Chicco Xpace Isofix de handleiding

Categorie
Autostoelen
Type
de handleiding
2
IstruzioniD’uso Pag.14-19
ModeD’emploi Pag.20-26
Gebrauchsanleitung Pag.27-33
Instructionsforuse Pag.34-39
InstruccionesDeUso Pag.40-45
InstruçõesDeUtilização Pag.46-52
Gebruiksaanwijzing Pag.53-58
Kullanim Bilgileri Pag.59-64

Brukerveiledning Pag.65-70
Bruksanvisning Pag.71-76
Οδηγιεσ χρησησ Pag.77-82
 Upute Za Uporabu Pag.83-88
NavodilaZaUporabo Pag.89-94
NávodKPoužití Pag.95-100
NávodKPoužitiu Pag.101-106
InstrukcjaSposobuUżycia Pag.107-112
HasználatiUtasítás Pag.113-118
InstrucţiuniDeFolosinţă Pag.119-124
ИнструкцияПоЭксплуатации Pag.125-130
Pag.131-135
I
F
D
GB
E
P
NL
GR
TR
HR
N
SL
CS
SK
PL
H
R
RU
SA
S
52
Gebruiksaanwijzing
BELANGRIJK: LEES DEZE GEBRUIKSAANWIJ-
ZING VOOR HET GEBRUIK AANDACHTIG
EN HELEMAAL DOOR, OM GEVAREN BIJ
HET GEBRUIK TE VOORKOMEN. BEWAAR
ZE VOOR LATERE RAADPLEGING. HOUD U
ZORGVULDIG AAN DEZE INSTRUCTIES, OM
DE VEILIGHEID VAN UW KIND NIET OP HET
SPEL TE ZETTEN.
LET OP! VERWIJDER VOOR HET GEBRUIK
EVENTUELE PLASTIC ZAKKEN EN ALLE AN-
DERE VERPAKKINGSONDERDELEN EN GOOI
ZE WEG OF HOUD ZE IN IEDER GEVAL BUI-
TEN HET BEREIK VAN KINDEREN. GOOI ZE
WEG IN OVEREENSTEMMING MET DE GEL-
DENDE WETTEN VOOR GESCHEIDEN AFVAL-
VERWERKING.
BELANGRIJKE MEDEDELINGEN Installatie
metISOFIXsysteem
1. Dit is een ISOFIX kinderveiligheidssysteem.
Het is goedgekeurd door het reglement
ECE R44/04 voor het algemene gebruik in
voertuigen uitgerust met ISOFIX bevesti-
gingssystemen.
2. Voor het gebruik van een UNIVERSEEL ISO-
FIX systeem is het absoluut noodzakelijk
de handleiding van het voertuig te lezen
voordat u het autostoeltje installeert. De
handleiding duidt de plaatsen aan die com-
patibel zijn met de afmetingsklasse van het
autostoeltje, dat ISOFIX UNIVERSEEL is
goedgekeurd.
3. Dit kinderbeveiligingssysteem is als “Univer-
seel” geclassificeerd volgens goedkeuring-
scriteria die strenger zijn ten opzichte van
vorige modellen die niet met deze mede-
deling zijn uitgerust.
4. De gewichtsgroep en de ISOFIX afmetin-
gsklasse waarvoor het systeem bruikbaar is,
zijn: GROEP 1, klasse B.
5. Neem in geval van twijfel contact op met
de fabrikant van het kinderbeveiligingssy-
steem of met de dealer.
LET OP! Combineer nooit de twee bevesti-
gingssystemen ISOFIX en de veiligheidsgor-
dels van de auto om uw autostoeltje te instal-
leren.
LET OP! Tijdens het gebruik van ISOFIX is de
bevestiging van de onderste verankeringen
niet voldoende. Het is absoluut noodzakelijk
de “Top Tether” op het door de fabrikant van
het voertuig voorziene bevestigingspunt te
bevestigen.
BELANGRIJKE MEDEDELINGEN Installatie
metdriepuntsgordel
1. Dit is een “Universeel” kinderbeveiligings-
systeem, dat goedgekeurd is volgens het re-
glement ECE R44/04 en compatibel is met
de meeste, maar niet alle, autozittingen.
2. De perfecte compatibiliteit is eenvoudiger
te verkrijgen indien de fabrikant van het
voertuig in de handleiding ervan verklaart
dat het voertuig geschikt is om er “uni-
versele” kinderbeveiligingssystemen voor
kinderen van deze leeftijdsgroep in te in-
stalleren.
3. Dit kinderbeveiligingssysteem is als “Uni-
verseel” geclassificeerd volgens goedkeu-
ringscriteria die strenger zijn ten opzichte
van vorige modellen die niet met deze me-
dedeling zijn uitgerust.
4. Geschikt om te worden gebruikt in voertui-
gen met vaste of oprolbare driepuntsgordel,
die goedgekeurd is volgens het reglement
UN/ECE N°16 of andere gelijkwaardige
standaarden.
5. Neem in geval van twijfel contact op met
de fabrikant van het kinderbeveiligingssy-
steem of met de dealer.
ZEERBELANGRIJK!METEENLEZEN
Dit autostoeltje is met inachtneming van
de Europese voorschriften ECE R44/04 goe-
dgekeurd voor “Groep 1”, voor het vervoer
van kinderen tussen de 9 en 18 kg lichaam-
sgewicht (ongeveer tussen de 9-12 maan-
den en 3 jaar).
Het autostoeltje mag uitsluitend door een
volwassene worden versteld.
Leder land heeft andere wetten en voor-
schriften betreffende een veilig vervoer van
kinderen in de auto. Het is daarom raad-
zaam voor meer informatie contact op te
nemen met de plaatselijke autoriteiten.
Laat niemand het artikel gebruiken zonder
eerst de instructies te hebben gelezen.
Het gevaar voor ernstig letsel van het kind,
en niet alleen bij een ongeluk, maar ook in
andere omstandigheden (bijv. bij hard rem-
men, enz.) wordt groter, als men zich niet
nauwgezet houdt aan de aanwijzingen die
in deze handleiding worden gegeven.
Het product is uitsluitend bestemd om te
worden gebruikt als autostoeltje en niet
voor gebruik in huis.
Geen enkel autostoeltje kan de totale veili-
gheid van het kind in geval van een ongeluk
garanderen, maar het gebruik van dit artikel
vermindert het gevaar voor ernstig letsel of
de dood.
NL
53
Gebruik ook op korte trajecten altijd het
correct geïnstalleerde autostoeltje met va-
stgemaakte veiligheidsgordels. Als dit niet
gebeurt, brengt dit de veiligheid van uw
kind in het gedrang. Controleer vooral dat
de gordel strak genoeg zit, niet verdraaid is
en zich op de goede plaats bevindt.
Ook na een niet ernstig ongeluk moet het
autostoeltje worden vervangen, omdat het
schade opgelopen kan hebben, die niet al-
tijd met het blote oog zichtbaar is.
Gebruik geen tweedehands autostoeltjes:
deze kunnen voor het blote oog onzicht-
bare structurele schade hebben opgelopen,
die zodanig is dat de veiligheid van het ar-
tikel niet langer gewaarborgd wordt.
Gebruik een autostoeltje niet als het be-
schadigd, vervormd, versleten is, of als er
delen ontbreken: het kan de originele vei-
ligheidskenmerken hebben verloren.
Verricht geen wijzigingen aan het artikel en
voeg er niets aan toe zonder toestemming
van de fabrikant. Breng geen accessoires,
reserveonderdelen of niet door de fabrikant
geleverde en goedgekeurde onderdelen aan
om met het autostoeltje te gebruiken.
Gebruik niets, bijv. kussens of dekens, om
het autostoeltje wat hoger op de stoel van
het voertuig te zetten of om het kind hoger
op het autostoeltje te zetten: in geval van
een ongeluk kan het dan gebeuren dat het
autostoeltje niet goed functioneert.
Controleer dat er zich geen voorwerpen
tussen het autostoeltje en de zitting of het
autostoeltje en het portier bevinden.
Controleer dat de stoelen van het voertuig
(inklapbare, kantelbare of draaiende) stevig
vastzitten.
Controleer dat er geen voorwerpen of ba-
gage, in het bijzonder op de hoedenplank in
het voertuig worden vervoerd, die niet zijn
vastgezet of veilig zijn geplaatst: in geval
van een ongeluk of bij hard remmen kun-
nen deze de passagiers verwonden.
Laat andere kinderen niet met onderdelen
of delen van het autostoeltje spelen.
Laat het kind nooit alleen in de auto. Dit
kan gevaarlijk zijn!
Vervoer niet meer dan één kind tegelijk in
het autostoeltje.
Verzeker u ervan dat alle passagiers van
het voertuig hun eigen veiligheidsgordel
gebruiken, zowel voor hun eigen veiligheid,
als omdat zij tijdens de reis in geval van een
ongeluk of bij hard remmen het kind kun-
nen verwonden.
LET OP! Bij het verstellen (van de hoofd-
steun en de veiligheidsgordels), dient u zich
ervan te verzekeren dat de bewegende de-
len van het autostoeltje niet in aanraking
komen met het lichaam van het kind.
Tijdens het rijden, dient u het voertuig op
een veilige plaats stil te zetten, voordat u
het autostoeltje verstelt of het kind verzet.
Controleer regelmatig dat het kind de gesp
van de veiligheidsgordel niet opent en dat
het niet aan het autostoeltje of delen ervan
komt.
Geef het kind tijdens de reis geen eten, in
het bijzonder geen lolly, ijslolly of andere
etenswaar op een stokje. In geval van een
ongeluk of bij hard remmen kunnen deze
hem verwonden.
Tijdens lange reizen wordt aangeraden vaak
te pauzeren: het kind verveelt zich al gauw
in het autostoeltje en moet zich kunnen
bewegen. Het is raadzaam het kind aan de
kant van de stoep in- en uit te laten stap-
pen.
Haal de etiketten en merken niet van het
product.
Laat het autostoeltje niet lang in de zon
staan: de materialen en stoffen kunnen
hierdoor van kleur verschieten.
Als het voertuig in de zon heeft gestaan,
controleert u, voordat u het kind in het
autostoeltje laat plaatsnemen, dat de ver-
schillende delen niet heet zijn geworden: in
dit geval laat u ze eerst afkoelen voordat u
het kind laat plaatsnemen, om verbranding
te voorkomen.
Als het kind niet wordt vervoerd, moet het
autostoeltje, als het zich in het voertuig
bevindt, vastgemaakt blijven (via ISOFIX
bevestigingen of driepuntsgordel) of in de
kofferbak worden gezet. Een niet vastgezet
autostoeltje kan in geval van een ongeluk
of bij hard remmen namelijk een gevaar
inhouden voor de passagiers.
De rma Artsana wijst elke vorm van aan-
sprakelijkheid af bij oneigenlijk gebruik van
het artikel en bij elk gebruik dat niet ove-
reenstemt met deze instructies.
GEBRUIKSAANWIJZING
ONDERDELEN
BEPERKINGEN EN GEBRUIKSVEREISTEN
BETREFFENDE HET ARTIKEL EN DE AUTO-
ZITTING
HET AUTOSTOELTJE MET HET ISOFIX SY-
STEEM IN DE AUTO INSTALLEREN
HET AUTOSTOELTJE MET DE DRIEPUNT-
SGORDEL IN DE AUTO INSTALLEREN
WAARSCHUWINGEN OM HET AUTO-
STOELTJE GOED TE INSTALLEREN
HET KIND IN HET AUTOSTOELTJE ZETTEN
54
DE HOOFDSTEUN EN DE GORDELS AF-
STELLEN
DE SCHUINE STAND VAN DE ZITTING AF-
STELLEN
ONDERHOUD
ONDERDELEN(Fig.1-2-3-4-5)
Fig.1(Voorkant)
A. Hoofdsteun
B. Knoopsgaten waar de gordels doorheen
gehaald worden
C. Schouderbanden
D. Gordels van het autostoeltje
E. Verstelknop van de gordels
F. Verstelband van de gordels
G. Gesp om de gordels dicht/open te maken
H. Hoes
I. Gewatteerd tussenbeenstuk
J. Basis van het autostoeltje
K. Zitting van het autostoeltje
L. Loskoppelhandgreep ISOFIX systeem
Fig.2(Achterkant)
M. Verstelknop van de hoofdsteun
N. Goedkeuringslabels
O. Bevestigingsplaat van de gordels
P1 ISOFIX systeem
P2 Top Tethher
Fig.3(Zijaanzicht)
Q. Regelhendel van de zitting
R. Vakje om de instructies in te bewaren
S. Instructies om over te gaan van de buikgor-
del van de auto op de driepuntsgordel
S1. Instructies om over te gaan van de dia-
gonale gordel van de auto op de driepun-
tsgordel
T. Blokkeerklem van het schuine gedeelte van
de autogordel
U. Etiketten met installatie-instructies
V. ISOFIX systeem
Fig.4(DetailISOFIXsysteem)
W. Connectors
X. Beschermdoppen
Y. Deblokkeerknoppen
Z. Bevestigingsmelders
Fig.5(DetailTOPTETHER)
AA. Veiligheidsgordel
BB. Regelaar
CC. Spanningsmelder
DD. Haak
BEPERKINGEN EN GEBRUIKSVEREISTEN
BETREFFENDE HET ARTIKEL EN DE AUTO-
ZITTING
LET OP! Neem de volgende beperkingen en
gebruiksvereisten betreffende het artikel en
de autozitting nauwgezet in acht: anders is de
veiligheid niet verzekerd.
Het kind moet tussen de 9 en de 18 kg we-
gen.
Als het autostoeltje met de autogordel op
de zitting wordt geïnstalleerd, dient deze
laatste uitgerust te zijn met een vaste of
oprolbare driepuntsgordel, die goedgekeurd
is volgens het reglement UNI/ECE N°16 of
andere gelijkwaardige standaarden (Fig. 6).
Het autostoeltje moet met het ISOFIX sy-
steem op de in de gebruiksaanwijzing van
de auto aangeduide plaatsen worden geïn-
stalleerd.
Het autostoeltje kan voorin op de passa-
gierszitting worden aangebracht, of op één
van de achterzittingen en moet altijd in de
rijrichting worden geplaatst. Gebruik dit
autostoeltje nooit op zittingen die zijdelin-
gs gekeerd of tegen de rijrichting in staan
(Fig. 7).
LET OP! Volgens de statistieken over ongeluk-
ken is de achterbank van het voertuig veiliger
dan de voorzittingen: daarom wordt aangera-
den het autostoeltje op de achterbank te in-
stalleren. De veiligste plaats is het midden van
de achterbank.
Als het autostoeltje op de voorzitting wordt
geplaatst, wordt voor een grotere veiligheid
aangeraden de zitting zover mogelijk naar
achteren te zetten, voor zover de aanwezig-
heid van andere passagiers op de achterbank
dit toelaat, en de rugleuning zo verticaal mo-
gelijk te zetten. Als de auto uitgerust is met
een hoogteregelaar voor de gordel, bevestigt
u deze op de laagste stand. Controleer vervol-
gens dat de gordelregelaar ten opzichte van de
rugleuning van de autozitting naar achteren
staat (of er hooguit op één lijn mee staat).
Als de voorzitting is uitgerust met een frontale
airbag wordt afgeraden het autostoeltje op
deze zitting aan te brengen. Bij installatie op
een zitting die beschermd is door een airbag
dient u altijd de handleiding van de auto te
raadplegen.
LET OP! Installeer het autostoeltje nooit met
de autogordel, als de zitting alleen is uitgerust
met een horizontale veiligheidsgordel met
twee bevestigingspunten (Fig. 8).
HET AUTOSTOELTJE MET HET ISOFIX SY-
STEEMINDEAUTOINSTALLEREN
VOORBEREIDING OP DE INSTALLATIE
1. Trek de loskoppelhandgreep van het ISOFIX
systeem naar buiten (fig. 9).
2. Terwijl u de handgreep aangetrokken hou-
dt, trekt u het ISOFIX systeem VOLLEDIG
55
uit de achterkant van de rugleuning (Fig.
10). Verzeker u ervan dat het systeem er
tot de eindaanslag is uitgehaald.
3. Duw de twee rode knoppen (Y) van de ISO-
FIX connectors naar binnen (Fig. 11a) en
terwijl u ze ingedrukt houdt, verwijdert u
de twee beschermdoppen (X) (Fig. 11b).
4. Plaats de twee doppen op de speciale plaa-
tsen onder de basis (Fig. 12a – 12b).
LET OP! Bewaar de doppen zorgvuldig, omdat
ze onmisbaar zijn om het ISOFIX systeem
weer in de basis te stoppen als het niet wordt
gebruikt.
HET AUTOSTOELTJE INSTALLEREN
5. Plaats het autostoeltje op de gekozen zit-
ting. LET OP! Controleer dat er zich geen
voorwerpen tussen het autostoeltje en de
zitting of het autostoeltje en het portier
bevinden.
6. Haak de twee ISOFIX connectors aan de
bijbehorende ISOFIX aanhechtingen op de
autozitting, tussen de rugleuning en de zit-
ting (Fig. 13). LET OP! Verzeker u ervan dat
de bevestiging goed heeft plaatsgevonden
door te controleren dat de twee melders
(Z) de groene kleur aanwijzen.
7. Duw het autostoeltje resoluut tegen de ru-
gleuning van de auto (Fig. 14), om u ervan
te verzekeren dat het er helemaal op aan-
sluit.
DE TOP TETHER INSTALLEREN
De installatie van het autostoeltje wordt en-
kel en alleen voltooid met de installatie van
de Top Tether.
LET OP! Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van
de auto om het bevestigingspunt van de Top
Tether aan het autostoeltje te vinden. Dit be-
vestigingspunt is gemerkt door een speciaal
etiket (Fig. 15) en kan zich bevinden op de
plaatsen aangeduid in de figuren 16a – 16b
– 16c – 16d – 16e.
LET OP! Controleer dat de verankering die voor
de Top Tether is gebruikt, de juiste is. Verwar
hem niet met een ring die ervoor bedoeld is
om de bagage vast te zetten (Fig. 17).
LET OP! Haal de Top Tether tussen het hoge
gedeelte van de rugleuning van de autozit-
ting en de hoofdsteun door. Laat de Top Tether
nooit over de hoofdsteun lopen (Fig. 18).
8. Als het bevestigingspunt is gevonden,
maakt u de haak (DD) van de Top Tether
vast (Fig. 19).
9. Stel de lengte van de gordel van de Top
Tether af, door stevig aan de band te
trekken om hem te spannen (Fig. 20). Dat
de juiste spanning is bereikt, wordt bevesti-
gd door de groene kleur van de melder op
de band (Fig. 21).
10. Rol het teveel aan band op en zet het met
de speciale velcro vast (Fig. 22).
LOSKOPPELING
LET OP! Haal het kind uit het autostoeltje,
voordat u overgaat tot de loskoppeling ervan.
1. Maak de Top Tether los door op de speciale
knop BB (Fig. 23) te drukken en maak de
haak los.
2. Rol de band van de Top Tether op en zet
hem met de speciale velcro vast (Fig. 22).
3. Trek de loskoppelhandgreep van het ISO-
FIX systeem (L) naar buiten en terwijl u de
handgreep aangetrokken houdt, haalt u het
autostoeltje van de rugleuning van de auto,
tot het ISOFIX systeem er VOLLEDIG uitge-
trokken is. (Fig. 24a-24b)
4. Terwijl u de twee rode knoppen naar bin-
nen drukt, haakt u de twee connectors van
de bijbehorende ISOFIX aanhechtingen op
de autozitting (Fig. 25).
5. Verwijder de twee voorheen aangebrachte
doppen van het autostoeltje en breng ze
weer op de bijbehorende ISOFIX con-
nectors aan. Let erop dat de twee uiteinden
naar binnen zijn gericht (Fig. 26a-26b).
6. Duw het ISOFIX systeem in de basis van
het autostoeltje en laat het er helemaal
invallen (Fig. 27).
HET AUTOSTOELTJE MET DE DRIEPUNT-
SGORDELINDEAUTOINSTALLEREN
LET OP! LAAT DE AUTOGORDELS NOOIT OP
ANDERE PLAATSEN LOPEN DAN DIE IN DEZE
GEBRUIKSAANWIJZING WORDEN AANGE-
DUID: ANDERS KAN DE VEILIGHEID VAN HET
KIND IN HET GEDRANG KOMEN!
De passages van de gordels zijn met rode te-
kens op het autostoeltje aangegeven.
LET OP! Deze instructies hebben, zowel in de
tekst als op de tekeningen, betrekking op de
installatie van het autostoeltje op de rechter
achterzitting. Verricht dezelfde handelingen
voor installaties op andere plaatsen.
1. Plaats het autostoeltje op de gekozen zit-
ting. LET OP! Controleer dat er zich geen
voorwerpen tussen het autostoeltje en de
zitting of het autostoeltje en het portier
bevinden.
2. Hel de rugleuning van het autostoeltje he-
lemaal naar achteren door de hendel onder
de zitting (Q) naar u toe te trekken (Fig.
28).
3. Trek aan de veiligheidsgordel van de auto
en laat hem door de ruimte tussen de ru-
gleuning en de basis van het autostoeltje
56
heen lopen (Fig. 29).
4. Laat het buikgedeelte van de driepuntsgor-
del van de auto door de speciale geleidin-
gen voor de gordels (Fig. 30) heen lopen.
5. Trek hem er aan de andere kant van het au-
tostoeltje uit en zet hem in de gesp van de
zitting vast (Fig. 31).
6. Open de blokkeerklem (T) die zich aan
dezelfde kant bevindt als de gesp van de
zitting, door op de hendel ervan (Fig. 32) te
drukken.
7. Doe het schuine gedeelte van de autogor-
del in de klem en plaats hem precies zoals
wordt getoond in Fig. 33. Laat de hendel
van de klem los, zodat die automatisch
weer op de blokkeerstand komt.
8. Trek hard aan het schuine gedeelte van de
autogordel en laat het autostoeltje goed
op de zitting (Fig. 34) aansluiten. Ga indien
nodig met een knie op het autostoeltje zit-
ten.
9. Haal het bovenste gedeelte van de dia-
gonale gordel door de geleiding S1 en zet
hem precies zoals in de afbeelding wordt
getoond.
10. Trek de gordel hard in de in figuur 35 aan-
geduide richting om ook het laatste gedeel-
te van de gordel te spannen.
11. Controleer dat de installatie goed is verri-
cht (Fig. 36).
WAARSCHUWINGENOMHETAUTOSTOEL-
TJEGOEDTEINSTALLEREN
LET OP! Om de veiligheid niet in het gedrang
te brengen, controleert u na de installatie AL-
TIJD of:
- de autogordel nergens verdraait zit.
- de gordel overal goed gespannen staat.
- na deze handelingen moet het autostoeltje
goed op de autozitting aansluiten. Als dit
niet het geval is, moeten de installatiehan-
delingen worden herhaald.
HETKINDINHETAUTOSTOELTJEZETTEN
- Voordat u het kind laat zitten, drukt u op
de afstelknop van de gordels en pakt u te-
gelijkertijd de twee gordels van het auto-
stoeltje onder de schouderbanden vast en
trekt ze naar u toe, om ze losser te maken
(Fig. 37).
- Maak de gesp van de veiligheidsgordels van
het autostoeltje los, door op de rode knop
te drukken (Fig. 38) en trek de gordels naar
de buitenkant. Nu kan het kind in het auto-
stoeltje worden gezet (Fig. 39).
LET OP! Controleer altijd dat het kind met
het lichaam stevig tegen de rugleuning van
het autostoeltje zit (Fig. 40).
- Plaats het tussenbeenstuk goed, pak de
gordels. Leg de twee lipjes van de gesp (Fig.
41a-41b) over elkaar en duw ze samen in
de gesp, tot u een duidelijke “klik” hoort
(Fig. 42).
- Om de veiligheid te garanderen, zijn de
twee lipjes van de gesp zodanig ontworpen
dat het onmogelijk is er slechts één vast te
klikken.
DEHOOFDSTEUNENDEGORDELSAFSTEL-
LEN
De hoofdsteun en gordels zijn via de knop aan
de achterkant tegelijkertijd op 6 verschillende
standen in hoogte verstelbaar.
LET OP! Voor een goede afstelling moet de
hoofdsteun zodanig zijn geplaatst dat de
gordels ter hoogte van de schouders van het
kind uit de rugleuning komen (Fig. 43). Voor de
afstelling houdt u de verstelknop (M) achter
de rugleuning (Fig. 44) ingedrukt en verplaatst
u de hoofdsteun op de gewenste stand (Fig.
45). Laat de knop nu los en begeleid de hoofd-
steun tot u een klik hoort, die bevestigt dat
hij vastzit.
Om de gordels van het autostoeltje aan te
spannen, trekt u aan de verstelband van de
gordels (Fig. 46), tot ze goed op het kinderli-
chaam aansluiten.
Na de gordels te hebben gespannen, pakt u de
schouderbanden beet en trek u ze omlaag om
de gordels zo goed mogelijk op het kind aan
te brengen.
LET OP! De gordels moeten goed gespannen
zijn en op het kind aansluiten, maar niet te
strak zitten: ter hoogte van de schouders moet
er een vinger tussen de gordel en het kind kun-
nen worden gestoken.
LET OP! Controleer dat de gordels niet ver-
draaid zitten. Controleer vooral de buik van
het kind.
DESCHUINE STANDVAN DE ZITTINGAF-
STELLEN
Het autostoeltje kan op 5 schuine standen
worden afgesteld.
Om de schuine stand te veranderen, moet u
de hendel onder de zitting (Q) (Fig. 47) naar
u toe trekken.
LET OP! Na de gewenste schuine stand te
hebben verkregen, blijft u de zitting bewegen,
voordat u de hendel loslaat, tot u een klik
hoort ter bevestiging dat de hendel vastzit.
LET OP! Na de gewenste schuine stand te heb-
ben verkregen, controleert u altijd dat de gor-
dels goed om het autostoeltje zijn gespannen.
LET OP! Verzeker u er bij de afstelhandelingen
van dat de bewegende delen niet in aanraking
57
komen met het lichaam van het kind, of van
andere kinderen die op de autozitting worden
vervoerd.
ONDERHOUD
Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden
mogen alleen door een volwassene worden
verricht.
Dehoesreinigen
De hoes van het autostoeltje is volledig ver-
wijderbaar en kan met de hand of op 30°C in
de wasmachine worden gewassen. Om ze te
wassen, houdt u zich aan de instructies op het
etiket van de bekleding. Gebruik nooit schuur-
of oplosmiddelen. Centrifugeer de hoes niet en
hang ze op zonder ze uit te wringen.
De hoes mag uitsluitend worden vervangen
met een door de fabrikant goedgekeurde re-
servehoes, aangezien ze integrerend deel uit-
maakt van het autostoeltje en dus een veilig-
heidselement is.
LET OP! Het autostoeltje mag nooit zonder
hoes worden gebruikt, om de veiligheid van
het kind niet op het spel te zetten.
Om de hoes te verwijderen, moeten eerst de
gordels als volgt worden weggenomen:
- druk op de afstelknop van de gordels en pak
tegelijkertijd de twee gordels van het auto-
stoeltje onder de schouderbeschermers vast
en trek ze naar u toe, om ze los te maken
(Fig. 37).
- maak de veiligheidsgordel los, door op de
rode knop van de gesp te drukken (Fig. 38).
- maak de velcro sluiting van de hoes los van
de binnenkant van de rugleuning (Fig. 48).
- verplaats de gordel compleet met schouder-
beschermer onder de hoes (Fig. 49).
- herhaal deze handeling bij de andere gordel.
- verwijder de bekleding van de hoofdsteun,
het tussenbeenstuk en de hoes van het au-
tostoeltje.
Om de hoes en de gordels weer aan te bren-
gen, moet:
- de bekleding van de hoofdsteun, het tus-
senbeenstuk en de hoes van het autostoeltje
weer worden aangebracht.
- ìvoordat u de velcro’s sluit, laat u de veilig-
heidsgordels over de hoes lopen (Fig. 50).
LET OP! Controleer of de gordels niet ver-
draaid zitten.
LET OP! Bij sommige uitvoeringen moet een
ritssluiting wordt gebruikt in plaats van de vel-
cro’s om de hoes te sluiten.
Dekunststofofmetalendelenreinigen
Gebruik alleen een vochtige doek om de
kunststof of metalen delen te reinigen. Ge-
bruik nooit schuur- of oplosmiddelen.
De bewegende delen van het autostoeltje mo-
gen op geen enkele wijze worden gesmeerd.
Controledatdeonderdelenintactzijn
Aangeraden wordt de volgende onderdelen
regelmatig op beschadiging en slijtage te con-
troleren:
hoes: controleer dat de vulling niet uitpuilt
of dat er geen delen loszitten. Controleer de
staat van de naden die altijd intact moeten
zijn.
gordels: controleer dat de stof niet rafelt of
duidelijk dun is geworden ter hoogte van de
afstelband, het tussenbeenstuk, de schou-
derbanden en het gebied van de afstelplaat
van de gordels.
kunststof delen: controleer de slijtagestaat
van alle kunststof delen, die geen duidelijke
beschadigingen of verkleuring mogen heb-
ben.
LET OP! Indien het autostoeltje vervormd
mocht zijn of ernstig versleten, dient het te
worden vervangen: het kan de originele veilig-
heidskenmerken hebben verloren.
Hetartikelopbergen
Als het niet in de auto geïnstalleerd is, wordt
aangeraden het autostoeltje op een droge
plaats, uit de buurt van warmtebronnen en
beschermd tegen stof, vocht en rechtstreeks
zonlicht te bewaren.
Hetproductafdanken
Als de voorziene gebruiksgrens van het au-
tostoeltje is bereikt, gebruikt u het niet meer
en zet u het bij het afval. Uit respect voor het
milieu scheid u de verschillende soorten afval
volgens wat door de geldende voorschriften in
uw land is voorgeschreven.
VOORMEERINFORMATIE:
PHARSANA NV
Klantenservice
Maccabilaan 34
2660 Hoboken – BELGIË
www.chicco.com

Documenttranscriptie

I Istruzioni D’uso Pag. 14-19 F Mode D’emploi Pag. 20-26 D Gebrauchsanleitung Pag. 27-33 GB Instructions for use Pag. 34-39 E Instrucciones De Uso Pag. 40-45 P Instruções De Utilização Pag. 46-52 NL Gebruiksaanwijzing Pag. 53-58 TR Kullanim Bilgileri Pag. 59-64 N Brukerveiledning Pag. 65-70 S Bruksanvisning Pag. 71-76 Οδηγιεσ χρησησ Pag. 77-82 HR Upute Za Uporabu Pag. 83-88 SL Navodila Za Uporabo Pag. 89-94 CS Návod K Použití Pag. 95-100 SK Návod K Použitiu Pag. 101-106 PL Instrukcja Sposobu Użycia Pag. 107-112 H Használati Utasítás Pag. 113-118 R Instrucţiuni De Folosinţă Pag. 119-124 Инструкция По Эксплуатации Pag. 125-130 GR RU SA Pag. 131-135 2 NL Gebruiksaanwijzing BELANGRIJKE MEDEDELINGEN Installatie met driepuntsgordel BELANGRIJK: LEES DEZE GEBRUIKSAANWIJZING VOOR HET GEBRUIK AANDACHTIG EN HELEMAAL DOOR, OM GEVAREN BIJ HET GEBRUIK TE VOORKOMEN. BEWAAR ZE VOOR LATERE RAADPLEGING. HOUD U ZORGVULDIG AAN DEZE INSTRUCTIES, OM DE VEILIGHEID VAN UW KIND NIET OP HET SPEL TE ZETTEN. 1. Dit is een “Universeel” kinderbeveiligingssysteem, dat goedgekeurd is volgens het reglement ECE R44/04 en compatibel is met de meeste, maar niet alle, autozittingen. 2. De perfecte compatibiliteit is eenvoudiger te verkrijgen indien de fabrikant van het voertuig in de handleiding ervan verklaart dat het voertuig geschikt is om er “universele” kinderbeveiligingssystemen voor kinderen van deze leeftijdsgroep in te installeren. 3. Dit kinderbeveiligingssysteem is als “Universeel” geclassificeerd volgens goedkeuringscriteria die strenger zijn ten opzichte van vorige modellen die niet met deze mededeling zijn uitgerust. 4. Geschikt om te worden gebruikt in voertuigen met vaste of oprolbare driepuntsgordel, die goedgekeurd is volgens het reglement UN/ECE N°16 of andere gelijkwaardige standaarden. 5. Neem in geval van twijfel contact op met de fabrikant van het kinderbeveiligingssysteem of met de dealer. LET OP! VERWIJDER VOOR HET GEBRUIK EVENTUELE PLASTIC ZAKKEN EN ALLE ANDERE VERPAKKINGSONDERDELEN EN GOOI ZE WEG OF HOUD ZE IN IEDER GEVAL BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN. GOOI ZE WEG IN OVEREENSTEMMING MET DE GELDENDE WETTEN VOOR GESCHEIDEN AFVALVERWERKING. BELANGRIJKE MEDEDELINGEN Installatie met ISOFIX systeem 1. Dit is een ISOFIX kinderveiligheidssysteem. Het is goedgekeurd door het reglement ECE R44/04 voor het algemene gebruik in voertuigen uitgerust met ISOFIX bevestigingssystemen. 2. Voor het gebruik van een UNIVERSEEL ISOFIX systeem is het absoluut noodzakelijk de handleiding van het voertuig te lezen voordat u het autostoeltje installeert. De handleiding duidt de plaatsen aan die compatibel zijn met de afmetingsklasse van het autostoeltje, dat ISOFIX UNIVERSEEL is goedgekeurd. 3. Dit kinderbeveiligingssysteem is als “Universeel” geclassificeerd volgens goedkeuringscriteria die strenger zijn ten opzichte van vorige modellen die niet met deze mededeling zijn uitgerust. 4. De gewichtsgroep en de ISOFIX afmetingsklasse waarvoor het systeem bruikbaar is, zijn: GROEP 1, klasse B. 5. Neem in geval van twijfel contact op met de fabrikant van het kinderbeveiligingssysteem of met de dealer. LET OP! Combineer nooit de twee bevestigingssystemen ISOFIX en de veiligheidsgordels van de auto om uw autostoeltje te installeren. LET OP! Tijdens het gebruik van ISOFIX is de bevestiging van de onderste verankeringen niet voldoende. Het is absoluut noodzakelijk de “Top Tether” op het door de fabrikant van het voertuig voorziene bevestigingspunt te bevestigen. ZEER BELANGRIJK! METEEN LEZEN • Dit autostoeltje is met inachtneming van de Europese voorschriften ECE R44/04 goedgekeurd voor “Groep 1”, voor het vervoer van kinderen tussen de 9 en 18 kg lichaamsgewicht (ongeveer tussen de 9-12 maanden en 3 jaar). • Het autostoeltje mag uitsluitend door een volwassene worden versteld. • Leder land heeft andere wetten en voorschriften betreffende een veilig vervoer van kinderen in de auto. Het is daarom raadzaam voor meer informatie contact op te nemen met de plaatselijke autoriteiten. • Laat niemand het artikel gebruiken zonder eerst de instructies te hebben gelezen. • Het gevaar voor ernstig letsel van het kind, en niet alleen bij een ongeluk, maar ook in andere omstandigheden (bijv. bij hard remmen, enz.) wordt groter, als men zich niet nauwgezet houdt aan de aanwijzingen die in deze handleiding worden gegeven. • Het product is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt als autostoeltje en niet voor gebruik in huis. • Geen enkel autostoeltje kan de totale veiligheid van het kind in geval van een ongeluk garanderen, maar het gebruik van dit artikel vermindert het gevaar voor ernstig letsel of de dood. 52 • Gebruik ook op korte trajecten altijd het correct geïnstalleerde autostoeltje met vastgemaakte veiligheidsgordels. Als dit niet gebeurt, brengt dit de veiligheid van uw kind in het gedrang. Controleer vooral dat de gordel strak genoeg zit, niet verdraaid is en zich op de goede plaats bevindt. • Ook na een niet ernstig ongeluk moet het autostoeltje worden vervangen, omdat het schade opgelopen kan hebben, die niet altijd met het blote oog zichtbaar is. • Gebruik geen tweedehands autostoeltjes: deze kunnen voor het blote oog onzichtbare structurele schade hebben opgelopen, die zodanig is dat de veiligheid van het artikel niet langer gewaarborgd wordt. • Gebruik een autostoeltje niet als het beschadigd, vervormd, versleten is, of als er delen ontbreken: het kan de originele veiligheidskenmerken hebben verloren. • Verricht geen wijzigingen aan het artikel en voeg er niets aan toe zonder toestemming van de fabrikant. Breng geen accessoires, reserveonderdelen of niet door de fabrikant geleverde en goedgekeurde onderdelen aan om met het autostoeltje te gebruiken. • Gebruik niets, bijv. kussens of dekens, om het autostoeltje wat hoger op de stoel van het voertuig te zetten of om het kind hoger op het autostoeltje te zetten: in geval van een ongeluk kan het dan gebeuren dat het autostoeltje niet goed functioneert. • Controleer dat er zich geen voorwerpen tussen het autostoeltje en de zitting of het autostoeltje en het portier bevinden. • Controleer dat de stoelen van het voertuig (inklapbare, kantelbare of draaiende) stevig vastzitten. • Controleer dat er geen voorwerpen of bagage, in het bijzonder op de hoedenplank in het voertuig worden vervoerd, die niet zijn vastgezet of veilig zijn geplaatst: in geval van een ongeluk of bij hard remmen kunnen deze de passagiers verwonden. • Laat andere kinderen niet met onderdelen of delen van het autostoeltje spelen. • Laat het kind nooit alleen in de auto. Dit kan gevaarlijk zijn! • Vervoer niet meer dan één kind tegelijk in het autostoeltje. • Verzeker u ervan dat alle passagiers van het voertuig hun eigen veiligheidsgordel gebruiken, zowel voor hun eigen veiligheid, als omdat zij tijdens de reis in geval van een ongeluk of bij hard remmen het kind kunnen verwonden. • LET OP! Bij het verstellen (van de hoofdsteun en de veiligheidsgordels), dient u zich • • • • • • • • • ervan te verzekeren dat de bewegende delen van het autostoeltje niet in aanraking komen met het lichaam van het kind. Tijdens het rijden, dient u het voertuig op een veilige plaats stil te zetten, voordat u het autostoeltje verstelt of het kind verzet. Controleer regelmatig dat het kind de gesp van de veiligheidsgordel niet opent en dat het niet aan het autostoeltje of delen ervan komt. Geef het kind tijdens de reis geen eten, in het bijzonder geen lolly, ijslolly of andere etenswaar op een stokje. In geval van een ongeluk of bij hard remmen kunnen deze hem verwonden. Tijdens lange reizen wordt aangeraden vaak te pauzeren: het kind verveelt zich al gauw in het autostoeltje en moet zich kunnen bewegen. Het is raadzaam het kind aan de kant van de stoep in- en uit te laten stappen. Haal de etiketten en merken niet van het product. Laat het autostoeltje niet lang in de zon staan: de materialen en stoffen kunnen hierdoor van kleur verschieten. Als het voertuig in de zon heeft gestaan, controleert u, voordat u het kind in het autostoeltje laat plaatsnemen, dat de verschillende delen niet heet zijn geworden: in dit geval laat u ze eerst afkoelen voordat u het kind laat plaatsnemen, om verbranding te voorkomen. Als het kind niet wordt vervoerd, moet het autostoeltje, als het zich in het voertuig bevindt, vastgemaakt blijven (via ISOFIX bevestigingen of driepuntsgordel) of in de kofferbak worden gezet. Een niet vastgezet autostoeltje kan in geval van een ongeluk of bij hard remmen namelijk een gevaar inhouden voor de passagiers. De firma Artsana wijst elke vorm van aansprakelijkheid af bij oneigenlijk gebruik van het artikel en bij elk gebruik dat niet overeenstemt met deze instructies. GEBRUIKSAANWIJZING • ONDERDELEN • BEPERKINGEN EN GEBRUIKSVEREISTEN BETREFFENDE HET ARTIKEL EN DE AUTOZITTING • HET AUTOSTOELTJE MET HET ISOFIX SYSTEEM IN DE AUTO INSTALLEREN • HET AUTOSTOELTJE MET DE DRIEPUNTSGORDEL IN DE AUTO INSTALLEREN • WAARSCHUWINGEN OM HET AUTOSTOELTJE GOED TE INSTALLEREN • HET KIND IN HET AUTOSTOELTJE ZETTEN 53 de autozitting nauwgezet in acht: anders is de veiligheid niet verzekerd. • Het kind moet tussen de 9 en de 18 kg wegen. • Als het autostoeltje met de autogordel op de zitting wordt geïnstalleerd, dient deze laatste uitgerust te zijn met een vaste of oprolbare driepuntsgordel, die goedgekeurd is volgens het reglement UNI/ECE N°16 of andere gelijkwaardige standaarden (Fig. 6). • Het autostoeltje moet met het ISOFIX systeem op de in de gebruiksaanwijzing van de auto aangeduide plaatsen worden geïnstalleerd. • Het autostoeltje kan voorin op de passagierszitting worden aangebracht, of op één van de achterzittingen en moet altijd in de rijrichting worden geplaatst. Gebruik dit autostoeltje nooit op zittingen die zijdelings gekeerd of tegen de rijrichting in staan (Fig. 7). LET OP! Volgens de statistieken over ongelukken is de achterbank van het voertuig veiliger dan de voorzittingen: daarom wordt aangeraden het autostoeltje op de achterbank te installeren. De veiligste plaats is het midden van de achterbank. Als het autostoeltje op de voorzitting wordt geplaatst, wordt voor een grotere veiligheid aangeraden de zitting zover mogelijk naar achteren te zetten, voor zover de aanwezigheid van andere passagiers op de achterbank dit toelaat, en de rugleuning zo verticaal mogelijk te zetten. Als de auto uitgerust is met een hoogteregelaar voor de gordel, bevestigt u deze op de laagste stand. Controleer vervolgens dat de gordelregelaar ten opzichte van de rugleuning van de autozitting naar achteren staat (of er hooguit op één lijn mee staat). Als de voorzitting is uitgerust met een frontale airbag wordt afgeraden het autostoeltje op deze zitting aan te brengen. Bij installatie op een zitting die beschermd is door een airbag dient u altijd de handleiding van de auto te raadplegen. LET OP! Installeer het autostoeltje nooit met de autogordel, als de zitting alleen is uitgerust met een horizontale veiligheidsgordel met twee bevestigingspunten (Fig. 8). • DE HOOFDSTEUN EN DE GORDELS AFSTELLEN • DE SCHUINE STAND VAN DE ZITTING AFSTELLEN • ONDERHOUD ONDERDELEN (Fig. 1-2-3-4-5) Fig. 1 (Voorkant) A. Hoofdsteun B. Knoopsgaten waar de gordels doorheen gehaald worden C. Schouderbanden D. Gordels van het autostoeltje E. Verstelknop van de gordels F. Verstelband van de gordels G. Gesp om de gordels dicht/open te maken H. Hoes I. Gewatteerd tussenbeenstuk J. Basis van het autostoeltje K. Zitting van het autostoeltje L. Loskoppelhandgreep ISOFIX systeem Fig. 2 (Achterkant) M. Verstelknop van de hoofdsteun N. Goedkeuringslabels O. Bevestigingsplaat van de gordels P1 ISOFIX systeem P2 Top Tethher Fig. 3 (Zijaanzicht) Q. Regelhendel van de zitting R. Vakje om de instructies in te bewaren S. Instructies om over te gaan van de buikgordel van de auto op de driepuntsgordel S1. Instructies om over te gaan van de diagonale gordel van de auto op de driepuntsgordel T. Blokkeerklem van het schuine gedeelte van de autogordel U. Etiketten met installatie-instructies V. ISOFIX systeem Fig. 4 (Detail ISOFIX systeem) W. Connectors X. Beschermdoppen Y. Deblokkeerknoppen Z. Bevestigingsmelders Fig. 5 (Detail TOP TETHER) AA. Veiligheidsgordel BB. Regelaar CC. Spanningsmelder DD. Haak HET AUTOSTOELTJE MET HET ISOFIX SYSTEEM IN DE AUTO INSTALLEREN VOORBEREIDING OP DE INSTALLATIE 1. Trek de loskoppelhandgreep van het ISOFIX systeem naar buiten (fig. 9). 2. Terwijl u de handgreep aangetrokken houdt, trekt u het ISOFIX systeem VOLLEDIG BEPERKINGEN EN GEBRUIKSVEREISTEN BETREFFENDE HET ARTIKEL EN DE AUTOZITTING LET OP! Neem de volgende beperkingen en gebruiksvereisten betreffende het artikel en 54 gd door de groene kleur van de melder op de band (Fig. 21). 10. Rol het teveel aan band op en zet het met de speciale velcro vast (Fig. 22). uit de achterkant van de rugleuning (Fig. 10). Verzeker u ervan dat het systeem er tot de eindaanslag is uitgehaald. 3. Duw de twee rode knoppen (Y) van de ISOFIX connectors naar binnen (Fig. 11a) en terwijl u ze ingedrukt houdt, verwijdert u de twee beschermdoppen (X) (Fig. 11b). 4. Plaats de twee doppen op de speciale plaatsen onder de basis (Fig. 12a – 12b). LET OP! Bewaar de doppen zorgvuldig, omdat ze onmisbaar zijn om het ISOFIX systeem weer in de basis te stoppen als het niet wordt gebruikt. HET AUTOSTOELTJE INSTALLEREN 5. Plaats het autostoeltje op de gekozen zitting. LET OP! Controleer dat er zich geen voorwerpen tussen het autostoeltje en de zitting of het autostoeltje en het portier bevinden. 6. Haak de twee ISOFIX connectors aan de bijbehorende ISOFIX aanhechtingen op de autozitting, tussen de rugleuning en de zitting (Fig. 13). LET OP! Verzeker u ervan dat de bevestiging goed heeft plaatsgevonden door te controleren dat de twee melders (Z) de groene kleur aanwijzen. 7. Duw het autostoeltje resoluut tegen de rugleuning van de auto (Fig. 14), om u ervan te verzekeren dat het er helemaal op aansluit. LOSKOPPELING LET OP! Haal het kind uit het autostoeltje, voordat u overgaat tot de loskoppeling ervan. 1. Maak de Top Tether los door op de speciale knop BB (Fig. 23) te drukken en maak de haak los. 2. Rol de band van de Top Tether op en zet hem met de speciale velcro vast (Fig. 22). 3. Trek de loskoppelhandgreep van het ISOFIX systeem (L) naar buiten en terwijl u de handgreep aangetrokken houdt, haalt u het autostoeltje van de rugleuning van de auto, tot het ISOFIX systeem er VOLLEDIG uitgetrokken is. (Fig. 24a-24b) 4. Terwijl u de twee rode knoppen naar binnen drukt, haakt u de twee connectors van de bijbehorende ISOFIX aanhechtingen op de autozitting (Fig. 25). 5. Verwijder de twee voorheen aangebrachte doppen van het autostoeltje en breng ze weer op de bijbehorende ISOFIX connectors aan. Let erop dat de twee uiteinden naar binnen zijn gericht (Fig. 26a-26b). 6. Duw het ISOFIX systeem in de basis van het autostoeltje en laat het er helemaal invallen (Fig. 27). DE TOP TETHER INSTALLEREN De installatie van het autostoeltje wordt enkel en alleen voltooid met de installatie van de Top Tether. LET OP! Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de auto om het bevestigingspunt van de Top Tether aan het autostoeltje te vinden. Dit bevestigingspunt is gemerkt door een speciaal etiket (Fig. 15) en kan zich bevinden op de plaatsen aangeduid in de figuren 16a – 16b – 16c – 16d – 16e. LET OP! Controleer dat de verankering die voor de Top Tether is gebruikt, de juiste is. Verwar hem niet met een ring die ervoor bedoeld is om de bagage vast te zetten (Fig. 17). LET OP! Haal de Top Tether tussen het hoge gedeelte van de rugleuning van de autozitting en de hoofdsteun door. Laat de Top Tether nooit over de hoofdsteun lopen (Fig. 18). 8. Als het bevestigingspunt is gevonden, maakt u de haak (DD) van de Top Tether vast (Fig. 19). 9. Stel de lengte van de gordel van de Top Tether af, door stevig aan de band te trekken om hem te spannen (Fig. 20). Dat de juiste spanning is bereikt, wordt bevesti- HET AUTOSTOELTJE MET DE DRIEPUNTSGORDEL IN DE AUTO INSTALLEREN LET OP! LAAT DE AUTOGORDELS NOOIT OP ANDERE PLAATSEN LOPEN DAN DIE IN DEZE GEBRUIKSAANWIJZING WORDEN AANGEDUID: ANDERS KAN DE VEILIGHEID VAN HET KIND IN HET GEDRANG KOMEN! De passages van de gordels zijn met rode tekens op het autostoeltje aangegeven. LET OP! Deze instructies hebben, zowel in de tekst als op de tekeningen, betrekking op de installatie van het autostoeltje op de rechter achterzitting. Verricht dezelfde handelingen voor installaties op andere plaatsen. 1. Plaats het autostoeltje op de gekozen zitting. LET OP! Controleer dat er zich geen voorwerpen tussen het autostoeltje en de zitting of het autostoeltje en het portier bevinden. 2. Hel de rugleuning van het autostoeltje helemaal naar achteren door de hendel onder de zitting (Q) naar u toe te trekken (Fig. 28). 3. Trek aan de veiligheidsgordel van de auto en laat hem door de ruimte tussen de rugleuning en de basis van het autostoeltje 55 - Plaats het tussenbeenstuk goed, pak de gordels. Leg de twee lipjes van de gesp (Fig. 41a-41b) over elkaar en duw ze samen in de gesp, tot u een duidelijke “klik” hoort (Fig. 42). - Om de veiligheid te garanderen, zijn de twee lipjes van de gesp zodanig ontworpen dat het onmogelijk is er slechts één vast te klikken. heen lopen (Fig. 29). 4. Laat het buikgedeelte van de driepuntsgordel van de auto door de speciale geleidingen voor de gordels (Fig. 30) heen lopen. 5. Trek hem er aan de andere kant van het autostoeltje uit en zet hem in de gesp van de zitting vast (Fig. 31). 6. Open de blokkeerklem (T) die zich aan dezelfde kant bevindt als de gesp van de zitting, door op de hendel ervan (Fig. 32) te drukken. 7. Doe het schuine gedeelte van de autogordel in de klem en plaats hem precies zoals wordt getoond in Fig. 33. Laat de hendel van de klem los, zodat die automatisch weer op de blokkeerstand komt. 8. Trek hard aan het schuine gedeelte van de autogordel en laat het autostoeltje goed op de zitting (Fig. 34) aansluiten. Ga indien nodig met een knie op het autostoeltje zitten. 9. Haal het bovenste gedeelte van de diagonale gordel door de geleiding S1 en zet hem precies zoals in de afbeelding wordt getoond. 10. Trek de gordel hard in de in figuur 35 aangeduide richting om ook het laatste gedeelte van de gordel te spannen. 11. Controleer dat de installatie goed is verricht (Fig. 36). DE HOOFDSTEUN EN DE GORDELS AFSTELLEN De hoofdsteun en gordels zijn via de knop aan de achterkant tegelijkertijd op 6 verschillende standen in hoogte verstelbaar. LET OP! Voor een goede afstelling moet de hoofdsteun zodanig zijn geplaatst dat de gordels ter hoogte van de schouders van het kind uit de rugleuning komen (Fig. 43). Voor de afstelling houdt u de verstelknop (M) achter de rugleuning (Fig. 44) ingedrukt en verplaatst u de hoofdsteun op de gewenste stand (Fig. 45). Laat de knop nu los en begeleid de hoofdsteun tot u een klik hoort, die bevestigt dat hij vastzit. Om de gordels van het autostoeltje aan te spannen, trekt u aan de verstelband van de gordels (Fig. 46), tot ze goed op het kinderlichaam aansluiten. Na de gordels te hebben gespannen, pakt u de schouderbanden beet en trek u ze omlaag om de gordels zo goed mogelijk op het kind aan te brengen. LET OP! De gordels moeten goed gespannen zijn en op het kind aansluiten, maar niet te strak zitten: ter hoogte van de schouders moet er een vinger tussen de gordel en het kind kunnen worden gestoken. LET OP! Controleer dat de gordels niet verdraaid zitten. Controleer vooral de buik van het kind. WAARSCHUWINGEN OM HET AUTOSTOELTJE GOED TE INSTALLEREN LET OP! Om de veiligheid niet in het gedrang te brengen, controleert u na de installatie ALTIJD of: - de autogordel nergens verdraait zit. - de gordel overal goed gespannen staat. - na deze handelingen moet het autostoeltje goed op de autozitting aansluiten. Als dit niet het geval is, moeten de installatiehandelingen worden herhaald. DE SCHUINE STAND VAN DE ZITTING AFSTELLEN Het autostoeltje kan op 5 schuine standen worden afgesteld. Om de schuine stand te veranderen, moet u de hendel onder de zitting (Q) (Fig. 47) naar u toe trekken. LET OP! Na de gewenste schuine stand te hebben verkregen, blijft u de zitting bewegen, voordat u de hendel loslaat, tot u een klik hoort ter bevestiging dat de hendel vastzit. LET OP! Na de gewenste schuine stand te hebben verkregen, controleert u altijd dat de gordels goed om het autostoeltje zijn gespannen. LET OP! Verzeker u er bij de afstelhandelingen van dat de bewegende delen niet in aanraking HET KIND IN HET AUTOSTOELTJE ZETTEN - Voordat u het kind laat zitten, drukt u op de afstelknop van de gordels en pakt u tegelijkertijd de twee gordels van het autostoeltje onder de schouderbanden vast en trekt ze naar u toe, om ze losser te maken (Fig. 37). - Maak de gesp van de veiligheidsgordels van het autostoeltje los, door op de rode knop te drukken (Fig. 38) en trek de gordels naar de buitenkant. Nu kan het kind in het autostoeltje worden gezet (Fig. 39). LET OP! Controleer altijd dat het kind met het lichaam stevig tegen de rugleuning van het autostoeltje zit (Fig. 40). 56 kunststof of metalen delen te reinigen. Gebruik nooit schuur- of oplosmiddelen. De bewegende delen van het autostoeltje mogen op geen enkele wijze worden gesmeerd. komen met het lichaam van het kind, of van andere kinderen die op de autozitting worden vervoerd. ONDERHOUD Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door een volwassene worden verricht. De hoes reinigen De hoes van het autostoeltje is volledig verwijderbaar en kan met de hand of op 30°C in de wasmachine worden gewassen. Om ze te wassen, houdt u zich aan de instructies op het etiket van de bekleding. Gebruik nooit schuurof oplosmiddelen. Centrifugeer de hoes niet en hang ze op zonder ze uit te wringen. De hoes mag uitsluitend worden vervangen met een door de fabrikant goedgekeurde reservehoes, aangezien ze integrerend deel uitmaakt van het autostoeltje en dus een veiligheidselement is. LET OP! Het autostoeltje mag nooit zonder hoes worden gebruikt, om de veiligheid van het kind niet op het spel te zetten. Controle dat de onderdelen intact zijn Aangeraden wordt de volgende onderdelen regelmatig op beschadiging en slijtage te controleren: • hoes: controleer dat de vulling niet uitpuilt of dat er geen delen loszitten. Controleer de staat van de naden die altijd intact moeten zijn. • gordels: controleer dat de stof niet rafelt of duidelijk dun is geworden ter hoogte van de afstelband, het tussenbeenstuk, de schouderbanden en het gebied van de afstelplaat van de gordels. • kunststof delen: controleer de slijtagestaat van alle kunststof delen, die geen duidelijke beschadigingen of verkleuring mogen hebben. LET OP! Indien het autostoeltje vervormd mocht zijn of ernstig versleten, dient het te worden vervangen: het kan de originele veiligheidskenmerken hebben verloren. Om de hoes te verwijderen, moeten eerst de gordels als volgt worden weggenomen: - druk op de afstelknop van de gordels en pak tegelijkertijd de twee gordels van het autostoeltje onder de schouderbeschermers vast en trek ze naar u toe, om ze los te maken (Fig. 37). - maak de veiligheidsgordel los, door op de rode knop van de gesp te drukken (Fig. 38). - maak de velcro sluiting van de hoes los van de binnenkant van de rugleuning (Fig. 48). - verplaats de gordel compleet met schouderbeschermer onder de hoes (Fig. 49). -h  erhaal deze handeling bij de andere gordel. - verwijder de bekleding van de hoofdsteun, het tussenbeenstuk en de hoes van het autostoeltje. Het artikel opbergen Als het niet in de auto geïnstalleerd is, wordt aangeraden het autostoeltje op een droge plaats, uit de buurt van warmtebronnen en beschermd tegen stof, vocht en rechtstreeks zonlicht te bewaren. Het product afdanken Als de voorziene gebruiksgrens van het autostoeltje is bereikt, gebruikt u het niet meer en zet u het bij het afval. Uit respect voor het milieu scheid u de verschillende soorten afval volgens wat door de geldende voorschriften in uw land is voorgeschreven. Om de hoes en de gordels weer aan te brengen, moet: - de bekleding van de hoofdsteun, het tussenbeenstuk en de hoes van het autostoeltje weer worden aangebracht. - ìvoordat u de velcro’s sluit, laat u de veiligheidsgordels over de hoes lopen (Fig. 50). LET OP! Controleer of de gordels niet verdraaid zitten. LET OP! Bij sommige uitvoeringen moet een ritssluiting wordt gebruikt in plaats van de velcro’s om de hoes te sluiten. VOOR MEER INFORMATIE: PHARSANA NV Klantenservice Maccabilaan 34 2660 Hoboken – BELGIË www.chicco.com De kunststof of metalen delen reinigen Gebruik alleen een vochtige doek om de 57
1 / 1

Chicco Xpace Isofix de handleiding

Categorie
Autostoelen
Type
de handleiding