Epson EXPRESSION HOME XP3100 de handleiding

Type
de handleiding
Gebruikershandleiding
NPD6103-01 NL
Copyright
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of
openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën,
opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande
schrielijke
toestemming van Seiko Epson
Corporation. Er wordt geen patentaansprakelijkheid aanvaard met betrekking tot het gebruik van de informatie in
deze handleiding. Evenmin wordt aansprakelijkheid aanvaard voor schade die voortvloeit uit het gebruik van de
informatie in deze publicatie. De informatie in dit document is uitsluitend bestemd voor gebruik met dit Epson-
product. Epson is niet verantwoordelijk voor gebruik van deze informatie in combinatie met andere producten.
Seiko Epson Corporation noch haar lialen kunnen verantwoordelijk worden gesteld door de koper van dit
product of derden voor schade, verlies, kosten of uitgaven die de koper of derden oplopen ten gevolge van al dan
niet foutief gebruik of misbruik van dit product of onbevoegde wijzigingen en herstellingen of (met uitzondering
van de V.S.) het zich niet strikt houden aan de gebruiks- en onderhoudsvoorschrien van Seiko Epson
Corporation.
Seiko Epson Corporation en haar dochterondernemingen kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor
schade of problemen voortvloeiend uit het gebruik van andere dan originele onderdelen of verbruiksgoederen
kenbaar als Original Epson Products of Epson Approved Products by Seiko Epson.
Seiko Epson Corporation kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade voortvloeiend uit
elektromagnetische interferentie als gevolg van het gebruik van andere interfacekabels die door Seiko Epson
Corporation worden aangeduid als Epson Approved Products.
© 2019 Seiko Epson Corporation
De inhoud van deze handleiding en de specicaties van dit product kunnen zonder aankondiging worden
gewijzigd.
Gebruikershandleiding
Copyright
2
Handelsmerken
EPSON
®
is een gedeponeerd handelsmerk en EPSON EXCEED YOUR VISION of EXCEED YOUR VISION is
een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
Epson Scan 2
soware
is based in part on the work of the Independent JPEG Group.
libti
Copyright © 1988-1997 Sam Leer
Copyright © 1991-1997 Silicon Graphics, Inc.
Permission to use, copy, modify, distribute, and sell this soware and its documentation for any purpose is
hereby granted without fee, provided that (i) the above copyright notices and this permission notice appear in
all copies of the soware and related documentation, and (ii) the names of Sam Leer and Silicon Graphics
may not be used in any advertising or publicity relating to the soware without the specic, prior written
permission of Sam Leer and Silicon Graphics.
THE SOFTWARE IS PROVIDED "AS-IS" AND WITHOUT WARRANTY OF ANY KIND, EXPRESS,
IMPLIED OR OTHERWISE, INCLUDING WITHOUT LIMITATION, ANY WARRANTY OF
MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE.
IN NO EVENT SHALL SAM LEFFLER OR SILICON GRAPHICS BE LIABLE FOR ANY SPECIAL,
INCIDENTAL, INDIRECT OR CONSEQUENTIAL DAMAGES OF ANY KIND, OR ANY DAMAGES
WHATSOEVER RESULTING FROM LOSS OF USE, DATA OR PROFITS, WHETHER OR NOT ADVISED
OF THE POSSIBILITY OF DAMAGE, AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, ARISING OUT OF OR IN
CONNECTION WITH THE USE OR PERFORMANCE OF THIS SOFTWARE.
QR Code is a registered trademark of DENSO WAVE INCORPORATED in Japan and other countries.
Intel
®
is a registered trademark of Intel Corporation.
Microso
®
, Windows
®
, and Windows Vista
®
are registered trademarks of Microso Corporation.
Apple, Macintosh, macOS, OS X, Bonjour, ColorSync, Safari, AirPrint, the AirPrint Logo, iPad, iPhone, iPod
touch, and iTunes are trademarks of Apple Inc., registered in the U.S. and other countries.
Google Cloud Print, Chrome, Chrome OS, Google Play and Android are trademarks of Google LLC.
Adobe and Adobe Reader are either registered trademarks or trademarks of Adobe Systems Incorporated in the
United States and/or other countries.
Algemene opmerking: andere productnamen vermeld in deze uitgave, dienen uitsluitend als identicatie en
kunnen handelsmerken zijn van hun respectievelijke eigenaars.Epson maakt geen enkele aanspraak op enige
rechten op deze handelsmerken.
Gebruikershandleiding
Handelsmerken
3
Inhoudsopgave
Copyright
Handelsmerken
Over deze handleiding
Introductie tot de handleidingen................8
Informatie zoeken in de handleiding.............8
Markeringen en symbolen...................10
Beschrijvingen gebruikt in deze handleiding. . . . . . 10
Referenties voor besturingssystemen............10
Belangrijke instructies
Veiligheidsinstructies.......................12
Veiligheidsinstructies voor inkt..............12
Printeradviezen en waarschuwingen. . . . . . . . . . . . 13
Adviezen en waarschuwingen voor het
instellen/gebruik van de printer............. 13
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik
van de printer.......................... 13
Adviezen en waarschuwingen voor het
vervoeren of opslaan van de printer.......... 14
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik
van de printer met een draadloze verbinding. . . . 14
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik
van het display..........................14
Uw persoonlijke gegevens beschermen..........15
Basisprincipes van printer
Namen en functies van onderdelen.............16
Uitleg bij het bedieningspaneel................18
Bedieningspaneel........................18
Uitleg bij het startscherm..................19
Tekens invoeren.........................20
Animaties bekijken...................... 21
Netwerkinstellingen
Typen netwerkverbindingen..................23
Wi-Fi-verbinding........................23
Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig
toegangspunt)..........................23
Een computer verbinden.................... 24
Een smart device verbinden..................25
Een smart-apparaat verbinden via een
draadloze router.........................25
Verbinding maken met een iPhone, iPad of
iPod touch via Wi-Fi Direct................ 26
Verbinding maken met Android-apparaten
via Wi-Fi Direct.........................29
Verbinding maken met niet-iOS- of Android-
apparaten via Wi-Fi Direct.................31
Wi-Fi-instellingen congureren op de printer. . . . . 34
Wi-instellingen congureren door de SSID
en het wachtwoord in te voeren............. 34
Wi-Fi-instellingen congureren via de
drukknopinstelling.......................35
Wi-Fi-instellingen congureren via de
pincode-instelling (WPS)..................36
De status van de netwerkverbinding controleren. . . 37
Netwerkpictogram.......................37
Een netwerkverbindingsrapport afdrukken. . . . . 37
Een netwerkstatusvel afdrukken...............44
Draadloze routers vervangen of toevoegen. . . . . . . 44
De verbindingsmethode met een computer
wijzigen.................................44
De Wi-Fi Direct (eenvoudige AP) instellingen
wijzigen.................................45
Wi-Fi uitschakelen op het bedieningspaneel. . . . . . .46
Een Wi-Fi Direct-verbinding (Eenvoudig AP)
verbreken vanaf het bedieningspaneel...........46
De netwerkinstellingen herstellen op het
bedieningspaneel..........................47
Papier laden
Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking. . . . . 48
Beschikbaar papier en capaciteiten.............49
Origineel Epson-papier................... 49
Commercieel beschikbaar papier............ 50
Papier voor randloos afdrukken.............50
Papier voor dubbelzijdig afdrukken...........51
Lijst met papiertypen.....................51
Papier in de Papiertoevoer achter laden..........51
Originelen plaatsen
Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen. . . . . . . 55
Verschillende originelen plaatsen............56
Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
4
Afdrukken
Afdrukken via het bedieningspaneel............59
Gelinieerd papier en kalenders afdrukken. . . . . . 59
Afdrukken vanaf een computer................59
Basisprincipes voor afdrukken — Windows. . . . . 59
Basisprincipes Mac OS..................61
Dubbelzijdig afdrukken...................63
Meerdere pagina's op één vel afdrukken. . . . . . . 65
Afdruk aanpassen aan papierformaat. . . . . . . . . 66
Meerdere bestanden samen afdrukken (alleen
voor Windows)......................... 68
Eén
aeelding
afdrukken op meerdere vellen
om een poster te maken (alleen voor Windows). . 69
Geavanceerde functies gebruiken voor
afdrukken.............................75
Afdrukken met Smart Devices................78
Epson iPrint gebruiken....................78
Epson Print Enabler gebruiken..............80
AirPrint gebruiken.......................80
Afdrukken annuleren.......................81
Afdrukken annuleren — Bedieningspaneel. . . . . 81
Afdrukken annuleren - Windows............81
Afdrukken annuleren Mac OS............81
Kopiëren
Normaal kopiëren.........................83
Kopiëren in diverse lay-outs..................83
Menuopties voor kopiëren...................84
Scannen
Scannen via het bedieningspaneel..............87
Scannen naar een computer................87
Scannen via WSD....................... 91
Scannen vanaf een computer................. 93
Scannen met Epson Scan 2.................93
Scannen met smart-apparaten................100
Epson iPrint installeren.................. 100
Scannen met Epson iPrint.................100
Cartridges en andere
verbruiksgoederen vervangen
De niveaus van de resterende inkt en de
onderhoudscassette controleren.............. 102
De niveaus van de resterende inkt en de
onderhoudsset controleren
Bedieningspaneel.......................102
De niveaus van de resterende inkt en de
onderhoudscassette controleren - Windows. . . . 102
De niveaus van de resterende inkt en de
onderhoudscassette controleren - Mac OS X. . . 103
Codes van de cartridges....................103
Voorzorgsmaatregelen voor inktpatronen.......104
Cartridges vervangen......................106
Onderhoudscassettecode................... 110
Voorzorgsmaatregelen voor de onderhoudsset. . . . 110
Een onderhoudsset vervangen................111
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken............113
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken —
Windows.............................114
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken — Mac OS. 115
Zwarte inkt besparen als de zwarte inkt bijna op
is (uitsluitend voor Windows)................116
De printer onderhouden
Voorkomen dat de printkop uitdroogt..........117
De printkop controleren en reinigen...........117
De printkop controleren en schoonmaken
Bedieningspaneel.......................117
De printkop controleren en schoonmaken -
Windows.............................118
De printkop controleren en reinigen — Mac OS 118
De printkop uitlijnen......................119
De printkop uitlijnen — Bedieningspaneel. . . . .119
Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken. . . . . 119
De Scannerglasplaat reinigen................ 120
Het doorschijnende folie reinigen.............120
Stroom besparen......................... 123
Energie besparen — Bedieningspaneel. . . . . . . 123
Menuopties voor Instel.
Menuopties voor Voorraadstatus..............124
Inktniveau:........................... 124
Rest. capaciteit Onderhoudsset:.............124
Menuopties voor Onderhoud................124
Spuitkan. contr.:........................124
Printkop reinigen:...................... 124
Printkop uitlijnen:......................124
Inktcartridge(s) vervangen:................124
Papiergeleider reinigen:.................. 125
Menuopties voor Printerinstallatie............ 125
Papierbroninstelling:.................... 125
Stille modus:..........................125
Uitschakelingstimer:.....................125
Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
5
Uitschakelinst.:.........................125
Taal/Language:.........................126
Toetsenbord...........................126
Slaaptimer:........................... 126
Droogtijd voor inkt:.....................126
Menuopties voor alle Wi-Fi/netwerk -instellingen. 126
Menuopties voor Epson Connect- services.......127
Menuopties voor Google Cloud Print-services. . . . 127
Menuopties voor Geleiderfuncties.............128
Menuopties voor Klantonderzoek.............128
Menuopties voor Firmware-update............128
Menuopties voor Herstel standaard instellingen. . . 128
Netwerkservice en
softwareinformatie
De service van Epson Connect...............130
Toepassing voor het congureren van
printerbewerkingen (Web Cong).............130
Web Cong uitvoeren op een browser. . . . . . . . 131
Web
Cong
uitvoeren op Windows..........131
Web
Cong
uitvoeren op Mac OS...........132
Windows-printerdriver.....................132
Uitleg bij de printerdriver voor Windows. . . . . . 133
Bedieningsinstellingen voor Windows-
printerdriver
congureren
................ 134
Mac OS-printerstuurprogramma..............135
Uitleg bij het printerstuurprogramma voor
Mac OS..............................136
Bedieningsinstellingen voor Mac OS-
printerdriver congureren................137
Toepassing voor het scannen van documenten
en aeeldingen (Epson Scan 2)...............138
De netwerkscanner toevoegen..............138
Toepassing voor het congureren van
scanbewerkingen vanaf het bedieningspaneel
(Epson Event Manager).................... 139
Toepassing voor het afdrukken van
aeeldingen
(Epson Photo+)................140
Hulpprogramma's voor soware-updates
(EPSON Soware Updater). . . . . . . . . . . . . . . . . 140
Toepassingen installeren....................141
Toepassingen enrmware bijwerken...........141
De alarmberichten bijwerken via het
bedieningspaneel.......................142
Toepassingen verwijderen...................142
Toepassingen verwijderen Windows.......142
Toepassingen verwijderen Mac OS........143
Problemen oplossen
De printerstatus controleren.................145
Foutcodes op het lcd-scherm bekijken........145
De printerstatus controleren - Windows. . . . . . .146
De printerstatus controleren — Mac OS. . . . . . 146
De sowarestatus controleren................147
Vastgelopen papier verwijderen...............147
Vastgelopen papier verwijderen uit de
Papiertoevoer achter.....................147
Vastgelopen papier binnen in de printer
verwijderen...........................148
Vastgelopen papier verwijderen uit het
Achterpaneel..........................149
Papier wordt niet goed ingevoerd.............150
Papier loopt vast........................150
Papier wordt schuin ingevoerd.............151
Er worden meerdere vellen papier tegelijk
uitgevoerd............................151
Foutmelding papier op verschijnt...........151
Papier wordt uitgeworpen tijdens het
afdrukken............................151
Problemen met stroomtoevoer en
bedieningspaneel.........................151
De stroom wordt niet ingeschakeld..........151
De stroom wordt niet uitgeschakeld......... 151
Stroom schakelt automatisch uit............151
Het display wordt donker.................152
Kan niet afdrukken vanaf een computer. . . . . . . . 152
De verbinding controleren (USB)...........152
De verbinding controleren (netwerk).........153
De
soware
en gegevens controleren.........153
De printerstatus controleren vanaf de
computer (Windows)....................155
De printerstatus controleren vanaf de
computer (Mac OS).....................156
Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt
congureren............................ 156
Kan geen verbinding maken vanaf apparaten
terwijl de netwerkinstellingen correct zijn. . . . . 157
De SSID controleren waarmee de printer is
verbonden............................158
De SSID voor de computer controleren.......159
Verbindingen via een draadloos netwerk (Wi-
Fi) worden instabiel bij gebruik van USB 3.0-
apparaten op een Mac....................160
Kan niet afdrukken vanaf een iPhone, iPad of
iPod touch..............................160
Afdrukproblemen........................ 160
De afdruk is gekrast of er ontbreken kleuren. . . 160
Er verschijnen strepen of onverwachte kleuren. .161
Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
6
Gekleurde streepvorming zichtbaar met een
tussenafstand van ongeveer 2.5 cm..........161
Onscherpe afdrukken, verticale strepen of
verkeerde uitlijning..................... 162
Afdrukkwaliteit is slecht..................162
Papier vertoont vlekken of is bekrast.........163
Vlekken op het papier bij automatisch
dubbelzijdig afdrukken...................164
Afgedrukte foto's zijn plakkerig.............164
Aeeldingen of foto's worden afgedrukt met
de verkeerde kleuren.................... 164
De kleuren verschillen van wat u op het
scherm ziet........................... 164
Kan niet afdrukken zonder marges..........165
Randen van de aeelding vallen weg bij het
randloos afdrukken.....................165
Positie, formaat of marges van de afdruk zijn
niet juist............................. 165
Afgedrukte tekens zijn niet juist of onleesbaar. . 166
De afgedrukte
aeelding
is omgekeerd.......166
Mozaïekachtige patronen op de afdrukken. . . . .166
Op de gekopieerde afdruk verschijnen
ongelijke kleuren, vegen, vlekken of rechte
lijnen................................166
Er verschijnt een webachtig patroon (ook wel
"moiré" genoemd) op de gekopieerde
aeelding............................167
De achterkant van het origineel is te zien op
de gekopieerde
aeelding
.................167
Het probleem kon niet worden opgelost. . . . . . .167
Overige afdrukproblemen...................167
Afdrukken verloopt te traag...............167
De afdruk- of kopieersnelheid neemt sterk af
tijdens een continue bewerking.............168
Kan het afdrukken niet annuleren vanaf een
computer met Mac OS X 10.6.8.............168
Kan niet beginnen met scannen.............. 168
Kan scannen niet starten via bedieningspaneel. .169
Problemen met gescande aeeldingen......... 169
Ongelijke kleuren, vuil, vlekken, enzovoort
worden weergegeven bij scannen vanaf de
glasplaat van de scanner..................169
De aeeldingskwaliteit is ruw..............169
De
oset
schijnt door in de achtergrond van
aeeldingen.......................... 170
De tekst is onscherp.....................170
Moiré-patronen (webachtige schaduwen)
verschijnen........................... 170
Kan het juiste gebied niet scannen op de
glasplaat............................. 171
Kan geen voorbeeld weergeven in
umbnail
.. 171
Tekst wordt niet correct herkend wanneer ik
opsla als een Searchable PDF...............171
Problemen in gescande aeelding kunnen
niet worden opgelost.................... 172
Andere scanproblemen.....................173
Scannen verloopt te traag.................173
De scansnelheid neemt sterk af tijdens het
continu scannen........................173
Scannen stopt bij het scannen naar een PDF/
Multi-TIFF........................... 173
Overige problemen........................173
Lichte elektrische schok wanneer u de printer
aanraakt............................. 173
Printer maakt veel lawaai tijdens werking. . . . . 174
Soware wordt geblokkeerd door een rewall
(alleen Windows).......................174
Bijlage
Technische specicaties.................... 175
Printer
specicaties
..................... 175
Scannerspecicaties
.....................176
Interface-specicaties....................176
Lijst met netwerkfuncties.................177
Wi-Fi-specicaties
......................177
Beveiligingsprotocol.....................178
Ondersteunde services van derden.......... 178
Dimensies............................178
Elektrische
specicaties
.................. 178
Omgevingsspecicaties
...................179
Systeemvereisten....................... 179
Regelgevingsinformatie.................... 180
Normen en goedkeuringen................180
Beperkingen op het kopiëren.............. 180
De printer vervoeren en opslaan..............181
Hulp vragen.............................183
Technische ondersteuning (website).........183
Contact opnemen met de klantenservice van
Epson...............................184
Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
7
Over deze handleiding
Introductie tot de handleidingen
De volgende handleidingen worden meegeleverd met uw Epson-printer. Naast de handleidingen kunt u ook de
verschillende hulpmogelijkheden op de printer zelf of in de toepassingen raadplegen.
Hier beginnen (gedrukte handleiding)
Bevat informatie over het instellen van de printer, het installeren van de soware, het gebruik van de printer, het
oplossen van problemen enzovoort.
Gebruikershandleiding (digitale handleiding)
Deze handleiding. Biedt algehele informatie en instructies voor het gebruik van de printer, voor
netwerkinstellingen wanneer de printer in een netwerk wordt gebruikt en voor het oplossen van problemen.
U kunt de meest recente versie van de bovenstaande handleidingen in uw bezit krijgen op de volgende manieren.
Gedrukte handleiding
Ga naar de ondersteuningssite van Epson Europe (http://www.epson.eu/Support) of de wereldwijde
ondersteuningssite van Epson (http://support.epson.net/).
Digitale handleiding
Start EPSON Soware Updater op uw computer. EPSON Soware Updater controleert of er updates
beschikbaar zijn voor Epson-toepassingen of digitale handleidingen en laat u vervolgens de meest recente versie
downloaden.
Gerelateerde informatie
& “Hulpprogramma's voor soware-updates (EPSON Soware Updater)” op pagina 140
Informatie zoeken in de handleiding
In de PDF-handleiding kunt u naar informatie zoeken via een zoekwoord, of direct naar een bepaald gedeelte gaan
met behulp van de bladwijzers.U kunt ook alleen de pagina's afdrukken die u nodig hebt.Dit gedeelte bevat uitleg
over het gebruik van een PDF-handleiding die in Adobe Reader X is geopend op de computer.
Gebruikershandleiding
Over deze handleiding
8
Zoeken met een zoekwoord
Klik op Bewerken > Geavanceerd zoeken.Voer in het zoekvenster het zoekwoord (tekst) in voor de informatie die
u zoekt en klik vervolgens op Zoeken.Zoekresultaten worden weergegeven in een lijst.Klik op een van de
weergegeven zoekresultaten om naar de
betreende
pagina te gaan.
Direct naar informatie gaan via bladwijzers
Klik op een titel om naar de betreende pagina te gaan.Klik op + of > en bekijk de onderliggende titels in dat
gedeelte.Voer de volgende bewerking uit op het toetsenbord als u wilt terugkeren naar de vorige pagina.
Wi ndo ws : h o ud de Alt-toets ingedrukt en druk op .
Mac OS: houd de command-toets ingedrukt en druk op .
Alleen pagina's afdrukken die u nodig hebt
U kunt alleen de pagina's die u nodig hebt extraheren en afdrukken.Klik op Afdrukken in het menu Bestand en
geef in Pagina's bij Pagina's die moeten worden afgedrukt de pagina's op die u wilt afdrukken.
Als u een paginareeks wilt opgeven, voert u tussen de begin- eindpagina een areekstreepje in.
Voorbeeld: 20-25
Als u niet-opeenvolgende pagina's wilt opgeven, scheidt u de pagina's met komma's.
Voorbeeld: 5, 10, 15
Gebruikershandleiding
Over deze handleiding
9
Markeringen en symbolen
!
Let op:
Instructies die nauwkeurig moeten worden gevolgd om lichamelijk letsel te voorkomen.
c
Belangrijk:
Instructies die moeten worden nageleefd om schade aan de apparatuur te voorkomen.
Opmerking:
Biedt aanvullende en referentie-informatie.
Gerelateerde informatie
& Koppelingen naar gerelateerde gedeelten.
Beschrijvingen gebruikt in deze handleiding
Screenshots van de schermen van de printerdriver en Epson Scan 2 (scannerdriver) zijn van Windows 10 of
macOS Mojave. De inhoud die op de schermen wordt weergegeven, is
aankelijk
van het model en de situatie.
De aeeldingen in deze handleiding dienen uitsluitend als voorbeeld. Er zijn kleine verschillen tussen elk
model, maar de gebruiksmethode
blij
hetzelfde.
Sommige menu-items op het lcd-scherm variëren naargelang het model en de instellingen.
U kunt de QR-code scannen met de speciale app.
Referenties voor besturingssystemen
Windows
In deze handleiding verwijzen termen zoals "Windows 10", "Windows 8.1", "Windows 8", "Windows 7", "Windows
Vista", en "Windows XP" naar de volgende besturingssystemen. Bovendien wordt "Windows" gebruikt om alle
versies ervan aan te duiden.
Microso
®
Wi nd ows
®
10 besturingssysteem
Microso
®
Wi nd ows
®
8.1 besturingssysteem
Microso
®
Wi nd ows
®
8 besturingssysteem
Microso
®
Wi nd ows
®
7 besturingssysteem
Microso
®
Wi nd ows Vist a
®
besturingssysteem
Microso
®
Wi nd ows
®
XP besturingssysteem
Microso
®
Wi nd ows
®
XP Professional x64 Edition besturingssysteem
Gebruikershandleiding
Over deze handleiding
10
Mac OS
In deze handleiding wordt "Mac OS" gebruikt om te verwijzen naar macOS Mojave, macOS High Sierra, macOS
Sierra, OS X El Capitan, OS X Yosemite, OS X Mavericks, OS X Mountain Lion, Mac OS X v10.7.x en Mac OS X
v10.6.8.
Gebruikershandleiding
Over deze handleiding
11
Belangrijke instructies
Veiligheidsinstructies
Lees en volg deze instructies om deze printer veilig te gebruiken.Bewaar deze handleiding voor latere
raadplegingen.Let ook op al de waarschuwingen en instructies die op de printer staan.
Sommige van de symbolen die worden gebruikt op de printer zijn bedoeld om de veiligheid en het juiste
gebruik van de printer te garanderen. Ga naar de volgende website voor de betekenis van de symbolen.
http://support.epson.net/symbols
Gebruik alleen het netsnoer dat met de printer is meegeleverd en gebruik het snoer niet voor andere apparatuur.
Gebruik van andere snoeren met deze printer of gebruik van het meegeleverde netsnoer met andere apparatuur
kan leiden tot brand of elektrische schokken.
Zorg ervoor dat het netsnoer voldoet aan de relevante plaatselijke veiligheidsnormen.
Haal het netsnoer, de stekker, de printer, de scanner of de accessoires nooit uit elkaar en probeer deze
onderdelen nooit zelf te wijzigen of te repareren, tenzij zoals uitdrukkelijk staat beschreven in de handleidingen
van het apparaat.
Trek in de volgende gevallen de stekker uit het stopcontact en laat het onderhoud aan een onderhoudstechnicus
over:
Als het netsnoer of de stekker beschadigd is, als er vloeistof in de printer is gekomen, als de printer is gevallen of
als de behuizing beschadigd is, als de printer niet normaal werkt of als er een duidelijke wijziging in de
prestaties optreedt. Wijzig geen instellingen als hiervoor in de gebruiksaanwijzing geen instructies worden
gegeven.
Zet het apparaat in de buurt van een stopcontact waar u de stekker gemakkelijk uit het stopcontact kunt halen.
Plaats of bewaar de printer niet buiten en zorg ervoor dat de printer niet wordt blootgesteld aan vuil, stof, water
of hittebronnen. Vermijd plaatsen die onderhevig zijn aan schokken, trillingen, hoge temperaturen of
luchtvochtigheid.
Zorg ervoor dat u geen vloeistoen op de printer morst en pak de printer niet met natte handen vast.
Houd de printer ten minste 22 cm verwijderd van pacemakers. De radiogolven die door deze printer worden
uitgezonden, kunnen een negatieve invloed hebben op de werking van pacemakers.
Neem contact op met uw leverancier als het lcd-scherm beschadigd is. Als u vloeistof uit het scherm op uw
handen krijgt, was ze dan grondig met water en zeep. Als u vloeistof uit het scherm in uw ogen krijgt, moet u
uw ogen onmiddellijk uitspoelen met water. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u ondanks grondig spoelen
problemen krijgt met uw ogen of nog steeds ongemak ondervindt.
Veiligheidsinstructies voor inkt
Wees voorzichtig met gebruikte cartridges. Er kan inkt rond de inkttoevoer kleven.
Als u inkt op uw huid krijgt, wast u de plek grondig met water en zeep.
Als u inkt in uw ogen krijgt, moet u uw ogen onmiddellijk uitspoelen met water. Raadpleeg onmiddellijk een
arts als u ondanks grondig spoelen problemen krijgt met uw ogen of nog steeds ongemak ondervindt.
Als er inkt in uw mond terechtkomt, raadpleegt u direct een arts.
Haal de cartridge of onderhoudscassette niet uit elkaar, omdat u inkt in uw ogen of op uw huid kunt krijgen.
Gebruikershandleiding
Belangrijke instructies
12
Schud de cartridges niet te hard en laat ze niet vallen. Wees ook voorzichtig dat u ze niet ineendrukt of hun
etiket scheurt. Omdat hierdoor inkt kan lekken.
Houd cartridges en de onderhoudscassette buiten het bereik van kinderen.
Printeradviezen en waarschuwingen
Lees en volg deze instructies om schade aan de printer of uw eigendommen te voorkomen. Bewaar deze
handleiding voor toekomstig gebruik.
Adviezen en waarschuwingen voor het instellen/gebruik van de
printer
Blokkeer de openingen in de behuizing van de printer niet en dek deze niet af.
Gebruik uitsluitend het type voedingsbron dat is vermeld op het etiket van de printer.
Gebruik geen stopcontacten in dezelfde groep als kopieerapparaten, airconditioners of andere apparaten die
regelmatig worden in- en uitgeschakeld.
Gebruik geen stopcontacten die met een wandschakelaar of een automatische timer kunnen worden in- en
uitgeschakeld.
Plaats het hele computersysteem uit de buurt van apparaten die elektromagnetische storing kunnen
veroorzaken, zoals luidsprekers of basisstations van draadloze telefoons.
Plaats het netsnoer zodanig dat geen slijtage, inkepingen, rafels, plooien en knikken kunnen optreden. Plaats
geen voorwerpen op het netsnoer en plaats het netsnoer zodanig dat niemand erop kan stappen. Let er vooral
op dat snoeren mooi recht blijven aan de uiteinden en de punten waar deze de transformator in- en uitgaan.
Als u een verlengsnoer gebruikt voor de printer, mag de totale stroombelasting in ampère van alle aangesloten
apparaten niet hoger zijn dan de maximale belasting voor het verlengsnoer. Zorg er bovendien voor dat het
totaal van de ampèrewaarden van alle apparaten die zijn aangesloten op het stopcontact, niet hoger is dan de
maximumwaarde die is toegestaan voor het stopcontact.
Als u de printer in Duitsland gebruikt, moet u rekening houden met het volgende: de installatie van het gebouw
moet beschikken over een stroomonderbreker van 10 of 16 A om de printer te beschermen tegen kortsluiting en
stroompieken.
Let bij het aansluiten van de printer op een computer of ander apparaat op de juiste richting van de stekkers van
de kabel. Elke stekker kan maar op een manier op het apparaat worden aangesloten. Wanneer u een stekker op
een verkeerde manier in het apparaat steekt, kunnen beide apparaten die via de kabel met elkaar zijn verbonden
beschadigd raken.
Plaats de printer op een vlakke, stabiele ondergrond die groter is dan de printer zelf. De printer werkt niet goed
als deze scheef staat.
Laat boven de printer voldoende ruimte vrij om het deksel volledig te kunnen openen.
Zorg ervoor dat aan de voorkant van de printer voldoende ruimte is voor het papier dat uit de printer komt.
Vermijd plaatsen met grote schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid. Houd de printer ook uit de
buurt van direct zonlicht, fel licht of warmtebronnen.
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van de printer
Steek geen voorwerpen door de openingen in de printer.
Gebruikershandleiding
Belangrijke instructies
13
Steek uw hand niet in de printer tijdens het afdrukken.
Raak de witte, platte kabel binnen in de printer niet aan.
Gebruik geen spuitbussen met ontvlambare stoen in of in de buurt van de printer. Dit kan brand veroorzaken.
Verplaats de printkop niet handmatig; anders kunt u de printer beschadigen.
Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten.
Let erop dat u nooit te hard op de scannerglasplaat drukt wanneer u er een origineel op legt.
Zet de printer altijd uit met de knop
P
. Trek de stekker niet uit het stopcontact en sluit de stroom naar het
stopcontact niet af zolang het lampje
P
nog knippert.
Als u de printer gedurende langere tijd niet gebruikt, neem dan de stekker uit het stopcontact.
Adviezen en waarschuwingen voor het vervoeren of opslaan van de
printer
Zorg er bij opslag of transport van de printer voor dat deze niet gekanteld, verticaal of ondersteboven wordt
gehouden, anders kan er inkt lekken.
Controleer vóór het vervoeren van de printer of de printkop zich in de uitgangspositie (uiterst rechts) bevindt.
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van de printer met een
draadloze verbinding
Radiogolven van deze printer kunnen nadelige gevolgen hebben voor de werking van medische elektronische
apparatuur, waardoor deze apparatuur defect kan raken.Wanneer u deze printer gebruikt in een medische
instelling of in de buurt van medische apparatuur, volg dan de aanwijzingen van het bevoegd personeel van de
medische instelling en volg alle waarschuwingen en aanwijzingen die op de medische apparatuur zelf staan.
Radiogolven uit deze printer kunnen de werking van automatisch gestuurde apparaten, zoals automatische
deuren of een brandalarm, storen en kunnen tot ongevallen leiden als gevolg van storing.Volg alle
waarschuwingen en aanwijzingen die op deze apparatuur zijn aangeduid wanneer u deze printer gebruikt in de
buurt van automatisch aangestuurde apparaten.
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van het display
Het display kan een paar kleine heldere of donkere puntjes vertonen en is mogelijk niet overal even helder. Dit
is normaal en wil geenszins zeggen dat het display beschadigd is.
Maak het display alleen schoon met een droge, zachte doek. Gebruik geen vloeibare of chemische
reinigingsmiddelen.
De buitenkant van de display kan breken als deze een grote weerslag krijgt. Neem contact op met uw
wederverkoper als het oppervlak van het scherm barst of splintert. Raak de gebroken stukken nooit aan en
verwijder ze niet.
Gebruikershandleiding
Belangrijke instructies
14
Uw persoonlijke gegevens beschermen
Als u de printer aan iemand anders gee of wilt weggooien, kunt u het geheugen als volgt wissen: selecteer Instel.
> Standaardinst. herstellen > Alle instellingen op het bedieningspaneel.
Gebruikershandleiding
Belangrijke instructies
15
Basisprincipes van printer
Namen en functies van onderdelen
A
Papiertoevoer achter Hieruit wordt papier geladen.
B
Papiersteun Ondersteuning voor geladen papier.
C
Zijgeleider Hiermee wordt het papier recht in de printer ingevoerd. Schuif deze naar de
randen van het papier.
D
Invoerbeveiliging Voorkomt dat ongewenste zaken in de printer terechtkomen.
Laat deze bescherming over het algemeen dicht.
E
Uitvoerlade Opvanglade voor het papier dat uit de printer komt.
F
Stopper Hiermee wordt voorkomen dat afdrukken uit de uitvoerlade vallen.
A
Documentkap Houdt extern licht tegen tijdens het scannen.
B
Scannerglasplaat Plaats de originelen.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
16
C
Bedieningspaneel Geeft de status van de printer weer en maakt het mogelijk printerinstellingen
te congureren.
A
Steun van scannereenheid Ondersteuning voor de scannereenheid.
B
Scannereenheid Scant de geplaatste originelen. Open de eenheid om inktpatronen te
vervangen of papier dat in de printer is vastgelopen, te verwijderen.
C
Inktcartridgehouder Installeer de inktpatronen. Inkt komt uit de spuitkanaaltjes van de printkop.
A
Afdekking onderhoudsset Verwijder deze afdekking wanneer u de onderhoudsset wilt vervangen. De
onderhoudsset is een houder waarin kleine hoeveelheden overtollige inkt
wordt opgevangen tijdens het reinigen of afdrukken.
B
Achterpaneel Verwijderen bij het verwijderen van vastgelopen papier.
C
Netsnoeraansluiting Voor aansluiting van het netsnoer.
D
USB-poort Voor aansluiting van een USB-kabel als verbinding met een computer.
Gerelateerde informatie
& “Bedieningspaneel” op pagina 18
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
17
Uitleg bij het bedieningspaneel
Bedieningspaneel
A
Hiermee schakelt u de printer in of uit.
Haal het netsnoer uit het stopcontact nadat u hebt gecontroleerd of het aan/uit-lampje uit staat.
B
Hiermee opent u het startscherm.
C
Hiermee geeft u menu's en berichten weer. Gebruik de knoppen op het bedieningspaneel om een menu te
selecteren of instellingen te
congureren.
D
Hiermee worden de oplossingen weergegeven wanneer u problemen ondervindt.
E
Gebruik de knoppen
u
d
l
r
om een menu te selecteren en druk op de knop OK om naar het selecteerde menu
te gaan.
F
Hiermee stopt u de actieve bewerking.
G
Hiermee start u een taak, zoals afdrukken of kopiëren.
H
Is van toepassing op verschillende functies, afhankelijk van de situatie.
I
Hiermee keert u terug naar het vorige scherm.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
18
Uitleg bij het startscherm
A
Hier staan pictogrammen die de netwerkstatus aangeven.
Geeft aan dat een draadloos netwerk (Wi-Fi) is uitgeschakeld of dat de printer bezig is met het
tot stand brengen van een draadloze netwerkverbinding.
Duidt op een probleem met de draadloze netwerkverbinding (Wi-Fi) van de printer of geeft
aan dat de printer zoekt naar een draadloze netwerkverbinding (Wi-Fi).
Geeft aan dat de printer verbonden is met een draadloos netwerk (Wi-Fi).
Het aantal balkjes geeft de sterkte van de verbinding weer. Hoe meer balkjes, des te sterker de
verbinding is.
Geeft aan dat Wi-Fi Direct (Simple AP) is ingeschakeld.
Geeft aan dat Wi-Fi Direct (Simple AP) is uitgeschakeld.
B
Wanneer
l
en
r
worden weergegeven, kunt u naar rechts of links bladeren door te drukken op de knop
l
of
r
.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
19
C
Functiepictogrammen en namen worden weergegeven als menupictogrammen.
Druk op de knoppen
u
d
l
r
om een pictogram te selecteren en druk vervolgens op de knop OK om het menu
te openen.
Scannen Hiermee kunt u een document of foto scannen.
Kopiëren Hiermee kunt u een document kopiëren.
Smartphone
aansluiten
Hiermee kunt u de printer zonder een draadloze router rechtstreeks verbinden met een smart
device.
Stille modus
Hiermee geeft u de instelling Stille modus weer, waarmee u ervoor zorgt dat de printer
minder geluid maakt. Als u deze optie inschakelt, kan de afdruksnelheid minder zijn.
Afhankelijk van de door u gekozen instellingen voor het papiertype en de afdrukkwaliteit,
merkt u mogelijk niet veel verschil in het geluid dat de printer produceert.
Dit is een snelkoppeling naar het volgende menu.
Instel. > Printerinstallatie > Stille modus
Mijn briefpapier Hiermee hebt u toegang tot verschillende afdrukfuncties, zoals het afdrukken van gelinieerd
papier of kalenders.
Instel. Hiermee kunt u instellingen congureren die zijn gerelateerd aan onderhoud, en printer- en
netwerkinstellingen.
Onderhoud Hiermee geeft u de menu's weer die worden aanbevolen om de kwaliteit van uw afdrukken te
verbeteren, zoals het ontstoppen van de spuitmondjes door een controlepatroon van de
spuitmondjes af te drukken en een kopreiniging uit te voeren en het verbeteren van vervaging
of strepen op uw afdrukken door de printkop uit te lijnen. Dit is een snelkoppeling naar het
volgende menu.
Instel. > Onderhoud
Wi-Fi instellen Hiermee kunt u de printer instellen voor gebruik in een draadloos netwerk. Dit is een
snelkoppeling naar het volgende menu.
Instel. > alle Wi-Fi/netwerk -instellingen > Wi-Fi instellen
D
Hier staan de knoppen die u kunt gebruiken. In dit voorbeeld kunt u naar het geselecteerde menu gaan door op OK
te drukken.
Tekens invoeren
Als u via het bedieningspaneel tekens en symbolen wilt invoeren voor de netwerkinstellingen, gebruik dan de
knoppen
u
,
d
,
l
en
r
en het sowaretoetsenbord op het lcd-scherm. Druk op de knop
u
,
d
,
l
of
r
om op
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
20
het toetsenbord een teken of functietoets te selecteren en druk vervolgens op de knop OK. Wanneer u klaar bent
met het invoeren van tekens, selecteert u OK en drukt u vervolgens op de knop OK.
Functieknop Beschrijvingen
l
r
Hiermee verplaatst u de cursor naar links of rechts.
A 1 # Hiermee schakelt u tussen tekentypes. U kunt alfanumerieke tekens of symbolen gebruiken.
U kunt ook schakelen met de knop .
Hiermee typt u een spatie.
Hiermee wist u het teken links van de cursor (Backspace).
OK Hiermee voert u de geselecteerde tekens in.
Animaties bekijken
Op het lcd-scherm kunt u animaties bekijken van bedieningsinstructies, zoals het laden van papier of het
verwijderen van vastgelopen papier.
Druk op de knop
. Het Help-scherm wordt weergegeven. Selecteer Hoe en selecteer vervolgens de items die u
wilt bekijken.
Selecteer Hoe onderaan het bedieningsscherm. De contextgevoelige animatie wordt weergegeven.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
21
A
Geeft de voortgang in de huidige stap aan. De animatie wordt herhaald wanneer de voortgangsbalk het einde
bereikt.
B
Druk op de knop
l
om terug te keren naar de vorige stap.
C
Geeft het totale aantal stappen en het nummer van de huidige stap weer.
In het voorbeeld hierboven wordt stap 2 van 3 stappen weergegeven.
D
Druk op de knop
r
om verder te gaan naar de volgende stap.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
22
Netwerkinstellingen
Typen netwerkverbindingen
U kunt de volgende verbindingsmethoden gebruiken.
Wi-Fi-verbinding
Sluit de printer en de computer of het smart device aan op de draadloze router. Dit is de meest gebruikelijke
manier van verbinden voor netwerken thuis en op kantoor waar de Wi-Fi-verbindingen worden verzorgd door een
draadloze router.
Gerelateerde informatie
& “Een computer verbinden” op pagina 24
& “Een smart-apparaat verbinden via een draadloze router” op pagina 25
& Wi-Fi-instellingen congureren op de printer” op pagina 34
Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt)
Gebruik deze verbindingsmethode wanneer u thuis of op kantoor geen Wi-Fi hebt of wanneer u de printer en het
smart device rechtstreeks met elkaar wilt verbinden. In deze modus fungeert de printer als draadloze router en
kunt u maximaal vier apparaten met de printer verbinden zonder dat u een gewone draadloze router nodig hebt.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
23
Smart devices die rechtstreeks met de printer zijn verbonden kunnen echter niet met elkaar communiceren via de
printer.
De printer kan tegelijk verbinding hebben via Wi-Fi en Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt). Als u echter een
netwerkverbinding start in Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) wanneer de printer verbinding hee via Wi-Fi,
wordt de Wi-Fi-verbinding tijdelijk verbroken.
Gerelateerde informatie
& “Verbinding maken met een iPhone, iPad of iPod touch via Wi-Fi Direct” op pagina 26
& “Verbinding maken met Android-apparaten via Wi-Fi Direct” op pagina 29
& “Verbinding maken met niet-iOS- of Android-apparaten via Wi-Fi Direct” op pagina 31
Een computer verbinden
Het wordt aanbevolen het installatieprogramma te gebruiken om de printer te verbinden met een computer. U
kunt het installatieprogramma op een van de volgende manieren uitvoeren.
Instellen vanaf de website
Open de volgende website en voer de productnaam in. Ga naar Instellen en congureer de instellingen.
http://epson.sn
Instellen met de soware-cd (alleen voor modellen die worden geleverd met een soware-cd en gebruikers die
beschikken over een Windows-computer met een schijfstation).
Plaats de soware-cd in de computer en volg de instructies op het scherm.
De verbindingsmethoden selecteren
Volg de instructies op het scherm totdat het volgende scherm wordt weergegeven en selecteer vervolgens de
gewenste methode om de printer met de computer te verbinden.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
24
Selecteer het verbindingstype en klik vervolgens op Volge nd e.
Volg de instructies op het scherm.
Een smart device verbinden
Een smart-apparaat verbinden via een draadloze router
U kunt de printer gebruiken vanaf een smart device wanneer u de printer verbindt met hetzelfde Wi-Fi-netwerk
(SSID) als het smart device. Als u de printer wilt gebruiken vanaf een smart device, stelt u dit in vanaf de volgende
website. Open de website vanaf een smart device waarmee u verbinding wilt maken met de printer.
http://epson.sn > Instellen
Opmerking:
Als u tegelijkertijd een computer en een smart-apparaat met de printer wilt verbinden, wordt aangeraden als eerste de
computer in te stellen met het installatieprogramma.
Gerelateerde informatie
& “Afdrukken met Smart Devices” op pagina 78
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
25
Verbinding maken met een iPhone, iPad of iPod touch via Wi-Fi
Direct
Met deze methode kunt u de printer zonder een draadloze router rechtstreeks verbinden met een iPhone, iPad of
iPod touch. De volgende omstandigheden zijn vereist om verbinding te maken via deze methode. Als uw omgeving
niet aan deze voorwaarden voldoet, kunt u verbinding maken door Andere OS-apparaten te selecteren. Zie de
gerelateerde informatie hieronder voor meer informatie over het verbinden.
iOS 11 of hoger
Gebruik de standaard cameratoepassing om de QR-code te scannen
Epson iPrint versie 7.0 of hoger
Epson iPrint wordt gebruikt om vanaf een smart device af te drukken. Installeer van tevoren Epson iPrint op het
smart device.
Opmerking:
U hoe deze instellingen slechts een keer te congureren voor de printer die en het smart device dat u met elkaar wilt
verbinden. U
hoe
deze instellingen niet opnieuw te
congureren,
tenzij u Wi-Fi Direct uitschakelt of de standaard
netwerkinstellingen herstelt.
1. Selecteer Smartphone aansluiten op het startscherm met de knoppen
l
r
en druk op de knop OK.
2. Controleer het bericht en druk op de knop OK om door te gaan.
3.
Controleer het bericht en druk op de knop OK om door te gaan.
4. Selecteer iOS met de knoppen
l
r
en druk op de knop OK.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
26
5. Controleer het bericht en druk op de knop OK om door te gaan.
De QR-code wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer.
6. Start op de iPhone, iPad of iPod touch de standaard Camera-app en scan de QR-code die in de modus FOTO
op het bedieningspaneel van de printer wordt weergegeven.
Gebruik de Camera-app voor iOS 11 of hoger. Met de Camera-app voor iOS 10 of lager kunt u geen
verbinding maken met de printer. Ook kunt u geen app voor het scannen van QR-codes gebruiken. Als u geen
verbinding kunt maken, drukt u op de knop
l
. Zie de gerelateerde informatie hieronder voor meer informatie
over het verbinden.
7.
Tik op de melding die wordt weergegeven op het scherm van de iPhone, iPad of iPod touch.
8. Tik op Koppelen.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
27
9. Druk op de knop OK op het bedieningspaneel van de printer.
10. Start de Epson-printapp op de iPhone, iPad of iPod touch.
Voorbeelden van Epson-printapps
11. Tik op het scherm van de Epson-printapp op Printer niet geselecteerd.
12. Selecteer de printer waarmee u verbinding wilt maken.
Bekijk de informatie die op het bedieningspaneel van de printer wordt weergegeven om de printer te
selecteren.
13. Druk op de knop OK op het bedieningspaneel van de printer.
Selecteer voor smart devices die eerder met de printer verbonden zijn geweest de netwerknaam (SSID) op het Wi-
Fi-scherm van het smart device en maak opnieuw verbinding.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
28
Gerelateerde informatie
& “Verbinding maken met niet-iOS- of Android-apparaten via Wi-Fi Direct” op pagina 31
& “Afdrukken met Smart Devices” op pagina 78
Verbinding maken met Android-apparaten via Wi-Fi Direct
Met deze methode kunt u de printer zonder een draadloze router rechtstreeks verbinden met het Android-
apparaat. Voor het gebruik van deze functie dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan.
Android 4.4 of hoger
Epson iPrint versie 7.0 of hoger
Epson iPrint wordt gebruikt om vanaf een smart device af te drukken. Installeer van tevoren Epson iPrint op het
smart device.
Opmerking:
U hoe deze instellingen slechts een keer te congureren voor de printer die en het smart device dat u met elkaar wilt
verbinden. U hoe deze instellingen niet opnieuw te congureren, tenzij u Wi-Fi Direct uitschakelt of de standaard
netwerkinstellingen herstelt.
1. Selecteer Smartphone aansluiten op het startscherm met de knoppen
l
r
en druk op de knop OK.
2. Controleer het bericht en druk op de knop OK om door te gaan.
3. Selecteer Android met de knoppen
l
r
en druk op de knop OK.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
29
4. Start Epson iPrint op de iPhone, iPad of iPod touch.
5. Tik op het scherm Epson iPrint op Printer niet geselecteerd.
6. Selecteer de printer waarmee u verbinding wilt maken.
Bekijk de informatie die op het bedieningspaneel van de printer wordt weergegeven om de printer te
selecteren.
Opmerking:
Aankelijk van het Android-apparaat worden printers mogelijk niet weergegeven. Als printers niet worden
weergegeven, maakt u verbinding door Andere OS-apparaten te selecteren. Zie de gerelateerde informatie hieronder
voor meer informatie over het verbinden.
7. Wanneer het scherm voor goedkeuring van de verbinding met het apparaat wordt weergegeven, selecteert u
Goedk..
8. Druk op de knop OK op het bedieningspaneel van de printer.
Selecteer voor smart devices die eerder met de printer verbonden zijn geweest de netwerknaam (SSID) op het Wi-
Fi-scherm van het smart device en maak opnieuw verbinding.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
30
Gerelateerde informatie
& “Verbinding maken met niet-iOS- of Android-apparaten via Wi-Fi Direct” op pagina 31
& “Afdrukken met Smart Devices” op pagina 78
Verbinding maken met niet-iOS- of Android-apparaten via Wi-Fi
Direct
Met deze methode kunt u de printer zonder een draadloze router rechtstreeks verbinden met smart devices.
Opmerking:
U hoe deze instellingen slechts een keer te congureren voor de printer die en het smart device dat u met elkaar wilt
verbinden. U
hoe
deze instellingen niet opnieuw te
congureren,
tenzij u Wi-Fi Direct uitschakelt of de standaard
netwerkinstellingen herstelt.
1. Selecteer Smartphone aansluiten op het startscherm met de knoppen
l
r
en druk op de knop OK.
2. Controleer het bericht en druk op de knop OK om door te gaan.
3. Selecteer Andere OS-apparaten met de knoppen
l
r
en druk op de knop OK.
De Netwerknaam en het Wachtwoord voor Wi-Fi Direct voor de printer worden weergegeven.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
31
4. Selecteer op het Wi-Fi-scherm van het smart device de Netwerknaam die op het bedieningspaneel van de
printer wordt weergegeven en voer het wachtwoord in.
De schermafdruk is een voorbeeld op iPhone.
5. Druk op de knop OK op het bedieningspaneel van de printer.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
32
6. Start de Epson-printapp op het smart device.
Voorbeelden van Epson-printapps
7. Tik op het scherm van de Epson-printapp op Printer niet geselecteerd.
8. Selecteer de printer waarmee u verbinding wilt maken.
Bekijk de informatie die op het bedieningspaneel van de printer wordt weergegeven om de printer te
selecteren.
9. Druk op de knop OK op het bedieningspaneel van de printer.
Selecteer voor smart devices die eerder met de printer verbonden zijn geweest de netwerknaam (SSID) op het Wi-
Fi-scherm van het smart device en maak opnieuw verbinding.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
33
Gerelateerde informatie
& “Afdrukken met Smart Devices” op pagina 78
Wi-Fi-instellingen congureren op de printer
Op het bedieningspaneel van de printer kunt u op verschillende manieren de netwerkinstellingen congureren.
Kies de verbindingsmethode die overeenkomt met uw omgeving en de voorwaarden die u gebruikt.
Als u beschikt over de informatie voor de draadloze router, zoals de SSID en het wachtwoord, kunt u de
instellingen handmatig congureren.
Als de draadloze router WPS ondersteunt, kunt u de instellingen
congureren
met drukknopinstellingen.
Nadat de printer verbinding hee gemaakt met het netwerk, maakt u verbinding tussen de printer en het apparaat
dat u wilt gebruiken (computer, smart device, tablet, enz.).
Gerelateerde informatie
& “Wi-instellingen congureren door de SSID en het wachtwoord in te voeren” op pagina 34
&
“Wi-Fi-instellingen
congureren
via de drukknopinstelling” op pagina 35
&
“Wi-Fi-instellingen
congureren
via de pincode-instelling (WPS)” op pagina 36
Wi-instellingen congureren door de SSID en het wachtwoord in
te voeren
U kunt een
wi-netwerk
instellen door de nodige informatie in te voeren om een draadloze router aan te sluiten op
het bedieningspaneel van de printer. Als u deze methode wilt gebruiken, hebt u de SSID en het wachtwoord nodig
voor een draadloze router.
Opmerking:
Als u een draadloze router met de standaardinstellingen gebruikt, gebruikt u de SSID en het wachtwoord die op het label
vermeld staan. Als u de SSID en het wachtwoord niet weet, neem dan contact op met de persoon die de de draadloze router
hee ingesteld of raadpleeg de documentatie van het toegangspunt.
1. Selecteer Wi -Fi in st el le n op het startscherm.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
2. Selecteer Wi -Fi (a an b e v o l e n) .
3. Druk op de knop OK om door te gaan.
4. Selecteer Wizard Wi-Fi instellen.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
34
5. Selecteer de SSID voor de draadloze router op het bedieningspaneel van de printer en druk op de knop OK.
Opmerking:
Als de SSID waarmee u verbinding wilt maken, niet wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer,
drukt u op de knop
om de lijst te vernieuwen. Als deze nog steeds niet wordt weergegeven, selecteert u Andere
SSID's en voert u de SSID rechtstreeks in.
Als u de SSID niet kent, controleer dan of deze vermeld staat op het label van de draadloze router. Als u de
draadloze router gebruikt met zijn standaardinstellingen, gebruikt u de SSID die op het label staat.
6. Voer het wachtwoord in.
Selecteer of u al dan niet een netwerkverbindingsrapport wilt afdrukken na het voltooien van de instellingen.
Opmerking:
Het wachtwoord is hoofdlettergevoelig.
Als u de netwerknaam (SSID) niet kent, controleer dan of deze vermeld staat op het label van de draadloze router.
Als u de draadloze router gebruikt met zijn standaardinstellingen, gebruikt u de SSID die op het label staat. Als u de
informatie niet kunt vinden, raadpleegt u de documentatie die is meegeleverd met de draadloze router.
7. Als u klaar bent met het instellen, drukt u op de knop .
Opmerking:
Als u geen verbinding kunt maken, laadt u papier en drukt u vervolgens op de knop
om een
netwerkverbindingsrapport af te drukken.
Gerelateerde informatie
& “Tekens invoeren” op pagina 20
& De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 37
& Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 156
Wi-Fi-instellingen
congureren
via de drukknopinstelling
U kunt automatisch een Wi-Fi-netwerk instellen door op een knop op de draadloze router te drukken. Als aan de
volgende voorwaarden is voldaan, kunt u deze manier van instellen gebruiken.
De draadloze router is compatibel met WPS (Wi-Fi beschermde installatie).
De huidige Wi-Fi-verbinding is tot stand gebracht door op een knop op de draadloze router te drukken.
1. Selecteer Wi -Fi in st el le n op het startscherm.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
2. Selecteer Wi -Fi (a an b e v o l e n) .
3.
Druk op de knop OK om door te gaan.
4. Selecteer Drukknopinstelling (WPS).
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
35
5. Houd de [WPS]-knop ingedrukt op de draadloze router tot het beveiligingslampje knippert.
Als u niet weet waar de WPS-knop zit, of als de draadloze router geen knoppen
hee,
raadpleeg dan de
documentatie van de draadloze router voor meer informatie.
6. Druk op de knop OK op het bedieningspaneel van de printer. Volg de instructies op het scherm die worden
weergegeven.
Opmerking:
Als de verbinding mislukt, start dan de draadloze router opnieuw, zet hem dichter bij de printer en probeer het nog een
keer. Als het nog steeds niet werkt, druk dan een netwerkverbindingsrapport af en controleer de oplossing.
Gerelateerde informatie
& De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 37
& Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 156
Wi-Fi-instellingen
congureren
via de pincode-instelling (WPS)
U kunt automatisch verbinding maken met een draadloze router door gebruik te maken van een pincode. U kunt
deze methode gebruiken als uw draadloze router WPS (Wi-Fi beschermde installatie) ondersteunt. Gebruik een
computer om een pincode in te voeren in de draadloze router.
1.
Selecteer Wi- Fi i ns te l l e n op het startscherm.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
2. Selecteer Wi -Fi (a an b e v o l e n) .
3. Druk op de knop OK om door te gaan.
4. Selecteer Overige.
5. Selecteer PIN-code (WPS).
6.
Gebruik uw computer om de pincode (acht cijfers) die op het bedieningspaneel van de printer wordt
weergegeven in te voeren in de draadloze router. U hebt hier twee minuten de tijd voor.
Opmerking:
Raadpleeg de documentatie van de draadloze router voor meer informatie over het invoeren van een pincode.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
36
7. Druk op de printer op de knop OK.
Het instellen is voltooid wanneer dit wordt gemeld in een bericht.
Opmerking:
Als de verbinding mislukt, start dan de draadloze router opnieuw, zet hem dichter bij de printer en probeer het nog een
keer. Als het nog steeds niet werkt, druk dan een verbindingsrapport af en controleer de oplossing.
Gerelateerde informatie
& De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 37
& Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 156
De status van de netwerkverbinding controleren
U kunt de netwerkstatus als volgt controleren.
Netwerkpictogram
U kunt de status van de netwerkverbinding en kracht van het radiosignaal controleren aan de hand van het
netwerkpictogram op het startscherm van de printer.
Gerelateerde informatie
& Uitleg bij het startscherm” op pagina 19
Een netwerkverbindingsrapport afdrukken
U kunt een netwerkverbindingsrapport afdrukken om de status tussen de printer en de draadloze router te
controleren.
1. Papier laden.
2. Selecteer Instel. op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
3. Selecteer Netwerkinstellingen > Ve rb ind ing scontro le.
De verbindingscontrole wordt gestart.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
37
4. Druk op de knop
x
om het netwerkverbindingsrapport af te drukken.
Als er een fout is opgetreden, controleer dan het netwerkverbindingsrapport en volg de afgedrukte
oplossingen.
Gerelateerde informatie
& “Berichten en oplossingen op het netwerkverbindingsrapport” op pagina 38
Berichten en oplossingen op het netwerkverbindingsrapport
Controleer de berichten en foutcodes op het netwerkverbindingsrapport en volg dan de oplossingen.
a. Foutcode
b. Berichten over de netwerkomgeving
Gerelateerde informatie
& “E-1” op pagina 39
& “E-2, E-3, E-7” op pagina 39
& “E-5” op pagina 40
& “E-6” op pagina 40
& “E-8” op pagina 41
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
38
& “E-9” op pagina 41
& “E-10” op pagina 41
& “E-11” op pagina 42
& “E-12” op pagina 42
& “E-13” op pagina 43
& “Bericht over de netwerkomgeving” op pagina 43
E-1
Oplossingen:
Controleer of de ethernetkabel goed is aangesloten op uw printer en op uw hub of een ander netwerkapparaat.
Controleer of uw hub of een ander netwerkapparaat is ingeschakeld.
Als u de printer wilt verbinden via
wi,
moet u de
wi-instellingen
opnieuw opgeven omdat dit is
uitgeschakeld.
E-2, E-3, E-7
Oplossingen:
Controleer of uw draadloze router is ingeschakeld.
Controleer of uw computer of apparaat correct is aangesloten op de draadloze router.
Schakel de draadloze router uit. Wacht ongeveer 10 seconden en schakel deze in.
Plaats de printer dichter bij uw draadloze router en verwijder alle eventuele obstakels ertussen.
Als u de SSID handmatig hebt ingevoerd, moet u controleren of deze correct is. Controleer de SSID op het
gedeelte Netwerkstatus op het netwerkverbindingsrapport.
Als een draadloze router meerdere SSIDs hee, selecteert u de SSID die wordt weergegeven. Wanneer de SSID
een niet-compatibele frequentie gebruikt, toont de printer deze niet.
Als u een drukknopinstelling gebruikt voor het tot stand brengen van een netwerkverbinding, moet u
controleren of uw draadloze router WPS ondersteunt. U kunt de drukknopinstelling niet gebruiken als uw
draadloze router WPS niet ondersteunt.
Controleer of uw SSID alleen ASCII-tekens (alfanumerieke tekens en symbolen) gebruikt. De printer kan geen
SSID die niet-ASCII-tekens bevat, weergeven.
Zorg dat u uw SSID en wachtwoord kent voordat u verbinding maakt met de draadloze router. Als u een
draadloze router gebruikt met de standaardinstellingen, bevinden de SSID en het wachtwoord zich op het label
op de draadloze router. Als u uw SSID en het wachtwoord niet kent, neemt u contact op met de persoon die de
draadloze routers
hee
ingesteld of raadpleegt u de documentatie die bij de draadloze router is geleverd.
Als u wilt verbinden met een SSID die is gegenereerd met behulp van de tethering-functie van een smart device,
controleert u de SSID en het wachtwoord in de documentatie die bij het smart device is geleverd.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
39
Als uw wi-verbinding plots wordt verbroken, controleert u de onderstaande voorwaarden. Als een of meer van
deze voorwaarden van toepassing zijn, stelt u uw netwerkinstellingen opnieuw in door de
soware
van de
volgende website te downloaden en uit te voeren.
http://epson.sn > Instellen
Er is een ander smart device toegevoegd aan het netwerk met behulp van de drukknopinstelling.
Het wi-netwerk is ingesteld met een andere methode dan de drukknopinstelling.
Gerelateerde informatie
& “Een computer verbinden” op pagina 24
& Wi-Fi-instellingen congureren op de printer” op pagina 34
E-5
Oplossingen:
Zorg dat het beveiligingstype van de draadloze router is ingesteld op een van het volgende. Als dat niet het geval is,
wijzigt u het beveiligingstype op de draadloze router en stelt u de netwerkinstellingen van de printer opnieuw in.
WEP-64 bit (40-bits)
WEP-128 bit (104-bits)
WPA PSK (TKIP/AES)
*
WPA2 PSK (TKIP/AES)
*
WPA (TKIP/AES)
WPA2 (TKIP/AES)
* WPA PSK wordt ook wel WPA Personal genoemd. WPA2 PSK wordt ook wel WPA2 Personal genoemd.
E-6
Oplossingen:
Controleer of MAC-adreslter is uitgeschakeld. Als dit is ingeschakeld, registreert u het MAC-adres van de
printer zodat het niet wordt gelterd. Raadpleeg de documentatie die bij de draadloze router is geleverd voor
details. U kunt het MAC-adres van de printer controleren onder het gedeelte Netwerkstatus in het
netwerkverbindingsrapport.
Als uw draadloze router gebruik maakt van gedeelde vericatie met WEP-beveiliging, moet u controleren of de
vericatiecode en index correct zijn.
Als het aantal te verbinden apparaten op de draadloze router kleiner is dan het aantal netwerkapparaten dat u
wilt verbinden,
gee
u de instellingen op de draadloze router op om het aantal te verbinden apparaten te
vermeerderen. Raadpleeg de documentatie die bij de draadloze router is geleverd om instellingen op te geven.
Gerelateerde informatie
& “Een computer verbinden” op pagina 24
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
40
E-8
Oplossingen:
Schakel DHCP in op de draadloze router als de instelling IP-adres verkrijgen van de printer is ingesteld op
Automatisch.
Als IP-adres verkrijgen van de printer is ingesteld op Handmatig, is het IP-adres dat u handmatig hebt
ingesteld, ongeldig omdat het buiten bereik (bijvoorbeeld: 0.0.0.0) is. Stel een geldig IP-adres in vanaf het
bedieningspaneel van de printer of met Web Cong.
Gerelateerde informatie
& “Een netwerkstatusvel afdrukken” op pagina 44
E-9
Oplossingen:
Controleer het volgende.
Apparaten worden ingeschakeld.
U kunt toegang krijgen tot internet en andere computer of netwerkapparaten op hetzelfde netwerk van de
apparaten die u met de printer wilt verbinden.
Als uw printer en netwerkapparaten nog steeds niet worden verbonden nadat u het bovenstaande hebt
gecontroleerd, schakelt u de draadloze router uit. Wacht ongeveer 10 seconden en schakel deze in. Stel dan uw
netwerkinstellingen opnieuw in door het installatieprogramma van de volgende website te downloaden en uit te
voeren.
http://epson.sn > Instellen
Gerelateerde informatie
& “Een computer verbinden” op pagina 24
E-10
Oplossingen:
Controleer het volgende.
Andere apparaten op het netwerk worden ingeschakeld.
Netwerkadressen (IP-adres, subnetmasker en standaard gateway) zijn correct als u IP-adres verkrijgen van de
printer hebt ingesteld op Handmatig.
Stel het netwerkadres opnieuw in als het onjuist is. U kunt het IP-adres, het subnetmasker en de standaard gateway
controleren onder Netwerkstatus in het netwerkverbindingsrapport.
Als DHCP is ingeschakeld, wijzigt u IP-adres verkrijgen van de printer naar Automatisch. Als u IP-adres
handmatig wilt instellen, selecteert u het IP-adres van het gedeelte Netwerkstatus op het
netwerkverbindingsrapport en selecteert u Handmatig op het scherm met de netwerkinstellingen. Stel het
subnetmasker in op [255.255.255.0].
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
41
Als uw printer en netwerkapparaten nog steeds niet worden verbonden, schakelt u de draadloze router uit. Wacht
ongeveer 10 seconden en schakel deze in.
Gerelateerde informatie
& “Een netwerkstatusvel afdrukken” op pagina 44
E-11
Oplossingen:
Controleer het volgende.
Het standaard gateway-adres is correct als u de TCP/IP-instelling van de printer instelt op Handmatig.
Het apparaat dat is ingesteld als de standaard gateway, wordt ingeschakeld.
Stel het juiste standaard gateway-adres in. U kunt het standaard gateway-adres controleren onder het gedeelte
Netwerkstatus in het netwerkverbindingsrapport.
Gerelateerde informatie
& “Een netwerkstatusvel afdrukken” op pagina 44
E-12
Oplossingen:
Controleer het volgende.
Andere apparaten op het netwerk worden ingeschakeld.
De netwerkadressen (IP-adres, subnetmasker en standaard gateway) zijn correct als u ze handmatig invoert.
De netwerkadressen voor andere apparaten (subnetmasker en standaard gateway) zijn dezelfde.
Het IP-adres komt niet in conict met andere apparaten.
Als uw printer en netwerkapparaten nog steeds niet worden verbonden nadat u het bovenstaande hebt
gecontroleerd, probeert u het volgende.
Schakel de draadloze router uit. Wacht ongeveer 10 seconden en schakel deze in.
Geef de netwerkinstellingen opnieuw op met het installatieprogramma. U kunt dit uitvoeren vanaf de volgende
website.
http://epson.sn > Instellen
U kunt meerdere wachtwoorden registreren op een draadloze router die het WEP-beveiligingstype gebruikt. Als
er meerdere wachtwoorden zijn geregistreerd, moet u controleren of het eerste geregistreerde wachtwoord op de
printer is ingesteld.
Gerelateerde informatie
&
“Een netwerkstatusvel afdrukken” op pagina 44
&
“Een computer verbinden” op pagina 24
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
42
E-13
Oplossingen:
Controleer het volgende.
Netwerkapparaten zoals een draadloze router, hub en router, zijn ingeschakeld.
De TCP/IP-instelling voor netwerkapparaten is niet handmatig opgegeven. (Als de TCP/IP-instelling van de
printer automatisch is ingesteld terwijl de TCP/IP-instelling voor andere netwerkapparaten handmatig wordt
uitgevoerd, kan het netwerk van de printer verschillen van het netwerk voor andere apparaten.)
Als dit nog steeds niet werkt nadat u het bovenstaande hebt gecontroleerd, probeert u het volgende.
Schakel de draadloze router uit. Wacht ongeveer 10 seconden en schakel deze in.
Denieer netwerkinstellingen op de computer die op hetzelfde netwerk als de printer zit met het
installatieprogramma. U kunt dit uitvoeren vanaf de volgende website.
http://epson.sn > Instellen
U kunt meerdere wachtwoorden registreren op een draadloze router die het WEP-beveiligingstype gebruikt. Als
er meerdere wachtwoorden zijn geregistreerd, moet u controleren of het eerste geregistreerde wachtwoord op de
printer is ingesteld.
Gerelateerde informatie
& “Een netwerkstatusvel afdrukken” op pagina 44
& “Een computer verbinden” op pagina 24
Bericht over de netwerkomgeving
Bericht Oplossing
De Wi-Fi-omgeving moet worden
verbeterd. Schakel de draadloze router uit
en vervolgens weer in. Als de verbinding
niet verbetert, raadpleegt u de
documentatie voor de draadloze router.
Nadat u de printer dichter bij de draadloze router hebt geplaatst en eventuele
obstakels hebt verwijderd, schakelt u de draadloze router uit. Wacht circa 10
seconden en schakel het toegangspunt weer in. Als de printer nog steeds
geen verbinding maakt, raadpleegt u de documentatie die bij de draadloze
router is meegeleverd.
*Er kunnen niet meer apparaten
aangesloten worden. Verwijder een van de
apparaten als u een ander wilt toevoegen.
De computer en de smart-apparaten die tegelijkertijd kunnen worden
verbonden, worden volledig verbonden in de Wi-Fi Direct (eenvoudige AP)
verbinding. Om nog een computer of een ander smart device toe te voegen,
moet u eerst de verbinding van een van de verbonden apparaten verbreken
of een van de verbonden apparaten eerst aansluiten op een ander netwerk.
U kunt het aantal draadloze apparaten die tegelijkertijd kunnen worden
aangesloten en het aantal verbonden apparaten bevestigen door het
netwerkstatusvel of het bedieningspaneel van de printer te controleren.
Dezelfde SSID als Wi-Fi Direct bestaat in de
omgeving. Wijzig de Wi-Fi Direct SSID als u
geen smartapparaat kunt verbinden met
de printer.
Ga op het bedieningspaneel van de printer naar het scherm Wi-Fi Direct en
selecteer het menu om de instelling te wijzigen. U kunt de netwerknaam
wijzigen die na DIRECT-XX- volgt. Voer tot 32 tekens in.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
43
Een netwerkstatusvel afdrukken
U kunt de gedetailleerde netwerkinformatie afdrukken om deze te controleren.
1. Papier laden.
2. Selecteer Instel. op het startscherm.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
3. Selecteer Netwerkinstellingen > Statusblad afdrukken.
4. Druk op de knop
x
.
Het netwerkstatusvel wordt afgedrukt.
Draadloze routers vervangen of toevoegen
Als de SSID verandert doordat een draadloze router wordt vervangen, of als een draadloze router wordt
toegevoegd en een nieuwe netwerkomgeving wordt ingesteld, congureert u de Wi-Fi-instellingen opnieuw.
Gerelateerde informatie
& “De verbindingsmethode met een computer wijzigen” op pagina 44
De verbindingsmethode met een computer wijzigen
Gebruik het installatieprogramma en stel de installatie in met een andere verbindingsmethode.
Instellen vanaf de website
Open de volgende website en voer de productnaam in. Ga naar Instellen en congureer de instellingen.
http://epson.sn
Instellen met de soware-cd (alleen voor modellen die worden geleverd met een soware-cd en gebruikers die
beschikken over een Windows-computer met een schijfstation).
Plaats de soware-cd in de computer en volg de instructies op het scherm.
De verbindingsmethode wijzigen selecteren
Volg de instructies op het scherm totdat het volgende scherm wordt weergegeven.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
44
Selecteer Breng de verbinding van Printer opnieuw tot stand (voor nieuwe netwerkrouter of om USB te
wijzigen naar netwerk, enz.) in het scherm
Soware
installeren en klik vervolgens op Vo lg end e.
De Wi-Fi Direct (eenvoudige AP) instellingen wijzigen
Wanneer een Wi-Fi Direct (eenvoudige AP)-verbinding is ingeschakeld, kunt u de instellingen van Wi-Fi Direct,
zoals de netwerknaam en het wachtwoord wijzigen.
1. Selecteer Wi -Fi in st el le n op het startscherm.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
2. Selecteer Wi -Fi Di re c t.
3. Druk op de knop OK om door te gaan.
4. Druk op de knop OK om door te gaan.
5. Druk op de knop
d
om het scherm Instellingen weer te geven.
6. Selecteer het menu-item dat u wilt wijzigen.
U kunt de volgende menu-items selecteren.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
45
Netwerknaam wijzigen
Wijzig de netwerknaam (SSID) van Wi-Fi Direct (eenvoudige AP) die u hebt gebruikt om verbinding te
maken met de printer naar een naam naar keuze. U kunt de netwerknaam (SSID) instellen in ASCII-tekens
die worden weergegeven op het sowaretoetsenbord op het bedieningspaneel.
Wanneer u de netwerknaam (SSID) wijzigt, wordt de verbinding met alle verbonden apparaten verbroken.
Gebruik de nieuwe netwerknaam (SSID) als u opnieuw verbinding wilt maken met het apparaat.
Wachtwoord wijzigen
Wijzig het wachtwoord van Wi-Fi Direct (eenvoudige AP) om verbinding te maken met uw printer naar een
wachtwoord naar keuze. U kunt het wachtwoord instellen in ASCII-tekens die worden weergegeven op het
sowaretoetsenbord op het bedieningspaneel.
Wanneer u het wachtwoord wijzigt, wordt de verbinding met alle verbonden apparaten verbroken. Gebruik
het nieuwe wachtwoord als u opnieuw verbinding wilt maken met het apparaat.
Wi- Fi D i r e c t u it sc h .
Schakel de instellingen van Wi-Fi Direct (eenvoudige AP) uit op de printer. Wanneer u deze uitschakelt,
wordt de verbinding met alle apparaten die zijn verbonden met de printer in Wi-Fi Direct (eenvoudige AP)
verbroken.
Standaardinst. herstellen
Herstel alle instellingen van Wi-Fi Direct (eenvoudige AP) terug naar de standaardwaarden.
De Wi-Fi Direct (eenvoudige AP) verbindingsinformatie van het smart-apparaat die is opgeslagen op de
printer, wordt verwijderd.
7. Volg de instructies op het scherm.
Wi-Fi uitschakelen op het bedieningspaneel
Wanneer u Wi-Fi uitschakelt, wordt de Wi-Fi-verbinding verbroken.
1. Selecteer Wi -Fi in st el le n op het startscherm.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
2. Selecteer Wi -Fi (a an b e v o l e n) .
3. Druk op de knop OK om door te gaan.
4.
Selecteer Overige.
5. Selecteer Wi-Fi uitschakelen.
6. Controleer het bericht en druk vervolgens op de knop OK.
Een Wi-Fi Direct-verbinding (Eenvoudig AP) verbreken
vanaf het bedieningspaneel
Er zijn twee methodes beschikbaar om een Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudige AP) uit te schakelen, u kunt alle
verbindingen uitschakelen via het bedieningspaneel van de printer te gebruiken, of schakel elke verbinding uit via
de computer of het smart-apparaat. In deze sectie wordt uitgelegd hoe u alle verbindingen kunt uitschakelen.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
46
c
Belangrijk:
Wanneer de Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt) wordt uitgeschakeld, wordt de verbinding voor alle
computers en smart-apparaten die met de printer zijn verbonden in Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig
toegangspunt) verbroken.
Opmerking:
Als u de verbinding met een speciek apparaat wilt verbreken, doe dit dan op het apparaat in kwestie en niet op de printer.
Gebruik een van de volgende methodes om de Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudige AP) te verbreken met het apparaat.
Verbreek de Wi-verbinding met de netwerknaam van de printer (SSID).
Maak verbinding met een andere netwerknaam (SSID).
1. Selecteer Wi -Fi in st el le n op het startscherm.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
2. Selecteer Wi -Fi Di re c t.
3. Druk op de knop OK om door te gaan.
4.
Druk op de knop OK om door te gaan.
5. Druk op de knop
d
om het scherm Instellingen weer te geven.
6. Selecteer Wi -Fi Di re c t u it s c h ..
7. Controleer het bericht en druk vervolgens op de knop OK.
De netwerkinstellingen herstellen op het
bedieningspaneel
U kunt alle netwerkinstellingen terugzetten op de standaardinstellingen.
1. Selecteer Instel. op het startscherm.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
2. Selecteer Herstel standaard instellingen > Netwerkinstellingen.
3. Controleer het bericht en druk vervolgens op de knop OK.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
47
Papier laden
Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking
Lees de instructiebladen die bij het papier worden geleverd.
Waaier papier en leg de stapel recht voor het laden. Fotopapier niet waaieren of buigen. Dit kan de afdrukzijde
beschadigen.
Als het papier omgekruld is, maakt u het plat of buigt u het vóór het laden lichtjes de andere kant op. Afdrukken
op omgekruld papier kan papierstoringen of vlekken op de afdruk veroorzaken.
Gebruik geen papier dat golvend, gescheurd, gesneden, gevouwen, vochtig, te dik of te dun is of papier met
stickers op. Het gebruik van deze papiersoorten kan papierstoringen of vlekken op de afdruk veroorzaken.
Waaier enveloppen en leg ze recht op elkaar voor het laden. Als de gestapelde enveloppen lucht bevatten, maakt
u ze plat om de lucht eruit te krijgen voordat ze worden geladen.
Gebruik geen omgekrulde of gevouwen enveloppen. Het gebruik van dergelijke enveloppen kan papierstoringen
of vlekken op de afdruk veroorzaken.
Gebruik geen enveloppen met zellevende oppervlakken of vensters.
Vermijd het gebruik van enveloppen die te dun zijn aangezien die kunnen omkrullen tijdens het afdrukken.
Gerelateerde informatie
& “Printer specicaties” op pagina 175
Gebruikershandleiding
Papier laden
48
Beschikbaar papier en capaciteiten
Opmerking:
Het weergegeven papierformaat verschilt aankelijk van de het stuurprogramma.
Origineel Epson-papier
Epson raadt aan om origineel Epson-papier te gebruiken om afdrukken van hoge kwaliteit te krijgen.
Opmerking:
De beschikbaarheid van papier verschilt per locatie. Neem contact op met Epson Support voor de recentste informatie over
beschikbaar papier in uw omgeving.
Papier dat geschikt is voor het afdrukken van documenten
Medianaam Grootte Laadcapaciteit (vellen)
Epson Bright White Ink Jet Paper A4 Tot aan de lijn met het driehoekje op de
zijgeleider.
Papier dat geschikt is voor het afdrukken van documenten en foto's
Medianaam Grootte Laadcapaciteit (vellen)
Epson Matte Paper-Heavyweight A4 20
Epson Photo Quality Ink Jet Paper A4 80
Papier dat geschikt is voor het afdrukken van foto's
Medianaam Grootte Laadcapaciteit
(vellen)
Epson Ultra Glossy Photo Paper A4, 13×18 cm (5×7 inch), 10×15 cm (4×6 inch)
20
*
Epson Premium Glossy Photo Paper A4, 13×18 cm (5×7 inch), 10×15 cm (4×6 inch)
20
*
Epson Premium Semigloss Photo Paper A4, 13×18 cm (5×7 inch), 10×15 cm (4×6 inch)
20
*
Epson Photo Paper Glossy A4, 13×18 cm (5×7 inch), 10×15 cm (4×6 inch)
20
*
* Laad een pagina per keer als het papier niet goed wordt geladen of als de afdruk oneven kleuren of vlekken vertoond.
Gerelateerde informatie
& “Papier voor randloos afdrukken” op pagina 50
& “Papier voor dubbelzijdig afdrukken” op pagina 51
Gebruikershandleiding
Papier laden
49
Commercieel beschikbaar papier
Gewoon papier
Medianaam Grootte Laadcapaciteit (vellen)
Gewoon papier
Kopieerpapier
Briefhoofdpapier
*2
Letter, A4, B5, 16K (195×270 mm), A5, A6,
B6
Tot aan de lijn met het driehoekje op de
zijgeleider.
*1
Legal, 8,5×13 inch, Indian-Legal 1
Op maat (mm)
54×86 tot 215,9×1200
1
*1 Laad een pagina per keer als het papier niet goed wordt geladen of als de afdruk oneven kleuren of vlekken vertoond.
*2 Papier met daarop informatie zoals de naam van de afzender of een bedrijf in de koptekst. De marge bovenaan het papier
moet minimaal 3 mm bedragen. Dubbelzijdig en randloos afdrukken zijn niet beschikbaar met briefhoofdpapier.
Enveloppen
Medianaam Grootte Laadcapaciteit (enveloppen)
Enveloppe Enveloppe #10, Enveloppe DL, Enveloppe C6 10
Gerelateerde informatie
& “Papier voor randloos afdrukken” op pagina 50
& “Papier voor dubbelzijdig afdrukken” op pagina 51
Papier voor randloos afdrukken
Origineel Epson-papier
Epson Bright White Ink Jet Paper
Epson Photo Quality Ink Jet Paper
Epson Matte Paper-Heavyweight
Epson Ultra Glossy Photo Paper
Epson Premium Glossy Photo Paper
Epson Premium Semigloss Photo Paper
Epson Photo Paper Glossy
Commercieel beschikbaar papier
Gewoon papier, kopieerpapier (A4, Letter, door de gebruiker
gedenieerd
*
)
* Voor randloos afdrukken is papier beschikbaar met de afmetingen 89×86 tot 215,9×1200 mm.
Gebruikershandleiding
Papier laden
50
Papier voor dubbelzijdig afdrukken
Origineel Epson-papier
Epson Bright White Ink Jet Paper
Commercieel beschikbaar papier
Gewoon papier, kopieerpapier
*
* Voor automatisch dubbelzijdig afdrukken kunt u de papierformaten Letter, A4, B5, 16K en door de gebruiker gedenieerd
(182×257 tot 215,9×297 mm) gebruiken.
Lijst met papiertypen
Selecteer het papiertype dat bij het papier past voor optimale afdrukresultaten.
Medianaam Afdrukmateriaal
Bedieningspaneel Printerstuurprogramma
Epson Bright White Ink Jet Paper Gewoon papier Gewoon papier
Epson Ultra Glossy Photo Paper Ultra Glossy Epson Ultra Glossy
Epson Premium Glossy Photo Paper Prem. Glossy Epson Premium Glossy
Epson Premium Semigloss Photo Paper Premium Semigloss Epson Premium Semigloss
Epson Photo Paper Glossy Glans Photo Paper Glossy
Epson Matte Paper-Heavyweight Matte Epson Matte
Epson Photo Quality Ink Jet Paper Photo Quality Ink Jet Epson Photo Quality Ink Jet
Papier in de Papiertoevoer achter laden
1. Open de invoerbeveiliging en trek de papiersteun naar buiten.
Gebruikershandleiding
Papier laden
51
2. Verschuif de zijgeleiders.
3. Laad papier in het midden van de papiersteun met de afdrukzijde naar boven.
c
Belangrijk:
Laad niet meer dan het maximale aantal pagina's voor het specieke papiertype. Let er bij gewoon papier
op dat het niet boven de streep net onder het symbool
d
aan de binnenzijde van de zijgeleider komt.
Laad het papier met de kortste zijde eerst. Als u de papiergrootte echter hebt ingesteld op de breedte van de
lange zijde, laad dan eerst de lange zijde van het papier.
Enveloppe
Laad enveloppen met de omslag naar links.
Lang papier
Als u papier laadt dat langer is dan het formaat Legal, bergt u de papiersteun op en maakt u de voorrand
van het papier vlak.
Gebruikershandleiding
Papier laden
52
Voorgeperforeerd papier
Opmerking:
Laad een enkel vel van een opgegeven formaat normaal papier met perforatie aan de linker- of rechterzijde.
Pas de afdrukpositie van uw bestand aan zodat u niet over de perforatorgaten heen afdrukt.
Automatisch dubbelzijdig afdrukken is niet mogelijk met vooraf geperforeerd papier.
4. Schuif de zijgeleiders naar de rand van het papier en sluit vervolgens de invoerbeveiliging.
c
Belangrijk:
Plaats geen voorwerpen op de invoerbeveiliging. Hierdoor wordt mogelijk verhinderd dat het papier wordt
ingevoerd.
5. Stel op het bedieningspaneel het papierformaat en -type in voor het papier dat u in de papiertoevoer achter
hebt geladen.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
Opmerking:
Selecteer Instel. > Printerinstallatie > Papierbroninstelling > Papier instellen om het instellingenscherm met het
papierformaat en -type weer te geven.
Selecteer voor brieoofdpapier Brieoofd als het papiertype.
Als u afdrukt op brieoofdpapier dat smaller is dan de instelling in het printerstuurprogramma, kan buiten de
randen van het papier worden afgedrukt. Hierdoor kunnen er inktvlekken op de afdrukken komen en kan zich inkt
ophopen in de printer. Selecteer de juiste papiergrootte.
Dubbelzijdig en randloos afdrukken zijn niet beschikbaar met brieoofdpapier. De afdruksnelheid kan ook
afnemen.
Gebruikershandleiding
Papier laden
53
6. Schuif de uitvoerlade uit.
Opmerking:
Plaats het resterende papier terug in de verpakking. Als u het in de printer laat, kan het papier omkrullen of kan de
afdrukkwaliteit achteruitgaan.
Gerelateerde informatie
& Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking” op pagina 48
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 49
Gebruikershandleiding
Papier laden
54
Originelen plaatsen
Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen
c
Belangrijk:
Plaatst u omvangrijke originelen zoals boeken, zorg er dan voor dat er geen extern licht op de scannerglasplaat
schijnt.
1. Open de documentklep.
2. Gebruik een zachte, droge en schone doek om stof of vlekken van het oppervlak van de scannerglasplaat te
verwijderen.
Opmerking:
Als er stof of vuil op de scannerglasplaat zit, kan het scanbereik worden vergroot om het mee te nemen, waardoor de
aeelding
van het origineel kan verschuiven of kleiner kan worden.
3. Plaats het origineel met de bedrukte zijde omlaag en duw het tegen de hoekmarkering.
Gebruikershandleiding
Originelen plaatsen
55
Opmerking:
De eerste 1,5 mm vanaf de hoek van de scannerglasplaat wordt niet gescand.
4. Sluit de klep voorzichtig.
c
Belangrijk:
Oefen niet te veel kracht uit op de scannerglasplaat of de documentkap. Deze kunnen anders beschadigd raken.
5.
Verwijder de originelen na het scannen.
Opmerking:
Als u de originelen langdurig op de scannerglasplaat laat liggen, kunnen ze aan het oppervlak van het glas kleven.
Verschillende originelen plaatsen
Originelen plaatsen voor lay-out 2-op-1
Gebruikershandleiding
Originelen plaatsen
56
Een dubbele pagina plaatsen voor lay-out 2-op-1
Een id-kaart plaatsen om te kopiëren
Plaats een id-kaart 5 mm van de hoekmarkering op de scannerglasplaat.
Meerdere foto's plaatsen om tegelijkertijd te scannen
U kunt meerdere foto's tegelijkertijd scannen en elke aeelding opslaan met Fotomodus in Epson Scan 2. Plaats
de foto's 4,5 mm van de horizontale en verticale rand van de scannerglasplaat en plaats de foto's ten minste 20 mm
uit elkaar. De foto's moeten groter zijn dan 15×15 mm.
Gebruikershandleiding
Originelen plaatsen
57
Opmerking:
Schakel het selectievakje umbnail bovenin het voorbeeldscherm in.
Gebruikershandleiding
Originelen plaatsen
58
Afdrukken
Afdrukken via het bedieningspaneel
Gelinieerd papier en kalenders afdrukken
U kunt gemakkelijk gelinieerd papier en kalenders afdrukken met behulp van het menu Mijn briefpapier.
1. Laad papier in de printer.
2. Selecteer Mijn briefpapier op het startscherm.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
3.
Selecteer een menu-item.
4. Volg de afdrukinstructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
& “Lijst met papiertypen” op pagina 51
Afdrukken vanaf een computer
Basisprincipes voor afdrukken — Windows
Opmerking:
Zie de online-Help voor een uitleg van de items voor instellingen. Klik met de rechtermuisknop op een item en klik dan op
Help.
De werking varieert naargelang de toepassing. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
59
1. Laad papier in de printer.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3.
Selecteer Afdrukken of Afdrukinstelling in het menu Bestand.
4. Selecteer uw printer.
5. Selecteer Vo or keur en of Eigenschappen om het venster van het printerstuurprogramma te openen.
6. Geef de volgende instellingen op.
documentformaat: selecteer het papierformaat dat u in de printer hebt geplaatst.
Randloos: selecteer deze optie om af te drukken zonder marges rond de aeelding.
Bij het randloos afdrukken worden de afdrukgegevens enigszins vergroot ten opzichte van het
papierformaat. Dit zorgt ervoor dat u geen witruimte krijgt rondom. Klik op Instellingen om de mate van
vergroting te selecteren.
Afdrukstand: selecteer de afdrukstand die u in de toepassing hebt ingesteld.
Papiertype: selecteer het type papier dat u hebt geladen.
Kwaliteit: selecteer de afdrukkwaliteit.
Wanneer u Hoog selecteert, krijgt u afdrukken van betere kwaliteit, maar het afdrukken duurt mogelijk
langer.
Kleur: selecteer Grijswaarden wanneer u wilt afdrukken in zwart-wit of grijswaarden.
Opmerking:
Selecteer de instelling Liggend als Afdrukstand voor het afdrukken op enveloppen.
7. Klik op OK om het venster van het printerstuurprogramma te sluiten.
8. Klik op Afdrukken.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
60
Gerelateerde informatie
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 49
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
& Uitleg bij de printerdriver voor Windows” op pagina 133
& “Lijst met papiertypen” op pagina 51
Basisprincipes — Mac OS
Opmerking:
In de uitleg in dit gedeelte wordt TextEdit gebruikt als voorbeeld.De precieze werking en schermen hangen af van de
toepassing.Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
1. Laad papier in de printer.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Selecteer Afdrukken in het menu Bestand of een andere opdracht om het afdrukdialoogvenster te openen.
Klik indien nodig op Toon detai l s of
d
om het afdrukvenster te vergroten.
4.
Geef de volgende instellingen op.
Printer: selecteer uw printer.
Voorinstellingen: gebruik deze optie wanneer u de opgeslagen instellingen wilt gebruiken.
Papierformaat: selecteer het papierformaat dat u in de printer hebt geplaatst.
Selecteer een "randloos" papierformaat voor het afdrukken zonder marges.
Afdrukstand: selecteer de afdrukstand die u in de toepassing hebt ingesteld.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
61
Opmerking:
Als de bovenstaande menu's niet worden weergegeven, sluit dan het afdrukvenster, selecteer Pagina-instelling in het
menu Bestand en geef vervolgens instellingen op.
Selecteer de liggende afdrukstand voor het afdrukken op enveloppen.
5.
Selecteer Printerinstellingen in het snelmenu.
Opmerking:
Als in OS X Mountain Lion of later het menu Printerinstellingen niet wordt weergegeven, is het Epson-
printerprogramma fout geïnstalleerd.
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en
faxen), verwijder de printer en voeg de printer opnieuw toe.Zie het volgende om een printer toe te voegen.
http://epson.sn
6. Geef de volgende instellingen op.
Afdrukmateriaal: selecteer het type papier dat u hebt geladen.
Afdrukkwaliteit: selecteer de afdrukkwaliteit.
Wanneer u Fijn selecteert, krijgt u afdrukken van betere kwaliteit, maar het afdrukken duurt mogelijk
langer.
Uitbreiding: beschikbaar wanneer het randloos papierformaat is geselecteerd.
Bij het randloos afdrukken worden de afdrukgegevens enigszins vergroot ten opzichte van het
papierformaat. Dit zorgt ervoor dat u geen witruimte krijgt rondom.Selecteer de mate van vergroting.
Grijswaarden: selecteer om af te drukken in zwart-wit of grijswaarden.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
62
7. Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 49
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
&
“Uitleg bij het printerstuurprogramma voor Mac OS” op pagina 136
& “Lijst met papiertypen” op pagina 51
Dubbelzijdig afdrukken
U kunt een van de volgende methoden gebruiken om aan beide zijden van het papier af te drukken.
Automatisch dubbelzijdig afdrukken
Handmatig dubbelzijdig afdrukken (alleen Windows)
Wanneer de printer de eerste zijde
hee
afgedrukt, draait u het papier om om aan de andere zijde af te drukken.
U kunt ook een brochure afdrukken. (Uitsluitend voor Windows)
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
Als u papier gebruikt dat eigenlijk niet geschikt is voor dubbelzijdig afdrukken, kan het papier vastlopen en de
afdrukkwaliteit minder zijn.
Aankelijk van het papier en de hoeveelheid inkt die wordt gebruikt om tekst en aeeldingen af te drukken, kan de inkt
vlekken veroorzaken op de andere zijde van het papier.
Gerelateerde informatie
&
“Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 49
Gebruikershandleiding
Afdrukken
63
Dubbelzijdig afdrukken - Windows
Opmerking:
Handmatig dubbelzijdig afdrukken is beschikbaar wanneer EPSON Status Monitor 3 ingeschakeld is. Is EPSON Status
Monitor 3 uitgeschakeld, ga dan naar de printerdriver, klik op Extra instellingen op het tabblad Hulpprogramma's en
selecteer EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
Handmatig dubbelzijdig afdrukken is mogelijk niet beschikbaar wanneer de printer via een netwerk of als gedeelde
printer wordt gebruikt.
1. Laad papier in de printer.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het venster van de printerdriver.
4. Selecteer Automatisch (binden langs lange zijde), Automatisch (binden langs korte zijde), Handmatig
(binden langs lange zijde), of Handmatig (binden langs korte zijde) bij Dubbelzijdig afdrukken op het
tabblad Hoofdgroep.
5. Klik op Instellingen,
congureer
de instellingen en klik op OK.
Opmerking:
Selecteer Boekje om een gevouwen boekje af te drukken.
6. Klik op Afdrukdichtheid, selecteer het documenttype in Documenttype selecteren, en klik vervolgens op
OK.
De printerdriver stelt automatisch de opties voor Aanpassingen in voor dat documenttype.
Opmerking:
Afdrukken kan langzaam zijn aankelijk van de opties die u gecombineerd hebt voor Documenttype selecteren in
het venster Afdrukdichtheid aanpassen en voor Kwalite it op het tabblad Hoofdgroep.
De instelling Afdrukdichtheid aanpassen is niet beschikbaar voor handmatig dubbelzijdig afdrukken.
7. Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
8. Klik op Afdrukken.
Wanneer bij handmatig dubbelzijdig afdrukken de eerste zijde klaar is, verschijnt een pop-upvenster op de
computer. Volg de instructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
& “Basisprincipes voor afdrukken — Windows” op pagina 59
Dubbelzijdig afdrukken — Mac OS
1. Laad papier in de printer.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het afdrukdialoogvenster.
4. Selecteer Inst. dubbelzijdig afdr. in het snelmenu.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
64
5. Selecteer de bindingen in Dubbelz. afdrukken.
6. Selecteer het type van uw origineel in Documenttype.
Opmerking:
Het afdrukken kan traag verlopen naargelang de instellingen van Documenttype.
Als u iets met een hoge gegevensdichtheid afdrukt, zoals foto's of
graeken,
selecteert u Tek st m et foto of Foto als de
instelling voor Documenttype.Als de aeelding vlekken vertoont of doorloopt naar de achterkant, past u de
afdrukdichtheid en de droogtijd voor de inkt aan door op de pijl te klikken naast Aanpassingen.
7.
Geef naar wens nog meer instellingen op.
8. Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
& “Basisprincipes — Mac OS” op pagina 61
Meerdere pagina's op één vel afdrukken
U kunt twee of vier pagina's met gegevens op één vel papier afdrukken.
Meerdere pagina's op één vel afdrukken - Windows
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
1. Laad papier in de printer.
2.
Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het venster van de printerdriver.
4. Selecteer 2 per vel of 4 per vel als de instelling voor Meerdere pagina's op het tabblad Hoofdgroep.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
65
5. Klik op Pag.volgorde, congeer de toepasselijke instellingen en klik vervolgens op OK om het venster te
sluiten.
6. Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
7. Klik op Afdrukken.
Gerelateerde informatie
&
“Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
&
“Basisprincipes voor afdrukken — Windows” op pagina 59
Meerdere pagina's op één vel afdrukken — Mac OS
1. Laad papier in de printer.
2.
Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het afdrukdialoogvenster.
4. Selecteer Lay-out in het snelmenu.
5. Stel het aantal pagina's in Pagina's per vel, de Richting van indeling (paginavolgorde) en Randen.
6. Geef naar wens nog meer instellingen op.
7. Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
& “Basisprincipes — Mac OS” op pagina 61
Afdruk aanpassen aan papierformaat
U kunt de afdruk aanpassen aan het papierformaat dat u in de printer hebt geladen.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
66
Afdruk aanpassen aan papierformaat - Windows
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
1.
Laad papier in de printer.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het venster van de printerdriver.
4.
Congureer de volgende instellingen op het tabblad Meer opties.
documentformaat: Selecteer het papierformaat dat u in de toepassing hebt ingesteld.
Uitvoerpapier: Selecteer het papierformaat dat u in de printer hebt geplaatst.
Volledige pagina wordt automatisch geselecteerd.
Opmerking:
Als u een verkleinde aeelding wenst af te drukken in het midden van de pagina, selecteer dan Centreren.
5. Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
6. Klik op Afdrukken.
Gerelateerde informatie
&
“Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
&
“Basisprincipes voor afdrukken — Windows” op pagina 59
Afdruk aanpassen aan papierformaat — Mac OS
1. Laad papier in de printer.
2.
Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het afdrukdialoogvenster.
4. Selecteer het papierformaat van het papier dat u in de toepassing als Papierformaat hebt ingesteld.
5. Selecteer Papierverwerking in het snelmenu.
6. Selecteer Aanpassen aan papierformaat.
7. Selecteer het papierformaat dat u in de printer hebt geplaatst als de instelling voor Doelpapierformaat.
8. Geef naar wens nog meer instellingen op.
9.
Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
& “Basisprincipes — Mac OS” op pagina 61
Gebruikershandleiding
Afdrukken
67
Meerdere bestanden samen afdrukken (alleen voor Windows)
Met Taken indelen Lite kunt u meerdere bestanden die door verschillende toepassingen zijn gemaakt combineren
en als één afdruktaak afdrukken. U kunt de afdrukinstellingen, zoals lay-out, afdrukvolgorde en oriëntatie, voor
gecombineerde bestanden congureren.
1. Laad papier in de printer.
2.
Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het venster van de printerdriver.
4. Selecteer Taken indelen Lite op het tabblad Hoofdgroep.
5. Klik op OK om het venster van de printerdriver te sluiten.
6. Klik op Druk af.
Het venster Taken indelen Lite wordt weergegeven en de afdruktaak wordt aan het Afdrukproject
toegevoegd.
7. Open het bestand dat u met het huidige bestand wilt combineren terwijl het venster Taken indelen Lite
openstaat. Herhaal vervolgens stap 3 t/m 6.
Opmerking:
Als u het venster Take n indele n Lite sluit, wordt het niet opgeslagen Afdrukproject verwijderd. Selecteer Opslaan
in het menu Bestand om op een later tijdstip af te drukken.
Als u een Afdrukproject dat is opgeslagen in Take n indel en Li te wilt openen, klikt u op Take n indele n Lite op het
tabblad Hulpprogramma's van de printerdriver. Selecteer vervolgens Openen in het menu Bestand om het bestand
te selecteren. De bestandsextensie van de opgeslagen bestand is "ecl".
8. Selecteer de menu's Lay-out en Bewerken in Taken indelen Lite om de Afdrukproject indien nodig aan te
passen. Raadpleeg de Help-functie van de Taken indelen Lite voor details.
9. Selecteer Afdrukken in het menu Bestand.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
& “Basisprincipes voor afdrukken — Windows” op pagina 59
Gebruikershandleiding
Afdrukken
68
Eén afbeelding afdrukken op meerdere vellen om een poster te
maken (alleen voor Windows)
Met deze functie kunt u één aeelding afdrukken op meerdere vellen papier.U kunt een grotere poster maken
door ze samen te plakken.
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
1.
Laad papier in de printer.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het venster van het printerstuurprogramma.
4. Selecteer 2x1 Poster, 2x2 Poster, 3x3 Poster of 4x4 Poster bij Meerdere pagina's in het tabblad Hoofdgroep.
5. Klik op Instellingen,
congureer
de instellingen en klik op OK.
Opmerking:
Snijlijnen afdrukken met deze optie kunt u een snijlijn afdrukken.
6. Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
7.
Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
& “Basisprincipes voor afdrukken — Windows” op pagina 59
Gebruikershandleiding
Afdrukken
69
Posters maken met behulp van Overlappende uitlijningstekens
In dit voorbeeld ziet u hoe u een poster maakt wanneer 2x2 Poster geselecteerd is en Overlappende
uitlijningstekens geselecteerd is bij Snijlijnen afdrukken.
1. Prepareer Sheet 1 en Sheet 2. Knip de marges van Sheet 1 langs de verticale blauwe lijn door het midden van
de kruisjes boven en onder.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
70
2. Plaats de rand van Sheet 1 op Sheet 2 en lijn de kruisjes uit. Plak de twee vellen aan de achterkant voorlopig
aan elkaar vast.
3.
Knip de vastgeplakte vellen in twee langs de verticale rode lijn door de uitlijningstekens (ditmaal door de lijn
links van de kruisjes).
Gebruikershandleiding
Afdrukken
71
4. Plak de vellen aan de achterkant aan elkaar.
5. Herhaal stap 1 t/m 4 om Sheet 3 en Sheet 4 aan elkaar te plakken.
6. Knip de marges van Sheet 1 en Sheet 2 angs de horizontale blauwe lijn door het midden van de kruisjes aan de
linker- en rechterkant.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
72
7. Plaats de rand van Sheet 1 en Sheet 2 op Sheet 3 en Sheet 4 en lijn de kruisjes uit. Plak de vellen dan voorlopig
aan de achterkant aan elkaar.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
73
8. Knip de vastgeplakte vellen in twee langs de horizontale rode lijn door de uitlijningstekens (ditmaal door de
lijn boven de kruisjes).
9. Plak de vellen aan de achterkant aan elkaar.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
74
10. Knip de resterende marges af langs de buitenste lijn.
Geavanceerde functies gebruiken voor afdrukken
In deze sectie worden verschillende aanvullende afdruk- en lay-outfuncties beschreven die in de printerdriver
beschikbaar zijn.
Gerelateerde informatie
& “Windows-printerdriver” op pagina 132
& “Mac OS-printerstuurprogramma” op pagina 135
Eenvoudig afdrukken met voorkeursinstellingen
Als u uw eigen preset maakt van vaak gebruikte instellingen, kunt u snel afdrukken door deze preset in de lijst te
selecteren.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
75
Windows
Stel items in zoals documentformaat en Papiertype op het tabblad Hoofdgroep of Meer opties, en klik dan op
Voorinstellingen toevoegen/verwijderen in Voorkeursinstellingen.
Opmerking:
Als u een toegevoegde voorinstelling wilt verwijderen, klikt u op Voorinstellingen toevoegen/verwijderen, waarna u de
naam selecteert van de desbetreende voorinstelling en deze verwijdert.
Mac OS
Open het afdrukdialoogvenster.Om uw eigen preset toe te voegen, stel Papierformaat en Afdrukmateriaal in en
sla dan de actuele instellingen op als preset in de Voorinstellingen instelling.
Opmerking:
Als u een toegevoegde voorinstelling wilt verwijderen, klikt u op Voorinstellingen > Voorinstellingen weergeven, selecteert
u de naam van de voorinstelling die u wilt verwijderen en verwijdert u deze.
Een verkleind of vergroot document afdrukken
U kunt het formaat van een document met een speciek percentage verkleinen of vergroten.
Windows
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
Stel documentformaat in op het tabblad Meer opties.Selecteer Verklein/vergroot document, Zoomen naar en
voer vervolgens een percentage in.
Mac OS
Opmerking:
De werking varieert naargelang de toepassing.Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Selecteer Pagina-instelling (of Afdrukken) vanaf het menu Bestand.Selecteer de printer in Opmaak voor, stel het
papierformaat in en voer dan een percentage in bij Schaal.Sluit het venster en druk de volgende
basisafdrukinstructies af.
De afdrukkleur aanpassen
U kunt de kleuren aanpassen die voor een afdruktaak worden gebruikt. Deze aanpassingen worden niet
doorgevoerd in de oorspronkelijke gegevens.
PhotoEnhance gee scherpere afdrukken en levendigere kleuren door automatische aanpassing van het contrast,
de verzadiging en de helderheid van de oorspronkelijke aeeldingsgegevens.
Opmerking:
PhotoEnhance past de kleur aan door de locatie van het onderwerp te analyseren. Als u de locatie van het onderwerp hebt
gewijzigd door verkleinen, vergroten, bijsnijden of roteren, kan de kleur onverwacht veranderen. Wanneer u de instelling
voor randloos selecteert, wordt de locatie van het onderwerp ook gewijzigd, wat in kleurwijzigingen resulteert. Als de
aeelding
niet is scherpgesteld, is de kleurtoon mogelijk onnatuurlijk. Als de kleur is gewijzigd of onnatuurlijk is geworden,
druk dan niet in PhotoEnhance maar in een andere modus af.
Windows
Selecteer de methode voor kleurcorrectie bij Kleurcorrectie op het tabblad Meer opties.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
76
Als u Automatisch selecteert, worden de kleuren automatisch aangepast aan de instellingen voor het papiertype en
de afdrukkwaliteit. Als u Aangepast selecteert en op Geavanceerd klikt, kunt u uw eigen instellingen
congureren.
Mac OS
Open het afdrukdialoogvenster. Selecteer Kleuren aanpassen in het snelmenu en selecteer vervolgens EPSON
Kleurencontrole. Selecteer Kleurenopties in het snelmenu en selecteer dan één van de beschikbare opties. Klik op
de pijl naast Extra instellingen en kies de juiste instellingen.
Een watermerk afdrukken (uitsluitend voor Windows)
U kunt een watermerk, zoals bijvoorbeeld "Vertrouwelijk", op uw documenten afdrukken.U kunt ook uw eigen
watermerk toevoegen.
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
Klik op Water mer kf un cti es in het tabblad Meer opties en selecteer daar een watermerk.Klik op Instellingen om
details te wijzigen zoals de dichtheid en positie van het watermerk.
Een kop- en voettekst afdrukken (uitsluitend voor Windows)
U kunt in een kop- of voettekst de gebruikersnaam en afdrukdatum afdrukken.
Klik op Water mer kf un cti es in het tabblad Meer opties en selecteer daar Koptekst/voettekst. Klik op Instellingen
en selecteer de gewenste items in de vervolgkeuzelijst.
Heldere streepjescodes afdrukken (alleen voor Windows)
U kunt een streepjescode duidelijk afdrukken, zodat deze eenvoudig kan worden gescand. Schakel deze functie
alleen in als de streepjescode die u hebt afgedrukt niet kan worden gescand.
Onder de volgende voorwaarden kunt u deze functie gebruiken.
Papier: gewoon papier, kopieerpapier,
brieoofdpapier
of enveloppe
Gebruikershandleiding
Afdrukken
77
Kwaliteit: Standaard
De afdrukkwaliteit kan tijdens het afdrukken worden gewijzigd. De afdruksnelheid neemt mogelijk af en de
afdrukdichtheid neemt mogelijk toe.
Opmerking:
Aankelijk van de omstandigheden is het opheen van wazigheid soms niet mogelijk.
Klik op het tabblad Hulpprogramma's in het printerstuurprogramma op Extra instellingen en selecteer
vervolgens Streepjescodemodus.
Afdrukken met Smart Devices
Epson iPrint gebruiken
Epson iPrint is een toepassing waarmee u foto's, documenten en webpagina's kunt afdrukken vanaf uw smart-
apparaten, zoals smartphones of tablets. U kunt lokaal afdrukken (afdrukken vanaf een smart device dat
verbinding
hee
met hetzelfde draadloze netwerk als uw printer) of afdrukken op afstand (via internet afdrukken
vanaf een externe locatie). Registreer uw printer bij de service Epson Connect om op afstand af te drukken.
Als u Epson iPrint start wanneer de printer niet met het netwerk verbonden is, wordt een melding weergegeven
waarin u wordt gevraagd verbinding met de printer te maken. Volg de instructies om de verbinding tot stand te
brengen. Zie de onderstaande URL voor de gebruiksomstandigheden.
http://epson.sn
Gerelateerde informatie
& “De service van Epson Connect” op pagina 130
Epson iPrint installeren
U kunt Epson iPrint op uw smart-apparaat installeren door op de volgende link te klikken of de QR-code te
scannen.
http://ipr.to/a
Gebruikershandleiding
Afdrukken
78
Afdrukken met Epson iPrint
Voer Epson iPrint uit vanaf uw smart-apparaat en selecteer op het startscherm het item dat u wilt gebruiken.
De volgende aeeldingen zijn aan veranderingen onderhevig zonder voorafgaande kennisgeving. De inhoud kan
variëren aankelijk van het product.
A
Het startscherm wordt weergegeven wanneer de toepassing start.
B
Biedt informatie over het instellen van de printer en een lijst met veelgestelde vragen.
C
Geeft het scherm weer waar u de printer selecteert en de printerinstellingen congureert. Wanneer u de
printer heeft geselecteerd, hoeft u deze de volgende keer niet meer opnieuw te selecteren.
D
Selecteer wat u wilt afdrukken zoals foto's en documenten.
E
Het Scherm Foto's afdrukken wordt weergegeven wanneer het fotomenu is geselecteerd.
F
Geeft het scherm weer om printerinstellingen te congureren zoals het papierformaat en -type.
G
Geeft het papierformaat weer. Wanneer dit wordt weergegeven als knop, kunt u daarop drukken om de
huidige papierinstellingen op de printer weer te geven.
H
Geeft de geselecteerde foto's en documenten weer.
I
Start het afdrukken.
Opmerking:
Als u vanuit het documentmenu wilt afdrukken met iPhone, iPad, en iPod touch op iOS, start u Epson iPrint na het
overbrengen van het document dat u wilt afdrukken wanneer u wilt afdrukken met de functie voor het delen van bestanden
in iTunes.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
79
Epson Print Enabler gebruiken
U kunt draadloos documenten, e-mails, foto's en webpagina's afdrukken vanaf uw Android-telefoon of -tablet
(Android v4.4 of hoger). Met enkele tikken laat u uw Android-apparaat een Epson-printer detecteren die met
hetzelfde draadloze netwerk is verbonden.
Opmerking:
Bewerkingen kunnen aankelijk van het apparaat verschillen.
1. Laad papier in de printer.
2.
Stel de printer in om draadloos afdrukken mogelijk te maken.
3. Installeer op het Android-apparaat de Epson Print Enabler-invoegtoepassing vanaf Google Play.
4. Verbind het Android-toestel met hetzelfde draadloze netwerk dat de printer gebruikt.
5. Ga naar Instellingen op het Android-apparaat, selecteer Aangesloten apparaten > Afdrukken en schakel
vervolgens Epson Print Enabler in.
6.
Tik vanuit een Android--toepassing, zoals Chrome, op het menupictogram en druk af wat er op het scherm
wordt weergegeven.
Opmerking:
Als u de printer niet ziet, tikt u op Alle printers en selecteert u de printer.
AirPrint gebruiken
AirPrint maakt het mogelijk om meteen draadloos af te drukken vanaf een iPhone, iPad of iPod touch met daarop
de meest recente versie van iOS, of een Mac met daarop de meest recente versie van OS X of macOS.
Opmerking:
Als u de meldingen voor de papierconguratie op het bedieningspaneel van uw apparaat hebt uitgeschakeld, kunt u AirPrint
niet gebruiken.Volg de onderstaande koppeling om de meldingen zo nodig in te schakelen.
1. Laad papier in uw apparaat.
2. Stel uw apparaat correct in om draadloos afdrukken mogelijk te maken.Raadpleeg de onderstaande koppeling.
http://epson.sn
3.
Verbind uw Apple-toestel met hetzelfde draadloze netwerk dat uw apparaat gebruikt.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
80
4. Druk vanaf uw toestel af op uw apparaat.
Opmerking:
Raadpleeg voor meer informatie de pagina over AirPrint op de Apple-website.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor Printerinstallatie” op pagina 125
Afdrukken annuleren
Opmerking:
In Windows kunt u een afdruktaak niet via de computer annuleren als deze volledig naar de printer verzonden is.In dit
geval moet u de afdruktaak via het bedieningspaneel op de printer zelf annuleren.
Wanneer u verschillende pagina's afdrukt via Mac OS, kunt u niet alle taken annuleren via het bedieningspaneel.In dit
geval moet u de afdruktaak op de computer zelf annuleren.
Als u een afdruktaak vanuit Mac OS X v10.6.8 via het netwerk hebt verzonden, kunt u het afdrukken mogelijk niet via
de computer annuleren.In dit geval moet u de afdruktaak via het bedieningspaneel op de printer zelf annuleren.
Afdrukken annuleren — Bedieningspaneel
Druk op het bedieningspaneel van de printer op de knop
y
om de afdruktaak die wordt uitgevoerd te annuleren.
Afdrukken annuleren - Windows
1.
Open het venster van de printerdriver.
2. Selecteer de tab Hulpprogramma's.
3. Klik op Wach tr ij .
4. Klik met de rechtermuisknop op de taak die u wilt annuleren en selecteer Annuleren.
Gerelateerde informatie
& “Windows-printerdriver” op pagina 132
Afdrukken annuleren — Mac OS
1. Klik op het printerpictogram in het Dock.
2. Selecteer de taak die u wilt annuleren.
3. Annuleer de taak.
OS X Mountain Lion of hoger
Klik op
naast de voortgangsbalk.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
81
Mac OS X v10.6.8 t/m v10.7.x
Klik op Ver w ijd ere n.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
82
Kopiëren
Normaal kopiëren
1. Laad papier in de printer.
2. Plaats de originelen.
3. Ga in het startscherm naar Kopiëren met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
4. Stel het aantal exemplaren in met de knop
u
of
d
.
5. Selecteer of u wilt kopiëren in kleur of in zwart-wit met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
6. Selecteer Instellingen met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK. Als u de instellingen wilt
wijzigen, druk dan op de knop
d
, selecteer de instellingen met de knop
u
of
d
en pas de instellingen
vervolgens aan met de knop
l
of
r
. Druk na aoop op de knop OK.
Opmerking:
Als u het document bij het kopiëren met een bepaald percentage wilt vergroten of verkleinen, selecteert u Aangep.
Grootte bij Vergroot/Verklein, waarna u op de knop
d
en dan op de knop
l
of
r
drukt om een percentage op te
geven. U kunt het percentage wijzigen in stappen van 10% door de knop
l
of
r
ingedrukt te houden.
7. Druk op de knop
x
.
Opmerking:
De kleur, het formaat en de rand van de gekopieerde aeelding zijn niet exact hetzelfde als van het origineel.
Gerelateerde informatie
& “Papier laden” op pagina 48
& “Originelen plaatsen” op pagina 55
& Menuopties voor kopiëren” op pagina 84
Kopiëren in diverse lay-outs
U kunt eenvoudig kopiëren door het gewenste menu te selecteren, bijvoorbeeld het kopiëren van twee naast elkaar
gelegen zijden van een boek op een enkel vel papier.
1. Laad papier in de printer.
2. Ga in het startscherm naar Kopiëren met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
3. Druk op de knop OK om verder te gaan naar het kopieermenu.
Gebruikershandleiding
Kopiëren
83
4. Selecteer een kopieermenu met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
ID-kaart-kopie
Hiermee scant u beide zijden van een identiteitskaart en kopieert u deze naar één zijde van een A4.
Boekkopie
Hiermee kopieert u twee tegenover elkaar liggende A4-pagina's van bijvoorbeeld een boek op één vel
papier.
Randloze kopie
Hiermee kopieert u zonder marge rond de randen. De
aeelding
wordt een beetje vergroot om de marges
rond de randen van het papier te verwijderen.
5. Plaats de originelen.
Vo or Boekkopie moet u het origineel nog niet plaatsen. Sla deze procedure over.
6. Stel het aantal exemplaren in met de knop
u
of
d
.
7. Selecteer of u wilt kopiëren in kleur of in zwart-wit met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
8. Controleer de kopieerinstellingen.
Als u de instellingen wilt wijzigen, druk dan op de knop
d
, selecteer de instellingen met de knop
u
of
d
en
pas de instellingen vervolgens aan met de knop
l
of
r
. Druk na
aoop
op de knop OK.
Opmerking:
Beschikbare items kunnen variëren aankelijk van het kopieermenu.
9. Druk op de knop
x
.
Opmerking:
De kleur, het formaat en de rand van de gekopieerde aeelding zijn niet exact hetzelfde als van het origineel.
10. Volg voor Boekkopie de instructies op het scherm voor het kopiëren van de pagina van de originelen.
Menuopties voor kopiëren
Opmerking:
Beschikbare menu's kunnen variëren naargelang de geselecteerde lay-out.
Het aantal exemplaren:
Voer het aantal exemplaren in.
Kleur:
Hiermee kopieert u het origineel in kleur.
Z/W:
Hiermee kopieert u het origineel in zwart-wit.
Gebruikershandleiding
Kopiëren
84
Dubbelzijdig:
1>enkelzijdig
Hiermee kopieert u één zijde van een origineel op één zijde van het papier.
1>2-zijdig
Hiermee kopieert u twee enkelzijdige originelen op beide zijden van één vel papier.
Dichtheid:
Verhoog de dichtheid door te drukken op de knop r wanneer het kopieerresultaat te licht is. Verlaag
de dichtheid door te drukken op de knop
l wanneer de inkt vlekt.
Vergroot/Verklein:
Hiermee vergroot of verkleint u de originelen.
Ware g rootte
Hiermee kopieert u met een vergroting van 100%.
Auto passend
Detecteert het scangebied en maakt het origineel automatisch groter of kleiner zodat het past op het
papierformaat dat u hebt geselecteerd. Wanneer het origineel een witte rand
hee
rondom, wordt
die witruimte vanaf de hoekmarkering van de scannerglasplaat gedetecteerd als scangebied en kan
de witruimte aan de andere kant wegvallen.
Aangepast
Selecteer deze optie om op te geven in welke mate het origineel moet worden vergroot of verkleind.
Aangep. Grootte:
Bepaalt de vergroting of verkleining die moet worden toegepast op het origineel. De waarde kan liggen
tussen 25 en 400%.
Papierinstelling:
Stel het papierformaat en -type in voor het papier dat u in de printer hebt geladen.
Indeling:
Enkele pagina
Hiermee kopieert u een enkelzijdig origineel op één vel.
Gebruikershandleiding
Kopiëren
85
2-omhoog
Hiermee kopieert u twee enkelzijdige originelen op één vel in de indeling 2-op-1. Selecteer de lay-
outvolgorde en de afdrukstand van uw origineel.
Kwaliteit:
Selecteer de afdrukkwaliteit. Wanneer u Beste selecteert, krijgt u afdrukken van betere kwaliteit, maar
het afdrukken duurt mogelijk langer.
De conceptmodus is niet beschikbaar voor gebruikers in West-Europa.
Uitbreiding:
Bij randloos kopiëren wordt de aeelding een klein beetje vergroot om de randen rondom te laten
verdwijnen. Selecteer hoeveel u de aeelding wilt vergroten.
Gebruikershandleiding
Kopiëren
86
Scannen
Scannen via het bedieningspaneel
Scannen naar een computer
U kunt de gescande aeelding opslaan op een computer.
c
Belangrijk:
Voordat u deze functie gebruikt, moet u ervoor zorgen dat Epson Scan 2 en Epson Event Manager op uw computer
zijn geïnstalleerd.
1. Plaats de originelen.
2. Ga in het startscherm naar Scannen met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
3. Selecteer hoe de gescande aeelding moet worden opgeslagen naar een computer vanaf de volgende menu's
met de knop
l
of
r
en druk dan op de knop OK.
Scannen naar computer (JPEG): hiermee slaat u de gescande aeelding op in jpeg-indeling.
Scannen naar computer (PDF): hiermee slaat u de gescande aeelding op in pdf-indeling.
Scannen naar computer (E-mail): hiermee start u de e-mailclient op uw computer en wordt het bestand
automatisch als bijlage toegevoegd aan een e-mailbericht.
Scannen naar computer (aangepast): hiermee slaat u de gescande
aeelding
op met de instellingen in de
Epson Event Manager. U kunt de scaninstellingen wijzigen, zoals het scanformaat, de map waarin de scan
wordt opgeslagen of de opslagindeling.
4. Selecteer de computer waarop u de gescande aeeldingen wilt opslaan.
Opmerking:
Met Epson Event Manager kunt u scaninstellingen wijzigen zoals de scangrootte, de map waarin wordt opgeslagen of
de opslagindeling.
Wanneer de printer is verbonden met een netwerk, kunt u de computer selecteren waarop u de gescande
aeelding
wilt opslaan. Op het bedieningspaneel van de printer kunnen maximaal 20 computers worden weergegeven.
Wanneer de computer waarop u de scans wilt opslaan wordt gedetecteerd in het netwerk, worden de eerste 15 tekens
van de computernaam getoond op het bedieningspaneel. Als u Naam netwerkscan (alfanumeriek) instelt in Epson
Event Manager, wordt deze naam weergegeven op het bedieningspaneel.
5.
Druk op de knop
x
.
Opmerking:
De kleur, het formaat en de rand van de gescande aeelding zijn niet exact hetzelfde als van het origineel.
Gerelateerde informatie
&
“Originelen plaatsen” op pagina 55
Gebruikershandleiding
Scannen
87
Aangepaste instellingen congureren in Epson Event Manager
U kunt de scaninstellingen voor Scannen naar computer (aangepast) congureren in Epson Event Manager.
Zie de Help van Epson Event Manager voor meer informatie.
1. Start Epson Event Manager.
2. Controleer of de scanner is geselecteerd als Scanner op het tabblad Knopinstellingen op het hoofdscherm.
Gebruikershandleiding
Scannen
88
3. Klik op Taakinstellingen opgeven.
Gebruikershandleiding
Scannen
89
4. Congureer de scaninstellingen op het scherm Taakinstellingen.
Taakinstellingen bewerken: selecteer Aangepaste actie.
Instelling: scan met de beste instellingen voor het geselecteerde type origineel. Klik op Gedetailleerde
scaninstellingen om items als de resolutie of de kleur te congureren voor het opslaan van de gescande
aeelding.
Doelmap: selecteer de map waarin de gescande aeelding moet worden opgeslagen.
Bestandsnaam (prex + startnummer): wijzig de instellingen voor de bestandsnaam die u wilt opslaan.
Bestandsindeling: selecteer de indeling voor opslaan.
Actie uitvoeren: selecteer de actie voor het scannen.
Instellingen testen: start een testscan met de huidige instellingen.
5. Klik op OK om terug te keren naar het hoofdscherm.
Gebruikershandleiding
Scannen
90
6. Zorg ervoor dat de Aangepaste actie is geselecteerd in de lijst Aangepaste actie.
7. Klik op Sluiten om Epson Event Manager te sluiten.
Scannen via WSD
Opmerking:
Deze functie is uitsluitend beschikbaar voor computers met een Engelstalige versie van Windows 10/Windows 8.1/
Windows 8/Windows 7/Windows Vista.
Als u Windows 7/Windows Vista gebruikt, moet u eerst uw computer instellen voordat u deze functie kunt gebruiken.
1. Plaats de originelen.
2.
Ga in het startscherm naar Scannen met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
3. Selecteer Naar WSD met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
4. Selecteer een computer.
5. Druk op de knop
x
.
Opmerking:
De kleur, het formaat en de rand van de gescande aeelding zijn niet exact hetzelfde als van het origineel.
Gerelateerde informatie
& “Originelen plaatsen” op pagina 55
Gebruikershandleiding
Scannen
91
Een WSD-poort instellen
In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u een WSD-poort instelt voor Windows 7/Windows Vista.
Opmerking:
Voor Windows 10/Windows 8.1/Windows 8 wordt de WSD-poort automatisch ingesteld.
Voor het instellen van een WSD-poort is het volgende nodig.
De printer en de computer moeten verbinding hebben met het netwerk.
De printerdriver moet op de computer zijn geïnstalleerd.
1. Zet de printer aan.
2. Klik op Start en vervolgens op Netwerk op de computer.
3. Klik met de rechtermuisknop op de printer en klik vervolgens op Installeren.
Klik op Doorgaan wanneer het dialoogvenster Gebruikersaccountbeheer wordt weergegeven.
Klik op Ver w ijd ere n en begin opnieuw als het scherm Ver w ijd ere n wordt weergegeven.
Opmerking:
De printernaam die u instelt in het netwerk en de modelnaam (EPSON XXXXXX (XX-XXXX)) worden weergegeven in
het venster Netwerk. U kunt de printernaam die in het netwerk is ingesteld controleren vanaf het bedieningspaneel van
de printer of door een netwerkstatusvel af te drukken.
Gebruikershandleiding
Scannen
92
4. Klik op Uw apparaat is gereed voor gebruik.
5. Controleer het bericht en klik op Sluiten.
6. Open het venster Apparaten en printers.
Win d ow s 7
Klik op Start > Conguratiescherm > Hardware en geluiden (of Hardware) > Apparaten en printers.
Win d ow s Vis ta
Klik op Start > Conguratiescherm > Hardware en geluiden > Printers.
7. Controleer of een pictogram met de naam van de printer in het netwerk wordt weergegeven.
Selecteer de printernaam wanneer u WSD gebruikt.
Scannen vanaf een computer
Scannen met Epson Scan 2
U kunt scannen met de scannerdriver "Epson Scan 2". Raadpleeg de help van Epson Scan 2 voor een uitleg van de
items voor instellingen.
Gerelateerde informatie
& “Toepassing voor het scannen van documenten en aeeldingen (Epson Scan 2)” op pagina 138
Documenten scannen (Documentmodus)
Met Documentmodus in Epson Scan 2 kunt u originelen scannen met gedetailleerde instellingen die geschikt zijn
voor tekstdocumenten.
Gebruikershandleiding
Scannen
93
1. Plaats de originelen.
2. Start Epson Scan 2.
3.
Selecteer Documentmodus in de lijst Modus.
4.
Congureer
de volgende instellingen op het tabblad Hoofdinstellingen.
Documentformaat: selecteer de grootte van het origineel dat u hebt geplaatst.
Knoppen
/ (Originele afdrukstand): selecteer de ingestelde afdrukstand van het origineel dat u
hebt geplaatst. Aankelijk van het formaat van het origineel kan dit item automatisch zijn ingesteld en kan
dit niet worden gewijzigd.
Beeldtype: selecteer de kleur voor de gescande aeelding.
Resolutie: selecteer de resolutie.
Opmerking:
De instelling Documentbron is vast ingesteld op Scannerglasplaat. Deze instelling kunt u niet wijzigen.
Als u Toevoeg. of bewerk. na het scan. instelt, kunt u na het scannen van een origineel nog meer originelen
scannen. Als u daarnaast Beeldformaat instelt op PDF of Multi-TIFF, kunt u de gescande aeeldingen opslaan als
één bestand.
5.
Congureer
indien nodig andere scaninstellingen.
U kunt een voorbeeldweergave van de gescande
aeelding
bekijken door op de knop Vo or be el ds c an te
klikken. Het voorbeeldvenster wordt geopend en een voorbeeld van de aeelding wordt weergegeven.
Gebruikershandleiding
Scannen
94
Op het tabblad Geavanceerde instellingen kunt u gedetailleerde instellingen congureren voor het
aanpassen van gescande aeeldingen die geschikt zijn voor tekstdocumenten, zoals.
Achtergrond verwijderen: u kunt de achtergrond van de originelen verwijderen.
Tekst verbeteren: u kunt wazige letters in het origineel helder en scherp maken.
Gebieden autom. Scheiden: u kunt letters duidelijker en aeeldingen vloeiend maken wanneer u een
document dat aeeldingen bevat in zwart-wit scant.
Kleur verbeteren: u kunt de opgegeven kleur verbeteren voor de gescande aeelding en deze vervolgens
opslaan in grijstinten of in zwart-wit.
Helderheid: u kunt de helderheid voor de gescande
aeelding
aanpassen.
Contrast: u kunt het contrast voor de gescande aeelding aanpassen.
Gamma: u kunt de gamma (helderheid van het middengebied) voor de gescande aeelding aanpassen.
Drempelwaarde: u kunt de rand aanpassen voor monochroom binair (zwart-wit).
Verscherpen: u kunt de contouren van de aeelding verscherpen of versterken.
Ontrasteren: u kunt moiré (webachtige schaduwen) verwijderen dat verschijnt wanneer u gedrukt
papier, zoals een
tijdschri,
scant.
Rand bijkleuren: u kunt de schaduw verwijderen die rond de gescande aeelding is ontstaan.
Dual Image Output (alleen in Windows): u kunt een aeelding één keer scannen en vervolgens
tegelijkertijd opslaan naar twee aeeldingen met verschillende uitvoerinstellingen.
Opmerking:
De items zijn mogelijk niet beschikbaar, aankelijk van andere instellingen die u hebt gecongureerd.
Gebruikershandleiding
Scannen
95
6. Congureer de instellingen voor het opslaan van bestanden.
Beeldformaat: selecteer de indeling waarin u wilt opslaan uit de lijst.
U kunt gedetailleerde instellingen congureren voor elke opslagindeling, behalve BITMAP en PNG.
Selecteer Opties in de lijst nadat u de indeling voor opslaan hebt geselecteerd.
Bestandsnaam: bevestig de weergegeven naam waaronder het bestand wordt opgeslagen.
U kunt instellingen voor de bestandsnaam wijzigen door in de lijst Instellingen te selecteren.
Map: selecteer in de lijst de map waarin de gescande aeelding moet worden opgeslagen.
U kunt een andere map selecteren of een nieuwe map maken door in de lijst Selecteren te selecteren.
7. Klik op Scannen.
Gerelateerde informatie
& “Originelen plaatsen” op pagina 55
Foto's of afbeeldingen scannen (Fotomodus)
Met Fotomodus in Epson Scan 2 kunt u originelen scannen met een breed scala aan functies voor het aanpassen
van
aeeldingen
die geschikt zijn voor foto's of
aeeldingen.
1. Plaats de originelen.
Als u meerdere originelen op de glasplaat scant, kunt u deze tegelijkertijd scannen.Zorg ervoor dat er ten
minste 20 mm ruimte is tussen de originelen.
Gebruikershandleiding
Scannen
96
2. Start Epson Scan 2.
3. Selecteer Fotomodus in het menu Modus.
4.
Congureer
de volgende instellingen op het tabblad Hoofdinstellingen.
Beeldtype: selecteer de kleur voor de gescande aeelding.
Resolutie: selecteer de resolutie.
Opmerking:
De instelling voor Documentbron is vast ingesteld op Scannerglasplaat, en de instelling voor Documenttype is vast
ingesteld op Reecterend.(Reecterend wordt gebruikt voor originelen die net transparant zijn, zoals gewoon papier en
foto's.)Deze instellingen kunt u niet wijzigen.
Gebruikershandleiding
Scannen
97
5. Klik op Voo rb ee lds c an.
Het voorbeeldvenster wordt geopend en de voorbeeldweergaven worden weergegeven als miniatuur.
Opmerking:
Als u een voorbeeld wilt weergeven van het gehele gescande gebied, schakelt u het selectievakje
umbnail
in de lijst
bovenaan het voorbeeldvenster uit.
6.
Bevestig de voorbeeldweergave en congureer indien nodig instellingen voor het aanpassen van de aeelding
op het tabblad Geavanceerde instellingen.
Gebruikershandleiding
Scannen
98
U kunt de gescande aeelding aanpassen met gedetailleerde instellingen die geschikt zijn voor foto's of
aeeldingen,
zoals de onderstaande.
Helderheid: u kunt de helderheid voor de gescande aeelding aanpassen.
Contrast: u kunt het contrast voor de gescande aeelding aanpassen.
Verzadiging: u kunt de verzadiging (levendigheid van de kleuren) voor de gescande
aeelding
aanpassen.
Verscherpen: u kunt de contouren van de gescande aeelding verscherpen of versterken.
Kleurherstel: u kunt vaal geworden aeeldingen herstellen door de originele kleuren weer toe te passen.
Tegenlichtcorrectie: u kunt gescande
aeeldingen
helderder maken wanneer deze donker zijn vanwege
tegenlicht.
Ontrasteren: u kunt moiré (webachtige schaduwen) verwijderen dat verschijnt wanneer u gedrukt papier,
zoals een tijdschri, scant.
Stof verwijderen: u kunt stof op de gescande aeelding verwijderen.
Opmerking:
De items zijn mogelijk niet beschikbaar, aankelijk van andere instellingen die u hebt gecongureerd.
Aankelijk van het origineel kan de aeelding mogelijk niet goed worden gecorrigeerd.
Wanneer er meerdere miniaturen zijn gemaakt, kunt u de aeeldingskwaliteit voor elke miniatuur
aanpassen.Aankelijk van de aanpassingsitems, kunt u de kwaliteit van meerdere gescande aeeldingen tegelijk
aanpassen door meerdere miniaturen te selecteren.
7. Congureer de instellingen voor het opslaan van bestanden.
Beeldformaat: selecteer de indeling waarin u wilt opslaan uit de lijst.
U kunt gedetailleerde instellingen congureren voor elke opslagindeling, behalve BITMAP en
PNG.Selecteer Opties in de lijst nadat u de indeling voor opslaan hebt geselecteerd.
Bestandsnaam: bevestig de weergegeven naam waaronder het bestand wordt opgeslagen.
U kunt instellingen voor de bestandsnaam wijzigen door in de lijst Instellingen te selecteren.
Gebruikershandleiding
Scannen
99
Map: selecteer in de lijst de map waarin de gescande aeelding moet worden opgeslagen.
U kunt een andere map selecteren of een nieuwe map maken door in de lijst Selecteren te selecteren.
8. Klik op Scannen.
Gerelateerde informatie
&
“Originelen plaatsen” op pagina 55
Scannen met smart-apparaten
Epson iPrint is een toepassing waarmee u foto's en documenten kunt scannen vanaf een smart-apparaat, zoals een
smartphone of tablet, dat verbonden is met hetzelfde draadloze netwerk als uw printer. U kunt gescande gegevens
opslaan op een smart-apparaat of een Cloud-service, via e-mail versturen of afdrukken.
Als u Epson iPrint start wanneer de printer niet met het netwerk verbonden is, wordt een melding weergegeven
waarin u wordt gevraagd verbinding met de printer te maken. Volg de instructies om de verbinding tot stand te
brengen. Zie de onderstaande URL voor de gebruiksomstandigheden.
http://epson.sn
Epson iPrint installeren
U kunt Epson iPrint op uw smart-apparaat installeren door op de volgende link te klikken of de QR-code te
scannen.
http://ipr.to/a
Scannen met Epson iPrint
Voer Epson iPrint uit vanaf uw smart-apparaat en selecteer op het startscherm het item dat u wilt gebruiken.
Gebruikershandleiding
Scannen
100
De volgende aeeldingen zijn aan veranderingen onderhevig zonder voorafgaande kennisgeving.
A
Het startscherm wordt weergegeven wanneer de toepassing start.
B
Biedt informatie over het instellen van de printer en een lijst met veelgestelde vragen.
C
Geeft het scherm weer waar u de printer selecteert en de printerinstellingen congureert. Wanneer u de
printer heeft geselecteerd, hoeft u deze de volgende keer niet meer opnieuw te selecteren.
D
Hiermee opent u het scanscherm.
E
Het scanscherm wordt weergegeven wanneer het scanmenu is geselecteerd.
F
Geeft het scherm weer waarop u de scaninstellingen kunt congureren zoals de resolutie.
G
Geeft gescande bestanden weer.
H
Hiermee start het scannen.
I
Geeft het scherm weer waarop u gescande gegevens kunt opslaan op een smart device of Cloud-service.
J
Geeft het scherm weer om gescande gegevens met e-mail te verzenden.
K
Geeft het scherm weer om gescande gegevens af te drukken.
Gebruikershandleiding
Scannen
101
Cartridges en andere verbruiksgoederen
vervangen
De niveaus van de resterende inkt en de
onderhoudscassette controleren
U kunt de inktniveaus en de levensduur van de onderhoudscassette controleren via het bedieningspaneel of de
computer.
Opmerking:
U kunt doorgaan met afdrukken terwijl een bericht wordt weergegeven dat de inkt bijna op is. Vervang de inktcartridges
indien nodig.
De niveaus van de resterende inkt en de onderhoudsset controleren
— Bedieningspaneel
1. Selecteer Instel. > Vo or raa ds ta tu s op het startscherm.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
2. Voer een van de volgende handelingen uit.
Als u het inktniveau wilt controleren, selecteert u Inktniveau.
Als u de resterende levensduur van de onderhoudsset wilt controleren, selecteert u Rest. capaciteit
Onderhoudsset.
De niveaus van de resterende inkt en de onderhoudscassette
controleren - Windows
1. Open het venster van de printerdriver.
2. Klik op EPSON Status Monitor 3 op het tabblad Hulpprogramma's.
Opmerking:
Als EPSON Status Monitor 3 is uitgeschakeld, klikt u op Extra instellingen op het tabblad Hulpprogramma's en
selecteert u EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
Gebruikershandleiding
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
102
De niveaus van de resterende inkt en de onderhoudscassette
controleren - Mac OS X
1. Open het hulpprogramma voor de printerdriver:
Mac OS X v10.6.x to v10.9.x
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen), en selecteer dan de printer. Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma >
Open Printerhulpprogramma.
Mac OS X v10.5.8
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scannen, en selecteer dan de printer. Klik op
Open afdrukwachtrij > Hulpprogramma.
2.
Klik op EPSON Status Monitor.
Codes van de cartridges
Hierna volgen de codes van originele Epson-inktcartridges.
Opmerking:
Inktcartridgecodes kunnen per locatie variëren. Neem contact op met Epson Support voor de juiste codes in uw omgeving.
De cartridges kunnen gerecycled materiaal bevatten. Dit is echter niet van invloed op de functies of prestaties van de
printer.
Specicaties en uiterlijk van het inktpatroon zijn onderhevig aan wijziging zonder voorafgaande kennisgeving voor
verbetering.
Voor Europa
Pictogram BK: Black (Zwart) C: Cyan (Cyaan) M: Magenta Y: Yellow (Geel)
Zeester
603
603XL
*
603
603XL
*
603
603XL
*
603
603XL
*
* "XL" geeft een grote cartridge aan.
Opmerking:
Gebruikers in Europa kunnen op de volgende website meer informatie vinden over de capaciteit van de Epson-cartridges.
http://www.epson.eu/pageyield
Gebruikershandleiding
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
103
Voor Australië en Nieuw-Zeeland
BK: Black (Zwart) C: Cyan (Cyaan) M: Magenta Y: Yellow (Geel)
212
212XL
*
212
212XL
*
212
212XL
*
212
212XL
*
* "XL" geeft een grote cartridge aan.
Epson raadt het gebruik van originele Epson-cartridges aan. De kwaliteit of betrouwbaarheid van niet-originele
inkt kan niet door Epson worden gegarandeerd. Het gebruik van niet-originele cartridges kan leiden tot schade die
niet onder de garantie van Epson valt. Bovendien kan het gebruik van dergelijke producten er in bepaalde
omstandigheden toe leiden dat het apparaat niet correct functioneert. Informatie over niet-originele inktniveaus
kunnen mogelijk niet worden weergegeven.
Gerelateerde informatie
& “Technische ondersteuning (website)” op pagina 183
Voorzorgsmaatregelen voor inktpatronen
Lees de volgende instructies voordat u inktpatronen vervangt.
Voorzorgsmaatregelen voor de opslag van inkt
Houd de inktcartridges uit de buurt van direct zonlicht.
Bewaar de inktcartridges niet bij hoge temperaturen of temperaturen onder het vriespunt.
Het is raadzaam de cartridge te gebruiken vóór de datum die op de verpakking wordt vermeld.
U krijgt de beste resultaten als u de cartridge verbruikt binnen zes maanden na het openen van de verpakking.
Voor de beste resultaten bewaart u inktpatroonverpakkingen met de onderkant naar beneden.
Laat cartridges voor gebruik ten minste drie uur op kamertemperatuur komen.
Open de verpakking niet totdat u klaar bent om het inktpatroon in de printer te plaatsen. Het inktpatroon is
vacuüm verpakt om de betrouwbaarheid ervan te garanderen. Als u een inktpatroon lange tijd onverpakt laat
voordat u het gebruikt, is normaal afdrukken niet mogelijk.
Voorzorgsmaatregelen voor het vervangen van inktpatronen
Zorg dat u de haakjes aan de zijkant van het inktpatroon niet breekt wanneer u het uit de verpakking haalt.
Gebruikershandleiding
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
104
U moet de gele tape van het inktpatroon verwijderen voordat u het plaatst; anders kan de afdrukkwaliteit
achteruitgaan of kunt u niet afdrukken. Verwijder of scheur het label op het inktpatroon niet; hierdoor kan het
gaan lekken.
Verwijder het doorzichtige zegel aan de onderkant van het inktpatroon niet; anders kan het inktpatroon
onbruikbaar worden.
Raak de in de guur getoonde onderdelen niet aan. Omdat dit de normale werking kan schaden.
Installeer alle cartridges, anders kunt u niet afdrukken.
Vervang inktpatronen niet met de stroom uitgeschakeld. Verplaats de printkop niet handmatig; anders kunt u
de printer beschadigen.
Schakel de printer niet uit terwijl de inkt wordt geladen. Als het laden van de inkt niet wordt voltooid, kunt u
mogelijk niet afdrukken.
Gebruikershandleiding
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
105
Zorg ervoor dat er altijd inktpatronen in de printer zijn geplaatst en schakel de printer niet uit tijdens het
vervangen van inktpatronen. Anders droogt de inkt uit die in de spuitkanaaltjes van de printkop
achterblij
en
kunt u mogelijk niet afdrukken.
Als u een inktpatroon tijdelijk moet verwijderen, zorgt u dat u het inkttoevoergebied beschermt tegen vuil en
stof. Bewaar het inktpatroon op dezelfde plaats als de printer, met de inkttoevoerpoort naar beneden of naar de
zijkant. Bewaar inktpatronen niet met de inkttoevoerpoort naar boven. Omdat de inkttoevoerpoort is uitgerust
met een klep die is ontworpen om het vrijgeven van een teveel aan inkt tegen te houden, hoe u zelf geen deksel
of dop te verschaen.
Bij verwijderde cartridges kan er inkt rondom de inkttoevoer zitten. Wees dus voorzichtig dat er geen inkt in de
omgeving van de cartridge wordt gemorst wanneer de cartridges worden verwijderd.
Deze printer gebruikt inktpatronen die zijn uitgerust met een groene chip die informatie bijhoudt, zoals de
hoeveelheid resterende inkt voor elk inktpatroon. Dit betekent dat zelfs wanneer het inktpatroon uit de printer
wordt verwijderd voordat het leeg is, u het inktpatroon nog steeds kunt gebruiken nadat u het weer in de printer
plaatst. Er kan echter inkt worden gebruikt wanneer u een inktpatroon terugplaatst om de printerprestaties te
garanderen.
Voor een optimale eciëntie van de inkt verwijdert u een inktpatroon alleen wanneer u het wilt vervangen.
Inktpatronen met een lage inktstatus kunnen niet worden gebruikt wanneer u ze terugplaatst.
Voor een optimale afdrukkwaliteit en bescherming van de printkop blij een variabele inktreserve in de
cartridge achter op het moment waarop de printer aangee dat u de cartridge moet vervangen. De opgegeven
capaciteiten bevatten deze reserve niet.
Haal de inktcartridges niet uit elkaar en breng geen wijzigingen aan cartridges aan. Daardoor kan normaal
afdrukken onmogelijk worden.
U kunt de cartridges die bij de printer zijn geleverd, niet ter vervanging gebruiken.
Inktverbruik
Voor optimale prestaties van de printkop wordt er tijdens onderhoudsactiviteiten een beetje inkt gebruikt uit
alle cartridges. Er kan ook inkt worden gebruikt wanneer u een inktcartridge vervangt of de printer inschakelt.
Wanneer u in monochroom of grijswaarden afdrukt, is het mogelijk kleureninkt te gebruiken in plaats van
zwarte inkt,
aankelijk
van de instellingen van het papiertype of de afdrukkwaliteit. Dit is omdat kleureninkt
wordt gemengd om zwart te creëren.
De inkt in de cartridges die bij de printer zijn geleverd, wordt deels verbruikt bij de installatie van de printer. De
printkop in uw printer is volledig met inkt geladen om afdrukken van hoge kwaliteit te bezorgen. Bij dit
eenmalige proces wordt een bepaalde hoeveelheid inkt verbruikt. Met de gebruikte cartridge kunnen daarom
wellicht minder pagina's worden afgedrukt dan met volgende cartridges.
De opgegeven capaciteit hangt af van de aeeldingen die u afdrukt, het papier dat u gebruikt, hoe vaak u
afdrukt en de omgeving (bijvoorbeeld temperatuur) waarin u de printer gebruikt.
Cartridges vervangen
!
Let op:
Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich
verwonden.
Opmerking:
Als u de cartridges vervangt tijdens het kopiëren, kunnen de originelen verschuiven. Druk op de knop
y
om het kopiëren te
annuleren en vervang de originelen.
Gebruikershandleiding
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
106
1. Voer een van de volgende handelingen uit.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
Wanneer u wordt gevraagd om inktpatronen te vervangen
Kijk welke cartridge moet worden vervangen en druk vervolgens op de knop OK. Bevestig het bericht en
selecteer op het startscherm Nu vervangen.
Wanneer u cartridges wilt vervangen voor ze leeg zijn
Selecteer Onderhoud > Inktcartridge(s) vervangen op het startscherm.
2. Wanneer u de zwarte cartridge vervangt, moet u de nieuwe zwarte cartridge vier- of vijfmaal voorzichtig
schudden voordat u de cartridge uit de verpakking haalt. Wanneer u de kleurencartridges wilt vervangen,
haalt u de nieuwe cartridges uit de verpakking zonder eerst te schudden.
c
Belangrijk:
Schud inktpatronen niet nadat u de verpakking hebt geopend, omdat ze kunnen lekken.
3. Verwijder alleen de gele tape.
Gebruikershandleiding
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
107
c
Belangrijk:
Raak de in de guur getoonde onderdelen niet aan. Omdat dit de normale werking kan schaden.
4. Open de scannereenheid met de documentkap gesloten.
5. Druk op het lipje van de inktcartridge en trek dit naar boven. Trek er hard aan als u de inktcartridge niet kunt
verwijderen.
Gebruikershandleiding
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
108
6. Plaats de nieuwe inktcartridge en druk deze stevig naar beneden.
7. Sluit de scannereenheid.
De scannereenheid wordt om veiligheidsredenen in twee stappen gesloten.
Opmerking:
De scannereenheid kan niet worden geopend vanuit de hieronder weergegeven positie. Sluit deze volledig voordat u deze
opent.
8. Druk op de knop
x
.
Het laden van de inkt start.
c
Belangrijk:
Schakel de printer niet uit terwijl de inkt wordt geladen. Als het laden van de inkt niet wordt voltooid, kunt u
mogelijk niet afdrukken.
Gerelateerde informatie
& “Codes van de cartridges” op pagina 103
& Voorzorgsmaatregelen voor inktpatronen” op pagina 104
Gebruikershandleiding
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
109
Onderhoudscassettecode
Epson raadt het gebruik van een originele Epson-onderhoudscassette aan.
Onderhoudscassettecode: C9344
c
Belangrijk:
Wanneer een onderhoudscassette eenmaal in een printer is geplaatst, kan deze niet meer worden gebruikt in andere
printers.
Voorzorgsmaatregelen voor de onderhoudsset
Lees de volgende instructies voordat u de onderhoudsset vervangt.
Raak de in de
guur
getoonde onderdelen niet aan. Als u dit wel doet, kan de normale werking worden
gehinderd en kunt u inktvlekken krijgen.
Laat de onderhoudscassette niet vallen en stel hem niet bloot aan hevige schokken.
Vervang de onderhoudscassette niet tijdens afdrukken, omdat anders inkt kan lekken.
Verwijder de onderhoudscassette en zijn deksel niet behalve bij het vervangen van de onderhoudscassette.
Hierdoor kan er inkt lekken.
Als de afdekking niet kan worden teruggeplaatst, is de onderhoudscassette mogelijk onjuist geplaatst. Verwijder
de onderhoudscassette en plaats hem opnieuw.
Houd de gebruikte onderhoudscassette niet scheef wanneer deze in de plastic zak is verzegeld, omdat anders
inkt kan lekken.
Raak de openingen van de onderhoudscassette niet aan. U kunt inkt over uzelf knoeien.
Hergebruik van een onderhoudscassette die lange tijd uit het apparaat verwijderd is geweest, is niet toegestaan.
Inkt in de cassette is dan gestold en er kan geen inkt meer worden geabsorbeerd.
Houd de onderhoudscassette uit de buurt van direct zonlicht.
Sla de onderhoudscassette niet op onder hoge temperaturen of temperaturen onder het vriespunt.
Gebruikershandleiding
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
110
Een onderhoudsset vervangen
Tijdens sommige afdrukcycli kan een heel kleine hoeveelheid overtollige inkt in de onderhoudscassette worden
verzameld. Om te voorkomen dat inkt uit de onderhoudscassette lekt, is de printer ontworpen om het afdrukken te
stoppen wanneer de absorptiecapaciteit van de onderhoudscassette zijn limiet hee bereikt. Of en hoe vaak dit
nodig is, hangt af van het aantal pagina's dat u afdrukt, het soort materiaal waarop u afdrukt en het aantal
reinigingsprocedures dat door het apparaat wordt uitgevoerd. Vervang de onderhoudscassette wanneer u hierom
wordt gevraagd. Wanneer dit onderdeel moet worden vervangen, wordt u hierover geïnformeerd via de Epson
Status Monitor, het lcd-scherm of de lampjes op het bedieningspaneel. Dat de cassette moet worden vervangen, wil
niet zeggen dat uw printer niet meer volgens de specicaties functioneert. De kosten voor deze vervanging vallen
niet onder de garantie van Epson. Dit onderdeel kan door de gebruiker worden vervangen.
Opmerking:
Als de onderhoudsset vol is, kunt u niet afdrukken en kunt u de printkop niet reinigen totdat de set is vervangen. Dit om
het lekken van inkt te voorkomen. U kunt echter bewerkingen uitvoeren die geen inkt gebruiken, zoals scannen.
Als het volgende scherm wordt getoond kan het onderdeel niet door gebruikers worden vervangen. Neem contact op met
de klantenservice van Epson.
1. Haal de vervangende onderhoudsset uit de verpakking.
c
Belangrijk:
Raak de groene chip aan de zijkant van de onderhoudscassette niet aan. Omdat dit de normale werking kan
schaden.
Opmerking:
Bij een nieuwe onderhoudsset wordt er een doorzichtige zak geleverd.
Gebruikershandleiding
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
111
2. Draai de schroef los met de platte schroevendraaier en verwijder de afdekking.
3. Verwijder de gebruikte onderhoudsset uit de printer.
c
Belangrijk:
Raak de in de guur getoonde onderdelen niet aan. Als u dit wel doet, kan de normale werking worden
gehinderd en kunt u inktvlekken krijgen.
Gebruikershandleiding
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
112
4. Doe de gebruikte onderhoudsset in de doorzichtige zak die bij de nieuwe onderhoudsset werd geleverd, en
verzegel deze.
5. Duw de nieuwe onderhoudsset helemaal in de printer. Zorg ervoor dat u de set in de juiste richting plaatst.
6. Plaats de afdekking terug.
7. Controleer het bericht en druk vervolgens op de knop OK.
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken
Als de kleureninkt leeg is en er nog zwarte inkt over blij, kunt u de volgende instellingen gebruiken om voor een
korte tijd alleen met zwarte inkt af te drukken.
Type papier: Gewoon papier, Enveloppe
Gebruikershandleiding
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
113
Kleur: zwart-wit of Grijswaarden
Randloos: niet geselecteerd
EPSON Status Monitor 3: ingeschakeld (tijdens afdrukken via het printerstuurprogramma in Windows.)
Aangezien deze functie slechts ca. vijf dagen beschikbaar is, moet u de lege cartridge zo snel mogelijk vervangen.
Opmerking:
Als EPSON Status Monitor 3 is uitgeschakeld, opent u de printerdriver, klikt u op Extra instellingen op het tabblad
Hulpprogramma's en selecteert u EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
De beschikbare periode varieert naargelang de gebruiksomstandigheden.
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken — Windows
Voer een van de volgende handelingen uit.
Als het volgende venster wordt weergegeven, selecteert u Afdrukken in zwart-wit.
Als het volgende venster verschijnt, stop dan met afdrukken. Hervat vervolgens het afdrukken.
Gebruikershandleiding
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
114
Opmerking:
Als u het afdrukken niet kunt annuleren vanaf de computer, doet u dit vanaf het bedieningspaneel van de printer.
Volg de onderstaande stappen als het afdrukken wordt hervat.
1. Open het venster van het printerstuurprogramma.
2. Schakel Randloos uit op het tabblad Hoofdgroep.
3.
Selecteer Gewoon papier of Enveloppe bij Papiertype op het tabblad Hoofdgroep tab.
4. Selecteer Grijswaarden.
5. Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
6. Klik op Afdrukken.
7.
Klik op Afdrukken in zwart-wit in het venster dat wordt weergegeven.
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken — Mac OS
Opmerking:
Als u deze functie wilt gebruiken via een netwerk, gebruik dan Bonjour voor de verbinding.
1. Klik op het printerpictogram in het Dock.
2. Annuleer de taak.
Opmerking:
Als u het afdrukken niet kunt annuleren vanaf de computer, doe dit dan op het bedieningspaneel van de printer.
3.
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.Klik op Opties en toebehoren > Opties (of
Stuurprogramma).
4. Selecteer Aan voor Tijdelijk afdrukken in zwart-wit.
5. Open het afdrukdialoogvenster.
6. Selecteer Printerinstellingen in het snelmenu.
7. Selecteer een papierformaat (randloze formaten uitgezonderd) bij Papierformaat.
8. Selecteer Gewoon papier of Enveloppe bij Afdrukmateriaal.
9.
Selecteer Grijswaarden.
10. Geef naar wens nog meer instellingen op.
11. Klik op Druk af.
Gebruikershandleiding
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
115
Zwarte inkt besparen als de zwarte inkt bijna op is
(uitsluitend voor Windows)
Wanneer de zwarte inkt bijna op is, maar er nog genoeg kleureninkt is, kunt u een mengsel van kleureninkten
gebruiken om zwart te maken. U kunt verder afdrukken terwijl u een vervangende cartridge met zwarte inkt
klaarzet.
Deze functie is alleen beschikbaar als u de volgende instellingen in de printerdriver selecteert.
Papiertype: Gewoon papier
Kwaliteit: Standaard
EPSON Status Monitor 3: Ingeschakeld
Opmerking:
Is EPSON Status Monitor 3 uitgeschakeld, ga dan naar de printerdriver, klik op Extra instellingen op het tabblad
Hulpprogramma's en selecteer EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
Samengesteld zwart zit er iets anders uit dan zuiver zwart. Daarnaast daalt de afdruksnelheid.
Er wordt ook zwarte inkt verbruikt om de kwaliteit van de printkop te handhaven.
Opties Beschrijving
Ja Kies ervoor een mengsel van kleureninkt te gebruiken om zwarte inkt te maken. Dit venster
wordt weergegeven wanneer u een volgende keer een gelijksoortige taak afdrukt.
Nee Kies ervoor om door te gaan met de resterende zwarte inkt. Dit venster wordt
weergegeven wanneer u een volgende keer een gelijksoortige taak afdrukt.
Deze functie uitschakelen Kies ervoor om door te gaan met de resterende zwarte inkt. Dit venster wordt niet
weergegeven, totdat u de zwarte-inktcartridge vervangt en deze opnieuw bijna leeg is.
Gebruikershandleiding
Cartridges en andere verbruiksgoederen vervangen
116
De printer onderhouden
Voorkomen dat de printkop uitdroogt
Gebruik altijd de aan-uitknop voor het in- en uitschakelen van de printer.
Controleer of het aan-uitlampje uit is voordat u het netsnoer loskoppelt.
De inkt kan uitdrogen wanneer deze niet is afgedekt. Zorg ervoor dat u de printkop deugdelijk afdekt om te
voorkomen dat de inkt uitdroogt, net zoals u dat met een balpen of vulpen zou doen.
Wanneer tijdens het afdrukken het netsnoer wordt losgekoppeld of een stroomstoring optreedt, wordt de printkop
mogelijk niet goed afgedekt. Als u de printkop niet alsnog afdekt, droogt deze uit, waardoor de spuitkanaaltjes
(voor de inktuitvoer) verstopt raken.
Schakel in deze gevallen de printer zo snel mogelijk weer in en daarna weer uit om de printkop af te dekken.
De printkop controleren en reinigen
Als de spuitkanaaltjes verstopt zitten, worden de afdrukken vaag, en ziet u strepen of onverwachte kleuren.
Wanneer de afdrukkwaliteit minder is geworden, gebruikt u de spuitstukcontrole om te kijken of de kanaaltjes
verstopt zitten. Is dit zo, reinig dan de printkop.
c
Belangrijk:
Open de scannereenheid niet of schakel de printer niet uit tijdens het reinigen van de printkop. Als het reinigen
van de kop niet wordt voltooid, kunt u mogelijk niet afdrukken.
Omdat bij reiniging van de printkop wat inkt wordt gebruikt, moet u de kop alleen reinigen als de kwaliteit
verslechtert.
Wanneer de inkt bijna op is kan de printkop mogelijk niet worden gereinigd.
Als de afdrukkwaliteit niet is verbeterd na vier herhalingen van de printkopcontrole en -reiniging moet u ten
minste zes uren wachten zonder afdrukken en vervolgens de printkopcontrole en -reiniging herhalen. We raden u
aan om de printer uit te schakelen. Neem contact op met de klantenservice van Epson als de afdrukkwaliteit nog
steeds niet is verbeterd.
Voorkom dat de printkop uitdroogt en trek nooit de stekker van de printer uit het stopcontact wanneer de printer
nog aan is.
De printkop controleren en schoonmaken — Bedieningspaneel
1. Laad gewoon A4-papier in de printer.
2. Selecteer Onderhoud op het startscherm.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
3. Selecteer Spuitkan. contr..
4. Volg de instructies op het scherm om het testpatroon af te drukken.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
117
5. Bekijk het afgedrukte patroon goed.
Als u geen ontbrekende segmenten of onderbroken lijnen ziet, zoals in het volgende patroon "OK", zijn de
spuitkanaaltjes niet verstopt. Selecteer Nee om de spuitkanaaltjescontrole te sluiten. Er zijn geen
aanvullende stappen nodig.
Als er stukken van lijnen of segmenten ontbreken, zoals weergegeven in het patroon "NG", kan de printkop
verstopt zijn. Ga naar de volgende stap.
6. Selecteer Ja en volg de instructies op het scherm om de printkop te reinigen.
7.
Als het reinigen beëindigd is, drukt u het testpatroon van het kanaal opnieuw af. Herhaal het reinigen en
afdrukken van het testpatroon tot alle lijnen geheel afgedrukt worden.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
De printkop controleren en schoonmaken - Windows
1. Laad gewoon A4-papier in de printer.
2. Open het venster van de printerdriver.
3.
Klik op Spuitkanaaltjes controleren op het tabblad Hulpprogramma's.
4. Volg de instructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
& “Windows-printerdriver” op pagina 132
De printkop controleren en reinigen — Mac OS
1.
Laad gewoon A4-papier in de printer.
2. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.
3. Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open Printerhulpprogramma.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
118
4. Klik op Spuitkanaaltjes controleren.
5. Volg de instructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
De printkop uitlijnen
Lijn de printkop uit om het afdrukresultaat te verbeteren als zich de volgende problemen voordoen.
Verticale lijnen zijn niet goed uitgelijnd of de afdrukken zijn wazig
Er treedt regelmatig horizontale streepvorming op
De printkop uitlijnen — Bedieningspaneel
1.
Selecteer Onderhoud op het startscherm.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
2.
Selecteer Printkop uitlijnen.
3. Selecteer het menu waarin u wijzigingen wilt aanbrengen om de afdrukkwaliteit te verbeteren naar aanleiding
van het afdrukresultaat.
Verticale lijnen zijn niet goed uitgelijnd of de afdrukken zijn wazig: selecteer Ver ticale uitlij ning.
Er treedt regelmatig horizontale streepvorming op: selecteer Horizontale uitlijning.
4. Volg de instructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken
Als de afdrukken vlekken vertonen of bekrast zijn, reinig dan de roller binnenin.
c
Belangrijk:
Gebruik geen keukenpapier om de binnenkant van de printer te reinigen.Het kan zijn dat de spuitkanaaltjes van de
printkop verstopt zitten met stof.
1. Laad gewoon A4-papier in de printer.
2.
Selecteer Onderhoud op het startscherm.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
119
3. Selecteer Papiergeleider reinigen.
4. Volg de instructies op het scherm om het papiertraject te reinigen.
Opmerking:
Herhaal deze procedure tot er geen vegen meer op het papier zitten.
Gerelateerde informatie
&
“Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
De Scannerglasplaat reinigen
Wanneer de kopieën of gescande beelden vies zijn, moet u de scannerglasplaat reinigen.
c
Belangrijk:
Maak de printer nooit schoon met alcohol of thinner. Deze chemicaliën kunnen de printer beschadigen.
1.
Open het documentdeksel.
2. Maak het oppervlak van de scannerglasplaat schoon met een droge, zachte, schone doek.
c
Belangrijk:
Als de glasplaat besmeurd is met vet of een andere hardnekkige substantie, veegt u de plaat schoon met een
doek met daarop een klein beetje glasreiniger. Verwijder al het overtollige vocht.
Druk niet te hard op het glasoppervlak.
Zorg ervoor dat u het oppervlak van het glas niet krast of beschadigt. Een beschadigde glasplaat kan de
scankwaliteit aantasten.
Het doorschijnende folie reinigen
Als de afdrukkwaliteit niet is verbeterd nadat u de printkop hebt uitgelijnd of de papierbaan hebt gereinigd, is de
doorschijnende folie in de printer mogelijk vervuild.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
120
Benodigde items:
Wattenstaaes
(meerdere)
Water met een paar druppels schoonmaakmiddel (2 tot 3 druppels schoonmaakmiddel in een 1/4 kop
kraanwater)
Lamp om op vlekken te controleren
c
Belangrijk:
Gebruik geen andere reinigingsvloeistof dan water met enkele druppels schoonmaakmiddel.
1. Druk op
P
om de printer uit te zetten.
2. Open de scannereenheid.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
121
3. Controleer of zich op de doorschijnende folie vlekken bevinden. Vlekken zijn gemakkelijker te zien als u een
lamp gebruikt.
Als zich op de doorschijnende folie (A) vlekken bevinden (bijvoorbeeld vingerafdrukken of vet), gaat u verder
met de volgende stap.
A: Doorschijnende folie
B: Rail
c
Belangrijk:
Raak de rail (B) niet aan. Anders kunt u mogelijk niet meer afdrukken. Veeg het vet niet van de rail. Dit is
nodig voor een correcte werking.
4. Bevochtig een
wattenstaae
met wat water met een paar druppels schoonmaakmiddel (zorg ervoor dat er geen
water vanaf drupt) en veeg de vlek weg.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
122
c
Belangrijk:
Veeg de vlek voorzichtig weg. Als u te hard op het wattenstaae drukt, kunnen de veren van de folie
verschuiven en kan de printer beschadigd raken.
5. Gebruik een nieuw, droog wattenstaae om de folie schoon te vegen.
c
Belangrijk:
Laat geen vezels achter op de folie.
Opmerking:
Gebruik regelmatig een nieuw wattenstaae om te voorkomen dat u het vuil naar andere plekken verspreidt.
6. Herhaal stap 4 en 5 totdat de folie schoon is.
7. Controleer de folie op vlekken.
Stroom besparen
De printer gaat in slaapstand of gaat automatisch uit als er een bepaalde tijd geen handelingen worden verricht. U
kunt instellen hoelang het duurt voordat stroombeheer wordt toegepast. Elke verhoging is van invloed op de
energiezuinigheid van het product. Denk aan het milieu voordat u wijzigingen doorvoert.
Aankelijk
van de plaats van aankoop, kan de printer een functie hebben voor het automatisch uitschakelen als
het apparaat gedurende 30 minuten niet is verbonden met het netwerk.
Energie besparen — Bedieningspaneel
1. Selecteer Instel. op het startscherm.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
2. Selecteer Printerinstallatie.
3. Voer een van de volgende handelingen uit.
Opmerking:
Uw product
hee
mogelijk de functie Uitschakelinst. of Uitschakelingstimer,
aankelijk
van de plaats van aankoop.
Selecteer Slaaptimer of Uitschakelinst. > Uitschakelen indien inactief of Uitschakelen indien
losgekoppeld en maak dan de instellingen.
Selecteer Slaaptimer of Uitschakelingstimer en stel dan de instellingen in.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
123
Menuopties voor Instel.
Selecteer in het startscherm van de printer Instel. om de verschillende instellingen te congureren.
Menuopties voor Voorraadstatus
Selecteer het menu op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Voorraadstatus
Inktniveau:
Gee de niveaus van de cartridges weer bij benadering. Wanneer wordt weergegeven, is de
inktcartridge bijna leeg. Wanneer
wordt weergegeven, is de inktcartridge leeg.
Vanuit dit scherm kunt u de inktcartridges vervangen.
Rest. capaciteit Onderhoudsset:
Gee de geschatte levensduur van de onderhoudscassette weer. Als wordt weergegeven, is de
onderhoudscassette bijna vol. Als
wordt weergegeven, is de onderhoudscassette vol.
Menuopties voor Onderhoud
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Onderhoud
Spuitkan. contr.:
Selecteer deze functie om te controleren of de spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zijn. De
printer drukt een spuitkanaaltjespatroon af.
Printkop reinigen:
Selecteer deze functie om verstopte spuitkanaaltjes in de printkop te reinigen.
Printkop uitlijnen:
Selecteer deze functie om de printkop bij te stellen om de afdrukkwaliteit te verbeteren.
Vert icale uitlijning
Selecteer deze functie als uw afdrukken wazig zijn of als tekst en lijnen niet goed zijn uitgelijnd.
Horizontale uitlijning
Selecteer deze functie als zich op uw afdrukken op regelmatige afstand horizontale strepen
bevinden.
Inktcartridge(s) vervangen:
Gebruik deze functie om de inktcartridge te vervangen voordat de inkt op is.
Gebruikershandleiding
Menuopties voor Instel.
124
Papiergeleider reinigen:
Selecteer deze functie als zich op de interne rollen inktvlekken bevinden. De printer voert papier in
om de interne rollen te reinigen.
Gerelateerde informatie
& De printkop controleren en reinigen” op pagina 117
& “Cartridges vervangen” op pagina 106
&
“Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken” op pagina 119
Menuopties voor Printerinstallatie
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Printerinstallatie
Papierbroninstelling:
Papier instellen:
Selecteer het formaat en type papier dat u in de papierbron hebt geplaatst.
Autom. weerg. pap inst.:
Selecteer Aan om het scherm Papier instellen weer te geven wanneer u papier in de
papierbron laadt. Als u deze functie uitschakelt, kunt u niet afdrukken vanaf een iPhone, iPad
of iPod touch met AirPrint.
Stille modus:
Uw product hee deze functie mogelijk niet aankelijk van de plaats van aankoop.
Selecteer Aan om het geluid tijdens het afdrukken te verminderen. De afdruksnelheid kan hierdoor
worden
verlaagd.Aankelijk
van de door u gekozen instellingen voor het papiertype en de
afdrukkwaliteit, merkt u mogelijk niet veel verschil in het geluid dat de printer produceert.
Uitschakelingstimer:
Uw product hee mogelijk deze functie of de functie Uitschakelinst., aankelijk van de plaats van
aankoop.
Selecteer deze instelling om de printer automatisch uit te schakelen als deze gedurende een
vastgestelde periode niet wordt gebruikt. U kunt instellen hoelang het duurt voordat stroombeheer
wordt toegepast. Elke verhoging is van invloed op de energiezuinigheid van het product. Denk aan
het milieu voordat u wijzigingen doorvoert.
Uitschakelinst.:
Uw product hee mogelijk deze functie of de functie Uitschakelingstimer, aankelijk van de plaats
van aankoop.
Uitschakelen indien inactief
Selecteer deze instelling om de printer automatisch uit te schakelen als deze gedurende een
vastgestelde periode niet wordt gebruikt. Elke verhoging is van invloed op de energiezuinigheid
van het product. Denk aan het milieu voordat u wijzigingen doorvoert.
Gebruikershandleiding
Menuopties voor Instel.
125
Uitschakelen indien losgekoppeld
Als u deze instelling selecteert, schakelt de printer na 30 minuten uit als alle poorten, inclusief de
USB-poort, zijn losgekoppeld. Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, aankelijk van de regio.
Taal/Language:
Selecteer de taal van het lcd-scherm.
Toetsenbord
Wijzig de lay-out van het toetsenbord op het lcd-scherm.
Slaaptimer:
Pas de tijdsduur aan voor het inschakelen van de slaapmodus (energiebesparingsmodus) wanneer de
printer geen bewerkingen uitvoert. Het lcd-scherm gaat uit als de ingestelde tijd is verstreken.
Droogtijd voor inkt:
Selecteer de droogtijd van de inkt die u wilt gebruiken bij dubbelzijdig afdrukken. De printer drukt
de andere zijde af nadat de ene zijde is afgedrukt. Als uw afdruk is gevlekt, verhoogt u de
tijdsinstelling.
Gerelateerde informatie
& Energie besparen — Bedieningspaneel” op pagina 123
& “Tekens invoeren” op pagina 20
Menuopties voor alle Wi-Fi/netwerk -instellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > alle Wi-Fi/netwerk -instellingen
Statusblad afdrukken:
Drukt een netwerkstatusblad af.
Wi-Fi instellen:
Congureer de instellingen voor de draadloze netwerkverbinding of wijzig deze. Kies uit de volgende
opties de gewenste verbindingsmethode en volg de instructies op het bedieningspaneel.
Wi-Fi (aanbevolen)
Wi -F i D ire c t
Verbindingscontrole:
Controleert de status van de netwerkverbinding en drukt het rapport af. Als er problemen zijn met de
verbinding, kunt u het controlerapport raadplegen om het probleem te verhelpen.
Gerelateerde informatie
& “Wi-instellingen congureren door de SSID en het wachtwoord in te voeren” op pagina 34
& “Wi-Fi-instellingen
congureren
via de drukknopinstelling” op pagina 35
& Wi-Fi-instellingen congureren via de pincode-instelling (WPS)” op pagina 36
Gebruikershandleiding
Menuopties voor Instel.
126
& “Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt)” op pagina 23
& “Een netwerkstatusvel afdrukken” op pagina 44
& De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 37
Menuopties voor Epson Connect- services
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Epson Connect- services
Registr./verwijderen:
Registreer of verwijder de printer bij of uit Epson Connect.
Zie de volgende portalwebsite voor gebruikershandleidingen.
https://www.epsonconnect.com/
http://www.epsonconnect.eu (alleen Europa)
Onderbreken/ hervatten:
Selecteer of u Epson Connect wilt onderbreken of hervatten.
E-mailadres:
Controleer het e-mailadres van de printer dat geregistreerd staat bij Epson Connect.
Status:
Controleer of de printer al dan niet geregistreerd en verbonden is met Epson Connect.
Menuopties voor Google Cloud Print-services
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Google Cloud Print-services
Onderbreken/ hervatten:
Selecteer of u de Google Cloud Print-services wilt onderbreken of hervatten.
Registratie verw.:
Registratie van Google Cloud Print-services opheen.
Status:
Controleer of de printer al dan niet geregistreerd en verbonden is met Google Cloud Print.
Zie de volgende portalwebsite voor registratie en gebruikershandleidingen.
https://www.epsonconnect.com/
http://www.epsonconnect.eu (alleen Europa)
Gebruikershandleiding
Menuopties voor Instel.
127
Menuopties voor Geleiderfuncties
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Geleiderfuncties
Papier niet identiek
Hiermee wordt een waarschuwing weergegeven als de papierinstellingen (afdrukinstellingen) voor de
afdruktaak niet overeenstemmen met de papierinstellingen van de printer die u hebt opgegeven bij het
laden van het papier. Deze instelling voorkomt verkeerde afdrukken. Wanneer Autom. weerg. pap
inst. is uitgeschakeld in het volgende menu, wordt het venster voor papierinstellingen niet
weergegeven. In dit geval kunt u niet afdrukken met een iPhone, iPad of iPod touch met AirPrint.
Instel. > Printerinstallatie > Papierbroninst.
Menuopties voor Klantonderzoek
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Klantonderzoek
Selecteer Goedk. om informatie over het gebruik van het product, zoals het aantal afdrukken, naar Seiko Epson
Corporation te verzenden.
Menuopties voor Firmware-update
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Firmware-update
Bijwerken:
Controleert of er een nieuwe versie van de rmware op de netwerkserver staat.Als er een update
beschikbaar is, kunt u aangeven of de update mag worden uitgevoerd.
Huidige versie:
Gee de huidige rmwareversie van uw printer weer.
Melding:
Controleert regelmatig op rmware-updates en informeert u zodra er een update beschikbaar is.
Menuopties voor Herstel standaard instellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Herstel standaard instellingen
Gebruikershandleiding
Menuopties voor Instel.
128
Netwerkinstellingen:
Zet de netwerkinstellingen terug op de standaardwaarden.
Alles behalve Netwerk:
Zet alle instellingen behalve de netwerkinstellingen terug op de standaardwaarden.
Alle instellingen:
Zet alle instellingen terug op de standaardwaarden.
Gebruikershandleiding
Menuopties voor Instel.
129
Netwerkservice en softwareinformatie
In dit deel maakt u kennis met de netwerkservices en sowareproducten die beschikbaar zijn voor uw printer via
de Epson-website of de meegeleverde sowareschijf.
De service van Epson Connect
Dankzij Epson Connect (beschikbaar via het internet) kunt u via uw smartphone, tablet, pc of laptop, altijd en
praktisch overal afdrukken.
De functies die via het internet beschikbaar zijn, zijn als volgt.
Email Print Epson iPrint afdrukken
op afstand
Scan to Cloud Remote Print Driver
✓✓
Raadpleeg de portaalsite van Epson Connect voor meer informatie.
https://www.epsonconnect.com/
http://www.epsonconnect.eu (alleen Europa)
Toepassing voor het congureren van
printerbewerkingen (Web Cong)
Web
Cong
is een toepassing die draait in een webbrowser, zoals Internet Explorer of Safari, op een computer of
smart device. U kunt de printerstatus controleren of de netwerkservice en de printerinstellingen aanpassen.
Verbind de printer en de computer of het smart device met hetzelfde netwerk om Web
Cong
te gebruiken.
De volgende browsers worden ondersteund.
Besturingssysteem Browser
Windows XP SP3 of hoger
Microsoft Edge, Internet Explorer 8 of hoger, Firefox
*
, Chrome
*
Mac OS X v10.6.8 of hoger
Safari
*
, Firefox
*
, Chrome
*
iOS
*
Safari
*
Android 2.3 of hoger Standaard browser
Chrome OS
*
Standaard browser
* Gebruik de laatste versie.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
130
Web Cong uitvoeren op een browser
1. Controleer het IP-adres van de printer.
Selecteer Instel. > alle Wi-Fi/netwerk -instellingen > Verbindingscontrole op het bedieningspaneel om de
verbindingscontrole te starten. Druk op de knop
x
of de knop OK om het netwerkverbindingsrapport af te
drukken. Controleer het IP-adres van de printer op het afgedrukte netwerkverbindingsrapport.
2. Start een browser op een computer of smart device en voer vervolgens het IP-adres van de printer in.
Formaat:
IPv4: http://het IP-adres van de printer/
IPv6: http://[het IP-adres van de printer]/
Vo orb eel den:
IPv4: http://192.168.100.201/
IPv6: http://[2001:db8::1000:1]/
Opmerking:
Met een smart device kunt u Web Cong ook uitvoeren vanuit het onderhoudsscherm van Epson iPrint.
Gerelateerde informatie
& Een netwerkverbindingsrapport afdrukken” op pagina 37
& “Epson iPrint gebruiken” op pagina 78
Web Cong uitvoeren op Windows
Volg de onderstaande stappen om Web
Cong
uit te voeren als u een computer aansluit op de printer met WSD.
1. Open de printerlijst op de computer.
Win d ow s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Systeem > Conguratiescherm > Apparaten en printers
weergeven in Hardware en geluiden.
Windows 8.1/Windows 8
Selecteer Bureaublad > Instellingen >
Conguratiescherm
> Apparaten en printers weergeven in
Hardware en geluiden (of Hardware).
Win d ow s 7
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Apparaten en printers weergeven in Hardware en
geluiden.
Win d ow s Vis ta
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Printers in Hardware en geluiden.
2. Klik met de rechtermuisknop op uw printer en selecteer Eigenschappen.
3. Selecteer het tabblad Web ser v ic e en klik op de URL.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
131
Web Cong uitvoeren op Mac OS
1. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.
2.
Klik op Opties en toebehoren> Toon webpagina printer.
Windows-printerdriver
Het printerstuurprogramma bestuurt de printer op basis van de opdrachten van een toepassing. Door instellingen
op te geven in de printerdriver krijgt u het beste afdrukresultaat. Met het hulpprogramma voor de printerdriver
kunt u de status van de printer controleren en de printer in optimale conditie houden.
Opmerking:
U kunt de taal van de printerdriver naar wens instellen. Selecteer de gewenste taal bij Taa l op het tabblad
Hulpprogramma's.
De printerdriver openen vanuit een toepassing
Als u instellingen wilt opgeven die alleen moeten gelden voor de toepassing waarmee u aan het werk bent, opent u
de printerdriver vanuit de toepassing in kwestie.
Selecteer Afdrukken of Afdrukinstelling in het menu Bestand. Selecteer uw printer en klik vervolgens op
Vo or keu ren of Eigenschappen.
Opmerking:
De werking varieert naargelang de toepassing. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
De printerdriver openen via het bedieningspaneel
Wilt u instellingen congureren voor alle toepassingen, dan kunt u dit via het bedieningspaneel doen.
Wi nd ow s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Windows Systeem > Bedieningspaneel > Apparaten en printers
weergeven in Hardware en geluid. Klik met de rechtermuisknop op uw printer, of houd de printer ingedrukt
en selecteer Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Windows 8.1/Windows 8
Selecteer Bureaublad > Instellingen > Conguratiescherm > Apparaten en printers weergeven in Hardware
en geluiden. Klik met de rechtermuisknop op uw printer, of houd de printer ingedrukt en selecteer
Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Wi nd ow s 7
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Apparaten en printers weergeven in Hardware en
geluiden. Klik met de rechtermuisknop op uw printer en selecteer Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Windows Vista
Klik op de knop Start, selecteer
Conguratiescherm
> Printers in Hardware en geluiden. Klik met de
rechtermuisknop op uw printer en selecteer Voorkeursinstellingen selecteren.
Wi nd ow s X P
Klik op de knop Start, selecteer
Conguratiescherm
> Printers en andere hardware > Printers en
faxapparaten. Klik met de rechtermuisknop op uw printer en selecteer Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
132
Het printerstuurprogramma openen via het printerpictogram op de taakbalk
Het printerpictogram op de taakbalk van het bureaublad is een snelkoppeling waarmee u snel de printerdriver
kunt openen.
Als u op het printerpictogram klikt en Printerinstellingen selecteert, kunt u hetzelfde venster met
printerinstellingen openen als het venster dat u opent via het bedieningspaneel. Als u op dit pictogram dubbelklikt,
kunt u de status van de printer controleren.
Opmerking:
Als het printerpictogram niet op de taakbalk wordt weergegeven, open dan het venster van de printerdriver, klik op
Controlevoorkeursinstellingen op het tabblad Hulpprogramma's en selecteer vervolgens Snelkoppelingspictogram
registreren op taakbalk.
De toepassing starten
Open het venster van het printerstuurprogramma. Selecteer het tabblad Hulpprogramma's.
Uitleg bij de printerdriver voor Windows
De printerdriver voor Windows hee een Help-functie. Als u uitleg over de instellingen wilt weergeven, klik dan
met de rechtermuisknop op de instelling en klik vervolgens op Help.
Het tabblad Hoofdgroep
Hier kunt u basisinstellingen opgeven voor het afdrukken, zoals het papiertype of papierformaat.
U kunt ook instellingen opgeven voor het afdrukken op beide zijden van het papier of het afdrukken van meerdere
pagina's op één vel papier.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
133
Het tabblad Meer opties
Hier kunt u extra opties voor de lay-out en het afdrukken opgeven, zoals het formaat van de afdruk of
kleurcorrecties.
Het tabblad Hulpprogramma's
U kunt onderhoudsfuncties uitvoeren, zoals de spuitstukcontrole en printkopreiniging, en door EPSON Status
Monitor 3 te starten kunt u de printerstatus en foutmeldingen raadplegen.
Bedieningsinstellingen voor Windows-printerdriver congureren
U kunt instellingen congureren zoals het inschakelen van EPSON Status Monitor 3.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
134
1. Open het venster van de printerdriver.
2. Klik op Extra instellingen op het tabblad Hulpprogramma's.
3.
Congureer
de gewenste instellingen en klik vervolgens op OK.
Zie de online-Help voor een uitleg van de items voor instellingen.
Mac OS-printerstuurprogramma
Het printerstuurprogramma bestuurt de printer op basis van de opdrachten van een toepassing.Door instellingen
op te geven in het printerstuurprogramma krijgt u het beste afdrukresultaat.Met het hulpprogramma voor het
printerstuurprogramma kunt u de status van de printer controleren en de printer in optimale conditie houden.
Het printerstuurprogramma openen vanuit een toepassing
Klik op Pagina-instelling of Afdrukken in het menu File van uw toepassing.Klik indien nodig op Toon detai l s (of
d
) om het afdrukvenster te vergroten.
Opmerking:
Aankelijk van de toepassing die wordt gebruikt, wordt Pagina-instelling mogelijk niet weergegeven in het menu Bestand
en kunnen de bewerkingen voor het weergeven van het afdrukscherm verschillen.Zie de Help van de toepassing voor meer
informatie.
De toepassing starten
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en
faxen) en selecteer vervolgens de printer.Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open
Printerhulpprogramma.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
135
Uitleg bij het printerstuurprogramma voor Mac OS
Afdrukvenster
Met het snelmenu in het midden kunt u meer items weergeven.
Snelmenu Beschrijving
Lay-out Hiermee kunt u een lay-out selecteren voor het afdrukken van meerdere pagina's op één vel of
aangeven dat u een rand wilt afdrukken.
Kleuren aanpassen Hiermee kunt u de kleuren aanpassen.
Papierafhandeling U kunt de afdruktaak groter of kleiner maken en automatisch aanpassen aan het
papierformaat dat u hebt geladen.
Voorblad
U kunt een voorblad selecteren voor uw documenten.Selecteer Type voorblad om de inhoud
in te stellen die op het voorblad moet worden afgedrukt.
Printerinstellingen Hiermee kunt u de basisinstellingen voor het afdrukken opgeven, zoals de papiersoort en
afdrukkwaliteit.
Kleurenopties
Als u EPSON Kleurencontrole selecteert in het menu Kleuren aanpassen, kunt u een
kleurcorrectiemethode kiezen.
Inst. dubbelzijdig afdr. Hiermee kunt u een bindrichting voor het dubbelzijdig afdrukken of een documenttype
selecteren.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
136
Opmerking:
Als u OS X Mountain Lion of hoger gebruikt en het menu Printerinstellingen wordt niet weergegeven, is het Epson-
printerstuurprogramma niet goed geïnstalleerd.
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen),
verwijder de printer en voeg de printer opnieuw toe.Open de volgende website en voer de productnaam in.Ga naar
Ondersteuning en lees de Tips.
http://epson.sn
Epson Printer Utility
U kunt een onderhoudsfunctie uitvoeren, zoals de spuitstukcontrole en printkopreiniging, en door EPSON Status
Monitor te starten kunt u de printerstatus en foutmeldingen raadplegen.
Bedieningsinstellingen voor Mac OS-printerdriver congureren
Het venster Bedieningsinstellingen openen voor het Mac OS-
printerstuurprogramma
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en
faxen) en selecteer vervolgens de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of Driver).
Bedieningsinstellingen voor het Mac OS-printerstuurprogramma
Lege pagina overslaan: hiermee wordt voorkomen dat lege pagina's worden afgedrukt.
Stille modus: hiermee wordt stil afgedrukt. De afdruksnelheid kan echter afnemen.
Tijdelijk afdrukken in zwart-wit: hiermee wordt alleen tijdelijk met zwarte inkt afgedrukt.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
137
Afdrukken met hoge snelheid: hiermee wordt afgedrukt wanneer de printkop in beide richtingen beweegt. Het
afdrukken verloopt sneller, maar de kwaliteit kan afnemen.
Documenten uitvoeren voor archivering: voer het papier zo in dat dit eenvoudig kan worden opgeslagen
wanneer u gegevens liggend of dubbelzijdig afdrukt. Afdrukken op enveloppen wordt niet ondersteund.
Witte randen verwijderen: hiermee worden onnodige marges verwijderd tijdens randloos afdrukken.
Waarschuwingen: wanneer deze optie is ingeschakeld, kan het printerstuurprogramma waarschuwingen
weergeven.
Bidirectionele communicatie gebruiken: dit moet normaliter zijn ingesteld op Aan. Selecteer Uit wanneer het
openen van de printerinformatie niet mogelijk is omdat de printer wordt gedeeld met Windows-computers in
een netwerk.
Toepassing voor het scannen van documenten en
afbeeldingen (Epson Scan 2)
Epson Scan 2 is een toepassing waarmee het scanproces geregeld kan worden.U kunt formaat, resolutie,
helderheid, contrast en kwaliteit van de gescande
aeelding
aanpassen.U kunt Epson Scan 2 ook starten vanuit
een TWAIN-scantoepassing.Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Beginnen met Windows
Wi nd ow s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens EPSON > Epson Scan 2.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de soware in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Wi nd ow s 7 /Wi nd ow s Vi s t a/ Win d ow s X P
Klik op de knop Start en selecteer dan Alle programma's of programma's > EPSON > Epson Scan 2> Epson
Scan 2.
Beginnen met Mac OS
Opmerking:
Epson Scan 2 biedt geen ondersteuning voor de Mac OS-functie voor snelle gebruikersoverschakeling.Schakel snelle
gebruikersoverschakeling uit.
Selecteer Start > Toepassingen > Epson
Soware
> Epson Scan 2.
Gerelateerde informatie
&
“Documenten scannen (Documentmodus)” op pagina 93
&
“Toepassingen installeren” op pagina 141
De netwerkscanner toevoegen
U moet de netwerkscanner toevoegen voordat u Epson Scan 2 kunt gebruiken.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
138
1. Start de soware en klik vervolgens op Toevoegen in het scherm Scannerinstellingen.
Opmerking:
Als To e v oe ge n is grijs wordt weergegeven, klikt u op Bewerken inschakelen.
Als het startscherm van Epson Scan 2 wordt weergegeven, is de netwerkscanner al verbonden. Als u verbinding wilt
maken met een ander netwerk, selecteert u Scanner > Instellingen om het scherm Scannerinstellingen te openen.
2. Voeg de netwerkscanner toe. Voer de volgende items in en klik op Toevoegen.
Model: selecteer de scanner waarmee u verbinding wilt maken.
Naam: voer de scannernaam in. Deze mag maximaal 32 tekens bevatten.
Netwerk zoeken: wanneer de computer en de scanner zich in hetzelfde netwerk bevinden, wordt het IP-
adres weergegeven. Als dit niet wordt weergegeven, klikt u op de knop
. Als het IP-adres nog steeds niet
wordt weergegeven, klikt u op Adres opgeven en voert u het IP-adres rechtstreeks in.
3. Selecteer de scanner in het scherm Scannerinstellingen en klik vervolgens op OK.
Toepassing voor het
congureren
van
scanbewerkingen vanaf het bedieningspaneel (Epson
Event Manager)
Epson Event Manager is een toepassing waarmee u vanuit het conguratiescherm het scannen kunt beheren en
bestanden kunt opslaan op een computer.U kunt uw eigen instellingen als presets toevoegen zoals het
documenttype, de locatie voor de opslagmap en het formaat van het bestand.Zie de Help van de toepassing voor
meer informatie.
Beginnen met Windows
Wi nd ow s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Epson Soware > Event Manager.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de
soware
in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Wi nd ow s 7 /Wi nd ow s Vi s t a/ Win d ow s X P
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle programma's of Programma's > Epson Soware > Event
Manager.
Beginnen met Mac OS
Ga > Toe p as si ng en > Epson Soware > Event Manager.
Gerelateerde informatie
& “Toepassingen installeren” op pagina 141
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
139
Toepassing voor het afdrukken van afbeeldingen
(Epson Photo+)
Epson Photo+ is een toepassing waarmee u gemakkelijk aeeldingen met verschillende lay-outs kunt afdrukken.
U kunt ook beeldcorrectie uitvoeren en de positie aanpassen wanneer u de voorbeeldweergave van uw document
bekijkt. U kunt uw aeeldingen ook opvrolijken door test en stempels toe te voegen waar u maar wilt. Wanneer u
op legitiem Epson fotopapier afdrukt, worden de inktprestaties gemaximaliseerd voor een prachtige afwerking met
uitstekende kleuren.
Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Opmerking:
Het printerstuurprogramma moet zijn geïnstalleerd om deze toepassing te gebruiken.
Starten
Wi nd ow s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Epson Soware > Epson Photo+.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de
soware
in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Wi nd ow s 7 /Wi nd ow s Vi s t a/ Win d ow s X P
Klik op de knop Start en selecteer Alle programma's of Programma's > Epson Soware > Epson Photo+.
Beginnen met Mac OS
Selecteer Start > Toepassingen > Epson Soware > Epson Photo+.
Gerelateerde informatie
& “Toepassingen installeren” op pagina 141
Hulpprogramma's voor software-updates (EPSON
Software Updater)
EPSON Soware Updater is een toepassing die controleert op nieuwe of bijgewerkte soware op internet en deze
vervolgens installeert. U kunt ook de rmware en de handleiding van de printer bijwerken.
Installatiemethode
Download EPSON Soware Updater van de Epson-website.
Als u een Windows-computer gebruikt en de toepassingen niet kunt downloaden vanaf de website, kunt u deze
installeren vanaf de meegeleverde soware-cd.
http://www.epson.com
Beginnen met Windows
Wi nd ow s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Epson Soware > EPSON Soware Updater.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
140
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de soware in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Wi nd ow s 7 /Wi nd ow s Vi s t a/ Win d ow s X P
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle Programma's of Programma's > Epson Soware > EPSON
Soware Updater.
Opmerking:
U kunt EPSON Soware Updater ook starten door te klikken op het printerpictogram op de taakbalk van het bureaublad en
vervolgens
Soware-update
te selecteren.
Beginnen met Mac OS
Selecteer Start > Toepassingen > Epson
Soware
> EPSON
Soware
Updater.
Toepassingen installeren
Verbind uw computer met het netwerk en installeer de nieuwste versie van toepassingen vanaf de website.
Opmerking:
Meld u aan op uw computer als beheerder. Voer het beheerderswachtwoord in als u hierom wordt gevraagd.
U moet een toepassing eerst verwijderen voordat u deze opnieuw kunt installeren.
1. Sluit alle actieve toepassingen.
2. Koppel de printer en computer tijdelijk los als u de printerdriver of Epson Scan 2 installeert.
Opmerking:
Verbindt de printer en computer pas als de instructies dit zeggen.
3. Open de volgende website en voer de productnaam in.
http://epson.sn
4. Selecteer Instellen en klik dan op Downloaden.
5.
Klik of dubbelklik op het gedownloade bestand en volg vervolgens de instructies op het scherm.
Opmerking:
Als u een Windows-computer gebruikt en de toepassingen niet kunt downloaden vanaf de website, installeert u deze van de
soware-cd
die met de printer is geleverd.
Gerelateerde informatie
& “Hulpprogramma's voor soware-updates (EPSON Soware Updater)” op pagina 140
& Toepassingen verwijderenop pagina 142
Toepassingen en
rmware
bijwerken
Bepaalde problemen kunnen worden opgelost door de toepassingen en rmware opnieuw te installeren. Zorg
ervoor dat u de nieuwste versie van de toepassingen en rmware gebruikt.
1. Controleer of de printer en de computer zijn aangesloten, en of de computer met internet is verbonden.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
141
2. Start EPSON Soware Updater en werk de toepassingen of de rmware bij.
c
Belangrijk:
Schakel de computer of de printer niet uit voordat de update is voltoord, anders kan de printer defect raken.
Opmerking:
Als u de toepassing die u wilt bijwerken niet kunt vinden in de lijst, kunt u deze niet bijwerken met de EPSON Soware
Updater. Kijk op uw lokale Epson-website voor de nieuwste versies van de toepassingen.
http://www.epson.com
De alarmberichten bijwerken via het bedieningspaneel
Als de printer verbinding
hee
met internet, kunt u de
rmware
van de printer bijwerken via het bedieningspaneel.
U kunt ook instellen dat de printer regelmatig zelf moet controleren of er nieuwe rmware is en zo ja, dat u daar
dan bericht van moet krijgen.
1. Selecteer Instel. op het startscherm.
Als u een item wilt selecteren, gebruikt u de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de knop OK.
2. Selecteer Firmware-update > Bijwerken.
Opmerking:
Schakel Melding in om de printer regelmatig te laten controleren op beschikbare
rmware-updates.
3. Controleer het bericht dat op het scherm wordt weergegeven en druk op de knop OK om het zoeken naar
beschikbare updates te starten.
4. Als op het display wordt weergegeven dat er een
rmware-update
beschikbaar is, volg dan de aanwijzingen op
het scherm om de update te starten.
c
Belangrijk:
Schakel de printer niet uit en trek de stekker niet uit het stopcontact zolang de update bezig is, anders kan de
printer defect raken.
Als de rmware-update niet goed wordt afgerond of mislukt, start de printer niet goed op en wordt
"Recovery Mode" weergegeven op het display de volgende keer dat de printer wordt aangezet. In dit geval
moet u de rmware opnieuw bijwerken maar dan met behulp van een computer. Sluit de printer met een
USB-kabel aan op de computer. Wanneer "Recovery Mode" wordt weergegeven op de printer, kunt u de
rmware niet via een netwerkverbinding bijwerken. Ga op de computer naar uw lokale Epson-website en
download de meest recente alarmberichten. Zie de aanwijzingen op de website voor de volgende stappen.
Toepassingen verwijderen
Meld u aan op uw computer als beheerder. Voer het beheerderswachtwoord in als u hierom wordt gevraagd.
Toepassingen verwijderen — Windows
1. Druk op de knop
P
om de printer uit te zetten.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
142
2. Sluit alle actieve toepassingen.
3. Conguratiescherm openen:
Win d ow s 1 0
Klik op de startknop en selecteer vervolgens Systeem >
Conguratiescherm
.
Windows 8.1/Windows 8
Selecteer Bureaublad > Instellingen >
Conguratiescherm
.
Windows 7/Windows Vista/Windows XP
Klik op de startknop en selecteer Conguratiescherm.
4. Open Een programma verwijderen (of Programma's installeren of verwijderen):
Windows 10/Windows 8.1/Windows 8/Windows 7/Windows Vista
Selecteer Een programma verwijderen in Programma's.
Win d ow s X P
Klik op Programma's installeren of verwijderen.
5. Selecteer de
soware
die u wilt verwijderen.
U kunt het printerstuurprogramma niet verwijderen als er afdruktaken actief zijn. Verwijder de taken of wacht
tot deze zijn afgedrukt voordat u het printerstuurprogramma verwijdert.
6.
De toepassingen verwijderen:
Windows 10/Windows 8.1/Windows 8/Windows 7/Windows Vista
Klik op Ver w ijd ere n/ wi jzi gen of Ve r wij der en .
Win d ow s X P
Klik op Wijzigen/Verwijderen of Ver w ijd eren.
Opmerking:
Als het venster Gebruikersaccountbeheer wordt weergegeven, klikt u op Doorgaan.
7. Volg de instructies op het scherm.
Toepassingen verwijderen — Mac OS
1.
Download de Uninstaller met EPSON Soware Updater.
Als u de Uninstaller hebt gedownload, hoe u deze niet telkens opnieuw te downloaden wanneer u de
toepassing verwijdert.
2. Druk op de knop
P
om de printer uit te zetten.
3. Als u het printerstuurprogramma wilt verwijderen, selecteert u Systeemvoorkeuren in het menu
>
Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen) en vervolgens verwijdert u de printer
uit de printerlijst.
4. Sluit alle actieve toepassingen.
5. Selecteer Start > Toepassingen > Epson Soware > Uninstaller.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
143
6. Selecteer de toepassing die u wilt verwijderen en klik vervolgens op Maak installatie ongedaan.
c
Belangrijk:
De Uninstaller verwijdert alle Epson-inktjetprinterstuurprogramma's van de computer.Als u meerdere Epson
inktjetprinters gebruikt en u enkel bepaalde stuurprogramma's wilt verwijderen, verwijder ze dan eerst
allemaal en installeer dan enkel de vereiste stuurprogramma's.
Opmerking:
Als u de toepassing die u wilt verwijderen niet kunt vinden in de lijst, kunt u deze niet verwijderen met de
Uninstaller.Selecteer in dat geval Start > Toepassingen > Epson Soware, kies de toepassing die wilt verwijderen en
sleep deze vervolgens naar het prullenmandpictogram.
Gerelateerde informatie
& “Hulpprogramma's voor soware-updates (EPSON Soware Updater)” op pagina 140
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
144
Problemen oplossen
De printerstatus controleren
Foutcodes op het lcd-scherm bekijken
Als er een fout optreedt of als er informatie is waarnaar u moet kijken, wordt een code weergegeven op het lcd-
scherm. Als er een code wordt weergegeven, volgt u de onderstaande oplossingen om het probleem op te lossen.
Code Toe sta nd Oplossingen
E-01 Er is een printerfout opgetreden. Open de scannereenheid en verwijder al het papier en
beschermmateriaal uit de printer. Schakel het apparaat uit en
vervolgens weer in.
E-02 Er is een scannerfout opgetreden. Schakel het apparaat uit en vervolgens weer in.
E-12 Een inktkussentje voor randloos
afdrukken moet worden vervangen.
Neem contact op met Epson of een door Epson geautoriseerde
dienstverlener om het inktkussen voor randloos afdrukken te
vervangen*. Dit onderdeel kan niet door de gebruiker worden
vervangen.
Randloos afdrukken is niet beschikbaar. Afdrukken met rand is wel
beschikbaar.
W-01 Er is een papierstoring opgetreden. Verwijder het papier uit de printer en druk op de knop die onder in
het lcd-scherm wordt weergegeven om de fout te wissen. In sommige
gevallen moet u het apparaat uit- en weer inschakelen.
W-12 De inktcartridges verkeerd zijn
geïnstalleerd.
Druk de cartridge goed aan.
W-13 De op het lcd-scherm getoonde
inktcartridge is niet herkend.
Vervang de cartridge. Epson raadt het gebruik van originele Epson-
cartridges aan.
W-14 Een inktkussentje voor randloos
afdrukken is aan het einde van zijn
levensduur.
Neem contact op met Epson of een door Epson geautoriseerde
dienstverlener om het inktkussen voor randloos afdrukken te
vervangen*. Dit onderdeel kan niet door de gebruiker worden
vervangen. Het bericht wordt weergegeven tot het inktkussentje
wordt vervangen.
Druk op de knop
x
om het afdrukken te hervatten.
I-22
Stel Wi-Fi in via Drukknop (WPS).
Druk op de knop op het toegangspunt. Als het toegangspunt geen
knop heeft, open dan het venster met instellingen voor het
toegangspunt en klik op de knop in de software.
I-23
Stel Wi-Fi in via PIN-code (WPS).
Voer binnen twee minuten op het toegangspunt of de computer de
pincode in die op het lcd-scherm wordt weergegeven.
I-31
Stel Wi-Fi in via Wi-Fi Autom.
Verbind.
Installeer de software op uw computer en druk vervolgens op de
knop OK wanneer het instellen van Wi-Fi begint.
I-41
Autom. weerg. pap inst. is
uitgeschakeld. Sommige functies
kunnen niet worden gebruikt.
Als Autom. weerg. pap inst. is uitgeschakeld, kunt u AirPrint niet
gebruiken.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
145
Code Toe sta nd Oplossingen
I-60 Mogelijk ondersteunt uw computer
WSD (Web Services for Devices)
niet.
De functie voor scannen naar de computer (WSD) is alleen
beschikbaar voor computers waarop een Engelstalige versie van
Windows 10, Windows 8.1, Windows 8, Windows 7 of Windows Vista
wordt uitgevoerd. Zorg ervoor dat de printer correct is verbonden
met de computer.
Recovery
Mode
De printer is in de herstelmodus
gestart omdat de
rmware-update
is mislukt.
Volg de onderstaande stappen om opnieuw te proberen de rmware
bij te werken.
1. Sluit de computer en de printer met een USB-kabel op elkaar aan.
(In de herstelmodus kunt u de rmware niet via een
netwerkverbinding bijwerken.)
2. Ga naar uw lokale Epson-website voor verdere instructies.
* Bij sommige afdrukcycli kan een kleine hoeveelheid overtollige inkt op het inktkussentje terechtkomen. Om te
voorkomen dat er inkt uit het kussentje lekt, is de printer ontworpen om het afdrukken te stoppen wanneer het
kussentje de limiet bereikt. Of en hoe vaak dit moet gebeuren, is aankelijk van het aantal pagina's dat u afdrukt
met de optie voor randloos afdrukken. Dat het kussentje moet worden vervangen, wil niet zeggen dat uw printer
niet meer volgens de
specicaties
functioneert. Als het kussentje moet worden vervangen, wordt er op de printer
een melding weergegeven. Het kussentje kan alleen worden vervangen door een erkende Epson-serviceprovider.
De kosten voor deze vervanging vallen niet onder de garantie van Epson.
Gerelateerde informatie
& “Vastgelopen papier verwijderen” op pagina 147
& “Contact opnemen met de klantenservice van Epson” op pagina 184
& “Toepassingen installeren” op pagina 141
De printerstatus controleren - Windows
1. Open het venster van de printerdriver.
2. Klik op EPSON Status Monitor 3 op het tabblad Hulpprogramma's.
Opmerking:
U kunt de printerstatus ook controleren door te dubbelklikken op het printerpictogram op de taakbalk. Als het
printerpictogram niet aan de taakbalk is toegevoegd, klik dan op Controlevoorkeursinstellingen op het tabblad
Hulpprogramma's en selecteer vervolgens Snelkoppelingspictogram registreren op taakbalk.
Als EPSON Status Monitor 3 is uitgeschakeld, klikt u op Extra instellingen op het tabblad Hulpprogramma's en
selecteert u EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
Gerelateerde informatie
& “Windows-printerdriver” op pagina 132
De printerstatus controleren — Mac OS
1. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
146
2. Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open Printerhulpprogramma.
3. Klik op EPSON Status Monitor.
U kunt de printerstatus, het inktpeil en de foutstatus controleren.
De softwarestatus controleren
U kunt het probleem mogelijk oplossen door de soware bij te werken naar de nieuwste versie. Gebruik het
hulpprogramma voor
soware-updates
om de
sowarestatus
te controleren.
Gerelateerde informatie
& “Hulpprogramma's voor soware-updates (EPSON Soware Updater)” op pagina 140
& “Toepassingen installeren” op pagina 141
Vastgelopen papier verwijderen
Controleer de foutmelding die op het bedieningspaneel wordt weergegeven en volg de instructies om het
vastgelopen papier, inclusief afgescheurde stukjes, te verwijderen. Verwijder hierna de foutmelding.
c
Belangrijk:
Verwijder voorzichtig het vastgelopen papier. Het papier krachtdadig verwijderen kan de printer beschadigen.
Vastgelopen papier verwijderen uit de Papiertoevoer achter
Verwijder het vastgelopen papier.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
147
Vastgelopen papier binnen in de printer verwijderen
!
Let op:
Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich
verwonden.
Raak nooit de knoppen van het bedieningspaneel aan als u met uw hand in de printer zit. Als de printer begint te
werken, kunt u zich verwonden. Raak de uitstekende delen niet aan om verwondingen te voorkomen.
1. Open de scannereenheid met de documentkap gesloten.
2. Verwijder het vastgelopen papier.
c
Belangrijk:
Raak de witte, platte kabel of het doorzichtige folie binnen in de printer niet aan. Dit kan een storing
veroorzaken.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
148
3. Sluit de scannereenheid.
De scannereenheid wordt om veiligheidsredenen in twee stappen gesloten.
Opmerking:
De scannereenheid kan niet worden geopend vanuit de hieronder weergegeven positie. Sluit deze volledig voordat u deze
opent.
Vastgelopen papier verwijderen uit het Achterpaneel
1. Verwijder de achterpaneel.
2. Verwijder het vastgelopen papier.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
149
3. Verwijder het vastgelopen papier uit de achterpaneel
4. Laad de achterpaneel in de printer.
Papier wordt niet goed ingevoerd
Controleer de volgende punten en voer de toepasselijke acties uit om het probleem op te lossen.
Plaats de printer op een vlakke ondergrond en gebruik deze in de aanbevolen omgevingsomstandigheden.
Gebruik papier dat door deze printer wordt ondersteund.
Volg de voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking.
Laad niet meer dan het maximale aantal pagina's voor het specieke papiertype.Let er bij gewoon papier op dat
het niet boven de streep met het driehoekje op de zijgeleider komt.
Controleer of de instellingen voor het papierformaat en -type overeenkomen met het werkelijke papierformaat
en -type dat in de printer is geladen.
Plaats geen voorwerpen op de invoerbescherming.
Gerelateerde informatie
&
Omgevingsspecicaties
” op pagina 179
& Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking” op pagina 48
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 49
& “Lijst met papiertypen” op pagina 51
Papier loopt vast
Laad het papier in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen de randen van het papier aan.
Laad één blad papier per keer wanneer u meerdere bladen laadt.
Gerelateerde informatie
& “Vastgelopen papier verwijderen” op pagina 147
&
“Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
150
Papier wordt schuin ingevoerd
Laad het papier in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen de randen van het papier aan.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
Er worden meerdere vellen papier tegelijk uitgevoerd
Laad één vel papier per keer.
Wanneer er verschillende bladen tegelijk worden ingevoerd tijdens handmatig dubbelzijdig afdrukken, haalt u
al het papier uit de printer voordat u het opnieuw laadt.
Foutmelding papier op verschijnt
Als er een foutmelding over lege papierladen optreedt, hoewel er papier in de papiertoevoer achter is geladen, laadt
u het papier dan opnieuw in het midden van de papiertoevoer achter.
Papier wordt uitgeworpen tijdens het afdrukken
Selecteer
Brieoofd
als het papiertype wanneer u
brieoofdpapier
laadt (papier met daarop informatie zoals de
naam van de afzender of een bedrijf in de koptekst).
Problemen met stroomtoevoer en bedieningspaneel
De stroom wordt niet ingeschakeld
Controleer of het netsnoer goed in het stopcontact zit.
Houd de knop
P
iets langer ingedrukt.
De stroom wordt niet uitgeschakeld
Houd de knop
P
iets langer ingedrukt. Als de printer ook hiermee niet uitgaat, haalt u de stekker uit het
stopcontact. Zet de printer weer aan en zet deze vervolgens uit door op de knop
P
te drukken om te voorkomen
dat de printkop uitdroogt.
Stroom schakelt automatisch uit
Selecteer Uitschakelinst. in Instel.en schakel dan de instellingen Uitschakelen indien inactief en Uitschakelen
indien losgekoppeld uit.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
151
Schakel de instelling Uitschakelingstimer in Instel.uit.
Opmerking:
Uw product hee mogelijk de functie Uitschakelinst. of Uitschakelingstimer, aankelijk van de plaats van aankoop.
Het display wordt donker
De printer staat in slaapstand. Druk op een willekeurige knop op het bedieningspaneel om het display weer te
activeren.
Kan niet afdrukken vanaf een computer
De verbinding controleren (USB)
Sluit de USB-kabel goed aan tussen de printer en de computer.
Als u een USB-hub gebruikt, sluit u de printer direct op de computer aan.
Als de USB-kabel niet wordt herkend, gebruikt u een andere poort of een andere USB-kabel.
Probeer het volgende als de printer niet kan afdrukken via een USB-verbinding.
Koppel de USB-kabel los van de computer. Klik met de rechtermuisknop op het printerpictogram op de
computer en selecteer Apparaat verwijderen. Sluit vervolgens de USB-kabel aan op de computer en druk een
testpagina af.
Stel de USB-verbinding opnieuw in aan de hand van de stappen in deze handleiding voor het wijzigen van de
verbindingsmethode met een computer. Zie de koppeling met gerelateerde informatie hieronder voor meer
informatie.
Gerelateerde informatie
& “De verbindingsmethode met een computer wijzigen” op pagina 44
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
152
De verbinding controleren (netwerk)
Wanneer u een andere draadloze router of provider in gebruik hebt genomen of van provider bent gewisseld,
stelt u de netwerkverbindingen voor de printer opnieuw in. Verbind de computer of het smart device via
hetzelfde SSID als de printer.
Schakel de apparaten die u met het netwerk wilt verbinden uit. Wacht circa 10 seconden en schakel de
apparaten in de volgende volgorde weer in: de draadloze router, de computer of het smart device en tenslotte de
printer. Verklein de afstand tussen de printer en de computer of het smart device enerzijds en de draadloze
router anderzijds om de radiocommunicatie te vereenvoudigen, en probeer vervolgens opnieuw de
netwerkinstellingen te congureren.
Druk het netwerkverbindingsrapport af. Zie de koppeling met gerelateerde informatie hieronder voor meer
informatie. Als uit het rapport blijkt dat er geen netwerkverbinding tot stand is gebracht, controleert u het
netwerkverbindingsrapport en volgt u de afgedrukte oplossingen.
Als het aan de printer toegewezen IP-adres 169.254.XXX.XXX is, en het subnetmasker is 255.255.0.0, is het IP-
adres mogelijk niet correct toegewezen. Start de draadloze router opnieuw of stel de netwerkinstellingen van de
printer opnieuw in. Als het probleem hiermee niet is opgelost, raadpleegt u de documentatie van de draadloze
router.
Probeer op de computer een internetpagina te openen om te controleren of de netwerkinstellingen van de
computer correct zijn. Als u geen internetpagina's kunt openen, is er probleem met de computer. Controleer de
netwerkverbinding van de computer.
Gerelateerde informatie
& “Een computer verbinden” op pagina 24
& Een netwerkverbindingsrapport afdrukken” op pagina 37
De software en gegevens controleren
Controleer of een origineel Epson-printerstuurprogramma is geïnstalleerd.Als er geen origineel Epson-
printerstuurprogramma is geïnstalleerd, zijn de functies beperkt.Het wordt aanbevolen een origineel Epson-
printerstuurprogramma te gebruiken.Zie de koppeling met gerelateerde informatie hieronder voor meer
informatie.
Als u een
aeelding
afdrukt die uit een grote hoeveelheid gegevens bestaat, kan de computer een tekort aan
geheugen ondervinden.Druk de
aeelding
af op een lagere resolutie of een kleiner formaat.
Gerelateerde informatie
& “Controleren op originele Epson-printerstuurprogramma's” op pagina 153
& “Toepassingen installeren” op pagina 141
Controleren op originele Epson-printerstuurprogramma's
Via een van de volgende methoden kunt u controleren of op de computer een origineel Epson-
printerstuurprogramma is geïnstalleerd.
Windows
Selecteer
Conguratiescherm
> Apparaten en printers weergeven (Printers, Printers en faxapparaten) en doe
het volgende om het venster voor printservereigenschappen te openen.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
153
Windows 10/Windows 8.1/Windows 8/Windows 7
Klik op het printerpictogram en klik vervolgens op Printservereigenschappen bovenaan het venster.
Windows Vista
Klik met de rechtermuisknop op de map Printers en selecteer vervolgens Als administrator uitvoeren >
Servereigenschappen.
Wi nd ow s X P
Selecteer in het menu Bestand de optie Servereigenschappen.
Klik op het tabblad Stuurprogramma.Als de naam van uw printer in de lijst wordt weergegeven, is een origineel
Epson-printerstuurprogramma op de computer geïnstalleerd.
Mac OS
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en
faxen) en selecteer vervolgens de printer.Klik op Opties en toebehoren, en als het tabblad Opties en het tabblad
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
154
Hulpprogramma worden weergegeven, is er een origineel Epson-printerstuurprogramma op de computer
geïnstalleerd.
Gerelateerde informatie
& “Toepassingen installeren” op pagina 141
De printerstatus controleren vanaf de computer (Windows)
Klik op Wach tr ij op het tabblad Hulpprogramma's van het printerstuurprogramma, en controleer het volgende.
Controleer of er gepauzeerde afdruktaken zijn.
Als overbodige gegevens achterblijven, selecteert u Alle documenten annuleren in het menu Printer.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
155
Zorg ervoor dat de printer niet oine of in wachtstand staat.
Als de printer
oine
is of in wachtstand staat, schakel de relevante instelling dan uit via het menu Printer.
Zorg ervoor dat de printer is geselecteerd als standaardprinter via het menu Printer (er moet een vinkje op het
item staan).
Als de printer niet als standaardprinter is geselecteerd, stelt u deze in als de standaardprinter. Als zich meerdere
pictogrammen bevinden in
Conguratiescherm
> Apparaten en printers weergeven (Printers, Printers en
faxapparaten), raadpleegt u het volgende gedeelte om het pictogram te selecteren.
Voorb eel d)
USB-verbinding: EPSON XXXX-serie
Netwerkverbinding: EPSON XXXX-serie (netwerk)
Als u het printerstuurprogramma. meerdere keren hebt geïnstalleerd, worden er mogelijk kopieën gemaakt van
het printerstuurprogramma. Als er kopieën zijn gemaakt, bijvoorbeeld met de naam "EPSON XXXX-serie
(kopie 1)", klikt u met de rechtermuisknop op het gekopieerde stuurprogrammapictogram en klikt u op
Apparaat verwijderen.
Zorg ervoor dat de printerpoort goed is geselecteerd in Eigenschappen > Poort in het menu Printer. Dit gaat
als volgt.
Selecteer "USBXXX" voor een USB-verbinding of "EpsonNet Print Port" voor een netwerkverbinding.
De printerstatus controleren vanaf de computer (Mac OS)
Zorg ervoor dat de printerstatus niet Pauze is.
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en
faxen), en dubbelklik dan op de printer.Als de printer gepauzeerd is, klikt u op Hervatten (of Printer hervatten).
Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt
congureren
Schakel de apparaten die u met het netwerk wilt verbinden uit. Wacht circa 10 seconden en schakel de
apparaten in de volgende volgorde weer in: de draadloze router, de computer of het smart device en tenslotte de
printer. Verklein de afstand tussen de printer en de computer of het smart device enerzijds en de draadloze
router anderzijds om de radiocommunicatie te vereenvoudigen, en probeer vervolgens opnieuw de
netwerkinstellingen te congureren.
Selecteer Instel. > Netwerkinstellingen > Verbindingscontrole en druk vervolgens het
netwerkverbindingsrapport af. Als er een fout is opgetreden, controleer dan het netwerkverbindingsrapport en
volg de afgedrukte oplossingen.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
156
Gerelateerde informatie
& Een netwerkverbindingsrapport afdrukken” op pagina 37
& “Berichten en oplossingen op het netwerkverbindingsrapport” op pagina 38
Kan geen verbinding maken vanaf apparaten terwijl de
netwerkinstellingen correct zijn
Als u geen verbinding kunt maken tussen de computer of het smart device en de printer terwijl er geen fouten
worden weergegeven in het netwerkverbindingsrapport, controleert u het volgende.
Wanneer u tegelijkertijd meerdere draadloze routers gebruikt, kunt u de printer mogelijk niet gebruiken vanaf
de computer of het smart device vanwege de instellingen van de draadloze routers. Verbind de computer of het
smart device met dezelfde draadloze router als de printer.
Als de tetheringfunctie op het smart device is ingeschakeld, schakelt u deze uit.
Mogelijk kunt u geen verbinding maken met het de draadloze router wanneer deze meerdere SSID's hee en de
apparaten zijn verbonden met andere SSID's op dezelfde draadloze router. Verbind de computer of het smart
device via hetzelfde SSID als de printer.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
157
Een draadloze router die compatibel is met zowel IEEE 802.11a als IEEE 802.11g, hee een SSID voor 2,4 GHz
en 5 GHz. Als u de computer of het smart device verbindt via een 5GHz-SSID, kunt u geen verbinding maken
met de printer omdat deze alleen communicatie via 2,4 GHz ondersteunt. Verbind de computer of het smart
device via hetzelfde SSID als de printer.
De meeste draadloze routers hebben een functie voor privacyscheiding waarmee communicatie tussen
verbonden apparaten wordt geblokkeerd. Als er geen communicatie mogelijk is tussen de printer en de
computer of het smart device, terwijl deze zijn verbonden met hetzelfde netwerk, schakelt u de privacyscheiding
op de draadloze router uit. Zie voor meer informatie de bij de draadloze router geleverde handleiding.
Gerelateerde informatie
& “De SSID controleren waarmee de printer is verbonden” op pagina 158
& “De SSID voor de computer controleren” op pagina 159
De SSID controleren waarmee de printer is verbonden
U kunt de SSID controleren door een netwerkverbindingsrapport of netwerkstatusvel af te drukken of in Web
Cong.
Gerelateerde informatie
& Een netwerkverbindingsrapport afdrukken” op pagina 37
& “Een netwerkstatusvel afdrukken” op pagina 44
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
158
De SSID voor de computer controleren
Windows
Klik op
in het taakvak van de desktop. Controleer de naam van de verbonden SSID in de lijst die wordt
weergegeven.
Mac OS
Klik op het Wi-Fi-pictogram boven in het computerscherm. Er wordt een lijst met SSID's weergegeven en de
verbonden SSID is gemarkeerd met een vinkje.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
159
Verbindingen via een draadloos netwerk (Wi-Fi) worden instabiel
bij gebruik van USB 3.0-apparaten op een Mac
Wanneer u een apparaat aansluit op de USB 3.0-poort van een Mac, kan interferentie op de radiofrequentie
optreden. Ga als volgt te werk als u geen verbinding kunt maken met een draadloos netwerk (Wi-Fi) of als de
bewerkingen niet zonder storingen kunnen worden uitgevoerd.
Plaats het apparaat dat op de USB 3.0-poort is aangesloten verder weg van de computer.
Als de printer het 5GHz-frequentiebereik ondersteunt, stelt u de SSID in voor verbinding met het 5GHz-bereik.
Gerelateerde informatie
& “Wi-Fi-specicaties” op pagina 177
Kan niet afdrukken vanaf een iPhone, iPad of iPod
touch
Verbind de iPhone, iPad of iPod touch met hetzelfde netwerk (SSID) als de printer.
Schakel Autom. weerg. pap inst. in de volgende menu's in.
Instel. > Printerinstallatie > Papierbroninst. > Autom. weerg. pap inst.
Schakel de instelling AirPrint in Web Cong in.
Gerelateerde informatie
&
“Een smart device verbinden” op pagina 25
&
“Toepassing voor het congureren van printerbewerkingen (Web Cong)” op pagina 130
Afdrukproblemen
De afdruk is gekrast of er ontbreken kleuren
Als u de printer langere tijd niet hebt gebruikt, kunnen de spuitkanaaltjes van de printkop verstopt raken en
worden inktdruppels mogelijk niet doorgelaten. Voer een spuitstukcontrole uit en reinig dan de printkop als er
spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zitten.
Gerelateerde informatie
& De printkop controleren en reinigen” op pagina 117
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
160
Er verschijnen strepen of onverwachte kleuren
De spuitkanaaltjes van de printkop zijn mogelijk verstopt. Voer een spuitkanaaltjescontrole uit om na te gaan of de
printkoppen verstopt zijn. Reinig de printkop als er spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zijn.
Gerelateerde informatie
& De printkop controleren en reinigen” op pagina 117
Gekleurde streepvorming zichtbaar met een tussenafstand van
ongeveer 2.5 cm
Selecteer de geschikte papiertype-instelling voor het papiertype dat in de printer is geladen.
Lijn de printkop uit met gebruik van de functie Horizontale uitlijning.
Wanneer u afdrukt op gewoon papier, drukt u af met een hogere kwaliteitsinstelling.
Gerelateerde informatie
& “Lijst met papiertypen” op pagina 51
& “De printkop uitlijnen” op pagina 119
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
161
Onscherpe afdrukken, verticale strepen of verkeerde uitlijning
Lijn de printkop uit met gebruik van de functie Verticale uitlijning.
Gerelateerde informatie
&
“De printkop uitlijnen” op pagina 119
De afdrukkwaliteit is niet verbeterd na uitlijning van de printkop
Bidirectioneel (of snel) afdrukken wil zeggen dat de printkop in beide richtingen afdrukt. Verticale lijnen worden
mogelijk niet goed uitgelijnd.Als de afdrukkwaliteit niet toeneemt, schakel dan het bidirectioneel afdrukken (of
afdrukken op hoge snelheid) uit.Wanneer u deze instelling uitschakelt, kan de afdruksnelheid dalen.
Wi n d o w s
Hef de selectie op van Hoge snelheid op het tabblad Meer opties van het printerstuurprogramma.
Mac OS
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken
en faxen) en selecteer vervolgens de printer.Klik op Opties en toebehoren > Opties (of
Stuurprogramma).Selecteer Uit voor Afdrukken met hoge snelheid.
Afdrukkwaliteit is slecht
Controleer het volgende als de afdrukkwaliteit slecht is vanwege wazige afdrukken, zichtbare strepen, ontbrekende
kleuren, vervaagde kleuren en verkeerde uitlijning op de afdrukken.
De printer controleren
Voer een spuitstukcontrole uit en reinig dan de printkop als er spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zitten.
Lijn de printkop uit.
Het papier controleren
Gebruik papier dat door deze printer wordt ondersteund.
Niet afdrukken op papier dat vochtig, beschadigd of te oud is.
Druk het papier of de enveloppe plat als het papier gekruld is of de enveloppe lucht bevat.
Het papier niet meteen stapelen na het afdrukken.
Laat de afdrukken volledig drogen voor u ze wegsteekt of uitstalt. Vermijd direct zonlicht, gebruik geen droger
en raak de afgedrukte zijde van het papier niet aan tijdens het drogen van de afdrukken.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
162
Epson raadt aan om origineel Epson-papier te gebruik in plaats van gewoon papier voor het afdrukken van
aeeldingen
of foto's. Druk op de afdrukbare zijde van het originele Epson-papier.
De printerinstellingen controleren
Selecteer de geschikte papiertype-instelling voor het papiertype dat in de printer is geladen.
Druk af met een hogere kwaliteit als instelling.
De inktcartridge controleren
Het is raadzaam de cartridge te gebruiken vóór de datum die op de verpakking wordt vermeld.
U krijgt de beste resultaten als u de cartridge verbruikt binnen zes maanden na het openen van de verpakking.
Gebruik bij voorkeur originele Epson-cartridges. Dit product is ontworpen om kleuren aan te passen gebaseerd
op het gebruik van originele Epson-cartridges. De afdrukkwaliteit kan verslechteren wanneer niet-originele
cartridges worden gebruikt.
Gerelateerde informatie
& De printkop controleren en reinigen” op pagina 117
&
“De printkop uitlijnen” op pagina 119
&
“Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 49
& “Lijst met papiertypen” op pagina 51
& Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking” op pagina 48
Papier vertoont vlekken of is bekrast
Wanneer u horizontale streepvorming ziet of wanneer u vlekken krijgt op de boven- of onderkant van het
papier, laad het papier dan in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen het papier.
Wanneer u verticale streepvorming ziet, reinig dan het papiertraject.
Plaats het papier op een vlakke ondergrond om te controleren of het is opgekruld. Maak het plat indien dit het
geval is.
Zorg ervoor dat de inkt volledig gedroogd is voordat u het papier opnieuw laadt bij het handmatig dubbelzijdig
afdrukken.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
163
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
& “Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken” op pagina 119
Vlekken op het papier bij automatisch dubbelzijdig afdrukken
Wanneer u automatisch dubbelzijdig afdrukt en gegevens met een hoge dichtheid wilt afdrukken, zoals
aeeldingen en graeken, verlaag dan de afdrukdichtheid en verhoog de droogtijd.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor Printerinstallatie” op pagina 125
Afgedrukte foto's zijn plakkerig
Mogelijk drukt u af op de verkeerde zijde van het papier. Controleer of u op de afdrukzijde afdrukt.
Wanneer u op de verkeerde zijde van fotopapier afdrukt, moet u de papierbaan reinigen.
Gerelateerde informatie
& “Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken” op pagina 119
Afbeeldingen of foto's worden afgedrukt met de verkeerde kleuren
Bij het afdrukken vanuit het Windows-printerstuurprogramma, wordt de automatische fotoaanpassingsinstelling
van Epson standaard toegepast, aankelijk van de papiersoort. Pas de instelling eventueel aan.
Selecteer op het tabblad Meer opties Aangepast in Kleurcorrectie, en klik vervolgens op Geavanceerd. Wijzig de
instelling Scènecorrectie in Automat. correctie naar een van de andere opties. Als aanpassing van deze instelling
niet werkt, gebruik dan een andere kleurcorrectiemethode dan PhotoEnhance in Kleurenbeheer.
Gerelateerde informatie
& “De afdrukkleur aanpassen” op pagina 76
De kleuren verschillen van wat u op het scherm ziet
Weergaveapparaten zoals computerschermen hebben hun eigen weergave-eigenschappen. Als het scherm niet
goed is gekalibreerd, wordt de
aeelding
niet met de juiste helderheid en kleuren weergegeven. Pas de
eigenschappen van het apparaat aan.
Licht dat op het scherm schijnt,
hee
invloed op de manier waarop de
aeelding
op het scherm wordt
weergegeven. Vermijd direct zonlicht en bevestig de aeelding wanneer u zeker bent van een juiste belichting.
Kleuren kunnen afwijken van wat u ziet op een smart device zoals een smartphone of tablet met een hoog-
resolutiescherm.
De kleuren op een scherm zijn niet precies hetzelfde als de kleuren op papier omdat het weergaveapparaat en de
printer verschillende processen voor het produceren van kleuren hebben.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
164
Kan niet afdrukken zonder marges
Geef in de afdrukinstellingen aan dat u randloos wilt afdrukken. Als u een papiertype selecteert waarbij randloos
afdrukken niet mogelijk is, kunt u Randloos niet selecteren. Selecteer een papiertype dat randloos afdrukken
ondersteunt.
Gerelateerde informatie
& Menuopties voor kopiëren” op pagina 84
& “Basisprincipes voor afdrukken — Windows” op pagina 59
&
“Basisprincipes — Mac OS” op pagina 61
Randen van de afbeelding vallen weg bij het randloos afdrukken
Tijdens randloos afdrukken wordt de aeelding iets vergroot en het uitstekende gebied bijgesneden.Selecteer een
kleinere vergroting.
Bedieningspaneel
Wij zi g d e i nst el li ng bi j Uitbreiding.
Wi n d o w s
Klik op Instellingen naast het selectievakje Randloos op het tabblad Hoofdgroep van het
printerstuurprogramma en wijzig vervolgens de instellingen.
Mac OS
Pas de instelling Uitbreiding aan in het menu Printerinstellingen van het afdrukvenster.
Gerelateerde informatie
& Menuopties voor kopiëren” op pagina 84
Positie, formaat of marges van de afdruk zijn niet juist
Laad het papier in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen de randen van het papier aan.
Bij het plaatsen van de originelen op de scannerglasplaat moet u de hoek van het origineel uitlijnen met de hoek
die aangeduid is d.m.v. een symbool op de rand van de scannerglasplaat. Als de randen van de kopie
bijgesneden zijn, verschui u het origineel wat weg van de hoek.
Wanneer u de originelen op de scannerglasplaat legt, reinig dan de scannerglasplaat en de documentkap met
een zachte droge doek. Vlekken en stof op het glas kunnen in het kopieergedeelte worden opgenomen, wat een
verkeerde kopieerpositie of kleine
aeelding
tot gevolg kan hebben.
Selecteer de juiste instelling voor het papierformaat.
Pas de marge-instelling in de toepassing aan zodat deze binnen het afdrukgebied valt.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
165
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 51
& “Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen” op pagina 55
& De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 120
& “Afdrukgebied” op pagina 175
Afgedrukte tekens zijn niet juist of onleesbaar
Sluit de USB-kabel goed aan tussen de printer en de computer.
Annuleer gepauzeerde afdruktaken.
Zet de computer niet handmatig in de Stand-by- of Slaap-stand tijdens het afdrukken. Als u de computer
opnieuw opstart, worden er mogelijk onleesbare pagina's afgedrukt.
Als u het printerstuurprogramma gebruikt dat u eerder hebt gebruikt, worden mogelijk onleesbare tekens
afgedrukt. Controleer of het gebruikte printerstuurprogramma deze printer ondersteunt. Controleer de printer
boven in het venster van het printerstuurprogramma.
De afgedrukte afbeelding is omgekeerd
Hef de selectie van instellingen voor het spiegelen van aeeldingen op in het printerstuurprogramma of de
toepassing.
Wi n d o w s
Hef de selectie op van Spiegel aeelding in het tabblad Meer opties van het printerstuurprogramma.
Mac OS
Hef de selectie op van Spiegel aeelding in het menu Printerinstellingen van het afdrukdialoog.
Mozaïekachtige patronen op de afdrukken
Gebruik gegevens met een hoge resolutie als u aeeldingen of foto's afdrukt. Aeeldingen op websites gebruiken
meestal een lage resolutie terwijl ze goed lijken op de display. Hierdoor kan de afdrukkwaliteit afnemen.
Op de gekopieerde afdruk verschijnen ongelijke kleuren, vegen,
vlekken of rechte lijnen
Reinig het papiertraject.
Reinig de scannerglasplaat.
Druk niet te hard op het originele bestand of het documentdeksel wanneer u de originelen op de
scannerglasplaat legt.
Wanneer er vlekken op het papier zijn, verlaagt u de instelling voor de kopieerdichtheid.
Gerelateerde informatie
& “Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken” op pagina 119
& De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 120
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
166
& Menuopties voor kopiëren” op pagina 84
Er verschijnt een webachtig patroon (ook wel "moiré" genoemd) op
de gekopieerde afbeelding
Verander de instelling voor vergroten en verkleinen of plaats het origineel onder een iets andere hoek.
De achterkant van het origineel is te zien op de gekopieerde
afbeelding
Plaats een dun origineel op de scannerglasplaat en leg hier vervolgens een vel zwart papier overheen.
Verlaag de instelling voor de kopieerdichtheid op het bedieningspaneel.
Gerelateerde informatie
& Menuopties voor kopiëren” op pagina 84
Het probleem kon niet worden opgelost
Als u alle onderstaande oplossingen hebt geprobeerd en het probleem is nog steeds niet opgelost, verwijder dan de
printerdriver en installeer deze opnieuw.
Overige afdrukproblemen
Afdrukken verloopt te traag
Sluit alle onnodige toepassingen.
Stel een lagere kwaliteit in. Afdrukken met hoge kwaliteit duurt langer.
Schakel de bidirectionele (of hogesnelheids-)instelling in. Wanneer deze instelling is geselecteerd, drukt de
printkop in beide richtingen af, en verhoogt de afdruksnelheid.
Wi n d o w s
Selecteer Hoge snelheid op het tabblad Meer opties van het printerstuurprogramma.
Mac OS
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of
Stuurprogramma). Selecteer Aan voor Afdrukken met hoge snelheid.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
167
Deactiveer de stille modus. Wanneer deze functie actief is, daalt de afdruksnelheid.
Bedieningspaneel
Selecteer in het startscherm
en schakel vervolgens Stille modus uit.
Wi n d o w s
Selecteer Uit bij Stille modus op het tabblad Hoofdgroep van het printerstuurprogramma.
Mac OS
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of
Stuurprogramma). Selecteer Uit voor Stille modus.
De afdruk- of kopieersnelheid neemt sterk af tijdens een continue
bewerking
Het afdrukken of kopiëren wordt vertraagd om oververhitting van en schade aan het printermechanisme te
voorkomen. U kunt echter gewoon doorgaan de bewerking. Als u de normale snelheid wilt herstellen, laat u de
printer ten minste 30 minuten inactief. De snelheid wordt niet hersteld als de stroom is uitgeschakeld.
Kan het afdrukken niet annuleren vanaf een computer met Mac OS
X 10.6.8
Geef de volgende instellingen op als u het afdrukken vanaf de computer wilt stoppen.
Voer Web Cong uit en selecteer vervolgens Port9100 als instelling bij Protocol Topprioriteit in AirPrint
instellen. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en scannen), verwijder de printer en voeg de printer opnieuw toe.
Kan niet beginnen met scannen
Sluit de USB-kabel goed aan tussen de printer en de computer. Als u een USB-hub gebruikt, sluit u de printer
direct op de computer aan.
Als u met een hoge resolutie scant via een netwerk, kan een communicatiefout optreden. Verlaag de resolutie.
Controleer of de juiste printer (scanner) is geselecteerd in Epson Scan 2.
Controleer of de printer wordt herkend met Windows
Controleer in Windows of de printer (scanner) in Scanner en camera's wordt weergegeven. De printer (scanner)
moet worden weergegeven als “EPSON XXXXX (printernaam)”. Als de printer (scanner) niet wordt weergegeven,
verwijdert u Epson Scan 2 en installeert u de toepassing opnieuw. Zie het volgende om Scanners en camera's te
openen.
Wi nd ow s 1 0
Klik op de startknop en selecteer Systeem >
Conguratiescherm
, voer “Scanners en camera's” in de charm
“Zoeken, klik op Scanners en camera's weergeven en controleer of de printer wordt weergegeven.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
168
Windows 8.1/Windows 8
Selecteer Bureaublad > Instellingen >
Conguratiescherm
, voer in charm Zoeken “Scanner en camera's” in,
klik op Scanners en camera's weergeven en controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Wi nd ow s 7
Klik op de knop Start en selecteer Conguratiescherm, voer in charm Zoeken “Scanners en camera's” in, klik
op Scanners en camera's weergeven en controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Windows Vista
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Hardware en geluiden > Scanners en camera's en
controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Wi nd ow s X P
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Printers en andere hardware > Scanners en camera's
en controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Gerelateerde informatie
& Toepassingen verwijderenop pagina 142
& “Toepassingen installeren” op pagina 141
Kan scannen niet starten via bedieningspaneel
Controleer of Epson Scan 2 en Epson Event Manager goed zijn geïnstalleerd.
Controleer de scaninstelling die in Epson Event Manager is toegewezen.
Problemen met gescande afbeeldingen
Ongelijke kleuren, vuil, vlekken, enzovoort worden weergegeven
bij scannen vanaf de glasplaat van de scanner
Reinig de glasplaat van de scanner.
Verwijder al het afval of vuil dat blij kleven aan het origineel.
Druk niet met teveel kracht op het origineel of de documentklep. Als u met teveel kracht drukt, kunnen
vervagingen, vegen en vlekken optreden.
Gerelateerde informatie
&
“De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 120
De afbeeldingskwaliteit is ruw
Stel de Modus in Epson Scan 2 in op basis van het origineel dat u wilt scannen. Scan met de instellingen voor
documenten in Documentmodus en met de instellingen voor foto's in Fotomodus.
Pas in Epson Scan 2 de
aeelding
aan met de items op het tabblad Geavanceerde instellingen en scan het
document.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
169
Als de resolutie te laag is, verhoogt u de resolutie en scant u opnieuw.
Gerelateerde informatie
& “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 93
De oset schijnt door in de achtergrond van afbeeldingen
Aeeldingen op de achterzijde van het origineel kunnen zichtbaar zijn in de gescande aeelding.
Selecteer in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en pas vervolgens de Helderheid aan.
Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, aankelijk van de instellingen op het tabblad Hoofdinstellingen >
Beeldtype of andere instellingen op het tabblad Geavanceerde instellingen.
Selecteer in Documentmodus in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en vervolgens
Beeldoptie > Tekst verb eteren.
Wanneer u scant vanaf de glasplaat, plaatst u dan een vel zwart papier of een schrijlok op het origineel.
Gerelateerde informatie
& “Originelen plaatsen” op pagina 55
De tekst is onscherp
Selecteer in Documentmodus in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en vervolgens
Beeldoptie > Tekst verb eteren.
Selecteer Documentmodus als Modus in Epson Scan 2. Scan met de instellingen voor documenten in
Documentmodus.
Wanneer in Documentmodus in Epson Scan 2 de optie Beeldtype op het tabblad Hoofdinstellingen is
ingesteld op Zwart-wit, past u de optie Drempelwaarde op het tabblad Geavanceerde instellingen aan.
Wanneer u de Drempelwaarde verhoogt, worden zwarte gedeelten groter.
Als de resolutie te laag is, verhoogt u de resolutie en scant u opnieuw.
Gerelateerde informatie
& “Documenten scannen (Documentmodus)” op pagina 93
Moiré-patronen (webachtige schaduwen) verschijnen
Als het origineel een afgedrukt document is, kunnen moiré-patronen (webachtige schaduwen) verschijnen in de
gescande
aeelding.
Op het tabblad Geavanceerde instellingen in Epson Scan 2, selecteert u Ontrasteren.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
170
Wijzig de resolutie en scan vervolgens opnieuw.
Gerelateerde informatie
& “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 93
Kan het juiste gebied niet scannen op de glasplaat
Zorg dat het origineel correct tegen het uitlijningsteken is geplaatst.
Als de rand van de gescande aeelding ontbreekt, verplaatst u het origineel iets naar het midden van de
glasplaat.
Wanneer u meerdere originelen op de glasplaat plaatst, houd dan een ruimte van ten minste 20 mm (0,79 inch)
aan tussen de originelen.
Wanneer u vanaf het bedieningspaneel scant en de functie voor automatisch bijsnijden selecteert, verwijder dan
eventueel aanwezig stof of vuil van de glasplaat en het deksel. Als zich rond het origineel stof of vuil bevindt,
wordt het scanbereik zodanig vergroot dat het stof of vuil ook wordt gescand.
Gerelateerde informatie
& “Originelen plaatsen” op pagina 55
&
“De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 120
Kan geen voorbeeld weergeven in Thumbnail
Wanneer u meerdere originelen op de glasplaat plaatst, houd dan een ruimte van ten minste 20 mm (0,79 inch)
aan tussen de originelen.
Controleer of het origineel recht is geplaatst.
Aankelijk van het origineel is weergave van een voorbeeld in umbnail wellicht niet mogelijk. Schakel in dat
geval het selectievakje umbnail boven in het voorbeeldvenster uit om het volledige gescande gebied weer te
geven en maak vervolgens handmatig een selectiekader.
Gerelateerde informatie
& “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 93
Tekst wordt niet correct herkend wanneer ik opsla als een
Searchable PDF
Controleer in het venster Aeeldingsformaatopties in Epson Scan 2 of de Taal correct is ingesteld op het
tabblad Te ks t .
Controleer of het origineel recht is geplaatst.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
171
Gebruik een origineel met duidelijk leesbare tekst. Tekstherkenning kan bij de volgende soorten originelen
weigeren.
Originelen die een aantal keer zijn gekopieerd
Originelen die per fax zijn ontvangen (met een lage resolutie)
Originelen waarvan de letter- of regelafstand te klein is
Originelen met lijnen of onderstreping
Originelen met handgeschreven tekst
Originelen met vouwen of kreukels
Wanneer in Documentmodus in Epson Scan 2 de optie Beeldtype op het tabblad Hoofdinstellingen is
ingesteld op Zwart-wit, past u de optie Drempelwaarde op het tabblad Geavanceerde instellingen aan.
Wanneer u de Drempelwaarde verhoogt, wordt zwart dieper.
Selecteer in Documentmodus in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en vervolgens
Beeldoptie > Tekst verb eteren.
Gerelateerde informatie
&
“Documenten scannen (Documentmodus)” op pagina 93
Problemen in gescande afbeelding kunnen niet worden opgelost
Als u alle oplossingen al hebt geprobeerd, maar het probleem nog steeds niet hebt opgelost, herstelt u de
standaardinstellingen van Epson Scan 2 met Epson Scan 2 Utility.
Opmerking:
Epson Scan 2 Utility is een toepassing die bij Epson Scan 2 wordt geleverd.
1. Start Epson Scan 2 Utility.
Win d ow s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens EPSON > Epson Scan 2 Utility.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de soware in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Windows 7/Windows Vista/Windows XP
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle programma's of Programma's > EPSON > Epson Scan
2 > Epson Scan 2 Utility.
Mac OS
Selecteer Start > Toepassingen > Epson Soware > Epson Scan 2 Utility.
2. Selecteer het tabblad Andere.
3. Klik op Reset.
Opmerking:
Als het probleem niet wordt opgelost door het herstellen van de standaardinstellingen, verwijdert u Epson Scan 2 en
installeert u het programma opnieuw.
Gerelateerde informatie
& Toepassingen verwijderenop pagina 142
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
172
& “Toepassingen installeren” op pagina 141
Andere scanproblemen
Scannen verloopt te traag
Verlaag de resolutie.
Gerelateerde informatie
& “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 93
De scansnelheid neemt sterk af tijdens het continu scannen
Het scannen wordt vertraagd om oververhitting van en schade aan het printermechanisme te voorkomen. U kunt
echter gewoon doorgaan met scannen. Als u de normale scansnelheid wilt herstellen, laat u de printer ten minste
30 minuten inactief. De scansnelheid wordt niet hersteld als de stroom is uitgeschakeld.
Scannen stopt bij het scannen naar een PDF/Multi-TIFF
Wanneer u scant met Epson Scan 2, kunt u continu maximaal 999 pagina's in PDF-indeling en 200 pagina's in
Multi-TIFF-indeling scannen.
We raden aan om in grijstinten te scannen bij het scannen van grote hoeveelheden.
Zorg voor genoeg beschikbare ruimte op de harde schijf van de computer. Het scannen kan ophouden als er niet
genoeg beschikbare ruimte is.
Probeer op een lagere resolutie te scannen. Het scannen stopt als de maximaal toegelaten gegevensgrootte wordt
overschreden.
Gerelateerde informatie
& “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 93
Overige problemen
Lichte elektrische schok wanneer u de printer aanraakt
Als er vele randapparaten op de computer zijn aangesloten, kunt u een lichte elektrische schok krijgen wanneer u
de printer aanraakt. Installeer een aardingskabel naar de computer die op de printer is aangesloten.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
173
Printer maakt veel lawaai tijdens werking
Als de printer te veel lawaai maakt, schakelt u Stille modus in. Met deze functie ingeschakeld ligt de
afdruksnelheid mogelijk lager.
Bedieningspaneel
Selecteer in het startscherm
en schakel vervolgens Stille modus in.
Wi n d o w s - p r i n t e r d r i v e r
Schakel Stille modus in op het tabblad Hoofdgroep.
Mac OS-printerdriver
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken
en faxen) en selecteer vervolgens de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of Stuurprogramma).
Selecteer Aan voor Stille modus.
Software wordt geblokkeerd door een
rewall
(alleen Windows)
Maak van de toepassing een door Windows Firewall toegelaten programma in de beveiligingsinstellingen in het
Conguratiescherm.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
174
Bijlage
Technische
specicaties
Printer specicaties
Plaatsing van spuitstuk van printkop Spuitkanaaltjes voor zwarte inkt: 180
Spuitkanaaltjes voor gekleurde inkt: 59 voor elke kleur
Gewicht van het
papier
*
Gewoon papier 64 tot 90 g/m (17 tot 24 lb)
Enveloppen Enveloppe #10, DL, C6: 75 tot 90 g/m (20 tot 24 lb)
* Zelfs als de papierdikte zich binnen dit bereik bevindt, wordt het papier mogelijk niet in de printer ingevoerd of kan de
afdrukkwaliteit verminderen, afhankelijk van de papiereigenschappen of -kwaliteit.
Afdrukgebied
Afdrukgebied voor losse vellen
Afdrukkwaliteit kan afnemen in de gearceerde gedeelten vanwege het printermechanisme.
Afdrukken met randen
A 3.0 mm (0.12 in.)
B 3.0 mm (0.12 in.)
C 41.0 mm (1.61 in.)
D 37.0 mm (1.46 in.)
Randloos afdrukken
A 44.0 mm (1.73 in.)
B 40.0 mm (1.57 in.)
Gebruikershandleiding
Bijlage
175
Afdrukgebied voor enveloppen
Afdrukkwaliteit kan afnemen in de gearceerde gedeelten vanwege het printermechanisme.
A 3.0 mm (0.12 in.)
B 5.0 mm (0.20 in.)
C 18.0 mm (0.71 in.)
D 41.0 mm (1.61 in.)
Scannerspecicaties
Type scanner Flatbed
Foto-elektrisch apparaat CIS
Maximaal documentformaat 216×297 mm (8.5×11.7 inch)
A4, Letter
Resolutie 1200 dpi (hoofdscan)
2400 dpi (subscan)
Kleurdiepte Kleur
48 bits per pixel intern (16 bits per pixel per interne kleur)
24 bits per pixel extern (8 bits per pixel per externe kleur)
Grijstinten
16 bits per pixel per intern
8 bits per pixel per extern
Zwart-wit
16 bits per pixel per intern
1 bits per pixel per extern
Lichtbron LED
Interface-specicaties
Voor computer USB Hi-Speed
Gebruikershandleiding
Bijlage
176
Lijst met netwerkfuncties
Netwerkfuncties en IPv4/IPv6
Functies Ondersteund Opmerkingen
Afdrukken via
netwerk
EpsonNet Print (Windows) IPv4 -
Standard TCP/IP (Windows) IPv4, IPv6 -
Afdrukken via WSD
(Windows)
IPv4, IPv6 Windows Vista of
hoger
Afdrukken via Bonjour (Mac
OS)
IPv4, IPv6 -
IPP-afdrukken (Windows,
Mac OS)
IPv4, IPv6 -
UPnP-afdrukken IPv4 - Informatie-
apparaat
PictBridge-afdrukken (Wi-Fi) IPv4 - Digitale camera
Epson Connect (afdrukken
vanuit e-mail, afdrukken op
afstand)
IPv4 -
AirPrint (iOS, Mac OS) IPv4, IPv6 iOS 5 of hoger, Mac
OS X v10.7 of hoger
Google Cloud Print IPv4, IPv6 -
Scannen via het
netwerk
Epson Scan 2 IPv4, IPv6 -
Event Manager IPv4 -
Epson Connect (naar de
cloud scannen)
IPv4 - -
AirPrint (scannen) IPv4, IPv6 OS X Mavericks of
hoger
Faxen Fax verzenden IPv4 - -
Fax ontvangen IPv4 - -
AirPrint (faxafdruk) IPv4, IPv6 - -
Wi-Fi-specicaties
Normen
IEEE 802.11b/g/n
*1
Frequentiebereik 2,4 GHz
Maximaal uitgezonden
radiofrequentievermogen
20 dBm (EIRP)
Coördinatiemodi
Infrastructuur, Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt)
*2*3
Gebruikershandleiding
Bijlage
177
Draadloze beveiliging
*4
WEP (64/128bit), WPA2-PSK (AES)
*5
*1 IEEE 802.11n is alleen beschikbaar voor de HT20.
*2 Niet ondersteund voor IEEE 802.11b.
*3 De modus voor eenvoudig toegangspunt is compatibel met een Wi-Fi-verbinding (infrastructuur).
*4 Wi-Fi Direct ondersteunt alleen WPA2-PSK (AES).
*5 Voldoet aan WPA2-standaarden met ondersteuning voor WPA/WPA2 Personal.
Beveiligingsprotocol
SSL/TLS HTTPS Server/Client, IPPS
Ondersteunde services van derden
AirPrint Afdrukken iOS 5 of later/Mac OS X v10.7.x of later
Scannen OS X Mavericks of hoger
Google Cloud Print
Dimensies
Dimensies Opslagruimte
Breedte: 375 mm (14.8 in.)
Diepte: 300 mm (11.8 in.)
Hoogte: 170 mm (6.7 in.)
Afdrukken
Breedte: 375 mm (14.8 in.)
Diepte: 578 mm (22.8 in.)
Hoogte: 242 mm (9.5 in.)
Gewicht
*
Ongev. 4.3 kg (9.5 lb)
* Zonder de inktpatronen en de stroomkabel.
Elektrische specicaties
Model Model 100 tot 240 V Model 220 tot 240 V
Nominaal frequentiebereik 50 tot 60 Hz 50 tot 60 Hz
Nominale stroom 0.4 tot 0.2 A 0.2 A
Gebruikershandleiding
Bijlage
178
Stroomverbruik (met USB-aansluiting) Kopiëren zonder computer: ca. 12.0 W
(ISO/IEC24712)
Gereedmodus: ca. 5.0 W
Slaapmodus: ca. 0.8 W
Uitschakelen: ca. 0.3 W
Kopiëren zonder computer: ca. 12.0 W
(ISO/IEC24712)
Gereedmodus: ca. 5.0 W
Slaapmodus: ca. 0.8 W
Uitschakelen: ca. 0.3 W
Opmerking:
Controleer het label op de printer voor de juiste spanning.
Voor gebruikers in Europa: raadpleeg de volgende website voor meer informatie over stroomverbruik.
http://www.epson.eu/energy-consumption
Omgevingsspecicaties
Gebruik Gebruik de printer in het bereik weergegeven in de volgende graek.
Temperatuur: 10 tot 35°C (50 tot 95°F)
Luchtvochtigheid: 20 tot 80% RH (zonder condensatie)
Opslagruimte
Temperatuur: -20 tot 40°C (-4 tot 104°F)
*
Luchtvochtigheid: 5 tot 85% RV (zonder condensatie)
* Opslag bij 40°C (104°F) is mogelijk voor één maand.
Milieuspecicaties voor de inktpatronen
Opslagtemperatuur
-30 tot 40 °C (-22 tot 104 °F)
*
Vriestemperatuur -16 °C (3.2 °F)
De inkt ontdooit en is na ca. 3 uur bij 25 °C (77 °F) bruikbaar.
* Opslag bij 40 °C (104 °F) is mogelijk voor één maand.
Systeemvereisten
Windows 10 (32-bits, 64-bits)/Windows 8.1 (32-bits, 64-bits)/Windows 8 (32-bits, 64-bits)/Windows 7 (32-bits,
64-bits)/Windows Vista (32-bits, 64-bits)/Windows XP SP3 of hoger (32-bits)/Windows XP Professional x64
Edition SP2 of hoger
macOS Mojave/macOS High Sierra/macOS Sierra/OS X El Capitan/OS X Yosemite/OS X Mavericks/OS X
Mountain Lion/Mac OS X v10.7.x/Mac OS X v10.6.8
Gebruikershandleiding
Bijlage
179
Opmerking:
Mac OS biedt mogelijk geen ondersteuning voor sommige toepassingen en functies.
Het UNIX-bestandssysteem (UFS) voor Mac OS wordt niet ondersteund.
Regelgevingsinformatie
Normen en goedkeuringen
Normen en goedkeuringen voor Europees model
Voor gebruikers in Europa
Seiko Epson Corporation verklaart hierbij dat de volgende radioapparatuur voldoet aan Richtlijn 2014/53/EU. De
volledige tekst van de Verklaring van conformiteit met EU-richtlijnen is beschikbaar via de volgende website.
http://www.epson.eu/conformity
C636A
Alleen voor gebruik in Ierland, Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Duitsland, Liechtenstein, Zwitserland, Frankrijk,
België, Luxemburg, Nederland, Italië, Portugal, Spanje, Denemarken, Finland, Noorwegen, Zweden, IJsland,
Kroatië, Cyprus, Griekenland, Slovenië, Malta, Bulgarije, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen,
Roemenië en Slowakije.
Epson aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid wanneer aan de beschermingsvereisten
areuk
wordt gedaan
ten gevolge van een niet-geautoriseerde wijziging aan de producten.
Normen en goedkeuringen voor Australisch model
EMC AS/NZS CISPR32 Class B
Epson verklaart hierbij dat volgende modellen van dit apparaat voldoen aan de essentiële vereisten en andere
relevante bepalingen in AS/NZS4268:
C636A
Epson aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid wanneer aan de beschermingsvereisten areuk wordt gedaan
ten gevolge van een niet-geautoriseerde wijziging aan de producten.
Beperkingen op het kopiëren
Voor een verantwoord en legaal gebruik van de printer moet eenieder die ermee werkt rekening houden met de
volgende beperkingen.
Het kopiëren van de volgende zaken is wettelijk verboden:
Bankbiljetten, muntstukken en door (lokale) overheden uitgegeven
eecten.
Gebruikershandleiding
Bijlage
180
Ongebruikte postzegels, reeds van een postzegel voorziene brieaarten en andere ociële, voorgefrankeerde
poststukken.
Belastingzegels en eecten uitgegeven volgens de geldende voorschrien.
Pas op bij het kopiëren van de volgende zaken:
Privé-eecten (zoals aandelen, waardepapieren en cheques), concessiebewijzen enzovoort.
Paspoorten, rijbewijzen, pasjes, tickets enzovoort.
Opmerking:
Het kopiëren van deze zaken kan ook wettelijk verboden zijn.
Verantwoord gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal:
Misbruik van printers is mogelijk door auteursrechtelijk beschermd materiaal zomaar te kopiëren. Tenzij u op
advies van een geïnformeerd advocaat handelt, dient u verantwoordelijkheidsgevoel en respect te tonen door eerst
toestemming van de copyrighteigenaar te verkrijgen voordat u gepubliceerd materiaal kopieert.
De printer vervoeren en opslaan
Als u de printer moet vervoeren voor een verhuizing of reparaties, volgt u de onderstaande stappen om de printer
in te pakken.
!
Let op:
Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich
verwonden.
c
Belangrijk:
Zorg er bij opslag of transport van de printer voor dat deze niet gekanteld, verticaal of ondersteboven wordt
gehouden, anders kan er inkt lekken.
Laat de cartridges zitten. Als u de cartridges verwijdert, kan de printkop indrogen, waardoor afdrukken niet
meer mogelijk is.
1. Druk op
P
om de printer uit te zetten.
Gebruikershandleiding
Bijlage
181
2. Zorg ervoor dat het aan/uit-lampje uit staat en haal dan het netsnoer uit het stopcontact.
c
Belangrijk:
Haal het netsnoer uit het stopcontact als het aan/uit-lampje uit staat. Als u dit niet doet gaat de printkop niet
terug naar de uitgangspositie waardoor de inkt opdroogt en afdrukken niet meer mogelijk is.
3. Koppel alle kabels los zoals het netsnoer en de USB-kabel.
4. Verwijder al het papier uit de printer.
5. Zorg dat er geen originelen in de printer steken.
6. Open de scannereenheid met de documentkap gesloten. Bevestig de inktcartridgehouder met tape aan de
behuizing.
7. Sluit de scannereenheid.
De scannereenheid wordt om veiligheidsredenen in twee stappen gesloten.
Gebruikershandleiding
Bijlage
182
Opmerking:
De scannereenheid kan niet worden geopend vanuit de hieronder weergegeven positie. Sluit deze volledig voordat u deze
opent.
8. Verpak de printer zoals hieronder weergegeven.
9. Plaats de printer in de doos met de beschermende materialen.
Verwijder de tape die de inktcartridgehouder vasthoudt voordat u de printer opnieuw gebruikt. Reinig en lijn de
printkop uit als de afdrukkwaliteit lager is wanneer u opnieuw afdrukt.
Gerelateerde informatie
& “Namen en functies van onderdelen” op pagina 16
& De printkop controleren en reinigen” op pagina 117
& “De printkop uitlijnen” op pagina 119
Hulp vragen
Technische ondersteuning (website)
Als u verdere hulp nodig hebt, kunt u naar de onderstaande ondersteuningswebsite van Epson gaan. Selecteer uw
land of regio, en ga naar de ondersteuningssectie van uw lokale Epson-website. Op de site vindt u ook de nieuwste
drivers, veelgestelde vragen en ander downloadbare materialen.
http://support.epson.net/
http://www.epson.eu/Support (Europa)
Gebruikershandleiding
Bijlage
183
Als uw Epson-product niet goed functioneert en u het probleem niet kunt verhelpen, neemt u contact op met de
klantenservice van Epson.
Contact opnemen met de klantenservice van Epson
Voordat u contact opneemt met Epson
Als uw Epson-product niet goed functioneert en u het probleem niet kunt verhelpen met de informatie in de
producthandleidingen, neem dan contact op met de klantenservice van Epson. Als hierna voor uw land geen
klantondersteuning van Epson wordt vermeld, neemt u contact op met de leverancier bij wie u het apparaat hebt
aangescha.
De klantenservice van Epson kan u sneller helpen als u de volgende informatie bij de hand hebt:
Het serienummer van de printer
(Het etiket met het serienummer vindt u meestal aan de achterzijde van de printer.)
Het model van de printer
De versie van de printersoware
(Klik op About, Version Info of een vergelijkbare knop in uw toepassing.)
Het merk en het model van uw computer
Naam en versie van het besturingssysteem op uw computer
Naam en versie van de toepassingen die u meestal met de printer gebruikt
Opmerking:
Aankelijk van het apparaat kunnen de netwerkinstellingen worden opgeslagen in het geheugen van het apparaat. Als een
apparaat defect raakt of wordt hersteld is het mogelijk dat instellingen verloren gaan. Epson is niet verantwoordelijk voor
gegevensverlies, voor de back-up of het ophalen van instellingen, zelfs niet tijdens een garantieperiode. Wij raden u aan zelf
een back-up te maken of notities te nemen.
Hulp voor gebruikers in Europa
In het pan-Europese garantiebewijs leest u hoe u contact kunt opnemen met de klantenservice van Epson.
Hulp voor gebruikers in Australië
Epson Australia staat voor u klaar als u hulp nodig hebt. Naast de producthandleidingen beschikt u over de
volgende informatiebronnen:
Internet-URL
http://www.epson.com.au
Raadpleeg de website van Epson Australia. Hier vindt u ongetwijfeld wat u zoekt: een downloadgedeelte voor
drivers, Epson-adressen, informatie over nieuwe producten en technische ondersteuning (e-mail).
Epson-helpdesk
Telefoon: 1300-361-054
Gebruikershandleiding
Bijlage
184
In laatste instantie kunt u voor advies altijd terecht bij de Epson-helpdesk. Onze medewerkers kunnen u helpen bij
de installatie, de
conguratie
en het gebruik van uw Epson-product. Ook kunt u hier documentatie over nieuwe
Epson-producten of het adres van de dichtstbijzijnde leverancier of onderhoudsmonteur aanvragen. Op tal van
vragen vindt u hier het antwoord.
Zorg ervoor dat u alle relevante informatie bij de hand hebt wanneer u belt. Hoe meer informatie u kunt geven, des
te sneller we u kunnen helpen: handleidingen van uw Epson-product, het type computer, het besturingssysteem,
toepassingen en alle informatie die u verder belangrijk lijkt.
Vervoer van het apparaat
Epson adviseert om de productverpakking te behouden voor toekomstig transport.
Hulp voor gebruikers in Nieuw-Zeeland
Epson Nieuw-Zeeland staat voor u klaar met het hoogste niveau van klantenservice. Naast de
productdocumentatie beschikt u over de volgende informatiebronnen:
Internet-URL
http://www.epson.co.nz
Raadpleeg de website van Epson Nieuw-Zeeland. Hier vindt u ongetwijfeld wat u zoekt: een downloadgedeelte
voor drivers, Epson-adressen, informatie over nieuwe producten en technische ondersteuning (e-mail).
Epson-helpdesk
Telefoon: 0800 237 766
In laatste instantie kunt u voor advies altijd terecht bij de Epson-helpdesk. Onze medewerkers kunnen u helpen bij
de installatie, de
conguratie
en het gebruik van uw Epson-product. Ook kunt u hier documentatie over nieuwe
Epson-producten of het adres van de dichtstbijzijnde leverancier of onderhoudsmonteur aanvragen. Op tal van
vragen vindt u hier het antwoord.
Zorg ervoor dat u alle relevante informatie bij de hand hebt wanneer u belt. Hoe meer informatie u kunt geven, des
te sneller we u kunnen helpen: Deze informatie omvat Epson-productdocumentatie, het type computer, het
besturingssysteem, toepassingen en alle informatie die u verder belangrijk lijkt.
Producttransport
Epson adviseert om de productverpakking te behouden voor toekomstig transport.
Gebruikershandleiding
Bijlage
185
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185

Epson EXPRESSION HOME XP3100 de handleiding

Type
de handleiding