NordicTrack Gx 3.0 Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

Sticker met
serienummer
(beneden onderstel)
Modelnr. NTEVEX73910.1
Serienr.
Noteer het serienummer hierboven
voor verdere raadpleging.
GEBRUIKSAANWIJZING
www.iconeurope.com
VRAGEN?
Als u nog vragen hebt of er zijn
onderdelen die ontbreken of
beschadigd zijn, neem dan contact
op met de winkel waar u dit product
hebt gekocht.
Bezoek onze website:
www.iconsupport.eu
OPGELET
Lees voor gebruik van dit appa-
raat alle instructies en
voorzorgsmaatregelen in deze
handleiding. Bewaar deze hand-
leiding voor verdere raadpleging.
2
DE STICKER MET WAARSCHUWING
De hier getoonde sticker(s) met waarschuwing is/zijn op de
aangegeven plaats(en) geplakt. Bel, wanneer een sticker
ontbreekt of niet leesbaar is, het nummer op de omslag
van deze handleiding en vraag om een vervangende sti-
cker. Plak de sticker op de aangegeven plaats.
Opmerking: de sticker(s) worden niet op ware grootte weer-
gegeven.
INHOUD
DE STICKER MET WAARSCHUWING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .2
BELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .3
VOORDAT U BEGINT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .4
MONTAGE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .5
H
OE DE FIETS TE GEBRUIKEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .12
ONDERHOUD EN OPPLOSSEN VAN PROBLEMEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .22
RICHTLIJNEN VOOR HET OEFENEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .24
LIJST MET ONDERDELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .26
GEDETAILLEERDE TEKENING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .27
HET BESTELLEN VAN ONDERDELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Laatste pagina
RECYCLING INFORMATIE . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Laatste pagina
NORDICTRACK is een merk van ICON IP, Inc.
3
WAARSCHUWING: o
m het risico op ernstig letsel te verminderen, dient u alle
belangrijke voorzorgsmaatregelen en instructies in deze handleiding en alle waarschuwingen over
uw trainingfiets te lezen voordat u uw trainingfiets gaat gebruiken. ICON draagt geen verantwo-
ordelijkheid voor persoonlijk letsel of schade aan eigendommen die zijn ontstaat door of vanwege
gebruik van dit product.
1. Raadpleeg uw huisarts voordat u met dit of
enig ander oefenprogramma begint. Dit is
bijzonder belangrijk voor mensen ouder dan
35 of mensen met gezondheidsproblemen.
2. Gebruik de trainingfiets alleen zoals in deze
handleiding beschreven wordt.
3. De eigenaar moet zich te ervan vergewissen
dat allen die gebruik maken van de training-
fiets voldoende op de hoogte zijn van alle
voorzorgsmaatregelen.
4. Deze trainingfiets is alleen voor huiselijk
gebruik bedoeld. Gebruik de trainingfiets
niet commercieel of voor verhuur.
5. Gebruik de trainingfiets uitsluitend binnen-
shuis en uit de buurt van vocht en stof.
Plaats de trainingfiets op een vlakke onder-
grond met een matje onder de trainingfiets
om uw vloer(bedekking) te beschermen.
Zorg ervoor dat er rondom de oefentraining-
fiets minstens 0,6 m ruimte is.
6. Inspecteer regelmatig alle onderdelen van de
trainingfiets en draai ze dan goed vast.
Vervang versleten onderdelen meteen.
7. Houdt te allen tijde kinderen jonger dan 12
en huisdieren bij de trainingfiets vandaan.
8. De oefenfiets kan alleen door mensen die
minder dan 130 kg wegen worden gebruikt.
9. Draag geschikte kleding wanneer u de train-
ingfiets gebruikt. Draag nooit losse kleding
die in de trainingfiets bekneld kunnen raken.
Draag altijd sportschoenen.
10. De polssensor is geen medisch instrument.
Verschillende factoren kunnen de
nauwkeurigheid van de metingen beïnvloe-
den. De polssensor is alleen als hulpmiddel
bedoeld voor algemene hartslag meting.
11. Houdt tijdens het gebruik van de trainingfi-
ets uw rug recht. Krom uw rug niet.
12. Te veel oefenen kan tot blessures of zelf de
dood leiden. Als u zich duizelig voelt of pijn
voelt, stop dan meteen met het oefenen en
begin met een afkoeling.
BELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN
4
D
ank u dat u hebt gekozen voor de revolutionaire
NORDICTRACK
®
GX 3.0 trainingsfiets. Fietsen is een
effectieve oefening voor het verbeteren van hart en
vaten, het opbouwen van uithoudingsvermogen en het
v
ormgeven aan het gehele lichaam. De GX 3.0 train-
ingsfiets biedt een reeks aan indrukwekkende functies
die zijn ontwikkeld om uw oefeningen thuis effectiever
en leuker te maken.
Lees, voor uw welzijn, deze handleiding
zorgvuldig door voor gebruik van de trainingsfiets.
R
aadpleeg de omslag van deze handleiding als u nog
vragen hebt. Noteer het productnummer en het
serienummer voordat u met ons contact opneemt. De
plaats waar u de stickers met het productnummer en
h
et serienummer kunt vinden wordt op de omslag van
de handleiding aangegeven.
Bekijk eerst aandachtig de tekening hieronder en de
verschillende onderdelen, voordat u verder leest.
Handgreep met Polssensor
Zitting
Buis van de Zitting
Bijstelknop van de Zitting
Stelpoot
Afstelknop
Wiel
Pedaal/Riem
Bedieningspaneel
Armhendels
Bijstelknop
Armhendels Bijstelknop
VOORDAT U BEGINT
Lengte: 102 cm
Breedt: 53 cm
Gewicht: 43 kg
5
M4 x 16mm
Schroef (90)–8
M4 x 5mm
Schroef (91)–1
M10 x 95mm
Hechtschroef (76)–4
M8 x 20mm Nylon
Hechtschroef
(74)–4
M8 Gespleten
Tussenring (75)–8
M8 Tussenring
(43)–2
M8 Slotmoer
(72)–4
M6 x 60mm Boutset (51)–1
M6 x 70mm Boutset (50)–1
MONTAGE
Montage moet door twee personen worden uitgevoerd. Plaats alle onderdelen van de trainingsfiets op een
o
pen plek en verwijder het verpakkingsmateriaal. Gooi het verpakkingsmateriaal niet weg tot u volledig klaar
bent met de montage.
Voor de montage heeft u de meegeleverde inbussleutel(s) en uw eigen Phillips schroeven-
d
raaier , stelsteultel , en een rubber hamer .
Gebruik de tekening hieronder om de kleine onderdelen te onderscheiden bij het monteren van de trainingsfiets.
Het nummer tussen haakjes onder elke tekening is het hoofdnummer van het onderdeel van de LIJST MET
ONDERDELEN achterin deze handleiding. Het getal tussen de haakjes is de hoeveelheid die nodig is voor de
montage. Opmerking: als een onderdeel zich niet in de hardwareset bevindt, controleert u of deze al
vooraf is gemonteerd.
6
1.
Maak de Achterste Stabilisator (3) vast aan het
Onderstel (1) met twee M10 x 95mm
Hechtschroeven (76).
2. Maak de Voorste Stabilisator (2) vast aan het
Onderstel (1) met twee M10 x 95mm
Hechtschroeven (76).
1
2
Lees eerst om het monteren te verge-
m
akkelijken de informatie op pagina 5.
3
2
76
76
1
1
7
3
4
6
Bijstelgaten
1
23
24
75
72
26
91
6
27
3. Draai de Bijstelknop (27) in het Onderstel (1)
een paar slagen los.
O
riënteer de Buis van de Zitting (6) zoals
getoond. Trek dan aan de Bijstelknop (27) en
s
teek de Buis van de Zitting in het Onderstel (1).
Schuif de Buis van de Zitting (6) naar boven of
laat deze zaken tot de gewenste hoogte, en
deblokkeer de Bijstelknop (27).
Verplaats de Buis van de Zitting (6) wat naar
boven of laat deze wat zaken om er zeker
van te zijn dat de Bijstelknop (27) goed in
een van de bijstelgaten in de Buis van de
Zitting zit. Draai de Bijstelknop dan vast.
4. Oriënteer het Zitting (23) en de Drager van de
Zitting (24) zoals getoond.
Maak het Zitting (23) en de Drager van de
Zitting (24) vast met vier M8 Slotmoeren (72) en
vier M8 Gespleten Tussenringen (75).
Schuif de Drager van het Zitting (24) op de Buis
van het Zitting (6). Schuif dan de Drager van de
Zitting helemaal naar voren en draai de
Bijstelknop van de Zitting aan (26).
Maak een M4 x 5mm Schroef (91) vast aan de
achterkant van de Buis van de Zitting (6).
8
5. Smeer een beetje meegeleverd vet op een M6
x 70mm Boutset (50).
P
laats de Armhendel (5) en de Staander (4)
zoals getoond.
Steek een Verlengstuk van de Draad (59) naar
boven door de Armhendel (5), terwijl een
tweede persoon de Armhendel bij de Staander
(4) vasthoudt.
Tip: zorg ervoor dat het Verlengstuk van de
Draad (59) niet bekneld raakt. Maak de
Armhendel (5) vast aan de Staander (4) met de
M6 x 70mm Boutset (50) en twee M8
Tussenringen (43).
Maak vervolgens de M6 x 60mm Boutset (51)
vast door de onderste beugel op de Armhendel
(5).
5
59
5
43
43
50
51
51
50
4
Vet
Het Verlengstuk van
de Draad (59) niet
bekneld laten raken
6
90
90
6. Sluit de draden van het bedieningspaneel op
het Verlengstuk van de Draad aan (59), terwijl
een tweede persoon het Bedieningspaneel (13)
bij de Armhendel (5) de Draad van de
Hartslagsensor (61), en de Borstkassensor-
draad (94) vasthoudt.
Steek het draadoverschot naar beneden in de
Armhendel (5) of naar boven in het
Bedieningspaneel (13).
Tip: zorg ervoor dat de draden niet bekneld
raken. Maak het Bedieningspaneel (13) vast
aan de Armhendel (5) met vier M4 x 16mm
Schroeven (90).
Draden niet
beknellen
13
Draden van het
Bedieningspaneel
61
59
5
94
9
7
7. Plaats de Staander (4) en de Draaikap (12)
zoals getoond.
S
chuif de Draaikap (12) naar de Armhendel (5)
toe. Tip: buig de Zwenkaskap iets om het
o
ver de Handleuning te schuiven.
Maak de Draaikap (12) vast op de Armhendel
(5) met vier M4 x 16mm Schroeven (90).
Draai de Armhendel (5) totdat het gat in de
Armhendel op het bijstelgat in de Staander (4)
past.
Draai een Bijstelknop (27) in de Armhendel (5)
en in een bijstelgat in de Staander (4). Zorg
ervoor dat de Bijstelknop in een van de
bijstelgaten zit.
4
12
90
90
90
27
Gat
Bijstelgaten
5
10
8
9
75
75
74
74
58
59
8. Schuif de Kap van het Voorste Scherm (7) naar
de Staander (4) toe.
S
luit het Verlengstuk van de Draad (59) aan op
de Draadharnas (58), terwijl een tweede per-
s
oon de Staander (4) bij het Onderstel (1)
vasthoudt.
Schuif de Staander (4) op het Onderstel (1).
Tip: beknel de draden niet. Bevestig de
Staander (4) met vier M8 x 20mm Nylon
Hechtschroeven (74) en vier M8 Gespleten
Tussenringen (75).
Schuif de Kap van het Voorste Scherm (7) naar
onder op het Onderstel (1) en druk erop.
4
7
1
Draden niet
beknellen
9. Zoek naar het Rechter Pedaal (21),
aangegeven met een “R” (L of Left geeft links
aan; R of Right geeft rechts aan).
Draai het Rechter Pedaal (21), met gebruik van
een verstelbare moersleutel, met de klok mee
goed vast in de Rechter Crankarm (19),
Draai het Linker Pedaal (niet getoond) met de
klok mee in de Linker Crankarm (niet getoond).
BELANGRIJK: draai beide pedalen zo goed
mogelijk vast. Draai de pedalen nog eens
vast nadat u de fiets een week gebruikt
heeft. Houd de pedalen stevig aangedraaid
voor de beste prestaties.
Stel de riem van het Rechter Pedaal (21) zoals
gewenst bij, druk het eind van de riem op de
rand van het Rechter Pedaal. Stel de riem van
het Rechter Pedaal op dezelfde manier bij
(niet getoond).
19
Riem
Tab
21
11
10
11. Zorg ervoor dat alle onderdelen van de fiets goed vastgedraaid worden. Opmerking: het kan zijn dat
sommige onderdelen na montage overblijven. Plaats een matje onder de fiets om de vloer te bescher-
men.
10. Steek de AC Stroomadapter (66) in de
Aansluiting die zich in de Onderstel (1)
B
evindtk de AC Stroomadapter (66) indien
nodig in de Plugadapter (67).
Om de AC Stroomadapter (66) in een stopcon-
tact te gebruiken, kijkt u bij DE AC
STROOMADAPTER INSTEKEN op pagina 12.
67
66
1
12
DE AC STROOMADAPTER INSTEKEN
BELANGRIJK: laat, wanneer de trainingfiets aan
koude temperaturen blootgesteld is geweest, tot
kamertemperatuur komen voordat u de AC
stroomadapter inschakelt. Als u dit niet doet kunt
u het bedieningspaneel of andere elektronische
componenten beschadigen.
Steek de AC
stroomadapter in
de aansluiting die
zich op het onder-
stel van de
trainingfiets
bevindt. Daarna
steekt u de AC
stroomadapter in
de Plugadapter.
Steek dan de
plugadapter in het
juiste stopcontact
dat goed is geïn-
stalleerd volgens de lokale codes en verordeningen.
Opmerking: het bedieningspaneel kan worden
bestuurd met vier “D” batterijen (niet meegeleverd); wij
bevelen alkalinebatterijen aan. Verwijder de schroeven
en het deksel van de batterij, plaats de batterijen in
het batterijcompartiment en plaats het deksel van de
batterij weer terug. Richt de batterijen zoals wordt
aangegeven met de markeringen aan de binnen-
kant van het batterijcompartiment.
HOE DE HOOGTE VAN DE ZITTING BIJ TE STEL-
LEN
Voor een effectieve oefening moet de zitting op de
juiste hoogte staan. Wanneer de pedalen in de laagste
stand staan moeten uw knieën tijdens het fietsen wat
gebogen zijn.
Om het onderstel
van de zitting bij
te stellen, moet u
eerst de bijstel-
knop van het
onderstel met
een paar slagen
losdraaien. Trek
dan de knop naar
buiten, schuif de
buis van de zit-
ting naar boven
of naar beneden
in de gewenste
positie en laat de
knop los.
Beweeg de buis
van de zitting naar boven of naar beneden om te
controleren of de bijstelknop van de zitting in een
van de bijstelgaten van de buis van de zitting vast-
zit. Draai de knop vast.
HOE DE POSITIE VAN DE ZITTING ZIJWAARTS BIJ
TE STELLEN
Om de positie
van de zitting zij-
waarts bij te
stellen, draai de
bijstelknop van de
zitting eerst met
een paar slagen
los. Beweeg de
zitting naar voren
of naar achteren
in de gewenste
positie en draai
de bijstelknop van
zitting opnieuw
vast.
HOE DE FIETS TE GEBRUIKEN
AC Stroomadapter
Plug-
adapter
Deksel van de
Batterijdoos
Batterijen
Batterijen
Schroeven
Bedienings-
paneel
Zitting
Knop
Gaten
Buis van
de Zitting
Zitting
Knop van
de Zitting
Buis van
de Zitting
13
HOE DE PEDAALGESPEN BIJ TE STELLEN
Strek de gespen
o
mhoog om de
pedaalgespen los
t
e maken. Om de
pedaalgespen
vast te maken,
stelt u ze in de
gewenste positie
en drukt u de
uiteinden van de
gespen op de lip-
jes in de pedalen.
DE HOEK VAN DE HANDLEUNING BIJ TE
STELLEN
Om de hoek van
de handleuning
bij te stellen,
moet u eerst de
bijstelknop met
een paar slagen
losdraaien. Trek
de knop vervol-
gens naar buiten,
draai de handle-
uning naar de
gewenste hoek
en laat de knop
los in een afstel-
gat. Zorg ervoor
dat de bijstel-
knop goed vastzit in de afstelgaten. Draai de knop
vast.
HOE DE TRAININGFIETS GOED VLAK TE
STELLEN
I
ndien de training-
fiets enigszins
s
chommelt op de
vloer tijdens
gebruik, dient u
één of beide
niveauknoppen
onder de achter-
stabilisator te
draaien en de
niveaupoten af te
stellen de speling
weg is.
Lipje
Gesp
Handle-
uning
Niveau-
knoppen
Gaten
Bijstelknop
14
Weerstandknop
BEDIENINGSPANEELDIAGRAM
FUNCTIES VAN HET BEDIENINGSPANEEL
Het moderne bedieningspaneel is voorzien van verschil-
lende functies om doeltreffender en met meer plezierig
te kunnen oefenen.
U kunt, wanneer de handmatige instelling van het bedi-
eningspaneel wordt gekozen, de weerstand van de
pedalen met een draai aan de knop veranderen. Het
bedieningspaneel zal tijdens uw oefening continu infor-
matie weergeven. U kunt zelfs uw hartslag meten door
gebruik te maken van de ingebouwde handgreep met
polssensor of door middel van de optionele borstkas-
polssensor.
Het bedieningspaneel biedt 12 voorafingestelde oefenin-
gen–zes oefeningen om af te slanken en zes
oefeningen om te presteren. Elke oefening wijzigt
automatisch de weerstand van de pedalen en vraagt u
om de pedaalsnelheid te variëren terwijl deze u
begeleidt tijdens een effectieve oefening.
Tevens biedt het bedieningspaneel ook nog twee
oefeningen voor de hartslag. Oefeningen die de weer-
stand van de pedalen veranderen en u vraagt om de
trapsnelheid stipt te variëren om uw hartslag bij uw na te
streven hartslag te houden.
Het bedieningspaneel biedt ook nog drie watts oefenin-
gen die de weerstand van de pedalen veranderen en u
vraagt om de pedaalsnelheid stipt te variëren om uw
krachtsinspanning bij uw na te streven inspanning te
houden.
Het bedieningspaneel biedt ook het nieuwe iFit interac-
tieve oefensysteem waarbij het bedieningspaneel iFit
kaarten accepteert met trainingsoefeningen die
ontwikkeld zijn om u te helpen specifieke fitnessdoelen
te bereiken. Bijvoorbeeld, ongewenste kils te verliezen
met de 8-weken Weight Loss (afslanken) oefening. iFit
regelt automatisch de loopband terwijl de stem van een
persoonlijke trainer u door iedere stap van uw oefening
leidt. iFit kaarten zijn apart verkrijgbaar. Om iFit kaarten
te kopen gaat u naar www.iFit.com of belt u het tele-
foonnummer, dat vermeld staat op de voorkant van
deze handleiding. iFit kaarten zijn ook in speciaalza-
ken verkrijgbaar.
U kunt ook naar uw favoriete oefen-muziek of
audioboeken luisteren op het extra stereo geluidssys-
teem van het bedieningspaneel.
Raadpleeg pagina 15 om hoe het apparaat aan te
zetten. Zie pagina 15 om de handmatige instelling te
gebruiken. Zie pagina 17 om een voorangesteld
oefening te gebruiken. Zie pagina 18 om een oefen-
ing voor de hartslag te gebruiken. Zie pagina 19 om
een watts oefening te gebruiken. Zie pagina 20 om
een iFit oefening te gebruiken. Zie pagina 21 om het
stereo geluidssysteem te gebruiken. Zie pagina 21
om de instellingen van het bedieningspaneel te
veranderen.
Opmerking: als er een doorzichtig plastic velletje op het
bedieningspaneel zit, moet u dat verwijderen.
15
HOE HET APPARAAT AAN TE ZETTEN
BELANGRIJK: laat de loopband tot kamertemper-
atuur komen, wanneer de loopband aan koude
temperaturen bloodgestelt is geweest, voordat u
d
e elektriciteit inschakelt. Als u dit niet doet kunt u
het bedieningspaneel of andere elektrische
onderdelen beschadigen.
Steek de stroomadapter in (DE AC STROOM-
ADAPTER INSTEKEN op pagina 12). De displays
zullen, wanneer de stroomadapter is ingestoken, gaan
oplichten en het bedieningspaneel kan dan gebruikt
worden.
Opmerking: het bedieningspaneel kan de snelheid of
in kilometers of in mijlen weergeven. Om te ontdekken
welke meeteenheid is geselecteerd, of om van mee-
teenheid te veranderen zie HOE DE INSTELLINGEN
VAN HET BEDIENINGSPANEEL TE VERANDEREN
op pagina 21.
HOE DE HANDMATIGE INSTELLING TE
GEBRUIKEN
1. Begin met trappen of druk op een van de knop-
pen van het bedieningspaneel om deze in te
schakelen.
Zie HOE HET APPARAAT AAN TE ZETTEN hier-
boven.
2. De handmatige instelling kiezen.
Telkens als u het bedieningspaneel aanzet, zal de
handmatige instelling worden geactiveerd.
Als u een
oefening hebt
gekozen, druk
dan meerdere
keren op een
van de
Oefentoetsen
[WORKOUTS]
om de hand-
matige instelling opnieuw te kiezen totdat nullen
op de display verschijnen.
3. Begin te trappen en verander de weerstand als
u dat wilt.
Als u fietst, kunt u de weerstand van de pedalen
wijzigen door de weerstandknop te draaien.
Om de weerstand te verhogen, draait u de weer-
standknop naar rechts, om de weerstand te
verlagen draait u de weerstandknop naar links.
Opmerking: het zal even duren wanneer u de
stapsgewijze weerstandstoetsen hebt ingedrukt
voordat de gewenste weerstand wordt
ingeschakeld.
4. Volg uw vorderingen op de display.
Het bedieningspaneel biedt verschillende display
instellingen. De door u gekozen display instelling
zal bepalen welke oefeninformatie weergeven
wordt. Druk meerdere keren op de Display toets
[DISPLAY] om de gewenste display instelling te
kiezen.
De displays geven de volgende informatie aan:
Tijd [TIME]
De display zal,
wanneer de
handmatige
instelling
gekozen
wordt, de ver-
lopen tijd
aangegeven.
Indien u een oefening kiest, zal het display de
resterende tijd in de oefening weergeven in plaats
van de verlopen tijd.
Snelheid [SPEED]—Deze display geeft uw trap-
snelheid aan, in kilometers per uur [KM/H] of in
mijlen per uur [MPH].
Afstand [DISTANCE]—Deze display geeft de gefi-
etste afstand aan in kilometers of in mijlen.
Caloriëen [CALORIES]—Deze display geeft bij
benadering het aantal verbruikte calorieen aan.
Watts [WT.]—Deze display geeft bij benadering
uw krachtinspanning aan in watts.
16
Hartslag [PULSE]—Deze display geeft uw hart-
slag aan wanneer u de handgreep met polssensor
of de meegeleverde borstkas-polssensor (zie stap
5
hieronder) gebruikt.
W
eerstand—Deze display geeft iedere keer dat
het weerstandsniveau verandert een paar secon-
den lang de weerstand van de pedalen aan.
Profiel—Deze display zal, wanneer een oefening
gekozen wordt, een profiel van de weerstandsin-
stellingen van de oefening aangeven.
Pas het volume van het bedieningspaneel aan
door op de Volume toetsname- en afnametoetsen
[VOLUME] te drukken.
5. Uw hartslag meten als u dat wilt.
U kunt uw hartslag meten door de handgreep met
polssensor of de optionele borstkas-polssensor te
gebruiken (raadpleeg pagina 21 voor information
over de optionele borstkas-polssensor.
Opmerking: het bedieningspaneel zal, wanneer u
tegelijkertijd de handgreep met polssensor
vasthoudt en de borstkas-polssensor draagt, de
hartslag niet goed weergeven.
Het kan zijn dat
er op de metalen
contactpunten
van de hand-
greep met
polssensor een
plastic vel zit.
Haal deze van de
handvaten af.
Zorg er tevens
voor dat u
schone handen
hebt. Om uw hartslag te meten, houd de handsen-
soren vast met uw palmen tegen de metalen
contactpunten. Uw handpalmen moeten op de
metalen contactpunten rusten.
Uw hartslag zal, wanneer deze gemeten kan wor-
den, in de display verschijnen. Voor een correcte
hartslagmeting, houd de contactpunten ongeveer
1
5 seconden lang vast.
A
ls uw hartslag niet wordt weergegeven, zorg
ervoor dat uw handen zich op de juiste plaats
bevinden zoals aangegeven. Zorg dat u uw han-
den niet te veel beweegt of dat u de metalen
contactpunten te hart knijpt. Voor de beste werk-
ing, maak de metalen contactpunten schoon met
een zacht doek; gebruik nooit alcohol,
schurende of chemische middelen om de con-
tactpunten schoon te maken.
6. Het bedieningspaneel zal automatisch uitgaan
wanneer u klaar bent met uw oefening.
U zult een pieptoon horen als de pedalen enkele
seconden niet bewegen en het bedieningspaneel
zal blijven stilstaan.
Het bedieningspaneel gaat uit als de pedalen
enkele minuten niet bewegen en de displays wor-
den gereset.
Contacts
17
H
OE EEN VOORAFINGESTELD OEFENING TE
GEBRUIKEN
1. Begin met trappen of druk op een van de knop-
pen van het bedieningspaneel om deze in te
schakelen.
Zie HOE HET APPARAAT AAN TE ZETTEN op
pagina 15.
2. Kies een voorafingestelde oefening.
Druk, om een voorafïngestelde oefening te kiezen,
eerst op de afslanken Oefening [WEIGHT LOSS
WORKOUTS] of op prestatie Oefening [PERFOR-
MANCE WORKOUTS] toets.
Draai vervolgens aan de weerstandknop totdat het
nummer van de gewenste oefening in de display
verschijnt.
Druk dan de
Enter toets
[ENTER] om
de oefening te
kiezen. De
oefeningentijd
en een profiel
van de weer-
standsin-
stellingen van de oefening verschijnen ook in de
display.
3. Begin te trappen om het oefenprogramma te
starten.
Iedere oefening is verdeeld in segmenten van 1-
minuut. Een weerstand en tempo instelling zijn
voor iedere periode geprogrammeerd. Opmerking:
u kunt dezelfde weerstand- en/of hetzelfde na te
streven temponiveau programmeren voor verschil-
lende segmenten.
Het profiel van uw programma geeft uw vordering
aan (zie tekening hierboven). Het flikkerende seg-
ment van het profiel stelt het huidige segment van
het programma voor. De hoogte van het flikkerend
segment geeft de weerstand van het huidige seg-
ment aan.
Wanneer het eerste segment van de oefening
eindigt, dan zal de weerstand en de na te streven
snelheid een paar seconden lang op de display
verschijnen om u waakzaam te houden. Het profiel
van het volgende segment zal opflikkeren, en de
de weerstand van de pedalen zullen automatisch
worden bijgesteld.
T
erwijl u oefent, wordt u
aangegeven uw tempo
z
o dicht mogelijk bij het
na te streven snelheid
voor het huidige seg-
ment te houden. U moet
u
w snelheid verhogen wanneer een pijl naar
boven wijst of wanneer het woord FASTER
(sneller) in de display verschijnt. U moet uw snel-
heid verlagen wanneer een pijl naar beneden wijst
of wanneer het woord SLOWER (langzamer) in de
display verschijnt. Houdt dezelfde snelheid aan
wanneer er geen pijl of wanneer de woorden ON
TARGET (op peil) in de display verschijnen.
BELANGRIJK: de na te streven snelheid is
alleen als motivatie bedoeld. Uw werkelijke
snelheid kan lager zijn dan de na te streven
snelheid. Zorg ervoor dat u op een aangenaam
tempo oefent.
Wanneer het weerstandsniveau voor het huidige
segment te hoog of te laag ligt kunt u de instelling
handmatig veranderen door de weerstandknop te
draaien. BELANGRIJK: als het huidige segment
van het programma voltooid is, dan zal de
weerstand van de pedalen automatisch naar de
instellingen van het volgende segment worden
gewijzigd.
De oefening gaat zo verder tot het laatste segment
is uitgevoerd. Om op elk mogelijk ogenblik met de
oefening te stoppen, stopt u met trappen. U zult
een pieptoon horen en de tijd zal op de display
beginnen te flikkeren. Om verder te gaan met de
oefening, dient u eenvoudigweg weg verder te
gaan met trappen.
4. Volg uw vorderingen op de display.
Zie stap 4 op paginas 15–16.
5. Uw hartslag meten als u dat wilt.
Zie stap 5 op pagina 16.
6. Het bedieningspaneel zal automatisch uitgaan
wanneer u klaar bent met uw oefening.
Zie stap 6 op pagina 16.
HOE EEN PROGRAMMA VOOR DE HARTSLAG TE
G
EBRUIKEN
1. Begin met trappen of druk op een van de knop-
pen van het bedieningspaneel om deze in te
s
chakelen.
Zie HOE HET APPARAAT AAN TE ZETTEN op
p
agina 15.
2. Kies een oefening voor de hartslag.
Druk eerst, om een oefening voor de hartslag te
kiezen, op toets voor de oefeningen voor de
Hartslag [HEART RATE WORKOUTS].
Draai vervolgens aan de weerstandknop totdat het
nummer van de gewenste oefening in de display
verschijnt. Druk dan de Enter toets [ENTER] om de
oefening te kiezen.
3. Toets een na te streven hartslag in.
De oefentijd
en de woor-
den ENTER
TARGET (na
te streven
hartslag invo-
eren) zullen
een paar sec-
onden nadat u
een na te streven hartslag hebt gekozen op de dis-
play verschijnen.
Een ander na te streven hartslag wordt geprogram-
meerd voor elk segment van de oefening voor de
hartslag. Draai de weerstandsknop om de gewenste
maximum hartslag voor de oefening in te voeren
(zie INTENSITEIT VAN OEFENINGEN op pagina
24). Druk dan de Enter toets.
4. Houd de handgreep met polssensor of de
optionele borstkas-polssensor vast.
U moet voor een oefening voor de hartslag, de
meegeleverde borstkas-polssensor gebruiken of de
handgreep met polssensor vasthouden (zie pagina
21). Opmerking: het bedieningspaneel zal, wan-
neer u zich vasthoudt aan de handgreep met
polssensor en de borstkas-polssensor tegelijkertijd
draagt, uw hartslag niet goed weergeven.
Als u de handsensoren gebruikt, moet u ze niet
voortdurend vasthouden tijdens het programma voor
de hartslag. U moet de handsensoren geregeld
vasthouden om het programma correct te laten
werken. Telkens als u de handsensoren
vasthoudt, houd dan uw handen minstens 15
seconden op de contactpunten.
5. Begin te trappen om het oefenprogramma te
starten.
Elke oefening voor de hartslag is verdeeld in seg-
m
enten van 1-minuut. Er wordt een na te streven
hartslag geprogrammeerd voor elk segment.
Opmerking: dezelfde na te streven hartslag kan wor-
den geprogrammeerd voor opeenvolgende
s
egmenten.
Het bedieningspaneel zal tijdens de oefening uw
hartslag vergelijken met de na te streven hartslag
van het huidige segment van de oefening. Als uw
hartslag te ver onder of boven van de na te streven
hartslag ligt, dan zal de weerstand van de pedalen
automatisch verhogen of verlagen om uw hartslag
dichter bij uw na te streven hartslag te brengen. Elke
keer als de weerstand wijzigt, zal het weerstand-
niveau gedurende enkele seconden in de display
verschijnen om u waakzaam te houden.
Tijdens de oefening
wordt u verteld om met
een gelijkmatige snelheid
te trappen. U moet uw
snelheid verhogen wan-
neer een pijl naar boven
wijst of wanneer het woord FASTER (sneller) in de
display verschijnt. U moet uw snelheid verlagen
wanneer een pijl naar beneden wijst of wanneer het
woord SLOWER (langzamer) in de display verschi-
jnt. Houdt dezelfde snelheid aan wanneer er geen
pijl of wanneer de woorden ON TARGET (op peil) in
de display verschijnen.
BELANGRIJK: zorg ervoor dat u op een aange-
naam tempo oefent. U kunt wanneer de weerstand
van het huidige segment te hoog of te laag ligt
handmatig veranderen door de weerstandknop te
draaien. Het kan echter zijn dat wanneer u de weer-
stand verandert u niet uw na te streven hartslag kunt
behouden.
Als het bedieningspaneel uw hartslag met de na te
streven hartslag vergelijkt, dan kan de weerstand
van de pedalen automatisch verhogen of verlagen
om uw hartslag dichter bij de na te streven hartslag
te brengen.
De oefening gaat zo verder tot het laatste segment
is uitgevoerd. Om op elk mogelijk ogenblik met de
oefening te stoppen, stopt u met trappen. U zult een
pieptoon horen en de tijd zal op de display beginnen
te flikkeren. Om verder te gaan met de oefening,
dient u eenvoudigweg weg verder te gaan met trap-
pen.
6. Volg uw vorderingen op de display.
Zie stap 4 op paginas 15–16.
7. Het bedieningspaneel zal automatisch uitgaan
wanneer u klaar bent met uw oefening.
Zie stap 6 op pagina 16.
18
19
H
OE EEN WATTS OEFENING UIT TE GEBRUIKEN
1. Begin met trappen of druk op een van de knop-
pen van het bedieningspaneel om deze in te
s
chakelen.
Zie HOE HET APPARAAT TE ZETTEN op pagina
15.
2. Kies een watts oefening.
Druk, om een watts oefening te kiezen, eerst op
de oefeningen [WATTS WORKOUTS] toets. Draai
vervolgens aan de totdat het nummer van de
gewenste oefening in de display verschijnt. Druk
dan de Enter toets [ENTER] om de oefening te
kiezen.
De oefentijd
en de woor-
den ENTER
WATTS TAR-
GET (de na te
streven watts
invoeren)
zullen op de
display ver-
schijnen wanneer u watts oefening 1 kiest.
De oefentijd
en een profiel
van de weer-
standsinstel-
lingen van de
oefening
zullen de dis-
play verschi-
jnen wanneer
u watts oefening 2 of 3 kiest.
3. Voer een na te streven watts instelling in wan-
neer u watts oefening 1 kiest.
Tijdens watts oefening 1 wordt dezelfde na te
streven watts instelling voor alle segmenten van
de oefening geprogrammeerd. Draai aan de weer-
standsknop om de gewenste na te streven watts
instelling in te voeren.
4
. Begin de oefening door te gaan trappen.
Watts oefening 1 is verdeeld in 40 segmenten
van 1-minuut. Het bedieningspaneel zal tijdens de
o
efening uw watts inspanning met de na te
streven watts instelling die u hebt ingevoerd
vergelijken.
A
ls uw watts inspanning teveel onder of boven de
na te streven instelling ligt zal de weerstand van
de trappers automatisch toe- of afnemen om uw
watts inspanning dichter bij de na te streven watts
instelling te brengen. Telkens wanneer de weer-
stand verandert, zal het weerstandsniveau enkele
momenten in de display verschijnen om u te
waarschuwen..
U kunt, wanneer de na te streven wattsinstelling te
hoog of te laag is, de instelling handmatig veran-
deren door de weerstandsknop te draaien.
Watts oefening 2 of 3 is verdeeld in 40 seg-
menten van 1 minuut. Een weerstandsniveau en
een na te streven watt niveau worden voor ieder
segment geprogrammeerd. Opmerking: hetzelfde
weerstandsniveau en/of het na te streven watts
niveau kunnen voor opeenvolgende segmenten
geprogrammeerd worden.
Het profiel van de oefening zal uw vordering
aangeven (zie tekening links). Het flikkerende seg-
ment van het profiel geeft het huidige segment van
de oefening aan. De hoogte van het flikkerend
segment geeft het weerstandsniveau van het
huidige segment aan.
Terwijl u oefent, wordt u
aangespoord uw tempo
zo dicht mogelijk bij een
na te streven snelheid
te houden. U moet uw
snelheid verhogen wan-
neer een pijl naar boven wijst of wanneer het
woord FASTER (sneller) in de display verschijnt. U
moet uw snelheid verlagen wanneer een pijl naar
beneden wijst of wanneer het woord SLOWER
(langzamer) in de display verschijnt. Houdt
dezelfde snelheid aan wanneer er geen pijl of
wanneer de woorden ON TARGET (op peil) in de
display verschijnen.
20
BELANGRIJK: de na te streven snelheid is
alleen als motivatie bedoeld. Uw werkelijke
snelheid kan lager liggen dan de na te streven
snelheid. Zorg ervoor dat u op een aangenaam
tempo oefent.
Wanneer het eerste segment eindigt dan zullen,
om u te waarschuwen, de weerstand en de na te
streven snelheid van het tweede segment een
paar seconden lang in de display verschijnen. Het
volgende segment zal beginnen te flikkeren en de
pedalen zullen automatisch op het weerstand-
sniveau van het volgende segment ingesteld
worden.
Wanneer het weerstandsniveau voor het huidige
segment te hoog of te laag ligt kunt u de instelling
handmatig veranderen door aan de weerstand-
knop te draaien. BELANGRIJK: als het huidige
segment van het programma voltooid is, dan
zal de weerstand van de pedalen automatisch
in de instellingen van het volgende segment
gewijzigd worden.
Stop, op welk moment dan ook met trappen, om
een oefening te beëindigen. U zult een pieptoon
horen en de tijd zal op de display beginnen te
flikkeren. Om verder te gaan met de oefening,
dient u eenvoudigweg weg verder te gaan met
trappen.
5. Volg uw vorderingen op de display.
Zie stap 4 op paginas 15–16.
6. Uw hartslag meten als u dat wilt.
Zie stap 5 op pagina 16.
7. Het bedieningspaneel zal automatisch uitgaan
wanneer u klaar bent met uw oefening.
Zie stap 6 op pagina 16.
HOE EEN IFIT OEFENING TE GEBRUIKEN
iFit kaarten zijn apart verkrijgbaar. Om Fit kaarten te
kopen gaat u naar www.iFit.com of belt u met het tele-
foonnummer dat vermeld staat op de voorkant van
deze handleiding. iFit kaarten zijn ook in speciaalza-
ken verkrijgbaar.
1. Begin met trappen of druk op een van de knop-
pen van het bedieningspaneel om deze in te
schakelen.
Zie HOE HET APPARAAT TE ZETTEN op
pagina 15.
2. Steek in een iFit kaart en kies een oefening.
Steek een iFit kaart in de gleuf om een iFit oefen-
ing uit te voeren; zorg ervoor dat de iFit kaart
zodanig geplaatst is dat de metalen contactpunten
naar beneden en naar de gleuf wijzen. Wanneer
de iFit kaart goed ingestoken is zal de indicator
naast de gleuf gaan oplichten en zal er tekst in de
display te zien zijn.
Vervolgens kiest u een iFit oefening door te
drukken op de iFit toename- en afnametoetsen
naast de gleuf.
Even nadat u een van de oefeningen hebt
gekozen zal de stem van een persoonlijke trainer
u tijdens uw oefening begeleiden.
iFit oefeningen functioneren net zoals de voorafin-
gestelde oefeningen. Zie stappen 3 tot en met 6
op pagina 17 om een oefening te doen.
3. Als u klaar bent met de oefening dient u de iFit
kaart uit het bedieningspaneel te trekken.
Haal de iFit kaart uit de gleuf wanneer u klaar bent
met oefenen. Bewaar de iFit kaart op een veilige
plaats.
.
iFit Gleuf
iFit Kaart
21
HOE DE INSTELLINGEN VAN HET BEDIENINGS-
PANEEL TE VERANDEREN
Het bedieningspaneel biedt een gebruikersinstelling
aan zodat u de meeteenheid en optie voor een achter-
grondverlichting voor het bedieningspaneel kunt
kiezen.
Druk om de gebruikersinstelling te kiezen een paar
seconden lang op de Display toets [DISPLAY] totdat
de informatie voor de gebruikersinstelling in de display
verschijnt.
Het bedieningspaneel kan
de trapsnelheid en afstand
in kilometers of in mijlen
aangeven. Het woord ENG-
LISH (Engels) voor Engelse
mijlen of het woord
METRIC (metriek) voor kilometers zal in de display
verschijnen. Druk meerdere keren op de Volume toe-
nametoets [VOLUME] om van eenheid te veranderen.
Druk op de Display toets om de instellingen van het
bedieningspaneel op te slaan en de gebruikersinstel-
ling te verlaten.
HOE HET STEREOGELUIDSYSTEEM TE GEBRUI-
KEN
Steek de audio/geluidssnoer in de aansluiting van het
bedieningspaneel en in de aansluiting van uw MP3-
speler of CD-speler om muziek of audioboeken te
kunnen afspelen tijdens het oefenen. Zorg ervoor dat
het audiosnoer goed is ingestoken.
Druk dan op de Afspelen [PLAY] toets van uw MP3-
speler of CD-speler. Pas het volume aan op uw MP-3
speler of CD-speler of druk op de Volume toetsen op
het bedieningspaneel.
DE OPTIONELE BORSTKAS-POLSSENSOR
De optionele borstkas-polssensor levert een handen-
vrije werking en controleert de hartslag tijdens het
oefenen. Voor aankoop van de optionele borstkas-
polssensor bel dan het telefoonnummer op de
omslag van deze handleiding.
22
B
ekijk de onderdelen van de fiets regelmatig en draai
ze goed vast. Vervang versleten onderdelen meteen.
Gebruik een zachte doek en een niet agressief schoon-
m
aakmiddel om de fiets schoon te maken.
BELANGRIJK: houd vloeistoffen weg bij het bedien-
ingspaneel. Houd het bedieningspaneel uit direct
zonlicht.
PROBLEMEN OPLOSSEN VAN HET BEDIEN-
INGSPANEEL
Als het bedieningspaneel uw hartslag niet toont, wan-
neer u de handgreep met polssensor gebruikt,
raadpleeg stap 5 op pagina 16.
HOE DE SNELHEIDSENSOR BIJ TE STELLEN
Wanneer het bedieningspaneel gegevens niet goed
aangeeft moet u de snelheidssensor bijstellen.
Verwijder het linkerpedaal, de linkerpedaalschijf en de
linkerschijfkap om de snelheidssensor af te stellen (zie
de instructies beneden).
Gebruik een stelsleutel en verwijder het linkerpedaal
door deze naar rechts te draaien.
Draai de Linker
Crankarm (20)
naar een verticale
positie met het
uiteinde van de
Linker Crankarm
naar beneden
gericht.
Gebruik een platte schroevendraaier en maak de lipjes
los aan elk punt van de linker Schijfkap (18). Plaats de
linker Schijfkap voorzichtig over de Linker Crankarm
(20) en verwijder de Linker Schijfkap.
D
raai de Linker
Crankarm (20)
naar een verticale
positie met het
u
iteinde van de
Linker Crankarm
naar omhoog
gericht.
Draai de linker Pedaalschijf (17) naar rechts om het los
te maken van het Linker Scherm (11). Beweeg de linker
Pedaalschijven dan naar boven en maak ze los van de
Linker Crankarm (20)
Vind de Snelheidssensor (57). Draai de twee M4 x
12,7mm Schroeven met Rand (63) los maar verwijder
deze niet.
Draai aan de Linker Crankarm (20) totdat de Magneet
(55) op gelijke hoogte komt met de Snelheidsensor
(57). Schuif de Snelheidssensor wat dichter naar of
verder van de Magneet. Maak dan de M4 x 12,7mm
Schroeven met Rand (63) weer vast.
Draai even aan de Linker Crankarm (20). Herhaal deze
procedure totdat het bedieningspaneel weer goede
informatie aangeeft.
Bevestig het linkerpedaal, de linkerpedaalschijf en de
linkerschijfkap weer als de snelheidssensor goed is
afgesteld.
ONDERHOUD EN OPPLOSSEN VAN PROBLEMEN
20
18
Lipjes
20
17
11
57
63
55
20
23
HOE DE DRIJFRIEM BIJ TE STELLEN
Het kan zijn dat de drijfriem moet worden bijgesteld
w
anneer u de pedalen voelt slippen zelfs wanneer de
weerstand in de hoogste stand staat.
Om de drijfriem af te s tellen moet u het
rechterpedaal, de buis van de zitting, de bovenste
deksel van het scherm, de achterste deksel van het
scherm, de voorste deksel van het scherm, de rechter
schijfkap, de rechter pedaalschijf en het rechter-
scherm verwijderen (zie de instructies beneden).
Draai met gebruik van een stelsleutel het Rechter
Pedaal (21) naar links en haal eraf.
Verwijder de Bijstelknop (27) en de Buis van de
Zitting (6).
Gebruik een platte schroevendraaier om de Kap van
het Bovenste Scherm (8) en de Kap van het Achterste
Scherm (9) te verwijderen. Gebruik dan een platte
schroevendraaier om de Kap van het Voorste Scherm
(7) los te maken.
Draai de Rechter Crankarm (19) naar een verticale
positie met het uiteinde van de Rechter Crankarm
naar beneden gericht. Opmerking: zie de tekening op
pagina 22 voor meer informatie.
Gebruik een platte schroevendraaier en maak de lip-
jes los aan elk punt van de rechter Schijfkap (18).
Plaats de rechter Schijfkap voorzichtig over de
Rechter Crankarm (19) en verwijder de Rechter
Schijfkap.
Draai de Rechter Crankarm (19) naar een verticale
positie met het uiteinde van de Rechter Crankarm
naar boven gericht.
Draai de rechter Pedaalschijf (17) naar rechts om het
l
os te maken van het Rechter Scherm (10).
Beweeg de rechter Pedaalschijven (17) dan naar
boven en maak ze los van de Rechter Crankarm (19)
Zie de GEDETAILLEERDE TEKENING op pagina 27
en verwijder de M4 x 19mm Schroeven (89) en de M4
x 25mm Schroeven (62) van de Rechter en Linker
Schermen (10, 11). Verwijder dan voorzichtig het
Rechterscherm.
Maak vervolgens de M6 x 20mm Hexagonale Schroef
los (85). Draai vervolgens de M10 x 65mm
Hexagonale Schroef (86) vast totdat de Drijfriem (54)
strak staat.
Als de Drijfriem (54) vastzit, draait u de M6 x 20mm
Hexagonale Schroef aan (85).
Maak dan het rechter scherm, de rechterpedaalschijf,
de rechterschijfkap moet u het rechterpedaal, de buis
van de zitting, de bovenste kap van het scherm, de
achterste kap van het scherm en de voorste kap van
het scherm weer vast.
10
18
17
27
21
19
7
9
8
6
85
86
54
24
Deze richtlijnen helpen u bij het plannen van uw oefe-
ningenprogramma. Voor meer gedetailleerde
oefeninginformatie, dient u een erkend boek te kopen
of uw arts te consulteren. Onthoud dat goede voeding
en voldoende rust essentieel zijn voor succesvolle
resultaten.
INTENSITEIT VAN OEFENINGEN
Of het nu uw doel is om vet te verbranden of om uw
hart en vaatsysteem te versterken, het uitvoeren van
oefeningen met de juiste intensiteit is de sleutel voor
het bereiken van resultaten. U kunt uw hartslag
gebruiken als gids voor het vinden van het juiste inten-
siteitniveau. De grafiek hieronder toont de aanbevolen
hartslagen voor het verbranden van vet en voor een
aerobic oefening.
Voor het vinden van het juiste intensiteitniveau, zoekt
u uw leeftijd onderaan de grafiek (leeftijden worden
afgerond naar het dichtstbijzijnde tiental). De drie
getallen boven uw leeftijd bepalen uw “trainingszone.”
Het laagste nummer is uw hartslag voor het verbran-
den van vet, het middelste nummer is uw hartslag
voor het maximaal verbranden van vet en het hoogste
nummer is de hartslag voor de aerobic-oefening.
Vet verbranden—Om op doeltreffende wijze vet te
v
erbranden, moet u gedurende een aanhoudende
periode oefeningen doen op een laag intensiteitni-
veau. Tijdens de eerste minuten van de oefening
gebruikt uw lichaam koolhydraatcalorieën voor de
e
nergie. Pas na de eerste minuten van de oefening
gebruikt uw lichaam opgeslagen vetcalorieën voor de
energie. Als het uw doel is om vet te verbranden dient
u de intensiteit van de oefening aan te passen tot uw
hartslag zich bij het laagste nummer in uw trainings-
zone bevindt. Voor maximale vetverbranding, dient u
te oefenen met uw hartslag in het middelste nummer
van uw trainingzone.
Aerobic-oefening—Als het uw doel is om uw hart en
vaatsysteem te versterken dan moet u een aerobic-
oefening uitvoeren die zorgt voor activiteit die grote
hoeveelheden zuurstof vereist gedurende langere
perioden. Voor een aerobic-oefening past u de intensi-
teit van uw oefening aan tot uw hartslag in de buurt is
van het hoogste nummer van uw trainingzone.
RICHTLIJNEN VOOR EEN TRAINING
Warming up—Start met strekken en lichte oefeningen
gedurende 5 tot 10 minuten. Een warming-up zorgt
dat u uw lichaamstemperatuur, hartslag en bloeddoor-
stroming verhoogt in voorbereiding op de training.
Trainingszone-oefening—Oefen gedurende 20 tot 30
minuten met uw hartslag in uw trainingszone.
(Gedurende de eerste weken van uw oefeningenpro-
gramma, dient u uw hartslag niet langer dan 20
minuten in uw trainingszone te houden.) Adem regel-
matig en diep bij het uitvoeren van de oefening houd
uw adem niet in.
Afkoelen—Eindig met 5 tot 10 minuten strekken.
Strekken verhoogt de flexibiliteit van de spieren en
helpt problemen na de oefening voorkomen.
FREQUENTIE VAN DE OEFENINGEN
Om uw conditie te behouden of te verbeteren, dient u
drie trainingen per week te doen, met ten minste één
rustdag tussen de trainingen. Na een aantal maanden
regelmatig oefeningen doen, kunt u desgewenst maxi-
maal vijf trainingen per week doen. Onthoud dat het
dagelijks regelmatig en met plezier doen van oefenin-
gen de sleutel tot uw succes is.
RICHTLIJNEN VOOR HET OEFENEN
WAARSCHUWING: voor-
dat u begint met dit of een ander
oefeningenprogramma, dient u een arts te
consulteren. Dit is vooral belangrijk voor per-
s
onen boven de 35 jaar of personen met
bestaande gezondheidsproblemen.
De polssensor is geen medisch apparaat.
Diverse factoren kunnen invloed hebben op
nauwkeurigheid van de hartslagwaarden. De
polssensor is alleen bedoeld als hulpmiddel
bij de oefening voor het bepalen van de hart-
slag over het algemeen.
25
OPMERKEN
26
1
1 Onderstel
21Voorste Stabilisator
31Achterste Stabilisator
41Staander
51Armhendel
6 1 Buis van de Zitting
71Kap van het Voorste Scherm
81Kap van het Bovenste Scherm
91Kap van het Achterste Scherm
10 1 Rechter Scherm
11 1 Linker Scherm
12 1 Draaikap
13 1 Bedieningspaneel
14 1 Rechter Kussen
15 1 Linker Kussen
16 1 Polssensor
17 2 Pedaalschijf
18 2 Schijfkap
19 1 Rechter Crankarm
20 1 Linker Crankarm
21 1 Rechter Pedaal/-Riem
22 1 Linker Pedaal/-Riem
23 1 Zitting
24 1 Drager van de Zitting
25 2 Kap van de Buis van de Zitting
26 1 Bijstelknop van de Zitting
27 2 Bijstelknop
28 1 Mouw van de Buis van de Zitting
29 2 Afstelknop
30 1 Beugel van de Zitting
31 2 Stelpoot
32 2 Kap van de Achterste Stabilisator
33 1 Kap van de Rechter Stabilisator
34 1 Kap van de Linker Stabilisator
35 2 Wiel
36 2 Voet
37 2 Kapje van de Armhendel
38 1 Katrol
39 1 Crankarm
40 2 Crankpakking
41 2 Grote Borgring
42 1 Vliegwiel
43 2 M8 Tussenring
44 1 Vliegwielas
45 1 Spanrol
46 1 Motorbeugel
47 1 Weerstandsmotor
48 1 Weerstandsschijf
49 1 Weerstandsarm
50 1 M6 x 70mm Boutset
5
1 1 M6 x 60mm Boutset
52 1 Weerstandbeugel
53 1 Houder van C-Magneet
54 1 Drijfriem
55 2 Magneet
56 1 Klem
57 1 Snelheidssensor/-Draad
58 1 Draadharnas
59 1 Verlengstuk van de Draad
60 2 Draadklem
61 1 Draad van de Hartslagsensor
62 2 M4 x 25mm Schroef
63 2 M4 x 12,7mm Sschroef met Rand
64 1 Geluidskabel
65 3 M8 x 17mm Schroef met Platte Kop
66 1 AC Stroomadapter
67 1 Plugadapter
68 2 Crankkap
69 2 Schakelhuls van de Staander
70 2 5/16" Schroef met Rand
71 4 M8 x 20mm Bout met Ronde Kop
72 8 M8 Slotmoer
73 2 M8 Klemmoer
74 4 M8 x 20mm Nylon Hechtschroef
75 12 M8 Gespleten Tussenring
76 4 M10 x 95mm Hechtschroef
77 1 M6 x 65mm Hexagonale Schroef
78 1 M6 Slotmoer
79 4 M4 x 12mm Flensschroef
80 2 M6 x 8mm Hexagonale Schroef
81 1 M5 Tussenring
82 1 M5 x 7mm Schroef
83 1 Spanrol Schroef
84 1 M6 Tussenring
85 1 M6 x 20mm Hexagonale Schroef
86 1 M10 x 65mm Hexagonale Schroef
87 1 M3,5 x 12mm Schroef
88 1 M4 x 12,7mm Schroef
89 14 M4 x 19mm Schroef
90 10 M4 x 16mm Schroef
91 2 M4 x 5mm Schroef
92 2 Schakelhuls van de Armhendel
93 6 M4 x 19mm Schroef met Platte Kop
94 1 Borstkassensorontvanger/Draad
95 1 Stroomdos/Draad
96 1 Kleine Borgring
97 2 Stelmoer
*–Montage-gereedschap
*–Gebruiksaanwijzing
Nr. Aant. Beschrijving Nr. Aant. Beschrijving
LIJST MET ONDERDELEN M
odelnr. NTEVEX73910.1 R0311A
Opmerking: deze technische gegevens kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Kijk op de
achterkant van deze gebruiksaanwijzing voor informatie over te bestellen onderdelen. *Deze onderdelen worden
niet getoond.
1
2
3
4
50
6
7
9
10
11
17
13
14
15
8
1
6
18
18
17
27
27
12
23
19
20
21
22
24
25
25
26
28
29
31
32
29
32
31
33
34
35
35
36
36
37
37
38
39
40
40
41
42
44
45
46
47
48
49
52
53
54
55
55
56
57
58
59
95
61
94
64
66
67
68
68
69
92
70
70
71
71
72
72
72
73
73
74
74
74
75
75
76
76
79
80
77
78
81
82
83
84
85
86
87
90
50
9
1
89
89
89
63
89
89
89
89
89
89
89
89
89
62
62
93
93
93
90
9
0
88
75
75
90
74
90
90
90
75
30
65
43
43
51
51
5
41
60
60
97
96
97
27
GEDETAILLEERDE TEKENING Modelnr. NTEVEX73910.1 R0311A
Onderdeel Nr. 312998 R0311A Gedrukt in China © 2011 ICON IP, Inc.
HET BESTELLEN VAN ONDERDELEN
Bekijk de omslag van deze handleiding voor het bestellen van vervangende onderdelen. Zorg ervoor dat u de vol-
gende informatie bij de hand hebt wanneer u contact met ons opneemt:
• het modelnummer en het serienummer van het apparaat (raadpleeg de omslag van deze handleiding)
• de naam van het apparaat (raadpleeg de omslag van deze handleiding)
• het nummer van het onderdeel en de beschrijving (zie LIJST MET ONDERDELEN en GEDETAILLEERDE
TEKENING aan het eind van deze handleiding)
RECYCLING INFORMATIE
Dit elektronische product mag niet bij het gemeentelijk afval worden
gegooid. Om het milieu te beschermen, moet dit product volgens de wet
worden gerecycleerd aan het einde van de levenscyclus.
Maak gebruik van installaties voor hergebruik die bevoegd zijn voor het verwer-
ken van dit soort afval in uw streek. Zo helpt u het milieu te beschermen en de
Europese normen voor milieubescherming te verbeteren. Als u meer informatie
nodig hebt over veilige en correcte afvalverwijdering, neem dan contact op met
uw plaatselijke gemeentedienst of de winkel waar u dit product hebt gekocht.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28

NordicTrack Gx 3.0 Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor