Master B 130 B 180 de handleiding

Type
de handleiding
1
NL
INDEX
1. PRESENTATIE VAN PRODUCT
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
2. INGEBRUIKNAME
2. UITSCHAKELING
2. VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN
2. TRANSPORT EN VERPLAATSING
2. PREVENTIEF ONDERHOUD-SPROGRAMMA
3. OVERZICHT VAN DE WERKING
3. ELEKTRISCH CIRCUIT
4. IDENTIFICATIE VAN PROBLEMEN
PRESENTATIE VAN PRODUCT
Ontwikkeld op basis van de meest actuele criteria op het
gebied van veiligheid, functionaliteit en duurzaamheid:
veiligheidsvoorzieningen zorgen ervoor dat het apparaat
altijd correct functioneert, het geluidsniveau is minimaal en
een zorgvuldige materiaalselectie staat garant voor optimale
betrouwbaarheid.
VEILIGHEIDSINFORMATIE
! WAARSCHUWINGEN !
BELANGRIJK: Lees de hele bedieningshandleiding zor-
gvuldig voordat u begint met de montage,ingebruikname
of onderhoud van deze verwarmer. Het gebruik van de
verwarmer kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken
ten gevolge van verbranding, vuur, explosie, elektrische
schokken of koolmonoxidevergiftiging.
GEVAAR: KOOLMONOXIDEVERGIFTIGING KAN
DODELIJK ZIJN.
Koolmonoxidevergiftiging De eerste symptomen van
koolmonoxidevergiftiging lijken op die van griep:hoofdpijn,
duizeligheid en/of misselijkheid. Dergelijke symptomen kunnen
worden veroorzaakt door een gebrekkige werking van de
verwarmer. Begeef u onmiddellijk in debuitenlucht!
Laat de verwarmer gerepareerd worden. Bepaalde personen
hebben extra te lijden van de effecten van koolmonoxidever-
giftiging:zwangere vrouwen, hart- en longpatiënten, personen
met bloedarmoede, personen onder invloed van alcohol en
bewoners van hooggelegen gebieden. Zorg ervoor dat u alle
waarschuwingen gelezen en begrepen hebt.
Bewaar deze handleiding om deze in de toekomst opnieuw
te kunnenraadplegen: deze dient als gids voor een veilig en
correct gebruik vande verwarmer.
Gebruik uitsluitend eersteklas brandolie om brand- en
explosiegevaar te vermijden. Gebruik nooit benzine, stookolie,
verfoplosmiddelen, alcohol of andere makkelijk ontvlambare
brandstoffen.
Bijvullen:
a) Het personeel belast met het bijvullen dient gekwali ceerd
te zijn en volledig vertrouwd te zijn met de instructies van de
fabrikant en de geldende normen met betrekking tot het veilig
bijvullen van verwarmers.
b) Gebruik uitsluitend het type brandstof dat speci ek is vermeld
op het identi catieplaatje van de verwarmer.
c) Doof voor het bijvullen eerst alle vlammen, inclusief de
waakvlam, en wacht tot de verwarmer is afgekoeld.
d) Inspecteer tijdens het bijvullen alle brandsto eidingen en
ttingen op eventuele lekken. Eventuele lekken dienen te
worden gerepareerd voordat de verwarmer opnieuw in gebruik
wordt genomen.
e) In geen enkel geval mag men in de buurt van de verwarmer
in hetzelfde gebouw meer brandstof opslaan dan nodig is om
de verwarmer een dag te laten werken. De brandstofreservoirs
moeten zich in een afzonderlijke accommodatie bevinden.
f) Alle brandstoftanks moeten zich minimaal op een afstand van
verwarmers, lasbranders, soldeerapparatuur en soortgelijke
ontstekingsbronnen (met uitzondering van de brandstoftank die
in de verwarmer is ingebouwd).
g) De brandstof dient zo mogelijk te worden opgeslagen in
ruimten met vloerbedekking die het niet mogelijk maakt dat
de brandstof vlammen bereikt waardoor deze in brand kan
vliegen.
h) Bij de opslag van brandstof dienen de geldende normen in
acht te worden gehouden.
Gebruik de verwarmer nooit in ruimten waar benzine,
verfoplosmiddelen of andere zeer ontvlambare dampen
aanwezig zijn.
Neem tijdens het gebruik van de verwarmer alle plaatselijke
verordeningen en geldende normen in acht.
Verwarmers die in de buurt van textiel, gordijnen of ander
vergelijkbaar materiaal worden gebruikt dienen op een veilige
afstand daarvan te worden geplaatst. Bovendien wordt
het gebruik van vuurvast afdekkingsmateriaal aanbevolen.
Dergelijk materiaal dient stevig te worden vastgezet, om te
vermijden dat dit vlam vat en om te voorkomen dat de wind vat
krijgt op de verwarmer.
• Gebruik alleen in goed geventileerde gebieden. Voordat u
verwarming, ten minste een 2800 vierkante cm (drie vierkante
meter) de opening van verse buiten lucht voor elke 30 kW
(100.000 BTU / uur) van rating.
Sluit de verwarmer uitsluitend aan op een voedingsbron met
de spanning, frequentie en polariteit die zijn aangegeven op
het identi catieplaatje.
• Minimaal verwarming klaringen van brandbare stoffen: Outlet:
250 cm (8 Ft.) Zijden, Top, en achter: 125 cm (4 ft.).
• Gebruik uitsluitend geaarde driedraads verlengsnoeren.
Plaats een warme of werkende verwarmer op een stabiel en
egaal oppervlak, om brandgevaar te vermijden.
Houd de verwarmer bij verplaatsing of opslag rechtop, om te
voorkomen dat er brandstof uit loopt.
Houd kinderen en dieren uit de buurt van de verwarmer.
Koppel de verwarmer los van de netvoeding wanneer deze
niet wordt gebruikt.
Als de verwarmer op een thermostaat werkt, kan deze op elk
willekeurig moment aanslaan.
Gebruik de verwarmer nooit in drukke ruimten of
slaapkamers.
Blokkeer nooit de luchtinlaat (achterkant) of de luchtuitlaat
(voorkant) van de verwarmer.
De verwarmer mag nooit verplaatst, aangepast, bijgevuld of
onderhouden worden als de verwarmer warm is.
• Nooit hechten kanaal werken aan voor-of achterkant van de
kachel.
INGEBRUIKNAME
Voordat de generator in gebruik wordt genomen, en dus voordat
deze op de netvoeding wordt aangesloten, dient u zich ervan te
verzekeren dat de speci caties van de netvoeding overeenko-
men met de speci caties op het identi catieplaatje.
WAARSCHUWING: de elektriciteitskabel van de
generator moet geaard zijn en voorzien zijn van
eenmagnetothermische aardlekschakelaar. De stekkervan
de generator dient in een stopcontact voorzienvan een
stroomonderbreker te worden gestoken.
Voor het opstarten van het toestel gaat u als volgt te werk:
Zet de schakelaar 1 (Fig. 2) in de stand met het symbool:
ON de ventilatorslaat aan en na enkele seconden wordt de
verbranding gestart.
Bij de eerste ingebruikname of nadat alle olie uit het circuit
is verwijderd, is de oliestroom uit de straalpijp mogelijk
onvoldoende, zodat de vlamregelaar van het toestel ervoor
zorgt dat de generator wordt uitgeschakeld;in dat geval wacht u
ongeveer een minuut en drukt u vervolgens op de opstartknop 2
(Fig. 2) om het toestel opnieuw op te starten. Als het toestel niet
correct werkt gaat u in eerste instantie als volgt tewerk:
1. Verzeker u ervan dat de tank olie bevat;
2. Druk op de opstartknop 2 (Fig. 2);
3. Als de generator hierna nog niet werkt, raadpleegt u de sectie
”IDENTIFICATIE VAN PROBLEMEN”om na te gaan wat de oor-
zaak van het probleem is.
UITSCHAKELING
Om het toestel uit te schakelen dient u schakelaar 1 (Fig. 2) in
de stand ”OFF”. De vlam gaatuit en de ventilator blijft werken tot
de verbrandingskamer volledig is afgekoeld.
VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN
De generator is voorzien van een elektronisch instrument ter
besturing van de vlam. Als er zich afwijkingen in de werking
voordoen zorgt dit instrument ervoor dat het toestel wordt
uitgeschakeld en de opstartknop 2 (Fig. 2) wordt geactiveerd.
Er wordt een oververhittingsthermostaat geactiveerd die ervoor
zorgt dat de olietoevoer wordt onderbroken als de generator
oververhit raakt:de thermostaat wordt automatisch opnieuw
ingesteld zodra de temperatuur van de verbrandingskamer tot
onder het toegestane maximum is gedaald.
Voordat de generator weer in werking wordt gesteld dient
de oorzaak van de oververhitting na te worden gegaan
(bijvoorbeeld blokkering van de zuigmond en/of luchtstroom of
uitschakeling van de ventilator).Om het toestel opnieuw op te
starten drukt u op de opstartknop en herhaalt u de instructies uit
de sectie ”INGEBRUIKNAME”.
TRANSPORT EN VERPLAATSING
WAARSCHUWING: Voordat u het toestelverplaatst dient
u: het toestel uit te schakelen volgens de aanwijzingen
uit de voorgaande sectie; de netvoeding uitschakelen
door de stekker uit het stopcontact te verwijderen en te
wachten tot de generator is afgekoeld.
Voordat de generator wordt opgetild of verplaatst dient u zich
ervan te verzekeren dat de dop van de tank goed vast zit.
De generator kan als mobiele versie zijn uitgerust met wielen.
PREVENTIEF ONDERHOUD-
SPROGRAMMA
Voor een goede werking van het toestel dienen de verbran-
dingskamer, de brander en de ventilator regelmatig te worden
gereinigd.
WAARSCHUWING: Voordat er onderhoud op het toestel
plaatsvindt dient u: het toestel uit te schakelen volgens
de aanwijzingen uit de voorgaande sectie;de netvoeding
uitschakelen door de stekker uit het stopcontact te
verwijderen en te wachten tot de generator is afgekoeld.
Elke 50 uur gebruiken raden wij u aan:
• Controleer de status van het lter;
De externe cilindervormige beschermkap losmaken, de
binnenkant en de schoepen van de ventilator reinigen;
De staat van de kabels en van de hoogspanningssluitingen op
de elektroden controleren;
De brander losmaken en de onderdelen ervan reinigen
de elektroden reinigen en de afstand ertussen instellen
op de waarde die in het afstelschema op (Fig. 3-4) wordt
aangegeven.
2
NL
3
NL
1. Brandstoftank, 2. Verbrandingskamer, 3. Brander, 4. Straalpijp, 5. Verbrandingscircuit,
6. Elektromagnetische brandstofklep, 7. Ventilator, 8. Motor, 9. Oliepomp, 10. Filter.
Figuur 1
1. Interrupteur principal, 2. Reset knop, 3. Draad d’alimentation, 4. Zekering,
5. Condensator, 6. Kabels elektroden, 7. Schakelkast, 8. Prise pour thermostat ambiant.
Figuur 2
ELEKTRISCH CIRCUIT
OVERZICHT VAN DE WERKING
2
3
4
5
6
7
8
9
10
1
1
2
3
7
6
5
4
8
4
NL
IDENTIFICATIE VAN PROBLEMEN
WAARGENOMEN PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
De ventilator slaat niet aan en
de vlamgaat niet branden.
1. Netvoeding ontbreekt.
2. Wikkeling van de motor is doorgebrand
of gebroken.
1a. Controleer de speci caties van het
elktriciteitsnet (220-240V - 50 Hz).
1b. Controleer de werking en de stand van de
schakelaar (1 Fig. 2).
1c. Controleer of de zekering intact is (4 Fig. 2).
2a. Vervang de motor (8 Fig. 1).
De ventilator slaat aan,maar de
vlamgaat of blijft niet branden.
1. Ontsteking is defect.
2. Vlamcontrole-instrument is defect.
3. Detectiecel werkt niet.
4. Er komt geen of onvoldoende olie bij
debrander terecht.
5. Elektromagnetische klep werkt niet.
1a. Controleer de aansluitingen van de
ontstekingskabels op de elektroden en op de
instrument (6-7 Fig. 2).
1b. Controleer de positie van de elektr. en hun
onderlinge afstand aan de hand van het schema
(Fig. 3-4).
1c. Verzeker u ervan dat de elektroden schoon zijn
(Fig. 3-4).
2a. Vervang het instrument (7 Fig. 2).
3a. Reinig of vervang de detectiecel.
4a. Controleer of de pomp/motor-combinatie intact
is.
4b. Verzeker u ervan dat er geen licht in het
oliecircuit terecht is gekomen door de afdichting
van de leidingen en van de lterbescherming te
controleren.
4c. Reinig of vervang zonodig de straalpijp (4 Fig.
1).
5a. Controleer de elektrische aansluiting.
5b. Controleer de TS-thermostaat (Fig. 6).
5c. Reinig en vervang eventueel de
elektromagnetische klep (6 Fig. 1).
De ventilator slaat aan en
de vlam gaatbranden,maar
produceert rook.
1. Te weinig verbrandingslucht.
2. Gebruikte olie is vuil of bevat water.
3. Er is lucht in het oliecircuit aanwezig.
4. Te weinig olie bij de brander.
5. Te veel olie bij de brander.
1a. Verwijder alle mogelijke obstakels van de
aanzuigleidingen en/of luchtstroom.
1b. Reinig de verbrandingsschijf (3 Fig. 1).
2a. Vervang de gebruikte olie door schone olie.
2b. Reinig het olie lter (10 Fig. 1).
3a. Controleer de afdichting van de buizen en de
bescherming van het olie lter.
4a. Controleer de waarde van de pompdruk.
4b. Reinig of vervang de straalpijp (4 Fig. 1).
5a. Controleer de waarde van de pompdruk.
5b. Vervang de straalpijp (4 Fig. 1).
De generator wordt niet
uitgeschakeld.
1. Afdichting elektromagnetische klep is
defect.
1a. Vervang de elektromagnetische klep (6 Fig. 1).
De ventilator wordt niet
uitgeschakeld.
1. Thermostaat van de ventilator is defect. 1a. Vervang het instrument (7 Fig. 2).
6
FU=Fusibile/Fuse/Schmelzsicherung/Fusible/Zekering/Fusível/Sikring/Sulake/Sikring/Säkring/Bezpiecznik topikowy/Прeдохранитeль/Tavná pojistka/
Olvadóbiztosíték
EV=Elettrovalvola/Electric valve/Elektroventil/Electro-válvula/Électrovanne/Elektromagnetische klep/Eletroválvula/Sähköventtiili/Elventil/
Elektrozawór/Элeктрокпан/Elektrick ventil/Mágnesszelep
FO=Fotoresistenza/Photoresistance/Fotozelle/Fotorresistencia/Photorésistance/Fotoweerstand/Fotoresistência/Fotomodstand/Valovastus/
Fotoresistens/Fotocell/Fotokomórka/Фоторeзистор/Fotoelektrick odpor/Fotoellenállás
M=Motore ventilatore/Fan/Ventilatormotor/Motor ventilador/Moteur ventilateur/Motorventilator/Motor do ventilador/Blæser motor/Moottorin tuuletin/
Viftemotor/Fläktmotor/Silnik wentylator/Мотро вeнтилятора/Motor ventilátoru/Ventilátor motor
IN=Interruttore/Switch/Schalter/Interruptor/Interrupteur/Schakelaar/Kontakt/Katkaisija/Bryter/Brytarkontakt/Wyłącznik/Пeрeключатeль/Spínaã/
Megszakító
TGRD 71=Apparecchiatura di controllo/Control equipment/Steuergerät/Dispositivo de control/Appareillage de contrôle/Controle-instrument/
Aparelhagem de controle/Kontrolanordning/Valvontalaite/Kontrollapparat/Styrapparatur/Aparatura kontrolna/Контрoльныe приборы/Kontrolní
za ízení/Vezérlő készülék
TS=Termostato di sicurezza/Safety therm./Sicherheitsthermostat/Term. de seguridad/Thermostat de sécurité/Veiligheidsthermostaat/Term. de
segurança/Sikkerheds term./Varotermostaatti/Sikkerhetsterm./Säkerhetsterm.Termostat bezpieczeństwa/Прeдохранитeльный тeрмостат/
Bezpeãnostní term./Biztonsági termosztát
FR=Filto rete/Filter noise/Filter rauschen/Filtro de ruido/Filter ruis/Suodatin melu/Støy lter/Filtr sít’/Filtr sieci/Сетевые фильтры/Филтър мрежа/
Filtruoti tinklas
SCHEMA ELETTRICO - ELECTRIC DIAGRAM - ELEKTROSCHALTPLAN - ESQUEMA
ALÁMBRICO - SCHÉMA ÉLECTRIQUE - BEDRADINGSSCHEMA - ESQUEMA ELÉCTRICO
- ELEKTRISK SKEMA - SÄHKÖKAAVIO - OVERSIKT OVER ELEKTRISKE FUNKSJONER
- ELSCHEMA - SCHEMAT ELEKTRYCZNY - ЭЛEKTPOCXEMA - SCHÉMA ELEKTRICKÝ
- ELECTRIC ÁBRA - ELEKTRONSKI SISTEM - ELEKTRONIK EMASÝ - ELEKTRONIČKE
SHEME - ELEKTRONINIS DIAGRAMA - ELEKTRONISKO DIAGRAMMA - ELEKTROONILINE
SKEEM - DIAGRAMĂ ELECTRONICĂ - ELEKTRONICKÁ DIAGRAM - ЕЛЕКТРОННА СХЕМА
220-240V ~ 50Hz
Fig. 6
TGRD 71

Documenttranscriptie

1 NL INDEX 1. PRESENTATIE VAN PRODUCT 1. VEILIGHEIDSINFORMATIE 2. INGEBRUIKNAME 2. UITSCHAKELING 2. VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN 2. TRANSPORT EN VERPLAATSING 2. PREVENTIEF ONDERHOUD-SPROGRAMMA 3. OVERZICHT VAN DE WERKING 3. ELEKTRISCH CIRCUIT 4. IDENTIFICATIE VAN PROBLEMEN PRESENTATIE VAN PRODUCT Ontwikkeld op basis van de meest actuele criteria op het gebied van veiligheid, functionaliteit en duurzaamheid: veiligheidsvoorzieningen zorgen ervoor dat het apparaat altijd correct functioneert, het geluidsniveau is minimaal en een zorgvuldige materiaalselectie staat garant voor optimale betrouwbaarheid. VEILIGHEIDSINFORMATIE ! WAARSCHUWINGEN ! BELANGRIJK: Lees de hele bedieningshandleiding zorgvuldig voordat u begint met de montage,ingebruikname of onderhoud van deze verwarmer. Het gebruik van de verwarmer kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken ten gevolge van verbranding, vuur, explosie, elektrische schokken of koolmonoxidevergiftiging. GEVAAR: KOOLMONOXIDEVERGIFTIGING KAN DODELIJK ZIJN. Koolmonoxidevergiftiging De eerste symptomen van koolmonoxidevergiftiging lijken op die van griep:hoofdpijn, duizeligheid en/of misselijkheid. Dergelijke symptomen kunnen worden veroorzaakt door een gebrekkige werking van de verwarmer. Begeef u onmiddellijk in debuitenlucht! Laat de verwarmer gerepareerd worden. Bepaalde personen hebben extra te lijden van de effecten van koolmonoxidevergiftiging:zwangere vrouwen, hart- en longpatiënten, personen met bloedarmoede, personen onder invloed van alcohol en bewoners van hooggelegen gebieden. Zorg ervoor dat u alle waarschuwingen gelezen en begrepen hebt. Bewaar deze handleiding om deze in de toekomst opnieuw te kunnenraadplegen: deze dient als gids voor een veilig en correct gebruik vande verwarmer. • Gebruik uitsluitend eersteklas brandolie om brand- en explosiegevaar te vermijden. Gebruik nooit benzine, stookolie, verfoplosmiddelen, alcohol of andere makkelijk ontvlambare brandstoffen. • Bijvullen: a) Het personeel belast met het bijvullen dient gekwalificeerd te zijn en volledig vertrouwd te zijn met de instructies van de fabrikant en de geldende normen met betrekking tot het veilig bijvullen van verwarmers. b) Gebruik uitsluitend het type brandstof dat specifiek is vermeld op het identificatieplaatje van de verwarmer. c) Doof voor het bijvullen eerst alle vlammen, inclusief de waakvlam, en wacht tot de verwarmer is afgekoeld. d) Inspecteer tijdens het bijvullen alle brandstofleidingen en fittingen op eventuele lekken. Eventuele lekken dienen te worden gerepareerd voordat de verwarmer opnieuw in gebruik wordt genomen. e) In geen enkel geval mag men in de buurt van de verwarmer in hetzelfde gebouw meer brandstof opslaan dan nodig is om de verwarmer een dag te laten werken. De brandstofreservoirs moeten zich in een afzonderlijke accommodatie bevinden. f) Alle brandstoftanks moeten zich minimaal op een afstand van verwarmers, lasbranders, soldeerapparatuur en soortgelijke ontstekingsbronnen (met uitzondering van de brandstoftank die in de verwarmer is ingebouwd). g) De brandstof dient zo mogelijk te worden opgeslagen in ruimten met vloerbedekking die het niet mogelijk maakt dat de brandstof vlammen bereikt waardoor deze in brand kan vliegen. h) Bij de opslag van brandstof dienen de geldende normen in acht te worden gehouden. • Gebruik de verwarmer nooit in ruimten waar benzine, verfoplosmiddelen of andere zeer ontvlambare dampen aanwezig zijn. • Neem tijdens het gebruik van de verwarmer alle plaatselijke verordeningen en geldende normen in acht. • Verwarmers die in de buurt van textiel, gordijnen of ander vergelijkbaar materiaal worden gebruikt dienen op een veilige afstand daarvan te worden geplaatst. Bovendien wordt het gebruik van vuurvast afdekkingsmateriaal aanbevolen. Dergelijk materiaal dient stevig te worden vastgezet, om te vermijden dat dit vlam vat en om te voorkomen dat de wind vat krijgt op de verwarmer. • Gebruik alleen in goed geventileerde gebieden. Voordat u verwarming, ten minste een 2800 vierkante cm (drie vierkante meter) de opening van verse buiten lucht voor elke 30 kW (100.000 BTU / uur) van rating. • Sluit de verwarmer uitsluitend aan op een voedingsbron met de spanning, frequentie en polariteit die zijn aangegeven op het identificatieplaatje. • Minimaal verwarming klaringen van brandbare stoffen: Outlet: 250 cm (8 Ft.) Zijden, Top, en achter: 125 cm (4 ft.). • Gebruik uitsluitend geaarde driedraads verlengsnoeren. • Plaats een warme of werkende verwarmer op een stabiel en egaal oppervlak, om brandgevaar te vermijden. • Houd de verwarmer bij verplaatsing of opslag rechtop, om te voorkomen dat er brandstof uit loopt. • Houd kinderen en dieren uit de buurt van de verwarmer. • Koppel de verwarmer los van de netvoeding wanneer deze niet wordt gebruikt. • Als de verwarmer op een thermostaat werkt, kan deze op elk willekeurig moment aanslaan. • Gebruik de verwarmer nooit in drukke ruimten of slaapkamers. • Blokkeer nooit de luchtinlaat (achterkant) of de luchtuitlaat (voorkant) van de verwarmer. • De verwarmer mag nooit verplaatst, aangepast, bijgevuld of onderhouden worden als de verwarmer warm is. • Nooit hechten kanaal werken aan voor-of achterkant van de kachel. 2 NL INGEBRUIKNAME Voordat de generator in gebruik wordt genomen, en dus voordat deze op de netvoeding wordt aangesloten, dient u zich ervan te verzekeren dat de specificaties van de netvoeding overeenkomen met de specificaties op het identificatieplaatje. WAARSCHUWING: de elektriciteitskabel van de generator moet geaard zijn en voorzien zijn van eenmagnetothermische aardlekschakelaar. De stekkervan de generator dient in een stopcontact voorzienvan een stroomonderbreker te worden gestoken. Voor het opstarten van het toestel gaat u als volgt te werk: • Zet de schakelaar 1 (Fig. 2) in de stand met het symbool: ON de ventilatorslaat aan en na enkele seconden wordt de verbranding gestart. Bij de eerste ingebruikname of nadat alle olie uit het circuit is verwijderd, is de oliestroom uit de straalpijp mogelijk onvoldoende, zodat de vlamregelaar van het toestel ervoor zorgt dat de generator wordt uitgeschakeld;in dat geval wacht u ongeveer een minuut en drukt u vervolgens op de opstartknop 2 (Fig. 2) om het toestel opnieuw op te starten. Als het toestel niet correct werkt gaat u in eerste instantie als volgt tewerk: 1. Verzeker u ervan dat de tank olie bevat; 2. Druk op de opstartknop 2 (Fig. 2); 3. Als de generator hierna nog niet werkt, raadpleegt u de sectie ”IDENTIFICATIE VAN PROBLEMEN”om na te gaan wat de oorzaak van het probleem is. UITSCHAKELING Om het toestel uit te schakelen dient u schakelaar 1 (Fig. 2) in de stand ”OFF”. De vlam gaatuit en de ventilator blijft werken tot de verbrandingskamer volledig is afgekoeld. VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN De generator is voorzien van een elektronisch instrument ter besturing van de vlam. Als er zich afwijkingen in de werking voordoen zorgt dit instrument ervoor dat het toestel wordt uitgeschakeld en de opstartknop 2 (Fig. 2) wordt geactiveerd. Er wordt een oververhittingsthermostaat geactiveerd die ervoor zorgt dat de olietoevoer wordt onderbroken als de generator oververhit raakt:de thermostaat wordt automatisch opnieuw ingesteld zodra de temperatuur van de verbrandingskamer tot onder het toegestane maximum is gedaald. Voordat de generator weer in werking wordt gesteld dient de oorzaak van de oververhitting na te worden gegaan (bijvoorbeeld blokkering van de zuigmond en/of luchtstroom of uitschakeling van de ventilator).Om het toestel opnieuw op te starten drukt u op de opstartknop en herhaalt u de instructies uit de sectie ”INGEBRUIKNAME”. TRANSPORT EN VERPLAATSING WAARSCHUWING: Voordat u het toestelverplaatst dient u: het toestel uit te schakelen volgens de aanwijzingen uit de voorgaande sectie; de netvoeding uitschakelen door de stekker uit het stopcontact te verwijderen en te wachten tot de generator is afgekoeld. Voordat de generator wordt opgetild of verplaatst dient u zich ervan te verzekeren dat de dop van de tank goed vast zit. De generator kan als mobiele versie zijn uitgerust met wielen. PREVENTIEF ONDERHOUDSPROGRAMMA Voor een goede werking van het toestel dienen de verbrandingskamer, de brander en de ventilator regelmatig te worden gereinigd. WAARSCHUWING: Voordat er onderhoud op het toestel plaatsvindt dient u: het toestel uit te schakelen volgens de aanwijzingen uit de voorgaande sectie;de netvoeding uitschakelen door de stekker uit het stopcontact te verwijderen en te wachten tot de generator is afgekoeld. Elke 50 uur gebruiken raden wij u aan: • Controleer de status van het filter; • De externe cilindervormige beschermkap losmaken, de binnenkant en de schoepen van de ventilator reinigen; • De staat van de kabels en van de hoogspanningssluitingen op de elektroden controleren; • De brander losmaken en de onderdelen ervan reinigen de elektroden reinigen en de afstand ertussen instellen op de waarde die in het afstelschema op (Fig. 3-4) wordt aangegeven. 3 NL OVERZICHT VAN DE WERKING 3 4 5 2 8 6 7 9 10 1 Figuur 1 1. Brandstoftank, 2. Verbrandingskamer, 3. Brander, 4. Straalpijp, 5. Verbrandingscircuit, 6. Elektromagnetische brandstofklep, 7. Ventilator, 8. Motor, 9. Oliepomp, 10. Filter. ELEKTRISCH CIRCUIT 8 7 1 6 5 2 4 3 Figuur 2 1. Interrupteur principal, 2. Reset knop, 3. Draad d’alimentation, 4. Zekering, 5. Condensator, 6. Kabels elektroden, 7. Schakelkast, 8. Prise pour thermostat ambiant. 4 NL IDENTIFICATIE VAN PROBLEMEN WAARGENOMEN PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING De ventilator slaat niet aan en de vlamgaat niet branden. 1. Netvoeding ontbreekt. 2. Wikkeling van de motor is doorgebrand of gebroken. 1a. Controleer de specificaties van het elktriciteitsnet (220-240V - 50 Hz). 1b. Controleer de werking en de stand van de schakelaar (1 Fig. 2). 1c. Controleer of de zekering intact is (4 Fig. 2). 2a. Vervang de motor (8 Fig. 1). De ventilator slaat aan,maar de vlamgaat of blijft niet branden. 1. Ontsteking is defect. 2. Vlamcontrole-instrument is defect. 3. Detectiecel werkt niet. 4. Er komt geen of onvoldoende olie bij debrander terecht. 5. Elektromagnetische klep werkt niet. 1a. Controleer de aansluitingen van de ontstekingskabels op de elektroden en op de instrument (6-7 Fig. 2). 1b. Controleer de positie van de elektr. en hun onderlinge afstand aan de hand van het schema (Fig. 3-4). 1c. Verzeker u ervan dat de elektroden schoon zijn (Fig. 3-4). 2a. Vervang het instrument (7 Fig. 2). 3a. Reinig of vervang de detectiecel. 4a. Controleer of de pomp/motor-combinatie intact is. 4b. Verzeker u ervan dat er geen licht in het oliecircuit terecht is gekomen door de afdichting van de leidingen en van de filterbescherming te controleren. 4c. Reinig of vervang zonodig de straalpijp (4 Fig. 1). 5a. Controleer de elektrische aansluiting. 5b. Controleer de TS-thermostaat (Fig. 6). 5c. Reinig en vervang eventueel de elektromagnetische klep (6 Fig. 1). De ventilator slaat aan en de vlam gaatbranden,maar produceert rook. 1. Te weinig verbrandingslucht. 2. Gebruikte olie is vuil of bevat water. 3. Er is lucht in het oliecircuit aanwezig. 4. Te weinig olie bij de brander. 5. Te veel olie bij de brander. 1a. Verwijder alle mogelijke obstakels van de aanzuigleidingen en/of luchtstroom. 1b. Reinig de verbrandingsschijf (3 Fig. 1). 2a. Vervang de gebruikte olie door schone olie. 2b. Reinig het oliefilter (10 Fig. 1). 3a. Controleer de afdichting van de buizen en de bescherming van het oliefilter. 4a. Controleer de waarde van de pompdruk. 4b. Reinig of vervang de straalpijp (4 Fig. 1). 5a. Controleer de waarde van de pompdruk. 5b. Vervang de straalpijp (4 Fig. 1). De generator wordt niet uitgeschakeld. 1. Afdichting elektromagnetische klep is defect. 1a. Vervang de elektromagnetische klep (6 Fig. 1). De ventilator wordt niet uitgeschakeld. 1. Thermostaat van de ventilator is defect. 1a. Vervang het instrument (7 Fig. 2). 6 SCHEMA ELETTRICO - ELECTRIC DIAGRAM - ELEKTROSCHALTPLAN - ESQUEMA ALÁMBRICO - SCHÉMA ÉLECTRIQUE - BEDRADINGSSCHEMA - ESQUEMA ELÉCTRICO - ELEKTRISK SKEMA - SÄHKÖKAAVIO - OVERSIKT OVER ELEKTRISKE FUNKSJONER - ELSCHEMA - SCHEMAT ELEKTRYCZNY - ЭЛEKTPOCXEMA - SCHÉMA ELEKTRICKÝ - ELECTRIC ÁBRA - ELEKTRONSKI SISTEM - ELEKTRONIK EMASÝ - ELEKTRONIČKE SHEME - ELEKTRONINIS DIAGRAMA - ELEKTRONISKO DIAGRAMMA - ELEKTROONILINE SKEEM - DIAGRAMĂ ELECTRONICĂ - ELEKTRONICKÁ DIAGRAM - ЕЛЕКТРОННА СХЕМА TGRD 71 Fig. 6 220-240V ~ 50Hz FU=Fusibile/Fuse/Schmelzsicherung/Fusible/Zekering/Fusível/Sikring/Sulake/Sikring/Säkring/Bezpiecznik topikowy/Прeдохранитeль/Tavná pojistka/ Olvadóbiztosíték EV=Elettrovalvola/Electric valve/Elektroventil/Electro-válvula/Électrovanne/Elektromagnetische klep/Eletroválvula/Sähköventtiili/Elventil/ Elektrozawór/Элeктрокпан/Elektrick ventil/Mágnesszelep FO=Fotoresistenza/Photoresistance/Fotozelle/Fotorresistencia/Photorésistance/Fotoweerstand/Fotoresistência/Fotomodstand/Valovastus/ Fotoresistens/Fotocell/Fotokomórka/Фоторeзистор/Fotoelektrick odpor/Fotoellenállás M=Motore ventilatore/Fan/Ventilatormotor/Motor ventilador/Moteur ventilateur/Motorventilator/Motor do ventilador/Blæser motor/Moottorin tuuletin/ Viftemotor/Fläktmotor/Silnik wentylator/Мотро вeнтилятора/Motor ventilátoru/Ventilátor motor IN=Interruttore/Switch/Schalter/Interruptor/Interrupteur/Schakelaar/Kontakt/Katkaisija/Bryter/Brytarkontakt/Wyłącznik/Пeрeключатeль/Spínaã/ Megszakító TGRD 71=Apparecchiatura di controllo/Control equipment/Steuergerät/Dispositivo de control/Appareillage de contrôle/Controle-instrument/ Aparelhagem de controle/Kontrolanordning/Valvontalaite/Kontrollapparat/Styrapparatur/Aparatura kontrolna/Контрoльныe приборы/Kontrolní zafiízení/Vezérlő készülék TS=Termostato di sicurezza/Safety therm./Sicherheitsthermostat/Term. de seguridad/Thermostat de sécurité/Veiligheidsthermostaat/Term. de segurança/Sikkerheds term./Varotermostaatti/Sikkerhetsterm./Säkerhetsterm.Termostat bezpieczeństwa/Прeдохранитeльный тeрмостат/ Bezpeãnostní term./Biztonsági termosztát FR=Filto rete/Filter noise/Filter rauschen/Filtro de ruido/Filter ruis/Suodatin melu/Støyfilter/Filtr sít’/Filtr sieci/Сетевые фильтры/Филтър мрежа/ Filtruoti tinklas
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100

Master B 130 B 180 de handleiding

Type
de handleiding