Dolmar AM3753 de handleiding

Categorie
Grasmaaiers
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

61 NEDERLANDS
NEDERLANDS (Originele instructies)
TECHNISCHE GEGEVENS
Model: AM3846 AM3653 AM3753
 460 mm 534 mm
Nullasttoerental 2.500 min
-1
2.300 min
-1
Maximumtoerental 3.300 min
-1
2.800 min
-1
Onderdeelnummer van vervan-


191D51-9 191D52-7

grasmaaier *1
191D49-6 191D50-1

grasmaaier *2
191D47-0 191D48-8
Afmetingen
(l x b x h)
L: 1.610 mm t/m
1.690 mm
B: 535 mm
H: 980 mm t/m
1.095 mm
L: 1.630 mm tot 1.715 mm
B: 590 mm
H: 990 mm tot 1.095 mm
 2,5 of 5,0 km/h - 2,5 of 5,0 km/h
Nominale spanning 
Nettogewicht

de grasmaaier is aangebracht
35,3 - 39,0 kg 35,5 - 39,3 kg 39,0 - 42,8 kg


36,0 - 39,7 kg 36,2 - 40,0 kg 39,7 - 43,5 kg
Beschermingsklasse IPX4
*1.

. 
 

De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
 -
binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel.
Toepasselijke accu’s
BL1815N / BL1820 / BL1820B / BL1830 / BL1830B / BL1840 / BL1840B / BL1850 / BL1850B / BL1860B
 
WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige
andere accu kan leiden tot letsel en/of brand.
Symbolen
Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap
worden gebruikt. Zorg ervoor dat u weet wat ze beteke-
nen alvorens het gereedschap te gebruiken.
Wees vooral voorzichtig en let goed op.

Gevaar: let op weggeworpen voorwerpen.
Omstanders moeten een afstand van zeker
15 meter bewaren tot het gereedschap.



uitgeschakeld.

-
houden, achterlaten of opbergen van de
grasmaaier.
Elektrisch gevaar. Contact met water kan
een elektrische schok veroorzaken.
Giet er geen water op.
Ni-MH
Li-ion
Alleen voor EU-landen
Geef elektrisch gereedschap en accu’s niet
met het huisvuil mee!

elektrische en elektronische apparaten,


daarvan binnen de nationale wetgeving,
dienen elektrisch gereedschap, accu’s en

hebben bereikt, gescheiden te worden
ingezameld en te worden afgevoerd naar

geldende milieu-eisen.
62 NEDERLANDS
Gebruiksdoeleinden
De machine is bedoeld om het gazon te maaien.
Geluidsniveau

volgens EN60335-2-77:
OPMERKING:
-

Model AM3846
Geluidsdrukniveau (L
pA
): 82,7 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (L
WA
): 90,9 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
Model AM3653
Geluidsdrukniveau (L
pA
): 78,1 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (L
WA
): 90,4 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
Model AM3753
Geluidsdrukniveau (L
pA
): 78,1 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (L
WA
): 90,4 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)

OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-
-
thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed-

OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-
de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een
beoordeling vooraf van de blootstelling.
WAARSCHUWING:
Draag gehoorbescherming.
WAARSCHUWING:
De geluidsemissie tijdens het
gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan
verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van
de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met
name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
WAARSCHUWING:
Zorg ervoor dat veiligheids-

gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de bloot-
stelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend
met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur
gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en
stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Trilling
De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals
vastgesteld volgens EN60335-2-77:
OPMERKING:

grasmaaier.
Model AM3846
Trillingsemissie (a
h
): 2,5 m/s
2
of lager
Onzekerheid (K): 1,5 m/s
2
Model AM3653
Trillingsemissie (a
h
): 2,5 m/s
2
of lager
Onzekerheid (K): 1,5 m/s
2
Model AM3753
Trillingsemissie (a
h
): 2,5 m/s
2
of lager
Onzekerheid (K): 1,5 m/s
2
OPMERKING:
gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/
kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver-

OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar-
de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een
beoordeling vooraf van de blootstelling.
WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij-
dens het gebruik van het elektrisch gereedschap
in de praktijk kan verschillen van de opgegeven
waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het
gereedschap wordt gebruikt, met name van het
soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
WAARSCHUWING:
Zorg ervoor dat veilig-
-
ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een
schatting van de blootstelling onder praktijkom-
standigheden (rekening houdend met alle fasen
van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende
welke het gereedschap is uitgeschakeld en statio-
nair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
EG-verklaring van conformiteit
Alleen voor Europese landen


VEILIGHEIDSWAAR-
SCHUWINGEN
BELANGRIJKE
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids-
waarschuwingen en alle instructies. Het niet vol-
gen van de waarschuwingen en instructies kan leiden
tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en
instructies om in de toekomst te
kunnen raadplegen.
Instructie
1.
Lees de gebruiksaanwijzingen aandachtig door.
Zorg dat u vertrouwd bent met de bedieningsorga-
nen en het correcte gebruik van de grasmaaier.
2.
Laat nooit kinderen of anderen die niet vertrouwd
zijn met deze instructies de grasmaaier bedienen.
De toegestane leeftijd van gebruikers kan ook zijn
vastgelegd in de plaatselijke wetgeving.
3.
Gebruik de grasmaaier nooit met personen, in het
bijzonder kinderen, of huisdieren dicht in de buurt.
4. Onthoud dat de bediener of gebruiker aanspra-
kelijk is voor ongelukken met letsel aan andere
personen of schade aan hun eigendommen.
5. Houd toezicht op kinderen om te zorgen dat ze
niet met de grasmaaier gaan spelen.
63 NEDERLANDS
6. Lichamelijke conditie - Gebruik de grasmaaier
niet onder de invloed van alcohol, stimule-
rende of verdovende middelen, of na het inne-
men van medicijnen.
Voorbereidingen
1.
Draag bij gebruik van de grasmaaier altijd
stevig schoeisel en een lange broek. Gebruik
de grasmaaier niet wanneer u op blote voeten
loopt of open sandalen draagt. Draag geen
juwelen of kleding die erg ruim valt of waarvan
koordjes of bandjes los bungelen. Deze kunnen
door de bewegende delen gegrepen worden.
2. Inspecteer de grasmaaier vóór gebruik altijd
visueel op beschadigde, ontbrekende of
verkeerd gemonteerde beschermkappen of
schilden.
3. Zorg dat er geen andere personen in de buurt
zijn voordat u met maaien begint. Stop de
grasmaaier wanneer er iemand nadert.
4. Steek de contactsleutel pas in de grasmaaier
wanneer die klaar voor gebruik is.
5. Draag tijdens het gebruik van elektrisch
gereedschap altijd een veiligheidsbril om
uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril
moet voldoen aan ANSI Z87.1 in de Verenigde
Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/
NZS 1336 in Australië en Nieuw-Zeeland. In
Australië en Nieuw-Zeeland is het wettelijk
verplicht om tevens een spatscherm te dragen
om uw gezicht te beschermen.
Het is de verantwoordelijkheid van de werk-
gever om ervoor te zorgen dat geschikte
beschermingsmiddelen gebruikt worden door
de gebruikers van het gereedschap en anderen
in de onmiddellijke omgeving van de werkplek.
6. Controleer vóór gebruik zorgvuldig de snijbla-
den en de bouten van de snijbladen op barsten
of andere beschadigingen. Vervang gebarsten
of beschadigde snijbladen of bouten van de
snijbladen onmiddellijk.
7. Verwijder vóór het maaien eerst obstakels en
voorwerpen zoals stenen, ijzerdraad, glas,
botten en grote takken uit uw werkgebied, om
schade aan de grasmaaier en persoonlijk letsel
te voorkomen.
8. Als het snijblad van de grasmaaier een voor-
werp raakt, kan ernstig letsel worden veroor-
zaakt. Controleer altijd vóór het maaien het
gras op voorwerpen die hinder of gevaar kun-
nen veroorzaken en verwijder ze op afdoende
wijze.
9. Kijk uit voor kuilen, sporen, hobbels, stenen en
andere verborgen voorwerpen.

gras kunnen obstakels verborgen zitten.
10. Terwijl het regent mag u de contactsleutel niet
erin steken of verwijderen.
11. Gebruik persoonlijke-veiligheidsmid-
delen. Draag altijd oogbescherming.
Veiligheidsmiddelen, zoals stofmaskers, slipvaste
veiligheidsschoenen, veiligheidshelm en gehoor-


Bediening
1. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een goede
balans. Zorg altijd dat u stevig staat op hellin-
gen. Loop gewoon en ren niet.
2. Schakel de grasmaaier uit, verwijder de
contactsleutel, en verzeker u ervan dat alle
bewegende delen volledig tot stilstand zijn
gekomen:
- wanneer u de grasmaaier achterlaat;

vrijmaken van het uitwerpkanaal;
- voor het controleren, reinigen of werken aan
de grasmaaier;
- na het raken van een vreemd voorwerp.
Inspecteer de grasmaaier op beschadigingen
en voer reparatiewerkzaamheden uit alvo-
rens de grasmaaier opnieuw te starten en te
bedienen,
- als de grasmaaier op ongebruikelijke manier
begint te trillen.
3. Gebruik de grasmaaier in geen geval wanneer
de beveiligingskappen of schermen defect
zijn, of wanneer beveiligingsdelen zoals de
keerschotten en/of grasmand afwezig zijn.
4. Vermijd het gebruik van de grasmaaier onder
slechte weersomstandigheden, met name
wanneer de kans op bliksem bestaat.
5. Draag tijdens het gebruik van de grasmaaier
altijd oogbescherming en stevige schoenen.
6. Gebruik de grasmaaier alleen bij daglicht of
helder kunstlicht.
7. Schakel de grasmaaier zorgvuldig in volgens
de voorschriften, met uw voeten op veilige
afstand van de snijblad(en).
8. Wees voorzichtig uw handen en voeten niet te
verwonden aan het snijblad.
9. Zorg er altijd voor dat de ventilatieopeningen
vrij zijn van vuil.
10. Maai altijd horizontaal langs een glooiing,
nooit omhoog en omlaag. Wees uiterst voor-
zichtig wanneer u op een hellend vlak van
richting verandert. Probeer niet om te maaien
op al te steile hellingen.
11. Wees uiterst voorzichtig wanneer u de gras-
maaier achteruit laat rijden of naar u toe trekt.
12. Stop de snijblad(en) wanneer u de grasmaaier
moet kantelen om hem te verplaatsen over een
ander oppervlak dan gras, en ook wanneer
u de grasmaaier vervoert van of naar het te
maaien terrein.
64 NEDERLANDS
13. Kantel de grasmaaier niet wanneer u de motor
inschakelt, behalve wanneer het noodzakelijk
is de grasmaaier iets te kantelen om de motor
te starten. In dat geval kantelt u hem niet
verder dan strikt noodzakelijk en tilt u alleen
het van u afgerichte deel iets omhoog. Zorg
er altijd voor dat u beide handen op de bedie-
ningspositie houdt voordat u de grasmaaier
weer op de grond laat zakken.
14. Plaats nooit uw handen of voeten onder of
vlakbij de draaiende onderdelen. Blijf steeds
uit de buurt van de uitwerpopening.
15. Vervoer de grasmaaier niet terwijl de gras-
maaier is ingeschakeld.
16. Gebruik de grasmaaier niet wanneer het gras
nat is.
17. Houd de handgreep altijd stevig vast.
18. Raak het snijblad of andere scherpe randen
niet aan bij het optillen of dragen van de
grasmaaier.
19. Houd uw handen en voeten uit de buurt van
het draaiende snijblad. Let op - Het snij-
blad blijft nadraaien nadat de grasmaaier is
uitgeschakeld.
20. Stop onmiddellijk met het gebruik wanneer u
iets vreemds opmerkt. Schakel de grasmaaier
uit en verwijder de contactsleutel. Inspecteer
vervolgens de grasmaaier.
21. Als de grasmaaier is uitgerust met een maai-
hoogte-instelling, mag u nooit de maaihoogte
veranderen terwijl de grasmaaier draait.
22. Laat de schakelhendel los en wacht tot het
snijblad gestopt is voordat u een tuinpad,
trottoir, oprijlaan, straat of weg oversteekt, of
enig terrein waar grind ligt. Verwijder de con-
tactsleutel ook wanneer u de grasmaaier even
achterlaat, wanneer u een eindje verder iets
moet oprapen, of als u om enige andere reden
afgeleid bent van waar u mee bezig was.
23. Als de grasmaaier een vreemd voorwerp raakt,
gaat u als volgt te werk:
- Stop de grasmaaier, laat de schakelhendel
los en wacht tot het snijblad helemaal tot stil-
stand is gekomen.
- Verwijder de contactsleutel en de accu.
- Controleer de grasmaaier zorgvuldig op
beschadigingen.
- Vervang het snijblad als het op enige wijze
beschadigd is. Repareer alle beschadigingen
voordat u de grasmaaier opnieuw start en in
gebruik neemt.
24. Start de grasmaaier niet terwijl u recht voor de
uitwerpopening staat.
25. Als de grasmaaier abnormaal gaat trillen of
schudden (onmiddellijk controleren)
- inspecteer op schade;
- vervang of repareer alle beschadigde delen;
- controleer op loszittende delen en zet die
goed vast.
26. Richt het uitgeworpen materiaal nooit op
iemand. Voorkom dat materiaal wordt uitge-
worpen tegen een muur of obstakel. Het mate-
riaal kan terugkaatsen naar de gebruiker. Zet het

oversteekt.
27. Trek de grasmaaier niet naar achteren behalve
indien absoluut noodzakelijk. Wanneer u niet
anders kan dan de grasmaaier achteruit te bewe-

-

28. Schakel de motor uit en wacht tot het snijblad
volledig tot stilstand is gekomen, voordat u
de grasvanger verwijdert. Denk eraan dat het

uitgeschakeld.
29. Als u het gereedschap op een modderige
ondergrond, natte helling of gladde plaats
gebruikt, let u erop dat u stevig staat.
30. Vermijd werken in een ongunstige omgeving
waarin een verhoogde vermoeidheid van de
gebruiker kan worden verwacht.
31. Gebruik het gereedschap niet bij slecht weer
waarin het zicht beperkt is. Als u dit toch doet,
kan dat een val of verkeerde bediening veroorza-
ken als gevolg van het slechte zicht.
32. Dompel het gereedschap niet onder in een
waterplas.
33. Wanneer natte bladeren of vuil blijft kleven aan
de aanzuigmond (ventilatieopening) als gevolg
van de regen, verwijdert u deze.
34. Gebruik het gereedschap niet in de sneeuw.
35. Als het maaisel nat is, hoopt het zich waar-
schijnlijk op aan de binnenkant van het
gereedschap. Controleer regelmatig de staat
van het gereedschap en verwijder zo nodig het
aanklevende gras.
36. Let bij het gebruik van het gereedschap op
leidingen en kabels.
37. Gebruik geen bekabelde voeding, zoals een
accuadapter of draagbare voedingseenheid
met dit gereedschap. De kabel van een derge-


Onderhoud en opslag
1. Vervang alle versleten of beschadigde onder-
delen, voor uw veiligheid. Gebruik uitslui-
tend originele vervangingsonderdelen en
accessoires.
2. Inspecteer en onderhoud de grasmaaier
regelmatig.
3. Indien niet in gebruik, bewaart u de grasmaaier
buiten bereik van kinderen.
4. Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven
stevig zijn aangedraaid, om het gereedschap
veilig te kunnen gebruiken.
5. Controleer veelvuldig de grasmand op slijtage
en beschadigingen. Voor de opslag, verzekert
u uzelf ervan dat de grasmand leeg is. Vervang
een versleten grasmand uit veiligheidsover-
wegingen altijd door een origineel, nieuw
vervangingsonderdeel.
6. Gebruik uitsluitend de in deze handleiding
door de fabrikant voorgeschreven snijbladen.
7. Wees uiterst voorzichtig tijdens het bijstellen
van de grasmaaier om te voorkomen dat uw
vingers bekneld raken tussen het draaiende
snijblad en de vaste delen van de grasmaaier.
65 NEDERLANDS
8. Controleer veelvuldig of de snijbladbevesti-
gingsbout stevig vast zit.
9. Laat de grasmaaier altijd eerst afkoelen voor-
dat u hem opbergt.
10. Onthoud goed bij onderhoud aan de snijbla-
den dat ook als de stroom is uitgeschakeld, de
snijbladen nog wel kunnen bewegen.
11. Haal de veiligheidsvoorzieningen niet uit
elkaar en knoei er niet aan. Controleer regel-
matig of ze correct werken. Doe nooit iets dat
de beoogde werking van een veiligheidsvoor-
ziening hindert of de bescherming die een
veiligheidsvoorziening biedt vermindert.
12. Laat het gereedschap niet onbeheerd buiten in
de regen staan.
13. Was het gereedschap niet met water onder
hoge druk.
14. Als u het gereedschap wast, verwijdert u de
accu en contactsleutel en sluit u het accu-
deksel, en giet u water op de onderkant van
het gereedschap waaraan het snijblad is
bevestigd.
15. Wanneer u de machine opbergt, vermijdt u
direct zonlicht en regen, en bergt u het op een
plaats op die niet heet of vochtig wordt.
16. Voer inspectie en onderhoud uit op een plaats
waar regen kan worden vermeden.
17. Nadat u het gereedschap hebt gebruikt, ver-
wijdert u het aanklevende vuil en laat u het
gereedschap volledig drogen voordat u hem
opbergt.
bestaat de kans op een storing als gevolg van
bevriezing.
Gebruik en verzorging van gereedschap dat op een
accu werkt
1. Laad alleen op met de acculader aanbevolen
door de fabrikant. Een acculader die geschikt
is voor een bepaald type accu, kan brandgevaar
opleveren indien gebruikt met een ander type
accu.
2. Gebruik elektrisch gereedschap uitsluitend
met de daarvoor bestemde accu. Gebruik van
andere accu’s kan gevaar voor letsel of brandge-
vaar opleveren.
3. Als de accu niet wordt gebruikt, houdt u deze
uit de buurt van metalen voorwerpen, zoals
paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers,
schroeven en andere kleine metalen voorwer-
pen die een kortsluiting kunnen veroorzaken
tussen de accupolen. Kortsluiting tussen de
accupolen kan leiden tot brandwonden of brand.
4. Onder zware gebruiksomstandigheden kan
vloeistof uit de accu komen. Voorkom aanra-
king! Als u er per ongeluk mee in aanraking
komt, spoelt u het er met water af. Als de vloei-
stof in uw ogen komt, raadpleegt u tevens een
arts. Vloeistof uit de accu kan irritatie en brand-
wonden veroorzaken.
5. Gebruik geen accu of gereedschap dat
beschadigd of gewijzigd is. Beschadigde of

vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of
gevaar van letsel.
6. Stel een accu of gereedschap niet bloot
aan vuur of buitensporige temperaturen.
Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan
130 °C kunnen een explosie veroorzaken.
7. Volg alle oplaadinstructies en laad de accu
of het gereedschap niet op buiten het tem-
peratuurbereik opgegeven in de instructies.

het opgegeven bereik kan de accu beschadigen
en de kans op brand vergroten.
Elektrische veiligheid en accu
1. Werp de accu(’s) niet in een vuur. De accu kan
exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor

2. Open of vervorm de accu(’s) niet. Het elektrolyt
is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen

3. Laad de accu niet op in de regen of op een
natte plaats.
4. Laad de accu niet buitenshuis op.
5. Raak de lader, inclusief de stekker en de con-
tacten van de lader, niet met natte handen aan.
6. Vervang de accu niet in de regen.
7. Laat de aansluitpunten van de accu niet nat
worden met een vloeistof, zoals water, en
dompel de accu niet onder. Laat de accu niet
in de regen liggen en laad of berg de accu niet
op een vochtige of natte plaats op. Als de aan-
sluitpunten nat worden of vloeistof binnendringt
in de accu, kan kortsluiting ontstaan in de accu
en bestaat de kans op oververhitting, brand of
explosie.
8. Nadat de accu vanaf het gereedschap of de
acculader is verwijderd, vergeet u niet het
accudeksel op de accu te bevestigen en deze
op een droge plaats op te bergen.
9. Vervang de accu niet met natte handen.
Reparatie
1. Laat uw elektrisch gereedschap repareren
door een vakbekwame reparateur die gebruik
maakt van uitsluitend identieke vervangings-
onderdelen. Zo bent u ervan verzekerd dat de
veiligheid van het elektrisch gereedschap behou-

2. Repareer nooit een beschadigde accu. Het
repareren van een accu mag uitsluitend wor-
den uitgevoerd door de fabrikant of een erkend
servicecentrum.
BEWAAR DEZE
VOORSCHRIFTEN.
WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden
door een vals gevoel van comfort en bekendheid
met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en
neem alle veiligheidsvoorschriften van het betref-
fende gereedschap altijd strikt in acht.
VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de
veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij-
zing kan leiden tot ernstige verwondingen.
66 NEDERLANDS
Belangrijke veiligheidsinstructies
voor een accu
1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op
(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product
waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de
accu in gebruik te nemen.
2. Neem de accu niet uit elkaar.
3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu
aanzienlijk korter is geworden, moet u het
gebruik ervan onmiddellijk stopzetten.
Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand-

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-
men, spoelt u uw ogen met schoon water
en roept u onmiddellijk de hulp van een
dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid
veroorzaken.
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een
geleidend materiaal.
(2) Bewaar de accu niet in een bak waarin
andere metalen voorwerpen zoals spij-
kers, munten e.d. worden bewaard.
(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen.
Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van
een grote stroomafgifte, oververhitting, brand-
wonden, en zelfs defecten.
6. Bewaar het gereedschap en de accu niet op
plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot
50°C of hoger.
7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-
neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten

8. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen
en hem niet blootstelt aan schokken of stoten.
9. Gebruik nooit een beschadigde accu.
10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn
onderhevig aan de vereisten in de wetgeving


derden en transporteurs moeten speciale vereis-
ten ten aanzien van verpakking en etikettering
worden nageleefd.
Als voorbereiding van het artikel dat wordt



regelgeving.
Blootliggende contactpunten moeten worden
afgedekt met tape en de accu moet zodanig
worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de
verpakking.
11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert
u de accu vanaf het gereedschap en gooit
u hem op een veilige manier weg. Volg bij
het weggooien van de accu de plaatselijke
voorschriften.
12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-
schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als
de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele
gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui-
tensporige warmteontwikkeling, een explosie of
lekkage van elektrolyt.
13. Als u het gereedschap gedurende een lange
tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu
vanaf het gereedschap worden verwijderd.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita
accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of

-
zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita
op het gereedschap en de lader van Makita.
Tips voor een maximale levens-
duur van de accu
1.
Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is.
Stop het gebruik van het gereedschap en laad de
accu op telkens wanneer u vaststelt dat het ver-
mogen van het gereedschap is afgenomen.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit
opnieuw op. Te lang opladen verkort de
levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een omgevingstempe-
ratuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme
accu afkoelen alvorens hem op te laden.
4.
Laad de accu op als u deze gedurende een lange
tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.
MONTAGE
WAARSCHUWING: Zorg er altijd voor dat
de contactsleutel en de accu zijn verwijderd,
alvorens u enig werk aan de grasmaaier gaat
uitvoeren. Als u de contactsleutel en de accu niet

als de grasmaaier plotseling zou starten.
WAARSCHUWING: Start nooit de grasmaaier
voordat het geheel naar behoren is gemonteerd.
-
stand bedienen, kan na per ongeluk inschakelen

De handgreep aanbrengen
KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van
de handgrepen leidt u de kabels zodat ze niet
bekneld raken door iets tussen de handgrepen.
Als de kabel beschadigd is, werkt mogelijk de
schakelaar van de grasmaaier niet.
1.


Fig.1: 1. Onderste handgreep 2. Bout
2.
-

3. 
de opening in de bovenste handgreep en steek ver-
volgens de bout vanaf de binnenkant erdoor, en draai

13. Voer dezelfde procedure uit aan de andere kant.
Fig.2: 1. Bout 2. Onderste handgreep 3. Moer
4. Opening 5. Bovenste handgreep
67 NEDERLANDS
LET OP: Houd de bovenste handgreep stevig
vast, zodat deze niet uit uw hand valt. Anders kan
de handgreep vallen en letsel veroorzaken.
4. Bevestig de kabelklem aan de handgreep.

openingen in de handgreep zodat de uitstekende nok-
ken in de openingen passen. Geleid de kabels zoals
aangegeven in de afbeelding.
Fig.3: 1. Kabel 2. Kabelklem
Het mulch-inzetstuk verwijderen
1. Open de achterklep.
Fig.4: 1. Achterklep
2. 
omlaag houdt.
Fig.5: 1. Hendel 2. Mulch-inzetstuk
De grasmand aanbrengen en
verwijderen
Om de grasmand aan te brengen, volgt u de onder-
staande stappen.
1. Open de achterklep.
Fig.6: 1. Achterklep
2. Pak het handvat van de grasmand vast en haak
vervolgens de grasmand aan de stang van het maai-
dek, zoals aangegeven in de afbeelding.
Fig.7: 1. Stang 2. Handvat 3. Grasmand

-
vat vast te pakken.
Het mulch-inzetstuk aanbrengen
1. 
Fig.8: 1. Achterklep 2. Grasmand
2. 
omlaag houdt en laat daarna de hendel los om het
mulch-inzetstuk te vergrendelen.
Fig.9: 1. Hendel 2. Mulch-inzetstuk
Het uitworp-hulpstuk aanbrengen
Voor AM3653/AM3753
1. 
Fig.10: 1. Achterklep 2. Grasmand
2. 
omlaag houdt en laat daarna de hendel los om het
mulch-inzetstuk te vergrendelen.
Fig.11: 1. Hendel 2. Mulch-inzetstuk
3. -
worp-hulpstuk aan.
Steek de haken van het uitworp-hulpstuk onder de

Fig.12: 1.2. Uitworp-hulpstuk
BESCHRIJVING VAN DE
FUNCTIES
De accu aanbrengen en verwijderen
LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit
voordat u de accu aanbrengt of verwijdert.
LET OP: Houd het apparaat en de accu stevig
vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de
accu. Als u het apparaat en de accu niet stevig vast-
houdt, kunnen deze uit uw handen glippen waardoor
het apparaat of de accu kan worden beschadigd of

LET OP:
Zorg dat u voor gebruik het accudeksel
stevig afsluit. Anders zou er modder, vuil en water in kunnen
komen en het gereedschap of de accu kunnen beschadigen.
LET OP:
Schuif de accu altijd volledig naar binnen
totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet
doet, kan de accu per ongeluk uit het apparaat vallen en

LET OP: Druk de accu er niet met kracht in.
Als de accu er niet soepel in schuift, houdt u die waar-

OPMERKING: Het apparaat werkt niet met slechts
één accu.
De accu aanbrengen:
1. Trek de vergrendelhendel omhoog en open
daarna het accudeksel.
Fig.13: 1. Accudeksel 2. Vergrendelhendel
2. -
raat en schuif daarna de accu erin tot deze met een

Fig.14: (1) Accupoort 1 (2) Accupoort 2 (3) Accu
OPMERKING: Breng minstens 2 accu’s aan in
accupoort 1 of accupoort 2.
3. Steek de contactsleutel in op de plaats die in de
afbeelding is aangegeven, zover de sleutel gaat.
Fig.15: 1. Contactsleutel
4. 
vergrendeld met de borghendel.
De accu verwijderen:
1.
Trek de vergrendelhendel omhoog en open het accudeksel.
2. 
de voorkant van de accu verschuift.
3. Trek de contactsleutel eruit.
4. Sluit het accudeksel.
De accu’s omschakelen
Fig.16: 1. Accukeuzeschakelaar

4 accu’s kunnen in het apparaat worden aangebracht.
Alvorens het apparaat te gebruiken, selecteert u
accupoort 1 of accupoort 2 door de accukeuzeschake-
laar te draaien.
68 NEDERLANDS
OPMERKING:
-
bracht, verzekert u zich ervan de accupoort te selecteren waarin de

Beveiligingssysteem voor apparaat/accu
Het apparaat is uitgerust met een beveiligingssysteem voor
apparaat/accu. Dit systeem schakelt automatisch de voeding
naar de motor uit om de levensduur van het apparaat en de
-
matisch stoppen als het apparaat of de accu aan één van de
volgende omstandigheden wordt blootgesteld:
Overbelastingsbeveiliging
Als de accu wordt gebruikt op een manier waardoor een
abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het apparaat

dat gebeurt, schakelt u het apparaat uit en stopt u de toe-
passing die ertoe leidde dat het apparaat overbelast raakte.
Schakel vervolgens het apparaat in om het weer te starten.
Oververhittingsbeveiliging
Wanneer het apparaat of de accu oververhit is, stopt het

branden. In dat geval laat u het apparaat en de accu
afkoelen, voordat u het apparaat opnieuw inschakelt.
Beveiliging tegen te ver ontladen
Als de acculading onvoldoende is, stopt het apparaat auto-

dat geval de accu vanaf het apparaat en laad de accu’s op
of vervang de accu’s door volledig opgeladen accu’s.
De resterende acculading controleren
Alleen voor accu’s met indicatorlampjes
Fig.17: 1.2. Testknop
Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te

Indicatorlampjes Resterende
acculading
Brandt Uit Knippert
75% tot 100%
50% tot 75%
25% tot 50%
0% tot 25%
Laad de accu
op.
Er kan een

opgetreden in
de accu.
OPMERKING:
-
-

Bedieningspaneel
Op het bedieningspaneel bevinden zich de hoofdscha-
kelaar, de functieschakelknop en de indicatoren van de
resterende acculading.
Fig.18:
1.2. Functieschakellamp
3.4. Testknop
5. Functieschakelknop 6. Hoofdschakelaar
Hoofdschakelaar
WAARSCHUWING: Zet altijd de hoofdscha-
kelaar uit indien niet in gebruik.
Om het gereedschap in te schakelen, drukt u op de

het gereedschap uit te schakelen, drukt u nogmaals op
de hoofdschakelaar.
OPMERKING:
rood of groen knippert, raadpleegt u de instructies
voor het apparaat-/accubeveiligingssysteem.
OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van
de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld
starten te voorkomen wordt de hoofdschakelaar auto-
matisch uitgeschakeld wanneer de schakelhendel


hoofdschakelaar is ingeschakeld.
Functieschakelknop
U kunt de bedieningsfunctie veranderen door op de func-
tieschakelknop te drukken. Wanneer het gereedschap
wordt ingeschakeld, start het gereedschap in de normale
functie. Als u op de functieschakelknop drukt, schakelt het
apparaat om naar de geluidsonderdrukkingsfunctie en gaat
de functieschakellamp groen branden. In de geluidsonder-
-
maaien verlagen. Als u nogmaals op de functieschakelknop
drukt, keert het gereedschap terug naar de normale functie.
De resterende acculading controleren
Druk op de testknop om de resterende acculadingen

resterende acculading aan.
Toestand van accu-indicator
Resterende
acculading
Aan
Uit
50% tot 100%
20% tot 50%
0% tot 20%
69 NEDERLANDS
OPMERKING:-
rende acculading dienen slechts ter referentie. De

van de gebruiksomstandigheden.
OPMERKING: Stop het apparaat voordat u op de
testknop drukt om de resterende acculadingen weer
te geven.
De trekkerschakelaar gebruiken
WAARSCHUWING: Alvorens u de accu aan-
brengt, controleert u eerst of de schakelhendel
goed werkt en bij loslaten automatisch naar de
oorspronkelijke stand terugkeert. Bediening van
het apparaat met een schakelaar die niet goed werkt
kan leiden tot ongecontroleerde bewegingen, met

OPMERKING: De grasmaaier start niet zonder dat
u de schakelknop indrukt, ook al trekt u de schakel-
hendel in.
OPMERKING:
vanwege overbelasting wanneer u lang of dicht gras
in één keer probeert te maaien. Stel in dat geval de
maaihoogte hoger in.
Deze grasmaaier is voorzien van een contactsleutel en
een handgreepschakelaar. Als er iets niet in orde is met

-

Voor AM3846/AM3753
1. Breng de accu’s aan. Plaats de contactsleutel en
sluit daarna het accudeksel.
2. Selecteer de accu’s die moeten worden gebruikt
door de accukeuzeschakelaar te draaien.
3. Druk op de hoofdschakelaar.
4. 
schakelknop ingedrukt houdt. Laat de schakelknop los
zodra de motor begint te draaien.
Fig.19: 1. Schakelknop 2. Schakelhendel
OPMERKING: Als de contactsleutel niet is geplaatst,
-

5. 


Fig.20: 1.
OPMERKING:

vast te houden zonder de schakelhendel naar u toe
te trekken.
6. 
om het apparaat te stoppen.
Voor AM3653
1. Breng de accu’s aan. Steek de contactsleutel in
het contactslot en sluit dan het accudeksel.
2. Selecteer de accu’s die moeten worden gebruikt
door de accukeuzeschakelaar te draaien.
3. Druk op de hoofdschakelaar.
4. 
schakelknop ingedrukt houdt. Laat de schakelknop los
zodra de motor begint te draaien.
Fig.21: 1. Schakelknop 2. Schakelhendel
OPMERKING: Als de contactsleutel niet is geplaatst,
-

5. Laat de schakelhendel los om de motor te
stoppen.
De maaihoogte instellen
WAARSCHUWING: Plaats bij het instellen
van de maaihoogte nooit uw hand of voet onder
de grasmaaierbehuizing.
WAARSCHUWING: Controleer vóór het
gebruik zorgvuldig of de hendel juist in de gleuf
valt.
De maaihoogte is instelbaar binnen een bereik van 20
mm tot 100 mm.
-
hoogte-instelhendel tot buiten het maaidek en verplaats
deze naar de gewenste maaihoogte.
Fig.22: 1. Maaihoogte-instelhendel
De onderstaande tabel toont het verband tussen het

Cijfer Maaihoogte
1 20 mm
2 26 mm
3 32 mm
4 39 mm
5 47 mm
6 55 mm
7 63 mm
8 74 mm
9 86 mm
10 100 mm
Houd het voorhandvat of de onderste handgreep met
één hand vast en verplaats vervolgens de maaihoog-
te-instelhendel met de andere hand.
Fig.23: 1. Maaihoogte-instelhendel 2. Onderste
handgreep 3. Voorhandvat
OPMERKING: De waarden voor de maaihoogte




OPMERKING: Met een maaiproef in een min-
der opvallende plaats kunt u door uitproberen de
gewenste hoogte vinden.
70 NEDERLANDS
Grasniveau-indicator
De grasniveau-indicator geeft de hoeveelheid gemaaid
gras aan. Zolang de grasmand nog niet vol is, zal de

Fig.24: 1. Grasniveau-indicator



Fig.25: 1. Grasniveau-indicator
OPMERKING: Deze indicator is slechts een grove
-

De hoogte van de handgreep
afstellen
LET OP: Voordat u de bouten verwij-
dert, houdt u de bovenste handgreep stevig
vast. Anders kan de handgreep vallen en letsel
veroorzaken.
De hoogte van de handgreep kan worden afgesteld op
twee hoogten.
1. 

daarna de onderste bouten los.
Fig.26: 1. Bovenste bout 2. Onderste bout
2. Stel de hoogte van de handgreep af en draai
daarna de bovenste en onderste bouten stevig vast.
De rijsnelheid afstellen
Voor AM3846/AM3753
Fig.27: 1. Snelheidshendel

snelheidshendel. Om de snelheid te verlagen, trekt u
de hendel naar u toe, en om de snelheid te verhogen
kantelt u de hendel naar voren.
Het mulch-inzetstuk gebruiken

naar de grond terug te voeren zonder het maaisel op
te vangen in de grasmand. Wanneer u het apparaat
met het mulch-inzetstuk gebruikt, moet u de grasmand

KENNISGEVING: Wanneer u het apparaat met
het mulch-inzetstuk gebruikt, verzekert u zich
ervan dat de totale lengte van het gras 30 mm of
meer is, of de maailengte 15 mm of minder is.
Fig.28: (1) 30 mm of meer (2) 15 mm of minder
Het uitworp-hulpstuk gebruiken
Voor AM3653/AM3753

aan de rechterkant van de machine op de grond te wer-
pen zonder het maaisel op te vangen in de grasmand.
Wanneer u het apparaat met het uitworp-hulpstuk
gebruikt, moet u het mulch-inzetstuk aanbrengen en de

Elektronische functies
Het gereedschap is uitgerust met elektronische aanstu-

 
Elektronische toerentalregeling voor het aanhou-
den van een constant toerental. Maakt een onbe-


 
De functie zachte-start minimaliseert de start-

Elektrische rem
Dit apparaat is voorzien van een elektrische rem. Als

de grasmaaier snel stil te zetten nadat de schakelhen-
del is losgelaten, laat u het apparaat onderhouden door
een erkend Makita/Dolmar-servicecentrum.
BEDIENING
Maaien
WAARSCHUWING: Voor het maaien verwij-
dert u alle takken en stenen van het te maaien
terrein. Bovendien kunt u beter ook van tevoren
alle onkruid uit het te maaien grasveld wieden.
WAARSCHUWING: Draag bij het maaien
altijd een beschermende bril of een veiligheidsbril
met volledig gesloten zijkantbescherming.
LET OP: Als het maaisel of een vreemd voor-
werp zich ophoopt binnenin het maaidek, moet u
eerst de contactsleutel en accu verwijderen, en
handschoenen aantrekken voordat u het maaisel
of vreemde voorwerp verwijdert.
KENNISGEVING: Gebruik deze machine alleen
voor het maaien van een gazon. Maai geen
onkruid met deze machine.
Fig.29

-
veer 7 tot 14 meter per 10 seconden.
Fig.30



elke baan met de helft of een derde van de breedte van

Fig.31: 1. Maaibreedte 2. Overlapping 3.
-
men dat het graspatroon in één richting wordt gevormd.
Fig.32
Controleer regelmatig het gemaaide gras in de gras-

elke periodieke inspectie dient u de grasmaaier uit te
schakelen en daarna de contactsleutel en de accu te

71 NEDERLANDS
KENNISGEVING: Als u de grasmaaier gebruikt
met een volle grasmand kan het snijblad niet soe-
pel draaien, hetgeen de motor overmatig belast,
waardoor de kans op defecten toeneemt.
Maaien van erg lang gras
Probeer niet om lang gras in één keer te maaien. Maai in plaats
daarvan het gazon in meerdere maaibeurten. Laat een dag of

Fig.33
OPMERKING: Als u erg lang gras in één keer hele-
maal kort maait, kan het gras afsterven. Tevens kan
de binnenkant van het maaidek verstopt raken door
het gemaaide gras.
De grasmand legen
WAARSCHUWING: Om ongelukken te voor-
komen, controleert u regelmatig de grasmand op
schade of verzwakking door slijtage. Vervang zo
nodig de grasmand.
1. 
(voor AM3846/AM3753), of laat de schakelhendel los
(voor AM3653).
2. 
3. 
door het handvat vast te pakken.
Fig.34: 1. Achterklep 2. Handvat 3. Grasmand
4. Leeg de grasmand.
ONDERHOUD
WAARSCHUWING: Zorg altijd dat de con-
tactsleutel en de accu uit de grasmaaier zijn
verwijderd voordat u de grasmaaier opbergt of
draagt, of voordat u inspectie of onderhoud gaat
verrichten.
WAARSCHUWING: Verwijder altijd de con-
tactsleutel wanneer de grasmaaier niet in gebruik
is. Bewaar de contactsleutel op een veilige plaats,
buiten bereik van kinderen.
WAARSCHUWING: Draag handschoenen bij
het verrichten van inspectie of onderhoud.
WAARSCHUWING: Draag bij het verrichten
van inspectie of onderhoud altijd een bescher-
mende bril of een veiligheidsbril met zijkappen.
KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-
benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor
kunnen verkleuring, vervormingen en barsten
worden veroorzaakt.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het
product te handhaven, dienen alle reparaties, onder-
houd en afstellingen te worden uitgevoerd door een
erkend Makita/Dolmar-servicecentrum of het fabrieks-
-
nele Makita/Dolmar-vervangingsonderdelen.
Onderhoud
1. 
daarna het accudeksel.
2. 
maaihoogte-instelhendel bovenop komt. Reinig het
maaisel dat zich heeft opgehoopt op de onderkant van
het maaidek.
3. Giet water op de onderkant van het gereedschap

KENNISGEVING: Was het gereedschap niet met
water onder hoge druk.
4. Controleer of alle moeren, bouten, schroeven enz.
stevig vast zitten.
5. Inspecteer de bewegende onderdelen op schade,

onderdelen moeten worden gerepareerd of vervangen.
6. Berg de grasmaaier op een veilige plaats op bui-
ten bereik van kinderen.
Voor AM3846/AM3753
KENNISGEVING: Giet geen water op het
gedeelte aangegeven in de afbeelding. Als u water
giet op de motoreenheid kan een storing in het appa-
raat worden veroorzaakt.
Fig.35: 1. Gebied waar geen water op mag worden
gegoten
De grasmaaier dragen
Wanneer u de grasmaaier draagt, houdt u het voor-
handvat en achterhandvat met twee personen vast,
zoals aangegeven in de afbeelding.
Fig.36: 1. Voorhandvat 2. Achterhandvat
Opbergen
Berg de grasmaaier binnenshuis op, in een koele, droge
en afgesloten ruimte. Berg de grasmaaier en de accula-
der niet op op een plaats waar de temperatuur tot 40 °C
of hoger kan oplopen.
Het snijblad van de grasmaaier
aanbrengen of verwijderen
WAARSCHUWING: Nadat de schakelhen-
del is losgelaten, blijft het snijblad nog enkele
seconden nadraaien. Voer geen enkele handeling
uit voordat het snijblad volledig tot stilstand is
gekomen.
WAARSCHUWING: Verwijder altijd eerst de
contactsleutel en de accu voordat u het snijblad
gaat verwijderen of aanbrengen. Als u de contact-
sleutel en de accu niet verwijdert, kan dat leiden
tot ernstig letsel.
WAARSCHUWING: Draag bij het hanteren
van het snijblad altijd handschoenen.
72 NEDERLANDS
Het snijblad van de grasmaaier verwijderen
Voor modellen uitgerust met een recht
snijblad van de grasmaaier
1. 
maaihoogte-instelhendel bovenop komt.
2. 
een opening in het maaidek.
3. 
Fig.37: 1.2. Pen
3.
4.

Fig.38: 1.2.-
maaier 3. Bout 4. Uitstekende nok
KENNISGEVING:
Bij het aanbrengen van het
snijblad van de grasmaaier, verzekert u zich ervan dat
de uitstekende nokken op de snijbladvoet in de ope-
ningen van het snijblad van de grasmaaier vallen.
Voor modellen uitgerust met zwenkende
snijbladen van de grasmaaier
1. 
maaihoogte-instelhendel bovenop komt.
2.
Om de grondplaat te blokkeren steekt u de pen door
een opening in de grondplaat in een opening in het maaidek.
3. 
Fig.39: 1. Pen 2. Grondplaat 3.
4. 
Fig.40: 1.2. Grondplaat 3. Bout
4. Uitstekende nok
KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van de
snijbladen van de grasmaaier, verzekert u zich
ervan dat de uitstekende nokken op de snijblad-
voet in de openingen van de grondplaat vallen.
5. -


Fig.41: 1. Grondplaat 2.
3.
6. -
blad van de grasmaaier en de bout, in die volgorde.
Fig.42: 1. Boutgat 2. Bout 3.-
maaier 4. Veerring 5. Ring 6. Moer
KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van de
afzonderlijke snijbladen van de grasmaaier, draait
u de moeren vast met een aanhaalkoppel van 30
N• m.
KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van één
snijblad van de grasmaaier, verzekert u zich ervan
de veerring aan te brengen in de richting zoals
aangegeven in de afbeelding.
KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van één
snijblad van de grasmaaier, verzekert u zich ervan
de bout in een boutgat te steken dat is aangege-
ven in de afbeelding.
Het snijblad van de grasmaaier
monteren
WAARSCHUWING: Breng het snijblad van
de grasmaaier zorgvuldig aan. Het heeft een
boven- en onderkant.
WAARSCHUWING: Draai de bout rechtsom
stevig aan om het snijblad vast te zetten.
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het snij-
blad van de grasmaaier en alle bevestigingsdelen
correct zijn aangebracht en stevig zijn vastgezet.
WAARSCHUWING: Als u het snijblad ver-
vangt, volgt u altijd de instructies die in deze
handleiding worden gegeven.
KENNISGEVING: Na het aanbrengen van de
snijbladen van de grasmaaier, verwijdert u de pen
uit het maaidek.


volgorde.
73 NEDERLANDS
PROBLEMEN OPLOSSEN
Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u een probleem


met gebruikmaking van originele Makita/Dolmar-vervangingsonderdelen.
Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing
De grasmaaier start niet. 
aangebracht.
Plaats twee opgeladen accu’s.
Probleem met de accu (onvoldoende
spanning)

vervangt u de accu.
De contactsleutel is niet ingestoken. Steek de contactsleutel er in.
De accukeuzeschakelaar staat niet in

-
bracht met behulp van de accukeuzeschakelaar.
Na kortstondig gebruik stopt de
motor al gauw.
 
vervangt u de accu.
De maaihoogte is te laag. Vergroot de maaihoogte.
Maaisel heeft zich opgehoopt in de
grasmaaier.

grasmaaier.
Het maximale motortoerental wordt
niet bereikt.
 Breng de accu aan zoals beschreven in deze
handleiding.
De accuspanning valt weg. 
vervangt u de accu.
 
reparatie.

draait niet rond:

Een vreemd voorwerp, zoals een tak, is


 
reparatie.
Abnormale trillingen:




OPTIONELE
ACCESSOIRES
LET OP: Deze accessoires of hulpstukken
worden aanbevolen voor gebruik met het Makita/
Dolmar-gereedschap dat in deze gebruiksaan-
wijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere
accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoon-
-
stukken uitsluitend voor de aangegeven doeleinden.
Mocht u meer informatie willen hebben over deze
accessoires, dan kunt u contact opnemen met uw plaat-

 
Originele accu en acculader van Makita/Dolmar
OPMERKING:
-
daard toebehoren. Deze kunnen van land tot land
verschillen.

Documenttranscriptie

NEDERLANDS (Originele instructies) TECHNISCHE GEGEVENS Model: AM3846 Maaibreedte (diameter van snijblad) 460 mm Nullasttoerental Maximumtoerental AM3653 AM3753 534 mm 2.500 min-1 2.300 min-1 -1 2.800 min-1 3.300 min Recht snijblad van de grasmaaier 191D51-9 191D52-7 Zwenkende snijbladen van de grasmaaier *1 191D49-6 191D50-1 Zwenkende snijbladen van de grasmaaier *2 191D47-0 191D48-8 Afmetingen (l x b x h) L: 1.610 mm t/m 1.690 mm B: 535 mm H: 980 mm t/m 1.095 mm L: 1.630 mm tot 1.715 mm B: 590 mm H: 990 mm tot 1.095 mm Rijsnelheid 2,5 of 5,0 km/h Onderdeelnummer van vervangingssnijblad van grasmaaier - 2,5 of 5,0 km/h 36 V gelijkstroom Nominale spanning Nettogewicht Wanneer het rechte snijblad van de grasmaaier is aangebracht 35,3 - 39,0 kg 35,5 - 39,3 kg 39,0 - 42,8 kg Wanneer de zwenkende snijbladen van de grasmaaier zijn aangebracht 36,0 - 39,7 kg 36,2 - 40,0 kg 39,7 - 43,5 kg Beschermingsklasse IPX4 *1. Grondplaat en afzonderlijke snijbladen van de grasmaaier. *2. Alleen afzonderlijke snijbladen van de grasmaaier. • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen. • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. • Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste combinatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s BL1815N / BL1820 / BL1820B / BL1830 / BL1830B / BL1840 / BL1840B / BL1850 / BL1850B / BL1860B • Sommige van de hierboven vermelde accu’s zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu kan leiden tot letsel en/of brand. Verwijder de contactsleutel vóór het inspecteren, bijstellen, reinigen, onderhouden, achterlaten of opbergen van de grasmaaier. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap worden gebruikt. Zorg ervoor dat u weet wat ze betekenen alvorens het gereedschap te gebruiken. Elektrisch gevaar. Contact met water kan een elektrische schok veroorzaken. Wees vooral voorzichtig en let goed op. Giet er geen water op. Lees de gebruiksaanwijzing. Ni-MH Li-ion Gevaar: let op weggeworpen voorwerpen. Omstanders moeten een afstand van zeker 15 meter bewaren tot het gereedschap. Breng nooit uw handen of voeten dichtbij het snijblad onder de grasmaaier. Het snijblad blijft nadraaien nadat de motor is uitgeschakeld. 61 NEDERLANDS Alleen voor EU-landen Geef elektrisch gereedschap en accu’s niet met het huisvuil mee! Volgens de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elektronische apparaten, en inzake batterijen en accu’s en oude batterijen en accu’s, en de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen elektrisch gereedschap, accu’s en batterijen die het einde van hun levensduur hebben bereikt, gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar een recyclebedrijf dat voldoet aan de geldende milieu-eisen. OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen. Gebruiksdoeleinden De machine is bedoeld om het gazon te maaien. Geluidsniveau OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN60335-2-77: OPMERKING: De waarden zijn gemeten met de grasmaaier uitgerust met een recht snijblad van de grasmaaier. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. Model AM3846 Geluidsdrukniveau (LpA): 82,7 dB (A) Geluidsvermogenniveau (LWA): 90,9 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) Model AM3653 Geluidsdrukniveau (LpA): 78,1 dB (A) Geluidsvermogenniveau (LWA): 90,4 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) Model AM3753 Geluidsdrukniveau (LpA): 78,1 dB (A) Geluidsvermogenniveau (LWA): 90,4 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Het geluidsniveau kan tijdens gebruik hoger worden dan 80 dB (A). OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen. EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het niet volgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN60335-2-77: Instructie 1. Lees de gebruiksaanwijzingen aandachtig door. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedieningsorganen en het correcte gebruik van de grasmaaier. 2. Laat nooit kinderen of anderen die niet vertrouwd zijn met deze instructies de grasmaaier bedienen. De toegestane leeftijd van gebruikers kan ook zijn vastgelegd in de plaatselijke wetgeving. 3. Gebruik de grasmaaier nooit met personen, in het bijzonder kinderen, of huisdieren dicht in de buurt. 4. Onthoud dat de bediener of gebruiker aansprakelijk is voor ongelukken met letsel aan andere personen of schade aan hun eigendommen. 5. Houd toezicht op kinderen om te zorgen dat ze niet met de grasmaaier gaan spelen. OPMERKING: De waarden zijn gemeten met de grasmaaier uitgerust met een recht snijblad van de grasmaaier. Model AM3846 Trillingsemissie (ah): 2,5 m/s2 of lager Onzekerheid (K): 1,5 m/s2 Model AM3653 Trillingsemissie (ah): 2,5 m/s2 of lager Onzekerheid (K): 1,5 m/s2 Model AM3753 Trillingsemissie (ah): 2,5 m/s2 of lager Onzekerheid (K): 1,5 m/s2 62 NEDERLANDS 6. Lichamelijke conditie - Gebruik de grasmaaier niet onder de invloed van alcohol, stimulerende of verdovende middelen, of na het innemen van medicijnen. Voorbereidingen 1. Draag bij gebruik van de grasmaaier altijd stevig schoeisel en een lange broek. Gebruik de grasmaaier niet wanneer u op blote voeten loopt of open sandalen draagt. Draag geen juwelen of kleding die erg ruim valt of waarvan koordjes of bandjes los bungelen. Deze kunnen door de bewegende delen gegrepen worden. 2. Inspecteer de grasmaaier vóór gebruik altijd visueel op beschadigde, ontbrekende of verkeerd gemonteerde beschermkappen of schilden. 3. Zorg dat er geen andere personen in de buurt zijn voordat u met maaien begint. Stop de grasmaaier wanneer er iemand nadert. 4. Steek de contactsleutel pas in de grasmaaier wanneer die klaar voor gebruik is. 5. Draag tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap altijd een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril moet voldoen aan ANSI Z87.1 in de Verenigde Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/ NZS 1336 in Australië en Nieuw-Zeeland. In Australië en Nieuw-Zeeland is het wettelijk verplicht om tevens een spatscherm te dragen om uw gezicht te beschermen. 6. 7. 8. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om ervoor te zorgen dat geschikte beschermingsmiddelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmiddellijke omgeving van de werkplek. Controleer vóór gebruik zorgvuldig de snijbladen en de bouten van de snijbladen op barsten of andere beschadigingen. Vervang gebarsten of beschadigde snijbladen of bouten van de snijbladen onmiddellijk. Verwijder vóór het maaien eerst obstakels en voorwerpen zoals stenen, ijzerdraad, glas, botten en grote takken uit uw werkgebied, om schade aan de grasmaaier en persoonlijk letsel te voorkomen. Als het snijblad van de grasmaaier een voorwerp raakt, kan ernstig letsel worden veroorzaakt. Controleer altijd vóór het maaien het gras op voorwerpen die hinder of gevaar kunnen veroorzaken en verwijder ze op afdoende wijze. 63 9. 10. 11. Kijk uit voor kuilen, sporen, hobbels, stenen en andere verborgen voorwerpen. Ongelijkmatig terrein kan leiden tot uitglijden en vallen. In lang gras kunnen obstakels verborgen zitten. Terwijl het regent mag u de contactsleutel niet erin steken of verwijderen. Gebruik persoonlijke-veiligheidsmiddelen. Draag altijd oogbescherming. Veiligheidsmiddelen, zoals stofmaskers, slipvaste veiligheidsschoenen, veiligheidshelm en gehoorbescherming, gebruikt in toepasselijke situaties, dragen bij tot vermindering van persoonlijk letsel. Bediening 1. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een goede balans. Zorg altijd dat u stevig staat op hellingen. Loop gewoon en ren niet. 2. Schakel de grasmaaier uit, verwijder de contactsleutel, en verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen: - wanneer u de grasmaaier achterlaat; - voor het opheffen van een blokkering of het vrijmaken van het uitwerpkanaal; - voor het controleren, reinigen of werken aan de grasmaaier; - na het raken van een vreemd voorwerp. Inspecteer de grasmaaier op beschadigingen en voer reparatiewerkzaamheden uit alvorens de grasmaaier opnieuw te starten en te bedienen, - als de grasmaaier op ongebruikelijke manier begint te trillen. 3. Gebruik de grasmaaier in geen geval wanneer de beveiligingskappen of schermen defect zijn, of wanneer beveiligingsdelen zoals de keerschotten en/of grasmand afwezig zijn. 4. Vermijd het gebruik van de grasmaaier onder slechte weersomstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat. 5. Draag tijdens het gebruik van de grasmaaier altijd oogbescherming en stevige schoenen. 6. Gebruik de grasmaaier alleen bij daglicht of helder kunstlicht. 7. Schakel de grasmaaier zorgvuldig in volgens de voorschriften, met uw voeten op veilige afstand van de snijblad(en). 8. Wees voorzichtig uw handen en voeten niet te verwonden aan het snijblad. 9. Zorg er altijd voor dat de ventilatieopeningen vrij zijn van vuil. 10. Maai altijd horizontaal langs een glooiing, nooit omhoog en omlaag. Wees uiterst voorzichtig wanneer u op een hellend vlak van richting verandert. Probeer niet om te maaien op al te steile hellingen. 11. Wees uiterst voorzichtig wanneer u de grasmaaier achteruit laat rijden of naar u toe trekt. 12. Stop de snijblad(en) wanneer u de grasmaaier moet kantelen om hem te verplaatsen over een ander oppervlak dan gras, en ook wanneer u de grasmaaier vervoert van of naar het te maaien terrein. NEDERLANDS 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. Kantel de grasmaaier niet wanneer u de motor inschakelt, behalve wanneer het noodzakelijk is de grasmaaier iets te kantelen om de motor te starten. In dat geval kantelt u hem niet verder dan strikt noodzakelijk en tilt u alleen het van u afgerichte deel iets omhoog. Zorg er altijd voor dat u beide handen op de bedieningspositie houdt voordat u de grasmaaier weer op de grond laat zakken. Plaats nooit uw handen of voeten onder of vlakbij de draaiende onderdelen. Blijf steeds uit de buurt van de uitwerpopening. Vervoer de grasmaaier niet terwijl de grasmaaier is ingeschakeld. Gebruik de grasmaaier niet wanneer het gras nat is. Houd de handgreep altijd stevig vast. Raak het snijblad of andere scherpe randen niet aan bij het optillen of dragen van de grasmaaier. Houd uw handen en voeten uit de buurt van het draaiende snijblad. Let op - Het snijblad blijft nadraaien nadat de grasmaaier is uitgeschakeld. Stop onmiddellijk met het gebruik wanneer u iets vreemds opmerkt. Schakel de grasmaaier uit en verwijder de contactsleutel. Inspecteer vervolgens de grasmaaier. Als de grasmaaier is uitgerust met een maaihoogte-instelling, mag u nooit de maaihoogte veranderen terwijl de grasmaaier draait. Laat de schakelhendel los en wacht tot het snijblad gestopt is voordat u een tuinpad, trottoir, oprijlaan, straat of weg oversteekt, of enig terrein waar grind ligt. Verwijder de contactsleutel ook wanneer u de grasmaaier even achterlaat, wanneer u een eindje verder iets moet oprapen, of als u om enige andere reden afgeleid bent van waar u mee bezig was. Als de grasmaaier een vreemd voorwerp raakt, gaat u als volgt te werk: - Stop de grasmaaier, laat de schakelhendel los en wacht tot het snijblad helemaal tot stilstand is gekomen. - Verwijder de contactsleutel en de accu. - Controleer de grasmaaier zorgvuldig op beschadigingen. - Vervang het snijblad als het op enige wijze beschadigd is. Repareer alle beschadigingen voordat u de grasmaaier opnieuw start en in gebruik neemt. Start de grasmaaier niet terwijl u recht voor de uitwerpopening staat. Als de grasmaaier abnormaal gaat trillen of schudden (onmiddellijk controleren) - inspecteer op schade; - vervang of repareer alle beschadigde delen; - controleer op loszittende delen en zet die goed vast. Richt het uitgeworpen materiaal nooit op iemand. Voorkom dat materiaal wordt uitgeworpen tegen een muur of obstakel. Het materiaal kan terugkaatsen naar de gebruiker. Zet het snijblad stil wanneer u een verharde ondergrond oversteekt. 64 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. Trek de grasmaaier niet naar achteren behalve indien absoluut noodzakelijk. Wanneer u niet anders kan dan de grasmaaier achteruit te bewegen vanaf een afrastering of andere, soortgelijke obstructie, kijkt u omlaag en naar achter de grasmaaier vóór en tijdens het achteruit bewegen. Schakel de motor uit en wacht tot het snijblad volledig tot stilstand is gekomen, voordat u de grasvanger verwijdert. Denk eraan dat het snijblad blijft nalopen nadat de grasmaaier is uitgeschakeld. Als u het gereedschap op een modderige ondergrond, natte helling of gladde plaats gebruikt, let u erop dat u stevig staat. Vermijd werken in een ongunstige omgeving waarin een verhoogde vermoeidheid van de gebruiker kan worden verwacht. Gebruik het gereedschap niet bij slecht weer waarin het zicht beperkt is. Als u dit toch doet, kan dat een val of verkeerde bediening veroorzaken als gevolg van het slechte zicht. Dompel het gereedschap niet onder in een waterplas. Wanneer natte bladeren of vuil blijft kleven aan de aanzuigmond (ventilatieopening) als gevolg van de regen, verwijdert u deze. Gebruik het gereedschap niet in de sneeuw. Als het maaisel nat is, hoopt het zich waarschijnlijk op aan de binnenkant van het gereedschap. Controleer regelmatig de staat van het gereedschap en verwijder zo nodig het aanklevende gras. Let bij het gebruik van het gereedschap op leidingen en kabels. Gebruik geen bekabelde voeding, zoals een accuadapter of draagbare voedingseenheid met dit gereedschap. De kabel van een dergelijke voeding kan het gebruik hinderen waardoor persoonlijk letsel wordt veroorzaakt. Onderhoud en opslag 1. Vervang alle versleten of beschadigde onderdelen, voor uw veiligheid. Gebruik uitsluitend originele vervangingsonderdelen en accessoires. 2. Inspecteer en onderhoud de grasmaaier regelmatig. 3. Indien niet in gebruik, bewaart u de grasmaaier buiten bereik van kinderen. 4. Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn aangedraaid, om het gereedschap veilig te kunnen gebruiken. 5. Controleer veelvuldig de grasmand op slijtage en beschadigingen. Voor de opslag, verzekert u uzelf ervan dat de grasmand leeg is. Vervang een versleten grasmand uit veiligheidsoverwegingen altijd door een origineel, nieuw vervangingsonderdeel. 6. Gebruik uitsluitend de in deze handleiding door de fabrikant voorgeschreven snijbladen. 7. Wees uiterst voorzichtig tijdens het bijstellen van de grasmaaier om te voorkomen dat uw vingers bekneld raken tussen het draaiende snijblad en de vaste delen van de grasmaaier. NEDERLANDS 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. Controleer veelvuldig of de snijbladbevestigingsbout stevig vast zit. Laat de grasmaaier altijd eerst afkoelen voordat u hem opbergt. Onthoud goed bij onderhoud aan de snijbladen dat ook als de stroom is uitgeschakeld, de snijbladen nog wel kunnen bewegen. Haal de veiligheidsvoorzieningen niet uit elkaar en knoei er niet aan. Controleer regelmatig of ze correct werken. Doe nooit iets dat de beoogde werking van een veiligheidsvoorziening hindert of de bescherming die een veiligheidsvoorziening biedt vermindert. Laat het gereedschap niet onbeheerd buiten in de regen staan. Was het gereedschap niet met water onder hoge druk. Als u het gereedschap wast, verwijdert u de accu en contactsleutel en sluit u het accudeksel, en giet u water op de onderkant van het gereedschap waaraan het snijblad is bevestigd. Wanneer u de machine opbergt, vermijdt u direct zonlicht en regen, en bergt u het op een plaats op die niet heet of vochtig wordt. Voer inspectie en onderhoud uit op een plaats waar regen kan worden vermeden. Nadat u het gereedschap hebt gebruikt, verwijdert u het aanklevende vuil en laat u het gereedschap volledig drogen voordat u hem opbergt. Afhankelijk van het seizoen of gebied, bestaat de kans op een storing als gevolg van bevriezing. Gebruik en verzorging van gereedschap dat op een accu werkt 1. Laad alleen op met de acculader aanbevolen door de fabrikant. Een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan brandgevaar opleveren indien gebruikt met een ander type accu. 2. Gebruik elektrisch gereedschap uitsluitend met de daarvoor bestemde accu. Gebruik van andere accu’s kan gevaar voor letsel of brandgevaar opleveren. 3. Als de accu niet wordt gebruikt, houdt u deze uit de buurt van metalen voorwerpen, zoals paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwerpen die een kortsluiting kunnen veroorzaken tussen de accupolen. Kortsluiting tussen de accupolen kan leiden tot brandwonden of brand. 4. Onder zware gebruiksomstandigheden kan vloeistof uit de accu komen. Voorkom aanraking! Als u er per ongeluk mee in aanraking komt, spoelt u het er met water af. Als de vloeistof in uw ogen komt, raadpleegt u tevens een arts. Vloeistof uit de accu kan irritatie en brandwonden veroorzaken. 5. Gebruik geen accu of gereedschap dat beschadigd of gewijzigd is. Beschadigde of gewijzigde accu’s kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of gevaar van letsel. 65 6. 7. Stel een accu of gereedschap niet bloot aan vuur of buitensporige temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130 °C kunnen een explosie veroorzaken. Volg alle oplaadinstructies en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het temperatuurbereik opgegeven in de instructies. Verkeerd opladen of bij een temperatuur buiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigen en de kans op brand vergroten. Elektrische veiligheid en accu 1. Werp de accu(’s) niet in een vuur. De accu kan exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor mogelijke speciale verwerkingsvereisten. 2. Open of vervorm de accu(’s) niet. Het elektrolyt is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen en huid. Het kan giftig zijn bij inslikken. 3. Laad de accu niet op in de regen of op een natte plaats. 4. Laad de accu niet buitenshuis op. 5. Raak de lader, inclusief de stekker en de contacten van de lader, niet met natte handen aan. 6. Vervang de accu niet in de regen. 7. Laat de aansluitpunten van de accu niet nat worden met een vloeistof, zoals water, en dompel de accu niet onder. Laat de accu niet in de regen liggen en laad of berg de accu niet op een vochtige of natte plaats op. Als de aansluitpunten nat worden of vloeistof binnendringt in de accu, kan kortsluiting ontstaan in de accu en bestaat de kans op oververhitting, brand of explosie. 8. Nadat de accu vanaf het gereedschap of de acculader is verwijderd, vergeet u niet het accudeksel op de accu te bevestigen en deze op een droge plaats op te bergen. 9. Vervang de accu niet met natte handen. Reparatie 1. Laat uw elektrisch gereedschap repareren door een vakbekwame reparateur die gebruik maakt van uitsluitend identieke vervangingsonderdelen. Zo bent u ervan verzekerd dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft. 2. Repareer nooit een beschadigde accu. Het repareren van een accu mag uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant of een erkend servicecentrum. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstige verwondingen. NEDERLANDS 13. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen. Neem de accu niet uit elkaar. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken. Voorkom kortsluiting van de accu: (1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brandwonden, en zelfs defecten. Bewaar het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50°C of hoger. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wanneer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploffen in het vuur. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen en hem niet blootstelt aan schokken of stoten. Gebruik nooit een beschadigde accu. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen. Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoffen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereedschappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, buitensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt. 66 Als u het gereedschap gedurende een lange tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroorzaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levensduur van de accu 1. 2. 3. 4. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu. Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden. Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken. MONTAGE WAARSCHUWING: Zorg er altijd voor dat de contactsleutel en de accu zijn verwijderd, alvorens u enig werk aan de grasmaaier gaat uitvoeren. Als u de contactsleutel en de accu niet verwijdert, kan dat leiden tot ernstig persoonlijk letsel als de grasmaaier plotseling zou starten. WAARSCHUWING: Start nooit de grasmaaier voordat het geheel naar behoren is gemonteerd. Het apparaat in een gedeeltelijk gemonteerde toestand bedienen, kan na per ongeluk inschakelen leiden tot ernstig persoonlijk letsel. De handgreep aanbrengen KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van de handgrepen leidt u de kabels zodat ze niet bekneld raken door iets tussen de handgrepen. Als de kabel beschadigd is, werkt mogelijk de schakelaar van de grasmaaier niet. 1. Lijn de openingen in de onderste handgreep uit met de openingen in het maaidek en draai daarna de 4 bouten tijdelijk vast. ► Fig.1: 1. Onderste handgreep 2. Bout Draai de 4 bouten die in stap 1 tijdelijk waren vast2. gedraaid nu stevig vast met behulp van pijpsleutel 13. 3. Lijn de opening in de onderste handgreep uit met de opening in de bovenste handgreep en steek vervolgens de bout vanaf de binnenkant erdoor, en draai daarna de moer vanaf de buitenkant vast met pijpsleutel 13. Voer dezelfde procedure uit aan de andere kant. ► Fig.2: 1. Bout 2. Onderste handgreep 3. Moer 4. Opening 5. Bovenste handgreep NEDERLANDS BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES LET OP: Houd de bovenste handgreep stevig vast, zodat deze niet uit uw hand valt. Anders kan de handgreep vallen en letsel veroorzaken. 4. Bevestig de kabelklem aan de handgreep. De accu aanbrengen en verwijderen Lijn de uitstekende nokken op de houder uit met de openingen in de handgreep zodat de uitstekende nokken in de openingen passen. Geleid de kabels zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.3: 1. Kabel 2. Kabelklem LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het apparaat en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het apparaat en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen waardoor het apparaat of de accu kan worden beschadigd of persoonlijk letsel kan worden veroorzaakt. Het mulch-inzetstuk verwijderen 1. Open de achterklep. ► Fig.4: 1. Achterklep 2. Verwijder het mulch-inzetstuk terwijl u de hendel omlaag houdt. ► Fig.5: 1. Hendel 2. Mulch-inzetstuk LET OP: Zorg dat u voor gebruik het accudeksel stevig afsluit. Anders zou er modder, vuil en water in kunnen komen en het gereedschap of de accu kunnen beschadigen. LET OP: Schuif de accu altijd volledig naar binnen totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het apparaat vallen en letsel veroorzaken bij u of anderen in uw omgeving. De grasmand aanbrengen en verwijderen Om de grasmand aan te brengen, volgt u de onderstaande stappen. LET OP: Druk de accu er niet met kracht in. Als de accu er niet soepel in schuift, houdt u die waarschijnlijk in de verkeerde stand. 1. Open de achterklep. ► Fig.6: 1. Achterklep OPMERKING: Het apparaat werkt niet met slechts één accu. 2. Pak het handvat van de grasmand vast en haak vervolgens de grasmand aan de stang van het maaidek, zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.7: 1. Stang 2. Handvat 3. Grasmand De accu aanbrengen: Om de grasmand te verwijderen, opent u de achterklep en verwijdert u vervolgens de grasmand door het handvat vast te pakken. Het mulch-inzetstuk aanbrengen 1. Open de achterklep en verwijder de grasmand. ► Fig.8: 1. Achterklep 2. Grasmand 2. Breng het mulch-inzetstuk aan terwijl u de hendel omlaag houdt en laat daarna de hendel los om het mulch-inzetstuk te vergrendelen. ► Fig.9: 1. Hendel 2. Mulch-inzetstuk 1. Trek de vergrendelhendel omhoog en open daarna het accudeksel. ► Fig.13: 1. Accudeksel 2. Vergrendelhendel 2. Lijn de lip op de accu uit met de gleuf in het apparaat en schuif daarna de accu erin tot deze met een klikgeluid op zijn plaats wordt vergrendeld. ► Fig.14: (1) Accupoort 1 (2) Accupoort 2 (3) Accu OPMERKING: Breng minstens 2 accu’s aan in accupoort 1 of accupoort 2. 3. Steek de contactsleutel in op de plaats die in de afbeelding is aangegeven, zover de sleutel gaat. ► Fig.15: 1. Contactsleutel 4. Sluit het accudeksel en duw erop totdat hij wordt vergrendeld met de borghendel. Het uitworp-hulpstuk aanbrengen Voor AM3653/AM3753 De accu verwijderen: 1. Open de achterklep en verwijder de grasmand. ► Fig.10: 1. Achterklep 2. Grasmand 1. 2. Breng het mulch-inzetstuk aan terwijl u de hendel omlaag houdt en laat daarna de hendel los om het mulch-inzetstuk te vergrendelen. ► Fig.11: 1. Hendel 2. Mulch-inzetstuk Trek de vergrendelhendel omhoog en open het accudeksel. 2. Trek de accu uit het apparaat terwijl u de knop aan de voorkant van de accu verschuift. 3. Trek de contactsleutel eruit. 4. Sluit het accudeksel. De accu’s omschakelen 3. Open de rechterzijklep en breng daarna het uitworp-hulpstuk aan. ► Fig.16: 1. Accukeuzeschakelaar Steek de haken van het uitworp-hulpstuk onder de stang van de rechterzijklep. ► Fig.12: 1. Rechterzijklep 2. Uitworp-hulpstuk Het apparaat gebruikt 2 accu’s tegelijkertijd. Maximaal 4 accu’s kunnen in het apparaat worden aangebracht. Alvorens het apparaat te gebruiken, selecteert u accupoort 1 of accupoort 2 door de accukeuzeschakelaar te draaien. 67 NEDERLANDS OPMERKING: Als slechts 2 accu’s in het apparaat zijn aangebracht, verzekert u zich ervan de accupoort te selecteren waarin de accu’s zijn aangebracht met behulp van de accukeuzeschakelaar. Beveiligingssysteem voor apparaat/accu Het apparaat is uitgerust met een beveiligingssysteem voor apparaat/accu. Dit systeem schakelt automatisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het apparaat en de accu te verlengen. Het apparaat kan tijdens het gebruik automatisch stoppen als het apparaat of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Als de accu wordt gebruikt op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het apparaat automatisch en knippert het bedrijfslampje groen. Wanneer dat gebeurt, schakelt u het apparaat uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het apparaat overbelast raakte. Schakel vervolgens het apparaat in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het apparaat of de accu oververhit is, stopt het apparaat automatisch en gaat het bedrijfslampje rood branden. In dat geval laat u het apparaat en de accu afkoelen, voordat u het apparaat opnieuw inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het apparaat automatisch en knippert het bedrijfslampje rood. Verwijder in dat geval de accu vanaf het apparaat en laad de accu’s op of vervang de accu’s door volledig opgeladen accu’s. De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes ► Fig.17: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden. Indicatorlampjes Brandt Uit Bedieningspaneel Op het bedieningspaneel bevinden zich de hoofdschakelaar, de functieschakelknop en de indicatoren van de resterende acculading. ► Fig.18: 1. Accu-indicatorlampje 2. Functieschakellamp 3. Bedrijfslampje 4. Testknop 5. Functieschakelknop 6. Hoofdschakelaar Hoofdschakelaar WAARSCHUWING: Zet altijd de hoofdschakelaar uit indien niet in gebruik. Om het gereedschap in te schakelen, drukt u op de hoofdschakelaar. Het bedrijfslampje brandt groen. Om het gereedschap uit te schakelen, drukt u nogmaals op de hoofdschakelaar. OPMERKING: Als het bedrijfslampje rood brandt, of rood of groen knippert, raadpleegt u de instructies voor het apparaat-/accubeveiligingssysteem. OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld starten te voorkomen wordt de hoofdschakelaar automatisch uitgeschakeld wanneer de schakelhendel en de aandrijfhendel (indien aanwezig) niet worden ingeknepen binnen een bepaalde tijdsduur nadat de hoofdschakelaar is ingeschakeld. Functieschakelknop U kunt de bedieningsfunctie veranderen door op de functieschakelknop te drukken. Wanneer het gereedschap wordt ingeschakeld, start het gereedschap in de normale functie. Als u op de functieschakelknop drukt, schakelt het apparaat om naar de geluidsonderdrukkingsfunctie en gaat de functieschakellamp groen branden. In de geluidsonderdrukkingsfunctie kunt u het geluidsniveau tijdens het grasmaaien verlagen. Als u nogmaals op de functieschakelknop drukt, keert het gereedschap terug naar de normale functie. De resterende acculading controleren Resterende acculading Druk op de testknop om de resterende acculadingen te zien. De accu-indicatorlampjes geven per accu de resterende acculading aan. Knippert 75% tot 100% Toestand van accu-indicator Resterende acculading 50% tot 75% Aan Uit 25% tot 50% 50% tot 100% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. 20% tot 50% OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en de omgevingstemperatuur, is het mogelijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. 68 0% tot 20% NEDERLANDS 3. OPMERKING: De indicatorlampjes voor de resterende acculading dienen slechts ter referentie. De daadwerkelijke acculading kan verschillen afhankelijk van de gebruiksomstandigheden. Druk op de hoofdschakelaar. 4. Trek de schakelhendel naar u toe terwijl u de schakelknop ingedrukt houdt. Laat de schakelknop los zodra de motor begint te draaien. ► Fig.21: 1. Schakelknop 2. Schakelhendel OPMERKING: Stop het apparaat voordat u op de testknop drukt om de resterende acculadingen weer te geven. OPMERKING: Als de contactsleutel niet is geplaatst, knippert het bedrijfslampje groen wanneer u de schakelhendel inknijpt. De trekkerschakelaar gebruiken 5. Laat de schakelhendel los om de motor te stoppen. WAARSCHUWING: Alvorens u de accu aan- De maaihoogte instellen brengt, controleert u eerst of de schakelhendel goed werkt en bij loslaten automatisch naar de oorspronkelijke stand terugkeert. Bediening van het apparaat met een schakelaar die niet goed werkt kan leiden tot ongecontroleerde bewegingen, met kans op ernstig lichamelijk letsel. WAARSCHUWING: Plaats bij het instellen van de maaihoogte nooit uw hand of voet onder de grasmaaierbehuizing. WAARSCHUWING: Controleer vóór het gebruik zorgvuldig of de hendel juist in de gleuf valt. OPMERKING: De grasmaaier start niet zonder dat u de schakelknop indrukt, ook al trekt u de schakelhendel in. OPMERKING: De grasmaaier start mogelijk niet vanwege overbelasting wanneer u lang of dicht gras in één keer probeert te maaien. Stel in dat geval de maaihoogte hoger in. De maaihoogte is instelbaar binnen een bereik van 20 mm tot 100 mm. Deze grasmaaier is voorzien van een contactsleutel en een handgreepschakelaar. Als er iets niet in orde is met de contactsleutel of de schakelaar, stopt u onmiddellijk het gebruik en laat u ze controleren bij uw dichtstbijzijnde erkende Makita/Dolmar-servicecentrum. Verwijder de contactsleutel en trek vervolgens de maaihoogte-instelhendel tot buiten het maaidek en verplaats deze naar de gewenste maaihoogte. ► Fig.22: 1. Maaihoogte-instelhendel De onderstaande tabel toont het verband tussen het cijfer op het maaidek en de maaihoogte bij benadering. Cijfer Maaihoogte 1 20 mm 2 26 mm 2. Selecteer de accu’s die moeten worden gebruikt door de accukeuzeschakelaar te draaien. 3 32 mm 4 39 mm 3. 5 47 mm 6 55 mm 7 63 mm 8 74 mm Voor AM3846/AM3753 1. Breng de accu’s aan. Plaats de contactsleutel en sluit daarna het accudeksel. Druk op de hoofdschakelaar. 4. Trek de schakelhendel naar u toe terwijl u de schakelknop ingedrukt houdt. Laat de schakelknop los zodra de motor begint te draaien. ► Fig.19: 1. Schakelknop 2. Schakelhendel OPMERKING: Als de contactsleutel niet is geplaatst, knippert het bedrijfslampje groen wanneer u de schakelhendel inknijpt. 9 86 mm 10 100 mm Houd het voorhandvat of de onderste handgreep met één hand vast en verplaats vervolgens de maaihoogte-instelhendel met de andere hand. ► Fig.23: 1. Maaihoogte-instelhendel 2. Onderste handgreep 3. Voorhandvat 5. Terwijl u de schakelhendel vasthoudt, duwt u de aandrijfhendel naar voren en houdt u deze vast om de achterwielen aan te drijven. ► Fig.20: 1. Aandrijfhendel OPMERKING: De waarden voor de maaihoogte mogen slechts als richtlijn worden gebruikt. Afhankelijk van de toestand van het gazon en de ondergrond, kan de daadwerkelijke gazonhoogte iets afwijken van de ingestelde hoogte. OPMERKING: U kunt de achterwielen aandrijven door de aandrijfhendel naar voren te duwen en deze vast te houden zonder de schakelhendel naar u toe te trekken. 6. Laat de aandrijfhendel en de schakelhendel los om het apparaat te stoppen. OPMERKING: Met een maaiproef in een minder opvallende plaats kunt u door uitproberen de gewenste hoogte vinden. Voor AM3653 1. Breng de accu’s aan. Steek de contactsleutel in het contactslot en sluit dan het accudeksel. 2. Selecteer de accu’s die moeten worden gebruikt door de accukeuzeschakelaar te draaien. 69 NEDERLANDS Grasniveau-indicator Elektronische functies De grasniveau-indicator geeft de hoeveelheid gemaaid gras aan. Zolang de grasmand nog niet vol is, zal de indicator blijven zweven terwijl de snijbladen draaien. ► Fig.24: 1. Grasniveau-indicator Wanneer de grasmand bijna vol is, zal de indicator niet meer zweven terwijl de snijbladen draaien. In dat geval stopt u onmiddellijk het gebruik en leegt u de grasmand. ► Fig.25: 1. Grasniveau-indicator OPMERKING: Deze indicator is slechts een grove richtlijn. Afhankelijk van de toestand binnenin de grasmand,werkt deze indicator niet altijd goed. De hoogte van de handgreep afstellen LET OP: Voordat u de bouten verwijdert, houdt u de bovenste handgreep stevig vast. Anders kan de handgreep vallen en letsel veroorzaken. Het gereedschap is uitgerust met elektronische aansturing voor een gemakkelijke bediening. • Constante-toerentalregeling van snijblad Elektronische toerentalregeling voor het aanhouden van een constant toerental. Maakt een onberispelijke afwerking mogelijk omdat het toerental zelfs onder belasting constant blijft. • Zachte-start bij aandrijving De functie zachte-start minimaliseert de startschok en laat het gereedschap geleidelijk starten. • Elektrische rem Dit apparaat is voorzien van een elektrische rem. Als het apparaat constant niet in staat is de snijbladen van de grasmaaier snel stil te zetten nadat de schakelhendel is losgelaten, laat u het apparaat onderhouden door een erkend Makita/Dolmar-servicecentrum. BEDIENING Maaien De hoogte van de handgreep kan worden afgesteld op twee hoogten. 1. Verwijder de bovenste bouten uit de onderste handgreep met behulp van pijpsleutel 13 en draai daarna de onderste bouten los. ► Fig.26: 1. Bovenste bout 2. Onderste bout WAARSCHUWING: Voor het maaien verwijdert u alle takken en stenen van het te maaien terrein. Bovendien kunt u beter ook van tevoren alle onkruid uit het te maaien grasveld wieden. 2. Stel de hoogte van de handgreep af en draai daarna de bovenste en onderste bouten stevig vast. WAARSCHUWING: Draag bij het maaien altijd een beschermende bril of een veiligheidsbril met volledig gesloten zijkantbescherming. De rijsnelheid afstellen Voor AM3846/AM3753 ► Fig.27: 1. Snelheidshendel De rijsnelheid kan worden ingesteld met behulp van de snelheidshendel. Om de snelheid te verlagen, trekt u de hendel naar u toe, en om de snelheid te verhogen kantelt u de hendel naar voren. Het mulch-inzetstuk gebruiken Het mulch-inzetstuk maakt het mogelijk om het maaisel naar de grond terug te voeren zonder het maaisel op te vangen in de grasmand. Wanneer u het apparaat met het mulch-inzetstuk gebruikt, moet u de grasmand verwijderen. LET OP: Als het maaisel of een vreemd voorwerp zich ophoopt binnenin het maaidek, moet u eerst de contactsleutel en accu verwijderen, en handschoenen aantrekken voordat u het maaisel of vreemde voorwerp verwijdert. KENNISGEVING: Gebruik deze machine alleen voor het maaien van een gazon. Maai geen onkruid met deze machine. ► Fig.29 Houd bij het maaien de handgreep met beide handen stevig vast. De richtlijn voor de maaisnelheid is ongeveer 7 tot 14 meter per 10 seconden. ► Fig.30 De middellijnen van de voorwielen kunnen worden gebruikt als richtlijn voor de maaibreedte. Gebruik de middellijnen als richtlijn bij het maaien in banen. Overlap elke baan met de helft of een derde van de breedte van de vorige baan om het gazon gelijkmatig te maaien. ► Fig.31: 1. Maaibreedte 2. Overlapping 3. Middenlijn KENNISGEVING: Wanneer u het apparaat met het mulch-inzetstuk gebruikt, verzekert u zich ervan dat de totale lengte van het gras 30 mm of meer is, of de maailengte 15 mm of minder is. ► Fig.28: (1) 30 mm of meer (2) 15 mm of minder Het uitworp-hulpstuk gebruiken Voor AM3653/AM3753 Het uitworp-hulpstuk maakt het mogelijk om het maaisel aan de rechterkant van de machine op de grond te werpen zonder het maaisel op te vangen in de grasmand. Wanneer u het apparaat met het uitworp-hulpstuk gebruikt, moet u het mulch-inzetstuk aanbrengen en de grasmand verwijderen. 70 Verander de maairichting bij elke baan om te voorkomen dat het graspatroon in één richting wordt gevormd. ► Fig.32 Controleer regelmatig het gemaaide gras in de grasmand. Leeg de grasmand voordat deze vol raakt. Vóór elke periodieke inspectie dient u de grasmaaier uit te schakelen en daarna de contactsleutel en de accu te verwijderen. NEDERLANDS Onderhoud KENNISGEVING: Als u de grasmaaier gebruikt met een volle grasmand kan het snijblad niet soepel draaien, hetgeen de motor overmatig belast, waardoor de kans op defecten toeneemt. 1. Verwijder de contactsleutel en accu’s en sluit daarna het accudeksel. Maaien van erg lang gras Probeer niet om lang gras in één keer te maaien. Maai in plaats daarvan het gazon in meerdere maaibeurten. Laat een dag of twee tussen de maaibeurten, tot het gazon gelijkmatig kort is. ► Fig.33 OPMERKING: Als u erg lang gras in één keer helemaal kort maait, kan het gras afsterven. Tevens kan de binnenkant van het maaidek verstopt raken door het gemaaide gras. 2. Leg de grasmaaier zodanig op zijn zijkant dat de maaihoogte-instelhendel bovenop komt. Reinig het maaisel dat zich heeft opgehoopt op de onderkant van het maaidek. 3. Giet water op de onderkant van het gereedschap waaraan het snijblad is bevestigd. KENNISGEVING: Was het gereedschap niet met water onder hoge druk. 4. Controleer of alle moeren, bouten, schroeven enz. stevig vast zitten. 5. Inspecteer de bewegende onderdelen op schade, defecten en slijtage. Beschadigde of ontbrekende onderdelen moeten worden gerepareerd of vervangen. De grasmand legen WAARSCHUWING: Om ongelukken te voorkomen, controleert u regelmatig de grasmand op schade of verzwakking door slijtage. Vervang zo nodig de grasmand. 6. Berg de grasmaaier op een veilige plaats op buiten bereik van kinderen. 1. Laat de schakelhendel en de aandrijfhendel los (voor AM3846/AM3753), of laat de schakelhendel los (voor AM3653). gedeelte aangegeven in de afbeelding. Als u water giet op de motoreenheid kan een storing in het apparaat worden veroorzaakt. 2. Voor AM3846/AM3753 KENNISGEVING: Giet geen water op het ► Fig.35: 1. Gebied waar geen water op mag worden gegoten Verwijder de contactsleutel. 3. Open de achterklep en verwijder de grasmand door het handvat vast te pakken. ► Fig.34: 1. Achterklep 2. Handvat 3. Grasmand 4. De grasmaaier dragen Leeg de grasmand. Wanneer u de grasmaaier draagt, houdt u het voorhandvat en achterhandvat met twee personen vast, zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.36: 1. Voorhandvat 2. Achterhandvat ONDERHOUD Opbergen WAARSCHUWING: Zorg altijd dat de con- Berg de grasmaaier binnenshuis op, in een koele, droge en afgesloten ruimte. Berg de grasmaaier en de acculader niet op op een plaats waar de temperatuur tot 40 °C of hoger kan oplopen. tactsleutel en de accu uit de grasmaaier zijn verwijderd voordat u de grasmaaier opbergt of draagt, of voordat u inspectie of onderhoud gaat verrichten. WAARSCHUWING: Verwijder altijd de contactsleutel wanneer de grasmaaier niet in gebruik is. Bewaar de contactsleutel op een veilige plaats, buiten bereik van kinderen. Het snijblad van de grasmaaier aanbrengen of verwijderen WAARSCHUWING: Draag handschoenen bij het verrichten van inspectie of onderhoud. WAARSCHUWING: Nadat de schakelhendel is losgelaten, blijft het snijblad nog enkele seconden nadraaien. Voer geen enkele handeling uit voordat het snijblad volledig tot stilstand is gekomen. WAARSCHUWING: Draag bij het verrichten van inspectie of onderhoud altijd een beschermende bril of een veiligheidsbril met zijkappen. WAARSCHUWING: Verwijder altijd eerst de contactsleutel en de accu voordat u het snijblad gaat verwijderen of aanbrengen. Als u de contactsleutel en de accu niet verwijdert, kan dat leiden tot ernstig letsel. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het product te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud en afstellingen te worden uitgevoerd door een erkend Makita/Dolmar-servicecentrum of het fabrieksservicecentrum, en altijd met gebruikmaking van originele Makita/Dolmar-vervangingsonderdelen. 71 WAARSCHUWING: Draag bij het hanteren van het snijblad altijd handschoenen. NEDERLANDS Het snijblad van de grasmaaier verwijderen Voor modellen uitgerust met een recht snijblad van de grasmaaier Het snijblad van de grasmaaier monteren 1. Leg de grasmaaier zodanig op zijn zijkant dat de maaihoogte-instelhendel bovenop komt. WAARSCHUWING: Breng het snijblad van de grasmaaier zorgvuldig aan. Het heeft een boven- en onderkant. 2. Om het snijblad te blokkeren, steekt u de pen in een opening in het maaidek. WAARSCHUWING: Draai de bout rechtsom stevig aan om het snijblad vast te zetten. 3. Draai de bout linksom met pijpsleutel 17. ► Fig.37: 1. Snijblad van de grasmaaier 2. Pen 3. Pijpsleutel WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het snijblad van de grasmaaier en alle bevestigingsdelen correct zijn aangebracht en stevig zijn vastgezet. Verwijder de bout en daarna het snijblad van de grasmaaier. 4. ► Fig.38: 1. Snijbladvoet 2. Snijblad van de grasmaaier 3. Bout 4. Uitstekende nok WAARSCHUWING: Als u het snijblad vervangt, volgt u altijd de instructies die in deze handleiding worden gegeven. KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van het KENNISGEVING: Na het aanbrengen van de snijblad van de grasmaaier, verzekert u zich ervan dat de uitstekende nokken op de snijbladvoet in de openingen van het snijblad van de grasmaaier vallen. snijbladen van de grasmaaier, verwijdert u de pen uit het maaidek. Om de snijbladen van de grasmaaier aan te brengen, volgt u de verwijderingsprocedure in omgekeerde volgorde. Voor modellen uitgerust met zwenkende snijbladen van de grasmaaier 1. Leg de grasmaaier zodanig op zijn zijkant dat de maaihoogte-instelhendel bovenop komt. Om de grondplaat te blokkeren steekt u de pen door 2. een opening in de grondplaat in een opening in het maaidek. 3. Draai de bout linksom met pijpsleutel 17. ► Fig.39: 1. Pen 2. Grondplaat 3. Pijpsleutel 4. Verwijder de bout en daarna de grondplaat. ► Fig.40: 1. Snijbladvoet 2. Grondplaat 3. Bout 4. Uitstekende nok KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van de snijbladen van de grasmaaier, verzekert u zich ervan dat de uitstekende nokken op de snijbladvoet in de openingen van de grondplaat vallen. 5. Om één snijblad van de grasmaaier te verwijderen, draait u de bout linksom met behulp van pijpsleutel 17 terwijl u de grondplaat vasthoudt. ► Fig.41: 1. Grondplaat 2. Snijblad van de grasmaaier 3. Pijpsleutel 6. Verwijder de moer, de ring, de veerring, het snijblad van de grasmaaier en de bout, in die volgorde. ► Fig.42: 1. Boutgat 2. Bout 3. Snijblad van de grasmaaier 4. Veerring 5. Ring 6. Moer KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van de afzonderlijke snijbladen van de grasmaaier, draait u de moeren vast met een aanhaalkoppel van 30 N• m. KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van één snijblad van de grasmaaier, verzekert u zich ervan de veerring aan te brengen in de richting zoals aangegeven in de afbeelding. KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van één snijblad van de grasmaaier, verzekert u zich ervan de bout in een boutgat te steken dat is aangegeven in de afbeelding. 72 NEDERLANDS PROBLEMEN OPLOSSEN Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u een probleem ondervindt dat niet in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven, mag u niet proberen het apparaat uit elkaar te halen. Vraag in plaats daarvan een erkend Makita/Dolmar-servicecentrum het gereedschap te repareren, en altijd met gebruikmaking van originele Makita/Dolmar-vervangingsonderdelen. Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De grasmaaier start niet. Er zijn nog niet twee volle accu’s aangebracht. Plaats twee opgeladen accu’s. Probleem met de accu (onvoldoende spanning) Laad de accu op. Als het opladen geen effect heeft, vervangt u de accu. De contactsleutel is niet ingestoken. Steek de contactsleutel er in. De accukeuzeschakelaar staat niet in de juiste stand. Selecteer de accupoort waarin de accu’s zijn aangebracht met behulp van de accukeuzeschakelaar. De accu is bijna leeg. Laad de accu op. Als het opladen geen effect heeft, vervangt u de accu. De maaihoogte is te laag. Vergroot de maaihoogte. Maaisel heeft zich opgehoopt in de grasmaaier. Verwijder het opgehoopte maaisel vanaf de grasmaaier. De accu is niet juist aangebracht. Breng de accu aan zoals beschreven in deze handleiding. De accuspanning valt weg. Laad de accu op. Als het opladen geen effect heeft, vervangt u de accu. Het aandrijfsysteem werkt niet goed. Vraag uw plaatselijke erkende servicecentrum om reparatie. Het snijblad van de grasmaaier draait niet rond: stop de grasmaaier onmiddellijk! Een vreemd voorwerp, zoals een tak, is vastgeraakt dichtbij het snijblad. Verwijder het vreemde voorwerp. Het aandrijfsysteem werkt niet goed. Vraag uw plaatselijke erkende servicecentrum om reparatie. Abnormale trillingen: stop de grasmaaier onmiddellijk! Het snijblad is niet meer gebalanceerd, of overmatig of ongelijkmatig gesleten. Vervang het snijblad. Na kortstondig gebruik stopt de motor al gauw. Het maximale motortoerental wordt niet bereikt. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita/ Dolmar-gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijk letsel opleveren. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven doeleinden. Mocht u meer informatie willen hebben over deze accessoires, dan kunt u contact opnemen met uw plaatselijke Makita/Dolmar-servicecentrum. • Snijblad van de grasmaaier • Originele accu en acculader van Makita/Dolmar OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het product als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen. 73 NEDERLANDS
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140

Dolmar AM3753 de handleiding

Categorie
Grasmaaiers
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor