Sony STR-DE675 de handleiding

  • Hallo! Ik ben een AI-chatbot die speciaal is getraind om je te helpen met de Sony STR-DE675 de handleiding. Ik heb het document al doorgenomen en kan je duidelijke en eenvoudige antwoorden geven.
STR-DE675
4-233-598-82(4)
FM Stereo
FM-AM Receiver
2001 Sony Corporation
FR
NL
SE
Mode d’emploi
Gebruiksaanwijzing
Bruksanvisning
2
NL
Opstelling
• Zet de tuner/versterker op een goed
geventileerde plaats, met rondom vrije
luchtdoorstroming, om oververhitting
van de inwendige onderdelen te
voorkomen, in het belang van een
langdurige betrouwbare werking.
• Plaats de tuner/versterker niet in de
buurt van een warmtebron of in direct
zonlicht. Vermijd tevens plaatsen met
veel stof, vocht en mechanische trillingen
of schokken.
• Zet niets bovenop de tuner/versterker.
De ventilatie-openingen aan de
bovenzijde mogen niet geblokkeerd
worden, in het belang van een juist
functioneren van het apparaat en een
langere levensduur van de
componenten.
• De receiver warmt op terwijl hij in
werking is. Dat is normaal en wijst niet
op een defect. Wanneer deze receiver
langdurig met hoog volume werkt, kan
de bovenkant, zijkant en onderkant van
de behuizing sterk opwarmen. Raak de
behuizing niet aan om verbranding te
voorkomen.
Bediening
Zorg ervoor dat de stekkers van de
netsnoeren van de apparatuur niet in het
stopcontact zitten, alvorens de
aansluitingen te maken. Sluit de
netsnoeren pas als allerlaatste aan.
Reiniging
Gebruik voor het reinigen van de ombouw,
het voorpaneel en de bedieningsorganen
een zachte doek, licht bevochtigd met wat
milde vloeibare zeep. Gebruik geen
schuurspons, schuurmiddelen of vluchtige
stoffen zoals spiritus of benzine.
Mocht u na het doorlezen van de
gebruiksaanwijzing nog vragen over
of problemen met de tuner/versterker
hebben, aarzel dan niet contact op te
nemen met de dichtstbijzijnde Sony
handelaar.
Veiligheid
• Mocht er vloeistof of een voorwerp in de
tuner/versterker terechtkomen, trek dan
de stekker uit het stopcontact en laat het
apparaat eerst nakijken door een
deskundige, alvorens het weer in
gebruik te nemen.
• Om brand te voorkomen mogen de
verluchtingsopeningen van de receiver
niet worden afgedekt met kranten,
tafelkleedjes, gordijnen, enz.. Plaats geen
brandende kaarsen op het toestel.
• Plaats evenmin vazen op de receiver om
brand of elektrocutie te voorkomen.
Stroomvoorziening
• Controleer voor het aansluiten van de
tuner/versterker eerst of de
bedrijfspanning ervan wel overeenkomt
met de plaatselijke netspanning. De
bedrijfsspanning staat aangegeven op
het naamplaatje aan de achterzijde van
het apparaat.
• Zolang het netsnoer op het stopcontact is
aangesloten, blijft er spanning op het
apparaat staan, zelfs nadat het apparaat
is uitgeschakeld.
• Trek de stekker van het netsnoer uit het
stopcontact wanneer u denkt de tuner/
versterker geruime tijd niet te zullen
gebruiken. Om de aansluiting op het
stopcontact te verbreken, mag u
uitsluitend aan de stekker trekken; trek
nooit aan het snoer.
• Indien het netsnoer vervangen moet
worden, mag dit alleen uitgevoerd
worden door een erkend
onderhoudscentrum.
WAARSCHUWING
Stel het apparaat niet
bloot aan regen of vocht,
om gevaar voor brand of
een elektrische schok te
voorkomen.
Open nooit de behuizing,
om gevaar voor
elektrische schokken te
vermijden. Laat reparaties
aan de erkende vakhandel
over.
Plaats het apparaat niet in
een gesloten ruimte, zoals
een boekenrek of
ingebouwde kast.
Gooi de batterij niet weg,
maar lever hem in als
KCA.
Voorzorgsmaatregelen
3
NL
NL
Omtrent deze handleiding
Deze gebruiksaanwijzing geldt voor model STR-DE675.
Controleer uw modelnummer in de rechter benedenhoek
van het voorpaneel.
Algemene opzet
Alle aanwijzingen in de tekst beschrijven de bediening
met de toetsen op de tuner/versterker zelf. U kunt
echter ook de toetsen van de afstandsbediening
gebruiken met dezelfde of soortgelijke namen als die op
de tuner/versterker.
Op een aantal plaatsen in deze gebruiksaanwijzing treft
u het onderstaande symbool aan:
z
Dit symbool vestigt uw aandacht op handige tips,
die de bediening vergemakkelijken.
Deze tuner/versterker is uitgerust met Dolby* Digital en
Pro Logic Surround akoestiek en het DTS** Digital
Surround akoestieksysteem.
* Vervaardigd in licentie van Dolby Laboratories. “Dolby”, “Pro
Logic” en het dubbele D-symbool ; zijn handelsmerken van Dolby
Laboratories.
Vertrouwelijke onuitgegeven werken. Copyright 1992-1997 Dolby
Laboratories, Inc. Alle rechten voorbehouden.
** Gefabriceerd onder licentie van Digital Theater Systems, Inc. US
Pat. No. 5,451,942, 5,956,674, 5,974,380, 5,978,762 en andere
wereldwijde patenten verkregen en aangevraagd. “DTS” en “DTS
Digital Surround” zijn handelsmerken van Digital Theater Systems,
Inc. Copyright 1996, 2000 Digital Theater Systems, Inc. Alle rechten
voorbehouden.
INHOUDSOPGAVE
Aansluiten van de apparatuur 4
Uitpakken 4
Aansluiten van de antennes 5
Aansluiten van audio-apparatuur 6
Aansluiten van video-apparatuur 7
Aansluiten van digitale apparatuur 8
Aansluiten MULTI CH IN 10
Andere aansluitingen 11
Aansluiten en opstellen van de
luidsprekers 13
Aansluiten van de luidsprekers 14
Voorbereidingen treffen voor weergave 16
Opstelling voor meerkanaals Surround akoestiek 17
Alvorens uw tuner/versterker in gebruik te nemen 21
Bedienings-organen en basisbediening
van de tuner/versterker 23
Bedieningsorganen op het voorpaneel 23
Genieten van Surround Sound
akoestiek 27
Keuze van een klankbeeld 28
Uitleg van de meerkanaals-akoestiekaanduidingen 32
Bijregelen van de klankbeelden 34
Radio-ontvangst 38
Automatische FM zenderopslag in alfabetische
volgorde (“Autobetical select”) 40
Directe afstemming 40
Automatische zoekafstemming 41
Geheugenafstemming 41
Gebruik van het Radio Data Systeem (RDS) 42
Overige bedienings-functies 44
Naamgeving van voorkeurzenders en beeld/
geluidsbronnen 45
Opnemen 45
Automatisch uitschakelen met de sluimerfunctie 46
Instellingen met de SET UP toets 47
CONTROL A1 bedieningssysteem 47
Aanvullende informatie 49
Verhelpen van storingen 49
Technische gegevens 51
Verklarende woordenlijst 53
Instellingen waarvoor de SURR, LEVEL, EQ, en SET
UP toetsen worden gebruikt 54
Beschrijving van de afstandsbediening 55
Index 58
4
NL
Aansluiten van
de apparatuur
In dit hoofdstuk wordt beschreven
hoe u diverse audio- en video-
apparatuur kunt aansluiten op de
tuner/versterker. Lees vooral de
relevante paragrafen voor uw
apparatuur alvorens u enig apparaat
op de tuner/versterker gaat
aansluiten.
Uitpakken
Kontroleer of het onderstaande bijgeleverd toebehoren
inderdaad in de verpakking van de tuner/versterker
aanwezig is:
FM draadantenne (1)
AM kaderantenne (1)
R6 (AA-formaat) batterijen (2)
• Afstandsbediening (1)
Aanbrengen van batterijen in de
afstandsbediening
Leg de R6 (AA-formaat) batterijen in de
afstandsbediening, met de juiste polariteit van (+) en (–),
zoals aangegeven in het batterijvak. Voor gebruik van de
afstandsbediening richt u deze op de g
afstandsbedieningssensor voorop de tuner/versterker.
z
Wanneer de batterijen te vervangen
Bij normaal gebruik zal een stel batterijen ongeveer 6 maanden
meegaan. Als de tuner/versterker niet meer naar behoren op de
afstandsbediening reageert, is het tijd alle batterijen door nieuwe
te vervangen.
Opmerkingen
• Leg de afstandsbediening niet op een al te warme of vochtige
plaats.
• Gebruik geen oude en nieuwe batterijen naast elkaar.
• Let op dat de afstandsbedieningssensor van de tuner/
versterker niet wordt blootgesteld aan directe zonnestraling of
fel lamplicht, anders zal de afstandsbediening niet naar
behoren functioneren.
• Wanneer u denkt de afstandsbediening geruime tijd niet te
gebruiken, kunt u de batterijen er beter uit verwijderen, om
eventuele beschadiging door batterijlekkage en corrosie te
voorkomen.
Alvorens met aansluiten te beginnen
Schakel eerst alle betrokken apparatuur uit, alvorens u
begint met het aansluiten ervan.
Sluit de netsnoeren van de apparatuur pas op het
stopcontact aan nadat alle andere aansluitingen in orde
zijn.
Zorg dat alle aansluitingen stevig vast zitten, om brom
en andere bijgeluiden te voorkomen.
Let bij het aansluiten van de audio/videosnoeren op
dat u links en rechts niet verwisselt: sluit de gele
stekkers aan op de gele stekkerbussen (voor het
videosignaal); witte stekkers op witte stekkerbussen
(voor het linker audiokanaal) en rode stekkers op rode
stekkerbussen (voor het rechter kanaal).
]
]
}
}
5
NL
Aansluiten van de apparatuur
FM draadantenne
(bijgeleverd)
AM kaderantenne
(bijgeleverd)
Aansluiten van de antennes
Aardleiding
(niet bijgeleverd)
naar een aardpunt
z
Op plaatsen met een problematische FM-ontvangst
Sluit via een 75-ohm coaxiaalkabel (niet bijgeleverd) een
FM buitenantenne aan op de tuner/versterker, zoals
hieronder aangegeven.
FM buitenantenne
Belangrijk
Als u de tuner/versterker aansluit op een buitenantenne,
dient deze geaard te worden, ter bescherming tegen
blikseminslag. Sluit de aardingsdraad nooit aan op een
gasleiding; gezien de kans op een gasexplosie is dit uiterst
gevaarlijk.
DIGITAL
MD/
TAPE
OUT
MD/
TAPE
IN
TV/SAT
IN
DVD/LD
IN
OPTICAL
DVD/LD
IN
COAXIAL
SUB
WOOFER
MULTI CH IN
FRONT SURROUND
SURROUND CENTER FRONT
R
L
CENTER
IN AUDIO IN AUDIO IN
S VIDEO
IN
VIDEO IN VIDEO IN VIDEO IN VIDEO OUT VIDEO OUT
SWITCHED 100W MAX
VIDEO IN
S VIDEO
IN
S VIDEO
OUT
S VIDEO
IN
S VIDEO
OUT
AUDIO IN AUDIO INAUDIO OUTOUT IN
IN
AUDIO
OUT
ANTENNA
AM
SUB
WOOFER
R
L
R
L
R
R
L
L
R
L
R
L
R
L
R
L
R
L
MD/TAPEAUX CD
TV/SAT DVD/LD VIDEO 2
MONITOR
CTRL
A1
VIDEO 1
SPEAKERS
IMPEDANCE USE 8 – 16
AC OUTLET
FM
75
COAXIAL
ANTENNA
AM
FM
75
COAXIAL
Tuner/versterker
Antenne-aansluitingen
Verbind de Met de
AM kaderantenne AM aansluitklemmen
FM draadantenne FM 75 COAXIAL stekkerbus
Na het aansluiten van de antennes
Om het oppikken van stoorsignalen te voorkomen, mag
u de AM kaderantenne niet te dicht bij de tuner/
versterker andere apparatuur zetten.
Strek de FM draadantenne zo ver mogelijk uit.
Na het aansluiten van de FM draadantenne legt of
hangt u deze zo horizontaal mogelijk.
6
NL
Aansluiten van de apparatuur
Audio-aansluitingen
Verbind een Met de
Compact disc speler CD stekkerbussen
Minidisc-recorder of cassettedeck MD/TAPE
stekkerbussen
Vereiste aansluitsnoeren
Audio-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd)
Sluit bij alle snoeren de stekkers van een bepaalde kleur
aan op de stekkerbussen met dezelfde kleur, op de
betreffende apparaten.
Aansluiten van audio-apparatuur
Minidisc-recorder/
cassettedeck
Compact disc speler
wit (L) wit (L)
rood (R) rood (R)
DIGITAL
MD/
TAPE
OUT
MD/
TAPE
IN
TV/SAT
IN
DVD/LD
IN
OPTICAL
DVD/LD
IN
COAXIAL
SUB
WOOFER
MULTI CH IN
FRONT SURROUND
SURROUND CENTER FRONT
R
L
CENTER
IN AUDIO IN AUDIO IN
S VIDEO
IN
VIDEO IN VIDEO IN VIDEO IN VIDEO OUT VIDEO OUT
SWITCHED 100W MAX
VIDEO IN
S VIDEO
IN
S VIDEO
OUT
S VIDEO
IN
S VIDEO
OUT
AUDIO IN AUDIO INAUDIO OUTOUT IN
IN
AUDIO
OUT
ANTENNA
AM
FM
75
COAXIAL
SUB
WOOFER
R
L
R
L
R
R
L
L
R
L
R
L
R
L
R
L
R
L
MD/TAPEAUX CD
TV/SAT DVD/LD VIDEO 2
MONITOR
CTRL
A1
VIDEO 1
SPEAKERS
IMPEDANCE USE 8 16
AC OUTLET
IN OUT
L
R
ç
ç
LINE
L
R
OUTPUT
LINELINE
INPUT OUTPUT
7
NL
Aansluiten van de apparatuur
Videorecorder
Betreffende de video-aansluitingen
U kunt de audio-uitgangsaansluitingen van uw TV-toestel
verbinden met de TV/SAT AUDIO IN stekkerbussen van
de tuner/versterker, om het geluid van de TV weer te
geven met een akoestiekeffect naar keuze. In dit geval mag
u de video-uitgangsaansluiting van het TV-toestel niet
verbinden met de TV/SAT VIDEO IN stekkerbus van de
tuner/versterker. Als u een aparte TV-afstemeenheid (of
een satelliet-ontvanger) aansluit, verbind dan de audio-
en video-uitgangen daarvan met de tuner/versterker
zoals aangegeven in bovenstaand aansluitschema.
z
Bij gebruik van de S-video stekkerbussen in plaats van de
gewone video-aansluitingen
In dit geval zult u het TV-toestel of de videomonitor ook moeten
aansluiten op de S-video stekkerbus. De S-video signalen worden
alleen uitgestuurd via de S-video stekkerbussen, dus u zult via de
gewone video-aansluitingen geen signaal kunnen weergeven.
Video-aansluitingen
Verbind een Met de
TV of satelliet-tuner TV/SAT stekkerbussen
Videorecorder VIDEO 1 stekkerbussen
Tweede videorecorder VIDEO 2 stekkerbussen
DVD of LD speler DVD/LD stekkerbussen
TV of videomonitor MONITOR VIDEO OUT
stekkerbus
Vereiste aansluitsnoeren
Audio/video-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd)
Sluit bij alle snoeren de stekkers van een bepaalde kleur aan op de
stekkerbussen met dezelfde kleur, op de betreffende apparaten.
Videosnoer voor het aansluiten van een TV of videomonitor (niet
bijgeleverd)
TV of satelliet-tuner
DVD of LD speler
geel geel
geel (video) geel (video)
wit (audio L) wit (audio L)
rood (audio R) rood (audio R)
DIGITAL
MD/
TAPE
OUT
MD/
TAPE
IN
TV/SAT
IN
DVD/LD
IN
OPTICAL
DVD/LD
IN
COAXIAL
SUB
WOOFER
MULTI CH IN
FRONT SURROUND
SURROUND CENTER FRONT
R
L
CENTER
IN AUDIO IN AUDIO IN
S VIDEO
IN
VIDEO OUT
SWITCHED 100W MAX
S VIDEO
IN
S VIDEO
OUT
OUT IN
IN
AUDIO
OUT
ANTENNA
AM
FM
75
COAXIAL
R
L
R
L
R
R
L
L
R
L
R
L
R
L
R
L
R
L
MD/TAPEAUX CD
TV/SAT DVD/LD
MONITOR
SPEAKERS
IMPEDANCE USE 8 16
AC OUTLET
VIDEO
IN
INPUT
OUT
S-VIDEO
IN
S-VIDEO
RL
AUDIO OUT VIDEO
OUT
OUTPUT
RL
AUDIO OUT VIDEO
OUT
OUTPUT
OUT
S-VIDEO
OUT
VIDEO
OUT
R
VIDEO
IN
AUDIO
OUT
AUDIO
IN
INPUT OUTPUT
L
ç
IN
ç
IN
S-VIDEO
OUT
S-VIDEO
VIDEO
OUT
R
AUDIO
OUT
OUTPUT
L
CTRL
A1
VIDEO IN VIDEO IN VIDEO IN
VIDEO 2 VIDEO 1
SUB
WOOFER
VIDEO OUT VIDEO IN
S VIDEO
OUT
S VIDEO
IN
AUDIO IN AUDIO INAUDIO OUT
TV of
videomonitor
Videorecorder
Aansluiten van video-apparatuur
8
NL
Aansluiten van de apparatuur
Vereiste aansluitsnoeren
Optisch digitaal aansluitsnoer (niet bijgeleverd)
Coaxiaal digitaal aansluitsnoer (niet bijgeleverd)
Audio/video-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd)
Sluit bij alle snoeren de stekkers van een bepaalde kleur aan op de
stekkerbussen met dezelfde kleur, op de betreffende apparaten.
Aansluiten van digitale apparatuur
Voorbeeld voor het aansluiten van een laserdisc-speler via een RF demodulator
U kunt de AC-3 RF OUT stekkerbus van een laserdisc-speler niet rechtstreeks aansluiten op de digitale ingangen van deze
tuner/versterker. De RF uitgangssignalen moeten eerst worden omgezet in optische of coaxiale digitale signalen. Hiervoor
sluit u de laserdisc-speler aan op een RF demodulator en dan verbindt u de optische of coaxiale digitale uitgang van de RF
demodulator met de OPTICAL of COAXIAL DVD/LD IN aansluiting van de tuner/versterker. Zie voor nadere
bijzonderheden over de AC-3 RF aansluitingen de gebruiksaanwijzing van de RF demodulator.
RF demodulatorLaserdisc-speler
zwart zwart
geel geel
Opmerking
Bij het aansluiten op de hierboven getoonde wijze dient u de INPUT MODE schakelaar (8 op blz. 25) handmatig in de juiste stand te zetten.
Dit apparaat kan niet naar behoren werken als de INPUT MODE schakelaar in de “AUTO” stand staat.
geel (video) geel (video)
wit (audio L) wit (audio L)
rood (audio R) rood (audio R)
Opmerking
De optische en coaxiale digitale ingangsaansluitingen van dit
apparaat zijn geschikt voor bemonsteringsfrequenties van
32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz en 96 kHz** (**Alleen op de DVD/LD).
DVD videospeler (e.d.)*
* Om digitale audio-aansluitingen te maken voor een DVD videospeler, sluit u deze aan op de coaxiale OF de optische digitale aansluitbus, NIET op
allebei. Het is aanbevolen voor de digitale audio-aansluitingen de coaxiale aansluitbus te gebruiken.
U kunt de digitale uitgangsaansluitingen van uw DVD
videospeler (enz.) en satelliet-ontvanger verbinden met de
digitale ingangsaansluitingen van deze tuner/versterker,
om thuis te genieten van een indrukwekkend
bioscoopgeluid met meerkanaals Surround akoestiek. Om
deze meerkanaals Surround Sound op zijn best te horen,
zijn er vijf gewone luidsprekers nodig (twee
voorluidsprekers, twee surroundluidsprekers en een
middenluidspreker) plus een speciale lagetonenluidspreker.
Daarnaast kunt u tevens een laserdisc-speler met een RF
OUT stekkerbus aansluiten via een RF demodulator, zoals
de Sony MOD-RF1 (niet bijgeleverd).
DIGITAL
MD/
TAPE
OUT
MD/
TAPE
IN
DVD/LD
IN
OPTICAL
DVD/LD
IN
COAXIAL
SUB
WOOFER
MULTI CH IN
FRONT SURROUND
SURROUND CENTER FRONT
R
L
CENTER
IN AUDIO IN AUDIO IN
S VIDEO
IN
VIDEO IN VIDEO IN VIDEO IN VIDEO OUT VIDEO OUT
SWITCHED 100W MAX
VIDEO IN
S VIDEO
IN
S VIDEO
OUT
S VIDEO
IN
S VIDEO
OUT
AUDIO IN AUDIO INAUDIO OUTOUT IN
IN
AUDIO
OUT
ANTENNA
AM
FM
75
COAXIAL
SUB
WOOFER
R
L
R
L
R
R
L
L
R
L
R
L
R
L
R
L
R
L
MD/TAPEAUX
VIDEO 2
MONITOR
CTRL
A1
VIDEO 1
SPEAKERS
IMPEDANCE USE 8 – 16
AC OUTLET
VIDEO
OUT
R
AUDIO
OUT
OUTPUT
L
VIDEO
OUT
AUDIO
OUT
OUTPUT
DIGITAL
COAXIAL
OUTPUT
DIGITAL
OPTICAL
OUTPUT
DIGITAL
OPTICAL
OUTPUT
CD
TV/SAT DVD/LD
TV/SAT
IN
DVD/LD
VIDEO IN
DIGITAL
DVD/LD IN
(COAXIAL)
(OPTICAL)
AC-3 RF
OUT
VIDEO OUT
MULTI CHANNEL DECODING
INPUT MODE
MUTING
VIDEO 1
MD/TAPE
MASTER VOLUME
VIDEO 2
CD
DVD/LD
TUNER
TV/SAT
AUX
DISPLAY
DIMMER
PHONES
SPEAKERS
? / 1
MEMORY SHIFT PTY FM MODE FM/AM
EQ
SURR
LEVEL
SET UP
NAME
A
ENTER
A.F.D.
SOUND FIELD
MULTI CH IN
EQUALIZER
CINEMA STUDIO EX
MODE 2CH
PRESET/
PTY SELECT
TUNING
–+–+
BC
+
TV of satelliet-
tuner
DIGITAL
DVD/LD IN
(COAXIAL) of
(OPTICAL)
9
NL
Aansluiten van de apparatuur
Vereiste aansluitsnoeren
Optisch digitaal aansluitsnoer (niet bijgeleverd)
Audio-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd)
Sluit bij alle snoeren de stekkers van een bepaalde kleur aan op
de stekkerbussen met dezelfde kleur, op de betreffende
apparaten.
Verbind de digitale uitgangsaansluitingen van uw
minidisc-recorder of cassettedeck met de digitale ingang
van de tuner/versterker en verbind de digitale ingangen
van uw MD of cassettedeck met de digitale
uitgangsaansluitingen van de tuner/versterker. Via deze
aansluitingen kunt u het geluid van een compact disc e.d.
samenvoegen met de beelden van uw DVD (of laserdisc)
videospeler of van een digitale TV-uitzending.
zwart zwart
Opmerkingen
• Het digitaal opnemen van een digitaal meerkanaals-akoestieksignaal is niet mogelijk.
• Om digitale opnamen te maken van compact discs, verbindt u de digitale uitgangsaansluiting van uw CD-speler rechtstreeks met de
digitale ingang van uw minidisc-recorder of cassettedeck. Zie voor nadere bijzonderheden de gebruiksaanwijzingen van uw CD-speler
en minidisc-recorder of cassettedeck.
• De DVD/LD IN OPTICAL en COAXIAL ingangsaansluitingen zijn geschikt voor bemonsteringsfrequenties van 96 kHz, 48 kHz,
44,1 kHz, 32 kHz. De andere OPTICAL aansluitingen zijn geschikt voor bemonsteringsfrequenties van 48 kHz, 44,1 kHz en 32 kHz.
• Het is niet mogelijk analoge signalen op te nemen op een TAPE cassettedeck of een VIDEO recorder via alleen digitale aansluitingen.
Voor het opnemen van analoge signalen zult u analoge aansluitingen moeten maken. Voor het opnemen van digitale signalen maakt u
digitale aansluitingen.
• Digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz moeten worden doorgegeven via de DVD LD/IN OPTICAL of COAXIAL
ingangsaansluitingen. Bij gebruik van andere ingangen kan het geluid af en toe wegvallen.
Minidisc-recorder of cassettedeck
wit (L) wit (L)
rood (R) rood (R)
DIGITAL
MD/
TAPE
OUT
MD/
TAPE
IN
TV/SAT
IN
DVD/LD
IN
OPTICAL
DVD/LD
IN
COAXIAL
SUB
WOOFER
MULTI CH IN
FRONT SURROUND
SURROUND CENTER FRONT
R
L
CENTER
IN AUDIO IN AUDIO IN
S VIDEO
IN
VIDEO IN VIDEO IN VIDEO IN VIDEO OUT VIDEO OUT
SWITCHED 100W MAX
VIDEO IN
S VIDEO
IN
S VIDEO
OUT
S VIDEO
IN
S VIDEO
OUT
AUDIO IN AUDIO INAUDIO OUTOUT IN
IN
AUDIO
OUT
ANTENNA
AM
FM
75
COAXIAL
SUB
WOOFER
R
L
R
L
R
R
L
L
R
L
R
L
R
L
R
L
R
L
MD/TAPEAUX CD
TV/SAT DVD/LD VIDEO 2
MONITOR
CTRL
A1
VIDEO 1
SPEAKERS
IMPEDANCE USE 8 16
AC OUTLET
LINE
L
R
LINE
INPUT OUTPUT
DIGITAL
IN
OPTICAL
OUT
IN
ç
ç
ç
INOUT
OUT
ç
10
NL
Aansluiten van de apparatuur
Aansluiten MULTI CH IN
Vereiste aansluitsnoeren
Audio-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd)
Twee stuks, voor de MULTI CH IN FRONT en SURROUND
aansluitingen
wit (L) wit (L)
rood (R) rood (R)
Mono-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd)
Twee stuks, voor de MULTI CH IN CENTER en SUB WOOFER
aansluitingen
zwart zwart
Videosnoer (niet bijgeleverd)
Eén snoer, voor de DVD/LD VIDEO IN aansluiting (enz.)
geel geel
Opmerking
Bij het maken van de hieronder beschreven aansluitingen, dient u
de geluidssterkte van de akoestiekluidsprekers en de
lagetonenluidspreker in te stellen op uw DVD videospeler of
meerkanaals-decodeerapparaat.
Opmerking
Zie blz. 14 e.v. voor nadere details over het aansluiten van de luidsprekers.
DVD videospeler
Linker voorluidspreker
Rechter voorluidspreker
Linker surroundluidspreker
Rechter surroundluidspreker
Middenluidspreker
Actieve
lagetonenluidspreker
DVD videospeler,
meerkanaals-decodeereenheid, enz.
DVD/LD
IN VIDEO enz.
DIGITAL
MD/
TAPE
OUT
MD/
TAPE
IN
TV/SAT
IN
DVD/LD
IN
OPTICAL
DVD/LD
IN
COAXIAL
SUB
WOOFER
FRONT SURROUND
SURROUND CENTER FRONT
R
L
CENTER
IN AUDIO IN AUDIO IN
S VIDEO
IN
VIDEO IN VIDEO IN VIDEO IN VIDEO OUT VIDEO OUT
SWITCHED 100W MAX
VIDEO IN
S VIDEO
IN
S VIDEO
OUT
S VIDEO
IN
S VIDEO
OUT
AUDIO IN AUDIO INAUDIO OUTOUT IN
IN
AUDIO
OUT
SUB
WOOFER
R
L
R
L
R
R
L
L
R
L
R
L
R
L
R
L
R
L
AUX
TV/SAT DVD/LD VIDEO 2
MONITOR
VIDEO 1
SPEAKERS
IMPEDANCE USE 8 16
AC OUTLET
SURROUND
CENTER
WOOFER
MULTI CH OUTPUT
FRONT
SUB
MULTI CH OUTPUT
FM
75
COAXIAL
AM
CTRL
A1
MULTI CH IN
MD/TAPECD
ANTENNA
MULTI CH IN
VIDEO OUT
SUB WOOFER
SPEAKERS
SURROUND/CENTER
SPEAKERS
FRONT
MULTI CHANNEL DECODING
INPUT MODE
MUTING
VIDEO 1
MD/TAPE
MASTER VOLUME
VIDEO 2
CD
DVD/LD
TUNER
TV/SAT
AUX
DISPLAY
DIMMER
PHONES
SPEAKERS
? / 1
MEMORY SHIFT PTY FM MODE FM/AM
EQ
SURR
LEVEL
SET UP
NAME
A
ENTER
A.F.D.
SOUND FIELD
MULTI CH IN
EQUALIZER
CINEMA STUDIO EX
MODE 2CH
PRESET/
PTY SELECT
TUNING
+ +
BC
+
Voorbeeld voor het aansluiten van een DVD videospeler met behulp van de MULTI CH IN
stekkerbussen
Alhoewel deze tuner/versterker is uitgerust met een
eigen meerkanaals-decodeertrap, is hij tevens voorzien
van een compleet stel MULTI CH IN meerkanaals-
ingangsaansluitingen die u kunt gebruiken voor weergave
van meerkanaals-software gecodeerd in andere formaten
dan Dolby Digital en DTS. Als uw DVD videospeler
beschikt over MULTI CH OUTPUT meerkanaals-uitgangen,
kunt u deze rechtstreeks aansluiten op dit apparaat om te
luisteren naar de geluidsweergave via de meerkanaals-
decodeertrap van de DVD videospeler. Bovendien kunt u
op de MULTI CH IN desgewenst ook een externe
meerkanaals-decodeereenheid aansluiten.
Om de meerkanaals Surround Sound op zijn best te horen,
zijn er vijf gewone luidsprekers nodig (twee
voorluidsprekers, twee surroundluidsprekers en een
middenluidspreker) plus een speciale lagetonenluidspreker.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van uw DVD-speler,
multikanaals decoder enz. voor details omtrent de
multikanaalsaansluitingen.
11
NL
Aansluiten van de apparatuur
Vereiste aansluitsnoeren
Audio-aansluitsnoeren (niet bijgeleverd)
Sluit bij alle snoeren de stekkers van een bepaalde kleur
aan op de stekkerbussen met dezelfde kleur, op de
betreffende apparaten.
wit (L) wit (L)
rood (R) rood (R)
CONTROL A1 aansluitsnoer (niet bijgeleverd)
zwart zwart
naar een stopcontact
Andere aansluitingen
DIGITAL
MD/
TAPE
OUT
MD/
TAPE
IN
TV/SAT
IN
DVD/LD
IN
OPTICAL
DVD/LD
IN
COAXIAL
SUB
WOOFER
MULTI CH IN
FRONT SURROUND
SURROUND CENTER FRONT
R
L
CENTER
IN AUDIO IN AUDIO IN
S VIDEO
IN
VIDEO IN VIDEO IN VIDEO IN VIDEO OUT VIDEO OUT
SWITCHED 100W MAX
VIDEO IN
S VIDEO
IN
S VIDEO
OUT
S VIDEO
IN
S VIDEO
OUT
AUDIO IN AUDIO INAUDIO OUTOUT IN
IN
AUDIO
OUT
ANTENNA
AM
FM
75
COAXIAL
SUB
WOOFER
R
L
R
L
R
R
L
L
R
L
R
L
R
L
R
L
R
L
MD/TAPECD
TV/SAT DVD/LD VIDEO 2
MONITOR
CTRL
A1
VIDEO 1
SPEAKERS
IMPEDANCE USE 8 16
AC OUTLET
LINE
OUTPUT
AC OUTLET
CONTROL A1
AUX
Netsnoer
Compact disc speler,
cassettedeck, minidisc-
recorder, etc.
12
NL
Aansluiten van de apparatuur
CONTROL A1 aansluiting
Als u beschikt over een voor CONTROL A1
geschikte Sony CD-speler, cassettedeck of
minidisc-recorder
Gebruik een CONTROL A1 snoer (niet bijgeleverd) om
de CONTROL A1
stekkerbus van een CD-speler,
cassettedeck of minidisc-recorder te verbinden met de
CONTROL A1
stekkerbus van de tuner/versterker.
Zie “CONTROL-A1
bedieningssysteem” op pagina 47
en de gebruiksaanwijzing van uw CD-speler,
cassettedeck of MD deck voor meer details.
Opmerking
Als u een CONTROL A1 verbinding maakt tussen de tuner/
versterker en een minidisc-recorder welke tevens op een
computer is aangesloten, mag u de tuner/versterker niet
bedienen terwijl de “Sony MD Editor” software wordt
gebruikt. Dit kan namelijk resulteren in een foutieve werking
van de apparatuur.
Als u beschikt over een Sony CD-wisselaar met
een COMMAND MODE schakelaar
Als de COMMAND MODE schakelaar van uw CD-
wisselaar kan worden ingesteld op CD 1, CD 2 of CD 3,
zet deze dan in de “CD 1” stand en sluit de CD-
wisselaar aan op de CD ingangen van de tuner/
versterker.
Als u echter een Sony CD-wisselaar met VIDEO OUT
aansluitingen heeft, zet de COMMAND MODE
schakelaar dan in de “CD 2” stand en sluit de CD-
wisselaar aan op de VIDEO IN ingangen van de tuner/
versterker.
AUX AUDIO IN aansluiting
Als u beschikt over een individuele
audiocomponent (behalve PHONO)
Gebruik de audiosnoeren om de LINE OUT
aansluitingen van de CD-speler, cassettedeck, of
minidisc-recorder te verbinden met de AUX AUDIO IN
aansluiting op de tuner/versterker, zodat u stereo
geluidsbronnen kunt beluisteren in Surround Sound.
Aansluiten van het netsnoer
Alvorens u de netsnoerstekker van deze tuner/versterker
in het stopcontact steekt:
Sluit eerst alle luidsprekers op de tuner/versterker aan
(zie blz. 14).
Sluit de netsnoeren van uw audio/video-apparatuur aan
op een gewoon wandstopcontact.
Als u het netsnoer van een ander audio/video-apparaat
aansluit op de AC OUTLET netstroomuitgang(en)
achterop de tuner/versterker, zal de tuner/versterker
zorgen voor de stroomvoorziening van de andere
component(en), zodat u de bijbehorende apparatuur
allemaal tegelijk met de tuner/versterker kunt in- en
uitschakelen.
Waarschuwing
Let op dat het totale stroomverbruik van de apparatuur
aangesloten op de AC OUTLET netstroomuitgang(en) achterop
de tuner/versterker het bij deze uitgang aangegeven vermogen
niet overschrijdt. Sluit op de netuitgang(en) in geen geval
huishoudelijke apparatuur aan zoals een strijkijzer, een ventilator,
een TV-toestel of andere apparatuur met een hoog
stroomverbruik.
Opmerking
Wanneer het netsnoer ongeveer een week lang losgekoppeld is,
wordt het geheugen van de receiver volledig gewist en start de
demonstratie.
Andere aansluitingen
13
NL
Aansluiten en opstellen van de luidsprekers
Aansluiten en
opstellen van
de
luidsprekers
In dit hoofdstuk volgt een
beschrijving voor het aansluiten van
de luidsprekers op de tuner/
versterker, het opstellen van de
luidsprekers en het afregelen ervan
voor de beste meerkanaals Surround
Sound kwaliteit.
Cursortoetsen ( / )
Kort overzicht van de toetsen en regelaars
die u gebruikt voor het instellen van de
luidsprekers
Insteltoets (SET UP): Druk op deze toets wanneer u
instellingen wilt maken voor het soort luidsprekers en de
luidsprekerafstanden.
Cursortoetsen (
/ ): Voor het kiezen van de
parameters na indrukken van de SET UP toets.
Instelknop: Draai hieraan om de gekozen parameters
naar wens in te stellen.
Instelknop
MULTI CHANNEL DECODING
INPUT MODE
MUTING
VIDEO 1
MD/TAPE
MASTER VOLUME
VIDEO 2
CD
DVD/LD
TUNER
TV/SAT
AUX
DISPLAY
DIMMER
PHONES
SPEAKERS
? / 1
MEMORY SHIFT PTY FM MODE FM/AM
EQ
SURR
LEVEL
SET UP
NAME
A
ENTER
A.F.D.
SOUND FIELD
MULTI CH IN
EQUALIZER
CINEMA STUDIO EX
MODE 2CH
PRESET/
PTY SELECT
TUNING
–++
BC
+
SET UP
14
NL
Aansluiten en opstellen van de luidsprekers
Middenluidspreker
Luidspreker-aansluitingen
Verbind de Met de
Voorluidsprekers (8 ohm) SPEAKERS FRONT
stekkerbussen
Surroundluidsprekers (8 ohm) SPEAKERS SURROUND
stekkerbussen
Middenluidspreker (8 ohm) SPEAKERS CENTER
stekkerbussen
Actieve lagetonenluidspreker SUB WOOFER AUDIO OUT
stekkerbus
Vereiste aansluitsnoeren
Luidsprekersnoeren (niet bijgeleverd)
Eén voor elke voorluidspreker, surroundluidspreker en
middenluidspreker
(+) (+)
(–) (–)
Mono-aansluitsnoer (niet bijgeleverd)
Eén, voor de actieve lagetonenluidspreker
zwart zwart
Aansluiten van de luidsprekers
Actieve
lagetonenluidspreker
Opmerkingen over het aansluiten van de
luidsprekers
Aan de luidsprekerkant stript u ongeveer 10 mm van de
isolatie van het snoer en draait u de kerndraden ineen.
Let bij elk snoer op dat u de draden niet verwisselt: sluit
+ aan op + en – op –. Als de draden verwisseld worden,
zal bij weergave de positie van de muziekinstrumenten
onduidelijk zijn, terwijl de lage tonen grotendeels zullen
ontbreken.
Als u luidsprekers gebruikt met een relatief gering
maximaal ingangsvermogen, stel dan de geluidssterkte
erg voorzichtig in, om overbelasting van de
luidsprekers te vermijden.
DIGITAL
MD/
TAPE
OUT
MD/
TAPE
IN
TV/SAT
IN
DVD/LD
IN
OPTICAL
DVD/LD
IN
COAXIAL
SUB
WOOFER
MULTI CH IN
FRONT SURROUND
SURROUND CENTER
R
L
CENTER
IN AUDIO IN AUDIO IN
S VIDEO
IN
VIDEO IN VIDEO IN VIDEO IN VIDEO OUT VIDEO OUT
SWITCHED 100W MAX
VIDEO IN
S VIDEO
IN
S VIDEO
OUT
S VIDEO
IN
S VIDEO
OUT
AUDIO IN AUDIO OUTOUT IN
IN
AUDIO
OUT
ANTENNA
AM
FM
75
COAXIAL
SUB
WOOFER
R
L
R
L
R
R
L
L
R
L
R
L
R
L
R
L
R
L
MD/TAPEAUX CD
TV/SAT DVD/LD VIDEO 2
MONITOR
CTRL
A1
VIDEO 1
SPEAKERS
AC OUTLET
}
]
}
]
}
]
}
]
}
]
INPUT
AUDIO
IN
IMPEDANCE USE 8 – 16
AUDIO IN
FRONT
Rechter
voorluidspreker
Linker
voorluidspreker
Rechter
surroundluidspreker
Linker
surroundluidspreker
15
NL
Aansluiten en opstellen van de luidsprekers
Voorkom beschadiging van de
luidsprekers
Zorg ervoor dat u het volume dicht zet alvorens de tuner/
versterker af te zetten. Bij het afzetten van de tuner/
versterker blijft de volume-instelling immers behouden.
Om kortsluiting van de luidsprekers te
voorkomen
Kortsluiting in de luidsprekercircuits kan schade aan de
tuner/versterker veroorzaken. Om dit te voorkomen,
dient u bij het aansluiten van de luidsprekers de volgende
aanwijzingen in acht te nemen.
Zorg dat de gestripte uiteinden van de
luidsprekerdraden elkaar niet raken; laat ze niet
zover uitsteken dat ze kortsluiting met andere
aansluitpunten kunnen maken.
Onjuist aangesloten luidsprekersnoeren
De draad van een luidsprekersnoer raakt een andere
aansluitklem.
De gestripte uiteinden van de luidsprekerdraden raken
elkaar, omdat er teveel van de isolatie is verwijderd.
Na het aansluiten van alle geluidsbronnen,
luidsprekers en het netsnoer dient u voor het
gebruik eerst een testtoon weer te geven om te
controleren of alle luidsprekers naar behoren zijn
aangesloten. Nadere aanwijzingen voor het
weergeven van een testtoon vindt u op bladzijde
20.
Als een van de luidsprekers geen geluid geeft bij
weergave van de testtoon of als het geluid klinkt via een
andere luidspreker dan er op de tuner/versterker wordt
aangegeven, kan er kortsluiting zijn in de luidspreker-
aansluitingen. In dat geval dient u de aansluitingen van
de luidsprekers nog eens te controleren.
16
NL
Aansluiten en opstellen van de luidsprekers
Voorbereidingen treffen voor weergave
Nadat u de luidsprekers hebt aangesloten en de tuner/
versterker voor het eerst hebt ingeschakeld, dient u het
geheugen van het apparaat te wissen. Vervolgens kiest u
het luidsprekerformaat en de luidspreker-opstelling en treft
u de andere voorbereidingen die nodig zijn voor weergave.
Het geheugen van de tuner/versterker
wissen
Voor het eerste gebruik van de tuner/versterker of
wanneer u het geheugen van het apparaat wilt wissen,
gaat u als volgt te werk. Als er automatisch een
demonstratie begint wanneer u het apparaat inschakelt,
hoeft u het geheugen niet te wissen.
1 Schakel de tuner/versterker uit.
2 Houd de ?/1 aan/uit-schakelaar vier seconden lang
ingedrukt.
Nu toont het uitleesvenster eerst de gekozen
geluidsbron en dan een aankondiging van de
demonstratie, terwijl de volgende onderdelen worden
gewist of teruggesteld in de uitgangsstand:
Alle vastgelegde voorkeurzenders verdwijnen uit
het geheugen.
Alle klankbeeldparameters worden teruggesteld op
de oorspronkelijke fabrieksinstellingen.
Alle vastgelegde namen (van de voorkeurzenders
en andere geluidsbronnen) worden gewist.
Alle instellingen die zijn gemaakt met de SET UP
toets keren terug naar de fabrieksinstellingen.
De klankbeelden die zijn gekozen voor afzonderlijke
weergavebronnen en voorkeurzenders verdwijnen
uit het geheugen.
Voorbereiden van de tuner/versterker
voor weergave
Voor het eerste gebruik van de de tuner/versterker dient
u met de SET UP toets bepaalde instellingen aan te passen
aan de configuratie van uw stereo-installatie. Het gaat om
de onderste instellingen. Zie voor nadere aanwijzingen
over het instellen de tussen haakjes aangegeven
bladzijden.
Luidsprekerformaat (blz. 17).
Luidsprekerafstanden (blz. 19).
Keuze van het videosignaal voor MULTI CH IN
meerkanaals-weergave (blz. 47).
Al dan niet uitschakelen van het uitleesvenster bij
indrukken van de DIMMER toets (blz. 47).
1/u
MULTI CHANNEL DECODING
INPUT MODE
MUTING
VIDEO 1
MD/TAPE
MASTER VOLUME
VIDEO 2
CD
DVD/LD
TUNER
TV/SAT
AUX
DISPLAY
DIMMER
PHONES
SPEAKERS
? / 1
MEMORY SHIFT FM MODE FM AM
EQ
SURR
LEVEL
SET UP
NAME
A
ENTER
A.F.D.
SOUND FIELD
MULTI CH IN
EQUALIZER
CINEMA STUDIO EX
MODE 2CH
PRESET
TUNING
TUNING
+ +
BC
MULTI CHANNEL DECODING
INPUT MODE
MUTING
VIDEO 1
MD/TAPE
MASTER VOLUME
VIDEO 2
CD
DVD/LD
TUNER
TV/SAT
AUX
DISPLAY
DIMMER
PHONES
SPEAKERS
? / 1
MEMORY SHIFT PTY FM MODE FM/AM
EQ
SURR
LEVEL
SET UP
NAME
A
ENTER
A.F.D.
SOUND FIELD
MULTI CH IN
EQUALIZER
CINEMA STUDIO EX
MODE 2CH
PRESET/
PTY SELECT
TUNING
+ +
BC
+
Demonstratiefunctie
De demonstratiefunctie wordt automatisch geactiveerd
wanneer u het apparaat de eerste maal inschakelt. Wanneer
de demonstratie begint, verschijnt in het uitleesvenster de
volgende mededeling:
“NOW DEMONSTRATION MODE IF YOU FINISH
DEMONSTRATION PLEASE PRESS POWER KEY
WHILE THIS MESSAGE APPEARS IN THE DISPLAY
THANK YOU”
Annuleren van de demonstratiefunctie
Druk op ?/1 om de tuner/versterker uit te schakelen terwijl
bovenstaande mededeling in het uitleesvenster wordt
getoond. De volgende keer dat u het apparaat inschakelt, zal
de demonstratiefunctie niet geactiveerd worden.
Activeren van de demonstratiefunctie
Houd de SET UP toets ingedrukt en druk dan op de ?/1
toets om de tuner/versterker in te schakelen.
Opmerkingenen
• Wanneer de tuner/versterker een demonstratie geeft,
wordt het geheugen gewist. Zie “Het geheugen van de
tuner/versterker wissen” op deze pagina voor nadere
bijzonderheden betreffende hetgeen er gewist wordt.
• El sonido no se oye mientras el modo de demostración está
activado.
• U kunt de demonstratie niet annuleren wanneer u niet op
?/1 hebt gedrukt terwijl het bovenstaande bericht
zichtbaar was. Om de demonstratie te annuleren nadat het
bovenstaande bericht is verschenen, drukt u tweemaal op
?/1 om de demonstratie opnieuw te activeren. Druk dan
op ?/1 terwijl het bovenstaande bericht zichtbaar is.
17
NL
Aansluiten en opstellen van de luidsprekers
Voor de beste, ruimtelijk klinkende akoestiekweergave
zouden alle luidsprekers in principe op gelijke afstand
van uw luisterplaats (A) moeten staan.
(Deze tuner/versterker biedt u echter de mogelijkheid de
middenluidspreker tot ongeveer 1,5 meter dichterbij te
zetten (B) en de surroundluidsprekers tot ongeveer
4,5 meter dichterbij uw luisterplaats (C). Bovendien
kunnen de voorluidsprekers zowel dichterbij als verderaf
gezet worden, van 1,0 tot 12,0 meter van uw luisterplaats
(A).)
U kunt kiezen of u de surroundluidsprekers achter uw
luisterplaats wilt zetten of aan weerszijden er naast,
afhankelijk van de vorm van uw kamer (enz.).
Opmerking
Zet de middenluidspreker niet verder van uw luisterplaats dan
de voorluidsprekers.
Opstelling voor meerkanaals Surround akoestiek
Met de akoestiekluidsprekers naast u
Met de akoestiekluidsprekers surround u
45°
90°
20°
A A
B
CC
45°
90°
20°
A A
B
CC
Vaststellen van het type luidsprekers
1 Druk op de +/1 toets om de tuner/versterker in te
schakelen.
2 Druk op de SET UP toets.
3 Druk op de cursortoetsen ( of ) om in te stellen
op de parameter die u wilt bijregelen.
4 Draai aan de instelknop om de gewenste stand te
kiezen.
De gekozen instelling wordt automatisch vastgelegd.
5 Herhaal de stappen 3 en 4 tot u alle hieronder
genoemde parameters hebt ingesteld.
z Gewone luidspreker en microsatellietluidspreker
Kies NORM. SP. met gewone luidsprekers en MICRO SP. met
microsatellietluidsprekers. Als u NORM. SP. kiest, kunt u
luidsprekergrootte en subwoofer kiezen zoals hieronder
aangegeven. Als u echter MICRO SP. kiest, zijn
luidsprekergrootte en subwoofer als volgt geconfigureerd:
Luidsprekers Instelling
Voor SMALL (Klein)
Midden SMALL (Klein)
Surround SMALL (Klein)
Woofer YES (Ja)
U kunt de configuratie niet wijzigen als u MICRO SP. kiest.
De micro-satellietluidspreker (MICRO SP.) is geprogrammeerd
met het oog op een optimale geluidsbalans. Kies MICRO SP.
wanneer u gebruik maakt van Sony micro-satellietluidsprekers.
Wanneer u gebruik maakt van micro-satellietluidsprekers en het
luidsprekerformaat is ingesteld op LARGE, kunt u eventueel niet
de juiste geluidsinstelling verkrijgen. Bij hoog volume kan de
luidspreker ook worden beschadigd.
18
NL
Aansluiten en opstellen van de luidsprekers
x Formaat van de voorluidsprekers (
L
R
)
Oorspronkelijke instelling: LARGE
Zijn er grote voorluidsprekers aangesloten die alle lage
tonen zonder problemen kunnen weergeven, dan kiest u
de stand “LARGE”. Gewoonlijk zal de stand “LARGE”
het best voldoen.
Klinkt het geluid vervormd, of is de ruimtelijke weergave
van meerkanaals Surround Sound niet naar wens, met te
weinig basweergave, dan kiest u de stand “SMALL” om
de basverdelingscircuits in te schakelen, zodat de laagste
frequenties van de voorkanalen worden overgeheveld
naar de aparte lagetonen-luidspreker.
Als u voor de voorluidsprekers de stand “SMALL” kiest,
worden de middenluidspreker en de
surroundluidsprekers ook automatisch ingesteld op
“SMALL” (tenzij u eerder de stand “NO” hebt gekozen).
x Formaat van de middenluidspreker (
C
)
Oorspronkelijke instelling: LARGE
Is er een grote middenluidspreker aangesloten die alle
lage tonen zonder problemen kan weergeven, dan kiest u
de stand “LARGE”. Gewoonlijk zal de stand “LARGE”
het best voldoen. Als de voorluidsprekers echter zijn
ingesteld op “SMALL”, kunt u de middenluidspreker
niet instellen op “LARGE”.
Klinkt het geluid vervormd, of is de ruimtelijke weergave
van meerkanaals Surround Sound niet naar wens, met te
weinig basweergave, dan kiest u de stand “SMALL” om
de basverdelingscircuits in te schakelen, zodat de laagste
frequenties van het middenkanaal worden overgeheveld
naar de voorluidsprekers (als die op “LARGE” zijn
ingesteld) of naar de aparte lagetonen-luidspreker.
*1
Sluit u geen middenluidspreker aan, kies dan de stand
“NO”. Al het geluid van het middenkanaal wordt dan
weergegeven door de voorluidsprekers.
*2
x Formaat van de surroundluidsprekers (
SL
SR
)
Oorspronkelijke instelling: LARGE
Zijn er grote surroundluidsprekers aangesloten die alle
lage tonen zonder problemen kunnen weergeven, dan
kiest u de stand “LARGE”. Gewoonlijk zal de stand
“LARGE” het best voldoen. Als de voorluidsprekers
echter zijn ingesteld op “SMALL”, kunt u de
surroundluidsprekers niet instellen op “LARGE”.
Klinkt het geluid vervormd, of is de ruimtelijke weergave
van meerkanaals Surround Sound niet naar wens, met te
weinig basweergave, dan kiest u de stand “SMALL” om
de basverdelingscircuits in te schakelen, zodat de laagste
frequenties van de surroundkanalen worden
overgeheveld naar de aparte lagetonen-luidspreker of
naar een ander stel “LARGE” luidsprekers die hier beter
op zijn berekend.
Sluit u geen surroundluidsprekers aan, kies dan de stand
“NO”.
*3
z
*1~*3 komen overeen met de volgende Dolby Pro Logic
standen voor de middenkanaal-aanpassing
*
1
NORMAL
*
2
PHANTOM
*
3
3 STEREO
z
Betreffende de luidsprekerformaten (LARGE en SMALL)
Bij de interne signaalverwerking bepaalt de keuze van het
LARGE of SMALL luidsprekerformaat voor elk stel luidsprekers
of de ingebouwde akoestiekprocessor de laagste frequenties al
dan niet naar de betreffende luidspreker(s) zal uitsturen. Als de
lage tonen uit een bepaald kanaal worden verwijderd, zullen de
basverdelingscircuits die frequenties overbrengen naar de aparte
lagetonen-luidspreker of naar een ander stel “LARGE”
luidsprekers die er beter op zijn berekend.
Aangezien echter ook de lage tonen een zekere mate van
richtingsgevoeligheid hebben, is het beter het gehele
frequentiespectrum van de verschillende kanalen intact te laten,
indien mogelijk. Daarom kunt u zelfs met een stel kleine
luidsprekers toch de stand “LARGE” kiezen als u de lage tonen
ook door die luidsprekers wilt laten weergeven. En andersom,
als u grote luidsprekers aansluit maar niet wilt dat ze de laagste
tonen weergeven, kunt u voor die luidsprekers best “SMALL”
kiezen.
Als de totale geluidsindruk minder is dan gewenst, kiest u dan
voor alle luidsprekers de stand “LARGE”. Wanneer er
onvoldoende bass is, kunt u de equalizer gebruiken om de lage
tonen te versterken. Zie pagina 36 om de equalizer in te stellen.
x
Opstelling van de surroundluidsprekers
(
SL
SR
)*
Oorspronkelijke instelling: PL. BEHD.
Met deze parameter kunt u de plaats van uw
surroundluidsprekers invoeren, voor een juiste werking
van de Digital Cinema Sound klankbeelden in het
“VIRTUAL” akoestiekgenre. Zie de onderstaande
afbeelding.
Stel in op “PL. SIDE” als de plaats van uw
surroundluidsprekers binnen het zijgebied A valt.
Stel in op “PL. MID” als uw surroundluidsprekers
verder naar achteren staan opgesteld, in het gebied B.
Stel in op “PL. BEHD.” als uw surroundluidsprekers
helemaal achteraan staan, in het gebied C.
Deze instelling is alleen van invloed op de klankbeelden
in het “VIRTUAL” akoestiekgenre.
* Deze parameters zijn niet beschikbaar als er eerder voor
de surroundluidsprekers “NO” is gekozen.
60°
90°
20°
A
B
30°
B
C C
A
Opstelling voor meerkanaals Surround akoestiek
19
NL
Aansluiten en opstellen van de luidsprekers
x Hoogte van de surroundluidsprekers (
SL
SR
)*
Oorspronkelijke instelling: HGT. LOW
Met deze parameter kiest u de hoogte van uw
surroundluidsprekers, voor een juiste werking van de
Digital Cinema Sound klankbeelden in het VIRTUAL
genre.
Zie de onderstaande afbeelding.
Stel in op “HGT. LOW” als uw surroundluidsprekers op
de grond staan of vrij laag zijn opgehangen, in het gebied
A.
Stel in op “HGT. HIGH” als uw surroundluidsprekers
relatief hoog aan de wand hangen, in het gebied B.
Deze instelling is alleen van invloed op de klankbeelden
in het VIRTUAL genre.
* Deze parameters zijn niet beschikbaar als er eerder voor
de surroundluidsprekers “NO” is gekozen.
z
Betreffende de opstelling van de surroundluidsprekers (PL.
SIDE, PL. MID en PL. BEHD.)
Deze instelling is speciaal bestemd voor de Digital Cinema Sound
klankbeelden in het VIRTUAL genre. Bij deze klankbeelden is de
luidspreker-opstelling niet zo’n overheersende factor als bij de
andere akoestiekfuncties. Al de VIRTUAL klankbeelden zijn
gebaseerd op de veronderstelling dat de surroundluidsprekers
geheel surround de luisterplaats zouden staan of hangen, maar het
klankbeeld blijft grotendeels zoals bedoeld, ook wanneer de
surroundluidsprekers nogal opzij en ver uiteen staan. Als de
surroundluidsprekers echter pal naast de luisteraar hangen en
recht op oorhoogte gericht zijn, zullen de VIRTUAL klankbeelden
alleen klinken zoals bedoeld wanneer u voor de opstelling van de
surroundluidsprekers de stand “PL. SIDE” hebt gekozen. Ook dat
geldt echter niet in alle gevallen, aangezien de akoestiek van elke
luisterruimte wordt bepaald door een heel stel variabelen, zodat u
misschien wel betere resultaten bereikt met de “PL. BEHD.” en
“PL. MID” opstelling als de luidsprekers hoog boven uw
luisterplaats hangen, ook al is dat pal ter weerszijden ervan.
Daarom kunt u wellicht het best een favoriete geluidsbron met
meerkanaals Surround Sound afspelen en dan goed luisteren welk
effect elke instelling op de uiteindelijke klank heeft, ook al kan dit
wel eens leiden tot een andere instelling dan hierboven
aangegeven onder “Opstelling van de surroundluidsprekers”. Kies
de stand die een fraai open, ruimtelijk gevoel oplevert, met een zo
hecht mogelijke samenhang tussen het geluid van de
voorluidsprekers en dat van de surroundluidsprekers.
Als u geen duidelijke voorkeur kunt uitspreken tussen de
verschillende instellingen, kies dan de stand “PL. BEHD.” en
gebruik dan de luidsprekerafstand-parameter en de
geluidssterkte-instellingen om de weergave optimaal af te regelen.
60
30
A
B
A
B
x Aanwezigheid van een lagetonen-luidspreker
Oorspronkelijke instelling: S.W. YES
Als u een lagetonen-luidspreker hebt aangesloten, stelt
u hierbij in op “S.W. YES”.
Gebruikt u geen aparte lagetonen-luidspreker, dan stelt
u in op “S.W. NO”. Hiermee schakelt u de
basverdelingscircuits in, zodat de LFE laagfrequente
signalen worden overgenomen door de andere
luidsprekers.
Om volledig profijt te trekken van de Dolby Digital
(AC-3) basverdelingscircuits willen wij u aanbevelen
om de bovengrensfrequentie voor de lagetonen-
luidspreker zo hoog mogelijk in te stellen.
x Afstand van de voorluidsprekers (
L
R
)
Oorspronkelijke instelling: DIST. 5.0 m (5,0 meter)
Stel hier de afstand in van uw luisterplaats tot de linker of
rechter voorluidspreker (afstand A op blz. 17).
De afstand van de voorluidsprekers is instelbaar in
stapjes van 0,1 meter, van minimaal 1,0 meter tot
maximaal 12,0 meter van uw luisterplaats.
Als de beide voorluidsprekers niet precies even ver van
uw luisterplaats staan, kiest u hier de afstand van de
dichtstbijzijnde luidspreker.
x Afstand van de middenluidspreker (
C
)
Oorspronkelijke instelling: DIST. 5.0 m (5,0 meter)
Stel hier de afstand in van uw luisterplaats tot de
middenluidspreker.
De afstand van de middenluidspreker is instelbaar in
stapjes van 0,1 meter, van (maximaal) dezelfde afstand
als de voorluidsprekers (afstand A op blz. 17) tot
1,5 meter dichter bij uw luisterplaats (afstand B op blz.
17).
Plaats de middenluidspreker niet op grotere afstand
van uw luisterplaats dan de voorluidsprekers.
x Afstand van de surroundluidsprekers (
SL
SR
)
Oorspronkelijke instelling: DIST. 3.5 m (3,5 meter)
Stel hier de afstand in van uw luisterplaats tot de linker of
rechter surroundluidspreker.
De afstand van de surroundluidsprekers is instelbaar in
stapjes van 0,1 meter, van (maximaal) dezelfde afstand
als de voorluidsprekers (afstand A op blz. 17) tot
4,5 meter dichter bij uw luisterplaats (afstand C op blz.
17).
Plaats de surroundluidsprekers niet op grotere afstand
van uw luisterplaats dan de voorluidsprekers.
Als de beide surroundluidsprekers niet precies even ver
van uw luisterplaats verwijderd zijn, kiest u hier de
afstand van de dichtstbijzijnde luidspreker.
20
NL
Aansluiten en opstellen van de luidsprekers
Bijregelen van de geluidssterkte van de
luidsprekers
Stel alle luidsprekers op een evenredige geluidssterkte in
vanaf uw luisterplaats, met de afstandsbediening.
Opmerking
Dit apparaat is voorzien van een nieuwe testtoon in de
frequentieband rond 800 Hz, om het instellen van de luidsprekers
te vergemakkelijken.
1 Druk op de ?/1 toets om de tuner/versterker in te
schakelen.
2 Druk op de TEST TONE toets van de bijgeleverde
afstandsbediening.
Nu zult u een testtoon horen die achtereenvolgens
door elk van de luidsprekers wordt weergegeven.
3 Stel de geluidssterkte zo in dat de testtoon op uw
luisterplaats voor uw gehoor via alle luidsprekers
even luid doorkomt.
Voor het bijregelen van de balans van de linker en
rechter voorluidsprekers gebruikt u de voorbalans-
parameter (FRONT BALANCE) in het LEVEL menu
(zie blz. 35).
Voor het bijregelen van de balans van de linker en
rechter surroundluidsprekers gebruikt u de
surroundbalans-parameter (SURR BALANCE) in
het LEVEL menu (zie blz. 35).
Om de geluidssterkte van de middenluidspreker in
te stellen, drukt u op MENU </> om de parameter
“center” te kiezen.
Gebruik +/– op de afstandsbediening om de
geluidssterkte te regelen.
Om de geluidssterkte van de surroundluidspreker
in te stellen, drukt u op MENU </> om de
parameter “surround” te kiezen.
Gebruik +/– op de afstandsbediening om de
geluidssterkte te regelen.
4 Druk weer op de TEST TONE toets van de
afstandsbediening om de testtoon uit te schakelen.
Opmerking
Er kan geen testtoon worden weergegeven wanneer de tuner/
versterker staat ingesteld op MULTI CH IN meerkanaals-
weergave.
z
U kunt ook alle luidsprekers tegelijk harder of zachter
zetten:
Draai aan de MASTER VOLUME knop van de tuner/versterker
of druk op de MASTER VOL +/– toetsen van de
afstandsbediening.
z
Betreffende de afstand van de luidsprekers
U kunt de weergave van dit apparaat aanpassen aan de plaats
van de aangesloten luidsprekers, door de luidsprekerafstand in te
stellen. Het is echter niet mogelijk de middenluidspreker verder
af te zetten dan de linker en rechter voorluidsprekers. Bovendien
kunt u de middenluidspreker niet meer dan 1,5 meter dichter bij
uw luisterplaats zetten dan de voorluidsprekers.
Evenmin kunt u de surroundluidsprekers verder van uw
luisterplaats zetten dan de voorluidsprekers. En ook weer niet
meer dan 4,5 meter dichterbij.
Deze beperkingen gelden omdat een onevenwichtige opstelling
van de luidsprekers niet geschikt is voor de weergave van
akoestiekeffecten.
Wanneer u de luidsprekerafstand dichterbij kiest dan de feitelijke
afstand, zal het geluid via die luidspreker(s) met een grotere
vertraging worden weergegeven. Met andere wooden, de
luidsprekers klinken dan verder weg.
Als u bijvoorbeeld de afstand van de middenluidspreker 1 tot 2
meter dichterbij instelt dan de feitelijke afstand, zal dit een vrij
natuurgetrouw effect geven, alsof u zich “in” de actie op het
beeldscherm bevindt. En als u geen goed akoestiekeffect verkrijgt
omdat de surroundluidsprekers te dichtbij staan, kunt u door het
verminderen van de luidsprekerafstand (dichterbij kiezen dan de
werkelijke afstand) een dieper ruimtelijk effect creëren. (1 voet
komt overeen met 1 milliseconde vertragingstijd.)
Door deze parameter bij te regelen terwijl u aandachtig naar een
geluidsbron luistert, kunt u vaak een aanzienlijke verbetering in
akoestiek bewerkstelligen. Probeer het maar eens!
Opstelling voor meerkanaals Surround akoestiek
21
NL
Aansluiten en opstellen van de luidsprekers
Alvorens uw tuner/versterker
in gebruik te nemen
Opmerkingen
• Tijdens het bijregelen toont het uitleesvenster de balans van de
voorluidsprekers, de surroundluidsprekers, de geluidssterkte
van de middenluidspreker en die van de surroundluidsprekers.
Alhoewel u deze instellingen via het LEVEL menu ook kunt
maken met de toetsen op het voorpaneel (bij weergave van de
testtoon schakelt de tuner/versterker automatisch over naar
het LEVEL menu), is het aanbevolen de hierboven beschreven
werkwijze te volgen en het instellen van de diverse
luidsprekers te verrichten vanaf uw luisterplaats met de
afstandsbediening.
z
Bijregelen van de geluidssterkte voor elke luidspreker
afzonderlijk
Laten we eens aannemen dat u de geluidssterkte van alle
luidsprekers via de testtoon gelijkmatig hebt ingesteld. Daarmee
is dan voldaan aan een van de hoofdvoorwaarden voor een
uitstekende akoestiekweergave, maar er kan toch nog wel eens
een extra aanpassing nodig blijken wanneer u luistert naar de
weergave van een stuk muziek of een film. Dit komt omdat veel
beeld- en geluidsmateriaal wordt geleverd met een
middenkanaal en surroundkanalen die iets zachter zijn
opgenomen dan de beide voorkanalen.
Bij het afspelen van een dergelijke geluidsbron met meerkanaals
Surround Sound zult u merken dat het verhogen van de
geluidssterkte van het middenkanaal en de surroundluidsprekers
vaak een betere samenhang geeft tussen de voorluidsprekers en
de middenluidspreker en een natuurlijker balans van het
klankbeeld voor en achter.
Ongeveer 1 dB luider zetten van de middenluidspreker en
ongeveer 1 - 2 dB extra voor de surroundluidsprekers geeft vaak
het beste resultaat.
Anders gezegd, voor een beter geïntegreerd klankbeeld met een
natuurlijk klinkende dialoog is het aanbevolen de nodige
aanpassingen te maken tijdens het luisteren naar uw favoriete
muziek of speelfilms. Een geringe aanpassing van slechts 1 dB
kan vaak een enorm verschil maken in de klank van uw
thuistheater.
Weergavebron-
keuzetoetsen
MULTI CHANNEL DECODING
INPUT MODE
MUTING
VIDEO 1
MD/TAPE
MASTER VOLUME
VIDEO 2
CD
DVD/LD
TUNER
TV/SAT
AUX
DISPLAY
DIMMER
PHONES
SPEAKERS
? / 1
MEMORY SHIFT PTY FM MODE FM/AM
EQ
SURR
LEVEL
SET UP
NAME
A
ENTER
A.F.D.
SOUND FIELD
MULTI CH IN
EQUALIZER
CINEMA STUDIO EX
MODE 2CH
PRESET/
PTY SELECT
TUNING
+ +
BC
+
MASTER VOLUME
1/u
Controleren van de aansluitingen
Na het aansluiten van al uw audio/video-apparatuur op
de tuner/versterker volgt u de onderstaande
aanwijzingen om te controleren of alle aansluitingen in
orde zijn.
1 Druk op de ?/1 toets om de tuner/versterker in te
schakelen.
2 Druk op een van de weergavebron-keuzetoetsen
om in te stellen op een component (beeld/
geluidsbron) die u hebt aangesloten (bijvoorbeeld
de CD-speler of het cassettedeck).
3 Schakel het betreffende apparaat in en start de
weergave van de geluidsbron.
4 Draai aan de MASTER VOLUME regelaar om de
geluidssterkte naar wens in te stellen.
Wanneer u na het volgen van deze procedure geen
normale weergave verkrijgt, zoek dan de oorzaak in de
volgende checklist en neem de nodige maatregelen om
het probleem op te lossen.
Er klinkt geen geluid, ongeacht welke
geluidsbron wordt gekozen.
, Controleer of de tuner/versterker en de
aangesloten apparatuur naar behoren zijn
ingeschakeld.
, Controleer met MASTER VOLUME of het volume
in het uitleesvenster niet op VOL MIN staat.
, Controleer of de SPEAKERS toets niet af staat.
, Controleer of alle luidsprekersnoeren naar behoren
zijn aangesloten.
, Druk op MUTING wanneer MUTING verschijnt
in het uitleesvenster.
, Controleer of er een hoofdtelefoon is aangesloten
op PHONES. Wanneer er een hoofdtelefoon is
aangesloten, komt er geen geluid uit de
luidsprekers.
, Controleer of de receiver niet in de
“Demonstratiestand” staat (zie pagina 16).
22
NL
Aansluiten en opstellen van de luidsprekers
Alvorens uw tuner/versterker in gebruik te
nemen
Een bepaalde geluidsbron is niet te horen.
, Controleer of de component correct is aangesloten
op de audio-ingangen voor die component.
, Controleer of de stekkers van het aansluitsnoer aan
beide zijden, op de tuner/versterker en het
weergave-apparaat zelf, stevig in de stekkerbussen
zijn gestoken.
Eén van de voorluidsprekers geeft geen geluid.
, Sluit een hoofdtelefoon aan op PHONES om na te
gaan of er geluid hoorbaar is via de hoofdtelefoon
(zie “qf SPEAKERS toets” en “PHONES
aansluiting” op pagina 25).
Als ook bij de aangesloten hoofdtelefoon slechts
via één kanaal geluid te horen is, kan er iets mis
zijn met de aansluitingen van het weergave-
apparaat op de tuner/versterker. Controleer dan of
de stekkers van het aansluitsnoer aan beide
einden, op de tuner/versterker en de geluidsbron
zelf, stevig in de stekkerbussen zijn gestoken.
Als de hoofdtelefoon wel via beide kanalen geluid
geeft, kan er iets mis zijn met de aansluiting van de
niet werkende voorluidspreker op de tuner/
versterker. Controleer dan de aansluitingen van de
voorluidspreker die geen geluid geeft.
Doet zich een probleem voor dat hierboven niet vermeld
staat, zie dan het hoofdstuk “Verhelpen van storingen” op
blz. 49.
23
NL
Bedieningsorganen en basisbediening van de tuner/versterker
v
v
Bedienings-
organen en
basisbediening
van de tuner/
versterker
In dit hoofdstuk wordt de plaats en
functie van de toetsen en regelaars op
het voorpaneel beschreven, met een
uitleg van de voornaamste
bedieningshandelingen van de tuner/
versterker.
Bedieningsorganen op het
voorpaneel
1 ?/1 aan/uit-schakelaar
Druk hierop om de tuner/versterker in te schakelen.
2 Aanduidingskeuzetoets (DISPLAY)
Druk meermalen op deze toets om de aanduidingen in
het uitleesvenster als volgt om te schakelen:
Zelf ingevoerde naam van de beeld/geluidsbron*
v
Stand van de FUNCTION knop
v
Klankbeeld dat vast is gekozen voor
dit weergave-apparaat
Bij keuze van de tuner voor radio-ontvangst
Ingevoerde naam van de voorkeurzender* of vaste
zendernaam**
v
Afstemfrequentie
v
Programmatype-aanduiding**
v
Radiotekst**
v
Juiste tijd**
v
Klankbeeld dat vast is gekozen voor deze
afstemband of voorkeurzender
* De gekozen “index” naam verschijnt alleen als u zelf een naam
voor deze beeld/geluidsbron of voorkeurzender hebt ingevoerd (zie
blz. 45). De gekozen naam verschijnt niet als er alleen spaties zijn
ingevoerd of als de naam gelijk is aan die van de functietoets.
** Deze aanduidingen verschijnen alleen tijdens RDS ontvangst
(zie blz. 42).
24
NL
Bedieningsorganen en basisbediening van de tuner/versterker
Bedieningsorganen op het voorpaneel
3 Uitleesvenster-verlichtingstoets (DIMMER)
Druk enkele malen op deze toets om de helderheid
van het uitleesvenster naar wens in te stellen. Als u het
uitleesvenster geheel wilt uitschakelen, kunt u hierop
instellen via de “DIM.RANGE” parameter in het SET
UP instelmenu (blz. 47).
4 De volgende toetsen zijn voor de bediening van de
ingebouwde tuner. Zie voor nadere bijzonderheden
het hoofdstuk “Radio-ontvangst” vanaf blz. 38.
Voorkeurzender/programmatype-toestsen
PRESET/PTY SELECT +/–
Druk hierop om alle te ontvangen radiozenders te
doorzoeken. Met deze toets kiest u tevens de
programmatypen bij gebruik van de PTY afstemming.
Afstemtoetsen (TUNING +/–)
Voor het afstemmen via het doorzoeken van alle
beschikbare radiozenders.
Geheugentoets (MEMORY)
Druk hierop om een radiozender in het geheugen vast
te leggen als voorkeurzender.
Geheugengroep-keuzetoets (SHIFT)
Hiermee kiest u een groep voorkeurzenders in het
afstemgeheugen.
Afstemband-keuzetoets (FM/AM)
Hiermee kiest u de FM of AM afstemband.
FM stereo/mono-keuzetoets (FM MODE)
Als de aanduiding “STEREO” in het uitleesvenster
knippert en de FM stereo uitzending niet erg goed
klinkt, drukt u op deze toets. Dan zal er geen stereo-
effect meer zijn, maar de ontvangst zal beter klinken.
Programmatype-keuzetoets (PTY)
Druk hierop om radiozenders op te zoeken aan de
hand van het programmatype dat ze uitzenden. Deze
PTY toets werkt niet tijdens AM ontvangst.
5 Meerkanaals-decodeerlampje (MULTI CHANNEL
DECODING)
Dit indicatorlampje licht op wanneer het apparaat
signalen in een meerkanaals-formaat aan het
decoderen is.
6 Gebruik de CINEMA STUDIO EX toetsen om te
genieten van CINEMA STUDIO EX geluidseffecten.
A/B/C toetsen
Indrukken om de klankbeelden CINEMA STUDIO EX
A, B of C in te stellen (blz 29).
7 Gebruik de klankbeeldtoetsen (SOUND FIELD) voor
weergave met een akoestiekeffect. Zie voor nadere
bijzonderheden het hoofdstuk “Genieten van
Surround Sound akoestiek” vanaf blz. 27.
Decodeertoets/indicator (A.F.D.)
Druk deze toets in om de tuner/versterker
automatisch te laten waarnemen wat voor
geluidssignaal er binnenkomt en de vereiste
decodering toe te passen (indien nodig).
Klankbeeld-keuzetoets/indicator (MODE)
Druk hierop om het gewenste klankbeeld te gaan
kiezen (zie blz. 28).
Stereo-weergavetoets/indicator (2CH)
Druk hierop om alleen geluid te horen via de linker en
rechter voorluidsprekers.
MULTI CHANNEL DECODING
INPUT MODE
MUTING
VIDEO 1
MD/TAPE
MASTER VOLUME
VIDEO 2
CD
DVD/LD
TUNER
TV/SAT
AUX
DISPLAY
DIMMER
PHONES
SPEAKERS
? / 1
MEMORY SHIFT PTY FM MODE FM/AM
EQ
SURR
LEVEL
SET UP
NAME
A
ENTER
A.F.D.
SOUND FIELD
MULTI CH IN
EQUALIZER
CINEMA STUDIO EX
MODE 2CH
PRESET/
PTY SELECT
TUNING
–++
BC
+
34 5 6
2
7
1
8
0
qaqsqd
9
qf
25
NL
Bedieningsorganen en basisbediening van de tuner/versterker
8 Ingangssignaal-keuzetoets (INPUT MODE)
Druk hierop om het gewenste audiosignaal te kiezen
voor uw digitale apparatuur (DVD/LD, TV/SAT en
MD/TAPE).
Bij elke druk op de toets wordt omgeschakeld tussen
de ingangssignalen van de ingestelde component.
Kies de stand Om
AUTO Voorrang te geven aan de digitale
signalen wanneer er zowel digitale
als analoge signalen beschikbaar zijn.
Als er geen digitale signalen zijn,
worden de analoge signalen gekozen.
DIGITAL (OPTICAL) In te stellen op de digitale
audiosignalen die via de DIGITAL
OPTICAL ingangsaansluiting
binnenkomen.
DIGITAL (COAXIAL) In te stellen op de digitale
audiosignalen die via de DIGITAL
COAXIAL ingangsaansluiting
binnenkomen. (alleen op de DVD/
LD)
ANALOG In te stellen op de analoge
audiosignalen die via de AUDIO IN
(L en R) aansluitingen binnenkomen.
Opmerking
Wanneer een digitaal signaal van 96 kHz wordt ingevoerd,
functioneren de EQ, geluidsveld- en surroundregeling niet.
9 Weergavebron-keuzetoetsen
Druk op een van deze toetsen om in te stellen op het
apparaat dat u wilt gebruiken.
Voor keuze van de Drukt u op
Videorecorder VIDEO 1 of VIDEO 2
DVD of LD speler DVD/LD
TV of satelliet-tuner TV/SAT
Minidisc-recorder of MD/TAPE
cassettedeck
Compact disc speler CD
Ingebouwde tuner TUNER
Audiocomponent AUX
Na het kiezen van het weergave-apparaat schakelt u dat
apparaat in en start u de weergave van de geluidsbron.
• Na het kiezen van een videorecorder, DVD videospeler of
laserdisc-speler schakelt u ook het TV-toestel in en stelt u
dit in op weergave van de gekozen component/beeldbron.
0 Totaalvolumeregelaar (MASTER VOLUME)
Na instellen op de gewenste geluidsbron draait u aan
deze knop om de geluidssterkte naar wens in te stellen.
qa Geluiddempingstoets (MUTING)
Druk hierop om de geluidsweergave te dempen.
MUTING verschijnt in het uitleesvenster wanneer het
geluid is onderdrukt.
qs Grafiek-toonregeling aan/uit-toets (EQUALIZER)
Druk hierop om de equalizer toonregeling in of uit te
schakelen. Bij inschakelen van de equalizer licht in het
uitleesvenster de aanduiding EQ op. Als u de
klankkleur vast hebt bijgeregeld met de EQ
parameters (zie blz. 36) en de cursortoetsen, zal het
geluid worden weergegeven met de vastgelegde
klankkleur-instellingen, telkens wanneer u de
equalizer toonregeling inschakelt.
• De grafiek-toonregeling is niet te gebruiken voor digitale
signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz, en
niet als er is gekozen voor MULTI CH IN meerkanaals-
weergave.
z Voor de zuiverste weergave van een analoge geluidsbron
zonder digitale bijregeling
Ga als volgt tewerk om de geluidsveld- en equalizercircuits te
negeren.
1 Druk op de 2CH toets.
2 Druk op de EQ toets zodat het EQ lampje dooft.
Het resultaat is een weergave zonder bijregeling, om de klank
van de geluidsbron zo zuiver mogelijk te horen.
qd MULTI CH IN-keuzetoets
Druk hierop om het geluid van de apparatuur
aangesloten op de MULTI CH IN aansluitingen te
horen, samen met de beeldweergave van de gekozen
videocomponent. Druk nogmaals om MULTI CH IN
te annuleren.
• Wanneer MULTI CH IN is gekozen, werken equalizer- en
geluidsveldregelingen niet.
qf SPEAKERS-keuzetoets
Zet de SPEAKERS op ON.
Hoofdtelefoon-aansluiting (PHONES)
Hierop kunt u een hoofdtelefoon aansluiten.
• Wanneer u een hoofdtelefoon aansluit, produceren de
luidsprekers geen geluid.
26
NL
Bedieningsorganen en basisbediening van de tuner/versterker
Bedieningsorganen op het voorpaneel
Door keuze van de Kunt u
Luidspreker-afstanden De afstand van de voor-, midden- en
surroundluidsprekers kiezen (zie blz.
19).
MULTI CH IN Kiezen welke videobron u wilt
videobron weergeven samen met het geluid dat
binnenkomt via de MULTI CH IN
aansluitingen (zie blz. 47).
Helderheidsbereik Het uitleesvenster laten uitschakelen
van het uitleesvenster bij meermalen indrukken van de
DIMMER toets (zie blz. 47).
ql Naamgevingstoets (NAME)
Druk hierop om de naamgevingsfunctie in te
schakelen en namen in te voeren voor de
voorkeurzenders en andere weergavebronnen (zie blz.
45).
w; Invoertoets (ENTER)
Druk hierop om de gekozen lettertekens vast te leggen
bij naamgeving van de voorkeurzenders en andere
weergavebronnen.
wa Cursortoetsen (
/ )
Druk hierop om de diverse luidsprekerniveau-,
akoestiek- en equalizerparameters (enz.) te kiezen.
ws Instelknop
Draai hieraan om de gekozen luidsprekerniveau-,
akoestiek- of equalizerparameter (enz.) naar wens in te
stellen.
MULTI CHANNEL DECODING
INPUT MODE
MUTING
VIDEO 1
MD/TAPE
MASTER VOLUME
VIDEO 2
CD
DVD/LD
TUNER
TV/SAT
AUX
DISPLAY
DIMMER
PHONES
SPEAKERS
? / 1
MEMORY SHIFT PTY FM MODE FM/AM
EQ
SURR
LEVEL
SET UP
NAME
A
ENTER
A.F.D.
SOUND FIELD
MULTI CH IN
EQUALIZER
CINEMA STUDIO EX
MODE 2CH
PRESET/
PTY SELECT
TUNING
+ +
BC
+
qh
qj qk
qg
ws
w;ql
wa
qg Equalizermenu-keuzetoets (EQ)
Druk hierop voor keuze van de equalizerparameters
(zie blz. 36). De indicator van de toets licht op en dan
kunt u de verschillende equalizerparameters gaan
instellen.
qh Akoestiekmenu-keuzetoets (SURR)
Druk hierop voor keuze van de akoestiekparameters
(zie blz. 34). De indicator van de toets licht op en dan
kunt u de verschillende akoestiekparameters
(effectniveau, wandbekleding e.d.) gaan instellen.
qj Luidsprekermenu-keuzetoets (LEVEL)
Druk hierop voor keuze van de luidsprekerniveau-
parameters (zie blz. 35). De indicator van de toets licht
op en dan kunt u de verschillende luidsprekerniveau-
parameters (voorbalans, surroundbalans e.d.)
instellen.
qk Insteltoets (SET UP)
Druk hierop om de voorbereidingsstand in te
schakelen en druk dan op de cursortoetsen (wa) om in
te stellen op een van de onderstaande
voorbereidingsfuncties te kiezen. Vervolgens maakt u
de gewenste instellingen met de instelknop (ws).
Door keuze van de Kunt u
Luidsprekertype Luidsprekertype opgeven.
(pagina 17)
Luidspreker- Het luidsprekerformaat kiezen voor
instellingen de voor-, midden- en
surroundluidsprekers, de plaats van
de surroundluidsprekers instellen en
de aan- of afwezigheid van een
aparte lagetonen-luidspreker (zie blz.
17).
27
NL
Genieten van Surround Sound akoestiek
U kunt genieten van een fraaie ruimtelijke
geluidsweergave door eenvoudigweg een van de
voorgeprogrammeerde “klankbeelden” te kiezen die de
tuner/versterker biedt. Zo kunt u uw luisterkamer laten
klinken als een bioscoopzaal of een concertzaal. U kunt de
klankbeelden ook naar eigen inzicht aanpassen door de
diverse akoestiekparameters bij te stellen.
Deze tuner/versterker beschikt over een aantal
verschillende klankbeeldfuncties.
De “cinema” klankbeelden zijn bedoeld voor de weergave
van video- of filmgeluid (van DVD discs of laserdiscs)
met meerkanaals-geluidssporen of Dolby Pro Logic
geluid. Naast het decoderen van de diverse kanalen,
bieden enkele van deze klankbeelden ook
akoestiekeffecten zoals u die in de bioscoop kunt horen.
De “virtuele” klankbeelden bieden enkele
indrukwekkende toepassingen van de Sony Digital
Cinema Sound technologie voor digitale
signaalverwerking. Deze kunnen het geluid weg
verplaatsen van de feitelijke luidspreker-opstelling om de
aanwezigheid van een aantal “virtuele” luidsprekers te
simuleren.
De klankbeelden voor muziek (enz.) zijn bedoeld voor
weergave van gewone muziekbronnen en TV-
uitzendingen. Hierbij wordt er aan het signaal van de
geluidsbron een nagalm toegevoegd om het ruimtelijk
effect van een concertzaal of een stadion (enz.) te
simuleren. Gebruik deze klankbeelden voor de weergave
van gewone stereo geluidsbronnen zoals muziek-CD’s of
stereo radio-uitzendingen van muziek of
sportevenementen e.d.
Zie voor nadere bijzonderheden over de diverse
klankbeelden de beschrijving op blz. 29 t/m 31.
A.F.D. decodering
Dit “Auto Format Decoding” klankbeeld presenteert het
geluid precies zo als het is gecodeerd, zonder enige
bijregeling, nagalm e.d.
Voor een optimaal gebruik van de Surround
akoestiekfuncties zult u het aantal en de opstelling van
uw luidsprekers in de tuner/versterker moeten
vastleggen. Zie het hoofdstuk “Opstelling voor
meerkanaals Surround akoestiek” vanaf blz. 17 voor de
nodige instellingen van de luidspreker-parameters om ten
volle te kunnen genieten van de Surround Sound
akoestiek.
Genieten van
Surround
Sound
akoestiek
Dit hoofdstuk geeft aan hoe u de
tuner/versterker kunt instellen voor
geluidsweergave met
akoestiekeffecten en vaste
klankbeelden. Hiermee kunt u
genieten van meerkanaals Surround
Sound bij het afspelen van Dolby
Digital of DTS of videomateriaal.
28
NL
Genieten van Surround Sound akoestiek
Keuze van een klankbeeld
U kunt genieten van een fraaie ruimtelijke
geluidsweergave door eenvoudigweg uit de
voorgeprogrammeerde klankbeelden datgene te kiezen
dat het best past bij de geluidsbron die u wilt horen.
1 Druk op de MODE toets.
Het laatst gekozen klankbeeld wordt in het
uitleesvenster aangegeven.
2 Draai aan de instelknop of druk op een cursortoets
(
of ) om het gewenste klankbeeld te kiezen.
Zie het overzicht op blz. 29 en verder voor nadere
informatie over de beschikbare klankbeelden.
Uitschakelen van het klankbeeld
Druk op de A.F.D. decodeertoets of de 2CH stereo-
weergavetoets (zie blz. 24).
z
De tuner/versterker onthoudt het laatst gekozen klankbeeld
van iedere weergavebron (Sound Field Link)
Wanneer u een bepaalde weergavebron kiest, wordt automatisch
het klankbeeld ingesteld dat het laatst bij deze bron werd
gebruikt. Als u bijvoorbeeld naar een compact disc luistert met
SMALL HALL ingesteld als klankbeeld, vervolgens naar een
andere weergavebron overschakelt en dan weer terug naar de
compact disc, zal weer automatisch het SMALL HALL
klankbeeld worden ingesteld. Bij de tuner worden er
afzonderlijke klankbeelden onthouden voor AM, FM en alle
voorkeurzenders.
z
Aan de verpakking kunt u zien of de video e.d. is opgenomen
met Dolby Surround geluid.
Alle officiële Dolby Digital discs zijn voorzien van het
beeldmerk en Dolby Surround discs zijn voorzien van het
A beeldmerk.
Kort overzicht van de toetsen die u
gebruikt voor de klankbeeld-akoestiek
Luidsprekermenu-keuzetoets (LEVEL): Druk hierop om
de niveauparameters te personaliseren.
Akoestiekmenu-keuzetoets (SURR): Druk hierop om de
akoestiek-parameters in het huidige klankbeeld naar
wens aan te passen.
EQ toets: Indrukken om de equalizerparameters in het
huidige geluidsveld te personaliseren.
Cursortoetsen (
/ ): Druk hierop om de gewenste
parameters te kiezen na indrukken van de LEVEL, SURR,
EQ of SET UP toets.
Instelknop: Draai hieraan om de gekozen parameter in te
stellen of het gewenste klankbeeld te kiezen (enz.).
Klankbeeldtoetsen (SOUND FIELD)
Decodeertoets (A.F.D.): Druk deze toets in om de
tuner/versterker automatisch te laten waarnemen
wat voor geluidssignaal er binnenkomt en de
vereiste decodering toe te passen (indien nodig).
Klankbeeld-keuzetoets (MODE): Druk hierop om
de klankbeeld-keuzestand in te schakelen.
Stereo-weergavetoets (2CH): Druk hierop om
alleen geluid te horen via de linker en rechter
voorluidsprekers.
Grafiek-toonregeltoets (EQUALIZER): Schakelt het
equalizereffect aan of uit.
Cursortoetsen
(
/ )
Instelknop
MULTI CHANNEL DECODING
INPUT MODE
MUTING
VIDEO 1
MD/TAPE
MASTER VOLUME
VIDEO 2
CD
DVD/LD
TUNER
TV/SAT
AUX
DISPLAY
DIMMER
PHONES
SPEAKERS
? / 1
MEMORY SHIFT PTY FM MODE FM/AM
EQ
SURR
LEVEL
SET UP
NAME
A
ENTER
A.F.D.
SOUND FIELD
MULTI CH IN
EQUALIZER
CINEMA STUDIO EX
MODE 2CH
PRESET/
PTY SELECT
TUNING
–++
BC
+
EQUALIZER
LEVEL SOUND FIELD
SURR
EQ
Klankbeeldtoetsen
(SOUND FIELD)
29
NL
Genieten van Surround Sound akoestiek
Een fraaie standaard akoestiek, geschikt
voor alle soorten speelfilms.
Ideaal voor science-fiction of actiefilms met
veel speciale geluidseffecten.
Ideaal voor musicals en klassieke films met
veel achtergrondmuziek.
Informatie over klankbeelden
Naam klankbeeld Effect op de geluidsweergave Opmerkingen
LCR
LS
RS
RSLS
RSLS
Geluidsmateriaal met meerkanaals akoestieksignalen
wordt weergegeven zoals het is opgenomen.
Standaard tweekanaals geluid wordt gedecodeerd
volgens het Dolby Pro Logic systeem om er een
akoestiekeffect aan toe te voegen.
Reproduceert de geluidskarakteristieken van een
klassieke montagestudio van Sony Pictures
Entertainment door met behulp van driedimensionale
geluidsbewerking van V.M.DIMENS. (pagina 30) en op
basis van één enkele set surround luidsprekers 5 sets
virtuele luidsprekers te creëren die de luisteraar
omringen.
Reproduceert de geluidskarakteristieken van de
mengstudio van Sony Pictures Entertainment,
momenteel één van de meest geavanceerde in
Hollywood. Met behulp van driedimensionale
geluidsbewerking van V.M.DIMENS. (pagina 30) en op
basis van één enkele set surround luidsprekers worden
5 sets virtuele luidsprekers gecreëerd die de luisteraar
omringen.
Reproduceert de geluidskarakteristieken van een BGM
opnamestudio van Sony Pictures Entertainment door
met behulp van driedimensionale geluidsbewerking
van V.M.DIMENS. (pagina 30) en op basis van één
enkele set surround luidsprekers 5 sets virtuele
luidsprekers te creëren die de luisteraar omringen.
Reproduceert de geluidskarakteristieken van een
klassieke montagestudio van Sony Pictures
Entertainment door met behulp van driedimensionale
geluidsbewerking van V. SEMI M.D. (pagina 30) en op
basis van het geluid van de voorluidsprekers (geen
surround luidsprekers) 5 sets virtuele luidsprekers te
creëren die de luisteraar omringen.
Reproduceert de geluidskarakteristieken van de
mengstudio van Sony Pictures Entertainment,
momenteel één van de meest geavanceerde in
Hollywood. Met behulp van driedimensionale
geluidsbewerking van V. SEMI M.D. (pagina 30) en op
basis van het geluid van de voorluidsprekers (geen
surround luidsprekers) worden 5 sets virtuele
luidsprekers gecreëerd die de luisteraar omringen.
Reproduceert de geluidskarakteristieken van een BGM
opnamestudio van Sony Pictures Entertainment door
met behulp van driedimensionale geluidsbewerking
van V. SEMI M.D. (pagina 30) en op basis van het
geluid van de voorluidsprekers (geen surround
luidsprekers) 5 sets virtuele luidsprekers te creëren die
de luisteraar omringen.
1)
“VIRTUAL” klankbeeld: Klankbeeld met gesimuleerde extra luidsprekers.
2)
Dit klankbeeld kunt u direct kiezen met de betreffende toets op het voorpaneel.
NORM. SURR.
(NORMAL SURROUND)
C. ST. EX A
(CINEMA STUDIO EX A)
1)2)
(Druk op de CINEMA STUDIO
EX. A toets)
C. ST. EX B
(CINEMA STUDIO EX B)
1)2)
(Druk op de CINEMA STUDIO
EX. B toets)
C. ST. EX C
(CINEMA STUDIO EX C)
1)2)
(Druk op de CINEMA STUDIO
EX. C toets)
S. C. EX A
SEMI CINEMA STUDIO EX. A
1)
S. C. EX B
SEMI CINEMA STUDIO EX. B
1)
S. C. EX C
SEMI CINEMA STUDIO EX. C
1)
30
NL
Genieten van Surround Sound akoestiek
1)
“VIRTUAL” klankbeeld: Klankbeeld met gesimuleerde extra luidsprekers.
Opmerkingen
• Wanneer u S. HALL, L. HALL, JAZZ of L. HOUSE kiest, werkt de subwoofer niet wanneer u NORM. SP. kiest en het
voorluidsprekerformaat is ingesteld op “GROOT”. De subwoofer werkt echter wel wanneer het digitale ingangssignaal L.F.E.-signalen
bevat.
• De effecten van de gesimuleerde virtuele luidsprekers kunnen soms bijgeluiden in de weergave veroorzaken.
• Bij weergave van klankbeelden met gesimuleerde virtuele luidsprekers zal er geen direct geluid van de surroundluidsprekers te horen
zijn.
Keuze van een klankbeeld
Naam klankbeeld Effect op de geluidsweergave Opmerkingen
V.M.DIMENS.
1)
(VIRTUAL MULTI DIMENSION)
(Virtuele luidsprekers overal
rondom)
V. SEMI M.D.
1)
(VIRTUAL SEMI-MULTI
DIMENSION)
(Virtuele luidsprekers overal
gesimuleerd)
S. HALL
(SMALL HALL)
L. HALL
(LARGE HALL)
JAZZ
(JAZZ CLUB)
L. HOUSE
(LIVE HOUSE)
GAME
LCR
LS
RS
RSLS
RSLS
Creëert met 3D geluidsverwerking een heel stel
“virtuele surroundluidsprekers” boven normale
luisterhoogte, op basis van slechts twee werkelijke
surroundluidsprekers. Dit klankbeeld omvat vier paar
virtuele luidsprekers rondom en in een hoek van
ongeveer 30° boven de luisteraar.
Creëert met 3D geluidsverwerking een aantal virtuele
surroundluidsprekers uit het geluid van de
voorkanalen, zonder werkelijke surroundluidsprekers
te gebruiken. Dit klankbeeld omvat vijf paar virtuele
luidsprekers rondom en in een hoek van ongeveer 30°
boven de luisteraar.
Geeft de akoestiek van een kleine rechthoekige
concertzaal.
Geeft de akoestiek van een grote rechthoekige
concertzaal.
Geeft de akoestiek van een jazz-club.
Geeft de akoestiek van een muziektheater met 300
zitplaatsen.
Geeft de meest treffende geluids- en akoestiekeffecten
van videospelletjes.
SIDE**
LCR
LS
RS
RSLS
SRSL
BEHIND**
** Zie blz. 18
LCR
LS
RS
SRSL
RSLS
LCR
SL
SR
RSLS
RSLS
MIDDLE**
Ideaal voor zachtere akoestische muziek.
Ideaal voor rock en popmuziek.
Zet hierbij uw videospel-apparaat in de
stereo stand voor een spel met stereo
geluidsspoor.
31
NL
Genieten van Surround Sound akoestiek
A.F.D.
AUTO FORMAT DECODING
(Druk op de A.F.D.
decodeertoets)
2CH ST.
2 CHANNEL
(Druk op de 2CH stereo-
weergavetoets)
Deze functie kunt u gebruiken ter
referentie. Zet de EQUALIZER in deze
stand op OFF om het geluid precies te
horen zoals het werd opgenomen.
Met deze functie kunt u elke geluidsbron
weergeven via alleen de linker en rechter
voorluidsprekers.
Gebruik de toetsen op het voorpaneel om de volgende weergavefuncties in te schakelen
Opmerkingen
• Bij instellen op de 2 CHANNEL tweekanaals-weergave zal de lagetonenluidspreker geen geluid weergeven. Om gewoon twee-kanaals
stereo geluid weer te geven via de linker en rechter voorluidsprekers plus een lagetonenluidspreker, gebruikt u de AUTO FORMAT
DECODING functie.
• Wanneer u “Micro Satellite Speaker” kiest, stuurt de geïntegreerde sound processor bass-geluid automatisch naar de subwoofer. Om met
deze instelling 2-kanaals (stereo) bronnen te beluisteren, raden wij u aan de AUTO FORMAT DECODING stand te kiezen zodat u uw
subwoofer kunt benutten om het juiste bass-signaal te verkrijgen.
Neemt automatisch waar welk soort geluidssignaal er
binnenkomt (Dolby Digital, Dolby Pro Logic of
standaard twee-kanaals stereo) en zorgt voor een juiste
decodering waar nodig. Deze functie neemt het
geluidsspoor zoals het is opgenomen/gecodeerd, en
presenteert het zonder enige bijregeling, nagalm of
effecten.
Hierbij wordt het geluid alleen weergegeven door de
linker en rechter voorluidsprekers. Gewoon twee-
kanaals stereo geluid wordt weergegeven zonder door
de klankbeeld-circuits te passeren. Meerkanaals-geluid
wordt ook samengemengd tot gewone stereo weergave.
32
NL
Genieten van Surround Sound akoestiek
Uitleg van de meerkanaals-akoestiekaanduidingen
1 ; DIGITAL
Deze indicator licht op wanneer de receiver signalen
decodeert die zijn opgenomen in Dolby Digital
formaat.
2 PRO LOGIC
Deze aanduiding licht op wanneer het apparaat een
twee-kanaals signaal verwerkt met Pro Logic
technieken om zo een middenkanaal en akoestiek-
achterkanalen samen te stellen.*
* Deze indicator licht echter niet op als de midden- en
surroundluidsprekers zijn ingesteld op “NO” of de SPEAKER
toets op “OFF” staat en het A.F.D. of NORMAL SURROUND
geluidsveld is geselecteerd.
3 DTS
Licht op wanneer DTS-signalen binnenkomen.
Opmerking
Bij het afspelen van een disc in DTS formaat moet u
erop toezien dat u digitale aansluitingen heeft
gemaakt en dat “INPUT MODE” NIET op ANALOG
staat (zie 8 op blz 25).
4 MPEG
Licht op wanneer MPEG**-signalen binnenkomen.
** Alleen geschikt voor MPEG 2 kanaal.
5 Afstemaanduidingen
Deze aanduidingen lichten op bij gebruik van de tuner
voor het afstemmen op radiozenders e.d.
Zie blz. 38 t/m 43 voor de bediening van de tuner
voor radio-ontvangst.
6 EQ
Licht op wanneer de equalizer werkt.
7 D. RANGE
Deze aanduiding licht op wanneer de
compressiefunctie voor het dynamisch bereik is
ingeschakeld. Zie blz. 36 voor het instellen van de
dynamiek-compressie.
PRO LOGIC
D.RANGE EQ TA NEWS INFO
MONODTS MPEG
STEREO
OPTSP. OFF
SL
S SR
L
SW
C R
MEMORY
L F E
DIGITAL
a
COAX
1qd 2 3
7
5
6
4
qs
q;
qa
98
8 COAX
Deze aanduiding licht op bij weergave van een
digitaal signaal dat binnenkomt via de COAX
aansluiting.
9 OPT
Deze aanduiding licht op bij weergave van een
digitaal signaal dat binnenkomt via de OPT
aansluiting.
q; Weergavekanaal-aanduidingen
Aan de oplichtende letters kunt u zien welke
geluidskanalen er worden weergegeven.
L: linksvoor R: rechtsvoor
C: midden (mono) SL: linksachter
SR: rechtsachter
S: achterluidsprekers (mono of alleen de
achterweergave na Pro Logic verwerking)
Aan de oplichtende vakjes rond de letters kunt u zien
via welke luidsprekers het geluid wordt weergegeven.
Zie het overzicht op de volgende pagina voor nadere
bijzonderheden over de weergavekanaal-
aanduidingen.
qa
L F E
L F E
lichten op wanneer de disc die speelt een
LFE (Low Frequency Effect) kanaal bevat en het geluid
van het LFE kanaal effectief wordt weergegeven.
qs SW
Licht op wanneer subwooferkeuze op “YES” (pagina
19) staat en het audiosignaal wordt uitgevoerd via de
SUB WOOFER aansluiting(en).
qd SP. OFF
Licht op wanneer de hoofdtelefoon is aangesloten of
de SPEAKERS toets op OFF staat.
33
NL
Genieten van Surround Sound akoestiek
Overzicht van de geluidsbronkanaal-aanduidingen
De oplichtende letters (L, C, R, enz.) geven aan welke geluidsbronkanalen er worden weergegeven. De vakjes lichten op om
aan te geven hoe de tuner/versterker het geluid mengt, voor weergave via welke luidsprekers (afhankelijk van de
luidspreker-instellingen). Bij de klankbeelden voor muziek, zoals SMALL HALL of JAZZ CLUB, voegt de tuner/versterker
nagalm toe op basis van het inkomende geluid.
De volgende tabel geeft aan welke indicators oplichten bij gebruik van de AUTO FORMAT DECODING functie.
Deze tabel toont vrijwel alle mogelijke configuraties voor meerkanaals Surround Sound weergave, maar de met een “
sterretje gemarkeerde configuraties zijn het meest gebruikelijk.
* Signalen met de Dolby Surround aanduiding OFF
** Signalen met de Dolby Surround aanduiding ON
*** Hierbij wordt de bemonsteringsfrequentie aangegeven.
Opmerkingen
• De tuner/versterker decodeert volgens het Pro Logic systeem en de aanduidingen geven de 2/0** ingangskanalen aan bij de volgende
filmgeluid-klankbeelden met 2/0* of STEREO PCM ingangssignalen. (C. ST. EX A, B, C, S. C. EX A, B, C, V.M.DIMENS. en V. SEMI
M.D.)
• Bij gebruik van de klankbeelden voor muziek, zoals SMALL HALL of JAZZ CLUB met standaard audio-systemen zoals PCM, creëert
de tuner/versterker signalen voor de surroundkanalen op basis van de linker en rechter voorkanaal-signalen. In dit geval geven de
surroundluidsprekers wel geluid weer, maar de uitgangsaanduidingen voor de surroundluidsprekers lichten niet op.
Aantal ingangskanalen
Opname-
kanalen
(voor/surround)
Geluidsbron-kanalen en gebruikte weergavekanalen
Alle luidsprekers
aangesloten
Zonder
Surroundluid-
sprekers
Zonder
middenluid-
spreker
Zonder midden/
surroundluidsprekers
1/0
2/0*
3/0
2/1
3/1
2/2
3/2
2/0**
DOLBY DIGITAL [1/0]
DTS [1/0]
DOLBY PRO LOGIC
PCM XX kHz***
DIGITAL
a
C
C
DOLBY DIGITAL [2/0]
DTS [2/0]
DOLBY DIGITAL [3/0]
DTS [3/0]
DOLBY DIGITAL [2/1]
DTS [2/1]
DOLBY DIGITAL [3/1]
DTS [3/1]
DOLBY DIGITAL [2/2]
DTS [2/2]
DOLBY DIGITAL [3/2]
DTS [3/2]
DOLBY DIGITAL [2/0]
DIGITAL
a
C
dts
C
DIGITAL
a
C
dts
C
DIGITAL
a
C
dts
C
DIGITAL
a
L C R
L C R
DIGITAL
a
L C R
L C R
DIGITAL
a
L CR
L CR
DIGITAL
a
L CR
L CR
L R L R L R
dts
L R
DIGITAL
a
L
S
R
L
S
R
DIGITAL
a
L
S
R
L
S
R
DIGITAL
a
L
S
R
L
S
R
DIGITAL
a
L
S
R
L
S
R
DIGITAL
a
L C
S
R
L C
S
R
DIGITAL
a
L C
S
R
L C
S
R
DIGITAL
a
L C
S
R
L C
S
R
DIGITAL
a
L C
S
R
L C
S
R
DIGITAL
a
L
SL
R
SR
L
SL
R
SR
DIGITAL
a
L
SL
R
SR
L
SL
R
SR
DIGITAL
a
L
SL
R
SR
L
SL
R
SR
DIGITAL
a
L
SL
R
SR
L
SL
R
SR
DIGITAL
a
DIGITAL
a
DIGITAL
a
DIGITAL
a
DIGITAL
a
L
SL
C R
SR
L
SL
C R
SR
DIGITAL
a
L
SL
C R
SR
L
SL
C R
SR
DIGITAL
a
L
SL
CR
SR
L
SL
CR
SR
DIGITAL
a
L
SL
CR
SR
L
SL
CR
SR
PRO LOGIC
L C
S
R
PRO LOGIC
L C
S
R
PRO LOGIC
L C
S
R
PRO LOGIC
L C
S
R
PRO LOGIC
L C
S
R
PRO LOGIC
L C
S
R
PRO LOGIC
L C
S
R
PRO LOGIC
L C
S
R
L R L R L R L R
L R L R L R L R
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
dts
DIGITAL
a
DIGITAL
a
DIGITAL
a
DIGITAL
a
34
NL
Genieten van Surround Sound akoestiek
Bijregelen van de klankbeelden
U kunt de klankbeelden naar wens aanpassen door de
akoestiekparameters en de klankkleur van de
voorluidsprekers zo in te stellen dat het geluid in uw
luisterruimte optimaal klinkt.
Wanneer u een klankbeeld bijgeregeld heeft, zullen de
nieuwe instellingen in het geheugen bewaard blijven
(behalve wanneer de stekker van de receiver ongeveer een
week niet in het stopcontact zit). Om een bijgeregeld
klankbeeld opnieuw te wijzigen, hoeft u enkel de
gewenste veranderingen aan te brengen.
Zie het overzicht op blz. 37 voor de parameters waarmee
u een bepaald klankbeeld kunt bijregelen.
Voor de beste weergave van meerkanaals
Surround Sound
Zorg voor een juiste luidspreker-opstelling en volg de
aanwijzingen onder Opstelling voor meerkanaals
Surround akoestiek vanaf blz. 17, alvorens u een
klankbeeld gaat aanpassen.
Aanpassen van de akoestiekparameters
Het SURR menu biedt een aantal parameters waarmee u
allerlei verschillende aspecten van het gekozen
klankbeeld kunt aanpassen. De instellingen die u in dit
menu kiest worden voor elk klankbeeld afzonderlijk
vastgelegd.
1 Start de weergave van een geluidsbron die is
gecodeerd met een meerkanaals Surround
geluidsspoor.
2 Druk op de SURR toets.
De toets licht op en de eerste parameter wordt
aangegeven.
3 Druk op de cursortoetsen ( of ) om in te stellen
op de parameter die u wilt bijregelen.
4 Draai aan de instelknop om de gewenste stand te
kiezen.
De gekozen instelling wordt automatisch vastgelegd.
Effectniveau (EFFECT)
Oorspronkelijke instelling: (afhankelijk van het
klankbeeld)
Met deze parameter kunt u de sterkte of nadruk van het
gekozen klankbeeld naar wens instellen.
Wandbekleding
Oorspronkelijke instelling: WALL MID
Wanneer geluid weerkaatst wordt door een wand die
bekleed is met relatief zacht materiaal of door gordijnen,
worden de hoge tonen verzwakt. Een hardere
wandbekleding daarentegen reflecteert het geluid meer
gelijkmatig en zal de frequentiekarakteristiek van het
geluid daarom minder sterk beïnvloeden. Deze WALL
parameter simuleert de hardheid van de wandbekleding,
door het variëren van de hoeveelheid hoge tonen. De S
(soft) instelling geeft een zachte wandbekleding aan en de
H (hard) instelling een harde wandbekleding.
Het muurtype kan in 17 stappen worden ingesteld van
WALL S. 1 ~ WALL S. 8 (zacht) tot WALL H. 1 ~ WALL
H. 8 (hard).
De gemiddelde stand (WALL MID) geldt voor een
standaard halfharde wand (van hout).
Weerkaatsing
Oorspronkelijke instelling: REVB. MID
Bij een muziekuitvoering zal het geluid altijd een aantal
malen heen en weer kaatsen tussen de linker en rechter
wanden, het plafond en de vloer, vóór het onze oren
bereikt. Hoe groter de ruimte, des te langer zullen de
weerkaatsingen duren. Met deze parameter kunt u de
tijdsduur van de vroege weerkaatsingen bijregelen om zo
een grotere (L) of een kleinere (S) ruimte te simuleren.
De weerkaatsingen zijn instelbaar van REVB. S. 1 ~
REVB. S. 8 (short - kort) tot REVB. L. 1 ~ REVB. L. 8
(lang) in 17 stappen.
De gemiddelde stand (REVB. MID) geeft een standaard
ruimte, zonder bijregeling.
Schermdiepte
Oorspronkelijke instelling: SCR. MID
In een bioscoop wordt de indruk gewekt alsof het geluid
direct komt vanaf de beelden die op het scherm
verschijnen. Met deze parameter kunt u in uw
luisterkamer hetzelfde effect bereiken door het geluid van
de voorluidsprekers te verschuiven tot binnenin het
scherm.
De schermdiepte is instelbaar op SCR. OFF, SCR. MID
of SCR. DEEP.
De SCR. DEEP stand geeft het beeldscherm-geluid de
grootste diepte.
35
NL
Genieten van Surround Sound akoestiek
Bijregelen van de luidspreker-instelparameters
Het LEVEL luidspreker-instelmenu biedt een aantal
parameters waarmee u de balans en de geluidssterkte van
elke luidspreker naar wens kunt instellen. De instellingen
die u in dit menu maakt, zijn van toepassing op alle
klankbeelden.
1 Start de weergave van een geluidsbron die is
gecodeerd met een meerkanaals Surround
geluidsspoor.
2 Druk op de LEVEL toets.
De toets licht op en de eerste parameter wordt
aangegeven.
3 Druk op de cursortoetsen ( of ) om in te stellen
op de parameter die u wilt bijregelen.
4 Draai aan de instelknop om de gewenste stand te
kiezen.
De gekozen instelling wordt automatisch vastgelegd.
* Voorluidspreker-balans (
L
R
)
Oorspronkelijke instelling: BALANCE
Hiermee kunt u de onderlinge geluidsbalans van de
linker en rechter luidsprekers naar wens bijregelen.
De balans kan in ±8 stappen worden geregeld.
Deze instelling is ook direct regelbaar met de
bijgeleverde afstandsbediening. Zie Bijregelen van de
geluidssterkte van de luidsprekers (op blz. 20).
* Balans van de surroundluidsprekers (
SL
SR
)
Oorspronkelijke instelling: BALANCE
Hiermee kunt u de balans van de linker en rechter
surroundluidsprekers bijregelen.
De balans kan in ±8 stappen worden geregeld.
Deze instelling is ook regelbaar met de bijgeleverde
afstandsbediening. Zie Bijregelen van de
geluidssterkte van de luidsprekers (op blz. 20).
*
Niveau van de middenluidspreker
Oorspronkelijke instelling: CTR 0 dB
Hiermee kunt u de geluidssterkte van de
middenluidspreker instellen.
De geluidssterkte is instelbaar in stapjes van 1 dB, van
6 dB tot + 6 dB.
Surroundachterluidsprekers
Oorspronkelijke instelling: SURR 0 dB
Hiermee kunt u de geluidssterkte van beide
surroundluidsprekers (links en rechts) instellen.
De geluidssterkte is instelbaar in stapjes van 1 dB, van
6 dB tot + 6 dB.
*
Niveau van de lagetonen-luidspreker
Oorspronkelijke instelling: S.W. 0 dB
Hiermee kunt u de geluidssterkte van de lagetonen-
luidspreker instellen.
De geluidssterkte is instelbaar in stapjes van 1 dB, van
6 dB tot + 6 dB.
* De parameters kunnen afzonderlijk worden geregeld voor MULTI
CH IN.
Laagfrequent Effect mengniveau
Oorspronkelijke instelling: L.F.E. 0 dB
Met deze parameter kunt u de geluidssterkte bijregelen
van het afzonderlijke LFE (Low Frequency Effect) kanaal
dat wordt weergegeven via de lagetonen-luidspreker,
zonder hierbij de gewone lage tonen te beïnvloeden die
door de basverdelingscircuits van de voor-, midden- en
surroundkanalen worden overgeheveld naar de aparte
lagetonen-luidspreker.
Het LFE niveau is instelbaar in stapjes van 1 dB, van
20.0 dB tot 0 dB (lijnniveau). Bij 0 dB wordt het
volledige LFE signaal weergegeven met het
mengniveau gekozen door de opnametechnicus.
Bij instellen op OFF wordt het geluid van het LFE
kanaal door de lagetonen-luidspreker gedempt. De lage
tonen van de voor-, midden- en surroundkanalen die
door de basverdelingscircuits worden overgeheveld
naar de lagetonen-luidspreker worden echter wel
weergegeven, volgens de keuze gemaakt voor elk
luidsprekerpaar bij de luidspreker-instellingen (zie blz.
17).
36
NL
Genieten van Surround Sound akoestiek
Bijregelen van de klankbeelden
Dynamiekcompressie (
D. RANGE
)
Oorspronkelijke instelling: COMP. OFF (uit)
Hiermee kunt u het dynamisch bereik van een speelfilm-
geluidsspoor comprimeren, dus verkleinen. Dit kan
bijvoorbeeld handig zijn als u s avonds laat een speelfilm
wilt bekijken; dan kunt u het geluid zacht zetten en toch
een rijke, volle klank behouden.
In de COMP. OFF stand wordt het geluidsspoor
normaal weergegeven, zonder compressie.
In de COMP. STD stand wordt het geluidsspoor
weergegeven met het volledig dynamisch bereik, zoals
gekozen door de opnamestudio-technicus.
Met de standen COMP. 0.1 ~ 0.9 kunt u het dynamisch
bereik geleidelijk steeds meer comprimeren, om precies
het gewenste effect te bereiken.
In de COMP. MAX stand wordt het dynamisch bereik
drastisch beperkt.
Opmerking
De dynamiekcompressie is niet te gebruiken voor DTS
geluidsbronnen.
z
Betreffende de dynamiekcompressie
Met deze parameter wordt het dynamisch bereik van een
speelfilm-geluidsspoor gecomprimeerd volgens de dynamiek-
informatie in het Dolby Digital signaal. COMP. STD geeft de
standaard compressie, maar omdat de meeste geluidsbronnen
slechts een geringe compressie hebben, zult u waarschijnlijk
weinig verschil bemerken met de standen COMP. 0.1 ~ 0.9.
Daarom kunnen we u aanbevelen de COMP. MAX compressie
te gebruiken. Hiermee wordt het dynamisch bereik drastisch
beperkt, zodat u zonder bezwaar ook s avonds laat kunt
genieten van een speelfilm met zacht ingesteld geluid. In
tegenstelling tot analoge compressiefuncties zijn de niveaus
hierbij vooraf bepaald, voor een natuurlijk klinkende compressie.
Instellen van de grafiek-toonregeling (EQUALIZER)
Via het EQ menu kunt u de klankkleur (van lage en hoge
tonen) bijregelen voor de midden- en voorluidsprekers.
De instellingen die u in dit menu kiest worden voor elk
klankbeeld afzonderlijk vastgelegd.
1 Start de weergave van een geluidsbron die is
gecodeerd met een meerkanaals Surround
geluidsspoor.
2 Druk enkele malen op de EQ toets.
De toets licht op en de eerste parameter wordt
aangegeven.
3 Druk op de cursortoetsen ( of ) om in te stellen
op de parameter die u wilt bijregelen.
4 Draai aan de instelknop om de gewenste stand te
kiezen.
De gekozen instelling wordt automatisch vastgelegd.
z
U kunt de toonregeling uitschakelen zonder de gemaakte
instellingen te verliezen
De equalizer instellingen worden voor elk klankbeeld afzonderlijk
vastgehouden. Druk op de EQUALIZER toets zodat het EQ
indicatorlampje dooft als u de equalizer toonregeling wilt uitschakelen.
Bijregelen van de lage tonen voor de
voorluidsprekers (niveau/frequentie)
1 Gebruik de cursortoetsen (
/ )om het niveau
(in dB) of de frequentie (in Hz) te kiezen.
2 Gebruik de instelknop om de gewenste instelling te
maken.
Herhaal deze stappen tot het geluid precies naar wens
klinkt.
Het niveau is regelbaar over een ±6 dB instelbereik in
stapjes van 1 dB.
De bijregelfrequentie is instelbaar van 99 Hz tot
1,0 kHz in 21 stapjes.
Bijregelen van de hoge tonen voor de
voorluidsprekers (niveau/frequentie)
Maak de instellingen zoals beschreven onder Bijregelen
van de lage tonen voor de voorluidsprekers.
Het niveau is regelbaar over een ±6 dB instelbereik in
stapjes van 1 dB.
De bijregelfrequentie is instelbaar van 1,0 kHz tot
10 kHz in 23 stapjes.
Terugstellen van de bijgeregelde klankbeelden
op de oorspronkelijke fabrieksinstelling
1 Als de tuner/versterker aan staat, drukt u op de
?/1 toets om het apparaat uit te schakelen.
2 Houd de MODE toets ingedrukt en schakel het
apparaat weer in met de ?/1 toets.
De aanduiding SF. CLR verschijnt in het
uitleesvenster en dan zijn alle klankbeelden tegelijk
teruggesteld op de fabrieksinstellingen.
38
NL
Met deze tuner/versterker kunt u op radiozenders
afstemmen op de volgende manieren:
Automatische FM zenderopslag in alfabetische
volgorde (“Autobetical select”)
U kunt de tuner/versterker automatisch 30 van de best
doorkomende FM radiozenders en FM RDS zenders in het
afstemgeheugen laten vastleggen (zie blz. 40).
Directe afstemming
Als u de zendfrequentie van de gewenste radiozender
kent, kunt u deze direct kiezen met de cijfertoetsen
(zie blz. 40).
Automatische zoekafstemming
Als u de zendfrequentie van de afstandsbediening van de
gewenste radiozender niet kent, kunt u de tuner/
versterker alle beschikbare zenders in uw gebied laten
doorzoeken (zie blz. 41).
Geheugenafstemming
Na het afstemmen op een zender met de directe
afstemming of de automatische zoekafstemming kunt u
de zender, als die goed klinkt, vastleggen in het
afstemgeheugen van de tuner/versterker (zie blz. 41).
Dan kunt u voortaan die zogenoemde voorkeurzender
rechtstreeks kiezen, door de letter-en-cijfer code ervan in
te voeren (zie blz. 42). Zo kunt u tot 30 voorkeurzenders
voor de FM en AM voorinstellen. U kunt de tuner/
versterker ook alle vastgelegde voorkeurzenders laten
doorzoeken (zie blz. 42).
RDS informatiezenders
RDS (Radio Data Systeem) is een radio-informatiesysteem
waarmee radiozenders naast de gewone radio-uitzending
allerlei nuttige informatie kunnen uitzenden. Deze
receiver beschikt over twee handige RDS-functies:
Aangeven van RDS informatie in het uitleesvenster
(zie blz. 42)
— Opzoeken van een radiozender aan de hand van het
programmatype (PTY) (zie blz. 43)
De RDS informatie wordt alleen uitgezonden door FM
zenders.*
* Niet alle FM radiozenders bieden de RDS informatie en niet alle
RDS zenders bieden dezelfde functies. Als u niet bekend bent met de
plaatselijk beschikbare RDS functies, kunt u voor nadere
bijzonderheden het best contact opnemen met de plaatselijke
radiozenders.
Alvorens u begint, dient u te zorgen dat:
Er een FM en een AM antenne op de tuner/versterker
zijn aangesloten (zie blz. 5).
Radio-
ontvangst
In dit hoofdstuk wordt beschreven
hoe u op FM of AM radiozenders
afstemt en hoe u voorkeurzenders in
het geheugen vastlegt.
39
NL
Radio-ontvangst
MULTI CHANNEL DECODING
INPUT MODE
MUTING
VIDEO 1
MD/TAPE
MASTER VOLUME
VIDEO 2
CD
DVD/LD
TUNER
TV/SAT
AUX
DISPLAY
DIMMER
PHONES
SPEAKERS
? / 1
MEMORY SHIFT PTY FM MODE FM/AM
EQ
SURR
LEVEL
SET UP
NAME
A
ENTER
A.F.D.
SOUND FIELD
MULTI CH IN
EQUALIZER
CINEMA STUDIO EX
MODE 2CH
PRESET/
PTY SELECT
TUNING
–++
BC
+
FM MODE
FM/AM
PRESET/PTY SELECT +/–
TUNING +/–
PTY
TUNER
MEMORY
SHIFT
Kort overzicht van de toetsen die u
gebruikt voor radio-ontvangst
Afstemtoetsen (TUNING +/): Druk hierop om alle
beschikbare radiozenders te overlopen.
Aanduidingskeuzetoets (DISPLAY): Druk hierop om de
RDS informatie in het uitleesvenster te zien.
Geheugentoets (MEMORY): Gebruik deze om
radiozenders in het geheugen vast te leggen als
voorkeurzenders.
Voorkeurzender/programmatype-toetsen (PRESET/PTY
SELECT +/): Druk hierop om alle vastgelegde
voorkeurzenders te overlopen of om programmatypes te
kiezen.
Programmatype-keuzetoets (PTY): Hiermee kunt u
radiozenders opzoeken aan de hand van het
programmatype dat ze uitzenden.
FM stereo/mono-keuzetoets (FM MODE): Als de
aanduiding “STEREO” in het uitleesvenster knippert en
de FM stereo uitzending niet erg goed klinkt, drukt u op
deze toets. Dan zal er geen stereo-effect meer zijn, maar de
ontvangst zal beter klinken.
Opmerking
Als de “STEREO” aanduiding helemaal niet oplicht bij normale
ontvangst van een FM radio-uitzending, drukt u op deze toets
zodat de “STEREO” aanduiding gaat branden.
Afstemband-keuzetoets (FM/AM): Druk hierop om de
FM of AM afstemband te kiezen.
Geheugengroep-keuzetoets (SHIFT): Hiermee kiest u
een geheugengroep (A, B of C) voor het vastleggen van of
afstemmen op een voorkeurzender in het
afstemgeheugen.
Radio-ontvangst-keuzetoets (TUNER): Druk hierop om
in te stellen op de tuner, voor-ontvangst.
Op de afstandsbediening
D. TUNING: Druk op deze toets om rechtstreeks een
frequentie in te voeren met behulp van de cijfertoetsen.
Cijfertoetsen: Hiermee voert u een cijferwaarde in om de
frequentie rechtstreeks in te voeren, radiozenders vast te
leggen of af te stemmen op voorkeurzenders.
Cijfertoetsen
P
p
DISC
9
(
0
)
=
+
>10
0
789
456
123
ENTER
CD/SACD
AUX
TUNER
VIDEO
MD/TAPE
VIDEO 2
PHONO
VIDEO 1
VIDEO 3
SYSTEM
STANDBY
FUNCTION
SHIFT
POSITION
DISPLAY
MODE
JUMP
A.F.D.
MUTING
2CH/OFF
WIDE
P IN P
SWAP
D.SKIP/
CH/PRESET
– /– –
– SUB CH +
ANT
TV/VTR
TV/
VIDEO
MULTI CH/
2 CH DIRECT
SOUND FIELD
+
MAIN MENU
RM-U305
g
MENU
MASTER
VOL
TEST TONE
D.TUNING
RETURN
MENU
ENTER
TITLE
f
F
G
g
SLEEP
AV
?/1
?/1
DVD/LD
TV/SAT
FN SHIFT
AV SYSTEM
D.TUNING
40
NL
Radio-ontvangst
Automatische FM
zenderopslag in
alfabetische volgorde
(“Autobetical select”)
bbbb
025
0
1
b
3
1
bb
5
0
Met deze automatische zenderopslag functie kunt u
maximaal 30 FM radiozenders en FM RDS zenders in het
afstemgeheugen van de tuner/versterker vastleggen,
zonder doublures.
Hierbij kiest de tuner/versterker automatisch alleen de
best doorkomende zenders.
Als u bepaalde FM of AM zenders handmatig in het
afstemgeheugen wilt vastleggen, volg dan de
aanwijzingen onder “Voorinstellen van radiozenders” op
blz. 41.
Zie voor nadere bijzonderheden over de hierbij gebruikte
toetsen het “Kort overzicht van de toetsen die u gebruikt
voor de radio-ontvangst” op blz. 39.
1 Druk op de ?/1 toets om de tuner/versterker uit te
schakelen.
2 Houd de MEMORY toets ingedrukt en druk
nogmaals op de ?/1 toets om de tuner/versterker
weer in te schakelen.
De aanduiding “Autobetical select” verschijnt en de
tuner/versterker gaat op zoek naar alle plaatselijk te
ontvangen FM radiozenders en FM RDS zenders en
legt deze in het afstemgeheugen vast.
Bij elke RDS informatiezender controleert de tuner/
versterker eerst of er andere zenders zijn die hetzelfde
programma uitzenden, om daarvan dan alleen de
duidelijkst doorkomende zender vast te leggen. De
gekozen RDS informatiezenders worden gesorteerd op
alfabetische volgorde van hun officiële Program
Service zendernaam, en krijgen dan elk een letter-
plus-cijfer voorinstelcode toegewezen. Zie voor nadere
bijzonderheden betreffende de RDS informatiezenders
blz. 42.
De gewone FM radiozenders krijgen ook een letter-
plus-cijfer code en worden dan na de RDS zenders
vastgelegd.
Na afloop van het vastleggen verschijnt de aanduiding
“Autobetical finish” even in het uitleesvenster en dan
keert de tuner/versterker terug naar de normale
bedieningsfuncties.
Opmerkingen
• Druk niet op enige toets tot de tuner/versterker klaar is met
het doorzoeken van de beschikbare zenders.
• Als u verhuist naar een andere streek, kan het nodig zijn deze
procedure opnieuw uit te voeren, om de best te ontvangen
zenders in uw nieuwe woongebied vast te leggen.
• Zie voor het afstemmen op de vastgelegde voorkeurzenders de
aanwijzingen op blz. 41.
• De FM MODE stereo/mono instelling wordt ook samen met
elke zender vastgelegd.
• Als u na het opslaan van zenders met deze functie uw FM
antenne verplaatst, kunnen de vastgelegde instellingen niet
meer geldig zijn. In dat geval volgt u weer de bovenstaande
aanwijzingen om de FM zenders opnieuw vast te leggen.
Directe afstemming
Zie voor nadere bijzonderheden over de hierbij gebruikte
toetsen het “Kort overzicht van de toetsen die u gebruikt
voor radio-ontvangst” op blz. 39.
1 Druk op de TUNER toets.
Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen zender.
2 Kies met de FM/AM toets de FM of AM
afstemband.
3 Druk op de D. TUNING toets van de
afstandsbediening.
4 Voer met de cijfertoetsen de gewenste
afstemfrequentie in van de afstandsbediening.
Voorbeeld 1: FM 102,50 MHz
Voorbeeld 2: AM 1350 kHz
Als u niet op een bepaalde zender kunt
afstemmen en de ingevoerde cijfers
knipperen
Controleer of u de juiste frequentie hebt ingevoerd. Bij
een vergissing herhaalt u de stappen 3 en 4.
Als de ingevoerde cijfers nog steeds knipperen, wordt
deze frequentie in uw ontvangstgebied niet gebruikt.
5 Bij afstemmen op een AM radiozender verstelt u
de richting van de AM kaderantenne zo dat de
ontvangst optimaal klinkt.
6 Herhaal stappen 2 tot 5 om af te stemmen op
andere zenders.
z
Als u voor de frekwentie een getal invoert dat niet deelbaar
is door het geldende afsteminterval
De ingevoerde waarde zal automatisch naar boven of beneden
worden afgerond.
Het interval van de afstemschaal is:
FM: 50 kHz
AM: 9 kHz
41
NL
Radio-ontvangst
Automatische
zoekafstemming
Zie voor nadere bijzonderheden over de hierbij gebruikte
toetsen het “Kort overzicht van de toetsen die u gebruikt
voor de radio-ontvangst ” op blz. 39.
1 Druk op de TUNER toets.
Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen zender.
2 Kies met de FM/AM toets de FM of AM
afstemband.
3 Druk op de TUNING + of TUNING toets.
Druk op de + toets om de afstemband in oplopende
volgorde te doorzoeken; op de – toets om van hoog
naar laag te zoeken.
Wanneer de tuner/versterker het einde van de
afstemschaal bereikt
Dan wordt de zoekafstemming vanaf het andere einde
herhaald in dezelfde richting.
Telkens wanneer er een zender wordt gevonden, stopt
de tuner/versterker met zoeken.
4 Om door te gaan met zoeken, drukt u nogmaals op
de TUNING + of TUNING toets.
Geheugenafstemming
Zie voor nadere bijzonderheden over de hierbij gebruikte
toetsen het “Kort overzicht van de toetsen die u gebruikt
voor de radio-ontvangst” op blz. 39.
Voor u kunt afstemmen op een voorkeurzender, dient u
eerst het “Voorinstellen van radiozenders” te verrichten
volgens de onderstaande aanwijzingen.
Voorinstellen van radiozenders
1 Druk op de TUNER toets.
Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen zender.
2 Stem af op de radiozender die u wilt voorinstellen,
met de directe afstemming (zie blz. 40) of de
automatische zoekafstemming (deze pagina).
3 Druk op de MEMORY toets.
In het uitleesvenster licht enkele seconden lang de
aanduiding “MEMORY” op.
Verricht de stappen 4 t/m 6 voordat deze aanduiding
dooft.
4 Druk op de SHIFT toets om een geheugengroep (A,
B of C) te kiezen.
Telkens wanneer u op de SHIFT toets drukt, verschijnt
de volgende groepsletter, “A”, “B” of “C” in het
uitleesvenster.
5 Kies een zendernummer door op PRESET/PTY
SELECT + of PRESET/PTY SELECT te drukken.
Als de “MEMORY” aanduiding dooft voordat u de
zender hebt kunnen vastleggen, gaat u terug naar stap
3.
6 Druk nogmaals op de MEMORY toets om de
ontvangen radiozender in het geheugen vast te
leggen.
Als de “MEMORY” aanduiding dooft voordat u de
zender hebt kunnen vastleggen, gaat u terug naar stap
3.
7 Herhaal de stappen 2 t/m 6 voor elk van de
voorkeurzenders die u wilt vastleggen.
Een andere zender voorinstellen onder een reeds
gebruikt nummer
Herhaal de stappen 1 t/m 6 om een nieuwe zender onder
hetzelfde nummer vast te leggen.
Opmerking
Wanneer het netsnoer ongeveer een week losgekoppeld is,
worden alle voorinstelzenders uit het geheugen van de receiver
gewist en moeten de zenders opnieuw worden vooringesteld.
42
NL
Radio-ontvangst
Geheugenafstemming
nA1˜A2˜...˜A0˜B1˜B2˜...˜B0N
nC0˜...C2˜C1N
Afstemmen op vastgelegde
voorkeurzenders
Op radiozenders die in het afstemgeheugen zijn
vastgelegd, kunt u afstemmen op een van de volgende
twee manieren.
Afstemmen door alle voorkeurzenders te
doorlopen
1 Druk op de TUNER toets.
Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen zender.
2 Druk enkele malen op de PRESET/PTY SELECT + of
PRESET/PTY SELECT toets om te zoeken naar de
gewenste zender.
Telkens wanneer u op deze toets drukt, gaat de tuner/
versterker één voorkeurzender verder in de gekozen
richting en de onderstaande volgorde:
z U kunt de voorkeurzenders automatisch doornemen op zoek
naar een bepaald programmatype.
Zie blz. 43.
Afstemmen op een voorkeurzender waarvan u
het nummer kent
1 Druk op de TUNER toets.
Er wordt afgestemd op de laatst ontvangen zender.
2 Druk op de SHIFT toets om een geheugengroep (A,
B of C) te kiezen en kies dan het nummer van de
gewenste voorkeurzender met de cijfertoetsen.
Ontvangst van RDS informatie-
uitzendingen
Kies eenvoudigweg een radiozender uit de FM
band.
Bij afstemming op een zender die RDS informatie
uitzendt, verschijnt de zendernaam in het uitleesvenster.
Opmerking
De RDS informatie zal niet altijd goed te ontvangen zijn, als de
zender waarop u hebt afgestemd de RDS signalen niet duidelijk
genoeg uitzendt of als de signaalsterkte onvoldoende is.
Aangeven van RDS informatie in het
uitleesvenster
Druk op de DISPLAY toets. Iedere keer dat u op de
DISPLAY toets drukt, verspringen de aanduidingen in het
uitleesvenster stap voor stap, om de volgende informatie
aan te geven.
**Deze informatie wordt ook aangegeven voor FM radiozenders
die geen RDS informatie uitzenden.
Opmerkingen
Als er een speciale mededeling of waarschuwingsbericht van
overheidswege doorkomt, zal in het uitleesvenster de
aanduiding ALARM gaan knipperen.
Als een aanduiding uit 9 of meer letters bestaat, zal de tekst
over het scherm lopen.
De volgende aanduidingen kunnen verschijnen als een zender
een bepaald type RDS informatie niet uitzendt:
NO PTY (er wordt geen programmatype-informatie
uitgezonden);
NO TEXT (er wordt geen radiotekst uitgezonden);
NO TIME (de juiste tijd wordt niet uitgezonden).
Afhankelijk van de methode die door de radiozender wordt
gebruikt om de tekst door te sturen, is het mogelijk dat
bepaalde tekstboodschappen onvolledig zijn.
Aangegeven informatie Hiermee kunt u:
Zendernaam** De zender aan de hand van de
zendernaam (bijv. WDR) in
plaats van via de frekwentie
opzoeken.
Afstemfrekwentie** De zender aan de hand van de
frekwentie opzoeken.
Programmatype Een bepaald programmatype
opsporen. (Zie bladzijde 43 voor
de programmatypes waaruit u
kunt kiezen.)
Radiotekst De tekstberichten aangeven die
door de RDS zender worden
uitgezonden.
Juiste tijd (24-uurs cyclus) De huidige tijd aangeven.
Actief geluidsveld** Het actieve geluidsveld
aangeven.
Gebruik van het Radio Data
Systeem (RDS)
43
NL
Radio-ontvangst
Overzicht van de beschikbare
programmatypen
Programmatype U luistert naar
NONE Ieder type uitzending dat niet
onder een van de volgende
categorieën valt.
NEWS Nieuwsberichten.
AFFAIRS Aktualiteitenprogrammas over
onderwerpen die recentelijk in
het nieuws zijn.
INFO Uitzendingen over
consumentenzaken, medisch
advies, weersinformatie, etc.
SPORT Sportuitzendingen.
EDUCATE Educatieve programmas en
uitzendingen met advies op
verschillende gebieden.
DRAMA Hoorspelen en radioseries.
Opzoeken van een radiozender aan de
hand van het programmatype (PTY)
U kunt een radiozender van uw keuze opzoeken door in
te stellen op het gewenste programmatype. De tuner
stemt dan af op een uitzending van het gekozen type,
verzorgd door een van de RDS zenders die zijn
vastgelegd in het afstemgeheugen van de tuner.
1 Druk op PTY om het huidige PTY type weer te
geven. Druk op PRESET/PTY SELECT + of tot het
gewenste programmatype in het uitleesvenster
verschijnt.
Hieronder vindt u een overzicht van de beschikbare
programmatypes.
2 Druk op de PTY toets terwijl het programmatype in
het uitleesvenster wordt aangegeven.
De tuner doorloopt dan de vooringestelde RDS
radiozenders op zoek naar het gekozen soort
programma. (De aanduiding SEARCH en het
programmatype verschijnen afwisselend in het
uitleesvenster.) Wanneer de tuner/versterker een
programma van het door u gekozen type vindt, stopt
het apparaat met zoeken. Dan knippert het
voorinstelnummer van de radiozender die het
gekozen soort programma uitzendt, en vervolgens
schakelt de tuner/versterker over op ontvangst en
weergave van de betreffende uitzending.
Opmerking
De aanduiding NO PTY verschijnt wanneer het door u
gekozen programmatype niet wordt uitgezonden; de tuner keert
dan terug naar de oorspronkelijke zender.
Programmatype U luistert naar
CULTURE Radio-uitzendingen over
nationale of regionale culturele
aangelegenheden, zoals religie,
taal en sociale vraagstukken.
SCIENCE Programmas over
natuurwetenschappen en
technologie.
VARIED Gevarieerd amusement, zoals
interviews met bekende
persoonlijkheden,
quizprogramma's en komedies.
POP M Populaire muziek.
ROCK M Rockmuziek.
EASY M Easy listening ("middle of the
road" muziek).
LIGHT M Lichte klassieke muziek, zowel
instrumentaal als vokaal.
CLASSICS Uitvoeringen van klassieke
muziek door grote orkesten,
kamermuziek, opera, enz.
OTHER M Muziek die in geen enkele van de
bovenstaande categorieën
thuishoort, zoals bijvoorbeeld
rhythm & blues en reggae.
WEATHER Weerberichten.
FINANCE Beursberichten en financieel-
economische programma's.
CHILDREN Jongerenprogramma's.
SOCIAL Programma's over sociologie,
geschiedenis, aardrijkskunde,
psychologie, en
maatschappijwetenschappen.
RELIGION Programma's over religieuze
aangelegenheden.
PHONE IN Meningsuiting via telefoon of
panelgesprekken.
TRAVEL Informatieprogramma's over
reizen.
LEISURE Vrijetijdsprogramma's waar
luisteraars aan kunnen
deelnemen.
JAZZ Polyfonische, gesyncopeerde
muziek.
COUNTRY Muziek uit het zuiden van de VS.
NATION M Hedendaagse populaire muziek
uit land of streek.
OLDIES Golden age muziek.
FOLK M Muziek die stamt uit de
muziekcultuur van een bepaald
land.
DOCUMENT Duidingsprogramma's.
44
NL
Cursortoetsen ( / )
Instelknop
MULTI CHANNEL DECODING
INPUT MODE
MUTING
VIDEO 1
MD/TAPE
MASTER VOLUME
VIDEO 2
CD
DVD/LD
TUNER
TV/SAT
AUX
DISPLAY
DIMMER
PHONES
SPEAKERS
? / 1
MEMORY SHIFT PTY FM MODE FM/AM
EQ
SURR
LEVEL
SET UP
NAME
A
ENTER
A.F.D.
SOUND FIELD
MULTI CH IN
EQUALIZER
CINEMA STUDIO EX
MODE 2CH
PRESET/
PTY SELECT
TUNING
–++
BC
+
TUNER
NAME
SET UP
ENTER
Overige
bedienings-
functies
Kort overzicht van de toetsen en regelaars
die u in dit hoofdstuk tegenkomt
Naamgevingstoets (NAME): Druk hierop om uw
voorkeurzenders en andere weergavebronnen elk een
eigen naam te geven.
Instelknop: Kies hiermee de lettertekens bij de
naamgeving van voorkeurzenders en andere
weergavebronnen.
Cursortoetsen (
/ ): Zet hiermee de cursor op de
gewenste plaats bij het invoeren van namen voor de
voorkeurzenders en andere weergavebronnen.
Radio-ontvangst keuzetoets (TUNER): Druk hierop om
in te stellen op de tuner, voor radio-ontvangst.
Insteltoets (SET UP): Druk hierop om de bedienings-
instelling te maken.
Invoertoets (ENTER): Druk hierop om de ingevoerde
naam voor een voorkeurzender of andere weergavebron
in het geheugen vast te leggen.
45
NL
Overige bedieningsfuncties
Naamgeving van
voorkeurzenders en beeld/
geluidsbronnen
U kunt een naam (indexnaam) van maximum 8 tekens
invoeren voor voorkeurzenders en beeld/geluidsbronnen.
Deze “index” namen (zoals bijvoorbeeld “VHS”) worden
dan in het uitleesvenster aangegeven wanneer u instelt op
weergave van de betreffende beeld/geluidsbron.
U kunt niet meer dan één naam tegelijk invoeren voor
elke voorkeurzender of beeld/geluidsbron.
Deze functie kan handig zijn voor het uit elkaar houden
van soortgelijke apparatuur. Zo kunt u bijvoorbeeld twee
videorecorders onderscheiden met de typenamen “VHS”
en “8MM”. Bovendien kunt u hiermee componenten
benoemen die zijn aangesloten op stekkerbussen bedoeld
voor andere apparatuur, zoals een tweede CD-speler die
is aangesloten op de MD/TAPE aansluitingen.
1 Om een naam te geven aan een
voorkeurzender
Druk op de TUNER toets om in te stellen op de tuner.
Dan wordt er afgestemd op de laatst ontvangen zender.
Om een naam te geven aan een beeld/
geluidsbron
Stel in op de beeld/geluidsbron (component) die u
een naam wilt geven en ga dan door naar stap 3.
2 Stem af op de voorkeurzender die u van een
“index” naam wilt voorzien.
Als u niet weet hoe u kunt afstemmen op een
voorkeurzender, volgt u de aanwijzingen onder
“Afstemmen op vastgelegde voorkeurzenders”
op blz. 42
3 Druk op de NAME toets.
4 Voer de gewenste naam in met de instelknop en de
cursortoetsen, als volgt:
Draai aan de instelknop om een letterteken te kiezen
en druk dan op de
toets om de cursor op de plaats
van de volgende letter te zetten.
Invoegen van een spatie
Draai aan de instelknop tot er een spatie in het
uitleesvenster verschijnt (de spatie bevindt zich tussen
de “
]
” en de letter “A”).
Bij een vergissing in de letterkeuze
Druk net zovaak op de
of cursortoets tot de
foute letter gaat knipperen en kies dan met de
instelknop het juiste letterteken.
5 Druk op de ENTER toets.
Invoeren van “index” namen voor nog andere
voorkeurzenders
Herhaal de stappen 2 t/m 5.
Opmerking
U kunt geen andere naam kiezen voor een RDS zender.
Deze tuner/versterker maakt het opnemen vanaf en op de
aangesloten apparatuur bijzonder eenvoudig. U hoeft de
apparaten voor weergave en voor opname niet
afzonderlijk op elkaar aan te sluiten; na het kiezen van
een weergavebron op de tuner/versterker kunt u gewoon
gaan opnemen met behulp van de bedieningsorganen op
de betrokken apparatuur.
Voor u begint dient u te controleren of alle apparaten naar
behoren zijn aangesloten.
l: Audio-signaalstroom
.: Video-signaalstroom
Opnemen op een audiocassette of
minidisc
Via deze tuner/versterker kunt u opnamen maken op een
cassette of een minidisc. Zie voor nadere details van de
bediening de gebruiksaanwijzing van uw cassettedeck of
minidisc-recorder.
1 Stel in op de geluidsbron die u wilt opnemen.
2 Breng het weergave-apparaat in gereedheid voor
afspelen.
Plaats bijvoorbeeld de op te nemen compact disc in de
CD-speler.
3 Plaats een voor opnemen geschikte cassette of
minidisc in het opname-apparaat en stel zo nodig
het opnameniveau in.
4 Start het opnemen op het opname-apparaat en
start dan de weergave van de geluidsbron.
Weergavebron
(afspeelapparatuur)
Opname-apparatuur
(cassettedeck, minidisc-
recorder, videorecorder)
Opnemen
.
l
l
.
MULTI CHANNEL DECODING
INPUT MODE
MUTING
VIDEO 1
MD/TAPE
MASTER VOLUME
VIDEO 2
CD
DVD/LD
TUNER
TV/SAT
AUX
DISPLAY
DIMMER
PHONES
SPEAKERS
? / 1
MEMORY SHIFT PTY FM MODE FM/AM
EQ
SURR
LEVEL
SET UP
NAME
A
ENTER
A.F.D.
SOUND FIELD
MULTI CH IN
EQUALIZER
CINEMA STUDIO EX
MODE 2CH
PRESET/
PTY SELECT
TUNING
+ +
BC
+
Weergavebron-
keuzetoetsen
46
NL
Overige bedieningsfuncties
Opnemen op een videocassette
Met deze tuner/versterker kunt u beelden opnemen vanaf
een TV of laserdisc-speler. Ook bestaat de mogelijkheid
om tijdens kopiëren of monteren van video-opnamen een
nieuw geluidsspoor in te voegen vanaf een geluidsbron
naar keuze. Zie voor nadere bijzonderheden de
gebruiksaanwijzing van uw laserdisc-speler.
1 Stel in op de beeld/geluidsbron die u wilt
opnemen.
2 Breng het weergave-apparaat in gereedheid voor
afspelen.
Plaats bijvoorbeeld de op te nemen laserdisc in de
laserdisc-speler.
3 Plaats een voor opnemen geschikte videocassette
in de videorecorder die u voor opnemen gebruikt.
4 Start het opnemen op de opname-videorecorder en
start dan de weergave van de laserdisc die u wilt
opnemen.
z
U kunt het geluid van om het even welke geluidsbron
opnemen op videocassette bij opname vanaf een laser disc
Zoek op de videoband het punt op waar u het nieuwe geluid wilt
invoegen, stel in op de geluidsbron en start de weergave daarvan.
Het geluid van het gekozen weergave-apparaat zal op het
geluidsspoor van de videoband worden opgenomen, in plaats
van het oorspronkelijke geluidsspoor.
Om terug te keren naar het oorspronkelijke geluidsspoor voor de
rest van de video-opnamen, stelt u weer in op de video-
geluidsbron.
Opmerkingen
• U kunt geen digitale geluidssignalen opnemen met een
opname-apparaat dat is aangesloten op de analoge MD/TAPE
OUT of VIDEO OUT aansluitingen.
• De instellingen die u voor weergave maakt zijn niet van
invloed op de signalen die worden doorgegeven via de MD/
TAPE OUT of VIDEO OUT aansluitingen.
• Wanneer MULTI CH IN is geselecteerd, worden geen
audiosignalen uitgevoerd via MD/TAPE OUT of VIDEO OUT.
Automatisch uitschakelen
met de sluimerfunctie
U kunt de tuner/versterker automatisch laten
uitschakelen na een tijdsduur die u zelf kiest, zodat u
gerust met muziek in slaap kunt vallen.
Druk op de SLEEP toets van de afstandsbediening
wanneer de tuner/versterker staat ingeschakeld.
Telkens wanneer u op de SLEEP toets drukt, verspringt de
sluimertijd als volgt.
Het uitleesvenster dooft nadat u de sluimertijd hebt
ingesteld.
z
U kunt de sluimertijd precies naar wens instellen
Druk eerst op de SLEEP toets van de afstandsbediening en stel
dan de gewenste sluimertijd in met de instelknop van de tuner/
versterker. Daarmee kunt u de tijd precies tot op de minuut
instellen. De maximaal instelbare tijdsduur is 5 uur lang.
z
U kunt de resterende sluimertijd totdat de tuner/versterker
uitschakelt controleren
Druk op de SLEEP toets van de afstandsbediening. De resterende
tijd tot het uitschakelen verschijnt in het uitleesvenster.
n 2-00-00 n 1-30-00n 1-00-00 n 0-30-00 n OFF
Opnemen
47
NL
Overige bedieningsfuncties
Instellingen met de SET UP
toets
Met de SET UP toets kunt u de volgende instellingen
maken.
Keuze van de MULTI CH IN
videoweergavebron
Met deze instelling kunt u kiezen welke videobron er
moet worden weergegeven, samen met het geluid dat
binnenkomt via de MULTI CH IN aansluitingen. Bij
aflevering staat de MULTI CH IN videobron ingesteld op
de DVD/LD videospeler.
1 Druk op de SET UP toets.
2 Druk op de cursortoetsen ( of ) om het
onderdeel “
MULTI CH IN
VISUAL” te kiezen.
3 Draai aan de instelknop om in te stellen op de
gewenste videoweergavebron.
Keuze of u het uitleesvenster geheel wilt
uitschakelen
Met deze parameter kunt u kiezen of het uitleesvenster al
dan niet geheel moet doven na enkele malen indrukken
van de DIMMER toets. Om het uitleesvenster geheel uit te
schakelen, stelt u in op WIDE; met NARROW dooft
het nooit helemaal. De oorspronkelijke instelling is
NARROW.
1 Druk op de SET UP toets.
2 Druk op de cursortoetsen ( of ) om in te stellen
op DIM.RANGE”.
3 Draai aan de instelknop om te kiezen voor
“NARROW” of “WIDE”.
CONTROL A1
bedieningssysteem
Om te beginnen
Deze handleiding verklaart de basisfuncties van het
CONTROL A1
bedieningssysteem. Bepaalde stereo-
componenten beschikken over speciale extra functies,
zoals de “CD synchroon-opname” op cassettedecks,
waarvoor ook CONTROL A1
aansluitingen nodig zijn.
Zie daarom tevens de bij uw stereo-component(en)
geleverde gebruiksaanwijzingen.
Het CONTROL A1
bedieningssysteem is ontwikkeld ter
vereenvoudiging van de bediening van stereo-installaties
bestaande uit afzonderlijke Sony stereo-componenten. De
CONTROL A1
aansluitingen verschaffen een speciale
signaalbaan voor besturingssignalen, om automatische
bedieningsfuncties mogelijk te maken die men gewoonlijk
slechts op geïntegreerde systemen aantreft.
Op dit moment bieden de CONTROL A1
aansluitingen
u met een Sony CD-speler, versterker (of tuner/
versterker) , minidisc-recorder en cassettedeck het gemak
van de automatische geluidsbron-keuze en de synchroon-
opnamestart.
In de toekomst zal het CONTROL A1
aansluitsysteem
gaan fungeren als een multifunctie-aansluitbus, waarmee
u allerlei functies van verschillende componenten
volautomatisch zult kunnen bedienen.
Opmerkingen
Het CONTROL A1 bedieningssysteem is zo ontworpen dat er
geleidelijk meer en meer functies aan kunnen worden
toegevoegd. Dit betekent echter niet dat de nieuwe functies ook
beschikbaar zullen zijn op de aangesloten oudere apparatuur.
Gebruik geen tweeweg-afstandsbediening wanneer de CONTROL
A1 aansluitingen via een PC-interface aansluitset zijn
verbonden met een personal computer waarop het MD Editor
programma of een soortgelijk toepassingsprogramma draait.
Gebruik ook de aangesloten apparatuur niet op een manier die
niet overeenkomt met de functies van het toepassingsprogramma,
want dan kan het programma niet naar behoren werken.
Overeenkomsten tussen CONTROL A1 en CONTROL A1
Het CONTROL A1 bedieningssysteem is uitgebracht in een
vernieuwde versie, CONTROL A1 genaamd, hetgeen het
standaard bedieningssysteem is voor de Sony 300-disc CD-
wisselaar en andere recente Sony apparatuur. Componenten
met CONTROL A1 bedieningsaansluitingen en die met
CONTROL A1 aansluitingen zijn onderling te verbinden en
samen te gebruiken. In principe zijn de meeste functies van
het CONTROL A1 bedieningssysteem ook beschikbaar in het
nieuwe CONTROL A1 bedieningssysteem. Bij een
onderlinge verbinding tussen CONTROL A1 aansluitingen en
CONTROL A1 aansluitingen kan het aantal beschikbare
bedieningsfuncties echter beperkt zijn, afhankelijk van de
aangesloten apparatuur. Zie voor nadere bijzonderheden de
gebruiksaanwijzingen van de aangesloten apparatuur.
48
NL
Overige bedieningsfuncties
Aansluitingen
Verbind met behulp van mono snoeren met (2-polige) ministekkers
de CONTROL A1
aansluitingen op het achterpaneel van elk
apparaat in serie door. Zo kunt u maximaal 10 componenten die
geschikt zijn voor het CONTROL A1
systeem onderling
doorverbinden, in elke gewenste volgorde. Van elk type apparaat
kunt u er echter slechts één tegelijk aansluiten (dus slechts 1 CD-
speler, 1 minidisc-recorder, 1 cassettedeck en 1 tuner/versterker).
(Afhankelijk van het model kan het wel eens mogelijk zijn
meer dan één compact disc speler of minidisc-speler aan
te sluiten. Zie voor nadere bijzonderheden de
gebruiksaanwijzing van de betreffende componenten.)
In het CONTROL A1 bedieningssysteem lopen de
bedieningssignalen beide kanten op, dus er is geen verschil tussen IN
en OUT aansluitingen. Als een component meer dan een CONTROL
A1
aansluiting heeft, kunt u naar keuze één hiervan gebruiken, of
op elk ervan een verschillende geluidscomponent aansluiten.
Betreffende CONTROL A1 aansluitingen
U kunt zonder probleem alle CONTROL A1 aansluitingen
verbinden met de nieuwere CONTROL A1
aansluitingen.
Voor nadere bijzonderheden over de wijze van aansluiten
en de mogelijkheden wordt u verwezen naar de de
gebruiksaanwijzingen van de aangesloten apparatuur.
Betreffende de aansluitsnoeren
Bij bepaalde componenten die geschikt zijn voor het
CONTROL A1 systeem wordt een aansluitsnoer bijgeleverd.
Dan kunt u dat snoer voor het aansluiten gebruiken.
Beschikt u niet over een dergelijk bijgeleverd snoer,
gebruik dan een los in de audiohandel verkrijgbaar
ministekker-snoer van minder dan 2 meter lengte met 2-
polige (mono) ministekkers, zonder weerstand (zoals het
Sony RK-G69HG aansluitsnoer).
Voorbeeld
Versterker
(Tuner/
versterker)
CD-
speler
Minidisc-
recorder
Cassettedeck
Andere
component
Aansluitvoorbeelden
CD-speler
Minidisc-recorder
CONTROL A1
CONTROL A1
Basis-bedieningsfuncties
De CONTROL A1 bedieningsfuncties zullen werken
zolang de te bedienen component(en) is/zijn
ingeschakeld, ook al staan de andere aangesloten
componenten alle uitgeschakeld.
Automatische geluidsbronkeuze
Als u een voor het CONTROL A1
systeem geschikte
Sony versterker (of tuner/versterker) hebt aangesloten op
andere Sony componenten via mono ministekker-snoeren,
dan zal de geluidsbron-keuzeschakelaar van de versterker
(of tuner/versterker) automatisch instellen op de juiste
geluidsbron, zodra u de op weergavetoets van een een
van de aangesloten componenten drukt.
Opmerkingen
Er moet een voor het CONTROL A1 systeem geschikte Sony
versterker (of tuner/versterker) zijn aangesloten via mono
ministekker-snoeren om de automatische geluidsbron-keuze te
kunnen gebruiken.
Deze automatische geluidsbron-keuze werkt alleen als de
componenten zijn aangesloten op de ingangsaansluitingen van
de versterker (of tuner/versterker) die overeenkomen met de
namen van de geluidsbron-keuzetoetsen. Op bepaalde
versterkers kunt u de namen van de geluidsbron-keuzetoetsen
omschakelen. Zie in dat geval voor nadere bijzonderheden de
gebruiksaanwijzing van de versterker.
Tijdens opnemen kunt u beter niet het afspelen starten van een
andere component dan de opnamebron. Hierdoor zou namelijk
de automatische geluidsbron-keuze overschakelen op de
andere component.
Synchroon-opnamefunctie
Met deze functie kunt u automatisch de weergave van de
gekozen geluidsbron en de opname op een andere
component tegelijk starten.
1 Stel de geluidsbron-keuzeschakelaar van de
versterker (of tuner/versterker) in op de
geluidsbron voor weergave.
2 Zet de geluidsbron in de weergave-pauzestand (let
op dat het N en het X lampje beide oplichten).
3 Zet het opname-apparaat in de opnamepauzestand
(REC-PAUSE).
4 Druk op de PAUSE toets van het opname-apparaat.
De geluidsbron schakelt van de pauzestand over
op weergave en even later begint automatisch het
opnemen.
Wanneer de weergave van de geluidsbron eindigt,
zal het opnemen ook automatisch stoppen.
Opmerkingen
Zet niet meer dan één geluidsbron tegelijk in de weergave-
pauzestand.
Bepaalde opname-componenten beschikken over een speciale
synchroon-opnamefunctie op basis van het CONTROL A1
bedieningssysteem, zoals de CD synchroon-opname op
cassettedecks. Zie voor nadere bijzonderheden daaromtrent de
bij uw opname-component geleverde gebruiksaanwijzing.
CONTROL A1 bedieningssysteem
49
NL
Aanvullende informatie
Aanvullende
informatie
Verhelpen van storingen
Als bij het gebruik van de tuner/versterker een van de
volgende problemen zich voordoet, neemt u dan de
controlepunten even door om het probleem te verhelpen.
Zie ook de paragraaf “Controleren van de aansluitingen”
op blz. 21 om zeker te stellen dat alle aansluitingen in
orde zijn. Mocht de storing niet zo gemakkelijk te
verhelpen zijn, raadpleeg dan a.u.b. de dichtstbijzijnde
Sony handelaar.
Er klinkt niet of nauwelijks geluid.
, Controleer of alle luidsprekers en andere
apparaten juist en stevig zijn aangesloten.
, Controleer of de tuner/versterker wel is ingesteld
op de juiste geluidsbron.
, Controleer of de SPEAKERS toets niet af staat.
, Druk op MUTING wanner MUTING verschijnt in
het uitleesvenster.
, Het beveiligingscircuit van de tuner/versterker is
in werking getreden, vanwege een kortsluiting.
Schakel de tuner/versterker uit, verhelp de
kortsluiting en schakel het apparaat weer in.
De weergave van links en rechts klinkt
onevenwichtig of de kanalen zijn verwisseld.
, Controleer of alle luidsprekers en andere
apparaten juist en stevig zijn aangesloten.
, Stel de weergave beter in met de voorbalans-
parameter (FRONT BALANCE) in het LEVEL
menu.
Er klinkt een storende bromtoon of andere
bijgeluiden.
, Controleer of alle luidsprekers en andere
apparaten juist en stevig zijn aangesloten.
, Houd de aansluitsnoeren uit de buurt van een
transformator of een motor en ten minste 3 meter
van een TV-toestel of tl-verlichting.
, Plaats de geluidsapparatuur niet te dicht in de
buurt van een ingeschakeld TV-toestel.
, Wellicht zijn de stekkers en aansluitbussen vuil.
Veeg ze schoon met een doekje met wat spiritus of
zuivere alcohol.
De middenluidspreker geeft geen geluid.
, Zorg dat de klankbeeldfunctie is ingeschakeld
(druk op de SOUND FIELD MODE toets).
, Kies de CENTER MODE instelling die past bij uw
luidspreker-opstelling (zie blz. 28 t/m 31).
, Stel de geluidssterkte van de luidsprekers
evenwichtig in (zie blz. 20).
, Zorg dat de formaatparameter voor de
middenluidspreker is ingesteld op “SMALL” of
“LARGE” (zie blz. 18).
50
NL
Aanvullende informatie
De surroundluidsprekers geven niet of
nauwelijks geluid.
, Zorg dat de klankbeeldfunctie is ingeschakeld
(druk op de SOUND FIELD MODE toets).
, Kies de CENTER MODE instelling die past bij uw
luidspreker-opstelling (zie blz. 28 t/m 31).
, Stel de geluidssterkte van de luidsprekers
evenwichtig in (zie blz. 20).
, Zorg dat de formaatparameter voor de
surroundluidsprekers is ingesteld op “SMALL” of
“LARGE” (zie blz. 18).
De lagetonen-luidspreker geeft geen geluid.
, Controleer of de lagetonen-luidspreker op YES
staat (zie blz 19).
, Controleer of de 2CH mode niet is geselecteerd (zie
blz 31).
Het opnemen lukt niet.
, Controleer of alle audio/video-apparatuur naar
behoren is aangesloten.
, Stel met een van de weergavebron-keuzetoetsen in
op de gewenste geluidsbron.
, Bij het opnemen van een digitale geluidsbron dient
u de INPUT MODE ingangssignaal-keuzetoets op
ANALOG te zetten (zie blz. 25) voor u gaat
opnemen met een opname-apparaat dat is
aangesloten op de analoge MD/TAPE
aansluitingen.
Het afstemmen op een radiozender lukt niet.
, Controleer of de antennes goed zijn aangesloten.
Verstel zonodig de stand van de antennes en sluit
een buitenantenne aan.
, Mogelijk is de signaalsterkte te gering voor
ontvangst (bij gebruik van de automatische
zoekafstemming). Gebruik de directe afstemming.
, Er zijn nog geen zenders vooringesteld of de
vastgelegde voorkeurzenders zijn uit het geheugen
gewist (bij gebruik van de geheugenafstemming).
Leg de gewenste zenders in het afstemgeheugen
vast (zie blz. 41).
, Druk op de DISPLAY toets zodat de
afstemfrequentie in het uitleesvenster verschijnt.
De RDS informatiefuncties werken niet.
, Controleer of de tuner/versterker wel is afgestemd
op een RDS informatiezender op de FM
afstemband.
, Stem af op een krachtiger FM RDS zender.
De gewenste RDS informatie verschijnt niet in
het uitleesvenster.
, Neem contact op met de radiozender en informeer
of deze wel of geen RDS signalen uitzendt. Ook
zenders die gewoonlijk wel RDS informatie
uitzenden kunnen deze soms tijdelijk buiten
werking stellen.
Het geluid wordt niet met akoestiekeffect
weergegeven.
, Zorg dat de klankbeeldfunctie is ingeschakeld
(druk op de SOUND FIELD MODE toets).
“PCM--kHz” verschijnt in het uitleesvenster.
, De bemonsteringsfrequentie ligt hoger dan 48 kHz.
Zet de ingangsspelerinstelling op 48 kHz.
Er verschijnt niets in het uitleesvenster
, Als het uitleesvenster meteen na het aanschakelen
van de receiver dooft, druk dan op DIMMER om
de weergavestand te wijzigen.
Op het TV-scherm is geen beeld of slechts een
onduidelijk beeld zichtbaar.
, Stel de tuner/versterker op de juiste beeld/
geluidsbron in.
, Stel het TV-toestel in op de gewenste
beeldweergave.
, Zet het TV-toestel iets verder van de audio-
apparatuur vandaan.
De afstandsbediening werkt niet.
, Richt de afstandsbediening recht op de
afstandsbedieningssensor voorop de tuner/
versterker.
, Verwijder eventuele obstakels tussen de
afstandsbediening en de tuner/versterker.
, Als de batterijen in de afstandsbediening leeg
kunnen zijn, vervangt u ze dan beide door nieuwe.
, Controleer of u wel de juiste toets op de
afstandsbediening hebt ingedrukt.
, Als de afstandsbediening staat ingesteld op
bediening van alleen het TV-toestel, kies dan eerst
met de component-keuzetoets op de
afstandsbediening een andere beeld/geluidsbron
dan de TV, dan kunt u daarna het gewenste
apparaat bedienen.
Pagina’s met aanwijzingen voor het wissen
van het geheugen van de tuner/versterker
Voor wissen van Leest u
Het gehele geheugen Pagina 16
De zelf aangepaste klankbeelden Pagina 36
Verhelpen van storingen
51
NL
Aanvullende informatie
Ingangen (digitaal)
DVD/LD (coaxiaal):
Gevoeligheid: –
Impedantie: 75
Ohm
Signaal/
ruisverhouding:
100 dB (A, 20 kHz
LPF)
DVD/LD, TV/SAT,
MD/TAPE:
Gevoeligheid: –
Impedantie: –
Signaal/
ruisverhouding:
100 dB (A, 20 kHz
LPF)
Uitgangen
MD/TAPE (OUT);
VIDEO 1, VIDEO 2,
(AUDIO OUT):
Uitgangsspanning:
250 mV
Impedantie: 10
kOhm
SUB WOOFER:
Uitgangsspanning:
2 V
Impedantie: 1
kOhm
PHONES:
Geschikt voor hoog-
en laagohmige
hoofdtelefoons
EQ ±6 dB
Bemonsteringsfrequentie
48 kHz (TV/SAT,
MD/TAPE,
OPTICAL IN)
96 kHz (DVD/LD,
OPTICAL IN,
COAXIAL IN)
FM tuner-gedeelte
Afstembereik
87,5 – 108,0 MHz
Antenne-aansluitingen
75 ohm,
asymmetrisch
Tussenfrequentie
10,7 MHz
Gevoeligheid
Mono: 18,3 dBf,
2,2 µV/75 ohm
Stereo: 38,3 dBf,
22,5 µV/75 ohm
Bruikbare gevoeligheid
11,2 dBf,
1µV/75 ohm
Signaal/ruisverhouding
Mono: 76 dB
Stereo: 70 dB
Harmonische vervorming bij 1
kHz
Mono: 0,3%
Stereo: 0,5%
Kanaalscheiding
45 dB bij 1 kHz
Frequentiebereik
30 Hz – 15 kHz
+0,5/–2 dB
Selectiviteit 60 dB bij 400 kHz
Versterker-gedeelte
UITGANGSVERMOGEN
Nominaal uitgangsvermogen in
Stereo Mode
(aan 8 ohm, 1 kHz,
THD 0.7%)
100 watt + 100 watt
Referentie-uitgangsvermogen
(aan 8 ohm,1 kHz,
THD 0.7%)
Voor: 100 watt/ch
Midden: 100 watt
Surround:
100 watt/ch
Frequentiebereik
MULTI CH IN, CD,
MD/TAPE, DVD/
LD, TV/SAT,
VIDEO 1, VIDEO 2,
AUX:
10 Hz - 50 kHz
+0,5/–2 dB (zonder
klankbeeld of
grafiektoonregeling)
Ingangen (analoog)
MULTI CH IN, CD,
DVD/LD, MD/
TAPE, TV/SAT,
VIDEO 1, VIDEO 2,
AUX:
Gevoeligheid: 250
mV
Impedantie: 50
kOhm
Signaal/
ruisverhouding
a)
:
96 dB (A, 250 mV
b)
)
a) INPUT SHORT
b) Netwerk-gewogen, ingangsniveau
Technische gegevens
52
NL
Aanvullende informatie
AM tuner-gedeelte
Afstemberei 531 – 1.602 kHz
Antenne Kaderantenne
Tussenfrequentie
450 kHz
Bruikbare gevoeligheid
50 dB/meter
(bij 999 kHz)
Signaal/ruisverhouding
54 dB (bij 50 mV/
meter)
Harmonische vervorming
0,5 % (bij 50 mV/
meter, 400 Hz)
Selectiviteit bij 9 kHz: 35 dB
Video-gedeelte
Ingangsspanning
Video: 1 Vt-t, 75 ohm
S-video:
Y: 1 Vt-t, 75 ohm
C: 0,286 Vt-t, 75
ohm
Uitgangsspanning
Video: 1 Vt-t, 75 ohm
S-video:
Y: 1 Vt-t, 75 ohm
C: 0,286 Vt-t, 75
ohm
Algemeen
Systeem Tuner-gedeelte:
Quartz PLL kwarts-
en fasegekoppeld
digitaal synthesizer
afstemsysteem
Voorversterker-
gedeelte:
Ruisarme NF-type
equalizerversterker
Eindversterker-
gedeelte:
Zuiver
complementaire
SEPP versterker
Stroomvoorziening
230 V wisselstroom,
50/60 Hz
Stroomverbruik
210 watt
Wachtstand: 1 watt
Netstroomuitgangen
1 uitschakelbaar,
maximaal 100 watt
Afmetingen (b/h/d)
430 x 308,5 x 157,5
mm, incl.
uitstekende
onderdelen en
knoppen
Gewicht (ca.)
7,5 kg
Bijgeleverd toebehoren
Zie blz. 4.
Wijzigingen in ontwerp en technische
gegevens voorbehouden, zonder
kennisgeving.
Technische gegevens
53
NL
Aanvullende informatie
Akoestiek-weergave
Geluidsweergave die bestaat uit drie
geluidscomponenten: direct geluid,
rechtstreeks weerkaatst geluid (vroege
weerkaatsingen) en een (latere)
nagalm. De akoestiek van de ruimte
waarin u luistert beïnvloedt de wijze
waarop u deze drie
geluidscomponenten hoort. De
akoestiek-weergavecombineert deze
geluidscomponentenop een
dusdanige manier dat diverse
luisteromgevingen, zoals een
concertzaal, kunnen worden
nagebootst.
• Geluidscomponenten
Weergave van het geluid via de
surroundluidsprekers
Dolby Pro Logic Surround
Een van de decodeersystemen voor
Dolby Surround geluid, waarmee een
twee-kanaals geluidsspoor wordt
omgezet in vier gescheiden kanalen.
Vergeleken met het eerdere Dolby
Surround systeem, zorgt de Dolby Pro
Logic Surround voor een meer
natuurlijk klankbeeld met vloeiender
verlopende bewegingen en precieser
gelokaliseerd geluid. Om de
voordelen van Dolby Pro Logic
Surround optimaal te horen, heeft u
een paar surroundluidsprekers en een
middenluidspreker nodig. De
surroundluidsprekers geven het
geluid in mono weer.
Dolby Digital
Dit is een weergavesysteem voor de
bioscoop, meer geavanceerd dan de
Dolby Pro Logic Surround. Hierbij
geven de surroundluidsprekers stereo
geluid weer met een breder
frequentiebereik, en is tevens
voorzien in een afzonderlijk
“subwoofer” lagetonenkanaal voor de
diepste bassen. Dit systeem wordt ook
aangeduid als “5.1”, met vijf gewone
voor-, midden- en
surroundluidsprekers plus het
subwooferkanaal dat voor 0.1 telt
(aangezien het alleen dient voor de
ultralage tonen). Alle zes kanalen
worden bij dit systeem afzonderlijk
opgenomen, voor een optimale
kanaalscheiding. En omdat alle
signalen digitaal verwerkt worden, is
er minder verlies aan kwaliteit.
Digital Cinema Sound
Dit is een algemene term voor de
akoestiek-weergave die geboden
wordt door de digitale
signaalverwerkingstechniek
ontwikkeld door Sony. In
tegenstelling tot de eerdere
akoestische klankbeelden die
voornamelijk bedoeld waren voor
muziekweergave, is de Digital
Cinema Sound specifiek ontworpen
voor het weergeven van filmgeluid.
Nagalm
Vroege
weerkaat-
singen
Nagalm
Vroege weerkaatsingstijd
Vroege
weerkaatsingen
Direct geluid
Tijd
Niveau
Verklarende woordenlijst
Direct geluid
54
NL
Aanvullende informatie
Druk op de onderstaande toets
zodat deze oplicht:
Druk op de of
cursortoets om in te stellen
op:
Draai aan de instelknop om een
instelling te kiezen:
Zie blz.
SURR toets
EFFECT LEVEL afhankelijk van het klankbeeld (in 16 stapjes)
Instellingen waarvoor de SURR, LEVEL, EQ, en SET UP
toetsen worden gebruikt
U kunt een heel stel geluidsinstellingen zelf naar wens aanpassen met de SURR, LEVEL, EQ, en SET UP toetsen, de
instelknop en de cursortoetsen. Hieronder volgt een overzicht van de beschikbare instellingen.
34
WALL TYPE van –8 tot +8 (in stapjes van 1 tegelijk)
REVERBERATION TIME van –8 tot +8 (in stapjes van 1 tegelijk)
LFE MIX LEVEL van –20 dB tot 0 dB (in stapjes van 1 dB) of
OFF
DYNAMIC RANGE COMP van 0.1 tot 0.9 (in stapjes van 0,1 dB) of STD,
MAX of OFF
SURR BALANCE van –8 tot +8 (in stapjes van 1 tegelijk)
CENTER LEVEL van –6 dB tot +6 dB (in stapjes van 1 dB)
SURR LEVEL van –6 dB tot +6 dB (in stapjes van 1 dB)
SUB WOOFER LEVEL van –6 dB tot +6 dB (in stapjes van 1 dB)
LEVEL toets FRONT BALANCE van –8 tot +8 (in stapjes van 1 tegelijk)
35
L
R
(FRONT) 17
C
(CENTER)
*SET UP
LARGE of SMALL
LARGE, SMALL of NO
FRONT BASS FREQUENCY
van 99 Hz tot 1,0 kHz (in 21 stapjes)
EQ toets
FRONT BASS GAIN van –6 dB tot +6 dB (in stapjes van 1 dB)
36
* Als u op de SET UP toets drukt, kunt u NORM. SP. (gewone luidsprekers) of MICRO SP. (microsatellietluidsprekers) kiezen. (pagina 17)
FRONT TREBLE GAIN van –6 dB tot +6 dB (in stapjes van 1 dB)
FRONT TREBLE FREQUENCY van 1,0 kHz tot 10 kHz (in 23 stapjes)
S.W. (SUB WOOFER) S.W. YES of S.W. NO
L
R
(FRONT) XX.X m
C
(CENTER) XX.X m
SL
SR
(SURR) XX.X m
47
van 1,0 meter (3 feet) en 12,0 meter (40 feet) in
stapjes van 10 cm (of stapjes van 0,1 meter)
van FRONT tot 1,5 meter (5 feet) in stapjes van
10 cm (of stapjes van 0,1 meter)
van FRONT tot 4,5 meter (15 feet) in stapjes van
10 cm (of stapjes van 0,1 meter)
SL
SR
(SURR)
SL
SR
(SURR) PL. XXX PL. SIDE, PL. MID of PL. BEHD.
SL
SR
(SURR) HGT. XXX HGT. LOW of HGT. HIGH
LARGE, SMALL of NO
SCREEN DEPTH SCR. OFF, SCR. MID ou SCR. DEEP
DIM.RANGE NARROW of WIDE
MULTI CH IN
VISUAL XXX V-VIDEO 1, V-VIDEO 2, V-DVD/LD, V-TV/SAT
55
NL
Aanvullende informatie
Beschrijving van de afstandsbediening
De systeemcomponenten kunnen worden bediend met de afstandsbediening. De onderstaande tabellen geven een overzicht
van de instellingen van elke toets.
Toets Voor bediening Funktie
van
SLEEP Tuner/versterker Activateert de sluimerfunctie en
de tijdsspanne waarna de
receiver automatisch uitschakelt.
AV ?/1 TV/VCR/ In/uitschakelen van de stroom.
CD-speler/
DVD-speler/
minidisc-recorder/
VCD-speler/
laserdisc-speler/
DAT deck
?/1 Tuner/versterker Om de receiver aan of af te zetten.
VIDEO/ Tuner/versterker Om video te kijken.
VIDEO 1 (VTR mode 3)
VIDEO 2 Tuner/versterker Om video te kijken.
(VTR mode 1)
VIDEO 3 Tuner/versterker Om video te kijken.
(VTR mode 2)
DVD/LD Tuner/versterker Om een DVD of beeldplaat te
bekijken.
TV/SAT Tuner/versterker Om TV-beelden of beelden van een
satellietontvanger te bekijken.
MD/TAPE Tuner/versterker Om een Minidisc of audiocassette
te beluisteren.
CD/SACD Tuner/versterker Om een compact disc te
beluisteren.
TUNER Tuner/versterker Om radioprogramma’s te
beluisteren.
PHONO Tuner/versterker Om een platenspeler te beluisteren.
AUX Tuner/versterker Om audio-apparatuur te
beluisteren.
FN SHIFT* Afstandsbediening Samen gebruiken om een andere
functie te selecteren.
0-9 Tuner/versterker Gebruik de “SHIFT” toets om het
voorinstelzendernummer te kiezen
tijdens DIRECT TUNING of
MEMORY mode.
CD-speler/ Kiezen van muziekstuk-nummers.
minidisc-recorder/ Met 0 kiest u muziekstuknummer
VCD-speler/ 10.
laserdisc-speler/
DAT deck
TV/ Kiezen van kanaalnummers.
videorecorder/
SAT
>10 CD-speler/ Kiezen van muziekstuk-nummers
cassettedeck/ boven de 10.
minidisc-recorder/
VCD-speler/
laserdisc-speler
ENTER TV/ Druk hierop om de waarde in te
videorecorder/ voeren na het kiezen van een
SAT/ kanaal, disc of muziekstuk.
cassettedeck/
laserdisc-speler/
VCD-speler/
minidisc-recorder/
DAT deck
Toets Voor bediening Funktie
van
SHIFT Tuner/versterker Druk herhaaldelijk om een
geheugenpagina te kiezen voor het
voorinstellen van radiozenders of
het afstemmen op vooringestelde
radiozenders.
-/-- TV Om met de nummertoetsen
kanaalnummers te kunnen kiezen,
bestaande uit één of twee cijfers.
D.TUNING Tuner/versterker Direct invoeren van radiozenders.
./> CD-speler/ Overslaan van muziekstukken.
minidisc-recorder/
DVD-speler/
laserdisc-speler/
VCD-speler/
cassettedeck/
videorecorder/
DAT deck
m/M CD-speler/ Zoeken van muziekstukken
DVD-speler/ (voorwaarts of terugwaarts).
VCD-speler
cassettedeck/ Vooruitspoelen of terugspoelen.
minidisc-recorder/
videorecorder/
laserdisc-speler/
DAT deck
n Cassettedeck Starten van de weergave van de
achterkant van de cassette.
N CD-speler/ Starten van de weergave.
cassettedeck/
minidisc-recorder/
videorecorder/
DVD-speler/
VCD-speler/
laserdisc-speler/
DAT deck
* De VIDEO 1, VIDEO 2, VIDEO 3, PHONO en MD/TAPE
functie werkt met 2 toetsen. Om een bovenvermelde functie te
kiezen, drukt u tegelijkertijd op FN SHIFT (function shift) en de
gewenste functietoets.
Druk bijvoorbeeld op FN SHIFT en CD/SACD om de MD/TAPE
functie te kiezen.
Opmerking
Wanneer een functietoets (VIDEO, DVD/LD, TV/SAT) wordt
ingedrukt, kan de ingangsmode van de TV mogelijk niet naar de
gewenste mode overschakelen. Druk dan op de TV/VIDEO toets
om de ingangsmode van de TV te wijzigen.
56
NL
Aanvullende informatie
Beschrijving van de afstandsbediening
Toets Voor bediening Funktie
van
X CD-speler/ Tijdelijk onderbreken van de
cassettedeck/ weergave of opname. (Ook voor
minidisc-recorder/ het starten van de opname van
videorecorder/ apparatuur die in de opname-
DVD-speler/ pauzestand staat.)
VCD-speler/
laserdisc-speler/
DAT deck
x CD-speler/ Stoppen van de weergave.
cassettedeck/
minidisc-recorder/
videorecorder/
DVD speler/
VCD-speler/
laserdisc-speler/
DAT deck
POSITION** TV Veranderen van de plaats van het
inzetbeeld.
SWAP** TV Verwisselen van het inzetbeeld en
het gewone beeld.
DISC CD-speler Discs kiezen. (Enkel Mega
Storage-CD-speler.)
SUB CH +/–** TV Om voorinstelkanalen voor het
kleine beeld te kiezen.
D. SKIP/CH/ Tuner/versterker Doorlopen en kiezen van
PRESET +/– vooringestelde zenders.
TV/VCR/SAT Kiezen van kanalen.
CD-speler Overslaan van compact discs
(alleen voor een CD-speler met
een multi-disc wisselaar).
DISPLAY TV/ Om informatie op het TV-scherm
videorecorder/ te selecteren.
DVD speler/
VCD-speler/
laserdisc-speler
P IN P** TV In werking stellen van de beeld-
in-beeld funktie.
JUMP TV Schakelt om tussen vorige en
huidige kanalen.
WIDE TV Kiest de breedbeeldstand.
ANT TV/ Videorecorder Kiezen van het uitgangssignaal
VTR van de antenne-aansluiting: TV-
signaal of videoprogramma.
TV/VIDEO TV/videorecorder Kiezen van het ingangssignaal:
TV-signaal of videoprogramma.
A. F. D. Tuner/versterker Auto Format Decoding.
2CH/OFF Tuner/versterker Om geluidsveld af te zetten of
2CH mode te kiezen.
MODE +/– Tuner/versterker Om de geluidsveldstand te kiezen.
MULTI CH/ Tuner/versterker Om MULTI CH IN te kiezen
2 CH DIRECT
MUTING Tuner/versterker Om het geluid van de receiver uit
te schakelen.
TEST TONE Tuner/versterker Indrukken om de testtoon te laten
horen.
MAIN Tuner/versterker Druk herhaaldelijk op deze toets
MENU om één van de twee cursor modes
te kiezen: LEVEL en SURROUND
MASTER Tuner/versterker Om het hoofdvolume van de
VOL +/– receiver te regelen.
Toets Voor bediening Funktie
van
MENU </> Tuner/versterker Om een menu item te kiezen.
MENU +/– Tuner/versterker Om instellingen te verrichten of te
wijzigen.
MENU DVD speler Om het DVD menu te tonen.
F/f/G/g DVD speler Om een menu item te kiezen.
ENTER DVD speler Om de selectie in te voeren.
RETURN DVD speler Om terug te keren naar het vorige
menu of het menu te verlaten.
TITLE DVD speler Om de DVD titel te tonen.
** Uitsluitend voor Sony TV’s voorzien van de beeld-in-beeld funktie.
Opmerkingen
• Sommige functies die in dit hoofdstuk uitgelegd staan werken
niet met bepaalde receivermodellen.
• De bovenstaande uitleg is louter bedoeld als voorbeeld.
Sommige componenten werken dan ook niet of worden anders
bediend dan hierboven beschreven.
• Bij de instelling zijn de functies VIDEO 1, VIDEO 2, VIDEO 3
en PHONO niet beschikbaar.
57
NL
Aanvullende informatie
1 Houd de Funktiekeuzetoetsen waarvan u de
toewijzing wilt veranderen, ingedrukt (bijvoorbeeld
CD/SACD).
2 Druk op de betreffende toets van de component die
u aan de functietoets wilt toekennen (bijvoorbeeld 4
- Cassettedeck).
De volgende cijfertoetsen zijn bedoeld om de functies te
selecteren:
* Sony videorecorders worden bediend in een VTR 1, 2 of 3
stand. Deze bedieningsstanden komen overeen met
resp. Beta, 8mm en VHS.
Nu kan het cassettedeck worden bediend met de CD/
SACD-toets.
Een toets in de fabrieksinstelling zetten
Voer de bovenstaande procedure opnieuw uit.
Alle functietoetsen in de fabrieksinstelling zetten
Druk tegelijk op ?/1, AV ?/1 en MASTER VOL –.
Bedienen
CD-speler
DAT deck
Minidisc-recorder
Cassettedeck A
Cassettedeck B
Laserdisc-speler
Videorecorder (bedieningsstand VTR 1*)
Videorecorder (bedieningsstand VTR 2*)
Videorecorder (bedieningsstand VTR 3*)
TV-toestel
DSS (Digital Satellite System)
DVD
VCD-speler
Drukt u op
1
2
3
4
5
6
7
8
9
0
>10
ENTER
.
Veranderen van de toewijzingen van een
funktiekeuzetoets
Als de toewijzingen van de FUNCTION toetsen
(hierboven) zoals deze in de fabriek zijn ingesteld, niet
overeenstemmen met die van uw apparatuur, is het
mogelijk om deze instellingen aan te passen. Indien u
bijvoorbeeld beschikt over een MD-speler en een
cassettedeck, en niet over een CD-speler, kunt u de CD/
SACD-toets toekennen aan uw cassettedeck.
Merk op dat de instellingen van de TUNER en FN SHIFT
(VIDEO 1, VIDEO 2, VIDEO 3, PHONO en MD/TAPE)
functietoets niet kan worden gewijzigd.
Funktiekeuze-
toetsen
Nummertoetsen
P
p
DISC
9
(
0
)
=
+
>10
0
789
456
123
ENTER
CD/SACD
AUX
TUNER
VIDEO
MD/TAPE
VIDEO 2
PHONO
VIDEO 1
VIDEO 3
SYSTEM
STANDBY
FUNCTION
SHIFT
POSITION
DISPLAY
MODE
JUMP
A.F.D.
MUTING
2CH/OFF
WIDE
P IN P
SWAP
D.SKIP/
CH/PRESET
– /– –
– SUB CH +
ANT
TV/VTR
TV/
VIDEO
MULTI CH/
2 CH DIRECT
SOUND FIELD
+
MAIN MENU
MENU
MASTER
VOL
TEST TONE
D.TUNING
RETURN
MENU
ENTER
TITLE
f
F
G
g
SLEEP
AV
?/1
?/1
DVD/LD
TV/SAT
FN SHIFT
>10
ENTER
?/1
AV ?/1
MASTER VOL –
=
58
NL
Aanvullende informatie
Index
A
Aanduidingen in het
uitleesvenster 24
Aanpassen van de klankbeelden
34
Aansluiten
MULTI CH IN component 10
antennes 5
audio-apparatuur 6
CONTROL A1
12
digitale componenten 8
luidsprekersysteem 14
netsnoer 12
video-apparatuur 7
AC-3. Zie Dolby Digital (AC-3)
Afstemmen
direct 40
doornemen van zenders. Zie
Automatische zoekafstemming
op voorkeurzenders 41
Akoestiek-weergave 27 - 37
Automatische zoekafstemming
41
B
Basisbediening 23 - 26
Batterijen 4
Bijgeleverd toebehoren 4
Bijregelen. Zie Instellen
C
CONTROL A1 12, 47
Controleren van de
aansluitingen 21
D
Digital Cinema Sound 53
Directe afstemming 40
Dolby Digital (AC-3) 53
Dolby Pro Logic Surround 53
Doornemen van zenders
radiozenders. Zie Automatische
zoekafstemming
voorkeurzenders.
Zie Geheugenafstemming
E, F
Effectniveau 34
G, H
Geheugenafstemming
automatisch voorinstellen 40
voorkeurzender kiezen 42
voorinstellen van zenders 41
I, J
Indexfunctie. Zie Naamgeving
Instellen
akoestiekparameters 34
effectniveau 34
toonregeling 36
helderheid van het
uitleesvenster 24
klankkleur 37
luidsprekervolume 20
K
Kiezen
klankbeelden 28
weergave-component 25
Klankbeeld
aanpassen 36
instelbare parameters 37
kiezen 28
terugstellen 36
voorgeprogrammeerd 29 - 31
Klankkleur 37
Kopiëren. Zie Opnemen
L
Luidsprekers
aansluiten 14
geluidssterkte 20
opstelling 17
volumeregeling 20
M
Monteren. Zie Opnemen
N
Naamgeving
geluidsbronnen 45
voorkeurzenders 45
O
O
ntvangen van zender
s. Zie
Afstemmen
Opnemen
audiocassette of minidisc 45
videocassette 46
P, Q
Parameters 34, 37
R
Radio-ontvangst.
Zie Afstemmen
S
Sluimerfunctie 46
Surround akoestiek 27 - 37
T
Testtoon 20
U
Uitpakken 4
V
Voorkeurzenders
afstemmen 42
automatisch vastleggen 41
vastleggen 42
W, X, Y
Wissen van het geheugen 16
Z
Zendernamen. Zie Naamgeving
1/173