Yard Force Amiro 400 de handleiding

Merk
Yard Force
Model
Amiro 400
Type
de handleiding
Nov. 2018
V1.0
20-30cm
>2m
<8m
20-30cm
20-30cm
20-30cm
> 10 cm
AMIRO 350 / 350i
400 / 400i
ROBOTIC MOWER
Installation Guide
MÄHROBOTER
Installationsanleitung
ROBOT-TONDEUSE
Guide d’installation
ROBOTMAAIER
Gebruiksaanwijzing
ROBOSEKAČKA
Průvodce instalací
ROBOT KOSZĄCY
Instrukcja instalacji
GB
DE
FR
NL
CZ
PL
1
NL
INHOUD
Beschrijving van het product .........................................1
Installatie ..................................................................... 2
Werking ...................................................................10
Technische gegevens .................................................13
Onderhoud en opslag ..............................................14
Probleemoplossing ....................................................16
APP .............................................................................17
Beschrijving van het product
1. STOP knop
2. Ultrasone sensor
3. Oplaadaansluiting
4. Achterwiel
5. Regelaar voor hoogte/instelling
6. Bedieningspaneel
7. USB-interface
8. Aan/uit-schakelaar
Inhoud van de verpakking
Amiro robotmaaier
Haringen
Gebruiksaanwijzing
Reservemesjes
Verlengsnoer
Laadstation
Waterdichte
draadklemmen
Lineaal
Omheiningsdraad
Transformator
2
1
3
4
5
6
7
8
NL
2 3
NL NL
Installatie
Installatiehandleiding
Dit hoofdstuk beschrijft de installatie van de robotmaaier. Lees dit hoofdstuk goed door voordat u
met de installatie begint.
Inleiding
Wij raden u aan om een schets van uw gazon te maken met alle obstakels om deze te
beschermen. Dit stelt u in staat om een goede plaats voor uw laadstation te vinden en hoe de
omheiningsdraad juist aan te brengen. U hebt tevens gereedschap nodig, waaronder een hamer,
kniptang, tang of schaar.
Maaibeperkingen
De robotmaaier is voorzien van botsingssensoren. Deze detecteren alle losse en vaste obstakels
hoger dan 100 mm, zoals een muur, hekken of tuinmeubilair.
Als de sensoren geactiveerd worden, stopt de robotmaaier, rijdt het achteruit en maait
vervolgens verder in een andere richting. Het wordt echter aangeraden om de obstakels met de
omheiningsdraad te beschermen.
Bomen
De robotmaaier beschouwt bomen als gewone obstakels, maar als de wortels van de bomen
zichtbaar en lager dan 100mm zijn, scherm dit gebied dan af met omheiningsdraad om de
boomwortels, messen en achterwielen tegen schade te beschermen.
Stenen
We bevelen aan om kleine (lager dan 100 mm) rotsen en stenen of stenen met een ronde rand uit
het gazon te verwijderen. De robotmaaier kan op dergelijke stenen of rotsen rijden in plaats van ze
als een obstakel te zien. Als de robotmaaier op een steen vast komt te zitten, dient de gebruiker
de maaier opnieuw in te schakelen. Contact met stenen kan de messen beschadigen.
Hellingen
De robotmaaier kan op hellingen van maximaal 30% neiging worden gebruikt.
30%
30%
Tuinpaden, opritten en wegen
Als een verhoogde oprit uw gazon doorkruist, wordt het aangeraden om het buiten de
omheiningsdraad te houden. Laat een veilige ruimte van 40 cm tussen de oprit en de
omheiningsdraad.
4
0
c
m
4 5
NL NL
Als de oprit en het gazon zich op gelijke hoogte bevinden, gebruik de omheiningsdraad om een
gang te creëren. Dit zorgt ervoor dat uw robotmaaier de oprit probleemloos over kan rijden om het
gazon aan de andere kant te bereiken.
Oneffen gazonoppervlak
Een oneffen gazonoppervlak kan ertoe leiden dat de messen contact maken met het gazon,
waardoor de messen schade kunnen oplopen. Het wordt aangeraden om de robotmaaier alleen
op een effen gazon te gebruiken en oneffen stukken met omheiningsdraad uit te sluiten.
Het laadstation plaatsen
Bepaal de beste plaats voor het laadstation. Houd ermee rekening dat een permanente aansluiting
op een stopcontact nodig is.
Haal het laadstation uit de verpakking en zorg dat de ingang zich aan de rechterkant bevindt,
zodat de maaier tegen de klok in het laadstation kan binnen rijden.
Om een probleemloze terugkeer van de robotmaaier naar het laadstation te garanderen, zorg voor
2 m rechte draad voor het laadstation en 50cm richting het maaigebied. Plaats het laadstation in
een schaduwrijk gebied, een lagere temperatuur zorgt voor betere laadprestaties van de accu.
Belangrijk: Plaats het laadstation op een effen en vlakke ondergrond, uit de buurt van een vijver,
zwembad of trap.
We bevelen een gepaste bescherming voor de elementen aan, zoals een dak of -garage.
Plaats het laadstation niet in de buurt van een helling, zoals bovenop een heuvel of in een greppel.
Vermijd een linker of rechter helling van meer dan 5 graden.
>5°
>5°
Als uw gazon een zachte of oneffen ondergrond heeft, raden wij aan om het gebied rondom het
laadstation te verstevigen met een beschermnet speciaal voor gras. De herhaaldelijke druk van de
achterwielen kan anders de graszode beschadigen.
Als eenmaal het laadstation op een gepaste plaats is geïnstalleerd en de elektrische kabel is
uitgerold, breng dan eerst de omheiningsdraad aan voordat u de stekker in het stopcontact steekt.
Uw omheiningsdraad met haringen vastzetten
Wij raden u aan om het gras eerst tot 60 mm of minder te maaien voordat u de omheiningsdraad
aanbrengt. Het begraven van de omheiningsdraad is volledig optioneel. Hoe dichter de
omheiningsdraad tegen de grond wordt gelegd, hoe minder is de kans op struikelen of het
ontstaan van schade aan de draad tijdens het maaien van uw gazon.
Gebruik de meegeleverde lineaal om de nodige ruimte van 20-30 cm tussen de draad en obstakels
te waarborgen.
20-30cm
20-30cm
20-30cm
50cm
De aanbevolen afstand tussen twee haringen is ongeveer 80 cm in een rechte lijn, en minder bij
scherpe bochten.
Zorg dat de haak en de draadgleuf van de haring zich aan de buitenkant van de omheining
bevinden.
80cm
80cm
6 7
NL NL
Sla de haringen eerst lichtjes in de grond met behulp van een hamer, totdat u er zeker van bent dat
ze zich op de juiste positie bevinden. Om te waarborgen dat de haringen zich op de juiste positie
bevinden, wordt het aangeraden om de haringen eerst open te leggen en de afstand tussen de
rand van het gazon en de obstakels te meten (moet 20-30 cm zijn).
Bloemenperken
Gebruik omheiningsdraad om bloemenperken uit het maaigebied uit te sluiten. Er zijn twee opties
voor de twee lengtes van omheiningsdraad die tussen het bloemenperk en de buitenste omheining
lopen:
1) Handhaaf een ruimte van minstens 10 cm tussen de evenwijdige draden. Op deze manier
herkent de robotmaaier de omheiningsdraad als een gewoon obstakel. Tijdens het maaien, zal de
maaier zoals gewoonlijk worden “weg gebotst”. Tijdens het volgen van de omheiningsdraad naar
het laadstation, neemt het een omweg rond het bloemenperk.
> 10 cm
2) U kunt tevens een ruimte van minder dan 5 mm tussen de evenwijdige draden handhaven.
Zorg dat de draden elkaar niet kruisen - zie afbeelding. Op deze manier herkent de robotmaaier
de draden niet en rijdt de machine er ongehinderd over. Deze optie vereist het plaatsen van een
obstakel op de omheiningsdraad rondom het bloemenperk. Plaats een obstakel, bijv. een grote
steen of paal, in de buurt van positie A zoals in onderstaande afbeelding weergegeven. Het
obstakel moet worden omgeven door een vlak gebied van circa 1 m x 1 m, zonder hellingen. Dit
obstakel stelt de machine in staat om de cirkel te verlaten.
< 5 mm
Vijvers en zwembaden
De robotmaaier is beschermd tegen regen en opspattend water. Een volledige onderdompeling zal
de elektronische onderdelen echter ernstig beschadigen.
Het is aldus noodzakelijk omheiningsdraad te gebruiken om zwembaden/ vijvers uit het
maaigebied uit te sluiten. Voor extra veiligheid bevelen we tevens aan om een omheining rondom
het zwembad te plaatsen.
Gang
Als u een gang binnen uw maaigebied hebt gemaakt, zorg dat deze minstens 2 m breed en
maximum 8 m lang is.
Als de gang te smal of te lang is, zal de robotmaaier niet van het ene uiteinde naar het andere
rijden.
Het laadstation met de omheiningsdraad verbinden
Plaats het laadstation aan het uiteinde van de omheiningsdraad zodat de draad in de lengte
onderaan het midden van het laadstation loopt. Verbind dit uiteinde met de linker (zwarte)
connector gemarkeerd met “F" (voorkant). Verbind het ander uiteinde met de rechter (rode)
connector gemarkeerd met “B” (achterkant).
10-15 mm
< 8m
> 2m
8 9
NL NL
Wanneer de blauwe LED brand, betekent dat alles OK is, wanneer deze knippert is de
omheiningsdraad niet juist geinstalleerd.
Controleer de LED na het vastmaken van de omheiningsdraad dat de verbinding niet onderbroken
is.
Zorg dat het laadstation op hetzelfde signaal is ingesteld als het signaal van de robotmaaier (S1
of S2). Plaats de robotmaaier in het maaigebied, op enkele meters van het laadstation, en schakel
het apparaat in.
Druk op de knop
en enkele seconden later dient de robotmaaier automatisch naar het
laadstation terug te keren door de omheiningsdraad tegen de klok in te volgen. Als de robotmaaier
niet juist met het laadstation wordt verbonden, breng het laadstation naar een meer gepaste
plaats.
Als het apparaat met het laadstation is verbonden, knippert het laadsymbool .
Dit geeft aan dat de accu juist wordt opgeladen.
Na eerste installatie blijft de robotmaaier in het laadstation totdat de accu volledig is opgeladen.
Een succesvolle verbinding en laadbeurt betekent dat het laadstation op een gepaste plaats is
geïnstalleerd. Sla de haringen nu volledig in de grond.
Zorg ervoor dat als er draad overblijft deze word afgeknipt, de overgebleven draad mag niet blijven
liggen.
Een signaal kiezen
U hebt keuze uit twee signalen: S1 (blauw controlelampje) en S2 (rood controlelampje).
Zorg dat uw robotmaaier en het laadstation hetzelfde signaal gebruiken.
S1 S2 S1 S2
Als de buren hetzelfde signaal gebruiken, handhaaf een afstand van 0,5m tussen uw
omheiningsdraad en van de buren om een storing tussen beide apparaten te vermijden. Zorg dat
uw laadstation zich op minstens 10m van de omheiningsdraad van de buren bevindt en stel beide
apparaten op een verschillend signaal in. Raadpleeg de sectie “Het signaal instellen” om S1 of S2
voor uw installatie te selecteren.
>10m
>10m
>0.5m
S1
S2
10 11
NL NL
Werking
Bedieningspaneel
Signaal-keuzeknop:
Selecteer S1 of S2.
Werkingstijd-
keuzeknop:
Selecteer de gewenste
werkingstijd.
Regensensorknop:
Schakel de regensensor in/uit.
Oplaadcontrolelampje:
Knippert tijdens het opladen
WiFi-
configuratieknop
AMIRO 350 / 400 AMIRO 350i / 400i
LED knippert langzaam
wanneer er geen WiFi-
verbinding is.
LED brandt continu
wanneer klaar om een
verbinding met WiFi te
maken.
LED knippert snel
wanneer verbinding
met WiFi tot stand is
gebracht.
Bedienknoppen
Start met maaien
Druk en houd de ontgrendelingsknop ingedrukt en druk dan op de startknop.
Ontgrendelingsknop:
Verbonden met de STOP knop. Druk
op deze knop om de stopmodus
ongedaan te maken.
Regensensor-
controlelampje
De robotmaaier keert
terug naar het laadstation
wanneer het regent.
Startknop:
Druk en houd de
ontgrendelingsknop
ingedrukt en druk dan
op de startknop om
de robotmaaier in te
schakelen.
Huisknop:
Druk en houd de
ontgrendelingsknop
ingedrukt en druk
dan op de huisknop
om de robotmaaier
naar het laadstation
terug te laten keren.
STOP knop:
Druk op deze knop en de
robotmaaier stopt onmiddellijk.
12 13
NL NL
Druk en houd de ontgrendelingsknop ingedrukt en druk dan op de huisknop.
Druk op de STOP knop om de robotmaaier op elk moment te stoppen.
Naar het laadstation terugkeren
De maaihoogte afstellen
Stel de gewenste maaihoogte in door aan de regelaar voor hoogteafstelling te draaien. Het
bereik van de maaihoogte is tussen 20 en 55mm.
OPMERKING!
Wij bevelen aan om eerst een gewone grasmaaier of trimmer te gebruiken om het gras onder
60mm te maaien voordat u de robotmaaier gebruikt. Dit zorgt voor de beste maaiprestaties van
de robotmaaier.
Noodstop
Technische gegevens
Model 350 350i 400 400i
Wifi
Max maaigebied 350 m
2
400 m
2
Accu 20V/2000mAh
Schakelvermogen
Input: 100-240V AC, 50/60Hz, 42W
Output:24VDC, CC1.5A
Maaiduur met één laadbeurt 60 min 60 min
Nominale spanning 20 V 20 V
Nominaal vermogen 42 W 42 W
Snelheid zonder belasting 3500 omw/min 3500 omw/min
Maaibreedte 16 cm 16 cm
Maaihoogte Circa 20-55 mm Circa 20-55 mm
Oplaadtijd 100 min 100 min
Gewicht 7.4 Kg 7.4 Kg
Beschermingsgraad
Robotmaaier IP24 IP24
Schakelbare voeding IP67, Plug IP44 IP67, Plug IP44
Reserveonderdelen
Reservemessen 3 stuks 3 stuks
Haringen 110 stuks 120 stuks
Omheiningsdraad 90 m 100 m
Waterdichte draadklemmen 3 stuks 3 stuks
14 15
NL NL
Onderhoud en opslag
Alle werkzaamheden die niet in deze gebruikershandleiding zijn vermeld mogen alleen door een
erkend servicecentrum worden uitgevoerd. Gebruik alleen originele onderdelen.
Onderhoud
Controleer en reinig uw robotmaaier regelmatig en, indien nodig, vervang versleten onderdelen.
Reinig met een droge borstel, een vochtige doek of een scherp houten voorwerp.
Spuit nooit water op de machine.
Het volgen van deze onderhoudsinstructies kan de levensduur van uw robotmaaier verlengen.
Levensduur van accu
De robotmaaier is uitgerust met een onderhoudsvrije li-ion accu, met een geschatte levensduur
van meer dan 2 jaar (afhankelijk van de behandeling en het gebruik).
Opslag tijdens de winter
Tijdens de winter, bewaar uw maaier, het laadstation en de stroomvoorziening in een droge ruimte.
Wij raden u aan om het in een loods of garage of, bij voorkeur, binnenshuis op te bergen.
Bereid de machine op de winter als volgt voor:
1. Laad de accu volledig op. En daarna 1 keer in de maand.
2. Stel de hoofschakelaar in op “OFF” (uit).
3. Reinig uw robotmaaier grondig.
4. Haal de stekker uit het stopcontact.
5. Ontkoppel de voeding van het laadstation.
6. Ontkoppel de omheiningsdraad van het laadstation. Til het laadstation op en reinig het. De
omheiningsdraad kan buiten blijven. Het is echter wel nodig om de draad tegen roestvorming
te beschermen. Wij bevelen aan om watervrije smeer of een gepaste afdichtingstape te
gebruiken.
Indien mogelijk, stop het product weer in de originele verpakking.
Onze servicecentra bieden tevens een winterservice voor uw machine aan. Dit omvat een grondige
controle van alle onderdelen en - indien beschikbaar - een software-upgrade.
Op de lente voorbereiden
Na de winteropslag, reinig de laadcontacten op zowel de robotmaaier als het laadstation. Gebruik
hiervoor fijnkorrelig schuurpapier of een messingborstel of staalwol; dit zorgt voor de beste
laadprestaties en vermijdt elke storing tijdens het opladen.
De romp van de maaier reinigen
Aangezien uw robotmaaier met een accu is uitgerust, dient u voorzichtig te zijn wanneer u het
reinigt. Verwijder hardnekkig vuil met een zachte borstel. Voor een intensieve reiniging, gebruik
een handmatige watersproeier met een mild schoonmaakmiddel. Na het reinigen, veeg eventuele
resten weg met een vochtige doek.
De onderkant reinigen
Zorg dat de hoofdschakelaar op de stand OFF (uit) uitstaat. Draag werkhandschoenen en draai de
robotmaaier op zijn kant om de onderkant te reinigen. Reinig de messenschijf en het frame met
een zachte borstel of vochtige doek. Draai de messenschijf om te controleren of het ongehinderd
ronddraait en ga na of de messen rond de pennen draaien en niet door gras worden geblokkeerd.
Reinig de contactpennen en de laadstroken.
Reinig de contactpennen en de laadstroken van uw grasmaaier en laadstation met staalwol,
een metaalreiniger of fijnkorrelig schuurpapier. Verwijder eventueel vuil, bladeren, gras rond de
contactpennen en laadstroken voor optimale laadprestaties.
De messen omdraaien of vervangen
WAARSCHUWING!
Schakel de robotmaaier altijd uit voordat u de messen reinigt, aanpast of vervangt. Draag
altijd werkhandschoenen.
WAARSCHUWING!
Voor de beste maaiprestaties en maximale veiligheid, gebruik tijdens het vervangen altijd de
aanbevolen reservemessen en mesmontage-onderdelen.
Uw robotmaaier heeft drie messen die aan de messenschijf zijn vastgemaakt.
Tenzij beschadigd door harde obstakels, hebben deze messen een levensduur van vijf maanden
bij een dagelijks gebruik.
Het wordt aanbevolen om de messen en vastzetschroeven elke week te controleren. Beide
randen van de messen zijn geslepen. Als een kant van het mes bot wordt, draai de vastzetschroef
los, keer het mes om en draai de schroef opnieuw vast. Controleer of het mes ongehinderd kan
draaien
De grasmaaier komt met een set reservemessen. Neem contact op met de klantenservice om
meer messen te kopen. Om de beste prestaties van uw apparaat te waarborgen, vervang altijd
alle drie de messen tegelijkertijd. Gebruik alleen reserveonderdelen die door de fabrikant zijn
aanbevolen.
Lijst met reserveonderdelen
Neem contact op met de service na verkoop om onderstaande reserveonderdelen te bestellen
Software bijwerken
Als de software van uw machine dient te worden bijgewerkt, neem contact op met onze
klantenservice voor meer informatie.
OF
F
0
1
O
N
16 17
NL NL
Probleemoplossing
Robotmaaier kan niet met laadstation worden verbonden.
Controleer of de omheiningsdraad voor en onder het laadstation zich in een rechte lijn
bevindt.
Controleer of het laadstation op een juiste plaats is geïnstalleerd, zoals vermeld in deze
handleiding.
De robotmaaier rijdt in cirkels tijdens het maaien of tijdens het volgen
van de omheiningsdraad op weg naar het laadstation.
Zorg dat er geen stroomkabel evenwijdig met en in de buurt van de omheiningsdraad loopt.
Indien nodig, verleg de omheiningsdraad.
Controleer of er geen voorwiel klem zit.
Als de buren een gelijksoortige robotmaaier hebben, kunnen de signalen verstoord raken.
Stel uw laadstation en robotmaaier in op het ander omheiningssignaal.
De aandrijfmotor kan beschadigd zijn, neem contact op met de klantenservice.
De robotmaaier maakt veel lawaai.
Controleer de vastzetschroeven voor de messen; en indien nodig, deze vast te draaien.
Controleer de messen op schade; indien nodig, zijn deze te vervangen.
Het gras kan te hoog zijn. Verhoog de maaihoogte of maai het gazon eerst met een gewone
grasmaaier.
Defecte motor, neem contact op met de klantenservice.
De maaier blijft in of keert terug naar het laadstation wanneer op de
START knop wordt gedrukt.
Controleer of de maaier reeds de geprogrammeerde werkingsduur voor die dag heeft
voltooid.
De accu is leeg, geef de robotmaaier de nodige tijd om op te laden en probeer opnieuw.
LED-signaalcontrolelampje op het laadstation
Status LED-controlelampje AAN LED-controlelampje knippert
Foutief opladen van de accu Normaal
Normaal Omheiningsdraad is stuk
S1 S2 S1 S2
APP (350I / 400I)
A. Registreer uw account met gebruik van een
e-mail of mobiel telefoonnummer.
B. Na registratie kunt u zich hier aanmelden.
C. Meld u aan als een Gast om informatie
over onze dealers en technische knowhow te
raadplegen.
Voer uw persoonlijke informatie in of tik op
Overslaan om het later te voltooien.
18 19
NL NL
U bevindt zich nu in de APP. Klik op het "+"
symbool om een verbinding met uw Robotmaaier
te maken.
Uw robotmaaier registreren
Voeg uw robotmaaier toe door het scannen van
de QR-code of het handmatig invoeren van het
serienummer. Beide zijn op het typeplaatje van
de maaier te vinden.
Volg de aanwijzingen op het scherm en druk 5
seconden op de WIFI-knop op de maaier om de
“Configuratiemodus” te openen.
U kunt uw robotmaaier nu een naam geven.
Gefeliciteerd, uw robotmaaier is volledig
ingesteld. U kunt uw grasmaaier nu op afstand
bedienen en genieten van de voordelen van
autonoom maaien.
20 21
NL NL
Van uw robotmaaier genieten
Beginscherm van de app
Het resterend accuvermogen bekijken
Werkingsmodus
Vanaf afstand toegang tot de console krijgen voor
onmiddellijke opdrachten
Toegang tot de Instellingen krijgen (rechtsboven
“...”)
(1) Geschiedenis bekijken - Maaitijden,
oplaadtijden en foutengeschiedenis.
(2) Tijdstip en dagen van de week voor het
maaien instellen.
(3) Maaiafstanden tot omheining instellen.
(4) Maaien in meerdere zones instellen (alleen
voor “i” modellen).
(5) Regensensorfunctie in- of uitschakelen.
(6) Detectie-afstanden voor ultrasone sensor
instellen en deze functie in- of uitschakelen.
De functionaliteit van uw
robotmaaier op meerdere
toestellen delen.
Directe modus
(wanneer u geen toegang tot WIFI hebt)
Druk en houd de WIFI-knop op de console
van de maaier ingedrukt en druk dan op de
aan/uit-knop.
22 23
NL NL
Open het MOWAP programma op uw mobiele
telefoon en selecteer de Directe modus.
Voer uw pincode in, dit is bij aanvang 0000. U
kunt vervolgens uw robotmaaier configureren
overeenkomstig bovenstaande aanwijzingen.

Document transcriptie

20-30cm 20-30cm <8m 20-30cm > 10 cm AMIRO 350 / 350i 400 / 400i GB ROBOTIC MOWER NL ROBOTMAAIER MÄHROBOTER CZ ROBOSEKAČKA ROBOT-TONDEUSE PL ROBOT KOSZĄCY Installation Guide DE Installationsanleitung FR Guide d’installation Nov. 2018 V1.0 Gebruiksaanwijzing Průvodce instalací Instrukcja instalacji 20-30cm >2m INHOUD Beschrijving van het product .........................................1 Installatie ..................................................................... 2 NL Werking ...................................................................10 Technische gegevens .................................................13 Beschrijving van het product 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 1 STOP knop Ultrasone sensor Oplaadaansluiting Achterwiel Regelaar voor hoogte/instelling Bedieningspaneel USB-interface Aan/uit-schakelaar 2 3 4 NL 5 Onderhoud en opslag ..............................................14 6 Probleemoplossing ....................................................16 7 8 APP .............................................................................17 Inhoud van de verpakking Amiro robotmaaier Laadstation Haringen Verlengsnoer Waterdichte draadklemmen Reservemesjes Transformator anty Warr inal n Orig strcutio in Lineaal Omheiningsdraad 1 n llatio ide gu Insta Gebruiksaanwijzing Installatie Stenen Installatiehandleiding Dit hoofdstuk beschrijft de installatie van de robotmaaier. Lees dit hoofdstuk goed door voordat u met de installatie begint. NL We bevelen aan om kleine (lager dan 100 mm) rotsen en stenen of stenen met een ronde rand uit het gazon te verwijderen. De robotmaaier kan op dergelijke stenen of rotsen rijden in plaats van ze als een obstakel te zien. Als de robotmaaier op een steen vast komt te zitten, dient de gebruiker de maaier opnieuw in te schakelen. Contact met stenen kan de messen beschadigen. Inleiding NL Wij raden u aan om een schets van uw gazon te maken met alle obstakels om deze te beschermen. Dit stelt u in staat om een goede plaats voor uw laadstation te vinden en hoe de omheiningsdraad juist aan te brengen. U hebt tevens gereedschap nodig, waaronder een hamer, kniptang, tang of schaar. Hellingen Maaibeperkingen De robotmaaier is voorzien van botsingssensoren. Deze detecteren alle losse en vaste obstakels hoger dan 100 mm, zoals een muur, hekken of tuinmeubilair. Als de sensoren geactiveerd worden, stopt de robotmaaier, rijdt het achteruit en maait vervolgens verder in een andere richting. Het wordt echter aangeraden om de obstakels met de omheiningsdraad te beschermen. De robotmaaier kan op hellingen van maximaal 30% neiging worden gebruikt. >30% <30% Bomen De robotmaaier beschouwt bomen als gewone obstakels, maar als de wortels van de bomen zichtbaar en lager dan 100mm zijn, scherm dit gebied dan af met omheiningsdraad om de boomwortels, messen en achterwielen tegen schade te beschermen. Tuinpaden, opritten en wegen Als een verhoogde oprit uw gazon doorkruist, wordt het aangeraden om het buiten de omheiningsdraad te houden. Laat een veilige ruimte van 40 cm tussen de oprit en de omheiningsdraad. 40 cm 2 3 Als de oprit en het gazon zich op gelijke hoogte bevinden, gebruik de omheiningsdraad om een gang te creëren. Dit zorgt ervoor dat uw robotmaaier de oprit probleemloos over kan rijden om het gazon aan de andere kant te bereiken. Plaats het laadstation niet in de buurt van een helling, zoals bovenop een heuvel of in een greppel. Vermijd een linker of rechter helling van meer dan 5 graden. >5° >5° NL NL Als uw gazon een zachte of oneffen ondergrond heeft, raden wij aan om het gebied rondom het laadstation te verstevigen met een beschermnet speciaal voor gras. De herhaaldelijke druk van de achterwielen kan anders de graszode beschadigen. Als eenmaal het laadstation op een gepaste plaats is geïnstalleerd en de elektrische kabel is uitgerold, breng dan eerst de omheiningsdraad aan voordat u de stekker in het stopcontact steekt. Oneffen gazonoppervlak Een oneffen gazonoppervlak kan ertoe leiden dat de messen contact maken met het gazon, waardoor de messen schade kunnen oplopen. Het wordt aangeraden om de robotmaaier alleen op een effen gazon te gebruiken en oneffen stukken met omheiningsdraad uit te sluiten. Het laadstation plaatsen Bepaal de beste plaats voor het laadstation. Houd ermee rekening dat een permanente aansluiting op een stopcontact nodig is. Haal het laadstation uit de verpakking en zorg dat de ingang zich aan de rechterkant bevindt, zodat de maaier tegen de klok in het laadstation kan binnen rijden. Om een probleemloze terugkeer van de robotmaaier naar het laadstation te garanderen, zorg voor 2 m rechte draad voor het laadstation en 50cm richting het maaigebied. Plaats het laadstation in een schaduwrijk gebied, een lagere temperatuur zorgt voor betere laadprestaties van de accu. Belangrijk: Plaats het laadstation op een effen en vlakke ondergrond, uit de buurt van een vijver, zwembad of trap. We bevelen een gepaste bescherming voor de elementen aan, zoals een dak of -garage. Uw omheiningsdraad met haringen vastzetten Wij raden u aan om het gras eerst tot 60 mm of minder te maaien voordat u de omheiningsdraad aanbrengt. Het begraven van de omheiningsdraad is volledig optioneel. Hoe dichter de omheiningsdraad tegen de grond wordt gelegd, hoe minder is de kans op struikelen of het ontstaan van schade aan de draad tijdens het maaien van uw gazon. Gebruik de meegeleverde lineaal om de nodige ruimte van 20-30 cm tussen de draad en obstakels te waarborgen. 50cm 20-30cm 20-30cm 20-30cm De aanbevolen afstand tussen twee haringen is ongeveer 80 cm in een rechte lijn, en minder bij scherpe bochten. Zorg dat de haak en de draadgleuf van de haring zich aan de buitenkant van de omheining bevinden. 80cm 4 80cm 5 Sla de haringen eerst lichtjes in de grond met behulp van een hamer, totdat u er zeker van bent dat ze zich op de juiste positie bevinden. Om te waarborgen dat de haringen zich op de juiste positie bevinden, wordt het aangeraden om de haringen eerst open te leggen en de afstand tussen de rand van het gazon en de obstakels te meten (moet 20-30 cm zijn). Bloemenperken NL Gebruik omheiningsdraad om bloemenperken uit het maaigebied uit te sluiten. Er zijn twee opties voor de twee lengtes van omheiningsdraad die tussen het bloemenperk en de buitenste omheining lopen: 1) Handhaaf een ruimte van minstens 10 cm tussen de evenwijdige draden. Op deze manier herkent de robotmaaier de omheiningsdraad als een gewoon obstakel. Tijdens het maaien, zal de maaier zoals gewoonlijk worden “weg gebotst”. Tijdens het volgen van de omheiningsdraad naar het laadstation, neemt het een omweg rond het bloemenperk. Vijvers en zwembaden De robotmaaier is beschermd tegen regen en opspattend water. Een volledige onderdompeling zal de elektronische onderdelen echter ernstig beschadigen. Het is aldus noodzakelijk omheiningsdraad te gebruiken om zwembaden/ vijvers uit het maaigebied uit te sluiten. Voor extra veiligheid bevelen we tevens aan om een omheining rondom het zwembad te plaatsen. Gang Als u een gang binnen uw maaigebied hebt gemaakt, zorg dat deze minstens 2 m breed en maximum 8 m lang is. Als de gang te smal of te lang is, zal de robotmaaier niet van het ene uiteinde naar het andere rijden. > 10 cm < 8m > 2m 2) U kunt tevens een ruimte van minder dan 5 mm tussen de evenwijdige draden handhaven. Zorg dat de draden elkaar niet kruisen - zie afbeelding. Op deze manier herkent de robotmaaier de draden niet en rijdt de machine er ongehinderd over. Deze optie vereist het plaatsen van een obstakel op de omheiningsdraad rondom het bloemenperk. Plaats een obstakel, bijv. een grote steen of paal, in de buurt van positie A zoals in onderstaande afbeelding weergegeven. Het obstakel moet worden omgeven door een vlak gebied van circa 1 m x 1 m, zonder hellingen. Dit obstakel stelt de machine in staat om de cirkel te verlaten. < 5 mm Het laadstation met de omheiningsdraad verbinden Plaats het laadstation aan het uiteinde van de omheiningsdraad zodat de draad in de lengte onderaan het midden van het laadstation loopt. Verbind dit uiteinde met de linker (zwarte) connector gemarkeerd met “F" (voorkant). Verbind het ander uiteinde met de rechter (rode) connector gemarkeerd met “B” (achterkant). 10-15 mm 6 7 NL Wanneer de blauwe LED brand, betekent dat alles OK is, wanneer deze knippert is de omheiningsdraad niet juist geinstalleerd. Controleer de LED na het vastmaken van de omheiningsdraad dat de verbinding niet onderbroken is. Zorg dat het laadstation op hetzelfde signaal is ingesteld als het signaal van de robotmaaier (S1 of S2). Plaats de robotmaaier in het maaigebied, op enkele meters van het laadstation, en schakel het apparaat in. NL Druk op de knop en enkele seconden later dient de robotmaaier automatisch naar het Een signaal kiezen U hebt keuze uit twee signalen: S1 (blauw controlelampje) en S2 (rood controlelampje). Zorg dat uw robotmaaier en het laadstation hetzelfde signaal gebruiken. S1 S2 S1 S2 NL laadstation terug te keren door de omheiningsdraad tegen de klok in te volgen. Als de robotmaaier niet juist met het laadstation wordt verbonden, breng het laadstation naar een meer gepaste plaats. Als de buren hetzelfde signaal gebruiken, handhaaf een afstand van 0,5m tussen uw omheiningsdraad en van de buren om een storing tussen beide apparaten te vermijden. Zorg dat uw laadstation zich op minstens 10m van de omheiningsdraad van de buren bevindt en stel beide apparaten op een verschillend signaal in. Raadpleeg de sectie “Het signaal instellen” om S1 of S2 voor uw installatie te selecteren. >10m Als het apparaat met het laadstation is verbonden, knippert het laadsymbool . Dit geeft aan dat de accu juist wordt opgeladen. Na eerste installatie blijft de robotmaaier in het laadstation totdat de accu volledig is opgeladen. Een succesvolle verbinding en laadbeurt betekent dat het laadstation op een gepaste plaats is geïnstalleerd. Sla de haringen nu volledig in de grond. Zorg ervoor dat als er draad overblijft deze word afgeknipt, de overgebleven draad mag niet blijven liggen. S1 >0.5m S2 >10m 8 9 Bedienknoppen Werking Bedieningspaneel AMIRO 350 / 400 AMIRO 350i / 400i Ontgrendelingsknop: Verbonden met de STOP knop. Druk op deze knop om de stopmodus ongedaan te maken. Regensensorcontrolelampje De robotmaaier keert terug naar het laadstation wanneer het regent. NL Startknop: Druk en houd de ontgrendelingsknop ingedrukt en druk dan op de startknop om de robotmaaier in te schakelen. Signaal-keuzeknop: Selecteer S1 of S2. STOP knop: Druk op deze knop en de robotmaaier stopt onmiddellijk. Werkingstijdkeuzeknop: Selecteer de gewenste werkingstijd. Regensensorknop: Schakel de regensensor in/uit. Huisknop: Druk en houd de ontgrendelingsknop ingedrukt en druk dan op de huisknop om de robotmaaier naar het laadstation terug te laten keren. Start met maaien WiFiconfiguratieknop • LED knippert langzaam wanneer er geen WiFiverbinding is. • LED brandt continu wanneer klaar om een verbinding met WiFi te maken. • LED knippert snel wanneer verbinding met WiFi tot stand is gebracht. Druk en houd de ontgrendelingsknop ingedrukt en druk dan op de startknop. Oplaadcontrolelampje: Knippert tijdens het opladen 10 11 NL Technische gegevens Naar het laadstation terugkeren Model Wifi Max maaigebied Accu Schakelvermogen NL Druk en houd de ontgrendelingsknop ingedrukt en druk dan op de huisknop. Noodstop Maaiduur met één laadbeurt Nominale spanning Nominaal vermogen Snelheid zonder belasting Maaibreedte Maaihoogte Oplaadtijd Gewicht Beschermingsgraad Robotmaaier Schakelbare voeding Reserveonderdelen Reservemessen Haringen Omheiningsdraad Waterdichte draadklemmen 350 350i 400i 350 m2 400 m2 20V/2000mAh Input: 100-240V AC, 50/60Hz, 42W Output:24VDC, CC1.5A 60 min 60 min 20 V 20 V 42 W 42 W 3500 omw/min 3500 omw/min 16 cm 16 cm Circa 20-55 mm Circa 20-55 mm 100 min 100 min 7.4 Kg 7.4 Kg IP24 IP67, Plug IP44 IP24 IP67, Plug IP44 3 stuks 110 stuks 90 m 3 stuks 3 stuks 120 stuks 100 m 3 stuks Druk op de STOP knop om de robotmaaier op elk moment te stoppen. De maaihoogte afstellen Stel de gewenste maaihoogte in door aan de regelaar voor hoogteafstelling te draaien. Het bereik van de maaihoogte is tussen 20 en 55mm. OPMERKING! Wij bevelen aan om eerst een gewone grasmaaier of trimmer te gebruiken om het gras onder 60mm te maaien voordat u de robotmaaier gebruikt. Dit zorgt voor de beste maaiprestaties van de robotmaaier. 12 400 13 NL Onderhoud en opslag Alle werkzaamheden die niet in deze gebruikershandleiding zijn vermeld mogen alleen door een erkend servicecentrum worden uitgevoerd. Gebruik alleen originele onderdelen. Onderhoud NL Controleer en reinig uw robotmaaier regelmatig en, indien nodig, vervang versleten onderdelen. Reinig met een droge borstel, een vochtige doek of een scherp houten voorwerp. Spuit nooit water op de machine. Het volgen van deze onderhoudsinstructies kan de levensduur van uw robotmaaier verlengen. Levensduur van accu De robotmaaier is uitgerust met een onderhoudsvrije li-ion accu, met een geschatte levensduur van meer dan 2 jaar (afhankelijk van de behandeling en het gebruik). Opslag tijdens de winter Tijdens de winter, bewaar uw maaier, het laadstation en de stroomvoorziening in een droge ruimte. Wij raden u aan om het in een loods of garage of, bij voorkeur, binnenshuis op te bergen. Bereid de machine op de winter als volgt voor: 1. Laad de accu volledig op. En daarna 1 keer in de maand. 2. Stel de hoofschakelaar in op “OFF” (uit). 3. Reinig uw robotmaaier grondig. 4. Haal de stekker uit het stopcontact. 5. Ontkoppel de voeding van het laadstation. 6. Ontkoppel de omheiningsdraad van het laadstation. Til het laadstation op en reinig het. De omheiningsdraad kan buiten blijven. Het is echter wel nodig om de draad tegen roestvorming te beschermen. Wij bevelen aan om watervrije smeer of een gepaste afdichtingstape te gebruiken. Indien mogelijk, stop het product weer in de originele verpakking. Onze servicecentra bieden tevens een winterservice voor uw machine aan. Dit omvat een grondige controle van alle onderdelen en - indien beschikbaar - een software-upgrade. Op de lente voorbereiden Na de winteropslag, reinig de laadcontacten op zowel de robotmaaier als het laadstation. Gebruik hiervoor fijnkorrelig schuurpapier of een messingborstel of staalwol; dit zorgt voor de beste laadprestaties en vermijdt elke storing tijdens het opladen. De romp van de maaier reinigen Aangezien uw robotmaaier met een accu is uitgerust, dient u voorzichtig te zijn wanneer u het reinigt. Verwijder hardnekkig vuil met een zachte borstel. Voor een intensieve reiniging, gebruik een handmatige watersproeier met een mild schoonmaakmiddel. Na het reinigen, veeg eventuele resten weg met een vochtige doek. 0 OFF 1 ON NL Reinig de contactpennen en de laadstroken. Reinig de contactpennen en de laadstroken van uw grasmaaier en laadstation met staalwol, een metaalreiniger of fijnkorrelig schuurpapier. Verwijder eventueel vuil, bladeren, gras rond de contactpennen en laadstroken voor optimale laadprestaties. De messen omdraaien of vervangen WAARSCHUWING! Schakel de robotmaaier altijd uit voordat u de messen reinigt, aanpast of vervangt. Draag altijd werkhandschoenen. WAARSCHUWING! Voor de beste maaiprestaties en maximale veiligheid, gebruik tijdens het vervangen altijd de aanbevolen reservemessen en mesmontage-onderdelen. Uw robotmaaier heeft drie messen die aan de messenschijf zijn vastgemaakt. Tenzij beschadigd door harde obstakels, hebben deze messen een levensduur van vijf maanden bij een dagelijks gebruik. Het wordt aanbevolen om de messen en vastzetschroeven elke week te controleren. Beide randen van de messen zijn geslepen. Als een kant van het mes bot wordt, draai de vastzetschroef los, keer het mes om en draai de schroef opnieuw vast. Controleer of het mes ongehinderd kan draaien De grasmaaier komt met een set reservemessen. Neem contact op met de klantenservice om meer messen te kopen. Om de beste prestaties van uw apparaat te waarborgen, vervang altijd alle drie de messen tegelijkertijd. Gebruik alleen reserveonderdelen die door de fabrikant zijn aanbevolen. Lijst met reserveonderdelen Neem contact op met de service na verkoop om onderstaande reserveonderdelen te bestellen De onderkant reinigen Zorg dat de hoofdschakelaar op de stand OFF (uit) uitstaat. Draag werkhandschoenen en draai de robotmaaier op zijn kant om de onderkant te reinigen. Reinig de messenschijf en het frame met een zachte borstel of vochtige doek. Draai de messenschijf om te controleren of het ongehinderd ronddraait en ga na of de messen rond de pennen draaien en niet door gras worden geblokkeerd. Software bijwerken Als de software van uw machine dient te worden bijgewerkt, neem contact op met onze klantenservice voor meer informatie. 14 15 APP (350I / 400I) Probleemoplossing Robotmaaier kan niet met laadstation worden verbonden. • Controleer of de omheiningsdraad voor en onder het laadstation zich in een rechte lijn bevindt. Controleer of het laadstation op een juiste plaats is geïnstalleerd, zoals vermeld in deze handleiding. • NL NL De robotmaaier rijdt in cirkels tijdens het maaien of tijdens het volgen van de omheiningsdraad op weg naar het laadstation. • Zorg dat er geen stroomkabel evenwijdig met en in de buurt van de omheiningsdraad loopt. Indien nodig, verleg de omheiningsdraad. Controleer of er geen voorwiel klem zit. Als de buren een gelijksoortige robotmaaier hebben, kunnen de signalen verstoord raken. Stel uw laadstation en robotmaaier in op het ander omheiningssignaal. De aandrijfmotor kan beschadigd zijn, neem contact op met de klantenservice. • • • De robotmaaier maakt veel lawaai. • • • Controleer de vastzetschroeven voor de messen; en indien nodig, deze vast te draaien. Controleer de messen op schade; indien nodig, zijn deze te vervangen. Het gras kan te hoog zijn. Verhoog de maaihoogte of maai het gazon eerst met een gewone grasmaaier. Defecte motor, neem contact op met de klantenservice. • A. Registreer uw account met gebruik van een e-mail of mobiel telefoonnummer. B. Na registratie kunt u zich hier aanmelden. C. Meld u aan als een Gast om informatie over onze dealers en technische knowhow te raadplegen. De maaier blijft in of keert terug naar het laadstation wanneer op de START knop wordt gedrukt. • Controleer of de maaier reeds de geprogrammeerde werkingsduur voor die dag heeft voltooid. De accu is leeg, geef de robotmaaier de nodige tijd om op te laden en probeer opnieuw. • LED-signaalcontrolelampje op het laadstation S1 S2 S1 Status Voer uw persoonlijke informatie in of tik op Overslaan om het later te voltooien. S2 LED-controlelampje AAN LED-controlelampje knippert Foutief opladen van de accu Normaal Normaal Omheiningsdraad is stuk 16 17 U bevindt zich nu in de APP. Klik op het "+" symbool om een verbinding met uw Robotmaaier te maken. Volg de aanwijzingen op het scherm en druk 5 seconden op de WIFI-knop op de maaier om de “Configuratiemodus” te openen. NL NL U kunt uw robotmaaier nu een naam geven. Uw robotmaaier registreren Voeg uw robotmaaier toe door het scannen van de QR-code of het handmatig invoeren van het serienummer. Beide zijn op het typeplaatje van de maaier te vinden. Gefeliciteerd, uw robotmaaier is volledig ingesteld. U kunt uw grasmaaier nu op afstand bedienen en genieten van de voordelen van autonoom maaien. 18 19 De functionaliteit van uw robotmaaier op meerdere toestellen delen. Van uw robotmaaier genieten NL Beginscherm van de app Het resterend accuvermogen bekijken Werkingsmodus Vanaf afstand toegang tot de console krijgen voor onmiddellijke opdrachten Toegang tot de Instellingen krijgen (rechtsboven “...”) NL Directe modus (wanneer u geen toegang tot WIFI hebt) Druk en houd de WIFI-knop op de console van de maaier ingedrukt en druk dan op de aan/uit-knop. (1) Geschiedenis bekijken - Maaitijden, oplaadtijden en foutengeschiedenis. (2) Tijdstip en dagen van de week voor het maaien instellen. (3) Maaiafstanden tot omheining instellen. (4) Maaien in meerdere zones instellen (alleen voor “i” modellen). (5) Regensensorfunctie in- of uitschakelen. (6) Detectie-afstanden voor ultrasone sensor instellen en deze functie in- of uitschakelen. 1 5s 2 5s 2 20 21 Open het MOWAP programma op uw mobiele telefoon en selecteer de Directe modus. NL NL Voer uw pincode in, dit is bij aanvang 0000. U kunt vervolgens uw robotmaaier configureren overeenkomstig bovenstaande aanwijzingen. 22 23
/