Master DH716 720 de handleiding

Type
de handleiding
ALVORENS HET APPARAAT TE GEBRUIKEN, DI-
ENT DE HANDLEIDING AANDACHTIG TE WOR-
DEN BESTUDEERD EN BEWAARD VOOR LATE-
RE RAADPLEGING.
1. WERKING
Dit apparaat is een luchtontvochtiger. De luchtontvochtiger
regelt de relatieve vochtigheid in afgesloten ruimtes door
lucht op te zuigen en over koelelementen te leiden. Het
koude oppervlak van de koelelementen laat het vocht in de
lucht condenseren. Het condenswater wordt opgevangen
in de watertank. De gedroogde lucht wordt door de uit-
blaasrooster weer in het vertrek geblazen. De lucht wordt
nog iets opgewarmd, voordat deze door de uitblaasrooster
weer in het vertrek wordt geblazen.
FIG. 1
1. uitlaat droge lucht
2. condensor
3.verdamper
4. inlaat vochtige lucht
5. watertank
6. compressor
7. motor
8. ventilatorblad
2. PLAATSING
Vochtige lucht verspreidt zich, net als hinderlijke (kook)
luchtjes, door het gehele huis. Het is dan ook raadzaam
om de luchtontvochtiger op een centrale plaats neer te zet-
ten, zodat de vochtige lucht van alle kanten uit het gehele
huis kan worden aangezogen. Heeft u een serieus vocht-
probleem in een vertrek, begin dan in dit vertrek. Later als
het vochtprobleem is opgelost, kunt u de luchtontvochtiger
desgewenst verplaatsen naar een meer centrale plaats.
Plaats de luchtontvochtiger nooit te dicht bij een radiator of
andere warmtebron.
Zet de luchtontvochtiger stabiel op een vlakke ondergrond.
Zet de luchtontvochtiger zoveel mogelijk waterpas en zorg
ervoor dat de lucht onbelemmerd kan worden aangezo-
gen en uitgeblazen. Zorg er dus voor dat aan alle kanten
van het apparaat minstens 10 cm (4”) vrije ruimte wordt
behouden. Voor extra praktisch gebruik en mobiliteit heeft
uw luchtontvochtiger 4 wieltjes. Indien u het apparaat wilt
verplaatsen, dient u het eerst uit te zetten, het snoer uit het
stopcontact te halen en de watertank te legen. Het gebruik
van een verlengsnoer wordt afgeraden. Zorg er dus voor
dat het apparaat niet te ver van een stopcontact wordt ge-
plaatst.
Indien een verlengsnoer toch noodzakelijk blijkt te zijn,
let erop dat de diameter van de stroomkabels minstens
1 mm
2
bedraagt. Het beste effect wordt verkregen in een
ruimte met buitendeuren en ramen gesloten wanneer de
luchtontvochtiger aan staat.
3. INSTRUCTIES VÓÓR HET GEBRUIK
LET OP!
het apparaat moet altijd rechtop staan;
vóór het aansluiten van uw luchtontvochtiger moet deze
minimaal 1 uur rechtop hebben gestaan na het transport
ervan of nadat deze is gekanteld (bijv. tijdens reiniging er-
van);
Stop geen vreemde voorwerpen in de openingen (lucht
in- en uitlaten);
Controleer de netspanning. De luchtontvochtiger is
uitsluitend geschikt voor de aansluitspanningen die staan
aangegeven op het typeplaatje aan de achterkant van het
apparaat;
Als de stroomkabel van de luchtontvochtiger is bescha-
digd, dient deze vervangen te worden door een deskun-
dige servicemonteur om ieder risico te voorkomen;
zet het apparaat nooit aan en schakel het nooit uit door
de stekker uit het stopcontact te trekken. Gebruik hiervoor
altijd de schakelaar op het bedieningspaneel;
indien u het apparaat wilt verplaatsen, dient u het eerst
uit te zetten, de stekker uit het stopcontact te halen en de
watertank te legen;
gebruik geen spray tegen ongedierte of anderen brand
-
bare schoonmaakmiddelen;
reinig de luchtontvochtiger nooit door het apparaat met
water te besproeien of in water te dompelen.
DIT APPARAAT IS NIET BESTEMD VOOR GEBRUIK
DOOR PERSONEN (INCLUSIEF KINDEREN) MET EEN
BEPERKT LICHAMELIJK, ZINTUIGLIJK OF GEESTE
-
LIJK VERMOGEN OF DOOR PERSONEN ZONDER ER-
VARING DIE NIET ZIJN GETRAIND DOOR IEMAND DIE
VERANTWOORDELIJK IS VOOR HUN VEILIGHEID. LET
ER OP DAT KINDEREN NIET MET HET APPARAAT SPE-
LEN.
BELANGRIJK!
Het apparaat mag niet worden gebruikt bij temperaturen
onder 5°C, om zo ijsafzetting op de verdamper te voorko-
men.
4. ONDERDELEN
Voorkant FIG. 2
1. Bedieningspaneel
INHOUDSOPGAV
1... WERKING
2... PLAATSING
3... INSTRUCTIES VÓÓR HET GEBRUIK
4... ONDERDELEN
5... BEDIENING
6... WATERAFVOER
7... ONDERHOUD
8... VERHELPEN VAN STORINGEN
en
it
de
es
fr
nl
FI
FR
GB
HR
HU
IT
LT
LV
NL
NO
PL
RO
RU
SE
SI
SK
UA
SE
SI
SK
TR
UA
2. Verlichting
3. Voorplaat
4. Achterplaat
Achterkant FIG. 3
5. Ventilatie klep
6. Handgreep
7. Luchtinlaat /Filters
8. Kijkglas waterpeil
9. Watertank
5. BEDIENING
FIG. 4
1. Knop voor het instellen van de luchtvochtigheid
2. Indicator van de werkmodus (ononderbroken, luchtvoch-
tigheid 40%, 50%, 60%, 70%)
3. Temperatuur/luchtvochtigheid weergave
4. Indicator werking van de tijdklok
5. Knop voor temperatuur weergave
6. Indicator ionisator en TiO2 (optionele functies afhanke-
lijk van het gekochte model)
7. Indicator LUCHTONTVOCHTIGER
8. Knop LUCHTONTVOCHTIGER
9. Indicator hoge snelheid van de ventilatie
10. Regelknop snelheid/ventilatie
11. Indicator lage snelheid van de ventilatie
12. Indicator stroomvoorziening
13. Knop ON/OFF (voorziening)
14. Indicator ”Vulling met water”
15. Knop KLOK
16. Knop ionisator en TiO2 (optionele functies afhankelijk
van het gekochte model)
Verlichting functie:
Blauw licht – luchtvochtigheid van de ruimte >70%
Groen licht - luchtvochtigheid van de ruimte 50~70%
Rood licht -luchtvochtigheid van de ruimte < 50%
Knipperend rood licht - alarm voor hoog waterniveau.
Bediening
1. Sluit het apparaat op het juiste stopcontact aan. (Gelieve
de waarde van de spanning/frequentie controleren op de
voorgeschreven typeplaat van het apparaat)
2. Druk op de knop ON/OFFom het apparaat in te schake-
len. De compressor gaat aan.
3. Druk op de knop voor hetinstellen van de luchtvochtig-
heid om de werkmodus te selecteren: permanent, lucht-
vochtigheidsniveau 40%,50%, 60% of 70%. De juiste indi-
cator voor de gegeven waarde gaat branden.
4. Druk op de knop snelheid/ventilatie om de hoge of lage
snelheid van de ventilatie in te stellen. De juiste indicator
voor de gegeven waarde gaat branden.
5. Druk op de knop KLOK om de verwachte werktijd (1~24
uur)in te stellen. Na het drukken op de knop KLOK, ver-
toont het display de geselecteerde tijd. Laat de knop los
gedurende 8 seconden zodat het display teruggaat naar
de weergave van de luchtvochtigheid van de ruimte. Na
het verloop van het aangegeven aantal uren, gaat de com-
pressor automatisch uit.
6. Door het drukken op de knop ”TEMP” wordt de huidige
temperatuur in de ruimte vertoond. Laat de knop los ge-
durende 8 seconden zodat het display teruggaat naar de
weergave van de luchtvochtigheid van de ruimte.
7. De functie LUCHTONTVOCHTIGER zet de turbo-mo-
dus van het ventilatiesysteem aan en dit veroorzaakt het
permanent afdrogen van de luchtvochtigheid. Door middel
van deze functie kan men de was drogen.
8. Om het apparaat uit te zetten, druk op de knop ON/OFF.
9. Functie PRE-SET. Door middel van de knop KLOK zon-
der het starten van enige functies (knop ON/OFF inbegre-
pen) kan men de tijd van het aanzetten van het apparaat
instellen, bv. als men de klok op ’2’ instelt, dan gaat het
apparaat automatisch 2 uur later aan.
6. WATERAFVOER
Wanneer de watercontainer vol is, voor de beveiliging gaat
de compressor automatisch uit en de indicator ’vulling met
het water gaat rood branden.
Om de watercontainer te verwijderen, til hem voorzichtig
uit het apparaat.
Na het legen van de watercontainer, plaats hem weer
terug. Verzekert u zich dat de watercontainer goed terug
geplaatst is. Als de watercontainer goed terug geplaatst
is, gaat het verklikkerlicht ’vulling met het water uit en de
luchtontvochtiger wordt gestart.
Als de watercontainer niet goed terug geplaatst is, zal de
indicator ’vulling met het water nog steeds rood branden.
AANSLUITEN OP EEN VASTE WATERAFVOER
Als de luchtontvochtiger bij een hoge luchtvochtigheid
wordt gebruikt, zal de watercontainer vaker dienen gele-
egd te worden. In een dergelijke situatie is het veel mak-
kelijker het ononderbroken legen van de watercontainer in
te stellen. Daarvoor dient men de volgende handelingen
uit te voeren:
1. Verwijder de watercontainer (FIG. 5)
2. Sluit de waterafvoer aan op de luchtuitlaat van diameter:
11 mm (de waterafvoer wordt niet met het apparaat me-
egeleverd) (FIG. 6)
3. Verzekert u zich dat de waterafvoer goed bevestigd is
en dat het water zonder obstakels weg kan lopen. Let op!
Bij hele lage temperatuur dient men aanvullend de wateraf-
voer tegen het bevriezen te beveiligen.
4. De watercontainer op zijn plek zetten.
7. ONDERHOUD
Neem altijd eerst de stekker uit het stopcontact voordat u
het apparaat of onderdelen hiervan gaat reinigen of ver-
vangen.
SCHOONMAKEN VAN DE BUITENKANT VAN
HET APPARAAT
Gebruik alleen een zachte doek om de buitenkant van het
apparaat schoon te maken.
Gebruik geen bijtende of agressieve schoonmaakmidde-
len. Deze middelen kunnen het apparaat
blijvend beschadigen.
SCHOONMAKEN VAN HET LUCHTFILTER
Dit model van de luchtontvochtiger is uitgerust met soor-
ten lters (FIG. 7):
1. LUCHTFILTER
- Verwijder de lterhouder en verwijder dan het koolstof-
lter.
- Maak het lter voorzichtig schoon met de stofzuiger of
spoel hem af onder de kraan. Als het lter zeer vies is,
gebruik warm water met een kleine hoeveelheid van een
en
it
de
es
fr
nl
FI
FR
GB
HR
HU
IT
LT
LV
NL
NO
PL
RO
RU
SE
SI
SK
UA
SE
SI
SK
TR
UA
zacht schoonmaakmiddel.
- Voor het hergebruik van het lter, verzekert u zich dat het
lter helemaal droog is.
- Men dient het lter niet aan direct zonlicht bloot te stellen.
2. ACTIEF KOOSTOFLFILTER (bestemd voor het binden
van stofdeeltjes die in de lucht aanwezig zijn en voor het
beperken van de vermenigvuldiging van bacteriën)
Het actieve koolstoflter is gelegen achter het luchtlter. In
tegenstelling tot het luchtlter kan het active koolstoflter
niet gereinigd worden. De duurzaamheid van het koolstof-
lter hangt af van de omgevingsomstandigheden van de
ruimte waar het apparaat wordt gebruikt. Het lter dient
periodiek gecontroleerd te worden en als het nodig ver-
vangen te worden.
OPSLAG
Wanneer u de luchtontvochtiger langere tijd niet wilt ge-
bruiken, dient het apparaat te worden uitgeschakeld. Trek
het snoer uit het stopcontact en reinig het apparaat.
Leeg de watertank en droog alle onderdelen goed.
Bedek de luchtontvochtiger en bewaar het apparaat op
een plaats waar het niet wordt blootgesteld aan direct zon-
licht.
8. VERHELPEN VAN STORINGEN
DE LUCHTONTVOCHTIGER WERKT NIET:
Is de stekker aangesloten op een stopcontact?
Is er stroomaansluiting in het gebouw?
Is de kamertemperatuur 35°C of hoger? Zo ja, dan is
valt dit buiten de werkingstemperatuur van het apparaat.
Check of de hygrostaat (of de ON/OFF knop) is ing-
eschakeld.
Zorg ervoor dat de watertank leeg is en goed in de luch-
tontvochtiger geplaatst.
Zorg ervoor dat de luchtinlaat en -uitlaat vrij zijn.
DE LUCHTONTVOCHTIGER LIJKT NIET GOED
TE WERKEN:
Is het lter vuil of verstopt?
Zijn de luchtinlaat of -uitlaat geblokkeerd?
Is het vochtigheidsgehalte van de omgeving niet al laag
genoeg?
DE LUCHTONTVOCHTIGER ONTVOCHT NIET
OF SLECHTS HEEL WEINIG:
Zijn er niet te veel deuren en ramen open?
Is er iets in de kamer dat voor een hoog vochtigheids-
gehalte zorgt?
HET APPARAAT MAAKT VEEL LAWAAI:
Controleer of de luchtontvochtiger stabiel is en op een
vlakke ondergrond staat.
ER LOOPT WATER UIT DE LUCHTONTVOCHTI-
GER:
Controleer of the apparaat in goede technische staat is.
Indien het apparaat niet op een vaste waterafvoer is
aangesloten, dient te worden gecontroleerd of de rubberen
dop aan de onderkant van het apparaat goed vastzit.
Foutcodes op het scherm
Code Oorzaak Oplossing
E1 De omgevingstempe-
ratuursensor (omhul-
sel: hars) is geopend
of er is een storing
vanwege een kort-
sluiting.
Controleer of de
omgevingstempera-
tuursensor goed is
aangesloten op de
printplaat.
Vervang de omge-
vingstemperatuur-
sensor.
Vervang de hoofd-
printplaat.
Het niveau van lucht-
vochtigheid is lager
dan 40% relatieve
vochtigheid.
E2 De koelsysteemsen-
sor (omhulsel: koper)
is geopend of er is
een storing vanwege
een kortsluiting.
Controleer of de sen-
sor goed is aangeslo-
ten op de printplaat.
Vervang de sensor.
Vervang de hoofd-
printplaat.
en
it
de
es
fr
nl
FI
FR
GB
HR
HU
IT
LT
LV
NL
NO
PL
RO
RU
SE
SI
SK
UA
SE
SI
SK
TR
UA

Documenttranscriptie

en it de es fr nl INHOUDSOPGAV 1... 2... 3... 4... 5... 6... 7... 8... WERKING PLAATSING INSTRUCTIES VÓÓR HET GEBRUIK ONDERDELEN BEDIENING WATERAFVOER ONDERHOUD VERHELPEN VAN STORINGEN FI ALVORENS HET APPARAAT TE GEBRUIKEN, DIENT DE HANDLEIDING AANDACHTIG TE WORFR DEN BESTUDEERD EN BEWAARD VOOR LATERE RAADPLEGING. GB HR HU IT LT ►►► 1. WERKING Dit apparaat is een luchtontvochtiger. De luchtontvochtiger regelt de relatieve vochtigheid in afgesloten ruimtes door lucht op te zuigen en over koelelementen te leiden. Het koude oppervlak van de koelelementen laat het vocht in de lucht condenseren. Het condenswater wordt opgevangen in de watertank. De gedroogde lucht wordt door de uitblaasrooster weer in het vertrek geblazen. De lucht wordt nog iets opgewarmd, voordat deze door de uitblaasrooster weer in het vertrek wordt geblazen. LV ►► FIG. 1 1. uitlaat droge lucht NL 2. condensor 3.verdamper 4. inlaat vochtige lucht NO 5. watertank 6. compressor PL 7. motor 8. ventilatorblad RO ►►► 2. PLAATSING Vochtige lucht verspreidt zich, net als hinderlijke (kook) RU luchtjes, door het gehele huis. Het is dan ook raadzaam om de luchtontvochtiger op een centrale plaats neer te zetSE ten, zodat de vochtige lucht van alle kanten uit het gehele huis kan worden aangezogen. Heeft u een serieus vochtSI probleem in een vertrek, begin dan in dit vertrek. Later als het vochtprobleem is opgelost, kunt u de luchtontvochtiger desgewenst verplaatsen naar een meer centrale plaats. SK Plaats de luchtontvochtiger nooit te dicht bij een radiator of andere warmtebron. UA Zet de luchtontvochtiger stabiel op een vlakke ondergrond. Zet de luchtontvochtiger zoveel mogelijk waterpas en zorg SE ervoor dat de lucht onbelemmerd kan worden aangezogen en uitgeblazen. Zorg er dus voor dat aan alle kanten van het apparaat minstens 10 cm (4”) vrije ruimte wordt SI behouden. Voor extra praktisch gebruik en mobiliteit heeft uw luchtontvochtiger 4 wieltjes. Indien u het apparaat wilt SK verplaatsen, dient u het eerst uit te zetten, het snoer uit het stopcontact te halen en de watertank te legen. Het gebruik TR van een verlengsnoer wordt afgeraden. Zorg er dus voor dat het apparaat niet te ver van een stopcontact wordt geplaatst. UA Indien een verlengsnoer toch noodzakelijk blijkt te zijn, let erop dat de diameter van de stroomkabels minstens 1 mm2 bedraagt. Het beste effect wordt verkregen in een ruimte met buitendeuren en ramen gesloten wanneer de luchtontvochtiger aan staat. ►►► 3. INSTRUCTIES VÓÓR HET GEBRUIK LET OP! ►► het apparaat moet altijd rechtop staan; ►► vóór het aansluiten van uw luchtontvochtiger moet deze minimaal 1 uur rechtop hebben gestaan na het transport ervan of nadat deze is gekanteld (bijv. tijdens reiniging ervan); ►► Stop geen vreemde voorwerpen in de openingen (lucht in- en uitlaten); ►► Controleer de netspanning. De luchtontvochtiger is uitsluitend geschikt voor de aansluitspanningen die staan aangegeven op het typeplaatje aan de achterkant van het apparaat; ►► Als de stroomkabel van de luchtontvochtiger is beschadigd, dient deze vervangen te worden door een deskundige servicemonteur om ieder risico te voorkomen; ►► zet het apparaat nooit aan en schakel het nooit uit door de stekker uit het stopcontact te trekken. Gebruik hiervoor altijd de schakelaar op het bedieningspaneel; ►► indien u het apparaat wilt verplaatsen, dient u het eerst uit te zetten, de stekker uit het stopcontact te halen en de watertank te legen; ►► gebruik geen spray tegen ongedierte of anderen brandbare schoonmaakmiddelen; ►► reinig de luchtontvochtiger nooit door het apparaat met water te besproeien of in water te dompelen. ►► DIT APPARAAT IS NIET BESTEMD VOOR GEBRUIK DOOR PERSONEN (INCLUSIEF KINDEREN) MET EEN BEPERKT LICHAMELIJK, ZINTUIGLIJK OF GEESTELIJK VERMOGEN OF DOOR PERSONEN ZONDER ERVARING DIE NIET ZIJN GETRAIND DOOR IEMAND DIE VERANTWOORDELIJK IS VOOR HUN VEILIGHEID. LET ER OP DAT KINDEREN NIET MET HET APPARAAT SPELEN. BELANGRIJK! Het apparaat mag niet worden gebruikt bij temperaturen onder 5°C, om zo ijsafzetting op de verdamper te voorkomen. ►►► 4. ONDERDELEN ►► Voorkant FIG. 2 1. Bedieningspaneel 2. Verlichting 3. Voorplaat 4. Achterplaat ►► Achterkant FIG. 3 5. Ventilatie klep 6. Handgreep 7. Luchtinlaat /Filters 8. Kijkglas waterpeil 9. Watertank ►►► 5. BEDIENING ►► FIG. 4 1. Knop voor het instellen van de luchtvochtigheid 2. Indicator van de werkmodus (ononderbroken, luchtvochtigheid 40%, 50%, 60%, 70%) 3. Temperatuur/luchtvochtigheid weergave 4. Indicator werking van de tijdklok 5. Knop voor temperatuur weergave 6. Indicator ionisator en TiO2 (optionele functies afhankelijk van het gekochte model) 7. Indicator LUCHTONTVOCHTIGER 8. Knop LUCHTONTVOCHTIGER 9. Indicator hoge snelheid van de ventilatie 10. Regelknop snelheid/ventilatie 11. Indicator lage snelheid van de ventilatie 12. Indicator stroomvoorziening 13. Knop ON/OFF (voorziening) 14. Indicator ”Vulling met water” 15. Knop KLOK 16. Knop ionisator en TiO2 (optionele functies afhankelijk van het gekochte model) ►► Verlichting functie: Blauw licht – luchtvochtigheid van de ruimte >70% Groen licht - luchtvochtigheid van de ruimte 50~70% Rood licht -luchtvochtigheid van de ruimte < 50% Knipperend rood licht - alarm voor hoog waterniveau. ►► Bediening 1. Sluit het apparaat op het juiste stopcontact aan. (Gelieve de waarde van de spanning/frequentie controleren op de voorgeschreven typeplaat van het apparaat) 2. Druk op de knop ON/OFFom het apparaat in te schakelen. De compressor gaat aan. 3. Druk op de knop voor hetinstellen van de luchtvochtigheid om de werkmodus te selecteren: permanent, luchtvochtigheidsniveau 40%,50%, 60% of 70%. De juiste indicator voor de gegeven waarde gaat branden. 4. Druk op de knop snelheid/ventilatie om de hoge of lage snelheid van de ventilatie in te stellen. De juiste indicator voor de gegeven waarde gaat branden. 5. Druk op de knop KLOK om de verwachte werktijd (1~24 uur)in te stellen. Na het drukken op de knop KLOK, vertoont het display de geselecteerde tijd. Laat de knop los gedurende 8 seconden zodat het display teruggaat naar de weergave van de luchtvochtigheid van de ruimte. Na het verloop van het aangegeven aantal uren, gaat de compressor automatisch uit. 6. Door het drukken op de knop ”TEMP” wordt de huidige temperatuur in de ruimte vertoond. Laat de knop los gedurende 8 seconden zodat het display teruggaat naar de weergave van de luchtvochtigheid van de ruimte. 7. De functie LUCHTONTVOCHTIGER zet de turbo-mo- en dus van het ventilatiesysteem aan en dit veroorzaakt het permanent afdrogen van de luchtvochtigheid. Door middel it van deze functie kan men de was drogen. 8. Om het apparaat uit te zetten, druk op de knop ON/OFF. 9. Functie PRE-SET. Door middel van de knop KLOK zon- de der het starten van enige functies (knop ON/OFF inbegrepen) kan men de tijd van het aanzetten van het apparaat es instellen, bv. als men de klok op ’2’ instelt, dan gaat het apparaat automatisch 2 uur later aan. fr ►►► 6. WATERAFVOER Wanneer de watercontainer vol is, voor de beveiliging gaat nl de compressor automatisch uit en de indicator ’vulling met het water’ gaat rood branden. FI Om de watercontainer te verwijderen, til hem voorzichtig uit het apparaat. FR Na het legen van de watercontainer, plaats hem weer terug. Verzekert u zich dat de watercontainer goed terug geplaatst is. Als de watercontainer goed terug geplaatst GB is, gaat het verklikkerlicht ’vulling met het water’ uit en de luchtontvochtiger wordt gestart. HR Als de watercontainer niet goed terug geplaatst is, zal de indicator ’vulling met het water’ nog steeds rood branden. HU AANSLUITEN OP EEN VASTE WATERAFVOER Als de luchtontvochtiger bij een hoge luchtvochtigheid IT wordt gebruikt, zal de watercontainer vaker dienen geleegd te worden. In een dergelijke situatie is het veel mak- LT kelijker het ononderbroken legen van de watercontainer in te stellen. Daarvoor dient men de volgende handelingen LV uit te voeren: 1. Verwijder de watercontainer (FIG. 5) 2. Sluit de waterafvoer aan op de luchtuitlaat van diameter: NL 11 mm (de waterafvoer wordt niet met het apparaat meegeleverd) (FIG. 6) NO 3. Verzekert u zich dat de waterafvoer goed bevestigd is en dat het water zonder obstakels weg kan lopen. Let op! PL Bij hele lage temperatuur dient men aanvullend de waterafvoer tegen het bevriezen te beveiligen. RO 4. De watercontainer op zijn plek zetten. ►►► 7. ONDERHOUD RU Neem altijd eerst de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat of onderdelen hiervan gaat reinigen of verSE vangen. SCHOONMAKEN VAN DE BUITENKANT VAN SI HET APPARAAT Gebruik alleen een zachte doek om de buitenkant van het SK apparaat schoon te maken. Gebruik geen bijtende of agressieve schoonmaakmiddeUA len. Deze middelen kunnen het apparaat blijvend beschadigen. SE SCHOONMAKEN VAN HET LUCHTFILTER Dit model van de luchtontvochtiger is uitgerust met soor- SI ten filters (FIG. 7): 1. LUCHTFILTER SK - Verwijder de filterhouder en verwijder dan het koolstoffilter. - Maak het filter voorzichtig schoon met de stofzuiger of TR spoel hem af onder de kraan. Als het filter zeer vies is, gebruik warm water met een kleine hoeveelheid van een UA en zacht schoonmaakmiddel. - Voor het hergebruik van het filter, verzekert u zich dat het filter helemaal droog is. it - Men dient het filter niet aan direct zonlicht bloot te stellen. 2. ACTIEF KOOSTOFLFILTER (bestemd voor het binden de van stofdeeltjes die in de lucht aanwezig zijn en voor het beperken van de vermenigvuldiging van bacteriën) es Het actieve koolstoffilter is gelegen achter het luchtfilter. In tegenstelling tot het luchtfilter kan het active koolstoffilter niet gereinigd worden. De duurzaamheid van het koolstoffr filter hangt af van de omgevingsomstandigheden van de ruimte waar het apparaat wordt gebruikt. Het filter dient nl periodiek gecontroleerd te worden en als het nodig vervangen te worden. FI OPSLAG Wanneer u de luchtontvochtiger langere tijd niet wilt geFR bruiken, dient het apparaat te worden uitgeschakeld. Trek het snoer uit het stopcontact en reinig het apparaat. GB ►► Leeg de watertank en droog alle onderdelen goed. ►► Bedek de luchtontvochtiger en bewaar het apparaat op HR een plaats waar het niet wordt blootgesteld aan direct zonlicht. HU ►►► 8. VERHELPEN VAN STORINGEN IT DE LUCHTONTVOCHTIGER WERKT NIET: ►► Is de stekker aangesloten op een stopcontact? ► LT ► Is er stroomaansluiting in het gebouw? ►► Is de kamertemperatuur 35°C of hoger? Zo ja, dan is valt dit buiten de werkingstemperatuur van het apparaat. LV ►► Check of de hygrostaat (of de ON/OFF knop) is ingeschakeld. NL ►► Zorg ervoor dat de watertank leeg is en goed in de luchtontvochtiger geplaatst. NO ►► Zorg ervoor dat de luchtinlaat en -uitlaat vrij zijn. DE LUCHTONTVOCHTIGER LIJKT NIET GOED TE WERKEN: ►► Is het filter vuil of verstopt? RO ►► Zijn de luchtinlaat of -uitlaat geblokkeerd? ►► Is het vochtigheidsgehalte van de omgeving niet al laag RU genoeg? PL DE LUCHTONTVOCHTIGER ONTVOCHT NIET OF SLECHTS HEEL WEINIG: ►► Zijn er niet te veel deuren en ramen open? SI ►► Is er iets in de kamer dat voor een hoog vochtigheidsgehalte zorgt? SK HET APPARAAT MAAKT VEEL LAWAAI: UA ►► Controleer of de luchtontvochtiger stabiel is en op een vlakke ondergrond staat. SE SE ER LOOPT WATER UIT DE LUCHTONTVOCHTIGER: SI ►► Controleer of the apparaat in goede technische staat is. ►► Indien het apparaat niet op een vaste waterafvoer is SK aangesloten, dient te worden gecontroleerd of de rubberen dop aan de onderkant van het apparaat goed vastzit. TR UA Foutcodes op het scherm Code Oorzaak Oplossing E1 De omgevingstemperatuursensor (omhulsel: hars) is geopend of er is een storing vanwege een kortsluiting. Controleer of de omgevingstemperatuursensor goed is aangesloten op de printplaat. Vervang de omgevingstemperatuursensor. Vervang de hoofdprintplaat. Het niveau van luchtvochtigheid is lager dan 40% relatieve vochtigheid. E2 De koelsysteemsensor (omhulsel: koper) is geopend of er is een storing vanwege een kortsluiting. Controleer of de sensor goed is aangesloten op de printplaat. Vervang de sensor. Vervang de hoofdprintplaat.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109

Master DH716 720 de handleiding

Type
de handleiding