HP COLOR LASER 150NW de handleiding

Type
de handleiding
Inhoudsopgave
Gebruikershandleiding
HP Color Laser 150 series
www.hp.com/support/colorlaser150
Auteursrecht en licentie | 2
Auteursrecht en licentie
© Copyright 2019 HP Development Company, L. P.
Reproductie, aanpassing of vertaling zonder voorafgaande schriftelijke toestemming is verboden, behalve
zoals toegestaan onder de wetten op het auteursrecht.
De informatie in dit document is onderhevig aan verandering zonder kennisgeving.
De enige garanties voor HP-producten en -diensten zijn vastgelegd in de garantieverklaringen bij de
betreffende producten en diensten. Niets hierin mag worden opgevat als een aanvullende garantie. HP is niet
aansprakelijk voor technische of redactionele fouten of weglatingen in dit document.
• Adobe
®
, Adobe Photoshop
®
, Acrobat
®
en PostScript
®
zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated.
• Apple en het Apple-logo zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen.
• OS X is een handelsmerk van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen.
• AirPrint is een handelsmerk van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen.
• de iPad is een handelsmerk van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen.
iPad, iPhone, iPod touch, Mac en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de V.S en andere
landen.
• Microsoft
®
en Windows
®
zijn in de V.S. geregistreerde handelsmerken van Microsoft Corporation.
• Alle andere merk- of productnamen zijn handelsmerken van hun respectievelijke bedrijven of organisaties.
REV. 1.00
3
Inhoudsopgave 1
Inleiding
Belangrijkste voordelen 6
Functies per model 7
Nuttig om te weten 8
Informatie over deze gebruikershandleiding 9
Veiligheidsinformatie 10
Apparaatoverzicht 16
Overzicht van het bedieningspaneel 19
Het apparaat inschakelen 20
De software installeren 21
De basisfuncties leren
kennen
De standaardinstellingen van het apparaat 23
Afdrukmateriaal en lade 24
Een via een netwerk
aangesloten apparaat
gebruiken
Instelling bekabeld netwerk 35
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk
37
Draadloos netwerk instellen 38
HP Embedded Web Server gebruiken 45
HP Smart app 48
Afdrukken
Standaard afdruk 51
Een afdruktaak annuleren 52
Voorkeursinstellingen openen 53
Voorkeursinstellingen gebruiken 54
Help gebruiken 55
Afdrukfuncties 56
HP Easy Printer Manger gebruiken 62
Printerstatus-programma's gebruiken 65
Onderhoud
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 68
Beschikbare verbruiksartikelen 69
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 71
De tonercassette bewaren 72
Inhoudsopgave
4
Toner herverdelen 74
De tonercassette vervangen 75
De toneropvangeenheid vervangen 76
Vervang de beelddrum 77
Het apparaat reinigen 79
Problemen oplossen
Tips om papierstoringen te voorkomen 82
Papierstoringen verhelpen 83
Informatie over de LED's 85
Een bericht "Low Toner" of "Very Low Toner" wordt
weergegeven in het rapport informatie over
benodigheden. 87
Problemen met papierinvoer 88
Problemen met de voeding en het netsnoer 89
Andere problemen oplossen 90
Oplossen van problemen met het draadloze netwerk
101
Bijlage
Algemene specificaties 105
Specificaties van de afdrukmedia 106
Systeemvereisten 108
Inleiding
In dit hoofdstuk staat alle informatie die u moet weten voordat u het apparaat gebruikt.
• Belangrijkste voordelen 6
• Functies per model 7
• Nuttig om te weten 8
• Informatie over deze gebruikershandleiding 9
• Veiligheidsinformatie 10
• Apparaatoverzicht 16
• Overzicht van het bedieningspaneel 19
• Het apparaat inschakelen 20
• De software installeren 21
Belangrijkste voordelen | 6
Belangrijkste voordelen
Milieuvriendelijk
• Om papier te besparen kunt u meerdere pagina's printen op een enkel vel papier.
• Dit apparaat bespaart automatisch elektriciteit door het stroomverbruik aanzienlijk te
beperken wanneer het apparaat niet wordt gebruikt.
• We raden aan kringlooppapier te gebruiken om energie te besparen.
Gemak
Als u toegang hebt tot internet, kunt u hulp, ondersteuningsapplicatie, besturingsprogramma's
van de printer, handleidingen, en informatie bestellen van de HP website,
www.hp.com/support/colorlaser150.
Grote functionaliteit en brede ondersteuning van toepassingen.
• Ondersteunt verschillende papiermaten.
• Watermerken afdrukken: U kunt uw documenten aanpassen met woorden, zoals
"CONFIDENTIAL".
• Posters afdrukken: De tekst en afbeeldingen op alle pagina's van uw document worden
vergroot en afgedrukt over meerdere vellen papier, en deze kunnen vervolgens worden
samengevoegd tot een poster.
Ondersteund verschillende instellingsmethoden voor draadloze
netwerken.
Afhankelijk van het model is een draadloos netwerk mogelijk niet beschikbaar.
• De (Draadloze) gebruiken
- U kunt gemakkelijk verbinding maken met een draadloos netwerk met behulp van de
(Draadloze) knop op het apparaat en het toegangspunt (draadloze router).
• De USB-kabel gebruiken
- U kunt verbinding maken en verschillende instellingen voor het draadloze netwerk
configureren met behulp van een USB-kabel.
• Wi-Fi Direct gebruiken
- U kunt eenvoudig vanaf uw mobiele apparaat afdrukken met Wi-Fi Direct.
Functies per model | 7
Functies per model
Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van
model of land.
Besturingssysteem
(: Ondersteund, leeg: niet ondersteund)
Software
(: Ondersteund, leeg: niet ondersteund)
Verschillende functies
(: Ondersteund, leeg: niet ondersteund)
Besturingssysteem HP Color Laser 150a HP Color Laser 150nw
Windows ●●
Mac
Linux
Software HP Color Laser 150a HP Color Laser 150nw
Printerstuurprogramma ●●
Printerstatus ●●
HP Embedded Web Server
functies
HP Color Laser
150a
HP Color Laser
150nw
Hi-Speed USB 2.0 ●●
Netwerkinterface Ethernet 10/100 Base TX bedraad
LAN
Netwerkinterface 802.11b/g/n draadloos LAN
a
a.Draadloze netwerkinterfacekaarten (LAN-kaarten) zijn niet in alle landen verkrijgbaar. In sommige
landen kan alleen 802.11 b/g worden gebruikt. Neem contact op met uw lokale HP-dealer of de winkel
waar u het apparaat heeft gekocht.
WPS (Wi-Fi Protected Setup™)
●●
Nuttig om te weten | 8
Nuttig om te weten
Waar kan ik het stuurprogramma van de printer downloaden?
• Bezoek
www.hp.com/support/colorlaser150 om de nieuwste stuurprogramma's van de
printer te downloaden en te installeren op uw systeem.
Waar kan ik accessoires of verbruiksartikelen kopen?
• Informeer bij een HP-distributeur of uw winkelier.
• Bezoek
https://store.hp.com/. Kies uw land of regio voor productinformatie.
De meldings-LED knippert of blijft branden.
• Schakel het apparaat uit en weer in.
• Zoek de betekenis van de LED-indicatorlampjes in deze handleiding en los het probleem op
(zie "Informatie over de LED's" op pagina 85).
Er is papier vastgelopen.
• Open de klep en sluit deze weer (zie "Voorkant" op pagina 17).
• Zoek de instructies voor het verwijderen van vastgelopen papier in deze handleiding en los
het probleem op (zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 83).
De afdrukken zijn vaag.
• Het toner is mogelijk op of ongelijk verdeeld. Schud de tonercassette heen en weer.
• Probeer een andere instelling voor afdrukkwaliteit.
• Vervang de tonercassette.
Het apparaat drukt niet af.
• Open de afdruklijst en verwijder het document uit de lijst (zie "Een afdruktaak annuleren" op
pagina 52).
• Verwijder het stuurprogramma en installeer deze opnieuw (zie "De software installeren" op
pagina 21).
• Selecteer uw printer als de standaardprinter in Windows.
Informatie over deze gebruikershandleiding | 9
Informatie over deze gebruikershandleiding
Deze gebruikershandleiding bevat basisinformatie over het apparaat en biedt tevens
gedetailleerde informatie over de verschillende procedures die doorlopen moeten worden bij het
gebruik van het apparaat.
• Gooi deze handleiding niet weg, maar bewaar deze ter referentie.
• Lees de veiligheidsinformatie voor u het apparaat in gebruik neemt.
• Raadpleeg het hoofdstuk over probleemoplossing als u problemen ondervindt bij gebruik van
het apparaat.
• De termen die in deze gebruikershandleiding worden gebruikt, worden uitgelegd in het
hoofdstuk met de woordenlijst.
De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het model, en
komen mogelijk niet helemaal overeen met het door u gekochte apparaat.
• De schermafbeeldingen in deze gebruikershandleiding kunnen afwijken van de
schermweergave van uw apparaat afhankelijk van de firmware-/stuurprogrammaversie.
• De procedures in deze gebruikershandleiding zijn voornamelijk gebaseerd op Windows 7.
Afspraken
Sommige in deze gebruikershandleiding gebruikte termen zijn verwisselbaar:
• Document is synoniem met origineel.
• Papier is synoniem met materiaal of afdrukmateriaal.
• Apparaat verwijst naar printer of multifunctionele printer.
Algemene pictogrammen
Pictogram Tekst Omschrijving
Opgepast
Biedt gebruikers informatie om het apparaat te
beschermen tegen mogelijke mechanische schade of
defecten.
Waarschuwing
Gebruikt om gebruikers te waarschuwen voor de
mogelijkheid op persoonlijk letsel.
Opmerking
Biedt aanvullende informatie of gedetailleerde uitleg over
een functie of voorziening van het apparaat.
Veiligheidsinformatie | 10
Veiligheidsinformatie
Deze waarschuwingen en voorzorgen moeten eventuele beschadigingen aan uw apparaat en
verwondingen aan uzelf of anderen voorkomen. Lees deze instructies aandachtig voor u het
apparaat in gebruik neemt. Bewaar dit document goed nadat u het hebt gelezen.
Belangrijke veiligheidssymbolen
Verklaring van alle pictogrammen en symbolen in dit hoofdstuk
Bedrijfsomgeving
Waarschuwing
Waarschu
wing
Gevaren of onveilige praktijken die ernstig letsel of de dood
kunnen veroorzaken.
Opgepast
Gevaren of onveilige praktijken die een klein letsel of
eigendomsschade kunnen veroorzaken.
NIET proberen.
Niet gebruiken als de stekker beschadigd is of als het stopcontact niet geaard is.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Plaats niets op het apparaat (water, kleine metalen of zware voorwerpen,
kaarsen, brandende sigaretten, enzovoort).
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
• Als het apparaat oververhit raakt, komt er rook uit, maakt het vreemde
geluiden of verspreidt het vreemde geuren. Schakel onmiddellijk de
stroomschakelaar uit en koppel het apparaat los.
De gebruiker moet bij het stopcontact kunnen om in geval van nood de stekker
uit het stopcontact te kunnen trekken.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Buig het netsnoer niet en plaats er geen zware voorwerpen op.
Het trappen op of beknellen van het netsnoer door een zwaar voorwerp kan een
elektrische schok of brand veroorzaken.
Veiligheidsinformatie | 11
Opgepast
Bedieningswijze
Opgepast
Haal de stekker niet uit het stopcontact door aan het netsnoer te trekken; trek
de stekker er niet uit met natte handen.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Haal de stekker uit het stopcontact tijdens onweer of als u het apparaat niet
gebruikt.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Opgelet, het papieruitvoergebied is heet.
U kunt brandwonden oplopen.
Als het apparaat is gevallen of als de behuizing beschadigd lijkt, koppelt u het
apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd technicus.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.
Als het apparaat niet goed werkt nadat u deze instructies hebt uitgevoerd,
koppelt u het apparaat volledig los en roept u de hulp in van een gekwalificeerd
technicus.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.
Probeer de stekker niet in het stopcontact te forceren als hij er moeilijk ingaat.
U riskeert een elektrische schok. Neem contact op met een elektricien om het
stopcontact te vervangen.
Voorkom dat huisdieren op het netsnoer, de telefoonkabel of de kabel naar de
computer bijten.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken en/of uw huisdier
verwonden.
Trek het papier niet uit de printer tijdens het afdrukken.
Dit kan het apparaat beschadigen.
Houd uw hand niet tussen het apparaat en de papierlade.
U kunt letsel oplopen.
Veiligheidsinformatie | 12
Installatie/verplaatsen
Waarschuwing
Wees voorzichtig wanneer u papier vervangt of vastgelopen papier verwijdert.
Nieuw papier heeft scherpe randen die snijwonden kunnen veroorzaken.
Bij het afdrukken van grote hoeveelheden kan de onderzijde van het uitvoergebied
heet worden. Houd kinderen uit de buurt.
Zij kunnen brandwonden oplopen.
Gebruik geen tang of scherpe metalen voorwerpen om vastgelopen papier te
verwijderen.
Dit kan het apparaat beschadigen.
Vermijd het stapelen van te veel papier in de papieruitvoerlade.
Dit kan het apparaat beschadigen.
Blokkeer de ventilatieopening niet of duw er geen voorwerpen in.
Hierdoor kunnen onderdelen warm worden en kan er brand ontstaan of kan het
apparaat beschadigd raken.
Het gebruik van sturingen of instellingen of het uitvoeren van procedures die
afwijken van deze hier vermeld kan resulteren in gevaarlijke blootstelling aan
straling.
Het apparaat wordt gevoed via het netsnoer.
Om de stroom uit te schakelen, trekt u het netsnoer uit het stopcontact.
Plaats het apparaat niet in een stoffige of vochtige ruimte of op een plek waar
water lekt.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Plaats de machine in een omgeving die voldoet aan de gestelde specificaties
voor werkingstemperatuur en vochtigheid.
Gebruik het apparaat niet bij vriestemperaturen of nadat het pas vanuit een
plaats met vriestemperaturen werd verplaatst. Dit kan het apparaat
beschadigen. Gebruik het apparaat alleen wanneer de interne
apparaattemperatuur zich binnen de bedrijfstemperatuur- en
vochtigheidsspecificaties bevindt.
Dit kan de afdrukkwaliteit negatief beïnvloeden en het apparaat beschadigen.
Zie "Algemene specificaties" op pagina 105.
Veiligheidsinformatie | 13
Opgepast
Schakel de stroom uit en maak alle kabels los voordat u het apparaat verplaatst.
De onderstaande informatie bevat slechts aanbevelingen gebaseerd op het
apparaatgewicht. Wanneer u vanwege uw medische conditie niet kunt tillen, til
het apparaat dan niet op. Voor veilig tillen moet u anderen vragen om u te helpen
en het apparaat altijd met het juiste aantal personen optillen.
Til vervolgens het apparaat op deze wijze op:
• Een apparaat dat minder dan 20 kg weegt, mag door één persoon worden
opgetild.
een apparaat dat 20 - 40 kg weegt, moet door twee personen worden opgetild.
• een apparaat dat meer dan 40 kg weegt, moet door vier of meer personen
worden opgetild.
Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken.
Kies een locatie met een vlakke ondergrond en voldoende ventilatie voor het
apparaat. Houd ook rekening met een ruimte die nodig is voor het deksel en de
laden.
De ruimte moet goed geventileerd zijn en het apparaat mag niet worden
blootgesteld aan direct zonlicht, hitte en vocht.
Wanneer u het apparaat langdurig gebruikt of een groot aantal pagina's in een
niet-geventileerde ruimte afdrukt, kan de lucht vervuild raken en schadelijk
worden voor uw gezondheid. Plaats het apparaat in een goed geventileerde
ruimte of open regelmatig een raam om schonen lucht binnen te laten.
Plaats het apparaat niet op een onstabiel of schuin oppervlak.
Het apparaat zou kunnen vallen en verwondingen of schade veroorzaken.
Gebruik alleen telefoondraad van Nr. 26 AWG
a
of, indien nodig, een grotere
telefoondraad.
Zo niet kan het apparaat beschadigd raken.
Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.
Gebruik voor een veilige bediening het netsnoer dat met uw apparaat werd
meegeleverd. Als u een snoer gebruikt dat langer is dan 2 meter voor een
apparaat van 110V, moet het snoer minstens 16 AWG dik zijn.
Zo niet kan het apparaat beschadigd raken en een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Dek het apparaat niet af en plaats het niet in een slecht geventileerde ruimte,
zoals een kast.
Als het apparaat niet voldoende wordt geventileerd, kan er brand ontstaan.
Veiligheidsinformatie | 14
Onderhoud/controle
Opgepast
Sluit niet te veel apparaten op hetzelfde stopcontact of verlengsnoer aan.
Dit kan de prestaties verminderen en een elektrische schok of brand
veroorzaken.
Het apparaat moet aangesloten worden op een spanningsbron met hetzelfde
energieniveau als op het label.
Als u niet zeker bent en het spanningsniveau wilt controleren, neemt u contact
op met de elektriciteitsmaatschappij.
a.AWG: American Wire Gauge
Trek het netsnoer van het apparaat uit het stopcontact als u de binnenkant van het
apparaat wilt reinigen. Reinig uw apparaat niet met benzeen, verdunningsmiddel
of alcohol, en spuit geen water in het apparaat.
Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
Zorg ervoor dat het apparaat niet werkt als u verbruiksartikelen in het apparaat
vervangt of de binnenkant schoonmaakt.
U kunt letsel oplopen.
Houd reinigingsproducten uit de buurt van kinderen.
Kinderen kunnen letsel oplopen.
U mag het apparaat niet zelf demonteren, herstellen of weer in elkaar steken.
Dit kan het apparaat beschadigen. Neem contact op met een professioneel
technicus als het apparaat gerepareerd moet worden.
Volg de richtlijnen uit de gebruikershandleiding die met het apparaat werd
meegeleverd om het apparaat te reinigen en te bedienen.
Zo niet, dan kunt u het apparaat beschadigen.
Houd het netsnoer en het contactoppervlak van de stekker stof- en watervrij.
Zo niet kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.
• Verwijder geen kleppen of beveiligingselementen die vastgeschroefd zijn.
• Fixeereenheden mogen alleen worden hersteld door een gekwalificeerde
servicemedewerker. Reparatie door niet-gekwalificeerde technici kan brand of
elektrische schokken veroorzaken.
• Het apparaat mag alleen worden hersteld door een HP-servicemedewerker.
Veiligheidsinformatie | 15
Gebruik van verbruiksartikelen
Opgepast
Haal de tonercassette niet uit elkaar.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname.
Verbrand geen verbruiksartikelen zoals een tonercassette of fixeereenheid.
Dit kan een explosie of onbeheersbare brand veroorzaken.
Houd kinderen uit de buurt van de plaats waar u verbruiksartikelen (bijvoorbeeld
tonercassettes) bewaart.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname.
Het gebruik van gerecycleerde verbruiksartikelen, zoals toner, kan het apparaat
beschadigen.
Bij schade als gevolg van het gebruik van gerecycleerde verbruiksartikelen zullen
er reparatiekosten worden aangerekend.
Voor verbruiksartikelen die tonerstof bevatten (tonercassettes,
toneropvangeenheid, beeldeenheid, etc.) volg onderstaande instructies op.
• Volg de instructies voor verwijdering wanneer u de verbruiksartikelen
weggooit. Raadpleeg de plaatselijke verkoper voor verwijderingsinstructies.
• De verbruiksartikelen mogen niet gewassen worden.
Voor een toneropvangeenheid, deze mag niet opnieuw gebruikt worden na het
legen van de fles.
Als u de bovenstaande instructies niet opvolgt, kan dit resulterende defecten in
het apparaat of verontreiniging van het milieu. De garantie dekt geen kosten die
zijn veroorzaakt door nalatigheid van de gebruiker.
Als er tonerstof op uw kleding terechtkomt, moet u geen warm water gebruiken.
Door warm water hecht de toner zich aan de stof. Gebruik altijd koud water.
Zorg ervoor dat er geen tonerstof op uw lichaam of kledij terechtkomt bij het
vervangen van de tonercassette of het verwijderen van vastgelopen papier.
Tonerstof kan gevaarlijk zijn bij inademing of opname.
Apparaatoverzicht | 16
Apparaatoverzicht
Onderdelen
Het werkelijke onderdeel kan verschillen van de onderstaande illustratie. Sommige onderdelen
kunnen afhankelijk van de configuratie afwijken.
Apparaat
a
a.Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. Er zijn verschillende
apparaattypes.
Installatiehandleiding en naslaghandleiding
Netsnoer
Div. accessoires
b
b.Diverse, bij uw printer geleverde accessoires kunnen verschillen per land van aankoop en specifiek
model.
Apparaatoverzicht | 17
Voorkant
• Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat.
• Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk
van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7).
1 Uitvoerlade 6 Voorklep
2 Papieruitvoersteun 7 Ontgrendelknop van de voorklep
3 Bovenklep 8 Tonercassettes
4 Configuratiescherm 9 Toneropvangeenheid
5 Lade 10 Beeldeenheid
1 2 3
4
5
6
7
8
9
10
Apparaatoverzicht | 18
Achter kant
• Deze afbeelding kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat.
• Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk
van model of land (zie "Functies per model" op pagina 7).
1 Achterklep
2 Aansluiting netsnoer
3 USB-poort
4 Netwerkpoort
1
2
3
4
Overzicht van het bedieningspaneel | 19
Overzicht van het bedieningspaneel
Dit bedieningspaneel kan afhankelijk van het model afwijken van uw apparaat. Er zijn
verschillende types bedieningspanelen.
1 Toner LED
Toont de status van de toner (zie "Toner-LED/ Draadloze LED/
Aan/Uit-LED" op pagina 85).
2 Draadloos
Hiermee kunt u de draadloze netwerkverbinding gemakkelijk
configureren zonder computer (zie "Draadloos netwerk
instellen" op pagina 38).
3 Hervatten
Configuratiepagina en netwerkconfiguratiepagina
- Houd deze knop ongeveer 10 seconden ingedrukt totdat
het macht LED langzaam knippert en laat los.
Drukt een informatierapport/foutrapport af met
gegevens over de verbruiksartikelen
- Houd deze knop ongeveer 15 seconden ingedrukt totdat
het macht LED snel knippert en laat los.
Handmatig afdrukken
- Druk op deze knop om de andere kant van alle pagina’s af
te drukken als u Dubbelzijdig afdrukken (handmatig) in
uw stuurprogramma hebt geselecteerd.
4 Annuleren
U kunt op elk moment een taak onderbreken.
Afdrukken annuleren
- Druk op deze knop tijdens het afdrukken.
5Aan/uit
U kunt de stroom in- of uitschakelen.
Met deze knop kunt u het apparaat wakker maken uit de
slaapstand.
6
Meldings-
LED
Toont de status van uw printer (zie "Meldings-LED" op pagina
85).
1
2
3
4
5
6
Het apparaat inschakelen | 20
Het apparaat inschakelen
1 Sluit de printer eerst op de netvoeding aan.
2 druk op de (Aan/Uit)-knop op het bedieningspaneel.
Als u de stroom wilt uitschakelen, druk op (Aan/uit) op het bedieningspaneel.
1
2
De software installeren | 21
De software installeren
Installeer de printersoftware nadat u de printer hebt geïnstalleerd en op uw computer hebt
aangesloten. U moet de software pakketten van de website van HP downloaden om de
printersoftware te installeren.
Vóór de installatie, controleer of uw computers besturingssysteem de software ondersteunt (zie
"Besturingssysteem" op pagina 7).
Ga naar
www.hp.com/support/colorlaser150 voor HP's allesomvattende hulp.
Vindt de volgende ondersteuning:
• Installeren en configureren
• Leren en gebruiken
• Problemen oplossen
• Download software- en firmware-updates
• Meld u aan bij ondersteuningsfora
• Vindt informatie met betrekking tot garantie en regelgeving
Een lokale printer is een printer die via een kabel rechtstreeks op uw computer is
aangesloten. Als uw apparaat op een netwerk is verbonden, slaat u de onderstaande
stappen over en gaat u verder met de installatie van het stuurprogramma voor een
netwerkapparaat (zie "Installeren van een stuurprogramma over het netwerk" op pagina
37).
Gebruik alleen een USB-kabel die korter is dan 3 meter.
De basisfuncties
leren kennen
Nadat de installatie is voltooid, kunt u de standaardinstellingen van het apparaat opgeven.
Raadpleeg het volgende hoofdstuk om waarden in te stellen of te wijzigen.
• De standaardinstellingen van het apparaat 23
• Afdrukmateriaal en lade 24
De standaardinstellingen van het apparaat | 23
De standaardinstellingen van het apparaat
Nadat de installatie is voltooid, kunt u de standaardinstellingen van het apparaat opgeven.
Standaardinstellingen apparaat
U kunt de in het apparaat ingestelde apparaatinstellingen wijzigen vanaf HP Embedded Web
Server. Als uw apparaat op het netwerk is aangesloten, kunt u de apparaatinstellingen instellen
vanaf HP Embedded Web Server > tabblad Settings > Machine Settings (zie "HP Embedded Web
Server gebruiken" op pagina 45).
Aanpassing aan luchtdruk of hoogte
De afdrukkwaliteit wordt beïnvloed door de atmosferische druk, die wordt bepaald door de
hoogte boven zeeniveau waar het apparaat staat. De volgende informatie zal u helpen bij de
instelling van uw apparaat voor de beste afdrukkwaliteit.
Ga na op welke hoogte u zich bevindt en stel de juiste luchtdruk in.
Normaal: 0 ~ 1.000 m
Hoog 1: 1.000 m ~ 2.000 m
Hoog 2: 2.000 m ~ 3.000 m
Hoog 3: 3.000 m ~ 4.000 m
Hoog 4: 4.000 m ~ 5.000 m
U kunt de hoogtewaarde instellen van HP Easy Printer Manager of HP Embedded Web
Server.
Als uw apparaat op het netwerk is aangesloten, kunt u de apparaatinstellingen instellen
vanaf HP Easy Printer Manager > Advanced Setting > Device Settings (zie "HP Easy
Printer Manger gebruiken" op pagina 62).
Als uw apparaat op het netwerk is aangesloten, kunt u de apparaatinstellingen instellen
vanaf HP Embedded Web Server > tabblad Settings > Machine Settings (zie "HP
Embedded Web Server gebruiken" op pagina 45).
Afdrukmateriaal en lade | 24
Afdrukmateriaal en lade
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u afdrukmedia in uw apparaat plaatst.
Afdrukmateriaal selecteren
Gebruik altijd afdrukmedia die voldoen aan de richtlijnen voor gebruik met uw machine.
Richtlijnen om afdrukmedia te selecteren
Afdrukmedia die niet aan de richtlijnen uit de gebruikershandleiding voldoen kunnen de
volgende problemen veroorzaken:
• Slechte afdrukkwaliteit.
• Meer papierstoringen
• Versnelde slijtage van het apparaat.
De eigenschappen van het papier, zoals gewicht, samenstelling, vezel- en vochtgehalte, zijn van
grote invloed op de prestaties van het apparaat en de afdrukkwaliteit. Houd bij de keuze van
afdrukmedia rekening met het volgende:
Het type, formaat en gewicht van het afdrukmateriaal voor uw apparaat worden beschreven in
de specificaties van afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 106).
• Gewenst resultaat: de afdrukmedia die u kiest moeten geschikt zijn voor het doel.
• Helderheid: sommige afdrukmaterialen zijn witter dan andere en leveren scherpere,
helderdere en levendigere afbeeldingen op.
Gladheid van het oppervlak: de gladheid van de afdrukmedia bepaalt hoe scherp de afdrukken
er uitzien op papier.
• Het is mogelijk dat bepaalde afdrukmedia aan alle richtlijnen van deze
gebruikershandleiding voldoen en toch geen bevredigende resultaten opleveren. Dit
kan het gevolg zijn van eigenschappen van de vellen, een onjuiste bediening, een
ongewenst temperatuur- en vochtigheidsniveau of andere variabele omstandigheden
waarover men geen controle heeft.
• Voordat u grote hoeveelheden afdrukmedia koopt, controleert u of het papier voldoet
aan de vereisten in deze handleiding.
Afdrukmateriaal en lade | 25
• Wanneer u afdrukmateriaal gebruikt dat niet voldoet aan deze specificaties, kan dit
problemen veroorzaken waarvoor reparatie vereist is. Dergelijke reparaties vallen niet
onder de garantie- of serviceovereenkomsten van HP.
• Hoeveel papier u in de lade kunt plaatsen is afhankelijk van het gebruikte
afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 106).
• Zorg ervoor dat u geen fotopapier voor inkjetprinters gebruikt. Dit kan uw apparaat
beschadigen.
• Gebruik van ontvlambaar afdrukmateriaal kan brand veroorzaken.
Gebruik aangegeven afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina
106).
Het gebruik van ontvlambaar materiaal of het achterblijven van vreemde materialen in de
printer kan oververhitting veroorzaken en in zeldzame gevallen brand.
Hoeveel papier u in de lade kunt plaatsen is afhankelijk van het gebruikte afdrukmateriaal (zie
"Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 106).
Lade overzicht
Om het formaat te wijzigen, moet u de papiergeleiders aanpassen.
Als u de geleiders niet aanpast, kan dit tot gevolg hebben dat de afdruk scheef of op de
verkeerde plaats afgedrukt wordt, of dat het papier vastloopt.
1. Papierklep
2. Vergrendeling van de
geleider
3. Papierlengtegeleider
4. Papierbreedtegeleider
1
2 3
4
Afdrukmateriaal en lade | 26
Papier in de lade plaatsen
1 Open de papierlade (zie "Lade overzicht" op pagina 25).
2 Open de papierklep.
3 Houd om het formaat te wijzigen de breedtegeleider en lengtegeleider ingedrukt om ze in
de sleuf te plaatsen met het papierformaat dat onderaan de lade wordt aangegeven.
4 Buig de papierstapel of waaier het papier uit, om de pagina's van elkaar te scheiden voor u
het papier in het apparaat plaatst.
2
Afdrukmateriaal en lade | 27
5 Plaats het papier in de lade met de te bedrukken zijde naar boven.
Bij papier met een kleiner formaat dan Letter-formaat ontgrendelt u de geleider van de lade
en duwt u de lade naar binnen. Stel vervolgens de papierlengte- en papierbreedtegeleider
in.
Bij papier dat langer is dan A4-formaat (bijvoorbeeld 'Legal') ontgrendelt u de geleider van
de lade en trekt u de lade naar buiten. Stel vervolgens de papierlengte- en
papierbreedtegeleider in.
1
2
Afdrukmateriaal en lade | 28
Als u de geleiders niet aanpast, kan dit tot gevolg hebben dat de afdruk scheef of op
de verkeerde plaats afgedrukt wordt, of dat het papier vastloopt.
Druk de papierbreedtegeleider niet te hard tegen de rand van het papier, omdat het
papier daardoor kan buigen.
• Als u de breedtegeleider niet aanpast, kan het papier vastlopen.
Gebruik geen papier waarvan de voorste rand opgekruld is. Hierdoor kan het papier
vastlopen of kreukelen.
6 Druk de papierbreedtegeleider samen en schuif hem tegen de papierstapel zonder deze
door te buigen.
7 Sluit de papierklep.
8 Plaats de papierlade.
Afdrukmateriaal en lade | 29
9 Stel het papiertype en -formaat voor de lade in als u een document wilt afdrukken (zie
"Papierformaat en papiertype instellen" op pagina 33).
De lade is standaard ingesteld op het papierformaat Letter of A4, afhankelijk van het land waar
u de printer hebt gekocht. Als u de formaatinstelling wilt veranderen in A4 of Letter, moet u de
hendel en de papierbreedtegeleider juist instellen.
1 Trek de lade uit het apparaat. Open de papierklep en verwijder indien nodig het papier uit de
lade.
2 Als u het formaat wilt wijzigen in Letter, draait u de hendel aan de achterkant van de lade
naar rechts. U kunt de hendel zien wanneer u de papierlengtegeleider naar het papier van
het Legal-formaat verplaatst.
3 Knijp de papierbreedtegeleider samen en schuif deze tot tegen de hendel.
LTR
A4
Afdrukmateriaal en lade | 30
Als u het formaat wilt wijzigen in A4, schuift u de papierbreedtegeleider naar links en
draait u de hendel naar links. Forceer de hendel niet, anders kan de lade worden
beschadigd.
Afdrukken op speciale afdrukmedia
De onderstaande tabel toont de te gebruiken speciale afdrukmedia voor elke lade.
Om de ingestelde papierinstelling in de machine te wijzigen, selecteert u in
Voorkeursinstellingen voor afdrukken > het tabblad Papier > de optie Type (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 53).
Voor het gebruik van speciale afdrukmedia raden wij u aan om telkens een vel per keer in
te voeren (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 106).
Zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina 106voor papiergewicht per vel.
Types Lade
a
Normaal papier
Zwaar 90-120 g
Licht 60-69 g
Bankpost
Gekleurd
X-Hvy 121-163
Etiketten
Voorbedrukt
Kringlooppapier
LTR
A4
Afdrukmateriaal en lade | 31
(: ondersteund)
Etiketten
Om beschadigingen aan het apparaat te voorkomen, gebruikt u uitsluitend etiketten die speciaal
zijn ontworpen voor laserprinters.
• Bij de keuze van etiketten dient u rekening te houden met de volgende factoren:
- Kleefstoffen: Bestand tegen de fixeertemperatuur van het apparaat. Controleer de
specificaties van uw apparaat voor informatie over de fixeertemperatuur (ongeveer 170°C).
- Schikking: gebruik uitsluitend etiketvellen waarvan het rugvel tussen de etiketten niet
blootligt. Bij etiketvellen met ruimte tussen de etiketten kunnen de etiketten loskomen van
het rugvel. Dit kan ernstige papierstoringen tot gevolg hebben.
- Krullen: Moet plat liggen en in geen enkele richting meer dan 5 mm omkrullen.
- Toestand: gebruik geen etiketten die gekreukt zijn, blaasjes vertonen of loskomen van het
rugvel.
• Let op dat er tussen de etiketten geen zelfklevend materiaal blootligt. Blootliggende delen
kunnen ervoor zorgen dat etiketten tijdens het afdrukken loskomen, waardoor het papier kan
vastlopen. Ook kunnen hierdoor onderdelen van het apparaat beschadigd raken.
• Plaats geen gebruikte etiketvellen in het apparaat. De klevende achterzijde mag slechts een
keer door het apparaat worden gevoerd.
Gebruik geen etiketten die loskomen van het rugvel, blaasjes vertonen, gekreukt of anderszins
beschadigd zijn.
Glossy 111-130g
Glossy 131-175 g
Glossy 176-220 g
HP Matte 120 g
HP Matte 150 g
HP Matte 200 g
a.De beschikbare papiersoorten voor handmatige invoer in de lade.
Types Lade
a
Afdrukmateriaal en lade | 32
X-Hvy 121-163/ Aangepaste papierformaten
• Stel de marges in de softwaretoepassing in op ten minste 6,4mm van de zijkanten van de
afdrukmedia.
Voorbedrukt papier
Bij het plaatsen van voorbedrukt papier moet de bedrukte zijde bovenaan liggen en mag de
voorzijde niet gekruld zijn. Bij invoerproblemen draait u het papier om. Er zijn geen garanties wat
de afdrukkwaliteit betreft.
• Briefhoofden moeten afgedrukt worden met hittebestendige inkt die niet smelt, verdampt of
schadelijke gassen uitstoot als ze gedurende 0,1 seconde worden blootgesteld aan de
fixeertemperatuur (ongeveer 170 °C) van het apparaat.
• De inkt op het voorbedrukt papier mag niet ontvlambaar zijn en mag de printerrollen niet
beschadigen.
• Voor u voorbedrukt papier in de lade plaatst, controleert u of de inkt op het papier droog is.
Natte inkt kan tijdens het fixeerproces loskomen van het voorbedrukt papier, waardoor de
afdrukkwaliteit afneemt.
Afdrukmateriaal en lade | 33
Papierformaat en papiertype instellen
Nadat u papier in de papierlade hebt geplaatst, stelt u het papierformaat en de papiersoort in. Als
u wilt afdrukken vanaf een computer, selecteert u het papierformaat en de papiersoort in het
toepassingsprogramma dat u op uw computer gebruikt.
Om de ingestelde papierinstelling in de machine te wijzigen, selecteert u in
Voorkeursinstellingen voor afdrukken > het tabblad Papier > de optie Type (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 53).
• Als u een speciaal papierformaat wilt gebruiken, zoals factuurpapier, selecteert u
Aangepast op het tabblad Papier in Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 53).
De papierinstelling van de machine en het stuurprogramma moeten overeenkomen om
af te drukken zonder dat er een foutmelding voor verkeerd papier wordt gegeven. U
verandert de papiereninstelling in het apparaat vanaf HP Easy Printer Manager of HP
Embedded Web Server.
- Als uw apparaat op het netwerk is aangesloten, kunt u de apparaatinstellingen
instellen vanaf HP Easy Printer Manager > Advanced Setting > Device Settings (zie
"HP Easy Printer Manger gebruiken" op pagina 62).
- Als uw apparaat op het netwerk is aangesloten, kunt u de apparaatinstellingen
instellen vanaf HP Embedded Web Server > tabblad Settings > Machine Settings (zie
"HP Embedded Web Server gebruiken" op pagina 45).
Een via een netwerk
aangesloten apparaat
gebruiken
In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u een apparaat instelt dat via het netwerk
aangesloten is en hoe u de software instelt.
• Instelling bekabeld netwerk 35
• Installeren van een stuurprogramma over het netwerk 37
• Draadloos netwerk instellen 38
• HP Embedded Web Server gebruiken 45
• HP Smart app 48
De ondersteunde optionele apparaten en functies kunnen van model tot model verschillen (zie
"Functies per model" op pagina 7).
Instelling bekabeld netwerk | 35
Instelling bekabeld netwerk
Een netwerkconfiguratierapport afdrukken
U kunt een netwerkconfiguratierapport afdrukken vanaf het bedieningspaneel van het apparaat,
waarin de huidige netwerkinstellingen van uw apparaat worden weergegeven. Dit zal u helpen
bij de installatie van een netwerk.
Druk ongeveer 10 seconden op de knop (Hervatten) op het bedieningspaneel.
In dit netwerkconfiguratierapport kunt u het MAC-adres en IP-adres van uw apparaat vinden.
Voorbeeld:
• MAC-adres: 00:15:99:41:A2:78
• IP-adres: 169.254.192.192
Het IP-adres instellen
Eerst moet u een IP-adres instellen voor het beheren van en afdrukken via het netwerk. In de
meeste gevallen wordt een IP-adres automatisch toegewezen via een DHCP-server (Dynamic
Host Configuration Protocol Server) die zich in het netwerk bevindt.
Als u het printerstuurprogramma installeert, moet u niet zowel IPv4 als IPv6 configureren.
We raden u aan IPv4 óf IPv6 te configureren (zie "Installeren van een stuurprogramma
over het netwerk" op pagina 37).
IPv4-configuratie
Ook kunt u de TCP/IPv4 vanaf Embedded Web Server instellen. Wanneer het venster Embedded
Web Server wordt geopend, verplaatst u de muiscursor over de Settings van de bovenste
menubalk, en klik vervolgens op Network Settings ("Het tabblad Settings" op pagina 46).
IPv6-configuratie
IPv6 wordt alleen juist ondersteund in Windows Vista of latere versies.
Het apparaat ondersteunt de volgende IPv6-adressen voor het afdrukken vanaf het netwerk en
voor netwerkbeheer.
Link-local Address: zelfgeconfigureerde lokale IPv6-adressen (adres begint met FE80).
Stateless Address: automatisch door een netwerkrouter geconfigureerd IPv6-adres.
Stateful Address: Door een DHCPv6-server geconfigureerd IPv6-adres.
Manual Address: Door de gebruiker handmatig geconfigureerd IPv6-adres.
Volg in een IPv6-netwerkomgeving de volgende procedure om het IPv6-adres te gebruiken.
Instelling bekabeld netwerk | 36
IPv6 activeren
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer. Typ het IP-adres van het
apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de Enter-toets of klik op Ga
naar.
2 Als u voor de eerste keer inlogt op HP Embedded Web Server, moet u zich aanmelden als
beheerder. Voer het onderstaande standaard ID (admin) in. Wij raden u aan om het
standaard wachtwoord in te stellen vanwege veiligheidsredenen.
3 Wanneer het venster Embedded Web Server wordt geopend, verplaatst u de muiscursor
over de Settings van de bovenste menubalk, en klik vervolgens op Network Settings.
4 Klik op TCP/IPv6 in het linkerdeelvenster van de website.
5 Schakel het selectievakje IPv6 Protocol in om IPv6 te activeren.
6 Klik op de knop Apply.
7 Zet het apparaat uit en weer aan.
• U kunt ook DHCPv6 instellen.
• Ga als volgt te werk om het IPv6-adres handmatig in te stellen:
Schakel het selectievakje Manual Address in. Vervolgens wordt het tekstvak
Address/Prefix geactiveerd. Voer de rest van het adres in (bijv.
3FFE:10:88:194::AAAA. "A" is de hexadecimaal 0 tot 9, A tot F).
Installeren van een stuurprogramma over het netwerk | 37
Installeren van een stuurprogramma over het
netwerk
• Vóór de installatie, controleer of uw computers besturingssysteem de software
ondersteunt (zie "Besturingssysteem" op pagina 7).
• Wanneer het apparaat de netwerkinterface niet ondersteunt, kunt u deze functie niet
gebruiken (zie "Achter kant" op pagina 18).
• U moet de software pakketten van de website van HP downloaden om de
printersoftware te installeren. Ga naar
www.hp.com/support/colorlaser150 voor HP's
allesomvattende hulp.
Windows
De firewallsoftware blokkeert mogelijk de netwerkcommunicatie. Voordat u het apparaat
aansluit op het netwerk, schakel de firewall van de computer uit.
1 Controleer of het apparaat met het netwerk is verbonden en ingeschakeld is. Het IP-adres
van uw apparaat moet reeds ingesteld zijn (zie "Het IP-adres instellen" op pagina 35).
2 Download het printerstuurprogramma van de HP website
(
www.hp.com/support/colorlaser150).
3 Schakel het apparaat in.
4 Pak het stuurprogrammapakket uit en voer de installatie van het stuurprogramma uit.
5 Volg de instructies in het installatievenster.
Draadloos netwerk instellen | 38
Draadloos netwerk instellen
Afhankelijk van het model is een draadloos netwerk mogelijk niet beschikbaar (zie
"Functies per model" op pagina 7).
Draadloze netwerken vereisen een hoger beveiligingsniveau. Als u voor het eerst een
toegangspunt installeert, worden een netwerknaam (SSID), een beveiligings-id en een
Netwerkwachtwoord voor het netwerk gegenereerd. Vraag uw netwerkbeheerder om deze
informatie voordat u verder gaat met de installatie van het apparaat.
Methoden voor het instellen van een draadloos netwerk
U kunt de instellingen van uw draadloze netwerk configureren vanaf het apparaat of de
computer. Kies de instellingsmethode uit de onderstaande tabel.
• Sommige installatiemethoden voor het draadloze netwerk zijn mogelijk niet
beschikbaar afhankelijk van het model of land.
• Het wordt ten strengste aangeraden dat u het wachtwoord instelt op toegangspunten.
Als u het wachtwoord niet instelt op toegangspunten kunnen onbekende apparaten,
waaronder pc's, smartphones en printers, mogelijk illegaal toegang krijgen. Raadpleeg
de gebruikershandleiding toegangspunten voor de wachtwoordinstellingen.
Installatie
methode
Verbindingsmethode Beschrijving & Referentie
Met
toegangsp
unt
Via de computer
Zie "Instellen via USB-kabel" op pagina 40voor
Windows.
Zie "Toegangspunt zonder USB-kabel" op pagina
41voor Windows.
Zie "Een netwerkkabel gebruiken" op pagina 42.
Vanaf het
bedieningspaneel van
het apparaat
Zie "De WPS-instellingen gebruiken" op pagina 39.
Van de HP Smart-app
Zie "Verbinden met gebruik van de HP Smart-app"
op pagina 48.
Wi-Fi Direct instellen
Zie "Wi-Fi Direct voor mobiel printen instellen" op
pagina 43.
Draadloos netwerk instellen | 39
Herstellen van de instellingen van het draadloze netwerk
U kunt de standaard netwerkinstellingen terugzetten.
Druk op en houd de knop (Draadloos) op het bedieningspaneel gedurende ongeveer 20
seconden ingedrukt. Als de (Meldings)-LED en de (Aan/Uit)-LED samen beginnen te
knipperen, laat de knop (Draadloos) los.
De WPS-instellingen gebruiken
Als uw apparaat en toegangspunt (of draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS)
ondersteunen, dan kunt u de instellingen van het draadloze netwerk eenvoudig configureren via
de menuknop (Draadloos) zonder dat u een computer nodig heeft.
Wat u nodig hebt
• Controleer of het toegangspunt (of de draadloze router) Wi-Fi Protected Setup™ (WPS)
ondersteunt.
• Controleer of uw apparaat Wi-Fi Protected Setup™ (WPS) ondersteunt.
1 Druk de knop (Draadloos) op het bedieningspaneel gedurende ten minste 3 seconden in
en laat de knop los.
Er wordt verbinding gemaakt met het draadloze netwerk.
2 Druk binnen 2 minuten op de knop WPS (PBC) op het toegangspunt (of de draadloze router).
a. Het apparaat is bezig verbinding te maken met het toegangspunt (of de draadloze router).
b. Wanneer het apparaat succesvol s verbonden met het draadloze netwerk, blijft het
LED-lampje branden.
3 Ga door met het installeren van de software.
Draadloos netwerk instellen | 40
Instellen met Windows
Instellen via USB-kabel
Wat u nodig hebt
• Toegangspunt
• Netwerkcomputer
• U moet de software pakketten van de website van HP downloaden om de printersoftware te
installeren. Ga naar
www.hp.com/support/colorlaser150 voor HP's allesomvattende hulp.
• Een apparaat met een daarop geïnstalleerde interface voor draadloze netwerken
• USB-kabel
Opzetten van de netwerkinfrastructuur
1 Controleer of de USB-kabel op het apparaat is aangesloten.
2 Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan.
3 Download het printerstuurprogramma van de HP website
(
www.hp.com/support/colorlaser150).
4 Pak het stuurprogrammapakket uit en voer de installatie van het stuurprogramma uit.
5 Controleer en accepteer de installatie-overeenkomst in het installatievenster. Klik daarna
op Volgende.
6 Selecteer Draadloos in het scherm Type printerverbinding. Klik daarna op Volgende.
7 Selecteer in het scherm Stelt u uw printer voor de eerste keer in? de optie Ja, ik wil het
draadloze netwerk voor mijn printer instellen. Klik daarna op Volgende.
Als uw printer al is verbonden met het netwerk, selecteert u Nee, mijn printer is al
verbonden met mijn netwerk.
8 Selecteer Een USB-kabel gebruiken op het scherm Selecteer de installatiemethode voor
een draadloze verbinding. Klik daarna op Volgende.
9 Na de zoekactie toont het venster de draadloze netwerkapparaten. Selecteer de naam (SSID)
van het toegangspunt dat u wilt gebruiken en klik op Volgende.
10Als het instellen van het draadloze netwerk is voltooid, verwijder dan de USB-kabel tussen
de computer en de printer. Klik op Next.
11 Selecteer de onderdelen die u wilt installeren.
12 Volg de instructies in het installatievenster.
Draadloos netwerk instellen | 41
Toegangspunt zonder USB-kabel
Wat u nodig hebt
• PC met WiFi en Windows 7 of hoger en een toegangspunt (router)
• U moet de software pakketten van de website van HP downloaden om de printersoftware te
installeren. Ga naar
www.hp.com/support/colorlaser150 voor HP's allesomvattende hulp.
• Een apparaat met een daarop geïnstalleerde interface voor draadloze netwerken
Wanneer het draadloze netwerk wordt ingesteld, gebruikt het apparaat het draadloze
LAN van de pc. U kunt mogelijk geen verbinding maken met internet.
Opzetten van de netwerkinfrastructuur
1 Zet de computer, het toegangspunt en het apparaat aan.
2 Download het printerstuurprogramma van de HP website
(
www.hp.com/support/colorlaser150).
3 Pak het stuurprogrammapakket uit en voer de installatie van het stuurprogramma uit.
4 Controleer en accepteer de installatie-overeenkomst in het installatievenster. Klik daarna
op Volgende.
5 Selecteer Draadloos in het scherm Type printerverbinding. Klik daarna op Volgende.
6 Selecteer in het scherm Stelt u uw printer voor de eerste keer in? de optie Ja, ik wil het
draadloze netwerk voor mijn printer instellen.. Klik vervolgens op Volgende.
Als uw printer al is verbonden met het netwerk, selecteert u Nee, mijn printer is al
verbonden met mijn netwerk.
7 Selecteer Een directe, draadloze verbinding gebruikenin het scherm Selecteer de
installatiemethode voor een draadloze verbinding. Klik daarna op Volgende.
8 Wanneer het instellen van het draadloze netwerk voltooid is, klikt u op Volgende.
9 Volg de instructies in het installatievenster.
Draadloos netwerk instellen | 42
Een netwerkkabel gebruiken
Neem contact op met uw netwerkbeheerder of de persoon die uw draadloos netwerk
heeft ingesteld voor informatie over uw netwerkconfiguratie.
Uw apparaat is netwerkcompatibel. Om uw apparaat netwerkcompatibel te maken, moet u
enkele configuratieprocedures doorlopen.
Wat u nodig hebt
• Toegangspunt
• Netwerkcomputer
• U moet de software pakketten van de website van HP downloaden om de printersoftware te
installeren. Ga naar
www.hp.com/support/colorlaser150 voor HP's allesomvattende hulp.
• Een apparaat met een daarop geïnstalleerde interface voor draadloze netwerken
• Netwerkkabel
Een netwerkconfiguratierapport afdrukken
U kunt bepalen welke netwerkinstellingen voor uw apparaat worden gebruikt door een
netwerkconfiguratierapport af te drukken.
Zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 35.
Het draadloze netwerk van het apparaat configureren
Voordat u begint, moet u de netwerknaam (SSID) van uw draadloze netwerk en de netwerksleutel
(als deze is gecodeerd) weten. Deze gegevens zijn ingesteld toen het toegangspunt (of de
draadloze router) werd geïnstalleerd. Raadpleeg uw netwerkbeheerder als u niet vertrouwd bent
met de draadloze omgeving waarin u werkt.
Om draadloze parameters te configeren kunt u gebruik maken van HP Embedded Web Server.
HP Embedded Web Server gebruiken
Controleer de status van de kabelverbinding voor u begint met de configuratie van de
parameters voor het draadloze netwerk.
1 Controleer of de netwerkkabel op de printer is aangesloten. Als dat niet het geval is, moet u
een standaardnetwerkkabel op het apparaat aansluiten.
2 Start een webbrowser als Internet Explorer, Safari of Firefox, en voer in het browservenster
het nieuwe IP-adres van uw apparaat in.
Voorbeeld:
3 Klik op Login in de rechterbovenhoek van de HP Embedded Web Server-website.
Draadloos netwerk instellen | 43
4 Als u voor de eerste keer inlogt op HP Embedded Web Server, moet u zich aanmelden als
beheerder. Voer het onderstaande standaard ID (admin) in. Wij raden u aan om het
standaard wachtwoord in te stellen vanwege veiligheidsredenen.
5 Wanneer het scherm HP Embedded Web Server opent, klik op Network Settings.
6 Klik op Wi-Fi > Wizard.
7 Selecteer de Network Name(SSID) in de lijst.
8 Klik op Next.
Als het venster met beveiligingsinstellingen voor draadloze netwerken verschijnt, voert u
het geregistreerde wachtwoord (netwerkwachtwoord) in en klikt u op Next.
9 Het bevestigingsvenster verschijnt. Controleer de instellingen van het draadloze netwerk.
Als de instellingen juist zijn, klikt u op Apply.
Wi-Fi Direct voor mobiel printen instellen
Wi-Fi Direct biedt een veilige en gebruiksvriendelijke peer-to-peerverbinding tussen een Wi-Fi
Direct-printer en mobiel apparaat.
Met Wi-Fi Direct kunt u uw printer aansluiten op een Wi-Fi Direct-netwerk, terwijl deze ook
verbonden is met een toegangspunt. U kunt ook tegelijkertijd gebruik maken van een bekabeld
netwerk en een Wi-Fi Direct-netwerk, zodat meerdere gebruikers documenten kunnen openen
en afdrukken via Wi-Fi Direct en het bekabelde netwerk.
• U kunt geen verbinding maken met het internet via Wi-Fi Direct op uw printer.
• De lijst met ondersteunde protocollen kan verschillen per model. Wi-Fi
Direct-netwerken ondersteunen NIET IPv6-, netwerkfilterings-, IPSec-, WINS- en
SLP-diensten.
• Er kunnen maximaal 4 apparaten via Wi-Fi Direct worden aangesloten.
Wi-Fi Direct installeren
Als uw printer wordt aangesloten via een netwerkkabel of een draadloos toegangspunt, kunt u
Wi-Fi Direct inschakelen en configureren HP Embedded Web Server.
1 Open HP Embedded Web Server en selecteer Settings > Network Settings > Wi-Fi > Wi-Fi
Direct™.
2 Schakel Wi-Fi Direct™ in en stel andere opties in.
Draadloos netwerk instellen | 44
Het mobiele apparaat instellen
• Raadpleeg de gebruikershandleiding voor het mobiele apparaat na het instellen van Wi-Fi
Direct op uw printer om Wi-Fi Direct in te stellen op het mobiele apparaat.
Na het inschakelen van Wi-Fi Direct moet u de toepassing voor mobiel afdrukken downloaden
(bijvoorbeeld: HP Smart) om vanaf uw smartphone af te drukken.
• Wanneer u de printer heeft gevonden waar u verbinding mee wilt leggen vanaf uw
mobiele apparaat, selecteert u de printer en gaat het LED-lampje op de printer branden.
Druk op de knop Draadloos op de printer en het wordt verbonden met uw mobiele
apparaat. Als u geen knop Draadloos heeft, druk op de optie die u wilt wanneer het
scherm Wi-Fi-verbinding bevestigd verschijnt op het display en het wordt verbonden
met op uw mobiele apparaat.
• Als uw mobiele apparaat geen ondersteuning voor Wi-Fi Direct biedt, moet u de
"Netwerksleutel" van een printer invoeren in plaats van het indrukken van de knop
Draadloos.
HP Embedded Web Server gebruiken | 45
HP Embedded Web Server gebruiken
Er zijn verschillende programma’s voorhanden om in een netwerkomgeving de
netwerkinstellingen op een eenvoudige manier in te voeren. Zo kan de netwerkbeheerder
diverse apparaten in het netwerk beheren.
• Internet Explorer 8.0 of hoger is de minimale eis voor HP Embedded Web Server.
• Voordat u onderstaande programma’s gaat gebruiken moet u het IP-adres instellen.
• Sommige functies en optionele onderdelen zijn mogelijk niet beschikbaar afhankelijk
van model of land (zie "Verschillende functies" op pagina 7).
HP Embedded Web Server
De embedded web server op uw netwerkapparaat stelt u in staat de volgende taken uit te voeren:
• Informatie over en status van verbruiksartikelen opvragen.
• Apparaatinstellingen aanpassen.
De noodzakelijke netwerkparameters voor het apparaat instellen, zodat u een verbinding kunt
maken met diverse netwerkomgevingen.
Totegang tot HP Embedded Web Server
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de
Enter-toets of klik op Ga naar.
2 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
Inloggen op HP Embedded Web Server
Voor het configureren van de opties in HP Embedded Web Server dient u in te loggen als
beheerder. U kunt nog steeds gebruik maken van HP Embedded Web Server zonder in te loggen,
maar heeft u geen toegang tot het tabblad Settings en het tabblad Security.
1 Klik op Login in de rechterbovenhoek van de HP Embedded Web Server-website.
2 Als u voor de eerste keer inlogt op HP Embedded Web Server, moet u zich aanmelden als
beheerder. Voer het onderstaande standaard ID (admin) in. Wij raden u aan om het
standaard wachtwoord in te stellen vanwege veiligheidsredenen.
HP Embedded Web Server gebruiken | 46
Overzicht HP Embedded Web Server
Afhankelijk van uw model zullen sommige menu's mogelijk niet verschijnen.
Het tabblad Information
Op dit tabblad wordt algemene informatie over het apparaat weergegeven. U kunt diverse
gegevens controleren, waaronder de resterende hoeveelheid toner. U kunt ook rapporten
afdrukken, zoals een foutenrapport.
Active Alerts: Toont de waarschuwingen die in het apparaat zijn gegenereerd en hun ernst.
Supplies: Toont hoeveel pagina´s zijn afgedrukt en hoeveel toner er nog in de cassette zit.
Usage Counters: Toont de gebruiksteller van het aantal vellen per type afdruk: enkelzijdig en
dubbelzijdig.
Current Settings: Toont informatie of het apparaat en het netwerk.
Print information: Drukt rapporten af zoals systeemgerelateerde rapporten, e-mailadressen
en lettertyperapporten.
Security Information: Geeft de beveiligingsinformatie van het apparaat weer.
Het tabblad Settings
Op dit tabblad kunt u de configuratie van uw apparaat en netwerk instellen. U moet zich
aanmelden als beheerder om dit tabblad weer te geven.
Het tabblad Machine Settings: Stelt de door uw machine geleverde opties in.
Het tabblad Network Settings: Toont opties voor de netwerkomgeving. Stelt opties in zoals
TCP/IP en netwerkprotocollen.
Het tabblad Security
Op dit tabblad kunt u de beveiligingsgegevens van uw systeem en van het netwerk instellen. U
moet zich aanmelden als beheerder om dit tabblad weer te geven.
System Security: Stelt de gegevens van de systeembeheerder in en schakelt tevens de
apparaatfuncties in- of uit.
Network Security: Hiermee kunt u instellen opgeven voor IPv4-/IPv6-filtering.
Het tabblad Maintenance
Op dit tabblad kunt u uw apparaat onderhouden door de firmware te upgraden en
contactgegevens voor het versturen van e-mails in te stellen. U kunt ook een verbinding maken
met de website van HP of stuurprogramma's downloaden het Link-menu te selecteren.
Firmware Upgrade: Bijwerken van de firmware van uw apparaat.
Contact Information: Contactgegevens tonen.
Link: Toont koppelingen naar nuttige sites waar u informatie kunt downloaden of lezen.
HP Embedded Web Server gebruiken | 47
Informatie over de systeembeheerder instellen
Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het
display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw
apparaat.
1 Open een webbrowser in Windows, zoals Internet Explorer.
Typ het IP-adres van het apparaat (http://xxx.xxx.xxx.xxx) in het adresveld en druk op de
Enter-toets of klik op Ga naar.
2 De in het apparaat geïntegreerde website wordt geopend.
3 Selecteer op het tabblad Security System Security > System Administrator
4 Voer de naam van de beheerder, telefoonnummer en locatie in.
5 Klik op Apply.
HP Smart app | 48
HP Smart app
U kunt documenten en afbeeldingen delen via e-mail, sms-berichten en populaire cloud-en social
media-diensten (zoals iCloud, Google Drive, Dropbox en Facebook). U kunt ook nieuwe
HP-printers en monitoren instellen alsmede artikelen bestellen.
De HP Smart-app is mogelijk niet beschikbaar in alle talen. Sommige functies zijn mogelijk
niet beschikbaar op alle printermodellen.
Het installeren van de HP Smart-app: Om de app op uw apparaat te installeren, ga naar
123.hp.com en volg de instructies op het scherm om toegang te krijgen tot de app store van uw
apparaat.
Aansluiten op een printer: Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en is aangesloten op
hetzelfde netwerk als uw apparaat. Vervolgens detecteert HP Smart automatisch de printer.
Voor meer informatie over de HP Smart-app:
- Zie "Afdrukken met behulp van de HP Smart-app" op pagina 49.
- Zie "Hulp krijgen van de HP Smart-app" op pagina 49.
Voor meer informatie over het gebruik van de HP Smart voor afdrukken, scannen, het openen
van functies van de printer en het oplossen van problemen, ga naar:
- iOS/Android: www.hp.com/go/hpsmart-help
Verbinden met gebruik van de HP Smart-app
1 Zorg ervoor dat uw computer of mobiele apparaat is verbonden met uw draadloze netwerk
en u het wachtwoord van uw draadloze netwerk weet.
2 Controleer of de printer is in de installatiemodus Auto Wireless Connect (AWC).
Als dit de eerste keer is dat u de printer hebt ingesteld, is de printer gereed voor installatie
nadat de printer is ingeschakeld. Het blijft zoeken naar de HP Smart-app om verbinding te
maken binnen 2 uur, en stopt vervolgens met zoeken.
Om het bedieningspaneel op de installatiemodus Auto Wireless Connect (AWC) te zetten,
druk de knop (Draadloos) in en houdt deze ten minste 20 seconden vast totdat de
(Meldings) en de (Aan/Uit)-LED samen beginnen te knipperen.
3 Open de HP Smart app en voer een van de volgende handelingen uit:
iOS/Android: Op het startscherm, tik op het Plus-pictogram en selecteer vervolgens de
printer. Als de printer niet in de lijst staat, tikt u op Een nieuwe printer toevoegen. Volg de
instructies op het scherm om de printer toe te voegen aan uw netwerk.
HP Smart app | 49
Wijzig de standaard printer me het instellen van de HP
Smart-app
U kunt de printer instellen vanaf HP Smart app.
1 Open de HP Smart-app.
2 Tik op het Plus-pictogram als u een andere printer moet wijzigen of een nieuwe printer moet
toevoegen.
3 Tik op Printerinstellingen.
4 Selecteer de optie die u wilt, en wijzig vervolgens de instelling.
Afdrukken met behulp van de HP Smart-app
Afdrukken vanaf een Android- of iOS-apparaat
1 Open de HP Smart-app.
2 Tik op het Plus-pictogram als u een andere printer moet wijzigen of een nieuwe printer moet
toevoegen.
3 Tik op een afdrukoptie.
4 Selecteer de foto of het document dat u wilt afdrukken.
5 Tik op Afdrukken.
Hulp krijgen van de HP Smart-app
De HP Smart-app geeft waarschuwingen voor printerproblemen (storingen en andere
problemen), koppelingen naar help-onderwerpen, en opties om contact op te nemen met support
voor meer hulp.
Afdrukken
In dit hoofdstuk staat informatie over de algemene afdrukopties. Dit onderdeel is vooral gebaseerd
op Windows 7.
• Standaard afdruk 51
• Een afdruktaak annuleren 52
• Voorkeursinstellingen openen 53
• Voorkeursinstellingen gebruiken 54
• Help gebruiken 55
• Afdrukfuncties 56
• HP Easy Printer Manger gebruiken 62
• Printerstatus-programma's gebruiken 65
U moet de software pakketten van de website van HP downloaden om de printersoftware te installeren.
Voor HP's alles omvattende hulp voor de printer, gaat u naar
www.hp.com/support > kies uw land en
regio > uw product zoeken.
Standaard afdruk | 51
Standaard afdruk
Vóór het afdrukken, controleer of uw computers besturingssysteem de software
ondersteunt (zie "Besturingssysteem" op pagina 7).
Het volgende scherm met Voorkeursinstellingen voor afdrukken is voor Notepad in Windows 7.
Uw scherm met Voorkeursinstellingen voor afdrukken kan hiervan afwijken, afhankelijk van het
besturingssysteem of van het programma dat u gebruikt.
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Selecteer Afdrukken in het menu Bestand.
3 Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.
4 De basisafdrukinstellingen, inclusief het aantal kopieën en het afdrukbereik, worden
geselecteerd in het venster Afdrukken.
Klik op Eigenschappen of Voorkeuren in het venster Afdrukken om gebruik te maken
van de geavanceerde afdrukopties. (zie "Voorkeursinstellingen openen" op pagina 53).
5 Klik in het venster Afdrukken op OK of Afdrukken om de afdruktaak te starten.
Een afdruktaak annuleren | 52
Een afdruktaak annuleren
Een afdruktaak die in een afdrukrij of afdrukspooler wacht om afgedrukt te worden, annuleert u
op de volgende manier:
U kunt toegang krijgen tot dit venster door te dubbelklikken op het pictogram van het apparaat
( ) in de taakbalk van Windows.
• U kunt de huidige taak ook annuleren door te drukken op (Annuleren) op het
bedieningspaneel.
Voorkeursinstellingen openen | 53
Voorkeursinstellingen openen
• Het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken in deze gebruikshandleiding
verschilt mogelijk van het venster dat u ziet omdat dit afhankelijk is van de gebruikte
printer.
• Als u een optie selecteert in Voorkeursinstellingen voor afdrukken verschijnt er
mogelijk een waarschuwingsteken, of . Een uitroepteken ( ) wil zeggen dat u
deze optie wel kunt selecteren maar dat dit niet wordt aanbevolen. Het teken wil
zeggen dat u deze optie niet kunt selecteren vanwege de instellingen of omgeving van
het apparaat.
1 Open het document dat u wilt afdrukken.
2 Kies Afdrukken in het menu Bestand. Het venster Afdrukken wordt weergegeven.
3 Selecteer uw printer in de lijst Printer selecteren.
4 Klik op Eigenschappen of op Voorkeuren. Klik of tik op de tabbladen in de printerdriver om
de beschikbare opties te configureren.
• In Windows 10, 8.1, en 8, hebben deze toepassingen een verschillende lay-out met
verschillende functies uit wat hieronder beschreven is voor desktoptoepassingen.
Om toegang te krijgen tot de afdrukfunctie vanaf een Startscherm van de app, voer
de volgende stappen uit:
- Windows 10: Selecteer Afdrukken op en selecteer de printer.
- Windows 8.1 of 8: Selecteer Apparaten, selecteer Afdrukken en selecteer de
printer.
• U kunt de huidige status van het apparaat controleren door op de knop
Printerstatus te drukken (zie "Printerstatus-programma's gebruiken" op pagina 65).
Voorkeursinstellingen gebruiken | 54
Voorkeursinstellingen gebruiken
De optie Favorieten, die u terugvindt op elk tabblad voorkeuren behalve voor het HP-tabblad,
kunt u opslaan in de huidige voorkeuren voor toekomstig gebruik.
Volg deze stappen om een Favorieten-item op te slaan:
1 Stel op elk tabblad de gewenste instellingen in.
2 Typ in het invoervak Favorieten een naam voor deze instellingen.
3 Klik op Opslaan.
4 Voer een naam en beschrijving in en selecteer vervolgens de gewenste pictogram.
5 Klik op OK. Als u instellingen opslaat onder Favorieten worden alle huidige
stuurprogramma-instellingen opgeslagen.
Als u een opgeslagen instelling wilt gebruiken, kiest u deze op het tabblad Favorieten. Het
apparaat is nu ingesteld om afdrukken te maken met de geselecteerde instellingen. Om
een opgeslagen instelling te verwijderen, selecteert u deze uit de vervolgkeuzelijst
Favorieten en klikt u op Wissen.
Help gebruiken | 55
Help gebruiken
Klik op de optie waarover u meer wilt weten op het venster Voorkeursinstellingen voor
afdrukken en druk op F1 op uw toetsenbord.
Afdrukfuncties | 56
Afdrukfuncties
• Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele
onderdelen (zie "Functies per model" op pagina 7).
• U moet de software pakketten van de website van HP downloaden om de
printersoftware te installeren. Ga naar
www.hp.com/support/colorlaser150 voor HP's
allesomvattende hulp.
Speciale afdrukfuncties verklaard
U kunt geavanceerde afdrukfuncties gebruiken voor uw printer.
Om de printerfuncties van uw printerstuurprogramma te gebruiken, klikt u op Eigenschappen of
Voorkeuren in het venster Afdrukken van de toepassing om de afdrukinstellingen te wijzigen. De
apparaatnaam die in het printereigenschappenvenster wordt weergegeven is afhankelijk van het
gebruikte apparaat.
• Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s mogelijk niet op het
display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van toepassing op uw
apparaat.
• Selecteer het menu Help, of klik op de knop uit het venster, of druk op F1 op uw
toetsenbord, en klik op de optie waar u meer over wilt weten (zie "Help gebruiken" op
pagina 55).
Item Omschrijving
Meerdere pagina’s per
vel
U kunt het aantal pagina’s selecteren dat u op één vel wilt
afdrukken. Als u meer dan één pagina per vel afdrukt worden de
pagina’s verkleind en in de door u opgegeven volgorde
gerangschikt. U kunt op één vel tot 16 pagina’s afdrukken.
Afdrukfuncties | 57
Poster afdrukken
U kunt een document van één enkele pagina op 4 (poster van 2x2),
9 (poster van 3x3) of 16 vellen (poster van 4x4) papier drukken om
ze aan elkaar te plakken en er een poster van te maken.
Selecteer de waarde Posteroverlap. Geef de Posteroverlap op in
millimeters of inches door het keuzerondje bovenaan rechts op het
tabblad Basis te selecteren om de vellen gemakkelijker aan elkaar
te kunnen plakken.
Boekje afdrukken
Met deze functie kunt u een document op beide zijden van het
papier afdrukken en worden de pagina’s zo gerangschikt dat u het
afgedrukte papier dubbel kunt vouwen om een boekje te maken.
• De optie Boekje afdrukken is niet beschikbaar voor alle
papierformaten. Kies de Formaat-optie onder het tabblad
Papier om te kijken welke papierformaten beschikbaar
zijn.
• Als u een onbeschikbaar papierformaat selecteert, wordt
deze optie mogelijk automatisch geannuleerd. Selecteer
alleen beschikbaar papier (papier waarbij geen of
staat).
Item Omschrijving
Afdrukfuncties | 58
Dubbelzijdig afdrukken
(handmatig)
U kunt op beide zijden van een vel papier afdrukken (dubbelzijdig).
Voor u afdrukt, moet u de gewenste afdrukstand van het document
opgeven.
• Als uw printer geen duplexeenheid heeft, moet u de
afdruktaak handmatig uitvoeren. De printer drukt eerst
elke andere pagina van het document af. Hierna verschijnt
er een bericht op uw computer.
• De functie Blanco pagina's overslaan werkt niet als u de
dubbelzijdige optie heeft ingeschakeld.
Geen: Hiermee schakelt u deze functie uit.
Lange zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die bij
boekbinden wordt gebruikt.
Korte zijde: Deze optie is de conventionele lay-out die voor
kalenders wordt gebruikt.
Papieropties
Wijzigt de afmetingen van een document zodat deze kleiner of
groter op het vel afgedrukt wordt, door een percentage in te voeren
waarmee het document vergroot of verkleind wordt.
Watermerk
Met de optie Watermerk kunt u tekst afdrukken over een bestaand
document. U gebruikt de optie bijvoorbeeld om in grote grijze
letters "DRAFT" of "CONFIDENTIAL" diagonaal op de eerste pagina
of op alle pagina’s van een document af te drukken.
Item Omschrijving
CONFIDENTIAL
Afdrukfuncties | 59
Watermerk
(Een watermerk maken)
a. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt
wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 53).
b. Op het tabblad Geavanceerd selecteert u Bewerken... in de
keuzelijst Watermerk.
c. Voer een tekst in het vak Tekst watermerk in. U kunt maximaal
256 tekens invoeren.
Als u het selectievakje Alleen eerste pagina inschakelt, wordt het
watermerk alleen op de eerste pagina afgedrukt.
d. Watermerkopties selecteren.
U kunt de naam, stijl, kleur, grootte en grijswaarde van het
lettertype selecteren in het gedeelte Tekenstijl, en de hoek van
het watermerk instellen in het gedeelte Uitlijning en hoek van
watermerk.
e. Klik op Toevoegen om het nieuwe watermerk aan de lijst Huidige
watermerken toe te voegen.
f. Wanneer u klaar bent met bewerken klikt u op OK of Afdrukken
tot u het menu Afdrukken verlaat.
Watermerk
(Een watermerk
bewerken)
a. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt
wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 53).
b. Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de
vervolgkeuzelijst Watermerk.
c. Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u
wilt bewerken en wijzig de tekst van het watermerk en de opties.
d. Klik op Wijzigen als u de wijzigingen wilt opslaan.
e. Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt
afgesloten.
Watermerk
(Een watermerk
verwijderen)
a. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt
wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
b. Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Bewerken... in de
vervolgkeuzelijst Watermerk.
c. Selecteer in het vak Huidige watermerken het watermerk dat u
wilt verwijderen en klik op de knop Verwijderen.
d. Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt
afgesloten.
Item Omschrijving
Afdrukfuncties | 60
Overlay
Een overlay is tekst en/of een afbeelding die op de harde schijf van
de computer is opgeslagen in een speciale bestandsindeling en die
in een willekeurig document kan worden afgedrukt. Overlays
worden vaak gebruikt in plaats van voorgedrukte formulieren en
papier met een briefhoofd. In plaats van een voorgedrukt
briefhoofd kunt u een overlay samenstellen die precies dezelfde
informatie bevat. Als u een brief met het briefhoofd van uw bedrijf
wilt afdrukken, hoeft u geen voorbedrukt briefhoofdpapier in het
apparaat te plaatsen. U drukt het briefhoofd gewoon als overlay op
uw document af.
Als u een paginaoverlay wilt gebruiken, moet u een nieuwe
paginaoverlay maken met uw logo of afbeelding.
Het formaat van het overlaydocument moet hetzelfde zijn
als dat van de documenten die u met de overlay afdrukt.
Maak geen overlay met een watermerk.
• De resolutie van het overlaydocument moet dezelfde zijn
als die van het document waarop u de overlay wilt
afdrukken.
Overlay
(Het creëren van een
overlay)
a. Maak of open een document met de tekst of afbeelding die u voor
de overlay wilt gebruiken. Zorg ervoor dat de tekst of afbeelding
precies op de plaats staat waar deze als overlay moet worden
afgedrukt.
b. Ga naar de Voorkeursinstellingen voor afdrukken als u het
document als een overlay wilt opslaan.
c. Klik op het tabblad Geavanceerd en selecteer Maken in de
vervolgkeuzelijst Overlay.
d. Typ een naam van maximaal acht tekens in het vak Opslaan als
in het venster Bestandsnaam. Selecteer indien nodig de map
waarin u het overlaybestand wilt opslaan. Standaard is dit de map
C:\Formover.
e. Klik op Opslaan.
f. Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt
afgesloten.
Als er een venster verschijnt waarin u om bevestiging wordt
gevraagd, klikt u op Ja.
g. Het bestand wordt niet afgedrukt. Het wordt opgeslagen op de
harde schijf van uw computer.
Item Omschrijving
Afdrukfuncties | 61
Overlay
(Een paginaoverlay
gebruiken)
a. Maak of open het document dat u wilt afdrukken.
b. Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt
wijzigen, opent u Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
c. Klik op het tabblad Geavanceerd.
d. Selecteer Overlay afdrukken van de vervolgkeuzelijst Overlay.
e. Als het overlaybestand dat u zoekt niet in de vervolgkeuzelijsten
Overlaybes. 1 of Overlaybes. 2, selecteer dan Laden van de
Overzicht overlays Selecteer het overlaybestand dat u wilt
gebruiken.
Als u het gewenste overlaybestand op een externe bron hebt
opgeslagen, kunt u het bestand ook laden vanuit het venster
Laden.
Klik op Openen als u het bestand hebt geladen. Het bestand
verschijnt in het vak Overzicht overlays en kan worden
afgedrukt. Selecteer de overlay in de vervolgkeuzelijst Overzicht
overlays.
f. Schakel indien nodig het selectievakje Overlay bevestigen voor
afdrukken in. Als dit selectievakje is ingeschakeld, verschijnt
telkens als u een document naar de printer verzendt een
berichtvenster waarin u gevraagd wordt om te bevestigen of u
een overlay op uw document wilt afdrukken.
Als dit selectievakje niet is ingeschakeld en er een overlay is
geselecteerd, wordt de overlay automatisch op uw document
afgedrukt.
g. Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt
afgesloten.
De geselecteerde overlay wordt op uw document afgedrukt.
Overlay
(Een paginaoverlay
verwijderen)
a. Klik in het venster Voorkeursinstellingen voor afdrukken op het
tabblad Geavanceerd.
b. Selecteer Bewerken in de vervolgkeuzelijst Tekst.
c. Selecteer in het vak Overzicht overlays de overlay die u wilt
verwijderen.
d. Klik op Verwijderen.
e. Als er een venster verschijnt waarin u om bevestiging wordt
gevraagd, klikt u op Ja.
f. Klik op OK of Afdrukken tot het venster Afdrukken wordt
afgesloten. Paginaoverlays die u niet meer gebruikt, kunt u
verwijderen.
Item Omschrijving
HP Easy Printer Manger gebruiken | 62
HP Easy Printer Manger gebruiken
Voor Windows is Internet Explorer 6.0 of hoger de minimale eis voor HP Easy Printer
Manager.
Voor Windows is Internet Explorer 6.0 of hoger de minimale eis voor HP Easy Printer Manager.
HP Easy Printer Manager combineert apparaatinstellingen en printomgevingen,
-instellingen/-acties en starten. HP Easy Printer Manager combineert apparaatinstellingen en
printomgevingen, -instellingen/-acties en starten. HP Easy Printer Manager combineert
apparaatinstellingen en printomgevingen, -instellingen/-acties en starten. een basisinterface en
een interface voor gevorderde gebruikers. Overschakelen tussen de twee interfaces is
eenvoudig: klik gewoon op een knop.
HP Easy Printer Manager begrijpen
Openen van het programma:
Voor Windows:
Kies Start > Programma's of Alle programma's > HP Printers > HP Easy Printer Manager.
• Voor Windows 8
Vanaf de Charms, kies Zoeken > Apps > HP Printers > HP Printer Manager.
• Voor Windows 10/Windows Server 2016
Vanaf de taakbalk, type in HP Printers in het invoervakZoeken. Druk op de entertoest en kies
vervolgens HP Printer Manager.
OF
Vanaf hetStart( )-pictogram, kies Alle apps > HP Printers > HP Printer Manager.
De schermafbeelding kan verschillen, afhankelijk van het besturingssysteem, het model
of de opties.
HP Easy Printer Manger gebruiken | 63
1 Printerlijst
De printerlijst toont de op uw computer geïnstalleerde printers en door
netwerkontdekking toegevoegde netwerkprinters.
2
Geavanceerd
e instelling
De interface voor gevorderde gebruikers is bedoeld voor de beheerder
van het netwerk en de printers.
Afhankelijk van de opties of het model zullen sommige menu’s
mogelijk niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn
deze opties niet van toepassing op uw apparaat.
Apparaatinstellingen: U kunt verschillende apparaatinstellingen
zoals papier, indeling, emulatie, netwerk en afdrukinformatie
instellen.
Als u uw aooaraat verbindt met een netwerk, wordt het
pictogram HP Embedded Web Server geactiveerd.
Waarschuw.instelling: Dit menu bevat instellingen gerelateerd aan de
waarschuwingen over fouten en storingen.
- Printerwaarschuwing: Levert instellingen met betrekking tot
wanneer waarschuwingen ontvangen worden.
- E-mailwaarschuwing: Levert opties met betrekking tot het
ontvangen van waarschuwingen via e-mail.
- Overzicht van waarschuwingen: Levert een geschiedenis met
betrekking tot waarschuwingen gerelateerd aan het apparaat en de
toner.
3
Programma-i
nformatie
Bevat koppelingen voor overschakelen naar vernieuwen,
voorkeursinstelling, hulp en informatie over het programma.
HP Easy Printer Manger gebruiken | 64
Selecteer het menu Help in het venster en klik op de optie waar u meer over wilt weten.
4
Printerinfor
matie
In dit kader staat algemene informatie over uw apparaat. U kunt deze
informatie controleren, zoals de naam van het printermodel, het
IP-adres (of poortnummer) en de printerstatus.
5
Snelkoppelin
gen
Toont Snelkoppelingen naar printerspecifieke functies. Dit gedeelte
bevat ook koppelingen naar toepassingen in de geavanceerde
instellingen.
6Inhoud
Toont informatie over de geselecteerde printer, het niveau van de toner
en het papier. De informatie wijzigt naargelang de gekozen printer. Niet
alle apparaten beschikken over deze functie.
7
Benodigdhed
en bestellen
Klik op de knop Bestellen in het deelvenster om verbruiksartikelen te
bestellen. U kunt online reservetonercassette(s) bestellen.
Printerstatus-programma's gebruiken | 65
Printerstatus-programma's gebruiken
Printerstatus is een programma dat controleert en u informeert over de status van het apparaat.
• Het Printerstatus-venster en de inhoud ervan zoals weergegeven in deze handleiding
kunnen verschillen, afhankelijk van het apparaat of gebruikte besturingssysteem.
• Controleer welke besturingssystemen compatibel zijn met uw apparaat (zie
"Systeemvereisten" op pagina 108).
• Alleen beschikbaar voor gebruikers met Windows-besturingssystemen.
Overzicht Printerstatus
Als er een fout optreedt tijdens het gebruik, kunt u de fout controleren vanuit de Printerstatus.
Printerstatus wordt automatisch geïnstalleerd tijdens de installatie van de apparaatsoftware.
U kunt Printerstatusook handmatig opstarten. Ga naar de Voorkeursinstellingen voor
afdrukken, klik op het tabblad behalve voor het HP-tabblad > knop Printerstatus. De optie
Favorieten, die zichtbaar is op elke tabblad voorkeuren, met uitzondering van de HP tabblad
Deze pictogrammen verschijnen op de Windows-taakbalk:
Pictogram betekent Omschrijving
Normaal
Het apparaat staat klaar voor gebruik en er zijn geen fouten of
waarschuwingen.
Waarschuwing
Het apparaat is in een toestand waarin er in de toekomst een
fout kan optreden. Dit is bijvoorbeeld als het niveau van de
toner laag is, wat kan leiden tot de toner-leegstatus.
Fout Er is minstens één fout in het apparaat.
Printerstatus-programma's gebruiken | 66
1
Apparaatinformatie
In deze omgeving kunt u de apparaatstatus, de modelnaam van
de huidige printer en de naam van de verbonden poort zien.
2
Gebruikershandleidi
ng
Gebruikershandleiding is uitgeschakeld. U kunt de
gebruikershandleiding downloaden op
www.hp.com/support/colorlaser150.
3
informatie over
benodigdheden
U kunt het percentage resterende toner in de cassette(s)
weergeven. Het apparaat en het aantal tonercassette(s) in het
bovenstaande venster kunnen verschillen afhankelijk van de
gebruikte printer. Niet alle apparaten beschikken over deze
functie.
4
Optie
U kunt instellingen voor waarschuwingen gerelateerd aan
afdruktaken opgeven.
5
Bestellen
Verbruiksartikelen
U kunt online reservetonercassette(s) bestellen.
6
Afdrukken annuleren
of
Sluiten
Afdrukken annuleren: Als er een afdruktaak in de
afdrukwachtrij of printer staat, annuleert u alle printtaken van
de gebruiker die in de afdrukwachtrij of printer staan.
Sluiten: Afhankelijk van de status van het apparaat of de
ondersteunde functies kan de knop Sluiten mogelijk
verschijnen om het statusscherm te sluiten.
7
Informatie
toner/papier
Dit knoppengebied voor informatie over toner en papier zijn
afhankelijk van het apparaat beschikbaar.
Onderhoud
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u verbruiksartikelen, accessoires en onderdelen voor het
onderhoud van uw apparaat kunt aankopen.
• Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen 68
• Beschikbare verbruiksartikelen 69
• Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud 71
• De tonercassette bewaren 72
• Toner herverdelen 74
• De tonercassette vervangen 75
• De toneropvangeenheid vervangen 76
• Vervang de beelddrum 77
• Het apparaat reinigen 79
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen | 68
Verbruiksartikelen en toebehoren bestellen
De verkrijgbare accessoires kunnen verschillen van land tot land. Neem contact op met
uw verkoper voor de lijst met beschikbare verbruiksartikelen en onderdelen.
Om door HP geautoriseerde verbruiksartikelen, accessoires en onderdelen voor onderhoud te
bestellen, neemt u contact op met uw lokale HP-dealer of de winkel waar u het apparaat heeft
gekocht. U kunt ook een bezoek brengen aan
https://store.hp.com/, en selecteert vervolgens uw
land/regio voor het verkrijgen van de contactgegevens vor service.
Beschikbare verbruiksartikelen | 69
Beschikbare verbruiksartikelen
Als de verbruiksartikelen het einde van hun gebruiksduur naderen, kunt u de volgende
verbruiksartikelen voor uw apparaat bestellen:
Item Productnaam
Cassettenum
mer
Product
nummer
Regio
a
a.Als u nieuwe tonercassettes of verbruiksartikelen aanschaft, doet u dit best in het land waar u het apparaat
hebt gekocht. Nieuwe tonercassettes of andere verbruiksartikelen zijn mogelijk niet compatibel met het
apparaat omdat de configuratie van tonercassettes en andere verbruiksartikelen per land kunnen
verschillen.
Tonercassette
HP 116A originele laser
tonercassette
116A Zwart W2060A
Alleen voor gebruik in
Noord-amerika,
latijns-Amerika
116A Cyan W2061A
116A Geel W2062A
116A
Magenta
W2063A
HP 117A originele laser
tonercassette
117A Zwart W2070A
Alleen voor gebruik in
Europa, Rusland, het
GOS, het
Midden-Oosten en
Afrika
117A Cyan W2071A
117A Geel W2072A
117A Magenta W2073A
HP 118A originele laser
tonercassette
118A Zwart W2080A
Alleen voor gebruik in
China
118A Cyan W2081A
118A Geel W2082A
118A
Magenta
W2083A
HP 119A originele laser
tonercassette
119A Zwart W2090A
Alleen voor gebruik in
Azië/Pacific behalve
China
119A Cyan W2091A
119A Geel W2092A
119A
Magenta
W2093A
Beeldeenheid
HP 120A originele laser
beelddrum
120A W1120A
Voor gebruik in alle
landen behalve China
HP 132A originele laser
beelddrum
132A W1132A
Alleen voor gebruik in
China
Toneropvangee
nheid
HP laser toneropvangeenheid
5KZ38A
Voor gebruik in alle
landen behalve China
5LX86A
Alleen voor gebruik in
China
Beschikbare verbruiksartikelen | 70
De levensduur van de tonercassette kan variëren afhankelijk van de opties, het
percentage afbeeldingen en de taakmodus.
HP adviseert het gebruik van niet-echte HP-tonercassettes zoals opnieuw gevulde of
gereviseerds toners niet aan. HP kan de kwaliteit van niet-echte HP-tonercassetters niet
garanderen. Onderhoud of reparatie vereist als gevolg van het gebruik van niet-echte
HP-tonercasseters wordt niet gedekt onder de garantie van het apparaat.
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud | 71
Verkrijgbare onderdelen voor onderhoud
U dient de onderhoudsgevoelige onderdelen regelmatig te vervangen om de machine in goede
conditie te houden, en problemen met de afdrukkwaliteit en aanvoerstoringen als gevolg van
versleten onderdelen te voorkomen. Onderhoudsgevoelige onderdelen zijn voornamelijk rollen,
riemen en rubbermatten. De vervangingsperiode en betreffende onderdelen kunnen per model
verschillen. Laat onderhoudsonderdelen alleen vervangen door een erkende
servicemedewerker, de leverancier of personeel van de winkel waar u het apparaat hebt gekocht.
Neem contact op met de oorspronkelijke leverancier van de machine voor aankoop van
onderhoudsonderdelen. De vervangingsperiode voor de onderdelen voor het onderhoud worden
bepaald door het "HP Printerstatus"-programma. Het kan ook op de gebruikersinterface worden
aangegeven als uw apparaat een weergavescherm heeft. De vervangingsperiode kan afhangen
van het gebruikte besturingssysteem, rekenprestaties, toepassingssoftware,
verbindingsmethode, papiertype, papierformaat, en complexiteit van de taak.
De tonercassette bewaren | 72
De tonercassette bewaren
Tonercassettes bevatten componenten die gevoelig zijn voor licht, temperatuur en vochtigheid.
HP raadt gebruikt aan deze aanbevelingen op te volgen om te zorgen voor optimale prestaties,
de hoogste kwaliteit en de langste levensduur van uw nieuwe HP-tonercassette.
Bewaar deze cassette op de plaats waar de printer wordt gebruikt. Idealiter in een omgeving met
gecontroleerde temperatuur en vochtigheid. Haal de tonercassette pas uit haar originele,
ongeopende verpakking op het moment dat u de cassette gaat installeren. Als de originele
verpakking ontbreekt, moet u de bovenste opening van de cassette bedekken met papier en
moet u de cassette in een donkere kast bewaren.
Door de verpakking van de cassette te openen voor u de cassette in gebruik neemt, zal de
levensduur en bewaartijd van de cassette aanzienlijk verkorten. Bewaar tonercassetten niet op
de grond. Volg de onderstaande procedures om een tonercassette die u uit de printer hebt
verwijderd, te bewaren.
• Bewaar de cassette in de beschermhoes van de originele verpakking.
• Bewaar de tonercassette liggend (niet staand) met dezelfde kant boven als bij de installatie.
• Bewaar geen verbruiksartikelen onder de volgende omstandigheden:
- Temperatuur hoger dan 40 °C (104 °F))
- Vochtigheidsbereik van minder dan 20% en meer dan 80% %
- Een omgeving met extreme veranderingen in vochtigheid of temperatuur
- Direct zonlicht of kamerlicht
- Stoffige plaatsen
- Een auto voor een lange periode
- Een omgeving waar corrosieve gassen aanwezig zijn
- Een omgeving met zoute lucht
Behandelingsinstructies
• Raak het oppervlak van de fotogeleidende drum in de cassette niet aan.
• Stel de cassette niet bloot aan onnodige trillingen of schokken.
Roteer de drum niet handmatig, vooral in de tegengestelde richting. Dit kan interne schade en
een tonerlek veroorzaken.
Gebruik tonercassette
HP beveelt het gebruik van niet-merk HP-tonercassettes in uw printer niet aan, met inbegrip van
generieke, winkelmerken, bijgevulde of gereviseerde tonercassettes.
HP's printergarantie dekt geen schade aan het apparaat veroorzaakt door het gebruik van
een hervulde, gereviseerde, of niet-merk HP-tonercassettes.
De tonercassette bewaren | 73
Geschatte levensduur van tonercassette
Geschatte levensduur van cassettes af van de hoeveelheid toner die de afdruktaken vereisen. De
eigenlijke capaciteit kan variëren afhankelijk van de afdrukdichtheid van de pagina’s waarop u
afdrukt, de omgeving, percentage afbeeldingen, de tijd tussen de afdruktaken, het type media en
het mediaformaat. Als u bijvoorbeeld veel afbeeldingen afdrukt, wordt er meer toner verbruikt
en moet de cassette waarschijnlijk vaker worden vervangen.
Toner herverdelen | 74
Toner herverdelen
U kunt tijdelijk de afdrukkwaliteit verbeteren door de resterende toner in de cassette te
herverdelen. Soms blijven die witte strepen of lichtere gebieden voorkomen, ook nadat de toner
opnieuw is verdeeld.
• De afbeeldingen in deze gebruikershandleiding zijn afhankelijk van de opties en het
model, en komen mogelijk niet helemaal overeen met uw apparaat. Controleer het type
apparaat (zie "Voorkant" op pagina 17).
• Voordat u de voorklep opent, moet u eerst de uitvoersteun sluiten.
• Gebruik geen scherpe voorwerpen zoals een mes of een schaar om de verpakking van
de tonercassette te openen.
• Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en
was de kleding in koud water. Door warm water hecht de toner zich aan de stof.
• Doorgaan met afdrukken wanneer u de melding over een lege tonercassette hebt
gehad, kan leiden tot ernstige schade aan uw apparaat.
De tonercassette vervangen | 75
De tonercassette vervangen
Wanneer de tonercartridge moet worden vervangen, controleert u het type van de
tonercartridge voor uw machine (zie "Beschikbare verbruiksartikelen" op pagina 69).
• Voordat u de voorklep opent, moet u eerst de uitvoersteun sluiten.
• Schud de tonercassette grondig. Dit verhoogt de afdrukkwaliteit in het begin.
• Gebruik geen scherpe voorwerpen zoals een mes of een schaar om de verpakking van
de tonercassette te openen.
• Krijgt u per ongeluk toner op uw kleding, veeg de toner dan af met een droge doek en
was de kleding in koud water. Door warm water hecht de toner zich aan de stof.
• Doorgaan met afdrukken wanneer u de melding over een lege tonercassette hebt
gehad, kan leiden tot ernstige schade aan uw apparaat.
De toneropvangeenheid vervangen | 76
De toneropvangeenheid vervangen
Wanneer de levensduur van de toneropvangeenheid is verstreken, moet de toneropvangeenheid
worden vervangen. Anders stopt het apparaat met afdrukken.
• Er kunnen tonerdeeltjes loskomen in het apparaat maar dit betekent niet dat het
apparaat beschadigd is. Neem contact op met de klantenservice als er zich problemen
met de afdrukkwaliteit voordoen.
• Als u de toneropvangeenheid uit het apparaat haalt, beweeg de toneropvangeenheid
voorzichtig om het niet uit je handen te laten vallen.
• Zorg ervoor dat u het de toneropvangeenheid op een vlakke ondergrond legt zodat de
toner niet morst.
De toneropvangeenheid niet kantelen of omdraaien.
Voor het bestellen van optionele accessoires zijn bestelgegevens beschikbaar (zie "Beschikbare
verbruiksartikelen" op pagina 69).
1
2
Vervang de beelddrum | 77
Vervang de beelddrum
Wanneer de levensduur van de beelddrum is verstreken, moet de beelddrum worden vervangen.
Anders stopt het apparaat met afdrukken.
Als een beeldeenheid het einde van de levensduur bereikt heeft, stopt de printer met
afdrukken. In dit geval kunt u kiezen om te stoppen of door te gaan met afdrukken vanaf
de HP Embedded Web Server (Settings > Machine Settings > System > Setup > Supplies
Management > Imaging Unit Stop) of HP Easy Printer Manager (Apparaatinstellingen >
Systeem > Voorraadbeheer > Imaging-eenheid stop). Door deze optie uit te schakelen en
door te gaan met afdrukken kan het systeem van het apparaat beschadigd raken.
De beeldgeïnstalleerd in het product wordt gedekt door de garantie van het product.
Vervangende beelddrums hebben een beperkte garantie van één jaar vanaf de datum van
installatie. De datum van de installatie van de beelddrum wordt weergegeven op het
leveringinformatierapport.
HP Premium Protection-garantie is alleen van toepassing op de printcassettes voor het
product.
• Gebruik geen scherpe voorwerpen zoals een mes of een schaar om de verpakking van
de beelddrum te openen. U kut het oppervlak van de beelddrum beschadigen.
• Wees voorzichtig dat u het oppervlak van de beelddrum niet bekrast.
• Om schade te voorkomen, stel de beelddrum niet langer dan een paar minuten bloot
aan licht. Bedek de tonercassette indien nodig met een stuk papier om ze te
beschermen.
• Controleer voordat u de voorklep sluit of alle tonercassettes goed zijn geplaatst.
Vervang de beelddrum | 78
Het apparaat reinigen | 79
Het apparaat reinigen
Als er zich problemen voordoen met de afdrukkwaliteit of als u uw apparaat in een stofrijke
omgeving gebruikt, moet u uw apparaat regelmatig schoonmaken om de beste afdrukkwaliteit
te blijven garanderen en de gebruiksduur van uw apparaat te verlengen.
• Als u de behuizing van het apparaat reinigt met reinigingsmiddelen die veel alcohol,
oplosmiddelen of andere agressieve substanties bevatten, kan de behuizing verkleuren
of vervormen.
• Als er toner in het apparaat of in de directe omgeving ervan is terecht gekomen, raden
wij u aan om de toner te verwijderen met een zachte, met water bevochtigde doek of
tissue. Als u een stofzuiger gebruikt, wordt de toner in de lucht geblazen. Dit kan
schadelijk voor u zijn.
• Tijdens het afdrukken kunnen zich in het apparaat papierresten, toner en stof
verzamelen. Dit kan op een gegeven moment problemen met de afdrukkwaliteit
veroorzaken, zoals tonervlekken of vegen. Deze problemen kunnen worden
gereduceerd en verholpen door de binnenkant van het apparaat te reinigen.
De buitenkant of het schermpje reinigen
Maak het apparaat aan de buitenkant en het schermpje van het display schoon met een zachte,
pluisvrije doek. U kunt de doek enigszins bevochtigen met water, maar let erop dat er geen water
op of in het apparaat terechtkomt.
De binnenkant reinigen
Tijdens het afdrukken kunnen zich in het apparaat papierresten, toner en stof verzamelen. Dit kan
op een gegeven moment problemen met de afdrukkwaliteit veroorzaken, zoals tonervlekken of
vegen. Deze problemen kunnen worden gereduceerd en verholpen door de binnenkant van het
apparaat te reinigen.
• Gebruik een niet-pluizende doek om het apparaat te reinigen.
• Als uw apparaat een aan/uit-schakelaar heeft, zet u de aan/uit-schakelaar uit voordat
u het apparaat reinigt.
• Voordat u de voorklep opent, moet u eerst de uitvoersteun sluiten.
Het apparaat reinigen | 80
1
2
1
2
Problemen oplossen
In dit hoofdstuk vindt u nuttige informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt.
• Tips om papierstoringen te voorkomen 82
• Papierstoringen verhelpen 83
• Informatie over de LED's 85
Een bericht "Low Toner" of "Very Low Toner" wordt
weergegeven in het rapport informatie over benodigheden.
87
• Problemen met papierinvoer 88
• Problemen met de voeding en het netsnoer 89
• Andere problemen oplossen 90
• Oplossen van problemen met het draadloze netwerk 101
In dit hoofdstuk staat informatie over wat u moet doen als er een probleem optreedt. Als uw apparaat
een display heeft controleer dan eerst het bericht op dit scherm om de fout op te lossen.
Tips om papierstoringen te voorkomen | 82
Tips om papierstoringen te voorkomen
U kunt de meeste papierstoringen voorkomen door het juiste type afdrukmedia te gebruiken. Zie
de volgende tips om storingen met vastzittend papier te voorkomen:
• Zorg ervoor dat de verstelbare geleiders correct zijn ingesteld (zie "Lade overzicht" op pagina
25).
• Plaats niet te veel papier in de lade. Zorg dat de papierstapel niet boven de
maximummarkering aan de binnenzijde van de lade uitkomt.
• Verwijder geen papier uit de papierlade tijdens het afdrukken.
Buig het papier, waaier het uit en maak er een rechte stapel van voordat u het in de lade plaatst.
• Gebruik geen gekreukt, vochtig of sterk gekruld papier.
• Plaats geen verschillende soorten papier in een lade.
• Gebruik alleen aanbevolen afdrukmateriaal (zie "Specificaties van de afdrukmedia" op pagina
106).
• Gebruik geen papier met een krul aan de voorrand of golf, dit kan een papierstoring
veroorzaken of het papier kan gekreukeld zijn. Draai de stapel papier in de lade om.
Papierstoringen verhelpen | 83
Papierstoringen verhelpen
Trek het vastgelopen papier voorzichtig en langzaam naar buiten om te voorkomen dat
het scheurt.
In de papierlade
Papierstoringen verhelpen | 84
Binnenin het apparaat
Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het
apparaat verwijdert.
In het uitvoergebied
Het gebied rond de fixeereenheid is heet. Wees voorzichtig wanneer u papier uit het
apparaat verwijdert.
Informatie over de LED's | 85
Informatie over de LED's
De kleur van de LED geeft het huidige gedrag van het apparaat aan.
• Afhankelijk van het model of land zijn enkele LED´s mogelijk niet beschikbaar.
• U kunt de storing oplossen met de richtlijn uit het programmavenster Printerstatus
• Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als het probleem zich
blijft voordoen.
Meldings-LED
De kleur van de meldings-LED geeft de huidige status aan van het apparaat.
Toner-LED/ Draadloze LED/ Aan/Uit-LED
Status Omschrijving
(Meldings-
LED)
Uit Het apparaat is offline of in normale status.
Oranje
Aan
Het apparaat is gestopt als gevolg van een ernstige
fout.
Knippert
Het apparaat heeft gebruikers aandacht nodig:
• Er is een papierstoring opgetreden (zie
"Papierstoringen verhelpen" op pagina 83).
• De klep is geopend. Sluit de klep.
• De papierlade is leeg tijdens het ontvangen of
afdrukken van gegevens. Plaats papier in de lade
("Papier in de lade plaatsen" op pagina 26).
Status Omschrijving
(Toner LED)
Oranje
Uit
• Alle tonercassettes hebben een normale capaciteit.
• De tonercassette is bijna leeg. De tonercassette
heeft de geschatte levensduur bijna bereikt. Bereid
een nieuwe cassette voor ter vervanging van de
oude. U kunt de afdrukkwaliteit tijdelijk verhogen
door de toner te herverdelen (zie "Toner
herverdelen" op pagina 74).
Op
a
De tonercassette heeft de geschatte levensduur bijna
bereikt.
b
Het verdient aanbeveling de tonercassette
te vervangen (zie "De tonercassette vervangen" op
pagina 75).
Knippert
De tonercassette is niet geïnstalleerd of de verkeerde
tonercassette is geïnstalleerd.
Informatie over de LED's | 86
(Draadloze
LED)
c
Blauw
Uit
De verbinding tussen het apparaat en het draadloze
netwerk is verbroken.
Aan
Het apparaat maakt verbinding met een draadloos
netwerk (zie "Draadloos netwerk instellen" op pagina
38).
Knippert
Het apparaat maakt verbinding met een draadloos
netwerk.
(Aan/Uit-LED)
Wit
Uit
Het apparaat is uitgeschakeld.
Aan
De voeding van het apparaat is ingeschakeld.
Knippert
• Wanneer het apparaat in de
energiebesparingsmodus staat knipper de
Aan/Uit-LED langzaam.
• Wanneer het apparaat gegevens afdrukt knippert
de Aan/Uit-LED.
• Het configuratieblad apparaatafdrukken en
configuratieblad netwerk.
- Houd deze (Hervatten)knop ongeveer 10
seconden ingedrukt totdat het Aan/Uit- LED
langzaam knippert en laat los.
• Het apparaat drukt het
informatierapport/storingenrapport af.
- Houd deze (Hervatten)knop ongeveer 15
seconden ingedrukt totdat het Aan/Uit- LED snel
knippert en laat los.
a.De toner-LED knippert ongveveer 10 seconden en vervolgens gaat de toner-LED branden.
b.Geschatte levensduur van de cartridge betekent de verwachte of geschatte gebruiksduur van de
tonercartridge, die de gemiddelde capaciteit van afdrukken aangeeft en is ontworpen overeenkomstig
ISO/IEC 19798. Het aantal pagina's kan worden beïnvloed door de werkomgeving, het afdrukinterval,
afbeeldingen, mediatype en media grootte. Er kan wat toner achterblijven in de cassette, ook als de oranje
LED brandt en de printer stopt met afdrukken.
c.Alleen voor draadloos model (zie "Functies per model" op pagina 7).
Status Omschrijving
Een bericht "Low Toner" of "Very Low Toner" wordt weergegeven in het rapport informatie over benodigheden.
Een bericht "Low Toner" of "Very Low Toner"
wordt weergegeven in het rapport informatie
over benodigheden.
Low Toner: De printer geeft aan wanneer een tonercartridge bijna leeg is. Werkelijke resterende
levensduur van en cartridge kan variëren. Overweeg een vervangend exemplaat te plaatsen als
de afdrukkwaliteit niet meer aanvaardbaar is. De cartridge hoeft niet nu vervangen te worden.
Very Low Toner: De printer geeft aan wanneer een tonercartridge zeer laag is. Werkelijke
resterende levensduur van en cartridge kan variëren. Overweeg een vervangend exemplaat te
plaatsen als de afdrukkwaliteit niet meer aanvaardbaar is. De cartridge hoeft niet te worden
vervangen nu, tenzij de afdrukkwaliteit niet meer aanvaardbaar is.
Zodra een HP tonercassette Low Toner heeft bereikt bij standaard instellingen van HP Embedded
Web Server (EWS), is de HP’s Premium Protection garantie op die tonercassette beëindigd.
Naar het rapport informatie over benodigdheden:
Houd deze (Hervatten)knop ongeveer 15 seconden ingedrukt totdat het Aan/Uit- LED snel
knippert en laat los. Het apparaat begint met afdrukken.
Problemen met papierinvoer | 88
Problemen met papierinvoer
Toestand Voorgestelde oplossing
Het papier loopt vast
tijdens het afdrukken.
Verwijder het vastgelopen papier.
Papier kleeft aan
elkaar.
• Controleer de maximale papiercapaciteit van de lade.
• Zorg dat u een geschikte papiersoort gebruikt.
• Haal het papier uit de lade en buig het of waaier het uit.
• In vochtige omstandigheden kunnen bepaalde papiersoorten aan
elkaar blijven kleven.
Invoerprobleem met
een aantal vellen
tegelijk.
Er kan niet meer dan één papiersoort tegelijk in de lade worden
geplaatst. Plaats alleen papier van hetzelfde soort en hetzelfde
formaat en gewicht.
Afdrukpapier wordt
niet ingevoerd.
• Verwijder vastgelopen papier in het apparaat.
Het papier werd niet goed in de lade gelegd. Verwijder het papier
en plaats het op de juiste manier in de lade.
• Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier.
• Het papier is te dik. Gebruik alleen papier dat voldoet aan de
specificaties van het apparaat.
Het papier blijft
vastlopen.
• Er ligt te veel papier in de lade. Verwijder het teveel aan papier.
Als u op speciaal materiaal wilt afdrukken, moet u deze
handmatig invoeren in de lade.
• U gebruikt een verkeerde papiersoort. Gebruik alleen papier dat
voldoet aan de specificaties van het apparaat.
• Misschien zitten er materiaalresten in het apparaat. Open de
voorklep en verwijder de resten.
Problemen met de voeding en het netsnoer | 89
Problemen met de voeding en het netsnoer
Start het apparaat opnieuw op. Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met
een servicecentrum.
Toestand Voorgestelde oplossing
Het apparaat krijgt geen
stroom,
of de verbindingskabel
tussen de computer en
het apparaat is niet
goed aangesloten.
• Sluit de machine eerst aan op het stopcontact en druk op de
knop (aan/uit) op het bedieningspaneel.
• Maak de kabel van het apparaat los en sluit deze opnieuw aan.
Andere problemen oplossen | 90
Andere problemen oplossen
Afdrukproblemen
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
Het apparaat
drukt niet af.
Het apparaat krijgt geen
stroom.
Controleer of het netsnoer is
aangesloten. Controleer de
aan/uit-schakelaar en het stopcontact.
Het apparaat is niet als
standaardprinter
geselecteerd.
Selecteer uw printer als
standaardprinter in Windows.
Controleer het volgende:
• De bovenklep is niet gesloten. Sluit de bovenklep.
• Er is een papierstoring opgetreden. Verwijder het vastgelopen papier
(zie "Papierstoringen verhelpen" op pagina 83).
• De papierlade is leeg. Plaats papier (zie "Papier in de lade plaatsen" op
pagina 26).
• Er is geen tonercassette geplaatst. Vervang de tonercassette (zie "De
tonercassette vervangen" op pagina 75).
Zorg dat het beschermingsmateriaal is verwijderd van de tonercassette
(zie "De tonercassette vervangen" op pagina 75).
Neem contact op met een medewerker van de klantenservice als er een
systeemfout optreedt.
De verbindingskabel tussen
de computer en het apparaat
is niet goed aangesloten.
Maak de kabel van het apparaat los en
sluit hem opnieuw aan (zie "Achter kant"
op pagina 18).
De verbindingskabel tussen
de computer en het apparaat
is mogelijk defect.
Sluit de kabel indien mogelijk aan op een
andere computer die naar behoren werkt
en druk een document af. U kunt ook
proberen om een andere kabel voor uw
apparaat te gebruiken.
De poortinstelling is niet juist.
Controleer de printerinstellingen in
Windows om vast te stellen of de
afdruktaak naar de juiste poort wordt
gestuurd. Als uw computer meerdere
poorten heeft, controleert u of het
apparaat op de juiste poort is
aangesloten.
Het apparaat is mogelijk niet
goed geconfigureerd.
Controleer de Voorkeursinstellingen
voor afdrukken om na te gaan of alle
afdrukinstellingen correct zijn.
Andere problemen oplossen | 91
Het apparaat
drukt niet af.
Mogelijk is het
printerstuurprogramma niet
goed geïnstalleerd.
Deïnstalleer het stuurprogramma van
uw printer en installeer het programma
opnieuw.
Het apparaat werkt niet goed.
Kijk of het display van het
bedieningspaneel een systeemfout
aangeeft. Neem contact op met een
medewerker van de klantenservice.
Het document is zo groot dat
er niet voldoende ruimte op
de harde schijf van de
computer is om toegang te
krijgen tot de afdruktaak.
Maak extra ruimte op de harde schijf vrij
en druk het document opnieuw af.
De uitvoerlade is vol.
Wanneer het papier uit de uitvoerlade is
verwijderd, gaat het apparaat door met
afdrukken.
Het apparaat
haalt papier uit
de verkeerde
invoer.
De papieroptie die in
Voorkeursinstellingen voor
afdrukken is geselecteerd is
mogelijk onjuist.
In veel softwaretoepassingen kunt u de
papierbron instellen op het tabblad
Papier in Voorkeursinstellingen voor
afdrukken (zie "Voorkeursinstellingen
openen" op pagina 53). Selecteer de
juiste papierbron. Raadpleeg Help bij het
printerstuurprogramma (zie "Help
gebruiken" op pagina 55).
Een afdruktaak
wordt uiterst
langzaam
afgedrukt.
Mogelijk is de afdruktaak zeer
complex.
Maak de pagina minder complex of wijzig
de instellingen voor de afdrukkwaliteit.
De helft van de
pagina is blanco.
Mogelijk is de afdrukstand
verkeerd ingesteld.
Wijzig de afdrukstand in het
desbetreffende programma (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op
pagina 53). Raadpleeg Help bij het
printerstuurprogramma (zie "Help
gebruiken" op pagina 55).
Het ingestelde papierformaat
stemt niet overeen met het
formaat van het papier in de
lade.
Controleer of het papierformaat dat is
ingesteld in het printerstuurprogramma
overeenstemt met het papier in de
papierlade. Controleer of het
papierformaat dat is ingesteld in het
printerstuurprogramma overeenstemt
met het papier dat is geselecteerd in het
programma dat u gebruikt (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op
pagina 53).
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 92
Het apparaat
drukt wel af,
maar de tekst is
niet correct,
vervormd of niet
volledig.
De kabel van het apparaat zit
los of is defect.
Maak de kabel van het apparaat los en
sluit hem opnieuw aan. Druk een
document af dat u eerder wel correct
hebt kunnen afdrukken. Sluit de kabel en
het apparaat indien mogelijk aan op een
andere computer en druk een document
af dat u eerder wel correct hebt kunnen
afdrukken. Als dit alles niet helpt,
probeert u een nieuwe printerkabel.
Het verkeerde
printControleer de
papiersoort en de kwaliteit
van het
papier.erstuurprogramma is
geselecteerd.
Controleer in het afdrukmenu van de
toepassing of u de juiste printer hebt
geselecteerd.
De softwaretoepassing werkt
niet naar behoren.
Probeer een document af te drukken
vanuit een andere toepassing.
Het besturingssysteem werkt
niet naar behoren.
Sluit Windows af en start de computer
opnieuw op. Schakel het apparaat uit en
weer in.
Er worden
blanco pagina’s
afgedrukt.
De tonercassette is leeg of
beschadigd.
Herverdeel indien nodig het
tonerpoeder. Vervang indien nodig de
tonercassette.
• Zie "Toner herverdelen" op pagina 74.
• Zie "De tonercassette vervangen" op
pagina 75.
Mogelijk bevat het bestand
blanco pagina’s.
Controleer of het bestand blanco
pagina’s bevat.
Mogelijk is een onderdeel van
het apparaat defect
(bijvoorbeeld de controller of
het moederbord).
Neem contact op met een medewerker
van de klantenservice.
Het apparaat
drukt het
PDF-bestand
niet juist af.
Sommige delen
van
afbeeldingen,
tekst of
illustraties
ontbreken.
Incompatibiliteit tussen het
PDF-bestand en de
Acrobat-producten.
Het bestand kan worden afgedrukt door
het PDF-bestand af te drukken als een
afbeelding. Schakel Afdrukken als
afbeelding uit de afdrukopties van
Acrobat in.
Een PDF-bestand als afbeelding
afdrukken neemt meer tijd in
beslag.
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 93
De
afdrukkwaliteit
van foto’s is niet
goed. De
afbeeldingen
zijn niet
duidelijk.
De resolutie van de foto is
zeer laag.
Verklein de afmetingen van de foto. Als u
de afmetingen van de foto in het
programma vergroot, wordt de resolutie
verlaagd.
Er komt voor het
afdrukken ter
hoogte van de
uitvoerlade
stoom uit het
apparaat.
Het gebruik van nat of vochtig
papier kan damp veroorzaken
tijdens het afdrukken.
Dit is geen probleem. U kunt gewoon
doorgaan met afdrukken. Als u last hebt
van de damp, kunt u het papier
vervangen door nieuw papier uit een
ongeopend pak.
Het apparaat
drukt geen
speciaal papier
zoals
rekeningpapier
af.
Het papierformaat en de
papierformaatinstelling
komen niet overeen.
Stel het juiste papierformaat in onder
Aangepast in het tabblad Papier in
Voorkeursinstellingen voor afdrukken
(zie "Voorkeursinstellingen openen" op
pagina 53).
Het afgedrukte
papier krult op.
De instelling voor de
papiersoort klopt niet.
Wijzig de instelling van de printer en
probeer het opnieuw. Ga naar
Voorkeursinstellingen voor afdrukken,
klik op het tabblad Papier en stel het
type in op Zwaar 90-120 g (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op
pagina 53).
Toestand Mogelijke oorzaak Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 94
Problemen met de afdrukkwaliteit
Vuil aan de binnenkant van het apparaat of verkeerd geplaatst papier kan leiden tot een
verminderde afdrukkwaliteit. Raadpleeg de onderstaande tabel om het probleem te verhelpen.
Toestand Voorgestelde oplossing
Lichte of vage
afdrukken
• Als u een verticale witte strook of vaag gedeelte op de afdruk ziet, is de
toner bijna op. Plaats een nieuwe tonercassette (zie "De tonercassette
vervangen" op pagina 75).
Als u nog steeds een verticale witte strook of vaag gedeelte op de pagina
ziet zelfs als het apparaat nog voldoende toner heeft, opent en sluit u de
voorklep 3 tot 4 keer achtereenvolgens (zie "Apparaatoverzicht" op
pagina 16).
• Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties. Het papier
kan bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn.
• Als de hele pagina te licht is, is de afdrukresolutie te laag ingesteld of is
de tonerbespaarstand ingeschakeld. Wijzig de afdrukresolutie en schakel
de energiebesparende modus uit. Raadpleeg de Help bij het
printerstuurprogramma.
• Een combinatie van vage plekken en vegen kan erop wijzen dat de
tonercassette moet worden gereinigd. Reinig de binnenkant van het
apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 79).
• Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig
de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina
79). Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact
op met een medewerker van de klantenservice.
De bovenste
helft van het
papier is lichter
bedrukt dan de
rest van het
papier.
De toner hecht mogelijk niet aan dit papiertype.
• Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar
Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel
het papiertype in op Kringlooppapier (zie "Voorkeursinstellingen
openen" op pagina 53).
Tonervlekken • Mogelijk voldoet het papier niet aan de specificaties. Het papier kan
bijvoorbeeld te vochtig of te ruw zijn.
• Mogelijk is de transportrol vuil. Reinig de binnenkant van het apparaat
(zie "Het apparaat reinigen" op pagina 79).
• Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Neem contact op
met een medewerker van de klantenservice (zie "Het apparaat reinigen"
op pagina 79).
Andere problemen oplossen | 95
Onregelmatigh
eden
Als op willekeurige plaatsen vage, doorgaans ronde, plekken verschijnen:
• Er zit mogelijk een slecht vel tussen het papier. Druk het document
opnieuw af.
• Het vochtgehalte van het papier is niet op alle plaatsen gelijk of het
papier bevat vochtplekken. Probeer papier van een ander merk.
• Een hele partij papier is niet in orde. Problemen tijdens de productie
kunnen ertoe leiden dat sommige delen toner afstoten. Probeer een
ander soort of merk papier.
• Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar
Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel
het papiertype in op Zwaar 90-120 g (zie "Voorkeursinstellingen openen"
op pagina 53).
Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op
met een medewerker van de klantenservice.
Witte vlekken
Er verschijnen witte vlekken op de pagina:
• Het papier is te ruw en er valt veel papierstof op de interne onderdelen
van het apparaat, wat erop wijst dat de rol vuil kan zijn. Reinig de
binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 79).
• Het papierpad is mogelijk aan een reinigingsbeurt toe. Reinig de
binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina 79).
Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact op
met een medewerker van de klantenservice.
Verticale
strepen
Als de pagina zwarte, verticale strepen vertoont:
• Het oppervlak (drumgedeelte) van de beeldeenheid in het apparaat is
waarschijnlijk bekrast. Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe
(zie "Vervang de beelddrum" op pagina 77).
Als de pagina witte verticale strepen vertoont:
• Het oppervlak van het LSU-gedeelte in het apparaat kan vuil zijn. Reinig
de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op pagina
79). Als het probleem hiermee niet kan worden opgelost, neemt u contact
op met een medewerker van de klantenservice.
Zwarte
achtergrond
Als er in lichte gedeelten te veel toner wordt gebruikt (grijze achtergrond):
• Gebruik papier met een lager gewicht.
Controleer de omgevingsvoorwaarden: bijzonder droge omstandigheden
of een hoge luchtvochtigheid (meer dan 80% RV) kunnen aanleiding
geven tot een grijzere achtergrond.
• Verwijder de oude beelddrum en installeer een nieuwe (zie "Vervang de
beelddrum" op pagina 77).
• Herverdeel de toner grondig (zie "Toner herverdelen" op pagina 74).
Toestand Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 96
Tonervegen Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "De tonercassette vervangen"
op pagina 75).
• Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
• Verwijder de oude beelddrum en installeer een nieuwe (zie "Vervang de
beelddrum" op pagina 77).
Verticaal
terugkerende
afwijkingen
Als de bedrukte zijde van de pagina met gelijke intervallen afwijkingen
vertoont:
De beelddrum kan beschadigd zijn. Als u nog steeds hetzelfde probleem,
verwijder de beeldrum en, installeer een nieuwe (zie "Vervang de
beelddrum" op pagina 77).
• Er zit mogelijk toner op sommige onderdelen van het apparaat. Als de
afwijkingen zich op de achterkant van de pagina bevinden zal het
probleem waarschijnlijk na enkele pagina’s vanzelf verdwijnen.
• De fixeereenheid is mogelijk beschadigd. Neem contact op met een
medewerker van de klantenservice.
Schaduwvlekk
en
Schaduwvlekken worden veroorzaakt door kleine hoeveelheden toner die
willekeurig verspreid op de afdruk voorkomen.
• Misschien is het papier te vochtig. Probeer af te drukken op papier van
een andere partij. Maak een pak papier pas open op het moment dat u het
gaat gebruiken zodat het papier niet te veel vocht opneemt.
• Als het gehele oppervlak van een afgedrukte pagina wordt bedekt met
schaduwvlekken, kiest u een andere afdrukresolutie in het
softwareprogramma of in de Voorkeursinstellingen voor afdrukken (zie
"Voorkeursinstellingen openen" op pagina 53). Controleer of u het juiste
papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als Zwaar 90-120 g wordt
geselecteerd, maar Normaal daadwerkelijk wordt gebruikt, kan een
overbelasting optreden waardoor dit kwaliteitsprobleem met kopiëren
ontstaan.
• Als u een nieuwe tonercassette gebruikt, moet u de toner eerst
herverdelen (zie "Toner herverdelen" op pagina 74).
Toestand Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 97
Er blijven
tonerdeeltjes
hangen rond
vetgedrukte
tekens of
donkere foto’s.
De toner hecht mogelijk niet goed aan dit papiertype.
• Wijzig de instelling van de printer en probeer het opnieuw. Ga naar
Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel
het papiertype in op Kringlooppapier (zie "Voorkeursinstellingen
openen" op pagina 53).
• Controleer of u het juiste papiertype hebt geselecteerd. Voorbeeld: Als
Zwaar 90-120 g wordt geselecteerd, maar Normaal daadwerkelijk wordt
gebruikt, kan een overbelasting optreden waardoor dit
kwaliteitsprobleem met kopiëren ontstaan.
Misvormde
tekst
Als tekst er vervormd uitziet ("uitgehold" effect) is het papier mogelijk te
glad. Probeer een ander soort papier.
Papier schuin • Plaats het papier op de juiste manier in de lade.
• Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
Let erop dat de geleiders niet te dicht en niet te ver af staan van de stapel
papier.
Gekruld of
gegolfd
• Plaats het papier op de juiste manier in de lade.
• Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. Papier kan
krullen als de temperatuur of de vochtigheid te hoog is.
Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180°
te draaien in de lade.
Toestand Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 98
Vouwen of
kreuken
• Plaats het papier op de juiste manier in de lade.
• Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180°
te draaien in de lade.
Achterkant van
afdrukken is
vuil
• Mogelijk lekt een tonercassette. Reinig de binnenkant van het apparaat
(zie "Het apparaat reinigen" op pagina 79).
Volledig
gekleurde of
zwarte pagina’s
• De beelddrum is mogelijk niet goed geïnstalleerd. Verwijder de
beelddrum en installeer deze opnieuw.
• De beelddrum kan defect zijn. Verwijder de beelddrum en installeer een
nieuwe (zie "Vervang de beelddrum" op pagina 77).
• Het apparaat moet mogelijk worden gerepareerd. Neem contact op met
een medewerker van de klantenservice.
Losse toner • Reinig de binnenkant van het apparaat (zie "Het apparaat reinigen" op
pagina 79).
• Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier.
• Verwijder de oude beelddrum en installeer een nieuwe (zie "Vervang de
beelddrum" op pagina 77).
Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat mogelijk worden
hersteld. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.
Toestand Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 99
Openingen in
tekens
Letters worden onvolledig afgedrukt omdat er witte plekken verschijnen op
plaatsen die zwart zouden moeten zijn:
• Misschien drukt u af op de verkeerde kant van het papier. Verwijder het
papier en draai het om.
• Mogelijk voldoet het papier niet aan de papierspecificaties.
Horizontale
strepen
Controleer bij horizontale zwarte strepen of vegen het volgende:
• De beelddrum is mogelijk niet goed geïnstalleerd. Verwijder de
beelddrum en installeer deze opnieuw.
• De beelddrum kan defect zijn. Verwijder de beelddrum en installeer een
nieuwe (zie "Vervang de beelddrum" op pagina 77).
Lost dit het probleem niet op, dan moet het apparaat waarschijnlijk worden
hersteld. Neem contact op met een medewerker van de klantenservice.
Krullen
Als het afgedrukte papier opkrult of als het papier niet wordt ingevoerd,
doet u het volgende:
Draai de stapel papier in de lade om. Probeer ook eens om het papier 180°
te draaien in de lade.
• Wijzig de papierinstelling op de printer en probeer het opnieuw. Ga naar
Voorkeursinstellingen voor afdrukken, klik op het tabblad Papier en stel
het type in op Licht 60-69 g (zie "Voorkeursinstellingen openen" op
pagina 53).
Op enkele
vellen
verschijnt
herhaaldelijk
een
onbekende
afbeelding.
Losse toner
Vage afdruk
of vervuiling
Uw apparaat wordt mogelijk gebruikt op een hoogte van 1.000 m of hoger.
Een dergelijke hoogte kan de afdrukkwaliteit beïnvloeden (bijv. losse toner
of een vage afdruk). Stel uw apparaat in op de juiste hoogte (zie
"Aanpassing aan luchtdruk of hoogte" op pagina 23).
Toestand Voorgestelde oplossing
Andere problemen oplossen | 100
Problemen met het besturingssysteem
Algemene Windows-problemen
Raadpleeg de gebruikershandleiding van Microsoft Windows die bij uw computer is
geleverd voor meer informatie over foutmeldingen in Windows.
Toestand Voorgestelde oplossing
Tijdens de installatie
verschijnt het bericht
"Bestand in gebruik".
Sluit alle softwaretoepassingen af. Verwijder alle software uit de
opstartgroep en start vervolgens Windows weer op. Installeer
het printerstuurprogramma opnieuw.
Het bericht "Algemene
beschermingsfout",
"OE-uitzondering", "Spool
32" of "Ongeldige
bewerking" verschijnt.
Sluit alle andere toepassingen af, start Windows opnieuw op en
probeer opnieuw af te drukken.
De berichten "Kan niet
afdrukken" of "Er is een
time-outfout in de printer
opgetreden" verschijnen.
Deze meldingen kunnen tijdens het afdrukken verschijnen.
Wacht gewoon even tot het apparaat klaar is met afdrukken. Als
het bericht verschijnt als de printer klaar staat voor gebruik of
nadat de afdruk is voltooid, controleert u de aansluiting en gaat
u na of er een fout is opgetreden.
Apparaatgegevens
worden niet weergegeven
wanneer u op het apparaat
in Apparaten en printers
klikt.
Selecteer het selectievakje Eigenschappen van printer. Klik op
de tab Poorten.
(Configuratiescherm > Apparaten en printers > Klik met de
rechtermuisknop op het pictogram van uw printer en selecteer
Eigenschappen van printer)
Als de poort is ingesteld op Bestand of LPT, verwijdert u de
selectiemarkering en selecteert u TCP/IP, USB of WSD.
Oplossen van problemen met het draadloze netwerk | 101
Oplossen van problemen met het draadloze
netwerk
Gebruik de informatie voor het oplossen van problemen om problemen op te lossen.
Om te bepalen of afdrukken via Wi-Fi Direct is ingeschakeld op de printer, drukt u een
pagina af met de configuratie van het bedieningspaneel van de printer.
Cheklist draadloze connectiviteit
• Controleer of de printer en de draadloze router zijn ingeschakeld en van stroom zijn voorzien.
Zorg er ook voor dat de draadloze radio in de printer is ingeschakeld.
Controleer of de SSID (service set identifier) correct is. Druk een configuratiepagina af de SSID
te bepalen (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 35).
• Met een beveiligd netwerk, controleert u of de beveiliging van informatie correct is. Als de
beveiliging van de informatie is onjuist, voer de draadloze installatie nogmaals uit.
Als het draadloze netwerk correct werkt, probeert toegang te krijgen tot andere computers op
het draadloze netwerk. Als het netwerk een internetverbinding heeft, probeert u verbinding te
maken met internet via een draadloze verbinding.
Controleer of de versleuteling (AES of TKIP) hetzelfde is voor de printer als voor het draadloze
toegangspunt (op netwerken met WPA-beveiliging).
• Controleer of de printer zich binnen het bereik bevindt van het draadloze netwerk. Voor de
meeste netwerken moeten de printer zich binnen 30 m (100 ft) van het draadloze
toegangspunt (draadloze router) bevinden.
• Controleer of obstakels het draadloze signaal niet blokkeren. Verwijder grote metalen
objecten tussen het toegangspunt en de printer. Zorg ervoor dat palen, muren of steunpilaren
met metal of beton de printe niet scheiden van het draadloze toegangspunt.
• Controleer of de printer buiten het bereik is van elektronische apparaten die kunnen
interfereren met het draadloze signaal. Veel apparaten kunnen interfereren met het draadloze
signaal waaronder motoren, draadloze telefoons, beveiligingscamera's, andere draadloze
netwerken en een aantal Bluetooth-apparaten. Controleer of het printerstuurprogramma is
geïnstalleerd op de computer.
• Controleer of u de juiste printerpoort geselecteerd heeft.
• Controleer of de computer en de printer verbinding maken met hetzelfde draadloze netwerk.
• Voor OS X, controleer of de draadloze router Bonjour ondersteunt.
De printer drukt niet af nadat de draadloze configuratie is
voltooid
1. Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en gereed is.
2. Schakel firewalls van derden op uw computer uit.
3. Zorg ervoor dat het draadloze netwerk correct werkt.
Oplossen van problemen met het draadloze netwerk | 102
4. Controleer of uw computer correct werkt. Indien nodig, start de computer opnieuw op.
5. Controleer of u de printer HP Embedded Web Server vanaf een computer op het netwerk kunt
openen.
De printer drukt niet af en op de computer is een firewall van
derden geïnstalleerd
1. Werk de firewall bij met de meest recente update van de fabrikant die beschikbaar is.
2. Als programma's toegang vragen aan de firewall wanneer u de printer installeert of wanneer
wilt afdrukken, moet u ervoor zorgen dat de programma's te draaien.
3. Schakel de firewall tijdelijk uit en installeer de draadloze printer op uw computer. Schakel de
firewall weer in wanneer de draadloze installatie is voltooid.
De draadloze verbinding werkt niet na het bewegen van de
draadloze router of printer
1. Zorg ervoor dat de router of de printer is aangesloten op hetzelfde netwerk als waarmee uw
computer een verbinding maakt.
2. Het afdrukken van een configuratiepagina.
3. Vergelijk de SSID (service set identifier) op de configuratiepagina met de SSID in de
configuratie van de printer voor de computer.
4. Als de service set identifier (SSID) niet hetzelfde is, maken de apparaten geen verbinding met
hetzelfde netwerk. Configureer de draadloze instellingen voor de printer opnieuw.
Kan niet meer computers verbindenn met de draadloze printer
1. Zorg ervoor dat de andere computers zich in het draadloze bereik bevinden en dat er geen
obstakels het signaal blokkeren. Voor de meeste netwerken is het draadloze bereik tot 30 m
(100 ft) vanaf het draadloze toegangspunt.
2. Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en gereed is.
3. Zorg ervoor dat er niet meer dan 5 gelijktijdige Wi-Fi Direct-gebruikers zijn.
4. Schakel firewalls van derden op uw computer uit.
5. Zorg ervoor dat het draadloze netwerk correct werkt.
6. Controleer of uw computer correct werkt. Indien nodig, start de computer opnieuw op.
De draadloze printer verliest communicatie wanneer deze
verbonden is met een VPN
• Meestal kunt u op hetzelfde moment geen verbinding maken met een VPN en andere
netwerken.
Het netwerk niet wordt weergegeven in de lijst met draadloze
netwerken
• Zorg ervoor dat de draadloze router is ingeschakeld en van stroom is voorzien.
• Het netwerk is mogelijk verborgen. U kunt echter nog steeds verbinding maken met een
verborgen netwerk.
Oplossen van problemen met het draadloze netwerk | 103
Het draadloze netwerk werkt niet
1. Om te controleren of het netwerk geen verbinding heeft, probeer andere apparaten aan te
sluiten op het netwerk.
2. Test netwerkcommunicatie door het pingen van het netwerk.
a. Open een commandoregel op uw computer.
• Voor Windows, klik op Start, klik op Uitvoeren, typ cmd, en druk vervolgens op Enter.
• Voor OS X, ga naar Toepassingen, Hulpprogramma's en open Terminal.
b. Typ ping gevolgd door het IP-adres van de router.
c. Als u in het venster round-trip-tijden weergeeft werkt het netwerk.
3. Zorg ervoor dat de router of de printer is aangesloten op hetzelfde netwerk als waarmee de
computer een verbinding maakt.
a. Druk een configuratiepagina af (zie "Een netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina
35).
b. Vergelijk de SSID (service set identifier) op het configuratierapport met het SSID in de
configuratie van de printer voor de computer.
c. Wanneer de getallen niet gelijk zijn maken de apparaten geen verbinding met hetzelfde
netwerk. Configureer de draadloze instellingen voor de printer opnieuw.
Voer een diagnostische test uit van een draadloos netwerk
U kunt vanaf het bedieningspaneel van de printer een diagnostische test uitvoeren die u
informatie geeft informatie over de instellingen voor het draadloze netwerk (zie "Een
netwerkconfiguratierapport afdrukken" op pagina 35).
Bijlage
In dit hoofdstuk staan productspecificaties en informatie met betrekking tot toepasbare
regelgeving.
• Algemene specificaties 105
• Specificaties van de afdrukmedia 106
• Systeemvereisten 108
Algemene specificaties | 105
Algemene specificaties
Algemene specificaties
Deze specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Voor
meer specificaties en informatie over wijzigingen in de specificaties kunt u terecht op:
www.hp.com/support/colorlaser150.
Items Omschrijving
Afmetingen
a
(Breedte x Lengte x Hoogte)
a.De afmetingen en het gewicht zijn gebaseerd op een apparaat zonder accessoires.
382 x 309 x 211,5 mm
Gewicht
a
(Apparaat met verbruiksartikelen)
10,04 kg (22,13 lbs)
Temperatuur
Gebruik 10 tot 32 °C
Opslag (in verpakking) -20 tot 40°C
Relatieve
luchtvochtigh
eid
Gebruik 20 tot 80% RV
Opslag (in verpakking) 10 tot 90% RV
Nominaal
vermogen
b
b.Zie het typeplaatje op het apparaat voor het juiste voltage (V), de frequentie (Hertz) en de stroomsterkte
(A) voor uw apparaat.
Modellen op 110 volt AC 110 – 127 V
Modellen op 220 volt AC 220 – 240 V
Specificaties van de afdrukmedia | 106
Specificaties van de afdrukmedia
Type Formaat Afmetingen
Gewicht/capaciteit afdrukmedia
a
Lade
Normaal papier
Letter 216 x 279 mm
60 tot 85 g/m
2
• 150 vellen van 75 g/m
2
• Maximumhoogte van de stapel:
15,5 mm
A4 210 x 297mm
Legal 216 x 356mm
Oficio 216 x 340
mm
216 x 343 mm
Oficio 8,5 x 13 216 x 330mm
B5 (JIS) 182 x 257 mm
Executive 184 x 267 mm
A5 149 x 210mm
A6 105 x 149 mm
Zwaar 90-120 g
Zie Normaal
papier
Zie Normaal
papier
86 tot 120 g/m
2
• 5 vellen
Licht 60-69 g
Zie Normaal
papier
Zie Normaal
papier
60 tot 70 g/m
2
• 150 vellen van 60 g/m
2
• Maximumhoogte van de stapel:
15,5 mm
Gekleurd
Voorbedrukt,
Zie Normaal
papier
Zie Normaal
papier
60 tot 85 g/m
2
• 150 vellen van 75 g/m
2
• Maximumhoogte van de stapel:
15,5 mm
Kringlooppapier
Zie Normaal
papier
Zie Normaal
papier
60 tot 85 g/m
2
• 5 vellen van 75 g/m
2
• Maximumhoogte van de stapel:
15,5 mm
Etiketten
b
Zie Normaal
papier
Zie Normaal
papier
120 tot 150 g/m
2
• 5 vellen
Specificaties van de afdrukmedia | 107
Plaats de vellen een voor een in de lade als het gewicht van het afdrukmateriaal groter is
dan 120 g/m
2
.
X-Hvy 121-163
Letter, Legal,
Oficio 216 x 340
mm, Oficio 8,5
x 13, A4,
B5(JIS),
Executive, A5,
A5 LEF,
4x6
Zie Normaal
papier
121 tot 163 g/m
2
• 5 vellen
Bankpost
Zie Normaal
papier
Zie Normaal
papier
105 tot 120 g/m
2
• 10 vellen
Glossy 111-130 g Letter, A4, 4x6
Zie Normaal
papier
111 tot 130 g/m
2
• 1 vellen
Glossy 131-175 g Letter, A4, 4x6
Zie Normaal
papier
131 tot 175 g/m
2
• 1 vellen
Glossy 176-220 g Letter, A4, 4x6
Zie Normaal
papier
176 tot 220 g/m
2
• 1 vellen
HP Matte 120 g Letter, A4, 4x6
Zie Normaal
papier
120 g/m
2
(30 to 58 lbs bond)
• 1 vellen
HP Matte 150 g Letter, A4, 4x6
Zie Normaal
papier
150 g/m
2
(30 to 58 lbs bond)
• 1 vellen
HP Matte 200 g Letter, A4, 4x6
Zie Normaal
papier
200 g/m
2
(30 to 58 lbs bond)
• 1 vellen
Minimaal formaat (aangepast) 76 x 148,5 mm
60 tot 120 g/m
2
Maximaal formaat (aangepast) 216 x 356 mm
a.De maximumcapaciteit kan verschillen en is afhankelijk van het gewicht en de dikte van afdrukmedia en
de omgevingsomstandigheden.
b.De zachtheid van de voor dit apparaat gebruikte etiketten moet tussen 100 tot 250 (sheffield) bedragen.
Deze getallen verwijzen naar het gladheidsniveau.
Type Formaat Afmetingen
Gewicht/capaciteit afdrukmedia
a
Lade
Systeemvereisten | 108
Systeemvereisten
Microsoft
®
Windows
®
Printersoftware wordt af en toe bijgewerkt vanwege de release van een nieuw
besturingssysteem en dergelijke. Download indien nodig de nieuwste versie van de
website van HP (
www.hp.com/support/colorlaser150).
Windows 7, 32-bit
en 64-bit
De printerspecifieke printerdriver van
HP is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Windows 8, 32-bit
en 64-bit
De printerspecifieke printerdriver van
HP is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Windows 8,1,
32-bit en 64-bit
De printerspecifieke printerdriver van
HP V4 is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Windows 10, 32-bit
en 64-bit
De printerspecifieke printerdriver van
HP V4 is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Windows Server
2008 R2, 64-bit
Het HP PCLm.S-printerspecifieke
printerstuurprogramma kan worden
gedownload van de website voor
printerondersteuning. Download het
stuurprogramma en gebruik
vervolgens het hulpprogramma
Microsoft Printer toevoegen om het te
installeren.
Microsoft heeft
mainstream-ondersteuning
voor Windows Server 2008 in
januari 2015 stopgezet. HP blijft
ondersteuning bieden voor de
best effort voor het beëindigde
Server
2008-besturingssysteem.
Windows Server
2008 R2, SP1,
64-bit
De printerspecifieke printerdriver van
HP is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Windows Server
2012
De printerspecifieke printerdriver van
HP is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Systeemvereisten | 109
Mac OS
Rechtstreeks afdrukken via Apple AirPrint is beschikbaar voor iOS-en Mac-computers met OS X
10.7 Lion en nieuwer. Gebruik AirPrint om rechtstreeks at de drukken op de printer vanaf een
iPad, iPhone (3GS of hoger) of iPod touch (derde generatie of hoger) in de mobiele toepassingen
(Mail, foto's, Safari, iBooks, sommige toepassingen van derden)
De USB-alleen modellen zonder bedrade of Wi-Fi-netwerkfunctionaliteit ondersteunen
geen Mac OS.
• Als u AirPrint wilt gebruiken, moet de printer zijn aangesloten op hetzelfde netwerk
(sub-net als het Apple-apparaat.
• Voordat u AirPrint met een USB-aansluiting gebruikt, controleer het versienummer.
AirPrint versie 1.3 en eerdere versies ondersteunen geen USB-aansluitingen.
Windows Server
2012 R2
De printerspecifieke printerdriver van
HP is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Windows Server
2016, 64-bit
De printerspecifieke printerdriver van
HP is voor dit besturingssysteem
geïnstalleerd als onderdeel van de
software-installatie.
Verklarende woordenlijst | 110
Verklarende woordenlijst
De onderstaande woordenlijst helpt u vertrouwd te raken met het product en de terminologie die in
deze gebruikershandleiding wordt gebruikt en verband houdt met afdrukken.
802,11
802.11 bevat een reeks standaarden voor draadloze-netwerkcommunicatie (WLAN) ontwikkeld door het IEEE
LAN/MAN-Standards Committee (IEEE 802).
802.11b/g/n
802.11b/g/n kan dezelfde hardware delen over een bandbreedte van 2.4 GHz. 802.11b ondersteunt een
bandbreedte tot maximaal 11 Mbps, 802.11n ondersteunt een bandbreedte tot 150 Mbps.
802.11b/g/n-apparaten kunnen interferentie ondervinden van magnetrons, draadloze telefoons en
Bluetooth-apparaten.
Toegangspunt
Een toegangspunt of draadloos toegangspunt (AP of WAP) is een apparaat dat
draadlozecommunicatieapparaten verbindt in een draadloos netwerk (WLAN) en dienst doet als een centrale
zender en ontvanger van WLAN-radiosignalen.
ADF
De automatische documentinvoer (ADF) is een mechanisme dat automatisch een origineel vel papier invoert
zodat het apparaat een gedeelte van het papier in één keer kan scannen.
AppleTalk
AppleTalk is een octrooirechtelijk beschermde suite van door Apple Inc ontwikkelde protocollen voor
computernetwerken. Deze suite was opgenomen in de oorspronkelijke Mac (1984) en wordt nu door Apple
ingezet voor TCP/IP-netwerken.
Bitdiepte
Een grafische computerterm die beschrijft hoeveel bits er nodig zijn om de kleur van één pixel in een
bitmapafbeelding te vertegenwoordigen. Een hogere kleurdiepte geeft een breder scala van te onderscheiden
kleuren. Naarmate het aantal bits toeneemt, wordt het aantal mogelijke kleuren te groot voor een kleurtabel.
Een 1-bits kleur wordt doorgaans monochroom of zwart-wit genoemd.
BMP
Een grafische bitmapindeling die intern wordt gebruikt door het grafische subsysteem van Microsoft Windows
(GDI) en algemeen wordt gebruikt als een eenvoudige grafische bestandsindeling op dat platform.
Verklarende woordenlijst | 111
BOOTP
Bootstrap-protocol. Een netwerkprotocol dat wordt gebruikt door een netwerkclient om automatisch het
IP-adres op te halen. Dit gebeurt doorgaans in het bootstrapproces van computers of de daarop uitgevoerde
besturingssystemen. De BOOTP-servers wijzen aan iedere client een IP-adres toe uit een pool van adressen.
Met BOOTP kunnen computers met een "schijfloos werkstation" een IP-adres ophalen voordat een
geavanceerd besturingssysteem wordt geladen.
CCD
CCD (Charge Coupled Device) is hardware die de scantaak mogelijk maakt. Het
CCD-vergrendelingsmechanisme wordt ook gebruikt om de CCD-module te blokkeren en schade te voorkomen
wanneer u het apparaat verplaatst.
Sorteren
Sorteren is een proces waarbij een kopieertaak bestaande uit meerdere exemplaren in sets wordt afgedrukt.
Wanneer de optie Sorteren is ingeschakeld, wordt eerst een volledige set afgedrukt voordat de overige kopieën
worden gemaakt.
Configuratiescherm
Een bedieningspaneel is het platte, doorgaans verticale, gedeelte waarop de bedienings- of
controle-instrumenten worden weergegeven. Deze bevinden zich doorgaans aan de voorzijde van het
apparaat.
Dekkingsgraad
Dit is de afdrukterm die wordt gebruikt om het tonergebruik bij het afdrukken te meten. Een dekkingsgraad
van 5% betekent bijvoorbeeld dat een vel A4-papier 5% aan afbeeldingen of tekst bevat. Dus als het papier of
origineel ingewikkelde afbeeldingen of veel tekst bevat, is de dekkingsgraad en daarmee het tonergebruik
hoger.
CSV
Kommagescheiden waarden (CSV). CSV is een type bestandsindeling. CSV wordt gebruikt om gegevens uit te
wisselen tussen verschillende toepassingen. Deze bestandsindeling wordt in Microsoft Excel gebruikt en is min
of meer de norm geworden in de IT-sector, ook op niet-Microsoftplatformen.
DADF
De dubbelzijdige automatische documentinvoer (DADF) is een scanmechanisme waarmee een origineel
automatisch wordt ingevoerd en omgedraaid, zodat het apparaat beide zijden van het papier kan inscannen.
Standaard
De waarde of instelling die van kracht is wanneer de printer uit de verpakking wordt gehaald, opnieuw wordt
ingesteld of wordt geïnitialiseerd.
Verklarende woordenlijst | 112
DHCP
Een DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) is een client/servernetwerkprotocol. Een DHCP-server stuurt
configuratieparameters naar de DHCP-clienthost die deze gegevens opvraagt om deel te kunnen uitmaken van
een IP-netwerk. DHCP biedt ook een mechanisme voor de toewijzing van IP-adressen aan clienthosts.
DIMM
De DIMM (Dual In-line Memory Module) is een kleine printplaat met geheugen. DIMM slaat alle gegevens in het
apparaat op, zoals afdrukgegevens of ontvangen faxgegevens.
DLNA
DLNA (Digital Living Network Alliance) is een standaard waarmee apparaten in een thuisnetwerk gegevens
met elkaar kunnen uitwisselen via het netwerk.
DNS
DNS (Domain Name Server) is een systeem dat domeinnaaminformatie opslaat in een gedistribueerde
database op netwerken, zoals het internet.
Matrixprinter
Een matrixprinter is een printer met een printerkop die heen en weer loopt over de pagina en afdrukt door
middel van aanslagen, waarbij een van inkt voorzien lint tegen het papier wordt geslagen, zoals bij een
typemachine.
DPI
DPI (Dots Per Inch) is een maateenheid voor resolutie die wordt gebruikt voor scannen en afdrukken. Over het
algemeen leidt een hogere DPI tot een hogere resolutie, meer zichtbare details in de afbeelding en een groter
bestandsformaat.
DRPD
Distinctieve belpatroondetectie. Distinctieve belpatroondetectie is een dienst van de telefoonmaatschappij
waarmee een gebruiker met een enkele telefoonlijn oproepen naar verschillende telefoonnummers kan
ontvangen.
Duplex
Een mechanisme dat een vel papier omdraait zodat de machine aan beide zijden van het papier kan afdrukken
(of scannen). Een printer met een duplexeenheid kan afdrukken op beide zijden van een vel papier tijdens één
printcyclus.
Afdrukvolume
Het afdrukvolume bestaat uit de hoeveelheid afgedrukte pagina’s per maand die de printerprestaties niet
beïnvloedt. Doorgaans heeft de printer een beperkte levensduur, zoals een bepaald aantal pagina’s per jaar. De
levensduur duidt de gemiddelde afdrukcapaciteit aan, meestal binnen de garantieperiode. Als het
afdrukvolume bijvoorbeeld 48 000 pagina’s per maand (20 werkdagen) bedraagt, beperkt de printer het aantal
pagina’s tot 2 400 per dag.
Verklarende woordenlijst | 113
ECM
Foutcorrectiemodus (ECM) is een optionele verzendmodus voor foutcorrectie die is opgenomen in
faxapparaten of faxmodems van Klasse 1. Hiermee worden fouten tijdens de verzending van faxen, die soms
worden veroorzaakt door ruis op de telefoonlijn, automatisch opgespoord en gecorrigeerd.
Emulatie
Emulatie is een techniek waarbij met één apparaat dezelfde resultaten worden behaald als met een ander.
Een emulator kopieert de functies van één systeem naar een ander systeem, zodat het tweede systeem zich als
het eerste gedraagt. Emulatie is gericht op de exacte reproductie van extern gedrag, in tegenstelling tot
simulatie; dit houdt verband met een abstract model van het systeem dat wordt gesimuleerd, vaak met
betrekking tot de interne staat.
Ethernet
Ethernet is een op frames gebaseerde computernetwerktechnologie voor LAN’s. Hiermee worden de
bedrading en de signalen gedefinieerd voor de fysieke laag en frameformaten en protocollen voor de
MAC/gegevenskoppelingslaag van het OSI-model. Ethernet wordt meestal gestandaardiseerd als IEEE 802.3.
Het is sedert de jaren ’90 van afgelopen eeuw de meest gebruikte LAN-technologie.
EtherTalk
Een protocolsuite die Apple Computer ontwikkelde voor computernetwerken. Deze suite was opgenomen in de
oorspronkelijke Mac (1984) en wordt nu door Apple ingezet voor TCP/IP-netwerken.
FDI
Interface extern apparaat (FDI) is een kaart die in het apparaat is geïnstalleerd zodat andere apparaten van
derden, bijvoorbeeld een muntautomaat of een kaartlezer, kunnen worden aangesloten. Met deze apparaten
kunt u laten betalen voor afdrukservices die worden uitgevoerd met uw apparaat.
FTP
Protocol voor bestandsuitwisseling (FTP) is een algemeen gebruikt protocol voor de uitwisseling van
bestanden via een willekeurig netwerk dat het TCP/IP-protocol ondersteunt (zoals internet of een intranet).
Fixeereenheid
Het onderdeel van een laserprinter dat de toner op het afdrukmateriaal fixeert. De eenheid bestaat uit een rol
die het papier verwarmt en een rol die druk uitoefent. Nadat toner op het papier is aangebracht, maakt de
fixeereenheid gebruik van hitte en druk om ervoor te zorgen dat de toner aan het papier hecht. Dat verklaart
ook waarom het papier warm is als het uit een laserprinter komt.
Gateway
Een verbinding tussen computernetwerken of tussen computernetwerken en een telefoonlijn. Gateways
worden veel gebruikt omdat het computers of netwerken zijn die toegang bieden tot andere computers of
netwerken.
Verklarende woordenlijst | 114
Grijswaarden
Grijstinten die de lichte en donkere delen van een afbeelding weergeven worden omgezet in grijswaarden;
kleuren worden door verschillende grijstinten weergegeven.
Halftoon
Een type afbeelding dat grijswaarden simuleert door het aantal punten te variëren. Kleurrijke gebieden
bestaan uit een groot aantal punten, terwijl lichtere gebieden uit een kleiner aantal punten bestaan.
HDD
De HDD (Hard Disk Drive), doorgaans een harde of vaste schijf genoemd, is een niet-vluchtig opslagapparaat
dat digitaal gecodeerde gegevens opslaat op sneldraaiende platen met een magnetisch oppervlak.
IEEE
Het IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers) is een internationale professionele
non-profitorganisatie voor de bevordering van elektrische technologie.
IEEE 1284
De 1284-norm voor de parallelle poort is ontwikkeld door het IEEE (Institute of Electrical and Electronics
Engineers). De term "1284-B" verwijst naar een bepaald type connector aan het uiteinde van de parallelle kabel
die kan worden aangesloten op het randapparaat (bijvoorbeeld een printer).
Intranet
Een besloten netwerk dat gebruikmaakt van internetprotocollen, netwerkconnectiviteit en eventueel het
openbaar telecommunicatiesysteem om werknemers op een veilige manier bedrijfsgegevens te laten
uitwisselen of verrichtingen te laten uitvoeren. De term kan nu en dan ook enkel verwijzen naar de meest
zichtbare dienst, de interne website.
IP-adres
Een Internet Protocol-adres (IP-adres) is een uniek nummer dat apparaten gebruiken om elkaar te identificeren
en informatie uit te wisselen in een netwerk met behulp van de Internet Protocol-standaard.
IPM
IPM (Afbeeldingen per minuut) is een eenheid waarmee de snelheid van een printer wordt gemeten. Het
IPM-cijfer geeft het aantal vellen papier aan dat een printer binnen één minuut eenzijdig kan bedrukken.
IPP
IPP (Internet Printing Protocol) is een standaardprotocol voor zowel afdrukken als het beheren van
afdruktaken, mediaformaat, resolutie, enzovoort. IPP kan lokaal of via het internet voor honderden printers
worden gebruikt en ondersteunt tevens toegangsbeheer, verificatie en codering, waardoor het een veel
effectievere en veiligere afdrukoplossing is dan eerdere oplossingen.
Verklarende woordenlijst | 115
IPX/SPX
IPX/SPX staat voor Internet Packet Exchange/Sequenced Packet Exchange. Het is een netwerkprotocol dat
wordt gebruikt door de besturingssystemen van Novell NetWare. IPX en SPX bieden beide verbindingsservices
aan die vergelijkbaar zijn met TCP/IP, waarbij het IPX-protocol vergelijkbaar is met IP en SPX vergelijkbaar is
met TCP. IPX/SPX was in eerste instantie bedoeld voor LAN’s (lokale netwerken) en is een bijzonder efficiënt
protocol voor dit doel (doorgaans overtreffen de prestaties die van TCP/IP in een LAN).
ISO
De Internationale organisatie voor standaardisatie (ISO) is een internationale organisatie die normen vastlegt
en samengesteld is uit vertegenwoordigers van nationale standaardiseringsorganisaties. De ISO produceert
wereldwijd industriële en commerciële normen.
ITU-T
De Internationale Telecommunicatie Unie is een internationale organisatie die is opgericht voor de
standaardisering en regulering van internationale radio- en telecommunicatie. De belangrijkste taken
omvatten standaardisering, de toewijzing van het radiospectrum en de organisatie van onderlinge
verbindingen tussen verschillende landen waarmee internationale telefoongesprekken mogelijk worden
gemaakt. De -T in ITU-T duidt op telecommunicatie.
ITU-T No. 1 chart
Gestandaardiseerd testdiagram dat is gepubliceerd door ITU-T voor het verzenden van faxdocumenten.
JBIG
JBIG (Joint Bi-level Image Experts Group) is een norm voor de compressie van afbeeldingen zonder verlies van
nauwkeurigheid of kwaliteit, die ontworpen is voor de compressie van binaire afbeeldingen, in het bijzonder
voor faxen, maar ook voor andere afbeeldingen.
JPEG
JPEG (Joint Photographic Experts Group) is de meest gebruikte standaardcompressiemethode voor foto’s. Deze
indeling wordt gebruikt voor het opslaan en verzenden van foto’s over het internet.
LDAP
LDAP (Lightweight Directory Access Protocol) is een netwerkprotocol voor het zoeken in en aanpassen van
directoryservices via TCP/IP.
LED
Een LED (Light-Emitting Diode) is een halfgeleider die de status van een apparaat aangeeft.
MAC-adres
Het MAC-adres (Media Access Control) is een uniek adres dat aan een netwerkadapter is gekoppeld. Het
MAC-adres is een unieke naam van 48 bits die gewoonlijk wordt genoteerd als 12 hexadecimale tekens die
telkens per twee worden gegroepeerd (bijvoorbeeld 00-00-0c-34-11-4e). Dit adres wordt doorgaans door de
fabrikant in een netwerkinterfacekaart (NIC) geprogrammeerd en gebruikt als een hulpmiddel aan de hand
waarvan routers apparaten kunnen vinden in grote netwerken.
Verklarende woordenlijst | 116
MFP
Een MFP (Multi Function Peripheral) is een kantoorapparaat dat verschillende functies in één fysieke behuizing
combineert, bijvoorbeeld een printer, kopieerapparaat, faxapparaat en scanner.
MH
MH (Modified Huffman) is een compressiemethode voor het beperken van de hoeveelheid gegevens die tussen
faxapparaten worden verzonden om een afbeelding te versturen. MH wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MH is
een op een codeboek gebaseerd lengtecoderingsschema dat geoptimaliseerd werd om op een doeltreffende
wijze witruimtes te comprimeren. Aangezien de meeste faxen voornamelijk uit witruimte bestaan, kan hiermee
de verzendtijd van de meeste faxen tot een minimum worden teruggebracht.
MMR
MMR (Modified Modified READ) is een compressiemethode die wordt aanbevolen door ITU-T T.6.
Modem
Een apparaat dat een draaggolfsignaal moduleert om digitale informatie te coderen en een dergelijk signaal
demoduleert om de verzonden informatie te decoderen.
MR
MR (Modified READ) is een compressiemethode die wordt aanbevolen door ITU-T T.4. MR codeert de eerst
gescande lijn met behulp van MH. De volgende regel wordt vergeleken met de eerste, het verschil wordt
vastgesteld en vervolgens worden de verschillen gecodeerd en verzonden.
NetWare
Een netwerkbesturingssysteem dat is ontwikkeld door Novell, Inc. Aanvankelijk maakte dit systeem gebruik
van coöperatieve multi-tasking om verschillende services op een pc te kunnen uitvoeren en waren de
netwerkprotocollen gebaseerd op de klassieke Xerox XNS-stack. Tegenwoordig ondersteunt NetWare zowel
TCP/IP als IPX/SPX.
OPC
Organische fotogeleider (OPC) is een mechanisme dat een virtuele afbeelding maakt om af te drukken met
behulp van een laserstraal uit een laserprinter. Het is meestal groen of grijs en cilindervormig.
Een beelddrum met een drum slijt langzaam het drumoppervlak door het gebruik ervan in de printer, en moet
op passende wijze worden vervangen omdat het slijt door contact met de cassetteontwikkelborstel, het
reinigingsmechanisme en papier.
Originelen
Het eerste exemplaar van bijvoorbeeld een document, foto of tekst, dat wordt gekopieerd, gereproduceerd of
omgezet om volgende exemplaren te verkrijgen, maar dat zelf niet van iets anders is gekopieerd of afgeleid.
OSI
OSI (Open Systems Interconnection) is een communicatiemodel dat is ontwikkeld door de ISO (International
Organization for Standardization). OSI biedt een standaard modulaire benadering van netwerkontwerp
waarmee de vereiste set complexe functies wordt opgesplitst in hanteerbare, op zichzelf staande, functionele
Verklarende woordenlijst | 117
lagen. De lagen zijn van boven naar onder: applicatie, presentatie, sessie, transport, netwerk,
gegevenskoppeling en fysiek.
PABX
PABX (Private Automatic Branch Exchange) is een automatisch telefoonschakelsysteem in een besloten
onderneming.
PCL
Printeropdrachttaal (PCL) is een paginabeschrijvingstaal (PDL) die ontwikkeld is door HP als printerprotocol en
inmiddels is uitgegroeid tot een norm in de branche. PCL werd aanvankelijk ontwikkeld voor de eerste
inkjetprinters en is in verschillende versies verschenen voor thermische printers, matrix- en laserprinters.
PDF
PDF (Portable Document Format) is een door Adobe Systems ontwikkelde bestandsindeling voor het
weergeven van tweedimensionale documenten in een apparaat- en resolutieonafhankelijke indeling.
PostScript
PS (PostScript) is een paginabeschrijvings- en programmeertaal die voornamelijk gebruikt wordt voor
e-publishing en desktop publishing. - die in een interpreter wordt uitgevoerd om een afbeelding te produceren.
Printerstuurprogramma
Een programma dat wordt gebruikt om opdrachten te verzenden en gegevens over te brengen van de
computer naar de printer.
Afdrukmedia
Het materiaal, zoals papier, etiketten en transparanten, dat in een printer, scanner, fax of kopieerapparaat kan
worden gebruikt.
PPM
Pagina’s per minuut (PPM) is een methode voor het meten van de snelheid van een printer en verwijst naar het
aantal pagina’s dat een printer in één minuut kan afdrukken.
PRN-bestand
Een interface voor een apparaatstuurprogramma waarlangs software kan communiceren met het
apparaatstuurprogramma via standaard invoer-/uitvoeraanroepen, waardoor veel taken worden
vereenvoudigd.
Protocol
Een conventie of standaard die de verbinding, communicatie en het gegevensverkeer tussen twee computers
inschakelt of controleert.
PS
Zie PostScript.
Verklarende woordenlijst | 118
PSTN
Openbaar telefoonnet (PSTN) is het netwerk van openbare circuitgeschakelde telefoonnetwerken wereldwijd
dat in een bedrijfsomgeving doorgaans via een schakelbord wordt gerouteerd.
RADIUS
RADIUS (Remote Authentication Dial In User Service) is een protocol voor gebruikersidentificatie en accounting
op afstand. RADIUS laat toe om verificatiegegevens zoals gebruikersnamen en wachtwoorden met behulp van
een AAA-concept (authentication, authorization en accounting) voor het beheer van de netwerktoegang.
Resolutie
De scherpte van een afbeelding, gemeten in dpi (punten per inch). Hoe hoger de dpi, hoe hoger de resolutie.
SMB
SMB (Server Message Block) is een netwerkprotocol dat hoofdzakelijk wordt toegepast op gedeelde
bestanden, printers, seriële poorten en diverse verbindingen tussen de knooppunten in een netwerk. Het biedt
tevens een geverifieerd communicatiemechanisme voor processen onderling.
SMTP
SMTP (Simple Mail Transfer Protocol) is de standaard voor e-mailverkeer over het internet. SMTP is een relatief
eenvoudig op tekst gebaseerd protocol waarbij één of meer ontvangers van een bericht worden aangegeven,
waarna de berichttekst wordt verzonden. Het is een client-serverprotocol, waarbij de client een e-mailbericht
verzendt naar de server.
SSID
SSID (Service Set Identifier) is een benaming van een draadloos netwerk (WLAN). Alle draadloze apparaten in
een draadloos netwerk gebruiken dezelfde SSID om met elkaar te communiceren. De SSID’s zijn
hoofdlettergevoelig en kunnen tot 32 tekens lang zijn.
Subnetmasker
Het subnetmasker wordt gebruikt in samenhang met het netwerkadres om te bepalen welk deel van het adres
het netwerkadres is en welk deel het hostadres.
TCP/IP
TCP (Transmission Control Protocol) en IP (Internet Protocol): de set communicatieprotocollen die de
protocolstack implementeren waarop het internet en de meeste commerciële netwerken draaien.
TCR
Verzendrapport (TCR) geeft de details van elke verzending weer, zoals de taakstatus, het verzendresultaat en
het aantal verzonden pagina’s. Er kan worden ingesteld dat dit rapport na elke taak of alleen na een mislukte
verzending wordt afgedrukt.
Verklarende woordenlijst | 119
TIFF
TIFF (Tagged Image File Format) is een bestandsindeling voor bitmapafbeeldingen met een variabele resolutie.
TIFF beschrijft de afbeeldingsgegevens die doorgaans afkomstig zijn van de scanner. TIFF-afbeeldingen maken
gebruik van tags: trefwoorden die de kenmerken definiëren van de in het bestand opgenomen afbeelding. Deze
flexibele en platformonafhankelijke indeling kan worden gebruikt voor illustraties die met diverse
beeldverwerkingstoepassingen zijn gemaakt.
Tonercassette
Een soort fles of container die in apparaten zoals printers wordt gebruikt en die toner bevat. Toner is een
poeder dat in laserprinters en kopieerapparaten wordt gebruikt voor het vormen van tekst en afbeeldingen op
afdrukpapier. Toner wordt gefixeerd door een combinatie van hitte en druk vanuit de fixeereenheid, waardoor
het zich aan de vezels in het papier gaat hechten.
TWAIN
Een standaard voor scanners en software. Als een TWAIN-compatibele scanner wordt gebruikt met een
TWAIN-compatibel programma, kan een scan worden gestart vanuit het programma; Dit is een API voor het
vastleggen van afbeeldingen voor de besturingssystemen van Microsoft Windows en Apple Mac.
UNC-pad
UNC (Uniform Naming Convention) is een standaardmanier om gedeelde netwerkbronnen te benaderen in
Windows NT en andere Microsoft-producten. De notatie van een UNC-pad is:
\\<servernaam>\<naam_gedeelde_bron>\<aanvullende map>
URL
URL (Uniform Resource Locator) is het internationale adres van documenten en informatiebronnen op internet.
Het eerste deel van het adres geeft aan welk protocol moet worden gebruikt en het tweede deel geeft het
IP-adres of de domeinnaam aan waar de informatiebron zich bevindt.
USB
USB (Universal Serial Bus) is een door het USB Implementers Forum, Inc. ontwikkelde standaard om computers
en randapparatuur met elkaar te verbinden. In tegenstelling tot de parallelle poort is USB ontworpen om een
enkele computer-USB-poort tegelijkertijd met meerdere randapparaten te verbinden.
Watermerk
Een watermerk is een herkenbare afbeelding of patroon dat helderder oplicht wanneer het voor een lichtbron
wordt gehouden. Watermerken werden voor het eerst in 1282 in het Italiaanse Bologna gebruikt door
papiermakers om hun product te merken. Ze werden ook toegepast in postzegels, papiergeld en andere
officiële documenten om fraude te voorkomen.
WEP
WEP (Wired Equivalent Privacy) is een beveiligingsprotocol dat gespecificeerd wordt in IEEE 802.11 om
eenzelfde beveiligingsniveau als een bedraad LAN te garanderen. WEP beveiligt gegevens door deze via
radiogolven te coderen, zodat ze veilig van het ene punt naar het andere kunnen worden verzonden.
Verklarende woordenlijst | 120
WIA
WIA (Windows Imaging Architecture) is een beeldverwerkingsarchitectuur die oorspronkelijk werd gebruikt in
Windows Me en Windows XP. Een scan kan vanuit deze besturingssystemen worden gestart door middel van
een WIA-compatibele scanner.
WPA
WPA (Wi-Fi Protected Access) is een klasse van systemen voor de beveiliging van draadloze (Wi-Fi)
computernetwerken die ontwikkeld werd voor een betere beveiliging van WEP.
WPA-PSK
WPA-PSK (vooraf gedeelde WPA-sleutel) is een speciale WPA-modus voor kleine ondernemingen en
thuisgebruikers. Een gedeelde sleutel of een gedeeld wachtwoord wordt geconfigureerd in het draadloze
toegangspunt (WAP) en draadloze laptop- of desktopapparaten. WPA-PSK genereert een unieke sleutel voor
elke sessie tussen een draadloze client en de daarmee geassocieerde WAP voor een betere veiligheid.
WPS
WPS (Wi-Fi Protected Setup) is een standaard voor het tot stand brengen van een draadloos thuisnetwerk. Als
uw draadloze toegangspunt WPS ondersteunt, kunt u de draadloze netwerkverbinding gemakkelijk
configureren zonder computer.
XPS
XML-papierspecificatie (XPS) is een specificatie voor een paginabeschrijvingstaal (PDL) en een nieuw
uitwisselbaar documentformaat dat door Microsoft is ontwikkeld. Dit vectorgebaseerd apparaatonafhankelijk
documentformaat is gebaseerd op XML en op een nieuw afdrukpad.
Verklarende woordenlijst | 121
Verklarende woordenlijst | 122
Index | 123
Index
A
achterkant 18
afdrukfunctie 56
afdrukken
een document afdrukken
Windows 51
HP Smartapp 48
informatie over benodigdheden 87
speciale afdrukfuncties 56
afdrukmedia
etiketten 31
richtlijnen 24
speciale media 30
uitvoersteun gebruiken 106
voorbedrukt papier 32
XHvy 121163 32
algemene pictogrammen 9
B
bedieningspaneel 19
C
conventie 9
D
draadloos netwerk
netwerkkabel 42
F
functies 6
eigenschappen van afdrukmateriaal 106
H
help gebruiken 55
HP Embedded Web Server 45
algemene informatie 45
I
info
HP Smartapp 48
informatie over benodigdheden 87
Informatie over de meldingsLED 85
installatie
HP Smartapp 48
instellingen voor favorieten voor afdrukken 54
L
lade
breedte en lengte instellen 25
de grootte van de lade aanpassen 25
LED
apparaatstatus 85
Linux
stuurprogrammainstallatie 21
Index | 124
M
Mac
stuurprogrammainstallatie 21
N
netwerk
installatie van draadloos netwerk 38
instelling bekabeld netwerk 35
IPv6configuratie 35
stuurprogrammainstallatie
Windows 37
O
onderdelen voor onderhoud 71
overlay afdrukken
afdrukken 61
maken 60
verwijderen 61
P
papierstoring
papier verwijderen 83
tips om papierstoringen te voorkomen 82
plaatsen
plaatsen in lade 1 26
speciale media 30
plaatsing van het apparaat
aanpassing aan de hoogte 23
Printerstatus 65
printerstatus
algemene informatie 65
probleem
problemen met het besturingssysteem 100
problemen
afdrukproblemen 90
problemen met betrekking tot netvoeding 89
problemen met de afdrukkwaliteit 94
problemen met papierinvoer 88
problemen oplossen
draadloos 101
R
reinigen
binnenkant 79
buitenkant 79
S
Slimme app 48
Smart app 48
specificaties 105
afdrukmedia 106
stoptoets 19
stuurprogrammainstallatie 21
T
tonercassette
behandelingsinstructies 72
de cassette vervangen 75
geschatte levensduur 73
nietHP en opnieuw gevuld 72
opslaan 72
toner herverdelen 74
U
uw apparaat reinigen 79
Index | 125
V
veiligheid
info 10
symbolen 10
verbruiksartikelen
beschikbare verbruiksartikelen 69
bestellen 69
geschatte levensduur van tonercassette 73
tonercassette vervangen 75
verklarende woordenlijst 110
voorkant 17
W
watermerk
bewerken 59
maken 59
verwijderen 59
Windows
installatie van het stuurprogramma voor het
verbonden netwerk 37
stuurprogrammainstallatie 21
systeemvereisten 108
veelvoorkomende problemen onder Windows
100
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125

HP COLOR LASER 150NW de handleiding

Type
de handleiding