de celpellet tijdens het omkeren in
de gaten om onbedoeld verlies van celmateriaal te voorkomen.
Let op:
Als het supernatant niet volledig wordt afgegoten, kan dit vanwege verdunning
van de celpellet een celarm monster en een ontoereikend preparaat tot gevolg hebben.
Afbeelding 1-3 Afgieten supernatant
Plaats het centrifugebuisje na het afgieten van het supernatant op een vortexmixer en meng
de celpellet 3 seconden. Het vortexen kan handmatig worden uitgevoerd door de pellet
afwisselend op te trekken en uit te spuiten met een kunststof pipet. De bedoeling van deze
vortexstap is om de celpellet te resuspenderen voordat die wordt overgebracht naar het potje
met PreservCyt-oplossing en om de resultaten van de wasprocedure met de CytoLyt-
oplossing te verbeteren.
1. Zie Bales, CE, and Durfee, GR.
Cytologic Techniques
in Koss, L. ed.
Diagnostic Cytology and its
Histopathologic Basis
. 3rd Edition. Philadelphia: JB Lippincott. Vol. II: pp. 1187–12600 voor meer
informatie.
ONDERDEEL
D-3
START
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.11
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
BEOORDELEN VAN DE CELPELLETS OP UITERLIJKE ASPECTEN
Uiterlijke aspecten van de celpellet Procedure
De celpellet is wit, lichtroze, bruinig
of niet zichtbaar.
Doe het monster in een potje met PreservCyt-
oplossing.
Zie onderdeel D-5 in dit hoofdstuk
De celpellet is duidelijk rood of bruin,
wat duidt op de aanwezigheid van
bloed.
Wassen met de CytoLyt-oplossing
Zie onderdeel D-9 in dit hoofdstuk
Voeg 30 ml CytoLyt-oplossing toe
Concentreer door te centrifugeren
Giet het supernatant af en vortex om de
celpellet te resuspenderen
De celpellet is mucoïd
(niet vloeibaar).
Trek om de vloeibaarheid testen een
geringe hoeveelheid van het monster
in een pipet op en laat druppels in het
buisje terugvallen.
Als de druppels er sliertig of gelei-
achtig uitzien, moet het slijm verder
worden opgelost.
Wassen met de CytoLyt-oplossing
Zie onderdeel D-9 in dit hoofdstuk
Voeg 30 ml CytoLyt-oplossing toe
Meng mechanisch
Concentreer door te centrifugeren
Giet het supernatant af en vortex om de
celpellet te resuspenderen
ONDERDEEL
D-4
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.12
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
TOEVOEGEN VAN EEN MONSTER AAN EEN POTJE
MET PRESERVCYT-OPLOSSING
Bepaal de omvang van de celpellet en raadpleeg de tabel hieronder:
Aandachtspunten
Het type pipet dat u gebruikt, kan van invloed zijn op de concentratie van het monster dat aan het
potje met PreservCyt-oplossing wordt toegevoegd en zodoende ook op de hoeveelheid van het
monster. Hologic adviseert gebruik van standaard kunststof pipetten van 1 ml met schaalverdeling.
Als de mededeling "Sample Is Dilute" (lage celconcentratie) herhaaldelijk wordt weergegeven en er
nog een hoeveelheid monster in het monsterbuisje zit, verhoog dan het aantal druppels
geconcentreerd monster dat aan het potje wordt toegevoegd.
Ook kan de wijze waarop u het supernatant afgiet van invloed zijn op de concentratie van het monster.
Als het supernatant niet zo goed mogelijk wordt afgegoten, kunnen er meer druppels van het monster
nodig zijn. Het totale volume dat aan het potje wordt toegevoegd mag niet groter zijn dan 1 ml.
Omvang van de celpellet Procedure
De celpellet is
duidelijk zichtbaar
en heeft een
volume van
< 1 ml.
Plaats het centrifugebuisje in een vortexmixer om de cellen in
de achtergebleven vloeistof te resuspenderen of meng de
celpellet handmatig door die met een pipet afwisselend op te
trekken en uit te spuiten.
Breng 2 druppels van de pellet over naar een nieuw potje met
PreservCyt-oplossing.
De celpellet is heel
klein of niet
zichtbaar.
Giet de inhoud van een nieuw potje met PreservCyt-oplossing
(20 ml) in het buisje.
Vortex het buisje kort om de oplossing te mengen en giet het
hele monster terug in het potje van de PreservCyt-oplossing.
De celpellet heeft
een volume van
> 1 ml.
Voeg 1 ml CytoLyt-oplossing aan het buisje toe. Vortex kort om
de celpellet te resuspenderen. Breng
1 druppel
van het monster
over naar een nieuw potje met PreservCyt-oplossing.
ONDERDEEL
D-5
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.13
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
LAAT DE PRESERVCYT-OPLOSSING MET HET MONSTER
15 MINUTEN STAAN
Nadat het monster naar het potje met PreservCyt-oplossing is overgebracht, moet
het minstens 15 minuten in de oplossing blijven voordat het wordt verwerkt,
zodat het monster door de PreservCyt-oplossing kan worden gedesinfecteerd.
Zie Hoofdstuk 2, 'Oplossingen' voor meer informatie over de PreservCyt-oplossing.
UITVOEREN VAN EEN RUN OP DE THINPREP-PROCESSOR MET
VERWERKINGSCYCLUS N, DAARNA FIXEREN, KLEUREN EN BEOORDELEN
Nadat het monster 15 minuten met de PreservCyt-oplossing in aanraking is
geweest, kan het op de ThinPrep 2000-processor worden verwerkt. De gebruiker
laadt het instrument en selecteert het aangewezen nummer van de
verwerkingscyclus (verwerkingscyclus 'n') voor het monster dat moet worden
verwerkt, zoals dit is beschreven in DEEL 1: Hoofdstuk 5A, 'Gebruiksinstructies'.
Nadat het monster op de processor is verwerkt, fixeert en kleurt de gebruiker
het preparaat volgens de procedure die is beschreven in DEEL 1: Hoofdstuk 8,
'Fixatie, kleuring en insluiting'.
Nadat het preparaat is gekleurd en ingesloten, wordt het microscopisch
onderzocht door een cytologisch analist of door een patholoog. Als het preparaat
na microscopisch onderzoek ontoereikend blijkt te zijn, kan een ander preparaat
van het monster worden gemaakt volgens de procedures beschreven onder
"Problemen oplossen bij het prepareren van monsters" in onderdeel F van dit
hoofdstuk.
ONDERDEEL
D-6
ONDERDEEL
D-7
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.14
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
MECHANISCH MENGEN
Mucoïde monsters moeten krachtig in de CytoLyt-oplossing worden gemengd om het slijm op te
lossen. Door Hologic worden twee methoden voor mechanisch mengen aanbevolen:
Methode A:
Vortex het mengsel van CytoLyt-oplossing en monster minstens 5 minuten op
een handenvrije vortexmixer. De snelheid van de vortexmixer moet zo worden
ingesteld dat menging tot op de bodem van het buisje zichtbaar is.
Methode B:
Homogeniseer het mengsel van CytoLyt-oplossing en monster enkele seconden
met een blender.
Opmerking:
Omdat de consistentie van monsters kan verschillen, kan de tijd die nodig is voor het
mengen bij beide methoden in voorkomende gevallen korter of langer zijn.
Bij homogeniseren met een blender kan fragmentatie of ontwrichting van de
celstructuur optreden. Er moet niet te lang met een blender worden gehomogeniseerd.
Door minstens 5 minuten te vortexen na homogenisatie met een blender wordt slijm
verder opgelost.
ONDERDEEL
D-8
of
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.15
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
WASSEN MET CYTOLYT-OPLOSSING
Om het monster te wassen moet de CytoLyt-oplossing aan de celpellets worden toegevoegd. Een
wasstap met CytoLyt-oplossing
heeft de volgende effecten zonder de celmorfologie aan te tasten:
lyseert rode bloedcellen
lost slijm op
vermindert precipitatie van eiwit
Een
wasstap met CytoLyt-oplossing
bestaat uit de volgende deelstappen:
toevoegen van 30 ml CytoLyt-oplossing aan een celpellet
Alleen bij mucoïde monsters: mechanisch mengen
concentreren door te centrifugeren - 600 g x 10 minuten
afgieten supernatant en vortexen om de celpellet te resuspenderen
Eén
wasstap met CytoLyt-oplossing
is gewoonlijk toereikend om niet-gyn. monsters te zuiveren.
Voor mucoïde monsters met veel boed kunnen extra
wasstappen met CytoLyt-oplossing
noodzakelijk zijn.
Wanneer een monster bij afname met een CytoLyt-oplossing wordt verenigd in een mengverhouding
van minder dan 30 delen CytoLyt op 1 deel monster, wordt dit gezien als een
afnamestap
en niet als
een
wasstap
. Wanneer u bijvoorbeeld 15 ml monster afneemt en daaraan 30 ml CytoLyt-oplossing
toevoegt, bedraagt de verhouding CytoLyt:hoeveelheid monster slechts 2:1 en wordt dit gezien als
een afnamestap die nog door een
wasstap met CytoLyt-oplossing
moet worden gevolgd.
Raadpleeg Hoofdstuk 2, 'Oplossingen' voor meer informatie over de CytoLyt-oplossing.
ONDERDEEL
D-9
30 ml
ALLEEN
MUCOÏDE
MONSTERS
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.16
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
PROTOCOLLEN VOOR HET PREPAREREN VAN MONSTERS
De volgende protocollen zijn een beschrijving van de methoden voor het prepareren van
verschillende soorten monsters waaraan de voorkeur wordt gegeven. De methoden worden in
algemene bewoordingen beschreven. Zie onderdeel D van dit hoofdstuk voor meer gedetailleerde
informatie over elke stap. In onderdeel G staan oplossingen voor problemen bij het prepareren
van monsters.
ONDERDEEL
E
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.17
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
DUNNENAALDASPIRATIEBIOPTEN (FNA)
1.
Afname:
Doe het biopt bij afname direct in een CytoLyt-oplossing van 30 ml.
Als het biopt bij afname in een intraveneuze oplossing moet worden gedaan,
gebruik dan een evenwichtige elektrolytenoplossing.
Opmerking:
Spoel de naald en de spuit zo mogelijk met een steriele
antistollingsoplossing voordat het monster wordt geaspireerd.
Sommige antistollingsmiddelen kunnen andere technieken voor
het verwerken van cellen verstoren. Denk dus na wanneer u van
plan bent om het monster voor andere tests te gebruiken.
2. Concentreer door te centrifugeren – 600 g gedurende 10 minuten of
1.200 g gedurende 5 minuten.
3. Giet het supernatant af en vortex om de celpellet te resuspenderen
4. Beoordeel de celpellets op uiterlijke aspecten.
Zie pagina 1.11.
Als de celpellet niet vrij van bloed is, voeg dan 30 ml CytoLyt-oplossing
toe aan de celpellet en herhaal vanaf stap 2.
5. Voeg een geschikte hoeveelheid van het monster toe aan een potje met
PreservCyt-oplossing.
Zie pagina 1.12.
6. Laat de PreservCyt-oplossing met het monster 15 minuten staan.
7. Voer een run uit op de ThinPrep 2000-processor met verwerkingscyclus
2. Fixeren, kleuren en beoordelen.
ONDERDEEL
E-1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.18
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
MUCOÏDE MONSTERS
Mucoïde monsters kunnen ook uit de luchtwegen en het maag-darmkanaal afkomstig zijn.
1. Afname:
Doe het monster bij afname direct in een CytoLyt-oplossing van 30 ml. OF
Voeg zo snel mogelijk 30 ml CytoLyt-oplossing aan het verse monster toe.
Opmerking:
Omvangrijke monsters (meer dan 20 ml) moeten worden
geconcentreerd voordat er CytoLyt-oplossing aan het monster
wordt toegevoegd.
Optioneel: Als DTT wordt gebruikt bij mucoïde monsters uit de luchtwegen, moet de
stockoplossing worden toegevoegd voordat het het monster wordt
gemengd. Zie de instructies voor het prepareren op de volgende pagina.
2. Meng mechanisch.
Opmerking:
Vortex minimaal 5 minuten in een handenvrije vortexmixer.
3. Concentreer door te centrifugeren – 600 g gedurende 10 minuten of
1.200 g gedurende 5 minuten.
4. Giet het supernatant af en vortex om de celpellet te resuspenderen.
5. Beoordeel de celpellets op uiterlijke aspecten.
Zie pagina 1.11.
Controleer of de celpellet voldoende vloeibaar is. Als de celpellet
niet voldoende vloeibaar is, voeg dan 30 ml CytoLyt-oplossing toe
en herhaal de stappen 2-4.
6. Voeg een geschikte hoeveelheid van het monster toe aan een potje
met PreservCyt-oplossing.
Zie pagina 1.12.
ONDERDEEL
E-2
30 ml
of
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.19
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
Procedure voor het gebruik van dithiotreïtol (DTT) bij niet-gyn.
mucoïde monsters
DTT is een effectief reagens gebleken voor het verminderen van de hoeveelheid slijm in
monsters uit de luchtwegen.
12
DTT-stockoplossing
Prepareer een stockoplossing door 2,5 g DTT
3
aan 30 ml CytoLyt-oplossing
toe te voegen.
Deze oplossing is 1 week geschikt voor gebruik als die bij kamertemperatuur
(15 °C–30 °C) wordt bewaard.
Prepareren van het monster
Deze procedure is bedoeld voor de verwerking van niet-gyn. mucoïde monsters. Volg
de op de vorige pagina beschreven stappen voor het verwerken van mucoïde monsters.
Voeg na afname van het monster (stap 1) en voorafgaand aan het vortexen (stap 2) 1 ml
van de DTT-stockoplossing aan het monster toe.
Zet de verwerking voort volgens de resterende stappen zoals vermeld.
7. Laat de PreservCyt-oplossing met het monster 15 minuten staan.
8. Voer een run uit op de ThinPrep 2000-processor met
verwerkingscyclus 3. Fixeren, kleuren en beoordelen.
1. Tockman, MS et al., 'Safe Separation of Sputum Cells from Mucoid Glycoprotein' Acta Cytologica 39, 1128
(1995).
2. Tang, C-S, Tang CMC and Kung, TM, 'Dithiothreitol Homogenization of Prefixed Sputum for Lung
Cancer Detection', Diagn. Cytopathol. 10, 76 (1994).
3. Verkrijgbaar bij Amresco, verkoopafdeling bereikbaar op +1 800-448-4442 of www.amresco-inc.com.
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.20
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
LICHAAMSVLOEISTOFFEN
Lichaamsvloeistoffen zijn bijvoorbeeld sereuze effusies, urine en cerebrospinaal vocht.
1. Afname: Lichaamsvloeistoffen moeten vers worden afgenomen.
Opmerking:
Lichaamsvloeistoffen waaraan bij afname CytoLyt-
oplossing wordt toegevoegd moeten ook worden
gewassen met Cytolyt-oplossing voordat ze op het
instrument worden verwerkt.
Opmerking:
Voeg aan lichaamsvloeistoffen met veel bloed
(bv. pericardvocht) aanvankelijk slechts 10 ml verse
vloeistof toe.
Opmerking:
Bij afname van urine kan PreservCyt-oplossing worden
toegevoegd met gebruik van de ThinPrep
®
UroCyte-
urineafnamekit. (zie onderdeel F voor bijzonderheden).
2. Concentreer door te centrifugeren – 600 g gedurende 10 minuten
of 1.200 g gedurende 5 minuten.
3. Giet het supernatant af en vortex om de celpellet te
resuspenderen.
4. Was met de CytoLyt-oplossing.
5. Beoordeel de celpellets op uiterlijke aspecten.
Zie pagina 1.11.
Als de celpellet niet vrij van bloed is, voeg dan 30 ml CytoLyt-
oplossing toe aan de celpellet en herhaal vanaf stap 2.
ONDERDEEL
E-3
30 ml
ALLEEN
MUCOÏDE
MONSTERS
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.21
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
BORSTELINGEN EN AFSCHRAAPSELS VAN OPPERVLAKKIGE
MONSTERS
Borstelingen en afschraapsels van oppervlakkige monsters zijn onder meer monsters uit de
mondholte, tepelafscheiding, huidlaesies (Tzanck-test) en borstelingen van de ogen.
6. Voeg een geschikte hoeveelheid van het monster toe aan een
potje met PreservCyt-oplossing.
Zie pagina 1.12.
7. Laat de PreservCyt-oplossing met het monster 15 minuten
staan.
8. Voer een run uit op de ThinPrep 2000-processor met
verwerkingscyclus 2. Fixeren, kleuren en beoordelen.
1. Afname: Deponeer het monster direct in het potje met de
PreservCyt
®
-oplossing.
2. Schud het PreservCyt-monsterpotje voorzichtig om de inhoud
te mengen.
3. Laat de PreservCyt-oplossing met het monster 15 minuten staan.
4. Voer een run uit op de ThinPrep 2000-processor met
verwerkingscyclus 1. Fixeren, kleuren en beoordelen.
ONDERDEEL
E-4
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.22
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
MONSTERS VAN FIRSTCYTE
®
DUCTALE LAVAGE
Monsters die zijn afgenomen via FirstCyte ductale lavage.
1. Afname: Doe het monster bij afname direct in een buisje met 30 ml
CytoLyt-oplossing.
2. Concentreer door te centrifugeren - 600 g gedurende 10 minuten.
3. Giet supernatant af en resuspendeer de celpellet.
Het monster kan met een vortexmixer worden geresuspendeerd
of door de pellet afwisselend op te trekken en uit te spuiten met
een kunststof pipet.
4. Voeg PreservCyt-oplossing uit een potje met PreservCyt-
oplossing toe. Draai de dop stevig op het buisje en meng door
omkering zodat alle cellen worden geresuspendeerd.
5. Voeg een geschikte hoeveelheid van het monster toe aan een
potje met PreservCyt-oplossing.
Zie pagina 1.12.
Laat de PreservCyt-oplossing met het monster 15 minuten
staan.
6. Voer een run uit op de ThinPrep 2000-processor met
verwerkingscyclus 2, fixeren, kleuren en beoordelen.
ONDERDEEL
E-5
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.23
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
MONSTERS VOOR THINPREP
®
UROCYTE
®
Momenteel kunnen monsters die voor UroCyte worden geprepareerd niet op uw ThinPrep 2000-
processor worden verwerkt. Als u monsters voor UroCyte met dit systeem wilt verwerken, moet
u aanvullende software aanschaffen. Raadpleeg het onderdeel met bestelinformatie in deze
handleiding of bel de klantenservice op +1-508-263-2900 voor meer informatie.
(Voor gebruik bij verwerking van cytologische urinemonsters of moleculair onderzoek op basis
van preparaten.)
1. Afname. Gebruik bij het nemen van een urinemonster direct de ThinPrep
UroCyte-urineafnamekit
OF
verwerk een vers urinemonster.
Opmerking:
Verse urine kan met de PreservCyt
®
-oplossing worden gemengd in
een verhouding van 2 delen urine en 1 deel oplossing en maximaal
48 uur worden bewaard voordat het wordt verwerkt.
Opmerking:
Bij gebruik van de UroCyte-urineafnamekit mag de verhouding
van urine en PreservCyt-oplossing niet hoger zijn dan 2:1.
Als het volume van het urinemonster groter is dan 60 ml,
moet het overschot worden weggegoten. Voor de uitvoering
het Vysis
®
UroVysion-onderzoek is minimaal 33 ml urine nodig.
2. Concentreer door te centrifugeren
Verdeel het monster evenredig over twee centrifugebuisjes met 50 ml-
aanduiding.
Centrifugeer gedurende 10 minuten bij 600 g of 5 minuten bij 1.200 g.
3. Giet supernatant af en resuspendeer de celpellet.
Het monster kan met een vortexmixer worden geresuspendeerd of
door de pellet afwisselend op te trekken en uit te spuiten met een kunst-
stof pipet.
ONDERDEEL
F
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.24
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
4. Wassen met CytoLyt®-oplossing
Voeg 30 ml CytoLyt-oplossing toe aan het ene centrifugebuisje van 50 ml
en vortex het buisje. Breng de inhoud van dit buisje over naar het
tweede centrifugebuisje van 50 ml en vortex deze eveneens. Het monster
bevindt zich nu in één buisje van 50 ml. Het lege buisje kan bij het afval
worden gedaan.
Centrifugeer het monster.
Giet supernatant af.
Resuspendeer de celpellet.
5. Beoordeel de celpellet op uiterlijke aspecten.
Zie pagina 1.11.
Als de celpellet niet vrij van bloed is, voeg dan 30 ml CytoLyt-oplossing
toe aan de celpellet en herhaal vanaf stap 4.
6. Voeg het hele monster toe aan het potje met PreservCyt®-oplossing.
Laat de PreservCyt-oplossing met het monster 15 minuten staan.
7. Voer een run uit op de ThinPrep®2000-processor met verwerkingscyclus
5 (UroCyte).
Fixeer, kleur en beoordeel het cytologisch preparaat
OF
verricht molecu-
lair diagnostisch onderzoek volgens de gebruiksaanwijzing van de fabri-
kant.
30 ml
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.25
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
Instructies voor het gebruik van de ThinPrep UroCyte-urineafnamekit
Opmerking:
Het monsterafnamepotje heeft een blauwe dop. Het potje met PreservCyt-oplossing
heeft een witte dop.
1. Noteer de patiëntgegevens in de daarvoor bestemde plek op het
monsterafnamepotje.
2. Neem op de gebruikelijke manier een urinemonster. Als het volume van
het urinemonster groter is dan 60 ml, moet het overschot worden
weggegoten. Het totale volume van het urinemonster mag niet groter zijn
dan 60 ml.
Voor de uitvoering het Vysis
®
UroVysion-onderzoek is minimaal 33 ml
urine nodig.
3. Giet na het nemen van het urinemonster de PreservCyt-oplossing
voorzichtig in het monsterpotje met urine. Mors geen PreservCyt-
oplossing.
4. Draai de dop stevig op het monsterpotje om verlies van vloeistof te
voorkomen. (Draai de dop nog ca. 0,6 cm door nadat u de dop hebt
horen klikken.)
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.26
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
5. Doe het potje en absorberende doekjes in een zak voor materiaal dat een
biologisch risico vormt. Sluit de zak stevig af.
6. Bewaar het monster bij een temperatuur tussen 4 °C en 30 °C. Bewaren en
verzenden dient bij voorkeur te gebeuren met ijszakken (bijv. gelpacks in
polystyreen). Het monster moet binnen 48 uur worden verwerkt. Gebruik
voor het vervoer van het monster de procedures die gelden op uw
werkplek.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.27
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
PROBLEMEN OPLOSSEN BIJ HET PREPAREREN VAN MONSTERS
Omdat monsters biologische verschillen kunnen vertonen en de methoden voor het afnemen van
monsters kunnen verschillen, kan het zijn dat de standaard verwerking niet altijd meteen een
toereikend preparaat met een uniforme verdeling van cellen op het objectglaasje oplevert. Dit
onderdeel bevat instructies voor aanvullende verwerking van monsters om in bovengenoemde
gevallen in tweede instantie preparaten van een betere kwaliteit te verkrijgen.
Na de kleuring van het preparaat kunt u de volgende afwijkingen aantreffen:
Niet-uniforme verdeling van de cellen in het preparaatgebied, zonder dat de foutmelding
"Sample Is Dilute" (lage celconcentratie) is verschenen.
Ongelijkmatige verdeling van cellen in de vorm van een ring of "halo" van celmateriaal en/of
witte bloedcellen.
Het preparaatgebied bevat weinig cellen, de cellulaire component is ontoereikend en er
bevindt zich bloed, eiwit en ander storend materiaal. Bij dit type preparaat kan bij de
verwerking op de processor de foutmelding "Sample Is Dilute" zijn verschenen.
Opmerking:
Er is oordeelsvermogen en ervaring voor nodig om te bepalen of een preparaat al dan
niet toereikend is. Hologic adviseert gebruikers om de kwaliteit van een preparaat na
de kleuring te controleren. Mocht u van mening zijn dat het preparaat ontoereikend is,
gebruik dan de procedures in dit onderdeel om aanvullende preparaten te maken.
Let op:
Gebruik voor elk individueel preparaat een nieuw niet-gynaecologisch filter.
ONDERDEEL
G
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.28
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
Monsters met bloed of eiwit
Probleem Procedure
A. Is de foutmelding
"Sample Is Dilute" (lage
celconcentratie) verschenen
tijdens de verwerking?
1. Controleer of de cellulariteit toereikend is.
Zo niet, gebruik dan een grotere hoeveelheid
van de pellet indien beschikbaar.
Maak een preparaat met verwerkingscy-
clus 2.
B. Vertoont het preparaat een
duidelijke "halo" van
celmateriaal en/of witte
bloedcellen?
1. Verdun het monster, 20:1. Gebruik een
gekalibreerde pipet om 1 ml monster toe te
voegen aan een nieuw potje met PreservCyt-
oplossing. Maak een preparaat met
verwerkingscyclus 1.
Bel de technische ondersteuning van
Hologic als ook het nieuwe objectglaasje
een halo vertoont.
C. Bevat het preparaat weinig
cellen en bevat het bloed of
eiwit of niet-cellulair storend
materiaal?
1. Giet de inhoud van het PreservCyt-
monsterpotje in een centrifugebuisje.
Bel de technische ondersteuning
van Hologic.
2. Concentreer door te centrifugeren —
600 g gedurende 10 min. of 1.200 g
gedurende 5 min.
JA
NEE
JA
NEE
JA
NEE
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.29
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
3. Giet supernatant af en vortex om celpellet
te resuspenderen.
4. Als het monster bloed of niet-cellulair
storend materiaal bevat:
Maak een oplossing van 9 delen
CytoLyt-oplossing op 1 deel ijsazijn.
Voeg 30 ml van deze oplossing toe
aan de inhoud van het centrifugebuisje
met het monster.
Als het monster eiwit bevat:
Voeg 30 ml fysiologische zoutoplossing
toe aan de inhoud van het centrifuge-
buisje met het monster.
Probleem Procedure
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.30
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
5. Concentreer door te centrifugeren
600 g gedurende 10 minuten of 1.200 g
gedurende 5 minuten.
6. Giet supernatant af en vortex om celpellet
te resuspenderen.
7. Beoordeel de celpellet op uiterlijke
aspecten. Zie pagina 1.11.
Als de pellet bloed of eiwit bevat, her-
haal dan vanaf stap 4.
8. Voeg een geschikte hoeveelheid van het
monster toe aan een potje met
PreservCyt-oplossing.
Zie pagina 1.12.
9. Voer een run uit op de ThinPrep 2000-
processor met verwerkingscyclus 2.
Fixeren, kleuren en beoordelen.
10. Bel de technische ondersteuning van
Hologic als ook het nieuwe objectglaasje
te schaars is bezet.
Probleem Procedure
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.31
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
Mucoïde monsters
Probleem Procedure
A. Is de foutmelding
"Sample Is Dilute" (lage
celconcentratie) verschenen
tijdens de verwerking?
1. Controleer of de cellulariteit toereikend is.
Zo niet, gebruik dan een grotere
hoeveelheid van de pellet indien
beschikbaar. Maak een preparaat met
verwerkingscyclus 3.
B. Vertoont het preparaat
een duidelijke "halo"
van celmateriaal en/of witte
bloedcellen?
1. Verdun het monster, 20:1. Gebruik een
gekalibreerde pipet om 1 ml monster toe te
voegen aan een nieuw potje met
PreservCyt-oplossing. Maak een preparaat
met verwerkingscyclus 1.
Bel de technische ondersteuning van
Hologic als ook het nieuwe object-
glaasje een halo vertoont.
C. Bevat het preparaat weinig
cellen en bevat het slijm?
1. Giet de inhoud van het PreservCyt-
monsterpotje in een centrifugebuisje.
Bel de technische ondersteuning
van Hologic.
2. Concentreer door te centrifugeren
600 g gedurende 10 minuten of 1.200 g
gedurende 5 minuten.
JA
NEE
JA
NEE
JA
NEE
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.32
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
3. Giet supernatant af en vortex om
celpellet te resuspenderen.
4. Wassen met CytoLyt-oplossing
5. Beoordeel de celpellet op uiterlijke
aspecten.
Zie pagina 1.11.
Als de pellet slijm bevat, herhaal dan
vanaf stap 4.
6. Voeg een geschikte hoeveelheid van het
monster toe aan een potje met
PreservCyt-oplossing.
Zie pagina 1.12.
7. Voer een run uit op de ThinPrep 2000-
processor met verwerkingscyclus 2.
Fixeren, kleuren en beoordelen.
8. Bel de technische ondersteuning van
Hologic als ook het nieuwe objectglaasje
te schaars is bezet.
Probleem Procedure
30 ml
ALLEEN
MUCOÏDE
MONSTERS
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1.33
1
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
VEEL VOORKOMENDE ARTEFACTEN
Vaag chromatinepatroon van de celkern
Het chromatinepatroon van de celkern kan vervagen als fysiologische zoutoplossing, PBS of RPMI
worden gebruikt bij monsterafname. Dit probleem kan worden vermeden door een vers monster af
te nemen of door bij monsterafname de CytoLyt-oplossing of een evenwichtige
elektrolytenoplossing voor het monster te gebruiken. Zie onderdeel E-1 van dit hoofdstuk voor meer
bijzonderheden over vloeistoffen voor gebruik bij monsterafname.
"Halo"-artefact
In sommige gevallen kan het bij monsters met een hoge celconcentratie gebeuren dat alleen de
buitenrand van het celmateriaal op het filter naar het ThinPrep-objectglaasje wordt overgebracht,
waarbij er een "halo" of ring van celmateriaal op het objectglaasje wordt gevormd. Als het preparaat
niet toereikend is, kan er een tweede preparaat worden gemaakt nadat de procedures beschreven
onder "Problemen oplossen bij het prepareren van monsters" op de vorige pagina zijn uitgevoerd.
Compressie-artefact
De buitenrand van het preparaatgebied kan bij sommige monsters een artefact vertonen dat lijkt op
een artefact dat voorkomt bij droging aan de lucht. Dit artefact is echter niet door droging aan de
lucht veroorzaakt maar is het gevolg van compressie van cellen tussen de rand van het filter en het
glazen objectglaasje.
Kleuringsartefact
Sommige preparaten kunnen een kleuringsartefact vertonen dat weer lijkt op het artefact dat
voorkomt bij droging aan de lucht. Dit artefact doet zich voor als een rode of oranje kleuring in het
centrum van het preparaatgebied, hoofdzakelijk in celclusters of celgroepen. Dit artefact is ontstaan
doordat er bij de tegenkleuringen niet goed is gespoeld. Om dit artefact te voorkomen zijn baden van
verse alcohol of is er een extra spoelstap na de cytoplasmakleuring nodig.
Cilinderrand-artefact
Bij sommige preparaten kan er sprake zijn van een smalle rand celmateriaal net buiten de omtrek van
het preparaatgebied. Dat komt doordat cellen op de buitenrand van de natte filtercilinder naar het
glazen objectglaasje zijn overgebracht. Dit artefact kan duidelijker tot uitdrukking komen bij
monsters met een hoge celconcentratie omdat er zich in dat geval meer cellen zullen bevinden in de
vloeistof op de buitenrand van de cilinder.
PREPARATIE VAN NIET-GYNAECOLOGISCHE MONSTERS
1.34
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
1
METHODEN DIE BIJ HET OPLOSSEN VAN PROBLEMEN WORDEN TOEGEPAST
Verdunnen van het monster, 20 op 1
Voeg, om een monster dat in een PreservCyt-oplossing is gesuspendeerd te verdunnen, 1 ml van
het in de PreservCyt-oplossing gesuspendeerde monster toe aan een nieuwe potje met PreservCyt-
oplossing (20 ml). Dit kan het meest nauwkeurig worden gedaan met een gekalibreerde pipet.
U kunt ook eenvoudig de druppels die u uit een ongekalibreerde kunststof pipet laat vallen, tellen
als u weet hoeveel druppels overeenkomen met 1 ml. Tel om daar achter te komen het aantal
druppels PreservCyt-oplossing dat u uit die pipet laat vallen in een container met een bekend
volume. Deel nadat dit bekende volume is bereikt het aantal druppels dat u heeft laten vallen door
het volume (in ml) om het aantal druppels te krijgen dat overeenkomt met 1 ml. Gebruik hiervoor
wel de PreservCyt-oplossing en geen andere vloeistof, zodat het volume per druppel consistent is
met dat van de druppels van een in PreservCyt-oplossing gesuspendeerd monster.
Wassen met ijsazijn voor bloed en niet-cellulair storend materiaal
Als bij microscopisch onderzoek blijkt dat het monster veel bloed bevat, kan het opnieuw worden
gewassen met een oplossing van 9 delen CytoLyt-oplossing en 1 deel ijsazijn. Dit dient alleen te
worden gedaan nadat het monster al een keer in de PreservCyt-oplossing is geweest. Gebruik deze
oplossing niet direct bij verse monsters; de morfologie van de celkernen zou niet toereikend bewaard
kunnen blijven.
Wassen met fysiologische zoutoplossing voor eiwitten
Als bij microscopisch onderzoek blijkt dat het monster eiwit bevat, kan het opnieuw worden
gewassen met fysiologische zoutoplossing in plaats van met CytoLyt-oplossing. Dit dient alleen te
worden gedaan nadat het monster al een keer in de PreservCyt-oplossing is geweest. Gebruik deze
oplossing niet direct bij verse monsters; de morfologie van de celkernen zou niet toereikend bewaard
kunnen blijven.
2. Oplossingen
2. Oplossingen
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2.1
2
OPLOSSINGEN
Hoofdstuk 2
Oplossingen
INLEIDING
In de volgende onderdelen worden de functie en specificaties van de twee cytologische
conserveringsmiddelen beschreven: de PreservCyt
®
-oplossing en CytoLyt
®
-oplossing.
ONDERD
EEL
A
OPLOSSINGEN
2.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2
DE PRESERVCYT
®
-OPLOSSING
De PreservCyt-oplossing is een gebufferde oplossing op methanolbasis die is bestemd voor het
conserveren van cellen tijdens vervoer en het maken van een preparaat op de ThinPrep
®
2000-
processor.
Vervoer en bewaring van monsters in de PreservCyt-oplossing is ook noodzakelijk voor de
verwerkingsstappen op de ThinPrep-processor voor het maken van een preparaat. De PreservCyt-
oplossing is geoptimaliseerd voor de verwerkingsstappen op de ThinPrep-processor voor het maken
van een preparaat en kan niet door andere reagentia worden vervangen.
Verpakking
Raadpleeg het onderdeel
Bestelinformatie
van deze handleiding voor de onderdeelnummers en
gedetailleerde gegevens over het bestellen van oplossingen en benodigdheden voor het
ThinPrep 2000-systeem.
Bij elke ThinPrep-Pap-test worden potjes met PreservCyt-oplossing (20 ml) geleverd.
Samenstelling
De PreservCyt-oplossing bevat gebufferd methanol. De oplossing bevat geen reactieve bestanddelen.
De oplossing bevat ook geen werkzame bestanddelen.
Voorschriften voor bewaring
Bewaar de PreservCyt-oplossing bij een temperatuur tussen 15 °C en 30 °C. Niet gebruiken
na de uiterste gebruiksdatum die is afgedrukt op het potje.
Bewaar de PreservCyt-oplossing
met
een niet-gynaecologisch cytologisch monster
gedurende maximaal 3 weken bewaren bij een temperatuur tussen 4 °C en 37 °C.
De voorschriften voor bewaring van hoeveelheden PreservCyt-oplossing zijn afhankelijk van
plaatselijke voorschriften met betrekking tot de grootte en inrichting van uw voorziening.
Raadpleeg de handleiding voor bewaring van oplossingen aan het einde van dit hoofdstuk.
ONDERD
EEL
B
WAARSCHUWING:
Gevaar. De PreservCyt-oplossing bevat methanol. Toxisch
bij opname door de mond. Toxisch bij inademing. Veroorzaakt schade aan
organen. De toxiciteit kan niet worden opgeheven. Bij hitte, vonken, open vuur
en hete oppervlakken vandaan houden. De PreservCyt-oplossing kan niet
worden vervangen door andere oplossingen.
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2.3
2
OPLOSSINGEN
Vervoer
Zorg ervoor dat een potje met cellen in een PreservCyt-oplossing tijdens het vervoer stevig is
afgesloten. Breng de markering op de dop op één lijn met de markering op het potje om verlies van
oplossing te voorkomen, zoals afgebeeld in Afbeelding 2-1. Als de dop van het potje geen
markeringstreepje heeft, zorg er dan voor dat de dop goed is aangedraaid.
Afbeelding 2-1 Op één lijn brengen van de markering op de dop en het potje
De vervoerscategorie voor de PreservCyt-oplossing is:
"ontvlambare vloeistoffen, niet afzonderlijk genoemd, (methanol)" (alleen in de VS)
"ontvlambare vloeistoffen, toxisch, niet afzonderlijk genoemd (methanol)" (buiten de VS)
De vervoerscategorie voor de PreservCyt-oplossing met cellen is "diagnostisch monster".
Raadpleeg de handleiding voor vervoersvoorschriften en -aanbevelingen aan het einde van dit
hoofdstuk.
Stabiliteit
Gebruik de PreservCyt-oplossing niet na de uiterste gebruiksdatum op het etiket op het potje. Als er
meerdere preparaten worden gemaakt van een monster in eenzelfde potje, maak de preparaten dan
voordat de op dit potje vermelde uiterste gebruiksdatum is verstreken. Potjes waarvan de uiterste
gebruiksdatum is verstreken, moeten worden afgevoerd volgens de betreffende procedures van het
laboratorium. Raadpleeg ook de voorschriften voor bewaring (pagina 2.2) voor de
bewaringstermijnen van cellen.
WARNING: See Package Insert Before
SPecimen Collection.
NAME:
ID#:
3256723-46
Het streepje op de
dop en het potje
moeten in elkaars
verlengde liggen
of elkaar enigsz-
ins overlappen.
OPLOSSINGEN
2.4
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2
Behandeling/afvoer
Behandel al het materiaal dat chemicaliën bevat zorgvuldig overeenkomstig veilige werkwijzen voor
laboratoria. Er zijn extra voorzorgsmaatregelen op de reagenscontainer aangegeven als dat op grond
van de samenstelling van een reagens noodzakelijk is.
Voer de PreservCyt-oplossing af overeenkomstig de richtlijnen voor afvoer van gevaarlijk afval.
De PreservCyt-oplossing bevat methanol.
De PreservCyt-oplossing is getest met diverse micro-organismen en virussen. De volgende tabel
geeft de aanvangsconcentraties van levensvatbare micro-organismen en virussen en de concentratie
daarvan na 15 minuten in de PreservCyt-oplossing. De concentratie na 15 minuten in de vorm de
logaritmische afname. Er moeten zoals bij alle laboratoriumprocedures algemeengeldende
voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
* Na 1 uur logaritmische afname >4,7
** Na 1 uur logaritmische afname >5,7
*** Gegevens zijn voor 5 minuten
Stoffen die de werking verstoren
Het gebruik van glijmiddelen (bv. KY Jelly) voorafgaand aan het nemen van een monster moet
worden vermeden. Glijmiddelen kunnen zich aan het filtermembraan hechten, wat ten koste kan
gaan van de overbrenging van cellen naar het objectglaasje. Als gebruik van een glijmiddel
noodzakelijk is, moet dit in minimale hoeveelheden worden gebruikt.
Micro-organisme/virus Aanvangsconcentratie Logaritmische afname na
15 min.
Candida albicans 5,5 x 105 CFU/ml >4,7
Aspergillus niger* 4,8 x 105 CFU/ml 2,7
Escherichia coli 2,8 x 105 CFU/ml >4,4
Staphylococcus aureus 2,3 x 105 CFU/ml >4,4
Pseudomonas aeruginosa 2,5 x 105 CFU/ml >4,4
Mycobacterium tuberculosis** 9,4 x 105 CFU/ml 4,9
Konijnenpokkenvirus 6,0 x 106 PFU/ml 5,5***
Hiv-1 1,0 x 107,5 TCID50/ml 7,0***
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2.5
2
OPLOSSINGEN
DE CYTOLYT
®
OPLOSSING
De CytoLyt-oplossing is een gebufferde conserveringsoplossing op methanolbasis die is bestemd
voor het lyseren van rode bloedcellen, het voorkomen van eiwitprecipitatie, het oplossen van slijm
en het bewaren van de morfologische kenmerken van algemeen-cytologische monsters. De oplossing
is bedoeld voor gebruik tijdens het vervoer van monsters en voor gebruik bij de preparatie van
monsters voorafgaand aan de verwerking. De oplossing is niet bedoeld voor volledige inactivatie
van micro-organismen. In Hoofdstuk 1, 'Preparatie van niet-gynaecologische monsters' worden
de gebruikstoepassingen van de CytoLyt-oplossing gedetailleerd beschreven.
Verpakking
Raadpleeg het onderdeel
Bestelinformatie
van de gebruikershandleiding voor het ThinPrep 2000-
systeem voor de onderdeelnummers en gedetailleerde gegevens over het bestellen van oplossingen
en benodigdheden voor het ThinPrep 2000-systeem.
Doos met 4 flessen die elk 946 ml CytoLyt-oplossing bevatten
Een dispenserpomp die op de flessen kan worden geplaatst en per slag 30 ml vloeistof afgeeft
Doos met 80 centrifugebuisjes van 50 ml die elk 30 ml CytoLyt-oplossing bevatten
Doos met 50 monsterpotjes van 120 ml die elk 30 ml CytoLyt-oplossing bevatten
Samenstelling
De CytoLyt-oplossing bevat methanol en buffer.
Voorschriften voor bewaring
Bewaar de containers (zonder celmateriaal) bij een temperatuur tussen 15 °C en 30 °C.
Cellen blijven in een CytoLyt-oplossing 8 dagen bewaard bij kamertemperatuur; de beste
resultaten worden echter verkregen als monsters onmiddellijk voor verwerking naar het
laboratorium worden vervoerd. Deze bewaringstermijn van 8 dagen geldt voor monsters
met een verhouding CytoLyt-oplossing:monstermateriaal van minimaal 1:3.
De voorschriften voor bewaring van hoeveelheden CytoLyt-oplossing zijn afhankelijk van
plaatselijke voorschriften met betrekking tot de grootte en inrichting van uw voorziening.
Raadpleeg de handleiding voor bewaring van oplossingen aan het einde van dit hoofdstuk.
ONDERD
EEL
C
WAARSCHUWING:
Gevaar. De CytoLyt-oplossing bevat methanol. Schadelijk bij
opname door de mond. Schadelijk bij inademing. Veroorzaakt schade aan organen. De
toxiciteit kan niet worden opgeheven. Ontvlambare vloeistof en damp.
OPLOSSINGEN
2.6
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
2
Vervoer
Zorg ervoor dat de buisjes en monsterpotjes met CytoLyt-oplossing steeds stevig zijn afgesloten.
Breng de markering op de dop op één lijn met de markering op het potje om verlies van vloeistof
te voorkomen.
Stabiliteit
Gebruik de CytoLyt-oplossing niet na de uiterste gebruiksdatum op het verpakkingsetiket. Als er
meerdere potjes met PreservCyt-oplossing worden gemaakt met een eenzelfde container met een
monster in CytoLyt-oplossing, maak de preparaten dan voordat de uiterste gebruiksdatum op de
container met het monster is verstreken. Raadpleeg ook de voorschriften voor bewaring met
betrekking tot de bewaringstermijnen van cellen.
Behandeling/afvoer
Behandel al het materiaal dat chemicaliën bevat zorgvuldig overeenkomstig veilige werkwijzen
voor laboratoria.
WAARSCHUWING:
De CytoLyt-oplossing is niet bedoeld voor volledige
inactivatie van micro-organismen. Voer de CytoLyt-oplossing af volgens de
richtlijnen voor afvoer van materiaal met een biologisch risico. Neem de
voorzorgsmaatregelen voor biologische veiligheid die gelden voor de
omgang met verse monsters in acht.
Opslaghandleiding(2) voor ThinPrep® oplossingen(1)
AW-13654-1501 Rev. 001
De National Fire Protection Association (NFPA) is (in de VS) de deskundige gezagsinstantie die voor plaatselijke brandweerkorpsen
en instanties is belast met handhaving van brandveiligheidsvoorschriften. De NFPA fungeert als vraagbaak met betrekking tot
brandveiligheidsnormen en -voorschriften. De reglementen van de Association komen tot stand door een normontwikkelingsproces
op basis van consensus, dat de goedkeuring geniet van het American National Standards Institute. De NFPA-normen gelden als
richtlijn voor de meeste instanties die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van brandbeveiligingsvoorschriften. Omdat de
NFPA-normen als richtlijnen worden beschouwd, is het mogelijk dat uw plaatselijke/regionale vergunningverlenende instantie
daarvan in haar uiteindelijke afwegingen afwijkt. Het onderstaande samenvattingsschema is gebaseerd op richtlijnen voor
opslagvoorzieningen met standaard sprinklersystemen als brandbeveiliging. (3)
De NFPA-specificaties voor ThinPrep-producten worden vermeld in een tabel onder dit schema.
Pas dit schema toe bij het bepalen van uw maximumbegrenzingen voor de opslag van brandbare en licht-ontvlambare vloeistoffen.
Maximale hoeveelheden brandbare en licht-ontvlambare vloeistoffen in laboratoriumruimten buiten inpandige opslagruimten voor vloeistoffen(4)
Brandge-
vaarklasse
labruimte
Klasse
brandbare
en licht-
ontvlambare
vloeistoffen
NFPA-
code
Hoeveelheden in gebruik Hoeveelheden in gebruik en opslag
Max. per 100 ft2 (9,2 m2)
labruimte(5)
Max. hoeveelheid
per labruimte
Max. per 100 ft2 (9,2 m2)
labruimte(5)
Max. hoeveelheid
per labruimte
Gallon Liter Flacons(8) Gallon Liter Flacons(8) Gallon Liter Flacons(8) Gallon Liter Flacons(8)
A
(hoog)
I 45-2015 10 38 1900 480 1820 91.000 20 76 3800 480 1820 91.000
I, II, IIIA 45-2015 20 76 3800 800 3028 151.400 40 150 7500 1600 6060 303.000
B(6)
(middelmatig)
I 45-2015 5 19 950 300 1136 56.800 10 38 1900 480 1820 91.000
I, II, IIIA 45-2015 10 38 1900 400 1515 75.750 20 76 3800 800 3028 151.400
C(7)
(laag)
I 45-2015 2 7,5 375 150 570 28.500 4 15 750 300 1136 56.800
I, II, IIIA 45-2015 4 15 750 200 757 37.850 8 30 1500 400 1515 75.750
D(7)
(minimaal)
I 45-2015 1 4 200 75 284 14.200 2 7,5 375 150 570 28.500
I, II, IIIA 45-2015 1 4 200 75 284 14.200 2 7,5 375 150 570 28.500
Maximale hoeveelheden PreservCyt-oplossing (klasse IC) die per brandcompartiment(9) buiten speciaal beveiligde brandbare-stoffenkasten kunnen worden bewaard
Locatie NFPA-code Gallon Liter Flacons(8)
Opslagloods voor algemeen stukgoed(10)(12)(13) 30-2015 120 460 23.000
Opslagloods voor vloeistoffen(3,11) 30-2015 Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt
Praktijkruimte, inclusief onderzoekkamers 30-2015 10 38 1900
Toelaatbare hoeveelheden PreservCyt-oplossing voor opslag in opslagruimten voor vloeistoffen
Locatie NFPA-code Gallon Liter Flacons(8)
Maximaal toelaatbare opslaghoeveelheid per ft2 (0,09 m2) in inpandige opslagruimten met een
vloeroppervlak kleiner dan 150 ft2 (13,94 m2). 30-2015 5 19 950
Maximaal toelaatbare opslaghoeveelheid per ft2 (0,09 m2) in inpandige opslagruimten met
een vloeroppervlak groter dan 150 ft2 (13,9 m2) en kleiner dan 500 ft2 (46,4 m2). 30-2015 10 38 1900
(1)
Klasse-indeling van de oplossingen: PreservCyt: klasse IC; CytoLyt: klasse II; CellFyx: klasse IB.
(2) Dit overzicht is een door Hologic samengestelde samenvatting van de diverse voorschriften. Raadpleeg voor een volledig overzicht van de voorschriften de
documenten NFPA 30 en NFPA 45.
(3) Een opslagloods voor vloeistoffen moet zijn uitgerust met een sprinklersysteem dat overeenkomt met het als geschikt beschreven systeem in NFPA 30.
(4) Met ‘inpandige opslagruimten voor vloeistoffenwordt hier bedoeld opslagruimten die geheel binnen een gebouw besloten liggen en waarin geen van de wanden deel
uitmaakt van de buitenwanden van het pand.
(5) Een laboratoriumruimte is een ruimte omsloten door brandschermen overeenkomstig de NFPA 30 Flammable and Combustible Liquids Code.
(6) Verminder hoeveelheden met 50% voor laboratoriumruimten van klasse B die zich boven de 2e verdieping bevinden.
(7) Verminder hoeveelheden met 25% voor laboratoriumruimten van klasse C en D die zich op de 3e-5e verdieping van een gebouw bevinden en verminder hoeveelheden
met 50% voor laboratoriumruimten van klasse C en D die zich boven de 5e verdieping bevinden.
Opslaghandleiding(2) voor ThinPrep® oplossingen(1)
AW-13654-1501 Rev. 001
(8)
PreservCyt-flacons van 20 ml.
(9) Met ‘brandcompartimentwordt hier bedoeld een deel van een gebouw dat middels een brandwerende constructie met minstens 1 uur brandvertraging is afgescheiden
van de rest van het gebouw en waarvan alle toe- en uitgangsopeningen op de juiste wijze zijn beveiligd door een constructie met minstens 1 uur brandvertraging
overeenkomstig de NFPA 30 Flammable and Combustible Liquids Code.
(10) De toelaatbare hoeveelheden in een opslagloods kunnen worden vergroot door het aanleggen van een sprinklersysteem van een hogere kwaliteitsklasse dan de
standaardsystemen.
(11) Met ‘opslagloods voor vloeistoffenwordt hier bedoeld een afzonderlijk gebouw met of zonder direct belendende panden, dat wordt gebruikt voor handelingen en
bewerkingen samenhangend met opslag van vloeistoffen.
(12) Hoeveelheden mogen met 100% worden vergroot wanneer ze zijn opgeslagen in goedgekeurde opslagkasten voor ontvlambare vloeistoffen.
(13) Hoeveelheden mogen met 100% worden vergroot in gebouwen die volledig zijn uitgerust met een automatisch sprinklersysteem dat is geïnstalleerd in
overeenstemming met NFPA13, Standard for the Installation of Sprinkler Systems (Norm voor de installatie van sprinklersystemen).
Deze tabel vermeldt de NFPA-specificaties voor alle ThinPrep-producten.
ThinPrep-product
Gevaar voor de
gezondheid Ontvlambaarheidsgevaar Instabiliteitsgevaar Specifiek gevaar
ThinPrep PreservCyt-oplossing
2
3
0
n.v.t.
ThinPrep CytoLyt-oplossing
2
2
0
n.v.t.
ThinPrep CellFyx-oplossing
2
3
0
n.v.t.
ThinPrep-spoeloplossing
0
0
0
n.v.t.
ThinPrep-blauwoplossing
0
0
0
n.v.t.
ThinPrep-spoeloplossing II
2
3
0
n.v.t.
ThinPrep-blauwoplossing II
0
0
0
n.v.t.
ThinPrep Stain EA-oplossing
2
3
0
n.v.t.
ThinPrep Stain oranje-G-oplossing
2
3
0
n.v.t.
ThinPrep-kernkleuringsstof
2
0
0
n.v.t.
Pagina 1 van 7
AW-13653-1501 Rev. 001
Transportvereisten voor ThinPrep®-oplossingen
Bereik:
Deze vereisen betreffen het vervoer van:
Biologische monsters (patiëntmonsters) in ThinPrep®-oplossingen
Biologische monsters in andere dan ThinPrep®-oplossingen
Biologische monsters niet in oplossingen
ThinPrep® PreservCyt-oplossing zonder biologische monsters
ThinPrep® CytoLyt-oplossing zonder biologische monsters
Opmerking: Verzenders van gevaarlijke stoffen of gevaarlijke goederen moeten worden getraind volgens
de verschillende voorschriften inzake gevaarlijke stoffen/gevaarlijke goederen.
A. Transportvereisten voor het vervoer van patiëntmonsters uitsluitend in ThinPrep PreservCyt-
oplossing – Omgevingstemperatuur:
1. Patiëntmonsters/biologische stoffen (pathogenen) in ThinPrep PreservCyt-oplossing worden
door de oplossing geneutraliseerd of geïnactiveerd en vormen daardoor geen gevaar voor de
gezondheid meer. (Raadpleeg voor meer informatie hierover de gebruikershandleiding van
de ThinPrep 2000 of ThinPrep 5000.)
2. Voor materialen die zijn geneutraliseerd of geïnactiveerd gelden de vereisten van
Categorie B klasse 6, Divisie 6.2 niet.
3. Oplossingen die geneutraliseerde of geïnactiveerde pathogenen bevatten en voldoen aan de
criteria van een of meer andere gevarenrisico's, moeten worden vervoerd volgens de
transportvereisten voor dat gevarenrisico / die gevarenrisico's.
4. ThinPrep PreservCyt-oplossing geldt als een ontvlambare vloeistof bij binnenlands of
internationaal vervoer. Volg daarom de instructies in paragraaf C hieronder: Vervoer van
alleen ThinPrep® PreservCyt-oplossing (zoals van een laboratorium naar een arts).
B. Biologische monsters vervoeren in oplossingen (anders dan ThinPrep PreservCyt-oplossing)
of zonder oplossingen
Definities:
Biologische stof, categorie B: materialen die infectieuze stoffen bevatten of waarvan
wordt vermoed dat ze infectieuze stoffen bevatten, en die niet aan de criteria van
categorie A voldoen. De IATA-voorschriften voor gevaarlijke goederen zijn herzien met
ingang van 1 januari 2015. Opmerking: de term 'diagnostisch monster' is vervangen door
'biologische stof, categorie B'.
Monsters hiervan uitgezonderd: monsters met minimale waarschijnlijkheid dat er
pathogenen in aanwezig zijn (gefixeerd weefsel, enz.)
Transportvereisten categorie B of uitgezonderd2 – Omgevingstemperatuur:
1. Verpakking moet uit drie onderdelen bestaan:
a. een primaire recipiënt, lekdicht
b. secundaire verpakking, lekdicht
c. een harde buitenverpakking
Opmerkingen:
1. Wanneer biologische monsters worden vervoerd in een hoeveelheid oplossing van 30 ml
of minder, en verpakt zijn volgens deze richtlijnen, hoeft aan geen verdere eisen van de
voorschriften voor gevaarlijke materialen (gevaarlijke goederen) te worden voldaan.
Training wordt desalniettemin aanbevolen.1
Pagina 2 van 7
AW-13653-1501 Rev. 001
2. De primaire recipiënt mag niet meer dan 1 liter vloeibare stof bevatten (500 ml als FedEx wordt
gebruikt).
3. Indien meerdere breekbare primaire recipiënten in één secundaire verpakking worden geplaatst,
moeten ze afzonderlijk verpakt worden of gescheiden worden, om onderling contact te
verhinderen.
* Deze instructies vormen de interpretatie van Hologic van de diverse voorschriften vanaf de
ingangsdatum. Hologic is echter niet verantwoordelijk voor eventuele schendingen van de daadwerkelijke
voorschriften.
4. Tussen de primaire recipiënt en de secundaire verpakking moet absorberend materiaal worden
geplaatst. De hoeveelheid absorberend materiaal (katoen- of cellulosewatten, pakketjes
absorberend materiaal, papieren tissues) moet voldoende zijn om de volledige inhoud van de
primaire recipiënt(en) zodanig te absorberen dat eventueel vrijkomende vloeibare stof de
integriteit van het schokdempende materiaal of de buitenverpakking niet kan aantasten.
5. De buitenverpakking mag niet meer dan 4 liter of 4 kg materiaal bevatten. Deze hoeveelheid
geldt exclusief ijs, droogijs of vloeibare stikstof, indien dat gebruikt wordt om de monsters te
koelen.
6. Een puntsgewijze lijst van de inhoud moet worden ingesloten tussen de secundaire verpakking
en de buitenverpakking.
7. De verpakking moet een valtest van 1,2 meter hoogte doorstaan (paragraaf 6.6.1 van de IATA-
voorschriften).
8. Het UN3373-etiket moet op de buitenkant van de buitenverpakking zijn aangebracht (één zijde
van de buitenverpakking moet de minimale afmetingen 100 mm x 100 mm hebben voor FedEx
gelden minimale afmetingen van 177 mm x 101 mm x 50 mm) op een ondergrond met
contrasterende kleur en het etiket moet duidelijk zichtbaar en leesbaar zijn. Het etiket moet in de
vorm zijn van een ruit met zijden van ten minste 50 mm. De letters moeten ten minste 6 mm
hoog zijn.
9. De correcte transportbenaming 'Biological Substance, Category B' (Biologische stof,
categorie B) moet in letters van ten minste 6 mm hoog worden aangebracht op de
buitenverpakking naast het ruitvormige UN3373-etiket.
OPMERKINGEN:
FedEx accepteert geen klinische of diagnostische monsters in FedEx-enveloppen,
FedEx-kokers, FedEx-verpakkingen of FedEx-dozen.
FedEx accepteert wel klinische monsters in FedEx Clinical Paks.
3
Pagina 3 van 7
AW-13653-1501 Rev. 001
10. Indien u van FedEx gebruik maakt, moet de FedEx USA Luchtvrachtbrief, deel 6, Speciale
behandeling, worden ingevuld met informatie over gevaarlijke goederen/droogijs:
Bevat deze zending gevaarlijke goederen?
JA - verklaring van de verzender niet vereist
11. Op de buitenverpakking van alle diagnostische/klinische monsters moet het volgende worden
vermeld:
a. Naam en adres van de afzender
b. Naam en adres van de ontvanger
c. De woorden 'Biological Substance, Category B' (Biologische stof, categorie B)
d. Het UN 3373-etiket
Transportvereisten categorie B of uitgezonderd Ingevroren of gekoelde monsters:
OPMERKING: FedEx volgt de IATA-voorschriften voor het vervoer van gekoelde of ingevroren diagnostische
monsters.3
Volg alle verpakkingsvoorschriften voor categorie B of uitgezonderd Omgevingstemperatuur plus:
1. Plaats het ijs of het droogijs buiten de secundaire verpakking. Er dienen interne steunen te worden
geplaatst om de secundaire verpakking in de oorspronkelijke positie te houden nadat het ijs of het
droogijs is gesmolten of vervlogen. Als ijs wordt gebruikt, moet de buitenste verpakking of de
omverpakking lekdicht zijn. Als droogijs wordt gebruikt, moet de verpakking ontworpen en
vervaardigd zijn om CO2-gas te laten ontsnappen, om te verhinderen dat drukopbouw de verpakking
doet scheuren.
2. Bevestig altijd het droogijsetiket Klasse 9, UN 1845 en het etiket UN 3373, Biological Substance,
Category B (Biologische stof, categorie B) op dergelijke zendingen.
3. Indien u van FedEx gebruik maakt, moet de FedEx USA Luchtvrachtbrief, deel 6, Speciale
behandeling, worden ingevuld met informatie over gevaarlijke goederen/droogijs:
Bevat deze zending gevaarlijke goederen?
JA - verklaring van de verzender niet vereist
Geef het gewicht van het droogijs in kg op (indien van toepassing)
4. Op de buitenverpakking van alle diagnostische/klinische monsters moet het volgende worden
vermeld:
a. Naam en adres van de afzender
b. Naam en adres van de ontvanger
c. De woorden 'Biological Substance, Category B' (Biologische stof, categorie B)
d. Het UN 3373-etiket
e. Klasse 9-etiket, inclusief UN 1845, en nettogewicht indien met droogijs verpakt
Pagina 4 van 7
AW-13653-1501 Rev. 001
C. Vervoer van alleen ThinPrep® PreservCyt-oplossing (zoals van een laboratorium naar een arts)
Binnenlands wegvervoer - Beperkte hoeveelheden:
Aanbevelingen voor binnenlands wegvervoer - Beperkte hoeveelheden:
1. ThinPrep® PreservCyt-oplossing moet in flacons worden vervoerd.
2. Plaats de flacons in een stevige kartonnen doos van goede kwaliteit, zoals de ThinPrep®-doos
voor 250 flacons. Verpak de flacons zodanig dat er slechts minimale beweging van de
afzonderlijke flacons mogelijk is (voeg naar behoefte beschermend materiaal toe).
3. Markeer de verpakking als 'Flammable liquids, n.o.s., (Methanol Solution), 3, UN1993, Ltd. Qty.'
(Ontvlambare vloeistoffen, zonder nadere specificatie, (methanoloplossing), 3, UN1993, Beperkte
hoeveelheid), breng oriëntatiepijlen op de zijkanten aan en breng het etiket Limited Quantity
(Beperkte hoeveelheid) aan.
4. Vermeld 'UN1993, Flammable liquids, n.o.s., (Methanol Solution), 3, PGIII, Ltd. Qty' (UN1993,
Ontvlambare vloeistoffen, zonder nadere specificatie, (methanoloplossing), 3, PGIII, Beperkte
hoeveelheid) op de vervoersdocumenten.
Binnenlands wegvervoer - Andere dan beperkte hoeveelheden:
Bij het vervoer van verpakkingen die de 'Beperkte hoeveelheid' overschrijden:
1. Laat 'Ltd. Qty.' (Beperkte hoeveelheid) achterwege in de tekst op de verpakking of op de
vervoersdocumenten zoals hierboven aangegeven onder c en d in de paragrafen met
een beschrijving van de verzendcategorie B of uitgezonderd Omgevingstemperatuur en
categorie B of uitgezonderd Ingevroren of gekoelde monsters.
2. Breng een gevarenetiket aan dat verwijst naar klasse 3, 'Flammable Liquid' (Ontvlambare
vloeistof), op de buitenverpakking nabij de tekst zoals hierboven aangegeven onder 'c'.
Zie het etiketvoorbeeld op de laatste pagina van deze aanbevelingen.
3. Markeer de verpakking als 'Flammable liquids, n.o.s., (Methanol Solution), 3, UN1993, Net Qty.'
(Ontvlambare vloeistoffen, zonder nadere specificatie, (methanoloplossing), 3, UN1993, Netto
hoeveelheid).
Opmerkingen:
In de VS wordt ThinPrep® PreservCyt-oplossing ingedeeld als een ontvlambare vloeistof van
klasse 3, onder verpakkingsgroep III (PG III).
Volgens 49 CFR 173.150 (Limited Quantities) mag ThinPrep® PreservCyt-oplossing in flacons in
beperkte hoeveelheden over de weg worden vervoerd in een stevige doos. Het totale volume in
een verpakking mag niet meer bedragen dan 5 liter en niet meer wegen dan 30 kg. Beperkte
hoeveelheden zijn vrijgesteld van de voorschriften voor het aanbrengen van etiketten die
verwijzen naar de gevaren.
Pagina 5 van 7
AW-13653-1501 Rev. 001
Binnenlands luchtvervoer:
In aanvulling op 1 en 2 hierboven bij 'Binnenlands wegvervoer Andere dan beperkte hoeveelheden'
gelden de volgende aanbevelingen voor binnenlands luchtvervoer:
3. De maximaal toegestane pakketafmetingen zijn:
i. zestig (60) liter (3000 flacons) voor passagiersvliegtuigen, en
ii. tweehonderdtwintig (220) liter (11.000 flacons) voor vrachtvliegtuigen.
4. Afzonderlijke pakketten die in totaal meer dan zestig (60) liter (3000 flacons) bevatten
moeten duidelijk worden gemarkeerd als 'FOR CARGO AIRCRAFT ONLY' (UITSLUITEND
VOOR VRACHTVLIEGTUIGEN).
5. Elke hoeveelheid flacons die per vliegtuig wordt vervoerd, moet worden vervoerd in
een 4G-verpakking die door de Verenigde Naties (VN) is gecertificeerd (bijv. een doos
voor 250 flacons ThinPrep® PreservCyt-oplossing of gelijkwaardig).
6. Er moet een klasse 3-etiket 'Flammable Liquid' (Ontvlambare vloeistof) worden aangebracht
op de buitenverpakking nabij de woorden 'Flammable liquids, n.o.s., (Methanol Solution)'
(Ontvlambare vloeistoffen, zonder nadere specificatie, (methanoloplossing)).
Alle soorten binnenlands vervoer:
Hier volgen aanbevelingen voor al het binnenlandse weg- en luchtvervoer:
1. Indien de ThinPrep® PreservCyt-oplossing wordt vervoerd in een verpakking die ook
ongevaarlijk materiaal bevat, moeten de gevaarlijke stoffen als eerste worden vermeld, of
in een afwijkende kleur worden gedrukt (of geaccentueerd met een markeerstift) om deze
stoffen te onderscheiden van het ongevaarlijke materiaal.
2. Het totale volume ThinPrep® PreservCyt-oplossing en het aantal flacons moeten op de
vervoersdocumenten worden vermeld.
Internationaal wegvervoer - Beperkte hoeveelheden:
Voor internationaal vervoer wordt ThinPrep® PreservCyt-oplossing ingedeeld als een primair gevaar
van klasse 3 (Ontvlambare vloeistof) en met een secundair gevaar van klasse 6.1 (Giftig). Het wordt
onder verpakkingsgroep III (PG III) ingedeeld.
De bron die voor de aanbevelingen voor het internationale wegvervoer is gebruikt, is de ADR -
Europese overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg
(Verenigde Naties). Een 'beperkte hoeveelheid' wordt omschreven als een verpakking die maximaal
netto 5 liter bevat en niet meer dan 20 kg weegt. De aanbevelingen voor internationaal
wegvervoer luiden:
1. ThinPrep® PreservCyt-oplossing moet in flacons worden vervoerd.
2. Plaats de flacons in een stevige kartonnen doos van goede kwaliteit, zoals de Hologic-doos
voor 250 flacons. Verpak de flacons zodanig dat er slechts minimale beweging van de
afzonderlijke flacons mogelijk is (voeg naar behoefte beschermend materiaal toe).
Pagina 6 van 7
AW-13653-1501 Rev. 001
3. Markeer de verpakking als 'UN1992, Flammable liquids, toxic, n.o.s., (Methanol Solution),
3, 6.1, PGIII Ltd. Qty.' (UN1992, Ontvlambare vloeistoffen, giftig, zonder nadere specificatie,
(methanoloplossing), 3, 6.1, PGIII, Beperkte hoeveelheid), breng oriëntatiepijlen op de
zijkanten aan en breng het etiket 'Beperkte hoeveelheid' aan waarop een 'Y' staat.
4. De vervoersdocumenten moeten alle informatie bevatten zoals hierboven aangegeven bij '3'.
Internationaal wegvervoer Andere dan beperkte hoeveelheden:
1. Laat 'Ltd. Qty.' (Beperkte hoeveelheid) achterwege in de tekst op de verpakking of op de
vervoersdocumenten zoals hierboven aangegeven onder c en d.
Bevestig zowel een klasse 3-etiket 'Flammable Liquid' (Ontvlambare vloeistof) als een klasse 6.1
secundair etiket 'Toxic' (Giftig) op de verpakking naast de markeringen. Voorbeelden van de
etiketten vindt u op de laatste pagina van dit document.
Klasse 6.1-etiket voor secundair gevaar 'Toxic' (Giftig).
2. Markeer de verpakking als 'UN1992, Flammable liquids, toxic, n.o.s., (Methanol Solution),
3, 6.1, PGIII, Net. Qty' (UN1992, Ontvlambare vloeistoffen, giftig, zonder nadere specificatie,
(methanoloplossing), 3, 6.1, PGIII, netto hoeveelheid).
Internationaal luchtvervoer:
De voor de aanbevelingen voor internationaal luchtvervoer gebruikte bronnen zijn: in aanvulling op a
en b onder Internationaal wegvervoer hierboven gelden de volgende aanbevelingen voor
internationaal luchtvervoer:
1. De maximaal toegestane pakketafmetingen zijn:
i. zestig (60) liter (3000 flacons) voor passagiersvliegtuigen, en
ii. tweehonderdtwintig (220) liter (11.000 flacons) voor vrachtvliegtuigen.
2. Pakketten die in totaal meer dan zestig (60) liter bevatten moeten duidelijk worden gemarkeerd
als 'FOR CARGO AIRCRAFT ONLY' (UITSLUITEND VOOR VRACHTVLIEGTUIGEN).
3. Elke hoeveelheid flacons die per vliegtuig wordt vervoerd, moet worden vervoerd in een 4G-
verpakking die door de Verenigde Naties (VN) is gecertificeerd (bijv. een doos voor
250 flacons ThinPrep® PreservCyt-oplossing of gelijkwaardig). Verpak de flacons zodanig
dat er slechts minimale beweging van de afzonderlijke flacons mogelijk is (voeg naar
behoefte beschermend materiaal toe).
4. Een vrijstelling op basis van 'Beperkte hoeveelheid' kan alleen worden toegepast als de
verpakking een hoeveelheid van netto maximaal twee liter bevat.
Pagina 7 van 7
AW-13653-1501 Rev. 001
5. Bij het vervoer van een beperkte hoeveelheid is het vermelden van de specificaties van de
fabrikant van de verpakking niet vereist.
6. Markeer de verpakking als 'UN1992, Flammable liquids, toxic, n.o.s., (Methanol Solution),
3, 6.1, PGIII, Net. Qty.' (UN1992, Ontvlambare vloeistoffen, giftig, zonder nadere specificatie,
(methanoloplossing), 3, 6.1, PGIII, Netto hoeveelheid).
7. Wanneer een aanduiding 'Uitsluitend voor vrachtvliegtuigen' is vereist, moet deze worden
bevestigd op dezelfde zijde van de verpakking als en nabij de gevarenetiketten.
8. De verzender is verantwoordelijk voor het invullen van een formulier met verklaring voor de
verzending van gevaarlijke goederen (Shipper’s Declaration for Dangerous Goods).
D. Vervoer van alleen ThinPrep® CytoLyt-oplossing (zoals van een laboratorium naar een arts)
Binnenlands wegvervoer:
ThinPrep® CytoLyt-oplossing heeft een vlampunt van 42,8 °C. Uitsluitend voor binnenlands
wegvervoer mag een ontvlambare vloeistof met een vlampunt van 37,8 °C of hoger die niet in andere
gevarenklassen valt, heringedeeld worden als een brandbare vloeistof. Als zodanig is over de weg
vervoerde ThinPrep® CytoLyt-oplossing vrijgesteld van de voorschriften van het Amerikaanse
Department of Transportation (DOT) voor gevaarlijke stoffen.
Binnenlands luchtvervoer:
Voor het vervoer van ThinPrep® CytoLyt-oplossing per vliegtuig volgt u de aanbevelingen voor
binnenlands luchtvervoer voor alleen ThinPrep® PreservCyt-oplossing, die te vinden zijn in
paragraaf C van dit document.
Internationaal weg- en luchtvervoer:
Voor het weg- of luchtvervoer van ThinPrep® CytoLyt-oplossing volgt u de aanbevelingen voor
internationaal weg- of luchtvervoer voor alleen ThinPrep® PreservCyt-oplossing, die te vinden zijn in
paragraaf C van dit document.
E. Vervoer van ThinPrep® CytoLyt-oplossing met patiëntmonster (bijv. van een arts naar een
laboratorium)
Binnenlands vervoer:
ThinPrep® CytoLyt-oplossing met een patiëntmonster wordt geclassificeerd als een biologische stof,
categorie B. Volg de aanbevelingen in paragraaf B van dit document.
Internationaal vervoer:
ThinPrep® CytoLyt-oplossing met een patiëntmonster wordt geclassificeerd als een biologische stof,
categorie B. Volg de aanbevelingen in paragraaf A van dit document.
Bronvermelding:
49 CFR 100 to 185, Transportation
International Air Transport Association (IATA): Dangerous Good Regulations,
49th Edition, 2008, International Air Transportation Association (IATA)
International Civil Aviation Organization: (ICAO): Technical Instructions for the
Safe Transport of Dangerous Goods by Air
Voetnoten:
1. Zie Packing Instruction 650 in the IATA Dangerous Goods Regulations IATA Packing Instruction 650, Pointers on
Shipping: Clinical Samples, Diagnostic Specimens, and Environmental Test Samples, Document
30356FE, FedEx
Index
Index
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Index
.1
INDEX
Index
B
Benodigd materiaal 1.3
C
CytoLyt-oplossing
behandeling/afvoer 2.6
samenstelling 2.5
stabiliteit 2.6
verpakking 2.5
voorschriften voor bewaring 2.5
D
Dithiotreïtol (DTT) 1.19
Dop van het potje, op één lijn brengen 2.3
Dunnenaaldaspiratiebiopten 1.5, 1.17
F
Filtermembraan 2.4
FirstCyte ductale lavage 1.22
Fixatie 1.13
Fysiologische zoutoplossing 1.34
I
Ijsazijn 1.34
K
Kleuring 1.13
INDEX
Index
.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
L
Lichaamsvloeistof met veel bloed 1.20
Lichaamsvloeistoffen 1.20
M
Monsters van lichaamsvloeistoffen 1.6
Monsters voor Urocyte 1.23
Mucoïde monsters 1.5, 1.14, 1.18, 1.31
O
Oplossen van problemen 1.27, 1.34
Oppervlakkig monster 1.6, 1.21
Overbrenging van cellen 2.4
P
Plasma-Lyte 1.6
Polysol 1.6
PreservCyt-oplossing
behandeling/afvoer 2.4
samenstelling 2.2
stabiliteit 2.3
verpakking 2.2
vervoer 2.3
voorschriften voor bewaring 2.2
R
Rode bloedcellen 2.5
S
Sample is Dilute (lage celconcentratie) 1.28, 1.31
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Index
.3
INDEX
U
UroCyte-urineafnamekit 1.20
V
Verwerkingscyclus 1 1.21, 1.28, 1.31
Verwerkingscyclus 2 1.17, 1.21, 1.22, 1.28, 1.30, 1.32
Verwerkingscyclus 3 1.19, 1.31
Vloeistoffen voor gebruik bij monsterafname 1.33
W
Wassen met CytoLyt-oplossing 1.15
INDEX
Index
.4
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
Service-informatie
Service-informatie
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Service.1
SERVICE-INFORMATIE
Service-informatie
Postadres
Hologic, Inc., 250 Campus Drive, Marlborough, MA 01752 VS
Betalingsadres
Hologic, Inc., P.O. Box 3009, Boston, MA 02241-3009 VS
Kantooruren
De kantoren van Hologic zijn geopend van maandag tot en met vrijdag van 08.30 uur tot
17.30 uur (EST), met uitzondering van algemeen geldende vrije dagen.
Klantenservice
Bel voor het bestellen van producten en het plaatsen van bestellingen of wijzigen van staande
bestellingen naar Klantenservice, tijdens de kantooruren +1-800-442-9892 of +1-508-263-2900,
of fax uw bestelling ter attentie van de afdeling Klantenservice op +1-508-229-2795.
Neem voor servicecontracten tijdens kantooruren telefonisch contact op met Technical Support
op +1-800-442-9892 (vanuit de V.S.) of +1-508-263-2900 (internationaal).
Technische ondersteuning
Voor het beantwoorden van uw vragen over het ThinPrep
®
2000-systeem en daaraan verwant
gebruik zijn medewerkers van Technical Support en vertegenwoordigers van Cytology Applications
telefonisch bereikbaar op maandag tot en met vrijdag van 07.00 uur tot 19.00 uur (EST), met
uitzondering van algemeen geldende vrije dagen, op telefoonnummer +1-800-442-9892 of
+1-508-263-2900.
Retourzendingen
Neem voor retourzending samenhangend met garantieaanspraken contact op met Technical Support
op de telefoonnummers +1-800-442-9892 (vanuit de V.S.) of +1-508-263-2900 (internationaal) en leg
voor vragen met betrekking tot andere vormen van retourzending contact met Klantenservice.
SERVICE-INFORMATIE
Service.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
Bestelinformatie
Bestelinformatie
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Bestellen.1
BESTELINFORMATIE
Bestelinformatie
Postadres
Hologic, Inc., 250 Campus Drive, Marlborough, MA 01752 VS
Betalingsadres
Hologic, Inc., P.O. Box 3009, Boston, MA 02241-3009 VS
Kantooruren
De kantoren van Hologic zijn geopend van maandag tot en met vrijdag van 08.30 uur
tot 17.30 uur (EST), met uitzondering van algemeen geldende vrije dagen.
Bestelinformatie
Bel voor het bestellen van producten en het plaatsen van bestellingen of wijzigen van staande
bestellingen naar Klantenservice, tijdens de kantooruren +1-800-442-9892 of +1-508-263-2900,
of fax uw bestelling ter attentie van de afdeling Klantenservice op +1-508-229-2795.
Neem voor servicecontracten tijdens kantooruren telefonisch contact op met Technical Support
op +1-800-442-9892 (vanuit de V.S.) of +1-508-263-2900 (internationaal).
Betalingsvoorwaarden
30 dagen netto.
Verzending
Alle prijzen zijn F.O.B. (Free On Board [Franco aan boord]) Marlborough, Massachusetts, USA.
Artikelen die in voorraad zijn worden op de werkdag na plaatsing van de bestelling per UPS-
landvervoer verzonden.Op verzoek kan voor aflevering op de eerstvolgende dag of tweede dag na
de bestelling worden gezorgd.
PreservCyt
®
-oplossing en CytoLyt
®
-oplossing worden beschouwd als gevaarlijke stoffen en
luchtvrachtbedrijven garanderen geen aflevering van deze artikelen op de eerstvolgende of tweede
dag na de bestelling.Bestel deze producten daarom tijdig.
Technische ondersteuning
Voor het beantwoorden van uw vragen over het ThinPrep
®
2000-systeem en daaraan verwant
gebruik zijn medewerkers van Technical Support en vertegenwoordigers van Cytology Applications
telefonisch bereikbaar op maandag tot en met vrijdag van 08.30 tot 17.30 uur (EST), met uitzondering
van algemeen geldende vrije dagen, op telefoonnummer +1-800-442-9892 of +1-508-263-2900.
BESTELINFORMATIE
Bestellen.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Retourzendingen
Hologic accepteert geen retourzending van de volgende producten: PreservCyt-oplossing en
CytoLyt-oplossing. Hologic, Marlborough, Massachusetts, garandeert dat alle niet-retourneerbare
artikelen ten minste zes maanden voor de uiterste gebruiksdatum van het product worden geleverd.
Neem voor het retourneren van alle andere benodigdheden telefonisch contact op met
Klantenservice op +1-800-442-9892 (vanuit de V.S.) of +1-508-263-2900 (internationaal), voor
toewijzing van een retourautorisatienummer (RA-nummer). Zonder dit nummer worden
geretourneerde artikelen niet door Hologic geaccepteerd.
Neem voor retourzending samenhangend met garantieaanspraken contact op met Technical Support
op de telefoonnummers +1-800-442-9892 (vanuit de V.S.) of +1-508-263-2900 (internationaal) en leg
voor vragen met betrekking tot andere vormen van retourzending contact met Klantenservice.
Benodigdheden voor de ThinPrep® Pap-test (gynaecologische toepassing)
Artikel Beschrijving Bestelnummer
Kit voor de ThinPrep-Pap-test Materiaal voor 500 ThinPrep-Pap-tests
Bevat:
500 Potjes met PreservCyt-oplossing
voor gebruik met de ThinPrep-Pap-test
500 Filters (transparant) voor de ThinPrep-Pap-test
500 ThinPrep-objectglaasjes
500 Hulpmiddelen voor monsterafname
Samengesteld met:
500 Ecto-endocervicale borstels
500 Endocervicale borstels in combinatie met
kunststof spatels
70096-001
70096-003
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Bestellen.3
BESTELINFORMATIE
Kit voor de ThinPrep-Pap-test
(voor gebruik met het ThinPrep
Imaging System)
Materiaal voor 500 ThinPrep-Pap-tests
Bevat:
500 Potjes met PreservCyt-oplossing
voor gebruik met de ThinPrep-Pap-test
500 Filters (transparant) voor de ThinPrep-Pap-test
500 ThinPrep Imaging System
Objectglaasjes
500 Hulpmiddelen voor monsterafname
Samengesteld met:
500 Ecto-endocervicale borstels
500 Endocervicale borstels in combinatie met
kunststof spatels
70662-001
70662-003
ThinPrep-Pap-test
Kit voor de particuliere praktijk
Bevat:
500 Potjes met PreservCyt-oplossing voor
gynaecologisch gebruik
Samengesteld met:
500 Ecto-endocervicale borstels
500 Endocervicale borstels in combinatie met
kunststof spatels
70136-001
70136-002
ThinPrep-Pap-test
Kit voor het laboratorium
Bevat:
500 Filters (transparant) voor de ThinPrep-Pap-test
500 ThinPrep-objectglaasjes 70137-001
ThinPrep-Pap-test
Kit voor het laboratorium
(voor gebruik met het
ThinPrep Imaging System)
Bevat:
500 Filters (transparant) voor de ThinPrep-Pap-test
500 ThinPrep Imaging System
Objectglaasjes
70664-001
Kit met ecto-endocervicale bor-
stels
Bevat:
500 Ecto-endocervicale borstels
(20 zakjes met 25 borstels)
70101-001
Kit met endocervicale borstels in
combinatie met
kunststof spatels
Bevat:
500 Endocervicale borstels in combinatie met
kunststof spatels
(20 zakjes met 25 combinaties)
70124-001
Artikel Beschrijving Bestelnummer
BESTELINFORMATIE
Bestellen.4
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Benodigdheden voor de ThinPrep 2000-processor
* Het bestelnummer hangt af van de specifieke netvoedingsbehoeften van elk land. Neem contact op met
Hologic Klantenservice.
Artikel Beschrijving Bestelnummer
Filterhoudersamenstel 1 filterhouder met de afdichtingsringen in situ 71103-001
Afdichtingsringen voor de filterhouder 1 50038-008
Filter voor het afvalsysteem 1 50248-001
Gebruikershandleiding voor het
ThinPrep 2000-systeem
1 MAN-06366-1501
Afvalreservoirset (inclusief dop, slan-
gen, filter en aansluitingen)
1 74002-004
Kit met reserveslangen voor het afval-
systeem
2 op maat gesneden slangen voor vervanging
van een slang van het afvalsysteem
74023-001, ASY-10894
Hoogvacuüm-siliconenvet Tube met 150 g MTL-00485
Fixatiefpotjes 1 potje 70129-001
Multi-Mix® Racked Vortexor 1 *
Afgesloten cilinder 1 02559-001
Bodemvoering Verpakking met 4 stuks 70280-001
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Bestellen.5
BESTELINFORMATIE
Benodigdheden en oplossingen voor niet-gynaecologisch gebruik
Artikel Beschrijving Bestelnummer
PreservCyt-oplossing 20 ml in een potje van 60 ml
50 potjes per doos
946 ml in een fles van 950 ml
4 flessen per doos
70787-002
70406-002
CytoLyt-oplossing 946 ml in een fles van 950 ml
4 flessen per doos
30 ml in een centrifugebuisje van 50 ml
80 buisjes per doos
30 ml in een potje van 120 ml
50 potjes per doos
70408-002
0236080
0236050
Dispenserpomp 1 pomp voor 946 ml CytoLyt Fles
Een pompafgifte is ca. 30 ml.
50705-001
Niet-gynaecologische filters (blauw) Doos van 100 stuks 70205-001
Kit voor het ThinPrep UroCyte® systeem 100 ThinPrep UroCyte-filters
(geel)
100 UroCyte-objectglaasjes
2 verpakkingen met 50 PreservCyt-potjes
5 dozen met 20 ThinPrep UroCyte-urineaf-
namekits
71003-001
ThinPrep UroCyte-filters
(geel)
100 filters per bakje 70472-001
ThinPrep UroCyte-objectglaasjes 100 glaasjes per doos 70471-001
PreservCyt-potjes voor ThinPrep UroCyte 50 potjes per doos 70991-001
ThinPrep UroCyte-urineafnamekit 20 kits per doos 70908-001
Objectglaasjes zonder booglijnen
(voor IHC-kleuring)
Doos, 72 stuks 70126-002
Niet-gynaecologische objectglaasjes 100 glaasjes per doos 70372-001
BESTELINFORMATIE
Bestellen.6
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Injectieoplossingen verkrijgbaar bij
Baxter Healthcare Corporation +1-800-933-0303
Plasma-Lyte® A voor injectie
pH 7,4
500 ml 2B2543
Plasma-Lyte® A voor injectie
pH 7,4
1000 ml 2B2544
Veiligheidsinformatiebladen
Veiligheidsinformatiebladen
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
SDS.1
VEILIGHEIDSINFORMATIEBLADEN
Veiligheidsinformatiebladen
CytoLyt
®
oplossing
PreservCyt
®
oplossing
U kunt de veiligheidsinformatiebladen (SDS - Safety Data Sheets) voor elke oplossing opvragen bij
Hologic Technical Support of downloaden van www.hologicsds.com.
VEILIGHEIDSINFORMATIEBLADEN
SDS.2
Gebruikershandleiding voor het ThinPrep
®
2000-systeem
Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
Gebruikershandleiding
ThinPrep® 2000-processor
Hologic, Inc.
250 Campus Drive
Marlborough, MA 01752, VS
+1-508-263-2900
www.hologic.com
MAN-06366-1501 Rev. 001
Hologic BVBA
Da Vincilaan 5
1930 Zaventem
België
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222
  • Page 223 223
  • Page 224 224
  • Page 225 225
  • Page 226 226
  • Page 227 227
  • Page 228 228
  • Page 229 229
  • Page 230 230
  • Page 231 231
  • Page 232 232
  • Page 233 233
  • Page 234 234
  • Page 235 235
  • Page 236 236
  • Page 237 237
  • Page 238 238
  • Page 239 239
  • Page 240 240
  • Page 241 241
  • Page 242 242
  • Page 243 243
  • Page 244 244
  • Page 245 245
  • Page 246 246
  • Page 247 247
  • Page 248 248
  • Page 249 249
  • Page 250 250
  • Page 251 251
  • Page 252 252
  • Page 253 253
  • Page 254 254
  • Page 255 255
  • Page 256 256
  • Page 257 257
  • Page 258 258
  • Page 259 259
  • Page 260 260
  • Page 261 261
  • Page 262 262
  • Page 263 263
  • Page 264 264
  • Page 265 265
  • Page 266 266
  • Page 267 267
  • Page 268 268
  • Page 269 269
  • Page 270 270
  • Page 271 271
  • Page 272 272
  • Page 273 273
  • Page 274 274
  • Page 275 275
  • Page 276 276
  • Page 277 277
  • Page 278 278
  • Page 279 279
  • Page 280 280
  • Page 281 281
  • Page 282 282
  • Page 283 283
  • Page 284 284
  • Page 285 285
  • Page 286 286
  • Page 287 287
  • Page 288 288
  • Page 289 289
  • Page 290 290
  • Page 291 291
  • Page 292 292
  • Page 293 293
  • Page 294 294
  • Page 295 295
  • Page 296 296
  • Page 297 297
  • Page 298 298
  • Page 299 299
  • Page 300 300
  • Page 301 301

Hologic ThinPrep 2000 Processor de handleiding

Type
de handleiding