Master B225 CEE de handleiding

Categorie
Ruimteverwarmingstoestellen
Type
de handleiding

Deze handleiding is ook geschikt voor

CE-CONFORMITEITSVERKLARING
mobiele ventilator-luchtverwarmers modellen:
B225 CEE, B355 CEE
CE-CONFORMITEITSVERKLARING
Deze modellen voldoen aan de veiligheidseisen zoals vastgelegd in
Machinerichtlijn 89/392 inclusief de variaties die zijn geïntroduceerd middels
Richtlijnen 91/368, 93/44, 93/68, 98/37 en Richtlijnen 89/336, 92/31, 73/23.
Alle genoemde modellen voldoen aan deze richtlijnen.
Bedrijf DESA Europe B.V.
Naam Augusto Millan
Functie Technisch directeur
Datum en plaats Handtekening
Sliedrecht, 10-04-2003
®
DESA Europe B.V.
Postbus 271, 4700 Ag. Roosendaal
Naz. NL
Internet: www.desaeurope.com
e-mail: info@desaeurope.com
INDEX I
MOBIELE VENTILATOR-LUCHTVERWARMER
BEDIENINGSHANDLEIDING
MODELLEN: B225 CEE, B355 CEE
BELANGRIJK: Zorg ervoor dat u deze bedieningshandleiding voor montage, ingebruikname of onderhoud van
deze verwarmer gelezen en begrepen hebt. Foutief gebruik van de verwarmer kan ernstig letsel veroorzaken.
Bewaar deze handleiding om deze in de toekomst opnieuw te kunnen raadplegen.
CE-CONFORMITEITSVERKLARING 2
VEILIGHEIDSINFORMATIE 4
INGEBRUIKNAME 5
UITSCHAKELING 5
VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN 5
TRANSPORT EN VERPLAATSING 5
PREVENTIEF ONDERHOUDSPROGRAMMA 5
IDENTIFICATIE VAN PROBLEMEN 6
ELEKTRISCH CIRCUIT 7
PRODUCTIDENTIFICATIE 7
BEDRADINGSSCHEMA 8
4
VEILIGHEIDSINFORMATIE
Koolmonoxidevergiftiging De eerste symptomen van koolmonoxide-
vergiftiging lijken op die van griep: hoofdpijn, duizeligheid en/of misselij-
kheid. Dergelijke symptomen kunnen worden veroorzaakt door een
gebrekkige werking van de verwarmer. Begeef u onmiddellijk in de
buitenlucht! Laat de verwarmer gerepareerd worden. Bepaalde
personen hebben extra te lijden van de effecten van koolmonoxidever-
giftiging: zwangere vrouwen, hart- en longpatiënten, personen met bloe-
darmoede, personen onder invloed van alcohol en bewoners van hoog-
gelegen gebieden. Zorg ervoor dat u alle waarschuwingen
gelezen en begrepen hebt.
Bewaar deze handleiding om deze in de toekomst opnieuw te kunnen
raadplegen: deze dient als gids voor een veilig en correct gebruik van
de verwarmer.
Gebruik uitsluitend eersteklas brandolie om brand- en explosiegevaar
te vermijden. Gebruik nooit benzine, stookolie, verfoplosmiddelen, alcohol
of andere makkelijk ontvlambare brandstoffen.
Bijvullen
a)
Het personeel belast met het bijvullen dient gekwalificeerd te zijn en
volledig vertrouwd te zijn met de instructies van de fabrikant en de
geldende normen met betrekking tot het veilig bijvullen van verwarmers.
b) Gebruik uitsluitend het type brandstof dat specifiek is vermeld op
het identificatieplaatje van de verwarmer.
c) Doof voor het bijvullen eerst alle vlammen, inclusief de waakvlam,
en wacht tot de verwarmer is afgekoeld.
d) Inspecteer tijdens het bijvullen alle brandstofleidingen en fittingen
op eventuele lekken. Eventuele lekken dienen te worden gerepa-
reerd voordat de verwarmer opnieuw in gebruik wordt genomen.
e) In geen enkel geval mag men in de buurt van de verwarmer in
hetzelfde gebouw meer brandstof opslaan dan nodig is om de
verwarmer een dag te laten werken. De brandstofreservoirs moeten
zich in een afzonderlijke accommodatie bevinden.
f) Alle brandstoftanks moeten zich minimaal op een afstand van
762 cm (25 voet) van verwarmers, lasbranders, soldeerapparatuur
en soortgelijke ontstekingsbronnen (met uitzondering van de brand-
stoftank die in de verwarmer is ingebouwd).
g) De brandstof dient zo mogelijk te worden opgeslagen in ruimten
met vloerbedekking die het niet mogelijk maakt dat de brandstof
vlammen bereikt waardoor deze in brand kan vliegen.
h) Bij de opslag van brandstof dienen de geldende normen in acht
te worden gehouden.
Gebruik de verwarmer nooit in ruimten waar benzine, verfoplosmid-
delen of andere zeer ontvlambare dampen aanwezig zijn.
Neem tijdens het gebruik van de verwarmer alle plaatselijke
verordeningen en geldende normen in acht.
Verwarmers die in de buurt van textiel, gordijnen of ander vergelijk-
baar materiaal worden gebruikt dienen op een veilige afstand daarvan
te worden geplaatst. De aanbevolen veiligheidsafstand is 304,8 cm
(10 voet).
Bovendien wordt het gebruik van vuurvast afdekkingsmateriaal aan-
bevolen. Dergelijk materiaal dient stevig te worden vastgezet, om te
vermijden dat dit vlam vat en om te voorkomen dat de wind vat krijgt
op de verwarmer.
Gebruik het toesteluitsluitend om ruimten waarin geen ontvlambare
dampen of hoge concentraties stof aanwezig zijn.
Sluit de verwarmer uitsluitend aan op een voedingsbron met de
spanning, frequentie en polariteit die zijn aangegeven op het identifi-
catieplaatje.
Gebruik uitsluitend geaarde driedraads verlengsnoeren.
• Plaats een warme of werkende verwarmer op een stabiel en egaal
oppervlak, om brandgevaar te vermijden.
Houd de verwarmer bij verplaatsing of opslag rechtop, om te
voorkomen dat er brandstof uit loopt.
Houd kinderen en dieren uit de buurt van de verwarmer.
Koppel de verwarmer los van de netvoeding wanneer deze niet
wordt gebruikt.
Als de verwarmer op een thermostaat werkt, kan deze op elk
willekeurig moment aanslaan.
Gebruik de verwarmer nooit in drukke ruimten of slaapkamers.
Blokkeer nooit de luchtinlaat (achterkant) of de luchtuitlaat
(voorkant) van de verwarmer.
De verwarmer mag nooit verplaatst, aangepast, bijgevuld of onder-
houden worden als de verwarmer warm is.
VEILIGHEIDSINFORMATIE
WAARSCHUWINGEN
NL
BELANGRIJK: lees de hele bedieningshandleiding
zorgvuldig voordat u begint met de montage, inge-
bruikname of onderhoud van deze verwarmer.
Het gebruik van de verwarmer kan ernstig of
dodelijk letsel veroorzaken ten gevolge van
verbranding, vuur, explosie, elektrische schokken
of koolmonoxidevergiftiging.
GEVAAR: koolmonoxidevergiftiging kan dodelijk
zijn!
NL
5
INGEBRUIKNAME
UITSCHAKELING
VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN
TRANSPORT EN VERPLAATSING
PREVENTIEF ONDERHOUDSPROGRAMMA
De generator kan alleen in automatische modus werken als er een
besturingseenheid zoals bijvoorbeeld een thermostaat of klok op de
generator wordt aangesloten door de kabel van deze eenheid aan te
sluiten op contactpunten 2 en 3 van de stekker (4) die bij het toestel
is geleverd (het elektriciteitssnoer dat de twee aansluitpunten met
elkaar verbindt dient te worden verwijderd en dient alleen opnieuw
aangebracht te worden als u de generator zonder besturingseen-
heid wilt laten werken).
Voor het opstarten van het toestel gaat u als volgt te werk:
• als er een besturingseenheid is aangesloten, dient u deze zodanig
in te stellen dat het toestel in werking kan treden (de thermostaat
dient bijvoorbeeld op de maximumtemperatuur te worden ingesteld);
• zet de schakelaar (3) in de stand met het symbool: de ventilator
slaat aan en na enkele seconden wordt de verbranding gestart.
Bij de eerste ingebruikname of nadat alle olie uit het circuit is
verwijderd, is de oliestroom uit de straalpijp mogelijk onvoldoende,
zodat de vlamregelaar van het toestel ervoor zorgt dat de generator
wordt uitgeschakeld; in dat geval wacht u ongeveer een minuut en
drukt u vervolgens op de opstartknop (1) om het toestel opnieuw op
te starten. Als het toestel niet correct werkt gaat u in eerste
instantie als volgt tewerk:
1. Verzeker u ervan dat de tank olie bevat;
2. Druk op de opstartknop (1);
3. Als de generator hierna nog niet werkt, raadpleegt u de sectie
"IDENTIFICATIE VAN PROBLEMEN" om na te gaan wat de
oorzaak van het probleem is.
UITSCHAKELING
Om het toestel uit te schakelen dient u schakelaar (3) in de stand
"0" te zetten of de besturingseenheid afstellen, bijvoorbeeld door
de thermostaat op een lagere temperatuur te zetten. De vlam gaat
uit en de ventilator blijft werken tot de verbrandingskamer volledig
is afgekoeld.
VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN
De generator is voorzien van een elektronisch instrument ter besturing
van de vlam. Als er zich afwijkingen in de werking voordoen zorgt dit
instrument ervoor dat het toestel wordt uitgeschakeld en de opstartk-
nop (1) wordt geactiveerd. Er wordt een oververhittingsthermostaat
geactiveerd die ervoor zorgt dat de olietoevoer wordt onderbroken
als de generator oververhit raakt: de thermostaat wordt automatisch
opnieuw ingesteld zodra de temperatuur van de verbrandingskamer
tot onder het toegestane maximum is gedaald.
Voordat de generator weer in werking wordt gesteld dient de
oorzaak van de oververhitting na te worden gegaan (bijvoorbeeld
blokkering van de zuigmond en/of luchtstroom of uitschakeling van
de ventilator). Om het toestel opnieuw op te starten drukt u op
de opstartknop (1) en herhaalt u de instructies uit de sectie
"INGEBRUIKNAME".
TRANSPORT EN
VERPLAATSING
Voordat de generator wordt opgetild of verplaatst dient u zich ervan
te verzekeren dat de dop van de tank goed vast zit.
De generator kan als mobiele versie zijn uitgerust met wielen of als
wandversie worden bevestigd aan steunen met verankering door
middel van kabels of kettingen. In het eerste geval kunt u de gene-
rator bij transport simpelweg aan de daarvoor bestemde steun op de
wielen vooruit laten rollen. In het tweede geval dient het toestel te
worden verplaatst met een heftruck of vergelijkbaar hulpmiddel.
PREVENTIEF ONDERHOUD-
SPROGRAMMA
Voor een goede werking van het toestel dienen de verbrandingskamer,
de brander en de ventilator regelmatig te worden gereinigd.
Om de 50 gebruiksuren dient u als volgt te werk te gaan:
De filtercassette losmaken, uitnemen en reinigen met schone olie;
De externe cilindervormige beschermkap losmaken, de binnen-
kant en de schoepen van de ventilator reinigen;
De staat van de kabels en van de hoogspanningssluitingen op de
elektroden controleren;
De brander losmaken en de onderdelen ervan reinigen; de elek-
troden reinigen en de afstand ertussen instellen op de waarde die in
het afstelschema op pagina 8 wordt aangegeven.
INGEBRUIKNAME
Voordat de generator in gebruik wordt genomen, en dus voordat
deze op de netvoeding wordt aangesloten, dient u zich ervan te
verzekeren dat de specificaties van de netvoeding overeenkomen
met de specificaties op het identificatieplaatje.
WAARSCHUWING: de elektriciteitskabel van de
generator moet geaard zijn en voorzien zijn van een
magnetothermische aardlekschakelaar. De stekker
van de generator dient in een stopcontact voorzien
van een stroomonderbreker te worden gestoken.
WAARSCHUWING Voordat u het toestel
verplaatst dient u: het toestel uit te schakelen
volgens de aanwijzingen uit de voorgaande
sectie; de netvoeding uitschakelen door de
stekker uit het stopcontact te verwijderen en te
wachten tot de generator is afgekoeld.
WAARSCHUWING Voordat er onderhoud op het
toestel plaatsvindt dient u: het toestel uit te schake-
len volgens de aanwijzingen uit de voorgaande
sectie; de netvoeding uitschakelen door de stekker
uit het stopcontact te verwijderen en te wachten tot
de generator is afgekoeld.
6
NL
IDENTIFICATIE VAN PROBLEMEN
De ventilator slaat niet aan en de vlam
gaat niet branden
De ventilator slaat aan, maar de vlam
gaat of blijft niet branden
De ventilator slaat aan en de vlam gaat
branden, maar produceert rook
De generator wordt niet uitgeschakeld
De ventilator wordt niet uitgeschakeld
1 Netvoeding ontbreekt
2 Eventuele besturingseenheid is foutief
ingesteld
3 Besturingseenheid is defect
4
Wikkeling van de motor is doorgebrand of gebroken
5 Lagers van de motor zijn geblokkeerd
6 Condensator van de motor is doorgebrand
1 Ontsteking is defect
2 Vlamcontrole-instrument is defect
3 Detectiecel werkt niet
4 Er komt geen of onvoldoende olie bij de
brander terecht
5 Elektromagnetische klep werkt niet
1 Te weinig verbrandingslucht
2 Te veel verbrandingslucht
3 Gebruikte olie is vuil of bevat water
4 Er is lucht in het oliecircuit aanwezig
5 Te weinig olie bij de brander
6 Te veel olie bij de brander
1
Afdichting elektromagnetische klep is defect
1 Thermostaat van de ventilator is defect
1a Controleer de specificaties van het elektri-
citeitsnet (230 V - 1~ - 50 Hz)
1b Controleer de werking en de stand van de
schakelaar
1c Controleer of de zekering intact is
2 Controleer of de instelling van het controle-
instrument correct is (de ingestelde temperatuur
van de thermostaat moet bijvoorbeeld hoger
zijn dan de kamertemperatuur)
3 Vervang het controle-instrument
4 Vervang de motor
5 Vervang de lagers
6 Vervang de condensator
1a Controleer de aansluitingen van de
ontstekingskabels op de elektroden en op de
transformator
1b Controleer de positie van de elektroden en
hun onderlinge afstand aan de hand van het
schema op pagina 8
1c
Verzeker u ervan dat de elektroden schoon zijn
1d Vervang de ontstekingstransformator
2 Vervang het instrument
3 Reinig of vervang de detectiecel
4a Controleer of de pomp/motor-combinatie
intact is
4b Verzeker u ervan dat er geen licht in het olie-
circuit terecht is gekomen door de afdichting
van de leidingen en van de filterbescherming te
controleren
4c Reinig of vervang zonodig de straalpijp
5a Controleer de elektrische aansluiting
5b Controleer de LI-thermostaat
5c Reinig en vervang eventueel de elektroma-
gnetische klep
1a Verwijder alle mogelijke obstakels van de
aanzuigleidingen en/of luchtstroom
1b Controleer de positie van de luchtregelring
1c Reinig de verbrandingsschijf
2 Controleer de positie van de luchtregelring
3a Vervang de gebruikte olie door schone olie
3b Reinig het oliefilter
4 Controleer de afdichting van de buizen en de
bescherming van het oliefilter
5a Controleer de waarde van de pompdruk
5b Reinig of vervang de straalpijp
6a Controleer de waarde van de pompdruk
6b Vervang de straalpijp
1 Vervang de elektromagnetische klep
1 Vervang de FA-thermostaat
WAARGENOMEN PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
NL
7
1 Opstartknop
2 Identificatieplaatje
3 Hoofdschakelaar
4 Aansluiting voor kamerthermostaat
5 Netsnoer
6 Spanningsspion
ELEKTRISCH CIRCUIT
ELEKTRISCH CIRCUIT
PRODUCTIDENTIFICATIE
1 Uitgang voor warme lucht
2 Bovenste buishelft
3 Ventilatierooster
4 Dop van brandstoftank
5 Netsnoer
6 Bedieningspaneel
7 Onderste buishelft
123 546
214356
ELEKTRODE-AFSTELLING
NL
8
BEDRADINGSSCHEMA
FU Zekering
10A : 225, 355
IT Hoogspanningstransformator
LI Veiligheidsthermostaat
EV Elektromagnetische klep
FO Fotoweerstand
FA Thermostaatventilator
CO Condensator
MV Motorventilator
ST Spanningsspion
IN Schakelaar
TA Aansluiting kamerthermostaat
RE Relais
AP Controle-instrument
BEDRADINGSSCHEMA

Documenttranscriptie

® CE-CONFORMITEITSVERKLARING CE-CONFORMITEITSVERKLARING DESA Europe B.V. Postbus 271, 4700 Ag. Roosendaal Naz. NL Internet: www.desaeurope.com e-mail: [email protected] mobiele ventilator-luchtverwarmers modellen: B225 CEE, B355 CEE Deze modellen voldoen aan de veiligheidseisen zoals vastgelegd in Machinerichtlijn 89/392 inclusief de variaties die zijn geïntroduceerd middels Richtlijnen 91/368, 93/44, 93/68, 98/37 en Richtlijnen 89/336, 92/31, 73/23. Alle genoemde modellen voldoen aan deze richtlijnen. Bedrijf Naam Functie DESA Europe B.V. Augusto Millan Technisch directeur Datum en plaats Handtekening Sliedrecht, 10-04-2003 NL MOBIELE VENTILATOR-LUCHTVERWARMER BEDIENINGSHANDLEIDING MODELLEN: B225 CEE, B355 CEE BELANGRIJK: Zorg ervoor dat u deze bedieningshandleiding voor montage, ingebruikname of onderhoud van deze verwarmer gelezen en begrepen hebt. Foutief gebruik van de verwarmer kan ernstig letsel veroorzaken. Bewaar deze handleiding om deze in de toekomst opnieuw te kunnen raadplegen. INDEX CE-CONFORMITEITSVERKLARING VEILIGHEIDSINFORMATIE INGEBRUIKNAME UITSCHAKELING VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN TRANSPORT EN VERPLAATSING PREVENTIEF ONDERHOUDSPROGRAMMA IDENTIFICATIE VAN PROBLEMEN ELEKTRISCH CIRCUIT PRODUCTIDENTIFICATIE BEDRADINGSSCHEMA I 2 4 5 5 5 5 5 6 7 7 8 NL 4 VEILIGHEIDSINFORMATIE VEILIGHEIDSINFORMATIE WAARSCHUWINGEN BELANGRIJK: lees de hele bedieningshandleiding zorgvuldig voordat u begint met de montage, ingebruikname of onderhoud van deze verwarmer. Het gebruik van de verwarmer kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken ten gevolge van verbranding, vuur, explosie, elektrische schokken of koolmonoxidevergiftiging. g) De brandstof dient zo mogelijk te worden opgeslagen in ruimten met vloerbedekking die het niet mogelijk maakt dat de brandstof vlammen bereikt waardoor deze in brand kan vliegen. h) Bij de opslag van brandstof dienen de geldende normen in acht te worden gehouden. • Gebruik de verwarmer nooit in ruimten waar benzine, verfoplosmiddelen of andere zeer ontvlambare dampen aanwezig zijn. • Neem tijdens het gebruik van de verwarmer alle plaatselijke verordeningen en geldende normen in acht. • Verwarmers die in de buurt van textiel, gordijnen of ander vergelijkbaar materiaal worden gebruikt dienen op een veilige afstand daarvan te worden geplaatst. De aanbevolen veiligheidsafstand is 304,8 cm (10 voet). Bovendien wordt het gebruik van vuurvast afdekkingsmateriaal aanbevolen. Dergelijk materiaal dient stevig te worden vastgezet, om te vermijden dat dit vlam vat en om te voorkomen dat de wind vat krijgt op de verwarmer. GEVAAR: koolmonoxidevergiftiging kan dodelijk zijn! Koolmonoxidevergiftiging De eerste symptomen van koolmonoxidevergiftiging lijken op die van griep: hoofdpijn, duizeligheid en/of misselijkheid. Dergelijke symptomen kunnen worden veroorzaakt door een gebrekkige werking van de verwarmer. Begeef u onmiddellijk in de buitenlucht! Laat de verwarmer gerepareerd worden. Bepaalde personen hebben extra te lijden van de effecten van koolmonoxidevergiftiging: zwangere vrouwen, hart- en longpatiënten, personen met bloedarmoede, personen onder invloed van alcohol en bewoners van hooggelegen gebieden. Zorg ervoor dat u alle waarschuwingen gelezen en begrepen hebt. Bewaar deze handleiding om deze in de toekomst opnieuw te kunnen raadplegen: deze dient als gids voor een veilig en correct gebruik van de verwarmer. • Gebruik uitsluitend eersteklas brandolie om brand- en explosiegevaar te vermijden. Gebruik nooit benzine, stookolie, verfoplosmiddelen, alcohol of andere makkelijk ontvlambare brandstoffen. • Bijvullen a) Het personeel belast met het bijvullen dient gekwalificeerd te zijn en volledig vertrouwd te zijn met de instructies van de fabrikant en de geldende normen met betrekking tot het veilig bijvullen van verwarmers. b) Gebruik uitsluitend het type brandstof dat specifiek is vermeld op het identificatieplaatje van de verwarmer. c) Doof voor het bijvullen eerst alle vlammen, inclusief de waakvlam, en wacht tot de verwarmer is afgekoeld. d) Inspecteer tijdens het bijvullen alle brandstofleidingen en fittingen op eventuele lekken. Eventuele lekken dienen te worden gerepareerd voordat de verwarmer opnieuw in gebruik wordt genomen. e) In geen enkel geval mag men in de buurt van de verwarmer in hetzelfde gebouw meer brandstof opslaan dan nodig is om de verwarmer een dag te laten werken. De brandstofreservoirs moeten zich in een afzonderlijke accommodatie bevinden. f) Alle brandstoftanks moeten zich minimaal op een afstand van 762 cm (25 voet) van verwarmers, lasbranders, soldeerapparatuur en soortgelijke ontstekingsbronnen (met uitzondering van de brandstoftank die in de verwarmer is ingebouwd). NL • Gebruik het toesteluitsluitend om ruimten waarin geen ontvlambare dampen of hoge concentraties stof aanwezig zijn. • Sluit de verwarmer uitsluitend aan op een voedingsbron met de spanning, frequentie en polariteit die zijn aangegeven op het identificatieplaatje. • Gebruik uitsluitend geaarde driedraads verlengsnoeren. • Plaats een warme of werkende verwarmer op een stabiel en egaal oppervlak, om brandgevaar te vermijden. • Houd de verwarmer bij verplaatsing of opslag rechtop, om te voorkomen dat er brandstof uit loopt. • Houd kinderen en dieren uit de buurt van de verwarmer. • Koppel de verwarmer los van de netvoeding wanneer deze niet wordt gebruikt. • Als de verwarmer op een thermostaat werkt, kan deze op elk willekeurig moment aanslaan. • Gebruik de verwarmer nooit in drukke ruimten of slaapkamers. • Blokkeer nooit de luchtinlaat (achterkant) of de luchtuitlaat (voorkant) van de verwarmer. • De verwarmer mag nooit verplaatst, aangepast, bijgevuld of onderhouden worden als de verwarmer warm is. INGEBRUIKNAME UITSCHAKELING VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN TRANSPORT EN VERPLAATSING PREVENTIEF ONDERHOUDSPROGRAMMA INGEBRUIKNAME Voordat de generator in gebruik wordt genomen, en dus voordat deze op de netvoeding wordt aangesloten, dient u zich ervan te verzekeren dat de specificaties van de netvoeding overeenkomen met de specificaties op het identificatieplaatje. WAARSCHUWING: de elektriciteitskabel van de generator moet geaard zijn en voorzien zijn van een magnetothermische aardlekschakelaar. De stekker van de generator dient in een stopcontact voorzien van een stroomonderbreker te worden gestoken. De generator kan alleen in automatische modus werken als er een besturingseenheid zoals bijvoorbeeld een thermostaat of klok op de generator wordt aangesloten door de kabel van deze eenheid aan te sluiten op contactpunten 2 en 3 van de stekker (4) die bij het toestel is geleverd (het elektriciteitssnoer dat de twee aansluitpunten met elkaar verbindt dient te worden verwijderd en dient alleen opnieuw aangebracht te worden als u de generator zonder besturingseenheid wilt laten werken). Voor het opstarten van het toestel gaat u als volgt te werk: • als er een besturingseenheid is aangesloten, dient u deze zodanig in te stellen dat het toestel in werking kan treden (de thermostaat dient bijvoorbeeld op de maximumtemperatuur te worden ingesteld); • zet de schakelaar (3) in de stand met het symbool: de ventilator slaat aan en na enkele seconden wordt de verbranding gestart. Bij de eerste ingebruikname of nadat alle olie uit het circuit is verwijderd, is de oliestroom uit de straalpijp mogelijk onvoldoende, zodat de vlamregelaar van het toestel ervoor zorgt dat de generator wordt uitgeschakeld; in dat geval wacht u ongeveer een minuut en drukt u vervolgens op de opstartknop (1) om het toestel opnieuw op te starten. Als het toestel niet correct werkt gaat u in eerste instantie als volgt tewerk: 1. Verzeker u ervan dat de tank olie bevat; 2. Druk op de opstartknop (1); 3. Als de generator hierna nog niet werkt, raadpleegt u de sectie "IDENTIFICATIE VAN PROBLEMEN" om na te gaan wat de oorzaak van het probleem is. UITSCHAKELING Om het toestel uit te schakelen dient u schakelaar (3) in de stand "0" te zetten of de besturingseenheid afstellen, bijvoorbeeld door de thermostaat op een lagere temperatuur te zetten. De vlam gaat uit en de ventilator blijft werken tot de verbrandingskamer volledig is afgekoeld. VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN De generator is voorzien van een elektronisch instrument ter besturing van de vlam. Als er zich afwijkingen in de werking voordoen zorgt dit instrument ervoor dat het toestel wordt uitgeschakeld en de opstartknop (1) wordt geactiveerd. Er wordt een oververhittingsthermostaat geactiveerd die ervoor zorgt dat de olietoevoer wordt onderbroken 5 als de generator oververhit raakt: de thermostaat wordt automatisch opnieuw ingesteld zodra de temperatuur van de verbrandingskamer tot onder het toegestane maximum is gedaald. Voordat de generator weer in werking wordt gesteld dient de oorzaak van de oververhitting na te worden gegaan (bijvoorbeeld blokkering van de zuigmond en/of luchtstroom of uitschakeling van de ventilator). Om het toestel opnieuw op te starten drukt u op de opstartknop (1) en herhaalt u de instructies uit de sectie "INGEBRUIKNAME". TRANSPORT EN VERPLAATSING WAARSCHUWING Voordat u het toestel verplaatst dient u: het toestel uit te schakelen volgens de aanwijzingen uit de voorgaande sectie; de netvoeding uitschakelen door de stekker uit het stopcontact te verwijderen en te wachten tot de generator is afgekoeld. Voordat de generator wordt opgetild of verplaatst dient u zich ervan te verzekeren dat de dop van de tank goed vast zit. De generator kan als mobiele versie zijn uitgerust met wielen of als wandversie worden bevestigd aan steunen met verankering door middel van kabels of kettingen. In het eerste geval kunt u de generator bij transport simpelweg aan de daarvoor bestemde steun op de wielen vooruit laten rollen. In het tweede geval dient het toestel te worden verplaatst met een heftruck of vergelijkbaar hulpmiddel. PREVENTIEF ONDERHOUDSPROGRAMMA Voor een goede werking van het toestel dienen de verbrandingskamer, de brander en de ventilator regelmatig te worden gereinigd. WAARSCHUWING Voordat er onderhoud op het toestel plaatsvindt dient u: het toestel uit te schakelen volgens de aanwijzingen uit de voorgaande sectie; de netvoeding uitschakelen door de stekker uit het stopcontact te verwijderen en te wachten tot de generator is afgekoeld. Om de 50 gebruiksuren dient u als volgt te werk te gaan: • De filtercassette losmaken, uitnemen en reinigen met schone olie; • De externe cilindervormige beschermkap losmaken, de binnenkant en de schoepen van de ventilator reinigen; • De staat van de kabels en van de hoogspanningssluitingen op de elektroden controleren; • De brander losmaken en de onderdelen ervan reinigen; de elektroden reinigen en de afstand ertussen instellen op de waarde die in het afstelschema op pagina 8 wordt aangegeven. NL 6 IDENTIFICATIE VAN PROBLEMEN WAARGENOMEN PROBLEEM De ventilator slaat niet aan en de vlam gaat niet branden MOGELIJKE OORZAAK 1 Netvoeding ontbreekt 2 Eventuele besturingseenheid is foutief ingesteld 3 4 5 6 De ventilator slaat aan, maar de vlam gaat of blijft niet branden Besturingseenheid is defect Wikkeling van de motor is doorgebrand of gebroken Lagers van de motor zijn geblokkeerd Condensator van de motor is doorgebrand 1 Ontsteking is defect 2 Vlamcontrole-instrument is defect 3 Detectiecel werkt niet 4 Er komt geen of onvoldoende olie bij de brander terecht 5 Elektromagnetische klep werkt niet De ventilator slaat aan en de vlam gaat branden, maar produceert rook 1 Te weinig verbrandingslucht 2 Te veel verbrandingslucht 3 Gebruikte olie is vuil of bevat water 4 Er is lucht in het oliecircuit aanwezig 5 Te weinig olie bij de brander 6 Te veel olie bij de brander OPLOSSING 1a Controleer de specificaties van het elektriciteitsnet (230 V - 1~ - 50 Hz) 1b Controleer de werking en de stand van de schakelaar 1c Controleer of de zekering intact is 2 Controleer of de instelling van het controleinstrument correct is (de ingestelde temperatuur van de thermostaat moet bijvoorbeeld hoger zijn dan de kamertemperatuur) 3 Vervang het controle-instrument 4 Vervang de motor 5 Vervang de lagers 6 Vervang de condensator 1a Controleer de aansluitingen van de ontstekingskabels op de elektroden en op de transformator 1b Controleer de positie van de elektroden en hun onderlinge afstand aan de hand van het schema op pagina 8 1c Verzeker u ervan dat de elektroden schoon zijn 1d Vervang de ontstekingstransformator 2 Vervang het instrument 3 Reinig of vervang de detectiecel 4a Controleer of de pomp/motor-combinatie intact is 4b Verzeker u ervan dat er geen licht in het oliecircuit terecht is gekomen door de afdichting van de leidingen en van de filterbescherming te controleren 4c Reinig of vervang zonodig de straalpijp 5a Controleer de elektrische aansluiting 5b Controleer de LI-thermostaat 5c Reinig en vervang eventueel de elektromagnetische klep 1a Verwijder alle mogelijke obstakels van de aanzuigleidingen en/of luchtstroom 1b Controleer de positie van de luchtregelring 1c Reinig de verbrandingsschijf 2 Controleer de positie van de luchtregelring 3a Vervang de gebruikte olie door schone olie 3b Reinig het oliefilter 4 Controleer de afdichting van de buizen en de bescherming van het oliefilter 5a Controleer de waarde van de pompdruk 5b Reinig of vervang de straalpijp 6a Controleer de waarde van de pompdruk 6b Vervang de straalpijp De generator wordt niet uitgeschakeld 1 Afdichting elektromagnetische klep is defect 1 Vervang de elektromagnetische klep De ventilator wordt niet uitgeschakeld 1 Thermostaat van de ventilator is defect 1 Vervang de FA-thermostaat NL ELEKTRISCH CIRCUIT 7 ELEKTRISCH CIRCUIT 1 2 3 4 5 6 12 21 34 43 55 Opstartknop Identificatieplaatje Hoofdschakelaar Aansluiting voor kamerthermostaat Netsnoer Spanningsspion 66 PRODUCTIDENTIFICATIE 1 Uitgang voor warme lucht 2 Bovenste buishelft 3 Ventilatierooster 4 Dop van brandstoftank 5 Netsnoer 6 Bedieningspaneel 7 Onderste buishelft ELEKTRODE-AFSTELLING NL 8 BEDRADINGSSCHEMA BEDRADINGSSCHEMA FU Zekering 10A : 225, 355 IT LI EV FO FA NL Hoogspanningstransformator Veiligheidsthermostaat Elektromagnetische klep Fotoweerstand Thermostaatventilator CO MV ST IN TA RE AP Condensator Motorventilator Spanningsspion Schakelaar Aansluiting kamerthermostaat Relais Controle-instrument
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128

Master B225 CEE de handleiding

Categorie
Ruimteverwarmingstoestellen
Type
de handleiding
Deze handleiding is ook geschikt voor