Reely 1414497 Handleiding

Type
Handleiding
Gebruiksaanwijzing
Afstandsbediening "HT-5", 2,4 GHz
Bestelnr. 1414497
Versie 04/16
2
Inhoudsopgave
Pagina
1. Inleiding ...............................................................................................................................................................3
2. Verklaring van symbolen ......................................................................................................................................3
3. Voorgeschreven gebruik ...................................................................................................................................... 4
4. Productomschrijving ............................................................................................................................................4
5. Leveringsomvang ................................................................................................................................................5
6. Veiligheidsvoorschriften ....................................................................................................................................... 5
a) Algemeen ......................................................................................................................................................5
b) Gebruik .......................................................................................................................................................... 6
7. Batterij- en accuvoorschriften ..............................................................................................................................7
8. Accu's laden.........................................................................................................................................................7
9. Bedieningselementen van de zender ..................................................................................................................8
10. Ingebruikneming van de zender ..........................................................................................................................9
a) Batterijen plaatsen .........................................................................................................................................9
b) Zender inschakelen .......................................................................................................................................9
c) Instellen van de stuurknuppellengte ............................................................................................................ 10
11. Ingebruikneming van de ontvanger ................................................................................................................... 11
a) Ontvangeraansluiting ................................................................................................................................... 11
b) Montage van de ontvanger ..........................................................................................................................12
12. Montage van de servo's .....................................................................................................................................13
13. Instelling van de trimming .................................................................................................................................. 14
14. Controleren van de draairichtingen van de servo .............................................................................................. 15
a) Controleren van de stuurknuppelfuncties .................................................................................................... 15
b) Controleren van de schakelkanaalfunctie ....................................................................................................17
15. Omschakelen van de draairichtingen van de servo ........................................................................................... 18
16. Veranderen van de stuurknuppelbzetting ..........................................................................................................19
17. Delta-mixer ........................................................................................................................................................20
18. Servowegbegrenzing ......................................................................................................................................... 22
19. Omschakelen van de digitale codering .............................................................................................................. 23
20. Binding-functie ................................................................................................................................................... 24
21. Simulatorfunctie, leerlingzenderfunctie .............................................................................................................. 25
22. Onderhoud en verzorging .................................................................................................................................. 25
23. Verklaring van conformiteit (DOC) ..................................................................................................................... 25
24. Afvoer ................................................................................................................................................................26
a) Algemeen ....................................................................................................................................................26
b) Batterijen en accu's .....................................................................................................................................26
25. Verhelpen van storingen .................................................................................................................................... 27
26. Technische gegevens ........................................................................................................................................28
a) Zender .........................................................................................................................................................28
b) Ontvanger ....................................................................................................................................................28
3
1. Inleiding
Geachte klant,
Hartelijk dank voor de aanschaf van dit product.
Dit product voldoet aan de voorwaarden van de nationale en Europese wetgeving.
Volg de instructies van de gebruiksaanwijzing op om deze status van het apparaat te handhaven en een ongevaarlijke
werking te garanderen!
Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Deze bevat belangrijke instructies voor de ingebruikname en
bediening. Let hierop, ook wanneer u dit product aan derden doorgeeft.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig voor toekomstige referentie!
Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voor-
behouden.
Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk.
Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
2. Verklaring van symbolen
Een uitroepteken in een driehoek wijst op speciale gevaren bij gebruik, ingebruikneming of bediening.
Het pijl-symbool wijst op speciale tips en bedieningsvoorschriften.
4
3. Voorgeschreven gebruik
De 5-kanaals afstandsbediening "HT-5" is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik in de modelbouw en de bij-
behorende gebruikstijden. Voor industriële toepassingen, bijv. voor het besturen van machines of installaties, is dit
apparaat niet geschikt.
Een ander gebruik dan hier beschreven kan de beschadiging van het product en de hiermee verbonden gevaren
zoals bijv. kortsluiting, brand, elektrische schokken, enz. tot gevolg hebben. Het product mag technisch niet worden
veranderd of omgebouwd! De veiligheidsvoorschriften dienen absoluut in acht te worden genomen!
Volg alle veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing op. Deze bevat belangrijke informatie voor het
gebruik van het product.
U alleen bent verantwoordelijk voor een gevaarloos gebruik van de afstandsbediening en het model!
4. Productomschrijving
Met de 5-kanaals afstandsbediening "HT-5" heeft u een draadloze afstandsbediening, die in de eerste plaats ideaal
voor modelvliegtuigen geschikt is. Er kunnen echter indien nodig ook modelvoertuigen, -schepen of gewone 4-ka-
naals modelhelikopters (toerentalgestuurd) met deze afstandsbediening worden gebruikt.
Via de vijf proportionele stuurkanalen kunnen de verschillende stuurfuncties onafhankelijk van elkaar op afstand be-
diend worden. De ergonomisch gevormde behuizing ligt comfortabel in de hand en zorgt voor een handige en veilige
besturing van de zender en het model.
Voor het gebruik van de zender heeft u nog 4 AA-/mignonbatterijen (b.v. Conrad bestelnr. 652507, verpakt per 4 stuks,
1x bestellen) nodig.
Als er geen vliegregelaar of rijregelaar met BEC-schakeling wordt gebruikt, hebt u voor de ontvanger eveneens 4
AA-/mignonbatterijen (vb. bestelnr. 652507, pak van 4, 1 x bestellen) of 4 AA-/mignonaccu's met overeenkomstige
batterijhouder nodig. Anders kunnen ook 4- of 5-cellige NiMH-ontvangeraccu's (nominale spanning 4,8 - 6,0 V) met
schakelaarkabel worden gebruikt. De ontvanger kan ook met een 2-cellige LiPo-accu (nominale spanning 7,4 V)
worden gebruikt; alleszins moeten in dit geval de aangesloten servo's eveneens geschikt zijn voor hoge voltage.
5
5. Leveringsomvang
• Afstandsbediening
• Afstandsbedieningsontvanger
• Binding-stekker
• Gebruiksaanwijzingopcd
Actuele gebruiksaanwijzingen:
1. Open de webpagina www.conrad.com/downloads in uw browser of scan de
rechts afgebeelde QR-code.
2. Kies het documenttype en de taal en voer dan het overeenkomstige bestelnum-
mer in het zoekveld in. Nadat u het zoeken hebt gestart, kunt u de gevonden
documenten downloaden.
6. Veiligheidsvoorschriften
Bij beschadigingen veroorzaakt door het niet opvolgen van deze gebruiksaanwijzing vervalt ieder
recht op garantie. Voor gevolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aansprakelijk!
Voor materiële of persoonlijke schade, die door ondeskundig gebruik of niet inachtname van de
veiligheidsvoorschriften veroorzaakt worden zijn wij niet aansprakelijk! In zulke gevallen vervalt de
garantie.
Gewone slijtage bij het gebruik en beschadigingen door een ongeval (bijv. afgebroken antenne van de
ontvanger en gebroken behuizing van de ontvanger enz.) vallen niet onder de garantie.
Geachte klant: deze veiligheidsvoorschriften hebben niet enkel de bescherming van het product, maar ook
de bescherming van uw gezondheid en die van andere personen tot doel. Lees daarom dit hoofdstuk zeer
aandachtig door voordat u het product gebruikt!
a) Algemeen
• Omveiligheids-entoelatingsredenen(CE)isheteigenhandigombouwenen/ofwijzigenvanhetproductniettoege-
staan.
• Hetproductisgeenspeelgoed.Hetisnietgeschiktvoorkinderenonderde14jaar.
• Hetproductmagnietvochtigofnatworden.
• WijradenaanomeenWA-verzekeringaftesluiten.Indienureedseendergelijkeverzekeringheeft,moetunagaan
of uw verzekering ook bescherming biedt bij schade of ongevallen door een op afstand bestuurd model.
• Sluitbijelektromodellendeaandrijfmotorpasaannadathetontvangstsysteemvolledigisingebouwd.Zovoorkomt
u dat de aandrijfmotor plotseling onbedoeld begint te lopen.
• Laathetverpakkingsmateriaalnietachteloosliggen.Ditkanvoorkinderengevaarlijkspeelgoedzijn.
6
• Controleervóórelkgebruik detechnischeveiligheidvanuwmodel envandeafstandsbediening.Lethierbij op
zichtbare beschadigingen, zoals defecte steekverbindingen of beschadigde kabels. Alle bewegende onderdelen
moeten soepel werken en er mag geen speling in de lagers aanwezig zijn.
• Debedieningenhetgebruikvanopafstandbediendemodellenmoetgeleerdworden!Alsunognooiteenmodel
bestuurd heeft, moet u heel voorzichtig beginnen en u eerst vertrouwd maken met de reacties van het model op de
commando´svandeafstandsbediening.Weesgeduldig!
• Gelieveutotonzetechnischehelpdesk(ziehoofdstuk1voorhetcontactadres)ofeenanderevakmantewenden
indien u vragen heeft die niet met behulp van deze gebruiksaanwijzing opgehelderd kunnen worden.
b) Gebruik
• Gelieveutoteenervarenmodelsporterofeenmodelbouwclubtewendenalsunognietgenoegkennisheeftvoor
het gebruik van op afstand bediende modellen.
• Schakelbijdeingebruiknamesteedseerstdezenderin.Pasdaarnamagdeontvangerinhetmodelingeschakeld
worden. Dit kan anders tot onvoorziene reacties van het voertuig leiden! Vermijd om met de antennetop naar het
model te richten.
• Controleervóórhetgebruikenterwijlhetmodelstilstaatofhetzoalsverwachtopdecommando´svandeafstands-
bediening reageert.
• Leterbijhetgebruikvaneenmodelaltijdop,daterzichnooitlichaamsdelenofvoorwerpenindegevarenzonevan
motoren of andere draaiende aandrijfonderdelen bevinden.
• Eenverkeerdgebruikvanhetproductkanzwareletselsenbeschadigingentotgevolghebben!Letaltijdopeen
direct zichtcontact met het model en gebruik het daarom ook niet ’s nachts.
• Umaghetmodelalleenbesturenalsuwreactievermogennietverminderdis.Vermoeidheidofbeïnvloedingdoor
alcohol of medicijnen kunnen verkeerde reacties tot gevolg hebben.
• Gebruikhetmodelopeenplaatswaarhetgeengevaarvormtvooranderepersonen,dierenofvoorwerpen.Gebruik
het alleen op privéterrein of op speciaal daarvoor bestemde plaatsen.
• Schakelingevalvanstoringhetmodeldirectuitenzorgdatdestoringgeheelisverholpenvoordatuhetmodelweer
in gebruik neemt.
• Gebruikuwafstandsbedieningnietbijonweer,onderhoogspanningsleidingenofindebuurtvanzendmasten.
• Laatdeafstandsbediening(zender)steedsingeschakeldzolanghetmodelingebruikis.Omeenmodelaftezetten,
moet u steeds eerst de motor uitschakelen en daarna het ontvangstsysteem. Pas daarna mag de afstandsbediening
of zender uitgeschakeld worden.
• Beschermdeafstandsbedieningtegenvochtensterkevervuiling.
• Steldezendernietlangdurigblootaandirectzonlichtofextremehitte.
• Bijzwakkebatterijenindeafstandsbedieningzaldereikwijdteverminderen.Alsdeontvangerbatterijenofdeont-
vangeraccu zwak worden, zal het model niet meer correct op de afstandsbediening reageren.
In dit geval moet u het gebruik onmiddellijk stopzetten. Vervang de batterijen door nieuwe of laad de ontvangeraccu
op.
• Umagbijhetgebruikvanhetproductgeenrisico´snemen!Uweigenveiligheidendievanuwomgevingisafhan-
kelijk van uw verantwoord gebruik van het model.
7
7. Batterij- en accuvoorschriften
• Houdbatterijen/accu´sbuitenhetbereikvankinderen.
• Umagbatterijen/accu´snietzomaarlatenrondslingerenwegenshetgevaardatkinderenofhuisdierenzeinslikken.
In dit geval dient u onmiddellijk een arts te raadplegen!
• Umagbatterijen/accu´snooitkortsluiten,demonterenofinhetvuurwerpen.Erbestaatexplosiegevaar!
• Lekkendeofbeschadigdebatterijen/accu´skunnenbijcontactmetdehuidverwondingenveroorzaken.Draagin
zo´n geval steeds beschermende handschoenen.
• Gewonebatterijenmogennietwordenopgeladen.Erbestaatbrand-enexplosiegevaar!Umagalleenaccu'sopla-
den die hiervoor geschikt zijn. Gebruik geschikte laadapparaten.
• Letbijhetplaatsenvandebatterijen/accu'sopdejuistepoolrichting(kijkgoednaarplus/+enmin/-).
• Alsuhetproductlangeretijdnietgebruikt(bijv.alsuhetopbergt),moetudebatterijen(ofaccu´s)uitdeafstands-
bediening en het modelvoertuig nemen om beschadigingen door lekkende batterijen/accu´s te voorkomen.
• Laadaccu´songeveeromde3maandenopomdatandersdoordezelfontladingdezogehetendiepontladingkan
optreden waardoor de accu´s onbruikbaar zullen worden.
• Vervangsteedsdevolledigesetbatterijenofaccu’s.Umaggeenvolleenhalfvollebatterijenofaccu´sdoorelkaar
gebruiken. Gebruik steeds batterijen of accu´s van hetzelfde type en dezelfde fabrikant.
• Umagnooitbatterijenenaccu´sdoorelkaargebruiken!
• Gebruikuitsluitendbatterijenengeenaccu'svoordeafstandsbedieningszenderomwillevanredeneninzakebe-
drijfsveiligheid.
8. Accu's laden
Als u NiMH-accu's gebruikt voor de stroomverzorging van de ontvanger, zijn deze bij levering doorgaans leeg en
moeten worden opgeladen.
Let a.u.b. op het volgende:
Voordat een NiMH-accu zijn maximale capaciteit zal leveren, moet deze meerdere keren worden ontladen
en opgeladen.
U moet de accu´s regelmatig ontladen daar anders het memory effect kan optreden als u meermaals een
"halfvolle" accu oplaadt, waardoor het zgn. Lazy-battery-effect (batterijtraagheidseffect) kan ontstaan. Dit
betekent dat de accu zijn capaciteit zal verliezen. De accu zal niet meer de volledig opgeladen energie
leveren waardoor de bedrijfstijd van het modelvoertuig zal verminderen.
Als u meerdere accu´s gebruikt, kan het voordelig zijn om een hoogwaardige oplader te kopen. Deze kan
de accu´s doorgaans ook snelladen.
8
9. Bedieningselementen van de zender
Afbeelding 1
1 Zenderantenne
2 Handvat
3 Trimtoetsen voor de hoogteroerfunctie
4 Kantelschakelaar voor kanaal 5
5 Stuurknuppel voor hoogteroer- en rolroerfunctie
6 Trimtoetsen voor de rolroerfunctie
7 LED-indicator
8 Aan-/uitschakelaar
9 Reverse-schakelaar
10 Delta-mixerschakelaar
11 Binding toets
12 Trimtoetsen voor de richtingsroerfunctie
13 Stuurknuppel voor de richtingsroer- en de motorfunc-
tie
14 Trimtoetsen voor de motorfunctie
15 Kantelschakelaar voor de servowegbegrenzing
16 Draagriemoog
9
10. Ingebruikneming van de zender
In deze gebruiksaanwijzing wijzen de cijfers in de tekst steeds op de afbeeldingen die er naast of midden in
hethoofdstukstaan.Dwarsverwijzingennaarandereafbeeldingenwordenmetdeovereenkomstigeguur-
nummers aangeduid.
a) Batterijen plaatsen
Voor de stroomvoorziening van de zender zijn 4 alkaline-
batterijen (b.v. bestelnr. 652507, 4 stuks per verpakking,
1x bestellen) van het formaat AA/Mignon nodig.
Om de batterijen te plaatsen gaat u als volgt te werk:
Het batterijdeksel (1) bevindt zich aan de achterkant van
de zender. Druk op het geribbelde vlak (2) en schuif het
deksel naar onder.
Let bij het plaatsen van de 4 batterijen op de juiste polari-
teit van de cellen. Op de bodem van het batterijvak staat
een aanwijzing (3) voor de poolrichting.
Schuif daarna het deksel van het batterijvak opnieuw van
onder af en laat de vergrendeling inschakelen.
b) Zender inschakelen
Als er nieuwe batterijen geplaatst werden, schakelt u voor
testdoeleinden de zender in met behulp van de aan-/uit-
schakelaar (zie afb. 1, positie 8). Schuif daartoe de bedie-
ningsknop van onder (uit) schuin naar boven (aan).
De zender geeft een kort geluidssignaal en de LED-indica-
tor (zie ook afbeelding 1, pos. 7) licht permanent groen op.
Als de spanningsverzorging onder de 5,0 V daalt, veran-
dert de kleur van de LED-indicator van groen via oranje
naar rood en duidt zo het dreigende tekort aan spanning
van de zender aan. Het gebruik van het model moet dan
wordenstopgezet.Wanneerdespanning onderong.de
4,0 V daalt, begint de LED-indicator rood te knipperen en
geeft de zender regelmatig akoestische waarschuwings-
signalen weer. In dit geval moet u het gebruik van het
model zo snel mogelijk worden stopgezet. Om de zender
verder te gebruiken moeten nieuwe batterijen worden ge-
plaatst.
Nadat u de correcte werking van de zender heeft gecon-
troleerd, schakelt u deze opnieuw uit.
Afbeelding 2
Afbeelding 3
10
c) Instellen van de stuurknuppellengte
Al naar stuurgewoonten bestaat de mogelijkheid, de leng-
te van de knuppels individueel in te stellen.
Houd daarvoor het onderste deel van de greep (1) vast
en draai het bovenste deel (2) tegen de richting van de
wijzers van de klok in naar boven.
Nu kunt u door de onderste greep te verdraaien de ge-
wenste lengte van de stuurknuppel instellen.
Tot slot wordt de bovenste greep opnieuw vastgeschroefd.
Afbeelding 4
11
11. Ingebruikneming van de ontvanger
a) Ontvangeraansluiting
De ontvanger biedt u aansluitmogelijkheid voor 5 servo's
(ontvangeruitgang "CH1", "CH2", "CH3", "CH4" en "CH5")
die later in het model de volgende stuurfuncties toegewe-
zen krijgen:
"CH1" = rolroer-/rolservo
"CH2" = hoogteroer-/nick-servo
"CH3" = gasservo/vliegregelaar/rijregelaar
"CH4" = richtingroer-/heck-servo
"CH5" = speciale functie
De ontvangeruitgang "CH5" kan uitsluitend voor bijzon-
dere functies, zoals bv. landingskleppen, stoorkleppen,
intrekbaar onderstel of schakelfuncties worden gebruikt.
De ontvangeruitgang "CH6" wordt niet gebruikt aangezien
de zender alleen de eerste vijf kanalen doorgeeft.
Aan de aansluiting "BAT" wordt een batterijbox (1) of een
ontvangeraccu met schakelaarkabel (2) aangesloten als
er geen vliegregelaar of rijregelaar met een BEC-schake-
ling wordt gebruikt.
Bij gebruik van servo's met hoog stroomverbruik
raden wij aan om in elk geval een ontvanger ac-
cupack te gebruiken.
De aansluitingen zijn voor JR-steekverbinders ontworpen.
Indien nodig kunnen ook Futaba-stekkers worden gebruikt
wanneer de smalle geleidingsbrug aan de stekker met een
sleutelvijl of een scherp mes wordt verwijderd.
Let bij het aansluiten van servo's en rijregelaars altijd op de juiste polariteit van de connectoren. Het steekcontact
voor de impulsleiding (afhankelijk van de fabrikant geel, wit of oranje) moet worden aangesloten op het binnenste
(linkse) pencontact. Het steekcontact voor de minleiding (afhankelijk van de fabrikant zwart of bruin) moet worden
aangesloten op het buitenste (rechtse) pencontact.
Schakel eerst de zender in en vervolgens de ontvanger. Bij een correcte binding-functie licht de rode controle-LED in
de ontvanger (zie afbeelding 5, pos. 3) en de vijf servo's reageren op de bewegingen van de stuurknuppel. Controleer
de correcte werking van de ontvanger en schakel deze aansluitend opnieuw uit.
Als de servo's niet reageren en de LED's in de ontvanger knipperen, voert u de binding-functie uit (zie
hoofdstuk 20).
Afbeelding 5
12
b) Montage van de ontvanger
De montage van de ontvanger is in principe altijd afhankelijk van het model. Daarom dient u zich voor wat betreft de
montage aan de aanwijzingen van de modelfabrikant te houden.
Los daarvan dient u altijd te proberen de ontvanger zo te monteren dat deze optimaal beschermd is tegen stof, vuil,
vocht hitte en trillingen en dat hij zich niet in de onmiddellijke omgeving van accu-/motorleidingen bevindt.
Houd voldoende afstand tot motoren en elektronische vlieg- of rijregelaars. Metalen of koolstofonderdelen hebben
een afschermende werking en kunnen daardoor de ontvangstprestaties aanzienlijk benadelen. In dit geval is het
absoluut noodzakelijk om de antenne door een boorgat in de romp naar buiten te verleggen.
Voor het bevestigen zijn dubbelzijdig klevend schuimstof (servo-tape) of rubberringen geschikt, die de in schuimstof
verpakte ontvanger goed op zijn plaats houden.
Let op!
De antennedraad (1) heeft een nauwkeurig af-
gemeten lengte.
Daarom mag de antennedraad niet worden op-
gerold, in lussen gelegd of zelfs afgesneden. Dit
zou het bereik enorm beperken en brengt bo-
vendien aanzienlijke veiligheidsrisico´s met zich
mee.
Afbeelding 6
13
12. Montage van de servo's
De montage van een servo (1) is altijd afhankelijk van het
betreffende model. Uitvoerige informatie hierover kunt u
vinden in de bij het model geleverde documentatie.
In principe dient u echter te proberen de servo´s tegen
trillingen gedempt vast te schroeven. Daartoe worden met
de servo's in de regel rubberen tules (2) met metalen bus-
sen (3) meegeleverd.
Bij zwaar lopende besturingen kunnen de servo's niet naar
de vereiste positie gaan. Ze verbruiken daardoor onno-
dig stroom en het model gaat een onzuiver stuurgedrag
vertonen.
De besturingen moeten zo makkelijk mogelijk werken zon-
der daarbij speling in de lagers of afbuigingen te vertonen.
Voor u de servohendel monteert, neemt u de zender en
vervolgens de ontvanger in bedrijf en controleert u de cor-
recte middelste stand van de trimming aan de afstandsbe-
dieningszender (zie volgend hoofdstuk).
Monteer de servo-hefbomen dan steeds in een hoek van
90° ten opzichte van de stuurstangen (zie afbeelding 8,
schets A).
Bij een schuin ten opzichte van de stuurstang staande
servo-hefboom (zie afbeelding 8, schets B) zullen de
stuurwegen in beide richtingen niet even groot zijn.
Een lichte mechansiche schuine stand die door de ver-
tanding van de servohendel is bepaald, kan later met de
trimming worden gecorrigeerd.
Afbeelding 7
Afbeelding 8
14
13. Instelling van de trimming
De tirmming dient in de eerste plaats om een door de vertanding bepaalde lichte schuine stand van de servohendel
en de daarmee verbonden ongelijkmatige stuurbewegingen te corrigeren. Bovendien hebt u nog de mogelijkheid om
hetmodeltijdenshetgebruikjnaftestellenwanneerhetvb.nietrechtvliegtofrijdthoeweldestuurknuppelopde
zender zich in de middelste stand bevindt.
Vervolgens moet de stuur- of roerstangen zo worden afgesteld dat de trimming opnieuw de oorspronkelijke waarde
(hoek van 90° tussen servohendel en stang) vertoont en het model toch recht vliegt of rijdt.
Deafstandsbediening"HT-5"beschiktovereenjngevoe-
lige digitale trimming, bij dewelke de eerste vier stuurka-
nalen met telkens een trimtoets (zie ook afbeelding 1, pos.
3, 6, 12 en 14) afzonderlijk kunnen worden ingesteld.
De trimtoetsen hebben daarbij de volgende stuurfuncties:
Trimtoetsen 3 = hoogteroerservo "CH2"
Trimtoetsen 6 = rolroerservo "CH1"
Trimtoetsen 12 = richtingsroerservo "CH4"
Trimtoetsen 14 = gasservo "CH3"
Om de instelling van de digitale trimming te controleren
schakelt u eerst de zender en vervolgens de ontvanger
in. Wanneer een trimtoets opzijof naar boven of onder
beweegt en wordt gehouden, geeft de zender korte, snel
opeenvolgende geluidssignalen weer.
De servo van het respectievelijk stuurkanaal verandert in
kleine stasppen de stand van de servohendel.
Wanneerheteindevanhettrimbereikbereiktis,verstommendegeluidssignalenendraaitdeservohendelnietmeer
verder. Als de trimtoets vervolgens in de tegenovergestelde richting wordt gestuurd en gehouden, weerklinken de
geluidssignalen opnieuw en draait de servohendel stapsgewijs terug naar het midden.
Wanneerhetmiddenvanhettrimbereikisbereikt,geeftdeafstandsbedieningeenlanggeluidssignaalweer.
Stel nu aan alle vier kanalen de middenpositie van de trimming in en monteer de servohendel zo dat deze in een
hoek van 90° tegenover de stangen staat. Aangezien de servohendel en -as getand zijn, kunnen minimale schuine
standen van de servohendel niet worden vermeden. In dit geval moet de trimming van het respectievelijk kanaal een
klein beetje uit het midden worden verplaatst om de hoek van 90° van de servohendel naar de stuurstangen (zie
afbeelding 8) opnieuw te verkrijgen.
De ingestelde trimwaarde wordt automatisch in de afstandsbediening opgeslagen en blijft ook na het uit- en
inschakelen behouden.
Bij het gebruik van een elektrisch model met vliegregelaar moet de trimming voor kanaal 3 eveneens op de middelste
waarde worden ingesteld.
Afbeelding 9
15
14. Controleren van de draairichtingen van de servo
a) Controleren van de stuurknuppelfuncties
Afbeelding 10 bij dit hoofdstuk vindt u op de volgende bladzijde.
Sluit de in het model gebruikte servo's aan de ontvanger aan. Hou u daarbij aan de hoger beschreven bezetting van
de ontvangeruitgangen.
Als uw model met twee rolroerservo's is uitgerust, is het mogelijk om beide servo's met behulp van een
V-kabel aan de ontvangeruitgang "CH1" te gebruiken.
Neem de zender en vervolgens de ontvanger in bedrijf. Bij een correcte aansluiting moeten de servo's aan de uitgan-
gen1,2,3en4,ofeentoerentalregelaaraandeuitgang3,inovereenstemmingmetdeafbeeldingeninguur10op
de bewegingen van de stuurknuppel in de juiste richting reageren.
De stuurstangen van de roeren moeten zo zijn afgesteld dat de roeren allemaal precies in het midden zijn afgesteld
als de stuurknuppel en trimming zich in het midden bevinden (zie ook bovenste schets in afbeelding 10).
De linker stuurknuppel voor de motorregeling kan naar voor en achter worden geschoven zonder dat hij
door veerkracht in de middelste stand terug wordt gezet. Hij blijft altijd in de positie staan, waarin hij het
laatst werd gezet.
Gebruik van een gasservo:
Als het model met een verbrandingsmotor wordt gebruikt, moet de stang van de gasservo zo worden afgesteld dat
de motor bij een vast gesloten carburateur stationair loopt wanneer de linker stuurknuppel zich in de onderste stand
bevindt. Pas als de trimregelaar voor de motorfunctie eveneens helemaal naar beneden wordt geplaatst, moet de
carburateur volledig sluiten zodat de verbrandingsmotor wordt afgesteld.
Als de stuurknuppel in de bovenste stand wordt geschoven, moet de smoorklep in de carburateur volledig geopend
zijn zodat de motor op vol vermogen kan lopen.
Gebruik van een elektromotor met vlieg-/rijregelaar:
Een elektrische vlieg-/rijregelaar die aan ontvangeruitgang "CH3" aangesloten is, moet zo zijn ingesteld dat een
elektromotor uit is als de linker stuurknuppel zich in de onderste stand bevindt. Bij elektrische modellen bieden de
vlieg-/rijregelaars vaak de mogelijkheid die de respectievelijke stuurknuppel-standen voor "motor uit" en "maximaal
vermogen" in te leren. Verdere informatie hierover kunt u in de gebruiksaanwijzing over de vlieg-/rijregelaar vinden.
Let op!
Voer bij een elektromodel de motortest uitsluitend uit als het model veilig tegen wegrollen is beveiligd. Let
bij de motortest ook op dat er zich geen voorwerpen of lichaamsdelen in het draai- of aanzuigbereik van de
propeller bevinden.
Als de servo's of roeren precies in tegengestelde richting, zoals getoond in afbeelding 10 reageren, kan met behulp
van de reverse-schakelaar (zie volgend hoofdstuk) de draairichting van de respectievelijke servo's worden omge-
keerd.
16
Afbeelding 10
17
b) Controleren van de schakelkanaalfunctie
Het bijkomende schakelkanaal "CH 5" wordt met behulp van de kantelschakelaar (zie ook afbeelding 1, pos. 4) be-
stuurd. Als vb. een servo voor de besturing van de landings-/stoorkleppen, intrekbaar onderstel of andere bijzondere
functies aan de ontvangeruitgang "CH 5" wordt aangesloten, bevindt de servohendel zich in de middelste stand wan-
neer de kantelschakelaar op de zender zich ook in de middelste stand ( ) bevindt.
Als de kantelschakelaar naar boven ( ) of beneden ( ) wordt geschakeld, loopt de servohendel in de respectie-
velijke eindstand.
Afbeelding 11
Als alternatief voor een servo kunnen aan de ontvangeruitgang "CH 5" ook schakelmodules, vb. voor de
modelverlichting worden aangesloten.
Let op!
Voor kanaal 5 is er geen trimfunctie noch wegbegrenzing beschikbaar. Daarom moeten de door de servo
aangestuurde stangen mechanisch zo worden opgebouwd dat de volledige functie is gegeven, maar de
servo in zijn draaibeweging mechanisch niet wordt beperkt.
Belangrijk!
Schakel bij het inschakelen eerst de zender en vervolgens de ontvanger in. Bij het uitschakelen wordt altijd
eerst de ontvanger van de stroomvoorziening afgekoppeld, en pas daarna wordt de zender uitgeschakeld.
Schakel de zender nooit uit, terwijl de ontvanger nog in bedrijf is. Dit kan leiden tot onvoorziene reacties van
het model!
18
15. Omschakelen van de draairichtingen van de servo
Als de roerbewegingen niet met afbeelding 10 overeen-
komen, hebt u de mogelijkheid om met behulp van de
reverse-schakelaar (zie ook afbeelding 1, pos. 9) de loop-
richting van de servo's aan ontvangeruitgangen "CH1" tot
"CH 4" om te schakelen. De schakelaars op de zender zijn
als volgt toegewezen:
"AIL" = rolroerservo "CH 1"
"ELE" = hoogteroerservo "CH 2"
"THR" = gasservo/vliegregelaar "CH 3"
"RUD" = richtingroerservo "CH 4"
Als de schakelaar zich in de onderste stand bevindt, is
de "normale" draairichting ingesteld. Als de schakelaar in
de bovenste stand wordt geschoven, is de "omgekeerde"
looprichting geactiveerd.
Let op dat na het omschakelen van de draairichting de middelste stand van de servo/het roer eventueel
moet worden bijgesteld.
Voor schakelkanaal "CH 5" is een omschakeling van de servolooprichting op de zender niet mogelijk.
Afbeelding 12
19
16. Veranderen van de stuurknuppelbzetting
Als u uw modelvliegtuig wilt besturen zoals getoond in het schema (modus II) in afbeelding 10, kunt u dit hoofdstuk
overslaan. Als u de gasfunctie liever op de rechter en de hoogteroerfunctie liever op de linker stuurknuppel wenst
(modus I), bestaat de mogelijkheid om de zender overeenkomstig om te bouwen.
Voordedaartoevereistebezighedenisenigeervaringindeomgangmetradiograschbestuurdeafstandsbedienin-
gen vereist. Daarom moeten u zich tot een ervaren modelbouwer of modelbouwvereniging wenden als u voelt dat u
de hieronder beschreven stappen niet kunt uitvoeren.
• Verwijderdezenderbatterijen.
• Maaknumeteenkruiskopschroevendraaierdevierschroevenaandeachterkantvandezenderlosenhaalde
achterwand voorzichtig weg.
• Nadatudestekkervandeleerlingbus(1)hebtafgekoppeld,kuntudeachterzijdevandezendernaarbeneden
klappen.
• Maaktelkensdevierschroevenaandestuurknuppelaggregaten(2)losenverwisselbeideaggregaten.Daarbij
moeten beide stuurknuppelaggregaten 180° worden gedraaid zodat de aansluitingen van de stuurknuppelpotis (3)
opnieuw naar binnen zijn afgesteld.
• Schroefvervolgensdestuurknuppelaggregatenopnieuwvast.
• Trekmeteenspitsetangofpincetdesteekbrug(4)vandepositie"L"afenplaatszeindepositie"R"terug.
• Sluitdaarnadeaansluitstekkervandeleerlingbus(1)opnieuwaanenplaatsderugwandopdezenderbehuizing.
Let daarbij op dat er geen leidingen tussen de behuizingshelften worden geklemd.
• Draaidevierbevestigingsschroevenaandeachterzijdeopnieuwvastencontroleerdecorrectewerkingvande
afstandsbediening.
Afbeelding 13
20
17. Delta-mixer
Afbeelding 14 bij dit hoofdstuk vindt u op de volgende bladzijde.
De afstandsbediening "HT-5" beschikt over een deltamixer die met behulp van de menger-schakelaar (zie ook afbeel-
ding 1, pos. 10) kan worden geactiveerd. Als de schuifschakelaar zich in de onderste stand bevindt, is de normale
gebruiksmodus zonder mengfunctie geactiveerd. Als de schuifschakelaar naar boven wordt geplaatst, is de delta-
mixer geactiveerd.
Bij een deltamodelvliegtuig met driehoekige vleugels moeten de rolroeren ook de hoogteroerfunctie mee overnemen.
Daarom worden bij de delta-mixer de kanalen "CH1" (rolroer) en "CH2" (hoogteroer) met elkaar gemengd. Ongeacht
of dan aan de zender de rol- of hoogteroerfunctie wordt bestuurd, reageren beide servo's aan de ontvangeruitgangen
"CH1" en "CH2" immers tegelijk.
De servo van de rechter vleugel moet aan ontvangeruitgang "CH1" en de servo in de linker vleugel aan ontvangeruit-
gang "CH2" worden aangesloten. De uitslagen van de beide roerkleppen moeten dan in overeenstemming met de
afbeeldingeninguur14gebeuren.
Indien nodig kunnen de servo-looprichtingen met behulp van de reverse-schakelaar worden gecorrigeerd.
21
Afbeelding 14
22
18. Servowegbegrenzing
Met behulp van de servowegbegrenzing of de dualrate-functie kunnen de servouitslagen van kanalen 1, 2 en 4 van
100% tot 60% worden verminderd. Deze functie kan worden gebruikt om een model, dat bij volle uitslag te agressief
reageert, snel en eenvoudig te ontscherpen.
In het bijzonder bij de eerste vlucht van een nieuw model, waarbij men niet precies weet, hoe sterk her op de stuur-
bevelen reageert, resp. waarbij er geen informatie is van de fabrikant, bleek het zeer nuttig grote roeruitslagen tijdens
het vliegen te kunnen reduceren.
De omschakeling van de wegbegrenzing gebeurt met de omschakelaar die zich linksboven op de afstandsbedie-
ningszender bevindt (zie ook afbeelding 1, pos. 15).
Als de schakelaar in de bovenste/voorste stand ( ) is geschakeld, is 100% van de servoweg beschikbaar.
Als de schakelaar in de onderste/achterste stand ( ) wordt geschakeld, is 60% van de servoweg beschikbaar.
Afbeelding 15
De hoogte van de roerwegbeperking van 60% is af fabriek vast voorzien en kan niet door de gebruiker
worden veranderd.
23
19. Omschakelen van de digitale codering
Uw afstandsbedieningszender geeft u de mogelijkheid om de ontvanger met de digitale codering "AFHDS" en
"AFHDS 2A" aan te sturen. Af fabriek is de zender op de meegeleverde "AFHDS 2A" gecodeerde ontvanger ingesteld.
Als u een Reely-ontvanger met de digitale codering "AFHDS" wilt gebruiken, moet eerst de zender worden omgesteld
en vervolgens de ontvanger aan de zender opnieuw worden gekoppeld (zie volgend hoofdstuk).
Om de digitale codering aan de zender om te schakelen, gaat u als volgt te werk:
• Schakeldezenderuit.
• Beweegbeidestuurknuppelsnaardelinkeronderhoek
en houd ze in deze positie vast.
• Schakeldezendermetdeaan-/uitschakelaarinmetuit-
gestuurde aan-/uitschakelaar in.
• Laatbeidestuurknuppelsloszodatzenaarhetmidden
bewegen.
• WanneerdeLED-indicator knippert, isdezendernaar
dedigitalecodering"AFHDS"omgeschakeld.Wanneer
de LED-indicator knippert en de afstandsbediening
bovendien nog korte geluidssignalen laat horen, is de
zender naar de digitale codering "AFHDS 2A" omge-
schakeld.
• Schakeldezenderuitzodatdehuidigingesteldedigitale
codering wordt opgeslagen.
Belangrijk:
De bij de afstandsbedieningsinstallatie "HT-5" meegeleverde ontvanger werkt met de codering
"AFHDS 2A". Let daarom altijd op altijd de juiste codering op de zender te programmeren!
Afbeelding 16
24
20. Binding-functie
Opdat de zender en ontvanger met elkaar functioneren, moeten deze door dezelfde digitale codering met elkaar
worden verbonden. In de leveringstoestand zijn zender en ontvanger op elkaar afgestemd en kunnen onmiddellijk
worden ingezet. De vernieuwing van de bindingsinstelling is in de eerste plaats na een vervanging van de zender of
ontvanger of voor het verhelpen van storingen wenselijk.
Voor u den ontvanger aan de zender kunt koppelen, controleert u of de zender in de juiste digitale codering (zie vorig
hoofdstuk) werkt.
Ga als volgt te werk om de binding-functie uit te voeren:
• Zender en ontvanger moeten zich in de onmiddellijke
omgeving van elkaar (max. 50 cm afstand) bevinden.
• Schakeldezenderuit.
• Ontkoppeldeeventueelaangeslotenservo'svandeont-
vanger.
• Sluitdemeegeleverdeprogrammeerstekker(1)aande
"BAT"-uitgang van de ontvanger aan.
• Destroomverzorgingvandeontvanger(ontvangeraccu
of rijregelaar met BEC) wordt aan een willekeurige uit-
gang van de ontvanger aangesloten.
• Schakeldeontvangerin.DeLEDopdeontvanger(2)
begint snel te knipperen.
• Drukdebinding-toetsopdezender(zieookafbeelding
1, pos. 11) in en houdt deze toets ingedrukt.
• Schakelbijeeningedruktebinding-toetsdezendermet
de aan-/uitschakelaar in. De LED-indicator in de zender
begintteikkeren.
• Van zodra de LED in de ontvanger (2) na een paar
seconden langzaam knippert, is de binding-procedure
voltooid.
• Laatdebinding-toetsopdezenderlos.
• Schakeldeontvangerendezenderuitenverwijderde
programmeerstekker.
• Sluit de servo's/regelaars opnieuw aan de ontvanger
aan.
• Controleerdewerkingvandeinstallatie.
Als de installatie niet correct werkt, voert u de procedure opnieuw uit of controleert u de digitale codering van de
zender.
Als u de zender op de digitale codering "AFHDS" hebt omgeschakeld en een "AFHDS"-ontvanger bindt, zal
de LED in de ontvanger niet langzaam knipperen na een geslaagde binding, maar permanent branden.
Afbeelding 17
25
21. Simulatorfunctie, leerlingzenderfunctie
Desgewenst kunt u de zender op de pc voor simulatiedoeleinden of spelletjes gebruiken. In dit geval heeft u de
optioneel verkrijgbare USB-kabel (Conrad-bestelnr. 517956) en de geschikte software voor de computer (vb. vliegs-
imulatorspelletjes) nodig.
De aansluiting van de USB-kabel gebeurt aan de achter-
kant van de zender aan de PS2-interfacebus (16).
Bij een correcte aansluiting en correcte installatie wordt
de ingeschakelde zender door het besturingssysteem (vb.
minstensWindowsXPofhoger)herkendenkanzoalseen
traditionele joystick worden gebruikt.
Alle verdere informatie hierover vindt u in de gebruiksaan-
wijzing van de USB-kabel.
Anders kan de signaaluitgang van de afstandsbediening
ook worden gebruikt om een leraarzender te besturen. In
dit geval werkt afstandsbediening "HT-5" als leerlingzen-
der.
Verdere informatie hierover kunt u in de gebruiksaanwij-
zing van de leraarzender vinden.
22. Onderhoud en verzorging
De buitenkant van de afstandsbediening dient slechts met een zachte, droge doek of borstel te worden gereinigd.
U mag in geen geval agressieve schoonmaakmiddelen of chemische oplosmiddelen gebruiken omdat hierdoor het
oppervlak van de behuizingen beschadigd kan worden.
23. Verklaring van conformiteit (DOC)
Hiermee verklaart de fabrikant dat dit product in overeenstemming is met de geldende richtlijnen en andere relevante
voorschriften van richtlijn 1999/5/EG.
De conformiteitsverklaring voor dit product vindt u op www.conrad.com.
Afbeelding 18
26
24. Afvoer
a) Algemeen
Elektronische apparaten kunnen gerecycled worden en horen niet thuis in het huisvuil.
Verwijder het product aan het einde van de levensduur volgens de geldende wettelijke voorschriften.
Verwijder de geplaatste batterijen/accu's en gooi deze afzonderlijk van het product weg.
b) Batterijen en accu’s
U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in te leveren;
verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan!
Batterijen/accu´s die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mogen
niet via het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor irriterend werkende, zware metalen zijn:
Cd=cadmium, Hg=kwikzilver, Pb=lood (aanduiding staat op de batterij/accu bijv. onder het links afgebeelde
containersymbool).
Lege batterijen en niet meer oplaadbare accu´s kunt u gratis inleveren bij de verzamelplaatsen van uw gemeente,
onzelialenofandereverkooppuntenvanbatterijenenaccu´s.
Zo voldoet u aan de wettelijke verplichtingen voor afvalscheiding en draagt u bij aan de bescherming van het milieu.
27
25. Verhelpen van storingen
Ondanks het feit dat dit afstandsbesturingssysteem volgens de huidige stand van de techniek is ontwikkeld, kunnen
zich storingen of problemen voordoen. Omwille van deze reden willen wij u graag wijzen op enkele manieren om
eventuele storingen op te lossen.
Probleem Hulp
De zender reageert niet • Controleerdebatterijenvandezender.
• Polariteitvandebatterijencontroleren.
• Accucontactenvandezendercontroleren.
• Controleerdefunctietoets.
De servo´s reageren niet • Controleerdezenderfunctie.
• Controleerdebatterijenofaccu´svandeontvanger.
• Testdeschakelkabel.
• TestdeBEC-functievanderegelaar.
• Controleerdepoolrichtingvandeservostekkers.
• Controleerdedigitalecodering.
• Voerdebinding-functieuit.
• Voortestdoeleindenontvangervervangenenopnieuwverbinden.
De servo´s trillen • Controleerdebatterijenofaccu´svandezenderenontvanger.
• Controleerdecontactdozenaandeontvanger.
• Verwijdereventuelevochtigheidindeontvangermeteenhaardroger.
• Ontvangerantenneopbeschadigingtesten.
• Richtdeantennevandeontvangertercontroleandersinhetmodel.
Een servo bromt • Controleerdebatterijenofaccu´svandeontvanger.
• Controleerofdestuurstangengemakkelijkbewegen.
• Gebruikdeservozonderservohendelomdewerkingtetesten.
Het toestel heeft enkel ge-
ringe reikwijdte
• Controleerdebatterijenvandezenderenontvanger.
• Ontvangerantenneopbeschadigingtesten.
• Legdeantennevandeontvangertercontroleandersinhetmodelaan.
Zender schakelt onmiddel-
lijk of na korte tijd vanzelf
uit
• Controleerdebatterijenvandezenderenontvanger.
28
26. Technische gegevens
a) Zender
Frequentiebereik ...................................2,4 GHz
Aantal kanalen ...................................... 5
Codering ...............................................AFHDS / AFHDS2A (Automatic Frequency Hopping Digital System)
Signaaluitgang ...................................... PS2-bus (PPM)
Bedrijfsspanning ...................................6 V/DC via 4 AA/Mignon-batterijen
Afmetingen (B x H x D) ......................... 174 x 187 x 80 mm
Gewicht zonder batterijen ..................... ong. 360 g
b) Ontvanger
Frequentiebereik ...................................2,4 GHz
Aantal kanalen ...................................... 6
Codering ...............................................AFHDS2A
Stekkersysteem ....................................Graupner JR
Voedingsspanning ................................4,0 - 8,4 V/DC
Afmetingen (B x H x D) ......................... 45 x 23,5 x 13,5 mm
Gewicht .................................................ong. 8 g
29
30
31
Colofon
Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microver-
lmingofderegistratieinelektronischegegevensverwerkingsapparatuur,vereisendeschriftelijketoestemmingvandeuitgever.
Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.
© Copyright 2016 by Conrad Electronic SE. V2_0416_01_DT
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32

Reely 1414497 Handleiding

Type
Handleiding