Rauch AXENT ISOBUS Handleiding

Type
Handleiding
AXENT ISOBUS
Vóór inbedrijfstelling
zorgvuldig
doorlezen!
Bewaren voor toekomstig
gebruik
Deze gebruiksaanwijzing/
montagehandleiding is een deel van de
machine. Leveranciers van nieuwe en
gebruikte machines zijn verplicht om
schriftelijk te documenteren dat de
gebruiksaanwijzing/ montagehandleiding
met de machine geleverd en aan de klant
overhandigd werd.
Version 5.10.00
5901481-n-nl-0823
Oorspronkelijke
gebruiksaanwijzing
Aanvullende
gebruiksaanwijzing
Geachte klant,
Met de aankoop van de machinebesturing AXENT ISOBUS voor de meststrooier AXENT 100.1
heeft u vertrouwen in ons product getoond. Hartelijk dank! Dit vertrouwen willen wij rechtvaardigen.
U heeft een krachtige en betrouwbare machinebesturing gekocht.
Mochten er tegen de verwachting in problemen optreden: onze klantenservice staat altijd voor u
klaar.
Wij vragen u om deze extra gebruiksaanwijzing en de gebruiksaanwijzing van de machine
vóór de inbedrijfstelling zorgvuldig te lezen en de instructies in acht te nemen.
In deze handleiding kunnen ook uitrustingen worden beschreven die niet tot de uitrusting van uw
machinebesturing behoren.
Technische verbeteringen
Wij streven ernaar onze producten voortdurend te verbeteren. Daarom behouden wij ons het recht
voor om zonder voorafgaande aankondiging alle verbeteringen en veranderingen die wij aan onze
apparaten nodig achten, uit te voeren, echter zonder ons daartoe te verplichten deze verbeteringen
of veranderingen op reeds verkochte machines over te brengen.
Mocht u nog vragen hebben, dan beantwoorden wij die graag.
Met vriendelijke groeten,
RAUCH Landmaschinenfabrik GmbH
Inhoudsopgave
1 Aanwijzingen voor de gebruiker 7
1.1 Over deze gebruiksaanwijzing 7
1.2 Betekenis van de waarschuwingen 7
1.3 Aanwijzingen voor de tekstweergave 8
1.3.1 Handleidingen en instructies 8
1.3.2 Opsommingen 8
1.3.3 Verwijzingen 9
1.3.4 Menuhiërarchie, toetsen en navigatie 9
2Opbouw en functie 10
2.1 Display 10
2.1.1 Beschrijving van het werkscherm 10
2.1.2 Weergavevelden 11
2.1.3 Weergave van de doseerschuiftoestanden 13
2.1.4 Weergave van de deelbreedtes 14
2.2 Bibliotheek van de gebruikte symbolen 15
2.2.1 Navigatie 15
2.2.2 Menu's 15
2.2.3 Symbolen werkscherm 16
2.2.4 Overige symbolen 20
2.3 Structureel menuoverzicht 22
3Aanbouw en installatie 24
3.1 Trekkervereisten 24
3.2 Aansluitingen, contactdozen 24
3.2.1 Stroomvoorziening 24
3.2.2 Machinebesturing aansluiten 25
3.2.3 Overzicht van de actoren en sensoren 25
3.2.4 Voorbereiding doseerschuiven 27
4Bediening 28
4.1 Machinebesturing inschakelen 28
4.2 Navigatie binnen de menu’s 29
4.3 Functiebeschrijving: Statusweergave 30
4.3.1 Strooimiddeltransport 30
4.3.2 Voorraadbakken leegmaken 30
4.4 Hoofdmenu 31
4.5 Meststofinstellingen 32
Inhoudsopgave
AXENT ISOBUS 5901481 3
4.5.1 Strooihoeveelheid 35
4.5.2 Werkbreedte instellen 36
4.5.3 Stroomfactor 36
4.5.4 Afgiftepunt 38
4.5.5 Afdraaiproef 38
4.5.6 Strooischijftype 40
4.5.7 Toerental 41
4.5.8 Grensstrooimodus 42
4.5.9 Grensstrooihoeveelheid 42
4.5.10 OptiPoint berekenen 43
4.5.11 GPS Control-info 44
4.5.12 Strooitabellen 45
4.6 Meststof-instellingen (UNIVERSAL-PowerPack) 49
4.6.1 Strooihoeveelheid 50
4.6.2 Werkbreedte instellen 51
4.6.3 Stroomfactor 51
4.6.4 Strooischijftype 53
4.6.5 Toerental 53
4.7 Machine-instellingen 54
4.7.1 AUTO/MAN-modus 57
4.7.2 +/- hoeveelheid 58
4.7.3 Bedrijfsmodus van de overlaadfunctie 59
4.7.4 Instellingen voor het kalkbedrijf 60
4.7.5 Bandsnelheid 61
4.7.6 +/- Bandsnelheid 61
4.7.7 Opening van de voordoseerschuiven 62
4.7.8 Openingswijziging 62
4.7.9 Snelheidskalibratie 62
4.8 Snellossen 65
4.9 Systeem/test 67
4.9.1 Totale datateller 68
4.9.2 Test/diagnose 68
4.9.3 Service 74
4.10 Info 74
4.11 Wegen-dagteller 74
4.11.1 Dagteller 75
4.11.2 Rest (kg, ha, m) 76
4.11.3 Weegschaal tarreren 77
4.12 Werklampen (SpreadLight) 78
4.13 Speciale functies 79
4.13.1 Eenhedensysteem wijzigen 79
4.13.2 Joystick gebruiken 80
4.13.3 WLAN-module 83
5Strooibedrijf met AXIS-PowerPack 85
5.1 Overladen 85
Inhoudsopgave
45901481 AXENT ISOBUS
5.1.1 Overladen met automatische bedrijfsmodus 85
5.1.2 Overladen met manuele bedrijfsmodus 86
5.2 Meststof strooien 87
5.2.1 Werken met deelbreedtes 87
5.2.2 Strooien met automatische bedrijfsmodus (AUTO km/h + AUTO kg) 92
5.2.3 Leegloopmeting 93
5.2.4 Strooien met bedrijfsmodus AUTO km/h 95
5.2.5 Strooien met bedrijfsmodus MAN km/h 96
5.2.6 Strooien met bedrijfsmodus MAN schaalverdeling 97
5.2.7 GPS Control 99
6Strooibedrijf met UNIVERSAL-PowerPack 103
6.1 Overladen 103
6.2 Kalk strooien 104
6.2.1 Instellingen 104
6.2.2 Strooibedrijf starten 105
7Alarmmeldingen en mogelijke oorzaken 107
7.1 Betekenis van de alarmmeldingen 107
7.2 Storing/alarm 112
7.2.1 Alarmmelding bevestigen 113
8Speciale uitrusting 114
9Garantie en vrijwaring 115
Inhoudsopgave
AXENT ISOBUS 5901481 5
Inhoudsopgave
65901481 AXENT ISOBUS
1 Aanwijzingen voor de gebruiker
1.1 Over deze gebruiksaanwijzing
Deze gebruiksaanwijzing is bestanddeel van de machinebesturing.
De gebruiksaanwijzing bevat belangrijke aanwijzingen voor een veilig, deskundig en economisch
gebruik en onderhoud van de machinebesturing. Het naleven ervan helpt gevaren te vermijden,
reparatiekosten en uitvaltijden te verminderen en de betrouwbaarheid en levensduur van de ermee
bestuurde machine te verhogen.
De documentatie dient binnen handbereik op de plaats van gebruik van de machinebesturing (bijv. in
de tractor) te worden bewaard.
De gebruiksaanwijzing vervangt niet uw eigen verantwoordelijkheid als exploitant en
bedieningspersoneel van de machinebesturing.
1.2 Betekenis van de waarschuwingen
In deze gebruiksaanwijzing zijn de waarschuwingen systematisch gerangschikt overeenkomstig de
ernst van het gevaar en de waarschijnlijkheid van het optreden.
De gevarentekens attenderen u op restrisico’s bij de omgang met de machine. De gebruikte
waarschuwingen zijn hierbij als volgt opgebouwd:
Symbool + signaalwoord
Uitleg
Gevaarniveaus van de waarschuwingen
Het gevaarniveau wordt aangeduid met het signaalwoord. De gevaarniveaus zijn als volgt ingedeeld:
GEVAAR!
Soort en bron van het gevaar
Deze waarschuwing waarschuwt voor een onmiddellijk dreigend gevaar voor de gezondheid en het
leven van personen.
Veronachtzaming van deze waarschuwingen leidt tot zeer ernstig letsel, ook met dodelijke afloop.
uDe beschreven maatregelen ter vermijding van dit gevaar absoluut in acht nemen.
1. Aanwijzingen voor de gebruiker
AXENT ISOBUS 5901481 7
WAARSCHUWING!
Soort en bron van het gevaar
Deze waarschuwing waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie voor de gezondheid van
personen.
Het niet naleven van deze waarschuwingen leidt tot ernstig letsel.
uDe beschreven maatregelen ter vermijding van dit gevaar absoluut in acht nemen.
VOORZICHTIG!
Soort en bron van het gevaar
Deze waarschuwing waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie voor de gezondheid van
personen.
Het niet naleven van deze waarschuwingen leidt tot letsel.
uDe beschreven maatregelen ter vermijding van dit gevaar absoluut in acht nemen.
LET OP!
Soort en bron van het gevaar
Deze waarschuwing waarschuwt voor materiële schade en schade aan het milieu.
Veronachtzaming van deze waarschuwingen leidt tot schade aan het product en in de omgeving.
uDe beschreven maatregelen ter vermijding van dit gevaar absoluut in acht nemen.
Dit is een aanwijzing:
Algemene aanwijzingen bevatten gebruikstips en bijzonder nuttige informatie, maar geen
waarschuwingen voor gevaren.
1.3 Aanwijzingen voor de tekstweergave
1.3.1 Handleidingen en instructies
Door bedieningspersoneel uit te voeren handelingen zijn als volgt weergegeven.
uHandelingsinstructie stap 1
uHandelingsinstructie stap 2
1.3.2 Opsommingen
Opsommingen zonder dwingende volgorde zijn als lijst met opsommingspunten weergegeven:
Eigenschap A
Eigenschap B
1. Aanwijzingen voor de gebruiker
85901481 AXENT ISOBUS
1.3.3 Verwijzingen
Verwijzingen naar andere tekstpassages in het document zijn weergegeven met paragraafnummer,
titeltekst resp. paginavermelding:
Voorbeeld: Neem ook in acht 2 Opbouw en functie
Verwijzingen naar andere documenten zijn weergegeven als aanwijzing of instructie zonder
nauwkeurige hoofdstuk- of paginavermeldingen:
Voorbeeld: Neem de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de aftakas in acht.
1.3.4 Menuhiërarchie, toetsen en navigatie
De menu’s zijn de items die in het venster Hoofdmenu vermeld staan.
In de menu’s zijn submenu’s of menu-items vermeld, waarin u instellingen uitvoert (keuzelijsten,
tekst- of cijferinvoer, functie starten).
De verschillende menu’s en velden van de machinebesturing zijn vet weergegeven.
De hiërarchie en het pad naar het gewenste menu-item zijn gemarkeerd met een >(pijl) tussen het
menu, het menu-item of de menu-items:
Systeem/test > Test/diagnose > Spanning betekent dat u het menu-item Spanning via het menu
Systeem/test en het menu-item Test/diagnose bereikt.
De pijl > komt overeen met de bediening van het scrollwiel resp. het veld op het
beeldscherm (aanraakscherm).
1. Aanwijzingen voor de gebruiker
AXENT ISOBUS 5901481 9
2 Opbouw en functie
Vanwege de vele verschillende voor ISOBUS geschikte terminals worden in dit hoofdstuk alleen
de functies van de elektronische machinebesturing beschreven zonder aanduiding van een
bepaalde ISOBUS-terminal.
Neem goed nota van de instructies voor de bediening van uw ISBOBUS-terminal in de
bijbehorende gebruiksaanwijzing.
2.1 Display
Het display toont de actuele statusinformatie, selectie- en invoermogelijkheden van de elektronische
machinebesturing.
De essentiële informatie voor het gebruik van de machine wordt op het werkscherm weergegeven.
2.1.1 Beschrijving van het werkscherm
De precieze weergave van het werkscherm hangt af van de op dat moment gekozen instellingen
en het type machine.
2. Opbouw en functie
10 5901481 AXENT ISOBUS
Afb. 1: Display van de machinebesturing
[1] Weergave bedrijfsmodus van het overladen
[2] Weergave voordoseerschuif rechts/links
[3] Weergave vulpeil van de grote strooier
[4] Actuele openingspositie voordoseerschuif
links/rechts
[5] Hoeveelheidsverandering rechts/links
[6] Positie afgiftepunt rechts/links
[7] Weergave vulpeil strooiwerk rechts/links
[8] AXMAT-functie is actief
[9] Openingsstatus doseerschuif rechts/links
[10] Vrij definieerbare weergavevelden
[11] Toerental van strooischijven rechts/links
[12] Weergave transportband
[13] Weergave Meststofinfo (Naam meststof,
werkbreedte en type strooischijf)
Veld: Aanpassing in de strooitabel
[14] Actuele strooihoeveelheid op basis van de
meststofinstellingen of de taskcontroller
Veld: directe invoer van de
strooihoeveelheid
[15] Geselecteerde bedrijfsmodus
[16] Grensstrooimodus
2.1.2 Weergavevelden
U kunt de drie weergavevelden in het werkscherm individueel aanpassen en naar keuze de volgende
waarden aan de velden toewijzen:
2. Opbouw en functie
AXENT ISOBUS 5901481 11
• Rijsnelheid
Stroomfactor (SF)
ha dagt.
kg dagtell
m dagtell
kg rest
m rest
ha rest
Leegmeting (tijd tot de volgende leegloopmeting)
Draaimoment voor de strooischrijfaandrijving
Bandsnelheid in mm/s
Afb. 2: Weergavevelden
[1] Weergaveveld 1
[2] Weergaveveld 2
[3] Weergaveveld 3
Weergave selecteren
uOp het desbetreffende weergaveveld op het aanraakscherm drukken.
Het display geeft een lijst weer van de mogelijke weergaven.
uDe nieuwe waarde markeren waarmee het weergaveveld bezet moet worden.
uOp het veld OK drukken.
Het display toont het werkscherm.
In het desbetreffende weergaveveld vindt u nu de nieuwe waarde.
2. Opbouw en functie
12 5901481 AXENT ISOBUS
2.1.3 Weergave van de doseerschuiftoestanden
Afb. 3: Weergave van de doseerschuiftoestanden
A Strooibedrijf niet actief
1Deelbreedte gedeactiveerd
2 Deelbreedte geactiveerd
B Machine in strooibedrijf
3 Deelbreedte gedeactiveerd
4 Deelbreedte geactiveerd
In het grensgebied kunt u een volledige strooizijde onmiddellijk deactiveren. Dit is bijzonder
handig in hoeken van het veld voor een snel strooibedrijf.
uDe softkey Deelbreedtereductie langer dan 500 ms indrukken.
2. Opbouw en functie
AXENT ISOBUS 5901481 13
2.1.4 Weergave van de deelbreedtes
Afb. 4: Weergave van de deelbreedtetoestanden
[1] Wisseltoets Deelbreedtes/grensstrooien
[2] Toets Rechter deelbreedte verkleinen
[3] Geactiveerde deelbreedtes op totale
werkbreedte
[4] Rechter deelbreedte is met meerdere
deelbreedtes verkleind
Meer weergave- en instelmogelijkheden vindt u in hoofdstuk 5.2.1 Werken met deelbreedtes.
In de volgende gevallen raden we aan om de terminal opnieuw te starten:
U heeft de werkbreedte gewijzigd.
U heeft een ander item in de strooitabel opgeroepen.
Na de herstart van de terminal wordt de weergave van de deelbreedtes aan de nieuwe instellingen
aangepast.
2. Opbouw en functie
14 5901481 AXENT ISOBUS
2.2 Bibliotheek van de gebruikte symbolen
De machinebesturing AXENT ISOBUS geeft symbolen weer voor de menu's en de functies op het
beeldscherm.
2.2.1 Navigatie
Symbo
ol
Betekenis
Naar links; vorige pagina
Naar rechts; volgende pagina
Terug naar het vorige menu
Terug naar het hoofdmenu
Om te wisselen tussen werkscherm en menuvenster
Bevestigen van waarschuwingen
Afbreken, dialoogvenster sluiten
2.2.2 Menu's
Symbool Betekenis
Vanuit een menuvenster direct naar het hoofdmenu wisselen
Om te wisselen tussen werkscherm en menuvenster
2. Opbouw en functie
AXENT ISOBUS 5901481 15
Symbool Betekenis
Werklampen SpreadLight
Afdekzeil
Meststofinstellingen
Machine-instellingen
Snellossen
Systeem/test
Informatie
Wegen-dagteller
2.2.3 Symbolen werkscherm
Symbool Betekenis
Strooibedrijf en regeling van de strooihoeveelheid starten
Het strooibedrijf is gestart; regeling van de strooihoeveelheid stoppen
Strooischijven starten
De strooischijven draaien; strooischijven stoppen
2. Opbouw en functie
16 5901481 AXENT ISOBUS
Symbool Betekenis
Terugzetten van de veranderde hoeveelheid naar de vooraf ingestelde
strooihoeveelheid
Om te wisselen tussen werkscherm en menuvenster
Wisselen tussen grensstrooien en deelbreedtes op de linker, rechter of beide
strooizijden
Deelbreedtes op de linker zijde, grensstrooien op de rechter strooizijden
Deelbreedtes op de rechter zijde, grensstrooien op de linker strooizijde
Grensstrooien op de linker, rechter of beide strooizijden
Selectie van de grotere/kleinere hoeveelheid op de linker, rechter of beide strooizijden
(%)
Wijziging van de hoeveelheid + (plus)
Wijziging van de hoeveelheid - (min)
2. Opbouw en functie
AXENT ISOBUS 5901481 17
Symbool Betekenis
Wijziging van de hoeveelheid links + (plus)
Wijziging van de hoeveelheid links - (min)
Wijziging van de hoeveelheid rechts + (plus)
Wijziging van de hoeveelheid rechts - (min)
Handmatige wijziging van de hoeveelheid + (plus)
Handmatige wijziging van de hoeveelheid - (min)
Strooischijftoerental verhogen (plus)
Strooischijftoerental verlagen (min)
Strooizijde links inactief
2. Opbouw en functie
18 5901481 AXENT ISOBUS
Symbool Betekenis
Strooizijde links actief
Strooizijde rechts inactief
Strooizijde rechts actief
Deelbreedte links verkleinen (min)
In de grensstrooimodus:
Door langer drukken (>500 ms) deactiveert u onmiddellijk een volledige strooizijde.
Deelbreedte links vergroten (plus)
Deelbreedte rechts verkleinen (min)
In de grensstrooimodus:
Door langer drukken (>500 ms) deactiveert u onmiddellijk een volledige strooizijde.
Deelbreedte rechts vergroten (plus)
Grensstrooifunctie/TELIMAT rechts activeren
Grensstrooifunctie/TELIMAT rechts actief
2. Opbouw en functie
AXENT ISOBUS 5901481 19
Symbool Betekenis
Grensstrooifunctie links activeren
Grensstrooifunctie links actief
2.2.4 Overige symbolen
Symbool Betekenis
Leegloopmeting starten, in het hoofdmenu
Grensstrooimodus, in het werkscherm
Randstrooimodus, in het werkscherm
Grensstrooimodus, in het hoofdmenu
Randstrooimodus, in het hoofdmenu
Handmatig overladen is actief
Automatisch overladen is actief
Bedrijfsmodus AUTO km/h + AUTO kg
Bedrijfsmodus AUTO km/h
Bedrijfsmodus MAN km/h
2. Opbouw en functie
20 5901481 AXENT ISOBUS
Symbool Betekenis
Bedrijfsmodus MAN schaalverdeling
Waarschuwingssymbool: de afdekkap is open.
Handmatig overladen starten
Handmatig overladen is actief; overladen stoppen
Opening van de voordoseerschuiven vergroten + (plus)
Opening van de voordoseerschuiven verkleinen - (min)
Snelheid van de transportband verlagen (min);
Alleen bij terminals met 2x6 functietoetsen
Snelheid van de transportband verhogen (plus);
Alleen bij terminals met 2x6 functietoetsen
EMC-regeling gedeactiveerd
Verlies van GPS-signaal (GPS J1939)
Minimale massastroom is onderschreden
Maximale massastroom is onderschreden
2. Opbouw en functie
AXENT ISOBUS 5901481 21
2.3 Structureel menuoverzicht
2. Opbouw en functie
22 5901481 AXENT ISOBUS
2. Opbouw en functie
AXENT ISOBUS 5901481 23
3 Aanbouw en installatie
3.1 Trekkervereisten
Controleer vóór de aanbouw van de machinebesturing of uw tractor aan de volgende eisen voldoet:
Min. voedingsspanning van 11 V moet altijd gegarandeerd zijn, ook als er meerdere verbruikers
gelijktijdig zijn aangesloten (bijv. airconditioning, licht)
Het toerental van de aftakas moet op 1000 omw/min ingesteld worden en moet gehandhaafd
blijven.
Bij tractoren zonder lastafhankelijke versnellingsbak moet de rijsnelheid door een juiste
versnellingsbakoverbrenging zodanig gekozen worden dat deze overeenkomt met een
aftakastoerental van 1000 omw/min.
9-polige contactdoos (ISO 11783) aan de achterzijde van de tractor voor verbinding van de
machinebesturing met de ISOBUS
9-polige terminalstekker (ISO 11783) voor verbinding van een ISOBUS-terminal met de ISOBUS
De voeding van de machinebesturing vindt plaats via de 9-polige ISOBUS-contactdoos aan de
achterzijde van de tractor.
Indien de tractor geen 9-polige contactdoos aan de achterzijde heeft, kunnen bijkomend een
tractorinbouwset met 9-polige contactdoos voor de tractor (ISO 11783) en een rijsnelheidssensor
als speciale uitrusting aangeschaft worden.
De tractor moet het snelheidssignaal op de ISOBUS ter beschikking stellen.
Vergewis u ervan bij uw handelaar dat uw tractor over de noodzakelijke aansluitingen en
contactdozen beschikt.
Door toedoen van de talrijke configuraties tractor/machine/terminal ondersteunt uw handelaar
u bij de keuze van de juiste aansluiting.
3.2 Aansluitingen, contactdozen
3.2.1 Stroomvoorziening
De voeding van de machinebesturing geschiedt via de 9-polige contactdoos aan de achterzijde van de
tractor.
3. Aanbouw en installatie
24 5901481 AXENT ISOBUS
3.2.2 Machinebesturing aansluiten
Afhankelijk van de uitvoering kan de machinebesturing op verschillende manieren op de
schotelstrooier voor minerale mest worden aangesloten. Meer informatie vindt u in de
gebruiksaanwijzing van uw machinebesturing.
3.2.3 Overzicht van de actoren en sensoren
De volgende overzichten vormen geen exacte positie van de actoren en sensoren van de
machine. Dit subhoofdstuk dient louter ter informatie omtrent de elektronisch bediende modules en
sensoren.
Afb. 5: Overzicht van de actoren en sensoren op de grote strooier AXENT
[1] Afdekzeil
[2] Leegmeldsensor
[3] Schuddermotor (optie)
[4] Hoeksensor as
Weegcellen achter links/rechts
Stuurcilinder (optie)
Afsluitventiel stuuras A/B (optie)
[5] Weegcellen vooraan links/rechts
[6] Hoeksensor dissel
[7] Hydraulisch blok met ventielen
[8] Olietemperatuursensor
Oliekoeler
[9] Vlotterschakelaar hydraulisch circuit
3. Aanbouw en installatie
AXENT ISOBUS 5901481 25
Afb. 6: Overzicht van de actoren en sensoren op de grote strooier AXENT en de meststrooier AXIS-
PowerPack
[1] Afkamwals
[2] Bandaandrijving
Bandtoerentalsensor
[3] Snelheidssensor (aan het rechter wiel)
[4] Actuator doseerschuif rechts
Roerwerk rechts
[5] Actuator afgiftepunt rechts
[6] FAG-sensor in de hydraulische motor links/
rechts
[7] Actuator afgiftepunt links
[8] Actuator doseerschuif links
Roerwerk links
[9] Interfacestekker voor de strooiwerken
[10] Ultrasoonsensoren
[11] Hydraulische cilinders voordoseerschuiven
[12] Schakelaar afdekkap
Aan het UNIVERSAL-PowerPack zijn de volgende actoren en sensoren ingebouwd:
Druksensoren hydraulische motoren (links/rechts en retourleiding)
Toerentalsensor links/rechts voor de strooischijven
3. Aanbouw en installatie
26 5901481 AXENT ISOBUS
3.2.4 Voorbereiding doseerschuiven
nAlleen AXIS-PowerPack
De machine beschikt over een elektronische schuifbediening voor de instelling van de
strooihoeveelheid.
Neem de gebruiksaanwijzing voor uw machine in acht.
3. Aanbouw en installatie
AXENT ISOBUS 5901481 27
4 Bediening
VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel door vrijkomende meststof
In geval van een storing kan de doseerschuif tijdens de rit naar de strooilocatie onverwacht
opengaan. Er bestaat gevaar voor uitglijden en verwonding van personen door de vrijkomende
meststof.
uVóór de rit naar de strooilocatie de elektronische machinebesturing absoluut uitschakelen.
4.1 Machinebesturing inschakelen
Voorwaarden:
De machinebesturing is correct op de machine en op de tractor aangesloten.
Voorbeeld, zie hoofdstuk 3.2.2 Machinebesturing aansluiten.
De minimale spanning van 11 V is gegarandeerd.
uMachinebesturing starten.
Na enkele seconden verschijnt het startscherm van de machinebesturing.
Kort daarop toont de machinebesturing enkele seconden het activeringsmenu.
uEntertoets indrukken.
Vervolgens verschijnt het werkscherm.
nOpvragen van de toestand van de afdekkap
De afdekkap is een belangrijke veiligheidsinrichting voor het veilige gebruik van de machine. U kunt
niet overladen als de afdekkap open is.
De afdekkap is uitgerust met een schakelaar. De schakelaar meldt de open of gesloten positie van de
afdekkap terug aan de machinebesturing. Als de afdekkap open is, stoppen alle via de
machinebesturing aangestuurde verbruikers (transportband, voordoseerschuiven, afkamwals,
afdekzeil).
Wanneer de afdekkap open is, verschijnt een foutmelding op het scherm. Zie 7.1 Betekenis van
de alarmmeldingen.
Alle uitgangen zijn spanningsvrij, alle functies zijn gedeactiveerd.
uAfdekkap sluiten.
wZie hiervoor de gebruiksaanwijzing van uw machine.
4. Bediening
28 5901481 AXENT ISOBUS
uToets ACK indrukken.
De alarmmelding is bevestigd en dooft uit.
Zolang de afdekkap open is, verschijnt het waarschuwingssymbool in de bovenste zone van het
werkscherm.
4.2 Navigatie binnen de menu’s
U vindt de belangrijke instructies bij de weergave en navigatie tussen de menu’s in het hoofdstuk
1.3.4 Menuhiërarchie, toetsen en navigatie.
Hierna beschrijven we het oproepen van de menu’s resp. de menu-items door aanraken van het
aanraakscherm of indrukken van de functietoetsen.
Neem de gebruiksaanwijzing van de gebruikte terminal in acht.
nHoofdmenu oproepen
uDe functietoets Werkscherm/hoofdmenu indrukken. Zie 2.2.2 Menu's.
Op het display verschijnt het hoofdmenu.
Submenu oproepen via het aanraakscherm
uOp het veld van het gewenste submenu drukken.
Er verschijnen vensters die tot verschillende acties oproepen.
Tekstinvoer
Invoer van waarden
Instellingen via verdere submenu’s
Niet alle parameters worden gelijktijdig in een menuvenster weergegeven. U kunt met de pijl naar
links/rechts naar het aangrenzende venster springen.
nMenu verlaten
uInstellingen bevestigen door de toets Terug in te drukken.
U keert terug naar het vorige menu.
uToets Werkscherm/hoofdmenu indrukken
U keert terug naar het werkscherm.
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 29
uToets ESC indrukken.
De vorige instellingen blijven bewaard.
U keert terug naar het vorige menu.
4.3 Functiebeschrijving: Statusweergave
Het werkscherm informeert u over de actuele vulpeilen en sensortoestanden van de grote strooier en
het aangebouwde strooiwerk AXIS-PowerPack of UNIVERSAL-PowerPack.
4.3.1 Strooimiddeltransport
De AXENT transportband treedt in werking met het openen van de AXENT-voordoseerschuiven.
Vervolgens stroomt het strooimiddel vanuit de uitloop in het strooiwerk AXIS-PowerPack of
UNIVERSAL-PowerPack ein.
Afb. 7: Weergave geopende voordoseerschuiven
[1] Openstaande voordoseerschuiven
[2] Stilstaande transportband
[3] Lopende transportband
AXIS-PowerPack
Het instromende strooigoed vult het tussenreservoir in het AXIS-PowerPack. De overlading verloopt
continu afhankelijk van de gestrooide hoeveelheid. De bandsnelheid en de voordoseringsinstelling
worden automatisch aangepast.
UNIVERSAL-PowerPack
Het strooigoed (kalk) valt van de transportband direct op de strooischijven.
4.3.2 Voorraadbakken leegmaken
De vulpeilsensor heeft geen functie, als kg leegmelder actief is.
Zie 4.7 Machine-instellingen
4. Bediening
30 5901481 AXENT ISOBUS
De vulpeilsensor voor het AXENT-reservoir bevindt zich nog niet op de bodem van het reservoir.
Op het tijdstip van de leegmelding bevindt zich meestal nog voldoende strooimiddel in het reservoir
voor enkele overladingen.
Ondanks de alarmmelding tracht de machinebesturing AXENT ISOBUS de volledige resthoeveelheid
over te laden.
Afb. 8: Vulpeilindicatie AXENT-reservoir
4.4 Hoofdmenu
Afb. 9: Hoofdmenu met submenu’s
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 31
Submenu Betekenis Beschrijving
SpreadLight In-/uitschakelen van de werklampen 4.12 Werklampen (SpreadLight)
Werk- scherm Wisselt naar het werkscherm
Meststofinstelling Instellingen voor meststof en
strooibedrijf
4.5 Meststofinstellingen
Machine-instelling Instellingen voor tractor en machine. 4.7 Machine-instellingen
Snellossen Directe toegang tot het menu voor
snellossen van de machine
4.8 Snellossen
Systeem/test Instellingen en diagnose van de
machinebesturing
4.9 Systeem/test
Info Weergave van de machineconfiguratie 4.10 Info
Wegen-dagteller Waarden bij de verrichte
strooiwerkzaamheden en functies voor
het weegbedrijf.
4.11 Wegen-dagteller
Naast de submenu's kunt u in het menu Hoofdmenu functietoetsen selecteren.
Zie 2.2.4 Overige symbolen.
4.5 Meststofinstellingen
De machinebesturing herkent het aangebouwde strooiwerk automatisch na het aansluiten van de
ISOBUS-stekker op de grote strooier AXENT.
Enkele menu-items wijken af, al naar gelang de meststrooier AXIS-PowerPack of het
kalkstrooiwerk UNIVERSAL-PowerPack is aangebouwd.
In dit menu voert u de instellingen voor de meststof en het strooibedrijf uit.
uMenu Hoofdmenu > Meststofinstelling oproepen.
Niet alle parameters worden gelijktijdig op het scherm weergegeven. U kunt met de pijl naar
links/rechts naar het aangrenzende menuvenster (tabblad) springen.
4. Bediening
32 5901481 AXENT ISOBUS
Afb. 10: Menu Meststofinstelling, tabblad 1 en 2
Afb. 11: Menu Meststofinstelling, tabblad 3 en 4
Submenu Betekenis Beschrijving
Naam meststof Geselecteerde meststof uit de
strooitabel.
4.5.12 Strooitabellen
Strooihvh. (kg/ha) Invoer streefwaarde van de
strooihoeveelheid in kg/ha
4.5.1 Strooihoeveelheid
Werkbreedte (m) Vastlegging van de te strooien
werkbreedte
4.5.2 Werkbreedte instellen
Stroomfactor Invoer stroomfactor van de gebruikte
meststof
4.5.3 Stroomfactor
Afgiftepunt Invoer van het afgiftepunt
Voor AXIS met elektrische
stelmotoren voor het afgiftepunt:
Instelling van het afgiftepunt
Neem de gebruiksaanwijzing
van de machine in acht.
4.5.4 Afgiftepunt
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 33
Submenu Betekenis Beschrijving
Afdraaiproef starten Opvragen submenu voor uitvoeren van
de afdraaiproef
4.5.5 Afdraaiproef
Basistoerental Invoer van het gewenste toerental van
de strooischijf
Heeft effect op de EMC-
massastroomregeling
4.5.7 Toerental
Strooischijf Instelling van het type strooischijf dat
op de AXIS-PowerPack gemonteerd is.
De instelling heeft effect op de EMC-
massastroomregeling
Let op: Strooischijf U2 geldt alleen voor
UNIVERSAL-PowerPack
Selectielijst:
• S1
• S4
• S6
• S8
• S10
• S12
Grensstrooitype Selectielijst:
• Grens
• Rand
Selectie met pijltoetsen
bevestiging met entertoets
Grensstr.-toerent. Voorinstelling van het toerental in de
grensstrooimodus
Invoer in afzonderlijk
invoervenster
Grensstrooi-AGP Voorinstelling van het afgiftepunt in de
grensstrooimodus
Invoer in afzonderlijk
invoervenster
Grensstr.-hoev.(%) Voorinstelling van de
hoeveelheidsreductie in de
grensstrooimodus
Invoer in afzonderlijk
invoervenster
Bemestingstype Selectielijst:
• Normaal
• Laat
Selectie met pijltoetsen,
bevestiging door indrukken van
de Enter-toets
Aanbouwhoogte Geen functie
Fabrikant Invoer van de meststoffabrikant.
Samenstelling Procentueel aandeel van de chemische
samenstelling
Meststofklasse Keuzelijst Selectie met pijltoetsen;
bevestiging door indrukken van
de Enter-toets
Bereikwaarde inv. Invoer van de bereikwaarde uit de
strooitabel. Vereist voor berekening van
OptiPoint
OptiPoint berekenen Invoer van de GPS Control-parameters 4.5.10 OptiPoint berekenen
4. Bediening
34 5901481 AXENT ISOBUS
Submenu Betekenis Beschrijving
Afstand in (m) Invoer inschakelafstand
Afstand uit (m) Invoer uitschakelafstand
GPS-Control info Weergave informatie van de GPS
Control-parameters
4.5.11 GPS Control-info
Strooitabel Beheer van strooitabellen 4.5.12 Strooitabellen
AXMAT kalibreren Alleen AXIS-H 50,2
Oproep submenu voor kalibreren van
de AXMAT-functie
Neem hiervoor de
gebruiksaanwijzing van de
speciale uitrusting in acht
4.5.1 Strooihoeveelheid
In dit menu kunt u de gewenste waarde van de strooihoeveelheid invoeren.
Strooihoeveelheid invoeren:
uMenu Meststofinstelling > Strooihvh. (kg/ha) oproepen.
Op het display verschijnt de op dat moment geldige strooihoeveelheid.
uDe nieuwe waarde in het invoerveld invoeren.
uOp OK drukken.
De nieuwe waarde is in de machinebesturing opgeslagen.
U kunt ook de strooihoeveelheid direct via het werkscherm invoeren of aanpassen.
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 35
uOp het aanraakscherm op veld Strooihvh. (kg/ha) [1] drukken.
Het invoervenster voor getallen verschijnt.
Afb. 12: Strooihoeveelheid op het aanraakscherm invoeren
[1] Veld Strooihoeveelheid [2] Veld Strooitabel
uDe nieuwe waarde in het invoerveld invoeren.
uOp OK drukken.
De nieuwe waarde is in de machinebesturing opgeslagen.
4.5.2 Werkbreedte instellen
In dit menu kunt u de werkbreedte (in meters) vastleggen.
uMenu Meststofinstelling > Werkbreedte (m) oproepen.
Op het display verschijnt de op dat moment ingestelde werkbreedte.
uDe nieuwe waarde in het invoerveld invoeren.
uOp OK drukken.
De nieuwe waarde is in de machinebesturing opgeslagen.
4.5.3 Stroomfactor
De stroomfactor ligt in het bereik tussen 0,2 en 1,9.
4. Bediening
36 5901481 AXENT ISOBUS
Bij gelijke basisinstellingen (km/u, werkbreedte, kg/ha) geldt:
Bij verhoging van de stroomfactor vermindert de doseerhoeveelheid
Bij verlaging van de stroomfactor verhoogt de doseerhoeveelheid
Er verschijnt een foutmelding zodra de stroomfactor buiten het vooraf ingestelde bereik ligt. Zie
hoofdstuk 7 Alarmmeldingen en mogelijke oorzaken.
Als u biologische meststof of rijst strooit, moet u de minimale factor tot 0,2 terugbrengen. Zo voorkomt
u dat de foutmelding voortdurend verschijnt.
Indien u de stroomfactor kent op basis van eerdere afdraaiproeven of de strooitabel, voert u deze in
deze selectie handmatig in.
Via het menu Afdraaiproef starten kan de stroomfactor met behulp van de machinebesturing
worden bepaald en ingevoerd. Zie hoofdstuk 4.5.5 Afdraaiproef
Bij het AXIS-PowerPack met EMC wordt de stroomfactor bepaald door middel van de EMC-
massastroomregeling. Handmatige invoer is echter ook mogelijk.
De berekening van de stroomfactor hangt af van de gebruikte bedrijfsmodus. Verdere informatie
over de stroomfactor vindt u in het hoofdstuk 4.7.1 AUTO/MAN-modus.
Stroomfactor invoeren:
uMenu Meststofinstelling > Stroomfactor oproepen.
Op het display verschijnt de actueel ingestelde stroomfactor.
uWaarde uit de strooitabel in het invoerveld invoeren.
Indien uw meststof niet in de strooitabel voorkomt, dan voert u de stroomfactor 1,00 in.
In de bedrijfsmodus AUTO km/h adviseren wij om een afdraaiproef uit te voeren, om de
stroomfactor voor deze meststof exact te bepalen.
uOp OK drukken.
De nieuwe waarde is in de machinebesturing opgeslagen.
Bij het AXIS-PowerPack EMC (bedrijfsmodus AUTO km/h + AUTO kg) raden wij de weergave van
de stroomfactor op het werkscherm aan. Op deze wijze kunt u de stroomfactorregeling tijdens de
strooiwerkzaamheden observeren. Zie hoofdstuk 2.1.2 Weergavevelden.
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 37
4.5.4 Afgiftepunt
De instelling van het afgiftepunt vindt bij de schotelstrooier voor minerale mest AXIS EMC alleen
plaats met elektrische verstelling van het afgiftepunt.
uMenu Meststofinstelling > Afgiftepunt oproepen.
uPositie voor het afgiftepuntuit de strooitabel bepalen.
uDe bepaalde waarde in het invoerveld invoeren.
uOp OK drukken.
Het venster Meststofinstelling verschijnt met het nieuwe afgiftepunt op het display.
Bij een blokkade van het afgiftepunt verschijnt het alarm 17; zie hoofdstuk7 Alarmmeldingen en
mogelijke oorzaken.
VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel door automatische verstelling van het afgiftepunt
Na indrukken van de Start/Stop-functietoets stelt een elektrische stelmotor (Speedservo) het
afgiftepunt in op de vooraf ingestelde waarde. Dit kan letsel veroorzaken.
uVóór het indrukken van Start/Stop ervoor zorgen dat zich geen personen in de gevarenzone
van de machine bevinden.
uAlarm afgiftepunt benaderen met Start/Stop bevestigen.
4.5.5 Afdraaiproef
Het menu Afdraaiproef starten is geblokkeerd voor weegstrooiers en voor alle
machines in de bedrijfsmodus AUTO km/h + AUTO kg. Dit menupunt is inactief.
In dit menu bepaalt u de stroomfactor op basis van een afdraaiproef en slaat u deze in de
machinebesturing op.
Voer de afdraaiproef uit:
vóór de eerste keer strooien
als de kwaliteit van de meststof sterk veranderd is (vocht, hoog stofaandeel, korrelbreuk)
als er een nieuwe soort meststof wordt gebruikt
De afdraaiproef moet bij lopende aftakas bij stilstand of tijdens het rijden op een testtraject worden
uitgevoerd.
Beide strooischijven verwijderen.
Afgiftepunt naar afdraaiproefpositie (waarde 0) brengen.
4. Bediening
38 5901481 AXENT ISOBUS
Werksnelheid invoeren:
uMenu Meststofinstelling >Afdraaiproef starten oproepen.
uGemiddelde werksnelheid invoeren.
Deze waarde is nodig voor de berekening van de schuifstand bij de afdraaiproef.
uOp het veld Verder drukken.
De nieuwe waarde wordt opgeslagen in de machinebesturing.
Op het display verschijnt de tweede pagina van de afdraaiproef.
Deelbreedte selecteren
uStrooierzijde bepalen waaraan de afdraaiproef uitgevoerd dient te worden.
Functietoets van de strooierzijde links indrukken of
functietoets van de strooierzijde rechts indrukken.
Het symbool van de gekozen strooierzijde heeft een rode achtergrond.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel tijdens de afdraaiproef
Draaiende machineonderdelen en uitstromende meststoffen kunnen tot letsel leiden.
uVóór de start van de afdraaiproef ervoor zorgen dat aan alle voorwaarden is voldaan.
uHoofdstuk Afdraaiproef in de gebruiksaanwijzing van de machine in acht nemen.
uOp Start/Stop drukken.
De doseerschuif van de eerder geselecteerde deelbreedte gaat open; de afdraaiproef start.
U kunt de afdraaiproef op elk moment afbreken door op de ESC-toets te drukken. De doseerschuif
gaat dicht en het display toont het menu Meststofinstelling.
Voor de nauwkeurigheid van het resultaat speelt de duur van de afdraaiproef geen rol. Er moet
evenwel minstens 20 kg afgedraaid worden.
uStart/Stop opnieuw indrukken.
De afdraaiproef is beëindigd.
De doseerschuif gaat dicht.
Het display toont de derde pagina van de afdraaiproef.
nStroomfactor opnieuw berekenen
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 39
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel door roterende machinedelen
Het aanraken van draaiende machineonderdelen (aftakas, naven) kan tot kneuzingen,
schaafwonden en beknellingen leiden. Lichaamsdelen of voorwerpen kunnen gegrepen of naar
binnen getrokken worden.
uMotor van de tractor uitzetten.
uHydraulisch systeem uitschakelen en deze tegen inschakelen door onbevoegden beveiligen.
uAfgedraaide hoeveelheid wegen (leeggewicht van de opvangbak in acht nemen).
uGewicht onder het menu-item Afgedraaide hoeveelheid invoeren.
uOp OK drukken.
De nieuwe waarde is in de machinebesturing opgeslagen.
Het display toont het menu Stroomfactorberekening.
De stroomfactor moet tussen 0,4 en 1,9 liggen.
uStroomfactor vastleggen.
Voor het overnemen van de nieuw berekende stroomfactor op het veld Stroomfactor bevest.
drukken.
Ter bevestiging van de tot nog toe opgeslagen stroomfactor op ESC drukken.
De stroomfactor wordt opgeslagen.
Het display toont het alarm Afgiftepunt benaderen.
VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel door automatische verstelling van het afgiftepunt
Na indrukken van de Start/Stop-functietoets stelt een elektrische stelmotor (Speedservo) het
afgiftepunt in op de vooraf ingestelde waarde. Dit kan letsel veroorzaken.
uVóór het indrukken van Start/Stop ervoor zorgen dat zich geen personen in de gevarenzone
van de machine bevinden.
uAlarm afgiftepunt benaderen met Start/Stop bevestigen.
4.5.6 Strooischijftype
Voor een optimale leegloopmeting controleert u de correcte invoer in het menu Meststofinstelling.
De invoer in de menu-items Strooischijf en Basistoerental resp. Aftakas moet overeenkomen
met de daadwerkelijke instellingen van uw machine.
4. Bediening
40 5901481 AXENT ISOBUS
Het gemonteerde type strooischijf is af fabriek voorgeprogrammeerd. Indien u andere strooischijven
op uw machine gemonteerd heeft, voert u het juiste type in.
uMenu Meststofinstelling > Strooischijf oproepen.
uType strooischijf in de selectielijst activeren.
Het display toont het venster Meststofinstelling met het nieuwe type strooischijf.
4.5.7 Toerental
nBasistoerental
Voor een optimale leegloopmeting controleert u de correcte invoer in het menu Meststofinstelling.
De invoer in de menu-items Strooischijf en Basistoerental moet overeenkomen met de
daadwerkelijke instellingen van uw machine.
Het ingestelde toerental is af fabriek voorgeprogrammeerd op 750 omw/min. Indien u een ander
toerental wilt instellen, wijzigt u de opgeslagen waarde.
uMenu Meststofinstelling > Basistoerental oproepen.
uToerental invoeren.
Het display toont het venster Meststofinstelling met het nieuwe toerental.
Neem het hoofdstuk 5.2.2 Strooien met automatische bedrijfsmodus (AUTO km/h + AUTO kg) in
acht.
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 41
4.5.8 Grensstrooimodus
Alleen AXIS-PowerPack
In dit menu kunt u de passende strooimodus aan de veldrand selecteren.
Afb. 13: Instelwaarden grensstrooimodus
[1] Kantstrooien [2] Grensstrooien
uMenu Meststofinstelling oproepen.
uNaar tabblad 2 wisselen.
uGrensstrooimodus Rand of Grens selecteren.
uIndien nodig waarden in de menu’s Toerental, Afgiftepunt of hoeveelheidsreductie volgens de
gegevens in de strooitabel aanpassen.
4.5.9 Grensstrooihoeveelheid
In dit menu kunt u de hoeveelheidsreductie (in procent) vastleggen. Deze instelling wordt bij het
activeren van de grensstrooifunctie resp. de TELIMAT-inrichting (alleen AXIS-M) gebruikt.
Wij adviseren een hoeveelheidsreductie aan de grensstrooizijde met 20 %.
Grensstrooihoeveelheid invoeren:
uMenu Meststofinstelling > Grensstr.-hoev.(%) oproepen.
uWaarde in het invoerveld invoeren en bevestigen.
Het venster Meststofinstelling verschijnt met de nieuwe grensstrooihoeveelheid op het display.
4. Bediening
42 5901481 AXENT ISOBUS
4.5.10 OptiPoint berekenen
In het menu OptiPoint berekenen voert u de parameters voor de berekening van de optimale
inschakel- of uitschakelafstanden op de kopakker in. Voor een exacte berekening is de invoer van de
bereikwaarde van de gebruikte meststof zeer belangrijk.
De bereikwaarde voor de door u gebruikte meststof vindt u in de strooitabel van uw machine.
uIn het menu Meststofinstelling > Bereikwaarde de vooraf ingestelde waarde invoeren.
uMenu Meststofinstelling > OptiPoint berekenen oproepen.
De eerste pagina van het menu OptiPoint berekenen verschijnt.
De aangegeven rijsnelheid heeft betrekking op de rijsnelheid in het gebied van de schakelposities!
Zie hoofdstuk 5.2.7 GPS Control.
uMiddelste rijsnelheid in de zone van de schakelposities invoeren.
Het display toont de tweede pagina van het menu.
uOp OK drukken.
uOp het veld Verder drukken.
Het display toont de derde pagina van het menu.
Afb. 14: OptiPoint berekenen, pagina 3
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 43
Nummer Betekenis Beschrijving
[1] Afstand (in meter) tot de veldgrens, van waaraf de doseerschuiven
opengaan.
Afstand in (m)
[2] Afstand (in meter) tot de veldgrens, van waaraf de doseerschuiven
sluiten.
Afstand uit (m)
Op deze pagina kunt u de parameterwaarden handmatig aanpassen. Zie hoofdstuk 5.2.7 GPS
Control.
Waarden wijzigen
uHet gewenste lijstitem oproepen.
uDe nieuwe waarden invoeren.
uOp OK drukken.
uOp het veld Waarden overnemen drukken.
De berekening van OptiPoint is voltooid.
De machinebesturing wisselt naar het venster GPS-Control info.
4.5.11 GPS Control-info
In het menu GPS-Control info krijgt u informatie over de berekende instellingswaarden in het menu
OptiPoint berekenen.
Afhankelijk van de gebruikte terminal worden 2 afstanden (CCI, Müller Elektronik) resp. 1 afstand en 2
tijdswaarden (John Deere, ...) weergegeven.
Bij de meeste ISOBUS-terminals zijn de hier weergegeven waarden automatisch overgenomen in
het bijbehorende instelmenu van de GPS-terminal.
Bij enkele terminals is echter een handmatige invoer vereist.
Dit menu dient louter ter informatie.
Neem de gebruiksaanwijzing van uw GPS-terminal in acht.
uMenu Meststofinstelling > GPS-Control info oproepen.
4. Bediening
44 5901481 AXENT ISOBUS
Afb. 15: Menü GPS-Control info
4.5.12 Strooitabellen
In dit menu kunt u strooitabellen aanmaken en beheren.
De keuze van een strooitabel heeft uitwerkingen op de machine, op de
meststofinstellingen en op de machinebesturing. De ingestelde strooihoeveelheid
wordt overschreven met de opgeslagen waarde uit de strooitabel.
U kunt automatisch strooitabellen beheren en vanuit uw ISOBUS-terminal doorzenden.
• Via de aansluiting van de WLAN-module op de jobrekeneenheid kunt u de strooitabellen op
uw smartphone beheren.
Nieuwe strooitabel aanmaken
U heeft de mogelijkheid maximaal 30 strooitabellen aan te maken in de elektronische
machinebesturing.
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 45
uMenu Meststofinstelling > Strooitabellen oproepen.
Afb. 16: Menü Strooitabellen
[1] Weergave voor een strooitabel met
ingevulde waarden
[2] Weergave voor een actieve strooitabel
[3] Naamveld van de strooitabel
[4] Lege strooitabel
[5] Tabelnummer
uEen lege strooitabel selecteren.
Het naamveld bestaat uit de naam van de meststof, de werkbreedte en het type strooischijf.
Het display toont het keuzevenster.
uOptie Openen en terug naar meststofinstellingen indrukken.
Het display toont het menu Meststofinstelling en het geselecteerde element wordt als actieve
strooitabel in de meststofinstellingen geladen.
uMenu-item Naam meststof oproepen.
uNaam voor de strooitabel invoeren.
Wij raden aan om de strooitabel de naam van de meststof te geven. Zo kunt u gemakkelijker een
meststof aan de strooitabel koppelen.
uParameters van de strooitabel bewerken. Zie 4.5 Meststofinstellingen.
4. Bediening
46 5901481 AXENT ISOBUS
Een strooitabel selecteren
uMenu Meststofinstelling > Openen en terug naar meststofinstellingen oproepen.
uGewenste strooitabel selecteren.
Het display toont het keuzevenster.
uOptie Openen en terug naar strooimiddelinstellingen selecteren.
Het display toont het menu Meststofinstelling en het geselecteerde element wordt als actieve
strooitabel in de meststofinstellingen geladen.
Bij de selectie van een bestaande strooitabel worden alle waarden in het menu Meststofinstelling
met de opgeslagen waarden uit de geselecteerde strooitabel overschreven, waaronder ook het
afgiftepunt en het basistoerental.
De machinebesturing stuurt het afgiftepunt aan op de waarde die in de strooitabel opgeslagen
is.
Aanwezige strooitabel kopiëren
uGewenste strooitabel selecteren.
Het display toont het keuzevenster.
uOptie Element kopiëren selecteren.
Een kopie van de strooitabel staat nu op de eerste vrije plaats van de lijst.
Aanwezige strooitabel wissen
uGewenste strooitabel selecteren.
Het display toont het keuzevenster.
De actieve strooitabel kan niet gewist worden.
uOptie Element wissen selecteren.
De strooitabel is uit de lijst gewist.
Geselecteerde strooitabel via het werkscherm beheren
U kunt ook de strooitabel direct via het werkscherm beheren
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 47
uOp het aanraakscherm op het veld Strooitabel [2] drukken.
De actieve strooitabel verschijnt.
Afb. 17: Strooitabel via aanraakscherm beheren
[1] Veld Strooihoeveelheid [2] Veld Strooitabel
uDe nieuwe waarde in het invoerveld invoeren.
uOK drukken.
De nieuwe waarde is in de machinebesturing opgeslagen.
4. Bediening
48 5901481 AXENT ISOBUS
4.6 Meststof-instellingen (UNIVERSAL-PowerPack)
De machinebesturing herkent het aangebouwde strooiwerk automatisch na het aansluiten van de
ISOBUS-stekker op de grote strooier AXENT.
Enkele menu-items wijken af, al naar gelang de meststrooier AXIS-PowerPack of het
kalkstrooiwerk UNIVERSAL-PowerPack is aangebouwd.
In dit menu voert u de instellingen voor de meststof en het strooibedrijf uit.
uMenu Hoofdmenu > Meststofinstelling oproepen.
Niet alle parameters worden gelijktijdig op het scherm weergegeven. U kunt met de pijl naar
links/rechts naar het aangrenzende menuvenster (tabblad) springen.
Afb. 18: Menu Meststofinstelling, kalkbedrijf, tabblad 1 en 2
De menu-items op de tabbladen 3 en 4 zijn niet relevant voor het UNIVERSAL-PowerPack.
Submenu Betekenis Beschrijving
Naam meststof Geselecteerde meststof uit de
strooitabel.
4.5.12 Strooitabellen
Strooihvh. (kg/ha) Invoer streefwaarde van de
strooihoeveelheid in kg/ha
4.6.1 Strooihoeveelheid
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 49
Submenu Betekenis Beschrijving
Werkbreedte (m) Vastlegging van de te strooien
werkbreedte
4.6.2 Werkbreedte instellen
Stroomfactor Invoer stroomfactor van de gebruikte
meststof
4.6.3 Stroomfactor
Basistoerental Invoer van het gewenste toerental van
de strooischijf
Heeft effect op de EMC-
massastroomregeling
4.6.5 Toerental
Strooischijf Instelling van het aan het UNIVERSAL-
PowerPack gemonteerde type
strooischijf
Let op: De strooischijven Sxx gelden
alleen voor AXIS-PowerPack
Type selecteren:
• U2
Grensstrooitype Selectielijst:
• Grens
• Rand
Selectie met pijltoetsen
bevestiging met entertoets
Grensstr.-toerent. Voorinstelling van het toerental in de
grensstrooimodus
Invoer in afzonderlijk
invoervenster
Grensstr.-hoev.(%) Voorinstelling van de
hoeveelheidsreductie in de
grensstrooimodus
Invoer in afzonderlijk
invoervenster
4.6.1 Strooihoeveelheid
In dit menu kunt u de gewenste waarde van de strooihoeveelheid invoeren.
Strooihoeveelheid invoeren:
uMenu Meststofinstelling > Strooihvh. (kg/ha) oproepen.
Op het display verschijnt de op dat moment geldige strooihoeveelheid.
uDe nieuwe waarde in het invoerveld invoeren.
uOp OK drukken.
De nieuwe waarde is in de machinebesturing opgeslagen.
U kunt ook de strooihoeveelheid direct via het werkscherm invoeren of aanpassen.
4. Bediening
50 5901481 AXENT ISOBUS
uOp het aanraakscherm op veld Strooihvh. (kg/ha) [1] drukken.
Het invoervenster voor getallen verschijnt.
Afb. 19: Strooihoeveelheid op het aanraakscherm invoeren
[1] Veld Strooihoeveelheid [2] Veld Strooitabel
uDe nieuwe waarde in het invoerveld invoeren.
uOp OK drukken.
De nieuwe waarde is in de machinebesturing opgeslagen.
4.6.2 Werkbreedte instellen
In dit menu kunt u de werkbreedte (in meters) vastleggen.
uMenu Meststofinstelling > Werkbreedte (m) oproepen.
Op het display verschijnt de op dat moment ingestelde werkbreedte.
uDe nieuwe waarde in het invoerveld invoeren.
uOp OK drukken.
De nieuwe waarde is in de machinebesturing opgeslagen.
4.6.3 Stroomfactor
De stroomfactor ligt in het bereik tussen 0,2 en 1,9. Bij gelijke basisinstellingen (km/u, werkbreedte,
kg/ha) geldt:
Bij verhoging van de stroomfactor vermindert de doseerhoeveelheid
Bij verlaging van de stroomfactor verhoogt de doseerhoeveelheid
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 51
Er verschijnt een foutmelding zodra de stroomfactor buiten het vooraf ingestelde bereik ligt. Zie
hoofdstuk 7.1 Betekenis van de alarmmeldingen.
Stroomfactor invoeren:
uMenu Meststofinstelling > Stroomfactor oproepen.
Op het display verschijnt de actueel ingestelde stroomfactor.
uWaarde uit de onderste regel van de strooitabel in het invoerveld invoeren.
Strooihoeveelheden bij 10 km/h en 30 cm opening van de voordoseerschuiven
Kalksoort
Dichthei
d
(kg/m³)
Maal-
niveau
Stroomfact
or Droge stof (%) Werk-
breedte (m)
Hoeveelhei
d
max.
(kg/ha)
Gebrande kalk,
gemalen 1100 1 0,88 100 10 9700
Gebrande kalk,
korrels 1100 - 0,88 100 18 5380
Converterkalk 1300 2 1,04 90 15 7640
Carbokalk 1000 - 0,80 72 12 7340
Gemengde kalk 1100 2 0,88 88 12 8080
Koolzuurhoudende
kalk 1200 2 0,96 92 12 8810
Magnesiumkalk 1100 1 0,88 94 10 10580
Zwarte kalk 900 1 0,72 83 12 6610
Voor kalksoorten die niet in de lijst staan, kan met behulp van de onderstaande formule de
stroomfactor worden bepaald.
Stroomfactor (SF) = dichtheid (kg/liter) x 0,8
Minimale factor
Volgens de ingevoerde waarde stelt de machinebesturing de minimale factor automatisch in op een
van de volgende waarden:
Minimale factor is 0,2 als de invoerwaarde kleiner dan 0,5 is
Minimale factor is 0,4 zodra u een waarde boven 0,5 invoert.
nStroomfactor met UNIVERSAL EMC
Bij de UNIVERSAL-PowerPack met UNIVERSAL EMC wordt de stroomfactor bepaald door middel
van de EMC-massastroomregeling.
4. Bediening
52 5901481 AXENT ISOBUS
Bedrijfsmodus AUTO km/h + AUTO kg
selecteren
uMenu Machine- instelling > AUTO/MAN-
modus oproepen.
uMenu-item AUTO km/h + AUTO kg
selecteren.
uOK drukken.
Wij adviseren de weergave van de stroomfactor op het werkscherm. Op deze wijze kunt u de
massastroomregeling tijdens de strooiwerkzaamheden observeren. Zie 2.1.2 Weergavevelden.
Voor een EMC-berekening moet een
leegloopmeting worden uitgevoerd. De
leegloopmeting start altijd bij de start van de
strooischijven. Tijdens de leegloopmeting
verschijnt het hiernaast afgebeelde venster.
4.6.4 Strooischijftype
Het gemonteerde type strooischijf is af fabriek voorgeprogrammeerd. Indien u andere strooischijven
op uw machine gemonteerd heeft, voert u het juiste type in.
uMenu Meststofinstelling > Strooischijf oproepen.
uType strooischijf U2 activeren.
Het display toont het venster Meststofinstelling met het nieuwe type strooischijf.
4.6.5 Toerental
nBasistoerental
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 53
Het ingestelde toerental is af fabriek voorgeprogrammeerd op 700 omw/min. Indien u een ander
toerental wilt instellen, wijzigt u de opgeslagen waarde. Het toerental kan tot maximaal 800 omw/min
worden verhoogd.
uMenu Meststofinstelling > Basistoerental oproepen.
uToerental invoeren.
Het display toont het venster Meststofinstelling met het nieuwe toerental.
4.7 Machine-instellingen
In dit menu voert u de instellingen voor de tractor en de machine uit.
uMenu Machine-instelling oproepen.
Afb. 20: Menu Machine-instelling, tabblad 1 en 2
Afb. 21: Menu Machine-instelling, tabblad 3 en 4
4. Bediening
54 5901481 AXENT ISOBUS
Niet alle parameters worden gelijktijdig op het scherm weergegeven. U kunt met de pijl naar links/
rechts naar het aangrenzende menuvenster (tabblad) springen.
Submenu Betekenis Beschrijving
AUTO/MAN-modus De bedrijfsmodus Automatisch
of Handmatig vastleggen
4.7.1 AUTO/MAN-modus
MAN schaalverdeling Instelling van de handmatige
schaalwaarde. (slechts van
invloed op de desbetreffende
bedrijfsmodus)
Invoer in afzonderlijk
invoervenster.
MAN km/h Instelling van de handmatige
snelheid. (slechts van invloed op
de desbetreffende
bedrijfsmodus)
Invoer in afzonderlijk
invoervenster.
Snelheids- / signaalbron Selectie/beperking van het
snelheidssignaal
Snelheid AUTO
(automatische selectie van
drijfwerk of radar/GPS 1)
GPS J1939 1
NMEA 2000
Sim GPS snelheid Alleen voor GPS J1939:
Aanduiding van de rijsnelheid bij
verlies van het gps-signaal
LET OP!
De ingevoerde rijsnelheid
absoluut constant houden.
+/- hoeveelheid(%) Voorinstelling van de
hoeveelheidsreductie voor de
verschillende strooiwijzen
Invoer in afzonderlijk
invoervenster
Task Control Activering van de ISOBUS Task
Controller-functies voor
documentatie en voor strooien
op basis van applicatiekaarten
Task Control On (met
vinkje)
Task Control Off
1) De fabrikant van de machinebesturing is bij verlies van het GPS-signaal niet aansprakelijk.
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 55
Submenu Betekenis Beschrijving
GPS-Control Activering van de functie om via
een GPS-besturing de
deelbreedtes van de machine
aan te sturen
Task Control On (met
vinkje)
Task Control Off
Toerentalwijziging Activering van de functie om het
toerental in de grensstrooimodus
in het werkscherm te wijzigen.
Als de functie gedeactiveerd is,
is de wijziging uitsluitend in
procent (%) mogelijk.
Geen functie in het kalkbedrijf
Meststofinfo Activering van de weergave van
meststofinfo (naam van de
meststof, type strooischijf,
werkbreedte) in het werkscherm.
kg leegmelder Invoer van de resthoeveelheid
die via de weegcellen een
alarmmelding genereert
AXMAT Alleen AXIS-H 50
AXMAT-functie activeren
Neem hiervoor de
gebruiksaanwijzing van de
speciale uitrusting in acht.
Corr. StrHvh L (%)
Corr. StrHvh R (%)
Correctie van de afwijkingen
tussen ingevoerde
strooihoeveelheid en
daadwerkelijke
strooihoeveelheid
Correctie in procent naar
keuze aan de rechter of
linker zijde
Trekker (km/h) Vastleggen of kalibreren van het
snelheidssignaal
4.7.9 Snelheidskalibratie
Manuele modus 4.7.8 Openingswijziging
Geen functie in het kalkbedrijf
Voordoseer. (mm) Invoer in afzonderlijk
invoervenster.
Geen functie in het kalkbedrijf
4. Bediening
56 5901481 AXENT ISOBUS
Submenu Betekenis Beschrijving
+/- opening (%) Voorinstelling van de
openingsverandering voor de
voordoseerschuiven
Invoer in afzonderlijk
invoervenster.
Geen functie in het kalkbedrijf
Bandsnelh. (mm/s) Instelling van de
transportbandsnelheid.
4.7.5 Bandsnelheid
Geen functie in het kalkbedrijf
+/- bandsn. (mm/s) Voorinstelling van de
snelheidswijziging voor de
transportband
Invoer in afzonderlijk
invoervenster
Geen functie in het kalkbedrijf
2 dosissen Alleen bij het werken met
applicatiekaarten: Activering van
twee gescheiden
strooihoeveelheden, telkens
voor de rechter en linker zijde
4.7.1 AUTO/MAN-modus
Op basis van het snelheidssignaal regelt de machinebesturing automatisch de doseerhoeveelheid.
Hierbij wordt rekening gehouden met de strooihoeveelheid, de werkbreedte en de stroomfactor.
Standaard werkt u in de automatische modus.
In de handmatige modus werkt u alleen in de volgende gevallen:
als er geen snelheidssignaal beschikbaar is (radar of wielsensor niet aanwezig of defect)
strooien van slakkenkorrels of zaaigoed (fijne zaden)
Voor een gelijkmatige strooiing van het strooimiddel moet u in de handmatige modus absoluut met
een constante rijsnelheid werken.
De strooiwerkzaamheden met de verschillende bedrijfsmodi worden onder 5 Strooibedrijf met
AXIS-PowerPack beschreven.
Menu Betekenis Beschrijving
AUTO km/h + AUTO kg Selectie automatische modus met automatisch
wegen
Pagina 92
AUTO km/h Selectie automatische modus Pagina 95
MAN km/h Instelling rijsnelheid voor de handmatige modus Pagina 96
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 57
Menu Betekenis Beschrijving
MAN schaalverdeling Doseerschuifinstelling voor de handmatige
modus
Deze bedrijfsmodus is geschikt voor het
strooien van slakkenkorrels of fijne zaden.
Pagina 97
Bedrijfsmodus selecteren
uMachinebesturing starten.
uMenu Machine-instelling > AUTO/MAN-modus oproepen.
uGewenst menu-item in de lijst selecteren.
uOp OK drukken.
uInstructies op het beeldscherm volgen.
Wij adviseren de weergave van de stroomfactor op het werkscherm. Op deze wijze kunt u de
massastroomregeling tijdens de strooiwerkzaamheden observeren. Zie 2.1.2 Weergavevelden.
U vindt belangrijke informatie omtrent het gebruik van de bedrijfsmodi bij het strooibedrijf in de
paragraaf 5 Strooibedrijf met AXIS-PowerPack.
4.7.2 +/- hoeveelheid
In dit menu kunt u voor de normale strooiwijze de stapbreedte van de procentuele
hoeveelheidswijziging vastleggen.
De basis (100 %) is de vooringestelde waarde van de doseerschuifopening.
Tijdens het bedrijf kunt u met de functietoetsen Hoeveelheid +/Hoeveelheid - op elk
moment de strooihoeveelheid met de factor +/- hoeveelheid wijzigen. Met de
C 100 %toets herstelt u de voorinstellingen.
Hoeveelheidsreductie vastleggen:
uMenu Machine-instelling > +/- hoeveelheid(%) oproepen.
uDe procentuele waarde invoeren waarmee u de strooihoeveelheid wenst te wijzigen.
uOp OK drukken.
4. Bediening
58 5901481 AXENT ISOBUS
4.7.3 Bedrijfsmodus van de overlaadfunctie
De overlaadfunctie met de verschillende bedrijfsmodi wordt in de hoofdstukken 5.1 Overladen en
6.1 Overladen beschreven. .
Neem tevens gebruiksaanwijzing van uw grote strooier AXENT in acht.
U stuurt het overladen van meststof in de strooiwerken AXIS-PowerPack of UNIVERSAL-PowerPack
via 2 mogelijke bedrijfsmodi.
Afb. 22: Symbolen bedrijfsmodi
[1] Automaat [2] Manueel
Wij adviseren, steeds in de bedrijfsmodus Automaat te werken. De machinebesturing bestuurt
volautomatisch de ventielen voor het meststoftransport aan de hand van de informatie van de
sensoren.
In de bedrijfsmodus Manueel start en stopt u het overladen door op de activeringsknop te drukken. De
sensortoestanden signaleren u de vereiste stappen.
Bedrijfsmodus selecteren
uMachinebesturing inschakelen.
uMenu Machine-instelling > AUTO/MAN-modus oproepen.
uGewenst menu-item in de lijst selecteren.
uOK drukken.
nAutomaat
WAARSCHUWING!
Gevaar voor beknelling en snijwonden door onafhankelijk bediende onderdelen
De voordoseerschuif en de transportband bewegen zonder voorafgaande waarschuwing en
kunnen personen verwonden.
uAlle personen uit gevarenzone verwijderen.
Zie ook 5.1.1 Overladen met automatische bedrijfsmodus en 6.1 Overladen.
nHandmatig (alleen AXIS-PowerPack)
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 59
VOORZICHTIG!
Slipgevaar en milieuschade door lekkende meststof
Wanneer het overladen actief is, kan de meststrooier overlopen en kan een te grote hoeveelheid
meststof onverwachts uit het reservoir stromen.
Personen kunnen uitglijden en zich verwonden.
Gevaar voor het milieu.
uStuur vóór het inschakelen van de strooischijven alle personen uit de strooizone van de
machine.
uActiveer de bedrijfsmodus Handmatig voor uitzonderlijke gevallen kortstondig.
uGeef de voorkeur aan de bedrijfsmodus Automaat.
uMenu Machine-instelling oproepen.
uMenu-item Manuele modusselecteren.
De waarschuwing nr. 39 verschijnt. Zie 7.1 Betekenis van de alarmmeldingen.
uToets ACK indrukken.
De waarschuwingsmelding is bevestigd.
Een vinkje is gezet: de bedrijfsmodus is actief.
uToets Start overladen indrukken.
Het overladen start.
Het overladen vindt plaats in dezelfde volgorde als voor de bedrijfsmodus Automaat.
uToets Start overladen indrukken.
Het overladen stopt.
Zie ook 5.1.2 Overladen met manuele bedrijfsmodus.
4.7.4 Instellingen voor het kalkbedrijf
Bij het opstarten van de machinebesturing wordt het aangebouwde kalkstrooiwerk automatisch
gedetecteerd en de machinebesturing schakelt om naar kalkbedrijf.
Het kalkbedrijf is snelheidsafhankelijk: de snelheid van de transportbanden en de opening van de
voordoseerschuiven passen zich automatisch aan uw rijsnelheid aan, teneinde een gelijkmatige
verspreiding van kalk te verzekeren.
uMenu Machine-instelling > AUTO/MAN-modus oproepen.
uMenu-item AUTO km/h of MAN km/h selecteren.
U kunt het kalkbedrijf starten.
4. Bediening
60 5901481 AXENT ISOBUS
Afb. 23: Werkscherm in kalkbedrijf
[1] Symbool actieve bedrijfsmodus kalk AUTO
km/h
[2] Strooibedrijf starten
4.7.5 Bandsnelheid
nAlleen met AXIS-PowerPack
In dit menu kunt u de snelheid van de transportband vastleggen.
Tijdens het bedrijf kunt u de snelheid van de transportband op het werkscherm veranderen. Zie 4.7.6
+/- Bandsnelheid.
uMenu Machine-instelling > Bandsnelh. (mm/s) oproepen.
uDe waarde invoeren waarmee u de snelheid wenst te wijzigen.
uOK drukken.
4.7.6 +/- Bandsnelheid
nAlleen met AXIS-PowerPack
In dit menu kunt u de snelheidswijziging voorinstellen.
De basis (100 %) is de vooringestelde waarde van de doseerschuifopening.
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 61
Alleen in handmatige modus beschikbaar: Tijdens het bedrijf kunt u met de functietoetsen
Snelheid +/Snelheid - te allen tijde de snelheid van de transportband wijzigen met de vooraf
ingestelde waarde (mm/s).
Met de C 100 %-toets herstelt u de voorinstellingen.
uMenu Machine-instelling > +/- bandsn. (mm/s) oproepen.
uDe waarde invoeren waarmee u de snelheid wenst te wijzigen.
uOK drukken.
4.7.7 Opening van de voordoseerschuiven
nAlleen met AXIS-PowerPack
In dit menu kunt u de opening van de voordoseerschuiven vastleggen.
Tijdens het bedrijf kunt u de opening van de voordoseerschuiven op het werkscherm veranderen.
uMenu Machine-instelling > Voordoseer. (mm) oproepen.
uDe waarde invoeren die u in de strooitabel heeft gevonden.
uOK drukken.
4.7.8 Openingswijziging
nAlleen met AXIS-PowerPack
In dit menu kunt u een procentuele wijziging van de voordoseerschuifopening vastleggen.
De basis (100 %) is de vooringestelde waarde van de voordoseerschuifopening.
Alleen in handmatige modus beschikbaar: Tijdens het bedrijf kunt u met de
functietoetsen Opening +/Opening - op elk moment de opening van de
voordoseerschuiven wijzigen met de vooringestelde waarde (mm/s).
Met de C 100 %-toets herstelt u de voorinstellingen.
uMenu Machine-instelling > +/- opening (%) oproepen.
uDe waarde invoeren waarmee u de snelheid wenst te wijzigen.
uOK drukken.
4.7.9 Snelheidskalibratie
De snelheidskalibratie is de basis voor een exact strooiresultaat. Factoren zoals bijv. de bandenmaat,
tractorwissel, 4 WD, slip tussen banden en ondergrond, bodemgesteldheid en bandenspanning
hebben invloed op de snelheidsbepaling en dus op het strooiresultaat.
4. Bediening
62 5901481 AXENT ISOBUS
De exacte bepaling van het aantal snelheidsimpulsen op 100 m is zeer belangrijk voor de juiste
strooiing van de hoeveelheid meststof.
Snelheidskalibratie voorbereiden
uKalibratie op het veld uitvoeren. Daarmee is de invloed van de bodemgesteldheid
op het kalibratieresultaat geringer.
uZo precies mogelijk een 100 m lang referentietraject vastleggen.
uVierwielaandrijving inschakelen.
uDe machine indien mogelijk slechts tot de helft vullen.
nSnelheidsinstellingen oproepen
U kunt tot 4 verschillende profielen voor type en aantal impulsen opslaan en namen toewijzen aan
deze profielen (bijv. tractornaam).
Controleer vóór de strooiwerkzaamheden of het juiste profiel in de bedieningsunit is opgeroepen.
Afb. 24: Menu Trekker (km/h)
[1] Actief trekkerprofiel
[2] Weergave aantal impulsen over 100 m
[3] Profiel is aangemaakt, momenteel niet in
gebruik
[4] Tractorbenaming
[5] Leeg trekkerprofiel
uMenu Machine-instelling > Trekker (km/h) oproepen.
nSnelheidssignaal opnieuw kalibreren
U kunt een reeds bestaand profiel overschrijven of een lege geheugenplaats met een profiel vullen.
uIn het menu Trekker (km/h) het gewenste profiel oproepen.
uEntertoets indrukken.
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 63
Afb. 25: Trekkerprofiel
[1] Naamveld tractor
[2] Weergave aantal impulsen over 100 m
[3] Selectie van het profiel bevestigen
[4] Profiel wissen
uNaamveld [1] oproepen.
uDe naam van het profiel invoeren.
Het profiel is actief.
De invoer van de naam is beperkt tot 16 tekens.
Voor een betere herkenbaarheid adviseren wij het profiel naar de naam van de tractor te
vernoemen.
Hierna moet u nog het aantal impulsen van het snelheidssignaal vastleggen. Wanneer het juiste
impulsaantal bekend is, kunt u dat direct invoeren:
uIn het geselecteerde tractorprofiel het menu-item Imp/100m oproepen.
Het display toont het menu Impulsen voor de handmatige invoer van het aantal impulsen.
Kent u het precieze aantal impulsen niet, dan Kalibreerrit starten.
uDruk in het trekkerprofiel op de kalibreertoets.
Op het display wordt het werkscherm Kalibreerrit weergegeven.
4. Bediening
64 5901481 AXENT ISOBUS
uDruk aan het startpunt van het referentietraject op de Start-toets.
De weergave Impulsen staat nu op nul.
De machinebesturing is gereed voor de impulstelling.
uEen 100 m lang referentietraject rijden.
uTractor aan het einde van het referentietraject stoppen.
uOp Stop-toets drukken.
Het display toont het aantal van de ontvangen impulsen.
Het nieuwe aantal impulsen wordt opgeslagen.
U keert nu terug naar het profielmenu.
4.8 Snellossen
Om de machine na de strooiwerkzaamheden te reinigen of de resthoeveelheid snel te ledigen, kunt u
het menu Snellossen selecteren.
Daarnaast raden wij aan om vóór de opslag van de machine de doseerschuiven via het snellossen
compleet te openen en in deze toestand de besturing uit te schakelen. Zo voorkomt u ophoping van
vocht in de voorraadbak.
Zorg er vóór aanvang van het snellossen voor dat aan alle voorwaarden is voldaan. Zie daarvoor
ook de gebruiksaanwijzing van de schotelstrooier voor minerale mest (lossen van
resthoeveelheid).
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 65
Snellossen uitvoeren:
uMenu Hoofdmenu > Snellossen oproepen.
VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel door automatische verstelling van het afgiftepunt
Bij EMC-machine verschijnt het alarm Afgiftepunt aanrijden Ja = Start. Na het bedienen van
de start/stop-functie start het afgiftepunt automatisch op de positie 0. Na het proefdraaien start
het afgiftepunt automatisch weer op de vooringestelde waarde. Dit kan letsel en materiële
schade veroorzaken.
uVóór het indrukken van Start/Stop ervoor zorgen dat zich geen personen in de
gevarenzone van de machine bevinden.
Afb. 26: Menü Snellossen
[1] Symbool voor het snellossen (hier de
linkerkant geselecteerd, niet gestart)
[2] Snellossen rechter deelbreedte
(geselecteerd)
[3] Snellossen linker deelbreedte (niet
geselecteerd)
uMet de functietoets de deelbreedte selecteren waarop het snellossen uitgevoerd dient te
worden.
Het display toont de gekozen deelbreedte als symbool (Afb. 26 positie [3]).
uOp Start/Stop drukken.
Het snellossen start.
uStart/Stop indrukken, als het reservoir leeg is.
Het snellossen is beëindigd.
uESC indrukken om naar het hoofdmenu terug te keren.
4. Bediening
66 5901481 AXENT ISOBUS
VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel door automatische verstelling van het afgiftepunt
Bij EMC-machine verschijnt het alarm Afgiftepunt aanrijden Ja = Start. Na het bedienen van de
start/stop-functie start het afgiftepunt automatisch op de positie 0. Na het proefdraaien start het
afgiftepunt automatisch weer op de vooringestelde waarde. Dit kan letsel en materiële schade
veroorzaken.
uVóór het indrukken van Start/Stop ervoor zorgen dat zich geen personen in de gevarenzone
van de machine bevinden.
4.9 Systeem/test
In dit menu voert u de systeem- en testinstellingen voor de machinebesturing uit.
uMenu Hoofdmenu > Systeem/test oproepen.
Afb. 27: Menü Systeem/test
Submenu Betekenis Beschrijving
Totaaldata-teller Weergavelijst
Gestrooide hoeveelheid in
kg
Gestrooid oppervlak in ha
Strooitijd in h
Afgelegde afstand in km
4.9.1 Totale datateller
Test/diagnose Controle van stelmotoren en
sensoren
4.9.2 Test/diagnose
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 67
Submenu Betekenis Beschrijving
Service Service-instellingen Met een wachtwoord beveiligd;
alleen toegankelijk voor
servicepersoneel
4.9.1 Totale datateller
In dit menu worden alle tellerstanden van de strooier weergegeven.
Gestrooide hoeveelheid in kg
Gestrooid oppervlak in ha
Strooitijd in h
Afgelegde afstand in km
Dit menu dient louter ter informatie.
Afb. 28: Menü Totaaldata-teller
4.9.2 Test/diagnose
In het menu Test/diagnose kunt u de functie van alle stelmotoren en sensoren controleren.
Dit menu dient louter ter informatie.
De lijst van de sensoren hangt af van de uitrusting van de machine.
4. Bediening
68 5901481 AXENT ISOBUS
VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel door bewegende machineonderdelen
Tijdens de tests kunnen machineonderdelen automatisch bewegen.
uVergewis u er vóór de tests van, dat er zich geen personen in de omgeving van de machine
bevinden.
Submenu Betekenis Beschrijving
Spanning Controle van de bedrijfsspanning
Doseerschuif Benaderen van de linker en rechter
doseerschuiven
Voorbeeld doseerschuiven
Testpunten schuif Test voor het benaderen van de
verschillende positiepunten van de
doseerschuiven
Controle van de kalibratie
Afgiftepunt Handmatig verzetten van de
afgiftepunt-motor
Testpunten AGP Aansturen van het afgiftepunt Controle van de kalibratie
LIN-Bus Controle van de via LINBUS
aangemelde componenten
Voorbeeld LIN-Bus
Strooischijf Handmatig inschakelen van de
strooischijven
Roerwerk Controle van het roerwerk
EMC-sensoren Controle van de EMC-sensoren
Weegcel Controle van de sensoren
Leegmeldsensor Controle van de leegmeldsensoren
AXMAT sensorstatus Controle van het sensorsysteem
Oliereservoir Controle van de olietemperatuur en het
oliepeil
Voordosering Testfunctie om de voordoseerschuiven
te openen/sluiten
Controle van de kalibratie
Bandaandrijving Manueel verzetten van de
transportband
Afdekzeil Controle van de stelmotoren
Sensor afdekzeil Controle van de veiligheidsschakelaar
aan de afdekkap
Voorbeeld sensor afdekzeil
SpreadLight Controle van de werklampen
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 69
Submenu Betekenis Beschrijving
Kalkfuncties Besturing van de afkamwals en de
schuddermotor
Voorbeeld Kalkfuncties
nVoorbeeld sensor afdekzeil
uMenu Systeem/test > Test/diagnose oproepen.
uMet de pijlen naar links/rechts tot aan het menu-item Sensor afdekzeil bladeren.
Het display toont de status van de stelmotoren/sensoren.
Afb. 29: Test/diagnose; voorbeeld: Sensor afdekzeil
[1] Weergave signaal; 1: Afdekkap is gesloten;
0: Afdekkap is open
[2] Balkweergave signaal
nVoorbeeld Kalkfuncties
4. Bediening
70 5901481 AXENT ISOBUS
uMenu Systeem/test > Test/diagnose oproepen.
uMet de pijlen naar links/rechts tot aan het menu-item Kalkfuncties bladeren.
Het display toont de status van de optionele voorzieningen.
Afb. 30: Test/diagnose; voorbeeld: Kalkfuncties
uVinkje plaatsen op het aanraakscherm.
uOp Start/Stop drukken.
De test voor het aansturen van de geselecteerde inrichting begint.
uStart/Stop opnieuw indrukken.
De test is beëindigd.
nVoorbeeld doseerschuiven
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 71
uMenu Test/diagnose > Doseerschuif oproepen.
Het display toont de status van de motoren/sensoren.
Afb. 31: Test/diagnose; Voorbeeld: Doseerschuif
[1] Weergave signaal
[2] Balkweergave signaal
[3] Weergave positie
De weergave signaal toont de toestand van het signaal gescheiden voor de linker- en de rechterzijde.
VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel door bewegende machineonderdelen
Tijdens de tests kunnen machineonderdelen automatisch bewegen.
uVergewis u er vóór de tests van, dat er zich geen personen in de omgeving van de machine
bevinden.
De doseerschuiven kunt u via de pijlen omhoog/omlaag openen en sluiten.
nVoorbeeld LIN-Bus
4. Bediening
72 5901481 AXENT ISOBUS
uMenu Systeem/test > Test/diagnose oproepen.
uMenu-item LIN-Bus oproepen.
Het display toont de status van de stelmotoren/sensoren.
Afb. 32: Systeem/test; voorbeeld: Test/diagnose
[1] Weergave status
[2] Zelftest starten
[3] Aangesloten componenten
Statusmelding LIN-Bus-deelnemers
De componenten vertonen verschillende toestanden:
0 = OK, geen fout aan de component
2 = blokkade
4 = overbelasting
VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel door bewegende machineonderdelen
Tijdens de tests kunnen machineonderdelen automatisch bewegen.
uVergewis u er vóór de tests van, dat er zich geen personen in de omgeving van de machine
bevinden.
Bij het herstarten van het systeem wordt de status gecontroleerd en normaal gesproken gereset.
Aangezien in bepaalde gevallen de status niet altijd automatisch wordt gereset, kan nu ook een
handmatige RESET worden uitgevoerd.
Op het veld Fout resetten drukken.
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 73
4.9.3 Service
Voor de instellingen in het menu Service is een invoercode vereist. Deze instellingen kunnen enkel
door geautoriseerd servicepersoneel gewijzigd worden.
4.10 Info
In het menu Info kunt u informatie over de machinebesturing vinden.
Dit menu dient ter informatie over de configuratie van de machine.
De lijst met gegevens hangt af van de uitrusting van de machine.
4.11 Wegen-dagteller
In dit menu vindt u waarden bij de verrichte strooiwerkzaamheden en functies voor het weegbedrijf.
uMenu Hoofdmenu > Wegen-dagteller oproepen.
Het menu Wegen-dagteller verschijnt.
Afb. 33: Menü Wegen-dagteller
4. Bediening
74 5901481 AXENT ISOBUS
Submenu Betekenis Beschrijving
Dagteller Weergave van de uitgevoerde
strooihoeveelheid, het gestrooide
oppervlak en het gestrooide traject.
4.11.1 Dagteller
Rest (kg, ha, m ) Alleen weegstrooiers: Weergave van
de resthoeveelheid in het
machinereservoir.
4.11.2 Rest (kg, ha, m)
Meterteller Weergave van het gereden traject
sinds het laatste resetten van de
meterteller.
Resetten (op nul zetten) met de
C 100%-toets
Weegschaal tareren Alleen weegstrooiers: Weegwaarde bij
lege weegschaal wordt op „0 kg” gezet.
4.11.3 Weegschaal tarreren
4.11.1 Dagteller
In dit menu kunt u waarden van de verrichte strooiwerkzaamheden opvragen, de resterende
strooihoeveelheid observeren en de dagteller resetten door hem te wissen.
uMenu Wegen- dagteller > Dagteller oproepen.
Het menu Dagteller verschijnt.
Tijdens het strooien, dus met geopende doseerschuiven, kunt u naar het menu Dagteller gaan en zo
de actuele waarden aflezen.
Als u de informatie tijdens het strooien permanent wilt aflezen, kunt u ook aan de vrij te kiezen
weergavevelden in het bedrijfsscherm kg dagtell, ha dagt. of m dagtell toewijzen, zie 2.1.2
Weergavevelden.
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 75
Afb. 34: Menü Dagteller
[1] Weergavevelden gestrooide hoeveelheid,
oppervlak en afstand
[2] Dagteller wissen
Dagteller wissen
uSubmenu Wegen-dagteller > Dagteller oproepen.
Op het display verschijnen de sinds het laatste wissen berekende waarden voor de
strooihoeveelheid, het gestrooide oppervlak en het gestrooide traject.
uOp het veld Dagteller wissen drukken.
Alle waarden van de dagteller worden op 0 gezet.
4.11.2 Rest (kg, ha, m)
In het menu kg rest kunt u de resterende hoeveelheid in het reservoir opvragen. Het menu geeft het
mogelijke oppervlak (ha) en traject (m) aan, dat met de resterende hoeveelheid meststof kan worden
gestrooid.
uMenu Wegen-dagteller > Rest (kg, ha, m ) oproepen.
Het menu Rest (kg, ha, m ) verschijnt.
Alleen bij de weegstrooier kan het actuele vulgewicht worden bepaald door wegen. Bij alle
overige strooiers wordt de resterende hoeveelheid meststof berekend aan de hand van de
meststof- en machine-instellingen en het rijsignaal. De vulhoeveelheid moet handmatig worden
ingevoerd (zie onder). De waarden voor strooihoeveelheid en werkbreedte kunnen in dit menu niet
worden gewijzigd. Deze dienen hier louter ter informatie.
4. Bediening
76 5901481 AXENT ISOBUS
Afb. 35: Menü Rest (kg, ha, m )
[1] Invoerveld rest (kg) [2] Weergavevelden Strooihoeveelheid,
Werkbreedte en het mogelijke te strooien
oppervlak en traject
4.11.3 Weegschaal tarreren
nAlleen weegstrooiers
In dit menu zet u de weegwaarde bij leeg reservoir op 0 kg.
Bij het tarreren van de weegschaal moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn:
het reservoir is leeg,
de machine staat stil,
de aftakas is uitgeschakeld,
de machine staat horizontaal en vrij van de grond,
de trekker staat stil.
Weegschaal tarreren:
uMenu Wegen-dagteller > Weegschaal tareren oproepen.
uOp het veld Weegschaal tareren drukken.
De weegwaarde bij lege weegschaal is nu op 0 kg gezet.
Tarreer de weegschaal vóór elk gebruik om een feilloze berekening van de resthoeveelheid te
waarborgen.
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 77
4.12 Werklampen (SpreadLight)
In dit menu kunt u de functie SpreadLight activeren en het strooibeeld ook in de nachtmodus
bewaken.
U schakelt de werklampen in en uit via de machinebesturing in de automatische resp. handmatige
modus.
Afb. 36: Menü SpreadLight
[1] Uitschakelduur (s)
[2] Handmatige modus: Werklampen
inschakelen
[3] Automatische bediening activeren
Automatische modus:
In de automatische modus gaan de werklampen aan zodra de doseerschuiven open gaan en het
strooien start.
uMenu Hoofdmenu > SpreadLight oproepen.
uIn het menu-item SpreadLight AUTO [3] een vinkje zetten.
De werklampen gaan aan als de doseerschuiven open gaan.
uUitschakelduur [1] in seconden invoeren.
De werklampen gaan na de ingevoerde duur uit, als de doseerschuiven gesloten zijn.
Bereik van 0 tot 100 seconden.
uVinkje verwijderen in het menu-item SpreadLight AUTO [3].
De automatische modus is gedeactiveerd.
Handmatige modus:
In de handmatige modus schakelt u de werklampen in en uit.
4. Bediening
78 5901481 AXENT ISOBUS
uMenu Hoofdmenu > SpreadLight oproepen.
uIn het menu-item Inschakelen [2] een vinkje zetten.
De werklampen gaan aan en blijven aan, totdat u het vinkje verwijdert of het menu verlaat.
4.13 Speciale functies
4.13.1 Eenhedensysteem wijzigen
Uw eenhedensysteem werd af fabriek ingesteld. U kunt echter op elk moment wisselen van metrisch
naar imperiaal en omgekeerd.
Vanwege de vele verschillende voor ISOBUS geschikte terminals worden in dit hoofdstuk alleen
de functies van de elektronische machinebesturing beschreven zonder aanduiding van een
bepaalde ISOBUS-terminal.
Neem de instructies voor de bediening van uw ISOBUS-terminal in de bijbehorende
gebruiksaanwijzing in acht.
uMenu Instellingen van het terminalsysteem oproepen.
uMenu Unit oproepen.
uSelecteer het gewenste eenhedensysteem in de lijst.
uOK drukken.
Alle waarden van de diverse menu's zijn omgerekend.
Menu/waarde Omrekeningsfactor metrisch naar imperiaal
kg rest 1 x 2,2046 lb.-mass (lbs rest)
ha rest 1 x 2,4710 ac (ac rest)
Werkbreedte (m) 1 x 3,2808 ft
Strooihv (kg/ha) 1 x 0,8922 lbs/ac
Aanbouwhoogte cm 1 x 0,3937 in
Menu/waarde Omrekeningsfactor metrisch naar imperiaal
lbs rest 1 x 0,4536 kg
ac rest 1 x 0,4047 ha
Werkbreedte (ft) 1 x 0,3048 m
Strooihvh. (lb/ac) 1 x 1,2208 kg/ha
Aanbouwhoogte in 1 x 2,54 cm
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 79
4.13.2 Joystick gebruiken
Als alternatief voor de instellingen op het werkscherm van de ISOBUS-terminal kunt u een joystick
gebruiken.
Neem als u een andere joystick wilt gebruiken, contact op met uw dealer.
Neem de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de ISOBUS-terminal in acht.
nCCI A3 joystick
Afb. 37: CCI A3 Joystick, voor- en achterzijde
[1] Lichtsensor
[2] Display/touchpaneel
[3] Kunststof grid (vervangbaar)
[4] Niveautoets
nBedieningsniveaus van de CCI A3 joystick
Met de niveautoets kunt u wisselen tussen drie bedieningsniveaus. Het op dat moment
actieve niveau wordt door de positie van een lichtstrook aan de onderste
rand van het display weergegeven.
4. Bediening
80 5901481 AXENT ISOBUS
Afb. 38: CCI A3 joystick, weergave bedieningsniveau
[1] Niveau 1 actief
[2] Niveau 2 actief
[3] Niveau 3 actief
nToetsentoewijzing van de CCI A3 joystick
De aangeboden joystick is af fabriek voorgeprogrammeerd met bepaalde functies.
De betekenis en functie van de symbolen vindt u in hoofdstuk 2.2 Bibliotheek van de gebruikte
symbolen.
Houd er rekening mee dat de toewijzing van de toetsen in functie van het machinetype (AXIS-M,
AXIS-H) verschillend is.
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 81
Afb. 39: Toetsentoewijzing niveau 1
Afb. 40: Toetsentoewijzing niveau 2
4. Bediening
82 5901481 AXENT ISOBUS
Afb. 41: Toetsentoewijzing niveau 3
Als u de toetsentoewijzing op de drie niveaus wilt aanpassen, neemt u de instructies in de
gebruiksaanwijzing van de joystick in acht.
4.13.3 WLAN-module
nSpeciale extra toebehoren
Voor de communicatie tussen een smartphone en de jobrekeneenheid kan een WLAN-module worden
gebruikt. De volgende functies zijn mogelijk:
Overdracht van de gegevens uit de strooitabellen-app naar de jobrekeneenheid. Op deze manier
hoeven de meststofinstellingen niet meer handmatig te worden ingevoerd.
Overdracht van de gewichtsweergave van de resthoeveelheid van de jobrekeneenheid naar de
smartphone.
4. Bediening
AXENT ISOBUS 5901481 83
Afb. 42: WLAN-module
Meer informatie over de montage van de WLAN-module en communicatie met de smartphone
vindt u in de montagehandleiding van de WLAN-module.
Het WLAN-wachtwoord luidt: quantron.
4. Bediening
84 5901481 AXENT ISOBUS
5 Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
5.1 Overladen
5.1.1 Overladen met automatische bedrijfsmodus
Het overladen vindt volautomatisch en steeds in dezelfde volgorde plaats.
U kunt de sensortoestanden en het overladen op het werkscherm observeren. De meldingen
geschieden evenwel zonder klank.
Voorwaarde:
De bedrijfsmodus Automaat is actief.
Zie 4.7.3 Bedrijfsmodus van de overlaadfunctie
Functie/besturing Weergave werkscherm
uStart van de strooischijven indrukken.
De transportband start.
De voordoseerschuiven gaan automatisch open.
Het reservoir van de PowerPack wordt gevuld. Wanneer
de maximale vulhoeveelheid wordt bereikt, stopt de
band automatisch.
uStrooibedrijf starten.
uStrooirit beginnen.
De overlading verloopt continu afhankelijk van de
gestrooide hoeveelheid. De bandsnelheid en de
voordoseringsinstelling worden automatisch aangepast.
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
AXENT ISOBUS 5901481 85
Functie/besturing Weergave werkscherm
uAan het einde van het werk de Start/Stop-toets
indrukken.
uStrooischijven stoppen.
De voordoseerschuiven sluiten automatisch zodra de
strooischijven stoppen.
5.1.2 Overladen met manuele bedrijfsmodus
U start en stopt het overladen middels de Start overladen-toets wanneer een zijde van de strooier leeg
is. De sensortoestanden signaleren u de vereiste stappen.
Voorwaarde:
De bedrijfsmodus Manueel is actief.
Zie Handmatig (alleen AXIS-PowerPack)
Het strooibedrijf is gestart.
Functie/besturing Weergave werkscherm
Een van beide leegmeldsensoren (LLST of LRST) meldt
ledige toestand.
uStart overladen indrukken.
Het overladen is actief.
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
86 5901481 AXENT ISOBUS
Functie/besturing Weergave werkscherm
uDe voordoseerschuiven gaan open.
uDe transportband start tezelfdertijd.
uEr stroomt meststof in het strooiwerkreservoir.
in.
uSnelheid van de transportband en opening van de
voordoseerschuiven aanpassen.
Beide leegmeldsensoren (LLST of LRST) zijn bedampt.
De overloop is bereikt.
uStart overladen indrukken.
De transportband stopt.
De voordoseerschuiven gaan dicht.
Het overladen is beëindigd.
5.2 Meststof strooien
5.2.1 Werken met deelbreedtes
nStrooiwijze op het werkscherm weergeven
De machinebesturing biedt 4 verschillende strooiwijzen voor het strooibedrijf met de machine AXIS
EMC. Deze instellingen zijn direct in het werkscherm mogelijk. U kunt tijdens het strooibedrijf wisselen
tussen de strooiwijzen en zo optimaal reageren op de vereisten van het veld.
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
AXENT ISOBUS 5901481 87
Veld Strooiwijze
Deelbreedte aan beide zijden activeren
Deelbreedte aan de linker zijde, grensstrooifunctie aan de rechter zijde mogelijk
Deelbreedte aan de rechter zijde, grensstrooifunctie aan de linker zijde mogelijk
Alleen AXIS-H
Grensstrooifunctie aan beide zijden
uDe functietoets meerdere malen indrukken tot het display de gewenste strooiwijze weergeeft.
U kunt aan een of beide zijden met deelbreedtes strooien en zo de volledige strooibreedte aanpassen
aan de vereisten van het veld. Elke strooizijde kan in de automatische bediening traploos worden
ingesteld en in de handmatige bediening tot maximaal 4 niveaus.
uOp de wisseltoets grensstrooien/deelbreedtes drukken.
Afb. 43: Werkscherm: Deelbreedtes met 2 deelbreedtes
[1] De rechter strooibreedte is op meerdere
niveaus gereduceerd.
[2] Functietoetsen Strooibreedte rechts
vergroten of verkleinen
[3] Functietoetsen Strooibreedte links vergroten
of verkleinen
[4] De linker strooizijde strooit over de volledige
halve zijde.
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
88 5901481 AXENT ISOBUS
Elke deelbreedte kan stapsgewijs worden vergroot of verkleind.
De deelbreedteschakeling is van buiten naar binnen of van binnen naar buiten mogelijk. Zie
Afb. 44 Automatische deelbreedteschakeling
In de volgende gevallen raden we aan om de terminal opnieuw te starten:
U heeft de werkbreedte gewijzigd.
U heeft een ander item in de strooitabel opgeroepen.
Na de herstart van de terminal wordt de weergave van de deelbreedtes aan de nieuwe instellingen
aangepast.
uFunctietoets Strooibreedte links verkleinen of Strooibreedte rechts verkleinen indrukken.
De deelbreedte van de strooizijde wordt met een niveau verkleind.
uFunctietoets Strooibreedte links vergroten of Strooibreedte rechts vergroten indrukken.
De deelbreedte van de strooizijde wordt met een niveau vergroot.
De deelbreedtes zijn niet proportioneel verdeeld. De strooibreedte-assistent VariSpread stelt de
strooibreedtes automatisch in.
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
AXENT ISOBUS 5901481 89
Afb. 44: Automatische deelbreedteschakeling
[1] Veldrand
[2] Kopakkerrijpad
[3] Deelbreedtes 1 tot 4: Deelbreedtereductie
aan de rechter zijde
Deelbreedtes 5 tot 7: verdere
deelbreedtereductie
[4] Rijpad in het veld
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
90 5901481 AXENT ISOBUS
nStrooibedrijf met een deelbreedte en in de grensstrooimodus
Tijdens het strooibedrijf kunt u de deelbreedtes stapsgewijze veranderen en het grensstrooien
deactiveren. Het onderste scherm toont het werkscherm met geactiveerde grensstrooifunctie en
geactiveerde deelbreedte.
Afb. 45: Werkscherm een deelbreedte links, grensstrooizijde rechts
[1] Strooizijde rechts in grensstrooimodus
[2] Toerental van strooischijf aan de
grensstrooizijde verhogen
[3] Grensstrooimodus is geactiveerd
[4] Strooizijde rechts is geactiveerd
[5] Deelbreedte links verkleinen of vergroten
[6] Toerental van strooischijf aan de
grensstrooizijde verlagen
[7] Deelbreedte links met 4 instelbare niveaus
[8] Actuele grensstrooimodus is Grens.
De strooihoeveelheid links is op de volledige werkbreedte ingesteld.
Er is op de functietoets Grensstrooien rechts gedrukt, grensstrooien is geactiveerd en de
strooihoeveelheid is met 20 % verminderd.
Druk op functietoets Strooibreedte links verkleinen om de deelbreedte traploos te verkleinen.
Druk op functietoets C/100 %; u keert onmiddellijk terug naar de volledige werkbreedte.
Druk op functietoets Grensstrooien rechts, het grensstrooien wordt gedeactiveerd.
De functie Grensstrooien is ook mogelijk in het automatisch bedrijf met GPS Control. De
grensstrooizijde moet altijd handmatig worden bediend.
Zie 5.2.7 GPS Control.
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
AXENT ISOBUS 5901481 91
5.2.2 Strooien met automatische bedrijfsmodus (AUTO km/h + AUTO kg)
In de bedrijfsmodus AUTO km/h + AUTO kg kan de strooihoeveelheid tijdens het strooien continu
worden geregeld. Aan de hand van deze informatie wordt de massastroomregeling regelmatig
gecorrigeerd. Zo wordt een optimale dosering van de meststof bereikt.
De bedrijfsmodus AUTO km/h + AUTO kg is af fabriek standaard voorgeselecteerd.
Voorwaarde voor strooiwerkzaamheden:
De bedrijfsmodus AUTO km/h + AUTO kg is actief (zie 4.7.1 AUTO/MAN-modus.
De meststofinstellingen zijn vastgelegd:
Strooihoeveelheid (kg/ha)
Werkbreedte (m)
○ Strooischijf
Basistoerental (omw/min)
uHet reservoir met meststof vullen.
WAARSCHUWING!
Gevaar door uitgeslingerde meststof
Uitgeslingerde meststof kan tot ernstig letsel leiden.
uStuur vóór het inschakelen van de strooischijven alle personen uit de strooizone van de
machine.
Alleen AXIS-M:
De versnellingsbak alleen bij laag toerental van de aftakas starten of stoppen.
uAlleen AXIS-H: Start van de strooischijven indrukken.
uAlarmmelding met de Enter-toets bevestigen. Zie 7.1 Betekenis van de alarmmeldingen.
Het venster Leegloopmeting verschijnt.
De Leegloopmeting start automatisch. Zie 5.2.3 Leegloopmeting.
uOp Start/Stop drukken
Het strooien start.
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
92 5901481 AXENT ISOBUS
Wij raden aan om de stroomfactor in het werkscherm te laten weergeven (zie 2.1.2
Weergavevelden), om de massastroomregeling tijdens de strooiwerkzaamheden te observeren.
Bij problemen bij het regelen van de stroomfactor (verstoppingen, ...), gaat u na het verhelpen van
de fout vanuit stilstand naar het menu Meststofinstelling en voert u de stroomfactor 1,0 in.
Stroomfactor terugzetten
Als de stroomfactor onder de minimumwaarde (0,4 resp. 0,2) gedaald is, verschijnt het alarm nr. 47
resp. 48. Zie 7.1 Betekenis van de alarmmeldingen.
5.2.3 Leegloopmeting
nAutomatische leegloopmeting
Om een hoge regelnauwkeurigheid te bereiken, moet de EMC-regeling de leegloopdruk regelmatig
meten en opslaan.
De leegloopmeting voor het bepalen van de leegloopdruk start bij het opnieuw opstarten van het
systeem.
Daarnaast start de leegloopmeting onder de volgende voorwaarden automatisch:
De vastgelegde tijd sinds de laatste leegloopmeting is afgelopen.
U heeft wijzigingen in het menu Meststofinstelling uitgevoerd (toerental, type strooischijf).
Tijdens de leegloopmeting verschijnt het volgende venster.
Afb. 46: Alarmweergave leegloopmeting
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
AXENT ISOBUS 5901481 93
Bij de eerste start van de strooischijven stelt de machinebesturing het leegloopmoment gelijk met het
systeem in. Zie 7.1 Betekenis van de alarmmeldingen.
Als de alarmmelding telkens weer verschijnt, hoewel de transmissieolie warm is:
• Vergelijk de gemonteerde strooischijf met het in het menu Meststofinstelling ingevoerde type.
Evt. type aanpassen.
Controleer of de strooischijf vastzit. Draai de dopmoer aan
Controleer de strooischijf op schade. Strooischijf vervangen.
Als de leegloopmeting beëindigd is, zet de machinebesturing de leeglooptijd in de weergave op het
werkscherm op 19:59 minuten.
uOp Start/Stop drukken.
Het strooien start.
De leegloopmeting loopt op de achtergrond ook bij gesloten doseerschuiven. Op het display
verschijnt echter geen venster. Op het display verschijnt echter geen venster.
Na afloop van deze leeglooptijd wordt automatisch een nieuwe leegloopmeting gestart.
Afb. 47: Weergave van de leegloopmeting op het werkscherm
[1] Tijd tot de volgende leegloopmeting
Bij gereduceerd toerental van de strooischijven kan geen leegloopmeting worden uitgevoerd, als
grensstrooien of deelbreedtereductie geactiveerd zijn!
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
94 5901481 AXENT ISOBUS
Bij gesloten doseerschuiven wordt op de achtergrond altijd een leegloopmeting uitgevoerd (zonder
alarmmelding)!
Laat op de wendakker het motortoerental tijdens de leegloopmeting niet teruglopen!
Tractor en hydraulisch circuit moeten op bedrijfstemperatuur zijn!
nHandmatige leegloopmeting
Bij ongewone stroomfactorverandering handmatig een leegloopmeting starten.
uIn het Hoofdmenu op toets Leegloopmeting drukken.
De leegloopmeting start handmatig.
5.2.4 Strooien met bedrijfsmodus AUTO km/h
U werkt standaard in deze bedrijfsmodus bij machines zonder weegtechniek.
U kunt in deze bedrijfsmodus de strooihoeveelheid tot 1 kg/ha reduceren.
Voorwaarde voor strooiwerkzaamheden:
De bedrijfsmodus AUTO km/h is actief (zie 4.7.1 AUTO/MAN-modus).
De meststofinstellingen zijn vastgelegd:
Strooihoeveelheid (kg/ha),
Werkbreedte (m)
○ Strooischijf
Basistoerental (omw/min)
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
AXENT ISOBUS 5901481 95
uDe voorraadbak met meststof vullen.
Voor een optimaal strooiresultaat in de bedrijfsmodus AUTO km/h voert u vóór aanvang van de
strooiwerkzaamheden een afdraaiproef uit.
uEen afdraaiproef voor de bepaling van de stroomfactor uitvoeren of stroomfactor in de strooitabel
aflezen en stroomfactor handmatig invoeren.
WAARSCHUWING!
Gevaar door uitgeslingerde meststof
Uitgeslingerde meststof kan tot ernstig letsel leiden.
uStuur vóór het inschakelen van de strooischijven alle personen uit de strooizone van de
machine.
uAlleen AXIS-H: Start van de strooischijven indrukken.
uOp Start/Stop drukken.
Het strooien start.
5.2.5 Strooien met bedrijfsmodus MAN km/h
U werkt in de bedrijfsmodus MAN km/h als er geen snelheidssignaal beschikbaar is.
uMenu Machine-instelling > AUTO/MAN-modus oproepen.
uMenu-item MAN km/h selecteren.
Het display toont het invoervenster Snelheid.
uWaarde voor de rijsnelheid tijdens het strooien invoeren.
uOK drukken.
uMeststofinstellingen uitvoeren:
wStrooihoeveelheid (kg/ha)
wWerkbreedte (m)
uHet reservoir met meststof vullen.
Voor een optimaal strooiresultaat in de bedrijfsmodus MAN km/h voert u vóór aanvang van de
strooiwerkzaamheden een afdraaiproef uit.
uEen afdraaiproef voor de bepaling van de stroomfactor uitvoeren of stroomfactor in de strooitabel
aflezen en stroomfactor handmatig invoeren.
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
96 5901481 AXENT ISOBUS
uAlleen AXIS-H: Start van de strooischijven indrukken.
uOp Start/Stop drukken
Het strooien start.
Houd absoluut de ingevoerde snelheid aan tijdens het strooien.
5.2.6 Strooien met bedrijfsmodus MAN schaalverdeling
In de bedrijfsmodus MAN schaalverd kunt u tijdens het strooibedrijf de doseerschuifopening
handmatig wijzigen.
In de handmatige modus werkt u alleen:
als er geen snelheidssignaal beschikbaar is (radar of wielsensor niet aanwezig of defect)
bij het strooien van slakkenkorrels of fijn zaad
De bedrijfsmodus MAN schaalverd is geschikt voor slakkenkorrels en fijn zaad, omdat de
automatische massastroomregeling vanwege de geringe gewichtsafname niet geactiveerd kan
worden.
Voor een gelijkmatige strooiing van het strooimiddel moet u in de handmatige modus absoluut met
een constante rijsnelheid werken.
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
AXENT ISOBUS 5901481 97
Afb. 48: Werkscherm MAN schaalverdeling
[1] Weergave streefwaarde positie
schaalverdeling doseerschuif
[2] Weergave actuele positie schaalverdeling
doseerschuif
[3] Hoeveelheidswijziging
uMenu Machine-instelling > AUTO/MAN-modus oproepen.
uMenu-item MAN schaalverd selecteren.
Het display toont het venster Schuifopening.
uSchaalwaarde voor de doseerschuifopening invoeren.
uOK drukken.
uNaar het werkscherm wisselen.
uAlleen AXIS-H: Start van de strooischijven indrukken.
uOp Start/Stop drukken.
Het strooien start.
uOm de doseerschuifopening te wijzigen, drukt u op de functietoets MAN+ of MAN-.
wL% R% voor keuze van de zijde van de doseerschuifopening
wMAN+ om de doseerschuifopening te vergroten of
wMAN- om de doseerschuifopening te verkleinen.
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
98 5901481 AXENT ISOBUS
Als u ook in de handmatige modus een optimaal strooiresultaat wilt bereiken, raden wij aan om de
waarden voor de opening van de doseerschuiven en de rijsnelheid uit de strooitabel over te
nemen.
5.2.7 GPS Control
De machinebesturing is combineerbaar met een ISOBUS-terminal met SectionControl. Diverse
gegevens worden tussen de beide apparaten uitgewisseld, teneinde de schakeling te automatiseren.
De ISOBUS-terminal met SectionControl geeft de gegevens voor het openen en sluiten van de
doseerschuiven door aan de machinebesturing.
Het symbool A naast de wigvormige percelen signaleert de geactiveerde automatische functie. De
ISOBUS-terminal met SectionControl opent en sluit de afzonderlijke deelbreedtes afhankelijk van de
positie in het veld. Het strooien start alleen, als u op Start/Stop drukt.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel door vrijkomende meststof
De functie SectionControl start automatisch zonder voorwaarschuwing het strooibedrijf.
Vrijkomende meststof kan letsel aan ogen en neusslijmvlies veroorzaken.
Er bestaat eveneens gevaar voor uitglijden.
uTijdens het strooibedrijf personen uit de gevarenzone sturen.
Tijdens het strooien kunt u op elk moment een of meerdere deelbreedtes sluiten. Als u de
deelbreedtes weer voor automatisch bedrijf vrijgeeft, wordt de laatst bediende toestand aangenomen.
Als u in de ISOBUS-terminal met SectionControl van automatische naar handmatige modus wisselt,
sluit de machinebesturing de doseerschuiven.
Voor gebruik van de GPS Control-functies van de machinebesturing moet de instelling GPS-
Controlin het menu Machine-instelling worden geactiveerd!
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
AXENT ISOBUS 5901481 99
Afb. 49: Weergave strooibedrijf op het werkscherm met GPS-Control
De functie OptiPoint berekent het optimale in- en uitschakelpunt voor de strooiwerkzaamheden op de
kopakker aan de hand van de instellingen in de machinebesturing; zie 4.5.10 OptiPoint berekenen.
Voor een juiste instelling van de functie OptiPoint voert u de juiste bereikwaarde voor de door u
gebruikte meststof in. De bereikwaarde vindt u in de strooitabel van uw machine.
Zie 4.5.10 OptiPoint berekenen.
nAfstand in (m)
De parameter Afstand in (m) geeft de inschakelafstand [A] aan ten opzichte van de veldgrens [C]. Op
deze positie in het veld gaan de doseerschuiven open. Deze afstand is afhankelijk van de soort
meststof en vormt de optimale inschakelafstand voor een geoptimaliseerde verdeling van meststof.
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
100 5901481 AXENT ISOBUS
Afb. 50: Afstand in (ten opzichte van de veldgrens)
A Inschakelafstand C Veldgrens
Wanneer u de inschakelpositie in het veld wenst te wijzigen, moet u de waarde Afstand in (m)
aanpassen.
Een kleinere waarde van de afstand betekent dat de inschakelpositie in de richting van de
veldgrens wordt verplaatst.
Een grotere waarde betekent dat de inschakelpositie in de richting van het veld wordt verplaatst.
nAfstand uit (m)
De parameter Afstand uit (m) geeft de uitschakelafstand [B] aan ten opzichte van de veldgrens [C]. Op
deze positie in het veld beginnen de doseerschuiven te sluiten.
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
AXENT ISOBUS 5901481 101
Afb. 51: Afstand uit (ten opzichte van de veldgrens)
B Uitschakelafstand C Veldgrens
Indien u de uitschakelpositie wenst te wijzigen, moet u de Afstand uit (m) dienovereenkomstig
aanpassen.
Een kleinere waarde betekent dat de uitschakelpositie in de richting van de veldgrens wordt
verplaatst.
Een grotere waarde betekent dat de uitschakelpositie in de richting van het veld wordt verplaatst.
Als u via het kopakkerrijpad wilt keren, voert u een grotere afstand in Afstand uit (m) in. De
aanpassing moet daarbij zo gering mogelijk zijn, zodat de doseerschuiven sluiten als de tractor in het
kopakkerrijpad afbuigt. Een aanpassing van de uitschakelafstand kan tot een onderbemesting in het
gedeelte van de uitschakelposities in het veld leiden.
5. Strooibedrijf met AXIS-PowerPack
102 5901481 AXENT ISOBUS
6 Strooibedrijf met UNIVERSAL-PowerPack
6.1 Overladen
Het overladen vindt volautomatisch en steeds in dezelfde volgorde plaats.
Voorwaarde:
De bedrijfsmodus Automaat is actief.
Zie 4.7.3 Bedrijfsmodus van de overlaadfunctie
Functie/besturing Weergave werkscherm
uStart van de strooischijven indrukken.
uStrooibedrijf starten.
De transportband start.
Het overladen is actief.
uStrooirit beginnen.
uAan het einde van het werk de Start/Stop-toets
indrukken.
uStrooischijven stoppen.
De overlading verloopt continu afhankelijk van de
gestrooide hoeveelheid. De bandsnelheid en de
voordoseringsinstelling worden automatisch aangepast.
De voordoseerschuiven sluiten automatisch zodra de
strooischijven stoppen.
6. Strooibedrijf met UNIVERSAL-PowerPack
AXENT ISOBUS 5901481 103
6.2 Kalk strooien
Bij het opstarten van de machinebesturing wordt het aangebouwde kalkstrooiwerk automatisch
gedetecteerd en de machinebesturing schakelt om naar kalkbedrijf.
Het kalkbedrijf is snelheidsafhankelijk: de snelheid van de transportbanden en de opening van de
voordoseerschuiven passen zich automatisch aan uw rijsnelheid aan, teneinde een gelijkmatige
verspreiding van kalk te verzekeren.
6.2.1 Instellingen
Strooihoeveelheid invoeren
uMenu Meststofinstelling > Strooihvh. (kg/ha) oproepen.
Op het display verschijnt de op dat moment geldige strooihoeveelheid.
uDe gewenste strooihoeveelheid in het bereik tussen 500 en 10 000 kg/ha invoeren.
uOK drukken.
De nieuwe waarde is in de machinebesturing opgeslagen.
Werkbreedte bepalen
uMenu Meststofinstelling > Werkbreedte (m) oproepen.
uDe gewenste werkbreedte in het bereik tussen 12 m en 15 m invoeren.
uOK drukken.
De nieuwe waarde is in de machinebesturing opgeslagen.
Bedrijfsmodus selecteren
uMenu Machine-instelling > AUTO/MAN-modus oproepen.
uMenu-item AUTO km/h of MAN km/h selecteren.
Type strooischijf vastleggen
uMenu Meststofinstelling > Strooischijf oproepen.
uType strooischijf U2 selecteren.
U kunt het kalkbedrijf starten.
6. Strooibedrijf met UNIVERSAL-PowerPack
104 5901481 AXENT ISOBUS
6.2.2 Strooibedrijf starten
Afb. 52: Werkscherm in kalkbedrijf
[1] Symbool actieve bedrijfsmodus kalk AUTO
km/h
[2] Strooibedrijf starten
Functie/besturing Weergave werkscherm
uStart van de strooischijven indrukken.
De voordoseerschuiven gaan automatisch open.
uStrooibedrijf starten.
De transportband start.
uStrooirit beginnen.
De snelheid van de transportband en de opening van de
voordoseerschuiven passen zich aan de rijsnelheid aan.
6. Strooibedrijf met UNIVERSAL-PowerPack
AXENT ISOBUS 5901481 105
Functie/besturing Weergave werkscherm
uOp de kopakker op Start/Stop drukken.
De transportband stopt.
De voordoseerschuiven blijven open.
uBij het in het veld rijden opnieuw op Start/Stop drukken.
De transportband start.
uAan het einde van het bedrijf op Start/stop drukken.
De transportband stopt.
Het overladen is beëindigd.
Het strooibedrijf is beëindigd.
6. Strooibedrijf met UNIVERSAL-PowerPack
106 5901481 AXENT ISOBUS
7 Alarmmeldingen en mogelijke oorzaken
7.1 Betekenis van de alarmmeldingen
Op het display van de ISOBUS-terminal kunnen diverse alarmmeldingen verschijnen.
Nr. Melding in het display Betekenis en mogelijke oorzaak
1 Storing aan doseerunit, stoppen! De motor voor de doseerinrichting kan de
streefwaarde niet bereiken:
Blokkade
Geen retourmelding van de positie
2 Opening maximaal! Snelheid of
doseerhoeveelheid te hoog
Doseerschuifalarm
De maximale doseeropening is bereikt.
De ingestelde doseerhoeveelheid (+/-
hoeveelheid) overschrijdt de maximale
doseeropening.
3 Stroomfactor ligt buiten de grenswaarden De stroomfactor moet tussen 0,40 en 1,90
liggen.
De nieuw berekende of ingevoerde
stroomfactor ligt buiten het bereik.
4 Reservoir links leeg! De linker peilsensor meldt “leeg”.
Het linker reservoir is leeg.
5 Reservoir rechts leeg! De rechter peilsensor meldt “leeg”.
Het rechter reservoir is leeg.
15 Geheugen is vol Wissen van een privétabel is
noodzakelijk
Het geheugen voor de strooitabellen is met
maximaal 30 soorten meststof bezet.
16 Afgiftepunt aanrijden Ja = Start Veiligheidsvraag vóór het automatisch
benaderen van het afgiftepunt.
Instelling van het afgiftepunt in het menu
Meststofinstelling
• Snellossen
7. Alarmmeldingen en mogelijke oorzaken
AXENT ISOBUS 5901481 107
Nr. Melding in het display Betekenis en mogelijke oorzaak
17 Fout bij verstelling afgiftepunt De verstelling van het afgiftepunt kan de aan te
sturen streefwaarde niet bereiken.
Storing bijvoorbeeld aan de
voedingsspanning.
Geen retourmelding van de positie
18 Fout bij verstelling afgiftepunt De verstelling van het afgiftepunt kan de aan te
sturen streefwaarde niet bereiken.
• Blokkade
Geen retourmelding van de positie
• Afdraaiproef
19 Defect aan verstelling afgiftepunt De verstelling van het afgiftepunt kan de aan te
sturen streefwaarde niet bereiken.
Geen retourmelding van de positie
20 Fout aan LIN-Bus deelnemer: Communicatieprobleem
Kabel defect
Stekkerverbinding losgekomen
21 Strooier overbeladen! Alleen voor weegstrooiers: De
kunstmeststrooier is overbeladen.
Te veel meststof in het reservoir
22 Onbekende toestand Function-Stop Communicatieprobleem terminal
Mogelijke softwarefout
23 Fout bij TELIMAT verstelling De TELIMAT-verstelling kan de aan te sturen
streefwaarde niet bereiken.
• Blokkade
Geen retourmelding van de positie
24 Defect aan TELIMAT verstelling Defect van de TELIMAT-stelcilinder
25 Strooischijfstart activeren met ENTER
26 Strooischijven draaien zonder geactiveerd te
zijn
Hydraulische klep defect of handmatig
geschakeld
27 Strooischijven draaien zonder geactiveerd te
zijn
Hydraulische klep defect of handmatig
geschakeld
7. Alarmmeldingen en mogelijke oorzaken
108 5901481 AXENT ISOBUS
Nr. Melding in het display Betekenis en mogelijke oorzaak
28 Strooischijf kon niet worden gestart. Start
strooischijf deactiveren.
De strooischijven draaien niet.
Blokkade
Geen retourmelding van de positie
29 Roerwerk overbelast Het roerwerk is geblokkeerd.
• Blokkade
Aansluiting defect
30 Alvorens de doseerschuiven te openen,
moeten de strooischijven draaien.
Correcte bediening software.
Strooischijven starten
Doseerschuiven openen
31 Voor een EMC-berekening moet een
leegloopmeting doorgevoerd worden
Alarmmelding vóór de leegloopmeting
Start strooischijven activeren.
32 Extern bediende delen kunnen bewegen.
Gevaar van snijden en beknelling. - Alle
personen uit gevarenzone verwijderen. -
Handboek naleven. Bevestig met ENTER.
Als de machinebesturing ingeschakeld wordt,
kunnen delen onverwacht bewegen.
Alleen als alle mogelijke gevaren
weggenomen zijn, instructies op het
scherm volgen.
33 Strooischijf stoppen en doseerschuiven sluiten Er kan alleen naar de menuzone Systeem/test
worden gewisseld, als het strooibedrijf
gedeactiveerd is.
Strooischijven stoppen.
Doseerschuiven sluiten.
39 Manuele modus actief. Gevaar voor overlopen
meststof
De melding verschijnt bij het omschakelen van
automaat naar manueel.
45 Fout M-EMC-sensor. EMC- regeling
uitgeschakeld!
De sensor zendt geen signaal meer.
• Kabelbreuk
Sensor defect
46 Fout strooitoerental. Strooitoerental 450..650
rpm aanhouden.
Het toerental van de aftakas ligt buiten het
bereik voor de functie M EMC.
47 Fout dosering links, reservoir leeg, uitloop
geblokkeerd! Reservoir leeg
Uitloop geblokkeerd
48 Fout dosering rechts, reservoir leeg, uitloop
geblokkeerd! Reservoir leeg
Uitloop geblokkeerd
7. Alarmmeldingen en mogelijke oorzaken
AXENT ISOBUS 5901481 109
Nr. Melding in het display Betekenis en mogelijke oorzaak
49 Leegloopmeting niet plausibel. EMC-regeling
uitgeschakeld! Sensor defect
Drijfwerk defect
50 Leegloopmeting niet mogelijk. EMC-regeling
uitgeschakeld!
Toerental aftakas voortdurend onstabiel
52 Fout aan afdekzeil De positie van het afdekzeil kon niet
worden bereikt.
• Blokkade
Stelmotor defect
53 Defect aan afdekzeil De stelmotor voor het afdekzeil kan de
aangegeven streefwaarde niet bereiken.
• Blokkade
Stelmotor defect
57 Fout aan afdekzeil De stelmotor voor het afdekzeil kan de
aangegeven streefwaarde niet bereiken.
• Blokkade
Geen retourmelding van de positie
71 Schijftoerental kon niet worden bereikt. Toerental van strooischijf ligt buiten het 5 %
streefbereik.
Probleem bij de olietoevoer
Veer van de proportionele klep zit vast.
72 Fout bij SpreadLight Stroomvoorziening is te hoog; de werklampen
worden uitgeschakeld.
73 Fout bij SpreadLight Overbelasting
74 Defect aan SpreadLight Aansluitfout
Kabel defect
Stekkerverbinding losgekomen
75 Bandsnelheid kon niet worden bereikt De transportband heeft niet binnen 5 s de
streefsnelheid bereikt.
76 Fout voordoseerschuif cilinder links De positie aan de linker voordoseerschuif kon
niet bereikt worden.
• Blokkade
Hydraulische cilinder defect
7. Alarmmeldingen en mogelijke oorzaken
110 5901481 AXENT ISOBUS
Nr. Melding in het display Betekenis en mogelijke oorzaak
77 Fout voordoseerschuif cilinder rechts De positie aan de rechter voordoseerschuif kon
niet bereikt worden.
Blokkade
Hydraulische cilinder defect
78 AXENT leeg Het reservoir is leeg.
79 Afdekzeil open! Schakelaar is niet geactiveerd; de
overlaadfunctie is onmogelijk.
De afdekkap is open of niet goed afgesloten.
80 Overladen stoppen! De melding verschijnt bij het omschakelen naar
het menu Systeem/test tijdens het bedrijf.
Strooibedrijf stoppen.
Menu Systeem/test oproepen.
81 Oliepeil laag! Het oliepeil in het hydraulische circuit is te laag.
Machine stoppen en olie bijvullen.
82 Machinetype gewijzigd. Herstart van machine
absoluut noodzakelijk. Strooifout mogelijk.
Herkalibr. noodzakelijk!
De bedrijfsmodi zijn niet combineerbaar met
bepaalde machinetypes
uMachinebesturing herstarten, wanneer u
van machinetype wisselt.
uMachine-instellingen uitvoeren.
uStrooitabel voor het machinetype laden.
83 Olietemp.tehoog! De olietemperatuur van het boordeigen
hydraulisch systeem heeft de ingestelde
alarmgrens bereikt.
88 Fout toerentalsensor strooischijf Het toerental van de strooischijven kon niet
worden bepaald
• Kabelbreuk
Sensor defect
89 Schijftoerental te hoog Alarm van de strooischijfsensor
Het maximale toerental is bereikt.
Het ingestelde toerental overschrijdt de
maximaal toegestane waarde.
7. Alarmmeldingen en mogelijke oorzaken
AXENT ISOBUS 5901481 111
Nr. Melding in het display Betekenis en mogelijke oorzaak
90 AXMAT-stop De AXMAT-functie is automatisch
gedeactiveerd en regelt niet meer.
Meer dan 2 sensoren melden een fout.
• Communicatiefout
93 Voor dit type strooischijf is een ombouw aan de
TELIMAT-inrichting nodig. Montagehandleiding
in acht nemen.
De strooischijf S1 is gemonteerd en de
machine is uitgerust met TELIMAT.
Strooifouten bij het grensstrooien mogelijk
Dit type strooischijf vereist de ombouw
van de TELIMAT-inrichting.
111 Fout aan LS-klep Stroomvoorziening is te hoog; de LS-klep wordt
uitgeschakeld.
112 Fout aan LS-klep Overbelasting
113 Fout aan LS-klep De LS-klep wordt niet gedetecteerd.
• Kabelbreuk
LS-klep defect
7.2 Storing/alarm
Op het display wordt een alarmmelding met een rood kader en een waarschuwingssymbool
weergegeven.
Afb. 53: Alarmmelding (voorbeeld)
7. Alarmmeldingen en mogelijke oorzaken
112 5901481 AXENT ISOBUS
7.2.1 Alarmmelding bevestigen
Alarmmelding bevestigen:
uVerhelp de oorzaak van de alarmmelding.
Zie daarvoor ook de bedrijfshandleiding van de schotelstrooier voor minerale meststof. Zie ook
7.1 Betekenis van de alarmmeldingen.
uOp ACK drukken.
Het bevestigen van de alarmmeldingen kan verschillend zijn bij verschillende ISOBUS-terminals.
U bevestigt de overige meldingen met gele rand via diverse toetsen:
Enter
• Start/stop
Volg hiervoor de instructies op het beeldscherm.
7. Alarmmeldingen en mogelijke oorzaken
AXENT ISOBUS 5901481 113
8 Speciale uitrusting
Weergave Benaming
Leegmeldsensor
CCI A3 joystick
WLAN-module
8. Speciale uitrusting
114 5901481 AXENT ISOBUS
9 Garantie en vrijwaring
RAUCH-apparaten worden vervaardigd op basis van moderne fabricagemethoden en met uiterste
zorgvuldigheid en worden vele malen gecontroleerd.
Daarom biedt RAUCH 12 maanden garantie als aan de volgende voorwaarden voldaan is:
De garantie gaat in op de datum van de aankoop.
De garantie omvat materiaal- of fabricagefouten. Voor producten van derden (hydraulisch
systeem, elektronica) zijn wij uitsluitend aansprakelijk in het kader van de vrijwaring van de
betreffende fabrikant. Tijdens de garantieperiode worden fabricage- en materiaalfouten kosteloos
verholpen door vervanging of verbetering van de betreffende onderdelen. Overige, ook
verdergaande rechten als aanspraak op koopvernietiging, korting op de aanschafprijs of
vergoeding van schade die niet aan het geleverde object ontstaan is, zijn uitdrukkelijk uitgesloten.
De garantieprestatie wordt geleverd door erkende werkplaatsen, door RAUCH-
fabrieksvertegenwoordiging of door de fabriek zelf.
Van de garantie uitgesloten zijn gevolgen van natuurlijke slijtage, vervuiling, corrosie en alle
fouten die zijn ontstaan door onvakkundig hanteren alsmede inwerkingen van buitenaf. Bij
eigenmachtig uitvoeren van reparaties of wijzigingen van de originele toestand vervalt de
garantie. De aanspraak op vervanging vervalt, als er geen originele RAUCH-
vervangingsonderdelen gebruikt zijn. Neem daarom de gebruiksaanwijzing in acht. Neem bij
twijfel contact op met onze fabrieksvertegenwoordiging of direct met onze fabriek. Garantieclaims
moeten uiterlijk binnen 30 dagen na optreden van de schade bij de fabriek zijn ingediend.
Vermeld koopdatum en machinenummer. Reparaties waarvoor garantie moet worden verleend,
mogen door de erkende werkplaats pas na overleg met RAUCH of diens officiële
vertegenwoordiging worden uitgevoerd. De garantieperiode wordt niet verlengd door
garantiewerkzaamheden. Transportfouten zijn geen fabricagefouten en vallen daarom niet onder
de vrijwaringsplicht van de fabrikant.
Aanspraak op vergoeding van schade die niet aan de RAUCH-apparaten zelf is ontstaan, is
uitgesloten. Hieronder valt ook uitsluiting van aansprakelijkheid voor vervolgschade als gevolg
van strooifouten. Eigenmachtige wijzigingen aan RAUCH-apparaten kunnen vervolgschade
veroorzaken. Hiervoor is de leverancier niet aansprakelijk. Bij opzet of grove nalatigheid van de
eigenaar of een leidinggevende geldt de uitsluiting van aansprakelijkheid van de leverancier niet.
Dit geldt ook voor die gevallen waarbij de productaansprakelijkheidswetgeving aangeeft, dat de
leverancier aansprakelijk is voor persoonlijk letsel of materiële schade aan privé gebruikte
voorwerpen door gebreken van het geleverde object. Tevens geldt dit voor het ontbreken van
eigenschappen die uitdrukkelijk toegezegd zijn, als de toezegging tot doel had om de besteller te
beschermen tegen schade die niet aan het geleverde object zelf ontstaan is.
9. Garantie en vrijwaring
AXENT ISOBUS 5901481 115
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116

Rauch AXENT ISOBUS Handleiding

Type
Handleiding