Reely 1399921 Handleiding

Categorie
Speelgoed met afstandsbediening
Type
Handleiding
Brushed-rijregelaar „WP40“ 40 A
Bestelnr. 1399921
Beoogd gebruik
De rijregelaar is bedoeld voor de traploze, elektronische toerentalregeling van een borstelmotor (geschikt
type zie hoofdstuk „Technische gegevens“) en wordt aangesloten op een vrij kanaal van een afstandsbedie-
ning voor modelvoertuigen. De conguratie van de rijregelaar geschiedt via twee jumpers.
Afhankelijk van het modelvoertuig en de motor kan de rijregelaar met een NiMH-/NiCd-accu me 5 - 9 cellen
of een LiPo-accu met 2 - 3 cellen worden gebruikt.
Volg te allen tijde de veiligheidsaanwijzingen en alle andere informatie in deze gebruiksaanwijzing op.
Dit product voldoet aan de wettelijke, nationale en Europese eisen. Alle voorkomende bedrijfsnamen en
productaanduidingen zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren. Alle rechten voorbehouden.
Omvang van de levering
Rijregelaar
Dubbelzijdig plakband (evt. al op de onderkant van de rijgelaar aangebracht)
Gebruiksaanwijzing
Veiligheidinstructies
Bij schade, veroorzaakt door het niet in acht nemen van deze gebruiksaanwijzing, vervalt
het recht op de waarborg/garantie. Voor gevolgschade aanvaarden wij geen enkele aan-
sprakelijkheid!
Wij zijn niet verantwoordelijk voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door
ondeskundig gebruik of door het niet opvolgen van de veiligheidsaanwijzingen. In derge-
lijke gevallen vervalt de waarborg/garantie!
Om veiligheids- en keuringsredenen (CE) is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen van het pro-
duct niet toegestaan. Demonteer het product niet, er zijn geen onderdelen in de behuizing die door u
ingesteld of onderhouden dienen te worden. Hierdoor vervalt bovendien de waarborg/garantie!
Het product is geen speelgoed, houd het uit de buurt van kinderen.
Zet altijd eerst de zender aan en zet de hendel voor de rij-/remfunctie in de neutrale stand. Sluit de rijre-
gelaar nu pas aan op de accu en zet hem aan. Bij het uitzetten gaat u in omgekeerde volgorde te werk.
Voordat u de zender uitzet dient u eerst de rijregelaar uit te zetten en van de accu los te koppelen.
Koppel de accu altijd los van de rijregelaar wanneer de rijregelaar niet wordt gebruikt. Bij korte pauzes kan
de rijregelaar via de aan/uit-schakelaar worden uitgezet.
De rijregelaar kan worden gebruikt met een NiMH-/NiCd-accu met 5 - 9 cellen of een LiPo-accu met 2 - 3
cellen. Let er bij de keuze van de accu te allen tijde op of de motor en aandrijving van het voertuig (bijv.
differentieel) niet overbelast wordt).
Zowel de rijregelaar als de daarop aangesloten motor en de accu worden tijdens de werking zeer heet,
risico op verbranding!
Gebruik de rijregelaar uitsluitend via een geschikte accu, nooit via een netvoedingadapter.
Sluit slechts één borstelmotor op de rijregelaar aan. De regelaar is niet geschikt voor brushless-motoren
met drie aansluitingen!
Zorg bij de inbouw van de rijregelaar in een voertuig voor een zo groot mogelijke afstand naar de ontvan-
ger resp. motor om een wederzijdse beïnvloeding te voorkomen..
Leg de antennekabel van de ontvanger niet parallel aan de stroomvoerende kabels.
Bij het gebruik van het model moet voor voldoende koeling van de rijregelaar worden gezorgd.
Voorkom dat de aandrijving wordt geblokkeerd. De stromen die hieruit ontstaan kunnen de rijregelaar
vernietigen.
Controleer of de aandrijijn soepel loopt en regelmatig wordt onderhouden.
Controleer het voertuig, de rijregelaar en de daarop aangesloten motor regelmatig op beschadigingen.
Gebruik het voertuig resp. de rijregelaar niet meer indien u beschadigingen vaststelt.
Koppel de accu volledig los van de rijregelaar voordat u deze oplaadt.
Behandel het product voorzichtig; door stoten, schokken of een val - zelfs van geringe hoogte - kan het
beschadigd raken.
Laat het verpakkingsmateriaal niet rondslingeren, dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn.
Monteren en aansluiten
Wanneer de rijregelaar als vervanging van een bestaande rijregelaar wordt gebruikt, dient u eerst de oude
rijregelaar uit uw modelvoertuig te verwijderen.
Bevestig nu de rijregelaar in het voertuigchassis. Kies een plaats die zo ver mogelijk van de ontvanger ligt.
De rijregelaar dient ook niet direct naast de motor te liggen.
Voor de bevestiging van de rijregelaar kan bijv. klittenband of dubbelzijdig plakband worden gebruikt. De
rijregelaar moet zodanig worden gemonteerd dat het koellichaam tijdens het rijden voldoende wind (koel-
lucht) opvangt.
Sluit de kabel van de rijregelaar aan op die van de motor.
Mocht de kleurcode van de beide aansluitkabels van de rijregelaar overeenkomen met die van de motor
(bijv. blauwe en gele kabel), sluit dan de kabels met de betreffende kleuren op elkaar aan.
Indien later de draairichting van de motor verkeerd is (afhankelijk van de transmissie van het voertuig),
wissel dan gewoon de twee motoraansluitingen om. De motor draait vervolgens in de andere richting. Als
de zender over een reverse-schakelaar voor de rijfunctie beschikt, kan deze eveneens worden gebruikt.
De rijregelaar beschikt over een remfunctie; deze werkt echter uitsluitend bij vooruit rijden. Indien
de remfunctie later niet naar behoren functioneert, dienen de motoraansluitkabel en de servo-
reverse-functie te worden verwisseld.
De aan/uit-schakelaar dient zo te worden aangebracht, dat deze gemakkelijk kan worden bediend. Voor
de bevestiging kan klittenband of dubbelzijdig plakband worden gebruikt.
Sluit de driepolige stekker van de rijregelaar aan op het betreffende kanaal van de ontvanger.
Let hierbij absoluut op dat de juiste aansluiting op de ontvanger wordt gebruikt (zie gebruiksaanwijzing bij
de ontvanger resp. opdruk op de ontvanger).
Geel/wit/oranje leiding: Besturingssignaal
Rode leiding: Bedrijfsspanning
Bruin/zwarte leiding: GND/min/massa
Omdat de rijregelaar over BEC-elektronica beschikt mag geen ontvangbatterij resp. geen ont-
vangaccu worden gebruikt! Zowel de ontvanger alsook de daarop aangesloten stuurservo wordt
direct via de rijregelaar uit de accu van spanning/stroom voorzien.
Mocht voor de ontvanger in plaats van de BEC van de rijregelaar een separate stroomvoorzie-
ning worden gebruikt, dan dient de middelste draad van de driepolige ontvangstekker van de
rijregelaar te worden onderbroken.
Indien dit niet in acht wordt genomen wordt de rijregelaar onherstelbaar beschadigd! Verlies van
de waarborg/garantie!
Zorg dat kabels niet in draaiende of bewegende delen van het voertuig kunnen komen. Gebruik voor het
vastmaken bijvoorbeeld kabelbinders.
Voorbeeld voor de aansluiting van de rijregelaar (motor, servo, ontvanger en accu zijn niet bij de
levering van de rijregelaar inbegrepen):
1 Rijregelaar
2 Aan/uit-schakelaar
3 Motor
4 Accu
5 Stuurservo
6 Ontvanger
Conguratie van de rijregelaar
De rijregelaar beschikt over twee jumpers via welke zowel de rijfunctie alsook het accutype gecongureerd
kunnen worden.
Jumper “Reverse”:
Hier kan het achteruit rijden worden uitgeschakeld (“Disable”) of ingeschakeld (“Enable”).
Jumper “Battery”:
Stel hier in welke accu op de rijregelaar wordt aangesloten.
“Lipo” = LiPo-accu met 2 - 3 cellen
“NiMH” = NiMH-/NiCd-accu met 5 - 9 cellen
Belangrijk!
Indien u een LiPo-accu gebruikt en u stelt het accutype in op “NiMH”, dan wordt de accu te ver
ontladen en hierdoor onherstelbaar beschadigd.
Let er altijd op dat u het juiste accutype instelt voordat u een accu aansluit op de rijregelaar.
Mocht u nog oudere NiCd-accu's gebruiken, stel dan de jumper “Battery” in op “NiMH”.
1
2
3
4
5
6
Versie 06/16
Gebruiksaanwijzing
www.conrad.com
Ingebruikname van de rijregelaar
Let op, voorzichtig!
Plaats het modelvoertuig zo dat de aandrijfwielen geen contact maken met de grond of voorwer-
pen. Kom niet met uw vingers in de aandrijving. Blokkeer deze niet! Letselgevaar!
Indien de koppeling op de zender werd versteld kan direct na het aanzetten van de rijregelaar de
motor worden gestart!
Zet eerst de aan/uit-schakelaar van de rijregelaar uit (schakelstand “OFF”). Controleer vervolgens de
instelling van de jumpers en corrigeer ze, indien nodig.
Zet de zender aan en controleer vervolgens de accu- resp. batterijstatus van de zender.
Zet de koppeling voor de sturing en de rij-/remfunctie in de middelste stand en controleer of de hendel voor
de rij-/remfunctie in de neutrale stand staat.
Plaats een accu in uw voertuig en sluit deze aan op de rijregelaar.
Let op!
Let daarbij op de juiste polariteit van de aansluitkabels van de rijregelaar: rood = plus (+); zwart =
min (-). Bij verkeerde aansluiting kunnen de rijregelaar en de accu onherstelbaar worden bescha-
digd! Explosie-/verbrandingsgevaar!
Zet nu de rijregelaar aan (schakelstand “ON”).
De rijregelaar gaat nu kalibreren, dit kan ca. 3 seconden duren (gas-/remhendel op de zender gedurende
deze tijd in de middelste stand/neutrale stand laten, niet bewegen!). De motor laat diverse piepjes horen
(deze worden door de aansturing van de motor door de rijregelaar geproduceerd). De rijregelaar is nu
klaar voor gebruik.
1 korte pieptoon = NiMH-/NiCd-accu met 5 - 9 cellen
2 korte pieptonen = LiPo-accu met 2 cellen
3 korte pieptonen = LiPo-accu met 3 cellen
1 lange pieptoon = zelftest en kalibratie succesvol, rijregelaar is klaar voor gebruik
Mocht de rijregelaar de neutrale stand van de zender niet herkennen, dan is geen werking mo-
gelijk! Dit kan gebeuren als de koppeling op de zender is versteld of als de hendel voor de rij-/
remfunctie niet in de middelste stand/neutrale stand staat.
Werkingstest van de rijregelaar
Indien de hendel voor de rij-/remfunctie op de zender zich in de middelste stand (neutrale stand) bevindt,
mogen de wielen van het model niet draaien.
Wanneer u de hendel voor de rij-/remfunctie in de richting vooruit rijden (naar het handvat toetrekken) be-
weegt, moeten de aangedreven wielen van het model vooruit draaien.
Beweeg vervolgens de hendel continue vanuit de vooruitrijpositie in de richting achteruit rijden (wegschuiven
van het handvat van de zender). Nu moeten de aangedreven wielen van het model worden geremd.
Om om te schakelen naar achteruit rijden laat u de hendel in de middelste stand (neutrale stand) terugveren
en beweegt u deze na enige tijd (ca. 1 seconde) in de richting achteruit rijden (wegschuiven van het hand-
vat). De aangedreven wielen van het model moeten nu achteruit draaien.
Mochten de wielen precies tegen de eerder beschreven functie indraaien, dan zet u de rijregelaar
uit en plaatst u de jumper „Reverse“ in de positie “Enable”.
Optioneel kunnen de beide motorkabels en de reverse-instelling van de zender worden verwis-
seld.
Let er in ieder geval op dat de instelling van de jumper, de aansluiting van de motor resp. de
reverse-stand van de rijfunctie op de zender zodanig is, dat de remfunctie naar behoren intreedt
(uitsluitend bij het wisselen van vooruit naar achteruit).
De remfunctie mag pas beginnen als de gas-/remhendel op de zender continu van vooruit naar
achteruit wordt bewogen (het voertuig rijdt hier niet achteruit, maar de rem wordt geactiveerd).
Bovendien is het uitgangsvermogen bij achteruit rijden tot 50% gereduceerd.
De rode led van de rijregelaar is in de neutrale stand uit. Bij vooruit en achteruit knippert de led, bij planken-
gas brandt de led continu.
Stoppen
Zet de gas-/remhendel in de neutrale stand en laat het voertuig uitrollen (evt. koppelingregelaar op de
zender overeenkomstig corrigeren zodat de motor stilstaat).
Zet de rijregelaar uit.
Koppel de accu volledig los van de rijregelaar.
Zet eerst de zender uit..
Overtemperatuurbeveiliging
Als de rijregelaar te warm wordt wordt het motorvermogen gereduceerd resp. schakelt de motor uit. De rode
led gaat in dit geval knipperen. Koelt de rijregelaar af tot onder ca. +80 °C, dan is hij weer klaar voor gebruik.
Fail-safe-functie
De rijregelaar zet de motor uit veiligheidsoverwegingen uit wanneer er geen geldig signaal van de ontvanger
komt.
Onderspanningsherkenning
Onder een bepaalde accuspanning wordt het motorvermogen gereduceerd resp. schakelt de motor uit. Dit
beschermt de accu tegen te sterk ontladen, wat schadelijk is.
Jumper in de positie “NiMH” (accu met 5 - 9 cellen)
De rijregelaar reduceert het uitgangsvermogen tot 50% wanneer een accuspanning van 4,5 V wordt geme-
ten. Onder een accuspanning van 4,0 V schakelt de motor uit.
Jumper in de positie “Lipo” (accu met 2 cellen)
De rijregelaar reduceert het uitgangsvermogen tot 50% wanneer een accuspanning van 6,5 V wordt geme-
ten. Onder een accuspanning van 6,0 V schakelt de motor uit.
Jumper in de positie “LiPo” (accu met 3 cellen)
De rijregelaar reduceert het uitgangsvermogen tot 50% wanneer een accuspanning van 9,75 V wordt geme-
ten. Onder een accuspanning van 9,0 V schakelt de motor uit.
Onderhoud en Verzorging
De rijregelaar is voor u onderhoudsvrij, demonteer het product nooit.
Voor het reinigen of het onderhoud moet de rijregelaar worden uitgezet en de accu volledig van de rijregelaar
worden losgekoppeld. Wanneer u eerder nog met het voertuig reed, laat u de rijregelaar volledig afkoelen.
Maak de rijregelaar schoon met bijv. een langharige, schone penseel en een stofzuiger. Persluchtsprays
kunnen eveneens nuttig zijn.
Verwijdering
a) Algemeen
Het product hoort niet bij het huishoudelijk afval.
Verwijder het product aan het einde van zijn levensduur conform de geldende wettelijke bepalin-
gen.
b) Batterijen en accu's
U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu's in te
leveren; verwijdering via het huishoudelijk afval is niet toegestaan!
Batterijen/accu's met schadelijke stoffen worden gekenmerkt door het hiernaast afgebeelde pic-
togram, dat op het verbod van verwijdering via gewoon huishoudelijk afval duidt. De aanduidin-
gen voor zwaarmetalen zijn: Cd=cadmium, Hg=kwik, Pb=lood (aanduiding staat op de batterij/
accu bijv. onder de links afgebeelde containerpictogrammen).
Uw lege batterijen/accu's kunt u kosteloos inleveren bij de inzamelpunten in uw gemeente, bij al onze vesti-
gingen en overal waar batterijen/accu's worden verkocht.
Zo voldoet u aan de wettelijke verplichtingen en draagt u bij aan het beschermen van het milieu.
Technische gegevens
Geschikt voor voertuignorm ...........................1:10
Aantal cellen NiMH/NiCd ...............................5 - 9
Aantal cellen LiPo ..........................................2 - 3
Functies .........................................................Proportioneel vooruit rijden, rem, proportioneel achteruit rijden
bij achteruit rijden staat slechts 50% van het uitgangsvermogen
ter beschikking)
BEC-uitgang ..................................................6 V/DC, 2 A
Duurstroom ....................................................Vooruit rijden 40 A, Achteruit rijden 20 A
Maximumstroom (< 1 s) .................................Vooruit rijden 180 A, Achteruit rijden 90 A
Klokfrequentie ................................................1 kHz
Geschikt motortype .......................................540 of 550 (borstelmotor)
Motorlimiet .....................................................>=12 turns (LiPo = 2 cellen of NiMH = 6 cellen)
>=18 turns (LiPo = 3 cellen of NiMH = 9 cellen)
Afmetingen ....................................................46,5 x 34 x 28,5 mm (lx bx h
Massa ............................................................ca. 70 g
Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, micro-
verlming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de
uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.
© Copyright 2015 by Conrad Electronic SE. 1399921_V2_0616_01_DT_m_nl

Documenttranscriptie

De rijregelaar beschikt over een remfunctie; deze werkt echter uitsluitend bij vooruit rijden. Indien de remfunctie later niet naar behoren functioneert, dienen de motoraansluitkabel en de servoreverse-functie te worden verwisseld. Gebruiksaanwijzing www.conrad.com Brushed-rijregelaar „WP40“ 40 A Versie 06/16 Bestelnr. 1399921 • De aan/uit-schakelaar dient zo te worden aangebracht, dat deze gemakkelijk kan worden bediend. Voor de bevestiging kan klittenband of dubbelzijdig plakband worden gebruikt. • Sluit de driepolige stekker van de rijregelaar aan op het betreffende kanaal van de ontvanger. Let hierbij absoluut op dat de juiste aansluiting op de ontvanger wordt gebruikt (zie gebruiksaanwijzing bij de ontvanger resp. opdruk op de ontvanger). Geel/wit/oranje leiding: Besturingssignaal Rode leiding: Bedrijfsspanning Bruin/zwarte leiding: GND/min/massa Omdat de rijregelaar over BEC-elektronica beschikt mag geen ontvangbatterij resp. geen ontvangaccu worden gebruikt! Zowel de ontvanger alsook de daarop aangesloten stuurservo wordt direct via de rijregelaar uit de accu van spanning/stroom voorzien. Beoogd gebruik De rijregelaar is bedoeld voor de traploze, elektronische toerentalregeling van een borstelmotor (geschikt type zie hoofdstuk „Technische gegevens“) en wordt aangesloten op een vrij kanaal van een afstandsbediening voor modelvoertuigen. De configuratie van de rijregelaar geschiedt via twee jumpers. Mocht voor de ontvanger in plaats van de BEC van de rijregelaar een separate stroomvoorziening worden gebruikt, dan dient de middelste draad van de driepolige ontvangstekker van de rijregelaar te worden onderbroken. Afhankelijk van het modelvoertuig en de motor kan de rijregelaar met een NiMH-/NiCd-accu me 5 - 9 cellen of een LiPo-accu met 2 - 3 cellen worden gebruikt. Volg te allen tijde de veiligheidsaanwijzingen en alle andere informatie in deze gebruiksaanwijzing op. Dit product voldoet aan de wettelijke, nationale en Europese eisen. Alle voorkomende bedrijfsnamen en productaanduidingen zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren. Alle rechten voorbehouden. Omvang van de levering Indien dit niet in acht wordt genomen wordt de rijregelaar onherstelbaar beschadigd! Verlies van de waarborg/garantie! • Zorg dat kabels niet in draaiende of bewegende delen van het voertuig kunnen komen. Gebruik voor het vastmaken bijvoorbeeld kabelbinders. Voorbeeld voor de aansluiting van de rijregelaar (motor, servo, ontvanger en accu zijn niet bij de levering van de rijregelaar inbegrepen): • Rijregelaar • Dubbelzijdig plakband (evt. al op de onderkant van de rijgelaar aangebracht) 5 • Gebruiksaanwijzing Veiligheidinstructies 4 Bij schade, veroorzaakt door het niet in acht nemen van deze gebruiksaanwijzing, vervalt het recht op de waarborg/garantie. Voor gevolgschade aanvaarden wij geen enkele aansprakelijkheid! Wij zijn niet verantwoordelijk voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door ondeskundig gebruik of door het niet opvolgen van de veiligheidsaanwijzingen. In dergelijke gevallen vervalt de waarborg/garantie! 1 • Om veiligheids- en keuringsredenen (CE) is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen van het product niet toegestaan. Demonteer het product niet, er zijn geen onderdelen in de behuizing die door u ingesteld of onderhouden dienen te worden. Hierdoor vervalt bovendien de waarborg/garantie! 3 6 2 • Het product is geen speelgoed, houd het uit de buurt van kinderen. • Zet altijd eerst de zender aan en zet de hendel voor de rij-/remfunctie in de neutrale stand. Sluit de rijregelaar nu pas aan op de accu en zet hem aan. Bij het uitzetten gaat u in omgekeerde volgorde te werk. Voordat u de zender uitzet dient u eerst de rijregelaar uit te zetten en van de accu los te koppelen. • Koppel de accu altijd los van de rijregelaar wanneer de rijregelaar niet wordt gebruikt. Bij korte pauzes kan de rijregelaar via de aan/uit-schakelaar worden uitgezet. • De rijregelaar kan worden gebruikt met een NiMH-/NiCd-accu met 5 - 9 cellen of een LiPo-accu met 2 - 3 cellen. Let er bij de keuze van de accu te allen tijde op of de motor en aandrijving van het voertuig (bijv. differentieel) niet overbelast wordt). • Zowel de rijregelaar als de daarop aangesloten motor en de accu worden tijdens de werking zeer heet, risico op verbranding! • Gebruik de rijregelaar uitsluitend via een geschikte accu, nooit via een netvoedingadapter. • Sluit slechts één borstelmotor op de rijregelaar aan. De regelaar is niet geschikt voor brushless-motoren met drie aansluitingen! 1 Rijregelaar 2 Aan/uit-schakelaar 3 Motor 4 Accu 5 Stuurservo 6 Ontvanger Configuratie van de rijregelaar De rijregelaar beschikt over twee jumpers via welke zowel de rijfunctie alsook het accutype geconfigureerd kunnen worden. • Zorg bij de inbouw van de rijregelaar in een voertuig voor een zo groot mogelijke afstand naar de ontvanger resp. motor om een wederzijdse beïnvloeding te voorkomen.. • Leg de antennekabel van de ontvanger niet parallel aan de stroomvoerende kabels. • Bij het gebruik van het model moet voor voldoende koeling van de rijregelaar worden gezorgd. • Voorkom dat de aandrijving wordt geblokkeerd. De stromen die hieruit ontstaan kunnen de rijregelaar vernietigen. • Controleer of de aandrijflijn soepel loopt en regelmatig wordt onderhouden. • Controleer het voertuig, de rijregelaar en de daarop aangesloten motor regelmatig op beschadigingen. Gebruik het voertuig resp. de rijregelaar niet meer indien u beschadigingen vaststelt. • Koppel de accu volledig los van de rijregelaar voordat u deze oplaadt. • Behandel het product voorzichtig; door stoten, schokken of een val - zelfs van geringe hoogte - kan het beschadigd raken. • Laat het verpakkingsmateriaal niet rondslingeren, dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn. Monteren en aansluiten Jumper “Reverse”: • Wanneer de rijregelaar als vervanging van een bestaande rijregelaar wordt gebruikt, dient u eerst de oude rijregelaar uit uw modelvoertuig te verwijderen. Jumper “Battery”: • Bevestig nu de rijregelaar in het voertuigchassis. Kies een plaats die zo ver mogelijk van de ontvanger ligt. De rijregelaar dient ook niet direct naast de motor te liggen. • Voor de bevestiging van de rijregelaar kan bijv. klittenband of dubbelzijdig plakband worden gebruikt. De rijregelaar moet zodanig worden gemonteerd dat het koellichaam tijdens het rijden voldoende wind (koellucht) opvangt. • Sluit de kabel van de rijregelaar aan op die van de motor. Mocht de kleurcode van de beide aansluitkabels van de rijregelaar overeenkomen met die van de motor (bijv. blauwe en gele kabel), sluit dan de kabels met de betreffende kleuren op elkaar aan. Indien later de draairichting van de motor verkeerd is (afhankelijk van de transmissie van het voertuig), wissel dan gewoon de twee motoraansluitingen om. De motor draait vervolgens in de andere richting. Als de zender over een reverse-schakelaar voor de rijfunctie beschikt, kan deze eveneens worden gebruikt. Hier kan het achteruit rijden worden uitgeschakeld (“Disable”) of ingeschakeld (“Enable”). Stel hier in welke accu op de rijregelaar wordt aangesloten. “Lipo” = LiPo-accu met 2 - 3 cellen “NiMH” = NiMH-/NiCd-accu met 5 - 9 cellen Belangrijk! Indien u een LiPo-accu gebruikt en u stelt het accutype in op “NiMH”, dan wordt de accu te ver ontladen en hierdoor onherstelbaar beschadigd. Let er altijd op dat u het juiste accutype instelt voordat u een accu aansluit op de rijregelaar. Mocht u nog oudere NiCd-accu's gebruiken, stel dan de jumper “Battery” in op “NiMH”. Ingebruikname van de rijregelaar Onderhoud en Verzorging Let op, voorzichtig! De rijregelaar is voor u onderhoudsvrij, demonteer het product nooit. Plaats het modelvoertuig zo dat de aandrijfwielen geen contact maken met de grond of voorwerpen. Kom niet met uw vingers in de aandrijving. Blokkeer deze niet! Letselgevaar! Voor het reinigen of het onderhoud moet de rijregelaar worden uitgezet en de accu volledig van de rijregelaar worden losgekoppeld. Wanneer u eerder nog met het voertuig reed, laat u de rijregelaar volledig afkoelen. Indien de koppeling op de zender werd versteld kan direct na het aanzetten van de rijregelaar de motor worden gestart! Maak de rijregelaar schoon met bijv. een langharige, schone penseel en een stofzuiger. Persluchtsprays kunnen eveneens nuttig zijn. • Zet eerst de aan/uit-schakelaar van de rijregelaar uit (schakelstand “OFF”). Controleer vervolgens de instelling van de jumpers en corrigeer ze, indien nodig. • Zet de zender aan en controleer vervolgens de accu- resp. batterijstatus van de zender. Zet de koppeling voor de sturing en de rij-/remfunctie in de middelste stand en controleer of de hendel voor de rij-/remfunctie in de neutrale stand staat. • Plaats een accu in uw voertuig en sluit deze aan op de rijregelaar. Let op! Let daarbij op de juiste polariteit van de aansluitkabels van de rijregelaar: rood = plus (+); zwart = min (-). Bij verkeerde aansluiting kunnen de rijregelaar en de accu onherstelbaar worden beschadigd! Explosie-/verbrandingsgevaar! • Zet nu de rijregelaar aan (schakelstand “ON”). • De rijregelaar gaat nu kalibreren, dit kan ca. 3 seconden duren (gas-/remhendel op de zender gedurende deze tijd in de middelste stand/neutrale stand laten, niet bewegen!). De motor laat diverse piepjes horen (deze worden door de aansturing van de motor door de rijregelaar geproduceerd). De rijregelaar is nu klaar voor gebruik. 1 korte pieptoon = NiMH-/NiCd-accu met 5 - 9 cellen 2 korte pieptonen = LiPo-accu met 2 cellen 3 korte pieptonen = LiPo-accu met 3 cellen 1 lange pieptoon = zelftest en kalibratie succesvol, rijregelaar is klaar voor gebruik Mocht de rijregelaar de neutrale stand van de zender niet herkennen, dan is geen werking mogelijk! Dit kan gebeuren als de koppeling op de zender is versteld of als de hendel voor de rij-/ remfunctie niet in de middelste stand/neutrale stand staat. Werkingstest van de rijregelaar Indien de hendel voor de rij-/remfunctie op de zender zich in de middelste stand (neutrale stand) bevindt, mogen de wielen van het model niet draaien. Wanneer u de hendel voor de rij-/remfunctie in de richting vooruit rijden (naar het handvat toetrekken) beweegt, moeten de aangedreven wielen van het model vooruit draaien. Verwijdering a) Algemeen Het product hoort niet bij het huishoudelijk afval. Verwijder het product aan het einde van zijn levensduur conform de geldende wettelijke bepalingen. b) Batterijen en accu's U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu's in te leveren; verwijdering via het huishoudelijk afval is niet toegestaan! Batterijen/accu's met schadelijke stoffen worden gekenmerkt door het hiernaast afgebeelde pictogram, dat op het verbod van verwijdering via gewoon huishoudelijk afval duidt. De aanduidingen voor zwaarmetalen zijn: Cd=cadmium, Hg=kwik, Pb=lood (aanduiding staat op de batterij/ accu bijv. onder de links afgebeelde containerpictogrammen). Uw lege batterijen/accu's kunt u kosteloos inleveren bij de inzamelpunten in uw gemeente, bij al onze vestigingen en overal waar batterijen/accu's worden verkocht. Zo voldoet u aan de wettelijke verplichtingen en draagt u bij aan het beschermen van het milieu. Technische gegevens Geschikt voor voertuignorm ���������������������������1:10 Aantal cellen NiMH/NiCd �������������������������������5 - 9 Aantal cellen LiPo ������������������������������������������2 - 3 Functies ���������������������������������������������������������Proportioneel vooruit rijden, rem, proportioneel achteruit rijden bij achteruit rijden staat slechts 50% van het uitgangsvermogen ter beschikking) BEC-uitgang ��������������������������������������������������6 V/DC, 2 A Duurstroom ����������������������������������������������������Vooruit rijden 40 A, Achteruit rijden 20 A Beweeg vervolgens de hendel continue vanuit de vooruitrijpositie in de richting achteruit rijden (wegschuiven van het handvat van de zender). Nu moeten de aangedreven wielen van het model worden geremd. Maximumstroom (< 1 s) ���������������������������������Vooruit rijden 180 A, Achteruit rijden 90 A Om om te schakelen naar achteruit rijden laat u de hendel in de middelste stand (neutrale stand) terugveren en beweegt u deze na enige tijd (ca. 1 seconde) in de richting achteruit rijden (wegschuiven van het handvat). De aangedreven wielen van het model moeten nu achteruit draaien. Geschikt motortype ���������������������������������������540 of 550 (borstelmotor) Mochten de wielen precies tegen de eerder beschreven functie indraaien, dan zet u de rijregelaar uit en plaatst u de jumper „Reverse“ in de positie “Enable”. Optioneel kunnen de beide motorkabels en de reverse-instelling van de zender worden verwisseld. Klokfrequentie ������������������������������������������������1 kHz Motorlimiet �����������������������������������������������������>=12 turns (LiPo = 2 cellen of NiMH = 6 cellen) >=18 turns (LiPo = 3 cellen of NiMH = 9 cellen) Afmetingen ����������������������������������������������������46,5 x 34 x 28,5 mm (lx bx h Massa ������������������������������������������������������������ca. 70 g Let er in ieder geval op dat de instelling van de jumper, de aansluiting van de motor resp. de reverse-stand van de rijfunctie op de zender zodanig is, dat de remfunctie naar behoren intreedt (uitsluitend bij het wisselen van vooruit naar achteruit). De remfunctie mag pas beginnen als de gas-/remhendel op de zender continu van vooruit naar achteruit wordt bewogen (het voertuig rijdt hier niet achteruit, maar de rem wordt geactiveerd). Bovendien is het uitgangsvermogen bij achteruit rijden tot 50% gereduceerd. De rode led van de rijregelaar is in de neutrale stand uit. Bij vooruit en achteruit knippert de led, bij plankengas brandt de led continu. Stoppen • Zet de gas-/remhendel in de neutrale stand en laat het voertuig uitrollen (evt. koppelingregelaar op de zender overeenkomstig corrigeren zodat de motor stilstaat). • Zet de rijregelaar uit. • Koppel de accu volledig los van de rijregelaar. • Zet eerst de zender uit.. Overtemperatuurbeveiliging Als de rijregelaar te warm wordt wordt het motorvermogen gereduceerd resp. schakelt de motor uit. De rode led gaat in dit geval knipperen. Koelt de rijregelaar af tot onder ca. +80 °C, dan is hij weer klaar voor gebruik. Fail-safe-functie De rijregelaar zet de motor uit veiligheidsoverwegingen uit wanneer er geen geldig signaal van de ontvanger komt. Onderspanningsherkenning Onder een bepaalde accuspanning wordt het motorvermogen gereduceerd resp. schakelt de motor uit. Dit beschermt de accu tegen te sterk ontladen, wat schadelijk is. Jumper in de positie “NiMH” (accu met 5 - 9 cellen) De rijregelaar reduceert het uitgangsvermogen tot 50% wanneer een accuspanning van 4,5 V wordt gemeten. Onder een accuspanning van 4,0 V schakelt de motor uit. Jumper in de positie “Lipo” (accu met 2 cellen) De rijregelaar reduceert het uitgangsvermogen tot 50% wanneer een accuspanning van 6,5 V wordt gemeten. Onder een accuspanning van 6,0 V schakelt de motor uit. Jumper in de positie “LiPo” (accu met 3 cellen) De rijregelaar reduceert het uitgangsvermogen tot 50% wanneer een accuspanning van 9,75 V wordt gemeten. Onder een accuspanning van 9,0 V schakelt de motor uit. Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com). Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen. © Copyright 2015 by Conrad Electronic SE. 1399921_V2_0616_01_DT_m_nl
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8

Reely 1399921 Handleiding

Categorie
Speelgoed met afstandsbediening
Type
Handleiding

Andere documenten