BD Alaris™ PK Plus-spuitpomp MK4 Handleiding

Categorie
Accessoires voor het maken van koffie
Type
Handleiding
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
MK4
Model: 8005TIG03
Gebruiksaanwijzing
nl
BDDF00639 Uitgave 2
1/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Inhoud
Bladzijde
Inleiding ..................................................................................................2
Over deze handleiding ....................................................................................3
Overzicht TCI ..............................................................................................4
Een gegevensset maken ...................................................................................7
Functies van de Alaris PK Plus-spuitpomp ..................................................................8
Besturingselementen en indicatoren ......................................................................9
Omschrijving van de symbolen ...........................................................................10
Hoofd displayfuncties ....................................................................................11
Voorzorgsmaatregelen voor gebruik .....................................................................13
Beginnen ................................................................................................16
Spuit laden ..............................................................................................18
De pomp starten .........................................................................................21
Basisfuncties .............................................................................................24
Werkzaamheden tijdens het gebruik ......................................................................26
Alarmen en waarschuwingen .............................................................................28
Meldingen ...............................................................................................32
Geconfigureerde opties ..................................................................................33
Specificaties .............................................................................................38
Erkende spuiten .........................................................................................41
Bijbehorende producten .................................................................................42
Compatibele extensiesets ................................................................................43
Onderhoud ..............................................................................................46
Occlusiedruklimieten ....................................................................................48
Specificatie IrDA, RS232 en verpleegkundigenalarm .......................................................49
Trompetcurves en opstartcurves .........................................................................51
Profielen van de TCI-modus ...............................................................................52
Producten en reserveonderdelen .........................................................................55
Documentgeschiedenis ..................................................................................55
Contactinformatie ........................................................................................56
BDDF00639 Uitgave 2
2/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Inleiding
Inleiding
Deze gebruiksaanwijzing kan met de Alaris™ PK Plus-spuitpomp MK4 worden gebruikt:
w
De pompen kunnen worden geïdentificeerd als MK4-versie door
MK4 op het label op het achterpaneel, zie de rechterafbeelding,
of door de softwareversie tijdens het opstarten te verifiëren als
3.4.x of hoger.
De Alaris PK Plus-spuitpomp (hierna “pomp genoemd) is een infusiegereedschap voor de toediening van geneesmiddelen voor anesthesie. De
in de pomp ingebouwde software wordt geladen met driecompartiment-farmacokinetische voorspellende modellen en beschikt over
4 bedieningsmodi:
1. Continue infusie (ml/u)
2. Totale intraveneuze anesthesie (TIVA)-modus.
In deze modus kan de gebruiker de infusiesnelheid selecteren en, indien vereist, bolusdoses toedienen.
3. De modus Totale intraveneuze anesthesie (TIVA) met TCI-voorspellingen.
In deze modus kan de gebruiker de infusiesnelheid selecteren en, indien vereist, bolusdoses toedienen. Het
farmacokinetische model wordt gebruikt om de concentratie in het plasma en op de effectlocatie te schatten.
4. TCI-Modus
Plasma-, doelgecontroleerde infusie (TCI).
In deze modus selecteert de gebruiker de gewenste (doel-) geneesmiddelconcentratie in het plasma. Het farmacokinetische
model wordt gebruikt voor de berekening van de vereiste infusiesnelheden om deze concentratie te bereiken. Een grafische
weergave toont het traject van de geschatte geneesmiddelconcentratie in het plasma en op de effectlocatie in de tijd.
Doelgecontroleerde infusie op de effectlocatie (TCI).
In deze modus stelt de gebruiker de gewenste doelconcentratie op de effectlocatie in. Het farmacodynamische model wordt
gebruikt voor de berekening van de vereiste infusiesnelheden om deze concentratie te bereiken. Een grafische weergave
toont het traject van de geschatte concentratie op de effectlocatie en in het plasma in de tijd.
De Alaris PK Plus-spuitpomp heeft een gebruikersvriendelijke interface die de infusiesnelheid, de totale toegediende medicijndosis
en de geschatte concentraties in het plasma en op de effectlocatie weergeeft, waardoor de gebruiker de voorschrijfgegevens in het
betreffende land kan opvolgen.
Beoogd gebruik
De Alaris PK Plus-spuitpomp dient te worden gebruikt door medisch personeel teneinde de infusiesnelheid en het volume te kunnen
controleren.
Gebruiksvoorwaarden
De Alaris PK Plus-spuitpomp mag alleen worden bediend door een arts die bekwaam is in het gebruik van geautomatiseerde spuitpompen
en het beheer na plaatsing van intraveneuze katheters.
Als de Alaris PK Plus-spuitpomp wordt gebruikt, betekent dit NIET dat de verantwoordelijkheid van de anesthesist voor de toediening
van medicijnen afneemt. Het is belangrijk dat diegenen die de Alaris PK Plus-spuitpomp bedienen, zich ten volle bewust zijn dat er
literatuur beschikbaar is voor elk model waarbij een geneesmiddel wordt gebruikt. Hierin staan de infusiesnelheid en doseringswaarden
vermeld. De farmacokinetische en farmacodynamische wisselwerkingen tussen anesthetische middelen zijn bekend, maar worden niet
in de berekening van het plasma en effectsite-concentraties meegenomen.
De gebruiker dient voldoende te worden getraind in het gebruik van de pomp en dient de aanbevelingen in deze gebruiksaanwijzing
(DFU) te volgen.
De gebruiker moet zich er in het bijzonder van bewust zijn dat als de pomp in TCI-modus wordt gestart, dit de automatische infusie van
een vooraf berekende bolusdosering tot gevolg zal hebben, gevolgd door een infusie om de geselecteerde doelconcentratie te bereiken.
De oorspronkelijke parameterberekeningen worden op het scherm afgebeeld voordat de infusie start. Het is daarom van belang dat de
gebruiker controleert of de patiëntgegevens en de geselecteerde infusiesnelheid of doelconcentratie overeenkomen met
de doseringsinformatie van het geneesmiddel in het betreffende land.
BD heeft de nauwkeurigheid van de implementatie van het mathematische model en van de pompafgifte gecontroleerd - (specificatie
en nauwkeurigheid van de pompafgifte kunnen worden geraadpleegd in de sectie 'Profielen voor de TCI-modus').
Verschillende medicijnen zijn gerelateerd aan bepaalde modellen, waarbij elk model bestaat uit een aantal standaard farmacokinetische
parameters die kunnen worden geselecteerd voor de 3 geïntegreerde compartimentmodellen zoals gebruikt in de Alaris PK Plus-
spuitpomp (waar het gebruik van dat middel in de TCI-modus is geautoriseerd);
Diprivan van ASTRA-ZENECA is de enige aanbevolen Propofol-samenstelling die volgens voorschrift in de TCI-modus kan worden gebruikt. In
deze pomp bevindt zich het Marsh-model voor de berekening van de infusiesnelheid van Diprivan en voor de plasma- en effectsite-concentraties.
Bij gebruik van Remifentanil en Sufentanil in de TCI-modus, worden respectievelijk de "Minto"- en "Gepts"-modellen gebruikt voor
de berekening van de benodigde infusiesnelheid.
BDDF00639 Uitgave 2
3/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Over deze handleiding
w
BD kan de voortdurende nauwkeurigheid van het systeem niet garanderen met spuiten van andere fabrikanten dan
vermeld in de tabel 'Erkende spuiten'. Fabrikanten kunnen de voor het systeem essentiële specificatie van spuiten
zonder voorafgaande kennisgeving wijzigen.
Indicaties
De Alaris PK Plus-spuitpomp is bedoeld voor de toediening van medicijnen voor anesthesie
Contra-indicaties
De Alaris PK Plus-spuitpomp is gecontra-indiceerd voor:
enterale therapieën
epidurale infusietherapieën
Over deze handleiding
Voorafgaand aan het gebruik moet de gebruiker volledig vertrouwd zijn met de in deze handleiding behandelde Alaris PK Plus-
spuitpomp.
Alle illustraties in deze handleiding tonen kenmerkende waarden en instellingen die kunnen worden gebruikt bij het instellen van
de functies van deze pomp. Deze instellingen en waarden zijn alleen bedoeld ter illustratie. Waar wordt gesproken van een minimale
infusiesnelheid wordt een nominale snelheid van 1,0 ml/u bedoeld, terwijl met een middelmatige infusiesnelheid een nominale snelheid
van 5,0 ml/u wordt bedoeld. In de sectie Specificaties wordt het volledige scala aan infuussnelheden, instellingen en waarden getoond.
w
Bewaar deze handleiding voor latere raadpleging tijdens de gebruiksduur van de pomp.
Het is belangrijk dat u alleen de meest recente versie van de Gebruiksaanwijzing en Technische onderhoudshandleiding
van uw BD-producten raadpleegt. Deze documenten vindt u op bd.com. U kunt gratis papieren exemplaren van
de gebruiksaanwijzing aanvragen door contact op te nemen met uw lokale BD-vertegenwoordiger. Er wordt een
geschatte levertijd gegeven zodra de bestelling is geplaatst.
Symbolen gebruikt in deze handleiding
VET Gebruikt voor schermnamen, opdrachten in de software, bedieningselementen en indicatoren waarnaar in
deze handleiding wordt verwezen, bijvoorbeeld: batterij-indicatorlampje, PURGEREN en AAN/UIT-toets.
'Enkele aanhalingstekens' Worden gebruikt om kruisverwijzingen naar andere paragrafen in deze handleiding aan te duiden.
Cursief Wordt gebruikt om naar andere documenten of handleidingen te verwijzen. Wordt ook gebruikt om iets
te benadrukken.
Waarschuwingssymbool. Een waarschuwing maakt de gebruiker attent op de mogelijkheid van letsel,
overlijden of andere ernstige bijwerkingen die verband houden met het gebruik of misbruik van de pomp.
w
Let op-symbool. Met het let op-symbool wordt de gebruiker erop attent gemaakt dat er een probleem
kan zijn met de pomp vanwege het gebruik of misbruik ervan. Dat zijn problemen zoals storing of uitval
van de pomp, schade aan de pomp of schade aan andere eigendommen. Met dit let op-symbool worden
ook de voorzorgsmaatregelen aangeduid die genomen moeten worden om het gevaar te vermijden.
BDDF00639 Uitgave 2
4/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Overzicht TCI
Overzicht TCI
De dosis-responsverhouding kan in drie delen worden verdeeld: de verhouding tussen de toegediende dosis en de plasmaconcentratie
(de farmacokinetische fase), de verhouding tussen de effectorgaanconcentratie en het klinische effect (de farmacodynamische fase)
en de koppeling tussen farmacokinetiek en -dynamiek. Bij het toedienen van een bepaalde medicijndosis is het uiteindelijke doel het
gewenste klinische effect te verkrijgen, waarvoor een specifieke therapeutische concentratie van het geneesmiddel op de actielocatie
(de receptor) vereist is.
DISTRIBUTIE
DOSIS
EXCRETIE
STOFWISSELING
RECEPTOR
PLASMACONCENTRATIE
BIOFASE CONCENTRATIE
EFFECT INTERACTIE GENEESMIDDEL
Afb. 1: Schematische weergave van het farmacokinetische en dynamische proces dat de verhouding bepaalt tussen de toegediende dosis en
de hieruit voortvloeiende effectintensiteit van een geneesmiddel. Farmacokinetische factoren zoals distributie, metabolisme en/of uitscheiding
bepalen de verhouding tussen de geneesmiddeldosis en geneesmiddelconcentratie in het plasma en de biofase (effectlocatie). In de biofase
interageert het geneesmiddel met de receptor, wat leidt tot het farmacologische effect.
1
Tot voor kort werden intraveneuze anesthetische middelen voor het tot stand brengen of onderhouden van anesthesie handmatig of
met behulp van enkelvoudige infusiepompen toegediend (de anesthesist berekende de infusie aan de hand van het lichaamsgewicht
van de patiënt). Inline meten van de concentraties is niet mogelijk en de vereiste polyexponentiële vergelijkingen om de
concentraties te voorspellen vereisen een uitgebreide computerverwerkingscapaciteit. Op basis van het pionierswerk van Kruger-
Thiemer
2
en Schwilden et al.
3
werd in de jaren 80 en begin van de jaren 90 het TCI-concept ontwikkeld, toen de voortschrijdende
computertechnologie inline voorspellingen van geneesmiddelconcentraties mogelijk maakte.
Het farmacokinetische gedrag van de meeste anesthetica kan met een 3-compartimentenmodel wiskundig worden beschreven: gewoonlijk
worden een centraal compartiment (V1), een vaatrijk compartiment (V2) en een vaatarm compartiment (V3) beschreven. Overdracht van
geneesmiddelen tussen verschillende compartimenten (distributie) wordt uitgedrukt in snelheidsconstanten (k
12
, k
21
, k
31
en k
13
) of klaringen.
Het geneesmiddelmetabolisme wordt weergegeven door de snelheidsconstante k
10
(Afb. 2). Het doel van de TCI-technieken is met behulp van
een farmacokinetisch model de vereiste infusiesnelheden te berekenen om een gewenste plasmaconcentratie te bereiken. Op deze manier
specificeert de gebruiker op basis van een klinisch inzicht in plaats van een infusiesnelheid een “doel”-concentratie. Als beoogd wordt een
bepaalde concentratie in het plasmacompartiment te bereiken, wordt dit open-lus beoogde plasma TCI” genoemd. Als beoogd wordt een
bepaalde concentratie in het effectcompartiment te bereiken, wordt dit “open-lus beoogde effectlocatie TCI genoemd.
V2
Perifere
compartiment
V1
Centrale
compartiment
V3
Perifere
compartiment
Klaring cl1
cl3cl2
Afb. 2: Schematische weergave van het driecompartimentmodel dat gebruikt wordt voor doelgecontroleerde infusies.
Voor anesthetica is de effectlocatie (of biofase) niet het plasma
4
maar de hersenen, waar de concentraties niet rechtstreeks gemeten
kunnen worden. Tot begin jaren ‘90 nam men aan dat het bloed-hersenevenwicht praktisch onmiddellijk tot stand kwam. De eerste
TCI-systemen waren daarom allemaal plasmabeoogd. Voor veel geneesmiddelen werd de verhouding tussen plasmaconcentratie en
klinisch effect beschreven, gewoonlijk in termen van de Cp50 of Cp95 (de concentraties die vereist zijn om een specifieke klinische
werking bij 50, respectievelijk 95% van de patiënten teweeg te brengen ). Voor een voorbeeld, zie Ausems et al.
5
In de jaren ‘90 realiseerde men zich steeds meer dat er na een wijziging in de plasmaconcentratie een tijdelijke vertraging optreedt
voordat er een evenwicht tot stand komt tussen de plasma- en effectlocatieconcentratie. Het klinische effect wijzigt parallel aan de
effectlocatieconcentratie. Voor de meeste geneesmiddelen geldt dan dat de snelheid van de geneesmiddeloverdracht naar en van
de actielocatie kan worden gekarakteriseerd door het tijdsverloop van het geneesmiddeleffect
6,7
. Dit betekent dat het effect kan
worden omgezet in concentraties, wat resulteert in een kwantitatieve benadering. De concentratie op de werkingslocatie wordt de
effectlocatieconcentratie” genoemd en het overeenkomstige compartiment
8
(zie Afb. 3) wordt het effectlocatiecompartiment genoemd.
Omdat de werkelijke hoeveelheid geneesmiddel die doordringt in de hersenen erg klein is, kan het effectlocatiecompartiment als
volumeloos worden beschouwd, de snelheidsconstante k
1e
kan worden verwaarloosd en de snelheidsconstante k
eo
kan worden
gebruikt voor de beschrijving van de evenwichtssnelheid tussen het plasma- en effectlocatiecompartiment.
BDDF00639 Uitgave 2
5/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Overzicht TCI
Kennis van de k
eo
van verscheidene middelen heeft het mogelijk gemaakt zich op de beoogde effectlocatie te richten. Voor de
beoogde effectlocatie berekent het TCI-systeem eerst het noodzakelijke plasmaconcentratieprofiel dat vereist is om de beoogde
effectlocatieconcentratie zo snel mogelijk te bereiken. Vervolgens worden de vereiste infusiesnelheden berekend om dat
plasmaconcentratieprofiel te bereiken (Afb. 3). De effectlocatie- vs plasmaconcentratie genereert een grotere inductiedosis gevolgd
door een pauze in de infusie, om het plasma de kans te geven een evenwicht te bereiken met de effectlocatieconcentratie.
V2
Perifere
compartiment
V1
Centrale
compartiment
V3
Perifere
compartiment
Klaring cl1
Effect-
compartiment
cl3cl2
Afb. 3: Schematische weergave van de relatie concentratie-effect.
TCI-infusiepompen kunnen een optimale controle van de anesthesie bieden, als de drie bovengemelde elementen nauwkeurig zijn
gemodelleerd en beschreven. Op de eerste plaats moet het model dat de pomp regelt, accuraat werken (de modellen die in de Alaris
PK Plus-spuitpomp worden gebruikt, zijn gevalideerd en goedgekeurd). Ten tweede moet de farmacokinetische parameterset van
een bepaald geneesmiddel die door het computermodel wordt gebruikt, overeenkomen met de farmacokinetiek van de patiënt
(hierbij moet in herinnering worden gebracht dat de modellen die in de literatuur worden beschreven, gebaseerd zijn op “populatie”-
gegevens en van toepassing zijn op een gemiddelde patiënt. Zij houden geen rekening met farmacokinetische variaties tussen
patiënten onderling). Op de derde plaats moet de farmacodynamiek van het toegediende geneesmiddel goed begrepen zijn, zodat
de gebruiker de noodzakelijke plasma- of effectlocatieconcentratie kan selecteren voor het vereiste effect (bij de meeste anesthetica
bestaat er een grote farmacodynamische variatie tussen de patiënten en daarom moet de gebruiker de kennis over de algemene
populatiefarmacodynamische gegevens in overeenstemming brengen met zorgvuldige observatie van de individuele patiënt om diens
persoonlijke gevoeligheid voor het medicijn vast te stellen, om titratie voor het effect zo nodig mogelijk te maken).
Opmerking: Specifieke modelparameters vindt u in het gedeelte TCI, overzicht” of direct op de pomp via de informatietoets
wanneer u een geneesmiddel selecteert. Gebruikers moeten de voorschriften in de geneesmiddelinformatie
raadplegen om te controleren of de TCI-modus in het betreffende land is toegestaan.
Referenties:
1. Danhof M: Does variability explain (all) variability in drug effects ?, Topics in pharmaceutical science. Uitgegeven door Breimer DD, Crommelin DJA, Midha KK. Noordwijk,
Amsterdam Med. Press BV, 1989, pp 573-586
2. Kruger-Theimer E: Continuous intravenous infusion and multicompartment accumulation. Eur J Pharmacol 1968; 4: 317-324
3. Schwilden H: A general method for calculating the dosage scheme in linear pharmacokinetics. Eur J Clin Pharmacol 1981; 20: 379-86
4. Shafer SL: Towards optimal intravenous dosing strategies. Seminars in Anesthesia 1993; 12: 222-234
5. Ausems ME, Hug CC, Jr., Stanski DR, Burm AG: Plasma concentrations of alfentanil required to supplement nitrous oxide anesthesia for general surgery. Anesthesiology
1986; 65: 362-73
6. Schnider TW, Minto CF, Stanski DR: The effect compartment concept in pharmacodynamic modelling. Anaesthetic Pharmacology Review 1994; 2: 204-213
7. Shafer SL: Principles of pharmacokinetics and pharmacodynamics., Principles and practice of anesthesiology. 2e druk. Uitgegeven door Longnecker DE, Tinker JH,
Morgan GE. New York, Mosby-Year Book, 1998, pp 1159- 1210
8. Shafer SL, Gregg KM: Algorithms to rapidly achieve and maintain stable drug concentrations at the site of drug effect with a computer-controlled infusion pump. J
Pharmacokinet Biopharm 1992; 20: 147-69
Voorzorgsmaatregelen TCI
Als de infusie voor het eerst wordt gestart, worden de farmacokinetische/farmacodynamische modellen in de Alaris PK Plus-spuitpomp
teruggezet op nul. Daardoor zal alle actuele farmacokinetische/farmacodynamische modelinformatie verloren gaan als de pomp om
de een of andere reden tijdens de operatieprocedure wordt uitgeschakeld. Onder dergelijke omstandigheden zou uit- en inschakelen
van de pomp en de infusie opnieuw beginnen terwijl er nog een aanzienlijke resterende geneesmiddeldosis in de patiënt aanwezig is,
leiden tot een overinfusie. Daarom moet de pomp niet opnieuw worden gestart als deze in de TCI-modus is.
BDDF00639 Uitgave 2
6/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Overzicht TCI
Farmacokinetische modellen in de Alaris PK Plus-spuitpomp en de bijbehorende parameters
Geneesmiddel: Diprivan Model: Marsh (aangepast aan het gewicht)
Leeftijdsgrens: 16 jaar en ouder
Eenheid plasmaconcentratie: µg/ml
Max. plasmaconcentratie: 15 µg/ml
Vc = 0,228 x massa (liter x kg
-1
)
k
10
= 0,119 min
-1
k
12
= 0,112 min
-1
k
13
= 0,0419 min
-1
k
21
= 0,055 min
-1
k
31
= 0,0033 min
-1
k
eo
= 0,26 min
-1
Literatuurreferentie: Marsh et al.: Brit J Anaesth 1991, 67, 41-48
Geneesmiddel: Remifentanil Model: Minto
Leeftijdsgrens: 12 jaar en ouder
Eenheid plasmaconcentratie: ng/ml
Max. plasmaconcentratie: 20 ng/ml
Vc = 5,1 - 0,0201 x (leeftijd - 40) + 0,072 x (lbm-55)
V2 = 9,82 -0,0811 x (leeftijd - 40) +0,108 x (lbm-55)
V3 = 5,42
cl1 = 2,6 - 0,0162 x (leeftijd - 40) + 0,0191 x (lbm - 55)
cl2 = 2,05 - 0,0301 x (leeftijd - 40)
cl3 = 0,076 -0,00113 x (leeftijd - 40)
k
10
= cl1 / Vc
k
12
= cl2 / Vc
k
13
= cl3 / Vc
k
21
= cl2 / V2
k
31
= cl3 / V3
k
eo
= 0,595 - 0,007 x (leeftijd - 40)
Literatuurreferentie: Minto et al.: Anesthesiology 1997, 86, 10 - 33
Geneesmiddel: Sufentanil Model: Gepts (niet aangepast aan gewicht)
Leeftijdsgrens: 12 jaar en ouder
Eenheid plasmaconcentratie: ng/ml
Max. plasmaconcentratie: 2 ng/ml
Vc = 14,3 l
k
10
= 0,0645 min
-1
k
12
= 0,1086 min
-1
k
13
= 0,0229 min
-1
k
21
= 0,0245 min
-1
k
31
= 0,0013 min
-1
Literatuurreferentie: Gepts et al.: Anesthesiology 1995, 83, 1194-1204
Aanvullend:
k
eo
berekend met het tijd-tot-piekeffect 5,6 min (k
eo
= 0,17559 min
-1
) (referentie: Shafer et al Anesthesiology.
1991 Jan;74(1):53-63)
BDDF00639 Uitgave 2
7/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Een gegevensset maken
Een gegevensset maken
Om de Alaris PK Plus -spuitpomp volledig te benutten moet er een gegevensset ontwikkeld, geëvalueerd, goedgekeurd, vrijgegeven,
geüpload en geverifieerd worden in overeenstemming met het volgende proces. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de Alaris PK
-editorsoftware (1000CH00016) voor verdere details en voorzorgsmaatregelen tijdens het gebruik.
1. Hoofdlijsten aanmaken (met behulp van de Alaris PK -editorsoftware)
Modelgeneesmiddelen* Een lijst met geneesmiddelennamen en standaardconcentraties. Deze kunnen
voor TIVA worden gebruikt of samen met een bijbehorend PK/PD-model voor TCI.
Alaris PK-spuitenbibliotheek Configureer spuiten die voor gebruik geactiveerd zijn.
2. Profiel aanmaken (met behulp van de Alaris PK -editorsoftware)
Geneesmiddelenlijst* Geneesmiddelen en concentraties voor dit profiel met standaardwaarden,
onder- en bovengrenzen en doelen en occlusieniveau.
Pompconfiguratie** Pompconfiguratie-instellingen en algemene opties.
3. Evalueren, goedkeuren en vrijgeven (met behulp van de Alaris PK-editorsoftware)
Evalueren en goedkeuren Het hele af te drukken gegevenssetrapport moet worden gecontroleerd en
door een bevoegd persoon in overeenstemming met het ziekenhuisprotocol
als bewijs van goedkeuring worden ondertekend. Een ondertekende afdruk
moet veilig worden bewaard voor gebruik tijdens de verificatieprocedure.
Vrijgave
De status van de gegevensset wordt verhoogd tot Vrijgegeven (wachtwoord vereist).
4. Gegevensset uploaden naar de Alaris PK Plus-spuitpomp (met behulp van het Alaris PK-editoroverdrachtinstrument)
5. Uploaden gegevensset verifiëren
Eerste of individuele pompverificatie Noteer bij voltooiing van de upload het CRC (cyclische redundantiecontrole)-
nummer dat op de Alaris PK Plus-spuitpomp wordt weergegeven.
Download de gegevensset van de pomp met het Alaris PK-verificatie-instrument.
Vergelijk de gedownloade gegevensset met de goedgekeurde, ondertekende
gegevenssetafdruk. De controleur moet de afdruk ondertekenen en ook het
CRC-nummer ter registratie op de afdruk noteren.
Latere pompverificatie Bij latere uploads van de gegevensset moet het CRC-nummer op de pomp worden
vergeleken met het CRC-nummer dat bij de eerste pompverificatie is genoteerd.
6. Schakel de pomp in en controleer of de correcte naam en versie van de gegevensset worden weergegeven op het welkomstscherm.
De pomp is nu gereed voor gebruik.
w
* De geneesmiddelparameters moeten overeenstemmen met de ter plaatse geldende protocollen en de voorgeschreven
informatie.
Alleen gekwalificeerd technisch personeel mag de overdracht van de gegevensset uitvoeren.
** Zie de belangrijke opmerking in het gedeelte Geconfigureerde opties.
BDDF00639 Uitgave 2
8/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Functies van de Alaris PK Plus-spuitpomp
Functies van de Alaris PK Plus-spuitpomp
Goed zichtbare
alarmindicator
Ontgrendelingshendel
voor de MDI
Richel voor
chevrontoetsen
en softkeys
Positief
Zuigergrijpers
Display
Spuitklem
AAN/UIT
START
WACHTEN
PURGEER/BOLUS
ONDERDRUKKEN
DRUK
OPTIE
Haak
extensieset
Vingergrepen
Haak extensieset
Ontgrendelings-
hendel voor de
draainok
Draaggreep
IR-communicatiepoort
RS232-connector Weggeklapte
paalklem
Aansluiting
potentiaalvereffening (PE)
Specificatieplaatje (zie de sectie Omschrijving
van de symbolen voor een verklaring van
de gebruikte symbolen)
Draainok voor
vergrendeling
op horizontale,
rechthoekige
stangen
I
n
t
e
r
f
a
c
e
v
o
o
r
m
e
d
i
s
c
h
e
a
p
p
a
r
a
t
u
u
r
(
M
D
I
)
BDDF00639 Uitgave 2
9/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Besturingselementen en indicatoren
Besturingselementen en indicatoren
Bedieningselementen:
Symbool Omschrijving
a
AAN/UIT-toets – Druk eenmaal om de pomp IN te schakelen. Houd de toets 3 seconden ingedrukt om
de pomp UIT te schakelen.
Opmerking: De pomp kan alleen tijdens specifieke stadia van het gebruik worden uitgeschakeld, zie
de paragraaf ‘Uitschakelvolgorde’ in Geconfigureerde opties voor nadere gegevens.
Opmerking: Er worden logboeken bijgehouden voor het geval dat het systeem uitvalt, bijvoorbeeld
wanneer de pomp wordt uitgeschakeld of bij een onverwachte stroomuitval.
b
START-toets – Indrukken om de infusie te starten. Tijdens de infusie knippert de groene led.
h
WACHTEN-toets – Indrukken om de infusie te onderbreken. Als de pomp zich in de wachtstand bevindt,
brandt de oranje led.
R
ONDERDRUKKEN-toets – Indrukken om het akoestische alarm 2 minuten te onderdrukken (configureerbaar).
Druk een tweede keer op de knop ONDERDRUKKEN om het geluid van het alarm weer in te schakelen.
Opmerking: Alleen bij een aandachtsalarm:
De twee minuten stilte kunnen worden geconfigureerd met behulp van de Alaris PK Editor-software.
Wanneer er geen alarm wordt weergegeven: ingedrukt houden totdat er vier hoorbare
pieptonen klinken voor 60 minuten stilte.
i
PURGEER/BOLUS-toets – Indrukken om toegang te krijgen tot de PURGEER- of BOLUS-softkey.
Houd de softkey ingedrukt om de functie te bedienen.
PURGEER de extensieset tijdens de set-up.
De pomp bevindt zich in de wachtstand.
De extensieset is niet op de patiënt aangesloten.
Geïnfundeerd volume (VI) neemt niet toe
BOLUS – vloeistof of geneesmiddel wordt met hogere snelheid toegediend.
Pomp infundeert
De extensieset is op de patiënt aangesloten
Geïnfundeerd volume neemt toe
d
OPTIE-toets – Indrukken voor toegang tot optionele functies (zie Basisfuncties).
e
DRUK-toets – Als u op deze toets drukt, worden de pompdruk en het alarmniveau weergegeven.
f
CHEVRON-toetsen - Dubbele of enkele chevrontoetsen waarmee u de waarden op het display sneller/
langzamer kunt verhogen of verlagen.
g
BLANCO SOFTKEYSTe gebruiken in combinatie met de informatie die op het display wordt weergegeven.
Indicatoren:
Symbool Omschrijving
j
ACCU-indicator – Als dit indicatorlampje brandt, werkt de pomp op de interne accu. Als het indicatorlampje
knippert, resteert er minder dan 30 minuten accuvermogen.
S
NETVOEDING-indicator – Als dit lampje brandt, is de pomp aangesloten op het elektriciteitsnet en wordt
de accu opgeladen.
BDDF00639 Uitgave 2
10/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Omschrijving van de symbolen
Omschrijving van de symbolen
Labelsymbolen:
Symbool Omschrijving
Raadpleeg de bijgeleverde documentatie.
x
Aansluiting potentiaalvereffening (PE)
y
Aansluiting RS232/Verpleegkundigenalarm (optioneel)
l
Defibrillatiebestendig type CF toegepast onderdeel (mate van bescherming tegen elektrische schokken)
IP32
Beschermd tegen spatwater tot onder een hoek van 15° vanuit verticale stand en beschermd tegen vaste voorwerpen
groter dan 2,5 mm.
Opmerking: IP33 is van toepassing als de fixatieset voor de netsnoeraansluiting, onderdeelnummer
1000SP01294, is aangebracht.
r
Wisselstroom
Het apparaat voldoet aan de vereisten van de Richtlijn van de Raad 93/42/EEC zoals gewijzigd door 2007/47/EC.
T
Fabricagedatum
t
Fabrikant
U
Niet voor gemeentelijke afvalverwerking
W
Vermogen zekering
+40°C
0°C
Temperatuurbereik bij werking - De pomp kan worden gebruikt bij een temperatuur van 0 tot 40 °C.
BDDF00639 Uitgave 2
11/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Hoofd displayfuncties
Hoofd displayfuncties
TIVA-Modus
Pompstatus
Geneesmiddelnaam
en concentratie
Informatie over de druk
Stroomsnelheid
en dosissnelheid
Dosis en geïnfundeerd
volume
Werkzaamheden
tijdens het gebruik
TCI-Modus
CONFIRM TIME
Pompstatus
Geneesmiddelnaam
en concentratie
Plasmaconcentratie
Plasma Doel
Eerste
inductiesnelheid
Eerste
onderhoudsnelheid
Pauze vóór
Onderhoud
Inductie
Duur
InductietijdEerste
inductiedosis
Eerste
inductievolume
TCI-modus-scherm MEER informatie
Na selectie van de MEER-softkey wordt de volgende extra informatie weergegeven:
BMI 21.6
Patiëntparameters Tijd tot Lege spuit bij
de huidige snelheid
Geïnfundeerd
volume en dosisVerstreken tijd
Geneesmiddelnaam
en model
Afnametijd Afnameconcentratie
Druk op de TERUG-softkey om terug te gaan naar het TCI-scherm. De weergave keert automatisch na ongeveer 20 seconden terug naar
het TCI-scherm.
BDDF00639 Uitgave 2
12/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Hoofd displayfuncties
Schermpictogrammen
Symbool Omschrijving
l
Pictogram DISPLAY RESTERENDE TIJD - geeft de nog resterende tijd aan totdat de spuit moet worden
vervangen.
N
Pictogram BATTERIJ - hiermee wordt het laadniveau van de batterij aangeduid. Dit pictogram licht op als
de batterij moet worden opgeladen of moet worden aangesloten op de netvoeding.
Opmerking: Deze optie kan worden in- en uitgeschakeld via de Alaris Editor-software
C
Dosis inductiefase (weergegeven op het scherm Protocolbevestiging)
D
Duur inductiefase (weergegeven op het scherm Protocolbevestiging)
E
Duur handsfree bolus (weergegeven op het bolusinstelscherm)
F
Dosissnelheid onderhoudsfase (weergegeven op het scherm Protocolbevestiging)
Soft Alert – Geeft aan dat de pomp op een snelheid draait boven (naar boven wijzend) of onder (naar
beneden wijzend) een Soft Alert. (Het aantal pijlen varieert al naargelang de lengte van de medicijnnaam)
Limietwaarschuwing – Geeft aan dat de ingevoerde instelling beneden of boven een Soft Alert ligt of dat
de ingevoerde instelling niet is toegestaan en een harde limiet passeert.
OMLAAG-MODUS – infusiestatus die aangeeft dat de doelconcentratie onder de huidige concentratie ligt.
BDDF00639 Uitgave 2
13/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Voorzorgsmaatregelen voor gebruik
Voorzorgsmaatregelen voor gebruik
Spuiten en extensiesets voor eenmalig gebruik
m
Deze Alaris PK Plus-spuitpomp is gekalibreerd voor gebruik met spuiten voor eenmalig gebruik. Om zo
goed mogelijk een correcte en nauwkeurige werking te garanderen, mag u uitsluitend 3-delige Luer-
lock-versies van het merk van de spuit gebruiken zoals is aangegeven op de pomp of beschreven in deze
handleiding. Het gebruik van niet-gespecificeerde spuiten of extensiesets kan de werking van de pomp
en de nauwkeurigheid van de infusie nadelig beïnvloeden.
n
Een ongecontroleerde stroom of sifonwerking kan het gevolg zijn van een onjuist geplaatste spuit in de pomp of
als de spuit van de pomp wordt afgehaald voordat de extensielijn correct is afgesloten van de patiënt. Afsluiten
kan geschieden door het sluiten van een kraantje in de patiëntlijn of door het activeren van een flowstopklem.
o
Bevestig de extensieset aan de pomp met behulp van de haak voor de extensieset aan de achterzijde van
de pomp. Hierdoor wordt voorkomen dat de spuit per ongeluk losraakt van de pomp.
Door verschillende apparaten en/of instrumenten te combineren met extensiesets en andere lijnen,
bijvoorbeeld door middel van een 3-wegkraantje, kan de werking van de pomp onder druk komen te
staan en moet deze nauwlettend gecontroleerd worden.
Zorg altijd dat de patiëntenlijn wordt afgeklemd of op een andere manier wordt geïsoleerd voordat
een spuit van de pomp wordt verwijderd of losgekoppeld. Als dit niet gebeurt, kan dit onbedoelde
toediening tot gevolg hebben.
De pomp bevestigen
Als er meer dan één pomp wordt gebruikt bij een patiënt, moeten de pompen met risicovolle, kritieke
medicatie zo veel mogelijk ter hoogte van het hart van de patiënt worden geplaatst om het risico op
schommelingen in de flow of overheveling te voorkomen.
Wanneer een pomp tijdens het infunderen omhoog wordt geplaatst, kan dat leiden tot een bolus van het
infusaat. Wanneer de pomp lager wordt geplaatst, kan dat leiden tot een tragere infusie (onderinfusie).
I
Bevestig de pomp niet in een verticale positie waarbij de spuit naar boven gericht is, aangezien dit kan
leiden tot het infunderen van lucht die zich in de spuit bevindt. Om de introductie van lucht te voorkomen
dient de gebruiker de voortgang van de infusie, de spuit, de extensielijn en de aansluitingen op de patiënt
regelmatig te controleren en de pomp te prepareren volgens de in deze handleiding beschreven procedure.
Gebruiksomgeving
Bedoeld voor gebruik op onder meer de intensivecareafdeling en in operatiekamers. De pomp mag
ook worden gebruikt in een ambulanceomgeving. Zorg ervoor dat de pomp op de juiste manier wordt
bevestigd met de meegeleverde paalklem. De pomp is zo ontworpen, dat ze bestand is tegen mogelijke
schokken en vibraties bij het gebruik in een ambulance, conform de norm EN 1789. Laat de pomp zo snel
mogelijk grondig inspecteren door bevoegd onderhoudspersoneel indien de pomp is gevallen of ernstige
fysieke problemen vertoont. De pomp mag worden gebruikt op voorwaarde dat de temperatuur zich
binnen de limieten bevindt die worden vermeld in het gedeelte 'Specificaties' op het label van de pomp.
Het gebruik van een infusiepomp in combinatie met andere pompen of apparaten waarvoor vasculaire
toegang noodzakelijk is, maakt extra controle noodzakelijk. De grote drukvariaties die dergelijke pompen
in het plaatselijke vaatstelsel veroorzaken, kunnen tot een verkeerde toediening van geneesmiddelen of
vocht leiden. Typische voorbeelden zijn de pompen die worden gebruikt bij dialyse, bypass of cardiale
ondersteuningstoepassingen.
De pomp is geschikt voor gebruik in ziekenhuizen en klinische omgevingen anders dan huishoudelijke
vestigingen die zijn verbonden met het eenfase-wisselstroomnet.
Deze pomp is niet bedoeld voor gebruik in de nabijheid van brandbare anesthesiemengsels met lucht of
zuurstof of lachgas.
Bedrijfsdruk
Het is een positieve-drukapparaat, dat is ontwikkeld voor zeer nauwkeurige vloeistoftoediening door
middel van automatische compensatie voor de weerstand die de vloeistof in het infusiesysteem ontmoet.
Het pompdrukalarmsysteem is niet ontworpen om eventueel optredende IV-complicaties te voorkomen
of te constateren.
BDDF00639 Uitgave 2
14/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Voorzorgsmaatregelen voor gebruik
Alarmcondities
J
Diverse alarmcondities die de pomp constateert, zullen de infusie stoppen en visuele en geluidsalarmen
activeren. De gebruikers moeten regelmatig controleren of de infusie correct verloopt en of er geen alarm
actief is.
Alarmtooninstellingen blijven bewaard bij een stroomuitval, maar sommige systeemstoringen zullen
leiden tot verlies van de alarminstellingen. De nieuwe alarmtooninstellingen worden opgeslagen bij het
uitschakelen vanuit de tech-modus na een wijziging. De instellingen gaan verloren als er een koude start
wordt uitgevoerd, maar moeten worden opgeslagen voor storingen waarbij geen koude start is vereist.
Gevaren
Er bestaat explosiegevaar als de pomp wordt gebruikt in de nabijheid van brandbare anesthetica.
Verwijder de pomp voorzichtig uit de omgeving van dergelijke gevaarlijke stoffen.
A
Gevaarlijke spanning: er bestaat gevaar voor elektrische schokken als de behuizing van de pomp
wordt geopend of verwijderd. Laat onderhoudswerkzaamheden alleen uitvoeren door gekwalificeerd
onderhoudspersoneel.
Wanneer het systeem op een externe stroombron wordt aangesloten, moet er een drie-aderige (stroom,
neutraal, aarde) voeding worden gebruikt. Als niet zeker is of de externe beschermingsgeleider van de installatie
nog intact is of als er twijfels bestaan over de correcte bevestiging, moet u het systeem op de accu laten werken.
V
Open de behuizing van het RS232/verpleegkundigenalarm niet tijdens gebruik. Voorzorgsmaatregelen voor
elektrostatische ontlading (ESD) zijn noodzakelijk bij het aansluiten van RS232/verpleegkundigenalarm. Het
aanraken van de pinnen van de aansluitingen kan leiden tot een storing in de ESD-bescherming. Aanbevolen
wordt alle handelingen te laten uitvoeren door bevoegd personeel.
L
Als de pomp valt of wordt blootgesteld aan overmatig vocht, gemorste vloeistof, vochtigheid of hoge
temperaturen, of bij het vermoeden van een andere beschadiging, moet de pomp buiten gebruik worden
gesteld en worden gecontroleerd door bevoegd onderhoudspersoneel. Gebruik de originele verpakking
voor zover mogelijk bij het verplaatsen of opslaan van de pomp en volg de instructies met betrekking tot
temperatuur, vochtigheid en druk zoals vermeld op de buitenverpakking en in de sectie Specificaties.
De ingebouwde pompsoftware bevat grenzen en pompconfiguratieparameters. Gekwalificeerd
personeel moet er zorg voor dragen dat de limieten correct zijn, de geneesmiddelen compatibel zijn en
de prestatie van elke pomp, als deel van de gehele infusie, gegarandeerd is. Potentiële gevaren omvatten
geneesmiddelinteracties en ongeschikte toedieningssnelheden en drukalarmen.
Alaris-spuitpompen mogen op geen enkele wijze worden gewijzigd of aangepast, behalve wanneer BD
hiertoe expliciet opdracht heeft gegeven of dit heeft toegestaan. Ieder gebruik van een Alaris-spuitpomp
die is gewijzigd of aangepast anders dan in de strikte toepassing van de door BD verstrekte richtlijnen,
is volledig op eigen risico. BD biedt geen enkele garantie of goedkeuring voor een Alaris-spuitpomp die
op deze wijze is gewijzigd of aangepast. De productgarantie van BD is niet van toepassing als de Alaris-
spuitpomp beschadigd is geraakt, voortijdig is versleten, defect is, of anderszins niet juist functioneert
ten gevolge van niet toegestane aanpassing of wijziging van de Alaris-spuitpomp.
Alle pompen in eenzelfde zorgomgeving dienen met dezelfde alarmtonen te worden geconfigureerd
om verwarring bij de gebruiker te voorkomen.
BDDF00639 Uitgave 2
15/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Voorzorgsmaatregelen voor gebruik
Elektromagnetische compatibiliteit en interferentie
M
Deze pomp is beschermd tegen de invloed van externe interferentie, inclusief hoogfrequente radio-
uitzendingen, magnetische velden en elektrostatische ontlading (bijvoorbeeld ten gevolge van elektro-
chirurgische en cauterisatie-apparatuur, grote motoren, draagbare radios, gsm’s enzovoort) en is zodanig
ontworpen dat deze veilig in gebruik blijft bij buitensporige interferentieniveaus
Therapeutische stralingsapparatuur: gebruik de pomp niet in de buurt van therapeutische
stralingsapparatuur van welke aard dan ook. De straling die door apparatuur voor stralingstherapie
(bijvoorbeeld een lineaire versneller) wordt gegenereerd, kan de werking van de pomp ernstig
belemmeren. Raadpleeg de aanbevelingen van de fabrikant met betrekking tot veilige afstand en andere
voorzorgsmaatregelen. Neem voor meer informatie contact op met uw lokale BD-vertegenwoordiger.
MR
Magnetic Resonance Imaging (MRI): de pomp bevat ferromagnetische materialen die vatbaar zijn voor de
storingen van het magneetveld dat wordt gegenereerd door een MRI-apparaat. Daarom wordt de pomp
niet beschouwd als een MRI-compatibele pomp als zodanig. Als het gebruik van de pomp binnen een
MRI-omgeving onvermijdelijk is, adviseert BD dringend de pomp te installeren op een veilige afstand van
het magneetveld buiten het geïdentificeerde 'gebied voor gecontroleerde toegang' om zo magnetische
interferentie bij de pomp of vervorming van het MRI-beeld te voorkomen. Deze veilige afstand moet worden
vastgesteld conform de aanbevelingen van de fabrikant met betrekking tot elektromagnetische interferentie
(EMI). Raadpleeg de technische onderhoudshandleiding van het product (TSM) voor meer informatie. U kunt
ook contact opnemen met uw lokale vertegenwoordiger van BD voor verdere richtlijnen.
Accessoires: gebruik geen niet-aanbevolen accessoires bij de pomp. De pomp is getest en uitsluitend
conform de relevante EMC-claims bevonden als de aanbevolen accessoires worden gebruikt. Het gebruik
van andere accessoires, transducers of kabels dan gespecificeerd door BD kan leiden tot verhoogde
emissies of verminderde immuniteit van de pomp.
Deze pomp is een CISPR 11 Groep 1 Klasse A-apparaat en gebruikt uitsluitend radiofrequente energie voor het
intern functioneren in de normale productomgeving. Derhalve zijn de radiofrequente emissies zeer laag en is
het onwaarschijnlijk dat deze interferentie veroorzaakt met de elektronische apparatuur in de nabijheid. Deze
pomp emitteert echter een bepaalde hoeveelheid elektromagnetische straling die binnen de grenzen blijft
zoals deze zijn vastgesteld in IEC/EN60601-1-2 en IEC/EN60601-2-24. Als er interactie optreedt tussen de pomp
en andere apparatuur, moeten er maatregelen worden genomen om de effecten hiervan tot een minimum
te beperken, bijvoorbeeld door de positie van het apparaat te wijzigen of het te verplaatsen.
K
Onder bepaalde omstandigheden kan de pomp beïnvloed worden door een elektrostatische ontlading
via de lucht van circa 15 kV of meer; of door radiofrequente straling van circa 10 V/m of meer. Als de pomp
beïnvloed wordt door deze externe interferentie, blijft de pomp in een veilige modus; de pomp stopt de infusie
onmiddellijk en informeert de gebruiker door middel van een combinatie van visuele en geluidsalarmen.
U wordt geadviseerd de betreffende pomp te vervangen, apart te houden en te laten controleren door bevoegd
onderhoudspersoneel als een ontstane alarmconditie zelfs na interventie door de gebruiker blijft bestaan.
(Raadpleeg de handleiding voor technisch onderhoud voor meer informatie.)
BDDF00639 Uitgave 2
16/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Beginnen
Beginnen
Eerste set-up
w
Lees deze gebruikshandleiding zorgvuldig door alvorens de pomp te gaan gebruiken.
1. Controleer of de pomp compleet en onbeschadigd is, en ga na of het voltage dat op de label staat vermeld, overeenkomt met
de netvoeding.
2. De meegeleverde onderdelen zijn:
Alaris PK Plus-spuitpomp
Gebruikersondersteuning-cd (Gebruiksaanwijzing)
Netvoedingskabel (zoals aangevraagd)
Beschermende verpakking
3. Sluit de pomp ten minste 2,5 uur aan op de netvoeding, zodat de interne batterij wordt opgeladen (controleer of de S brandt).
Taalkeuze
1. Bij het opstarten verschijnt het Taalkeuzescherm.
2. Selecteer de gewenste taal uit de getoonde lijst met behulp van de
f-toetsen.
3. Druk op de OK-softkey om uw keuze te bevestigen.
w
Als de pomp wordt opgestart zonder dat deze is aangesloten op de netvoeding, zal de pomp automatisch op de interne
accu gaan werken.
Als de pomp niet goed functioneert, moet deze zo mogelijk weer worden opgeborgen in de originele,
beschermende verpakking en worden gecontroleerd door bevoegd onderhoudspersoneel.
BDDF00639 Uitgave 2
17/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Beginnen
Bevestig de pomp niet met de netvoedingaansluiting of de spuit naar boven gericht. Dit zou een nadelig effect
kunnen hebben op de elektrische veiligheid als er vloeistof gemorst wordt of zou kunnen leiden tot het infunderen
van lucht die zich in spuit bevindt.
Installatie paalklem
De paalklem wordt aan de achterzijde van de pomp bevestigd en zorgt voor
een stevige aansluiting op verticale infuusstandaards met een diameter
tussen 15 en 40 mm.
*
*
Uitgespaarde ruimte
1. Trek de weggeklapte paalklem naar u toe en schroef de klem los tot
er voldoende ruimte ontstaat voor de paal.
2. Plaats de pomp rond de paal en draai de schroef vast tot de klem
aan de paal vastzit.
w
Controleer of de paalklem is weggeklapt en opgeborgen
in de uitgespaarde ruimte aan de achterzijde van de
pomp alvorens de pomp aan te sluiten op een docking
station/werkstation* of als de pomp niet wordt gebruikt.
Bevestig de pomp nooit zodanig dat de infuusstandaard
topzwaar of instabiel wordt.
w
Controleer voorafgaand aan ieder gebruik of de paalklem:
geen tekenen van overmatige slijtage vertoont,
geen tekenen van overmatige speling in de verlengde, uitgeklapte positie vertoont.
Als deze tekenen worden waargenomen, moeten de pompen buiten werking worden gesteld voor controle door
bevoegd onderhoudspersoneel.
Installatie docking station/werkstation* of apparatuurrail
De draainok kan worden bevestigd op de rechthoekige stang op het docking station/werkstation* of op de apparatuurrail met een
afmeting van 10 bij 25 mm.
1. Plaats de draainok aan de achterzijde van de pomp op één lijn met de rechthoekige stang op het docking station/werkstation*
of de apparatuurrail.
2. Houd de pomp horizontaal terwijl u de pomp stevig op de rechthoekige stang of de apparatuurrail drukt.
3. De pomp moet vastklikken wanneer deze op de stang wordt gezet.
4. Zorg ervoor dat de pomp stevig vastzit. Controleer of de pomp stevig vastzit, door de pomp voorzichtig van het docking station/
werkstation af te trekken zonder de ontgrendelingshendel te gebruiken. Wanneer de pomp stevig vastzit, mag deze niet loskomen
van het docking station/werkstation.
5. Om de pomp te verwijderen, drukt u de ontgrendelingshendel in en trekt u de pomp naar u toe.
De pomp kan van het docking station/werkstation af vallen als deze niet goed is gemonteerd. Dit kan leiden tot letsel
bij de gebruiker en/of de patiënt.
Rechthoekige stang
Draainok
Ontgrendelingshendel (indrukken om te ontgrendelen)
*Alaris DS docking station en Alaris Gateway-werkstation.
BDDF00639 Uitgave 2
18/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Spuit laden
Spuit laden
Spuit en toedieningsset voorbereiden
Voor minder potentiële opstartvertragingen, toedieningsonnauwkeurigheden en vertraagde occlusiealarmen wanneer er een nieuwe
spuit wordt geladen:
Gebruik de kleinst mogelijke spuit, bijvoorbeeld een spuit van 10ml voor het infunderen van 9ml vloeistof.
Gebruik de optie SPUIT PURGEREN of PURGEREN op de pomp om de tijd tot de start van de infusie te verkorten (zie de sectie
De pomp starten).
Gebruik de kleinst mogelijke compatibele spuit voor de toediening van de vloeistof of medicatie. Dit is vooral
belangrijk bij het infunderen van risicovolle of levensondersteunende medicatie met lage infusiesnelheden, vooral
bij flowsnelheden van < 0,5ml/u.
Purgeer het pompsysteem voordat u een infusie start of na het vervangen van een bijna-lege injectiespuit door een
vervangende spuit. Zorg ervoor dat de extensieset tijdens het purgeren niet is aangesloten op de patiënt.
Aanbevelingen:
Binnendiameter van de slang: voor infusie met een lage snelheid worden slangen met een kleine diameter of microdiameter
aanbevolen
Filters: het interne volume en de dode ruimte van inline filters moeten worden geminimaliseerd
Aansluitingsplaatsen: kritieke medicatie moet zo dicht mogelijk bij de vasculaire-toegangsplaats worden aangesloten
De pomp plaatsen
Plaats de pomp zo veel mogelijk ter hoogte
van het hart van de patiënt.
Het hart van de patiënt moet zich op
dezelfde hoogte bevinden als het midden
van de pomp.
Het aanpassen van de hoogte van de pomp ten opzichte van de hoogte van het hart van de patiënt kan leiden tot een
tijdelijke verhoging of verlaging van de vloeistoftoediening
w
Als u meerdere spuitpompen gebruikt en het niet klinisch haalbaar is om alle pompen ter hoogte van het hart van
de patiënt te plaatsen, moeten de pompen met risicovolle of levensondersteunende medicatie zo veel mogelijk op
dezelfde hoogte als het hart van de patiënt worden geplaatst.
w
Overweeg tijdens het infunderen van meerdere risicovolle of levensondersteunende geneesmiddelen de pompen
met de laagste infusiesnelheid zo veel mogelijk op dezelfde hoogte als het hart van de patiënt te plaatsen.
BDDF00639 Uitgave 2
19/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Spuit laden
Een spuit plaatsen en bevestigen
Om een spuit goed te plaatsen en te bevestigen, moet u de onderstaande stappen volgen. Als de spuit niet goed
op zijn plaats zit, kan dat leiden tot een verkeerde identificatie van het type en de grootte van de pomp. Als dat
vervolgens wordt bevestigd, kan dat leiden tot een aanzienlijke onnauwkeurigheid van de infusiesnelheid en kan
tevens de werking van de pomp beïnvloed worden.
Gebruik alleen een spuit van het type dat op de pomp of in deze handleiding wordt aangegeven. Het gebruik van een
onjuiste spuit kan de nauwkeurigheid van de infusie en de werking van de pomp nadelig beïnvloeden.
Wanneer u vloeistof in de spuit trekt, trek dan genoeg om te compenseren voor het volume van eventuele 'dode
ruimte' in de extensieset en de spuit op het einde van de infusie, omdat dit niet volledig kan worden geïnfundeerd.
Spuitzuigerklem
Spuitklem
Cilinderzuiger
Zuigergrijpers
Zuigerflens
Zuigerhouder
Zuiger
Vingergrepen
Spuitcilinder
Plaats de pomp op een stabiel, horizontaal oppervlak of bevestig de pomp zoals eerder beschreven.
Prepareer, vul de eenmalige wegwerpspuit en lijnenset en maak deze gebruiksklaar met aseptische standaardtechnieken.
1. Druk de vingergrepen op de zuigerhouder samen en schuif het mechanisme naar rechts.
2. Trek de spuitklem naar voren en naar beneden.
BDDF00639 Uitgave 2
20/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Spuit laden
3. Plaats de spuit zodanig dat de cilinderflens zich in de groeven op de spuitflensklem bevindt.
w
Om te verzekeren dat de spuit correct wordt geladen, moet de cilinderflens in de
ruimte tussen de spuitklem en de spuitflensklem worden geplaatst. Bij een correcte
plaatsing blijft de spuit in positie wanneer de spuitklem nog niet is gesloten.
4. Til de spuitklem op totdat deze tegen de spuitcilinder vergrendeld ligt.
5. Druk de vingergrepen op de zuigerhouder samen en schuif het mechanisme naar links tot aan
het uiteinde van de zuiger.
6. Laat de vingergrepen los. Zorg dat de zuigergrijpers de zuiger stevig op zijn plaats houden
en dat de vingergreep in zijn oorspronkelijke positie terugkeert.
7. Zorg dat het type en de grootte van de spuit overeenkomen met de vermeldingen op de pomp en druk vervolgens op
BEVESTIGEN. Desgewenst kunt u het soort spuit wijzigen door op de TYPE-softkey te drukken.
CONFIRM
TYPE
IVAC 50
ON HOLD
Opmerking: Indien de optie SPUIT PURGEREN ingeschakeld is, zal het scherm verschijnen met de vraag om te purgeren en
kan de extensieset indien nodig worden gepurgeerd. Zorg er echter voor dat de extensieset niet op de patiënt
aangesloten is tijdens deze procedure.
w
BD adviseert het aantal geconfigureerde spuittypen en -formaten dat beschikbaar is voor de pomp te beperken.
Bevestig de lijnenset met behulp van de lijnensethaak aan de achterzijde van de pomp. Hierdoor wordt voorkomen
dat de spuit per ongeluk losraakt van de pomp.
Controleer of beide zuigergrijpers volledig aansluiten op de zuigerflens en of de bovenste vingergreep in zijn
oorspronkelijke positie is teruggekeerd.
BDDF00639 Uitgave 2
21/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
De pomp starten
De pomp starten
w
Tijdens gebruik van de pomp dient de gebruiker zich op een afstand van 0,5 meter van het display te bevinden.
1. Sluit de pomp met behulp van de elektriciteitskabel aan op de netvoeding.
2. Druk op de
a-toets.
De pomp voert nu een korte zelftest uit.
Tijdens deze zelftest klinken er twee pieptonen en licht het rode alarmbaken op waarna het weer uitgaat. Tijdens deze
zelftest hoeft u niets te doen.
Controleer het testpatroon op het display op ontbrekende gekleurde rijen.
Controleer ten slotte of de weergegeven tijd en datum correct zijn.
Opmerking: Er kan een waarschuwing REPARATIE LOGS worden weergegeven als bij een voorgaande systeemuitschakeling
de logboekinformatie niet volledig is opgeslagen. Deze waarschuwing is ter informatie; de pomp start verder normaal op.
3. PROFIEL BEVESTIGEN
a) Bij NEE wordt het scherm ‘Profiel selecteren weergegeven
Selecteer het profiel.
Druk op OK om te bevestigen.
b) Bij JA wordt het scherm TCI-MODUS weergegeven.
4. De selectie TCI-MODUS wordt weergegeven - Beantwoording met JA selecteert de TCI-modus, NEE brengt u naar de TIVA-MODUS.
De Alaris PK Plus-spuitpomp biedt de gebruiker de mogelijkheid een TCI- of TIVA-werkmodus te selecteren. De gebruiker kan op elk
willekeurig moment van modus wisselen door de infusie stop te zetten en de juiste modus te kiezen in het Opties-menu. Wanneer in
de TIVA-modus een geneesmiddel met bijbehorend model is geselecteerd, worden de actuele plasma- en effectlocatieconcentratie
weergegeven. Dit demonstreert de farmacokinetiek en farmacodynamiek van het geneesmiddel voor gebruikers die niet bekend zijn
met de TCI, terwijl de TIVA-modus wordt gebruikt.
TIVA-modus (met of zonder voorspelling)
1. Er wordt een lijst met beschikbare geneesmiddelen en modellen weergegeven. Gebruik de f-toetsen om het gewenste geneesmiddel
te selecteren en druk op de OK-softkey. Als er bij het medicijn een model hoort, wordt er een INFO-softkey weergegeven. Druk op
de INFO-softkey voor meer informatie over de selectie. Met de optie ml/u zijn infusies mogelijk zonder berekening van de dosissnelheid.
2. CONCENTRATIE -
a) Selecteer de vereiste concentratie en druk op OK om deze te bevestigen (dit is alleen vereist als er meer dan één concentratie
beschikbaar is).
b) Druk op de OK-softkey om de concentratie te bevestigen, of druk op de AANPASSEN-softkey om de geneesmiddelhoeveelheid
of het verdunningsvolume te wijzigen.
3. GEWICHT - pas het gewicht van de patiënt aan met behulp van de
f-toetsen, druk op de OK-softkey om dit te bevestigen.
4. De overige patiëntparameters voor het geselecteerde geneesmiddel voert u in via de
f-toetsen. Druk daarna op de OK-softkey
ter bevestiging. Afhankelijk van het model kunnen de vereiste parameters het volgende omvatten:
LEEFTIJD
LENGTE
GESLACHT
LBM en BMI (Lean Body Mass = vetvrije lichaamsmassa en Body Mass Index = lichaamsmassaindex. Deze zijn uitsluitend ter
informatie en vormen geen instelbare parameters)
5. Het scherm BEVESTIG set-up geneesmiddel toont de aanvankelijke infusieparameters voor het geneesmiddel. Druk op de OK-
softkey om deze te accepteren of op AANPASSEN om de set-up van het geneesmiddel te wijzigen.
6. INDUCTIE – voer met behulp van de
f-toetsen de inductiedosishoeveelheid per kg lichaamsgewicht van de patiënt in (als
dit voor de dosering vereist is). Druk op de OK-softkey om te bevestigen. De inductiefunctie kan worden uitgeschakeld, zodat de
dosis tot nul wordt gereduceerd totdat UIT wordt weergegeven. Druk op de OK-softkey om te bevestigen.
7. TIJD – voer de inductietijd in in seconden waarbinnen de inductiedosis zal worden toegediend. Druk op de OK-softkey om te bevestigen.
8. ONDERHOUD – stel de onderhoudsdosissnelheid in in de protocoleenheden voor het geneesmiddel. Druk op de OK-softkey om te
bevestigen.
w
Vul de extensieset.
9. Plaats de spuit volgens de in deze handleiding beschreven procedure.
10. Controleer of het type en de afmeting van de spuit die u gebruikt, overeenkomt met de gegevens op het display. Desgewenst kunt u
het merk van de spuit wijzigen door op de TYPE-toets te drukken. Druk op de BEVESTIG-softkey als het juiste type en de juiste maat
worden weergegeven.
11. Purgeer (indien nodig) – druk op de i-toets en houd vervolgens de PURGEER-softkey ingedrukt tot de vloeistof stroomt en het purgeren
van de extensieset voltooid is. Laat de softkey los. Het volume dat tijdens het purgeren wordt gebruikt, wordt op het display weergegeven.
12. Sluit de extensieset aan op de toegang van de patiënt.
BDDF00639 Uitgave 2
22/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
De pomp starten
13. Druk op de b-toets om de pomp te starten. INFUNDEREN wordt weergegeven. Het oranje stoplampje wordt vervangen door het
knipperende groene startlampje om aan te geven dat de pomp in bedrijf is. Controleer de infusieinstelling als de infusiesnelheid de
soft alerts overschrijdt. Druk op de
b-toets om verder te gaan met de infusie op de ingestelde doelconcentratie. Bevestig vervolgens
LIMIET OVERSCHRIJDEN met een druk op de JA-softkey. Als LIMIET OVERSCHRIJDEN niet nodig is, drukt u op de NEE-softkey en past
u de doelconcentratie zodanig aan dat deze binnen de soft-alertgrenzen ligt.
w
Als er een model geselecteerd is, wordt de VOLUME-softkey vervangen door een Ce/Cp-softkey. Hierdoor krijgt de gebruiker
toegang tot schermen met voorspelde doelconcentraties. In deze operatieve modus mag het volume nooit worden gewist.
14. Druk op de h-knop om de pomp te stoppen. PAUZE verschijnt op het scherm. Het oranje stoplampje vervangt het groene
startlampje.
TCI-Modus
1. Er wordt een lijst met beschikbare geneesmiddelen en modellen weergegeven. Gebruik de f-toetsen om het gewenste geneesmiddel
en het bijbehorende model te selecteren en druk op de OK-softkey. Druk op de INFO-toets voor meer informatie over de selectie.
2. CONCENTRATIE -
a) Selecteer de vereiste concentratie en druk op OK om deze te bevestigen (dit is alleen vereist als er meer dan één concentratie
beschikbaar is).
b) Druk op de OK-softkey om de concentratie te bevestigen, of druk op de AANPASSEN-softkey om de geneesmiddelhoeveelheid
of het verdunningsvolume te wijzigen.
3. LEEFTIJD - pas de leeftijd van de patiënt aan met behulp van de
f-toetsen, druk op de OK-softkey om deze te bevestigen.
4. De overige patiëntparameters voor het geselecteerde geneesmiddel voert u in via de
f-toetsen. Druk daarna op de OK-softkey
ter bevestiging. Afhankelijk van het model kunnen de vereiste parameters het volgende omvatten:
LENGTE
GESLACHT
5. GEWICHT - pas het gewicht van de patiënt aan met behulp van de
f-toetsen, druk op de OK-softkey om dit te bevestigen.
Er wordt een toelaatbaar gewichtsbereik weergegeven, dat wordt berekend met behulp van de LBM-grenzen van het model.
LBM en BMI (Lean Body Mass = vetvrije lichaamsmassa en Body Mass Index = lichaamsmassaindex. Deze zijn uitsluitend ter
informatie en vormen geen instelbare parameters)
6. Selecteer als dit binnen de configuratie mogelijk is, de beoogde plasma- en effectlocatieconcentratie.
w
Vul de extensieset.
7. Plaats de spuit volgens de in deze handleiding beschreven procedure.
8. Controleer of het type en de afmeting van de spuit die u gebruikt, overeenkomt met de gegevens op het display. Desgewenst kunt
u het merk of type spuit wijzigen door op de TYPE-softkey te drukken. Druk op de BEVESTIG-softkey als het juiste type en de juiste
maat worden weergegeven.
9. Het scherm BEVESTIG inductie toont de aanvankelijke infusieparameters voor het geselecteerde geneesmiddel en model. Het
scherm geeft blanco gegevens weer totdat de spuit is geplaatst en bevestigd.
10. Als er een tragere titratie vereist is, kan de inductietijd uitsluitend in de beoogde plasmaconcentratie (Cpt) worden verhoogd. Druk op
de TIJD-softkey en beperk de maximum inductiesnelheid of dosissnelheid om de gewenste inductietijd te verhogen. Bij de eerste titratie
wordt de maximale snelheid gewist.
11. Doelconcentratie (Cpt of Cet) – pas de doelconcentratie zo nodig aan met behulp van de f-toetsen. Bevestig de doel- concentratie
en voorspelde parameters voor de eerste infusie. Als bij bevestiging van de doel concentratie een van de limieten wordt overschreden,
verschijnt er een waarschuwing.
w
Voordat deze is bevestigd, kan de infusie niet worden gestart.
De beginparameters voor de infusie kunnen afwijken van de weergegeven voorspelde waarden als gevolg van een
real-time herberekening.
Als de inductietijd langer is dan 10 s, kan de flowsnelheid gedurende de laatste periode van 10 s verminderen om de toe
te dienen dosis aan te passen.
Voor een vastgestelde doelconcentratie neemt de onderhoudsflowsnelheid in de loop van de tijd af.
12. PURGEER (indien nodig) – druk op de
i-toets en houd vervolgens de PURGEER-softkey ingedrukt tot de vloeistof stroomt en
het purgeren van de IV-infusieset voltooid is. Laat de softkey los. Het volume dat tijdens het purgeren wordt gebruikt, wordt op het
display weergegeven.
13. Sluit de extensieset aan op de toegang van de patiënt.
14. Druk op de
b-toets om de pomp te starten. INFUNDEREN wordt weergegeven. Het oranje stoplampje wordt vervangen door
het knipperende groene startlampje om aan te geven dat de pomp in bedrijf is. Als de infusiesnelheid de soft alerts overschrijdt,
controleer dan de infusieinstelling. Druk op de
b-toets om verder te gaan met de infusie op de ingestelde doelconcentratie.
Bevestig vervolgens LIMIET OVERSCHRIJDEN met een druk op de JA-softkey. Als LIMIET OVERSCHRIJDEN niet nodig is, drukt u op
de NEE-softkey en past u de doelconcentratie zodanig aan dat deze binnen de soft-alertgrenzen ligt.
w
Als de lopende doelconcentratie de soft alerts overschrijdt, wisselt de weergave tussen de naam van het geneesmiddel
en de pijlen omhoog.
BDDF00639 Uitgave 2
23/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
De pomp starten
15. Wanneer de
h-toets tijdens de infusie wordt ingedrukt, blijven de huidige plasma- of effectlocatiewaarden gehandhaafd.
16. Druk op de h-knop om de pomp te stoppen. PAUZE verschijnt op het scherm. Het oranje stoplampje vervangt het groene startlampje.
Effectlocatie
voorspelling
Actuele tijd
Geneesmiddelnaam
en concentratie
Effectlocatie
concentratie*
Plasmaconcentratie
voorspelling
Trendtijd
Flowsnelheid en
dosissnelheid
Afnametijd
* De Ce-waarde wordt niet weergegeven als er geen K
41
(k
eo
) voor het geselecteerde model is gedefinieerd.
BDDF00639 Uitgave 2
24/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Basisfuncties
Basisfuncties
Bolusinfusie
w
BOLUS is in de TCI-modus uitgeschakeld.
Bolus Het met een hogere snelheid toedienen van een vastgesteld volume vloeistof of geneesmiddel voor diagnostische of
therapeutische doeleinden. De pomp moet te allen tijde infunderen en aangesloten zijn op de patiënt. (Het via een infuusbolus
toedienen van geneesmiddelen moet direct resulteren in hoge concentraties van dat bepaalde geneesmiddel.)
De functie Bolus kan aan het begin van een infusie of tijdens een infusie worden toegepast.
De bolusfunctie kan worden geconfigureerd tot:
a) BOLUS uitgeschakeld
b) BOLUS ingeschakeld
Handmatig
Handsfree
BOLUS uitgeschakeld
Als de functie is geconfigureerd op Uitgeschakeld, heeft het geen zin de
i-toets in te drukken en blijft de pomp infunderen met
de ingestelde snelheid.
w
Een “manuele bolus” en de “handsfree” bolus kunnen niet worden toegediend als de functie voor het geselecteerde profiel of
specifieke geneesmiddel is uitgeschakeld. Tijdens BOLUS is het druklimietalarm tijdelijk op het maximale niveau ingesteld.
BOLUS ingeschakeld - Handmatig
Bij een 'handmatige' bolus moet de (knipperende) BOLUS-softkey ingedrukt worden gehouden om de gewenste bolus toe te dienen.
De bolussnelheid kan worden aangepast. Het bolusvolume wordt beperkt in de configuratie.
1. Druk tijdens de infusie eenmaal op de i-toets om het bolusscherm in beeld te brengen.
2. Gebruik desgewenst de
f-toetsen om de bolussnelheid aan te passen.
3. Voor het toedienen van de bolus houdt u de BOLUS-softkey ingedrukt. Tijdens het toedienen van de bolus verschijnt het
volume dat wordt geïnfundeerd op het display. Laat de softkey los zodra het gewenste bolusvolume is toegediend of zodra de
bolusvolumelimiet is bereikt. Het bolusvolume wordt toegevoegd aan het totale geïnfundeerde volume.
BOLUS ingeschakeld - Handsfree
De 'handsfree' bolus wordt toegediend door middel van een enkele druk op de (knipperende) Bolus-softkey. De bolussnelheid en het bolusvolume
worden op medicijnprofiel in de gegevensset ingesteld en kunnen binnen de grenzen die in de gegevensset zijn ingesteld worden gewijzigd.
1. Druk tijdens de infusie op de i-toets voor weergave van het 'handsfree' bolus-keuzescherm.
2. Gebruik de
f-toetsen voor het instellen van het benodigde bolusvolume/ de dosering. Druk zo nodig op de SNELHEID-softkey
om de toedieningssnelheid van de bolus (150/300/600/900/1200 ml/u) aan te passen.
Opmerking: De snelheid kan worden beperkt door de afmeting van de spuit en de maximale bolussnelheid.
3. Druk eenmaal op de knipperende BOLUS-softkey om de toediening van de ingestelde bolus te starten. Het display geeft de bolus
die wordt toegediend weer, de bolus telt af en het display zal na voltooiing van de bolus terugkeren naar het hoofdinfuusscherm.
4. Om een actieve bolus te beëindigen, drukt u op de STOP-softkey. De bolus wordt dan gestopt en de infusie gaat door met de ingestelde
snelheid. Druk op de
h-toets om de toediening van de bolus te stoppen en de pomp in de pauzestand te zetten.
5. Als het bolusvolume de ingestelde bolusvolumelimiet bereikt, stopt de bolusinfusie en gaat de pomp verder infunderen met de ingestelde
infusiesnelheid.
w
Als de optie 'handsfree' bolus is geactiveerd, wordt deze optie geannuleerd na elke onderbreking in de toediening,
bijvoorbeeld door een occlusie, zelfs als de bolustoediening nog niet voltooid is.
Elke handsfree-bolusdosisinstelling die een soft alert overschrijdt of daarbeneden valt, moet worden bevestigd
voordat de operatie kan worden voortgezet. Dit is voor de TCI-modus niet van toepassing.
BDDF00639 Uitgave 2
25/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Basisfuncties
Purgeren
Als u de i-toets indrukt, wordt een beperkte hoeveelheid vloeistof afgegeven om de extensieset vóór aansluiting op de patiënt of na het
wisselen van een spuit te purgeren.
1. Druk op de
i-toets als de pomp niet infundeert. Zorg dat de extensieset niet is aangesloten op de patiënt.
2. Houd de PURGEER-softkey ingedrukt tot de vloeistof stroomt en het purgeren van de extensieset voltooid is. Het volume dat bij het
purgeren wordt gebruikt, verschijnt wel op het display, maar wordt niet toegevoegd aan het geïnfundeerde volume.
3. Laat na voltooiing van het purgeren de PURGEER-softkey los. Druk op de STOP-softkey om terug te keren naar het hoofdscherm.
w
Tijdens PURGEER worden de druklimietalarmen tijdelijk op het maximale niveau ingesteld.
Drukniveau
1. Voor de controle en aanpassing van het drukniveau drukt u op de e-toets. Op het scherm verschijnt een staafdiagram waarin het
drukalarmniveau en het actuele drukniveau worden weergegeven.
2. Druk op de
f-toetsen om het alarmniveau te verhogen of verlagen. Het nieuwe niveau wordt op het display aangegeven.
3. Druk op de OK-softkey om het scherm te verlaten.
w
Tijdens PURGEER, BOLUS en INDUCTIE worden de druklimietalarmen tijdelijk op het maximale niveau ingesteld. Voor
de TCI-bediening kan er een drempelsnelheid worden ingesteld waarboven de druklimietalarmen tijdelijk tot hun
maximumniveau worden verhoogd.
Snelheidstitratie
Opmerking: Dit is voor de TCI-modus niet van toepassing.
Als de optie Snelheidstitratie is ingeschakeld, kan de snelheid worden aangepast tijdens het infunderen:
1. Selecteer de nieuwe snelheid met behulp van de
f-toetsen.
2. Het bericht < START TER BEVESTIGING > wordt weergegeven op het scherm, de terugroeptoon van de titratie klinkt en de pomp
gaat verder met infunderen op de oorspronkelijke snelheid.
3. Druk op de
b-toets om de nieuwe infusiesnelheid te bevestigen en de infusie met de nieuwe snelheid te starten.
Als de optie Snelheidstitratie is uitgeschakeld, kan de snelheid alleen worden aangepast als de pomp in de pauzestand staat:
1. Druk op de
h-toets om de pomp in de pauzestand te zetten.
2. Selecteer de nieuwe snelheid met behulp van de
f-toetsen.
3. Druk op de
b-toets om de infusie met de nieuwe snelheid te starten.
Volume wissen
Opmerking: Wis volume is in de TCI -modus of voorspellende TIVA-modus niet toegestaan.
Met deze optie kan het geïnfundeerde volume worden gewist.
1. Druk op de VOLUME-softkey om de optie WIS VOLUME weer te geven.
2. Druk op de JA-softkey om het volume te wissen. Druk op de NEE-softkey om het volume te handhaven.
Opmerking: Door JA te selecteren wordt het geïnfundeerde volume in de optie 24H LOG gereset.
Concentratie doeltitratie
Opmerking: Dit is uitsluitend van toepassing op de TCI-modus.
Met de concentratie doeltitratie kan de snelheid tijdens de infusie worden aangepast:
1. Selecteer de nieuwe doelwaarde met behulp van de
f-toetsen.
De pompstatus wordt weergegeven als TITREREN en de pomp blijft op de oorspronkelijke doelconcentratiewaarde infunderen.
2. Druk op de
b-knop om de nieuwe concentratiedoelwaarde te bevestigen en de infusie op de nieuwe snelheid te starten. Als de
nieuwe doelinstelling voor de concentratie een soft alert overschrijdt of erbeneden ligt, moet deze worden bevestigd, voordat de
infusie kan worden voortgezet.
BDDF00639 Uitgave 2
26/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Werkzaamheden tijdens het gebruik
Werkzaamheden tijdens het gebruik
Einde werking
Deze optie verschijnt pas in het menu Opties als de infusie gestopt is.
1. Druk op de
d-toets om in het menu Opties te komen.
2. Selecteer de optie EINDE WERKING met behulp van de
f-toetsen.
3. Druk op de OK-softkey die op het scherm wordt weergegeven.
Opmerking: Door deze optie te selecteren, worden de parameters gereset voor een nieuwe patiënt.
TCI-Modus
Als de pomp in de voorspellende TIVA-modus in de pauzestand staat, kan de gebruiker van de TIVA- naar de TCI-modus schakelen.
1. Druk op de
d-toets om in het menu Opties te komen.
2. Kies met behulp van de
f-toetsen de TCI-MODUS.
3. Druk op de OK-softkey die op het scherm wordt weergegeven. Er verschijnt een bevestigingsscherm.
Opmerking: Als de modus gewijzigd is in de TCI-modus, zal de eerste doelwaarde op nul worden gezet.
TIVA-Modus
Als de pomp in de TCI-modus in de pauzestand staat, kan de gebruiker van de TCI- naar de voorspellende TIVA-modus schakelen.
1. Druk op de
d-toets om in het menu Opties te komen.
2. Selecteer met behulp van de
f-toetsen de TIVA-MODUS.
3. Druk op de OK-softkey die op het scherm wordt weergegeven. Er verschijnt een bevestigingsscherm.
Opmerking: Als de modus gewijzigd is in de voorspellende TIVA-modus, zal de eerste doseersnelheid op nul worden gezet.
Afname CONC.
Alleen in TCI-modus:
1. Druk op de
d-toets om in het menu Opties te komen.
2. Selecteer AFNAME CONC.
3. Selecteer de vereiste AFNAME CONC en druk op de OK-softkey om af te sluiten.
Trendschaal
De gebruiker kan de trendschaal van de grafiek Voorspelde concentratie selecteren.
1. Druk op de
d-toets om in het menu Opties te komen.
2. Selecteer met behulp van de
f-toetsen TRENDSCHAAL.
3. Kies met de
f-toetsen de gewenste TRENDSCHAAL-optie (5 min., 15 min., 30 min. of 60 min.)
4. Druk op de SELECTEER-softkey die op het scherm wordt weergegeven.
5. Druk op de SCHAAL AANPASSEN-softkey om de verticale as van de grafiek te herschalen. De eerste weergave berekent de schaal zo,
dat de piekwaarde de grafiek vult. Als de trend daalt, vult de grafiek alleen het onderste gedeelte en dwingt de optie SCHAAL AANPASSEN
deze te herschalen.
Tekst-/grafiekdisplay
Vanuit de TCI-modus kan de gebruiker een numerieke of grafische weergave selecteren.
1. Druk op de
d-toets om in het menu Opties te komen.
2. Gebruik de
f-toetsen en selecteer de weergavemodus (TEKST of GRAFIEKDISPLAY). Het menu Opties toont de beschikbare
displaymodusoptie.
3. Druk op de OK-softkey die op het scherm wordt weergegeven.
Samenvatting dosering
1. Druk op de d-toets om in het menu Opties te komen.
2. Selecteer de optie SAMENVATTING DOSERING met behulp van de
f-toetsen en druk op de OK-softkey.
3. Druk op de STOP-softkey om het menu te verlaten.
BDDF00639 Uitgave 2
27/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Werkzaamheden tijdens het gebruik
24-uurs logboek
Met behulp van deze optie kunt u het 24-uurs logboek van het geïnfundeerde volume controleren.
1. Druk op de
d-toets om in het menu Opties te komen.
2. Selecteer de optie 24H LOG met behulp van de
f-toetsen en druk op de OK-softkey.
Op het scherm verschijnt het geïnfundeerde volume per uur. Het geïnfundeerde volume tussen haakjes is het totale geïnfundeerde volume
sinds het volume voor het laatst werd gewist. Zie het voorbeeld hieronder:
07:48 - 08:00 4,34 ml (4,34 ml)
08:00 - 09:00 2,10 ml (6,44 ml)
9:00 - 10:00 2,10 ml (8,54ml)
VOLUME GEWIST
3. Druk op de STOP-softkey om het logboek te verlaten.
Logboek
Met behulp van deze optie kunt u het logboek controleren. De optie kan worden ingeschakeld en uitgeschakeld.
1. Druk op de
d-toets om in het menu Opties te komen.
2. Selecteer de optie LOGBOEK met behulp van de
f-toetsen en druk op de OK-softkey.
3. Blader door het logboek met behulp van de
f-toetsen. Druk op de STOP-softkey om het logboek te verlaten.
Opmerking: Als het logboek de totale capaciteit bereikt, worden de oudste voorvallen overschreven door de meest recente.
Details gegevenssets
De momenteel geselecteerde gegevenssetinformatie nalezen:
1. Druk op de
d-toets om in het menu Opties te komen.
2. Selecteer DETAILS GEGEVENSSET.
3. Lees de informatie na en druk op de STOP-softkey om het scherm te verlaten.
Instellen per dosissnelheid/instellen per ml/u (alleen in de TIVA-modus)
Om de dosissnelheid in nauwkeurige stappen in te stellen op een bepaalde flowsnelheid, kan het noodzakelijk zijn tussen de
snelheidsinstelopties STEL IN VIA DOSISSNELHEID en STEL IN VIA ml/u te schakelen. Een pijl aan de linkerkant van de snelheidsweergave toont
de gewijzigde snelheid, wanneer de f-toetsen worden gebruikt om de infusiesnelheid te verhogen/verlagen.
Om een dosissnelheid nauwkeurig in te stellen moet de pijl naar de dosissnelheid (mg/kg/u) wijzen. De flowsnelheid wordt uit de dosissnelheid
berekend. Om een flowsnelheid nauwkeurig in te stellen moet de pijl naar de flowsnelheid (ml/u) wijzen. De dosissnelheid wordt uit de
flowsnelheid berekend.
De optie STEL IN VIA ml/u selecteren:
1. Druk terwijl de pomp infundeert op de knop
d om toegang te krijgen tot het menu Opties.
2. Selecteer de optie STEL IN VIA ml/u met behulp van de
f-toetsen en druk op de OK-softkey op het scherm. Hierdoor wordt
de optie STEL IN VIA FLOWSNELHEID geselecteerd. De pijl op het display zal automatisch de flowsnelheid selecteren. De flowsnelheid
kan zo nodig worden aangepast.
De optie STEL IN VIA DOSISSNELHEID selecteren:
1. Druk terwijl de pomp infundeert op de knop
d om toegang te krijgen tot het menu Opties.
2. Selecteer de optie STEL IN VIA DOSISSNELHEID met behulp van de
f-toetsen en druk op de OK-softkey op het scherm.
Hierdoor wordt de optie STEL IN VIA DOSISSNELHEID geselecteerd. De pijl op het display zal automatisch de dosissnelheid selecteren.
De dosissnelheid kan zo nodig worden aangepast.
Effectlocatie-TCI
In de PLASMA-TCI-modus kan de gebruiker naar de effectlocatie-TCI-modus schakelen, mits de configuratie dat toestaat:
1. Druk op de
d-toets om in het menu Opties te komen.
2. Selecteer EFFECTLOCATIE-TCI met behulp van de
f-toetsen.
3. Druk op de OK-softkey die op het scherm wordt weergegeven. Er verschijnt een bevestigingsscherm.
Plasma-TCI
In de EFFECTLOCATIE -TCI-modus kan de gebruiker naar de plasma-TCI-modus schakelen, mits de configuratie dat toestaat:
1. Druk op de
d-toets om in het menu Opties te komen.
2. Selecteer PLASMA -TCI met behulp van de
f-toetsen.
3. Druk op de OK-softkey die op het scherm wordt weergegeven. Er verschijnt een bevestigingsscherm.
BDDF00639 Uitgave 2
28/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Alarmen en waarschuwingen
Alarmen en waarschuwingen
Alarmen worden kenbaar gemaakt door middel van een combinatie van een geluidsalarm, een alarmindicator en een beschrijving op het display.
1. Druk eerst op de knopRom het alarm maximaal 2 minuten te onderdrukken en kijk vervolgens op het display voor een
alarmbericht. Druk op ANNULEREN om het alarmbericht te annuleren.
2. Herstel de oorzaak van het alarm en druk vervolgens op de knop
b om de infusie weer te starten als deze is gestopt.
Als de pomp een alarmtoestand aangeeft (een hoog, schel geluid in combinatie met een rood alarmindicatielampje)
en er geen foutmelding wordt weergegeven op de pomp, moet de pomp worden losgekoppeld zodat deze door
bevoegd onderhoudspersoneel kan worden onderzocht.
w
De infusie zal worden stopgezet bij alle alarmen met hoge prioriteit.
w
Het standaard alarmsysteem is OORSPRNKLKE ALARMEN (ISO60601-1-8 2e editie alarmen). 3DE EDITIE ALARMEN
(ISO60601-1-8 3de editie alarmen) zijn ook geïnstalleerd. Raadpleeg de Technische onderhoudshandleiding om het
pompalarmsysteem van OORSPRNKLKE ALARMEN aan te passen naar 3DE EDITIE ALARMEN. Deze aanpassing dient
uitsluitend door gekwalificeerd onderhoudspersoneel te worden uitgevoerd.
Oorspronkelijke alarmen
Display Prioriteit
alarm
Beschrijving en handleiding Problemen oplossen
AANDRIJVING
ONTGRENDELD
Hoog Het aandrijfsysteem is tijdens de infusie ontgrendeld. Controleer de vingergrepen
en de positie van de spuit.
OCCLUSIE Hoog Bij de zuiger van de spuit is een overmatige druk gemeten die de alarmlimiet
overschrijdt. Identificeer en verwijder de oorzaak van de blokkade in de aandrijving,
de spuit of het toedieningssysteem voordat u de infusie weer opstart.
CONTROLEER
SPUIT
Hoog Er is een onjuiste maat spuit geplaatst, de spuit is niet in de juiste positie geplaatst
of is tijdens het infunderen van zijn plaats geraakt. Controleer de locatie en de
positie van de spuit.
Het alarm CONTROLEER DE SPUIT kan aangeven dat het verkeerde formaat spuit
is geplaatst, dat de spuit niet op de juiste wijze is geplaatst of dat de spuit tijdens
het gebruik is aangeraakt, bijvoorbeeld doordat de gebruiker de spuitklem heeft
geopend, of als de zuiger het contact met de zuigerknop verliest.
Als er geen aanwijsbare oorzaak is voor de CONTROLEER DE SPUIT-
alarmmelding(en), moet het klinisch gebruik van de pomp worden beëindigd en
moet de pomp worden onderzocht door bevoegd onderhoudspersoneel zoals
beschreven in de handleiding Technisch onderhoud van de Alaris-spuitpomp.
Foutcode en
melding
Hoog Het alarmsysteem heeft een interne storing geconstateerd. Noteer de code van
de storing. Stel de pomp buiten gebruik en laat deze onderzoeken door bevoegd
onderhoudspersoneel.
LEGE ACCU Hoog De interne accu is leeg. Sluit de pomp aan op de netvoeding.
LEGE SPUIT Hoog De spuit op de pomp is leeg. In de spuit blijft een vooraf ingesteld volume achter
om de kans op infusie van luchtbellen in de set zo klein mogelijk te maken. Deze
waarde kan worden geconfigureerd.
COMM. TIME-OUT Hoog Wanneer de pomp op afstand wordt bediend, ontvangt de pomp geen bericht
binnen de gedefinieerde time-outperiode. Probeer de verbinding te herstellen
om deze alarmtoestand te verhelpen en start de infusie opnieuw.
STOP: NIET
HAALBARE SNELH
Hoog De opgegeven infusiesnelheid is niet haalbaar met de huidige instelling. Annuleer
het alarmbericht en herprogrammeer de infusie met een haalbare snelheid.
LAGE
ACCUSPANNING
Gemiddeld
De accuspanning is laag en de accu kan nog 30 minuten functioneren. De accu-indicator
knippert en na 30 minuten geeft een continu geluidsalarm aan dat de accu leeg is.
Om de infusie voort te zetten, moet u de pomp aansluiten op de netvoeding en de
interne accu opladen. Er kunnen optionele* herinneringssignalen worden weergegeven.
Dit zijn geluidssignalen van vier pieptonen die elke tien minuten worden weergegeven
nadat het alarm voor een bijna lege batterij is geannuleerd.
LEGE SPUIT Gemiddeld De pomp heeft het einde van de infusie bereikt en gaat door met infunderen
op KVO-snelheid of een ingestelde snelheid indien die lager is.
BDDF00639 Uitgave 2
29/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Alarmen en waarschuwingen
Display Prioriteit
alarm
Beschrijving en handleiding Problemen oplossen
TITREER NIET
BEVESTIGD
Gemiddeld
De infuussnelheid is veranderd, maar niet bevestigd, en na vijf seconden inactiviteit
wordt de gebruiker gewaarschuwd met een geluidssignaal. Het infuus is niet bevestigd
en het systeem is twee minuten inactief. Er wordt een alarm met gemiddelde prioriteit
gegenereerd. Druk op de knopRom het alarm uit te schakelen en druk vervolgens
op de softkey ANNULEREN om dit bericht te verwijderen. Controleer de infusiesnelheid
en bevestig deze door op de knop b te drukken, of druk op de knop h om terug
te keren naar de vorige snelheid. Druk op de knop b om de infusie te starten.
(Dit alarm gaat alleen af als snelheid titreer actief is).
UITVAL
NETSPANNING
Gemiddeld
De netspanning is weggevallen en de pomp werkt op de batterij. Als dit gebeurt
wanneer de pomp bezig is met infunderen, wordt de melding INFUSIE GAAT VERDER
weergegeven. Sluit de pomp aan op de netvoeding of druk op de knop
Rom het
alarm uit te schakelen en de pomp op de batterij te laten werken. Het alarm stopt
automatisch zodra de pomp weer is aangesloten op de netvoeding.
BIJNA LEGE SPUIT Gemiddeld
De spuit op de pomp is bijna leeg. Deze waarde kan worden geconfigureerd. Er kunnen
optionele* herinneringssignalen klinken. Dit zijn geluidssignalen van vier pieptonen die
elke tien minuten worden weergegeven nadat het bijna-leegalarm is geannuleerd. Dit
herinneringssignaal zal niet klinken bij een continue infusie waarbij het bijna-leegalarm
op minder dan tien minuten is ingesteld.
ATTENTIE Laag Als de pomp langer dan 2 minuten* is ingeschakeld zonder dat de infusie wordt
gestart, worden er drie pieptonen (in het logboek ook wel TERUGROEP genoemd)
weergegeven. Druk op de knopRom het alarm nogmaals 2 minuten te dempen.
Of houd de knopRingedrukt en wacht totdat er vier opeenvolgende pieptonen
worden weergegeven. Zo wordt het alarm 60 minuten op stand-by gezet.
*Configureerbare optie.
Opmerking: Het geluidsvolume van de toon is ten minste 45 dB, afhankelijk van de configuratie van het geluidsniveau van het alarm.
Wanneer het geluidsvolume van het alarm lager is dan het geluidsvolume van de omgeving, wordt het alarmsignaal
mogelijk niet gehoord.
Indicatoren prioriteitsniveau alarm
Prioriteit Geluidsindicator
Visuele indicator (lichtsignaal)
HOOG Eén urgent geluidssignaal gevolgd door een pauze van één seconde Rood knipperend
GEMIDDELD Eén waarschuwingssignaal gevolgd door een pauze van één seconde Oranje knipperend
LAAG Drie aandacht vragende geluidssignalen gevolgd door een pauze van drie seconden Oranje knipperend
BDDF00639 Uitgave 2
30/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Alarmen en waarschuwingen
3de editie alarmen
Display Prioriteit
alarm
Beschrijving en handleiding Problemen oplossen
AANDRIJVING
ONTGRENDELD
Hoog
Het aandrijfsysteem is tijdens de infusie ontgrendeld. Controleer de vingergrepen
en de positie van de spuit.
OCCLUSIE Hoog Bij de zuiger van de spuit is een overmatige druk gemeten die de alarmlimiet
overschrijdt. Identificeer en verwijder de oorzaak van de blokkade in de
aandrijving, de spuit of het toedieningssysteem voordat u de infusie weer opstart.
CONTROLEER
SPUIT
Hoog
Er is een onjuiste maat spuit geplaatst, de spuit is niet in de juiste positie geplaatst
of is tijdens het infunderen van zijn plaats geraakt. Controleer de locatie en de
positie van de spuit.
Het alarm CONTROLEER DE SPUIT kan aangeven dat het verkeerde formaat spuit
is geplaatst, dat de spuit niet op de juiste wijze is geplaatst of dat de spuit tijdens
het gebruik is aangeraakt, bijvoorbeeld doordat de gebruiker de spuitklem heeft
geopend, of als de zuiger het contact met de zuigerknop verliest.
Als er geen aanwijsbare oorzaak is voor de CONTROLEER DE SPUIT-
alarmmelding(en), moet het klinisch gebruik van de pomp worden beëindigd en
moet de pomp worden onderzocht door bevoegd onderhoudspersoneel zoals
beschreven in de handleiding Technisch onderhoud van de Alaris-spuitpomp.
Foutcode en
melding
Hoog Het alarmsysteem heeft een interne storing geconstateerd. Noteer de code van
de storing. Stel de pomp buiten gebruik en laat deze onderzoeken door bevoegd
onderhoudspersoneel.
LEGE ACCU Hoog De interne accu is leeg. Sluit de pomp aan op de netvoeding.
LEGE SPUIT
Hoog De spuit op de pomp is leeg. In de spuit blijft een vooraf ingesteld volume achter
om de kans op infusie van luchtbellen in de set zo klein mogelijk te maken. Deze
waarde kan worden geconfigureerd.
COMM. TIME-OUT Hoog Wanneer de pomp op afstand wordt bediend, ontvangt de pomp geen bericht
binnen de gedefinieerde time-outperiode. Probeer de verbinding te herstellen
om deze alarmtoestand te verhelpen en start de infusie opnieuw.
STOP: NIET
HAALBARE SNELH
Hoog De opgegeven infusiesnelheid is niet haalbaar met de huidige instelling. Annuleer
het alarmbericht en herprogrammeer de infusie met een haalbare snelheid.
LAGE
ACCUSPANNING
Gemiddeld De accuspanning is laag en de accu kan nog 30 minuten functioneren. De
accu-indicator knippert en na 30 minuten geeft een continu geluidsalarm
aan dat de accu leeg is. Om de infusie voort te zetten, moet u de pomp
aansluiten op de netvoeding en de interne accu opladen. Er kunnen optionele*
herinneringssignalen worden weergegeven. Dit zijn geluidssignalen van vier
pieptonen die elke tien minuten worden weergegeven nadat het alarm voor een
bijna lege batterij is geannuleerd.
LEGE SPUIT
Gemiddeld De pomp heeft het einde van de infusie bereikt en gaat door met infunderen op
KVO-snelheid of een ingestelde snelheid indien die lager is.
TITREER NIET
BEVESTIGD
Gemiddeld
De infuussnelheid is veranderd, maar niet bevestigd, en na vijf seconden inactiviteit
wordt de gebruiker gewaarschuwd met een geluidssignaal. Het infuus is niet bevestigd
en het systeem is twee minuten inactief. Er wordt een alarm met gemiddelde prioriteit
gegenereerd. Druk op de knop
Rom het alarm uit te schakelen en druk vervolgens
op de softkey ANNULEREN om dit bericht te verwijderen. Controleer de infusiesnelheid
en bevestig deze door op de knop
b te drukken, of druk op de knop h om terug te
keren naar de vorige snelheid. Druk op de knop
b om de infusie te starten. (Dit alarm
gaat alleen af als snelheid titreer actief is).
UITVAL
NETSPANNING
Laag
De netspanning is weggevallen en de pomp werkt op de batterij. Als dit gebeurt
wanneer de pomp bezig is met infunderen, wordt de melding INFUSIE GAAT VERDER
weergegeven. Sluit de pomp aan op de netvoeding of druk op de knop
Rom het
alarm uit te schakelen en de pomp op de batterij te laten werken. Het alarm stopt
automatisch zodra de pomp weer is aangesloten op de netvoeding.
ATTENTIE Laag Als de pomp langer dan 2 minuten* is ingeschakeld zonder dat de infusie wordt
gestart, worden er drie pieptonen (in het logboek ook wel TERUGROEP genoemd)
weergegeven. Druk op de knop
Rom het alarm nogmaals 2 minuten te dempen.
Of houd de knop
R
ingedrukt en wacht totdat er vier opeenvolgende pieptonen
worden weergegeven. Zo wordt het alarm 60 minuten op stand-by gezet.
BIJNA LEGE SPUIT Laag De spuit op de pomp is bijna leeg. Deze waarde kan worden geconfigureerd. Er
kunnen optionele* herinneringssignalen klinken. Dit zijn geluidssignalen van vier
pieptonen die elke tien minuten worden weergegeven nadat het bijna-leegalarm
is geannuleerd. Dit herinneringssignaal zal niet klinken bij een continue infusie
waarbij het bijna-leegalarm op minder dan tien minuten is ingesteld.
*Configureerbare optie.
BDDF00639 Uitgave 2
31/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Alarmen en waarschuwingen
Opmerking: Het geluidsvolume van de toon is ten minste 45 dB, afhankelijk van de configuratie van het geluidsniveau van het alarm.
Wanneer het geluidsvolume van het alarm lager is dan het geluidsvolume van de omgeving, wordt het alarmsignaal
mogelijk niet gehoord.
Indicatoren prioriteitsniveau alarm
Prioriteit Geluidsindicator
Visuele indicator
(lichtsignaal)
HOOG Tien pieptonen gevolgd door een pauze van drie seconden Rood knipperend
GEMIDDELD Drie opeenvolgende pieptonen gevolgd door een pauze van vier seconden Oranje knipperend
LAAG Drie opeenvolgende pieptonen gevolgd door een pauze van zestien seconden Oranje brandend
BDDF00639 Uitgave 2
32/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Meldingen
Meldingen
Meldingen worden aangegeven door een geluidsalarm en een bericht. Deze kunnen niet worden gedempt en er is geen visuele
indicator aanwezig.
Display
Pictogram
Beschrijving en handleiding Problemen oplossen
DOSIS ZOU OVERSCHRIJDEN
De infusiesnelheid is op een waarde gezet die een soft alert overschrijdt. Controleer de
infusieinstelling. Druk op de b-knop en bevestig vervolgens LIMIET OVERSCHRIJDEN
door op de JA-softkey te drukken, als u de infusie op de ingestelde snelheid wilt
voortzetten. Als LIMIET OVERSCHRIJDEN niet nodig is, drukt u op de NEE-softkey en
past u de snelheid aan, zodat deze onder de soft alert ligt.
DOSIS ONDER
De infusiesnelheid is op een waarde gezet die onder een soft alert ligt. Controleer de
infusieinstelling. Druk op de
b-knop en bevestig vervolgens LIMIET OVERSCHRIJDEN
door op de JA-softkey te drukken, als u de infusie op de ingestelde snelheid wilt
voortzetten. Als LIMIET OVERSCHRIJDEN niet nodig is, drukt u op de NEE-softkey en past
u de snelheid aan, zodat deze boven de soft alert ligt.
DOSIS NIET TOEGESTAAN
De infusiesnelheid is boven een harde limiet ingesteld. Controleer de infusieinstelling
en pas de snelheid aan tot de vereiste snelheid.
DOEL ZOU OVERSCHRIJDEN
Het doel is op een waarde gezet die een soft alert overschrijdt. Controleer de
infusieinstelling. Druk op de b-knop en bevestig vervolgens LIMIET OVERSCHRIJDEN
door op de JA-softkey te drukken, als u de infusie met de ingestelde doelwaarde wilt
voortzetten. Als LIMIET OVERSCHRIJDEN niet nodig is, drukt u op de NEE-softkey en past
u de snelheid aan, zodat deze onder de soft alert ligt.
BOLUS DOSIS BOVEN
De bolusdosis is op een waarde gezet die een soft alert overschrijdt. Controleer de
bolusinstelling. Druk op de b-knop en bevestig vervolgens LIMIET OVERSCHRIJDEN
door op de JA-softkey te drukken, als u verder wilt gaan met de bolus. Als
LIMIET OVERSCHRIJDEN niet nodig is, drukt u op de NEE-softkey en past u de dosis aan,
zodat deze onder de soft alert ligt.
BOLUS DOSIS ONDER
De bolusdosis is op een waarde gezet die onder een soft alert ligt.
Controleer de bolusinstelling. Druk op de b-knop en bevestig vervolgens
LIMIET OVERSCHRIJDEN door op de JA-softkey te drukken, als u verder wilt gaan
met de bolus. Als LIMIET OVERSCHRIJDEN niet nodig is, drukt u op de NEE-softkey
en past u de dosis aan, zodat deze boven de soft alert ligt.
BOLUS DOSIS NIET TOEGESTAAN
De bolusdosis is boven een harde limiet ingesteld. Controleer de bolusinstelling en
pas deze aan tot de juiste vereiste dosis.
GEWICHT BUITEN LIMIET
Het gewicht van de patiënt is op een waarde gezet die boven of onder een soft alert
ligt. Controleer de gewichtsinstelling. Druk op de
b-knop en bevestig vervolgens
LIMIET OVERSCHRIJDEN door op de JA-softkey te drukken, als u verder wilt gaan.
Als LIMIET OVERSCHRIJDEN niet nodig is, drukt u op de NEE-softkey en past
u de waarde aan, zodat deze binnen de grenzen ligt.
SNELHEID NIET TOEGESTAAN
De infusiesnelheid is boven een harde limiet ingesteld. Controleer de infusieinstelling
en pas de snelheid aan tot een geschikte vereiste snelheid.
BDDF00639 Uitgave 2
33/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Geconfigureerde opties
Geconfigureerde opties
Deze sectie bevat een lijst met configureerbare opties. Sommige kunnen worden geopend via het configuratiemenu van de pomp
(beschikbaar in de Technische modus) en andere via de Alaris PK Editor-software.
Voer de toegangscode voor Geconfigureerde opties in op de Alaris PK Plus-spuitpomp.
w
Toegangscodes mogen alleen door gekwalificeerd technisch personeel worden ingevoerd.
Gebruik de Alaris PK-editor om algemene opties, de geneesmiddelenlijst en -eenheden die voor elk profiel zijn ingeschakeld te configureren
en om de spuitmerken en -modellen te configureren die moeten worden geactiveerd.
Vooraf ingestelde alarmen
Bij pompen met softwareversie 3.4.5 kan tijdens de configuratie worden gekozen uit 2 verschillende alarmtonen:
OORSPRNKLKE ALARMEN: Alarmtonen met lage, gemiddelde en hoge prioriteit die klinken als de geluidsalarmen en -waarschuwingen
van de softwareversies voorafgaand aan 3.4.5
3DE EDITIE ALARMEN: Alarmtonen met lage, gemiddelde en hoge prioriteit, in overeenstemming met IEC 60601-1-8: 2012
en IEC 60601-2-24:2012
Voer de toegangscode voor alarminstellingen op de pomp in. Raadpleeg de handleiding voor technisch onderhoud of de kennisgeving
voor meer informatie.
1. Gebruik de
f-toetsen om alternatieve alarmtonen te selecteren.
2. Druk op de softkey OK nadat de gewenste alarmtoon is geselecteerd.
3. Druk op de softkey STOP als alle wijzigingen zijn doorgevoerd.
w
Alle pompen in eenzelfde zorgomgeving dienen met dezelfde alarmtonen te worden geconfigureerd om verwarring
bij de gebruiker te voorkomen.
Het ziekenhuis/de instelling is verantwoordelijk voor de selectie en configuratie van het gewenste alarmschema.
Het Alaris Gateway-werkstation (Werkstation) met softwareversies 1.1.3, 1.1.3 MR, 1.1.5, 1.2, 1.3.0, 1.6.0 of 1.5 biedt
geen ondersteuning voor de nieuwe visuele pompalarmschema's met lage prioriteit conform IEC 60601-1-8: 2012.
Bij pompen met softwareversie 3.4.5 of hoger op deze werkstations wordt een melding weergegeven om aan te
geven dat de alarmprioriteiten niet overeenkomen. Als gevolg hiervan worden de alarmen Bijna einde infusie, Uitval
netspanning en Attentie op het baken van het werkstation weergegeven als alarmen met gemiddelde visuele prioriteit,
en op de pomp als alarm met lage prioriteit. Daarnaast zal het baken op het werkstation bij sommige informatiesignalen
oplichten, zoals bij Titratie niet bevestigd, terwijl het baken op de pomp hierbij niet zal oplichten. Wanneer
de alarmprioriteiten niet overeenkomen, moet de gebruiker het pompalarm raadplegen voor de juiste prioriteit.
Geconfigureerde opties
Voer de toegangscode voor geconfigureerde opties op de pomp in. Raadpleeg de handleiding voor technisch onderhoud voor meer informatie.
Klokinstelling
1. Selecteer KLOKINSTELLING uit het menu Geconfigureerde opties met behulp van de f-toetsen en druk op de OK-softkey.
2. Gebruik de
f-toetsen om de weergegeven datum aan te passen en druk op de VOLGENDE-softkey om naar het volgende
veld te gaan.
3. Als de juiste tijd en datum worden weergegeven, drukt u op de OK-softkey om terug te keren naar het menu Geconfigureerde opties.
Taal
Met behulp van deze optie kan de taal worden ingesteld van de mededelingen die op het display van de pomp worden weergegeven.
1. Selecteer TAAL uit het menu Geconfigureerde opties met behulp van de
f-toetsen en druk op de OK-softkey.
2. Gebruik de
f-toetsen om de taal te selecteren.
3. Nadat de gewenste taal is geselecteerd, drukt u op de SELECTEER-softkey om terug te keren naar het menu Geconfigureerde opties.
Contrast
Deze optie wordt gebruikt voor het instellen van het contrast op het display van de pomp.
1. Selecteer CONTRAST uit het menu Geconfigureerde opties met behulp van de
f-toetsen en druk op de OK-softkey.
2. Gebruik de
f-toetsen om de verhoudingswaarde van het contrast te selecteren. Het contrast van het display verandert
terwijl u door de getallen bladert.
3. Als de gewenste waarde is bereikt, drukt u op de OK-softkey om terug te keren naar het menu Geconfigureerde opties.
BDDF00639 Uitgave 2
34/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Geconfigureerde opties
Algemene opties alaris PK Plus-spuitpomp
1. Selecteer ALGEMENE OPTIES uit het menu Geconfigureerde opties met behulp van de f-toetsen en druk op de OK-softkey.
2. Selecteer de optie die u wilt inschakelen/uitschakelen of aanpassen en druk op de AANPASSEN-softkey.
3. Als alle gewenste wijzigingen zijn doorgevoerd, drukt u op de STOP-softkey.
4. Kies nu de volgende configuratieoptie uit het menu of schakel de pomp uit. Schakel de pomp indien nodig daarna weer in.
NC AANGESLOTEN Schakelt het verpleegkundigenalarm in (hardwareoptie).
NC OMGEKEERD Als deze optie is ingeschakeld, wordt de oproep verpleegkundigenalarm omgekeerd.
RS232 SELECTIE Hiermee wordt de communicatie van de pomp ingesteld op gebruik van RS232 (optie hardware).
De optie VERPLEEGKUNDIGENALARM AANGESLOTEN dient te worden ingeschakeld om RS232
te kunnen inschakelen.
HERINNERINGSSIGNAAL
Als dit signaal is ingeschakeld, wordt er elke 10 minuten een geluidsmelding van vier pieptonen
weergegeven voor de alarmen Batterij bijna leeg en Bijna einde infusie.
Uitschakelvolgorde
Voer de toegangscode voor de alternatieve uitschakelvolgorde in op de Alaris PK Plus-spuitpomp. Raadpleeg de handleiding Technisch
onderhoud voor meer gegevens.
w
Toegangscodes mogen alleen door gekwalificeerd technisch personeel worden ingevoerd.
INGESCHAKELD
Bij gebruik van TCI of TIVA met voorspellende TCI kan de pomp alleen worden uitgeschakeld door de infusie te
stoppen, EINDE WERKING te selecteren in het optiemenu, de selectie te bevestigen en de pomp uit te schakelen.
UITGESCHAKELD
In de TCI of TIVA met voorspellende TCI mag de pomp worden uitgeschakeld nadat de pomp in de pauzestand is gezet.
BDDF00639 Uitgave 2
35/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Geconfigureerde opties
Alaris PK-editorsoftware - Pompconfiguratie
De volgende opties kunnen via de Alaris PK -editorsoftware (op de pc) worden geconfigureerd, zie de gebruiksaanwijzing van de Alaris
PK -editorsoftware (1000CH00016) voor details over wijziging van de profielconfiguraties.
Algemene pompconfiguratie
AC Fail Warning Het stroomstoringalarm kan hoorbaar of stil worden ingesteld als de verbinding met de netvoeding
wordt verbroken.
Audio Volume Het geluidsvolume van de pomp (hoog, gemiddeld of laag).
Auto Night Mode Het hoofddisplay (achtergrondverlichting) wordt tussen 21:00 en 06:00 uur getemperd.
Battery Icon Indicator die de geschatte resterende accucapaciteit weergeeft.
Callback Time Stelt de tijdsduur in voordat het alarm AANDACHT van de pomp wordt weergegeven.
Event Log Het logboek kan zo worden ingesteld dat het op het hoofddisplay wordt weergegeven. Ook als het
logboek niet is geactiveerd, worden gebeurtenissen nog altijd geregistreerd.
Drug Override Mode Always - Voor alle wijzigingen die aan de dosissnelheid of doelconcentratie zijn aangebracht
en buiten de soft alerts van de editor liggen, is bevestiging vereist, voordat de infusie wordt gestart.
Smart - Bevestiging van de instelling is vereist voor de eerste dosissnelheid of doelconcentratie
die buiten de soft alerts van de editor is ingesteld. Voor volgende wijzigingen is geen bevestiging
vereist, totdat de dosissnelheid of doelconcentratie binnen de soft alerts van de editor is bevestigd.
Bovendien is er ook een bevestiging nodig voor alle wijzigingen in dosissnelheid of doelconcentratie
v
an boven een soft-alertmaximum naar onder een soft-alertminimum of van onder een soft-alertminimum
tot boven een soft-alertmaximum.
Pressure Default Het standaard occlusiedrukalarmniveau.
Pressure Display Hiermee wordt ingesteld of de drukinformatie op het hoofddisplay beschikbaar is.
Purge Rate De tijdens het purgeren gebruikte snelheid.
Purge Volume Max Het maximaal toelaatbare purgeervolume.
Purge Syringe Prompt Functie waarbij de gebruiker gevraagd wordt de extensieset voor de start van de infusie te purgeren.
Bolus
1
De bolusfunctie kan worden ingesteld op HANDS ON (MANUEEL) of HANDS FREE (HANDSFREE).
Bolus Rate Default
1
De standaard bolussnelheid.
Bolus Volume Default
1
Het standaard bolusvolume.
KVO Hiermee kan Keep Vein Open = Houd ader open (KVO) bij Lege spuit (EOI) in of uit worden geschakeld.
KVO Rate Stelt de KVO-snelheid in waarop de pomp zal werken als de EOI is bereikt.
Near End of Infusion Time Stelt de waarschuwingstijd Bijna lege spuit in als de tijd die resteert tot Lege spuit.
End of Infusion % Stelt het Lege-spuitpunt in als een percentage van het spuitvolume.
Weight Default
2
Het standaardgewicht van de patiënt in kg.
Weight Minimum
2
Het minimumgewicht van de patiënt in kg. Dit is een soft alert en kan worden gepasseerd.
Weight Maximum
2
Het maximumgewicht van de patiënt in kg. Dit is een soft alert en kan worden gepasseerd.
Age Default
2
De standaardleeftijd van de patiënt in jaar.
Age Minimum
2
De minimumleeftijd van de patiënt in jaar. Dit is een soft alert en kan worden gepasseerd.
Age Maximum
2
De maximumleeftijd van de patiënt in jaar. Dit is een soft alert en kan worden gepasseerd.
w
De goedgekeurde gegevensset bevat per profiel configureerbare optiewaarden.
1
Alaris PK-editorsoftware - Profiel geneesmiddelen Als een geneesmiddel is geselecteerd, moeten de eigen configuratie-instellingen
van het middel worden gebruikt.
2
Hoewel voor leeftijd en gewicht standaardwaarden en zachte limieten kunnen worden ingesteld, kan het werkelijk selecteerbare
bereik begrensd zijn, al naar gelang het gekozen geneesmiddel en model.
BDDF00639 Uitgave 2
36/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Geconfigureerde opties
Alaris PK Editor-software - geneesmiddelenlijst
De volgende geneesmiddelparameters kunnen uitsluitend met de Alaris PK -editorsoftware (op de pc) worden geconfigureerd, en deze
worden geraadpleegd als de Alaris PK Plus-spuitpomp gebruikt wordt terwijl er een geneesmiddelnaam geselecteerd is. Raadpleeg de
gebruiksaanwijzing van de Alaris PK -editorsoftware (1000CH00016) voor details over de configuratie van de profiel geneesmiddelenlijst.
TCI - deze opties worden alleen weergegeven als er aan het geselecteerde geneesmiddel een TCI-model is gekoppeld.
Clinical Trial Indicator
Moet worden ingesteld, zodat de Alaris PK Plus-spuitpomp vaststelt dat er onder verantwoordelijkheid
van de onderzoeker van een klinisch studieprotocol een geselecteerd geneesmiddel/model wordt
gebruikt. Specifiek voor te publiceren studies en als het geneesmiddel in de voorschrijfgegevens niet
verwijst naar de geselecteerde TCI-toedienings modus of als de parameterselectie ervan afwijkt.
TIVA Predictive Mode Only Laat alleen geneesmiddelen toe met een gekoppeld TCI-model voor gebruik in de voorspellende
TIVA-modus.
Default DoelConcentratie De geboden standaarddoelconcentratie wanneer het geneesmiddel geselecteerd wordt.
Enable Effect Site Targeting Schakel de beoogde effectlocatieconcentratie in als het aan het geneesmiddel gekoppeld
model dit ondersteunt.
Enable Target Swapping Maak het wisselen tussen de beoogde plasma- en effectlocatieconcentratie mogelijk als het
aan het geneesmiddel gekoppelde model beide modi ondersteunt.
Enable TIVA/TCI Switching Maakt wisselen tussen de TIVA -en TCI-modus mogelijk.
Target Soft Alert Max Stelt het soft-alertmaximum voor de doelconcentratie in.
Default Decrement Concentration Stelt de standaard afname voor de doelconcentratie in.
TIVA-inductieparameters
Induction ON/OFF Schakelt de inductiefase van het TIVA-protocol in of uit.
Dosing Units
De doseringseenheden voor de inductie. Deze kunnen gebaseerd zijn op het gewicht van de patiënt.
Default Dose De geboden standaardinductiedosis.
Default Induction Time Stelt de standaardinductietijd in.
Soft Alert Min De inductiewaarde waaronder een overschrijdbevestiging vereist is.
Soft Alert Max De inductiewaarde waarboven een overschrijdbevestiging vereist is.
Hard Limit Max De maximaal toegestane inductiedosis.
Pause After Induction Schakelt een pauze na de inductie in of uit.
TIVA-onderhoudsparameters
Dose Rate Units De eenheden voor de onderhoudssnelheid.
Default Dose Rate De standaard onderhoudsdosis.
Soft Alert Min De onderhoudsdosissnelheid waaronder een overschrijdbevestiging vereist is.
Soft Alert Max De onderhoudsdosissnelheid waarboven een overschrijdbevestiging vereist is.
Hard Limit Max De maximaal toegestane onderhoudsdosissnelheid.
TIVA-bolusparameters
Bolus Type Bepaalt zo nodig de bolusactiviteit.
Default Rate De standaard bolussnelheid.
Dosing Units De doseringseenheden voor de bolus. Deze kunnen gebaseerd zijn op het gewicht van de
patiënt.
Default Dose
(uitsluitend HANDSFREE)
De geboden standaardbolus.
Soft Alert Min
(uitsluitend HANDSFREE)
De bolusdosiswaarde waaronder een overschrijfbevestiging vereist is.
Soft Alert Max
(uitsluitend HANDSFREE)
De bolusdosiswaarde waarboven een overschrijfbevestiging vereist is.
Hard Limit Max
(uitsluitend HANDSFREE)
De maximaal toegestane bolusdosis.
Occlusiealarmen
Occlusion Alarm Pressure Het standaard occlusiealarmniveau.
Desensitise Threshold Rate De infusiesnelheid die, wanneer deze in de TCI-modus wordt overschreden, ervoor zorgt dat
de occlusiedetectie wordt gedesensibiliseerd.
Concentratielimieten
Minimum Concentration De minimum geneesmiddelconcentratie.
Maximum Concentration De maximum geneesmiddelconcentratie.
BDDF00639 Uitgave 2
37/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Geconfigureerde opties
Profiellijst standaardgeneesmiddelen
De volgende geneesmiddelparameters zijn in de pomp geprogrammeerd.
Diprivan 1% Diprivan 2% Remifentanil Remifentanil TIVA* Sufentanil
Model Marsh Marsh Minto n.v.t. Gepts
Min concentratie 10 mg/ml 20 mg/ml 20 µg/ml 20 µg/ml 0,2 µg/ml
Max concentratie 10 mg/ml 20 mg/ml 50 µg/ml 250 µg/ml 5,0 µg/ml
Standaardinductie 1,0 mg/kg 1,0 mg/kg 1,0 µg/kg 1,0 µg/kg 0,15 µg/kg
Inductie Soft Max 2,5 mg/kg 2,5 mg/kg 1,5 µg/kg 1,5 µg/kg 0,5 µg/kg
Inductie Hard Max 4,0 mg/kg 4,0 mg/kg 2,0 µg/kg 2,0 µg/kg 2,0 µg/kg
Inductietijd 30 s 30 s 45 s 45 s 45 s
Standaard onderhoud 8 mg/kg/u 8 mg/kg/u 0,2 µg/kg/min 0,2 µg/kg/min 0,1 µg/kg/u
Onderhoud Soft Max 14 mg/kg/u 14 mg/kg/u 1 µg/kg/min 1 µg/kg/min 1 µg/kg/u
Onderhoud Hard Max 20 mg/kg/u 20 mg/kg/u 2 µg/kg/min 2 µg/kg/min 2 µg/kg/u
Standaard bolussnelheid 1200 ml/u 600 ml/u 600 ml/u 600 ml/u 1200 ml/u
Standaard bolus 1,0 mg/kg 1,0 mg/kg 1,0 µg/kg 1,0 µg/kg 0,15 µg/kg
Bolus Soft Max 2,5 mg/kg 2,5 mg/kg 1,5 µg/kg 1,5 µg/kg 1,0 µg/kg
Bolus Hard Max 5,0 mg/kg 5,0 mg/kg 2,0 µg/kg 2,0 µg/kg 2,0 µg/kg
Standaard targetconc. 4,0 µg/ml 4,0 µg/ml 3,0 ng/ml 0,15 ng/ml
Targetconc. Soft Max 10 µg/ml 10 µg/ml 8,0 ng/ml 1,0 ng/ml
Targetconc. Hard Max 15 µg/ml 15 µg/ml 20 ng/ml 2,0 ng/ml
Afname conc. 1 µg/ml 1 µg/ml 1 ng/ml 0,05 ng/ml
Infusiesnelheidslimieten 1200 ml/u 600 ml/u 1200 ml/u 1200 ml/u 1200 ml/u
*Aan dit geneesmiddel is geen model gekoppeld, daarom kan het niet worden gebruikt in de TCI-modus.
w
De standaardwaarden zijn ontleend aan publicaties en beoordelingen door deskundigen en worden uitsluitend
als referentie verstrekt. Aanbevolen wordt de waarden te controleren om te verzekeren dat zij voldoen aan het
ziekenhuisprotocol, voordat de infusie wordt gestart of een getitreerde waarde wordt bevestigd.
BDDF00639 Uitgave 2
38/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Specificaties
Specificaties
Infusiespecificaties
Als onderdeel van de configuratie kan de maximale infusiesnelheid worden ingesteld.
0,1 ml/u - 150 ml/u 5 ml-spuiten
0,1 ml/u - 300 ml/u 10 ml-spuiten
0,1 ml/u - 600 ml/u 20 ml-spuiten
0,1 ml/u - 900 ml/u 30 ml-spuiten
0,1 ml/u - 1200 ml/u 50 ml-spuiten
Stappen van de infusiesnelheid:
Snelheidsbereik (ml/u) Stappen van de enkele chevron-toetsen (ml/u)
Stappen van de dubbele chevron-toetsen (ml/u)
0,10 tot 9,99 0,01 0,10
10,0 tot 99,9 0,1 1,0
100 tot 999 1 10
1000 tot 1200 10 100
Het bereik van geïnfundeerd volume is 0,0 ml - 9990 ml.
Bolusspecificaties
De geselecteerde maximumsnelheden worden hieronder weergegeven
150 ml/u 5 ml-spuiten
300 ml/u 10 ml-spuiten
600 ml/u 20 ml-spuiten
900 ml/u 30 ml-spuiten
1200 ml/u 50 ml-spuiten
Het standaard bolusvolume kan worden ingesteld als onderdeel van de configuratie.
Minimum: 0,1 ml
Maximum: 100,0 ml
Stappen van 0,1 ml; standaard 5,0 ml
Tijdens BOLUS worden de druklimietalarmen tijdelijk op het maximale niveau ingesteld.
Nauwkeurigheid bolusvolume*
De geselecteerde maximumsnelheden worden hieronder weergegeven
Bolusvolume Normaal Normaal maximum Normaal minimum Pompspecificatie
0,1 ml 1,9% 6,2% -7,3% ± 10%
25 ml 0,2% 0,5% -0,1% ± 5%
* - Bij gebruik van een BD Plastipak-spuit van 50 ml bij 5 ml/u onder normale omstandigheden (95% betrouwbaarheid/95% van de pompen).
Kritisch volume
De bolus die kan optreden als er een enkele interne storing optreedt met een 50 ml-spuit is: Maximale overinfusie – 0,87 ml
Purgeerspecificaties
De purgeersnelheid is beperkt tot de maximale snelheid van de spuit en kan als onderdeel van de configuratie worden ingesteld.
100 ml/u - 500 ml/u.
Het bereik van het purgeervolume is 0,5 ml - 5 ml.
Tijdens PURGEER worden de druklimietalarmen tijdelijk op het maximale niveau ingesteld.
Einde-spuitsnelheid
Stop, KVO (0,1 ml/u tot 2,5 ml/u), of de ingestelde snelheid als deze lager is dan KVO.
Bijna lege spuit-alarm
1 minuut - 15 minuten tot het einde van de infusie, of tot 10% van het spuitvolume indien dit later voorkomt.
BDDF00639 Uitgave 2
39/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Specificaties
Lege spuit (EOI)-alarm
0,1% - 5% van het spuitvolume.
Maximale pomp druklimiet
Hoogste alarmniveau 1000 mmHg (nominaal bij L-10)
Occlusienauwkeurigheid (% van volledige schaal)*
Druk mmHg
L-0
circa 50 mmHg
L-3
circa 300 mmHg
L-5
circa 500 mmHg
L-10
circa 1000 mmHg
Temp. 23 °C ± 18% ± 21% ± 23% ± 28%
* - Gebruik van de meest gebruikte 50 ml-spuiten onder normale omstandigheden (95% betrouwbaarheid / 95% van de pompen).
Systeemnauwkeurigheid (continue modus ml/u en TIVA)
Snelheid Normaal Pompspecificatie
≥ 1ml/u ± 2% ± 2%
< 1ml/u ± 2% ± 10%
Capaciteitsverlaging - Temperatuur +/- 0,5% (5 – 40 °C) Hoge snelheden +/- 2,0% (snelheden > spuitvolume/u bijv. > 50 ml/u in
een 50 ml-spuit.)
w
Normaal gesproken is de systeemnauwkeurigheid +/- 2% per volume, gemeten met behulp van de trompetcurve-
testmethode zoals aangegeven in IEC/EN60601-2-24 bij snelheden van 1,0 ml/u (23 °C) en hoger, bij gebruik van de
pomp met de aanbevolen spuiten. Waarschuwing: De nauwkeurigheid van het infusievolume kan bij waarden van onder
de 1,0 ml/u nietgegarandeerd worden. Verschillen in factoren als afmeting en zuigerkracht in erkende spuiten kunnen
variaties veroorzaken in nauwkeurigheid en trompetcurves. Zie ook de sectie 'Trompetcurves' in deze handleiding.
Elektrische classificatie
Klasse I product. Continu-moduswerking, transporteerbaar
Specificaties accu
Oplaadbaar, geseald NiMH. Wordt automatisch opgeladen als de pomp is aangesloten op de netvoeding.
De gemiddelde accutijd indien volledig opgeladen bij 5 ml/u en 23 °C ± 2 °C onder normale omstandigheden bedraagt 6 uur*
*95% lagere betrouwbaarheidsinterval van 5 uur 50 minuten
Wanneer de accu helemaal leeg is, duurt het 2½ uur tot deze tot 90% is geladen.
In de TCI-modus kan met een volledig geladen accu ten minste een volle spuit worden geïnfundeerd.
Handhavingscapaciteit geheugen
Het elektronische geheugen van de pomp blijft ten minste 6 maanden gehandhaafd als de pomp niet wordt gestart.
Type zekering
2 x T 1.25L250V
Netvoeding
115 - 230 VAC, 50 - 60 Hz, 30 VA (bij maximale oplaadcondities) 10 VA (minimaal).
Afmetingen
310 mm (b) x 121 mm (h) x 200 mm (d).
Gewicht
2,4 kg (exclusief voedingskabel).
Bescherming tegen binnendringing van vloeistof
IP32 - Beschermd tegen spatwater tot onder een hoek van 15° vanuit verticale stand en beschermd tegen vaste voorwerpen groter dan 2,5 mm.
Opmerking: IP33 is van toepassing als de fixatieset voor het netsnoer, onderdeelnummer 1000SP01294, is aangebracht.
BDDF00639 Uitgave 2
40/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Specificaties
Alarmcondities
Aandrijving ontgrendeld Occlusie Attentie (Verpleegkundigenalarm)
Controleer spuit Bijna lege spuit Lege spuit
Lage accuspanning Lege accu Uitval netspanning
Titreer niet bevestigd Interne storing Concentratie niet toegestaan
Dosis zou overschrijden Doel zou overschrijden Dosis onder
Dosis niet toegestaan Bolusdosis niet toegestaan Snelheid niet toegestaan
Bolusdosis onder Bolusdosis boven Gewicht buiten limiet
Comms timeout Stop: Niet haalbare snelh
Omgevingsspecificaties
Bedrijfstemperatuur 0 °C - +40 °C
Relatieve vochtigheid voor gebruik 20% - 90%
Atmosferische werkdruk 700 hPa - 1060 hPa
Transport en opslagtemperatuur -30 °C - +50 °C
Transport en relatieve vochtigheid opslag 10% - 95%
Transport en atmosferische druk opslag 500 hPa - 1060 hPa
Elektrische/mechanische veiligheid
Voldoet aan IEC/EN60601-1 en IEC/EN60601-2-24.
Potentiaalvereffeningsgeleider
De potentiaalvereffeningsconnector (geleider) wordt gebruikt voor een rechtstreekse aansluiting tussen de pomp en de
potentiaalvereffeningsaansluiting van de elektrische installatie. Om de geleider te gebruiken, sluit u de potentiaalvereffeningsconnector
van de pomp aan op de potentiaalvereffeningsaansluiting van de elektrische installatie.
EMC
Voldoet aan IEC/EN60601-1-2 en IEC/EN60601-2-24.
BDDF00639 Uitgave 2
41/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Erkende spuiten
Erkende spuiten
De pomp is gekalibreerd en gelabeld voor gebruik met disposable Luer lock-spuiten voor eenmalig gebruik. Gebruik uitsluitend spuiten
van het type en met de afmeting zoals aangegeven op het pompdisplay. De volledige lijst met toegestane types spuiten is afhankelijk
van de softwareversie van de pomp.
5 ml 10 ml 20 ml 30 ml 50 ml
IVAC™
ü
AstraZeneca*
ü
B Braun Omnifix*
ü ü ü ü ü
B Braun Perfusor*
ü ü
BD Perfusion*
ü
BD Plastipak*
ü ü ü ü ü
BD Precise*
ü ü
Codan*
ü ü ü ü
Codan Perfusion*
ü
Fresenius Injectomat*
ü ü
Monoject
2*
ü ü ü ü ü
Pentaferte*
ü ü ü ü
Rapiject
1*
ü
Terumo*
ü ü ü ü ü
1
- De Rapiject 50 ml-spuit is een speciale spuit met een cilinder van grote diameter. Voor betere bescherming tegen het per ongeluk
verplaatsen van de spuit dient men de extensieset altijd te bevestigen aan de haak voor de extensieset - zie hoofdstuk 'Een spuit
plaatsen en bevestigen.
2
- Ξ TYCO / Healthcare KENDALL - MONOJECT.
w
Om het risico op onjuiste informatie over het type spuit te minimaliseren, wordt aanbevolen dat enkel spuittypen die
beschikbaar zijn in het ziekenhuis, worden geconfigureerd op de pomp.
w
BD heeft een reeks spuiten beschreven zoals vermeld in de tabel ‘Erkende spuiten. BD kan de constante nauwkeurigheid
van het systeem van deze erkende spuiten* niet garanderen, aangezien de fabrikant van het betreffende spuitsysteem
de aan de nauwkeurigheid gerelateerde spuitspecificaties zonder voorafgaande kennisgeving kan wijzigen.
Onderhevig aan het bovenstaande geldt dat luer lock-spuiten van het merk BD kunnen worden bevestigd als BD
Plastipak-spuiten doordat er geen significante afwijking in afmetingen bestaat.
In geen geval kan BD verantwoordelijk worden gesteld voor schade van welke aard dan ook, inclusief maar niet
beperkt tot directe of indirecte schade, speciale schade, gevolgschade of incidentele schade die voortvloeit uit of
verband houdt met het gebruik van spuiten die niet in de tabel 'Erkende spuiten' worden vermeld.
BDDF00639 Uitgave 2
42/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Bijbehorende producten
Bijbehorende producten
Het Alaris Gateway-werkstation
Productserienummer 80203UNS0y-xx
Voedingsspanning 115 - 230 V, ~50 - 60 Hz
Elektrische classificatie 460 VA (maximum)
Bescherming tegen elektrische schokken Klasse 1
Classificatie Continu bedrijf
Stroomvoorziening pomp 115-230 V, ~50-60 Hz, 60 VA
Het Alaris DS-docking station
Productserienummer 80283UNS00-xx
Voedingsspanning 230 VAC, 50 of 60 Hz
Elektrische classificatie 500 VA (nominaal)
Bescherming tegen elektrische schokken Klasse 1
Classificatie Continu bedrijf
Stroomvoorziening pomp 20 VA max. 230 V 50-60 Hz
y = Connectiviteitsoptie - 1, 2 of 3
xx = Configuratie
BDDF00639 Uitgave 2
43/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Compatibele extensiesets
Compatibele extensiesets
De pomp gebruikt standaard disposable extensiesets en spuiten met Luer lock-connectors voor eenmalig gebruik. De gebruiker is
verantwoordelijk voor verificatie van de geschiktheid van een gebruikt product dat niet is aanbevolen door BD.
20038E7D
Driewegextensieset met 3 SmartSite
naaldvrije kleppen, laag vulvolume, 13 cm
20062E7D
Driewegextensieset met 3 SmartSite naaldvrije kleppen en een terugstroomklep, 16 cm
MFX2271
2-weg set met anti-sifonklep en terugstroomklep, 210 cm
MFX2270
3-weg set met 2 anti-sifonkleppen en terugstroomklep, 210 cm
MFX2290
3-weg set met 2 anti-sifonkleppen en terugstroomklep, laag primingvolume, 209 cm
MFX2291
2-weg set met anti-sifonklep en terugstroomklep, laag primingvolume, 209 cm
MFX2284
3-weg kraantje (blauw) met extensie, 100 cm
MFX2233E
Driewegextensieset met 2 terugstroomkleppen, SmartSite naaldvrije klep en klem,
laag vulvolume, 10 cm
BDDF00639 Uitgave 2
44/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Compatibele extensiesets
2309E-0006
Vulnaald met SmartSite naaldvrije klep en terugstroomklep
2205E-0006
Flaconadapter met SmartSite naaldvrije klep, voor flacons van 20 mm
MFX2293
Extensieset met terugstroomklep, 14 cm. Vulvolume: 0,9 ml
500-012V
Tweeweg-Y-connectorset met anti-sifonklep en terugstroomklep, 210 cm
500-013V
Drieweg-Y-connectorset met 2 anti-sifonkleppen en terugstroomklep, 190 cm
500-002V
Tweeweg-Y-connectorset met anti-sifonklep en terugstroomklep, 15 cm
500-003V
Drieweg-Y-connectorset met 2 anti-sifonkleppen en terugstroomklep, 15 cm
MFX2280EV
Driewegkraan met uitbreiding en SmartSite naaldvrije klep, 10 cm
MFX2282EV
Driewegkraan met uitbreiding en SmartSite naaldvrije klep, 30 cm
MFX2283EV
Driewegkraan met uitbreiding en SmartSite naaldvrije klep, 50 cm
MFX2284EV
Driewegkraan met uitbreiding en SmartSite naaldvrije klep, 100 cm
MFX2285EV
Driewegkraan met uitbreiding en SmartSite naaldvrije klep, 120 cm
PB-G40710
Met laagabsorberend PE-beklede extensieset met klem, 100 cm
PB-G40715
Met laagabsorberend PE-beklede extensieset met klem, 150 cm
BDDF00639 Uitgave 2
45/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Compatibele extensiesets
PB-G40720
Met laagabsorberend PE-beklede extensieset met klem, 200 cm
G40615K
Extensieset van laagabsorberend PE, 150 cm
G40215K
Extensieset, ondoorzichtig PVC, 150 cm
30262E-0006
Extensieset met 2 SmartSite naaldvrije kleppoorten, 102 cm
G40015
Standaard spuitextensieset van PVC, 150 cm.
Vulvolume: 2,6 ml
G40020B
Standaard spuitextensieset van PVC, 200 cm.
Vulvolume: 1,4 ml
G40320V
Spuitextensieset van ondoorzichtig wit PVC, 200 cm.
Vulvolume: 1,4 ml
G40620K
Polyethyleen spuitextensieset met klem, 200 cm.
Vulvolume: 1,8 ml
w
Er worden voortdurend nieuwe sets ontwikkeld voor onze klanten. Neem contact op met uw plaatselijke
BD-vertegenwoordiger voor informatie over de beschikbaarheid.
Aanbevolen wordt de extensiesets te verwisselen overeenkomstig de gebruiksaanwijzing. Lees voor gebruik
de bij de extensieset behorende gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
Onthoud dat deze tekeningen niet op schaal zijn.
BDDF00639 Uitgave 2
46/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Onderhoud
Onderhoud
Routineonderhoudsprocedures
Om een blijvend goede werkingsconditie van de pomp te waarborgen is het belangrijk dat deze wordt schoongehouden en dat de hieronder
beschreven routine-onderhoudsprocedures worden uitgevoerd.
Interval Regelmatige onderhoudsprocedure
Volgens het ziekenhuisbeleid Reinig de externe oppervlakken van de pomp grondig vóór en na een lange periode van opslag.
Elk gebruik
1. Inspecteer de voedingsstekker en de voedingskabel op schade.
2. Inspecteer behuizing, toetsenbord en plunger op schade.
3. Controleer of zelftest bij opstarten correct werkt.
Voordat de pomp bij een nieuwe
patiënt wordt gebruikt en wanneer
nodig
Maak de pomp schoon door deze af te nemen met een pluisvrije doek die enigszins met warm
water en een normale desinfecterende oplossing of normaal reinigingsmiddel is bevochtigd.
Als de pomp valt, beschadigd raakt of wordt blootgesteld aan overmatig vocht of hoge temperaturen, dient deze
onmiddellijk buiten gebruik te worden gesteld en te worden gecontroleerd door bevoegd onderhoudspersoneel.
w
Alle preventieve en correctieve onderhoudswerkzaamheden en dergelijke activiteiten moeten worden uitgevoerd
op een daarvoor geschikte locatie en overeenkomstig de verstrekte informatie. BD is op geen enkele wijze
verantwoordelijk in het geval één van deze handelingen wordt uitgevoerd in strijd met de door BD verstrekte
instructies of informatie. Raadpleeg de technische onderhoudshandleiding van het product (TSM) voor instructies
voor preventief en correctief onderhoud.
Alle preventieve en corrigerende onderhoudswerkzaamheden en alle dergelijke activiteiten moeten worden
uitgevoerd door gekwalificeerd onderhoudspersoneel overeenkomstig de TSM.
w
Raadpleeg de handleiding Technisch onderhoud voor kalibratieprocedures. De meeteenheden die voor
de kalibratieprocedure worden gebruikt, zijn standaard SI (het internationale Eenhedensysteem)-eenheden.
Werking van de accu
Door de interne, oplaadbare batterij kan de pomp blijven werken als er geen netspanning beschikbaar is, bijvoorbeeld als de patiënt
wordt vervoerd of als de stroom uitvalt. De gemiddelde tijd totdat de batterij leeg is vanuit volledig opgeladen toestand bij 5 ml/u en
20 °C onder normale omstandigheden bedraagt 6 uur*. Als het alarm aangeeft dat de batterij bijna leeg is, duurt het ongeveer 2½ uur
voordat de batterij 90% is opgeladen na aansluiting op de netspanning, ongeacht of de pomp in gebruik is.
De accu is een onderhoudsvrije, gesealde nikkelmetaalhydride en heeft geen routineonderhoud nodig. Voor een optimale werking
echter moet de accu voorafgaand aan en tijdens opslag met een regulier interval van 3 maanden en na volledige ontlading volledig
worden opgeladen.
U wordt geadviseerd de batterij alleen door bevoegd onderhoudspersoneel te laten vervangen. Gebruik alleen een batterij die wordt
aanbevolen door BD. Raadpleeg de handleiding Technisch onderhoud voor meer informatie over het vervangen van de batterij.
Het batterijpakket dat in deze Alaris-spuitpomp wordt gebruikt, is vervaardigd door BD en bevat een gepatenteerde PCB (printplaat) die
speciaal is ontworpen voor de Alaris-spuitpomp. In combinatie met de Alaris-spuitpompsoftware, regelt deze het gebruik, het opladen
en de temperatuur van de batterijen. Gebruik van batterijpakketten die niet zijn vervaardigd door BD in de Alaris-spuitpomp, is op eigen
risico. BD biedt geen garantie op batterijpakketten die niet door BD zijn vervaardigd, en keurt het gebruik ervan af. De productgarantie
van BD is niet van toepassing indien de Alaris-spuitpomp is beschadigd, voortijdig is versleten, defect is of anderszins niet juist
functioneert ten gevolge van het gebruik van een batterijpakket dat niet door BD is vervaardigd.
*95% lagere betrouwbaarheidsinterval van 5 uur 50 minuten
BDDF00639 Uitgave 2
47/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Onderhoud
Reiniging en opslag
Alvorens de pomp te gebruiken bij een nieuwe patiënt en periodiek tijdens gebruik dient de pomp gereinigd te worden door deze
af te nemen met een pluisvrije doek, bevochtigd met warm water en een standaard desinfecterend middel/ reinigingsmiddel.
Gebruik de volgende desinfecterende soorten niet:
Desinfectantia die corrosief zijn voor metalen mogen niet worden gebruikt, zoals onder andere:
NaDcc (zoals Presept),
Hypochlorieten (zoals Chlorosol),
Aldehyden (zoals Cidex),
Kationische surfactanten >1% (bijv. Benzalkoniumchloride).
Het gebruik van jodium (zoals Betadine) veroorzaakt oppervlakteverkleuringen.
Geconcentreerde reinigingsmiddelen op basis van isopropylalcohol kunnen plastic onderdelen afbreken.
Aanbevolen reinigingsmiddelen zijn:
Merk Concentratie
Hibiscrub 20% (v/v)
Virkon 1% (w/v)
De volgende producten zijn getest en acceptabel bevonden voor gebruik op de pomp indien gebruikt volgens de richtlijnen van de betreffende
fabrikant.
Warm water met zeep
Mild schoonmaakmiddel in water (bijv. Young’s Hospec)
70% isopropylalcohol in water
Chlor-Clean
Clinell Universal-doekje
Hibiscrub
TriGene Advance
Tristel Fuse-zakjes
Tristel Trio-doekjessysteem
Tuffie 5-doekje
Virkon Disinfectant
Voordat u de pomp schoonmaakt moet u deze altijd UIT schakelen en de stekker uit het stopcontact halen. Zorg dat
er nooit vloeistof in de behuizing komt en voorkom dat er zich teveel vocht verzamelt op de pomp. Gebruik geen
agressieve schoonmaakmiddelen, aangezien deze het uitwendige oppervlak van de pomp kunnen beschadigen. Niet
stoomautoclaveren, niet steriliseren met ethyleenoxide en de pomp niet onderdompelen in vloeistof.
Indien de pomp zichtbare barsten of schade aan de behuizing vertoont, mag deze niet worden gereinigd en moet
deze onmiddellijk buiten gebruik worden gesteld, zodat deze door bevoegd onderhoudspersoneel kan worden
onderzocht.
De spuit en de extensiesets zijn disposable onderdelen voor eenmalig gebruik en moeten na gebruik worden afgevoerd volgens de
instructies van de fabrikant.
Als de pomp voor een langere periode wordt opgeslagen, dient deze eerst te worden gereinigd en moet de interne accu volledig
worden opgeladen. Sla de pomp op in een schone, droge atmosfeer bij kamertemperatuur en gebruik als bescherming de originele
verpakking, als u die nog hebt.
Tijdens de opslag moeten elke 3 maanden functietests worden gedaan volgens de beschrijving in de handleiding Technisch onderhoud
en moet de interne accu volledig worden opgeladen.
Afvoer
Informatie voor gebruikers over de afvoer van elektrische en elektronische apparatuur
Dit
U-symbool op het product en/of bijbehorende documenten duidt erop dat gebruikte elektrische en elektronische producten niet
op dezelfde wijze mogen worden afgevoerd als huishoudelijk afval.
Als u elektrische en elektronische apparatuur wilt afvoeren, dient u contact op te nemen met het plaatselijke BD-kantoor of de
distributeur voor aanvullende informatie.
Het op de juiste wijze afvoeren van dit product draagt bij aan de conservering van waardevolle middelen en voorkomt een potentieel
nadelig effect op de volksgezondheid en het milieu wat het resultaat zou kunnen zijn van een onjuiste afvalverwerking.
Informatie over afvoer in landen buiten de Europese Unie.
Dit
U-symbool is uitsluitend geldig binnen de Europese Unie. Dit product dient te worden afgevoerd met inachtneming van
milieufactoren. Ter voorkoming van risicos en gevaren moeten de interne, oplaadbare accu en de nikkelmetaalhydride-accu uit het
controlepaneel worden gehaald en worden afgevoerd volgens de landelijk geldende regelgeving. Alle overige onderdelen kunnen op
veilige wijze worden afgevoerd volgens de plaatselijke regelgeving.
BDDF00639 Uitgave 2
48/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Occlusiedruklimieten
Occlusiedruklimieten
Tijd tot alarmering na occlusie wordt bereikt in minder dan 30 minuten bij snelheden van 1 ml/u en hoger met de juiste keuze van
occlusieniveaus.
De volgende grafieken tonen de typische waarden voor tijd tot alarmering en bolusvolume welke verwacht kunnen worden bij een
occlusie als een BD Plastipak 50ml-spuit is geselecteerd met een G40020B standaardextensieset.
Tijd tot alarmering -1,0 ml/uur Tijd tot alarmering -5,0 ml/uur
uu:min
normaal
uu:min
normaal
Occlusieniveau Occlusieniveau
Bolusvolume
ml
normaal
Occlusieniveau
Bij tests met een laag alarmniveau wordt soms onmiddellijk alarm gegeven - de kracht is bij een laag niveau in het algemeen lager dan
de frictie in de spuit (zonder additionele vloeistofdruk). Het gevolg hiervan is dat de druk die samenhangt met de lage kracht minder is
dan de nominaal aangegeven occlusiedruk.
BDDF00639 Uitgave 2
49/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Specificatie IrDA, RS232 en verpleegkundigenalarm
Specificatie IrDA, RS232 en verpleegkundigenalarm
De functie IrDA/RS232/verpleegkundigenalarm
De IrDA (of de optionele functie RS232 / verpleegkundigenalarm) is een functie op de Alaris -spuitpompen die het mogelijk maakt dat
de pomp wordt aangesloten op een pc of op andere Alaris-spuitpompen. Hierdoor kunnen gegevens worden overgedragen tussen de
Alaris-spuitpomp en een pc of een andere Alaris -spuitpomp.
w
De interface voor verpleegkundigenalarm fungeert als afstandsondersteuning van het interne geluidsalarm.
De functie mag niet worden gebruikt ter vervanging van de monitoring van het interne alarm.
Het signaal wordt binnen een seconde nadat de alarmtoestand is vastgesteld weergegeven door de IrDA-poort en het
verpleegkundigenalarm RS232.
Raadpleeg de handleiding Technisch onderhoud voor meer informatie over de RS232-interface. Omdat het mogelijk
is de spuitpomp met behulp van de RS232-interface op enige afstand van de pomp te besturen en dus op afstand
van de patiënt, ligt de verantwoordelijkheid voor de besturing van de pomp bij de software die draait op het
computerbesturingssysteem.
Het is aan de gebruiker van het apparaat om te beoordelen of de software die in de klinische omgeving wordt
gebruikt voor het aansturen of ontvangen van data van de pomp, geschikt is. Deze software moet het losraken
of een andere storing van de RS232-kabel kunnen constateren. Dit protocol wordt gedetailleerd beschreven in
de handleiding Technisch Onderhoud en dient uitsluitend ter informatie.
Alle analoge en digitale componenten die worden aangesloten moeten voldoen aan IEC/EN60950 voor dataprocessing
en IEC/EN60601 voor medische apparatuur. Iedereen die extra onderdelen op de signaal-input en-output aansluit,
is een systeemconfigurator en is er verantwoordelijk voor dat wordt voldaan aan de eisen van systeemstandaard
IEC/EN60601-1-1.
IrDA
Baudsnelheid 115,2 kBaud
Startbits 1 startbit
Databits 8 databits
Pariteit Geen pariteit
Stopbits 1 stopbit
BDDF00639 Uitgave 2
50/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Specificatie IrDA, RS232 en verpleegkundigenalarm
RS232 / Aansluitingsgegevens Verpleegkundigenalarm
Specificatie verpleegkundigenalarm -
Connector D Type - 9-pins
TXD/RXD EIA RS232-C-standaard
Bereik TXD-uitgangsspanning Minimum: -5 V (mark), +5 V (ruimte)
Normaal: -7 V (mark), +7 V (ruimte) met 3KΩ-lading naar aarde
Bereik RXD-ingangsspanning -30 V - +30 V max.
Drempelwaarden RXD-input Laag: 0,6 V minimum
Hoog: 3,0 V maximum
Weerstand RXD-input 3 kΩ minimum
Activeren Actief, Laag: -7 V tot -12 V
- activeert het geïsoleerde RS232-schakelschema.
Actief, Hoog: +7 V tot +12 V
Inactief: Wisselend/open circuit, maakt het mogelijk dat het geïsoleerde
RS232-schakelschema uitschakelt
Isolering aansluiting/pomp 1,5 kV (gelijk- of wisselstroompiek)
Baudsnelheid 115,2 kBaud
Startbits 1 startbit
Databits 8 databits
Pariteit Geen pariteit
Stopbits 1 stopbit
Relaiscontacten
verpleegkundigenalarm
Pinnen 1, 8 + 9, 30 V gelijkstroom, 1A waarde
Normale aansluitgegevens -
1. Verpleegkundigenalarm (relais) normaal gesloten (NC C)
2. Verzenden gegevens (TXD) output
3. Ontvangen gegevens (RXD) input
4. Voeding input (DSR)
5. Aarding (GND)
6. Niet gebruikt
7. Voeding input (CTS)
8. Verpleegkundigenalarm (relais) normaal geopend (NC O)
9. Verpleegkundigenalarm (relais) Normaal (NC COM)
BDDF00639 Uitgave 2
51/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Trompetcurves en opstartcurves
Trompetcurves en opstartcurves
Evenals bij alle andere infusiesystemen veroorzaken de werking van het pompmechanisme en variaties in de individuele spuiten bij deze
pomp kortetermijnfluctuaties in de nauwkeurigheid van de infusiesnelheid.
De volgende curves geven op twee manieren de kenmerkende werking van het systeem weer: 1) het vertraagd op gang komen van
de vloeistofstroom wanneer de infusie wordt opgestart (opstartcurves) en 2) de gemeten nauwkeurigheid van de vloeistofafgifte over
verschillende tijdsperioden (trompetcurves).
In de opstartcurves wordt de continue flow afgezet tegen de bedrijfstijd vanaf de start van de infusie. Uit deze curves blijkt dat de vloeistof
als gevolg van mechanische compliantie niet onmiddellijk wordt afgegeven en de curves vormen een visuele representatie van uniformiteit.
De trompetcurves zijn afgeleid van het tweede uur van deze gegevens. De tests zijn uitgevoerd volgens de IEC/EN60601-2-24-standaard.
De trompetcurves danken hun naam aan hun karakteristieke vorm. Zij geven discrete gegevens weer die zijn gemiddeld over bepaalde
tijdsperioden of ‘observatievensters’; in de curves worden geen continue gegevens afgezet tegen de bedrijfstijd. Gedurende lange
observatievensters hebben kortetermijnfluctuaties weinig effect op de nauwkeurigheid zoals die wordt weergegeven door het vlakke deel van
de curve. Als het observatievenster verkleind wordt, hebben kortetermijnfluctuaties een groter effect; dit blijkt uit het ‘mondstuk van de trompet.
Kennis van de systeemnauwkeurigheid over verschillende observatievensters kan van belang zijn wanneer bepaalde geneesmiddelen worden
toegediend. Kortetermijnfluctuaties in de nauwkeurigheid van de snelheid kunnen, afhankelijk van de halfwaardetijd van het geneesmiddel
dat wordt toegediend, een klinische impact hebben en daarom kan het klinische effect niet worden afgeleid uit de trompetcurves alleen.
w
De opstart- en trompetcurves hoeven niet indicatief te zijn voor de werking onder negatieve druk.
Verschillen in factoren als afmeting en zuigerkracht van erkende spuiten die door andere fabrikanten worden geproduceerd,
kunnen variaties veroorzaken in de nauwkeurigheid en trompetcurves in vergelijking met de hier weergegeven curves.
Ukunt schriftelijk aanvullende curves voor erkende spuiten aanvragen.
Voor toepassingen waarbij flowuniformiteit van belang is, worden snelheden van 1,0 ml/u of hoger aanbevolen.
Opstarttrend. BD Plastipak 5 ml @ 0,1 ml/u Trompetcurve. BD Plastipak 5 ml @ 0,1 ml/u
Snelheid (ml/u)
Fout (%)
Tijd (minuten) Observatievenster (minuten)
Maximumfout
Minimumfout Lineair gemiddelde = +4,5%
Opstarttrend. BD Plastipak 50 ml @ 1,0 ml/u Trompetcurve. BD Plastipak 50 ml @ 1,0 ml/u
Snelheid (ml/u)
Fout (%)
Tijd (minuten) Observatievenster (minuten)
Maximumfout
Minimumfout
Lineair gemiddelde = -1,8%
Opstarttrend. BD Plastipak 50 ml @ 5,0 ml/u Trompetcurve. BD Plastipak 50 ml @ 5,0 ml/u
Snelheid (ml/u)
Fout (%)
Tijd (minuten) Observatievenster (minuten)
Maximumfout Minimumfout Lineair gemiddelde = -0,1%
BDDF00639 Uitgave 2
52/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Profielen van de TCI-modus
Profielen van de TCI-modus
Bij een beoogde doelconcentratie in de TCI-modus berekent de Alaris PK Plus-spuitpomp automatisch het flowsnelheidsprofiel via het voor
het gekozen geneesmiddel specifieke farmacokinetische/farmacodynamische model. Deze sectie van de gebruiksaanwijzing is bedoeld
om de geprofileerde infusie en de prestatienauwkeurigheid te verduidelijken die door de TCI-pomp bereikt wordt.
De inductiebolus en onderhoudssnelheden worden getoond vóór het starten van de titratie. Als de infusie gestart wordt of nadat
de doelconcentratie (plasma of effectlocatie) door titratie is verhoogd, levert de pomp eerst een bolusdosis via een typisch korte infusie
met hoge snelheid. Na voltooiing van deze bolus schakelt de pomp onmiddellijk over op een lagere onderhoudssnelheid (wanneer de
plasmadoelmodus wordt gebruikt) of pauzeert de pomp enige tijd voordat hij overschakelt op een lagere onderhoudssnelheid (wanneer
de effectlocatiedoelmodus wordt gebruikt). Zodra de onderhoudsfase is bereikt, veroorzaakt een vermindering van de doelconcentratie
(plasma of effectlocatie) normaal gesproken een verlaging van de infusiesnelheid tot nul totdat de voorspelde plasma- (of effectlocatie-)
concentratie de nieuwe doelwaarde verlaagt.
De Alaris PK Plus-spuitpomp herziet elke 10 seconden het farmacokinetische model dat de plasma- (of effect-)concentratievoorspelling
en de infusiesnelheid aanstuurt. De grafiek van de infusiesnelheid die wordt weergegeven in de concentratiegrafieken Infusiesnelheid vs.
doel is opgemaakt in overeenstemming met het protocol zoals beschreven in de norm IEC60601-2-24
1
, waarbij de steekproefperiode voor
gegevens is teruggebracht van 30 naar 10 seconden.
De pomp lost de farmacokinetische/farmacodynamische algoritmen dusdanig op dat de doelconcentratie (plasma of effectlocatie)
zo snel en accuraat mogelijk wordt bereikt. De gebruiker moet echter wel rekening houden met de beperkingen van het fysieke systeem
bij het bereiken van de doelconcentratie (plasma of effect), zoals:
De grens aan de flowsnelheid die het infusiepompmechanisme toelaat;
De grens aan de flowsnelheid die de spuitgrootte toelaat;
De patiënt/geneesmiddeldosisbeperking volgens het voorschrift dat de veiligheid van de toediening verzekert;
De variatie in de individuele patiëntrespons bij het bereiken van de plasma-(of effect-) concentratie;
De modelspecifieke maximale snelheid.
De prestaties van de Alaris PK Plus-spuitpomp kunnen pas goed worden beoordeeld als de volumetrische afwijking, die het verschil vormt
tussen het daadwerkelijk geïnfundeerde volume en het voorspelde geïnfundeerde volume, wordt berekend. Voor de concentratiegrafieken
Infusiesnelheid vs. doel heeft de Alaris PK Plus-spuitpomp, over een periode van een uur, een gemiddelde volumetrische nauwkeurigheid in
TCI-modus van meer dan ± 5%
2
.
Door het volume van het door de Alaris PK Plus-spuitpomp geleverde flowsnelheidsprofiel te meten en de uitkomst vervolgens in een
omgekeerd farmacokinetisch model in te voeren, kan de voorspelde plasma- (of effect-)concentratie uit de stroomsnelheid worden berekend. Dit
wordt geïllustreerd in de concentratiegrafieken Voorspeld vs. ideaal, waarin de kenmerkende prestatie van het systeem is afgezet tegen
de wijzigingen in de doelplasma- (of effect-)concentratie voor een gangbaar, geïdealiseerd profiel. Voor hetzelfde beoogde profiel resulteert
de afwijking van de voorspelde plasmatische (of effect-) concentratie (terugberekend uit het verkregen volume) ten opzichte van de verwachte
ideale plasma- (of effect-) concentratie, uit de volumetrische onnauwkeurigheid van het systeem (pomp en spuit). De Alaris PK Plus-spuitpomp
kan de voorspelde plasma- (of effect-)concentratie herleiden tot binnen ±5%
2
van de waarde die over een periode van één uur berekend is door
het farmacokinetische model. Onnauwkeurigheden in de flowsnelheden en de opstartvertragingen kunnen de nauwkeurigheid van
de voorspelde plasma- (of effect-) concentratie verminderen, met name als hoge concentraties geneesmiddelen in de spuit worden gebruikt in
combinatie met een grote spuit en lage doelconcentraties in het plasma (of op de effectlocatie), omdat de zuigerbeweging van de spuit in
de loop van de tijd (proportioneel aan de nauwkeurigheid van de flowsnelheid) aanzienlijk afneemt.
w
Bij een bepaalde geneesmiddelconcentratie is de volumetrische fout proportioneel aan de fout in de dosissnelheid.
Kennis van de systeemnauwkeurigheid gedurende verschillende tijdsintervallen kan van belang zijn voor de
beoordeling van het effect van de toediening van geneesmiddelen met een korte halfwaardetijd. Onder deze
omstandigheden kan een kortetermijnfluctuatie in de infusiesnelheid een klinisch effect hebben dat niet kan
worden bepaald aan de hand van de prestatieprofielen die in de afbeeldingen hieronder worden weergegeven.
Over het algemeen zal de volumetrische fout toenemen bij lage inductie- en onderhoudssnelheden, die voor
kunnen komen bij het gebruik van spuiten met een groot volume, hoge concentraties in de spuit, een laag gewicht
van de patiënt en lage doelconcentraties (plasma of effect). Voor toepassingen waarbij de systeemnauwkeurigheid
van belang is, wordt het gebruik van onderhoudssnelheden van minder dan 1,0 ml/u niet aanbevolen.
De grafieken uit deze sectie hebben betrekking op Diprivan (1% concentratie); Diprivan (2% concentratie), Remifentenil (50 µg/ml
concentratie) en Sufentanil (5 µg/ml concentratie) worden ter vergelijking vermeld. Ter verduidelijking van het effect dat de maat spuit
heeft op de prestatie van het systeem is Remifentenil (50µg/ml concentratie) afgebeeld met respectievelijk een 50ml en 5ml spuit.
De getoonde targetplasma- (of effect-)concentraties dienen uitsluitend ter illustratie.
Opmerking:
1
IEC60601-2-24: Specifieke eisen voor de veiligheid van infusieapparaten;
2
95% betrouwbaarheid / 95% populatie.
BDDF00639 Uitgave 2
53/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Profielen van de TCI-modus
Infuussnelheid versus targetconcentratie
Diprivan 1% Marsh-model BD 50ml-spuit Diprivan 2% Marsh-model BD 50ml-spuit
Leeftijd patiënt: 40 jaar
Gewicht patiënt: 60 kg
Concentratie geneesmiddel: 10 mg/ml
Volumetrische nauwkeurigheid: +0,1%
Leeftijd patiënt: 40 jaar
Gewicht patiënt: 60 kg
Concentratie geneesmiddel: 20 mg/ml
Volumetrische nauwkeurigheid: -0,4%
Snelheid (ml/u)
0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
1000
1100
1200
0510 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60
0.
0
1.
0
2.
0
3.
0
4.
0
5.
0
6.
0
7.
0
8.0
Target-plasmaconcentratie (µg/ml)
Snelheid (ml/u)
0
50
100
150
200
250
300
350
400
450
500
550
600
0510 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60
0.
0
1.
0
2.
0
3.
0
4.
0
5.
0
6.
0
7.
0
8.0
Target-plasmaconcentratie (µg/ml)
Tijdsinterval (minuten) Tijdsinterval (minuten)
Remifentanil Minto-model BD 5ml-spuit Remifentanil Minto-model BD 50ml-spuit
Leeftijd patiënt: 75 jaar
Gewicht patiënt: 65 kg
Lengte patiënt: 175 cm
Geslacht patiënt: Man
Concentratie geneesmiddel: 50 µg/ml
Volumetrische nauwkeurigheid: -0,2%
Leeftijd patiënt: 75 jaar
Gewicht patiënt: 65 kg
Lengte patiënt: 175 cm
Geslacht patiënt: Man
Concentratie geneesmiddel: 50 µg/ml
Volumetrische nauwkeurigheid: -1,6%
Snelheid (ml/u)
0
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
65
70
75
80
0510 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60
0.
0
0.
5
1.
0
1.
5
2.
0
2.
5
3.
0
3.
5
4.0
Doelplasma concentratie (ng/ml)
Snelheid (ml/u)
0
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
65
70
75
80
0510 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60
0.
0
0.
5
1.
0
1.
5
2.
0
2.
5
3.
0
3.
5
4.0
Doelplasma concentratie (ng/ml)
Tijdsinterval (minuten) Tijdsinterval (minuten)
Sufentanil Gepts-model BD 50ml-spuit
(plasmadoel)
Concentratie geneesmiddel: 5,0 µg/ml
VDoelplasmaconcentratie (ng/ml)
Snelheid (ml/u)
0
20
40
60
80
100
120
140
160
180
200
220
240
0510 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60
0.00
0.05
0.10
0.15
0.20
0.25
0.30
0.35
0.40
Doelplasma concentratie (ng/ml)
Tijdsinterval (minuten)
BDDF00639 Uitgave 2
54/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Profielen van de TCI-modus
voorspeld vs ideaal Concentratie
Diprivan 1% Marsh-model BD 50ml-spuit Diprivan 2% Marsh-model BD 50ml-spuit
Leeftijd patiënt: 40 jaar
Gewicht patiënt: 60 kg
Concentratie geneesmiddel: 10 mg/ml
Plasma concentratienauwkeurigheid: +0,2%
Leeftijd patiënt: 40 jaar
Gewicht patiënt: 60 kg
Concentratie geneesmiddel: 20 mg/ml
Plasma concentratienauwkeurigheid: -0,3%
Voorspelde plasma concentratie (ng/ml)
0.
0
1.
0
2.
0
3.
0
4.
0
5.
0
6.
0
7.
0
8.0
0510 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60
0.0
1.0
2.0
3.0
4.0
5.0
6.0
7.0
8.0
Ideale plasma concentratie (µg/ml)
Voorspelde plasma concentratie (ng/ml)
0.
0
1.
0
2.
0
3.
0
4.
0
5.
0
6.
0
7.
0
8.0
0510 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60
0.0
1.0
2.0
3.0
4.0
5.0
6.0
7.0
8.0
Ideale plasma concentratie (µg/ml)
Tijdsinterval (minuten) Tijdsinterval (minuten)
Remifentanil Minto-model BD 5ml-spuit Remifentanil Minto-model BD 50ml-spuit
Leeftijd patiënt: 75 jaar
Gewicht patiënt: 65 kg
Lengte patiënt: 175 cm
Geslacht patiënt: Man
Concentratie geneesmiddel: 50 µg/ml
Plasma concentratienauwkeurigheid: +0,2%
Leeftijd patiënt: 75 jaar
Gewicht patiënt: 65 kg
Lengte patiënt: 175 cm
Geslacht patiënt: Man
Concentratie geneesmiddel: 50 µg/ml
Plasma concentratienauwkeurigheid: +0,5%
Voorspelde plasma concentratie (ng/ml)
0.
0
0.
5
1.
0
1.
5
2.
0
2.
5
3.
0
3.
5
4.0
0510 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60
0.0
0.5
1.0
1.5
2.0
2.5
3.0
3.5
4.0
Ideale plasma concentratie (µg/ml)
Voorspelde plasma concentratie (ng/ml)
0.
0
0.
5
1.
0
1.
5
2.
0
2.
5
3.
0
3.
5
4.0
0510 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60
0.0
0.5
1.0
1.5
2.0
2.5
3.0
3.5
4.0
Ideale plasma concentratie (µg/ml)
Tijdsinterval (minuten) Tijdsinterval (minuten)
Sufentanil Gepts Model BD 50ml-spuit
Concentratie geneesmiddel: 5,0 µg/ml
Plasma concentratienauwkeurigheid: +3,1%
Voorspelde plasma concentratie (ng/ml)
0.00
0.05
0.10
0.15
0.20
0.25
0.30
0.35
0.40
0510 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60
0.00
0.05
0.10
0.15
0.20
0.25
0.30
0.35
0.40
Ideale plasma concentratie (µg/ml)
Tijdsinterval (minuten)
BDDF00639 Uitgave 2
55/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Producten en reserveonderdelen
Producten en reserveonderdelen
Reserveonderdelen
Een uitgebreide lijst van reserveonderdelen voor deze pomp vindt u in de handleiding Technisch onderhoud
De handleiding Technisch onderhoud (1000SM00022) is nu beschikbaar als elektronisch document op internet:
bd.com/int-alaris-technical
Voor toegang tot onze handleidingen is een gebruikersnaam en wachtwoord nodig. Voor de juiste gegevens
om in te kunnen loggen kunt u contact opnemen met uw plaatselijke klantenservice.
Onderdeelnummer Omschrijving
1000SP01122 Intern accupak
1001FAOPT91 Elektriciteitskabel - Verenigd Koninkrijk
1001FAOPT92 Elektriciteitskabel - Europa
Alaris PK Editor-software
Onderdeelnummer Omschrijving
1000SP00624 Alaris PK Editor
1000CD00123 Alaris PK Editor-medicijnmodellen - volwassenen
1000CD00124 Alaris PK Editor-medicijnmodellen - kinderen
Documentgeschiedenis
Uitgave Datum Softwareversie Omschrijving
1 Juli 2019 3.5.2 Eerste uitgave
2 November 2020 3.5.2 Updates voor wettelijke voorschriften
BDDF00639 Uitgave 2
56/56
Alaris™ PK Plus-spuitpomp
Contactinformatie
Contactinformatie
Ga naar bd.com voor alle contactgegevens.
Klantenservicegegevens
Land Telefoonnummer E-mail
Australia Freephone: 1 800 656 100 AUS_customerser[email protected]
België +32(0)53 720 556 info[email protected]
Canada +1 800 387 8309 [email protected]om
Danmark +45 43 43 45 66 [email protected]
Deutschland +49 6221 305 558 GMB-DE-CustService[email protected]
España +34 902 555 660 info[email protected]
France +33 (0) 1 30 02 81 41 mms_infusion@bd.com
Italia +39 02 48 24 01 customer.service[email protected]
Magyarország (36) 1 488 0233 info[email protected]
Nederland +31(0)20 582 94 20 info[email protected]
New Zealand Freephone: 0800 572 468 [email protected]
Norge +47 64 00 99 00 [email protected]
Polska +48 22 377 11 00 Info_P[email protected]
Portugal +351 219 152 593 [email protected]
South Africa Freephone: 0860 597 572
+27 11 603 2620
bdsa_customer_centre@bd.com
Suomi +358-9-8870 780 [email protected]
Sverige +46 8-7755160 [email protected]
Switzerland +41 61 485 22 66 Customer_Care_Switzerland@bd.com
United Kingdom Freephone: 0800 917 8776 [email protected]
United States of America Freephone: 800 482 4822 CustCar[email protected]
中国
400 878 8885 [email protected]
bd.com
Handelsmerken zijn eigendom van hun
respectieve eigenaren.
BD, het BD-logo, Alaris, Guardrails, IVAC en
SmartSite zijn handelsmerken van Becton,
Dickinson and Company en haar gelieerde
ondernemingen.
© 2020 BD. Alle rechten voorbehouden.
Dit document bevat eigendomsinformatie van
Becton, Dickinson and Company of een van haar
gelieerde ondernemingen. De ontvangst of het in
het bezit hebben van dit document geeft niet het
recht de inhoud ervan te reproduceren of een erin
beschreven product te produceren of te verkopen.
Reproductie, openbaarmaking of gebruik anders
dan het beoogde gebruik zonder de specieke,
schriftelijke toestemming van Becton, Dickinson
and Company of een van haar gelieerde
ondernemingen is ten strengste verboden.
t
BD Switzerland Sàrl,
Route de Crassier 17,
Business Park Terre-Bonne,
Batiment A4,
1262 Eysins
Switzerland
BDDF00639 Uitgave 2
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58

BD Alaris™ PK Plus-spuitpomp MK4 Handleiding

Categorie
Accessoires voor het maken van koffie
Type
Handleiding