Electrolux EKM6700 Handleiding

Type
Handleiding
48
Waarschuwingen en adviezen
DEZE WAARSCHUWINGEN ZIJN OPGESTELD VOOR UW VEILIGHEID EN DE VEILIGHEID VAN DERDEN. WIJ
VERZOEKEN U DEZE AANDACHTIG TE LEZEN VOORALEER HET APPARAAT TE INSTALLEREN EN TE
GEBRUIKEN.
Installatie
! De installatie moet gedaan worden door bevoegde en
gekwalificeerde installateurs, volgens de normen van
kracht.
! Elke eventuele modificatie aan de electrische
huisopstelling die nodig mocht zijn om de apparatuur te
kunnen installeren, mag enkel gedaan worden door
bevoegd personeel.
! Het is gevaarlijk om de kenmerken van deze apparatuur
te veranderen of te willen veranderen.
! In geval van twijfel, vraag raad aan de installateur.
! Vermijd de installatie van het gasfornuis in de nabijheid
van ontvlambare materialen (bvb. gordijnen, grof linnen
ecc. ...).
! Het apparaat moet op de vloer worden geplaatst;
hetmag niet op een voetstuk worden gezet.
Veiligheid van kinderen
! Deze apparatuur is ontworpen om gebruikt te worden
door volwassenen. Opgelet dat de kinderen zich niet
naderen met de bedoeling om er te spelen.
! Let op de kinderen geheel gedurende het gebruik dat ze
de oppervlakken niet aanraken en dat ze niet dicht bij de
apparatuur staan tijdens het gebruik of tijdens het
afkoelen.
Tijdens het gebruik
! Onstabiele of vervormde kookpannen mogen niet op de
gaspitten of op de platen gezet worden om ongelukken
van omslaan of overlopen te voorkomen.
! Bewaak aandachtig het koken met olien en vetten.
! De apparatuur blijft lang warm na het afzetten.
! Indien de apparatuur uitgerust is met een deksel, is
diens functie om het fornuis te beschermen tegen het
stof wanneer het gesloten is, en om de vetspatten op te
vangen wanneer het open is.
! Gebruik het niet voor andere doeleinden.
! Maak het deksel steeds schoon vooraleer het te sluiten
of weg te nemen en laat de gaspitten en/of de platen
afkoelen vooraleer het deksel te sluiten.
! Tijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig
om aanraking van de verwarmingselementen binnenin de
oven te voorkomen.
! Op het moment van het openen van de ovendeur,
gedurende de bereidingsfase of aan het einde
hiervan, oppassen met de hete lucht die uit de
oven komt.
!!
!!
! Controleer steeds dat de bedieningstoetsen in de
positie «
» of « » staan, wanneer de apparatuur niet
in functie is.
! Plaats steeds de druippan wanneer U de gril gebruikt of
wanneer U het vlees op het grilrooster legt.
! Giet een beetje water in de druippan om het aanbranden
van de vetten te voorkomen, en zo slechte geuren te
vermijden.
! Gebruik steeds keukenhandschoenen om de gerechten
uit de oven te nemen.
! De accessoires (de gril, en de druippan) worden,
vooraleer ze voor de eerste keer te gebruiken,
schoongemaakt.
! Opgepast wanneer U schoonmaakproducten gebruikt
in spray : richt nooit de spray op de weerstand en de
thermostatische bol.
! Indien, gedurende het inzetten of uitnemen van
gerechten uit de oven, er aanzienlijke hoeveelheden
olie, saus, ecc. achteraan in de oven moesten vallen,
maak dan eerst schoon vooraleer het koken te beginnen
om onaangename rook en ook mogelijk branden van
deze stoffen te voorkomen.
! Dit toestel is niet aangesloten op een afvoerkanaal voor
verbrandingsgassen.Het moet geplaatst en
aangesloten worden in overeenstemming met de
geldendevoorschriften. Bijzondere aandacht moet
worden gegeven aan die punten diebetrekking hebben
op de ventilatie.
! Door het gebruik van een kooktoestel op gas wordt et
warmte en vochtigheid geproduceerd in het lokaal waar
het toestel is opgesteld. Waak erover dat de keuken goed
verlucht wordt waarbij u de natuurlijke verluchting
openlaat of een mechanische voorziening aanbrengt
(mechanische dampkap).
! Een langduring en intensief gebruik van het toestel kan
een bijkomende verluchting vereisen, bijv. door het ope-
nen van een raam, of een efficiëntere verluchting , bijv.
door het vermogen van de mechanische ventilatie te
verhogen, als deze aanwezing is.
! Om hygienische- en veiligheidsredenen moet deze
apparatuur altijd proper gehouden worden.
! Dit apparaat mag niet worden schoongemaakt met
stoom of met een stoomreiniger.
! Vormingen van vetten of andere spijzen kunnen branden
veroorzaken.
! Dit product is gemaakt voor het koken van eetwaren en
mag niet gebruikt worden voor andere doeleinden.
! Voed de apparatuur met het type gas dat vermeld staat
op het kleefetiket, geplaatst nabij de tube van de
aansluiting van het gas.
! De ovenwanden niet bekleden met alluminiumfolie,
vooral niet de achterste wand.
! De apparatuur is zwaar, verzet haar met voorzichtigheid.
! Voor het onderhoud of de schoonmaak eerst de
apparatuur uitschakelen en laten afkoelen.
! Om de ontsteking te vergemakkelijken, steek eerst de
gaspit aan vooraleer de kookpan op het rooster te zetten.
Na de gaspitten aangestoken te hebben, controleer of
de vlam regelmatig is.
! Verlaag steeds de vlam of ontdoof ze, vooraleer de
kookpannen weg te nemen.
! Verzeker U ervan of de roosters van het fornuis juist
geplaatst worden.
! Enkel vuurvaste borden mogen in de schuif onder de
oven geplaatst worden. Er geen ontvlambare stoffen
inzetten.
Service
! Voor eventuele tussenkomst richt U zich tot een
geautoriseerde Technisch Hulpdienst om originele
wisselstukken te bekomen.
NEDERLANDS
49
Inhoud
Over deze gebruiksanwijzing
Oderstaande symbolen vindt u in de tekst en hebben
de voldende betekenis:
Aanwijzingen m.b.t. de veiligheid
Aanwijzingen m.b.t. het gebruik
Adviezen en tips
Informatie m.b.t. het milieu
"
FABRIKANT:
ELECTROLUX HOME PRODUCTS ITALY S.p.A.
Viale Bologna, 298
47100 FORLÌ (Italie)
Algemene Waarschuwingen en
adviezen
Aanwijzingen voor de
Installateur
Deze instructies gelden enkel voor de landen waarvan
het identificatiesymbool is aangebracht op het titelblad
van het instructieboekje en het apparaat zelf.
Het is heel belangrijk dat dit instructieboekje, voor
eender welke toekomstige raadpleging, samen met de
apparatuur bewaard wordt. Indien de apparatuur
verkocht moest worden, of overgedragen aan een
andere persoon, verzeker U ervan, dat het boekje
samen geleverd wordt, zodat de nieuwe gebruiker op
de hoogte kan gesteld worden van het functioneren
van het apparaat en van de relatieve
waarschuwingen.
Dit Toestel voldoet aan de EEG-richtlijn:
73/23 - 90/683 (lage spanning);
89/336 (elektromagnetische vereinigbaarheid);
90/396 (gasapparaat);
93/68 (algemene richtlijn);
en de daarop volgende wijzigingen.
Waarschuwingen en adviezen 48
Bedienigspaneel 50
De kookplaat 51
Elektrische oven 53
Elektronische klok 55
Tips voor het gebruik van de gasbranders 57
Enkele tips bij het gebruik van de oven 57
Adviestabel voor bakken en braden 60
Onderhoud 62
Wan te doen indien 64
Service en onderdelen 64
Technische Gegevens 65
Instructies voor de installateur 65
Elektrische Aaansluiting 68
Informatie m.b.t. het milieu
! Houd bij het weggooien van de verpakking rekening met
de veiligheid en het milieu.
! Als u een oud apparaat afdankt, maak het dan
onbruikbaar door het aansluitsnoer af te snijden.
Het symbool op het product of op de verpakking wijst
erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden
behandeld. Het moet echter naar een plaats worden
gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur
wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de
correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk voor
mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen
voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor
meer details in verband met het recyclen van dit product,
neemt u het best contact op met de gemeentelijke
instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering
van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt
gekocht.
50
654321 987
Onderdelen
Bakplaat
Vangschaal
Rooster
Ovenruimte
Grill-element
Verlichtingslampje
Cirkulatieventilator
Bedienigspaneel
1. Bedieningsknop de brander/ zone linksachter (Normaalbrander)
2. Bedieningsknop de brander/ zone linksvoor (Sterkbrander)
3. Bedieningsknop de brander/ zone rechtsvoor (Kleinbrander)
4. Bedieningsknop de brander/ zone rechtsachter (Normaalbrander)
5. Elektronische klok
6. Oven-funktieschakelaar
7. Oven-kontrolelampje
8. Thermostaat kontrolelampje
9. Bedieningsknop oventhermostaat
51
De kookplaat
Bedieningsknoppen van het
kookvlak
Op het bedieningspaneel bevinden zich drukknoppen om
de gasbranders van het kookvlak te bedienen.
De regelknoppen voor de gasbranders kunnen in
tegenwijzerzin worden gedraaid tot een symbool dat een
kleine vlam voorstelt en omgekeerd ook in wijzerzin.
er komt geen gas wrij
er komt een maximale hoeveelheid gas vrij
er komt een minimale hoeveelheid gas vrij
Aansteken van de branders
op het kookvlak
! Door de knop van de te gebruiken brandergeheel in te
drukken en op de hoogste stand te draaien ( ),
zal de betreffendebrander aangaan.
! Maar houdt vervolgens de knop nog 5 seconden geheel
ingedrukt. Dat is nodig omde vlambeveiliging in te
schakelen. De vlam beveiliging voorkomt, dat het gas
blijftdoorstromen, als de vlam uitwaait of uitgaat door
een storing in het gasnet. Zetvervolgens de knop in
de gewenste stand.
! Wanneer de brander ontvlamd is, stelt u de vlammen
af naar wens.
! Indien na verschillende pogingen de brander niet
ontvlamt, kijkt u best even na of de vlamverdeler en
de kop van de brander goed op hun plaats zitten.
! Om de gastoevoer te stoppen draait u de knop in
wijzerzin op de stand “ ! “.
Wanneer u bij het koken vetten of olie
gebruikt moet u steeds goed toekijken, want
deze vetstoffen kunnen bij opwarming vuur
vatten.
""
""
"
FO 0204
A - Branderdeksel
B - Vlamverdeler
C - Vonkontsteking
D - Vlambeveiliging
Type brander Min. Max.
afmeting afmeting
Sterk 180 mm. 260 mm.
Normaal 120 mm. 220 mm.
Klein 80 mm. 160 mm.
Tabel van de minimale en maximale diametersvan de
pannen.
52
Over Kookpotten en pannen
Denk er steeds aan dat een brede, grote pan een grote
warmteoppervlakte heeft en de ingrediënten dus sneller
koken dan een in een smallere, kleinere pan.
Gebruik dus steeds pannen die aangepast zijn aan wat
u klaarmaakt. Let in het bijzonder goed op dat de pannen
niet te klein zijn voor vloeistoffen die makkelijk kunnen
overkoken of dan weer niet te groot zijn voor ingrediënten
die snel klaar moeten zijn. Op een bodem die niet met
vet of braadjus bedekt blijft kunnen de ingrediënten
makkelijk aanbranden.
Voor taarten en gebak gebruikt u best vormen in staal
die niet opengaan. Een vorm die opengaat laat
vruchtenjus en suiker door die wanneer ze op de bodem
van de oven vallen, karameliseren en moeilijk te
verwijderen zijn. Vermijd ood pannen met plastic
handgrepen in de oven te zetten; ze zouden immers de
hitte niet kunnen weerstaan.
Om het maximale rendement uit de branders te halen
en dus ook gas te besparen, raden we u aan pannen te
gebruiken waarvan de diameter gelijk is of groter dan de
gebruikte brander.
We raden u ook aan de pannen waarin u iets kookt af te
dekken en wanneer het aan de kook komt, de vlam te
verminderen zodat alles rustig verder kookt.
53
Elektrische oven
Bakwijzeknop en
thermostaatregelknop
Deze beide knoppen laten u toe de bakwijze (keuze van
het verwarmingselement) en de temperatuur te kiezen
afhankelijk van de eisen van het recept. Het ovenlampje
blijft branden ongeacht de stand van de knop.
Betekenis van de symbolen
verwarming boven en onderaan
verwarming onderaan
verwarming boven
grill
hetelucht-systeem
ontdooien
Conventioneel bakken en braden
Draai de knop zo dat hij op de stand komt te staan
en stel de thermostaatknop af op de gewenste
temperatuur.
Als U wenst de verwarming te veranderen, d.w.z. meer
warmte van onder of meer warmte van boven, dient U de
toets te draaien tot aan de symbolen (warm onder)
of (warm boven).
Bakken met de grill
Draai de knop zo dat hij op de stand komt te staan
en stel de thermostaatknop af op de gewenste
temperatuur.
Om elke oververhitting tijdens het gebruik
van de oven of de grill te vermijden, laat u
steeds het deksel van het fornuis openstaan.
Hetelucht-systeem
Draai de knop zo dat hij op de stand komt te staan
en stel de thermostaatknop af op de gewenste
temperatuur.
Ontdooien
Draai de knop zo dat hij op de stand komt te staan.
Wanneer u de oven voor de ontdooifunctie gebruikt, blaast
de elektrische ventilator koude lucht door de oven. Dit
zorgt ervoor dat het diepgevroren voedsel ontdooit.
Wanneer de bakwijzeknop op stand staat, stelt u
de thermostaatknop af op stand “ ! “.
54
Kontrolelampje
Dit lampje brandt zodra de oven in gebruik is.
Verklikkerlichtje oventhermostaat
Dit lichtje gaat uit wanneer de oven de ingestelde
temperatuur bereikt en zal telkens opnieuw gaan branden
wanneer de thermostaat in werking treedt om de
temperatuur zelf te regelen.
De beveiligingsthermostaat
Voor de veiligheid van de gebruiker is de oven voorzien
van een beveiligingsthermostaat. Bij een eventueel
optredend defect van de hoofdthermostaat met als gevolg
oververhitting schakelt deze beveiligingsthermostaat de
oven uit.
Als dit onverhoopt een keer gebeurt, probeer dan onder
geen voorwaarde de oven zelf te repareren, maar
waarschuw direct onze service-afdeling.
Het gebruik van de oven voor de
eerste keer
Na het plaatsen van de oven ga dan als volgt te werk:
a) zet de Bakwijzeknop op ;
b) zet de thermostaatknop op “max”;
b) laat de oven (leeg) 45 minuten lang werken;
c) zet een raam open voor frisse lucht.
Tijdens de eerste paar minuten zal er rook met een
onaangename geur onstaan, dit wordt veroorzaakt door
het isolatiemateriaal en vettige restanten op het materiaal,
erop gekomen tijdens de produktie.
Was de ovenaccessoires goed af alvorens de oven
voor het eerst te gebruiken.
"
55
Elektronische klok
4
5
123
6
7
8
1. toets voor kiezen van een functie
2. min-toets
3. plus-toets
4. display
5. lampje “kooktijd”
6. lampje “einde kooktijd”
7. lampje “kookwekker”
8. lampje “dagtijd”
De oven werkt alleen als de dagtijd is ingesteld. Bovendien kan de
oven ook worden gebruikt zonder dat er een programma is ingesteld.
Instellen van de dagtijd
Als de oven aan het stroomnet is aangesloten of na stroomuitval knippert het
lampje “dagtijd” op het display.
Dagtijd instellen:
1. Toets of . indrukken.
2. Nadat de tijd is ingesteld, 5 seconden wachten: het lampje “dagtijd” gaat
uit en het display geeft de ingestelde tijd aan. Het apparaat is klaar voor het
gebruik.
Dagtijd wijzigen:
1. Door herhaaldelijk indrukken van toets functie “dagtijd” kiezen. Het lampje
begint te knipperen. Dan te werk gaan zoals hierboven beschreven. De dagtijd
kan alleen worden gewijzigd als er geen andere automatische functie (kooktijd
of einde kooktijd ) is ingesteld.
Functie “kooktijd”
Met deze functie kan de oven automatisch worden uitgeschakeld aan het einde
van een ingestelde kooktijd. Zet de levensmiddelen in de oven, kies een kookfunctie
en stel de temperatuur in. Toets herhaaldelijk indrukken
om functie “kooktijd” te kiezen. Het lampje begint te knipperen. Ga dan als
volgt te werk:
Kooktijd instellen:
1. Toets of . indrukken.
2. Nadat de tijd is ingesteld, 5 seconden wachten: het lampje “kooktijd”
gaat branden en het display geeft weer de dagtijd aan.
3. Als de kooktijd is afgelopen, wordt de oven automatisch uitgeschakeld, er
klinkt een akoestisch signaal en het lampje begint te knipperen. Zet de
functieschakelaar en de thermostaat op nul.
Om het akoestische signaal uit te schakelen drukt u een willekeurige toets
in. ATTENTIE: als u dit doet, gaat de oven weer werken. Denk er daarom om
dat u altijd de functieschakelaar en de thermostaat op nul zet als de kooktijd
is afgelopen.
Kooktijd annuleren:
1. Door herhaaldelijk indrukken van toets functie “kooktijd” kiezen. Het lampje
begint te knipperen en het display geeft de resterende kooktijd aan.
2. Toets indrukken tot op het display “0:00” verschijnt. Na 5 seconden gaat
het lampje uit en het display geeft weer de dagtijd aan.
56
Functie “einde kooktijd”
Met deze functie kan de oven automatisch worden uitgeschakeld als het ingestelde
einde van een kooktijd om is. Zet de levensmiddelen in de oven, kies een
kookfunctie en stel de temperatuur in. Toets herhaaldelijk indrukken om functie
“einde kooktijd” te kiezen. Het lampje begint te knipperen. Ga dan als volgt te
werk:
Einde kooktijd instellen:
1. Toets of indrukken.
2. Nadat de tijd is ingesteld, 5 seconden wachten: het lampje “einde kooktijd”
gaat branden en het display geeft weer de dagtijd aan.
3. Als de kooktijd is afgelopen, wordt de oven automatisch uitgeschakeld, er
klinkt een akoestisch signaal en het lampje begint te knipperen. Zet de
functieschakelaar en de thermostaat op nul.
Om het akoestische signaal uit te schakelen drukt u een willekeurige toets
in. ATTENTIE: als u dit doet, gaat de oven weer werken. Denk er daarom om
dat u altijd de functieschakelaar en de thermostaat op nul zet als de kooktijd
is afgelopen.
Einde kooktijd annuleren:
1. Door herhaaldelijk indrukken van toets functie “einde kooktijd” kiezen. Het
lampje begint te knipperen en het display geeft het ingestelde einde van
de kooktijd aan.
2. Toets indrukken tot op het display de dagtijd verschijnt. Er klinkt een
piepje en het lampje gaat uit.
“Kooktijd” en “einde kooktijd”
gecombineerd
De functies “kooktijd” en “einde kooktijd” kunnen tegelijk worden gebruikt om de
oven automatisch te laten in- en uitschakelen.
1. Met de functie “kooktijd” de kooktijd instellen (zie hoofdstuk “Functie
kooktijd”). Dan toets indrukken: het display geeft de ingestelde tijd aan.
2. Met de functie “einde kooktijd” het einde van de kooktijd instellen (zie
hoofdstuk “Functie einde kooktijd”). De lampjes gaan branden en het display
geeft de dagtijd aan. De oven wordt volgens de ingestelde programma’s in- en
uitgeschakeld.
Functie “kookwekker”
De kookwekker geeft aan het einde van een ingestelde tijd een akoestisch signaal,
maar de oven blijft ingeschakeld, als hij in gebruik is.
Kookwekker instellen:
1. Door herhaaldelijk indrukken van toets functie “kookwekker” kiezen. Het
lampje begint te knipperen
2. Dan toets of indrukken (maximum: 2 uur en 30 minuten).
3. Nadat de tijd is ingesteld, 5 seconden wachten: het lampje “kookwekker”
gaat branden.
4. Na afloop van de ingestelde tijd begint het lampje te knipperen en er klinkt
een akoestisch signaal. Om dit signaal uit te schakelen een willekeurige
toets indrukken.
Kookwekker annuleren:
1. Door herhaaldelijk indrukken van toets functie “kookwekker” kiezen. Het
lampje begint te knipperen en het display geeft de resterende tijd aan.
2. Toets indrukken tot op het display “0:00” verschijnt. Na 5 seconden gaat
het lampje uit en het display geeft weer de dagtijd aan.
Uitschakelen van het display
1. Twee of drie programmeertoetsen tegelijk indrukken en ca. 5 seconden
ingedrukt houden. Het display wordt uitgeschakeld.
2. Om het display weer in te schakelen, een willekeurige toets indrukken.
Het display kan alleen worden uitgeschakeld als er geen andere functies
zijn ingesteld.
57
Opgelet: de kans bestaat, dat bij onzorgvuldig
gebruik van de ovendeur vingers beklemd
raken.
Gebruik de oven met de deur gesloten.
Let goed op bij het openen van de naar
beneden openslaande ovendeur. Laat deze
niet openvallen - ondersteun de deur met de
handgreep totdat deze helemaal open is.
De oven heeft vier bakplaatstanden en wordt geleverd
met één bakplaat.
De bakplaatstanden worden geteld vanaf de bodem
van de oven, zoals de figuur laat zien.
Het is belangrijk dat de bakplaat goed geplaatst
wordt.
Plaats geen kookwaren direct op de bodem
van de oven.
Condensatie en stoom
Deze oven is voorzien van een exclusief bereidingssysteem
dat een natuurlijke luchtcirculatie genereert met voortdurend
hergebruik van de bereidingsstoom. Dit maakt het mogelijk
om etenswaren te bereiden in een omgeving met een cons-
tante vochtigheidsgraad, terwijl de levensmiddelen van
binnen zacht en van buiten krokant blijven. Bovendien worden
de bereidingstijden en het energieverbruik tot een minimum
beperkt. Gedurende de bereiding kan er stoom ontstaan,
die bij het openen van de deur naar buiten komt.
Dit verschijnsel is helemaal natuurlijk.
Op het moment van het openen van de
ovendeur, gedurende de bereidingsfase of aan
het einde hiervan, oppassen met de hete lucht
die uit de oven komt.
Zodra voedsel wordt verwarmd onstaat er stoom
die in contact komt met het glas van de ovendeur
en vervolgens waterdruppels op het glas vormt.
Dit is normaal en wordt niet door een fout in de
oven veroorzaakt. Om condensatie te
verminderen, de lege oven altijd 10 minuten
voorverwarmen. We adviseren deze druppels
na ieder gebruik te verwijderen.
4
3
2
1
Tips voor het gebruik van de
gasbranders
Indien u pannen met een dunne bodem gebruikt, is het
nodig de inhoud vaak (om) te roeren. Een dikkere bodem
vermindert het risico op lokaal aanbranden omdat op de
bodem een voldoende thermische compensatie
ontstaat.
We raden u aan pannen te gebruiken met een gepaste
grootte. Brede en lage pannen zijn geschikter dan
smalle en hoge pannen want ze zorgen voor een snelle
opwarming.
Men versnelt het koken niet door kleine pannetjes op een
grotere brander te zetten. Men verspilt er enkel gas door.
U gebruikt de branders op de juiste manier wanneer u
kleine pannen op de kleine brander zet en grote op de
grote brander. Met een gesloten, afgedekte pan vermijdt
u ook de verspilling van warmte.
Begin het koken steeds met een volledige vlam door de
regelknop op te zetten. Stel nadien de vlammen in
naar wens.
De vlam is aan de buitenzijde veel warmer dan binnenin
(de kern). Daarom moeten de punten van de vlammen
de bodem van de pan aanraken. De vlammen die buiten
de oppervlakte van de pan komen zijn een verspilling van
gas en energie. In tegenstelling tot elektrische
kookvlakken is het onnodig dat de pannen een vlakke
bodem hebben. Pannen met een dunne wand zullen de
warmte dan weer sneller doorgeven naar de inhoud dan
pannen met een dikkere wand. En omdat warmte niet
gelijkmatig over de bodem wordt verspreid kunnen de
ingrediënten lokaal oververhit geraken.
Enkele tips bij het gebruik van de oven
58
Traditionele bakwijze
Gezien de warmte van het plafond en de bodem komt, is
het aangewezen om de shcotels in het midden van de
oven te plaatsen. Naargelang voor het bakken meer
warmte boven of beneden nodig is, plaatst u de schotel
op een hoger of een lager niveau.
Bakken met hete-lucht
De schotels worden verwarmd door een warme
luchtstroom voortgebracht door een cirkelvormige
onderdeel en ventilator die zich achteraan in de oven
bevindt. Zo zal de hitte zich snel en gelijk verspreiden op
alle plaatsen van de oven, zodat u verschillende schotels
tegelijkertijd op verschillende niveaus van de oven kunt
klaarmaken.
Bij deze bakwijze worden door het verdwijnen van de
luchtvochtigheid en de drogere lucht, de geuren en
smaken van de verschillende shotels niet vermengd.
Dankzij de mogelijkheid om op de verschillende niveaus
van de oven te bakken kunt u tot drie verschillende
schotels klaarmaken om ze meteen op te dienen… of er
een deel van in te vriezen. U kunt uiteraard ook slechts
één niveau gebruiken. In dat geval is het aangewezen de
schotel op een lager te zetten zodat u de bereiding beter
in het oog kunt houden. Deze oven is ook zeer geschikt
voor het snel ontdooien, het steriliseren van bokalen,
confituur van het huis en, ten slotte, om champignons of
vruchten te drogen.
Het cirkelvormige onderdeel
Bakwijze met multifunctionele
oven
Met dit type oven kunt u verschillende bakwijzen of
bakprocedures aan: traditioneel, met convectie, warmte
lucht ventilatie en met de grill.
Tips bij het gebruik van de
traditionele oven
Het bakken van taarten
De oven minstens 10 minuten vóór her gebruik
voorverwarmen, behalve indien het gerecht het anders
vereist.
Open de ovendeur niet wanneer u gerechten klaarmaakt
die moeten rijzen (by, gistdeeg, soufflés…) De aanvoer
van koudere lucht zou het gistingsproces stoppen.
Om de evolutie von het bakken van de taart te
controleren, steekt u een tandenstoker in het deeg.
Indien hij er droog uitkomt is de taart voldoende
gebakken.
Wacht om dit te doen tot minstens 3/4 van de voorziene,
voorgeschreven baktijd is verstreken.
Houd er over het algemeen ook rekening mee dat:
een gerecht dat aan de buitenkant voldoende gebakken
is maar onvoldoende binnenin, een langere baktijd
noding had maar wel aan een lagere temperatuur.
En omgekeerd zal een droog gerecht een kortere baktijd
nodig hebben maar wel aan een hogere temperatuur.
4
3
2
1
59
Bakken met de grill
Met de grill kan u vooral rood vlees stukken (maar niet
te groot) vlees van verschillende grootte bakken;
gevogelte snijdt u best in twee en drukt u plat en verder
zijn ook vis, bepaalde groenten (by, courgettes,
aubergines, tomaat, enz.), en vlees-, vis- of
zeevruchtenbrochetten geschikt voor de grill.
Vlees en vis voor de grill oliet u vooraf in en legt u op het
rooster; zout het vlees op het einde van het braden; vis
daarentegen zout u best aan de binnenkant vóór het
bakken; het rooster plaatst u naar wens zo dicht
mogelijk of zo ver mogelijk van het grillelement om het
bakken te doseren zodat het oppervlak niet verbrandt en
het binnenste gedeelte niet rauw blijft.
Giet telkens 1 of 2 glazen water op de vetvanger om
rookvorming te vermijden door het druppen van jus en
vet op de warme plaat.
U kan de grill ook gebruiken om te gratineren, brood te
toasten of knapperig te maken en bepaalde vruchten
zoals bananen, halve pompelmoezen, stukken ananas,
appels, enz. te grillen. Dit fruit mag u echter niet te dicht
bij het grillelement plaatsen.
De baktijd
De baktijden varieren uitraard naargelang de
ingrediënten, hun homogeniteit en hun omvang. We
raden u aan de eerste baksels goed te observeren en
de resultaten ervan te noteren. Op basis van deze
gegevens kunt u deze of andere gerechten (opnieux)
klaarmarken.
We geven in de volgende tabel enkele richtinggevende
baktijden en temperaturen voor de oven en de grill.
Um eigen ervaring zal u vervolgens toelaten ev. variaties
op de aangegeven waarden aan te brengen.
Veel succes en veel kookgenot!
Het braden en bakken van vlees
Vlees dat u in de oven wil braden moet minstens 1 kg
wegen. Zo vermijdt u dat het te droog wordt. Indien u
gebraad wenst met een prachtig kleurtje, gebruik dan
weinig vetstoffen. Indien u mager vlees braadt, gebruik
dan wat olie en wat boter. Boter of olie zijn overbodig
indien het vlees bovenop een stukje zwoerd of vet heeft.
Indien het gebraad dat stukje vet op de zijkant heeft, legt
u beter die kant naar boven zodat wanneer het vet smelt
het nodige vet over het lagere deel zal verspreiden.
Rood vlees neemt u beter 1 uur vóór het braden uit de
koelkast, zo niet zal het bruuske temperatuurverschil het
vlees taaier maken. Gebraad, zeker rood vlees, moet niet
gezouten worden bij de aanvang van het braden omdat
het zout het vocht en het bloed uit het vlees zou halen
en het vlees dus zal verhinderen een smakelijk
braadkleurtje te krijgen.
We raden u aan het gebraad te zouten buiten de oven,
even na verloop van de helft van da baktijd.
Leg gebraad steeds in een schotel met een lage rand.
Een schotel met een hoge rand legt een scherm rond
het vlees en verhindert de goede verspreiding en
verdeling van de warmte.
Vlees kan gebakken worden in ovenvaste schotels of
rechtstreeks op het rooster waaronder u de vetvanger
plaatst. De ingrediënten van het braadvocht voegt u enkel
onmiddellijk aan de schotel wanneer de baktijd kort is,
zo niet wacht u tot het laatste half uur van de baktijd.
Rood, bloedend vlees begint u te bakken met een con-
stante hitte om vorvolgens de temperatuur te
verminderen om het binnenste van het vlees te braden.
De temperatuur van het braden van wit vlees kan
gematigd blijven van het begin tot het einde.
Het verloop van het braden kan u nagaan door met een
vork op het vlees te drukken. Indien het vlees niet meteen
meegeeft is het licht doorbakken (à point).
Op het einde van het braden raden we u aan een kwartier
te wachten vooraleer het te versnijden. Zo verliest het niet
teveel vocht.
U kan de dienborden warm houden in de oven. U moet
die wel op de minimale temperatuur houden.
Het bakken van vis
Vis van kleine omvang bakt u van het begin tot het einde
aan een hoge temperatuur. Bij middelgrote vis begint u
met een hoge temperatuur om zo langzaam de
temperatuur te verminderen. Grote vis bakt u van het
begin tot het einde aan een gematigde temperatuur.
U kan het verloop van het bakken controleren door
voorzichtig met een mes of een vork een stukje van de
buik op te heffen; het vlees moet gelijkmatig wit en
ondoorschijnend zijn. Dit geldt uiteraard niet voor zalm,
forel en gelijkaardige soorten.
Volg in elk geval steeds de aanwijzingen van de
recepten.
60
Adviestabel voor bakken en braden
ZOETE NAGERECHTEN
Met opgeklopt deeg 2 170 2 (1en3)* 160 45 ~ 60 In bakvorm
Kruimeldeeg, taartbodem
2 170 2 (1en3)* 160 20 ~ 30 In bakvorm
Ricottataart 1 160 2 150 60 ~ 80 In bakvorm
Appeltaart 1 180 2 (1en3)* 170 40 ~ 60 In bakvorm
Strudel 2 175 2 150 60 ~ 80
Vruchtenvlaai 2 175 2 (1en3)* 160 30 ~ 40
Fruit cake 1 175 1 160 45 ~ 60 In bakblik
Biscuit 1 175 2 (1en3)* 160 30 ~ 40 In bakvorm
Panettone 1 170 1 160 40 ~ 60 In bakvorm
Casinogebak 1 170 1 160 50 ~ 60 In bakblik
Kleine gebakjes
(met opgeklopt deeg) 2 175 2 (1en3)* 160 25 ~ 35 op bakplaat
Koekjes (kruimeldeeg) 2 160 2 (1en3)* 150 20 ~ 30 op bakplaat
Schuimpjes 2 100 2 (1en3)* 100 90 ~ 120 op bakplaat
Focaccia 2 190 2 (1en3)* 180 12 ~ 20 op bakplaat
Soesjes, roomsoezen
2 200 2 (1en3)* 190 15 ~ 25 op bakplaat
BROOD en PIZZA
1000 Wit brood 1 190 2 180 40 ~ 60 1 of 2 stokbroden
500 Roggebrood 1 190 1 180 30 ~ 45 In bakblik
500 Broodjes 2 200 2 (1en3)* 175 20 ~ 35 6 of 8 broodjes
250 Pizza 1 210 2 (1en3)* 190 15 ~ 30 op lekbak
OVENSCHOTELS
Met droge pasta 2 200 2 (1en3)* 175 40 ~ 50 In bakvorm
Met groenten 2 200 2 (1en3)* 175 45 ~ 60 In bakvorm
Quiches 1 200 2 (1en3)* 180 35 ~ 45 In bakvorm
Lasagna 2 180 2 160 45 ~ 60 In bakvorm
Cannelloni 2 200 2 175 40 ~ 55 In bakvorm
VLEES
1000 Braadstuk van rundvlees 2 1 9 0 2 1 7 5 50 ~ 70 Gebakken op rooster
1200
Braadstuk van varkensvlees
2 180 2 175 100 ~ 130 Gebakken op rooster
1000
Braadstuk van kalfsvlees
2 190 2 175 90 ~ 120 Gebakken op rooster
1500 Rosbief (saignant) 2 210 2 200 50 ~ 60 Gebakken op rooster
“ “ (matig gebakken) 2 210 2 200 60 ~ 70 Gebakken op rooster
“ “ (goed gebakken) 2 210 2 200 70 ~ 80 Gebakken op rooster
2000 Schouderham 2 180 2 170 120 ~150 Met zwoerd
1200 Lamsvlees 2 190 2 175 110 ~ 130 Bil
1000 Kip 2 190 2 175 60 ~ 80 Heel
4000 Kalkoen 2 180 2 160 210 ~ 240 Heel
1500 Eend 2 175 2 160 120 ~ 150 Heel
3000 Gans 2 175 2 160 150 ~ 200 Heel
1200 Konijn 2 190 2 175 60 ~ 80 In stukken
1200 Varkenspoot 2 180 2 160 100 ~ 120 2 poten
1500 Haas 2 190 2 175 150 ~ 200 In stukken
800 Fazant 2 190 2 175 90 ~ 120 Heel
- Gehaktbrood 2 180 2 160 40 ~ 60 In bakblik
VIS
1200 Forel - Zeebrasem 2 190 2 (1en3)* 175 30 ~ 40 3-4 hele vissen
1500 Tonijn - Zalm 2 190 2 (1en3)* 175 25 ~ 35 4-6 moten in vorm
Traditionele bereiding
Gewicht in
(gr.)
GERECHT
hetelucht bereiding
OPMERKINGEN
Bereidingsduur
minuten
temp.
°C
temp.
°C
Traditionele en hetelucht bereiding
(*) Bij een geventileerde bereiding op meer niveaus, is het aangewezen de niveaus aangegeven tussen haakjes te
respecteren.
Niveau
4
3
2
1
Niveau
4
3
2
1
De aangegeven bereidingstijden houden geen rekening met de voorverhitting.
De lege oven altijd 10 minuten voorverwarmen.
61
Rundshaas
4 800 3 max 12 ~ 15 12 ~ 14
Biefstukken 4 600 3 max 10 ~ 12 6 ~ 8
Worst 8 3 max 12 ~ 15 10 ~ 12
Varkenskarbonade 4 600 3 max 12 ~ 16 12 ~ 14
Have kip 2 1000 3 max 30 ~ 35 25 ~ 30
Spiesjes 4 3 max 10 ~ 15 10 ~ 12
Kippenborst 4 400 3 max 12 ~ 15 12 ~ 14
Hamburger 6 600 3 max 10 ~ 15 8 ~ 10
Vis, filet (tong) 4 400 3 max 12 ~ 14 10 ~ 12
Gevulde tosti 4-6 3 max 5 ~ 7
Wit tostibrood 4-6 3 max 2 ~ 4 2 ~ 3
Bereiding op grill
Bovenkant
°C
Temperatuur
Nummer
stukken
Gewicht
in gr.
Hoeveelheid
Bereidingsduur
(minuten)
Onderkant
GERECHT
Niveau
4
3
2
1
De aangegeven bereidingstijden houden geen rekening met de voorverhitting.
De lege oven altijd 10 minuten voorverwarmen.
62
Onderhoud
Voor het reinigen de ovenuitschakelen en
laten afkoelen.
Dit apparaat mag niet worden
schoongemaakt met stoom of met een
stoomreiniger.
De oven moet altijd schoon worden
gehouden. Een opeenhoping van vet of
andere voedselresten kan brand ten gevolge
hebben, in het bijzonder in de grillpan.
Onderhoud van het fornuis
De druppels saus, sap, fruitsap, ecc. moeten zo vlug
mogelijk verwijderd worden met een vochtig doek. Zo
niet, zouden ze op de lange duur het blinken van het
email doen verdwijnen.
Om lichte strepen te doen verdwijnen in het email,
gebruikt U een gewoon licht schuurmiddel in
poedervorm.
Gebruik geen staalwol of messen om incrustatie te
verwijderen.
Voor de dagelijkse schoonmaak gebruikt U water met
reinigingsmiddel of n van de talrijke producten in de
handel.
Was de geemailleerde roosters met water en
reinigingsmiddel; U kan ze ook in afwasmachine
plaatsen.
Verwijder het bovenste gedeelte van de gaspit en de
gasontstekers en was ze heel nauwkeurig met warm
water en reinigingsmiddel. Droog ze goed vooraleer ze
terug te plaatsen.
Verzeker U ervan dat ze bovendien juist op hun plaats
staan.
De gaspit kan gepoetst worden met staalwol of een licht
schuurmiddel in poedervorm.
De ovendeur wast U enkel met warm water en vermijdt
U het gebruik van ruwe doeken of schuurmiddelen.
Onderhoud van de oven
Na gebruik maakt U de oven heel nauwkeurig schoon
en dit wanneer hij nog een beetje warm is.
Inderdaad, op dat moment kan U gemakkelijk de vet- of
andere resten en het fruitsap verwijderen.
Gebruik warm water met reinigingsmiddel, ofwel een van
de sprays die in de handel verkrijgbaar zijn. Volg
hiervoor de aanwijzingen van de producent. Richt de
spray niet op de delen in glansstaal, U zou ze kunnen
beschadigen.
De accessoires van de oven maakt U met warm water
en reinigingsmiddel schoon.
Eventuele incrustaties verwijdert U met en licht
schuurmiddel in poedervorm.
Bedek nooit de ovenwanden of de
ovenbodem met aluminiumfolie om de
grasspatten op te vangen.
U zou een opeenstapeling van warmte
voortbrengen dat het resultaat van het
bereiden negatief beinvloedt en U zou het
email kunnen beschadigen.
Verscheidene controles
Controleer geregeld de status van behoud van de
flexibele tube van de gasverbinding en laat hem
vervangen door bevoegd personeel wanneer hij
nauwelijks een afwijking vertoond.
We raden een jaarlijkse vervanging aan.
Laat geregeld de kraantjes van de gasregeling smeren
door gekwalificeerd personeel. Als men eem afwijking
in het functioneren noteert, is het noodzakelijk de
keuken te laten controleren door gekwalificeerd
personeel.
63
Vervangen van binnenverlichting
Als de ovenlamp moet worden vervangen, dan moet deze
voldoen aan de volgende eisen:
- Vermogen: 15 / 25 W,
- Voltage: 230 V (50 Hz),
- Hittebestendig tot 300°C,
- Soort verbinding: E14.
Deze lampen zijn verkrijgbaar bij Klantenservice.
Om de kapotte lamp te vervangen:
1. Zorg ervoor dat de oven is afgesloten van het lichtnet.
2. Draai de glazen beschermkap tegen de klok in los.
3. Verwijder de kapotte lamp en vervang deze door een
nieuwe.
4. Doe de glazen beschermkap terug op zijn plaats.
5. Sluit de oven weer aan op het lichtnet.
1
2
3
"
Schoonmaak van de ovendeur
Om de ovendeur volledig te kunnen schoonmaken, is het
aan te raden de deur te demonteren.
U gaat als volgt te werk:
1. open volledig de deur;
2. de twee hefboompjes van de ara van de scharnier
180° draaien (Fig. 1, 2);
3. de deur bijna dicht doen tot een hoek van ongeveer
30°, optillen en uit de voorkant halen (Fig. 3).
De deur terug installerendoor de hierboven beschreven
handelingen te volgen in tegenovergestelde volgorde.
Modellen van roestvrij staal of aluminium
Wij raden aan de ovendeur uitsluitend te reinigen met
behulp van een natte spons en deze daarna met een
zachte doek te drogen.
Gebruik nooit staalwol, zuren of schuurmiddelen, deze
kunnen het oppervlak van de oven beschadigen.
Dezelfde aanwijzigen gelden voor het schoonmaken van
het bedieningspaneel van de oven.
64
!!
!!
! De gasaanvoer lijkt abnormaal:
!!
!!
! Er is een gaslucht waarneembaar
!!
!!
! De oven warmt niet op
!!
!!
! Te lange kooktijden
!!
!!
! Er komt rook uit de oven
!!
!!
! Het ovenlicht werk niet
!!
!!
! Het display geeft "12.00" aan
Vergewis u ervan of:
- de gaten van de vlamverdeler van de brander(s)
niet verstopt zitten;
- wanneer de gas uit een fles komt, de gasfles
niet leeg is;
- de drukregelaar werkt;
- de kraan van de gasfles volledig open staat.
Vergewis u ervan of:
- er geen kraan is blijven open staan
- de voedingsbuis goed gedlaatst werd en in goede
staat verkeert; denk eraan dat die minstens
éénmaal per jaar moet vervangen worden.
Zoek nooit naar een gaslek met een
brandende lucifer. gebruik schuim of
zeepwater.
Vergewis u ervan of de ovenknop wel degelijk aan
staat.
Controleer of de gekozen temperatuur
overeenstemt met de voeding/het gerecht dat u
klaarmaakt.
We raden u aan de oven te reinigen telkens u hem
gebruikt hebt.
Tijdens het braden van vlees vormen zich
vetspatten; wanneer deze niet verwijderd worden,
zullen ze rook en geuren veroorzaken tijdens
volgende bakbeurten. Zie daarover het stuk over
het schoonmaken van de oven.
Wellicht is het lampje zelf stuk. Hoe u het moet
vervangen, kijkt u na in de paragraaf daarover.
Indien na deze controles het fornuis nog steeds
niet werkt, wendt u zich best tot het
dichtstbijgelegen Servicecentrum en houd alle
gegevens over het toestel bij de hand: model en
identificatienummer.
Klok gelijk zetten (zie hoofdstuk "Instellen van de
dagtijd").
Wan te doen indien
Indien het toestel niet naar behoren werkt, kijkt u, voordat u de Servicedienst belt, best de volgende punten na:
Service en onderdelen
Als de storing na deze verificatie blijft, wendt u zich dan
tot de ELECTROLUX SERVICE. Geef daarbij op om
welke storing het gaat, het modelnummer (Mod. No.) en
het productnummer (Ser. No.) die u op het typeplaatje
vindt.
65
Instructies voor de installateur
De volgende instructies relatief aan de installatie en het
regelen moeten uitgevoerd worden door gekwalificeerd
personeel. Het apparaat moet correct en conform met
de normen en de wetten van kracht, worden
geinstalleerd.
Om het even welke tussenkomst moet worden
gedaan bij een uitgeschakeld apparaat.
De constructiefirma wijst elke
verantwoordelijkheid af voor eventuele
schade voortkomend uit een installatie die
niet conform is aan de geldende normen.
Plaats van installatie
Voor een goed functioneren van het apparaat, is het
noodzakelijk dat er in de kamer de nodige lucht voor de
gasverbranding kan toestromen op een natuurlijke wijze.
(De installateur moet de nationale normen van kracht
volgen.) De toevoer van lucht moet rechtstreeks vanuit
openingen komen die niet van binnen, noch van buiten,
verstopt mogen worden. De hierna volgende instructies
zijn bestemd voor de erkende installateur. De installatie
en onderhoud van het toestel moeten worden uitgevoetd
door een bevoegde installateur overeenkomstig de
geltende voorschriften en de regels van de kunst, met
name: NBND 51003. Voor de toestellen aangesloten op
het lichtnet: NBN normen. Wij kunnen geen
verantwoordelijkheid aanvaarden voor ongevallen of
incidenten veroorzaakt door een defecte of onbestaande
aarding.
Uitlaat van de
verbrandingsstoffen
De gasfornuizen moeten de verbrandingsstoffen uitlaten,
conform aan de nationale normen van kracht.
Oven
Onderelement 1000 W
Bovenelement 800 W
Onder- en boven-element 1800 W
Grill-element 1650 W
Hete-lucht 2000 W
Ovenverlichting 25 W
Cirkulatieventilator 25 W
Aansluitwaarde oven 2050 W
Lichtnetspanning (50 Hz) 230 V
Technische Gegevens
Afmetingen van de apparaten
Hoogte 850 mm
Breedte: 600 mm
Diepte 600 mm
Inhoud 56 l
Apparaat klasse 1 en klasse 2 sub-klasse 1
CATEGORIE: II2E+3+
In de fabriek getest apparaat om met het volgend soort
gas te werken: G20/G25 20/25 mbar
Kookplaat
Brander/ zone linksachter (Normaalbrander) 2000 W
Brander/ zone linksvoor (Sterkbrander)
3000 W (Aardgas) - 2,8 W (LPG)
Brander/ zone rechtsachter (Normaalbrander)2000 W
Brander/ zone rechtsvoor (Kleinbrander) 1000 W
66
Plaatsing
Dit is een type X toetsel.
Het werd ontworpen om te plaatsen tussen twee
meubelstukken waarvan de hoogte die van de kookplat niet
overschrijdt (EN 60 335-2-6).
Nivellering
De fornuizen zijn uitgerust met afstelbare pootjes die zich
zowel voorals achteraan de sokkel bevinden.
U kan die pooties regelen om de hoogte van het fornuis bij
te stellen naar de nevenstaande kasten en voor een
waterpasstelling van de vloeistof in de pannen op het
fornuis.
Gasaansluiting
De gasaansluiting moet worden uitgevoerd in
overeenstemming met de nationaal geldende normen.
Het toestel werd vóór het de fabriek verliet, getest en
afgesteld voor het soort gas dat aangeduid staat op het
identificatieplaatje achteraan op het fornuis, naast de
aansluiting. Vergewis u ervan dat het gebruikte en
voorhanden zijnde gas overeenstemt met het soort gas op
het plaatie.
Aaansluiting met een vaste buis
of een metalen en soepele slang
Om veiliger te zijn raden we aan de aansluiting uit te voeren
met vaste buizen (bv. in koper) of met soepele buizen in
inoxstaal zodat het toestel niet beschadigd raakt.
De aansluiting aan de gasmond voor deze toestellen is Gc
1/2.
Aaansluiting met soepele, niet-
metalen buis
Wanneer u voor de aansluiting een soepele niet-metalen
buis of slang gebruikt, moet u bij de controel van de staat
van de slang vooral op de volgende punten letten:
- de slang vertoont geen plooien, versmallingen,
brandsporen; zowel aan de beide uiteinden als over de
volledige lengte;
- het materiaal is niet hard geworden en is dus nog steeds
even soepel en buigzaam;
- de verbindings- en sluitingsringen (als er zijn) zijn niet
geroest;
- de geldigheidsdatum (als er een is) niet verstreken is.
De slang moet als volgt geplaatst worden:
- mag niet onder spanning of gedraaid zijn;
- mag niet in aanraking komen met scherpe voorwerpen
of met scherpe randen;
- het moet makkelijk zijn om de staat van de slang te
controleren.
Indien zich toch één van bovenvermelde dingen voordoet (of
meerdere tegelijk) moet u da slang niet laten herstellen
maar volledig vervangen.
BELANGRIJK: Wanneer de installatie voltooid
is, gaat u de goede vastheid van de
verbindingen na met schuim of zeepwater maar
NOOIT met een vlammetje.
FO 0063
FO 0163
FO 0392
NEEN
ELEKTRISCHE
KABEL
SOEPELE RUBBEREN
SLANG
JA
SOEPELE RUBBEREN
SLANG
ELEKTRISCHE
KABEL
67
Aanpassing voor verschillende
gassorten
Om het fornuis aan een verschillend soort gas aan te
passen dan dat waarvoor het vooraf geregeld is, de
opeenvolgende handelingen verrichten.
Gasverbinding
LPG: de rubber-houder “C” gebruiken
Aardgas: de verbinding “A” gebruiken
Steeds de pakking “B” invoegen . Daarna overgaan tot de
verbinding volgens de gegeven instruktie’s.
(Zie de overeenkostige paragraaf).
Vervanging en regeling van de
sproeiers van de kookplaat
1. Vervanging van de sproeiers:
De roosters wegnemen.
De deksels en de kronen van de branders afnemen.
Met een sleutel van 7 de sproeiers losschroeven en
wegnemen en deze vervangen door diegenen die
geschikt zijn voor het te gebruiken gas (zie tabel
"Algemene eigenschappen").
De onderdelen weer monteren door de beschreven
handelen knop de tegenovergestelde manier te verrichten.
Deze branders hebben geen primaire luchtregeling
nodig.
2. Minimum regeling branders van de kookplaat
Om het minimum te regelen, een vlam aansteken, de
knop op de minimim positie brengen, de knop wegnemen
en dan:
- in geval van transformatie van aardgas noor LPG gas,
het by-pass schroofje van de kranen goed
vastschroeven;
- in geval van transformatie van LPG gas noor aardgas,
het by-pass schroofje ongeveer 1/4 draai losschroeven,
totdat men een kleine regelmatige vlam verkrijgt.
De onderdelen weer monteren door de beschreven
handelen knop de tegenovergestelde manier te verrichten.
Aan het einde controleren dat de brander niet uit gaat door
de knop snel van de maximum naar de minimum positie
te draaien.
Maximale
calorisch
debiet
Minimale
calorisch
debiet
AARDGAS
LPG
Richtpunt
1/100
G20
20
mbar
G25
25
mbar
g/h
Richtpunt
1/100
G 30 G 31
m
3
/h
kW
kW
Normaalbrander
Kleinbrander
1
2
Aardgas
3
Gas LPG : 2,8
0,33
0,45
0,65
70
96
119
0,095
0,190
0,286
0,111
0,221
0,332
50
71
86
72,5
145
203
71,5
143
200
Sterkbrander
BRANDER
ALGEMENE EIGENSCHAPPEN
Bypass vijs
Brander Ø By-pass
in 1/100
of mm.
Kleinbrander 28
Normaalbrander 32
Sterkbrander 40
DIAMETERS VAN BY-PASS
68
Elektrische Aaansluiting
Het toestel is geschikt voor een aansluiting op een
spanning van 230 V monofase.
De elektrische aansluiting moet gebeuren volgens de
geldende normen en schikkingen voorzien in de
wetgeving.
Ga vóór het aansluiten na of:
- de hoofdzekering en de installatie van het huis de
lading van het toestel aankunnen (zie het
identificatieplaatje achteraan)
- de voedingsinstallatie uitgerust is met een
doeltreffende aarding volgens de geldende normen en
schikkingen voorzien in de wetgeving.
- het stopcontact en de bipolaire schakelaar makkelijk
bereikbaar zijn wanneer het fornuis is uitgerust en
verbindt het met een gepaste stekker.
Het toestel moet rechtstreeks op het net wenst
verbonden zijn, moet u tussen het toestel en het net een
bipolaire schakelaar zetten met min. 3 mm opening
tussen de contacten, aangepast aan de lading en
voldoend aan de geldende normen.
De geel/groene aarding mag niet onderbroken worden
door de schakelaar.
De fasedraad - kastanjekleur (komend van de klem “L”
van het fornuisbord) moet altijd verbonden zijn met de
fase van het voedingsnet. De voedingskabel moet altijd
zo geplaatst worden dat hij over de hele lengte nooit een
temperatuur kan bereiken die 50°C hoger is dan de
kamertemperatuur.
Indien u de voedingskabel vervangt, gebruik dan draad
van het type H05RR-F / H05V2V2-F (T90) / H05VV-F
met een sectie aangepast aan de lading. U moet er
bovendien voor zorgen dat de kleine geel/groene aarding
ongeveer 2 cm langer is dan de fase en neutrale draden.
Na de aansluiting gaat u de opwarming na door de
elementen ongeveer 3 minuten aan te zetten.
De fabrikant wijst alle verantwoordelijdheid af
indien de preventienormen niet werden
gerespecteerd.
Fase
FO 0073
Neutraal
Aarde (geel-groen)
69
WAARBORGVOORWAARDEN
Onze toestellen worden met de grootst mogelijke
zorgvuldigheid geproduceerd. Desondanks kan het
voorkomen dat er een defect optreedt. Onze
klantendienst zal dit op verzoek herstellen, zowel
binnen als buiten de waarborgtermijn. De levensduur
van het toestel wordt daardoor niet negatief beïnvloed.
Onderstaande waarborgvoorwaarden zijn gestoeld op
de EU Richtlijn 99/44/EG en het Burgerlijk Wetboek.
De daaruit voortvloeiende rechten blijven onverlet.
Ook de waarborgverplichtingen van de verkoper naar
de eindgebruiker blijven onaangetast.
Voor dit toestel verlenen wij waarborg volgens
onderstaande voorwaarden:
1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de
voorwaarden 2 tot en met 15 gebreken aan het
toestel die zich openbaren binnen 24 maanden
vanaf de datum van levering aan de eindgebruiker.
Deze waarborgvoorwaarden zijn niet van toepassing
in geval van professioneel of daarmee gelijk te
stellen gebruik.
2. De waarborgprestatie houdt in dat het toestel
kosteloos wordt teruggebracht in de toestand die
het had voor het defect optrad. Gebrekkige
onderdelen worden hersteld of vervangen.
Kosteloos vervangen onderdelen worden ons
eigendom.
3. Het gebrek moet terstond gemeld worden, om
mogelijke verdere schade te voorkomen.
4. Voor een beroep op waarborg dient het
aankoopbewijs met aankoop- en/of leveringsdatum
te worden overlegd.
5. De waarborg heeft geen betrekking op schade aan
kwetsbare onderdelen, zoals (vitrokeramisch) glas,
kunststof, rubber, die ontstaan is door onzorgvuldig
gebruik
6. De waarborg heeft geen betrekking op kleine
afwijkingen van de gestelde kwaliteit die voor de
waarde en deugdelijkheid van het toestel
onbeduidend zijn.
7. De waarborg geldt evenmin voor schade
veroorzaakt door:
chemische en elektrochemische inwerking van
water,
abnormale milieuomstandigheden in het algemeen
voor het toestel oneigenlijke
bedrijfsomstandigheden
contact met agressieve stoffen.
8. De waarborg heeft geen betrekking op gebreken
door transportschade die buiten onze
verantwoordelijkheid is ontstaan, niet vakkundige
installatie of montage, verkeerd gebruik, gebrekkig
onderhoud, of het niet in acht nemen van de
gebruiks- of montageaanwijzingen.
9. Het recht op waarborg vervalt wanneer het defect
werd veroorzaakt door herstelling of ingrepen door
derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of
wanneer het toestel voorzien werd van toebehoren
of onderdelen die niet origineel zijn en daardoor
een defect veroorzaken.
10. Toestellen die gemakkelijk kunnen worden vervoerd
dienen te worden overhandigd of gezonden naar
onze klantendienst. Herstelling ter plaatse kan
slechts worden gevraagd voor grote of ingebouwde
toestellen.
11. Indien het toestel zodanig is ingebouwd,
ondergebouwd, opgehangen of geplaatst dat de
benodigde tijd voor het in- en uitbouwen samen
meer dan 30 minuten bedraagt, dan worden de
hierdoor ontstane extra kosten aan de gebruiker
in rekening gebracht. Schade die ontstaat door
abnormale in- of uitbouw komt ten laste van de
gebruiker.
12. Indien binnen de waarborgperiode de herstelling
van hetzelfde gebrek meermaals mislukt of de
herstellingkosten disproportioneel zijn wordt in
overleg met de gebruiker een gelijkwaardige
vervanging geleverd. In geval van vervanging
behouden we ons het recht voor om een vergoeding
te rekenen naar rato van de verstreken
gebruiksperiode.
13. Herstelling onder waarborg heeft geen verlenging
van de waarborgtermijn noch aanvang van een
nieuwe waarborgtermijn tot gevolg.
14. Op herstellingen geven wij een waarborg van 12
maanden, uitsluitend op hetzelfde gebrek.
15. Verdere of andere rechten, in het bijzonder
vergoeding van schade ontstaan buiten het toestel,
zijn uitgesloten voor zover een aansprakelijkheid
niet wettelijk is vastgelegd.
In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding
de aankoopwaarde van het toestel niet overtreffen.
Deze waarborgvoorwaarden gelden voor in België
gekochte en/of in gebruik zijnde toestellen. Indien een
toestel naar het buitenland wordt gebracht dient de
gebruiker na te gaan of het toestel voldoet aan de
technische voorwaarden ( o.a. spanning, frequentie,
installatievoorschriften, gassoort,
klimaatomstandigheden) in het betreffende land. Voor
in het buitenland aangeschafte toestellen dient de
gebruiker zich zelf te vergewissen van de bepalingen
in België. Noodzakelijke of gewenste aanpassingen
vallen niet onder de waarborg, en kunnen niet altijd
worden aangebracht.
Ook na afloop van de waarborgtermijn staat onze
klantendienst u ter beschikking.
Adres Klantendienst:
ELECTROLUX HOME PRODUCTS BELGIUM
Bergensesteeweg, 719
1502 LEMBEEK
Tél. 02.363.0444
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22

Electrolux EKM6700 Handleiding

Type
Handleiding