ProForm 455 Ekg Bike de handleiding

Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

WAARSCHUWING
Lees alle instructies en voorzorgs
-
maatregelen in deze handleiding
door voordat u dit apparaat gaat
gebruiken. Bewaar deze handlei-
ding voor verdere raadpleging.
Sticker met
Serienummer
Modelnr. PFEVEX3916.0
Serienr.
GEBRUIKSAANWIJZING
VRAGEN?
Als fabrikant zijn wij gesteld
op uw volledige tevredenheid.
Mocht u nog vragen hebben,
mochten sommige onderde-
len ontbreken of beschadigd
zijn neem dan contact op met
de winkel waar u dit produkt
hebt gekocht.
2
INHOUD
BELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .3
VOORDAT U BEGINT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .4
MONTAGE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .5
HOE DE FIETS TE GEBRUIKEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .9
ONDERHOUD EN OPLOSSEN VAN PROBLEMEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .15
RICHTLIJNEN VOOR DE CONDITIE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .16
LIJST MET ONDERDELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .18
GEDETAILLEERDE TEKENING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .19
HET BESTELLEN VAN ONDERDELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Laatste Pagina
PROFORM is een merk van ICON IP
, Inc.
3
1. Lees, voordat u de fiets gebruikt, alle instruc-
ties in deze handleiding en alle waarschuwin-
gen op de fiets.
2. Gebruik de fiets alleen zoals in deze handlei-
ding beschreven wordt.
3. De eigenaar moet zich te ervan vergewissen
dat allen die gebruik maken van de fiets vol-
doende op de hoogte zijn van alle voorzorgs-
maatregelen.
4. Deze fiets is alleen voor huiselijk gebruik
bedoeld. Gebruik de fiets niet commercieel of
voor verhuur
.
5. Gebruik de fiets uitsluitend binnenshuis en
uit de buurt van vocht en stof. Plaats de fiets
op een vlakke ondergrond met een matje
onder de fiets om uw vloer (bedekking) te
beschermen. Zorg ervoor dat er genoeg
ruimte rond de fiets is zodat u gemakkelijk
kunt opstappen en afstappen en om de fiets
te kunnen gebruiken.
6. Inspecteer regelmatig alle onderdelen van de
elliptische trainer en draai ze dan goed vast.
Vervang versleten onderdelen meteen.
7. Houdt te allen tijde kinderen jonger dan 12
en huisdieren bij de fiets vandaan.
8.
Draag geschikte kleding wanneer u de fiets
gebruikt. Draag nooit losse kleding die in de
fiets bekneld kunnen raken. Draag altijd
sportschoenen.
9. De fiets kan alleen door mensen die minder
dan 113 kg wegen worden gebruikt.
10. De polssensor is geen medisch instrument.
Verschillende factoren kunnen de nauwk-
eurigheid van de metingen beïnvloeden. De
polssensor is alleen als hulpmiddel bedoeld
voor algemene hartslag meting.
11. Houdt tijdens het gebruik van de fiets uw rug
recht. Krom uw rug niet.
12. Stop meteen en begin geleidelijk af te koelen
wanneer u pijn voelt of duizelig wordt.
13. De hieronder weergegeven sticker bevindt
zich op uw fiets. Let erop dat de tekst op de
sticker in het Engels is. Zoek naar de sticker
in het Nederlands en plak hem over de
Engelse sticker. Als er een sticker ontbreekt,
of niet leesbaar is, neem dan contact op met
de winkel waar u dit apparaat hebt gekocht
en vraag kosteloos om een nieuwe sticker.
Plak de sticker op de aangegeven plaats.
WAARSCHUWING:Raadpleeg uw huisarts voordat u met dit of enig ander oefen
-
programma begint. Dit is bijzonder belangrijk voor mensen ouder dan 35 of mensen met gezond-
heidsproblemen. Lees alle instructies voor gebruik door. ICON is niet aansprakelijk voor persoonlijk
letsel of schade door het gebruik van dit product.
BELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN
WAARSCHUWING:
L
ees de volgende belangrijke voorzorgsmaatregelen door
voordat u de fiets gaat gebruiken om persoonlijk letsel te voorkomen.
233841
4
Fijn dat U voor de nieuwe PROFORM
®
755 EKG fiets
hebt gekozen. Fietsen is een van de meest doel-
treffende oefeningen om uw cardiovasculaire conditie
t
e verbeteren, uw weerstand te verhogen, en uw
l
ichaam een goede houding te geven. De PROFORM
755 EKG biedt een reeks indrukwekkende elementen
die in belangrijke mate bijdragen aan het uitvoeren
van een gezonde oefening binnen de sfeer en privacy
van uw eigen huis.
Lees voor uw eigen welzijn deze handleiding zorg-
vuldig door voordat u de fiets gebruikt. Mocht u
nog vragen hebben, neem dan contact op met de win-
kel waar u dit produkt hebt gekocht. Om u beter van
dienst te kunnen zijn, zorg ervoor dat u het model- en
s
erienummer bij de hand hebt voordat u belt. Het
m
odelnummer van de fiets isPFEVEX3916.0. Het
serienummer bevindt zich op een sticker op de fiets
(zie kaft van deze handleiding).
Voordat uw verder gaat met lezen, bekijk a.u.b. de
volgende tekening aandachtig om bekend te raken
met de verschillende onderdelen.
Handgreep met de Polssensor
Bijstelhandvat
Zadel
Buis van de Zadel
Bijstelknop
Zijschild
Stelpoot
RECHTERKANT
VOORKANT
ACHTERKANT
Pedaal met Beugel
Bedieningspaneel
Armhendel
Bijstelknop van de Zadel
W
iel
Houder voor de Waterfles*
VOORDAT U BEGINT
* Fles niet inbegrepen
5
P
laats de fiets op een open plek en verwijder de verpakking.
G
ooi de verpakking pas weg wanneer u de fiets
volledig gemonteerd heeft.
Naast de meegeleverde inbussleutel zult u ook een kruiskop schroevendraaier .
G
ebruik de tekeningen hieronder tijdens de montage van de fiets om de kleine onderdelen te herkennen. Het
getal tussen haakjes onder iedere tekening is het nummer van het onderdeel van de LIJST MET ONDERDELEN
op pagina 18. Het tweede getal geeft het aantal te monteren onderdelen aan. Opgelet: Sommige kleine onder-
delen zijn al gemonteerd om de verzending te vergemakkelijken. Wanneer u een onderdeel niet in de zak
met onderdelen kunt vinden, bekijk dan het apparaat om te zien of het al gemonteerd is.
M10 x 85mm Schroef met
Ronde Kop (23)–4
M10 x 50mm Schroef met
Ronde Kop (48)–3
M6 x 10mm
Schroef (46)–2
M4 x 19mm
Schroef (47)–2
M10 Veerring
(55)–3
M4 x 16mm
Schroef (54)–4
MONTAGE
1. Maak, terwijl de tweede persoon de voorkant van
het Onderstel (1) wat optilt, de Voorste Stabilisator
(2) aan het Onderstel vast met twee M10 x 85mm
Schroeven met Ronde Koppen (23).
23
1
2
1
6
2. Maak, terwijl de tweede persoon de achterkant van
het Onderstel (1) wat optilt, de Achterste Stabilisator
(
3) an het Onderstel vast met twee M10 x 85mm
Schroeven met Ronde Koppen (23).
.3. Terwijl een tweede persoon de Buis van de Armhendel
(6) bij het Onderstel (1) vasthoudt, verbind de
Bovenste Draadkoker (51) met de Onderste
Draadkoker (50). Trek de resterende stuk van de
Bovenste Draadkoker uit het bovenste uiteinde van de
Buis van de Armhendel en schuif de Buis van de
Armhendel op het Onderstel. Wees voorzichtig dat
de draadkokers niet beklemd raken.
Maak de Buis van de Armhendel (6) aan het
Onderstel (1) vast met drie M10 x 50mm Schroeven
met Ronde Kop (48) en drie M10 Veerringen (55);
draai eerst de twee Schroeven met Ronde Kop
aan de voorkant van de Buis van de Armhendel
vast en dan de derde Schroef met Ronde Kop.
1
23
3
3
55
55
55
48
48
1
51
Zorg ervoor dat
de draadkokers
in deze stap niet
bekneld raken.
50
6
2
4
6
18
47
4. Maak de Houder voor de Waterfles (18) aan de Buis
van de Armhendel (6) vast met twee M4 x 19mm
Schroeven (47).
7
7. Terwijl een tweede persoon het Bedieningspaneel
(9) bij de
Armhendel (7) vasthoudt, maak de draad
-
koker van het bedieningspaneel aan de Bovenste
Draadkoker (51) vast. Steek de resterende draad in
de Buis van de
Armhendel (6).
Maak het Bedieningspaneel (9) aan de Armhendel
(7) vast met vier M4 x 16mm Schroeven (54).
W
ees
voorzichtig dat de draadkokers niet beklemd
raken.
7
9
7
7
54
22
10
6
6
6. Maak de Armhendel (7) aan de Buis van de
Armhendel (6) vast met de Houder van de
Armhendel (22) en het Bijstelhandvat (10).
Opmerking: het bijstelhandvat werkt als een moer-
sleutel. Draai het Bijstelhandvat met de klok mee,
trek het uit de Armhendel, draai het tegen de klok
in, druk het terug naar de Armhendel en draai het
dan weer met de klok mee. Herhaal deze handeling
totdat de Armhendel vastzit.
6
51
Draadkoker van het
Bedieningspaneel
5. Voor het Bedieningspaneel (9) heeft u vier “D” bat-
terijen nodig; alkaline-batterijen zijn aan te raden.
D
ruk op het lipje van het batterijdeksel en verwijder
het deksel. Steek dan vier batterijen in de batterijla-
de. Zorg ervoor dat de batterijen volgens de
tekening aan de binnenkant van de batterijlade
worden geplaatst.
Maak de batterijlade weer dicht.
5
Deksel van de
Batterijdoos
Batterijen
9
Zorg ervoor dat de
draadkokers in deze
stap niet bekneld
raken.
8
9. Maak een M6 x 10mm Schroef (46) aan de Buis
van het Zadel (11) vast. Schuif de Drager van het
Zadel (19) dan op de Buis van het Zadel. Stel de
Drager van het Zadel dan in de juiste positie en
draai de Bijstelknop (31) vast op de Drager van het
Zadel.
Bekijk de inzettekening. Maak een andere M6 x
10mm Schroef (46) aan de Buis van het Zadel (11)
vast.
8. Draai de Bijstelknop van de Zadel (20) drie of vier
k
eer tegen de klok in om de knop los te draaien. Trek
dan de Bijstelknop van de Zitting naar buiten en
s
teek de Buis van het Zadel (11) in het Onderstel (1).
Schuif de Buis van het Zadel naar boven of naar
beneden in de gewenste positie en laat de
Bijstelknop van de Zitting los. Beweeg de Buis van
h
et Zadel naar boven of naar beneden om te con-
t
roleren of de Bijstelknop van de Zitting in een
van de bijstelgaten van de Buis van het Zadel
vastzit. Draai vervolgens de Bijstelknop van de Buis
met de klok mee vast.
1
1
20
1
46
19
11
46
11
31
9
8
10. Neem het Linker Pedaal (24), aangegeven door een
“L” sticker. Draai met gebruik van een engelse sleu-
tel het Linker Pedaal tegen
de klok
in goed vast in de
Linker Crankarm (15). Draai het Rechter Pedaal (niet
getoond)
met de klok
mee in de Rechter Crankarm
(niet getoond). Belangrijk: Draai beide Pedalen zo
goed mogelijk vast. Draai de Pedalen nadat u de
fiets een week lang heeft gebruikt nogmaals goed
vast. Voor een optimaal gebruik moeten de
Pedalen goed vastgedraaid blijven.
Druk op het lipje aan de zijkant van het Linker
Pedaal (24) en stel de pedaalgesp in de gewenste
positie. Maak de andere pedaalgesp (niet
getoond) op dezelfde manier vast.
11. Zorg ervoor dat alle onderdelen van de fiets goed vastgedraaid worden. Aandacht: Het kan zijn dat
sommige onderdelen na montage overblijven. Plaats een matje onder de fiets om de vloer te bescher
-
men.
15
Beugel
Lipje
24
10
9
HOE DE FIETS GOED VLAK TE STELLEN
A
ls de fiets wat wiebelt tijdens het gebruik draai dan
één of beide pootjes onder de voorste stabilisator wat
bij totdat de fiets goed vlak staat.
HOE DE HOOGTE VAN DE ZITTING BIJ TE
STELLEN
Voor een effectieve oefening moet de zitting op de
juiste hoogte staan. Wanneer de pedalen in de laag-
ste stand staan moeten uw knieën tijdens het fietsen
wat gebogen zijn.
Om de zitting bij te
stellen, draai eerst
de bijstelknop tegen
de klok in los. Trek
dan aan de knop,
schuif de buis van
het zadel naar
boven of naar bene-
den in de gewenste
positie en laat de
knop los.
Beweeg
de Buis van het
Zadel naar boven
of naar beneden
om te controleren
of de Bijstelknop
van de Zitting in
een van de bijstelgaten van de Buis van het Zadel
vastzit. Draai dan de knop met de klok mee totdat de
Knop vastzit.
HOE DE POSITIE VAN DE ZITTING ZIJWAARTS
BIJ TE STELLEN
Om de positie van
de zitting zijwaarts
bij te stellen, draai
de bijstelknop van
de zitting eerst los.
Beweeg de zitting
naar voren of naar
achteren in de
gewenste positie en
draai de bijstelknop
van zitting opnieuw
vast.
HOE DE PEDAAL GESPEN BIJ TE STELLEN
O
m de pedaalges-
pen bij te stellen,
druk op de lipjes
aan de zijkant van
de pedalen en stel
de pedaalgespen
in de gewenste
positie.
HOE DE ARMHENDEL BIJ TE STELLEN
Om de armhendel
bij te stellen, draai
eerst het aangege-
ven bijstelhandvat
los tegen de klok in.
Opmerking: het bij-
stelhandvat werkt
als een moersleutel.
Draai het handvat
tegen de klok in,
trek het weg van de
armhendel, draai het
met de klok mee, druk het opnieuw tegen de armhen-
del en draai het opnieuw tegen de klok in. Herhaal
deze beweging totdat de armhendel los is. Verplaats
de armhendel naar boven of naar onderen in de
gewenste positie en draai het handvat dan opnieuw
vast.
Lipje
Zadel
Bijstelknop
van de
Zadel
Buis van
het Zadel
Zadel
Bijstelknop
Buis van
het Zadel
Bijstelhandvat
Beugel
HOE DE FIETS TE GEBRUIKEN
10
PFEVEX3916
EBPE3916
WAARSCHUWINGEN
De sticker op het bedieningspaneel is in het Engels.
Het meegeleverde blad met stickers bevat dezelfde
informatie in verschillende talen. Zoek naar de sticker
met Nederlandse opschrift. Plak de sticker op het
bedieningspaneel.
FUNCTIES VAN HET BEDIENINGSPANEEL
Het moderne bedieningspaneel is voorzien van ver-
schillende functies om doeltreffend en plezierig te
oefenen.
De weerstand van de pedalen kan, wanneer de hand
-
matige instelling gekozen wordt, door een druk op een
toets veranderd worden. Het bedieningspaneel zal tij-
dens uw oefening continu informatie weergeven. U
kunt zelfs uw hartslag meten door gebruik te maken
van de ingebouwde handgreep met polssensor of door
middel van de optionele borstkas-sensor.
Opgelet: Zie
pagina 15 voor meer informatie over de optionele
borstkas-sensor.
Het bedieningspaneel heeft ook acht intelligente pro-
gramma’s die de weerstand van de pedalen automa-
tisch bijstellen en u uw loopritme doen verhogen of
verlagen voor een doeltreffende trainingssessie.
Het bedieningspaneel biedt tevens twee programma’s
speciaal voor de hartslag die de weerstand van de
pedalen verandert en aangeeft wanneer u uw tempo
moet verhogen of verlagen om uw hartslag tijdens de
oefening zo dicht mogelijk bij de ten doel gestelde
hartslag te houden.
Om de handmatige instelling van het bediening-
spaneel te gebruiken,
zie bladzijde 1
1. Zie pagina 12
om een Smart programma te gebruiken. Om een
hartslagprogramma te gebruiken, zie bladzijde 13.
BEDIENINGSPANEELDIAGRAM
11
Opmerking: Als er een doorzichtig plastic laagje
op het bedieningspaneel ligt, dan moet u dat ver-
wijderen.
Begin te trappen om het bedieningspaneel
aan te zetten.
Kort nadat u begint te lopen, zal de display
oplichten.
De handmatige instelling kiezen.
Telkens als u het
bedieningspaneel
aanzet, zal de
handmatige
modus worden
geactiveerd. Als u
een programma
hebt gekozen, ga naar de handmatige modus
door herhaaldelijk op de Intelligente Programma-
toets [SMART PROGRAMS] of de
Hartslagprogramma-toets [HEART RATE PRO-
GRAMS] te drukken totdat de woord
MANUAL
(handmatige) in de linker onderhoek van de dis-
play verschijnt.
Verander de weerstand als u dat wilt.
Tijdens uw oefe-
ning kunt u de
weerstand van de
pedalen wijzigen
door op de staps-
gewijze weer-
standstoetsen te drukken. Opmerking: Als u de
stapsgewijze weerstandstoetsen hebt ingedrukt,
zal het een tijdje duren voordat de gewenste
weerstand wordt ingeschakeld.
V
olg uw vorderingen op de display.
In de linker bovenhoek van de display
wordt
de verlopen tijd [TIME] getoond. Opmerking: Als
u een programma kiest, dan zal de resterende
tijd van het programma in plaats van de verlopen
tijd op de display verschijnen.
In de linker onderhoek van de display wordt de
gefietste afstand [DISTANCE] in mijl of kilometer
getoond.
In de rechter bovenhoek van de display wordt
het aantal verbrande calorieën [CALORIES] bij
benadering weergegeven. In de rechter boven-
hoek van de display wordt ook uw hartslag weer-
gegeven als u de handsensoren gebruikt of door
middel van de optionele borstkas-sensor.
In de rechter onderhoek van de display wordt
het fietstempo in mijl [MPH] of kilometer per uur
[KMH] getoond.
In het midden van de display wordt de weer-
stand [RESISTANCE] van de pedalen enkele
seconden weergegeven telkens als de weerstand
wijzigt.
U kunt bepaalde informatie ook in een groter for-
maat zien. Druk herhaaldelijk op de Display-toets
[DISPLAY] om de informatie over tijd en afstand,
tijd en calorieverbruik of tijd en snelheid te zien.
Druk opnieuw op de Display-toets om alle informa
-
tie te zien.
U kunt kiezen tussen drie soorten achtergrond-
verlichting. In de “On”-stand blijft de achtergrond
-
verlichting altijd aanstaan. Om de batterijen te
sparen, kunt u de “Auto”-stand kiezen. De achter-
grondverlichting zal dan slechts aangaan als u
begint te lopen. In de “Off”-stand blijft de achter-
grondverlichting uit. Om het type achtergrondver-
lichting te kiezen, houd de Intelligente
Programma-toets enkele seconden ingedrukt.
Druk dan op de omhoogtoets om de gewenste
achtergrondverlichting te kiezen. Druk dan
opnieuw op de Intelligente Programma-toets om
uw keuze op te slaan.
4
3
2
1
H
OE DE HANDMATIGE INSTELLING TE
GEBRUIKEN
12
Opgelet: Het bedieningspaneel kan de snelheid en
de afstand in mijlen of kilometers aangeven. De
l
etters [MPH] of [KM/H] zullen in het onderste
gedeelte van de grote display de gekozen eenheid
a
angeven. Om de meeteenheid te veranderen,
druk eerst enkele seconden op de Intelligente
Programma-toets. Het woord
ENGLISH
(engels) of
METRIC
(metriek) zal op de display verschijnen.
Druk dan op de omlaagtoets om de gewenste
meeteenheid te kiezen. Druk dan op de Intelligente
Programma-toets om uw keuze op te slaan.
Uw hartslag meten als u dat wilt.
U kunt uw hartslag met de handsensoren of met
de optionele borstkas-sensor meten (raadpleeg
pagina 15 voor meer informatie over de optionele
borstkas-sensor). Opmerking: Het kan zijn dat het
bedieningspaneel de juiste meting van de hart-
slag niet kan aangeven als u de optionele borst-
kast-sensor gebruikt en u zich vasthoudt aan de
handgrepen met polssensor.
Het kan zijn dat
er op de metalen
contactpunten
van de hand-
greep met pols-
sensor een plas-
tic vel zit. Om uw
hartslagfrequentie
te meten, houd de
handsensoren
vast met uw pal-
men tegen de metalen contactpunten. Zorg
ervoor dat uw handen niet bewegen en houd
de contactpunten niet te strak vast.
Als uw hartslag wordt gedetecteerd, zullen er
één, twee of drie streepjes verschijnen en dan
wordt uw hartslag [RATE] weergegeven. Voor een
correcte hartslagmeting, houd de contactpunten
ongeveer 15 seconden vast. Opmerking:
Als u de
handsensoren blijft vasthouden, dan zal uw hart
-
slag 30 seconden op de onderste display worden
weergegeven.
Als uw hartslag niet wordt weergegeven, zorg
ervoor dat u uw handen goed op de sensoren
hebt geplaatst zoals hierboven wordt aangege
-
ven. Beweeg uw handen niet of houd de metalen
contactpunten niet te strak vast. Voor de beste
werking, maak de metalen contactpunten schoon
met een zacht doek;
gebruik nooit alcohol,
schurende of chemische middelen om de con-
tactpunten schoon te maken.
Het bedieningspaneel zal automatisch uitgaan
wanneer u klaar bent met uw oefening.
Als de pedalen enkele seconden niet bewegen,
d
an zult u een pieptoon horen en het bediening-
spaneel zal blijven stilstaan. Als de pedalen enke-
le minuten niet bewegen, dan zal het bediening-
spaneel worden uitgeschakeld en de displays
worden gereset.
HOE EEN SMART PROGRAMMA TE GEBRUIKEN
Begin te trappen om het bedieningspaneel
aan te zetten.
Kort nadat u begint te lopen, zal de display
oplichten.
Selecteer een smart programma.
Om een van de
acht intelligente
programma’s te
selecteren, druk
herhaaldelijk op
de Intelligente
Programma-toets
totdat Programma
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 of 8 op de display verschijnt. De
programmatijd en een profiel van de weerstandin-
stellingen van het programma zullen op de dis-
play worden weergegeven.
Begin te trappen om het programma te star-
ten.
Elk programma is onderverdeeld in 20 of 30 seg-
menten van één minuut. Er wordt een weerstands-
niveau en een tempo geprogrammeerd voor elk
segment. Opmerking: hetzelfde weerstandsniveau
en/of tempo kan voor twee of meer opeenvolgende
segmenten worden geprogrammeerd.
T
ijdens het programma, zal het programmaprofiel
uw vorderingen tonen (zie de tekening hierboven)
Het flikkerende segment van het profiel stelt het
huidige segment van het programma voor
. De
hoogte van het flikkerende segment geeft de
weerstandsinstellingen voor het huidige segment
weer
. Op het einde van elk segment van het pro-
gramma, zult u een reeks pieptonen horen en het
volgende segment zal beginnen te flikkeren. Als
er andere weerstandsinstellingen voor het volgen-
de segment zijn geprogrammeerd, dan zullen de
nieuwe instellingen enkele seconden op de dis-
play verschijnen om u te waarschuwen. De weer-
stand van de pedalen zal dan veranderen.
3
2
1
6
5
Contactpunten
Profiel
13
Terwijl u oefent,
wordt u aangege-
v
en uw loopritme
zo dicht mogelijk
b
ij uw doelom-
wentelingen voor
het huidige seg-
ment te houden.
Als er een opwaarts pijltje op de display verschijnt,
moet u uw ritme verhogen. Als er een neerwaarts
pijltje verschijnt, dan moet u uw ritme vertragen.
Als er geen pijltjes op de display verschijnen, moet
u uw ritme aanhouden.
Belangrijk: De doel tempo instellingen zijn
alleen als motivatie bedoeld. Uw tempo kan
langzamer zijn dat de doel tempo instellingen.
Zorg ervoor dat u op een aangenaam tempo
oefent.
Als de weerstand voor het huidige segment te
hoog of te laag is, dan kunt u de instellingen
handmatig bijstellen door op de omhoog- of
omlaagtoetsen te drukken. Belangrijk: Als het
huidige segment van het programma voltooid
is, dan zal de weerstand van de pedalen auto-
matisch naar de instellingen van het volgende
segment worden gewijzigd.
Het programma zal zo doorgaan totdat het laatste
segment voltooid is. Om het programma te stop-
pen, moet u gewoon stoppen met lopen. U zult
een pieptoon horen en de tijd zal op de display
beginnen te flikkeren. Om het programma
opnieuw te starten, moet u gewoon opnieuw
beginnen te trappen.
Volg uw vorderingen op de display.
Zie stap 4 op pagina 1
1.
Uw hartslag meten als u dat wilt.
Zie stap 5 op pagina 12.
Het bedieningspaneel zal automatisch uitgaan
wanneer u klaar bent met uw oefening.
Zie stap 6 op pagina 12.
Begin te trappen om het bedieningspaneel
a
an te zetten.
E
nkele ogenblikken nadat u het bedieningspaneel
hebt aangezet, zal de display oplichten.
Kies een hartslagprogramma.
Om een van de twee hartslagprogramma’s te kie-
zen, druk één of twee keer op de
Hartslagprogrammatoets totdat het gewenste pro-
gramma geselecteerd is.
Toets een doelhartslagfrequentie in.
Als u een hartslag-
programma selec-
teert, dan zal de
maximale doel-
hartslag [MAX
HEART RATE] in
het midden van de
display verschij-
nen.
Druk op de omhoog- of omlaagtoetsen om
de maximale hartslagfrequentie bij te stellen, als
u dat wilt. Aandacht: Als u de maximale doelhart-
slag bijstelt, dan wordt het intensiteitsniveau van
het hele programma gewijzigd.
De programmatijd en een profiel van de doelhart-
slaginstellingen van het programma zullen op de
display worden weergegeven.
Houd de handsensoren vast of gebruik de
optionele borstkassensoren.
Om een hartslagprogramma te gebruiken, moet u
de handsensoren vasthouden of de optionele
borstkas-sensor gebruiken (raadpleeg pagina 15
voor meer informatie over de optionele borstkas-
sensor). Opmerking: Als u de handsensoren vast-
houdt en tegelijkertijd de borstkas-sensor
gebruikt, dan zal uw hartslag niet correct op het
bedieningspaneel worden getoond.
Als u de handsensoren gebruikt, moet u ze niet
voortdurend vasthouden tijdens het hartslagpro-
gramma. U moet de handsensoren geregeld vast-
houden om het programma correct te laten wer-
ken.
Telkens als u de handsensoren vast-
houdt, houd dan uw handen minstens 30
seconden op de contactpunten.
4
3
2
1
6
5
4
HOE EEN PROGRAMMA VOOR DE HARTSLAG
TE GEBRUIKEN
14
Begin te trappen om het programma te
starten.
Elk hartslagprogramma is onderverdeeld in 20 of
3
0 segmenten van één minuut. Er wordt een
doelhartslag geprogrammeerd voor elk segment.
Opmerking: U kunt dezelfde doelhartslag pro-
grammeren voor twee of meer opeenvolgende
segmenten.
De doelhartslag voor het eerste segment wordt in
het flikkerende segment van de display getoond.
De hoogte van het flikkerende segment geeft de
doelhartslag voor het huidige segment weer. Op
het einde van elk segment van het programma,
zult u een reeks pieptonen horen en het volgende
segment zal beginnen te flikkeren. Als een andere
doelhartslag voor het volgende segment is gepro-
grammeerd, dan zal de nieuwe doelhartslag
enkele seconden op de display verschijnen om u
te waarschuwen.
Tijdens uw oefensessie zal het bedieningspaneel
regelmatig uw hartslag met de doelhartslag voor
het huidige segment vergelijken. Als uw hartslag
te ver onder of boven de doelhartslag ligt, dan zal
de weerstand van de pedalen automatisch verho-
gen of verlagen om uw hartslag dichter bij uw
doelhartslag te brengen.
U zult ook een
waarschuwing krij-
gen om een vast
ritme aan te hou-
den. Als er een
opwaarts pijltje op
de display ver-
schijnt, moet u uw ritme verhogen. Als er een neer-
waarts pijltje op de display verschijnt, moet u uw
r
itme verlagen. Als er geen pijltjes op de display
verschijnen, moet u uw ritme aanhouden. Houdt uw
h
uidig tempo aan wanneer de middelste indicator
begint te flikkeren.
Belangrijk: Zorg ervoor dat u
op een aangenaam tempo oefent.
Opmerking: U kunt de weerstandinstellingen
handmatig bijstellen; als u de weerstand echter
bijstelt, dan zult u de doelhartslag waarschijnlijk
niet kunnen aanhouden. Als het bedieningspaneel
uw hartslag met de doelhartslag vergelijkt, dan
kan de weerstand van de pedalen automatisch
verhogen of verlagen om uw hartslag dichter bij
de doelhartslag te brengen.
Het programma zal zo doorgaan totdat het laatste
segment voltooid is. Om het programma te stop-
pen, moet u gewoon stoppen met lopen. U zult
een pieptoon horen en de tijd zal op de display
beginnen te flikkeren. Om het programma
opnieuw te starten, moet u gewoon opnieuw
beginnen te trappen.
Volg uw vorderingen op de display.
Zie stap 4 op pagina 11.
Uw hartslag meten als u dat wilt.
Zie stap 5 op pagina 12.
Het bedieningspaneel zal automatisch uitgaan
wanneer u klaar bent met uw oefening.
Zie stap 6 op pagina 12.
8
7
6
5
15
OPTIONELE BORSTRIEM MET HARTSLAGSENSOR
D
oor het gebruik van de optionele borstkas-sensor
krijt u uw handen en een constante weergave van uw
h
artslag tijdens het oefenen.
O
m de optionele borst-
kast-sensor te kopen, neem dan contact op met de
winkel waar u dit apparaat heeft gekocht.
Controleer regelmatig alle onderdelen van de fiets en
draai ze goed vast. De fiets kan met een zachte,
vochtige doek worden schoongemaakt. Om schade
aan het bedieningspaneel te vermijden, breng geen
vloeistoffen in contact met het bedieningspaneel en
houd het bedieningspaneel uit de zon.
HOE DE PEDALEN VAST TE ZETTEN
Voor een optimaal gebruik moeten de pedalen goed
vastgedraaid blijven.
PROBLEMEN OPLOSSEN VAN HET BEDIENING-
SPANEEL
Als het bedieningspaneel niet meer goed oplicht moe-
ten de batterijen vervangen worden. Zie montage stap
5 op pagina 7. Als het bedieningspaneel uw hartslag
niet toont, wanneer u de handsensoren gebruikt,
raadpleeg stap 5 op pagina 12
HOE DE FIETS GOED VLAK TE STELLEN
Als de fiets niet vlak
op de grond staat,
draai aan één of
beide stelvoeten tot
-
dat de fiets vlak
staat.
HOE DE SNELHEIDSENSOR BIJ TE STELLEN
Wanneer het bedie-
ningspaneel gege-
vens niet goed aan-
geeft moet u de snel-
heidssensor bijstellen.
Gebruik een platte
schroevendraaier om
de Linker Kap van het
Zijschild (14) los te
maken. Draai de lin-
ker Pedaalbeschermring (8) en verwijder de ring van
het Linker Zijschild (4).
Zoek vervol-
gens naar de
Snelheidssen-
sor (57). Draai
aan de Linker
Crankarm (15)
totdat de
Magneet (58)
op gelijke
hoogte komt
met de
Snelheid
Sensor. Draai
de aangege-
ven M4 x
16mm Schroef (54) los maar verwijder deze niet.
Schuif de Snelheidssensor wat dichter naar of verder
van de Magneet. Maak de Schroef weer vast. Draai
even aan de Linker Crankarm. Herhaal deze procedu
-
re totdat het bedieningspaneel weer goede informatie
aangeeft. Als de snelheidsensor is bijgesteld, maak
de Linker Pedaalbeschermring (8) en de Linker Kap
van het Zijschild (14) opnieuw vast.
Stelpoten
ONDERHOUD EN OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
57
54
58
4
14
8
15
16
De volgende richtlijnen zullen u helpen bij het plannen
van uw oefenprogramma. Vergeet niet dat een goede
voeding en voldoende rust essentieel zijn voor optima-
le resultaten.
INTENSITEIT VAN UW OEFENING
Als uw doel is vet te verbranden of uw cardiovasculair
systeem te verbeteren dan is de juiste oefen intensiteit
het middel om de gewenste resultaten te bereiken. U
kunt de juiste intensiteit bepalen door uw hartslag als
leidraad te gebruiken. De diagram hieronder geeft de
aanbevolen hartslag aan voor vet verbranding en voor
een cadiovasculaire (aerobic) oefening.
Zoek om uw juiste hartslag te vinden eerst naar uw
leeftijd aan de onderkant van de kaart (leeftijd per 10
jaar afgerond). Vindt vervolgens de drie cijfers boven
uw leeftijd. De drie cijfers geven uw "training zone"
aan. Het laagste getal is de aanbevolen hartslag om
vet te verbranden. Het middelste getal is de aanbevo-
len hartslag voor maximaal vet verbruik, en het hoog-
ste getal is aanbevolen voor een aerobic oefening.
Vetverbranding
Om effectief vet te verbranden moet U gedurende lan-
gere tijd op een relatieve lage intensiteit oefenen.
Tijdens de eerste minuten van uw oefening gebruikt
uw lichaam makkelijk bereikbare
koolhydraten
. Pas na
de eerste paar minuten begint uw lichaam
vet
als
e
nergie te verbruiken. Stel, als uw doel is vet verbran-
den, de intensiteit van uw oefening bij zodat uw hart-
slag tussen het laagste getal en het middelste getal
van uw training zone ligt.
Stel voor maximale vet verbranding, de intensiteit van
uw oefening bij totdat uw hartslag rond het middelste
getal van uw trainingszone ligt.
Aerobic Oefening
Uw oefening moet aerobic zijn als het uw doel is uw
cardiovasculair systeem te verbeteren. Een aerobic
oefening is een activiteit met een hogere zuurstof toe
-
voer voor een langere tijd. Deze activiteit vraagt een
grotere prestatie van uw hart om bloed naar uw spie-
ren te pompen. Het vereist ook een grotere prestatie
van uw longen om het bloed van zuurstof te voorzien.
Stel de intensiteit van uw oefening bij totdat uw hart-
slag rond het hoogste getal van uw trainingszone ligt
als u een aerobic oefening wilt uitvoeren.
RICHTLIJNEN VOOR UW OEFENING
Iedere oefening moet uit de volgende drie onderdelen
bestaan:
Opwarming—Begin iedere oefening met een
opwarmfase van 5 à 10 minuten door spieren te strek-
ken en wat lichte oefeningen te doen. Een juiste
opwarmoefening verhoogt uw lichaamstemperatuur,
uw hartslag en bevordert uw bloedsomloop als voor-
bereiding op uw oefening.
Oefening in uw trainingszone—Verhoog de intensi-
teit van uw oefening na het opwarmen zodat uw hart-
slag binnen uw trainingszone valt. Houdt dit 20 à 30
minuten vol. (Beperk tijdens de eerste paar weken van
uw oefenprogramma uw oefening tot 20 minuten.)
Afkoeling—Beëindig uw oefening weer met 5 à 10
minuten strekoefeningen. Dit zal de soepelheid van
uw spieren bevorderen en problemen helpen voorko-
men na de oefening.
OEFENFREQUENTIE
Om uw conditie te consolideren of te verbeteren moet
u 3 keer per week oefenen met minstens één dag rust
tussen de oefendagen. Na een paar maanden kunt u
als u dat wilt 5 keer per week oefenen. Om succes te
hebben is het belangrijk om plezierig en regelmatig te
oefenen.
WAARSCHUWING:
Raadpleeg uw huisarts voor u met dit of enig
ander oefenprogramma begint. Dit is bijzon-
der belangrijk voor mensen ouder dan 35 of
mensen met gezondheidsproblemen. Lees
alle instructies door voor gebruik.
De polssensor is geen medisch instrument.
Verschillende factoren kunnen de nauwkeu-
righeid van de metingen beïnvloeden. De
polssensor is alleen als hulpmiddel bedoeld
voor algemene hartslagmeting.
RICHTLIJNEN VOOR DE CONDITIE
17
VOORGESTELDE STREKOEFENINGEN
D
e juiste houding voor de strekoefeningen is hier rechts getoond.
Strek U langzaam, vermijdt krachtige inspanning.
1. Tenen aanraken
Sta met uw knieën lichtjes gebogen en buig uw lichaam vanuit uw
heupen naar voren. Ontspan uw rug en schouders zo veel moge-
lijk en reik zover mogelijk naar uw tenen toe. Houdt deze houding
15 seconden vol en ontspan. Herhaal dit 3 keer. Spieren: knie-
pees, achterkant van knieen en rug.
2. Kniepees strekken
Zit met één been gestrekt. Trek uw andere voet naar U toe en leg
deze tegen de binnenkant van het gestrekte been. Reik zover
mogelijk naar uw tenen. Houdt deze houding 15 seconden vol en
ontspan. Herhaal dit 3 keer. Spieren: kniepees,onderrug en lies.
3. Kuit/achillespees strekken
Leun met het ene been voor het andere, naar voren en plaats uw
handen tegen de muur. Houdt uw achterste been gestrekt en uw
achterste voet plat op de grond. Buig uw voorste been, leun naar
voren en duw uw heupen naar de muur toe. Houdt deze houding
15 seconden vol en ontspan. Herhaal dit 3 keer voor ieder been.
Om uw achillespees verder te strekken, buig ook uw achterste
been. Spieren: kuiten, achillespees en enkels.
4. Dijspier strekken
Pak met één hand tegen de muur voor evenwicht, uw voet met uw
andere hand vast. Breng uw voet zo ver mogelijk tegen uw zitvalk
aan. Houdt deze houding 15 seconden vol en ontspan. Herhaal dit
3 keer voor ieder been. Spieren: dijspier en heupspieren.
5. Binnendij strekken
Zit met de voetzolen tegen elkaar en knieën naar buiten gebogen.
Haal uw voeten zover mogelijk naar uw lies toe. Herhaal dit 3
keer. Spieren: dijspier en heupspieren.
1
2
3
4
5
18
1 1 Onderstel
2 1 Voorste Stabilisator
3
1 Achterste Stabilisator
4 1 Linker Zijschild
5 1 Rechter Zijschild
6 1 Buis van de Armhendel
7 1 Armhendel
8 2 Pedaalbeschermring
9 1 Bedieningspaneel
10 1 Bijstelhandvat
11 1 Buis van het Zadel
12 1 Zadel
13 1 Borgring
14 2 Kap van het Zijschild
15 1 Linker Crankarm
16 1 Rechter Crankarm
17 2 Wiel
18 1 Houder voor de Waterfles
19 1 Drager van het Zadel
20 1 Bijstelknop van de Zadel
21 2 Crankpakking
22 1 Houder van de Armhendel
23 4 M10 x 85mm Schroef met Ronde
Kop
24 1 Linker Pedaal/-Beugel
25 1 Rechter Pedaal/-Beugel
26 2 Crankbeschermingskap
27 1 Crankarm
28 1 Riem
29 2 Stelpoot
30 2 Kap van het Handvat
31 1 Bijstelknop
32 1 Borgring van de Crank
3
3 4 M6 Nylon Klemmoer
34 1 Katrol
35 2 Wielkap
36 1 M4 x 5mm Schroef
37 4 M6 Tussenring
38 1 Tussenring voor de Crank
39 1 Vliegwiel
40 4 M6 Veerring
41 1 Weerstandsmotor
42 2 Kapje aan de Stabilisator
43 2 M8 Nylon Borgmoer
44 4 M8 Veerring
45 2 5/16" x 1" Schroef met Rand
46 2 M6 x 10mm Schroef
47 2 M4 x 19mm Schroef
48 3 M10 x 50mm Schroef met Ronde
Kop
49 4 M8 Nylon Klemmoer
50 1 Onderste Draadkoker
51 1 Bovenste Draadkoker
52 4 M6 x 16mm Schroef
53 4 M6 Nylon Klemmoer
54 17 M4 x 16mm Schroef
55 3 M10 Veerring
56 1 Klem
57 1 Snelheidssensor/-draad
58 1 Magneet
# 1 Gebruiksaanwijzing
# 2 Inbussleutel
N
r. Aantal Beschrijving Nr. Aantal Beschrijving
Opgelet: # betekent onderdeel niet getoond. Specificaties kunnen zonder opgave van redenen gewijzigd zijn.
Kijk op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing voor informatie over te bestellen onderdelen.
LIJST MET ONDERDELEN—Modelnr. PFEVEX3916.0 R1106A
17
18
6
9
1
7
5
4
8
14
15
24
42
42
41
3
29
29
39
34
11
13
19
12
31
20
8
14
16
25
2
52
38
21
53
46
54
54
54
47
55
48
55
48
23
54
54
45
26
54
54
23
32
21
43
36
49
44
44
54
45
26
54
25
24
27
28
55
50
51
17
43
35
35
33
52
37
37
40
40
10
22
30
54
54
54
56
57
58
19
GEDETAILLEERDE TEKENING—Modelnr. PFEVEX3916.0 R1106A
Onderdeel Nr. 246397 R1106A In China gedrukt © 2006 ICON IP, Inc.
HET BESTELLEN VAN ONDERDELEN
O
m vervang onderdelen voor uw loopband te bestellen, neem dan a.u.b. contact op met de winkel waar u dit
apparaat hebt gekocht.
het MODELNUMMER van het produkt (PFEVEX3916.0)
de NAAM van het produkt (PROFORM 755 EKG fiets)
het SERIENUMMER van het produkt (zie de kaft van de handleiding)
het NUMMER VAN HET ONDERDEEL en de BESCHRIJVING van het onderdeel op pagina 18.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20

ProForm 455 Ekg Bike de handleiding

Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor