dji Matrice 30 Series Handleiding

Type
Handleiding
Gebruikershandleiding
/
v1.4 2023.04
2
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Gebruikershandleidingen, instructies en ander materiaal over productfuncties en -specificaties
zijn vertrouwelijke DJI-materialen. Gebruikers hebben een licentie om deze materialen alleen te
gebruiken voor het bedienen en gebruiken van DJI-producten. Tenzij anderszins toegestaan in
deze Voorwaarden komt u niet in aanmerking om de Materialen of enig deel van de Materialen te
gebruiken of anderen toe te staan deze te gebruiken door de Materialen te reproduceren, over te
dragen of te verkopen. Gebruikers mogen dit document en de inhoud ervan alleen raadplegen als
gebruiksaanwijzing voor DJI UAV. Het document mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
 Zoeken naar trefwoorden
Zoek naar trefwoorden, zoals ‘batterij’ en ‘installeren’, om een onderwerp te vinden. Als u
Adobe Acrobat Reader gebruikt om dit document te openen, druk dan op Ctrl+F (Windows)
of Command+F (Mac) om een trefwoord in te vullen en een zoekopdracht te starten.
 Naar een onderwerp navigeren
Bekijk de volledige lijst van onderwerpen in de inhoudsopgave. Klik op een onderwerp om
naar dat hoofdstuk te navigeren.
Dit document afdrukken
Dit document ondersteunt afdrukken met hoge resolutie.
3
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
De bedrijfstemperatuur van dit product is -20°C tot 50°C. Het voldoet niet aan de
standaard bedrijfstemperatuur voor militaire toepassingen (-55°C tot 125°C), die vereist
is om een grotere omgevingsvariabiliteit te doorstaan. Gebruik het product op de juiste
manier en alleen voor toepassingen die voldoen aan de vereisten die binnen die klasse
voor het bereik van de bedrijfstemperatuur gelden.
https://www.dji.com/matrice-30/video
Het gebruik van deze handleiding
Legenda
Belangrijk Hints en tips Verwijzing
Lezen voor gebruik
DJITM biedt gebruikers instructievideo's en de volgende documenten.
1. In de doos
2. Disclaimer en veiligheidsrichtlijnen
3. Veiligheidsrichtlijnen Intelligent Flight Battery
4. Snelstartgids
5. BS30 Intelligent Battery Station Gebruiksaanwijzing
6. Gebruikershandleiding
Het wordt aanbevolen om ook alle instructievideo's op de officiële DJI-website te bekijken en de
disclaimer en veiligheidsrichtlijnen te lezen voordat u voor het eerst aan de slag gaat. Bereid u voor
op uw eerste vlucht door de snelstartgids door te nemen en deze handleiding voor meer informatie
te raadplegen.
DJI Assistant 2 (Enterprise-serie) downloaden
Download en installeer DJI ASSISTANT TM 2 (Enterprise-serie) via de onderstaande link:
https://www.dji.com/matrice-30/downloads
Zelfstudievideo’s
Ga naar het onderstaande adres of scan de QR-code om de instructievideo's over de DJI Matrice 30
te bekijken, waarin u kunt zien hoe u de Matrice 30 veilig kunt gebruiken:
4
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Inhoud
Het gebruik van deze handleiding 3
Legenda 3
Lezen voor gebruik 3
DJI Assistant 2 (Enterprise-serie) downloaden 3
Zelfstudievideo’s 3
Kenmerken van het product 9
Inleiding 9
Belangrijkste functies 10
Vliegveiligheid 12
Vereisten ten aanzien van de vliegomgeving 12
Vereisten voor draadloze communicatie 12
Zichtsysteem en systeem met infraroodsensor 13
Inleiding 13
Detectiebereik 14
Het zichtsysteem kalibreren 15
Zichtsysteem positioneren 15
Obstakeldetectie 16
Infrarooddetectiesysteem 16
Waarschuwingen 16
Return to Home (RTH) 18
Smart RTH 18
RTH bij laag batterijniveau 18
RTH met uitvalbeveiliging 20
RTH-procedure 20
Veiligheidsmaatregelen RTH 21
Obstakeldetectie tijdens RTH 21
Landingsbescherming 22
Vluchtbeperkingen en ontgrendelen 23
GEO (Geospatial Environment Online)-systeem 23
GEO-zones 23
Vluchtbeperkingen in GEO-zones 23
GEO-zones ontgrendelen 26
Maximale hoogte- en afstandsbeperkingen 27
Het kompas kalibreren 28
Kalibratieprocedure 28
Noodlanding met drie propellers 29
DJI AirSense 30
Checklist ter voorbereiding van de vlucht 31
5
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Drone 33
De drone activeren 33
Overzicht van de drone 33
FPV-camera 35
Propellers 35
Gebruiken van de propellers 35
De propellers opslaan 36
De propellerbladen vervangen 36
Statuslampjes drone 37
Bakens van de drone 38
Hulplampen van de drone 38
Gimbalcamera’s 39
Bediening 39
Gebruik van de microSD-kaart 40
Gimbal 41
Gimbalslot 42
Gimbalbediening 42
Gimbalmodus 43
RTK-drone 45
Inleiding RTK-module 45
RTK in-/uitschakelen 45
D-RTK 2 GNSS mobiel station met hoge nauwkeurigheid 45
Aangepaste Network RTK 45
IP-classicatie 46
PSDK-poort 47
Afstandsbediening 49
De afstandsbediening starten en activeren 49
Aan- en uitzetten 49
De afstandsbediening inschakelen 49
Overzicht afstandsbediening 50
De WB37 Intelligent Battery plaatsen 53
Montage van de dongle 53
De band- en beugelset monteren 54
De antennes verstellen 55
IP-classicatie 55
Gebruikersinterface 57
Startscherm 57
Schermgebaren 58
Snelkoppelingsinstellingen 58
Videotransmissie 60
Ledlampjesenwaarschuwingafstandsbediening 60
6
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Ledlampjes van de afstandsbediening 60
Waarschuwing afstandsbediening 60
Deafstandsbedieningopladenenhetbatterijniveaucontroleren 61
Opladen van de afstandsbediening 61
Het batterijniveau controleren 62
Deafstandsbedieningendestick-modivandebesturingkoppelen 63
Koppelen van de afstandsbediening 63
Joystickmodus 64
Overzichtknoppen 66
RTH-knop 66
L1/L2/L3/R1/R2/R3-knoppen 66
Knop Aanpassing en combinaties 66
Vliegstandschakelaar(N/S/F) 68
Het kompas kalibreren 70
HDMI-instellingen 70
Geavanceerde Dual Operator Mode 70
Intelligent Battery Station 74
Overzicht batterijstation 74
Waarschuwingen 75
Gebruik van het batterijstation 75
Ledlampjes en waarschuwing batterijstation 77
Beschrijving ledlampjes voor batterijstatus 77
Beschrijving zoemergeluid 77
Intelligent Flight Battery 79
Inleiding 79
Eigenschappen van de batterij 79
Gekoppelde batterijen gebruiken 80
Aan- en uitzetten 80
Het batterijniveau controleren 80
Hete batterij vervangen 81
Batterij opwarmen 81
Opslag van batterijen 82
Batterij-onderhoud 82
Capaciteitskalibratie 82
Batterij-onderhoud 82
DJI Pilot 2-app 85
Startpagina 85
Weergavecheck vóór vlucht 89
Weergave FPV-camera 90
7
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
FPV-cameraweergave gebruiken 90
Primaire vluchtweergave (PFD) 91
Navigatieweergave 92
De bovenste balk 95
AR-projectie 96
Weergave gimbalcamera 97
Gimbal-cameraweergave gebruiken 97
Brede cameraweergave 100
Weergave warmtebeeldcamera 100
Laserafstandsmeter (Laser Rangender - RNG) 101
Smart Track 102
Kaartweergave 105
Annotatiebeheerensynchronisatie 106
PinPoint 106
Beheer van lijn- en gebiedsannotatie 109
Annotaties delen 110
Missievlucht 111
Introductie missievlucht 111
Missievlucht - Navigatiepunten bepalen 112
Mission Flight - Live opname van missie 113
In-Flight Editing 114
Health Management System (HMS) 115
Status intelligent batterijstation en logboekbeheer 116
DJIFlightHub2 116
Firmware-update 118
DJI Pilot 2 gebruiken 118
Drone en afstandsbediening 118
Batterijstation en TB30-batterijen 118
Oine bijwerken 119
DJI Assistant 2 (Enterprise-serie) gebruiken 119
Drone en afstandsbediening 119
Bijlage 121
Inleiding tot de draagtas 121
Technische gegevens 122
8
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Kenmerken van
het product
Dit hoofdstuk introduceert de
belangrijkste kenmerken van het
product.
9
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Kenmerken van het product
Inleiding
De DJITM MATRICETM 30-serie (M30/M30T) is een krachtig industrieel droneplatform met een multi-
redundantie vluchtcontrollersysteem, 6-richtingsdetectie- en positioneringssysteem [1], nauwkeurige
gimbal met drie assen, high-performance multicamerabelasting en een nieuwe FPV-camera met
nachtzicht. De DJI Pilot 2-app kan worden gebruikt om in realtime camerabeelden te bekijken
en foto's en video's te maken. De drone heeft een vliegtijd van maximaal 41 minuten [2] dankzij
het geavanceerde energiebeheersysteem en de dubbele batterijen die de stroomvoorziening
garanderen en de vliegveiligheid verbeteren.
Het aerodynamische ontwerp geeft het een IP55-classificatie conform de internationale IEC 60529-
norm die de vlucht in alle weersomstandigheden effectief garandeert. Dankzij zijn mechanische
ontwerp, het landingsgestel met snelkoppeling en de gemonteerde inklapbare armen kan hij
gemakkelijk worden vervoerd, opgeslagen en voor de vlucht worden klaargemaakt. De armen
kunnen direct na het uitvouwen worden vergrendeld, waardoor de tijd die nodig is om de vlucht
voor te bereiden kan worden verminderd. De drone is ook uitgerust met een PSDK-poort, zodat
gebruikers de toepassingen kunnen uitbreiden.
Het ingebouwde DJI AirSense-systeem detecteert nabije drones in het omringende luchtruim
en geeft waarschuwingen in de DJI Pilot 2-app om de veiligheid te waarborgen. De veiligheid
tijdens het opstijgen, vliegen en landen wordt verbeterd met de veiligheidsbakens die
helpen bij het identificeren van de drone tijdens de vlucht, met de hulpverlichting kan het
visonpositioneringssysteem 's nachts of bij weinig licht nog betere prestaties leveren. De
ingebouwde RTK biedt nauwkeurigere navigatiegegevens voor positionering om precieze
bedieningsvereisten te bieden en veiligheid te garanderen.
De DJI RC Plus afstandsbediening is voorzien van O3 Enterprise, de nieuwste versie van DJI's
kenmerkende OCUSYNC video-overdrachtstechnologie, en kan een live HD-beeld van de camera
van een drone verzeden en op het touchscreen vertonen. De afstandsbediening wordt geleverd
met een breed scala aan functieknoppen en aanpasbare knoppen waarmee de drone eenvoudig
kan worden bestuurd en de camera kan worden bediend.
De afstandsbediening heeft een beschermingsklasse van IP54 (IEC 60529). Het ingebouwde 7,02
inch scherm heeft een hoge helderheid van 1200 cd/m2 en een resolutie van 1920×1200 pixels.
Het Android besturingssysteem heeft verschillende functies, zoals GNSS, wifi en bluetooth. De
afstandsbediening ondersteunt snel laden met 65W, heeft een maximale gebruikstijd van 3 uur en
18 min [3] met de interne batterij en tot 6 uur bij gebruik met een externe WB37 Intelligent Battery.[4]
[1] Het zichtsysteem en infraroodsensorsysteem worden beïnvloed door omgevingsomstandigheden. Zie
de disclaimer en veiligheidsrichtlijnen voor meer informatie.
[2] De maximale vliegtijd werd getest in een laboratoriumomgeving en geldt alleen als referentie.
[3] De maximale bedrijfstijd van de afstandsbediening werd getest in een laboratoriumomgeving bij
kamertemperatuur. Het is alleen ter referentie. De werkelijke bedrijfstijd kan per scenario verschillen.
[4] De WB37 intelligente batterij moet apart worden aangeschaft. Raadpleeg de WB37-veiligheidsrichtlijnen
voordat u de batterij in gebruik neemt.
Conformiteitsversie: De afstandsbediening voldoet aan de plaatselijke regelgeving en
voorschriften.
Stand van joystick: Er zijn drie modi (modus 1, modus 2 en modus 3) beschikbaar om uit
te kiezen in de DJI Pilot 2-app, waarbij de standaardmodus 2 is. Het wordt aanbevolen
voor beginners om modus 2 te gebruiken.
Om interferentie te voorkomen, mag u NIET meer dan drie drones tegelijk besturen in
hetzelfde gebied (ongeveer ter grootte van een voetbalveld).
10
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Belangrijkste functies
PinPoints: Er kan een PinPoint worden toegevoegd voor een doel om een interessepunt in de
gimbalcameraweergave te selecteren. Naast het genereren van zijn lengte- en breedtegraad, kan
een PinPoint worden gebruikt om interessante punten te zoeken en te markeren, zoals reddingen,
beveiligingsactiviteiten en bewaking.
Live annotaties: Gebruikers kunnen PinPoints, lijnen en gebieden toevoegen in de kaartweergave
van de afstandsbediening en DJI FlightHub 2. Deel annotatiegegevens met de bijbehorende
controller in de Dual Control-modus en andere apparaten die zijn aangemeld bij DJI FlightHub
2. Gegevens worden in realtime gedeeld, wat de activiteiten in de lucht en op de grond
vergemakkelijkt.
AR-projectie: DJI Pilot 2 ondersteunt de projectie van Home Point-, PinPoint- en Waypoint-
locaties in de FPV-cameraweergave of de gimbalcameraweergave, waardoor gebruikers duidelijke
vluchtdoelen en een beter situatiebewustzijn krijgen.
Cloud-toewijzing: Wanneer de afstandsbediening is aangemeld bij DJI FlightHub 2, kan de drone
een cloud mapping-taak uitvoeren, waarmee tegelijkertijd een kaart op DJI FlightHub 2 kan worden
bekeken en gegenereerd.*
* Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding voor DJI FlightHub 2 die u kunt downloaden
van de officiële DJI-website https://www.dji.com/flighthub-2/downloads.
11
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Vliegveiligheid
Dit hoofdstuk geeft informatie over
de vereisten voor de vliegomgeving,
draadloze communicatievereisten en
belangrijke vliegveiligheidsfuncties van
de drone.
12
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Vliegveiligheid
Zorg ervoor dat u training en oefening hebt voordat u een echte vlucht uitvoert. Oefen met de
simulator in DJI Assistant 2 of vlieg onder begeleiding van ervaren professionals. Kies een geschikt
gebied om in te vliegen volgens de volgende vluchtvereisten en -beperkingen. Vlieg met de
drone onder 120 m. Elke vluchthoogte die hoger is dan die kan in strijd zijn met de lokale wet- en
regelgeving. Zorg ervoor dat u de lokale wet- en regelgeving begrijpt en naleeft voordat u vliegt.
Lees de richtlijnen voor disclaimer en veiligheid zorgvuldig door om alle veiligheidsmaatregelen te
begrijpen voordat u gaat vliegen.
Vereisten ten aanzien van de vliegomgeving
1. Gebruik de drone NIET bij extreme weersomstandigheden. Deze omvatten sterke winden die
snelheden van 12 m/s overschrijden, sneeuw, regen, mist, hagel, bliksem, tornado's, orkanen en
ander weer met weinig zicht.
2. Plaats de drone op een open en vlakke ondergrond zonder obstakels om op te stijgen. Zorg
ervoor dat de drone op een veilige afstand is van omliggende obstakels, gebouwen, mensen of
bomen. Vlieg met de drone binnen de visuele zichtlijn (VLOS) om de vliegveiligheid te garanderen.
3. Als de omgevingsverlichting slecht is, wordt op het navigatiescherm in DJI Pilot 2 weergegeven
dat het zicht- of infrarooddetectiesysteem defect is. Dit betekent dat het zichtsysteem of het
infrarooddetectiesysteem mogelijk niet goed werkt, en de drone kan dan geen obstakels
detecteren. Observeer te allen tijde de omgeving via het livebeeld via de FPV-camera en houd de
controle over de drone om de vliegveiligheid te waarborgen.
4. Zorg ervoor dat de bakens en de hulplampen 's avonds en 's nachts zijn ingeschakeld voor de
vliegveiligheid.
5. Stijg NIET op vanuit een bewegend voertuig.
6. Ter behoud van de reguliere levensduur van de motor mag u de drone NIET laten opstijgen of
landen op zanderige of stoffige plaatsen.
Vereisten voor draadloze communicatie
1. Zorg ervoor dat de antennes aan de voorste frame-armen en de onderkant van de
dronebehuizing niet beschadigd zijn of los zitten.
2. Gebruik de drone in open gebieden. Hoge gebouwen of stalen constructies, bergen,
rotsen of hoge bomen kunnen de nauwkeurigheid van de GNSS beïnvloeden en het
videotransmissiesignaal blokkeren.
3. Om interferentie met de afstandsbediening van andere draadloze apparatuur te voorkomen,
moet u wifi- en Bluetooth-apparaten in de buurt uitschakelen wanneer u de drone op afstand
bestuurt.
4. Wees zeer alert als u in de buurt vliegt van gebieden met magnetische of radio-interferentie.
Let goed op de kwaliteit van de video-overdracht en de signaalsterkte op DJI Pilot 2. Bronnen
van elektromagnetische interferentie omvatten, maar zijn niet beperkt tot: hoogspanningslijnen,
grote onderstations of mobiele basisstations en zendmasten. De drone kan zich vreemd
gedragen of onbestuurbaar worden wanneer deze in gebieden met te veel interferentie vliegt.
Keer terug naar het startpunt en land de drone als dit in DJI Pilot 2 wordt gevraagd.
13
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Zichtsysteem en systeem met infraroodsensor
Inleiding
Achteraanzicht Onderaanzicht
De belangrijkste onderdelen van het zichtsysteem (camera met stereozichtsensoren)
bevinden zich aan de voor-, achter-, linker-, rechter-, boven- en onderkant van de drone. Het
infrarooddetectiesysteem bestaat uit twee infraroodsensoren aan iedere zijde van de drone (voor-,
achter-, linker-, rechter-, boven- en onderkant).
Het zichtsysteem scant voortdurend op obstakels en gebruikt beeldgegevens om de positie van de
drone te berekenen, en het infrarooddetectiesysteem gebruikt infraroodsensoren om obstakels
te detecteren en de vlieghoogte te bepalen. Beide systemen werken samen om de drone te
positioneren en tijdens de vlucht obstakels te detecteren.
Om een constante en veilige vlucht te garanderen, mogen de visuele en infraroodsensoren
NIET worden geblokkeerd.
14
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Detectiebereik
Detectiebereik van het zichtsysteem
Het detectiebereik van het zichtsysteem is hieronder weergegeven. Houd er rekening mee dat
de drone geen obstakels kan waarnemen die buiten het detectiebereik liggen. Vlieg daarom
voorzichtig.
65°65°
50°50°
50° 50°
0.5-33 m
0.5-33 m
0.5-33 m
0.5-33 m
30°
30°
30°
30° 30°
0.1-10 m
0.1-10 m
0.1-10 m
30°
0.1-10 m
65°
65°
65°
65°
65°
65°
65°65°
0.5-33 m 0.5-33 m
0.5-33 m
0.6-38 m
30°
30°
0.1-10 m
30°
0.1-10 m
30°
0.1-10 m
30°
30°
0.1-10 m
30°
50° 50°
65°
50°
0.5-33 m
0.5-33 m
0.5-33 m
0.6-38 m
30°
30°
30°
30°
30°
0.1-10 m
0.1-10 m
0.1-10 m 0.1-10 m
Het grijze gebied is de dode hoek van het zichtsysteem, waar de drone geen voorwerpen
kan detecteren. Vlieg daarom voorzichtig.
Gebruikers kunnen de rem- en de waarschuwingsafstand in de DJI Pilot 2-app instellen.
De drone remt automatisch wanneer hij de remafstand nadert. Wanneer de drone zich
op de waarschuwingsafstand bevindt, geeft DJI Pilot 2 een oranje waarschuwing weer in
obstakelinformatie. Wanneer de drone zich dicht bij de remafstand bevindt, verschijnt er
een rode waarschuwing in de obstakelinformatie.
Detectiebereik van het infrarooddetectiesysteem
Het detectiebereik van de infraroodsensoren is 0,1 tot 10 m. Houd rekening met blinde vlekken
(grijs gemarkeerd) van de infrarooddetectiesystemen. De drone kan obstakels die buiten het
detectiebereik vallen niet detecteren en vermijden.
15
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
30 m
20 m 20 m
Het zichtsysteem kalibreren
De zichtsystemen die op de drone zijn geïnstalleerd, zijn in de fabriek gekalibreerd. Als de drone
een botsing of een significante verandering in de bedrijfstemperatuur ervaart, kan kalibratie vereist
zijn. DJI Pilot 2 geeft een melding weer wanneer kalibratie vereist is. Volg deze stappen om het
zichtsysteem te kalibreren wanneer daarom wordt gevraagd:
1. Zet de drone aan.
2. Sluit de assistent-poort van de drone aan op de computer.
3. Start DJI Assistant 2 (Enterprise-serie) en log in met een DJI-account.
4. Selecteer de M30-serie en klik vervolgens op de kalibratieknop.
5. Plaats de drone met het zichtsysteem gericht naar het stippelpatroon dat op het
computerscherm wordt weergegeven en volg de instructies op het scherm om de zichtsensoren
aan elke kant te kalibreren.
Schakel de drone NIET uit en haal de stekker niet uit het stopcontact na de kalibratie. Wacht
tot de gegevensberekening is voltooid.
Zichtsysteem positioneren
Het zichtsysteem stelt de drone in staat om binnen of in omgevingen te vliegen waar GNSS niet
beschikbaar is. Wanneer het GNSS-signaal beschikbaar is, biedt het zichtsysteem informatie dat
de nauwkeurigheid van de positiebepaling van drones verbetert. Het zichtsysteem werkt goed
wanneer het binnen 30 m boven de grond en 20 m horizontaal van elk object naar zijn zijkant vliegt,
mits het oppervlak van het object duidelijke patronen of textuur heeft en de verlichting voldoende
is. Wanneer het zichtsysteem niet werkt, schakelt de vliegmodus over naar de Attitude-modus.
Als het zichtsysteem wordt uitgeschakeld of door andere objecten wordt geblokkeerd, kan
de drone niet binnenshuis op lage hoogte zweven en wordt de landingsbeveiligingsfunctie
uitgeschakeld. Controleer de landingssnelheid, aangezien snelle landing de drone kan
beschadigen.
16
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Obstakeldetectie
Obstakeldetectie werkt het beste als de verlichting voldoende is en het obstakel duidelijk
gestructureerd is. Het werkt niet goed met obstakels die minder dicht zijn, zoals takjes op een
boom. De drone moet met een snelheid van minder dan 17 m/s vliegen met een maximale
kantelhoek van 25° om een voldoende remafstand te garanderen. De drone kan geen obstakels
waarnemen die buiten het detectiebereik liggen.
50°
Infrarooddetectiesysteem
Het infrarooddetectiesysteem kan alleen worden gebruikt om grote of sterk reflecterende
obstakels en ruwe oppervlakken te detecteren. De drone kan geen obstakels waarnemen die
buiten het detectiebereik liggen. Het neerwaartse infrarooddetectiesysteem wordt gebruikt voor de
plaatsbepaling en assistentie bij het berekenen van de hoogte tijdens de start en de landing, terwijl
het infrarooddetectiesysteem aan de andere vijf zijden wordt gebruikt voor het detecteren van
obstakels.
Waarschuwingen
De meetnauwkeurigheid van het zichtsysteem wordt gemakkelijk beïnvloed door de lichtintensiteit
en de oppervlaktestructuur van het object. Het infrarooddetectiesysteem kan alleen worden
gebruikt om grote of sterk reflecterende obstakels en ruwe oppervlakken te detecteren. Het
zichtsysteem werkt mogelijk NIET goed in de volgende situaties:
a. Bij het vliegen boven oppervlakken met slechts één kleur (bijv. volkomen zwart, wit, rood, groen)
of die geen duidelijke textuur hebben.
b. Vliegen over oppervlakken met sterk gereflecteerd licht of afbeeldingen.
c. Bij het vliegen boven water, ijs of transparante oppervlakken.
d. Bij het vliegen boven bewegende oppervlakken of voorwerpen (bijv. boven bewegende mensen,
wuivend riet, struiken en gras).
e. Vliegen in een gebied waar de verlichting vaak of drastisch verandert, of in een gebied met
directe sterke verlichting.
f. Bijhetvliegenbovenextreemdonkere(<15lux)ofheldere(>10.000lux)oppervlakken.
g. Vliegen met hoge snelheden onder 2 m boven de grond (bijv. sneller dan 14 m/s op een hoogte
van 2 m of 5 m/s op een hoogte van 1 m).
h. Kleine obstakels (bijv. ijzerdraden, kabels, boomtakken of bladeren).
i. De lens is vuil (bijv. van regendruppels of vingerafdrukken, enz.).
j. In slecht zichtbare omgevingen (bijv. zware mist of sneeuw).
17
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Het infrarooddetectiesysteem detecteert in de volgende situaties mogelijk NIET de juiste afstand:
a. Bij het vliegen boven oppervlakken die geluidsgolven kunnen absorberen (bijv.
asfaltwegoppervlakken).
b. Er is een groot gebied met sterke reflectoren bij een afstand van meer dan 15 meter (bijv.
wanneer er meerdere verkeersborden naast elkaar zijn geplaatst).
c. Kleine obstakels (bijv. ijzerdraden, kabels, boomtakken of bladeren).
d. Spiegels of transparante voorwerpen (bijv. water of glas).
e. In slecht zichtbare omgevingen (bijv. zware mist of sneeuw).
 Zorgdatdesensorenaltijdschoonzijn.Vuilofvlekkenkunnenhunfunctiebeïnvloeden.
 Hetzichtsysteemvertrouwtopoppervlaktepatronenof-textuurombeeldgegevenste
verwerken en positie-informatie te verkrijgen. Zorg ervoor dat de omgeving voldoende
verlichting en duidelijk getextureerde grond heeft.
 Hetzichtsysteemkannietgoedfunctionerenindonkereomgevingenenopoppervlakken
zonder duidelijke patronen of textuur zoals water en ijs.
18
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
12:29
H
Resterende vliegtijd
Voldoende batterij
niveau (groen)
Indicator batterijniveau
Batterijcapaciteit nodig om terug te
keren naar het startpunt (geel)
Waarschuwing kritiek
laag batterijniveau Laag batterijniveau
-waarschuwing
Autolanding (rood)
Return to Home (RTH)
Als het signaal tussen de afstandsbediening en de drone verloren gaat en er een sterk GNSS-signaal
is, brengt Return to Home (RTH) de drone terug naar het laatst geregistreerde startpunt en landt. Er
zijn drie RTH-modi: Smart RTH, RTH bij laag batterijniveau, en RTH met uitvalbeveiliging.
GNSS Omschrijving
Startpunt
Het startpunt wordt geregistreerd wanneer het GNSS-pictogram wit is
tijdens het opstijgen. De DJI Pilot 2 geeft een gesproken melding wanneer
het startpunt is ingesteld.
 DedronekantijdensRTHobstakelswaarnemenenontwijkenwanneerhetvoorwaartse
zichtsysteem is ingeschakeld en de verlichting voldoende is. Nadat een obstakel is
vermeden, vliegt de drone op de huidige hoogte naar het startpunt en landt het
automatisch.
 DedronekannietdraaienofnaarlinksofrechtsvliegentijdensRTH.
Smart RTH
Houd de RTH-knop op de afstandsbediening ingedrukt om Smart RTH te starten. Regel de snelheid en
hoogte van de drone met de afstandsbediening om tijdens het proces botsingen te voorkomen. Druk
nogmaals op de RTH-knop om uit Smart-RTH te gaan en de controle over de drone weer over te nemen.
RTH bij laag batterijniveau
Om onnodig gevaar veroorzaakt door onvoldoende stroom te voorkomen, berekent de drone
automatisch of het voldoende stroom heeft om vanaf de huidige locatie naar het Home Point te
vliegen. Er verschijnt een waarschuwingsmelding in DJI Pilot 2 wanneer het batterijniveau laag is en
de drone alleen RTH bij laag batterijniveau kan ondersteunen. De drone keert automatisch terug
naar het startpunt als na 10 seconden geen actie wordt ondernomen. Breek RTH af door op de
RTH-knop of de vliegpauzeknop op de afstandsbediening te drukken.
Een waarschuwing voor een laag batterijniveau wordt slechts eenmaal tijdens een vlucht
weergegeven. Als RTH wordt afgebroken na een waarschuwing, is de Intelligent Flight Battery
mogelijk niet voldoende geladen om de drone veilig te laten landen. Hierdoor kan de drone
neerstorten of zoekraken.
De drone landt automatisch als het huidige batterijniveau de drone alleen kan ondersteunen om
vanaf zijn huidige hoogte te dalen. Automatische landing kan niet worden geannuleerd. Tijdens het
geforceerde landingsproces kunnen gebruikers de gashendel, pitch en roll sticks bedienen om de
drone naar de veilige landingspositie te vliegen, maar de continue afdaling van de drone kan niet
worden geannuleerd.
19
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Waarschuwing voor
het batterijniveau Omschrijving Vlieginstructies
RTH bij laag
batterijniveau
Het resterende
batterijniveau is alleen
voldoende om de drone
veilig naar het Home
Point te laten vliegen.
Als RTH wordt geselecteerd, vliegt de drone
automatisch naar het startpunt en wordt de
landingsbeveiliging geactiveerd. Krijg de controle
over de drone terug en land het handmatig
tijdens RTH.
De waarschuwing verschijnt niet opnieuw
nadat u ervoor hebt gekozen geen RTH te
gebruiken. Beslis zorgvuldig en zorg voor
vliegveiligheid.
Automatisch landen
Het resterende
batterijniveau is alleen
voldoende om de drone
van zijn huidige hoogte te
laten afdalen.
De drone landt automatisch en de
landingsbeveiliging wordt ingeschakeld.
Geschatte resterende
vliegtijd
De geschatte resterende
vliegtijd van de drone is
gebaseerd op het huidige
batterijniveau.
N.v.t
Waarschuwing voor
laag batterijniveau
Tik en tik op
cameraweergave om de
drempelwaarde voor
laag batterijniveau in te
stellen.*
Er klinken lange pieptonen vanaf de
afstandsbediening. De gebruiker kan de drone
nog steeds besturen.
Waarschuwing kritiek
laag batterijniveau
Tik op en tik op
in cameraweergave om
de drempelwaarde voor
kritiek laag batterijniveau
in te stellen.*
Er klinken korte pieptonen vanaf de
afstandsbediening. De gebruiker kan de drone
nog steeds besturen. Het is onveilig om de
drone te blijven vliegen. Land onmiddellijk.
* De drempelwaarde is anders dan die van lage batterij-RTH of automatische landing.
 Tijdensautomatischelandingkandegebruikerdegashendelindrukkenomdedrone
op zijn huidige hoogte of opwaarts te laten bewegen, waardoor de drone naar een
geschiktere landingslocatie wordt verplaatst.
 Degekleurdezonesendegeschatteresterendevliegtijdopdebatterijniveau-indicator
worden automatisch aangepast aan de huidige locatie en status van de drone.
20
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
RTH met uitvalbeveiliging
Failsafe RTH wordt automatisch ingeschakeld wanneer het signaal van de afstandsbediening
verloren gaat. RTH is de standaard failsafe-actie in de app. Failsafe RTH omvat twee fasen:
Oorspronkelijke route RTH en slimme RTH. Wanneer Failsafe RTH is ingeschakeld, vliegt de drone
op zijn oorspronkelijke vliegroute naar het startpunt voor een maximale afstand van 50 m, waarbij
het probeert opnieuw verbinding te maken met de afstandsbediening. Als de drone niet binnen
50 m opnieuw verbinding kan maken met de afstandsbediening of obstakels detecteert tijdens
RTH, verlaat de drone de oorspronkelijke RTH-route en gaat het de Smart RTH-fase in. De drone
blijft in RTH-modus, zelfs als het signaal van de afstandsbediening is hersteld. De gebruiker kan de
afstandsbediening gebruiken om de vliegsnelheid en hoogte van de drone te regelen en de RTH te
verlaten door op de RTH-knop op de afstandsbediening te drukken.
RTH-procedure
1. Startpunt wordt automatisch geregistreerd.
2. RTH wordt geactiveerd, d.w.z. Smart RTH, RTH voor laag batterijniveau en RTH met
uitvalbeveiliging.
3. Het startpunt wordt bevestigd en de drone past zijn richting aan.
4. Return to Home (RTH):
a. De drone landt onmiddellijk wanneer het minder dan 5 m van het startpunt is verwijderd.
b. Als de drone zich op minder dan 5 meter van het startpunt bevindt, en boven de vooraf
ingestelde RTH-hoogte vliegt hij op de huidige hoogte terug naar het startpunt. Indien
hij zich onder de vooraf ingestelde RTH-hoogte bevindt, zal de drone opstijgen naar de
vooraf ingestelde RTH-hoogte alvorens naar het startpunt te vliegen.
5. De drone keert automatisch terug naar het startpunt. Landingsbescherming* wordt geactiveerd
zodat de drone onmiddellijk kan landen of zweven. Zie Landingsbeveiligingsfunctie voor details.
* Zorg ervoor dat zichtpositionering naar beneden is ingeschakeld in DJI Pilot 2.
 DegebruikerkandeRTHookverlatendoordebedieningsstickindetegenovergestelde
richting van de vlucht te duwen (bijv. door de gashendel omlaag te duwen wanneer de
drone omhoog gaat).
Het proces wordt hieronder geïllustreerd met Smart RTH als voorbeeld.
Zweven op 0,7 meter boven het
startpunt
4. RTH (instelbare hoogte)
2. Gebruik de RTH-knop om Smart RTH te starten
1. Startpunt registreren 3. Bezig met voorbereiden voor RTH
5. De drone keert automatisch terug naar het startpunt
Hoogtebovenhetstartpunt>
uitvalbeveiligde hoogte
Stijg naar
hoogte voor
uitvalbeveiliging
Hoogte boven het startpunt<=
hoogte voor uitvalbeveiliging
Hoogte voor
uitvalbeveiliging
21
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Veiligheidsmaatregelen RTH
20米 20米
H
De drone kan geen obstakels vermijden tijdens RTH, wanneer het
voorwaarts zichtsysteem is uitgeschakeld. De gebruiker kan echter
nog steeds de snelheid en de hoogte van de drone regelen met de
afstandsbediening als er een signaal beschikbaar is. Daarom is het
belangrijk om vóór elke vlucht een geschikte RTH-hoogte in te stellen.
Start DJI Pilot 2, ga naar de Preflight Check-weergave of tik en tik
in de cameraweergave om de hoogte van de RTH in te stellen.
De RTH-functie wordt uitgeschakeld wanneer het GNSS-signaalpicto-
gram rood of geel is, of wanneer de GNSS niet beschikbaar is.
Obstakeldetectie tijdens RTH
De drone kan tijdens de RTH obstakels waarnemen en vermijden als de verlichting voldoende is
voor het waarnemen van obstakels. De procedure om obstakels te vermijden is als volgt:
1. De drone vertraagt wanneer een obstakel wordt gesignaleerd op ca. 20 meter verderop.
2. De drone stopt en zweeft, en gaat dan in verticale richting om het obstakel te ontwijken.
Uiteindelijk zal de drone stoppen met klimmen wanneer hij zich ten minste ca. 5 meter boven
het gedetecteerde obstakel bevindt.
3. De drone vliegt op de huidige hoogte terug naar het startpunt.
Ongeveer 5 meter
Ongeveer 20 meter
 OmervoortezorgendatdedronenaarhetHomePointvliegt,kandegebruikerdedrone
niet draaien tijdens RTH.
 TijdensRTHkunnenobstakelsaandezijkantenvandedronenietwordengedetecteerd
of vermeden.
22
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Landingsbescherming
1. Landingsbeveiliging wordt geactiveerd tijdens automatische landing en wordt als volgt
uitgevoerd:
2. De drone landt direct zodra de landingsbeveiliging bepaalt dat de grond geschikt is voor een
landing.
3. Als de grond ongeschikt voor de landing wordt bevonden, blijft de drone in de lucht. Er verschijnt
een prompt in DJI Pilot 2 in afwachting van de volgende actie door de gebruiker. De drone zal pas
beginnen af te dalen wanneer het batterijniveau tot 0% daalt. Tijdens dit proces kan de gebruiker
nog steeds de oriëntatie van de drone regelen.
4. Als de landingsbeveiliging is uitgeschakeld, geeft DJI Pilot 2 een landingsmelding weer wanneer
dedroneonderde0,7meterdaalt.Nadatuervoorhebtgezorgddatdeomgevinggeschiktisom
te landen, tikt u op om te bevestigen of duwt u de gashendel helemaal naar beneden en houdt u
deze één seconde vast, waarna de drone landt.
Landingsbeveiliging is niet actief onder de volgende omstandigheden:
a. Wanneer het systeem voor neerwaarts zicht is uitgeschakeld
b. Wanneer de gebruiker de joysticks voor pitch/roll/throttle (helling/kanteling/acceleratie)
bedient (landingsbeveiliging zal opnieuw geactiveerd worden wanneer de joysticks niet
in gebruik zijn)
c. Wanneer het positioneringssysteem niet degelijk functioneert (bijv. fout voor afwijkende
positie)
d. Wanneer het zichtsysteem moet worden gekalibreerd Wanneer de verlichting te zwak is
om het zichtsysteem te laten werken.
e. Als een obstakel zich op minder dan 1 m van de drone bevindt, er geen geldige
observatiegegevens worden verkregen en de grondomstandigheden niet kunnen
worden gedetecteerd, zal de drone afdalen tot 0,7 m boven de grond en zweven in
afwachting van bevestiging door de gebruiker om te landen.
23
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Vluchtbeperkingen en ontgrendelen
GEO (Geospatial Environment Online)-systeem
Het Geospatial Environment Online (GEO)-systeem van DJI is een wereldwijd informatiesysteem
dat realtime informatie biedt over vluchtveiligheids- en beperkingsupdates en voorkomt dat
UAV's in beperkte luchtruimen vliegen. Onder uitzonderlijke omstandigheden kunnen beperkte
gebieden worden ontgrendeld om vluchten binnen te laten. Daarvoor moet de gebruiker een
ontgrendelingsverzoek indienen op basis van het huidige beperkingsniveau in het beoogde
vluchtgebied. Het GEO-systeem voldoet mogelijk niet volledig aan de lokale wet- en regelgeving.
Gebruikers zijn verantwoordelijk voor hun eigen vliegveiligheid en moeten de lokale autoriteiten
raadplegen over de relevante wettelijke en reglementaire vereisten voordat ze verzoeken om een
vlucht in een beperkt gebied te ontgrendelen.
GEO-zones
Het GEO-systeem van DJI geeft veilige vluchtlocaties aan, biedt risiconiveaus en
veiligheidsmededelingen voor individuele vluchten en biedt informatie over beperkte
luchtruimtes. Alle gebieden met beperkte vluchten worden GEO-zones genoemd, die verder
zijn onderverdeeld in zones met beperkte toegang, autorisatiezones, waarschuwingszones,
verbeterde waarschuwingszones en hoogtezones. Gebruikers kunnen dergelijke informatie in
realtime bekijken in DJI Pilot 2. GEO-zones zijn specifieke vluchtgebieden, waaronder maar niet
beperkt tot luchthavens, grote evenementenlocaties, locaties waar openbare noodsituaties hebben
plaatsgevonden (zoals bosbranden), kerncentrales, gevangenissen, overheidsgebouwen en militaire
faciliteiten. Standaard beperkt het GEO-systeem vluchten naar of opstijgen binnen zones die
veiligheids- of beveiligingsproblemen kunnen veroorzaken. Een GEO-zonekaart met uitgebreide
informatie over GEO-zones over de hele wereld is beschikbaar op de officiële DJI-website: https://
www.dji.com/flysafe/geo-map.
Vluchtbeperkingen in GEO-zones
De volgende sectie beschrijft in detail de vluchtbeperkingen voor de bovengenoemde GEO-zones.
GEO-zone Vliegbeperking Scenario
Restrictiezones (Rood)
UAV's mogen niet vliegen
in restrictiezones. Als u
toestemming heeft gekregen om
in een restrictiezone te vliegen,
ga dan naar https://www.dji.com/
flysafe of neem contact op met
[email protected] om de zone te
ontgrendelen.
Opstijgen: De dronemotoren kunnen
niet worden gestart in beperkte zones.
Tijdens de vlucht: Wanneer de drone
binnen een beperkte zone vliegt,
begint een aftelling van 100 seconden
in DJI Pilot 2. Als het aftellen voorbij
is, landt de drone onmiddellijk in
de halfautomatische daalmodus en
schakelt hij na de landing zijn motoren
uit.
Tijdens de vlucht: Wanneer de drone
de grens van de restrictiezone
nadert, vertraagt en zweeft de drone
automatisch.
24
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Autorisatiezones
(Blauw)
De drone kan niet opstijgen in
een autorisatiezone, tenzij het
toestemming krijgt om in het
gebied te vliegen.
Opstijgen: De dronemotoren
kunnen niet worden gestart in
autorisatiezones. Om in een
autorisatiezone te vliegen, moet de
gebruiker een ontgrendelingsverzoek
indienen dat is geregistreerd met een
door DJI geverifieerd telefoonnummer.
Tijdens de vlucht: Wanneer de drone
binnen een autorisatiezone vliegt,
begint een aftelling van 100 seconden
in DJI Pilot 2. Als het aftellen voorbij
is, landt de drone onmiddellijk in
de halfautomatische daalmodus en
schakelt hij na de landing zijn motoren
uit.
Waarschuwingszones
(geel)
Er wordt een waarschuwing
weergegeven wanneer de drone
binnen een waarschuwingszone
vliegt.
De drone kan in de zone vliegen, maar
de gebruiker moet de waarschuwing
begrijpen.
Geavanceerde
waarschuwingszones
(oranje)
Wanneer de drone
in een Geavanceerde
waarschuwingszone vliegt, wordt
een waarschuwing weergegeven
waarin de gebruiker wordt
gevraagd het vliegpad te
bevestigen.
De drone kan blijven vliegen zodra de
waarschuwing is bevestigd.
Hoogtezones (grijs)
De hoogte van de drone is
beperkt wanneer u binnen een
hoogtezone vliegt.
Wanneer het GNSS-signaal sterk
is, kan de drone niet boven de
gespecificeerde hoogte vliegen.
Tijdens de vlucht: Wanneer het
GNSS-signaal van zwak naar sterk
verandert, begint een aftelling van 100
seconden in DJI Pilot 2 als de drone de
hoogtelimiet overschrijdt. Zodra het
aftellen voorbij is, zal de drone dalen
en onder de hoogtelimiet zweven.
Wanneer de drone de grens van een
hoogtezone nadert en het GNSS-
signaal sterk is, vertraagt de drone
automatisch en zweeft het als de
drone boven de hoogtelimiet ligt.
Semiautomatische afdaling: Alle joystickcommando’s zijn beschikbaar, behalve het
acceleratiecommando en de RTH-knop tijdens de afdaling en de landing. De motoren van
de drone worden na de landing automatisch uitgeschakeld. Het wordt aanbevolen om de
drone vóór de halfautomatische afdaling naar een veilige locatie te vliegen.
25
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Bufferzone
Bufferzones voor beperkte zones/autorisatiezones: Om te voorkomen dat de drone per ongeluk in
een beperkte of autorisatiezone vliegt, creëert het GEO-systeem een bufferzone van ongeveer 20
meter breed buiten elke beperkte en autorisatiezone. Zoals in de onderstaande afbeelding te zien
is, kan de drone alleen opstijgen en op zijn plaats landen of naar een tegenovergestelde richting
van de beperkte of autorisatiezone vliegen wanneer hij zich binnen de bufferzone bevindt. De
drone kan niet naar de beperkte of autorisatiezone vliegen, tenzij er een ontgrendelingsverzoek
is goedgekeurd. De drone kan na het verlaten van de bufferzone niet terugvliegen naar de
bufferzone.
Bufferzones voor hoogtezones: Buiten elke hoogtezone wordt een bufferzone van ongeveer
20 meter breed ingesteld. Zoals in de onderstaande afbeelding te zien is, zal de drone bij het
naderen van de bufferzone van een hoogtezone in horizontale richting de vliegsnelheid geleidelijk
verminderen en buiten de bufferzone zweven. Wanneer de drone de bufferzone van onderen in
verticale richting nadert, kan hij in hoogte klimmen en dalen of in tegengestelde richting van de
hoogtezone vliegen, maar niet naar de hoogtezone vliegen. De drone kan na het verlaten van de
bufferzone niet in een horizontale richting terugvliegen naar de bufferzone.
Ground
Restricted Zone/
Authorized Zone
Ground
Buffer Zone
Altitude Zone
Altitude Limit
20 m 20 m
20 m 20 m
Restrictiezone/ Bufferzone
Grond
Grond
Geautoriseerde zone
Hoogtezone
Hoogtelimiet
26
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
GEO-zones ontgrendelen
Om aan de behoeften van verschillende gebruikers te voldoen, biedt DJI twee ontgrendelingsmodi:
Zelf-ontgrendeling en aangepaste ontgrendeling. Gebruikers kunnen een verzoek indienen op de
website van DJI Fly Safe of via een mobiel apparaat.
Zelfontgrendelen is bedoeld voor het ontgrendelen van autorisatiezones. Om zelfontgrendelen
te voltooien, moet de gebruiker een ontgrendelingsverzoek indienen via de DJI Fly Safe-website op
https://www.dji.com/flysafe. Zodra het ontgrendelingsverzoek is goedgekeurd, kan de gebruiker
de ontgrendelingslicentie synchroniseren via de DJI Pilot 2-app (Live Self-Unlocking) om de zone
te ontgrendelen; als alternatief kan de gebruiker de drone rechtstreeks in de goedgekeurde
autorisatiezone starten of vliegen en de aanwijzingen in DJI Pilot 2 volgen om de zone te
ontgrendelen (Geplande zelfontgrendeling). Voor Live zelfontgrendeling kan de gebruiker een
ontgrendelde periode aanwijzen waarin meerdere vluchten kunnen worden uitgevoerd. Geplande
zelfontgrendeling is slechts geldig voor één vlucht. Als de drone opnieuw wordt gestart, moet de
gebruiker de zone opnieuw ontgrendelen.
Aangepaste ontgrendeling is afgestemd op gebruikers met speciale vereisten. Het wijst door de
gebruiker gedefinieerde aangepaste vluchtgebieden aan en biedt vluchtmachtigingsdocumenten
die specifiek zijn voor de behoeften van verschillende gebruikers. Deze ontgrendelingsoptie is
beschikbaar in alle landen en regio's en kan worden aangevraagd via de DJI Fly Safe-website op
https://www.dji.com/flysafe.
Ontgrendelen op mobiel apparaat: Voer de DJI Pilot 2-app uit en tik op GEO Zone Map
op het startscherm. Bekijk de lijst met de ontgrendelingslicenties en tik om details van de
ontgrendelingslicentie te bekijken. Er wordt een link naar de ontgrendelingslicentie en een QR-
code weergegeven. Gebruik uw mobiele apparaat om de QR-code te scannen en meld u aan om
rechtstreeks vanaf het mobiele apparaat te ontgrendelen.
Ga voor meer informatie over ontgrendelen naar https://www.dji.com/flysafe of neem contact op
27
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Maximale hoogte- en afstandsbeperkingen
De maximale vlieghoogte beperkt de vlieghoogte van een drone, terwijl de maximale vliegafstand
de vliegradius van een drone rond het startpunt beperkt. Deze limieten kunnen worden ingesteld
met behulp van de DJI Pilot 2-app voor verbeterde vliegveiligheid.
Sterk GNSS-signaal
Beperking Prompt in DJI Pilot 2
Max. hoogte De hoogte van de drone mag de ingestelde
waarde in DJI Pilot 2 niet overschrijden.
Drone nadert maximale
vlieghoogte. Vlieg daarom
voorzichtig.
Max. afstand
De rechte afstand van de drone tot het
startpunt mag niet groter zijn dan de max.
vliegafstand die is ingesteld in DJI Pilot 2.
Drone nadert maximale
vliegafstand. Vlieg daarom
voorzichtig.
Zwak GNSS-signaal
Beperking Prompt in DJI Pilot 2
Max. hoogte
Wanneer het GNSS-signaal zwak is, namelijk
wanneer het GNSS-pictogram geel of rood
is en het omgevingslicht te donker is, is
de maximale hoogte 3 m. De maximale
hoogte is de relatieve hoogte gemeten
door de infraroodsensor. Als het GNSS-
signaal zwak is, maar het omgevingslicht
voldoende is, is de maximale hoogte 30 m.
Drone nadert maximale
vlieghoogte. Vlieg daarom
voorzichtig.
Max. afstand Geen limiet N.v.t.
 Inhetgevaldateendroneeenbepaaldelimietoverschrijdt,kandepilootdedronenog
steeds besturen, maar niet dichter bij het beperkte gebied vliegen.
 LaatdedroneomveiligheidsredenenNIETdichtindebuurtvanvliegvelden,snelwegen,
treinstations, metrostations, stadscentra of andere gevoelige gebieden vliegen. Vlieg de
drone alleen in gebieden die binnen uw directe gezichtsveld liggen.
Max. afstand
Startpunt
Hoogte van de drone
wanneer ingeschakeld
Startpunt niet handmatig bijgewerkt tijdens de vlucht
Maximale hoogte
28
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Het kompas kalibreren
Kalibreer het kompas alleen wanneer de DJI Pilot 2-app of de statusindicator aangeven dat dat
nodig is. Neem de volgende regels in acht bij het kalibreren van het kompas:
 KalibreerhetkompasNIEToplocatiesmetsterkemagnetischeinterferentie,zoals
nabij magneten, parkeerplaatsen of bouwplaatsen met ondergrondse gewapende
betonconstructies.
 DraagGEENferromagnetischematerialenzoalsmobieletelefoonsbijutijdenshet
kalibreren.
 DeDJIPilot2-appgeeftueenmeldingalshetkompasaansterkeinterferentiewordt
blootgesteld nadat de kalibratie is voltooid. Volg de weergegeven instructies om het
probleem met het kompas op te lossen.
Kalibratieprocedure
Voer de kalibratie uit in een open gebied en volg de onderstaande stappen om de kalibratie te
voltooien.
1. Voer de DJI Pilot 2-app uit en voer de cameraweergave op de startpagina in. Tik op en tik op
, ga vervolgens naar Sensorstatus, Kompas en Kalibreer kompas om de kalibratie te starten.
De achterste indicatoren van de drone lichten continu geel op, wat aangeeft dat de kalibratie is
gestart.
2. Houd de drone horizontaal 1,5 m boven de grond en draai de drone 360 graden. De indicatoren
aan de achterkant van de drone branden constant groen.
3. Houd de drone verticaal, met de neus naar beneden, en draai de drone 360 graden rond de
middenas.
29
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
4. Kalibreer de drone opnieuw als de indicatoren aan de achterkant van de drone rood knipperen.
Als de indicatoren aan de achterkant van de drone afwisselend rood en geel knipperen
nadat de kalibratie is voltooid, geeft dit aan dat er in de huidige locatie sterke interferentie
is. Verplaats de drone naar een andere locatie en probeer het opnieuw.
 ErverschijnteenmeldinginDJIPilot2alshetkompasvóórhetopstijgengekalibreerd
moet worden. Er verschijnt een melding in de app nadat de kalibratie is voltooid.
 Alsdekompaskalibratieisvoltooid,plaatstudedroneopdegrond.Alsdemelding
opnieuw verschijnt in DJI Pilot 2, probeer dan de drone naar een andere locatie te
verplaatsen voordat u het kompas opnieuw kalibreert.
Noodlanding met drie propellers
Als één motor van de drone tijdens een vlucht stopt met werken als gevolg van een storing in de
runtime, schakelt de drone automatisch over naar de noodlandingsmodus met drie propellers. Het
vluchtcontrollersysteem zal proberen de stabiliteit en beheersbaarheid van de hoogte en snelheid
te behouden en de drone in deze modus automatisch te laten dalen. Dit geeft de gebruiker
voldoende tijd om de drone naar een veilig gebied te vliegen dat geschikt is om te landen, een val
van de drone en zijn ladingen van grote hoogte te vermijden en verliezen, persoonlijk letsel en
materiële schade op de grond te voorkomen.
Wanneer de drone in de noodlandingsmodus met drie propellers komt, zal de afstandsbediening
de gebruiker waarschuwen door te trillen. Op hetzelfde moment zal de drone standaard snel
draaien en automatisch dalen. De joystick die de voor- en achterwaartse beweging controleert zal
worden aangepast om de noord-zuidbeweging te controleren. De joystick die de beweging naar
links en rechts controleert, zal worden aangepast om de west-oostbeweging te controleren. Het
wordt aanbevolen om de stokken te bedienen en de drone zo snel mogelijk naar een veilige plaats
te verplaatsen die geschikt is om te landen. Wanneer de drone de grond nadert, kan de gebruiker
de noodstopfunctie van de propeller inschakelen om de drone te landen. Het verminderen van de
kans dat de drone crasht of ronddraait en het minimaliseren van eventuele verliezen.
 Noodlandingmetdrieaandrijfsystemenmagalleenwordengebruiktopeendronemet
eenstartgewichtvan≤3,78kgenopeenvlieghoogtevan≥10m,ineenopenomgeving.
 Alszo’nstoringzichvoordoet,verplaatsdedronedanonmiddellijkwegvanmensenen
waardevolle spullen en land op een vlakke en zachte ondergrond (bijv. gras) om schade
aan de drone te beperken.
 Alseenpropellerbeschadigdismaardemotornogsteedsnormaalwerkt,zaldedrone
niet in de noodlandingsmodus met drie propellers komen.
 Denoodlandingmetdriepropellersisalleenbedoeldvoornoodsituatieswaarbijhet
aandrijfsysteem defect is. Activeer deze functie NIET wanneer er geen sprake is van een
noodgeval.
 Dezefunctiewordtvoortdurendbijgewerktommeerscenario'stebehandelen.Zorg
ervoor dat alle firmware up-to-date is.
 NeemnaeennoodlandingzosnelmogelijkcontactopmetDJI-supportvoorhet
onderhoud van het aandrijfsysteem.
30
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
DJI AirSense
Vliegtuigen met een ADS-B-zendontvanger zenden actief vluchtinformatie uit, waaronder locaties,
vliegroutes, snelheden en hoogtes. DJI-drones met de DJI AirSense-technologie kunnen vluchtinformatie
ontvangen die wordt uitgezonden van ADS-B-transceivers die voldoen aan 1090ES- of UAT-normen
binnen een straalbereik van 10 kilometer. Op basis van de ontvangen vluchtinformatie kan DJI AirSense
de locatie, hoogte, oriëntatie en snelheid van de omliggende bemande vliegtuigen analyseren en
verkrijgen, en dergelijke cijfers vergelijken met de huidige positie, hoogte, oriëntatie en snelheid van de
DJI-drone om in realtime het potentiële risico op een botsing met de omliggende bemande vliegtuigen
te berekenen. DJI AirSense geeft dan een waarschuwingsbericht weer in DJI Pilot 2 op basis van het
risiconiveau.
DJI AirSense geeft alleen waarschuwingsberichten af over benaderingen door specifieke bemande
vliegtuigen onder speciale omstandigheden. Vlieg met uw drone altijd binnen een visuele zichtlijn en
wees te allen tijde voorzichtig. Houd er rekening mee dat DJI AirSense de volgende beperkingen heeft:
1. DJI AirSense kan alleen berichten ontvangen van bemande vliegtuigen die zijn geïnstalleerd met
een ADS-B out-apparaat en conform de normen 1090ES (RTCA DO-260) of UAT (RTCA DO-282). DJI-
apparaten kunnen geen uitzendberichten of waarschuwingen weergegeven op drones die niet zijn
uitgerust met functionerende ADS-B out-apparaten.
2. Als er een obstakel is tussen een bemand vliegtuig en een DJI-drone, kan DJI AirSense geen ADS-
B-berichten ontvangen die door het bemande vliegtuig zijn verzonden of waarschuwingsberichten
naar de gebruiker sturen. Let goed op uw omgeving en vlieg voorzichtig.
3. Waarschuwingsberichten kunnen worden verzonden met vertraging als DJI AirSense enige storing
van de omgeving ervaart. Let goed op uw omgeving en vlieg voorzichtig.
4. Waarschuwingsberichten worden mogelijk niet ontvangen als de DJI-drone geen informatie kan
verkrijgen om zijn locatie te bepalen.
5. DJI AirSense kan geen ADS-B-berichten ontvangen die zijn verzonden door bemande vliegtuigen of
waarschuwingsberichten naar de gebruiker sturen, indien uitgeschakeld of verkeerd geconfigureerd.
Wanneer een risico wordt gedetecteerd door het DJI AirSense-systeem, verschijnt het AR-
projectiescherm in de huidige weergave in DJI Pilot 2, waarbij intuïtief de afstand tussen de DJI-drone
en de het vliegtuig wordt weergegeven en een waarschuwing wordt gegeven. Gebruikers moeten de
instructies in DJI Pilot 2 volgen na ontvangst van de waarschuwing.
a. Opmerking: Er verschijnt een blauw vliegtuigpictogram op de kaart.
b. Let op: De app geeft het volgende bericht weer: “Bemande vliegtuigen in de buurt gedetecteerd.
Vlieg daarom voorzichtig.” Er verschijnt een klein oranje vierkant pictogram met de
afstandsinformatie in de cameraweergave en een oranje vliegtuigpictogram in de kaartweergave.
c. Waarschuwing: De app geeft het volgende bericht weer: “Collisierisico. Direct dalen of stijgen.” Als
de gebruiker niet werkt, wordt het volgende weergegeven in de app: "Collisierisico. Vlieg daarom
voorzichtig.” Er verschijnt een klein rood vierkant pictogram met de afstandsinformatie in de
cameraweergave en een rood vliegtuigpictogram in de kaartweergave. De afstandsbediening trilt om
te waarschuwen.
31
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Checklist ter voorbereiding van de vlucht
De checklist ter voorbereiding van de vlucht kan als referentie worden gebruikt ter voorbereiding
van de vlucht bij dagelijkse operaties.
1. Zorg ervoor dat de batterijen van de afstandsbediening en de drone volledig zijn opgeladen, dat
de TB30-batterijen stevig zijn geïnstalleerd en dat de batterijschakelaars zijn vergrendeld.
2. Zorg ervoor dat de propellers stevig gemonteerd en niet beschadigd of vervormd zijn, dat er
geen vreemde voorwerpen in of op de motoren of propellers zitten, dat de propellerbladen en
-armen zijn uitgevouwen en dat de vouwknoppen van de framearmen in de vergrendelde stand
zijn staan.
3. Zorg ervoor dat de lenzen van de zichtsystemen, camera's, FPV, het glas van de
infraroodsensoren en de hulplampen schoon en op geen enkele manier geblokkeerd zijn.
4. Zorg ervoor dat de gimbal ontgrendeld is en dat de camera naar de voorkant van de drone is
gericht.
5. Zorg ervoor dat de afdekkingen van de microSD-kaartsleuf, de PSDK-poort en het
donglecompartiment stevig gesloten zijn.
6. Zorg ervoor dat de antennes van de afstandsbediening in de juiste positie staan.
7. Schakel de drone en de afstandsbediening in en zet de vluchtmodusschakelaar in de N-modus.
Zorg ervoor dat het ledlampje voor de status en de knop voor dronemachtiging op de
afstandsbediening continu groen branden. Dit geeft aan dat de drone en de afstandsbediening
zijn gekoppeld en dat de afstandsbediening de drone bestuurt.
8. Plaats de drone op een open en vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat er geen obstakels,
gebouwen of bomen in de buurt zijn en dat de drone zich op 5 meter afstand van de piloot
bevindt. De piloot moet naar de achterkant van de drone gericht zijn.
9. Ga om de vliegveiligheid te garanderen naar de vluchtweergave van DJI Pilot en controleer de
parameters op de voorbereidingschecklist, zoals de joystickmodus, RTH-hoogte, obstakelafstand
en failsafe-instellingen. Het wordt aanbevolen om de failsafe in te stellen op RTH.
10.Verdeel het luchtruim voor een vlucht wanneer er meerdere drones tegelijkertijd actief zijn,
zodat botsingen in de lucht worden voorkomen.
32
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Drone
Dit hoofdstuk introduceert de
belangrijkste kenmerken van de drone.
33
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Drone
De drone uit de M30-serie bestaat voornamelijk uit het vluchtregelsysteem, het
communicatiesysteem, het zichtsysteem, het beeldverwerkingssysteem, het aandrijfsysteem en het
stroom- en batterijsysteem. Dit hoofdstuk geeft een gedetailleerde inleiding tot de onderdelen en
functies van de drone.
De drone activeren
Nadat de drone is gekoppeld aan de afstandsbediening (zorg ervoor dat de afstandsbediening
is verbonden met het internet), geeft de DJI Pilot 2-app de volgende melding weer: “Er is een DJI-
apparaat niet geactiveerd”. Volg de instructies op het scherm om de drone te activeren. Neem
contact op met DJI Support als activatie mislukt. Raadpleeg het gedeelte De afstandsbediening
koppelen voor meer informatie.
Overzicht van de drone
123
5
14
16
19
2
0
15
18
3
11 12
21
5
4
4
4
4
6
9
10
7
78
13
17
21
M30
M30T
1. FPV-camera
2. Voorwaarts infrarood
detectiesysteem
3. Voorwaarts zichtsysteem
4. Linker en rechter zichtsystemen
5. Linker- en rechter infrarood
detectiesystemen
6. microSD-kaartsleuf
7. Opwaarts zichtsysteem
8. Opwaarts infraroodsensorsysteem
9. Aan-uitknop/indicatielampje
10. PSDK-poort
11. Omhooggericht baken
12. Assistant-poort
13. Knoppen Framearm invouwen
14. Frame-armen
15. Motoren
16. Propellers
17. Statuslampjes achterkant
drone
18. GNSS-antennes
19. Videotransmissie-antennes
20. Statuslampjes voorkant drone
21. Gimbal en camera [1]
[1] De M30 en M30T zijn met verschillende
camera's uitgerust. Raadpleeg het daadwerkelijk
gekochte product.
34
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Achteraanzicht
22 22
24
25 26
2
7
28
23
Onderaanzicht
29 29
30
31 31
32
33
22. Achterwaarts zichtsysteem
23. Achterwaarts infrarooddetectiesysteem
24. Ventilatieopening
25. TB30 Intelligent Flight Battery
26. Ledlampjes voor batterijniveau
27. Knop batterijniveau
28. Batterij vergrendelen/ontgrendelen
29. Neerwaarts zichtsysteem
30. Neerwaarts infraroodsensorsysteem
31. Onderste hulplicht
32. Omlaag gericht baken
33. Donglecompartiment
Demonteer het product NIET zonder hulp van een erkende DJI-dealer (met uitzondering van
onderdelen die volgens deze handleiding door gebruikers mogen worden gedemonteerd).
U loopt anders het risico dat de garantie vervalt.
35
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
FPV-camera
De drone uit de M30-serie is uitgerust met een FPV-sterlichtcamera, die beelden 's nachts bij
slechte lichtomstandigheden kan optimaliseren. Het helpt de piloot om beter zicht te hebben op de
vliegomgeving en veilig te vliegen.
Propellers
Gebruiken van de propellers
De drone uit de M30-serie ondersteunt zowel de 1671 Propeller als de 1676 High Altitude Propeller
(niet inbegrepen). Raadpleeg het onderstaande diagram om de juiste propellers te kiezen op basis
van het startgewicht van de drone en de verwachte maximale vlieghoogte.
Het serviceplafond is de theoretische maximale hoogte waarop de drone normaal kan vliegen, op
voorwaarde dat de windsnelheid niet hoger is dan 12 m/s tijdens het vliegen en 12 m/s tijdens
het opstijgen of landen. De rem- en acceleratiemogelijkheden van de drone worden verminderd
wanneer u vlak bij het serviceplafond vliegt. Gebruik de 1676 High Altitude Propeller wanneer u op
hoogten boven zeeniveau vliegt van meer dan 3.000 m.
0
1000
2000
3000
4000
5000
6000
7000
8000
3.7 3.75 3.8 3.85 3.9 3.95 4 4.05 4.1 4.15 4.2 4.25
Vlieghoogte (m)
Startgewicht (kg)
Serviceplafond M30-serie 1676 Propeller Serviceplafond
voor grote hoogte
1671 Propeller Serviceplafond
Max. startgewichtStartgewicht
36
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
 Langduriggebruikvandehighaltitudepropellerszaldelevensduurvandemotor
verminderen.
 GebruikalleenofficiëlepropellersvanDJI.GebruikGEENverschillendesoortenpropellers
door elkaar.
 Propellerszijnverbruiksgoederen.Koopindiennoodzakelijkextrapropellers.
 Controleervóórelkevluchtofdepropellersenmotorenstevigencorrectgemonteerd
zijn.
 Controleervóórelkevluchtofallepropellersingoedestaatzijn.GebruikGEEN
verouderde, beschadigde of gebroken propellers.
 Blijfuitdebuurtvanderoterendepropellersenmotorenomletseltevoorkomen.
De propellers opslaan
Volg het schema om de propellers op te vouwen en op te bergen.
De propellerbladen vervangen
Gebruik de H2.0 inbussleutel om de propellers te vervangen.
Het wordt aanbevolen om tijdens het gebruik de propellers alleen te vervangen in geval van een
noodsituatie. Neem na afloop van de vlucht zo snel mogelijk contact op met DJI Support of een
erkende dealer voor controle en onderhoud van de propeller.
De propellerbladen zijn scherp. Ga voorzichtig te werk.
37
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Statuslampjes drone
De drone heeft statuslampjes voor- en achterindicatoren. Ze kunnen worden uitgeschakeld in DJI
Pilot 2 voor onopvallende veldwerkzaamheden.
1. Voorste indicatoren: Knipper afwisselend groen en rood om de neus van de drone aan te geven.
2. Achterste indicatoren: Knippert groen om de achterkant van de drone aan te geven tijdens
het vliegen. Wanneer de drone aan staat maar niet in de lucht is, geven de achterindicatoren
de vliegtuigstatussen weer. Raadpleeg de onderstaande tabel voor de verschillende
vliegtuigstatussen.
Normale statussen
Knippert afwisselend rood, geel
en groen Inschakelen en zelfdiagnosetests uitvoeren
Knippert groen* Alleen GPS wordt gebruikt voor positionering
(RTK wordt niet gebruikt)
×2 Knippert tweemaal groen* Visiesystemen worden gebruikt voor
positionering
Knippert snel groen RTK ingeschakeld en RTK-gegevens worden
gebruikt
Knippert langzaam geel Houdingsmodus (GNSS is niet beschikbaar)
Waarschuwingsstatussen
Knippert snel geel Signaal met afstandsbediening verloren
Knippert langzaam rood Laag accuniveau, opstijgen is uitgeschakeld **
Knippert snel rood Batterij bijna leeg, kritiek
Rood knipperend gedurende vijf
seconden (bij het uitvoeren van
CSC)
IMU-fout
—— Continu rood Kritieke fout
Knippert afwisselend rood en
geel Kalibratie van kompas vereist
Knippert afwisselend rood en
groen
RTK ingeschakeld, maar RTK-gegevens niet
beschikbaar
* Knippert langzaam groen in N-modus en snel in S-modus.
** Als het vliegtuig niet kan opstijgen terwijl de achterste indicator langzaam rood knippert, sluit u deze
aan op de afstandsbediening. Vervolgens voert u DJI Pilot 2 uit en bekijkt u de details.
12
38
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Bakens van de drone
Met de opwaartse en neerwaartse zwaailichten in de drone kunt u de drone vinden wanneer u 's
nachts vliegt. De bakens kunnen handmatig worden in- of uitgeschakeld in DJI Pilot 2.
Kijk NIET direct in de bakens als ze in gebruik zijn om schade aan uw ogen te voorkomen.
Hulplampen van de drone
De hulplichten aan de onderkant van de drone gaan automatisch aan bij slecht licht om het
systeem voor neerwaarts zicht te ondersteunen. De verlichting kan ook handmatig worden in- of
uitgeschakeld in DJI Pilot 2.
De hulplichten gaan automatisch aan in omgevingen met weinig licht wanneer de
vlieghoogte minder dan 5 m is. Houd er rekening mee dat de positioneringsprestaties van
de zichtsystemen kunnen worden beïnvloed. Vlieg voorzichtig als het GNSS-signaal zwak is.
39
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Gimbalcamera’s
De M30-serie integreert een zoomcamera en een brede camera, waarmee gebruikers snel
kunnen overschakelen naar een zeer vergrote zoomweergave voor gedetailleerde observatie na
het herkennen van een doel in de groothoekcameraweergave. De M30T is ook uitgerust met een
warmtebeeldcamera met lange golf die warmtebeelden kan maken. Zowel de M30 als de M30T
hebben een laserafstandsmeter, die de locatie en afstandsinformatie van een doel kan bieden
tijdens inspecties of zoek-en-reddingsoperaties. De operator kan snel de locatie van het doel
bepalen en de efficiëntie van de bediening verbeteren. De functies en het gebruik met M30T als
voorbeeld.
1
23
4
1. Laserafstandsmeter
2. Zoomcamera
3. Warmtebeeldcamera (alleen M30T)
4. Groothoekcamera
Bediening
De camera bedienen met de afstandsbediening
De volgende knoppen en het scrolwiel op de afstandsbediening kunnen worden gebruikt om de
camera op afstand te bedienen.
3
1
2
4
4
4
1. Scherpstellings-/sluiterknop
Druk de knop half in om de autofocus te
activeren en druk de knop helemaal in
om een foto te maken. De fotomodus kan
worden ingesteld in DJI Pilot 2.
2. Opnameknop
Druk eenmaal om de opname te starten of
te stoppen.
3. Scrolwieltje
Schuif naar links of rechts om de
camerazoom aan te passen wanneer u deze
gebruikt met drones uit de M30-serie.
4. C1/C2/C3-knoppen (aanpasbaar)
Open DJI Pilot 2 en ga naar de
cameraweergave. Tik en tik om RC-
knoppen aanpassen te selecteren. Stel de
functies van de knoppen C1, C2 en C3 in
voor snelle en eenvoudige bediening van de
camera.
De camera bedienen met DJI Pilot 2
Voor informatie over het bedienen van de camera in DJI Pilot 2, raadpleegt u het gedeelte Gimbal
Camera View in het hoofdstuk DJI Pilot 2 App.
40
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Gebruik van de microSD-kaart
Een microSD-kaart van 32 GB bevindt zich bij verzending in de microSD-kaartsleuf. De drone
ondersteunt microSD-kaarten met een maximumcapaciteit tot 128 GB. Gebruik een microSD-kaart
met UHS-snelheidsklasse 3 of hoger en een schrijfsnelheid van meer dan 30 MB/s om ervoor te
zorgen dat de camera snel gegevens kan lezen en schrijven voor HD-video-opnamen.
De volgende microSD-kaarten worden aanbevolen:
Lexar 667x U3 A2 Class10 32G/64G/128G
Lexar 1066x U3 A2 V30 32G/64G/128G
SanDisk Extreme PRO U3 A2 V30 32G/64G/128G
SanDisk Extreme U3 A2 V30 32G/64G/128G
 StopeerstdeopnamevoordatudemicroSD-kaartverwijdert,omtevoorkomendatde
opgenomen video's verloren gaan.
 Enkelvoudigevideo-opnamenwordenbeperkttoteenlengtevan30minutenomde
stabiliteit van het camerasysteem te waarborgen. Als de opnametijd langer is dan 30
minuten, stopt de video-opname en moet opnieuw worden gestart.
41
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Grond
+45°
-90°
+90°
+35°-35°
-120°
Gimbal
De 3-assige gimbal stabiliseert de camera zodat u heldere, stabiele foto’s en video-opnamen kunt
maken tijdens de vlucht. Raadpleeg de onderstaande afbeelding voor het kantel-, pan- en rolbereik
van de gimbal.
Kantelen Pan Rollen
Regelbaar roterend bereik
42
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Gimbalslot
Draai de gimbalkanteling omlaag tot 0° om de gimbalkanteling voor gebruik te ontgrendelen.
Het wordt aanbevolen om de gimbalkanteling tot +90° te draaien om de gimbalkanteling na gebruik
te vergrendelen.
Gimbalbediening
De gimbal bedienen met de afstandsbediening
2
1
1. Linkerdraaiknop
De linkerdraaiknop regelt de kanteling van de gimbal. Draai naar links, de gimbal zal naar
beneden kantelen. Draai naar rechts, de gimbal zal naar boven kantelen.
2. Rechterdraaiknop
De rechterdraaiknop bedient de pan (draaiing) van de gimbal. Draai naar links, de gimbalpan
draait naar links. Draai naar rechts, de gimbalpan draait naar rechts.
43
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
De Gimbal bedienen met DJI Pilot 2
Vasthouden en slepen
De gebruiker kan de gimbalweergave in de gimbalcameraweergave in DJI Pilot 2 als volgt bedienen:
1. Start DJI Pilot 2 en ga naar de cameraweergave.
2. Tik ergens op het scherm en houd vast totdat er een blauwe cirkel verschijnt.
3. Sleep de cirkel in een willekeurige richting en de gimbalbalk zal dienovereenkomstig draaien of
kantelen.
Dubbeltik op een doel om het doel te centreren
Dubbeltik op een doel in de gimbalcameraweergave en het doel wordt weergegeven in het midden
van de huidige weergave.
Gimbalmodus
De gimbal kan in twee standen werken voor verschillende opnamebehoeften.
Volgstand
Wanneer de drone horizontaal draait, draait het gimbalplatform
dienovereenkomstig met de hoek tussen de gimbalbak en de koers van
de drone ongewijzigd.
Vrije modus Wanneer de drone horizontaal draait, volgt de gimbaloriëntatie niet de
rotatie van de drone.
44
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Gebruikers kunnen het pictogram voor de gimbalmodus in de gimbalcameraweergave in DJI Pilot 2
gebruiken om de gimbalweergave snel te bedienen en het volgende te bereiken:
Gimbal Recenter
De gimbalpan draait naar het midden zodat deze overeenkomt
met de koers van de drone en de gimbalkanteling keert terug naar
het midden (0°) vanaf de huidige positie.
Gimbal omlaag
De gimbalpan roteert naar het midden zodat deze consistent is
met de koers van de drone en de gimbalkanteling verandert in
-90° ten opzichte van de huidige positie.
Recenter Gimbal
Pan
De gimbalpan draait naar het midden om consistent te zijn met de
koers van de drone terwijl de gimbalkanteling ongewijzigd blijft.
Gimbal naar
beneden kantelen
De gimbalpan blijft ongewijzigd terwijl de gimbalkanteling
verandert in -90° ten opzichte van de huidige positie.
Zorg ervoor dat er niets is dat de bewegingen van de gimbal belemmert. Tik of klop NIET
op de gimbal nadat de drone is ingeschakeld. Laat de drone opstijgen vanaf een open en
vlakke ondergrond om de gimbal tijdens het opstijgen te beschermen.
45
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
RTK-drone
Inleiding RTK-module
De ingebouwde RTK-module van de drone is bestand tegen sterke magnetische interferentie door
metalen structuren en hoogspanningsleidingen, waardoor veilige en stabiele vluchten worden
gegarandeerd. Bij gebruik met een D-RTK 2 High Precision GNSS Mobile Station* (niet inbegrepen)
of een DJI-goedgekeurde Network RTK-service kunnen nauwkeurigere positioneringsgegevens
worden verkregen.
* Zowel D-RTK 2 High Precision GNSS Mobile Station als D-RTK 2 High Precision GNSS Mobile Station voor
de Matrice-serie worden ondersteund.
RTK in-/uitschakelen
Zorg er voor elk gebruik voor dat de RTK-functie is ingeschakeld en dat het servicetype RTK correct
is ingesteld (D-RTK 2 Mobile Station). Anders kan RTK niet worden gebruikt voor positionering.
Ga naar de cameraweergave in DJI Pilot 2-app, druk op en selecteer vervolgens om de
instellingen te controleren. Zorg ervoor dat u de RTK-functie uitschakelt als u deze niet gebruikt.
Anders kan de drone niet opstijgen als er geen differentiële gegevens zijn.
RTK Positioning kan tijdens de vlucht worden in- en uitgeschakeld. Vergeet niet eerst een
RTK-servicetype te selecteren.
Nadat RTK is ingeschakeld, kan de modus Nauwkeurigheid positiebehoud worden
gebruikt.
D-RTK 2 GNSS mobiel station met hoge nauwkeurigheid
1. Raadpleeg de D-RTK 2 High Precision GNSS Mobile Station User Guide (beschikbaar op https://
www.dji.com/matrice-30/downloads) om het D-RTK 2 Mobile Station in te stellen en de drone
en het station te koppelen. Schakel het D-RTK 2 mobiele station in en schakel over naar de
uitzendmodus voor de M30-serie.
2. Selecteer op de RTK-instellingenpagina in de app het RTK-servicetype als "D-RTK 2 Mobile
Station", sluit het mobiele station aan door de instructies te volgen en wacht totdat het systeem
naar satellieten begint te zoeken. Wanneer de status van de drone in de statustabel "FIX" toont,
geeft het aan dat de drone de differentiële gegevens van het mobiele station heeft verkregen en
gebruikt.
3. D-RTK 2 Mobile Station communicatieafstand: 12 km (NCC/FCC), 6 km (SRRC/CE/MIC).
Aangepaste Network RTK
Om aangepaste Network RTK te gebruiken, moet u ervoor zorgen dat de afstandsbediening een
wifi-verbinding heeft. Custom Network RTK kan worden gebruikt om het D-RTK- 2 Mobile Station
te vervangen. Verbind het Aangepast netwerk RTK-account met de aangewezen NTRIP-server om
differentiële data te verzenden en te ontvangen. Houd de afstandsbediening ingeschakeld en
verbonden met internet terwijl u deze functie gebruikt.
1. Zorg ervoor dat de afstandsbediening met de drone is gekoppeld en is verbonden met het
internet.
46
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
2. Ga naar de cameraweergave in DJI Pilot 2-app, druk op en selecteer vervolgens . Selecteer
“Aangepaste Network RTK” als het RTK-servicetype en vul de vereiste informatie in. Tik vervolgens
op “Opslaan”.
3. Wacht met het maken van een verbinding met de NTRIP-server. In de RTK-instellingenpagina
zal de status van de drone in de statustabel "FIX" tonen om aan te geven dat de drone de
differentiële gegevens van het Custom Network RTK heeft verkregen en gebruikt.
IP-classificatie
1. Onder stabiele laboratoriumomstandigheden voldoet de M30/M30T aan beschermingsklasse
IP55 volgens norm IEC 60529, indien uitgerust met TB30 Intelligent Flight Batteries. De
beschermingsgraad is echter niet permanent en kan mettertijd afnemen.
a.VLIEGNIETwanneerdehoeveelheidregenvalgroterisdan100mmin24uur.
b. Vouw de frame-armen NIET in de regen. Zorg ervoor dat de drone droog is door het
zorgvuldig af te vegen voordat u deze in de draagtas opbergt.
c. Zorg ervoor dat de batterij-aansluitingen, batterijcompartimentaansluitingen, batterij-
oppervlakken en batterijcompartimentoppervlakken droog zijn voordat u de batterijen
plaatst.
d. Zorg ervoor dat de batterij-aansluitingen en batterij-oppervlakken vrij zijn van vloeistof
voordat u de batterijen oplaadt.
e. De productgarantie dekt geen waterschade.
2. De drone haalt de beschermingsklasse IP55 niet onder de volgende omstandigheden:
a. Framearmen zijn ingeklapt.
b. Er worden andere batterijen gebruikt dan de M30/M30T TB30 Intelligent Flight
Batteries.
c. De afdekkingen voor de poorten zijn niet correct bevestigd.
d. De weerbestendige dop van de bovenplaat is niet stevig aan de bovenplaat bevestigd.
e. De drone is gebroken in situaties waarin de dronebehuizing gebarsten is of de
waterdichte lijm niet goed vastzit.
3. De carrosserie van de drone gebruikt vlamvertragende materialen om de veiligheidsprestaties
te verbeteren, wat ertoe kan leiden dat de kleur van het uiterlijk wordt gewijzigd. Een dergelijke
kleurverandering heeft geen invloed op de prestaties en de IP-classificatie van de drone.
47
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
PSDK-poort
De PSDK-poort aan de bovenkant van de drone stelt ontwikkelaars in staat om PSDK-ladingen te
verbinden en meer uitbreidingsfuncties te ontwikkelen. Ga naar https://developer.dji.com/ voor
meer informatie over SDK-ontwikkeling.
Ga naar https://www.dji.com/matrice-30/downloads voor meer informatie over de PSDK-
montagebeugel.
48
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Afstandsbediening
In dit hoofdstuk staan de functies van de
afstandsbediening beschreven en staan
instructies over de besturing van de
drone.
49
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Afstandsbediening
De afstandsbediening starten en activeren
Aan- en uitzetten
Druk eenmaal, druk vervolgens opnieuw en houd twee seconden ingedrukt om de
afstandsbediening in of uit te schakelen.
De afstandsbediening inschakelen
Internet
De afstandsbediening moet voor het eerste gebruik worden geactiveerd. Zorg ervoor dat
de afstandsbediening tijdens het activeringsproces verbonden is met het internet.
Volg de onderstaande stappen om de afstandsbediening te activeren:
1. Schakel de afstandsbediening in. Selecteer een taaloptie en tik op Volgende. Lees de
gebruiksvoorwaarden en het privacybeleid aandachtig door en tik op Akkoord, en selecteer
vervolgens uw land/regio.
2. Maak verbinding met een wifi-netwerk om toegang te krijgen tot het internet. Stel vervolgens de
tijdzone, datum en tijd in.
3. Als u een DJI-account hebt, log dan in met uw wachtwoord. Als u een nieuwe gebruiker bent,
maak dan een DJI-account aan en log in.
4. Tik na het inloggen op Activeren op de activeringsinterface.
5. Er verschijnt een melding op het scherm die aangeeft dat de afstandsbediening is geactiveerd.
6. Nadat u de afstandsbediening hebt geactiveerd, kiest u of u wilt deelnemen aan het DJI Product
Improvement Project. Doe mee aan dit project om DJI te helpen uw behoeften beter te begrijpen.
Controleer de internetverbinding als de activering mislukt. Zorg ervoor dat er
internettoegang beschikbaar is en probeer de afstandsbediening opnieuw te activeren.
Neem contact op met DJI Support als activatie meermaals mislukt.
50
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Overzicht afstandsbediening
34
32
4
1
4
1
36
35
33
37
38 39
813
5 5
77
1
44
315
2
10 11
9
9
16
17
18
19 25
26
27
28
3
0
29
21
22 23 24
31 31
31
4
0
2
0
2
0
12
614
1. Externe RC-antennes
Verzend regel- en draadloze videosignalen
tussen de afstandsbediening en de drone.
2. Touchscreen
Geeft systeem- en app-weergaven weer en
ondersteunt maximaal 10 aanraakpunten.
Zorg ervoor dat het touchscreen schoon en
volledig droog is voor gebruik. Anders kunnen
de weergave- en aanraakeffecten worden
beïnvloed.
3. Knop Dronemachtiging
Bij het vliegen met een drone uit de M30-serie
wordt de knop Dronemachtiging gebruikt om
de controle over de drone te nemen en de
status van de bediening van de drone aan
te geven. Raadpleeg de handleiding op het
startscherm voor meer informatie.
4. Joysticks
Stel de vluchtregelingsstand in DJI Pilot 2 in.
5. Interne wifi-antennes
Blokkeer de interne wifi-antennes NIET tijdens
gebruik. Anders kan het signaal worden
beïnvloed.
6. Achterkant/functieknop
Druk eenmaal om terug te keren naar het
vorige scherm. Tik hier tweemaal op om
naar het startscherm terug te keren. Gebruik
de terugknop en een andere knop om de
combinatieknoppen te activeren. Raadpleeg
het hoofdstuk Toetscombinaties voor meer
informatie.
7. L1/L2/L3/R1/R2/R3-knoppen
Ga naar cameraweergave in DJI Pilot 2 om
de specifieke functies van deze knoppen te
bekijken.
8. Knop Return to Home (RTH) (terug naar
startpunt)
Druk en houd ingedrukt om RTH te starten.
Druk nogmaals om RTH te annuleren.
9. Microfoon
Blokkeer de microfoons NIET tijdens gebruik.
10. Status-led
Geeft de status van de afstandsbediening
aan. Bekijk gedetailleerde beschrijvingen
van de status-LED in het gedeelte LED's en
waarschuwingen van de afstandsbediening of
in de handleiding op het startscherm van de
afstandsbediening.
11. Ledlampjes voor batterijniveau
Toont het huidige batterijniveau van de
afstandsbediening. Bekijk gedetailleerde
beschrijvingen van de LED's voor het
batterijniveau in het gedeelte LED's en
waarschuwingen van de afstandsbediening.
12. Interne GNSS-antennes
Blokkeer de interne GNSS-antennes NIET
tijdens gebruik. Anders kunnen het signaal
en de positioneringsnauwkeurigheid worden
beïnvloed.
13. Aan-uitknop
Druk eenmaal om het huidige batterijniveau
te controleren. Druk eenmaal, druk vervolgens
opnieuw en houd twee seconden ingedrukt
om de afstandsbediening in of uit te
schakelen. Wanneer de afstandsbediening
is ingeschakeld, drukt u eenmaal op om het
touchscreen in of uit te schakelen.
14. 5D-knop
Bekijk de standaardfuncties van de 5D-knop
in DJI Pilot 2. Raadpleeg de handleiding op het
startscherm voor meer informatie.
51
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
34
32
4
1
4
1
36
35
33
37
38 39
813
5 5
77
1
44
315
2
10 11
9
9
16
17
18
19 25
26
27
28
3
0
29
21
22 23 24
31 31
31
4
0
2
0
2
0
12
614
15. Vliegpauzeknop
Druk eenmaal om de drone te laten remmen
en op zijn plaats te laten stilhangen (alleen
wanneer GNNS of zichtsystemen beschikbaar
zijn).
16. C3-knop
Functies in DJI Pilot 2 aanpassen.
17. Linkerdraaiknop
Regelt de kantelas van de gimbal.
18. Opnameknop
Druk eenmaal om de opname te starten of te
stoppen.
19. Vliegstandschakelaar
Voor het schakelen tussen drie vliegmodi:
N-modus (normaal), S-modus (sport)
en F-modus (functie). De F-modus kan
in DJI Pilot 2 worden ingesteld op de
A-modus (Attitudemodus) of de T-modus
(Trumpmodus).
20. Interne RC-antennes
Voor het verzenden van het besturings- en
de draadloze videosignalen naar de drone.
Blokkeer de interne RC-antennes NIET tijdens
gebruik. Anders kan het signaal worden
beïnvloed.
21. microSD-kaartsleuf
Voor het plaatsen van een microSD-kaart.
22. USB-A-aansluiting
Wanneer gebruikers met een vliegtuig
uit de Matrice-serie vliegen, kunnen ze
de afstandsbediening aansluiten op een
intelligent BS30-batterijstation voor firmware-
updates. Gebruikers kunnen ook apparaten
van derden plaatsen, zoals een USB-stick of
een geheugenkaart.
23. HDMI-poort
Voor het uitvoeren van een HDMI-signaal naar
een externe monitor.
24. USB-C-aansluiting
Voor opladen van de afstandsbediening.
25. Scherpstellings-/sluiterknop
Druk de knop half in om automatisch scherp
te stellen en druk de knop helemaal in om een
foto te maken.
26. Rechterdraaiknop
Bedient de pan (draaiing) van de gimbal.
27. Scrolwieltje
Voor het aanpassen van de camerazoom.
28. Handgreep
29. Luidspreker
30. Ventilatieopening
Voor warmteafvoer. Blokkeer de luchtopening
NIET tijdens gebruik.
52
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
31. Gereserveerde bevestigingsgaten
Voor het monteren van externe apparaten.
32. C1-knop
Functies in DJI Pilot 2 aanpassen.
33. C2-knop
Functies in DJI Pilot 2 aanpassen.
34. Afscherming aan de achterkant
35. Batterij-ontgrendelknop
36. Batterijcompartiment
Voor het installeren van de intelligente WB37-
batterij.
34
32
4
1
4
1
36
35
33
37
38 39
813
5 5
77
1
44
315
2
10 11
9
9
16
17
18
19 25
26
27
28
3
0
29
21
22 23 24
31 31
31
4
0
2
0
2
0
12
614
37. Knop voor openen van afscherming aan de
achterkant
38. Alarm
39. Luchtinlaat
Voor warmteafvoer. Blokkeer de luchtopening
NIET tijdens gebruik.
40. Donglecompartiment
Voor het aansluiten van de dongle op de USB-
C-connector.
41. M4 schroefgat
Voor montage van de riembeugel.
53
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
De WB37 Intelligent Battery plaatsen
Een WB37-batterij (niet inbegrepen) kan in de volgende stappen op de afstandsbediening worden
gemonteerd.
1
2
3
1. Duw de ontgrendelknop van de achterdeksel naar het uiteinde om het achterdeksel te openen.
2. Plaats de WB37-batterij in het compartiment en duw deze naar boven. Er klinkt een klikgeluid om
aan te geven dat de batterij stevig is geïnstalleerd.
3. Sluit het achterdeksel.
Voor het verwijderen van de WB37-batterij houdt u de batterij-ontgrendelknop ingedrukt en
drukt u de batterij naar beneden.
Montage van de dongle
De USB-C-connector in het donglecompartiment kan worden gebruikt om een USB-C-dongle (niet
inbegrepen) aan te sluiten in de volgende stappen.
1. Duw de ontgrendelknop van de achterdeksel naar het uiteinde om het achterdeksel te openen.
Verwijder de schroeven om het donglecompartiment te openen.
2. Steek de dongle in de USB-C-connector. Sluit het donglecompartiment.
3. Bevestig het donglecompartiment met de schroeven. Sluit het achterdeksel.
2
1
3
6
7
4
5
54
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
De band- en beugelset monteren
Een band- en beugelset (niet inbegrepen) kan in de volgende stappen op de afstandsbediening
worden gemonteerd.
1. Monteer de beugel op de afstandsbediening met twee schroeven.
2. Vouw de twee handgrepen uit.
3. Draag de riem en bevestig de riemhaken aan de gaten in de handgreep.
Houd de afstandsbediening na gebruik met de ene hand vast, ontgrendel de riemhaken
met de andere hand om de afstandsbediening te verwijderen en verwijder vervolgens de
riem.
55
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
De antennes verstellen
Til de antennes op en stel ze af. De sterkte van het signaal van de afstandsbediening wordt
beïnvloed door de positie van de antennes.
Pas de richting van de externe RC-antennes aan en zorg ervoor dat de platte kant naar de drone is
gericht, zodat de afstandsbediening en de drone zich binnen de optimale zendzone bevinden.
Strek de antennes NIET te ver uit om schade te voorkomen. Neem contact op met DJI
Support om de afstandsbediening te repareren als de antennes beschadigd zijn. Een
beschadigde antenne vermindert de prestaties van de afstandsbediening aanzienlijk en
kan de vliegveiligheid beïnvloeden.
Gebruik tijdens de vlucht NIET tegelijkertijd andere 2,4 GHz of 5,8 GHz
communicatieapparatuur in dezelfde frequentieband, om het communicatiesignaal van
de afstandsbediening niet te verstoren. Zoals het inschakelen van de wifi van de mobiele
telefoon.
Er verschijnt een melding in DJI Pilot 2 als het transmissiesignaal tijdens de vlucht zwak is.
Pas de antennes aan zodat de drone binnen het optimale zendbereik is.
IP-classificatie
1. De DJI RC Plus afstandsbediening is getest in een laboratoriumomgeving en voldoet aan IP54
conform de wereldwijde IEC 60529-norm. De beschermingsgraad is echter niet permanent en
kan mettertijd afnemen.
a. Gebruik de afstandsbediening NIET wanneer de neerslag in 24 uur meer dan 50 mm
bedraagt.
b. Open GEEN afdekking in de regen, inclusief de afdekking van de externe poort,
de afdekking van de achterkant van de afstandsbediening, de afdekking van het
donglecompartiment of de ventilatie- en luchtinlaatafdekkingen. Monteer of verwijder
GEEN bedieningssticks of antennes in de regen. Voordat u een afdekking opent of de
bedieningssticks of antennes verwijdert, moet u de afstandsbediening binnenshuis
verplaatsen en ervoor zorgen dat deze schoon en volledig droog is.
c. Wanneer u de afstandsbediening in de regen gebruikt, zorg er dan voor dat alle
afdekkingen stevig zijn bevestigd en dat de bedieningssticks stevig op hun plaats zijn
geschroefd.
d. Het is normaal om watervlekken rond de poort te hebben bij het openen van het
poortdeksel na gebruik. Veeg watervlekken af voordat u de externe poort gebruikt.
56
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
e. De productgarantie dekt geen waterschade.
2. De afstandsbediening is niet gekwalificeerd voor een IP54-classificatie in de volgende
omstandigheden:
a. Het deksel van de externe poort is niet stevig bevestigd.
b. De achterklep van de afstandsbediening is niet stevig bevestigd.
c. De ventilatie- en luchtinlaatdeksels zijn niet stevig gemonteerd.
d. Het deksel van het donglecompartiment is niet stevig bevestigd.
e. De bedieningsstangen zijn niet stevig op hun plaats geschroefd.
f. Antennes zijn niet stevig op hun plaats geschroefd.
g. De afstandsbediening heeft andere schade opgelopen, zoals een gebarsten omhulsel
of aangetaste waterdichte kleeflaag.
57
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Gebruikersinterface
Startscherm
1. Tijd
Geeft de lokale tijd weer.
2. DJI Pilot 2 
Tik om DJI Pilot 2 te openen.
3. Galerij
Tik om opgeslagen afbeeldingen en video’s te bekijken.
4. Bestanden
Tik om opgeslagen bestanden te bekijken.
5. Browser
Tik om de browser te openen.
6. Instellingen
Tik om de systeeminstellingen te openen.
7. Gids
Tik om de handleiding met beknopte informatie over de knoppen en LED's van de
afstandsbediening te lezen.
8. Wifi-signaal
Geeft de wifi-signaalstatus weer wanneer verbonden met wifi. Wifi kan worden in- of
uitgeschakeld in de sneltoetsinstellingen of in de systeeminstellingen.
9. Batterijniveau
Toont het interne en externe batterijniveau van de afstandsbediening. Het batterijniveau van
de externe WB37 intelligente batterij wordt ook weergegeven wanneer deze is geïnstalleerd.
Het pictogram geeft aan dat de batterij wordt opgeladen.
4:53
5
DJI Pilot 2
Firefox
Setting
Gallery
Files
1
2 3 4 5 6 7
8 9
58
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Wi-Fi
Bluetooth
Do Not Dis
Record Screen
Screenshot
Notifications
3:05
PM
Mondy
Apr 18, 2022
Mobile dat Airplane mo
Schermgebaren
Schuif omhoog vanaf de
onderkant van het scherm
en houd vast om toegang
te krijgen tot de recentelijk
geopende apps.
Schuif van links naar rechts
naar het midden van het
scherm om terug te keren
naar het vorige scherm.
Schuif omhoog vanaf de
onderkant van het scherm
om terug te keren naar het
startscherm.
Snelkoppelingsinstellingen
2 3 4
5
7
6
1
1. Berichten
Tik om systeem- of app-meldingen te bekijken.
2. Recent
Tik op om recent geopende apps te bekijken en ernaar over te schakelen.
3. Startscherm
Tik op om naar het startscherm terug te keren.
4. Systeeminstellingen
Tik op om toegang te krijgen tot de systeeminstellingen.
59
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
5. Snelkoppelingen
: tik hierop om wifi in of uit te schakelen. Houd het pictogram ingedrukt om instellingen in te
voeren en verbinding te maken met een wifi-netwerk of deze toe te voegen.
: tik hierop om Bluetooth in of uit te schakelen. Druk op het pictogram en houd het ingedrukt
om de instellingen te openen en verbinding te maken met Bluetooth-apparaten in de buurt.
: Tik hierop om de modus NIET storen in te schakelen. In deze modus worden
systeemmeldingen uitgeschakeld.
: tik hierop om een video-opname van het scherm te starten.
: tik hierop om een screenshot van het scherm te maken.
: Mobiele gegevens. Tik om mobiele gegevens in of uit te schakelen; houd lang ingedrukt om
mobiele gegevens in te stellen en de status van de netwerkverbinding te diagnosticeren.
: Tik hierop om de vliegtuigmodus in te schakelen. Wifi, Bluetooth en mobiele data worden
uitgeschakeld.
6. Helderheid aanpassen
Schuif de balk om de helderheid aan te passen. Tik op het pictogram om de modus voor
automatische helderheid in te schakelen. Tik op het pictogram of verschuif de balk, zodat het
pictogram overschakelt naar de handmatige helderheidsmodus.
7. Volume aanpassen
Verschuif de balk om het volume aan te passen en tik om te dempen. Na het dempen
worden alle geluiden van de afstandsbediening volledig uitgeschakeld, inclusief bijbehorende
alarmgeluiden. Schakel het geluid voorzichtig in.
60
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Videotransmissie
Drones uit de M30-serie zijn uitgerust met O3 Enterprise, dat driekanaals 1080p-videotransmissie
mogelijk maakt en de modus Enkelvoudige operator of Geavanceerde dubbele operator
ondersteunt.
1. In de modus Enkele operator ondersteunt de afstandsbediening tweekanaals
1080p-videotransmissie.
2. In de geavanceerde dubbele operatormodus ondersteunt de afstandsbediening driekanaals
1080p-videotransmissie en maakt het naadloos wisselen tussen invoerfeeds mogelijk.
Ledlampjes en waarschuwing afstandsbediening
Ledlampjes van de afstandsbediening
1 2
1. Status-led
De status-LED geeft de status van de afstandsbediening, de drone en de koppeling tussen de
afstandsbedieningen aan.
Knipperpatronen Beschrijvingen
Continu rood Niet verbonden met drone
Knippert rood Batterijniveau drone laag
Continu groen Verbonden met drone
Knippert blauw De afstandsbediening is gekoppeld aan een drone
Continu geel Firmware-update mislukt
Knippert geel Batterijniveau afstandsbediening laag
Knippert cyaan Besturingssticks niet gecentreerd
2. Ledlampjes voor batterijniveau
De ledlampjes voor het batterijniveau geven het batterijniveau van de afstandsbediening weer.
Indicatoren batterijniveau Batterijniveau
75%~100%
50%~75%
25%~50%
0%~25%
Waarschuwing afstandsbediening
61
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
De afstandsbediening trilt of piept twee keer als er een fout of waarschuwing is. Zie voor
gedetailleerde informatie de realtime aanwijzingen op het touchscreen of in DJI Pilot 2. Veeg vanaf
de bovenkant van het scherm naar beneden om de snelkoppelingsinstellingen te openen en
schakel de stille modus in om alle spraakwaarschuwingen uit te schakelen.
Alle gesproken meldingen en waarschuwingen worden uitgeschakeld in de stille modus,
inclusief waarschuwingen tijdens RTH en waarschuwingen voor bijna lege batterijen voor de
afstandsbediening of de drone. Wees voorzichtig in het gebruik.
De afstandsbediening opladen en het batterijniveau controleren
Opladen van de afstandsbediening
1. Sluit het BS30 Intelligent Battery-laadstation met de adapterkabel aan op een stopcontact.
2. Sluit het batterijstation met een USB C-kabel aan op de afstandsbediening.
3. De leds van het batterijniveau beginnen te knipperen om aan te geven dat de interne batterij is
geactiveerd.
4. Het duurt ongeveer 2 uur om de batterij van de afstandsbediening volledig op te laden.
 HetwordtaanbevolenomvoorhetopladenhetDJIBS30-batterijstationtegebruiken.
Gebruik anders een gecertificeerde USB-C lader met een maximaal nominaal vermogen
van 65 W en een maximale spanning van 20 V, zoals de draagbare DJI 65W-lader.
 Laaddeafstandsbedieningelkedriemaandenvolledigop.Debatterijlooptleegalshet
voor langere tijd wordt opgeborgen.
 AlsereenWB37-batterijindeafstandsbedieningisgeïnstalleerd,wordtdeWB37-batterij
tegelijkertijd opgeladen. De WB37-batterij kan ook worden opgeladen door deze in het
BS30-batterijstation te plaatsen.
 Deafstandsbedieningkannietwordeningeschakeldvoordatdeinternebatterijis
geactiveerd.
 GebruikdemeegeleverdeUSB-C-naarUSB-C-kabelvooroptimaalopladen.
62
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Opties voor opladen
A. De interne batterij van de afstandsbediening kan worden opgeladen met een oplaadapparaat of de
geplaatste externe WB37-batterij. Het duurt ongeveer twee uur om de interne batterij volledig op te
laden met een oplaadapparaat. De interne batterij kan tot 50% worden opgeladen met de externe
batterij. Opladen met de externe batterij is niet mogelijk nadat de afstandsbediening is uitgeschakeld.
B. Duur voor het volledig opladen van een WB37-batterij met 0% vermogen:
a. Wanneer deze op de afstandsbediening is gemonteerd en het niveau van de
ingebouwde batterij 0% is, duurt het ongeveer 2 uur om de ingebouwde batterij
volledig op te laden.
b. Wanneer deze op de afstandsbediening is gemonteerd en het niveau van de
ingebouwde batterij 100% is, duurt het ongeveer 1 uur en 10 minuten
c. Wanneer deze in de BS30-batterijhouder wordt geplaatst, duurt het ongeveer 1 uur en
20 minuten
De oplaadtijd kan variëren afhankelijk van de omgevingstemperatuur.
Laadmechanisme
a. Wanneer de afstandsbediening is aangesloten op zowel een oplaadapparaat als een externe
batterij, wordt de afstandsbediening gevoed door het oplaadapparaat.
b. Wanneer de externe batterij is gemonteerd en de afstandsbediening niet is aangesloten op
een oplaadapparaat, wordt de afstandsbediening gevoed door de externe batterij. Wanneer de
externe batterij leeg is, wordt de afstandsbediening gevoed door de interne batterij.
Het batterijniveau controleren
Controle van het niveau van de interne batterij
Druk één keer op de aan-uitknop om het huidige batterijniveau te controleren.
Laag Hoog
Controle van het niveau van de externe batterij
Druk op de aan-uitknop op de externe batterij en de LED's geven het huidige batterijniveau van de
externe batterij aan.
Hoog
Laag
U kunt ook naar het startscherm van de afstandsbediening gaan en het batterijniveau van
zowel de interne als de externe batterijen op de statusbalk controleren.
63
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
De afstandsbediening en de stick-modi van de besturing koppelen
Koppelen van de afstandsbediening
De afstandsbediening is al aan de drone gekoppeld wanneer deze samen als onderdeel van
een combo worden gekocht. Zo niet, volg dan de onderstaande stappen om na activering de
afstandsbediening en de drone te koppelen.
Methode 1: Combinatieknoppen gebruiken
1. Schakel de afstandsbediening en de drone in.
2. Druk tegelijkertijd op de knop C1, C2 en opnameknop totdat de status-LED blauw knippert en de
afstandsbediening twee keer piept.
3. Houd de aan-uitknop van de drone minstens 5 seconden ingedrukt. Het aan-uitlampje van de
drone knippert en zal twee keer piepen om aan te geven dat de koppeling is gestart. Wanneer
de koppeling is geslaagd, knipperen de statuslampjes van de drone groen. Ondertussen geeft
de afstandsbediening twee pieptonen en branden de statuslampjes van de afstandsbediening
continu groen.
Methode 2: DJI Pilot 2 gebruiken
New database for safty available
Prepare To Fly
Prohibited areas
Limit fly
Fire Rescue
Traffic Police Brigade
Academy
Album
Air Line
Remote Controller Linking
5 sec
1. Schakel de drone en afstandsbediening in.
2. Voer DJI Pilot 2 uit en tik op Afstandsbediening koppelen om te koppelen. De statusled van de
afstandsbediening knippert blauw en de afstandsbediening piept tijdens het koppelen.
3. Houd de aan-uitknop van de drone minstens 5 seconden ingedrukt. Het aan-uitlampje van de
drone knippert en zal twee keer piepen om aan te geven dat de koppeling is gestart. Wanneer
de koppeling is geslaagd, knipperen de statuslampjes van de drone groen. Ondertussen geeft
de afstandsbediening twee pieptonen en branden de statuslampjes van de afstandsbediening
continu groen.
 Zorgdatdeafstandsbedieningtijdensdekoppelingnietmeerdan50cmvandedrone
verwijderd is.
 Zorgervoordatdeafstandsbedieningisaangeslotenophetinternetwanneeruinlogt
met een DJI-account.
64
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Joystickmodus
De joystick kunnen worden bediend in modus 1, modus 2 of modus 3, zoals hieronder
weergegeven.
Omhoog
Omlaag
Links Rechts
Links Rechts
Links Rechts
Achteruit
Vooruit
Omlaag
Omhoog
Achteruit
Vooruit
Omlaag
Omhoog
Vooruit
Achteruit
Linksaf Rechtsaf
Linksaf Rechtsaf
Linker joystick Rechter joystick
Rechter joystick
Linker joystick
Rechter joystickLinker joystick
Modus 1
Modus 2
Modus 3
Linksaf Rechtsaf
65
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Houd de afstandsbediening uit de buurt van magnetische materialen zoals magneten en
luidsprekerkasten om magnetische interferentie te voorkomen.
Om schade aan de bedieningssticks te voorkomen, wordt aanbevolen de
afstandsbediening tijdens het vervoer in de draagtas te bewaren.
De standaardbesturingsmodus van de afstandsbediening is modus 2. In deze handleiding wordt
modus 2 gebruikt als voorbeeld om te illustreren hoe de joysticks moeten worden gebruikt.
Centrale positie: de joysticks zijn gecentreerd.
De joystick bewegen: de joysticks worden vanuit het midden weggeduwd.
Afstandsbediening
(Modus 2) Drone Opmerkingen
Left Stick UP
Down
De hoogte van de drone wijzigt u door de
linker joystick omhoog of omlaag te bewegen.
Duw de stick omhoog om te stijgen en omlaag
om te dalen. Hoe verder de stick van de
middenpositie wordt weggeduwd, hoe sneller
de drone van hoogte verandert. Duw altijd
voorzichtig tegen de stick om plotselinge en
onverwachte veranderingen in hoogte te
voorkomen.
Left Stick
Turn RightTurn Left
Door de linker joystick naar links of rechts
te bewegen, bestuurt u de richting van de
drone. Duw de joystick naar links om de drone
tegen de klok in te draaien en naar rechts om
de drone met de klok mee te draaien. Hoe
verder de joystick van de middenpositie wordt
weggeduwd, hoe sneller de drone zal draaien.
Right Stick Forward
Backward
Het hellen van de drone wijzigt u door
de rechter joystick omhoog en omlaag te
bewegen. Duw de joystick omhoog om
voorwaarts te vliegen, en naar beneden om
achterwaarts te vliegen. Hoe verder de joystick
van de middenpositie wordt weggeduwd, hoe
sneller de drone zal bewegen.
Right Stick
RightLeft
Het rollen van de drone wijzigt u door
de rechter joystick naar links of rechts te
bewegen. Duw de joystick naar links om naar
links te vliegen en naar rechts om naar rechts
te vliegen. Hoe verder de joystick van de
middenpositie wordt weggeduwd, hoe sneller
de drone zal bewegen.
Linker joystick
Linker joystick
Rechter joystick
Rechter joystick
Omhoog
Omlaag
Linksaf Rechtsaf
Achteruit
Vooruit
Links Rechts
66
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Overzicht knoppen
RTH-knop
Druk op de RTH-knop en houd de knop ingedrukt totdat de afstandsbediening twee keer piept om
RTH te starten. De drone vliegt naar het laatst geüpdatete startpunt. Druk nogmaals op de knop om
RTH te annuleren en de controle over de drone weer over te nemen.
In de modus Geavanceerde dubbele operator kan de gebruiker de RTH niet starten of
annuleren met behulp van de RTH-knop op de afstandsbediening die geen controle over
de drone heeft.
L1/L2/L3/R1/R2/R3-knoppen
De afstandsbediening schakelt automatisch over naar de functies van deze knoppen, afhankelijk
van het cameratype in de drone. Zoek de beschrijvingen van deze knopfuncties naast de knoppen
L1/L2/L3/R1/R2/R3 nadat u DJI Pilot 2 hebt uitgevoerd.
Knop Aanpassing en combinaties
Aanpasbare knoppen
De aanpasbare knoppen zijn de knoppen C1, C2, C3 en D5. Open DJI Pilot 2 en ga naar de
cameraweergave. Tik en tik om de functies van deze knoppen te configureren. Bovendien
kunnen combinatieknoppen worden aangepast met de knoppen C1, C2 en C3 met de 5D-knop.
67
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Combinatieknoppen
Sommige veelgebruikte functies kunnen geactiveerd worden door combinatieknoppen te gebruiken.
Om toetscombinaties te gebruiken, houdt u de Terug-knop ingedrukt en bedient u de andere knop
in de combinatie. Bij daadwerkelijk gebruik opent u het startscherm van de afstandsbediening en
tikt u op Begeleiden om snel alle beschikbare combinatietoetsen te controleren.
De standaard combinatieknoppen kunnen niet worden gewijzigd. De volgende tabel geeft de
functie van elke standaard combinatieknop weer. Gebruik tegelijkertijd de terugknop en de andere
knop om een specifieke functie uit te voeren.
Combinatiebediening Functie
Knop Terug + Linkerdraaiknop Helderheid aanpassen
Knop Terug + Rechterdraaiknop Volume aanpassen
Knop Terug + knop Opnemen Scherm Opnemen
Knop Terug + sluiterknop Schermopname
Knop Terug + 5D-knop Omschakelen - Home; Omlaag - Sneltoetsinstellingen; Links
schakelen - Onlangs geopende apps
Helderheid aanpassen Volume aanpassen
Schermopname
Startscherm
Snelkoppeling-
sinstellingen
Recent
Scherm Opnemen
Druk op Terug en de
bijbehorende knop voor
de sneltoets voor de
bediening
68
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Pictogram Vliegmodus
F F-modus (Functie)
S S-modus (Sport)
N N-modus (Normaal)
Vliegstandschakelaar (N/S/F)
Selecteer een vliegstand met de schakelaar.
Het vluchtregelsysteem van het M30-toestel ondersteunt de volgende vluchtmodi:
N-modus (Normaal)
De drone maakt gebruik van de GNSS en het zichtsysteem dat obstakeldetectie in zes richtingen
mogelijk maakt om zichzelf automatisch te stabiliseren. Wanneer het GNNS-signaal sterk is,
gebruikt de drone GNSS om zichzelf te lokaliseren en te stabiliseren. Wanneer de GNNS zwak is
maar de lichtomstandigheden en andere omgevingsomstandigheden voldoende zijn, gebruikt de
drone de zichtsystemen om zichzelf te lokaliseren en te stabiliseren. Wanneer obstakeldetectie
is ingeschakeld en de verlichting en andere omgevingsomstandigheden voldoende zijn, is de
maximale kantelhoek van de drone 25°. Wanneer het GNSS-signaal zwak is en de verlichting en
andere omgevingsomstandigheden onvoldoende zijn, kan de drone niet precies bewegen en kan
het alleen zijn hoogte behouden met behulp van de barometer.
S-modus (Sport)
De drone maakt gebruik van het GNSS-systeem en het systeem voor neerwaarts zicht om precies
te zweven. Door de gain- en expo-instellingen aan te passen, kan de maximale vliegsnelheid van
de drone worden verhoogd tot 23 m/s. In de S-modus wordt de detectie van obstakels in de vier
horizontale richtingen uitgeschakeld en kan de drone in deze richtingen geen obstakels detecteren
of omzeilen. De opwaartse en neerwaartse zichtsystemen werken normaal in de S-modus.
F-modus (Functie)
De F-modus kan in DJI Pilot 2 worden ingesteld op de T-modus (Driepooot-modus) of de A-modus
(Attitudemodus). De T-modus is gebaseerd op de N-modus. De vliegsnelheid is beperkt om de
drone gemakkelijker te kunnen besturen. De houdingsmodus moet voorzichtig worden gebruikt.
 ObstakeldetectieisuitgeschakeldindeS-modus,watbetekentdatdedronenietkan
detecteren en remmen om obstakels automatisch te vermijden. Let op de omgeving en
obstakels op de route wanneer u in S-modus met de drone vliegt.
 HouderrekeningmeedatwanneeruindeS-modusvliegt,devliegsnelheidvandedrone
sterk zal toenemen in vergelijking met die in de N-modus (normaal). De remafstand zal
dan ook aanzienlijk toenemen. Bij vliegen in een winddichte omgeving is een minimale
remafstand van 50 m vereist.
69
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
A-modus (attitude-modus)
1. Schakel NIET van de N-stand op de S-stand of de F-stand over, tenzij u voldoende vertrouwd
bent met het gedrag dat de drone in elk van deze twee vliegstanden vertoont. U moet in DJI
Pilot 2 de instelling Meerdere vliegstanden inschakelen voordat u van de N-stand naar andere
standen wisselt.
2. Vermijd vliegen in gebieden waarin het GNSS-signaal zwak is of in nauwe en besloten ruimtes.
Anders wordt de drone gedwongen om in de Attitude-modus* te gaan, wat kan leiden tot
mogelijke vluchtgevaren. Land de drone zo snel mogelijk op een veilige plaats.
3. Bij het schakelen van de GNSS naar het BeiDou-satellietpositioneringssysteem in DJI Pilot 2
gebruikt de drone slechts één positioneringssysteem en wordt de satellietzoekfunctie slecht.
Vlieg daarom voorzichtig.
* In de Attitude-modus zijn de zichtsystemen en sommige intelligentiefuncties uitgeschakeld. De drone
kan zichzelf in deze stand niet positioneren of automatisch remmen, met als gevolg dat deze gemakkelijk
nadelig beïnvloed wordt door zijn omgeving, wat kan resulteren in horizontaal schakelen. Gebruik de
afstandsbediening om de drone te bedienen en positioneren.
70
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Het kompas kalibreren
Het kompas moet mogelijk worden gekalibreerd nadat de afstandsbediening is gebruikt in
gebieden met elektromagnetische interferentie. Er verschijnt een waarschuwingsmelding als het
kompas van de afstandsbediening gekalibreerd moet worden. Tik op het waarschuwingsbericht om
te beginnen met de kalibratie. In andere gevallen moet u de onderstaande stappen volgen om de
afstandsbediening te kalibreren.
1. Open het startscherm.
2. Open Instellingen, veeg omhoog en selecteer Kompas.
3. Volg het schema op het scherm om de afstandsbediening te kalibreren.
4. De gebruiker krijgt een melding wanneer de kalibratie succesvol is.
Als het kompas van de afstandsbediening normaal werkt, wordt "Kalibratie geslaagd"
getoond nadat de kalibratieweergave is geopend. Het is niet nodig om de kalibratie uit te
voeren.
HDMI-instellingen
Het touchscreen kan via een HDMI-kabel worden gedeeld met een beeldscherm. De resolutie kan
worden ingesteld in Instellingen, Weergave, Geavanceerde en vervolgens HDMI.
Geavanceerde Dual Operator Mode
Drones uit de M30-serie ondersteunen de Advanced Dual Operator-modus waarmee twee piloten
tegelijkertijd een drone kunnen bedienen met afstandsbedieningen A en B. In deze modus hebben
beide afstandsbedieningen gelijke controle over de drone. De rollen van beide afstandsbedieningen
die de drone besturen, worden niet vooraf toegewezen. In plaats daarvan kan een piloot de
controle krijgen over de drone of de gimbalcamera, indien nodig, waardoor meer flexibiliteit tijdens
de operatie mogelijk is.
De controle over de drone is onafhankelijk van de controle over de gimbalcamera. Wanneer een
afstandsbediening de controle over de drone of de gimbalcamera krijgt, kan de gebruiker de
controller gebruiken om de drone te bedienen of de beweging van de gimbalcamera te controleren.
Geavanceerde Dual Operator Modus instellen
Voordat de geavanceerde dubbele operatormodus wordt gebruikt, moet de piloot de drone
koppelen aan zowel afstandsbedieningen A als B. Volg de onderstaande stappen om de
afstandsbedieningen te koppelen.
1. Voer de DJI Pilot 2-app uit.
2. Voer de startpagina in en tik op A/B van de afstandsbediening om het koppelen te activeren. De
statusled van de afstandsbediening knippert blauw en de afstandsbediening piept tijdens het
koppelen. Houd de aan-uitknop van de drone minstens 5 seconden ingedrukt. Het aan-uitlampje
van de drone knippert en zal twee keer piepen om aan te geven dat de koppeling is gestart.
Wanneer de koppeling is geslaagd, knipperen de statuslampjes van de drone groen, piept de
afstandsbediening twee keer en branden de statuslampjes van de afstandsbediening continu.
71
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Gebruik van de Advanced Dual Operator Modus
1. Zorg ervoor dat beide afstandsbedieningen zijn gekoppeld en verbonden met de drone
voordat u de modus Geavanceerde dubbele operator gebruikt. Standaard krijgt de eerste
afstandsbediening die met de drone is verbonden de controle over zowel de drone als de
gimbalcamera, terwijl de tweede afstandsbediening geen controle krijgt.
2. Wanneer een afstandsbediening controle heeft over een apparaat, of het nu gaat om de drone
of de gimbalcamera, kan de piloot het apparaat besturen door op de bedieningssticks te
drukken, aan de knop te draaien, op de sneltoetsen te drukken of op de gebruikersinterface
van de app te tikken. De bewerking is hetzelfde als in de modus Enkele operator. Als een
afstandsbediening echter geen controle heeft over een apparaat, kan de piloot het apparaat
niet bedienen. Alleen de afstandsbediening met vliegtuigbesturing kan worden gebruikt om RTH
te starten of te annuleren.
3. Elke piloot kan de controle over een apparaat overnemen als dat nodig is. Druk op
de regelknop van de drone om controle te krijgen over de drone. Tik op in de
rechterbovenhoek van de gimbalcameraweergave in DJI Pilot 2 om controle te krijgen over de
gimbalcamera. Nadat de controle over de drone is verkregen, kan de piloot deze vergrendelen
door de vliegtuigautoriteitsknop op de afstandsbediening ingedrukt te houden. De
vliegtuigautoriteitknop wordt blauw wanneer de besturing is vergrendeld. De bedieningssticks
worden gebruikt voor het bedienen van de gimbal als de afstandsbediening alleen controle
heeft over de gimbalcamera. Wanneer de afstandsbediening volledige controle heeft, worden
de bedieningssticks gebruikt voor het besturen van de drone en de draaiknoppen voor het
aanpassen van de gimbalbeweging.
4. In de modus Geavanceerde dubbele operator wordt een mechanisme voor controleoverdracht
geactiveerd als een van de afstandsbedieningen wordt losgekoppeld van de drone. Wanneer
dit gebeurt, schakelt de besturing van de gimbalcamera over van de losgekoppelde
afstandsbediening naar de andere afstandsbediening die nog met de drone is verbonden.
Als de losgekoppelde afstandsbediening ook vliegtuigbesturing heeft, ontvangt de andere
afstandsbediening een melding dat de gebruiker de vliegtuigbesturing handmatig kan
overnemen. Als de piloot van de aangesloten afstandsbediening ervoor kiest de controle over
de drone niet over te nemen, zal de drone automatisch de failsafe-actie uitvoeren. Als de piloot
van de aangesloten afstandsbediening binnen een bepaalde periode geen van beide opties
kiest, activeert de drone ook de failsafe-actie.
5. Als de losgekoppelde afstandsbediening tijdens de vlucht opnieuw verbinding maakt met de
drone, wordt de vorige controle niet hervat en heeft deze standaard geen controle over een
apparaat. De piloot kan indien nodig weer controle krijgen over de apparaten.
6. Alleen de afstandsbediening met besturing van de gimbalcamera kan worden gebruikt
om de relevante instellingen voor de gimbalcamera en de camera aan te passen en om
mediabestanden te downloaden of af te spelen.
3. Daarna wordt de vliegtuigbedieningsknop op de afstandsbediening met bediening van de drone
groen en wordt de vliegtuigbedieningsknop van de andere afstandsbediening wit. Tik op in
de rechterbovenhoek van de gimbalcameraweergave in DJI Pilot 2 om controle te krijgen over de
gimbalcamera.
Koppel de twee afstandsbedieningen een voor een. Zorg ervoor dat u eerst de
afstandsbediening A koppelt aan de drone en vervolgens de afstandsbediening B koppelt.
72
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
7. Alleen de afstandsbediening met de besturing over de gimbalcamera kan de download- en
afspeelbewerkingen van de gimbalcamera uitvoeren.
8. Onder normale omstandigheden kunnen de piloten van beide afstandsbedieningen
vluchtgerelateerde instellingen aanpassen, zoals voor het vluchtregelsysteem, zichtsystemen,
batterijen en videotransmissie. Als de besturing van de drone echter is vergrendeld, kan alleen
de afstandsbediening met besturing van de drone worden gebruikt om deze instellingen aan te
passen.
9. Andere niet-vluchtgerelateerde activiteiten kunnen worden uitgevoerd met een van beide
afstandsbedieningen.
10. De pilot van afstandsbediening B kan de instellingen voor Network RTK of aangepaste Network
RTK niet aanpassen.
11. Afstandsbediening A kan worden gebruikt om de firmware van alle modules tegelijk bij te
werken wanneer deze met de drone is verbonden, maar afstandsbediening B kan alleen
worden gebruikt om de firmware van afstandsbediening B bij te werken.
12. Logboeken uploaden met DJI Pilot 2: De piloot kan de logboeken van zowel de drone
als de afstandsbediening A uploaden via afstandsbediening A, en kan de logboeken van
afstandsbediening B uploaden via afstandsbediening B.
13. Afstandsbediening B kan niet worden gebruikt om de GEO Zone-database bij te werken.
73
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Intelligent Battery
Station
In dit hoofdstuk worden de functies
van een intelligent batterijstation
geïntroduceerd.
74
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Intelligent Battery Station
De BS30 Intelligent Battery Station (batterijhouder) heeft acht TB30-batterij-aansluitingen, twee
WB37-batterij-aansluitingen, één USB-C-onderhoudsaansluiting en één USB-A- en één USB-C-
aansluiting om op te laden. Hij kan tegelijkertijd twee TB30-batterijen en één WB37-batterij opladen.
Overzicht batterijstation
1. Etui
2. TB30 Batterij-aansluiting
3. Stroomaansluitpunt
4. WB37-batterij-aansluiting
5. TB30 Ledlampjes voor batterijstatus
6. WB37 Ledlampjes voor batterijstatus
7. WB37 Ledlampjes voor batterijniveau
8. Ledlampje voor status van het
batterijstation
9. Aan-uitknop/indicatielampje
10. USB-C-aansluiting voor onderhoud
11. USB-C-aansluitpunt voor opladen
(aanbevolen voor afstandsbediening)
12. USB-A-aansluiting voor opladen
13. Schakelaar voor oplaadmodus
14. Hangslotgaten
15. Klemvergrendeling
16. Handgreep
17. Drukventiel
1
2
3
4
5
7
9
6
8
10
13 12 11
14
15
16 17
75
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Waarschuwingen
1. Houd vloeistoffen weg van de binnenkant van het batterijstation.
2. Sluit het deksel van de batterijhouder NIET tijdens het opladen. Zorg ervoor dat de batterijhouder
goed geventileerd wordt en warmte kan afvoeren.
3. Het batterijstation is alleen compatibel met de TB30 Intelligent Flight-batterij en de WB37-
batterij. Gebruik de batterijhouder NIET met andere soorten batterijen.
4. Plaats de batterijhouder voor gebruik op een vlakke en stabiele ondergrond. Zorg ervoor dat het
apparaat goed geïsoleerd is, om brandgevaar te voorkomen.
5. Raak de metalen klemmen van de batterijhouder NIET aan. Reinig de metalen aansluitpunten
met een schone, droge doek als u na het uitschakelen ophoping van vuil constateert.
6. Zorg ervoor dat u uw vingers niet verwondt bij het openen of sluiten van de batterijhouder.
Gebruik van het batterijstation
Opladen
1. Sluit de batterijhouder met de stroomkabel aan op een stopcontact.
2. Druk één keer op de aan-uitknop om de batterijhouder aan te zetten.
3. Om de DJI RC Plus-afstandsbediening op te laden, sluit u de USB-C-aansluitpunten van de
batterijhouder en de afstandsbediening aan met een USB-C-naar-USB-C-kabel.
4. Zorg er bij TB30-batterijen voor dat de laadmodus in de vereiste modus is ingesteld. De
oplaadtijd wordt in het schema weergegeven.
Opslagmodus: Elk batterijpaar wordt na elkaar tot 50% opgeladen en daarna op 50% gehouden.*
Klaar om te vliegen-modus: Elk batterijpaar wordt na elkaar tot 90% opgeladen en daarna op
90% gehouden.*
Standaardmodus: Elk batterijpaar wordt na elkaar tot 100% opgeladen.
* De batterijhouder moet worden ingeschakeld om het batterijniveau in de opslagmodus en de modus
'Klaar om te vliegen' te handhaven. Schakel de batterijhouder na het opladen uit, behalve in speciale
situaties zoals brand. Het handhaven van een hoog batterijniveau in de modus 'Klaar om te vliegen'
heeft invloed op de levensduur van de batterij.
76
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
5. Plaats de batterijen in de batterij-aansluitpunten om het opladen te starten.
A. Voor WB37-batterijen geldt dat de batterijhouder de batterij met de meeste restcapaciteit als
eerst oplaadt.
B. Voor TB30-batterijen staat de volgorde van opladen hieronder weergegeven.
a. Ten aanzien van gekoppelde en enkele batterijen worden de gekoppelde batterijen
eerst opgeladen. (Afbeelding a)
b. Bij meerdere batterijparen (elk paar gevormd door een bovenste en onderste batterij
in de volgorde van A, B, C en D), wordt eerst het paar met het hoogste batterijniveau
opgeladen. (Afbeelding b)
c. Bij alleen enkele batterijen worden het eerst de twee batterijen met het hoogste
batterijniveau opgeladen. (Afbeelding c)
10% 30%
20% 40%30%10%
10% 30%
30%
(Afbeelding a) (Afbeelding b) (Afbeelding c)
Zal als eerste worden opgeladen.
 Wanneerhetbatterijniveauvandegekoppeldebatterijennietgelijkis,laadtde
batterijhouder eerst de batterij met het laagste batterijniveau op.
 SluitdeonderhoudspoortaanopdeUSB-A-poortvandeafstandsbedieningom
de firmware bij te werken of fouten te diagnosticeren voor het batterijstation en de
batterijen.
 DebatterijhouderwarmteenTB30-batterijautomatischoptot18°Cvóórhetopladenals
de temperatuur van de batterij na het plaatsen lager is dan 10°C.
 WanneerdeWB37-batterijentegelijkertijdwordenopgeladen,wordtdeoplaadtijdvande
TB30-batterij iets verlengd.
Batterijniveau: 20%
Standaardmodus
Klaar om te vliegen-modus
30 min 12 min
90% 100%
77
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Opwarmen en opladen van de batterij bij een lage temperatuur
Als de temperatuur van de batterij lager is dan 10°C wanneer de batterij wordt aangesloten, zal de
batterijhouder de batterij opwarmen zodra het apparaat wordt aangezet.
NIET regelmatig opladen in een omgeving met lage temperaturen. Het kan de oplaadtijd
verlengen en de levensduur van de batterij verkorten.
Ledlampjes en waarschuwing batterijstation
Beschrijving ledlampjes voor batterijstatus
LED-indicatielampjes Beschrijvingen
Aan-uitknop
Continu groen Aan
Ledlampjes batterijstatus
Knippert groen Opladen
Continu groen Opladen voltooid
Knippert geel Afkoelen of opwarmen vóór het opladen
Continu geel Wachten op opladen
Knippert rood Communicatiefout batterij-aansluiting. Plaats de batterij terug of
probeer een andere batterijaansluiting.
Continu rood Batterijfout.*
Ledlampje voor status van het batterijstation 
Knippert geel De firmware van het batterijstation bijwerken
Continu rood Fout batterijstation*
* Maak verbinding met de afstandsbediening, voer DJI Pilot 2 uit en tik op HMS om de fout te
diagnosticeren.
Beschrijving zoemergeluid
De zoemer piept om de volgende fouten aan te geven:
a. Wanneer het ledlampje van de batterijstatus rood is en de zoemer piept, betekent dit dat er een
fout is met de batterij.
b. Wanneer het ledlampje van de status van de batterijhouder rood is en de zoemer piept,
betekent dit dat er een fout is met de batterijhouder.
78
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Intelligent Flight
Battery
In dit hoofdstuk worden de functies
van de intelligente vluchtbatterij
geïntroduceerd.
79
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Intelligent Flight Battery
Inleiding
De TB30 intelligente vluchtbatterij is uitgerust met energiezuinige batterijcellen en maakt gebruik van
een geavanceerd batterijbeheersysteem om de drone van stroom te voorzien. Gebruik alleen een door
DJI goedgekeurd oplaadapparaat om de intelligente vluchtbatterij op te laden. Laad de Intelligent Flight
Battery volledig op vóór het eerste gebruik. De firmware voor intelligent flight battery is opgenomen in de
firmware van de drone. Zorg ervoor dat de firmware van de batterij is bijgewerkt naar de nieuwste versie.
Eigenschappen van de batterij
De intelligente vluchtbatterij heeft de volgende functies:
1. Weergave batterijniveau: De ledlampjes voor het batterijniveau geven tijdens het opladen het huidige
batterijniveau weer.
2. De zelfontlading van de batterij wordt geactiveerd als het batterijniveau hoger is dan 50%. Het
ontladen van het batterijniveau tot 50% kan de levensduur van de batterij verlengen.
3. Gebalanceerd opladen: Tijdens het opladen worden de voltages van de batterijcellen automatisch
gebalanceerd.
4. Overbelastingsbeveiliging: Het opladen stopt automatisch wanneer de batterij volledig is opgeladen.
5. Temperatuurdetectie: De batterij laadt uitsluitend op bij een temperatuur tussen de -20°C en 40°C.
6. Overstroombeveiliging: De batterij stopt met opladen als er een te hoge stroom wordt gedetecteerd.
7. Bescherming tegen te hoge ontlading: Om de vliegveiligheid te waarborgen en de operator zoveel
mogelijk tijd te geven om noodsituaties aan te pakken, is de beveiliging tegen overmatige ontlading
uitgeschakeld om een continue uitgang mogelijk te maken. Let op het resterende batterijniveau tijdens
de vlucht en de landing of laat de drone onmiddellijk terugkeren wanneer u hierom wordt gevraagd
in de app. Anders kan de batterij gevaarlijk overmatig ontladen zijn. Bij het opladen kan een te veel
ontladen batterij brandgevaar opleveren. Om dit te voorkomen, mag de batterij niet meer worden
opgeladen of gebruikt.
8. Beveiliging tegen kortsluiting: De stroomvoorziening wordt automatisch onderbroken als er kortsluiting
wordt gedetecteerd.
9. Bescherming tegen beschadiging van batterijcellen: De app toont een waarschuwing wanneer een
beschadigde batterijcel wordt gedetecteerd.
10. Slaapstand: De batterij staat in de slaapstand wanneer deze niet in gebruik is om stroom te besparen.
11. Communicatie: Informatie over de spanning, capaciteit en stroom van de batterij wordt naar de drone
verzonden.
12. Verwarmen: De functie zorgt ervoor dat de batterij normaal werkt bij een lage temperatuur. Raadpleeg
het gedeelte "De batterij verwarmen" voor meer informatie.
13. Water- en stofdicht maken: Na installatie in de drone voldoet de batterij aan de IP55 normen.
Raadpleeg vóór gebruik de gebruikershandleiding, veiligheidsrichtlijnen en batterijlabels.
Gebruikers zijn volledig aansprakelijk voor alle handelingen en elk gebruik.
 Alsernahetopstijgenslechtséénbatterijbruikbaaris,laatudedroneonmiddellijklandenen
vervangt u de batterijen.
 PSDK-poortheefteeningebouwdetemperatuursensor.Alshetlaadvermogenvanhetapparaat
te hoog is als gevolg van oververhitting, zal de drone ter bescherming het laadvermogen
automatisch uitschakelen.
 GebruikdedoorDJIgeleverdebatterijen.GebruikGEENanderebatterijen.
80
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Gekoppelde batterijen gebruiken
Label de twee batterijen vóór gebruik met gekoppelde batterijstickers. Laad en ontlaad de twee
batterijen samen om de vluchtprestaties te optimaliseren en de levensduur van de batterij te
maximaliseren. Nadat de batterijen zijn geplaatst en de drone is ingeschakeld, zal de app, als er een
enorm verschil is tussen de levensduur van de batterijen, een prompt weergeven die de gebruiker
waarschuwt voor een dergelijke toestand van de batterijen. In dit geval wordt aanbevolen om ze
vóór gebruik te vervangen door batterijen met vergelijkbare prestaties.
Aan- en uitzetten
Het batterijniveau controleren
Laag
Hoog
De indicators van het batterijniveau tonen ook tijdens het opladen en ontladen het huidige
batterijniveau. De indicators worden hieronder beschreven.
:Ledisaan.     :Ledisuit.    : Led knippert.
Batterijniveau
LED1 LED2 LED3 LED4 Batterijniveau
88%~100%
75%~88%
63%~75%
50%~63%
38%~50%
25%~38%
13%~25%
0%~13%
Installeer de batterijen in de drone voordat u ze in- of
uitschakelt.
In-/uitgeschakeld: Druk één keer op de aan-uitknop,
druk er nogmaals op en houd deze voor twee seconden
ingedrukt. Het controlelampje van de aan-uitknop
blijft branden nadat het apparaat is ingeschakeld.
De aan-uitknop/indicator gaat uit nadat de drone is
uitgeschakeld.
Druk op de knop van het batterijniveau om het
batterijniveau te controleren wanneer de voeding is
uitgeschakeld. Controleer na het inschakelen van de
stroom het huidige batterijniveau in de bovenste balk
van de app.
81
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Hete batterij vervangen
Na de landing hoeft de drone niet te worden uitgeschakeld om de batterijen te vervangen. Plaats
eerst een volledig opgeladen batterij en wacht drie seconden voordat u een andere batterij plaatst.
Batterij opwarmen
De batterij heeft een ingebouwde opwarmfunctie voor gebruik bij lage temperaturen:
1. Wanneer de batterijtemperatuur lager is dan 18°C, begint het opwarmen zodra de batterij
in de drone wordt geplaatst en de drone wordt ingeschakeld. Na het opstijgen wordt de
opwarmfunctie automatisch uitgeschakeld. Wanneer de batterijtemperatuur lager is dan 10°C,
zal de drone niet opstijgen. Wacht tot de batterij is opgewarmd voordat u de drone gebruikt.
2. Als de batterij niet in de drone is geplaatst, houdt u de aan-uitknop 5 seconden ingedrukt om
de opwarmfunctie te starten. De batterij blijft gedurende ongeveer 30 minuten warm bij een
temperatuur tussen 15°C en 20°C. Houd de aan-uitknop gedurende 5 seconden ingedrukt om
de opwarmfunctie te stoppen.
3. Als de temperatuur van de batterij tussen -20°C en 15°C ligt, zal de batterijhouder de batterij
opwarmen zodra deze in de batterijhouder geplaatst is.
4. De ledlampjes voor het batterijniveau knipperen als volgt wanneer de batterij wordt opgewarmd
en warm wordt gehouden.
Opmerkingen voor gebruik bij lage temperaturen
1. Bij een temperatuur onder 10°C neemt de batterijweerstand toe en neemt de spanning
aanzienlijk af, wat op zijn beurt de batterijcapaciteit en -prestaties vermindert. Zorg ervoor dat de
batterij voor gebruik volledig is opgeladen en een celspanning van 4,4 V heeft.
2. Wanneer de drone in vlucht is nadat aan de bovenstaande voorwaarden is voldaan en de DJI
Pilot 2-app een waarschuwing voor een kritiek laag batterijniveau toont, wordt aanbevolen om
onmiddellijk te stoppen met vliegen en de drone op een geschikte plaats te laten landen. Tijdens
automatische landing kunnen gebruikers de afstandsbediening nog steeds gebruiken om de
oriëntatie van de drone te regelen. Gebruikers kunnen bijvoorbeeld de gashendel indrukken om
de drone op te tillen.
3. Bij extreem koude temperaturen kan het voorkomen dat – zelfs na opwarmen – de temperatuur
van de batterij niet hoog genoeg is. Verhoog in dergelijke scenario's de isolatie van de batterij.
4. Houddetemperatuurvandebatterijbovende18°Cvooroptimaleprestatiesvandebatterij.
5. Bij lage temperaturen kan de voorverwarmingsperiode langer zijn. Het wordt aanbevolen om de
batterijen van tevoren te isoleren om de voorverwarmingsperiode te verkorten.
Warming up Keeping warm
Opwarmen
Opwarmen Warm houden
82
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Opslag van batterijen
1. De zelfontlading van de batterij wordt geactiveerd als het batterijniveau hoger is dan 50%. Het
ontladen van het batterijniveau tot 50% kan de levensduur van de batterij verlengen. De strategie
voor zelfontlading van de batterij wordt hieronder weergegeven.
0 3 4 5 6 7 8 910.5
40%
60%
80%
100%
2
(Day)
Battery Level
95% 95%
50%
Can be set as 0 to 9 days in DJI Pilot 2.
2. Het opslaan van stroom op de juiste niveaus kan de levensduur van de batterij verlengen.
Gebruik de opslagmodus van de batterijhouder om de stroom op te laden en op te slaan bij 50%.
Raadpleeg de onderstaande tabel voor de maximale opslagdagen wanneer het batterijniveau
minder dan 50% is.
Batterijniveau Maximale opslagdagen Batterijniveau Maximale opslagdagen
0% 12 20% 110
5% 36 30% 160
10% 60 40% 210
15% 86 50% 260
(1) De batterij wordt beschadigd zodra deze de maximale opslagperiode overschrijdt. De
batterij mag niet meer worden gebruikt.
(2) De werkelijk maximale opslagperiode varieert enigszins, omdat de batterijen deel
uitmaken van verschillende productiebatches en in verschillende omgevingen worden
opgeslagen.
Batterij-onderhoud
Capaciteitskalibratie
1. Volg de stappen om de capaciteitskalibratie te voltooien wanneer DJI Pilot 2 dit vraagt.
Opladen naar
100%
1 uur rusten Ontladen tot
onder 20%
1 uur rusten
Batterij-onderhoud
1. De prestaties van de batterij verminderen als de batterij gedurende langere tijd niet wordt
gebruikt.
2. Voer om de 50 cycli of 3 maanden of wanneer DJI Pilot 2 dit vraagt, batterij-onderhoud uit in de
volgende stappen:
Batterijniveau
(Dag)
Kan in DJI Pilot 2 worden ingesteld op 0 tot 9 dagen.
83
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Opladen naar
100%
24 uur rusten Ontladen tot
onder 20%
1 uur rusten
Laad de batterij volledig op of tot het juiste batterijniveau voor opslag na het voltooien van het
batterij-onderhoud. Neem contact op met DJI-ondersteuning als een onderhoudsfout aanhoudt.
Naast het bovenstaande raden we aan om de volgende controles voor batterij-onderhoud uit te
voeren:
a. Plaats de batterij in de drone en schakel deze in om de batterij-informatie in DJI Pilot 2 te
bekijken. Zorg ervoor dat het verschil in celspanning minder is dan 0,1 V en dat de firmware
van de batterij is bijgewerkt naar de nieuwste versie.
b. Zorg ervoor dat de batterij niet gezwollen, lek of beschadigd is.
c. Zorg ervoor dat de aansluitklemmen van de batterij schoon zijn.
84
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
DJI Pilot 2-app
Dit hoofdstuk introduceert de
hoofdfuncties van de DJI Pilot 2-app.
85
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
DJI Pilot 2-app
De DJI Pilot 2-app is speciaal ontwikkeld voor zakelijke gebruikers. Handmatig vliegen integreert
een verscheidenheid aan professionele functies die het vliegen eenvoudig en intuïtief maken.
Missievlucht ondersteunt vluchtplanning en maakt het mogelijk om de drone automatisch te
besturen, waardoor uw workflow veel eenvoudiger en efficiënter wordt.
Startpagina
1 2 3 4
5
6
7
9
10
8
1. Ik
Tik om vluchtgegevens te bekijken, offline kaarten te downloaden, GEO-zoneontgrendeling te
beheren, helpdocumentatie te lezen, een taal te selecteren en app-informatie te bekijken.
2. Gegevens en privacy
Tik op om de netwerkbeveiligingsmodi te beheren, beveiligingscodes in te stellen, app-cache te
beheren en logboeken van DJI-apparaten te wissen.
3. Kaart GEO-zone
Tik op om de GEO-zonekaart te bekijken, controleer offline of het huidige werkgebied zich in een
beperkte zone of autorisatiezone bevindt, en de huidige hoogte van de flyable.
86
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
a
b
c
a. Tik om de GEO Zone-database van de drone bij te werken, als er een update
beschikbaar is.
b. Tik op om de GEO Zone-database van de afstandsbediening bij te werken als er een
update beschikbaar is.
c. Tik om het ontgrendelingscertificaat in te voeren en te beheren. Als de drone al op de
afstandsbediening is aangesloten, kunnen gebruikers het ontgrendelingscertificaat
rechtstreeks selecteren om de drone te ontgrendelen.
4. Cloud-service
Tik op om de cloudservicepagina te openen, de verbindingsstatus van de cloudservice te
bekijken, het type service te selecteren of over te schakelen van de momenteel verbonden
service naar een andere cloudservice.
a. Als het DJI-account dat is ingelogd door de gebruiker de DJI FlightHub 2-licentie
heeft, tikt u op de cloudservice op de startpagina van de app om automatisch in
te loggen op DJI FlightHub 2. DJI FlightHub 2 is een cloudgebaseerd geïntegreerd
online beheerplatform voor vliegtuigen dat gebruikers realtime vliegtuigbewaking en
-apparatuur en ledenbeheer biedt.
Bezoek de DJI FlightHub 2-pagina op de officiële DJI-website voor meer informatie:
https://www.dji.com/flighthub-2
b. Indien aangesloten op de GB28181-service, worden GB28181 en de verbindingsstatus
weergegeven.
c. Indien verbonden met een live service zoals RTMP of RTSP, worden de bijbehorende
live URL en verbindingsstatus weergegeven.
87
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Als de service is verbonden, wordt het lettertype in donkerzwart weergegeven; als er
verbinding wordt gemaakt, verschijnt er een verbindingsprompt in de rechterbovenhoek
van de cloudservice; als deze offline is of is losgekoppeld, verschijnt er een
oranje pictogram in de rechterbovenhoek van de cloudservice als een abnormale
waarschuwing.
5. Missievlucht
Tik hierop om de missievluchtbibliotheek te openen. Gebruikers kunnen alle missievluchten
aanmaken en bekijken. Missievluchten kunnen worden geïmporteerd van en geëxporteerd in
batches naar de afstandsbediening of een ander extern mobiel opslagapparaat. Als DJI FlightHub
2 is verbonden, kunt u ook alle missievluchten bekijken die zijn verzonden vanuit of lokale taken
uploaden naar de cloud. Raadpleeg het gedeelte Mission Flight voor meer informatie.
6. Album
Tik hierop om uw meesterwerken allemaal op één plek te bekijken. U kunt de foto's of video's
opslaan op de afstandsbediening. Houd er rekening mee dat foto's en video's niet kunnen
worden bekeken als ze van de drone zijn losgekoppeld.
7. Academy
Tik om producthandleidingen, vluchtgidsen, branchecasussen en producthandleidingen voor
ondernemingen te bekijken en naar de afstandsbediening te downloaden.
8. Health Management System
Toont de gezondheidstoestand van de drone, de afstandsbediening en het laadvermogen.
a a
e
b c
d
a. Als de huidige afstandsbediening niet op de drone is aangesloten, wordt de afbeelding
van de afstandsbediening weergegeven. Tik om de afstandsbediening aan de drone
te koppelen. De dronemodel en de afbeelding worden weergegeven nadat deze zijn
aangesloten.
b. Als het laadvermogen abnormaal is, verschijnt de naam van het laadvermogen in oranje
of rood. Tik om de foutinformatie op de lading te bekijken.
88
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
c. De huidige rol van de afstandsbediening wordt weergegeven als A of B (de rolnaam
van de huidige afstandsbediening wordt donkerzwart weergegeven). Tik op om
de foutinformatie op de afstandsbediening te bekijken of schakel de rol van de
afstandsbediening om.
d. Tik op om het gezondheidsbeheersysteem te openen. De gezondheidstoestand van de
drone en de afstandsbediening wordt hier weergegeven. Als het groen (normaal) wordt
weergegeven, is de drone normaal en kan het opstijgen. Indien in oranje (voorzichtig)
of rood (waarschuwing), heeft de drone een fout en moet het worden gecontroleerd en
gewist voordat het opstijgt. Lees het gedeelte Health Management System (HMS) voor
meer informatie.
e. De onderhoudsinformatie van het huidige vliegtuig wordt hier weergegeven. Als de
drone DJI Care heeft, wordt de geldigheidsperiode ook weergegeven. Tik op om de
apparaatinformatie te bekijken, inclusief cyclustelling, vluchtduur, vluchtgeschiedenis,
activeringstijd en vluchtkilometers.
9. Snelkoppeling firmware-update
Als er een update nodig is, verschijnt er een waarschuwing die de gebruiker informeert dat er
nieuwe firmware beschikbaar is of dat er een consistente firmware-update nodig is voor de
drone en de afstandsbediening.
Inconsistente firmwareversies hebben invloed op de vliegveiligheid, daarom geeft de app
prioriteit aan consistente firmware-updates. Tik op de melding om de firmware-update pagina te
openen.
Een consistente firmware-update is vereist wanneer de firmwareversies van sommige
modules van de drone niet overeenkomen met de compatibele versie van het systeem.
In een typische, consistente situatie van firmware-updates worden de drone en de
afstandsbediening bijgewerkt naar de nieuwste versie, met uitzondering van extra
batterijen. Wanneer deze batterijen worden gebruikt, verschijnt er een melding die een
consistente firmware-update vereist om de vliegveiligheid te garanderen.
10. Cameraweergave
Tik op om de weergave Controle voorafgaand aan vlucht en de FPV-cameraweergave te openen
en over te schakelen naar de gimbalcameraweergave. Raadpleeg de secties Weergavecheck
vóór vlucht, FPV-cameraweergave en Gimbal-cameraweergave voor meer informatie.
89
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
1
2
Weergavecheck vóór vlucht
Tik op Cameraweergave invoeren op de startpagina van DJI Pilot 2 om de weergave Controle
voorafgaand aan vlucht te openen.
1. Bekijk de gezondheidsinformatie van de drone, vluchtmodus, intelligent batterijniveau
van de vlucht, rol van de afstandsbediening, interne en externe batterijniveaus van de
afstandsbediening, Home Point-status, RTK-status en opslaginformatie van de microSD-kaart van
de camera.
2. Stel de hoogte van de terugkeer naar huis, de actie buiten de controle, de maximale hoogte en
de maximale vliegafstand in, werk het Startpunt bij, selecteer de modus van de bedieningsstick
en stel de waarschuwingsdrempel van de batterij, de detectieschakelaars van obstakels en
detectieafstanden van obstakels in.
 Hetwordtaanbevolenomdecontrolevoorafgaandaandevluchtzorgvuldiguittevoeren
volgens het operatiescenario en de vereisten voorafgaand aan het opstijgen.
 Voordatueenmissievluchtuitvoert,voertueenpreflightcheckuitenverifieertudebasis
parameterinformatie van de missievlucht. Raadpleeg het gedeelte Mission Flight voor
meer informatie.
90
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Weergave FPV-camera
FPV-cameraweergave gebruiken
Nadat u op de startpagina van DJI Pilot 2 op Cameraweergave invoeren hebt getikt en de controle
voorafgaand aan de vlucht hebt voltooid, wordt u standaard naar de FPV-cameraweergave geleid.
1
2
3
4
5 6 78
9
1. Bovenste balk: toont de vliegtuigstatus, vluchtmodus, signaalkwaliteit, enz. Raadpleeg het
gedeelte Bovenste balk voor meer informatie.
2. Discrete modusschakelaar: tik op om de achter- en voor-indicatoren, bakens, hulplicht en
batterij-indicatoren van de drone uit te schakelen. Na het inschakelen van de Discrete modus
gaat het hulplampje niet aan tijdens het landen, wat bepaalde risico's kan inhouden. Gebruik de
Discrete modus voorzichtig.
3. Schakelaar bakens: druk op de L1-knop op de afstandsbediening om de bakens in of uit te
schakelen.
4. Overschakelen naar kaartweergave: druk op de L3-knop op de afstandsbediening om over te
schakelen naar de kaartweergave.
5. Kaartweergave: gebruikers kunnen de kaart maximaliseren of minimaliseren. De kaartweergave
ondersteunt in- en uitzoomen.
6. Weergave van gamingcamera: tik op om over te schakelen naar de weergave van de
gimbalcamera. De weergave van de gimbalcamera ondersteunt in- en uitzoomen.
7. Overschakelen naar weergave van gimbalcamera: druk op de R3-knop op de afstandsbediening
om over te schakelen naar de weergave van de gimbalcamera.
8. AR-projectie: projecteert informatie zoals PinPoints, navigatiepunten en het Home Point in FPV-
cameraweergave en gimbalcameraweergave om de vluchtperceptie te verbeteren. Raadpleeg
het gedeelte AR-projectie voor meer informatie.
9. Primary Flight Display (PFD): toont parameters zoals houding, snelheid, hoogte en windsnelheid
tijdens een vlucht. Raadpleeg het hoofdstuk Primary Flight Display (PFD) voor meer details.
91
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Primaire vluchtweergave (PFD)
Primary Flight Display (PFD) maakt vliegen gemakkelijker en meer intuïtief, waardoor gebruikers
obstakels rond de drone kunnen zien en ontwijken, en waardoor ze ook kunnen stoppen en het
vliegtraject indien nodig kunnen aanpassen.
Primaire vluchtweergave kan anders worden weergegeven wanneer het hoofdbeeld via een FPV-
camera of gimbalcamera (zoomcamera/brede camera/thermische camera) wordt weergegeven.
1
2
3
4 5 6 7
8
9
10
11
12
13
14
15
1. Stuurwiel.
2. Windsnelheid en -richting. De windrichting is ten opzichte van de drone.
3. Horizontale snelheid van de drone.
4. Vooraf ingestelde snelheid van de vliegroute tijdens de missievlucht.
5. Kunstmatige Horizon: weerspiegelt de houding van de drone, die tegenovergesteld is aan de
kantelhoek.
6. Vliegtuigkopindicator: altijd in het midden van het camerabeeld.
7. Flight Path Vector: de positie die de drone op het punt staat te bereiken.
8. Hoogtelimiet (LIM): geconfigureerd door de instelling van de vluchtregelaar.
9. Vooraf ingestelde hoogte van de vliegroute tijdens de missievlucht.
10. Verticale obstakelindicator: geeft de verticale obstakelinformatie van de drone weer.
Wanneer er zich een obstakel boven of onder de drone bevindt, kan de informatie worden
vergeleken met de hoogte van het obstakel om een dreigende botsing op te sporen en
ongevallen te voorkomen. Wanneer de op- en neerwaartse detectie zijn uitgeschakeld, wordt
UIT weergegeven om de gebruiker eraan te herinneren dat de verticale obstakeldetectie is
uitgeschakeld.
11. Verticale snelheid: geeft de verticale snelheid van de drone weer bij op- of afklimmen. De witte
lijn toont de positie van de drone in drie seconden. Hoe hoger de verticale snelheid, hoe langer
de witte lijn.
92
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
12. Altitude (ALT): toont de hoogte van de drone ten opzichte van het punt van opstijgen.
13. RTH-altitude (RTH): geeft de RTH-hoogte weer die is geconfigureerd door de instelling van de
vluchtregelaar.
14. Werkelijke hoogte (boven zeeniveau): geeft de werkelijke hoogte van het vliegtuig weer.
15. Navigatieweergave: toont de oriëntatie van de drone en de gimbaloriëntatie, en informatie
over het vermijden van obstakels vanuit een top-down perspectief. Raadpleeg het gedeelte
Navigatieweergave voor meer informatie.
Navigatieweergave
1 2 3
4 5
8 9
10
6
7
Navigatieweergave toont alleen de snelheid, hoogte en andere informatie aan de linker- en
rechterkant in de weergave van de gimbalcamera. In de FPV-cameraweergave wordt dergelijke
informatie weergegeven in de vorm van primaire vluchtweergave.
1. Drone: navigatieweergave draait mee met de drone.
2. Horizontale snelheidsvector van de drone: de witte lijn die door de drone wordt getekend, geeft
de vliegrichting en snelheid van de drone aan.
3. Drone-oriëntatie: toont de huidige richting van de drone. De weergegeven graad wordt
rechtsom geteld vanuit het noorden, waarbij het noorden wordt aangenomen als 0 graden en
de staplengte als 30 graden. Het getal 24 in het kompas geeft bijvoorbeeld de koers van de
drone aan na een draai van 240 graden rechtsom vanaf 0 graden.
4. Gimbaloriëntatie: geeft de oriëntatie van de gimbal ten opzichte van de drone in realtime weer.
Het pictogram roteert met het gimbalplaatje.
5. Oriëntaties van startpunt en afstandsbediening:
a. Geeft het startpunt ten opzichte van de drone weer. Wanneer de horizontale afstand
tot het startpunt meer dan 16 m bedraagt, zal het startpunt-pictogram aan de rand
van het navigatiedisplay blijven.
b. Wanneer de relatieve afstand tussen het startpunt en de afstandsbediening niet meer
dan 5 meter bedraagt, wordt alleen het startpunt weergegeven in het navigatiescherm.
Wanneer de relatieve afstand meer dan 5 meter is, wordt de afstandsbediening
weergegeven als een blauwe stip om de positie aan te geven. Wanneer de horizontale
93
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
afstand tussen de afstandsbediening en de drone meer dan 16 meter bedraagt, blijft
het positiepictogram van de afstandsbediening op de rand van het navigatiescherm
staan.
c. Wanneer het kompas van de afstandsbediening normaal werkt, geeft de blauwe stip
de richting van de afstandsbediening aan. Als het signaal tijdens de vlucht slecht is,
wijst u de pijl van de afstandsbediening in het navigatiescherm in de richting van de
drone.
6. Afstand naar startpunt: geeft de horizontale afstand tussen het startpunt en de drone weer.
7. PinPoint-informatie: toont de naam van de PinPoint en de horizontale afstand van de drone tot
de PinPoint, wanneer PinPoint is ingeschakeld.
8. Waypoint-informatie: toont de naam van het navigatiepunt, de horizontale afstand van de
drone tot het navigatiepunt en het op- of aflopende traject van de vliegroute tijdens een
missievlucht.
9. RNG-doelpuntinformatie: geeft de horizontale afstand van de drone tot het doelpunt weer
wanneer de RNG-laserafstandsmeter is ingeschakeld.
10. Informatie over verticale obstakeldetectie: zodra een obstakel in verticale richting wordt
gedetecteerd, verschijnt een obstakelindicatiebalk. Wanneer de drone de waarschuwingsafstand
bereikt, licht het pictogram rood en oranje op en geeft de afstandsbediening lange pieptonen
af. Wanneer de drone de remafstand van het obstakel bereikt, licht het pictogram rood op
en geeft de afstandsbediening korte pieptonen af. Gebruikers kunnen de remafstand en de
waarschuwingsafstand in de DJI Pilot 2-app instellen. Volg de instructies in de app om ze in te
stellen.
94
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
b. Als de in de app ingestelde waarschuwingsafstand minder dan 16 m bedraagt, en
het obstakel binnen 16 m is, maar de waarschuwingsafstand niet heeft bereikt, wordt
het obstakel aangeduid met een groen kader; als het obstakel binnen 16 m is en de
waarschuwingsafstand bereikt, wordt het oranje; als het obstakel in de buurt van de
remafstand van het obstakel komt, wordt het rood.
c. Wanneer de obstakeldetectie is uitgeschakeld, wordt UIT weergegeven; wanneer
de obstakeldetectie is ingeschakeld, werken de zichtsystemen niet, maar zijn er
infrarooddetectiesystemen beschikbaar, wordt TOF weergegeven; wanneer de
obstakeldetectie is ingeschakeld maar niet werkt, wordt NA weergegeven.
Informatie over horizontale obstakeldetectie: de lichte vlakken zijn de obstakeldetectiegebieden
van de drone en de donkere vlakken zijn de blinde vlekken. Houd tijdens vluchten de
snelheidsvectorlijn van de drone uit de obstakelgevoelige dode hoeken.
a. Als de waarschuwingsafstand die in de app is ingesteld op 16 m tot 33 m, zal na detectie van
een obstakel in de richting van het obstakel een groene boog verschijnen; als het obstakel
de waarschuwingsafstand bereikt, wordt het oranje; als het obstakel de remafstand van het
obstakel bereikt, wordt het een rood kader.
95
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
1. Terug: tik om terug te keren naar de startpagina van de DJI Pilot 2-app.
2. Systeemstatusbalk: dit pictogram geeft de vliegstatus van de drone aan en toont diverse
waarschuwingen. Als er tijdens de vlucht een nieuwe waarschuwing verschijnt, wordt deze hier
ook weergegeven en blijft deze knipperen. Tik om de informatie te bekijken en het knipperen te
stoppen.
3. Vluchtstatus:
a. De vluchtstatussen omvatten: stand-by, voorbereiding om op te stijgen, klaar om te
vertrekken, handmatige vlucht, missievlucht, pano in uitvoering, ActiveTrack, terugkeer
naar huis, landing, gedwongen landing en positionering van het zicht.
b. Wanneer de drone in zichtpositie, stand-by of handmatige vluchtstatus staat, wordt
de huidige vluchtmodus weergegeven, waaronder: N-modus, S-modus, A-modus en
T-modus.
c. Tik om de weergave Controle voorafgaand aan vlucht te openen.
4. Indicator Intelligent Flight Battery Level: de indicatorbalk voor het batterijniveau geeft een
dynamische weergave van het resterende vermogen van de huidige intelligente vluchtbatterij
en de vliegtijd. Elke batterijstatus wordt aangegeven met een andere kleur. Wanneer het
batterijniveau lager is dan de waarschuwingsdrempel, wordt het batterijpictogram rechts rood,
wat de gebruiker eraan herinnert om de drone zo snel mogelijk te laten landen en de batterijen
te vervangen.
5. GNSS-positioneringsstatus: geeft het aantal GNSS-satellieten weer. Wanneer de RTK-module van
de drone is uitgeschakeld, wordt het RTK-pictogram grijs; wanneer het is ingeschakeld, wordt het
RTK-pictogram wit. Tik op het pictogram GNSS-positioneringsstatus om de status van de RTK-
modus en GNSS-positionering te bekijken.
6. Signaalsterkte: omvat HD-videoverbindingskwaliteit en afstandsbedieningsverbindingskw
aliteit. Drie groene stippen geven sterke signalen aan; twee gele stippen voor gemiddelde
signaalsterkte; en één rode stip voor slechte signaalkwaliteit. Als het signaal verloren gaat, geeft
het pictogram de status losgekoppeld rood weer.
7. Intelligent Flight Battery: toont het huidige batterijniveau van de drone. Tik op om informatie over
batterijniveau, spanning en temperatuur te bekijken.
8. Settings: tik om het instellingenmenu uit te vouwen om de parameters van elke module in te
stellen.
a. Instellingen vluchtregelsysteem: inclusief vluchtmodusschakelaar, startpunt,
terugkeer naar thuishoogte, maximale hoogte, afstandslimiet, sensorstatus,
onbeheersbare actie, gecoördineerde bocht en GNSS.
De bovenste balk
1 2 3 4 5 6 7 8
96
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
b. Sensing System-instellingen: inclusief obstakeldetectieschakelaar,
zichtpositioneringsschakelaar en precisielandingsschakelaar.
c. Remote Controller Settings: omvat joystickmodus, aanpasbare instellingen, kalibratie
van de afstandsbediening, koppelen, enz.
d. Image Transmission Settings: omvat instellingen van de werkfrequentie,
kanaalmodus en video-output, enz. bij beeldtransmissie.
e. Intelligent Flight Battery Settings: omvatten batterij-informatie, slimme terugkeer naar
huis, waarschuwingsdrempels voor bijna lege batterij en het aantal dagen dat nodig is
voor zelfontlading.
f. Gimbal-instellingen: inclusief gimbal pitch- en paninstellingen en gimbal
automatische kalibratie.
g. RTK-instellingen: omvat RTK-positioneringsfunctie, RTK-servicetype en de
bijbehorende instellingen en statusdisplays.
h. Algemene instellingen: omvatten kaartselectie, volgweergave, eenheidsinstelling en
verlichtingsinstelling.
AR-projectie
DJI Pilot 2 App ondersteunt AR-projectie, waaronder:
a. Startpunt: wanneer het beginpunt zich buiten de huidige weergave bevindt, wordt het
weergegeven aan de rand van de weergave. De drone kan naar het startpunt worden gedraaid
door de pijl te volgen.
b. PinPoints: een PinPoint lijkt groter in de buurt van de drone en kleiner in de verte. Hierdoor
kunnen gebruikers de afstand tussen de PinPoint en de drone beoordelen vanaf de grootte
van de PinPoint. Wanneer een geselecteerde PinPoint zich buiten de huidige weergave bevindt,
wordt deze weergegeven aan de rand van de weergave. De drone kan naar de PinPoint worden
gedraaid door de pijl te volgen.
c. Waypoints: tijdens een missievlucht worden de twee richtingspunten die de drone op het
punt staat te bereiken, geprojecteerd op FPV-cameraweergave of gimbalcameraweergave.
Het volgende te bereiken navigatiepunt verschijnt als een ononderbroken driehoek en een
serienummer; terwijl het volgende navigatiepunt verschijnt als een gestippelde driehoek en een
serienummer.
d. ADS-B Manned vliegtuig: wanneer een bemand vliegtuig in de buurt wordt gedetecteerd, wordt
dit geprojecteerd op de FPV-cameraweergave en de gimbalcameraweergave. U moet de drone
zo snel mogelijk op- of afklimmen om het bemande vliegtuig te vermijden door de instructies op
te volgen.
97
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
10
11
1
2 3 4 5 6 7
8
9
12
13
14
15
1617
18
19
20
21
22
23
24 25 26
Weergave gimbalcamera
Gimbal-cameraweergave gebruiken
De weergave van de gimbalcamera verschijnt wanneer u de hoofdweergave overschakelt
naar de gimbalcamera. Hieronder ziet u een illustratie met de zoomcamera van de M30T als
hoofdweergave.
1. Navigatieweergave: raadpleeg het gedeelte Navigatieweergave voor meer informatie. Merk op
dat in het beeld van de gimbalcamera de horizontale snelheid, windsnelheid, de hoek en schaal
van de gimbalpitch en de helling van de gimbal ten opzichte van de grond aan de linkerkant
worden weergegeven. Wanneer de gimbal zich in een belangrijke hoek bevindt, zoals -90°, 0°
of -45°, wordt het getal gemarkeerd. De rechterkant van het navigatiedisplay toont de hoogte,
relatieve hoogte, informatie over verticale obstakeldetectie en de verticale snelheidsbalk.
2. Cameratype: geeft het cameratype voor de huidige hoofdweergave weer.
3. Cameraparameters: geeft de huidige opname-/opnameparameters van de camera weer.
4. Automatische belichtingsvergrendeling: tik hierop om de huidige belichtingswaarde te
vergrendelen.
5. Scherpstelmodus: tik hierop om de scherpstelstand te schakelen tussen MF (handmatige
scherpstelling), AFC (continue autofocus) en AFS (enkelvoudige autofocus).
6. Opslagmodus: geeft de resterende opslagcapaciteit van de microSD-kaart weer. Tik op om de
weergavemodus te wijzigen en het resterende aantal foto's weer te geven dat in de fotomodus
kan worden gemaakt of de resterende opnametijd in de videomodus.
7. Overschakelen naar automatische/handmatige belichting: de zoomcamera ondersteunt de
standen Auto en M. De EV kan in Auto-modus worden ingesteld, en de ISO en sluiter kunnen
worden ingesteld in M-modus.
8. Camera-instellingen: tik op om het camera-instellingsmenu te openen. Het camera-
instellingsmenu kan per cameratype verschillen. Selecteer een cameratype om de parameters
te bekijken.
98
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
9. Wisselen foto/video: tik op om te schakelen tussen foto- en videostanden en selecteer
verschillende opnamestanden.
a. De fotostanden omvatten enkelvoudig, slim, getimed, opnamen met een raster met
hoge resolutie, panorama, enz.
b. In de video-opnamemodus kunnen verschillende resoluties worden geselecteerd.
De zoomcamera en groothoekcamera ondersteunen resoluties van 3840×2160 en
1920×1080. Voor de warmtebeeldcamera is de video-opnameresolutie 1280×1024
wanneer infraroodsuperresolutie is ingeschakeld en 640×512 wanneer deze is
uitgeschakeld.
10. Knop voor het maken van foto’s en het opnemen van video: tik hierop om een foto te maken of
om de opname te starten of te stoppen.
11. Afspelen: tik om het album te openen om foto's/video's te bekijken en te downloaden die zijn
opgeslagen op de microSD-kaart van de drone.
12. Koppeling zoomen (alleen M30T): tik hierop om de objectieven van de warmtebeeldcamera en
zoomcamera te koppelen aan zoomen. De gebruiker kan het gekoppelde zoomeffect bekijken
door de SBS-knop in de warmtebeeldcameraweergave in te schakelen.
13. Druk op de R1-knop op de afstandsbediening en de cameralens zoomt in.
14. Druk op de R2-knop op de afstandsbediening en de cameralens zoomt uit.
15. Druk op de R3-knop op de afstandsbediening om over te schakelen naar FPV-cameraweergave.
16. Weergave FPV-camera: tik hierop om over te schakelen naar breedbeeldcamera. De FPV-
cameraweergave ondersteunt in- en uitzoomen.
17. Kaartweergave: tik om naar kaartweergave te schakelen. De kaartweergave ondersteunt in- en
uitzoomen.
18. PinPoint: druk op de L3-knop op de afstandsbediening om een PinPoint in het midden van
het scherm toe te voegen. Houd de L3-knop ingedrukt om het PinPoint-instellingenpaneel uit
te vouwen, waarmee u de PinPoint-kleur kunt instellen, alle doelpunten kunt bekijken of de
standaardweergave van doelpunten in videotransmissieweergave kunt inschakelen. Raadpleeg
het gedeelte PinPoint voor meer informatie.
19. Overschakelen naar brede/zoomcameralens: druk op de L2-knop op de afstandsbediening om
te schakelen tussen de groothoekcameralens en de zoomcameralens.
20. Schakel over op lens voor zichtbaar licht/thermische camera (alleen voor M30T): druk op de
L1-knop op de afstandsbediening om te schakelen tussen de cameralens voor zichtbaar licht
(groothoekcamera of zoomcamera) en de cameralens voor de warmtebeeldcamera.
21. Gimbalmodus: geeft de huidige gimbalstatus weer als volgmodus. Tik om een actie te selecteren
zoals Gimbal recenter, Gimbal pan recenter, Gimbal tilt down of Gimbal down, of schakel over
naar de Gimbal free-modus. Raadpleeg de secties over de werkmodi van de gimbal voor de
gedetailleerde beschrijving van elke modus.
22. Smart Track: de gimbalcamera van de drone kan het doel volgen (persoon/voertuig/boot)
wanneer Smart Track is ingeschakeld. Raadpleeg het gedeelte Smart Track voor meer
informatie.
99
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
26. Mission Flight Control/Status: geeft de voortgang van een missievlucht weer in de
gimbalcameraweergave. Tik op de knop Pauzeren/Hervatten om de taak te pauzeren/hervatten
en tik op het paneel om de naam en acties van de missievlucht te bekijken.
23. RNG Laserafstandsmeter: de rechte afstand tussen de drone en het doelwit, evenals de hoogte
van het doelwit kan worden gemeten met behulp van de RNG-laserafstandsmeter. Raadpleeg
het gedeelte RNG-laserafstandsmeter voor meer informatie.
24. Kijk naar: na het selecteren van een PinPoint kan de gebruiker op het pictogram Zoeken naar
tikken om de gimbalweergave te draaien, zodat de camera naar het doel kan kijken.
25. Status van foto-/video-upload naar cloud: geeft de status van een foto-/video-upload van DJI
Pilot 2 naar DJI FlightHub 2 of de verbindingsstatus van een livestream weer; tik om de details
te bekijken. Als u de DJI FlightHub 2-cloudservice gebruikt, kunt u snel de uploadinstellingen
voor mediabestanden configureren.
100
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Brede cameraweergave
In dit gedeelte worden voornamelijk de verschillen met de zoomcamera beschreven. Raadpleeg het
gedeelte Gimbal-cameraweergave voor meer informatie.
Frame zoomen: na het overschakelen naar een groothoekcamera als hoofdweergave, geeft het
zoomframe het gezichtsveld en de zoomsnelheid van de camera weer.
Weergave warmtebeeldcamera
In dit gedeelte worden voornamelijk de verschillen met de zoomcamera beschreven. Raadpleeg het
gedeelte Gimbal-cameraweergave voor meer informatie.
1 2 3 4
5
101
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
1. Palet/Isotherm: geeft de hoogste en laagste temperatuurmeetwaarden van de huidige weergave
weer. Tik om te kiezen tussen verschillende paletten voor infraroodtemperatuurmetingen of
schakel de isotherm in om temperatuurmeetintervallen in te stellen. Als het gemeten gebied de
maximale of minimale temperatuurmeetwaarden van de huidige weergave overschrijdt, wordt
de instelling niet van kracht.
2. Versterkingsstanden: de hoge-versterkingsmodus biedt nauwkeurigere temperatuurmetingen
met een meetbereik van -20 tot 150 graden, terwijl de lage-versterkingsmodus een breder
temperatuurbereik van 0 tot 500 graden ondersteunt. Merk op dat het bereik slechts een
theoretische waarde is, en hoewel de warmtebeeldcamera temperaturen buiten het bereik kan
meten, kan de waarde aanzienlijk afwijken.
3. Displaystand: het infraroodscherm is standaard ingesteld als één infraroodweergave. Tik om zij-
aan-zij-weergave in of uit te schakelen. Indien ingeschakeld, worden zowel de beelden die zijn
vastgelegd door de warmtebeeldcamera als de zoomcamera naast elkaar weergegeven.
4. FFC-kalibratie: tik om de FFC-kalibratie uit te voeren. FFC-kalibratie is een functie van de
warmtebeeldcamera die de beeldkwaliteit optimaliseert voor eenvoudige observatie van
temperatuurveranderingen.
5. Zoom (Warmtebeeldcamera): tik hierop om de digitale zoom van de warmtebeeldcamera aan te
passen met een maximale zoomcapaciteit van 20x. Tik en houd ingedrukt om direct tot 2x in te
zoomen.
Laserafstandsmeter (Laser Rangefinder - RNG)
1
2
3
4
5
1. Tik om de RNG in te schakelen.
2. Het dwarshaar in het midden van de lens wordt rood, wat betekent dat de laserafstandsmeter
op het doel is gericht en de hoogte van het doel en de afstand tussen het doel en de drone
meet. De breedtegraad en de lengtegraad van het doel kunnen worden verkregen nadat een
PinPoint op het doel is gemaakt.
3. De lineaire afstand tussen het doelwit en de drone.
4. De hoogte tussen het doelwit en de drone.
5. De horizontale afstand tussen het doelwit en de drone.
102
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
 HetpositioneringseffectvanRNGwordtbeperktdoorfactorenzoalsdenauwkeurigheid
van de GNSS-plaatsbepaling en de nauwkeurigheid van de gimbalhoogte. De verstrekte
GNSS-positie, horizontale afstand, navigatiedisplay, AR-projectie dienen alleen ter
referentie.
 Wanneerdezoomcameraisgericht,zijndedwarshareneenrechtopkruis,terwijlde
groothoekcamera of warmtebeeldcamera verandert in een X.
1
2
Smart Track
Inleiding
Bij het bedienen van de gimbalcamera kan de piloot Smart Track gebruiken om doelen zoals
mensen, voertuigen, boten of andere objecten te identificeren, vergrendelen en volgen. Na het
herkennen en vergrendelen van het doel, zal het automatisch de gimbal draaien, zodat het doel in
het midden van het scherm kan worden geplaatst en de brandpuntsafstand van de camera aan te
passen aan een geschikte scherpstelling om het doel te volgen en te bekijken.
 Wanneerhettevolgendoelisingesteldopobjecten,ishettrackingeffectbeperkt.
 GebruikSmartTrackineenopenomgevingomtevoorkomendathetdoelwordt
geblokkeerd.
 Wanneerdedroneterugkeertnaarhetstartpunt,landtofindeT-modusstaat,wordt
Smart Track uitgeschakeld. Het apparaat verlaat Smart Track onmiddellijk in een van de
bovenstaande situaties.
Een doel identificeren en vergrendelen
In de zoomweergave die de lading in de app ondersteunt, kan Smart Track worden ingeschakeld.
1. Tik om Smart Track te starten of te stoppen.
2. De functie identificeert een persoon, voertuig of boot als doelwit. U kunt ook op het scherm
gebaren om een ander object als doel te selecteren.
103
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
 WanneerSmartTrackisingeschakeld,verschijntereenvolgframeenwordthetdoel
geselecteerd. De kruiscursors in het midden van de zoomlens worden groen, wat
aangeeft dat het volgen bezig is. Als er geen doel is bevestigd, verschijnt het volgframe
niet en geeft de app het bericht "Zoeken naar doelen ..." weer Als het doel geblokkeerd
of verloren is, zal het apparaat het traject van het doel voorspellen en zoeken totdat het
opnieuw is verkregen voordat het volgen wordt hervat. Anders zal het apparaat Smart
Track afsluiten.
 Alsdegebruikeranderesoortendoelenselecteertdoorophetschermtegebaren,
wordt elke persoon, voertuig of boot die in het frame verschijnt, geselecteerd als doel en
gevolgd.
 Eenobjectkannietwordengeselecteerdmetgebarenalsdefunctiesvanhetobjectniet
duidelijk zijn.
Een doel volgen
De gimbalmodus wordt standaard ingesteld op de volgmodus en de camera wordt standaard
ingesteld op de AFC-modus wanneer Smart Track is ingeschakeld.
In de gimbalvolgstand-modus is de koersrichting van de drone altijd in overeenstemming met
die van de gimbal, beide gericht op het doel. De houding van het gimbalbeeld wordt automatisch
aangepast om het doel in het midden te plaatsen, terwijl de camera de zoom aanpast om de
grootte van het doel aan te passen. De gebruiker kan de grootte van het doel in het gezichtsveld
verfijnen met behulp van de rechterdraaiknop van de afstandsbediening.
Voorspelling van het doelwit: als een doel verloren gaat, voorspelt het apparaat het bewegingstraject
en draait de gimbal automatisch om naar het doel te zoeken.
Doelwit zoeken: als het doel verloren gaat, zoekt het apparaat automatisch ernaar op basis van
de voorspelde positie. De gebruiker kan ook de rotatie van de gimbal en de zoom van de camera
handmatig regelen om het doel te vinden.
Focustracking: de scherpstelling van de camera wordt verbeterd aan de hand van de afstand van
het doelobject.
In de volgmodus voor gimbalbeelden wordt tijdens het volgen “Smart Track” weergegeven op de
bovenste balk. De besturingsmodus van de drone is enigszins anders dan zijn normale vliegmodus.
Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met de volgende bedieningselementen en vlieg voorzichtig.
Bediening
afstandsbediening
Uitgevoerde actie Herinneringen
Op de pauzeknop
drukken en deze
ingedrukt houden
Verlaat Smart Track. /
Yaw-joystick (giering) Past de zwenkbeweging van
gimbal aan
Tijdens het volgen is het instelbare
bereik beperkt.
104
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Pitch-joystick
(hellingshoek)
Vliegt de drone horizontaal
naar of weg van het doel. De
maximale vliegsnelheid is
minderdan17m/s.Blijfde
stick bedienen om het doel te
blijven volgen.
Wanneer het horizontaal dicht bij
het doel is, wordt de snelheid van
de drone beperkt. In de volgende
omstandigheden kan de drone het
doel niet naderen:
a. De drone is minder dan 5 meter
van het doelwit.
b. Het doelwit bevindt zich onder
de drone dat de gimbalkanteling
groter moet zijn dan 80°.
Rolstick De drone omcirkelt het doel
horizontaal. De maximale
vliegsnelheid is minder dan
17m/s.
Wanneer het vlak bij het doel
horizontaal ligt, is de omloopsnelheid
van de drone beperkt.
Gashendel Regelt de hoogte van de drone /
Linkerdraaiknop Past de kanteling van de
gimbalbalk aan
Tijdens het volgen is het instelbare
bereik beperkt.
Rechterdraaiknop Past de zoom van de camera
aan.
Tijdens het volgen is het instelbare
bereik beperkt.
De vliegmodus
wijzigen
Verlaat Smart Track. /
 Omhetopname-effectvaneendynamischdoelwittegaranderen,zaldegimbal
niet vergrendelen als er tijdens het volgen van het doelwit foto’s worden gemaakt.
Bewegingsonscherpte kan optreden als gevolg van een statische achtergrond.
Slechte herkenning of tracking kan optreden in de onderstaande scènes:
a. Erkenning kan 's nachts afnemen.
b. Het volgeffect kan verslechteren wanneer de camera met een hoge vergroting werkt.
c. Het volgeffect kan verslechteren in een omgeving met slecht zicht, zoals regen, mist en
nevel.
d. Het gevolgde object/doel kan veranderen in scènes met veel verkeer en grote aantallen
van gelijksoortige objecten.
105
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Kaartweergave
1
2
3
4
56
7
8
9
10
11
1. Tik om lijnen op de kaart te tekenen.
2. Tik om een gebied op de kaart te tekenen.
3. Tik op om alle punten, lijnen en annotaties in de huidige weergave te wissen. Als de gebruiker is
ingelogd op DJI FlightHub 2, worden de annotaties die door DJI FlightHub 2 zijn gedistribueerd
niet gewist als deze actie wordt uitgevoerd.
4. PinPoint: druk op de L1-knop op de afstandsbediening om een PinPoint in het midden van de
weergave toe te voegen. Houd de L1-knop ingedrukt om het PinPoint-instellingenpaneel uit
te vouwen, waarmee gebruikers de PinPoint-kleur kunnen wijzigen, alle doelpunten kunnen
bekijken of de standaardweergave van het doelpunt in de videotransmissieweergave kunnen
instellen.
5. Overschakelen naar FPV-cameraweergave: druk op de L3-knop op de afstandsbediening om
over te schakelen naar de FPV-cameraweergave.
6. Overschakelen naar weergave van gimbalcamera: druk op de R3-knop op de afstandsbediening
om over te schakelen naar de weergave van de gimbalcamera.
7. Tik om de vliegbaan van de drone te wissen.
8. Selectie kaartlaag: tik om een satelliet of straatkaart (standaardmodus) te selecteren op basis
van de bedieningsvereisten.
9. Kaartslot: Indien ingeschakeld, kan de kaart niet worden gedraaid; indien uitgeschakeld, kan de
kaart vrij draaien.
10. Knop Recenter: tik op om de afstandsbediening snel in het midden van de weergave te
plaatsen.
11. GEO Zone Layer Management: tik om alle GEO Zone-laaginformatie te bekijken en de GEO
Zone-laag in of uit te schakelen.
106
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
1
2
3
4
5
Annotatiebeheer en synchronisatie
PinPoint
Inleiding tot PinPoint
PinPoint kan worden gebruikt om het locatiepunt van een doel in te stellen in
gimbalcameraweergave of kaartweergave, voor snelle observatie en informatiesynchronisatie.
1. Stappen om een PinPoint te creëren: Stel de attitude van de drone en de gimbal af om het
doelwit naar het midden van het huidige beeld te verplaatsen. Druk op de L3-knop van de
afstandsbediening om het doel in het midden vast te zetten. De PinPoint kan de breedtegraad,
lengtegraad en hoogte van het punt noteren.
2. Er wordt AR-projectie gemaakt voor het doel in de weergave van de gimbalcamera of de FPV-
camera. Het wordt groter of kleiner afhankelijk van de afstand tussen de drone en de PinPoint
(groot wanneer dichtbij, klein wanneer veraf).
3. Geselecteerde PinPoint:
a. Er verschijnt een klein kader rond de PinPoint om aan te geven dat deze is
geselecteerd.
b. De linkerbenedenhoek van het navigatiedisplay toont de horizontale afstand van het
doel tot de drone en de naam van het punt. Het navigatiedisplay toont de oriëntatie en
de afstand van het doelwit ten opzichte van de drone.
c. Als de geselecteerde PinPoint zich buiten de videotransmissieweergave bevindt, blijft
het PinPoint-pictogram op de rand staan om de oriëntatie ten opzichte van het midden
van de weergave aan te geven.
d. Na het selecteren van een PinPoint kan de gebruiker de naam, kleur, breedtegraad,
lengtegraad en hoogte van het doelpunt bewerken of de PinPoint op de kaart slepen.
107
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
4. Tik en tik om de aangepaste instellingen van de afstandsbediening te wijzigen in PinPoint,
de geselecteerde PinPoint te verwijderen of de vorige of volgende PinPoint te selecteren.
Gebruikers kunnen snel PinPoints genereren en selecteren met behulp van de knoppen.
5. Tik om naar kaartweergave te schakelen:
a. De PinPoint en de naam ervan worden dienovereenkomstig op de kaart weergegeven.
b. In kaartweergave kunt u ook een PinPoint instellen door op het doel te tikken. Het
punt ligt bij de kruispunten in het midden van de kaart en de hoogte is de huidige
vlieghoogte van de drone.
c. Tik om een PinPoint op de kaart te selecteren om de maker van het punt, de afstand
tussen het doelpunt en de drone, de hoogte, breedtegraad en lengtegraad van het
doelpunt te bekijken, of stel de PinPoint in als het beginpunt, of bewerk of verwijder de
PinPoint.
 HetpositioneringseffectvandePinpointwordtbeperktdoorfactorenzoalsde
nauwkeurigheid van de GNSS-plaatsbepaling van de drone, de nauwkeurigheid van de
gimbalhoogte. De breedte- en lengtegraad, horizontale afstand, navigatiedisplay, en
AR-projectie dienen alleen ter referentie.
PinPoints bewerken
1
2
3
1. Houd de L3-knop op de afstandsbediening ingedrukt om het instellingenpaneel van de PinPoint
te openen. Er zijn vijf kleuropties voor de PinPoint en het wordt aanbevolen om een kleur in te
stellen voor elk type doel zoals vereist door het operatiescenario.
2. Tik om de PinPoint-lijst uit te vouwen om alle doelpunten te bekijken.
3. Stel in of u de nieuw gemaakte PinPoint wilt weergeven in de videotransmissieweergave.
108
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
1 2
3
4
5
6
7
1. Tik om alle PinPoints naar de lokale map van de afstandsbediening te exporteren.
2. Tik om het huidige paneel te sluiten.
3. Filter de PinPoints op kleur. Nadat een kleur is geselecteerd, worden PinPoints van deze kleur
weergegeven.
4. Filter de PinPoints op hun zichtbaarheid in de videotransmissieweergave. De PinPoints kunnen
worden gefilterd op elk van deze drie criteria: toon alle PinPoints in deze lijst; toon alleen
PinPoints die zichtbaar zijn in de videotransmissieweergave in deze lijst; toon alleen PinPoints die
niet zichtbaar zijn in de videotransmissieweergave in deze lijst.
5. Tik om PinPoints in voorwaartse of omgekeerde chronologische volgorde te sorteren, of in
alfabetische volgorde op hun namen.
6. Tik om de PinPoint te verwijderen.
7. Tik om AR-projectieweergave in of uit te schakelen voor de PinPoint in videotransmissieweergave.
109
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Beheer van lijn- en gebiedsannotatie
Gebruikers kunnen lijnen en gebieden op de kaart tekenen voor het synchroniseren van belangrijke
informatie over wegen en land.
1
2
3
1
2
3
1. Tik op om de weergave Lijn bewerken weer te geven.
2. Tik op om de weergave Gebied bewerken weer te geven.
3. Alle punt-, lijn- en gebiedsinformatie kan op de kaart worden weergegeven. Tik op dit pictogram
om de informatie te verwijderen.
110
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Annotaties delen
De locatie van het door PinPoint geïdentificeerde doelpunt kan worden gesynchroniseerd met
cameraweergave, navigatieweergave, kaartweergave en DJI FlightHub 2 voor het delen van
locatiegegevens. Het kan zowel in de videotransmissieweergave als in de kaartweergave worden
weergegeven.
In de modus Geavanceerde dubbele operator kunnen alle punt-, lijn- en gebiedsaantekeningen
worden gesynchroniseerd met een andere afstandsbediening.
Bij verbinding met DJI Flighthub 2 kunnen de DJI Pilot 2-app en de punt-, lijn- en gebiedsannotaties
van DJI Flighthub 2 met elkaar worden gesynchroniseerd. Ze kunnen worden bekeken op de
afstandsbediening en andere apparaten die zijn aangemeld bij DJI Flighthub 2 voor het in realtime
delen van locaties en annotaties.
111
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Missievlucht
Tik op de startpagina van DJI Pilot 2 om de missiebibliotheek te openen. De gebruiker kan de
aangemaakte missievluchtroutes, de nieuw aangemaakte navigatiepuntvlucht, mapping of
3D-fotomissies bekijken. De bovenstaande vier type missies worden gegenereerd door de app en
de Waypoint-vlucht kan ook worden aangemaakt via Live Mission Recording.
Linear Flight
Waypoint Mapping Oblique
Set Waypoints Live Mission
Recording
Waypoint Mapping Oblique
Set Waypoints Live Mission
Recording
Introductie missievlucht
De missievluchtfunctie wordt hieronder geïllustreerd met Waypoint-vluchten als voorbeeld.
Navigatiepunt-vluchten kunnen op twee manieren worden gepland: Stel navigatiepunten en live
missie-opname in. Gebruik Navigatiepunten instellen om een route te maken door bewerkbare
navigatiepunten op de kaart toe te voegen. Gebruik Live Mission Recording om een route te maken
door navigatiepunten toe te voegen en het doel in de foto´s op de route te bewerken.
112
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Missievlucht - Navigatiepunten bepalen
Tik op Create a Route (route aanmaken), Waypoint flight (navigatiepuntvlucht) en stel vervolgens
navigatiepunten in om een nieuwe vliegroute te maken. Tik op de kaart om navigatiepunten toe te
voegen en configureer vervolgens de instellingen voor de route en navigatiepunten.
1 2 3 4 56 7
8
9
10
1. Point of Interest (POI): tik hierop om de POI-functie in te schakelen en een POI wordt op de kaart
weergegeven. Sleep om de positie aan te passen. Nadat een POI is toegevoegd, kan de drone worden
neergeklapt als gericht naar de POI, zodat de neus van de drone tijdens de missie naar het POI-punt
wijst. Tik nogmaals op dit pictogram om de POI-functie uit te schakelen.
2. Omgekeerde route: tik hierop om het begin- en eindpunt om de vliegroute om te keren. ‘S’ verwijst
naar het beginpunt.
3. Navigatiepunten wissen: tik hierop om alle toegevoegde navigatiepunten te wissen.
4. Verwijder geselecteerd navigatiepunt: tik hierop om het geselecteerde navigatiepunt te verwijderen.
5. Parameteroverzicht: bewerk de routenaam, voer de route-instellingen van de vlucht en de
hoogtemodus in en stel de dronetype in als M30 of M30T.
6. Route-instellingen: de instellingen worden gedurende de gehele vliegroute toegepast, inclusief
veilige opstijghoogte, stijgen naar startpunt, snelheid, hoogte, afwijking, gimbalbediening, type
navigatiepunt, en voltooiingsactie. Deze parameters worden van kracht voor alle navigatiepunten in
de route. Raadpleeg de volgende beschrijving over het instellen van de relevante parameters voor de
navigatiepunten afzonderlijk.
7. Individuele navigatiepunten instellen: selecteer een navigatiepunt en stel de parameters in. Tik op ‘<’
of‘>’omnaarhetvorigeofvolgendenavigatiepuntteschakelen.Deinstellingenwordentoegepast
op het geselecteerde navigatiepunt, inclusief snelheid, hoogte, yaw-modus van de drone, type
navigatiepunt, rotatiepunt van de drone, gimbalkanteling, acties in verband met navigatiepunten,
lengte- en breedtegraad.
8. Opslaan: tik hierop om de huidige instellingen op te slaan.
9. Uitvoeren: tik op de knop en controleer vervolgens de instellingen en status van de drone in de pop-
up checklist. Tik op de knop ‘Start Flight’ (Start om te vliegen) om de missie uit te voeren.
10. Flight Route Information: geeft de vluchtlengte, de geschatte vliegtijd, aantal navigatiepunten, aantal
foto’s weer.
113
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
2
1
4
3
Mission Flight - Live opname van missie
Tik op Een route maken, Waypoint-vlucht en Live Mission Recording om informatie op te nemen
over de gemaakte foto's of vliegtuigpositie voor het navigatiepunt.
1. Regel de gimbalweergave, pas de camerazoom aan en richt op het doel, en tik om rechtstreeks
een foto te maken of druk op de C1 op de afstandsbediening om een navigatiepunt in te stellen.
Het navigatiepunt en de fotohoeveelheid zullen dienovereenkomstig toenemen.
2. Het aantal geplande navigatiepunten.
3. Het aantal geplande foto's.
4. Tik om over te schakelen naar kaartweergave voor bewerken of bekijken.
114
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
In-Flight Editing
Voer de missiebibliotheek in en selecteer een aangemaakte vliegroute om te bewerken of te
bekijken.
1
2
3
1. Tik om de huidige opdracht uit te voeren.
2. Tik op om naar In-Flight Editing voor bewerkingen tijdens de vlucht te gaan. De bewerkingen
zullen na het opslaan worden samengevoegd in de originele route.
3. Tik om de pagina Set Waypoints voor het instellen van navigatiepunten te openen.
115
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
1
2
3
4
5
6
Health Management System (HMS)
Het HMS-systeem omvat het DJI-onderhoudsprogramma, DJI Care Enterprise, firmware-update,
logboeken beheren, foutrecords en foutdiagnose.
1. Foutdiagnose: voor het controleren van de huidige gezondheidstoestand van elke module van
de drone. Gebruikers kunnen fouten oplossen door de relevante instructies op te volgen.
Kleur Status
Groen Normaal
Oranje Let op
Rood Waarschuwing
2. DJI-onderhoudsprogramma: gebruikers kunnen de historische vluchtdata en het
onderhoudshandboek bekijken om te bepalen of er onderhoud nodig is.
3. DJI Care: relevante informatie kan worden bekeken als het apparaat is gebonden aan DJI Care.
4. Firmware-update: tik om de firmware-update te bekijken.
5. Logboeken beheren: geeft de logboekgegevens van de afstandsbediening en de drone weer van
recente sorteringen. De gebruiker kan helpen door de relevante logboeken naar de lokale opslag
te extraheren of ze rechtstreeks naar de DJI Support-cloud te uploaden, om het oplossen van
problemen door DJI Support te vergemakkelijken.
6. Foutrecords: records van historische luchtvaartuigen om te bepalen of er zich een ernstig
probleem heeft voorgedaan tijdens het gebruik van de drone. Dit helpt gebruikers de stabiliteit
van de drone te evalueren en helpt DJI Support bij het uitvoeren van aftersales-analyses.
 Erzijnfoutrecordsbeschikbaarvoordebatterijenhetbatterijstation(hetbatterijstation
moet via de USB-C-kabel op de afstandsbediening worden aangesloten).
 Logboekenbeherendiebeschikbaarzijnvoordebatterijenhetbatterijstation(het
batterijstation moet via de USB-C-kabel op de afstandsbediening worden aangesloten).
116
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Status intelligent batterijstation en logboekbeheer
Om de status van het batterijstation in HMS in DJI Pilot 2 te controleren, sluit u het batterijstation
aan op de afstandsbediening via een UBS-C-kabel. De gebruiker kan ook het batterijstation en
batterijfirmware bijwerken en het batterijstation en de batterijlogboeken in batches exporteren.
De status van het batterijstation controleren
Voer DJI Pilot 2 uit, tik op HMS om naar binnen te gaan en controleer de status van het
batterijstation. Als er een waarschuwing verschijnt, tikt u erop voor meer gedetailleerde informatie
en volgt u de aanwijzingen om het probleem op te lossen.
Logboeken van het batterijstation exporteren
1. Voer DJI Pilot 2 uit, tik op HMS, vervolgens op Logboeken beheren en selecteer
Batterijstationlogboeken.
2. Controleer de logboeken van het batterijstation en alle batterijen.
3. Tik op Logboek uploaden en volg de aanwijzingen om de geselecteerde logboeken te uploaden.
DJI FlightHub 2
In combinatie met het DJI FlightHub 2-cloudplatform biedt de M30-serie geïntegreerde lucht- en
grondafhandeling met efficiënt operationeel beheer. De gecombineerde functies van de twee
producten maken een breed scala aan realtime activiteiten mogelijk, waaronder cloudmapping,
punt-, lijn- en gebiedsannotatie, synchronisatie van vluchtinformatie, liveweergave, uploaden of
downloaden van mediabestanden, wederzijdse toegang tot statussen van meerdere vliegtuigen,
synchronisatie van missievluchten en realtime controle vanaf mobiele apparaten.
Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding voor DJI FlightHub 2 die u kunt
downloaden van de officiële DJI-website https://www.dji.com/flighthub-2/downloads.
117
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Firmware-update
In dit hoofdstuk worden de methoden
beschreven voor het bijwerken van de
firmware van het apparaat.
118
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Firmware-update
Gebruik de DJI Pilot 2-app of de DJI Assistant 2 (Enterprise serie) om de afstandsbediening, de
drone en andere aangesloten DJI-apparaten te updaten.
DJI Pilot 2 gebruiken
Drone en afstandsbediening
1. Schakel de drone en de afstandsbediening in. Zorg ervoor dat de drone goed is gekoppeld aan
de afstandsbediening, dat de batterijniveaus hoger zijn dan 25% en dat de afstandsbediening is
verbonden met het internet.
2. Voer DJI Pilot 2 uit. Er verschijnt een melding op de startpagina als er nieuwe firmware
beschikbaar is. Tik om de firmware-update te bekijken.
3. Tik op Alles bijwerken en DJI Pilot 2 downloadt de firmware en werkt de drone en de
afstandsbediening bij.
4. De drone en de afstandsbediening start automatisch opnieuw op nadat de firmware-update is
voltooid.
 Zorgervoordatdeafstandsbedieningmeerdan25%isopgeladenvoordatudeupdate
uitvoert. De update duurt ongeveer 15 minuten (afhankelijk van de netwerksterkte). Zorg
ervoor dat de afstandsbediening tijdens het hele updateproces verbonden is met het
internet.
 DeTB30intelligentevluchtbatterijendieindedronezijngeïnstalleerd,wordenbijgewerkt
naar de nieuwste firmwareversie.
Batterijstation en TB30-batterijen
Gebruik de DJI Pilot 2-app om de firmware van het batterijstation en maximaal 8 TB30-batterijen
tegelijkertijd te updaten.
1. Plaats de batterijen in de batterijpoorten en schakel het batterijstation in.
2. Sluit de USB-C-onderhoudsaansluiting van de batterijhouder aan op de USB-A-aansluiting van de
afstandsbediening met behulp van een USB-C-kabel.
3. Schakel de afstandsbediening in en controleer of hij verbonden is met het internet.
4. Voer DJI Pilot 2 uit. Als er een versie-update beschikbaar is, zal de startpagina vragen dat de
firmware-update van het batterijstation vereist is. Tik om de updatepagina van het batterijstation
te openen.
5. Tik op de knop Alles bijwerken om de update te starten. Dit duurt ongeveer 10 minuten. De
update is voltooid wanneer de melding van het slagen van de update verschijnt.
119
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
DJI Assistant 2 (Enterprise-serie) gebruiken
DJI Assistant 2 (Enterprise-serie) ondersteunt het bijwerken van de afstandsbediening en de drone,
maar niet van het BS30-batterijstation. Gebruik de DJI Pilot 2-app om het batterijstation bij te werken.
Drone en afstandsbediening
1. Sluit de afstandsbediening of de drone één voor één aan op de pc, omdat de software van de
assistent het bijwerken van meerdere DJI-apparaten niet tegelijkertijd ondersteunt.
2. Zorg ervoor dat de pc is verbonden met het internet en dat het DJI-apparaat is ingeschakeld met
een batterijniveau hoger dan 25%.
3. Voer de software van de assistent uit, log in met uw DJI-account en open de hoofdinterface.
4. Tik op de knop firmware-update aan de linkerkant van de hoofdinterface.
5. Selecteer de firmwareversie en tik erop om te updaten. De assistantsoftware zal de firmware
automatisch downloaden en updaten.
6. Wanneer de melding "Update geslaagd" verschijnt, is de apparaatupdate voltooid en wordt het
DJI-apparaat automatisch opnieuw opgestart.
 Debatterijfirmwareisopgenomenindefirmwarevandedrone.Zorgervoordatde
firmware van alle batterijen up-to-date is.
 Voorhetfirmware-updateprocesmoetendebatterijniveausvandedroneende
afstandsbediening hoger zijn dan 25%.
 ZorgervoordatalleDJIapparatentijdensdeupdatenormaalopdePCzijnaangesloten.
 Hetisnormaaldatdegimbaltijdenshetupdateprocesverstoordraakt,hetstatuslampje
van de drone knippert en de drone opnieuw wordt gestart. Wacht rustig af totdat de
update is voltooid.
 Zorgervoordatdedroneuitdebuurtblijftvanmensenendierentijdenshetupdaten
van de firmware, het kalibreren van het systeem of het instellen van de parameters.
 Zorgervoordeveiligheidvoordatudenieuwstefirmwareversiegebruikt.
 Nadatdefirmware-updateisvoltooid,kunnendeafstandsbedieningendedroneworden
losgekoppeld. Koppel ze indien nodig opnieuw.
 Tijdensdefirmware-updatemagudebatterijnietplaatsenofverwijderenomte
voorkomen dat de batterij-update mislukt.
 Tijdensdefirmware-updatemagudeUSB-C-kabelnietloskoppelenomtevoorkomen
dat het bijwerken van de batterij mislukt.
Offline bijwerken
Een offline firmwarepakket kan worden gedownload van de officiële DJI-website naar een
extern opslagapparaat zoals een microSD-kaart of U-schijf. Voer DJI Pilot 2 uit, tik op HMS en
vervolgens op Firmware-update. Tik op Offline Update (Offline bijwerken) om het firmwarepakket
van de afstandsbediening, drone, laadvermogen of batterijstation te selecteren op het externe
opslagapparaat. Tik vervolgens op Update All (Alles bijwerken) om bij te werken.
120
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Bijlage
Dit hoofdstuk bevat de specificaties.
121
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Bijlage
Inleiding tot de draagtas
1
2
3
4
5
5
6
1. Kabels en schroeven
2. TB30 Intelligent Flight Battery
3. Gereserveerd
4. Dronebody
5. Propellers
6. Afstandsbediening en
handleidingen
122
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Technische gegevens
Drone
Algemeen
Afmetingen
(uitgevouwen, excl. propellers) 470 × 585 × 215 mm (L×B×H)
Afmetingen (ingevouwen) 365 × 215 × 195 mm (LxB×H)
Diagonale wielbasis 668 mm
Gewicht (incl. twee batterijen) 3770 ± 10 g
Max. startgewicht 4069 g
Max. startgewicht voor C2-
certificering in de EU 3998 g
Gebruiksfrequentie [1] 2,4000-2,4835GHz,5,725-5,850GHz
Zendervermogen (EIRP)
2,4 GHz: <33 dBm (FCC); <20 dBm (CE/SRRC/MIC)
5.8 GHz: <33 dBm (FCC/SRRC);
<14 dBm (CE)
Vliegnauwkeurigheid
(windloos of briesje)
Verticaal: ± 0,1 m (zichtsysteem ingeschakeld); ± 0,5 m
(N-modus met GPS); ± 0,1 m (RTK)
Horizontaal: ± 0,3 m (zichtsysteem ingeschakeld); ± 1,5 m
(N-modus met GPS); ± 0,1 m (RTK)
RTK-nauwkeurigheid voor
positionering
(vaste RTK ingeschakeld)
1 cm + 1 ppm (horizontaal)
1,5 cm + 1 ppm (verticaal)
Max. hoeksnelheid Stampen (Pitch): 150°/s, Gieren (Yaw): 100°/s
Max. kantelhoek 35° (N-modus en voorwaarts zichtsysteem ingeschakeld: 25°)
Max. snelheid omhoog/omlaag 6 m/s; 5 m/s
Max. daalsnelheid (tilt) 7m/s
Max. horizontale snelheid 23m/s
Max. serviceplafond boven zeeniveau
(zonder andere lading)
5000 m (met 1671 propellers)
7000 m (met 1676 propellers)
Max. windbestendigheid 12 m/s
Max. zweeftijd [2] 36 min
Max. vliegtijd [2] 41 min
Motormodel 3511
Propellermodel 1671
1676 High Altitude (niet inbegrepen)
Beschermingsklasse [3] IP55
GNSS GPS+Galileo+BeiDou+GLONASS (GLONASS wordt alleen
ondersteund als RTK-module is ingeschakeld)
Bedrijfstemperatuur -20 tot 50°C
123
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Gimbal
Bereik hoektrilling ±0,01°
Bestuurbaar bereik Pan: ± 90°, kanteling: -120° tot +45°
Mechanisch bereik Pan: ± 105°, kanteling: -135° tot +60°, rol: ±45°
Zoomcamera
Sensor 1/2” CMOS, effectieve pixels: 48 M
Lens
Brandpuntsafstand: 21-75 mm (equivalent: 113-405 mm)
Diafragma: f/2,8-f/4,2
Focus:5mtot∞
Compensatie blootstelling ±3 ev (met 1/3 ev als staplengte)
Elektronische sluitertijd
Automatische modus:
Foto: 1/8000-1/2 seconden
Video: 1/8000-1/30 s
M-modus:
Foto: 1/8000-8 seconden
Video: 1/8000 -1/30 sec.
ISO-bereik 100-25600
Max. Videoresolutie 3840 × 2160
Max. fotoformaat 8000 × 6000
Groothoekcamera
Sensor 1/2” CMOS, effectieve pixels: 12 M
Lens
DFOV: 84°
Brandpuntsafstand: 4,5 mm (equivalent: 24 mm)
Diafragma: f/2,8
Focus:1mtot∞
Compensatie blootstelling ±3 ev (met 1/3 ev als staplengte)
Elektronische sluitertijd
Automatische modus:
Foto: 1/8000-1/2 seconden
Video: 1/8000-1/30 s
M-modus:
Foto: 1/8000-8 seconden
Video: 1/8000-1/30 s
ISO-bereik 100-25600
Max. Videoresolutie 3840 × 2160
Fotogrootte 4000 x 3000
Thermische camera
Warmtebeeldcamera Ongekoelde VOx-microbolometer
Lens
DFOV: 61°
Brandpuntsafstand: 9,1 mm (equivalent: 40 mm)
Diafragma: f/1,0
Focus:5mtot∞
Nauwkeurigheid
infraroodtemperatuurmeting [4] ±2°C of ±2% (gebruik de grotere waarde)
124
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Videoresolutie Modus Superresolutie infraroodbeeld: 1280 × 1024
Normale stand: 640 × 512
Fotogrootte Modus Superresolutie infraroodbeeld: 1280 × 1024
Normale stand: 640 × 512
Pixelpitch 12μm
Methode voor temperatuurmeting Spotmeter, oppervlaktemeting
Bereik voor temperatuurmeting Modus Hoge versterking: -20° tot 150°C
Modus voor lage versterking: 0° tot 500°C
Temperatuurwaarschuwing Ondersteund
Palet Wit warm/zwart warm/tint/ijzerrood/heet ijzer/arctisch/
medisch/fuguriet/rainbow 1/rainbow 2
FPV-camera
Resolutie 1920 × 1080
DFOV 161°
Beeldrastersnelheid 30 fps
Lasermodule
Golflengte 905 nm
Maximaal laservermogen 3,5 mW
Enkele pulsbreedte 6 ns
Meetnauwkeurigheid ± (0,2 m + D×0,15%)
D is de afstand tot een verticaal oppervlak
Meetbereik 3-1.200 m (0,5 x 12 m verticaal oppervlak met 20% reflectie)
Zichtsystemen
Bereik obstakeldetectie Vooruit: 0,6-38 m
Opwaarts/omlaag/achterwaarts/zijwaarts: 0,5-33 m
Gezichtsveld 65°(H), 50°(V)
Gebruiksomgeving Oppervlakken met een duidelijke structuur en voldoende
verlichting(>15lux)
Infrarood detectiesysteem
Bereik obstakeldetectie 0,1 - 10 m
Gezichtsveld 30°
Gebruiksomgeving Grote,diffuseenreflecterendeobstakels(reflectiviteit>10%)
TB30 Intelligent Flight Battery
Capaciteit 5880 mAh
Spanning 26,1 V
Type batterij Li-ion 6S
Vermogen 131,6 Wh
Nettogewicht Circa 685 g
Bedrijfstemperatuur -20 tot 50°C
Opslagtemperatuur 20 tot 30°C
125
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Laadtemperatuur
-20 tot 40°C
(Wanneer de temperatuur lager is dan 10°C wordt de
zelfverwarmende functie automatisch ingeschakeld. Opladen
bij een lage temperatuur kan de levensduur van de batterij
verkorten)
Chemisch systeem LiNiMnCoO2
Hulplicht
Feitelijke verlichtingsafstand 5 m
Type verlichting 60 Hz, ononderbroken gloeiend
Afstandsbediening
Algemeen
Scherm 7,02 inch LCD-touchscreen met een resolutie van 1920 × 1200
pixels en een hoge helderheid van 1200 cd/m2
Afmetingen (antennes
ingevouwen) 268 × 162,7 × 94,3 mm (L×B×H)
Gewicht Ongeveer 1,25 kg (excl. WB37 batterij)
Ongeveer 1,42 kg (incl. WB37 batterij)
Interne batterij
Type: Li-ion (6500 mAh @ 7,2 V)
Oplaadtype: Ondersteunt een maximum nominaal vermogen
van het batterijstation of de USB-C-lader van 65 W (max.
spanning van 20V)
Oplaadtijd: 2 uur
Chemisch systeem: LiNiCoAIO2
Externe batterij
(WB37 Intelligent Battery)
Capaciteit:4920mAh
Spanning: 7,6 V
Batterijtype: Li-ionen
Vermogen: 37,39 Wh
Chemisch systeem: LiCoO2
Werkingsduur [5] Interne batterij: Ongeveer 3 uur 18 min
Internebatterij+externebatterij:Circa6uur
Beschermingsklasse [3] IP54
GNSS GPS + Galileo + BeiDou
Bedrijfstemperatuur -20 tot 50°C
O3 Enterprise
Gebruiksfrequentie [1] 2,4000-2,4835GHz,5,725-5,850GHz
Max. zendbereik (vrij van obstakels
en interferentie) 15 km (FCC); 8 km (CE/SRRC/MIC)
126
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
Max. zendafstand
(met interferentie)
Sterke interferentie (stedelijk landschap, beperkte zichtlijn, veel
concurrerende signalen): 1,5-3 km (FCC/CE/SRRC/MIC)
Gemiddelde interferentie (voorstedelijk landschap, open
zichtlijn, enkele concurrerende signalen): 3-9 km (FCC); 3-6 km
(CE/SRRC/MIC)
Zwakke interferentie (open landschap, ruim zicht, weinig
concurrerende signalen): 9-15 km (FCC); 6-8 km (CE/SRRC/MIC)
Zendervermogen (EIRP) 2,4 GHz: <33 dBm (FCC); <20 dBm (CE/SRRC/MIC)
5,8 GHz: <33 dBm (FCC); <14 dBm (CE); <23 dBm (SRRC)
Wifi
Protocol Wifi 6
Gebruiksfrequentie [1] 2,4000-2,4835GHz,5,150-5,250GHz;
5,725-5,850 GHz
Zendervermogen (EIRP)
2,4 GHz: <26 dBm (FCC); <20 dBm (CE/SRRC/MIC)
5,1 GHz: <26 dBm (FCC); <23 dBm (CE/SRRC/MIC)
5,8 GHz: <26 dBm (FCC/SRRC); <14 dBm (CE)
Bluetooth
Protocol Bluetooth 5.1
Bedieningsfrequentie 2,400-2,4835GHz
Zendervermogen (EIRP) <10 dBm
Intelligent Battery Station
Model CSX320-550
Afmetingen 353 × 267 × 148 mm
Nettogewicht 3,95 kg
Compatibel batterijmodel TB30 Intelligent Flight Battery
WB37 Intelligent Battery
Ingangsvermogen 100-240 VAC, 50/60 Hz
Uitgangsvermogen
TB30 Batterij-aansluiting: 26,1 V, 8,9 A (ondersteund tot twee
uitgangen tegelijkertijd)
WB37 Batterij-aansluiting: 8,7 V, 6 A
Uitgangsvermogen 525 W
USB-C-aansluiting Max. uitgangsvermogen van 65 W
USB-A-aansluiting Max. uitgangsvermogen van 10 W (5 V, 2 A)
Stroomverbruik
(wanneer batterijen niet worden
opgeladen)
< 8 W
Uitgangsvermogen
(bij het opwarmen van een
batterij)
Ca. 30 W
Bedrijfstemperatuur -20 tot 40°C
127
© 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
MATRICE 30-SERIE Gebruikershandleiding
[1] In sommige landen zijn frequenties van 5,8 en 5,1 GHz verboden. In sommige landen is de 5,1 GHz-
frequentie alleen toegestaan voor gebruik binnenshuis.
[2] De maximale vlieg- en zweeftijd werden getest in een laboratoriumomgeving en gelden alleen als
referentie.
[3] Deze beschermingsgraad is niet permanent en kan na verloop van tijd verminderen na langdurig
gebruik.
[4] De nauwkeurigheid van de gemeten infraroodtemperatuur is getest in een laboratoriumomgeving en
dient alleen ter referentie.
[5] De maximale bedrijfstijd werd getest in een laboratoriumomgeving en geldt alleen als referentie.
[6] De laadtijd werd getest in een laboratoriumomgeving bij kamertemperatuur. De verstrekte waarden
dienen alleen als referentie.
Beschermingsklasse bescherming
tegen indringen IP55 (met het deksel goed gesloten)
Oplaadtijd[6]
Circa 30 minuten (opladen van twee TB30-batterijen van 20%
tot 90%)
Circa 50 minuten (opladen van twee TB30-batterijen van 0%
tot 100%)
Beschermfuncties
Bescherming tegen terugstromen
Beveiliging tegen kortsluiting
Overspanningsbeveiliging
Overstroombeveiliging
Temperatuurbeveiliging
DJI en MATRICE zijn handelsmerken van DJI.
Copyright © 2022 DJI. Alle rechten voorbehouden.
Deze inhoud kan zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Download de nieuwste versie vanaf
Neem voor eventuele vragen over dit document contact op met DJI door een e-mail
te sturen naar [email protected].
https://www.dji.com/matrice-30/downloads
CONTACTGEGEVENS
DJI-ONDERSTEUNING
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128

dji Matrice 30 Series Handleiding

Type
Handleiding