Makita EVH2000 Handleiding

Categorie
Grasmaaiers
Type
Handleiding
ISTRUZIONI D’USO
MANUAL DE INSTRUCCIONES
ORIGINAL INSTRUCTION MANUAL
MANUEL D’INSTRUCTIONS ORIGINAL
ORIGINALBEDIENUNGSANLEITUNG
MANUALE DI ISTRUZIONI ORIGINALE
ORIGINELE GEBRUIKSAANWIJZING
MANUAL DE INSTRUCCIONES ORIGINAL
MANUAL DE INSTRUÇÕES ORIGINAL
Important:
Read this instruction manual carefully before putting the Power Sprayer into
operation and strictly observe the safety regulations! Preserve instruction
manual carefully!
Recommandation importante:
Lire soigneusement ce manuel d’instructions avant de mettre la Super
pulvérisateur en service et observer rigoureusement les consignes de sécurité!
Conserver soigneusement ce manuel d’instructions.
Wichtlg:
Bitte lesen Sie dieses Anweisungshandbuch sorgfältig durch, bevor Sie die
Sprühgerät in Betrieb nehmen, und beachten Sie die Sicherheitsvorschriften
strikt! Bewahren Sie das Anweisungshandbuch sorgfältig auf.
Importante:
Prima di mettere in funzione il spruzzatore a motore, leggere attentamente il
presente manuale; rispettare rigorosamente le norme di sicurezza! Conservare
il manuale delle istruzioni per l’uso!
Belangrijk:
Lees voor het in gebruik nemen van de motorsproeier deze gebruiksaarwijzing
zorgvuldig door en neem alle veiligheidsvoorschriften in acht. Bewaar de
gebruiksaanwijzing voor eventuele naslag.
Importante:
Leer cuidadosamente este manual de instrucciones antes de poner en marcha
la máquina y observar estrictamente las normas de seguridad. Conservar este
manual de instrucciones con cuidado.
Importante:
Leia este manual cuidadosamente antes de pôr o Pulverizador Motorizado em
funcionamento e observe rigorosamente as normas de segurança. Conserve
este manual de instruçőes com cuidado.
Power Sprayer
Super pulvérisateur
Sprühgerät
Spruzzatore a motore
Motorsproeier
Pulverizadores Motorizados
Pulverizador Motorizado
English / French / German
Italian / Dutch / Spanish / Português
EVH2000
74
Hartelijk voor het kiezen van onze MAKITA MOTORSPROEIER. We zijn er trots op u dit product te
kunnen aanbieden, het resultaat van een uitgebreid ontwikkelingsprogramma en onze door de jaren
opgebouwde kennis en ervaring.
Om veilig en optimaal te kunnen profiteren van uw MAKITA MOTORSPROEIER, dient u deze
handleiding zorgvuldig door te lezen voor u de machine gaat gebruiken en dient u alle instructies erin
op te volgen om er zeker van te kunnen zijn dat de machine naar behoren zal functioneren.
Inhoudsopgave Bladzijde
Symbolen
㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯
74
veiligheidsvoorschriften
㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯
75
Technische gegevens
㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯
79
Benaming van onderdelen
㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯
80
Montage instrukties
㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯
81
Voor gebruik
㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯
82
Het mengen van chemische bestrijdingsmiddelen
㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯
84
Starten van de motor
㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯
84
Stoppen van de motor
㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯
86
Werken met de motorsproeier
㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯
87
Inspection and maintenance
㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯
88
Oplossen van problemen
㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯
91
Symbolen
Het is erg belangrijk de volgende symbolen te herkennen en begrijpen wanneer u deze gebruiksaanwijzing doorleest.
Lees, begrijp en volg gebruiksaanwijzing
Draag oog- en gehoorsbescherming
WAARSCHUWING/GEVAAR
Autobenzine
Verboden
Met de hand starten van de motor
Niet roken
Noodstop
Geen open vuur
Eerste hulp
Beschermende handschoenen dragen
Aan/start
Houd werkomgeving vrij van personen en
dieren
Recycling
Draag ogenbescherming, beschermende
masker en oorbescherming
Dutch
75
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Algemene instructies
Om verzekerd te zijn van een correcte en veilige bediening moet de
gebruiker de gebruiksaanwijzing lezen, begrijpen en opvolgen om vertrouwd
te geraken met de motorsproeier.
Niet volledig geïnstrueerde gebruikers riskeren ongelukken voor zichzelf en
voor anderen door niet correct gebruik.
Het is aan te bevelen de machine enkel uit te lenen aan mensen die
vertrouwd zijn met de werking hiervan. Reik altijd de gebruiksaanwijzing over.
Onervaren gebruikers moeten zich door de dealer op de hoogte laten stellen
van het correcte gebruik van de motorsproeier.
Kinderen en personen onder de 18 jaar mogen niet werken met de machine.
Personen boven de 16 jaar mogen enkel onder begeleiding van deskundigen
met de machine werken.
Gebruik de motorsproeier met de meeste zorg en waakzaamheid.
Gebruik de motorsproeier enkel wanneer u in een goede, lichamelijke
conditie verkeert. Werk met de grootste waakzaamheid. De gebruiker is
verantwoordelijk voor derden.
Gebruik de motorsproeier nooit indien de gebruiker onder invloed van alcohol
of medicijnen is.
Werk niet met de machine indien u zich moe voelt.
Bewaar deze instructies zodat u er later nog iets in kunt naslaan.
Persoonlijke beschermingsmiddelen
De te dragen kleding moet functioneel zijn en afdoende bescherming bieden.
De kleding mag de werkzaamheden niet hinderen. Draag nooit kettingen,
loszittende kledingstukken of lang haar wat door de aanzuigtrechter kan
worden ingezogen.
Om hoofd-, oog-, of voetverwondingen te voorkomen en uw gehoor te
beschermen moet u tijdens de werkzaamhen de volgende beschermende
maatregelen nemen:
Geef de volgende voorschriften extra aandacht:
Uw kleding moet functioneel zijn en goed passen zonder u te hinderen in uw
bewegingen bij het werken met de motorsproeier. Draag geen kleding of
sieraden die verstrikt kan raken in het gewas of in de machine zelf.
U moet de volgende beschermingsmiddelen en kledingstukken gebruiken
wanneer u met de motorsproeier werkt om letsel aan uw hoofd of uw ogen,
uw voeten of handen alsmede schade aan uw gehoor te voorkomen.
1. Om letsel aan uw gezicht of ogen te voorkomen en uw luchtwegen te
beschermen tegen stof en chemische middelen, moet u daartoe
geschikte gezichtsbescherming (masker, veiligheidsbril enz.) dragen.
2. Om schade aan het gehoor te voorkomen moet u te allen tijde
oorbeschermers dragen.
3. Om uw huid te beschermen tegen stof en chemische middelen, moet u
te allen tijde kleding met lange mouwen en pijpen dragen.
4. Draag altijd stevige, rubberen werkhandschoenen wanneer u met de
motorsproeier werkt of er onderhoud aan uitvoert.
5. U moet stevige schoenen met een anti-slip zool dragen wanneer u met
de motorsproeier werkt. Speciale werkschoenen zorgen ervoor dat u
stevig kunt blijven staan en beschermen tegen eventueel letsel.
U moet eventueel loshangende kleding, haren en andere uitrustingsstukken,
bijvoorbeeld een handdoek enz. goed vastmaken. Losse voorwerpen kunnen
verstrikt raken in de bewegende onderdelen van de machine, hetgeen kan
leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
Het starten van de motorsproeier
Verzeker u ervan dat er zich geen kinderen of andere personen bevinden
binnen een straal van 15 meter, sla ook acht op eventuele aanwezigheid van
dieren. Gebruik de motorsproeier niet in druk bevolkte gebieden.
Voor u de motorsproeier gaat starten, moet u controleren of de machine in
een goede, bedrijfswaardige en veilige staat verkeert.
Controleer of het veiligheidsmechanisme van de gashendel goed werkt. De
gashendel moet soepel en gemakkelijk te bedienen zijn. De gashendel moet
schoon en droog zijn. Test de werking van de I-O schakelaar.
Oorbeschermers
Rubberlaarzen
Lange broek
Werkschoenen
Waterdichte
hoofdbescherming
Gezichtsmasker
Veiligheidsbril
Lange mouwen
15meter
76
Voor u de motorsproeier gaat starten, moet u controleren of de machine in
goede, bedrijfswaardige eb veilige staat verkeert en moet u controleren of de
gashendel naar behoren functioneert.
Bij het monteren van de machine moet u controleren of alle gebruikte
gereedschappen inderdaad verwijderd zijn. Nog aanwezig gereedschap kan
ernstig letsel veroorzaken wanneer dit bij het starten van de machine wordt
weggeslingerd.
Controleer of de motorsproeier schoon en droog is en test of de STOP
schakelaar naar behoren functioneert.
Controleer of het veiligheidsmechanisme van de gashendel goed werkt. De
vergrendeling moet soepel en gemakkelijk te bedienen zijn. Controleer of de
vergrendeling goed werkt. Kijk of de handgrepen schoon en droog zijn en
test de STOP schakelaar om te controleren of deze goed werkt.
Stop de motor onmiddellijk als deze problemen vertoont.
Bij het gebruik van de motorsproeier moet u extra voorzichtig zijn dat u geen
uitlaatgassen inademt.
Uitlaatgas is giftig. U mag daarom in geen geval de machine gebruiken in
een afgesloten of onvoldoende geventileerde ruimte (vergiftigings- en
verstikkingsgevaar).
Vergeet niet dat koolmonoxide een geurloos gas is. Zorg er altijd voor dat het
werkterrein waar de motor gebruikt gaat worden goed geventileerd is.
Werk niet meer dan een uur achter elkaar met de motorsproeier en neem
tenminste 30 minuten rust na elk uur werk.
Stop de motor wanneer u een rustpauze inlast of wanneer u de
motorsproeier onbeheerd achter laat. Ter bescherming van derden en om de
motorsproeier te vrijwaren van beschadiging, dient u de machine alleen
achter te laten op een veilige plek en dient u ervoor te zorgen dat er zich
geen brandbare materialen in de buurt van de machine bevinden. Leg een
heet geworden motorsproeier in geen geval op droog gras of ander
brandbaar materiaal. Het is zeer gevaarlijk om een hete motorsproeier op
droog gras of ander brandbaar materiaal te leggen, daar dit kan leiden tot
brand.
Werk niet met de motorsproeier als de uitlaat kapot is.
Zet de motor uit voor u de machine gaat vervoeren.
Wacht eerst tot de motor is afgekoeld, maak de brandstoftank leeg en maak
de motorsproeier goed vast wanneer u deze met een voertuig gaat
vervoeren.
Controleer of de brandstoftank helemaal leeg en droog is voor u de
motorsproeier opstuurt.
Tanken
Schakel de motor uit bij tanken (7), houdt de machine weg bij open vuur en
rook beslist niet.
Voorkom huidcontact met benzine. Inhaleer geen benzinedampen. Draag
altijd beschermende handschoenen bij het tanken. Wissel en reinig
regelmatig beschermende kleding.
Voorkom het spillen van benzine en olie uit veiligheids-en milieu
overwegingen. Veeg gemorste benzine direct af en reinig de machine. wissel
direct kledingstukken indien u hierover qemorst hebt met benzine.
Voorkom ieder contact van benzine op uw kleding. Trek direct kleding uit
indien deze in contact is geweest met de brandstof om brandgevaar en
huidcontact te voorkomen.
Controleer met regelmaat de benzinetankdop op lekkage en of deze goed
afdicht.
Draai de benzinetankdop altijd goed aan en start de machine op een andere
plaats (min.3 meter verder) dan waar u heeft bijgetankt (9).
Tank nooit bij in afgesloten ruimten. Benzinedampen vormen zeer brandbare
gassen op grondniveau (gevaar voor explosies).
Transporteer en sla de benzine enkel op in goedgekeurde cans. Verzeker u
dat de benzine volgens voorschriften is opgeslagen en geen toegang heeft
voor derden.
Tank nooit een hete of nog draaiende motor bij.
Bediening
Gebruik de motorsproeier alleen bij goed licht en zicht. Gebruik de
motorsproeier in geen geval 's nachts. Gebruik de motorsproeier niet als het
regent of net geregend heeft (gevaar van letsel door uitglijden en vallen als
het nat is).
Wees zeer voorzichtig op gladde of natte oppervlakken (ijs en sneeuw) in de
winter waar er gevaar voor uitglijden bestaat en zorg er te allen tijde voor dat
u stevig op de grond kunt blijven staan.
Gebruik de motorsproeier in geen geval wanneer u op een ladder staat.
Klim niet in een boom om uit de hoogte de motorsproeier te kunnen
gebruiken.
Gebruik de motorsproeier in geen geval wanneer u op een onstabiele
ondergrond staat.
Richt het mondstuk van de motorsproeier niet op mensen of dieren.
Uitgeworpen materiaal kan ernstig letsel veroorzaken.
Raak de bougie-aansluiting niet aan terwijl de motor loopt.
Raak geen bewegende onderdelen van de motorsproeier aan terwijl de motor
loopt.
Raak de uitlaat of andere motoronderdelen niet aan terwijl u de machine
gebruikt of kort geleden gebruikt heeft. Deze motoronderdelen kunnen zeer
heet worden en ernstige brandwonden veroorzaken.
3 meter
٨ Pauze
٨ Transport
٨ Bijtanken
٨ Onderhoud
٨ Delen Vervangen
77
Verzeker u ervan dat de giftigheid van de te gebruiken pesticiden of
herbiciden bekend is voor gebruik en lees de bijbehorende
gebruiksaanwijzingen zorgvuldig door zodat u vertrouwd bent met de juiste
procedures voor het gebruik van de chemische middelen in kwestie. Als de
pesticiden/herbiciden in aanraking komen met uw huid, dient u de
betreffende plek onmiddellijk af te spoelen en goed met zeep te wassen. Doe
de dop van de sproeitank goed dicht om te voorkomen dat er chemische
middelen uit kunnen lekken.
Onderhoudsinstructies
Wees milieubewust. Werk met zo min mogelijk lawaai en belasting van het
milieu als mogelijk. Laat de afstelling van de carburateur checken.
Reinig de motorsproeier met regelmaat en controleer alle bouten, moeren en
schroeven op hun bevestiging.
Onderhoud of plaats de motorsproeier nooit in nabijheid van open vuur,
vonken, etc.
Sla de motorsproeier altijd op met een lege tank in een goed geventileerde
ruimte.
Sla acht en volg alle relevante veiligheidsinstrukties, uitgegeven door
overheidsinstellingen en verzekeraars.
Voer geen enkele modifikatie uit aan uw motorsproeier, omdat dit uw veiligheid
in gevaar brengt.
Het uitvoeren van onderhoud of reparaties door de gebruiker is beperkt tot de in
deze gebruiksaanwijzing omschreven punten.
Alle andere werkzaamheden dienen door de erkende vakman/dealer uitgevoerd
te worden. Gebruik enkel originele MAKITA-onderdelen.
Gebruik van niet originele onderdelen of toebehoren verhoogt de kans op
verwondingen en ongelukken. MAKITA accepteert geen enkele claim die
voortvloeit uit het gebruik van niet-originele onderdelen of toebehoren.
Eerste Hulp
In geval van ongelukken dient een goed gevulde Eerste hulp-koffer volgens
DIN 13164 aanwezig te zijn. Vul direct na gebruik van de inhoud de koffer weer
volledig aan.
Wanneer u hulp inroept, geef altijd de volgende informatie:
Plaats van ongeluk
Wat er gebeurt is
Aantal verwonde mensen
Aard van verwondingen
Uw naam
Verpakking
De motorsproeier wordt geleverd in een beschermende kartonnen doos om
transportschade te voorkomen. Karton is een grondstof die kan worden
hergebruikt (papier kringloop).
78
EC-VERKLARING VAN CONFORMITEIT
Motorsproeier: model EVH2000 (Zie TECHNISCHE GEGEVENS voor de specificaties)
Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat dit product voldoet aan de normen van de richtlijnen 2000/14/EC en 2006/42/EC.
De meest belangrijke normen die zijn toegepast om te voldoen aan de bovenvermelde richtlijnen zijn: EN292.
Gemeten geluidsvermogen: 98 dB
Garantie geluidsvermogen: 102 dB
Deze geluidsvermogenniveaus zijn gemeten volgens Richtlijn van de Raad, 2000/14/EC.
Conformiteit-beoordelingsprocedure: Bijlage V.
3 november 2009
Tomoyasu Kato
Director
Varantwoordelijke fabrikant:
Makita Corporation.
3-11-8,Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, JAPAN
Erkende vertegenwoordiger in Europa:
Makita International Europe Ltd.
Michigan Drive, Tongwell, Milton kyenes, Bucks MK15 8JD, ENGLAND
79
TECHNISCHE GEGEVENS
Model EVH2000
Afmetingen: (lengte x breedte x hoogte) mm 380 x 420 x 635
Leeg gewicht kg 9.1
Inhoud sproeiertank L 20
Pomp
Type Horizontal opposed twin pistons
Maximale druk MPa 2.5
Flux L 7.1
Motor
Model EH025A
Cilinderinhoud cm
3
24.5
Brandstof Autobenzine
Inhoud brandstoftank L 0.5
Motorolie
SAE 10W-30 olie API SF of later (4-takt automotorolie)
Inhoud olietank L 0.08
Carburateur type WALBRO WYL
Ontstekingssysteem type Elektronische ontsteking
Bougie type NGK CMR6A (C type)
Elektrodenafstand mm 0.7 - 0.8
Geluidsdruk volgens
Geluidsdruk (Lpa) volgens 98/37/EC
dB 84.0
Maximale geluidsdruk (Lwa) volgens 2000/14/EC
dB 102.0
Vibration
a
hv eq
m/s
2
2.3
Trilling volgens
ISO 5349
Rechterhandgreep
(Achterste handvat)
Onzekerheid K m/s
2
0.3
Opmerkingen: 1. Gebruik uitsluitend de door MAKITA gespecificeerde olie en bougie.
2. Deze technische gegevens kunnen zonder kennisgeving vooraf gewijzigd worden.
80
BENAMING VAN ONDERDELEN
No Benaming van onderdelen No Benaming van onderdelen No Benaming van onderdelen
1 I-O-schakelaar 9
Uitlaat
17 Snelkoppeling
2 Gashendel 10
Oliepeilstok
18 Handgreep
3 Chokehendel 11
Opvoerpomp
19 Afsluiter
4 Luchtfilter deksel 12 Sproeiertank dop aflaatopening 20 NozSproeipijp
5 Bougie afdekking 13 Sproeiertank dop vulopening 21 Sproeipijphouder
6 Trekstarter 14 Sproeiertank 22 Mondstuk (groothoek, dubbele kop)
7 Brandstoftank 15 Instelling sproeidruk 23
8 Brandstoftankdop 16 Spuitslang 24
81
MONTAGE INSTRUKTIES
WAARSCHUWING: Voor aanvang van werkzaamheden aan de motorsproeier, ALTIJD de motor UITSCHAKELEN en de bougiekapjes van de
bougies aftrekken. ALTIJD werkhandschoenen dragen.
WAARSCHUWING: De motorsproeier alleen weer starten nadat deze VOLLEDIG is samengesteld.
1. MONTAGE VAN DE SPROEIER
Raadpleeg de afbeelding op de vorige bladzijde (Lijst van onderdelen) voor de montage van de handgreep, kraan, sproeipijp en het mondstuk.
Let op dat u de onderdelen op de juiste wijze monteert om lekkage te voorkomen.
2. INSTELLEN VAN HET SCHOUDERHARNAS
Maak de twee schouderriemen vast zoals aangegeven op de afbeeldingen hieronder en controleer of de riemen niet verdraaid zijn.
Deze instructie beschrijft de procedure voor 1 riem. Monteer de 2de riem op dezelfde manier.
Instellen van het bovenste deel van de schouderriemen
Instellen onderste deel van de schouderriemen
Sproeiertank
Onderste sluiting
Trek de schouderriem in de richting
van de pijl, en steek het omgeslagen
uiteinde weer terug in de sluiting.
Onderste sluiting
Bovenste sluiting
Sproeiertank
Steek het deel van de schouderriem,
gemarkeerd met 'A', een van de beide
overlappende schouderriemen, in de
metalen haak, zoals te zien in ԙ en Ԛ.
Metalen haak
Haal het deel, gemarkeerd met 'A',
door de spleet in de metalen haak.
Draai daarna de
schouderriem 90 graden, in
de richting van de pijl.
Metalen haak
Herhaal deze bewerking voor de
andere schouderriem. De instelling is
daarmee afgesloten.
82
VOOR GEBRUIK
Inspectie en bijvullen van motorolie
Voer de volgende procedure uit wanneer de motor is afgekoeld.
Houd de motor horizontaal, verwijder de oliepeilstok en kijk of het oliepeil zich tussen de markeringen voor het maximale en het minimale
oliepeil bevindt. Wanneer er zo weinig olie in de motor zit dat alleen de tip van de oliepeilstok de olie raakt wanneer de oliepeilstok in het
carter steekt zonder vastgedraaid te zijn (Afb. 1), dient u motorolie toe te voegen (Afb. 2).
Voor uw informatie, het duurt ongeveer 10 uur voor er olie bijgevuld moet worden (10 keer, of 10 tanks).
Als de olie verkleurd blijkt, of wanneer u vuil in de olie aantreft, dient u de olie te verversen. (Zie bladzijde 88 voor de intervallen en manier
van verversen.)
Aanbevolen olie: SAE10W-30 olie van API Classificatie SF Klasse of hoger (4-takt olie voor auto's)
Hoeveelheid olie: Ongeveer 0,08 L.
NOOT: Als de motor niet recht wordt gehouden, kan er olie in de motor terecht komen en kunt u teveel olie in het blok doen. Als er teveel olie
in het carter gedaan is, kan de olie verontreinigd raken, of verbranden met een witte rook als resultaat.
Opmerking 1 bij het verversen van de olie; de "oliepeilstok"
Verwijder stof en vuil rond de olievul-opening en haal de oliepeilstok los.
Houd de losgemaakte oliepeilstok vrij van zand en stof. Doet u dat niet, dan kunnen vuil dat aan de oliepeilstok blijven hangen de
circulatie van de olie door de motor belemmeren of het binnenwerk beschadigen, wat kan leiden tot problemen.
Om de oliepeilstok schoon te houden kunt u deze bijvoorbeeld met zijn knop in de motor-afdekking steken, zoals in Afb. 3 te zien is.
Vul motorolie bij als er
alleen aan de tip olie
zit.
Maximale oliepeil
(Rand van de
olievul-opening)
Oliepeilstok
A
fb.1
A
fb.2
A
fb.3
83
1) Houd de motor horizontaal en haal de oliepeilstok los.
2) Vul bij met motorolie tot aan de rand van de olievul-opening. (Zie Afb. 2 op
de vorige bladzijde).
Gebruik bijvoorbeeld een spuitfles om de olie makkelijker in de opening te
krijgen.
3) Zet de oliepeilstok weer goed vast. Doet u dat niet, dan kan er olielekkage
optreden.
Opmerking 2 bij het verversen van olie: "Als er olie gemorst wordt"
Als er olie gemorst wordt tussen de brandstoftank en de motor zelf, kan de olie in de inlaat van de luchtkoeling gezogen worden,
waardoor de motor verontreinigd kan raken. Vergeet niet om gemorste olie op te nemen voor u de motor weer in gebruik neemt.
TANKEN
Omgaan met brandstof
U moet brandstof met de grootst mogelijke voorzichtigheid behandelen. Brandstof kan aan oplosmiddelen verwante stoffen bevatten. U moet
tanken in een voldoende geventileerde ruimte of in de open lucht. Adem de brandstofdampen niet in en houd de brandstof zo veel mogelijk bij
u vandaan. Als u herhaaldelijk en voor langere tijd in aanraking bent met brandstoffen, zal de huid uitdrogen en kan zich een huidziekte of
allergie ontwikkelen. Als er brandstof in uw oog komt, dient u het oog te spoelen met water. Als u oog dan nog pijn blijft doen, dient u een arts
te raadplegen.
Opslagtermijn van brandstof
Brandstof hoort binnen 4 weken opgebruikt te worden, zelfs al wordt het bewaard in een speciale container in een goed geventileerde, donkere
ruimte.
Als u geen speciale container gebruikt, of als de container open is, kan brandstof binnen een dag onbruikbaar worden.
Opslag van de machine en de tank
Bewaar de machine en de tank op een koele plek, uit de zon.
Bewaar in geen geval brandstof in de passagiersruimte of de bagageruimte van uw auto.
Brandstof
De gebruikte motor is een 4-takt motor. Let er op dat u benzine voor auto's gebruikt (normaal of super).
Opmerkingen over brandstof
Gebruik nooit een benzine-olie mengsel. Doet u dit toch, dan kan er zich een koolstof afzetting vormen en kunnen er mechanische
problemen op gaan treden.
Gebruik van slechte brandstof zal de motor onregelmatig doen starten.
Tanken
WAARSCHUWING: ONTVLAMBARE MATERIALEN TEN STRENGSTE VERBODEN
Gebruikte benzine: benzine voor auto's
Maak de tankdop een beetje los om eventuele gassen te laten ontsnappen.
Haal de tankdop los en doe brandstof in de tank terwijl u er voor zorgt dat de
gassen in de tank kan ontsnappen door de vulopening naar boven te houden.
(Doe nooit brandstof in de vulopening voor de motorolie.)
Veeg de omgeving van de tankdop goed schoon om te voorkomen dat
vreemde voorwerpen in de brandstoftank terecht komen.
Doe de tankdop weer goed vast als u klaar bent met tanken.
Als er een beschadiging of onvolkomenheid is aan de tankdop, dient u deze
te vervangen.
De tankdop is aan slijtage onderhevig en dient elke twee a drie jaar
vervangen te worden.
Maximale
brandstofpeil
Brandstoftankdop
Brandstoftank
84
HET MENGEN VAN CHEMISCHE BESTRIJDINGSMIDDELEN
1) Mengen van chemische bestrijdingsmiddelen
1. Chemische bestrijdingsmiddelen zijn giftig. Wanneer u met chemische
bestrijdingsmiddelen werkt, dient u te allen tijde de door de fabrikant
verstrekte instructies strikt op te volgen.
2. Gebruik te allen tijde de meegeleverde zeef wanneer u chemische
bestrijdingsmiddelen in de sproeiertank giet.
3. Doe de dop van de sproeiertank stevig dicht om lekkage te voorkomen.
4. Als u de chemische bestrijdingsmiddelen in de sproeiertank zelf wilt
mengen, moet u het water als eerste in de tank doen, voor de te
gebruiken chemische bestrijdingsmiddelen.
Let op
:
Wees te allen tijde uiterst voorzichtig met chemische bestrijdingsmiddelen gebruik. Mocht uw huid onverhoopt in aanraking komen
met chemische bestrijdingsmiddelen gebruik, dan dient u de betreffende plek onmiddellijk af te spelen met grote hoeveelheden water.
2) Gebruiken van een ander chemisch middel
1. U moet de sproeiertank, de pomp en het mondstuk extra goed
uitspoelen voor u een ander chemisch middel in de sproeiertank gaat
doen. Mengen van restjes van eerder gebruikte chemische middelen
met andere middelen kan leiden tot ziektes en andere aandoeningen.
STARTEN VAN DE MOTOR
1) Vóór het starten van de motor, ALTIJD controleren dat er vloeistof in de
sproeiertank zit.
2) Zet de afsluitkraan in de stand DICHT.
WAARSCHUWING
Start de motor in geen geval op dezelfde plek als waar u getankt heeft. Ga minstens 3m bij de tankplek vandaan voor u de motor start.
Doet u dit niet, dan kan er brand ontstaan.
De uitlaatgassen van de motor zijn giftig. Gebruik de motor niet op een slecht geventileerde plek, bijvoorbeeld in een tunnel, in een
gebouw enz..
Gebruik van de motor op een slecht geventileerde plek ka leiden tot vergiftiging door uitlaatgassen.
Stop en inspecteer de motor onmiddellijk wanneer u na het starten iets abnormaals bespeurt, zoals een vreemd geluid, geur, of trilling.
Als u de motor blijft gebruiken terwijl zich een dergelijk abnormaal verschijnsel voordoet, kan dat leiden tot een ongeval.
Controleer of de motor inderdaad stopt wanneer de stopschakelaar op de O stand wordt gezet.
A
fsluitkraan sproeier
DICHT
85
3) Draai de instelling van de sproeidruk tot de aanduiding STARTING op de
markeerstreep staat.
1) Wanneer de motor koud is of als er is bijgetankt.
(1) Laat het gas los en zet de omwentelingssnelheid van de motor
op het minimum.
(2) Zet de stopschakelaar op "I".
(3) Controleer of de gashendel op de lage-snelheid stand staat.
(4) Blijf op de opvoerpomp drukken tot er brandstof in de
opvoerpomp komt.
࡮In het algemeen zal er na 7 tot 10 keer drukken brandstof in
de opvoerpomp komen.
࡮Als u de opvoerpomp te intensief gebruikt, zal het teveel aan
benzine teruggevoerd worden naar de brandstoftank.
(5) Doe de chokehendel aan de rechterkant naar boven en doe de
choke dicht.
(6) Houd de afdekking van het element met uw linkerhand vast om
te voorkomen dat de motor van zijn plaats komt en zet uzelf
schrap.
(7) Trek rustig aan de trekstarter tot u weerstand voelt
(compressiepunt). Laat de trekstarter vervolgens terugkeren
en trek er dan krachtig aan.
࡮ Trek de trekstarter nooit volledig uit.
࡮ Laat nooit direct los nadat u de trekstarter heeft uitgetrokken.
Houd de trekstarter vast totdat deze terugkeert naar zijn
oorspronkelijke positie.
(8) Zet de chokehendel open wanneer de motor start.
࡮Zet de chokehendel steeds verder open terwijl u controleert
hoe de motor loopt. Vergeet niet dat de chokehendel
uiteindelijk helemaal open moet staan.
࡮Als het koud is of wanneer de motor is afgekoeld, mag u nooit
de chokehendel ineens helemaal open zetten. Doet u dit toch,
dan kan de motor stilvallen.
(9) Laat de motor 2 a 3 minuten opwarmen.
(10) Het toerental van de motor zal zich stabiliseren en de
overgang van laag naar hoog toerental zal soepeler gaan. De
motor is nu opgewarmd.
Markering STARTING
Instelling sproeidruk
Gashendel
Lage-snelheid
I-O schakelaar
Opvoerpomp
DICHT
OPEN
86
2) Wanneer de motor warm is.
(1) Plaats de motor op een vlakke ondergrond.
(2) Druk een paar keer op de opvoerpomp.
(3) Controleer of de chokehendel open staat.
(4) Houd de afdekking van het element met uw linkerhand vast om te voorkomen dat de motor van zijn plaats komt en zet uzelf schrap.
(5) Trek de hendel van de trekstarter voorzichtig uit tot u weerstand voelt. Laat de trekstarter terugkeren naar de uitgangspositie en trek er
vervolgens stevig aan.
STOPPEN VAN DE MOTOR
1) Draai de afsluitklep op de sproeier in de stand DICHT.
2) Draai de I-O schakelaar in de stand O.
3) Zet de gashendel in de stand lage-snelheid.
Gashendel
Lage-snelheid
I-O schakelaar
A
fsluitkraan sproeier
DICHT
87
WERKEN MET DE MOTORSPROEIER
1. Start de motor (zie pagina 84)
2. Doe de motorsproeier op uw rug nadat u de motor gestart heeft en stel de schouderriemen zo af dat de machine zo dicht mogelijk bij uw
lichaam blijft. Laat de motor stationair lopen en zorg ervoor dat u de motorsproeier niet te veel kantelt.
Stel de riempjes als volgt af.
1) Losmaken van de riempjes: Ԙ Til de sluiting op.
ԙ Trek aan het uiteinde van het riempje
dat aan de motorsproeier vast zit.
Ԛ Trek aan het losse uiteinde van het
riempje.
2) Strakker trekken van de riempjes.
Opmerking: Als de riempjes niet belast zijn, zijn ze relatief gemakkelijk te
verstellen.
3. Selecteer de gewenste werkdruk met de instelling werkdruk.
4. Stel de gashendel in op de gewenste positie, open de afsluitkraan op de
sproeier, tot de gewenste straal bereikt is.
Sproei altijd met de wind mee. Wees extra waakzaam om situaties te vermijden waarin de gesproeide chemische middelen terug naar
uzelf toe worden geblazen.
Let op
HOGE DRUK
LAGE DRUK
INSTELLING WERKDRUK
OPEN
Gashendel
ԙ
Sluiting
Ԙ
Vaster
Ԛ
Losser
A
fsluitkraan sproeier
DICHT
Hoge snelheid
Lage snelheid
88
INSPECTIE EN ONDERHOUD
!
!
!
1. Verversen van de motorolie
Te lang gebruikte motorolie zal de levensduur van de heen en weer bewegende en roterende onderdelen flink bekorten. Vergeet niet te
controleren wanneer en hoeveel olie ververst moet worden.
Verversingsinterval: In het begin na elke 20 bedrijfsuren, daarna na elke 50 bedrijfsuren.
Aanbevolen olie: SAE10W-30 olie van API Classificatie SF Klasse of hoger (4-takt olie voor auto's)
Voer de volgende procedure uit bij het verversen van de olie.
1) Controleer of de tankdop goed dicht zit.
2) Maak de oliepeilstok los.
Houd de oliepeilstok vrij van stof of vuil.
3) Gebruik de meegeleverde afgewerkte oliefles om de oude olie uit het
carter te halen.
Knijp de onderkant van de fles in en steek de tuit in de olie. Laat de
onderkant van de fles los om de oude olie uit het carter op te zuigen.
Wanneer het carter bijna leeg is, kunt u de motorsproeier een beetje
proberen te kantelen zodat u de resterende olie gemakkelijker kunt
verwijderen.
4) Zet de machine weer recht. Gebruik de olievulfles om het carter tot boven
aan met olie te vullen.
5) Doe de peilstok weer terug en doe deze stevig vast. Als u de peilstok niet
goed vast doet, kan er olielekkage optreden.
Gebruik de meegeleverde afgewerkte oliefles en de olievulfles alleen
voor de bestemde doeleinden.
Afgewerkte oliefles Olievulfles
GEVAAR
Stop de motor en laat deze afkoelen voor u inspectie en onderhoud gaat uitvoeren. Verwijder ook de bougie en de bougiekap.
Als u inspectie of onderhoud uitvoert direct nadat de motor gestopt is of wanneer de bougiekap nog op zijn plaats zit, kunt u zich
branden of een ongeval oplopen omdat de motor onverwacht opstart.
Controleer of alle onderdelen goed op hun plek zitten na inspectie of onderhoud. Ga pas daarna de machine opnieuw gebruiken.
GEVAAR
In het algemeen zullen de motor zelf en de motorolie nog enige tijd heet blijven ook al is de motor gestopt. Als u de olie wilt gaan
verversen, moet u eerst controleren of de motor zelf en de motorolie daarin voldoende zijn afgekoeld. Doet u dat niet, dan bestaat het
gevaar dat u zich zult branden. Net nadat de motor gestopt is, circuleert er nog olie in de motor en is niet alle olie teruggekeerd in de
oliepan. Bijvullen kan nu zorgen voor teveel olie.
Als er teveel olie in het carter gedaan is, kan de olie verontreinigd raken, of verbranden met een witte rook als resultaat.
Brandstoftankdop
Peilstok
89
2. Schoonmaken van het luchtfilter
!WAARSCHUWING: BRANDBARE MATERIALEN STRIKT VERBODEN
Interval voor reiniging en controle: dagelijks (elke 10 bedrijfsuren)
Verwijder de bouten die het deksel van het luchtfilter vastzetten.
Trek aan de onderkant van het deksel en maak het deksel van het luchtfilter
los.
Doe de choke helemaal dicht en zorg ervoor dat de carburateur vrij blijft van
stof en vuil.
Verwijder het element van het luchtfilter, was het element met een neutraal
wasmiddel opgelost in lauw water en laat het element goed drogen. Doe het
element weer terug op zijn plaats zoals aangegeven door de stippellijn in Afb.
1.
Gebruik een stuk papier om eventuele olie van het deksel van het luchtfilter
en van de plaat waarop de inlaat is gemonteerd te verwijderen.
Onmiddellijk na het reinigen dient u het deksel van het luchtfilter terug te
zetten en vast te maken met de bevestigingsbout. (Bij het in elkaar zetten
dient u eerst de bovenkant aan te brengen en dan pas de onderkant.)
3. Controlen van de bougie
Gebruik enkel de originele bougiesleutel om een bougie te vervangen of te
controleren.
De afstand tussen de 2 elektroden moet 0,7-0,8mm bedragen. Is de
afstand te groot of the nauw, stel deze bij. Als de bougie aangekoekt is,
vervang deze of maak deze schoon.
WAARSCHUWING: Raak nooit de bougiekabel aan met draaiende motor
(gevaar voor elektrische schok met hoog voltage).
4. Schoonmaken van het brandstoffilter
GEVAAR: ONTVLAMBARE MATERIALEN TEN STRENGSTE
VERBODEN
Interval voor reiniging en inspectie: Maandelijks (om de 50 bedrijfsuren)
Zuigkop in de benzinetank
Het brandstoffilter (1) van de zuigkop filtert de benzine voordat deze in de
carburateur komt.
Regelmatige controle van dit brandstoffilter is aanbevolen. Verwijder de
tankdop en haak de zuigkop naar buiten. Vervuilde of uitgeharde
brandstoffilters uitwisselen.
Onvoldoende benzinetoevoer door vervuilde zuigkoppen kunnen allerlei
storingen veroorzaken, wissel daarom regelmatig het brandstoffilter uit, op
zijn minst om de paar maanden.
Gooi afgewerkte motorolie niet weg met het normale vuilnis en loos het niet in de natuur of in een sloot. Het afvoeren van olie is
wettelijk geregeld. Volg altijd de geldende wetten en regelgeving wanneer u zich van afgewerkte motorolie wilt ontdoen. Neem
contact op met een erkende onderhoudsmonteur als u hieromtrent vragen hebt.
Ook wanneer u olie gewoon bewaart zal de olie op den duur bederven. Controleer regelmatig of de olie die u wilt gebruiken nog goed
is (vervang de olie minstens elke 6 maanden).
Opmerkingen bij het verversen van de motorolie
Line (slashed line)
Lijn (gearceerd)
Element
(
sti
pp
elli
j
n
)
Afb.1
Slangenklem
Brandstofleiding
Brandstoffilter (1)
0.7~0.8 mm
(0.028-0.032)
Plaats uitsnede hier
(links boven)
Element
Deksel luchtfilter
Plaat
Bevestigings
bout
nlaat-gedeelte
90
Storing lokaliseren
Storing Onderdeel Observatie Oorzaak
Motor start niet of nauwelijks Ontsteking Bougie vonkt Oorzaak in benzinetoevoer of compressiesysteem, of
mechanische oorzaak
Vonkt niet Stopschakelaar, kabelbreuk, kortsluiting, bougie of
aansluiting defect ontstekingsspoel defect
Benzinetoevoer Tank gevuld Onjuiste chokepositie, carburateur defect, vervuilde
zuigkop, breuk, knik of vuil in benzineleiding
Compressie Geen compressie bij
start
Voetpakking stuk, krukaskeerringen defect, zuigerveren
gebroken of lekke bougiepakking
Mechanische storing Starter functioneert niet Gebroken startveer, defecte startpallen
Warm start problemen Tank gevuld bougie
vonkt
Carburateur vervuild, laten reinigen
Motor start maar valt stil Benzinetoevoer Tank gevuld Onjuiste afstelling, vervuilde zuigkop of carburateur
Defecte ontluchting, breuk benzineleiding, kabelbreuk,
ontsteking defect
Onvoldoende vermogen Diverse oorzaken Stationairloop
onregelmatig
Luchtfilter vervuild, carburateur vervuild, uitlaat verstopt
uitlaatpoort vervuild
Onderdeel
Bedrijfsuren
Voor
gebruik
Na smering
Dagelijks
(10 u.)
30 u 50 u 200 u
Motor uit/
rustpauze
Inspecteren/
reinigen
٤
Motorolie
Verversen
٤
*1
Onderdelen vastzetten
(bouten, moeren)
Inspecteren
٤
Reinigen/
inspecteren
٤
Brandstoftank
Brandstof
aftappen
٤
*3
Gashendel Werking
controleren
٤
Stopschakelaar Werking
controleren
٤
Stationaire draaisnelheid Inspecteren/
bijstellen
٤
Luchtfilter Reinigen
٤
Bougie Inspecteren
٤
Kanaal luchtkoeling Reinigen/
inspecteren
٤
Inspecteren
٤
Brandstofleiding
Vervangen
٧
*2
Brandstoffilter Reinigen/
vervangen
٤
Speling tussen
luchtinlaatklep en uitlaatklep
Bijstellen
٧
*2
Olieleiding Inspectie
٧
*2
Reviseren motor
٧
*2
Carburateur Brandstof
aftappen
٤
*3
*1 Voer de eerste verversing uit na 20 bedrijfsuren.
*2 Laat de inspectie na 200 bedrijfsuren uitvoeren door een erkende onderhoudsmonteur of motor-werkplaats
*3 Laat de motor gewoon even doorlopen nadat u de brandstoftank heeft leeg gemaakt om alle brandstof uit de carburateur te verwijderen.
91
OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
Ga eerst zelf na wat er aan de hand zou kunnen zijn voor u om een reparatie gaat verzoeken. Als u iets abnormaals vindt, voer dan de
handelingen beschreven in deze handleiding uit. Knoei niet met onderdelen en demonteer geen onderdelen als dat niet in de handleiding
beschreven wordt. Neem contact op met een erkende onderhoudsmonteur of uw dealer voor eventuele reparaties.
Probleem Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing
U heeft de opvoerpomp niet gebruikt. Druk 7 tot 10 keer op de opvoerpomp.
Er wordt niet snel genoeg aan de
trekstarter getrokken.
Trek harder.
Niet genoeg brandstof. Ga tanken.
Brandstoffilter verstopt. Reinig het brandstoffilter.
Brandstofleiding geknakt of kapot. Haal de knik eruit of vervang de brandstofleiding.
Slechte brandstof.
Als de brandstof oud of slecht is, is de motor
moeilijker te starten, Gebruik verse brandstof.
(Ververs de brandstof in de tank minstens een
keer per maand.)
Te grote toevoer van brandstof
(verzuipen).
Zet de gashendel op halve of hoge snelheid en
trek aan de trekstarter totdat de motor start. Als de
motor nog steeds niet wil starten, dient u de bougie
eruit te draaien, af te drogen en weer in te draaien.
Start de motor vervolgens zoals beschreven.
Losse bougiedop. Zet de bougiedop weer vast.
Vuile bougie. Maak de bougie schoon.
Abnormale elektrodenafstand. Stel de afstand tussen de elektroden van de
bougie bij.
Andere problemen met de bougie. Vervang de bougie.
Problemen met de carburateur. Verzoek om inspectie en onderhoud.
De trekstarter werkt niet. Verzoek om inspectie en onderhoud.
De motor start niet
Problemen met de overbrenging. Verzoek om inspectie en onderhoud.
Niet genoeg opgewarmd. Laat de motor eerst opwarmen.
De chokehendel staat op "CLOSE" (dicht),
alhoewel de motor al opgewarmd is.
Zet de chokehendel open.
Brandstoffilter verstopt. Reinig het brandstoffilter.
Luchtfilter verstopt of verontreinigd. Reinig het luchtfilter.
Problemen met de carburateur. Verzoek om inspectie en onderhoud.
Problemen met de overbrenging. Verzoek om inspectie en onderhoud.
De gaskabel zit niet goed vast. Maak de gaskabel op de juiste wijze vast.
Motor valt stil.
Motorsnelheid neemt niet toe.
Stekkertje los. Maak het stekkertje vast.
Problemen met het elektrische systeem. Verzoek om inspectie en onderhoud.
De motor stopt niet.
Wanneer de motor niet start na het opwarmen:
Als u geen problemen vindt via de bovenstaande controles, dient u het gas ongeveer 1/3 open te zetten en vervolgens de motor te starten.
Laat de motor stationair lopen en zet
de chokehendel op CLOSE (dicht).

Documenttranscriptie

English / French / German Italian / Dutch / Spanish / Português Power Sprayer Super pulvérisateur Sprühgerät Spruzzatore a motore Motorsproeier ISTRUZIONI D’USO Motorizados Pulverizadores MANUAL DE INSTRUCCIONES Pulverizador Motorizado EVH2000 ORIGINAL INSTRUCTION MANUAL MANUEL D’INSTRUCTIONS ORIGINAL ORIGINALBEDIENUNGSANLEITUNG MANUALE DI ISTRUZIONI ORIGINALE ORIGINELE GEBRUIKSAANWIJZING MANUAL DE INSTRUCCIONES ORIGINAL MANUAL DE INSTRUÇÕES ORIGINAL Important: Read this instruction manual carefully before putting the Power Sprayer into operation and strictly observe the safety regulations! Preserve instruction manual carefully! Recommandation importante: Lire soigneusement ce manuel d’instructions avant de mettre la Super pulvérisateur en service et observer rigoureusement les consignes de sécurité! Conserver soigneusement ce manuel d’instructions. Wichtlg: Bitte lesen Sie dieses Anweisungshandbuch sorgfältig durch, bevor Sie die Sprühgerät in Betrieb nehmen, und beachten Sie die Sicherheitsvorschriften strikt! Bewahren Sie das Anweisungshandbuch sorgfältig auf. Importante: Prima di mettere in funzione il spruzzatore a motore, leggere attentamente il presente manuale; rispettare rigorosamente le norme di sicurezza! Conservare il manuale delle istruzioni per l’uso! Belangrijk: Lees voor het in gebruik nemen van de motorsproeier deze gebruiksaarwijzing zorgvuldig door en neem alle veiligheidsvoorschriften in acht. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor eventuele naslag. Importante: Leer cuidadosamente este manual de instrucciones antes de poner en marcha la máquina y observar estrictamente las normas de seguridad. Conservar este manual de instrucciones con cuidado. Importante: Leia este manual cuidadosamente antes de pôr o Pulverizador Motorizado em funcionamento e observe rigorosamente as normas de segurança. Conserve este manual de instruçőes com cuidado. Dutch Hartelijk voor het kiezen van onze MAKITA MOTORSPROEIER. We zijn er trots op u dit product te kunnen aanbieden, het resultaat van een uitgebreid ontwikkelingsprogramma en onze door de jaren opgebouwde kennis en ervaring. Om veilig en optimaal te kunnen profiteren van uw MAKITA MOTORSPROEIER, dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen voor u de machine gaat gebruiken en dient u alle instructies erin op te volgen om er zeker van te kunnen zijn dat de machine naar behoren zal functioneren. Inhoudsopgave Bladzijde Symbolen㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯 74 veiligheidsvoorschriften 㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯 75 Technische gegevens 㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯 79 Benaming van onderdelen 㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯 80 Montage instrukties 㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯 81 Voor gebruik 㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯 82 Het mengen van chemische bestrijdingsmiddelen 㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯 84 Starten van de motor 㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯 84 Stoppen van de motor 㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯 86 Werken met de motorsproeier 㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯 87 Inspection and maintenance㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯 88 Oplossen van problemen 㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯㨯 91 Symbolen Het is erg belangrijk de volgende symbolen te herkennen en begrijpen wanneer u deze gebruiksaanwijzing doorleest. Lees, begrijp en volg gebruiksaanwijzing Draag oog- en gehoorsbescherming WAARSCHUWING/GEVAAR Autobenzine Verboden Met de hand starten van de motor Niet roken Noodstop Geen open vuur Eerste hulp Beschermende handschoenen dragen Aan/start Houd werkomgeving vrij van personen en dieren Recycling Draag ogenbescherming, beschermende masker en oorbescherming 74 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Algemene instructies – Om verzekerd te zijn van een correcte en veilige bediening moet de gebruiker de gebruiksaanwijzing lezen, begrijpen en opvolgen om vertrouwd te geraken met de motorsproeier. Niet volledig geïnstrueerde gebruikers riskeren ongelukken voor zichzelf en voor anderen door niet correct gebruik. – Het is aan te bevelen de machine enkel uit te lenen aan mensen die vertrouwd zijn met de werking hiervan. Reik altijd de gebruiksaanwijzing over. – Onervaren gebruikers moeten zich door de dealer op de hoogte laten stellen van het correcte gebruik van de motorsproeier. – Kinderen en personen onder de 18 jaar mogen niet werken met de machine. Personen boven de 16 jaar mogen enkel onder begeleiding van deskundigen met de machine werken. – Gebruik de motorsproeier met de meeste zorg en waakzaamheid. – Gebruik de motorsproeier enkel wanneer u in een goede, lichamelijke conditie verkeert. Werk met de grootste waakzaamheid. De gebruiker is verantwoordelijk voor derden. – Gebruik de motorsproeier nooit indien de gebruiker onder invloed van alcohol of medicijnen is. – Werk niet met de machine indien u zich moe voelt. – Bewaar deze instructies zodat u er later nog iets in kunt naslaan. Persoonlijke beschermingsmiddelen – De te dragen kleding moet functioneel zijn en afdoende bescherming bieden. De kleding mag de werkzaamheden niet hinderen. Draag nooit kettingen, loszittende kledingstukken of lang haar wat door de aanzuigtrechter kan worden ingezogen. – Om hoofd-, oog-, of voetverwondingen te voorkomen en uw gehoor te beschermen moet u tijdens de werkzaamhen de volgende beschermende maatregelen nemen: Oorbeschermers Waterdichte hoofdbescherming Veiligheidsbril Lange mouwen Geef de volgende voorschriften extra aandacht: – Uw kleding moet functioneel zijn en goed passen zonder u te hinderen in uw bewegingen bij het werken met de motorsproeier. Draag geen kleding of sieraden die verstrikt kan raken in het gewas of in de machine zelf. – U moet de volgende beschermingsmiddelen en kledingstukken gebruiken wanneer u met de motorsproeier werkt om letsel aan uw hoofd of uw ogen, uw voeten of handen alsmede schade aan uw gehoor te voorkomen. Gezichtsmasker Rubberlaarzen Lange broek Werkschoenen 1. Om letsel aan uw gezicht of ogen te voorkomen en uw luchtwegen te beschermen tegen stof en chemische middelen, moet u daartoe geschikte gezichtsbescherming (masker, veiligheidsbril enz.) dragen. 2. Om schade aan het gehoor te voorkomen moet u te allen tijde oorbeschermers dragen. 3. Om uw huid te beschermen tegen stof en chemische middelen, moet u te allen tijde kleding met lange mouwen en pijpen dragen. 4. Draag altijd stevige, rubberen werkhandschoenen wanneer u met de motorsproeier werkt of er onderhoud aan uitvoert. 5. U moet stevige schoenen met een anti-slip zool dragen wanneer u met de motorsproeier werkt. Speciale werkschoenen zorgen ervoor dat u stevig kunt blijven staan en beschermen tegen eventueel letsel. – U moet eventueel loshangende kleding, haren en andere uitrustingsstukken, bijvoorbeeld een handdoek enz. goed vastmaken. Losse voorwerpen kunnen verstrikt raken in de bewegende onderdelen van de machine, hetgeen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Het starten van de motorsproeier – Verzeker u ervan dat er zich geen kinderen of andere personen bevinden binnen een straal van 15 meter, sla ook acht op eventuele aanwezigheid van dieren. Gebruik de motorsproeier niet in druk bevolkte gebieden. – Voor u de motorsproeier gaat starten, moet u controleren of de machine in een goede, bedrijfswaardige en veilige staat verkeert. Controleer of het veiligheidsmechanisme van de gashendel goed werkt. De gashendel moet soepel en gemakkelijk te bedienen zijn. De gashendel moet schoon en droog zijn. Test de werking van de I-O schakelaar. 75 15meter – Voor u de motorsproeier gaat starten, moet u controleren of de machine in goede, bedrijfswaardige eb veilige staat verkeert en moet u controleren of de gashendel naar behoren functioneert. – Bij het monteren van de machine moet u controleren of alle gebruikte gereedschappen inderdaad verwijderd zijn. Nog aanwezig gereedschap kan ernstig letsel veroorzaken wanneer dit bij het starten van de machine wordt weggeslingerd. – Controleer of de motorsproeier schoon en droog is en test of de STOP schakelaar naar behoren functioneert. – Controleer of het veiligheidsmechanisme van de gashendel goed werkt. De vergrendeling moet soepel en gemakkelijk te bedienen zijn. Controleer of de vergrendeling goed werkt. Kijk of de handgrepen schoon en droog zijn en test de STOP schakelaar om te controleren of deze goed werkt. – Stop de motor onmiddellijk als deze problemen vertoont. – Bij het gebruik van de motorsproeier moet u extra voorzichtig zijn dat u geen uitlaatgassen inademt. – Uitlaatgas is giftig. U mag daarom in geen geval de machine gebruiken in een afgesloten of onvoldoende geventileerde ruimte (vergiftigings- en verstikkingsgevaar). – Vergeet niet dat koolmonoxide een geurloos gas is. Zorg er altijd voor dat het werkterrein waar de motor gebruikt gaat worden goed geventileerd is. – Werk niet meer dan een uur achter elkaar met de motorsproeier en neem tenminste 30 minuten rust na elk uur werk. – Stop de motor wanneer u een rustpauze inlast of wanneer u de motorsproeier onbeheerd achter laat. Ter bescherming van derden en om de motorsproeier te vrijwaren van beschadiging, dient u de machine alleen achter te laten op een veilige plek en dient u ervoor te zorgen dat er zich geen brandbare materialen in de buurt van de machine bevinden. Leg een heet geworden motorsproeier in geen geval op droog gras of ander brandbaar materiaal. Het is zeer gevaarlijk om een hete motorsproeier op droog gras of ander brandbaar materiaal te leggen, daar dit kan leiden tot brand. – Werk niet met de motorsproeier als de uitlaat kapot is. – Zet de motor uit voor u de machine gaat vervoeren. – Wacht eerst tot de motor is afgekoeld, maak de brandstoftank leeg en maak de motorsproeier goed vast wanneer u deze met een voertuig gaat vervoeren. – Controleer of de brandstoftank helemaal leeg en droog is voor u de motorsproeier opstuurt. ٨ ٨ ٨ ٨ ٨ Pauze Transport Bijtanken Onderhoud Delen Vervangen Tanken – Schakel de motor uit bij tanken (7), houdt de machine weg bij open vuur en rook beslist niet. – Voorkom huidcontact met benzine. Inhaleer geen benzinedampen. Draag altijd beschermende handschoenen bij het tanken. Wissel en reinig regelmatig beschermende kleding. – Voorkom het spillen van benzine en olie uit veiligheids-en milieu overwegingen. Veeg gemorste benzine direct af en reinig de machine. wissel direct kledingstukken indien u hierover qemorst hebt met benzine. – Voorkom ieder contact van benzine op uw kleding. Trek direct kleding uit indien deze in contact is geweest met de brandstof om brandgevaar en huidcontact te voorkomen. – Controleer met regelmaat de benzinetankdop op lekkage en of deze goed afdicht. – Draai de benzinetankdop altijd goed aan en start de machine op een andere plaats (min.3 meter verder) dan waar u heeft bijgetankt (9). – Tank nooit bij in afgesloten ruimten. Benzinedampen vormen zeer brandbare gassen op grondniveau (gevaar voor explosies). – Transporteer en sla de benzine enkel op in goedgekeurde cans. Verzeker u dat de benzine volgens voorschriften is opgeslagen en geen toegang heeft voor derden. – Tank nooit een hete of nog draaiende motor bij. Bediening – Gebruik de motorsproeier alleen bij goed licht en zicht. Gebruik de motorsproeier in geen geval 's nachts. Gebruik de motorsproeier niet als het regent of net geregend heeft (gevaar van letsel door uitglijden en vallen als het nat is). – Wees zeer voorzichtig op gladde of natte oppervlakken (ijs en sneeuw) in de winter waar er gevaar voor uitglijden bestaat en zorg er te allen tijde voor dat u stevig op de grond kunt blijven staan. – Gebruik de motorsproeier in geen geval wanneer u op een ladder staat. – Klim niet in een boom om uit de hoogte de motorsproeier te kunnen gebruiken. – Gebruik de motorsproeier in geen geval wanneer u op een onstabiele ondergrond staat. – Richt het mondstuk van de motorsproeier niet op mensen of dieren. Uitgeworpen materiaal kan ernstig letsel veroorzaken. – Raak de bougie-aansluiting niet aan terwijl de motor loopt. – Raak geen bewegende onderdelen van de motorsproeier aan terwijl de motor loopt. – Raak de uitlaat of andere motoronderdelen niet aan terwijl u de machine gebruikt of kort geleden gebruikt heeft. Deze motoronderdelen kunnen zeer heet worden en ernstige brandwonden veroorzaken. 76 3 meter – Verzeker u ervan dat de giftigheid van de te gebruiken pesticiden of herbiciden bekend is voor gebruik en lees de bijbehorende gebruiksaanwijzingen zorgvuldig door zodat u vertrouwd bent met de juiste procedures voor het gebruik van de chemische middelen in kwestie. Als de pesticiden/herbiciden in aanraking komen met uw huid, dient u de betreffende plek onmiddellijk af te spoelen en goed met zeep te wassen. Doe de dop van de sproeitank goed dicht om te voorkomen dat er chemische middelen uit kunnen lekken. Onderhoudsinstructies – Wees milieubewust. Werk met zo min mogelijk lawaai en belasting van het milieu als mogelijk. Laat de afstelling van de carburateur checken. – Reinig de motorsproeier met regelmaat en controleer alle bouten, moeren en schroeven op hun bevestiging. – Onderhoud of plaats de motorsproeier nooit in nabijheid van open vuur, vonken, etc. – Sla de motorsproeier altijd op met een lege tank in een goed geventileerde ruimte. Sla acht en volg alle relevante veiligheidsinstrukties, uitgegeven door overheidsinstellingen en verzekeraars. Voer geen enkele modifikatie uit aan uw motorsproeier, omdat dit uw veiligheid in gevaar brengt. Het uitvoeren van onderhoud of reparaties door de gebruiker is beperkt tot de in deze gebruiksaanwijzing omschreven punten. Alle andere werkzaamheden dienen door de erkende vakman/dealer uitgevoerd te worden. Gebruik enkel originele MAKITA-onderdelen. Gebruik van niet originele onderdelen of toebehoren verhoogt de kans op verwondingen en ongelukken. MAKITA accepteert geen enkele claim die voortvloeit uit het gebruik van niet-originele onderdelen of toebehoren. Eerste Hulp In geval van ongelukken dient een goed gevulde Eerste hulp-koffer volgens DIN 13164 aanwezig te zijn. Vul direct na gebruik van de inhoud de koffer weer volledig aan. Wanneer u hulp inroept, geef altijd de volgende informatie: – Plaats van ongeluk – Wat er gebeurt is – Aantal verwonde mensen – Aard van verwondingen – Uw naam Verpakking – De motorsproeier wordt geleverd in een beschermende kartonnen doos om transportschade te voorkomen. Karton is een grondstof die kan worden hergebruikt (papier kringloop). 77 EC-VERKLARING VAN CONFORMITEIT Motorsproeier: model EVH2000 (Zie TECHNISCHE GEGEVENS voor de specificaties) Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat dit product voldoet aan de normen van de richtlijnen 2000/14/EC en 2006/42/EC. De meest belangrijke normen die zijn toegepast om te voldoen aan de bovenvermelde richtlijnen zijn: EN292. Gemeten geluidsvermogen: 98 dB Garantie geluidsvermogen: 102 dB Deze geluidsvermogenniveaus zijn gemeten volgens Richtlijn van de Raad, 2000/14/EC. Conformiteit-beoordelingsprocedure: Bijlage V. 3 november 2009 Tomoyasu Kato Director Varantwoordelijke fabrikant: Makita Corporation. 3-11-8,Sumiyoshi-cho, Anjo, Aichi, JAPAN Erkende vertegenwoordiger in Europa: Makita International Europe Ltd. Michigan Drive, Tongwell, Milton kyenes, Bucks MK15 8JD, ENGLAND 78 TECHNISCHE GEGEVENS Model EVH2000 Afmetingen: (lengte x breedte x hoogte) mm Leeg gewicht Inhoud sproeiertank 380 x 420 x 635 kg 9.1 L 20 Pomp Type Horizontal opposed twin pistons Maximale druk Flux MPa 2.5 L 7.1 Motor Model EH025A cm3 Cilinderinhoud 24.5 Brandstof Autobenzine Inhoud brandstoftank L 0.5 SAE 10W-30 olie API SF of later (4-takt automotorolie) Motorolie Inhoud olietank L 0.08 Carburateur type WALBRO WYL Ontstekingssysteem type Elektronische ontsteking Bougie type NGK CMR6A (C type) Elektrodenafstand mm 0.7 - 0.8 Geluidsdruk volgens Geluidsdruk (Lpa) volgens 98/37/EC dB 84.0 Maximale geluidsdruk (Lwa) volgens 2000/14/EC dB 102.0 Vibration Trilling volgens ISO 5349 Rechterhandgreep (Achterste handvat) ahv eq m/s2 2.3 Onzekerheid K m/s2 0.3 Opmerkingen: 1. Gebruik uitsluitend de door MAKITA gespecificeerde olie en bougie. 2. Deze technische gegevens kunnen zonder kennisgeving vooraf gewijzigd worden. 79 BENAMING VAN ONDERDELEN No Benaming van onderdelen No Benaming van onderdelen No Benaming van onderdelen 1 I-O-schakelaar 9 Uitlaat 17 Snelkoppeling 2 Gashendel 10 Oliepeilstok 18 Handgreep 3 Chokehendel 11 Opvoerpomp 19 Afsluiter 4 Luchtfilter deksel 12 Sproeiertank dop aflaatopening 20 NozSproeipijp 5 Bougie afdekking 13 Sproeiertank dop vulopening 21 Sproeipijphouder 6 Trekstarter 14 Sproeiertank 22 Mondstuk (groothoek, dubbele kop) 7 Brandstoftank 15 Instelling sproeidruk 23 8 Brandstoftankdop 16 Spuitslang 24 80 MONTAGE INSTRUKTIES WAARSCHUWING: Voor aanvang van werkzaamheden aan de motorsproeier, ALTIJD de motor UITSCHAKELEN en de bougiekapjes van de bougies aftrekken. ALTIJD werkhandschoenen dragen. WAARSCHUWING: De motorsproeier alleen weer starten nadat deze VOLLEDIG is samengesteld. 1. MONTAGE VAN DE SPROEIER Raadpleeg de afbeelding op de vorige bladzijde (Lijst van onderdelen) voor de montage van de handgreep, kraan, sproeipijp en het mondstuk. Let op dat u de onderdelen op de juiste wijze monteert om lekkage te voorkomen. 2. INSTELLEN VAN HET SCHOUDERHARNAS Maak de twee schouderriemen vast zoals aangegeven op de afbeeldingen hieronder en controleer of de riemen niet verdraaid zijn. Deze instructie beschrijft de procedure voor 1 riem. Monteer de 2de riem op dezelfde manier. Instellen van het bovenste deel van de schouderriemen 㽲 Sproeiertank 㽳 㽴 Trek de schouderriem in de richting van de pijl, en steek het omgeslagen uiteinde weer terug in de sluiting. Onderste sluiting Instellen onderste deel van de schouderriemen 㽳 Haal het deel, gemarkeerd met 'A', 㽲 door de spleet in de metalen haak. Onderste sluiting Draai daarna de schouderriem 90 graden, in de richting van de pijl. Bovenste sluiting Sproeiertank Metalen haak 㽴 Herhaal deze bewerking voor de andere schouderriem. De instelling is daarmee afgesloten. Steek het deel van de schouderriem, gemarkeerd met 'A', een van de beide overlappende schouderriemen, in de metalen haak, zoals te zien in ԙ en Ԛ. 81 Metalen haak VOOR GEBRUIK Inspectie en bijvullen van motorolie – Voer de volgende procedure uit wanneer de motor is afgekoeld. – Houd de motor horizontaal, verwijder de oliepeilstok en kijk of het oliepeil zich tussen de markeringen voor het maximale en het minimale oliepeil bevindt. Wanneer er zo weinig olie in de motor zit dat alleen de tip van de oliepeilstok de olie raakt wanneer de oliepeilstok in het carter steekt zonder vastgedraaid te zijn (Afb. 1), dient u motorolie toe te voegen (Afb. 2). – Voor uw informatie, het duurt ongeveer 10 uur voor er olie bijgevuld moet worden (10 keer, of 10 tanks). – Als de olie verkleurd blijkt, of wanneer u vuil in de olie aantreft, dient u de olie te verversen. (Zie bladzijde 88 voor de intervallen en manier van verversen.) Aanbevolen olie: SAE10W-30 olie van API Classificatie SF Klasse of hoger (4-takt olie voor auto's) Hoeveelheid olie: Ongeveer 0,08 L. NOOT: Als de motor niet recht wordt gehouden, kan er olie in de motor terecht komen en kunt u teveel olie in het blok doen. Als er teveel olie in het carter gedaan is, kan de olie verontreinigd raken, of verbranden met een witte rook als resultaat. Opmerking 1 bij het verversen van de olie; de "oliepeilstok" – Verwijder stof en vuil rond de olievul-opening en haal de oliepeilstok los. – Houd de losgemaakte oliepeilstok vrij van zand en stof. Doet u dat niet, dan kunnen vuil dat aan de oliepeilstok blijven hangen de circulatie van de olie door de motor belemmeren of het binnenwerk beschadigen, wat kan leiden tot problemen. – Om de oliepeilstok schoon te houden kunt u deze bijvoorbeeld met zijn knop in de motor-afdekking steken, zoals in Afb. 3 te zien is. Maximale oliepeil (Rand van de olievul-opening) Vul motorolie bij als er alleen aan de tip olie zit. Afb.1 Afb.2 Oliepeilstok Afb.3 82 1) Houd de motor horizontaal en haal de oliepeilstok los. 2) Vul bij met motorolie tot aan de rand van de olievul-opening. (Zie Afb. 2 op de vorige bladzijde). Gebruik bijvoorbeeld een spuitfles om de olie makkelijker in de opening te krijgen. 3) Zet de oliepeilstok weer goed vast. Doet u dat niet, dan kan er olielekkage optreden. Opmerking 2 bij het verversen van olie: "Als er olie gemorst wordt" – Als er olie gemorst wordt tussen de brandstoftank en de motor zelf, kan de olie in de inlaat van de luchtkoeling gezogen worden, waardoor de motor verontreinigd kan raken. Vergeet niet om gemorste olie op te nemen voor u de motor weer in gebruik neemt. TANKEN Omgaan met brandstof U moet brandstof met de grootst mogelijke voorzichtigheid behandelen. Brandstof kan aan oplosmiddelen verwante stoffen bevatten. U moet tanken in een voldoende geventileerde ruimte of in de open lucht. Adem de brandstofdampen niet in en houd de brandstof zo veel mogelijk bij u vandaan. Als u herhaaldelijk en voor langere tijd in aanraking bent met brandstoffen, zal de huid uitdrogen en kan zich een huidziekte of allergie ontwikkelen. Als er brandstof in uw oog komt, dient u het oog te spoelen met water. Als u oog dan nog pijn blijft doen, dient u een arts te raadplegen. Opslagtermijn van brandstof Brandstof hoort binnen 4 weken opgebruikt te worden, zelfs al wordt het bewaard in een speciale container in een goed geventileerde, donkere ruimte. Als u geen speciale container gebruikt, of als de container open is, kan brandstof binnen een dag onbruikbaar worden. Opslag van de machine en de tank – Bewaar de machine en de tank op een koele plek, uit de zon. – Bewaar in geen geval brandstof in de passagiersruimte of de bagageruimte van uw auto. Brandstof De gebruikte motor is een 4-takt motor. Let er op dat u benzine voor auto's gebruikt (normaal of super). Opmerkingen over brandstof – Gebruik nooit een benzine-olie mengsel. Doet u dit toch, dan kan er zich een koolstof afzetting vormen en kunnen er mechanische problemen op gaan treden. – Gebruik van slechte brandstof zal de motor onregelmatig doen starten. Tanken WAARSCHUWING: ONTVLAMBARE MATERIALEN TEN STRENGSTE VERBODEN Gebruikte benzine: benzine voor auto's – Maak de tankdop een beetje los om eventuele gassen te laten ontsnappen. – Haal de tankdop los en doe brandstof in de tank terwijl u er voor zorgt dat de gassen in de tank kan ontsnappen door de vulopening naar boven te houden. (Doe nooit brandstof in de vulopening voor de motorolie.) Brandstoftankdop Maximale brandstofpeil – Veeg de omgeving van de tankdop goed schoon om te voorkomen dat vreemde voorwerpen in de brandstoftank terecht komen. – Doe de tankdop weer goed vast als u klaar bent met tanken. • Als er een beschadiging of onvolkomenheid is aan de tankdop, dient u deze te vervangen. • De tankdop is aan slijtage onderhevig en dient elke twee a drie jaar vervangen te worden. 83 Brandstoftank HET MENGEN VAN CHEMISCHE BESTRIJDINGSMIDDELEN 1) Mengen van chemische bestrijdingsmiddelen 1. Chemische bestrijdingsmiddelen zijn giftig. Wanneer u met chemische bestrijdingsmiddelen werkt, dient u te allen tijde de door de fabrikant verstrekte instructies strikt op te volgen. 2. Gebruik te allen tijde de meegeleverde zeef wanneer u chemische bestrijdingsmiddelen in de sproeiertank giet. 3. Doe de dop van de sproeiertank stevig dicht om lekkage te voorkomen. 4. Als u de chemische bestrijdingsmiddelen in de sproeiertank zelf wilt mengen, moet u het water als eerste in de tank doen, voor de te gebruiken chemische bestrijdingsmiddelen. Let op: • Wees te allen tijde uiterst voorzichtig met chemische bestrijdingsmiddelen gebruik. Mocht uw huid onverhoopt in aanraking komen met chemische bestrijdingsmiddelen gebruik, dan dient u de betreffende plek onmiddellijk af te spelen met grote hoeveelheden water. 2) Gebruiken van een ander chemisch middel 1. U moet de sproeiertank, de pomp en het mondstuk extra goed uitspoelen voor u een ander chemisch middel in de sproeiertank gaat doen. Mengen van restjes van eerder gebruikte chemische middelen met andere middelen kan leiden tot ziektes en andere aandoeningen. STARTEN VAN DE MOTOR WAARSCHUWING • Start de motor in geen geval op dezelfde plek als waar u getankt heeft. Ga minstens 3m bij de tankplek vandaan voor u de motor start. − Doet u dit niet, dan kan er brand ontstaan. • De uitlaatgassen van de motor zijn giftig. Gebruik de motor niet op een slecht geventileerde plek, bijvoorbeeld in een tunnel, in een gebouw enz.. − Gebruik van de motor op een slecht geventileerde plek ka leiden tot vergiftiging door uitlaatgassen. • Stop en inspecteer de motor onmiddellijk wanneer u na het starten iets abnormaals bespeurt, zoals een vreemd geluid, geur, of trilling. − Als u de motor blijft gebruiken terwijl zich een dergelijk abnormaal verschijnsel voordoet, kan dat leiden tot een ongeval. • Controleer of de motor inderdaad stopt wanneer de stopschakelaar op de “O” stand wordt gezet. 1) Vóór het starten van de motor, ALTIJD controleren dat er vloeistof in de sproeiertank zit. Afsluitkraan sproeier DICHT 2) Zet de afsluitkraan in de stand DICHT. 84 3) Draai de instelling van de sproeidruk tot de aanduiding “STARTING” op de markeerstreep staat. Markering “STARTING“ Instelling sproeidruk 1) Wanneer de motor koud is of als er is bijgetankt. (1) Laat het gas los en zet de omwentelingssnelheid van de motor op het minimum. (2) Zet de stopschakelaar op "I". (3) Controleer of de gashendel op de lage-snelheid stand staat. (4) Blijf op de opvoerpomp drukken tot er brandstof in de opvoerpomp komt. ࡮In het algemeen zal er na 7 tot 10 keer drukken brandstof in de opvoerpomp komen. ࡮Als u de opvoerpomp te intensief gebruikt, zal het teveel aan benzine teruggevoerd worden naar de brandstoftank. (5) Doe de chokehendel aan de rechterkant naar boven en doe de choke dicht. Lage-snelheid Gashendel Opvoerpomp I-O schakelaar DICHT (6) Houd de afdekking van het element met uw linkerhand vast om te voorkomen dat de motor van zijn plaats komt en zet uzelf schrap. (7) Trek rustig aan de trekstarter tot u weerstand voelt (compressiepunt). Laat de trekstarter vervolgens terugkeren en trek er dan krachtig aan. ࡮ Trek de trekstarter nooit volledig uit. ࡮ Laat nooit direct los nadat u de trekstarter heeft uitgetrokken. Houd de trekstarter vast totdat deze terugkeert naar zijn oorspronkelijke positie. (8) Zet de chokehendel open wanneer de motor start. ࡮Zet de chokehendel steeds verder open terwijl u controleert hoe de motor loopt. Vergeet niet dat de chokehendel uiteindelijk helemaal open moet staan. ࡮Als het koud is of wanneer de motor is afgekoeld, mag u nooit de chokehendel ineens helemaal open zetten. Doet u dit toch, dan kan de motor stilvallen. (9) Laat de motor 2 a 3 minuten opwarmen. (10) Het toerental van de motor zal zich stabiliseren en de overgang van laag naar hoog toerental zal soepeler gaan. De motor is nu opgewarmd. OPEN 85 2) Wanneer de motor warm is. (1) (2) (3) (4) (5) Plaats de motor op een vlakke ondergrond. Druk een paar keer op de opvoerpomp. Controleer of de chokehendel open staat. Houd de afdekking van het element met uw linkerhand vast om te voorkomen dat de motor van zijn plaats komt en zet uzelf schrap. Trek de hendel van de trekstarter voorzichtig uit tot u weerstand voelt. Laat de trekstarter terugkeren naar de uitgangspositie en trek er vervolgens stevig aan. STOPPEN VAN DE MOTOR 1) Draai de afsluitklep op de sproeier in de stand DICHT. Afsluitkraan sproeier DICHT 2) Draai de I-O schakelaar in de stand “O“. 3) Zet de gashendel in de stand lage-snelheid. Lage-snelheid I-O schakelaar Gashendel 86 WERKEN MET DE MOTORSPROEIER 1. Start de motor (zie pagina 84) 2. Doe de motorsproeier op uw rug nadat u de motor gestart heeft en stel de schouderriemen zo af dat de machine zo dicht mogelijk bij uw lichaam blijft. Laat de motor stationair lopen en zorg ervoor dat u de motorsproeier niet te veel kantelt. Stel de riempjes als volgt af. 1) Losmaken van de riempjes: Ԙ Til de sluiting op. ԙ Trek aan het uiteinde van het riempje dat aan de motorsproeier vast zit. Ԛ Trek aan het losse uiteinde van het riempje. 2) Strakker trekken van de riempjes. Sluiting  Ԙ Opmerking: Als de riempjes niet belast zijn, zijn ze relatief gemakkelijk te verstellen. Losser Ԛ ԙ Vaster 3. Selecteer de gewenste werkdruk met de instelling werkdruk. HOGE DRUK LAGE DRUK INSTELLING WERKDRUK 4. Stel de gashendel in op de gewenste positie, open de afsluitkraan op de sproeier, tot de gewenste straal bereikt is. Hoge snelheid Lage snelheid Gashendel Afsluitkraan sproeier DICHT OPEN Let op Sproei altijd met de wind mee. Wees extra waakzaam om situaties te vermijden waarin de gesproeide chemische middelen terug naar uzelf toe worden geblazen. 87 INSPECTIE EN ONDERHOUD! ! ! GEVAAR • Stop de motor en laat deze afkoelen voor u inspectie en onderhoud gaat uitvoeren. Verwijder ook de bougie en de bougiekap. − Als u inspectie of onderhoud uitvoert direct nadat de motor gestopt is of wanneer de bougiekap nog op zijn plaats zit, kunt u zich branden of een ongeval oplopen omdat de motor onverwacht opstart. • Controleer of alle onderdelen goed op hun plek zitten na inspectie of onderhoud. Ga pas daarna de machine opnieuw gebruiken. 㩷 1. Verversen van de motorolie Te lang gebruikte motorolie zal de levensduur van de heen en weer bewegende en roterende onderdelen flink bekorten. Vergeet niet te controleren wanneer en hoeveel olie ververst moet worden. 㩷 GEVAAR • In het algemeen zullen de motor zelf en de motorolie nog enige tijd heet blijven ook al is de motor gestopt. Als u de olie wilt gaan verversen, moet u eerst controleren of de motor zelf en de motorolie daarin voldoende zijn afgekoeld. Doet u dat niet, dan bestaat het gevaar dat u zich zult branden. Net nadat de motor gestopt is, circuleert er nog olie in de motor en is niet alle olie teruggekeerd in de oliepan. Bijvullen kan nu zorgen voor teveel olie. • Als er teveel olie in het carter gedaan is, kan de olie verontreinigd raken, of verbranden met een witte rook als resultaat. Verversingsinterval: Aanbevolen olie: In het begin na elke 20 bedrijfsuren, daarna na elke 50 bedrijfsuren. SAE10W-30 olie van API Classificatie SF Klasse of hoger (4-takt olie voor auto's) Voer de volgende procedure uit bij het verversen van de olie.㩷 Brandstoftankdop 1) Controleer of de tankdop goed dicht zit. 2) Maak de oliepeilstok los. – Houd de oliepeilstok vrij van stof of vuil. Peilstok 3) Gebruik de meegeleverde afgewerkte oliefles om de oude olie uit het carter te halen. • Knijp de onderkant van de fles in en steek de tuit in de olie. Laat de onderkant van de fles los om de oude olie uit het carter op te zuigen. • Wanneer het carter bijna leeg is, kunt u de motorsproeier een beetje proberen te kantelen zodat u de resterende olie gemakkelijker kunt verwijderen. 4) Zet de machine weer recht. Gebruik de olievulfles om het carter tot boven aan met olie te vullen. 5) Doe de peilstok weer terug en doe deze stevig vast. Als u de peilstok niet goed vast doet, kan er olielekkage optreden. • Gebruik de meegeleverde afgewerkte oliefles en de olievulfles alleen voor de bestemde doeleinden. Afgewerkte oliefles   Olievulfles 88 㩷 㩷 Opmerkingen bij het verversen van de motorolie㩷 • Gooi afgewerkte motorolie niet weg met het normale vuilnis en loos het niet in de natuur of in een sloot. Het afvoeren van olie is wettelijk geregeld. Volg altijd de geldende wetten en regelgeving wanneer u zich van afgewerkte motorolie wilt ontdoen. Neem contact op met een erkende onderhoudsmonteur als u hieromtrent vragen hebt. • Ook wanneer u olie gewoon bewaart zal de olie op den duur bederven. Controleer regelmatig of de olie die u wilt gebruiken nog goed is (vervang de olie minstens elke 6 maanden). 2. Schoonmaken van het luchtfilter !WAARSCHUWING: BRANDBARE MATERIALEN STRIKT VERBODEN Interval voor reiniging en controle: dagelijks (elke 10 bedrijfsuren) – Verwijder de bouten die het deksel van het luchtfilter vastzetten. Plaats uitsnede hier (links boven) Element Deksel luchtfilter – Trek aan de onderkant van het deksel en maak het deksel van het luchtfilter los. – Doe de choke helemaal dicht en zorg ervoor dat de carburateur vrij blijft van stof en vuil. – Verwijder het element van het luchtfilter, was het element met een neutraal wasmiddel opgelost in lauw water en laat het element goed drogen. Doe het element weer terug op zijn plaats zoals aangegeven door de stippellijn in Afb. 1. – Gebruik een stuk papier om eventuele olie van het deksel van het luchtfilter en van de plaat waarop de inlaat is gemonteerd te verwijderen. Plaat Bevestigings bout nlaat-gedeelte – Onmiddellijk na het reinigen dient u het deksel van het luchtfilter terug te zetten en vast te maken met de bevestigingsbout. (Bij het in elkaar zetten dient u eerst de bovenkant aan te brengen en dan pas de onderkant.) Lijn (gearceerd) Line (slashed line) Element (stippellijn) Afb.1 3. Controlen van de bougie – Gebruik enkel de originele bougiesleutel om een bougie te vervangen of te controleren. – De afstand tussen de 2 elektroden moet 0,7-0,8mm bedragen. Is de afstand te groot of the nauw, stel deze bij. Als de bougie aangekoekt is, vervang deze of maak deze schoon. WAARSCHUWING: Raak nooit de bougiekabel aan met draaiende motor (gevaar voor elektrische schok met hoog voltage). 4. Schoonmaken van het brandstoffilter 0.7~0.8 mm (0.028”-0.032”) Brandstofleiding GEVAAR: ONTVLAMBARE MATERIALEN TEN STRENGSTE VERBODEN Interval voor reiniging en inspectie: Maandelijks (om de 50 bedrijfsuren) Slangenklem Zuigkop in de benzinetank – Het brandstoffilter (1) van de zuigkop filtert de benzine voordat deze in de carburateur komt. – Regelmatige controle van dit brandstoffilter is aanbevolen. Verwijder de tankdop en haak de zuigkop naar buiten. Vervuilde of uitgeharde brandstoffilters uitwisselen. – Onvoldoende benzinetoevoer door vervuilde zuigkoppen kunnen allerlei storingen veroorzaken, wissel daarom regelmatig het brandstoffilter uit, op zijn minst om de paar maanden. 89 Brandstoffilter (1) Storing lokaliseren Storing Onderdeel Observatie Oorzaak Motor start niet of nauwelijks Ontsteking Bougie vonkt Oorzaak in benzinetoevoer of compressiesysteem, of mechanische oorzaak Vonkt niet Stopschakelaar, kabelbreuk, kortsluiting, bougie of aansluiting defect ontstekingsspoel defect Benzinetoevoer Tank gevuld Onjuiste chokepositie, carburateur defect, vervuilde zuigkop, breuk, knik of vuil in benzineleiding Compressie Geen compressie bij start Voetpakking stuk, krukaskeerringen defect, zuigerveren gebroken of lekke bougiepakking Mechanische storing Starter functioneert niet Gebroken startveer, defecte startpallen Tank gevuld bougie vonkt Carburateur vervuild, laten reinigen Warm start problemen Motor start maar valt stil Benzinetoevoer Tank gevuld Onjuiste afstelling, vervuilde zuigkop of carburateur Defecte ontluchting, breuk benzineleiding, kabelbreuk, ontsteking defect Onvoldoende vermogen Diverse oorzaken Onderdeel Voor gebruik Bedrijfsuren Motorolie Stationairloop onregelmatig Inspecteren/ reinigen Na smering Luchtfilter vervuild, carburateur vervuild, uitlaat verstopt uitlaatpoort vervuild Dagelijks (10 u.) 50 u 200 u Motor uit/ rustpauze ٤ ٤*1 Verversen Onderdelen vastzetten (bouten, moeren) 30 u Inspecteren ٤ Reinigen/ inspecteren ٤ Brandstoftank Brandstof aftappen ٤*3 Gashendel Werking controleren ٤ Stopschakelaar Werking controleren ٤ Stationaire draaisnelheid Inspecteren/ bijstellen ٤ Luchtfilter Reinigen ٤ Bougie Inspecteren ٤ Kanaal luchtkoeling Reinigen/ inspecteren ٤ Inspecteren ٤ Brandstofleiding ٧*2 Vervangen ٤ Brandstoffilter Reinigen/ vervangen Speling tussen luchtinlaatklep en uitlaatklep Bijstellen ٧*2 Olieleiding Inspectie ٧*2 ٧*2 Reviseren motor Carburateur *1 *2 *3 ٤*3 Brandstof aftappen Voer de eerste verversing uit na 20 bedrijfsuren. Laat de inspectie na 200 bedrijfsuren uitvoeren door een erkende onderhoudsmonteur of motor-werkplaats Laat de motor gewoon even doorlopen nadat u de brandstoftank heeft leeg gemaakt om alle brandstof uit de carburateur te verwijderen. 90 OPLOSSEN VAN PROBLEMEN Ga eerst zelf na wat er aan de hand zou kunnen zijn voor u om een reparatie gaat verzoeken. Als u iets abnormaals vindt, voer dan de handelingen beschreven in deze handleiding uit. Knoei niet met onderdelen en demonteer geen onderdelen als dat niet in de handleiding beschreven wordt. Neem contact op met een erkende onderhoudsmonteur of uw dealer voor eventuele reparaties. Probleem De motor start niet Motor valt stil. Motorsnelheid neemt niet toe. De motor stopt niet. Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing U heeft de opvoerpomp niet gebruikt. Druk 7 tot 10 keer op de opvoerpomp. Er wordt niet snel genoeg aan de trekstarter getrokken. Trek harder. Niet genoeg brandstof. Ga tanken. Brandstoffilter verstopt. Reinig het brandstoffilter. Brandstofleiding geknakt of kapot. Haal de knik eruit of vervang de brandstofleiding. Slechte brandstof. Als de brandstof oud of slecht is, is de motor moeilijker te starten, Gebruik verse brandstof. (Ververs de brandstof in de tank minstens een keer per maand.) Te grote toevoer van brandstof (verzuipen). Zet de gashendel op halve of hoge snelheid en trek aan de trekstarter totdat de motor start. Als de motor nog steeds niet wil starten, dient u de bougie eruit te draaien, af te drogen en weer in te draaien. Start de motor vervolgens zoals beschreven. Losse bougiedop. Zet de bougiedop weer vast. Vuile bougie. Maak de bougie schoon. Abnormale elektrodenafstand. Stel de afstand tussen de elektroden van de bougie bij. Andere problemen met de bougie. Vervang de bougie. Problemen met de carburateur. Verzoek om inspectie en onderhoud. De trekstarter werkt niet. Verzoek om inspectie en onderhoud. Problemen met de overbrenging. Verzoek om inspectie en onderhoud. Niet genoeg opgewarmd. Laat de motor eerst opwarmen. De chokehendel staat op "CLOSE" (dicht), alhoewel de motor al opgewarmd is. Zet de chokehendel open. Brandstoffilter verstopt. Reinig het brandstoffilter. Luchtfilter verstopt of verontreinigd. Reinig het luchtfilter. Problemen met de carburateur. Verzoek om inspectie en onderhoud. Problemen met de overbrenging. Verzoek om inspectie en onderhoud. De gaskabel zit niet goed vast. Maak de gaskabel op de juiste wijze vast. Stekkertje los. Maak het stekkertje vast. Problemen met het elektrische systeem. Verzoek om inspectie en onderhoud. Laat de motor stationair lopen en zet de chokehendel op CLOSE (dicht). Wanneer de motor niet start na het opwarmen: Als u geen problemen vindt via de bovenstaande controles, dient u het gas ongeveer 1/3 open te zetten en vervolgens de motor te starten. 91
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128

Makita EVH2000 Handleiding

Categorie
Grasmaaiers
Type
Handleiding