Olimpia Splendid Bi2 B0828 Handleiding

Type
Handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

18
NL
1 ALGEMEEN
1.1 INFORMATIE EN MEDEDELINGEN VAN ALGEMENE AARD
Deze handleiding moet beschouwd worden als integraal deel van de handleiding met
instructies voor installatie en gebruik die bij het systeem OLIMPIA SPLENDID serie
Bi2 geleverd wordt. Beide handleidingen moeten met zorg bewaard worden en het
apparaat ALTIJD vergezellen, ook wanneer dit van eigenaar of gebruiker verandert
of deel gaat uitmaken van een ander systeem. Als deze handleiding beschadigd of
zoek raakt, vraag dan een nieuw exemplaar aan bij de Technische Assistentiedienst
van OLIMPIA SPLENDID bij u in de buurt.
Kit B0855 moet gebruikt worden in combinatie met apparaten waarvan de
ventilatormotor op wisselstroom werkt, terwijl kit B0828 uitsluitend gebruikt moet
worden op apparaten die uitgerust zijn met een ventilatormotor DC inverter.
Voor alle overige informatie en algemene mededelingen die in acht genomen moeten
worden tijdens de installatie en het gebruik van de kits B0855 en B0828, dient het
instructieboekje geraadpleegd te worden dat bij de eind-units van de installatie
OLIMPIA SPLENDID serie Bi2 verstrekt wordt.
1.2 CONFORMITEIT
De ventilatorradiatoren/ventilatorconvectoren Bi2 OLIMPIA SPLENDID, uitgerust met
de elektronische kit B0828 - B0855, zijn conform de Volgende Europese Richtlijnen:
• Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EG
• Richtlijn Elektromagnetische Compatibiliteit 2004/108/EG
Richtlijn RoHS 2011/65/EG
VERWIJDERING SI
Il simbolo sul prodotto o sulla Dit symbool op het product of de verpakking
geeft aan dat dit product niet via het normale huisvuil mag worden verwijderd,
maar bij een centrale verzamelplaats voor de recycling van elektrische en elektronische
apparaten moet worden afgegeven.
Wanneer u dit product op de juiste manier verwijdert, draagt u bij aan een beter
milieu en de gezondheid van uw medemens. Het milieu en de gezondheid worden
door een onjuiste verwijdering in gevaar gebracht.
Aanvullende informatie over de recycling van dit product ontvangt u bij uw
gemeentehuis, uw vuilophaaldienst of de Mwinkel waar u dit product hebt gekocht.
Dit voorschrift geldt alleen voor EUlidstaten.
2 INSTRUCTIES VOOR DE MONTAGE
2.1 OPENING ZIJKANTEN
Demonteer het bovenrooster (afb. 1 ref. A) door de twee
bevestigingsschroeven los te draaien (afb. 1 ref. B).
Open het zijdeurtje (afb. 1 ref. C).
Draai aan de linkerkant de schroef (afb. 1 ref. F) los waarmee het linker zijpaneel
(afb. 1 ref. G) vastgezet is, verplaats het enigszins naar links en til het op.
Draai aan de andere kant de bevestigingsschroef van het zijpaneel los (afb. 1
ref. L).
Verplaats het zijpaneeltje enigszins naar rechts en til het op (afb. 1 ref. P).
2.2 CONFIGURATIE
De elektronische kaart van de kits B0828 - B0855 moet gecongureerd worden al
naargelang het model ventilatorradiator/ventilatorconvector Bi2 waarop de kaart
geïnstalleerd wordt en op grond van bepaalde voorkeuren inzake de werking van de
machine. De drie keuzeschakelaars J1, J2 en J3, die in afb. 6 aangeduid worden,
moeten als volgt ingesteld zijn:
J1 = ON (voor apparaten met straalpaneel, type SLR of SLR+): in de
nachtwerkwijze en met een omgevingstemperatuur nabij de gewenste temperatuur
vindt de verwarming van de vertrekken plaats door middel van straling en
natuurlijke convectie, zoals traditionele radiatoren (in deze situatie wordt de
ventilatie verhinderd ten behoeve van een maximaal akoestisch comfort);
J1 = OFF (voor apparaten zonder straalpaneel, type SL, SL+ of SLN): de
verwarming vindt altijd plaats door middel van geforceerde convectie, met ook in
de nachtwerkwijze een actieve ventilatie (met gereduceerde snelheid).
J2 = ON: in de koelwerkwijze blijft de ventilator ook gevoed bij het bereiken van
de gewenste omgevingstemperatuur;
J2 = OFF: in de koelwerkwijze wordt de ventilator gedeactiveerd bij het bereiken
van de ingestelde temperatuur.
J3 = ON (apparaten die in installaties met 2 buizen geïnstalleerd moeten
worden): de kaart is ingesteld voor het beheer van een enkele waterklep voor
de zomerwerking (koeling) en voor de winterwerking (verwarming). Gebruik deze
instelling ook voor het gebruik van de kits B0828 - B0855 op apparaten met mobiele
luchtaanzuigpanelen (modellen Full Flat).
J3 = OFF (apparaten die in installaties met 4 buizen geïnstalleerd moeten worden):
de kaart is ingesteld voor het beheer van 2 waterkleppen, een voor de
zomerwerking (koeling) en een voor de winterwerking (verwarming).
De drie keuzeschakelaars kunnen in alle mogelijke combinaties gebruikt worden
omdat de respectievelijke functies onafhankelijk van elkaar zijn.
2.3 INSTALLATIE
Installatie van het aansluitingskastje:
- open het kastje (afb. 2 ref. B);
- zet de onderste tand vast in de daarvoor bestemde opening (afb.2 ref. C) op de
zijkant van het apparaat;
- koppel de bovenkant van het kastje vast aan de zijkant (afb. 2 ref. D);
- bevestig het met de twee bijgeleverde schroeven (afb. 2 ref. E);
- bevestig de aardkabel aan de structuur van de ventilatorconvector/ventilatorradiator
met gebruik van de bijgeleverde schroef (de minimumkracht die voor het
vastschroeven uitgeoefend moet worden bedraagt circa 4N);
- breng de elektrische aansluitingen tot stand volgens par. 2.4.
- sluit het kastje door de 4 schroeven vast te draaien (afb. 2 ref. F);
- monteer het bedieningsorgaan met de 2 bijgeleverde schroeven, zoals afb. 3
toont.
Mocht het bedieningsorgaan op de linkerkant van de machine geïnstalleerd zijn,
ga dan op analoge wijze te werk en zorg ervoor de houder te verplaatsen zoals
afb. 3B toont.
2.4 ELEKTRISCHE VERBINDINGEN (afb.6)
Alvorens de ventilatorradiator/ventilatorconvector op het elektriciteitsnet
aan te sluiten, moet gecontroleerd worden of:
• De waarden van de voedingsspanning en -frequentie overeenkomen met de
specicaties die op het gegevensplaatje van het apparaat staan (230Vac +/-15%,
50Hz);
De elektrische lijn uitgerust is met een doeltreffende aardverbinding en de
correcte afmetingen heeft voor de maximum absorptie van het apparaat, die op
het gegevensplaatje staat (minimum doorsnede van de verbindingskabels 1,5
mm²).
Een universeel uitschakelsysteem en adequate beschermingen tegen
overbelasting en/of kortsluiting aangebracht zijn, in overeenstemming met de n
ationale installatievoorschriften.
Alvorens ongeacht welke elektrische verbinding tot stand te brengen,
dan wel eventuele onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, is het
absoluut noodzakelijk te controleren of het apparaat NIET op het
elektrische voedingsnet aangesloten is.
• Bevestig de aardkabel op de structuur van het apparaat met gebruik van de
bijgeleverde schroef en het ringetje (de minimumkracht die voor het vastschroeven
uitgeoefend mag worden moet circa 4Nm zijn), zie afb. 3 ref. A;
Voor kit B0855 moet de connector van de motor aangesloten worden op de
connector met 3 polen en op ingang X5 op de elektronische kaart.
Voor kit B0828 moet de motorconnector aangesloten worden op uitgang X10
op de elektronische kaart.
Sluit de connector van de watersonde, die aanwezig is op de
ventilatorradiator/ventilatorconvector, aan op ingang X4. Controleer of de
sonde correct in het betreffende putje op het wateraggregaat gestoken is.
Sluit de 2-polige connectoren aan op de respectievelijke kabels van de
elektrokleppen (indien aanwezig). Op apparaten voor installaties
met 2 buizen moet de enige connector met rode kabel aangesloten worden op
de enige water-elektroklep terwijl voor installaties met 4 buizen de connector
met rode kabel aangesloten moet worden op de warmwater-elektroklep en de
connector met groene kabel op de koudwater-elektroklep.
• Voor kit B0828, en alleen op enkele modellen, moet de kabel van de
microschakelaar voor opening van het rooster aangesloten worden op ingang
X6 op de elektronische kaart (en moet de eventueel aanwezige brugverbinding
weggenomen worden);
sluit de voedingskabel aan op de betreffende klemmenstrook en
zet deze vast met de kabelklem. Gebruik kabels met een minimum doorsnede
van 1,5 mm
2
.
• Sluit de connector van de display-kaart aan op ingang X9 op de elektronische
kaart.
2.5 INSTALLATIE SONDE LUCHTTEMPERATUUR
Handel als volgt om de temperatuursonde in positie te brengen (afb. 4 ref. A):
• voer de sonde in het gat van de schouder (afb. 4 ref. B)
• steek de sonde in het onderste gat (afb. 4 ref. C)
zet de sonde vast in de betreffende houder (afb. 4 ref. D).
2.6 INGANG CONTACT AANWEZIGHEID
Het is mogelijk om op de klemmetjes A en B (afb. 5) het schoon contact
(niet onder spanning) van een eventuele (niet bijgeleverde) aanwezigheidssensor aan
te sluiten, bij het sluiten waarvan de geselecteerde omgevingstemperatuur automatisch
met 2,5°C verhoogd wordt (bij koeling) of verlaagd wordt (bij verwarming). Wanneer
0°C ingesteld is, wordt het apparaat bij het sluiten van het contact gedeactiveerd
(stand-by).
Deze waarde kan in de fabriek gewijzigd worden, of door een geautoriseerd
19
NL
assistentiecentrum, op preventief verzoek van de klant.
Het is niet mogelijk de ingang parallel op die van andere elektronische
kaarten aan te sluiten (gebruik gescheiden contacten).
Voor de aansluiting op de aanwezigheidssensor is het nodig gebruik te
maken van een kabel met dubbele isolatie en een minimum doorsnede van 2 x 0,5
mm
2
met een maximum lengte van 20 m (houd deze aansluiting gescheiden van
de elektrische voedingslijn van het apparaat).
2.7 SPECIALE FUNCTIES
Air sampling: in de werkwijze verwarming of koeling, met een
omgevingstemperatuur die respectievelijk hoger of lager is dan de
gewenste waarde, wordt de ventilator gedurende 1 minuut bij de minimum
snelheid en met instelbare intervallen tussen 1 en 60 minuten
g evo ed. Op deze wijze is het systeem in staat de temperatuur in de omringende
omgeving op adequate wijze gecontroleerd te houden en zo snel mogelijk
opnieuw geactiveerd te worden wanneer dat nodig is.
Compensatie omgevingstemperatuur: in speciale situaties (bijv. apparaten
die op het plafond geïnstalleerd zijn) kan het nodig zijn het eventuele
verschil tussen de door de elektronische kaart verworven temperatuur
en de daadwerkelijke temperatuur van de omgeving waarin het apparaat
aanwezig is, te compenseren (instelbare offset tussen +5°C en -5°C).
Beide hiervoor beschreven functies kunnen in de fabriek geactiveerd
worden, dan wel door een geautoriseerd assistentiecentrum, na het
verzoek van de klant.
Blokkering bedieningsorganen: houd voor de blokkering van
de toetsen de toetsen
+
-
5 seconden gelijktijdig ingedrukt.
Herhaal deze handeling om ze te deblokkeren.
• Bediening op afstand via thermostaat B0736 (optionele kit):
Om de communicatie met thermostaat B0736 in te schakelen, moeten
de toetsen
-
en 10 seconden lang ingedrukt gehouden worden.
De thermostaat moet verbonden zijn zoals in de betreffende paragraaf
beschreven wordt. Als de functie actief is zal, telkens wanneer op
ongeacht welke toets gedrukt wordt, enkele seconden lang “re” op het
display verschijnen. Om ongeacht welke functie te kunnen selecteren,
is het nodig de “bediening op afstand” uit te schakelen.
N.B.:
- Wanneer de verbinding actief is, wordt de afstandsbediening
uitgeschakeld.
- Het is niet mogelijk de ap met de bediening op afstand te regelen.
2.7.1 AANSLUITING VAN BEDRADE AFSTANDSBEDIENING B0736
Verplaats de connector die aanwezig is op verbinding X8 naar connector X7.
Het venstercontact CP zal beheerd worden door muurbediening B0736
Verbind de kabels afkomstig van verbinding AB van bediening B0736
met connector AB van de controle (zorg ervoor de polariteiten in acht
te nemen, zie afb. 19) en sluit de verste unit af met de weerstand van
120 Ohm.
Schakel de verbinding in door 10 seconden op de toetsen en
te drukken.
Druk om de verbinding uit te schakelen 10 seconden op de
toetsen en .
De commando’s van afb. 1 zullen uitgeschakeld zijn en
op het display zal de tekst "rE" verschijnen bij iedere activering ervan.
De controlelampjes zullen de ingestelde werkwijze en
ventilatiesnelheid weergeven.
Betreft de werking en de instellingen, zie de instructies voor bediening
B0736.
Zijn de aansluitingen en de eventuele conguratie tot stand gebracht, sluit dan
opnieuw het schakelbord (afb. 3 ref. C) met de eerder weggenomen schroeven.
Plaats het voorpaneel afb. 2 weer terug en zorg voor de aansluiting van de connector
van het display. Zet het voorpaneel vast met de 2 schroeven, afb. 1. Nu is het mogelijk
de voedingsspanning naar de machine in te schakelen.
2.8 SLUITING APPARAAT
• Monteer opnieuw de buitenkant van de ventilatorconvector/ventilatorradiator;
• draai de bovenste bevestigingsschroef van het zijkantje (afb. 1 ref. L of ref. F)
los;
monteer opnieuw het beschermrooster van de luchtuitlaat (afb. 1 ref. A).
2.9 ELEKTRISCH SCHEMA (afb. 5)
H2 temperatuursonde water
AIR temperatuursonde lucht
M1 motor ventilator
S1 veiligheidsmicroschakelaar aanzuigrooster (alleen aanwezig op enkele
modellen)
Y1 elektroklep warm water (230V-50Hz, max 10W)
Y2 elektroklep koud water (230V-50Hz, max 10W) (*).
FF servomotoren mobiel aanzuigpaneel (alleen aanwezig op enkele modellen)
S2 contact aanwezigheidssensor (niet bijgeleverd)
(*) Alleen aanwezig op apparaten voor installaties met 4 buizen.
2.10 INSTELLING AUTOMATISCHE WERKWIJZE KOELING/VERWARMING
De instelling van dit type regeling stelt de bediening in staat om de selectie van koeling
of verwarming automatisch uit te voeren waarbij de gewone manuele selectie wordt
buitengesloten. De instelling van dit type regeling maakt het mogelijk de opdracht tot
selectie van de werkwijze koeling of verwarming automatisch te verstrekken waarbij
de normale handmatige selectie wordt buitengesloten. Deze regeling is bijzonder
geschikt voor de versies van apparaten met 4 buizen en kan alleen geactiveerd
worden door een gekwaliceerde en geautoriseerde installatietechnicus. Om deze
functie te activeren, moet de toets voor de selectie koeling/verwarming (afb. 6 ref.
B) 10 seconden ingedrukt gehouden blijven tot de blauwe en rode symbolen (afb. 6
ref. C en D) gelijktijdig ingeschakeld worden. Deze instelling wordt ook gehandhaafd
in geval van een onderbreking van de voeding.
Om de functie van de automatische instelling van de koeling/verwarming te
deactiveren, moet opnieuw gedurende 10 seconden op de toets voor de selectie
van de koeling/verwarming gedrukt worden. Controleer vervolgens of het mogelijk is
om bij iedere druk op deze toets op cyclische wijze de werkwijze voor alleen koeling
(blauw controlelampje afb. 6 ref. C brandt), alleen verwarming (rood controlelampje
afb. 6 ref. D brandt) of ventilatie (blauwe en rode controlelampjes beide uit) in te
stellen.
3 GEBRUIK
De bediening maakt de instelling van de omgevingstemperatuur volledig autonoom
via de programma’s AUTO, STIL, NACHT en MAX door middel van een sonde die
in het lage deel van de ventilatorradiator/ventilatorconvector geplaatst is en die
een antivriesbeveiliging garandeert, ook wanneer het apparaat op stand by staat.
Beschrijving bedieningspaneel (afb. 6)
A Keuzeschakelaar omgevingstemperatuur (15°C-30°C)
B Toets selectie werkwijze koeling/verwarming
C Indicator werking in werkwijze koeling/verwarming
D Indicator werking maximum snelheid
E Indicator automatische werking
F Indicator geruisloze werking
G Indicator nachtwerking
H Toets ON/Stand-by en selectie werking ventilator
3.1 ACTIVERING/DEACTIVERING
Indien een hoofdschakelaar op de elektrische voedingslijn voorzien wordt, moet
deze ingeschakeld zijn.
Druk voor het activeren van de ventilatorconvector/ventilatorradiator 2 seconden
op de toets (afb. 6 ref. H).
Houd voor het uitschakelen van het apparaat de toets (afb. 6 ref. H) circa 2
seconden ingedrukt. De afwezigheid van ongeacht welke lichtsignalering duidt op
de ‘stand-by’-status (afwezigheid van werking).
Wanneer het bedieningsorgaan zich in deze werkwijze bevindt, garandeert het een
antivriesbeveiliging. Mocht de omgevingstemperatuur onder de 5°C dalen, dan wordt
de elektroklep van het warme water geactiveerd, evenals de minimum snelheid (AF)
van de motor van de ventilator.
3.2 HANDMATIGE SELECTIE KOELING/VERWARMING
Door 2 seconden op de toets (afb. 6 ref. B) te drukken, is het mogelijk op
cyclische wijze de werkwijzen koeling (blauwe LED), verwarming (rode LED) of
ventilatie (rode LED en blauwe LED uit) te selecteren.
In de ventilatiewerkwijze blijven de elektrokleppen van zowel het warme als het koude
water uitgeschakeld terwijl de ventilator met de ingestelde snelheid geactiveerd wordt.
De handmatige selectie van de werkwijze koeling/verwarming/ventilatie is niet
beschikbaar als de installateur eerder de automatische werkwijze koeling/verwarming
ingesteld had. Deze functie wordt aangegeven door het afwisselend branden van
de blauwe en rode LED bij iedere druk op de toets (afb. 6 ref. B).
De daadwerkelijke werking van het apparaat in de werkwijze koeling of verwarming
is altijd afhankelijk van de temperatuur van het water dat binnenin de installatie
circuleert. Als de temperatuur van het water geen waarde bereikt die geschikt is
voor de ingestelde werkwijze (dus als het water te warm is bij koeling of te koud is
bij verwarming) blijft de ventilatormotor uit en knippert de indicator van de huidige
werkwijze blauw voor de koelmodus of rood voor de verwarmingsmodus (afb. 6
ref. C).
3.3 INSTELLING VAN DE TEMPERATUUR
Het is mogelijk de waarde van de gewenste omgevingstemperatuur in te stellen
met de daarvoor bestemde keuzeschakelaar (afb. 6 ref. A). De minimaal instelbare
temperatuur is 15°C terwijl de maximaal instelbare temperatuur 30°C is.
3.4 INSTELLING AUTOMATISCHE WERKING
20
NL
GR
1 ΓΕΝΙΚΑ
1.1 ΠΛΗΡΟΦΟΡΙΕΣ και ΓΕΝΙΚΕΣ ΠΡΟΕΙΔΟΠΟΙΗΣΕΙΣ
Το παρόν εγχειρίδιο πρέπει να θεωρηθεί αναπόσπαστο μέρος του εγχειριδίου οδηγιών
εγκατάστασης και χρήσης το οποίο συνοδεύει τα τερματικά της μονάδας OLIMPIA
SPLENDID σειρά Bi2. Και τα δύο εγχειρίδια θα πρέπει να φυλαχθούν με προσοχή και
θα πρέπει να συνοδεύουν ΠΑΝΤΑ τη συσκευή ακόμη και σε περίπτωση εκχώρησής
της σε άλλον ιδιοκτήτη ή χρήστη ή σε περίπτωση μεταφοράς σε άλλη μονάδα. Σε
περίπτωση που φθαρεί ή χαθεί ζητήστε ένα άλλο αντίτυπο από την Υπηρεσία Τεχνικής
Βοήθειας OLIMPIA SPLENDID της περιοχής σας.
Το κιτ B0855 πρέπει να χρησιμοποιείται σε συνδυασμό με συσκευές με κινητήρα
ανεμιστήρα εναλλασσόμενου ρεύματος, ενώ το κιτ B0828 πρέπει να χρησιμοποιείται
αποκλειστικά με συσκευές που διαθέτουν κινητήρα ανεμιστήρα DC inverter.
Για όλες τις άλλες πληροφορίες και γενικές προειδοποιήσεις που πρέπει να τηρηθούν
κατά την εγκατάσταση και χρήση του κιτ Β0659 και B0828, δείτε σχετικά το βιβλίο
οδηγιών που συνοδεύει τα τερματικά της μονάδας OLIMPIA SPLENDID σειρά Bi2.
1.2 ΣΥΜΜΟΡΦΩΣΗ
Τα αερόθερμα-καλοριφέρ/ανεμιστήρες αγωγών θερμότητας Bi2 OLIMPIA SPLENDID
που διαθέτουν ηλεκτρονικό κιτ B0828 - B0855 είναι συμβατά με τις Ευρωπαϊκές Οδηγίες:
• Οδηγία χαμηλής τάσης 2006/95/ΕΚ
Οδηγία ηλεκτρομαγνητικής συμβατότητας 2004/108/EC.
Οδηγία RoHS (περιορισμός χρήσης ορισμένων επικίνδυνων ουσιών)
2011/65/ΕΚ
ÁÐÏÓÕÑÓÇ
Aõôü ôï óýìâïëï ðÜíù óôï ðñïúüí Þ óôç óõóêåõáóßá ôïõ õðïäåéêíýåé,
ïôé áõôü ôï ðñïúüí äåí ìðïñåß íá áðïóõñèåß ìå ôá êáíïíéêÜ ïéêéáêÜ
áðïññßììáôá, áëëá ðñÝðåé íá ðáñáäïèåß óå ìéá èÝóç óõëëïãÞò ãéá ôçí áíáêýêëùóç
ôùí çëåêôñéêþí êáé çëåêôñïíéêþí óõóêåõþí.
Ìå ôçí ðñïóöïñÜ óáò óôç óùóôÞ áðüóõñóç áõôïõ ôïõ ðñïúüíôïò ðñïóôáôåýåôå
ôï ðåñéâÜëëïí êáé ôçí õãåßá ôùí óõíáíèñþðùí óáò.
Tï ðåñéâÜëëïí êáé ç õãåßá ôßèåíôáé óå êßíäõíï áðü ìßá ëÜèïò áðüóõñóç.
ÐåñáéôÝñù ðëçñïöïñßåò ãéá ôçí áíáêýêëùóç áõôïý ôïõ ðñïúüíôïò ìðïñåßôå íá
Ýxåôå óôï äçìáñxåßï óáò, óôçí õðçñåóßá áðïêïìéäÞò
ôùí áðïññßììáôùí Þ óôo êáôÜóôçìá, óôo oðïßo áãïñÜóáôå áõôü ôï ðñïúüí.
Aõôüò ï êáíïíéóìüò éóxýåé ìüíï ãéá ôçò xþñåò ìÝëç ôçò EE.
2 ΟΔΗΓΙΕΣ ΤΟΠΟΘΕΤΗΣΗΣ
2.1 ΑΝΟΙΓΜΑ ΠΛΑΪΝΩΝ
Αποσυναρμολογήστε την άνω σχάρα (εικ.1 σχ. A) ξεβιδώνοντας τις δύο βίδες
στερέωσης (εικ. 1 σχ. B).
• Ανοίξτε την πλαϊνή θυρίδα (εικ. 1 σχ. C).
• Στην αριστερή πλευρά ξεβιδώστε τη βίδα (εικ. 1 σχ. F) που στερεώνει το αριστερό
πλαϊνό (εικ. 1 σχ. G), μετακινήστε το ελαφρά προς τα αριστερά και σηκώστε το.
• Στην αντίθετη πλευρά ξεβιδώστε τη βίδα στερέωσης του πλαϊνού (εικ. 1 σχ. L).
• Μετακινήστε ελαφρά προς τα δεξιά το πλαϊνό και σηκώστε το (εικ.1 σχ. P).
2.2 ΔΙΑΜΟΡΦΩΣΗ
Η ηλεκτρονική κάρτα του κιτ B0828 - B0855 πρέπει να διαμορφωθεί σύμφωνα με το
μοντέλο του αερόθερμου καλοριφέρ/ανεμιστήρα αγωγών θερμότητας Bi2 στο οποίο
τοποθετείται ανάλογα με τις συγκεκριμένες προτιμήσεις λειτουργίας της μηχανής. Οι
τρεις επιλογείς J1, J2 και J3 που απεικονίζονται στην εικ. 6 πρέπει να καθοριστούν
ως εξής:
J1 = ON (για συσκευές με θερμαντικό πάνελ, τύπου SLR ή SLR+):
στη νυχτερινή λειτουργία και με θερμοκρασία περιβάλλοντος κοντά στην
επιθυμητή, η θέρμανση των χώρων γίνεται μέσω ακτινοβολίας και
φυσικής μεταγωγής της θερμότητας, όπως στα παραδοσιακά καλοριφέρ
(σ’ αυτές τις συνθήκες ο εξαερισμός αναστέλλεται για την καλύτερη
δυνατή ηχητική άνεση)
J1 = OFF (για συσκευές χωρίς θερμαντικό πάνελ, τύπου SL, SL+
ή SLN): η θέρμανση πραγματοποιείται πάντα μέσω εξαναγκασμένης
μεταγωγής, με ενεργό εξαερισμό ακόμη και στη νυχτερινή λειτουργία (με
μειωμένη ταχύτητα).
J2 = ON: στη λειτουργία δροσιάς ο ανεμιστήρας παραμένει
τροφοδοτημένος ακόμη και όταν επιτευχθεί η επιθυμητή θερμοκρασία
περιβάλλοντος
J2 = OFF: στη λειτουργία δροσιάς ο ανεμιστήρας απενεργοποιείται όταν
επιτευχθεί η καθορισμένη θερμοκρασία.
J3 = ON (συσκευές για εγκατάσταση σε μονάδες 2 σωλήνων): η
κάρτα είναι καθορισμένη για τη διαχείριση μιας μόνο βαλβίδας νερού
για την καλοκαιρινή (δροσιά) και τη χειμερινή (θέρμανση) λειτουργία.
Χρησιμοποιείστε αυτόν τον καθορισμό και για τη χρήση του κιτ
B0828 - B0855 σε συσκευές με κινητά πάνελ αναρρόφησης αέρα (μοντέλα Full
Flat).
J3 = OFF (συσκευές για εγκατάσταση σε μονάδες 4 σωλήνων): η
κάρτα είναι καθορισμένη για τη διαχείριση 2 βαλβίδων νερού, μία για την
καλοκαιρινή (δροσιά) και μία για τη χειμερινή (θέρμανση) λειτουργία..
Druk om deze werkwijze te selecteren op de toets (afb. 6 ref. H) tot activering
van de indicator (afb. 6 ref. E) plaatsvindt. In deze werkwijze past het systeem
met microprocessor de werking van het apparaat automatisch aan al naargelang
het variëren van de omgevingsomstandigheden. Met name is de regeling van de
snelheid van de ventilator volledig automatisch tussen een minimum waarde en een
maximum waarde, al naargelang de noodzaak van verwarming of koeling.
Als de omgevingstemperatuur in apparaten met straalplaat in de werkwijze
verwarming de gewenste waarde nadert, wordt de ventilator gedeactiveerd en blijft
het systeem de controle van de omgevingstemperatuur uitoefenen door middel van
uitsluitend het stralingseffect en natuurlijke convectie.
3.5 WERKING BIJ DE MAXIMUM SNELHEID
Druk om deze werkwijze te selecteren op de toets (afb. 6 ref. H) tot activering
van de indicator (afb. 6, ref. D) plaatsvindt. Met deze werkwijze wordt onmiddellijk
het maximum van het af te geven vermogen verkregen, zowel van de koeling als van
de verwarming (de ventilatormotor wordt altijd bij de maximum snelheid geactiveerd).
Is de gewenste omgevingstemperatuur eenmaal bereikt, dan wordt aangeraden
over te gaan naar een ander type werking om het beste thermische en akoestische
comfort te verkrijgen.
3.6 GERUISLOZE WERKING
Druk om deze werkwijze te selecteren op de toets (afb. 6 ref. H) tot activering van
de indicator (afb. 6, ref. F) plaatsvindt. In deze werkwijze is de ventilatiesnelheid
altijd op een zo laag mogelijke waarde ingesteld om, maximaal akoestisch comfort
van het apparaat in ongeacht welke werking te verkrijgen.
3.7 NACHTWERKING
Druk om deze werkwijze te selecteren op de toets (afb. 6 ref. H) tot activering
van de indicator (afb. 6, ref. G) plaatsvindt. In deze werkwijze wordt de
ventilatiesnelheid op een zeer lage waarde gehouden en wordt de temperatuur
automatisch als volgt ingesteld:
• wordt verlaagd met 1°C na een uur en met nog een graad na 2 uur in de
verwarmingsfunctie;
• wordt verhoogd met 1°C na een uur en met nog een graad na 2 uur in de
koelfunctie.
Op de modellen met straalplaat wordt de nachtfunctie in de verwarmingswijze met
gedeactiveerde ventilator uitgevoerd zodat de vertrekken door middel van straling en
natuurlijke convectie verwarmd worden, zoals met traditionele radiatoren plaatsvindt.
3.8 AANDUIDING VAN DE LEDS
De rode en blauwe LEDS (afb. 6 ref. C) duiden op de activering van de werkwijze
verwarming of koeling. Wanneer de LEDS uit zijn, is het apparaat op de werkwijze
ventilatie ingesteld (de eventueel beide kleppen van warm en koud water worden
niet geactiveerd). Het knipperen van een van de twee LEDS geeft aan dat niet aan
de vraag naar (warm of koud) water is voldaan en dit veroorzaakt de stilstand van de
ventilator tot de temperatuur van het water een waarde bereikt die geschikt is om aan
het verzoek te voldoen. Het afwisselend branden van de roden en blauwe LEDS
(afb. 6 ref. C) geeft aan dat de werkwijze automatische koeling/verwarming actief is
De 4 LEDS , , en (afb. 6) duiden op de ingestelde werkwijze en zijn alle
uitgeschakeld ter hoogte van de werkwijze Stand-by. Ieder van deze LEDS wordt
knipperend geactiveerd (soft-blinking) als de ingestelde temperatuur van verwarming
of koeling (rode of blauwe LED branden) respectievelijk lager of hoger is dan de
door het apparaat gemeten omgevingstemperatuur.
Om 's nachts het comfort te verhogen, wordt de helderheid van de LEDS op het
elektronische paneel verlaagd na 15 seconden van inactiviteit van de toetsen of van
de keuzeschakelaar van de temperatuur.
3.9 FOUTSIGNALERINGEN
FI: de ventilatorradiator/ventilatorconvector heeft onderhoud nodig, selecteer
het stand-by-programma, reinig het luchtfilter zoals beschreven wordt in de
onderhoudshandleiding van de machine en houdt bij de volgende inschakeling de
toetsen (afb. 6 ref. B en H) 5 seconden ingedrukt tot de normale werking
opnieuw ingesteld wordt.
E2: duidt op de aanwezigheid van een defect van de sonde van de
omgevingstemperatuur.
E3 is toegekend aan het defect van de watersonde.
E4 duidt op een defect van de motor of de snelheidssensor: in dit laatste geval werkt
het apparaat normaal maar wordt de modulerende werking van de ventilatiesnelheid
verhinderd; door 10 seconden op de toetsen
(afb. 6 ref. B en H) te drukken, wordt de alarmmelding gewist.
3.10 UITSCHAKELING VOOR LANGE PERIODES
Handel als volgt voor de uitschakeling voor het seizoen of voor vakantie:
Deactiveer het apparaat.
Zet de hoofdschakelaar van de installatie op Uit.
De antivriesfunctie is niet actief.

Documenttranscriptie

NL 1 ALGEMEEN omdat de respectievelijke functies onafhankelijk van elkaar zijn. 1.1 INFORMATIE EN MEDEDELINGEN VAN ALGEMENE AARD 2.3 INSTALLATIE Deze handleiding moet beschouwd worden als integraal deel van de handleiding met instructies voor installatie en gebruik die bij het systeem OLIMPIA SPLENDID serie Bi2 geleverd wordt. Beide handleidingen moeten met zorg bewaard worden en het apparaat ALTIJD vergezellen, ook wanneer dit van eigenaar of gebruiker verandert of deel gaat uitmaken van een ander systeem. Als deze handleiding beschadigd of zoek raakt, vraag dan een nieuw exemplaar aan bij de Technische Assistentiedienst van OLIMPIA SPLENDID bij u in de buurt. Voor alle overige informatie en algemene mededelingen die in acht genomen moeten worden tijdens de installatie en het gebruik van de kits B0855 en B0828, dient het instructieboekje geraadpleegd te worden dat bij de eind-units van de installatie OLIMPIA SPLENDID serie Bi2 verstrekt wordt. Installatie van het aansluitingskastje: - open het kastje (afb. 2 ref. B); - zet de onderste tand vast in de daarvoor bestemde opening (afb.2 ref. C) op de zijkant van het apparaat; - koppel de bovenkant van het kastje vast aan de zijkant (afb. 2 ref. D); - bevestig het met de twee bijgeleverde schroeven (afb. 2 ref. E); - bevestig de aardkabel aan de structuur van de ventilatorconvector/ventilatorradiator met gebruik van de bijgeleverde schroef (de minimumkracht die voor het vastschroeven uitgeoefend moet worden bedraagt circa 4N); - breng de elektrische aansluitingen tot stand volgens par. 2.4. - sluit het kastje door de 4 schroeven vast te draaien (afb. 2 ref. F); - monteer het bedieningsorgaan met de 2 bijgeleverde schroeven, zoals afb. 3 toont. Mocht het bedieningsorgaan op de linkerkant van de machine geïnstalleerd zijn, ga dan op analoge wijze te werk en zorg ervoor de houder te verplaatsen zoals afb. 3B toont. 1.2 CONFORMITEIT 2.4 ELEKTRISCHE VERBINDINGEN (afb.6) Kit B0855 moet gebruikt worden in combinatie met apparaten waarvan de ventilatormotor op wisselstroom werkt, terwijl kit B0828 uitsluitend gebruikt moet worden op apparaten die uitgerust zijn met een ventilatormotor DC inverter. De ventilatorradiatoren/ventilatorconvectoren Bi2 OLIMPIA SPLENDID, uitgerust met de elektronische kit B0828 - B0855, zijn conform de Volgende Europese Richtlijnen: • Laagspanningsrichtlijn 2006/95/EG • Richtlijn Elektromagnetische Compatibiliteit 2004/108/EG • Richtlijn RoHS 2011/65/EG VERWIJDERING SI Il simbolo sul prodotto o sulla Dit symbool op het product of de verpakking geeft aan dat dit product niet via het normale huisvuil mag worden verwijderd, maar bij een centrale verzamelplaats voor de recycling van elektrische en elektronische apparaten moet worden afgegeven. Wanneer u dit product op de juiste manier verwijdert, draagt u bij aan een beter milieu en de gezondheid van uw medemens. Het milieu en de gezondheid worden door een onjuiste verwijdering in gevaar gebracht. Aanvullende informatie over de recycling van dit product ontvangt u bij uw gemeentehuis, uw vuilophaaldienst of de Mwinkel waar u dit product hebt gekocht. Dit voorschrift geldt alleen voor EUlidstaten. 2 INSTRUCTIES VOOR DE MONTAGE 2.1 OPENING ZIJKANTEN • Demonteer het bovenrooster (afb. 1 ref. A) door de twee bevestigingsschroeven los te draaien (afb. 1 ref. B). • Open het zijdeurtje (afb. 1 ref. C). • Draai aan de linkerkant de schroef (afb. 1 ref. F) los waarmee het linker zijpaneel (afb. 1 ref. G) vastgezet is, verplaats het enigszins naar links en til het op. • Draai aan de andere kant de bevestigingsschroef van het zijpaneel los (afb. 1 ref. L). • Verplaats het zijpaneeltje enigszins naar rechts en til het op (afb. 1 ref. P). 2.2 CONFIGURATIE De elektronische kaart van de kits B0828 - B0855 moet geconfigureerd worden al naargelang het model ventilatorradiator/ventilatorconvector Bi2 waarop de kaart geïnstalleerd wordt en op grond van bepaalde voorkeuren inzake de werking van de machine. De drie keuzeschakelaars J1, J2 en J3, die in afb. 6 aangeduid worden, moeten als volgt ingesteld zijn: • J1 = ON (voor apparaten met straalpaneel, type SLR of SLR+): in de nachtwerkwijze en met een omgevingstemperatuur nabij de gewenste temperatuur vindt de verwarming van de vertrekken plaats door middel van straling en natuurlijke convectie, zoals traditionele radiatoren (in deze situatie wordt de ventilatie verhinderd ten behoeve van een maximaal akoestisch comfort); • J1 = OFF (voor apparaten zonder straalpaneel, type SL, SL+ of SLN): de verwarming vindt altijd plaats door middel van geforceerde convectie, met ook in de nachtwerkwijze een actieve ventilatie (met gereduceerde snelheid). • J2 = ON: in de koelwerkwijze blijft de ventilator ook gevoed bij het bereiken van de gewenste omgevingstemperatuur; • J2 = OFF: in de koelwerkwijze wordt de ventilator gedeactiveerd bij het bereiken van de ingestelde temperatuur. • J3 = ON (apparaten die in installaties met 2 buizen geïnstalleerd moeten worden): de kaart is ingesteld voor het beheer van een enkele waterklep voor de zomerwerking (koeling) en voor de winterwerking (verwarming). Gebruik deze instelling ook voor het gebruik van de kits B0828 - B0855 op apparaten met mobiele luchtaanzuigpanelen (modellen Full Flat). • J3 = OFF (apparaten die in installaties met 4 buizen geïnstalleerd moeten worden): de kaart is ingesteld voor het beheer van 2 waterkleppen, een voor de zomerwerking (koeling) en een voor de winterwerking (verwarming). De drie keuzeschakelaars kunnen in alle mogelijke combinaties gebruikt worden 18 Alvorens de ventilatorradiator/ventilatorconvector op het elektriciteitsnet aan te sluiten, moet gecontroleerd worden of: • De waarden van de voedingsspanning en -frequentie overeenkomen met de specificaties die op het gegevensplaatje van het apparaat staan (230Vac +/-15%, 50Hz); • De elektrische lijn uitgerust is met een doeltreffende aardverbinding en de correcte afmetingen heeft voor de maximum absorptie van het apparaat, die op het gegevensplaatje staat (minimum doorsnede van de verbindingskabels 1,5 mm²). • Een universeel uitschakelsysteem en adequate beschermingen tegen overbelasting en/of kortsluiting aangebracht zijn, in overeenstemming met de n ationale installatievoorschriften. Alvorens ongeacht welke elektrische verbinding tot stand te brengen, dan wel eventuele onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, is het absoluut noodzakelijk te controleren of het apparaat NIET op het elektrische voedingsnet aangesloten is. • Bevestig de aardkabel op de structuur van het apparaat met gebruik van de bijgeleverde schroef en het ringetje (de minimumkracht die voor het vastschroeven uitgeoefend mag worden moet circa 4Nm zijn), zie afb. 3 ref. A; • Voor kit B0855 moet de connector van de motor aangesloten worden op de connector met 3 polen en op ingang X5 op de elektronische kaart. • Voor kit B0828 moet de motorconnector aangesloten worden op uitgang X10 op de elektronische kaart. • Sluit de connector van de watersonde, die aanwezig is op de ventilatorradiator/ventilatorconvector, aan op ingang X4. Controleer of de sonde correct in het betreffende putje op het wateraggregaat gestoken is. • Sluit de 2-polige connectoren aan op de respectievelijke kabels van de elektrokleppen (indien aanwezig). Op apparaten voor installaties met 2 buizen moet de enige connector met rode kabel aangesloten worden op de enige water-elektroklep terwijl voor installaties met 4 buizen de connector met rode kabel aangesloten moet worden op de warmwater-elektroklep en de connector met groene kabel op de koudwater-elektroklep. • Voor kit B0828, en alleen op enkele modellen, moet de kabel van de microschakelaar voor opening van het rooster aangesloten worden op ingang X6 op de elektronische kaart (en moet de eventueel aanwezige brugverbinding weggenomen worden); • sluit de voedingskabel aan op de betreffende klemmenstrook en zet deze vast met de kabelklem. Gebruik kabels met een minimum doorsnede van 1,5 mm2. • Sluit de connector van de display-kaart aan op ingang X9 op de elektronische kaart. 2.5 INSTALLATIE SONDE LUCHTTEMPERATUUR Handel als volgt om de temperatuursonde in positie te brengen (afb. 4 ref. A): • voer de sonde in het gat van de schouder (afb. 4 ref. B) • steek de sonde in het onderste gat (afb. 4 ref. C) • zet de sonde vast in de betreffende houder (afb. 4 ref. D). 2.6 INGANG CONTACT AANWEZIGHEID Het is mogelijk om op de klemmetjes A en B (afb. 5) het schoon contact (niet onder spanning) van een eventuele (niet bijgeleverde) aanwezigheidssensor aan te sluiten, bij het sluiten waarvan de geselecteerde omgevingstemperatuur automatisch met 2,5°C verhoogd wordt (bij koeling) of verlaagd wordt (bij verwarming). Wanneer 0°C ingesteld is, wordt het apparaat bij het sluiten van het contact gedeactiveerd (stand-by). Deze waarde kan in de fabriek gewijzigd worden, of door een geautoriseerd NL assistentiecentrum, op preventief verzoek van de klant. Het is niet mogelijk de ingang parallel op die van andere elektronische kaarten aan te sluiten (gebruik gescheiden contacten). Voor de aansluiting op de aanwezigheidssensor is het nodig gebruik te maken van een kabel met dubbele isolatie en een minimum doorsnede van 2 x 0,5 mm2 met een maximum lengte van 20 m (houd deze aansluiting gescheiden van de elektrische voedingslijn van het apparaat). 2.7 SPECIALE FUNCTIES • Air sampling: in de werkwijze verwarming of koeling, met een omgevingstemperatuur die respectievelijk hoger of lager is dan de gewenste waarde, wordt de ventilator gedurende 1 minuut bij de minimum snelheid en met instelbare intervallen tussen 1 en 60 minuten gevoed. Opdezewijzeishetsysteeminstaatdetemperatuurindeomringende omgeving op adequate wijze gecontroleerd te houden en zo snel mogelijk opnieuw geactiveerd te worden wanneer dat nodig is. • Compensatie omgevingstemperatuur: in speciale situaties (bijv. apparaten die op het plafond geïnstalleerd zijn) kan het nodig zijn het eventuele verschil tussen de door de elektronische kaart verworven temperatuur en de daadwerkelijke temperatuur van de omgeving waarin het apparaat aanwezig is, te compenseren (instelbare offset tussen +5°C en -5°C). Beide hiervoor beschreven functies kunnen in de fabriek geactiveerd worden, dan wel door een geautoriseerd assistentiecentrum, na het verzoek van de klant. • Blokkering bedieningsorganen: houd voor de blokkering van de toetsen de toetsen + - 5 seconden gelijktijdig ingedrukt. Herhaal deze handeling om ze te deblokkeren. • Bediening op afstand via thermostaat B0736 (optionele kit): Om de communicatie met thermostaat B0736 in te schakelen, moeten de toetsen - en 10 seconden lang ingedrukt gehouden worden. De thermostaat moet verbonden zijn zoals in de betreffende paragraaf beschreven wordt. Als de functie actief is zal, telkens wanneer op ongeacht welke toets gedrukt wordt, enkele seconden lang “re” op het display verschijnen. Om ongeacht welke functie te kunnen selecteren, is het nodig de “bediening op afstand” uit te schakelen. N.B.: - Wanneer de verbinding actief is, wordt de afstandsbediening uitgeschakeld. - Het is niet mogelijk de flap met de bediening op afstand te regelen. FF S2 (*) servomotoren mobiel aanzuigpaneel (alleen aanwezig op enkele modellen) contact aanwezigheidssensor (niet bijgeleverd) Alleen aanwezig op apparaten voor installaties met 4 buizen. 2.10 INSTELLING AUTOMATISCHE WERKWIJZE KOELING/VERWARMING De instelling van dit type regeling stelt de bediening in staat om de selectie van koeling of verwarming automatisch uit te voeren waarbij de gewone manuele selectie wordt buitengesloten. De instelling van dit type regeling maakt het mogelijk de opdracht tot selectie van de werkwijze koeling of verwarming automatisch te verstrekken waarbij de normale handmatige selectie wordt buitengesloten. Deze regeling is bijzonder geschikt voor de versies van apparaten met 4 buizen en kan alleen geactiveerd worden door een gekwalificeerde en geautoriseerde installatietechnicus. Om deze functie te activeren, moet de toets voor de selectie koeling/verwarming (afb. 6 ref. B) 10 seconden ingedrukt gehouden blijven tot de blauwe en rode symbolen (afb. 6 ref. C en D) gelijktijdig ingeschakeld worden. Deze instelling wordt ook gehandhaafd in geval van een onderbreking van de voeding. Om de functie van de automatische instelling van de koeling/verwarming te deactiveren, moet opnieuw gedurende 10 seconden op de toets voor de selectie van de koeling/verwarming gedrukt worden. Controleer vervolgens of het mogelijk is om bij iedere druk op deze toets op cyclische wijze de werkwijze voor alleen koeling (blauw controlelampje afb. 6 ref. C brandt), alleen verwarming (rood controlelampje afb. 6 ref. D brandt) of ventilatie (blauwe en rode controlelampjes beide uit) in te stellen. 3 GEBRUIK De bediening maakt de instelling van de omgevingstemperatuur volledig autonoom via de programma’s AUTO, STIL, NACHT en MAX door middel van een sonde die in het lage deel van de ventilatorradiator/ventilatorconvector geplaatst is en die een antivriesbeveiliging garandeert, ook wanneer het apparaat op stand by staat. Beschrijving bedieningspaneel (afb. 6) A B C D E F G H Keuzeschakelaar omgevingstemperatuur (15°C-30°C) Toets selectie werkwijze koeling/verwarming Indicator werking in werkwijze koeling/verwarming Indicator werking maximum snelheid Indicator automatische werking Indicator geruisloze werking Indicator nachtwerking Toets ON/Stand-by en selectie werking ventilator 2.7.1 AANSLUITING VAN BEDRADE AFSTANDSBEDIENING B0736 3.1 ACTIVERING/DEACTIVERING • Verplaats de connector die aanwezig is op verbinding X8 naar connector X7. Het venstercontact CP zal beheerd worden door muurbediening B0736 • Verbind de kabels afkomstig van verbinding AB van bediening B0736 met connector AB van de controle (zorg ervoor de polariteiten in acht te nemen, zie afb. 19) en sluit de verste unit af met de weerstand van 120 Ohm. • Schakel de verbinding in door 10 seconden op de toetsen en te drukken. Druk om de verbinding uit te schakelen 10 seconden op de toetsen en . • De commando’s van afb. 1 zullen uitgeschakeld zijn en op het display zal de tekst "rE" verschijnen bij iedere activering ervan. • De controlelampjes zullen de ingestelde werkwijze en ventilatiesnelheid weergeven. • Betreft de werking en de instellingen, zie de instructies voor bediening B0736. Zijn de aansluitingen en de eventuele configuratie tot stand gebracht, sluit dan opnieuw het schakelbord (afb. 3 ref. C) met de eerder weggenomen schroeven. Plaats het voorpaneel afb. 2 weer terug en zorg voor de aansluiting van de connector van het display. Zet het voorpaneel vast met de 2 schroeven, afb. 1. Nu is het mogelijk de voedingsspanning naar de machine in te schakelen. Indien een hoofdschakelaar op de elektrische voedingslijn voorzien wordt, moet deze ingeschakeld zijn. Druk voor het activeren van de ventilatorconvector/ventilatorradiator 2 seconden op de toets (afb. 6 ref. H). Houd voor het uitschakelen van het apparaat de toets (afb. 6 ref. H) circa 2 seconden ingedrukt. De afwezigheid van ongeacht welke lichtsignalering duidt op de ‘stand-by’-status (afwezigheid van werking). Wanneer het bedieningsorgaan zich in deze werkwijze bevindt, garandeert het een antivriesbeveiliging. Mocht de omgevingstemperatuur onder de 5°C dalen, dan wordt de elektroklep van het warme water geactiveerd, evenals de minimum snelheid (AF) van de motor van de ventilator. 2.8 SLUITING APPARAAT • Monteer opnieuw de buitenkant van de ventilatorconvector/ventilatorradiator; • draai de bovenste bevestigingsschroef van het zijkantje (afb. 1 ref. L of ref. F) los; • monteer opnieuw het beschermrooster van de luchtuitlaat (afb. 1 ref. A). 2.9 ELEKTRISCH SCHEMA (afb. 5) H2 AIR M1 S1 Y1 Y2 temperatuursonde water temperatuursonde lucht motor ventilator veiligheidsmicroschakelaar aanzuigrooster (alleen aanwezig op enkele modellen) elektroklep warm water (230V-50Hz, max 10W) elektroklep koud water (230V-50Hz, max 10W) (*). 3.2 HANDMATIGE SELECTIE KOELING/VERWARMING Door 2 seconden op de toets (afb. 6 ref. B) te drukken, is het mogelijk op cyclische wijze de werkwijzen koeling (blauwe LED), verwarming (rode LED) of ventilatie (rode LED en blauwe LED uit) te selecteren. In de ventilatiewerkwijze blijven de elektrokleppen van zowel het warme als het koude water uitgeschakeld terwijl de ventilator met de ingestelde snelheid geactiveerd wordt. De handmatige selectie van de werkwijze koeling/verwarming/ventilatie is niet beschikbaar als de installateur eerder de automatische werkwijze koeling/verwarming ingesteld had. Deze functie wordt aangegeven door het afwisselend branden van de blauwe en rode LED bij iedere druk op de toets (afb. 6 ref. B). De daadwerkelijke werking van het apparaat in de werkwijze koeling of verwarming is altijd afhankelijk van de temperatuur van het water dat binnenin de installatie circuleert. Als de temperatuur van het water geen waarde bereikt die geschikt is voor de ingestelde werkwijze (dus als het water te warm is bij koeling of te koud is bij verwarming) blijft de ventilatormotor uit en knippert de indicator van de huidige werkwijze blauw voor de koelmodus of rood voor de verwarmingsmodus (afb. 6 ref. C). 3.3 INSTELLING VAN DE TEMPERATUUR Het is mogelijk de waarde van de gewenste omgevingstemperatuur in te stellen met de daarvoor bestemde keuzeschakelaar (afb. 6 ref. A). De minimaal instelbare temperatuur is 15°C terwijl de maximaal instelbare temperatuur 30°C is. 3.4 INSTELLING AUTOMATISCHE WERKING 19 NL GR Druk om deze werkwijze te selecteren op de toets (afb. 6 ref. H) tot activering van de indicator (afb. 6 ref. E) plaatsvindt. In deze werkwijze past het systeem met microprocessor de werking van het apparaat automatisch aan al naargelang het variëren van de omgevingsomstandigheden. Met name is de regeling van de snelheid van de ventilator volledig automatisch tussen een minimum waarde en een maximum waarde, al naargelang de noodzaak van verwarming of koeling. Als de omgevingstemperatuur in apparaten met straalplaat in de werkwijze verwarming de gewenste waarde nadert, wordt de ventilator gedeactiveerd en blijft het systeem de controle van de omgevingstemperatuur uitoefenen door middel van uitsluitend het stralingseffect en natuurlijke convectie. 1 ΓΕΝΙΚΑ 3.5 WERKING BIJ DE MAXIMUM SNELHEID Druk om deze werkwijze te selecteren op de toets (afb. 6 ref. H) tot activering van de indicator (afb. 6, ref. D) plaatsvindt. Met deze werkwijze wordt onmiddellijk het maximum van het af te geven vermogen verkregen, zowel van de koeling als van de verwarming (de ventilatormotor wordt altijd bij de maximum snelheid geactiveerd). Is de gewenste omgevingstemperatuur eenmaal bereikt, dan wordt aangeraden over te gaan naar een ander type werking om het beste thermische en akoestische comfort te verkrijgen. 3.6 GERUISLOZE WERKING Druk om deze werkwijze te selecteren op de toets (afb. 6 ref. H) tot activering van de indicator (afb. 6, ref. F) plaatsvindt. In deze werkwijze is de ventilatiesnelheid altijd op een zo laag mogelijke waarde ingesteld om, maximaal akoestisch comfort van het apparaat in ongeacht welke werking te verkrijgen. 3.7 NACHTWERKING Druk om deze werkwijze te selecteren op de toets (afb. 6 ref. H) tot activering van de indicator (afb. 6, ref. G) plaatsvindt. In deze werkwijze wordt de ventilatiesnelheid op een zeer lage waarde gehouden en wordt de temperatuur automatisch als volgt ingesteld: • wordt verlaagd met 1°C na een uur en met nog een graad na 2 uur in de verwarmingsfunctie; • wordt verhoogd met 1°C na een uur en met nog een graad na 2 uur in de koelfunctie. Op de modellen met straalplaat wordt de nachtfunctie in de verwarmingswijze met gedeactiveerde ventilator uitgevoerd zodat de vertrekken door middel van straling en natuurlijke convectie verwarmd worden, zoals met traditionele radiatoren plaatsvindt. 1.1 ΠΛΗΡΟΦΟΡΙΕΣ και ΓΕΝΙΚΕΣ ΠΡΟΕΙΔΟΠΟΙΗΣΕΙΣ Το παρόν εγχειρίδιο πρέπει να θεωρηθεί αναπόσπαστο μέρος του εγχειριδίου οδηγιών εγκατάστασης και χρήσης το οποίο συνοδεύει τα τερματικά της μονάδας OLIMPIA SPLENDID σειρά Bi2. Και τα δύο εγχειρίδια θα πρέπει να φυλαχθούν με προσοχή και θα πρέπει να συνοδεύουν ΠΑΝΤΑ τη συσκευή ακόμη και σε περίπτωση εκχώρησής της σε άλλον ιδιοκτήτη ή χρήστη ή σε περίπτωση μεταφοράς σε άλλη μονάδα. Σε περίπτωση που φθαρεί ή χαθεί ζητήστε ένα άλλο αντίτυπο από την Υπηρεσία Τεχνικής Βοήθειας OLIMPIA SPLENDID της περιοχής σας. Το κιτ B0855 πρέπει να χρησιμοποιείται σε συνδυασμό με συσκευές με κινητήρα ανεμιστήρα εναλλασσόμενου ρεύματος, ενώ το κιτ B0828 πρέπει να χρησιμοποιείται αποκλειστικά με συσκευές που διαθέτουν κινητήρα ανεμιστήρα DC inverter. Για όλες τις άλλες πληροφορίες και γενικές προειδοποιήσεις που πρέπει να τηρηθούν κατά την εγκατάσταση και χρήση του κιτ Β0659 και B0828, δείτε σχετικά το βιβλίο οδηγιών που συνοδεύει τα τερματικά της μονάδας OLIMPIA SPLENDID σειρά Bi2. 1.2 ΣΥΜΜΟΡΦΩΣΗ Τα αερόθερμα-καλοριφέρ/ανεμιστήρες αγωγών θερμότητας Bi2 OLIMPIA SPLENDID που διαθέτουν ηλεκτρονικό κιτ B0828 - B0855 είναι συμβατά με τις Ευρωπαϊκές Οδηγίες: • Οδηγία χαμηλής τάσης 2006/95/ΕΚ • Οδηγία ηλεκτρομαγνητικής συμβατότητας 2004/108/EC. • Οδηγία RoHS (περιορισμός χρήσης ορισμένων επικίνδυνων ουσιών) 2011/65/ΕΚ ÁÐÏÓÕÑÓÇ Aõôü ôï óýìâïëï ðÜíù óôï ðñïúüí Þ óôç óõóêåõáóßá ôïõ õðïäåéêíýåé, ïôé áõôü ôï ðñïúüí äåí ìðïñåß íá áðïóõñèåß ìå ôá êáíïíéêÜ ïéêéáêÜ áðïññßììáôá, áëëá ðñÝðåé íá ðáñáäïèåß óå ìéá èÝóç óõëëïãÞò ãéá ôçí áíáêýêëùóç ôùí çëåêôñéêþí êáé çëåêôñïíéêþí óõóêåõþí. Ìå ôçí ðñïóöïñÜ óáò óôç óùóôÞ áðüóõñóç áõôïõ ôïõ ðñïúüíôïò ðñïóôáôåýåôå ôï ðåñéâÜëëïí êáé ôçí õãåßá ôùí óõíáíèñþðùí óáò. Tï ðåñéâÜëëïí êáé ç õãåßá ôßèåíôáé óå êßíäõíï áðü ìßá ëÜèïò áðüóõñóç. ÐåñáéôÝñù ðëçñïöïñßåò ãéá ôçí áíáêýêëùóç áõôïý ôïõ ðñïúüíôïò ìðïñåßôå íá Ýxåôå óôï äçìáñxåßï óáò, óôçí õðçñåóßá áðïêïìéäÞò ôùí áðïññßììáôùí Þ óôo êáôÜóôçìá, óôo oðïßo áãïñÜóáôå áõôü ôï ðñïúüí. Aõôüò ï êáíïíéóìüò éóxýåé ìüíï ãéá ôçò xþñåò ìÝëç ôçò EE. 2 ΟΔΗΓΙΕΣ ΤΟΠΟΘΕΤΗΣΗΣ 3.8 AANDUIDING VAN DE LEDS De rode en blauwe LEDS (afb. 6 ref. C) duiden op de activering van de werkwijze verwarming of koeling. Wanneer de LEDS uit zijn, is het apparaat op de werkwijze ventilatie ingesteld (de eventueel beide kleppen van warm en koud water worden niet geactiveerd). Het knipperen van een van de twee LEDS geeft aan dat niet aan de vraag naar (warm of koud) water is voldaan en dit veroorzaakt de stilstand van de ventilator tot de temperatuur van het water een waarde bereikt die geschikt is om aan het verzoek te voldoen. Het afwisselend branden van de roden en blauwe LEDS (afb. 6 ref. C) geeft aan dat de werkwijze automatische koeling/verwarming actief is De 4 LEDS , , en (afb. 6) duiden op de ingestelde werkwijze en zijn alle uitgeschakeld ter hoogte van de werkwijze Stand-by. Ieder van deze LEDS wordt knipperend geactiveerd (soft-blinking) als de ingestelde temperatuur van verwarming of koeling (rode of blauwe LED branden) respectievelijk lager of hoger is dan de door het apparaat gemeten omgevingstemperatuur. Om 's nachts het comfort te verhogen, wordt de helderheid van de LEDS op het elektronische paneel verlaagd na 15 seconden van inactiviteit van de toetsen of van de keuzeschakelaar van de temperatuur. 3.9 FOUTSIGNALERINGEN FI: de ventilatorradiator/ventilatorconvector heeft onderhoud nodig, selecteer het stand-by-programma, reinig het luchtfilter zoals beschreven wordt in de onderhoudshandleiding van de machine en houdt bij de volgende inschakeling de toetsen (afb. 6 ref. B en H) 5 seconden ingedrukt tot de normale werking opnieuw ingesteld wordt. E2: duidt op de aanwezigheid van een defect van de sonde van de omgevingstemperatuur. E3 is toegekend aan het defect van de watersonde. E4 duidt op een defect van de motor of de snelheidssensor: in dit laatste geval werkt het apparaat normaal maar wordt de modulerende werking van de ventilatiesnelheid verhinderd; door 10 seconden op de toetsen (afb. 6 ref. B en H) te drukken, wordt de alarmmelding gewist. 3.10 UITSCHAKELING VOOR LANGE PERIODES Handel als volgt voor de uitschakeling voor het seizoen of voor vakantie: • Deactiveer het apparaat. • Zet de hoofdschakelaar van de installatie op Uit. De antivriesfunctie is niet actief. 20 2.1 ΑΝΟΙΓΜΑ ΠΛΑΪΝΩΝ • Αποσυναρμολογήστε την άνω σχάρα (εικ.1 σχ. A) ξεβιδώνοντας τις δύο βίδες στερέωσης (εικ. 1 σχ. B). • Ανοίξτε την πλαϊνή θυρίδα (εικ. 1 σχ. C). • Στην αριστερή πλευρά ξεβιδώστε τη βίδα (εικ. 1 σχ. F) που στερεώνει το αριστερό πλαϊνό (εικ. 1 σχ. G), μετακινήστε το ελαφρά προς τα αριστερά και σηκώστε το. • Στην αντίθετη πλευρά ξεβιδώστε τη βίδα στερέωσης του πλαϊνού (εικ. 1 σχ. L). • Μετακινήστε ελαφρά προς τα δεξιά το πλαϊνό και σηκώστε το (εικ.1 σχ. P). 2.2 ΔΙΑΜΟΡΦΩΣΗ Η ηλεκτρονική κάρτα του κιτ B0828 - B0855 πρέπει να διαμορφωθεί σύμφωνα με το μοντέλο του αερόθερμου καλοριφέρ/ανεμιστήρα αγωγών θερμότητας Bi2 στο οποίο τοποθετείται ανάλογα με τις συγκεκριμένες προτιμήσεις λειτουργίας της μηχανής. Οι τρεις επιλογείς J1, J2 και J3 που απεικονίζονται στην εικ. 6 πρέπει να καθοριστούν ως εξής: • J1 = ON (για συσκευές με θερμαντικό πάνελ, τύπου SLR ή SLR+): στη νυχτερινή λειτουργία και με θερμοκρασία περιβάλλοντος κοντά στην επιθυμητή, η θέρμανση των χώρων γίνεται μέσω ακτινοβολίας και φυσικής μεταγωγής της θερμότητας, όπως στα παραδοσιακά καλοριφέρ (σ’ αυτές τις συνθήκες ο εξαερισμός αναστέλλεται για την καλύτερη δυνατή ηχητική άνεση) • J1 = OFF (για συσκευές χωρίς θερμαντικό πάνελ, τύπου SL, SL+ ή SLN): η θέρμανση πραγματοποιείται πάντα μέσω εξαναγκασμένης μεταγωγής, με ενεργό εξαερισμό ακόμη και στη νυχτερινή λειτουργία (με μειωμένη ταχύτητα). • J2 = ON: στη λειτουργία δροσιάς ο ανεμιστήρας παραμένει τροφοδοτημένος ακόμη και όταν επιτευχθεί η επιθυμητή θερμοκρασία περιβάλλοντος • J2 = OFF: στη λειτουργία δροσιάς ο ανεμιστήρας απενεργοποιείται όταν επιτευχθεί η καθορισμένη θερμοκρασία. • J3 = ON (συσκευές για εγκατάσταση σε μονάδες 2 σωλήνων): η κάρτα είναι καθορισμένη για τη διαχείριση μιας μόνο βαλβίδας νερού για την καλοκαιρινή (δροσιά) και τη χειμερινή (θέρμανση) λειτουργία. Χρησιμοποιείστε αυτόν τον καθορισμό και για τη χρήση του κιτ B0828 - B0855 σε συσκευές με κινητά πάνελ αναρρόφησης αέρα (μοντέλα Full Flat). • J3 = OFF (συσκευές για εγκατάσταση σε μονάδες 4 σωλήνων): η κάρτα είναι καθορισμένη για τη διαχείριση 2 βαλβίδων νερού, μία για την καλοκαιρινή (δροσιά) και μία για τη χειμερινή (θέρμανση) λειτουργία..
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24

Olimpia Splendid Bi2 B0828 Handleiding

Type
Handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor