Crowcon Xgard Handleiding

Type
Handleiding
Installatie-,bedienings-
en onderhoudsinstructies
Xgard
Gasdetectors
M07254
Editie 11
Januari 2015
2
Xgard gasdetectors dienen strikt volgens deze instructies, waarschuwingen,
labelinformatie en binnen de vermelde grenzen te worden geïnstalleerd,
bediend en onderhouden.
De deksel op explosieveilige versies van de Xgard moet goed gesloten
blijven totdat de stroom naar de detector is geïsoleerd, want anders kan
ontsteking van een explosieve atmosfeer plaatsvinden. Voordat u de deksel
verwijdert voor onderhouds- of kalibratiedoeleinden, moet u zeker weten dat
de omgevingsatmosfeer vrij is van explosieve gassen of dampen.
Xgard detectors zijn ontworpen voor het detecteren van gassen of
dampen in de lucht en niet in een inerte of zuurstofarme atmosfeer. Xgard
zuurstofdetectors kunnen wel meten in een zuurstofarme atmosfeer.
De elektrochemische cellen die worden gebruikt in de toxische en
zuurstofversies van de Xgard bevatten kleine hoeveelheden corrosief
elektrolyt. Wanneer u deze cellen vervangt, moet u ervoor zorgen dat de
elektrolyt niet in contact komt met uw huid of ogen.
Onderhoud en kalibratie mag alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd
onderhoudspersoneel.
Er mogen uitsluitend originele Crowcon reserveonderdelen worden gebruikt,
want anders vervalt de certificering en garantie van de detector.
Xgard detectors moeten worden beschermd tegen extreme
vibraties en direct zonlicht in hete omgevingen, want hierdoor
kan de temperatuur van de detector oplopen tot boven
de toegestane grenzen wat kan leiden tot voortijdige storingen.
Een zonneklep is beschikbaar voor Xgard
Deze apparatuur mag niet worden gebruikt in een omgeving waarin zich
koolstofdisulfide bevindt.
Xgard types 2, 3, 5 & 6 zijn gecertificeerd voor gebruik in atmosferen die
ontvlambare stoffen kunnen bevatten. Ze zullen echter de aanwezigheid van
ontvlambare stof niet detecteren en de respons van de gassensor kan nadelig
beïnvloed worden wanneer deze geblokkeerd raakt in een omgeving met veel
stof. Xgard-detectoren dienen regelmatig geïnspecteerd te worden bij gebruik
in een omgeving met veel stof.
Voor Exd-gecertificeerde Xgards (Types 2-6) moeten kabelpakkingen met een
afdichting worden gebruikt als er waarschijnlijk Groep IIC-gassen aanwezig zijn
(ref: EN60079-14:2008 deel 10.4.2).
Veiligheidsinformatie
3
Classificatie van gevaarlijke ruimtes:
Zone 0: Een ruimte die is geclassificeerd als Zone 0 bevat ontvlambare
concentraties van explosieve gassen, dampen of vloeistoffen die
onder normale werkomstandigheden voortdurend of gedurende
lange perioden aanwezig zijn. Intrinsiek veilige (Exia) detectors zijn
geschikt voor gebruik in Zone 0, mits ze zijn aangesloten via een
zenerbarrière of galvanische isolator.
Zone 1: Een ruimte die is geclassificeerd als Zone 1 bevat waarschijnlijk
ontvlambare concentraties van explosieve gassen, dampen of
vloeistoffen die onder normale werkomstandigheden aanwezig
zijn. Explosieveilige (Exd) detectors zijn geschikt voor gebruik
in Zone 1. Intrinsiek veilige (Exia) detectors zijn geschikt voor
gebruik in Zone 1, mits ze zijn aangesloten via een zenerbarrière
of galvanische isolator.
Zone 2: Een ruimte die is geclassificeerd als Zone 2 bevat waarschijnlijk
geen ontvlambare concentraties van explosieve gassen, dampen
of vloeistoffen die onder normale werkomstandigheden aanwezig
zijn. Explosieveilige (Exd) detectors zijn geschikt voor gebruik
in Zone 2. Intrinsiek veilige (Exia) detectors zijn geschikt voor
gebruik in Zone 2, mits ze zijn aangesloten via een zenerbarrière
of galvanische isolator.
Gebieden die ontvlambaar stof kunnen bevatten, zijn ingedeeld als zone 20, zone
21 en zone 22.
Opmerkingen:
In Noord-Amerika wordt de term ‘Divisions’ gebruikt om risico’s te categoriseren:
Division 1 is equivalent aan Zone 0 of 1
Division 2 is equivalent aan Zone 2
Volgens Europese ATEX-voorschriften is apparatuur voor gevaarlijke ruimtes
opnieuw gedefinieerd in ‘apparatuurcategorieën’ waarbij:
Apparatuur van categorie 1 geschikt is voor Zone 0
Apparatuur van categorie 2 geschikt is voor Zone 1
Apparatuur van categorie 3 geschikt is voor Zone 2
Veiligheidsinformatie
4
Productoverzicht
Xgard is een familie gasdetectors voor het controleren van een zeer breed
assortiment toxische en explosieve gassen en zuurstof.
Xgard is verkrijgbaar
als intrinsiek veilige (Exia) of explosieveilige (Exd) detector, afhankelijk van het
type sensor en de voorkeur van de klant. Intrinsiek veilige versies zijn geschikt
voor gebruik in gevaarlijke ruimtes van Zone 0, 1 of 2, mits gebruikt met een
zenerbarrière of galvanische isolator. Explosieveilige versies zijn geschikt voor
gebruik gevaarlijke ruimtes van Zone 1 of 2.
Zie het label op de aansluitkast van de detector om te controleren welk type
certificaat betrekking heeft op het product. De definities van gevaarlijke ruimtes
vindt u onder het kopje “Classificatie van gevaarlijke ruimtes” op pagina 3.
Opmerking: als er geen label met certificaat op de aansluitkast is
aangebracht, dan de detector is niet gecertificeerd voor gebruik in
gevaarlijke ruimtes.
Overzicht
Xgard types 2, 3, 5,
6 ATEX en IECEx
brandbestendig
Xgard type 4 ATEX en
IECEx brandbestendig
Intrinsiek veilige Xgard – Type 1 UL
Class I, Groups A, B,CandDHaz. Loc when installed in accordance with control
CROWCON XGARD GAS DETECTOR TYPE 1
understand and adhere to the manufacturer's live maintenance procedures.
Safety.To prevent ignition of flammable or combustible atmospheres read,
drawing No S-4838-A3. WARNING Substitution of Components May Impair Intrinsic
Securite Intriseque. Classified as to Intrinsic Safety For use in
-40°C <Ta<+55°C T4
OXYGEN
XX
Exia
Vmax: 28V, Pmax: 1.2W, Ci: 15.6nF, Li: 0uH
C
A
L
C
I
S
S
66Y6
US
D
I
F
E
Vlambestendige Xgard UL
drawing No S-4838-A3. WARNING Substitution of Components MayImpair Intrinsic
-40°C<Ta<+55°C T4
CROWCON XGARD GAS DETECTOR TYPE 1
XX
Safety.To prevent ignition of flammable or combustible atmospheres read,
understand and adhere to the manufacturer's live maintenance procedures.
Vmax:28V, Pmax:1.2W,Imax:150mA, Ci:14.4nF, Li:0 uH
Securite Intriseque. Classified as to Intrinsic Safety For use in
Class I, Groups A, B, C and DHaz. Loc when installed in accordance with control
TOXIC
Exia
66Y6
C
C
L
A
S
S
I
F
I
E
D
Afbeelding 1: Labels met Xgard certificaten
CLASS I, DIVISION 1, GROUPS B, C, & D
AS TO RISK OF FIRE, ELECTRIC SHOCK & EXPLOSIVE HAZARDS ONLY.
WARNING To reduce the risk of ignition of Hazardous Atmosheres
disconnect the equipment from the supply circuit before opening.
Keep assy tightly closed when in operation. Conduit runs must have
CROWCON
sealing fitting connected within 18 inches of enclosure.
XGARD GAS DETECTOR TYPE
<
<
a
<
<
a
2006
C
L
S
A
I
S
66Y6
E
I
F
D
Intrinsiek veilige Xgard –
Type 1
5
Elk type Xgard detector is te herkennen aan het label dat is gemonteerd op de
aansluitkast. Vermeld het ‘modelnummer’, ‘gasbereik’ en ‘sensortype’ op het label
wanneer u contact opneemt met Crowcon voor advies of reserveonderdelen.
In deze handleiding staan alle Xgard, versies beschreven, dus let erop dat u
verwijst naar de tekst die hoort bij het type detector dat u gebruikt. Om welk
type Xgard detector het gaat, leest u op het productlabel. Het Xgard detector
type is detailed on the product label. The Xgard assortiment wordt als volgt
weergegeven:
Type 1: Intrinsiek veilige detector voor toxische gassen en zuurstofgas
Type 2: Explosieveilige detector voor toxische gassen en zuurstofgas
Type 3: Explosieveilige detector voor explosieve gassen
Type 4: Explosieveilige detector voor explosieve gassen op hoge temperatuur
Type 5: Explosieveilige detector voor explosieve gassen met uitgang van 4-20 mA
Type 6: Explosieveilige gasdetector van het type thermische geleidbaarheid
Productbeschrijving
Xgard is universeel samengesteld en bestrijkt een volledig assortiment sensors
voor toxische en explosieve gassen en zuurstofgas. De
Xgard bestaat uit vijf
hoofdonderdelen: de aansluitkast, deksel van de aansluitkast, PCB-versterker/
aansluitingen, PCB-sensor en sensorhouder. Deze zijn als opengewerkte tekening
weergegeven in afbeelding 3.
Er is een afdekplaat gemonteerd op de PCB-versterker om deze te beschermen
wanneer de aansluitkast open is. Deze afdekplaat is zodanig ontworpen dat
toegang mogelijk is tot alle kabelaansluitingen, testpunten en potentiometers
zonder de afdekplaat te hoeven verwijderen.
De aansluitkast is verkrijgbaar in drie versies: met glasvezel versterkt nylon voor
Xgard Type 1; corrosiebestendig aluminium voor alle types of 316 roestvrij staal
voor alle types. De aansluitkast is voorzien van een ingang voor kabelwartels (1
x M20,
1
¼2 of
3
¼4”) NPT aan de rechterzijde voor toepassingen van de klant.
De aansluitkast kan aan de wand of het plafond worden bevestigd met behulp
van M6 bevestigingsmoeren. Indien nodig zijn er adaptors voor de kabelwartels
verkrijgbaar (zie het hoofdstuk “Reserveonderdelen en accessoires”).
Overzicht
M20, 1/2” of 3/4” NPT
kabelingang
6
Veiligheidsinformatie
Sleuven voor M6 of 1/4”
bevestigingsbouten
155,5 Totaal
Hoogte 111
36 Sleuf
CRS
146 CRS
166,3 Totaal
Sleuven voor M6 of 1/4”
bevestigingsbouten voor
montage aan het plafond
Alle afmetingen in millimeters
Afbeelding 2: Xgard maatschets
7
Afbeelding 3: Xgard opengewerkte tekening
Veiligheidsinformatie
Label Xgard
Stifttap
Stifttap
Printplaatdeksel
O-ring
afdichting voor
deksel
versterker van
der printplaat
Sensor zegel
O-ring sensorbehuizing
Sensorbehuizing
(waar toepasbaar, de onderdeelnummers zijn in haakjes gescrokken).
Basis
behuizing
Sensor module
8
9
Type 1 - Intrinsiek veilige detector voor toxische
gassen en zuurstofgas ........................................................................ 9
1. Inleiding ............................................................................................ 9
2. Installatie ......................................................................................... 10
3. Bediening ........................................................................................ 13
4. Specificatie ..................................................................................... 16
Type 2 - Explosieveilige detector voor
toxische gassen en zuurstofgas .......................................................17
1. Inleiding .......................................................................................... 17
2. Installatie ......................................................................................... 18
3. Bediening ........................................................................................ 21
4. Specificatie ..................................................................................... 24
Type 3 - Explosieveilige detector voor explosieve gassen ............ 25
1. Inleiding .......................................................................................... 25
2. Installatie ......................................................................................... 26
3. Bediening ........................................................................................ 29
4. Specificatie ..................................................................................... 32
Type 4 - Explosieveilige detector voor explosieve
gassen op hoge temperatuur ............................................................ 33
1. Inleiding .......................................................................................... 33
2. Installatie ......................................................................................... 34
3. Bediening ........................................................................................ 37
4. Specificatie ..................................................................................... 40
Type 5 - Explosieveilige detector voor explosieve
gassen met uitgang van 4-20 mA ....................................................... 41
1. Inleiding .......................................................................................... 41
2. Installatie ......................................................................................... 42
3. Bediening ........................................................................................ 45
4. Specificatie ..................................................................................... 49
Type 6 - Explosieveilige gasdetector van het type
thermische geleidbaarheid ................................................................ 50
1. Inleiding .......................................................................................... 50
2. Installatie ......................................................................................... 51
3. Bediening ........................................................................................ 54
4. Specificatie ..................................................................................... 58
Reserveonderdelen en accessoires .................................................. 59
Bijlage: Sensorbeperkingen ............................................................... 61
Garantieverklaring .............................................................................. 62
Inhoudsopgave
10
11
1. Inleiding Xgard type 1
1.1 Intrinsiek veilige detector voor toxische gassen
en zuurstofgas
Dez Xgard versie is een intrinsiek veilige detector met 4-20 mA lusvoeding
(‘current-sink’) voor toxische gassen of zuurstofgas. Het apparaat kan een breed
assortiment gassen detecteren indien het is voorzien van de juiste elektrochemische
sensor. De detector is gecertificeerd als
II 1 G Ex ia IIC T4 Ga en is geschikt
voor gebruik in gevaarlijke ruimtes met de classificatie Zone 0, Zone 1 en Zone 2
mits gebruikt met een zenerbarrière of galvanische isolator.
Elektrische aansluitingen aan de detector lopen via het aansluitblok op de PCB-
versterker, zoals hieronder weergegeven. De versterker levert stroom aan de
sensor en zet het sensorsignaal om in een signaal van 4-20 mA voor aansluiting
op een bedieningspaneel.
Afbeelding 4: Xgard Type 1, lay-out PCB
(Afgebeeld met verwijderde PCB-afdekplaat)
Aarde
Testpunten
Nul
instellen
Aan
Aansluitingen
voor gebruik door
Crowcon (alleen
toxische versie)
Extra externe
aardingsklem
(aarde)
1. Inleiding Xgard type 1
12
WAARSCHUWING
Deze detector is ontworpen voor gebruik in gevaarlijke
ruimtes met de classificatie Zone 0, Zone 1 en Zone 2 en is
gecertificeerd als
II 1 G Ex ia IIC T4 Ga mits gebruikt met
een zenerbarrière of galvanische isolator. De installatie moet
voldoen aan de geldende normen van de regelgevende
overheidsinstantie in het land in kwestie.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Crowcon.
Alvorens de detector te installeren moet u er zeker van zijn
dat de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op
de locatie op worden opgevolgd.
2.1 Locatie
U moet de detector monteren op een plaats waar de grootste kans bestaat dat
het te detecteren gas wordt gemeten. Let op de volgende punten bij het bepalen
van de juiste plaats voor de gasdetector:
Om gassen te detecteren die lichter zijn dan lucht, moet u de detector op
een hoog punt monteren. Crowcon adviseert bovendien het gebruik van
een verzamelkegel (onderdeelnr. C01051) en een accessoire-adaptor
(onderdeelnr. M04666).
Om gassen te detecteren die zwaarder zijn dan lucht, moet u de detector op
een laag punt monteren.
Wanneer u de detectors bevestigt, houd dan rekening met mogelijke
beschadiging door natuurlijke invloeden (bv. regen of overstroming). Voor
detectors die buiten worden gemonteerd adviseert Crowcon het gebruik van
een spatwaterscherm (onderdeelnr. C01052) en een accessoire-adaptor
(onderdeelnr. M04666).
Als u een zuurstofdetector wilt monteren, dan moet u weten welk gas zorgt
voor de verplaatsing van de zuurstof. Zo is kooldioxide zwaarder dan lucht
en verzamelt zich in lage zones. Het verplaatst de zuurstof en dus moet u de
detectors op een laag punt aanbrengen.
Houd er rekening mee dat de detector eenvoudig toegankelijk moet zijn voor
tests en onderhoud.
Houd er rekening mee hoe het ontsnappende gas zich kan gedragen door
natuurlijke of geforceerde luchtstromen. Monteer detectors in ventilatiekanalen
indien van toepassing.
Houd rekening met de procesomstandigheden. Zo is ammoniak normaal
gesproken lichter dan lucht, maar als het vrijkomt uit een koelsysteem dan kan
het gas dalen in plaats van stijgen.
De locatie van de sensors moet worden bepaald volgens het advies van experts
met specialistische kennis van gasverdeling, de procesapparatuur in de fabriek
en de veiligheids- en montagekwesties. Zodra overeenstemming is bereikt
over de locatie van de sensors moet hier een aantekening van worden
gemaakt. Crowcon helpt u graag bij het bepalen van de juiste locatie voor de
gasdetectors.
2. Installatie Xgard type 1
13
2.2 Montage
Xgard moet op de aangewezen locatie worden geïnstalleerd met de sensor
omlaag gericht. Hierdoor kan er geen stof of water op de sensor achterblijven, en
wordt de toegang van het gas tot de cel niet belemmerd. Details over de montage
zijn weergegeven in Afbeelding 2. Let er bij het installeren van de detector op dat
u het geverfde oppervlak van de aansluitkast en de sensorhouder niet beschadigt.
2.3 Bekabelingsvoorschriften
De bekabeling naar de tot Xgard moet voldoen aan de geldende normen van
de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie en aan de elektrische
eisen van de detector.
Crowcon adviseert het gebruik van een afgeschermde, tweeaderige kabel
met een minimale doorsnede van 0,5 mm
2
(20 awg). Gebruik weerbestendige
kabelwartels. Alternatieve bekabelingstechnieken, zoals stalen kabelkanalen
kunnen aanvaardbaar zijn, mits ze voldoen aan de geldende normen.
Xgard heeft een lusvoeding nodig van 8-30 VDC (gebruik bij montage in een
gevaarlijke ruimte geen hogere spanning dan de maximaal toegestane waarde
voor de zenerbarrière, meestal 28 volt). Zorg voor een minimumspanning van
8 volt bij de detector, waarbij u rekening houdt met de spanningsval door
de weerstand van de kabel en de zenerbarrière (indien gemonteerd) en de
sensorweerstand van het bedieningspaneel waarmee hij is verbonden.
Bijvoorbeeld: een nominale voeding bij het bedieningspaneel van 24 VDC levert
een gegarandeerde minimumspanning van 19,5 volt. Het circuit kan tot 20 mA
nodig hebben. Bij een gegeven sensorweerstand in het bedieningspaneel van 232
ohm bedraagt de maximum toegestane spanningsval door de kabelweerstand 6,8
volt. De maximum toegestane lusweerstand is 340 ohm (ongeveer).
Een kabel van 1,5 mm
2
heeft meestal een toelaatbaar kabeltraject van 14 km.
In tabel 1 hieronder ziet u de maximum kabelafstanden bij veel voorkomende
kabelparameters.
Kabeldiameter. Weerstand Max. afstand Max. afstand met 330 ž
(ohm per km) (km) Zzenerbarrière km
m m
2
Awg Kabel Lus
1,0 17 18,1 36,2 9,4 0,35
1,5 15 12,1 24,2 14 0,5
2,5 13 7,4 14,8 23 0,85
Table 1: Maximum kabelafstanden voor veel voorkomende kabels
De aanvaardbare diameter van de gebruikte kabel bedraagt 0,5 tot 2,5 mm
2
(20
tot 13 awg).
De tabel is uitsluitend ter illustratie. Voor elke toepassing
moet u de feitelijke kabelparameters gebruiken om de maximum
kabelafstanden te berekenen.
2. Installatie Xgard type 1
14
2.4 Elektrische aansluitingen
Alle aansluitingen worden gemaakt via de schroefaansluitingen in het blok op de
PCB-versterker in de aansluitkast. De aansluitingen zijn gemarkeerd met ‘+’ en
‘-’ en u moet letten op de juiste polariteit wanneer u de detector aansluit op de
regelapparatuur. Deze versie van
Xgard is een 4-20 mA ‘current sink’ apparaat en
heeft een voeding nodig van 8-30 VDC.
Opmerking: de interne aardingsklem (zie Afbeelding 4) dient gebruikt te worden
voor de aarding van de
Xgard gasdetector. De externe aardingsklem (zie
Afbeelding 4) is enkel een bijkomende verbindingsaansluiting en dient enkel
gebruikt te worden waar lokale overheden een dergelijke aansluiting toelaten of
vereisen. De aansluitkast en kabelafscherming moeten aan het bedieningspaneel
zijn geaard om de gevolgen van radiofrequentie interferentie te beperken. Zorg
ervoor dat de aardverbinding uitsluitend in een veilige ruimte wordt uitgevoerd om
aardlussen te voorkomen, en de I.S.-certificering te behouden.
2. Installatie Xgard type 1
Pepperl & Fuchs
Z715 / Z728
1
2
8
7
SIG
MTL7715+-/
MTL7728+-
3
4
1
2
SIG
I.S. Aarde
I.S. Aarde
Bedieningspaneel
VEILIGE RUIMTE
GEVAARLIJKE RUIMTE
Pepperl & Fuchs en MTL zenerbarrières
Xgard Type 1 PCB
3HSSHUO)XFKV




07/


6,*
6,*
.)'67&([
Pepperl & Fuchs en MTL galvanische isolators
Xgard Type 1 PCB
Bedieningspaneel
Aarde
Aarde
Voeding
24 VDC
Voeding
24 VDC
VEILIGE RUIMTE
GEVAARLIJKE RUIMTE
Afbeelding 5: Xgard Type 1, elektrische aansluitingen
15
WAARSCHUWING
Voordat u begint met welke werkzaamheden dan ook,
moet u er zeker van zijn dat u de lokale voorschriften en
voorgeschreven procedures op de locatie opvolgt. Probeer
nooit de detector of aansluitkast te openen wanneer er
explosief gas aanwezig is. Zorg ervoor dat het bijbehorende
bedieningspaneel is geblokkeerd om vals alarm te voorkomen.
3.1a Inbedrijfstellingsprocedure
alleen toxische types
1. Open de aansluitkast van de detector door de
deksel tegen de klok in los te schroeven (nadat u
eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid).
2. Controleer of alle elektrische aansluitingen correct
zijn uitgevoerd volgens Afbeelding 5.
3. Sluit de stroom aan op de detector en zorg ervoor
dat er een minimum voedingsspanning van 8 VDC aanwezig is bij de ‘+’ en ‘-’
aansluitingen van de detector.
4. Laat de detector ten minste 1 uur stabiliseren, afhankelijk van het sensortype.
5. Sluit een digitale voltmeter (DVM) aan op de testpunten op de PCB-
versterker.
Opmerking: Bij de testpunten is de nulaflezing 40 mV = 4 mA.
Bij volle uitslag geeft de meter 200 mV = 20 mA weer.
De detector op nul stellen
6. Zorg dat u onder gepaste omstandigheden werkt. Stel de ‘ZERO’ potentiometer
op de versterker (die toegankelijk is via een gat in de PCB-afdekplaat) af, zodat
de DVM 40 mV weergeeft. Controleer of de display van de regelapparatuur op
nul staat.
De detector kalibreren
7. Stuur kalibratiegas (de concentratie moet ten minste 50% van volle uitslag van
de sensor bedragen) naar de detector met een stromingssnelheid van 0,5 - 1
liter/minuut via een flowadaptor
(onderdeelnr. C03005). Neem contact op
met Crowcon voor de levering van kalibratiegas.
8. Laat de gasaflezing stabiliseren (meestal 30 tot 60 seconden) en stel de ‘CAL’
potentiometer in totdat de DVM de juiste aflezing geeft. Om de aflezing te
berekenen, kunt u de voorbeeldformule hieronder gebruiken:
Voorbeeld: het kalibreren van een koolmonoxide sensor met een
gevoeligheid van 0-250 ppm met behulp van gas van 150 ppm.
x Gaz
)
+ 40 = mV instelling
(
160
Bereik
3. Bediening Xgard type 1
Opmerking: Met
glasvezel versterkte
nylon aansluitkasten
bevatten geen
stelschroef.
(
)
+ 40 = 136 mV
160
250
x 150
16
9. Als de display van de regelapparatuur moet worden ingesteld, raadpleeg dan
de bedieningshandleiding van deze apparatuur.
10.Verwijder het gas en laat de sensor compleet tot rust komen, voordat u de
nulinstelling opnieuw controleert.
11. Sluit de aansluitkast van de detector en zorg ervoor dat de deksel goed is
vastgedraaid en dat de schroef zonder kop is geborgd.
12. De detector is nu klaar voor gebruik.
3.1b Inbedrijfstellingsprocedure
alleen zuurstoftype
1. Volg stap1 t/m 5 in 3.1a hierboven.
De detector op nul stellen
2. Verwijder de afdekplaten van de PCB-versterker en zet de AANSLUITING op
de PCB-versterker van ‘RUN’ (in bedrijf) op ‘SET ZERO’ (nul instellen). Stel de
‘NUL’ in op de potentiometer van de versterker totdat de DVM 40 mV weergeeft.
Controleer of de display van de regelapparatuur op nul staat.
De detector kalibreren
3. Zorg voor normale, schone lucht bij de detector en zet de AANSLUITING op de
PCB-versterker op ‘RUN’ (in bedrijf), stel de ‘CAL’ (kalibratie) potentiometer bij
totdat de DVM 174 mV weergeeft (20,9% O
2
). Laat de AANSLUITING op de
stand ‘RUN’ staan en monteer de PCB-afdekplaten weer op hun plaats
4. Als de display van de regelapparatuur moet worden ingesteld, raadpleeg dan de
bedieningshandleiding van deze apparatuur.
5. Volg stap 11 en 12 in 3.1a hierboven. De detector is nu klaar voor gebruik.
3.2 Periodiek onderhoud
De levensduur van de sensors hangt af van de toepassing, de frequentie en de
hoeveelheid gas. Onder normale omstandigheden (om de 6 maanden kalibratie met
periodieke blootstelling aan kalibratiegas) bedraagt de levensverwachting van een
toxische sensor 2-3 jaar. Zuurstofsensors moeten om de twee jaar worden vervangen.
De situatie op de locatie bepaalt de frequentie waarop de detectors worden
getest. Crowcon raadt aan om de detectors ten minste om de 6 maanden met
gas te testen en indien nodig opnieuw te kalibreren. Om een detector opnieuw
3. Bediening Xgard type 1
Waarschuwing: Voorafgaand aan de verzending door
Crowcon is een etiket aangebracht over de opening
van de sensorhouder van zuurstofdetectoren. Het
etiket scheidt de zuurstofsensor van de lucht, zodat
de sensor tijdens de opslag en het transport niet
functioneert en dus langer meegaat. Het is belangrijk
om dit etiket te verwijderen voorafgaand aan de
inbedrijfstelling of voordat de detector wordt gebruikt.
17
te kalibreren volgt u de stappen in 3.1 hierboven. De kalibratiefrequentie moet
worden verhoogd in omgevingen waarin de detector bloot staat aan extreme hitte
en/of stof of waarin vaak gas aanwezig is.
Wanneer u onderhoudswerkzaamheden aan de Xgard heeft uitgevoerd,
controleer dan of de O-ringen van de sensorhouder en de deksel van de
aansluitkast in goede staat zijn en vergeet ze niet aan te brengen om het apparaat
te beschermen tegen indringing van vuil of vocht van buitenaf. Zie het hoofdstuk
‘Reserveonderdelen en accessoires’ voor de onderdeelnummers van de O-ringen.
3.3 Vervanging sensors/onderhoud aan detectors
Xgard maakt gebruik van een modulair ontwerp, waardoor het vervangen van
sensors uiterst eenvoudig is. Reservesensors zijn bij levering reeds gemonteerd op
een PCB, zodat u ze eenvoudig kunt insteken. Een opengewerkte tekening van de
Xgard ziet u in Afbeelding 3. Voor het onderhoud van een Xgard detector kunt
u te werk gaan volgens de volgende procedure.
WAARSCHUWING
Deze werkzaamheden moet worden uitgevoerd door Crowcon
of een door een erkend servicecentrum, tenzij u geschikte
training heeft ontvangen.
1. Schakel de stroom naar de detector af en isoleer deze zorgvuldig.
2. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te
schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid).
3. Draai de sensorhouder los en verwijder de sensor en PCB van de sensor.
4. Monteer de nieuwe sensor (nadat u heeft gecontroleerd of het onderdeelnummer
overeenkomt met het nummer dat is vermeld op het label van de aansluitkast
van de detector). Let erop of de opsluitpennen correct corresponderen met de
sleuven in de aansluitkast.
5. Breng de sensorhouder weer op zijn plaats.
6. Volg de inbedrijfstellingsprocedure in 3.1.
Opslaginstructies: de interne sensor van deze detector heeft een levensduur
van drie maanden indien opgeslagen zonder voeding. Sensoren die langer dan
drie maanden worden bewaard in een detector vóór inbedrijfname gaan mogelijk
niet meer de volledige verwachte bedrijfsduur mee. De garantieperiode voor de
sensor vangt aan vanaf de datum van verzending bij Crowcon. Detectors dienen
opgeslagen te worden in een koele en droge ruimte (temperatuur van 0-20°C).
Reiniging: Gebruik voor het reinigen van met glasvezel versterkte nylon
aansluitkasten een vochtige doek in plaats van een droge doek om het opbouwen
van statische elektriciteit te voorkomen.
3. Bediening Xgard type 1
18
Materiaal aansluitkast ATEX: Met glasvezel versterkt nylon
UL Versie: Aluminium
316 Roestvaststaal (optioneel)
Afmetingen 156 x 166 x 111 mm (6,1 x 6,5 x 4,3 inch)
Gewicht Legering: 1kg (2,2 lbs)
Met glasvezel versterkt nylon: 0,5 kg.
Roestvaststaal: ca. 3,1 kg (6,8 lbs).
Bedrijfsspanning 8–30 VDC
Uitgang 4-20 mA ‘Sink’ (lusvoeding)
Foutsignaal < 3mA
Bedrijfstemperatuur -20
o
C tot +50
o
C (-4
o
F tot +122
o
F) afhankelijk
van het sensortype
Vochtigheid 0–90% RV, niet condenserend
Beschermingsgraad IP65
Explosiebescherming Intrinsiek veilig
Goedkeuringscode ATEX
II 1 G Ex ia IIC T4 Ga
IECEx BAS 05.0042X
Tomg. = -40
o
C tot 55
o
C
UL&cUL Klasse I, Division 1, Groepen A, B, C
& D
Nr. veiligheidscertificaat. ATEX Baseefa04ATEX0115X
Normen EN60079-0:2012, EN60079-11:2012
IEC 60079-0:2011 (Ed 6), IEC60079-11: 2011
(Ed 6), UL913
Zones Gecertificeerd voor gebruik in zones 1 en 2 (gas)
en zones 21 en 22 (stof).
Gas groups IIA, IIB, IIC (UL groups A, B, C, D)
EMC EN50270
4. Specificatie Xgard type 1
19
1.1 Explosieveilige toxisch en zuurstof gasdetector
Deze versie van Xgard is een explosieveilige detector met 4-20 mA lusvoeding
(‘current-sink’) voor toxische gassen of zuurstofgas. Het apparaat kan een breed
assortiment gassen detecteren indien het is voorzien van de juiste elektrochemische
sensor. De detector is gecertificeerd als
II 2 GD Ex d IIC T6 Gb, en is geschikt
voor gebruik in gevaarlijke ruimtes met de classificatie Zone 1 en Zone 2.
Elektrische aansluitingen aan de detector lopen via het aansluitblok op de PCB-
versterker, zoals hieronder weergegeven. De versterker levert stroom aan de
sensor en zet het sensorsignaal om in een signaal van 4-20 mA voor aansluiting
op een bedieningspaneel.
Afbeelding 6: Xgard Type 2, lay-out PCB
(Afgebeeld met verwijderde PCB-afdekplaat).
1. Inleiding Xgard type 2
Aarde
Testpunten
Nul
instellen
Aan
Aansluitingen
voor gebruik door
Crowcon (alleen
toxische versie)
Extra externe
aardingsklem
(aarde)
20
WAARSCHUWING
Deze detector is ontworpen voor gebruik in gevaarlijke
ruimtes met de classificatie Zone 1 en Zone 2 en is
gecertificeerd alsv
II 2 GD Ex d IIC T6 Gb. De installatie
moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende
overheidsinstantie in het land in kwestie.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Crowcon.
Alvorens de detector te installeren moet u er zeker van zijn
dat de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op
de locatie op worden opgevolgd.
2.1 Locatie
U moet de detector monteren op een plaats waar de grootste kans bestaat dat
het te detecteren gas wordt gemeten. Let op de volgende punten bij het bepalen
van de juiste plaats voor de gasdetector:
Om gassen te detecteren die lichter zijn dan lucht, moet u de detector op
een hoog punt monteren. Crowcon adviseert bovendien het gebruik van
een verzamelkegel
(onderdeelnr. C01051) en een accessoire-adaptor
(onderdeelnr. M04666).
Om gassen te detecteren die zwaarder zijn dan lucht, moet u de detector op
een laag punt monteren.
Wanneer u de detectors bevestigt, houd dan rekening met mogelijke
beschadiging door natuurlijke invloeden (bv. regen of overstroming). Voor
detectors die buiten worden gemonteerd adviseert Crowcon het gebruik van
een spatwaterscherm
(onderdeelnr. C01052) en een accessoire-adaptor
(onderdeelnr. M04666).
Als u een zuurstofdetector wilt monteren, dan moet u weten welk gas zorgt
voor de verplaatsing van de zuurstof. Zo is kooldioxide zwaarder dan lucht
en verzamelt zich in lage zones. Het verplaatst de zuurstof en dus moet u de
detectors op een laag punt aanbrengen.
Houd er rekening mee dat de detector eenvoudig toegankelijk moet zijn voor
tests en onderhoud.
Houd er rekening mee hoe het ontsnappende gas zich kan gedragen door
natuurlijke of geforceerde luchtstromen. Monteer detectors in ventilatiekanalen
indien van toepassing.
Houd rekening met de procesomstandigheden. Zo is ammoniak normaal
gesproken lichter dan lucht, maar als het vrijkomt uit een koelsysteem dan kan
het gas dalen in plaats van stijgen.
De locatie van de sensors moet worden bepaald volgens het advies van experts
met specialistische kennis van gasverdeling, de procesapparatuur in de fabriek en
de veiligheids- en montagekwesties.
Zodra overeen-stemming is bereikt
over de locatie van de sensors moet hier een aantekening van
worden gemaakt. Crowcon helpt u graag bij het bepalen van de juiste locatie
voor de gasdetectors.
2. Installatie Xgard type 2
21
2.2 Montage
Xgard moet op de aangewezen locatie worden geïnstalleerd met de sensor
omlaag gericht. Hierdoor kan er geen stof of water op de sensor achterblijven, en
wordt de toegang van het gas tot de cel niet belemmerd. Details over de montage
zijn weergegeven in Afbeelding 2. Let er bij het installeren van de detector op dat
u het geverfde oppervlak van de aansluitkast en de sensorhouder niet beschadigt.
2.3 Bekabelingsvoorschriften
De bekabeling naar de tot Xgard moet voldoen aan de geldende normen van
de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie en aan de elektrische
eisen van de detector.
Crowcon adviseert het gebruik van kabels met staaldraadomvlechting en
explosieveilige wartelmoeren. Alternatieve bekabelingstechnieken, zoals stalen
kabelkanalen, kunnen aanvaardbaar zijn als ze voldoen aan de geldende normen.
Xgard heeft een lusvoeding nodig van 8-30 VDC. Zorg voor een minimumspanning
van 8 volt bij de detector, waarbij u rekening houdt met de spanningsval door
de weerstand van de kabel en de sensorweerstand van het bedieningspaneel
waarmee hij is verbonden.
Bijvoorbeeld: een nominale voeding bij het bedieningspaneel van 24 VDC levert
een gegarandeerde minimumspanning van 19,5 volt. Het circuit kan tot 20 mA
nodig hebben. Bij een gegeven sensorweerstand in het bedieningspaneel van 232
ohm bedraagt de maximum toegestane spanningsval door de kabelweerstand 6,8
volt. De maximum toegestane lusweerstand is 340 ohm (ongeveer).
Een kabel van 1,5 mm
2
heeft meestal een toelaatbaar kabeltraject van 14 km.
In tabel 2 hieronder ziet u de maximum kabelafstanden bij veel voorkomende
kabelparameters.
Kabeldiameter Weerstand (ohm per km) Max. afstand (km)
mm
2
Awg Kabel Lus
1,0 17 18,1 36,2 9,4
1,5 15 12,1 24,2 14
2,5 13 7,4 14,8 23
Tabel 2: Maximum kabelafstanden voor veel voorkomende kabels
De aanvaardbare diameter van de gebruikte kabel bedraagt 0,5 tot 2,5 mm
2
(20 tot
13 awg). De tabel is uitsluitend ter illustratie. Voor elke toepassing moet u
de feitelijke kabelparameters gebruiken om de maximum kabelafstanden
te berekenen.
2. Installatie Xgard type 2
22
2.4 Elektrische aansluitingen
Alle aansluitingen worden gemaakt via de schroefaansluitingen in het blok op de
PCB-versterker in de aansluitkast. De aansluitingen zijn gemarkeerd met ‘+’ en
‘-’ en u moet letten op de juiste polariteit wanneer u de detector aansluit op de
regelapparatuur. Deze versie van
Xgard is een 4-20 mA ‘current sink’ apparaat
en heeft een voeding nodig van 8-30 VDC.
Opmerking: de interne aardingsklem (zie Afbeelding 6) dient gebruikt te worden
voor de aarding van de
Xgard gasdetector. De externe aardingsklem (zie
Afbeelding 6) is enkel een bijkomende verbindingsaansluiting en dient enkel
gebruikt te worden waar lokale overheden een dergelijke aansluiting toelaten of
vereisen. De aansluitkast en kabelafscherming moeten aan het bedieningspaneel
zijn geaard om de gevolgen van radiofrequentie interferentie te beperken. Zorg
ervoor dat de aardverbinding uitsluitend in een veilige ruimte wordt uitgevoerd om
aardlussen te voorkomen.
Afbeelding 7: Xgard Type 2, elektrische aansluitingens
2. Installatie Xgard type 2
SIG
Xgard type 2 PCB
Bedieningspaneel
Aarde
8-30 VDC 4-20
mA (‘Sink’)
23
WAARSCHUWING
Voordat u begint met welke werkzaamheden dan ook,
moet u er zeker van zijn dat u de lokale voorschriften en
voorgeschreven procedures op de locatie opvolgt. Probeer
nooit de detector of aansluitkast te openen wanneer er
explosief gas aanwezig is. Zorg ervoor dat het bijbehorende
bedieningspaneel is geblokkeerd om vals alarm te voorkomen.
3.1a Inbedrijfstellingsprocedure
alleen toxische types
1. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te
schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid).
2. Controleer of alle elektrische aansluitingen correct zijn uitgevoerd volgens
Afbeelding 7.
3. Sluit de stroom aan op de detector en zorg ervoor dat er een minimum
voedingsspanning van 8 VDC aanwezig is bij de ‘+’ en ‘-’ aansluitingen van de
detector.
4. Laat de detector ten minste 1 uur stabiliseren, afhankelijk van het sensortype.
5. Sluit een digitale voltmeter (DVM) aan op de testpunten op de PCB- versterker.
Opmerking: Bij de testpunten is de nulaflezing 40 mV = 4 mA.
Bij volle uitslag geeft de meter 200 mV = 20 mA weer.
De detector op nul stellen
6. Zorg dat u onder gepaste omstandigheden werkt. Stel de ‘ZERO’
potentiometer op de versterker (die toegankelijk is via een gat in de PCB-
afdekplaat) af, zodat de DVM 40 mV weergeeft. Controleer of de display
van de regelapparatuur op nul staat.
De detector kalibreren
7. Stuur kalibratiegas (de concentratie moet ten minste 50% van volle uitslag
van de sensor bedragen) naar de detector met een stromingssnelheid
van 0,5-1 liter/minuut via een flowadaptor (onderdeelnr. C03005).
Neem contact op met Crowcon voor de levering van kalibratiegas.
8. Laat de gasaflezing stabiliseren (meestal 30 tot 60 seconden) en stel de
‘CAL’ potentiometer in totdat de DVM de juiste aflezing geeft. Om de
aflezing te berekenen, kunt u de voorbeeldformule hieronder gebruiken:
Voorbeeld: het kalibreren van een koolmonoxide sensor met een gevoeligheid van
0-250 ppm met behulp van gas van 150 ppm.
9. Als de display van de regelapparatuur moet worden ingesteld, raadpleeg dan
x Gas
)
+ 40 = mV instelling
(
160
Bereik
3. Bediening Xgard type 2
(
)
+ 40 = 136 mV
160
250
x 150
24
de bedieningshandleiding van deze apparatuur.
10. Verwijder het gas en laat de sensor compleet tot rust komen, voordat u de
nulinstelling opnieuw controleert.
11. Sluit de aansluitkast van de detector en zorg ervoor dat de deksel goed is
vastgedraaid en dat de schroef zonder kop is geborgd.
12. De detector is nu klaar voor gebruik.
3.1b Inbedrijfstellingsprocedure
alleen zuurstoftype
1. Volg stap1 t/m 5 in 3.1a hierboven.
De detector op nul stellen
2. Verwijder de afdekplaat van de PCB-versterker en zet de AANSLUITING op
de PCB-versterker van ‘RUN’ (in bedrijf) op ‘SET ZERO’ (nul instellen). Stel
de ‘NUL’ in op de potentiometer van de versterker totdat de DVM 40 mV
weergeeft. Controleer of de display van de regelapparatuur op nul staat.
De detector kalibreren
3. Zorg voor normale, schone lucht bij de detector en zet de AANSLUITING op de
PCB-versterker op ‘RUN’ (in bedrijf), stel de ‘CAL’ (kalibratie) potentiometer bij
totdat de DVM 174 mV weergeeft (20,9% O
2
). Laat de AANSLUITING op de
stand ‘RUN’ staan en monteer de PCB-afdekplaat weer op zijn plaats.
4. Als de display van de regelapparatuur moet worden ingesteld, raadpleeg dan
de bedieningshandleiding van deze apparatuur.
5. Volg stap 11 en 12 in 3.1a hierboven. De detector is nu klaar voor gebruik.
3.2 Periodiek onderhoud
De levensduur van de sensors hangt af van de toepassing, de frequentie en de
hoeveelheid gas. Onder normale omstandigheden (om de 6 maanden kalibratie
met periodieke blootstelling aan kalibratiegas) bedraagt de levensverwachting van
een toxische sensor 2-3 jaar. Zuurstofsensors moeten om de twee jaar worden
vervangen.
De situatie op de locatie bepaalt de frequentie waarop de detectors worden
getest. Crowcon raadt aan om de detectors ten minste om de 6 maanden met
gas te testen en indien nodig opnieuw te kalibreren. Om een detector opnieuw te
kalibreren volgt u de stappen in 3.1 hierboven. De kalibratiefrequentie moet worden
verhoogd in omgevingen waarin de detector bloot staat aan extreme hitte en/of stof
of waarin vaak gas aanwezig is.
3. Bediening Xgard type 2
Waarschuwing: Voorafgaand aan de verzending door
Crowcon is een etiket aangebracht over de opening
van de sensorhouder van zuurstofdetectoren. Het
etiket scheidt de zuurstofsensor van de lucht, zodat
de sensor tijdens de opslag en het transport niet
functioneert en dus langer meegaat. Het is belangrijk
om dit etiket te verwijderen voorafgaand aan de
inbedrijfstelling of voordat de detector wordt gebruikt.
25
De gesinterde ring moet regelmatig worden geïnspecteerd en worden vervangen
als hij vervuild is. Een geblokkeerde gesinterde ring kan ertoe leiden dat er geen
gas bij de sensor komt.
Wanneer u onderhoudswerkzaamheden aan de
Xgard heeft uitgevoerd,
controleer dan of de O-ringen van de sensorhouder en de deksel van de
aansluitkast in goede staat zijn en vergeet ze niet aan te brengen om het apparaat
te beschermen tegen indringing van vuil of vocht van buitenaf. Zie het hoofdstuk
‘Reserveonderdelen en accessoires’ voor de onderdeelnummers van de O-ringen.
3.3 Vervanging sensors/onderhoud aan detectors
Xgard maakt gebruik van een modulair ontwerp, waardoor het vervangen
van sensors of gesinterde ringen uiterst eenvoudig is. Reservesensors zijn bij
levering reeds gemonteerd op een PCB, zodat u ze eenvoudig kunt insteken. Een
opengewerkte tekening van
Xgard ziet u in Afbeelding 3. Voor het onderhoud van
een
Xgard detector kunt u de volgende procedure volgen.
WAARSCHUWING
Deze werkzaamheden moet worden uitgevoerd door Crowcon
of een door een erkend servicecentrum, tenzij u geschikte
training heeft ontvangen.
1. Schakel de stroom naar de detector af en isoleer deze zorgvuldig.
2. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te
schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid).
3. Draai de sensorhouder los en verwijder de sensor en PCB van de sensor.
4. Monteer de nieuwe sensor (nadat u heeft gecontroleerd of het onderdeelnummer
overeenkomt met het nummer dat is vermeld op het label van de aansluitkast
van de detector). Let erop of de opsluitpennen correct corresponderen met de
sleuven in de aansluitkast.
5. Controleer eerst of de gesinterde ring niet vuil is en breng dan de sensorhouder
weer op zijn plaats. Vervuilde onderdelen moeten worden vervangen (zie
het hoofdstuk “Reserveonderdelen” voor de onderdeelnummers), omdat
eventuele blokkeringen ertoe kunnen leiden dat de sensor minder gevoelig
wordt en dus trager reageert op de aanwezigheid van gas.
6. Volg de inbedrijfstellingsprocedure in 3.1.
Opslaginstructies: de interne sensor van deze detector heeft een levensduur
van drie maanden indien opgeslagen zonder voeding. Sensoren die langer dan
drie maanden worden bewaard in een detector vóór inbedrijfname gaan mogelijk
niet meer de volledige verwachte bedrijfsduur mee. De garantieperiode voor de
sensor vangt aan vanaf de datum van verzending bij Crowcon. Detectors dienen
opgeslagen te worden in een koele en droge ruimte (temperatuur van 0-20°C).
3. Bediening Xgard type 2
26
Materiaal aansluitkast A356 legering van marinekwaliteit
met polyester poedercoating
316 Roestvaststaal (optioneel)
Afmetingen 156 x 166 x 111 mm (6,1 x 6,5 x 4,3 inch)
Gewicht Legering: 1 kg (2,2 lbs)
Roestvaststaal: ca. 3,1 kg (6,8 lbs)
Bedrijfsspanning 8–30 VDC
Uitgang 4-20 mA ‘Sink’ (lusvoeding)
Foutsignaal < 3 mA
Bedrijfstemperatuur -20°C tot +50°C (-4°F tot +122°F)
afhankelijk van het sensortype
Vochtigheid 0–90% RV, niet condenserend
Beschermingsgraad IP65
Explosiebescherming Explosieveilig
Goedkeuringscode ATEX
II 2 GD Ex d IIC T6 Gb
Extb IIIC T80°C Db
IECEx BAS 05.0042
Tomg. = -40°C tot 50°C
UL Klasse I, Division 1, Groepen B, C & D
Nr. veiligheidscertificaat. ATEX Baseefa04ATEX0024X
Normen EN60079-0:2012, EN60079-1:2007,
EN60079-31:2009 IEC 60079-0:2011 (Ed 6),
IEC60079-1: 2007 (Ed 6), IEC60079-31:2008
(Ed 1) UL1203
Zones Gecertificeerd voor gebruik in zones 1 en 2 (gas)
en zones 21 en 22 (stof).
Gasgroepen IIA, IIB, IIC (UL groepen B, C, D)
EMC EN50270
4. Specificatie Xgard type 2
27
1.1 Explosieveilige gasdetector
Deze versie van de Xgard is een explosieveilige gasdetector. Het apparaat is
ontworpen voor het detecteren van explosieve gassen die aanwezig zijn in
omgevingslucht in concentraties die niet hoger zijn dan de onderste explosiegrens
(LEL) van het doelgas waarvoor het is gekalibreerd. Xgard Type 3 werkt met
gebruik van pellistors (katalytische gassensors) als onderdeel van een brug van
Wheatstone (WB) schakeling met 3 draden en moet worden aangesloten aan een
besturingskaart. De detector is gecertificeerd als
II 2 GD Ex d IIC T6 Gb voor
gebruik tot 50°C (122°F), II 2 GD Ex d IIC T4 Gb
voor gebruik tot 80°C (176°F) en is geschikt voor gevaarlijke ruimtes gebruik met de
classificatie Zone 1 en Zone 2.
Elektrische aansluitingen aan de detector lopen via het aansluitblok op de PCB,
zoals hieronder weergegeven.
Afbeelding 8: Xgard type 3, lay-out van de PCB
(Afgebeeld met verwijderde PCB-afdekplaat).
1. Inleiding Xgard type 3
Aarde
Extra externe
aardingsklem
(aarde)
28
WAARSCHUWING
Deze detector is ontworpen voor gebruik in gevaarlijke ruimtes
met de classificatie Zone 1 en Zone 2 en gecertificeerd als
II
2 GD Ex d IIC T6 Gb voor gebruik tot 50°C (122°F) en als II 2
GD Ex d IIC T4 Gb voor gebruik tot 80°C (176°F). De installatie
moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende
overheidsinstantie in het land in kwestie.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Crowcon.
Alvorens de detector te installeren moet u er zeker van zijn
dat de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op
de locatie op worden opgevolgd.
2.1 Locatie
U moet de detector monteren op een plaats waar de grootste kans bestaat dat
het te detecteren gas wordt gemeten. Let op de volgende punten bij het bepalen
van de juiste plaats voor de gasdetector:
Om gassen te detecteren die lichter zijn dan lucht, moet u de detector op
een hoog punt monteren. Crowcon adviseert bovendien het gebruik van
een verzamelkegel
(onderdeelnr. C01051) en een accessoire-adaptor
(onderdeelnr. M04666).
Om gassen te detecteren die zwaarder zijn dan lucht, moet u de detector op
een laag punt monteren.
Wanneer u de detectors bevestigt, houd dan rekening met mogelijke
beschadiging door natuurlijke invloeden (bv. regen of overstroming). Voor
detectors die buiten worden gemonteerd adviseert Crowcon het gebruik van
een spatwaterscherm
(onderdeelnr. C01052) en een accessoire-adaptor
(onderdeelnr. M04666).
Houd er rekening mee dat de detector eenvoudig toegankelijk moet zijn voor
tests en onderhoud.
Houd er rekening mee hoe het ontsnappende gas zich kan gedragen door
natuurlijke of geforceerde luchtstromen. Monteer detectors in ventilatiekanalen
indien van toepassing.
Houd rekening met de procesomstandigheden. Zo is butaan normaal
gesproken zwaarder dan lucht, maar als het vrijkomt door een proces dat zich
op een verhoogde temperatuur en/of druk afspeelt, dan kan het gas stijgen in
plaats van dalen.
De locatie van de sensors moet worden bepaald volgens het advies van experts
met specialistische kennis van gasverdeling, de procesapparatuur in de fabriek
en de veiligheids- en montagekwesties. Zodra overeen-stemming is bereikt
over de locatie van de sensors moet hier een aantekening van worden
gemaakt. Crowcon helpt u graag bij het bepalen van de juiste locatie voor de
gasdetectors.
2. Installation Xgard type 3
29
2.2 Montage
Xgard moet op de aangewezen locatie worden geïnstalleerd met de sensor
omlaag gericht. Hierdoor kan er geen stof of water op de sensor achterblijven, en
wordt de toegang van het gas tot de cel niet belemmerd. Details over de montage
zijn weergegeven in Afbeelding 2. Let er bij het installeren van de detector op dat
u het geverfde oppervlak van de aansluitkast en de sensorhouder niet beschadigt.
2.3 Bekabelingsvoorschriften
De bekabeling naar de tot Xgard moet voldoen aan de geldende normen van
de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie en aan de elektrische
eisen van de detector.
Crowcon adviseert het gebruik van kabels met staaldraadomvlechting en
explosieveilige wartelmoeren. Alternatieve bekabelingstechnieken, zoals stalen
kabelkanalen, kunnen aanvaardbaar zijn als ze voldoen aan de geldende normen.
De maximaal toelaatbare kabellengte is afhankelijk van de weerstand van de
kabel en de gebruikte sensor. Het is belangrijk dat u de juiste brugspanning
gebruikt voor de detector. Deze varieert al naar gelang het onderdeelnummer
van de gemonteerde sensor (zie ‘Sensortype’ op het label van de aansluitkast).
In tabel 3 hieronder ziet u een samenvatting van de vereiste brugspanning voor
verschillende sensortypes.
Onderdeelnr. Pellistor Brugspanning Opmerking
sensor Type (Vdc)
S011251/S VQ21T 2,0 Standaard voor CH
4
S011509/S 300P 2,0 Alternatief voor CH
4
S011506/S VQ8 2,5 Loodbestendig voor
gelode benzine
S011712/S VQ25 2,0 Voor halogenen
S011487/S VQ41 2,0 Voor brandstof voor
straalmotoren
S011489/S VQ41 2,0 Voor ammoniak
Tabel 3: Sensoropties, neem contact op met Crowcon voor advies over
alternatieve gassen of dampen.
2. Installation Xgard type 3
30
Bij de berekening van de volgende kabellengtes is uitgegaan van een constante
stroomsturing van 300mA met een minimum voeding van de regelapparatuur
van 18 VDC:
. kabeldiameter Weerstand Max. afstand Max. afstand
(ohm per km) (km) (km)
mm
2
Awg Kabel Lus 2.0 volt pellistors 2.5 volt pellistors
1,0 17 18,1 36,2 1,47 1,42
1,5 15 12,1 24,2 2,2 2,13
2,5 13 7,4 14,8 3,6 3,5
Tabel 4: maximum kabelafstanden voor veel voorkomende kabels
De aanvaardbare diameter van de gebruikte kabel bedraagt 0,5 tot 2,5 mm
2
(20 tot
13 awg). De tabel is uitsluitend ter illustratie. Voor elke toepassing moet u
de feitelijke kabelparameters gebruiken om de maximum kabelafstanden
te berekenen.
2.4 Elektrische aansluitingen
Alle aansluitingen worden gemaakt via de schroefaansluitingen in het blok op
de PCB in de aansluitkast. De aansluitingen zijn gemarkeerd met ‘+’, ‘sig’ en
‘-’ en u moet letten op de juiste polariteit wanneer u de detector aansluit op de
regelapparatuur. Deze versie van Xgard werkt als onderdeel van een brug van
Wheatstone schakeling met 3 draden en moet worden aangesloten aan een
besturingskaart.
Opmerking: de interne aardingsklem (zie Afbeelding 8) dient gebruikt te worden
voor de aarding van de Xgard gasdetector. De externe aardingsklem (zie Afbeelding
8) is enkel een bijkomende verbindingsaansluiting en dient enkel gebruikt te worden
waar lokale overheden een dergelijke aansluiting toelaten of vereisen. De aansluitkast
en kabelafscherming moeten aan het bedieningspaneel zijn geaard om de gevolgen
van radiofrequentie interferentie te beperken. Zorg ervoor dat de aardverbinding
uitsluitend in een veilige ruimte wordt uitgevoerd om aardlussen te voorkomen.
2. Installatie Xgard type 3
SIG
SIG
Xgard type 3 PCB Bedieningspaneel
Aarde
Zie tabel 3 voor
spanningsinstellingen van de sensor
Afbeelding 9: Xgard Type 3, elektrische aansluitingen
31
WAARSCHUWING
Voordat u begint met welke werkzaamheden dan ook,
moet u er zeker van zijn dat u de lokale voorschriften en
voorgeschreven procedures op de locatie opvolgt. Probeer
nooit de detector of aansluitkast te openen wanneer er
explosief gas aanwezig is. Zorg ervoor dat het bijbehorende
bedieningspaneel is geblokkeerd om vals alarm te voorkomen.
3.1 Inbedrijfstellingsprocedure
1. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te
schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid).
2. Controleer of alle elektrische aansluitingen correct zijn uitgevoerd volgens
Afbeelding 9.
3. Meten de spanning bij de ‘+’ en ‘-’ aansluitingen en stel deze af volgens het
type pellistor dat is gemonteerd (zie Tabel 3).
4. Laat de detector ten minste 1 uur lang stabiliseren.
5. Balanceer de brug van Wheatstone schakeling bij het bedieningspaneel indien
nodig. Zie de gebruiksaanwijzing van de regelapparatuur.
De detector op nul stellen
6. Zorg dat u onder gepaste omstandigheden werkt. Stel de regelapparatuur in
op nul.
De detector kalibreren
7. Stuur kalibratiegas (de concentratie moet ten minste 50% LEL bedragen)
naar de detector met een stromingssnelheid van 0,5 - 1 liter/minuut via een
flowadaptor (onderdeelnr. C03005). Neem contact op met Crowcon voor de
levering van kalibratiegas.
8. Laat de gasaflezing stabiliseren (meestal 30 tot 60 seconden) en stel de
regelapparatuur in op 50% LEL.
9. Verwijder het gas en laat de sensor compleet tot rust komen, voordat u de
nulinstelling opnieuw controleert.
10. Sluit de aansluitkast van de detector en zorg ervoor dat de deksel goed is
vastgedraaid en dat de schroef zonder kop is geborgd.
11. De detector is nu klaar voor gebruik.
Opmerking: ATEX gecertificeerde Xgard detectoren voor brandbare gassen
worden gekalibreerd geleverd om te voldoen aan IEC 61779 (waarbij bijvoorbeeld
100% LEL methaan 4,4% volume is) UL/CSA gecertificeerde detectoren worden
gekalibreerd geleverd om te voldoen aan ISO 10156 (waarbij bijvoorbeeld 100%
LEL methaan 5% volume is).
3. Bediening Xgard type 3
32
3.2 Periodiek onderhoud
Pellistors kunnen minder gevoelig worden wanneer er giftige of remmende
stoffen aanwezig zijn, zoals siliconen, sulfiden, chloor, lood of gehalogeneerde
koolwaterstoffen. Crowcon gebruikt pellistors die bestand zijn tegen gif om de
levensduur van de Xgard te maximaliseren. Voor toepassingen waarbij dergelijke
stoffen constant aanwezig zijn, raden we aan om explosieveilige detectors met
vaste infrarode punt van Crowcon te gebruiken, omdat deze immuun zijn voor
dergelijke giftige en remmende stoffen. Neem contact op met Crowcon voor
meer informatie.
De levensduur van de pellistors hangt af van de toepassing en de hoeveelheid
gas waaraan de pellistor wordt blootgesteld. Onder normale omstandigheden (6
maandelijkse kalibratie met periodiek blootstelling aan kalibratiegas) bedraagt de
levensverwachting 3-5 jaar.
De situatie op de locatie bepaalt de frequentie waarop de detectors worden
getest. Crowcon raadt aan om de detectors ten minste om de 6 maanden met
gas te testen en indien nodig opnieuw te kalibreren. Om een detector opnieuw te
kalibreren volgt u de stappen in 3.1 hierboven.
De gesinterde ring moet regelmatig worden geïnspecteerd en worden vervangen
als hij vervuild is. Een geblokkeerde gesinterde ring kan ertoe leiden dat er geen
gas bij de sensor komt.
Wanneer u onderhoudswerkzaamheden aan de Xgard heeft uitgevoerd,
controleer dan of de O-ringen van de sensorhouder en de deksel van de
aansluitkast in goede staat zijn en vergeet ze niet aan te brengen om het apparaat
te beschermen tegen indringing van vuil of vocht van buitenaf. Zie het hoofdstuk
‘Reserveonderdelen en accessoires’ voor de onderdeelnummers van de O-ringen.
3. Bediening Xgard type 3
33
3.3 Vervanging sensors/onderhoud aan detectors
Xgard maakt gebruik van een modulair ontwerp, waardoor het vervangen
van sensors of gesinterde ringen uiterst eenvoudig is. Reservesensors zijn bij
levering reeds gemonteerd op een PCB, zodat u ze eenvoudig kunt insteken. Een
opengewerkte tekening van
Xgard ziet u in Afbeelding 3. Voor het onderhoud van
een
Xgard detector kunt u de volgende procedure volgen.
WAARSCHUWING
Deze werkzaamheden moet worden uitgevoerd door Crowcon
of een door een erkend servicecentrum, tenzij u geschikte
training heeft ontvangen.
1. Schakel de stroom naar de detector af en isoleer deze zorgvuldig.
2. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te
schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid).
3. Draai de sensorhouder los en verwijder de sensor en PCB van de sensor.
4. Monteer de nieuwe sensor (nadat u heeft gecontroleerd of het onderdeelnummer
overeenkomt met het nummer dat is vermeld op het label van de aansluitkast
van de detector). Let erop of de opsluitpennen correct corresponderen met de
sleuven in de aansluitkast.
5. Controleer eerst of de gesinterde ring niet vuil is en breng dan de sensorhouder
weer op zijn plaats. Vervuilde onderdelen moeten worden vervangen (zie
het hoofdstuk “Reserveonderdelen” voor de onderdeelnummers), omdat
eventuele blokkeringen ertoe kunnen leiden dat de sensor minder gevoelig
wordt en dus trager reageert op de aanwezigheid van gas.
6. Volg de inbedrijfstellingsprocedure in 3.1.
Opslaginstructies: de interne sensor van deze detectoren dient opgeslagen
te worden in een droge ruimte en beschermd tegen siliconen, sulfiden, chloor en
lood. Blootstelling aan deze stoffen reduceert de gevoeligheid van de sensor in
aanzienlijke mate en doet de garantie er voor vervallen.
3. Bediening Xgard type 3
34
Materiaal aansluitkast A356 legering van marinekwaliteit
met polyester poedercoating
316 Roestvaststaal (optioneel)
Afmetingen 156 x 166 x 111 mm (6,1 x 6,5 x 4,3 inch)
Gewicht Legering: 1 kg (2,2 lbs)
Roestvaststaal: ca. 3,1 kg (6,8 lbs)
Elektrische uitgang 3-draads mV brug
Meestal 12-15 mV per % CH
4
(Minimumspanning)
Bedrijfstemperatuur -40°C tot +80°C (-40°F tot +176°F)
Vochtigheid 0–99% RV, niet condenserend
Beschermingsgraad IP65
Explosiebescherming Explosieveilig
Goedkeuringscode ATEX
II 2 GD Ex d IIC T6 Gb
Tomg. = -40°C tot 50°C
ATEX
II 2 GD Ex d IIC T4 Gb
Tomg. = -40°C tot 80°C
Extb IIIC T110°C Db
IEXEx BAS 05.0042
UL Klasse I, Division 1, Groepen B, C & D
IECEx BAS 05.0043X
Nr. veiligheidscertificaat. ATEX Baseefa04ATEX0024X
Normen EN60079-0:2012, EN60079-1:2007,
EN60079-31:2009 IEC 60079-0:2011 (Ed 6),
IEC60079-1: 2007 (Ed 6), IEC60079-31:2008
(Ed 1) UL1203
Zones Gecertificeerd voor gebruik in zones 1 en 2
(gas) en zones 21 en 22 (stof).
Gasgroepen IIA, IIB, IIC (UL groepen B, C, D)
EMC EN50270
4. Specificatie Xgard type 3
1.1 Explosieveilige detector voor explosieve gassen
op hoge temperatuur
Deze Xgard versie is een explosieveilige gasdetector voor hoge temperatuur
(150°C / 302°F). Het apparaat detecteert explosieve gassen in de omgevingslucht
bij concentraties die niet hoger zijn dan de onderste explosiegrens (LEL) van het
doelgas waarvoor het is gekalibreerd. Xgard type 4 werkt met gebruik van
pellistors (katalytische gassensors) als onderdeel van een brug van Wheatstone
schakeling met 3 draden en moet worden aangesloten aan een besturingskaart.
De detector is gecertificeerd als
II 2 GD Ex d IIC T3 Gb, en is geschikt voor
gevaarlijke ruimtes gebruik met de classificatie Zone 1 en Zone 2.
Elektrische aansluitingen aan de detector lopen via het aansluitblok op de PCB,
zoals hieronder weergegeven.
Afbeelding 10: Xgard Type 4, maatschets
35
1. Inleiding Xgard type 4
+SIG-
Aarde
M20, M25, 1/2”
of 3/4” NPT
kabelingang
196 Algemeen
146
Hoogte 111
166,3 Totaal
Zwart
Wit
Rood
36 Sleuf CRS voor M6 of 1/4”
bevestigingsbouten voor montage aan
plafond
Extra externe
aardingsklem
(aarde)
De bovenzijde
van de
detector en
de onderzijde
van de sensor
zijn aan
elkaar gelijmd
en moeten
bijgevolg
tegelijk
worden
vervangen
36
WAARSCHUWING
Deze detector is ontworpen voor gebruik in gevaarlijke
ruimtes met de classificatie Zone 1 en Zone 2 en is
gecertificeerd alsv
II 2 GD Ex d IIC T3 Gb. De installatie
moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende
overheidsinstantie in het land in kwestie.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Crowcon.
Alvorens de detector te installeren moet u er zeker van zijn
dat de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op
de locatie op worden opgevolgd.
2.1 Locatie
U moet de detector monteren op een plaats waar de grootste kans bestaat dat
het te detecteren gas wordt gemeten. Let op de volgende punten bij het bepalen
van de juiste plaats voor de gasdetector:
Als de te detecteren gassen lichter zijn dan lucht, dan moeten de detectors op
een hoge plaats worden gemonteerd.
Om gassen te detecteren die zwaarder zijn dan lucht, moet u de detector op
een laag punt monteren.
Wanneer u de detectors bevestigt, houd dan rekening met mogelijke
beschadiging door natuurlijke invloeden (bv. regen of overstroming).
Houd er rekening mee dat de detector eenvoudig toegankelijk moet zijn voor
tests en onderhoud.
Houd er rekening mee hoe het ontsnappende gas zich kan gedragen door
natuurlijke of geforceerde luchtstromen. Monteer detectors in ventilatiekanalen
indien van toepassing.
Houd rekening met de procesomstandigheden. Zo is ammoniak normaal
gesproken lichter dan lucht, maar als het vrijkomt uit een koelsysteem dan kan
het gas dalen in plaats van stijgen.
De locatie van de sensors moet worden bepaald volgens het advies van experts
met specialistische kennis van gasverdeling, de procesapparatuur in de fabriek
en de veiligheids- en montagekwesties.
Zodra overeenstemming is bereikt
over de locatie van de sensors moet hier een aantekening van
worden gemaakt. Crowcon helpt u graag bij het bepalen van de juiste locatie
voor de gasdetectors.
2. Installatie Xgard type 4
37
2.2 Montage
Xgard moet op de aangewezen locatie worden geïnstalleerd met de sensor
omlaag gericht. Hierdoor kan er geen stof of water op de sensor achterblijven, en
wordt de toegang van het gas tot de cel niet belemmerd. Details over de montage
zijn weergegeven in Afbeelding 2. Let er bij het installeren van de detector op dat
u het geverfde oppervlak van de aansluitkast en de sensorhouder niet beschadigt.
2.3 Bekabelingsvoorschriften
De bekabeling naar de tot Xgard moet voldoen aan de geldende normen van
de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie en aan de elektrische
eisen van de detector.
Crowcon adviseert het gebruik van kabels met staaldraadomvlechting en
explosieveilige wartelmoeren. Alternatieve bekabelingstechnieken, zoals stalen
kabelkanalen, kunnen aanvaardbaar zijn als ze voldoen aan de geldende normen.
De kabel die u gebruikt moet geschikt zijn voor temperaturen tot 150°C (302°F).
De maximaal toelaatbare kabellengte is afhankelijk van de weerstand van de kabel
en de gebruikte sensor. Het is belangrijk dat u de juiste brugspanning gebruikt
voor de detector. Deze varieert al naar gelang het onderdeelnummer van de
gemonteerde sensor (zie ‘Sensortype’ op het label van de aansluitkast). In tabel 5
hieronder ziet u een samenvatting van de vereiste brugspanning.
Detector Pellistor Brugspanning Commentaar
Onderdeelnr. Type (VDC)
S011954 VQ21T 2,0 Bestand tegen gif
Tabel 5: Instellingen brugspanning
2. Installatie Xgard type 4
Bij de berekening van de volgende kabellengtes is uitgegaan van een constante
stroomsturing van 300 mA met een minimum voeding van de regelapparatuur
van 18 VDC:
. kabeldiameter Weerstand Max. afstand Max. afstand
(ohm per km) (km) (km)
mm
2
Awg Kabel Lus 2.0 volt pellistors 2.5 volt pellistors
1,0 17 18,1 36,2 1,47 1,42
1,5 15 12,1 24,2 2,2 2,13
2,5 13 7,4 14,8 3,6 3,5
Tabel 4: maximum kabelafstanden voor veel voorkomende kabels
De aanvaardbare diameter van de gebruikte kabel bedraagt 0,5 tot 2,5 mm
2
(20 tot
13 awg). De tabel is uitsluitend ter illustratie. Voor elke toepassing moet u
de feitelijke kabelparameters gebruiken om de maximum kabelafstanden
te berekenen.
2.4 Elektrische aansluitingen
Alle aansluitingen worden gemaakt via de schroefaansluitingen in het blok op
de PCB in de aansluitkast. De aansluitingen zijn gemarkeerd met ‘+’, ‘sig’ en
‘-’ en u moet letten op de juiste polariteit wanneer u de detector aansluit op de
regelapparatuur. Deze versie van Xgard werkt als onderdeel van een brug van
Wheatstone schakeling met 3 draden en moet worden aangesloten aan een
besturingskaart.
Opmerking: de interne aardingsklem (zie Afbeelding 10) dient gebruikt te worden
voor de aarding van de Xgard gasdetector. De externe aardingsklem (zie Afbeelding
10) is enkel een bijkomende verbindingsaansluiting en dient enkel gebruikt te worden
waar lokale overheden een dergelijke aansluiting toelaten of vereisen. De aansluitkast
en kabelafscherming moeten aan het bedieningspaneel zijn geaard om de gevolgen
van radiofrequentie interferentie te beperken. Zorg ervoor dat de aardverbinding
uitsluitend in een veilige ruimte wordt uitgevoerd om aardlussen te voorkomen.
38
2. Installatie Xgard type 4
SIG
SIG
Xgard type 4 PCB
Bedieningspaneel
Aarde
Zie tabel 5 voor spanningsinstellingen
van de sensor
Afbeelding 11: Xgard Type 4, elektrische aansluitingen
39
WAARSCHUWING
Voordat u begint met welke werkzaamheden dan ook,
moet u er zeker van zijn dat u de lokale voorschriften en
voorgeschreven procedures op de locatie opvolgt. Probeer
nooit de detector of aansluitkast te openen wanneer er
explosief gas aanwezig is. Zorg ervoor dat het bijbehorende
bedieningspaneel is geblokkeerd om vals alarm te voorkomen.
3.1 Inbedrijfstellingsprocedure
1. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te
schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid).
2. Controleer of alle elektrische aansluitingen correct zijn uitgevoerd volgens
Afbeelding 11.
3. Meten de spanning bij de ‘+’ en ‘-’ aansluitingen en stel deze af volgens het
type pellistor dat is gemonteerd (zie Tabel 5).
4. Laat de detector ten minste 1 uur lang stabiliseren.
5. Balanceer de brug van Wheatstone schakeling bij het bedieningspaneel indien
nodig. Zie de gebruiksaanwijzing van de regelapparatuur.
De detector op nul stellen
6. Zorg dat u onder gepaste omstandigheden werkt. Stel de regelapparatuur in
op nul.
De detector kalibreren
7. Stuur kalibratiegas (de concentratie moet ten minste 50% LEL bedragen)
naar de detector met een stromingssnelheid van 0,5 - 1 liter/minuut via een
flowadaptor (onderdeelnr. C01886). Neem contact op met Crowcon voor de
levering van kalibratiegas.
8. Laat de gasaflezing stabiliseren (meestal 30 tot 60 seconden) en stel de
regelapparatuur in op 50% LEL.
9. Verwijder het gas en laat de sensor compleet tot rust komen, voordat u de
nulinstelling opnieuw controleert.
10. Sluit de aansluitkast van de detector en zorg ervoor dat de deksel goed is
vastgedraaid en dat de schroef zonder kop is geborgd.
11. De detector is nu klaar voor gebruik.
Opmerking: Crowcon adviseert om de Xgard-detectoren type 4 in
de mate van het mogelijke aan de normale bedrijfstemperatuur er
van te kalibreren.
3. Bediening Xgard type 4
40
3.2 Periodiek onderhoud
Pellistors kunnen minder gevoelig worden wanneer er giftige of remmende
stoffen aanwezig zijn, zoals siliconen, sulfiden, chloor, lood of gehalogeneerde
koolwaterstoffen. Crowcon gebruikt pellistors die bestand zijn tegen gif om de
levensduur van de Xgard te maximaliseren. Voor toepassingen waarbij dergelijke
stoffen constant aanwezig zijn, raden we aan om explosieveilige detectors met
vaste infrarode punt van Crowcon te gebruiken, omdat deze immuun zijn voor
dergelijke giftige en remmende stoffen. Neem contact op met Crowcon voor
meer informatie.
De levensduur van de pellistors hangt af van de toepassing en de hoeveelheid
gas waaraan de pellistor wordt blootgesteld. Onder normale omstandigheden (6
maandelijkse kalibratie met periodiek blootstelling aan kalibratiegas) bedraagt de
levensverwachting 3-5 jaar.
De situatie op de locatie bepaalt de frequentie waarop de detectors worden
getest. Crowcon raadt aan om de detectors ten minste om de 6 maanden met
gas te testen en indien nodig opnieuw te kalibreren. Om een detector opnieuw te
kalibreren volgt u de stappen in 3.1 hierboven.
Xgard type 4 gebruikt een detector voor hoge temperaturen met ingebouwde
gesinterde ring. De detector heeft geen onderdelen die door gebruiker moeten
worden onderhouden. Dus als het apparaat tijdens routinetests niet kan worden
gekalibreerd, dan moet het worden vervangen.
Wanneer u onderhoudswerkzaamheden aan de Xgard heeft uitgevoerd,
controleer dan of de O-ringen van de sensorhouder en de deksel van de
aansluitkast in goede staat zijn en vergeet ze niet aan te brengen om het apparaat
te beschermen tegen indringing van vuil of vocht van buitenaf. Zie het hoofdstuk
‘Reserveonderdelen en accessoires’ voor de onderdeelnummers van de O-ringen.
3. Bediening Xgard type 4
41
3.3 Vervanging sensors/onderhoud aan detectors
Xgard maakt gebruik van een modulair ontwerp, waardoor het vervangen van
sensors uiterst eenvoudig is. In de Xgard type 4 is een hoge-temperatuur-
detector geïntegreerd, die in zijn geheel moet worden vervangen, samen
met de onderzijde van de sensor (zie pagina 33)
Een gedetailleerd overzicht van de Xgard type 4 ziet u in Afbeelding 10.
Voor het onderhoud van de Xgard type 4 kunt u te werk gaan volgens de
volgende procedure.
WAARSCHUWING
Deze werkzaamheden moet worden uitgevoerd door Crowcon
of een door een erkend servicecentrum, tenzij u geschikte
training heeft ontvangen.
1. Schakel de stroom naar de detector af en isoleer deze zorgvuldig.
2. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te
schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid).
3 Draai de aansluitingen van de detectordraden van de los.
4. De stifttap losmaken van de onderzijde van de sensor
5. De detector en de onderzijde van de sensor losschroeven.
6. De detector en de nieuwe onderzijde van de sensor installeren en opletten
dat de draden niet doorboord worden. Schroef de nieuwe detector zorgvuldig
vast.
7. De stifttap vastmaken aan de onderzijde van de sensor
8. Sluit de detectordraden weer aan, zoals weergegeven in Afbeelding 10.
9. Volg de inbedrijfstellingsprocedure in 3.1.
Opslaginstructies:
de interne sensor van deze detectoren dient opgeslagen te
worden in een droge ruimte en beschermd tegen siliconen, sulfiden, chloor en
lood. Blootstelling aan deze stoffen reduceert de gevoeligheid van de sensor in
aanzienlijke mate en doet de garantie er voor vervallen
3. Bediening Xgard type 4
42
Materiaal aansluitkast A356 legering van marinekwaliteit
met polyester poedercoating
316 Roestvaststaal (optioneel)
Afmetingen 195 x 166 x 111 mm (6,1 x 6,5 x 4,3 inch)
Gewicht Legering: 1.5 kg (3,3 lbs)
Roestvaststaal: ca. 3,6 kg (7,9 lbs)
Elektrische uitgang 3-draads mV brug
Meestal 10 mV per % LEL CH
4
Bedrijfstemperatuur -20°C tot +150°C (-4°F tot +302°F)
Vochtigheid 0–99% RV, niet condenserend
Beschermingsgraad IP54
Explosiebescherming Explosieveilig
Goedkeuringscode ATEX
II 2 GD Ex d IIC T3 Gb
Tomg. = -40°C tot 150°C
Extb IIIC T180°C Db
Nr. veiligheidscertificaat. Baseefa04ATEX0024X/1
Normen EN60079-0:2012, EN60079-1:2007,
EN60079-31:2009 IEC 60079-0:2011 (Ed 6),
IEC60079-1: 2007 (Ed 6), IEC60079-31:2008
(Ed 1) UL1203
Zones Gecertificeerd voor gebruik in zones 1 en 2 (gas)
en zones 21 en 22 (stof).
Gasgroepen IIA, IIB, IIC
EMC EN50270
4. Specificatie Xgard type 4
43
1.1 Explosieveilige detector voor explosieve gassen
Deze Xgard versie is een explosieveilige gasdetector. Het apparaat detecteert
explosieve gassen in de omgevingslucht bij concentraties die niet hoger zijn dan
de onderste explosiegrens (LEL) van het doelgas waarvoor het is gekalibreerd.
Xgard type 5 gebruikt een (nominale) voeding van 24 VDC en geeft een signaal af
van 4-20 mA (‘sink’ of ‘source’) dat proportioneel is met de gasconcentratie. De
detector is gecertificeerd als
II 2 GD Ex d IIC T6 Gb en is geschikt voor gebruik
in gevaarlijke ruimtes met de classificatie Zone 1 en Zone 2.
Elektrische aansluitingen aan de detector lopen via het aansluitblok op de PCB,
zoals hieronder weergegeven.
Afbeelding 12: Xgard Type 5, lay-out PCB
(Afgebeeld met verwijderde PCB-afdekplaat).
1. Inleiding Xgard type 5
Aarde
VR3
Test-
punten
TP1
TP4
Srce
Sink
TP2
TP3
Extra externe
aardingsklem
(aarde)
44
WAARSCHUWING
Deze detector is ontworpen voor gebruik in gevaarlijke ruimtes
met de classificatie Zone 1 en Zone 2 en is gecertificeerd alsv
II 2 GD Ex d IIC T6 Gb. De installatie moet voldoen aan de
geldende normen van de regelgevende overheidsinstantie in het
land in kwestie.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Crowcon.
Alvorens de detector te installeren moet u er zeker van zijn
dat de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op
de locatie op worden opgevolgd.
2.1 Locatie
U moet de detector monteren op een plaats waar de grootste kans bestaat dat
het te detecteren gas wordt gemeten. Let op de volgende punten bij het bepalen
van de juiste plaats voor de gasdetector:
Om gassen te detecteren die lichter zijn dan lucht, moet u de detector op
een hoog punt monteren. Crowcon adviseert bovendien het gebruik van
een verzamelkegel (onderdeelnr. C01051) en een accessoire-adaptor
(onderdeelnr. M04666).
Om gassen te detecteren die zwaarder zijn dan lucht, moet u de detector op
een laag punt monteren.
Wanneer u de detectors bevestigt, houd dan rekening met mogelijke
beschadiging door natuurlijke invloeden (bv. regen of overstroming). Voor
detectors die buiten worden gemonteerd adviseert Crowcon het gebruik van
een spatwaterscherm (onderdeelnr. C01052) en een accessoire-adaptor
(onderdeelnr. M04666).
Als u een zuurstofdetector wilt monteren, dan moet u weten welk gas zorgt
voor de verplaatsing van de zuurstof. Zo is kooldioxide zwaarder dan lucht
en verzamelt zich in lage zones. Het verplaatst de zuurstof en dus moet u de
detectors op een laag punt aanbrengen.
Houd er rekening mee dat de detector eenvoudig toegankelijk moet zijn voor
tests en onderhoud.
Houd er rekening mee hoe het ontsnappende gas zich kan gedragen door
natuurlijke of geforceerde luchtstromen. Monteer detectors in ventilatiekanalen
indien van toepassing.
Houd rekening met de procesomstandigheden. Zo is butaan normaal
gesproken zwaarder dan lucht, maar als het vrijkomt door een proces dat zich
op een verhoogde temperatuur en/of druk afspeelt, dan kan het gas stijgen in
plaats van dalen.
De locatie van de sensors moet worden bepaald volgens het advies van experts
met specialistische kennis van gasverdeling, de procesapparatuur in de fabriek
en de veiligheids- en montagekwesties. Zodra overeenstemming is bereikt
over de locatie van de sensors moet hier een aantekening van worden
gemaakt. Crowcon helpt u graag bij het bepalen van de juiste locatie voor de
gasdetectors.
2. Installatie Xgard type 5
45
2.2 Montage
Xgard moet op de aangewezen locatie worden geïnstalleerd met de sensor
omlaag gericht. Hierdoor kan er geen stof of water op de sensor achterblijven, en
wordt de toegang van het gas tot de cel niet belemmerd. Details over de montage
zijn weergegeven in Afbeelding 2. Let er bij het installeren van de detector op dat
u het geverfde oppervlak van de aansluitkast en de sensorhouder niet beschadigt.
2.3 Bekabelingsvoorschriften
De bekabeling naar de tot Xgard moet voldoen aan de geldende normen van
de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie en aan de elektrische
eisen van de detector.
Crowcon adviseert het gebruik van kabels met staaldraadomvlechting en
explosieveilige wartelmoeren. Alternatieve bekabelingstechnieken, zoals stalen
kabelkanalen, kunnen aanvaardbaar zijn als ze voldoen aan de geldende normen.
Xgard type 5 heeft een voeding nodig van 10-30 VDC bij maximaal 100
mA. Zorg voor een minimumspanning van 10 volt bij de detector, waarbij
u rekening houdt met de spanningsval door de weerstand van de kabel.
Bijvoorbeeld: Een nominale voeding bij het bedieningspaneel van 24 VDC
levert een gegarandeerde minimumspanning van 18 volt. De maximale
spanningsval is dus 8 volt. Xgard type 5 kan maximaal 100mA vragen en
dus bedraagt de maximaal toegestane lusweerstand 80 ohm.
Een kabel van 1,5 mm
2
heeft meestal een toelaatbaar kabeltraject van
3,3 km. In tabel 7 hieronder ziet u de maximum kabelafstanden bij veel
voorkomende kabelparameters.
Kabeldiameter Weerstand (ohm per km) Max. afstand
mm
2
Awg Kabel Lus (km)
1,0 17 18,1 36,2 2,2
1,5 15 12,1 24,2 3,3
2,5 13 7,4 14,8 5,4
Tabel 7: maximum kabelafstanden voor veel voorkomende kabels
De aanvaardbare diameter van de gebruikte kabel bedraagt 0,5 tot 2,5 mm
2
(20 tot
13 awg). De tabel is uitsluitend ter illustratie. Voor elke toepassing moet u
de feitelijke kabelparameters gebruiken om de maximum kabelafstanden
te berekenen.
2. Installatie Xgard type 5
46
2.4 Elektrische aansluitingen
Alle aansluitingen worden gemaakt via de schroefaansluitingen in het blok op
de PCB in de aansluitkast. De aansluitingen zijn gemarkeerd met ‘+’, ‘sig’ en
‘-’ en u moet letten op de juiste polariteit wanneer u de detector aansluit op
de regelapparatuur. Xgard type 5 is in de fabriek ingesteld als een ‘current
sink’ apparaat, tenzij anders opgegeven bij de bestelling. Om deze instelling
terug te stellen op ‘current source’ moet u de aansluitkast openen en de twee
aansluitingen op de PCB-versterker verplaatsen van de ‘sink’ stand naar de ‘srce’
stand, zoals weergegeven in Afbeelding 12.
Opmerking: de interne aardingsklem (zie Afbeelding 12) dient gebruikt te worden
voor de aarding van de
Xgard gasdetector. De externe aardingsklem (zie
Afbeelding 12) is enkel een bijkomende verbindingsaansluiting en dient enkel
gebruikt te worden waar lokale overheden een dergelijke aansluiting toelaten of
vereisen. De aansluitkast en kabelafscherming moeten aan het bedieningspaneel
zijn geaard om de gevolgen van radiofrequentie interferentie te beperken. Zorg
ervoor dat de aardverbinding uitsluitend in een veilige ruimte wordt uitgevoerd om
aardlussen te voorkomen.
Afbeelding 13: Xgard Type 5, elektrische aansluitingen
2. Installatie Xgard type 5
SIG
SIG
Xgard type 5 PCB
Bedieningspaneel
Aarde
10-30 VDC
4-20mA
(Sink of Source)
47
WAARSCHUWING
Voordat u begint met welke werkzaamheden dan ook,
moet u er zeker van zijn dat u de lokale voorschriften en
voorgeschreven procedures op de locatie opvolgt. Probeer
nooit de detector of aansluitkast te openen wanneer er
explosief gas aanwezig is. Zorg ervoor dat het bijbehorende
bedieningspaneel is geblokkeerd om vals alarm te voorkomen.
3.1 Inbedrijfstellingsprocedure
1. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te
schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid).
2. Controleer of alle elektrische aansluitingen correct zijn uitgevoerd volgens
Afbeelding 13.
3. Meet de spanning bij de ‘+’ en ‘-’ aansluitingen en controleer of er een
minimum voeding aanwezig is van 10 VDC.
4. Laat de detector ten minste 1 uur lang stabiliseren.
5. Voordat u kunt beginnen met de kalibratie van de detector, moet u eerst
de pellistors uitbalanceren. Hiertoe verwijdert u de PCB-afdekplaat en sluit
een digitale voltmeter (DVM) aan op de testpunten ‘TP3’ en ‘TP4’ op de
PCB-versterker, zoals weergegeven in Afbeelding 12). De DVM moet worden
ingesteld op het bereik mVDC en de potentiometer die is gemarkeerd als ‘VR3’
moet worden afgesteld zodat de DVM 0,00 mV weergeeft. Nu kunt u de PCB-
afdekplaat weer aanbrengen.
6. Om de detector op nul te stellen, sluit u de DVM weer aan op de testpunten
‘TP1’ en ‘TP2’ op de PCB-versterker, zoals weergegeven in Afbeelding 12.
Opmerking: Bij de testpunten is de nulaflezing 40 mV = 4 mA.
De volle uitslag (100% LEL) geeft 200 mV = 20 mA weer. Er is een stroomklem
van 25 mA op de 4-20 mA uitgang.
De detector op nul stellen
7. Zorg dat u onder gepaste omstandigheden werkt. Stel de ‘ZERO’ potentiometer
op de versterker (die toegankelijk is via een gat in de PCB-afdekplaat) af, zodat
de DVM 40 mV weergeeft. Controleer of de display van de regelapparatuur op
nul staat.
De detector kalibreren
8. Stuur kalibratiegas (de concentratie moet ten minste 50% LEL bedragen)
naar de detector met een stromingssnelheid van 0,5 - 1 liter/minuut via een
flowadaptor (onderdeelnr. C03005). Neem contact op met Crowcon voor de
levering van kalibratiegas.
9. Laat de gasaflezing stabiliseren (meestal 30 tot 60 seconden) en stel de ‘CAL’
potentiometer in totdat de DVM de juiste aflezing geeft (d.w.z. 120 mV = 12
mA = 50% LEL). Als de concentratie van het gebruikte kalibratiegas niet 50%
LEL bedraagt, dan kunt u de volgende formule gebruiken om de aflezing te
berekenen:
3. Bediening Xgard type 5
48
Voorbeeld: kalibreren met behulp van 25% LEL testgas
10. Als de display van de regelapparatuur moet worden ingesteld, raadpleeg dan
de bedieningshandleiding van deze apparatuur.
11. Verwijder het gas en laat de sensor compleet tot rust komen, voordat u de
nulinstelling opnieuw controleert.
12. Sluit de aansluitkast van de detector en zorg ervoor dat de deksel goed is
vastgedraaid en dat de schroef zonder kop is geborgd.
13. De detector is nu klaar voor gebruik.
Opmerking: ATEX gecertificeerde Xgard detectoren voor brandbare gassen
worden gekalibreerd geleverd om te voldoen aan IEC 61779 (waarbij bijvoorbeeld
100% LEL methaan 4,4% volume is) UL/CSA gecertificeerde detectoren worden
gekalibreerd geleverd om te voldoen aan ISO 10156 (waarbij bijvoorbeeld 100%
LEL methaan 5% volume is).
3. Bediening Xgard type 5
(
)
+ 40 = mV instelling
160
Bereik
x Gas
(
160
100
x 25
) + 40 = 80 mV
49
3.2 Periodiek onderhoud
Pellistors kunnen minder gevoelig worden wanneer er giftige of remmende
stoffen aanwezig zijn, zoals siliconen, sulfiden, chloor, lood of gehalogeneerde
koolwaterstoffen. Crowcon gebruikt pellistors die bestand zijn tegen gif om de
levensduur van de Xgard te maximaliseren. Voor toepassingen waarbij dergelijke
stoffen constant aanwezig zijn, raden we aan om explosieveilige detectors met
vaste infrarode punt van Crowcon te gebruiken, omdat deze immuun zijn voor
dergelijke giftige en remmende stoffen. Neem contact op met Crowcon voor
meer informatie.
De levensduur van de pellistors hangt af van de toepassing en de hoeveelheid
gas waaraan de pellistor wordt blootgesteld. Onder normale omstandigheden (6
maandelijkse kalibratie met periodiek blootstelling aan kalibratiegas) bedraagt de
levensverwachting 3-5 jaar.
De situatie op de locatie bepaalt de frequentie waarop de detectors worden
getest. Crowcon raadt aan om de detectors ten minste om de 6 maanden met
gas te testen en indien nodig opnieuw te kalibreren. Om een detector opnieuw te
kalibreren volgt u de stappen in 3.1 hierboven.
De gesinterde ring moet regelmatig worden geïnspecteerd en worden vervangen
als hij vervuild is. Een geblokkeerde gesinterde ring kan ertoe leiden dat er geen
gas bij de sensor komt.
Wanneer u onderhoudswerkzaamheden aan de Xgard heeft uitgevoerd,
controleer dan of de O-ringen van de sensorhouder en de deksel van de
aansluitkast in goede staat zijn en vergeet ze niet aan te brengen om het apparaat
te beschermen tegen indringing van vuil of vocht van buitenaf. Zie het hoofdstuk
‘Reserveonderdelen en accessoires’ voor de onderdeelnummers van de O-ringen.
3. Bediening Xgard type 5
50
3.3 Vervanging sensors/onderhoud aan detectors
Xgard maakt gebruik van een modulair ontwerp, waardoor het vervangen
van sensors of gesinterde ringen uiterst eenvoudig is. Reservesensors zijn bij
levering reeds gemonteerd op een PCB, zodat u ze eenvoudig kunt insteken. Een
opengewerkte tekening van
Xgard ziet u in Afbeelding 3. Voor het onderhoud van
een
Xgard detector kunt u de volgende procedure volgen.
WAARSCHUWING
Deze werkzaamheden moet worden uitgevoerd door Crowcon
of een door een erkend servicecentrum, tenzij u geschikte
training heeft ontvangen.
1. Schakel de stroom naar de detector af en isoleer deze zorgvuldig.
2. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te
schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid).
3. Draai de sensorhouder los en verwijder de sensor en PCB van de sensor.
4. Monteer de nieuwe sensor (nadat u heeft gecontroleerd of het onderdeelnummer
overeenkomt met het nummer dat is vermeld op het label van de aansluitkast
van de detector). Let erop of de opsluitpennen correct corresponderen met de
sleuven in de aansluitkast.
5. Controleer eerst of de gesinterde ring niet vuil is en breng dan de sensorhouder
weer op zijn plaats. Vervuilde onderdelen moeten worden vervangen (zie
het hoofdstuk “Reserveonderdelen” voor de onderdeelnummers), omdat
eventuele blokkeringen ertoe kunnen leiden dat de sensor minder gevoelig
wordt en dus trager reageert op de aanwezigheid van gas.
6. Volg de inbedrijfstellingsprocedure in 3.1.
Onderdeelnr. Type Brugspanning Opmerking
sensor Pellistor (VDC)
S011251/S VQ21T 2,0 Standaard voor CH
4
S011509/S 300P 2,0 Alternatief voor CH
4
S011506/S VQ8 2,5 Loodbestendig voor
gelode benzine
S011712/S VQ25 2,0 Voor halogenen
S011487/S VQ41 2,0 Voor brandstof voor
straalmotoren
S011489/S VQ41 2,0 Voor ammoniak
Tabel 8: Sensoropties, neem contact op met Crowcon voor advies over
alternatieve gassen of dampen.
Opslaginstructies: de interne sensor van deze detectoren dient opgeslagen te
worden in een droge ruimte en beschermd tegen siliconen, sulfiden, chloor en
lood. Blootstelling aan deze stoffen reduceert de gevoeligheid van de sensor in
aanzienlijke mate en doet de garantie er voor vervallen
3. Bediening Xgard type 5
51
Materiaal aansluitkast A356 legering van marinekwaliteit
met polyester poedercoating
316 Roestvaststaal (optioneel)
Afmetingen 156 x 166 x 111 mm (6,1 x 6,5 x 4,3 inch)
Gewicht Legering: 1 kg (2,2 lbs)
Roestvaststaal: ca. 3,1 kg (6,8 lbs)
Bedrijfsspanning 10–30 VDC
Stroomverbruik 100 mA bij 10 V 50 mA bij 24 V
Uitgang 4-20 mA Sink of Source (Geselecteerd door
Aansluitingen)
Foutsignaal < 3 mA
Maximum weerstand 40 ohm bij18 V (stroom) +ve aansluiting
kabellus 450 ohm bij 18 V (signaal) sig aansluiting
Met betrekking tot -ve aansluiting (algemeen)
Bedrijfstemperatuur -40°C tot +55°C (-40°F tot +131°F)
Vochtigheid 0–99% RV, niet condenserend
Beschermingsgraad IP65
Explosiebescherming Explosieveilig
Goedkeuringscode ATEX
II 2 GD Ex d IIC T6 Gb
Tomg. = -40°C tot 50°C
Extb IIIC T80°C Db
ATEX
II 2 GD Ex d IIC T4 Gb
Tomg. = -40°C tot 80°C
Extb IIIC T110°C Db
IECEx BAS 05.0042
UL Klasse I, Division 1, Groepen B, C & D
IECEx BAS 05.0043X
Nr. veiligheidscertificaat. Baseefa04ATEX0024X
Norme EN60079-0:2012, EN60079-1:2007, EN60079-
31:2009 IEC 60079-0:2011 (Ed 6), IEC60079-1:
2007 (Ed 6), IEC60079-31:2008 (Ed 1) UL1203
Zones Gecertificeerd voor gebruik in zones 1 en 2 (gas) en
zones 21 en 22 (stof).
Gasgroepen IIA, IIB, IIC (UL groepen B, C, D)
EMC EN50270
4. Specificatie Xgard type 5
1.1 Explosieveilige gasdetector van het type
thermische geleidbaarheid
Deze Xgard versie is een explosieveilige gasdetector van type thermische
geleidbaarheid. Het apparaat is ontworpen voor het controleren van het
volumepercentage van de concentraties binaire gasmengsels (zoals waterstof in
stikstof, methaan in kooldioxide). De werking van de detector berust op het
aanzienlijke verschil in thermische geleidbaarheid van de gassen in het mengsel.
U dient voorzorgsmaatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat het vochtgehalte
in het gasmengsel zo laag mogelijk blijft en dat de bedrijfstemperatuur stabiel is,
want deze factoren kunnen van invloed zijn op de metingen van de sensor. Voor
een lijst van de gasmengsels die met de Xgard type 6 zijn te detecteren, kunt u
contact opnemen met Crowcon. Xgard type 6 gebruikt een (nominale) voeding
van 24 VDC en geeft een signaal af van 4-20 mA (‘sink’ of ‘source’) dat
proportioneel is met de gasconcentratie. De detector is gecertificeerd als
II 2
GD Ex d IIC T6 Gb en is geschikt voor gebruik in gevaarlijke ruimtes met de
classificatie Zone 1 en Zone 2.
Elektrische aansluitingen aan de detector lopen via het aansluitblok op de PCB,
zoals hieronder weergegeven.
Afbeelding 14: Xgard type 6, lay-out PCB
(Afgebeeld met verwijderde PCB-afdekplaat).
52
1. Inleiding Xgard type 6
Aarde
VR3
Test
punten
TP1
TP4
Srce
Sink
TP2
TP3
Extra externe
aardingsklem
(aarde)
53
WAARSCHUWING
Deze detector is ontworpen voor gebruik in gevaarlijke
ruimtes met de classificatie Zone 1 en Zone 2 en is
gecertificeerd alsv
II 2 GD Ex d IIC T6 Gb. De installatie
moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende
overheidsinstantie in het land in kwestie.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Crowcon.
Alvorens de detector te installeren moet u er zeker van zijn
dat de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op
de locatie op worden opgevolgd.
2.1 Locatie
U moet de detector monteren op een plaats waar de grootste kans bestaat dat
het te detecteren gas wordt gemeten. Let op de volgende punten bij het bepalen
van de juiste plaats voor de gasdetector:
Om gassen te detecteren die lichter zijn dan lucht, moet u de detector op
een hoog punt monteren. Crowcon adviseert bovendien het gebruik van
een verzamelkegel
(onderdeelnr. C01051) en een accessoire-adaptor
(onderdeelnr. M04666).
Om gassen te detecteren die zwaarder zijn dan lucht, moet u de detector op
een laag punt monteren.
Als de detector bedoeld is om gas te controleren in een monsterlijn in plaats
van onder omgevingsomstandigheden, dan is er een flowadaptor verkrijgbaar
voor een pijp met een buitendiameter van 6 mm (1/4”) (onderdeelnr.
C01339). Crowcon adviseert een stromingssnelheid van 0,5 - 1 liter/minuut
en het monstergas moet adequaat worden gefilterd om stof en vocht te
verwijderen.
Wanneer u de detectors bevestigt, houd dan rekening met mogelijke
beschadiging door natuurlijke invloeden (bv. regen of overstroming). Voor
detectors die buiten worden gemonteerd adviseert Crowcon het gebruik van
een spatwaterscherm
(onderdeelnr. C01052) en een accessoire-adaptor
(onderdeelnr. M04666).
Houd er rekening mee dat de detector eenvoudig toegankelijk moet zijn voor
tests en onderhoud.
Houd er rekening mee hoe het ontsnappende gas zich kan gedragen door
natuurlijke of geforceerde luchtstromen. Monteer detectors in ventilatiekanalen
indien van toepassing.
Houd rekening met de procesomstandigheden. Zo is butaan normaal
gesproken zwaarder dan lucht, maar als het vrijkomt door een proces dat zich
op een verhoogde temperatuur en/of druk afspeelt, dan kan het gas stijgen in
plaats van dalen.
De locatie van de sensors moet worden bepaald volgens het advies van experts
met specialistische kennis van gasverdeling, de procesapparatuur in de fabriek
en de veiligheids- en montagekwesties. Zodra overeenstemming is bereikt
over de locatie van de sensors moet hier een aantekening van worden
gemaakt. Crowcon helpt u graag bij het bepalen van de juiste locatie voor de
gasdetectors.
2. Installatie Xgard type 6
54
2.2 Montage
Xgard moet op de aangewezen locatie worden geïnstalleerd met de sensor
omlaag gericht. Hierdoor kan er geen stof of water op de sensor achterblijven, en
wordt de toegang van het gas tot de cel niet belemmerd. Details over de montage
zijn weergegeven in Afbeelding 2. Let er bij het installeren van de detector op dat
u het geverfde oppervlak van de aansluitkast en de sensorhouder niet beschadigt.
2.3 Bekabelingsvoorschriften
De bekabeling naar de tot Xgard moet voldoen aan de geldende normen van
de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie en aan de elektrische
eisen van de detector.
Crowcon adviseert het gebruik van kabels met staaldraadomvlechting en
explosieveilige wartelmoeren. Alternatieve bekabelingstechnieken, zoals stalen
kabelkanalen, kunnen aanvaardbaar zijn als ze voldoen aan de geldende normen.
Xgard type 6 heeft een voeding nodig van 10-30 VDC bij maximaal 100
mA. Zorg voor een minimumspanning van 10 volt bij de detector, waarbij
u rekening houdt met de spanningsval door de weerstand van de kabel.
Bijvoorbeeld: Een nominale voeding bij het bedieningspaneel van 24 VDC
levert een gegarandeerde minimumspanning van 18 volt. De maximale
spanningsval is dus 8 volt. Xgard type 6 kan maximaal 100mA vragen en
dus bedraagt de maximaal toegestane lusweerstand 80 ohm.
Een kabel van 1,5 mm
2
heeft meestal een toelaatbaar kabeltraject van
3,3 km. In tabel 7 hieronder ziet u de maximum kabelafstanden bij veel
voorkomende kabelparameters.
Kabeldiameter Weerstand (ohm per km) Max. afstand
mm
2
Awg Kabel Lus (km)
1,0 17 18,1 36,2 2,2
1,5 15 12,1 24,2 3,3
2,5 13 7,4 14,8 5,4
Tabel 9: maximum kabelafstanden voor veel voorkomende kabels
De aanvaardbare diameter van de gebruikte kabel bedraagt 0,5 tot 2,5 mm
2
(20 tot
13 awg). De tabel is uitsluitend ter illustratie. Voor elke toepassing moet u
de feitelijke kabelparameters gebruiken om de maximum kabelafstanden
te berekenen.
2. Installatie Xgard type 6
55
2.4 Elektrische aansluitingen
Alle aansluitingen worden gemaakt via de schroefaansluitingen in het blok op
de PCB in de aansluitkast. De aansluitingen zijn gemarkeerd met ‘+’, ‘sig’ en
‘-’ en u moet letten op de juiste polariteit wanneer u de detector aansluit op
de regelapparatuur. Xgard type 6 is in de fabriek ingesteld als een ‘current
sink’ apparaat, tenzij anders opgegeven bij de bestelling. Om deze instelling
terug te stellen op ‘current source’ moet u de aansluitkast openen en de twee
aansluitingen op de PCB-versterker verplaatsen van de ‘sink’ stand naar de
‘srce’ stand, zoals weergegeven in Afbeelding 14.
Opmerking: de interne aardingsklem (zie Afbeelding 14) dient gebruikt te worden
voor de aarding van de
Xgard gasdetector. De externe aardingsklem (zie
Afbeelding 14) is enkel een bijkomende verbindingsaansluiting en dient enkel
gebruikt te worden waar lokale overheden een dergelijke aansluiting toelaten of
vereisen. De aansluitkast en kabelafscherming moeten aan het bedieningspaneel
zijn geaard om de gevolgen van radiofrequentie interferentie te beperken. Zorg
ervoor dat de aardverbinding uitsluitend in een veilige ruimte wordt uitgevoerd om
aardlussen te voorkomen.
Afbeelding 15: Xgard Type 6, elektrische aansluitingen
2. Installatie Xgard type 6
SIG
SIG
Xgard type 6 PCB
Bedieningspaneel
Aarde
10-30 VDC
4-20mA
(Sink of Source)
56
WAARSCHUWING
Voordat u begint met welke werkzaamheden dan ook,
moet u er zeker van zijn dat u de lokale voorschriften en
voorgeschreven procedures op de locatie opvolgt. Probeer
nooit de detector of aansluitkast te openen wanneer er
explosief gas aanwezig is. Zorg ervoor dat het bijbehorende
bedieningspaneel is geblokkeerd om vals alarm te voorkomen.
3.1 Inbedrijfstellingsprocedure
1. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te
schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid).
2. Controleer of alle elektrische aansluitingen correct zijn uitgevoerd volgens
Afbeelding 15.
3. Meet de spanning bij de ‘+’ en ‘-’ aansluitingen en controleer of er een
minimum voeding aanwezig is van 10 VDC.
4. Laat de detector ten minste 1 uur lang stabiliseren.
5. Voordat u kunt beginnen met de kalibratie van de detector, moet u eerst de
sensor voor de thermische geleidbaarheid uitbalanceren. Hiertoe verwijdert u
de PCB-afdekplaat en sluit een digitale voltmeter (DVM) aan op de testpunten
‘TP3’ en ‘TP4’ op de PCB-versterker, zoals weergegeven in Afbeelding 14. De
DVM moet worden ingesteld op het bereik mVDC.
Controleer het label van de detector voor details over het achtergrondgas.
Normaal gesproken is dit lucht, kooldioxide, stikstof of argon. Stuur een
monster van het achtergrondgas (100% volume concentratie) naar de sensor
met een stromingssnelheid van 0,5 1 liter/minuut via een flowadaptor
(onderdeelnr. C03005). Als het achtergrondgas lucht is, dan kan de sensor
gewoon aan schone omgevingslucht worden blootgesteld. De potentiometer
die is gemarkeerd als ‘VR3’ moet worden afgesteld zodat de DVM 0,00 mV
weergeeft. Nu kunt u de PCB-afdekplaat weer aanbrengen.
6. Sluit de DVM weer aan op de testpunten ‘TP1’ en ‘TP2’ op de PCB-versterker,
zoals weergegeven in Afbeelding 14.
Opmerking: Bij de testpunten is de nulaflezing 40 mV = 4 mA.
De volle uitslag (100% LEL) geeft 200 mV = 20 mA weer. Er is een stroomklem
van 25 mA op de 4-20 mA uitgang.
De detector op nul stellen
7. Controleer het label van de detector voor details over het achtergrondgas.
Normaal gesproken is dit lucht, kooldioxide, stikstof of argon. Stuur een
monster van het achtergrondgas (100% volume concentratie) naar de sensor
met een stromingssnelheid van 0,5 1 liter/minuut via een flowadaptor
(onderdeelnr. C03005). Als het achtergrondgas lucht is, dan kan de sensor
gewoon aan schone omgevingslucht worden blootgesteld. Stel de ‘ZERO’
potentiometer op de versterker (die toegankelijk is via een gat in de PCB-
3. Bediening Xgard type 6
57
afdekplaat) af, zodat de DVM 40 mV weergeeft. Controleer of de display van
de regelapparatuur op nul staat.
De detector kalibreren
8. Stuur kalibratiegas (de concentratie moet ten minste 100% volume van het
doelgas zijn, of een representatief mengsel van het gewenste gasbereik,
bijvoorbeeld 60% CH
4
/ 40% CO
2
) naar de detector met een stromingssnelheid
van 0,5 - 1 liter/minuut via een flowadaptor (onderdeelnr. C03005). Neem
contact op met Crowcon voor de levering van kalibratiegas.
9. Laat de gasaflezing stabiliseren (meestal 30 tot 60 seconden) en stel de ‘CAL’
potentiometer in totdat de DVM de juiste aflezing geeft (200 mV als 100%
doelgas is gebruikt). Gebruik de volgende formule om de DVM aflezing te
berekenen als de doelgasconcentratie in het kalibratiegas lager is dan 100%:
Waar ‘Bereik’ staat voor de maximumwaarde van het doelgas en ‘Gas’ voor de
concentratie van het doelgas in het kalibratiemengsel.
Voorbeeld: het kalibreren van een detector voor het meten van 0-100% volume
methaan in kooldioxide, met behulp van 60% CH
4
/ 40% CO
2
kalibratiegas:
10. Als de display van de regelapparatuur moet worden ingesteld, raadpleeg dan
de bedieningshandleiding van deze apparatuur.
11. Verwijder het gas en laat de sensor compleet tot rust komen, voordat u de
nulinstelling opnieuw controleert.
12. Sluit de aansluitkast van de detector en zorg ervoor dat de deksel goed is
vastgedraaid en dat de schroef zonder kop is geborgd.
13. De detector is nu klaar voor gebruik.
Opmerking: De Xgard type 6 geeft alleen betrouwbare metingen wanneer het
apparaat wordt blootgesteld aan een gasmengsel waarvoor het is gekalibreerd.
Als een detector bijvoorbeeld is gekalibreerd voor een CH
4
/ CO
2
mengsel, maar
wordt blootgesteld aan lucht, dan zal hij foute signalen produceren.
3. Bediening Xgard type 6
(
)
+ 40 = mV instelling
160
Bereik
x Gas
(
160
100
x 60
) + 40 = 136 mV
58
3.2 Periodiek onderhoud
De levensduur van de sensor hangt af van de toepassing waarvoor hij wordt
gebruikt. We verwachten dat een sensor van het type thermische geleidbaarheid
onder ideale omstandigheden 5 jaar lang naar tevredenheid zal functioneren.
Sensors zijn gevoelig voor beschadiging door vibraties en schokken. Daarom
moet u metingen uitvoeren om zeker te weten dat de detector niet afwijkt door
deze invloeden.
De situatie op de locatie bepaalt de frequentie waarop de detectors worden
getest. Crowcon raadt aan om de detectors ten minste om de 6 maanden met
gas te testen en indien nodig opnieuw te kalibreren. Om een detector opnieuw te
kalibreren volgt u de stappen in 3.1 hierboven.
De gesinterde ring moet regelmatig worden geïnspecteerd en worden vervangen
als hij vervuild is. Een geblokkeerde gesinterde ring kan ertoe leiden dat er geen
gas bij de sensor komt.
Wanneer u onderhoudswerkzaamheden aan de Xgard heeft uitgevoerd,
controleer dan of de O-ringen van de sensorhouder en de deksel van de
aansluitkast in goede staat zijn en vergeet ze niet aan te brengen om het apparaat
te beschermen tegen indringing van vuil of vocht van buitenaf. Zie het hoofdstuk
‘Reserveonderdelen en accessoires’ voor de onderdeelnummers van de O-ringen.
3. Bediening Xgard type 6
59
3.3 Vervanging sensors/onderhoud aan detectors
Xgard maakt gebruik van een modulair ontwerp, waardoor het vervangen
van sensors of gesinterde ringen uiterst eenvoudig is. Reservesensors zijn bij
levering reeds gemonteerd op een PCB, zodat u ze eenvoudig kunt insteken. Een
opengewerkte tekening van
Xgard ziet u in Afbeelding 3. Voor het onderhoud van
een
Xgard detector kunt u de volgende procedure volgen.
WAARSCHUWING
Deze werkzaamheden moet worden uitgevoerd door Crowcon
of een door een erkend servicecentrum, tenzij u geschikte
training heeft ontvangen.
1. Schakel de stroom naar de detector af en isoleer deze zorgvuldig.
2. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te
schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid).
3. Draai de sensorhouder los en verwijder de sensor en PCB van de sensor.
4. Monteer de nieuwe sensor (nadat u heeft gecontroleerd of het onderdeelnummer
overeenkomt met het nummer dat is vermeld op het label van de aansluitkast
van de detector). Let erop of de opsluitpennen correct corresponderen met de
sleuven in de aansluitkast.
5. Controleer eerst of de gesinterde ring niet vuil is en breng dan de sensorhouder
weer op zijn plaats. Vervuilde onderdelen moeten worden vervangen (zie
het hoofdstuk “Reserveonderdelen” voor de onderdeelnummers), omdat
eventuele blokkeringen ertoe kunnen leiden dat de sensor minder gevoelig
wordt en dus trager reageert op de aanwezigheid van gas.
6. Volg de inbedrijfstellingsprocedure in 3.1.
3. Bediening Xgard type 6
60
Materiaal aansluitkast A356 legering van marinekwaliteit
met polyester poedercoating
316 Roestvaststaal (optioneel)
Afmetingen 156 x 166 x 111 mm (6,1 x 6,5 x 4,3 inch)
Gewicht Legering: 1 kg (2,2 lbs)
Roestvaststaal: ca. 3,1 kg (6,8 lbs)
Bedrijfsspanning 10–30 VDC
Stroomverbruik 100 mA bij 10 V 0 mA bij 24 V
Uitgang 4-20 mA Sink of Source
(Geselecteerd door Aansluitingen)
Foutsignaal < 3 mA
Maximum weerstand 40 ohm bij18 V (stroom) +ve aansluiting
kabellus 450 ohm bij 18 V (signaal) sig aansluiting
Met betrekking tot -ve aansluiting (algemeen)
Bedrijfstemperatuur +10°C tot +55°C (50 tot +131°F)
Vochtigheid 0–90% RV, niet condenserend
Beschermingsgraad IP65
Explosiebescherming Explosieveilig
Goedkeuringscode ATEX
II 2 GD Ex d IIC T6 Gb
Tomg. = -40°C tot 50°C
Extb IIIC T80°C Db
ATEX
II 2 GD Ex d IIC T4 Gb
Tomg. = -40°C tot 80°C
Extb IIIC T110°C Db
IECEx BAS 05.0042
UL Klasse I, Division 1, Groepen B, C & D
IECEx BAS 05.0043x
Nr. veiligheidscertificaat. ATEX Baseefa04ATEX0024X
Normen EN60079-0:2012, EN60079-1:2007, EN60079-
31:2009 IEC 60079-0:2011 (Ed 6), IEC60079-1:
2007 (Ed 6), IEC60079-31:2008 (Ed 1) UL1203
Zones Gecertificeerd voor gebruik in zones 1 en 2 (gas) en
zones 21 en 22 (stof).
Gasgroepen IIA, IIB, IIC (UL groepen B, C, D)
EMC EN50270
4. Specificatie Xgard type 6
61
1. Introduction
Zie het hoofdstuk Sensortype over het label op de hoofdaansluitkast voor het
juiste onderdeelnummer van de nieuwe sensor.
Beschrijving Onder Xgard type
deelnummer
Sensorhouder (aluminium) S012132/S Alleen Type 1 (UL)
Sensorhouder (glasversterkt nylon) S012982 Alleen Type 1 (ATEX)
Sensorhouder c/w gesinerde ring (aluminium) S012133/S Types 2,3,5,6
Sensor zegel (aluminium houder M04885 Alle Types*
met glasvezel versterkt nylon)
Sensorhouder (roestvaststaal) M01945 Type 1
Sensorhouder met gesinterde ring (roestvaststaal) M01932 Types 2,3,5,6
Sensor zegel (roestvaststalen houder) M04971 Types 1,2,3,5,6
O-ring van sensorhouder de woorden (aluminium en M04828 Alle Types*
roestvrij staal)
O-ring van sensorhouder voor met glasvezel versterkt M04481 Type 1
nylon
O-ring deksel van aasluitkast M04829 Alle Types*
PCB versterker voor het volgende soort gas: S011238/2 Types 1 & 2
Koolmonoxide, chloor, chloor dioxide, waterstof,
waterstof sulphide, stikstofdioxide, zwaveldioxide
PCB versterker voor het volgende soort gas: S011896/2 Types 1 & 2
ammoniak, arsine, bromine, diborane, fluorine,
germane, waterstof cyanide, waterstof fluoride,
ozon, phosgene, phosphine, silane (Cellensensoric)
PCB versterker (zuurstof) S011240/2 Types 1 & 2
PCB versterker (explosief, brug) S011469/2 Type 3
PCB versterker (explosief, hoge temperatuur) S011720 Type 4
PCB versterker (explosief, 4-20mA) S011242/2 Type 5
PCB versterker (thermische geleidingsvermogen, S011837 Type 6
4-20mA)
PCB – afdekplaat M04770 Alle Types*
Kalibratieadaptor C03005 Alle Types
Waterdichte stop C01886 AlleenType 4
Montageset kabelkanaal S011918 Alle Types*
Afdichtingsring voor onderzijde van sensor M04909 Type 4
Afdichtingsring voor deksel van aansluitdoos”. M04910 Type 4
* Met uitzondering van Xgard Type 4
1. Introduction Reserveonderdelen en accessoires
62
1. Introduction 1. Introduction 1. Introduction 1. Introduction 1. Introduction 1. Introduction 1. Introduction 1. Introduction
Accessoire-adaptor
C011061
Spatwaterscherm
C01052
Reserveonderdelen en accessoires
Weerbestendige dop
C01442
Flowadaptor
C01839
Verzamelkegel
C01051
Zonneklep
C011063
De aantekening: deze onderdelen zün neit compatibel met Xgard Type 4.
63
De sensors gebruikt in Xgard hebben beperkingen die gelden voor al dit
soort gassensors en de gebruikers moeten zich bewust zijn de punten die
hieronder zijn opgesomd. Crowcon kan advies geven over bepaalde situaties en
alternatieve sensors voorstellen als het instrument waarschijnlijk onder extreme
omstandigheden wordt gebruikt.
De prestaties van elektrochemische sensors veranderen bij extreme
temperaturen. Raadpleeg Crowcon als de detector wordt blootgesteld aan
omgevingstemperaturen lager dan–20°C of hoger dan +40°C (-4°F en 104°F).
Extreme vochtgehaltes kunnen ook problemen veroorzaken. De sensors
zijn officieel geschikt voor een omgeving met een (gemiddelde) relatieve
vochtigheid van 15-90%. Ze worden echter van de tropen tot in woestijnen en
toendra’s gebruikt zonder dit ze normaal gesproken problemen oplevert.
Water, verontreinigingen of verf mogen niet in contact komen met de sensor,
omdat hierdoor de gasverdeling wordt belemmerd. Detectors moeten worden
gemonteerd met de sensor omlaag gericht om dit te helpen voorkomen.
Aanhoudende blootstelling aan bepaalde stoffen kan de sensors verontreinigen.
De kalibratie moet worden gecontroleerd volgens de instructies voor elk
detectortype om ervoor te zorgen dat de sensor correct functioneert.
Aanhoudende blootstelling aan hoge niveaus van toxische of explosieve
gassen verkorten de levensduur van de sensor. Als het hoge gasgehalte
corrosief is (bv. zwavelwaterstof) dan kunnen de metalen onderdelen na
verloop van tijd beschadigd raken.
Sensors kunnen gevoelig zijn voor andere gassen. Neem bij twijfel contact op
met Crowcon of uw lokale vertegenwoordiger.
Opslaginstructies: Elektrochemische sensoren gebruikt in Xgard types
1 en 2 hebben een maximum niet-aangesloten opslaglevensduur van 3
maanden. Sensors bewaard in een detector langer dan 3 maanden vóór
ingebruikname gaan mogelijk niet de volledige verwachte bedrijfsduur mee. De
garantieperiode voor alle sensors vangt aan vanaf de datum van verzending
bij Crowcon. Detectors dienen opgeslagen te worden in een koele en droge
ruimte waar temperaturen binnen het bereik van 0-20°C blijven.
Er bestaan geen regels die bepalen wat de beste locatie is voor de detectors,
maar u vindt behoorlijke ondersteuning in NEN-EN 50073:1999 ‘Leidraad voor
de keuze, het installeren, het gebruik en het onderhoud van toestellen voor de
detectie en meting van brandbare gassen of zuurstof’. Indien van toepassing,
mogen soortgelijke internationale praktijkrichtlijnen worden gebruikt. Verder
publiceren enkele regelgevende instanties specificaties met minimum eisen aan
gasdetectie voor specifieke toepassingen.
De detector moet worden gemonteerd op een plaats waar het gas het meest
waarschijnlijk aanwezig is.
Bijlage: Sensorbeperkingen
64
1. Introduction 1. Introduction 1. Introduction 1. Introduction 1. Introduction 1. Introduction Garantieverklaring
Deze apparatuur verlaat onze fabriek volledig getest en gekalibreerd. Indien
de apparatuur binnen de garantieperiode defect mocht blijken te zijn omwille
van fouten in afwerking of materiaal, gaan we naar goeddunken over
tot de reparatie of gratis vervanging overeenkomstig de hierna vermelde
voorwaarden.
Garantieprocedure
Om een efficiënte verwerking van alle klachten toe te laten, dient u contact op
te nemen met uw klantenserviceteam op +44 (0)1235 557711 met de volgende
informatie:
uw contactnaam, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres.
beschrijving en aantal terug gezonden goederen, inclusief eventuele
accessoires.
serienummer(s) van instrument.
reden van terugzending
Vraag een terugzendingsformulier aan voor identificatie en opspoorbaarheid.
Dit formulier kan worden gedownload van onze website ‘crowconsupport.
com’, samen met een terugzendingslabel, alternatief kunnen we u een kopie
doormailen.
Instrumenten worden niet aanvaard voor garantie zonder een Crowcon
Returns Number (“CRN”) (terugzendingsnummer voor Crowcon). Het
adreslabel dient absoluut goed vast op de buitenverpakking van de
teruggezonden goederen bevestigd te worden.
De garantie vervalt indien blijkt dat aan het instrument wijzigingen of
modificaties werden uitgevoerd of indien het ontmanteld blijkt geweest te zijn
of er mee geknoeid is. De garantie dekt geen misbruik of verkeerd gebruik
van het toestel.
Iedere garantie op batterijen kan vervallen indien blijkt dat een niet-
goedgekeurde lader werd gebruikt. Niet-herlaadbare batterijen zijn uitgesloten
van deze garantie.
Aanspraak op garantie voor sensoren veronderstelt normaal gebruik en
zal vervallen indien de sensoren werden blootgesteld aan buitensporige
concentraties van gas, te langdurige perioden van blootstelling aan gas of
werden blootgesteld aan “giftige stoffen” die de sensor kunnen beschadigen,
zoals deze uitgestoten door spuitbussen
Garantieverklaring
Crowcon aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige gevolgschade of enig
onrechtstreeks verlies of beschadiging die (dat) zich zou kunnen voordoen (met
inbegrip van elk verlies of beschadiging door gebruik van het instrument) en alle
aansprakelijkheid met betrekking tot een derde partij is uitdrukkelijk uitgesloten.
65
Deze garantie verleent geen zekerheid over de kalibratie van het toestel of de
buitenafwerking van het product. Het toestel moet onderhouden worden in
overeenstemming met de instructies voor gebruik en onderhoud.
De garantie voor vervanging van gebruiksgoederen (zoals sensoren) geleverd
onder waarborg van vervanging van defecte items, wordt beperkt tot de niet-
verstreken garantietermijn van het oorspronkelijk geleverd item.
Crowcon behoudt zich het recht voor om een gereduceerde garantieperiode te
bepalen, of een garantieperiode af te wijzen voor iedere sensor geleverd voor
gebruik in een omgeving of voor een applicatie waarvan bekend is dat ze een
risico voor degradatie of beschadiging van de sensor kan inhouden.
Onze aansprakelijkheid met betrekking tot defecte uitrusting wordt beperkt tot
de verplichtingen vermeld in het garantiebewijs en enige verlengde garantie,
omstandigheid of verklaring, uitdrukkelijk vermeld of wettelijk verondersteld
of in afwijking van de verkoopbaarheidskwaliteit van onze uitrusting of de
geschiktheid er van voor een bepaald doel is uitgesloten met uitzondering van
de wettelijke bepalingen. Deze garantie heeft geen invloed op de wettelijke
rechten van de klant.
Crowcon behoudt zich het recht voor om een vergoeding aan te rekenen
voor behandeling en transport, wanneer blijkt dat aan toestellen die worden
teruggezonden als defect enkel normale kalibratie of servicing dient te worden
uitgevoerd en waarvan de klant de uitvoering dan weigert.
Gelieve voor garantie en technische ondersteuning contact op te nemen met:
Klantenservice
Tel +44 (0) 1235 557711
Fax +44 (0) 1235 557722
Garantieverklaring
1180
© 2015 Crowcon Detection Instruments Ltd.
Crowcon and Xgard are registered trade marks.
UK Office
Crowcon Detection Instruments Ltd
172 Brook Drive,
Milton Park,
Abingdon
Oxfordshire
OX14 4SD
Tel: +44 (0) 1235 557700
Fax: +44 (0) 1235 557749
Website: www.crowcon.com
USA Office
Crowcon Detection Instruments Ltd
1455 Jamike Ave, Suite 100
Erlanger
KY 41018
Tel: +1 859 957 1039 or 1 800 527 6926
Fax: +1 859 957 1044
Website: www.crowcon.com
Netherlands Office
Crowcon Detection Instruments Ltd
Vlambloem 129
3068JG, Rotterdam
Netherlands
Tel: + 31 10 421 1232
Fax: + 31 10 421 0542
Website: www.crowcon.com
Singapore Office
Crowcon Detection Instruments Ltd
Block 194, Pandan Loop
#06-20 Pantech Industrial Complex
Singapore 128383
Tel: + 65 6745 2936
Fax: +65 6745 0467
Website: www.crowcon.com
China Office
Crowcon Detection Instruments Ltd
(Beijing)
Unit 316, Area 1, Tower B, Chuangxin
Building
12 Hongda North Road, Beijing
Economic Technological Development
Area
Beijing, China 100176
Tel: +86 10 6787 0335
Fax: +86 10 6787 4879
Website: www.crowcon.com

Documenttranscriptie

Xgard Gasdetectors Installatie-,bedieningsen onderhoudsinstructies M07254 Editie 11 Januari 2015 Veiligheidsinformatie • Xgard gasdetectors dienen strikt volgens deze instructies, waarschuwingen, labelinformatie en binnen de vermelde grenzen te worden geïnstalleerd, bediend en onderhouden. • De deksel op explosieveilige versies van de Xgard moet goed gesloten blijven totdat de stroom naar de detector is geïsoleerd, want anders kan ontsteking van een explosieve atmosfeer plaatsvinden. Voordat u de deksel verwijdert voor onderhouds- of kalibratiedoeleinden, moet u zeker weten dat de omgevingsatmosfeer vrij is van explosieve gassen of dampen. • Xgard detectors zijn ontworpen voor het detecteren van gassen of dampen in de lucht en niet in een inerte of zuurstofarme atmosfeer. Xgard zuurstofdetectors kunnen wel meten in een zuurstofarme atmosfeer. • De elektrochemische cellen die worden gebruikt in de toxische en zuurstofversies van de Xgard bevatten kleine hoeveelheden corrosief elektrolyt. Wanneer u deze cellen vervangt, moet u ervoor zorgen dat de elektrolyt niet in contact komt met uw huid of ogen. • Onderhoud en kalibratie mag alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd onderhoudspersoneel. • Er mogen uitsluitend originele Crowcon reserveonderdelen worden gebruikt, want anders vervalt de certificering en garantie van de detector. • Xgard detectors moeten worden beschermd tegen extreme vibraties en direct zonlicht in hete omgevingen, want hierdoor kan de temperatuur van de detector oplopen tot boven de toegestane grenzen wat kan leiden tot voortijdige storingen. Een zonneklep is beschikbaar voor Xgard • Deze apparatuur mag niet worden gebruikt in een omgeving waarin zich koolstofdisulfide bevindt. • Xgard types 2, 3, 5 & 6 zijn gecertificeerd voor gebruik in atmosferen die ontvlambare stoffen kunnen bevatten. Ze zullen echter de aanwezigheid van ontvlambare stof niet detecteren en de respons van de gassensor kan nadelig beïnvloed worden wanneer deze geblokkeerd raakt in een omgeving met veel stof. Xgard-detectoren dienen regelmatig geïnspecteerd te worden bij gebruik in een omgeving met veel stof. • Voor Exd-gecertificeerde Xgards (Types 2-6) moeten kabelpakkingen met een afdichting worden gebruikt als er waarschijnlijk Groep IIC-gassen aanwezig zijn (ref: EN60079-14:2008 deel 10.4.2). 2 Veiligheidsinformatie Classificatie van gevaarlijke ruimtes: Zone 0: Een ruimte die is geclassificeerd als Zone 0 bevat ontvlambare concentraties van explosieve gassen, dampen of vloeistoffen die onder normale werkomstandigheden voortdurend of gedurende lange perioden aanwezig zijn. Intrinsiek veilige (Exia) detectors zijn geschikt voor gebruik in Zone 0, mits ze zijn aangesloten via een zenerbarrière of galvanische isolator. Zone 1: Een ruimte die is geclassificeerd als Zone 1 bevat waarschijnlijk ontvlambare concentraties van explosieve gassen, dampen of vloeistoffen die onder normale werkomstandigheden aanwezig zijn. Explosieveilige (Exd) detectors zijn geschikt voor gebruik in Zone 1. Intrinsiek veilige (Exia) detectors zijn geschikt voor gebruik in Zone 1, mits ze zijn aangesloten via een zenerbarrière of galvanische isolator. Zone 2: Een ruimte die is geclassificeerd als Zone 2 bevat waarschijnlijk geen ontvlambare concentraties van explosieve gassen, dampen of vloeistoffen die onder normale werkomstandigheden aanwezig zijn. Explosieveilige (Exd) detectors zijn geschikt voor gebruik in Zone 2. Intrinsiek veilige (Exia) detectors zijn geschikt voor gebruik in Zone 2, mits ze zijn aangesloten via een zenerbarrière of galvanische isolator. Gebieden die ontvlambaar stof kunnen bevatten, zijn ingedeeld als zone 20, zone 21 en zone 22. Opmerkingen: In Noord-Amerika wordt de term ‘Divisions’ gebruikt om risico’s te categoriseren: Division 1 is equivalent aan Zone 0 of 1 Division 2 is equivalent aan Zone 2 Volgens Europese ATEX-voorschriften is apparatuur voor gevaarlijke ruimtes opnieuw gedefinieerd in ‘apparatuurcategorieën’ waarbij: Apparatuur van categorie 1 geschikt is voor Zone 0 Apparatuur van categorie 2 geschikt is voor Zone 1 Apparatuur van categorie 3 geschikt is voor Zone 2 3 Overzicht Productoverzicht Xgard is een familie gasdetectors voor het controleren van een zeer breed assortiment toxische en explosieve gassen en zuurstof. Xgard is verkrijgbaar als intrinsiek veilige (Exia) of explosieveilige (Exd) detector, afhankelijk van het type sensor en de voorkeur van de klant. Intrinsiek veilige versies zijn geschikt voor gebruik in gevaarlijke ruimtes van Zone 0, 1 of 2, mits gebruikt met een zenerbarrière of galvanische isolator. Explosieveilige versies zijn geschikt voor gebruik gevaarlijke ruimtes van Zone 1 of 2. Zie het label op de aansluitkast van de detector om te controleren welk type certificaat betrekking heeft op het product. De definities van gevaarlijke ruimtes vindt u onder het kopje “Classificatie van gevaarlijke ruimtes” op pagina 3. Opmerking: als er geen label met certificaat op de aansluitkast is aangebracht, dan de detector is niet gecertificeerd voor gebruik in gevaarlijke ruimtes. Vlambestendige Xgard UL SS IFI LA Vmax:28V, Pmax:1.2W, Imax:150mA, Ci:14.4nF, Li:0 uH 66Y6 C Securite Intriseque. Classified as to Intrinsic Safety For use in Class I, Groups A, B, C and D Haz. Loc when installed in accordance with control drawing No S-4838-A3. WARNING Substitution of Components May Impair Intrinsic Safety. To prevent ignition of flammable or combustible atmospheres read, understand and adhere to the manufacturer's live maintenance procedures. XX Intrinsiek veilige Xgard – Type 1 UL Afbeelding 1: Labels met Xgard certificaten 4 A SS IF I 66Y6 AS TO RISK OF FIRE, ELECTRIC SHOCK & EXPLOSIVE HAZARDS ONLY. WARNING To reduce the risk of ignition of Hazardous Atmosheres disconnect the equipment from the supply circuit before opening. Keep assy tightly closed when in operation. Conduit runs must have sealing fitting connected within 18 inches of enclosure. ED CROWCON XGARD GAS DETECTOR TYPE 1 Exia TOXIC -40°C<Ta<+55°C T4 C XX CROWCON < a< CLASS I, DIVISION 1, GROUPS B, C, & D CL < a< Vmax: 28V, Pmax: 1.2W, Ci: 15.6nF, Li: 0uH 66Y6 C US Securite Intriseque. Classified as to Intrinsic Safety For use in Class I, Groups A, B, C and D Haz. Loc when installed in accordance with control drawing No S-4838-A3. WARNING Substitution of Components May Impair Intrinsic Safety. To prevent ignition of flammable or combustible atmospheres read, understand and adhere to the manufacturer's live maintenance procedures. Intrinsiek veilige Xgard – Type 1 ED XGARD GAS DETECTOR TYPE SS IFI LA ED CROWCON XGARD GAS DETECTOR TYPE 1 Exia OXYGEN -40°C < Ta < +55°C T4 Xgard type 4 ATEX en IECEx brandbestendig C Xgard types 2, 3, 5, 6 ATEX en IECEx brandbestendig 2006 Overzicht Elk type Xgard detector is te herkennen aan het label dat is gemonteerd op de aansluitkast. Vermeld het ‘modelnummer’, ‘gasbereik’ en ‘sensortype’ op het label wanneer u contact opneemt met Crowcon voor advies of reserveonderdelen. In deze handleiding staan alle Xgard, versies beschreven, dus let erop dat u verwijst naar de tekst die hoort bij het type detector dat u gebruikt. Om welk type Xgard detector het gaat, leest u op het productlabel. Het Xgard detector type is detailed on the product label. The Xgard assortiment wordt als volgt weergegeven: Type 1: Intrinsiek veilige detector voor toxische gassen en zuurstofgas Type 2: Explosieveilige detector voor toxische gassen en zuurstofgas Type 3: Explosieveilige detector voor explosieve gassen Type 4: Explosieveilige detector voor explosieve gassen op hoge temperatuur Type 5: Explosieveilige detector voor explosieve gassen met uitgang van 4-20 mA Type 6: Explosieveilige gasdetector van het type thermische geleidbaarheid Productbeschrijving Xgard is universeel samengesteld en bestrijkt een volledig assortiment sensors voor toxische en explosieve gassen en zuurstofgas. De Xgard bestaat uit vijf hoofdonderdelen: de aansluitkast, deksel van de aansluitkast, PCB-versterker/ aansluitingen, PCB-sensor en sensorhouder. Deze zijn als opengewerkte tekening weergegeven in afbeelding 3. Er is een afdekplaat gemonteerd op de PCB-versterker om deze te beschermen wanneer de aansluitkast open is. Deze afdekplaat is zodanig ontworpen dat toegang mogelijk is tot alle kabelaansluitingen, testpunten en potentiometers zonder de afdekplaat te hoeven verwijderen. De aansluitkast is verkrijgbaar in drie versies: met glasvezel versterkt nylon voor Xgard Type 1; corrosiebestendig aluminium voor alle types of 316 roestvrij staal voor alle types. De aansluitkast is voorzien van een ingang voor kabelwartels (1 x M20, 1¼2” of 3¼4”) NPT aan de rechterzijde voor toepassingen van de klant. De aansluitkast kan aan de wand of het plafond worden bevestigd met behulp van M6 bevestigingsmoeren. Indien nodig zijn er adaptors voor de kabelwartels verkrijgbaar (zie het hoofdstuk “Reserveonderdelen en accessoires”). 5 Veiligheidsinformatie 36 Sleuf CRS Sleuven voor M6 of 1/4” bevestigingsbouten voor montage aan het plafond M20, 1/2” of 3/4” NPT kabelingang 155,5 Totaal 166,3 Totaal Hoogte 111 Alle afmetingen in millimeters Afbeelding 2: Xgard maatschets 6 Sleuven voor M6 of 1/4” bevestigingsbouten 146 CRS Veiligheidsinformatie Stifttap Label Xgard Printplaatdeksel Basis behuizing O-ring afdichting voor deksel versterker van der printplaat Sensor module Sensor zegel O-ring sensorbehuizing Stifttap Sensorbehuizing Afbeelding 3: Xgard opengewerkte tekening (waar toepasbaar, de onderdeelnummers zijn in haakjes gescrokken). 7 8 Inhoudsopgave Type 1 - Intrinsiek veilige detector voor toxische gassen en zuurstofgas ......................................................................... 9 1. 2. 3. 4. Inleiding............................................................................................. 9 Installatie.......................................................................................... 10 Bediening......................................................................................... 13 Specificatie...................................................................................... 16 Type 2 - Explosieveilige detector voor toxische gassen en zuurstofgas........................................................ 17 1. Inleiding........................................................................................... 17 2. Installatie.......................................................................................... 18 3. Bediening......................................................................................... 21 4. Specificatie...................................................................................... 24 Type 3 - Explosieveilige detector voor explosieve gassen............. 25 1. Inleiding........................................................................................... 25 2. Installatie.......................................................................................... 26 3. Bediening......................................................................................... 29 4. Specificatie...................................................................................... 32 Type 4 - Explosieveilige detector voor explosieve gassen op hoge temperatuur............................................................. 33 1. Inleiding........................................................................................... 33 2. Installatie.......................................................................................... 34 3. Bediening......................................................................................... 37 4. Specificatie...................................................................................... 40 Type 5 - Explosieveilige detector voor explosieve gassen met uitgang van 4-20 mA........................................................ 41 1. Inleiding........................................................................................... 41 2. Installatie.......................................................................................... 42 3. Bediening......................................................................................... 45 4. Specificatie...................................................................................... 49 Type 6 - Explosieveilige gasdetector van het type thermische geleidbaarheid................................................................. 50 1. Inleiding........................................................................................... 50 2. Installatie.......................................................................................... 51 3. Bediening......................................................................................... 54 4. Specificatie...................................................................................... 58 Reserveonderdelen en accessoires................................................... 59 Bijlage: Sensorbeperkingen................................................................ 61 Garantieverklaring............................................................................... 62 9 10 1. Inleiding Xgard type 1 1.1 Intrinsiek veilige detector voor toxische gassen en zuurstofgas Dez Xgard versie is een intrinsiek veilige detector met 4-20 mA lusvoeding (‘current-sink’) voor toxische gassen of zuurstofgas. Het apparaat kan een breed assortiment gassen detecteren indien het is voorzien van de juiste elektrochemische sensor. De detector is gecertificeerd als II 1 G Ex ia IIC T4 Ga en is geschikt voor gebruik in gevaarlijke ruimtes met de classificatie Zone 0, Zone 1 en Zone 2 mits gebruikt met een zenerbarrière of galvanische isolator. Elektrische aansluitingen aan de detector lopen via het aansluitblok op de PCBversterker, zoals hieronder weergegeven. De versterker levert stroom aan de sensor en zet het sensorsignaal om in een signaal van 4-20 mA voor aansluiting op een bedieningspaneel. Aarde Extra externe aardingsklem (aarde) Testpunten Nul instellen Aan Aansluitingen voor gebruik door Crowcon (alleen toxische versie) Afbeelding 4: Xgard Type 1, lay-out PCB (Afgebeeld met verwijderde PCB-afdekplaat) 11 2. Installatie Xgard type 1 WAARSCHUWING Deze detector is ontworpen voor gebruik in gevaarlijke ruimtes met de classificatie Zone 0, Zone 1 en Zone 2 en is II 1 G Ex ia IIC T4 Ga mits gebruikt met gecertificeerd als een zenerbarrière of galvanische isolator. De installatie moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Crowcon. Alvorens de detector te installeren moet u er zeker van zijn dat de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op de locatie op worden opgevolgd. 2.1 Locatie U moet de detector monteren op een plaats waar de grootste kans bestaat dat het te detecteren gas wordt gemeten. Let op de volgende punten bij het bepalen van de juiste plaats voor de gasdetector: • Om gassen te detecteren die lichter zijn dan lucht, moet u de detector op een hoog punt monteren. Crowcon adviseert bovendien het gebruik van een verzamelkegel (onderdeelnr. C01051) en een accessoire-adaptor (onderdeelnr. M04666). • Om gassen te detecteren die zwaarder zijn dan lucht, moet u de detector op een laag punt monteren. • Wanneer u de detectors bevestigt, houd dan rekening met mogelijke beschadiging door natuurlijke invloeden (bv. regen of overstroming). Voor detectors die buiten worden gemonteerd adviseert Crowcon het gebruik van een spatwaterscherm (onderdeelnr. C01052) en een accessoire-adaptor (onderdeelnr. M04666). • Als u een zuurstofdetector wilt monteren, dan moet u weten welk gas zorgt voor de verplaatsing van de zuurstof. Zo is kooldioxide zwaarder dan lucht en verzamelt zich in lage zones. Het verplaatst de zuurstof en dus moet u de detectors op een laag punt aanbrengen. • Houd er rekening mee dat de detector eenvoudig toegankelijk moet zijn voor tests en onderhoud. • Houd er rekening mee hoe het ontsnappende gas zich kan gedragen door natuurlijke of geforceerde luchtstromen. Monteer detectors in ventilatiekanalen indien van toepassing. • Houd rekening met de procesomstandigheden. Zo is ammoniak normaal gesproken lichter dan lucht, maar als het vrijkomt uit een koelsysteem dan kan het gas dalen in plaats van stijgen. De locatie van de sensors moet worden bepaald volgens het advies van experts met specialistische kennis van gasverdeling, de procesapparatuur in de fabriek en de veiligheids- en montagekwesties. Zodra overeenstemming is bereikt over de locatie van de sensors moet hier een aantekening van worden gemaakt. Crowcon helpt u graag bij het bepalen van de juiste locatie voor de gasdetectors. 12 2. Installatie Xgard type 1 2.2 Montage Xgard moet op de aangewezen locatie worden geïnstalleerd met de sensor omlaag gericht. Hierdoor kan er geen stof of water op de sensor achterblijven, en wordt de toegang van het gas tot de cel niet belemmerd. Details over de montage zijn weergegeven in Afbeelding 2. Let er bij het installeren van de detector op dat u het geverfde oppervlak van de aansluitkast en de sensorhouder niet beschadigt. 2.3 Bekabelingsvoorschriften De bekabeling naar de tot Xgard moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie en aan de elektrische eisen van de detector. Crowcon adviseert het gebruik van een afgeschermde, tweeaderige kabel met een minimale doorsnede van 0,5 mm2 (20 awg). Gebruik weerbestendige kabelwartels. Alternatieve bekabelingstechnieken, zoals stalen kabelkanalen kunnen aanvaardbaar zijn, mits ze voldoen aan de geldende normen. Xgard heeft een lusvoeding nodig van 8-30 VDC (gebruik bij montage in een gevaarlijke ruimte geen hogere spanning dan de maximaal toegestane waarde voor de zenerbarrière, meestal 28 volt). Zorg voor een minimumspanning van 8 volt bij de detector, waarbij u rekening houdt met de spanningsval door de weerstand van de kabel en de zenerbarrière (indien gemonteerd) en de sensorweerstand van het bedieningspaneel waarmee hij is verbonden. Bijvoorbeeld: een nominale voeding bij het bedieningspaneel van 24 VDC levert een gegarandeerde minimumspanning van 19,5 volt. Het circuit kan tot 20 mA nodig hebben. Bij een gegeven sensorweerstand in het bedieningspaneel van 232 ohm bedraagt de maximum toegestane spanningsval door de kabelweerstand 6,8 volt. De maximum toegestane lusweerstand is 340 ohm (ongeveer). Een kabel van 1,5 mm2 heeft meestal een toelaatbaar kabeltraject van 14 km. In tabel 1 hieronder ziet u de maximum kabelafstanden bij veel voorkomende kabelparameters. Kabeldiameter. mm2 Awg Weerstand (ohm per km) Kabel Lus Max. afstand (km) Max. afstand met 330 ž Zzenerbarrière km 1,0 17 18,1 36,2 9,4 1,5 15 12,1 24,2 14 0,35 0,5 2,5 13 7,4 14,8 23 0,85 Table 1: Maximum kabelafstanden voor veel voorkomende kabels De aanvaardbare diameter van de gebruikte kabel bedraagt 0,5 tot 2,5 mm2 (20 tot 13 awg). De tabel is uitsluitend ter illustratie. Voor elke toepassing moet u de feitelijke kabelparameters gebruiken om de maximum kabelafstanden te berekenen. 13 2. Installatie Xgard type 1 2.4 Elektrische aansluitingen Alle aansluitingen worden gemaakt via de schroefaansluitingen in het blok op de PCB-versterker in de aansluitkast. De aansluitingen zijn gemarkeerd met ‘+’ en ‘-’ en u moet letten op de juiste polariteit wanneer u de detector aansluit op de regelapparatuur. Deze versie van Xgard is een 4-20 mA ‘current sink’ apparaat en heeft een voeding nodig van 8-30 VDC. Opmerking: de interne aardingsklem (zie Afbeelding 4) dient gebruikt te worden voor de aarding van de Xgard gasdetector. De externe aardingsklem (zie Afbeelding 4) is enkel een bijkomende verbindingsaansluiting en dient enkel gebruikt te worden waar lokale overheden een dergelijke aansluiting toelaten of vereisen. De aansluitkast en kabelafscherming moeten aan het bedieningspaneel zijn geaard om de gevolgen van radiofrequentie interferentie te beperken. Zorg ervoor dat de aardverbinding uitsluitend in een veilige ruimte wordt uitgevoerd om aardlussen te voorkomen, en de I.S.-certificering te behouden. Pepperl & Fuchs en MTL zenerbarrières Xgard Type 1 PCB Bedieningspaneel 2 Pepperl & Fuchs 7 1 Z715 / Z728 8 SIG I.S. Aarde GEVAARLIJKE RUIMTE VEILIGE RUIMTE 4 3 2 1 MTL7715+-/ MTL7728+- SIG I.S. Aarde Pepperl & Fuchs en MTL galvanische isolators Xgard Type 1 PCB Bedieningspaneel .)'67&([  3HSSHUO )XFKV     6,* Voeding 24 VDC Aarde GEVAARLIJKE RUIMTE VEILIGE RUIMTE   07/  Voeding 24 VDC   6,* Aarde Afbeelding 5: Xgard Type 1, elektrische aansluitingen 14 3. Bediening Xgard type 1 WAARSCHUWING Voordat u begint met welke werkzaamheden dan ook, moet u er zeker van zijn dat u de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op de locatie opvolgt. Probeer nooit de detector of aansluitkast te openen wanneer er explosief gas aanwezig is. Zorg ervoor dat het bijbehorende bedieningspaneel is geblokkeerd om vals alarm te voorkomen. 3.1a Inbedrijfstellingsprocedure – alleen toxische types 1. Open de aansluitkast van de detector door de Opmerking: Met deksel tegen de klok in los te schroeven (nadat u glasvezel versterkte eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid). nylon aansluitkasten 2. Controleer of alle elektrische aansluitingen correct bevatten geen zijn uitgevoerd volgens Afbeelding 5. stelschroef. 3. Sluit de stroom aan op de detector en zorg ervoor dat er een minimum voedingsspanning van 8 VDC aanwezig is bij de ‘+’ en ‘-’ aansluitingen van de detector. 4. Laat de detector ten minste 1 uur stabiliseren, afhankelijk van het sensortype. 5. Sluit een digitale voltmeter (DVM) aan op de testpunten op de PCB- versterker. Opmerking: Bij de testpunten is de nulaflezing 40 mV = 4 mA. Bij volle uitslag geeft de meter 200 mV = 20 mA weer. De detector op nul stellen 6. Zorg dat u onder gepaste omstandigheden werkt. Stel de ‘ZERO’ potentiometer op de versterker (die toegankelijk is via een gat in de PCB-afdekplaat) af, zodat de DVM 40 mV weergeeft. Controleer of de display van de regelapparatuur op nul staat. De detector kalibreren 7. Stuur kalibratiegas (de concentratie moet ten minste 50% van volle uitslag van de sensor bedragen) naar de detector met een stromingssnelheid van 0,5 - 1 liter/minuut via een flowadaptor (onderdeelnr. C03005). Neem contact op met Crowcon voor de levering van kalibratiegas. 8. Laat de gasaflezing stabiliseren (meestal 30 tot 60 seconden) en stel de ‘CAL’ potentiometer in totdat de DVM de juiste aflezing geeft. Om de aflezing te berekenen, kunt u de voorbeeldformule hieronder gebruiken: ( 160 x Gaz Bereik ) + 40 = mV instelling Voorbeeld: het kalibreren van een koolmonoxide sensor met een gevoeligheid van 0-250 ppm met behulp van gas van 150 ppm. ( 160 250 x 150 ) + 40 = 136 mV 15 3. Bediening Xgard type 1 9. Als de display van de regelapparatuur moet worden ingesteld, raadpleeg dan de bedieningshandleiding van deze apparatuur. 10.Verwijder het gas en laat de sensor compleet tot rust komen, voordat u de nulinstelling opnieuw controleert. 11. Sluit de aansluitkast van de detector en zorg ervoor dat de deksel goed is vastgedraaid en dat de schroef zonder kop is geborgd. 12. De detector is nu klaar voor gebruik. 3.1b Inbedrijfstellingsprocedure – alleen zuurstoftype Waarschuwing: Voorafgaand aan de verzending door Crowcon is een etiket aangebracht over de opening van de sensorhouder van zuurstofdetectoren. Het etiket scheidt de zuurstofsensor van de lucht, zodat de sensor tijdens de opslag en het transport niet functioneert en dus langer meegaat. Het is belangrijk om dit etiket te verwijderen voorafgaand aan de inbedrijfstelling of voordat de detector wordt gebruikt. 1. Volg stap1 t/m 5 in 3.1a hierboven. De detector op nul stellen 2. Verwijder de afdekplaten van de PCB-versterker en zet de AANSLUITING op de PCB-versterker van ‘RUN’ (in bedrijf) op ‘SET ZERO’ (nul instellen). Stel de ‘NUL’ in op de potentiometer van de versterker totdat de DVM 40 mV weergeeft. Controleer of de display van de regelapparatuur op nul staat. De detector kalibreren 3. Zorg voor normale, schone lucht bij de detector en zet de AANSLUITING op de PCB-versterker op ‘RUN’ (in bedrijf), stel de ‘CAL’ (kalibratie) potentiometer bij totdat de DVM 174 mV weergeeft (20,9% O2). Laat de AANSLUITING op de stand ‘RUN’ staan en monteer de PCB-afdekplaten weer op hun plaats 4. Als de display van de regelapparatuur moet worden ingesteld, raadpleeg dan de bedieningshandleiding van deze apparatuur. 5. Volg stap 11 en 12 in 3.1a hierboven. De detector is nu klaar voor gebruik. 3.2 Periodiek onderhoud De levensduur van de sensors hangt af van de toepassing, de frequentie en de hoeveelheid gas. Onder normale omstandigheden (om de 6 maanden kalibratie met periodieke blootstelling aan kalibratiegas) bedraagt de levensverwachting van een toxische sensor 2-3 jaar. Zuurstofsensors moeten om de twee jaar worden vervangen. De situatie op de locatie bepaalt de frequentie waarop de detectors worden getest. Crowcon raadt aan om de detectors ten minste om de 6 maanden met gas te testen en indien nodig opnieuw te kalibreren. Om een detector opnieuw 16 3. Bediening Xgard type 1 te kalibreren volgt u de stappen in 3.1 hierboven. De kalibratiefrequentie moet worden verhoogd in omgevingen waarin de detector bloot staat aan extreme hitte en/of stof of waarin vaak gas aanwezig is. Wanneer u onderhoudswerkzaamheden aan de Xgard heeft uitgevoerd, controleer dan of de O-ringen van de sensorhouder en de deksel van de aansluitkast in goede staat zijn en vergeet ze niet aan te brengen om het apparaat te beschermen tegen indringing van vuil of vocht van buitenaf. Zie het hoofdstuk ‘Reserveonderdelen en accessoires’ voor de onderdeelnummers van de O-ringen. 3.3 Vervanging sensors/onderhoud aan detectors Xgard maakt gebruik van een modulair ontwerp, waardoor het vervangen van sensors uiterst eenvoudig is. Reservesensors zijn bij levering reeds gemonteerd op een PCB, zodat u ze eenvoudig kunt insteken. Een opengewerkte tekening van de Xgard ziet u in Afbeelding 3. Voor het onderhoud van een Xgard detector kunt u te werk gaan volgens de volgende procedure. WAARSCHUWING Deze werkzaamheden moet worden uitgevoerd door Crowcon of een door een erkend servicecentrum, tenzij u geschikte training heeft ontvangen. 1. Schakel de stroom naar de detector af en isoleer deze zorgvuldig. 2. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid). 3. Draai de sensorhouder los en verwijder de sensor en PCB van de sensor. 4. Monteer de nieuwe sensor (nadat u heeft gecontroleerd of het onderdeelnummer overeenkomt met het nummer dat is vermeld op het label van de aansluitkast van de detector). Let erop of de opsluitpennen correct corresponderen met de sleuven in de aansluitkast. 5. Breng de sensorhouder weer op zijn plaats. 6. Volg de inbedrijfstellingsprocedure in 3.1. Opslaginstructies: de interne sensor van deze detector heeft een levensduur van drie maanden indien opgeslagen zonder voeding. Sensoren die langer dan drie maanden worden bewaard in een detector vóór inbedrijfname gaan mogelijk niet meer de volledige verwachte bedrijfsduur mee. De garantieperiode voor de sensor vangt aan vanaf de datum van verzending bij Crowcon. Detectors dienen opgeslagen te worden in een koele en droge ruimte (temperatuur van 0-20°C). Reiniging: Gebruik voor het reinigen van met glasvezel versterkte nylon aansluitkasten een vochtige doek in plaats van een droge doek om het opbouwen van statische elektriciteit te voorkomen. 17 4. Specificatie Xgard type 1 Materiaal aansluitkast ATEX: Met glasvezel versterkt nylon UL Versie: Aluminium 316 Roestvaststaal (optioneel) Afmetingen 156 x 166 x 111 mm (6,1 x 6,5 x 4,3 inch) Gewicht Legering: 1kg (2,2 lbs) Met glasvezel versterkt nylon: 0,5 kg. Roestvaststaal: ca. 3,1 kg (6,8 lbs). Bedrijfsspanning 8–30 VDC Uitgang 4-20 mA ‘Sink’ (lusvoeding) Foutsignaal < 3mA Bedrijfstemperatuur -20oC tot +50oC (-4oF tot +122oF) afhankelijk van het sensortype Vochtigheid 0–90% RV, niet condenserend Beschermingsgraad IP65 Explosiebescherming Intrinsiek veilig Goedkeuringscode II 1 G Ex ia IIC T4 Ga ATEX IECEx BAS 05.0042X Tomg. = -40oC tot 55oC UL&cUL Klasse I, Division 1, Groepen A, B, C &D Nr. veiligheidscertificaat. ATEX Baseefa04ATEX0115X 18 Normen Zones EN60079-0:2012, EN60079-11:2012 IEC 60079-0:2011 (Ed 6), IEC60079-11: 2011 (Ed 6), UL913 Gecertificeerd voor gebruik in zones 1 en 2 (gas) en zones 21 en 22 (stof). Gas groups IIA, IIB, IIC (UL groups A, B, C, D) EMC EN50270 1. Inleiding Xgard type 2 1.1 Explosieveilige toxisch en zuurstof gasdetector Deze versie van Xgard is een explosieveilige detector met 4-20 mA lusvoeding (‘current-sink’) voor toxische gassen of zuurstofgas. Het apparaat kan een breed assortiment gassen detecteren indien het is voorzien van de juiste elektrochemische II 2 GD Ex d IIC T6 Gb, en is geschikt sensor. De detector is gecertificeerd als voor gebruik in gevaarlijke ruimtes met de classificatie Zone 1 en Zone 2. Elektrische aansluitingen aan de detector lopen via het aansluitblok op de PCBversterker, zoals hieronder weergegeven. De versterker levert stroom aan de sensor en zet het sensorsignaal om in een signaal van 4-20 mA voor aansluiting op een bedieningspaneel. Aarde Extra externe aardingsklem (aarde) Testpunten Nul instellen Aan Aansluitingen voor gebruik door Crowcon (alleen toxische versie) Afbeelding 6: Xgard Type 2, lay-out PCB (Afgebeeld met verwijderde PCB-afdekplaat). 19 2. Installatie Xgard type 2 WAARSCHUWING Deze detector is ontworpen voor gebruik in gevaarlijke ruimtes met de classificatie Zone 1 en Zone 2 en is II 2 GD Ex d IIC T6 Gb. De installatie gecertificeerd alsv moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Crowcon. Alvorens de detector te installeren moet u er zeker van zijn dat de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op de locatie op worden opgevolgd. 2.1 Locatie U moet de detector monteren op een plaats waar de grootste kans bestaat dat het te detecteren gas wordt gemeten. Let op de volgende punten bij het bepalen van de juiste plaats voor de gasdetector: • Om gassen te detecteren die lichter zijn dan lucht, moet u de detector op een hoog punt monteren. Crowcon adviseert bovendien het gebruik van een verzamelkegel (onderdeelnr. C01051) en een accessoire-adaptor (onderdeelnr. M04666). • Om gassen te detecteren die zwaarder zijn dan lucht, moet u de detector op een laag punt monteren. • Wanneer u de detectors bevestigt, houd dan rekening met mogelijke beschadiging door natuurlijke invloeden (bv. regen of overstroming). Voor detectors die buiten worden gemonteerd adviseert Crowcon het gebruik van een spatwaterscherm (onderdeelnr. C01052) en een accessoire-adaptor (onderdeelnr. M04666). • Als u een zuurstofdetector wilt monteren, dan moet u weten welk gas zorgt voor de verplaatsing van de zuurstof. Zo is kooldioxide zwaarder dan lucht en verzamelt zich in lage zones. Het verplaatst de zuurstof en dus moet u de detectors op een laag punt aanbrengen. • Houd er rekening mee dat de detector eenvoudig toegankelijk moet zijn voor tests en onderhoud. • Houd er rekening mee hoe het ontsnappende gas zich kan gedragen door natuurlijke of geforceerde luchtstromen. Monteer detectors in ventilatiekanalen indien van toepassing. • Houd rekening met de procesomstandigheden. Zo is ammoniak normaal gesproken lichter dan lucht, maar als het vrijkomt uit een koelsysteem dan kan het gas dalen in plaats van stijgen. De locatie van de sensors moet worden bepaald volgens het advies van experts met specialistische kennis van gasverdeling, de procesapparatuur in de fabriek en de veiligheids- en montagekwesties. Zodra overeen-stemming is bereikt over de locatie van de sensors moet hier een aantekening van worden gemaakt. Crowcon helpt u graag bij het bepalen van de juiste locatie voor de gasdetectors. 20 2. Installatie Xgard type 2 2.2 Montage Xgard moet op de aangewezen locatie worden geïnstalleerd met de sensor omlaag gericht. Hierdoor kan er geen stof of water op de sensor achterblijven, en wordt de toegang van het gas tot de cel niet belemmerd. Details over de montage zijn weergegeven in Afbeelding 2. Let er bij het installeren van de detector op dat u het geverfde oppervlak van de aansluitkast en de sensorhouder niet beschadigt. 2.3 Bekabelingsvoorschriften De bekabeling naar de tot Xgard moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie en aan de elektrische eisen van de detector. Crowcon adviseert het gebruik van kabels met staaldraadomvlechting en explosieveilige wartelmoeren. Alternatieve bekabelingstechnieken, zoals stalen kabelkanalen, kunnen aanvaardbaar zijn als ze voldoen aan de geldende normen. Xgard heeft een lusvoeding nodig van 8-30 VDC. Zorg voor een minimumspanning van 8 volt bij de detector, waarbij u rekening houdt met de spanningsval door de weerstand van de kabel en de sensorweerstand van het bedieningspaneel waarmee hij is verbonden. Bijvoorbeeld: een nominale voeding bij het bedieningspaneel van 24 VDC levert een gegarandeerde minimumspanning van 19,5 volt. Het circuit kan tot 20 mA nodig hebben. Bij een gegeven sensorweerstand in het bedieningspaneel van 232 ohm bedraagt de maximum toegestane spanningsval door de kabelweerstand 6,8 volt. De maximum toegestane lusweerstand is 340 ohm (ongeveer). Een kabel van 1,5 mm2 heeft meestal een toelaatbaar kabeltraject van 14 km. In tabel 2 hieronder ziet u de maximum kabelafstanden bij veel voorkomende kabelparameters. Kabeldiameter mm Weerstand (ohm per km) Max. afstand (km) Awg Kabel Lus 1,0 17 18,1 36,2 9,4 1,5 15 12,1 24,2 14 2,5 13 7,4 14,8 23 2 Tabel 2: Maximum kabelafstanden voor veel voorkomende kabels De aanvaardbare diameter van de gebruikte kabel bedraagt 0,5 tot 2,5 mm2 (20 tot 13 awg). De tabel is uitsluitend ter illustratie. Voor elke toepassing moet u de feitelijke kabelparameters gebruiken om de maximum kabelafstanden te berekenen. 21 2. Installatie Xgard type 2 2.4 Elektrische aansluitingen Alle aansluitingen worden gemaakt via de schroefaansluitingen in het blok op de PCB-versterker in de aansluitkast. De aansluitingen zijn gemarkeerd met ‘+’ en ‘-’ en u moet letten op de juiste polariteit wanneer u de detector aansluit op de regelapparatuur. Deze versie van Xgard is een 4-20 mA ‘current sink’ apparaat en heeft een voeding nodig van 8-30 VDC. Opmerking: de interne aardingsklem (zie Afbeelding 6) dient gebruikt te worden voor de aarding van de Xgard gasdetector. De externe aardingsklem (zie Afbeelding 6) is enkel een bijkomende verbindingsaansluiting en dient enkel gebruikt te worden waar lokale overheden een dergelijke aansluiting toelaten of vereisen. De aansluitkast en kabelafscherming moeten aan het bedieningspaneel zijn geaard om de gevolgen van radiofrequentie interferentie te beperken. Zorg ervoor dat de aardverbinding uitsluitend in een veilige ruimte wordt uitgevoerd om aardlussen te voorkomen. Xgard type 2 PCB Bedieningspaneel SIG Aarde 8-30 VDC 4-20 mA (‘Sink’) Afbeelding 7: Xgard Type 2, elektrische aansluitingens 22 3. Bediening Xgard type 2 WAARSCHUWING Voordat u begint met welke werkzaamheden dan ook, moet u er zeker van zijn dat u de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op de locatie opvolgt. Probeer nooit de detector of aansluitkast te openen wanneer er explosief gas aanwezig is. Zorg ervoor dat het bijbehorende bedieningspaneel is geblokkeerd om vals alarm te voorkomen. 3.1a Inbedrijfstellingsprocedure – alleen toxische types 1. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid). 2. Controleer of alle elektrische aansluitingen correct zijn uitgevoerd volgens Afbeelding 7. 3. Sluit de stroom aan op de detector en zorg ervoor dat er een minimum voedingsspanning van 8 VDC aanwezig is bij de ‘+’ en ‘-’ aansluitingen van de detector. 4. Laat de detector ten minste 1 uur stabiliseren, afhankelijk van het sensortype. 5. Sluit een digitale voltmeter (DVM) aan op de testpunten op de PCB- versterker. Opmerking: Bij de testpunten is de nulaflezing 40 mV = 4 mA. Bij volle uitslag geeft de meter 200 mV = 20 mA weer. De detector op nul stellen 6. Zorg dat u onder gepaste omstandigheden werkt. Stel de ‘ZERO’ potentiometer op de versterker (die toegankelijk is via een gat in de PCBafdekplaat) af, zodat de DVM 40 mV weergeeft. Controleer of de display van de regelapparatuur op nul staat. De detector kalibreren 7. Stuur kalibratiegas (de concentratie moet ten minste 50% van volle uitslag van de sensor bedragen) naar de detector met een stromingssnelheid van 0,5-1 liter/minuut via een flowadaptor (onderdeelnr. C03005). Neem contact op met Crowcon voor de levering van kalibratiegas. 8. Laat de gasaflezing stabiliseren (meestal 30 tot 60 seconden) en stel de ‘CAL’ potentiometer in totdat de DVM de juiste aflezing geeft. Om de aflezing te berekenen, kunt u de voorbeeldformule hieronder gebruiken: 160 x Gas + 40 = mV instelling Bereik ( ) Voorbeeld: het kalibreren van een koolmonoxide sensor met een gevoeligheid van 0-250 ppm met behulp van gas van 150 ppm. ( 160 250 x 150 ) + 40 = 136 mV 9. Als de display van de regelapparatuur moet worden ingesteld, raadpleeg dan 23 3. Bediening Xgard type 2 de bedieningshandleiding van deze apparatuur. 10. Verwijder het gas en laat de sensor compleet tot rust komen, voordat u de nulinstelling opnieuw controleert. 11. Sluit de aansluitkast van de detector en zorg ervoor dat de deksel goed is vastgedraaid en dat de schroef zonder kop is geborgd. 12. De detector is nu klaar voor gebruik. 3.1b Inbedrijfstellingsprocedure – alleen zuurstoftype Waarschuwing: Voorafgaand aan de verzending door Crowcon is een etiket aangebracht over de opening van de sensorhouder van zuurstofdetectoren. Het etiket scheidt de zuurstofsensor van de lucht, zodat de sensor tijdens de opslag en het transport niet functioneert en dus langer meegaat. Het is belangrijk om dit etiket te verwijderen voorafgaand aan de inbedrijfstelling of voordat de detector wordt gebruikt. 1. Volg stap1 t/m 5 in 3.1a hierboven. De detector op nul stellen De detector kalibreren 2. Verwijder de afdekplaat van de PCB-versterker en zet de AANSLUITING op de PCB-versterker van ‘RUN’ (in bedrijf) op ‘SET ZERO’ (nul instellen). Stel de ‘NUL’ in op de potentiometer van de versterker totdat de DVM 40 mV weergeeft. Controleer of de display van de regelapparatuur op nul staat. 3. Zorg voor normale, schone lucht bij de detector en zet de AANSLUITING op de PCB-versterker op ‘RUN’ (in bedrijf), stel de ‘CAL’ (kalibratie) potentiometer bij totdat de DVM 174 mV weergeeft (20,9% O2). Laat de AANSLUITING op de stand ‘RUN’ staan en monteer de PCB-afdekplaat weer op zijn plaats. 4. Als de display van de regelapparatuur moet worden ingesteld, raadpleeg dan de bedieningshandleiding van deze apparatuur. 5. Volg stap 11 en 12 in 3.1a hierboven. De detector is nu klaar voor gebruik. 3.2 Periodiek onderhoud De levensduur van de sensors hangt af van de toepassing, de frequentie en de hoeveelheid gas. Onder normale omstandigheden (om de 6 maanden kalibratie met periodieke blootstelling aan kalibratiegas) bedraagt de levensverwachting van een toxische sensor 2-3 jaar. Zuurstofsensors moeten om de twee jaar worden vervangen. De situatie op de locatie bepaalt de frequentie waarop de detectors worden getest. Crowcon raadt aan om de detectors ten minste om de 6 maanden met gas te testen en indien nodig opnieuw te kalibreren. Om een detector opnieuw te kalibreren volgt u de stappen in 3.1 hierboven. De kalibratiefrequentie moet worden verhoogd in omgevingen waarin de detector bloot staat aan extreme hitte en/of stof of waarin vaak gas aanwezig is. 24 3. Bediening Xgard type 2 De gesinterde ring moet regelmatig worden geïnspecteerd en worden vervangen als hij vervuild is. Een geblokkeerde gesinterde ring kan ertoe leiden dat er geen gas bij de sensor komt. Wanneer u onderhoudswerkzaamheden aan de Xgard heeft uitgevoerd, controleer dan of de O-ringen van de sensorhouder en de deksel van de aansluitkast in goede staat zijn en vergeet ze niet aan te brengen om het apparaat te beschermen tegen indringing van vuil of vocht van buitenaf. Zie het hoofdstuk ‘Reserveonderdelen en accessoires’ voor de onderdeelnummers van de O-ringen. 3.3 Vervanging sensors/onderhoud aan detectors Xgard maakt gebruik van een modulair ontwerp, waardoor het vervangen van sensors of gesinterde ringen uiterst eenvoudig is. Reservesensors zijn bij levering reeds gemonteerd op een PCB, zodat u ze eenvoudig kunt insteken. Een opengewerkte tekening van Xgard ziet u in Afbeelding 3. Voor het onderhoud van een Xgard detector kunt u de volgende procedure volgen. WAARSCHUWING Deze werkzaamheden moet worden uitgevoerd door Crowcon of een door een erkend servicecentrum, tenzij u geschikte training heeft ontvangen. 1. Schakel de stroom naar de detector af en isoleer deze zorgvuldig. 2. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid). 3. Draai de sensorhouder los en verwijder de sensor en PCB van de sensor. 4. Monteer de nieuwe sensor (nadat u heeft gecontroleerd of het onderdeelnummer overeenkomt met het nummer dat is vermeld op het label van de aansluitkast van de detector). Let erop of de opsluitpennen correct corresponderen met de sleuven in de aansluitkast. 5. Controleer eerst of de gesinterde ring niet vuil is en breng dan de sensorhouder weer op zijn plaats. Vervuilde onderdelen moeten worden vervangen (zie het hoofdstuk “Reserveonderdelen” voor de onderdeelnummers), omdat eventuele blokkeringen ertoe kunnen leiden dat de sensor minder gevoelig wordt en dus trager reageert op de aanwezigheid van gas. 6. Volg de inbedrijfstellingsprocedure in 3.1. Opslaginstructies: de interne sensor van deze detector heeft een levensduur van drie maanden indien opgeslagen zonder voeding. Sensoren die langer dan drie maanden worden bewaard in een detector vóór inbedrijfname gaan mogelijk niet meer de volledige verwachte bedrijfsduur mee. De garantieperiode voor de sensor vangt aan vanaf de datum van verzending bij Crowcon. Detectors dienen opgeslagen te worden in een koele en droge ruimte (temperatuur van 0-20°C). 25 4. Specificatie 26 Xgard type 2 Materiaal aansluitkast A356 legering van marinekwaliteit met polyester poedercoating 316 Roestvaststaal (optioneel) Afmetingen 156 x 166 x 111 mm (6,1 x 6,5 x 4,3 inch) Gewicht Legering: 1 kg (2,2 lbs) Roestvaststaal: ca. 3,1 kg (6,8 lbs) Bedrijfsspanning 8–30 VDC Uitgang 4-20 mA ‘Sink’ (lusvoeding) Foutsignaal < 3 mA Bedrijfstemperatuur -20°C tot +50°C (-4°F tot +122°F) afhankelijk van het sensortype Vochtigheid 0–90% RV, niet condenserend Beschermingsgraad IP65 Explosiebescherming Explosieveilig Goedkeuringscode  TEX A II 2 GD Ex d IIC T6 Gb Extb IIIC T80°C Db IECEx BAS 05.0042 Tomg. = -40°C tot 50°C UL Klasse I, Division 1, Groepen B, C & D Nr. veiligheidscertificaat. ATEX Baseefa04ATEX0024X Normen  N60079-0:2012, EN60079-1:2007, E EN60079-31:2009 IEC 60079-0:2011 (Ed 6), IEC60079-1: 2007 (Ed 6), IEC60079-31:2008 (Ed 1) UL1203 Zones  ecertificeerd voor gebruik in zones 1 en 2 (gas) G en zones 21 en 22 (stof). Gasgroepen IIA, IIB, IIC (UL groepen B, C, D) EMC EN50270 1. Inleiding Xgard type 3 1.1 Explosieveilige gasdetector Deze versie van de Xgard is een explosieveilige gasdetector. Het apparaat is ontworpen voor het detecteren van explosieve gassen die aanwezig zijn in omgevingslucht in concentraties die niet hoger zijn dan de onderste explosiegrens (LEL) van het doelgas waarvoor het is gekalibreerd. Xgard Type 3 werkt met gebruik van pellistors (katalytische gassensors) als onderdeel van een brug van Wheatstone (WB) schakeling met 3 draden en moet worden aangesloten aan een II 2 GD Ex d IIC T6 Gb voor besturingskaart. De detector is gecertificeerd als II 2 GD Ex d IIC T4 Gb gebruik tot 50°C (122°F), voor gebruik tot 80°C (176°F) en is geschikt voor gevaarlijke ruimtes gebruik met de classificatie Zone 1 en Zone 2. Elektrische aansluitingen aan de detector lopen via het aansluitblok op de PCB, zoals hieronder weergegeven. Aarde Extra externe aardingsklem (aarde) Afbeelding 8: Xgard type 3, lay-out van de PCB (Afgebeeld met verwijderde PCB-afdekplaat). 27 2. Installation Xgard type 3 WAARSCHUWING Deze detector is ontworpen voor gebruik in gevaarlijke ruimtes II met de classificatie Zone 1 en Zone 2 en gecertificeerd als 2 GD Ex d IIC T6 Gb voor gebruik tot 50°C (122°F) en als II 2 GD Ex d IIC T4 Gb voor gebruik tot 80°C (176°F). De installatie moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Crowcon. Alvorens de detector te installeren moet u er zeker van zijn dat de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op de locatie op worden opgevolgd. 2.1 Locatie U moet de detector monteren op een plaats waar de grootste kans bestaat dat het te detecteren gas wordt gemeten. Let op de volgende punten bij het bepalen van de juiste plaats voor de gasdetector: • Om gassen te detecteren die lichter zijn dan lucht, moet u de detector op een hoog punt monteren. Crowcon adviseert bovendien het gebruik van een verzamelkegel (onderdeelnr. C01051) en een accessoire-adaptor (onderdeelnr. M04666). • Om gassen te detecteren die zwaarder zijn dan lucht, moet u de detector op een laag punt monteren. • Wanneer u de detectors bevestigt, houd dan rekening met mogelijke beschadiging door natuurlijke invloeden (bv. regen of overstroming). Voor detectors die buiten worden gemonteerd adviseert Crowcon het gebruik van een spatwaterscherm (onderdeelnr. C01052) en een accessoire-adaptor (onderdeelnr. M04666). • Houd er rekening mee dat de detector eenvoudig toegankelijk moet zijn voor tests en onderhoud. • Houd er rekening mee hoe het ontsnappende gas zich kan gedragen door natuurlijke of geforceerde luchtstromen. Monteer detectors in ventilatiekanalen indien van toepassing. • Houd rekening met de procesomstandigheden. Zo is butaan normaal gesproken zwaarder dan lucht, maar als het vrijkomt door een proces dat zich op een verhoogde temperatuur en/of druk afspeelt, dan kan het gas stijgen in plaats van dalen. De locatie van de sensors moet worden bepaald volgens het advies van experts met specialistische kennis van gasverdeling, de procesapparatuur in de fabriek en de veiligheids- en montagekwesties. Zodra overeen-stemming is bereikt over de locatie van de sensors moet hier een aantekening van worden gemaakt. Crowcon helpt u graag bij het bepalen van de juiste locatie voor de gasdetectors. 28 2. Installation Xgard type 3 2.2 Montage Xgard moet op de aangewezen locatie worden geïnstalleerd met de sensor omlaag gericht. Hierdoor kan er geen stof of water op de sensor achterblijven, en wordt de toegang van het gas tot de cel niet belemmerd. Details over de montage zijn weergegeven in Afbeelding 2. Let er bij het installeren van de detector op dat u het geverfde oppervlak van de aansluitkast en de sensorhouder niet beschadigt. 2.3 Bekabelingsvoorschriften De bekabeling naar de tot Xgard moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie en aan de elektrische eisen van de detector. Crowcon adviseert het gebruik van kabels met staaldraadomvlechting en explosieveilige wartelmoeren. Alternatieve bekabelingstechnieken, zoals stalen kabelkanalen, kunnen aanvaardbaar zijn als ze voldoen aan de geldende normen. De maximaal toelaatbare kabellengte is afhankelijk van de weerstand van de kabel en de gebruikte sensor. Het is belangrijk dat u de juiste brugspanning gebruikt voor de detector. Deze varieert al naar gelang het onderdeelnummer van de gemonteerde sensor (zie ‘Sensortype’ op het label van de aansluitkast). In tabel 3 hieronder ziet u een samenvatting van de vereiste brugspanning voor verschillende sensortypes. nderdeelnr. O sensor Pellistor Brugspanning Opmerking Type (Vdc) S011251/S VQ21T 2,0 Standaard voor CH4 S011509/S 300P 2,0 Alternatief voor CH4 011506/S S VQ8 2,5 Loodbestendig voor gelode benzine S011712/S VQ25 2,0 Voor halogenen 011487/S S VQ41 2,0 Voor brandstof voor straalmotoren S011489/S VQ41 2,0 Voor ammoniak Tabel 3: Sensoropties, neem contact op met Crowcon voor advies over alternatieve gassen of dampen. 29 2. Installatie Xgard type 3 Bij de berekening van de volgende kabellengtes is uitgegaan van een constante stroomsturing van 300mA met een minimum voeding van de regelapparatuur van 18 VDC: . kabeldiameter mm2 Awg 1,0 1,5 2,5 17 15 13 Weerstand (ohm per km) Kabel 18,1 12,1 7,4 Lus Max. afstand (km) Max. afstand (km) 2.0 volt pellistors 2.5 volt pellistors 36,2 24,2 14,8 1,47 2,2 3,6 1,42 2,13 3,5 Tabel 4: maximum kabelafstanden voor veel voorkomende kabels De aanvaardbare diameter van de gebruikte kabel bedraagt 0,5 tot 2,5 mm2 (20 tot 13 awg). De tabel is uitsluitend ter illustratie. Voor elke toepassing moet u de feitelijke kabelparameters gebruiken om de maximum kabelafstanden te berekenen. 2.4 Elektrische aansluitingen Alle aansluitingen worden gemaakt via de schroefaansluitingen in het blok op de PCB in de aansluitkast. De aansluitingen zijn gemarkeerd met ‘+’, ‘sig’ en ‘-’ en u moet letten op de juiste polariteit wanneer u de detector aansluit op de regelapparatuur. Deze versie van Xgard werkt als onderdeel van een brug van Wheatstone schakeling met 3 draden en moet worden aangesloten aan een besturingskaart. Opmerking: de interne aardingsklem (zie Afbeelding 8) dient gebruikt te worden voor de aarding van de Xgard gasdetector. De externe aardingsklem (zie Afbeelding 8) is enkel een bijkomende verbindingsaansluiting en dient enkel gebruikt te worden waar lokale overheden een dergelijke aansluiting toelaten of vereisen. De aansluitkast en kabelafscherming moeten aan het bedieningspaneel zijn geaard om de gevolgen van radiofrequentie interferentie te beperken. Zorg ervoor dat de aardverbinding uitsluitend in een veilige ruimte wordt uitgevoerd om aardlussen te voorkomen. Xgard type 3 PCB SIG Bedieningspaneel SIG Aarde Zie tabel 3 voor spanningsinstellingen van de sensor Afbeelding 9: Xgard Type 3, elektrische aansluitingen 30 3. Bediening Xgard type 3 WAARSCHUWING Voordat u begint met welke werkzaamheden dan ook, moet u er zeker van zijn dat u de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op de locatie opvolgt. Probeer nooit de detector of aansluitkast te openen wanneer er explosief gas aanwezig is. Zorg ervoor dat het bijbehorende bedieningspaneel is geblokkeerd om vals alarm te voorkomen. 3.1 Inbedrijfstellingsprocedure 1. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid). 2. Controleer of alle elektrische aansluitingen correct zijn uitgevoerd volgens Afbeelding 9. 3. Meten de spanning bij de ‘+’ en ‘-’ aansluitingen en stel deze af volgens het type pellistor dat is gemonteerd (zie Tabel 3). 4. Laat de detector ten minste 1 uur lang stabiliseren. 5. Balanceer de brug van Wheatstone schakeling bij het bedieningspaneel indien nodig. Zie de gebruiksaanwijzing van de regelapparatuur. De detector op nul stellen 6. Zorg dat u onder gepaste omstandigheden werkt. Stel de regelapparatuur in op nul. De detector kalibreren 7. Stuur kalibratiegas (de concentratie moet ten minste 50% LEL bedragen) naar de detector met een stromingssnelheid van 0,5 - 1 liter/minuut via een flowadaptor (onderdeelnr. C03005). Neem contact op met Crowcon voor de levering van kalibratiegas. 8. Laat de gasaflezing stabiliseren (meestal 30 tot 60 seconden) en stel de regelapparatuur in op 50% LEL. 9. Verwijder het gas en laat de sensor compleet tot rust komen, voordat u de nulinstelling opnieuw controleert. 10. Sluit de aansluitkast van de detector en zorg ervoor dat de deksel goed is vastgedraaid en dat de schroef zonder kop is geborgd. 11. De detector is nu klaar voor gebruik. Opmerking: ATEX gecertificeerde Xgard detectoren voor brandbare gassen worden gekalibreerd geleverd om te voldoen aan IEC 61779 (waarbij bijvoorbeeld 100% LEL methaan 4,4% volume is) UL/CSA gecertificeerde detectoren worden gekalibreerd geleverd om te voldoen aan ISO 10156 (waarbij bijvoorbeeld 100% LEL methaan 5% volume is). 31 3. Bediening Xgard type 3 3.2 Periodiek onderhoud Pellistors kunnen minder gevoelig worden wanneer er giftige of remmende stoffen aanwezig zijn, zoals siliconen, sulfiden, chloor, lood of gehalogeneerde koolwaterstoffen. Crowcon gebruikt pellistors die bestand zijn tegen gif om de levensduur van de Xgard te maximaliseren. Voor toepassingen waarbij dergelijke stoffen constant aanwezig zijn, raden we aan om explosieveilige detectors met vaste infrarode punt van Crowcon te gebruiken, omdat deze immuun zijn voor dergelijke giftige en remmende stoffen. Neem contact op met Crowcon voor meer informatie. De levensduur van de pellistors hangt af van de toepassing en de hoeveelheid gas waaraan de pellistor wordt blootgesteld. Onder normale omstandigheden (6 maandelijkse kalibratie met periodiek blootstelling aan kalibratiegas) bedraagt de levensverwachting 3-5 jaar. De situatie op de locatie bepaalt de frequentie waarop de detectors worden getest. Crowcon raadt aan om de detectors ten minste om de 6 maanden met gas te testen en indien nodig opnieuw te kalibreren. Om een detector opnieuw te kalibreren volgt u de stappen in 3.1 hierboven. De gesinterde ring moet regelmatig worden geïnspecteerd en worden vervangen als hij vervuild is. Een geblokkeerde gesinterde ring kan ertoe leiden dat er geen gas bij de sensor komt. Wanneer u onderhoudswerkzaamheden aan de Xgard heeft uitgevoerd, controleer dan of de O-ringen van de sensorhouder en de deksel van de aansluitkast in goede staat zijn en vergeet ze niet aan te brengen om het apparaat te beschermen tegen indringing van vuil of vocht van buitenaf. Zie het hoofdstuk ‘Reserveonderdelen en accessoires’ voor de onderdeelnummers van de O-ringen. 32 3. Bediening Xgard type 3 3.3 Vervanging sensors/onderhoud aan detectors Xgard maakt gebruik van een modulair ontwerp, waardoor het vervangen van sensors of gesinterde ringen uiterst eenvoudig is. Reservesensors zijn bij levering reeds gemonteerd op een PCB, zodat u ze eenvoudig kunt insteken. Een opengewerkte tekening van Xgard ziet u in Afbeelding 3. Voor het onderhoud van een Xgard detector kunt u de volgende procedure volgen. WAARSCHUWING Deze werkzaamheden moet worden uitgevoerd door Crowcon of een door een erkend servicecentrum, tenzij u geschikte training heeft ontvangen. 1. Schakel de stroom naar de detector af en isoleer deze zorgvuldig. 2. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid). 3. Draai de sensorhouder los en verwijder de sensor en PCB van de sensor. 4. Monteer de nieuwe sensor (nadat u heeft gecontroleerd of het onderdeelnummer overeenkomt met het nummer dat is vermeld op het label van de aansluitkast van de detector). Let erop of de opsluitpennen correct corresponderen met de sleuven in de aansluitkast. 5. Controleer eerst of de gesinterde ring niet vuil is en breng dan de sensorhouder weer op zijn plaats. Vervuilde onderdelen moeten worden vervangen (zie het hoofdstuk “Reserveonderdelen” voor de onderdeelnummers), omdat eventuele blokkeringen ertoe kunnen leiden dat de sensor minder gevoelig wordt en dus trager reageert op de aanwezigheid van gas. 6. Volg de inbedrijfstellingsprocedure in 3.1. Opslaginstructies: de interne sensor van deze detectoren dient opgeslagen te worden in een droge ruimte en beschermd tegen siliconen, sulfiden, chloor en lood. Blootstelling aan deze stoffen reduceert de gevoeligheid van de sensor in aanzienlijke mate en doet de garantie er voor vervallen. 33 4. Specificatie 34 Xgard type 3 Materiaal aansluitkast  356 legering van marinekwaliteit A met polyester poedercoating 316 Roestvaststaal (optioneel) Afmetingen 156 x 166 x 111 mm (6,1 x 6,5 x 4,3 inch) Gewicht Legering: 1 kg (2,2 lbs) Roestvaststaal: ca. 3,1 kg (6,8 lbs) Elektrische uitgang 3-draads mV brug Meestal 12-15 mV per % CH4 (Minimumspanning) Bedrijfstemperatuur Vochtigheid -40°C tot +80°C (-40°F tot +176°F) 0–99% RV, niet condenserend Beschermingsgraad IP65 Explosiebescherming Explosieveilig Goedkeuringscode II 2 GD Ex d IIC T6 Gb ATEX Tomg. = -40°C tot 50°C ATEX II 2 GD Ex d IIC T4 Gb Tomg. = -40°C tot 80°C Extb IIIC T110°C Db IEXEx BAS 05.0042 UL Klasse I, Division 1, Groepen B, C & D IECEx BAS 05.0043X Nr. veiligheidscertificaat. ATEX Baseefa04ATEX0024X Normen  N60079-0:2012, EN60079-1:2007, E EN60079-31:2009 IEC 60079-0:2011 (Ed 6), IEC60079-1: 2007 (Ed 6), IEC60079-31:2008 (Ed 1) UL1203 Zones  ecertificeerd voor gebruik in zones 1 en 2 G (gas) en zones 21 en 22 (stof). Gasgroepen IIA, IIB, IIC (UL groepen B, C, D) EMC EN50270 1. Inleiding Xgard type 4 1.1 Explosieveilige detector voor explosieve gassen op hoge temperatuur Deze Xgard versie is een explosieveilige gasdetector voor hoge temperatuur (150°C / 302°F). Het apparaat detecteert explosieve gassen in de omgevingslucht bij concentraties die niet hoger zijn dan de onderste explosiegrens (LEL) van het doelgas waarvoor het is gekalibreerd. Xgard type 4 werkt met gebruik van pellistors (katalytische gassensors) als onderdeel van een brug van Wheatstone schakeling met 3 draden en moet worden aangesloten aan een besturingskaart. II 2 GD Ex d IIC T3 Gb, en is geschikt voor De detector is gecertificeerd als gevaarlijke ruimtes gebruik met de classificatie Zone 1 en Zone 2. Elektrische aansluitingen aan de detector lopen via het aansluitblok op de PCB, zoals hieronder weergegeven. M20, M25, 1/2” of 3/4” NPT kabelingang 36 Sleuf CRS voor M6 of 1/4” bevestigingsbouten voor montage aan plafond Aarde + SI G - Wit Rood Zwart 196 Algemeen Extra externe aardingsklem (aarde) 146 166,3 Totaal De bovenzijde van de detector en de onderzijde van de sensor zijn aan elkaar gelijmd en moeten bijgevolg tegelijk worden vervangen Hoogte 111 Afbeelding 10: Xgard Type 4, maatschets 35 2. Installatie Xgard type 4 WAARSCHUWING Deze detector is ontworpen voor gebruik in gevaarlijke ruimtes met de classificatie Zone 1 en Zone 2 en is gecertificeerd alsv II 2 GD Ex d IIC T3 Gb. De installatie moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Crowcon. Alvorens de detector te installeren moet u er zeker van zijn dat de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op de locatie op worden opgevolgd. 2.1 Locatie U moet de detector monteren op een plaats waar de grootste kans bestaat dat het te detecteren gas wordt gemeten. Let op de volgende punten bij het bepalen van de juiste plaats voor de gasdetector: • Als de te detecteren gassen lichter zijn dan lucht, dan moeten de detectors op een hoge plaats worden gemonteerd. • Om gassen te detecteren die zwaarder zijn dan lucht, moet u de detector op een laag punt monteren. • Wanneer u de detectors bevestigt, houd dan rekening met mogelijke beschadiging door natuurlijke invloeden (bv. regen of overstroming). • Houd er rekening mee dat de detector eenvoudig toegankelijk moet zijn voor tests en onderhoud. • Houd er rekening mee hoe het ontsnappende gas zich kan gedragen door natuurlijke of geforceerde luchtstromen. Monteer detectors in ventilatiekanalen indien van toepassing. • Houd rekening met de procesomstandigheden. Zo is ammoniak normaal gesproken lichter dan lucht, maar als het vrijkomt uit een koelsysteem dan kan het gas dalen in plaats van stijgen. De locatie van de sensors moet worden bepaald volgens het advies van experts met specialistische kennis van gasverdeling, de procesapparatuur in de fabriek en de veiligheids- en montagekwesties. Zodra overeenstemming is bereikt over de locatie van de sensors moet hier een aantekening van worden gemaakt. Crowcon helpt u graag bij het bepalen van de juiste locatie voor de gasdetectors. 36 2. Installatie Xgard type 4 2.2 Montage Xgard moet op de aangewezen locatie worden geïnstalleerd met de sensor omlaag gericht. Hierdoor kan er geen stof of water op de sensor achterblijven, en wordt de toegang van het gas tot de cel niet belemmerd. Details over de montage zijn weergegeven in Afbeelding 2. Let er bij het installeren van de detector op dat u het geverfde oppervlak van de aansluitkast en de sensorhouder niet beschadigt. 2.3 Bekabelingsvoorschriften De bekabeling naar de tot Xgard moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie en aan de elektrische eisen van de detector. Crowcon adviseert het gebruik van kabels met staaldraadomvlechting en explosieveilige wartelmoeren. Alternatieve bekabelingstechnieken, zoals stalen kabelkanalen, kunnen aanvaardbaar zijn als ze voldoen aan de geldende normen. De kabel die u gebruikt moet geschikt zijn voor temperaturen tot 150°C (302°F). De maximaal toelaatbare kabellengte is afhankelijk van de weerstand van de kabel en de gebruikte sensor. Het is belangrijk dat u de juiste brugspanning gebruikt voor de detector. Deze varieert al naar gelang het onderdeelnummer van de gemonteerde sensor (zie ‘Sensortype’ op het label van de aansluitkast). In tabel 5 hieronder ziet u een samenvatting van de vereiste brugspanning. Detector Onderdeelnr. S011954 Pellistor Brugspanning Commentaar Type (VDC) VQ21T 2,0 Bestand tegen gif Tabel 5: Instellingen brugspanning 37 2. Installatie Xgard type 4 Bij de berekening van de volgende kabellengtes is uitgegaan van een constante stroomsturing van 300 mA met een minimum voeding van de regelapparatuur van 18 VDC: . kabeldiameter Weerstand (ohm per km) mm2 Awg Kabel Lus 1,0 1,5 2,5 17 15 13 18,1 12,1 7,4 Max. afstand Max. afstand (km) (km) 2.0 volt pellistors 2.5 volt pellistors 36,2 24,2 14,8 1,47 2,2 3,6 1,42 2,13 3,5 Tabel 4: maximum kabelafstanden voor veel voorkomende kabels De aanvaardbare diameter van de gebruikte kabel bedraagt 0,5 tot 2,5 mm2 (20 tot 13 awg). De tabel is uitsluitend ter illustratie. Voor elke toepassing moet u de feitelijke kabelparameters gebruiken om de maximum kabelafstanden te berekenen. 2.4 Elektrische aansluitingen Alle aansluitingen worden gemaakt via de schroefaansluitingen in het blok op de PCB in de aansluitkast. De aansluitingen zijn gemarkeerd met ‘+’, ‘sig’ en ‘-’ en u moet letten op de juiste polariteit wanneer u de detector aansluit op de regelapparatuur. Deze versie van Xgard werkt als onderdeel van een brug van Wheatstone schakeling met 3 draden en moet worden aangesloten aan een besturingskaart. Opmerking: de interne aardingsklem (zie Afbeelding 10) dient gebruikt te worden voor de aarding van de Xgard gasdetector. De externe aardingsklem (zie Afbeelding 10) is enkel een bijkomende verbindingsaansluiting en dient enkel gebruikt te worden waar lokale overheden een dergelijke aansluiting toelaten of vereisen. De aansluitkast en kabelafscherming moeten aan het bedieningspaneel zijn geaard om de gevolgen van radiofrequentie interferentie te beperken. Zorg ervoor dat de aardverbinding uitsluitend in een veilige ruimte wordt uitgevoerd om aardlussen te voorkomen. Bedieningspaneel Xgard type 4 PCB SIG Aarde SIG Zie tabel 5 voor spanningsinstellingen van de sensor Afbeelding 11: Xgard Type 4, elektrische aansluitingen 38 3. Bediening Xgard type 4 WAARSCHUWING Voordat u begint met welke werkzaamheden dan ook, moet u er zeker van zijn dat u de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op de locatie opvolgt. Probeer nooit de detector of aansluitkast te openen wanneer er explosief gas aanwezig is. Zorg ervoor dat het bijbehorende bedieningspaneel is geblokkeerd om vals alarm te voorkomen. 3.1 Inbedrijfstellingsprocedure 1. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid). 2. Controleer of alle elektrische aansluitingen correct zijn uitgevoerd volgens Afbeelding 11. 3. Meten de spanning bij de ‘+’ en ‘-’ aansluitingen en stel deze af volgens het type pellistor dat is gemonteerd (zie Tabel 5). 4. Laat de detector ten minste 1 uur lang stabiliseren. 5. Balanceer de brug van Wheatstone schakeling bij het bedieningspaneel indien nodig. Zie de gebruiksaanwijzing van de regelapparatuur. De detector op nul stellen 6. Zorg dat u onder gepaste omstandigheden werkt. Stel de regelapparatuur in op nul. De detector kalibreren 7. Stuur kalibratiegas (de concentratie moet ten minste 50% LEL bedragen) naar de detector met een stromingssnelheid van 0,5 - 1 liter/minuut via een flowadaptor (onderdeelnr. C01886). Neem contact op met Crowcon voor de levering van kalibratiegas. 8. Laat de gasaflezing stabiliseren (meestal 30 tot 60 seconden) en stel de regelapparatuur in op 50% LEL. 9. Verwijder het gas en laat de sensor compleet tot rust komen, voordat u de nulinstelling opnieuw controleert. 10. Sluit de aansluitkast van de detector en zorg ervoor dat de deksel goed is vastgedraaid en dat de schroef zonder kop is geborgd. 11. De detector is nu klaar voor gebruik. Opmerking: Crowcon adviseert om de Xgard-detectoren type 4 in de mate van het mogelijke aan de normale bedrijfstemperatuur er van te kalibreren. 39 3. Bediening Xgard type 4 3.2 Periodiek onderhoud Pellistors kunnen minder gevoelig worden wanneer er giftige of remmende stoffen aanwezig zijn, zoals siliconen, sulfiden, chloor, lood of gehalogeneerde koolwaterstoffen. Crowcon gebruikt pellistors die bestand zijn tegen gif om de levensduur van de Xgard te maximaliseren. Voor toepassingen waarbij dergelijke stoffen constant aanwezig zijn, raden we aan om explosieveilige detectors met vaste infrarode punt van Crowcon te gebruiken, omdat deze immuun zijn voor dergelijke giftige en remmende stoffen. Neem contact op met Crowcon voor meer informatie. De levensduur van de pellistors hangt af van de toepassing en de hoeveelheid gas waaraan de pellistor wordt blootgesteld. Onder normale omstandigheden (6 maandelijkse kalibratie met periodiek blootstelling aan kalibratiegas) bedraagt de levensverwachting 3-5 jaar. De situatie op de locatie bepaalt de frequentie waarop de detectors worden getest. Crowcon raadt aan om de detectors ten minste om de 6 maanden met gas te testen en indien nodig opnieuw te kalibreren. Om een detector opnieuw te kalibreren volgt u de stappen in 3.1 hierboven. Xgard type 4 gebruikt een detector voor hoge temperaturen met ingebouwde gesinterde ring. De detector heeft geen onderdelen die door gebruiker moeten worden onderhouden. Dus als het apparaat tijdens routinetests niet kan worden gekalibreerd, dan moet het worden vervangen. Wanneer u onderhoudswerkzaamheden aan de Xgard heeft uitgevoerd, controleer dan of de O-ringen van de sensorhouder en de deksel van de aansluitkast in goede staat zijn en vergeet ze niet aan te brengen om het apparaat te beschermen tegen indringing van vuil of vocht van buitenaf. Zie het hoofdstuk ‘Reserveonderdelen en accessoires’ voor de onderdeelnummers van de O-ringen. 40 3. Bediening Xgard type 4 3.3 Vervanging sensors/onderhoud aan detectors Xgard maakt gebruik van een modulair ontwerp, waardoor het vervangen van sensors uiterst eenvoudig is. In de Xgard type 4 is een hoge-temperatuurdetector geïntegreerd, die in zijn geheel moet worden vervangen, samen met de onderzijde van de sensor (zie pagina 33) Een gedetailleerd overzicht van de Xgard type 4 ziet u in Afbeelding 10. Voor het onderhoud van de Xgard type 4 kunt u te werk gaan volgens de volgende procedure. WAARSCHUWING Deze werkzaamheden moet worden uitgevoerd door Crowcon of een door een erkend servicecentrum, tenzij u geschikte training heeft ontvangen. 1. Schakel de stroom naar de detector af en isoleer deze zorgvuldig. 2. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid). 3 Draai de aansluitingen van de detectordraden van de los. 4. De stifttap losmaken van de onderzijde van de sensor 5. De detector en de onderzijde van de sensor losschroeven. 6. De detector en de nieuwe onderzijde van de sensor installeren en opletten dat de draden niet doorboord worden. Schroef de nieuwe detector zorgvuldig vast. 7. De stifttap vastmaken aan de onderzijde van de sensor 8. Sluit de detectordraden weer aan, zoals weergegeven in Afbeelding 10. 9. Volg de inbedrijfstellingsprocedure in 3.1. Opslaginstructies: de interne sensor van deze detectoren dient opgeslagen te worden in een droge ruimte en beschermd tegen siliconen, sulfiden, chloor en lood. Blootstelling aan deze stoffen reduceert de gevoeligheid van de sensor in aanzienlijke mate en doet de garantie er voor vervallen 41 4. Specificatie 42 Xgard type 4 Materiaal aansluitkast A356 legering van marinekwaliteit met polyester poedercoating 316 Roestvaststaal (optioneel) Afmetingen 195 x 166 x 111 mm (6,1 x 6,5 x 4,3 inch) Gewicht Legering: 1.5 kg (3,3 lbs) Roestvaststaal: ca. 3,6 kg (7,9 lbs) Elektrische uitgang 3-draads mV brug Meestal 10 mV per % LEL CH4 Bedrijfstemperatuur Vochtigheid -20°C tot +150°C (-4°F tot +302°F) 0–99% RV, niet condenserend Beschermingsgraad IP54 Explosiebescherming Explosieveilig Goedkeuringscode II 2 GD Ex d IIC T3 Gb ATEX Tomg. = -40°C tot 150°C Extb IIIC T180°C Db Nr. veiligheidscertificaat. Baseefa04ATEX0024X/1 Normen  N60079-0:2012, EN60079-1:2007, E EN60079-31:2009 IEC 60079-0:2011 (Ed 6), IEC60079-1: 2007 (Ed 6), IEC60079-31:2008 (Ed 1) UL1203 Zones  ecertificeerd voor gebruik in zones 1 en 2 (gas) G en zones 21 en 22 (stof). Gasgroepen IIA, IIB, IIC EMC EN50270 1. Inleiding Xgard type 5 1.1 Explosieveilige detector voor explosieve gassen Deze Xgard versie is een explosieveilige gasdetector. Het apparaat detecteert explosieve gassen in de omgevingslucht bij concentraties die niet hoger zijn dan de onderste explosiegrens (LEL) van het doelgas waarvoor het is gekalibreerd. Xgard type 5 gebruikt een (nominale) voeding van 24 VDC en geeft een signaal af van 4-20 mA (‘sink’ of ‘source’) dat proportioneel is met de gasconcentratie. De II 2 GD Ex d IIC T6 Gb en is geschikt voor gebruik detector is gecertificeerd als in gevaarlijke ruimtes met de classificatie Zone 1 en Zone 2. Elektrische aansluitingen aan de detector lopen via het aansluitblok op de PCB, zoals hieronder weergegeven. Aarde TP2 Sink Extra externe aardingsklem (aarde) TP4 Testpunten VR3 TP3 Srce TP1 Afbeelding 12: Xgard Type 5, lay-out PCB (Afgebeeld met verwijderde PCB-afdekplaat). 43 2. Installatie Xgard type 5 WAARSCHUWING Deze detector is ontworpen voor gebruik in gevaarlijke ruimtes met de classificatie Zone 1 en Zone 2 en is gecertificeerd alsv II 2 GD Ex d IIC T6 Gb. De installatie moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Crowcon. Alvorens de detector te installeren moet u er zeker van zijn dat de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op de locatie op worden opgevolgd. 2.1 Locatie U moet de detector monteren op een plaats waar de grootste kans bestaat dat het te detecteren gas wordt gemeten. Let op de volgende punten bij het bepalen van de juiste plaats voor de gasdetector: • Om gassen te detecteren die lichter zijn dan lucht, moet u de detector op een hoog punt monteren. Crowcon adviseert bovendien het gebruik van een verzamelkegel (onderdeelnr. C01051) en een accessoire-adaptor (onderdeelnr. M04666). • Om gassen te detecteren die zwaarder zijn dan lucht, moet u de detector op een laag punt monteren. • Wanneer u de detectors bevestigt, houd dan rekening met mogelijke beschadiging door natuurlijke invloeden (bv. regen of overstroming). Voor detectors die buiten worden gemonteerd adviseert Crowcon het gebruik van een spatwaterscherm (onderdeelnr. C01052) en een accessoire-adaptor (onderdeelnr. M04666). • Als u een zuurstofdetector wilt monteren, dan moet u weten welk gas zorgt voor de verplaatsing van de zuurstof. Zo is kooldioxide zwaarder dan lucht en verzamelt zich in lage zones. Het verplaatst de zuurstof en dus moet u de detectors op een laag punt aanbrengen. • Houd er rekening mee dat de detector eenvoudig toegankelijk moet zijn voor tests en onderhoud. • Houd er rekening mee hoe het ontsnappende gas zich kan gedragen door natuurlijke of geforceerde luchtstromen. Monteer detectors in ventilatiekanalen indien van toepassing. • Houd rekening met de procesomstandigheden. Zo is butaan normaal gesproken zwaarder dan lucht, maar als het vrijkomt door een proces dat zich op een verhoogde temperatuur en/of druk afspeelt, dan kan het gas stijgen in plaats van dalen. De locatie van de sensors moet worden bepaald volgens het advies van experts met specialistische kennis van gasverdeling, de procesapparatuur in de fabriek en de veiligheids- en montagekwesties. Zodra overeenstemming is bereikt over de locatie van de sensors moet hier een aantekening van worden gemaakt. Crowcon helpt u graag bij het bepalen van de juiste locatie voor de gasdetectors. 44 2. Installatie Xgard type 5 2.2 Montage Xgard moet op de aangewezen locatie worden geïnstalleerd met de sensor omlaag gericht. Hierdoor kan er geen stof of water op de sensor achterblijven, en wordt de toegang van het gas tot de cel niet belemmerd. Details over de montage zijn weergegeven in Afbeelding 2. Let er bij het installeren van de detector op dat u het geverfde oppervlak van de aansluitkast en de sensorhouder niet beschadigt. 2.3 Bekabelingsvoorschriften De bekabeling naar de tot Xgard moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie en aan de elektrische eisen van de detector. Crowcon adviseert het gebruik van kabels met staaldraadomvlechting en explosieveilige wartelmoeren. Alternatieve bekabelingstechnieken, zoals stalen kabelkanalen, kunnen aanvaardbaar zijn als ze voldoen aan de geldende normen. Xgard type 5 heeft een voeding nodig van 10-30 VDC bij maximaal 100 mA. Zorg voor een minimumspanning van 10 volt bij de detector, waarbij u rekening houdt met de spanningsval door de weerstand van de kabel. Bijvoorbeeld: Een nominale voeding bij het bedieningspaneel van 24 VDC levert een gegarandeerde minimumspanning van 18 volt. De maximale spanningsval is dus 8 volt. Xgard type 5 kan maximaal 100mA vragen en dus bedraagt de maximaal toegestane lusweerstand 80 ohm. Een kabel van 1,5 mm2 heeft meestal een toelaatbaar kabeltraject van 3,3 km. In tabel 7 hieronder ziet u de maximum kabelafstanden bij veel voorkomende kabelparameters. Kabeldiameter mm2 Awg 1,0 17 1,5 15 2,5 13 Weerstand (ohm per km) Kabel Lus 18,1 36,2 12,1 24,2 7,4 14,8 Max. afstand (km) 2,2 3,3 5,4 Tabel 7: maximum kabelafstanden voor veel voorkomende kabels De aanvaardbare diameter van de gebruikte kabel bedraagt 0,5 tot 2,5 mm2 (20 tot 13 awg). De tabel is uitsluitend ter illustratie. Voor elke toepassing moet u de feitelijke kabelparameters gebruiken om de maximum kabelafstanden te berekenen. 45 2. Installatie Xgard type 5 2.4 Elektrische aansluitingen Alle aansluitingen worden gemaakt via de schroefaansluitingen in het blok op de PCB in de aansluitkast. De aansluitingen zijn gemarkeerd met ‘+’, ‘sig’ en ‘-’ en u moet letten op de juiste polariteit wanneer u de detector aansluit op de regelapparatuur. Xgard type 5 is in de fabriek ingesteld als een ‘current sink’ apparaat, tenzij anders opgegeven bij de bestelling. Om deze instelling terug te stellen op ‘current source’ moet u de aansluitkast openen en de twee aansluitingen op de PCB-versterker verplaatsen van de ‘sink’ stand naar de ‘srce’ stand, zoals weergegeven in Afbeelding 12. Opmerking: de interne aardingsklem (zie Afbeelding 12) dient gebruikt te worden voor de aarding van de Xgard gasdetector. De externe aardingsklem (zie Afbeelding 12) is enkel een bijkomende verbindingsaansluiting en dient enkel gebruikt te worden waar lokale overheden een dergelijke aansluiting toelaten of vereisen. De aansluitkast en kabelafscherming moeten aan het bedieningspaneel zijn geaard om de gevolgen van radiofrequentie interferentie te beperken. Zorg ervoor dat de aardverbinding uitsluitend in een veilige ruimte wordt uitgevoerd om aardlussen te voorkomen. Xgard type 5 PCB SIG Bedieningspaneel SIG Aarde 10-30 VDC 4-20mA (Sink of Source) Afbeelding 13: Xgard Type 5, elektrische aansluitingen 46 3. Bediening Xgard type 5 WAARSCHUWING Voordat u begint met welke werkzaamheden dan ook, moet u er zeker van zijn dat u de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op de locatie opvolgt. Probeer nooit de detector of aansluitkast te openen wanneer er explosief gas aanwezig is. Zorg ervoor dat het bijbehorende bedieningspaneel is geblokkeerd om vals alarm te voorkomen. 3.1 Inbedrijfstellingsprocedure 1. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid). 2. Controleer of alle elektrische aansluitingen correct zijn uitgevoerd volgens Afbeelding 13. 3. Meet de spanning bij de ‘+’ en ‘-’ aansluitingen en controleer of er een minimum voeding aanwezig is van 10 VDC. 4. Laat de detector ten minste 1 uur lang stabiliseren. 5. Voordat u kunt beginnen met de kalibratie van de detector, moet u eerst de pellistors uitbalanceren. Hiertoe verwijdert u de PCB-afdekplaat en sluit een digitale voltmeter (DVM) aan op de testpunten ‘TP3’ en ‘TP4’ op de PCB-versterker, zoals weergegeven in Afbeelding 12). De DVM moet worden ingesteld op het bereik mVDC en de potentiometer die is gemarkeerd als ‘VR3’ moet worden afgesteld zodat de DVM 0,00 mV weergeeft. Nu kunt u de PCBafdekplaat weer aanbrengen. 6. Om de detector op nul te stellen, sluit u de DVM weer aan op de testpunten ‘TP1’ en ‘TP2’ op de PCB-versterker, zoals weergegeven in Afbeelding 12. Opmerking: Bij de testpunten is de nulaflezing 40 mV = 4 mA. De volle uitslag (100% LEL) geeft 200 mV = 20 mA weer. Er is een stroomklem van 25 mA op de 4-20 mA uitgang. De detector op nul stellen 7. Zorg dat u onder gepaste omstandigheden werkt. Stel de ‘ZERO’ potentiometer op de versterker (die toegankelijk is via een gat in de PCB-afdekplaat) af, zodat de DVM 40 mV weergeeft. Controleer of de display van de regelapparatuur op nul staat. De detector kalibreren 8. Stuur kalibratiegas (de concentratie moet ten minste 50% LEL bedragen) naar de detector met een stromingssnelheid van 0,5 - 1 liter/minuut via een flowadaptor (onderdeelnr. C03005). Neem contact op met Crowcon voor de levering van kalibratiegas. 9. Laat de gasaflezing stabiliseren (meestal 30 tot 60 seconden) en stel de ‘CAL’ potentiometer in totdat de DVM de juiste aflezing geeft (d.w.z. 120 mV = 12 mA = 50% LEL). Als de concentratie van het gebruikte kalibratiegas niet 50% LEL bedraagt, dan kunt u de volgende formule gebruiken om de aflezing te berekenen: 47 3. Bediening ( 160 Bereik x Gas Xgard type 5 ) + 40 = mV instelling Voorbeeld: kalibreren met behulp van 25% LEL testgas ( 160 x 25 100 ) + 40 = 80 mV 10. Als de display van de regelapparatuur moet worden ingesteld, raadpleeg dan de bedieningshandleiding van deze apparatuur. 11. Verwijder het gas en laat de sensor compleet tot rust komen, voordat u de nulinstelling opnieuw controleert. 12. Sluit de aansluitkast van de detector en zorg ervoor dat de deksel goed is vastgedraaid en dat de schroef zonder kop is geborgd. 13. De detector is nu klaar voor gebruik. Opmerking: ATEX gecertificeerde Xgard detectoren voor brandbare gassen worden gekalibreerd geleverd om te voldoen aan IEC 61779 (waarbij bijvoorbeeld 100% LEL methaan 4,4% volume is) UL/CSA gecertificeerde detectoren worden gekalibreerd geleverd om te voldoen aan ISO 10156 (waarbij bijvoorbeeld 100% LEL methaan 5% volume is). 48 3. Bediening Xgard type 5 3.2 Periodiek onderhoud Pellistors kunnen minder gevoelig worden wanneer er giftige of remmende stoffen aanwezig zijn, zoals siliconen, sulfiden, chloor, lood of gehalogeneerde koolwaterstoffen. Crowcon gebruikt pellistors die bestand zijn tegen gif om de levensduur van de Xgard te maximaliseren. Voor toepassingen waarbij dergelijke stoffen constant aanwezig zijn, raden we aan om explosieveilige detectors met vaste infrarode punt van Crowcon te gebruiken, omdat deze immuun zijn voor dergelijke giftige en remmende stoffen. Neem contact op met Crowcon voor meer informatie. De levensduur van de pellistors hangt af van de toepassing en de hoeveelheid gas waaraan de pellistor wordt blootgesteld. Onder normale omstandigheden (6 maandelijkse kalibratie met periodiek blootstelling aan kalibratiegas) bedraagt de levensverwachting 3-5 jaar. De situatie op de locatie bepaalt de frequentie waarop de detectors worden getest. Crowcon raadt aan om de detectors ten minste om de 6 maanden met gas te testen en indien nodig opnieuw te kalibreren. Om een detector opnieuw te kalibreren volgt u de stappen in 3.1 hierboven. De gesinterde ring moet regelmatig worden geïnspecteerd en worden vervangen als hij vervuild is. Een geblokkeerde gesinterde ring kan ertoe leiden dat er geen gas bij de sensor komt. Wanneer u onderhoudswerkzaamheden aan de Xgard heeft uitgevoerd, controleer dan of de O-ringen van de sensorhouder en de deksel van de aansluitkast in goede staat zijn en vergeet ze niet aan te brengen om het apparaat te beschermen tegen indringing van vuil of vocht van buitenaf. Zie het hoofdstuk ‘Reserveonderdelen en accessoires’ voor de onderdeelnummers van de O-ringen. 49 3. Bediening Xgard type 5 3.3 Vervanging sensors/onderhoud aan detectors Xgard maakt gebruik van een modulair ontwerp, waardoor het vervangen van sensors of gesinterde ringen uiterst eenvoudig is. Reservesensors zijn bij levering reeds gemonteerd op een PCB, zodat u ze eenvoudig kunt insteken. Een opengewerkte tekening van Xgard ziet u in Afbeelding 3. Voor het onderhoud van een Xgard detector kunt u de volgende procedure volgen. WAARSCHUWING Deze werkzaamheden moet worden uitgevoerd door Crowcon of een door een erkend servicecentrum, tenzij u geschikte training heeft ontvangen. 1. Schakel de stroom naar de detector af en isoleer deze zorgvuldig. 2. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid). 3. Draai de sensorhouder los en verwijder de sensor en PCB van de sensor. 4. Monteer de nieuwe sensor (nadat u heeft gecontroleerd of het onderdeelnummer overeenkomt met het nummer dat is vermeld op het label van de aansluitkast van de detector). Let erop of de opsluitpennen correct corresponderen met de sleuven in de aansluitkast. 5. Controleer eerst of de gesinterde ring niet vuil is en breng dan de sensorhouder weer op zijn plaats. Vervuilde onderdelen moeten worden vervangen (zie het hoofdstuk “Reserveonderdelen” voor de onderdeelnummers), omdat eventuele blokkeringen ertoe kunnen leiden dat de sensor minder gevoelig wordt en dus trager reageert op de aanwezigheid van gas. 6. Volg de inbedrijfstellingsprocedure in 3.1. nderdeelnr. O sensor Type Brugspanning Opmerking Pellistor (VDC) S011251/S VQ21T 2,0 Standaard voor CH4 S011509/S 300P 2,0 Alternatief voor CH4 S011506/S VQ8 2,5 Loodbestendig voor gelode benzine S011712/S VQ25 2,0 Voor halogenen 011487/S S VQ41 2,0 Voor brandstof voor straalmotoren S011489/S VQ41 2,0 Voor ammoniak Tabel 8: Sensoropties, neem contact op met Crowcon voor advies over alternatieve gassen of dampen. Opslaginstructies: de interne sensor van deze detectoren dient opgeslagen te worden in een droge ruimte en beschermd tegen siliconen, sulfiden, chloor en lood. Blootstelling aan deze stoffen reduceert de gevoeligheid van de sensor in aanzienlijke mate en doet de garantie er voor vervallen 50 4. Specificatie Xgard type 5 Materiaal aansluitkast  356 legering van marinekwaliteit A met polyester poedercoating 316 Roestvaststaal (optioneel) Afmetingen 156 x 166 x 111 mm (6,1 x 6,5 x 4,3 inch) Gewicht Legering: 1 kg (2,2 lbs) Roestvaststaal: ca. 3,1 kg (6,8 lbs) Bedrijfsspanning 10–30 VDC Stroomverbruik 100 mA bij 10 V 50 mA bij 24 V Uitgang  -20 mA Sink of Source (Geselecteerd door 4 Aansluitingen) Foutsignaal < 3 mA Maximum weerstand kabellus 40 ohm bij18 V (stroom) +ve aansluiting 450 ohm bij 18 V (signaal) sig aansluiting Met betrekking tot -ve aansluiting (algemeen) Bedrijfstemperatuur Vochtigheid -40°C tot +55°C (-40°F tot +131°F) 0–99% RV, niet condenserend Beschermingsgraad IP65 Explosiebescherming Explosieveilig Goedkeuringscode II 2 GD Ex d IIC T6 Gb ATEX Tomg. = -40°C tot 50°C Extb IIIC T80°C Db II 2 GD Ex d IIC T4 Gb ATEX Tomg. = -40°C tot 80°C Extb IIIC T110°C Db IECEx BAS 05.0042 UL Klasse I, Division 1, Groepen B, C & D IECEx BAS 05.0043X Nr. veiligheidscertificaat. Baseefa04ATEX0024X Norme  N60079-0:2012, EN60079-1:2007, EN60079E 31:2009 IEC 60079-0:2011 (Ed 6), IEC60079-1: 2007 (Ed 6), IEC60079-31:2008 (Ed 1) UL1203 Zones  ecertificeerd voor gebruik in zones 1 en 2 (gas) en G zones 21 en 22 (stof). Gasgroepen IIA, IIB, IIC (UL groepen B, C, D) EMC EN50270 51 1. Inleiding Xgard type 6 1.1 Explosieveilige gasdetector van het type thermische geleidbaarheid Deze Xgard versie is een explosieveilige gasdetector van type thermische geleidbaarheid. Het apparaat is ontworpen voor het controleren van het volumepercentage van de concentraties binaire gasmengsels (zoals waterstof in stikstof, methaan in kooldioxide). De werking van de detector berust op het aanzienlijke verschil in thermische geleidbaarheid van de gassen in het mengsel. U dient voorzorgsmaatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat het vochtgehalte in het gasmengsel zo laag mogelijk blijft en dat de bedrijfstemperatuur stabiel is, want deze factoren kunnen van invloed zijn op de metingen van de sensor. Voor een lijst van de gasmengsels die met de Xgard type 6 zijn te detecteren, kunt u contact opnemen met Crowcon. Xgard type 6 gebruikt een (nominale) voeding van 24 VDC en geeft een signaal af van 4-20 mA (‘sink’ of ‘source’) dat II 2 proportioneel is met de gasconcentratie. De detector is gecertificeerd als GD Ex d IIC T6 Gb en is geschikt voor gebruik in gevaarlijke ruimtes met de classificatie Zone 1 en Zone 2. Elektrische aansluitingen aan de detector lopen via het aansluitblok op de PCB, zoals hieronder weergegeven. Aarde TP2 Sink Extra externe aardingsklem (aarde) TP4 Test punten VR3 TP3 Srce TP1 Afbeelding 14: Xgard type 6, lay-out PCB (Afgebeeld met verwijderde PCB-afdekplaat). 52 2. Installatie Xgard type 6 WAARSCHUWING Deze detector is ontworpen voor gebruik in gevaarlijke ruimtes met de classificatie Zone 1 en Zone 2 en is gecertificeerd alsv II 2 GD Ex d IIC T6 Gb. De installatie moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Crowcon. Alvorens de detector te installeren moet u er zeker van zijn dat de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op de locatie op worden opgevolgd. 2.1 Locatie U moet de detector monteren op een plaats waar de grootste kans bestaat dat het te detecteren gas wordt gemeten. Let op de volgende punten bij het bepalen van de juiste plaats voor de gasdetector: • Om gassen te detecteren die lichter zijn dan lucht, moet u de detector op een hoog punt monteren. Crowcon adviseert bovendien het gebruik van een verzamelkegel (onderdeelnr. C01051) en een accessoire-adaptor (onderdeelnr. M04666). • Om gassen te detecteren die zwaarder zijn dan lucht, moet u de detector op een laag punt monteren. • Als de detector bedoeld is om gas te controleren in een monsterlijn in plaats van onder omgevingsomstandigheden, dan is er een flowadaptor verkrijgbaar voor een pijp met een buitendiameter van 6 mm (1/4”) (onderdeelnr. C01339). Crowcon adviseert een stromingssnelheid van 0,5 - 1 liter/minuut en het monstergas moet adequaat worden gefilterd om stof en vocht te verwijderen. • Wanneer u de detectors bevestigt, houd dan rekening met mogelijke beschadiging door natuurlijke invloeden (bv. regen of overstroming). Voor detectors die buiten worden gemonteerd adviseert Crowcon het gebruik van een spatwaterscherm (onderdeelnr. C01052) en een accessoire-adaptor (onderdeelnr. M04666). • Houd er rekening mee dat de detector eenvoudig toegankelijk moet zijn voor tests en onderhoud. • Houd er rekening mee hoe het ontsnappende gas zich kan gedragen door natuurlijke of geforceerde luchtstromen. Monteer detectors in ventilatiekanalen indien van toepassing. • Houd rekening met de procesomstandigheden. Zo is butaan normaal gesproken zwaarder dan lucht, maar als het vrijkomt door een proces dat zich op een verhoogde temperatuur en/of druk afspeelt, dan kan het gas stijgen in plaats van dalen. De locatie van de sensors moet worden bepaald volgens het advies van experts met specialistische kennis van gasverdeling, de procesapparatuur in de fabriek en de veiligheids- en montagekwesties. Zodra overeenstemming is bereikt over de locatie van de sensors moet hier een aantekening van worden gemaakt. Crowcon helpt u graag bij het bepalen van de juiste locatie voor de gasdetectors. 53 2. Installatie Xgard type 6 2.2 Montage Xgard moet op de aangewezen locatie worden geïnstalleerd met de sensor omlaag gericht. Hierdoor kan er geen stof of water op de sensor achterblijven, en wordt de toegang van het gas tot de cel niet belemmerd. Details over de montage zijn weergegeven in Afbeelding 2. Let er bij het installeren van de detector op dat u het geverfde oppervlak van de aansluitkast en de sensorhouder niet beschadigt. 2.3 Bekabelingsvoorschriften De bekabeling naar de tot Xgard moet voldoen aan de geldende normen van de regelgevende overheidsinstantie in het land in kwestie en aan de elektrische eisen van de detector. Crowcon adviseert het gebruik van kabels met staaldraadomvlechting en explosieveilige wartelmoeren. Alternatieve bekabelingstechnieken, zoals stalen kabelkanalen, kunnen aanvaardbaar zijn als ze voldoen aan de geldende normen. Xgard type 6 heeft een voeding nodig van 10-30 VDC bij maximaal 100 mA. Zorg voor een minimumspanning van 10 volt bij de detector, waarbij u rekening houdt met de spanningsval door de weerstand van de kabel. Bijvoorbeeld: Een nominale voeding bij het bedieningspaneel van 24 VDC levert een gegarandeerde minimumspanning van 18 volt. De maximale spanningsval is dus 8 volt. Xgard type 6 kan maximaal 100mA vragen en dus bedraagt de maximaal toegestane lusweerstand 80 ohm. Een kabel van 1,5 mm2 heeft meestal een toelaatbaar kabeltraject van 3,3 km. In tabel 7 hieronder ziet u de maximum kabelafstanden bij veel voorkomende kabelparameters. Kabeldiameter mm2 Awg 1,0 17 1,5 15 2,5 13 Weerstand (ohm per km) Kabel Lus 18,1 36,2 12,1 24,2 7,4 14,8 Max. afstand (km) 2,2 3,3 5,4 Tabel 9: maximum kabelafstanden voor veel voorkomende kabels De aanvaardbare diameter van de gebruikte kabel bedraagt 0,5 tot 2,5 mm2 (20 tot 13 awg). De tabel is uitsluitend ter illustratie. Voor elke toepassing moet u de feitelijke kabelparameters gebruiken om de maximum kabelafstanden te berekenen. 54 2. Installatie Xgard type 6 2.4 Elektrische aansluitingen Alle aansluitingen worden gemaakt via de schroefaansluitingen in het blok op de PCB in de aansluitkast. De aansluitingen zijn gemarkeerd met ‘+’, ‘sig’ en ‘-’ en u moet letten op de juiste polariteit wanneer u de detector aansluit op de regelapparatuur. Xgard type 6 is in de fabriek ingesteld als een ‘current sink’ apparaat, tenzij anders opgegeven bij de bestelling. Om deze instelling terug te stellen op ‘current source’ moet u de aansluitkast openen en de twee aansluitingen op de PCB-versterker verplaatsen van de ‘sink’ stand naar de ‘srce’ stand, zoals weergegeven in Afbeelding 14. Opmerking: de interne aardingsklem (zie Afbeelding 14) dient gebruikt te worden voor de aarding van de Xgard gasdetector. De externe aardingsklem (zie Afbeelding 14) is enkel een bijkomende verbindingsaansluiting en dient enkel gebruikt te worden waar lokale overheden een dergelijke aansluiting toelaten of vereisen. De aansluitkast en kabelafscherming moeten aan het bedieningspaneel zijn geaard om de gevolgen van radiofrequentie interferentie te beperken. Zorg ervoor dat de aardverbinding uitsluitend in een veilige ruimte wordt uitgevoerd om aardlussen te voorkomen. Xgard type 6 PCB SIG Bedieningspaneel SIG Aarde 10-30 VDC 4-20mA (Sink of Source) Afbeelding 15: Xgard Type 6, elektrische aansluitingen 55 3. Bediening Xgard type 6 WAARSCHUWING Voordat u begint met welke werkzaamheden dan ook, moet u er zeker van zijn dat u de lokale voorschriften en voorgeschreven procedures op de locatie opvolgt. Probeer nooit de detector of aansluitkast te openen wanneer er explosief gas aanwezig is. Zorg ervoor dat het bijbehorende bedieningspaneel is geblokkeerd om vals alarm te voorkomen. 3.1 Inbedrijfstellingsprocedure 1. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid). 2. Controleer of alle elektrische aansluitingen correct zijn uitgevoerd volgens Afbeelding 15. 3. Meet de spanning bij de ‘+’ en ‘-’ aansluitingen en controleer of er een minimum voeding aanwezig is van 10 VDC. 4. Laat de detector ten minste 1 uur lang stabiliseren. 5. Voordat u kunt beginnen met de kalibratie van de detector, moet u eerst de sensor voor de thermische geleidbaarheid uitbalanceren. Hiertoe verwijdert u de PCB-afdekplaat en sluit een digitale voltmeter (DVM) aan op de testpunten ‘TP3’ en ‘TP4’ op de PCB-versterker, zoals weergegeven in Afbeelding 14. De DVM moet worden ingesteld op het bereik mVDC. Controleer het label van de detector voor details over het achtergrondgas. Normaal gesproken is dit lucht, kooldioxide, stikstof of argon. Stuur een monster van het achtergrondgas (100% volume concentratie) naar de sensor met een stromingssnelheid van 0,5 – 1 liter/minuut via een flowadaptor (onderdeelnr. C03005). Als het achtergrondgas lucht is, dan kan de sensor gewoon aan schone omgevingslucht worden blootgesteld. De potentiometer die is gemarkeerd als ‘VR3’ moet worden afgesteld zodat de DVM 0,00 mV weergeeft. Nu kunt u de PCB-afdekplaat weer aanbrengen. 6. Sluit de DVM weer aan op de testpunten ‘TP1’ en ‘TP2’ op de PCB-versterker, zoals weergegeven in Afbeelding 14. Opmerking: Bij de testpunten is de nulaflezing 40 mV = 4 mA. De volle uitslag (100% LEL) geeft 200 mV = 20 mA weer. Er is een stroomklem van 25 mA op de 4-20 mA uitgang. De detector op nul stellen 7. Controleer het label van de detector voor details over het achtergrondgas. Normaal gesproken is dit lucht, kooldioxide, stikstof of argon. Stuur een monster van het achtergrondgas (100% volume concentratie) naar de sensor met een stromingssnelheid van 0,5 – 1 liter/minuut via een flowadaptor (onderdeelnr. C03005). Als het achtergrondgas lucht is, dan kan de sensor gewoon aan schone omgevingslucht worden blootgesteld. Stel de ‘ZERO’ potentiometer op de versterker (die toegankelijk is via een gat in de PCB- 56 3. Bediening Xgard type 6 afdekplaat) af, zodat de DVM 40 mV weergeeft. Controleer of de display van de regelapparatuur op nul staat. De detector kalibreren 8. Stuur kalibratiegas (de concentratie moet ten minste 100% volume van het doelgas zijn, of een representatief mengsel van het gewenste gasbereik, bijvoorbeeld 60% CH4 / 40% CO2) naar de detector met een stromingssnelheid van 0,5 - 1 liter/minuut via een flowadaptor (onderdeelnr. C03005). Neem contact op met Crowcon voor de levering van kalibratiegas. 9. Laat de gasaflezing stabiliseren (meestal 30 tot 60 seconden) en stel de ‘CAL’ potentiometer in totdat de DVM de juiste aflezing geeft (200 mV als 100% doelgas is gebruikt). Gebruik de volgende formule om de DVM aflezing te berekenen als de doelgasconcentratie in het kalibratiegas lager is dan 100%: ( 160 Bereik x Gas ) + 40 = mV instelling Waar ‘Bereik’ staat voor de maximumwaarde van het doelgas en ‘Gas’ voor de concentratie van het doelgas in het kalibratiemengsel. Voorbeeld: het kalibreren van een detector voor het meten van 0-100% volume methaan in kooldioxide, met behulp van 60% CH4 / 40% CO2 kalibratiegas: ( 160 x 60 100 ) + 40 = 136 mV 10. Als de display van de regelapparatuur moet worden ingesteld, raadpleeg dan de bedieningshandleiding van deze apparatuur. 11. Verwijder het gas en laat de sensor compleet tot rust komen, voordat u de nulinstelling opnieuw controleert. 12. Sluit de aansluitkast van de detector en zorg ervoor dat de deksel goed is vastgedraaid en dat de schroef zonder kop is geborgd. 13. De detector is nu klaar voor gebruik. Opmerking: De Xgard type 6 geeft alleen betrouwbare metingen wanneer het apparaat wordt blootgesteld aan een gasmengsel waarvoor het is gekalibreerd. Als een detector bijvoorbeeld is gekalibreerd voor een CH4 / CO2 mengsel, maar wordt blootgesteld aan lucht, dan zal hij foute signalen produceren. 57 3. Bediening Xgard type 6 3.2 Periodiek onderhoud De levensduur van de sensor hangt af van de toepassing waarvoor hij wordt gebruikt. We verwachten dat een sensor van het type thermische geleidbaarheid onder ideale omstandigheden 5 jaar lang naar tevredenheid zal functioneren. Sensors zijn gevoelig voor beschadiging door vibraties en schokken. Daarom moet u metingen uitvoeren om zeker te weten dat de detector niet afwijkt door deze invloeden. De situatie op de locatie bepaalt de frequentie waarop de detectors worden getest. Crowcon raadt aan om de detectors ten minste om de 6 maanden met gas te testen en indien nodig opnieuw te kalibreren. Om een detector opnieuw te kalibreren volgt u de stappen in 3.1 hierboven. De gesinterde ring moet regelmatig worden geïnspecteerd en worden vervangen als hij vervuild is. Een geblokkeerde gesinterde ring kan ertoe leiden dat er geen gas bij de sensor komt. Wanneer u onderhoudswerkzaamheden aan de Xgard heeft uitgevoerd, controleer dan of de O-ringen van de sensorhouder en de deksel van de aansluitkast in goede staat zijn en vergeet ze niet aan te brengen om het apparaat te beschermen tegen indringing van vuil of vocht van buitenaf. Zie het hoofdstuk ‘Reserveonderdelen en accessoires’ voor de onderdeelnummers van de O-ringen. 58 3. Bediening Xgard type 6 3.3 Vervanging sensors/onderhoud aan detectors Xgard maakt gebruik van een modulair ontwerp, waardoor het vervangen van sensors of gesinterde ringen uiterst eenvoudig is. Reservesensors zijn bij levering reeds gemonteerd op een PCB, zodat u ze eenvoudig kunt insteken. Een opengewerkte tekening van Xgard ziet u in Afbeelding 3. Voor het onderhoud van een Xgard detector kunt u de volgende procedure volgen. WAARSCHUWING Deze werkzaamheden moet worden uitgevoerd door Crowcon of een door een erkend servicecentrum, tenzij u geschikte training heeft ontvangen. 1. Schakel de stroom naar de detector af en isoleer deze zorgvuldig. 2. Open de aansluitkast van de detector door de deksel tegen de klok in los te schroeven (nadat u eerst de borgschroef zonder kop heeft losgedraaid). 3. Draai de sensorhouder los en verwijder de sensor en PCB van de sensor. 4. Monteer de nieuwe sensor (nadat u heeft gecontroleerd of het onderdeelnummer overeenkomt met het nummer dat is vermeld op het label van de aansluitkast van de detector). Let erop of de opsluitpennen correct corresponderen met de sleuven in de aansluitkast. 5. Controleer eerst of de gesinterde ring niet vuil is en breng dan de sensorhouder weer op zijn plaats. Vervuilde onderdelen moeten worden vervangen (zie het hoofdstuk “Reserveonderdelen” voor de onderdeelnummers), omdat eventuele blokkeringen ertoe kunnen leiden dat de sensor minder gevoelig wordt en dus trager reageert op de aanwezigheid van gas. 6. Volg de inbedrijfstellingsprocedure in 3.1. 59 4. Specificatie 60 Xgard type 6 Materiaal aansluitkast A356 legering van marinekwaliteit met polyester poedercoating 316 Roestvaststaal (optioneel) Afmetingen 156 x 166 x 111 mm (6,1 x 6,5 x 4,3 inch) Gewicht Legering: 1 kg (2,2 lbs) Roestvaststaal: ca. 3,1 kg (6,8 lbs) Bedrijfsspanning 10–30 VDC Stroomverbruik 100 mA bij 10 V 0 mA bij 24 V Uitgang 4-20 mA Sink of Source (Geselecteerd door Aansluitingen) Foutsignaal < 3 mA Maximum weerstand kabellus 40 ohm bij18 V (stroom) +ve aansluiting 450 ohm bij 18 V (signaal) sig aansluiting Met betrekking tot -ve aansluiting (algemeen) Bedrijfstemperatuur +10°C tot +55°C (50 tot +131°F) Vochtigheid 0–90% RV, niet condenserend Beschermingsgraad IP65 Explosiebescherming Explosieveilig Goedkeuringscode II 2 GD Ex d IIC T6 Gb ATEX Tomg. = -40°C tot 50°C Extb IIIC T80°C Db II 2 GD Ex d IIC T4 Gb ATEX Tomg. = -40°C tot 80°C Extb IIIC T110°C Db IECEx BAS 05.0042 UL Klasse I, Division 1, Groepen B, C & D IECEx BAS 05.0043x Nr. veiligheidscertificaat. ATEX Baseefa04ATEX0024X Normen  N60079-0:2012, EN60079-1:2007, EN60079E 31:2009 IEC 60079-0:2011 (Ed 6), IEC60079-1: 2007 (Ed 6), IEC60079-31:2008 (Ed 1) UL1203 Zones  ecertificeerd voor gebruik in zones 1 en 2 (gas) en G zones 21 en 22 (stof). Gasgroepen IIA, IIB, IIC (UL groepen B, C, D) EMC EN50270 1. Introduction Reserveonderdelen en accessoires Zie het hoofdstuk Sensortype over het label op de hoofdaansluitkast voor het juiste onderdeelnummer van de nieuwe sensor. Beschrijving Sensorhouder (aluminium) Onder Xgard type deelnummer S012132/S Alleen Type 1 (UL) Sensorhouder (glasversterkt nylon) S012982 Sensorhouder c/w gesinerde ring (aluminium) S012133/S Types 2,3,5,6 Sensor zegel (aluminium houder met glasvezel versterkt nylon) M04885 Alle Types* Sensorhouder (roestvaststaal) M01945 Type 1 Sensorhouder met gesinterde ring (roestvaststaal) M01932 Types 2,3,5,6 Sensor zegel (roestvaststalen houder) M04971 Types 1,2,3,5,6 Alleen Type 1 (ATEX) O-ring van sensorhouder de woorden (aluminium en M04828 roestvrij staal) Alle Types* O-ring van sensorhouder voor met glasvezel versterkt M04481 nylon Type 1 O-ring deksel van aasluitkast M04829 Alle Types* PCB versterker voor het volgende soort gas: Koolmonoxide, chloor, chloor dioxide, waterstof, waterstof sulphide, stikstofdioxide, zwaveldioxide S011238/2 Types 1 & 2 PCB versterker voor het volgende soort gas: ammoniak, arsine, bromine, diborane, fluorine, germane, waterstof cyanide, waterstof fluoride, ozon, phosgene, phosphine, silane (Cellensensoric) S011896/2 Types 1 & 2 PCB versterker (zuurstof) S011240/2 Types 1 & 2 PCB versterker (explosief, brug) S011469/2 Type 3 PCB versterker (explosief, hoge temperatuur) S011720 PCB versterker (explosief, 4-20mA) S011242/2 Type 5 PCB versterker (thermische geleidingsvermogen, 4-20mA) S011837 Type 6 PCB – afdekplaat M04770 Alle Types* Kalibratieadaptor C03005 Alle Types Waterdichte stop C01886 AlleenType 4 Montageset kabelkanaal S011918 Alle Types* Afdichtingsring voor onderzijde van sensor M04909 Type 4 Afdichtingsring voor deksel van aansluitdoos”. M04910 Type 4 Type 4 * Met uitzondering van Xgard Type 4 61 Reserveonderdelen 1. Introduction en accessoires Accessoire-adaptor C011061 Spatwaterscherm C01052 Weerbestendige dop C01442 Flowadaptor C01839 Verzamelkegel C01051 Zonneklep C011063 De aantekening: deze onderdelen zün neit compatibel met Xgard Type 4. 62 Bijlage: Sensorbeperkingen De sensors gebruikt in Xgard hebben beperkingen die gelden voor al dit soort gassensors en de gebruikers moeten zich bewust zijn de punten die hieronder zijn opgesomd. Crowcon kan advies geven over bepaalde situaties en alternatieve sensors voorstellen als het instrument waarschijnlijk onder extreme omstandigheden wordt gebruikt. • De prestaties van elektrochemische sensors veranderen bij extreme temperaturen. Raadpleeg Crowcon als de detector wordt blootgesteld aan omgevingstemperaturen lager dan–20°C of hoger dan +40°C (-4°F en 104°F). • Extreme vochtgehaltes kunnen ook problemen veroorzaken. De sensors zijn officieel geschikt voor een omgeving met een (gemiddelde) relatieve vochtigheid van 15-90%. Ze worden echter van de tropen tot in woestijnen en toendra’s gebruikt zonder dit ze normaal gesproken problemen oplevert. • Water, verontreinigingen of verf mogen niet in contact komen met de sensor, omdat hierdoor de gasverdeling wordt belemmerd. Detectors moeten worden gemonteerd met de sensor omlaag gericht om dit te helpen voorkomen. • Aanhoudende blootstelling aan bepaalde stoffen kan de sensors verontreinigen. De kalibratie moet worden gecontroleerd volgens de instructies voor elk detectortype om ervoor te zorgen dat de sensor correct functioneert. • Aanhoudende blootstelling aan hoge niveaus van toxische of explosieve gassen verkorten de levensduur van de sensor. Als het hoge gasgehalte corrosief is (bv. zwavelwaterstof) dan kunnen de metalen onderdelen na verloop van tijd beschadigd raken. • Sensors kunnen gevoelig zijn voor andere gassen. Neem bij twijfel contact op met Crowcon of uw lokale vertegenwoordiger. • Opslaginstructies: Elektrochemische sensoren gebruikt in Xgard types 1 en 2 hebben een maximum niet-aangesloten opslaglevensduur van 3 maanden. Sensors bewaard in een detector langer dan 3 maanden vóór ingebruikname gaan mogelijk niet de volledige verwachte bedrijfsduur mee. De garantieperiode voor alle sensors vangt aan vanaf de datum van verzending bij Crowcon. Detectors dienen opgeslagen te worden in een koele en droge ruimte waar temperaturen binnen het bereik van 0-20°C blijven. Er bestaan geen regels die bepalen wat de beste locatie is voor de detectors, maar u vindt behoorlijke ondersteuning in NEN-EN 50073:1999 ‘Leidraad voor de keuze, het installeren, het gebruik en het onderhoud van toestellen voor de detectie en meting van brandbare gassen of zuurstof’. Indien van toepassing, mogen soortgelijke internationale praktijkrichtlijnen worden gebruikt. Verder publiceren enkele regelgevende instanties specificaties met minimum eisen aan gasdetectie voor specifieke toepassingen. De detector moet worden gemonteerd op een plaats waar het gas het meest waarschijnlijk aanwezig is. 63 1. Introduction Garantieverklaring Deze apparatuur verlaat onze fabriek volledig getest en gekalibreerd. Indien de apparatuur binnen de garantieperiode defect mocht blijken te zijn omwille van fouten in afwerking of materiaal, gaan we naar goeddunken over tot de reparatie of gratis vervanging overeenkomstig de hierna vermelde voorwaarden. Garantieprocedure Om een efficiënte verwerking van alle klachten toe te laten, dient u contact op te nemen met uw klantenserviceteam op +44 (0)1235 557711 met de volgende informatie: uw contactnaam, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres. beschrijving en aantal terug gezonden goederen, inclusief eventuele accessoires. serienummer(s) van instrument. reden van terugzending Vraag een terugzendingsformulier aan voor identificatie en opspoorbaarheid. Dit formulier kan worden gedownload van onze website ‘crowconsupport. com’, samen met een terugzendingslabel, alternatief kunnen we u een kopie doormailen. Instrumenten worden niet aanvaard voor garantie zonder een Crowcon Returns Number (“CRN”) (terugzendingsnummer voor Crowcon). Het adreslabel dient absoluut goed vast op de buitenverpakking van de teruggezonden goederen bevestigd te worden. De garantie vervalt indien blijkt dat aan het instrument wijzigingen of modificaties werden uitgevoerd of indien het ontmanteld blijkt geweest te zijn of er mee geknoeid is. De garantie dekt geen misbruik of verkeerd gebruik van het toestel. Iedere garantie op batterijen kan vervallen indien blijkt dat een nietgoedgekeurde lader werd gebruikt. Niet-herlaadbare batterijen zijn uitgesloten van deze garantie. Aanspraak op garantie voor sensoren veronderstelt normaal gebruik en zal vervallen indien de sensoren werden blootgesteld aan buitensporige concentraties van gas, te langdurige perioden van blootstelling aan gas of werden blootgesteld aan “giftige stoffen” die de sensor kunnen beschadigen, zoals deze uitgestoten door spuitbussen Garantieverklaring Crowcon aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige gevolgschade of enig onrechtstreeks verlies of beschadiging die (dat) zich zou kunnen voordoen (met inbegrip van elk verlies of beschadiging door gebruik van het instrument) en alle aansprakelijkheid met betrekking tot een derde partij is uitdrukkelijk uitgesloten. 64 Garantieverklaring Deze garantie verleent geen zekerheid over de kalibratie van het toestel of de buitenafwerking van het product. Het toestel moet onderhouden worden in overeenstemming met de instructies voor gebruik en onderhoud. De garantie voor vervanging van gebruiksgoederen (zoals sensoren) geleverd onder waarborg van vervanging van defecte items, wordt beperkt tot de nietverstreken garantietermijn van het oorspronkelijk geleverd item. Crowcon behoudt zich het recht voor om een gereduceerde garantieperiode te bepalen, of een garantieperiode af te wijzen voor iedere sensor geleverd voor gebruik in een omgeving of voor een applicatie waarvan bekend is dat ze een risico voor degradatie of beschadiging van de sensor kan inhouden. Onze aansprakelijkheid met betrekking tot defecte uitrusting wordt beperkt tot de verplichtingen vermeld in het garantiebewijs en enige verlengde garantie, omstandigheid of verklaring, uitdrukkelijk vermeld of wettelijk verondersteld of in afwijking van de verkoopbaarheidskwaliteit van onze uitrusting of de geschiktheid er van voor een bepaald doel is uitgesloten met uitzondering van de wettelijke bepalingen. Deze garantie heeft geen invloed op de wettelijke rechten van de klant. Crowcon behoudt zich het recht voor om een vergoeding aan te rekenen voor behandeling en transport, wanneer blijkt dat aan toestellen die worden teruggezonden als defect enkel normale kalibratie of servicing dient te worden uitgevoerd en waarvan de klant de uitvoering dan weigert. Gelieve voor garantie en technische ondersteuning contact op te nemen met: Klantenservice Tel +44 (0) 1235 557711 Fax +44 (0) 1235 557722 Email [email protected] 65 UK Office Singapore Office Crowcon Detection Instruments Ltd 172 Brook Drive, Milton Park, Abingdon Oxfordshire OX14 4SD Tel: +44 (0) 1235 557700 Fax: +44 (0) 1235 557749 Email: [email protected] Website: www.crowcon.com USA Office Crowcon Detection Instruments Ltd Block 194, Pandan Loop #06-20 Pantech Industrial Complex Singapore 128383 Tel: + 65 6745 2936 Fax: +65 6745 0467 Email: [email protected] Website: www.crowcon.com China Office Crowcon Detection Instruments Ltd 1455 Jamike Ave, Suite 100 Erlanger KY 41018 Tel: +1 859 957 1039 or 1 800 527 6926 Fax: +1 859 957 1044 Email: [email protected] Website: www.crowcon.com Netherlands Office Crowcon Detection Instruments Ltd (Beijing) Unit 316, Area 1, Tower B, Chuangxin Building 12 Hongda North Road, Beijing Economic Technological Development Area Beijing, China 100176 Tel: +86 10 6787 0335 Fax: +86 10 6787 4879 Email: [email protected] Website: www.crowcon.com Crowcon Detection Instruments Ltd Vlambloem 129 3068JG, Rotterdam Netherlands Tel: + 31 10 421 1232 Fax: + 31 10 421 0542 Email: [email protected] Website: www.crowcon.com 1180 © 2015 Crowcon Detection Instruments Ltd. Crowcon and Xgard are registered trade marks.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66

Crowcon Xgard Handleiding

Type
Handleiding