Laserliner CenterScanner Plus de handleiding

Type
de handleiding
14
Lees de handleiding, de bijgevoegde brochure 'Garantie- en aanvullende aanwijzingen' evenals de
actuele informatie en aanwijzingen in de internet-link aan het einde van deze handleiding volledig
door. Volg de daarin beschreven aanwijzingen op. Bewaar deze documentatie en geef ze door als
u het apparaat doorgeeft.
!
Functie / toepassing
De CenterScanner Plus is een systeem van zender en ontvanger voor de veilige bepaling van de in- en
uitgangspunten van wand- en plafondboringen tot een wanddikte van 150 cm. Het apparaat zorgt
met goed zichtbare ledindicatoren en akoestische signalen voor een exacte lokalisatie van de in- en
uitgangsposities en beschikt tevens over goed toegankelijke markeringshulpen in de zender en de
ontvanger. Het geïntegreerde lc-display toont de signaalradius tot 200 cm. De zender TX beschikt over
een geïntegreerde metaal- en spanningsdetectie ter vermijding van verkeerde boringen.
Algemene veiligheidsaanwijzingen
Gebruik het apparaat uitsluitend doelmatig binnen de aangegeven speccaties.
De meetapparaten en het toebehoren zijn geen kinderspeelgoed. Buiten het bereik van kinderen bewaren.
Ombouwwerkzaamheden of veranderingen aan het apparaat zijn niet toegestaan, hierdoor komen de
goedkeuring en de veiligheidsspecicatie te vervallen.
Stel het apparaat niet bloot aan mechanische belasting, extreme temperaturen, vocht of sterke trillingen.
De bevestiging met een speciale, hechtende massa of plakband biedt geen afdoende bescherming
tegen neerstorten. Baken het gevarenbereik altijd af.
Waarborg vóór iedere meting dat het te controleren bereik (bijv. leiding), het testapparaat en het
toegepaste toebehoren (bijv. aansluitleiding) in optimale staat verkeren. Test het apparaat op bekende
spanningsbronnen (bijv. 230 V-contactdoos voor de AC-controle).
Het apparaat mag niet meer worden gebruikt als een of meerdere functies uitvallen of de batterijlading
zwak is.
Neem de veiligheidsvoorschriften van lokale resp. nationale instanties voor het veilige en deskundige
gebruik van het toestel in acht en draag eventueel voorgeschreven veiligheidsuitrusting
(bijv. elektricien-handschoenen).
Voer werkzaamheden in gevaarlijke nabijheid van elektrische installaties niet alleen uit en uitsluitend
volgens de instructies van een verantwoordelijke elektromonteur.
Het meettoestel vervangt geen tweepolige controle van de spanningsvrijheid.
Aanvullende opmerking voor het gebruik
Neem bij werkzaamheden in de buurt van elektrische installaties altijd de van toepassing zijnde
technische veiligheidsregels in acht, onder andere: 1. Vrijschakelen, 2. Tegen hernieuwd inschakelen
beveiligen, 3. Spanningsvrijheid tweepolig controleren, 4. Aarden en kortsluiten, 5. Aangrenzende,
spanningvoerende onderdelen beveiligen en afdekken.
Veiligheidsinstructies
Omgang met elektromagnetische straling
Plaatselijke gebruiksbeperkingen, bijv. in ziekenhuizen, in vliegtuigen, op pompstations of in de buurt
van personen met een pacemaker, moeten in acht worden genomen. Een gevaarlijk effect op of storing
van en door elektronische apparaten is mogelijk.
Bij de toepassing in de buurt van hoge spanningen of hoge elektromagnetische wisselvelden kan de
meetnauwkeurigheid negatief worden beïnvloed.
Voorzorgsmaatregelen: Gebruik geen andere CenterScanner Plus binnen een afstand van 10 m.
Gebruik geen elektronische zendapparatuur of elektrische motoren in de buurt.
NL
CenterScanner Plus
15
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
1
Veiligheidsinstructies
Omgang met radiograsche straling
Het meettoestel is uitgerust met een radiograsche interface.
Het meettoestel voldoet aan de voorschriften en grenswaarden voor de elektromagnetische
compatibiliteit volgens de radio-apparatuurrichtlijn 2014/53/EU (RED).
Bij dezen verklaart Umarex GmbH & Co. KG dat het radiograsche installatietype CenterScanner Plus
voldoet aan de wettelijke eisen en verdere bepalingen van de Europese radio-apparatuurrichtlijn
2014/53/EU (RED). De volledige tekst van de EU-verklaring van overeenstemming is beschikbaar
onder het volgende internetadres: http://laserliner.com/info?an=cescapl
Zender TX Ontvanger RECV
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Markeringsopening
Ledindicatoren
metaaldetectie
Ledindicatoren
spanningsdetectie
Led-batterijlading
Apparaat aan/uit /
Geluid aan/uit
Batterijvakje (achterzijde)
Ledindicatoren voor
de positionering
Markeringsopening
Ledindicator boordiepte
Led-batterijlading
Apparaat aan/uit
Batterijvakje (achterzijde)
Zender TX
Ontvanger RECV
Batterijen plaatsen
Zender TX en Ontvanger RECV
Open het batterijvakje en plaats de batterijen
overeenkomstig de installatiesymbolen. Let
daarbij op de juiste polariteit.
NL
16
2
2 sec
1 sec
2 sec
2 sec
2 sec
3
a b c
Apparaat aan/uit / Geluid aan/uit
Ontvanger RECV
ON
Geluid
aan
OFF
Geluid uit ON
OFF
Boorpunt bepalen
1. Zender TX met de speciale, hechtende massa aan de achterkant vast tegen de wand of onder het
plafond hangend op het gewenste boorpunt positioneren (zie afb. a).
2. Zender TX en ontvanger RECV inschakelen.
3. De ontvanger RECV over de tegenoverliggende zijde van de wand / het plafond bewegen (zie afb. b).
De ledindicatoren voor de positionering (7) geven de bewegingsrichting aan met behulp van rode pijlen.
Groene vierkanten geven de overeenstemmende positie van de zender TX en de ontvanger RECV aan.
4. Als de vier groene vierkanten branden is de positionering voltooid. Na het aftekenen van het boorpunt
(zie afb. C) neemt u het apparaat van de wand / het plafond en voert u de boring uit.
De apparaten dienen vóór het boren van de wand / het plafond te worden verwijderd.
Het boren door de markeringsopeningen geschiedt op eigen risico!
!
Boordiepte > 150 cm bepalen
De ledindicatoren voor de positionering (7) zijn geschikt voor de
bepaling van een boordiepte tot 150 cm.
Bij afstanden > 150 cm kan het boorpunt door de berekening van de
minimale boordiepte led-indicatoren met behulp van het lc-display (9).
Daarvoor de ontvanger in X- en Y-as over de wand bewegen en de
posities bij het bereiken van de betreffende minimale boordiepte-
indicatie vanuit alle vier richtingen (rechts, links, boven, beneden
naar het denkbeeldige midden) markeren.
De vier markeringen bevinden zich in een coördinatenstelsel (X-/Y-as)
en het middelpunt komt overeen met het gezochte boorpunt.
Zender TX
NL
CenterScanner Plus
17
d e
f
6
g
h i
4
Metaal zoeken
1. Apparaat inschakelen en langzaam over het oppervlak bewegen (zie afb. d). De ledindicatoren (2)
geven melding als metaal in de buurt is. Bij volle uitslag markeert u het punt.
2. Stap 1 herhalen (zie afb. e).
Het apparaat detecteert verdekt liggend metaal in alle niet-metalen materialen zoals bijv. steen, beton,
estrik, hout, gipsvezelplaten, gasbeton, keramische en minerale bouwstoffen.
5
Spanningslokalisatie
Apparaat inschakelen en langzaam over het oppervlak bewegen (zie
afb. f). De ledindicatoren (3) geven melding als een spanningvoerende
leiding in de buurt is.
Lokaliseren van spanningvoerende leidingen direct onder pleisterwerk resp. houtpanelen en andere
niet-metalen bekistingen. Spanningvoerende leidingen in droogbouwmuren met metalen regelwerk
worden niet gedetecteerd.
Offset-meting
1. De zender TX naar een gedeelte bewegen waarin geen metaal voorhanden is en vervolgens
de afstand meten tussen de zender TX en het geplande boorpunt (zie afb. g).
2. Met de ontvanger RECV aan de andere kant de positie van de zender TX bepalen (zie afb. h).
3. De gemeten afstand (stap 1) in de richting van het geplande boorpunt overdragen (zie afb. i).
NL
18
l
m
j
k
8
Hoekmetingen
1. Een wig onder de zender TX en een onder de ontvanger RECV plaatsen en waarborgen dat
de middellijn van de beide apparaten in de richting van het geplande boorpunt wijst (zie afb. I).
2. Boringen uitvoering (zie afb. m).
Als een rechte plaatsing en uitlijning niet mogelijk is, zoals bij het boren onder een hoek, kan de uitlijning
worden uitgevoerd met behulp van twee identieke, wigvormige steunen. De hoeken van de wiggen
moeten overeenstemmen met de geplande boorhoek.
Wiggen met verschillend grote hoeken kunnen verkeerde resultaten opleveren.
Altijd identieke wiggen gebruiken!
!
Opmerkingen inzake onderhoud en reiniging
Reinig alle componenten met een iets vochtige doek en vermijd het gebruik van reinigings-, schuur- en
oplosmiddelen. Verwijder de batterij(en) voordat u het apparaat gedurende een langere tijd niet gebruikt.
Bewaar het apparaat op een schone, droge plaats.
7
Meerpuntsmeting
1. Minimaal twee, bij voorkeur vier referentiepunten op exact dezelfde afstand van het geplande
boorpunt markeren (zie afb. j).
2. Het correcte boorpunt bevindt zich in het geometrische middelpunt van de referentiepunten
(zie afb. k).
Het gebruik in de modus met verhoogde tolerantie heeft tot gevolg dat de nauwkeurigheid
bij de positionering van het boorpunt iets afneemt.
!
Tip: storingen door metaal kunnen ertoe leiden dat het boorpunt niet kan worden gelokaliseerd. In deze
zelden optredende gevallen schakelen de vier vierkante ledindicatoren op geen punt in. De tolerantie
van de ontvanger RECV kan worden verhoogd door het indrukken van de Aan-/Uit-toets (11). De selectie
wordt bevestigd door een langer akoestisch signaal. Door het hernieuwd indrukken van de Aan-/Uit-toets
(11) of het uitschakelen van het apparaat schakelt het apparaat terug naar de normale bedrijfsmodus.
NL
CenterScanner Plus
19
Technische gegevens (Technische veranderingen voorbehouden. 10.17)
CenterScanner Plus RECV
Indicatoren 13 leds, akoestisch waarschuwingssignaal
Ledindicator 3 x 7-segment
Meetdiepte
Positieherkenning: 2 - 150 cm wanddikte
Diepte-indicatie: 2 - 200 cm boordiepte
Nauwkeurigheid karakteristiek 3% van de meetdiepte
Bedrijfsduur ca. 20 h
Werkomstandigheden
-30°C … 40°C, Luchtvochtigheid max. 85% rH, niet-condenserend,
Werkhoogte max. 2000 m boven NAP (Nieuw Amsterdams Peil)
Opslagvoorwaarden -20°C … 60°C, Luchtvochtigheid max. 85% rH
Bedrijfsgegevens
radiograsche module
Frequentieband 1: ISM band 433,95 MHz
Bandbreedte: 0,05 Mhz
Ontvangercategorie: 3
Stroomvoorziening 3 x 1,5 V alkalibatterij (type AAA)
Afmetingen (B x H x D) 75 x 172 x 28 mm
Gewicht (incl. batterijen) 210 g
CenterScanner Plus TX
Indicatoren 11 leds, akoestisch waarschuwingssignaal
Bedrijfsduur ca. 12 h
Werkomstandigheden
-20°C … 40°C, Luchtvochtigheid max. 85% rH, niet-condenserend,
Werkhoogte max. 2000 m boven NAP (Nieuw Amsterdams Peil)
Opslagvoorwaarden -20°C … 60°C, Luchtvochtigheid max. 85% rH
Bedrijfsgegevens
radiograsche module
Frequentieband 1: ISM band 433,95 MHz
Zendvermogen: < -13 dBmW
Bandbreedte: 0,05 Mhz
Stroomvoorziening 3 x 1,5 V alkalibatterij (type AAA)
Afmetingen (B x H x D) 75 x 172 x 28 mm
Gewicht (incl. batterijen) 200 g
EU-bepalingen en afvoer
Het apparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde normen voor het
vrije goederenverkeer binnen de EU.
Dit product is een elektrisch apparaat en moet volgens de Europese
richtlijn voor oude elektrische en elektronische apparatuur gescheiden
verzameld en afgevoerd worden.
Verdere veiligheids- en aanvullende instructies onder:
http://laserliner.com/info?an=cescapl
NL

Documenttranscriptie

! Lees de handleiding, de bijgevoegde brochure 'Garantie- en aanvullende aanwijzingen' evenals de actuele informatie en aanwijzingen in de internet-link aan het einde van deze handleiding volledig door. Volg de daarin beschreven aanwijzingen op. Bewaar deze documentatie en geef ze door als u het apparaat doorgeeft. Functie / toepassing De CenterScanner Plus is een systeem van zender en ontvanger voor de veilige bepaling van de in- en uitgangspunten van wand- en plafondboringen tot een wanddikte van 150 cm. Het apparaat zorgt met goed zichtbare ledindicatoren en akoestische signalen voor een exacte lokalisatie van de in- en uitgangsposities en beschikt tevens over goed toegankelijke markeringshulpen in de zender en de ontvanger. Het geïntegreerde lc-display toont de signaalradius tot 200 cm. De zender TX beschikt over een geïntegreerde metaal- en spanningsdetectie ter vermijding van verkeerde boringen. Algemene veiligheidsaanwijzingen – Gebruik het apparaat uitsluitend doelmatig binnen de aangegeven specficaties. – De meetapparaten en het toebehoren zijn geen kinderspeelgoed. Buiten het bereik van kinderen bewaren. – Ombouwwerkzaamheden of veranderingen aan het apparaat zijn niet toegestaan, hierdoor komen de goedkeuring en de veiligheidsspecificatie te vervallen. – Stel het apparaat niet bloot aan mechanische belasting, extreme temperaturen, vocht of sterke trillingen. – De bevestiging met een speciale, hechtende massa of plakband biedt geen afdoende bescherming tegen neerstorten. Baken het gevarenbereik altijd af. – Waarborg vóór iedere meting dat het te controleren bereik (bijv. leiding), het testapparaat en het toegepaste toebehoren (bijv. aansluitleiding) in optimale staat verkeren. Test het apparaat op bekende spanningsbronnen (bijv. 230 V-contactdoos voor de AC-controle). – Het apparaat mag niet meer worden gebruikt als een of meerdere functies uitvallen of de batterijlading zwak is. – Neem de veiligheidsvoorschriften van lokale resp. nationale instanties voor het veilige en deskundige gebruik van het toestel in acht en draag eventueel voorgeschreven veiligheidsuitrusting (bijv. elektricien-handschoenen). – Voer werkzaamheden in gevaarlijke nabijheid van elektrische installaties niet alleen uit en uitsluitend volgens de instructies van een verantwoordelijke elektromonteur. – Het meettoestel vervangt geen tweepolige controle van de spanningsvrijheid. Aanvullende opmerking voor het gebruik Neem bij werkzaamheden in de buurt van elektrische installaties altijd de van toepassing zijnde technische veiligheidsregels in acht, onder andere: 1. Vrijschakelen, 2. Tegen hernieuwd inschakelen beveiligen, 3. Spanningsvrijheid tweepolig controleren, 4. Aarden en kortsluiten, 5. Aangrenzende, spanningvoerende onderdelen beveiligen en afdekken. Veiligheidsinstructies Omgang met elektromagnetische straling – Plaatselijke gebruiksbeperkingen, bijv. in ziekenhuizen, in vliegtuigen, op pompstations of in de buurt van personen met een pacemaker, moeten in acht worden genomen. Een gevaarlijk effect op of storing van en door elektronische apparaten is mogelijk. – Bij de toepassing in de buurt van hoge spanningen of hoge elektromagnetische wisselvelden kan de meetnauwkeurigheid negatief worden beïnvloed. – Voorzorgsmaatregelen: Gebruik geen andere CenterScanner Plus binnen een afstand van 10 m. Gebruik geen elektronische zendapparatuur of elektrische motoren in de buurt. 14 NL CenterScanner Plus Veiligheidsinstructies Omgang met radiografische straling – Het meettoestel is uitgerust met een radiografische interface. – Het meettoestel voldoet aan de voorschriften en grenswaarden voor de elektromagnetische compatibiliteit volgens de radio-apparatuurrichtlijn 2014/53/EU (RED). – Bij dezen verklaart Umarex GmbH & Co. KG dat het radiografische installatietype CenterScanner Plus voldoet aan de wettelijke eisen en verdere bepalingen van de Europese radio-apparatuurrichtlijn 2014/53/EU (RED). De volledige tekst van de EU-verklaring van overeenstemming is beschikbaar onder het volgende internetadres: http://laserliner.com/info?an=cescapl Zender TX Ontvanger RECV Zender TX 7 1 8 2 3 9 4 10 5 11 1 Markeringsopening 2 Ledindicatoren metaaldetectie 3 Ledindicatoren spanningsdetectie 4 Led-batterijlading 5 Apparaat aan/uit / Geluid aan/uit 6 Batterijvakje (achterzijde) Ontvanger RECV 7 Ledindicatoren voor de positionering 8 Markeringsopening 9 Ledindicator boordiepte 10 Led-batterijlading 11 Apparaat aan/uit 6 12 12 Batterijvakje (achterzijde) 1 Batterijen plaatsen Zender TX en Ontvanger RECV Open het batterijvakje en plaats de batterijen overeenkomstig de installatiesymbolen. Let daarbij op de juiste polariteit. NL 15 2 Apparaat aan/uit / Geluid aan/uit Zender TX Ontvanger RECV ON Geluid uit 2 sec Geluid aan ON OFF 1 sec OFF 2 sec 2 sec 2 sec 3 Boorpunt bepalen a b c 1. Z ender TX met de speciale, hechtende massa aan de achterkant vast tegen de wand of onder het plafond hangend op het gewenste boorpunt positioneren (zie afb. a). 2. Zender TX en ontvanger RECV inschakelen. 3. D  e ontvanger RECV over de tegenoverliggende zijde van de wand / het plafond bewegen (zie afb. b). De ledindicatoren voor de positionering (7) geven de bewegingsrichting aan met behulp van rode pijlen. Groene vierkanten geven de overeenstemmende positie van de zender TX en de ontvanger RECV aan. 4. A  ls de vier groene vierkanten branden is de positionering voltooid. Na het aftekenen van het boorpunt (zie afb. C) neemt u het apparaat van de wand / het plafond en voert u de boring uit. ! De apparaten dienen vóór het boren van de wand / het plafond te worden verwijderd. Het boren door de markeringsopeningen geschiedt op eigen risico! Boordiepte > 150 cm bepalen De ledindicatoren voor de positionering (7) zijn geschikt voor de bepaling van een boordiepte tot 150 cm. Bij afstanden > 150 cm kan het boorpunt door de berekening van de minimale boordiepte led-indicatoren met behulp van het lc-display (9). Daarvoor de ontvanger in X- en Y-as over de wand bewegen en de posities bij het bereiken van de betreffende minimale boordiepteindicatie vanuit alle vier richtingen (rechts, links, boven, beneden naar het denkbeeldige midden) markeren. De vier markeringen bevinden zich in een coördinatenstelsel (X-/Y-as) en het middelpunt komt overeen met het gezochte boorpunt. 16 NL CenterScanner Plus 4 Metaal zoeken Het apparaat detecteert verdekt liggend metaal in alle niet-metalen materialen zoals bijv. steen, beton, estrik, hout, gipsvezelplaten, gasbeton, keramische en minerale bouwstoffen. d e 1. A  pparaat inschakelen en langzaam over het oppervlak bewegen (zie afb. d). De ledindicatoren (2) geven melding als metaal in de buurt is. Bij volle uitslag markeert u het punt. 2. Stap 1 herhalen (zie afb. e). 5 Spanningslokalisatie Lokaliseren van spanningvoerende leidingen direct onder pleisterwerk resp. houtpanelen en andere niet-metalen bekistingen. Spanningvoerende leidingen in droogbouwmuren met metalen regelwerk worden niet gedetecteerd. f Apparaat inschakelen en langzaam over het oppervlak bewegen (zie afb. f). De ledindicatoren (3) geven melding als een spanningvoerende leiding in de buurt is. 6 Offset-meting g h i 1. D  e zender TX naar een gedeelte bewegen waarin geen metaal voorhanden is en vervolgens de afstand meten tussen de zender TX en het geplande boorpunt (zie afb. g). 2. M  et de ontvanger RECV aan de andere kant de positie van de zender TX bepalen (zie afb. h). 3. D  e gemeten afstand (stap 1) in de richting van het geplande boorpunt overdragen (zie afb. i). NL 17 7 Meerpuntsmeting j k 1. M  inimaal twee, bij voorkeur vier referentiepunten op exact dezelfde afstand van het geplande boorpunt markeren (zie afb. j). 2. H  et correcte boorpunt bevindt zich in het geometrische middelpunt van de referentiepunten (zie afb. k). Tip: storingen door metaal kunnen ertoe leiden dat het boorpunt niet kan worden gelokaliseerd. In deze zelden optredende gevallen schakelen de vier vierkante ledindicatoren op geen punt in. De tolerantie van de ontvanger RECV kan worden verhoogd door het indrukken van de Aan-/Uit-toets (11). De selectie wordt bevestigd door een langer akoestisch signaal. Door het hernieuwd indrukken van de Aan-/Uit-toets (11) of het uitschakelen van het apparaat schakelt het apparaat terug naar de normale bedrijfsmodus. ! Het gebruik in de modus met verhoogde tolerantie heeft tot gevolg dat de nauwkeurigheid bij de positionering van het boorpunt iets afneemt. 8 Hoekmetingen Als een rechte plaatsing en uitlijning niet mogelijk is, zoals bij het boren onder een hoek, kan de uitlijning worden uitgevoerd met behulp van twee identieke, wigvormige steunen. De hoeken van de wiggen moeten overeenstemmen met de geplande boorhoek. l m 1. E en wig onder de zender TX en een onder de ontvanger RECV plaatsen en waarborgen dat de middellijn van de beide apparaten in de richting van het geplande boorpunt wijst (zie afb. I). 2. Boringen uitvoering (zie afb. m). ! Wiggen met verschillend grote hoeken kunnen verkeerde resultaten opleveren. Altijd identieke wiggen gebruiken! Opmerkingen inzake onderhoud en reiniging Reinig alle componenten met een iets vochtige doek en vermijd het gebruik van reinigings-, schuur- en oplosmiddelen. Verwijder de batterij(en) voordat u het apparaat gedurende een langere tijd niet gebruikt. Bewaar het apparaat op een schone, droge plaats. 18 NL CenterScanner Plus Technische gegevens (Technische veranderingen voorbehouden. 10.17) CenterScanner Plus RECV Indicatoren 13 leds, akoestisch waarschuwingssignaal Ledindicator 3 x 7-segment Meetdiepte Positieherkenning: 2 - 150 cm wanddikte Diepte-indicatie: 2 - 200 cm boordiepte Nauwkeurigheid karakteristiek 3 % van de meetdiepte Bedrijfsduur ca. 20 h Werkomstandigheden -30°C … 40°C, Luchtvochtigheid max. 85% rH, niet-condenserend, Werkhoogte max. 2000 m boven NAP (Nieuw Amsterdams Peil) Opslagvoorwaarden -20°C … 60°C, Luchtvochtigheid max. 85% rH Bedrijfsgegevens radiografische module Frequentieband 1: ISM band 433,95 MHz Bandbreedte: 0,05 Mhz Ontvangercategorie: 3 Stroomvoorziening 3 x 1,5 V alkalibatterij (type AAA) Afmetingen (B x H x D) 75 x 172 x 28 mm Gewicht (incl. batterijen) 210 g CenterScanner Plus TX Indicatoren 11 leds, akoestisch waarschuwingssignaal Bedrijfsduur ca. 12 h Werkomstandigheden -20°C … 40°C, Luchtvochtigheid max. 85% rH, niet-condenserend, Werkhoogte max. 2000 m boven NAP (Nieuw Amsterdams Peil) Opslagvoorwaarden -20°C … 60°C, Luchtvochtigheid max. 85% rH Bedrijfsgegevens radiografische module Frequentieband 1: ISM band 433,95 MHz Zendvermogen: < -13 dBmW Bandbreedte: 0,05 Mhz Stroomvoorziening 3 x 1,5 V alkalibatterij (type AAA) Afmetingen (B x H x D) 75 x 172 x 28 mm Gewicht (incl. batterijen) 200 g EU-bepalingen en afvoer Het apparaat voldoet aan alle van toepassing zijnde normen voor het vrije goederenverkeer binnen de EU. Dit product is een elektrisch apparaat en moet volgens de Europese richtlijn voor oude elektrische en elektronische apparatuur gescheiden verzameld en afgevoerd worden. Verdere veiligheids- en aanvullende instructies onder: http://laserliner.com/info?an=cescapl NL 19
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68

Laserliner CenterScanner Plus de handleiding

Type
de handleiding