Rauch AXENT 100.1 Handleiding

Categorie
Accessoires voor het maken van koffie
Type
Handleiding
AXENT
Gebruikershandleiding
100.1
Vóór inbedrijfstelling
zorgvuldig
doorlezen!
Bewaren voor toekomstig
gebruik
Deze gebruiksaanwijzing/
montagehandleiding is een deel van de
machine. Leveranciers van nieuwe en
gebruikte machines zijn verplicht om
schriftelijk te documenteren dat de
gebruiksaanwijzing/ montagehandleiding
met de machine geleverd en aan de klant
overhandigd werd.
5903083-b-nl-0923
Oorspronkelijke
gebruiksaanwijzing
Voorwoord
Geachte klant,
Met de aankoop van de grote strooier van de serie AXENT heeft u vertrouwen in ons product
getoond. Hartelijk dank! Dit vertrouwen willen wij rechtvaardigen. U hebt een krachtige en
betrouwbare machine gekocht.
Mochten er tegen de verwachting in problemen optreden: onze klantenservice staat altijd voor u
klaar.
Wij verzoeken u deze gebruiksaanwijzing vóór inbedrijfstelling van de grote strooier
zorgvuldig door te lezen en goed nota te nemen van de aanwijzingen.
De gebruiksaanwijzing geeft u uitvoerig uitleg over de bediening en geeft u waardevolle
aanwijzingen voor de montage, het onderhoud en de verzorging.
In deze gebruiksaanwijzing kunnen ook uitrustingen zijn beschreven die niet tot de uitrusting van
uw machine horen.
Wij wijzen u erop dat voor schade die ontstaat uit bedieningsfouten of ondeskundige toepassing,
geen garantieclaims kunnen worden erkend.
Vul hier het type en serienummer en het bouwjaar van uw machine in.
Deze informatie kunt u aflezen op het typeplaatje resp. op het frame.
Vermeld bij bestelling van reserveonderdelen, speciale uitbreidingsuitrusting of
reclamaties altijd deze gegevens.
Type: Serienummer: Bouwjaar:
Technische verbeteringen
Wij streven ernaar onze producten voortdurend te verbeteren. Daarom behouden wij ons het recht
voor om zonder voorafgaande aankondiging alle verbeteringen en veranderingen die wij aan onze
apparaten nodig achten, uit te voeren, echter zonder ons daartoe te verplichten deze verbeteringen
of veranderingen op reeds verkochte machines over te brengen.
Mocht u nog vragen hebben, dan beantwoorden wij die graag.
Met vriendelijke groeten,
RAUCH Landmaschinenfabrik GmbH
Inhoudsopgave
1 Gebruik volgens de voorschriften 7
2Aanwijzingen voor de gebruiker 8
2.1 Over deze gebruiksaanwijzing 8
2.2 Opbouw van de gebruiksaanwijzing 8
2.3 Aanwijzingen voor de tekstweergave 9
2.3.1 Handleidingen en instructies 9
2.3.2 Opsommingen 9
2.3.3 Verwijzingen 9
3Veiligheid 10
3.1 Algemene aanwijzingen 10
3.2 Betekenis van de waarschuwingen 10
3.3 Algemene informatie over de veiligheid van de machine 11
3.4 Aanwijzingen voor de exploitant 12
3.4.1 Kwalificatie van het personeel 12
3.4.2 Instructie 12
3.4.3 Ongevallenpreventie 12
3.5 Aanwijzingen voor de gebruiksveiligheid 12
3.5.1 Machine parkeren 13
3.5.2 De machine vullen 13
3.5.3 Controles vóór de inbedrijfstelling 13
3.5.4 Gevarenzone 13
3.5.5 Lopend bedrijf 14
3.5.6 Wielen en remmen 14
3.6 Gebruik van meststof, slakkenkorrels en kalk 15
3.7 Hydraulisch systeem 15
3.8 Onderhoud en reparatie 16
3.8.1 Kwalificatie van het onderhoudspersoneel 16
3.8.2 Slijtageonderdelen 17
3.8.3 Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden 17
3.9 Verkeersveiligheid 17
3.9.1 Controle vóór aanvang van de rit 18
3.9.2 Transportrit met de machine 18
3.10 Veiligheidsinrichtingen, waarschuwingen en instructies 19
3.10.1 Locatie van de veiligheidsinrichtingen en van de waarschuwingen en instructies 19
3.10.2 Functie van de veiligheidsinrichtingen 23
3.11 Stickers waarschuwingen en instructies 23
3.11.1 Stickers waarschuwingen 24
3.11.2 Stickers met instructies 26
3.12 Typeplaat en machine-aanduiding 28
3.13 Verlichtingsinstallatie, reflectoren aan voorkant, zijkant en achterkant 29
4Machinegegevens 30
4.1 Fabrikant 30
4.2 Beschrijving van de machine 30
Inhoudsopgave
AXENT 100.1 5903083 3
4.2.1 Moduleoverzicht 31
4.3 Technische gegevens 35
4.3.1 Technische gegevens basisversie 36
4.3.2 Technische gegevens meststrooiwerk 39
4.3.3 Technische gegevens universeel strooiwerk 40
4.3.4 Wielen en banden 40
4.4 Speciale uitrusting 42
4.4.1 Speciale uitvoeringen voor de grote strooier 43
4.4.2 Speciale uitrustingen voor het universele strooiwerk 43
4.4.3 Speciale uitrustingen voor het meststrooiwerk 43
5Transport zonder tractor 45
5.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen 45
5.2 Be- en ontladen, parkeren 45
6Inbedrijfstelling 46
6.1 Overname van de machine 46
6.2 Informatie over registratie en bedrijfsvergunning 46
6.3 Trekkervereisten 47
6.4 Eindstop van de stuuras aanpassen aan de wielmaat 48
6.5 Aftakas aan de machine monteren 48
6.6 Machine aanbouwen aan de tractor 51
6.6.1 Voorwaarden 51
6.6.2 Kogelkoppeling 53
6.6.3 Hitch-koppeling 54
6.6.4 Trekoog Ø40 54
6.6.5 Gyroscoop van de stuurpenbesturing monteren 54
6.6.6 Aftakas aanbouwen aan de tractor 55
6.6.7 Reminstallatie 56
6.6.8 Parkeerrem ontkoppelen 58
6.6.9 Overige verbindingen aansluiten 58
6.6.10 Hydraulisch systeem 58
6.7 Strooiwerk aanbouwen aan de machine 59
6.7.1 Voorwaarden 59
6.7.2 Vulzeef demonteren 60
6.7.3 Scheidingsplaat demonteren 61
6.7.4 Scheidingsplaat monteren 61
6.7.5 Vulzeef monteren 63
6.7.6 Aanbouw van het strooiwerk 66
6.7.7 Verbindingen aansluiten 68
6.8 Strooiwerk ombouwen 69
6.9 Machine vullen 71
6.10 Vulpeil controleren 72
6.11 Camera voor achteruitrijbeveiliging 75
7Strooibedrijf 77
7.1 Algemene aanwijzingen 77
7.2 Afdekkap sluiten 78
7.3 Snelheid van de transportband instellen 80
Inhoudsopgave
45903083 AXENT 100.1
7.4 Meststof strooien 80
7.4.1 Verloop van het strooibedrijf 80
7.4.2 Aanwijzingen bij de strooitabel 81
7.4.3 Machine via de ISOBUS-terminal instellen 82
7.4.4 Werkbreedte instellen 84
7.4.5 Afgiftepunt instellen 87
7.4.6 Strooihoeveelheid instellen 88
7.4.7 Strooien op de kopakker 88
7.4.8 Zijwaarts ten opzichte van de helling strooien 91
7.5 Droge organische meststof en kalk strooien 92
7.5.1 Verloop van het strooibedrijf 92
7.5.2 Afgiftepunt instellen 93
7.5.3 Machine instellen voor het kalk strooien 95
7.6 Restvolumelediging 96
7.6.1 Veiligheidsaanwijzingen 96
7.6.2 Machine leegmaken 97
7.7 Machine parkeren en ontkoppelen 97
8Storingen en mogelijke oorzaken 100
9Onderhoud en reparatie 102
9.1 Veiligheid 102
9.2 Machine reinigen 106
9.2.1 Lagers van de geleiderollen reinigen 106
9.2.2 Reinigingswater aftappen 107
9.2.3 Spatborden en wielen reinigen 108
9.3 Smeerschema 109
9.3.1 Smeerpunten basismachine 109
9.3.2 Smeerpunten remaslagering 111
9.3.3 Smeerpunten wielnaaflagering 112
9.3.4 Smeerpunten remhendel 113
9.3.5 Smeerpunten stuuras 114
9.3.6 Smeerpunten meststrooiwerk 114
9.3.7 Smeerpunten universeel strooiwerk 115
9.4 Slijtageonderdelen en schroefverbindingen 116
9.4.1 Slijtageonderdelen controleren 116
9.4.2 Boutverbindingen controleren 116
9.5 Elektrische installatie, elektronica 117
9.6 Hydraulisch systeem 119
9.6.1 Hydraulische slangen controleren 120
9.6.2 Hydraulische slangen vervangen 120
9.6.3 Stikstofreservoirs 121
9.6.4 Hydraulisch blok 121
9.6.5 Hydraulische cilinders voor de regelfuncties 122
9.6.6 Transportbandaandrijving controleren 123
9.6.7 Olie verversen en oliefilter vervangen 123
9.7 Eindstop van de stuuras aanpassen aan de wielmaat 126
9.8 Werking van de ashoeksensor controleren 127
Inhoudsopgave
AXENT 100.1 5903083 5
9.9 Strooischijven van het meststrooiwerk vervangen 128
9.10 Strooischijven van het universele strooiwerk vervangen 128
9.10.1 Strooischijven demonteren 128
9.10.2 Strooischijven monteren 129
9.11 Koppeling 130
9.12 Instelling van de disselvering 130
9.13 Instelling van de transportband 134
9.13.1 Positie van de transportband afstellen 134
9.13.2 Spanning van de transportband instellen 136
9.14 Bandschraper bijstellen 137
9.15 Onderstel en remmen 139
9.15.1 Toestand en werking van het remsysteem controleren 139
9.15.2 Lege slag van de remhendel controleren 140
9.15.3 Luchtreservoir ontwateren 141
9.15.4 Remblok controleren 142
9.16 Wielen en banden 142
9.16.1 Banden controleren 142
9.16.2 Toestand van de wielen controleren 143
9.16.3 Lagerspeling van de wielnaven controleren 143
9.16.4 Wiel vervangen 143
9.16.5 Remberekening controleren 144
9.17 Bergen van de machine 146
10 Voorbereiding voor de winter en conservering 147
10.1 Veiligheid 147
10.2 Machine wassen 148
10.3 Machine conserveren 148
11 Afvoer 149
11.1 Veiligheid 149
11.2 Machine afvoeren 149
12 Appendix 150
12.1 Tabel met aandraaimomenten 150
13 Garantie en vrijwaring 157
Inhoudsopgave
65903083 AXENT 100.1
1 Gebruik volgens de voorschriften
De grote strooiers van de serie AXENT enkel overeenkomstig de aanwijzingen in deze
gebruiksaanwijzing gebruiken.
De grote strooiers van de serie AXENT zijn gebouwd voor gebruik volgens bestemming en mogen
uitsluitend worden gebruikt voor de hieronder beschreven punten.
De grote strooiers van de serie AXENT zijn dankzij een meststrooier geschikt voor het strooien
van droge, korrelige en kristallijne meststoffen, zaaigoed en slakkenkorrels.
De grote strooiers van de serie AXENT zijn dankzij een universele strooier geschikt voor het
strooien van droge organische meststoffen en poedervormige kalk.
De machine is bestemd voor bediening door een persoon en voor het aanhangen aan een
trekmachine die aan de vereisten conform deze gebruiksaanwijzing voldoet.
De grote strooier wordt in de volgende hoofdstukken “machine” genoemd.
Elk gebruik dat verder gaat dan deze bepalingen wordt beschouwd als niet volgens de voorschriften.
Voor hieruit resulterende schade kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. Het risico ligt
uitsluitend bij de gebruiker.
Bij het gebruik volgens de voorschriften hoort ook het naleven van de door de fabrikant
voorgeschreven bedienings-, onderhouds- en servicebepalingen. Als reserveonderdelen alleen
RAUCH originele reserveonderdelen van de fabrikant gebruiken.
De machine mag alleen worden gebruikt, onderhouden en gerepareerd door personen die vertrouwd
zijn met de eigenschappen van de machine en op de hoogte zijn van de gevaren.
De aanwijzingen met betrekking tot de werking, het onderhoud en een veilige omgang met de
machine zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing, en de vorm van de waarschuwingen en
waarschuwingstekens op de machine zoals aangegeven door de fabrikant, moeten tijdens het gebruik
van de machine worden opgevolgd. De toepasselijke voorschriften ter voorkoming van ongevallen en
de overige algemeen erkende veiligheidstechnische, bedrijfsgeneeskundige en verkeersregels
moeten bij het gebruik van de machine worden opgevolgd.
Eigenmachtige veranderingen aan de machine zijn niet toegestaan. Voor uit de veranderingen
resulterende schade kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld.
nTe voorziene onjuiste toepassing
De fabrikant wijst door middel van de op de machine aangebrachte waarschuwingen en
waarschuwingstekens op te voorziene foutieve toepassingen. Neem altijd goed nota van deze
waarschuwingen en waarschuwingstekens. Zo voorkomt u dat de machine op een wijze gebruikt
wordt die niet conform de gebruiksaanwijzing is.
1. Gebruik volgens de voorschriften
AXENT 100.1 5903083 7
2 Aanwijzingen voor de gebruiker
2.1 Over deze gebruiksaanwijzing
Deze gebruiksaanwijzing is bestanddeel van de machine.
De gebruiksaanwijzing bevat belangrijke aanwijzingen voor een veilig, deskundig en economisch
gebruik en onderhoud van de machine. Het naleven ervan helpt gevaren te vermijden,
reparatiekosten en uitvaltijden te verminderen en de betrouwbaarheid en levensduur van de ermee
bestuurde machine te verhogen.
De gehele documentatie, bestaande uit deze gebruiksaanwijzing en alle leveranciersdocumentatie,
binnen handbereik op de plaats van inzet van de machine (bijv. in de tractor) bewaren.
Bij verkoop van de machine de gebruiksaanwijzing eveneens worden doorgeven.
De gebruiksaanwijzing richt zich tot de gebruiker van de machine en diens bedienings- en
onderhoudspersoneel. Elke persoon die belast is met de volgende werkzaamheden aan de machine,
moet ze lezen, begrijpen en toepassen:
• bediening,
onderhoud en reiniging,
verhelpen van storingen.
Neem in het bijzonder het volgende in acht:
het hoofdstuk ‘Veiligheid’;
de waarschuwingen in de tekst van de afzonderlijke hoofdstukken.
De gebruiksaanwijzing vervangt niet uw eigen verantwoordelijkheid als exploitant en
bedieningspersoneel van de machinebesturing.
2.2 Opbouw van de gebruiksaanwijzing
De gebruiksaanwijzing is verdeeld in zes inhoudelijke zwaartepunten:
Aanwijzingen voor de gebruiker
• Veiligheidsaanwijzingen
• Machinegegevens
Instructies voor de bediening van de machine
Aanwijzingen voor het herkennen en verhelpen van storingen
Onderhouds- en reparatievoorschriften
2. Aanwijzingen voor de gebruiker
85903083 AXENT 100.1
2.3 Aanwijzingen voor de tekstweergave
2.3.1 Handleidingen en instructies
Door bedieningspersoneel uit te voeren handelingen zijn als volgt weergegeven.
uHandelingsinstructie stap 1
uHandelingsinstructie stap 2
2.3.2 Opsommingen
Opsommingen zonder dwingende volgorde zijn als lijst met opsommingspunten weergegeven:
Eigenschap A
Eigenschap B
2.3.3 Verwijzingen
Verwijzingen naar andere tekstpassages in het document zijn weergegeven met paragraafnummer,
titeltekst resp. paginavermelding:
Voorbeeld: Neem ook in acht 3 Veiligheid
Verwijzingen naar andere documenten zijn weergegeven als aanwijzing of instructie zonder
nauwkeurige hoofdstuk- of paginavermeldingen:
Voorbeeld: Neem de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de aftakas in acht.
2. Aanwijzingen voor de gebruiker
AXENT 100.1 5903083 9
3 Veiligheid
3.1 Algemene aanwijzingen
Het hoofdstuk Veiligheid bevat fundamentele waarschuwingen, werk- en
verkeersveiligheidsvoorschriften voor de omgang met de aangebouwde machine.
Het opvolgen van de aanwijzingen in dit hoofdstuk is van fundamenteel belang voor een veilige
omgang met en een storingsvrij gebruik van de machine.
Bovendien zijn in de andere hoofdstukken van deze gebruiksaanwijzing verdere waarschuwingen te
vinden, die u eveneens nauwkeurig in acht dient te nemen. De waarschuwingen zijn vóór de
betreffende handelingen geplaatst.
Waarschuwingen bij de leverancierscomponenten vindt u in de dienovereenkomstige
leveranciersdocumentatie. Neem eveneens goed nota van deze waarschuwingen.
3.2 Betekenis van de waarschuwingen
In deze gebruiksaanwijzing zijn de waarschuwingen systematisch gerangschikt overeenkomstig de
ernst van het gevaar en de waarschijnlijkheid van het optreden.
De gevarentekens attenderen u op restrisico’s bij de omgang met de machine. De gebruikte
waarschuwingen zijn hierbij als volgt opgebouwd:
Symbool + signaalwoord
Uitleg
Gevaarniveaus van de waarschuwingen
Het gevaarniveau wordt aangeduid met het signaalwoord. De gevaarniveaus zijn als volgt ingedeeld:
GEVAAR!
Soort en bron van het gevaar
Deze waarschuwing waarschuwt voor een onmiddellijk dreigend gevaar voor de gezondheid en het
leven van personen.
Veronachtzaming van deze waarschuwingen leidt tot zeer ernstig letsel, ook met dodelijke afloop.
uDe beschreven maatregelen ter vermijding van dit gevaar absoluut in acht nemen.
3. Veiligheid
10 5903083 AXENT 100.1
WAARSCHUWING!
Soort en bron van het gevaar
Deze waarschuwing waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie voor de gezondheid van
personen.
Het niet naleven van deze waarschuwingen leidt tot ernstig letsel.
uDe beschreven maatregelen ter vermijding van dit gevaar absoluut in acht nemen.
VOORZICHTIG!
Soort en bron van het gevaar
Deze waarschuwing waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie voor de gezondheid van
personen.
Het niet naleven van deze waarschuwingen leidt tot letsel.
uDe beschreven maatregelen ter vermijding van dit gevaar absoluut in acht nemen.
LET OP!
Soort en bron van het gevaar
Deze waarschuwing waarschuwt voor materiële schade en schade aan het milieu.
Veronachtzaming van deze waarschuwingen leidt tot schade aan het product en in de omgeving.
uDe beschreven maatregelen ter vermijding van dit gevaar absoluut in acht nemen.
Dit is een aanwijzing:
Algemene aanwijzingen bevatten gebruikstips en bijzonder nuttige informatie, maar geen
waarschuwingen voor gevaren.
3.3 Algemene informatie over de veiligheid van de machine
De machine is gebouwd volgens de actuele stand van de techniek en de erkende technische
voorschriften. Toch kunnen bij het gebruik en het onderhoud ervan gevaren voor de gezondheid en
voor lijf en leven van gebruiker of derden resp. beschadigingen van de machine en andere materiële
zaken ontstaan.
Gebruik daarom de machine:
uitsluitend in correcte en verkeersveilige staat,
met besef van veiligheid en gevaren.
Voorwaarde hiervoor is dat u de inhoud van deze gebruiksaanwijzing gelezen en begrepen hebt. U
kent de desbetreffende ongevallenpreventievoorschriften alsook de algemeen erkende
3. Veiligheid
AXENT 100.1 5903083 11
veiligheidstechnische, arbeidsgeneeskundige en verkeersregels, en u kunt de voorschriften en regels
ook toepassen.
3.4 Aanwijzingen voor de exploitant
De exploitant is verantwoordelijk voor het gebruik van de machine volgens de voorschriften.
3.4.1 Kwalificatie van het personeel
Personen die zich bezighouden met de bediening, het onderhoud of de reparatie van de machine
moeten vóór aanvang van de werkzaamheden deze gebruiksaanwijzing hebben gelezen en begrepen.
De machine mag uitsluitend worden gebruikt door geïnstrueerd en door de exploitant
geautoriseerd personeel.
Personeel in opleiding/cursus/instructie mag alleen onder toezicht van een ervaren persoon aan
de machine werken.
Alleen gekwalificeerd onderhoudspersoneel mag onderhouds- en reparatiewerkzaamheden
uitvoeren.
3.4.2 Instructie
Verkooppartners, fabrieksvertegenwoordigers of medewerkers van de firma instrueren de exploitant in
de bediening en het onderhoud van de machine.
De exploitant dient ervoor te zorgen dat nieuw bedienings- en onderhoudspersoneel zorgvuldig wordt
geïnstrueerd in de bediening en het onderhoud van de machine met inachtneming van deze
gebruiksaanwijzing.
3.4.3 Ongevallenpreventie
De veiligheids- en ongevallenpreventievoorschriften zijn in ieder land wettelijk geregeld. Voor het
naleven van de in het land van gebruik geldende voorschriften is de exploitant van de machine
verantwoordelijk.
Neem bovendien nog goed nota van de volgende aanwijzingen:
Laat de machine nooit zonder toezicht werken.
Tijdens het werk en het transport mag de machine in geen geval worden beklommen
(meerijverbod).
Gebruik de onderdelen van de machine niet als hulp bij het opstappen.
Draag geen wijde kleding. Vermijd werkkleding met riemen, franjes of andere delen die ergens
vast zouden kunnen haken.
Let bij de omgang met chemicaliën op de waarschuwingen van de desbetreffende fabrikant.
Mogelijkerwijze moet u persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) dragen.
3.5 Aanwijzingen voor de gebruiksveiligheid
Gebruik de machine uitsluitend in gebruiksveilige toestand. Zo voorkomt u gevaarlijke situaties.
3. Veiligheid
12 5903083 AXENT 100.1
3.5.1 Machine parkeren
Parkeer de machine alleen met lege voorraadbak op een horizontale, stevige ondergrond.
Ga voor het afkoppelen na of de machine gebrogd is tegen kantelen en wegrollen.
Is de parkeerrem aangetrokken?
Is de steunvoet omlaaggeklapt?
Zijn de wielen geborgd met blokken?
Verdere informatie vindt u in het hoofdstuk 7.7 Machine parkeren en ontkoppelen
3.5.2 De machine vullen
Vul de machine alleen wanneer de machine aan een tractor is gemonteerd resp. aangehangen
(afhankelijk van de machine).
Vul de machine alleen bij stilstaande motor van de tractor. Verwijder de contactsleutel om te
voorkomen dat de motor gestart kan worden.
Zorg ervoor dat er voldoende vrije ruimte is aan de vulzijde.
Gebruik geschikte hulpmiddelen voor het vullen (bijv. laadschop, transportschroef).
Vul de machine maximaal tot randhoogte. Controleer het vulpeil.
Gebruik de machine alleen met gesloten beschermroosters. U voorkomt zo storingen tijdens het
strooien door klonterend strooigoed of door vreemde voorwerpen.
3.5.3 Controles vóór de inbedrijfstelling
Controleer de machine vóór de eerste en iedere verdere inbedrijfstelling op bedrijfsveiligheid.
Zijn alle veiligheidsvoorzieningen op de machine aanwezig en functioneren deze?
Zijn alle bevestigingsdelen en dragende verbindingen vast aangebracht en verkeren deze in
correcte staat?
Zijn alle vergrendelingen goed gesloten?
Bevinden zich geen personen in de gevarenzone van de machine?
Verkeert de aftakasbescherming in correcte staat?
3.5.4 Gevarenzone
Weggeslingerd strooimiddel kan leiden tot ernstig letsel (bijv. aan de ogen).
Als men tussen de tractor en de machine gaat staan, bestaat ernstig tot dodelijk gevaar door
wegrollen van de tractor of door machinebewegingen.
De volgende afbeelding toont de gevarenzones van de machine.
3. Veiligheid
AXENT 100.1 5903083 13
Afb. 1: Gevarenzone bij getrokken apparaten
A Gevarenzone tijdens het strooibedrijf B Gevarenzone bij het aankoppelen/
afkoppelen van de machine
Let er op dat zich niemand in het strooibereik [A] van de machine bevindt.
Zet de machine en de tractor onmiddellijk stil indien er zich personen in de gevarenzone van de
machine bevinden.
Als u de machine aan de tractor koppelt/afkoppelt of het strooiwerk bevestigt/verwijdert, stuurt u
alle personen uit de gevarenzones [B].
3.5.5 Lopend bedrijf
Bij functiestoringen van de machine moet u de machine onmiddellijk stilzetten en beveiligen tegen
opnieuw inschakelen. Laat de storingen direct verhelpen door hiervoor gekwalificeerd personeel.
Stap nooit bij ingeschakelde strooi-inrichting op de machine.
Gebruik de machine alleen met gesloten beschermroosters in de voorraadbak. Het
beschermrooster tijdens het bedrijf niet openen en niet verwijderen.
Roterende machineonderdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken. Let er daarom op dat u nooit
met lichaamsdelen of kledingstukken in de buurt van roterende delen komt.
Leg nooit vreemde voorwerpen (bijv. schroeven, moeren) in de voorraadbak.
Weggeslingerd strooimiddel kan leiden tot ernstig letsel (bijv. van de ogen). Let er daarom op dat
zich niemand in het strooibereik van de machine bevindt.
Bij te hoge windsnelheden moet u het strooien staken, daar het naleven van de strooizone niet
gewaarborgd kan worden.
Stap nooit onder elektrische hoogspanningsleidingen op de machine of de tractor.
Open nooit het afdekzeil als de machine onder elektrische hoogspanningsleidingen staat.
3.5.6 Wielen en remmen
Het onderstel van de getrokken machine staat vanwege het hoge totale gewicht en de terreincondities
bloot aan hoge belastingen. Let voor de gebruiksveiligheid met name op de volgende punten:
3. Veiligheid
14 5903083 AXENT 100.1
Gebruik uitsluitend wielen en banden die voldoen aan de door de fabrikant vastgelegde
technische eisen.
De wielen mogen geen zijwaartse slag of ontoelaatbare ET-waarde hebben.
Controleer de banden aan de flanken binnen en buiten. Als de banden schade (deuken,
krassporen) vertonen, vervangt u ze onmiddellijk.
Controleer voor elke rit de bandendruk en de werking van de rem.
Laat de remblokken tijdig vervangen. Gebruik uitsluitend remblokken die voldoen aan de door de
fabrikant vastgelegde technische eisen.
Om vervuiling van de wiellagers te voorkomen, moeten deze altijd afgedekt zijn met de
stofkappen.
Voor zover een verklaring van overeenstemming voor de EU-typegoedkeuring (conform EU-
verordening 167/2013) voor de machine werd afgeleverd, zijn de in de verklaring van
overeenstemming vermelde wielen toegelaten.
Neem de specificaties van de goedgekeurde wielen (draagvermogen, bandenspanning) altijd in
acht.
Controleer bij het vervangen van de wielen en bij andere specificaties dan de door de fabrikant
toegelaten wielen de lengte van de remhendel. Zie 9.16.5 Remberekening controleren
Gebruik in geen geval de joystick van de tractor om te remmen Aanhangers met
pneumatische remmen worden dan niet afgeremd.
3.6 Gebruik van meststof, slakkenkorrels en kalk
Onvakkundige keuze of gebruik van de meststof en kalk kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel of
milieuschade.
Informeer bij het kiezen van de meststof naar de uitwerkingen ervan op mens, milieu en machine.
Neem bij het gebruik van slakkenkorrels de landspecifieke voorschriften voor gewasbescherming
in acht.
Informeer bij het kiezen van de meststof of de kalk naar de uitwerkingen ervan op mens, milieu en
machine.
Neem goed nota van de instructies van de meststof- of de kalkfabrikant.
3.7 Hydraulisch systeem
Het hydraulisch systeem staat onder hoge druk.
3. Veiligheid
AXENT 100.1 5903083 15
Onder hoge druk ontsnappende vloeistoffen kunnen ernstig letsel veroorzaken en het milieu in gevaar
brengen. Neem goed nota van de volgende aanwijzingen om gevaren te vermijden:
Bedien de machine uitsluitend onder de maximaal toegestane bedrijfsdruk.
Maak de hydraulische installatie vóór alle onderhoudswerkzaamheden drukloos. Schakel de
motor van de tractor uit. Beveilig de motor tegen opnieuw inschakelen.
Draag bij het zoeken naar lekkages steeds een veiligheidsbril en veiligheidshandschoenen.
Zoek bij verwondingen met hydraulische olie onmiddellijk een arts op, aangezien zich ernstige
infecties voor kunnen doen.
Let er bij het aansluiten van de hydraulische slangen aan de tractor op dat het hydraulisch
systeem zowel aan de kant van de tractor als aan de kant van de machine drukloos is.
Verbind de hydraulische slangen van het tractor- en strooierhydrauliek enkel met de
voorgeschreven aansluitingen.
Vermijd verontreinigingen van de hydraulische kringloop. Hang de koppelingen altijd in de
daarvoor bestemde houders. Gebruik de stofkappen. Maak de verbindingen vóór het koppelen
schoon.
Controleer de hydraulische componenten en hydraulische slangleidingen regelmatig op
mechanische defecten, bijv. snij- en schuurplekken, beknellingen, knikken, scheurvorming,
poreusheid enz.
Ook bij juiste opslag en toegestane belasting zijn slangen en slangverbindingen onderhevig aan
een natuurlijke veroudering. Daardoor is hun opslagtijd en gebruiksduur beperkt.
De gebruiksduur van de slangleiding bedraagt maximaal 6 jaar inclusief een eventuele opslagtijd van
maximaal 2 jaar.
De productiedatum van de slangleiding is in maand en jaar vermeld op het slangkoppelstuk.
Laat de hydraulische leidingen bij beschadiging en na afloop van de voorgeschreven
gebruiksduur vervangen.
De vervangende slangleidingen moeten voldoen aan de technische eisen van de
apparaatfabrikant. Let in het bijzonder goed op de gegevens m.b.t. de maximale druk van de te
vervangen hydraulische leidingen.
3.8 Onderhoud en reparatie
Bij onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet u rekening houden met extra gevaren die zich
tijdens de bediening van de machine niet voordoen.
Voer derhalve onderhouds- en reparatiewerkzaamheden altijd met extra aandacht uit. Werk uiterst
zorgvuldig en met besef van gevaren.
3.8.1 Kwalificatie van het onderhoudspersoneel
Instel- en reparatiewerkzaamheden aan het remsysteem mogen uitsluitend door gespecialiseerde
garages of erkende remservicebedrijven worden uitgevoerd.
Alleen vakpersoneel mag reparatiewerkzaamheden aan banden en wielen uitvoeren. Daarvoor
moeten zij het juiste montagegereedschap gebruiken.
Alleen vakpersoneel mag laswerkzaamheden en werkzaamheden aan de elektrische en
hydraulische installatie uitvoeren.
3. Veiligheid
16 5903083 AXENT 100.1
3.8.2 Slijtageonderdelen
Houd de in deze gebruiksaanwijzing beschreven onderhouds- en reparatieintervallen nauwkeurig
aan.
Houd eveneens de onderhouds- en reparatieintervallen van de componenten van leveranciers
aan. Raadpleeg voor informatie hierover de betreffende leveranciersdocumentatie.
Wij adviseren u de toestand van de machine, in het bijzonder bevestigingsdelen,
veiligheidsrelevante kunststof onderdelen, hydraulisch systeem, doseerorganen en
strooischoepen, na elk seizoen door uw vakhandelaar te laten controleren.
Reserveonderdelen moeten minimaal voldoen aan de door de fabrikant vastgelegde technische
eisen. De technische eisen worden bv. door originele vervangingsonderdelen vervuld.
Zelfborgende moeren zijn uitsluitend bestemd voor eenmalig gebruik. Gebruik voor het
bevestigen van componenten (bijv. bij het vervangen van strooischoepen) steeds nieuwe
zelfborgende moeren.
3.8.3 Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden
Zet vóór alle reinigings-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden en bij het verhelpen van
storingen de motor van de tractor uit. Wacht totdat alle draaiende delen van de machine tot
stilstand zijn gekomen.
Zorg ervoor dat niemand de machine onbevoegd kan inschakelen. Verwijder de contactsleutel
van de tractor.
Koppel voor alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden resp. voor werkzaamheden aan de
elektrische installatie de stroomtoevoer tussen de tractor en de machine los.
Controleer of de tractor met de machine correct is geparkeerd. Deze moeten met een lege
voorraadbak op een horizontale, stevige ondergrond staan en beveiligd zijn tegen wegrollen.
Maak vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden het hydraulisch systeem drukloos.
Als u met de roterende PTO moet werken, mag niemand in het bereik van de PTO of de aftakas
verblijven.
Verhelp verstoppingen in de voorraadbak nooit met de hand of met de voet, maar gebruik
daarvoor altijd een geschikt gereedschap.
Dek vóór het reinigen van de machine met water, hogedrukreiniger of andere reinigingsmiddelen
alle componenten af waarin geen reinigingsvloeistoffen terecht mogen komen (bijv. glijlagers,
elektrische steekverbindingen).
Controleer regelmatig of moeren en schroeven strak aangespannen zijn. Draai loszittende
verbindingen aan.
Controleer na de eerste gereden 5 km het aandraaimoment van elke wielmoer. Zie 9.16.4 Wiel
vervangen
3.9 Verkeersveiligheid
Het rijden op openbare wegen met de getrokken machine zonder aangebouwd strooiwerk is verboden
(bescherming tegen onder de machine geraken).
Bij het rijden op de openbare weg moet de tractor met getrokken machine en aangebouwd strooiwerk
voldoen aan de verkeersveiligheidsvoorschriften van het betreffende land. Voor het naleven van deze
voorschriften zijn de houder en de bestuurder van het voertuig verantwoordelijk.
3. Veiligheid
AXENT 100.1 5903083 17
3.9.1 Controle vóór aanvang van de rit
De controle bij het vertrek is een belangrijke bijdrage aan de verkeersveiligheid. Controleer direct vóór
iedere rit of de gebruiksomstandigheden, de verkeersveiligheid en de voorschriften van het
betreffende land worden nageleefd.
Wordt het toegestane totaalgewicht aangehouden? Let op de toegestane aanhanglast en
verticale last van de aanhanger, evenals op de toegestane asdruk.
Let op de toegestane rembelasting, het toegestane draagvermogen van de banden en de
toegestane bandendruk.
Is de machine volgens de voorschriften aangekoppeld?
Kan tijdens het rijden strooimiddel verloren gaan?
Let op het vulpeil van de meststof in de voorraadbak.
De doseerschuiven moeten gesloten zijn.
Schakel de elektronische bedieningseenheid uit.
Controleer de bandendruk en het functioneren van het remsysteem van de machine. Let op de
toegestane rembelasting en het toegestane draagvermogen van de banden.
Komt de instelling van het remsysteem overeen met de belasting van de machine? Zie 6.6.7.1
Handmatige remkrachtregelaar instellen.
Is het afdekzeil gesloten en beveiligd tegen onverhoeds openen?
Voldoen de verlichting en markering van de machine aan de voorschriften van uw land voor het
gebruik op de openbare weg? Let op het volgens de voorschriften aanbrengen van
waarschuwingsborden, reflectoren en extra verlichting.
3.9.2 Transportrit met de machine
Het rijgedrag, de stuur- en remeigenschappen van de tractor veranderen door de getrokken machine.
Zo wordt bijv. door een te hoge verticale last van de machine de vooras van uw tractor ontlast en
zodoende het stuurvermogen beïnvloed.
Pas uw rijgedrag aan de veranderde rijeigenschappen aan.
Let bij het rijden steeds op voldoende zicht. Is dit niet gewaarborgd (bijv. achteruit rijden), dan is
er een persoon nodig die aanwijzingen geeft.
Neem de toegestane maximumsnelheid in acht.
Vermijd bij bergop en bergaf rijden en dwars t.o.v. de helling rijden het maken van plotselinge
bochten. Door de verplaatsing van het zwaartepunt bestaat gevaar voor kantelen. Rijd bij een
oneffen, zacht terrein (bijv. veldinritten, trottoirbanden) zeer voorzichtig.
Verblijf van personen op de machine is tijdens het rijden en tijdens gebruik verboden.
Indien nodig brengt u een frontgewicht op uw tractor aan. Verdere aanwijzingen vindt u in de
gebruiksaanwijzing van de tractor.
Stuurpenbesturing (speciale uitrusting):
Op openbare straten en wegen TRAIL-Control in ieder geval deactiveren of uitschakelen.
Vóór het rijden op een openbare weg TRAIL-Control in ieder geval kalibreren. Anders
bestaat er gevaar voor ongelukken, omdat de machine zonder kalibratie door TRAIL-Control
een afwijkend rijspoor dan dat van de tractor kan rijden.
3. Veiligheid
18 5903083 AXENT 100.1
3.10 Veiligheidsinrichtingen, waarschuwingen en instructies
3.10.1 Locatie van de veiligheidsinrichtingen en van de waarschuwingen en
instructies
De veiligheidsvoorzieningen zijn niet in alle landen beschikbaar en zijn afhankelijk van de
voorschriften van de plaats van gebruik.
Afb. 2: Veiligheidsvoorzieningen, stickers waarschuwingen en instructies, voorkant
[1] Waarschuwing Verbod meerijden
[2] Waarschuwing Hoogspanningsleiding
[3] Waarschuwing Gebruiksaanwijzing lezen
[4] Waarschuwingsaanwijzing Contactsleutel
verwijderen
[5] Instructie Toerental PTO
[6] Typeplaatje aanhanger
[7] Typeplaatje en homologatieplaatje
[8] Serienummer AXENT 100.1
[9] Witte reflector
[10] Gele zijreflectoren
[11] Waarschuwing Wig
[12] Verlichting naar voren met
waarschuwingsbord
[13] Spatbordverlenging
[14] Typeplaatje strooiwerk
[15] Beschermplaat voor geleiderollen en
transportband
[16] Waarschuwing Hete oppervlakken
3. Veiligheid
AXENT 100.1 5903083 19
Afb. 3: Veiligheidsvoorzieningen, stickers waarschuwingen en instructies, achterkant
[1] Waarschuwingsbord
[2] Achterlicht, remlicht, knipperlicht
[3] Achterlicht, remlicht
[4] Spatbordverlenging
[5] Rode reflectoren
[6] Waarschuwing Bewegende onderdelen
Waarschuwing Gevaar voor beknelling
[7] Waarschuwing Uitworp materiaal
[8] Toelaatbare maximale snelheid
3. Veiligheid
20 5903083 AXENT 100.1
Afb. 4: Veiligheidsvoorzieningen, stickers waarschuwingen en instructies, bovenkant
[1] Ringogen
[2] Instructie Ringoog in de voorraadbak
[3] Instructie Reinigingsklep
[4] Waarschuwing Gevaar door hydraulica
[5] Waarschuwing Explosiegevaar onder de
bak (hier niet zichtbaar)
[6] Waarschuwing Bewegende onderdelen
(achter de inklapbare zijafdekkingen)
[7] Afdekkap
Waarschuwing Beknellingsgevaar tussen
tractor en machine (achter afdekkap aan de
AXIS-PowerPack)
Waarschuwingsaanwijzing Contactsleutel
verwijderen
[8] Stootbeugel
[9] Waarschuwing Verboden te beklimmen
[10] Achteruitrijcamera
3. Veiligheid
AXENT 100.1 5903083 21
Afb. 5: Locatie van de veiligheidsvoorzieningen, waarschuwingen en instructies, op de UNIVERSAL-
PowerPack
[1] Waarschuwing Uitworp materiaal
[2] Waarschuwing Verboden te beklimmen
[3] Strooischijfbescherming
[4] Reflectoren
[5] Waarschuwing Bewegende onderdelen
[6] Rode reflectoren
[7] Stootbeugel
[8] Waarschuwing Gevaar door hydraulisch
systeem
Waarschuwingsaanwijzing Contactsleutel
verwijderen
Waarschuwing Beknellingsgevaar tussen
tractor en machine
Afb. 6: Aftakas
[1] Beschermplaat
[2] Ringoog
[3] Aftakasbescherming
3. Veiligheid
22 5903083 AXENT 100.1
3.10.2 Functie van de veiligheidsinrichtingen
De veiligheidsinrichtingen beschermen uw gezondheid en uw leven.
• Vergewis u er vóór werkzaamheden met de machine van dat de veiligheidsinrichtingen goed
functioneren.
Gebruik de machine alleen met werkzame veiligheidsinrichtingen.
Benaming Functie
Aftakasbescherming Voorkomt het intrekken van lichaamsdelen en
kledingstukken in de roterende aftakas.
Wig Verhindert het wegrollen van de machine
Afdekkap Verhindert het intrekken en afhakken van
lichaamsdelen door de afkamwals
Verhindert het beknellen van lichaamsdelen door
de voordoseerschuiven
Verhindert het intrekken van lichaamsdelen door
het roerwerk.
Bevat het verlichtingssysteem voor de verlichting
achter met waarschuwingsbord, achterlicht,
remlicht, alarmlicht en knipperlicht voor richting
Achteruitrijcamera Vergemakkelijkt het achteruitrijden en voorkomt
ongevallen door onvoldoende zicht vanuit de
cabine van de tractor
Spatbordverlenging verhindert dat personen zich tussen wiel en
strooiwerk ophouden. Zie 3.5.4 Gevarenzone
Zijafdekking Verhindert het afhakken van lichaamsdelen door
de transportband en het intrekken van
lichaamsdelen in de geleiderollen
Strooischijfbescherming Voorkomt het uitwerpen van mest naar voren
(richting tractor/werkplek).
Stootbeugel Voorkomt gegrepen worden door de draaiende
strooischijven van achteren en vanaf de zijkant.
3.11 Stickers waarschuwingen en instructies
Op de machine zijn verscheidene waarschuwingen en instructies aangebracht (voor de positie op de
machine zie 3.10.1 Locatie van de veiligheidsinrichtingen en van de waarschuwingen en instructies).
De waarschuwingen en instructies maken deel uit van de machine. Ze mogen niet worden verwijderd
of gewijzigd.
uOntbrekende of onleesbare waarschuwingen of instructies onmiddellijk vervangen.
3. Veiligheid
AXENT 100.1 5903083 23
Als bij reparaties nieuwe onderdelen worden gemonteerd, dienen hierop dezelfde waarschuwingen en
instructies te worden aangebracht als de waarschuwingen en instructies op de oorspronkelijke
onderdelen.
Bij de afdeling reserveonderdelen kunt u de juiste stickers met waarschuwingen en instructies
bestellen.
3.11.1 Stickers waarschuwingen
Pictogram Beschrijving
Gebruiksaanwijzing en waarschuwingen lezen.
Alvorens de machine in bedrijf te stellen, de gebruiksaanwijzing en
waarschuwingen lezen en in acht nemen. De gebruiksaanwijzing geeft
u uitvoerig uitleg over de bediening en geeft u waardevolle
aanwijzingen voor de bediening, het onderhoud en de reiniging.
Contactsleutel verwijderen.
Alvorens onderhoud of reparaties uit te voeren, de motor uitschakelen
en de contactsleutel verwijderen. Stroomtoevoer verwijderen
Verbod op meerijden
Gevaar voor uitglijden en letsel. Tijdens de strooiwerkzaamheden en de
transportrit niet op de machine klimmen.
Verboden te beklimmen
Het is verboden op de stootbeugel te klimmen.
Gevaar door uitworp van materiaal
Gevaar voor lichamelijk letsel door weggeslingerd strooigoed
Alle personen vóór de inbedrijfstelling uit de gevarenzone (het
strooibereik) van de machine wegsturen.
Gevaar door bewegende delen
Gevaar voor afhakken van lichaamsdelen
Het is verboden met de hand binnen het bereik van draaiende
onderdelen te komen.
Alvorens onderhoud, reparaties of instellingen uit te voeren, eerst de
motor uitschakelen en de contactsleutel verwijderen.
3. Veiligheid
24 5903083 AXENT 100.1
Pictogram Beschrijving
G evaar voor beknelling
Gevaar voor beknelling van de hand. Het is verboden met de hand in
de gevarenzone te komen.
Beknellingsgevaar tussen tractor en machine
Er bestaat levensgevaar door beknelling voor personen die zich bij het
manoeuvreren met de tractor of bij het bedienen van de hydraulica
tussen tractor en machine bevinden.
De tractor kan door onachtzaamheid of verkeerde bediening te laat of
helemaal niet worden afgeremd.
Alle personen uit de gevarenzone tussen tractor en machine wegsturen.
Gevaar door hydraulisch systeem
Onder hoge druk ontsnappende hete vloeistoffen kunnen ernstig letsel
veroorzaken.
De vloeistoffen kunnen eveneens door de huid dringen en infecties
veroorzaken.
Voorafgaand aan onderhoudswerkzaamheden het hydraulisch systeem
drukloos maken.
Draag bij het zoeken naar lekkages altijd een veiligheidsbril en
beschermende handschoenen.
Zoek bij letsel door hydraulische olie onmiddellijk een arts op.
Documentatie van de fabrikant in acht nemen.
Explosiegevaar
De stikstofreservoirs bevinden zich onder de bak achter de
steunvoetcilinder.
De stikstofreservoirs staan onder hoge druk.
Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door erkend en
gekwalificeerd vakpersoneel
Levensgevaar door hoogspanningsleidingen
De machine nooit parkeren onder vrijliggende leidingen die onder
spanning staan.
Veiligheidsafstand aanhouden.
Wig
Machine bij het parkeren beveiligen tegen wegrollen met wiggen.
3. Veiligheid
AXENT 100.1 5903083 25
Pictogram Beschrijving
Gevaar door hete oppervlakken
Machineonderdelen kunnen tijdens het bedrijf heet worden. Tijdens het
bedrijf niet in de buurt komen van hete oppervlakken. Vóór
onderhouds-, reparatie- en instelwerkzaamheden de motor uitzetten en
wachten tot de machine is afgekoeld.
Verbod op spatwater
Het is verboden om water in de behuizing van de jobrekeneenheid en
andere elektronische onderdelen terecht te laten komen.
3.11.2 Stickers met instructies
Pictogram Beschrijving
Nominaal toerental van de PTO
Het nominale toerental van de PTO bedraagt 750 omw./min.
Bevestigingsoog in de voorraadbak
Markering voor de bevestigingsplaats van heftuig
3. Veiligheid
26 5903083 AXENT 100.1
Pictogram Beschrijving
Smeerpunt
Aanzetpunt voor de krik
Kleurentoewijzing aan de handgrepen van de hydraulische slangen
Links: Hydraulische slangen van de machine, transportband- en
afdekzeilaandrijving
Rechts: overige hydraulische slangen, wanneer speciale uitrustingen
aan de machine gemonteerd zijn: GSE resp. TELIMAT.
De reinigingsklep is open.
De reinigingsklep is gesloten.
Toelaatbare maximale snelheid
3. Veiligheid
AXENT 100.1 5903083 27
Pictogram Beschrijving
Typeplaatje aanhanger
Fabrieksplaatje AXIS-PowerPack
Typeplaatje UNIVERSAL-PowerPack
3.12 Typeplaat en machine-aanduiding
Controleer bij de levering van uw machine of alle noodzakelijke plaatjes aanwezig zijn.
Afhankelijk van het land van bestemming kunnen er extra plaatjes aan de machine zijn
aangebracht.
Afb. 7: Typeplaatje
[1] Serienummer
[2] Fabrikant
[3] Machine
[4] Type
[5] Leeggewicht
[6] Bouwjaar
[7] Modeljaar
3. Veiligheid
28 5903083 AXENT 100.1
Afb. 8: Homologatieplaatje
[1] Fabrikant
[2] Categorie
[3] Nummer van de EU-typegoedkeuring
[4] Serienummer
[5] Toegestaan totaal gewicht
[6] Toegestane verticale last
[7] Aslast
3.13 Verlichtingsinstallatie, reflectoren aan voorkant, zijkant en
achterkant
De lichttechnische inrichtingen dienen volgens voorschrift te worden aangebracht en altijd in
bedrijfsklare toestand te zijn. Ze mogen niet aan het zicht onttrokken of vuil zijn.
De machine is af fabriek van een verlichtingsinrichting en een passieve voorste, achterste en
zijdelingse signalering voorzien (aanbrenging aan de machine: zie Afb. 3 Veiligheidsvoorzieningen,
stickers waarschuwingen en instructies, achterkant).
3. Veiligheid
AXENT 100.1 5903083 29
4 Machinegegevens
4.1 Fabrikant
RAUCH Landmaschinenfabrik GmbH
Victoria Boulevard E 200
77836 Rheinmünster
Germany
Tel.: +49 (0) 7229 8580-0
Fax: +49 (0) 7229 8580-200
Servicecentrum, Technische klantenservice
RAUCH Landmaschinenfabrik GmbH
Postbus 1162
Fax: +49 (0) 7229 8580-203
4.2 Beschrijving van de machine
Gebruik de machine overeenkomstig het hoofdstuk 1 Gebruik volgens de voorschriften.
De machine bestaat uit de volgende modules.
Voorraadbak met frame
Transportband en uitvoerelementen
Bout- of kogelkoppeling
Wielen en remsysteem
Koppelingspunten voor de aanbouw van het strooiwerk
Meststrooiwerk resp. universeel strooiwerk
Veiligheidsvoorzieningen - zie 3.10.1 Locatie van de veiligheidsinrichtingen en van de
waarschuwingen en instructies
Enkele modellen zijn niet in alle landen leverbaar.
4. Machinegegevens
30 5903083 AXENT 100.1
4.2.1 Moduleoverzicht
nBasismachine
Afb. 9: Module-overzicht: Voorzijde
[1] Voorraadbak
[2] Achteruitrijcamera
[3] Wiel
[4] Parkeerrem
[5] Bedrijfsrem
[6] Steunvoet
[7] Inklapbare zijafdekking
[8] Aftakas
4. Machinegegevens
AXENT 100.1 5903083 31
Afb. 10: Module-overzicht: Voorzijde
[1] Vulschroef olietank
[2] Transporthouder wig
[3] Transportband
[4] Onderhoudsklep
[5] Opstap
[6] Slang- en kabelhouder
[7] Platform
[8] Oliekoeler
4. Machinegegevens
32 5903083 AXENT 100.1
Afb. 11: Module-overzicht: Achterkant
[1] Voordoseerschuif
[2] Afkamwals
[3] Afneembare scheidingsplaat
4. Machinegegevens
AXENT 100.1 5903083 33
Afb. 12: Beveiliging tegen ongeoorloofd gebruik op aanhangers
nStrooiwerk AXIS-PowerPack
Afb. 13: Module-overzicht van het meststrooiwerk AXIS-PowerPack
[1] Koppelpunten
[2] Voorraadbak
[3] Instelcenter afgiftepunt
[4] Strooischijfaandrijving
[5] Dopmoeren
[6] Strooischijfbescherming
[7] Stootbeugel
4. Machinegegevens
34 5903083 AXENT 100.1
nStrooiwerk UNIVERSAL-PowerPack
Afb. 14: Module-overzicht van het universele strooiwerk UNIVERSAL-PowerPack
[1] Koppelpunten
[2] Trechter
[3] Strooischijfbescherming
[4] Strooischijfaandrijving
[5] Strooischijven
[6] Stootbeugel
4.3 Technische gegevens
Enkele modellen zijn niet in alle landen leverbaar.
Variant Stuuras Starre as
Spoorbreedte 2 m tot 2,25 m x x
Spoorbreedte 2,4 m x
met dissel voor
onderaanhanging x x
met dissel voor
bovenaanhanging x x
U kunt de volgende strooiwerken aan de grote strooier aanbouwen:
AXIS-PowerPack voor het strooien van meststof
UNIVERSAL-PowerPack voor het uitrijden van droge organische meststof en kalk
4. Machinegegevens
AXENT 100.1 5903083 35
4.3.1 Technische gegevens basisversie
nAfmetingen
Gegevens AXENT 100.1
Totale breedte 2.55 m
afhankelijk van de banden tot 3,0 m
aan de wielen
Hoogte 3.15 m
Bodemvrijheid (referentie onderkant frame) 0.75 m
Capaciteit 9400 l
Vulhoogte 2.95 cm
Lengte van aanhanger tot einde voertuig (met
aangebouwde meststrooier)
ca. 7.70 m afhankelijk van het
aangebouwde strooiwerk
Lengte van aanhanger tot as
met dissel voor bovenaanhanging 4.60 m
met dissel voor onderaanhanging 5.00 m
Toerental PTO
min. 750 omw/min
max. 1000 omw/min
Transportcapaciteit (transportband)1max. 1600 kg/min
Hydraulische druk max. 280 bar
Oliehoeveelheid hydraulisch systeem max. 100 l/min
Spoorbreedte22,00 m tot 2,40 m afhankelijk van
de uitvoering
Standaardbanden3520/85 R42
Geluidsdrukniveau4 (gemeten in de gesloten
cabine van de tractor)
75dB(A)
1) Max. transportcapaciteit afhankelijk van het soort meststof
2) Andere spoorbreedtes op aanvraag
3) Andere banden zijn optioneel leverbaar
4) Omdat het geluidsdrukniveau van de machine alleen bij draaiende tractor kan worden bepaald, hangt de daadwerkelijk
gemeten waarde hoofdzakelijk af van de gebruikte tractor.
4. Machinegegevens
36 5903083 AXENT 100.1
nGewichten en lasten
Het leeggewicht (massa) van de machine verschilt afhankelijk van de combinatie van uitrusting en
opzetstuk.
De technische informatie in het certificaat van overeenstemming (CoC - Certificate of Conformity) is
doorslaggevend.
Gegevens AXENT 100.1
Toegestaan totaal gewicht = Toegestane asdruk
bij eenassig getrokken machines in de EU
10000 kg
Gewicht meststrooiwerk AXIS-PowerPack ca. 350 kg
Gewicht universeel strooiwerk UNIVERSAL-
PowerPack
ca. 300 kg
Leeggewicht AXENT 100.1 4250 kg
Laadvermogen meststof5
met dissel voor bovenaanhanging 7400 kg
met dissel voor onderaanhanging 8400 kg
Toelaatbare verticale last van de aanhanger in
bovenaanhanging
2000 kg
Toelaatbare verticale last van de aanhanger in
onderaanhanging
3000 kg
nPlaats van het zwaartepunt
De ligging van het zwaartepunt hangt af van de koppelingsvariant, de aspositie en de
vulhoeveelheid van de voorraadbak.
5) Het exacte laadvermogen is afhankelijk van de uitrusting van de machine (stuur- en starre as, remsysteem, enz.).
4. Machinegegevens
AXENT 100.1 5903083 37
Afb. 15: Ligging van het zwaartepunt in onderaanhanging
A Zwaartepunt bij volle bak B Zwaartepunt bij lege bak
Lengte Onderaanhanging (mm)
L1 727
L2 1111
L3 2780
L4 4980
H1 1460
H2 2020
4. Machinegegevens
38 5903083 AXENT 100.1
Afb. 16: Ligging van het zwaartepunt in bovenaanhanging
A Zwaartepunt bij volle bak B Zwaartepunt bij lege bak
Lengte Onderaanhanging (mm)
L1 337
L2 721
L3 2390
L4 4590
H1 1460
H2 2010
4.3.2 Technische gegevens meststrooiwerk
Gegevens AXIS-PowerPack
Totale breedte met stootbeugel 2,55 m
Werkbreedte618-50 m
Capaciteit voorraadbak ca. 200 l
Massastroom7500 kg/min
6) Werkbreedte afhankelijk van het soort meststof
7) Max. massastroom afhankelijk van het type meststof
4. Machinegegevens
AXENT 100.1 5903083 39
Gegevens AXIS-PowerPack
Hydraulische druk 200 bar
Hydraulisch vermogen 60 l/min
4.3.3 Technische gegevens universeel strooiwerk
Gegevens UNIVERSAL-PowerPack
Totale breedte met stootbeugel 2,50 m
Werkbreedte8tot 18 m
Toerental strooischijf 700 omw/min
Toerental afkamwals 50 omw/min
Massastroom91600 kg/min
Hydraulische druk 250 bar
Hydraulisch vermogen 60 l/min
4.3.4 Wielen en banden
Enkele modellen zijn niet in alle landen leverbaar.
Let op de markeringen op de band:
Snelheidscategorie
A8 voor 40 km/u
Lastindex (Li)
Li164 voor een draagvermogen van 5000 kg
De luchtdruk kan sterk verschillen afhankelijk van de bandenfabrikant.
Let op de luchtdruk volgens het draagvermogen van de bandenfabrikant.
8) Werkbreedte afhankelijk van het soort meststof en soort kalk
9) Max. massastroom afhankelijk van het soort meststof en soort kalk
4. Machinegegevens
40 5903083 AXENT 100.1
Wielgrootte Spoorbreedte
in m
Starre as
Astype 2000
Stuuras
Astype 2000
Starre as
Astype 2150
Luchtdruk van
de banden in
bar
Draagvermoge
n 500 kg bij 40
km/h
480 80 R46
2,25 x x -
Zie het
gegevensblad
van de
bandenfabrikan
t
2,40 - - x
520 85 R42
2,00 x x -
2,10 x x -
2,15 x x -
2,25 x x -
2,40 - - x
520 85 R46
2,00 x x -
2,10 x x -
2,15 x x -
2,25 x x -
2,40 - - x
650 65 R42
2,00 x x -
2,10 x x -
2,25 x x -
Tabellegenda
x: verkrijgbaar voor deze machinevariant
-: niet verkrijgbaar
4. Machinegegevens
AXENT 100.1 5903083 41
Wielgrootte Spoorbreedte
in m
Starre as
Astype 2000
Stuuras
Astype 2000
Starre as
Astype 2150
Luchtdruk van
de banden in
bar
Draagvermoge
n 500 kg bij 40
km/h
VF 380 90 R46
2,25 x x -
Zie het
gegevensblad
van de
bandenfabrikan
t
2,40 - - x
VF 380 105
R50
2,25 x x -
2,40 - - x
VF 480 80 R50 2,25 x x -
VF 520 85 R42
2,00 x x -
2,15 x x -
2,25 x x -
2,40 - - x
VF 520 85 R46
2,25 x x -
2,40 - - x
VF 650 65 R42 2,25 x x -
Tabellegenda
x: verkrijgbaar voor deze machinevariant
-: niet verkrijgbaar
Voor alle wielformaten geldt een maximale ET-waarde aan de velgen van min 125 mm. Neem bij
twijfel contact op met uw dealer of direct met onze fabriek.
Neem voor de remberekening en de positie van de remhendel het hoofdstuk 12 Appendix in acht.
4.4 Speciale uitrusting
Wij adviseren u de uitrustingen door uw handelaar of uw erkende werkkrachten op de
basismachine te laten monteren.
4. Machinegegevens
42 5903083 AXENT 100.1
Enkele modellen zijn niet in alle landen leverbaar.
De beschikbare speciale uitrustingen zijn afhankelijk van het land waar de machine gebruikt wordt
en zijn hier niet volledig opgesomd.
Neem contact op met uw dealer/importeur indien u een bepaalde speciale uitrusting nodig
heeft.
4.4.1 Speciale uitvoeringen voor de grote strooier
Dissel voor bovenaanhanging (2000 kg verticale last)
Aftakas 1 3/8“, 6-delig
• Weegvoorziening
• Stuurpenbesturing
4.4.2 Speciale uitrustingen voor het universele strooiwerk
Universeel strooiwerk UNIVERSAL-PowerPack met afkamwals
Onderdelenset granulaatschijven voor UNIVERSAL-PowerPack met strooischijfset S4
Trilmotor voor een betere slipwerking bij het strooien
Het universele strooiwerk UNIVERSAL-PowerPack is af fabriek uitgerust met strooischijven U2. Met
deze strooischijven kunt u droge organische meststof en kalk over een werkbreedte tot 15 m strooien.
4.4.3 Speciale uitrustingen voor het meststrooiwerk
nAXMAT
De speciale uitrusting AXMAT wordt gebruikt voor het bewaken van de meststofverdeling tijdens het
strooien. De dwarsverdeling aan elke strooierzijde wordt geoptimaliseerd door het betreffende
afgiftepunt aan te passen op basis van regelwaarden.
Afb. 17: Speciale uitrusting AXMAT
nPraktijkgerichte proefset (PPS 5)
Ter controle van de dwarsverdeling op het veld.
4. Machinegegevens
AXENT 100.1 5903083 43
Afb. 18: Speciale uitrusting PPS 5
nWerklampen
Afb. 19: Speciale uitrusting SpreadLight
De speciale uitrusting SpreadLight [1] ondersteunt de gebruiker bij de optische controle van de
afzonderlijke strooierfuncties tijdens het strooien in het donker.
De speciale uitrusting SpreadLight bestaat uit fel ledlicht en is speciaal gericht op de strooiwaaiers.
Mogelijke onjuiste instellingen of verstoppingen aan de doseerschuiven worden direct herkend.
Daarnaast kan de gebruiker bij duisternis sneller reageren op moeilijk herkenbare obstakels of
gevaarlijke punten in het buitenste strooibereik met name bij grote werkbreedtes.
nGrensstrooier GSE 60
De speciale uitrusting GSE 60 begrenst de strooibreedte (naar keuze rechts of links) in de zone
tussen ca. 0 m en 3 m van het midden van de tractor tot de buitenste rand van het veld. De naar de
veldrand wijzende doseerschuif is gesloten.
Voor het grensstrooien de grensstrooi-inrichting naar beneden klappen.
Vóór het strooien aan weerszijden de grensstrooi-inrichting weer omhoog klappen.
4. Machinegegevens
44 5903083 AXENT 100.1
5 Transport zonder tractor
5.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen
LET OP!
Materiële schade door verkeerd transport
De ringogen in de voorraadbak zijn niet geschikt voor het optillen van de volledige machine. Ze
dienen uitsluitend voor het transport van de voorraadbak tijdens de productie en montage.
Niet-naleving leidt tot schade aan de machine.
uDe verzendingsinstructie van de fabrikant in ieder geval in acht nemen.
Vóór het transport van de machine moet u op de volgende aanwijzingen letten:
Zonder tractor de machine alleen met lege voorraadbak transporteren.
Enkel geschikte en geïnstrueerde personen die uitdrukkelijk daartoe de opdracht hebben
gekregen, mogen de werkzaamheden uitvoeren.
Geschikte transportmiddelen en hefwerktuigen (bijv. dieplader met wieluitsparing, katrollen...)
gebruiken.
De transportweg op tijd vastleggen en mogelijke hindernissen verwijderen.
De werking van alle veiligheids- en transportinrichtingen controleren.
Alle gevaarlijke plaatsen dienovereenkomstig beveiligen, ook al zijn ze maar kortstondig
voorhanden.
De voor het transport verantwoordelijke persoon zorgt voor het ordentelijke transport van de
machine.
Onbevoegde personen uit de buurt van de transportweg houden. De desbetreffende zones
afsluiten!
Machine voorzichtig transporteren en zorgvuldig behandelen.
Let op de zwaartepuntcompensatie! Stel de kabellengte indien nodig zodanig in dat de machine
recht aan het transportmiddel hangt.
Machine zo dicht mogelijk bij de grond naar de plaats van opstelling transporteren.
5.2 Be- en ontladen, parkeren
uGewicht van de machine bepalen.
wGegevens op het typeplaatje en in het hoofdstuk 4.3 Technische gegevens controleren.
wLet eventueel op het gewicht van de aangebouwde speciale uitrustingen.
uMachine voorzichtig met een geschikte tractor van of op het laadvlak rijden.
uPlaats de machine voorzichtig op de laadvloer van het transportvoertuig of op een stabiele
ondergrond.
5. Transport zonder tractor
AXENT 100.1 5903083 45
6 Inbedrijfstelling
6.1 Overname van de machine
Controleer bij de overname van de machine de volledigheid van de levering.
Bij de standaard levering horen:
1 grote strooier AXENT 100.1
1 gebruiksaanwijzing AXENT 100.1
1 ISOBUS-kabel
1 vulzeef in de voorraadbak
2 wiggen
1 meststrooiwerk AXIS-PowerPack of 1 universeel strooiwerk UNIVERSAL-PowerPack
1 groothoek-aftakas (inclusief gebruiksaanwijzing)
2 hefbomen voor de kogelkranen van de disselvering
1 elektronische machinebesturing AXENT ISOBUS (inclusief gebruiksaanwijzing)
Controleer ook extra bestelde speciale uitrustingen.
Stel vast of transportschade is opgetreden of onderdelen ontbreken. Laat transportschade door de
transporteur bevestigen.
Controleer bij de overname of de aanbouwdelen stevig en goed vastzitten.
De rechter en linker strooischijf moeten steeds gemonteerd zijn, kijkend in de rijrichting.
Neem bij twijfel contact op met uw dealer of direct met onze fabriek.
GEVAAR!
Gevaar voor ongelukken vanwege ontbrekend strooiwerk
Er bestaat gevaar voor ongelukken als de machine zonder aangebouwd strooiwerk op de
openbare weg rijdt.
Dit kan ernstig tot dodelijk letsel bij personen veroorzaken.
uHet strooiwerk aan de achterzijde voorkomt dat personen onder de machine komen.
uBij het rijden op de openbare weg met de machine altijd het strooiwerk aanbouwen.
6.2 Informatie over registratie en bedrijfsvergunning
nDuitsland
De machine beschikt over een EU-typegoedkeuring en mag dus deelnemen aan het wegverkeer.
In Duitsland is voor de machine geen registratie vereist - FZV §3 (2) 2 h). Het Certificaat van
Overeenstemming (Certificate of Conformity - CoC) is een "bedrijfsvergunning".
6. Inbedrijfstelling
46 5903083 AXENT 100.1
Een eigen kenteken is niet vereist - FZV §4.
Als het kenteken van de tractor bedekt is, herhaalt u het aan de achterkant van de machine - FZV
§10 (9).
Bewaar het certificaat van overeenstemming en overhandig het op verzoek aan de
verantwoordelijke personen voor inspectie - FZV §4 (5).
Aangezien het goedgekeurde landbouw- of bosbouwmaterieel niet hoeft te worden geregistreerd
en geen kenteken hoeft te dragen, is de verplichting om het te laten keuren niet van toepassing.
Een algemene periodieke keuring is niet vereist.
U kunt uw machine op vrijwillige basis laten registreren.
nFrankrijk
De machine beschikt over een EU-typegoedkeuring en is geleverd met een certificaat van
overeenstemming.
De machine moet worden geregistreerd en dient een kenteken te dragen.
• Voor de registratie is een CNIT-nummer vereist. Dit nummer is te vinden op het certificaat van
overeenstemming.
Neem de geldende regels voor deelname aan het wegverkeer in acht.
nAndere EU-landen
De machine beschikt over een EU-typegoedkeuring en is geleverd met een certificaat van
overeenstemming.
De eisen voor registratie en/of kentekenplicht verschillen van land tot land.
Neem goed nota van de geldende voorschriften van uw land of de plaats van gebruik van de machine.
Indien nodig meldt de importeur uw machine aan bij de desbetreffende toelatingsinstantie voor
deelname aan het verkeer op de openbare weg.
6.3 Trekkervereisten
Om de machine veilig en volgens de voorschriften te gebruiken, moet de tractor aan de noodzakelijke
mechanische, hydraulische en elektrische voorwaarden voldoen.
6. Inbedrijfstelling
AXENT 100.1 5903083 47
Motorvermogen van de tractor: minimaal 180 pk
Toelaatbare verticale last:
Bovenaanhanging 2000 kg, kogelkoppeling K80
Onderaanhanging: 3000 kg, kogelkoppeling of hitch-koppeling
1 dubbel werkende besturing voor de steunvoet
1 dubbel werkende besturing voor het afdekzeil
• Aftakasaansluiting:
1 3/8 inch, 6-delig, 1000 omw/min of
1 3/4 inch, 20-delig
Hydraulische steekverbindingen conform ISO 15657
Boordspanning: 12 V, moet ook bij meerdere verbruikers gewaarborgd zijn
ISOBUS-aansluiting conform ISO 11 783
7-polige contactdoos voor de verlichting
Aansluitingen voor het pneumatische remsysteem (stuurleiding en voedingsleiding)
6.4 Eindstop van de stuuras aanpassen aan de wielmaat
De stuuras van de machine is af fabriek uitgerust met het juiste aantal afstandhouders. De stop van
de stuurhoek is dus vooringesteld.
Als u uw machine wilt uitrusten met een ander rijspoor of een andere wielmaat, dan moet u het
aantal afstandhouders aanpassen.
Neem hiervoor contact op met uw gespecialiseerde werkplaats.
Alleen de gespecialiseerde werkplaats mag de stuuras aanpassen.
6.5 Aftakas aan de machine monteren
LET OP!
Materiële schade door ongeschikte aftakas
De machine wordt met een aftakas geleverd, die apparaat- en vermogensafhankelijk ontworpen is.
Het gebruik van een aftakas die verkeerde afmetingen heeft of niet toegestaan is, bijvoorbeeld
zonder bescherming of ophangketting, kan tot schade aan de tractor en aan de machine leiden.
uGebruik uitsluitend door de fabrikant toegelaten aftakassen.
uNeem goed nota van de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de aftakas.
uControleer de montagepositie.
Het met het tractorsymbool gemarkeerde uiteinde van de aftakas is naar de tractor gericht.
6. Inbedrijfstelling
48 5903083 AXENT 100.1
uRingoog [1] en schroef [2] van de
beschermplaat aan de aftakasconsole met
de instelhendel afschroeven.
wPositie van de instelhendel, zie
Afb. 32 Positie van de instelhendel
uBeschermplaat verwijderen.
Afb. 20: Beschermplaat verwijderen
uBescherming van de PTO verwijderen en
de tandwielpen invetten.
Afb. 21: PTO invetten
uSchuifpen [1] indrukken.
uAftakas op PTO schuiven tot de schuifpen
in de ringgroef grijpt.
uSchuifpen loslaten.
Afb. 22: Aftakas op de tandwielpen steken
6. Inbedrijfstelling
AXENT 100.1 5903083 49
uBeschermplaat [1] plaatsen.
u2 onderlegringen aanbrengen
uRingoog, schroef met de instelhendel aan
de beschermplaat vastschroeven.
Afb. 23: Beschermplaat monteren
uBevestigingsketting door het gat van het
ringoog aanbrengen.
Afb. 24: Bevestigingsketting aanbrengen
Instructies voor demontage:
Demontage van de aftakas in omgekeerde volgorde als montage
6. Inbedrijfstelling
50 5903083 AXENT 100.1
6.6 Machine aanbouwen aan de tractor
6.6.1 Voorwaarden
GEVAAR!
Levensgevaar door ongeschikte tractor
Het gebruik van een ongeschikte tractor voor de machine kan tot zeer zware ongevallen bij gebruik
en transportrit leiden.
uEnkel tractors gebruiken die aan de technische vereisten van de machine beantwoorden.
uAan de hand van de voertuigdocumenten controleren of uw tractor voor de machine geschikt
is.
GEVAAR!
Levensgevaar door onachtzaamheid of verkeerde bediening
Er bestaat levensgevaar door beknelling voor personen die zich bij het manoeuvreren met de
tractor of bij het bedienen van de hydraulica tussen tractor en machine bevinden.
De tractor kan door onachtzaamheid of verkeerde bediening te laat of helemaal niet worden
afgeremd.
uAlle personen uit de gevarenzone tussen tractor en machine wegsturen.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel en materiële schade door te hoge verticale last
De overschrijding van de maximaal toelaatbare verticale last van de vangmuil beïnvloedt het stuur-
en remvermogen van de machine resp. de tractor.
Personen kunnen gewond raken. Dit kan tot ernstige schade aan de machine, aan de tractor of
aan het milieu leiden.
uToelaatbare verticale last van de tractor in acht nemen.
uToelaatbare verticale last van de aanhanger aanhouden.
Controleer in het bijzonder de volgende voorwaarden:
Is zowel de tractor als de machine veilig voor gebruik?
Voldoet de tractor aan de mechanische, hydraulische en elektrische eisen?
Voldoet de tractor aan de eisen die vermeld staan in de technische gegevens van de getrokken
machine (treklast, verticale last enz.)?
Staat de machine stabiel op een vlakke, stevige ondergrond?
Is de machine volgens de voorschriften geborgd tegen wegrollen?
Is de ISOBUS-terminal in de tractor geïnstalleerd en werkt deze?
Is de combinatie van de verbindingsinrichtingen (trekoog - boutkoppeling dan wel trekhaak -
kogelkoppeling) toegestaan?
6. Inbedrijfstelling
AXENT 100.1 5903083 51
Afb. 25: Aansluitvolgorde van de machinekabels op de tractor
[1] Hydraulische leiding steunvoet
[2] Hydraulische leiding steunvoet
[3] Hydraulische leiding afdekzeil
[4] Hydraulische leiding afdekzeil
[5] Pneumatische stuurleiding (pneumatische
rem)
[6] Pneumatische leiding persluchtreservoir
(pneumatische rem)
[9] ISOBUS-stekker
[10] Verlichtingsstekker
uTractor tegen de machine rijden.
uMotor van de tractor uitzetten. Contactsleutel verwijderen.
Afb. 26: Markering van de hydraulische slangen
[1] Slang met 2 grijze elastieken aan de
handgreep: Afdekzeil openen
[2] Slang met 1 grijs elastiek aan de
handgreep: Afdekzeil sluiten
[3] Slang met 1 grijs elastiek aan de
handgreep: Steunvoet uitklappen
[4] Slang met 2 rode elastieken aan de
handgreep: Steunvoet inklappen
6. Inbedrijfstelling
52 5903083 AXENT 100.1
uHydraulische slangen [3] en [4] van de steunvoet aansluiten op de hydraulische besturing van de
tractor.
Zie Afb. 25
uHydraulische slangen [1] en [2] van het afdekzeil aansluiten op de hydraulische besturing van de
tractor.
6.6.2 Kogelkoppeling
Variant A
üDe PTO is uitgeschakeld.
üHet hydraulische systeem is uitgeschakeld.
üHet handvat van de kogelkoppeling is open.
uTractor starten.
uTractor tegen de machine rijden.
uKogelkoppeling van de tractor exact onder de trekhaak van de machine positioneren.
uHandrem van de tractor aantrekken.
uStuurventiel aan de tractor bedienen tot de schaal van de kogel op de kogelkop rust.
uStuurventiel aan de tractor bedienen tot de steunvoet compleet ingeschoven is.
Afb. 27: Steunvoet inschuiven
uMotor van de tractor uitzetten. Contactsleutel verwijderen.
uHandvat sluiten.
wNeem hiervoor de aanwijzingen van de fabrikant van de tractor in acht.
De verbinding is geborgd.
6. Inbedrijfstelling
AXENT 100.1 5903083 53
6.6.3 Hitch-koppeling
Variant B
üDe PTO is uitgeschakeld.
üHet hydraulische systeem is uitgeschakeld.
üDe boutkoppeling is open.
uTractor starten.
uTractor tegen de machine rijden.
uDe hydraulische steunvoet van de machine zo in hoogte instellen dat de hitch-ring in de hitch-
haak van de tractor grijpt.
uHandrem van de tractor aantrekken.
uMotor van de tractor uitzetten. Contactsleutel verwijderen.
uKoppelbout sluiten.
De verbinding is geborgd.
6.6.4 Trekoog Ø40
Variant C
üDe PTO is uitgeschakeld.
üHet hydraulische systeem is uitgeschakeld.
üDe boutkoppeling is open.
uTractor starten.
uTractor tegen de machine rijden.
uDe hydraulische steunvoet van de machine zo in hoogte instellen dat het trekoog in de
boutkoppeling van de tractor grijpt.
uHandrem van de tractor aantrekken.
uMotor van de tractor uitzetten. Contactsleutel verwijderen.
uKoppelbout sluiten.
De verbinding is geborgd.
6.6.5 Gyroscoop van de stuurpenbesturing monteren
nSpeciale uitrusting
6. Inbedrijfstelling
54 5903083 AXENT 100.1
Afb. 28: Gyroscoop en houder
Monteer de gyroscoop en zijn houder aan de tractor.
Neem daarvoor de montage-instructies in de gebruiksaanwijzing ISOBUS TRAIL Control
Midi van Müller Elektronik in acht.
De gebruiksaanwijzing wordt bij de elektronische besturing meegeleverd.
6.6.6 Aftakas aanbouwen aan de tractor
LET OP!
Materiële schade door te lange aftakas
Bij het heffen van de machine kunnen de helften van de aftakas in elkaar staan. Dit veroorzaakt
schade aan de aftakas, het drijfwerk of de machine.
uControleer de vrije ruimte tussen machine en tractor.
uHoud voldoende afstand (minimaal 20 tot 30 mm) aan tussen buitenbuis van de aftakas en
de veiligheidstrechter aan de strooizijde.
Neem voor controle en aanpassing van de aftakas de aanbouwinstructies en de
inkortingshandleiding in de gebruiksaanwijzing van de aftakasfabrikant in acht. De
gebruiksaanwijzing is bij de levering aangebracht op de aftakas.
6. Inbedrijfstelling
AXENT 100.1 5903083 55
uAftakas aan de tractor monteren.
wBij de eerste inbedrijfstelling de aftakas aanpassen aan de tractor.
uEventueel de aftakas inkorten.
Alleen uw dealer of gespecialiseerde werkplaats mag de aftakas inkorten.
6.6.7 Reminstallatie
De machine is standaard met een pneumatisch remsysteem uitgerust.
Neem betreffende het remsysteem ook de geldende voorschriften van het land waarin u de machine
gebruikt, in acht.
Standaard is de machine uitgerust met een handmatige pneumatische parkeerrrem.
Afb. 29: Pneumatische rem
[1] Parkeerrem [2] Bedrijfsrem
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel door niet geborgde machine
Totdat de machine volledig aangekoppeld is, kan deze wegrollen en mensen verwonden.
Bij het afkoppelen van de machine altijd de volgende procedure voor de pneumatische kabels in
acht nemen:
uPersonen uit de gevarenzone sturen.
uEerst de gele koppelingskop (remkabel) aankoppelen.
uAansluitend de rode koppelingskop (voorraad) aankoppelen.
Neem voor de inbedrijfstelling de volgende aanwijzingen in acht:
6. Inbedrijfstelling
56 5903083 AXENT 100.1
uVoor het aankoppelen de dichtringen en koppelingskoppen van de pneumatische kabels reinigen.
uLet op de volgorde van aansluiten: Zie Afb. 25 Aansluitvolgorde van de machinekabels op de
tractor
uNa het aankoppelen en voor elke rit de dichtheid en werking van het remsysteem controleren.
Bedien hiervoor de rem van de tractor.
uMet de aangekoppelde machine pas rijden, als de manometer in de cabine van de tractor de voor
de tractor beoogde bedrijfsdruk aangeeft.
Verdere aanwijzingen vindt u in de gebruiksaanwijzing van de tractor.
nHandmatige remkrachtregelaar instellen
GEVAAR!
Levensgevaar door defect remsysteem
Er bestaat levensgevaar als het remsysteem ondeskundig gebruikt wordt of defect is.
De machine kan onverhoeds wegrollen of kantelen en personen overrijden.
uControleer vóór de rit of de manometer in de cabine de door de fabrikant van de tractor
vereiste minimale druk van 6,5 bar weergeeft.
uVerloop van de slangleidingen controleren. De slangleidingen mogen niet langs externe
onderdelen schuren.
De remkrachtregelaar bevindt zich op het frame naast de parkeerrem, in de rijrichting links.
Afb. 30: Instelling van de remkrachtregelaar
[1] Leeg
[2] Halve last
[3] Volledige last
uDe instelling van de remkrachtregelaar aan de vulhoeveelheid van de machine aanpassen.
6. Inbedrijfstelling
AXENT 100.1 5903083 57
6.6.8 Parkeerrem ontkoppelen
Parkeerrem [1] pas ontkoppelen, als de machine aan de tractor hangt en de pneumatische leidingen
aangesloten zijn.
uWig verwijderen en in transporthouder steken.
uOp knop [1] drukken.
De parkeerrem is ontkoppeld.
Afb. 31: Parkeerrem ontkoppelen
[1] Parkeerrem [2] Bedrijfsrem
6.6.9 Overige verbindingen aansluiten
uVerlichting aansluiten.
wZie Afb. 25 Aansluitvolgorde van de machinekabels op de tractor.
uVerlichting voor elke rit op werking controleren.
uISOBUS-kabel aansluiten op de ISOBUS-stekker van de tractor.
Neem goed nota van de gebruiksaanwijzingen van de elektronische machinebesturing.
6.6.10 Hydraulisch systeem
De machine is uitgerust met een eigen hydraulisch systeem. Via de aftakas wordt een axiale
plunjerpomp aangedreven. De axiale plunjerpomp voedt de volgende functies:
• Bandaandrijving
Voordoseerschuif
• AXIS-PowerPack
UNIVERSAL-PowerPack met afkamwals (speciale uitrusting)
Stuuras (speciale uitrusting)
6. Inbedrijfstelling
58 5903083 AXENT 100.1
De axiale plunjerpomp zorgt voor een constante bedrijfsdruk bij een toerental van de aftakas van 650
tot 1300 omw/min.
Neem het hoofdstuk 7 Strooibedrijf en de bijkomende handleiding AXENT ISOBUS voor de
elektronische machinenbesturing in acht.
De hydraulisch inklapbare steunvoet en de hydraulische disseldemping worden aangesloten op het
stuurventiel van de tractor.
In de disseldemping worden stikstofreservoirs gebruikt.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel door hete oppervlakken
Het opslagelement kan heet worden. Er bestaat gevaar voor verbranding.
uUitsluitend hiervoor opgeleid personeel mag werkzaamheden aan de hydraulische
componenten en stekkerverbindingen uitvoeren.
6.7 Strooiwerk aanbouwen aan de machine
6.7.1 Voorwaarden
De vulzeef en de scheidingsplaat aan de machine-uitloop vóór de aanbouw van het strooiwerk
UNIVERSAL-PowerPack demonteren. Zie 6.7.2 Vulzeef demonteren.
De machine is leeg.
De machine is aangekoppeld aan de tractor.
De machine en de tractor zijn geborgd tegen wegrollen.
De afdekkap is omhooggeklapt.
Voor de demontage en montage van bepaalde onderdelen aan de is de instelhendel als gereedschap
vereist. Deze bevindt zich voor op de machine.
6. Inbedrijfstelling
AXENT 100.1 5903083 59
Afb. 32: Positie van de instelhendel
[1] Instelhendel (rijrichting links, slanghouder)
6.7.2 Vulzeef demonteren
nUNIVERSAL-PowerPack
Demonteer de vulzeef als u voor het strooien het universele strooiwerk UNIVERSAL-PowerPack
gebruikt. Zo voorkomt u brugvormingen door de meststof of kalk in de voorraadbak.
Voorwaarden:
Met de vorkheftruck een lege pallet ter hoogte van de rand van de voorraadbak plaatsen.
Vorkheftruck beveiligen tegen wegrollen.
Alle delen van de vulzeef veilig op de pallet plaatsen.
Afb. 33: Houders ontgrendelen
[1] Instelhendel [2] Vergrendeling van de zeefsteunen
6. Inbedrijfstelling
60 5903083 AXENT 100.1
uAlle 4 zeefsteunen met de instelhendel ontgrendelen.
De delen van de vulzeef zijn vrij.
uDelen van de vulzeef uitnemen en op de pallet leggen.
uZeefsteunen uitnemen en op de pallet leggen.
uPallet wegzetten en veilig opslaan.
De vulzeef is gedemonteerd.
6.7.3 Scheidingsplaat demonteren
nUNIVERSAL-PowerPack
De scheidingsplaat is voor de verdeling van droge organische meststof en kalk niet geschikt en
moet worden gedemonteerd.
uKunststof vergrendeling [1] met de
instelhendel 90° draaien.
De scheidingsplaat [3] is ontgrendeld.
uScheidingsplaat aan de handgreep [3] uit
de geleiding trekken.
Afb. 34: Scheidingsplaat demonteren
uScheidingsplaat licht zijwaarts draaien om deze tussen de houder en de strooiwerkbak uit te
nemen.
De scheidingsplaat is gedemonteerd.
6.7.4 Scheidingsplaat monteren
nAXIS-PowerPack
De scheidingsplaat is af fabriek voorgemonteerd en dient voor het gelijkmatig verdelen van de
meststof in beide bakdelen van het strooiwerk AXIS-PowerPack.
Als u het strooiwerk regelmatig wisselt, monteert u vóór de aanbouw van het strooiwerk AXIS-
PowerPack de scheidingsplaat en de vulzeef (6.7.5 Vulzeef monteren) weer aan de uitloop van de
machine.
6. Inbedrijfstelling
AXENT 100.1 5903083 61
uScheidingsplaat [1] horizontaal tussen de
houder en de strooiwerkbak [2] inbouwen.
uScheidingsplaat rechtop zetten.
Afb. 35: Scheidingsplaat inbouwen
uScheidingsplaat naar binnen schuiven tot
de plaatgeleiding in de geleidingsopname
aan de scheidingsplaat gestoken is.
Afb. 36: Scheidingsplaat in geleiding steken
[1] Plaatgeleiding [2] Geleidingsopname
6. Inbedrijfstelling
62 5903083 AXENT 100.1
uMet de handgreep [1] de vork [2] aan de
ronde buis opzijschuiven.
uVergrendeling [3] met de instelhendel 90°
draaien.
De scheidingsplaat is gemonteerd.
Afb. 37: Scheidingsplaat borgen
6.7.5 Vulzeef monteren
nAXIS-PowerPack
Monteer de vulzeef voor de aanbouw van het strooiwerk AXIS-PowerPack. Zo voorkomt u storingen
tijdens het strooien door klompen strooimiddel, grote stenen en ander groter materiaal (zeefwerking).
6. Inbedrijfstelling
AXENT 100.1 5903083 63
uAan de posities [A] zeefsteunen (4 stuks)
met vergrendeling inbouwen.
uAan de posities [B] zeefsteunen (2 stuks)
met positioneerdelen inbouwen.
De 6 houders liggen horizontaal en
bewegingsvrij in de voorraadbak.
Afb. 38: Houders van de vulzeef installeren
A Zeefsteun met
vergrendeling
B Zeefsteun met
positioneerdelen
6. Inbedrijfstelling
64 5903083 AXENT 100.1
uDeel van de vulzeef op de zeefsteunen
plaatsen en in de kunststof haak [2]
schuiven.
De positioneerdelen [1] grijpen exact in de
vulzeef.
uAlle delen (in totaal 4) op dezelfde wijze
installeren.
Afb. 39: Vulzeef monteren
[1] Positioneerdeel [2] Kunststof haak
uVergrendelingen met de instelhendel 90°
draaien.
Afb. 40: Vulzeef vergrendelen
[1] Instelhendel [2] Vergrendelingen
6. Inbedrijfstelling
AXENT 100.1 5903083 65
uControleren of alle delen van de vulzeef
goed bevestigd zijn.
De vulzeef is gemonteerd.
Afb. 41: Vulzeef in de voorraadbak
6.7.6 Aanbouw van het strooiwerk
GEVAAR!
Levensgevaar door onachtzaamheid of verkeerde bediening
Er bestaat levensgevaar door beknelling voor personen die zich bij het manoeuvreren met de
tractor of bij het bedienen van de hydraulica tussen tractor en machine bevinden.
De tractor kan door onachtzaamheid of verkeerde bediening te laat of helemaal niet worden
afgeremd.
uAlle personen uit de gevarenzone tussen tractor en machine wegsturen.
Voorwaarden:
De afdekkap is geopend.
De vanghaken en de snelspanners aan beide zijden van de machine staan in geopende toestand.
6. Inbedrijfstelling
66 5903083 AXENT 100.1
Afb. 42: Koppelpunten AXENT 100.1
[1] Vanghaak [2] Onderste snelspanner
uStrooiwerk op een pallet plaatsen.
uStrooiwerk en pallet met een vorkheftruck
optillen.
uVorkheftruck tegen de machine rijden.
uStrooiwerk in de bovenste vanghaak
hangen.
uControleren of het strooiwerk goed in de
haak bevestigd is.
uVorkheftruck wegrijden.
uVanghaak sluiten.
Afb. 43: Vorkheftruck tot aan de grote strooier
rijden
6. Inbedrijfstelling
AXENT 100.1 5903083 67
uAan elke zijde de onderste bout van het
strooiwerk in het ovale gat van de
snelspanner [1] geleiden.
uMet de handgreep [2] de snelspanner
vastspannen.
uControleren of de machine goed vastzit.
Afb. 44: Strooiwerk aan de onderzijde borgen
6.7.7 Verbindingen aansluiten
Afb. 45: Verbindingen
[1] Aansluiting van de elektrische leidingen van
het strooiwerk
[2] Hydraulische leiding strooischijfaandrijving
rechts
[3] Hydraulische leiding strooischijfaandrijving
links
[4] Vrije retourleiding
uSluit de elektrische en hydraulische leidingen aan.
6. Inbedrijfstelling
68 5903083 AXENT 100.1
uSpatbordverlenging [1] aan de metalen
verbindingsplaat aan de stootbeugel
hangen en bevestigen.
Afb. 46: Spatbordverlenging bevestigen
6.8 Strooiwerk ombouwen
De demontage van het strooiwerk geschiedt in omgekeerde volgorde als de montage.
De afdekkap is geopend.
De spatbordverlengingen zijn van de stootbeugel verwijderd.
De elektrische en hydraulische leidingen zijn losgekoppeld van de AXENT-verbindingen.
uDe snelspanner [1] met de handgreep [2]
losmaken.
uTrek de snelspanner naar u toe.
De onderste bout van het strooiwerk is vrij.
Afb. 47: Strooiwerk onderaan ontgrendelen
6. Inbedrijfstelling
AXENT 100.1 5903083 69
uAan elke zijde de vergrendeling [1] van de
bovenste vanghaken openen.
Afb. 48: Koppelpunten losmaken
uVorkheftruck met pallet onder het strooiwerk rijden.
uStrooiwerk optillen tot de koppelpunten vrij zijn.
uVorkheftruck wegrijden en strooiwerk op de pallet op een geschikte locatie neerzetten.
Voor de aanbouw van het andere strooiwerk zijn afhankelijk van het type strooiwerk montage- of
demontagestappen vereist.
Neem de volgende gedeelten in acht.
Bij de ombouw naar het meststrooiwerk AXIS-PowerPack:
6.7.4 Scheidingsplaat monteren
6.7.5 Vulzeef monteren
Bij de ombouw naar het universele strooiwerk UNIVERSAL-PowerPack:
6.7.2 Vulzeef demonteren
6.7.3 Scheidingsplaat demonteren
uStrooiwerk aanbouwen zoals in de hoofdstukken 6.7.6 Aanbouw van het strooiwerk en 6.7.7
Verbindingen aansluiten beschreven.
6. Inbedrijfstelling
70 5903083 AXENT 100.1
6.9 Machine vullen
GEVAAR!
Gevaar door kantelen of wegrollen
De niet geborgde machine kan tijdens het vullen kantelen of wegrollen en zo ernstig persoonlijk
letsel en materiële schade veroorzaken.
uMachine enkel op effen, vaste ondergrond vullen.
uZorg dat de machine vóór het vullen aan de tractor gekoppeld is.
uZorg dat de parkeerrem aangetrokken is.
GEVAAR!
Gevaar door niet toegestaan totaal gewicht
Het overschrijden van het toegestane totale gewicht kan breuk tijdens het bedrijf veroorzaken en
brengt de bedrijfs- en verkeersveiligheid van het voertuig (machine en tractor) in gevaar.
Zeer ernstig persoonlijk letsel, materiële schade en schade aan het milieu zijn mogelijk.
uDe gegevens in het hoofdstuk 4.3 Technische gegevens altijd in acht nemen.
uStel vóór het vullen vast hoeveel u kunt laden.
uHet toegestane totale gewicht aanhouden.
Controleer voor het vullen, of de voordoseerschuiven en de reinigingsklep gesloten zijn.
Afb. 49: Voordoseerschuiven in gesloten stand
6. Inbedrijfstelling
AXENT 100.1 5903083 71
Afb. 50: Reinigingsklep in gesloten stand, in rijrichting aan voorzijde
Voorwaarden:
Het hydraulische systeem is ingeschakeld.
uAfdekzeil van de machine hydraulisch openen.
uMachine gelijkmatig vullen Gebruik hiervoor een laadschop of een transportschroef.
uControleer het vulpeil in de bak op zicht.
uNadat het vullen beëindigd is, het afdekzeil weer sluiten.
De machine is gevuld.
6.10 Vulpeil controleren
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel door val van het platform
Het platform bevindt zich meer dan 1,50 m boven de grond. Aan de zijde van de ladder bestaat
gevaar voor vallen. Kans op ernstig letsel.
uGa voorzichtig op het platform staan.
uHoud het platform altijd schoon.
6. Inbedrijfstelling
72 5903083 AXENT 100.1
Afb. 51: Vulpeilcontrole
[1] Trede (alleen gebruiken voor onderhoud in
de bak)
[2] Snelsluiting
[3] Verschuifbare ladder
[4] Vergrendelingsbouten van de inklapbare
ladder
[5] Platform
nLadder bedienen
uVerschuifbare ladder naar boven duwen en
haak [1] met de hand naar voren duwen tot
de bout [2] vrij is.
Afb. 52: Bovenstuk van de ladder omlaag laten
zakken
6. Inbedrijfstelling
AXENT 100.1 5903083 73
uVerschuifbare ladder omlaag laten zakken.
uAan de inklapbare ladder trekken tot de
vergrendelingsbouten [1] ontgrendelen.
uLadder omlaagklappen.
Afb. 53: Onderstuk van de ladder uitklappen
Beklim de ladder alleen als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
De ladder werd tot de laagste stand omlaaggelaten.
De inklapbare treden naar beneden uitgeklapt.
nLadder in transportpositie dichtklappen
uOnderste ladder omhoogklappen
uVergrendelingsbouten [1] in de groef van
de snelsluitingen laten vergrendelen.
Afb. 54: Ladder inklappen
6. Inbedrijfstelling
74 5903083 AXENT 100.1
uVerschuifbare ladder met de hand door de
rail naar boven schuiven tot de bout [1]
vastgrijpt in de haak.
De ladder is geborgd.
Afb. 55: Schuifdeel borgen
6.11 Camera voor achteruitrijbeveiliging
De achteruitrijcamera biedt u vrij zicht op het gedeelte achter de machine.
Controleer de correcte instelling van de camera via de ISOBUS-terminal.
De achteruitrijcamera moet in het onderste derdedeel de stootbeugel weergeven.
Is dit niet het geval, dan moet u het camerabeeld bijstellen. Daarvoor heeft u de ondersteuning
van een tweede persoon nodig, die in de cabine van de tractor het actuele camerabeeld op de
ISOBUS-terminal observeert.
6. Inbedrijfstelling
AXENT 100.1 5903083 75
Afb. 56:
A Zicht naar achteren: ca. 7 m
BRadius: 5,80 m
C Diameter van het zichtveld naar rechts en
links: 10 m
W Gezichtshoek: 120°
1 Achteruitrijcamera
Afb. 57: Screenshot achteruitrijcamera
6. Inbedrijfstelling
76 5903083 AXENT 100.1
7 Strooibedrijf
7.1 Algemene aanwijzingen
Bedenk dat de levensduur van de machine in aanzienlijke mate afhankelijk is van uw rijstijl.
uLet op de correcte instellingen van de machine. Zelfs een geringe verkeerde instelling kan zorgen
voor een aanzienlijke nadelige invloed op het strooibeeld.
uControleer daarom vóór ieder gebruik en ook tijdens het gebruik uw machine op correct
functioneren en voldoende verspreidingsnauwkeurigheid (afdraaiproef uitvoeren).
uVerminder de snelheid op oneffen ondergrond.
uRijd ook bij een oneffen, zacht terrein (bijv. veldinritten, trottoirranden) zeer voorzichtig.
uRijd voorzichtig door de kopakker.
uVermijd bij bergop en bergaf rijden en dwars t.o.v. de helling rijden het maken van plotselinge en
snelle bochten.
wDoor de verplaatsing van het zwaartepunt bestaat gevaar voor kantelen.
Met de moderne techniek en constructie van onze machines en door uitgebreide, voortdurende tests
op de meststrooiertestbank in de fabriek zelf werd gezorgd voor een correct strooibeeld.
Ondanks de door ons met zorg vervaardigde machines zijn ook bij gebruik volgens de voorschriften
afwijkingen in het strooibeeld of eventuele storingen niet uit te sluiten.
Mogelijke oorzaken daarvoor zijn:
veranderingen van de fysieke eigenschappen van de meststof of de kalk (bijv. verschillende
verdeling van de korrelgrootte, verschillende dichtheid, korrelvorm en -oppervlak, beitsing,
verzegeling, vocht);
verhoogde slijtage door bijzonder harde meststofsoorten (bijv. kalkammonsalpeter, kieseriet)
klontering en vochtige meststof of kalk;
afdrift door wind: bij te hoge windsnelheden het strooien onderbreken;
verstoppingen of brugvormingen (bijv. door vreemde voorwerpen, zakresten, vochtige meststof ...)
oneffenheden in het terrein;
slijtage van slijtageonderdelen;
beschadiging door inwerking van buitenaf;
gebrekkige reiniging en onderhoud tegen corrosie;
verkeerde aandrijftoerentallen en rijsnelheden;
achterwege laten van de afdraaiproef
verkeerde instelling van de machine.
7. Strooibedrijf
AXENT 100.1 5903083 77
strooiwerk
uGebruik in combinatie met de meststrooier AXIS-PowerPack ALTIJD de vulzeef om
verstoppingen door bijv. vreemde voorwerpen of mestklonters te vermijden.
uIn combinatie met het kalkstrooiwerk UNIVERSAL-PowerPack ALTIJD de vulzeef demonteren
om brugvorming te vermijden.
Aanspraak op vergoeding van schade die niet aan de machine zelf is ontstaan, is uitgesloten.
Hieronder valt ook uitsluiting van aansprakelijkheid voor vervolgschade als gevolg van
strooifouten.
7.2 Afdekkap sluiten
De afdekkap is een belangrijke veiligheidsinrichting voor het veilige gebruik van de machine; zie
3.10.2 Functie van de veiligheidsinrichtingen. U kunt niet overladen als de afdekkap open is.
De afdekkap is uitgerust met een veiligheidsschakelaar. De veiligheidsschakelaar meldt de open of
gesloten positie van de afdekkap terug aan de machinebesturing. Als de afdekkap open is, stoppen
alle via de machinebesturing aangestuurde verbruikers (transportband, voordoseerschuiven,
afkamwals, afdekzeil, strooischijven).
Afb. 58: Onderdelen afdekkap
[1] Handgrepen
[2] Kunststof clips
[3] Trekband
[4] Bouten
7. Strooibedrijf
78 5903083 AXENT 100.1
uMet de hand de trekband grijpen en aan de
band trekken.
De afdekkap sluit neerwaarts.
Afb. 59: Aan de trekband trekken
uAfdekkap aan de handgrepen [1]
vastgrijpen en langzaam laten zakken.
Afb. 60: Afdekkap sluiten
uDe afdekkap met de handgrepen [1] op het strooiwerk drukken tot de kunststof clips
vergrendelen.
wDe veiligheidsschakelaar is geactiveerd.
De machine is klaar voor gebruik.
In de bijkomende gebruiksaanwijzing AXENT ISOBUS vindt u aanvullende informatie over de
besturing van de machine en de positieweergave van de afdekkap.
7. Strooibedrijf
AXENT 100.1 5903083 79
7.3 Snelheid van de transportband instellen
De transportband start en stopt automatisch. Via de machinebesturing kunt u de status van de
transportband op het beeldscherm controleren.
De elektronische bediening van de transportband wordt in de aparte gebruiksaanwijzing van de
elektronische machinebesturing beschreven. Deze bijkomende gebruiksaanwijzing is bestanddeel
van de machinebesturing AXENT ISOBUS.
Als de snelheid van de transportband in vergelijking met de ingestelde strooihoeveelheid van het
strooiwerk te laag is, wordt er geen volmelding van de strooiwerkbak afgegeven. Dit kan tot
strooifouten of tot onderbemesting op de gestrooide oppervlakken leiden, aangezien leeg strooien
mogelijk is.
Snelheid van de transportband verhogen.
7.4 Meststof strooien
nAXIS-PowerPack
7.4.1 Verloop van het strooibedrijf
Tot het reglementair gebruik van de machine behoort ook het naleven van de door de fabrikant
voorgeschreven bedienings-, onderhouds- en reparatievoorwaarden. Tot het strooibedrijf behoren
daarom altijd de werkzaamheden voor de voorbereiding en voor reiniging/onderhoud.
Strooiwerkzaamheden overeenkomstig de hieronder beschreven stappen uitvoeren.
Voorbereiding
uMachine aanbouwen aan de tractor, Hoofdstuk 6.6 - Machine aanbouwen aan de tractor -
Pagina 51.
uvulzeef monteren, Hoofdstuk 6.7.5 - Vulzeef monteren - Pagina 63
uscheidingsplaat monteren, Hoofdstuk 6.7.4 - Scheidingsplaat monteren - Pagina 61
umeststrooier aanbouwen aan de machine, Hoofdstuk 6.8 - Strooiwerk ombouwen - Pagina 69.
uvoordoseerschuiven sluiten.
uMeststof vullen, Hoofdstuk 6.9 - Machine vullen - Pagina 71.
uMachine-instellingen (werkbreedte, strooihoeveelheid, etc.) uitvoeren.
wZie gebruiksaanwijzing van de machinebesturing
7. Strooibedrijf
80 5903083 AXENT 100.1
Strooiwerkzaamheden
uRit naar de strooiplaats
uPTO inschakelen.
uVoordoseerschuiven openen en beginnen met strooien.
wZie gebruiksaanwijzing van de machinebesturing
uStrooiwerkzaamheden beginnen.
uStrooien beëindigen en voordoseerschuiven sluiten.
uPTO uitschakelen.
Reiniging/onderhoud
uResthoeveelheid legen.
uMachine parkeren, Hoofdstuk 7.7 - Machine parkeren en ontkoppelen - Pagina 97.
uMachine reinigen en onderhouden, Hoofdstuk 9 - Onderhoud en reparatie - Pagina 102.
7.4.2 Aanwijzingen bij de strooitabel
De waarden in de strooitabel zijn op de testinstallatie van de fabrikant bepaald.
De hiervoor gebruikte meststof werd bij de meststoffabrikant of in de handel aangeschaft. Ervaringen
tonen aan dat de meststof waarover u beschikt - zelfs bij een identieke benaming - door toedoen van
opslag, transport enz. andere strooi-eigenschappen kan vertonen.
Hierdoor kunnen met de in de strooitabel opgegeven machine-instellingen afwijkingen ontstaan in de
strooihoeveelheid en een minder goede verspreiding van meststof.
Neem daarom goed nota van de volgende aanwijzingen:
Controleer altijd de daadwerkelijk uitstromende strooihoeveelheid door een afdraaiproef.
Controleer de meststofspreiding over de werkbreedte met een praktijkgerichte proefset (4.4.3.2
Praktijkgerichte proefset (PPS 5) speciale uitrusting).
Gebruik enkel meststoffen die in de strooitabel zijn opgenomen.
Informeer ons wanneer u een soort meststof in de strooitabel niet terugvindt.
Neem goed nota van de instelwaarden. Ook een gering afwijkende instelling kan zorgen voor een
aanzienlijk nadelig effect op het strooibeeld.
Let bij het gebruik van ureum vooral op:
Ureum is vanwege mestimporten verkrijgbaar in verschillende kwaliteiten en korrelgrootten.
Daardoor kunnen andere strooierinstellingen noodzakelijk zijn.
Ureum heeft een hogere windgevoeligheid en een hogere opname van vochtigheid dan andere
meststoffen.
7. Strooibedrijf
AXENT 100.1 5903083 81
Voor de juiste strooierinstellingen overeenkomstig de daadwerkelijk gebruikte meststof is het
bedieningspersoneel verantwoordelijk.
De machinefabrikant wijst er uitdrukkelijk op dat hij geen aansprakelijkheid aanvaardt voor
vervolgschade ten gevolge van strooifouten.
7.4.3 Machine via de ISOBUS-terminal instellen
De noodzakelijke instellingen voor het strooien van meststof voert u uit via de ISOBUS-terminal.
nVoorbeeld voor veldstrooien in de normale bemesting
Afb. 61: Veldstrooien in de normale bemesting
Bij het veldstrooien in de normale bemesting ontstaat een symmetrisch strooibeeld. Bij correcte
strooierinstelling (zie gegevens in de strooitabel) wordt de meststof gelijkmatig verdeeld.
uWaarden uit de strooitabel nemen en in het menu Meststof- instel. invoeren:
wStrooihoeveelheid
wWerkbreedte
wAfgiftepunt
wBasistoerental
uVolg de instructies in de bijkomende gebruiksaanwijzing AXENT ISOBUS.
nVoorbeeld voor grensstrooien in de normale bemesting
Afb. 62: Grensstrooien in de normale bemesting
7. Strooibedrijf
82 5903083 AXENT 100.1
Bij het grensstrooien in de normale bemesting komt nagenoeg geen meststof over de veldgrens
terecht. In dat geval moet een onderbemesting aan de veldgrens geaccepteerd worden.
uWaarden uit de strooitabel nemen en in het menu Meststof- instel. invoeren:
wStrooihoeveelheid
wWerkbreedte
wAfgiftepunt
wGrensstrooitype: Grens selecteren.
wHoev(%)
De weergave op de foto kan variëren afhankelijk van de geconfigureerde versie van de software.
Neem goed nota van de bijkomende gebruiksaanwijzing van de machinebesturing
AXENT ISOBUS.
uIn het hoofdmenu de grensstrooifunctie activeren.
De instellingen uit het menu Meststof- instel. worden overgenomen.
De actueel geselecteerde modus verschijnt boven in het werkscherm.
uVolg de instructies in de bijkomende gebruiksaanwijzing AXENT ISOBUS.
nVoorbeeld voor randstrooien bij de normale bemesting
Afb. 63: Randstrooien bij de normale bemesting
Het randstrooien bij de normale bemesting is een meststofverdeling waarbij nog wat meststof over de
veldgrens terechtkomt. Hierdoor ontstaat slechts een kleine onderbemesting aan de veldgrens.
uWaarden uit de strooitabel nemen en in het menu Meststof- instel. invoeren:
wStrooihoeveelheid
wWerkbreedte
wAfgiftepunt
wGrensstrooitype: Rand selecteren.
wHoev(%)
7. Strooibedrijf
AXENT 100.1 5903083 83
De weergave op de foto kan variëren afhankelijk van de geconfigureerde versie van de software.
Neem goed nota van de bijkomende gebruiksaanwijzing van de machinebesturing
AXENT ISOBUS.
uIn het hoofdmenu de randstrooifunctie activeren.
De instellingen uit het menu Meststof- instel. worden overgenomen.
De actueel geselecteerde modus verschijnt boven in het werkscherm.
uVolg de instructies in de bijkomende gebruiksaanwijzing AXENT ISOBUS.
7.4.4 Werkbreedte instellen
nJuiste strooischijf kiezen
Om de werkbreedte te realiseren zijn er voor verschillende soorten meststof verschillende
strooischijven beschikbaar.
Strooischijftype Werkbreedte
S4 18 m-28 m
S6 24 m-36 m
S8 30 m-42 m
S10 32 m-48 m
S12 42 m-50 m
Op elke strooischijf bevinden zich twee verschillende, vast gemonteerde strooischoepen. De
strooischoepen zijn overeenkomstig hun type gemarkeerd.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel door draaiende strooischijven
De verdeelinrichting (strooischijven, strooischoepen) kan lichaamsdelen of voorwerpen grijpen en
naar binnen trekken. Het aanraken van de verdeelinrichting kan tot het afrukken, pletten of
afsnijden van lichaamsdelen leiden.
uDe maximaal toegelaten aanbouwhoogten vooraan (V) en achteraan (H) absoluut in acht
nemen.
uAlle personen uit de gevarenzone van de machine wegsturen.
uGemonteerde stootbeugel aan de voorraadbak nooit demonteren.
7. Strooibedrijf
84 5903083 AXENT 100.1
Type strooischijf Strooischijf links Strooischijf rechts
S4 S4-L-200
S4-L-270
S4-R-200
S4-R-270
S4 VxR S4-L-200 VxR
S4-L-270 VxR
S4-R-200 VxR
S4-R-270VxR
S6 VxR plus (gecoat) S6-L-255 VxR
S6-L-360 VxR
S6-R-255 VxR
S6-R-360 VxR
S8 VxR plus (gecoat) S8-L-390 VxR
S8-L-380 VxR
S8-R-390 VxR
S8-R-380 VxR
S10 VxR plus
(gecoat)
S10-L-340 VxR
S10/S12-L-480 VxR
S10-R-340 VxR
S10/S12-R-480 VxR
S12 VxR plus
(gecoat)
S12-L-360 VxR
S10/S12-L-480 VxR
S12-R-360 VxR
S10/S12-R-480 VxR
nStrooischijven demonteren en monteren
Voor de demontage en montage van bepaalde onderdelen aan de is de instelhendel als gereedschap
vereist. Deze bevindt zich voor op de machine.
Afb. 64: Positie van de instelhendel
[1] Instelhendel (rijrichting links, slanghouder)
7. Strooibedrijf
AXENT 100.1 5903083 85
GEVAAR!
Letselgevaar door lopende motor
Bij het werken aan de machine bij een draaiende motor kunnen contact met het mechanisme en
uittredende meststof tot ernstige verwondingen leiden.
uStrooischijven nooit bij lopende motor of draaiende PTO van de tractor monteren of
demonteren.
uMotor van de tractor uitzetten.
uContactsleutel verwijderen.
Strooischijven demonteren
uMet de instelhendel de dopmoer van de
strooischijf losmaken.
Afb. 65: Dopmoer losmaken
uDopmoer afschroeven.
uStrooischijf van de naaf nemen.
uInstelhendel weer in de daartoe voorziene
houder leggen. Zie Afb. 64 Positie van de
instelhendel
Afb. 66: Dopmoer afschroeven
7. Strooibedrijf
86 5903083 AXENT 100.1
Strooischijven monteren
üMotor van de tractor is uitgeschakeld en beveiligd tegen inschakelen door onbevoegden.
üDe linker strooischijf in rijrichting links en de rechter strooischijf in rijrichting rechts monteren.
Let erop dat de strooischijven links en rechts niet worden verwisseld.
Het hiernavolgende montageproces wordt aan de hand van de linker strooischijf beschreven.
Montage van de rechter strooischijf overeenkomstig deze instructies uitvoeren.
uDe linker strooischijf op de linker strooischijfnaaf zetten.
De strooischijf moet effen op de naaf liggen (eventueel vuil verwijderen).
De pennen van de strooischijfhouders zijn op de linker en rechter zijde verschillend
gepositioneerd. U monteert alleen dan de juiste strooischijf, wanneer deze precies in de
strooischijfhouder past.
uDopmoer voorzichtig plaatsen (niet scheef houden).
uDopmoer met ca. 38 Nm aanspannen.
De dopmoeren hebben aan de binnenzijde een vergrendeling die zelfstandig loskomen voorkomt.
Deze vergrendeling moet te voelen zijn bij het vastdraaien, anders is de dopmoer versleten en
moet deze worden vervangen.
uDe vrije doorgang tussen strooischoep en uitloop met de hand controleren door hamdmatig aan
de strooischijven te draaien.
7.4.5 Afgiftepunt instellen
De machine beschikt over een elektronische instelling van het afgiftepunt. De elektronische
instelling van het afgiftepunt wordt in de aparte bijkomende gebruiksaanwijzing van de
machinebesturing beschreven. Deze bijkomende gebruiksaanwijzing wordt bij de
machinebesturing meegeleverd.
Met de keuze van het type strooischijf legt u een bepaald bereik voor de werkbreedte vast. De
verandering van het afgiftepunt dient voor de precieze afstelling van de werkbreedte en de
aanpassing aan verschillende soorten meststof.
De instelling van het afgiftepunt is op de schaalverdeling aan de zijkant zichtbaar.
Verstellen in de richting van kleinere cijfers: De meststof wordt vroeger afgeworpen. Er
ontstaan strooibeelden voor kleinere werkbreedten.
Verstellen in de richting van grotere cijfers: De meststof wordt later afgeworpen en meer naar
buiten in de overlappingszones gestrooid. Er ontstaan strooibeelden voor grotere werkbreedten.
7. Strooibedrijf
AXENT 100.1 5903083 87
Afb. 67: Weergave voor afgiftepunt (voorbeeld)
7.4.6 Strooihoeveelheid instellen
De machine beschikt over een elektronische schuifbediening voor de instelling van de
strooihoeveelheid op de meststrooier.
De elektronische bediening van de doseerschuiven wordt in de aparte bijkomende
gebruiksaanwijzing van de elektronische machinebesturing beschreven.
Afb. 68: Schaal voor de weergave van de strooihoeveelheid
7.4.7 Strooien op de kopakker
Voor een goede meststofverdeling op de kopakker is het nauwkeurig aanleggen van de rijpaden
onontbeerlijk.
Grensstrooien
Bij het strooien op de kopakker door grensstrooibedrijf (lager toerental, verstelling van het afgiftepunt
en hoeveelheidsreductie).
7. Strooibedrijf
88 5903083 AXENT 100.1
Afb. 69: Grensstrooien
[T] Kopakkerrijpad [X] Werkbreedte
Het kopakkerrijpad [T] op een afstand van de halve werkbreedte [X] ten opzichte van de veldrand
aanleggen.
Wanneer u verder strooit op het veld na het strooien in het kopakkerrijpad:
Grensstrooi-inrichting uitschakelen.
7. Strooibedrijf
AXENT 100.1 5903083 89
Afb. 70: Normaal strooien
[A] Einde van de strooiwaaier bij het strooien in
het kopakkerrijpad
[E] Einde van de strooiwaaier bij het strooien op
het veld
[T] Kopakkerrijpad
[X] Werkbreedte
De doseerschuiven sluiten en openen bij de heen- en terugritten op verschillende afstanden van de
veldgrens van de kopakker.
Heenrit uit het kopakkerrijpad
uDoseerschuiven openen, wanneer aan de volgende voorwaarde is voldaan:
whet einde van de strooiwaaier op het veld [E] ligt ongeveer een halve werkbreedte + 4 tot 8 m
tegen de veldgrens van de kopakker.
De tractor bevindt zich naargelang de strooibreedte van de meststof op verschillende afstanden in het
veld.
Terugrit in het kopakkerrijpad
uDoseerschuiven zo laat mogelijk sluiten.
wIdealiter ligt het einde van de strooiwaaier op het veld [A] ca. 4 tot 8 m verder dan de
werkbreedte [X] van de kopakker
wDit kan naargelang de strooibreedte van de meststof en werkbreedte niet steeds bereikt
worden.
uAlternatief kan via de kopakkerrijstrook uitgereden worden of een 2e kopakkerrijstrook worden
aangelegd.
Bij inachtneming van deze instructies garandeert u een milieuvriendelijke en kostenbewuste
werkwijze.
7. Strooibedrijf
90 5903083 AXENT 100.1
7.4.8 Zijwaarts ten opzichte van de helling strooien
Tijdens het zijwaarts ten opzichte van de helling rijden kan de machine afdriften. Met de
stuurpenbesturing (speciale uitrusting) kunt u het afdriften op de helling tegengaan. Gebruik hiervoor
de stuurcomputer.
Neem voor het bedienen van de stuurcomputer goed nota van de gebruiksaanwijzing van de
stuurpenbesturing: TRAIL-Control van Müller Elektronik.
TRAIL-Control ondersteunt u als volgt:
De stuurcomputer houdt de machine in het spoor van de tractor.
Bij het werken op een helling stuurt TRAIL-Control de machine omhoog, zodat deze niet uit het
spoor van de tractor glijdt.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor ongevallen bij niet gekalibreerde TRAIL-Control
Bij een niet-gekalibreerde middenpositie kan de machine afwijken van het rijspoor van de tractor.
Dit kan leiden tot een verkeersongeval.
Let voordat u op de weg gaat rijden absoluut op het volgende:
uTRAIL-Control kalibreren; Zie daarvoor de gebruiksaanwijzing TRAIL-Control van Müller
Elektronik.
uWanneer u rechtdoor rijdt, zorg er dan voor dat de machine in een lijn achter de tractor wordt
getrokken.
uTRAIL-Control uitschakelen.
Afb. 71: Stuurpenbesturing (speciale uitrusting)
7. Strooibedrijf
AXENT 100.1 5903083 91
TRAIL-Control alleen gebruiken tijdens het strooien.
7.5 Droge organische meststof en kalk strooien
nUNIVERSAL-PowerPack
7.5.1 Verloop van het strooibedrijf
Tot het reglementair gebruik van de machine behoort ook het naleven van de door de fabrikant
voorgeschreven bedienings-, onderhouds- en reparatievoorwaarden. Tot het strooibedrijf behoren
daarom altijd de werkzaamheden voor de voorbereiding en voor reiniging/onderhoud.
Strooiwerkzaamheden overeenkomstig de hieronder beschreven stappen uitvoeren.
Voorbereiding
uMachine aanbouwen aan de tractor, Hoofdstuk 6.6 - Machine aanbouwen aan de tractor -
Pagina 51.
uvulzeef demonteren, Hoofdstuk 6.7.2 - Vulzeef demonteren - Pagina 60
uscheidingsplaat demonteren, Hoofdstuk 6.7.3 - Scheidingsplaat demonteren - Pagina 61
umeststrooier aanbouwen aan de machine, Hoofdstuk 6.7 - Strooiwerk aanbouwen aan de
machine - Pagina 59.
uvoordoseerschuiven sluiten.
uMeststof vullen, Hoofdstuk 6.9 - Machine vullen - Pagina 71.
uMachine-instellingen (dichtheid, rijsnelheid, strooihoeveelheid, etc.) uitvoeren.
wZie gebruiksaanwijzing van de machinebesturing
Strooiwerkzaamheden
uRit naar de strooiplaats
uPTO inschakelen.
uVoordoseerschuiven openen en beginnen met strooien.
wZie gebruiksaanwijzing van de machinebesturing
uStrooiwerkzaamheden beginnen.
uStrooien beëindigen en voordoseerschuiven sluiten.
uPTO uitschakelen.
Reiniging/onderhoud
uResthoeveelheid legen.
uMachine parkeren, Hoofdstuk 7.7 - Machine parkeren en ontkoppelen - Pagina 97
umachine reinigen en onderhouden, Hoofdstuk 9 - Onderhoud en reparatie - Pagina 102.
7. Strooibedrijf
92 5903083 AXENT 100.1
7.5.2 Afgiftepunt instellen
GEVAAR!
Letselgevaar door lopende motor
Bij het werken aan de machine bij een draaiende motor kunnen contact met het mechanisme en
uittredende meststof tot ernstige verwondingen leiden.
uVoer de werkzaamheden voor het lossen van de resthoeveelheid nooit bij ingeschakelde
motor/ingeschakelde aftakas uit.
uMotor van de tractor uitzetten.
uContactsleutel verwijderen.
uAlle personen uit de gevarenzone verwijderen.
Af fabriek is het universele strooiwerk ingesteld op de neutrale stand voor een gelijkmatige verdeling
van de meststof en kalk.
Afb. 72: Normaal strooibeeld, afgiftepunt in neutrale stand
Beide markeringen voor de neutrale stand zijn in het midden uitgelijnd.
Afb. 73: Afgiftepunt in neutrale stand
[1] Markering [2] Markering neutrale stand
Aanhaalmoment van de bevestigingsschroeven: 300 Nm
7. Strooibedrijf
AXENT 100.1 5903083 93
nOptimalisering van het strooibeeld op basis van de eigenschappen van de meststofsoort en
kalksoort
Het afgiftepunt verstelt u handmatig door het verschuifbare deel van het universele strooiwerk naar
voren of achteren te zetten.
Afb. 74: Afgiftepunt instellen
[1] Bevestigingsschroeven
[2] Markering neutrale stand
[3] Stelschroef
uBevestigingsschroeven [1] met een sleutel SW 36 aan elke zijde losdraaien.
Te weinig kalk in het midden:
uStelschroef [3] met een sleutel SW 36 draaien om het verschuifbare deel in rijrichting naar
achteren [+] terug te zetten.
Afb. 75: Te weinig meststof of kalk in het midden
Het afgiftepunt verplaatst zich naar voren.
7. Strooibedrijf
94 5903083 AXENT 100.1
Te veel meststof of kalk in het midden:
uStelschroef [3] met een sleutel SW 36 draaien om het verschuifbare deel in rijrichting naar
voren [-] te zetten.
Afb. 76: Te veel meststof of kalk in het midden
Het afgiftepunt verplaatst zich naar achteren.
7.5.3 Machine instellen voor het kalk strooien
De voordoseerschuiven en de snelheid van de transportband afhankelijk van de rijsnelheid bepalen de
strooihoeveelheid voor het strooien van kalk.
uIn de elektronische machinebesturing AXENT ISOBUS de bedrijfsmodus Kalk AUTO km/h
activeren.
De overlaadfunctie van de machine in combinatie met het universele strooiwerk wordt in de aparte
bijkomende gebruiksaanwijzing van de machinebesturing beschreven. Deze bijkomende
gebruiksaanwijzing is bestanddeel van de machinebesturing AXENT ISOBUS.
uInstellingen uitvoeren:
wWerkbreedte
wStrooihoeveelheid
wStrooischijftype
wStroomfactor
U neemt de instellingen uit de onderste tabel.
uHet strooibedrijf via de machinebesturing AXENT ISOBUS starten.
De transportband start.
De afkamwals start.
nStroomfactor voor kalksoorten (UNIVERSAL-PowerPack)
Strooihoeveelheden bij 10 km/h en 30 cm opening van de voordoseerschuiven
7. Strooibedrijf
AXENT 100.1 5903083 95
Kalksoort
Dichthei
d
(kg/m³)
Maal-
niveau
Stroomfact
or Droge stof (%) Werk-
breedte (m)
Hoeveelhei
d
max.
(kg/ha)
Gebrande kalk,
gemalen 1100 1 0,88 100 10 9700
Gebrande kalk,
korrels 1100 - 0,88 100 18 5380
Converterkalk 1300 2 1,04 90 15 7640
Carbokalk 1000 - 0,80 72 12 7340
Gemengde kalk 1100 2 0,88 88 12 8080
Koolzuurhoudende
kalk 1200 2 0,96 92 12 8810
Magnesiumkalk 1100 1 0,88 94 10 10580
Zwarte kalk 900 1 0,72 83 12 6610
Voor kalksoorten die niet in de lijst staan, kan met behulp van de onderstaande formule de
stroomfactor worden bepaald.
Stroomfactor (SF) = dichtheid (kg/liter) x 0,8
7.6 Restvolumelediging
Los de machine dagelijks na het gebruik. Op deze manier voorkomt u corrosie en verstoppingen en
behoudt u de eigenschappen van de meststof en de kalk.
7.6.1 Veiligheidsaanwijzingen
GEVAAR!
Gevaar door draaiende strooischijf
Bij het werken aan de machine bij lopende motor met draaiende strooischijven kan door het
mechanisme en uitgeworpen meststof ernstig letsel ontstaan.
uVóór het lossen van de resthoeveelheid de strooischijven demonteren.
uPersonen uit de gevarenzone sturen.
Zorg bovendien dat voldaan is aan de volgende voorwaarden:
De machine staat geborgd tegen kantelen en wegrollen op een horizontale, vaste ondergrond.
De machine is tijdens het lossen van de resthoeveelheid gekoppeld aan de tractor.
Er bevinden zich geen personen in de gevarenzone.
• AXIS-PowerPack:
De strooischijven zijn gedemonteerd. Zie 7.4.4.2 Strooischijven demonteren en monteren
UNIVERSAL-PowerPack: Het universele strooiwerk is gedemonteerd.
7. Strooibedrijf
96 5903083 AXENT 100.1
De meststrooier AXIS-PowerPack is aangesloten op een elektronische besturing. Er verschijnt een
melding dat het afgiftepunt tijdelijk tijdens het lossen van de resthoeveelheid naar
afgiftepuntpositie 0 wordt bewogen.
Neem de bijkomende gebruiksaanwijzing AXENT ISOBUS in acht.
7.6.2 Machine leegmaken
Het lossen van de resthoeveelheid geschiedt door het openen van de voordoseerschuiven en het
inschakelen van de transportband.
AXIS-PowerPack
uZet een opvangbak onder de meststrooier AXIS-PowerPack.
uLossen van de resthoeveelheid via de machinebesturing AXENT ISOBUS starten.
uGelijktijdig via de machinebesturing AXENT ISOBUS het lossen van de resthoeveelheid aan het
strooiwerk starten.
uInstructies op het beeldscherm volgen.
uNadat de strooibak volledig geleegd is, de machine reinigen. Zie 9.2 Machine reinigen.
UNIVERSAL-PowerPack
uAan het einde van het veld kalk aftappen of naar het kalkmagazijn terugrijden.
uLossen van de resthoeveelheid via de machinebesturing AXENT ISOBUS starten.
uMet de tractor naar voren rijden om te voorkomen dat het kalkmagazijn in contact komt met de
transportband.
uNadat de strooibak volledig geleegd is, de machine reinigen. Zie hoofdstuk 9.2 Machine reinigen.
7.7 Machine parkeren en ontkoppelen
WAARSCHUWING!
Gevaar door kantelen
De machine is een eenassig voertuig. Bij eenzijdige belading aan de achterzijde kan de machine
kantelen.
Dit kan persoonlijk letsel en materiële schade veroorzaken.
uParkeer de machine op een horizontale en vaste ondergrond.
uBij eenzijdige belading aan de achterzijde de machine nooit loskoppelen van de tractor.
Alleen lege machine parkeren.
7. Strooibedrijf
AXENT 100.1 5903083 97
uTractor en machine op een horizontale, vaste ondergrond zetten.
uMotor van de tractor uitzetten en de contactsleutel verwijderen.
nPneumatisch remsysteem
uTrek aan de knop [1] van de parkeerrem.
De parkeerrem is aangetrokken.
Afb. 77: Handmatige parkeerrem aantrekken
[1] Parkeerrem [2] Bedrijfsrem
uWiggen uit de transporthouder aan het
spatbord nemen.
uSchuifpen [1] indrukken en de wiggen
openklappen.
1
Afb. 78: Wig openklappen
7. Strooibedrijf
98 5903083 AXENT 100.1
uWiggen tegen beide wielen plaatsen.
Afb. 79: Wig positioneren
uHydraulische steunvoet uitschuiven.
uBij het loskoppelen van de machine altijd eerst de rode koppelingskop (voorraad) en
aansluitend de gele koppelingskop van het pneumatische remsysteem loskoppelen.
uDe elektrische aansluitingen van de tractor lostrekken.
uAlle stekkeraansluitingen met de stofkappen beschermen.
uAftakas van de tractor loskoppelen.
uHydraulisch systeem van de tractor in een drukloze toestand (drijfstand) brengen.
uDe hydraulische aansluitingen van de tractor lostrekken.
uMachine loskoppelen van de tractor.
uGyroscoop voor stuuras (speciale uitrusting) demonteren en in de daartoe voorziene houder
hangen.
uAlle kabels en slangen aan de console over de dissel in de daartoe voorziene houders plaatsen.
Afb. 80: Opbergconsole voor kabels, hydraulische slangen en pneumatische leidingen
[1] Opbergconsole voor de hydraulische
slangen en elektrische kabels
[2] Opbergconsole voor de pneumatische
leidingen van het remsysteem
De machine is ontkoppeld en geparkeerd.
7. Strooibedrijf
AXENT 100.1 5903083 99
8 Storingen en mogelijke oorzaken
WAARSCHUWING!
Gevaar voor verwondingen bij ongeschikt verhelpen van storingen
Een vertraagd of onvakkundig verhelpen van storingen door onvoldoende gekwalificeerd personeel
leidt tot ernstig lichamelijk letsel alsook schade aan machines en milieu.
uOptredende storingen onmiddellijk verhelpen.
uVerhelp de storing alleen zelf wanneer u over de betreffende kwalificatie beschikt.
Voorwaarden voor het verhelpen van storingen
Motor van de tractor uitschakelen en beveiligen tegen inschakelen door onbevoegden.
Let in het bijzonder op de waarschuwingen in hoofdstuk 3 Veiligheid en 9 Onderhoud en reparatie,
vooraleer u de storingen verhelpt.
Storing Mogelijke oorzaak Maatregel
De transportband transporteert
geen meststof in de bak van de
meststrooier
De aftakas is niet
aangesloten of niet
ingeschakeld.
De machinebesturing is niet
ingeschakeld.
De AXENT-bak is leeg.
Het meststrooiwerk is
volledig gevuld.
De leegmeldingssensoren
in de AXIS-PowerPack zijn
vervuild of defect.
De voordoseerschuiven
gaan niet open.
uVerbindingen en
aansluitingen controleren.
uFunctioneren van de
sensoren controleren, indien
nodig reinigen.
De transportband transporteert
te weinig meststof. Het toerental van de
aftakas is te laag.
De voordoseerschuiven
gaan niet volledig open.
De consistentie van het
strooimiddel is niet geschikt
voor het strooien met de
machine.
8. Storingen en mogelijke oorzaken
100 5903083 AXENT 100.1
Storing Mogelijke oorzaak Maatregel
De transportband vertoont slip. De spanning van de
transportband is niet correct
ingesteld.
uTransportband naspannen.
8. Storingen en mogelijke oorzaken
AXENT 100.1 5903083 101
9 Onderhoud en reparatie
9.1 Veiligheid
Let op de waarschuwingen in het hoofdstuk 3 Veiligheid
Let in het bijzonder op de aanwijzingen in het gedeelte 9 Onderhoud en reparatie
Neem zeer goed nota van de volgende aanwijzingen:
Alleen vakpersoneel mag laswerkzaamheden en werkzaamheden aan de elektrische en
hydraulische installatie uitvoeren.
Bij werkzaamheden aan de opgeheven machine bestaat kantelgevaar. Beveilig de machine altijd
door middel van geschikte stutelementen.
Om de machine met een hefwerktuig op te tillen steeds beide ringogen in de voorraadbak
gebruiken.
Bij onderdelen die onafhankelijk worden bediend bestaat gevaar voor beknellen en snijden. Let
er bij het onderhoud op dat zich niemand in de zone van de bewegende delen bevindt.
Reserveonderdelen moeten minimaal voldoen aan de door de fabrikant vastgelegde technische
eisen. Dit is bijv. gewaarborgd door originele reserveonderdelen.
Voorafgaand aan alle reinigings-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden en bij het verhelpen
van een storing, de motor van de tractor uitschakelen, de contactsleutel eruit trekken en wachten
tot alle bewegende onderdelen van de machine stilstaan.
Door de besturing van de machine met een bedieningseenheid kunnen bijkomende risico’s en
gevaren ontstaan door toedoen van onafhankelijk werkende onderdelen.
Stroomtoevoer tussen tractor en machine loskoppelen.
Stroomtoevoerkabel van de accu scheiden.
Reparatiewerkzaamheden mogen UITSLUITEND worden uitgevoerd door een geïnstrueerde
en erkende werkplaats.
In het hydraulische circuit bevinden zich twee stikstofreservoirs. Deze staan ook na het
uitschakelen van het systeem nog onder druk. Open de schroefverbindingen van het hydraulische
circuit langzaam en voorzichtig.
nOnderhoudsschema
Dit onderhoudsschema geldt voor normaal belaste voertuigen. Bij bijzonder hoge belasting verkort u
de onderhoudsintervallen overeenkomstig. Zo voorkomt u schade aan de tractor, aan de machine of
aan het strooiwerk.
Verdere aanwijzingen vindt u in de gebruiksaanwijzing van de tractor.
9. Onderhoud en reparatie
102 5903083 AXENT 100.1
Taak
Voor het eerste gebruik
Voor gebruik
Na gebruik
Na de eerste X uren
Na de eerste X uren
Na de eerste X uren
Na de eerste X uren
Na de eerste X uren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
dagelijks
wekelijks
Elke X weken
Driemaandelijks
Jaarlijks
Elke X jaren
Elke X jaren
Aan het begin van het seizoen
Aan het einde van het seizoen
Waarde (X)
6
10
30
50
100
20
30
40
50
100
200
500
1000
2
2
6
Reinigen
Reinigen X
Lagers van de
geleiderollen X X
Reinigingswater
aftappen X X
Spatborden en wielen XX X
Luchtreservoir X
Smering
Machineonderdelen X X
Remaslagering X X
Wielnaaflagering X X
Remhendel X X
Stuurschenkellagering X
Doseerschuif XX
Strooischijfnaaf XX
Scharnieren, bussen X XX
Afgiftepuntverstelling X XX
Veerstekker aan het
universele strooiwerk X XX
Controle
Slijtageonderdelen X
Schroefverbindingen X X X X
Aanhangkoppeling X X
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 103
Taak
Voor het eerste gebruik
Voor gebruik
Na gebruik
Na de eerste X uren
Na de eerste X uren
Na de eerste X uren
Na de eerste X uren
Na de eerste X uren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
dagelijks
wekelijks
Elke X weken
Driemaandelijks
Jaarlijks
Elke X jaren
Elke X jaren
Aan het begin van het seizoen
Aan het einde van het seizoen
Waarde (X)
6
10
30
50
100
20
30
40
50
100
200
500
1000
2
2
6
Dissel X X
Wielmoer X X
Elektrische zekeringen X X X
Elektrische leidingen X X X X
Verlichting X X
Elektronische besturing X X X X
Hydraulische slangen X X X
Stikstofreservoirs X X X
Hydraulisch stuurblok X
Hydraulische cilinders X X
Transportbandaandrijvin
g X X
Eindaanslag van de
stuuras X
Ashoeksensor X X
Aanhanger X X X
Positie van de
transportband X X
Spanning van de
transportband X
Bandschraper X X
Remsysteem X X
Remhendel X
Remblok X X X
Banden X X X
9. Onderhoud en reparatie
104 5903083 AXENT 100.1
Taak
Voor het eerste gebruik
Voor gebruik
Na gebruik
Na de eerste X uren
Na de eerste X uren
Na de eerste X uren
Na de eerste X uren
Na de eerste X uren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
Alle X draaiuren
dagelijks
wekelijks
Elke X weken
Driemaandelijks
Jaarlijks
Elke X jaren
Elke X jaren
Aan het begin van het seizoen
Aan het einde van het seizoen
Waarde (X)
6
10
30
50
100
20
30
40
50
100
200
500
1000
2
2
6
Wielen X X
Lagerspeling van de
wielnaven X X
Wielmoer vastdraaien X
Remberekening X X
Vervanging
Hydraulische slangen X
Drijfwerk axiale
plunjerpomp X X
Drijfwerk
bandaandrijving X X
Eigen hydraulisch
systeem X X
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 105
9.2 Machine reinigen
nReinigen
Strooimiddel en vuil bevorderen de corrosie. Hoewel componenten van de machine uit roestvrij
staal bestaan, bevelen wij u aan om onmiddellijk na elk gebruik de reiniging uit te voeren om de
machine in goede staat te houden.
uReinig ingeoliede machines alleen op wasplaatsen met olieafscheider.
uRicht bij de reiniging met hoge druk de waterstraal nooit direct op waarschuwingssymbolen,
elektrische inrichtingen, hydraulische componenten en glijlagers.
uNa de reiniging de droge machine, met name de roestvrijstalen onderdelen, met een
milieuvriendelijk corrosiebeschermingsmiddel te behandelen.
wBij uw geautoriseerde contractuele handelaar een geschikte polijstset voor het behandelen
van roestplekken bestellen.
9.2.1 Lagers van de geleiderollen reinigen
nLagers van de geleiderollen
Tijdens het strooien hoopt zich stof en vuil op de geleiderollen van de transportband op.
uGeleiderollen reinigen. Open daarvoor de zijafdekkingen.
De onderstaande handeling beschrijft het openen van een zijafdekking. Ga voor alle zijafdekkingen op
dezelfde manier te werk. Aan elke zijde van de machine zijn de geleiderollen afgedekt door 3
zijafdekkingen.
uSteek de instelhendel door de zijafdekking
in de plaatgeleiding.
uTil de instelhendel op.
De vergrendeling wordt ontgrendeld.
De zijafdekking is ontgrendeld.
Afb. 81: De instelhendel gebruiken.
9. Onderhoud en reparatie
106 5903083 AXENT 100.1
uZijafdekking openklappen en afnemen.
Afb. 82: Zijafdekking openklappen
uReinig de geleiderollen met een zachte
waterstraal.
uZijafdekking met de onderste plaathaken
[1] in de houders [2] van het frame leggen.
uZijafdekking met de hand naar boven
dichtklappen.
De zijafdekking is in gesloten positie geborgd.
Afb. 83: Zijafdekking monteren
9.2.2 Reinigingswater aftappen
nReinigingswater aftappen
Na de reiniging kan nog water in de bak van de machine aanwezig zijn.
Positie van de reinigingsklep en instelling van de hendel: Zie 3.11.2 Stickers met instructies
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 107
uOnderhoudsklep in rijrichting voor openen.
uAan hendel [1] van de reinigingsklep
trekken.
De reinigingsklep gaat open.
Het water stroomt weg.
Afb. 84: Hendel van de reinigingsklep
uHendel van de reinigingsklep naar binnen schuiven.
De reinigingsklep is gesloten.
9.2.3 Spatborden en wielen reinigen
nSpatborden en wielen
uMaak de spatborden en wielen regelmatig schoon, maar in ieder geval elke keer voordat u op de
openbare weg gaat rijden.
9. Onderhoud en reparatie
108 5903083 AXENT 100.1
9.3 Smeerschema
De smeerpunten zijn verdeeld over de hele machine en gedeeltelijk gemarkeerd met een
aanwijzingsbord.
Afb. 85: Aanwijzingsbord smeerpunt
uHoud de aanwijzingsborden altijd schoon en leesbaar.
9.3.1 Smeerpunten basismachine
nMachineonderdelen
Interval van de smeerwerkzaamheden: om de 50 bedrijfsuren of, onder extreme
strooiomstandigheden, met kortere intervallen.
Afb. 86: Kogelkoppeling
[1] Smeerpunt kogelkoppeling
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 109
Afb. 87: Steunvoet
[1] Smeerpunt steunvoet
Afb. 88: Hydraulische cilinder steunvoet
[1] Smeerpunt hydraulische cilinder
Afb. 89: Bandaandrijving
[1] Smeerpunt katrol [2] Smeerpunt dissel
9. Onderhoud en reparatie
110 5903083 AXENT 100.1
Afb. 90: Dissel
[1] Smeerpunt dissel
Afb. 91: Bandaandrijving
[1] Smeerpunt transportbandaandrijfrol
9.3.2 Smeerpunten remaslagering
nRemaslagering
Interval van de smeringswerkzaamheden: om de 200 bedrijfsuren en vóór inbedrijfstelling na
langdurige stilstand.
Neem goed nota van de gebruiksaanwijzing en de instructies van de asfabrikant.
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 111
Afb. 92: Remaslagering starre as
[1] Smeerpunt starre as
Afb. 93: Remaslagering stuuras
[1] Smeerpunt remaslagering
9.3.3 Smeerpunten wielnaaflagering
nWielnaaflagering
Interval van de smeringswerkzaamheden: om de 1000 bedrijfsuren, minstens eenmaal per jaar.
Neem goed nota van de gebruiksaanwijzing en de instructies van de asfabrikant.
9. Onderhoud en reparatie
112 5903083 AXENT 100.1
9.3.4 Smeerpunten remhendel
nRemhendel
Interval van de smeringswerkzaamheden: om de 500 bedrijfsuren, minstens eenmaal per jaar.
Neem goed nota van de gebruiksaanwijzing en de instructies van de asfabrikant.
Afb. 94: Remhendel starre as
[1] Smeerpunt remhendel
Afb. 95: Remhendel stuuras
[1] Smeerpunt remhendel
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 113
9.3.5 Smeerpunten stuuras
nStuurschenkellagering
Interval van de smeringswerkzaamheden: om de 40 bedrijfsuren.
Neem goed nota van de gebruiksaanwijzing en de instructies van de asfabrikant.
Afb. 96: Stuuras
[1] Smeerpunt stuurschenkellagering
9.3.6 Smeerpunten meststrooiwerk
nDoseerschuif smeren
nDoseerschuif
Doseerschuif soepel lopend houden en regelmatig invetten.
Smeermiddel: Vet, olie
nStrooischijfnaaf smeren
nStrooischijfnaaf
Draaipunt en geleidingsvlakken soepel lopend houden en regelmatig invetten.
Smeermiddel: Vet
9. Onderhoud en reparatie
114 5903083 AXENT 100.1
nScharnieren, bussen smeren
nScharnieren, bussen
De scharnieren en bussen aan de aandrijving van het roerwerk zijn ontworpen voor droge werking,
maar mogen wel licht worden gesmeerd.
Smeermiddel: Vet, olie
nAfgiftepuntverstelling smeren
nAfgiftepuntverstelling
De afgiftepuntverstelling op de verstelbare bodem goed soepel houden en regelmatig inoliën, van de
rand naar binnen en van de bodem naar buiten.
Smeermiddel: Olie
9.3.7 Smeerpunten universeel strooiwerk
nVeerstekker aan het universele strooiwerk
Interval van de smeerwerkzaamheden: om de 50 bedrijfsuren of, onder extreme
strooiomstandigheden, met kortere intervallen.
Afb. 97: Smeerpunt universeel strooiwerk
[1] Smeerpunt veerstekker uitloop (afbeelding
toont alleen de rechterzijde)
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 115
Afb. 98: Smeerpunt universeel strooiwerk
[1] Smeerpunt veerstekker beschermdeksel
afkamwals
9.4 Slijtageonderdelen en schroefverbindingen
9.4.1 Slijtageonderdelen controleren
nSlijtageonderdelen
Slijtageonderdelen zijn: de schraper aan de AXENT-uitloop, de bandafdichting in de AXENT-bak, het
afdichtprofiel aan de onderhoudsklep en alle kunststof onderdelen.
uSlijtageonderdelen regelmatig controleren.
uDeze onderdelen vervangen wanneer ze duidelijk zichtbare tekenen van slijtage, vervormingen,
gaten of veroudering vertonen. Anders ontstaat een verkeerd strooibeeld.
wDe levensduur van de slijtageonderdelen is onder andere afhankelijk van het gebruikte
strooimiddel.
uLaat de toestand van de machine, met name bevestigingsonderdelen, hydraulisch systeem,
doseerorganen, transportband na elk seizoen door uw vakhandelaar controleren.
uVersleten componenten tijdig vervangen, zodat de gevolgen van schade kunnen worden
voorkomen.
Alle verbindingselementen van de machine met de tractor zijn eveneens aan slijtage onderhevig.
Dit betreft met name de trekhaak van de kogelkoppeling of het trekoog van de boutkoppeling.
Reserveonderdelen moeten minimaal voldoen aan de door de fabrikant vastgelegde technische
eisen. Dit is bijv. gewaarborgd door originele reserveonderdelen.
9.4.2 Boutverbindingen controleren
nSchroefverbindingen
9. Onderhoud en reparatie
116 5903083 AXENT 100.1
De schroefverbindingen zijn af fabriek vastgedraaid en geborgd met het noodzakelijke koppel. Door
trillingen en schokken, in het bijzonder in de eerste bedrijfsuren, kunnen schroefverbindingen
loskomen.
uAlle schroefverbindingen controleren op stevig vastzitten.
Sommige componenten zijn met zelfborgende moeren gemonteerd.
uGebruik bij montage van deze componenten altijd nieuwe zelfborgende moeren.
Neem de aanhaalmomenten van de standaard-schroefverbindingen in acht.
Zie 12.1 Tabel met aandraaimomenten
nAanhangkoppeling
uAlle schroefverbindingen controleren op stevig vastzitten.
uIndien nodig de schroefverbinding van de aanhangkoppeling met 560 Nm vastdraaien.
nDissel
uAlle schroefverbindingen controleren op stevig vastzitten.
uIndien nodig de schroefverbinding van de dissel met 440 Nm vastdraaien.
nWielmoer
uWielmoeren op stevig vastzitten controleren.
wOm de 500 bedrijfsuren of na 8500 km
uIndien nodig de schroefverbinding met 510 Nm vastdraaien.
9.5 Elektrische installatie, elektronica
nElektrische zekeringen
De stroomvoorziening van de machine is via de ISOBUS-kabel van de tractor gewaarborgd.
De ISOBUS-kabel is met een 60 ampère- en een 30 ampère-zekering beveiligd tegen overbelasting.
De zekeringen liggen achter de onderhoudsklep.
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 117
Afb. 99: Zekeringen aan de ISOBUS-kabel
[1] Zekering 30 A [2] Zekering 60 A
nElektrische leidingen
uAlle elektrische leidingen door visuele controle op slijtage controleren.
wLet in het bijzonder op uitwendige beschadigingen of breukpunten.
nVerlichting
uControleer elke dag of de verlichting in perfecte staat verkeert.
uVervang beschadigde onderdelen onmiddellijk.
uReinig vuile onderdelen onmiddellijk.
nElektronische besturing
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel
De controle van de elektronische besturing geschiedt in realtime. Dat betekent dat de
machinecomponenten de geselecteerde functie direct uitvoeren.
uAlle personen uit de gevarenzone sturen.
Controleer de volgende functies van de elektronische besturing:
Start transportband
Opening voordoseerschuif
Rijsnelheidssensor controleren
Vulpeilsensoren controleren
9. Onderhoud en reparatie
118 5903083 AXENT 100.1
Test de werking van de sensoren en actuatoren met de elektronische machinebesturing
AXENT ISOBUS.
Neem goed nota van de gebruiksaanwijzing van de elektronische machinebesturing
AXENT ISOBUS.
9.6 Hydraulisch systeem
Het hydraulische systeem van de getrokken machine bestaat uit een hydraulisch circuit.
Stuurblok met olievoorziening door de boordeigen axiale plunjerpomp
Als de machine in bedrijf is, staat het hydraulische systeem van de machine onder hoge druk. De
temperatuur van de olie in het systeem bedraagt tijdens het bedrijf ca. 90°C.
WAARSCHUWING!
Gevaar door hoge druk en hoge temperatuur in het hydraulische systeem
Onder hoge druk ontsnappende hete vloeistoffen kunnen ernstig letsel veroorzaken.
uVóór alle werkzaamheden het hydraulische systeem drukloos maken.
uMotor van de tractor uitzetten en tractor beveiligen tegen opnieuw inschakelen.
uHydraulisch systeem laten afkoelen.
uDraag bij het zoeken naar lekkages altijd een veiligheidsbril en beschermende
handschoenen.
WAARSCHUWING!
Infectiegevaar door hydraulische olie
Onder hoge druk ontsnappende hydraulische olie kan door de huid dringen en infecties
veroorzaken.
uZoek bij letsel door hydraulische olie onmiddellijk een arts op.
WAARSCHUWING!
Milieuvervuiling door ongeschikte verwijdering van hydraulische olie en transmissieolie
Hydraulische olie en transmissieolie zijn biologisch niet volledig afbreekbaar. Daarom mag olie niet
op ongecontroleerde wijze in het milieu terechtkomen.
uNaar buiten gestroomde olie met zand, aarde of absorberend materiaal opnemen resp.
indammen.
uHydraulische olie en transmissieolie in een daarvoor voorzien reservoir opvangen en
verwijderen met inachtneming van de officiële voorschriften.
uVoorkom dat olie naar buiten stroomt en in het riool geraakt.
uVoorkom dat olie in de afwatering geraakt door wallen van zand of aarde of door andere
geschikte blokkeringsmaatregelen.
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 119
9.6.1 Hydraulische slangen controleren
nHydraulische slangen
Hydraulische slangen staan bloot aan een hoge belasting. Ze moeten regelmatig worden
gecontroleerd en bij beschadiging onmiddellijk worden vervangen.
uControleer de hydraulische slangen regelmatig, minimaal echter vóór aanvang van het
strooiseizoen, door visuele controle op beschadiging.
uVoor aanvang van het strooiseizoen de ouderdom van de hydraulische slangen controleren.
Hydraulische slangen vervangen als de opslagtijd en gebruiksduur overschreden is.
uHydraulische slangen vervangen zodra ze een of meerdere van de volgende beschadigingen
vertonen:
wBeschadiging van de buitenste laag tot aan de kern;
wBrosheid van de buitenste laag (scheurvorming);
wVervorming van de slang;
wLoskomen van de slang uit het slangkoppelstuk;
wBeschadiging van het slangkoppelstuk;
wDoor corrosie verminderde stevigheid en werking van het slangkoppelstuk.
9.6.2 Hydraulische slangen vervangen
nHydraulische slangen
Hydraulische slangen zijn onderhevig aan een verouderingsproces. Ze mogen maximaal 6 jaar,
inclusief een opslagtijd van maximaal 2 jaar, worden gebruikt.
De fabricagedatum van een slangleiding is op een van de slangkoppelstukken in jaar/maand
aangegeven (bijv. 2012/04).
Voorbereiding
uControleer of het hydraulische systeem drukloos en afgekoeld is.
uZet opvangbakken klaar onder de scheidingspunten voor uitlopende hydraulische olie.
uLeg geschikte sluitstukken klaar om te voorkomen dat hydraulische olie uit leidingen die niet
vervangen hoeven te worden stroomt.
uLeg geschikt gereedschap klaar.
uTrek beschermende handschoenen aan en zet een veiligheidsbril op.
uControleer of de nieuwe hydraulische slang overeenkomt met het type van de hydraulische slang
die vervangen moeten worden. Let met name op het juiste drukbereik en de juiste lengte van de
slangen.
In het hydraulische circuit bevinden zich twee stikstofreservoirs. Deze staan ook na het uitschakelen
van het systeem nog onder druk.
9. Onderhoud en reparatie
120 5903083 AXENT 100.1
uDe schroefverbindingen van het hydraulische circuit langzaam en voorzichtig openen.
Let goed op de verschillende gegevens m.b.t. de maximale druk van de te vervangen hydraulische
leidingen.
Werkwijze:
uSlangkoppelstuk aan het uiteinde van de te vervangen hydraulische slang losmaken.
uDe olie uit de hydraulische slang laten lopen.
uHet andere uiteinde van de hydraulische slang losmaken.
uHet losgemaakte uiteinde van de slang direct in de olieopvangbak laten zakken en de aansluiting
afsluiten.
uSlangbevestigingen losmaken en hydraulische slang verwijderen.
uDe nieuwe hydraulische slang aansluiten. Slangkoppelstukken vastdraaien.
uHydraulische slang met de slangbevestigingen vastzetten.
uPositie van de nieuwe hydraulische slang controleren.
wDe slanggeleiding moet identiek aan die van de oude hydraulische slang zijn.
wDe slang mag nergens schuren.
wDe slang niet draaien of onder spanning leggen.
De hydraulische slangen zijn met succes vervangen.
9.6.3 Stikstofreservoirs
nStikstofreservoirs
In het hydraulische circuit bevinden zich twee onderhoudsvrije stikstofreservoirs voor de demping van
de dissel.
uStikstofreservoirs minstens om de 2 jaar op externe toestand controleren.
uStikstofreservoirs en aansluitingen voor aanvang van de rit op beschadiging controleren.
9.6.4 Hydraulisch blok
nHydraulisch stuurblok
Via het stuurblok worden alle aandrijf- en regelfuncties gevoed, die vanuit de elektronische besturing
worden bediend.
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 121
Afb. 100: Stuurblok
De te onderhouden componenten van het hydraulische systeem zijn:
de hydraulische cilinders van de voordoseerschuiven, Afb. 101 Hydraulische cilinders
voordoseerschuiven
de hydraulische motor van de transportbandaandrijving, Afb. 103 Motor van de transportband
controleren
de hydraulische cilinders voor de aandrijving van het afdekzeil, Afb. 102 Hydraulische cilinders
afdekzeil
uStuurblok vóór de rit controleren op beschadiging/lekkage.
9.6.5 Hydraulische cilinders voor de regelfuncties
nHydraulische cilinders
uControleer de regelfuncties van alle hydraulische cilinders regelmatig, minimaal echter vóór elke
strooirit.
uControleer de componenten op uitwendige beschadiging en lekkage.
Regelfuncties: Hydraulische cilinders [1] van de
voordoseerschuiven
Afb. 101: Hydraulische cilinders
voordoseerschuiven
9. Onderhoud en reparatie
122 5903083 AXENT 100.1
Regelfuncties: Hydraulische cilinders [1] voor
het afdekzeil (voor en achter)
Afb. 102: Hydraulische cilinders afdekzeil
9.6.6 Transportbandaandrijving controleren
nTransportbandaandrijving
uMotor van de transportband regelmatig
controleren, minimaal echter vóór elke
strooirit.
uComponenten op uitwendige beschadiging
en lekkage controleren.
Afb. 103: Motor van de transportband controleren
9.6.7 Olie verversen en oliefilter vervangen
nDrijfwerk axiale plunjerpomp
Component Oliehoeveelheid Naam olie
Drijfwerk 0,6 l SAE 75W-90
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 123
Gebruik olie van dezelfde soort en gebruik geen biologische oliën.
Olie nooit mengen.
nDrijfwerk bandaandrijving
Component Oliehoeveelheid Naam olie
Drijfwerk 2,5 l SAE 80W-90
Gebruik olie van dezelfde soort en gebruik geen biologische oliën.
Olie nooit mengen.
nEigen hydraulisch systeem
Component Oliehoeveelheid Naam olie
Eigen hydraulisch systeem
(vario-aandrijving)
ca. 60 l HLVP 32-330
Gebruik olie van dezelfde soort en gebruik geen biologische oliën.
uVoordat u olie aftapt, een voldoende grote opvangbak (minimaal 60 liter) onder de bak zetten.
De kraan van het aftappunt bevindt zich onder de bak tussen het filterpatroon en de insteleenheid
voor de disselvering.
9. Onderhoud en reparatie
124 5903083 AXENT 100.1
uHydraulische kraan [1] openen.
uRestolie in de opvangbak laten stromen.
Afb. 104: Olie aftappen
uHydraulische kraan aansluiten.
uOliefilter aan het stuurblok demonteren.
Afb. 105: Oliefilter stuurblok
uOliefilter onder de bak demonteren.
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 125
uDe nieuwe oliefilters erop schroeven.
uLadder uitklappen en platform beklimmen.
Zie Ladder bedienen
LET OP!
Materiële schade door onjuiste oliesoort
Een onjuiste oliesoort of een mengsel van verschillende oliesoorten kan materiële schade
veroorzaken aan het hydraulische systeem van de machine en aan de door dit systeem
voortbewogen machineonderdelen.
uGebruik uitsluitend de in deze gebruiksaanwijzing beschreven toegestane oliesoorten.
uVerschillende oliesoorten nooit mengen. Altijd een volledige olieverversing uitvoeren.
uVulschroef uitdraaien.
uVullen met olie.
Het oliepeil is in orde als de niveau-
indicatie tussen de maximale en minimale
waarde ligt.
De olie is met succes ververst, de oliefilters zijn
met succes vervangen.
Afb. 106: Vullen met olie
9.7 Eindstop van de stuuras aanpassen aan de wielmaat
nEindaanslag van de stuuras
De stuuras van de machine is af fabriek uitgerust met het juiste aantal afstandhouders [1]. De
mechanische stop van de stuurhoek is dus vooringesteld.
9. Onderhoud en reparatie
126 5903083 AXENT 100.1
Als u uw machine wilt uitrusten met een ander rijspoor of een andere wielmaat, dan moet u het
aantal afstandhouders aanpassen. Neem hiervoor contact op met uw gespecialiseerde
werkplaats.
Alleen de gespecialiseerde werkplaats mag de stuuras aanpassen.
Informatie over het kalibreren van de stuuras vindt u in de gebruiksaanwijzing van de
stuurcomputer TRAIL-Control van Müller Elektronik.
Afb. 107: Afstandhouders van de stuuras
9.8 Werking van de ashoeksensor controleren
nAshoeksensor
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel door verkeerde informatie over de hoek
Als de hoeksensor defect, verkeerd gepositioneerd of niet gekalibreerd is, kan de elektronica
onjuiste informatie over de hoek doorgeven. Er bestaat gevaar voor kantelen en letsel.
uVergewis u er voor elke strooibeurt van dat de sensorkabel geen kabelbreuk heeft.
uAlleen de gespecialiseerde werkplaats mag de vervanging en de positionering van de
sensor uitvoeren.
De ashoeksensor bevindt zich op de as links in de rijrichting.
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 127
uSensor [1] op dichtheid en toestand
controleren.
uVoor elke strooibeurt controleren of de
bevestigingsschroef [2] vastzit en indien
nodig aandraaien.
Afb. 108: Ashoeksensor
9.9 Strooischijven van het meststrooiwerk vervangen
De volgorde van de stappen voor het vervangen van de strooischijven vindt u in hoofdstuk 7.4.4.2
Strooischijven demonteren en monteren
9.10 Strooischijven van het universele strooiwerk vervangen
9.10.1 Strooischijven demonteren
GEVAAR!
Letselgevaar door lopende motor
Bij het werken aan de machine bij een draaiende motor kunnen contact met het mechanisme en
uitgeworpen kunstmest tot ernstige verwondingen leiden.
uVóór alle instel- en onderhoudswerkzaamheden wachten totdat alle draaiende onderdelen
volledig tot stilstand zijn gekomen.
uMotor van de tractor uitzetten.
uContactsleutel verwijderen.
uAlle personen uit de gevarenzone verwijderen.
Voor de demontage en montage van bepaalde onderdelen aan de is de instelhendel als gereedschap
vereist. Deze bevindt zich voor op de machine.
9. Onderhoud en reparatie
128 5903083 AXENT 100.1
Afb. 109: Positie van de instelhendel
[1] Instelhendel (rijrichting links, slanghouder)
9.10.2 Strooischijven monteren
Voorwaarden:
De motor van de tractor en de machinebesturing AXENT ISOBUS zijn uitgeschakeld en beveiligd
tegen inschakelen door onbevoegden.
uDe linker strooischijf in rijrichting links en de rechter strooischijf in rijrichting rechts monteren.
De pen voor de linker strooischijf bevindt zich linksboven van de verticale as van de opnamepen.
Afb. 110: Zijde van de strooischijven onderscheiden
[1] Pen voor de vastlegging van de
montagezijde van de strooischijf
[2] Opnamepen
Het hiernavolgende montageproces wordt aan de hand van de linker strooischijf beschreven. Voer de
montage van de rechter strooischijf overeenkomstig deze instructies uit.
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 129
uDe linker strooischijf op de linker strooischijfnaaf zetten.
wErop letten dat de strooischijf gelijkmatig op de naaf ligt.
wIndien nodig vuil verwijderen.
uDopmoer voorzichtig plaatsen (niet scheef houden).
uDraai de dopmoer goed vast, niet met de instelhendel.
De dopmoeren hebben aan de binnenzijde een vergrendeling die zelfstandig loskomen voorkomt.
Deze vergrendeling moet te voelen zijn bij het vastdraaien, anders is de dopmoer versleten en
moet deze worden vervangen.
uDe vrije doorgang tussen strooischoep en uitloop met de hand controleren door hamdmatig aan
de strooischijven te draaien.
9.11 Koppeling
nAanhanger
uTrekoog/kogelkoppeling regelmatig op slijtage controleren.
9.12 Instelling van de disselvering
Voor de juiste werking van het aangebouwde strooiwerk moet de AXENT-bak onafhankelijk van de
werkomstandigheden horizontaal zijn.
De disselvering is vooraf in de fabriek ingesteld en is geschikt voor de meeste
gebruiksomstandigheden. Om bij vergissing gedane instelfouten te voorkomen, zijn beide hendels van
de afsluiters gedemonteerd en worden deze bij de machine meegeleverd.
De hoogte van de koppelpunten kan op basis van de eigenschappen van uw tractor (bijv. kleine
wielen, lage koppelpunten, ...) variëren. U kunt daarom de positie en de veereigenschap van de dissel
aanpassen.
9. Onderhoud en reparatie
130 5903083 AXENT 100.1
Afb. 111: Disselvering instellen
A Instelling van de disselhoogte
BInstelling van de drukvering
1 Stikstofreservoir linker disselveercilinder
2 Afsluiter disseldemping, gesloten
3 Afsluiter disselhoogte, gesloten
4 Stikstofreservoir rechter disselveercilinder
Voorwaarden:
De machine staat geborgd tegen kantelen en wegrollen op een horizontale, vaste ondergrond.
De machine is aangekoppeld aan de tractor.
Er bevinden zich geen personen in de gevarenzone.
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 131
Helling van de machine controleren
uAfstand tot de bodem van de onderkant van het frame van de bak aan de voorzijde [V] en
achterzijde [H] meten.
Als u een afwijking groter dan 40 mm tussen de beide maten vaststelt, moet u de hoogte van de
dissel aanpassen.
Afb. 112: Helling van de machine controleren
H Afstand onderkant frame van bak/bodem,
achterzijde
V Afstand onderkant frame van bak/bodem,
voorzijde
Disselhoogte instellen
uHendels aan de afsluiters monteren.
uBeide afsluiters openen.
Het hydraulische circuit voor de disselvering en voor de steunvoet is open.
Het hydraulische circuit van beide disselcilinders is verbonden met het hydraulische circuit van de
steunvoet.
uMet de hydraulische besturing van de tractor de steunvoet inschuiven, tot de disselcilinders
compleet ingeschoven zijn.
uMet de hydraulische besturing van de tractor de steunvoet uitschuiven tot de machine horizontaal
gepositioneerd is ([V] = [H]).
9. Onderhoud en reparatie
132 5903083 AXENT 100.1
uLinker afsluiter sluiten.
Afb. 113: Linker afsluiter sluiten
uCilinder van de disselvering controleren.
De plunjerstang moet min. 50 mm en max.
140 mm uitgeschoven zijn.
50 mm < x < 140 mm
De disselhoogte is ingesteld.
Afb. 114: Plunjerstang uitschuiven
Neem echter als u de gewenste hoogte van de dissel niet bereikt, contact op met uw dealer.
Demping van de dissel instellen
uMet de hydraulische besturing van de tractor de steunvoet inschuiven.
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 133
uDruk op 70 bar instellen.
De steunvoet schuift in.
De machine zakt licht naar voren.
Afb. 115: Manometer aan kabelgeleiding boven
dissel
uRechter kogelkraan sluiten.
uBeide grepen van de kogelkranen demonteren en veilig opbergen.
9.13 Instelling van de transportband
9.13.1 Positie van de transportband afstellen
nPositie van de transportband
Voor de juiste verdeling van het strooimiddel in de strooiwerkbak moet de transportband in het midden
op de aandrijfrollen liggen.
uAfstand van de transportband tot de wand van de bak aan beide zijden meten.
9. Onderhoud en reparatie
134 5903083 AXENT 100.1
Afb. 116: Controle van de positie van de transportband
1 Transportband
2Wand van de bak
X Afstand tussen transportband en wand van
de bak links/rechts meten
uAls de afwijking tussen de beide zijden groter dan 20 mm is, aandrijfwals instellen.
De lagers van de aandrijfwals bevinden zich in rijrichting aan de achterzijde aan elke zijde van de
koppelpunten van het strooiwerk.
uAan de zijde van de grotere afstand
moeren [1] van de aandrijfwals met circa 2
omdraaiingen losdraaien.
uStelschroef met moeren [3] ontspannen tot
de afstand aan elke zijde gelijk is.
uMoeren [1] en [3] weer vastdraaien.
Afb. 117: Positie van de aandrijfwals
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 135
uPositie van de bandschraper aan de transportband aanpassen.
Zie 9.14 Bandschraper bijstellen
uDe band via de machinebesturing AXENT ISOBUS starten.
uNa een minuut de band stoppen.
uPositie van de transportband aan de spanrol controleren en eventueel bijstellen.
9.13.2 Spanning van de transportband instellen
nSpanning van de transportband
uSpanning van de transportband na de eerste bedrijfsuren controleren, of wanneer u speling aan
de transportband vaststelt.
De spanrollen van de transportband bevinden zich in rijrichting aan de voorzijde tussen de bak en het
frame.
uPositie van de schotelveerpakketten [2]
controleren.
Gewenste maat in voorgespannen
inbouwpositie van alle schotelveren =
56 mm
De helft van de schotelveerpakketten ligt
aan beide zijden in één vlak met de
positieplaat [1].
28 mm +/- 1 mm,
10 schotelveren
uIndien nodig de schotelveren naspannen.
Afb. 118: Schotelveerpakketten naspannen
Positie van de geleidewals controleren
De geleidewals moet over de gehele lengte een rechte hoek hebben.
9. Onderhoud en reparatie
136 5903083 AXENT 100.1
uControleer de positie van de
markeringsplaat [2] aan beide zijden.
De markeringsplaat moet aan beide zijden
in het gedeelte van dezelfde
markeringstand [A] liggen.
De schaalverdeling [1] van de geleidewals
moet eveneens aan beide zijden
overeenkomen.
uAls de posities van de markeringen
afwijken, de schotelveerpakketten
overeenkomstig instellen.
Afb. 119: Schotelveerpakketten instellen
uSchotelveerpakketten [1] met +/- 2 mm
verstellen.
Afb. 120: Schotelveerpakketten verstellen
9.14 Bandschraper bijstellen
nBandschraper
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 137
Bandschraper demonteren
uDe 5 schroeven [3] van de klemplaat [1]
losdraaien.
uBandschraper [2] wegnemen.
Afb. 121: Klemplaat demonteren
Houder voor bandschraper bijstellen
u4 mm maat nemen.
uControleer op gelijkmatige afstand ten
opzichte van de transportband.
Afb. 122: Afstand controleren
uDe 4 schroeven [1] onder de transportband
losdraaien.
uPositie van de houder via de ovale gaten
bijstellen.
uSchroeven [1] weer vastdraaien.
Afb. 123: Positie van de houder aanpassen
9. Onderhoud en reparatie
138 5903083 AXENT 100.1
Bandschraper vastschroeven
uBandschraper [1] weer tegen de band
leggen.
Let op de positie van de schraper.
uKlemplaat op schraper met de schroeven
vastschroeven.
Afb. 124: Klemplaat aanbrengen
9.15 Onderstel en remmen
De machine wordt door een pneumatisch remsysteem met twee circuits geremd. Onderstel en
remmen zijn vitaal voor de bedrijfsveiligheid van de machine.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor ongelukken door ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden
Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden aan het onderstel en aan het remsysteem hebben een
negatief effect op de bedrijfsveiligheid van de machine en kunnen tot ernstige ongelukken met
persoonlijk letsel en materiële schade leiden.
uInstel- en reparatiewerkzaamheden aan het remsysteem uitsluitend door erkende garages of
remservicebedrijven laten uitvoeren.
9.15.1 Toestand en werking van het remsysteem controleren
nRemsysteem
U bent zelf verantwoordelijk voor de onberispelijke toestand van uw systeem.
De onberispelijke werking van het remsysteem is van vitaal belang voor de veiligheid van uw
machine.
Laat het remsysteem regelmatig, minimaal eenmaal per jaar, controleren door een erkende
garage.
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 139
uControleer het remsysteem regelmatig, minimaal voor elke rit, op beschadiging en lekkage.
uControleer het remsysteem in droge toestand, niet bij nat voertuig of regen.
uControleer of remhendel en stangen soepel lopen.
uVervang de remblokken op tijd.
wGebruik daarvoor uitsluitend de voor de assen voorgeschreven remblokken.
9.15.2 Lege slag van de remhendel controleren
nRemhendel
Lege slag controleren
uMachine beveiligen tegen wegrollen.
uParkeerrem en bedrijfsrem ontkoppelen.
Beide knoppen [1] en [2] indrukken.
Afb. 125: Pneumatische rem
[1] Parkeerrem [2] Bedrijfsrem
uRemhendel met de hand bedienen.
Als de remwerking afneemt en de lege slag groter is dan 10-15% van de lengte van de remhendel [d],
moet uw gespecialiseerde werkplaats de remhendel opnieuw afstellen.
9. Onderhoud en reparatie
140 5903083 AXENT 100.1
Afb. 126: Lege slag controleren
[1] Starre as
[2] Stuuras
[d] Lengte van de remhendel
Alleen de gespecialiseerde werkplaats mag de remmen aanpassen.
9.15.3 Luchtreservoir ontwateren
nLuchtreservoir
In het pneumatische remsysteem van het remcircuit kan condenswater ontstaan. Dit kan zich ophopen
in het luchtreservoir. Ter voorkoming van schade aan het pneumatische remsysteem door corrosie
dient u het luchtreservoir dagelijks te ontwateren.
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 141
uMet een vinger aan de bedieningsbout [1]
trekken.
De kantelklep gaat open.
uCondenswater volledig aftappen.
uBedieningsbout [1] loslaten.
Het luchtreservoir is ontwaterd.
Afb. 127: Luchtreservoir ontwateren
9.15.4 Remblok controleren
nRemblok
uRemblok op slijtage controleren.
uEventueel remblokken vervangen.
9.16 Wielen en banden
De toestand van de wielen en banden is van vitaal belang voor de bedrijfsveiligheid van de machine.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor ongelukken door ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden
Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden aan wielen en banden hebben een negatief effect op
de bedrijfsveiligheid van de machine en kunnen tot ernstige ongelukken met persoonlijk letsel en
materiële schade leiden.
uAlleen vakpersoneel mag reparatiewerkzaamheden aan banden en wielen met het
daarvoor geschikte montagegereedschap uitvoeren.
uNooit gebarsten velgen of wielen lassen. Vanwege de dynamische belasting tijdens het
rijden zullen de laspunten in zeer korte tijd barsten.
9.16.1 Banden controleren
nBanden
9. Onderhoud en reparatie
142 5903083 AXENT 100.1
uControleer de banden regelmatig op slijtage, beschadigingen en binnengedrongen vreemde
voorwerpen.
uControleer om de twee weken de luchtdruk bij koude banden. Gegevens van de fabrikant in acht
nemen.
9.16.2 Toestand van de wielen controleren
nWielen
uControleer de wielen regelmatig op vervorming, roest, barsten en breuk.
Roest kan spanningsbarsten aan wielen en schade aan de banden veroorzaken.
uHoud de contactoppervlakken met de band en de bandnaaf vrij van roest.
uVervang gebarsten, vervormde of op een andere manier beschadigde wielen onmiddellijk.
uVervang wielen met gebarsten of vervormde boutgaten.
9.16.3 Lagerspeling van de wielnaven controleren
nLagerspeling van de wielnaven
uLagerspeling van de wielnaven controleren.
9.16.4 Wiel vervangen
nWielmoer vastdraaien
De toestand van de wielen en banden is van vitaal belang voor de bedrijfsveiligheid van de machine.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor ongelukken door ondeskundig uitgevoerde wielvervanging
Een niet correct uitgevoerde wielvervanging aan de machine kan ernstige ongelukken met
persoonlijk letsel veroorzaken.
uWielvervanging uitsluitend uitvoeren aan een lege en aan de tractor gekoppelde machine.
uVoor de wielvervanging moet de machine op een vlakke en vaste ondergrond staan.
Voorwaarden:
Gebruik een krik die minimaal een last van 5 ton kan heffen.
Gebruik een momentsleutel voor het vastdraaien van de wielmoeren.
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 143
Plaatsing krik:
De juiste aanzetpunten van de krik zijn
gemarkeerd met een pictogram.
De krik zo plaatsen dat het steunvlak
absoluut niet kan wegglijden (bijv. door een
passend stuk hout of rubberen blok).
uOok de krik borgen tegen wegglijden.
uBij een wielvervanging aan de rechterzijde
in rijrichting de krik rechts [1] onder de
asbevestiging of direct aan de as -
rechtsbuiten - plaatsen.
uBij een wielvervanging aan de linkerzijde in
rijrichting de krik links [2] onder de as ter
hoogte van de veersturing plaatsen.
Afb. 128: Punten voor aanbrengen van de krik
Wielmontage
uVóór de montage het steunvlak van het wiel aan de naaf reinigen.
uVóór de montage de wielmoeren en wielbouten controleren. Beschadigde, zwaar lopende of door
roest aangetaste wielmoeren of wielbouten vervangen.
uAlle wielmoeren stapsgewijs kruiselings met een draaimomentsleutel aandraaien.
wWielmoeren met een aanhaalmoment van 560 Nm vastdraaien.
wAlle 10 wielmoeren per wiel aanbrengen en vastdraaien.
Tijdens de eerste kilometers rijden met de nieuwe machine of na een wielvervanging zetten de
wielmoeren zich en komen ze losser te zitten.
uAlle wielmoeren na 50 km rijden aandraaien met het voorgeschreven aanhaalmoment.
Neem de aanwijzingen en voorgeschreven werkzaamheden van de asfabrikant voor wielmontage
in acht.
9.16.5 Remberekening controleren
nRemberekening
9. Onderhoud en reparatie
144 5903083 AXENT 100.1
Alleen vereist bij wijziging van de wielformaten
Af fabriek is op uw machine de correcte remhendellengte ingesteld, overeenkomstig de wielen die
af fabriek waren gemonteerd.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor ongelukken door onjuiste lengte van de remhendel
De te gebruiken lengte van de remhendel is afhankelijk van het type wiel. Een onjuiste lengte van
de remhendel kan ertoe leiden dat de wielen tijdens het remmen blokkeren of dat het remeffect
onvoldoende is.
uControleer de lengte van de remhendel volgens de specificaties in de bijgeleverde
bandentabel en stel deze zo nodig bij.
Als u nieuwe wielen of een nieuw type wiel gebruikt of als de spoorbreedte van uw machines is
veranderd, moet u de lengte van de remhendel controleren en indien nodig bijstellen. Zie 12 Appendix
Alleen de gespecialiseerde werkplaats mag de remmen aanpassen.
Afb. 129: Positie van de verbinding remhendel/remcilinder - starre as
A BPW starre as
B ADR starre as
[1] Positie 1 van de remhendel - BPW starre
as: 180 mm
[2] Positie 2 van de remhendel - BPW starre
as: 165 mm
[3] Positie van de remhendel - ADR starre as:
152 mm
9. Onderhoud en reparatie
AXENT 100.1 5903083 145
Afb. 130: Positie van de verbinding remhendel/remcilinder - stuuras
C BPW stuuras
[1] Positie 1 van de remhendel - BPW stuuras:
182 mm
[2] Positie 2 van de remhendel - BPW stuuras:
165 mm
Astype Lengte van de remhendel Max. toegestane lege slag
BPW starre as/stuuras 180 mm 22 mm
BPW starre as/stuuras 165 mm 20 mm
ADR starre as 152 mm 18 mm
9.17 Bergen van de machine
Als de tractor de machine niet meer kan trekken, gaat u als volgt te werk om de machine uit het veld
te bergen.
uKabel om het aselement aanbrengen.
Afb. 131: Machine met kabel bergen
9. Onderhoud en reparatie
146 5903083 AXENT 100.1
10 Voorbereiding voor de winter en conservering
10.1 Veiligheid
LET OP!
Milieuvervuiling door ongeschikte verwijdering van hydraulische olie en cardanolie
Hydraulische olie en cardanolie zijn niet volledig biologisch afbreekbaar. Daarom mag olie niet op
ongecontroleerde wijze in het milieu geraken.
uNaar buiten gestroomde olie met zand, aarde of absorberend materiaal opnemen resp.
indammen.
uHydraulische olie en cardanolie opvangen in een daarvoor bedoeld reservoir en verwijderen
met inachtneming van de officiële voorschriften.
uVoorkom dat olie naar buiten stroomt en in het riool geraakt.
uVoorkom dat olie in de afwatering geraakt door wallen van zand of aarde of door andere
geschikte blokkeringsmaatregelen.
Meststof kan in combinatie met vocht agressieve zuren vormen, die lak, kunststof en met name
metalen onderdelen beschadigen. Daarom is regelmatig wassen en onderhoud na het gebruik
zeer belangrijk.
Voor de voorbereiding voor de winter de machine grondig wassen (zie 9.2 Machine reinigen) en
goed laten drogen.
Dan de machine conserveren (zie 10.3 Machine conserveren).
uSlangen en kabels ophangen (zie Afb. 80 Opbergconsole voor kabels, hydraulische slangen en
pneumatische leidingen).
uMachine parkeren (zie 7.7 Machine parkeren en ontkoppelen).
uAfdekzeil sluiten. Een spleet geopend laten, om vocht in de voorraadbak te voorkomen.
uIndien aanwezig, de bedieningseenheid resp. de ISOBUS-terminal van de stroom loskoppelen en
opbergen.
Bedieningseenheid resp. ISOBUS-terminal niet buiten bewaren. Op een geschikte warme plaats
opslaan.
uStofkappen op slangen en kabels steken.
uMeststofuitlopen openen:
wdoseerschuiven, voordoseerschuiven, ledigingsklep, ... (afhankelijk van het machinetype)
10. Voorbereiding voor de winter en conservering
AXENT 100.1 5903083 147
10.2 Machine wassen
Een machine die wordt opgeslagen, moet van tevoren worden schoongemaakt.
Strooimiddel en vuil kunnen zich in verborgen hoeken ophopen!
Verborgen hoeken (onder de machine, tussen frame en voorraadbak...) grondig reinigen.
uHet beschermrooster (indien aanwezig) in de voorraadbak omhoog klappen.
uRicht bij de reiniging met hoge druk de waterstraal nooit direct op waarschuwingssymbolen,
elektrische inrichtingen, hydraulische componenten en glijlagers.
uMachine na het reinigen laten drogen.
10.3 Machine conserveren
• Voor het inspuiten uitsluitend goedgekeurde en milieuvriendelijke conserveringsmiddelen
gebruiken.
Middelen op basis van minerale olie (diesel enz.) vermijden. Deze worden bij de eerste
wasbeurt weggespoeld en kunnen in de riolering terechtkomen.
Uitsluitend conserveringsmiddelen gebruiken die lak, kunststoffen en afdichtingsrubber niet
beschadigen.
uAlleen inspuiten, wanneer de machine ook werkelijk volledig schoon en droog is.
uMachine met een milieuvriendelijk corrosiebeschermingsmiddel behandelen.
wWij bevelen het gebruik van beschermwas of conserveringswas aan.
Neem contact op met uw handelaar of uw gespecialiseerde werkplaats, als u conserveringsmiddel
wilt bestellen.
Volgende componenten resp. onderdelen conserveren:
Alle roestgevoelige hydraulische componenten, bijv. hydraulische koppelingen, buisleidingen,
persfittingen en kleppen
Verzinkte schroeven
Indien op uw machine aanwezig:
Onderdelen van het remsysteem
Pneumatische leidingen
Verzinkte schroeven aan assen en zwenkarmen na het wassen met een speciale
beschermwas inspuiten.
10. Voorbereiding voor de winter en conservering
148 5903083 AXENT 100.1
11 Afvoer
11.1 Veiligheid
LET OP!
Milieuvervuiling door ongeschikte verwijdering van hydraulische olie en cardanolie
Hydraulische olie en cardanolie zijn niet volledig biologisch afbreekbaar. Daarom mag olie niet op
ongecontroleerde wijze in het milieu geraken.
uNaar buiten gestroomde olie met zand, aarde of absorberend materiaal opnemen resp.
indammen.
uHydraulische olie en cardanolie opvangen in een daarvoor bedoeld reservoir en verwijderen
met inachtneming van de officiële voorschriften.
uVoorkom dat olie naar buiten stroomt en in het riool geraakt.
uVoorkom dat olie in de afwatering geraakt door wallen van zand of aarde of door andere
geschikte blokkeringsmaatregelen.
LET OP!
Milieuvervuiling door ongeschikte verwijdering van verpakkingsmateriaal
Verpakkingsmateriaal bevat chemische verbindingen die volgens specifieke voorschriften
behandeld moeten worden
uVerpakkingsmateriaal bij een daartoe bevoegd afvalverwerkingsbedrijf afdanken.
uDe nationale voorschriften naleven.
uVerpakkingsmateriaal niet verbranden of bij het huishoudelijke afval voegen.
LET OP!
Milieuvervuiling door ongeschikte verwijdering van bestanddelen
Bij niet vak- en deskundige verwijdering dreigt gevaar voor het milieu.
uVerwijdering alleen door daarvoor geautoriseerde ondernemingen.
11.2 Machine afvoeren
De volgende punten gelden onbeperkt. Al naargelang de nationale wetgeving de daaruit
voortvloeiende maatregelen vastleggen en uitvoeren.
uAlle onderdelen, hulp- en bedrijfsstoffen door vakpersoneel uit de machine laten verwijderen.
wDeze moeten daarbij volgens soort gescheiden worden.
uAlle afvalproducten volgens de plaatselijke voorschriften en richtlijnen voor recyclingafval of
speciaal afval laten verwijderen door geautoriseerde ondernemingen.
11. Afvoer
AXENT 100.1 5903083 149
12 Appendix
12.1 Tabel met aandraaimomenten
Aanhaalmoment en voorspankracht voor bouten met metrische schroefdraad en standaard of fijne
spoed
De gegeven waarden zijn van toepassing op droge of licht gesmeerde verbindingen.
Gebruik geen gegalvaniseerde bouten en moeren zonder vet.
Verminder bij gebruik van dik vet de waarde in de tabel met 10%.
Verhoog bij gebruik van (zelf)borgende bouten en moeren de waarde in de tabel met 10%.
Aanhaalmoment en voorspankracht met v=0,9 voor bouten met gedeeltelijke schroefdraad, metrische
draad en standaard of fijne spoed volgens ISO 262 en ISO 965-2
Staalkwaliteit bevestigingsmaterialen volgens ISO 898-1
Kopafmetingen van zeskantbouten volgens ISO 4014 tot ISO 4018
Kopafmetingen van cilinderkopbouten volgens ISO 4762
‘Middelgroot’ gat volgens EN 20273
Wrijvingscoëfficiënt: 0,12≤ µ ≤0,18
Metrische draad met standaard spoed
Schroefdraad
maken Klasse
Aanhaalmoment Max.
voorspankracht
min=0,12)
N
N.m (lbf.in)
lbf.ft
M4
(X0.7)
8,8 3 (26,5) 4400
10,9 4,9 (40,7) 6500
12,9 5,1 (45,1) 7600
M5
(X0.8)
8,8 5,9 (52,2) 7200
10,9 8,6 (76,1) 10600
12,9 10 (88,5) 12400
M6
(X1)
8,8 10,1 7,4 10200
10,9 14,9 11 14900
12,9 17,4 12,8 17500
12. Appendix
150 5903083 AXENT 100.1
Metrische draad met standaard spoed
Schroefdraad
maken Klasse
Aanhaalmoment Max.
voorspankracht
min=0,12)
N
N.m (lbf.in)
lbf.ft
M8
(X1.25)
8,8 24,6 18,1 18600
10,9 36,1 26,6 27300
12,9 42,2 31,1 32000
M10
(X1.5)
8,8 48 35,4 29600
10,9 71 52,4 43400
12,9 83 61,2 50800
M12
(X1.75)
8,8 84 62 43000
10,9 123 90,7 63200
12,9 144 106,2 74000
M14
(X2)
8,8 133 98 59100
10,9 195 143,8 86700
12,9 229 168,9 101500
M16
(X2)
8,8 206 151,9 80900
10,9 302 222,7 118800
12,9 354 261 139000
M18
(X2.5)
8,8 295 217,6 102000
10,9 421 310,5 145000
12,9 492 363 170000
M20
(X2.5)
8,8 415 306 130000
10,9 592 436,6 186000
12,9 692 510,4 217000
M22
(X2.5)
8,8 567 418,2 162000
10,9 807 595 231000
12,9 945 697 271000
M24
(X3)
8,8 714 526,6 188000
10,9 1017 750,1 267000
12,9 1190 877,1 313000
12. Appendix
AXENT 100.1 5903083 151
Metrische draad met standaard spoed
Schroefdraad
maken Klasse
Aanhaalmoment Max.
voorspankracht
min=0,12)
N
N.m (lbf.in)
lbf.ft
M27
(X3)
8,8 1050 774,4 246000
10,9 1496 1013,3 351000
12,9 1750 1290,7 410000
M30
(X3.5)
8,8 1428 1053,2 300000
10,9 2033 1499,4 427000
12,9 2380 1755,4 499000
M36
(X4)
8,8 2482 1830,6 438000
10,9 3535 2607,3 623000
12,9 4136 3050,5 729000
Metrische draad met fijne spoed
Schroefdraad Klasse
Aanhaalmoment Max.
voorspankracht
min=0,12)
N
N.m lbf.ft
M8X1
8,8 26,1 19,2 20200
10,9 38,3 28,2 29700
12,9 44,9 33,1 34700
M10X1.25
8,8 51 37,6 31600
10,9 75 55,3 46400
12,9 87 64,2 54300
M12X1.25
8,8 90 66,4 48000
10,9 133 98 70500
12,9 155 114,3 82500
M12X1.5
8,8 87 64,2 45500
10,9 128 94,4 66800
12,9 150 110,6 78200
12. Appendix
152 5903083 AXENT 100.1
Metrische draad met fijne spoed
Schroefdraad Klasse
Aanhaalmoment Max.
voorspankracht
min=0,12)
N
N.m lbf.ft
M14X1.5
8,8 142 104,7 64800
10,9 209 154,1 95200
12,9 244 180 111400
M16X1.5
8,8 218 160,8 87600
10,9 320 236 128700
12,9 374 275,8 150600
M18X1.5
8,8 327 241,2 117000
10,9 465 343 167000
12,9 544 401 196000
M20X1.5
8,8 454 335 148000
10,9 646 476,5 211000
12,9 756 557,6 246000
M22X1.5
8,8 613 452 182000
10,9 873 644 259000
12,9 1022 754 303000
M24X2
8,8 769 567 209000
10,9 1095 807,6 297000
12,9 1282 945,5 348000
Toegestane koppels voor schroeven A2-70 en A4-70
voor lengtes van tot 8 x schroefdraaddiameter
Schroefdraad Wrijvingscoëfficiënt μ Toegestane koppels Nm
M5
0,14 4,2
0,16 4,7
M6
0,14 7,3
0,16 8,2
M8
0,14 17,5
0,16 19,6
12. Appendix
AXENT 100.1 5903083 153
Toegestane koppels voor schroeven A2-70 en A4-70
voor lengtes van tot 8 x schroefdraaddiameter
Schroefdraad Wrijvingscoëfficiënt μ Toegestane koppels Nm
M10
0,14 35
0,16 39
M12
0,14 60
0,16 67
M14
0,14 94
0,16 106
M16
0,14 144
0,16 162
M18
0,14 199
0,16 225
M20
0,14 281
0,16 316
M22
0,14 376
0,16 423
M24
0,14 485
0,16 546
M27
0,14 708
0,16 797
M30
0,14 969
0,16 1092
12. Appendix
154 5903083 AXENT 100.1
Specificatie van de toegelaten bandentypes en spoorbreedten conform EU-typegoedkeuring voor AXENT
Specification of permitted tyre types and track widths according to EU type approval for AXENT
1
Bandencombi
natie nr.
As nr.
Rembe
-
rekening nr.
Afmeting van de band,
inclusief index voor het
draagvermogen en
symbool voor de
snelheidscategorie
Afrolradius
[mm]
Bandenbelasti
ng
draagvermoge
n per band
[kg]
Maximaal
toelaatbare
asdruk
[kg] (*)
Maximaal
toelaatbare
massa van het
voertuig
[kg] (*)
Maximaal
toelaatbare
verticale belasting
op het
koppelingspunt
[kg] (*) (**)(***)
Spoorbreedte [mm]
Minstens Hoogstens
1
1
2/3
IF 380/90 R46 164 A8
875
5000
10000
10000
-
2250
2400
2
1
2/3
VF 380/90 R 46 164 A8
875
5000
10000
10000
-
2250
2400
3
1
1/3
IF 380/105 R50 164 A8
1025
5000
10000
10000
-
2250
2400
4
1
1/3
VF 380/105 R 50 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2250
2400
5
1
1/3
VF 420/95 R 50 164 A8
1000
5000
10000
10000
-
2250
2400
6
1
1/3
480/80 R 46 164 A8
925
5000
10000
10000
-
2250
2400
7
1
2/3
VF 480/80 R 46 164 A8
925
5000
10000
10000
-
2250
2400
8
1
1/3
480/80 R 50 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2250
2400
9
1
1/3
IF 480/80 R50 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2250
2400
10
1
1/3
VF 480/80 R 50 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2250
2400
11
1
1/3
520/85 R 42 164 A8
925
5000
10000
10000
-
2000
2400
12
1
2/3
IF 520/85 R42 164 A8
925
5000
10000
10000
-
2000
2400
13
1
1/3
VF 520/85 R 42 164 A8
925
5000
10000
10000
-
2000
2400
14
1
1/3
520/85 R 46 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2000
2400
15
1
1/3
VF 520/85 R 46 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2000
2400
16
1
1/3
580/85 R 42 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2000
2250
17
1
1/3
IF 580/85 R 42 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2000
2250
18
1
1/3
VF 580/85 R 42 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2000
2250
19
1
2/3
650/65 R 42 164 A8
925
5000
10000
10000
-
2000
2250
20
1
2/3
VF 650/65 R 42 164 A8
925
5000
10000
10000
-
2000
2250
1. Remberekening voor wielen Rstat = 885 tot 949 mm. Remhendelpositie 182 mm stuuras / 180 mm starre as
2. Remberekening voor wielen Rstat = 835 tot 885 mm. Remhendelpositie 165 mm stuuras en starre as
3. Remberekening voor wielen Rstat = 835 tot 949 mm, Remhendelpositie 152 mm starre as
12. Appendix
AXENT 100.1 5903083 155
Specificatie van de toegelaten bandentypes en spoorbreedten conform EU-typegoedkeuring voor AXENT
Specification of permitted tyre types and track widths according to EU type approval for AXENT
2
Tyre dimension including
load capacity index and
speed category symbol
Rolling radius
[mm]
Tyre Load
rating per tyre
[kg]
Maximum
permissible
mass per axle
[kg](*)
Maximum
permissible mass of
the vehicle [kg](*)
Maximum
permissible
vertical load on
[kg](*)(**)(***)
Track width [mm]
Minimum Maximu
m
1
1
2/3
IF 380/90 R46 164 A8
875
5000
10000
10000
-
2250
2400
2
1
2/3
VF 380/90 R 46 164 A8
875
5000
10000
10000
-
2250
2400
3
1
1/3
IF 380/105 R50 164 A8
1025
5000
10000
10000
-
2250
2400
4
1
1/3
VF 380/105 R 50 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2250
2400
5
1
1/3
VF 420/95 R 50 164 A8
1000
5000
10000
10000
-
2250
2400
6
1
1/3
480/80 R 46 164 A8
925
5000
10000
10000
-
2250
2400
7
1
2/3
VF 480/80 R 46 164 A8
925
5000
10000
10000
-
2250
2400
8
1
1/3
480/80 R 50 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2250
2400
9
1
1/3
IF 480/80 R50 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2250
2400
10
1
1/3
VF 480/80 R 50 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2250
2400
11
1
1/3
520/85 R 42 164 A8
925
5000
10000
10000
-
2000
2400
12
1
2/3
IF 520/85 R42 164 A8
925
5000
10000
10000
-
2000
2400
13
1
1/3
VF 520/85 R 42 164 A8
925
5000
10000
10000
-
2000
2400
14
1
1/3
520/85 R 46 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2000
2400
15
1
1/3
VF 520/85 R 46 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2000
2400
16
1
1/3
580/85 R 42 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2000
2250
17
1
1/3
IF 580/85 R 42 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2000
2250
18
1
1/3
VF 580/85 R 42 164 A8
975
5000
10000
10000
-
2000
2250
19
1
2/3
650/65 R 42 164 A8
925
5000
10000
10000
-
2000
2250
20
1
2/3
VF 650/65 R 42 164 A8
925
5000
10000
10000
-
2000
2250
1. Calculation for the braking system Rstat = 885 to 949 mm. Brake lever position 182 mm steering axle / 180 mm rigid axle
2. Calculation for the braking system Rstat = 835 to 885 mm. Brake lever position 165 mm steering and rigid axle
3. Calculation for the braking system Rstat = 835 to 949 mm. Brake lever position 152 mm rigid axle
12. Appendix
156 5903083 AXENT 100.1
13 Garantie en vrijwaring
RAUCH-apparaten worden vervaardigd op basis van moderne fabricagemethoden en met uiterste
zorgvuldigheid en worden vele malen gecontroleerd.
Daarom biedt RAUCH 12 maanden garantie als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
De garantie gaat in op de datum van de aankoop.
De garantie omvat materiaal- of fabricagefouten. Voor producten van derden (hydraulisch
systeem, elektronica) zijn wij uitsluitend aansprakelijk in het kader van de vrijwaring van de
betreffende fabrikant. Tijdens de garantieperiode worden fabricage- en materiaalfouten kosteloos
verholpen door vervanging of verbetering van de betreffende onderdelen. Overige, ook
verdergaande rechten als aanspraak op koopvernietiging, korting op de aanschafprijs of
vergoeding van schade die niet aan het geleverde object ontstaan is, zijn uitdrukkelijk uitgesloten.
De garantieprestatie wordt geleverd door erkende werkplaatsen, door RAUCH-
fabrieksvertegenwoordiging of door de fabriek zelf.
Van de garantie uitgesloten zijn gevolgen van natuurlijke slijtage, vervuiling, corrosie en alle
fouten die zijn ontstaan door onvakkundig hanteren alsmede inwerkingen van buitenaf. Bij
eigenmachtig uitvoeren van reparaties of wijzigingen van de originele toestand vervalt de
garantie. De aanspraak op vervanging vervalt, als er geen originele RAUCH-
vervangingsonderdelen gebruikt zijn. Neem daarom de gebruiksaanwijzing in acht. Neem bij
twijfel contact op met onze fabrieksvertegenwoordiging of direct met onze fabriek. Garantieclaims
moeten uiterlijk binnen 30 dagen na optreden van de schade bij de fabriek zijn ingediend.
Vermeld koopdatum en machinenummer. Reparaties waarvoor garantie moet worden verleend,
mogen door de erkende werkplaats pas na overleg met RAUCH of diens officiële
vertegenwoordiging worden uitgevoerd. De garantieperiode wordt niet verlengd door
garantiewerkzaamheden. Transportfouten zijn geen fabricagefouten en vallen daarom niet onder
de vrijwaringsplicht van de fabrikant.
Aanspraak op vergoeding van schade die niet aan de RAUCH-apparaten zelf is ontstaan, is
uitgesloten. Hieronder valt ook uitsluiting van aansprakelijkheid voor vervolgschade als gevolg
van strooifouten. Eigenmachtige wijzigingen aan RAUCH-apparaten kunnen vervolgschade
veroorzaken. Hiervoor is de leverancier niet aansprakelijk. Bij opzet of grove nalatigheid van de
eigenaar of een leidinggevende geldt de uitsluiting van aansprakelijkheid van de leverancier niet.
Dit geldt ook voor die gevallen waarbij de productaansprakelijkheidswetgeving aangeeft, dat de
leverancier aansprakelijk is voor persoonlijk letsel of materiële schade aan privé gebruikte
voorwerpen door gebreken van het geleverde object. Tevens geldt dit voor het ontbreken van
eigenschappen die uitdrukkelijk toegezegd zijn, als de toezegging tot doel had om de besteller te
beschermen tegen schade die niet aan het geleverde object zelf ontstaan is.
13. Garantie en vrijwaring
AXENT 100.1 5903083 157
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158

Rauch AXENT 100.1 Handleiding

Categorie
Accessoires voor het maken van koffie
Type
Handleiding