Brother Innov-is 4750D Handleiding

Categorie
Naaimachines
Type
Handleiding
ENGLISH FRANÇAIS ESPAÑOL
Bobbin Work
Instruction Manual
Manuel d'instructions pour
le travail à la canette
Manual de instrucciones para
efectos decorativos con bobinas
РYCCKИЙ
Руководство пользователя
по объемному вышиванию
DEUTSCH
Anleitung für Bobbin Work
NEDERLANDS
Werken met de spoel
Gebruiksaanwijzing
ITALIANO
Manuale d'istruzioni del
ricamo con spolina
1
NEDERLANDS
INHOUDSOPGAVE
Info over werken met de spoel...................................................................................................2
Vereist materiaal ................................................................................................................... 3
Bovendraad inrijgen.............................................................................................................. 4
Onderdraad voorbereiden..................................................................................................... 4
Werken met de spoel.................................................................................................................8
Stof plaatsen en naaien.......................................................................................................... 8
Draaduiteinden afwerken.................................................................................................... 10
Vrij werken met de spoel..................................................................................................... 10
Draadspanning aanpassen................................................................................................... 11
Probleemoplossing.............................................................................................................. 12
2
Info over werken met de spoel
U kunt ontwerpen maken waarbij het oppervlak van de stof een driedimensionaal uiterlijk krijgt, door dikke draad
of lint – te dik om in te rijgen in de naald – op te spoelen en aan de achterkant van de stof te naaien.
Voor het werken met de spoel gebruikt u het speciale spoelhuis (grijs) en het spoelhuisdeksel met lipjes die bij dit
pakket zijn inbegrepen.
Naaisteken
Decoratieve steken
(voor modellen met ingebouwde
decoratieve steken)
Vrij naaien
3
NEDERLANDS
Vereist materiaal
Spoelhuis en spoelhuisdeksel
a Spoelhuis (grijs)
Dit spoelhuis is alleen voor het werken met de spoel.
Met het spoelhuis kunt u dikke draad of smal lint
naaien dat u niet door het oog van de naald kunt rijgen.
Op de met “A” aangegeven plaats bevindt zich een
inkeping.
b Spoelhuisdeksel
Aan de achterzijde van het spoelhuisdeksel bevinden
zich lipjes “B”.
Deze lipjes houden de spoel omlaag, zodat deze niet
naar buiten komt wanneer u dikke draad gebruikt.
Onderdraad
We raden u de volgende soorten draad aan voor het
werken met de spoel.
* Als u lint gebruikt, raden wij u aan geen draadspanning te
gebruiken. Zie pagina 6 voor meer gedetailleerde instructies.
Bovendraad
Machineborduurgaren (polyestergaren) of
monofilament garen (doorzichtig nylondraad).
Als u niet wilt dat de bovendraad zichtbaar is, raden we
aan doorzichtig nylon monofilament draad of
lichtgewicht polyester draad (50wt. of hoger) van
dezelfde kleur als de onderdraad te gebruiken.
Naald
Gebruik een naald die geschikt is voor de bovendraad
en stof die u gebruikt. Voor meer bijzonderheden, zie
de Bedieningshandleiding bij uw machine.
Persvoet
Naaisteken of decoratieve steken: monogramvoet “N”
Vrij naaien: Gebruik de vrije quiltvoet die is geleverd
bij uw machine. Als u geen vrije quiltvoet hebt, koop er
dan een bij de dichtstbijzijnde erkende dealer.
Borduurdraad of decoratieve draad
nr. 5 of fijner
Flexibel geweven lint (ca. 2 mm
(ca. 5/64 inch) aanbevolen)
Fijn borduurlint (zijde of
zijdeachtig materiaal) (3,5 mm (ca.
1/8 inch) of minder aanbevolen)
Opmerking
Gebruik geen zwaardere draad dan borduurdraad
nr. 5.
Bepaalde soorten draad zijn mogelijk niet geschikt
voor het werken met de spoel. Naai daarom altijd
enkele steken op een proeflapje voordat u met het
echte werk begint.
Opmerking
Als monogramvoet “N” niet is geleverd bij uw
machine, gebruikt u zigzagvoet “J”.
Wanneer u een patroon naait dat is beschreven in
de bedieningshandleiding van de machine, en
monogramvoet “N” wordt aanbevolen, gebruik dan
deze voet. Anders krijgt u mogelijk niet het
gewenste resultaat.
Vrije quiltvoet Vrije open quiltvoet “O”
4
Stof
Naai altijd enkele steken op een proeflapje met
dezelfde draad en stof als u voor het echte werk
gebruikt.
Bovendraad inrijgen
a
Plaats een naald die geschikt is voor de
bovendraad en stof die u gebruikt.
Meer bijzonderheden over het installeren van de
naald vindt u in de Bedieningshandleiding.
b
Bevestig de persvoet.
Voor informatie over de te gebruiken persvoet,
zie “Vereist materiaal” op pagina 3.
Meer bijzonderheden over het bevestigen van de
persvoet vindt u in de Bedieningshandleiding.
c
Rijg de machine in met de bovendraad.
Meer bijzonderheden over het inrijgen van de
machine vindt u in de Bedieningshandleiding.
Onderdraad voorbereiden
Als u wilt werken met de spoel, moet u het spoelhuis
vervangen door het speciale spoelhuis voor werken met
de spoel.
Voordat u kunt werken met de spoel, moet u het
spoelhuis en de grijper reinigen.
a
Zet de naald en de persvoet omhoog en
schakel de machine uit.
b
Verwijder de accessoiretafel.
c
Verwijder het steekplaatdeksel.
Meer bijzonderheden over het verwijderen
van het steekplaatdeksel vindt u in de
Bedieningshandleiding.
a Steekplaatdeksel
d
Verwijder het spoelhuis.
a Spoelhuis
e
Verwijder met het schoonmaakborsteltje dat
bij de machine wordt geleverd of een
stofzuiger pluis en stof uit de grijper en daar
omheen.
a Schoonmaakborsteltje
b Grijper
f
Veeg het spoelhuis (grijs) schoon met een
zachte, pluisvrije doek.
g
Plaats het spoelhuis (grijs) zo dat de S-
markering is uitgelijnd met de -markering,
zoals hieronder aangegeven.
a S-markering
b -markering
Opmerking
De naairesultaten kunnen worden beïnvloed door
het soort stof dat u gebruikt. Naai altijd eerst enkele
steken op een proeflapje van de stof die u ook voor
het echte werk gebruikt.
5
NEDERLANDS
h
Wind met de hand een decoratieve draad om
de spoel. Wanneer u de spoel voor ongeveer
80% heeft opgewonden (zie onderstaande
afbeelding), knipt u de draad af.
i
Knip het uiteinde van de draad voorzichtig
met een schaar zo dicht mogelijk bij de spoel
af.
a Begin van gewonden draad
j
Plaats de spoel met gewonden draad.
Of er spanning moet worden gebruikt voor de
onderdraad, hangt af van het soort draad dat u
gebruikt.
Opmerking
U kunt het spoelhuis (grijs) alleen gebruiken om te
werken met de spoel, dus niet voor ander naaiwerk.
Na het werken met de spoel raadpleegt u de
stappen in “Onderdraad voorbereiden” om het
spoelhuis (grijs) te verwijderen en te reinigen.
Vervolgens installeert u het standaard spoelhuis
(zwart) opnieuw.
VOORZICHTIG
Zorg dat u altijd het spoelhuis (grijs) gebruikt
wanneer u werkt met de spoel. Als u een ander
spoelhuis gebruikt, kan de draad verstrikt raken of
de machine beschadigd raken.
Controleer of het spoelhuis juist is geplaatst. Als het
spoelhuis niet juist is geplaatst, kan de draad
verstrikt raken of de machine beschadigd raken.
VOORZICHTIG
Gebruik de bijgeleverde spoel of een spoel die
specifiek voor deze machine is ontworpen. Het
gebruik van een andere spoel kan leiden tot schade
of letsel.
Ware grootte
11,5 mm
(ca.
7/16 inch)
Dit model Andere modellen
Opmerking
Wind de draad langzaam en gelijkmatig om de
spoel.
Wind de spoel strak op zonder dat de draad
gedraaid raakt. Dan krijgt u het beste resultaat.
VOORZICHTIG
Als de draad te ver boven de spoel uitsteekt, kan de
draad verstrikt raken of de naald breken.
6
Wanneer u spanning gebruikt voor de
onderdraad
Plaats de spoel zo in het spoelhuis dat de draad vanaf
de linkerkant afwikkelt.
Leid de draad vervolgens zorgvuldig door de
spanningsveer zoals hieronder aangegeven.
a Spanningsveer
Wanneer u geen spanning gebruikt voor de
onderdraad
Als de onderdraad in het proeflapje te strak is, en het
niet helpt om de spoelhuisspanning aan te passen
(*zoals beschreven in “Onderdraadspanning
aanpassen” op pagina 11), leid de draad dan niet door
de spanningsveer.
Houd de spoel vast met uw linkerhand zodat de draad
vanaf de rechterkant afwikkelt en houd het uiteinde van
de draad vast met uw rechterhand.
k
Trek ca. 8 cm (ca. 3 inch) onderdraad uit.
l
Houd het uiteinde van de bovendraad losjes
vast en draai vervolgens het handwiel naar u
toe (tegen de klok in) totdat de markering op
het handwiel midden boven staat.
VOORZICHTIG
Zorg er bij het winden van de spoel voor dat de
draad niet rafelt. Wanneer u een gerafelde draad
gebruikt, kan de draad vastlopen in de
spanningsveer van het spoelhuis, de draad verstrikt
raken of de machine beschadigd raken.
Leid de onderdraad niet door de groef in het
steekplaatdeksel, want dan wordt de onderdraad
mogelijk niet juist ingeregen.
7
NEDERLANDS
m
Trek zachtjes aan de bovendraad om de
onderdraad door de steekplaat te trekken.
Een lus van de onderdraad komt door de opening in
de steekplaat naar buiten.
n
Steek een pincet door de lus van de
onderdraad en trek de onderdraad boven de
steekplaat.
o
Lijn de bovendraad en onderdraad uit en trek
vervolgens ca. 10 cm (ca. 4 inch) van de
draden uit en leid ze onder de persvoet naar
de achterkant van de machine.
p
Installeer de steekplaat en het
spoelhuisdeksel.
Meer bijzonderheden over het installeren van het
steekplaatdeksel vindt u in de
Bedieningshandleiding.
a Steekplaatdeksel
b Spoelhuisdeksel
q
Installeer de accessoiretafel.
Hiermee is het inrijgen van de boven- en
onderdraad voltooid.
VOORZICHTIG
Gebruik het spoelhuisdeksel met lipjes wanneer u
werkt met de spoel, anders kan de draad verstrikt
raken of de naald breken.
Opmerking
Zorg er bij het plaatsen van het steekplaatdeksel
voor dat de draad niet vast komt te zitten.
Opmerking
Zorg bij het plaatsen van de accessoiretafel dat de
draad niet vast komt te zitten.
Wanneer u de onderdraad vervangt door een
nieuwe, herhaal dan de procedure uit
a op
“Onderdraad voorbereiden”, anders wordt de
onderdraad niet juist ingeregen.
8
Werken met de spoel
Stof plaatsen en naaien
a
Plaats een lichte wegneembare steunstof op
de achterkant van de stof.
b
Maak met een priem een gat in de stof bij het
begin van het stiksel zodat u de onderdraad
door de stof kunt voeren.
c
Zet de persvoet omhoog met de
persvoethendel.
d
Plaats de stof met steunstof onder de persvoet
met de achterkant naar boven.
a Achterkant van de stof
b Steunstof op achterkant van de stof
e
Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok
in) om de naald door het gepriemde gat te
leiden. Plaats de bovendraad boven de
persvoet en houd de draad losjes vast terwijl u
de persvoet omlaag zet.
a Gepriemd gat
b Bovendraad boven persvoet
f
Terwijl u zachtjes aan de bovendraad trekt,
draait u het handwiel naar u toe (tegen de
klok in) zodat de markering op het handwiel
midden boven staat.
Door het gat in de stof komt een lus van de
onderdraad omhoog.
g
Zet de persvoethendel omhoog, trek
vervolgens met een pincet de onderdraad
naar boven en breng het uiteinde van de
draad naar de bovenkant van de stof.
Opmerking
Naai enkele proefsteken met dezelfde stof en draad
als het naaiproject om de naairesultaten te
controleren.
De onderdraad kan verstrikt raken afhankelijk van
het soort patroon en draad dat u gebruikt. Aangezien
de naald hierdoor kan breken, moet u onmiddellijk
stoppen met naaien wanneer dit gebeurt. Schakel de
machine uit en knip de verstrikte draad af met een
schaar. Reinig vervolgens de grijper en het spoelhuis
zoals beschreven in “Onderdraad voorbereiden” op
pagina 4.
Opmerking
Trek aan de draad terwijl u de stof vasthoudt zodat
deze niet verschuift.
9
NEDERLANDS
h
Lijn de bovendraad en de onderdraad uit en
leid deze vervolgens onder de persvoet naar
de achterkant van de machine.
i
Schakel de machine in.
j
Selecteer een steek.
k
Pas de bovendraadspanning aan.
Meer bijzonderheden over het aanpassen van de
bovendraadspanning vindt u in de
Bedieningshandleiding van de machine.
l
Als uw machine is uitgerust met de functies
automatisch draadknippen en automatische
achteruit/verstevigingssteken, zorg dan dat de
beide functies zijn uitgeschakeld.
m
Houd de draden aan de achterkant van de
machine losjes vast, draai het handwiel om de
naald opnieuw door het gepriemde gat te
leiden en zet vervolgens de persvoethendel
omlaag.
n
Selecteer een lage snelheid, houd de draden
losjes achter de persvoet en begin met naaien.
U kunt de draden loslaten nadat u enkele
steken hebt genaaid.
o
Wanneer u het eind van het stikgebied
bereikt, stopt u de machine.
p
Zet de naald en persvoethendel omhoog.
Memo
Voor een optimaal resultaat selecteert u een langere
steeklengte en bredere steekbreedte. Naar gelang
de geselecteerde steek is het misschien niet
mogelijk om de instellingen voor steeklengte en
steekbreedte te wijzigen. Meer bijzonderheden over
het aanpassen van de steeklengte en steekbreedte
vindt u in de Bedieningshandleiding van de
machine.
Afhankelijk van de stof worden de steken mogelijk te
dicht op elkaar genaaid. We adviseren u een
eenvoudige steek te selecteren en enkele
proefsteken te naaien om het naairesultaat te
controleren.
Voorbeelden van eenvoudige steken: , ,
Memo
We adviseren een hogere bovendraadspanning dan
de standaardinstelling.
VOORZICHTIG
Zorg dat automatisch draadknippen is uitgeschakeld
voordat u gaat naaien. Als u gaat naaien terwijl
automatisch draadknippen is ingeschakeld, kan de
draad verstrikt raken of de machine beschadigd
raken.
Opmerking
Controleer voordat u gaat naaien of er voldoende
draad in de spoel zit.
Opmerking
Naai geen verstevigingssteken/achteruitsteken aan
het eind van het stiksel, anders kunnen de draden
verstrikt raken of kan de naald breken. Bovendien is
het moeilijk om de onderdraad omhoog te trekken
naar de achterkant van de stof.
10
q
Knip de draden met een schaar af en laat
hierbij ongeveer 10 cm (ca. 4 inch) draad aan
de uiteinden over.
a 10 cm (ca. 4 inch)
Draaduiteinden afwerken
a
Aan het eind van het stiksel trekt u het
uiteinde van de onderdraad omhoog naar de
achterkant van de stof.
a Achterkant van de stof
b Onderdraad
b
Knoop aan de achterkant van de stof de
bovendraad en de onderdraad met de hand
aan elkaar en knip overtollige draden af met
een schaar.
a Achterkant van de stof
b Voorkant van de stof
c
Als u niet de gewenste resultaten behaalt,
kunt u de spanning van de onderdraad en van
de bovendraad aanpassen en het stiksel
vervolgens opnieuw naaien.
Meer bijzonderheden vindt u in “Draadspanning
aanpassen” op pagina 11.
Vrij werken met de spoel
Desgewenst kunt u een sjabloon gebruiken of uw
ontwerp om de steunstof tekenen om gemakkelijk te
kunnen naaien. Uw steken met uw decoratieve draad
zitten op de onderkant van uw stof, en de steunstof op
de achterkant van uw stof.
a
Druk het gewenste sjabloon af.
Opmerking
Naai geen achteruit/verstevigingssteken en gebruik
niet de “Draadkniptoets” (als de machine daarmee is
uitgerust) aan het eind van het stiksel. Anders is het
moeilijk om de onderdraad naar de achterkant van
de stof te trekken. Bovendien kunnen de draden
verward raken of kan de naald breken en mogelijk
schade veroorzaken aan de machine.
Opmerking
Als het moeilijk is om de onderdraad naar boven te
trekken, gebruikt u een borduurnaald om de draad
omhoog te trekken naar de achterkant van de stof.
U kunt ook een priem gebruiken om de onderdraad
naar boven te trekken.
Opmerking
Breng een druppeltje textiellijm aan op de knoopjes
om te voorkomen dat de draden losraken.
Opmerking
Voor vrij werken met de spoel, zie de aanwijzingen
voor “Werken met de spoel” vanaf pagina 8.
Gebruik de quiltvoet die is geleverd bij uw machine.
Als u geen quiltvoet hebt, koop er dan een bij de
dichtstbijzijnde erkende dealer. Voor
bijzonderheden over het gebruik van de quiltvoet,
zie de Bedieningshandleiding die is geleverd bij uw
machine of bij de persvoet.
Opmerking
Druk het sjabloon af in de oorspronkelijke
afmetingen. Als u een vergroot sjabloon gebruikt,
kan de onderdraad tijdens het naaien op raken.
11
NEDERLANDS
b
Bevestig de steunstof aan de achterkant van
de stof.
c
Plaats overtrekpapier (in de winkel
verkrijgbaar) op de steunstof, en daarop het
papier waarop het sjabloon is afgedrukt. Trek
het ontwerp over met een potlood.
a Sjabloon
b Overtrekpapier
c Steunstof op achterkant van de stof
d
Als u het ontwerp hebt overgetrokken op de
steunstof, plaatst u de stof onder een vrije
persvoet op de machine. Vervolgens naait u
het ontwerp.
Draadspanning aanpassen
Nadat u een proeflapje hebt genaaid en de
naairesultaten hebt gecontroleerd, past u zo nodig de
draadspanningen aan. Nadat u de spanningen hebt
aangepast, naait u opnieuw enkele proefsteken om de
naairesultaten te controleren.
Bovendraadspanning aanpassen
We adviseren een hogere bovendraadspanning dan de
standaardinstelling.
Uitvoerige aanwijzingen vindt u in de
Bedieningshandleiding van de machine.
Onderdraadspanning aanpassen
Als u niet de gewenste resultaten behaalt nadat u de
bovendraadspanning hebt aangepast, kunt u de
onderdraadspanning aanpassen. U kunt de
onderdraadspanning aanpassen door de
sleufkopschroef (–) op het spoelhuis (grijs) te draaien
voor werken met de spoel.
a Draai niet aan de kruiskopschroef (+).
b Aanpassen met de kleine schroevendraaier.
Als u de onderdraadspanning wilt verhogen, draait u de
sleufschroef (–) 30° tot 45° met de klok mee.
Als u de onderdraadspanning wilt verlagen, draait u de
sleufschroef (–) 30° tot 45° tegen de klok in.
Opmerking
Sommige sjablonen hebben pijlen om u de
naairichting te laten zien. Trek ook de pijlen over als
u het ontwerp overtrekt.
Opmerking
Wanneer u de schroef op het spoelhuis (grijs) draait,
wordt de veerplaat mogelijk omhoog geduwd, zoals
hieronder aangegeven.
Duw dan de veerplaat met de schroevendraaier
zachtjes naar beneden zodat het onder het
bovenvlak van het spoelhuis (grijs) valt. Plaats
vervolgens het spoelhuis in de machine.
a Veerplaat
12
Probleemoplossing
Hieronder worden verschillende oplossingen voor
kleinere problemen beschreven. Als u het probleem
niet kunt verhelpen, neemt u contact op met de
dichtstbijzijnde erkende dealer.
De draad is per ongeluk automatisch
afgeknipt en de onderdraad is vastgeraakt in
de machine (alleen voor machines die zijn
uitgerust met de functie automatisch
draadknippen)
a
Knip de draad vlak bij de stof af boven de
steekplaat en verwijder de stof vervolgens.
a Draad
b
Verwijder de spoel en houd deze vervolgens
aan de linkerkant van de machine.
c
Zet de persvoet omlaag.
d
Druk opnieuw op de “Draadkniptoets” en
trek de draad vervolgens naar links naar
buiten terwijl de draadafsnijder in werking is.
Het patroon is scheefgetrokken
Zie “Draadspanning aanpassen” en verhoog de
bovendraadspanning. Als het patroon nog steeds is
scheefgetrokken, verlaagt u de onderdraadspanning.
Voorbeeld: decoratieve steek
a Juiste spanning
b De bovendraadspanning is te laag of de
onderdraadspanning is te hoog.
De onderdraad loopt vast in de
spanningsveer van het spoelhuis
Naai zonder spanning te gebruiken voor de
onderdraad. (Zie “Wanneer u geen spanning gebruikt
voor de onderdraad” op pagina 6.)
VOORZICHTIG
Draai NIET aan de kruiskopschroef (+) van het
spoelhuis (grijs). Hierdoor kan het spoelhuis
beschadigd raken, waardoor het onbruikbaar
wordt.
Gebruik geen kracht als de sleufschroef (-) moeilijk
draait. Door de schroef te veel te draaien of te veel
kracht te zetten (in welke richting dan ook) kunt u
het spoelhuis beschadigen. Als het spoelhuis is
beschadigd, is de spanning mogelijk onjuist.
Opmerking
Als de onderdraadspanning hoog is, kan de draad
niet door de spanningsveer worden geleid wanneer
u de spoel in het spoelhuis plaatst. (Zie “Wanneer u
geen spanning gebruikt voor de onderdraad” op
pagina 6.)
VOORZICHTIG
Trek niet te hard aan de draad, anders kan de
machine beschadigd raken.

Documenttranscriptie

Bobbin Work Instruction Manual ENGLISH Anleitung für Bobbin Work DEUTSCH Manuel d'instructions pour le travail à la canette FRANÇAIS Werken met de spoel Gebruiksaanwijzing NEDERLANDS Manuale d'istruzioni del ricamo con spolina ITALIANO Manual de instrucciones para efectos decorativos con bobinas ESPAÑOL Руководство пользователя по объемному вышиванию РYCCKИЙ INHOUDSOPGAVE Info over werken met de spoel................................................................................................... 2 Vereist materiaal ................................................................................................................... 3 Bovendraad inrijgen .............................................................................................................. 4 Onderdraad voorbereiden ..................................................................................................... 4 Werken met de spoel................................................................................................................. 8 Stof plaatsen en naaien.......................................................................................................... 8 Draaduiteinden afwerken .................................................................................................... 10 Vrij werken met de spoel..................................................................................................... 10 Draadspanning aanpassen................................................................................................... 11 Probleemoplossing .............................................................................................................. 12 NEDERLANDS 1 Info over werken met de spoel U kunt ontwerpen maken waarbij het oppervlak van de stof een driedimensionaal uiterlijk krijgt, door dikke draad of lint – te dik om in te rijgen in de naald – op te spoelen en aan de achterkant van de stof te naaien. Voor het werken met de spoel gebruikt u het speciale spoelhuis (grijs) en het spoelhuisdeksel met lipjes die bij dit pakket zijn inbegrepen. Naaisteken 2 Decoratieve steken (voor modellen met ingebouwde decoratieve steken) Vrij naaien Vereist materiaal ■ Spoelhuis en spoelhuisdeksel ■ Bovendraad Machineborduurgaren (polyestergaren) of monofilament garen (doorzichtig nylondraad). Als u niet wilt dat de bovendraad zichtbaar is, raden we aan doorzichtig nylon monofilament draad of lichtgewicht polyester draad (50wt. of hoger) van dezelfde kleur als de onderdraad te gebruiken. ■ Naald a Spoelhuis (grijs) Dit spoelhuis is alleen voor het werken met de spoel. Met het spoelhuis kunt u dikke draad of smal lint naaien dat u niet door het oog van de naald kunt rijgen. Op de met “A” aangegeven plaats bevindt zich een inkeping. Gebruik een naald die geschikt is voor de bovendraad en stof die u gebruikt. Voor meer bijzonderheden, zie de Bedieningshandleiding bij uw machine. ■ Persvoet Naaisteken of decoratieve steken: monogramvoet “N” b Spoelhuisdeksel Aan de achterzijde van het spoelhuisdeksel bevinden zich lipjes “B”. Deze lipjes houden de spoel omlaag, zodat deze niet naar buiten komt wanneer u dikke draad gebruikt. ■ Onderdraad We raden u de volgende soorten draad aan voor het werken met de spoel. • Als monogramvoet “N” niet is geleverd bij uw machine, gebruikt u zigzagvoet “J”. • Wanneer u een patroon naait dat is beschreven in de bedieningshandleiding van de machine, en monogramvoet “N” wordt aanbevolen, gebruik dan deze voet. Anders krijgt u mogelijk niet het gewenste resultaat. Vrij naaien: Gebruik de vrije quiltvoet die is geleverd bij uw machine. Als u geen vrije quiltvoet hebt, koop er dan een bij de dichtstbijzijnde erkende dealer. NEDERLANDS Borduurdraad of decoratieve draad nr. 5 of fijner Opmerking Flexibel geweven lint (ca. 2 mm (ca. 5/64 inch) aanbevolen) Fijn borduurlint (zijde of zijdeachtig materiaal) (3,5 mm (ca. 1/8 inch) of minder aanbevolen) Vrije quiltvoet Vrije open quiltvoet “O” * Als u lint gebruikt, raden wij u aan geen draadspanning te gebruiken. Zie pagina 6 voor meer gedetailleerde instructies. Opmerking • Gebruik geen zwaardere draad dan borduurdraad nr. 5. • Bepaalde soorten draad zijn mogelijk niet geschikt voor het werken met de spoel. Naai daarom altijd enkele steken op een proeflapje voordat u met het echte werk begint. 3 ■ Stof Naai altijd enkele steken op een proeflapje met dezelfde draad en stof als u voor het echte werk gebruikt. d Verwijder het spoelhuis. Opmerking • De naairesultaten kunnen worden beïnvloed door het soort stof dat u gebruikt. Naai altijd eerst enkele steken op een proeflapje van de stof die u ook voor het echte werk gebruikt. Bovendraad inrijgen a a Spoelhuis e Plaats een naald die geschikt is voor de bovendraad en stof die u gebruikt. Verwijder met het schoonmaakborsteltje dat bij de machine wordt geleverd of een stofzuiger pluis en stof uit de grijper en daar omheen. Meer bijzonderheden over het installeren van de naald vindt u in de Bedieningshandleiding. b Bevestig de persvoet. Voor informatie over de te gebruiken persvoet, zie “Vereist materiaal” op pagina 3. Meer bijzonderheden over het bevestigen van de persvoet vindt u in de Bedieningshandleiding. c a Schoonmaakborsteltje b Grijper Rijg de machine in met de bovendraad. Meer bijzonderheden over het inrijgen van de machine vindt u in de Bedieningshandleiding. Onderdraad voorbereiden Als u wilt werken met de spoel, moet u het spoelhuis vervangen door het speciale spoelhuis voor werken met de spoel. Voordat u kunt werken met de spoel, moet u het spoelhuis en de grijper reinigen. a Zet de naald en de persvoet omhoog en schakel de machine uit. b Verwijder de accessoiretafel. c Verwijder het steekplaatdeksel. Meer bijzonderheden over het verwijderen van het steekplaatdeksel vindt u in de Bedieningshandleiding. f Veeg het spoelhuis (grijs) schoon met een zachte, pluisvrije doek. g Plaats het spoelhuis (grijs) zo dat de Smarkering is uitgelijnd met de ●-markering, zoals hieronder aangegeven. a S-markering b ●-markering a Steekplaatdeksel 4 i Opmerking • U kunt het spoelhuis (grijs) alleen gebruiken om te werken met de spoel, dus niet voor ander naaiwerk. Na het werken met de spoel raadpleegt u de stappen in “Onderdraad voorbereiden” om het spoelhuis (grijs) te verwijderen en te reinigen. Vervolgens installeert u het standaard spoelhuis (zwart) opnieuw. Knip het uiteinde van de draad voorzichtig met een schaar zo dicht mogelijk bij de spoel af. a Begin van gewonden draad VOORZICHTIG • Zorg dat u altijd het spoelhuis (grijs) gebruikt wanneer u werkt met de spoel. Als u een ander spoelhuis gebruikt, kan de draad verstrikt raken of de machine beschadigd raken. • Controleer of het spoelhuis juist is geplaatst. Als het spoelhuis niet juist is geplaatst, kan de draad verstrikt raken of de machine beschadigd raken. h Wind met de hand een decoratieve draad om de spoel. Wanneer u de spoel voor ongeveer 80% heeft opgewonden (zie onderstaande afbeelding), knipt u de draad af. • Gebruik de bijgeleverde spoel of een spoel die specifiek voor deze machine is ontworpen. Het gebruik van een andere spoel kan leiden tot schade of letsel. • Als de draad te ver boven de spoel uitsteekt, kan de draad verstrikt raken of de naald breken. j Plaats de spoel met gewonden draad. Of er spanning moet worden gebruikt voor de onderdraad, hangt af van het soort draad dat u gebruikt. NEDERLANDS VOORZICHTIG VOORZICHTIG Ware grootte 11,5 mm (ca. 7/16 inch) Dit model Andere modellen Opmerking • Wind de draad langzaam en gelijkmatig om de spoel. • Wind de spoel strak op zonder dat de draad gedraaid raakt. Dan krijgt u het beste resultaat. 5 ■ Wanneer u spanning gebruikt voor de onderdraad ■ Wanneer u geen spanning gebruikt voor de onderdraad Plaats de spoel zo in het spoelhuis dat de draad vanaf de linkerkant afwikkelt. Leid de draad vervolgens zorgvuldig door de spanningsveer zoals hieronder aangegeven. Als de onderdraad in het proeflapje te strak is, en het niet helpt om de spoelhuisspanning aan te passen (*zoals beschreven in “Onderdraadspanning aanpassen” op pagina 11), leid de draad dan niet door de spanningsveer. Houd de spoel vast met uw linkerhand zodat de draad vanaf de rechterkant afwikkelt en houd het uiteinde van de draad vast met uw rechterhand. a Spanningsveer VOORZICHTIG • Zorg er bij het winden van de spoel voor dat de draad niet rafelt. Wanneer u een gerafelde draad gebruikt, kan de draad vastlopen in de spanningsveer van het spoelhuis, de draad verstrikt raken of de machine beschadigd raken. • Leid de onderdraad niet door de groef in het steekplaatdeksel, want dan wordt de onderdraad mogelijk niet juist ingeregen. 6 k Trek ca. 8 cm (ca. 3 inch) onderdraad uit. l Houd het uiteinde van de bovendraad losjes vast en draai vervolgens het handwiel naar u toe (tegen de klok in) totdat de markering op het handwiel midden boven staat. m Trek zachtjes aan de bovendraad om de onderdraad door de steekplaat te trekken. p Installeer de steekplaat en het spoelhuisdeksel. Meer bijzonderheden over het installeren van het steekplaatdeksel vindt u in de Bedieningshandleiding. → Een lus van de onderdraad komt door de opening in de steekplaat naar buiten. n o Steek een pincet door de lus van de onderdraad en trek de onderdraad boven de steekplaat. Lijn de bovendraad en onderdraad uit en trek vervolgens ca. 10 cm (ca. 4 inch) van de draden uit en leid ze onder de persvoet naar de achterkant van de machine. a Steekplaatdeksel b Spoelhuisdeksel VOORZICHTIG • Gebruik het spoelhuisdeksel met lipjes wanneer u werkt met de spoel, anders kan de draad verstrikt raken of de naald breken. Opmerking q Installeer de accessoiretafel. Opmerking NEDERLANDS • Zorg er bij het plaatsen van het steekplaatdeksel voor dat de draad niet vast komt te zitten. • Zorg bij het plaatsen van de accessoiretafel dat de draad niet vast komt te zitten. • Wanneer u de onderdraad vervangt door een nieuwe, herhaal dan de procedure uit a op “Onderdraad voorbereiden”, anders wordt de onderdraad niet juist ingeregen. → Hiermee is het inrijgen van de boven- en onderdraad voltooid. 7 Werken met de spoel Stof plaatsen en naaien e Opmerking Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om de naald door het gepriemde gat te leiden. Plaats de bovendraad boven de persvoet en houd de draad losjes vast terwijl u de persvoet omlaag zet. • Naai enkele proefsteken met dezelfde stof en draad als het naaiproject om de naairesultaten te controleren. • De onderdraad kan verstrikt raken afhankelijk van het soort patroon en draad dat u gebruikt. Aangezien de naald hierdoor kan breken, moet u onmiddellijk stoppen met naaien wanneer dit gebeurt. Schakel de machine uit en knip de verstrikte draad af met een schaar. Reinig vervolgens de grijper en het spoelhuis zoals beschreven in “Onderdraad voorbereiden” op pagina 4. a Plaats een lichte wegneembare steunstof op de achterkant van de stof. b Maak met een priem een gat in de stof bij het begin van het stiksel zodat u de onderdraad door de stof kunt voeren. c Zet de persvoet omhoog met de persvoethendel. d Plaats de stof met steunstof onder de persvoet met de achterkant naar boven. a Gepriemd gat b Bovendraad boven persvoet f Terwijl u zachtjes aan de bovendraad trekt, draait u het handwiel naar u toe (tegen de klok in) zodat de markering op het handwiel midden boven staat. → Door het gat in de stof komt een lus van de onderdraad omhoog. g Zet de persvoethendel omhoog, trek vervolgens met een pincet de onderdraad naar boven en breng het uiteinde van de draad naar de bovenkant van de stof. Opmerking a Achterkant van de stof b Steunstof op achterkant van de stof 8 • Trek aan de draad terwijl u de stof vasthoudt zodat deze niet verschuift. h Lijn de bovendraad en de onderdraad uit en leid deze vervolgens onder de persvoet naar de achterkant van de machine. i Schakel de machine in. j Selecteer een steek. m Houd de draden aan de achterkant van de machine losjes vast, draai het handwiel om de naald opnieuw door het gepriemde gat te leiden en zet vervolgens de persvoethendel omlaag. n Selecteer een lage snelheid, houd de draden losjes achter de persvoet en begin met naaien. U kunt de draden loslaten nadat u enkele steken hebt genaaid. Memo Voorbeelden van eenvoudige steken: k , , Pas de bovendraadspanning aan. Meer bijzonderheden over het aanpassen van de bovendraadspanning vindt u in de Bedieningshandleiding van de machine. Memo We adviseren een hogere bovendraadspanning dan de standaardinstelling. l NEDERLANDS • Voor een optimaal resultaat selecteert u een langere steeklengte en bredere steekbreedte. Naar gelang de geselecteerde steek is het misschien niet mogelijk om de instellingen voor steeklengte en steekbreedte te wijzigen. Meer bijzonderheden over het aanpassen van de steeklengte en steekbreedte vindt u in de Bedieningshandleiding van de machine. • Afhankelijk van de stof worden de steken mogelijk te dicht op elkaar genaaid. We adviseren u een eenvoudige steek te selecteren en enkele proefsteken te naaien om het naairesultaat te controleren. Opmerking • Controleer voordat u gaat naaien of er voldoende draad in de spoel zit. o Als uw machine is uitgerust met de functies automatisch draadknippen en automatische achteruit/verstevigingssteken, zorg dan dat de beide functies zijn uitgeschakeld. VOORZICHTIG • Zorg dat automatisch draadknippen is uitgeschakeld voordat u gaat naaien. Als u gaat naaien terwijl automatisch draadknippen is ingeschakeld, kan de draad verstrikt raken of de machine beschadigd raken. Wanneer u het eind van het stikgebied bereikt, stopt u de machine. Opmerking • Naai geen verstevigingssteken/achteruitsteken aan het eind van het stiksel, anders kunnen de draden verstrikt raken of kan de naald breken. Bovendien is het moeilijk om de onderdraad omhoog te trekken naar de achterkant van de stof. p Zet de naald en persvoethendel omhoog. 9 q Knip de draden met een schaar af en laat hierbij ongeveer 10 cm (ca. 4 inch) draad aan de uiteinden over. b a 10 cm (ca. 4 inch) a Achterkant van de stof b Voorkant van de stof Opmerking • Naai geen achteruit/verstevigingssteken en gebruik niet de “Draadkniptoets” (als de machine daarmee is uitgerust) aan het eind van het stiksel. Anders is het moeilijk om de onderdraad naar de achterkant van de stof te trekken. Bovendien kunnen de draden verward raken of kan de naald breken en mogelijk schade veroorzaken aan de machine. Opmerking • Breng een druppeltje textiellijm aan op de knoopjes om te voorkomen dat de draden losraken. c Draaduiteinden afwerken a Aan het eind van het stiksel trekt u het uiteinde van de onderdraad omhoog naar de achterkant van de stof. Knoop aan de achterkant van de stof de bovendraad en de onderdraad met de hand aan elkaar en knip overtollige draden af met een schaar. Als u niet de gewenste resultaten behaalt, kunt u de spanning van de onderdraad en van de bovendraad aanpassen en het stiksel vervolgens opnieuw naaien. Meer bijzonderheden vindt u in “Draadspanning aanpassen” op pagina 11. Vrij werken met de spoel Opmerking • Voor vrij werken met de spoel, zie de aanwijzingen voor “Werken met de spoel” vanaf pagina 8. • Gebruik de quiltvoet die is geleverd bij uw machine. Als u geen quiltvoet hebt, koop er dan een bij de dichtstbijzijnde erkende dealer. Voor bijzonderheden over het gebruik van de quiltvoet, zie de Bedieningshandleiding die is geleverd bij uw machine of bij de persvoet. a Achterkant van de stof b Onderdraad Opmerking • Als het moeilijk is om de onderdraad naar boven te trekken, gebruikt u een borduurnaald om de draad omhoog te trekken naar de achterkant van de stof. U kunt ook een priem gebruiken om de onderdraad naar boven te trekken. Desgewenst kunt u een sjabloon gebruiken of uw ontwerp om de steunstof tekenen om gemakkelijk te kunnen naaien. Uw steken met uw decoratieve draad zitten op de onderkant van uw stof, en de steunstof op de achterkant van uw stof. a Druk het gewenste sjabloon af. Opmerking • Druk het sjabloon af in de oorspronkelijke afmetingen. Als u een vergroot sjabloon gebruikt, kan de onderdraad tijdens het naaien op raken. 10 b Bevestig de steunstof aan de achterkant van de stof. c Plaats overtrekpapier (in de winkel verkrijgbaar) op de steunstof, en daarop het papier waarop het sjabloon is afgedrukt. Trek het ontwerp over met een potlood. a Draai niet aan de kruiskopschroef (+). b Aanpassen met de kleine schroevendraaier. Als u de onderdraadspanning wilt verhogen, draait u de sleufschroef (–) 30° tot 45° met de klok mee. Als u de onderdraadspanning wilt verlagen, draait u de sleufschroef (–) 30° tot 45° tegen de klok in. a Sjabloon b Overtrekpapier c Steunstof op achterkant van de stof Opmerking d Als u het ontwerp hebt overgetrokken op de steunstof, plaatst u de stof onder een vrije persvoet op de machine. Vervolgens naait u het ontwerp. Draadspanning aanpassen Opmerking • Wanneer u de schroef op het spoelhuis (grijs) draait, wordt de veerplaat mogelijk omhoog geduwd, zoals hieronder aangegeven. Duw dan de veerplaat met de schroevendraaier zachtjes naar beneden zodat het onder het bovenvlak van het spoelhuis (grijs) valt. Plaats vervolgens het spoelhuis in de machine. NEDERLANDS • Sommige sjablonen hebben pijlen om u de naairichting te laten zien. Trek ook de pijlen over als u het ontwerp overtrekt. Nadat u een proeflapje hebt genaaid en de naairesultaten hebt gecontroleerd, past u zo nodig de draadspanningen aan. Nadat u de spanningen hebt aangepast, naait u opnieuw enkele proefsteken om de naairesultaten te controleren. ■ Bovendraadspanning aanpassen We adviseren een hogere bovendraadspanning dan de standaardinstelling. Uitvoerige aanwijzingen vindt u in de Bedieningshandleiding van de machine. a Veerplaat ■ Onderdraadspanning aanpassen Als u niet de gewenste resultaten behaalt nadat u de bovendraadspanning hebt aangepast, kunt u de onderdraadspanning aanpassen. U kunt de onderdraadspanning aanpassen door de sleufkopschroef (–) op het spoelhuis (grijs) te draaien voor werken met de spoel. 11 b Verwijder de spoel en houd deze vervolgens aan de linkerkant van de machine. c Zet de persvoet omlaag. d Druk opnieuw op de “Draadkniptoets” en trek de draad vervolgens naar links naar buiten terwijl de draadafsnijder in werking is. VOORZICHTIG • Draai NIET aan de kruiskopschroef (+) van het spoelhuis (grijs). Hierdoor kan het spoelhuis beschadigd raken, waardoor het onbruikbaar wordt. • Gebruik geen kracht als de sleufschroef (-) moeilijk draait. Door de schroef te veel te draaien of te veel kracht te zetten (in welke richting dan ook) kunt u het spoelhuis beschadigen. Als het spoelhuis is beschadigd, is de spanning mogelijk onjuist. Opmerking • Als de onderdraadspanning hoog is, kan de draad niet door de spanningsveer worden geleid wanneer u de spoel in het spoelhuis plaatst. (Zie “Wanneer u geen spanning gebruikt voor de onderdraad” op pagina 6.) Probleemoplossing Hieronder worden verschillende oplossingen voor kleinere problemen beschreven. Als u het probleem niet kunt verhelpen, neemt u contact op met de dichtstbijzijnde erkende dealer. ■ De draad is per ongeluk automatisch afgeknipt en de onderdraad is vastgeraakt in de machine (alleen voor machines die zijn uitgerust met de functie automatisch draadknippen) a Knip de draad vlak bij de stof af boven de steekplaat en verwijder de stof vervolgens. VOORZICHTIG • Trek niet te hard aan de draad, anders kan de machine beschadigd raken. ■ Het patroon is scheefgetrokken Zie “Draadspanning aanpassen” en verhoog de bovendraadspanning. Als het patroon nog steeds is scheefgetrokken, verlaagt u de onderdraadspanning. Voorbeeld: decoratieve steek a Draad a Juiste spanning b De bovendraadspanning is te laag of de onderdraadspanning is te hoog. ■ De onderdraad loopt vast in de spanningsveer van het spoelhuis Naai zonder spanning te gebruiken voor de onderdraad. (Zie “Wanneer u geen spanning gebruikt voor de onderdraad” op pagina 6.) 12
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88

Brother Innov-is 4750D Handleiding

Categorie
Naaimachines
Type
Handleiding