STR-VA333ES

Sony STR-VA333ES de handleiding

  • Hallo! Ik ben een AI-chatbot die speciaal is getraind om je te helpen met de Sony STR-VA333ES de handleiding. Ik heb het document al doorgenomen en kan je duidelijke en eenvoudige antwoorden geven.
FM Stereo
FM-AM Receiver
4-241-667-23(2)
STR-VA333ES
© 2002 Sony Corporation
Mode d’emploi
Manual de instrucciones
Bedienungsanleitung
Gebruiksaanwijzing
FR
ES
DE
NL
2
NL
Deze tuner/versterker is voorzien van Dolby* Digital
en Pro Logic Surround akoestiek en het DTS**
Digital Surround akoestieksysteem.
* Vervaardigd onder licentie van Dolby
Laboratories.
De namen “Dolby”, “Pro Logic” en het dubbele-D
symbool zijn handelsmerken van Dolby
Laboratories.
**De termen “DTS”, “DTS-ES Extended Surround”
en “Neo:6” zijn handelsmerken van Digital Theater
Systems, Inc.
Betreffende deze
gebruiksaanwijzing
De aanwijzingen in deze handleiding gelden voor
het model STR-VA333ES. Controleer uw
modelnummer, dat rechtsonder op het voorpaneel
staat vermeld.
De aanwijzingen in deze handleiding beschrijven de
bediening met de toetsen op de tuner/versterker
zelf. U kunt echter ook de toetsen van de
bijgeleverde afstandsbediening gebruiken, met
dezelfde of soortgelijke namen als die op de tuner/
versterker.
Zie voor een gedetailleerde beschrijving van de
afstandsbediening de daarbij geleverde
afzonderlijke gebruiksaanwijzing.
Omtrent de landcodes
Over welke uitvoering van dit apparaat u beschikt,
is afleesbaar aan de landcode die staat vermeld
rechtsboven op het achterpaneel (zoals in de
onderstaande afbeelding).
Verschillen in bediening die samenhangen met de
landcode staan in de tekst duidelijk aangegeven,
zoals bijvoorbeeld “alleen de modellen met
landcode AA”.
Landcode
4-XXX-XXX-XX AA
AC OUTLET
L
L
L
+
+
+
+
+
O
NT
R
OUND
CENTER
BACK
SPEAKERS
IMPEDANCE SELECTOR
4 8
WAARSCHUWING
Stel het apparaat niet bloot aan regen of
vocht, om gevaar voor brand of een
elektrische schok te voorkomen.
Om oververhitting en brandgevaar te vermijden, mag u
de ventilatie-openingen van het apparaat niet afdekken
met kranten, een tafelkleed, gordijnen e.d. Plaats nooit
een brandende kaars bovenop het apparaat.
Om gevaar voor brand of een elektrische schok te
voorkomen, mag u geen voorwerpen als vazen op het
apparaat zetten.
Gooi de batterij niet weg maar
lever deze in als klein chemisch
afval (KCA).
Plaats het apparaat niet in een gesloten ruimte,
zoals een boekenrek of ingebouwde kast.
3
NL
Inhoudsopgave
Overzicht bedieningsorganen
en verwijzingspagina’s
Hoofdapparaat ....................................... 4
Voorbereidingen
1: Keuze van de juiste aansluitingen
voor uw apparatuur ......................... 6
1a: Aansluiten van apparatuur met
digitale audio-uitgangen ..............8
1b: Aansluiten van apparatuur
met meerkanaals-
uitgangsaansluitingen ................ 11
1c:
Aansluiten van apparatuur met
alleen analoge audio-uitgangen ..
13
2: Antennes aansluiten......................... 15
3: Luidsprekers aansluiten ................... 16
4: Het netsnoer aansluiten ................... 18
5: De luidsprekers instellen ................. 19
6: Geluidssterkte en balans van de
luidsprekers bijregelen
(TEST TONE) ............................... 24
Bediening van de tuner/
versterker
Keuze van de beeld/geluidsbron.......... 25
Luisteren naar meerkanaals-
geluidsweergave
(MULTI CH DIRECT) ................. 26
Luisteren naar de FM/AM radio.......... 26
Automatisch voorinstellen van FM
zenders in alfabetische volgorde
(AUTOBETICAL)* ...................... 27
Voorinstellen van radiozenders ........... 28
Gebruik van het Radio Data Systeem
(RDS)* .......................................... 29
Aanduidingen omschakelen ................ 31
Betekenis van de aanduidingen in het
uitleesvenster................................. 32
Surround Sound akoestiek
Automatisch decoderen van het
inkomend geluidssignaal
(AUTO DECODING) ................... 34
Weergave via alleen de beide
voorluidsprekers
(2CH STEREO) ...
34
Keuze van een klankbeeld ................... 35
Genieten van Dolby Pro Logic II en DTS
Neo:6 weergave (2CH MODE)..... 38
Keuze van de middenachter-decodeerfunctie
(SB DECODING).............................
39
Uitgebreide extra
instellingen
Audio-ingangen toewijzen
(AUDIO SPLIT)............................ 41
Omschakelen van de audio-ingangsstand
voor digitale componenten
(INPUT MODE)............................ 42
Klankbeelden naar eigen inzicht
aanpassen ...................................... 43
Bijregelen van de equalizer-toonregeling ..
45
Geavanceerde instellingen................... 47
Andere bedieningsfuncties
Naamgeving van voorkeurzenders en
geluidsbronnen .............................. 57
Automatisch uitschakelen met de
sluimerfunctie................................ 58
Keuze van het luidsprekersysteem ...... 58
Opnemen ............................................. 59
CONTROL A1
bedieningssysteem .. 60
Aanvullende informatie
Voorzorgsmaatregelen......................... 64
Verhelpen van storingen...................... 64
Technische gegevens ........................... 67
Index .................................................... 69
* Alleen de modellen met landcode CEL.
NL
4
NL
IN ALFABETISCHE
VOLGORDE
A – L
M – V
CIJFERS EN SYMBOLEN
Gebruik van dit overzicht
Op deze bladzijde kunt u de plaats en functie van alle
knoppen e.d. aflezen, met tussen haakjes de pagina’s
waar ze verder ter sprake komen.
Nummer in de afbeelding
r
PLAY MODE qg (9, 13, 14)
RR
Naam van de toets, knop e.d.
Verwijzingspagina’s
Overzicht bedieningsorganen en verwijzingspagina’s
Hoofdapparaat
ANALOG DIRECT ql (34)
AUDIO SPLIT qf (41)
AUTO DEC ws (34)
CINEMA STUDIO EX wg (35)
Cursor toetsen ( / ) ej (19,
43–47, 57)
CUSTOMIZE el (47, 57)
Digital Cinema Sound indicator
8
DIMMER wh (31)
DISPLAY 4 (29, 31)
DOOR OPEN qg
ENTER eh (46, 57)
EQ ek (45, 46)
EQ BANK r; (45, 46)
FM/AM wf (26)
FM MODE rd (26)
FUNCTION qd (25, 26, 28, 41,
42, 57)
Infrarood-ontvanger 3
Infrarood-zender 2
INPUT MODE qs (42)
Instelknop ef (19, 43–47, 57)
LEVEL ed (44)
MASTER VOLUME q; (24, 25)
MEMORY rs (27, 28)
MODE +/– wa (36, 37, 45)
MULTI CH DIRECT qk (26)
MULTI CHANNEL DECODING
indicator 7
MUTING qa (25)
NIGHT MODE ra (38)
NIGHT MODE indicator 5
NORMAL SURR
(;PLII/NEO:6) qj (38)
ON SCREEN ea (9, 12, 14)
PHONES hoofdtelefoon-
aansluiting wj
PRESET TUNING +/– wd (28)
PTY SELECT +/– wl (29)
(Alleen de modellen met
landcode CEL)
RDS PTY e; (29)
(Alleen de modellen met
landcode CEL)
SB DEC indicator 9
SET UP eg (19)
SLEEP e; (58)
(Alleen de modellen met
landcode TW, KR)
SPEAKERS switch wk (58)
SURR BACK DECODING qh
(39)
SURROUND es (43)
TUNING +/– wl (26)
Uitleesvenster 6
VIDEO 3 INPUT aansluitingen
rf (14)
2CH STEREO w; (34)
?/1 (aan/uit-schakelaar) 1
Overzicht bedieningsorganen en verwijzingspagina’s
5
NL
Open de voorklep
+
+
+
1234 567890
qaqsqdqfqgqhqjqk
w; qlwawswdwfwgwhwjwk
v
wl e; ea es ed egef
ejelr; ehekrarf rsrd
6
NL
Voorbereidingen
1: Keuze van de juiste aansluitingen voor uw apparatuur
In de stappen 1a – 1c vanaf blz. 8 wordt beschreven hoe u allerlei apparatuur kunt aansluiten op deze
tuner/versterker. Alvorens u hiermee begint, neemt u eerst even de lijst met “Aan te sluiten
apparatuur” hieronder door, om te zien op welke pagina’s de aanwijzingen staan voor de betreffende
apparaten.
Nadat u al uw apparatuur hebt aangesloten, kunt u doorgaan met de volgende stap “2: Antennes
aansluiten” (op blz. 15).
Aan te sluiten apparatuur
Type apparaat om aan te sluiten Pagina
DVD-speler/Laserdisc-speler
Met digitale audio-uitgang*
1
8–9
Met meerkanaals audio-uitgang*
2
11–12
Met alleen analoge audio-uitgangen*
3
8–9
TV of videomonitor
Met component video-ingangen*
4
9 of 12
Met alleen S-video of composiet video-ingangen 14
Satelliet-ontvanger
Met digitale audio-uitgang*
1
8–9
Met alleen analoge audio-uitgangen*
3
8–9
CD-speler/Super Audio CD-speler
Met digitale audio-uitgang*
1
10
Met meerkanaals audio-uitgang*
2
11
Met alleen analoge audio-uitgangen*
3
13
Minidisc-recorder/DAT-cassettedeck
Met digitale audio-uitgang*
1
10
Met alleen analoge audio-uitgangen*
3
13
Cassettedeck, conventionele platenspeler 13
Meerkanaals-decodeerapparaat 11
Videorecorder, videocamera, videospelapparaat, enz. 14
*
1
Model met DIGITAL OPTICAL OUTPUT of DIGITAL COAXIAL OUTPUT aansluiting e.d.
*
2
Model met MULTI CH OUTPUT aansluitbussen e.d. Deze aansluiting dient voor weergave via de tuner/
versterker van de geluidssignalen die zijn gedecodeerd door de ingebouwde meerkanaals-decodeertrap van het
betreffende apparaat.
*
3
Model voorzien van AUDIO OUT L/R uitgangsaansluitingen e.d.
*
4
Model met component-video (Y, B-Y, R-Y) ingangsaansluitingen.
Voorbereidingen
7
NL
A Audio-aansluitsnoer
Wit (L)
Rood (R)
B Audio/video-aansluitsnoer
Geel (video)
Wit (audio L)
Rood (audio R)
C Video-aansluitsnoer
Geel
D S-video-aansluitsnoer
E Optische digitaalkabel
Opmerkingen
Schakel eerst alle betrokken apparatuur uit, alvorens u begint met het aansluiten ervan.
Zorg dat alle aansluitingen stevig vast zitten, om brom en andere bijgeluiden te voorkomen.
Let bij het aansluiten van de audio/videosnoeren op dat u links en rechts niet verwisselt: sluit de gele stekkers
aan op de gele stekkerbussen (voor het videosignaal); witte stekkers op witte stekkerbussen (voor het linker
audiokanaal) en rode stekkers op rode stekkerbussen (voor het rechter kanaal).
Voor het aansluiten van de optische digitaalkabel steekt u de stekkers recht in de aansluitbussen tot ze
vastklikken.
Let op dat de optische digitaalkabel niet geknikt of verwrongen wordt.
Als u beschikt over Sony componenten met CONTROL A1
aansluitingen
Zie dan de beschrijving order “CONTROL A1 bedieningssysteem” op blz. 60.
Vereiste aansluitsnoeren
De aansluitschema’s op de volgende bladzijden zijn gebaseerd op het gebruik van de volgende los
verkrijgbare aansluitsnoeren (A t/m H) (niet bijgeleverd).
F Coaxiale digitaalkabel
G Mono audio-aansluitsnoer
Zwart
Tip
Het audio-aansluitsnoer A kan worden gesplitst in
twee mono audio-aansluitsnoeren G.
H Component video-aansluitsnoer
Groen
Blauw
Rood
8
NL
1a: Aansluiten van apparatuur met digitale audio-
uitgangen
Aansluiten van een DVD-speler, laserdisc-speler, TV-toestel of
satelliet-ontvanger
Nadere aanwijzingen over de vereiste aansluitsnoeren (AH) vindt u op blz. 7.
1 Maak de audio-aansluitingen.
DVD-speler/
Laserdisc-speler
Satelliet-ontvanger
* Maak de aansluiting naar keuze via de COAXIAL IN of OPTICAL IN stekkerbus. Wij raden u aan gebruik te
maken van de COAXIAL IN aansluiting.
Opmerking
U kunt het TV-geluid via deze tuner/versterker beluisteren door de audio-uitgangen van uw TV-toestel aan te
sluiten op de TV/SAT AUDIO IN aansluitingen van de tuner/versterker. Daarbij is het niet nodig de video-uitgang
van het TV-toestel aan te sluiten op de TV/SAT VIDEO IN aansluiting van de tuner/versterker.
MD/DAT TAPE
PHONO
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
SIGNAL GND
U
FRONT
SURROUND
CENTER
SUB WOOFERSUB WOOFER
L
L
R
L
R
L
R
R
AUDIO
IN
VIDEO
IN
VIDEO
IN
VIDEO VIDEO
AUDIO
IN
AUDIO AUDIO
FRONT
SURROUND SURR BACK
CENTER
SUB WOOFER
CENTER
VIDEO
OUT
PRE OUT
FRONT
SURROUND SURR BACK
TV/SAT IN DVD/LD IN
MONITOR OUT
COMPONENT VIDEO
Y
75
COAXIAL
FM
AM
U
CTRL
A1
ANTENNA
CD/SACD
IN
MD/DAT
OPTICAL
OUT
MD/DAT
OPTICAL
IN
TV/SAT
OPTICAL
IN
DVD/LD
OPTICAL
IN
CD
/SACD
COAXIAL
IN
DVD/LD
COAXIAL
IN
CD
/SACD
OPTICAL
IN
DIGITAL
ASSIGNABLE
RS232C
OUT
IN
OUT
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO S2 VIDEOS2 VIDEO
OUT
TV/SAT DVD/LD
VIDEO 2 VIDEO 1
MONITOR
MULTI CHANNEL IN 1MULTI CHANNEL IN 2
P
B
/C
B
/B-Y
P
R
/C
R
/R-Y
DIGITAL
COAXIAL
OUTPUT
DIGITAL
OPTICAL
OUTPUT
DIGITAL
OPTICAL
OUTPUT
EA
F
*
E
*
A
R
AUDIO
OUT
OUTPUT
L
R
AUDIO
OUT
OUTPUT
L
Voorbereidingen
9
NL
2 Maak de video-aansluitingen.
De onderstaande afbeelding toont de aansluitingen voor een TV-toestel, een satelliet-ontvanger en
een DVD-speler/laserdisc-speler met component-video (Y, B-Y, R-Y) uitgangsaansluitingen. Door
aansluiten van een TV-toestel met component-video ingangen verkrijgt u een betere beeldkwaliteit.
Opmerkingen
Met deze tuner/versterker kunnen component-videosignalen niet worden omgezet in S-video of gewone
videosignalen (en andersom ook niet).
De beeldschermaanduidingen worden niet weergegeven op een TV-toestel dat is aangesloten op de
COMPONENT VIDEO MONITOR OUT aansluitingen, ook niet wanneer u op de ON SCREEN toets drukt.
DVD-speler/
Laserdisc-speler
Satelliet-
ontvanger
TV of
videomonitor
MD/DAT TAPE
PHONO
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
SIGNAL GND
U
FRONT
SURROUND
CENTER
SUB WOOFERSUB WOOFER
L
L
R
L
R
L
R
R
AUDIO
IN
VIDEO
IN
VIDEO
IN
VIDEO VIDEO
AUDIO
IN
AUDIO AUDIO
FRONT
SURROUND SURR BACK
CENTER
SUB WOOFER
CENTER
VIDEO
OUT
PRE OUT
FRONT
SURROUND SURR BACK
TV/SAT IN DVD/LD IN
MONITOR OUT
COMPONENT VIDEO
Y
75
COAXIAL
FM
AM
U
CTRL
A1
ANTENNA
CD/SACD
IN
MD/DAT
OPTICAL
OUT
MD/DAT
OPTICAL
IN
TV/SAT
OPTICAL
IN
DVD/LD
OPTICAL
IN
CD
/SACD
COAXIAL
IN
DVD/LD
COAXIAL
IN
CD
/SACD
OPTICAL
IN
DIGITAL
ASSIGNABLE
RS232C
OUT
IN
OUT
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO S2 VIDEOS2 VIDEO
OUT
TV/SAT DVD/LD
VIDEO 2 VIDEO 1
MONITOR
MULTI CHANNEL IN 1MULTI CHANNEL IN 2
PB/CB/B-Y
P
R/CR/R-Y
HD C
HCD DC
B-Y
COMPONENT
Y
R-Y
OUTPUT
B-Y
COMPONENT
Y
R-Y
INPUT
H
VIDEO
OUTPUT
S VIDEO
OUTPUT
VIDEO
INPUT
S VIDEO
INPUT
B-Y
COMPONENT
Y
R-Y
OUTPUT
S VIDEO
OUTPUT
VIDEO
OUTPUT
wordt vervolgd
Tip
Video-apparatuur die is uitgerust met S-video stekkerbussen kunt u aansluiten op de S2 VIDEO stekkerbussen van
deze tuner/versterker.
Opmerking
U kunt het TV-geluid via deze tuner/versterker beluisteren door de audio-uitgangen van uw TV-toestel aan te
sluiten op de TV/SAT AUDIO IN aansluitingen van de tuner/versterker. Daarbij is het niet nodig de video-uitgang
van het TV-toestel aan te sluiten op de TV/SAT VIDEO IN aansluiting van de tuner/versterker. Als u een
afzonderlijke satelliet-ontvanger e.d. aansluit, dient u zowel de audio- als de video-uitgangen daarvan te verbinden
met de tuner/versterker, zoals hierboven aangegeven.
10
NL
Aansluiten van een CD-speler, Super Audio CD-speler of
Minidisc-recorder/DAT-cassettedeck
Nadere aanwijzingen over de vereiste aansluitsnoeren (AH) vindt u op blz. 7.
Minidisc-recorder/
DAT-cassettedeck
CD-speler/Super Audio
CD-speler
* Maak de aansluiting naar keuze via de COAXIAL IN of OPTICAL IN stekkerbus. Wij raden u aan gebruik te
maken van de COAXIAL IN aansluiting.
Als u verscheidene digitale apparaten wilt aansluiten, maar er geen vrije
stekkerbus voor kunt vinden
Zie de aanwijzingen onder “Audio-ingangen toewijzen (AUDIO SPLIT)” (op blz. 41).
Tips
Alle digitale ingangsaansluitingen zijn geschikt voor bemonsteringsfrequenties van 32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz en 96 kHz.
•U kunt tevens een laserdisc-speler met een DOLBY DIGITAL RF OUT stekkerbus aansluiten via een RF
demodulator. (U kunt de DOLBY DIGITAL RF OUT stekkerbus van een laserdisc-speler niet rechtstreeks
verbinden met de digitale ingangen van deze tuner/versterker.) Zie voor nadere bijzonderheden over deze
aansluitingen de gebruiksaanwijzing van de RF demodulator.
Opmerkingen
Er zal geen geluid klinken wanneer u een Super Audio CD disc afspeelt in een Super Audio CD-speler die is aangesloten op
de CD/SACD OPTICAL IN of COAXIAL IN aansluiting van deze tuner/versterker. Sluit dit type speler aan op de analoge
ingangsaansluitingen (CD/SACD IN stekkerbussen). Zie tevens de gebruiksaanwijzing van uw Super Audio CD-speler.
•U kunt geen digitale opnamen maken van digitale meerkanaals Surround Sound signalen.
1a: Aansluiten van apparatuur met digitale audio-uitgangen (vervolg)
MD/DAT TAPE
PHONO
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
SIGNAL GND
U
FRONT
SURROUND
CENTER
SUB WOOFERSUB WOOFER
L
L
R
L
R
L
R
R
AUDIO
IN
VIDEO
IN
VIDEO
IN
VIDEO VIDEO
AUDIO
IN
AUDIO AUDIO
FRONT
SURROUND SURR BACK
CENTER
SUB WOOFER
CENTER
VIDEO
OUT
PRE OUT
FRONT
SURROUND SURR BACK
TV/SAT IN DVD/LD IN
MONITOR OUT
COMPONENT VIDEO
Y
75
COAXIAL
FM
AM
U
CTRL
A1
ANTENNA
CD
/SACD
IN
MD/DAT
OPTICAL
OUT
MD/DAT
OPTICAL
IN
TV/SAT
OPTICAL
IN
DVD/LD
OPTICAL
IN
CD
/SACD
COAXIAL
IN
DVD/LD
COAXIAL
IN
CD
/SACD
OPTICAL
IN
DIGITAL
ASSIGNABLE
RS232C
OUT
IN
OUT
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO S2 VIDEOS2 VIDEO
OUT
TV/SAT DVD/LD
VIDEO 2 VIDEO 1
MONITOR
MULTI CHANNEL IN 1MULTI CHANNEL IN 2
PB/CB/B-Y
P
R/CR/R-Y
DIGITAL
COAXIAL
OUTPUT
R
AUDIO
OUT
OUTPUT
L
DIGITAL
OPTICAL
OUTPUT
F*
E*
A
INOUT
ç
ç
ç
ç
LINE
L
R
LINE
INPUT OUTPUT
DIGITAL
OPTICAL
IN
OUT
INOUT
EE AA
Voorbereidingen
11
NL
1b: Aansluiten van apparatuur met meerkanaals-
uitgangsaansluitingen
1 Maak de audio-aansluitingen.
Als uw DVD-speler/laserdisc-speler of CD/Super Audio CD-speler is voorzien van een ingebouwde
meerkanaals-decodeertrap, kunt u dat apparaat aansluiten op de MULTI CHANNEL IN
aansluitbussen van deze tuner/versterker om te luisteren naar de geluidsweergave via de
meerkanaals-decodeertrap van de aangesloten geluidsbron. Bovendien kunt u op deze meerkanaals-
ingangsaansluitingen ook een extern meerkanaals-decodeerapparaat aansluiten.
Nadere aanwijzingen over de vereiste aansluitsnoeren (AH) vindt u op blz. 7.
DVD-speler/
laserdisc-speler,
CD/Super Audio
CD-speler,
meerkanaals-
decodeerapparaat,
enz.
Tips
Via deze aansluitingen kunt u ook luisteren naar geluidsbronnen met meerkanaals-geluidssignalen in een ander
formaat dan Dolby Digital, DTS of MPEG-2.
Maak de aansluitingen via de MULTI CHANNEL IN 1 of 2 ingangen, afhankelijk van het aantal
uitgangsstekkers van het aan te sluiten apparaat.
Opmerking
DVD-spelers en Super Audio CD-spelers hebben geen SURR BACK aansluitingen.
MD/DAT TAPE
PHONO
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
SIGNAL GND
U
FRONT
SURROUND
CENTER
SUB WOOFERSUB WOOFER
L
L
R
L
R
L
R
R
AUDIO
IN
VIDEO
IN
VIDEO
IN
VIDEO VIDEO
AUDIO
IN
AUDIO AUDIO
FRONT
SURROUND SURR BACK
CENTER
SUB WOOFER
CENTER
VIDEO
OUT
PRE OUT
FRONT
SURROUND SURR BACK
TV/SAT IN DVD/LD IN
MONITOR OUT
COMPONENT VIDEO
Y
75
COAXIAL
FM
AM
U
CTRL
A1
ANTENNA
CD
/SACD
IN
MD/DAT
OPTICAL
OUT
MD/DAT
OPTICAL
IN
TV/SAT
OPTICAL
IN
DVD/LD
OPTICAL
IN
CD
/SACD
COAXIAL
IN
DVD/LD
COAXIAL
IN
CD
/SACD
OPTICAL
IN
DIGITAL
ASSIGNABLE
RS232C
OUT
IN
OUT
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO S2 VIDEOS2 VIDEO
OUT
TV/SAT DVD/LD
VIDEO 2 VIDEO 1
MONITOR
MULTI CHANNEL IN 1MULTI CHANNEL IN 2
P
B
/C
B
/B-Y
P
R
/C
R
/R-Y
L
R
MULTI CH OUT
FRONT
SURROUND
MULTI CHANNEL IN 2
AAG G
CENTER
MULTI CHANNEL IN 1
SUB
WOOFER
Meerkanaals-ingang
MULTI CHANNEL IN 2
Meerkanaals-ingang
MULTI CHANNEL IN 1
wordt vervolgd
12
NL
1b: Aansluiten van apparatuur met meerkanaals-uitgangsaansluitingen (vervolg)
2 Maak de video-aansluitingen.
De onderstaande afbeelding toont de aansluitingen voor een DVD-speler of laserdisc-speler met
COMPONENT VIDEO (Y, B-Y, R-Y) uitgangsaansluitingen. Door aansluiten van een TV-toestel
met component-video ingangen verkrijgt u een betere beeldkwaliteit.
Opmerkingen
Met deze tuner/versterker kunnen component-videosignalen niet worden omgezet in S-video of gewone
videosignalen (en andersom ook niet).
De beeldschermaanduidingen worden niet weergegeven op een TV-toestel dat is aangesloten op de
COMPONENT VIDEO MONITOR OUT aansluitingen, ook niet wanneer u op de ON SCREEN toets drukt.
DVD-speler/
Laserdisc-speler
TV of
videomonitor
MD/DAT TAPE
PHONO
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
SIGNAL GND
U
FRONT
SURROUND
CENTER
SUB WOOFERSUB WOOFER
L
L
R
L
R
L
R
R
AUDIO
IN
VIDEO
IN
VIDEO
IN
VIDEO VIDEO
AUDIO
IN
AUDIO AUDIO
FRONT
SURROUND SURR BACK
CENTER
SUB WOOFER
CENTER
VIDEO
OUT
PRE OUT
FRONT
SURROUND SURR BACK
TV/SAT IN DVD/LD IN
MONITOR OUT
COMPONENT VIDEO
Y
75
COAXIAL
FM
AM
U
CTRL
A1
ANTENNA
CD/SACD
IN
MD/DAT
OPTICAL
OUT
MD/DAT
OPTICAL
IN
TV/SAT
OPTICAL
IN
DVD/LD
OPTICAL
IN
CD
/SACD
COAXIAL
IN
DVD/LD
COAXIAL
IN
CD
/SACD
OPTICAL
IN
DIGITAL
ASSIGNABLE
RS232C
OUT
IN
OUT
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO S2 VIDEOS2 VIDEO
OUT
TV/SAT DVD/LD
VIDEO 2 VIDEO 1
MONITOR
MULTI CHANNEL IN 1MULTI CHANNEL IN 2
P
B
/C
B
/B-Y
P
R
/C
R
/R-Y
HC
B-Y
VIDEO
COMPONENT
Y
R-Y
OUTPUT INPUTOUTPUT
VIDEO
INPUT
CDDH
B-Y
COMPONENT
Y
R-Y
S VIDEO
OUTPUT
S VIDEO
INPUT
Voorbereidingen
13
NL
MD/DAT TAPE
PHONO
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
SIGNAL GND
U
FRONT
SURROUND
CENTER
SUB WOOFERSUB WOOFER
L
L
R
L
R
L
R
R
AUDIO
IN
VIDEO
IN
VIDEO
IN
VIDEO VIDEO
AUDIO
IN
AUDIO AUDIO
FRONT
SURROUND SURR BACK
CENTER
SUB WOOFER
CENTER
VIDEO
OUT
PRE OUT
FRONT
SURROUND SURR BACK
TV/SAT IN DVD/LD IN
MONITOR OUT
COMPONENT VIDEO
Y
75
COAXIAL
FM
AM
U
CTRL
A1
ANTENNA
CD
/SACD
IN
MD/DAT
OPTICAL
OUT
MD/DAT
OPTICAL
IN
TV/SAT
OPTICAL
IN
DVD/LD
OPTICAL
IN
CD
/SACD
COAXIAL
IN
DVD/LD
COAXIAL
IN
CD
/SACD
OPTICAL
IN
DIGITAL
ASSIGNABLE
RS232C
OUT
IN
OUT
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO S2 VIDEOS2 VIDEO
OUT
TV/SAT DVD/LD
VIDEO 2 VIDEO 1
MONITOR
MULTI CHANNEL IN 1MULTI CHANNEL IN 2
P
B
/C
B
/B-Y
P
R
/C
R
/R-Y
INOUT
LINE
L
R
LINE
INPUT OUTPUT
LINE
L
R
OUTPUT
ç
ç
A
AA
A
LINE
L
R
LINE
INPUT OUTPUT
AA
INOUT
ç
ç
1c: Aansluiten van apparatuur met alleen analoge audio-
uitgangen
Aansluiten van audio-apparatuur
Nadere aanwijzingen over de vereiste aansluitsnoeren (AH) vindt u op blz. 7.
Platenspeler
Cassettedeck
Minidisc-speler/
DAT-cassettedeck
CD/Super Audio
CD-speler
Opmerking
Als uw platenspeler een aardingsdraad heeft, sluit u die aan op de U SIGNAL GND aardaansluiting.
wordt vervolgd
14
NL
MD/DAT TAPE
PHONO
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
SIGNAL GND
U
FRONT
SURROUND
CENTER
SUB WOOFERSUB WOOFER
L
L
R
L
R
L
R
R
AUDIO
IN
VIDEO
IN
VIDEO
IN
VIDEO VIDEO
AUDIO
IN
AUDIO AUDIO
FRONT
SURROUND SURR BACK
CENTER
SUB WOOFER
CENTER
VIDEO
OUT
PRE OUT
FRONT
SURROUND SURR BACK
TV/SAT IN DVD/LD IN
MONITOR OUT
COMPONENT VIDEO
Y
75
COAXIAL
FM
AM
U
CTRL
A1
ANTENNA
CD
/SACD
IN
MD/DAT
OPTICAL
OUT
MD/DAT
OPTICAL
IN
TV/SAT
OPTICAL
IN
DVD/LD
OPTICAL
IN
CD
/SACD
COAXIAL
IN
DVD/LD
COAXIAL
IN
CD
/SACD
OPTICAL
IN
DIGITAL
ASSIGNABLE
RS232C
OUT
IN
OUT
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO S2 VIDEOS2 VIDEO
OUT
TV/SAT DVD/LD
VIDEO 2 VIDEO 1
MONITOR
MULTI CHANNEL IN 1MULTI CHANNEL IN 2
P
B
/C
B
/B-Y
P
R
/C
R
/R-Y
VIDEO
OUT
R
AUDIO
OUT
VIDEO
IN
AUDIO
IN
OUTPUTINPUT
L
INOUT
VIDEO
OUT
R
AUDIO
OUT
VIDEO
IN
AUDIO
IN
OUTPUTINPUT
L
Ç
Ç
INOUT
Ç
Ç
OUTIN
Ç
Ç
B
DC
B, DBBBDDDD
VIDEO
INPUT
S VIDEO
INPUT
S VIDEO
OUTPUT
S VIDEO
INPUT
S VIDEO
INPUT
S VIDEO
OUTPUT
Aansluiten van video-apparatuur
Door een TV-toestel aan te sluiten op de MONITOR aansluitingen, kunt u de beelden van een
aangesloten ingangsbron bekijken (zie blz. 25). Bovendien kunt u de SURROUND, EQ, SET UP,
CUSTOMIZE en LEVEL parameters en het gekozen klankbeeld op het scherm aangeven met een
druk op de ON SCREEN toets.
Nadere aanwijzingen over de vereiste aansluitsnoeren (AH) vindt u op blz. 7.
naar de
VIDEO 3
INPUT
stekkerbussen
Camcorder of
videospelapparaat
TV of
videomonitor
Videorecorder Videorecorder
1c: Aansluiten van apparatuur met alleen analoge audio-uitgangen (vervolg)
Voorbereidingen
15
NL
2: Antennes aansluiten
Sluit de bijgeleverde AM kaderantenne en de FM draadantenne als volgt aan.
FM draadantenne
(bijgeleverd)
AM kaderantenne
(bijgeleverd)
* Deze aansluiting is bestemd voor toekomstig gebruik.
Opmerkingen
Om te voorkomen dat de AM kaderantenne stoorsignalen oppikt, dient u deze uit de buurt te houden van de
tuner/versterker en andere stereo-apparatuur.
Strek de FM draadantenne tot zijn volle lengte uit.
Na aansluiten van de FM draadantenne dient u die zo horizontaal mogelijk te leiden.
Gebruik de U SIGNAL GND aardaansluiting niet voor het aarden van de tuner/versterker.
MD/DAT TAPE
PHONO
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
SIGNAL GND
U
FRONT
SURROUND
CENTER
SUB WOOFERSUB WOOFER
L
L
R
L
R
L
R
R
AUDIO
IN
VIDEO
IN
VIDEO
IN
VIDEO VIDEO
AUDIO
IN
AUDIO AUDIO
FRONT
SURROUND SURR BACK
CENTER
SUB WOOFER
CENTER
VIDEO
OUT
PRE OUT
FRONT
SURROUND SURR BACK
TV/SAT IN DVD/LD IN
MONITOR OUT
COMPONENT VIDEO
Y
75
COAXIAL
FM
AM
U
CTRL
A1
ANTENNA
CD/SACD
IN
MD/DAT
OPTICAL
OUT
MD/DAT
OPTICAL
IN
TV/SAT
OPTICAL
IN
DVD/LD
OPTICAL
IN
CD
/SACD
COAXIAL
IN
DVD/LD
COAXIAL
IN
CD
/SACD
OPTICAL
IN
DIGITAL
ASSIGNABLE
RS232C
OUT
IN
OUT
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO S2 VIDEOS2 VIDEO
OUT
TV/SAT DVD/LD
VIDEO 2 VIDEO 1
MONITOR
MULTI CHANNEL IN 1MULTI CHANNEL IN 2
P
B
/C
B
/B-Y
P
R
/C
R
/R-Y
*
16
NL
3: Luidsprekers aansluiten
Sluit uw luidsprekers aan op de tuner/versterker. Op deze tuner/versterker kunt u een 7,1-kanaals
luidsprekersysteem aansluiten.
Om te genieten van levensechte meerkanaals-geluidsweergave zijn er vijf gewone luidsprekers nodig
(twee voorluidsprekers, een middenluidspreker en twee achterluidsprekers) plus een speciale
lagetonen-luidspreker (voor in totaal 5,1 kanalen).
De meest indrukwekkende hi-fi weergave van DVD-discs met Surround EX geluid verkrijgt u door
toevoeging van een extra middenachterluidspreker (voor 6,1 kanalen) of nog beter twee
middenachterluidsprekers (voor 7,1 kanalen). (Zie “Keuze van de middenachter-decodeerfunctie” op blz. 39.)
Voorbeeld van een 7,1-kanaals luidsprekersysteem
Tip
Aangezien de weergave van de actieve lagetonen-luidspreker niet richtingsgevoelig is, kunt u die luidspreker
opstellen waar u maar wilt.
Luidspreker-impedantie
Voor de beste meerkanaals-geluidsweergave dient u luidsprekers met een nominale impedantie van
8 ohm of meer aan te sluiten op de FRONT, CENTER, SURROUND en SURROUND BACK
aansluitbussen en daarbij de IMPEDANCE SELECTOR luidspreker-impedantiekiezer in de “8” stand
te zetten. Controleer de gebruiksaanwijzing van uw luidsprekers als u niet zeker bent van de impedantie
ervan. (Deze informatie staat meestal ook vermeld aan de achterkant van de luidsprekerboxen.)
Desgewenst kunt u ook luidsprekers met een nominale impedantie tussen 4 en 8 ohm aansluiten op
één of meer van de luidspreker-aansluitingen, mits u de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar op
“4” zet. Ook als u maar één luidspreker met een impedantie tussen 4 en 8 ohm aansluit.
Opmerking
Schakel altijd eerst de stroom uit, voordat u de IMPEDANCE SELECTOR schakelaar omzet.
Rechter voorluidspreker
Rechter achterluidspreker
Middenluidspreker
Linker voorluidspreker
Linker achterluidspreker
Linker middenachterluidspreker
Rechter middenachterluidspreker
Actieve lagetonen-luidspreker
Voorbereidingen
17
NL
E
e
Ee
E
e
E
e
E
e
INPUT
AUDIO
IN
A
Ee
A
A
B
A
A
A
IMPEDANCE
SELECTOR
SPEAKERS
FRONT B*
1
E
e
A
AC OUTLET
IMPEDANCE USE 4-16
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
L
R
VIDEO VIDEO
AUDIO AUDIO
SUB WOOFER
CENTER
PRE OUT
FRONT
SURROUND SURR BACK
CTRL
A1
OUT
IN
OUT
IN
S2 VIDEO S2 VIDEO
VIDEO 2 VIDEO 1
LR
A
B
LR
LR
+
+
+
+
+
+
+
+
+
FRONT
SURROUND
CENTER
SURR BACK
SPEAKERS
IMPEDANCE SELECTOR
4 8
Linker
achterluidspreker
Rechter
achterluidspreker
A Luidsprekersnoeren (niet bijgeleverd)
(+)
(–)
Vereiste aansluitsnoeren
B Mono-audiosnoer (niet bijgeleverd)
Zwart
*
1
Met de SPEAKERS keuzeschakelaar kunt u kiezen welk stel voorluidsprekers u wilt gebruiken. Nadere
aanwijzingen vindt u onder “Keuze van het luidsprekersysteem” (op blz. 58).
*
2
Als u slechts een enkele middenachterluidspreker wilt gebruiken, sluit u die dan aan op de SPEAKERS SURR
BACK L aansluitbussen.
Rechter
middenachterluidspreker*
2
Linker
middenachterluidspreker*
2
Linker
voorluidspreker
Rechter
voorluidspreker
MiddenluidsprekerActieve lagetonen-
luidspreker
IMPEDANCE
SELECTOR
luidspreker-
impedantiekiezer
18
NL
4: Het netsnoer
aansluiten
Sluit het netsnoer eerst aan op de AC IN
netstroomingang van de tuner/versterker en
steek dan de stekker in het stopcontact.
U kunt tot twee andere apparaten van stroom
voorzien via de AC OUTLET
netstroomuitgang(en) van de tuner/versterker.
AC IN netstroomingang
* Het aantal, de configuratie en de vorm van de
netstroomuitgang(en) kan verschillen per model en
het land waarnaar deze tuner/versterker
oorspronkelijk is verscheept.
Netsnoer
(bijgeleverd)
Opmerkingen
De AC OUTLET netstroomuitgang(en) op het
achterpaneel van de tuner/versterker zijn in/
uitschakelbaar, dat wil zeggen dat de aangesloten
apparatuur slechts van stroom wordt voorzien
zolang de tuner/versterker zelf staat ingeschakeld.
Let op dat het totale stroomverbruik van de
apparatuur aangesloten op de AC OUTLET
netstroomuitgang(en) achterop de tuner/versterker
het op het achterpaneel aangegeven
maximumvermogen niet overschrijdt. Sluit op de
netuitgang(en) in geen geval huishoudelijke
apparatuur met een hoog stroomverbruik aan, zoals
een strijkijzer, ventilator, of TV-toestel. De
apparatuur zou daardoor defect kunnen raken.
AC OUTLET*
AC OUTLET
L
L
L
+
+
+
+
+
O
NT
R
OUND
CENTER
BACK
SPEAKERS
IMPEDANCE SELECTOR
4 8
AC OUTLET
netstroomuitgang(en)*
Voorbereidingen
19
NL
3 Druk op de cursortoets ( of ) om
een luidspreker te kiezen.
Zie voor nadere bijzonderheden de
paragrafen over “Luidspreker-
instelparameters” hieronder.
Opmerkingen
Bepaalde instelparameters kunnen in het
uitleesvenster slechts vaag of grijs worden
aangegeven. Dan is een dergelijke parameter
niet van toepassing of is vast ingesteld en niet te
wijzigen vanwege de klankbeelden (zie blz. 35–
37) of andere instellingen.
Ook sommige luidspreker-instellingen kunnen
in het uitleesvenster slechts vaag of grijs worden
aangegeven. Dan is een dergelijke luidspreker-
instelling gewijzigd vanwege andere daarmee
samenhangende luidspreker-instellingen. De
vaag aangegeven instellingen zijn in dit geval
soms wel en soms niet te wijzigen.
4 Draai aan de instelknop om de
gewenste parameter te kiezen.
5 Herhaal de stappen 3 en 4 totdat u alle
hieronder genoemde parameters naar
wens hebt ingesteld.
Luidspreker-instelparameters
De oorspronkelijke instelling staat onderstreept
aangegeven.
x Formaat van de voorluidsprekers
(FRONT SP)
LARGE (groot)
Zijn er grote voorluidsprekers aangesloten die
alle lage tonen zonder problemen kunnen
weergeven, dan kiest u de stand “LARGE”.
Gewoonlijk zal de stand “LARGE” het best
voldoen.
SMALL (klein)
Klinkt het geluid vervormd, of is de ruimtelijke
weergave van meerkanaals surround-sound niet
naar wens, met te weinig basweergave, dan
kiest u de stand “SMALL” om de
basverdelingscircuits in te schakelen, zodat de
laagste frequenties van de voorkanalen worden
overgeheveld naar de aparte lagetonen-
luidspreker. Als u voor de voorluidsprekers de
stand “SMALL” kiest, worden de
middenluidspreker, de achterluidsprekers en de
middenachterluidsprekers ook automatisch
ingesteld op “SMALL” (tenzij u eerder de stand
“NO” hebt gekozen).
Oorspronkelijke instellingen
maken
Alvorens u de tuner/versterker voor het eerst in
gebruik neemt, dient u het apparaat als volgt in
de uitgangsstand terug te stellen.
Volg deze aanwijzingen ook als u de gemaakte
instellingen wilt annuleren, om terug te keren
naar de oorspronkelijke fabrieksinstellingen.
1 Druk op de ?/1 schakelaar om de
tuner/versterker uit te schakelen.
2 Houd de ?/1 aan/uit-schakelaar nog
eens 5 seconden lang ingedrukt.
Nu verschijnt er ongeveer 10 seconden lang
“ENTER to Clear All” in het uitleesvenster.
3 Terwijl de aanduiding “ENTER to Clear
All” in het uitleesvenster zichtbaar is,
drukt u op de DOOR OPEN toets om de
klep van het voorpaneel te openen en
dan drukt u op de ENTER toets.
Nu verschijnt er eerst “MEMORY
CLEARING...” in het uitleesvenster, en
even later “MEMORY CLEARED!”.
Al de volgende onderdelen worden gewist
of in de uitgangsstand teruggesteld:
Alle instellingen van de SET UP,
CUSTOMIZE, SURROUND, LEVEL
en EQ menu’s.
De klankbeelden die waren gekozen
voor de diverse geluidsbronnen en
voorkeurzenders.
Alle vastgelegde voorkeurzenders.
Alle vastgelegde namen voor
geluidsbronnen en voorkeurzenders.
5: De luidsprekers instellen
Via het SET UP menu kunt u vaststellen welke
soorten luidsprekers er zijn aangesloten op de
tuner/versterker, van welke afmetingen.
1 Druk op de ?/1 schakelaar om de
tuner/versterker in te schakelen.
2 Druk op de SET UP toets.
Het lampje in de SET UP toets licht op en
de aanduiding “<<<SET UP>>>” verschijnt
in het uitleesvenster.
wordt vervolgd
20
NL
5: De luidsprekers instellen (vervolg)
x Formaat van de middenluidspreker
(CENTER SP)
LARGE (grote middenluidspreker)
Is er een grote middenluidspreker aangesloten
die alle lage tonen zonder problemen kan
weergeven, dan kiest u de stand “LARGE”.
Gewoonlijk zal de stand “LARGE” het best
voldoen. Als de voorluidsprekers echter zijn
ingesteld op “SMALL”, kunt u de
middenluidspreker niet instellen op “LARGE”.
SMALL (kleine middenluidspreker)
Klinkt het geluid vervormd, of is de ruimtelijke
weergave van meerkanaals Surround Sound niet
naar wens, met te weinig basweergave, dan
kiest u de stand “SMALL” om de
basverdelingscircuits in te schakelen, zodat de
laagste frequenties van het middenkanaal
worden overgeheveld naar de voorluidsprekers
(als die op “LARGE” zijn ingesteld) of naar de
aparte lagetonen-luidspreker.
NO (geen middenluidspreker, voor alle
geluidsbronnen behalve MULTI CH 1/MULTI
CH 2)
Sluit u geen middenluidspreker aan, kies dan de
stand “NO”. Al het geluid van het
middenkanaal wordt dan weergegeven door de
voorluidsprekers (DIGITAL DOWNMIX).
MIX (samengemengd, voor alle geluidsbronnen
behalve MULTI CH 1/MULTI CH 2)
Als u wel een middenluidspreker aansluit, maar
toch het middenkanaal samengemengd wilt
laten weergeven, kies dan de stand “MIX” (zie
blz. 26).
Deze stand is alleen beschikbaar als voor de
voorluidsprekers en de achterluidsprekers het
formaat “LARGE” is gekozen en voor de
middenachterluidsprekers de stand “LARGE”
of “NO”.
Al het geluid van het middenkanaal wordt dan
op analoge wijze samengemengd en
weergegeven door de voorluidsprekers
(ANALOG DOWNMIX).
In alle andere gevallen wordt het geluid van het
middenkanaal op digitale wijze samengemengd
en weergegeven door de voorluidsprekers
(DIGITAL DOWNMIX).
* Bij weergave van MULTI CH 1/MULTI CH 2
geluidsbronnen wordt het geluid van de
middenluidspreker weergegeven via de
voorluidsprekers als u voor de
middenluidspreker “NO” of “MIX” kiest
(ANALOG DOWNMIX).
x Formaat van de achterluidsprekers
(SURROUND SP)
LARGE (grote achterluidsprekers)
Zijn er grote achterluidsprekers aangesloten die
alle lage tonen zonder problemen kunnen
weergeven, dan kiest u de stand “LARGE”.
Gewoonlijk zal de stand “LARGE” het best
voldoen. Als de voorluidsprekers echter zijn
ingesteld op “SMALL”, kunt u de
achterluidsprekers niet instellen op “LARGE”.
SMALL (kleine achterluidsprekers)
Klinkt het geluid vervormd, of is de ruimtelijke
weergave van meerkanaals Surround Sound niet
naar wens, met te weinig basweergave, dan
kiest u de stand “SMALL” om de
basverdelingscircuits in te schakelen, zodat de
laagste frequenties van de achterkanalen
worden overgeheveld naar de aparte lagetonen-
luidspreker of naar een ander stel “LARGE”
luidsprekers die hier beter op zijn berekend.
NO (geen achterluidsprekers)
Sluit u geen achterluidsprekers aan, kies dan de
stand “NO”. Wanneer u voor de
achterluidsprekers “NO” kiest, wordt er voor de
middenachterluidsprekers automatisch ook
“NO” ingesteld.
Voorbereidingen
21
NL
wordt vervolgd
x Formaat van de
middenachterluidspreker(s) (SURR
BACK SP)
Als er voor de achterluidsprekers “NO” is
gekozen, geldt voor de middenachterluidsprekers
automatisch ook de stand “NO”, een instelling
die niet afzonderlijk te wijzigen is.
LARGE (grote middenachterluidsprekers)
Zijn er grote middenachterluidsprekers
aangesloten die alle lage tonen zonder
problemen kunnen weergeven, dan kiest u de
stand “LARGE”. Gewoonlijk zal de stand
“LARGE” het best voldoen. Als de
voorluidsprekers echter zijn ingesteld op
“SMALL”, kunt u de middenachterluidsprekers
niet instellen op “LARGE”.
SMALL (kleine middenachterluidsprekers)
Klinkt het geluid vervormd, of is de ruimtelijke
weergave van meerkanaals Surround Sound niet
naar wens, met te weinig basweergave, dan
kiest u de stand “SMALL” om de
basverdelingscircuits in te schakelen, zodat de
laagste frequenties van de middenachterkanalen
worden overgeheveld naar de aparte lagetonen-
luidspreker of naar een ander stel “LARGE”
luidsprekers die hier beter op zijn berekend.
NO (geen middenachterluidsprekers)
Sluit u geen middenachterluidsprekers aan, kies
dan de stand “NO”.
Tip
Bij de interne signaalverwerking bepaalt de keuze van
het LARGE of SMALL luidsprekerformaat voor elk
stel luidsprekers of de ingebouwde
akoestiekprocessor de laagste frequenties al dan niet
naar de betreffende luidspreker(s) zal uitsturen. Als
de lage tonen uit een bepaald kanaal worden
verwijderd, zullen de basverdelingscircuits die
frequenties overbrengen naar de speciale lagetonen-
luidspreker of naar een ander stel “LARGE”
luidsprekers die er beter op zijn berekend.
Aangezien echter ook de lage tonen een zekere mate
van richtingsgevoeligheid hebben, is het beter het
gehele frequentiespectrum van de verschillende
kanalen intact te laten, indien mogelijk. Daarom kunt
u zelfs met een stel kleine luidsprekers toch de stand
“LARGE” kiezen als u de lage tonen ook door die
luidsprekers wilt laten weergeven. En andersom, als u
grote luidsprekers aansluit maar niet wilt dat die de
laagste tonen weergeven, kunt u voor die luidsprekers
best “SMALL” kiezen.
Als de totale geluidsindruk minder is dan gewenst,
kiest u dan voor alle luidsprekers de stand “LARGE”.
Als er te weinig bassen klinken, kunt u die extra
versterken met de grafiek-toonregeling. Zie voor het
instellen van de grafiek-toonregeling blz. 45.
x Enkele (6,1-kanaals) of dubbele
(7,1-kanaals) middenachterluidsprekers
(SURR BACK L/R)
YES (twee middenachterluidsprekers)
Zijn er twee middenachterluidsprekers
aangesloten, kies dan voor deze parameter de
stand “YES”. Dan wordt het geluid
weergegeven door maximaal 7,1 kanalen.
NO (enkele middenachterluidspreker)
Gebruikt u een enkele middenachterluidspreker,
kies dan de stand “NO”. Dan wordt het geluid
weergegeven door maximaal 6,1 kanalen.
x Aanwezigheid van een lagetonen-
luidspreker (SUB WOOFER)
YES (wel een lagetonen-luidspreker)
Is er een afzonderlijke lagetonen-luidspreker
aangesloten, kies dan voor deze parameter de
stand “YES”.
NO (geen lagetonen-luidspreker)
Gebruikt u geen aparte lagetonen-luidspreker,
dan stelt u in op “NO”. Het geluid van het
lagetonen-kanaal wordt dan weergegeven door
de voorluidsprekers.
In de volgende gevallen wordt de analoge
mengfunctie gebruikt voor weergave van het
lagetonen-kanaal.
Bij weergave van een MULTI CH 1/MULTI
CH 2 meerkanaals- geluidsbron.
Bij weergave van een digitale geluidsbron,
wanneer voor de voorluidsprekers en de
achterluidsprekers het formaat “LARGE” is
gekozen, voor de middenachterluidsprekers
de stand “LARGE” of “NO” en voor de
middenluidspreker een andere stand dan
“SMALL” is gekozen.
In andere gevallen wordt de digitale
mengfunctie gebruikt voor weergave van het
lagetonen-kanaal.
Dan worden de basverdelingscircuits
ingeschakeld om de laagste frequenties (LFE
signalen) weer te geven via de andere
luidsprekers.
Tip
Om volledig profijt te trekken van de Dolby Digital
basverdelingscircuits willen wij u aanbevelen om de
bovengrensfrequentie voor de lagetonen-luidspreker
zo hoog mogelijk in te stellen.
22
NL
5: De luidsprekers instellen (vervolg)
45°
90°
20°
A A
B
CC
D
45°
90°
20°
A A
B
CC
D
x FRONT XX.X meter
(Afstand van de voorluidsprekers)
Oorspronkelijke instelling: 5.0 meter
Stel hier de afstand in van uw luisterplaats tot
de voorluidsprekers (afstand (A). Deze afstand
is instelbaar van minimaal 1,0 meter tot
maximaal 12,0 meter van uw luisterplaats, in
stapjes van 0,1 meter.
Als de beide voorluidsprekers niet precies even
ver van uw luisterplaats staan, kiest u hier de
afstand van de dichtstbijzijnde luidspreker.
Met de achterluidsprekers naast uw
luisterplaats (in een smalle kamer)
Met de achterluidsprekers achter uw
luisterplaats (in een brede kamer)
x CENTER XX.X meter
(Afstand van de middenluidspreker)
Oorspronkelijke instelling: 5.0 meter
Stel hier de afstand in van uw luisterplaats tot
de middenluidspreker. Deze afstand instelbaar
van maximaal dezelfde afstand als de
voorluidsprekers (A) tot 1,5 meter dichter bij
uw luisterplaats (B), in stapjes van 0,1 meter.
Wanneer u buiten dit bereik komt, knippert de
aanduiding in het uitleesvenster. Als u een
instelling kiest waarbij de aanduiding knippert,
zult u niet het optimale effect van de
klankbeelden kunnen verkrijgen.
x SURROUND XX.X meter
(Afstand van de achterluidsprekers)
Oorspronkelijke instelling: 5.0 meter
Stel hier de afstand in van uw luisterplaats tot
de achterluidsprekers. Deze afstand instelbaar
van maximaal dezelfde afstand als de
voorluidsprekers (A) tot 4,5 meter dichter bij
uw luisterplaats (C), in stapjes van 0,1 meter.
Wanneer u buiten dit bereik komt, knippert de
aanduiding in het uitleesvenster. Als u een
instelling kiest waarbij de aanduiding knippert,
zult u niet het optimale effect van de
klankbeelden kunnen verkrijgen.
Als de beide achterluidsprekers niet precies
even ver van uw luisterplaats staan of hangen,
kiest u hier de afstand van de dichtstbijzijnde
luidspreker.
x SURR BACK XX.X meter
(Afstand van de middenachterluidsprekers)
Oorspronkelijke instelling: 5.0 meter
Stel hier de afstand in van uw luisterplaats tot
de middenachterluidspreker. Deze afstand is
instelbaar van maximaal dezelfde afstand als de
voorluidsprekers (A) tot 4,5 meter dichter bij
uw luisterplaats (D), in stapjes van 0,1 meter.
Als de beide middenachterluidsprekers niet
precies even ver van uw luisterplaats staan of
hangen, kiest u hier de afstand van de
dichtstbijzijnde luidspreker.
x SUB WOOFER XX.X meter
(Afstand van de lagetonen-luidspreker)
Oorspronkelijke instelling: 5.0 meter
Stel hier de afstand in van uw luisterplaats tot de
lagetonen-luidspreker. Deze afstand is instelbaar
van minimaal 1,0 meter tot maximaal 12,0 meter
van uw luisterplaats, in stapjes van 0,1 meter.
Voorbereidingen
23
NL
Uitleg
U kunt de weergave van de tuner/versterker
aanpassen aan de plaats van de aangesloten
luidsprekers, door de luidsprekerafstand in te voeren.
Het is echter niet mogelijk de middenluidspreker
verder af te zetten dan de linker en rechter
voorluidsprekers. Bovendien kunt u de
middenluidspreker niet meer dan 1,5 meter dichter bij
uw luisterplaats zetten dan de voorluidsprekers.
Evenmin kunt u de achterluidsprekers verder van uw
luisterplaats zetten dan de voorluidsprekers. En ook
weer niet meer dan 4,5 meter dichterbij.
Deze beperkingen gelden omdat een onjuiste
opstelling van de luidsprekers niet geschikt is voor de
weergave van akoestiekeffecten.
Wanneer u de luidsprekerafstand dichterbij kiest dan
de feitelijke afstand, zal het geluid via die
luidspreker(s) met een grotere vertraging worden
weergegeven. Met andere woorden, de luidsprekers
klinken dan verder weg.
Als u bijvoorbeeld de afstand van de
middenluidspreker 1 tot 2 meter dichterbij kiest dan
de feitelijke afstand, zal dit een vrij natuurgetrouw
effect geven alsof u zich “binnenin” het beeldscherm
bevindt. En als u geen goed akoestiekeffect verkrijgt
omdat de achterluidsprekers te dichtbij staan, kunt u
door het verminderen van de luidsprekerafstand
(dichterbij kiezen dan de werkelijke afstand) een
dieper ruimtelijk effect creëren.
Door deze parameter bij te regelen terwijl u
aandachtig naar een geluidsbron luistert, kunt u vaak
een aanzienlijke verbetering in akoestiek
bewerkstelligen. Probeer het maar eens!
Voor geavanceerde luidspreker-
instellingen
Open het CUSTOMIZE menu en zet het
onderdeel “MENU EXPAND” op “ON”.
Hiermee verkrijgt u extra instelmogelijkheden,
voor onder andere de plaats en hoogte van de
achterluidsprekers en de
middenachterluidsprekers.
Bijzonderheden over het onderdeel “MENU
EXPAND” vindt u op blz. 47. Nadere
aanwijzingen voor het instellen van de diverse
parameters vindt u op blz. 49.
24
NL
6: Geluidssterkte en
balans van de
luidsprekers bijregelen
(TEST TONE)
Stel alle luidsprekers op een evenredige
geluidssterkte in, om een optimaal
gebalanceerd klankbeeld te horen op uw
favoriete luisterplaats. Maak deze instellingen
met de afstandsbediening.
Tips
Deze tuner/versterker is voorzien van een testtoon
in de frequentieband rond 800 Hz.
Ofschoon u deze instellingen ook kunt maken via
de LEVEL toetsen op het voorpaneel van het
apparaat zelf, willen wij u toch aanbevelen om zo
mogelijk de hieronder beschreven werkwijze te
volgen en de geluidssterkte bij te regelen met de
afstandsbediening, vanaf uw favoriete luisterplaats.
1 Druk op de ?/1 schakelaar om de
tuner/versterker in te schakelen.
2 Druk enkele malen op de toets van
de afstandsbediening, totdat het
RECEIVER instelmenu verschijnt.
3 Beweeg de keuze/invoertoets om in te
stellen op “TEST TONE” en druk dan
op de toets om uw keuze vast te
leggen.
In het uitleesvenster verschijnen de
aanduiding “TEST TONE” en het LEVEL
instelmenu en dan klinkt de testtoon, die
achtereenvolgens door elk van de
luidsprekers wordt weergegeven.
4 Stel nu met de parameters in het LEVEL
menu de geluidssterkte en de balans zo
in dat de testtoon op uw luisterplaats
via alle luidsprekers even luid klinkt.
Nadere bijzonderheden over de LEVEL
menu-instellingen vindt u op blz. 44.
Tips
Om alle luidsprekers tegelijk harder of zachter
te zetten, drukt u op de MASTER VOL +/–
toetsen van de afstandsbediening of draait u aan
de MASTER VOLUME knop van de tuner/
versterker.
•U kunt voor het bijregelen ook de instelknop
van de tuner/versterker zelf gebruiken.
5 Na de instelling drukt u opnieuw enkele
malen op de toets van de
afstandsbediening, totdat het
RECEIVER instelmenu verschijnt.
6 Beweeg de keuze/invoertoets om in te
stellen op “TEST TONE” en druk dan
enkele malen op de toets om te kiezen
voor “TEST TONE [OFF]”.
Dan wordt de testtoon uitgeschakeld.
De testtoon laten klinken via een
gekozen luidspreker
Kies in het LEVEL menu voor het onderdeel
“TEST TONE” de stand “FIX” (zie blz. 44).
De testtoon wordt dan alleen weergegeven via
de gekozen luidspreker.
Voor meer nauwkeurige luidspreker-
instellingen
U kunt de testtoon of een gewone geluidsbron
laten weergeven via twee aangrenzende
luidsprekers, om zo de balans en de
geluidssterkte optimaal nauwkeurig in te
stellen.
Kies in het CUSTOMIZE menu voor het
onderdeel “T.TONE” de stand “PHASE
NOISE” (testtoon-fasetest) of “PHASE
AUDIO” (audio-fasetest) (zie blz. 48). Kies
vervolgens de twee luidsprekers die u wilt
bijregelen via de “PHASE NOISE” of “PHASE
AUDIO” test in het LEVEL menu (zie blz. 44).
Opmerking
Wanneer u instelt op analoge geluidsweergave met de
MULTI CH DIRECT toets of de ANALOG DIRECT
toets, wordt de stroomvoorziening van de digitale
circuits uitgeschakeld.* Daarom kan het enkele
seconden duren, als u in deze stand kiest voor
weergave van een testtoon, voordat de testtoon te
horen is. Dit duidt echter niet op storing in de
werking.
* Mits het menu-onderdeel “D.POWER” in het
CUSTOMIZE menu in de stand “AUTO OFF” is
gezet (zie blz. 47).
Bediening van de tuner/versterker
25
NL
Bediening van de tuner/versterker
Keuze van de beeld/
geluidsbron
1 Draai aan de FUNCTION knop om in te
stellen op de gewenste beeld/
geluidsbron.
De gekozen weergavebron wordt
aangegeven in het uitleesvenster.
Voor keuze van de Stelt u in op
Videorecorder VIDEO 1 of VIDEO 2
Camcorder of videospel VIDEO 3
DVD- of laserdisc- DVD/LD
videospeler
Satelliet-ontvanger TV/SAT
Cassettedeck TAPE
Minidisc-recorder MD/DAT
of DAT-cassettedeck
CD-speler of Super CD/SACD
Audio CD-speler
Ingebouwde tuner TUNER
voor radio-ontvangst
Platenspeler PHONO
2 Schakel het weergave-apparaat in en
start de weergave van de geluidsbron.
Kiest u een beeld/geluidsbron die ook is
aangesloten op uw TV-toestel (zoals een
videorecorder of DVD-speler), dan schakelt
u ook het TV-toestel in en stelt u de video-
ingangskeuze van de TV in op weergave
van de gekozen beeld/geluidsbron.
Als uw TV-toestel is aangesloten op de
MONITOR aansluiting van de tuner/
versterker, zal nu het beeld van de gekozen
weergavebron op uw TV-scherm
verschijnen.
3 Draai aan de MASTER VOLUME
regelaar om de geluidssterkte naar
wens in te stellen.
Dempen van de geluidsweergave
Druk op de MUTING dempingstoets.
Omtrent gebruik van een hoofdtelefoon
Als er een hoofdtelefoon is aangesloten, kunt u
uitsluitend de volgende klankbeelden kiezen (zie
blz. 37).
HEADPHONE (2CH)
HEADPHONE (DIRECT)
HEADPHONE (MULTI1)
HEADPHONE (MULTI2)
HEADPHONE THEATER
Als er een hoofdtelefoon is aangesloten wanneer u
de MULTI CH DIRECT weergavefunctie (zie blz.
26) gebruikt, kan het voor alle kanalen het geluid
niet worden weergegeven, afhankelijk van de
gekozen luidspreker-instellingen.
26
NL
Luisteren naar de FM/AM
radio
Via de ingebouwde tuner van dit apparaat kunt
u FM en AM radio-uitzendingen ontvangen.
Voor de radio-ontvangst zult u FM en AM
antennes op de tuner/versterker moeten
aansluiten (zie blz. 15).
Tip
Het afsteminterval tussen de ontvangen radiozenders
is:
FM: 50 kHz
AM: 9 kHz
Automatische afstemming
1 Draai aan de FUNCTION knop om in te
stellen op de TUNER voor radio-
ontvangst.
2 Druk op de FM/AM toets om te kiezen
voor de FM of AM afstemband.
3 Druk op de DOOR OPEN toets om de
klep van het voorpaneel te openen en
druk dan op de TUNING + of – toets.
Druk op de + toets om de afstemband in
oplopende volgorde te doorzoeken; op de –
toets om van hoog naar laag te zoeken.
Telkens wanneer er een zender wordt
gevonden, stopt de tuner/versterker met
zoeken.
Als de FM stereo ontvangst niet erg
goed klinkt
Druk dan op de FM MODE toets om over te
schakelen naar mono. Als de “STEREO”
aanduiding in het uitleesvenster knippert en een
FM stereo uitzending niet erg helder klinkt,
kunt u beter overschakelen naar mono
ontvangst om de kwaliteit van de weergave te
verbeteren.
Luisteren naar meerkanaals-
geluidsweergave
(MULTI CH DIRECT)
U kunt luisteren naar de zuivere, niet
bijgeregelde weergave van geluidsbronnen die
zijn verbonden met de MULTI CHANNEL IN
aansluitingen. Dit biedt u de zuiverste
weergavekwaliteit van digitale geluidsbronnen
zoals DVD-discs en Super Audio CD’s.
Zie tevens de paragraaf “D.POWER” op blz.
47.
Tijdens het gebruik van deze weergavefunctie
kunt u geen klankbeelden inschakelen.
Druk enkele malen op de MULTI CH
DIRECT toets om de gewenste
meerkanaals-geluidsbron te kiezen
(“MULTI CH 1 DIRECT” of “MULTI CH 2
DIRECT”).
De geluidsbron die u kiest zal worden
weergegeven.
Opmerking
Deze functie wordt automatisch uitgeschakeld
wanneer u overschakelt naar een andere geluidsbron
(zie blz. 25) of ander klankbeeld (zie blz. 35–37).
Wanneer er geen middenluidspreker
of lagetonen-luidspreker is
aangesloten (Analoge
samengemengde weergave)
Als u voor het formaat van de middenluidspreker
(CENTER SP) of de aanwezigheid van een
lagetonen-luidspreker (SUB WOOFER) in het
SET UP menu de stand “NO” kiest of (alleen
voor CENTER SP) de stand “MIX” (zie blz. 20)
en u schakelt de MULTI CH DIRECT
weergavefunctie in, dan zal het analoge
geluidssignaal voor de middenluidspreker of de
lagetonen-luidspreker worden samengemengd
met de signalen voor de linker en rechter
voorluidsprekers (FRONT L/R).
De meerkanaals-ingangen toewijzen
aan een specifieke geluidsbron
Kies de geluidsbron voor “MULTI CH 1” of
“MULTI CH 2” in het CUSTOMIZE menu (zie
blz. 47). De meerkanaals-ingangen kunnen
worden gebruikt voor elke geluidsbron behalve
de TUNER, en PHONO voor een platenspeler.
Bediening van de tuner/versterker
27
NL
Directe radio-afstemming
Als u de afstemfrequentie van de gewenste
zender kent, kunt u die rechtstreeks invoeren
via het NUM menu van de afstandsbediening.
Zie voor nadere bijzonderheden over de hierbij
gebruikte toetsen de gebruiksaanwijzing voor
de bijgeleverde afstandsbediening.
1 Kies “TUNER” uit de FUNCTION lijst
met geluidsbronnen op de
afstandsbediening, om in te stellen op
de TUNER voor radio-ontvangst.
U kunt ook kiezen voor radio-ontvangst met
de FUNCTION knop op de tuner/versterker
zelf.
2 Druk enkele malen op de toets van
de afstandsbediening, totdat het SUB
menu verschijnt en maak dan de “FM/
AM” keuze in het SUB menu om te
luisteren naar de FM of AM afstemband.
U kunt de afstemband ook kiezen met de
FM/AM toets op de tuner/versterker zelf.
3 Stel in op “DIRECT TUNING” uit het
SUB menu van de afstandsbediening.
4 Druk enkele malen op de toets van
de afstandsbediening, totdat het NUM
menu verschijnt en voer dan de cijfers
voor uw gewenste afstemfrequentie in.
Voorbeeld 1: FM 102,50 MHz
Druk op de 1 b 0 b 2 b 5 b 0
Voorbeeld 2: AM 1.350 kHz
Druk op de 1 b 3 b 5 b 0
Bij afstemmen op een AM radiozender
verstelt u de richting van de AM
kaderantenne zo dat de ontvangst optimaal
klinkt.
Als het afstemmen op een
radiozender niet lukt en de gekozen
cijfers knipperen
Controleer eerst of u wel de juiste frequentie
hebt gekozen. Zo niet, herhaal dan de stappen 3
en 4. Als de ingevoerde cijfers nog steeds
knipperen, dan is de gekozen afstemfrequentie
in uw woongebied niet te ontvangen.
Automatisch voorinstellen van
FM zenders in alfabetische
volgorde (AUTOBETICAL)
(Alleen de modellen met landcode CEL)
Met deze automatische zenderopslagfunctie kunt u
maximaal 30 FM radiozenders en FM RDS zenders in het
afstemgeheugen van de tuner/versterker vastleggen,
zonder doublures. Hierbij kiest de tuner/versterker
automatisch alleen de best doorkomende zenders.
Als u bepaalde FM of AM zenders handmatig in het
afstemgeheugen wilt vastleggen, volg dan de aanwijzingen
onder “Voorinstellen van radiozenders” op blz. 28.
1 Druk op de ?/1 toets om de tuner/
versterker uit te schakelen.
2 Houd de MEMORY toets ingedrukt en
druk nogmaals op de ?/1 toets om de
tuner/versterker weer in te schakelen.
De aanduiding “Autobetical select” verschijnt en de
tuner/versterker gaat op zoek naar alle plaatselijk te
ontvangen FM radiozenders en FM RDS zenders en
legt deze in het afstemgeheugen vast.
Bij elke RDS informatiezender controleert de tuner/
versterker eerst of er andere zenders zijn die
hetzelfde programma uitzenden, om daarvan dan
alleen de duidelijkst doorkomende zender vast te
leggen. De gekozen RDS informatiezenders worden
gesorteerd op alfabetische volgorde van hun
officiële Program Service zendernaam, en krijgen
dan elk een letter-plus-cijfer voorinstelcode
toegewezen. Zie voor nadere bijzonderheden
betreffende de RDS informatiezenders blz. 29.
De gewone FM radiozenders krijgen ook een letter-
plus-cijfer code en worden dan na de RDS zenders
vastgelegd.
Na afloop van het vastleggen verschijnt de
aanduiding “Autobetical finish” even in het
uitleesvenster en dan keert de tuner/versterker terug
naar de normale bedieningsfunctie.
Opmerkingen
Druk niet op enige toets van de tuner/versterker of de
bijgeleverde afstandsbediening totdat de “Autobetical”
zenderopslag is voltooid, behalve de
?/1
aan/uit-schakelaar.
Als u verhuist naar een andere streek, kan het nodig zijn
deze procedure opnieuw uit te voeren, om de best te
ontvangen zenders in uw nieuwe woongebied vast te leggen.
Zie voor het afstemmen op de vastgelegde voorkeurzenders
de aanwijzingen op blz. 28.
Als u na het opslaan van zenders met deze functie uw FM
antenne verplaatst, kunnen de vastgelegde instellingen niet
meer geldig zijn. In dat geval volgt u weer de bovenstaande
aanwijzingen om de FM zenders opnieuw vast te leggen.
28
NL
nA1˜A2˜...˜A0˜B1˜B2˜...˜B0N
nC0˜...C2˜C1N
Voorinstellen van
radiozenders
U kunt tot 30 van uw favoriete FM en AM
radiozenders in het geheugen vastleggen als
voorkeurzenders. Dan kunt u in het vervolg
zo’n voorkeurzender in een handomdraai
kiezen.
Voorinstellen van
radiozenders
1 Draai aan de FUNCTION knop om in te
stellen op de TUNER voor radio-
ontvangst.
2 Stem af op de radiozender die u wilt
voorinstellen, met de automatische
zoekafstemming (zie blz. 26) of de
directe afstemming (zie blz. 27).
3 Druk op de MEMORY toets.
In het uitleesvenster licht enkele seconden
lang de aanduiding “MEMORY” op.
Verricht de stappen 4 en 5 voordat deze
aanduiding dooft.
4 Druk op de PRESET TUNING + of –
toets om een zendernummer te kiezen.
Als de “MEMORY” aanduiding dooft
voordat u een nummer hebt gekozen, gaat u
terug naar stap 3.
5 Druk nogmaals op de MEMORY toets.
De ontvangen radiozender wordt dan
vastgelegd onder uw gekozen
voorinstelnummer.
Als de “MEMORY” aanduiding dooft
voordat u de zender met de MEMORY toets
hebt kunnen vastleggen, gaat u terug naar
stap 3.
6 Herhaal de stappen van 2 t/m 5 voor elk
van de voorkeurzenders die u wilt
vastleggen.
Geheugenafstemming op een
vastgelegde voorkeurzender
1 Draai aan de FUNCTION knop om in te
stellen op de TUNER voor radio-ontvangst.
2 Druk enkele malen op de PRESET
TUNING + of – toets om in te stellen op de
gewenste zender.
Telkens wanneer u op deze toets drukt, gaat
u één voorkeurzender verder in de gekozen
richting en de onderstaande volgorde:
Afstemmen met de
afstandsbediening
1 Kies “TUNER” uit de FUNCTION lijst met
geluidsbronnen op de afstandsbediening,
om in te stellen op de TUNER voor radio-
ontvangst.
2 Stel met de keuzetoets in op het nummer
van de gewenste voorkeurzender en druk
de toets in om uw keuze te bevestigen.
Bediening van de tuner/versterker
29
NL
Onderste regel
Afstemfrequentie
a)
t PTY (programmatype)
b)
t RT (radiotekst)
c)
t CT (juiste tijd, in 24-
uurs aanduiding) t Gekozen klankbeeld t
Geluidssterkte t Decodeergegevens
a) Deze informatie wordt ook aangegeven voor FM
zenders die geen RDS informatie uitzenden.
b)
Type programma dat wordt uitgezonden (zie blz. 30).
c) Tekstberichten die door de RDS zender worden
uitgezonden.
Opmerkingen
Als er een nooduitzending of waarschuwingsbericht
door de overheid wordt uitgezonden, gaat in het
uitleesvenster de aanduiding “Alarm-Alarm!” knipperen.
Als een radiozender een bepaalde RDS functie niet
verzorgt, zal het uitleesvenster “No XX”
(bijvoorbeeld “No Clock Time”) aangeven.
Wanneer een zender radiotekst uitzendt, verschijnt
deze in het uitleesvenster met hetzelfde tempo als
waarmee het bericht wordt uitgezonden. De
snelheid van de tekst is dus alleen afhankelijk van
de snelheid van de uitzending.
Doorzoeken van
voorkeurzenders via het
programmatype
U kunt afstemmen op een voorkeurzender van
uw keuze door in te stellen op het gewenste
programmatype. De tuner/versterker doorloopt
dan het afstemgeheugen, op zoek naar een
voorkeurzender die op dat moment het door u
gekozen soort uitzending verzorgt.
1 Druk op de RDS PTY toets.
2 Druk op de PTY SELECT + of PTY
SELECT – toets om in te stellen op het
gewenste programmatype.
Zie het overzicht op de volgende pagina
voor nadere informatie over de
programmatypes.
3 Druk nogmaals op de RDS PTY toets.
Terwijl de tuner/versterker de
vooringestelde radiozenders doorneemt,
verschijnen in het uitleesvenster afwisselend
de aanduiding “PTY SEARCH” en het
gekozen programmatype.
Wanneer de tuner/versterker een uitzending
van het door u gekozen type vindt, stopt het
zoeken. Als de tuner/versterker geen
voorkeurzender vindt die het door u gekozen
soort uitzending verzorgt, verschijnt er
“PTY not found” in het uitleesvenster.
Gebruik van het Radio
Data Systeem (RDS)
(Alleen de modellen met landcode CEL)
Met deze tuner/versterker kunt u ook gebruik maken
van de RDS functies van het Radio Data Systeem,
waarmee radiozenders naast de gewone uitzendingen
allerlei nuttige informatie doorgeven. De volgende
handige RDS functies zijn beschikbaar:
RDS informatie in het uitleesvenster
Opzoeken van voorkeurzenders die het
gewenste programmatype uitzenden
De RDS informatie wordt alleen uitgezonden
door FM zenders*.
*
Niet alle FM radiozenders bieden de RDS informatie
en niet alle RDS zenders bieden dezelfde functies. Als
u niet bekend bent met de plaatselijk beschikbare RDS
functies, kunt u voor nadere bijzonderheden het best
contact opnemen met de plaatselijke radiozenders.
Ontvangst van RDS
informatie-uitzendingen
Kies eenvoudigweg een radiozender uit de
FM band met de directe afstemming (zie blz.
27), de automatische zoekafstemming (zie blz.
26) of de geheugenafstemming (zie blz. 28).
Wanneer er is afgestemd op een zender die RDS
informatie uitzendt, licht de RDS indicator op en
verschijnt de zendernaam in het uitleesvenster.
Opmerking
De RDS informatie zal niet altijd goed te ontvangen zijn, als de
zender waarop u hebt afgestemd de RDS signalen niet duidelijk
genoeg uitzendt of als de signaalsterkte onvoldoende is.
Aangeven van RDS informatie
in het uitleesvenster
Druk tijdens ontvangst van een RDS
zender meermalen op de DISPLAY toets.
Telkens wanneer u op deze toets drukt,
verspringt de RDS informatie in het
uitleesvenster kringsgewijze als volgt:
De aanduidingen verschijnen op twee regels,
zoals hieronder aangegeven:
Bovenste regel
Hier verschijnt een van de volgende aanduidingen:
PS (officiële zendernaam)
a)
Door u gekozen zendernaam
“TUNER” aanduiding
wordt vervolgd
30
NL
Gebruik van het Radio Data Systeem
(RDS) (vervolg)
Overzicht van de
programmatypes
Aanduiding, Beschrijving
type uitzending
News Nieuwsuitzendingen
(nieuwsbulletins)
Current Affairs Actualiteitenprogramma’s die op
(actualiteiten) de achtergronden van het huidige
nieuws ingaan
Information Uitzendingen betreffende de
(informatie) weersverwachting, nieuws voor
consumenten, medisch advies
e.d.
Sport (sport) Sportverslagen en -uitslagen
Education Educatieve programma’s, met
(educatief) wetenswaardigheden en
praktische tips
Drama (hoorspel) Hoorspelen en andere radioseries
Cultures Programma’s over nationale en
(cultureel) regionale cultuur, zoals
taalkwesties en sociale
vraagstukken
Science Uitzendingen over
(wetenschap) natuurwetenschappen en
technologie
Varied Speech Gevarieerde uitzendingen, zoals
(praatprogramma) vraaggesprekken,
quizprogramma’s en allerlei
amusement
Pop Music Populaire muziek
(popmuziek)
Rock Music Rockmuziek
(rockmuziek)
M.o.R. Music “Easy listening”
(achtergrondmuziek)
achtergrondmuziek
Light Classics M Licht klassiek, met vocale,
(licht klassiek) instrumentale en koormuziek
Serious Classics Klassieke muziekuitvoeringen,
(serieus klassiek) orkestrale werken en
kamermuziek, opera enz
Other Music Alle muziek die niet in de
(andere muziek) bovenstaande categorieën past,
zoals rhythm & blues en reggae
Weather & Metr Weeroverzicht,
(weerbericht) weersverwachtingen
Finance Beursberichten, financieel en
(beursberichten, zakennieuws
zakennieuws)
Aanduiding, Beschrijving
type uitzending
Children’s Progs Kinderprogramma’s
(kinderprogramma)
Social Affairs Programma’s over mensen en
(sociale hun bezigheden
aangelegenheden)
Religion Programma’s over religieuze
(godsdienst) aangelegenheden
Phone In Programma’s waarin luisteraars
(telefonische via de telefoon of in een publiek
reacties van forum hun mening kunnen
luisteraars) geven
Travel & Touring Programma’s over reizen. Niet
(reisprogramma) voor aankondigingen die met de
TP/TA
verkeersinformatiefuncties te
vinden zijn
Leisure & Hobby Programma’s over
(vrijetijdsbesteding)
vrijetijdsbesteding en hobbies als
vissen, tuinieren, koken e.d.
Jazz Music Programma’s met jazz en
(jazz en geïmproviseerde muziek
geïmproviseerde
muziek)
Country Music Country & western
(country & muziekprogramma’s
western muziek)
National Music Programma’s met de nationale of
(nationale of streekmuziek van een bepaald
streekmuziek) gebied
Oldies Music (hits Populaire muziek uit vroeger
van vroeger) dagen
Folk Music Volksmuziekprogramma’s
(volksmuziek)
Documentary Documentaire programma’s
(documentaires)
None Programma’s die niet in een van
(niet ingedeeld) de bovenstaande categorieën
vallen
Bediening van de tuner/versterker
31
NL
Aanduidingen
omschakelen
Omschakelen van de
aanduidingen in het
uitleesvenster
U kunt de geluidssterkte, het klankbeeld en de
decodeergegevens controleren door deze
aanduidingen in het uitleesvenster te laten
verschijnen.
Druk enkele malen op de DISPLAY toets.
Welke gegevens er worden getoond, hangt af
van de gekozen beeld/geluidsbron.
Alle geluidsbronnen behalve de
TUNER
tNaam van de geluidsbron en geluidssterkte
r
Naam van de geluidsbron en
decodeergegevens
r
Naam van de geluidsbron en naam van het
klankbeeld
Alle geluidsbronnen behalve de
TUNER (Wanneer er een zelfgekozen
naam voor de geluidsbron is
ingevoerd) (zie blz. 57)
tZelfgekozen naam en geluidssterkte
r
Naam van de geluidsbron en geluidssterkte
r
Zelfgekozen naam en decodeergegevens
r
Naam van de geluidsbron en
decodeergegevens
r
Zelfgekozen naam en naam van het
klankbeeld
r
Naam van de geluidsbron en naam van het
klankbeeld
TUNER voor radio-ontvangst
t“TUNER” aanduiding* en geluidssterkte
r
“TUNER” aanduiding* en
decodeergegevens
r
“TUNER” aanduiding*, afstemfrequentie en
zendernummer
r
“TUNER” aanduiding* en naam van het
klankbeeld
* Als u zelf namen voor uw voorkeurzenders hebt
ingevoerd (zie blz. 57), verschijnt hier uw gekozen
zendernaam in plaats van de “TUNER” aanduiding.
Helderheid van het
uitleesvenster omschakelen
Druk enkele malen op de DIMMER toets.
Het lampje in de DIMMER toets gaat branden
en de verminderde helderheid van het
uitleesvenster is uit 6 niveaus te kiezen. Als u
kiest voor “[ ]” (het uitleesvenster helemaal
uitgeschakeld), zal ook het MULTI CH
DECODING lampje niet meer branden.
32
NL
DIGITAL
a
PRO LOGIC MULTI CH IN 1 2 D.RANGE RDS
COAX SLEEP MONO
DTS EQ
MPEG
STEREOOPT
L.F.E.
LSW
SL
SR
C
S
R
SB
MEMORY
12 34 75 6
qf
8qa 9qsqd q;
3 PRO LOGIC: Deze aanduiding licht op
wanneer de tuner/versterker de Pro Logic
signaalverwerking toepast op een 2-kanaals
geluidsbron, om aparte signalen te verkrijgen
voor een middenluidspreker en
achterluidsprekers. Deze aanduiding licht ook
op waneer de Pro Logic II film/
muziekdecodering in werking is. De
aanduiding licht echter niet op als u voor de
aanwezigheid van een middenluidspreker en
achterluidsprekers de stand “NO” hebt
gekozen.
4 ; DIGITAL: Deze aanduiding licht op
wanneer de tuner/versterker signalen
decodeert die zijn opgenomen in het Dolby
Digital formaat.
5 MULTI CH IN 1/2: Deze aanduiding licht op
als er is gekozen voor MULTI CH IN 1 of 2
meerkanaals-weergave.
6 D.RANGE: Deze “dynamisch bereik”
aanduiding licht op wanneer de
compressiefunctie voor het dynamisch bereik
is ingeschakeld. Zie blz. 55 voor het instellen
van de dynamiek-compressie.
7 Radio-ontvangst aanduidingen: Deze
lichten op wanneer u de tuner gebruikt voor
de ontvangst van radiozenders e.d. Nadere
aanwijzingen voor de bediening van de tuner
vindt u op blz. 26–30.
8 EQ: Deze aanduiding licht op wanneer de
“equalizer” grafiek-toonregeling is
ingeschakeld.
9 SLEEP: Deze aanduiding licht op wanneer
de sluimerfunctie is ingeschakeld.
1 SW: Deze “SUB WOOFER” aanduiding licht
op als er “YES” (zie blz. 21) is gekozen voor
de aanwezigheid van een lagetonen-
luidspreker en de tuner/versterker waarneemt
dat de weergegeven disc geen afzonderlijk
LFE lagetonenkanaal bevat. Zolang deze
aanduiding brandt, stelt de tuner/versterker
zelf een lagetonensignaal samen, op basis van
de laagste frequenties van de voorkanaal-
signalen.
2 Weergavekanaal-aanduidingen: Aan de
oplichtende letters (L, C, R, enz.) kunt u zien
welke geluidskanalen er worden
weergegeven. Aan de oplichtende vakjes rond
de letters kunt u zien hoe de tuner/versterker
het geluid mengt en via welke luidsprekers
het wordt weergegeven (gebaseerd op de
luidspreker-instellingen). Bij akoestisch
verruimde klankbeelden zoals “D.CONCERT
HALL” voegt de tuner/versterker nagalm toe
aan de weergave, op basis van de inkomende
geluidssignalen.
L: linker voorluidspreker, R: rechter
voorluidspreker, C: middenluidspreker,
SL: linksachter, SR: rechtsachter,
S: achterluidsprekers (mono weergave of de
achterkanalen gebaseerd op Pro Logic
decodering), SB: middenachterluidsprekers
(de achterkanalen gebaseerd op 6,1-kanaals
decodering)
Bijvoorbeeld:
Opnameformaat (voor/achter): 3/2
Uitgangskanaal: Geen achterluidsprekers
Klankbeeld: AUTO DECODING
Betekenis van de aanduidingen in het uitleesvenster
L
SL
SR
CR
Bediening van de tuner/versterker
33
NL
0 MPEG: Deze aanduiding licht op wanneer er
MPEG signalen binnenkomen.
Opmerking
Alleen de beide voorkanalen zijn geschikt voor
de weergave van MPEG geluidssignalen.
Meerkanaals-signalen worden samengemengd en
weergegeven door de beide voorluidsprekers.
qa DTS: Deze aanduiding licht op wanneer er
DTS signalen binnenkomen. Voor het
afspelen van een disc met DTS geluid dient u
te zorgen dat er digitale aansluitingen zijn
gemaakt en dat de INPUT MODE
ingangskeuze NIET staat ingesteld op
ANALOG 2CH FIXED (zie blz. 42).
qs OPT: Deze aanduiding licht op wanneer er
een digitaal signaal binnenkomt via de
OPTICAL ingangsaansluiting.
qd COAX: Deze aanduiding licht op wanneer er
een digitaal signaal binnenkomt via de
COAXIAL ingangsaansluiting.
qf L.F.E.: Deze aanduiding licht op wanneer de
afgespeelde disc een apart LFE (Low
Frequency Effect) lagetonen-kanaal bevat.
Wanneer het geluid van het LFE kanaal ook
daadwerkelijk wordt weergegeven, lichten de
balkjes onder de letters op om het
geluidsniveau aan te geven. Aangezien het
LFE signaal niet voortdurend even krachtig
aanwezig is, kunnen de niveaubalkjes tijdens
de weergave sterk fluctueren (en soms geheel
doven).
34
NL
Surround Sound akoestiek
Automatisch decoderen
van het inkomend
geluidssignaal
(AUTO DECODING)
In deze stand neemt de tuner/versterker
automatisch waar welk soort geluidssignaal er
binnenkomt (Dolby Digital, DTS, standaard
2-kanaals stereo, enz.) en zorgt voor een juiste
decodering, waar nodig. Deze functie neemt het
geluidsspoor zoals het is opgenomen/
gecodeerd, en presenteert het zonder enige
bijregeling, nagalm of effecten.
Bij aansluiten van een actieve lagetonen-
luidspreker
Als het inkomend geluidssignaal een 2-kanaals
stereo signaal is, of als de geluidsbron geen
geen afzonderlijk LFE lagetonenkanaal bevat,
genereert de tuner/versterker zelf een
laagfrequent signaal voor weergave door de
lagetonen-luidspreker.
Druk op de AUTO DEC toets.
De aanduiding “AUTO DECODING”
verschijnt in het uitleesvenster en de tuner/
versterker schakelt over naar de AUTO
DECODING weergavestand.
Tip
Meestal zal de AUTO DECODING weergavestand de
optimale decodering geven. Bij het afspelen van een
geluidsbron die gecodeerd is volgens het Dolby
Digital EX systeem, kan het echter wel eens beter zijn
om met de SURR BACK DECODING toets de
middenachter-decodeerfunctie te kiezen (zie blz. 39)
die u het best vindt passen bij de geluidsbron.
Weergave via alleen de
beide voorluidsprekers
(2CH STEREO)
In deze stand geeft de tuner/versterker alleen
geluid weer via de linker en rechter
voorluidsprekers. De lagetonen-luidspreker
geeft hierbij ook geen geluid weer.
Luisteren naar 2-kanaals
stereo geluidsbronnen (2CH
STEREO)
Bij standaard 2-kanaals stereo geluidsbronnen
wordt er helemaal geen akoestiekverwerking
toegepast, en meerkanaals-geluidsbronnen worden
samengemengd tot de gewone twee kanalen.
Druk op de 2CH STEREO toets.
De aanduiding “2CH STEREO” verschijnt in
het uitleesvenster en de tuner/versterker schakelt
over naar de 2CH STEREO weergavestand.
Opmerking
De lagetonen-luidspreker zal in de 2CH STEREO
weergavestand geen geluid geven. Als u 2-kanaals
stereo geluidsbronnen wilt beluisteren via de linker en
rechter voorluidsprekers en de lagetonen-luidspreker,
kiest u dan de AUTO DECODING weergavestand.
Luisteren naar zuivere analoge
weergave (ANALOG DIRECT)
U kunt de weergave van de gekozen
geluidsbron omschakelen naar tweekanaals
analoge weergave. Die weergavestand is bij
uitstek geschikt voor de beste kwaliteit analoge
geluidsbronnen. Zie tevens de beschrijving
onder “D.POWER” op blz. 47.
Tijdens het gebruik van deze weergavefunctie
kunt u alleen de geluidssterkte en de balans van
de voorluidsprekers bijregelen.
1 Draai aan de FUNCTION knop om in te
stellen op de geluidsbron die u zuivere
analoog weergegeven wilt horen.
2 Druk op de ANALOG DIRECT toets.
De aanduiding “ANALOG DIRECT” licht
op in het uitleesvenster en u hoort een
analoog geluidssignaal.
Opmerking
Deze functie wordt automatisch uitgeschakeld
wanneer u overschakelt naar een ander klankbeeld
(zie blz. 35–37).
Surround Sound akoestiek
35
NL
Keuze van een klankbeeld
U kunt genieten van een fraaie ruimtelijke
geluidsweergave door eenvoudigweg een van
de voorgeprogrammeerde klankbeelden te
kiezen die de tuner/versterker biedt. Zo kunt u
uw luisterkamer even indrukwekkend laten
klinken als een bioscoopzaal of een
concertzaal.
Repertoire van klankbeelden
NORMAL SURROUND (ruimtelijke akoestiek)
CINEMA STUDIO EX A DCS
CINEMA STUDIO EX B DCS
CINEMA STUDIO EX C DCS
MONO MOVIE (mono speelfilm)
STEREO MOVIE (stereo speelfilm)
D.CONCERT HALL A (concertzaal A)
D.CONCERT HALL B (concertzaal B)
CHURCH (grote kerkzaal)
OPERA HOUSE (operazaal)
JAZZ CLUB
DISCO/CLUB
LIVE CONCERT
ARENA (openlucht-auditorium)
STADIUM (stadion)
GAME (videospel)
Betreffende DCS (Digital Cinema
Sound)
De klankbeelden die gemarkeerd zijn met de
vermelding DCS zijn gebaseerd op DCS
technologie.
DCS is een algemene term voor de digitale
signaalverwerking voor thuistheater-akoestiek
die ontwikkeld is door Sony. Het DCS systeem
recreëert met een Digitale Signaal Processor
(DSP) de akoestische eigenschappen van een
echte filmmuziekstudio in Hollywood.
De DCS akoestiekfuncties leveren ook in uw
huiskamer een natuurgetrouwe weergave van
het complete filmgeluid met achtergrond,
dialoog en geluidseffecten, geheel volgens de
bedoeling van de regisseur, om volop mee te
leven met speelfilms bij u thuis.
Genieten van filmgeluid met
de CINEMA STUDIO EX
klankbeelden
CINEMA STUDIO EX is ideaal voor de
weergave van filmgeluid in een meerkanaals-
formaat, zoals bij DVD videodiscs e.d., met
ruimtelijke geluidseffecten. Hiermee kunt u
genieten van de diverse akoestische
eigenschappen van de Sony Pictures
Entertainment filmstudio’s in uw huiskamer.
Druk enkele malen op de CINEMA STUDIO
EX toets om in te stellen op het gewenste
CINEMA STUDIO EX klankbeeld.
Het gekozen CINEMA STUDIO EX
klankbeeld wordt in het uitleesvenster
aangegeven.
x CINEMA STUDIO EX A DCS
Reproduceert de karakteristieke klank van de
Sony Pictures Entertainment “Cary Grant
Theater” filmstudio. Een fraaie standaard
akoestiek, geschikt voor allerlei soorten
speelfilms.
x CINEMA STUDIO EX B DCS
Reproduceert de karakteristieke klank van de
Sony Pictures Entertainment “Kim Novak
Theater” filmstudio. Ideaal voor science-fiction
of actiefilms met veel speciale geluidseffecten.
x CINEMA STUDIO EX C DCS
Reproduceert de karakteristieke klank van de
Sony Pictures Entertainment filmorkest-
opnamestudio. Deze akoestiek is ideaal voor
musicals en klassieke films met veel
achtergrondmuziek.
wordt vervolgd
36
NL
Keuze van een klankbeeld (vervolg)
Opbouw van de CINEMA STUDIO EX
De CINEMA STUDIO EX techniek bestaat uit
de volgende drie componenten.
Virtuele multi-dimensie
Hiermee worden 5 stel virtuele luidsprekers
rondom de luisteraar gesimuleerd, op basis van
slechts een enkel paar werkelijke
achterluidsprekers.
Schermdiepte-simulering
Deze techniek laat de dialoog direct van de
personages op het scherm komen en het
achtergrondgeluid van rondom hen, binnenin
uw beeldscherm, net als in de bioscoop.
Speelfilm-akoestiek
Hiermee wordt de karakteristieke
geluidsweerkaatsing en diepe ruime klank van
een bioscoopzaal gesimuleerd.
CINEMA STUDIO EX geeft u de
geïntegreerde totaalklank van deze drie
effecten tegelijk.
Tips
•U kunt het gewenste CINEMA STUDIO EX
klankbeeld ook kiezen door enkele malen op de
MODE +/– toets te drukken.
Aan de verpakking kunt u zien met welk
akoestieksysteem het beeldmateriaal op een DVD
videodisc e.d. is opgenomen.
: Dolby Digital discs
: Dolby Surround discs
: DTS Digital Surround discs
Opmerkingen
De effecten die werken met virtuele luidsprekers
kunnen soms wat extra ruis in de weergave
veroorzaken.
Bij het luisteren naar klankbeelden die werken met
virtuele luidsprekers zult u geen geluid direct uit de
echte achterluidsprekers horen.
Keuze van de DIGITAL
CONCERT HALL
klankbeelden
Deze klankbeelden geven de akoestiek van een
concertzaal door meerdere luidsprekers te
simuleren en een ruimtelijk effect voor
geluidsbronnen met 2 kanalen, zoals gewone
compact discs e.d.
Druk enkele malen op de MODE +/–
keuzetoets om in te stellen op
“D.CONCERT HALL A (of B)”.
Het gekozen klankbeeld wordt in het
uitleesvenster aangegeven.
x D.CONCERT HALL A
Dit klankbeeld reproduceert met 3D
akoestiekverwerking de karakteristieke
klank van de grote zaal van het
CONCERTGEBOUW in Amsterdam, een
klassieke zaal die beroemd is om zijn fraaie
ruimtelijke akoestiek met heldere
geluidsweerkaatsing.
x D.CONCERT HALL B
Dit klankbeeld reproduceert met 3D
akoestiekverwerking de karakteristieke klank
van de klassieke Weense MUSIKVEREIN
concertzaal die befaamd is om zijn unieke
resonerende klank, rijke aan nagalm.
Surround Sound akoestiek
37
NL
Keuze van andere
klankbeelden
Druk enkele malen op de MODE +/–
keuzetoets om in te stellen op het
gewenste klankbeeld.
Het gekozen klankbeeld wordt in het
uitleesvenster aangegeven.
x NORMAL SURROUND akoestiek
Geluidsbronnen met meerkanaals Surround
Sound signalen worden net zo weergegeven als
ze zijn opgenomen. Dit klankbeeld biedt de
akoestiek van een kleine rechthoekige
concertzaal. Voor geluidsbronnen met
2-kanaals audiosignalen kunt u kiezen uit een
aantal decodeerfuncties, afhankelijk van de
gekozen 2CH MODE instelling (zie blz. 38).
x MONO MOVIE (mono speelfilm)
Creërt de akoestiek van een bioscoop bij
weergave van speelfilms met een mono
geluidsspoor.
x STEREO MOVIE (stereo speelfilm)
Creërt de akoestiek van een bioscoop bij
weergave van speelfilms met een stereo
geluidsspoor.
x CHURCH (kerkzaal)
Geeft de akoestiek van een stenen kerkgewelf.
x OPERA HOUSE (operazaal)
Geeft de akoestiek van een operazaal.
x JAZZ CLUB
Geeft de sfeer van een intieme jazz-club.
x DISCO/CLUB
Geeft de akoestiek van een discotheek/
dansclub.
x LIVE CONCERT
Geeft de akoestiek van een muziektheater met
300 zitplaatsen.
x ARENA (auditorium)
Geeft de akoestiek van een auditorium met
1.000 zitplaatsen.
x STADIUM (stadion)
Geeft de sfeer van een live-concert in een
openlucht-stadion.
x GAME (videospel)
Geeft de meest treffende geluids- en
akoestiekeffecten van videospelletjes.
Wanneer er een hoofdtelefoon is
aangesloten
Dan kunt u alleen kiezen uit de volgende
klankbeelden.
x HEADPHONE (2CH) klankbeeld
Druk op de AUTO DEC toets of de 2CH
STEREO toets.
Hierbij wordt het geluid gewoon in 2-kanaals
stereo weergegeven. Meerkanaals-geluid van
digitale geluidsbronnen met akoestiekeffecten
wordt samengemengd tot 2 kanalen.
x HEADPHONE (DIRECT) klankbeeld
Druk op de ANALOG DIRECT toets.
Dit zorgt voor weergave van analoge signalen
zonder enige digitale verwerking via de
grafiek-toonregeling, klankbeelden e.d.
x HEADPHONE (MULTI 1/MULTI 2)
klankbeeld
Druk op de MULTI CH DIRECT toets.
Dit dient voor weergave van analoge signalen
die binnenkomen via de MULTI CHANNEL
IN aansluitingen.
x HEADPHONE THEATER DCS
klankbeeld
Dit stelt u in staat de sfeer van een bioscoop te
horen bij het beluisteren van filmgeluid via de
hoofdtelefoon.
Uitschakelen van de
akoestiekeffecten
Druk op de AUTO DEC toets of de 2CH
STEREO toets.
wordt vervolgd
38
NL
Ruimtelijke weergave bij
zacht ingesteld geluid
(NIGHT MODE)
Hiermee kunt u ook ‘s avonds laat, bij zachte
weergave, nog steeds genieten van de
klankbeelden en geluidseffecten. Deze functie
is samen met de andere klankbeelden te
gebruiken.
Ook bij nachtelijke weergave van een speelfilm
e.d. met het geluid zacht gezet, zult u de
dialoog nog duidelijk kunnen horen.
Druk op de NIGHT MODE toets.
De aanduiding “NIGHT MODE” verschijnt in
het uitleesvenster en de tuner/versterker
schakelt over naar de NIGHT MODE
weergavestand.
Tip
Bij gebruik van deze functie worden de lage en hoge
tonen, BASS en TREBLE, en het EFFECT niveau
automatisch hoger ingesteld en wordt de “D.RANGE
COMP.” dynamiekcompressie op “MAX” ingesteld.
Opmerking
Deze functie is niet beschikbaar wanneer de
ANALOG DIRECT of MULTI CH DIRECT
weergave is ingeschakeld.
Genieten van Dolby Pro
Logic II en DTS Neo:6
weergave
(2CH MODE)
Met deze functie kunt u het type decodering
kiezen voor weergave van 2-kanaals
geluidsbronnen.
Deze tuner/versterker kan 2-kanaals geluid
omzetten in 5-kanaals weergave via Dolby Pro
Logic II, in 6-kanaals weergave met DTS Neo:6,
of in 4-kanaals weergave met de oorspronkelijke
Dolby Pro Logic. MPEG 2CH geluidsbronnen
zijn echter niet te decoderen met DTS Neo:6; die
worden weergegeven met slechts twee kanalen.
Druk enkele malen op de NORMAL SURR
(;PLII/NEO:6) toets om de gewenste
2-kanaals decodeerfunctie te kiezen.
De gekozen functie wordt in het uitleesvenster
aangegeven. Het klankbeeld wordt automatisch
overgeschakeld naar “NORMAL
SURROUND” (zie blz. 37).
2-kanaals decodeerfuncties
PRO LOGIC
Deze stand zorgt voor normale Pro Logic
decodering. Een geluidsbron die is opgenomen met
2 kanalen wordt gedecodeerd naar 4,1 kanalen.
PLII MOVIE
Voor Pro Logic II Filmgeluid-decodering. Deze
instelling is ideaal voor speelfilms met Dolby
Surround geluid. Bovendien kunt u met deze
functie het geluid ook horen in 5,1 kanalen bij
weergave van oude speelfilms of video’s met
later ingevoegd geluid.
PLII MUSIC
Deze stand zorgt voor speciale Pro Logic II
Muziek-decodering. Dit is ideaal voor de
weergave van normale stereo geluidsbronnen
zoals muziek-CD’s.
Neo: Cinema
Deze stand is voor DTS Neo:6 Filmgeluid-
decodering. Deze instelling is bij uitstek
geschikt voor speelfilms die zijn voorzien van
DTS Surround geluid.
Neo: Music
Deze stand zorgt versterker voor DTS Neo:6
Muziek-type decodering. Deze instelling is
optimaal geschikt voor normale stereo
geluidsbronnen zoals muziek-CD’s.
Keuze van een klankbeeld (vervolg)
Surround Sound akoestiek
39
NL
Tips
Wanneer u voor de tweekanaals decodering de
stand “PLII MUSIC” hebt gekozen, kunt u nog
verdere instellingen maken met de parameters
“CENTER WIDTH” voor breedte van het
middenkanaal, “DIMENSION” voor het verschil
tussen de voor- en achterkanalen, en
“PANORAMA” voor extra-brede weergave, via het
SURROUND menu (zie blz. 53).
•U kunt de 2-kanaals decodeerfunctie kiezen via het
onderdeel “2CH MODE” in het CUSTOMIZE men
(zie blz. 47).
Keuze van de
middenachter-
decodeerfunctie
(SB DECODING)
Hiermee kunt u de decodeerfunctie kiezen voor
de middenachterkanalen van een meerkanaals-
ingangssignaal.
Door het decoderen van het
middenachterluidspreker-signaal van speelfilms
op DVD-discs (enz.) die zijn opgenomen in een
van de Surround EX formaten*, verkrijgt u een
optimaal akoestiekeffect achterin, zoals
bedoeld door de makers van de film.
* Dolby Digital EX, DTS-ES Matrix 6.1, DTS-ES
Discrete 6.1, enz.
Druk enkele malen op de SURR BACK
DECODING toets om in te stellen op de
gewenste middenachter-decodeerfunctie.
De aanduiding “SB DECODING XXXX”
verschijnt in het uitleesvenster.
Wanneer de tuner/versterker bezig is met
decoderen van het middenachterluidspreker-
signaal, licht de aanduiding “SB DEC” op.
Middenachterkanaal-
decodeerfuncties
AUTO
MATRIX
OFF (uitgeschakeld)
Nadere aanwijzingen vindt u onder “Hoe een
middenachter-decodeerfunctie te kiezen” op de
volgende pagina.
Tip
U kunt de middenachter-decodeerfunctie ook kiezen
via het onderdeel “SB DECODING” in het
CUSTOMIZE menu (zie blz. 47).
Opmerking
U kunt geen middenachter-decodeerfunctie kiezen
tijdens gebruik van de 2CH STEREO (zie blz. 34), de
ANALOG DIRECT (zie blz. 34) of de MULTI CH
DIRECT weergave (zie blz. 26) of wanneer er een
hoofdtelefoon is aangesloten.
wordt vervolgd
40
NL
Keuze van de middenachter-decodeerfunctie (vervolg)
Hoe een middenachter-decodeerfunctie te kiezen
U kunt uw keuze voor een middenachter-decodeerfunctie baseren op het inkomend geluidssignaal.
Bij keuze van de “AUTO” stand
Wanneer het ingangssignaal een 6,1-kanaals vlagsignaal*
1
bevat, wordt aan de hand daarvan de juiste
decodeerfunctie toegepast voor decodering van het middenachterluidspreker-signaal.
Voor een DTS-ES Matrix 6.1 geluidsbron wordt de DTS Matrix decodeerfunctie toegepast.
Voor een DTS-ES Discrete 6.1 geluidsbron wordt de DTS Discrete decodeerfunctie toegepast.
Ingangssignaal Weergavekanalen Toegepaste middenachter-decodeerfunctie
Dolby Digital 5.1 5.1*
5
DTS 5.1 5.1*
5
Dolby Digital EX*
2
6.1*
5
Matrix decodeerfunctie geschikt voor Dolby Digital EX
DTS-ES Matrix 6.1*
3
6.1*
5
DTS Matrix decodeerfunctie
DTS-ES Discrete 6.1*
4
6.1*
5
DTS Discrete decodeerfunctie
Bij keuze van de “MATRIX” stand
De Dolby Digital EX decodeerfunctie wordt toegepast voor het decoderen van het
middenachterluidspreker-signaal, ongeacht het 6,1-kanaals vlagsignaal*
1
van de ingangssignalen.
Deze decodeerfunctie voldoet aan de normen van Dolby Digital EX en werkt net zo als de
decodeerfuncties die daadwerkelijk in de bioscoop worden gebruikt. Deze decodeerfunctie is ook te
gebruiken voor alle Surround EX formaten (Dolby Digital EX, DTS-ES Matrix 6.1, DTS-ES
Discrete 6.1).
Ingangssignaal Weergavekanalen Toegepaste middenachter-decodeerfunctie
Dolby Digital 5.1 6.1*
5
Matrix decodeerfunctie geschikt voor Dolby Digital EX
Dolby Digital EX 6.1*
5
Matrix decodeerfunctie geschikt voor Dolby Digital EX
DTS 5.1 6.1*
5
Matrix decodeerfunctie geschikt voor Dolby Digital EX
DTS-ES Matrix 6.1*
3
6.1*
5
Matrix decodeerfunctie geschikt voor Dolby Digital EX
DTS-ES Discrete 6.1*
4
6.1*
5
Matrix decodeerfunctie geschikt voor Dolby Digital EX
Bij keuze van de “OFF” uit-stand
Dan wordt er geen middenachterkanaal-decodering toegepast.
*
1
Het 6,1-kanaals decodeer-vlagsignaal is een decoderingsinstructiesignaal dat is opgenomen in geluidsbronnen
zoals DVD-discs e.d.
*
2
Dit is het signaal van een Dolby Digital DVD met een Surround EX vlagsignaal. Op de Dolby Corporation
webpagina kunt u zien hoe dergelijke Surround EX speelfilms te onderscheiden zijn.
*
3
Dit is beeld/geluidsmateriaal met een vlagsignaal om aan te geven dat het zowel Surround EX als 5,1-kanaals
signalen bevat.
*
4
Dit is beeld/geluidsmateriaal met zowel 5,1-kanaals signalen als een extra signaal om die gegevens in 6,1
afzonderlijke kanalen om te zetten. De discrete 6,1 kanalen zijn specifiek voor DVD, niet dezelfde als gebruikt
in de bioscoop.
*
5
Wanneer er twee middenachterluidsprekers zijn aangesloten, wordt het totaalgeluid weergegeven via 7,1
kanalen.
Uitgebreide extra instellingen
41
NL
Uitgebreide extra instellingen
Audio-ingangen toewijzen
(AUDIO SPLIT)
U kunt aan de beschikbare geluidsbron-
weergavestanden van de tuner/versterker ook
andere audio-ingangssignalen toewijzen. Dit kan
bijvoorbeeld handig zijn in het volgende geval.
(Bijvoorbeeld:) Als u beschikt over twee
DVD-spelers, maar er is geen digitale
audio-ingangsaansluiting beschikbaar
voor de tweede DVD-speler.
Sluit dan uw eerste DVD-speler aan op de
DVD/LD COAXIAL IN aansluiting en verbind
de tweede DVD-speler met de DVD/LD
OPTICAL IN aansluiting.
Daarnaast verbindt u de analoge audio/video-
uitgangen van de tweede DVD-speler met de
VIDEO 2 INPUT ingangsaansluitingen van de
tuner/versterker.
Vervolgens wijst u “DIGITAL ONLY COAXIAL”
toe aan de DVD/LD geluidsbron-weergavestand en
en u wijst “DVD/LD (OPTICAL)” toe aan de
VIDEO 2 geluidsbron-weergavestand.
1 Draai aan de FUNCTION knop om in te
stellen op de geluidsbron-
weergavestand waaraan u een ander
audio-ingangssignaal wilt toewijzen.
2 Druk op de AUDIO SPLIT toets.
3 Draai aan de FUNCTION knop om de
betreffende audio-ingang te kiezen.
Welke audio-ingang u kunt toewijzen,
verschilt per geluidsbron. Zie voor nadere
bijzonderheden het volgende overzicht
“Audio-ingangen die u kunt toewijzen aan
de diverse geluidsbron-weergavestanden”.
Stel in op “NO ASSIGN” als u geen audio-
ingangen wilt toewijzen aan de gekozen
geluidsbron-weergavestand.
4 Druk weer op de AUDIO SPLIT toets.
De gekozen audio-ingang wordt dan
toegewezen aan de geluidsbron-weergavestand
die u hebt gekozen in stap 1. Als u echter de
AUDIO SPLIT toets niet binnen 8 seconden
indrukt, zal de tuner/versterker automatisch de
audio-ingang toewijzen die in het
uitleesvenster wordt aangegeven.
Audio-ingangen die u kunt toewijzen
aan de diverse geluidsbron-
weergavestanden
DVD/LD, CD/SACD geluidsbron-weergavestand
NO ASSIGN t DIGITAL: ONLY COAX t
DIGITAL: ONLY OPT t ONLY ANALOG INPUT
TV/SAT, MD/DAT geluidsbron-weergavestand
NO ASSIGN t DVD/LD (COAXIAL) t
CD/SACD (COAXIAL) t ONLY ANALOG
INPUT
PHONO geluidsbron-weergavestand
NO ASSIGN t VIDEO 1 t VIDEO 2 t
VIDEO 3 t DVD/LD (ANALOG) t
TV/SAT (ANALOG) t TAPE t MD/DAT
(ANALOG) t CD/SACD (ANALOG)
Alle andere analoge geluidsbron-standen
NO ASSIGN t DVD/LD (COAXIAL) t
DVD/LD (OPTICAL) t TV/SAT (OPTICAL) t
MD/DAT (OPTICAL) t CD/SACD (COAXIAL)
t CD/SACD (OPTICAL)
Tips
Zodra u instelt op een geluidsbron-weergavestand
waarvoor een bepaalde audio-ingang is toegewezen,
gaat het lampje van de AUDIO SPLIT toets
branden.
•U kunt ook een audio-ingang voor toewijzing met
deze functie kiezen via de INPUT MODE instelling
(zie blz. 42).
Opmerkingen
De AUDIO SPLIT toewijzing is niet beschikbaar
tijdens gebruik van de ANALOG DIRECT of
MULTI CH DIRECT weergave.
•U kunt geen audio-ingang toewijzen aan de TUNER
weergavestand.
42
NL
Wanneer er meerkanaals audio-
ingangen zijn toegewezen aan een
specifieke geluidsbron-
weergavestand (zie blz. 47)
Dan verschijnen de volgende aanduidingen in
plaats van “AUTO 2CH” en “ANALOG 2CH
FIXED”.
AUTO MULTI CH 1
AUTO MULTI CH 2
Deze stand geeft voorrang aan de audio-
ingangssignalen die binnenkomen via de
MULTI CHANNEL IN 1 of MULTI
CHANNEL IN 2 aansluitingen, wanneer er
geen digitale audiosignalen zijn.
MULTI CH 1 FIXED
MULTI CH 2 FIXED
Deze stand kiest de digitale audiosignalen die
binnenkomen via de MULTI CHANNEL IN 1
of MULTI CHANNEL IN 2 aansluitingen.
Omschakelen van de
audio-ingangsstand voor
digitale componenten
(INPUT MODE)
Voor geluidsbronnen met digitale aansluitingen
kunt u een andere audio-ingangsstand kiezen.
U kunt ook de COAXIAL of OPTICAL audio-
ingangsstand kiezen voor andere
geluidsbronnen, via de AUDIO SPLIT
toewijzing (zie blz. 41).
1 Draai aan de FUNCTION knop om in te
stellen op de geluidsbron-
weergavestand waarvoor u de audio-
ingangsstand wilt omschakelen.
2 Druk enkele malen op de INPUT MODE
toets om de gewenste audio-
ingangsstand te kiezen.
De gekozen audio-ingangsstand wordt in
het uitleesvenster aangegeven.
Audio-ingangsstanden
AUTO 2CH
Deze stand geeft voorrang aan de audio-
ingangssignalen die binnenkomen via de
AUDIO IN (L/R) aansluitingen, wanneer er
geen digitale audiosignalen zijn.
COAXIAL FIXED
Deze stand kiest de digitale audiosignalen die
binnenkomen via de DIGITAL COAXIAL
ingangsaansluitingen.
OPTICAL FIXED
Deze stand kiest de digitale audiosignalen die
binnenkomen via de DIGITAL OPTICAL
ingangsaansluitingen.
ANALOG 2CH FIXED
Deze stand kiest de digitale audiosignalen die
binnenkomen via de AUDIO IN (L/R)
aansluitingen.
Uitgebreide extra instellingen
43
NL
Klankbeelden naar eigen
inzicht aanpassen
Met behulp van het SURROUND menu voor
de akoestiekeffecten en het LEVEL menu voor
de geluidssterkte, kunt u de diverse
klankbeelden aanpassen aan uw eigen smaak en
uw luisteromgeving.
Betreffende de aangegeven
instelmogelijkheden
Welke onderdelen u in elk menu kunt
aanpassen, varieert voor de verschillende
klankbeelden. Bepaalde instelparameters zullen
slechts vaag of grijs worden aangegeven. Dan
is een dergelijke parameter voor dat klankbeeld
vast ingesteld en niet te wijzigen of helemaal
niet van toepassing.
Aanpassingen via het
SURROUND akoestiekmenu
U kunt de akoestiekeffecten voor een gekozen
klankbeeld naar wens aanpassen. De
aanpassingen die u maakt worden voor elk
klankbeeld afzonderlijk vastgelegd.
1 Start de weergave van een geluidsbron
met meerkanaals-akoestiekeffecten
(een DVD videodisc e.d.).
2 Druk op de SURROUND toets.
Het lampje in de SURROUND toets licht op
en de aanduiding “<<<SURROUND>>>”
verschijnt in het uitleesvenster.
3 Druk op de cursortoets ( of ) om
een parameter te kiezen.
Zie voor nadere bijzonderheden de
beschrijving van de “Parameters van het
SURROUND menu” hieronder.
4 Let op de klank van het weergegeven
geluid en draai aan de instelknop om
de gekozen parameter naar wens bij te
regelen.
5 Herhaal de stappen 3 en 4 als u nog
andere parameters wilt bijregelen.
Parameters van het SURROUND
menu
x EFFECT LEVEL XXX %
(Effectniveau)
Oorspronkelijke instelling: 100 %
Hoe hoger de gekozen waarde, des te meer nadruk
krijgt het akoestiekeffect. U kunt deze waarde
aanpassen van 0 % tot 150 % in stapjes van 5 %.
x BASS GAIN XXX.X dB
(Basversterking van de equalizer-
toonregeling)
Oorspronkelijke instelling: 0 dB
In tegenstelling tot de grafiek-toonregeling van het
EQ equalizer-menu (waarmee u de totale klank van
elke luidspreker kunt bijregelen), maakt deze
parameter het mogelijk de sterkte van de lage tonen
voor elk klankbeeld afzonderlijk bij te regelen.
Hiermee kunt u de lage tonen bijregelen van –10 dB
tot +10 dB, in stapjes van 0,5 dB.
x TREBLE GAIN XXX.X dB
(Hogetonenversterking van de equalizer-
toonregeling)
Oorspronkelijke instelling: 0 dB
In tegenstelling tot de grafiek-toonregeling van het
EQ equalizer-menu (waarmee u de totale klank van
elke luidspreker kunt bijregelen), maakt deze
parameter het mogelijk de sterkte van de hoge tonen
voor elk klankbeeld afzonderlijk bij te regelen.
Hiermee kunt u de hoge tonen bijregelen van –10 dB
tot +10 dB, in stapjes van 0,5 dB.
Voor geavanceerde SURROUND
menu-instellingen
Open het CUSTOMIZE menu en zet het
onderdeel “MENU EXPAND” op “ON”, om
toegang te krijgen tot extra parameters.
Bijzonderheden over het onderdeel “MENU
EXPAND” vindt u op blz. 47.
Nadere aanwijzingen voor het instellen van de
diverse parameters vindt u op blz. 52.
wordt vervolgd
44
NL
Aanpassingen via het LEVEL
geluidssterkte-menu
U kunt de balans en de geluidssterkte van elke
luidspreker afzonderlijk aanpassen. De
aanpassingen die u maakt worden voor elk
klankbeeld afzonderlijk vastgelegd.
1 Start de weergave van een geluidsbron
met meerkanaals-akoestiekeffecten
(een DVD videodisc e.d.).
2 Druk op de LEVEL toets.
Het lampje in de LEVEL toets licht op en
de aanduiding “<<<LEVEL>>>” verschijnt
in het uitleesvenster.
3 Druk op de cursortoets ( of ) om
een parameter te kiezen.
Zie voor nadere bijzonderheden de
beschrijving van de “Parameters van het
LEVEL menu” hieronder.
4
Let op de klank van het weergegeven geluid
en draai aan de instelknop om de gekozen
parameter naar wens bij te regelen.
5 Herhaal de stappen 3 en 4 als u nog
andere parameters wilt bijregelen.
Parameters van het LEVEL menu
Afhankelijk van de keuze voor de “T.TONE”
parameter in het CUSTOMIZE menu, verschijnt er
slechts één van de parameters “TEST TONE”,
“PHASE NOISE”, of “PHASE AUDIO” (zie blz. 48).
x TEST TONE (Testtoon)
Oorspronkelijke instelling: OFF
Hiermee kunt u een testtoon door elk van de
luidsprekers achtereenvolgens laten weergeven.
Wanneer u de stand “AUTO” kiest, wordt de testtoon
automatisch door elk van de luidsprekers weergegeven.
In de stand “FIX” kunt u kiezen door welke
luidspreker(s) de testtoon moet worden weergegeven.
x PHASE NOISE (Testtoon-fasetest)
Oorspronkelijke instelling: OFF
Hiermee kunt u de testtoon laten weergeven door
twee aangrenzende luidsprekers beurtelings.
x PHASE AUDIO (Audio-fasetest)
Oorspronkelijke instelling: OFF
Hiermee kunt u een gewone geluidsbron (in plaats
van de testtoon) laten weergeven door twee
aangrenzende luidsprekers beurtelings.
x
FRONT (Balans van de voorluidsprekers)
Oorspronkelijke instelling: midden (0)
Hiermee kunt u de balans van de linker en rechter
voorluidsprekers instellen. Deze kunt u bijregelen van
–8 dB tot +8 dB, in stapjes van 0,5 dB.
Klankbeelden naar eigen inzicht
aanpassen (vervolg)
x CENTER XXX.X dB
(Geluidssterkte van de middenluidspreker)
x SURROUND L XXX.X dB
(Geluidssterkte van de linker achterluidspreker)
x SURROUND R XXX.X dB
(Geluidssterkte van de rechter achterluidspreker)
x SURR BACK XXX.X dB
(Geluidssterkte van de middenachterluidspreker)
*
1
x SURR BACK L XXX.X dB
(Geluidssterkte van de linker middenachterluidspreker)
*
2
x SURR BACK R XXX.X dB
(Geluidssterkte van de rechter middenachterluidspreker)*
2
Oorspronkelijke instelling: 0 dB
Hiermee kunt u de geluidssterkte bijregelen van
–20 dB tot +10 dB, in stapjes van 0,5 dB.
x S.WOOFER XXX.X dB
(Geluidssterkte van de lagetonen-luidspreker)
Oorspronkelijke instelling: 0 dB
Hiermee kunt u de geluidssterkte bijregelen van
–20 dB tot +10 dB, in stapjes van 0,5 dB.
x MULTI CH 1 SW XXX dB
(Geluidssterkte van de lagetonen-
luidspreker bij meerkanaals-weergave 1)
x MULTI CH 2 SW XXX dB
(Geluidssterkte van de lagetonen-
luidspreker bij meerkanaals-weergave 2)
Oorspronkelijke instelling: 0 dB
Hiermee kunt u de geluidssterkte van het MULTI CHANNEL
IN 1/MULTI CHANNEL IN 2 lagetonen-ingangskanaal met
+10 dB verhogen. Deze extra versterking kan nodig zijn
wanneer u een DVD-videospeler hebt aangesloten op de
MULTI CHANNEL IN 1/MULTI CHANNEL IN 2 ingangen.
Het lagetonenniveau van een DVD-speler ligt namelijk 10 dB
lager dan dat van een Super Audio CD-speler.
*
1
Deze verschijnt alleen als het onderdeel “SURR
BACK L/R” is ingesteld op “NO” voor één enkele
middenachterluidspreker (zie blz. 21).
*
2
Deze verschijnt alleen als het onderdeel “SURR
BACK L/R” is ingesteld op “YES” voor twee
afzonderlijke middenachterluidsprekers (zie blz. 21).
Opmerking
Wanneer een van de volgende klankbeelden is gekozen, zal de
lagetonen-luidspreker geen geluid weergeven als er voor alle
luidsprekers het formaat “LARGE” is gekozen in het SET UP
menu. De lagetonen-luidspreker zal echter wel geluid geven
wanneer er een digitaal ingangssignaal met speciale LFE
(LaagFrequentEffect) signalen wordt weergegeven of als er voor de
voorluidsprekers, de middenluidspreker, de achter- of
middenachterluidsprekers de stand “SMALL” is gekozen.
D.CONCERT HALL A/B (concertzaal A/B)
CHURCH (kerkzaal)
OPERA HOUSE (operazaal)
JAZZ CLUB
LIVE CONCERT
ARENA (openlucht-auditorium)
STADIUM (stadion)
Uitgebreide extra instellingen
45
NL
Voor geavanceerde LEVEL menu-
instellingen
Open het CUSTOMIZE menu en zet het
onderdeel “MENU EXPAND” op “ON”, om
toegang te krijgen tot extra parameters.
Bijzonderheden over het onderdeel “MENU
EXPAND” vindt u op blz. 47.
Nadere aanwijzingen voor het instellen van de
diverse parameters vindt u op blz. 54.
Klankbeelden terugstellen
op de oorspronkelijke
fabrieksinstellingen
1 Druk op de ?/1 schakelaar om de
stroom uit te schakelen.
2 Houd de MODE + toets ingedrukt en
druk weer op de ?/1 schakelaar.
De aanduiding “S.F Initialize” verschijnt in
het uitleesvenster en alle klankbeelden
worden teruggesteld op de oorspronkelijke
fabrieksinstellingen.
Bijregelen van de
equalizer-toonregeling
U kunt de klankkleur (van lage, midden- en
hoge tonen) voor elke luidspreker bijregelen
via het EQ menu.
In het “equalizer bank” geheugen kunt u tot vijf
verschillende equalizer-instellingen (EQ [1]–
[5]) vastleggen, die u vervolgens onmiddellijk
kunt oproepen met een druk op de EQ BANK
toets.
1 Start de weergave van een geluidsbron
met meerkanaals-akoestiekeffecten
(een DVD videodisc e.d.).
2 Druk enkele malen op de EQ BANK
toets om in te stellen op een van de
equalizer-klankbeelden (EQ [1]–[5]) om
bij te regelen.
3 Druk op de EQ toets.
Het lampje in de EQ toets licht op en de
aanduiding “<<<EQUALIZER>>>”
verschijnt in het uitleesvenster.
4 Druk op de cursortoets ( of ) om
een parameter te kiezen.
Zie voor nadere bijzonderheden de
beschrijving van de “Parameters van het EQ
menu” hieronder.
5 Let op de klank van het weergegeven
geluid en draai aan de instelknop om
de gekozen parameter naar wens bij te
regelen.
6 Herhaal de stappen 4 en 5 als u nog
andere parameters wilt bijregelen.
Geluidssterkte
(in dB)
Frequentie
(in Hz)
Frequentie
(in Hz)
Frequentie
(in Hz)
Lage tonen
Middentonen Hoge tonen
wordt vervolgd
46
NL
Parameters van het EQ menu
x FRONT BASS XXX.X dB
(Lagetonen-niveau van de
voorluidsprekers)
x FRONT MID XXX.X dB
(Middentonen-niveau van de
voorluidsprekers)
x FRONT TREBLE XXX.X dB
(Hogetonen-niveau van de
voorluidsprekers)
x CENTER BASS XXX.X dB
(Lagetonen-niveau van de
middenluidspreker)
x CENTER MID XXX.X dB
(Middentonen-niveau van de
middenluidspreker)
x CENTER TREBLE XXX.X dB
(Hogetonen-niveau van de
middenluidspreker)
x SURROUND BASS XXX.X dB
(Lagetonen-niveau van de
achterluidsprekers)
x SURROUND TRE. XXX.X dB
(Hogetonen-niveau van de
achterluidsprekers)
x SUR.BACK BASS XXX.X dB
(Lagetonen-niveau van de
middenachterluidspreker(s))
x SUR.BACK TRE. XXX.X dB
(Hogetonen-niveau van de
middenachterluidspreker(s))
Oorspronkelijke instelling: 0 dB
Hiermee kunt u de geluidssterkte bijregelen van
–10 dB tot +10 dB, in stapjes van 0,5 dB.
Bijregelen van de equalizer-
toonregeling (vervolg)
Inschakelen van een vastgelegd
bijregelpatroon
Druk enkele malen op de EQ BANK toets om
het gewenste equalizer-klankbeeld (EQ [1]–[5])
uit het geheugen te kiezen.
Stel in op “EQ [OFF]” om de klankbijregeling
uit te schakelen.
Wissen van een vastgelegd
bijregelpatroon
1 Druk enkele malen op de EQ BANK toets
om in te stellen op het equalizer-klankbeeld
(EQ [1]–[5]) dat u wilt wissen.
2 Druk op de EQ toets.
3 Druk op de cursortoets ( of ) om in te
stellen op “PRESET CLEAR”.
4 Draai aan de instelknop, stil in op “YES” en
druk dan op de ENTER toets.
Ter bevestiging verschijnt er “Are you
sure?” in het uitleesvenster.
5 Draai aan de instelknop, stil in op “YES” en
druk dan op de ENTER toets.
De instellingen van het vastgelegde
bijregelpatroon worden dan uit het geheugen
gewist.
Voor geavanceerde EQ menu-
instellingen
Open het CUSTOMIZE menu en zet het
onderdeel “MENU EXPAND” op “ON”, om
toegang te krijgen tot extra parameters.
Bijzonderheden over het onderdeel “MENU
EXPAND” vindt u op blz. 47.
Nadere aanwijzingen voor het instellen van de
diverse parameters vindt u op blz. 55.
Uitgebreide extra instellingen
47
NL
Geavanceerde instellingen
Gebruik van het CUSTOMIZE
menu om de tuner/versterker
precies in te stellen
U kunt diverse instellingen van de tuner/
versterker via het CUSTOMIZE menu naar
wens aanpassen.
1 Druk op de CUSTOMIZE toets.
Het lampje in de CUSTOMIZE toets licht op
en de aanduiding “<<<CUSTOMIZE>>>”
verschijnt in het uitleesvenster.
2 Druk op de cursortoets ( of ) om
een parameter te kiezen.
Zie voor nadere bijzonderheden de
beschrijving van de “Parameters van het
CUSTOMIZE menu” hieronder.
3 Draai aan de instelknop om de gekozen
parameter naar wens bij te regelen.
4 Herhaal de stappen 2 en 3 als u nog
andere parameters wilt bijregelen.
Parameters van het CUSTOMIZE
menu
De oorspronkelijke instelling is onderstreept
aangegeven.
x MENU EXPAND (Extra menu-instellingen
tonen)
•ON
Hiermee tonen de SET UP, SURROUND, LEVEL
en EQ menu’s een aantal extra parameters, die u
desgewenst kunt bijregelen.
Nadere bijzonderheden over de extra parameters
vindt u op blz. 19, 43–45 en de volgende pagina’s.
OFF
Hiermee worden er geen extra parameters getoond.
x dts 96/24DEC.
(DTS 96/24 decodeerfunctie)
AUTO
Wanneer er nu een DTS 96/24 signaal binnenkomt,
wordt het weergegeven volgens een
bemonsteringsfrequentie van 96 kHz.
OFF
Wanneer er nu een DTS 96/24 signaal binnenkomt,
wordt het weergegeven volgens een
bemonsteringsfrequentie van 48 kHz.
Opmerking
Deze parameter geldt alleen in de AUTO
DECODING stand (zie blz. 34). Bij de andere
klankbeelden staat deze parameter altijd “OFF”
(UIT).
x 2CH MODE
(2-kanaals decodeerfunctie)
Met de NORMAL SURR (;PLII/NEO:6) toets kunt
u de gewenste 2-kanaals decodeerfunctie kiezen (zie
blz. 38).
Deze parameter kunt u alleen kiezen wanneer er is
gekozen voor NORMAL SURROUND of AUTO
DECODING*. Bij de Cinema Studio EX
klankbeelden staat deze parameter altijd ingesteld op
“PRO LOGIC”, een stand die niet te veranderen is.
Nadere bijzonderheden over de diverse
decodeerfuncties vindt u op blz. 38.
* De gekozen decodeerfunctie werkt alleen wanneer
er een Dolby Digital [Lt/Rt] signaal binnenkomt.
PRO LOGIC
PLII MOVIE
PLII MUSIC
Neo: Cinema
Neo: Music
x SB DECODING
(Middenachter-decodeerfunctie)
Via het CUSTOMIZE menu kunt u instellen op de
gewenste middenachter-decodeerfunctie (zie blz. 39).
Nadere bijzonderheden over de diverse
decodeerfuncties vindt u op blz. 39.
AUTO
MATRIX
OFF (UIT)
x MULTI CH 1
(Toewijzing van de meerkanaals-ingangen 1)
x MULTI CH 2
(Toewijzing van de meerkanaals-ingangen 2)
Oorspronkelijke instelling: NONE (geen toewijzing)
Hiermee kunt u de audiosignalen die binnenkomen
via de MULTI CHANNEL IN (1 of 2)
ingangsaansluitingen toewijzen aan elke geluidsbron-
weergavestand, behalve aan TUNER en PHONO
voor een platenspeler.
U kunt “MULTI CH 1” en “MULTI CH 2” niet
allebei toewijzen aan dezelfde geluidsbron-
weergavestand.
x D.POWER (Stroomvoorziening van de
digitale circuits)
AUTO OFF (automatisch uitschakelend)
Hierbij wordt de stroomvoorziening van de digitale
circuits automatisch uitgeschakeld zodra u instelt op
weergave van analoge geluidssignalen via de
ANALOG DIRECT of MULTI CH DIRECT
functie. Dan kunt u genieten van de zuiverste
analoge muziekweergave zonder enige invloed van
de digitale circuits.
ALWAYS ON (altijd ingeschakeld)
Hierbij blijven de digitale circuits altijd
ingeschakeld. Kies deze stand als u bij de “AUTO
OFF” stand gehinderd wordt door de vertraging die
optreedt bij het inschakelen van de digitale circuits,
e.d.
wordt vervolgd
48
NL
x V.POWER (Stroomvoorziening van de
videocircuits)
AUTO OFF (automatisch uitschakelend)
Hierbij wordt de stroomvoorziening van de
videocircuits automatisch uitgeschakeld zodra ze
niet meer nodig zijn. Dan kunt u genieten van de
zuiverste analoge muziekweergave zonder enige
invloed van de videocircuits.
ALWAYS ON (altijd ingeschakeld)
Hierbij blijven de videocircuits altijd ingeschakeld.
Afhankelijk van de gebruikte videomonitor kan er
wel eens storing optreden of vervorming in de
beeldweergave wanneer de videocircuits tussentijds
worden ingeschakeld. In dat geval kunt u beter de
“ALWAYS ON” stand gebruiken.
x S.FIELD LINK (Automatische
klankbeeldkeuze)
ON (AAN)
Hiermee kunt u het laatst gekozen klankbeeld voor
een bepaalde geluidsbron automatisch weer laten
toepassen, de volgende keer dat u die geluidsbron
weergeeft. Als u bijvoorbeeld het STADIUM
klankbeeld kiest voor weergave van een CD/SACD
en dan overschakelt naar een andere geluidsbron,
zal bij het terugkeren naar de CD/SACD
geluidsbron weer automatisch het STADIUM
klankbeeld gelden.
OFF (UIT)
Hierbij wordt niet automatisch weer hetzelfde
klankbeeld gekozen.
x DECODE FORMAT
(Decodeerformaat voor digitale
ingangssignalen)
Hiermee kiest u het soort decodering dat moet worden
toegepast op de signalen die binnenkomen via de
DIGITAL IN audio-ingangen.
AUTO
Hierbij kan er automatisch worden overgeschakeld
tussen DTS, Dolby Digital, PCM en MPEG2
decodering.
PCM
Hierbij worden alle doorkomende signalen verwerkt
als PCM signalen. Wanneer er Dolby Digital, DTS
of MPEG (enz.) signalen binnenkomen, zal er geen
geluid worden weergegeven. Als zich in de
“AUTO” stand het probleem voordoet dat de
weergave via de digitale audio-ingangen (van een
CD e.d.) wordt onderbroken wanneer het afspelen
begint, schakelt u dan over naar de “PCM” stand.
Geavanceerde instellingen (vervolg)
x AUTO FUNCTION
(“Control A1: Function link” automatische
geluidsbron-keuze)
ON (AAN)
Hiermee kunt u de tuner/versterker automatisch
laten instellen op de juiste geluidsbron voor een
ander Sony apparaat dat is aangesloten via
CONTROL A1 snoeren (zie blz. 60) zodra het
afspelen van die geluidsbron wordt ingeschakeld.
OFF (UIT)
In deze stand zal de automatische geluidsbron-
keuze niet werken.
x 2 WAY REMOTE
(Tweeweg-afstandsbedieningssysteem)
ON (AAN)
In deze stand is het tweeweg-
afstandsbedieningssysteem ingeschakeld.
Gewoonlijk kunt u deze “ON” stand aanhouden.
OFF (UIT)
Om het tweeweg-afstandsbedieningssysteem uit te
schakelen. Als u deze tuner/versterker samen wilt
opstellen met andere componenten die ook geschikt
zijn voor het tweeweg-afstandsbedieningssysteem,
dient u van tevoren te kiezen voor welk apparaat u
het tweeweg-afstandsbedieningssysteem wilt
gebruiken. Dan zet u het tweeweg-
afstandsbedieningssysteem bij dat apparaat in de
“ON” stand. Bij alle andere geschikte apparaten zet
u het tweeweg-afstandsbedieningssysteem in de
“OFF” stand.
x T.TONE (Testtoon-weergavestand)
Hiermee kiest u de weergavestand voor de
luidspreker-testtoon (zie blz. 24).
NORMAL (Alle luidsprekers)
In deze stand wordt de testtoon automatisch door
elk van de luidsprekers weergegeven.
PHASE NOISE (Testtoon-fasetest)
Hiermee kunt u de testtoon laten weergeven door
twee aangrenzende luidsprekers beurtelings.
PHASE AUDIO (Audio-fasetest)
Hiermee kunt u een gewone geluidsbron, in plaats
van de testtoon, laten weergeven door twee
aangrenzende luidsprekers beurtelings.
Uitgebreide extra instellingen
49
NL
x COLOR SYSTEM
(Kleursysteem voor de
beeldschermweergave)
(Alleen de modellen met landcode CEL)
Hiermee kiest u het kleursysteem.
NTSC
PAL
x OSD COLOR
(Kleur van de aanduidingen op het
scherm)
Kies hiermee of u de aanduidingen op het
beeldscherm in kleur, dan wel in zwart-wit wilt zien.
COLOR (kleur)
De aanduidingen verschijnen in kleur op het
scherm.
MONOCHROME (zwart-wit)
De aanduidingen verschijnen in zwart-wit op het
scherm.
x OSD H.POSITION
(Horizontale plaats van de aanduidingen
op het scherm)
Oorspronkelijke stand: 4
Hiermee kunt u de horizontale plaats kiezen voor de
aanduidingen op het scherm. U kunt hiervoor een
waarde van 0 tot 64 kiezen.
x OSD V.POSITION
(Verticale plaats van de aanduidingen op
het scherm)
Oorspronkelijke stand: 4
Hiermee kunt u de verticale plaats kiezen voor de
aanduidingen op het scherm. U kunt hiervoor een
waarde van 0 tot 32 kiezen.
x COMMAND MODE (Bedieningsstand van
de afstandsbediening)
Hiermee kunt u de bedieningsstand van de
afstandsbediening omschakelen. Dit is nuttig wanneer
u twee identieke apparaten in dezelfde kamer
gebruikt; als de bedieningsstand van de tuner/
versterker en de afstandsbediening verschilt, zal de
afstandsbediening niet werken.
AV1
AV2
x NAME IN?
(Naamgeving van voorkeurzenders en
geluidsbronnen)
Nadere bijzonderheden vindt u onder “Naamgeving
van voorkeurzenders en geluidsbronnen” op blz. 57.
Geavanceerde parameters
van het SET UP menu
Wanneer het onderdeel “MENU EXPAND” op
“ON” is gezet, verschijnen alle onderstaande
parameters, die u desgewenst kunt bijregelen.
Zie blz. 19 voor aanwijzingen over de SET UP
menu-instellingen.
De oorspronkelijke instellingen staan
onderstreept aangegeven.
Alle parameters van het SET UP
menu
FRONT SP
CENTER SP
SURROUND SP
SURR BACK SP
SURR BACK L/R
SUB WOOFER
FRONT XX.X meter
CENTER XX.X meter
SURROUND XX.X meter
SURR BACK XX.X meter
SUB WOOFER XX.X meter
S.W PHASE*
DISTANCE UNIT*
SURR POSI.*
SURR HEIGHT*
SURR BACK HGT.*
FRONT SP > XXX Hz*
CENTER SP > XXX Hz*
SURROUND SP > XXX Hz*
SURR BACK SP > XXX Hz*
LFE HIGH CUT > XXX Hz*
* Deze parameters zijn alleen instelbaar wanneer het
onderdeel “MENU EXPAND” op “ON” is gezet.
wordt vervolgd
50
NL
x S.W PHASE
(Fasepolariteit van de lagetonen-
luidspreker)
Hiermee kunt u de fasepolariteit van de lagetonen-
luidspreker omschakelen.
NORMAL
Gewoonlijk kunt u deze op “NORMAL” laten
staan.
REVERSE (omgekeerd)
Soms kunt u, afhankelijk van het type
voorluidsprekers, de plaatsing van de lagetonen-
luidspreker en de grensfrequentie daarvan, met
omgekeerde fasepolariteit in de “REVERSE” stand
betere basweergave verkrijgen. Naast beter
gedefinieerde lage tonen kan dit ook de algemene
helderheid en klankrijkdom van het totaalgeluid
beïnvloeden. Door vanuit uw favoriete luisterplaats
deze instelling op het gehoor te kiezen, kunt u de
weergave optimaal aanpassen aan uw vereisten en
voorkeur.
x DISTANCE UNIT (Afstandseenheid)
Hiermee kunt u de afstandsmaat voor de
luidsprekerafstand omschakelen tussen meters of
Engelse voeten.
meter
Alle afstanden worden aangegeven in meters.
feet
Alle afstanden worden aangegeven in Engelse
voeten.
x SURR POSI.
(Opstelling van de achterluidsprekers)*
1
Met deze parameter kunt u de plaats van uw
achterluidsprekers invoeren, voor een juiste werking
van de Cinema Studio EX klankbeelden (zie blz. 35).
SIDE (zijkant)
Kies deze stand als u de achterluidsprekers neerzet
of ophangt in het schematisch aangegeven gebied
A.
MIDDLE (schuin achter)
Kies deze stand als u de achterluidsprekers neerzet
of ophangt in het schematisch aangegeven gebied
B.
BEHIND
Kies deze stand als u de achterluidsprekers neerzet
of ophangt in het schematisch aangegeven gebied
C.
60°
90°
20°
A
B
30°
B
C C
A
Geavanceerde instellingen (vervolg)
Uitgebreide extra instellingen
51
NL
Uitleg
De keuzemogelijkheid “SURR POSI.” (opstelling van
de achterluidsprekers) is speciaal bestemd voor de
Cinema Studio EX klankbeelden.
Bij de andere klankbeelden is de luidspreker-
opstelling niet zo’n overheersende factor. Die andere
klankbeelden zijn gebaseerd op de veronderstelling
dat de achterluidsprekers geheel achter de
luisterplaats zouden staan of hangen, maar het
klankbeeld blijft grotendeels zoals bedoeld, ook
wanneer de achterluidsprekers nogal opzij en ver
uiteen staan. Als de achterluidsprekers links en rechts
echter pal naast de luisteraar hangen en recht op
oorhoogte gericht zijn, kunnen de akoestiekeffecten
nogal onduidelijk worden, tenzij u voor de opstelling
van de achterluidsprekers de stand “SIDE” hebt
gekozen.
Ook dat geldt echter niet in alle gevallen, aangezien
de akoestiek van elke luisterruimte wordt bepaald
door een heel stel variabelen, zodat u misschien wel
betere resultaten bereikt met de “BEHIND” of
“MIDDLE” opstelling als de luidsprekers hoog boven
uw luisterplaats hangen, ook al is dat pal ter
weerszijden ervan.
Daarom kunt u wellicht het best een favoriete
geluidsbron met meerkanaals Surround Sound
afspelen en dan goed luisteren welk effect elke
instelling op de uiteindelijke klank heeft, ook al kan
dit wel eens leiden tot een andere instelling dan
hierboven aangegeven onder “Opstelling van de
achterluidsprekers”. Kies de stand die een fraai open,
ruimtelijk gevoel oplevert, met een zo hecht
mogelijke samenhang tussen het geluid van de
voorluidsprekers en dat van de achterluidsprekers.
Als u geen duidelijke voorkeur kunt uitspreken tussen
de verschillende instellingen, kies dan de stand
“BEHIND” en gebruik dan de luidsprekerafstand-
parameter en de geluidssterkte-instellingen om de
weergave optimaal af te regelen.
x SURR HEIGHT
(Hoogte van de achterluidsprekers)*
1
x SURR BACK HGT.
(Hoogte van de
middenachterluidsprekers)*
2
Met deze parameters kiest u de hoogte van uw
achterluidsprekers en middenachterluidspreker(s),
voor een juiste werking van de Cinema Studio EX
klankbeelden (zie blz. 35).
LOW (laag opgesteld)
Kies deze stand als uw achterluidsprekers staan
opgesteld op de schematisch aangegeven hoogte A.
HIGH (hoog opgehangen)
Kies deze stand als uw achterluidsprekers hoger
staan of hangen, op de schematisch aangegeven
hoogte B.
*
1
Deze parameter is niet beschikbaar als voor het
onderdeel “SURROUND SP” (formaat van de
achterluidsprekers) de stand “NO” is gekozen (zie
blz. 20).
*
2
Deze parameter is niet beschikbaar als voor het
“SURR BACK SP” (formaat van de
middenachterluidspreker(s)) de stand “NO” is
gekozen (zie blz. 21).
x FRONT SP > XXX Hz
(Lagetonen-filterfrequentie voor de
voorluidsprekers)
Oorspronkelijke instelling: STD (120 Hz)
Hiermee kiest u voor de voorluidsprekers de
grensfrequentie waaronder de lage tonen worden
overgebracht naar andere luidsprekers, als voor het
onderdeel “FRONT SP” (formaat van de
voorluidsprekers) de stand “SMALL” is gekozen.
Deze frequentie kunt u instellen van 40 Hz tot
200 Hz, in stapjes van 10 Hz.
x CENTER SP > XXX Hz
(Lagetonen-filterfrequentie voor de
middenluidspreker)
Oorspronkelijke instelling: STD (120 Hz)
Hiermee kiest u voor de middenluidspreker de
grensfrequentie waaronder de lage tonen worden
overgebracht naar andere luidsprekers, als voor het
onderdeel “CENTER SP” (formaat van de
middenluidspreker) de stand “SMALL” is gekozen.
Deze frequentie kunt u instellen van 40 Hz tot
200 Hz, in stapjes van 10 Hz.
60
30
A
B
A
B
wordt vervolgd
52
NL
x SURROUND SP > XXX Hz
(Lagetonen-filterfrequentie voor de
achterluidsprekers)
Oorspronkelijke instelling: STD (120 Hz)
Hiermee kiest u voor de achterluidsprekers de
grensfrequentie waaronder de lage tonen worden
overgebracht naar andere luidsprekers, als voor het
onderdeel “SURROUND SP” (formaat van de
achterluidsprekers) de stand “SMALL” is gekozen.
Deze frequentie kunt u instellen van 40 Hz tot
200 Hz, in stapjes van 10 Hz.
x SURR BACK SP > XXX Hz
(Lagetonen-filterfrequentie voor de
middenachterluidspreker)
Oorspronkelijke instelling: STD (120 Hz)
Hiermee kiest u voor de middenachterluidspreker de
grensfrequentie waaronder de lage tonen worden
overgebracht naar andere luidsprekers, als voor het
onderdeel “SURR BACK SP” (formaat van de
middenachterluidsprekers) de stand “SMALL” is
gekozen. Deze frequentie kunt u instellen van 40 Hz
tot 200 Hz, in stapjes van 10 Hz.
x LFE HIGH CUT > XXX Hz
(Hoogfilter voor LaagFrequentEffect)
Oorspronkelijke instelling: STD (120 Hz)
Hiermee kiest u de grensfrequentie voor het
hoogfilter van het LFE lagetonen-kanaal. Gewoonlijk
kunt u deze instelling op “STD (120 Hz)” laten staan.
Als u echter een passieve lagetonen-luidspreker met
een afzonderlijke eindversterker hebt aangesloten,
dan kan deze wel eens beter klinken met een andere
grensfrequentie. In dat geval kunt u de frequentie
instellen van 40 Hz tot 200 Hz, in stapjes van 10 Hz.
Geavanceerde parameters
van het SURROUND menu
Wanneer het onderdeel “MENU EXPAND” op
“ON” is gezet, verschijnen alle onderstaande
parameters, die u desgewenst kunt bijregelen.
Zie blz. 43 voor aanwijzingen over de
SURROUND menu-instellingen.
De oorspronkelijke instellingen staan
onderstreept aangegeven.
Alle parameters van het SURROUND
menu
C.WIDTH*
DIMENSION*
PANORAMA MODE*
EFFECT LEVEL XXX %
WALL*
REVERB*
FRONT REVERB*
SCREEN DEPTH*
VIR.SPEAKERS*
SURR ENHANCER*
BASS GAIN XXX.X dB
BASS FREQ. XXX.X Hz*
TREBLE GAIN XXX.X dB
TREBLE FREQ. XXX.X Hz*
* Deze parameters zijn alleen instelbaar wanneer het
onderdeel “MENU EXPAND” op “ON” is gezet.
Geavanceerde instellingen (vervolg)
Uitgebreide extra instellingen
53
NL
x C.WIDTH
(Breedte van het middenkanaal)
Oorspronkelijke instelling: (3)
Hiermee regelt u hoe het middenkanaal moet worden
verdeeld bij de Dolby Pro Logic II muziek-type
decodering (PLII MUSIC). Deze parameter is alleen
instelbaar wanneer de “2CH MODE” 2-kanaals
decodering is ingesteld op “PLII MUSIC” (zie blz.
38) en wanneer het NORMAL SURROUND
klankbeeld is gekozen.
Het middenkanaal-signaal, dat wordt geproduceerd
door de Dolby Pro Logic II decodering, is hiermee te
spreiden over de linker en rechter luidsprekers.
x DIMENSION
(Voor/achter dimensie)
Oorspronkelijke instelling: midden (0)
Hiermee regelt u het verschil tussen de voor- en
achterkanalen bij de Dolby Pro Logic II muziek-type
decodering (PLII MUSIC). Deze parameter is alleen
instelbaar wanneer de “2CH MODE” 2-kanaals
decodering is ingesteld op “PLII MUSIC” (zie blz.
38) en wanneer het NORMAL SURROUND
klankbeeld is gekozen.
Hiermee kunt u het geluidsverschil tussen de voor- en
achterkanalen naar wens instellen.
x PANORAMA MODE
(Panoramische weergave)
Hiermee kunt u de akoestiek verruimen bij de Dolby
Pro Logic II muziek-type decodering (PLII MUSIC).
Deze parameter is alleen instelbaar wanneer er is
gekozen voor “PLII MUSIC” met behulp van de
NORMAL SURR (;PLII/NEO:6) toets (zie blz.
38), of wanneer de “2CH MODE” 2-kanaals
decodering is ingesteld op “PLII MUSIC” (zie blz.
47) en daarbij het NORMAL SURROUND
klankbeeld is gekozen.
ON (AAN)
Hiermee verruimt u de akoestiek door het geluid
van de voorluidsprekers verder naar de linkerkant
en naar de rechterkant van uw luisterpositie uit te
breiden (panoramische weergave).
OFF (UIT)
Hiermee vindt er geen panoramische weergave
plaats.
x WALL (Wandbekleding)
Oorspronkelijke instelling: gemiddeld (0)
Wanneer geluid weerkaatst wordt door een wand die
bekleed is met relatief zacht materiaal of door
gordijnen, worden de hoge tonen verzwakt. Een
hardere wandbekleding daarentegen reflecteert het
geluid meer gelijkmatig en zal de
frequentiekarakteristiek van het geluid daarom
minder sterk beïnvloeden.
Deze “WALL” parameter simuleert de hardheid van
de wandbekleding, door het variëren van de
hoeveelheid hoge tonen. De S (soft) instelling geeft
een zachte wandbekleding aan en de H (hard)
instelling een harde wandbekleding, met een
instelbereik van 17 stappen tussen S en H. De
gemiddelde stand (0) simuleert een standaard
halfharde wand (van hout).
x REVERB (Weerkaatsing)
Oorspronkelijke instelling: gemiddeld (0)
Bij een muziekuitvoering zal het geluid altijd een
aantal malen heen en weer kaatsen tussen de linker en
rechter wanden, het plafond en de vloer, vóór het
onze oren bereikt. Hoe groter de ruimte, des te langer
zullen de weerkaatsingen duren.
Met deze “REVERB” parameter kunt u de tijdsduur
van de vroege weerkaatsingen bijregelen om zo een
grotere (L) of een kleinere (S) ruimte te simuleren,
met een instelbereik van 17 stappen tussen S en L. De
gemiddelde stand (0) simuleert een standaard ruimte,
zonder bijstelling.
x FRONT REVERB (Voorkant-
weerkaatsing)
Deze parameter dient speciaal voor het
“D.CONCERT HALL A/B” klankbeeld (zie blz. 36).
Met deze parameter bepaalt u of er wel of geen
nagalm moet worden toegevoegd aan de weergave via
de voorluidsprekers, afhankelijk van de eigen nagalm
dia al aanwezig is in de weergegeven geluidsbron.
DRY (droge klank)
Voor minder nagalm via de voorluidsprekers.
STD (gemiddeld)
Gewoonlijk kunt u deze “STD” stand aanhouden.
WET (minder droge klank)
Om meer nagalm toe te voegen aan de
voorluidsprekers.
x SCREEN DEPTH (Schermdiepte)
Deze parameter dient om in uw luisterkamer
hetzelfde effect te bereiken als in een bioscoop, met
de indruk alsof het geluid direct komt vanuit het
scherm, van de personages en de beelden die op het
scherm verschijnen.
OFF (UIT)
Geen enkele schermdiepte-simulering.
MID (gemiddeld)
Gewoonlijk kunt u deze “MID” stand aanhouden.
DEEP
Hiermee verkrijgt u het klankbeeld van een
bijzonder groot scherm met een enorme diepte.
wordt vervolgd
54
NL
x VIR.SPEAKERS (Virtuele luidsprekers)
Deze parameter dient speciaal voor de Cinema Studio
EX klankbeelden (zie blz. 35).
ON (AAN)
Voor de simulatie van virtuele luidsprekers.
OFF (UIT)
Om geen gebruik te maken van virtuele
luidsprekers.
x SURR ENHANCER
(Akoestiekverruiming)
Deze parameter dient speciaal voor de Cinema Studio
EX klankbeelden (zie blz. 35).
Met deze akoestiekverrruiming kunt u het klankbeeld
verbreden op basis van het Surround Sound kanaal,
ook als dat slechts een mono kanaal is.
ON (AAN)
Voor automatische toepassing van dit effect op
geluidsbronnen met Dolby Pro Logic, Dolby Digital
[2/1] of [3/1] of dts [2/1] of [3/1] (enz.) geluid en
een mono Surround Sound kanaal.
OFF (UIT)
Om geen akoestiekverruiming toe te passen.
x BASS FREQ. XXX.X Hz
(Basfrequentie van de equalizer-
toonregeling)
Oorspronkelijke instelling: 250 Hz
In tegenstelling tot de grafiek-toonregeling van het
EQ equalizer-menu (waarmee u de totale klank van
elk stel luidsprekers kunt bijregelen), maakt deze
parameter het mogelijk de frequentie van de lage
tonen voor elk klankbeeld afzonderlijk bij te regelen.
Hiermee kunt u de lage tonen bijregelen van 99 Hz tot
1,0 kHz, in 21 stapjes.
x TREBLE FREQ. XXX.X Hz
(Hogetonenfrequentie van de equalizer-
toonregeling)
Oorspronkelijke instelling: 2.5 kHz
In tegenstelling tot de grafiek-toonregeling van het
EQ equalizer-menu (waarmee u de totale klank van
elk stel luidsprekers kunt bijregelen), maakt deze
parameter het mogelijk de frequentie van de hoge
tonen voor elk klankbeeld afzonderlijk bij te regelen.
Hiermee kunt u de hoge tonen bijregelen van 1,0 kHz
tot 10,0 kHz, in 23 stapjes.
Geavanceerde parameters
van het LEVEL menu
Wanneer het onderdeel “MENU EXPAND” op
“ON” is gezet, verschijnen alle onderstaande
parameters, die u desgewenst kunt bijregelen.
Zie blz. 44 voor aanwijzingen over de LEVEL
menu-instellingen.
De oorspronkelijke instellingen staan
onderstreept aangegeven.
Alle parameters van het LEVEL menu
TEST TONE
FRONT L__I__R
CENTER XXX.X dB
SURROUND L XXX.X dB
SURROUND R XXX.X dB
SURR BACK XXX.X dB
SURR BACK L XXX.X dB
SURR BACK R XXX.X dB
S.WOOFER XXX.X dB
MULTI CH 1 SW XXX dB
MULTI CH 2 SW XXX dB
LFE MIX LEVEL XXX.X dB*
D.RANGE COMP.*
* Deze parameters zijn alleen instelbaar wanneer het
onderdeel “MENU EXPAND” op “ON” is gezet.
x LFE MIX LEVEL XXX.X dB
(LaagFrequent-Effect mengniveau)
Oorspronkelijke instelling: 0 dB
Met deze parameter kunt u de geluidssterkte
bijregelen van het afzonderlijke LFE (Low Frequency
Effect) kanaal dat wordt weergegeven via de
lagetonen-luidspreker, zonder hierbij de gewone lage
tonen te beïnvloeden die door de Dolby Digital of
DTS basverdelingscircuits van de voor-, midden- en
achterkanalen worden overgeheveld naar de aparte
lagetonen-luidspreker. Het niveau is instelbaar van
–20 dB tot 0 dB (lijnniveau) in stapjes van 0,5 dB. In
de “0 dB” stand wordt het volledige LFE signaal
weergegeven met het mengniveau gekozen door de
opnametechnicus. Bij keuze van de “OFF” stand
wordt het geluid van het LFE kanaal door de
lagetonen-luidspreker gedempt. De lage tonen van de
voor-, midden- en achterkanalen die door de
basverdelingscircuits worden overgeheveld naar de
lagetonen-luidspreker worden echter wel
weergegeven, volgens de keuze gemaakt voor elk
luidsprekerpaar bij de luidspreker-instellingen (zie
blz. 19–21).
Geavanceerde instellingen (vervolg)
Uitgebreide extra instellingen
55
NL
x D.RANGE COMP.
(Compressie van het dynamisch bereik)
Hiermee kunt u het dynamisch bereik van een
speelfilm-geluidsspoor comprimeren, dus verkleinen.
Dit kan handig om ‘s avonds laat een speelfilm te
bekijken; met het geluid zacht behoudt u toch een
rijke, volle klank.
OFF (UIT)
Hierbij wordt het geluidsspoor normaal
weergegeven, zonder compressie.
0.1–0.9
Hiermee kunt u het dynamisch bereik geleidelijk
steeds verder comprimeren, om precies het
gewenste effect te bereiken.
STD (gemiddeld)
Hierbij wordt het geluidsspoor weergegeven met
het volledig dynamisch bereik, zoals gekozen door
de opnamestudio-technicus.
MAX (maximale compressie)
Hiermee wordt het dynamisch bereik drastisch
beperkt.
Tip
Met de “D.RANGE COMP.” dynamiekcompressie
kunt u tijdens weergave het dynamisch bereik van een
speelfilm-geluidsspoor comprimeren volgens de
dynamiek-informatie vervat in het Dolby Digital
signaal. “STD” geeft een gemiddelde compressie,
maar omdat de meeste geluidsbronnen slechts een
geringe compressie hebben, zult u waarschijnlijk
weinig verschil bemerken met de standen 0,1–0,9.
Daarom kunnen we u aanbevelen de “MAX”
compressie te gebruiken. Hiermee wordt het
dynamisch bereik drastisch beperkt, zodat u zonder
bezwaar ook ‘s avonds laat kunt genieten van een
speelfilm met zacht ingesteld geluid. In tegenstelling
tot analoge compressiefuncties zijn de niveaus hierbij
vooraf bepaald, voor een natuurlijk klinkende
compressie.
Opmerkingen
De compressie van het dynamisch bereik is alleen
mogelijk met Dolby Digital geluidsbronnen.
Wanneer u de NIGHT MODE weergavestand
inschakelt, wordt de D.RANGE COMP.,
dynamiekcompressie automatisch ingesteld op
MAX, een instelling die u niet kunt veranderen.
Geavanceerde parameters
van het EQ menu
Wanneer het onderdeel “MENU EXPAND” op
“ON” is gezet, verschijnen alle onderstaande
parameters, die u desgewenst kunt bijregelen.
Zie blz. 45 voor aanwijzingen over de EQ
menu-instellingen.
De oorspronkelijke instellingen staan
onderstreept aangegeven.
Alle parameters van het EQ menu
FRONT BASS XXX.X dB
FRONT BASS XXX Hz*
FRONT MID XXX.X dB
FRONT MID XXX Hz*
FRONT MID*
FRONT TREBLE XXX.X dB
FRONT TREBLE XXX Hz*
CENTER BASS XXX.X dB
CENTER BASS XXX Hz*
CENTER MID XXX.X dB
CENTER MID XXX Hz*
CENTER MID*
CENTER TREBLE XXX.X dB
CENTER TREBLE XXX Hz*
SURROUND BASS XXX.X dB
SURROUND BASS XXX Hz*
SURROUND TRE. XXX.X dB
SURROUND TRE. XXX Hz*
SUR.BACK BASS XXX.X dB
SUR.BACK BASS XXX Hz*
SUR.BACK TRE. XXX.X dB
SUR.BACK TRE. XXX Hz*
PRESET CLEAR
* Deze parameters zijn alleen instelbaar wanneer het
onderdeel “MENU EXPAND” op “ON” is gezet.
wordt vervolgd
56
NL
x FRONT BASS XXX Hz
(Lagetonen-frequentie van de
voorluidsprekers)
Oorspronkelijke instelling: 250 Hz
Instelbaar van 99 Hz tot 1,0 kHz in 21 stapjes.
x FRONT MID XXX Hz
(Middentonen-frequentie van de
voorluidsprekers)
Oorspronkelijke instelling: 1,0 kHz
Instelbaar van 198 Hz tot 10 kHz in 37 stapjes.
x FRONT MID
(Middentonen-bandbreedte van de
voorluidsprekers)
WIDE (breed)
Geeft een breed middentonenbereik rond de
gekozen middenfrequentie, voor een algemene
klankbijregeling.
MID (gemiddeld)
Geeft een normaal middentonenbereik.
NARR (smal)
Geeft een smal middentonenbereik rond de gekozen
middenfrequentie, voor meer specifieke
klankcorrecties.
x FRONT TREBLE XXX Hz
(Hogetonen-frequentie van de
voorluidsprekers)
Oorspronkelijke instelling: 2,5 kHz
Instelbaar van 1,0 kHz tot 10 kHz in 23 stapjes.
x CENTER BASS XXX Hz
(Lagetonen-frequentie van de
middenluidspreker)
Oorspronkelijke instelling: 250 Hz
Instelbaar van 99 Hz tot 1,0 kHz in 21 stapjes.
x CENTER MID XXX Hz
(Middentonen-frequentie van de
middenluidspreker)
Oorspronkelijke instelling: 1,0 kHz
Instelbaar van 198 Hz tot 10 kHz in 37 stapjes.
x CENTER MID
(Middentonen-bandbreedte van de
middenluidspreker)
WIDE (breed)
Geeft een breed middentonenbereik rond de
gekozen middenfrequentie, voor een algemene
klankbijregeling.
MID (gemiddeld)
Geeft een normaal middentonenbereik.
NARR (smal)
Geeft een smal middentonenbereik rond de gekozen
middenfrequentie, voor meer specifieke
klankcorrecties.
x CENTER TREBLE XXX Hz
(Hogetonen-frequentie van de
middenluidspreker)
Oorspronkelijke instelling: 2,5 kHz
Instelbaar van 1,0 kHz tot 10 kHz in 23 stapjes.
x SURROUND BASS XXX Hz
(Lagetonen-frequentie van de
achterluidsprekers)
Oorspronkelijke instelling: 250 Hz
Instelbaar van 99 Hz tot 1,0 kHz in 21 stapjes.
x SURROUND TRE. XXX Hz
(Hogetonen-frequentie van de
achterluidsprekers)
Oorspronkelijke instelling: 2,5 kHz
Instelbaar van 1,0 kHz tot 10 kHz in 23 stapjes.
x SUR.BACK BASS XXX Hz
(Lagetonen-frequentie van de
middenachterluidspreker(s))
Oorspronkelijke instelling: 250 Hz
Instelbaar van 99 Hz tot 1,0 kHz in 21 stapjes.
x SUR.BACK TRE. XXX Hz
(Hogetonen-frequentie van de
middenachterluidspreker(s))
Oorspronkelijke instelling: 2,5 kHz
Instelbaar van 1,0 kHz tot 10 kHz in 23 stapjes.
Geavanceerde instellingen (vervolg)
Andere bedieningsfuncties
57
NL
Andere bedieningsfuncties
Naamgeving van
voorkeurzenders en
geluidsbronnen
U kunt een zelf gekozen naam van maximaal
8 letters kiezen voor elk van uw
voorkeurzenders en geluidsbronnen, om bij
weergave die naam in het uitleesvenster van de
tuner/versterker te zien.
1 Naamgeving van een
voorkeurzender
Draai aan de FUNCTION knop om in te
stellen op TUNER en stem dan af op de
voorkeurzender waarvoor u een zelf
gekozen naam wilt invoeren (zie blz. 28).
Naamgeving van een geluidsbron
Draai aan de FUNCTION knop om in te
stellen op de geluidsbron waarvoor u
een zelf gekozen naam wilt invoeren.
2 Druk op de CUSTOMIZE toets.
Het lampje in de CUSTOMIZE toets licht op
en de aanduiding “<<<CUSTOMIZE>>>”
verschijnt in het uitleesvenster.
3 Druk op de cursortoets ( ) om in te
stellen op “NAME IN?”.
De naam van de voorkeurzender of de
geluidsbron knippert.
4 Druk op de ENTER toets.
De cursor gaat knipperen en nu kunt u een
letterteken kiezen.
5 Voer de gewenste naam in met de
instelknop en de cursortoetsen
( en ), als volgt.
Draai aan de instelknop om een letterteken te
kiezen en druk dan op de ( ) toets om de cursor
op de plaats van de volgende letter te zetten.
Tips
Met behulp van de instelknop kiest u als volgt
het gewenste soort letterteken.
Alfabet (hoofdletters) t Alfabet (kleine letters)
t Cijfers t Symbolen
Voor het invoegen van een spatie, draait u aan
de instelknop tot er een spatie in het
uitleesvenster verschijnt.
Bij een vergissing in de letterkeuze, drukt u net
zovaak op de cursortoets ( of ) tot de
onjuiste letter gaat knipperen en dan draait u aan
de instelknop om het juiste letterteken te kiezen.
6 Druk op de ENTER toets.
Uw gekozen naam wordt nu in het
geheugen vastgelegd.
7 Om nog voor andere voorkeurzenders
en geluidsbronnen zelf gekozen namen
in te voeren, herhaalt u de stappen 1
t/m 6.
Opmerking
(alleen voor de modellen met landcode
CEL)
Als u zelf een zendernaam kiest voor een RDS
radiozender, zal bij afstemmen niet de door u gekozen
naam verschijnen maar de officiële PS (Program
Service) zendernaam. (Elke naam die u voor een
dergelijke zender kiest, zal worden overschreven door
de officiële PS zendernaam.)
58
NL
Automatisch uitschakelen
met de sluimerfunctie
U kunt de tuner/versterker automatisch laten
uitschakelen na een tijdsduur die u zelf kiest
met de afstandsbediening, zodat u gerust met
muziek in slaap kunt vallen.
Zie voor nadere aanwijzingen de bij uw
afstandsbediening geleverde
gebruiksaanwijzing.
Kies enkele malen het onderdeel SLEEP
uit het RECEIVER menu terwijl de tuner/
versterker staat ingeschakeld.
Telkens wanneer u de SLEEP toets aanraakt of
indrukt, verspringt de aanduiding van de
sluimertijd als volgt.
2:00:00 t 1:30:00 t 1:00:00 t 0:30:00 t
OFF (geannuleerd)
Nadat u de sluimertijd hebt ingesteld, blijft de
aanduiding “SLEEP” branden in het
uitleesvenster.
Alleen voor de modellen met landcode
TW, KR
U kunt ook de SLEEP toets op de tuner/
versterker zelf gebruiken.
Tip
Om de resterende sluimertijd tot het uitschakelen van
de tuner/versterker te controleren, stelt u in op SLEEP
of drukt u op de SLEEP toets. Dan verschijnt in het
uitleesvenster de tijd tot het automatisch uitschakelen.
Keuze van het
luidsprekersysteem
Met de SPEAKERS keuzeschakelaar kunt u
kiezen welk stel voorluidsprekers u wilt
gebruiken.
Stel in op Om te luisteren naar
A De luidsprekers die zijn aangesloten op
de FRONT SPEAKERS A
aansluitbussen.
B De luidsprekers die zijn aangesloten op
de FRONT SPEAKERS B
aansluitbussen.
A+B* De luidsprekers die zijn aangesloten op
zowel de FRONT SPEAKERS A als B
aansluitbussen (in parallelle
verbinding).
Hierbij wordt automatisch ingesteld op
het 2CH STEREO klankbeeld.
OFF (UIT) Geen weergave via de luidsprekers.
* Sluit alleen voorluidsprekers met een nominale
impedantie van 8 ohm of hoger aan als u wilt
luisteren naar beide luidsprekerparen tegelijk
(A+B). Zet in dit geval tevens de IMPEDANCE
SELECTOR schakelaar in de “4” stand.
Andere bedieningsfuncties
59
NL
Opnemen
Alvorens u gaat opnemen, dient u eerst nog
even te controleren of alle aansluitingen in orde
zijn.
Opnemen op een
audiocassette of minidisc
Via deze tuner/versterker kunt u
geluidsbronnen opnemen op cassette of op
minidisc. Zie voor nadere aanwijzingen tevens
de gebruiksaanwijzing van uw cassettedeck of
minidisc-recorder.
1 Stel in op de geluidsbron die u wilt
opnemen.
2 Breng het weergave-apparaat in
gereedheid voor afspelen.
Plaats bijvoorbeeld de op te nemen compact
disc in de CD-speler.
3 Plaats een voor opnemen geschikte
cassette of minidisc in het opname-
apparaat en stel zo nodig het
opnameniveau in.
4 Start het opnemen op het opname-
apparaat en start dan de weergave van
de geluidsbron.
Opmerkingen
•U kunt geen digitale geluidssignalen opnemen met
een opname-apparaat dat is aangesloten op de
analoge TAPE OUT of MD/DAT OUT
aansluitingen. Voor het opnemen van digitale
signalen zult u een digitaal opname-apparaat
moeten aansluiten op de DIGITAL MD/DAT OUT
aansluitingen.
De instellingen die u voor weergave maakt zijn niet
van invloed op de signalen die worden doorgegeven
via de TAPE OUT of MD/DAT OUT aansluitingen.
De analoge geluidssignalen van de gekozen
geluidsbron worden uitgestuurd via de REC OUT
aansluitingen.
De geluidssignalen die binnenkomen via de MULTI
CHANNEL IN aansluitingen worden niet
doorgegeven via de REC OUT aansluitingen, ook
niet wanneer er is ingesteld op MULTI CH
DIRECT weergave. Alleen de analoge
geluidssignalen van de voor weergave gekozen
geluidsbron worden uitgestuurd.
Er worden geen geluidssignalen doorgegeven via de
DIGITAL OUT aansluitingen (MD/DAT OPTICAL
OUT) wanneer u instelt op ANALOG DIRECT
weergave. De digitale circuits worden buiten de
signaalbaan geschakeld, voor een zo zuiver
mogelijke geluidskwaliteit, wanneer de “D.POWER”
stroomvoorziening in de “AUTO OFF” stand staat.
Opnemen op een videocassette
Met deze tuner/versterker kunt u beelden
opnemen vanaf een videorecorder, TV of
laserdisc-speler. Ook bestaat de mogelijkheid
om tijdens kopiëren of monteren van video-
opnamen een nieuw geluidsspoor in te voegen
vanaf een geluidsbron naar keuze. Zie voor
nadere bijzonderheden de gebruiksaanwijzing
van uw videorecorder of laserdisc-speler.
1 Stel in op de beeld/geluidsbron die u
wilt opnemen.
2 Breng het weergave-apparaat in
gereedheid voor afspelen.
Plaats bijvoorbeeld de op te nemen laserdisc
in de laserdisc-speler.
3 Plaats een voor opnemen geschikte
videocassette in de videorecorder
(VIDEO 1 of VIDEO 2) die u voor
opnemen gebruikt.
4 Start het opnemen op de opname-
videorecorder en start dan de weergave
van de videocassette of de laserdisc
die u wilt opnemen.
Tip
Tijdens kopiëren of monteren van video-opnamen vanaf
een videocassette of laserdisc kunt u een nieuw
geluidsspoor invoegen vanaf een geluidsbron naar keuze.
Zoek op de videoband het punt op waar u het nieuwe
geluid wilt invoegen, stel in op de geluidsbron en start de
weergave daarvan. Het geluid van het gekozen weergave-
apparaat zal op het geluidsspoor van de videoband
worden opgenomen in plaats van het oorspronkelijke
geluidsspoor. Om terug te keren naar het oorspronkelijke
geluidsspoor voor de rest van de video-opnamen, stelt u
op dezelfde wijze weer in op de video-geluidsbron.
Opmerkingen
Digitale geluidssignalen kunnen niet worden
opgenomen met opname-apparatuur die is
aangesloten op de analoge VIDEO 1 OUT of
VIDEO 2 OUT stekkerbussen.
Zorg dat er zowel digitale als analoge aansluitingen
zijn gemaakt op de TV/SAT en DVD/LD ingangen.
Het is niet mogelijk analoge opnamen te maken als
er alleen digitale aansluitingen zijn gemaakt.
Bepaalde geluidsbronnen kunnen zijn voorzien van
een kopieerbeveiliging die het opnemen blokkeert. Een
dergelijke geluidsbron zult u niet kunnen opnemen.
De analoge geluidssignalen van de gekozen geluidsbron
worden uitgestuurd via de REC OUT aansluitingen.
De geluidssignalen die binnenkomen via de MULTI
CHANNEL IN aansluitingen worden niet doorgegeven
via de REC OUT aansluitingen, ook niet wanneer er is
ingesteld op MULTI CH DIRECT weergave. Alleen
de analoge geluidssignalen van de voor weergave
gekozen geluidsbron worden uitgestuurd.
60
NL
Gebruik van het CONTROL
A1 bedieningssysteem
Om te beginnen
In deze paragrafen worden de primaire
functies van het CONTROL A1
bedieningssysteem beschreven. Bepaalde
stereo-apparatuur biedt speciale functies,
zoals bijvoorbeeld de “CD synchroon-
opname” van cassettedecks, die
afhankelijk zijn van CONTROL A1
aansluitingen. Nadere aanwijzingen
betreffende dergelijke speciale functies
vindt u in de gebruiksaanwijzingen van de
betreffende apparatuur.
Het CONTROL A1 bedieningssysteem werd
ontwikkeld om de bediening van een stereo-
installatie bestaande uit afzonderlijke Sony
componenten te vereenvoudigen. De
CONTROL A1 aansluitingen zijn in staat tot
het doorgeven van bedieningssignalen voor
diverse automatische functies die gewoonlijk
alleen beschikbaar zijn in volledig
geïntegreerde systemen.
Op dit moment bieden de CONTROL A1
aansluitingen tussen een Sony CD-speler,
versterker (of tuner/versterker), minidisc-
recorder en cassettedeck de mogelijkheid van
automatische geluidsbronkeuze en
gesynchroniseerd opnemen.
In de toekomst zal het CONTROL A1
aansluitsysteem gaan fungeren als een
multifunctionele aansluitbus, waarmee u
allerlei functies van verschillende componenten
volautomatisch zult kunnen bedienen.
Opmerkingen
Het CONTROL A1 bedieningssysteem is zo
ontworpen dat er geleidelijk meer en meer functies
aan kunnen worden toegevoegd. Dat betekent echter
niet dat de nieuwe functies ook beschikbaar zullen
zijn op de aangesloten oudere apparatuur.
Gebruik geen tweeweg-afstandsbediening wanneer
de CONTROL A1 aansluitingen via een PC-
interface aansluitset zijn verbonden met een
personal computer waarop het “MD Editor”
programma of een soortgelijk
toepassingsprogramma draait. Gebruik ook de
aangesloten apparatuur niet op een manier die
niet overeenkomt met de functies van het
toepassingsprogramma, want dan kan het
programma niet naar behoren werken.
MD/DAT TAPE
PHONO
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
OUT
IN
SIGNAL GND
U
FRONT
SURROUND
CENTER
SUB WOOFERSUB WOOFER
L
L
R
L
R
L
R
R
AUDIO
IN
VIDEO
IN
VIDEO
IN
VIDEO VIDEO
AUDIO
IN
AUDIO AUDIO
FRONT
SURROUND SURR BACK
CENTER
SUB WOOFER
CENTER
VIDEO
OUT
PRE OUT
FRONT
SURROUND SURR BACK
TV/SAT IN DVD/LD IN
MONITOR OUT
COMPONENT VIDEO
Y
75
COAXIAL
FM
AM
U
CTRL
A1
ANTENNA
CD
/SACD
IN
MD/DAT
OPTICAL
OUT
MD/DAT
OPTICAL
IN
TV/SAT
OPTICAL
IN
DVD/LD
OPTICAL
IN
CD
/SACD
COAXIAL
IN
DVD/LD
COAXIAL
IN
CD
/SACD
OPTICAL
IN
DIGITAL
ASSIGNABLE
RS232C
OUT
IN
OUT
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO
IN
S2 VIDEO S2 VIDEOS2 VIDEO
OUT
TV/SAT DVD/LD
VIDEO 2 VIDEO 1
MONITOR
MULTI CHANNEL IN 1MULTI CHANNEL IN 2
P
B
/C
B
/B-Y
P
R
/C
R
/R-Y
CONTROL A1
CONTROL A1 bedieningssysteem
Andere bedieningsfuncties
61
NL
Als u beschikt over een CD-wisselaar
met een COMMAND MODE
keuzeschakelaar
Als de COMMAND MODE schakelaar van
uw CD-wisselaar kan worden ingesteld op
CD 1, CD 2 of CD 3, zet u deze dan in de
“CD 1” stand en sluit de CD-wisselaar aan
op de CD ingangen van de tuner/versterker.
Als u echter een Sony CD-wisselaar met
VIDEO OUT aansluitingen heeft, dan u zet
de COMMAND MODE schakelaar in de
“CD 2” stand en sluit u de CD-wisselaar aan
op de VIDEO 2 ingangen van de tuner/
versterker.
Aansluitingen
Verbind met behulp van mono snoeren met
(2-polige) ministekkers de CONTROL A1
aansluitingen op het achterpaneel van elk
apparaat in serie door. Zo kunt u maximaal
10 componenten die geschikt zijn voor het
CONTROL A1 systeem onderling
doorverbinden, in elke gewenste volgorde. Van
elk type apparaat kunt u er echter slechts één
tegelijk aansluiten (dus slechts 1 CD-speler,
1 minidisc-recorder, 1 cassettedeck en 1 tuner/
versterker).
(Afhankelijk van het model kan het wel eens
mogelijk zijn meer dan één compact disc speler
of minidisc-speler aan te sluiten. Zie voor
nadere bijzonderheden de gebruiksaanwijzing
van de betreffende componenten.)
Bij het CONTROL A1
bedieningssysteem
verlopen de bedieningssignalen beide kanten
op, dus er is geen verschil tussen IN en OUT
aansluitingen. Als een component meer dan een
CONTROL A1 aansluiting heeft, kunt u naar
keuze één hiervan gebruiken, of op elk ervan
een verschillende geluidscomponent aansluiten.
Overeenkomsten tussen CONTROL A1
en CONTROL A1
Het CONTROL A1 bedieningssysteem is
uitgebracht in een vernieuwde versie, CONTROL
A1 genaamd, hetgeen het standaard
bedieningssysteem is voor de Sony 300-disc CD-
wisselaar en andere recente Sony apparatuur.
Componenten met CONTROL A1
bedieningsaansluitingen en die met CONTROL
A1 aansluitingen zijn onderling te verbinden en
samen te gebruiken. In principe zijn de meeste
functies van het CONTROL A1
bedieningssysteem ook beschikbaar in het nieuwe
CONTROL A1 bedieningssysteem.
Bij een onderlinge verbinding tussen componenten
met CONTROL A1 aansluitingen en die met
CONTROL A1 aansluitingen kan het aantal
beschikbare bedieningsfuncties echter beperkt
zijn, afhankelijk van de aangesloten apparatuur.
Zie voor nadere bijzonderheden de
gebruiksaanwijzingen van de aangesloten
apparatuur.
CONTROL A1 aansluitingen
Als u beschikt over een Sony CD-speler,
Super Audio CD-speler, cassettedeck of
minidisc-recorder die geschikt is voor
het CONTROL A1 bedieningssysteem
Gebruik een CONTROL A1 aansluitsnoer
(met ministekkers) (niet bijgeleverd) om de
CONTROL A1 aansluiting van uw CD-
speler, Super Audio CD-speler, cassettedeck
of minidisc-recorder te verbinden met de
CONTROL A1 aansluiting van deze tuner/
versterker. Zie voor nadere bijzonderheden
de aanwijzingen op blz. 60 en tevens de
gebruiksaanwijzing van uw CD-speler,
Super Audio CD-speler, cassettedeck of
minidisc-recorder.
Opmerking
Als u de CONTROL A1 aansluitingen maakt van
de tuner/versterker naar een minidisc-recorder die
ook is aangesloten op een computer, mag u de
tuner/versterker niet bedienen terwijl het “Sony
MD Editor” programma loopt. Anders kan er van
alles mis gaan.
Voorbeeld
Versterker
(Tuner/
versterker)
CD-speler
Minidisc-
recorder
Cassettedeck
Andere
component
wordt vervolgd
62
NL
CONTROL A1 bedieningssysteem
(vervolg)
Basis-bedieningsfuncties
De CONTROL A1 bedieningsfuncties zullen
werken zolang de te bedienen component(en)
is/zijn ingeschakeld, ook al staan de andere
aangesloten componenten alle uitgeschakeld.
x Automatische geluidsbronkeuze
Als u een voor het CONTROL A1 systeem
geschikte Sony versterker (of tuner/versterker)
hebt aangesloten op andere Sony componenten
via mono ministekker-snoeren, dan zal de
geluidsbron-keuzeschakelaar van de versterker
(of tuner/versterker) automatisch instellen op
de juiste geluidsbron, zodra u op de
weergavetoets van één van de aangesloten
componenten drukt.
Opmerkingen
Er moet een voor het CONTROL A1 systeem
geschikte Sony versterker (of tuner/versterker) zijn
aangesloten via mono ministekker-snoeren om de
automatische geluidsbron-keuze te kunnen
gebruiken.
Deze automatische geluidsbron-keuze werkt alleen
als de componenten zijn aangesloten op de
ingangsaansluitingen van de versterker (of tuner/
versterker) die overeenkomen met de namen van de
geluidsbron-keuzetoetsen. Op bepaalde tuner/
versterkers kunt u de namen van de geluidsbron-
keuzetoetsen omschakelen. Zie in dat geval voor
nadere bijzonderheden de gebruiksaanwijzing van
de tuner/versterker.
Tijdens het opnemen kunt u beter niet het afspelen
starten van een andere component dan de
opnamebron. Hierdoor zou namelijk de
automatische geluidsbron-keuze overschakelen op
de andere component.
Betreffende oudere CONTROL A1
aansluitingen
U kunt zonder probleem alle CONTROL A1
aansluitingen verbinden met de nieuwere CONTROL
A1 aansluitingen. Voor nadere bijzonderheden over
de wijze van aansluiten en de mogelijkheden wordt u
verwezen naar de gebruiksaanwijzingen van de
aangesloten apparatuur.
Betreffende de aansluitsnoeren
Bij bepaalde componenten die geschikt zijn voor het
CONTROL A1 systeem wordt een aansluitsnoer
bijgeleverd. Dan kunt u dat snoer voor het aansluiten
gebruiken.
Beschikt u niet over een dergelijk bijgeleverd snoer,
gebruik dan een los in de audiohandel verkrijgbaar
ministekker-snoer van minder dan 2 meter lengte met
2-polige (mono) ministekkers, zonder weerstand.
CONTROL A1
Aansluitbussen en aansluitvoorbeelden
CONTROL A1
CD-speler
Minidisc-recorder
Andere bedieningsfuncties
63
NL
x Synchroon-opnamefunctie
Met deze functie kunt u automatisch de
weergave van de gekozen geluidsbron en de
opname op een andere component tegelijk
starten.
1 Stel de geluidsbron-keuzeschakelaar van
de versterker (of tuner/versterker) in op de
geluidsbron voor weergave.
2 Zet de geluidsbron in de
weergavepauzestand (let op dat het N en
het X lampje allebei oplichten).
3 Zet het opname-apparaat in de
opnamepauzestand (REC-PAUSE).
4 Druk op de PAUSE toets van het opname-
apparaat.
De geluidsbron schakelt van de pauzestand
over op weergave en even later begint
automatisch het opnemen.
Wanneer de weergave van de geluidsbron
eindigt, zal het opnemen ook automatisch
stoppen.
Opmerkingen
Zet niet meer dan één geluidsbron tegelijk in de
weergavepauzestand.
Bepaalde opname-componenten beschikken over
een speciale synchroon-opnamefunctie op basis van
het CONTROL A1 bedieningssysteem, zoals de
“CD synchroon-opname” op cassettedecks. Zie
voor nadere bijzonderheden daaromtrent de bij uw
opname-apparaat geleverde gebruiksaanwijzing.
64
NL
Aanvullende informatie
Voorzorgsmaatregelen
Veiligheid
Mocht er vloeistof of een voorwerp in het apparaat
terechtkomen, trekt u dan de stekker van de tuner/
versterker uit het stopcontact en laat het apparaat eerst
nakijken door bevoegd vakpersoneel, alvorens het
weer in gebruik te nemen.
Stroomvoorziening
Controleer, alvorens de tuner/versterker in gebruik
te nemen, of de bedrijfsspanning van het apparaat
overeenkomt met de plaatselijke netspanning. De
bedrijfsspanning staat vermeld op het naamplaatje
op het achterpaneel van de tuner/versterker.
Zolang de stekker van het netsnoer in het stopcontact
zit, blijft er spanning op het apparaat staan, ook al is
de tuner/versterker zelf uitgeschakeld.
Trek de stekker uit het stopcontact wanneer u denkt
de tuner/versterker geruime tijd niet te gebruiken.
Pak de stekker vast om deze uit het stopcontact te
trekken; trek nooit aan het snoer.
Mocht het nodig zijn het netsnoer of de stekker te
vervangen, laat dit dan uitsluitend bij een erkende
vakhandel verrichten.
Hitte in het inwendige
Alhoewel het apparaat tijdens gebruik nogal warm kan
worden, wijst dat niet op storing in de werking. Vooral
bij afspelen op hoog volume kunnen de boven-, onder-
en zijpanelen na verloop van tijd heet worden. Pas
hiervoor op en raak de behuizing liever niet aan.
Opstelling
Zet de tuner/versterker op een goed geventileerde
plaats, met voldoende luchtdoorstroming om de
inwendige onderdelen te koelen, in het belang van
een langdurige betrouwbare werking.
Plaats de tuner/versterker niet dichtbij een warmtebron
of in direct zonlicht. Vermijd plaatsen met veel stof,
vocht en mechanische trillingen of schokken.
Zet niets bovenop het apparaat dat de ventilatie-
openingen aan de bovenzijde kan blokkeren, in het
belang van een storingsvrije werking.
Aansluiten
Voor het maken van enige aansluiting, schakelt u eerst de
tuner/versterker uit en trekt u de stekker uit het stopcontact.
Schoonmaken
Reinig de behuizing, het voorpaneel en de
bedieningsorganen met een zachte doek, licht
bevochtigd met wat milde vloeibare zeep. Gebruik
geen schuurspons of schuurmiddelen en ook geen
oplosmiddelen zoals wasbenzine of alcohol (spiritus).
Mocht u verder nog vragen of problemen met de
bediening van de tuner/versterker hebben, aarzel dan
niet contact op te nemen met de dichtstbijzijnde Sony
handelaar.
Verhelpen van storingen
Als bij het gebruik van de tuner/versterker een
van de volgende problemen zich voordoet,
neemt u dan de controlepunten even door om
het probleem te verhelpen. Mocht de storing
niet zo gemakkelijk te verhelpen zijn,
raadpleeg dan a.u.b. de dichtstbijzijnde Sony
handelaar.
Er wordt geen geluid weergegeven, van geen
enkele geluidsbron.
Controleer of de tuner/versterker en de andere
apparaten allemaal zijn ingeschakeld.
Controleer of de MASTER VOLUME knop niet
in de – dB stand staat.
Let op dat de SPEAKERS keuzeschakelaar niet
op OFF staat (zie blz. 58).
Controleer of alle luidsprekers en andere
apparaten juist en stevig zijn aangesloten.
Druk op de MUTING toets om de
geluiddemping uit te schakelen.
De aanduiding “Not PCM” licht op in het
uitleesvenster en er wordt geen geluid
weergegeven.
Zet het menu-onderdeel “DECODE FORMAT”
op “AUTO” in het CUSTOMIZE menu (zie blz.
48).
Een bepaalde geluidsbron is niet te horen.
Controleer of de geluidsbron juist is aangesloten
op de audio-ingangen voor het betreffende
apparaat.
Controleer of alle stekkers van de
aansluitsnoeren stevig in de stekkerbussen zitten,
zowel bij de tuner/versterker als bij het
geluidsbron-apparaat zelf.
Er komt geen geluid uit een van de
voorluidsprekers.
Sluit een hoofdtelefoon aan op de PHONES
stekkerbus om te controleren of de hoofdtelefoon
wel goed geluid geeft.
Als ook bij de aangesloten hoofdtelefoon slechts
via één kanaal geluid te horen is, kan er iets mis
zijn met de aansluitingen van het weergave-
apparaat op de tuner/versterker. Controleer dan
of alle stekkers van het aansluitsnoer aan beide
zijden, op de tuner/versterker en de geluidsbron
zelf, stevig in de stekkerbussen zijn gestoken.
Als de hoofdtelefoon wel via beide kanalen
geluid geeft, kan er iets mis zijn met de
aansluiting van de niet werkende luidspreker op
de tuner/versterker. Controleer dan de
aansluitingen van de luidspreker die geen geluid
geeft.
Aanvullende informatie
65
NL
Er klinkt niet of nauwelijks geluid.
Controleer of alle luidsprekers en andere
apparaten juist en stevig zijn aangesloten.
Controleer of de tuner/versterker wel is ingesteld
op de juiste geluidsbron.
Controleer of de SPEAKERS keuzeschakelaar
wel in de OFF stand staat (zie blz. 58).
Controleer of er geen hoofdtelefoon is aangesloten.
Druk op de MUTING toets om de
geluiddemping uit te schakelen.
Het beveiligingscircuit van de tuner/versterker is
in werking getreden, vanwege kortsluiting.
Schakel de tuner/versterker uit, verhelp de
kortsluiting en schakel het apparaat weer in.
Als alle geluid erg zacht klinkt, controleer dan
of het NIGHT MODE klankbeeld niet is
ingeschakeld (zie blz. 38).
Er klinkt geen geluid bij afspelen van een
analoge 2-kanaals geluidsbron.
Controleer of er niet met de AUDIO SPLIT
functie de audio-ingangsstand van een andere
geluidsbron is toegewezen aan de gekozen
geluidsbron (zie blz. 41).
Controleer of de INPUT MODE ingangskeuze
niet staat ingesteld op “COAXIAL FIXED” of
“OPTICAL FIXED” (zie blz. 42).
Controleer of er niet is gekozen voor “MULTI
CH 1 DIRECT” of “MULTI CH 2 DIRECT” met
behulp van de MULTI CH DIRECT keuzetoets.
Controleer of de meerkanaals-toewijzing
(“MULTI CH 1” of “MULTI CH 2” in het
CUSTOMIZE menu) niet is toegepast voor de
gekozen geluidsbron (zie blz. 47).
Er klinkt geen geluid bij afspelen van een
digitale geluidsbron (aangesloten op de
COAXIAL of OPTICAL ingangsaansluiting).
Controleer of er niet met de AUDIO SPLIT
functie de audio-ingangsstand van een andere
geluidsbron is toegewezen aan de gekozen
geluidsbron (zie blz. 41).
Controleer of de INPUT MODE ingangskeuze niet
staat ingesteld op “ANALOG 2CH FIXED” (zie
blz. 42). Controleer of de INPUT MODE
ingangskeuze niet staat ingesteld op “COAXIAL
FIXED” voor een geluidsbron die is aangesloten op
de OPTICAL ingangsaansluiting, of op “OPTICAL
FIXED” voor een geluidsbron die is aangesloten op
de COAXIAL ingangsaansluiting.
Controleer of er niet is gekozen voor “MULTI
CH 1 DIRECT” of “MULTI CH 2 DIRECT” met
behulp van de MULTI CH DIRECT keuzetoets.
De weergave van links en rechts klinkt
onevenwichtig of de kanalen zijn verwisseld.
Controleer of alle luidsprekers en andere
apparaten juist en stevig zijn aangesloten.
Stel de weergave evenwichtig in met de
parameters van het LEVEL menu.
Er klinkt een storende bromtoon of andere bijgeluiden.
Controleer of alle luidsprekers en andere
apparaten juist en stevig zijn aangesloten.
Houd de aansluitsnoeren uit de buurt van een
transformator of een motor en ten minste 3 meter
van een TV-toestel of tl-verlichting.
Plaats de geluidsapparatuur niet te dicht in de
buurt van een ingeschakeld TV-toestel.
Sluit een aardingsdraad aan op de U SIGNAL
GND platenspeler-aardaansluiting (maar alleen
als er inderdaad een platenspeler is aangesloten).
Wellicht zijn de stekkers en aansluitbussen vuil. Veeg ze
schoon met een doekje met wat spiritus of zuivere alcohol.
De middenluidspreker geeft niet of nauwelijks geluid.
Zorg dat de klankbeeldfuncties zijn ingeschakeld
(druk op de MODE +/– toets).
Kies een van de CINEMA STUDIO EX
klankbeelden (zie blz. 35).
Stel de geluidssterkte van de middenluidspreker
wat hoger in (zie blz. 44).
Zorg dat de parameter voor het
middenluidsprekerformaat staat ingesteld op
“SMALL” of “LARGE” (zie blz. 20).
De achterluidsprekers/middenachterluidsprekers
geven niet of nauwelijks geluid.
Zorg dat de klankbeeldfuncties zijn ingeschakeld
(druk op de MODE +/– toets).
Kies een van de CINEMA STUDIO EX
klankbeelden (zie blz. 35).
Stel de geluidssterkte van de betreffende
luidsprekers wat hoger in (zie blz. 44).
Zorg dat de parameter voor het formaat van de
achterluidsprekers/middenachterluidsprekers staat
ingesteld op “SMALL” of “LARGE” (zie blz. 20–21).
Het akoestiekeffect werkt niet.
Zorg dat de klankbeeldfuncties zijn ingeschakeld
(druk op de MODE +/– toets).
De klankbeeldfuncties werken niet voor signalen met
een bemonsteringsfrequentie van meer dan 48 kHz.
Wanneer de INPUT MODE signaalverwerking is
ingesteld op “AUTO MULTI CH 1 (of 2)” maar
er komen geen digitale signalen binnen, of de
INPUT MODE staat op “MULTI CH 1 (of 2)
FIXED”, zult u niet kunnen overschakelen tussen
de verschillende klankbeelden (zie blz. 42).
Er wordt geen Dolby Digital of DTS meerkanaals-
geluid weergegeven.
Controleer of de afgespeelde DVD disc e.d. wel is
voorzien van Dolby Digital of DTS meerkanaals-geluid.
Bij aansluiten van een DVD videospeler e.d. op
de digitale ingangsaansluitingen van deze tuner/
versterker dient u ook te zorgen dat de audio-
instellingen (voor de geluidsweergave) van het
aangesloten apparaat goed zijn ingesteld.
wordt vervolgd
66
NL
Het opnemen lukt niet.
Controleer of de betrokken apparaten naar
behoren zijn aangesloten.
Kies de op te nemen geluidsbron met de
FUNCTION keuzeknop.
Bij het opnemen van een digitale geluidsbron
dient u te zorgen dat de INPUT MODE
ingangskeuze staat ingesteld op “ANALOG 2CH
FIXED” (zie blz. 42) voordat u gaat opnemen
met een opname-apparaat dat is aangesloten op
de analoge MD/DAT of TAPE uitgangen.
Bij het opnemen van een digitale geluidsbron dient
u te zorgen dat de INPUT MODE ingangskeuze
staat ingesteld op COAXIAL FIXED of OPTICAL
FIXED (zie blz. 42) voordat u gaat opnemen met
een opname-apparaat dat is aangesloten op de
DIGITAL MD/DAT OUT aansluitingen.
Zet de “D.POWER” stroomvoorziening in de
“ALWAYS ON” stand voor ANALOG DIRECT
weergave, want er zullen geen digitale geluidssignalen
worden uitgestuurd in de “AUTO OFF” stand.
Hoe een laserdisc-speler aan te sluiten via een
RF demodulator.
Sluit eerst de laserdisc-speler aan op een RF
demodulator en verbind dan de optische of coaxiale
digitale uitgang van de RF demodulator met de DVD/
LD OPTICAL IN of COAXIAL ingangsaansluiting
van de tuner/versterker. Bij deze aansluitmethode dient
u de INPUT MODE ingangskeuze met de hand in te
stellen (zie blz. 42). De tuner/versterker kan niet altijd
goed werken als de INPUT MODE staat ingesteld op
AUTO 2CH. Zie voor nadere bijzonderheden over de
DOLBY DIGITAL RF aansluitingen ook de
gebruiksaanwijzing van de RF demodulator.
De FM radio-ontvangst klinkt niet goed.
Installeer een FM buitenantenne en sluit deze aan op
de tuner/versterker met een 75-ohm coaxiaalkabel
(niet bijgeleverd), zoals hieronder aangegeven. Als
u de tuner/versterker aansluit op een buitenantenne
dient deze zorgvuldig geaard te worden, ter
bescherming tegen blikseminslag. Sluit de
aardingsdraad nooit aan op een gasleiding; gezien
de kans op een gasexplosie is dit uiterst gevaarlijk.
Het afstemmen op een radiozender lukt niet.
Controleer of de antennes goed zijn aangesloten.
Verstel zonodig de stand van de antennes en sluit
een buitenantenne aan.
Mogelijk is de signaalsterkte te gering voor
ontvangst (bij gebruik van de automatische
zoekafstemming). Gebruik de directe afstemming.
Zorg dat het afsteminterval juist ingesteld (bij het
afstemmen op AM radiozenders met directe afstemming).
Er zijn nog geen zenders vooringesteld of de vastgelegde
voorkeurzenders zijn uit het geheugen gewist (bij gebruik
van de geheugenafstemming). Leg de gewenste zenders
in het afstemgeheugen vast (zie blz. 28).
Druk op de DISPLAY toets zodat de
afstemfrequentie in het uitleesvenster verschijnt.
De RDS informatiefuncties werken niet.*
Controleer of de tuner/versterker wel is afgestemd op
een RDS informatiezender op de FM afstemband.
Stem af op een krachtiger FM informatiezender.
De gewenste RDS informatie verschijnt niet in
het uitleesvenster.*
Neem contact op met de radiozender en informeer of
deze wel of geen RDS signalen uitzendt. Ook zenders
die gewoonlijk wel RDS informatie uitzenden kunnen
deze soms tijdelijk buiten werking stellen.
Op het TV-scherm of de videomonitor is geen
beeld of slechts een onduidelijk beeld zichtbaar.
Stel de tuner/versterker op de juiste beeld/geluidsbron in.
Stel het TV-toestel in op de gewenste beeldweergave.
Zet het TV-toestel iets verder van de audio-
apparatuur vandaan.
Afstandsbediening
De afstandsbediening werkt niet.
Richt de afstandsbediening recht op de
afstandsbedieningssensor voorop de tuner/versterker.
Verwijder eventuele obstakels tussen de
afstandsbediening en de tuner/versterker.
Als de batterijen in de afstandsbediening leeg
kunnen zijn, vervangt u ze dan alle door nieuwe.
Als de COMMAND MODE bedieningsstand van de tuner/
versterker niet overeenkomt met de COMMAND MODE
bedieningsstand van de afstandsbediening, is er geen
gegevensoverdracht mogelijk en zal de tuner/versterker
niet reageren op de afstandsbediening (zie blz. 49).
Controleer of u wel de juiste toets op de
afstandsbediening hebt ingedrukt.
Als u de afstandsbediening hebt geprogrammeerd voor
apparatuur van een ander merk dan Sony, kunnen
bepaalde functies niet goed werken, afhankelijk van
het merk en model apparaat.
Pagina’s met aanwijzingen voor het wissen
van het geheugen van de tuner/versterker
Voor wissen van Leest u
Alle geheugen-instellingen pagina 19
De zelf aangepaste klankbeelden pagina 45
* Alleen de modellen met landcode CEL.
FM buitenantenne
Tuner/versterker
Aardingsdraad
(niet bijgeleverd)
naar een aardpunt
75
COAXIAL
FM
AM
U
ANTENNA
Verhelpen van storingen (vervolg)
Aanvullende informatie
67
NL
Technische gegevens
Versterker-gedeelte
Modellen met landcode TW
UITGANGSVERMOGEN
(aan 8 ohm, van 20 Hz – 20 kHz, bij 0,05% THV)
100 W + 100 W
(aan 4 ohm, van 20 Hz – 20 kHz, bij 0,09% THV)
90 W + 90 W
Muziekvermogen, referentie
(aan 8 ohm, van 20 Hz – 20 kHz, bij 0,05% THV)
FRONT
1)
: 100 W + 100 W
CENTER
1)
: 100 W
SURR
1)
: 100 W / 100 W
SURR BACK
1)
: 100 W /
100 W
(aan 4 ohm, van 20 Hz – 20 kHz, bij 0,09% THV)
FRONT
1)
: 90 W + 90 W
CENTER
1)
: 90 W
SURR
1)
: 90 W / 90 W
SURR BACK
1)
: 90 W /
90 W
1) Afhankelijk van de klankbeeld-instellingen en de
geluidsbron kan er soms hierdoor geen geluid
worden weergegeven.
Modellen met landcode CEL of KR
UITGANGSVERMOGEN
(aan 8 ohm, van 1 kHz, bij 0,7% THV)
100 W + 100 W
2)
90 W + 90 W
3)
(aan 4 ohm, van 1 kHz, bij 0,7% THV)
90 W + 90 W
2)
80 W + 80 W
3)
Muziekvermogen, referentie
(aan 8 ohm, van 1 kHz, bij 0,7% THV)
FRONT
4)
: 100 W + 100 W
CENTER
4)
: 100 W
SURR
4)
: 100 W / 100 W
SURR BACK
4)
: 100 W /
100 W
(aan 4 ohm, van 1 kHz, bij 0,7% THV)
FRONT
4)
: 90 W + 90 W
CENTER
4)
: 90 W
SURR
4)
: 90 W / 90 W
SURR BACK
4)
: 90 W /
90 W
(aan 8 ohm, van 20 Hz – 20 kHz, bij 0,05% THV)
FRONT
4)
: 90 W + 90 W
CENTER
4)
: 90 W
SURR
4)
: 90 W / 90 W
SURR BACK
4)
: 90 W /
90 W
(aan 4 ohm, van 20 Hz – 20 kHz, bij 0,09% THV)
FRONT
4)
: 80 W + 80 W
CENTER
4)
: 80 W
SURR
4)
: 80 W / 80 W
SURR BACK
4)
: 80 W /
80 W
2) Gemeten onder de volgende omstandigheden:
Modellen met landcode CEL: 230 V wisselstroom,
50 Hz
3) Gemeten onder de volgende omstandigheden:
Modellen met landcode KR: 220 V wisselstroom,
60 Hz
4) Afhankelijk van de klankbeeld-instellingen en de
geluidsbron kan er soms hierdoor geen geluid
worden weergegeven.
Frequentiebereik
PHONO
CD/SACD, TAPE,
MD/DAT, TV/SAT,
DVD/LD, VIDEO 1, 2,
3
Ingangen (analoog)
PHONO
MULTI CHANNEL
IN 1, 2, CD/SACD,
TAPE, MD/DAT,
DVD/LD, TV/SAT,
VIDEO 1, 2, 3
5) INPUT ingangen kortgesloten
6) Netwerk-gewogen, ingangsniveau
Ingangen (digitaal)
CD/SACD, DVD/LD
(coaxiaal)
CD/SACD, DVD/LD,
TV/SAT, MD/DAT
(optisch)
Uitgangen
TAPE, MD/DAT
(REC OUT), VIDEO
1, 2 (AUDIO OUT)
FRONT L/R,
CENTER,
SURROUND L/R,
SURROUND BACK
L/R, SUB WOOFER
Gevoeligheid: –
Impedantie: 75 kOhm
Signaal/ruisverhouding:
100 dB (A, 20 kHz LPF)
Gevoeligheid: –
Impedantie: –
Signaal/ruisverhouding:
100 dB (A, 20 kHz LPF)
Uitgangsspanning:
150 mV
Impedantie: 10 kOhm
Uitgangsspanning: 2 V
Impedantie: 1 kOhm
RIAA compensatiecurve
±0,5 dB
10 Hz – 100 kHz
+0,5/–2 dB (zonder
klankbeeld, toonregeling
of basversterking)
Gevoeligheid: 2,5 mV
Impedantie: 50 kOhm
Signaal/ruisverhouding
5)
:
86 dB (A, 2,5 mV
6)
)
Gevoeligheid: 150 mV
Impedantie: 50 kOhm
Signaal/ruisverhouding
5)
:
100 dB (A, 150 mV
6)
)
wordt vervolgd
68
NL
EQ toonregeling
BASS: 99 Hz~1,0 kHz
MID (alleen FRONT L/R, CENTER):
198 Hz~10 kHz
TREBLE: 1,0 kHz~10 kHz
Versterking: ±10 dB, in stappen van
0,5 dB
FM tuner-gedeelte
Afstembereik 87,5 - 108,0 MHz
Antenne-aansluitingen
75 ohm, asymmetrisch
Gevoeligheid
Mono: 18,3 dBf, 2,2 µV/75 ohm
Stereo:
38,3 dBf, 22,5 µV/75 ohm
Bruikbare gevoeligheid
11,2 dBf, 1 µV/75 ohm
Signaal/ruisverhouding
Mono: 76 dB
Stereo: 70 dB
Harmonische vervorming bij 1 kHz
Mono: 0,3%
Stereo: 0,5%
Kanaalscheiding 45 dB bij 1 kHz
Frequentiebereik 30 Hz – 15 kHz,
+0,5/–2 dB
Selectiviteit 60 dB bij 400 kHz
AM tuner-gedeelte
Afstembereik 531 – 1.602 kHz
Antenne Kaderantenne
Bruikbare gevoeligheid
50 dB/meter (bij 999 kHz)
Signaal/ruisverhouding
54 dB (bij 50 mV/meter)
Harmonische 0,5 % (bij 50 mV/meter,
vervorming 400 Hz)
Selectiviteit 35 dB
Video-gedeelte
Ingangen/uitgangen
Video: 1 Vt-t, 75 ohm
S-video: Y: 1 Vt-t, 75 ohm
C: 0,286 Vt-t, 75 ohm
COMPONENT VIDEO: Y: 1 Vt-t, 75 ohm
B-Y: 0,7 Vt-t, 75 ohm
R-Y: 0,7 Vt-t, 75 ohm
Algemeen
Stroomvoorziening
Landcode Stroomvoorziening
CEL 230 V wisselstroom, 50/60 Hz
TW 110 V wisselstroom, 60 Hz
KR 220 V wisselstroom, 60 Hz
Stroomverbruik
Landcode Stroomverbruik
CEL, KR 390 watt
TW 400 watt (maximaal 1.000 watt)
Stroomverbruik (in de gebruiksklaar-stand)
1 watt
Netstroomuitgangen
Landcode Netstroomuitgangen
CEL 1 uitschakelbaar, 100 W
TW 2 uitschakelbaar, 100 W
Afmetingen 430 × 174 × 465 mm
incl. uitstekende
onderdelen en knoppen
Gewicht (ca.) 21 kg
Bijgeleverd toebehoren
FM draadantenne (1)
AM kaderantenne (1)
Afstandsbediening RM-LP211 (1)
R6 (AA-formaat) batterijen (3)
Zie voor nadere bijzonderheden over de landcode
van uw uitvoering de beschrijving op blz. 2.
Wijzigingen in ontwerp en technische gegevens
voorbehouden, zonder kennisgeving.
Technische gegevens (vervolg)
Aanvullende informatie
69
NL
Index
A
Aanduidingen op het scherm
49
Afstemmen
automatisch 26
direct 27
voorkeurzenders 28
Automatische afstemming 26
B, C
Bijgeleverd toebehoren 68
Bijregelen
CUSTOMIZE parameters
47, 57
EQ parameters 45, 55
Geluidssterkte 24
Helderheid van het
uitleesvenster 31
LEVEL parameters 44, 54
SET UP parameters
19, 49
SURROUND parameters
43, 52
CUSTOMIZE menu 47, 57
D
Digital Cinema Sound 35
Directe afstemming 27
Doorzoeken
radiozenders. Zie
Automatische afstemming
voorkeurzenders. Zie
Geheugenafstemming
E
Effectniveau 43
EQ menu 45, 55
F
Filterfrequenties 51, 52
G, H, I, J
Geheugen van de tuner/
versterker wissen 19
Geluidsbronnen benoemen. Zie
Naamgeving
K
Keuze
geluidsbron 25
klankbeeld 35–37
voorluidsprekers 58
Klankbeelden
aanpassen 43
kiezen 35–37
terugstellen 45
voorgeprogrammeerde 35–
37
Kopiëren van bandopnamen.
Zie Opnemen
L
LEVEL menu 44, 54
Luidsprekers
aansluiten 17
geluidssterkte regelen 24
impedantie 16
opstelling 16
M
Monteren van bandopnamen.
Zie Opnemen
N
Naamgeving 57
O, P, Q
Omschakelen
Aanduidingen in
uitleesvenster 31
Effectniveau 43
Opnemen
op audiocassette of
minidisc 59
op videocassette 59
R
RDS informatiefuncties
29
Ruimtelijke geluidsweergave
S
SET UP menu 19, 49
Sluimerfunctie 58
SURROUND menu 43, 52
T, U
Testtoon 24
V, W, X, Y
Voorkeurzenders
afstemmen 28
vastleggen 28
Z
Zendernamen. Zie Naamgeving
1/276