DeWalt DW0851 Handleiding

Type
Handleiding
INSTRUCTIEHANDLEIDING
DeWALT Industrial Tool Co., D-65510 Idstein, Germany
(March 2017) Onderdeelnr. 79002845 Copyright © 2017 DeWALT
DW0851
Zelfnivellerende 5 stralen-puntlaser
ALS U VRAGEN OF OPMERKINGEN OVER DIT INSTRUMENT OF EEN ANDER DEWALT-
INSTRUMENT HEBT, KUNT U ONS GRATIS BELLEN VIA: 1-800-4-DEWALT (1-800-433-9258).
Veiligheid
WAARSCHUWING: Teneinde het risico op letsel te reduceren, dient u de
veiligheidshandleiding die met uw product is meegeleverd te lezen. U kunt de handleiding
ook online bekijken via www.DeWALT.eu.
Het gebruik van bedieningselementen, het maken van aanpassingen of het uitvoeren van
procedures die afwijken van de bedieningselementen, aanpassingen of procedures die in dit
document worden beschreven, kan leiden tot gevaarlijke blootstelling aan straling.
WAARSCHUWINGSLABELS
Voor uw gemak en veiligheid, is het volgens label op uw laser aangebracht.
LET OP: LASERSTRALING - NIET IN DE STRAAL STAREN. KLASSE 2-LASERPRODUCT.
Laserinformatie
De DW0851-laser is een product van klasse 2 dat voldoet aan 21 CFR 1040.10 en 1040.11 met
uitzondering van afwijkingen conform laserkennisgeving nr. 50, gedateerd 24 juni 2007.
PRODUCTOVERZICHT
Het DW0851-laserinstrument is zelfnivellerend en kan worden gebruikt voor horizontale (waterpas),
verticale (loodrechte) en rechthoekige uitlijning. Dit instrument wordt volledig in elkaar gezet geleverd
en is voorzien van functies waarmee u het snel en gemakkelijk kunt opzetten. Vóór het gebruik
zorgen dat u naast de veiligheidshandleiding, ook alle instructies in deze handleiding hebt gelezen
en begrepen.
Specificaties
SPECIFICATIES
Lichtbron Halfgeleidende laserdiode
Lasergolflengte 630–680 nm zichtbaar
Laservermogen < 1,0 mW (per straal) KLASSE 2 LASERPRODUCT
Werkbereik (lijn) ±30’ (10 m)
±100’ (30 m)
Werkbereik (punt) ± 30 inch (10 m)
± 100 inch (30 m) ± 1/8" ved 50' (±3 mm ved 15 m)
Nauwkeurigheid* (horizontaal) ± 1/8 ft bij 50 inch (± 3 mm bij 15 m)
Nauwkeurigheid* (verticaal) ± 1/8 ft bij 50 inch (± 3 mm bij 15 m)
Indicatoren Knipperlampje: batterij bijna op
Knipperende laser:
kantelbereik overschreden
-5 °F til 140 °F (-20 °C til 60 °C)
Stroombron 3 batterijen van AA-formaat (4,5V DC)
Bedrijfstemperatuur 20 °F tot 120 °F (-10 °C tot 50 °C)
Opslagtemperatuur -5 °F tot 140 °F (-20 °C tot 60 °C)
Omgeving Waterbestendig
Toetsenblok, modes en LED.
Aan/uit-schakelaar..
De aan/uit-schakelaar bevindt zich op de achterkant van het instrument, zoals weergegeven in
afbeelding 1 (A). Wanneer de schakelaar (A) zich in de stand UIT/VERGRENDELD bevindt, blijft de
eenheid uitgeschakeld en wordt de pendule vergrendeld.
Wanneer de aan/uit-schakelaar (A) in de stand AAN/ONTGRENDELD staat, is de eenheid
ingeschakeld, wordt de pendule uit de vergrendelde stand gehaald en wordt er een zelfnivellering
uitgevoerd.
Toetsenblok.
Het toetsenblok aan de bovenkant van het instrument, zoals in afbeelding 2 te zien is, voorziet in
activeringstoetsen voor de selectie van laserpunten en/of de lijnfunctie.
Indicator dat de batterij bijna op is.
De DW0851 is uitgerust met een indicator op het toetsenblok die aangeeft wanneer de batterij bijna
op is (zie afbeelding 2). Het indicatorlampje bevindt zich op het toetsenblok. Wanneer het lampje
knippert, zijn de batterijen bijna op en moeten ze worden vervangen. De laser blijft mogelijk nog even
werken terwijl het laatste restje stroom uit de batterijen wordt gehaald. Nadat er nieuwe batterijen
zijn geplaatst en wanneer de laser weer is ingeschakeld, blijft het indicatorlampje groen branden.
Niet waterpas-indicator
De DW0851 is uitgerust met een niet waterpas-indicator op het toetsenblok (zie afbeelding 2).
Wanneer
het kantelbereik (hoek > 4°) is overschreden, beginnen zowel de LED als de laserstraal te knipperen.
De knipperstraal duidt aan dat het kantelbereik is overschreden en dat het instrument NIET
WATERPAS (OF LOODRECHT) IS EN NIET MAG WORDEN GEBRUIKT VOOR HET BEPALEN OF
MARKEREN VAN EEN WATERPASPUNT (OF LOODRECHT PUNT). Probeer de laser op een egaler
oppervlak neer te zetten.
Batterijen en vermogen
Voor uw laserinstrument zijn 3 x AA-batterijen nodig. (B)
Gebruik alleen nieuwe, hoogwaardige batterijen voor de beste resultaten.
Zorg dat de batterijen goed werken. Als het indicatorlampje aangeeft dat de batterijen bijna op
zijn, moet u ze vervangen.
U kunt de levensduur van de batterijen verlengen door de laser uit te zetten als u hem niet
gebruikt en geen laserstralen markeert.
Opzetten
DE LASER WATERPAS MAKEN
Dit instrument biedt zelfnivellering. Het is in de fabriek gekalibreerd om automatisch de loodlijn te
vinden, zolang het instrument op een egaal oppervlak binnen een hoek van 4° staat. Zolang het
instrument correct is gekalibreerd, hoeven er geen handmatige aanpassingen te worden uitgevoerd.
Als u zeker wilt weten dat uw werk nauwkeurig is, controleert u regelmatig of uw laser nog correct
is gekalibreerd. Zie Kalibratietest ter plaatse.
Voordat u probeert de laser in gebruik te nemen, moet u controleren of de eenheid stevig is
neergezet op een glad, egaal oppervlak.
Markeer altijd het midden van de punt of het patroon dat door de laser wordt gecreëerd.
Door extreme temperatuurveranderingen kunnen interne onderdelen zich soms verplaatsen.
Dit heeft gevolgen voor de nauwkeurigheid. Controleer tijdens het werken regelmatig of het
instrument nog nauwkeurig is. Zie Kalibratietest ter plaatse.
Als u de laser laat vallen, moet u controleren of uw laser nog goed is gekalibreerd. Zie
Kalibratietest ter plaatse.
BEDIENING
De laser in- en uitschakelen (afb. 3)
Plaats de uitgeschakelde laser op een stabiel, egaal oppervlak. Schakel de laser in door de
aan/uit-schakelaar (A) naar de stand AAN/ONTGRENDELD te schuiven.
Schakel de gewenste functie in of uit met behulp van het toetsenblok (C) dat zich bovenop
het instrument bevindt. Wanneer op de 'PUNT'-knop wordt gedrukt, worden er vijf stralen
geprojecteerd: een straal omhoog (D), een straal omlaag (E), een straal horizontaal naar links,
een straal horizontaal naar rechts (G) en een straal recht vooruit (H).
Er verschijnt een horizontale streep vanaf het venster aan de achterkant wanneer op de knop
'LIJN' wordt gedrukt.
U schakelt de laser weer uit door de aan/uit-schakelaar (A) in de vergrendelde stand te
schuiven.
De DW0851 is uitgerust met een vergrendeld pendulemechanisme. Deze functie wordt pas
geactiveerd wanneer de laser wordt uitgeschakeld.
Gebruik van de laser
De stralen zijn waterpas of loodrecht zolang de kalibratie is gecontroleerd (zie Kalibratietest ter
plaatse) en de laserstraal knippert niet (zie Niet waterpas-indicator).
Het instrument kan worden gebruikt om punten over te brengen met behulp van een willekeurige
combinatie van vijf stralen en/of een horizontale lijn.
TIPS VOOR DE BEDIENING
Als u zeker wilt weten dat uw werk nauwkeurig is, controleert u regelmatig of uw laser nog correct
is gekalibreerd. Zie Kalibratietest ter plaatse.
Als u vragen of opmerkingen hebt, kunt u contact met ons opnemen.
1-800-4-DeWALT • www.dewalt.eu
NL
Voordat u probeert de laser in gebruik te nemen, moet u controleren of de eenheid stevig is
neergezet op een glad, egaal oppervlak.
Markeer altijd het midden van de punt of het patroon dat door de laser wordt gecreëerd.
Door extreme temperatuurveranderingen kunnen interne onderdelen zich soms verplaatsen.
Dit heeft gevolgen voor de nauwkeurigheid. Controleer tijdens het werken regelmatig of het
instrument nog nauwkeurig is. Zie Kalibratietest ter plaatse.
Als u de laser laat vallen, moet u controleren of uw laser nog goed is gekalibreerd. Zie
Kalibratietest ter plaatse
GEÏNTEGREERDE MAGNETISCHE DRAAIBEUGEL (AFB. 1 & 3)
De DW0851 is uitgerust met een magnetische draaibeugel (I) die permanent op de eenheid is
aangebracht. Via deze beugel kan de eenheid worden bevestigd op elk willekeurige stalen of
ijzeren oppervlak met behulp van de magneten (J) die zich op de achterkant van de draaibeugel
bevinden. Veelvoorkomende voorbeelden van geschikte oppervlakken zijn onder meer stalen
framestutten, stalen deurposten en structurele stalen balken. Plaats de laser op een stabiel
oppervlak.
LET OP: Ga niet onder de laser staan wanneer deze is bevestigd met de magnetische
draaibeugel. Als de laser valt, kan dit leiden tot ernstig persoonlijk letsel of schade aan de laser.
De draaibeugel zorgt tevens voor vloerruimte (ongeveer 44,5 mm). Dit helpt bij de installatie van
de stalen framerails.
DE LASER MET ACCESSOIRES GEBRUIKEN
De laser is uitgerust met zowel een vrouwelijke draad van 1/4" x 20 als een vrouwelijke draad
van 5/8" x 11 aan de onderkant van de eenheid. Deze snoeren mogen worden gebruikt
om bestaande of toekomstige DEWALT-accessoires aan te sluiten. Gebruik alleen DEWALT-
accessoires gespecificeerd voor gebruik met dit product. Volg de instructies die bij de accessoires
zijn bijgesloten.
WAARSCHUWING: Aangezien accessoires die niet door DeWALT worden aangeboden, niet
met dit product zijn getest, kan het gebruik van dergelijke accessoires met dit instrument gevaarlijk
zijn. Gebruik daarom om het risico op letsel te minimaliseren, alleen door DeWALT aanbevolen
accessoires met dit product.
De accessoires die voor uw instrument worden aanbevolen, zijn tegen extra kosten verkrijgbaar bij
uw plaatselijke dealer of een geautoriseerd servicecenter. Als u hulp nodig hebt bij het vinden van
accessoires, neemt u contact op met DeWALT Industrial Tool Co., D-65510 Idstein, Germany, call
1-800-4-DeWALT (1-800-433-9258) of bezoekt u onze website: www.DeWALT.eu.
Kalibratietest ter plaatse
CONTROLE VAN DE NAUWKEURIGHEID - LOODRECHT (AFB. 5 - 6)
De meest nauwkeurige manier om de loodrechte kalibratie van de laser te bepalen, is wanneer er
een aanzienlijke hoeveelheid verticale hoogte beschikbaar is, in het ideale geval 25' (7,5 m). Een
persoon zorgt op de grond voor plaatsing van de laser en iemand anders markeert de punt die
door de straal op het plafond wordt gecreëerd (afb. 5). Het is belangrijk dat de kalibratiecontrole
wordt uitgevoerd met een afstand die niet korter is dan de afstand van de toepassingen waarvoor
u het instrument gaat gebruiken.
1. Begin met het markeren van een punt op de vloer.
2. Plaats de laser zodanig dat de puntstraal op het op de vloer gemarkeerde punt wordt
gecentreerd.
3. Wacht even totdat de laser de loodrechte lijn heeft gevonden en markeer het midden van de
punt dat door de omhoog gerichte straal wordt gecreëerd.
4. Draai de laser 180° (zoals in afb. 6 wordt weergegeven) en zorg hierbij dat de omlaag gerichte
puntstraal nog steeds is gecentreerd op het punt dat hiervoor op de vloer werd gemarkeerd.
5. Wacht even totdat de laser de loodrechte lijn heeft gevonden en markeer het midden van de
punt dat door de omhoog gerichte straal wordt gecreëerd.
Als de meting tussen de twee markeringen groter is dan hieronder wordt weergegeven, is de
kalibratie van de laser niet langer correct.
Afstand tussen muren Meting tussen markeringen
1/16" (1.5 mm)
30' (9 m) 5/32" (4 mm)
50' (15 m) 1/4" (6 mm)
CONTROLE VAN DE NAUWKEURIGHEID - WATERPAS (AFB. 7 - 10)
Voor het controleren van de waterpaskalibratie van de lasereenheid zijn twee evenwijdige muren
op een afstand van minimaal 20" (6 m) van elkaar nodig. Het is belangrijk dat de kalibratiecontrole
wordt uitgevoerd met een afstand die niet korter is dan de afstand van de toepassingen waarvoor
u het instrument gaat gebruiken.
1. Plaats de eenheid 2' - 3' (5-8 cm) vanaf de eerste muur, naar de muur gericht (afb. 7).
2. Markeer de positie van de straal op de eerste muur.
3. Draai de eenheid 180˚ en markeer de positie van de straal op de tweede muur (afb. 8).
4. Plaats de eenheid 2" - 3" (5-8 cm) vanaf de tweede muur, naar de muur gericht (afb. 9).
5. Pas de hoogte van de eenheid aan totdat de straal op de markering uit stap 3 is gericht.
6. Draai de eenheid 180˚ en richt de straal op een punt in de buurt van de markering op de
eerste muur uit stap 2 (afb. 10).
7. Meet de verticale afstand tussen de straal en de markering.
8. Als de afmeting groter is dan de hieronder weergegeven waarden, moet de laser worden
gerepareerd bij een geautoriseerd servicecenter.
Herhaal stap 1 tot en met 8 voor controle van de vooruit gerichte straal, de naar links gerichte
straal, de naar rechts gerichte straal en de naar achteren gerichte straal.
Afstand tussen muren Meting tussen markeringen
1/16" (1.5 mm)
30' (9 m) 5/32" (4 mm)
50' (15 m) 1/4" (6 mm)
WATERPASCONTROLE VAN EEN RECHTHOEKIGE STRAAL MET EEN NAUWKEURIGHEID
VAN 90° (AFB. 11A–D)
Zie afbeelding 11 voor de locatie van de DW0851 bij elke stap en voor de locatie van de
markeringen die bij elke stap worden aangebracht. Alle markeringen kunnen op de vloer worden
aangebracht door een trefplaatje voor de waterpas- of rechthoekige straal te plaatsen en de
locatie naar de vloer over te brengen.
1. Zoek een ruimte die minimaal 35" (10 m) lang is. Markeer een punt (K) op de vloer aan één
uiteinde van de vloer (afb. 11A).
2. Stel de laser zodanig op dat de omlaag gerichte straal over punt K schijnt. Zorg dat de
vooruit gerichte waterpas straal naar het uiterste einde van de ruimte wijst (afb. 11A).
3. Markeer met behulp van een trefplaatje een punt (L) op de vloer in het midden van de ruimte
om de locatie van de vooruit gerichte waterpas straal naar de vloer over te brengen (afb.
11A).
4. Markeer een punt (M) aan het uiterste einde of breng de locatie van de vooruit gerichte
waterpas straal over naar de vloer (afb. 11A).
5. Verplaats de DW0851 naar punt L en lijn de vooruit gerichte waterpas straal nogmaals uit
met punt M (afb. 11B).
6. Markeer de locatie van twee rechthoekige stralen als N en O op de vloer.
OPMERKING: Om te zorgen voor precisie, moeten de afstanden tussen K en L, L en
M, L en N en L en O gelijk zijn aan elkaar.
7. Draai de DW0851 90°, zodat de vooruit gerichte waterpas straal wordt uitgelijnd met punt N
(afb. 11C).
8. Markeer de locatie van een eerste rechthoekige straal (P) op de vloer, zo dicht mogelijk bij
punt K (afb. 11C).
9. Meet de afstand tussen punt K en P (afb. 11C). Als de afmeting groter is dan de waarden
die in de onderstaande grafiek worden weergegeven, moet de laser worden gerepareerd bij
een geautoriseerd servicecenter.
10. Draai nu de DW0851 90°, zodat de vooruit gerichte waterpas straal wordt uitgelijnd met punt
O (afb. 11D).
11. Markeer de locatie van een tweede rechthoekige straal (Q) op de vloer, zo dicht mogelijk bij
punt K (afb. 11D).
12. Meet de afstand tussen punt K en Q (afb. 11D). Als de afmeting groter is dan de waarden
die in de onderstaande grafiek worden weergegeven, moet de laser worden gerepareerd bij
een geautoriseerd servicecenter.
Afstand tussen muren Meting tussen markeringen
1/16" (1.5 mm)
30' (9 m) 5/32" (4 mm)
50' (15 m) 1/4" (6 mm)
CONTROLE VAN DE NAUWKEURIGHEID - HORIZONTALE STRAAL, SCANRICHTING
(AFB. 6)
Voor het controleren van de horizontale scankalibratie van de laser zijn twee muren met een
tussenafstand van 30' (9 m) nodig. Het is belangrijk dat de kalibratiecontrole wordt uitgevoerd met
een afstand die niet korter is dan de afstand van de toepassingen waarvoor u het instrument gaat
gebruiken.
1. Bevestig de laser met behulp van een draaibeugel aan een muur. Zorg dat de laser recht
vooruit is gericht.
2. Schakel de horizontale straal van de laser in en draai de laser ongeveer 45˚, zodat het uiteinde
van de laserlijn helemaal aan de rechterkant de tegenoverliggende muur kruist op een afstand
van minimaal 30’ (9 m). Markeer het midden van de straal (a).
3. Draai de laser ongeveer 90˚ om het uiteinde van de laserlijn helemaal aan de linkerkant te
verplaatsen naar een gebied rondom de markering die in stap 2 is gemaakt. Markeer het
midden van de straal (b).
4. Meet de verticale afstand tussen de markeringen.
5. Als de afmeting groter is dan de hieronder weergegeven waarden, moet de laser worden
gerepareerd bij een geautoriseerd servicecenter.
Afstand tussen muren Meting tussen markeringen
1/16" (1.5 mm)
30' (9 m) 5/32" (4 mm)
50' (15 m) 1/4" (6 mm)
CONTROLE VAN DE NAUWKEURIGHEID - HORIZONTALE STRAAL, GRAADRICHTING
(AFB. 7)
Voor het controleren van de horizontale graadkalibratie van de laser is één muur met een lengte
van minimaal 30' (9 m) nodig. Het is belangrijk dat de kalibratiecontrole wordt uitgevoerd met een
afstand die niet korter is dan
de afstand van de toepassingen waarvoor u het instrument gaat gebruiken.
1. Bevestig de laser aan één uiteinde van een muur met behulp van een draaibeugel.
2. Schakel de horizontale straal van de laser in en draai de laser naar het tegenovergestelde
uiteinde van de muur, ongeveer evenwijdig aan de naastgelegen muur.
3. Markeer het midden van de straal op twee plaatsen (c, d) die minimaal 30' (9 m) van elkaar
verwijderd zijn.
4. Verplaats de laser naar het tegenovergestelde uiteinde van de muur.
5. Schakel de horizontale straal van de laser in en draai de laser naar het eerste uiteinde van de
muur, ongeveer evenwijdig aan de naastgelegen muur.
6. Pas de hoogte van de laser zodanig aan dat het midden van de straal wordt uitgelijnd met de
dichtstbijzijnde markering (d).
7. Markeer het midden van de straal (e) direct boven of onder de verst gelegen markering (c).
8. Meet de afstand tussen deze twee markeringen (c, e).
9. Als de afmeting groter is dan de hieronder weergegeven waarden, moet de laser worden
gerepareerd bij een geautoriseerd servicecenter.
Afstand tussen muren Meting tussen markeringen
1/16" (1.5 mm)
30' (9 m) 5/32" (4 mm)
50' (15 m) 1/4" (6 mm)
Problemen oplossen
HET LUKT NIET OM DE LASER IN TE SCHAKELEN
Controleer of de batterijen zijn geplaatst overeenkomstig de (+) en (-)-markeringen op het deksel
van het batterijencompartiment.
Controleer of de batterijen goed werken. Probeer bij twijfel nieuwe batterijen te plaatsen.
• Zorg dat de contactpunten van de batterijen schoon zijn, en geen roest of corrosie bevatten.
Zorg dat de waterpas van de laser droog is en gebruik alleen nieuwe, hoogwaardige batterijen
om de kans op lekkage van batterijen te verkleinen.
Als de laser in extreem hete temperaturen wordt opgeslagen, laat u de laser eerst afkoelen.
DE LASERSTRALEN KNIPPEREN (AFB. 4)
De DW0851-laser is ontworpen voor zelfnivellering tot 4° in alle richtingen bij plaatsing volgens
de weergave in afbeelding 4. Als de laser zodanig wordt gekanteld dat het interne mechanisme
geen loodlijn kan vinden, gaan de laserstralen knipperen. Dit betekent dat het kantelbereik is
overschreden. DE KNIPPERSTRALEN DIE DOOR DE LASER WORDEN GECREËERD, ZIJN
NIET WATERPAS OF LOODRECHT EN MOGEN DUS NIET WORDEN GEBRUIKT VOOR HET
BEPALEN OF MARKEREN VAN EEN WATERPASPUNT (OF LOODRECHT PUNT). Probeer de
laser op een egaler oppervlak neer te zetten.
DE LASERSTRALEN KOMEN NIET TOT STILSTAND
De DW0851 is een precisie-instrument. Als de eenheid dus niet op een stabiel (en bewegingloos)
oppervlak wordt geplaatst, blijft het instrument proberen de loodlijn te vinden. Als de straal niet tot
stilstand komt, probeert u het instrument op een stabieler oppervlak te plaatsen. Zorg tevens dat
het oppervlak relatief egaal is, zodat de laser stabiel is.
*In de specificaties voor de nauwkeurigheid wordt ervan uitgegaan dat de laser wordt geplaatst op
een oppervlak binnen 4° van een waterpas oppervlak.

Documenttranscriptie

NL Specificaties DW0851 Zelfnivellerende 5 stralen-puntlaser INSTRUCTIEHANDLEIDING 1-800-4-DeWALT • www.dewalt.eu Als u vragen of opmerkingen hebt, kunt u contact met ons opnemen. SPECIFICATIES DeWALT Industrial Tool Co., D-65510 Idstein, Germany (March 2017) Onderdeelnr. 79002845 Copyright © 2017 DeWALT ALS U VRAGEN OF OPMERKINGEN OVER DIT INSTRUMENT OF EEN ANDER DEWALTINSTRUMENT HEBT, KUNT U ONS GRATIS BELLEN VIA: 1-800-4-DEWALT (1-800-433-9258). Lichtbron Halfgeleidende laserdiode Lasergolflengte 630–680 nm zichtbaar Laservermogen < 1,0 mW (per straal) KLASSE 2 LASERPRODUCT Werkbereik (lijn) ±30’ (10 m) ±100’ (30 m) Werkbereik (punt) ± 30 inch (10 m) ± 100 inch (30 m) ± 1/8" ved 50' (±3 mm ved 15 m) Nauwkeurigheid* (horizontaal) ± 1/8 ft bij 50 inch (± 3 mm bij 15 m) Nauwkeurigheid* (verticaal) ± 1/8 ft bij 50 inch (± 3 mm bij 15 m) Indicatoren Knipperlampje: batterij bijna op Knipperende laser: kantelbereik overschreden -5 °F til 140 °F (-20 °C til 60 °C) Stroombron 3 batterijen van AA-formaat (4,5V DC) Bedrijfstemperatuur 20 °F tot 120 °F (-10 °C tot 50 °C) Opslagtemperatuur -5 °F tot 140 °F (-20 °C tot 60 °C) Omgeving Waterbestendig Toetsenblok, modes en LED. Aan/uit-schakelaar.. De aan/uit-schakelaar bevindt zich op de achterkant van het instrument, zoals weergegeven in afbeelding 1 (A). Wanneer de schakelaar (A) zich in de stand UIT/VERGRENDELD bevindt, blijft de eenheid uitgeschakeld en wordt de pendule vergrendeld. Wanneer de aan/uit-schakelaar (A) in de stand AAN/ONTGRENDELD staat, is de eenheid ingeschakeld, wordt de pendule uit de vergrendelde stand gehaald en wordt er een zelfnivellering uitgevoerd. Toetsenblok. Het toetsenblok aan de bovenkant van het instrument, zoals in afbeelding 2 te zien is, voorziet in activeringstoetsen voor de selectie van laserpunten en/of de lijnfunctie. Indicator dat de batterij bijna op is. De DW0851 is uitgerust met een indicator op het toetsenblok die aangeeft wanneer de batterij bijna op is (zie afbeelding 2). Het indicatorlampje bevindt zich op het toetsenblok. Wanneer het lampje knippert, zijn de batterijen bijna op en moeten ze worden vervangen. De laser blijft mogelijk nog even werken terwijl het laatste restje stroom uit de batterijen wordt gehaald. Nadat er nieuwe batterijen zijn geplaatst en wanneer de laser weer is ingeschakeld, blijft het indicatorlampje groen branden. Niet waterpas-indicator De DW0851 is uitgerust met een niet waterpas-indicator op het toetsenblok (zie afbeelding 2). Wanneer het kantelbereik (hoek > 4°) is overschreden, beginnen zowel de LED als de laserstraal te knipperen. De knipperstraal duidt aan dat het kantelbereik is overschreden en dat het instrument NIET WATERPAS (OF LOODRECHT) IS EN NIET MAG WORDEN GEBRUIKT VOOR HET BEPALEN OF MARKEREN VAN EEN WATERPASPUNT (OF LOODRECHT PUNT). Probeer de laser op een egaler oppervlak neer te zetten. Veiligheid WAARSCHUWING: Teneinde het risico op letsel te reduceren, dient u de veiligheidshandleiding die met uw product is meegeleverd te lezen. U kunt de handleiding ook online bekijken via www.DeWALT.eu. Het gebruik van bedieningselementen, het maken van aanpassingen of het uitvoeren van procedures die afwijken van de bedieningselementen, aanpassingen of procedures die in dit document worden beschreven, kan leiden tot gevaarlijke blootstelling aan straling. WAARSCHUWINGSLABELS Voor uw gemak en veiligheid, is het volgens label op uw laser aangebracht. Batterijen en vermogen • • • • Voor uw laserinstrument zijn 3 x AA-batterijen nodig. (B) Gebruik alleen nieuwe, hoogwaardige batterijen voor de beste resultaten. Zorg dat de batterijen goed werken. Als het indicatorlampje aangeeft dat de batterijen bijna op zijn, moet u ze vervangen. U kunt de levensduur van de batterijen verlengen door de laser uit te zetten als u hem niet gebruikt en geen laserstralen markeert. Opzetten DE LASER WATERPAS MAKEN Dit instrument biedt zelfnivellering. Het is in de fabriek gekalibreerd om automatisch de loodlijn te vinden, zolang het instrument op een egaal oppervlak binnen een hoek van 4° staat. Zolang het instrument correct is gekalibreerd, hoeven er geen handmatige aanpassingen te worden uitgevoerd. Als u zeker wilt weten dat uw werk nauwkeurig is, controleert u regelmatig of uw laser nog correct is gekalibreerd. Zie Kalibratietest ter plaatse. • Voordat u probeert de laser in gebruik te nemen, moet u controleren of de eenheid stevig is neergezet op een glad, egaal oppervlak. • Markeer altijd het midden van de punt of het patroon dat door de laser wordt gecreëerd. • Door extreme temperatuurveranderingen kunnen interne onderdelen zich soms verplaatsen. Dit heeft gevolgen voor de nauwkeurigheid. Controleer tijdens het werken regelmatig of het instrument nog nauwkeurig is. Zie Kalibratietest ter plaatse. • Als u de laser laat vallen, moet u controleren of uw laser nog goed is gekalibreerd. Zie Kalibratietest ter plaatse. BEDIENING De laser in- en uitschakelen (afb. 3) • • • •  LET OP: LASERSTRALING - NIET IN DE STRAAL STAREN. KLASSE 2-LASERPRODUCT. Laserinformatie De DW0851-laser is een product van klasse 2 dat voldoet aan 21 CFR 1040.10 en 1040.11 met uitzondering van afwijkingen conform laserkennisgeving nr. 50, gedateerd 24 juni 2007. PRODUCTOVERZICHT Het DW0851-laserinstrument is zelfnivellerend en kan worden gebruikt voor horizontale (waterpas), verticale (loodrechte) en rechthoekige uitlijning. Dit instrument wordt volledig in elkaar gezet geleverd en is voorzien van functies waarmee u het snel en gemakkelijk kunt opzetten. Vóór het gebruik zorgen dat u naast de veiligheidshandleiding, ook alle instructies in deze handleiding hebt gelezen en begrepen. Plaats de uitgeschakelde laser op een stabiel, egaal oppervlak. Schakel de laser in door de aan/uit-schakelaar (A) naar de stand AAN/ONTGRENDELD te schuiven. Schakel de gewenste functie in of uit met behulp van het toetsenblok (C) dat zich bovenop het instrument bevindt. Wanneer op de 'PUNT'-knop wordt gedrukt, worden er vijf stralen geprojecteerd: een straal omhoog (D), een straal omlaag (E), een straal horizontaal naar links, een straal horizontaal naar rechts (G) en een straal recht vooruit (H). Er verschijnt een horizontale streep vanaf het venster aan de achterkant wanneer op de knop 'LIJN' wordt gedrukt. U schakelt de laser weer uit door de aan/uit-schakelaar (A) in de vergrendelde stand te schuiven. De DW0851 is uitgerust met een vergrendeld pendulemechanisme. Deze functie wordt pas geactiveerd wanneer de laser wordt uitgeschakeld. Gebruik van de laser De stralen zijn waterpas of loodrecht zolang de kalibratie is gecontroleerd (zie Kalibratietest ter plaatse) en de laserstraal knippert niet (zie Niet waterpas-indicator). Het instrument kan worden gebruikt om punten over te brengen met behulp van een willekeurige combinatie van vijf stralen en/of een horizontale lijn. TIPS VOOR DE BEDIENING Als u zeker wilt weten dat uw werk nauwkeurig is, controleert u regelmatig of uw laser nog correct is gekalibreerd. Zie Kalibratietest ter plaatse. • Voordat u probeert de laser in gebruik te nemen, moet u controleren of de eenheid stevig is neergezet op een glad, egaal oppervlak. • Markeer altijd het midden van de punt of het patroon dat door de laser wordt gecreëerd. • Door extreme temperatuurveranderingen kunnen interne onderdelen zich soms verplaatsen. Dit heeft gevolgen voor de nauwkeurigheid. Controleer tijdens het werken regelmatig of het instrument nog nauwkeurig is. Zie Kalibratietest ter plaatse. • Als u de laser laat vallen, moet u controleren of uw laser nog goed is gekalibreerd. Zie Kalibratietest ter plaatse 7. GEÏNTEGREERDE MAGNETISCHE DRAAIBEUGEL (AFB. 1 & 3) De DW0851 is uitgerust met een magnetische draaibeugel (I) die permanent op de eenheid is aangebracht. Via deze beugel kan de eenheid worden bevestigd op elk willekeurige stalen of ijzeren oppervlak met behulp van de magneten (J) die zich op de achterkant van de draaibeugel bevinden. Veelvoorkomende voorbeelden van geschikte oppervlakken zijn onder meer stalen framestutten, stalen deurposten en structurele stalen balken. Plaats de laser op een stabiel oppervlak. 11.   LET OP: Ga niet onder de laser staan wanneer deze is bevestigd met de magnetische draaibeugel. Als de laser valt, kan dit leiden tot ernstig persoonlijk letsel of schade aan de laser. De draaibeugel zorgt tevens voor vloerruimte (ongeveer 44,5 mm). Dit helpt bij de installatie van de stalen framerails. DE LASER MET ACCESSOIRES GEBRUIKEN De laser is uitgerust met zowel een vrouwelijke draad van 1/4" x 20 als een vrouwelijke draad van 5/8" x 11 aan de onderkant van de eenheid. Deze snoeren mogen worden gebruikt om bestaande of toekomstige DEWALT-accessoires aan te sluiten. Gebruik alleen DEWALTaccessoires gespecificeerd voor gebruik met dit product. Volg de instructies die bij de accessoires zijn bijgesloten. WAARSCHUWING: Aangezien accessoires die niet door DeWALT worden aangeboden, niet met dit product zijn getest, kan het gebruik van dergelijke accessoires met dit instrument gevaarlijk zijn. Gebruik daarom om het risico op letsel te minimaliseren, alleen door DeWALT aanbevolen accessoires met dit product. De accessoires die voor uw instrument worden aanbevolen, zijn tegen extra kosten verkrijgbaar bij uw plaatselijke dealer of een geautoriseerd servicecenter. Als u hulp nodig hebt bij het vinden van accessoires, neemt u contact op met DeWALT Industrial Tool Co., D-65510 Idstein, Germany, call 1-800-4-DeWALT (1-800-433-9258) of bezoekt u onze website: www.DeWALT.eu. Kalibratietest ter plaatse CONTROLE VAN DE NAUWKEURIGHEID - LOODRECHT (AFB. 5 - 6) De meest nauwkeurige manier om de loodrechte kalibratie van de laser te bepalen, is wanneer er een aanzienlijke hoeveelheid verticale hoogte beschikbaar is, in het ideale geval 25' (7,5 m). Een persoon zorgt op de grond voor plaatsing van de laser en iemand anders markeert de punt die door de straal op het plafond wordt gecreëerd (afb. 5). Het is belangrijk dat de kalibratiecontrole wordt uitgevoerd met een afstand die niet korter is dan de afstand van de toepassingen waarvoor u het instrument gaat gebruiken. 1. Begin met het markeren van een punt op de vloer. 2.  Plaats de laser zodanig dat de puntstraal op het op de vloer gemarkeerde punt wordt gecentreerd. 3. Wacht even totdat de laser de loodrechte lijn heeft gevonden en markeer het midden van de punt dat door de omhoog gerichte straal wordt gecreëerd. 4. Draai de laser 180° (zoals in afb. 6 wordt weergegeven) en zorg hierbij dat de omlaag gerichte puntstraal nog steeds is gecentreerd op het punt dat hiervoor op de vloer werd gemarkeerd. 5. Wacht even totdat de laser de loodrechte lijn heeft gevonden en markeer het midden van de punt dat door de omhoog gerichte straal wordt gecreëerd. Als de meting tussen de twee markeringen groter is dan hieronder wordt weergegeven, is de kalibratie van de laser niet langer correct. Afstand tussen muren Meting tussen markeringen 1/16" (1.5 mm) 30' (9 m) 5/32" (4 mm) 50' (15 m) 1/4" (6 mm) CONTROLE VAN DE NAUWKEURIGHEID - WATERPAS (AFB. 7 - 10) Voor het controleren van de waterpaskalibratie van de lasereenheid zijn twee evenwijdige muren op een afstand van minimaal 20" (6 m) van elkaar nodig. Het is belangrijk dat de kalibratiecontrole wordt uitgevoerd met een afstand die niet korter is dan de afstand van de toepassingen waarvoor u het instrument gaat gebruiken. 1. Plaats de eenheid 2' - 3' (5-8 cm) vanaf de eerste muur, naar de muur gericht (afb. 7). 2. Markeer de positie van de straal op de eerste muur. 3. Draai de eenheid 180˚ en markeer de positie van de straal op de tweede muur (afb. 8). 4. Plaats de eenheid 2" - 3" (5-8 cm) vanaf de tweede muur, naar de muur gericht (afb. 9). 5. Pas de hoogte van de eenheid aan totdat de straal op de markering uit stap 3 is gericht. 6. Draai de eenheid 180˚ en richt de straal op een punt in de buurt van de markering op de eerste muur uit stap 2 (afb. 10). 7. Meet de verticale afstand tussen de straal en de markering. 8. Als de afmeting groter is dan de hieronder weergegeven waarden, moet de laser worden gerepareerd bij een geautoriseerd servicecenter. Herhaal stap 1 tot en met 8 voor controle van de vooruit gerichte straal, de naar links gerichte straal, de naar rechts gerichte straal en de naar achteren gerichte straal. Afstand tussen muren Meting tussen markeringen 1/16" (1.5 mm) 30' (9 m) 5/32" (4 mm) 50' (15 m) 1/4" (6 mm) WATERPASCONTROLE VAN EEN RECHTHOEKIGE STRAAL MET EEN NAUWKEURIGHEID VAN 90° (AFB. 11A–D) Zie afbeelding 11 voor de locatie van de DW0851 bij elke stap en voor de locatie van de markeringen die bij elke stap worden aangebracht. Alle markeringen kunnen op de vloer worden aangebracht door een trefplaatje voor de waterpas- of rechthoekige straal te plaatsen en de locatie naar de vloer over te brengen. 1. Zoek een ruimte die minimaal 35" (10 m) lang is. Markeer een punt (K) op de vloer aan één uiteinde van de vloer (afb. 11A). 2. Stel de laser zodanig op dat de omlaag gerichte straal over punt K schijnt. Zorg dat de vooruit gerichte waterpas straal naar het uiterste einde van de ruimte wijst (afb. 11A). 3. Markeer met behulp van een trefplaatje een punt (L) op de vloer in het midden van de ruimte om de locatie van de vooruit gerichte waterpas straal naar de vloer over te brengen (afb. 11A). 4. Markeer een punt (M) aan het uiterste einde of breng de locatie van de vooruit gerichte waterpas straal over naar de vloer (afb. 11A). 5. Verplaats de DW0851 naar punt L en lijn de vooruit gerichte waterpas straal nogmaals uit met punt M (afb. 11B). 6. Markeer de locatie van twee rechthoekige stralen als N en O op de vloer. OPMERKING: Om te zorgen voor precisie, moeten de afstanden tussen K en L, L en M, L en N en L en O gelijk zijn aan elkaar. 8. 9. 10. 12. Draai de DW0851 90°, zodat de vooruit gerichte waterpas straal wordt uitgelijnd met punt N (afb. 11C). Markeer de locatie van een eerste rechthoekige straal (P) op de vloer, zo dicht mogelijk bij punt K (afb. 11C). Meet de afstand tussen punt K en P (afb. 11C). Als de afmeting groter is dan de waarden die in de onderstaande grafiek worden weergegeven, moet de laser worden gerepareerd bij een geautoriseerd servicecenter. Draai nu de DW0851 90°, zodat de vooruit gerichte waterpas straal wordt uitgelijnd met punt O (afb. 11D). Markeer de locatie van een tweede rechthoekige straal (Q) op de vloer, zo dicht mogelijk bij punt K (afb. 11D). Meet de afstand tussen punt K en Q (afb. 11D). Als de afmeting groter is dan de waarden die in de onderstaande grafiek worden weergegeven, moet de laser worden gerepareerd bij een geautoriseerd servicecenter. Afstand tussen muren Meting tussen markeringen 1/16" (1.5 mm) 30' (9 m) 5/32" (4 mm) 50' (15 m) 1/4" (6 mm) CONTROLE VAN DE NAUWKEURIGHEID - HORIZONTALE STRAAL, SCANRICHTING (AFB. 6) Voor het controleren van de horizontale scankalibratie van de laser zijn twee muren met een tussenafstand van 30' (9 m) nodig. Het is belangrijk dat de kalibratiecontrole wordt uitgevoerd met een afstand die niet korter is dan de afstand van de toepassingen waarvoor u het instrument gaat gebruiken. 1. Bevestig de laser met behulp van een draaibeugel aan een muur. Zorg dat de laser recht vooruit is gericht. 2. Schakel de horizontale straal van de laser in en draai de laser ongeveer 45˚, zodat het uiteinde van de laserlijn helemaal aan de rechterkant de tegenoverliggende muur kruist op een afstand van minimaal 30’ (9 m). Markeer het midden van de straal (a). 3. Draai de laser ongeveer 90˚ om het uiteinde van de laserlijn helemaal aan de linkerkant te verplaatsen naar een gebied rondom de markering die in stap 2 is gemaakt. Markeer het midden van de straal (b). 4. Meet de verticale afstand tussen de markeringen. 5. Als de afmeting groter is dan de hieronder weergegeven waarden, moet de laser worden gerepareerd bij een geautoriseerd servicecenter. Afstand tussen muren Meting tussen markeringen 1/16" (1.5 mm) 30' (9 m) 5/32" (4 mm) 50' (15 m) 1/4" (6 mm) CONTROLE VAN DE NAUWKEURIGHEID - HORIZONTALE STRAAL, GRAADRICHTING (AFB. 7) Voor het controleren van de horizontale graadkalibratie van de laser is één muur met een lengte van minimaal 30' (9 m) nodig. Het is belangrijk dat de kalibratiecontrole wordt uitgevoerd met een afstand die niet korter is dan de afstand van de toepassingen waarvoor u het instrument gaat gebruiken. 1. Bevestig de laser aan één uiteinde van een muur met behulp van een draaibeugel. 2. Schakel de horizontale straal van de laser in en draai de laser naar het tegenovergestelde uiteinde van de muur, ongeveer evenwijdig aan de naastgelegen muur. 3. Markeer het midden van de straal op twee plaatsen (c, d) die minimaal 30' (9 m) van elkaar verwijderd zijn. 4. Verplaats de laser naar het tegenovergestelde uiteinde van de muur. 5. Schakel de horizontale straal van de laser in en draai de laser naar het eerste uiteinde van de muur, ongeveer evenwijdig aan de naastgelegen muur. 6. Pas de hoogte van de laser zodanig aan dat het midden van de straal wordt uitgelijnd met de dichtstbijzijnde markering (d). 7. Markeer het midden van de straal (e) direct boven of onder de verst gelegen markering (c). 8. Meet de afstand tussen deze twee markeringen (c, e). 9. Als de afmeting groter is dan de hieronder weergegeven waarden, moet de laser worden gerepareerd bij een geautoriseerd servicecenter. Afstand tussen muren Meting tussen markeringen 1/16" (1.5 mm) 30' (9 m) 5/32" (4 mm) 50' (15 m) 1/4" (6 mm) Problemen oplossen HET LUKT NIET OM DE LASER IN TE SCHAKELEN • Controleer of de batterijen zijn geplaatst overeenkomstig de (+) en (-)-markeringen op het deksel van het batterijencompartiment. • Controleer of de batterijen goed werken. Probeer bij twijfel nieuwe batterijen te plaatsen. • Zorg dat de contactpunten van de batterijen schoon zijn, en geen roest of corrosie bevatten. Zorg dat de waterpas van de laser droog is en gebruik alleen nieuwe, hoogwaardige batterijen om de kans op lekkage van batterijen te verkleinen. • Als de laser in extreem hete temperaturen wordt opgeslagen, laat u de laser eerst afkoelen. DE LASERSTRALEN KNIPPEREN (AFB. 4) De DW0851-laser is ontworpen voor zelfnivellering tot 4° in alle richtingen bij plaatsing volgens de weergave in afbeelding 4. Als de laser zodanig wordt gekanteld dat het interne mechanisme geen loodlijn kan vinden, gaan de laserstralen knipperen. Dit betekent dat het kantelbereik is overschreden. DE KNIPPERSTRALEN DIE DOOR DE LASER WORDEN GECREËERD, ZIJN NIET WATERPAS OF LOODRECHT EN MOGEN DUS NIET WORDEN GEBRUIKT VOOR HET BEPALEN OF MARKEREN VAN EEN WATERPASPUNT (OF LOODRECHT PUNT). Probeer de laser op een egaler oppervlak neer te zetten. DE LASERSTRALEN KOMEN NIET TOT STILSTAND De DW0851 is een precisie-instrument. Als de eenheid dus niet op een stabiel (en bewegingloos) oppervlak wordt geplaatst, blijft het instrument proberen de loodlijn te vinden. Als de straal niet tot stilstand komt, probeert u het instrument op een stabieler oppervlak te plaatsen. Zorg tevens dat het oppervlak relatief egaal is, zodat de laser stabiel is. *In de specificaties voor de nauwkeurigheid wordt ervan uitgegaan dat de laser wordt geplaatst op een oppervlak binnen 4° van een waterpas oppervlak.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39

DeWalt DW0851 Handleiding

Type
Handleiding