Olimpia Splendid thermostat - B0813 Installatie gids

Type
Installatie gids

Deze handleiding is ook geschikt voor

19
User Interface Conguration Record
day 1 day 2 day 3 day 4 day 5 day 6 day 7
Period 1
Time
Cool
Heat
Mode
FR Mode
Period 2
Time
Cool
Heat
Mode
FR Mode
Period 3
Time
Cool
Heat
Mode
FR Mode
Period 4
Time
Cool
Heat
Mode
FR Mode
Period 5
Time
Cool
Heat
Mode
FR Mode
Period 6
Time
Cool
Heat
Mode
FR Mode
English
92
Gebruikersinterface
Afkortingen / betekenissen .............................................. 92
Veiligheidsaanbevelingen ................................................ 92
Inleiding ................................................................................. 92
Installatieaanbevelingen .................................................. 93-101
Modellen .......................................................................... 93
Voeding ............................................................................. 93
Montage................................................................................. 93
Stap 1 — Locatie van gebruikersinterface .............. 93
Stap 2 — Gebruikersinterface installeren ............... 93
Stap 3 — Installateurconfiguratie van 6* instellen ... 96
Klimaatcurven ...................................................................... 102
Vooraf ingestelde curven............................................. 102
Aangepaste klimaatcurven ......................................... 103
Verwarmingscurve aanpassen ................................... 104
Fabrieksconguratiemodus ............................................. 104
Klok ................................................................................... 106
Informatie over bediening en aansluiten ..................... 106
Foutcodes ......................................................................... 106
Tabel met foutcodes ...................................................... 107
Bedradingschema ............................................................... 108
Conguratierecord gebruikersinterface ...................... 108-109
Veiligheidstips
Inleiding
Afkortingen / Betekenissen
Inhoud Blz
Lees de volgende instructies van de fabrikant aandachtig
door en volg de instructies op. Houd u tijdens de installatie
aan alle plaatselijke voorschriften met betrekking tot
elektrische apparaten. Alle kabels moeten voldoen aan de
plaatselijke en nationale voorschriften.
Als de kabels niet goed aangesloten zijn of de installatie niet
goed is uitgevoerd, kan de 6* beschadigd raken.
Lees de informatie over de signaalwoorden GEVAAR,
WAARSCHUWING en VOORZICHTIG aandachtig door. Deze
woorden worden gebruikt voor het veiligheidssymbool.
GEVAAR verwijst naar ernstige gevaren die kunnen leiden
tot ernstig lichamelijk letsel of de dood. WAARSCHUWING
verwijst naar gevaren die kunnen leiden tot lichamelijk letsel
of de dood. VOORZICHTIG wordt gebruikt om onveilige
handelingen aan te duiden die tot licht lichamelijk letsel of
schade aan product of eigendom kunnen leiden.
OPMERKING wordt gebruikt voor het benadrukken van
suggesties die de installatie, betrouwbaarheid of bediening
kunnen vergemakkelijken.
Met de programmeerbare gebruikersinterface van de 6*-
serie, die op muren gemonteerd kan worden en weinig
stroom verbruikt, kan de kamertemperatuur worden
bijgehouden door het verwarmings- en/of
airconditioningsysteem te bedienen. Warmtepomp”,
Airconditioner” en Alleen verwarmen” zijn in de huidige
versies beschikbaar. De gebruikersinterface biedt een scala
aan functies, waaronder aparte instelwaarden voor het
verwarmen en koelen van kamers, het vergrendelen van het
toetsenblok, achtergrondverlichting, een geïntegreerde
installateurtest, enz. De programmeerfuncties bevatten o.a. 7
dagen (alle dagen hetzelfde), 5/2 (Maa--Vri en Zat--Zon) en 1
dag (alle 7 dagen apart) met 2, 4 of 6 perioden per dag.
Deze installatie-instructies bevatten informatie over
de installatie, configuratie en het opstarten van de 6*.
Raadpleeg de gebruikershandleiding voor informatie over
de bediening.
6* Gebruikersinterface Comfort-serie 33AW-CS1
SUI Gebruikersinterface 33AW-RC1
CC Klimaatcurve
CDU Compressor
Stb. Stand-by
LWT Afvoerwatertemperatuur
EWT Toevoerwatertemperatuur
REFR. Koelmiddeltemperatuur
TE Externe warmtewisselaarsensor
TD Afvoertemperatuursensor
WSP Instelwaarde water
HP Warmtepomp
OAT Luchttemperatuur buiten
FR Frequentieverlagingsmodus
TO Buitentemperatuursensor
TR Afkoelingstemperatuursensor (Geplaatst tussen
de elektronische klep en de lucht naar water-
warmteomwisselaar)
TS Zuigtemperatuur sensor
93
Modellen
Stap 1 — Locatie van gebruikersinterface
Stap 2 — Gebruikersinterface installeren
Installatietips
Montage
U kunt de 6* met de volgende opties programmeren.
t Alleen verwarmen
t Alleen koelen
t Omkeerbare warmtepomp
U kunt deze opties tijdens de installatie selecteren.
Voeding
De 6* wordt gevoed door niet-geregelde 12 volt
gelijkstroom.
Deze voeding wordt door de lucht/water warmtepomp aan
de gebruikersinterface geleverd.
t Ongeveer 1,5 m boven de vloer.
t In de buurt van of in een veelgebruikte kamer, bij
voorkeur op een scheidingsmuur in een kamer.
t Op een deel van de muur zonder buizen of leidingen.
Gebruikersinterface mag NIET worden gemonteerd.
t In de buurt van een raam, op een buitenmuur, of naast
een deur die naar buiten leidt.
t Blootgesteld aan direct zonlicht of warmte van zon,
lamp, open haard of ander temperatuurgenererende
voorwerpen die een verkeerde temperatuurwaarde
kunnen opleveren.
t In de buurt van of in de directe luchtstroom van
toevoer- en retourluchtkanalen.
t In ruimtes met slechte luchtcirculatie, zoals achter een
deur of in een nis.
1. Schakel alle voeding die naar het apparaat loopt uit.
2. Ga als volgt te werk als een bestaande
gebruikersinterface wordt vervangen:
t Verwijder de bestaande gebruikersinterface van de
muur.
t Koppel de kabels van de bestaande
gebruikersinterface een voor een los.
t Noteer bij het loskoppelen van elke kabel de
kabelkleur en de aansluitmarkering.
3.
O
pen de 6* (montagebasis) om de montagegaten
bloot te leggen. De basis kan verwijderd worden
om de montage te vergemakkelijken. Druk op het
ontgrendelingslipje aan de bovenkant van de 6* en
klap het ontgrendelingslipje voorzichtig open om
de montagebasis van de rest van de 6* los te maken.
4.
Leid de
6*-kabels door de grote opening in de
montagebasis. Lijn de montagebasis uit met de muur
en markeer de muur door de 2 montagegaten. Zie fig. 1.
5. Boor in de markeringen twee montagegaten van 5 mm
in de muur.
GEVAAAR BIJ BEDIENING VAN ELEKTRISCHE
APPARATEN
Als u deze waarschuwing niet opvolgt, kan dit leiden tot
lichamelijk letsel of de dood.
Schakel voordat u de gebruikersinterface installeert eerst
alle voeding naar de apparatuur uit.
Het is mogelijk dat u meer dan een voedingsaansluiting
moet loskoppelen.
Let op
Nederlands
94
Montage
6. Bevestig de montagebasis met de 2 meegeleverde
ankers en schroeven op de muur. Let er daarbij op dat
de kabels door de opening in de montagebasis lopen.
7. Pas de lengte en de looprichting van elke kabel aan
om met 6,5 mm extra kabel de juiste aansluitingen
en aansluitblokken op de montagebasis te kiezen.
Haal slechts 6,5 mm van de kabelisolatie weg om te
voorkomen dat naast elkaar liggende kabels wanneer
ze worden aangesloten, met elkaar kunnen kortsluiten.
Zie g. 2.
8. Kabels van apparatuur op juiste aansluitingen op
aansluitblokken aansluiten (zie g. 3).
Zie het bedradingsschema voor meer informatie.
9. Duw overtollige kabels in de muur en tegen de
montagebasis. Afdichtingsopening in muur om
lekkage van lucht te voorkomen. Lekkages kunnen de
werking negatief beïnvloeden.
1
2
3
Rc – Niet gebruikt
Rh – Niet gebruikt
W – Gegevensingang
C – Gegevensuitgang
G – Niet-geregelde 12 volt gelijkstroom
Y – Aarde
Toewijzing van aansluitingen
Kabels aan
aansluitstrip
vastmaken
Achterplaat
monteren
Nederlands
95
Montage
10. Klap de behuizing weer dicht. Maak de thermostaat
aan de achterplaat vast door het lipje in de onderste
hoek te steken en scharnier de thermostaat tot de
bovenkant vastklapt. Zie g. 4.
11. Sluit de thermostaateenheid en controleer of de
pennen op de achterkant van de printplaat met de
moen in de connector zijn uitgelijnd.
12. Schakel de voeding van het apparaat in.
Wanneer de voeding wordt ingeschakeld, gaan alle
pictogrammen op het display gedurende 2 seconden
branden om het display te testen.
Hierna wordt de volgende 2 seconden het type apparatuur
waarvoor de thermostaat gecongureerd is, weergegeven.
Dit is HP, AC of HO. Deze conguratie kan door de installateur
of in de fabriek gecongureerd worden. Via het moederbord
kan de nieuwste statusinformatie van deze configuratie
voor de 6* worden bijgewerkt.
4
6* bevestigen
GEVAAAR BIJ BEDIENING VAN ELEKTRISCHE
APPARATEN
Als u deze waarschuwing niet opvolgt, kan dit leiden tot
schade of een onjuiste bediening.
Als de kabels niet goed aangesloten zijn of de installatie niet
goed is uitgevoerd, kan de thermostaat beschadigd raken.
Controleer of de kabels correct zijn aangesloten voordat u
doorgaat met de installatie of de eenheid inschakelt.
Let op
Nederlands
96
Via de conguratieopties kan de installateur de
gebruikersinterface voor een bepaalde installatie
congureren. Deze instellingen zijn niet beschikbaar
voor de huiseigenaar en moeten daarom correct door de
installateur worden ingesteld.
Hieronder vindt u een lijst met beschikbare parameters, een
beschrijving van het bereik van die parameters en de daarbij
behorende fabrieksinstellingen.
Stap 3 — Installateurconfiguratie van 6* instellen
Montage (Tabel 1)
100 SYSTEEMTYPE
Deze code wordt gebruikt voor het instellen van het
systeemtype:
17 1
1. Vaste watertemperatuurwaarde A2W Monobloc
(droge contacten)
2. A2W Monobloc Klimaatcurve instellen (droge
contacten)
3.
A2W Monobloc Comfort met 6*
4 A2W Monobloc Comfort met U I als thermostaat
5. N.A.
6.A2W Monobloc RS485
7. N.A.
101
TYPE GEBRUIKERSIN-
TERFACE
Deze code wordt gebruikt om te bepalen of de NUI-
gebruikersinterface gebruikt wordt en hoe dit gebruikt
wordt:
0 2 0 Niet gebruikt
0. Niet gebruikt (relaisingang actief/SUI)
1.
6* geïnstalleerd
2. 6* gebruikt als programmeereenheid
102 (
)
UITGAVE UI-
SOFTWARE
Deze code geeft de uitgave van de 6*-software weer - - -
103(
)
6*-SOFTWARE
VERSIE
Deze code geeft de uitgave van de 6*-software weer - - -
104 UITGANGSTEST
Deze code wordt gebruikt om de output AAN te
forceren om te testen (max 10 minuten)::
0 8 0.Geen test
0. Geen test
1. Waterpomp
2. Alarm / omgevingstemperatuur bereikt
3. Externe warmtebron / ontdooien
4. Alarm + Ontdooien / Vochtigheid
5.Volgvermarming / aanvullende waterpomp
6.Drierichtingsklep
7. SUI-alarm
8.Leeg
105
UITVOERINGSTIJD
POMP RESETTEN
Deze code wordt gebruikt om de timer van de
waterpomp te resetten naar nul.
01 0
106
EXTERNAL HEAT
SOURCE/DEFROST
Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de
output die verbonden is met PEN 4 op de aansluitstrip:
12 1
1. Externe warmtebron
2. Output Ontdooiing
107
LUCHTVOCHTIGHEID-
SBEREIK
Deze code wordt gebruikt om de grenswaarde voor de
vochtigheid te bepalen voor het inschakelen van de
output voor het externe ontvochtigingssysteem
20 100 50%
108
SELECTIE ALARM/
ONTDOOIEN OF
VOCHTIGHEID
Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de
output die verbonden is met PEN 11 op de aansluitstrip:
12 2
1. Alarmen en/of ontdooien eenheid
2. Vochtigheidsregeling
109
INSTELPUNT VORST
DELTA
Deze code wordt gebruikt voor het instellen van
het instelpunt vorst delta dat gebruikt wordt door
de structuur voor bescherming tegen vorst volgens
algoritme.
0°C 6°C 1°C
110
UITVOERINGSTIJD
COMPRESSOR
RESETTEN
Deze code wordt gebruikt om de timer van de
compressor te resetten naar nul.
01 0
111(
)
STATUS STROM.
SCHAK
Deze code geeft de status van de stroomschakelaar
aan: 0.
01 -
0. Water stroomt niet
1. Water stroomt
PARAMETER-
NUMMER
FUNCTIE BESCHRIJVING
WAARDEBE-
REIK
NORM
Min. Max.
Nederlands
97
Montage
PARAMETER
NUMBER
FEATURE DESCRIPTION
VALUE
RANGE
NORM
Min Max
112
NUMMER
KLIMAATCURVE
VOOR WARMTE
Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van het
nummer van de klimaatcurve voor warmte: 0. Geen
vooraf bepaalde klimaatcurve (Installatieprogramma
moet CC tekenen) 1-12. Verwijst naar 6*-handleidingen
voor details van klimaatcurven.
012 0
0. No predened climatic curve (Installer has to draw CC)
1-12. Refers to 6* manuals for climatic curve details.
113
INSTELPUNT
KOELWATER
Deze code wordt gebruikt voor het instellen van het
vaste instelpunt voor koelwater.
20°C 60°C 45°C
114
TEMPERATUURRE-
DUCTIE ECO KOEL
Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de
waarde voor temperatuurreductie voor het vaste
instelpunt voor koelwater wanneer de eenheid in de
ECO-modus staat..
1°C 20°C 5°C
115
COOL WATER
SETPOINT
Deze code wordt gebruikt om de vaste koelwater set-
point in te stellen.
4°C 25°C 7°C
116
TEMPERATUURRE-
DUCTIE ECO KOEL
Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de
waarde voor temperatuurreductie voor het vaste
instelpunt voor koelwater wanneer de eenheid in de
ECO-modus staat..
1°C 10°C 5°C
117
KOEL
KLIMAATNUMMER
Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van het
nummer van de koele klimaatcurve:
02 0
0. Geen vooraf bepaalde klimaatcurve
(installatieprogramma moet CC tekenen) 1 - 2. Verwijst
naar 6*-handleidingen voor details klimaatcurve1 - 2.
Refers to 6* manuals for climatic curve details
118
MIN VERWARMING
TEMPERATUUR
BUITENLUCHT
Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de
minimum buitentemperatuur van de klimaatcurve voor
verwarming, afhankelijk van het land waar het system
genstalleerd is.
-20°C +10°C -7°C
119
MAX VERWARMING
TEMPERATUUR
BUITENLUCHT
Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de
maximum buitentemperatuur van de klimaatcurve voor
verwarming.
10°C 30°C 20°C
120
MIN VERWARMING
WATERTEMPERA-
TUUR
Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de
minimum buitentemperatuur van de klimaatcurve voor
verwarming.
20°C 60°C 40°C
121
MAX VERWARMING
WATERTEMPERA-
TUUR
Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de
maximum buitentemperatuur van de klimaatcurve voor
verwarming.
20°C 60°C 55°C
122
MAX KOELING
TEMPERATUUR
BUITENLUCHT
Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de
maximum buitentemperatuur van de klimaatcurve
voor koeling, afhankelijk van het land waar het systeem
genstalleerd is.
24°C 46°c 40°C
123
MIN KOELING
TEMPERATUUR
BUITENLUCHT
Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de
minimum buitentemperatuur van de klimaatcurve voor
verwarming.
0°C 30°C 22°C
124
MIN KOELING WA-
TERTEMPERATUUR
TEMPERATURE
Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de
minimum buitentemperatuur van de klimaatcurve voor
verwarming.
4°C 20°C 4°C
125
MAX KOELING WA-
TERTEMPERATUUR
TEMPERATURE
Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de
maximum buitentemperatuur van de klimaatcurve voor
verwarming.
4°C 20°C 12°C
126
.POPCMPD OAT-
THERMISTOR
Deze code wordt gebruikt om te bepalen of de 1.
.POPCMPD-thermistor niet genstalleerd
12 2
1.
.POPCMPD-thermistor genstalleerd
2. .POPCMPD-thermistor niet genstalleerd
127 (
)
NAAR
SENSORWAARDE TO
Deze code geeft de temperatuur van de buitenlucht
weer die uitgelezen wordt door de TO-sensor.
-- -
128 (
)
NAAR
SENSORWAARDE TE
Deze code geeft de temperatuur van de buitenlucht
weer die uitgelezen wordt door de TE-sensor..
-- -
129 (
)
NAAR
SENSORWAARDE TS
Deze code geeft de temperatuur van de buitenlucht
weer die uitgelezen wordt door de TS-sensor.
-- -
130 (
)
NAAR
SENSORWAARDE TD
Deze code geeft de temperatuur van de buitenlucht
weer die uitgelezen wordt door de TD-sensor.
-- -
131 (
)
CDU-STAND
Deze code geeft de werkelijke Warmtepomp
bedrijfsmodus:
-- -
0. Uit
2. Koelen
3. Verwarmen
4. Mislukt
5. Ontdooien
Nederlands
98
Montage
Nederlands
PARAMETER-
NUMMER
FUNCTIE BESCHRIJVING
WAARDEBEREIK
NORM
Min Max
132 ( )
MAX FREQUENTIE
COMPRESSOR
Deze code geeft de maximum frequentie van de compressor weer
die berekend wordt door de GMCstuurkaart.
---
133 (
)
GEVRAAGDE
FREQUENTIE
Deze code geeft de frequentie weer die gevraagd wordt door de
systeembesturing.
---
134 (
)
WERKELIJKE
FREQUENTIE
Deze code geeft de werkelijke frequentie van de compressor
weer
---
135 (
)
UITVOERINGSTIJD
COMPRESSOR
Deze code geeft de bedrijfsuren (x10) van de compressor weer. - - -
136 (
)
CDU-VERMOGEN [KW]code geeft het nominale vermogen van de warmtepomp weer - - -
137 (
)
EWTSENSORWAARDE
Deze code geeft de temperatuur van het binnenkomende water
weer die uitgelezen wordt door de EWT-sensor.
---
138 (
)
LWTSENSORWAARDE
Deze code geeft de temperatuur van het uitgaande water weer
die uitgelezen wordt door de LWT-sensor.
---
139 (
)
TR-SENSORWAARDE
Deze code geeft de temperatuur van het koelmiddel weer die
uitgelezen wordt door de TR-sensor.
---
140 (
)
SYSTEEMMODUS
Deze code geeft de bedrijfsmodus weer die aangevraagd werd
door de systeembesturing:
---
0. Uit
1. Stand-by
2. Koelen
3. Verwarmen
4. N.A.
5. N.A.
6. Beoordeling van verwarming
7. Beoordeling van koeling
8. Bevriezingsbeveiliging
9. Ontdooien
10. Beveiliging tegen hoge temperaturen
11. Tijdsbewaking
12. Systeemstoring
13. Geavanceerde vorstbeveiliging
141 (
)
ONTD.MODULE
Deze code geeft de lijst met alle foutcodes weer die gedetecteerd
warden door de buiteneenheid. Indien geen fouten aanwezig zijn,
worden geen codes weergegeven.
---
142 (
)
VERSIE
GMCSOFTWARE
Deze code geeft de versie van de .POPCMPD-software weer
---
143 (
)
UITGAVE
GMCSOFTWARE
Deze code geeft de uitgave van de .POPCMPD-software weer
---
144 (
)
UITVOERINGSTIJD
WATERPOMP
Deze code geeft het aantal bedrijfsuren (x10) van de waterpomp
weer.
---
145 (
)
HUIDIG INSTELPUNT
WATER
Deze code geeft het huidige instelpunt voor water weer dat
bepaald wordt door de systeembesturing.
---
146
DROOG CONTACT
UIT
Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de verschillende
UIT-structuren:
1211. Standaard UIT
2. Gecontroleerde uit Cycle (alleen als HP wordt gecontroleerd
door droog contact)
147
ALARM / KAMERTEM
-
PERATUUR
VERZADIGDE LUCHT
Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de output die
verbonden is met PEN 5 op de aansluitstrip:
121
1. Alarmsignaal
2. Signaal van bereikte instelpunt voor luchttemperatuur
148
OAT LIMIET EXTERNE
WARMTEBRON
Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de OAT-
drempelwaarde waaronder alleen de externe warmtebron zal
werken volgens de lineaire rekenkunde. (HP stoppen)
-20°C 65°C -20°C
149 TEMPERATUURLIJST
Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de
temperatuur die de 6* zal weergeven in de temperatuurszone.
171
1. Alarmsignaal
2. Temperatuur uitgaand water (van LWT-sensor)
3. Temperatuur binnenkomend water (van EWT-sensor)
4. Refrigerant temperature (van TR sensor)
5. Zuigtemperatuur (van TS sensor)
6. Afvoertemperatuur (van TD sensor)
7. Koudemiddeltemperatuur (van TE sensor)
99
Montage
150 HULP-OAT-LIMIET
Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de
OAT-drempelwaarde waaronder zowel de warmtepomp
als de externe warmtebron zullen werken volgens de
lineaire rekenkunde.
-20°C 30°C 0°C
151 HULPVERTRAGING
Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de
vertragingstijd waarna, wanneer (temperatuur die
ingesteld is in code 148) < OAT < (temperatuur die
ingesteld is in code 150), de externe warmtebron aan
zal gaan. Het tellen van de tijd begint wanneer de
activering van de EHS vereist is volgens de lineaire
rekenkunde algoritme (als huidige watertemperatuur) <
(instelpunt watertemperatuur – aanvullende hysterese)
7
60
Min
10 Min
152 HULPHYSTERESE
Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de
hysteresetemperatuur die nodig is voor het activeren
van de externe warmtebron.
1°C 20°C 5°C
153
WARM SANITAIR
WATER IN UIT-
MODUSE
Deze code wordt gebruikt voor het bepalen of, indien
de systeemmodus uit staat, de structuur van het warme
sanitaire water geactiveerd kan worden:
12 1
1. Ja, SHW-structuur is altijd actief.
Ja, SHW-structuur is altijd actief. Als OAT< Par148, zal de
warmtepompn aan gaan voor het produceren van SHW.
2. Nee, SHW-structuur kan alleen in warmte- of koele
modus geactiveerd worden. GeenSHW- productie
alsOAT < Par148.
154
STATUS EXTERNE
WARMTEBRON
Deze code wordt gebruikt voor het bepalen van de
status van de externe warmtebron wanneer EHS
geactiveerd is en OAT < temperatuurwaarde die
ingesteld is in Code 148:
02 1
0. Altijd aan
1. Aan/uit afhankelijk van de werkelijke
kamertemperatuur vs instelpunt kamertemperatuur
(dezelfde hysterese van thermostaatfunctie (zelfde
hysterese van thermostaatfunctie). Als 6* niet is
geïnstalleerd of kamersensor niet beschikbaar is, Aan/Uit
afhankelijk van instelpunt water (+1/-4 °C van hysterese)
2. Aan/Uit afhankelijk van instelpunt water (+1/-4 °C van
hysterese)
155
MAIN WATERPOMP
LOGIC VS EHS
STATUS
Deze code wordt gebruikt om de waterpomp logica
te deniëren wanneer EHS is geactiveerd en OAT
<(temperatuur waarde ingesteld in Code 148):
02 1
0. Altijd uit
1. Aan/uit afhankelijk van aan/uit-status van EHS
2. Altijd aan
156
STRUCTUUR
VOLGVERWARMING
/ AANVULLENDE WP
Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de
output die verbonden is bij PEN 12 op de aansluitstrip.
In het geval een aanvullende waterpompoptie actief
is, wordt deze code gebruikt voor het selecteren van
de bedrijfsstructuur vs het SHW-verzoek (indien OAT >
(temperatuurwaarde die ingesteld is in Code 148).
02 1
0. Traceer geïnstalleerde verwarmer voor de antivrieslogica
1. Aanvullende waterpomp Aan/Uit afhankelijk van
logica hoofdwaterpomp. Dit betekent dat bij
inschakeling van SHW de aanvullende WP AAN zal zijn.
2. Aanvullende waterpomp Aan/Uit afhankelijk van
logica hoofdwaterpomp, maar altijd UIT als SHW is
geactiveerd.
157
STRUCTUUR
AANVULLENDE
WATERPOMP
Deze code wordt gebruikt voor het bepalen van de
structuur van de aanvullende waterpomp, indien deze
genstalleerd is, wanneer OAT < temperatuurwaarde die
ingesteld is in Code 148:
02 2
0. Always O
1. Aan/uit afhankelijk van EHS aan/uit-status
2. Always On"
158
DELTA AIR
SET-POINT
INSTELPUNT DELTA LUCHT
Deze code wordt gebruikt
voor het bepalen van het instelpunt van hysterese
versus kamertemperatuur voor het uitschakelen van de
eenheid wanneer het systeemtype 6* genstalleerd is
en gebruikt wordt als thermostaat (100 6* code = 4).
0.2°C 1°C 0.3 °C
De parameters zijn alleen-lezen en kunnen niet door de gebruiker worden bewerkt. Het pictogram van de toetsenblokvergrendeling
(
) van die parameters wordt op het scherm weergegeven.
Voer tijdens de installatie de installateurwaarde in als de standaardwaarde gewijzigd is.
PARAMETER
NUMBER
FEATURE DESCRIPTION
VALUE
RANGE
NORM
Min Max
Nederlands
100
Montage
Installateurconguratiemodus activeren
Druk de zone- (
) en vasthoudknoppen ( ) gedurende 3
seconden tegelijkertijd in. Het parameternummer knippert
in het tijdgedeelte op het display en de parameterwaarde
wordt in het temperatuurgedeelte op het display
weergegeven.
Druk op de modusknop (M). De parameterwaarde knippert
in het temperatuurgedeelte op het display.
Druk op de omhoog- of omlaagknoppen om de ingestelde
waarden te wijzigen. Druk op de modusknop (M) of op OK
om de instellingen te bevriezen.
t Als u op OK drukt, worden uw instellingen opgeslagen
en gaat de parameterwaarde knipperen. Als u dat
wenst, kunt u de waarde verder wijzigen.
t Als u op de modusknop (M) drukt, worden de
instellingen opgeslagen en kunt u de volgende
parameter wijzigen. Het parameternummer knippert.
t Als u de zoneknop (
) indrukt, worden de
instellingen NIET opgeslagen en wordt het normale
displayscherm weergegeven.
Druk nadat u het instellen voltooid hebt op de omhoog- en
omlaagknop. Druk op OK om de instellingen op te slaan en
terug te keren naar het normale displayscherm.
Via voorbeelden wordt uitgelegd hoe u de instellingen van
sommige parameters kunt wijzigen.
Zie het voorbeeld voor informatie over het congureren van
alle andere parameters.
Parameter nummer
(referentietabel 1)
Parameterwaarde
(referentietabel 1)
3 sec.
Nederlands
101
Voorbeeld 1: Parameter 100 – SYSTEEMTYPE
Keuzen:
1 = Vaste watertemperatuurwaarde van warmtepomp (droge
contacten)
2 = Klimaatcurve van warmtepomp instellen (droge
contacten)
3 = Warmtepompcomfort met 6*
4 = Comfort met 6* als thermostaat5 =
Leeg
6 = RS485
7 = Fabriekstest communicatie hoofdlijn
Opmerking:
Al 6* CODE 100 = 3 de warmtepomp zal stoppen (enkel
compressor) wanneer het instelpunt voor water bereikt
wordt.
Al 6* CODE 100 = 4 de warmtepomp zal uitgaan
(compressor en waterpomp) wanneer het instelpunt
voor luchttemperatuur bereikt wordt op 6*.
Procedure voor wijzigen van instellingen
Druk de zone- (
) en vasthoudknoppen ( ) gedurende
3 seconden tegelijkertijd in. Het parameternummer
knippert in het tijdgedeelte op het display. Druk op de
omhoog- of omlaagknoppen om het parameternummer in
100 te wijzigen. Druk vervolgens op de modusknop (M). De
parameterwaarde knippert in het temperatuurgedeelte van
het display. Druk op de omhoog- of omlaagknoppen om de
waarde van 1 in 7 te wijzigen. Druk op de modusknop (M) of
op OK om de instellingen te bevriezen.
t Als u op OK drukt, worden uw instellingen opgeslagen
en gaat de parameterwaarde knipperen. Als u dat wenst,
kunt u de waarde verder wijzigen.
t Als u op de modusknop (M) drukt, worden de
instellingen opgeslagen en kunt u de volgende
parameter wijzigen. Het parameternummer knippert.
t Als u de zoneknop (
) indrukt, worden de instellingen
NIET opgeslagen en wordt het normale displayscherm
weergegeven.
Druk nadat u het instellen voltooid hebt op OK om
uw instellingen op te slaan en terug te keren naar het
normale displayscherm (indien in huidige display het
parameternummer wordt aangeduid).
Montage
100
100
1
100
3
Par. instell. invoeren Ga naar param. Nr. Ga naar par. waarde Par. waarde wijzigen Wijziging opslaan
3 sec.
Nederlands
102
Klimaatcurven
Pre-Set Curves
Twaalf verwarmingscurven en twee koelingscurven
zijn beschikbaar door de parameters 112 en 117 uit de
installateurconguratietabel te openen.
De curven zijn ingesteld om een binnentemperatuur van 20
°C vast te kunnen houden
1
2
3
4
5
6
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
65
-15 -10 -5 0 5 10 15 20 25
°C
°C
Buitentemperatuur
KLIMAATCURVE VERWARMING
Watertemperatuur
Under oor
Fan Coil
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
65
-20 -15 -10 -5 0 5 10 15 20 25
° C
° C
7
8
9
10 11 12
Buitentemperatuur
KLIMAATCURVE VERWARMING
Watertemperatuur
Nederlands
103
Keuzetips
Hoe groter het warmteverval, des te hoger de watertemperatuur, met name bij lage buitentemperaturen.
1
2
0
5
10
15
20
15 20 25 30 35 40 45
°C
°C
KLIMAATCURVE KOELING
Buitentemperatuur
Watertemperatuur
Klimaatcurven
Nederlands
104
Klimaatcurven
Als de parameters 112 en 117 ingesteld zijn op 0 (zie tabel
1), kunt u in de regelaar een aangepaste klimaatcurve laden.
De onderstaande getallen geven aan welke parameter uit
de installateurconguratietabel ingesteld moet worden om
aangepaste verwarmings- en koelingscurven te maken.
0
5
10
15
20
15 20 25 30 35 40 45
par 4
1
2
3
4
15
25
35
45
55
65
-15 -10 -5 0 5 10 15 20 25
par 4
1
2
3
4
Buitentemperatuur
KLIMAATCURVE VERWARMING
KLIMAATCURVE KOELING
Buitentemperatuur
WatertemperatuurWatertemperatuur
1 - (Parameternr. 121)
2 - (Parameternr. 120)
3 - (Parameternr. 118)
4 - (Parameternr. 119)
1 - (Parameternr. 125)
2 - (Parameternr. 124)
3 - (Parameternr. 123)
4 - (Parameternr. 122)
Aangepaste klimaatcurven
OPMERKING:
Wanneer de 6* (parameter 100 ingesteld op 3) of de SUI-comfortmodus geïnstalleerd is (parameter 100 ingesteld op 2),
wacht de regelaar op een keuze tussen een aangepaste of vooraf ingestelde klimaatcurve. Als de toepassing een vaste
instelwaarde voor water nodig heeft om een horizontale klimaatcurve in te stellen, dan moet paramater120=121 voor
Verwarmingsklimaatcurve en 124=125 voor de Koelingsklimaatcurve worden ingesteld.
Nederlands
105
Klimaatcurven
De 6* past de berekende instelwaarde van het
water aan aan de werkelijke kamertemperatuur die
op het gebruikersinterfacepunt gemeten is, om de
kamertemperatuur vanwege het comfort en met het oog op
energiebesparing stabiel te houden.
Om deze reden kan de
feitelijke watertemperatuur met +/- 4
°C afwijken van de berekende instelwaarde van het water.
De gebruiker kan ook met deze functie werken door de
instelwaarde van het water te verhogen/verkleinen door
de watertemperatuur met parameter 4 aan te passen
(zie functietabel in gebruikershandleiding), zoals in de
afbeelding hierboven is aangegeven.
Kamertemperatuur aanpassen
?De gebruiker kan de kamertemperatuurwaarde ook in
de gebruikersinterface instellen met parameter 13 (zie de
functietabel in de gebruikershandleiding).
Fabrieksconguratie van installateur terugzetten
Druk de zone- (
) en vasthoudknoppen ( ) gedurende
10 seconden in om de installateurconguratiemodus
te activeren. Wanneer u deze instelling voor de eerste
keer selecteert, wordt 899 in het temperatuurgedeelte
en de startwaarde 10 in het tijdgedeelte van het display
weergegeven. Druk op de omlaagknop en houd de
knop ingedrukt. Als de teller de nul bereikt, wordt in het
temperatuurgedeelte van het display “Fd” weergegeven. Dit
betekent dat de fabrieksinstellingen worden voorbereid.
Nadat de fabrieksinstellingen in de EEPROM zijn hersteld,
reset de 6* het apparaat.
Scurve aanpassen
Om de fabrieksconguratiemodus te activeren, drukt u de
zone- (
) en modusknoppen (M) gedurende 3 seconden
tegelijkertijd in. Het parameternummer knippert in het
tijdgedeelte op het display.
Druk op de modusknop (M). De parameterwaarde knippert
in het temperatuurgedeelte op het display.
Druk op de omhoog- of omlaagknoppen om de gewenste
waarden in te stellen.
(Raadpleeg fabrieksconguratietabel 2.)
Druk op de modusknop (M) of op OK om de instellingen te
bevriezen.
t Als u op OK drukt, worden uw instellingen opgeslagen
en gaat de parameterwaarde knipperen. Als u dat
wenst, kunt u de waarde verder wijzigen.
t Als u op de modusknop (M) drukt, worden de
instellingen opgeslagen en kunt u de volgende
parameter wijzigen. Het parameternummer knippert.
t Als u de zoneknop (
) indrukt, worden de
instellingen NIET opgeslagen en wordt het normale
displayscherm weergegeven.
Druk de omhoog- of omlaagknop in om naar de volgende
parameter te gaan (als in de huidige displayweergave het
parameternummer wordt weergegeven). U kunt al uw
parameters via dezelfde procedure programmeren. Druk
nadat u het instellen voltooid hebt op OK om uw instellingen
op te slaan en terug te keren naar het normale displayscherm
(indien in huidige display het parameternummer wordt
aangeduid).
Parameter nummer
(referentietabel 2)
Parameterwaarde
(referentietabel 1)
3 sec.
Fabrieksconguratiemodus
OPMERKING:
Zie de tabel met fabrieksconguraties voor meer informatie over de parameters.
Nederlands
106
Fabrieksconguratiemodus (Tabel 2)
FUNCTIE
PARAMETER-
NUMMER
BESCHRIJVING
WAARDEBEREIK
STANDAARD-
WAARDE
INSTALLATEUR-
WAARDE
Min. Max.
CONFIGURATIE VAN
EENHEID
302
0. Alleen koelen
02 11. Verwarmen & Koelen
2. Alleen verwarmen
Klok
Informatie over bediening en aansluiten
Druk de zone- ( ) en modusknoppen (M) gedurende 10
seconden in om de fabrieksconguratiemodus te activeren.
Wanneer u deze instelling voor de eerste keer selecteert,
wordt 799 in het temperatuurgedeelte en de startwaarde 10
in het tijdgedeelte van het display weergegeven. Druk op de
omlaagknop en houd de knop ingedrukt. Als de teller de nul
bereikt, wordt in het temperatuurgedeelte van het display
“Fd” weergegeven. Dit betekent dat de fabrieksinstellingen
worden voorbereid. Nadat de fabrieksinstellingen in de
EEPROM zijn hersteld, reset de 6* het apparaat.
De klok blijft nog 8 uur werken nadat de voeding
uitgeschakeld is.
Storing in kamertemperatuursensor
Als de kamertemperatuursensor temperaturen van minder
dan -45 °C of meer dan 65 °C registreert, dan wordt dit als
een fout beschouwd.
Als het systeem de fout registreert, geeft het
temperatuurgedeelte op het display “--” weer.
Storing in luchtvochtigheidsensor
Als de luchtvochtigheidsensor een relatieve
luchtvochtigheid van minder dan 0% of meer dan 99%
registreert, dan wordt dit als een fout beschouwd.
Als het systeem de fout registreert, geeft het
luchtvochtigheidsgedeelte op het display “--” weer.
Storing in EEPROM:
Als het niet-vluchtig geheugen (EEPROM van de thermostaat
defect is, wordt in het kamertemperatuurgedeelte van
het display de foutcode “E4” weergegeven. Wanneer deze
fout optreedt en de voeding naar de thermostaat wordt
geleid, betekent dit dat de fabrieksinstellingen voor
alle installateurconguraties, programmeerschema's en
gebruikersinstellingen actief zijn.
Dit kan leiden tot een onjuiste werking van de apparatuur.
Deze fout kan niet worden hersteld. De thermostaat moet
worden vervangen.
Communicatiefout
Als de 6* gedurende 60 seconden geen CCN-
communicatiegegevens van de hoofdgebruikersinterface
ontvangt, wordt in het temperatuurgedeelte op het display
de foutcode “E3” en in het tijdgedeelte op het display ‘-‘
weergegeven. Als deze situatie zich voordoet, wordt de
ruimte voor de buitentemperatuur blanco weergegeven.
De foutcode “E3” wordt een keer weergegeven en de
overige functies blijven dezelfde. Als dit gebeurt, controleer
dan de communicatiekabel tussen de 6* en de buitenunit.
Foutcodes
Nederlands
107
Operational and connection information
Faultcode Table
Nederlands
Foutcode Beschrijving
2 Veilige invoer
3 Bevroren platenwarmtewisselaar (zie het handboek van de unit voor meer informatie)
4 Huidige temperatuursensor koudemiddel (TR)
5 Temperatuursensor lucht .POPCMPD
6 Communicatieverlies met besturing 6*
7 Temperatuursensor omgeving besturing 6*
9 Fout sensor water / waterpomp
10 EEProm beschadigd
11 Verkeerde instelling bedieningspaneel
12 4-weg klep fout
13 Communicatieverlies R S485 (systeemconguratie type 6)
14 Signaalverlies van omzetterbord of bij vrijgave hoge temperatuur
15 Temperatuursensor uitgang water (LWT)
16 Alarm Test
17 Temperatuursensor lucht Inverter (TO)
18 Kortsluitingsbeveiliging inverter G-Tr
20 Fout positiecontrole van de compressorrotor
21 Fout stroomsensor inverter
22 Sensoren koudemiddel warmtewisselaar of afzuigleiding compressor (TE) / (TS)
23 Temperatuursensor persleiding compressor (TD)
24 Fout motor ventilator
26 Andere fouten inverterkaart
27 Compressor geblokkeerd
28 Fout perstemperatuur
29 Defect compressor
30 Lagedruksysteem fout
31 Hogedruksysteem fout
108
Bedradingschema
Conguratierecord gebruikersinterface
.0/0#-0$-REGELKAST
6*
5
Installatie met simplexcommunicatie
INSTALLATIE Modelnummer Datum
A. Hardwareconguratie
Afdichtingsopening in muur
B. Modusinstellingen
Modus (Uit, Verwarmen, Koelen)
Instelwaarde verwarming
Instelwaarde koeling
C. Instellingen instelwaarde Thuis, Niet thuis, Nacht
Verwarmen Koelen
Aanwezig
Afwezig
Slapen
Nederlands
109
Conguratierecord gebruikersinterface
dag 1 dag 2 dag 3 dag 4 dag 5 dag 6 dag 7
Periode 1
Tijd
Koelen
Verwarmen
Modus
FR-modus
Periode 2
Tijd
Koelen
Verwarmen
Modus
FR-modus
Periode 3
Tijd
Koelen
Verwarmen
Modus
FR-modus
Periode 4
Tijd
Koelen
Verwarmen
Modus
FR-modus
Periode 5
Tijd
Koelen
Verwarmen
Modus
FR-modus
Periode 6
Tijd
Koelen
Verwarmen
Modus
FR-modus
Nederlands

Documenttranscriptie

English User Interface Configuration Record day 1 day 2 day 3 day 4 day 5 day 6 day 7 Time Cool Period 1 Heat Mode FR Mode Time Cool Period 2 Heat Mode FR Mode Time Cool Period 3 Heat Mode FR Mode Time Cool Period 4 Heat Mode FR Mode Time Cool Period 5 Heat Mode FR Mode Time Cool Period 6 Heat Mode FR Mode 19 Gebruikersinterface Blz Afkortingen / Betekenissen Afkortingen / betekenissen .............................................. 92 Veiligheidsaanbevelingen ................................................ 92 Inleiding ................................................................................. 92 Installatieaanbevelingen .................................................. 93-101 Modellen .......................................................................... 93 Voeding............................................................................. 93 Montage................................................................................. 93 Stap 1 — Locatie van gebruikersinterface .............. 93 Stap 2 — Gebruikersinterface installeren ............... 93 Stap 3 — Installateurconfiguratie van 6* instellen... 96 Klimaatcurven ...................................................................... 102 Vooraf ingestelde curven............................................. 102 Aangepaste klimaatcurven ......................................... 103 Verwarmingscurve aanpassen ................................... 104 Fabrieksconfiguratiemodus ............................................. 104 Klok ................................................................................... 106 Informatie over bediening en aansluiten ..................... 106 Foutcodes......................................................................... 106 Tabel met foutcodes...................................................... 107 Bedradingschema ............................................................... 108 Configuratierecord gebruikersinterface ......................108-109 6* Gebruikersinterface Comfort-serie 33AW-CS1 SUI Gebruikersinterface 33AW-RC1 CC Klimaatcurve CDU Compressor Stb. Stand-by LWT Afvoerwatertemperatuur EWT Toevoerwatertemperatuur REFR. Koelmiddeltemperatuur TE Externe warmtewisselaarsensor TD Afvoertemperatuursensor WSP Instelwaarde water HP Warmtepomp OAT Luchttemperatuur buiten Inhoud FR TO TR TS Frequentieverlagingsmodus Buitentemperatuursensor Afkoelingstemperatuursensor (Geplaatst tussen de elektronische klep en de lucht naar waterwarmteomwisselaar) Zuigtemperatuur sensor Veiligheidstips Lees de volgende instructies van de fabrikant aandachtig door en volg de instructies op. Houd u tijdens de installatie aan alle plaatselijke voorschriften met betrekking tot elektrische apparaten. Alle kabels moeten voldoen aan de plaatselijke en nationale voorschriften. Als de kabels niet goed aangesloten zijn of de installatie niet goed is uitgevoerd, kan de 6* beschadigd raken. Lees de informatie over de signaalwoorden GEVAAR, WAARSCHUWING en VOORZICHTIG aandachtig door. Deze woorden worden gebruikt voor het veiligheidssymbool. GEVAAR verwijst naar ernstige gevaren die kunnen leiden tot ernstig lichamelijk letsel of de dood. WAARSCHUWING verwijst naar gevaren die kunnen leiden tot lichamelijk letsel of de dood. VOORZICHTIG wordt gebruikt om onveilige handelingen aan te duiden die tot licht lichamelijk letsel of schade aan product of eigendom kunnen leiden. OPMERKING wordt gebruikt voor het benadrukken van suggesties die de installatie, betrouwbaarheid of bediening kunnen vergemakkelijken. Inleiding Met de programmeerbare gebruikersinterface van de 6*serie, die op muren gemonteerd kan worden en weinig stroom verbruikt, kan de kamertemperatuur worden bijgehouden door het verwarmings- en/of airconditioningsysteem te bedienen. “Warmtepomp”, “ Airconditioner” en “Alleen verwarmen” zijn in de huidige versies beschikbaar. De gebruikersinterface biedt een scala aan functies, waaronder aparte instelwaarden voor het verwarmen en koelen van kamers, het vergrendelen van het 92 toetsenblok, achtergrondverlichting, een geïntegreerde installateurtest, enz. De programmeerfuncties bevatten o.a. 7 dagen (alle dagen hetzelfde), 5/2 (Maa--Vri en Zat--Zon) en 1 dag (alle 7 dagen apart) met 2, 4 of 6 perioden per dag. Deze installatie-instructies bevatten informatie over de installatie, configuratie en het opstarten van de 6*. Raadpleeg de gebruikershandleiding voor informatie over de bediening. Installatietips Modellen U kunt de 6* met de volgende opties programmeren. t Alleen verwarmen t Alleen koelen t Omkeerbare warmtepomp U kunt deze opties tijdens de installatie selecteren. Voeding De 6* wordt gevoed door niet-geregelde 12 volt gelijkstroom. Deze voeding wordt door de lucht/water warmtepomp aan de gebruikersinterface geleverd. Montage t t t Ongeveer 1,5 m boven de vloer. In de buurt van of in een veelgebruikte kamer, bij voorkeur op een scheidingsmuur in een kamer. Op een deel van de muur zonder buizen of leidingen. t t Gebruikersinterface mag NIET worden gemonteerd. t t In de buurt van een raam, op een buitenmuur, of naast een deur die naar buiten leidt. Blootgesteld aan direct zonlicht of warmte van zon, lamp, open haard of ander temperatuurgenererende voorwerpen die een verkeerde temperatuurwaarde kunnen opleveren. In de buurt van of in de directe luchtstroom van toevoer- en retourluchtkanalen. In ruimtes met slechte luchtcirculatie, zoals achter een deur of in een nis. Stap 2 — Gebruikersinterface installeren Let op 1. 2. GEVAAAR BIJ BEDIENING VAN ELEKTRISCHE APPARATEN Als u deze waarschuwing niet opvolgt, kan dit leiden tot lichamelijk letsel of de dood. Schakel voordat u de gebruikersinterface installeert eerst alle voeding naar de apparatuur uit. Het is mogelijk dat u meer dan een voedingsaansluiting moet loskoppelen. 3. 4. 5. Schakel alle voeding die naar het apparaat loopt uit. Ga als volgt te werk als een bestaande gebruikersinterface wordt vervangen: t Verwijder de bestaande gebruikersinterface van de muur. t Koppel de kabels van de bestaande gebruikersinterface een voor een los. t Noteer bij het loskoppelen van elke kabel de kabelkleur en de aansluitmarkering. Open de 6* (montagebasis) om de montagegaten bloot te leggen. De basis kan verwijderd worden om de montage te vergemakkelijken. Druk op het ontgrendelingslipje aan de bovenkant van de 6* en klap het ontgrendelingslipje voorzichtig open om de montagebasis van de rest van de 6* los te maken. Leid de 6*-kabels door de grote opening in de montagebasis. Lijn de montagebasis uit met de muur en markeer de muur door de 2 montagegaten. Zie fig. 1. Boor in de markeringen twee montagegaten van 5 mm in de muur. 93 Nederlands Stap 1 — Locatie van gebruikersinterface Montage Achterplaat monteren 1 6. Bevestig de montagebasis met de 2 meegeleverde ankers en schroeven op de muur. Let er daarbij op dat de kabels door de opening in de montagebasis lopen. 7. Pas de lengte en de looprichting van elke kabel aan om met 6,5 mm extra kabel de juiste aansluitingen en aansluitblokken op de montagebasis te kiezen. Haal slechts 6,5 mm van de kabelisolatie weg om te voorkomen dat naast elkaar liggende kabels wanneer ze worden aangesloten, met elkaar kunnen kortsluiten. Zie fig. 2. Nederlands Kabels aan aansluitstrip vastmaken 2 8. Kabels van apparatuur op juiste aansluitingen op aansluitblokken aansluiten (zie fig. 3). Zie het bedradingsschema voor meer informatie. 9. Duw overtollige kabels in de muur en tegen de montagebasis. Afdichtingsopening in muur om lekkage van lucht te voorkomen. Lekkages kunnen de werking negatief beïnvloeden. Rc – Niet gebruikt Rh – Niet gebruikt W – Gegevensingang C – Gegevensuitgang G – Niet-geregelde 12 volt gelijkstroom Y – Aarde 3 94 Toewijzing van aansluitingen Montage Let op Als u deze waarschuwing niet opvolgt, kan dit leiden tot schade of een onjuiste bediening. Als de kabels niet goed aangesloten zijn of de installatie niet goed is uitgevoerd, kan de thermostaat beschadigd raken. Controleer of de kabels correct zijn aangesloten voordat u doorgaat met de installatie of de eenheid inschakelt. 6* bevestigen 4 12. 11. Klap de behuizing weer dicht. Maak de thermostaat aan de achterplaat vast door het lipje in de onderste hoek te steken en scharnier de thermostaat tot de bovenkant vastklapt. Zie fig. 4. Sluit de thermostaateenheid en controleer of de pennen op de achterkant van de printplaat met de moffen in de connector zijn uitgelijnd. Nederlands 10. GEVAAAR BIJ BEDIENING VAN ELEKTRISCHE APPARATEN Schakel de voeding van het apparaat in. Wanneer de voeding wordt ingeschakeld, gaan alle pictogrammen op het display gedurende 2 seconden branden om het display te testen. Hierna wordt de volgende 2 seconden het type apparatuur waarvoor de thermostaat geconfigureerd is, weergegeven. Dit is HP, AC of HO. Deze configuratie kan door de installateur of in de fabriek geconfigureerd worden. Via het moederbord kan de nieuwste statusinformatie van deze configuratie voor de 6* worden bijgewerkt. 95 Montage (Tabel 1) Stap 3 — Installateurconfiguratie van 6* instellen Via de configuratieopties kan de installateur de gebruikersinterface voor een bepaalde installatie configureren. Deze instellingen zijn niet beschikbaar voor de huiseigenaar en moeten daarom correct door de PARAMETERNUMMER 100 101 Nederlands 102 ( ) 103( ) 104 105 106 107 108 109 110 111( 96 ) FUNCTIE installateur worden ingesteld. Hieronder vindt u een lijst met beschikbare parameters, een beschrijving van het bereik van die parameters en de daarbij behorende fabrieksinstellingen. BESCHRIJVING Deze code wordt gebruikt voor het instellen van het systeemtype: 1. Vaste watertemperatuurwaarde A2W Monobloc (droge contacten) 2. A2W Monobloc Klimaatcurve instellen (droge contacten) SYSTEEMTYPE 3. A2W Monobloc Comfort met 6* 4 A2W Monobloc Comfort met U I als thermostaat 5. N.A. 6.A2W Monobloc RS485 7. N.A. Deze code wordt gebruikt om te bepalen of de NUIgebruikersinterface gebruikt wordt en hoe dit gebruikt TYPE GEBRUIKERSIN- wordt: TERFACE 0. Niet gebruikt (relaisingang actief/SUI) 1. 6* geïnstalleerd 2. 6* gebruikt als programmeereenheid UITGAVE UIDeze code geeft de uitgavevan de 6*-software weer SOFTWARE 6*-SOFTWARE Deze code geeft de uitgavevan de 6*-software weer VERSIE Deze code wordt gebruikt om de output AAN te forceren om te testen (max 10 minuten):: 0. Geen test 1. Waterpomp 2. Alarm / omgevingstemperatuur bereikt UITGANGSTEST 3. Externe warmtebron / ontdooien 4. Alarm + Ontdooien / Vochtigheid 5. Volgvermarming / aanvullende waterpomp 6. Drierichtingsklep 7. SUI-alarm 8. Leeg Deze code wordt gebruikt om de timer van de UITVOERINGSTIJD POMP RESETTEN waterpomp te resetten naar nul. Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de output die verbonden is met PEN 4 op de aansluitstrip: EXTERNAL HEAT SOURCE/DEFROST 1. Externe warmtebron 2. Output Ontdooiing Deze code wordt gebruikt om de grenswaarde voor de LUCHTVOCHTIGHEIDvochtigheid te bepalen voor het inschakelen van de SBEREIK output voor het externe ontvochtigingssysteem Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de SELECTIE ALARM/ output die verbonden is met PEN 11 op de aansluitstrip: ONTDOOIEN OF 1. Alarmen en/of ontdooien eenheid VOCHTIGHEID 2. Vochtigheidsregeling Deze code wordt gebruikt voor het instellen van INSTELPUNT VORST het instelpunt vorst delta dat gebruikt wordt door DELTA de structuur voor bescherming tegen vorst volgens algoritme. UITVOERINGSTIJD Deze code wordt gebruikt om de timer van de COMPRESSOR compressor te resetten naar nul. RESETTEN Deze code geeft de status van de stroomschakelaar aan: 0. STATUS STROM. SCHAK 0. Water stroomt niet 1. Water stroomt WAARDEBEREIK NORM Min. Max. 1 7 1 0 2 0 Niet gebruikt - - - - - - 0 8 0. Geen test 0 1 0 1 2 1 20 100 50% 1 2 2 0°C 6°C 1°C 0 1 0 0 1 - Montage FEATURE 112 NUMMER KLIMAATCURVE VOOR WARMTE 113 INSTELPUNT KOELWATER 114 TEMPERATUURREDUCTIE ECO KOEL 115 COOL WATER SETPOINT 116 TEMPERATUURREDUCTIE ECO KOEL 117 KOEL KLIMAATNUMMER 118 MIN VERWARMING TEMPERATUUR BUITENLUCHT MAX VERWARMING TEMPERATUUR BUITENLUCHT MIN VERWARMING WATERTEMPERATUUR MAX VERWARMING WATERTEMPERATUUR 119 120 121 MAX KOELING TEMPERATUUR BUITENLUCHT 122 MIN KOELING TEMPERATUUR BUITENLUCHT MIN KOELING WATERTEMPERATUUR TEMPERATURE MAX KOELING WATERTEMPERATUUR TEMPERATURE 123 124 125 .POPCMPD OATTHERMISTOR 126 127 ( ) 128 ( ) 129 ( ) 130 ( ) NAAR SENSORWAARDE TO NAAR SENSORWAARDE TE NAAR SENSORWAARDE TS NAAR SENSORWAARDE TD 131 ( ) CDU-STAND DESCRIPTION Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van het nummer van de klimaatcurve voor warmte: 0. Geen vooraf bepaalde klimaatcurve (Installatieprogramma moet CC tekenen) 1-12. Verwijst naar 6*-handleidingen voor details van klimaatcurven. 0. No predefined climatic curve (Installer has to draw CC) 1-12. Refers to 6* manuals for climatic curve details. Deze code wordt gebruikt voor het instellen van het vaste instelpunt voor koelwater. Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de waarde voor temperatuurreductie voor het vaste instelpunt voor koelwater wanneer de eenheid in de ECO-modus staat.. Deze code wordt gebruikt om de vaste koelwater setpoint in te stellen. Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de waarde voor temperatuurreductie voor het vaste instelpunt voor koelwater wanneer de eenheid in de ECO-modus staat.. Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van het nummer van de koele klimaatcurve: 0. Geen vooraf bepaalde klimaatcurve (installatieprogramma moet CC tekenen) 1 - 2. Verwijst naar 6*-handleidingen voor details klimaatcurve1 - 2. Refers to 6* manuals for climatic curve details Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de minimum buitentemperatuur van de klimaatcurve voor verwarming, afhankelijk van het land waar het system geпnstalleerd is. Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de maximum buitentemperatuur van de klimaatcurve voor verwarming. Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de minimum buitentemperatuur van de klimaatcurve voor verwarming. Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de maximum buitentemperatuur van de klimaatcurve voor verwarming. Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de maximum buitentemperatuur van de klimaatcurve voor koeling, afhankelijk van het land waar het systeem geпnstalleerd is. Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de minimum buitentemperatuur van de klimaatcurve voor verwarming. Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de minimum buitentemperatuur van de klimaatcurve voor verwarming. Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de maximum buitentemperatuur van de klimaatcurve voor verwarming. Deze code wordt gebruikt om te bepalen of de 1. .POPCMPD-thermistor niet geпnstalleerd 1..POPCMPD-thermistor geпnstalleerd 2..POPCMPD-thermistor niet geпnstalleerd Deze code geeft de temperatuur van de buitenlucht weer die uitgelezen wordt door de TO-sensor. Deze code geeft de temperatuur van de buitenlucht weer die uitgelezen wordt door de TE-sensor.. Deze code geeft de temperatuur van de buitenlucht weer die uitgelezen wordt door de TS-sensor. Deze code geeft de temperatuur van de buitenlucht weer die uitgelezen wordt door de TD-sensor. Deze code geeft de werkelijke Warmtepomp bedrijfsmodus: 0. Uit 2. Koelen 3. Verwarmen 4. Mislukt 5. Ontdooien VALUE RANGE NORM Min Max 0 12 0 20°C 60°C 45°C 1°C 20°C 5°C 4°C 25°C 7°C 1°C 10°C 5°C 0 2 0 -20°C +10°C -7°C 10°C 30°C 20°C 20°C 60°C 40°C 20°C 60°C 55°C 24°C 46°c 40°C 0°C 30°C 22°C 4°C 20°C 4°C 4°C 20°C 12°C 1 2 2 - - - - - - - - - - - - - - - Nederlands PARAMETER NUMBER 97 Montage PARAMETERFUNCTIE NUMMER 132 ( ) 133 ( ) 134 ( ) 135 ( ) 136 ( ) 137 ( ) 138 ( ) 139 ( ) 140 ( ) Nederlands 141 ( ) 142 ( ) 143 ( ) 144 ( ) 145 ( ) 146 147 148 149 98 MAX FREQUENTIE COMPRESSOR GEVRAAGDE FREQUENTIE WERKELIJKE FREQUENTIE UITVOERINGSTIJD COMPRESSOR CDU-VERMOGEN BESCHRIJVING Deze code geeft de maximum frequentie van de compressor weer die berekend wordt door de GMCstuurkaart. Deze code geeft de frequentie weer die gevraagd wordt door de systeembesturing. Deze code geeft de werkelijke frequentie van de compressor weer Deze code geeft de bedrijfsuren (x10) van de compressor weer. [KW]code geeft het nominale vermogen van de warmtepomp weer Deze code geeft de temperatuur van het binnenkomende water EWTSENSORWAARDE weer die uitgelezen wordt door de EWT-sensor. Deze code geeft de temperatuur van het uitgaande water weer LWTSENSORWAARDE die uitgelezen wordt door de LWT-sensor. Deze code geeft de temperatuur van het koelmiddel weer die TR-SENSORWAARDE uitgelezen wordt door de TR-sensor. Deze code geeft de bedrijfsmodus weer die aangevraagd werd door de systeembesturing: 0. Uit 1. Stand-by 2. Koelen 3. Verwarmen 4. N.A. 5. N.A. SYSTEEMMODUS 6. Beoordeling van verwarming 7. Beoordeling van koeling 8. Bevriezingsbeveiliging 9. Ontdooien 10. Beveiliging tegen hoge temperaturen 11. Tijdsbewaking 12. Systeemstoring 13. Geavanceerde vorstbeveiliging Deze code geeft de lijst met alle foutcodes weer die gedetecteerd ONTD.MODULE warden door de buiteneenheid. Indien geen fouten aanwezig zijn, worden geen codes weergegeven. VERSIE Deze code geeft de versie van de .POPCMPD-software weer GMCSOFTWARE UITGAVE Deze code geeft de uitgave van de .POPCMPD-software weer GMCSOFTWARE UITVOERINGSTIJD Deze code geeft het aantal bedrijfsuren (x10) van de waterpomp WATERPOMP weer. HUIDIG INSTELPUNT Deze code geeft het huidige instelpunt voor water weer dat WATER bepaald wordt door de systeembesturing. Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de verschillende UIT-structuren: DROOG CONTACT 1. Standaard UIT UIT 2. Gecontroleerde uit Cycle (alleen als HP wordt gecontroleerd door droog contact) ALARM / KAMERTEM- Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de output die verbonden is met PEN 5 op de aansluitstrip: PERATUUR 1. Alarmsignaal VERZADIGDE LUCHT 2. Signaal van bereikte instelpunt voor luchttemperatuur Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de OATOAT LIMIET EXTERNE drempelwaarde waaronder alleen de externe warmtebron zal WARMTEBRON werken volgens de lineaire rekenkunde. (HP stoppen) Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de temperatuur die de 6* zal weergeven in de temperatuurszone. 1. Alarmsignaal 2. Temperatuur uitgaand water (van LWT-sensor) TEMPERATUURLIJST 3. Temperatuur binnenkomend water (van EWT-sensor) 4. Refrigerant temperature (van TR sensor) 5. Zuigtemperatuur (van TS sensor) 6. Afvoertemperatuur (van TD sensor) 7. Koudemiddeltemperatuur (van TE sensor) WAARDEBEREIK NORM Min Max - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 2 1 1 2 1 -20°C 65°C -20°C 1 7 1 Montage FEATURE DESCRIPTION VALUE RANGE Min NORM Max Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de OAT-drempelwaarde waaronder zowel de warmtepomp -20°C 30°C 0°C als de externe warmtebron zullen werken volgens de lineaire rekenkunde. Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de vertragingstijd waarna, wanneer (temperatuur die ingesteld is in code 148) < OAT < (temperatuur die ingesteld is in code 150), de externe warmtebron aan 60 151 HULPVERTRAGING 7 10 Min Min zal gaan. Het tellen van de tijd begint wanneer de activering van de EHS vereist is volgens de lineaire rekenkunde algoritme (als huidige watertemperatuur) < (instelpunt watertemperatuur – aanvullende hysterese) Deze code wordt gebruikt voor het instellen van de 152 HULPHYSTERESE hysteresetemperatuur die nodig is voor het activeren 1°C 20°C 5°C van de externe warmtebron. Deze code wordt gebruikt voor het bepalen of, indien de systeemmodus uit staat, de structuur van het warme sanitaire water geactiveerd kan worden: 1. Ja, SHW-structuur is altijd actief. WARM SANITAIR Ja, SHW-structuur is altijd actief. Als OAT< Par148, zal de 153 WATER IN UIT1 2 1 MODUSE warmtepompn aan gaan voor het produceren van SHW. 2. Nee, SHW-structuur kan alleen in warmte- of koele modus geactiveerd worden. Geen SHW- productie als OAT < Par148. Deze code wordt gebruikt voor het bepalen van de status van de externe warmtebron wanneer EHS geactiveerd is en OAT < temperatuurwaarde die ingesteld is in Code 148: 0. Altijd aan 1. Aan/uit afhankelijk van de werkelijke STATUS EXTERNE 154 0 2 1 kamertemperatuur vs instelpunt kamertemperatuur WARMTEBRON (dezelfde hysterese van thermostaatfunctie (zelfde hysterese van thermostaatfunctie). Als 6* niet is geïnstalleerd of kamersensor niet beschikbaar is, Aan/Uit afhankelijk van instelpunt water (+1/-4 °C van hysterese) 2. Aan/Uit afhankelijk van instelpunt water (+1/-4 °C van hysterese) Deze code wordt gebruikt om de waterpomp logica te definiëren wanneer EHS is geactiveerd en OAT MAIN WATERPOMP <(temperatuur waarde ingesteld in Code 148): 155 LOGIC VS EHS 0 2 1 0. Altijd uit STATUS 1. Aan/uit afhankelijk van aan/uit-status van EHS 2. Altijd aan Deze code wordt gebruikt voor het selecteren van de output die verbonden is bij PEN 12 op de aansluitstrip. In het geval een aanvullende waterpompoptie actief is, wordt deze code gebruikt voor het selecteren van de bedrijfsstructuur vs het SHW-verzoek (indien OAT > (temperatuurwaarde die ingesteld is in Code 148). STRUCTUUR 156 VOLGVERWARMING 0. Traceer geïnstalleerde verwarmer voor de antivrieslogica 0 2 1 / AANVULLENDE WP 1. Aanvullende waterpomp Aan/Uit afhankelijk van logica hoofdwaterpomp. Dit betekent dat bij inschakeling van SHW de aanvullende WP AAN zal zijn. 2. Aanvullende waterpomp Aan/Uit afhankelijk van logica hoofdwaterpomp, maar altijd UIT als SHW is geactiveerd. Deze code wordt gebruikt voor het bepalen van de structuur van de aanvullende waterpomp, indien deze geпnstalleerd is, wanneer OAT < temperatuurwaarde die STRUCTUUR ingesteld is in Code 148: 157 AANVULLENDE 0 2 2 WATERPOMP 0. Always Off 1. Aan/uit afhankelijk van EHS aan/uit-status 2. Always On" INSTELPUNT DELTA LUCHT Deze code wordt gebruikt voor het bepalen van het instelpunt van hysterese DELTA AIR 158 versus kamertemperatuur voor het uitschakelen van de 0.2°C 1°C 0.3 °C SET-POINT eenheid wanneer het systeemtype 6* geпnstalleerd is en gebruikt wordt als thermostaat (100 6* code = 4). De parameters zijn alleen-lezen en kunnen niet door de gebruiker worden bewerkt. Het pictogram van de toetsenblokvergrendeling ( ) van die parameters wordt op het scherm weergegeven. Voer tijdens de installatie de installateurwaarde in als de standaardwaarde gewijzigd is. 150 HULP-OAT-LIMIET 99 Nederlands PARAMETER NUMBER Montage Installateurconfiguratiemodus activeren Druk de zone- ( ) en vasthoudknoppen ( ) gedurende 3 seconden tegelijkertijd in. Het parameternummer knippert in het tijdgedeelte op het display en de parameterwaarde wordt in het temperatuurgedeelte op het display weergegeven. Druk op de modusknop (M). De parameterwaarde knippert in het temperatuurgedeelte op het display. 3 sec. Parameter nummer (referentietabel 1) Parameterwaarde (referentietabel 1) Druk op de omhoog- of omlaagknoppen om de ingestelde waarden te wijzigen. Druk op de modusknop (M) of op OK om de instellingen te bevriezen. t t t Nederlands Als u op OK drukt, worden uw instellingen opgeslagen en gaat de parameterwaarde knipperen. Als u dat wenst, kunt u de waarde verder wijzigen. Als u op de modusknop (M) drukt, worden de instellingen opgeslagen en kunt u de volgende parameter wijzigen. Het parameternummer knippert. Als u de zoneknop ( ) indrukt, worden de instellingen NIET opgeslagen en wordt het normale displayscherm weergegeven. Druk nadat u het instellen voltooid hebt op de omhoog- en omlaagknop. Druk op OK om de instellingen op te slaan en terug te keren naar het normale displayscherm. Via voorbeelden wordt uitgelegd hoe u de instellingen van 100 sommige parameters kunt wijzigen. Zie het voorbeeld voor informatie over het configureren van alle andere parameters. Montage Procedure voor wijzigen van instellingen Keuzen: 1 = Vaste watertemperatuurwaarde van warmtepomp (droge contacten) 2 = Klimaatcurve van warmtepomp instellen (droge contacten) 3 = Warmtepompcomfort met 6* 4 = Comfort met 6* als thermostaat5 = Leeg 6 = RS485 7 = Fabriekstest communicatie hoofdlijn Druk de zone- ( ) en vasthoudknoppen ( ) gedurende 3 seconden tegelijkertijd in. Het parameternummer knippert in het tijdgedeelte op het display. Druk op de omhoog- of omlaagknoppen om het parameternummer in 100 te wijzigen. Druk vervolgens op de modusknop (M). De parameterwaarde knippert in het temperatuurgedeelte van het display. Druk op de omhoog- of omlaagknoppen om de waarde van 1 in 7 te wijzigen. Druk op de modusknop (M) of op OK om de instellingen te bevriezen. t Als u op OK drukt, worden uw instellingen opgeslagen en gaat de parameterwaarde knipperen. Als u dat wenst, kunt u de waarde verder wijzigen. t Als u op de modusknop (M) drukt, worden de instellingen opgeslagen en kunt u de volgende parameter wijzigen. Het parameternummer knippert. t Als u de zoneknop ( ) indrukt, worden de instellingen NIET opgeslagen en wordt het normale displayscherm weergegeven. Druk nadat u het instellen voltooid hebt op OK om uw instellingen op te slaan en terug te keren naar het normale displayscherm (indien in huidige display het parameternummer wordt aangeduid). Opmerking: Al 6* CODE 100 = 3 de warmtepomp zal stoppen (enkel compressor) wanneer het instelpunt voor water bereikt wordt. Al 6* CODE 100 = 4 de warmtepomp zal uitgaan (compressor en waterpomp) wanneer het instelpunt voor luchttemperatuur bereikt wordt op 6*. 100 3 sec. Par. instell. invoeren Ga naar param. Nr. 1 3 100 100 Ga naar par. waarde Par. waarde wijzigen Nederlands Voorbeeld 1: Parameter 100 – SYSTEEMTYPE Wijziging opslaan 101 Klimaatcurven Pre-Set Curves De curven zijn ingesteld om een binnentemperatuur van 20 °C vast te kunnen houden Twaalf verwarmingscurven en twee koelingscurven zijn beschikbaar door de parameters 112 en 117 uit de installateurconfiguratietabel te openen. KLIMAATCURVE VERWARMING °C 65 6 60 5 Fan Coil Watertemperatuur 55 4 50 3 45 40 1 35 2 Under floor 30 25 20 Nederlands 15 -15 -10 -5 0 5 10 15 25°C 20 Buitentemperatuur KLIMAATCURVE VERWARMING °C 65 60 Watertemperatuur 10 9 55 11 12 8 50 45 7 40 35 30 25 20 15 -20 -15 -10 -5 0 5 Buitentemperatuur 102 10 15 20 25 °C Klimaatcurven KLIMAATCURVE KOELING °C 20 2 Watertemperatuur 15 1 10 5 0 15 20 25 30 35 40 45°C Buitentemperatuur Nederlands Keuzetips Hoe groter het warmteverval, des te hoger de watertemperatuur, met name bij lage buitentemperaturen. 103 Klimaatcurven Aangepaste klimaatcurven Als de parameters 112 en 117 ingesteld zijn op 0 (zie tabel 1), kunt u in de regelaar een aangepaste klimaatcurve laden. De onderstaande getallen geven aan welke parameter uit de installateurconfiguratietabel ingesteld moet worden om aangepaste verwarmings- en koelingscurven te maken. KLIMAATCURVE VERWARMING 65 Watertemperatuur par 4 1 - (Parameternr. 121) 2 - (Parameternr. 120) 3 - (Parameternr. 118) 4 - (Parameternr. 119) 1 55 45 3 35 25 2 4 15 -15 -10 -5 0 5 10 15 20 25 Nederlands Buitentemperatuur KLIMAATCURVE KOELING 20 Watertemperatuur par 4 1 - (Parameternr. 125) 2 - (Parameternr. 124) 3 - (Parameternr. 123) 4 - (Parameternr. 122) 1 15 3 10 2 5 4 0 15 20 25 30 35 40 45 Buitentemperatuur OPMERKING: Wanneer de 6* (parameter 100 ingesteld op 3) of de SUI-comfortmodus geïnstalleerd is (parameter 100 ingesteld op 2), wacht de regelaar op een keuze tussen een aangepaste of vooraf ingestelde klimaatcurve. Als de toepassing een vaste instelwaarde voor water nodig heeft om een horizontale klimaatcurve in te stellen, dan moet paramater120=121 voor Verwarmingsklimaatcurve en 124=125 voor de Koelingsklimaatcurve worden ingesteld. 104 Klimaatcurven Scurve aanpassen De 6* past de berekende instelwaarde van het water aan aan de werkelijke kamertemperatuur die op het gebruikersinterfacepunt gemeten is, om de kamertemperatuur vanwege het comfort en met het oog op energiebesparing stabiel te houden. Om deze reden kan de feitelijke watertemperatuur met +/- 4 °C afwijken van de berekende instelwaarde van het water. De gebruiker kan ook met deze functie werken door de instelwaarde van het water te verhogen/verkleinen door de watertemperatuur met parameter 4 aan te passen (zie functietabel in gebruikershandleiding), zoals in de afbeelding hierboven is aangegeven. Fabrieksconfiguratie van installateur terugzetten Druk de zone- ( ) en vasthoudknoppen ( ) gedurende 10 seconden in om de installateurconfiguratiemodus te activeren. Wanneer u deze instelling voor de eerste keer selecteert, wordt 899 in het temperatuurgedeelte en de startwaarde 10 in het tijdgedeelte van het display weergegeven. Druk op de omlaagknop en houd de knop ingedrukt. Als de teller de nul bereikt, wordt in het temperatuurgedeelte van het display “Fd” weergegeven. Dit betekent dat de fabrieksinstellingen worden voorbereid. Nadat de fabrieksinstellingen in de EEPROM zijn hersteld, reset de 6* het apparaat. Kamertemperatuur aanpassen ?De gebruiker kan de kamertemperatuurwaarde ook in de gebruikersinterface instellen met parameter 13 (zie de functietabel in de gebruikershandleiding). Fabrieksconfiguratiemodus 3 sec. Druk op de modusknop (M). De parameterwaarde knippert in het temperatuurgedeelte op het display. Parameter nummer (referentietabel 2) Nederlands Om de fabrieksconfiguratiemodus te activeren, drukt u de zone- ( ) en modusknoppen (M) gedurende 3 seconden tegelijkertijd in. Het parameternummer knippert in het tijdgedeelte op het display. Parameterwaarde (referentietabel 1) Druk op de omhoog- of omlaagknoppen om de gewenste waarden in te stellen. (Raadpleeg fabrieksconfiguratietabel 2.) Druk op de modusknop (M) of op OK om de instellingen te bevriezen. t Als u op OK drukt, worden uw instellingen opgeslagen en gaat de parameterwaarde knipperen. Als u dat wenst, kunt u de waarde verder wijzigen. t Als u op de modusknop (M) drukt, worden de instellingen opgeslagen en kunt u de volgende parameter wijzigen. Het parameternummer knippert. t Als u de zoneknop ( ) indrukt, worden de instellingen NIET opgeslagen en wordt het normale displayscherm weergegeven. Druk de omhoog- of omlaagknop in om naar de volgende parameter te gaan (als in de huidige displayweergave het parameternummer wordt weergegeven). U kunt al uw parameters via dezelfde procedure programmeren. Druk nadat u het instellen voltooid hebt op OK om uw instellingen op te slaan en terug te keren naar het normale displayscherm (indien in huidige display het parameternummer wordt aangeduid). OPMERKING: Zie de tabel met fabrieksconfiguraties voor meer informatie over de parameters. 105 Fabrieksconfiguratiemodus (Tabel 2) FUNCTIE PARAMETERNUMMER CONFIGURATIE VAN EENHEID 302 WAARDEBEREIK BESCHRIJVING Min. Max. 0 2 STANDAARD- INSTALLATEURWAARDE WAARDE 0. Alleen koelen 1. Verwarmen & Koelen 1 2. Alleen verwarmen Druk de zone- ( ) en modusknoppen (M) gedurende 10 seconden in om de fabrieksconfiguratiemodus te activeren. Wanneer u deze instelling voor de eerste keer selecteert, wordt 799 in het temperatuurgedeelte en de startwaarde 10 in het tijdgedeelte van het display weergegeven. Druk op de omlaagknop en houd de knop ingedrukt. Als de teller de nul bereikt, wordt in het temperatuurgedeelte van het display “Fd” weergegeven. Dit betekent dat de fabrieksinstellingen worden voorbereid. Nadat de fabrieksinstellingen in de EEPROM zijn hersteld, reset de 6* het apparaat. Klok De klok blijft nog 8 uur werken nadat de voeding uitgeschakeld is. Nederlands Informatie over bediening en aansluiten Foutcodes Storing in kamertemperatuursensor Als de kamertemperatuursensor temperaturen van minder dan -45 °C of meer dan 65 °C registreert, dan wordt dit als een fout beschouwd. Als het systeem de fout registreert, geeft het temperatuurgedeelte op het display “--” weer. Storing in luchtvochtigheidsensor Als de luchtvochtigheidsensor een relatieve luchtvochtigheid van minder dan 0% of meer dan 99% registreert, dan wordt dit als een fout beschouwd. Als het systeem de fout registreert, geeft het luchtvochtigheidsgedeelte op het display “--” weer. Storing in EEPROM: Als het niet-vluchtig geheugen (EEPROM van de thermostaat defect is, wordt in het kamertemperatuurgedeelte van het display de foutcode “E4” weergegeven. Wanneer deze fout optreedt en de voeding naar de thermostaat wordt geleid, betekent dit dat de fabrieksinstellingen voor alle installateurconfiguraties, programmeerschema's en gebruikersinstellingen actief zijn. 106 Dit kan leiden tot een onjuiste werking van de apparatuur. Deze fout kan niet worden hersteld. De thermostaat moet worden vervangen. Communicatiefout Als de 6* gedurende 60 seconden geen CCNcommunicatiegegevens van de hoofdgebruikersinterface ontvangt, wordt in het temperatuurgedeelte op het display de foutcode “E3” en in het tijdgedeelte op het display ‘-‘ weergegeven. Als deze situatie zich voordoet, wordt de ruimte voor de buitentemperatuur blanco weergegeven. De foutcode “E3” wordt een keer weergegeven en de overige functies blijven dezelfde. Als dit gebeurt, controleer dan de communicatiekabel tussen de 6* en de buitenunit. Operational and connection information Faultcode Table Beschrijving 2 Veilige invoer 3 Bevroren platenwarmtewisselaar (zie het handboek van de unit voor meer informatie) 4 Huidige temperatuursensor koudemiddel (TR) 5 Temperatuursensor lucht .POPCMPD 6 Communicatieverlies met besturing 6* 7 Temperatuursensor omgeving besturing 6* 9 Fout sensor water / waterpomp 10 EEProm beschadigd 11 Verkeerde instelling bedieningspaneel 12 4-weg klep fout 13 Communicatieverlies R S485 (systeemconfiguratie type 6) 14 Signaalverlies van omzetterbord of bij vrijgave hoge temperatuur 15 Temperatuursensor uitgang water (LWT) 16 Alarm Test 17 Temperatuursensor lucht Inverter (TO) 18 Kortsluitingsbeveiliging inverter G-Tr 20 Fout positiecontrole van de compressorrotor 21 Fout stroomsensor inverter 22 Sensoren koudemiddel warmtewisselaar of afzuigleiding compressor (TE) / (TS) 23 Temperatuursensor persleiding compressor (TD) 24 Fout motor ventilator 26 Andere fouten inverterkaart 27 Compressor geblokkeerd 28 Fout perstemperatuur 29 Defect compressor 30 Lagedruksysteem fout 31 Hogedruksysteem fout Nederlands Foutcode 107 Bedradingschema 6* 5 .0/0#-0$-REGELKAST Installatie met simplexcommunicatie Nederlands Configuratierecord gebruikersinterface INSTALLATIE Modelnummer Datum A. Hardwareconfiguratie Afdichtingsopening in muur B. Modusinstellingen Modus (Uit, Verwarmen, Koelen) Instelwaarde verwarming Instelwaarde koeling C. Instellingen instelwaarde Thuis, Niet thuis, Nacht Verwarmen Aanwezig Afwezig Slapen 108 Koelen Configuratierecord gebruikersinterface dag 1 dag 2 dag 3 dag 4 dag 5 dag 6 dag 7 Tijd Koelen Periode 1 Verwarmen Modus FR-modus Tijd Koelen Periode 2 Verwarmen Modus FR-modus Tijd Koelen Periode 3 Verwarmen Modus FR-modus Tijd Koelen Verwarmen Nederlands Periode 4 Modus FR-modus Tijd Koelen Periode 5 Verwarmen Modus FR-modus Tijd Koelen Periode 6 Verwarmen Modus FR-modus 109
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110

Olimpia Splendid thermostat - B0813 Installatie gids

Type
Installatie gids
Deze handleiding is ook geschikt voor