Canon Macro Ring Lite MR-14EX II Handleiding

Type
Handleiding
Nederlands
2
De Canon Macro Ring Lite MR-14EX II is een flitser voor het maken van
close-upopnamen met Canon EOS camera’s, compatibel met E-TTL II-/
E-TTL-/TTL-autoflashsystemen. De flitser is uitgerust met diverse
functies, geschikt voor een groot aantal verschillende
fotografiedoeleinden, van eenvoudig tot geavanceerd. Hij heeft functies
om de flitsverhouding tussen flitsbuis A en B te regelen, aan één kant te
flitsen, draadloos te flitsen met meerdere flitsers door extra slaveflitsers
te gebruiken en handmatig te flitsen.
Lees deze instructiehandleiding samen met de
instructiehandleiding van uw camera.
Lees voordat u dit product gebruikt, deze instructiehandleiding en de
instructiehandleiding van uw camera door, zodat u bekend raakt met
de bediening van deze apparatuur.
Gebruik met een EOS DIGITAL camera (type A-camera)
U kunt met de MR-14EX II heel eenvoudig automatisch
macroflitsopnamen maken, net als met de interne flitser van de
camera.
Gebruik met een EOS filmcamera
Camera met een E-TTL II-/E-TTL-autoflashsysteem (type A-
camera)
U kunt met de MR-14EX II heel eenvoudig automatisch
macroflitsopnamen maken, net als met de interne flitser van de
camera.
Camera met een TTL-autoflashsysteem (type B-camera)
Zie pagina 76.
* In deze instructiehandleiding gaan we ervan uit dat u de MR-14EX II
gebruikt in combinatie met een type A-camera.
Inleiding
De MR-14EX II gebruiken in combinatie met een camera
3
Controleer voordat u aan de slag gaat of alle volgende onderdelen bij
uw MR-14EX II zijn geleverd. Neem contact op met uw leverancier als
er iets ontbreekt.
* Zorg dat u de bovenstaande onderdelen niet kwijtraakt.
Controlelijst onderdelen
Objectiefdop
(p. 16)
Draagtas
MR-14EX II
4
Pictogrammen in deze handleiding
9 : geeft het selectiewiel aan.
8 : geeft de instelknop aan.
3/1/4/ : geeft aan dat de respectievelijke functie actief blijft voor
7/2 4 sec., 6 sec., 8 sec., 10 sec. of 16 sec. nadat u de
knop hebt losgelaten.
(p. **) : de pagina waarop u meer informatie kunt vinden.
: waarschuwing om problemen met de flitser te
voorkomen.
: aanvullende informatie.
M : M rechts van de paginatitel geeft aan dat de functie
wordt uitgevoerd wanneer de opnamemethode van de
camera is ingesteld op <d/s/f/a/F> (creatieve
modi).
Uitgangspunten
In de procedures gaan we ervan uit dat de aan/uit-schakelaars op
zowel de camera als op de MR-14EX II op <K> zijn gezet.
De pictogrammen die worden gebruikt om de knoppen, wieltjes en
symbolen in de tekst aan te geven, komen overeen met de
pictogrammen die u op de camera en op de MR-14EX II aantreft.
In de procedures gaan we ervan uit dat de menu- en
gebruikersfuncties van de camera en de gebruikersfuncties en
persoonlijke functies van de MR-14EX II zijn ingesteld op de
standaardwaarde.
Alle cijfers zijn gebaseerd op het gebruik van vier AA-/LR6-
alkalinebatterijen en Canon-testprocedures.
In de procedures gaan we ervan uit dat er een macro-objectief
gebruikt wordt.
Symbolen in deze handleiding
5
Hoofdstukken
Inleiding
2
Aan de slag met macroflitsopnamen
Voorbereidingen voor macroflitsopnamen en standaardopnamen
13
Flitsfuncties instellen met de bediening van de
camera
De flitsfuncties instellen vanaf het menuscherm van de camera
37
Draadloos flitsen met meerdere flitsers
Draadloze flitsfotografie met meerdere flitsers, met gebruik van
extra slave-units met optische transmissie
43
De MR-14EX II aanpassen
Aanpassen met gebruikersfuncties en persoonlijke functies
57
Aanvullende informatie
Systeemoverzicht, veelgestelde vragen, gebruik met een type
B-camera
67
1
2
3
4
5
6
1
2
Inleiding 2
Controlelijst onderdelen.................................................................... 3
Symbolen in deze handleiding ......................................................... 4
Hoofdstukken ................................................................................... 5
Onderdelen....................................................................................... 8
Aan de slag met macroflitsopnamen 13
De batterijen installeren.................................................................. 14
De bedieningsunit aan de camera bevestigen .............................. 15
De flitser aan het objectief bevestigen ........................................... 16
De flitser inschakelen ..................................................................... 18
Volledig automatisch flitsen............................................................ 20
Gebruik van E-TTL II- en E-TTL-Autoflash per opnamemethode
.... 21
Effectief flitsbereik (Referentie) ...................................................... 24
l De flitsverhouding instellen .............................................. 25
f Flitsbelichtingscompensatie ...................................................... 27
g FEB .......................................................................................... 28
7: Flitsbelichtingsvergrendeling.................................................. 29
c High-speed synchronisatie ........................................................ 30
r Synchronisatie op het tweede gordijn...................................... 31
q: Handmatig flitsen...................................................................... 32
MR-14EX II-instellingen wissen...................................................... 36
Flitsfuncties instellen met de bediening van de camera
37
Flitseraansturing via het menuscherm van de camera................... 38
Inhoud
7
Inhoud
3
4
65
Draadloos flitsen met meerdere flitsers 43
: Draadloos flitsen met meerdere flitsers ...................................44
Instellingen voor draadloos flitsen...................................................47
a: Flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van
slave C............................................................................................49
a: Geavanceerde flitsfotografie met meerdere flitsers met
toevoeging van slave A, B en C......................................................53
q: Draadloos flitsen met meerdere flitsers en handmatig
flitsvermogen...................................................................................55
De MR-14EX II aanpassen 57
C / >: Gebruikersfuncties en persoonlijke functies
instellen...........................................................................................58
C: Gebruikersfuncties instellen ..................................................61
>: Persoonlijke functies instellen................................................65
Geheugenfunctie.............................................................................66
Aanvullende informatie 67
MR-14EX II-systeem.......................................................................68
Flitserblokkering als gevolg van temperatuurstijging ......................69
Problemen oplossen .......................................................................71
Specificaties....................................................................................73
De MR-14EX II gebruiken in combinatie met een
type B-camera.................................................................................76
Index ...............................................................................................81
8
Onderdelen
Flitser
Ontgrendelknop (p. 16)
Verbindingskabel
Flitsbuis B
Schroefdraadbevestiging
objectiefdop/filter
(p. 16-17)
Focuslampje (p. 22)
Focuslampje (p. 22)
Flitsbuis A
<i>-indicator
<h>-indicator
Voorkant
Achterkant
9
Onderdelen
Bedieningsunit
MODE
Functieknop 2
Functieknop 1
<d>
Knop voor focuslampje
(p. 22)
<E>
Flitsmodusknop
(p. 20, 32, 49, 55)
<Q>
Gereed-lampje/
testflitsknop
(p. 18, 50, 61-63)
Borgknop voor bevestigingsvoet
(p. 15)
Ontgrendelingsknop (p. 15)
Bevestigingsvoet (p. 15)
Aansluitingskapje
Aansluiting voor
externe voeding
Contactpunten
Deksel van
batterijcompartiment
(p. 14)
Ontgrendelingsknop deksel
batterijcompartiment (p. 14)
Borgstift
<8> Instelknop
<9> Selectiewiel
Bevestigingslampje
flitsbelichting (p. 20)
Hoofdschakelaar (p. 18)
<K> : inschakelen
<a>:knop/wiel
vergrendelen
(inschakelen)
<J> : uitschakelen
<f>
Knop
flitsverhoudingsinstelling/
flitsbuisselectie
(p. 25, 32, 47, 49, 53, 55)
Functieknop 4
Functieknop 3
LCD-paneel
10
Onderdelen
E-TTL II-/E-TTL-/TTL-autoflash (p. 21)
LCD-paneel
c : “High-speed
synchronisatie
(p. 30, 40)
r : Tweede-gordijn
sync (p. 31, 40)
u:
Gebruikersfuncties
(p. 61)
Flitsbelichtingsniveau
T: Persoonlijke
functies
(p. 65)
FEB-volgorde (p. 62)
g : FEB (p. 28, 40)
Flitsverhouding
G : Batterij-indicatie (p. 18)
a : E-TTL II-/E-TTL-
autoflash
b : TTL-autoflash
j: Normale flits
t: Temperatuurstijging
(flitserblokkering/
p. 69)
f : Flitsbelichtingscompensatie
(p. 27, 40)
Flitsbelichtingscompensatiewaarde
, :
Instelling flitsverhouding
Flitsgroep
l : Flitsen met A:B (flitsverhoudingsregeling)
4 : Flitsen met A (aan één kant flitsen)
5 : Flitsen met B (aan één kant flitsen)
Diafragma
De afgebeelde schermen zijn voorbeelden. Op de display worden alleen
de instellingen weergegeven die momenteel worden toegepast.
De functies, zoals <=> en <@>, die boven functieknop 1 tot en
met 4 worden weergegeven, veranderen afhankelijk van de instellingen.
Wanneer een knop of een wieltje wordt bediend, wordt het LCD-scherm
verlicht (p. 19).
11
Onderdelen
Handmatig flitsen (p. 32)
Draadloze flitsfotografie met meerdere flitsers met optische
transmissie (p. 43)
q: Handmatig flitsen
Vermogen
handmatig flitsen
Flitsgroep
4
: Flitsen met A
5
: Flitsen met B
Flitsgroep
l : Flitsen met A:B
(flitsverhou-
dingsregeling)
4 : Flitsen met A
5 : Flitsen met B
6 : Flitsen met C (slave C)
j : Flitsen met A, B en C (alleen wanneer
C.Fn-15 is ingesteld op 1)
g
: Draadloze fotografie
(master)
M : Master
: : Draadloos flitsen
met optische
transmissie
* : Transmissiekanaal
12
Voorzorgsmaatregelen bij continu flitsen
Flits nooit meer dan 20 keer continu om verslechtering en beschadiging
van de flitser als gevolg van oververhitting te voorkomen. Laat de flitser
na 20 keer continu flitsen minstens 10 minuten afkoelen.
Als u 20 keer continu flitst en vervolgens herhaaldelijk met korte
tussenpozen flitst, kan de veiligheidsfunctie worden geactiveerd en de
flitser blokkeren. Wanneer de flitsblokkering is ingeschakeld, wordt
het flitsinterval automatisch ingesteld op een tijd tussen ongeveer 8
en 15 sec. Houd in dit geval rekening met een wachttijd van minstens
10 minuten.
Zie voor meer informatie “Flitserblokkering als gevolg van
temperatuurstijging” op pagina 69.
13
1
Aan de slag met
macroflitsopnamen
In dit hoofdstuk worden de voorbereidingen voordat u
begint met macroflitsfotografie beschreven en het
standaardgebruik van de flitser.
Bij het maken van close-ups zijn de omstandigheden van het
onderwerp van grote invloed op de belichting. Daarom
verdient het aanbeveling hetzelfde onderwerp met
verschillende belichtingsinstellingen te fotograferen (p. 27) en
de belichting direct na de opname te controleren.
Wanneer de opnamemethode van de camera op een volledig
automatische methode of op een beeldzonemethode is
ingesteld, kunnen de functies waarbij aan de rechterkant van
de paginatitel een M is toegevoegd, niet worden ingesteld.
Stel de opnamemodus van de camera in op d/s/f/a/F
(creatieve modi) om alle functies in dit hoofdstuk in te
schakelen.
14
Gebruik vier AA-/R6-batterijen.
1
Open het deksel.
Schuif de ontgrendelingsknop naar
links zoals afgebeeld in de illustratie,
schuif het deksel omlaag en open
vervolgens het deksel van het
batterijcompartiment.
2
Plaats de batterijen in het compartiment.
Zorg ervoor dat u de plus- en minpolen
(“+” en “-”) van de batterijen plaatst zoals
in het batterijcompartiment is aangegeven.
De groeven aan de zijkanten van het
batterijcompartiment geven “-” aan. Dit
is handig wanneer u de batterijen op
een donkere plaats moet vervangen.
3
Sluit het deksel.
Sluit het deksel van het
batterijcompartiment en schuif het
omhoog.
X
Wanneer het vastklikt, is het deksel van
het batterijcompartiment vergrendeld.
Gebaseerd op nieuwe AA-/LR6-alkalinebatterijen en Canon-testprocedures,
wanneer beide kanten flitsen.
Met de snelle flitsfunctie kunt u flitsen voordat de flitser helemaal is opgeladen
(p. 18).
De batterijen installeren
Flitsinterval en aantal keren flitsen
Flitsinterval
Aantal keer flitsen
Snelle flits Normale flits
Circa 0,1 t/m 3,3 sec. Circa 0,1 t/m 5,5 sec. Circa 100 t/m 700
Bepaalde lithiumbatterijen van het type AA/R6 kunnen in zeldzame
gevallen extreem heet worden bij gebruik. Gebruik
daarom om
veiligheidsredenen geen lithiumbatterijen van het type AA/R6.
Bij het gebruik van niet-alkaline AA-/R6-batterijen is er mogelijk geen
volledig contact tussen de batterijen en het apparaat, vanwege de
onregelmatige vorm van de contactpunten van de batterij.
15
De bedieningsunit aan de camera bevestigen
1
Bevestig de bedieningsunit.
Schuif de bevestigingsvoet van de
bedieningsunit helemaal op de
accessoireschoen van de camera.
2
Zet de bedieningsunit vast.
Schuif de borgknop van de
bevestigingsvoet naar rechts.
X Als u een klik hoort, is de voet
vergrendeld.
3
Verwijder de bedieningsunit.
Druk op de ontgrendelingsknop,
schuif de borgknop naar links en
verwijder de bedieningsunit van de
camera.
De bedieningsunit aan de camera bevestigen
Houd er rekening mee dat de batterijen heet kunnen worden als u
batterijen verwisselt nadat u continu hebt geflitst.
Er moeten batterijen in de flitser zitten, zelfs wanneer een externe
voeding (p. 68) wordt gebruikt.
Vervang de batterijen door nieuwe als <!> wordt weergegeven of de
weergave op het LCD-scherm uitgeschakeld wordt tijdens het opladen.
Gebruik vier nieuwe batterijen van hetzelfde merk. Vervang de vier
batterijen altijd gelijktijdig.
U kunt ook Ni-MH-batterijen van het type AA/HR6 gebruiken.
Schakel de MR-14EX II altijd uit voordat u deze bevestigt of verwijdert.
16
Bevestig de flitser aan de voorkant van het macro-objectief.
Bevestig de flitser aan de
voorkant van het objectief terwijl
u de ontgrendelingsknop
ingedrukt houdt.
Zorg dat de flitser stevig vastzit.
Wanneer u de flitser wilt draaien,
drukt u de ontgrendelingsknop een
stukje in terwijl u de flitser draait.
Verwijder de flitser terwijl u de
ontgrendelingsknop ingedrukt houdt.
Bevestig de bijgeleverde objectiefdop op de flitser wanneer u deze niet
gebruikt om het objectief te beschermen.
Er kan ook een filter met een
diameter van 67 mm op de flitser
worden bevestigd (p. 17).
De flitser aan het objectief bevestigen
De objectiefdop bevestigen
Bevestig de flitser altijd aan het objectief wanneer u fotografeert.
Wanneer u fotografeert terwijl u de flitser in uw hand houdt, kan dit
oppervlakkige brandwonden veroorzaken.
Raak de flitser of de batterijen niet aan direct nadat u continu geflitst hebt
of de modelflits hebt gebruikt (p. 23). Als u ze aanraakt, kan dit tot
brandwonden leiden. Zorg dat de flitser afgekoeld is voordat u de flitser
verwijdert of batterijen vervangt.
Wanneer u de volgende objectieven gebruikt, bevestigt u de Macrolite
Adapter (los verkocht) aan de voorkant van het objectief
(filterschroefdraadbevestiging) en bevestigt u vervolgens de flitser.
EF100mm f/2.8L Macro IS USM: Macrolite Adapter 67
EF180mm f/3.5L Macro USM: Macrolite Adapter 72C
17
De flitser aan het objectief bevestigen
Tijdens flitsfotografie kan een in de
handel verkrijgbaar filter worden gebruikt.
Er kan een filter worden bevestigd
volgens de twee hieronder beschreven
procedures. Filters kunnen niet bij alle
macro-objectieven worden gebruikt.
(1) Bevestig een filter van 67 mm op de voorkant van de flitser (zie de
bovenstaande afbeelding).
(2) Bevestig de flitser aan het objectief terwijl het filter aan de voorkant
van het objectief (de schroefdraad) bevestigd is.
*1:
Het objectief kan niet met een filter worden gebruikt, aangezien scherpstelling wordt
onderbroken door een bevestigd filter dat de voorkant van het objectief raakt. Ook kan
het filter beschadigd worden of kan er een storing van de lens veroorzaakt worden.
*2:
Bevestig een filter voorop het objectief, voordat u de Macrolite Adapter (p. 16)
aanbrengt voorop het filter. Als de voorkant van het filter niet voorzien is van
passend schroefdraad, kunt u de flitser niet bevestigen omdat de Macrolite
Adapter dan niet kan worden aangebracht. Houd er rekening mee dat bij
aanbrengen van een flitser nadat er een filter en de Macrolite Adapter voorop het
objectief zijn bevestigd, de randen van de foto iets donkerder kunnen uitvallen.
Als u een speciale kap wilt gebruiken met de MP-E65mm f/2.8 1-5x
Macro Photo (afzonderlijk verkrijgbaar), bevestigt u de flitser nadat u
de kap op het objectief hebt bevestigd.
U kunt geen kap bevestigen wanneer u een ander macro-objectief
gebruikt.
Gebruik van een filter
Macro-objectief
Filtercompatibiliteit
(1) (2)
EF50mm f/2.5 Compact Macro Niet bruikbaar*
1
Bruikbaar
EF100mm f/2.8 Macro
Bruikbaar
EF100mm f/2.8 Macro USM Niet bruikbaar
EF100mm f/2.8L Macro IS USM
Voorwaardelijk
bruikbaar*
2
EF180mm f/3.5L Macro USM
EF-S60mm f/2.8 Macro USM Bruikbaar
MP-E65mm f/2.8 1-5x Macro Photo Niet bruikbaar
Gebruik van een kap
18
1
Zet de hoofdschakelaar in de
stand <K>.
X
Het opladen van de flitser wordt gestart.
X Tijdens het opladen wordt <G>
op het LCD-paneel weergegeven.
Wanneer het opladen van de flitser
voltooid is, verdwijnt deze indicatie.
2
Controleer of de flitser gereed is
voor gebruik.
De status van het gereed-lampje
verandert van uit naar groen (snelle
flits klaar) naar rood (volledig
opgeladen).
Druk op de testflitsknop (gereed-
lampje) om een testflits af te vuren.
Met de snelle flitsfunctie kunt u flitsen als het gereed-lampje groen
brandt (voordat de flitser helemaal is opgeladen). Het is beschikbaar
wanneer de transportmodus van de camera op één opname wordt
ingesteld. Het flitsvermogen zal ongeveer 1/2 tot en met 1/5 van het
volledige vermogen zijn, maar is effectief voor opnamen met een korter
flitsinterval.
Denk eraan dat u de snelle flitsfunctie niet kunt gebruiken bij
continuopnamen, FEB, handmatig flitsen of als flitsfotografie met
meerdere draadloze flitsers is ingesteld.
Om energie te besparen, gaat de flitser automatisch uit als deze
ongeveer 90 seconden niet is gebruikt. U schakelt de MR-14EX II weer
in door de ontspanknop van de camera half in te drukken of de
testflitsknop (gereed-lampje) in te drukken.
De flitser inschakelen
Snelle flits
Automatische uitschakeling
De snelle flitsfunctie kan niet worden gebruikt als de flitsmodus is
ingesteld op <b>.
U kunt niet testflitsen als de timer 3/1/4/7/2 van de camera
is geactiveerd.
19
De flitser inschakelen
Wanneer de aan/uit-schakelaar is ingesteld op <a>, kunt u de
flitsknoppen en -wieltjes uitschakelen. Deze functie is effectief wanneer
u wilt voorkomen dat de flitsfunctie-instellingen per ongeluk worden
gewijzigd nadat u ze hebt ingesteld.
Als u een knop of wieltje bedient, wordt <LOCKED> weergegeven op
het LCD-paneel. (De functies die boven functieknop 1 tot en met 4 zijn
weergegeven, zoals <=> en <@>, worden niet weergegeven.)
Wanneer een knop of wieltje wordt bediend, wordt het LCD-paneel
12 seconden verlicht. Als u deze bedient terwijl het LCD-paneel verlicht
is, wordt de duur van de verlichting verlengd.
De blokkeerfunctie
Verlichting LCD-paneel
De flitsinstellingen blijven van kracht, zelfs nadat de flitser is
uitgeschakeld. Om de instellingen te behouden wanneer u de batterijen
vervangt, moet u de batterijen vervangen binnen 1 minuut nadat u de
aan/uit-schakelaar op uit hebt gezet en de batterijen hebt verwijderd.
Wanneer de temperatuur van de flitser is gestegen als gevolg van
continu flitsen, kan de tijd totdat de flitser automatisch wordt
uitgeschakeld, langer worden.
U kunt testflitsen of het focuslampje in-/uitschakelen terwijl de aan/uit-
schakelaar is ingesteld op de positie <a>. Ook wordt wanneer een
knop of een wieltje wordt bediend, het LCD-paneel verlicht.
U kunt de snelle flits laten afgaan tijdens continuopnamen (C.Fn-06/
p. 62).
U kunt de functie voor automatische uitschakeling uitschakelen (C.Fn-01/
p. 61).
U kunt selecteren welke oplaadmethode moet worden gebruikt wanneer
een externe voeding wordt gebruikt (C.Fn-12/p. 63).
U kunt de instelling van de verlichting van het LCD-paneel wijzigen
(C.Fn-22/p. 64).
U kunt de kleur van de verlichting van het LCD-paneel wijzigen (P.Fn-03/
p. 65).
20
Wanneer u de opnamemethode van de camera instelt op <d>
(Program AE) of een volledig automatische methode, kunt u in de
volledig automatische flitsmodus E-TTL II/E-TTL fotograferen.
1
Stel de flitsmodus in op <a>.
Druk op de knop <E> en zet
deze op <a>.
Controleer of <M> niet wordt
weergegeven.
2
Stel scherp op het onderwerp.
Druk de ontspanknop half in om
scherp te stellen.
X De sluitertijd en het diafragma
worden in de zoeker weergegeven.
Controleer of in de zoeker <Q>
brandt.
3
Maak de foto.
Als u de ontspanknop helemaal
indrukt, flitst het apparaat en wordt de
foto gemaakt.
X Bij een standaardflitsbelichting brandt
het bevestigingslampje voor de
flitsbelichting 3 seconden.
Volledig automatisch flitsen
Zelfs wanneer de flitser is aangesloten op een camera die het E-TTL II-
autoflashsysteem ondersteunt, wordt <a> op het LCD-paneel
weergegeven.
Als het bevestigingslampje voor de flitsbelichting niet gaat branden of als
het onderwerp donker (onderbelicht) is als u het beeld op het LCD-
paneel van de camera bekijkt, moet u dichter naar het onderwerp gaan
en nog een opname maken. U kunt bij gebruik van een digitale camera
ook een hogere ISO-snelheid instellen.
Met “volledig automatische methode” worden de opnamemethoden
<A>, <1> en <C> bedoeld.
21
Stel gewoon de opnamemethode van de camera in op <f> (AE-
diafragmakeuze) of <a> (handmatig) en u kunt geavanceerde
macroflitsfotografie met E-TTL II-/E-TTL-autoflash gebruiken.
Wanneer de sluitertijd handmatig wordt ingesteld met de opnamemethode
ingesteld op <s> (AE-sluitertijdvoorkeuze), wordt het diafragma automatisch
ingesteld. Dit is echter niet aan te bevelen, aangezien het diafragma niet
handmatig kan worden ingesteld.
Als u de opnamemethode <Z> of <Y> gebruikt, is het resultaat hetzelfde
als bij gebruik van <d> (Program AE).
1/X sec. is de maximale flitssynchronisatiesnelheid van de camera.
Gebruik van E-TTL II- en E-TTL-Autoflash per opnamemethode
f
U kunt flitsfotografie gebruiken met een standaardbelichting van zowel
het hoofdonderwerp als de achtergrond, rekening houdend met
scherptediepte.
Selecteer deze methode als u het diafragma handmatig wilt instellen.
Vervolgens kiest de camera automatisch bij dit diafragma de juiste
sluitertijd voor een standaardbelichting van het onderwerp. Als de
scène donker is, wordt een lange synchronisatietijd gebruikt om zowel
het hoofdonderwerp als de achtergrond standaard te belichten. De
flitser zorgt voor een standaardbelichting van het onderwerp, terwijl de
lange sluitertijd zorgt voor een standaardbelichting van de
achtergrond.
Omdat een lange sluitertijd wordt gebruikt bij opnamen wanneer
weinig licht beschikbaar is, adviseren wij u een statief te gebruiken.
Als de sluitertijdindicator knippert, betekent dit dat de achtergrond
onderbelicht of overbelicht zal zijn. Pas het diafragma aan tot de
sluitertijdindicator stopt met knipperen.
a
Selecteer deze methode als u zowel de sluitertijd als het diafragma
handmatig wilt instellen.
De flitser zorgt voor standaardbelichting van het onderwerp. De
belichting van de achtergrond wordt verkregen met de combinatie van
sluitertijd en diafragma die u instelt.
Flitssynchronisatiesnelheden en diafragma’s
Sluitertijd Diafragma
d
Automatisch ingesteld (1/X sec. t/m 1/60 sec.)
Automatisch ingesteld
f Automatisch ingesteld (1/X sec. t/m 30 sec.) Handmatig ingesteld
a
Handmatig ingesteld (1/X sec. t/m 30 sec., Bulb)
Handmatig ingesteld
22
Gebruik van E-TTL II- en E-TTL-Autoflash per opnamemethode
Druk op de knop <d> om het
focuslampje 20 sec. te laten branden,
zodat u gemakkelijker kunt
scherpstellen. Druk opnieuw op de knop
om het lampje uit te schakelen.
Het focuslampje gaat automatisch uit
wanneer u de ontspanknop op de
camera volledig indrukt.
Focuslampje
Wanneer u van te dichtbij naar het scherpstellampje kijkt, kan dit tot
oogbeschadiging leiden.
Als u fotografeert wanneer het scherpstellampje brandt, kan
onderbelichting optreden. Stel indien nodig de belichtingscompensatie of
de flitsbelichtingscompensatie in.
Onder omstandigheden waarin niet wordt geflitst, zoals wanneer de flitser
uitstaat of tijdens het filmen, gaat het scherpstellampje niet automatisch
uit, zelfs niet als u de ontspanknop volledig indrukt.
U kunt de verlichtingsmethode van het focuslampje wijzigen
(C.Fn-18/p. 64).
U kunt de helderheid van het focuslampje wijzigen (P.Fn-01/p. 65).
23
Gebruik van E-TTL II- en E-TTL-Autoflash per opnamemethode
Als op de knop voor het controleren van de scherptediepte op de
camera wordt gedrukt, wordt er 1 seconde continu geflitst. Deze functie
wordt “modelflits” genoemd. Deze functie is effectief voor het bekijken
van de schaduweffecten op het onderwerp en de lichtbalans. De
modelflits kan ook worden gebruikt tijdens het draadloos flitsen met
meerdere flitsers (p. 44).
Met deze functie beschikt u over een optimale witbalans tijdens
flitsopnamen, omdat de kleurtemperatuurgegevens tijdens het flitsen
naar de EOS DIGITAL camera worden verzonden. Als u de witbalans
van de camera instelt op <A> of <Q>, wordt de functie automatisch
ingeschakeld.
Zie de specificaties in de instructiehandleiding van de camera om na te
gaan of deze compatibel is met deze functie.
ModelflitsN
Kleurtemperatuurgegevens doorzenden
Flits nooit meer dan 20 keer continu met de modelflits om verslechtering
en beschadiging van de flitser als gevolg van oververhitting te
voorkomen. Laat de flitser na 20 keer continu flitsen minstens 10 minuten
afkoelen.
Wanneer u met de modelflits meer dan 20 maal achter elkaar flitst, kan
de veiligheidsfunctie worden geactiveerd en wordt de flitser geblokkeerd.
Laat in dit geval de flitser minstens 10 minuten afkoelen.
Tijdens Live View-opnamen is het niet mogelijk om de modelflits (door de
camera te bedienen) te activeren.
De modelflits (door de camera te bedienen) wordt uitgeschakeld wanneer
u de flitser gebruikt met de EOS M2, EOS M, EOS Elan II/Elan II E/50/
50E, EOS REBEL K2/3000V, EOS REBEL XS N/REBEL G II/3000N/66,
EOS REBEL 2000/300, EOS REBEL G/500N, EOS IX of EOS IX Lite/IX
7. Stel C.Fn-02 in op 1 of 2 (p. 61) en flits met de modelflits door op de
testflitsknop te drukken.
U kunt de modelflits activeren met de testflitsknop (C.Fn-02/p. 61).
25
U kunt de flitsverhouding van de flitsbuizen A en B aanpassen of
slechts één flitsbuis gebruiken. Hiermee creëert u schaduwen op het
onderwerp en een plastisch effect. U kunt de flitsverhouding als volgt in
1/2-stopwaarden instellen: 8:1 tot 1:1 tot 1:8 (13 instellingen).
1
Stel in op <l>.
Druk op de knop <,> om
<%> en <l> weer
te geven.
2
Druk op de knop <F>
Druk op functieknop 3 <F>.
X De flitsverhouding wordt
geselecteerd.
3
Stel de flitsverhouding in.
Draai <9> om de flitsverhouding
A:B in te stellen en druk vervolgens
op <8>.
l De flitsverhouding instellenN
Flitsen met de flitsverhouding A:B ingesteld
A:B = 4:1
Alleen flitsbuis B
26
l De flitsverhouding instellenN
Stel <4> of <5> in.
Druk op de knop <,> om
<_> en <4> of
<_> en <5> weer
te geven.
Aan één kant flitsen
Alleen
flitsbuis B
Alleen
flitsbuis A
Flitsverhoudingsregeling is niet beschikbaar op de hieronder genoemde
modellen. Beide kanten flitsen op hetzelfde flitsvermogen of er wordt aan
één kant geflitst.
EOS Elan II/Elan II E/50/50E, EOS REBEL XS N/REBEL G II/3000N/66,
EOS REBEL 2000/300, EOS REBEL G/500N, EOS IX, EOS IX Lite/IX 7
De flitsverhouding van 8:1 tot 1:1 tot 1:8 is equivalent aan 3:1 tot 1:1 tot
1:3 (in stappen van 1/2 stop) wanneer deze naar het aantal f-stops wordt
omgezet.
De details van de flitsverhoudingsinstellingen zijn als volgt.
Wanneer <l>, <4> of <5> niet wordt weergegeven,
flitsen flitsbuizen A en B op hetzelfde flitsvermogen.
Zie wanneer het flitsprogramma is ingesteld op <a>, pagina 32-34.
27
Op dezelfde manier als u de normale belichtingscompensatie instelt, stelt u
ook de flitsbelichtingscompensatie in. De flitsbelichtingscompensatiewaarde
kan worden ingesteld tot maximaal ±3 stops in stappen van 1/3 stop.
1
Druk op de knop <@> of
<8>.
Druk op functieknop 2 <@> of
<8>.
X <f> wordt weergegeven en de
flitsbelichtingscompensatiewaarde
wordt geselecteerd.
2
Stel de waarde voor de
flitsbelichtingscompensatie in.
Draai <9> om de waarde voor de
flitsbelichtingscompensatie in te
stellen en druk vervolgens op <8>.
X
De flitsbelichtingscompensatiewaarde
is ingesteld.
“0.3” betekent stops van 1/3 en “0.7”
betekent stops van 2/3.
Om de flitsbelichtingscompensatie te
annuleren, zet u de
compensatiewaarde terug op “±0”.
f FlitsbelichtingscompensatieN
Over het algemeen kiest u voor lichte onderwerpen een verhoogde
belichtingscompensatie en voor donkere onderwerpen een verlaagde
belichtingscompensatie.
Als de belichtingscompensatie van de camera is ingesteld in stappen van 1/2 stop,
is de flitsbelichtingscompensatie maximaal ±3 stops in stappen van 1/2 stop.
Wanneer de flitsbelichtingscompensatie zowel op de flitser als op de
camera wordt ingesteld, krijgt de instelling op de flitser voorrang.
De flitsbelichtingscompensatiewaarde kan rechtstreeks worden ingesteld met
<
9
> zonder op functieknop 2 <
@
> of <
8
> te drukken (C.Fn-13/p. 63).
28
U kunt drie opnamen maken waarbij het flitsvermogen automatisch
wordt gewijzigd. Dit wordt “FEB (Flash Exposure Bracketing)”
genoemd. Het instelbereik is ±3 stops in stappen van 1/3 stop.
1
Druk op de knop <E>.
Druk op functieknop 3 <E>.
X <g> wordt weergegeven.
2
Stel het FEB-niveau in.
Draai <9> om het FEB-niveau in te
stellen en druk vervolgens op <8>.
X Het FEB-niveau wordt ingesteld.
“0.3” betekent stops van 1/3 en “0.7”
betekent stops van 2/3.
Wanneer u FEB-opnamen samen met
flitsbelichtingscompensatie gebruikt,
wordt het uitgevoerd op basis van de
flitsbelichtingscompensatiewaarde.
Wanneer het FEB-bereik groter is dan
±3 stops, wordt aan het eind van het
flitsbelichtingsniveau <
I
> of <
J
>
weergegeven.
g FEBN
Nadat de drie opnamen zijn gemaakt, wordt FEB automatisch geannuleerd.
Voordat u gaat fotograferen met FEB, verdient het aanbeveling om de transportmodus van de
camera in te stellen op één opname en voor elke opname te controleren of de flitser is opgeladen.
U kunt FEB in combinatie met flitsbelichtingscompensatie of
flitsbelichtingsvergrendeling gebruiken.
Als de belichtingscompensatie van de camera is ingesteld op stappen van 1/2
stop, is de flitsbelichtingscompensatie maximaal ±3 stops in stappen van 1/2 stop.
U kunt instellen dat FEB ingeschakeld blijft na het maken van de drie
opnamen (C.Fn-03/p. 61).
U kunt de FEB-opnamevolgorde wijzigen (C.Fn-04/p. 62).
29
Met FE-vergrendeling (FE = Flash Exposure, flitsbelichting) wordt de
flitsbelichting die voor een deel van de foto juist is, vastgezet.
Terwijl <a> op het LCD-paneel wordt weergegeven, drukt u op de
knop <
B> van de camera. Voor camera’s zonder een knop
<B> drukt u op de knop <A> (AE-vergrendeling) of <7>.
1
Stel scherp op het onderwerp.
2
Druk op de knop <B>. (8)
Zorg ervoor dat het onderwerp zich
midden in de zoeker bevindt en druk
op de knop <B>.
X De MR-14EX II geeft een voorflits en
in het geheugen wordt het vereiste
flitsvermogen voor het onderwerp
opgeslagen.
X Gedurende 0,5 seconde ziet u “FEL
in de zoeker.
Telkens wanneer u op de knop
<B> drukt, ziet u een voorflits en
wordt een nieuw flitsvermogen dat op
dat moment nodig is, in het geheugen
opgeslagen.
7: FlitsbelichtingsvergrendelingN
Als er geen juiste belichting kan worden verkregen wanneer u een
flitsbelichtingsvergrendeling probeert te maken, knippert <Q> in de
zoeker. Verklein de afstand tot het onderwerp, open het diafragma en
voer opnieuw de flitsbelichtingsvergrendeling uit. U kunt bij gebruik van
een digitale camera ook een hogere ISO-snelheid instellen en daarna de
FE-vergrendeling opnieuw uitvoeren.
Als het gewenste onderwerp te klein is in de zoeker, is de FE-
vergrendeling wellicht niet erg effectief.
30
Met high-speed synchronisatie wordt de flitser met alle sluitertijden
gesynchroniseerd. Dit is handig wanneer u wilt fotograferen in het
programma AE-diafragmavoorkeuze (f) (open diafragma) met
achtergrondonscherpte.
Geef <c> weer.
Druk op functieknop 4 <Y> om
<c> weer te geven.
Controleer of in de zoeker <F>
brandt.
c High-speed synchronisatieN
Bij high-speed synchronisatie geldt: hoe korter de sluitertijd, hoe lager het
richtgetal.
Als de ingestelde sluitertijd langer is dan de maximale
flitssynchronisatiesnelheid, wordt in de zoeker geen <F> weergegeven.
Druk op functieknop 4 <Y> om <c> uit te schakelen en naar
normaal flitsen terug te keren.
31
Door opnamen te maken met een lange sluitertijd en tweede-gordijn-
synchronisatie kunt u het spoor van de lichtbron van een bewegend
onderwerp op natuurlijke wijze vastleggen. De flitser flitst vlak voordat
de belichting wordt voltooid (bij het dichtgaan van de sluiter).
Geef <r> weer.
Druk op functieknop 4 <Y> om
<r> weer te geven.
r
Synchronisatie op het tweede gordijn
N
Tweede-gordijnsynchronisatie werkt goed wanneer de opnamemethode
van de camera is ingesteld op <F> (bulb-opnamen).
Druk om terug te keren naar normale flitsfotografie op functieknop 4
<Y> om <r> uit te schakelen.
Wanneer de flitsmodus is ingesteld op <a>, flitst de flitser twee
keer. De eerste flits is een voorflits om het flitsvermogen vast te stellen.
Het is geen storing.
Tweede-gordijnsynchronisatie is uitgeschakeld tijdens draadloze
flitsfotografie met meerdere flitsers (p. 44).
32
U kunt het flitsvermogen instellen in stappen van 1/3 stop, van 1/1 tot
1/128 van het totale vermogen. U kunt op een van de volgende drie
manieren flitsen: flitsbuizen A en B flitsen op hetzelfde vermogen, A en
B flitsen op verschillend vermogen, of alleen A of alleen B flitst.
We raden u aan de opnamemethode van de camera in te stellen op
<f> of <a>. Maak eerst een testopname om de belichting te
controleren.
1
Stel het flitsmodus in op <q>.
Druk op de knop <E> en stel in
op <q>.
2
Schakel <,> uit.
Druk op de knop <,> om
<,> uit te schakelen.
3
Stel het flitsvermogen in.
Druk op functieknop 2 <@> of
<8>.
X Het flitsvermogen wordt
geselecteerd.
Draai <9> om het flitsvermogen in
te stellen en druk vervolgens op
<8>.
q: Handmatig flitsenN
Flitsbuizen A en B op hetzelfde flitsvermogen laten flitsen
Als u high-speed synchronisatie hebt ingesteld, is het instelbereik 1/1 -
1/64.
Het richtgetal verschilt wanneer van twee kanten of van één kant wordt
geflitst, zelfs als de flitsvermogensinstellingen hetzelfde zijn (p. 75).
U kunt het flitsvermogen rechtstreeks instellen door <9> te draaien in
plaats van op functie knop 2 <@> of <8> te drukken (C.Fn-13/p. 63).
33
q: Handmatig flitsenN
1
Stel <4> en <5> in.
Druk op de knop <,> om
<%>, <4>, en
5 weer te geven.
2
Selecteer een flitser.
Druk op functieknop 3 <F> of
<8> en draai <9> om flitser A of
B te selecteren.
3
Stel het flitsvermogen in.
Druk op functieknop 3 <1> of
<8>.
Draai <9> om het flitsvermogen in
te stellen en druk vervolgens op
<8>.
Herhaal stap 2 en 3 om het
flitsvermogen voor flitsbuizen A en B
in te stellen.
Flitsbuizen A en B op een ander flitsvermogen laten flitsen
34
q: Handmatig flitsenN
1
Stel <4> of <5> in.
Druk op de knop <,> om
<_> en <4> of
<_> en <5> weer
te geven.
2
Stel het flitsvermogen in.
Druk op functieknop 3 <@> of
<8>.
Draai <9> om het flitsvermogen in
te stellen en druk vervolgens op
<8>.
Aan één kant flitsen
Alleen
flitsbuis B
Alleen
flitsbuis A
35
q: Handmatig flitsenN
Wanneer u een EOS-1D camera gebruikt, kan het flitsbelichtingsniveau
handmatig worden ingesteld voordat u opnamen maakt. Dit is handig
voor het maken van opnamen op korte afstand van het onderwerp.
Gebruik een 18% grijze reflector (in de handel verkrijgbaar) en maak als
volgt opnamen.
1
Configureer de camera en de instellingen van de MR-14EX II.
Stel de opnamemethode van de camera in op <a> of <f>.
Stel de flitsmodus van de MR-14EX II in op <a>.
2 Stel scherp op het onderwerp.
Stel handmatig scherp.
3 Plaats een grijsreflector van 18% grijs.
Plaats de grijsreflector op de positie van het onderwerp.
Richt de camera zo dat de volledige puntmeetcirkel in het midden
van de zoeker over de grijsreflector ligt.
4 Druk op de knop <B>, <P> of <7>. (8)
X De MR-14EX II geeft een voorflits en in het geheugen wordt het
vereiste flitsvermogen voor de juiste flitsbelichting opgeslagen.
X
Rechts in de zoeker geeft de belichtingsniveau-indicator het
flitsbelichtingsniveau vergeleken met de standaardbelichting weer.
5 Stel het flitsbelichtingsniveau in.
Pas het handmatige flitsniveau van de MR-14EX II en
het diafragma zo aan dat het flitsbelichtingsniveau
wordt afgestemd op de standaardbelichtingsindex.
6 Maak de foto.
Haal de grijsreflector weg en maak de foto.
Handmatig de flitsbelichting instellen na meting
Handmatig de flitsbelichting instellen na meting is alleen beschikbaar op
EOS-1D camera’s.
36
U kunt de instellingen van de MR-14EX II-opnamefuncties en de
instellingen voor draadloze flitsfotografie met meerdere flitsers
terugzetten op de standaardwaarden.
Druk 2 seconden of langer
tegelijkertijd op functieknop 2 en
3.
X De MR-14EX II-instellingen worden
gewist en de instellingen keren terug
naar normale fotografie en het
flitsprogramma <a>.
MR-14EX II-instellingen wissenN
Zelfs als de instellingen zijn gewist, worden het transmissiekanaal tijdens
draadloze flitsfotografie met meerdere flitsers en de instellingen voor de
gebruikersfuncties en de persoonlijke functies (p. 58) niet geannuleerd.
37
2
Flitsfuncties instellen met de
bediening van de camera
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de flitsfuncties
instelt vanaf het menuscherm van de camera.
Wanneer de opnamemodus van de camera op een volledig
automatische modus of op een beeldzonemethode is ingesteld,
zijn de functies in dit hoofdstuk niet beschikbaar. Stel de
opnamemodus van de camera in op d/s/f/a/F (creatieve
modi).
38
Wanneer u EOS DIGITAL camera’s gebruikt die sinds 2007 op de markt
zijn verschenen, kunt u flitsfuncties of gebruikersfuncties instellen via
het menuscherm van de camera.
Zie voor bediening van de camera de instructiehandleiding van de
camera.
1
Selecteer [Externe Speedlite
besturing].
Selecteer [Externe Speedlite
besturing] of [Flitsbesturing].
2
Selecteer [Flits functie
instellingen].
Selecteer [Flits functie instellingen]
of [Func.inst. externe flitser].
X Het scherm voor instelling wordt
weergegeven.
3
Stel de functie in.
Het scherm voor instelling en de
weergegeven onderdelen variëren,
afhankelijk van de camera.
Selecteer een onderdeel en stel de
functie in.
Flitseraansturing via het menuscherm van de camera
Flitsfuncties instellen
Voorbeeld 1
Voorbeeld 2
39
Flitseraansturing via het menuscherm van de camera
De belangrijkste instelbare functies op het scherm [Flitsfunctie-
instellingen] of [Func.inst. externe flitser] van de camera zijn als
volgt. De beschikbare instellingen variëren per gebruikte camera,
flitsprogramma enzovoort. Zie de volgende pagina voor details.
Digitale EOS-camera’s die sinds de tweede helft van 2014 op de
markt zijn verschenen
U kunt alle functies instellen via het instelscherm voor de flitsfuncties
van de camera.
Digitale EOS-camera’s die vóór de eerste helft van 2014 op de
markt zijn verschenen
U kunt “flitsverhoudingsregeling” of “fotograferen met meerdere
draadloze flitsers” niet instellen met de instelling C.Fn-15-0 vanuit het
instelscherm voor de flitsfuncties van de camera. Stel deze functies op
de MR-14EX II in.
Zie pagina 42 voor details over beperkingen (functies die niet ingesteld kunnen
worden). U kunt echter wel andere functies vanaf het scherm instellen.
Instellingen die beschikbaar zijn in het scherm Flitsfunctie-instellingen
Flitsen Inschakelen / Uitschakelen
E-TTL II-flitslichtmeting
Evaluatief / Gemiddeld
Flitssync.snelheid AV-modus
Flitsmodus E-TTL II (autoflash) / Manual flash
Sluitersynchronisatie 1e-gordijn / 2e-gordijn / Hi-speed
Flitsbelichtingscompensatie
FEB
(Flitser)instellingen wissen
Wanneer de flitsbelichtingscompensatie op de flitser ingesteld is, kan de
flitsbelichtingscompensatie niet vanaf de camera uitgevoerd worden. Als u
beide tegelijkertijd instelt, krijgt de instelling op de flitser voorrang.
[Flitsen] en [E-TTL II meting] worden weergegeven in stap 2 of stap 3 op
de vorige pagina (dit verschilt per camera).
Wanneer [Flitssync.snelheid AV-modus] niet wordt weergegeven, kan
dit worden ingesteld met de gebruikersfunctie van de camera.
40
Flitseraansturing via het menuscherm van de camera
Flitsen
Stel om te flitsen deze optie in op [Inschakelen].
E-TTL II-flitslichtmeting
Stel deze optie voor een normale belichting in op [Evaluatief]. Als
[Gemiddeld] wordt ingesteld, wordt het gemiddelde genomen voor
de flitsbelichting voor de volledige gemeten scène per camera.
Flitsbelichtingscompensatie kan nodig zijn, afhankelijk van de
scène. Deze instelling is voor gevorderde gebruikers.
Flitssync.snelheid AV-modus
U kunt de flitssynchronisatiesnelheid instellen als u opnamen maakt
in de modus AE-diafragmavoorkeuze (Av).
Flitsmodus
U kunt [E-TTL II] of [Manual flash] selecteren, afhankelijk van uw
fotografiedoel.
Sluitersynchronisatie
U kunt de timing/methode voor het afgaan van de flitser kiezen uit
[1e-gordijn], [2e-gordijn] en [Hogesnelheidssynchronisatie]. Stel
de flitser om normaal te flitsen in op [1e-gordijn].
Flitsbelichtingscompensatie
Op dezelfde manier als u de normale belichtingscompensatie instelt,
stelt u ook de flitsbelichtingscompensatie in. De
flitsbelichtingscompensatiewaarde kan worden ingesteld tot
maximaal ±3 stops in stappen van 1/3 stop.
FEB
U kunt drie opnamen maken met automatisch een verschillend
flitsvermogen. Het instelbare bereik is maximaal ±3 stops in stappen
van 1/3 stop.
(Flitser)instellingen wissen
U kunt de instellingen voor flitsers terugzetten op de
standaardinstellingen.
41
Flitseraansturing via het menuscherm van de camera
U kunt gebruikersfuncties voor flitsers vanuit het menuscherm van de
camera instellen. De weergegeven details variëren, afhankelijk van de
camera. Als C.Fn-22 niet wordt weergegeven, stelt u deze functie op de
flitser in. Zie voor de gebruikersfuncties pagina 61-64.
1
Selecteer [Flitser C.Fn
instellingen].
Selecteer [Flitser C.Fn instellingen]
of [C.Fn-inst. externe flitser].
X Het scherm met instellingen voor de
gebruikersfuncties van de flitser wordt
weergegeven.
2
Stel de gebruikersfunctie in.
Selecteer het nummer van de
gebruikersfunctie en stel de functie in.
Als u alle ingestelde
gebruikersfuncties wilt wissen,
selecteert u [Wis alle Speedlite
C.Fn’s] of [Wis C.Fn’s externe
flitser] in stap 1.
Gebruikersfuncties voor de flitser instellen
Wanneer u een camera gebruikt die in 2011 of eerder op de markt is
verschenen, of EOS REBEL T5/1200D, worden de instellingen van C.Fn-
22 niet gewist, zelfs niet als [Wis alle Speedlite C.Fn’s] of [Wis C.Fn’s
externe flitser] is geselecteerd. Wanneer u de procedure “Alle
gebruikersfuncties/persoonlijke functies wissen” op pagina 60 uitvoert,
worden alle gebruikersfuncties gewist.
U kunt geen persoonlijke functies (P.Fn/p. 65) instellen of wissen vanuit
het menuscherm van de camera. Stel deze op de flitser in.
42
Flitseraansturing via het menuscherm van de camera
Als de MR-14EX II wordt gebruikt in combinatie met een digitale
EOS-camera die vóór de eerste helft van 2014 op de markt is
verschenen, kunt u sommige functies in de volgende tabellen niet
instellen vanuit het instelscherm voor de flitsfuncties van de camera
(p. 38).
Stel de functie in een dergelijk geval op de MR-14EX II in.
Wanneer de gebruikersfunctie C.Fn-15-0 is ingesteld
E-TTL-autoflash
Handmatig flitsen
Wanneer de gebruikersfunctie C.Fn-15-1 is ingesteld
Alle functies, zoals het draadloos flitsen met meerdere flitsers,
kunnen worden ingesteld op het scherm met flitsfunctie-instellingen.
Functies die niet kunnen worden ingesteld vanaf het
scherm Flitsfunctie-instellingen
Functies die niet vanaf de camera kunnen worden
ingesteld
Bediening op
MR-14EX II
Flitsverhouding A:B (bediening)
Pagina 25
Draadloos flitsen met meerdere flitsers
• Transmissiekanaal
• Flitsverhouding A:B (bediening)
• De waarde voor de flitsbelichtingscompensatie
voor slave C
Pagina’s 48-50
Functies die niet vanaf de camera kunnen worden
ingesteld
Bediening op
MR-14EX II
Flitsvermogen voor flitsbuis B wanneer buizen A en B flitsen
Pagina 33
Draadloos flitsen met meerdere flitsers
• Transmissiekanaal
• Het flitsvermogen voor flitsbuis B
• Het flitsvermogen voor slave C
Pagina’s 48, 55-56
Aan één kant flitsen (p. 26) is niet mogelijk wanneer C.Fn-15-1 is ingesteld,
aangezien C.Fn-15-1 een instelling is voor draadloos flitsen met meerdere
flitsers.
Zie voor gebruikersfunctie C.Fn-15 (Macro: wireless besturing) pagina 63.
43
3
Draadloos flitsen met
meerdere flitsers
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de draadloze
flitsfotografie met meerdere flitsers uitvoert door
optische transmissie te gebruiken met een Speedlite
van de EX-serie (afzonderlijk verkrijgbaar) uitgerust met
de draadloze slavefunctie.
Zie voor de accessoires die u nodig hebt voor flitsfotografie
met meerdere draadloze flitsers, het systeemoverzicht op
pagina 68.
Wanneer de opnamemodus van de camera op een volledig
automatische modus of op een beeldzonemodus is ingesteld, zijn
de functies in dit hoofdstuk niet beschikbaar. Stel de
opnamemodus van de camera in op d/s/f/a/F (creatieve
modi).
De MR-14EX II die aan de camera is bevestigd, wordt “master”
genoemd en de Speedlite (externe flitser) die draadloos bestuurd
wordt, wordt “slave” genoemd.
44
Met een Speedlite van de EX-serie uitgerust met de draadloze slavefunctie via
optische transmissie kunt u gemakkelijk fotograferen met meerdere draadloze
flitsers.
Het systeem is zo ontworpen dat de instellingen van de MR-14EX II (master) die
op de camera is bevestigd, automatisch op de slaveflitser worden toegepast.
Daarom hoeft u de slave-unit niet te bedienen tijdens het fotograferen. Vervolgens
kunt u met meerdere draadloze flitsers fotograferen, waarbij u E-TTL II-/E-TTL-
autoflash gebruikt door de masterunit eenvoudig in te stellen op <
a
>.
(Voorbeelden van fotograferen met meerdere draadloze flitsers)
Fotograferen met meerdere flitsers met toevoeging van
slave C (p. 49)
U kunt fotograferen met meerdere flitsers met flitsbuizen A en B van de
masterunit en een slave-unit die is ingesteld voor flitsgroep C (slave C).
Slave C wordt automatisch bestuurd zodat een standaardbelichting
wordt verkregen als groep C alleen flitst. Daarom kan deze flitser
worden gebruikt om schaduwen op het onderwerp weg te nemen of
lichtaccenten aan te brengen.
:
Draadloos flitsen met meerdere flitsers
Plaatsing en besturingsbereik
M
C
Ca. 80°
Binnen
Buiten
Transmissiebereik Ca. 3 m Ca. 5 m
45
: Draadloos flitsen met meerdere flitsers
Geavanceerde flitsfotografie met meerdere flitsers met
toevoeging van slave A, B en C (p. 53)
In deze paragraaf wordt flitsfotografie met meerdere flitsers met
slave C beschreven waarbij slave A en B ook toegevoegd zijn. Slave
A wordt bestuurd om te flitsen met flitsbuis A en slave B met flitsbuis
B als een groep (als één flitser).
B
A
C
Flitsen met flitsgroep C rechtstreeks op het hoofdonderwerp gericht, kan
tot overbelichting leiden.
Voer voordat u gaat fotograferen een testflits (p. 18) en een testopname
uit.
Zorg dat zich tussen de masterunit en slave-units geen obstakels
bevinden die de transmissie kunnen belemmeren.
Plaats de sensor van de slave-unit naar de masterunit gericht met behulp
van de ministandaard die bij de slaveflitser wordt geleverd.
Wanneer u binnen fotografeert, kan gebruik zelfs mogelijk zijn als de
plaatsing enigszins onnauwkeurig is, doordat het transmissiesignaal van
de muren wordt weerkaatst.
46
: Draadloos flitsen met meerdere flitsers
Slave A wordt bestuurd om te flitsen met flitsbuis A en slave B met
flitsbuis B als een groep (als één flitser). Meerdere units kunnen als
slave C gebruikt worden. Er is geen limiet aan het aantal units dat als
slave A, B of C gebruikt kan worden.
Aansturing van slave-groepen
Slave C
Flitsgroep C
Slave B
Flitsgroep B
Slave A
Flitsgroep A
Flitsbuis A
Flitsbuis B
47
Wanneer u draadloos wilt flitsen met meerdere flitsers met E-TTL II/E-
TTL autoflash, stelt u de masterunit en de slave-unit met de volgende
procedure in.
Geef <:> en <M> weer.
Druk op de knop <,> om
<:> (draadloze optische
transmissie) en <
M> weer te
geven.
Wanneer C.Fn-15 is ingesteld op 0 (p. 63), controleert u of
<^>, <l> en <6> worden weergegeven
(p. 49).
Wanneer C.Fn-15 is ingesteld op 1 (p. 63), drukt u op de knop
<,> en selecteert u de flitsmethode onder de onderstaande
opties (p. 53).
•<_> en <j>
•<%> en <l>
•<^> en <l> <6>
Stel flitsgroepen (A, B en C) in voor de slaveflitsers aan de hand van de
instructiehandleiding van de EX-serie Speedlite uitgerust met de
slavefunctie.
Instellingen voor draadloos flitsen
Instelling masterunit
Instelling slave-unit
Als u normaal wilt flitsen, drukt u op de knop <,> om de instellingen
voor de masterunit te wissen.
48
Instellingen voor draadloos flitsen
Om interferentie bij draadloze systemen met optische transmissie die
door andere fotografen worden gebruikt, te voorkomen, kunt u het
transmissiekanaal wijzigen. Stel hetzelfde kanaal in voor de
masterunit en de slave-unit.
1
Druk op functieknop 4.
Druk op functieknop 4 <]> om
<C> weer te geven op de positie
boven functieknop 1.
2
Stel een kanaal in.
Druk op functieknop 1 <C>.
Draai <9> om een kanaal van 1 tot
en met 4 te selecteren en druk
vervolgens op <8>.
Transmissiekanaal instellen
Wanneer de transmissiekanalen van de masterunit en slave-unit niet
hetzelfde zijn, zal de slave-unit niet flitsen. Zet beide op dezelfde waarde.
Raadpleeg voor informatie over de configuratie van het
slavecommunicatiekanaal de instructiehandleiding van de EX-serie
Speedlite uitgerust met de slavefunctie.
49
In deze paragraaf wordt flitsfotografie
met meerdere flitsers beschreven
waarbij slave C toegevoegd is aan
flitsbuizen A en B.
1
Stel het flitsprogramma in op
<a>.
Druk op de knop <E> en zet
deze op <a>.
2
Stel <l> en <6> in.
Druk op de knop <,> om
<^>, <l> en
<6> weer te geven.
Controleer of <:> en <
M>
worden weergegeven.
3
Controleer het verzendkanaal.
Wanneer de kanalen voor de
masterunit en slave-unit niet
hetzelfde zijn, dient u deze op
dezelfde waarden in te stellen (p. 48).
4
Stel slave C in en plaats deze.
Stel de flitsgroep van de slave-unit in
op C en plaats de unit binnen het
bereik dat weergegeven wordt op
pagina 44.
a
: Flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van slave C
C
50
a: Flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van slave C
5
Stel de flitsverhouding A:B in.
Druk op functieknop 3 <F>,
draai <9>, selecteer <l> en
druk vervolgens op <8>.
Draai <9> om de flitsverhouding
A:B in te stellen en druk vervolgens
op <8>.
6
Stel de waarde voor
flitsbelichtingscompensatie in
voor slave C.
Draai <9>, selecteer <6> en
druk vervolgens op <8>.
Draai <
9
> om de waarde voor de
flitsbelichtingscompensatie in te stellen
en druk vervolgens op <
8
>.
7
Controleer of de flitser gereed is
voor gebruik.
Controleer of op de masterunit het
gereed-lampje brandt dat aanduidt
dat de flitser klaar is.
Controleer of de slave-unit volledig
opgeladen is.
8
Controleer de werking.
Druk op de testflitsknop van de
masterunit.
X Slave C flitst. Als deze niet flitst,
controleer dan of deze binnen
besturingsbereik is geplaatst.
9
Maak de foto.
Stel de camera in en maak de foto op
dezelfde manier als bij normale flitsopnamen.
X Bij een standaardflitsbelichting brandt
het bevestigingslampje voor de
flitsbelichting 3 seconden.
51
a: Flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van slave C
Flitsen met flitsgroep C rechtstreeks op het hoofdonderwerp gericht, kan
tot overbelichting leiden.
Op de hieronder vermelde modellen is draadloos flitsen met meerdere
flitsers met toevoeging van slave C niet beschikbaar wanneer de modus
<a> is ingesteld (met C.Fn-15-0). Wanneer de modus <q> is
ingesteld, is draadloze flitsfotografie met meerdere flitsers mogelijk op
alle type A-camera’s (p. 2).
EOS Elan II/Elan II E/50/50E, EOS REBEL XS N/REBEL G II/3000N/
66, EOS REBEL 2000/300, EOS REBEL G/500N, EOS IX, EOS IX Lite/
IX 7
Als er een TL-lamp of computermonitor in de buurt van de slave-unit
staat, kan de aanwezigheid van de lichtbron ertoe leiden dat de slave-
unit gaat storen en per ongeluk flitst.
Als u fotografeert of testflitst met slave A en B in positie wanneer C.Fn-
15-0 is ingesteld, kunnen slave A en B flitsen. Schakel slave A en B uit.
U kunt de modelflits laten afgaan zelfs tijdens draadloos flitsen met
meerdere flitsers (p. 23).
Als de automatische uitschakelfunctie van de slave-unit wordt
geactiveerd, drukt u op de testflitsknop van de masterunit om de slave-
unit in te schakelen. U kunt niet testflitsen wanneer de timer 3/1/4/
7/2 van de camera is geactiveerd.
52
a: Flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van slave C
De flitsbelichtingscompensatie en andere instellingen die op de
masterunit zijn ingesteld, worden automatisch op de slave-unit(s)
ingesteld. U hoeft u de slave-unit niet te bedienen tijdens het
fotograferen. Fotograferen met meerdere draadloze flitsers en met de
volgende instellingen kan op dezelfde manier als bij normaal flitsen.
Flitsen met meerdere flitsers via draadloze functies
Flitsbelichtingscompensatie
(@/p. 27)
High-speed synchronisatie
(
Y/p. 30)
•FEB (E/p. 28) Handmatig flitsen (p. 32, 55)
Flitsbelichtingsvergrendeling
(p. 29)
<Y> en <E> worden weergegeven wanneer op functieknop 4
<]> wordt gedrukt.
53
Wanneer C.Fn-15 ingesteld is op 1
(p. 63) kunt u niet alleen met meerdere
flitsers fotograferen met slave C, maar
ook met slave A en B. Zie voor een
schema voor het bedienen van de flitsers
“Aansturing van slave-groepen” op
pagina 46.
Flitsfotografie met meerdere flitsers is
mogelijk door flitsbuizen A en B en de
slave-unit(s) met hetzelfde vermogen te
laten flitsen, of met toevoeging van alleen
slave A of B, ongeacht de
flitsgroepinstellingen van de slave (p. 54).
1
Stel <l> en <6> in.
Controleer of het flitsprogramma is
ingesteld op <a>.
Druk op de knop <,> om
<^> en <l>
<6> weer te geven.
Controleer of <:> en <
M>
worden weergegeven.
2
Stel slave A, B en C in en plaats
deze.
Controleer of hetzelfde
transmissiekanaal is ingesteld voor
alle slave-units en de masterunit.
Stel slave-units respectievelijk in als
A, B en C en plaats deze in de juiste
positie.
a
: Geavanceerde flitsfotografie met meerdere
flitsers met toevoeging van slave A, B en C
A
B
C
54
a
: Geavanceerde flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van slave A, B en C
3
Maak de foto.
Stel de flitsverhouding voor de
flitsgroep (flitsbuis + slave) A:B in en
de waarde voor
flitsbelichtingscompensatie voor slave
C volgens de procedure beschreven
onder “Flitsfotografie met meerdere
flitsers met toevoeging van slave C”
(p. 49) en maak vervolgens de foto.
Als u flitsbuizen A en B en de slave-unit met hetzelfde flitsvermogen wilt
laten flitsen, stelt u in stap 1 <_> en <j> in. U kunt elk
van A, B of C als flitsgroep voor de slave-units instellen.
Als u alleen slave A en B wilt toevoegen, stelt u in stap 1 <%>
en <l> in.
55
In deze paragraaf wordt het handmatig flitsen met meerdere draadloze
flitsers beschreven. U kunt voor elke flitsgroep een ander flitsvermogen
instellen. Stel alle parameters in op de masterunit.
1
Stel het flitsprogramma in op
<q>.
Druk op de knop <E> en stel in
op <q>.
2
Stel de flitsgroep in.
Druk op de knop <,> om
<:> (draadloze optische
transmissie) en <
M> weer te
geven.
Wanneer C.Fn-15 is ingesteld op 0 (p. 63), controleert u of
<]> en <4> <5> <6 > worden
weergegeven. U kunt draadloos flitsen met meerdere flitsers met
toevoeging van slave C.
Wanneer C.Fn-15 is ingesteld op 1 (p. 63), drukt u op de knop
<,> en selecteert u de flitsmethode onder de onderstaande
opties. U kunt draadloos flitsen met meerdere flitsers met
toevoeging van slave A, B en C.
•<_> en <j>
•<%> en <4> <5>
•<]> en <4> <5> <6>
3
Selecteer een flitsgroep.
Wanneer u <4> <5> of
<4> <5> <6>
hebt geselecteerd in stap 2, drukt u
op functieknop 3 <F> of <8>
en draait u <9> om de groep te
selecteren waarvoor u het
flitsvermogen wilt instellen.
q
: Draadloos flitsen met meerdere flitsers en
handmatig flitsvermogen
56
q: Draadloos flitsen met meerdere flitsers en handmatig flitsvermogen
4
Stel het flitsvermogen in.
Druk op functieknop 3 <1> of
<8>.
Draai <9> om het flitsvermogen in
te stellen en druk vervolgens op
<8>.
Herhaal stap 3 en 4 om het
flitsvermogen voor alle groepen in te
stellen.
5
Maak de foto.
X Elke groep flitst op het ingestelde
flitsvermogen.
Als u fotografeert of testflitst met slave A en B in positie wanneer C.Fn-15-0
is ingesteld, kunnen slave A en B flitsen. Schakel slave A en B uit.
Wanneer <j> is ingesteld als C.Fn-15 op 1 is gezet, kunt u elk van A,
B of C als flitsgroep voor de slave-units instellen. Elke groep flitst op het
ingestelde flitsvermogen.
57
4
De MR-14EX II
aanpassen
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de MR-14EX II
kunt aanpassen met de gebruikersfuncties (C.Fn) en
persoonlijke functies (P.Fn).
Wanneer de opnamemodus van de camera op een volledig
automatische modus of op een beeldzonemethode is ingesteld,
zijn de functies in dit hoofdstuk niet beschikbaar. Stel de
opnamemodus van de camera in op d/s/f/a/F (creatieve
modi).
58
U kunt via de gebruikersfuncties en persoonlijke functies de functies van de
MR-14EX II afstemmen op uw opnamevoorkeuren. De persoonlijke functies
bieden u aangepaste instellingen die uniek zijn voor de MR-14EX II.
1
Geef het scherm met gebruikersfuncties weer.
Houd functieknop 1 <
=
> ingedrukt
totdat het scherm wordt weergegeven.
X Het scherm met gebruikersfuncties
wordt weergegeven.
2
Selecteer een onderdeel om in te stellen.
Draai <
9
> om een onderdeel
(nummer) te selecteren om in te stellen.
3
Wijzig de instelling.
Druk op <8>.
X Het in te stellen onderdeel wordt
weergegeven.
Draai <
9> om de gewenste
instelling te selecteren en druk
vervolgens op <
8>.
Druk op functieknop 4 <
?
> om terug te
keren naar de gereed-status om te flitsen.
1
Geef het scherm met persoonlijke functies weer.
Nadat u stap 1 in de procedure voor
gebruikersfuncties hebt uitgevoerd,
drukt u op functieknop 1 <<>.
X Het scherm met persoonlijke functies
wordt weergegeven.
2
Stel de functie in.
Stel de persoonlijke functie op
dezelfde manier in als stap 2 en 3
voor de gebruikersfunctie.
C
/
>
: Gebruikersfuncties en persoonlijke functies instellen
C: Gebruikersfuncties
>: Persoonlijke functies
59
C / >: Gebruikersfuncties en persoonlijke functies instellen
Lijst gebruikersfuncties
Nummer Functie Pagina
C.Fn-01 # Automatisch uitschakelen
p. 61C.Fn-02 $ Modelflits
C.Fn-03 ( FEB automatisch annuleren
C.Fn-04 ) FEB volgorde
p. 62C.Fn-05 * Flitsmeetmodus
C.Fn-06 + Snelle flits met continue opname
C.Fn-07 , Testflits met autoflits
p. 63
C.Fn-12 3 Flitser laden met externe voeding
C.Fn-13 6 Flitsbelichtingsmeting instellen
C.Fn-15 H Macro: wireless besturing
C.Fn-18 I Macro: focuslicht aan/uit
p. 64
C.Fn-22 < Verlichting LCD-paneel
Lijst persoonlijke functies
Nummer Functie Pagina
P. F n -0 1 K Helderheid focuslampje
p. 65P. F n -0 2 @ LCD-paneelcontrast
P. F n -0 3 A LCD-paneelverlichtingskleur
Als het scherm met gebruikersfuncties niet weergegeven wordt, zelfs niet
als u functieknop 1 <=> ingedrukt houdt, zet u de aan/uit-knop van de
camera op <2> of verwijdert u de MR-14EX II van de camera en bedient
u de camera.
60
C / >: Gebruikersfuncties en persoonlijke functies instellen
Wanneer op functieknop 2 <3> wordt gedrukt en vervolgens
functieknop 1 <;> wordt geselecteerd op het scherm met
gebruikersfuncties, kunt u de ingestelde gebruikersfuncties wissen.
Zo kunt u ook, met dezelfde bewerkingen als op het scherm met
persoonlijke functies, de ingestelde persoonlijke functies wissen.
Alle gebruikersfuncties/persoonlijke functies wissen
Als C.Fn-22 niet wordt weergegeven na het instellen van de
gebruikersfuncties van de flitser op het menuscherm van de camera, stelt u
deze in met de bewerkingen die worden beschreven op pagina 58.
U kunt alle gebruikersfuncties van de flitser instellen of wissen in het
menuscherm van de camera (p. 41).
61
C: Gebruikersfuncties instellen
C.Fn-01: # (Automatisch uitschakelen)
Wanneer de MR-14EX II ongeveer 90 seconden niet wordt gebruikt, wordt
deze automatisch uitgeschakeld om energie te besparen. U kunt deze
functie uitschakelen.
0: ON (Inschakelen)
1: OFF (Uitschakelen)
C.Fn-02: $ (Instellicht)
0: % (Inschakelen (scherptediepteknop))
Druk op de scherptediepteknop van de camera om de modelflits te
activeren.
1: & (Inschakelen (Flitstest knop))
Druk op de testflitsknop van de MR-14EX II om de modelflits te
gebruiken.
2: ' (Inschakelen (met beide knoppen))
Druk op de scherptediepteknop van de camera of op de testflitsknop
van de MR-14EX II om de modelflits te gebruiken.
3: OFF (Uitschakelen)
De modelflits wordt uitgeschakeld.
C.Fn-03: ( (FEB automatisch annuleren)
U kunt instellen of u FEB wel of niet automatisch wilt annuleren nadat u drie
opnamen met FEB hebt gemaakt.
0: ON (Inschakelen)
1: OFF (Uitschakelen)
Wanneer de temperatuur van de flitser stijgt als gevolg van continu flitsen
enzovoort, kan het langer duren totdat de flitser automatisch wordt uitgeschakeld.
Wanneer de timer 3/1/4/7/2 van de camera is geactiveerd, is
het niet mogelijk de modelflits te gebruiken met de testflitsknop.
62
C: Gebruikersfuncties instellen
C.Fn-04: ) (FEB volgorde)
U kunt de opnamevolgorde van de FEB-reeks als volgt wijzigen: 0:
standaardbelichting, -: minder belichten (donkerder) en +: meer belichten
(lichter).
0: 0 +
1: 0 +
C.Fn-05: * (Flits meetmethode)
U kunt het automatische flitsmeetprogramma voor flitsopnamen wijzigen.
0: E-TTL II/E-TTL
1: TTL
C.Fn-06: + (Snelle flits met continue opname)
U kunt instellen of u wel of niet de snelle flits (voor flitsen wanneer het
gereed-lampje groen brandt) laat afgaan bij continuopnamen.
0: OFF (Uitschakelen)
1: ON (Inschakelen)
Wanneer u een EOS DIGITAL camera of de EOS REBEL T2/EOS 300X
gebruikt, moet u deze functie niet op 1 zetten. Afhankelijk van het
cameramodel kan de flitsmeting mogelijk niet goed worden geregeld. Er
wordt bijvoorbeeld niet geflitst of er wordt altijd op volledig vermogen
geflitst. Ook kunt u mogelijk niet flitsen met meerdere draadloze flitsers.
Wanneer u functies instelt vanuit het menu van de camera, kunnen [
2:
Autom. externe flitsmeting
]
en [
3: Handmatige externe flitsmeting
]
grijs worden weergegeven. In dit geval kunnen ze niet worden geselecteerd.
1 is de instelling voor opnamen met TTL-autoflash op analoge type A
EOS-camera’s of het gebruik van analoge type B EOS-camera’s.
Wanneer u een type B-camera gebruikt, kunt u E-TTL II-/E-TTL-autoflash
niet gebruiken, zelfs niet wanneer 0 is ingesteld.
Wanneer de snelle flits (p. 18) tijdens continu flitsen wordt gebruikt, kunnen
foto’s onderbelicht raken, omdat het effectieve flitsbereik korter wordt.
Instelling 1 wordt alleen aanbevolen als u het opname-interval wilt verkorten.
63
C: Gebruikersfuncties instellen
C.Fn-07: , (Testflits met autoflits)
U kunt het flitsvermogen wijzigen wanneer u de testflits laat afgaan in
E-TTL II-/E-TTL-/TTL-autoflash.
0: 1/32 (1/32)
1: 1/1 (Volle output)
C.Fn-12: 3 (Flitser laden met externe bron)
0: 1 (Externe en interne voeding)
Er wordt parallel opgeladen met zowel de interne als de externe
voeding.
1: 2 (Alleen externe voeding)
U kunt het verbruik van de interne voedingsbron beperken door alleen een
externe voedingsbron te gebruiken voor het opladen van de flitser om te flitsen
en de interne voedingsbron te gebruiken voor bediening van de MR-14EX II.
C.Fn-13: 6 (Flitsbelichtingsmeting instellen)
0: 4 (Speedlite knop en wiel)
1: 5 (Alleen Speedlite wiel)
U kunt de flitsbelichtingscompensatie of het flitsvermogen instellen door
direct <
9
> te draaien in plaats van op de knop <
@
> te drukken.
C.Fn-15:
H
(Macro: wireless besturing)
0: C (Slave C)
Tijdens flitsfotografie met meerdere draadloze flitsers kunnen slave-
units die ingesteld zijn in flitsgroep C draadloos worden bediend.
1: ALL (Slave A, B en C)
Tijdens flitsfotografie met meerdere draadloze flitsers kunnen slave-
units die zijn ingesteld in flitsgroep A en B en slave-units die zijn
ingesteld in flitsgroep C, als groep flitsen, gekoppeld aan
respectievelijk flitsbuis A en B van de masterunit.
Wanneer 1 is ingesteld, is aan één kant flitsen niet mogelijk.
64
C: Gebruikersfuncties instellen
C.Fn-18:
I
(Macro: focuslicht aan/uit)
0: LAMP (Met focuslicht knop)
Druk op de knop <d> om het focuslampje in/uit te schakelen.
1: J (Druk ontspanknop twee x half in)
Druk de ontspanknop snel twee keer half in (dubbelklikken) om het
focuslampje in/uit te schakelen. Deze functie is handig wanneer u geen
hand vrij hebt tijdens het fotograferen. U kunt het scherpstellampje ook
in-/uitschakelen door op de knop <d> te drukken.
C.Fn-22:
B
(Verlichting LCD-paneel)
Wanneer een knop of een wieltje wordt bediend, wordt het LCD-paneel
verlicht. U kunt deze verlichtingsinstelling wijzigen.
0: 12sec (12 seconden aan)
1: OFF (Paneelverlichting uitschakelen)
2: ON (Verlichting altijd aan)
Wanneer u AF gebruikt om scherp te stellen en deze functie instelt op 1,
dient u goed op te letten hoe u de ontspanknop indrukt. Het focuslampje
kan per ongeluk aangaan.
Als u deze flitser met de EOS D60 of EOS D30 gebruikt, werkt deze niet
goed, zelfs niet als u de ontspanknop twee keer half indrukt
(dubbelklikken). Druk op de knop <d> om het lampje in/uit te
schakelen.
65
>: Persoonlijke functies instellen
P. Fn - 01 : K (Helderheid focuslampje)
U kunt de helderheid van het focuslampje in 5
niveaus aanpassen.
P. Fn - 02 : @ (LCD-paneelcontrast)
U kunt het contrast van het LCD-paneel op 5
niveaus instellen.
P. Fn - 03 : A (LCD-paneelverlichtingskleur)
U kunt de kleur van de verlichting van het LCD-paneel selecteren.
0: GREEN (Groen)
1: ORANGE (Oranje)
66
U kunt de instellingen in de MR-14EX II opslaan en later uit het
geheugen oproepen. De geheugenfunctie kan worden gebruikt
wanneer <]> op het scherm wordt weergegeven, zoals wanneer
de instellingen zijn geconfigureerd op flitsfotografie met meerdere
draadloze flitsers door op de knop <,> te drukken of tijdens
normaal fotograferen wanneer de flitsverhoudingsregeling of aan één
kant flitsen is ingesteld.
1
Druk op functieknop 4.
Druk op functieknop 4 <]> om
<L> weer te geven op de positie
van functieknop 3.
2
Sla de instellingen op of laad ze
vanuit het geheugen.
Druk op functieknop 3 <L>.
Opslaan
Druk op functieknop 1 <V>.
X De instellingen worden opgeslagen
(in het geheugen).
Laden
Druk op functieknop 2 <J>.
X De instellingen die waren
opgeslagen, worden ingesteld.
Geheugenfunctie
Voor de gebruikersfuncties worden alleen de instellingen van C.Fn-15
opgeslagen. Instellingen voor persoonlijke functies worden niet
opgeslagen.
Meerdere instellingen kunnen niet worden opgeslagen. Als u opnieuw
opslaat, wordt de vorige instelling door de nieuwe instelling
overschreven.
67
5
Aanvullende informatie
Dit hoofdstuk biedt een systeemoverzicht, veelgestelde
vragen en een beschrijving van het gebruik van de
MR-14EX II met een type B-camera.
68
" Macro Ring Lite MR-14EX II
# Compacte voedingseenheid CP-E4
Een externe voeding die werkt op acht AA/LR6-batterijen.
$
Speedlite met draadloze slavefunctie voor optische
transmissie
600EX-RT, 600EX, 580EX II, 580EX, 550EX, 430EX III-RT/430EX III,
430EX II, 430EX, 420EX, 320EX, 270EX II
% Macrolite Adapter
Een adapter om de flitser aan het objectief te bevestigen (p. 16).
MR-14EX II-systeem
#
"
$
%
Draadloos flitsen
Speedlite met slave-functie
Gebruik voor een externe voeding de compacte voedingseenheid CP-E4.
Gebruik van een externe voedingsbron die niet van Canon is, kan tot een
storing leiden.
Speedlite-units zonder de functie om van flitsgroep te wisselen (A, B en
C) die worden vermeld in $, kunnen als slave A worden gebruikt tijdens
flitsfotografie met meerdere draadloze flitsers. (Ze kunnen niet als slave
B of C gebruikt worden.)
69
Wanneer continu flitsen of de modelflits herhaaldelijk met korte
tussenpozen wordt gebruikt, kan de temperatuur van de MR-14EX II
stijgen. Bij herhaald flitsen wordt de flitserblokkering automatisch
geactiveerd om verslechtering en beschadiging van de flitser als gevolg
van oververhitting te voorkomen. Wanneer de flitserblokkering is
ingeschakeld, wordt de waarschuwing weergegeven als indicatie van
de temperatuurstijging en wordt het flitsinterval automatisch op
ongeveer 8 tot 15 seconden ingesteld.
Wanneer de inwendige temperatuur van de flitser stijgt, wordt de
waarschuwing weergegeven in twee niveaus.
In de volgende tabel wordt het aantal keren continu flitsen weergegeven
totdat de waarschuwing van niveau 1 wordt weergegeven en de
benodigde rusttijd totdat u weer normaal kunt flitsen.
* Op volledig vermogen
Flitserblokkering als gevolg van temperatuurstijging
Temperatuurstijgingswaarschuwing
Weergave
Niveau 1
(Flitsinterval: circa 8 sec.)
Niveau 2
(Flitsinterval: circa 15 sec.)
Pictogram
# f
LCD-paneel Rood (brandt) Rood (knippert)
Aantal keren continu flitsen en rusttijd
Functie
Aantal continue flitsen om een
waarschuwing van niveau 1 te
bereiken (richtlijn)
Benodigde rusttijd
(richtlijn)
Continu flitsen*
48 keer of meer 10 min. of langer
Modelflits (p. 23)
70
Flitserblokkering als gevolg van temperatuurstijging
Zelfs wanneer er geen waarschuwing van niveau 1 wordt weergegeven,
wordt het flitsinterval verlengd naarmate de flitser warm begint te worden.
Laat als er een waarschuwing van niveau 2 wordt weergegeven, de flitser
minstens 15 minuten afkoelen.
Zie voor waarschuwingen over het aantal keren flitsen pagina 12
(continue flitsen) of pagina 23 (modelflits).
Raak de flitser of de batterijen niet aan direct nadat u continu geflitst hebt
of de modelflits hebt gebruikt. Als u ze aanraakt, kan dit tot brandwonden
leiden. Zorg dat de flitser afgekoeld is voordat u de flitser verwijdert of
batterijen vervangt.
Wanneer C.Fn-22-1 is ingesteld (p. 64), wordt de waarschuwing met de
rode verlichting van het LCD-paneel niet weergegeven, zelfs niet als de
temperatuur van de flitser stijgt.
71
Raadpleeg bij problemen met de flitser eerst de onderstaande oplossingen. Als
u aan de hand van deze informatie het probleem niet kunt oplossen, neemt u
contact op met uw leverancier of het dichtstbijzijnde Canon Service Center.
Normale flitsmodus
Controleer of de batterijen in de juiste richting in het compartiment zijn
geplaatst (p. 14).
Controleer of het deksel van het batterijcompartiment gesloten is (p. 14).
Vervang de batterijen door nieuwe.
Plaats batterijen in de flitser, zelfs wanneer een externe voeding (p. 68)
wordt gebruikt.
Schuif de bevestigingsvoet helemaal in de accessoireschoen van de
camera, schuif de borgknop naar rechts en zet de bedieningsunit vast op
de camera (p. 15).
Vervang de batterijen als de indicatie <G> 30 seconden of langer
weergegeven blijft (p. 14).
Als de elektrische contactpunten van de bedieningsunit en de camera vuil
zijn, veegt u ze af (p. 9) met een droge doek.
De automatische uitschakelingsfunctie van de MR-14EX II is geactiveerd.
Druk de ontspanknop half in of druk op de testflitsknop (p. 18).
Gebruik FE-vergrendeling als de foto een sterk reflecterend voorwerp
bevat (p. 29).
Stel flitsbelichtingscompensatie in als het hoofdonderwerp er erg donker
of erg licht uitziet (p. 27).
Met high-speed synchronisatie is het effectieve flitsbereik kleiner. Verklein
de afstand tot het onderwerp (p. 30).
Flits niet met slave C terwijl deze rechtstreeks op het hoofdonderwerp
gericht is (p. 44).
Problemen oplossen
De flitser gaat niet aan.
De MR-14EX II flitst niet.
De flitser heeft zichzelf uitgeschakeld.
Foto’s zijn onder- of overbelicht.
72
Problemen oplossen
Als de opnamemethode is ingesteld op AE-diafragmavoorkeuze (f) en
de scène donker is, wordt automatisch een lage synchronisatiesnelheid
ingeschakeld (de sluitertijd wordt langer). Gebruik een statief of stel de
opnamemethode in op program AE (d) of op volledig automatisch (p. 21).
U kunt de synchronisatiesnelheid ook instellen in [Flitssync.snelheid AV-
modus] (p. 40).
Stel de opnamemethode in op d/s/f/a/F (creatieve modi) (p. 13).
Flitsfotografie met meerdere draadloze flitsers via
optische transmissie
Flitsverhoudingsregeling en flitsfotografie met meerdere draadloze flitsers
zijn uitgeschakeld wanneer het flitsprogramma is ingesteld op TTL
autoflash. Stel C.Fn-05 in op 0 (p. 62).
Controleer of <:> en <M> worden weergegeven op het scherm
van de masterunit (p. 47).
Controleer of de flitsgroep van de slave-unit goed is ingesteld.
Stel de transmissiekanalen van de masterunit en slave-unit op dezelfde
waarden in (p. 48).
Controleer of de slave-unit binnen het draadloze zendbereik van de
masterunit is (p. 44).
Richt de sensor voor draadloze bediening van de slave-unit op de
masterunit (p. 44).
Als de masterunit en de slave-unit te dicht bij elkaar staan, werkt de
transmissie mogelijk niet goed (p. 74).
De foto is erg onscherp.
Flitsverhouding, flitsbelichtingscompensatie of FEB kan niet
worden ingesteld.
Flitsfotografie met meerdere draadloze flitsers is uitgeschakeld.
De slave-unit flitst niet.
73
Type
Flitser
Belichting
Specificaties
Type: E-TTL II-/E-TTL-/TTL-autoflash
Ringtype flitser voor close-ups
Compatibele camera’s: Type A EOS-camera’s (E-TTL II-/E-TTL-autoflash)
Type B EOS-camera’s (TTL-autoflash)
Richtgetal: Aan twee kanten flitsen: circa 14 (ISO 100, in meters)
Aan één kant flitsen: circa 10,5 (ISO 100, in meters)
Flitsdekking: Circa 80° verticaal, 80° horizontaal
Flitstijd: Normale flits: circa 1,8 ms of korter, snelle flits: circa 2,3 ms
of korter
Verzending van informatie
over kleurtemperatuur:
Flitskleurtemperatuurgegevens doorgezonden naar de
camera tijdens flitsen
Filter: Een filter van 67 mm kan aan de voorkant van de flitser
worden bevestigd
Focuslampje: Dekking
• Bovenste lamp: circa 60° verticaal en 60° horizontaal
• Onderste lamp: circa 45° verticaal en 45° horizontaal
Lichtintensiteit: instelbaar
Belichtingsregelsysteem: E-TTL II-/E-TTL-/TTL-autoflash, handmatige flits
Effectief flitsbereik: Normale flits: circa 20 mm - 5 m
Snelle flits: circa 20 mm - 2,7 m (bij richtgetal nr. 7,5, in meters)
High-speed synchronisatie: circa 20 mm - 2,7 m
(bij 1/250 sec.)
* Aan twee kanten flitsen, met f/2.8 lens, ISO 100
* Afstand vanaf de flitser
Flitsprogramma: Aan twee kanten flitsen, aan één kant flitsen
Flitsverhoudingsregeling: 8:1 - 1:1 - 1:8, in stappen van 1/2 stop
Flitsbelichtingscompensatie:
±3 stops in stappen van 1/3 of 1/2 stop
FEB: ±3 stops in stappen van 1/3 of 1/2 stop (wanneer gebruikt
met flitsbelichtingscompensatie)
FE-vergrendeling: Ingeschakeld met de multifunctionele knop of de knoppen
voor FE/AE-vergrendeling van de camera
High-speed synchronisatie:
Inschakelen
Handmatig flitsen: Normale flits: 1/1 - 1/128 vermogen (stappen van 1/3 stop)
High-speed synchronisatie: 1/1 - 1/64 vermogen (stappen
van 1/3 stop)
Bevestiging van
flitsbelichting:
Bevestigingslampjes voor flitsbelichting
Modelflits: Geactiveerd met scherptediepteknop van de camera of de
testflitsknop van MR-14EX II
74
Specificaties
Opladen
Draadloze masterfunctie via optische transmissie
Aanpasbare functies
Voeding
Afmetingen en gewicht
Alle bovenstaande technische specificaties zijn gebaseerd op testnormen van
Canon.
De productspecificaties en de vormgeving van het product kunnen zonder
voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Flitsinterval (hersteltijd): Normale flits: circa 0,1 - 5,5 sec.
Snelle flits: circa 0,1 - 3,3 sec.
* Met AA-/LR6-alkalinebatterijen
Flitser gereed-lampje: Brandt rood: normale flits beschikbaar
Brandt groen: snelle flits beschikbaar
Aansluitmethode: Optische puls
Kanaal: Kan. 1 - 4
Aansturing slave-unit: Maximaal 3 groepen (A, B, C)
Verzendbereik: Binnen: circa 0,2 - 5 m (aan de voorkant)
Buiten: circa 0,2 - 3 m (aan de voorkant)
circa 60° verticaal en 80° horizontaal
Gebruikersfuncties: 12
Persoonlijke functies: 3
Voedingsbron MR-14EX II: vier AA-/LR6-alkalinebatterijen
* Ni-MH-batterijen van het type AA/HR6 ook te gebruiken
Gebruiksduur batterijen
(aantal keren flitsen):
Circa 100 - 700 flitsen
* Met AA-/LR6-alkalinebatterijen
Energiebesparing: Uitschakelen na circa 90 sec. inactiviteit
Externe voeding: Compacte voedingsunit CP-E4 kan worden gebruikt
Afmetingen (B x H x D): Flitser: circa 129,6 x 112,1 x 25,3 mm
Bedieningsunit: circa 69,6 x 118,8 x 71,4 mm
Gewicht: Circa 455 g (alleen MR-14EX II, exclusief batterijen)
75
Specificaties
Richtgetal (circa, bij ISO 100, in meters)
Normale flits High-Speed Sync (Op volledig vermogen)
Flitsvermogen
Aan twee
kanten flitsen
Aan één
kant flitsen
Sluitertijd Aan twee
kanten flitsen
Aan één kant
flitsen
1/1 14,0 10,5 1/125 8,9 6,6
1/2 9,9 7,4 1/160 8,5 6,3
1/4 7,0 5,3 1/200 8,0 6,0
1/8 4,9 3,7 1/250 7,6 5,7
1/16 3,5 2,6 1/320 6,2 4,6
1/32 2,5 1,9 1/400 5,5 4,1
1/64 1,8 1,3 1/500 4,9 3,7
1/128 1,2 0,9 1/640 4,4 3,3
1/800 3,9 3,1
1/1000 3,5 2,6
1/1250 3,1 2,3
1/1600 2,7 2,1
1/2000 2,4 1,8
1/2500 2,2 1,6
1/3200 1,9 1,5
1/4000 1,7 1,3
1/5000 1,5 1,2
1/6400 1,4 1,0
1/8000 1,2 0,9
76
In deze paragraaf wordt beschreven welke functies wel of niet
beschikbaar zijn als u de Macro Ring Lite MR-14EX II met een type
B-camera gebruikt (analoge EOS-camera die TTL-autoflash
ondersteunt).
Wanneer de MR-14EX II met autoflash met een type B-camera wordt
gebruikt, wordt <b> weergegeven op het LCD-paneel van de flitser.
Functies die beschikbaar zijn bij type B-camera’s
TTL-autoflash
Aan beide kanten/aan één kant flitsen
Flitsbelichtingscompensatie
FEB
Handmatig flitsen
Synchronisatie op het tweede gordijn
Draadloos flitsen met meerdere flitsers: Handmatig flitsen
Functies die niet beschikbaar zijn bij type B-camera’s
E-TTL II-/E-TTL-autoflash
Flitsvermogensbesturing
Flitsbelichtingsvergrendeling
High-speed synchronisatie
Draadloos flitsen met meerdere flitsers: Opnemen met automatisch flitsen
Snelle flits
Modelflits
De MR-14EX II gebruiken in combinatie met een type B-camera
Bij gebruik met sommige analoge type B EOS-camera’s kunnen
flitsbelichtingscompensatie, FEB, synchronisatie op het tweede gordijn en
andere functies mogelijk zijn uitgeschakeld.
77
Uitsluitend bestemd voor de Europese Unie en EER
(Noorwegen, IJsland en Liechtenstein)
Dit symbool geeft aan dat dit product in overeenstemming met de
AEEA-richtlijn (2012/19/EU) en de nationale wetgeving niet mag
worden afgevoerd met het huishoudelijk afval. Dit product moet
worden ingeleverd bij een aangewezen, geautoriseerd
inzamelpunt, bijvoorbeeld wanneer u een nieuw gelijksoortig
product aanschaft, of bij een geautoriseerd inzamelpunt voor
hergebruik van elektrische en elektronische apparatuur (EEA). Een
onjuiste afvoer van dit type afval kan leiden tot negatieve effecten
op het milieu en de volksgezondheid als gevolg van potentieel
gevaarlijke stoffen die veel voorkomen in elektrische en
elektronische apparatuur (EEA). Bovendien werkt u door een juiste
afvoer van dit product mee aan het effectieve gebruik van
natuurlijke hulpbronnen. Voor meer informatie over waar u uw
afgedankte apparatuur kunt inleveren voor recycling kunt u contact
opnemen met het gemeentehuis in uw woonplaats, de
reinigingsdienst, of het afvalverwerkingsbedrijf. U kunt ook het
schema voor de afvoer van afgedankte elektrische en
elektronische apparatuur (AEEA) raadplegen. Ga voor meer
informatie over het inzamelen en recyclen van afgedankte
elektrische en elektronische apparatuur naar
www.canon-europe.com/weee
.
78
Met de volgende voorzorgsmaatregelen kunt u letsel bij uzelf en
anderen voorkomen. Zorg ervoor dat u deze maatregelen volledig
begrijpt en uitvoert voordat u het product gebruikt.
Als het product niet naar behoren werkt, beschadigd is of er andere
problemen zijn, neemt u contact op met het dichtstbijzijnde Canon Service
Center of met de leverancier bij wie u het product hebt aangeschaft.
Voorzorgsmaatregelen
Waarschuwingen:
Neem onderstaande waarschuwingen in acht. Als u dit
niet doet, kan dit leiden tot overlijden of ernstig letsel.
Neem onderstaande veiligheidsrichtlijnen in acht om brand, oververhitting, lekkage
van chemische stoffen, explosies en elektrische schokken te voorkomen:
Steek geen metalen voorwerpen in de elektrische contactpunten van het product,
de accessoires, de verbindingskabels, enzovoort.
Gebruik geen batterijen, voedingsbronnen of accessoires die niet in de
instructiehandleiding worden genoemd. Gebruik geen misvormde of aangepaste
batterijen.
Veroorzaak geen kortsluiting in het product of de batterijen en breng er geen
wijzigingen in aan. Verwarm of soldeer de batterij niet. Stel de batterij niet bloot
aan brand of water. Stel de batterij niet bloot aan krachtige fysieke schokken.
Plaats de plus- en minpolen van de batterij niet verkeerd in het product en gebruik
niet tegelijkertijd nieuwe batterijen en gebruikte batterijen of batterijen van een
ander type.
Gebruik het product niet in de buurt van ontvlambaar gas. Dit ter voorkoming van
explosies of brand.
Flits niet in de richting van bestuurders van een auto of ander voertuig. Dit kan leiden
tot ongelukken.
Demonteer de apparatuur niet en breng er geen wijzigingen in aan. De interne
onderdelen staan onder hoogspanning en aanraking kan een elektrische schok
veroorzaken.
Raak de interne onderdelen niet aan als u het apparaat laat vallen en de behuizing
kapot is. Als u dat wel doet, kunt u een elektrische schok krijgen.
Bewaar het product niet op een stoffige of vochtige plaats of in een locatie met veel
vettige rook. Hierdoor voorkomt u brand of elektrische schokken.
Controleer voordat u dit product in een vliegtuig of ziekenhuis gebruikt of dit is toegestaan.
De elektromagnetische golven van het product kunnen storingen veroorzaken in de
instrumenten van het vliegtuig of de medische apparatuur van het ziekenhuis.
Verwijder de batterij onmiddellijk als deze lekt, van kleur verandert, misvormd is of
rook of stank verspreidt. Let goed op dat u hierbij geen brandwonden oploopt. Als u de
batterij blijft gebruiken, kan dit leiden tot brand, elektrische schokken of brandwonden.
Houd de batterij en andere accessoires buiten het bereik van kinderen. Neem
onmiddellijk contact op met een arts als een kind een batterij of accessoire inslikt. (De
chemische stoffen in batterijen kunnen letsel veroorzaken in de maag en darmen.)
Zorg ervoor dat het product niet nat wordt. Verwijder de batterij direct als u het
product in het water hebt laten vallen of als er water of metalen voorwerpen in
terecht zijn komen. Hierdoor voorkomt u brand of elektrische schokken.
Bedek het product niet en wikkel het ook niet in een doek. Als u dat wel doet, kan de warmte
in het apparaat oplopen, waardoor het misvormd kan raken of in brand kan vliegen.
79
Houd het apparaat buiten het bereik van kinderen, ook tijdens het gebruik. Riemen
of snoeren kunnen verstikking, elektrische schokken of letsel veroorzaken. Een kind
kan ook stikken of zich bezeren als het per ongeluk een onderdeel of accessoire
inslikt. Neem onmiddellijk contact op met een arts als een kind een onderdeel of
accessoire inslikt.
Verwijder de batterij uit het apparaat als u het niet gebruikt en ontkoppel de externe
voedingsbron en kabel van het apparaat voordat u het opbergt. Zo voorkomt u
elektrische schokken, oververhitting, brand of corrosie.
Zorg ervoor dat er geen gelekte batterijvloeistof in uw ogen, op uw huid of op uw
kleren terechtkomt. Dit kan leiden tot blindheid of huidproblemen. Spoel het
betreffende gebied met veel schoon water als dit toch gebeurt, maar wrijf niet. Ga
direct naar een arts.
Gebruik geen verfverdunner, benzeen of andere organische oplosmiddelen om het
product schoon te maken. Deze stoffen kunnen brand veroorzaken en zijn schadelijk
voor de gezondheid.
Let op:
Volg onderstaande aanwijzingen op die aanzetten tot
voorzichtigheid. Als u dat niet doet, kan dit resulteren
in letsel of beschadiging van eigendommen.
Verwijder de batterij uit het product als u dit gedurende langere tijd niet gebruikt.
Hiermee voorkomt u storingen of corrosie.
Isoleer de elektrische contactpunten van batterijen die u weggooit met tape, zodat
deze niet in contact kunnen komen met andere metalen voorwerpen en batterijen.
Dit ter voorkoming van brand of explosies.
Gebruik of bewaar het product niet in een auto die direct in het zonlicht staat of
waarin het heel warm is, of in de buurt van een zeer warm voorwerp. Het product
kan heet worden en bij aanraking brandwonden veroorzaken. Het kan er ook toe
leiden dat de batterij heet wordt, breekt, lekt, enzovoort.
Maak geen flitsopname als de flitskop (lichtverspreidingseenheid) contact maakt met
een lichaam of voorwerp. Als u dat wel doet, kan dit resulteren in brandwonden of
brand.
Ontsteek de flitser niet dichtbij iemands ogen. Het flitslicht zou hun ogen kunnen
bezeren.
Laat het product niet gedurende langere tijd in een omgeving met lage
temperaturen. Het product wordt koud en kan bij aanraking letsel veroorzaken.
Raak onderdelen van het product die heet worden nooit direct aan. Lang contact
met de huid kan leiden tot oppervlakkige brandwonden.
Als u de batterijen vervangt nadat u continu geflitst hebt, kunnen deze heet zijn. Let
goed op dat u hierbij geen brandwonden oploopt.
81
Index
4 sec., 6 sec., 8 sec., 10 sec.,
16 sec. timer .....................................4
A
Aan één kant flitsen ..................26, 34
Aantal keer flitsen ...........................14
Accessoireschoen...........................15
Automatisch uitschakelen .........18, 61
Av (AE-diafragmavoorkeuze)..........21
B
Batterijen.........................................14
Besturing van slavegroepen ...........46
Bevestigingslampje flitsbelichting
..................................................20, 50
Blokkeerfunctie ...............................19
C
C.Fn ..........................................58, 61
Creatieve modi......................4, 13, 72
D
Draadloos flitsen met meerdere flitsers
........................................................43
A:B C ..............................47, 49, 53
Handmatig flitsen........................55
Draadloze instellingen.....................47
Draadloze optische transmissie......43
Draagtas ...........................................3
E
Effectief flitsbereik...........................24
E-TTL II (flitsmeting) .......................40
E-TTL II-/E-TTL-autoflash...............21
Externe voeding........................63, 68
F
FEB .......................................... 28, 40
Filter ............................................... 17
Flitsbelichtingscompensatie ..... 27, 40
Flitsbelichtingsniveau ............... 10, 35
Flitsbelichtingsvergrendeling.......... 29
Flitsbesturing .................................. 38
Flitser.......................................... 8, 16
Selecteren............................ 26, 34
Flitserblokkering ............................. 69
Flitsfuncties instellen ...................... 37
Flitsgroep...................... 44, 46, 53, 55
Flitsinterval ......................... 12, 14, 69
Flitsmeetmodus ........................ 40, 62
Flitsposities..................................... 44
Flitsprogramma .................. 10, 11, 40
Flitssynchronisatiesluitertijd...... 21, 40
Flitssynchronisatiesnelheid in
Av-programma................................ 40
Flitsvermogen........................... 32, 55
Flitsvermogensbesturing
A:B ....................................... 25, 50
A:B en C............................... 49, 53
Knop RATIO......................... 25, 33
Focuslampje ....................... 22, 64, 65
G
Gebruikersfuncties (C.Fn) ........ 58, 61
Geheugenfunctie............................ 66
Gereed-lampje.................... 18, 50, 62
82
Index
H
Handmatig de flitsbelichting instellen
na meting ........................................35
Handmatig flitsen......................32, 55
Aan één kant flitsen....................34
Draadloos flitsen met meerdere
flitsers .........................................55
Flitsvermogen.......................32, 55
High-speed synchronisatie .............30
Hoofdschakelaar.............................18
I
Instellingen wissen....................36, 40
K
Kap .................................................17
Kleurtemperatuurgegevens verzenden
........................................................23
L
LCD-scherm....................................10
Contrast......................................65
Verlichting.......................19, 64, 65
M
M (handmatige belichting) ..............21
Macrolite Adapter......................16, 68
Master.......................................43, 47
Modelflits...................................23, 61
N
Normale flits..............................14, 75
O
Objectiefdop....................................16
Ontgrendelingsknop........................16
Opladen ..........................................18
P
P (Program AE)........................ 20, 21
Persoonlijke functie (P.Fn) ....... 58, 65
R
Richtgetal ....................................... 75
S
Slaveflitser...................................... 43
Batterijcontrole........................... 50
Instelling slave-unit .................... 47
Sluitersynchronisatie ...................... 40
Sluitertijd ........................................ 21
Snelle flits................................. 14, 18
Systeem ......................................... 68
T
Temperatuurstijging........................ 69
Testflits ......................... 18, 50, 61, 63
Transmissieafstand ........................ 44
Transmissiekanaal ......................... 48
TTL-autoflash........................... 62, 76
Tv (AE-sluitertijdvoorkeuze) ........... 21
Tweede-gordijnsynchronisatie
................................................. 31, 40
Type A-camera................................. 2
Type B-camera............................... 76
V
Verhouding............. 25, 47, 49, 53, 55
Volledig automatisch flitsen............ 20
W
Waarschuwing................................ 69
De beschrijvingen in deze Instructiehandleiding stammen uit november 2015. Voor
meer informatie over de compatibiliteit met producten die na deze datum op de markt
zijn gebracht, kunt u contact opnemen met een Canon Service Center. Ga naar de
website van Canon voor de meest recente versie van de Instructiehandleiding.
CPA-P109-003 ©CANONINC.2015
CANON INC.
30-2,Shimomaruko3-chome,Ohta-ku,Tokyo146-8501,Japan
CANON EUROPA N.V.
Bovenkerkerweg59,1185XBAmstelveen,TheNetherlands

Documenttranscriptie

Nederlands Inleiding De Canon Macro Ring Lite MR-14EX II is een flitser voor het maken van close-upopnamen met Canon EOS camera’s, compatibel met E-TTL II-/ E-TTL-/TTL-autoflashsystemen. De flitser is uitgerust met diverse functies, geschikt voor een groot aantal verschillende fotografiedoeleinden, van eenvoudig tot geavanceerd. Hij heeft functies om de flitsverhouding tussen flitsbuis A en B te regelen, aan één kant te flitsen, draadloos te flitsen met meerdere flitsers door extra slaveflitsers te gebruiken en handmatig te flitsen. Lees deze instructiehandleiding samen met de instructiehandleiding van uw camera. Lees voordat u dit product gebruikt, deze instructiehandleiding en de instructiehandleiding van uw camera door, zodat u bekend raakt met de bediening van deze apparatuur. De MR-14EX II gebruiken in combinatie met een camera Gebruik met een EOS DIGITAL camera (type A-camera) U kunt met de MR-14EX II heel eenvoudig automatisch macroflitsopnamen maken, net als met de interne flitser van de camera. Gebruik met een EOS filmcamera Camera met een E-TTL II-/E-TTL-autoflashsysteem (type Acamera) U kunt met de MR-14EX II heel eenvoudig automatisch macroflitsopnamen maken, net als met de interne flitser van de camera. Camera met een TTL-autoflashsysteem (type B-camera) Zie pagina 76. * In deze instructiehandleiding gaan we ervan uit dat u de MR-14EX II gebruikt in combinatie met een type A-camera. 2 Controlelijst onderdelen Controleer voordat u aan de slag gaat of alle volgende onderdelen bij uw MR-14EX II zijn geleverd. Neem contact op met uw leverancier als er iets ontbreekt. MR-14EX II Objectiefdop Draagtas (p. 16) * Zorg dat u de bovenstaande onderdelen niet kwijtraakt. 3 Symbolen in deze handleiding Pictogrammen in deze handleiding 9 : geeft het selectiewiel aan. 8 : geeft de instelknop aan. 3/1/4/ : geeft aan dat de respectievelijke functie actief blijft voor 7/2 (p. **) 4 sec., 6 sec., 8 sec., 10 sec. of 16 sec. nadat u de knop hebt losgelaten. : de pagina waarop u meer informatie kunt vinden. : waarschuwing om problemen met de flitser te voorkomen. : aanvullende informatie. M : M rechts van de paginatitel geeft aan dat de functie wordt uitgevoerd wanneer de opnamemethode van de camera is ingesteld op <d/s/f/a/F> (creatieve modi). Uitgangspunten In de procedures gaan we ervan uit dat de aan/uit-schakelaars op zowel de camera als op de MR-14EX II op <K> zijn gezet. De pictogrammen die worden gebruikt om de knoppen, wieltjes en symbolen in de tekst aan te geven, komen overeen met de pictogrammen die u op de camera en op de MR-14EX II aantreft. In de procedures gaan we ervan uit dat de menu- en gebruikersfuncties van de camera en de gebruikersfuncties en persoonlijke functies van de MR-14EX II zijn ingesteld op de standaardwaarde. Alle cijfers zijn gebaseerd op het gebruik van vier AA-/LR6alkalinebatterijen en Canon-testprocedures. In de procedures gaan we ervan uit dat er een macro-objectief gebruikt wordt. 4 Hoofdstukken Inleiding 1 2 3 4 5 Aan de slag met macroflitsopnamen Voorbereidingen voor macroflitsopnamen en standaardopnamen Flitsfuncties instellen met de bediening van de camera 2 13 37 De flitsfuncties instellen vanaf het menuscherm van de camera Draadloos flitsen met meerdere flitsers Draadloze flitsfotografie met meerdere flitsers, met gebruik van extra slave-units met optische transmissie De MR-14EX II aanpassen Aanpassen met gebruikersfuncties en persoonlijke functies Aanvullende informatie Systeemoverzicht, veelgestelde vragen, gebruik met een type B-camera 43 57 67 5 Inhoud Inleiding 2 Controlelijst onderdelen.................................................................... 3 Symbolen in deze handleiding ......................................................... 4 Hoofdstukken ................................................................................... 5 Onderdelen....................................................................................... 8 1 Aan de slag met macroflitsopnamen 13 De batterijen installeren.................................................................. 14 De bedieningsunit aan de camera bevestigen .............................. 15 De flitser aan het objectief bevestigen ........................................... 16 De flitser inschakelen ..................................................................... 18 Volledig automatisch flitsen............................................................ 20 Gebruik van E-TTL II- en E-TTL-Autoflash per opnamemethode.... 21 Effectief flitsbereik (Referentie) ...................................................... 24 l De flitsverhouding instellen .............................................. 25 f Flitsbelichtingscompensatie ...................................................... 27 g FEB .......................................................................................... 28 7: Flitsbelichtingsvergrendeling .................................................. 29 c High-speed synchronisatie ........................................................ 30 r Synchronisatie op het tweede gordijn...................................... 31 q: Handmatig flitsen...................................................................... 32 MR-14EX II-instellingen wissen...................................................... 36 2 Flitsfuncties instellen met de bediening van de camera 37 Flitseraansturing via het menuscherm van de camera................... 38 6 Inhoud 3 Draadloos flitsen met meerdere flitsers 43 : Draadloos flitsen met meerdere flitsers ................................... 44 Instellingen voor draadloos flitsen...................................................47 a: Flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van slave C ............................................................................................49 a: Geavanceerde flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van slave A, B en C......................................................53 q: Draadloos flitsen met meerdere flitsers en handmatig flitsvermogen................................................................................... 55 4 De MR-14EX II aanpassen 57 C / >: Gebruikersfuncties en persoonlijke functies instellen........................................................................................... 58 C: Gebruikersfuncties instellen ..................................................61 >: Persoonlijke functies instellen................................................ 65 Geheugenfunctie............................................................................. 66 5 6 Aanvullende informatie 67 MR-14EX II-systeem.......................................................................68 Flitserblokkering als gevolg van temperatuurstijging ......................69 Problemen oplossen .......................................................................71 Specificaties.................................................................................... 73 De MR-14EX II gebruiken in combinatie met een type B-camera................................................................................. 76 Index ............................................................................................... 81 7 Onderdelen Flitser Voorkant Verbindingskabel Ontgrendelknop (p. 16) Focuslampje (p. 22) Flitsbuis B Schroefdraadbevestiging objectiefdop/filter (p. 16-17) Focuslampje (p. 22) Flitsbuis A Achterkant <h>-indicator 8 <i>-indicator Onderdelen Bedieningsunit Functieknop 3 LCD-paneel Functieknop 2 Functieknop 4 Functieknop 1 <f> Knop flitsverhoudingsinstelling/ flitsbuisselectie (p. 25, 32, 47, 49, 53, 55) <d> Knop voor focuslampje (p. 22) <E> Flitsmodusknop (p. 20, 32, 49, 55) Hoofdschakelaar (p. 18) <K> : inschakelen <a> : knop/wiel vergrendelen (inschakelen) <J> : uitschakelen <Q> Gereed-lampje/ testflitsknop (p. 18, 50, 61-63) Bevestigingslampje flitsbelichting (p. 20) MODE Borgknop voor bevestigingsvoet <9> Selectiewiel (p. 15) <8> Instelknop Ontgrendelingsknop (p. 15) Bevestigingsvoet (p. 15) Contactpunten Aansluitingskapje Deksel van batterijcompartiment (p. 14) Aansluiting voor externe voeding Ontgrendelingsknop deksel batterijcompartiment (p. 14) Borgstift 9 Onderdelen LCD-paneel E-TTL II-/E-TTL-/TTL-autoflash (p. 21) G : Batterij-indicatie (p. 18) a : E-TTL II-/E-TTLautoflash b : TTL-autoflash c : “High-speed” synchronisatie (p. 30, 40) r : Tweede-gordijn sync (p. 31, 40) u: Gebruikersfuncties (p. 61) j: Normale flits t: Temperatuurstijging (flitserblokkering/ p. 69) Flitsbelichtingsniveau Diafragma f : Flitsbelichtingscompensatie (p. 27, 40) T: Persoonlijke functies (p. 65) Flitsbelichtingscompensatiewaarde FEB-volgorde (p. 62) g : FEB (p. 28, 40) ,: Instelling flitsverhouding Flitsgroep Flitsverhouding l : Flitsen met A:B (flitsverhoudingsregeling) 4 : Flitsen met A (aan één kant flitsen) 5 : Flitsen met B (aan één kant flitsen) De afgebeelde schermen zijn voorbeelden. Op de display worden alleen de instellingen weergegeven die momenteel worden toegepast. De functies, zoals <=> en <@>, die boven functieknop 1 tot en met 4 worden weergegeven, veranderen afhankelijk van de instellingen. Wanneer een knop of een wieltje wordt bediend, wordt het LCD-scherm verlicht (p. 19). 10 Onderdelen Handmatig flitsen (p. 32) q: Handmatig flitsen Vermogen handmatig flitsen Flitsgroep 4 : Flitsen met A 5 : Flitsen met B Draadloze flitsfotografie met meerdere flitsers met optische transmissie (p. 43) M : Master g : Draadloze fotografie (master) : : Draadloos flitsen met optische transmissie Flitsgroep * : Transmissiekanaal l : Flitsen met A:B (flitsverhoudingsregeling) 4 : Flitsen met A 5 : Flitsen met B 6 : Flitsen met C (slave C) j : Flitsen met A, B en C (alleen wanneer C.Fn-15 is ingesteld op 1) 11 Voorzorgsmaatregelen bij continu flitsen Flits nooit meer dan 20 keer continu om verslechtering en beschadiging van de flitser als gevolg van oververhitting te voorkomen. Laat de flitser na 20 keer continu flitsen minstens 10 minuten afkoelen. Als u 20 keer continu flitst en vervolgens herhaaldelijk met korte tussenpozen flitst, kan de veiligheidsfunctie worden geactiveerd en de flitser blokkeren. Wanneer de flitsblokkering is ingeschakeld, wordt het flitsinterval automatisch ingesteld op een tijd tussen ongeveer 8 en 15 sec. Houd in dit geval rekening met een wachttijd van minstens 10 minuten. Zie voor meer informatie “Flitserblokkering als gevolg van temperatuurstijging” op pagina 69. 12 1 Aan de slag met macroflitsopnamen In dit hoofdstuk worden de voorbereidingen voordat u begint met macroflitsfotografie beschreven en het standaardgebruik van de flitser. Bij het maken van close-ups zijn de omstandigheden van het onderwerp van grote invloed op de belichting. Daarom verdient het aanbeveling hetzelfde onderwerp met verschillende belichtingsinstellingen te fotograferen (p. 27) en de belichting direct na de opname te controleren. Wanneer de opnamemethode van de camera op een volledig automatische methode of op een beeldzonemethode is ingesteld, kunnen de functies waarbij aan de rechterkant van de paginatitel een M is toegevoegd, niet worden ingesteld. Stel de opnamemodus van de camera in op d/s/f/a/F (creatieve modi) om alle functies in dit hoofdstuk in te schakelen. 13 De batterijen installeren Gebruik vier AA-/R6-batterijen. 1 Open het deksel. Schuif de ontgrendelingsknop naar links zoals afgebeeld in de illustratie, schuif het deksel omlaag en open vervolgens het deksel van het batterijcompartiment. de batterijen in het compartiment. 2 Plaats Zorg ervoor dat u de plus- en minpolen (“+” en “-”) van de batterijen plaatst zoals in het batterijcompartiment is aangegeven. De groeven aan de zijkanten van het batterijcompartiment geven “-” aan. Dit is handig wanneer u de batterijen op een donkere plaats moet vervangen. 3 SluitSluithethetdeksel. deksel van het batterijcompartiment en schuif het omhoog. X Wanneer het vastklikt, is het deksel van het batterijcompartiment vergrendeld. Flitsinterval en aantal keren flitsen Flitsinterval Snelle flits Normale flits Circa 0,1 t/m 3,3 sec. Circa 0,1 t/m 5,5 sec. Aantal keer flitsen Circa 100 t/m 700 Gebaseerd op nieuwe AA-/LR6-alkalinebatterijen en Canon-testprocedures, wanneer beide kanten flitsen. Met de snelle flitsfunctie kunt u flitsen voordat de flitser helemaal is opgeladen (p. 18). Bepaalde lithiumbatterijen van het type AA/R6 kunnen in zeldzame gevallen extreem heet worden bij gebruik. Gebruik daarom om veiligheidsredenen geen lithiumbatterijen van het type AA/R6. Bij het gebruik van niet-alkaline AA-/R6-batterijen is er mogelijk geen volledig contact tussen de batterijen en het apparaat, vanwege de onregelmatige vorm van de contactpunten van de batterij. 14 De bedieningsunit aan de camera bevestigen Houd er rekening mee dat de batterijen heet kunnen worden als u batterijen verwisselt nadat u continu hebt geflitst. Er moeten batterijen in de flitser zitten, zelfs wanneer een externe voeding (p. 68) wordt gebruikt. Vervang de batterijen door nieuwe als <!> wordt weergegeven of de weergave op het LCD-scherm uitgeschakeld wordt tijdens het opladen. Gebruik vier nieuwe batterijen van hetzelfde merk. Vervang de vier batterijen altijd gelijktijdig. U kunt ook Ni-MH-batterijen van het type AA/HR6 gebruiken. De bedieningsunit aan de camera bevestigen 1 Bevestig de bedieningsunit. Schuif de bevestigingsvoet van de bedieningsunit helemaal op de accessoireschoen van de camera. de bedieningsunit vast. 2 ZetSchuif de borgknop van de bevestigingsvoet naar rechts. X Als u een klik hoort, is de voet vergrendeld. de bedieningsunit. 3 Verwijder Druk op de ontgrendelingsknop, schuif de borgknop naar links en verwijder de bedieningsunit van de camera. Schakel de MR-14EX II altijd uit voordat u deze bevestigt of verwijdert. 15 De flitser aan het objectief bevestigen Bevestig de flitser aan de voorkant van het macro-objectief. Bevestig de flitser aan de voorkant van het objectief terwijl u de ontgrendelingsknop ingedrukt houdt. Zorg dat de flitser stevig vastzit. Wanneer u de flitser wilt draaien, drukt u de ontgrendelingsknop een stukje in terwijl u de flitser draait. Verwijder de flitser terwijl u de ontgrendelingsknop ingedrukt houdt. De objectiefdop bevestigen Bevestig de bijgeleverde objectiefdop op de flitser wanneer u deze niet gebruikt om het objectief te beschermen. Er kan ook een filter met een diameter van 67 mm op de flitser worden bevestigd (p. 17). Bevestig de flitser altijd aan het objectief wanneer u fotografeert. Wanneer u fotografeert terwijl u de flitser in uw hand houdt, kan dit oppervlakkige brandwonden veroorzaken. Raak de flitser of de batterijen niet aan direct nadat u continu geflitst hebt of de modelflits hebt gebruikt (p. 23). Als u ze aanraakt, kan dit tot brandwonden leiden. Zorg dat de flitser afgekoeld is voordat u de flitser verwijdert of batterijen vervangt. Wanneer u de volgende objectieven gebruikt, bevestigt u de Macrolite Adapter (los verkocht) aan de voorkant van het objectief (filterschroefdraadbevestiging) en bevestigt u vervolgens de flitser. • EF100mm f/2.8L Macro IS USM: Macrolite Adapter 67 • EF180mm f/3.5L Macro USM: Macrolite Adapter 72C 16 De flitser aan het objectief bevestigen Gebruik van een filter Tijdens flitsfotografie kan een in de handel verkrijgbaar filter worden gebruikt. Er kan een filter worden bevestigd volgens de twee hieronder beschreven procedures. Filters kunnen niet bij alle macro-objectieven worden gebruikt. (1) Bevestig een filter van 67 mm op de voorkant van de flitser (zie de bovenstaande afbeelding). (2) Bevestig de flitser aan het objectief terwijl het filter aan de voorkant van het objectief (de schroefdraad) bevestigd is. Macro-objectief EF50mm f/2.5 Compact Macro EF100mm f/2.8 Macro EF100mm f/2.8 Macro USM EF100mm f/2.8L Macro IS USM EF180mm f/3.5L Macro USM EF-S60mm f/2.8 Macro USM MP-E65mm f/2.8 1-5x Macro Photo Filtercompatibiliteit (1) (2) Niet bruikbaar*1 Bruikbaar Niet bruikbaar Bruikbaar Voorwaardelijk bruikbaar*2 Bruikbaar Niet bruikbaar *1: Het objectief kan niet met een filter worden gebruikt, aangezien scherpstelling wordt onderbroken door een bevestigd filter dat de voorkant van het objectief raakt. Ook kan het filter beschadigd worden of kan er een storing van de lens veroorzaakt worden. *2: Bevestig een filter voorop het objectief, voordat u de Macrolite Adapter (p. 16) aanbrengt voorop het filter. Als de voorkant van het filter niet voorzien is van passend schroefdraad, kunt u de flitser niet bevestigen omdat de Macrolite Adapter dan niet kan worden aangebracht. Houd er rekening mee dat bij aanbrengen van een flitser nadat er een filter en de Macrolite Adapter voorop het objectief zijn bevestigd, de randen van de foto iets donkerder kunnen uitvallen. Gebruik van een kap Als u een speciale kap wilt gebruiken met de MP-E65mm f/2.8 1-5x Macro Photo (afzonderlijk verkrijgbaar), bevestigt u de flitser nadat u de kap op het objectief hebt bevestigd. U kunt geen kap bevestigen wanneer u een ander macro-objectief gebruikt. 17 De flitser inschakelen 1 Zet de hoofdschakelaar in de stand <K>. X Het opladen van de flitser wordt gestart. X Tijdens het opladen wordt <G> op het LCD-paneel weergegeven. Wanneer het opladen van de flitser voltooid is, verdwijnt deze indicatie. of de flitser gereed is 2 Controleer voor gebruik. De status van het gereed-lampje verandert van uit naar groen (snelle flits klaar) naar rood (volledig opgeladen). Druk op de testflitsknop (gereedlampje) om een testflits af te vuren. Snelle flits Met de snelle flitsfunctie kunt u flitsen als het gereed-lampje groen brandt (voordat de flitser helemaal is opgeladen). Het is beschikbaar wanneer de transportmodus van de camera op één opname wordt ingesteld. Het flitsvermogen zal ongeveer 1/2 tot en met 1/5 van het volledige vermogen zijn, maar is effectief voor opnamen met een korter flitsinterval. Denk eraan dat u de snelle flitsfunctie niet kunt gebruiken bij continuopnamen, FEB, handmatig flitsen of als flitsfotografie met meerdere draadloze flitsers is ingesteld. Automatische uitschakeling Om energie te besparen, gaat de flitser automatisch uit als deze ongeveer 90 seconden niet is gebruikt. U schakelt de MR-14EX II weer in door de ontspanknop van de camera half in te drukken of de testflitsknop (gereed-lampje) in te drukken. De snelle flitsfunctie kan niet worden gebruikt als de flitsmodus is ingesteld op <b>. U kunt niet testflitsen als de timer 3/1/4/7/2 van de camera is geactiveerd. 18 De flitser inschakelen De blokkeerfunctie Wanneer de aan/uit-schakelaar is ingesteld op <a>, kunt u de flitsknoppen en -wieltjes uitschakelen. Deze functie is effectief wanneer u wilt voorkomen dat de flitsfunctie-instellingen per ongeluk worden gewijzigd nadat u ze hebt ingesteld. Als u een knop of wieltje bedient, wordt <LOCKED> weergegeven op het LCD-paneel. (De functies die boven functieknop 1 tot en met 4 zijn weergegeven, zoals <=> en <@>, worden niet weergegeven.) Verlichting LCD-paneel Wanneer een knop of wieltje wordt bediend, wordt het LCD-paneel 12 seconden verlicht. Als u deze bedient terwijl het LCD-paneel verlicht is, wordt de duur van de verlichting verlengd. De flitsinstellingen blijven van kracht, zelfs nadat de flitser is uitgeschakeld. Om de instellingen te behouden wanneer u de batterijen vervangt, moet u de batterijen vervangen binnen 1 minuut nadat u de aan/uit-schakelaar op uit hebt gezet en de batterijen hebt verwijderd. Wanneer de temperatuur van de flitser is gestegen als gevolg van continu flitsen, kan de tijd totdat de flitser automatisch wordt uitgeschakeld, langer worden. U kunt testflitsen of het focuslampje in-/uitschakelen terwijl de aan/uitschakelaar is ingesteld op de positie <a>. Ook wordt wanneer een knop of een wieltje wordt bediend, het LCD-paneel verlicht. U kunt de snelle flits laten afgaan tijdens continuopnamen (C.Fn-06/ p. 62). U kunt de functie voor automatische uitschakeling uitschakelen (C.Fn-01/ p. 61). U kunt selecteren welke oplaadmethode moet worden gebruikt wanneer een externe voeding wordt gebruikt (C.Fn-12/p. 63). U kunt de instelling van de verlichting van het LCD-paneel wijzigen (C.Fn-22/p. 64). U kunt de kleur van de verlichting van het LCD-paneel wijzigen (P.Fn-03/ p. 65). 19 Volledig automatisch flitsen Wanneer u de opnamemethode van de camera instelt op <d> (Program AE) of een volledig automatische methode, kunt u in de volledig automatische flitsmodus E-TTL II/E-TTL fotograferen. 1 Stel de flitsmodus in op <a>. Druk op de knop <E> en zet deze op <a>. Controleer of <M> niet wordt weergegeven. scherp op het onderwerp. 2 StelDruk de ontspanknop half in om scherp te stellen. X De sluitertijd en het diafragma worden in de zoeker weergegeven. Controleer of in de zoeker <Q> brandt. de foto. 3 Maak Als u de ontspanknop helemaal indrukt, flitst het apparaat en wordt de foto gemaakt. X Bij een standaardflitsbelichting brandt het bevestigingslampje voor de flitsbelichting 3 seconden. Zelfs wanneer de flitser is aangesloten op een camera die het E-TTL IIautoflashsysteem ondersteunt, wordt <a> op het LCD-paneel weergegeven. Als het bevestigingslampje voor de flitsbelichting niet gaat branden of als het onderwerp donker (onderbelicht) is als u het beeld op het LCDpaneel van de camera bekijkt, moet u dichter naar het onderwerp gaan en nog een opname maken. U kunt bij gebruik van een digitale camera ook een hogere ISO-snelheid instellen. Met “volledig automatische methode” worden de opnamemethoden <A>, <1> en <C> bedoeld. 20 Gebruik van E-TTL II- en E-TTL-Autoflash per opnamemethode Stel gewoon de opnamemethode van de camera in op <f> (AEdiafragmakeuze) of <a> (handmatig) en u kunt geavanceerde macroflitsfotografie met E-TTL II-/E-TTL-autoflash gebruiken. U kunt flitsfotografie gebruiken met een standaardbelichting van zowel het hoofdonderwerp als de achtergrond, rekening houdend met scherptediepte. Selecteer deze methode als u het diafragma handmatig wilt instellen. Vervolgens kiest de camera automatisch bij dit diafragma de juiste sluitertijd voor een standaardbelichting van het onderwerp. Als de scène donker is, wordt een lange synchronisatietijd gebruikt om zowel het hoofdonderwerp als de achtergrond standaard te belichten. De f flitser zorgt voor een standaardbelichting van het onderwerp, terwijl de lange sluitertijd zorgt voor een standaardbelichting van de achtergrond. Omdat een lange sluitertijd wordt gebruikt bij opnamen wanneer weinig licht beschikbaar is, adviseren wij u een statief te gebruiken. Als de sluitertijdindicator knippert, betekent dit dat de achtergrond onderbelicht of overbelicht zal zijn. Pas het diafragma aan tot de sluitertijdindicator stopt met knipperen. Selecteer deze methode als u zowel de sluitertijd als het diafragma handmatig wilt instellen. a De flitser zorgt voor standaardbelichting van het onderwerp. De belichting van de achtergrond wordt verkregen met de combinatie van sluitertijd en diafragma die u instelt. Wanneer de sluitertijd handmatig wordt ingesteld met de opnamemethode ingesteld op <s> (AE-sluitertijdvoorkeuze), wordt het diafragma automatisch ingesteld. Dit is echter niet aan te bevelen, aangezien het diafragma niet handmatig kan worden ingesteld. Als u de opnamemethode <Z> of <Y> gebruikt, is het resultaat hetzelfde als bij gebruik van <d> (Program AE). Flitssynchronisatiesnelheden en diafragma’s d Sluitertijd Diafragma Automatisch ingesteld (1/X sec. t/m 1/60 sec.) Automatisch ingesteld f Automatisch ingesteld (1/X sec. t/m 30 sec.) Handmatig ingesteld a Handmatig ingesteld (1/X sec. t/m 30 sec., Bulb) Handmatig ingesteld 1/X sec. is de maximale flitssynchronisatiesnelheid van de camera. 21 Gebruik van E-TTL II- en E-TTL-Autoflash per opnamemethode Focuslampje Druk op de knop <d> om het focuslampje 20 sec. te laten branden, zodat u gemakkelijker kunt scherpstellen. Druk opnieuw op de knop om het lampje uit te schakelen. Het focuslampje gaat automatisch uit wanneer u de ontspanknop op de camera volledig indrukt. Wanneer u van te dichtbij naar het scherpstellampje kijkt, kan dit tot oogbeschadiging leiden. Als u fotografeert wanneer het scherpstellampje brandt, kan onderbelichting optreden. Stel indien nodig de belichtingscompensatie of de flitsbelichtingscompensatie in. Onder omstandigheden waarin niet wordt geflitst, zoals wanneer de flitser uitstaat of tijdens het filmen, gaat het scherpstellampje niet automatisch uit, zelfs niet als u de ontspanknop volledig indrukt. U kunt de verlichtingsmethode van het focuslampje wijzigen (C.Fn-18/p. 64). U kunt de helderheid van het focuslampje wijzigen (P.Fn-01/p. 65). 22 Gebruik van E-TTL II- en E-TTL-Autoflash per opnamemethode ModelflitsN Als op de knop voor het controleren van de scherptediepte op de camera wordt gedrukt, wordt er 1 seconde continu geflitst. Deze functie wordt “modelflits” genoemd. Deze functie is effectief voor het bekijken van de schaduweffecten op het onderwerp en de lichtbalans. De modelflits kan ook worden gebruikt tijdens het draadloos flitsen met meerdere flitsers (p. 44). Flits nooit meer dan 20 keer continu met de modelflits om verslechtering en beschadiging van de flitser als gevolg van oververhitting te voorkomen. Laat de flitser na 20 keer continu flitsen minstens 10 minuten afkoelen. Wanneer u met de modelflits meer dan 20 maal achter elkaar flitst, kan de veiligheidsfunctie worden geactiveerd en wordt de flitser geblokkeerd. Laat in dit geval de flitser minstens 10 minuten afkoelen. Tijdens Live View-opnamen is het niet mogelijk om de modelflits (door de camera te bedienen) te activeren. De modelflits (door de camera te bedienen) wordt uitgeschakeld wanneer u de flitser gebruikt met de EOS M2, EOS M, EOS Elan II/Elan II E/50/ 50E, EOS REBEL K2/3000V, EOS REBEL XS N/REBEL G II/3000N/66, EOS REBEL 2000/300, EOS REBEL G/500N, EOS IX of EOS IX Lite/IX 7. Stel C.Fn-02 in op 1 of 2 (p. 61) en flits met de modelflits door op de testflitsknop te drukken. U kunt de modelflits activeren met de testflitsknop (C.Fn-02/p. 61). Kleurtemperatuurgegevens doorzenden Met deze functie beschikt u over een optimale witbalans tijdens flitsopnamen, omdat de kleurtemperatuurgegevens tijdens het flitsen naar de EOS DIGITAL camera worden verzonden. Als u de witbalans van de camera instelt op <A> of <Q>, wordt de functie automatisch ingeschakeld. Zie de specificaties in de instructiehandleiding van de camera om na te gaan of deze compatibel is met deze functie. 23 l De flitsverhouding instellenN U kunt de flitsverhouding van de flitsbuizen A en B aanpassen of slechts één flitsbuis gebruiken. Hiermee creëert u schaduwen op het onderwerp en een plastisch effect. U kunt de flitsverhouding als volgt in 1/2-stopwaarden instellen: 8:1 tot 1:1 tot 1:8 (13 instellingen). A:B = 4:1 Alleen flitsbuis B Flitsen met de flitsverhouding A:B ingesteld 1 Stel in op <l>. Druk op de knop <,> om <%> en <l> weer te geven. op de knop <F> 2 Druk Druk op functieknop 3 <F>. X De flitsverhouding wordt geselecteerd. de flitsverhouding in. 3 StelDraai <9> om de flitsverhouding A:B in te stellen en druk vervolgens op <8>. 25 l De flitsverhouding instellenN Aan één kant flitsen Stel <4> of <5> in. Druk op de knop <,> om <_> en <4> of <_> en <5> weer te geven. Alleen flitsbuis A Alleen flitsbuis B Flitsverhoudingsregeling is niet beschikbaar op de hieronder genoemde modellen. Beide kanten flitsen op hetzelfde flitsvermogen of er wordt aan één kant geflitst. EOS Elan II/Elan II E/50/50E, EOS REBEL XS N/REBEL G II/3000N/66, EOS REBEL 2000/300, EOS REBEL G/500N, EOS IX, EOS IX Lite/IX 7 De flitsverhouding van 8:1 tot 1:1 tot 1:8 is equivalent aan 3:1 tot 1:1 tot 1:3 (in stappen van 1/2 stop) wanneer deze naar het aantal f-stops wordt omgezet. De details van de flitsverhoudingsinstellingen zijn als volgt. Wanneer <l>, <4> of <5> niet wordt weergegeven, flitsen flitsbuizen A en B op hetzelfde flitsvermogen. Zie wanneer het flitsprogramma is ingesteld op <a>, pagina 32-34. 26 f FlitsbelichtingscompensatieN Op dezelfde manier als u de normale belichtingscompensatie instelt, stelt u ook de flitsbelichtingscompensatie in. De flitsbelichtingscompensatiewaarde kan worden ingesteld tot maximaal ±3 stops in stappen van 1/3 stop. 1 Druk op de knop <@> of <8>. Druk op functieknop 2 <@> of <8>. X <f> wordt weergegeven en de flitsbelichtingscompensatiewaarde wordt geselecteerd. de waarde voor de 2 Stel flitsbelichtingscompensatie in. Draai <9> om de waarde voor de flitsbelichtingscompensatie in te stellen en druk vervolgens op <8>. X De flitsbelichtingscompensatiewaarde is ingesteld. “0.3” betekent stops van 1/3 en “0.7” betekent stops van 2/3. Om de flitsbelichtingscompensatie te annuleren, zet u de compensatiewaarde terug op “±0”. Over het algemeen kiest u voor lichte onderwerpen een verhoogde belichtingscompensatie en voor donkere onderwerpen een verlaagde belichtingscompensatie. Als de belichtingscompensatie van de camera is ingesteld in stappen van 1/2 stop, is de flitsbelichtingscompensatie maximaal ±3 stops in stappen van 1/2 stop. Wanneer de flitsbelichtingscompensatie zowel op de flitser als op de camera wordt ingesteld, krijgt de instelling op de flitser voorrang. De flitsbelichtingscompensatiewaarde kan rechtstreeks worden ingesteld met <9> zonder op functieknop 2 <@> of <8> te drukken (C.Fn-13/p. 63). 27 g FEBN U kunt drie opnamen maken waarbij het flitsvermogen automatisch wordt gewijzigd. Dit wordt “FEB (Flash Exposure Bracketing)” genoemd. Het instelbereik is ±3 stops in stappen van 1/3 stop. 1 Druk op de knop <E>. Druk op functieknop 3 <E>. X <g> wordt weergegeven. het FEB-niveau in. 2 StelDraai <9> om het FEB-niveau in te stellen en druk vervolgens op <8>. X Het FEB-niveau wordt ingesteld. “0.3” betekent stops van 1/3 en “0.7” betekent stops van 2/3. Wanneer u FEB-opnamen samen met flitsbelichtingscompensatie gebruikt, wordt het uitgevoerd op basis van de flitsbelichtingscompensatiewaarde. Wanneer het FEB-bereik groter is dan ±3 stops, wordt aan het eind van het flitsbelichtingsniveau <I> of <J> weergegeven. Nadat de drie opnamen zijn gemaakt, wordt FEB automatisch geannuleerd. Voordat u gaat fotograferen met FEB, verdient het aanbeveling om de transportmodus van de camera in te stellen op één opname en voor elke opname te controleren of de flitser is opgeladen. U kunt FEB in combinatie met flitsbelichtingscompensatie of flitsbelichtingsvergrendeling gebruiken. Als de belichtingscompensatie van de camera is ingesteld op stappen van 1/2 stop, is de flitsbelichtingscompensatie maximaal ±3 stops in stappen van 1/2 stop. U kunt instellen dat FEB ingeschakeld blijft na het maken van de drie opnamen (C.Fn-03/p. 61). U kunt de FEB-opnamevolgorde wijzigen (C.Fn-04/p. 62). 28 7: FlitsbelichtingsvergrendelingN Met FE-vergrendeling (FE = Flash Exposure, flitsbelichting) wordt de flitsbelichting die voor een deel van de foto juist is, vastgezet. Terwijl <a> op het LCD-paneel wordt weergegeven, drukt u op de knop <B> van de camera. Voor camera’s zonder een knop <B> drukt u op de knop <A> (AE-vergrendeling) of <7>. 1 Stel scherp op het onderwerp. op de knop <B>. (8) 2 Druk Zorg ervoor dat het onderwerp zich midden in de zoeker bevindt en druk op de knop <B>. X De MR-14EX II geeft een voorflits en in het geheugen wordt het vereiste flitsvermogen voor het onderwerp opgeslagen. X Gedurende 0,5 seconde ziet u “FEL” in de zoeker. Telkens wanneer u op de knop <B> drukt, ziet u een voorflits en wordt een nieuw flitsvermogen dat op dat moment nodig is, in het geheugen opgeslagen. Als er geen juiste belichting kan worden verkregen wanneer u een flitsbelichtingsvergrendeling probeert te maken, knippert <Q> in de zoeker. Verklein de afstand tot het onderwerp, open het diafragma en voer opnieuw de flitsbelichtingsvergrendeling uit. U kunt bij gebruik van een digitale camera ook een hogere ISO-snelheid instellen en daarna de FE-vergrendeling opnieuw uitvoeren. Als het gewenste onderwerp te klein is in de zoeker, is de FEvergrendeling wellicht niet erg effectief. 29 c High-speed synchronisatieN Met high-speed synchronisatie wordt de flitser met alle sluitertijden gesynchroniseerd. Dit is handig wanneer u wilt fotograferen in het programma AE-diafragmavoorkeuze (f) (open diafragma) met achtergrondonscherpte. Geef <c> weer. Druk op functieknop 4 <Y> om <c> weer te geven. Controleer of in de zoeker <F> brandt. Bij high-speed synchronisatie geldt: hoe korter de sluitertijd, hoe lager het richtgetal. Als de ingestelde sluitertijd langer is dan de maximale flitssynchronisatiesnelheid, wordt in de zoeker geen <F> weergegeven. Druk op functieknop 4 <Y> om <c> uit te schakelen en naar normaal flitsen terug te keren. 30 r Synchronisatie op het tweede gordijnN Door opnamen te maken met een lange sluitertijd en tweede-gordijnsynchronisatie kunt u het spoor van de lichtbron van een bewegend onderwerp op natuurlijke wijze vastleggen. De flitser flitst vlak voordat de belichting wordt voltooid (bij het dichtgaan van de sluiter). Geef <r> weer. Druk op functieknop 4 <Y> om <r> weer te geven. Tweede-gordijnsynchronisatie werkt goed wanneer de opnamemethode van de camera is ingesteld op <F> (bulb-opnamen). Druk om terug te keren naar normale flitsfotografie op functieknop 4 <Y> om <r> uit te schakelen. Wanneer de flitsmodus is ingesteld op <a>, flitst de flitser twee keer. De eerste flits is een voorflits om het flitsvermogen vast te stellen. Het is geen storing. Tweede-gordijnsynchronisatie is uitgeschakeld tijdens draadloze flitsfotografie met meerdere flitsers (p. 44). 31 q: Handmatig flitsenN U kunt het flitsvermogen instellen in stappen van 1/3 stop, van 1/1 tot 1/128 van het totale vermogen. U kunt op een van de volgende drie manieren flitsen: flitsbuizen A en B flitsen op hetzelfde vermogen, A en B flitsen op verschillend vermogen, of alleen A of alleen B flitst. We raden u aan de opnamemethode van de camera in te stellen op <f> of <a>. Maak eerst een testopname om de belichting te controleren. Flitsbuizen A en B op hetzelfde flitsvermogen laten flitsen 1 Stel het flitsmodus in op <q>. Druk op de knop <E> en stel in op <q>. <,> uit. 2 Schakel Druk op de knop <,> om <,> uit te schakelen. het flitsvermogen in. 3 StelDruk op functieknop 2 <@> of <8>. X Het flitsvermogen wordt geselecteerd. Draai <9> om het flitsvermogen in te stellen en druk vervolgens op <8>. Als u high-speed synchronisatie hebt ingesteld, is het instelbereik 1/1 1/64. Het richtgetal verschilt wanneer van twee kanten of van één kant wordt geflitst, zelfs als de flitsvermogensinstellingen hetzelfde zijn (p. 75). U kunt het flitsvermogen rechtstreeks instellen door <9> te draaien in plaats van op functie knop 2 <@> of <8> te drukken (C.Fn-13/p. 63). 32 q: Handmatig flitsenN Flitsbuizen A en B op een ander flitsvermogen laten flitsen 1 Stel <4> en <5> in. Druk op de knop <,> om <%>, <4>, en 5 weer te geven. een flitser. 2 Selecteer Druk op functieknop 3 <F> of <8> en draai <9> om flitser A of B te selecteren. het flitsvermogen in. 3 StelDruk op functieknop 3 <1> of <8>. Draai <9> om het flitsvermogen in te stellen en druk vervolgens op <8>. Herhaal stap 2 en 3 om het flitsvermogen voor flitsbuizen A en B in te stellen. 33 q: Handmatig flitsenN Aan één kant flitsen 1 Alleen flitsbuis A Stel <4> of <5> in. Druk op de knop <,> om <_> en <4> of <_> en <5> weer te geven. Alleen flitsbuis B het flitsvermogen in. 2 StelDruk op functieknop 3 <@> of <8>. Draai <9> om het flitsvermogen in te stellen en druk vervolgens op <8>. 34 q: Handmatig flitsenN Handmatig de flitsbelichting instellen na meting Wanneer u een EOS-1D camera gebruikt, kan het flitsbelichtingsniveau handmatig worden ingesteld voordat u opnamen maakt. Dit is handig voor het maken van opnamen op korte afstand van het onderwerp. Gebruik een 18% grijze reflector (in de handel verkrijgbaar) en maak als volgt opnamen. 1 Configureer de camera en de instellingen van de MR-14EX II. Stel de opnamemethode van de camera in op <a> of <f>. Stel de flitsmodus van de MR-14EX II in op <a>. 2 Stel scherp op het onderwerp. Stel handmatig scherp. 3 Plaats een grijsreflector van 18% grijs. Plaats de grijsreflector op de positie van het onderwerp. Richt de camera zo dat de volledige puntmeetcirkel in het midden van de zoeker over de grijsreflector ligt. 4 Druk op de knop <B>, <P> of <7>. (8) X De MR-14EX II geeft een voorflits en in het geheugen wordt het vereiste flitsvermogen voor de juiste flitsbelichting opgeslagen. X Rechts in de zoeker geeft de belichtingsniveau-indicator het flitsbelichtingsniveau vergeleken met de standaardbelichting weer. 5 Stel het flitsbelichtingsniveau in. Pas het handmatige flitsniveau van de MR-14EX II en het diafragma zo aan dat het flitsbelichtingsniveau wordt afgestemd op de standaardbelichtingsindex. 6 Maak de foto. Haal de grijsreflector weg en maak de foto. Handmatig de flitsbelichting instellen na meting is alleen beschikbaar op EOS-1D camera’s. 35 MR-14EX II-instellingen wissenN U kunt de instellingen van de MR-14EX II-opnamefuncties en de instellingen voor draadloze flitsfotografie met meerdere flitsers terugzetten op de standaardwaarden. Druk 2 seconden of langer tegelijkertijd op functieknop 2 en 3. X De MR-14EX II-instellingen worden gewist en de instellingen keren terug naar normale fotografie en het flitsprogramma <a>. Zelfs als de instellingen zijn gewist, worden het transmissiekanaal tijdens draadloze flitsfotografie met meerdere flitsers en de instellingen voor de gebruikersfuncties en de persoonlijke functies (p. 58) niet geannuleerd. 36 2 Flitsfuncties instellen met de bediening van de camera In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de flitsfuncties instelt vanaf het menuscherm van de camera. Wanneer de opnamemodus van de camera op een volledig automatische modus of op een beeldzonemethode is ingesteld, zijn de functies in dit hoofdstuk niet beschikbaar. Stel de opnamemodus van de camera in op d/s/f/a/F (creatieve modi). 37 Flitseraansturing via het menuscherm van de camera Wanneer u EOS DIGITAL camera’s gebruikt die sinds 2007 op de markt zijn verschenen, kunt u flitsfuncties of gebruikersfuncties instellen via het menuscherm van de camera. Zie voor bediening van de camera de instructiehandleiding van de camera. Flitsfuncties instellen 1 Selecteer [Externe Speedlite besturing]. Selecteer [Externe Speedlite besturing] of [Flitsbesturing]. [Flits functie 2 Selecteer instellingen]. Selecteer [Flits functie instellingen] of [Func.inst. externe flitser]. X Het scherm voor instelling wordt weergegeven. functie in. 3 StelHetdescherm voor instelling en de weergegeven onderdelen variëren, afhankelijk van de camera. Selecteer een onderdeel en stel de functie in. Voorbeeld 1 38 Voorbeeld 2 Flitseraansturing via het menuscherm van de camera Instellingen die beschikbaar zijn in het scherm Flitsfunctie-instellingen De belangrijkste instelbare functies op het scherm [Flitsfunctieinstellingen] of [Func.inst. externe flitser] van de camera zijn als volgt. De beschikbare instellingen variëren per gebruikte camera, flitsprogramma enzovoort. Zie de volgende pagina voor details. Flitsen Inschakelen / Uitschakelen E-TTL II-flitslichtmeting Evaluatief / Gemiddeld Flitssync.snelheid AV-modus Flitsmodus E-TTL II (autoflash) / Manual flash Sluitersynchronisatie 1e-gordijn / 2e-gordijn / Hi-speed Flitsbelichtingscompensatie FEB (Flitser)instellingen wissen Digitale EOS-camera’s die sinds de tweede helft van 2014 op de markt zijn verschenen U kunt alle functies instellen via het instelscherm voor de flitsfuncties van de camera. Digitale EOS-camera’s die vóór de eerste helft van 2014 op de markt zijn verschenen U kunt “flitsverhoudingsregeling” of “fotograferen met meerdere draadloze flitsers” niet instellen met de instelling C.Fn-15-0 vanuit het instelscherm voor de flitsfuncties van de camera. Stel deze functies op de MR-14EX II in. Zie pagina 42 voor details over beperkingen (functies die niet ingesteld kunnen worden). U kunt echter wel andere functies vanaf het scherm instellen. Wanneer de flitsbelichtingscompensatie op de flitser ingesteld is, kan de flitsbelichtingscompensatie niet vanaf de camera uitgevoerd worden. Als u beide tegelijkertijd instelt, krijgt de instelling op de flitser voorrang. [Flitsen] en [E-TTL II meting] worden weergegeven in stap 2 of stap 3 op de vorige pagina (dit verschilt per camera). Wanneer [Flitssync.snelheid AV-modus] niet wordt weergegeven, kan dit worden ingesteld met de gebruikersfunctie van de camera. 39 Flitseraansturing via het menuscherm van de camera Flitsen Stel om te flitsen deze optie in op [Inschakelen]. E-TTL II-flitslichtmeting Stel deze optie voor een normale belichting in op [Evaluatief]. Als [Gemiddeld] wordt ingesteld, wordt het gemiddelde genomen voor de flitsbelichting voor de volledige gemeten scène per camera. Flitsbelichtingscompensatie kan nodig zijn, afhankelijk van de scène. Deze instelling is voor gevorderde gebruikers. Flitssync.snelheid AV-modus U kunt de flitssynchronisatiesnelheid instellen als u opnamen maakt in de modus AE-diafragmavoorkeuze (Av). Flitsmodus U kunt [E-TTL II] of [Manual flash] selecteren, afhankelijk van uw fotografiedoel. Sluitersynchronisatie U kunt de timing/methode voor het afgaan van de flitser kiezen uit [1e-gordijn], [2e-gordijn] en [Hogesnelheidssynchronisatie]. Stel de flitser om normaal te flitsen in op [1e-gordijn]. Flitsbelichtingscompensatie Op dezelfde manier als u de normale belichtingscompensatie instelt, stelt u ook de flitsbelichtingscompensatie in. De flitsbelichtingscompensatiewaarde kan worden ingesteld tot maximaal ±3 stops in stappen van 1/3 stop. FEB U kunt drie opnamen maken met automatisch een verschillend flitsvermogen. Het instelbare bereik is maximaal ±3 stops in stappen van 1/3 stop. (Flitser)instellingen wissen U kunt de instellingen voor flitsers terugzetten op de standaardinstellingen. 40 Flitseraansturing via het menuscherm van de camera Gebruikersfuncties voor de flitser instellen U kunt gebruikersfuncties voor flitsers vanuit het menuscherm van de camera instellen. De weergegeven details variëren, afhankelijk van de camera. Als C.Fn-22 niet wordt weergegeven, stelt u deze functie op de flitser in. Zie voor de gebruikersfuncties pagina 61-64. 1 Selecteer [Flitser C.Fn instellingen]. Selecteer [Flitser C.Fn instellingen] of [C.Fn-inst. externe flitser]. X Het scherm met instellingen voor de gebruikersfuncties van de flitser wordt weergegeven. de gebruikersfunctie in. 2 StelSelecteer het nummer van de gebruikersfunctie en stel de functie in. Als u alle ingestelde gebruikersfuncties wilt wissen, selecteert u [Wis alle Speedlite C.Fn’s] of [Wis C.Fn’s externe flitser] in stap 1. Wanneer u een camera gebruikt die in 2011 of eerder op de markt is verschenen, of EOS REBEL T5/1200D, worden de instellingen van C.Fn22 niet gewist, zelfs niet als [Wis alle Speedlite C.Fn’s] of [Wis C.Fn’s externe flitser] is geselecteerd. Wanneer u de procedure “Alle gebruikersfuncties/persoonlijke functies wissen” op pagina 60 uitvoert, worden alle gebruikersfuncties gewist. U kunt geen persoonlijke functies (P.Fn/p. 65) instellen of wissen vanuit het menuscherm van de camera. Stel deze op de flitser in. 41 Flitseraansturing via het menuscherm van de camera Functies die niet kunnen worden ingesteld vanaf het scherm Flitsfunctie-instellingen Als de MR-14EX II wordt gebruikt in combinatie met een digitale EOS-camera die vóór de eerste helft van 2014 op de markt is verschenen, kunt u sommige functies in de volgende tabellen niet instellen vanuit het instelscherm voor de flitsfuncties van de camera (p. 38). Stel de functie in een dergelijk geval op de MR-14EX II in. Wanneer de gebruikersfunctie C.Fn-15-0 is ingesteld E-TTL-autoflash Functies die niet vanaf de camera kunnen worden ingesteld Bediening op MR-14EX II Flitsverhouding A:B (bediening) Pagina 25 Draadloos flitsen met meerdere flitsers • Transmissiekanaal • Flitsverhouding A:B (bediening) • De waarde voor de flitsbelichtingscompensatie voor slave C Pagina’s 48-50 Handmatig flitsen Functies die niet vanaf de camera kunnen worden ingesteld Bediening op MR-14EX II Flitsvermogen voor flitsbuis B wanneer buizen A en B flitsen Pagina 33 Draadloos flitsen met meerdere flitsers • Transmissiekanaal • Het flitsvermogen voor flitsbuis B • Het flitsvermogen voor slave C Pagina’s 48, 55-56 Wanneer de gebruikersfunctie C.Fn-15-1 is ingesteld Alle functies, zoals het draadloos flitsen met meerdere flitsers, kunnen worden ingesteld op het scherm met flitsfunctie-instellingen. Aan één kant flitsen (p. 26) is niet mogelijk wanneer C.Fn-15-1 is ingesteld, aangezien C.Fn-15-1 een instelling is voor draadloos flitsen met meerdere flitsers. Zie voor gebruikersfunctie C.Fn-15 (Macro: wireless besturing) pagina 63. 42 3 Draadloos flitsen met meerdere flitsers In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de draadloze flitsfotografie met meerdere flitsers uitvoert door optische transmissie te gebruiken met een Speedlite van de EX-serie (afzonderlijk verkrijgbaar) uitgerust met de draadloze slavefunctie. Zie voor de accessoires die u nodig hebt voor flitsfotografie met meerdere draadloze flitsers, het systeemoverzicht op pagina 68. Wanneer de opnamemodus van de camera op een volledig automatische modus of op een beeldzonemodus is ingesteld, zijn de functies in dit hoofdstuk niet beschikbaar. Stel de opnamemodus van de camera in op d/s/f/a/F (creatieve modi). De MR-14EX II die aan de camera is bevestigd, wordt “master” genoemd en de Speedlite (externe flitser) die draadloos bestuurd wordt, wordt “slave” genoemd. 43 : Draadloos flitsen met meerdere flitsers Met een Speedlite van de EX-serie uitgerust met de draadloze slavefunctie via optische transmissie kunt u gemakkelijk fotograferen met meerdere draadloze flitsers. Het systeem is zo ontworpen dat de instellingen van de MR-14EX II (master) die op de camera is bevestigd, automatisch op de slaveflitser worden toegepast. Daarom hoeft u de slave-unit niet te bedienen tijdens het fotograferen. Vervolgens kunt u met meerdere draadloze flitsers fotograferen, waarbij u E-TTL II-/E-TTLautoflash gebruikt door de masterunit eenvoudig in te stellen op <a>. Plaatsing en besturingsbereik (Voorbeelden van fotograferen met meerdere draadloze flitsers) Fotograferen met meerdere flitsers met toevoeging van slave C (p. 49) U kunt fotograferen met meerdere flitsers met flitsbuizen A en B van de masterunit en een slave-unit die is ingesteld voor flitsgroep C (slave C). Slave C wordt automatisch bestuurd zodat een standaardbelichting wordt verkregen als groep C alleen flitst. Daarom kan deze flitser worden gebruikt om schaduwen op het onderwerp weg te nemen of lichtaccenten aan te brengen. Binnen C Buiten M Ca. 80° Transmissiebereik 44 Ca. 3 m Ca. 5 m : Draadloos flitsen met meerdere flitsers Geavanceerde flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van slave A, B en C (p. 53) In deze paragraaf wordt flitsfotografie met meerdere flitsers met slave C beschreven waarbij slave A en B ook toegevoegd zijn. Slave A wordt bestuurd om te flitsen met flitsbuis A en slave B met flitsbuis B als een groep (als één flitser). C A B Flitsen met flitsgroep C rechtstreeks op het hoofdonderwerp gericht, kan tot overbelichting leiden. Voer voordat u gaat fotograferen een testflits (p. 18) en een testopname uit. Zorg dat zich tussen de masterunit en slave-units geen obstakels bevinden die de transmissie kunnen belemmeren. Plaats de sensor van de slave-unit naar de masterunit gericht met behulp van de ministandaard die bij de slaveflitser wordt geleverd. Wanneer u binnen fotografeert, kan gebruik zelfs mogelijk zijn als de plaatsing enigszins onnauwkeurig is, doordat het transmissiesignaal van de muren wordt weerkaatst. 45 : Draadloos flitsen met meerdere flitsers Aansturing van slave-groepen Slave A wordt bestuurd om te flitsen met flitsbuis A en slave B met flitsbuis B als een groep (als één flitser). Meerdere units kunnen als slave C gebruikt worden. Er is geen limiet aan het aantal units dat als slave A, B of C gebruikt kan worden. Slave C Flitsgroep C Slave A Slave B Flitsgroep B Flitsbuis B 46 Flitsgroep A Flitsbuis A Instellingen voor draadloos flitsen Wanneer u draadloos wilt flitsen met meerdere flitsers met E-TTL II/ETTL autoflash, stelt u de masterunit en de slave-unit met de volgende procedure in. Instelling masterunit Geef <:> en <M> weer. Druk op de knop <,> om <:> (draadloze optische transmissie) en <M> weer te geven. Wanneer C.Fn-15 is ingesteld op 0 (p. 63), controleert u of <^>, <l> en <6> worden weergegeven (p. 49). Wanneer C.Fn-15 is ingesteld op 1 (p. 63), drukt u op de knop <,> en selecteert u de flitsmethode onder de onderstaande opties (p. 53). • <_> en <j> • <%> en <l> • <^> en <l> <6> Instelling slave-unit Stel flitsgroepen (A, B en C) in voor de slaveflitsers aan de hand van de instructiehandleiding van de EX-serie Speedlite uitgerust met de slavefunctie. Als u normaal wilt flitsen, drukt u op de knop <,> om de instellingen voor de masterunit te wissen. 47 Instellingen voor draadloos flitsen Transmissiekanaal instellen Om interferentie bij draadloze systemen met optische transmissie die door andere fotografen worden gebruikt, te voorkomen, kunt u het transmissiekanaal wijzigen. Stel hetzelfde kanaal in voor de masterunit en de slave-unit. 1 Druk op functieknop 4. Druk op functieknop 4 <]> om <C> weer te geven op de positie boven functieknop 1. een kanaal in. 2 StelDruk op functieknop 1 <C>. Draai <9> om een kanaal van 1 tot en met 4 te selecteren en druk vervolgens op <8>. Wanneer de transmissiekanalen van de masterunit en slave-unit niet hetzelfde zijn, zal de slave-unit niet flitsen. Zet beide op dezelfde waarde. Raadpleeg voor informatie over de configuratie van het slavecommunicatiekanaal de instructiehandleiding van de EX-serie Speedlite uitgerust met de slavefunctie. 48 a: Flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van slave C In deze paragraaf wordt flitsfotografie met meerdere flitsers beschreven waarbij slave C toegevoegd is aan flitsbuizen A en B. C 1 Stel het flitsprogramma in op <a>. Druk op de knop <E> en zet deze op <a>. <l> en <6> in. 2 StelDruk op de knop <,> om <^>, <l> en <6> weer te geven. Controleer of <:> en <M> worden weergegeven. het verzendkanaal. 3 Controleer Wanneer de kanalen voor de masterunit en slave-unit niet hetzelfde zijn, dient u deze op dezelfde waarden in te stellen (p. 48). C in en plaats deze. 4 StelStelslave de flitsgroep van de slave-unit in op C en plaats de unit binnen het bereik dat weergegeven wordt op pagina 44. 49 a: Flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van slave C de flitsverhouding A:B in. 5 StelDruk op functieknop 3 <F>, draai <9>, selecteer <l> en druk vervolgens op <8>. Draai <9> om de flitsverhouding A:B in te stellen en druk vervolgens op <8>. de waarde voor 6 Stel flitsbelichtingscompensatie in voor slave C. Draai <9>, selecteer <6> en druk vervolgens op <8>. Draai <9> om de waarde voor de flitsbelichtingscompensatie in te stellen en druk vervolgens op <8>. of de flitser gereed is 7 Controleer voor gebruik. Controleer of op de masterunit het gereed-lampje brandt dat aanduidt dat de flitser klaar is. Controleer of de slave-unit volledig opgeladen is. de werking. 8 Controleer Druk op de testflitsknop van de masterunit. X Slave C flitst. Als deze niet flitst, controleer dan of deze binnen besturingsbereik is geplaatst. de foto. 9 Maak Stel de camera in en maak de foto op dezelfde manier als bij normale flitsopnamen. X Bij een standaardflitsbelichting brandt het bevestigingslampje voor de flitsbelichting 3 seconden. 50 a: Flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van slave C Flitsen met flitsgroep C rechtstreeks op het hoofdonderwerp gericht, kan tot overbelichting leiden. Op de hieronder vermelde modellen is draadloos flitsen met meerdere flitsers met toevoeging van slave C niet beschikbaar wanneer de modus <a> is ingesteld (met C.Fn-15-0). Wanneer de modus <q> is ingesteld, is draadloze flitsfotografie met meerdere flitsers mogelijk op alle type A-camera’s (p. 2). EOS Elan II/Elan II E/50/50E, EOS REBEL XS N/REBEL G II/3000N/ 66, EOS REBEL 2000/300, EOS REBEL G/500N, EOS IX, EOS IX Lite/ IX 7 Als er een TL-lamp of computermonitor in de buurt van de slave-unit staat, kan de aanwezigheid van de lichtbron ertoe leiden dat de slaveunit gaat storen en per ongeluk flitst. Als u fotografeert of testflitst met slave A en B in positie wanneer C.Fn15-0 is ingesteld, kunnen slave A en B flitsen. Schakel slave A en B uit. U kunt de modelflits laten afgaan zelfs tijdens draadloos flitsen met meerdere flitsers (p. 23). Als de automatische uitschakelfunctie van de slave-unit wordt geactiveerd, drukt u op de testflitsknop van de masterunit om de slaveunit in te schakelen. U kunt niet testflitsen wanneer de timer 3/1/4/ 7/2 van de camera is geactiveerd. 51 a: Flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van slave C Flitsen met meerdere flitsers via draadloze functies De flitsbelichtingscompensatie en andere instellingen die op de masterunit zijn ingesteld, worden automatisch op de slave-unit(s) ingesteld. U hoeft u de slave-unit niet te bedienen tijdens het fotograferen. Fotograferen met meerdere draadloze flitsers en met de volgende instellingen kan op dezelfde manier als bij normaal flitsen. • Flitsbelichtingscompensatie (@/p. 27) • High-speed synchronisatie (Y/p. 30) • FEB (E/p. 28) • Handmatig flitsen (p. 32, 55) • Flitsbelichtingsvergrendeling (p. 29) <Y> en <E> worden weergegeven wanneer op functieknop 4 <]> wordt gedrukt. 52 a: Geavanceerde flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van slave A, B en C Wanneer C.Fn-15 ingesteld is op 1 (p. 63) kunt u niet alleen met meerdere flitsers fotograferen met slave C, maar ook met slave A en B. Zie voor een schema voor het bedienen van de flitsers “Aansturing van slave-groepen” op pagina 46. Flitsfotografie met meerdere flitsers is mogelijk door flitsbuizen A en B en de slave-unit(s) met hetzelfde vermogen te laten flitsen, of met toevoeging van alleen slave A of B, ongeacht de flitsgroepinstellingen van de slave (p. 54). C A B 1 Stel <l> en <6> in. Controleer of het flitsprogramma is ingesteld op <a>. Druk op de knop <,> om <^> en <l> <6> weer te geven. Controleer of <:> en <M> worden weergegeven. slave A, B en C in en plaats 2 Stel deze. Controleer of hetzelfde transmissiekanaal is ingesteld voor alle slave-units en de masterunit. Stel slave-units respectievelijk in als A, B en C en plaats deze in de juiste positie. 53 a: Geavanceerde flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van slave A, B en C de foto. 3 Maak Stel de flitsverhouding voor de flitsgroep (flitsbuis + slave) A:B in en de waarde voor flitsbelichtingscompensatie voor slave C volgens de procedure beschreven onder “Flitsfotografie met meerdere flitsers met toevoeging van slave C” (p. 49) en maak vervolgens de foto. Als u flitsbuizen A en B en de slave-unit met hetzelfde flitsvermogen wilt laten flitsen, stelt u in stap 1 <_> en <j> in. U kunt elk van A, B of C als flitsgroep voor de slave-units instellen. Als u alleen slave A en B wilt toevoegen, stelt u in stap 1 <%> en <l> in. 54 q: Draadloos flitsen met meerdere flitsers en handmatig flitsvermogen In deze paragraaf wordt het handmatig flitsen met meerdere draadloze flitsers beschreven. U kunt voor elke flitsgroep een ander flitsvermogen instellen. Stel alle parameters in op de masterunit. 1 Stel het flitsprogramma in op <q>. Druk op de knop <E> en stel in op <q>. de flitsgroep in. 2 StelDruk op de knop <,> om <:> (draadloze optische transmissie) en <M> weer te geven. Wanneer C.Fn-15 is ingesteld op 0 (p. 63), controleert u of <]> en <4> <5> <6> worden weergegeven. U kunt draadloos flitsen met meerdere flitsers met toevoeging van slave C. Wanneer C.Fn-15 is ingesteld op 1 (p. 63), drukt u op de knop <,> en selecteert u de flitsmethode onder de onderstaande opties. U kunt draadloos flitsen met meerdere flitsers met toevoeging van slave A, B en C. • <_> en <j> • <%> en <4> <5> • <]> en <4> <5> <6> een flitsgroep. 3 Selecteer Wanneer u <4> <5> of <4> <5> <6> hebt geselecteerd in stap 2, drukt u op functieknop 3 <F> of <8> en draait u <9> om de groep te selecteren waarvoor u het flitsvermogen wilt instellen. 55 q: Draadloos flitsen met meerdere flitsers en handmatig flitsvermogen het flitsvermogen in. 4 StelDruk op functieknop 3 <1> of <8>. Draai <9> om het flitsvermogen in te stellen en druk vervolgens op <8>. Herhaal stap 3 en 4 om het flitsvermogen voor alle groepen in te stellen. de foto. 5 Maak X Elke groep flitst op het ingestelde flitsvermogen. Als u fotografeert of testflitst met slave A en B in positie wanneer C.Fn-15-0 is ingesteld, kunnen slave A en B flitsen. Schakel slave A en B uit. Wanneer <j> is ingesteld als C.Fn-15 op 1 is gezet, kunt u elk van A, B of C als flitsgroep voor de slave-units instellen. Elke groep flitst op het ingestelde flitsvermogen. 56 4 De MR-14EX II aanpassen In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de MR-14EX II kunt aanpassen met de gebruikersfuncties (C.Fn) en persoonlijke functies (P.Fn). Wanneer de opnamemodus van de camera op een volledig automatische modus of op een beeldzonemethode is ingesteld, zijn de functies in dit hoofdstuk niet beschikbaar. Stel de opnamemodus van de camera in op d/s/f/a/F (creatieve modi). 57 C / >: Gebruikersfuncties en persoonlijke functies instellen U kunt via de gebruikersfuncties en persoonlijke functies de functies van de MR-14EX II afstemmen op uw opnamevoorkeuren. De persoonlijke functies bieden u aangepaste instellingen die uniek zijn voor de MR-14EX II. C: Gebruikersfuncties 1 Geef het scherm met gebruikersfuncties weer. Houd functieknop 1 <=> ingedrukt totdat het scherm wordt weergegeven. X Het scherm met gebruikersfuncties wordt weergegeven. een onderdeel om in te stellen. 2 Selecteer Draai <9> om een onderdeel (nummer) te selecteren om in te stellen. de instelling. 3 Wijzig Druk op <8>. X Het in te stellen onderdeel wordt weergegeven. Draai <9> om de gewenste instelling te selecteren en druk vervolgens op <8>. Druk op functieknop 4 <?> om terug te keren naar de gereed-status om te flitsen. >: Persoonlijke functies 1 Geef het scherm met persoonlijke functies weer. Nadat u stap 1 in de procedure voor gebruikersfuncties hebt uitgevoerd, drukt u op functieknop 1 <<>. X Het scherm met persoonlijke functies wordt weergegeven. in. 2 StelSteldedefunctie persoonlijke functie op dezelfde manier in als stap 2 en 3 voor de gebruikersfunctie. 58 C / >: Gebruikersfuncties en persoonlijke functies instellen Lijst gebruikersfuncties Nummer C.Fn-01 Functie # C.Fn-02 $ C.Fn-03 ( Pagina Automatisch uitschakelen Modelflits p. 61 FEB automatisch annuleren C.Fn-04 ) C.Fn-05 * FEB volgorde C.Fn-06 + C.Fn-07 , C.Fn-12 3 Flitser laden met externe voeding C.Fn-13 6 Flitsbelichtingsmeting instellen C.Fn-15 H Macro: wireless besturing C.Fn-18 I Macro: focuslicht aan/uit C.Fn-22 < Verlichting LCD-paneel Flitsmeetmodus p. 62 Snelle flits met continue opname Testflits met autoflits p. 63 p. 64 Lijst persoonlijke functies Nummer P.Fn-01 Functie K P.Fn-02 @ P.Fn-03 A Pagina Helderheid focuslampje LCD-paneelcontrast p. 65 LCD-paneelverlichtingskleur Als het scherm met gebruikersfuncties niet weergegeven wordt, zelfs niet als u functieknop 1 <=> ingedrukt houdt, zet u de aan/uit-knop van de camera op <2> of verwijdert u de MR-14EX II van de camera en bedient u de camera. 59 C / >: Gebruikersfuncties en persoonlijke functies instellen Alle gebruikersfuncties/persoonlijke functies wissen Wanneer op functieknop 2 <3> wordt gedrukt en vervolgens functieknop 1 <;> wordt geselecteerd op het scherm met gebruikersfuncties, kunt u de ingestelde gebruikersfuncties wissen. Zo kunt u ook, met dezelfde bewerkingen als op het scherm met persoonlijke functies, de ingestelde persoonlijke functies wissen. Als C.Fn-22 niet wordt weergegeven na het instellen van de gebruikersfuncties van de flitser op het menuscherm van de camera, stelt u deze in met de bewerkingen die worden beschreven op pagina 58. U kunt alle gebruikersfuncties van de flitser instellen of wissen in het menuscherm van de camera (p. 41). 60 C: Gebruikersfuncties instellen C.Fn-01: # (Automatisch uitschakelen) Wanneer de MR-14EX II ongeveer 90 seconden niet wordt gebruikt, wordt deze automatisch uitgeschakeld om energie te besparen. U kunt deze functie uitschakelen. 0: ON (Inschakelen) 1: OFF (Uitschakelen) Wanneer de temperatuur van de flitser stijgt als gevolg van continu flitsen enzovoort, kan het langer duren totdat de flitser automatisch wordt uitgeschakeld. C.Fn-02: $ (Instellicht) 0: 1: 2: 3: % (Inschakelen (scherptediepteknop)) Druk op de scherptediepteknop van de camera om de modelflits te activeren. & (Inschakelen (Flitstest knop)) Druk op de testflitsknop van de MR-14EX II om de modelflits te gebruiken. ' (Inschakelen (met beide knoppen)) Druk op de scherptediepteknop van de camera of op de testflitsknop van de MR-14EX II om de modelflits te gebruiken. OFF (Uitschakelen) De modelflits wordt uitgeschakeld. Wanneer de timer 3/1/4/7/2 van de camera is geactiveerd, is het niet mogelijk de modelflits te gebruiken met de testflitsknop. C.Fn-03: ( (FEB automatisch annuleren) U kunt instellen of u FEB wel of niet automatisch wilt annuleren nadat u drie opnamen met FEB hebt gemaakt. 0: ON (Inschakelen) 1: OFF (Uitschakelen) 61 C: Gebruikersfuncties instellen C.Fn-04: ) (FEB volgorde) U kunt de opnamevolgorde van de FEB-reeks als volgt wijzigen: 0: standaardbelichting, -: minder belichten (donkerder) en +: meer belichten (lichter). 0: 0  –  + 1: –  0  + C.Fn-05: * (Flits meetmethode) U kunt het automatische flitsmeetprogramma voor flitsopnamen wijzigen. 0: E-TTL II/E-TTL 1: TTL Wanneer u een EOS DIGITAL camera of de EOS REBEL T2/EOS 300X gebruikt, moet u deze functie niet op 1 zetten. Afhankelijk van het cameramodel kan de flitsmeting mogelijk niet goed worden geregeld. Er wordt bijvoorbeeld niet geflitst of er wordt altijd op volledig vermogen geflitst. Ook kunt u mogelijk niet flitsen met meerdere draadloze flitsers. Wanneer u functies instelt vanuit het menu van de camera, kunnen [2: Autom. externe flitsmeting] en [3: Handmatige externe flitsmeting] grijs worden weergegeven. In dit geval kunnen ze niet worden geselecteerd. 1 is de instelling voor opnamen met TTL-autoflash op analoge type A EOS-camera’s of het gebruik van analoge type B EOS-camera’s. Wanneer u een type B-camera gebruikt, kunt u E-TTL II-/E-TTL-autoflash niet gebruiken, zelfs niet wanneer 0 is ingesteld. C.Fn-06: + (Snelle flits met continue opname) U kunt instellen of u wel of niet de snelle flits (voor flitsen wanneer het gereed-lampje groen brandt) laat afgaan bij continuopnamen. 0: OFF (Uitschakelen) 1: ON (Inschakelen) Wanneer de snelle flits (p. 18) tijdens continu flitsen wordt gebruikt, kunnen foto’s onderbelicht raken, omdat het effectieve flitsbereik korter wordt. Instelling 1 wordt alleen aanbevolen als u het opname-interval wilt verkorten. 62 C: Gebruikersfuncties instellen C.Fn-07: , (Testflits met autoflits) U kunt het flitsvermogen wijzigen wanneer u de testflits laat afgaan in E-TTL II-/E-TTL-/TTL-autoflash. 0: 1/32 (1/32) 1: 1/1 (Volle output) C.Fn-12: 3 (Flitser laden met externe bron) 0: 1: 1 (Externe en interne voeding) Er wordt parallel opgeladen met zowel de interne als de externe voeding. 2 (Alleen externe voeding) U kunt het verbruik van de interne voedingsbron beperken door alleen een externe voedingsbron te gebruiken voor het opladen van de flitser om te flitsen en de interne voedingsbron te gebruiken voor bediening van de MR-14EX II. 0: 4 (Speedlite knop en wiel) 1: 5 (Alleen Speedlite wiel) U kunt de flitsbelichtingscompensatie of het flitsvermogen instellen door direct <9> te draaien in plaats van op de knop <@> te drukken. C.Fn-13: 6 (Flitsbelichtingsmeting instellen) C.Fn-15: H (Macro: wireless besturing) 0: 1: C (Slave C) Tijdens flitsfotografie met meerdere draadloze flitsers kunnen slaveunits die ingesteld zijn in flitsgroep C draadloos worden bediend. ALL (Slave A, B en C) Tijdens flitsfotografie met meerdere draadloze flitsers kunnen slaveunits die zijn ingesteld in flitsgroep A en B en slave-units die zijn ingesteld in flitsgroep C, als groep flitsen, gekoppeld aan respectievelijk flitsbuis A en B van de masterunit. Wanneer 1 is ingesteld, is aan één kant flitsen niet mogelijk. 63 C: Gebruikersfuncties instellen C.Fn-18: I (Macro: focuslicht aan/uit) 0: 1: LAMP (Met focuslicht knop) Druk op de knop <d> om het focuslampje in/uit te schakelen. J (Druk ontspanknop twee x half in) Druk de ontspanknop snel twee keer half in (dubbelklikken) om het focuslampje in/uit te schakelen. Deze functie is handig wanneer u geen hand vrij hebt tijdens het fotograferen. U kunt het scherpstellampje ook in-/uitschakelen door op de knop <d> te drukken. Wanneer u AF gebruikt om scherp te stellen en deze functie instelt op 1, dient u goed op te letten hoe u de ontspanknop indrukt. Het focuslampje kan per ongeluk aangaan. Als u deze flitser met de EOS D60 of EOS D30 gebruikt, werkt deze niet goed, zelfs niet als u de ontspanknop twee keer half indrukt (dubbelklikken). Druk op de knop <d> om het lampje in/uit te schakelen. C.Fn-22: B (Verlichting LCD-paneel) Wanneer een knop of een wieltje wordt bediend, wordt het LCD-paneel verlicht. U kunt deze verlichtingsinstelling wijzigen. 0: 12sec (12 seconden aan) 1: OFF (Paneelverlichting uitschakelen) 2: ON (Verlichting altijd aan) 64 >: Persoonlijke functies instellen P.Fn-01: K (Helderheid focuslampje) U kunt de helderheid van het focuslampje in 5 niveaus aanpassen. P.Fn-02: @ (LCD-paneelcontrast) U kunt het contrast van het LCD-paneel op 5 niveaus instellen. P.Fn-03: A (LCD-paneelverlichtingskleur) U kunt de kleur van de verlichting van het LCD-paneel selecteren. 0: GREEN (Groen) 1: ORANGE (Oranje) 65 Geheugenfunctie U kunt de instellingen in de MR-14EX II opslaan en later uit het geheugen oproepen. De geheugenfunctie kan worden gebruikt wanneer <]> op het scherm wordt weergegeven, zoals wanneer de instellingen zijn geconfigureerd op flitsfotografie met meerdere draadloze flitsers door op de knop <,> te drukken of tijdens normaal fotograferen wanneer de flitsverhoudingsregeling of aan één kant flitsen is ingesteld. 1 Druk op functieknop 4. Druk op functieknop 4 <]> om <L> weer te geven op de positie van functieknop 3. de instellingen op of laad ze 2 Sla vanuit het geheugen. Druk op functieknop 3 <L>. Opslaan Druk op functieknop 1 <V>. X De instellingen worden opgeslagen (in het geheugen). Laden Druk op functieknop 2 <J>. X De instellingen die waren opgeslagen, worden ingesteld. Voor de gebruikersfuncties worden alleen de instellingen van C.Fn-15 opgeslagen. Instellingen voor persoonlijke functies worden niet opgeslagen. Meerdere instellingen kunnen niet worden opgeslagen. Als u opnieuw opslaat, wordt de vorige instelling door de nieuwe instelling overschreven. 66 5 Aanvullende informatie Dit hoofdstuk biedt een systeemoverzicht, veelgestelde vragen en een beschrijving van het gebruik van de MR-14EX II met een type B-camera. 67 MR-14EX II-systeem " Draadloos flitsen Speedlite met slave-functie $ # % " Macro Ring Lite MR-14EX II # Compacte voedingseenheid CP-E4 Een externe voeding die werkt op acht AA/LR6-batterijen. $ Speedlite met draadloze slavefunctie voor optische transmissie 600EX-RT, 600EX, 580EX II, 580EX, 550EX, 430EX III-RT/430EX III, 430EX II, 430EX, 420EX, 320EX, 270EX II % Macrolite Adapter Een adapter om de flitser aan het objectief te bevestigen (p. 16). Gebruik voor een externe voeding de compacte voedingseenheid CP-E4. Gebruik van een externe voedingsbron die niet van Canon is, kan tot een storing leiden. Speedlite-units zonder de functie om van flitsgroep te wisselen (A, B en C) die worden vermeld in $, kunnen als slave A worden gebruikt tijdens flitsfotografie met meerdere draadloze flitsers. (Ze kunnen niet als slave B of C gebruikt worden.) 68 Flitserblokkering als gevolg van temperatuurstijging Wanneer continu flitsen of de modelflits herhaaldelijk met korte tussenpozen wordt gebruikt, kan de temperatuur van de MR-14EX II stijgen. Bij herhaald flitsen wordt de flitserblokkering automatisch geactiveerd om verslechtering en beschadiging van de flitser als gevolg van oververhitting te voorkomen. Wanneer de flitserblokkering is ingeschakeld, wordt de waarschuwing weergegeven als indicatie van de temperatuurstijging en wordt het flitsinterval automatisch op ongeveer 8 tot 15 seconden ingesteld. Temperatuurstijgingswaarschuwing Wanneer de inwendige temperatuur van de flitser stijgt, wordt de waarschuwing weergegeven in twee niveaus. Weergave Niveau 1 (Flitsinterval: circa 8 sec.) Niveau 2 (Flitsinterval: circa 15 sec.) Pictogram # f LCD-paneel Rood (brandt) Rood (knippert) Aantal keren continu flitsen en rusttijd In de volgende tabel wordt het aantal keren continu flitsen weergegeven totdat de waarschuwing van niveau 1 wordt weergegeven en de benodigde rusttijd totdat u weer normaal kunt flitsen. Functie Continu flitsen* Modelflits (p. 23) Aantal continue flitsen om een waarschuwing van niveau 1 te bereiken (richtlijn) Benodigde rusttijd (richtlijn) 48 keer of meer 10 min. of langer * Op volledig vermogen 69 Flitserblokkering als gevolg van temperatuurstijging Zelfs wanneer er geen waarschuwing van niveau 1 wordt weergegeven, wordt het flitsinterval verlengd naarmate de flitser warm begint te worden. Laat als er een waarschuwing van niveau 2 wordt weergegeven, de flitser minstens 15 minuten afkoelen. Zie voor waarschuwingen over het aantal keren flitsen pagina 12 (continue flitsen) of pagina 23 (modelflits). Raak de flitser of de batterijen niet aan direct nadat u continu geflitst hebt of de modelflits hebt gebruikt. Als u ze aanraakt, kan dit tot brandwonden leiden. Zorg dat de flitser afgekoeld is voordat u de flitser verwijdert of batterijen vervangt. Wanneer C.Fn-22-1 is ingesteld (p. 64), wordt de waarschuwing met de rode verlichting van het LCD-paneel niet weergegeven, zelfs niet als de temperatuur van de flitser stijgt. 70 Problemen oplossen Raadpleeg bij problemen met de flitser eerst de onderstaande oplossingen. Als u aan de hand van deze informatie het probleem niet kunt oplossen, neemt u contact op met uw leverancier of het dichtstbijzijnde Canon Service Center. Normale flitsmodus De flitser gaat niet aan. Controleer of de batterijen in de juiste richting in het compartiment zijn geplaatst (p. 14). Controleer of het deksel van het batterijcompartiment gesloten is (p. 14). Vervang de batterijen door nieuwe. Plaats batterijen in de flitser, zelfs wanneer een externe voeding (p. 68) wordt gebruikt. De MR-14EX II flitst niet. Schuif de bevestigingsvoet helemaal in de accessoireschoen van de camera, schuif de borgknop naar rechts en zet de bedieningsunit vast op de camera (p. 15). Vervang de batterijen als de indicatie <G> 30 seconden of langer weergegeven blijft (p. 14). Als de elektrische contactpunten van de bedieningsunit en de camera vuil zijn, veegt u ze af (p. 9) met een droge doek. De flitser heeft zichzelf uitgeschakeld. De automatische uitschakelingsfunctie van de MR-14EX II is geactiveerd. Druk de ontspanknop half in of druk op de testflitsknop (p. 18). Foto’s zijn onder- of overbelicht. Gebruik FE-vergrendeling als de foto een sterk reflecterend voorwerp bevat (p. 29). Stel flitsbelichtingscompensatie in als het hoofdonderwerp er erg donker of erg licht uitziet (p. 27). Met high-speed synchronisatie is het effectieve flitsbereik kleiner. Verklein de afstand tot het onderwerp (p. 30). Flits niet met slave C terwijl deze rechtstreeks op het hoofdonderwerp gericht is (p. 44). 71 Problemen oplossen De foto is erg onscherp. Als de opnamemethode is ingesteld op AE-diafragmavoorkeuze (f) en de scène donker is, wordt automatisch een lage synchronisatiesnelheid ingeschakeld (de sluitertijd wordt langer). Gebruik een statief of stel de opnamemethode in op program AE (d) of op volledig automatisch (p. 21). U kunt de synchronisatiesnelheid ook instellen in [Flitssync.snelheid AVmodus] (p. 40). Flitsverhouding, flitsbelichtingscompensatie of FEB kan niet worden ingesteld. Stel de opnamemethode in op d/s/f/a/F (creatieve modi) (p. 13). Flitsfotografie met meerdere draadloze flitsers via optische transmissie Flitsfotografie met meerdere draadloze flitsers is uitgeschakeld. Flitsverhoudingsregeling en flitsfotografie met meerdere draadloze flitsers zijn uitgeschakeld wanneer het flitsprogramma is ingesteld op TTL autoflash. Stel C.Fn-05 in op 0 (p. 62). De slave-unit flitst niet. Controleer of <:> en <M> worden weergegeven op het scherm van de masterunit (p. 47). Controleer of de flitsgroep van de slave-unit goed is ingesteld. Stel de transmissiekanalen van de masterunit en slave-unit op dezelfde waarden in (p. 48). Controleer of de slave-unit binnen het draadloze zendbereik van de masterunit is (p. 44). Richt de sensor voor draadloze bediening van de slave-unit op de masterunit (p. 44). Als de masterunit en de slave-unit te dicht bij elkaar staan, werkt de transmissie mogelijk niet goed (p. 74). 72 Specificaties Type Type: Compatibele camera’s: E-TTL II-/E-TTL-/TTL-autoflash Ringtype flitser voor close-ups Type A EOS-camera’s (E-TTL II-/E-TTL-autoflash) Type B EOS-camera’s (TTL-autoflash) Flitser Richtgetal: Aan twee kanten flitsen: circa 14 (ISO 100, in meters) Aan één kant flitsen: circa 10,5 (ISO 100, in meters) Flitsdekking: Circa 80° verticaal, 80° horizontaal Flitstijd: Normale flits: circa 1,8 ms of korter, snelle flits: circa 2,3 ms of korter Verzending van informatie Flitskleurtemperatuurgegevens doorgezonden naar de over kleurtemperatuur: camera tijdens flitsen Filter: Een filter van 67 mm kan aan de voorkant van de flitser worden bevestigd Focuslampje: Dekking • Bovenste lamp: circa 60° verticaal en 60° horizontaal • Onderste lamp: circa 45° verticaal en 45° horizontaal Lichtintensiteit: instelbaar Belichting Belichtingsregelsysteem: E-TTL II-/E-TTL-/TTL-autoflash, handmatige flits Effectief flitsbereik: Normale flits: circa 20 mm - 5 m Snelle flits: circa 20 mm - 2,7 m (bij richtgetal nr. 7,5, in meters) High-speed synchronisatie: circa 20 mm - 2,7 m (bij 1/250 sec.) * Aan twee kanten flitsen, met f/2.8 lens, ISO 100 * Afstand vanaf de flitser Flitsprogramma: Aan twee kanten flitsen, aan één kant flitsen Flitsverhoudingsregeling: 8:1 - 1:1 - 1:8, in stappen van 1/2 stop Flitsbelichtingscompensatie: ±3 stops in stappen van 1/3 of 1/2 stop FEB: ±3 stops in stappen van 1/3 of 1/2 stop (wanneer gebruikt met flitsbelichtingscompensatie) FE-vergrendeling: Ingeschakeld met de multifunctionele knop of de knoppen voor FE/AE-vergrendeling van de camera High-speed synchronisatie: Inschakelen Handmatig flitsen: Normale flits: 1/1 - 1/128 vermogen (stappen van 1/3 stop) High-speed synchronisatie: 1/1 - 1/64 vermogen (stappen van 1/3 stop) Bevestiging van Bevestigingslampjes voor flitsbelichting flitsbelichting: Modelflits: Geactiveerd met scherptediepteknop van de camera of de testflitsknop van MR-14EX II 73 Specificaties Opladen Flitsinterval (hersteltijd): Flitser gereed-lampje: Normale flits: circa 0,1 - 5,5 sec. Snelle flits: circa 0,1 - 3,3 sec. * Met AA-/LR6-alkalinebatterijen Brandt rood: normale flits beschikbaar Brandt groen: snelle flits beschikbaar Draadloze masterfunctie via optische transmissie Aansluitmethode: Kanaal: Aansturing slave-unit: Verzendbereik: Optische puls Kan. 1 - 4 Maximaal 3 groepen (A, B, C) Binnen: circa 0,2 - 5 m (aan de voorkant) Buiten: circa 0,2 - 3 m (aan de voorkant) circa 60° verticaal en 80° horizontaal Aanpasbare functies Gebruikersfuncties: Persoonlijke functies: 12 3 Voeding Voedingsbron MR-14EX II: vier AA-/LR6-alkalinebatterijen * Ni-MH-batterijen van het type AA/HR6 ook te gebruiken Gebruiksduur batterijen Circa 100 - 700 flitsen (aantal keren flitsen): * Met AA-/LR6-alkalinebatterijen Energiebesparing: Uitschakelen na circa 90 sec. inactiviteit Externe voeding: Compacte voedingsunit CP-E4 kan worden gebruikt Afmetingen en gewicht Afmetingen (B x H x D): Gewicht: Flitser: circa 129,6 x 112,1 x 25,3 mm Bedieningsunit: circa 69,6 x 118,8 x 71,4 mm Circa 455 g (alleen MR-14EX II, exclusief batterijen) Alle bovenstaande technische specificaties zijn gebaseerd op testnormen van Canon. De productspecificaties en de vormgeving van het product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. 74 Specificaties Richtgetal (circa, bij ISO 100, in meters) Normale flits Flitsvermogen 1/1 1/2 1/4 1/8 1/16 1/32 1/64 1/128 High-Speed Sync (Op volledig vermogen) Aan twee Aan één kanten flitsen kant flitsen 14,0 9,9 7,0 4,9 3,5 2,5 1,8 1,2 10,5 7,4 5,3 3,7 2,6 1,9 1,3 0,9 Sluitertijd 1/125 1/160 1/200 1/250 1/320 1/400 1/500 1/640 1/800 1/1000 1/1250 1/1600 1/2000 1/2500 1/3200 1/4000 1/5000 1/6400 1/8000 Aan twee Aan één kant kanten flitsen flitsen 8,9 8,5 8,0 7,6 6,2 5,5 4,9 4,4 3,9 3,5 3,1 2,7 2,4 2,2 1,9 1,7 1,5 1,4 1,2 6,6 6,3 6,0 5,7 4,6 4,1 3,7 3,3 3,1 2,6 2,3 2,1 1,8 1,6 1,5 1,3 1,2 1,0 0,9 75 De MR-14EX II gebruiken in combinatie met een type B-camera In deze paragraaf wordt beschreven welke functies wel of niet beschikbaar zijn als u de Macro Ring Lite MR-14EX II met een type B-camera gebruikt (analoge EOS-camera die TTL-autoflash ondersteunt). Wanneer de MR-14EX II met autoflash met een type B-camera wordt gebruikt, wordt <b> weergegeven op het LCD-paneel van de flitser. Functies die beschikbaar zijn bij type B-camera’s TTL-autoflash Aan beide kanten/aan één kant flitsen Flitsbelichtingscompensatie FEB Handmatig flitsen Synchronisatie op het tweede gordijn Draadloos flitsen met meerdere flitsers: Handmatig flitsen Functies die niet beschikbaar zijn bij type B-camera’s E-TTL II-/E-TTL-autoflash Flitsvermogensbesturing Flitsbelichtingsvergrendeling High-speed synchronisatie Draadloos flitsen met meerdere flitsers: Opnemen met automatisch flitsen Snelle flits Modelflits Bij gebruik met sommige analoge type B EOS-camera’s kunnen flitsbelichtingscompensatie, FEB, synchronisatie op het tweede gordijn en andere functies mogelijk zijn uitgeschakeld. 76 Uitsluitend bestemd voor de Europese Unie en EER (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) Dit symbool geeft aan dat dit product in overeenstemming met de AEEA-richtlijn (2012/19/EU) en de nationale wetgeving niet mag worden afgevoerd met het huishoudelijk afval. Dit product moet worden ingeleverd bij een aangewezen, geautoriseerd inzamelpunt, bijvoorbeeld wanneer u een nieuw gelijksoortig product aanschaft, of bij een geautoriseerd inzamelpunt voor hergebruik van elektrische en elektronische apparatuur (EEA). Een onjuiste afvoer van dit type afval kan leiden tot negatieve effecten op het milieu en de volksgezondheid als gevolg van potentieel gevaarlijke stoffen die veel voorkomen in elektrische en elektronische apparatuur (EEA). Bovendien werkt u door een juiste afvoer van dit product mee aan het effectieve gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Voor meer informatie over waar u uw afgedankte apparatuur kunt inleveren voor recycling kunt u contact opnemen met het gemeentehuis in uw woonplaats, de reinigingsdienst, of het afvalverwerkingsbedrijf. U kunt ook het schema voor de afvoer van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) raadplegen. Ga voor meer informatie over het inzamelen en recyclen van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur naar www.canon-europe.com/weee. 77 Voorzorgsmaatregelen Met de volgende voorzorgsmaatregelen kunt u letsel bij uzelf en anderen voorkomen. Zorg ervoor dat u deze maatregelen volledig begrijpt en uitvoert voordat u het product gebruikt. Als het product niet naar behoren werkt, beschadigd is of er andere problemen zijn, neemt u contact op met het dichtstbijzijnde Canon Service Center of met de leverancier bij wie u het product hebt aangeschaft. Waarschuwingen: Neem onderstaande waarschuwingen in acht. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot overlijden of ernstig letsel. Neem onderstaande veiligheidsrichtlijnen in acht om brand, oververhitting, lekkage van chemische stoffen, explosies en elektrische schokken te voorkomen: • Steek geen metalen voorwerpen in de elektrische contactpunten van het product, de accessoires, de verbindingskabels, enzovoort. • Gebruik geen batterijen, voedingsbronnen of accessoires die niet in de instructiehandleiding worden genoemd. Gebruik geen misvormde of aangepaste batterijen. • Veroorzaak geen kortsluiting in het product of de batterijen en breng er geen wijzigingen in aan. Verwarm of soldeer de batterij niet. Stel de batterij niet bloot aan brand of water. Stel de batterij niet bloot aan krachtige fysieke schokken. • Plaats de plus- en minpolen van de batterij niet verkeerd in het product en gebruik niet tegelijkertijd nieuwe batterijen en gebruikte batterijen of batterijen van een ander type. Gebruik het product niet in de buurt van ontvlambaar gas. Dit ter voorkoming van explosies of brand. Flits niet in de richting van bestuurders van een auto of ander voertuig. Dit kan leiden tot ongelukken. Demonteer de apparatuur niet en breng er geen wijzigingen in aan. De interne onderdelen staan onder hoogspanning en aanraking kan een elektrische schok veroorzaken. Raak de interne onderdelen niet aan als u het apparaat laat vallen en de behuizing kapot is. Als u dat wel doet, kunt u een elektrische schok krijgen. Bewaar het product niet op een stoffige of vochtige plaats of in een locatie met veel vettige rook. Hierdoor voorkomt u brand of elektrische schokken. Controleer voordat u dit product in een vliegtuig of ziekenhuis gebruikt of dit is toegestaan. De elektromagnetische golven van het product kunnen storingen veroorzaken in de instrumenten van het vliegtuig of de medische apparatuur van het ziekenhuis. Verwijder de batterij onmiddellijk als deze lekt, van kleur verandert, misvormd is of rook of stank verspreidt. Let goed op dat u hierbij geen brandwonden oploopt. Als u de batterij blijft gebruiken, kan dit leiden tot brand, elektrische schokken of brandwonden. Houd de batterij en andere accessoires buiten het bereik van kinderen. Neem onmiddellijk contact op met een arts als een kind een batterij of accessoire inslikt. (De chemische stoffen in batterijen kunnen letsel veroorzaken in de maag en darmen.) Zorg ervoor dat het product niet nat wordt. Verwijder de batterij direct als u het product in het water hebt laten vallen of als er water of metalen voorwerpen in terecht zijn komen. Hierdoor voorkomt u brand of elektrische schokken. Bedek het product niet en wikkel het ook niet in een doek. Als u dat wel doet, kan de warmte in het apparaat oplopen, waardoor het misvormd kan raken of in brand kan vliegen. 78 Houd het apparaat buiten het bereik van kinderen, ook tijdens het gebruik. Riemen of snoeren kunnen verstikking, elektrische schokken of letsel veroorzaken. Een kind kan ook stikken of zich bezeren als het per ongeluk een onderdeel of accessoire inslikt. Neem onmiddellijk contact op met een arts als een kind een onderdeel of accessoire inslikt. Verwijder de batterij uit het apparaat als u het niet gebruikt en ontkoppel de externe voedingsbron en kabel van het apparaat voordat u het opbergt. Zo voorkomt u elektrische schokken, oververhitting, brand of corrosie. Zorg ervoor dat er geen gelekte batterijvloeistof in uw ogen, op uw huid of op uw kleren terechtkomt. Dit kan leiden tot blindheid of huidproblemen. Spoel het betreffende gebied met veel schoon water als dit toch gebeurt, maar wrijf niet. Ga direct naar een arts. Gebruik geen verfverdunner, benzeen of andere organische oplosmiddelen om het product schoon te maken. Deze stoffen kunnen brand veroorzaken en zijn schadelijk voor de gezondheid. Let op: Volg onderstaande aanwijzingen op die aanzetten tot voorzichtigheid. Als u dat niet doet, kan dit resulteren in letsel of beschadiging van eigendommen. Verwijder de batterij uit het product als u dit gedurende langere tijd niet gebruikt. Hiermee voorkomt u storingen of corrosie. Isoleer de elektrische contactpunten van batterijen die u weggooit met tape, zodat deze niet in contact kunnen komen met andere metalen voorwerpen en batterijen. Dit ter voorkoming van brand of explosies. Gebruik of bewaar het product niet in een auto die direct in het zonlicht staat of waarin het heel warm is, of in de buurt van een zeer warm voorwerp. Het product kan heet worden en bij aanraking brandwonden veroorzaken. Het kan er ook toe leiden dat de batterij heet wordt, breekt, lekt, enzovoort. Maak geen flitsopname als de flitskop (lichtverspreidingseenheid) contact maakt met een lichaam of voorwerp. Als u dat wel doet, kan dit resulteren in brandwonden of brand. Ontsteek de flitser niet dichtbij iemands ogen. Het flitslicht zou hun ogen kunnen bezeren. Laat het product niet gedurende langere tijd in een omgeving met lage temperaturen. Het product wordt koud en kan bij aanraking letsel veroorzaken. Raak onderdelen van het product die heet worden nooit direct aan. Lang contact met de huid kan leiden tot oppervlakkige brandwonden. Als u de batterijen vervangt nadat u continu geflitst hebt, kunnen deze heet zijn. Let goed op dat u hierbij geen brandwonden oploopt. 79 Index 4 sec., 6 sec., 8 sec., 10 sec., 16 sec. timer .....................................4 A F FEB .......................................... 28, 40 Filter ............................................... 17 Aan één kant flitsen ..................26, 34 Flitsbelichtingscompensatie ..... 27, 40 Aantal keer flitsen ...........................14 Flitsbelichtingsniveau ............... 10, 35 Accessoireschoen...........................15 Flitsbelichtingsvergrendeling .......... 29 Automatisch uitschakelen .........18, 61 Flitsbesturing .................................. 38 Av (AE-diafragmavoorkeuze)..........21 Flitser.......................................... 8, 16 B Batterijen.........................................14 Besturing van slavegroepen ...........46 Bevestigingslampje flitsbelichting Selecteren............................ 26, 34 Flitserblokkering ............................. 69 Flitsfuncties instellen ...................... 37 Flitsgroep...................... 44, 46, 53, 55 ..................................................20, 50 Flitsinterval ......................... 12, 14, 69 Blokkeerfunctie ...............................19 Flitsmeetmodus ........................ 40, 62 C Flitsposities..................................... 44 C.Fn ..........................................58, 61 Flitsprogramma .................. 10, 11, 40 Creatieve modi......................4, 13, 72 Flitssynchronisatiesluitertijd...... 21, 40 D Draadloos flitsen met meerdere flitsers ........................................................43 A:B C ..............................47, 49, 53 Handmatig flitsen........................55 Draadloze instellingen.....................47 Draadloze optische transmissie ......43 Draagtas ...........................................3 E Effectief flitsbereik...........................24 E-TTL II (flitsmeting) .......................40 E-TTL II-/E-TTL-autoflash ...............21 Flitssynchronisatiesnelheid in Av-programma................................ 40 Flitsvermogen........................... 32, 55 Flitsvermogensbesturing A:B ....................................... 25, 50 A:B en C............................... 49, 53 Knop RATIO......................... 25, 33 Focuslampje ....................... 22, 64, 65 G Gebruikersfuncties (C.Fn) ........ 58, 61 Geheugenfunctie ............................ 66 Gereed-lampje.................... 18, 50, 62 Externe voeding ........................63, 68 81 Index H P Handmatig de flitsbelichting instellen P (Program AE)........................ 20, 21 na meting ........................................35 Persoonlijke functie (P.Fn) ....... 58, 65 Handmatig flitsen ......................32, 55 Aan één kant flitsen....................34 Draadloos flitsen met meerdere flitsers .........................................55 Flitsvermogen.......................32, 55 R Richtgetal ....................................... 75 S Slaveflitser...................................... 43 Batterijcontrole........................... 50 Instelling slave-unit .................... 47 High-speed synchronisatie .............30 Hoofdschakelaar.............................18 Sluitersynchronisatie ...................... 40 I Instellingen wissen....................36, 40 K Kap .................................................17 Kleurtemperatuurgegevens verzenden ........................................................23 Sluitertijd ........................................ 21 Snelle flits................................. 14, 18 Systeem ......................................... 68 T Temperatuurstijging........................ 69 Testflits ......................... 18, 50, 61, 63 L LCD-scherm....................................10 Contrast......................................65 Verlichting.......................19, 64, 65 M M (handmatige belichting) ..............21 Transmissieafstand ........................ 44 Transmissiekanaal ......................... 48 TTL-autoflash ........................... 62, 76 Tv (AE-sluitertijdvoorkeuze) ........... 21 Tweede-gordijnsynchronisatie Macrolite Adapter......................16, 68 ................................................. 31, 40 Master.......................................43, 47 Type A-camera................................. 2 Modelflits...................................23, 61 Type B-camera............................... 76 N Normale flits..............................14, 75 O Objectiefdop....................................16 Ontgrendelingsknop........................16 Opladen ..........................................18 82 V Verhouding ............. 25, 47, 49, 53, 55 Volledig automatisch flitsen............ 20 W Waarschuwing................................ 69 De beschrijvingen in deze Instructiehandleiding stammen uit november 2015. Voor meer informatie over de compatibiliteit met producten die na deze datum op de markt zijn gebracht, kunt u contact opnemen met een Canon Service Center. Ga naar de website van Canon voor de meest recente versie van de Instructiehandleiding. CANON INC. 30-2, Shimomaruko 3-chome, Ohta-ku, Tokyo 146-8501, Japan CANON EUROPA N.V. Bovenkerkerweg 59, 1185 XB Amstelveen, The Netherlands CPA-P109-003 © CANON INC. 2015
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148
  • Page 149 149
  • Page 150 150
  • Page 151 151
  • Page 152 152
  • Page 153 153
  • Page 154 154
  • Page 155 155
  • Page 156 156
  • Page 157 157
  • Page 158 158
  • Page 159 159
  • Page 160 160
  • Page 161 161
  • Page 162 162
  • Page 163 163
  • Page 164 164
  • Page 165 165
  • Page 166 166
  • Page 167 167
  • Page 168 168
  • Page 169 169
  • Page 170 170
  • Page 171 171
  • Page 172 172
  • Page 173 173
  • Page 174 174
  • Page 175 175
  • Page 176 176
  • Page 177 177
  • Page 178 178
  • Page 179 179
  • Page 180 180
  • Page 181 181
  • Page 182 182
  • Page 183 183
  • Page 184 184
  • Page 185 185
  • Page 186 186
  • Page 187 187
  • Page 188 188
  • Page 189 189
  • Page 190 190
  • Page 191 191
  • Page 192 192
  • Page 193 193
  • Page 194 194
  • Page 195 195
  • Page 196 196
  • Page 197 197
  • Page 198 198
  • Page 199 199
  • Page 200 200
  • Page 201 201
  • Page 202 202
  • Page 203 203
  • Page 204 204
  • Page 205 205
  • Page 206 206
  • Page 207 207
  • Page 208 208
  • Page 209 209
  • Page 210 210
  • Page 211 211
  • Page 212 212
  • Page 213 213
  • Page 214 214
  • Page 215 215
  • Page 216 216
  • Page 217 217
  • Page 218 218
  • Page 219 219
  • Page 220 220
  • Page 221 221
  • Page 222 222
  • Page 223 223
  • Page 224 224
  • Page 225 225
  • Page 226 226
  • Page 227 227
  • Page 228 228
  • Page 229 229
  • Page 230 230
  • Page 231 231
  • Page 232 232
  • Page 233 233
  • Page 234 234
  • Page 235 235
  • Page 236 236
  • Page 237 237
  • Page 238 238
  • Page 239 239
  • Page 240 240
  • Page 241 241
  • Page 242 242
  • Page 243 243
  • Page 244 244
  • Page 245 245
  • Page 246 246
  • Page 247 247
  • Page 248 248
  • Page 249 249
  • Page 250 250
  • Page 251 251
  • Page 252 252
  • Page 253 253
  • Page 254 254
  • Page 255 255
  • Page 256 256
  • Page 257 257
  • Page 258 258
  • Page 259 259
  • Page 260 260
  • Page 261 261
  • Page 262 262
  • Page 263 263
  • Page 264 264
  • Page 265 265
  • Page 266 266
  • Page 267 267
  • Page 268 268
  • Page 269 269
  • Page 270 270
  • Page 271 271
  • Page 272 272
  • Page 273 273
  • Page 274 274
  • Page 275 275
  • Page 276 276
  • Page 277 277
  • Page 278 278
  • Page 279 279
  • Page 280 280
  • Page 281 281
  • Page 282 282
  • Page 283 283
  • Page 284 284
  • Page 285 285
  • Page 286 286
  • Page 287 287
  • Page 288 288
  • Page 289 289
  • Page 290 290
  • Page 291 291
  • Page 292 292
  • Page 293 293
  • Page 294 294
  • Page 295 295
  • Page 296 296
  • Page 297 297
  • Page 298 298
  • Page 299 299
  • Page 300 300
  • Page 301 301
  • Page 302 302
  • Page 303 303
  • Page 304 304
  • Page 305 305
  • Page 306 306
  • Page 307 307
  • Page 308 308
  • Page 309 309
  • Page 310 310
  • Page 311 311
  • Page 312 312
  • Page 313 313
  • Page 314 314
  • Page 315 315
  • Page 316 316
  • Page 317 317
  • Page 318 318
  • Page 319 319
  • Page 320 320
  • Page 321 321
  • Page 322 322
  • Page 323 323
  • Page 324 324
  • Page 325 325
  • Page 326 326
  • Page 327 327
  • Page 328 328
  • Page 329 329
  • Page 330 330
  • Page 331 331
  • Page 332 332
  • Page 333 333
  • Page 334 334
  • Page 335 335
  • Page 336 336
  • Page 337 337
  • Page 338 338
  • Page 339 339
  • Page 340 340

Canon Macro Ring Lite MR-14EX II Handleiding

Type
Handleiding