Scholtes B 40/CS BNV F Gebruikershandleiding

Type
Gebruikershandleiding
3434
3434
34
1.1.
1.1.
1.
Dit apparaat is ontworpen om door particulierenDit apparaat is ontworpen om door particulieren
Dit apparaat is ontworpen om door particulierenDit apparaat is ontworpen om door particulieren
Dit apparaat is ontworpen om door particulieren
gebruikt te worden, d.w.z. niet voor het gebruikgebruikt te worden, d.w.z. niet voor het gebruik
gebruikt te worden, d.w.z. niet voor het gebruikgebruikt te worden, d.w.z. niet voor het gebruik
gebruikt te worden, d.w.z. niet voor het gebruik
in bedrijfskeukens maar is daarentegen bestemdin bedrijfskeukens maar is daarentegen bestemd
in bedrijfskeukens maar is daarentegen bestemdin bedrijfskeukens maar is daarentegen bestemd
in bedrijfskeukens maar is daarentegen bestemd
voor huishoudelijk gebruik in normale woningen.voor huishoudelijk gebruik in normale woningen.
voor huishoudelijk gebruik in normale woningen.voor huishoudelijk gebruik in normale woningen.
voor huishoudelijk gebruik in normale woningen.
2.2.
2.2.
2.
De aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzingDe aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing
De aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzingDe aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing
De aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing
aandachtig doorlezen daar zij belangrijkeaandachtig doorlezen daar zij belangrijke
aandachtig doorlezen daar zij belangrijkeaandachtig doorlezen daar zij belangrijke
aandachtig doorlezen daar zij belangrijke
informatie bevatten met betrekking tot deinformatie bevatten met betrekking tot de
informatie bevatten met betrekking tot deinformatie bevatten met betrekking tot de
informatie bevatten met betrekking tot de
veiligheid tijdens de installatie, het gebruik enveiligheid tijdens de installatie, het gebruik en
veiligheid tijdens de installatie, het gebruik enveiligheid tijdens de installatie, het gebruik en
veiligheid tijdens de installatie, het gebruik en
het onderhoud. Deze gebruiksaanwijzinghet onderhoud. Deze gebruiksaanwijzing
het onderhoud. Deze gebruiksaanwijzinghet onderhoud. Deze gebruiksaanwijzing
het onderhoud. Deze gebruiksaanwijzing
zorgvuldig opbergen om later te kunnenzorgvuldig opbergen om later te kunnen
zorgvuldig opbergen om later te kunnenzorgvuldig opbergen om later te kunnen
zorgvuldig opbergen om later te kunnen
raadplegenraadplegen
raadplegenraadplegen
raadplegen
..
..
.
3. Na de verpakking te hebben verwijderd controleren of
het apparaat onbeschadigd is. In geval van twijfel het
apparaat niet in gebruik nemen maar contact opnemen
met de leverancier.
4. Alle handelingen met betrekking tot de installatie dienen
in overeenstemming met de geldende normen door een
erkend installateur te worden uitgevoerd. De hierop
betrekking hebbende instructies staan beschreven in
de aanwijzingen voor de installateur.
5. Controleer van tijd tot tijd of de gastoevoerleiding in
goede staat verkeert en laat de leiding door deskundige
vakmensen vervangen zodra de leiding afwijkingen
vertoont.
6. De aansluitkabel en de toevoerleiding van het gas van
dit apparaat mogen niet door de gebruiker zelf worden
vervangen. In geval van beschadiging mag de eventuele
vervanging ervan uitsluitend door een erkend installateur
of de Servicedienst worden uitgevoerd.
7. Voordat u het apparaat aansluit moet u controleren of
de gegevens die op het typeplaatje staan (dat aan de
onderkant van het apparaat aangebracht is en dat
afgebeeld is op de laatste pagina van deze
gebruiksaanwijzing) overeenstemmen met de gegevens
van het elektriciteits- en het gasnet.
8. Controleren of de capaciteit van de elektrische installatie
en de stopcontacten overeenstemmen met het maximum
vermogen van het apparaat zoals vermeld op het
plaatje. In geval van twijfel dient een erkend installateur
te worden geraadpleegd.
9. Als u het apparaat niet gebruik moet u altijd niet alleen
de bedieningsknoppen van de diverse branders uit
draaien maar moet u ook de hoofdkraan van de
gastoevoerleiding dichtdraaien.
10. De branders blijven na gebruik nog lang warm. Raak ze
niet aan.
Algemene aanwijzingenAlgemene aanwijzingen
Algemene aanwijzingenAlgemene aanwijzingen
Algemene aanwijzingen
Onze complimenten!Onze complimenten!
Onze complimenten!Onze complimenten!
Onze complimenten!
U heeft een huishoudelijk apparaat gekocht waarbij voor het vervaardigen ervan geavanceerde technologiëen gehanteerd
zijn en dat gemaakt is van kwaliteitsmateriaal.
Tijdens het gebruik van dit apparaat zult u merken dat u er steeds meer plezier van zult hebben.
DEZE GEBRUIKSAANWIJZING GELDT UITSLUITEND VOOR DIE LANDEN WAARVAN HET SYMBOOL IN HETDEZE GEBRUIKSAANWIJZING GELDT UITSLUITEND VOOR DIE LANDEN WAARVAN HET SYMBOOL IN HET
DEZE GEBRUIKSAANWIJZING GELDT UITSLUITEND VOOR DIE LANDEN WAARVAN HET SYMBOOL IN HETDEZE GEBRUIKSAANWIJZING GELDT UITSLUITEND VOOR DIE LANDEN WAARVAN HET SYMBOOL IN HET
DEZE GEBRUIKSAANWIJZING GELDT UITSLUITEND VOOR DIE LANDEN WAARVAN HET SYMBOOL IN HET
BOEKJE EN OP HET TYPEPLAATJE VAN HET APPARAAT STAAT.BOEKJE EN OP HET TYPEPLAATJE VAN HET APPARAAT STAAT.
BOEKJE EN OP HET TYPEPLAATJE VAN HET APPARAAT STAAT.BOEKJE EN OP HET TYPEPLAATJE VAN HET APPARAAT STAAT.
BOEKJE EN OP HET TYPEPLAATJE VAN HET APPARAAT STAAT.
11. Plaats geen wankele of vervomde pannen op de branders
om omvallen te vermijden. Zorg dat de handvaten naar
het midden vat het kookplaat gereicht zijn zodat men er
niet tegen kan stolen.
12. Gebruik geen ontvlambare vloeistoffen (alcohol, benzine,
enz.) in de buurt van het kookplaat als dit in gebruik is.
13. gebruik geen stoomapparaat voor het reinigen van de
oven
14.Het apparaat dient gebruikt te worden om voedsel te
bereiden. Het mag uitsluitend door volwassenen worden
gebruikt en alleen volgens de instructies die in deze
handleiding beschreven staan. Elk ander gebruik (bv.:
verwarming van ruimten) is als oneigenlijk te beschouwen
en dus gevaarlijk. De fabrikant kan niet aansprakelijk
worden gesteld voor eventuele schade die te wijten is
aan onjuist, verkeerd of onredelijk gebruik.
15.Het apparaat is niet geschikt om te worden ingeschakeld
m.b.v. een externe timer ofwel door een gescheiden
afstandsbedieningssysteem.
16.Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen
(kinderen inbegrepen) met een beperkt lichamelijk,
sensorieel of geestelijk vermogen of personen die niet de
nodige ervaring of kennis hebben met het apparaat, tenzij
onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is
voor hun veiligheid of nadat hun is uitgelegd hoe het
apparaat werkt.
17.Voorkom dat kinderen met het apparaat spelen.
Vernietiging van oude electrische apparatenVernietiging van oude electrische apparaten
Vernietiging van oude electrische apparatenVernietiging van oude electrische apparaten
Vernietiging van oude electrische apparaten
De Europese Richtlijn 2002/96/EC over Vernietiging van
Electrische en Electronische Apparatuur (WEEE), vereist dat
oude huishoudelijke electrische apparaten niet mogen
vernietigd via de normale ongesorteerde afvalstroom. Oude
apparaten moeten apart worden ingezameld om zo het
hergebruik van de gebruikte materialen te optimaliseren en
de negatieve invloed op de gezondheid en het milieu te
reduceren. Het symbool op het product van de
“afvalcontainer met een kruis erdoor” herinnert u aan uw
verplichting, dat wanneer u het apparaat vernietigt, het
apparaat apart moet worden ingezameld.
Consumenten moeten contact opnemen met de locale
autoriteiten voor informatie over de juiste wijze van
vernietiging van hun oude apparaat.
3535
3535
35
Omschrijving van de kookplaatOmschrijving van de kookplaat
Omschrijving van de kookplaatOmschrijving van de kookplaat
Omschrijving van de kookplaat
A
Hulp gasbranderHulp gasbrander
Hulp gasbranderHulp gasbrander
Hulp gasbrander
B
Halfsnelle gasbranderHalfsnelle gasbrander
Halfsnelle gasbranderHalfsnelle gasbrander
Halfsnelle gasbrander
C
Snelle gasbranderSnelle gasbrander
Snelle gasbranderSnelle gasbrander
Snelle gasbrander
D
Drioevoudige Ring gasbranderDrioevoudige Ring gasbrander
Drioevoudige Ring gasbranderDrioevoudige Ring gasbrander
Drioevoudige Ring gasbrander
I
DC-DR gasbranderDC-DR gasbrander
DC-DR gasbranderDC-DR gasbrander
DC-DR gasbrander
E
Bougies van de automatische ontstekingBougies van de automatische ontsteking
Bougies van de automatische ontstekingBougies van de automatische ontsteking
Bougies van de automatische ontsteking
F
VeiligheidsmechanismeVeiligheidsmechanisme
VeiligheidsmechanismeVeiligheidsmechanisme
Veiligheidsmechanisme Dit treedt in werking als de
vlam per ongeluk is uitgegaan (overkoken, tocht enz.)
door de gastoevoer van de brander te blokkeren.
G
Bedieningsknoppen van de gasbrandersBedieningsknoppen van de gasbranders
Bedieningsknoppen van de gasbrandersBedieningsknoppen van de gasbranders
Bedieningsknoppen van de gasbranders
H
Roosters voor de pannenRoosters voor de pannen
Roosters voor de pannenRoosters voor de pannen
Roosters voor de pannen
BB 402TC - B 402TC
BB 10TC - B 10TC
BB 20 A - B 2 0 A
BB 20 R - B 2 0 R
BB 40 - B 4 0
B 20TCDCDR
B 40DCDR
B 40 TC - BB 4 0 TC
A
C
B
I
G
D
H
A
B
D
BB
B
B
BB
B
BB
D
D
D
A
A
A
C
C
CC C
I
H
H
H H
H
H
H
G G G G
G
G
G
BB
D
A
C
H
G
BB 402TC/ CS - B 402TC/ CS
BB 10 TC/ CS - B 1 0TC/ CS
BB 20A/CS - B 20A/CS
BB 40 / CS - B 4 0/ CS
BB 20 R/ CS - B 2 0R/ CS
B 20TCDCDR/ CS
B 4 0D CDR/ CS
BB 40 TC/ CS - B 4 0TC/ CS
D
B
A
B
C
B
B
A
C
BB
A
C
B
B
A
C
I
B
I
C
D
H
G
H
G
H
G
H
G
H
G
H
G
H
G
H
G
B 40 TC I
C
B
D
A
B
D
BB 402TC.1
C
B
G
D
H
A
B
D
BB 4 0 2 TC/ CS.1
D
D
B
B
A
C
H
G
E
F
ROOSTERS APPARATEN BB... ROOSTERS APPARATEN B... ROOSTERS APPARATEN B...BNV
3636
3636
36
GasbrandersGasbranders
GasbrandersGasbranders
Gasbranders
Deze verschillen in afmeting en sterkte. Kies de brander die
het beste past bij de doorsnede van de pan die u gaat
gebruiken. De bedieningsknop "G" werkt als volgt:
Regelkraan dicht
Regelkraan maximaal geopend
Regelkraan minimaal geopend
De symbolen bij de knoppen verwijzen naar de positie van
de betreffende brander op de kookplaat.
Alle branders zijn voorzien een veiligheidssysteem met een
thermokoppel tegen gaslekken. Door deze beschikking wordt
de gasuitlaat van de brander automatisch op tijd van enkele
seconden geblokkeerd in geval de vlam per toeval uitdooft.
Om één van de branders aan te steken:Om één van de branders aan te steken:
Om één van de branders aan te steken:Om één van de branders aan te steken:
Om één van de branders aan te steken:
• de betreffende knop indrukken, linksom draaien en het
streepje met het symbool van de grote vlam overeen laten
stemmen (maximum vermogen);
de knop volledig indrukken en de automatische ontsteking
van het gas inschakelen door op de drukknop;
als de vlam brandt de knop gedurende 10 seconden
ingedrukt houden tot het element van de thermo-
elektrische-beveiliging warm is geworden;
de knop loslaten en controleren of de vlam regelmatig
brandt. Als dit niet het geval mocht zijn de bovenstaande
handelingen herhalen.
! Enkele modellen beschikken over een brander met
onafhankelijke dubbele vlamkronen. Als u deze wilt ontsteken
draait u de knop naast het symbool en houdt u hem
ongeveer 6 seconden lang stevig ingedrukt totdat het
mechanisme dat de vlam automatisch aanhoudt, warm is.
Voor de laagste stand (minimum vermogen) de knop verder
draaien tot aan het symbool van de kleine vlam.
Tussenliggende standen zijn mogelijk, hiertoe de knop
tussen het symbool van de grote vlam en dat van de kleine
vlam instellen.
Om de brander te doven de knop rechtsom draaien tot stand
" ". In deze stand wordt de knop geblokkeerd. Om haar
opnieuw te draaien zal ze eerst moeten worden ingedrukt.
Belangrijk:Belangrijk:
Belangrijk:Belangrijk:
Belangrijk:
De automatische vonkontsteking niet langer dan 15
seconden achter elkaar gebruiken. Bij problemen met de
ontsteking, de knop loslaten en de eventueel in de
gasleiding aanwezige lucht eruit laten stromen. Vervolgens
opnieuw op het knopje drukken.
Bij het ongewenste uitgaan van de vlam van de branders
zal het gas nog even door blijven stromen vóórdat het
beveiligingsmechanisme in werking treedt. De
bedieningsknop sluiten en tenminste 1 minuut wachten
alvorens te proberen de vlam opnieuw te ontsteken om
het ontsnapte gas de tijd te geven om in de lucht op te
lossen.
Als het apparaat niet wordt gebruikt, controleren of de
knoppen in de dicht-stand staan “ “. Verder wordt het
aanbevolen om de gaskraan in de toevoerleiding te sluiten.
Instructies voor het gebruikInstructies voor het gebruik
Instructies voor het gebruikInstructies voor het gebruik
Instructies voor het gebruik
Gasbrenner ø Topfdurchmesser (cm)
A.Hilfsbrenner 6 – 14
B.Normalbrenner 15 – 20
C.Schnellbrenner 21 – 26
D. Brenner mit Dreifachkrone 24 - 26
I.Brenner mit Doppelkrone DC-DR (innen) 10 - 14
I.Brenner mit Doppelkrone DC-DR (außen) 24 - 28
! Voorkom dat tijdens het gebruik de pannen buiten de rand
van het kookvlak komen.
! Als de roosters niet stabiel zijn, betekent dit dat ze op
onjuiste wijze geplaatst zijn.
De brander met "onafhankelijke dubbele vlamkronen"De brander met "onafhankelijke dubbele vlamkronen"
De brander met "onafhankelijke dubbele vlamkronen"De brander met "onafhankelijke dubbele vlamkronen"
De brander met "onafhankelijke dubbele vlamkronen"
Deze brander bestaat uit twee vlamkronen die samen of
onafhankelijk kunnen functioneren. Tegelijk gebruikt op
maximum geeft verhoogde warmte en dus kortere kooktijden
vergeleken met de traditionele branders. Ook verdelen de
dubbele vlamkronen de warmte onder de pannen gelijkmatiger,
vooral als ze allebei op minimum worden gebruikt. U kunt
dus ook pannen van verschillende grootte gebruiken, met de
kleinere pannen op alleen de binnenste vlamkroon. Iedere
vlamkroon van de brander met "onafhankelijke dubbele
vlamkronen" heeft zijn eigen bedieningsknop:
de knop met het symbool bedient de buitenste vlamkroon;
de knop met het symbool bedient de binnenste vlamkroon;
Voor het aansteken van de gewenste vlamkroon drukt u de
betreffende knop in en draait u hem tot aan maximum . De
brander is voorzien van elektronische ontsteking die
automatisch werkt zodra u de knop indrukt.
Aangezien de brander is voorzien van hetAangezien de brander is voorzien van het
Aangezien de brander is voorzien van hetAangezien de brander is voorzien van het
Aangezien de brander is voorzien van het
veiligheidssysteem "F"veiligheidssysteem "F"
veiligheidssysteem "F"veiligheidssysteem "F"
veiligheidssysteem "F" moet u de knop ongeveer 6
seconden ingedrukt houden totdat het veiligheidssysteem
warmt wordt en automatisch de vlam aan houdt.
Um optimale Leistungen Ihres zu gewährleisten, sind beim
Kochen einige grundsätzlichen Maßnahmen zu beachten:
Verwenden Sie Kochgeschirr, die glatt auf der Kochzone
aufliegen.
No
te
Als er geen stroom is, kunt u de brander met een lucifer
aansteken, terwijl u de knop op de grote vlam zet. Voor het
aansteken van één van de gasbranders houdt u er een
vlammetje bij of een gasaansteker, drukt u de knop in en
draait u hem tegen de klok in tot aan de positie van maximum
sterkte.
Het gebruik van de brandersHet gebruik van de branders
Het gebruik van de brandersHet gebruik van de branders
Het gebruik van de branders
De branders zullen het beste resultaat leveren als uitsluitend
pannen met een voor de gebruikte brander geschikte
diameter worden gebruikt, waarbij moet worden voorkomen
dat de vlam tot voorbij de bodem van de pan komt (zie
onderstaande tabel). Voorts wordt aangeraden om, als een
vloeistof aan de kook raakt, de vlam te verlagen tot een
hoogte die volstaat om haar aan de kook te houden.
3737
3737
37
Schoonmaken en onderhoudSchoonmaken en onderhoud
Schoonmaken en onderhoudSchoonmaken en onderhoud
Schoonmaken en onderhoud
Om ervoor te zorgen dat het apparaat lang mee gaat moet
het apparaat regelmatig grondig schoongemaakt worden,
waarbij u rekening moet houden met het volgende:
Voordat u het apparaat schoon gaat maken
moet u eerst moet u eerst
moet u eerst moet u eerst
moet u eerst
de stroomtoevoer naar het apparaat uitschakelende stroomtoevoer naar het apparaat uitschakelen
de stroomtoevoer naar het apparaat uitschakelende stroomtoevoer naar het apparaat uitschakelen
de stroomtoevoer naar het apparaat uitschakelen.
• Laat de delen van het apparaat die nog heet zijn eerst
afkoelen voordat u deze schoon gaat maken.
de geëmailleerde of verchroomde en de glazen delen
worden gewassen met lauw water; gebruik geen
schuurmiddelen of bijtende middelen die het kunnen
beschadige.
De stalen delen en vooral die met de opgedrukte symbolen
niet met oplosmiddelen of schuurmiddelen mogen worden
gereinigd (ga met het doekje over het oppervlak heen en
beweeg daarbij in dezelfde richting als de
satijnglansafwerking van het staal).
Roesrvrije staal, als het lang in contact is met kalkhoudend
water of sterke wasmiddelen (fosforhoudend), kan vlekken
vertonen. Na ze te hebben gewassen moeten ze
zorgvuldig met een zachte doek worden afgedroogd.
Bij hardnekkig vuil is het gebruik van brandspiritus
toegestaan.
Na het schoonmaken kunt u eventueel de stalen gedeelten
oppoetsen en eventueel geelachtig worden vermijden;
hiervoor kunt u de bijgeleverde speciale crème voor het
onderhoud van staal, na te bestellen bij ons Service
Centrum.
Laat op de geëmailleerde of gelakte delen geen zure
vloeistoffen achter (azijn, citroenzuur, agressieve
schoonmaakproducten enz.).
de losse delen van de gasbranders moeten vaak in een
lauw sop worden gewassen; verwijder eventueel
aangekoekte reste. Ga na dat de gasuitstroomopeningen
niet verstopt zijn. Droog de branders goed af voordat u ze
weer gaat gebruiken.
Maak het uiteinde van de bougies van de automatische
ontsteking van de kookplaat vaak schoon.
De regelkranen en de thermostaat van de gasovenDe regelkranen en de thermostaat van de gasoven
De regelkranen en de thermostaat van de gasovenDe regelkranen en de thermostaat van de gasoven
De regelkranen en de thermostaat van de gasoven
met vet smerenmet vet smeren
met vet smerenmet vet smeren
met vet smeren
Met verloop van tijd kan het zijn dat een kraantje geblokkeerd
raakt of moeilijk draait; het is dan noodzakelijk het van binnen
schoon te maken en het opnieuw te smeren
. Dit moet. Dit moet
. Dit moet. Dit moet
. Dit moet
worden uitgevoerd door een door de fabrikantworden uitgevoerd door een door de fabrikant
worden uitgevoerd door een door de fabrikantworden uitgevoerd door een door de fabrikant
worden uitgevoerd door een door de fabrikant
erkende installateur.erkende installateur.
erkende installateur.erkende installateur.
erkende installateur.
3838
3838
38
een totale volledig onbelemmerde doorgangssectie van
tenminste 6 cm² voor iedere kW nominale warmtecapaciteit
van het apparaat, met een minimum van 100 cm² (de
warmtecapaciteit kan worden afgelezen op het plaatje met
de technische gegevens aan de onderkant van het
apparaat;
• de mondingen aan zowel de binnen- als de buitenzijde
van de wand mogen niet verstopt kunnen raken;
met bijvoorbeeld een rooster, metalen gazen, enz. zijn
beschermd opdat de bovengenoemde nuttige sectie niet
wordt verminderd;
op een hoogte vlak boven de vloer zijn geplaatst.
Aansluitende Ventilatie
Bijzonderheid A kamer kamer
A
Voorbeeld van een ventilatieopening Vergroting van de gleuf tussen
voor verbrandingslucht de deur en de vloer
Afb. 2A Afb. 2B
De lucht mag eveneens vanuit een nevenliggende ruimte
worden toegevoerd, op voorwaarde dat het hier geen
slaapkamer of een ruimte waar brandgevaar bestaat betreft,
zoals bijv. opslagplaatsen, garages, magazijnen met
brandbaar materiaal enz., en ze in overeenstemming met
de geldende normen is geventileerd. De toevoer van de lucht
vanuit een nevenliggende ruimte naar de te ventileren ruimte
dient vrijelijk door permanente openingen te worden
gegarandeerd, met een sectie die niet kleiner mag zijn dan
die hierboven vermeld. Deze openingen kunnen ook worden
verkregen door de vrije ruimte tussen de deur en de vloer te
vergroten (Afb.2B). Als voor de afvoer van de
verbrandingsproducten een elektroventilator wordt gebruikt,
zal de ventilatieopening moeten worden aangepast aan de
maximale capaciteit van de luchtverplaatsing ervan. De
capaciteit van de elektroventilator dient voldoende te zijn
om per uur een luchtverversing van 3÷5 maal het volume
van de ruimte te garanderen. Bij een intensief en langdurig
gebruik van het apparaat kan een extra ventilatie noodzakelijk
blijken die kan worden verkregen door bijvoorbeeld het
openen van een raam of een verbetering van de
afzuigcapaciteit van de elektroventilator, indien aanwezig.
De gassen van een vloeibaar gemaakt gasmengsel (LPG)
zijn zwaarder dan lucht en blijven laag hangen. De ruimtes
waarin gasflessen met LPG staan moeten dan ook openingen
naar buiten hebben ter hoogte van de vloer, zodat eventueel
gelekte gassen van onderen afgevoerd kunnen worden. Zet
geen LPG gasflessen (ook als deze leeg zijn) in ondergrondse
ruimtes; in de ruimte is het verstandig alleen de gasfles te
laten staan die op dat moment in gebruik is, waar u de
gasfles uit de buurt van warmtebronnen moet neerzetten
waardoor de temperatuur van de gasfles eventueel op kan
lopen tot meer dan 50°C.
De onderstaande instructies zijn bestemd voor de erkende
installateur om hem in staat te stellen de handelingen met
betrekking tot de installatie op de meest correcte wijze en in
overeenstemming met de van toepassing zijnde normen uit te
voeren.
Belangrijk: alle regel-, onderhoudshandelingen enz.Belangrijk: alle regel-, onderhoudshandelingen enz.
Belangrijk: alle regel-, onderhoudshandelingen enz.Belangrijk: alle regel-, onderhoudshandelingen enz.
Belangrijk: alle regel-, onderhoudshandelingen enz.
moeten op een van het elektriciteitsnet afgeslotenmoeten op een van het elektriciteitsnet afgesloten
moeten op een van het elektriciteitsnet afgeslotenmoeten op een van het elektriciteitsnet afgesloten
moeten op een van het elektriciteitsnet afgesloten
apparaat worden uitgevoerd.apparaat worden uitgevoerd.
apparaat worden uitgevoerd.apparaat worden uitgevoerd.
apparaat worden uitgevoerd. Indien het noodzakelijk mocht
blijken de elektrische voeding te handhaven, zal de grootst
mogelijke voorzorg moeten worden genomen.
De kookplaten hebben de volgende
technische kenmerkentechnische kenmerken
technische kenmerkentechnische kenmerken
technische kenmerken:
-Klasse 1: -Klasse 1:
-Klasse 1: -Klasse 1:
-Klasse 1: alle modellen waarvan de hoogte van de rand
meer is dan/gelijk is aan 75 mm (zie volgende
bladzijde, afb. 4 onderdeel H3).
-Klasse 3: -Klasse 3:
-Klasse 3: -Klasse 3:
-Klasse 3: alle modellen waarvan de hoogte van de rand
minder is dan 75 mm (zie volgende bladzijde,
afb. 4 onderdelen H1 en H2).
-Categorie II2L3B/P (voor NEDERLAND)-Categorie II2L3B/P (voor NEDERLAND)
-Categorie II2L3B/P (voor NEDERLAND)-Categorie II2L3B/P (voor NEDERLAND)
-Categorie II2L3B/P (voor NEDERLAND)
-Categorie II 2E+3+ (voor BELGIË)-Categorie II 2E+3+ (voor BELGIË)
-Categorie II 2E+3+ (voor BELGIË)-Categorie II 2E+3+ (voor BELGIË)
-Categorie II 2E+3+ (voor BELGIË).
PlaatsingPlaatsing
PlaatsingPlaatsing
Plaatsing
Dit apparaat mag uitsluitend geïnstalleerd worden en
functioneren in ruimtes die permanent geventileerd zijn in
overeenstemming met de voorschriften van de geldende
normen. De volgende eisen moeten in acht genomen worden:
• Het apparaat moet de verbrandingsproducten afvoeren
naar een speciaal hiervoor bestemde kap die op een
schoorsteen, een afvoerkanaal of rechtstreeks naar buiten
moet zijn aangesloten (Afb.1).
• Als het gebruik van een kap niet mogelijk is, kan een in
het raam of in de buitenmuur geplaatste ventilator worden
gebruikt die tegelijkertijd met het apparaat in werking
gesteld moet worden.
In open haard of vertakte rookpijp Meteen naar buiten
(aanwezig bij de kookapparaten)
Ventilatie van de keukenruimteVentilatie van de keukenruimte
Ventilatie van de keukenruimteVentilatie van de keukenruimte
Ventilatie van de keukenruimte
In de ruimte waar het apparaat wordt geïnstalleerd moet een
hoeveelheid lucht worden toegevoerd die voldoerde is voor
de verbranding van het gas en de ventilatie van de ruimte.
De natuurlijke toevoer van de lucht dient te worden
gewaarborgd door middel van permanente openingen in de
buitenmuren van de ruimte, of door enkele of collectief
vertakte ventilatiekanalen, in overeenstemming met de
geldende normen. De lucht dient rechtstreeks van buitenaf
en uit de buurt van bronnen van verontreiniging te worden
toegevoerd. De ventilatieopening moet over de volgende
eigenschappen beschikken (Afb.2A):
Instructies voor de installateurInstructies voor de installateur
Instructies voor de installateurInstructies voor de installateur
Instructies voor de installateur
Afb.1
3939
3939
39
fig.3
In dit geval is het noodzakelijk om de nodige
voorzorgsmaatregelen te treffen om er zeker van te zijn dat
de installatie aan de geldende normen ten aanzien van de
preventie van ongevallen met betrekking tot elektrische en
gasaansluitingen voldoet. Voor een goede werking van het
toestel dat in meubels wordt geïnstalleerd, moeten de
minimum afstanden in achting worden genomen die op Afb.3
worden aangeduid. Bovendien moeten de aangrenzende
fig.4
Min.
700mm
5
0 mm
50 m
m
Het bevestigen aan het meubelHet bevestigen aan het meubel
Het bevestigen aan het meubelHet bevestigen aan het meubel
Het bevestigen aan het meubel
Er bestaan drie verschillende soorten apparaten met
betrekking tot het type installatie:
INBOUWKOOKPLAAT
HOOGTE = DIKTE STAAL
INBOUWKOOKPLAAT
DIKTE STAAL <HOOGTE <75 mm
KEUKENBLAD - OP KOOKPLAAT
HOOGTE >75 mm
1- Inbouwkookplaten (Klasse 3) die op één lijn staan1- Inbouwkookplaten (Klasse 3) die op één lijn staan
1- Inbouwkookplaten (Klasse 3) die op één lijn staan1- Inbouwkookplaten (Klasse 3) die op één lijn staan
1- Inbouwkookplaten (Klasse 3) die op één lijn staan
met het meubel (zie afbeelding 4 onderdeel H1);met het meubel (zie afbeelding 4 onderdeel H1);
met het meubel (zie afbeelding 4 onderdeel H1);met het meubel (zie afbeelding 4 onderdeel H1);
met het meubel (zie afbeelding 4 onderdeel H1); in
dit geval is het voor de installatie noodzakelijk een opening
te maken in het keukenblad die groot is als de omtrek van
de kookplaat, min 2 cm voor elke zijde, zodat de plaat 1 cm
op het keukenblad rust. Om een plaat op een dergelijke
manier in te bouwen is het bovendien nodig een extra
verlaging te verkrijgen op de omtrek (zie afbeelding 5b)
zodat behalve de rand van de kookplaat ook de afdichting
eronder plaats genoeg heeft.
Voordat u verdergaat met de bevestiging aan het
keukenblad moet u de
"X""X"
"X""X"
"X" (bijgeleverde) afdichting rond de
omtrek van de kookplaat leggen, zoals aangegeven in
afbeelding 5.
Het installeren van kookplatenHet installeren van kookplaten
Het installeren van kookplatenHet installeren van kookplaten
Het installeren van kookplaten
2-Inbouwkookplaten (Klasse 3) met rand van minder2-Inbouwkookplaten (Klasse 3) met rand van minder
2-Inbouwkookplaten (Klasse 3) met rand van minder2-Inbouwkookplaten (Klasse 3) met rand van minder
2-Inbouwkookplaten (Klasse 3) met rand van minder
dan 75 mm (zie afbeelding 4 onderdeel H2).dan 75 mm (zie afbeelding 4 onderdeel H2).
dan 75 mm (zie afbeelding 4 onderdeel H2).dan 75 mm (zie afbeelding 4 onderdeel H2).
dan 75 mm (zie afbeelding 4 onderdeel H2). Voor
wat betreft de installatie moet op het eventuele keukenblad
onder de kookplaat een opening worden gemaakt die groot
genoeg is om het onderste gedeelte van de kookplaat te
kunnen bevatten. Zorg ervoor dat tussen de kookplaat en
het houten keukenblad minstens 1 cm overblijft rond de hele
omtrek (de onderzijde van de houder kan er ook mee in
contact zijn). Voor de bevestiging van de apparaten ziet u
de instructies op punt 1 of eventueel het extra instructieblad
in geval van speciale toepassingen.
3- Kookplaten (opbouw) (Klasse 1) met rand van3- Kookplaten (opbouw) (Klasse 1) met rand van
3- Kookplaten (opbouw) (Klasse 1) met rand van3- Kookplaten (opbouw) (Klasse 1) met rand van
3- Kookplaten (opbouw) (Klasse 1) met rand van
meer dan 75 mm (zie afbeelding 4 onderdeel H3).meer dan 75 mm (zie afbeelding 4 onderdeel H3).
meer dan 75 mm (zie afbeelding 4 onderdeel H3).meer dan 75 mm (zie afbeelding 4 onderdeel H3).
meer dan 75 mm (zie afbeelding 4 onderdeel H3). In
dit geval moet de onderste houder van het blad niet breder
zijn dan de rand zelf; ook in het geval de kookplaat op een
keukenblad wordt bevestigd zal het slechts noodzakelijk
zijn eventuele openingen te maken voor de doorgang van
de gastoevoerbuizen en de elektrische kabel. Voor het
bevestigen van de kookplaten moet u de volgende
handelingen uitvoeren (afb. 6):
•schroef 2 schroeven "A" (bijgeleverd) aan het kastje met
de afstanden van de achterwand zoals aangegeven in
afbeelding 6, en laat de koppen van de schroeven 1,5 mm
uitsteken van het hout;
•bevestig de kookplaat aan de 2 schroeven "A" en druk
hem naar achteren;
•bevestig hem aan het meubel aan de achterkant met de 2
montageplaatjes "B" en de vier bijgeleverde schroeven "C".
N.B.: teneinde een monteur in staat te stellenN.B.: teneinde een monteur in staat te stellen
N.B.: teneinde een monteur in staat te stellenN.B.: teneinde een monteur in staat te stellen
N.B.: teneinde een monteur in staat te stellen
mogelijk toekomstig onderhoud uit te voeren, moetmogelijk toekomstig onderhoud uit te voeren, moet
mogelijk toekomstig onderhoud uit te voeren, moetmogelijk toekomstig onderhoud uit te voeren, moet
mogelijk toekomstig onderhoud uit te voeren, moet
u er na de installatie voor zorgen dat het gedeelteu er na de installatie voor zorgen dat het gedeelte
u er na de installatie voor zorgen dat het gedeelteu er na de installatie voor zorgen dat het gedeelte
u er na de installatie voor zorgen dat het gedeelte
onder de kookplaat makkelijk toegankelijk blijftonder de kookplaat makkelijk toegankelijk blijft
onder de kookplaat makkelijk toegankelijk blijftonder de kookplaat makkelijk toegankelijk blijft
onder de kookplaat makkelijk toegankelijk blijft
(geen eventuele afgesloten modules).(geen eventuele afgesloten modules).
(geen eventuele afgesloten modules).(geen eventuele afgesloten modules).
(geen eventuele afgesloten modules).
1.5
mm
1.5
mm
A
B
C
X
mm
fig.6
fig.5
X
20 mm
4040
4040
40
Het vervangen van de straalpijpjes van de branderHet vervangen van de straalpijpjes van de brander
Het vervangen van de straalpijpjes van de branderHet vervangen van de straalpijpjes van de brander
Het vervangen van de straalpijpjes van de brander
met "onafhankelijke dubbele vlamkronen":met "onafhankelijke dubbele vlamkronen":
met "onafhankelijke dubbele vlamkronen":met "onafhankelijke dubbele vlamkronen":
met "onafhankelijke dubbele vlamkronen":
verwijder de roosters en branders van hun plaats. De
brander bestaat uit twee aparte delen (zie afb. C en
afb.D);
schroef de straalpijpjes los met een sleutel van 7mm. De
binnenste vlamkroon heeft een straalpijpje, de buitenste
heeft er twee (van dezelfde maat). Vervang de straalpijpjes
met nieuwe die zijn aangepast aan het nieuwe type gas
(zie tabel1).
zet de onderdelen in omgekeerde volgorde weer op hun
plaats.
Afb. C Afb. D
Regulatie primaire lucht van de branders Regulatie primaire lucht van de branders
Regulatie primaire lucht van de branders Regulatie primaire lucht van de branders
Regulatie primaire lucht van de branders (voor België)
De branders hebben geen regulatie van de primaire lucht
nodig.
Het regelen van de minimum standHet regelen van de minimum stand
Het regelen van de minimum standHet regelen van de minimum stand
Het regelen van de minimum stand
zet het kraantje op minimum;
neem de knop eraf en draai aan het regelschroefje in het
staafje van het kraantje (fig.9) totdat u een regelmatige
vlam heeft (als u de schroef losser draait neemt het
minimumvermogen toe, als u de schroef strakker draait
neemt het minimumvermogen af);
Opmerking:Opmerking:
Opmerking:Opmerking:
Opmerking: in geval van vloeibaar gas moet de
stelschroef aangedraaid worden totdat hij niet verder kan.
Als u het gewenste minimum vermogen bereikt heeft, moet
u de knop-terwijl de brander brandt-een paar keer snel van
de hoogste stand op de laagste stand zetten en nagaan
dat de brander niet dooft;
Aansluiting van de gastoevoerAansluiting van de gastoevoer
Aansluiting van de gastoevoerAansluiting van de gastoevoer
Aansluiting van de gastoevoer
De aansluiting van het apparaat op de gasleiding of -fles
moet worden uitgevoerd in overeenstemming met
voorschriften van de van toepassing zijnde normen en
uitsluitend na te hebben gecontroleerd of het apparaat is
afgesteld op het soort gas waarmee het zal worden
gevoed.
Dit apparaat is vooraf ingesteld om te functioneren met
het soort gas dat staat vermeld op het plaatje op de
kookplaat. Indien de beschikbare gassoort niet
overeenstemt met de gassoort waar het apparaat op
ingesteld is, moet u de betreffende inspuiters (die bij de
levering inbegrepen zijn) verwisselen waarbij u de
aanwijzingen die in de paragraaf “Ombouw van het
apparaat op een andere gassoort” zijn opgenomen in acht
moet nemen.
Om zeker te zijn van de goede werking van het apparaat,
om de energie op adequate wijze te kunnen benutten en
om ervoor te zorgen dat het apparaat lang meegaat moet
u zich ervan verzekeren dat de voedingsdruk overeenstemt
met de waarden die in de tabel 1 “Kenmerken van de
branders en inspuiters” staan. Als dit niet het geval is
moet u op de gastoevoerleiding een speciale drukregelaar
monteren in overeenstemming met de geldende normen.
Er bij de aansluiting op letten dat het apparaat niet aan
spanningen of druk wordt blootgesteld.
De gastoevoer moet op de draaibare koppeling (met
schroefdraad ½"G buitendraad) aan de achterkant van het
apparaat aangesloten worden (fig.7) met een metalen starre
leiding en op koppelingen die aan de geldende normen
voldoen of met een metalen flexibele leiding in
overeenstemming met de geldende normen, die niet langer
mag zijn dan 2000 mm. Als de koppeling gedraaid moet
worden moet u de dichting (die bij de levering van het
apparaat inbegrepen is) zonder meer vervangen. Als de
installatie voltooid is moet u de gasleidingen, de inwendige
aansluitingen en de kranen op dichtheid controleren door
een sopje te gebruiken (gebruik uiteraard nooit een vlam).
Ga verder na dat de aansluitleiding niet in aanraking kan
komen met de beweegbare delen waardoor de leiding
beschadigd of afgekneld kan worden. Verzeker u ervan dat
de aardgasleiding groot genoeg is om het apparaat te
voeden als alle branders in werking zijn.
Belangrijk:Belangrijk:
Belangrijk:Belangrijk:
Belangrijk: Om de aansluiting met vloeibaar gas
(flessengas) tot stand te brengen moet er een drukregelaar
tussen geplaatst worden die aan de geldende normen
voldoet.
Ombouw van het apparaat op een andere gassoortOmbouw van het apparaat op een andere gassoort
Ombouw van het apparaat op een andere gassoortOmbouw van het apparaat op een andere gassoort
Ombouw van het apparaat op een andere gassoort
Als de kookplaat op een andere gassoort omgebouwd moet
worden dan de gassoort waarop de kookplaat ingesteld is
(staat op het etiket op de kookplaat aangegeven), moet u
de inspuiters van de branders verwisselen waarbij als volgt
te werk moet gaan:
haal de roosters en de branders eraf.
schroef de inspuiters los (fig.8) met een buissleutel van 7
mm en vervang ze met inspuiters die geschikt zijn voor
het nieuwe type gas (zie tabel 1 “Kenmerken van de
branders en inspuiters”).
Instrukties voor de installatieInstrukties voor de installatie
Instrukties voor de installatieInstrukties voor de installatie
Instrukties voor de installatie
fig.8
fig.7
A
fig.9
tenslotte, vervang het oude typeplaatje met een ander
dat het nieuwe type gas aangeeft, verkrijgbaar bij onze
Technische Dienst.
monteer de onderdelen weer.
4141
4141
41
HET APPARAAT MOET OP EEN RANDGEAARD
STOPCONTACT WORDEN AANGESLOTEN.
De units zijn bestemd om te worden gebruikt met wisselstroom
met een spanning en frequentie zoals vermeld op het plaatje
met de technische gegevens (geplaatst aan de onderzijde van
de kookplaat of op het eind van de gebruiksaanwijzing).
Controleren of de netspanning ter plaatse overeenstemt met
die vermeld op het plaatje.
Aansluiting van de elektrische voedingskabel opAansluiting van de elektrische voedingskabel op
Aansluiting van de elektrische voedingskabel opAansluiting van de elektrische voedingskabel op
Aansluiting van de elektrische voedingskabel op
het nethet net
het nethet net
het net
Bij de modellen die niet van een stekker voorzien zijn moet
u een genormaliseerde stekker voor de belasting die op het
typeplaatje staat op het snoer monteren en de stekker in
een deugdelijk stopcontact steken.
Als het apparaat rechtstreeks op het elektriciteitsnet
aangesloten moet worden dan moet er tussen het apparaat
en het elektriciteitsnet een veiligheidsschakelaar gemonteerd
worden met een opening tussen de contacten van minimaal
3 mm, die berekend moet zijn op de belasting van het
apparaat en die aan de geldende normen moet voldoen. De
geel/groene aardedraad mag niet onderbroken worden door
de schakelaar. In ieder geval moet de voedingskabel
zodanig aangelegd worden dat de kabel op geen enkel punt
warmer kan worden dan 50 °C boven de
omgevingstemperatuur. In het geval van installeren boven
een ingebouwde oven, moet de elektrische aansluiting van
het kookplaat en van de oven apart worden uitgevoerd, zowel
voor veiligheidsredenen als om het eventueel uittrekkenvan
de oven mogelijk te maken. Gebruik geen adaptors,
dubbelstekkersof dergelijke, aangezien deze oververhitting
en branden kunnen veroorzaken. Alvorens de aansluiting tot
stand te brengen moet u zich van het volgende verzekeren:
de spanningsbegrenzer en de elektrische installatie thuis
geschikt zijn voor de belasting van de apparatuur (
ziezie
ziezie
zie
plaatje met technische gegevensplaatje met technische gegevens
plaatje met technische gegevensplaatje met technische gegevens
plaatje met technische gegevens);
de elektrische voeding over een deugdelijke
aardaansluiting beschikt in overeenstemming met de
geldende normen en voorschriften;
het stopcontact of de meerpolige schakelaars makkelijk
zijn te bereiken als de kookplaat is geïnstalleerd.
WIJ AANVAARDEN GEEN ENKELE VERANT-
WOORDELIJKHEID ALS DE ONGEVALLEN-
PREVENTIENORMEN NIET WORDEN NAGELEEFD.
De kabel vervangenDe kabel vervangen
De kabel vervangenDe kabel vervangen
De kabel vervangen
Gebruik een rubber kabel van het type H05RR-F (H05RR-F
voor mod. niet.../CS)met een doorsnede 3 x 0.75 mm².
De geel/groene aardleiding moet 2-3 cm langer zijn ten
opzichte van de andere leidingen.
Elektrische aansluitingElektrische aansluiting
Elektrische aansluitingElektrische aansluiting
Elektrische aansluiting
4242
4242
42
Kenmerken van de branders en inspuitersKenmerken van de branders en inspuiters
Kenmerken van de branders en inspuitersKenmerken van de branders en inspuiters
Kenmerken van de branders en inspuiters
* A 15°C en 1013 mbar-droog gas
H.s. Propaangas G31 = 50,37 MJ/kg
H.s. Butangas G30 = 49,47 MJ/kg
H.s. Aardgas G20 = 37,78 MJ/m
3
H.s. Aardgas G25 = 32,49 MJ/m
3
Deze apparatuur voldoet aan de volgende EuropeseDeze apparatuur voldoet aan de volgende Europese
Deze apparatuur voldoet aan de volgende EuropeseDeze apparatuur voldoet aan de volgende Europese
Deze apparatuur voldoet aan de volgende Europese
richtlijnen:richtlijnen:
richtlijnen:richtlijnen:
richtlijnen:
-
EEGEEG
EEGEEG
EEG/2006/95 van 12/12/06 (Laagspanning) en
successievelijke modificaties;
-
EEGEEG
EEGEEG
EEG/2004/108 van 15/12/04 (Electromagnetische
compatibiliteit) en successievelijke modificaties;
-
EEGEEG
EEGEEG
EEG/2009/142 van 30/11/09 (Gas) en successievelijke
modificaties;
-
EEGEEG
EEGEEG
EEG/93/68 van 22/07/93 en successievelijke modificaties.
TABEL 1 (voor Nederland) Vloeibaar gas Aardgas
Brander Brander
doorsnee
Warmtecapaciteit
kW (H.s.*)
By-pass
1/100
(mm)
Inspuiter
1/100
(mm)
Debiet *
g/h
Inspuiter
1/100
(mm)
Debiet *
l/h
(mm) Nom. Ger. G30/G31 G25
D. Drioevoudige ring 130 3.25 1.3 57 91 236 141 309
C. Sterk 100 3.00 0.7 40 86 218 122 332
C. Sterk (modellen B20R/CS BNV...) 100 3.00 0.7 40 82 196 116 332
B. Normaal 75 1.65 0.4 30 64 120 94 183
A. Sudderbrander 55 1.00 0.4 30 50 73 72 110
I.dubbele vlamkronen (binnenste DC-
DR)
30 0.9 0.4 30 44 65 70 100
I.dubbele vlamkronen (buitenste DC-
DR)
130 4.1 1.3 57 70 298 114 454
Voedingsdruk
Nom.
Min.
Max
28-30
20
35
20
17
25
Tabel 1 (voor BELGIË) Vloeibaar gas Aardgas
BRANDER
Brander
doorsnee
Warmte
capaciteit
kW (H.s.*)
By-pass
1/100
(mm)
Inspuiter
1/100
(mm)
Debiet *
g/h
Inspuiter
1/100
(mm)
Debiet *
l/h
(mm) Nom. Ger. G30 G31 G20/25 G20 G25
C.Snel 100 3.00 0.7 40 86 218 214 116 286 332
C.Blitz (modellen B20R/CS BNV...) 100 3.00 0.7 40 82 196 193 116 286 332
B.Halfsnel 75 1.65 0.4 30 64 120 118 96 157 183
A.Hulp 55 1.00 0.4 30 50 73 71 71 95 110
D.Drioevoudige ring 130 3.25 1.3 57 91 236 232 124 309 360
I.dubbele vlamkronen (binnenste DC-DR) 30 0.9 0.4 30 44 65 64 70 86 100
I.dubbele vlamkronen (buitenste DC-DR) 130 4.1 1.3 57 70 298 293 110 390 454
Voedingsdruk 28-30 37 20 25
Conformément à nos conditions générales de vente, nous nous réservons la faculté de modifier nos
modèles sans préavis: et cette brochure ne peut être considérée comme un document contractuel.
Conformemente alle nostre condizioni generali di vendita, ci riserviamo la facoltà di modificare i nostri
modelli senza preavviso. Questo opuscolo non può essere considerato come un documento contrattuale.
In conformity with our general conditions of sale, we reserve the right to modify our models without
notice and this booklet can in no way be considered as a binding document.
Overenkomstig onze verkoopvoorwaarden behouden wij ons het recht voor onze modellen zonder voorafgaande
kennisgeving te vjzigen: dit boekje kan niet als cen contractueel dokument worden beschouwd.
This document is printed by
Xerox Fabriano - 07/2010
Document number:
195035548.06
Viale Aristide Merloni, 47
60044 Fabriano (AN) Italy
Tel. +39 0732 6611
www.scholtes.com

Documenttranscriptie

Onze complimenten! U heeft een huishoudelijk apparaat gekocht waarbij voor het vervaardigen ervan geavanceerde technologiëen gehanteerd zijn en dat gemaakt is van kwaliteitsmateriaal. Tijdens het gebruik van dit apparaat zult u merken dat u er steeds meer plezier van zult hebben. Algemene aanwijzingen DEZE GEBRUIKSAANWIJZING GELDT UITSLUITEND VOOR DIE LANDEN WAARVAN HET SYMBOOL IN HET BOEKJE EN OP HET TYPEPLAATJE VAN HET APPARAAT STAAT. 1 . Dit apparaat is ontworpen om door particulieren gebruikt te worden, d.w.z. niet voor het gebruik in bedrijfskeukens maar is daarentegen bestemd voor huishoudelijk gebruik in normale woningen. 2 . De aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing aandachtig doorlezen daar zij belangrijke informatie bevatten met betrekking tot de veiligheid tijdens de installatie, het gebruik en het onderhoud. Deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig opbergen om later te kunnen raadplegen raadplegen.. 11. Plaats geen wankele of vervomde pannen op de branders om omvallen te vermijden. Zorg dat de handvaten naar het midden vat het kookplaat gereicht zijn zodat men er niet tegen kan stolen. 12. Gebruik geen ontvlambare vloeistoffen (alcohol, benzine, enz.) in de buurt van het kookplaat als dit in gebruik is. 13. gebruik geen stoomapparaat voor het reinigen van de oven 14.Het apparaat dient gebruikt te worden om voedsel te bereiden. Het mag uitsluitend door volwassenen worden gebruikt en alleen volgens de instructies die in deze handleiding beschreven staan. Elk ander gebruik (bv.: verwarming van ruimten) is als oneigenlijk te beschouwen en dus gevaarlijk. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die te wijten is aan onjuist, verkeerd of onredelijk gebruik. 15.Het apparaat is niet geschikt om te worden ingeschakeld m.b.v. een externe timer ofwel door een gescheiden afstandsbedieningssysteem. 16.Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen (kinderen inbegrepen) met een beperkt lichamelijk, sensorieel of geestelijk vermogen of personen die niet de nodige ervaring of kennis hebben met het apparaat, tenzij onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of nadat hun is uitgelegd hoe het apparaat werkt. 17.Voorkom dat kinderen met het apparaat spelen. 3. Na de verpakking te hebben verwijderd controleren of het apparaat onbeschadigd is. In geval van twijfel het apparaat niet in gebruik nemen maar contact opnemen met de leverancier. 4. Alle handelingen met betrekking tot de installatie dienen in overeenstemming met de geldende normen door een erkend installateur te worden uitgevoerd. De hierop betrekking hebbende instructies staan beschreven in de aanwijzingen voor de installateur. 5. Controleer van tijd tot tijd of de gastoevoerleiding in goede staat verkeert en laat de leiding door deskundige vakmensen vervangen zodra de leiding afwijkingen vertoont. 6. De aansluitkabel en de toevoerleiding van het gas van dit apparaat mogen niet door de gebruiker zelf worden vervangen. In geval van beschadiging mag de eventuele vervanging ervan uitsluitend door een erkend installateur of de Servicedienst worden uitgevoerd. 7. Voordat u het apparaat aansluit moet u controleren of de gegevens die op het typeplaatje staan (dat aan de onderkant van het apparaat aangebracht is en dat afgebeeld is op de laatste pagina van deze gebruiksaanwijzing) overeenstemmen met de gegevens van het elektriciteits- en het gasnet. 8. Controleren of de capaciteit van de elektrische installatie en de stopcontacten overeenstemmen met het maximum vermogen van het apparaat zoals vermeld op het plaatje. In geval van twijfel dient een erkend installateur te worden geraadpleegd. 9. Als u het apparaat niet gebruik moet u altijd niet alleen de bedieningsknoppen van de diverse branders uit draaien maar moet u ook de hoofdkraan van de gastoevoerleiding dichtdraaien. 10. De branders blijven na gebruik nog lang warm. Raak ze niet aan. Vernietiging van oude electrische apparaten De Europese Richtlijn 2002/96/EC over Vernietiging van Electrische en Electronische Apparatuur (WEEE), vereist dat oude huishoudelijke electrische apparaten niet mogen vernietigd via de normale ongesorteerde afvalstroom. Oude apparaten moeten apart worden ingezameld om zo het hergebruik van de gebruikte materialen te optimaliseren en de negatieve invloed op de gezondheid en het milieu te reduceren. Het symbool op het product van de “afvalcontainer met een kruis erdoor” herinnert u aan uw verplichting, dat wanneer u het apparaat vernietigt, het apparaat apart moet worden ingezameld. Consumenten moeten contact opnemen met de locale autoriteiten voor informatie over de juiste wijze van vernietiging van hun oude apparaat. 34 Omschrijving van de kookplaat F E ROOSTERS APPARATEN BB... ROOSTERS APPARATEN B... BB 402TC - B 402TC BB 20A - B 20A BB 10TC - B 10TC B B A C D D B B B A C A C G H G H G H B 40TC - BB 40TC B 40DCDR B B B C A B I D A G H G H B I C G H C G H BB 402TC.1 B 40TC I B B D A D G H B B A C D C G H BB 402TC/CS - B 402TC/CS BB 10TC/CS - B 10TC/CS B B A C D BB 20R/CS - B 20R/CS BB 20A/CS - B 20A/CS BB 40/CS - B 40/CS B B B B A C A C D D H B 20TCDCDR/CS D BB 40 - B 40 BB 20R- B 20R B D G H B 20TCDCDR D ROOSTERS APPARATEN B...BNV G B 40DCDR/CS B B C A I H G H G BB 40TC/CS - B 40TC/CS H G B B B C A C H G I H G H G H G BB 402TC/CS.1 B D B D A C H A B C D I G E Bougies van de automatische ontsteking F Veiligheidsmechanisme Dit treedt in werking als de vlam per ongeluk is uitgegaan (overkoken, tocht enz.) door de gastoevoer van de brander te blokkeren. G Bedieningsknoppen van de gasbranders H Roosters voor de pannen Hulp gasbrander Halfsnelle gasbrander Snelle gasbrander Drioevoudige Ring gasbrander DC-DR gasbrander 35 Instructies voor het gebruik Het gebruik van de branders De branders zullen het beste resultaat leveren als uitsluitend pannen met een voor de gebruikte brander geschikte diameter worden gebruikt, waarbij moet worden voorkomen dat de vlam tot voorbij de bodem van de pan komt (zie onderstaande tabel). Voorts wordt aangeraden om, als een vloeistof aan de kook raakt, de vlam te verlagen tot een hoogte die volstaat om haar aan de kook te houden. Gasbranders Deze verschillen in afmeting en sterkte. Kies de brander die het beste past bij de doorsnede van de pan die u gaat gebruiken. De bedieningsknop "G" werkt als volgt: Regelkraan dicht Regelkraan maximaal geopend Regelkraan minimaal geopend De symbolen bij de knoppen verwijzen naar de positie van de betreffende brander op de kookplaat. Alle branders zijn voorzien een veiligheidssysteem met een thermokoppel tegen gaslekken. Door deze beschikking wordt de gasuitlaat van de brander automatisch op tijd van enkele seconden geblokkeerd in geval de vlam per toeval uitdooft. Om één van de branders aan te steken: • de betreffende knop indrukken, linksom draaien en het streepje met het symbool van de grote vlam overeen laten stemmen (maximum vermogen); • de knop volledig indrukken en de automatische ontsteking van het gas inschakelen door op de drukknop; • als de vlam brandt de knop gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot het element van de thermoelektrische-beveiliging warm is geworden; • de knop loslaten en controleren of de vlam regelmatig brandt. Als dit niet het geval mocht zijn de bovenstaande handelingen herhalen. ! Enkele modellen beschikken over een brander met onafhankelijke dubbele vlamkronen. Als u deze wilt ontsteken Gasbrenner A.Hilfsbrenner ø Topfdurchmesser (cm) 6 – 14 B.Normalbrenner 15 – 20 C.Schnellbrenner 21 – 26 D. Brenner mit Dreifachkrone 24 - 26 I.Brenner mit Doppelkrone DC-DR (innen) 10 - 14 I.Brenner mit Doppelkrone DC-DR (außen) 24 - 28 ! Voorkom dat tijdens het gebruik de pannen buiten de rand van het kookvlak komen. ! Als de roosters niet stabiel zijn, betekent dit dat ze op onjuiste wijze geplaatst zijn. De brander met "onafhankelijke dubbele vlamkronen" Deze brander bestaat uit twee vlamkronen die samen of onafhankelijk kunnen functioneren. Tegelijk gebruikt op maximum geeft verhoogde warmte en dus kortere kooktijden vergeleken met de traditionele branders. Ook verdelen de dubbele vlamkronen de warmte onder de pannen gelijkmatiger, vooral als ze allebei op minimum worden gebruikt. U kunt dus ook pannen van verschillende grootte gebruiken, met de kleinere pannen op alleen de binnenste vlamkroon. Iedere vlamkroon van de brander met "onafhankelijke dubbele vlamkronen" heeft zijn eigen bedieningsknop: de knop met het symbool bedient de buitenste vlamkroon; de knop met het symbool bedient de binnenste vlamkroon; Voor het aansteken van de gewenste vlamkroon drukt u de draait u de knop naast het symbool en houdt u hem ongeveer 6 seconden lang stevig ingedrukt totdat het mechanisme dat de vlam automatisch aanhoudt, warm is. Voor de laagste stand (minimum vermogen) de knop verder draaien tot aan het symbool van de kleine vlam. Tussenliggende standen zijn mogelijk, hiertoe de knop tussen het symbool van de grote vlam en dat van de kleine vlam instellen. Om de brander te doven de knop rechtsom draaien tot stand " ". In deze stand wordt de knop geblokkeerd. Om haar opnieuw te draaien zal ze eerst moeten worden ingedrukt. Belangrijk: • De automatische vonkontsteking niet langer dan 15 seconden achter elkaar gebruiken. Bij problemen met de ontsteking, de knop loslaten en de eventueel in de gasleiding aanwezige lucht eruit laten stromen. Vervolgens opnieuw op het knopje drukken. • Bij het ongewenste uitgaan van de vlam van de branders zal het gas nog even door blijven stromen vóórdat het beveiligingsmechanisme in werking treedt. De bedieningsknop sluiten en tenminste 1 minuut wachten alvorens te proberen de vlam opnieuw te ontsteken om het ontsnapte gas de tijd te geven om in de lucht op te lossen. • Als het apparaat niet wordt gebruikt, controleren of de knoppen in de dicht-stand staan “ “. Verder wordt het aanbevolen om de gaskraan in de toevoerleiding te sluiten. betreffende knop in en draait u hem tot aan maximum . De brander is voorzien van elektronische ontsteking die automatisch werkt zodra u de knop indrukt. Aangezien de brander is voorzien van het veiligheidssysteem "F" moet u de knop ongeveer 6 seconden ingedrukt houden totdat het veiligheidssysteem warmt wordt en automatisch de vlam aan houdt. Um optimale Leistungen Ihres zu gewährleisten, sind beim Kochen einige grundsätzlichen Maßnahmen zu beachten: • Verwenden Sie Kochgeschirr, die glatt auf der Kochzone aufliegen. Note Als er geen stroom is, kunt u de brander met een lucifer aansteken, terwijl u de knop op de grote vlam zet. Voor het aansteken van één van de gasbranders houdt u er een vlammetje bij of een gasaansteker, drukt u de knop in en draait u hem tegen de klok in tot aan de positie van maximum sterkte. 36 Schoonmaken en onderhoud • Na het schoonmaken kunt u eventueel de stalen gedeelten oppoetsen en eventueel geelachtig worden vermijden; hiervoor kunt u de bijgeleverde speciale crème voor het onderhoud van staal, na te bestellen bij ons Service Centrum. • Laat op de geëmailleerde of gelakte delen geen zure vloeistoffen achter (azijn, citroenzuur, agressieve schoonmaakproducten enz.). • de losse delen van de gasbranders moeten vaak in een lauw sop worden gewassen; verwijder eventueel aangekoekte reste. Ga na dat de gasuitstroomopeningen niet verstopt zijn. Droog de branders goed af voordat u ze weer gaat gebruiken. • Maak het uiteinde van de bougies van de automatische ontsteking van de kookplaat vaak schoon. Om ervoor te zorgen dat het apparaat lang mee gaat moet het apparaat regelmatig grondig schoongemaakt worden, waarbij u rekening moet houden met het volgende: • Voordat u het apparaat schoon gaat maken moet u eerst de stroomtoevoer naar het apparaat uitschakelen uitschakelen. • Laat de delen van het apparaat die nog heet zijn eerst afkoelen voordat u deze schoon gaat maken. • de geëmailleerde of verchroomde en de glazen delen worden gewassen met lauw water; gebruik geen schuurmiddelen of bijtende middelen die het kunnen beschadige. • De stalen delen en vooral die met de opgedrukte symbolen niet met oplosmiddelen of schuurmiddelen mogen worden gereinigd (ga met het doekje over het oppervlak heen en beweeg daarbij in dezelfde richting als de satijnglansafwerking van het staal). Roesrvrije staal, als het lang in contact is met kalkhoudend water of sterke wasmiddelen (fosforhoudend), kan vlekken vertonen. Na ze te hebben gewassen moeten ze zorgvuldig met een zachte doek worden afgedroogd. Bij hardnekkig vuil is het gebruik van brandspiritus toegestaan. De regelkranen en de thermostaat van de gasoven met vet smeren Met verloop van tijd kan het zijn dat een kraantje geblokkeerd raakt of moeilijk draait; het is dan noodzakelijk het van binnen schoon te maken en het opnieuw te smeren.. Dit moet worden uitgevoerd door een door de fabrikant erkende installateur. 37 Instructies voor de installateur De onderstaande instructies zijn bestemd voor de erkende installateur om hem in staat te stellen de handelingen met betrekking tot de installatie op de meest correcte wijze en in overeenstemming met de van toepassing zijnde normen uit te voeren. Belangrijk: alle regel-, onderhoudshandelingen enz. moeten op een van het elektriciteitsnet afgesloten apparaat worden uitgevoerd. Indien het noodzakelijk mocht blijken de elektrische voeding te handhaven, zal de grootst mogelijke voorzorg moeten worden genomen. De kookplaten hebben de volgende technische kenmerken kenmerken: -Klasse 1: alle modellen waarvan de hoogte van de rand meer is dan/gelijk is aan 75 mm (zie volgende bladzijde, afb. 4 onderdeel H3). -Klasse 3: alle modellen waarvan de hoogte van de rand minder is dan 75 mm (zie volgende bladzijde, afb. 4 onderdelen H1 en H2). -Categorie II2L3B/P (voor NEDERLAND) -Categorie II 2E+3+ (voor BELGIË) BELGIË). • een totale volledig onbelemmerde doorgangssectie van tenminste 6 cm² voor iedere kW nominale warmtecapaciteit van het apparaat, met een minimum van 100 cm² (de warmtecapaciteit kan worden afgelezen op het plaatje met de technische gegevens aan de onderkant van het apparaat; • de mondingen aan zowel de binnen- als de buitenzijde van de wand mogen niet verstopt kunnen raken; • met bijvoorbeeld een rooster, metalen gazen, enz. zijn beschermd opdat de bovengenoemde nuttige sectie niet wordt verminderd; • op een hoogte vlak boven de vloer zijn geplaatst. Bijzonderheid A Plaatsing Dit apparaat mag uitsluitend geïnstalleerd worden en functioneren in ruimtes die permanent geventileerd zijn in overeenstemming met de voorschriften van de geldende normen. De volgende eisen moeten in acht genomen worden: • Het apparaat moet de verbrandingsproducten afvoeren naar een speciaal hiervoor bestemde kap die op een schoorsteen, een afvoerkanaal of rechtstreeks naar buiten moet zijn aangesloten (Afb.1). • Als het gebruik van een kap niet mogelijk is, kan een in het raam of in de buitenmuur geplaatste ventilator worden gebruikt die tegelijkertijd met het apparaat in werking gesteld moet worden. Afb.1 In open haard of vertakte rookpijp (aanwezig bij de kookapparaten) Aansluitende kamer Ventilatie kamer A Voorbeeld van een ventilatieopening voor verbrandingslucht Vergroting van de gleuf tussen de deur en de vloer Afb. 2A Afb. 2B De lucht mag eveneens vanuit een nevenliggende ruimte worden toegevoerd, op voorwaarde dat het hier geen slaapkamer of een ruimte waar brandgevaar bestaat betreft, zoals bijv. opslagplaatsen, garages, magazijnen met brandbaar materiaal enz., en ze in overeenstemming met de geldende normen is geventileerd. De toevoer van de lucht vanuit een nevenliggende ruimte naar de te ventileren ruimte dient vrijelijk door permanente openingen te worden gegarandeerd, met een sectie die niet kleiner mag zijn dan die hierboven vermeld. Deze openingen kunnen ook worden verkregen door de vrije ruimte tussen de deur en de vloer te vergroten (Afb.2B). Als voor de afvoer van de verbrandingsproducten een elektroventilator wordt gebruikt, zal de ventilatieopening moeten worden aangepast aan de maximale capaciteit van de luchtverplaatsing ervan. De capaciteit van de elektroventilator dient voldoende te zijn om per uur een luchtverversing van 3÷5 maal het volume van de ruimte te garanderen. Bij een intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan een extra ventilatie noodzakelijk blijken die kan worden verkregen door bijvoorbeeld het openen van een raam of een verbetering van de afzuigcapaciteit van de elektroventilator, indien aanwezig. De gassen van een vloeibaar gemaakt gasmengsel (LPG) zijn zwaarder dan lucht en blijven laag hangen. De ruimtes waarin gasflessen met LPG staan moeten dan ook openingen naar buiten hebben ter hoogte van de vloer, zodat eventueel gelekte gassen van onderen afgevoerd kunnen worden. Zet geen LPG gasflessen (ook als deze leeg zijn) in ondergrondse ruimtes; in de ruimte is het verstandig alleen de gasfles te laten staan die op dat moment in gebruik is, waar u de gasfles uit de buurt van warmtebronnen moet neerzetten waardoor de temperatuur van de gasfles eventueel op kan lopen tot meer dan 50°C. Meteen naar buiten Ventilatie van de keukenruimte In de ruimte waar het apparaat wordt geïnstalleerd moet een hoeveelheid lucht worden toegevoerd die voldoerde is voor de verbranding van het gas en de ventilatie van de ruimte. De natuurlijke toevoer van de lucht dient te worden gewaarborgd door middel van permanente openingen in de buitenmuren van de ruimte, of door enkele of collectief vertakte ventilatiekanalen, in overeenstemming met de geldende normen. De lucht dient rechtstreeks van buitenaf en uit de buurt van bronnen van verontreiniging te worden toegevoerd. De ventilatieopening moet over de volgende eigenschappen beschikken (Afb.2A): 38 Het installeren van kookplaten In dit geval is het noodzakelijk om de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen om er zeker van te zijn dat de installatie aan de geldende normen ten aanzien van de preventie van ongevallen met betrekking tot elektrische en gasaansluitingen voldoet. Voor een goede werking van het toestel dat in meubels wordt geïnstalleerd, moeten de minimum afstanden in achting worden genomen die op Afb.3 worden aangeduid. Bovendien moeten de aangrenzende X 20 mm mm 50 m m 2-Inbouwkookplaten (Klasse 3) met rand van minder dan 75 mm (zie afbeelding 4 onderdeel H2). Voor wat betreft de installatie moet op het eventuele keukenblad onder de kookplaat een opening worden gemaakt die groot genoeg is om het onderste gedeelte van de kookplaat te kunnen bevatten. Zorg ervoor dat tussen de kookplaat en het houten keukenblad minstens 1 cm overblijft rond de hele omtrek (de onderzijde van de houder kan er ook mee in contact zijn). Voor de bevestiging van de apparaten ziet u de instructies op punt 1 of eventueel het extra instructieblad in geval van speciale toepassingen. 3- Kookplaten (opbouw) (Klasse 1) met rand van meer dan 75 mm (zie afbeelding 4 onderdeel H3). In dit geval moet de onderste houder van het blad niet breder zijn dan de rand zelf; ook in het geval de kookplaat op een keukenblad wordt bevestigd zal het slechts noodzakelijk zijn eventuele openingen te maken voor de doorgang van de gastoevoerbuizen en de elektrische kabel. Voor het bevestigen van de kookplaten moet u de volgende handelingen uitvoeren (afb. 6): •schroef 2 schroeven "A" (bijgeleverd) aan het kastje met de afstanden van de achterwand zoals aangegeven in afbeelding 6, en laat de koppen van de schroeven 1,5 mm uitsteken van het hout; •bevestig de kookplaat aan de 2 schroeven "A" en druk hem naar achteren; •bevestig hem aan het meubel aan de achterkant met de 2 montageplaatjes "B" en de vier bijgeleverde schroeven "C". fig.3 Het bevestigen aan het meubel Er bestaan drie verschillende soorten apparaten met betrekking tot het type installatie: INBOUWKOOKPLAAT HOOGTE = DIKTE STAAL INBOUWKOOKPLAAT DIKTE STAAL <HOOGTE <75 mm KEUKENBLAD - OP KOOKPLAAT HOOGTE >75 mm fig.4 B C 1- Inbouwkookplaten (Klasse 3) die op één lijn staan met het meubel (zie afbeelding 4 onderdeel H1); in dit geval is het voor de installatie noodzakelijk een opening te maken in het keukenblad die groot is als de omtrek van de kookplaat, min 2 cm voor elke zijde, zodat de plaat 1 cm op het keukenblad rust. Om een plaat op een dergelijke manier in te bouwen is het bovendien nodig een extra verlaging te verkrijgen op de omtrek (zie afbeelding 5b) zodat behalve de rand van de kookplaat ook de afdichting eronder plaats genoeg heeft. Voordat u verdergaat met de bevestiging aan het keukenblad moet u de "X" (bijgeleverde) afdichting rond de omtrek van de kookplaat leggen, zoals aangegeven in afbeelding 5. X mm 1.5 mm 50 Min.700mm fig.5 A fig.6 N.B.: teneinde een monteur in staat te stellen mogelijk toekomstig onderhoud uit te voeren, moet u er na de installatie voor zorgen dat het gedeelte onder de kookplaat makkelijk toegankelijk blijft (geen eventuele afgesloten modules). 39 Instrukties voor de installatie • tenslotte, vervang het oude typeplaatje met een ander dat het nieuwe type gas aangeeft, verkrijgbaar bij onze Technische Dienst. • monteer de onderdelen weer. Aansluiting van de gastoevoer • De aansluiting van het apparaat op de gasleiding of -fles moet worden uitgevoerd in overeenstemming met voorschriften van de van toepassing zijnde normen en uitsluitend na te hebben gecontroleerd of het apparaat is afgesteld op het soort gas waarmee het zal worden gevoed. • Dit apparaat is vooraf ingesteld om te functioneren met het soort gas dat staat vermeld op het plaatje op de kookplaat. Indien de beschikbare gassoort niet overeenstemt met de gassoort waar het apparaat op ingesteld is, moet u de betreffende inspuiters (die bij de levering inbegrepen zijn) verwisselen waarbij u de aanwijzingen die in de paragraaf “Ombouw van het apparaat op een andere gassoort” zijn opgenomen in acht moet nemen. A fig.7 • Om zeker te zijn van de goede werking van het apparaat, om de energie op adequate wijze te kunnen benutten en om ervoor te zorgen dat het apparaat lang meegaat moet u zich ervan verzekeren dat de voedingsdruk overeenstemt met de waarden die in de tabel 1 “Kenmerken van de branders en inspuiters” staan. Als dit niet het geval is moet u op de gastoevoerleiding een speciale drukregelaar monteren in overeenstemming met de geldende normen. fig.8 fig.9 Het vervangen van de straalpijpjes van de brander met "onafhankelijke dubbele vlamkronen": • verwijder de roosters en branders van hun plaats. De brander bestaat uit twee aparte delen (zie afb. C en afb.D); • schroef de straalpijpjes los met een sleutel van 7mm. De binnenste vlamkroon heeft een straalpijpje, de buitenste heeft er twee (van dezelfde maat). Vervang de straalpijpjes met nieuwe die zijn aangepast aan het nieuwe type gas (zie tabel1). • zet de onderdelen in omgekeerde volgorde weer op hun plaats. • Er bij de aansluiting op letten dat het apparaat niet aan spanningen of druk wordt blootgesteld. De gastoevoer moet op de draaibare koppeling (met schroefdraad ½"G buitendraad) aan de achterkant van het apparaat aangesloten worden (fig.7) met een metalen starre leiding en op koppelingen die aan de geldende normen voldoen of met een metalen flexibele leiding in overeenstemming met de geldende normen, die niet langer mag zijn dan 2000 mm. Als de koppeling gedraaid moet worden moet u de dichting (die bij de levering van het apparaat inbegrepen is) zonder meer vervangen. Als de installatie voltooid is moet u de gasleidingen, de inwendige aansluitingen en de kranen op dichtheid controleren door een sopje te gebruiken (gebruik uiteraard nooit een vlam). Ga verder na dat de aansluitleiding niet in aanraking kan komen met de beweegbare delen waardoor de leiding beschadigd of afgekneld kan worden. Verzeker u ervan dat de aardgasleiding groot genoeg is om het apparaat te voeden als alle branders in werking zijn. Afb. C Afb. D Regulatie primaire lucht van de branders (voor België) De branders hebben geen regulatie van de primaire lucht nodig. Belangrijk: Om de aansluiting met vloeibaar gas (flessengas) tot stand te brengen moet er een drukregelaar tussen geplaatst worden die aan de geldende normen voldoet. Het regelen van de minimum stand • zet het kraantje op minimum; • neem de knop eraf en draai aan het regelschroefje in het staafje van het kraantje (fig.9) totdat u een regelmatige vlam heeft (als u de schroef losser draait neemt het minimumvermogen toe, als u de schroef strakker draait neemt het minimumvermogen af); Opmerking: in geval van vloeibaar gas moet de stelschroef aangedraaid worden totdat hij niet verder kan. • Als u het gewenste minimum vermogen bereikt heeft, moet u de knop-terwijl de brander brandt-een paar keer snel van de hoogste stand op de laagste stand zetten en nagaan dat de brander niet dooft; Ombouw van het apparaat op een andere gassoort Als de kookplaat op een andere gassoort omgebouwd moet worden dan de gassoort waarop de kookplaat ingesteld is (staat op het etiket op de kookplaat aangegeven), moet u de inspuiters van de branders verwisselen waarbij als volgt te werk moet gaan: • haal de roosters en de branders eraf. • schroef de inspuiters los (fig.8) met een buissleutel van 7 mm en vervang ze met inspuiters die geschikt zijn voor het nieuwe type gas (zie tabel 1 “Kenmerken van de branders en inspuiters”). 40 Elektrische aansluiting omgevingstemperatuur. In het geval van installeren boven een ingebouwde oven, moet de elektrische aansluiting van het kookplaat en van de oven apart worden uitgevoerd, zowel voor veiligheidsredenen als om het eventueel uittrekkenvan de oven mogelijk te maken. Gebruik geen adaptors, dubbelstekkersof dergelijke, aangezien deze oververhitting en branden kunnen veroorzaken. Alvorens de aansluiting tot stand te brengen moet u zich van het volgende verzekeren: • de spanningsbegrenzer en de elektrische installatie thuis zie geschikt zijn voor de belasting van de apparatuur (zie plaatje met technische gegevens gegevens); • de elektrische voeding over een deugdelijke aardaansluiting beschikt in overeenstemming met de geldende normen en voorschriften; • het stopcontact of de meerpolige schakelaars makkelijk zijn te bereiken als de kookplaat is geïnstalleerd. WIJ AANVAARDEN GEEN ENKELE VERANTWOORDELIJKHEID ALS DE ONGEVALLENPREVENTIENORMEN NIET WORDEN NAGELEEFD. HET APPARAAT MOET OP EEN RANDGEAARD STOPCONTACT WORDEN AANGESLOTEN. De units zijn bestemd om te worden gebruikt met wisselstroom met een spanning en frequentie zoals vermeld op het plaatje met de technische gegevens (geplaatst aan de onderzijde van de kookplaat of op het eind van de gebruiksaanwijzing). Controleren of de netspanning ter plaatse overeenstemt met die vermeld op het plaatje. Aansluiting van de elektrische voedingskabel op het net Bij de modellen die niet van een stekker voorzien zijn moet u een genormaliseerde stekker voor de belasting die op het typeplaatje staat op het snoer monteren en de stekker in een deugdelijk stopcontact steken. Als het apparaat rechtstreeks op het elektriciteitsnet aangesloten moet worden dan moet er tussen het apparaat en het elektriciteitsnet een veiligheidsschakelaar gemonteerd worden met een opening tussen de contacten van minimaal 3 mm, die berekend moet zijn op de belasting van het apparaat en die aan de geldende normen moet voldoen. De geel/groene aardedraad mag niet onderbroken worden door de schakelaar. In ieder geval moet de voedingskabel zodanig aangelegd worden dat de kabel op geen enkel punt warmer kan worden dan 50 °C boven de De kabel vervangen Gebruik een rubber kabel van het type H05RR-F (H05RR-F voor mod. niet.../CS)met een doorsnede 3 x 0.75 mm². De geel/groene aardleiding moet 2-3 cm langer zijn ten opzichte van de andere leidingen. 41 Kenmerken van de branders en inspuiters TABEL 1 (voor Nederland) Brander Vloeibaar gas Aardgas Brander Warmtecapaciteit By-pass Inspuiter Debiet * doorsnee kW (H.s.*) 1/100 1/100 g/h (mm) (mm) Inspuiter 1/100 (mm) Debiet * l/h (mm) Nom. Ger. D. Drioevoudige ring 130 3.25 1.3 57 91 236 141 309 C. Sterk 100 3.00 0.7 40 86 218 122 332 C. Sterk (modellen B20R/CS BNV...) 100 3.00 0.7 40 82 196 116 332 B. Normaal 75 1.65 0.4 30 64 120 94 183 A. Sudderbrander 55 1.00 0.4 30 50 73 72 110 I.dubbele vlamkronen (binnenste DCDR) 30 0.9 0.4 30 44 65 70 100 I.dubbele vlamkronen (buitenste DCDR) 130 4.1 1.3 57 70 298 114 454 Tabel 1 (voor BELGIË) G25 20 17 25 28-30 20 35 Nom. Min. Max Voedingsdruk BRANDER G30/G31 Vloeibaar gas Brander doorsnee Warmte capaciteit kW (H.s.*) (mm) Nom. Ger. By-pass Inspuiter 1/100 1/100 (mm) (mm) Aardgas Debiet * g/h Inspuiter 1/100 (mm) Debiet * l/h G30 G31 G20/25 G20 G25 C.Snel 100 3.00 0.7 40 86 218 214 116 286 332 C.Blitz (modellen B20R/CS BNV...) 100 3.00 0.7 40 82 196 193 116 286 332 B.Halfsnel 75 1.65 0.4 30 64 120 118 96 157 183 A.Hulp 55 1.00 0.4 30 50 73 71 71 95 110 D.Drioevoudige ring 130 3.25 1.3 57 91 236 232 124 309 360 I.dubbele vlamkronen (binnenste DC-DR) 30 0.9 0.4 30 44 65 64 70 86 100 I.dubbele vlamkronen (buitenste DC-DR) 130 4.1 1.3 57 70 298 293 110 390 454 28-30 37 20 25 Voedingsdruk * A 15°C en 1013 mbar-droog gas H.s. Propaangas G31 = 50,37 MJ/kg H.s. Butangas G30 = 49,47 MJ/kg H.s. Aardgas G20 = 37,78 MJ/m3 H.s. Aardgas G25 = 32,49 MJ/m3 Deze apparatuur voldoet aan de volgende Europese richtlijnen: - EEG /2006/95 van 12/12/06 (Laagspanning) en successievelijke modificaties; - EEG /2004/108 van 15/12/04 (Electromagnetische compatibiliteit) en successievelijke modificaties; - EEG EEG/2009/142 van 30/11/09 (Gas) en successievelijke modificaties; - EEG EEG/93/68 van 22/07/93 en successievelijke modificaties. 42 Viale Aristide Merloni, 47 60044 Fabriano (AN) Italy Tel. +39 0732 6611 www.scholtes.com This document is printed by Xerox Fabriano - 07/2010 Document number: 195035548.06 Conformément à nos conditions générales de vente, nous nous réservons la faculté de modifier nos modèles sans préavis: et cette brochure ne peut être considérée comme un document contractuel. In conformity with our general conditions of sale, we reserve the right to modify our models without notice and this booklet can in no way be considered as a binding document. Overenkomstig onze verkoopvoorwaarden behouden wij ons het recht voor onze modellen zonder voorafgaande kennisgeving te vjzigen: dit boekje kan niet als cen contractueel dokument worden beschouwd. Conformemente alle nostre condizioni generali di vendita, ci riserviamo la facoltà di modificare i nostri modelli senza preavviso. Questo opuscolo non può essere considerato come un documento contrattuale.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44

Scholtes B 40/CS BNV F Gebruikershandleiding

Type
Gebruikershandleiding