
57
NL
Aanvullende informatie
De middenluidspreker geeft geen geluid.
, Zorg dat de klankbeeldfunctie is ingeschakeld
(druk op de SOUND FIELD – MODE toets).
, Kies een klankbeeld met de term “cinema” of
“virtual” in de naam (zie blz. 33 t/m 35).
, Stel de geluidssterkte van de luidsprekers
evenwichtig in (zie blz. 22).
,
Zorg dat de formaatparameter voor de middenluidspreker
is ingesteld op “SMALL” of “LARGE” (zie blz. 20).
De achterluidsprekers geven niet of nauwelijks geluid.
, Zorg dat de klankbeeldfunctie is ingeschakeld
(druk op de SOUND FIELD – MODE toets).
, Kies een klankbeeld met de term “cinema” of
“virtual” in de naam (zie blz. 33 t/m 35).
, Stel de geluidssterkte van de luidsprekers
evenwichtig in (zie blz. 22).
,
Zorg dat de formaatparameter voor de achterluidsprekers
is ingesteld op “SMALL” of “LARGE” (zie blz. 20).
Het geluid wordt niet met akoestiekeffect weergegeven.
, Zorg dat de klankbeeldfunctie is ingeschakeld
(druk op de SOUND FIELD – MODE toets).
,
Zorg bij gebruik van twee paar voorluidsprekers dat de
SPEAKERS keuzeschakelaar is ingesteld op de
luidsprekers A of B (niet op A+B, voor beide tegelijk).
Het opnemen lukt niet.
, Controleer of alle audio/video-apparatuur naar
behoren is aangesloten.
,
Stel met de FUNCTION knop in op de gewenste geluidsbron.
,
Bij het opnemen van een digitale geluidsbron dient u de
INPUT MODE ingangssignaal-keuzetoets op “ANALOG”
te zetten (zie blz. 27) voor u gaat opnemen met een
opname-apparaat dat is aangesloten op de analoge MD/
DAT of TAPE uitgangsaansluitingen (op de STR-DB940) of
de MD/TAPE aansluitingen (op de STR-DB840).
,
Bij het opnemen van een digitale geluidsbron dient u de
INPUT MODE ingangssignaal-keuzetoets op “DIGITAL” te
zetten (zie blz. 27) voor u gaat opnemen met een opname-
apparaat dat is aangesloten op de DIGITAL MD/DAT OUT
uitgangsaansluitingen (op de STR-DB940) of de DIGITAL
MD/TAPE OUT aansluitingen (op de STR-DB840).
Het afstemmen op een radiozender lukt niet.
, Controleer of de antennes goed zijn aangesloten.
Verstel zonodig de stand van de antennes en sluit
een buitenantenne aan.
, Mogelijk is de signaalsterkte te gering voor
ontvangst (bij gebruik van de automatische
zoekafstemming). Gebruik de directe afstemming.
,
Zorg dat het afsteminterval juist is ingesteld (voor direct
afstemmen op AM radiozenders) (zie blz. 45 en 59).
,
Er zijn nog geen zenders vooringesteld of de vastgelegde
voorkeurzenders zijn uit het geheugen gewist (bij
gebruik van de geheugenafstemming). Leg de gewenste
zenders in het afstemgeheugen vast (zie blz. 46).
, Druk op de DISPLAY toets zodat de
afstemfrequentie in het uitleesvenster verschijnt.
De RDS informatiefuncties werken niet.*
,
Controleer of de tuner/versterker wel is afgestemd
op een RDS informatiezender op de FM afstemband.
, Stem af op een krachtiger FM RDS zender.
De radio-uitzending wordt onderbroken door een
andere zender of de tuner begint automatisch
naar zenders te zoeken.*
,
De EON overschakelfunctie is in werking getreden.
Zorg dat de EON functie is uitgeschakeld als u niet
wilt dat een geluidsbron of uitzending van een
gekozen radiozender wordt onderbroken.
De gewenste RDS informatie verschijnt niet in
het uitleesvenster.*
, Neem contact op met de radiozender en informeer
of deze wel of geen RDS signalen uitzendt. Ook
zenders die gewoonlijk wel RDS informatie
uitzenden kunnen deze soms tijdelijk buiten
werking stellen.
Er wordt niets aangegeven in het uitleesvenster.
, Als het uitleesvenster onmiddellijk na het
inschakelen van de tuner/versterker dooft, druk
dan op de DIMMER toets om de
helderheidsinstelling te wijzigen.
Op het TV-scherm is geen beeld of slechts een
onduidelijk beeld zichtbaar.
, Stel de tuner/versterker op de juiste beeld/
geluidsbron in.
, Stel het TV-toestel in op de gewenste
beeldweergave.
, Zet het TV-toestel iets verder van de audio-
apparatuur vandaan.
De afstandsbediening werkt niet.
, Richt de afstandsbediening recht op de
afstandsbedieningssensor voorop de tuner/
versterker.
, Verwijder eventuele obstakels tussen de
afstandsbediening en de tuner/versterker.
, Als de batterijen in de afstandsbediening leeg
kunnen zijn, vervangt u ze dan alle door nieuwe.
, Controleer of u wel de juiste toets op de
afstandsbediening hebt ingedrukt.
,
Als de afstandsbediening staat ingesteld op bediening
van alleen het TV-toestel, kies dan eerst met de
component-keuzetoets op de afstandsbediening een
andere beeld/geluidsbron dan de TV, dan kunt u daarna
het gewenste apparaat bedienen.
* Alleen voor de modellen met landcode CED.
Pagina’s met aanwijzingen voor het wissen
van het geheugen van de tuner/versterker
Voor wissen van Leest u
Het gehele geheugen pagina 18
De zelf aangepaste klankbeelden pagina 41