GIANT BICYCLES LAFREE TWIST Handleiding

Categorie
Fietsen
Type
Handleiding
GEBRUIKSHANDLEIDING VOOR
DE LAFREE TWIST
1. Lees deze handleiding! 3
1.1 Handelsmerken 3
1.2 Goedkeuring en conformiteit
2. Hoe het wordt genoemd 4
2.1 Algemeen 4
2.2 Batterij en oplader 5
2.3 Stuur en stuurpen 5
2.4 Positie van de serienummers 6
3. Juiste formaat en veiligheid 7
3.1 Passend 7
3.2 Zadelstand 8
3.3 Hoogte en hoek van stuur 9
3.4 Veiligheidsuitrusting 9
3.4.1 Lichten 9
3.4.2 Reflectoren 10
3.4.3 Helm 10
3.5 Mechanische veiligheidscontroles 10
3.5.1 Moeren en bouten 10
3.5.2 Banden en wielen 10
3.5.3 Remmen 10
3.5.4 Snel ontkoppelde onderdelen 11
3.5.5 Uitlijning van stuur en zadel 11
4. Veilig en verantwoord fietsen 12
4.1 De grondbeginselen 12
4.2 Verkeersregels 12
4.3 In nat weer fietsen 12
4.4 's Nachts fietsen 12
5. Batterij en oplader bedienen 13
5.1 Batterij verwijderen, opladen en installeren 13
5.1.1 Algemeen 13
5.1.2 Verwijderen, opladen, installeren 13
5.1.3 Refresh/laden 15
5.1.4 Energie-indicator 17
5.1.5 Batterijvermogen, bereik en laadtijd 17
5.1.6 Bereik 18
5.2 Opslag en vervoer 19
Batterij bewaren 19
Vervoer van de Lafree Twist 19
5.3 Verzorging en onderhoud 19
Batterij 19
Oplader 19
5.4 Afvoer van oude batterijen 20
NEDERLANDS
1
2
6. Hoe dingen werken 21
6.1 Algemeen 21
6.2 Stroomschakelaar 21
6.3 Snelontkoppeling voor voorwiel 22
6.3.1 Algemeen 22
6.3.2 Het snelontkoppelingsmechanisme afstellen 23
6.3.3 Secundaire naspantoestellen voor het voorwiel 23
6.3.4 Een snel ontkoppelend voorwiel verwijderen 23
6.3.5 Een snel ontkoppelend voorwiel installeren 24
6.4 Remmen 24
Hoe remmen werken 24
6.5 Schakelen 25
6.5.1 Waarvoor de versnellingen dienen 25
6.5.2 Versnellingen schakelen 25
6.6 Buiten- en binnenbanden 25
6.6.1 Buitenbanden 25
6.6.2 Luchtventielen voor banden 25
6.7 Verlichtingssysteem 26
6.8 Slot 26
6.9 Standaard 26
6.10 Bagagedrager 27
7. Transport van de Lafree Twist 27
8. Reparatie en onderhoud 28
8.1 Algemeen 28
8.2 Reparatie- en onderhoudsschema. 28
8.3 Aanhaalkoppel 30
9. Voorzorgsmaatregelen en procedures 31
9.1 Nooduitrusting en kennis 31
9.2 Als u een platte band krijgt 31
9.3 Als u een spaak breekt 32
9.4 Als u botst 32
10. Accessoires voor gemak en capaciteit 33
11. Verkoopservice 33
11.1 Over uw leverancier 33
11.2 Garantiebepalingen van Lafree Europe 33
Lees alle informatie in deze handleiding
zorgvuldig door om uw elektrische Lafree
Twist fiets zo optimaal, veilig en prettig
mogelijk te kunnen gebruiken.
Gefeliciteerd! U bent zojuist de opwindende
wereld van elektrische ondersteuning voor
fietsen binnengefietst. Behalve dat de Lafree
Twist een volledig functionele fiets is, heeft
deze een geïntegreerde boordeenheid voor
elektrische ondersteuning. Het versterkte
pedaalsysteem is gebruiksvriendelijk en
inzichtelijk. Vanwege de geperfectioneerde
technologie is het echter uitermate belangrijk
dat u de richtlijnen voor de bediening
zorgvuldig en volledig in acht neemt, omdat u
anders de motor, de energievoorziening
(batterijpak/-lader) of de hele fiets zou kunnen
beschadigen.
Hoewel de Lafree Twist als een normale fiets
functioneert, dient u toch de hoofdstukken
over de bediening van de fiets te lezen,
vooral als u de afgelopen 10 jaar niet hebt
gefietst of geen fiets hebt gehad. Het
vermogen en de configuratie van onderdelen
is ingrijpend veranderd en hoewel deze
gebruiksvriendelijk en inzichtelijk zijn, zullen
deze er mogelijk anders uitzien dan wat u
kent!
Als u enige tijd neemt om de
bedieningsmethoden van de Lafree Twist te
leren begrijpen, zult u het uiterste uit elke rit
kunnen halen.
Lees paragraaf 5.1: “Batterij verwijderen,
laden en installeren” alvorens Lafree Twists
elektrisch aangedreven functies te gebruiken.
Lafree Twists batterij moet volledig zijn
geladen, voordat de motor (elektrisch
ondersteund trappen) kan worden gebruikt.
1.1 Handelsmerken
De volgende handelsmerken zijn
geregistreerde handelsmerken van Giant in
Europa en andere landen:
Lafree
•Twist
1.2 Goedkeuring en
conformiteit
Deze Lafree Twist fiets voldoet aan de
voorschriften van de volgende EC
richtlijn:richtlijn voor Elektromagnetische
Compatibiliteit (89/336/EEG).
3
1
LEES DEZE HANDLEIDING!
2.1 Algemeen
1. Stuur
2. Stuurstang (2 versies: heren en dames)
3. Vermogensregelaar - linkerkant
4. Schakelaar voor drieversnellingsnaaf -
rechterkant
5. Frame
6. Zitbuis
7. Voorvork
8. Wiel
9. Band
10. Loopvlak
11. Zijwand
12. Klepsteel (deel van binnenband)
13. Binnenband
14. Velg
15. Spaak
16. Naaf
17. Snel ontkoppelende nokhefboom
18. Onderbeugel
19. Krukarm
20. Kettingring (in motorkast)
21. Ketting
22. Pedaal
23. Achterste drieversnellingsnaaf / getand
kettingwiel
24. Zitbalk (2 versies: heren en dames)
25. Zadel
26. Zitbalkbeugel
27. Voorste lineaire trekrem
28. Remblok
29. Achterste lineaire trekrem
30. Reflector
31. Motorkast
32. Standaard
33. Spatbord/-scherm (voor en achter)
34. Dynamo
35. Voorlicht
36. Achterlicht
37. Slot
38. Bagagedrager
4
2
HOE HET WORDT GENOEMD
25
4
3
1
1
24
26
3729
38
30
36
33
23
32 21 31 18 20 19 22
7
17
12
16
14
15
13
34
27
28
6 5
33
35
AFB. 1
9
8
10
11
2.2 Batterij en oplader
1 Batterij
2 Batterijslot
3 Handvat
4 Energie-indicator
5 Laadbus
2.3 Stuur en stuurpen
1. Stuur
2. Stuurpen (2 versies: heren en dames)
3. Greep
4. Vermogensregelaar
5. Bel
6. Schakelhendel
7. Tandwielindicator
8. Voorste remhandgreep
9. Achterste remhandgreep
10. Trommel voor remafstelling
11. Afstelbout voor stuurpen
12. Inclinatiebout voor stuurstang
13. Klembout voor stuur
6 Busdop
7 Oplader
8 Laadstekker
9 Krachtstop
10 Opfrisknop
5
3
2
3 1
4 7
10
8
3
4
5
1
2
6
7
9
9
65 8
1
4
AFB. 2 AFB. 3
AFB. 4
stuurpenhoogte
afstelbout
minimale
insteekmarkering
afstelbout
stuurpen
klembout
13
12
11
10
AFB. 5
AFB. 6
6
2.4 Positie van de
serienummers
Noteer de serienummers van Lafree fiets en
de batterij voor toekomstige verwijzingen. Het
serienummer van de fiets is gestempeld in de
linker rugzijde van het gedeelte van het frame
dat de as van het achterwiel vasthoudt.
Serienummer van batterij.
Batterij met serienummer)
AFB. 7
AFB. 8
7
3.1 Passend
Zorg ervoor dat de fiets past. Een fiets die te
groot of te klein is voor de fietser, is moeilijker
te besturen en kan ongemakkelijk of
gevaarlijk zijn.
Frameformaat.
Uw leverancier zal het beste frameformaat
voor u hebben aangeraden op basis van de
verschafte informatie. Als u uw eigen fiets in
een fietsenwinkel hebt uitgezocht, zal uw
leverancier de tijd hebben genomen om u te
voorzien van het juiste frameformaat op dat
moment. Als iemand anders de fiets voor u
heeft uitgekozen, als een cadeau
bijvoorbeeld, is het belangrijk voor u te
controleren of deze past alvorens erop te
gaan rijden.
Standhoogte (zie afb.10).
Het is de afstand van de grond tot de
bovenkant van de bovenbuis bij de plaats
waar uw kruis zou zijn als u met gespreide
benen over de fiets zou staan halverwege het
zadel en de stuurstang. Ga schrijlings over de
fiets staan om dit te controleren. Als uw kruis
het frame raakt, is de fiets te groot voor u.
Een fiets waarmee u alleen op wegen rijdt,
moet minimaal beschikken over een
tussenruimte van 2,5 tot 5 cm tussen de
bovenbuis en uw kruis. Een fiets waarmee u
over terreinpaden gaat rijden, moet een
tussenruimte van minimaal 7,5 cm hebben,
terwijl een mountainbike voor gebruik op ruw
terrein een tussenruimte van 10 cm of meer
moet bieden.
3
JUISTE FORMAAT EN VEILIGHEID
AFB. 9
3.2 Zadelstand
Om het meeste profijt en gemak van uw fiets
te hebben, moet het zadel correct worden
afgesteld.
aVerticale afstelling.
De juiste zadelhoogte wordt door uw
beenlengte bepaald. Om de juiste
zadelhoogte te controleren:
• ga op het zadel zitten
• zet één hiel op een pedaal
• draai de kruk tot het pedaal met uw hiel
in de laagste stand is en de kruk parallel
met de zitbuis is.
• uw been moet vrijwel recht zijn. Zo niet,
dan moet uw zadelhoogte worden
aangepast.
Om de zadelhoogte aan de passen, moet u de
bevestigingsbout van de zadelpen losdraaien
(zie afb. 10) en de zadelpen zo nodig naar
boven of naar beneden verplaatsen.
Controleer dan of het zadel parallel is met de
bovenbuis van de fiets en draai de
bevestigingsbout van de zadelpen weer
voldoende stevig vast, zodat u het zadel niet
scheef kunt draaien. Controleer de afstelling
op bovenstaande wijze. De zadelpen mag
NIET uitsteken achter de minimale
insteekmarkering van het frame (zie afb. 11).
OPMERKING:
Om de kwaliteit van het frame te kunnen
waarborgen, gebruikt Giant verschillende
soorten zadelpennen voor de Lafree Twist
heren- en damesfietsen. Het verschil tussen
de 2 soorten zadelpennen is de positie van de
minimale insteekmarkeringen. De minimale
insteeklengte van de zadelpen voor de
damesfiets is 15 cm. De minimale insteek-
lengte van de zitbalk voor de herenfiets is 10
cm. Denk hieraan als u een nieuwe zadelpen
nodig hebt. Let op als u zadelpen van dames-
en herenfietsen verandert.
b Horizontale afstelling.
Om de aangenaamste positie te vinden,
moet u de zadelklem losdraaien en het
zadel naar voren of naar achteren bijstellen
tot deze bij u past. Draai de zadelklem
weer vast. (Zie afb. 12).
c Afstelling van hellend zadel.
De meeste mensen prefereren een
horizontaal zadel, maar sommige fietsers
prefereren een zadel dat enigszins
omhoog of omlaag helt. Stel de schuine
stand van het zadel bij door de zadelklem
los te draaien, kantel het zadel naar de
gewenste stand en draai de zadelklem
weer vast. Zeer kleine veranderingen in de
zadelstand zullen veel verschil uitmaken.
Breng slechts één verandering tegelijk en
alleen in kleine stappen aan, tot u de
meest aangename positie voor uzelf hebt
gevonden.
WAARSCHUWING:
Als u een zadel hebt bijgesteld, zorg er dan
voor dat u het afstelmechanisme van het
zadel goed vastdraait alvorens te gaan
fietsen. Controleer periodiek of het
afstelmechanisme van het zadel goed is
vastgedraaid.
8
minimale
insteekmarkering
AFB. 10 AFB. 11 AFB. 12
3.3 Hoogte en hoek van stuur
Afstelbout voor stuurpenhoogte
Minimale insteekmarkering
Klembout voor stuurbocht
Afstelbout voor afstelling van juiste hoek
stuurpen
a Hoogte van stuurpen.
U kunt de stuurpen hoger of lager zetten.
Draai de afstelbout voor de stuurpen los
(zie afb. 13) door deze drie of vier slagen
tegen de klok in te draaien. Als de bout
omhooggaat, maar de stuurpen niet
beweegt, tik de bout dan voorzichtig naar
beneden met een plastic of houten hamer.
Zet de stuurpen op de juiste hoogte en
loodrecht op het voorwiel. Draai de bout
naar het juiste draaimoment vast, zodat u
de stang en de stuurstangen niet kunt
draaien (zie paragraaf 8.3 “Aanhaal-
koppel”). De minimale insteekmarkering
mag NIET zichtbaar zijn.
OPMERKING:
Om de kwaliteit van het frame en de vork te
kunnen waarborgen, gebruikt Giant
verschillende soorten stuurpennen voor de
Lafree Twist heren- en damesfietsen. Het
verschil tussen de 2 soorten stuurpennen is
de positie van de minimale
insteekmarkeringen. De minimale
insteeklengte van de stuurpen voor de
damesfiets is 80 mm. De minimale
insteeklengte van de stuurpen voor de
herenfiets is 65 mm. Denk hieraan als u een
nieuwe stuurstang nodig hebt.
b Hoek van stuur.
Door het stuur te kantelen, kunt u de
handvatten meer omhoog of omlaag
richten. Dit is een kwestie van persoonlijke
smaak. Draai de bout aan de voorkant van
de stuurstang los (klembout van stuur).
Kantel het stuur naar de gewenste positie.
Draai de bout naar het juiste draaimoment
vast (zie paragraaf 8.3 “Aanhaalkoppel”).
Controleer de positie van de remhand-
grepen en stel deze zo nodig bij.
c Hoek van stuurstang.
Met de verstelbare stuurstang kunt u de
hoek van het verlengstuk van de stuurstang
bijstellen. Draai de afstelbout los en zet het
verlengstuk in de gewenste schuine stand.
Draai de bout naar het juiste draaimoment
vast (zie paragraaf 8.3 “Aanhaalkoppel”).
Controleer de hoek van het stuur en de
positie van de remhandgrepen en stel
deze zo nodig bij.
Nadat de stand van het stuur of de stang is
gewijzigd, dient u te controleren of de
stuurstangen vrij in beide richtingen kunnen
worden gedraaid zonder dat de remkabels
ergens achter blijven haken of verstrikt raken.
Het is essentieel om grondig te controleren of
uw stuur en de stuurpen stevig vastzitten
en niet kunnen worden verplaatst, nadat u
aanpassingen hebt uitgevoerd.
3.4 Veiligheidsuitrusting
3.4.1 Lichten
Lichten zijn belangrijke veiligheids-
voorzieningen die zijn ontworpen als een
integraal deel van de Lafree Twist. Als u na de
schemering fietst, moet u de lichten
aanzetten, waardoor u de weg kunt zien en
gevaren op de weg kunt voorkomen, en
waardoor anderen u kunnen zien.
9
stuurpenhoogte
afstelbout
minimale
insteekmarkering
afstelbout
stuurpen
klembout
AFB 13
10
3.4.2 Reflectors
Reflectors zijn belangrijke
veiligheidsvoorzieningen die zijn ontworpen
als een integraal deel van de Lafree Twist. De
reflectors zijn ontworpen om straatverlichting
en autolichten zodanig op te vangen en te
reflecteren dat u eerder als een rijdende
fietser wordt gezien en herkend.
VOORZICHTIG:
Controleer reflectors regelmatig om na te
gaan of deze schoon, recht, ongebroken en
stevig bevestigd zijn. Laat uw leverancier
beschadigde reflectors vervangen en
gebogen of losse reflectors rechtbuigen of
vastzetten.
3.4.3 Helm
Ons advies is om tijdens het fietsen altijd een
helm van een goede kwaliteit te dragen.
3.5 Mechanische
veiligheidscontroles
3.5.1 Moeren en bouten
Inspecteer de fiets van dichtbij, van de
voorkant tot de achterkant, om te zien of er
onderdelen versleten of beschadigd lijken.
Pak het stuur met beide handen vast en til
het voorwiel 5-10 cm van de grond, laat deze
dan stevig op de grond neerkomen, terwijl u
het stuur nog vasthoudt. Als er iets los klinkt,
voelt of lijkt, voer dan een snelle visuele en
tactiele inspectie van de hele fiets uit.
Probeer de bron van het geluid of duidelijk
losse onderdelen te vinden en zet deze vast.
Als u twijfelt, vraag dan iemand met ervaring
voor de inspectie of ga met uw Lafree Twist
naar uw bevoegde Lafree leverancier.
3.5.2 Banden en wielen
Controleer of de bandspanning goed is, door
uw hand direct op de bovenkant van elke
band afzonderlijk te plaatsen. Druk met een
rechte arm en directe neerwaartse druk de
band naar beneden en kijk naar de plek waar
de band de grond raakt. De band behoort
slechts zeer weinig te worden samengedrukt.
Als uw banden moeten worden opgepompt,
gebruik dan een normale staande fietspomp
(zie paragraaf 6.6.1: “Banden”). Als u een
compressor voor grote volumes moet
gebruiken, zoals men bij benzinestations
aantreft, voeg dan lucht in kleine
hoeveelheden toe, omdat deze compressors
zijn ontwikkeld om autobanden te vullen die
veel grotere volumes hebben dan
fietsbanden. Als er te veel druk ineens wordt
toegevoegd, kan de binnenband exploderen,
wat ernstige schade aan de buitenband en
ernstig letsel kan veroorzaken.
Draai elk wiel langzaam rond en kijk of er
sneden in het loopvlak en de zijwand van de
band zijn. Vervang beschadigde banden
alvorens op de fiets te rijden.
Draai elk wiel rond en controleer of de
remmen speling hebben en de velg niet heen
en weer wiebelt. Als een wiel heen en weer
wiebelt of de remblokken raakt, dient u de
fiets naar een bevoegde fietsenwinkel te
brengen om het wiel te laten uitlijnen.
VOORZICHTIG:
Wielen moeten worden “gericht” (uitgelijnd)
om de remmen effectief te laten werken.
Wielen narichten is een vaardigheid die
speciale gereedschappen en ervaring vereist.
Probeer geen wiel na te richten als u niet de
benodigde kennis en gereedschappen hebt
om het werk correct te kunnen uitvoeren.
3.5.3 Remmen
Inspecteer visueel of het kabeltraject van de
remmen goed is (zie afb. 14).
Knijp in de remgrepen. De remgrepen
behoren de remblokken ongeveer halverwege
hun boog te koppelen, of binnen circa 2,5 cm
van het handvat van het stuur. Om de uitslag
van de remgrepen te kunnen controleren,
dient u de handgreep te omsluiten met uw
duim en wijsvinger en vervolgens de
remhandgreep in te knijpen met de overige
drie vingers van elke hand. Als u de
hefbomen zo kunt inknijpen dat deze uw
wijsvinger raken, moet u uw remmen laten
bijstellen door een bevoegd
onderhoudscentrum.
11
Controleer of de remblokken van de remmen
volledig in contact komen met het remvlak
van de velg (zie afb. 15). Controleer ook of de
schoenen niet in contact komen met de
zijwand van de band, terwijl de rem wordt
gebruikt. Als u op de fiets rijdt terwijl de
remblokken de zijwand raken, zal de buiten-
band worden beschadigd en de binnenband
worden lekgeprikt, waardoor u de controle
kunt kwijtraken en kunt vallen. Rij niet op de
fiets als de remmen niet goed zijn afgesteld.
Zie paragraaf 6.4: “Remmen” voor meer
informatie.
WAARSCHUWING:
Rijden met onjuist afgestelde remmen of
versleten remblokken is gevaarlijk en kan
ernstig letsel veroorzaken.
3.5.4 Snel ontkoppelende onderdelen
Controleer of de snel ontkoppelende
hefboom voor het voorwiel goed is afgesteld
en in de vergrendelde stand staat. Zie
paragraaf 6.3: “Snelontkoppeling van
voorwiel” voor meer informatie.
WAARSCHUWING:
Als de snelontkoppeling van het wiel onjuist is
afgesteld, kan het wiel gaan wiebelen of kan
het van de fiets losraken, wat de fiets kan
beschadigen en ernstig letsel kan
veroorzaken.
3.5.5 Uitlijning van stuur en zadel
Zijn het zadel en de stuurpen correct op één
lijn met de bovenbuis van de fiets en zitten
deze voldoende stevig om deze niet scheef te
kunnen draaien?
OPMERKING:
Op een fiets rijden impliceert bepaalde
risico’s, waaronder schade en letsel. Door uw
keuze om te fietsen, aanvaardt u persoonlijke
verantwoordelijkheid voor die risico’s. De
mensen die u de fiets hebben verkocht, de
fabrikant, de distributeur en de mensen die de
wegen en paden beheren of onderhouden
waarover u fietst, zijn niet verantwoordelijk
voor uw daden. Daarom is het uitermate
belangrijk dat u de regels voor veilig en
verantwoord fietsen begrijpt en in de praktijk
toepast, en dat u zo nodig uw gezonde
verstand gebruikt.
AFB. 14 AFB. 15
12
4.1 De grondbeginselen
Voer de mechanische veiligheidscontroles uit
(zie paragraaf 3.5) alvorens op de Lafree Twist
te gaan fietsen.
4.2 Verkeersregels
Leer de lokale fietswetten en –voorschiften
kennen. Veel landen hebben speciale
voorschriften over toestemming geven aan
fietsen, het rijden op stoepen, wetten voor
het gebruik van fietspaden, etc. Veel landen
hebben wetten voor helmen, wetten voor
kinderzitjes en speciale verkeersregels voor
fietsen. In de meeste landen moet een fietser
zich aan dezelfde verkeersregels houden als
de bestuurder van een auto of motorfiets. Het
is uw verantwoordelijkheid de wetten te
kennen en u hieraan te houden.
4.3 In nat weer fietsen
Onder natte omstandigheden is het
remvermogen van uw remmen (evenals van
de remmen van andere weggebruikers)
verminderd en is de band-op-oppervlak-
hechting (“grip”) eveneens aangetast.
Hierdoor wordt het moeilijker de snelheid te
regelen en gemakkelijker de controle te
verliezen. Verminder onder natte
omstandigheden uw snelheid en gebruik uw
remmen eerder en geleidelijker dan u zou
doen onder normale, droge omstandigheden.
4.4 ’s Nachts fietsen
‘s Nachts fietsen is veel gevaarlijker dan
overdag fietsen.
WAARSCHUWING:
Het is gevaarlijk en kan ongelukken
veroorzaken om in de schemering, na het
donker of tijdens slechte zichtbaarheid te
fietsen zonder reflectoren en zonder een
verlichtingssysteem voor de fiets dat aan de
landelijke wetten voldoet.
Alvorens in de schemering of ‘s nachts te
fietsen, dient u het volgende te doen om uzelf
zichtbaarder te maken:
Zorg ervoor dat uw fiets is uitgerust met
een correct geplaatst en betrouwbaar
gemonteerd verlichtingssysteem en met
reflectoren (zie paragraaf 3.4.1, 3.4.2 en
6.7).
Zorg ervoor dat de lichten en de
reflectoren niet worden gehinderd door uw
kleding, door accessoires of door iets dat
u vervoert op de fiets.
4
VEILIG EN VERANTWOORD FIETSEN
13
5.1 Batterij verwijderen,
opladen en installeren
5.1.1 Algemeen
VOORZICHTIG:
Lees de volgende algemene
veiligheidsaanwijzingen voor het opladen of
het gerefreshed opladen van een Lafree Twist
batterij.
Het laadgebied moet horizontaal, goed
geventileerd, vochtvrij en beschermd
tegen direct zonlicht zijn.
•Laad de batterij bij een
omgevingstemperatuur van 0°C - 40°C (als
de inwendige temperatuur van de batterij
lager dan 0°C of hoger dan 40°C is, blijft
de oplader in de stand-by-modus en kan
de batterij niet worden opgeladen).
•Probeer geen Twist batterij met een
kapotte of gebogen laadstekker op te
laden.
Gebruik geen andere stroombron dan 220-
230 V~.
Bedek de batterij niet tijdens het opladen
of het gerefreshed opladen.
Als u een vreemde geur, damp of rook
opmerkt, stop dan onmiddellijk het
laadproces! Breng uw Lafree Twist fiets
naar uw bevoegde Lafree leverancier voor
onderhoud of vervanging.
Als het bereik per oplading te kort wordt,
zelfs nadat de batterij is opgeladen (zie
paragraaf 5.1.3: “Refresh/opladen”), kan
het einde van de gebruiksduur van de
batterij zijn bereikt. Vervang de batterij door
een nieuwe. Als de NiMH-batterij in
overeenstemming met de richtlijnen in deze
handleiding is gebruikt, heeft deze een
gebruiksduur van meer dan 500 laadcycli.
De batterij mag niet langer dan 24 uur
worden opgeladen of refreshed worden
opgeladen. Hierdoor zou de gebruiksduur
van de batterij aanzienlijk worden
verminderd.
5.1.2 Verwijderen, opladen, installeren
De batterij van de Twist kan zeer eenvoudig
worden verwijderd en opgeslagen. Voor het
opladen moet de batterij worden losgemaakt
van de fiets. Als dit niet op de juiste manier
wordt gedaan, kan de batterij worden
beschadigd.
Hoe de batterij moet worden verwijderd, op
de fiets moet worden geïnstalleerd en moet
worden opgeladen.
5
BATTERIJ EN OPLADER BEDIENEN
Stap 1. Pak de batterij vast en draai de sleutel van het
batterijslot tegen de klok in om deze te openen.
Stap 2. Verplaats de batterij 45º zijwaarts. Verwijder de greep
en pak de batterij uit de houder. Zie afb. 17.
14
Stap 3. Zet de batterij in een stabiele stand, zodanig dat de
energie-indicator zichtbaar is.
Stap 4. Verwijder de dop van de laadbus van de batterij, die
zich bevindt aan de onderkant van de batterij.
Stap 5. Steek de laadstekker in de laadbus van de batterij
met de pijl naar BOVEN.
Stap 6. Steek de netstekker in een elektrisch aansluitpunt
(220-230 V~) en controleer of alle polen volledig in de
stekkerbus zijn gestoken. Zie afb. 22. Houd de
omgeving waar de batterij wordt opgeladen, goed
geventileerd en vrij van afval of andere brandbare
voorwerpen om brand door vonken of oververhitting
te voorkomen.
Stap 7. DRUK NIET OP DE “REFRESH”-KNOP OP DE
OPLADER. Zie paragraaf 5.1.3 ”refreshed opladen”
(hieronder). Het lampje op de oplader zal ROOD
branden, wat aangeeft dat er elektriciteit in de batterij
stroomt. Eerst knippert het lampje enkele seconden
lang ROOD, dan geeft het continu ROOD licht tijdens
het opladen en knippert langzaam na ca. 4-5 uur (bij
volledige oplading), wat aangeeft dat de batterij de
volledige capaciteit heeft bereikt en het opladen is
voltooid.
pijl markering
Normaal opladen:
LICHT OP OPLADER HOE LANG DUURT HET? WAT GEBEURT ER?
1. ROOD licht knippert Slechts even
Opladen zal spoedig starten(“wacht”)
0,9 sec “aan”/0,1 sec “uit”
2. ROOD licht brandt Max. 4-5 uur Bezig met opladen
3. ROOD licht knippert Tot de netstekker is Opladen voltooid!
langzaam losgemaakt (“voltooiing”)
2 sec “aan” / 2 sec “uit”
15
Stap 8. Trek de netstekker uit het elektrische aansluitpunt.
Stap 9. Trek de laadstekker uit de batterij.
Stap 10. Bevestig de batterij op de fiets (stap 2 en 1 in
omgekeerde volgorde). Zorg ervoor dat de batterij is
geborgd in de “LOCK”-positie, zodat deze niet
zijwaarts kan bewegen.
5.1.3 Refreshed opladen
Lafree Twists oplader beschikt over het
vermogen om een batterij te laten refreshen.
Refreshen bestaat uit het proces de batterij
eerst volledig te ontladen alvorens deze weer
volledig op te laden. Dit proces is een
wezenlijke stap voor de verlenging van de
gebruiksduur van Twists batterijen.
Refreshed opladen duurt langer dan normaal
opladen. Afhankelijk van de hoeveelheid
energie die nog in de batterij aanwezig is, kan
het proces ongeveer 15 uur duren.
Refreshed opladen dient frequent te worden
gedaan.
Dit proces moet worden uitgevoerd na elke
15 keer normaal opladen, maar minstens
eens per 3 maanden.
Dit gebeurt als volgt:
Stap 1. Pak de batterij vast en draai de sleutel van het
batterijslot tegen de klok in om deze te openen.
Stap 2. Verplaats de batterij 45º zijwaarts. Verwijder de greep
en pak de batterij uit de houder.
Stap 3. Zet de batterij in een stabiele stand, zodanig dat de
energie-indicator zichtbaar is.
Stap 4. Verwijder de dop van de laadbus van de batterij, die
zich bevindt aan de onderkant van de batterij.
16
Stap 5. Steek de laadstekker in de laadbus van de batterij
met de pijl naar BOVEN.
Stap 6. Steek de netstekker in een elektrisch aansluitpunt
(220-230 V~) en controleer of alle polen volledig in de
stekkerbus zijn gestoken. Zie afb. 22. Houd de
omgeving waar de batterij wordt opgeladen, goed
geventileerd en vrij van afval of andere brandbare
voorwerpen om brand door vonken of oververhitting
te voorkomen.
Stap 7. Het lampje op de oplader zal ROOD branden, wat
aangeeft dat er elektriciteit in de batterij stroomt.
Eerst knippert het lampje enkele seconden lang
ROOD.
DRUK OP DE “REFRESH”-KNOP OP DE
OPLADER.
Zie afb. 23 en 28. De lichtdiode van de oplader zal
continu GROEN branden, wat aangeeft dat de
batterijen worden ontladen / geregenereerd
Stap 8. Het licht gaat over van GROEN in ROOD, wat
aangeeft dat het regenereren is voltooid en de batterij
weer zal worden opgeladen.
Stap 9. Als het RODE licht overgaat van continu branden in
langzaam knipperen, heeft de batterij z’n volledige
vermogen bereikt.
Refreshed opladen:
pijl markering
LICHT OP OPLADER HOE LANG DUURT HET? WAT GEBEURT ER?
1. ROOD licht knippert Slechts even
Opladen zal spoedig starten(“wacht”)
0,9 sec “aan”/0,1 sec “uit”
2
Druk op “REFRESH”-knop op de oplader
3. GROEN licht brandt Max. 10 uur Ontladen / refreshen
4. ROOD licht brandt Max. 4-5 uur Bezig met opladen
5 ROOD licht knippert Tot de netstekker is Opladen voltooid!
2 sec “aan” / 2 sec “uit” losgemaakt (“voltooiing”)
** Opmerking 2: Ook de laadtijd is slechts een
indicatie. De werkelijke laadtijd hangt af van de
leeftijd van de batterij en het aantal keren dat deze
is opgeladen / ontladen. Bij oudere batterijen kan er
een langere laadtijd nodig zijn.
17
5.1.4 Energie-indicator
De beschikbare hoeveelheid energie wordt
aangegeven via een reeks lichtdiodes (LED’s)
op de batterij. (zie afb. 16 en 17). De indicator
gaat branden als u de “PUSH”-knop indrukt.
Na een volledige oplading zullen alle vijf
LED’s branden. Als er energie wordt gebruikt,
zullen er minder LED’s branden. Het licht van
de LED’s zal na enkele seconden uitgaan.
5.1.5 Batterijvermogen, bereik en laadtijd
* Opmerking 1: Het overgebleven bereik is slechts
een indicatie. De aangegeven getallen zijn
gebaseerd op fietsen in de “normale” modus. Het
werkelijke overgebleven bereik hangt af van de
geselecteerde modus (“ECO” of “normaal”),
weersomstandigheden, rijstijl, gekozen versnelling,
etc. Zie paragraaf 5.1.6: “Bereik”.
Stap 10.Trek de netstekker uit het elektrische aansluitpunt. Zie
afb. 22.
Stap 11 Trek de laadstekker uit de batterij. Zie afb. 25.
Stap 12
Bevestig de batterij op de fiets (stap 2 en 1 in
omgekeerde volgorde). Zorg ervoor dat de batterij is
geborgd in de “LOCK”-positie, zodat deze niet
zijwaarts kan bewegen. Zie afb. 26 en 27.
AFB. 16 AFB. 17
Knipperende LED’s
Beschikbare energie
Overgebleven bereik* Laadtijd**
1 (knipperend) Minder dan 1% < 1 km. 4 – 5 uur
11 20% < 5 km. 3 – 4 uur
2 21 – 40% 5 – 15 km. 2 – 3 uur
3 41 – 60% 10 – 20 km. 1.5 – 2 uur
4 61 – 80% 15 – 25 km. 1 – 1.5 uur
5 81 ~ 100% 20 ~ 35 km. 0.5 – 1 uur
5.1.6 Bereik
Het bereik is de afstand die u kunt fietsen
met behulp van elektrische ondersteuning op
één lading. Dit is afhankelijk van veel
verschillende factoren die kunnen worden
verdeeld in 2 groepen:
•Vermogen en conditie van de batterij
De fietsomstandigheden en de toestand
van de fiets.
Een overzicht van dingen die rechtstreeks
invloed hebben op de afstand die u kunt
afleggen:
1. Leeftijd van de batterij: als de batterij
ouder wordt, neemt het vermogen af. Dus
met een gloednieuwe, goed geladen
batterij kunt u een langere afstand afleg-
gen dan met een batterij die 1 jaar oud is.
2. Aantal batterijladingen: het rijbereik neemt
af na een aantal nieuwe batterijopladingen.
Dit kan gedeeltelijk worden
gecompenseerd door “Refreshed opladen”
(zie paragraaf 5.1.3).
3. De temperatuur: het prestatievermogen
van de batterij hangt af van de
temperatuur. Als het kouder is, is het
vermogen van de batterij minder, waardoor
u niet de maximale afstand kunt bereiken
met uw Lafree.
4. De wind: het is logisch dat, als u met
sterke tegenwind rijdt, de Lafree meer
energie gebruikt dan zonder wind,
waardoor het bereik dus korter wordt.
5. Het terrein (vlak, steile heuvels, hellingen,
bestrating): hetzelfde als vorig punt (4), als
u bergop of op een ruw wegdek rijdt,
gebruikt de motor meer energie dan op
vlakke of gladde wegen.
6. Het gewicht en de bagage van de fietser:
voor een lichte fietser zonder extra bagage
is minder energie nodig dan voor een
zware fietser of een fietser met bagage.
7. Aantal keren stoppen en starten: rijden in
druk verkeer of in de stad met veel
verkeerslichten betekent dat u veel vaker
moet stoppen en starten in vergelijking
met rijden op het platteland. Vanwege de
verbruikte energie tijdens de acceleratie
wordt het rijbereik korter als het aantal
keren stoppen en starten toeneemt.
8. Slim gebruik van versnellingen: er zal
energie (van de fietser, maar ook van de
batterij) worden bespaard als de
versnellingen op de fiets op de juiste
manier worden gebruikt. Vooral optrekken
en bergop rijden moeten in een lage
versnelling worden gedaan, evenals bij
autorijden. Begin in 1e versnelling te rijden
en schakel naar de 2e en 3e versnelling als
de snelheid toeneemt. Dit helpt energie te
besparen en het bereik te vergroten.
9. Kwaliteit en toestand van onderdelen van
de fiets, zoals- banden met te lage druk of
goed opgepompte banden- een vuile,
geroeste, droge ketting of een schone en
goed gesmeerde ketting. Slecht onderhoud
verhoogt de weerstand en door de extra
benodigde energie raakt uw batterij sneller
leeg.
Het moge duidelijk zijn dat zeer moeilijk valt
te zeggen hoe ver u met uw elektrisch
ondersteunde Twist kunt rijden met een volle
batterij, gewoon omdat er te veel invloedrijke
factoren zijn.
Onder de best mogelijke omstandigheden
kunt u de volgende afstanden afleggen:
•max. 25 – 35 km in de “normale” modus
max. 30 – 40 km in de “ECO”-modus.
In de “Eco”-modus is het hulpvermogen
ongeveer de helft van de normale modus. Het
kan het energieverbruik verminderen en het
bereik vergroten. De “ECO”-modus
vermindert het energieverbruik en vergroot
het bereik met ca. 50%.De hier genoemde
ritafstanden zijn slechts een zeer ruwe
indicatie. In sommige gevallen stopt de
elektrische ondersteuning reeds voordat de
20 km-markering is bereikt, terwijl iemand
anders onder andere omstandigheden
mogelijk meer dan 40 km kan rijden.
Kort overzicht van aanbevelingen voor
een groot bereik:
Laad de batterij op kamertemperatuur (15
– 25°C)
•Probeer de batterij zo leeg mogelijk te
rijden alvorens deze opnieuw op te laden
Refreshed opladen na elke 15 keer
normaal opladen, maar minstens eens per
3 maanden
18
Gebruik de versnellingen tijdens het
accelereren of bergop rijden
Rij niet met te lage bandspanning en houd
de ketting schoon en goed gesmeerd.
5.2 Opslag en vervoer
Batterij bewaren
Als de batterij langere tijd moet worden
opgeslagen, wordt aanbevolen de batterij
eens per 3 maanden opslag op te laden. Als
de batterij wordt bewaard zonder eens per 3
maanden te worden opgeladen, kan het
vermogen van de batterij afnemen om
energie vast te houden.
VOORZICHTIG:
Bewaar de batterij in een koele, droge,
horizontale en veilige ruimte met een goede
ventilatie en uit de buurt van warmtebronnen.
Als de Lafree Twist fiets wordt opgeslagen
terwijl de batterij is aangebracht, zet de
stroomschakelaar op het stuur dan op de
“OFF”-stand. Als de schakelaar tijdens de
opslag of het parkeren in de “ON”-stand blijft
staan, zal dat tot een sneller energieverlies
leiden.
Vervoer van de Lafree Twist
Als u uw Twist vervoert, kunt u het beste de
batterij verwijderen. De fiets wordt lichter,
waardoor deze gemakkelijker kan worden
opgetild en gehanteerd.
5.3 Verzorging en onderhoud
Batterij
Er zijn geen onderdelen in de batterij die u
kunt repareren. Als u een probleem vermoedt,
breng uw Twist met de batterij dan naar uw
bevoegde Lafree leverancier.
VOORZICHTIG:
Lees de volgende algemene
veiligheidsaanwijzingen voor verzorging en
onderhoud van Lafree Twist batterij.
Zet de batterij niet in een vuur of bij een
warmtebron, omdat deze kan exploderen
en ernstig letsel kan veroorzaken.
Gebruik voor het reinigen van de
batterijmantel alleen een met water
bevochtigde doek. Gebruik geen
oplosmiddelen of reinigingsoplossingen.
•Probeer de mantel van de batterij niet te
openen. Er zijn geen onderdelen in de
batterij die u kunt repareren. Als u een
probleem vermoedt, breng uw Twist met
de batterij dan naar uw bevoegde Lafree
leverancier.
Controleer regelmatig of de batterij geen
scheurtjes, ongewone reststoffen of
andere abnormale verschijnselen heeft.
Gebruik geen batterij met scheurtjes of
barstjes in de mantel.
•Probeer de Twist batterij niet te gebruiken
als een voedingsbron voor iets anders dan
een Lafree Twist.
•Trek altijd voorzichtig aan de laadkabel.
Trek altijd aan de stekker en niet aan de
kabel om een kabel uit een stekkerdoos te
halen.
Gebruik de originele Lafree Twist oplader
om de batterij op te laden.
Oplader
GEVAAR:
Let erop dat onzorgvuldig handelen de kans
vergroot op dodelijke ongelukken, ernstig
letsel of beschadigingen aan het product en
goederen.
•Veroorzaak geen kortsluiting bij de
stekkers en de bussen van de oplader
door metalen voorwerpen te gebruiken.
•Probeer de oplader niet te demonteren of
te veranderen. Er zijn geen onderdelen in
de oplader die u kunt repareren. Als u een
probleem vermoedt, breng uw oplader dan
naar uw bevoegde Lafree leverancier.
Gebruik de oplader niet om andere
batterijen dan de echte Lafree Twist
batterijen op te laden (NiMH 24 V/130 Ah).
Dat zou kunnen leiden tot oververhitting,
brand of een elektrische schok.
19
20
Stel de oplader niet bloot aan schokken,
bijv. door deze te laten vallen. Stel de
oplader niet bloot aan vloeistoffen.
•Gebruik geen beschadigde oplader of
onderdelen (bijv. behuizing van oplader,
kabel, stekker). Dat zou kunnen leiden tot
een elektrische schok, kortsluiting of
brand.
Raak de stekker niet aan met natte handen
(dat zou kunnen leiden tot een elektrische
schok).
Oefen niet te veel druk uit op de kabels of
de stekkers (bijv. door de kabel tussen een
muur en een raamkozijn te persen, of door
zware objecten op de kabel of de stekker
te zetten: dat zou kunnen leiden tot een
elektrische schok of brand).
•Houd de oplader uit de buurt van kinderen
en huisdieren (anders zou dat kunnen
leiden tot een elektrische schok of letsel).
Zorg ervoor dat de stekker volledig in een
elektrisch aansluitpunt wordt gestoken
(anders zou dat kunnen leiden tot een
elektrische schok en oververhitting,
waardoor brand kan ontstaan).
Gebruik de laadstekker en/of de
netstekker niet als deze stoffig zijn. Door
het stof geabsorbeerd vocht kan
elektriciteit geleiden, waardoor er brand
kan ontstaan. Maak de netstekker los en
reinig deze met een droge doek.
•Gebruik geen ander voltage dan de
nominale waarde voor de oplader. Gebruik
geen stekkerdozen, aansluitstukken en
andere bedradingsvoorzieningen met een
andere voedingsbron dan de normale 220-
230 V~. Anders kan er oververhitting,
brand of een elektrische schok ontstaan.
Raak de oplader tijdens het opladen niet
lang met hetzelfde deel van uw huid aan.
Dat kan brandwonden veroorzaken, omdat
de uitwendige temperatuur van de oplader
tijdens het opladen 40 - 60°C kan worden.
•Zet de oplader niet wankel neer. Een
omgekeerde oplader of een strak
gespannen kabel kan een storing, brand of
een elektrische schok veroorzaken. Zet de
oplader stevig op een plat oppervlak.
•Bedek de oplader niet of zet er geen
dingen op, omdat er anders oververhitting
of brand kan ontstaan.
5.4 Afvoer van oude batterijen
Na verloop van tijd, afhankelijk van het aantal
keren dat de batterij is opgeladen en de
manier waarop deze is behandeld, bereikt uw
batterij het einde van zijn gebruiksduur. Op
dat moment gaat het batterijvermogen zeer
snel achteruit en kan dit niet worden hersteld
door regeneratief opladen. Reguleringen voor
de afvoer van batterijen kunnen per land
verschillen.
De batterij moet op een milieuvriendelijke
manier worden afgevoerd. Gooi deze daarom
niet in een vuilniszak, maar breng deze terug
naar uw bevoegde Lafree leverancier. Hij zal
voor de afvoer zorgen en hij kan direct een
nieuwe batterij voor u bestellen.
21
6.1 Algemeen
Voor het prestatievermogen, het genoegen en
de veiligheid van uw Lafree Twist en uzelf is
het uitermate belangrijk te begrijpen hoe
verschillende functies van de Lafree Twist
werken. U mag er niet van uitgaan dat de
manier waarop dingen op uw eerdere fietsen
hebben gewerkt, op de Lafree Twist op
dezelfde manier functioneren, zelfs als u een
ervaren fietser bent. Zorg ervoor dat u deze
paragraaf van de gebruikshandleiding leest
en begrijpt. Als u ook maar enigszins twijfelt
over hoe een van de mechanische functies
van de Lafree Twist werkt, neem dan contact
op met uw bevoegde Lafree leverancier.
6.2 Stroomschakelaar
De stroomschakelaar zit aan de linkerkant van
het stuur (zie afb. 18 en 4). Draai de schakelaar
op de “ON”- of “ECO”-stand en de motor zal u
ondersteunen als u op de fiets fietst.
“ON” wijst op de hulpkracht in de normale
modus en “ECO” wijst op de economische
modus. In de “ECO”-modus is de hulpkracht
ongeveer de helft van de normale modus. Het
kan het energieverbruik verminderen en het
bereik vergroten. De “ECO”-modus
vermindert het energieverbruik en vergroot
het bereik met ca. 50%.
De stroomschakelaar heeft een LED die
ROOD brandt in de volgende gevallen:
•Als u van “OFF” op “ON” of “ECO” over-
schakelt, zal de LED ca. 2 seconden bran-
den, wat aangeeft dat het systeem o.k. is.
Als de LED tijdens het rijden gaat branden,
betekent het dat er iets mis is! Het licht zal
ca. 3 minuten blijven branden (continu, niet
knipperend) en vervolgens uitgaan.Zet de
schakelaar op “OFF” en weer terug op
“ON” of “ECO”.
- Als de LED ca. 2 seconden brandt, is het
systeem o.k. en kunt u uw rit vervolgen.
- Als de LED gaat branden maar na ca. 2
seconden niet uitgaat, dan is er nog een
probleem met het elektrische systeem.
Eindig uw rit zonder elektrische hulp
(schakelaar op “OFF”) en breng uw fiets
naar uw Lafree leverancier om deze zo
snel mogelijk te laten controleren.
- Hetzelfde als het vorige punt. De motor
en de batterij worden beschermd tegen
een zeer hoge krachtafgifte (meer dan 15
een gedurende 4 sec.) om een lange
gebruiksduur te kunnen waarborgen.De
motor wordt uitgeschakeld en de LED
gaat branden. Deze blijft ca. 3 minuten
branden (continu, niet knipperend).Wat te
doen: Zet de schakelaar op “OFF” en
weer terug op “ON” of “ECO”. Als de
LED ca. 2 seconden brandt, is het
systeem o.k. en kunt u uw rit vervolgen.
Voorbeelden van wanneer of hoe dit kan
gebeuren:
- Met veel kracht bergop rijden
- Met tegenwind en veel kracht rijden
- Stilstaan (bijv. bij verkeerslichten), op de
pedalen trappen terwijl de remmen
worden ingedrukt. De motor levert
kracht, maar de fiets kan niet bewegen.
6
HOE DINGEN WERKEN
AFB. 18
22
• Als de batterij leeg raakt, zal de LED
beginnen te knipperen:
- als de LED knippert met 1 Hz (= 1x
aan/uit per seconde), is er nog 10 – 20%
energie over
- ls de LED knippert met 4 Hz (= 4x aan/uit
per seconde), is er minder dan 10%
energie over. Na ca. 4 minuten zal de
LED ophouden te knipperen.
6.3 Snelontkoppeling voor
voorwiel
6.3.1 Algemeen
WAARSCHUWING:
Als u met een verkeerd afgestelde
snelontkoppeling voor het wiel rijdt, kan het
wiel gaan wiebelen of van de fiets losraken,
wat de fiets kan beschadigen en ernstig letsel
bij de fietser kan veroorzaken. Daarom is het
van belang dat u:
a. uw leverancier om advies vraagt hoe u uw
wielen veilig kunt bevestigen en
verwijderen
b. de juiste techniek begrijpt en toepast voor
het vastklemmen van uw wiel op een
plaats met een snelontkoppeling
c. voor elke rit altijd controleert of het wiel
goed in de vork is vastgeklemd.
Vanwege de verstelbaarheid is het essentieel
te begrijpen hoe een nokhefboom voor
snelontkoppeling werkt en hoe u deze dient
te gebruiken. Hoewel het op het eerste
gezicht een constructie met een moer en
bout kan lijken (een lange bout met een
hendel aan de ene kant en een moer aan de
andere), maakt de snelontkoppeling voor het
wiel gebruik van de nokwerking om het wiel
van de fiets op z’n plaats vast te klemmen
(zie afb. 19).
VOORZICHTIG:
Als u de moer met de ene hand vasthoudt en
de hendel met de andere hand als een
vleugelmoer draait tot deze vastzit, zal het
wiel niet veilig in de uitsparingen worden
vastgeklemd, want men heeft de volledige
kracht van de nokwerking nodig om het wiel
stevig vast te klemmen.
draai voor klemkracht
dicht dicht
open positie
gesloten positie
AFB. 19
LICHT OP HOE LANG DUURT HET? WAT GEBEURT ER?
STROOMSCHAKELAAR:
CONTINU OF KNIPPEREND
continu licht 2 seconden Na schakelen van
“OFF” op “ON” of “ECO”.
Systeem is o.k.
continu licht Max. 3 minuten, Er is een probleem.
tot u uitschakelt. Zet op “OFF” en weer
terug op “ON”.
Motor moet te veel kracht
leveren en slaat af.
Knipperend Slechts 10 - 20% energie over
(langzaam, 1x per sec.)
Knipperend Minder dan 10% energie over
(snel, 4x per sec.)
23
6.3.2 Het snelontkoppelingsmechanisme
afstellen
De naaf van het wiel wordt op z’n plaats
vastgeklemd door de kracht van de
snelontkoppelingsnok die tegen één
uitsparing duwt, en de stelmoer voor de
spanning die door middel van de pen tegen
de andere uitsparing wordt getrokken. De
hoeveelheid klemkracht wordt geregeld door
de stelmoer voor de spanning. Door de
stelmoer voor de spanning met de klok mee
te draaien terwijl het draaien van de
nokhefboom wordt voorkomen, neemt de
klemkracht toe; door deze tegen de klok in te
draaien terwijl het draaien van de
nokhefboom wordt voorkomen, neemt de
klemkracht af. Minder dan een halve slag van
de stelmoer voor de spanning kan het
verschil uitmaken tussen veilige klemkracht
en onveilige klemkracht.
OPMERKING:
Als de snelontkoppeling door de fabrikant of
de leverancier in de naafas is geïnstalleerd,
hoeft deze nooit te worden verwijderd,
behalve als de naaf zelf moet worden
gerepareerd. Raadpleeg in dat geval uw
leverancier.
6.3.3 Secundaire naspantoestellen voor
het voorwiel
De Lafree Twist is uitgerust met een
secundair naspantoestel voor het wiel (zie
afb. 20) om loskoppeling van het wiel te
voorkomen als de snelontkoppeling incorrect
is afgesteld of als de nok per ongeluk
opengaat. Secundaire naspantoestellen zijn
geen substituut voor een correcte afstelling
van de snelontkoppeling. Het secundaire
naspantoestel maakt deel uit van de
uitsparingen in de vork en is verzonken voor
de snelontkoppelingshendel die voorkomt dat
het wiel uit de uitsparingen in de vork valt als
de snelontkoppelingshendel per ongeluk
opengaat. Deze uitsteeksels zijn echter niet
bedoeld om het wiel op z’n plaats te houden
als de snelontkoppelingshendel per ongeluk
opengaat. Als u hoort of voelt dat het
voorwiel loszit, stop dan onmiddellijk en
controleer de spanning van de snelont-
koppeling. Vraag uw leverancier om meer
informatie over Lafree’s secundaire
naspantoestel.
WAARSCHUWING:
Het is uitermate gevaarlijk om het secundaire
naspantoestel te verwijderen of te blokkeren,
omdat dit ernstig letsel of een dodelijk
ongeval kan veroorzaken. Het kan ook de
garantie ongeldig maken.
6.3.4 Een snel ontkoppelend voorwiel
verwijderen
aMaak de gebogen kabelgeleider van de
voorrem los en spreid de remblokken,
waardoor de voorband er tussen kan
komen (zie afb. 21).
AFB. 21
AFB. 22 AFB. 23
AFB. 20
Secondair
naspantoestel
b Draai de snelontkoppelingshendel van het
wiel van de vergrendelde of “CLOSE”-
stand (op de hendel kunt u “CLOSE” lezen)
naar de “OPEN”-stand (op de hendel kunt
u “OPEN” lezen) (zie afb. 22 en 23).
c Draai de stelmoer voor de spanning
ongeveer zes volle slagen los.
d Til het voorwiel enkele centimeters van de
grond en sla met uw handpalm zachtjes
op de bovenkant van het wiel om het wiel
uit de voorvork te tikken.
6.3.5 Een snel ontkoppelend voorwiel
installeren
a Draai de snelontkoppelingshendel zo dat
deze van het wiel wegdraait (zie afb. 19 en
23). Dit is de “OPEN”-stand (op de hendel
kunt u “OPEN” lezen).
b Steek het wiel, met de vork omhoog, zo
tussen de vorkbladen dat de as stevig aan
de bovenkant van de sleuven zit die zich
bevinden bij de uiteinden van de
vorkbladen, bij de uitsparingen in de vork.
De snelontkoppelingshendel moet zich
bevinden aan de linkerkant van de fiets (zie
afb. 19 en 23).
c Houd met uw rechterhand de
snelontkoppelingshendel in de “OPEN”-
stand, draai met uw linkerhand de
stelmoer voor de spanning met de klok
mee, tot deze losvast tegen de uitsparing
in de vork zit (zie afb. 19).
dTerwijl u het wiel stevig naar de bovenkant
van de sleuven in de uitsparingen in de
vork drukt en tegelijk de velg van de wiel in
het midden van de vork zet, moet u de
snelontkoppelingshendel omhoog draaien
en deze in de “CLOSE”-stand duwen (zie
afb. 19 en 22). Gebruik hiervoor uw
handpalm, terwijl u uw vingers om het
rechter vorkblad houdt en de hendel
dichtknijpt met uw vingers en uw hand. U
hebt de juiste spanning als de hendel een
indruk in uw handpalm achterlaat. De
hendel moet parallel staan met het
vorkblad, omhoog wijzen en naar het wiel
zijn gebogen.
VOORZICHTIG:
Als u de snelontkoppeling volledig kunt
sluiten zonder uw vingers om het vorkblad te
houden om die als hefboom te gebruiken en
de hendel geen duidelijke indruk in uw
handpalm achterlaat, is de spanning
onvoldoende. Open de hendel, draai de
stelmoer voor de spanning een kwartslag met
de klok mee en probeer het dan opnieuw.
e Als de hendel niet volledig naar een stand
die parallel is met het vorkblad, kan
worden geduwd, draai de hendel dan
terug naar de "open"-stand. Draai
vervolgens de stelmoer voor de spanning
een kwartslag tegen de klok in en sluit de
hendel opnieuw.
f Bevestig de gebogen kabelgeleider
opnieuw om de remblokken te sluiten; laat
vervolgens het wiel ronddraaien om te
controleren of deze in het midden van de
vork zit en de remblokken passeert.
WAARSCHUWING:
Secundaire naspantoestellen zijn geen
substituut voor een correcte afstelling van de
snelontkoppeling. Als het
snelontkoppelingsmechanisme niet goed
wordt afgesteld, kan het wiel gaan wiebelen
of losraken, waardoor u de controle kunt
verliezen en kunt vallen, wat ernstig letsel kan
veroorzaken.
6.4 Remmen
OPMERKING:
U remt het effectiefst door altijd beide
remmen gelijktijdig te gebruiken.
WAARSCHUWING:
Door plotseling of te krachtig remmen met de
voorrem kan de fietser over het stuur vallen,
wat ernstig letsel kan veroorzaken.
Hoe remmen werken
Het is belangrijk voor uw veiligheid om
instinctief te weten welke remhandgreep
welke rem op uw fiets bestuurt. De
remwerking van een fiets is een functie van
de frictie tussen de remvlakken: de
remblokken en de wielvelg. Om ervoor te
24
25
zorgen dat u beschikt over een maximale
frictie, dient u uw wielvelgen en remblokken
schoon en vrij van smeermiddelen, wassen of
politoeren te houden. Remmen zijn bedoeld
om uw snelheid te kunnen regelen, niet alleen
om de fiets te laten stoppen. Probeer tijdens
uw eerste rit zo veel mogelijk gewend te
raken aan de (sterke) remkracht. De rem- en
trekkrachten veranderen ingrijpend als men
op losse oppervlakken of in nat weer rijdt. De
adhesie van de band is afgenomen, waardoor
de wielen minder hoek- en remtractie hebben
en met minder remkracht kunnen vastlopen.
Vocht of vuil op de remblokken kan hun
vermogen verminderen om het wiel effectief
te vertragen en af te stoppen. Door onder
natte of zware omstandigheden langzamer te
rijden, zult u de fiets beter kunnen besturen.
6.5 Schakelen
De Lafree Twist is uitgerust met een
inwendige achtertandwielnaaf. Het
schakelmechanisme op uw fiets bestaat uit
een handvatschakelaar op het stuur en een
inwendige tandwielnaaf.
6.5.1 Waarvoor de versnellingen dienen
Het schakelen bij de Lafree Twist is een
eenvoudige, maar effectieve manier om u te
helpen uw pedaalslagen, ook wel bekend als
cadans, nauwkeurig af te stemmen. De Twist
versnelling is ontwikkeld voor golvend, matig
steil terrein. Kies een versnelling waarbij u
gemakkelijk kunt fietsen; trap nooit hard op
de pedalen als er een gemakkelijkere
versnelling beschikbaar is. U zult merken dat
sneller trappen prettiger is, hoewel de meeste
fietsers dit zullen moeten oefenen. Hard
trappen zal u niet fitter maken. De optimale
pedaalsnelheid ligt tussen 60 en 90
pedaalslagen per minuut. Het elektrisch
vermogen van de Lafree Twist ondersteunt
uw cadans door u een zetje te geven als u
fietst. U dient echter toch de versnellingen te
gebruiken om het meeste rendement uit uw
benen en de motorische hulp te halen. Door
in een zwaardere versnelling te fietsen, zal de
torsiesensor meer energie gebruiken
waardoor de beschikbare energievoorraden
sneller uitgeput kunnen raken.
6.5.2 Versnellingen schakelen
Blijf gemakkelijk trappen zonder druk op de
pedalen uit te oefenen. Met tandwielnaven is
het echter mogelijk te schakelen, terwijl u
uitrijdt of stilstaat.De getallen op de
schakelaar geven de mate van de
pedaalweerstand aan: lagere getallen
betekenen minder weerstand bij een hogere
pedaalsnelheid (lichter trappen); hogere
getallen betekenen meer weerstand bij een
lagere pedaalsnelheid (zwaarder trappen).Om
soepele schakelingen te vergemakkelijken,
moet u altijd schakelen voordat u op een
heuvel bent. Schakel altijd vroeg als u
schakelt, voordat de pedaaldruk zwaarder
wordt. Als deze techniek niet wordt gebruikt,
kan de aandrijfketting en het
tandwielmechanisme worden beschadigd.
6.6 Buiten- en binnenbanden
6.6.1 Buitenbanden
Lafree Twist buitenbanden zijn voor algemene
doeleinden ontwikkeld en gemaakt voor
verbeterde (geplaveide) wegdekken. Deze zijn
niet ontwikkeld voor onverbeterde wegen of
paden waar vuil, losse stenen of ander los
puin aanwezig is. Uw leverancier kan u
helpen nieuwe buitenbanden te kiezen, als
deze moeten worden vervangen. Het formaat
en de drukkwalificatie staan aangegeven op
de zijwand van de buitenband (zie afb. 24).
De bandspanning is het deel van de
informatie die het belangrijkst voor u is. De
beste manier om een fietsband tot de juiste
spanning op te pompen, is met een
fietspomp. Uw leverancier kan u helpen een
geschikte pomp te kiezen.
6.6.2 Luchtventielen voor banden
Lafree Twist banden zijn uitgerust met
“Franse ventielen”. Om een band met een
Frans ventiel te kunnen oppompen, moet de
ventieldop worden verwijderd en het
middenmoertje enkele slagen worden
losgedraaid. Door de middenmoer omlaag te
drukken, kunt u de band laten leeglopen.
Zorg ervoor dat de pomp bij het soort ventiel
past. Neem zo nodig contact op met uw
leverancier.
6.7 Verlichtingssysteem
De elektriciteit voor de verlichtingsapparatuur
(voor- en achterlicht) wordt geleverd door de
dynamo die is bevestigd op de linkerkant van
de voorvork. Als de verlichting niet hoeft de
werken, kan de dynamo in de “uit”-stand
staan, wat betekent dat de aandrijfrol op de
bovenkant van de dynamo niet in contact
komt met de buitenband van het voorwiel.Als
de lichten moeten werken, moet de aandrijfrol
van de dynamo worden aangedreven door de
buitenband van het voorwiel.
Om de dynamo (en de lichten) “aan” te
zetten, moet de dynamo omlaag worden
gedrukt. Een veer zal de aandrijfrol van de
dynamo tegen de zijwand van de band
drukken. Als het voorwiel ronddraait, zal de
dynamo elektriciteit opwekken en zullen de
lichten branden.
Als de dynamo zijwaarts wordt getrokken
(van de buitenband weg), zal deze door een
veer omhoog worden geduwd en in de
“uit”-stand blijven.
6.8 Slot
De Lafree Twist is uitgerust met een fietsslot.
Hoe u de fiets op slot zet.
Draai de sleutel eerst zo ver mogelijk (slechts
een beetje) met de klok mee. Terwijl u de
sleutel in deze positie houdt, drukt u
vervolgens de grote knop aan de andere kant
helemaal omlaag. Als de knop niet ver
genoeg omlaag wordt gedrukt, zal deze
automatisch in zijn beginstand terugkeren. Nu
staat de fiets op slot en kan de sleutel uit het
slot worden getrokken.
OPMERKING:
Controleer of de sluitharp van het slot tussen
2 spaken kan komen. Als een spaak in de weg
zit, draai het achterwiel dan een beetje.
Hoe u de fiets van het slot haalt.
Houd de knop van het slot met één hand vast
en steek met uw andere hand de sleutel in
het sleutelgat van het slot. Draai de sleutel nu
een beetje met de klok mee. Een sterke veer
zal het slot ontgrendelen en de knop zal terug
omhoog willen springen. Geleid de knop
voorzichtig terug naar de bovenste stand.
Merk op dat het achterwiel niet kan draaien
door het fietsslot, waardoor het minder
interessant voor dieven wordt om de Lafree
Twist te stelen. De fiets kan echter nog
worden weggedragen. Aanbevolen wordt het
fietsslot te combineren met een speciale
kabel of ketting waarmee de fiets aan een
boom, lantaarnpaal of fietsenrek kan worden
vastgemaakt.
Vergeet niet de sleutel van het batterijslot
tegen de klok in te draaien naar de
“vergrendelde” stand en de sleutel eruit de
trekken.
6.9 Standaard
De Lafree Twist is uitgerust met een
intrekbare (met veer bespannen) standaard
voor parkeren en opslag als de fiets niet
wordt gebruikt. Gebruik altijd de standaard
als u uw Lafree Twist parkeert of opslaat,
zodat deze niet tegen iets hoeft te leunen
(een muur, paal, hek, etc.) of op z’n kant hoeft
te worden gelegd.
Om de Lafree Twist te parkeren, moet u de
standaard omlaagdrukken tot de steun wordt
vergrendeld (zie afb. 25). Om weer op de
Lafree Twist te gaan fietsen, moet u uw voet
voor de standaard zetten en deze naar
achteren duwen.
26
AFB. 24
6.10 Bagagedrager
Als u bagage op de bagagedrager vervoert,
controleer dan of alles stevig is vastgemaakt
en er niets tegen het achterwiel, de ketting,
etc. komt. Zorg ervoor dat het totale gewicht
van de bagage niet uitkomt boven het
maximumgewicht van 25 kg. De bagage-
drager is niet met snelbinders uitgerust; vraag
uw leverancier om snelbinders die kunnen
worden bevestigd op de bagagedrager van
de Lafree Twist, zodat u bagage veilig kunt
vervoeren.Vervoer nooit een passagier,
behalve als het een kind in een geschikt
kinderzitje is.
Als u uw Lafree Twist transporteert, kunt u het
beste de batterij verwijderen. De fiets wordt
lichter, waardoor u deze gemakkelijker kunt
optillen en hanteren.
Verschillende bedrijven hebben speciale
fietsdragers ontwikkeld, waarmee vrijwel alle
soorten fietsen op een veilige manier op uw
auto kunnen worden getransporteerd.
Sommige fietsdragers zijn zelfs uitgerust met
sloten. De meeste fietsdragers kunnen met
speciale verbindingsstukken worden
bevestigd op het koppelstuk voor de
aanhangwagen of op het dak van uw auto.
Omdat er veel verschillende soorten
fietsdragers zijn, met elk een ander ontwerp
en systeem om de fiets vast te zetten, kan
Giant onmogelijk zeggen welke een Lafree
Twist kan vervoeren en welke niet.
Uw Lafree leverancier kan u adviseren welke
bagagedrager het meest geschikt is voor u,
uw Lafree en uw auto.
Transport van uw fiets op een auto gebeurt
altijd op eigen risico. Als de fiets op het dak
of het koppelstuk voor de aanhangwagen van
een auto wordt getransporteerd, staan de
bagagedrager en de fiets aan veel krachten
bloot. Daarom moet u elke keer voordat u in
een auto met een fiets erop gaat rijden,
controleren of de fietsendrager goed op de
auto is bevestigd. Controleer ook of de fiets
geen losse onderdelen heeft, zoals
jasbeschermers, pompen, waterflessen,
zakken, etc. Behalve dit moet u elke keer
voordat u de fiets na een transport op een
auto gaat gebruiken, de hele fiets controleren
om na te gaan of deze geen onderdelen heeft
die los of beschadigd zijn geraakt.
27
7
TRANSPORT VAN DE LAFREE TWIST
AFB. 25
28
8.1 Algemeen
OPMERKING:
Door technologische ontwikkelingen zijn
fietsen en fietsonderdelen meer geperfectio-
neerd dan ooit tevoren, terwijl de innovatie-
snelheid toeneemt. Door deze voortgaande
ontwikkeling kan deze handleiding onmogelijk
alle benodigde informatie verschaffen om uw
fiets naar behoren te kunnen repareren en/of
onderhouden. Om de kans op een ongeluk en
mogelijk letsel te helpen minimaliseren, is het
belangrijk dat u reparatie- of onderhoudswerk
dat niet specifiek in deze handleiding wordt
beschreven, laat uitvoeren door uw
leverancier.
Even belangrijk is dat uw persoonlijke
onderhoudsbehoeften zullen worden
vastgesteld op basis van alles: van uw rijstijl
tot de geografische locatie. Raadpleeg uw
leverancier om uw onderhoudsbehoeften te
helpen vaststellen.
De hoeveelheid en het soort onderhoud dat u
zelf kunt doen, zijn afhankelijk van uw
vaardigheidsniveau en ervaring, en of u
beschikt over de benodigde speciale
gereedschappen.
WAARSCHUWING:
Veel onderhouds- en reparatiewerk aan de
fiets vereisen speciale kennis en
gereedschappen. Ga uw fiets niet afstellen of
repareren als u ook maar enigszins twijfelt
over uw vermogen om deze naar behoren te
kunnen voltooien. Een onjuiste afstelling of
reparatie kan de fiets beschadigen of tot een
ongeluk leiden dat ernstig letsel kan
veroorzaken.
Als u dingen wilt leren over onderhouds- en
reparatiewerk aan uw fiets, hebt u drie opties:
1Vraag uw leverancier of er kopieën van
installatie- en onderhoudsinstructies van
de fabrikant voor onderdelen op uw fiets
beschikbaar zijn.
2Vraag uw leverancier om een boek over
het repareren van fietsen aan te bevelen.
3Vraag uw leverancier over de
beschikbaarheid van
fietsreparatiecursussen in uw omgeving of
via de fietsenwinkel.
Ongeacht welke optie u kiest, raden wij aan
om aan uw leverancier te vragen de kwaliteit
van uw werk te controleren als u voor het
eerst aan iets hebt gewerkt en voordat u op
de fiets stapt, alleen om er zeker van te zijn
dat u alles correct hebt uitgevoerd.
Aangezien dit enige tijd van een monteur zal
vergen, zal deze dienst mogelijk een
bescheiden vergoeding kosten.
8.2 Reparatie- en
onderhoudsschema
Sommige reparatie- en onderhouds-
werkzaamheden kunnen en moeten door de
eigenaar worden uitgevoerd en vereisen geen
speciale gereedschappen of kennis buiten
wat in deze handleiding wordt aangeboden.
Hieronder staan voorbeelden van soorten
reparaties die u zelf kunt uitvoeren. Al het
andere onderhouds- en reparatiewerk moet in
een goed uitgeruste faciliteit worden uitge-
voerd door een bevoegde fietsmonteur die de
juiste gereedschappen en methoden gebruikt
die worden aangegeven door de fabrikant.
A) Inrijdperiode: uw fiets zal langer meegaan en
beter werken als u deze inrijdt alvorens er
hard op te rijden. De bedieningskabels en
de spaken van de wielen kunnen uitrekken
of gaan “zitten” als een nieuwe fiets voor het
eerst wordt gebruikt en moeten mogelijk
worden bijgesteld door uw leverancier. Uw
mechanische veiligheidscontroles (zie
paragraaf 3.5) zullen u helpen sommige
dingen te herkennen die moeten worden
8
REPARATIE EN ONDERHOUD
bijgesteld. Maar zelfs als alles prima lijkt,
kunt u het beste uw fiets naar de leverancier
terugbrengen voor een algemeen
onderzoek. Leveranciers raden doorgaans
aan om de fiets na 30 dagen terug te
brengen voor een algemeen onderzoek. Een
andere manier om te schatten wanneer het
tijd is voor het eerste algemene onderzoek,
is de fiets terug te brengen nadat deze
ongeveer 10 tot 15 uur is gebruikt. Als u
echter meent dat er iets mis is met de fiets,
breng deze dan naar uw leverancier
alvorens er weer op te rijden.
B) Voor elke rit: mechanische
veiligheidscontroles (zie paragraaf 3.5)
C) Na elke lange of zware rit; als de fiets werd
blootgesteld aan water of gruis; of
minstens eens per 150 km:
• Reinig de fiets, incl. de kettingring en het
getande kettingwiel van het achterwiel.
• Reinig de ketting en olie deze licht.
• Veeg overtollige olie weg. Doorsmering is
afhankelijk van het klimaat. Praat met uw
leverancier over de beste smeermiddelen
en de aanbevolen smeerfrequentie voor
uw gebied.
D) Na elke lange of zware rit of na 10 tot 20
uur rijden:
• Knijp de voorrem in, houd deze vast en
schud de fiets voor- en achteruit. Als u
gerammel of slapte merkt bij elke voor-
of achterwaartse beweging van de fiets,
hebt u mogelijk een los balhoofd. Laat
dit controleren door uw leverancier.
• Til het voorwiel van de grond en draai het
stuur enkele keren naar links en naar
rechts. Als u klemming of stroefheid
merkt in het stuurmechanisme, hebt u
mogelijk een vastzittend balhoofd of
moet er mogelijk vet aan de kogellagers
van het balhoofd worden toegevoegd.
Vraag uw leverancier om dit te
controleren.
• Houd één pedaal vast en schommel
deze heen en terug over de middellijn
van de fiets; doe vervolgens hetzelfde bij
de andere pedaal. Als iets los voelt,
vraag uw leverancier om dit te
controleren.
• Kijk naar de remblokken. Als deze
versleten beginnen te lijken of de
wielvelg niet recht raken, laat deze dan
bijstellen of vervangen door uw
leverancier.
• Controleer of de besturingskabels en
kabelhuisjes roest, kinken of rafels
hebben. Als u een van deze problemen
merkt of als uw remmen en/of schakelaar
niet soepel functioneren, vraag uw
leverancier dan om de kabels te
controleren en zo nodig te vervangen.
• Knijp spaken in aangrenzende paren aan
beide kanten van elk wiel tussen uw
duim en wijsvinger samen. Deze moeten
alle ongeveer dezelfde “spanning”
hebben. Als een spaak los voelt, laat uw
leverancier dan de spanning van de
spaken en de uitlijning van het wiel
controleren.
• Controleer of het frame (vooral in de
buurt van alle gelaste naden), het stuur,
stuurpen en de zadelpen diepe krassen,
breuken of verkleuringen hebben. Dit zijn
tekens van met spanning verband
houdende vermoeidheid die aangeven
dat een onderdeel het einde van zijn
nuttige gebruiksduur heeft bereikt en
moet worden vervangen.
• Controleer of alle onderdelen en
accessoires nog vast zitten en zet deze
zo nodig vast.
E) Zo nodig: Als een remgreep
onbevredigend werkt bij de mechanische
veiligheidscontroles (zie paragraaf 3.5),
herstel dan het traject van de remgreep
door de afstelbout voor de remkabel tegen
de klok in te draaien en zet vervolgens de
afstelling vast door de borgmoer zo ver
mogelijk met de klok mee. Als de hendel
nog steeds niet voldoet bij de
mechanische veiligheidscontroles, laat uw
leverancier dan de remmen controleren.
F) Als de fiets niet soepel en rustig van
versnelling naar versnelling schakelt: het
tandwielmechanisme is mogelijk niet goed
meer afgesteld. De oorzaak is mogelijk
slechts een aangespannen besturings-
kabel, wat u dan kan compenseren door
de afsteltrommel van de schakelkabel te
draaien. Draai de versnellingsschakelaar
op het stuur naar de 2e versnelling.
29
Het geel gekleurde deel moet tussen de 2
gele lijnen op het kijkglas liggen (achterste
wielas, RH-kant). Zie afb. 26.
Als dit niet zo is, stel dan de afsteltrommel
voor de schakelkabel bij het achterwiel af
tot de positie van de geel geschilderde
arm correct is. Zet de afstelling vast door
de borgmoer van de trommel vast te
draaien. Probeer opnieuw te schakelen. Als
het probleem niet wordt verholpen door de
afsteltrommel voor de kabel te draaien,
neem dan contact op met uw leverancier.
G) Elke 50 uur rijden: Breng uw fiets naar uw
leverancier voor een algemeen onderzoek.
30
afsteltrommel voor
schakelkabel
borgmoer
gele lijn
gele lijn
geel gekleurd deel
zet op
AFB. 26
7
8
4
3 2
1 6
5
AFB. 27
Nr. Beschrijving Aanhaalkoppel [Nm.]
1
Afstelbout voor stuurpen
20 - 22 Nm
2 Klembout voor stuur 13 - 15 Nm
3 Afstelbout voor stuurpenhoek 15 - 18 Nm
4 Bouten voor trapas 35 - 45 Nm
5 Bouten voor wielas (achter) 30 - 45 Nm
6
Bouten voor remhandgreep
)5 -9 Nm
7 Borgbout voor zadel 8 - 12 Nm
8 Klembout voor zitting 15 - 16 Nm
8.3 Aanhaalkoppel
9.1 Nooduitrusting en kennis
U moet nooit een fietstocht maken zonder de
volgende nooduitrusting en kennis:
Inbussleutels voor 4 mm, 5 mm en 6 mm,
om verschillende klembouten vast te
zetten die los kunnen zijn geraakt
Reparatiedoos en een reservebinnenband
Bandenlichters
Fietspomp met geschikte kop voor uw
ventielen van uw binnenbanden
Identiteitsbewijs (adres, telefoonnummer,
verzekeringsmaatschappij,
contactpersoon voor noodsituaties,
bloedtype, medische allergieën en
omstandigheden).
9.2 Als u een lekke band krijgt
a Laat alle lucht uit de binnenband lopen (zie
paragraaf 6.6.2). Verwijder één kant van de
buitenkant van de velg door een
bandenlichter te steken tussen de velg en
de onderkant van de zijwand van de
buitenband (“velgrand”). Wrik de velgrand
los van de velg door de bandenlichter
omlaag te drukken. Neem een andere
bandenlichter en wrik de velgrand van de
velg los op ongeveer 10-15 cm afstand
van waar u begon. Er kan een derde lichter
nodig zijn, maar op dit moment moet u de
velgrand zodanig kunnen beginnen los te
wrikken van de velg dat de hele omtrek
van één kant van de velgrand van de
buitenband loskomt van de velg.
bVerwijder de binnenband. Verwijder eerst
de moer die het luchtventiel bevestigt op
de velg. Verwijder hierna het ventiel uit het
ventielgat in de velg en verwijder dan de
binnenband. Inspecteer zorgvuldig de
buiten- en binnenkant van de buitenband
om de oorzaak van het lek te vinden
(doorn, glassplinter, spijker, etc.) en
verwijder het object als het nog aanwezig
is. Als er een snee in de buitenband zit, vul
de binnenkant van de buitenband in de
omgeving van de snee dan met iets dat zal
voorkomen dat de binnenband door de
snee naar buiten wordt geperst als deze
wordt opgepompt: een reservepleister, een
stuk binnenband, een bankbiljet, een
wikkel van een energiestaaf, een stuk
plastic van een melkpak, etc.
c Repareer de binnenband (volg de
instructies in uw reparatiedoos) of gebruik
een nieuwe binnenband. Het is altijd
verstandig om zowel een reparatiedoos als
een nieuwe binnenband mee te nemen
voor het geval de oude binnenband niet
kan worden geplakt. Als er een nieuwe
binnenband moet worden aangebracht,
moet het wiel worden gedemonteerd.
d Alvorens de nieuwe/gerepareerde
binnenband terug te zetten, moet u er net
voldoende lucht in pompen om deze wat
vorm te geven. Begin bij het luchtventiel
om de binnenband in de buitenband te
installeren. Begin dan bij het ventiel om de
velgrand van de blootgestelde buitenband
in de velg te schuiven door deze omlaag te
drukken. Zorg ervoor dat de velgrand
wordt gezet onder de dikke rubberen
onderlaag van het ventiel. Druk vervolgens
de velgrand van de buitenband omlaag in
de velg, met uw duimen langs beide zijden
van de omtrek van de velg, niet slechts
aan één kant. Zorg ervoor dat de
binnenband niet bekneld raakt door de
velgrand. Als u de laatste paar centimeters
van de velgrand moeilijk met uw duimen
over de rand van de velg kunt drukken,
gebruik dan een bandenlichter, maar zorg
ervoor dat de binnenband niet bekneld
raakt.
31
9
VOORZORGSMAATREGELEN EN PROCEDURES
VOORZICHTIG:
Gebruik geen schroevendraaier of een ander
gereedschap dan een bandenlichter, omdat u
anders wellicht de binnenband zult
dichtknijpen en lek prikken.
e Controleer of de buitenband gelijkmatig is
geplaatst rondom de beide kanten van de
velg en of de binnenband zich bevindt
binnen de velgranden van de buitenband.
Druk op het ventiel van de binnenband om
te controleren of de onderkant ervan
binnen de velgranden van de buitenband
zit. Pomp de binnenband langzaam vol tot
de aanbevolen druk (zie paragraaf 6.6.1),
terwijl u voortdurend controleert of de
velgranden van de buitenband in de velg
blijven zitten. Monteer de moer die het
ventiel bevestigt, weer op de velg. Zet het
ventieldopje weer op z’n plaats. Zet het
wiel in de fiets terug (zie paragraaf 6.3).
WAARSCHUWING:
Als u met een platte of slappe buitenband op
uw Lafree Twist rijdt, kunnen de velg, de
buiten- en binnenband en de fiets ernstig
worden beschadigd en kunt u de controle
verliezen en vallen.
9.3 Als u een spaak breekt
a Een wiel met een losse of gebroken spaak
is veel zwakker dan een volledig
gespannen wiel. Als u tijdens het fietsen
een spaak breekt, zult u veel langzamer en
voorzichtiger moeten rijden, omdat een
verzwakt wiel meer gebroken spaken kan
krijgen en nutteloos kan worden.
WAARSCHUWING:
Een gebroken spaak verzwakt het wiel ernstig,
waardoor het kan gaan wiebelen en de
remmen of het frame kan raken. Als u met
een of meer gebroken spaken rijdt, kunt u de
controle verliezen en vallen.
b Buig de gebroken spaak om de spaak
ernaast om te voorkomen dat deze
rondklapt en tussen het wiel en het frame
vastraakt. Draai het wiel rond om te zien of
de velg de remblokken en het frame
passeert. Als het wiel niet draait omdat het
tegen een of meer remblokjes schuurt,
probeer dan de afsteltrommel(s) van de
remkabel met de klok mee te draaien om
de kabel te vieren en de remmen te
openen (zie paragraaf 3.5.3). Als het wiel
nog niet wil draaien, maak dan de
gebogen kabelgeleider van de rem los (zie
paragraaf 6.3.4: “Een snel ontkoppelend
voorwiel verwijderen”) en zet elke losse
kabel zo goed mogelijk vast. Loop met de
fiets of, als het niet anders kan, rijd
buitengewoon voorzichtig. Nadrukkelijk
wordt echter aanbevolen niet te fietsen als
slechts één rem functioneert, en nooit als
beide remmen niet functioneren.
9.4 Als u botst
Controleer eerst of u bent gewond. Zoek zo
nodig medische hulp. Als u bij een ander
voertuig bent betrokken, probeer dan zoveel
mogelijk informatie van de betrokken partij en
getuigen te krijgen.
Controleer vervolgens of uw fiets is
beschadigd en herstel wat u kunt.
Als u thuiskomt, voer dan zorgvuldig de in
paragraaf 8.2 (reparatie- en onderhouds-
schema) beschreven controles uit en
controleer of er andere beschadigde
onderdelen zijn. Alle verbogen, ingekerfde of
verkleurde onderdelen zijn verdacht en
moeten worden vervangen.
WAARSCHUWING:
Een botsing kan buitengewone spanning op
fietsonderdelen uitoefenen, waardoor deze
voortijdig vermoeid raken. Onderdelen die
lijden aan vermoeidheid door spanning,
kunnen het plotseling en rampzalig laten
afweten, wat verlies van controle en ernstig
letsel kan veroorzaken.
VOORZICHTIG:
Als u twijfelt over de toestand van de fiets of
onderdelen ervan, breng deze dan naar uw
leverancier voor een grondige controle.
32
Als u het frame regelmatig controleert en
verdachte tekens onder de aandacht brengt
van uw Lafree leverancier of een andere
bevoegde persoon, zal hierdoor een veilig
gebruik van uw frame en onderdelen worden
bevorderd.
Er bestaat een ruim assortiment aan voor uw
fiets beschikbare accessoires. Ga er echter
niet van uit dat u de accessoires goed kunt
installeren en bedienen zonder eerst de bij
het product gevoegde instructies te hebben
gelezen. Lees en begrijp de instructies die
11.1 Over uw leverancier
Het is de taak van uw leverancier om u te
helpen uw Lafree elektrische fiets goed te
repareren en te onderhouden, alsmede om u
te helpen producten en accessoires te
selecteren en te begrijpen die u wilt
onderzoeken en aanschaffen. Het personeel
van uw fietsenwinkel beschikt over de kennis,
gereedschappen en ervaring om u
betrouwbaar advies en deskundige service te
kunnen geven. Uw leverancier verkoopt de
producten van verschillende fabrikanten,
waardoor u beschikt over de
keuzemogelijkheden die het beste passen bij
uw behoeften en uw budget.
11.2 Garantiebepalingen van
Lafree Europe
1. De garantiebepalingen van Lafree Europe
(Lafree) gelden uitsluitend voor de eerste
eigenaar (eigenaar) van de Lafree fiets. In
geval van een garantieclaim conform de
garantiebepalingen, is de eigenaar
verplicht het verkoopbewijs en/of de
Lafree garantiekaart te tonen.
2. De hierna genoemde garantieperiodes
zijn altijd geldig vanaf de aankoopdatum
van de Lafree fiets (aankoopdatum).
3. Lafree garandeert de eigenaar van de
Lafree fiets dat het frame en de
ongeveerde voorvork van de Lafree fiets
geen materiële en/of constructieve
defecten hebben gedurende een periode
van 10 jaar.
4. Lafree garandeert de eigenaar van de
Lafree fiets dat de lak op het frame en de
ongeveerde voorvork bestand is tegen
corrosie en niet zal afschilferen
gedurende een periode van 2 jaar.
5. Lafree garandeert de eigenaar van de
Lafree fiets dat de in de fiets gebruikte
onderdelen geen materiële en/of
constructieve defecten hebben
gedurende een periode van 1 jaar.
6. De oorspronkelijke onderdelen van
andere fabrikanten die worden gebruikt
bij de Lafree fiets, zullen door Lafree
worden gegarandeerd overeenkomstig
de voorwaarden en condities van de
fabrikant van de genoemde onderdelen.
vergezeld gaan met de accessoires die u
aanschaft voor uw fiets. Als u ook maar
enigszins twijfelt over uw vermogen om deze
goed te kunnen installeren, vraag uw
leverancier dan om hulp.
33
10
ACCESSOIRES VOOR GEMAK EN CAPACITEIT
11
VERKOOPSERVICE
Lafree zal de eigenaar desgevraagd op
de hoogte houden met betrekking tot de
toepasselijkheid, de voorwaarden en de
condities.
7. De enige fietsen die voor garantie in
aanmerking zullen komen, zijn degene
die zijn gekocht bij en zijn goedgekeurd
door een Lafree leverancier, en die zijn
gemonteerd en gebruiksklaar voor fietsen
zijn gemaakt door deze leverancier.
8. Alle garantieclaims moeten uitsluitend
worden ingediend door een erkende
Lafree leverancier.
9. Als de Lafree fiets binnen 60 dagen na de
aankoopdatum materiële en/of
constructieve defecten vertoont die
worden genoemd in de garantie, heeft de
eigenaar het recht op een gratis reparatie
en/of vervanging van het specifieke
onderdeel. Nadat het genoemde
tijdsbestek is verstreken, heeft de
eigenaar het recht op een reparatie en/of
een vervanging, waarbij de kosten
(transportkosten, loonkosten, etc.) voor
de reparatie voor rekening komen van de
eigenaar.
10. Lafree zal onderdelen die moeten worden
gerepareerd of vervangen, altijd
repareren en/of door een gelijkwaardig
onderdeel vervangen. De keuze en het
model van het specifieke onderdeel
worden uitsluitend door Lafree
beoordeeld.
11. Uitgesloten van de garantie zijn defecten
ten gevolge van slijtage door normaal
gebruik, alsmede defecten ten gevolge
van ongelukken, excentrisch gebruik,
respectievelijk een gebruik waarvoor de
fiets niet was bedoeld.
12. De garantie is niet geldig als de fiets niet
correct is gemonteerd, als de fiets is
gerepareerd door een ander dan een
erkende Lafree leverancier, en/of als de
fiets niet is geleverd met de
oorspronkelijke onderdelen.
13. Of de garantie al dan niet van toepassing
is, wordt uitsluitend beslist door Lafree.
34

Documenttranscriptie

1. Lees deze handleiding! 1.1 Handelsmerken 1.2 Goedkeuring en conformiteit 3 3 2. Hoe het wordt genoemd 2.1 Algemeen 2.2 Batterij en oplader 2.3 Stuur en stuurpen 2.4 Positie van de serienummers 4 4 5 5 6 3. Juiste formaat en veiligheid 3.1 Passend 3.2 Zadelstand 3.3 Hoogte en hoek van stuur 3.4 Veiligheidsuitrusting 3.4.1 Lichten 3.4.2 Reflectoren 3.4.3 Helm 3.5 Mechanische veiligheidscontroles 3.5.1 Moeren en bouten 3.5.2 Banden en wielen 3.5.3 Remmen 3.5.4 Snel ontkoppelde onderdelen 3.5.5 Uitlijning van stuur en zadel 7 7 8 9 9 9 10 10 10 10 10 10 11 11 4. Veilig en verantwoord fietsen 4.1 De grondbeginselen 4.2 Verkeersregels 4.3 In nat weer fietsen 4.4 's Nachts fietsen 12 12 12 12 12 5. Batterij en oplader bedienen 5.1 Batterij verwijderen, opladen en installeren 5.1.1 Algemeen 5.1.2 Verwijderen, opladen, installeren 5.1.3 Refresh/laden 5.1.4 Energie-indicator 5.1.5 Batterijvermogen, bereik en laadtijd 5.1.6 Bereik 5.2 Opslag en vervoer Batterij bewaren Vervoer van de Lafree Twist 5.3 Verzorging en onderhoud Batterij Oplader 5.4 Afvoer van oude batterijen 13 13 13 13 15 17 17 18 19 19 19 19 19 19 20 1 NEDERLANDS GEBRUIKSHANDLEIDING VOOR DE LAFREE TWIST 6. Hoe dingen werken 6.1 Algemeen 6.2 Stroomschakelaar 6.3 Snelontkoppeling voor voorwiel 6.3.1 Algemeen 6.3.2 Het snelontkoppelingsmechanisme afstellen 6.3.3 Secundaire naspantoestellen voor het voorwiel 6.3.4 Een snel ontkoppelend voorwiel verwijderen 6.3.5 Een snel ontkoppelend voorwiel installeren 6.4 Remmen Hoe remmen werken 6.5 Schakelen 6.5.1 Waarvoor de versnellingen dienen 6.5.2 Versnellingen schakelen 6.6 Buiten- en binnenbanden 6.6.1 Buitenbanden 6.6.2 Luchtventielen voor banden 6.7 Verlichtingssysteem 6.8 Slot 6.9 Standaard 6.10 Bagagedrager 21 21 21 22 22 23 23 23 24 24 24 25 25 25 25 25 25 26 26 26 27 7. Transport van de Lafree Twist 27 8. Reparatie en onderhoud 8.1 Algemeen 8.2 Reparatie- en onderhoudsschema. 8.3 Aanhaalkoppel 28 28 28 30 9. Voorzorgsmaatregelen en procedures 9.1 Nooduitrusting en kennis 9.2 Als u een platte band krijgt 9.3 Als u een spaak breekt 9.4 Als u botst 31 31 31 32 32 10. Accessoires voor gemak en capaciteit 33 11. Verkoopservice 11.1 Over uw leverancier 11.2 Garantiebepalingen van Lafree Europe 33 33 33 2 1 LEES DEZE HANDLEIDING! Lees alle informatie in deze handleiding zorgvuldig door om uw elektrische Lafree Twist fiets zo optimaal, veilig en prettig mogelijk te kunnen gebruiken. Als u enige tijd neemt om de bedieningsmethoden van de Lafree Twist te leren begrijpen, zult u het uiterste uit elke rit kunnen halen. Gefeliciteerd! U bent zojuist de opwindende wereld van elektrische ondersteuning voor fietsen binnengefietst. Behalve dat de Lafree Twist een volledig functionele fiets is, heeft deze een geïntegreerde boordeenheid voor elektrische ondersteuning. Het versterkte pedaalsysteem is gebruiksvriendelijk en inzichtelijk. Vanwege de geperfectioneerde technologie is het echter uitermate belangrijk dat u de richtlijnen voor de bediening zorgvuldig en volledig in acht neemt, omdat u anders de motor, de energievoorziening (batterijpak/-lader) of de hele fiets zou kunnen beschadigen. Lees paragraaf 5.1: “Batterij verwijderen, laden en installeren” alvorens Lafree Twists elektrisch aangedreven functies te gebruiken. Lafree Twists batterij moet volledig zijn geladen, voordat de motor (elektrisch ondersteund trappen) kan worden gebruikt. Hoewel de Lafree Twist als een normale fiets functioneert, dient u toch de hoofdstukken over de bediening van de fiets te lezen, vooral als u de afgelopen 10 jaar niet hebt gefietst of geen fiets hebt gehad. Het vermogen en de configuratie van onderdelen is ingrijpend veranderd en hoewel deze gebruiksvriendelijk en inzichtelijk zijn, zullen deze er mogelijk anders uitzien dan wat u kent! 1.2 Goedkeuring en conformiteit 1.1 Handelsmerken De volgende handelsmerken zijn geregistreerde handelsmerken van Giant in Europa en andere landen: • Lafree • Twist Deze Lafree Twist fiets voldoet aan de voorschriften van de volgende EC richtlijn:richtlijn voor Elektromagnetische Compatibiliteit (89/336/EEG). 3 2 HOE HET WORDT GENOEMD 2.1 Algemeen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. Stuur Stuurstang (2 versies: heren en dames) Vermogensregelaar - linkerkant Schakelaar voor drieversnellingsnaaf rechterkant Frame Zitbuis Voorvork Wiel Band Loopvlak Zijwand Klepsteel (deel van binnenband) Binnenband Velg Spaak Naaf Snel ontkoppelende nokhefboom Onderbeugel 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. Krukarm Kettingring (in motorkast) Ketting Pedaal Achterste drieversnellingsnaaf / getand kettingwiel Zitbalk (2 versies: heren en dames) Zadel Zitbalkbeugel Voorste lineaire trekrem Remblok Achterste lineaire trekrem Reflector Motorkast Standaard Spatbord/-scherm (voor en achter) Dynamo Voorlicht Achterlicht Slot Bagagedrager 4 AFB. 1 3 1 25 1 24 38 26 35 8 30 29 37 6 5 36 33 33 34 16 17 27 28 10 9 11 13 15 23 32 14 21 31 18 20 19 22 12 7 4 2.2 Batterij en oplader 2 AFB. 2 AFB. 3 3 3 1 1 4 7 4 9 10 5 1 2 3 4 5 6 8 Batterij Batterijslot Handvat Energie-indicator Laadbus 6 7 8 9 10 Busdop Oplader Laadstekker Krachtstop Opfrisknop AFB. 4 8 5 4 9 7 2 6 1 3 2.3 Stuur en stuurpen AFB. 5 10 1. Stuur 2. Stuurpen (2 versies: heren en dames) 3. Greep 4. Vermogensregelaar 5. Bel 6. Schakelhendel 7. Tandwielindicator 8. Voorste remhandgreep 9. Achterste remhandgreep 10. Trommel voor remafstelling 11. Afstelbout voor stuurpen 12. Inclinatiebout voor stuurstang 13. Klembout voor stuur AFB. 6 12 afstelbout 11 stuurpenhoogte afstelbout minimale insteekmarkering 5 stuurpen 13 klembout 2.4 Positie van de serienummers AFB. 7 Noteer de serienummers van Lafree fiets en de batterij voor toekomstige verwijzingen. Het serienummer van de fiets is gestempeld in de linker rugzijde van het gedeelte van het frame dat de as van het achterwiel vasthoudt. AFB. 8 Serienummer van batterij. Batterij met serienummer) 6 3 JUISTE FORMAAT EN VEILIGHEID 3.1 Passend Standhoogte (zie afb.10). Het is de afstand van de grond tot de bovenkant van de bovenbuis bij de plaats waar uw kruis zou zijn als u met gespreide benen over de fiets zou staan halverwege het zadel en de stuurstang. Ga schrijlings over de fiets staan om dit te controleren. Als uw kruis het frame raakt, is de fiets te groot voor u. Een fiets waarmee u alleen op wegen rijdt, moet minimaal beschikken over een tussenruimte van 2,5 tot 5 cm tussen de bovenbuis en uw kruis. Een fiets waarmee u over terreinpaden gaat rijden, moet een tussenruimte van minimaal 7,5 cm hebben, terwijl een mountainbike voor gebruik op ruw terrein een tussenruimte van 10 cm of meer moet bieden. Zorg ervoor dat de fiets past. Een fiets die te groot of te klein is voor de fietser, is moeilijker te besturen en kan ongemakkelijk of gevaarlijk zijn. Frameformaat. Uw leverancier zal het beste frameformaat voor u hebben aangeraden op basis van de verschafte informatie. Als u uw eigen fiets in een fietsenwinkel hebt uitgezocht, zal uw leverancier de tijd hebben genomen om u te voorzien van het juiste frameformaat op dat moment. Als iemand anders de fiets voor u heeft uitgekozen, als een cadeau bijvoorbeeld, is het belangrijk voor u te controleren of deze past alvorens erop te gaan rijden. AFB. 9 7 3.2 Zadelstand minimale insteekmarkeringen. De minimale insteeklengte van de zadelpen voor de damesfiets is 15 cm. De minimale insteeklengte van de zitbalk voor de herenfiets is 10 cm. Denk hieraan als u een nieuwe zadelpen nodig hebt. Let op als u zadelpen van damesen herenfietsen verandert. Om het meeste profijt en gemak van uw fiets te hebben, moet het zadel correct worden afgesteld. a Verticale afstelling. De juiste zadelhoogte wordt door uw beenlengte bepaald. Om de juiste zadelhoogte te controleren: • ga op het zadel zitten • zet één hiel op een pedaal • draai de kruk tot het pedaal met uw hiel in de laagste stand is en de kruk parallel met de zitbuis is. • uw been moet vrijwel recht zijn. Zo niet, dan moet uw zadelhoogte worden aangepast. b Horizontale afstelling. Om de aangenaamste positie te vinden, moet u de zadelklem losdraaien en het zadel naar voren of naar achteren bijstellen tot deze bij u past. Draai de zadelklem weer vast. (Zie afb. 12). c Afstelling van hellend zadel. De meeste mensen prefereren een horizontaal zadel, maar sommige fietsers prefereren een zadel dat enigszins omhoog of omlaag helt. Stel de schuine stand van het zadel bij door de zadelklem los te draaien, kantel het zadel naar de gewenste stand en draai de zadelklem weer vast. Zeer kleine veranderingen in de zadelstand zullen veel verschil uitmaken. Breng slechts één verandering tegelijk en alleen in kleine stappen aan, tot u de meest aangename positie voor uzelf hebt gevonden. Om de zadelhoogte aan de passen, moet u de bevestigingsbout van de zadelpen losdraaien (zie afb. 10) en de zadelpen zo nodig naar boven of naar beneden verplaatsen. Controleer dan of het zadel parallel is met de bovenbuis van de fiets en draai de bevestigingsbout van de zadelpen weer voldoende stevig vast, zodat u het zadel niet scheef kunt draaien. Controleer de afstelling op bovenstaande wijze. De zadelpen mag NIET uitsteken achter de minimale insteekmarkering van het frame (zie afb. 11). WAARSCHUWING: Als u een zadel hebt bijgesteld, zorg er dan voor dat u het afstelmechanisme van het zadel goed vastdraait alvorens te gaan fietsen. Controleer periodiek of het afstelmechanisme van het zadel goed is vastgedraaid. OPMERKING: Om de kwaliteit van het frame te kunnen waarborgen, gebruikt Giant verschillende soorten zadelpennen voor de Lafree Twist heren- en damesfietsen. Het verschil tussen de 2 soorten zadelpennen is de positie van de AFB. 10 AFB. 11 minimale insteekmarkering 8 AFB. 12 3.3 Hoogte en hoek van stuur b Hoek van stuur. Door het stuur te kantelen, kunt u de handvatten meer omhoog of omlaag richten. Dit is een kwestie van persoonlijke smaak. Draai de bout aan de voorkant van de stuurstang los (klembout van stuur). Kantel het stuur naar de gewenste positie. Draai de bout naar het juiste draaimoment vast (zie paragraaf 8.3 “Aanhaalkoppel”). Controleer de positie van de remhandgrepen en stel deze zo nodig bij. Afstelbout voor stuurpenhoogte Minimale insteekmarkering Klembout voor stuurbocht Afstelbout voor afstelling van juiste hoek stuurpen a Hoogte van stuurpen. U kunt de stuurpen hoger of lager zetten. Draai de afstelbout voor de stuurpen los (zie afb. 13) door deze drie of vier slagen tegen de klok in te draaien. Als de bout omhooggaat, maar de stuurpen niet beweegt, tik de bout dan voorzichtig naar beneden met een plastic of houten hamer. Zet de stuurpen op de juiste hoogte en loodrecht op het voorwiel. Draai de bout naar het juiste draaimoment vast, zodat u de stang en de stuurstangen niet kunt draaien (zie paragraaf 8.3 “Aanhaalkoppel”). De minimale insteekmarkering mag NIET zichtbaar zijn. c Hoek van stuurstang. Met de verstelbare stuurstang kunt u de hoek van het verlengstuk van de stuurstang bijstellen. Draai de afstelbout los en zet het verlengstuk in de gewenste schuine stand. Draai de bout naar het juiste draaimoment vast (zie paragraaf 8.3 “Aanhaalkoppel”). Controleer de hoek van het stuur en de positie van de remhandgrepen en stel deze zo nodig bij. Nadat de stand van het stuur of de stang is gewijzigd, dient u te controleren of de stuurstangen vrij in beide richtingen kunnen worden gedraaid zonder dat de remkabels ergens achter blijven haken of verstrikt raken. Het is essentieel om grondig te controleren of uw stuur en de stuurpen stevig vastzitten en niet kunnen worden verplaatst, nadat u aanpassingen hebt uitgevoerd. AFB 13 afstelbout stuurpenhoogte afstelbout stuurpen klembout minimale insteekmarkering 3.4 Veiligheidsuitrusting OPMERKING: Om de kwaliteit van het frame en de vork te kunnen waarborgen, gebruikt Giant verschillende soorten stuurpennen voor de Lafree Twist heren- en damesfietsen. Het verschil tussen de 2 soorten stuurpennen is de positie van de minimale insteekmarkeringen. De minimale insteeklengte van de stuurpen voor de damesfiets is 80 mm. De minimale insteeklengte van de stuurpen voor de herenfiets is 65 mm. Denk hieraan als u een nieuwe stuurstang nodig hebt. 3.4.1 Lichten Lichten zijn belangrijke veiligheidsvoorzieningen die zijn ontworpen als een integraal deel van de Lafree Twist. Als u na de schemering fietst, moet u de lichten aanzetten, waardoor u de weg kunt zien en gevaren op de weg kunt voorkomen, en waardoor anderen u kunnen zien. 9 compressor voor grote volumes moet gebruiken, zoals men bij benzinestations aantreft, voeg dan lucht in kleine hoeveelheden toe, omdat deze compressors zijn ontwikkeld om autobanden te vullen die veel grotere volumes hebben dan fietsbanden. Als er te veel druk ineens wordt toegevoegd, kan de binnenband exploderen, wat ernstige schade aan de buitenband en ernstig letsel kan veroorzaken. 3.4.2 Reflectors Reflectors zijn belangrijke veiligheidsvoorzieningen die zijn ontworpen als een integraal deel van de Lafree Twist. De reflectors zijn ontworpen om straatverlichting en autolichten zodanig op te vangen en te reflecteren dat u eerder als een rijdende fietser wordt gezien en herkend. VOORZICHTIG: Controleer reflectors regelmatig om na te gaan of deze schoon, recht, ongebroken en stevig bevestigd zijn. Laat uw leverancier beschadigde reflectors vervangen en gebogen of losse reflectors rechtbuigen of vastzetten. Draai elk wiel langzaam rond en kijk of er sneden in het loopvlak en de zijwand van de band zijn. Vervang beschadigde banden alvorens op de fiets te rijden. Draai elk wiel rond en controleer of de remmen speling hebben en de velg niet heen en weer wiebelt. Als een wiel heen en weer wiebelt of de remblokken raakt, dient u de fiets naar een bevoegde fietsenwinkel te brengen om het wiel te laten uitlijnen. 3.4.3 Helm Ons advies is om tijdens het fietsen altijd een helm van een goede kwaliteit te dragen. 3.5 Mechanische veiligheidscontroles VOORZICHTIG: Wielen moeten worden “gericht” (uitgelijnd) om de remmen effectief te laten werken. Wielen narichten is een vaardigheid die speciale gereedschappen en ervaring vereist. Probeer geen wiel na te richten als u niet de benodigde kennis en gereedschappen hebt om het werk correct te kunnen uitvoeren. 3.5.1 Moeren en bouten Inspecteer de fiets van dichtbij, van de voorkant tot de achterkant, om te zien of er onderdelen versleten of beschadigd lijken. Pak het stuur met beide handen vast en til het voorwiel 5-10 cm van de grond, laat deze dan stevig op de grond neerkomen, terwijl u het stuur nog vasthoudt. Als er iets los klinkt, voelt of lijkt, voer dan een snelle visuele en tactiele inspectie van de hele fiets uit. Probeer de bron van het geluid of duidelijk losse onderdelen te vinden en zet deze vast. Als u twijfelt, vraag dan iemand met ervaring voor de inspectie of ga met uw Lafree Twist naar uw bevoegde Lafree leverancier. 3.5.3 Remmen Inspecteer visueel of het kabeltraject van de remmen goed is (zie afb. 14). Knijp in de remgrepen. De remgrepen behoren de remblokken ongeveer halverwege hun boog te koppelen, of binnen circa 2,5 cm van het handvat van het stuur. Om de uitslag van de remgrepen te kunnen controleren, dient u de handgreep te omsluiten met uw duim en wijsvinger en vervolgens de remhandgreep in te knijpen met de overige drie vingers van elke hand. Als u de hefbomen zo kunt inknijpen dat deze uw wijsvinger raken, moet u uw remmen laten bijstellen door een bevoegd onderhoudscentrum. 3.5.2 Banden en wielen Controleer of de bandspanning goed is, door uw hand direct op de bovenkant van elke band afzonderlijk te plaatsen. Druk met een rechte arm en directe neerwaartse druk de band naar beneden en kijk naar de plek waar de band de grond raakt. De band behoort slechts zeer weinig te worden samengedrukt. Als uw banden moeten worden opgepompt, gebruik dan een normale staande fietspomp (zie paragraaf 6.6.1: “Banden”). Als u een 10 AFB. 14 AFB. 15 Controleer of de remblokken van de remmen volledig in contact komen met het remvlak van de velg (zie afb. 15). Controleer ook of de schoenen niet in contact komen met de zijwand van de band, terwijl de rem wordt gebruikt. Als u op de fiets rijdt terwijl de remblokken de zijwand raken, zal de buitenband worden beschadigd en de binnenband worden lekgeprikt, waardoor u de controle kunt kwijtraken en kunt vallen. Rij niet op de fiets als de remmen niet goed zijn afgesteld. Zie paragraaf 6.4: “Remmen” voor meer informatie. WAARSCHUWING: Als de snelontkoppeling van het wiel onjuist is afgesteld, kan het wiel gaan wiebelen of kan het van de fiets losraken, wat de fiets kan beschadigen en ernstig letsel kan veroorzaken. 3.5.5 Uitlijning van stuur en zadel Zijn het zadel en de stuurpen correct op één lijn met de bovenbuis van de fiets en zitten deze voldoende stevig om deze niet scheef te kunnen draaien? OPMERKING: Op een fiets rijden impliceert bepaalde risico’s, waaronder schade en letsel. Door uw keuze om te fietsen, aanvaardt u persoonlijke verantwoordelijkheid voor die risico’s. De mensen die u de fiets hebben verkocht, de fabrikant, de distributeur en de mensen die de wegen en paden beheren of onderhouden waarover u fietst, zijn niet verantwoordelijk voor uw daden. Daarom is het uitermate belangrijk dat u de regels voor veilig en verantwoord fietsen begrijpt en in de praktijk toepast, en dat u zo nodig uw gezonde verstand gebruikt. WAARSCHUWING: Rijden met onjuist afgestelde remmen of versleten remblokken is gevaarlijk en kan ernstig letsel veroorzaken. 3.5.4 Snel ontkoppelende onderdelen Controleer of de snel ontkoppelende hefboom voor het voorwiel goed is afgesteld en in de vergrendelde stand staat. Zie paragraaf 6.3: “Snelontkoppeling van voorwiel” voor meer informatie. 11 4 VEILIG EN VERANTWOORD FIETSEN 4.1 De grondbeginselen verliezen. Verminder onder natte omstandigheden uw snelheid en gebruik uw remmen eerder en geleidelijker dan u zou doen onder normale, droge omstandigheden. Voer de mechanische veiligheidscontroles uit (zie paragraaf 3.5) alvorens op de Lafree Twist te gaan fietsen. 4.4 ’s Nachts fietsen 4.2 Verkeersregels ‘s Nachts fietsen is veel gevaarlijker dan overdag fietsen. Leer de lokale fietswetten en –voorschiften kennen. Veel landen hebben speciale voorschriften over toestemming geven aan fietsen, het rijden op stoepen, wetten voor het gebruik van fietspaden, etc. Veel landen hebben wetten voor helmen, wetten voor kinderzitjes en speciale verkeersregels voor fietsen. In de meeste landen moet een fietser zich aan dezelfde verkeersregels houden als de bestuurder van een auto of motorfiets. Het is uw verantwoordelijkheid de wetten te kennen en u hieraan te houden. WAARSCHUWING: Het is gevaarlijk en kan ongelukken veroorzaken om in de schemering, na het donker of tijdens slechte zichtbaarheid te fietsen zonder reflectoren en zonder een verlichtingssysteem voor de fiets dat aan de landelijke wetten voldoet. Alvorens in de schemering of ‘s nachts te fietsen, dient u het volgende te doen om uzelf zichtbaarder te maken: • Zorg ervoor dat uw fiets is uitgerust met een correct geplaatst en betrouwbaar gemonteerd verlichtingssysteem en met reflectoren (zie paragraaf 3.4.1, 3.4.2 en 6.7). • Zorg ervoor dat de lichten en de reflectoren niet worden gehinderd door uw kleding, door accessoires of door iets dat u vervoert op de fiets. 4.3 In nat weer fietsen Onder natte omstandigheden is het remvermogen van uw remmen (evenals van de remmen van andere weggebruikers) verminderd en is de band-op-oppervlakhechting (“grip”) eveneens aangetast. Hierdoor wordt het moeilijker de snelheid te regelen en gemakkelijker de controle te 12 5 BATTERIJ EN OPLADER BEDIENEN 5.1 Batterij verwijderen, opladen en installeren laadproces! Breng uw Lafree Twist fiets naar uw bevoegde Lafree leverancier voor onderhoud of vervanging. • Als het bereik per oplading te kort wordt, zelfs nadat de batterij is opgeladen (zie paragraaf 5.1.3: “Refresh/opladen”), kan het einde van de gebruiksduur van de batterij zijn bereikt. Vervang de batterij door een nieuwe. Als de NiMH-batterij in overeenstemming met de richtlijnen in deze handleiding is gebruikt, heeft deze een gebruiksduur van meer dan 500 laadcycli. • De batterij mag niet langer dan 24 uur worden opgeladen of refreshed worden opgeladen. Hierdoor zou de gebruiksduur van de batterij aanzienlijk worden verminderd. 5.1.1 Algemeen VOORZICHTIG: Lees de volgende algemene veiligheidsaanwijzingen voor het opladen of het gerefreshed opladen van een Lafree Twist batterij. • Het laadgebied moet horizontaal, goed geventileerd, vochtvrij en beschermd tegen direct zonlicht zijn. • Laad de batterij bij een omgevingstemperatuur van 0°C - 40°C (als de inwendige temperatuur van de batterij lager dan 0°C of hoger dan 40°C is, blijft de oplader in de stand-by-modus en kan de batterij niet worden opgeladen). • Probeer geen Twist batterij met een kapotte of gebogen laadstekker op te laden. • Gebruik geen andere stroombron dan 220230 V~. • Bedek de batterij niet tijdens het opladen of het gerefreshed opladen. • Als u een vreemde geur, damp of rook opmerkt, stop dan onmiddellijk het 5.1.2 Verwijderen, opladen, installeren De batterij van de Twist kan zeer eenvoudig worden verwijderd en opgeslagen. Voor het opladen moet de batterij worden losgemaakt van de fiets. Als dit niet op de juiste manier wordt gedaan, kan de batterij worden beschadigd. Hoe de batterij moet worden verwijderd, op de fiets moet worden geïnstalleerd en moet worden opgeladen. Stap 1. Pak de batterij vast en draai de sleutel van het batterijslot tegen de klok in om deze te openen. Stap 2. Verplaats de batterij 45º zijwaarts. Verwijder de greep en pak de batterij uit de houder. Zie afb. 17. 13 Stap 3. Zet de batterij in een stabiele stand, zodanig dat de energie-indicator zichtbaar is. Stap 4. Verwijder de dop van de laadbus van de batterij, die zich bevindt aan de onderkant van de batterij. Stap 5. Steek de laadstekker in de laadbus van de batterij met de pijl naar BOVEN. pijl markering Stap 6. Steek de netstekker in een elektrisch aansluitpunt (220-230 V~) en controleer of alle polen volledig in de stekkerbus zijn gestoken. Zie afb. 22. Houd de omgeving waar de batterij wordt opgeladen, goed geventileerd en vrij van afval of andere brandbare voorwerpen om brand door vonken of oververhitting te voorkomen. Stap 7. DRUK NIET OP DE “REFRESH”-KNOP OP DE OPLADER. Zie paragraaf 5.1.3 ”refreshed opladen” (hieronder). Het lampje op de oplader zal ROOD branden, wat aangeeft dat er elektriciteit in de batterij stroomt. Eerst knippert het lampje enkele seconden lang ROOD, dan geeft het continu ROOD licht tijdens het opladen en knippert langzaam na ca. 4-5 uur (bij volledige oplading), wat aangeeft dat de batterij de volledige capaciteit heeft bereikt en het opladen is voltooid. Normaal opladen: LICHT OP OPLADER 1. ROOD licht knippert 0,9 sec “aan”/0,1 sec “uit” 2. ROOD licht brandt 3. ROOD licht knippert langzaam 2 sec “aan” / 2 sec “uit” HOE LANG DUURT HET? Slechts even WAT GEBEURT ER? Opladen zal spoedig starten(“wacht”) Max. 4-5 uur Tot de netstekker is losgemaakt Bezig met opladen Opladen voltooid! (“voltooiing”) 14 Stap 8. Trek de netstekker uit het elektrische aansluitpunt. Stap 9. Trek de laadstekker uit de batterij. Stap 10. Bevestig de batterij op de fiets (stap 2 en 1 in omgekeerde volgorde). Zorg ervoor dat de batterij is geborgd in de “LOCK”-positie, zodat deze niet zijwaarts kan bewegen. 5.1.3 Refreshed opladen Lafree Twists oplader beschikt over het vermogen om een batterij te laten refreshen. Refreshen bestaat uit het proces de batterij eerst volledig te ontladen alvorens deze weer volledig op te laden. Dit proces is een wezenlijke stap voor de verlenging van de gebruiksduur van Twists batterijen. energie die nog in de batterij aanwezig is, kan het proces ongeveer 15 uur duren. Refreshed opladen duurt langer dan normaal opladen. Afhankelijk van de hoeveelheid Dit gebeurt als volgt: Refreshed opladen dient frequent te worden gedaan. Dit proces moet worden uitgevoerd na elke 15 keer normaal opladen, maar minstens eens per 3 maanden. Stap 1. Pak de batterij vast en draai de sleutel van het batterijslot tegen de klok in om deze te openen. Stap 2. Verplaats de batterij 45º zijwaarts. Verwijder de greep en pak de batterij uit de houder. Stap 3. Zet de batterij in een stabiele stand, zodanig dat de energie-indicator zichtbaar is. Stap 4. Verwijder de dop van de laadbus van de batterij, die zich bevindt aan de onderkant van de batterij. 15 Stap 5. Steek de laadstekker in de laadbus van de batterij met de pijl naar BOVEN. pijl markering Stap 6. Steek de netstekker in een elektrisch aansluitpunt (220-230 V~) en controleer of alle polen volledig in de stekkerbus zijn gestoken. Zie afb. 22. Houd de omgeving waar de batterij wordt opgeladen, goed geventileerd en vrij van afval of andere brandbare voorwerpen om brand door vonken of oververhitting te voorkomen. Stap 7. Het lampje op de oplader zal ROOD branden, wat aangeeft dat er elektriciteit in de batterij stroomt. Eerst knippert het lampje enkele seconden lang ROOD. DRUK OP DE “REFRESH”-KNOP OP DE OPLADER. Zie afb. 23 en 28. De lichtdiode van de oplader zal continu GROEN branden, wat aangeeft dat de batterijen worden ontladen / geregenereerd Stap 8. Het licht gaat over van GROEN in ROOD, wat aangeeft dat het regenereren is voltooid en de batterij weer zal worden opgeladen. Stap 9. Als het RODE licht overgaat van continu branden in langzaam knipperen, heeft de batterij z’n volledige vermogen bereikt. Refreshed opladen: LICHT OP OPLADER HOE LANG DUURT HET? WAT GEBEURT ER? 1. ROOD licht knippert Slechts even Opladen zal spoedig starten(“wacht”) 0,9 sec “aan”/0,1 sec “uit” 2 Druk op “REFRESH”-knop op de oplader 3. GROEN licht brandt Max. 10 uur Ontladen / refreshen 4. ROOD licht brandt Max. 4-5 uur Bezig met opladen 5 ROOD licht knippert Tot de netstekker is Opladen voltooid! 2 sec “aan” / 2 sec “uit” losgemaakt (“voltooiing”) 16 Stap 10.Trek de netstekker uit het elektrische aansluitpunt. Zie afb. 22. Stap 11 Trek de laadstekker uit de batterij. Zie afb. 25. Stap 12 Bevestig de batterij op de fiets (stap 2 en 1 in omgekeerde volgorde). Zorg ervoor dat de batterij is geborgd in de “LOCK”-positie, zodat deze niet zijwaarts kan bewegen. Zie afb. 26 en 27. 5.1.4 Energie-indicator De beschikbare hoeveelheid energie wordt aangegeven via een reeks lichtdiodes (LED’s) op de batterij. (zie afb. 16 en 17). De indicator gaat branden als u de “PUSH”-knop indrukt. Na een volledige oplading zullen alle vijf LED’s branden. Als er energie wordt gebruikt, zullen er minder LED’s branden. Het licht van de LED’s zal na enkele seconden uitgaan. AFB. 16 AFB. 17 5.1.5 Batterijvermogen, bereik en laadtijd Knipperende LED’s 1 (knipperend) 1 2 3 4 5 Beschikbare energie Minder dan 1% 1 – 20% 21 – 40% 41 – 60% 61 – 80% 81 ~ 100% Overgebleven bereik* < 1 km. < 5 km. 5 – 15 km. 10 – 20 km. 15 – 25 km. 20 ~ 35 km. * Opmerking 1: Het overgebleven bereik is slechts een indicatie. De aangegeven getallen zijn gebaseerd op fietsen in de “normale” modus. Het werkelijke overgebleven bereik hangt af van de geselecteerde modus (“ECO” of “normaal”), weersomstandigheden, rijstijl, gekozen versnelling, etc. Zie paragraaf 5.1.6: “Bereik”. Laadtijd** 4 – 5 uur 3 – 4 uur 2 – 3 uur 1.5 – 2 uur 1 – 1.5 uur 0.5 – 1 uur ** Opmerking 2: Ook de laadtijd is slechts een indicatie. De werkelijke laadtijd hangt af van de leeftijd van de batterij en het aantal keren dat deze is opgeladen / ontladen. Bij oudere batterijen kan er een langere laadtijd nodig zijn. 17 energie (van de fietser, maar ook van de batterij) worden bespaard als de versnellingen op de fiets op de juiste manier worden gebruikt. Vooral optrekken en bergop rijden moeten in een lage versnelling worden gedaan, evenals bij autorijden. Begin in 1e versnelling te rijden en schakel naar de 2e en 3e versnelling als de snelheid toeneemt. Dit helpt energie te besparen en het bereik te vergroten. 9. Kwaliteit en toestand van onderdelen van de fiets, zoals- banden met te lage druk of goed opgepompte banden- een vuile, geroeste, droge ketting of een schone en goed gesmeerde ketting. Slecht onderhoud verhoogt de weerstand en door de extra benodigde energie raakt uw batterij sneller leeg. 5.1.6 Bereik Het bereik is de afstand die u kunt fietsen met behulp van elektrische ondersteuning op één lading. Dit is afhankelijk van veel verschillende factoren die kunnen worden verdeeld in 2 groepen: • Vermogen en conditie van de batterij • De fietsomstandigheden en de toestand van de fiets. Een overzicht van dingen die rechtstreeks invloed hebben op de afstand die u kunt afleggen: 1. Leeftijd van de batterij: als de batterij ouder wordt, neemt het vermogen af. Dus met een gloednieuwe, goed geladen batterij kunt u een langere afstand afleggen dan met een batterij die 1 jaar oud is. 2. Aantal batterijladingen: het rijbereik neemt af na een aantal nieuwe batterijopladingen. Dit kan gedeeltelijk worden gecompenseerd door “Refreshed opladen” (zie paragraaf 5.1.3). 3. De temperatuur: het prestatievermogen van de batterij hangt af van de temperatuur. Als het kouder is, is het vermogen van de batterij minder, waardoor u niet de maximale afstand kunt bereiken met uw Lafree. 4. De wind: het is logisch dat, als u met sterke tegenwind rijdt, de Lafree meer energie gebruikt dan zonder wind, waardoor het bereik dus korter wordt. 5. Het terrein (vlak, steile heuvels, hellingen, bestrating): hetzelfde als vorig punt (4), als u bergop of op een ruw wegdek rijdt, gebruikt de motor meer energie dan op vlakke of gladde wegen. 6. Het gewicht en de bagage van de fietser: voor een lichte fietser zonder extra bagage is minder energie nodig dan voor een zware fietser of een fietser met bagage. 7. Aantal keren stoppen en starten: rijden in druk verkeer of in de stad met veel verkeerslichten betekent dat u veel vaker moet stoppen en starten in vergelijking met rijden op het platteland. Vanwege de verbruikte energie tijdens de acceleratie wordt het rijbereik korter als het aantal keren stoppen en starten toeneemt. 8. Slim gebruik van versnellingen: er zal Het moge duidelijk zijn dat zeer moeilijk valt te zeggen hoe ver u met uw elektrisch ondersteunde Twist kunt rijden met een volle batterij, gewoon omdat er te veel invloedrijke factoren zijn. Onder de best mogelijke omstandigheden kunt u de volgende afstanden afleggen: • max. 25 – 35 km in de “normale” modus • max. 30 – 40 km in de “ECO”-modus. In de “Eco”-modus is het hulpvermogen ongeveer de helft van de normale modus. Het kan het energieverbruik verminderen en het bereik vergroten. De “ECO”-modus vermindert het energieverbruik en vergroot het bereik met ca. 50%.De hier genoemde ritafstanden zijn slechts een zeer ruwe indicatie. In sommige gevallen stopt de elektrische ondersteuning reeds voordat de 20 km-markering is bereikt, terwijl iemand anders onder andere omstandigheden mogelijk meer dan 40 km kan rijden. Kort overzicht van aanbevelingen voor een groot bereik: • Laad de batterij op kamertemperatuur (15 – 25°C) • Probeer de batterij zo leeg mogelijk te rijden alvorens deze opnieuw op te laden • Refreshed opladen na elke 15 keer normaal opladen, maar minstens eens per 3 maanden 18 • Gebruik voor het reinigen van de batterijmantel alleen een met water bevochtigde doek. Gebruik geen oplosmiddelen of reinigingsoplossingen. • Probeer de mantel van de batterij niet te openen. Er zijn geen onderdelen in de batterij die u kunt repareren. Als u een probleem vermoedt, breng uw Twist met de batterij dan naar uw bevoegde Lafree leverancier. • Controleer regelmatig of de batterij geen scheurtjes, ongewone reststoffen of andere abnormale verschijnselen heeft. Gebruik geen batterij met scheurtjes of barstjes in de mantel. • Probeer de Twist batterij niet te gebruiken als een voedingsbron voor iets anders dan een Lafree Twist. • Trek altijd voorzichtig aan de laadkabel. Trek altijd aan de stekker en niet aan de kabel om een kabel uit een stekkerdoos te halen. • Gebruik de originele Lafree Twist oplader om de batterij op te laden. • Gebruik de versnellingen tijdens het accelereren of bergop rijden • Rij niet met te lage bandspanning en houd de ketting schoon en goed gesmeerd. 5.2 Opslag en vervoer Batterij bewaren Als de batterij langere tijd moet worden opgeslagen, wordt aanbevolen de batterij eens per 3 maanden opslag op te laden. Als de batterij wordt bewaard zonder eens per 3 maanden te worden opgeladen, kan het vermogen van de batterij afnemen om energie vast te houden. VOORZICHTIG: Bewaar de batterij in een koele, droge, horizontale en veilige ruimte met een goede ventilatie en uit de buurt van warmtebronnen. Als de Lafree Twist fiets wordt opgeslagen terwijl de batterij is aangebracht, zet de stroomschakelaar op het stuur dan op de “OFF”-stand. Als de schakelaar tijdens de opslag of het parkeren in de “ON”-stand blijft staan, zal dat tot een sneller energieverlies leiden. Oplader GEVAAR: Let erop dat onzorgvuldig handelen de kans vergroot op dodelijke ongelukken, ernstig letsel of beschadigingen aan het product en goederen. Vervoer van de Lafree Twist Als u uw Twist vervoert, kunt u het beste de batterij verwijderen. De fiets wordt lichter, waardoor deze gemakkelijker kan worden opgetild en gehanteerd. • Veroorzaak geen kortsluiting bij de stekkers en de bussen van de oplader door metalen voorwerpen te gebruiken. 5.3 Verzorging en onderhoud Batterij Er zijn geen onderdelen in de batterij die u kunt repareren. Als u een probleem vermoedt, breng uw Twist met de batterij dan naar uw bevoegde Lafree leverancier. • Probeer de oplader niet te demonteren of te veranderen. Er zijn geen onderdelen in de oplader die u kunt repareren. Als u een probleem vermoedt, breng uw oplader dan naar uw bevoegde Lafree leverancier. VOORZICHTIG: Lees de volgende algemene veiligheidsaanwijzingen voor verzorging en onderhoud van Lafree Twist batterij. • Gebruik de oplader niet om andere batterijen dan de echte Lafree Twist batterijen op te laden (NiMH 24 V/130 Ah). Dat zou kunnen leiden tot oververhitting, brand of een elektrische schok. • Zet de batterij niet in een vuur of bij een warmtebron, omdat deze kan exploderen en ernstig letsel kan veroorzaken. 19 • Raak de oplader tijdens het opladen niet lang met hetzelfde deel van uw huid aan. Dat kan brandwonden veroorzaken, omdat de uitwendige temperatuur van de oplader tijdens het opladen 40 - 60°C kan worden. • Stel de oplader niet bloot aan schokken, bijv. door deze te laten vallen. Stel de oplader niet bloot aan vloeistoffen. • Gebruik geen beschadigde oplader of onderdelen (bijv. behuizing van oplader, kabel, stekker). Dat zou kunnen leiden tot een elektrische schok, kortsluiting of brand. • Zet de oplader niet wankel neer. Een omgekeerde oplader of een strak gespannen kabel kan een storing, brand of een elektrische schok veroorzaken. Zet de oplader stevig op een plat oppervlak. • Raak de stekker niet aan met natte handen (dat zou kunnen leiden tot een elektrische schok). • Bedek de oplader niet of zet er geen dingen op, omdat er anders oververhitting of brand kan ontstaan. • Oefen niet te veel druk uit op de kabels of de stekkers (bijv. door de kabel tussen een muur en een raamkozijn te persen, of door zware objecten op de kabel of de stekker te zetten: dat zou kunnen leiden tot een elektrische schok of brand). 5.4 Afvoer van oude batterijen Na verloop van tijd, afhankelijk van het aantal keren dat de batterij is opgeladen en de manier waarop deze is behandeld, bereikt uw batterij het einde van zijn gebruiksduur. Op dat moment gaat het batterijvermogen zeer snel achteruit en kan dit niet worden hersteld door regeneratief opladen. Reguleringen voor de afvoer van batterijen kunnen per land verschillen. De batterij moet op een milieuvriendelijke manier worden afgevoerd. Gooi deze daarom niet in een vuilniszak, maar breng deze terug naar uw bevoegde Lafree leverancier. Hij zal voor de afvoer zorgen en hij kan direct een nieuwe batterij voor u bestellen. • Houd de oplader uit de buurt van kinderen en huisdieren (anders zou dat kunnen leiden tot een elektrische schok of letsel). • Zorg ervoor dat de stekker volledig in een elektrisch aansluitpunt wordt gestoken (anders zou dat kunnen leiden tot een elektrische schok en oververhitting, waardoor brand kan ontstaan). • Gebruik de laadstekker en/of de netstekker niet als deze stoffig zijn. Door het stof geabsorbeerd vocht kan elektriciteit geleiden, waardoor er brand kan ontstaan. Maak de netstekker los en reinig deze met een droge doek. • Gebruik geen ander voltage dan de nominale waarde voor de oplader. Gebruik geen stekkerdozen, aansluitstukken en andere bedradingsvoorzieningen met een andere voedingsbron dan de normale 220230 V~. Anders kan er oververhitting, brand of een elektrische schok ontstaan. 20 6 HOE DINGEN WERKEN 6.1 Algemeen De stroomschakelaar heeft een LED die ROOD brandt in de volgende gevallen: • Als u van “OFF” op “ON” of “ECO” overschakelt, zal de LED ca. 2 seconden branden, wat aangeeft dat het systeem o.k. is. • Als de LED tijdens het rijden gaat branden, betekent het dat er iets mis is! Het licht zal ca. 3 minuten blijven branden (continu, niet knipperend) en vervolgens uitgaan.Zet de schakelaar op “OFF” en weer terug op “ON” of “ECO”. - Als de LED ca. 2 seconden brandt, is het systeem o.k. en kunt u uw rit vervolgen. - Als de LED gaat branden maar na ca. 2 seconden niet uitgaat, dan is er nog een probleem met het elektrische systeem. Eindig uw rit zonder elektrische hulp (schakelaar op “OFF”) en breng uw fiets naar uw Lafree leverancier om deze zo snel mogelijk te laten controleren. - Hetzelfde als het vorige punt. De motor en de batterij worden beschermd tegen een zeer hoge krachtafgifte (meer dan 15 een gedurende 4 sec.) om een lange gebruiksduur te kunnen waarborgen.De motor wordt uitgeschakeld en de LED gaat branden. Deze blijft ca. 3 minuten branden (continu, niet knipperend).Wat te doen: Zet de schakelaar op “OFF” en weer terug op “ON” of “ECO”. Als de LED ca. 2 seconden brandt, is het systeem o.k. en kunt u uw rit vervolgen. Voor het prestatievermogen, het genoegen en de veiligheid van uw Lafree Twist en uzelf is het uitermate belangrijk te begrijpen hoe verschillende functies van de Lafree Twist werken. U mag er niet van uitgaan dat de manier waarop dingen op uw eerdere fietsen hebben gewerkt, op de Lafree Twist op dezelfde manier functioneren, zelfs als u een ervaren fietser bent. Zorg ervoor dat u deze paragraaf van de gebruikshandleiding leest en begrijpt. Als u ook maar enigszins twijfelt over hoe een van de mechanische functies van de Lafree Twist werkt, neem dan contact op met uw bevoegde Lafree leverancier. 6.2 Stroomschakelaar De stroomschakelaar zit aan de linkerkant van het stuur (zie afb. 18 en 4). Draai de schakelaar op de “ON”- of “ECO”-stand en de motor zal u ondersteunen als u op de fiets fietst. AFB. 18 Voorbeelden van wanneer of hoe dit kan gebeuren: - Met veel kracht bergop rijden - Met tegenwind en veel kracht rijden - Stilstaan (bijv. bij verkeerslichten), op de pedalen trappen terwijl de remmen worden ingedrukt. De motor levert kracht, maar de fiets kan niet bewegen. “ON” wijst op de hulpkracht in de normale modus en “ECO” wijst op de economische modus. In de “ECO”-modus is de hulpkracht ongeveer de helft van de normale modus. Het kan het energieverbruik verminderen en het bereik vergroten. De “ECO”-modus vermindert het energieverbruik en vergroot het bereik met ca. 50%. 21 - ls de LED knippert met 4 Hz (= 4x aan/uit per seconde), is er minder dan 10% energie over. Na ca. 4 minuten zal de LED ophouden te knipperen. • Als de batterij leeg raakt, zal de LED beginnen te knipperen: - als de LED knippert met 1 Hz (= 1x aan/uit per seconde), is er nog 10 – 20% energie over LICHT OP STROOMSCHAKELAAR: CONTINU OF KNIPPEREND continu licht HOE LANG DUURT HET? WAT GEBEURT ER? 2 seconden continu licht Max. 3 minuten, tot u uitschakelt. Na schakelen van “OFF” op “ON” of “ECO”. Systeem is o.k. Er is een probleem. Zet op “OFF” en weer terug op “ON”. Motor moet te veel kracht leveren en slaat af. Slechts 10 - 20% energie over Knipperend (langzaam, 1x per sec.) Knipperend (snel, 4x per sec.) Minder dan 10% energie over 6.3 Snelontkoppeling voor voorwiel plaats met een snelontkoppeling c. voor elke rit altijd controleert of het wiel goed in de vork is vastgeklemd. 6.3.1 Algemeen Vanwege de verstelbaarheid is het essentieel te begrijpen hoe een nokhefboom voor snelontkoppeling werkt en hoe u deze dient te gebruiken. Hoewel het op het eerste gezicht een constructie met een moer en bout kan lijken (een lange bout met een hendel aan de ene kant en een moer aan de andere), maakt de snelontkoppeling voor het wiel gebruik van de nokwerking om het wiel van de fiets op z’n plaats vast te klemmen (zie afb. 19). WAARSCHUWING: Als u met een verkeerd afgestelde snelontkoppeling voor het wiel rijdt, kan het wiel gaan wiebelen of van de fiets losraken, wat de fiets kan beschadigen en ernstig letsel bij de fietser kan veroorzaken. Daarom is het van belang dat u: a. uw leverancier om advies vraagt hoe u uw wielen veilig kunt bevestigen en verwijderen b. de juiste techniek begrijpt en toepast voor het vastklemmen van uw wiel op een AFB. 19 VOORZICHTIG: Als u de moer met de ene hand vasthoudt en de hendel met de andere hand als een vleugelmoer draait tot deze vastzit, zal het wiel niet veilig in de uitsparingen worden vastgeklemd, want men heeft de volledige kracht van de nokwerking nodig om het wiel stevig vast te klemmen. gesloten positie dicht dicht draai voor klemkracht open positie 22 informatie over Lafree’s secundaire naspantoestel. 6.3.2 Het snelontkoppelingsmechanisme afstellen De naaf van het wiel wordt op z’n plaats vastgeklemd door de kracht van de snelontkoppelingsnok die tegen één uitsparing duwt, en de stelmoer voor de spanning die door middel van de pen tegen de andere uitsparing wordt getrokken. De hoeveelheid klemkracht wordt geregeld door de stelmoer voor de spanning. Door de stelmoer voor de spanning met de klok mee te draaien terwijl het draaien van de nokhefboom wordt voorkomen, neemt de klemkracht toe; door deze tegen de klok in te draaien terwijl het draaien van de nokhefboom wordt voorkomen, neemt de klemkracht af. Minder dan een halve slag van de stelmoer voor de spanning kan het verschil uitmaken tussen veilige klemkracht en onveilige klemkracht. AFB. 20 Secondair naspantoestel WAARSCHUWING: Het is uitermate gevaarlijk om het secundaire naspantoestel te verwijderen of te blokkeren, omdat dit ernstig letsel of een dodelijk ongeval kan veroorzaken. Het kan ook de garantie ongeldig maken. OPMERKING: Als de snelontkoppeling door de fabrikant of de leverancier in de naafas is geïnstalleerd, hoeft deze nooit te worden verwijderd, behalve als de naaf zelf moet worden gerepareerd. Raadpleeg in dat geval uw leverancier. 6.3.4 Een snel ontkoppelend voorwiel verwijderen a Maak de gebogen kabelgeleider van de voorrem los en spreid de remblokken, waardoor de voorband er tussen kan komen (zie afb. 21). 6.3.3 Secundaire naspantoestellen voor het voorwiel De Lafree Twist is uitgerust met een secundair naspantoestel voor het wiel (zie afb. 20) om loskoppeling van het wiel te voorkomen als de snelontkoppeling incorrect is afgesteld of als de nok per ongeluk opengaat. Secundaire naspantoestellen zijn geen substituut voor een correcte afstelling van de snelontkoppeling. Het secundaire naspantoestel maakt deel uit van de uitsparingen in de vork en is verzonken voor de snelontkoppelingshendel die voorkomt dat het wiel uit de uitsparingen in de vork valt als de snelontkoppelingshendel per ongeluk opengaat. Deze uitsteeksels zijn echter niet bedoeld om het wiel op z’n plaats te houden als de snelontkoppelingshendel per ongeluk opengaat. Als u hoort of voelt dat het voorwiel loszit, stop dan onmiddellijk en controleer de spanning van de snelontkoppeling. Vraag uw leverancier om meer AFB. 21 AFB. 22 23 AFB. 23 b Draai de snelontkoppelingshendel van het wiel van de vergrendelde of “CLOSE”stand (op de hendel kunt u “CLOSE” lezen) naar de “OPEN”-stand (op de hendel kunt u “OPEN” lezen) (zie afb. 22 en 23). c Draai de stelmoer voor de spanning ongeveer zes volle slagen los. d Til het voorwiel enkele centimeters van de grond en sla met uw handpalm zachtjes op de bovenkant van het wiel om het wiel uit de voorvork te tikken. VOORZICHTIG: Als u de snelontkoppeling volledig kunt sluiten zonder uw vingers om het vorkblad te houden om die als hefboom te gebruiken en de hendel geen duidelijke indruk in uw handpalm achterlaat, is de spanning onvoldoende. Open de hendel, draai de stelmoer voor de spanning een kwartslag met de klok mee en probeer het dan opnieuw. e Als de hendel niet volledig naar een stand die parallel is met het vorkblad, kan worden geduwd, draai de hendel dan terug naar de "open"-stand. Draai vervolgens de stelmoer voor de spanning een kwartslag tegen de klok in en sluit de hendel opnieuw. f Bevestig de gebogen kabelgeleider opnieuw om de remblokken te sluiten; laat vervolgens het wiel ronddraaien om te controleren of deze in het midden van de vork zit en de remblokken passeert. 6.3.5 Een snel ontkoppelend voorwiel installeren a Draai de snelontkoppelingshendel zo dat deze van het wiel wegdraait (zie afb. 19 en 23). Dit is de “OPEN”-stand (op de hendel kunt u “OPEN” lezen). b Steek het wiel, met de vork omhoog, zo tussen de vorkbladen dat de as stevig aan de bovenkant van de sleuven zit die zich bevinden bij de uiteinden van de vorkbladen, bij de uitsparingen in de vork. De snelontkoppelingshendel moet zich bevinden aan de linkerkant van de fiets (zie afb. 19 en 23). c Houd met uw rechterhand de snelontkoppelingshendel in de “OPEN”stand, draai met uw linkerhand de stelmoer voor de spanning met de klok mee, tot deze losvast tegen de uitsparing in de vork zit (zie afb. 19). d Terwijl u het wiel stevig naar de bovenkant van de sleuven in de uitsparingen in de vork drukt en tegelijk de velg van de wiel in het midden van de vork zet, moet u de snelontkoppelingshendel omhoog draaien en deze in de “CLOSE”-stand duwen (zie afb. 19 en 22). Gebruik hiervoor uw handpalm, terwijl u uw vingers om het rechter vorkblad houdt en de hendel dichtknijpt met uw vingers en uw hand. U hebt de juiste spanning als de hendel een indruk in uw handpalm achterlaat. De hendel moet parallel staan met het vorkblad, omhoog wijzen en naar het wiel zijn gebogen. WAARSCHUWING: Secundaire naspantoestellen zijn geen substituut voor een correcte afstelling van de snelontkoppeling. Als het snelontkoppelingsmechanisme niet goed wordt afgesteld, kan het wiel gaan wiebelen of losraken, waardoor u de controle kunt verliezen en kunt vallen, wat ernstig letsel kan veroorzaken. 6.4 Remmen OPMERKING: U remt het effectiefst door altijd beide remmen gelijktijdig te gebruiken. WAARSCHUWING: Door plotseling of te krachtig remmen met de voorrem kan de fietser over het stuur vallen, wat ernstig letsel kan veroorzaken. Hoe remmen werken Het is belangrijk voor uw veiligheid om instinctief te weten welke remhandgreep welke rem op uw fiets bestuurt. De remwerking van een fiets is een functie van de frictie tussen de remvlakken: de remblokken en de wielvelg. Om ervoor te 24 zorgen dat u beschikt over een maximale frictie, dient u uw wielvelgen en remblokken schoon en vrij van smeermiddelen, wassen of politoeren te houden. Remmen zijn bedoeld om uw snelheid te kunnen regelen, niet alleen om de fiets te laten stoppen. Probeer tijdens uw eerste rit zo veel mogelijk gewend te raken aan de (sterke) remkracht. De rem- en trekkrachten veranderen ingrijpend als men op losse oppervlakken of in nat weer rijdt. De adhesie van de band is afgenomen, waardoor de wielen minder hoek- en remtractie hebben en met minder remkracht kunnen vastlopen. Vocht of vuil op de remblokken kan hun vermogen verminderen om het wiel effectief te vertragen en af te stoppen. Door onder natte of zware omstandigheden langzamer te rijden, zult u de fiets beter kunnen besturen. 6.5.2 Versnellingen schakelen Blijf gemakkelijk trappen zonder druk op de pedalen uit te oefenen. Met tandwielnaven is het echter mogelijk te schakelen, terwijl u uitrijdt of stilstaat.De getallen op de schakelaar geven de mate van de pedaalweerstand aan: lagere getallen betekenen minder weerstand bij een hogere pedaalsnelheid (lichter trappen); hogere getallen betekenen meer weerstand bij een lagere pedaalsnelheid (zwaarder trappen).Om soepele schakelingen te vergemakkelijken, moet u altijd schakelen voordat u op een heuvel bent. Schakel altijd vroeg als u schakelt, voordat de pedaaldruk zwaarder wordt. Als deze techniek niet wordt gebruikt, kan de aandrijfketting en het tandwielmechanisme worden beschadigd. 6.5 Schakelen 6.6 Buiten- en binnenbanden De Lafree Twist is uitgerust met een inwendige achtertandwielnaaf. Het schakelmechanisme op uw fiets bestaat uit een handvatschakelaar op het stuur en een inwendige tandwielnaaf. 6.6.1 Buitenbanden Lafree Twist buitenbanden zijn voor algemene doeleinden ontwikkeld en gemaakt voor verbeterde (geplaveide) wegdekken. Deze zijn niet ontwikkeld voor onverbeterde wegen of paden waar vuil, losse stenen of ander los puin aanwezig is. Uw leverancier kan u helpen nieuwe buitenbanden te kiezen, als deze moeten worden vervangen. Het formaat en de drukkwalificatie staan aangegeven op de zijwand van de buitenband (zie afb. 24). De bandspanning is het deel van de informatie die het belangrijkst voor u is. De beste manier om een fietsband tot de juiste spanning op te pompen, is met een fietspomp. Uw leverancier kan u helpen een geschikte pomp te kiezen. 6.5.1 Waarvoor de versnellingen dienen Het schakelen bij de Lafree Twist is een eenvoudige, maar effectieve manier om u te helpen uw pedaalslagen, ook wel bekend als cadans, nauwkeurig af te stemmen. De Twist versnelling is ontwikkeld voor golvend, matig steil terrein. Kies een versnelling waarbij u gemakkelijk kunt fietsen; trap nooit hard op de pedalen als er een gemakkelijkere versnelling beschikbaar is. U zult merken dat sneller trappen prettiger is, hoewel de meeste fietsers dit zullen moeten oefenen. Hard trappen zal u niet fitter maken. De optimale pedaalsnelheid ligt tussen 60 en 90 pedaalslagen per minuut. Het elektrisch vermogen van de Lafree Twist ondersteunt uw cadans door u een zetje te geven als u fietst. U dient echter toch de versnellingen te gebruiken om het meeste rendement uit uw benen en de motorische hulp te halen. Door in een zwaardere versnelling te fietsen, zal de torsiesensor meer energie gebruiken waardoor de beschikbare energievoorraden sneller uitgeput kunnen raken. 6.6.2 Luchtventielen voor banden Lafree Twist banden zijn uitgerust met “Franse ventielen”. Om een band met een Frans ventiel te kunnen oppompen, moet de ventieldop worden verwijderd en het middenmoertje enkele slagen worden losgedraaid. Door de middenmoer omlaag te drukken, kunt u de band laten leeglopen. Zorg ervoor dat de pomp bij het soort ventiel past. Neem zo nodig contact op met uw leverancier. 25 OPMERKING: Controleer of de sluitharp van het slot tussen 2 spaken kan komen. Als een spaak in de weg zit, draai het achterwiel dan een beetje. AFB. 24 Hoe u de fiets van het slot haalt. Houd de knop van het slot met één hand vast en steek met uw andere hand de sleutel in het sleutelgat van het slot. Draai de sleutel nu een beetje met de klok mee. Een sterke veer zal het slot ontgrendelen en de knop zal terug omhoog willen springen. Geleid de knop voorzichtig terug naar de bovenste stand. 6.7 Verlichtingssysteem De elektriciteit voor de verlichtingsapparatuur (voor- en achterlicht) wordt geleverd door de dynamo die is bevestigd op de linkerkant van de voorvork. Als de verlichting niet hoeft de werken, kan de dynamo in de “uit”-stand staan, wat betekent dat de aandrijfrol op de bovenkant van de dynamo niet in contact komt met de buitenband van het voorwiel.Als de lichten moeten werken, moet de aandrijfrol van de dynamo worden aangedreven door de buitenband van het voorwiel. Merk op dat het achterwiel niet kan draaien door het fietsslot, waardoor het minder interessant voor dieven wordt om de Lafree Twist te stelen. De fiets kan echter nog worden weggedragen. Aanbevolen wordt het fietsslot te combineren met een speciale kabel of ketting waarmee de fiets aan een boom, lantaarnpaal of fietsenrek kan worden vastgemaakt. Vergeet niet de sleutel van het batterijslot tegen de klok in te draaien naar de “vergrendelde” stand en de sleutel eruit de trekken. Om de dynamo (en de lichten) “aan” te zetten, moet de dynamo omlaag worden gedrukt. Een veer zal de aandrijfrol van de dynamo tegen de zijwand van de band drukken. Als het voorwiel ronddraait, zal de dynamo elektriciteit opwekken en zullen de lichten branden. 6.9 Standaard De Lafree Twist is uitgerust met een intrekbare (met veer bespannen) standaard voor parkeren en opslag als de fiets niet wordt gebruikt. Gebruik altijd de standaard als u uw Lafree Twist parkeert of opslaat, zodat deze niet tegen iets hoeft te leunen (een muur, paal, hek, etc.) of op z’n kant hoeft te worden gelegd. Als de dynamo zijwaarts wordt getrokken (van de buitenband weg), zal deze door een veer omhoog worden geduwd en in de “uit”-stand blijven. 6.8 Slot Om de Lafree Twist te parkeren, moet u de standaard omlaagdrukken tot de steun wordt vergrendeld (zie afb. 25). Om weer op de Lafree Twist te gaan fietsen, moet u uw voet voor de standaard zetten en deze naar achteren duwen. De Lafree Twist is uitgerust met een fietsslot. Hoe u de fiets op slot zet. Draai de sleutel eerst zo ver mogelijk (slechts een beetje) met de klok mee. Terwijl u de sleutel in deze positie houdt, drukt u vervolgens de grote knop aan de andere kant helemaal omlaag. Als de knop niet ver genoeg omlaag wordt gedrukt, zal deze automatisch in zijn beginstand terugkeren. Nu staat de fiets op slot en kan de sleutel uit het slot worden getrokken. 26 6.10 Bagagedrager Als u bagage op de bagagedrager vervoert, controleer dan of alles stevig is vastgemaakt en er niets tegen het achterwiel, de ketting, etc. komt. Zorg ervoor dat het totale gewicht van de bagage niet uitkomt boven het maximumgewicht van 25 kg. De bagagedrager is niet met snelbinders uitgerust; vraag uw leverancier om snelbinders die kunnen worden bevestigd op de bagagedrager van de Lafree Twist, zodat u bagage veilig kunt vervoeren.Vervoer nooit een passagier, behalve als het een kind in een geschikt kinderzitje is. AFB. 25 7 TRANSPORT VAN DE LAFREE TWIST Als u uw Lafree Twist transporteert, kunt u het beste de batterij verwijderen. De fiets wordt lichter, waardoor u deze gemakkelijker kunt optillen en hanteren. Uw Lafree leverancier kan u adviseren welke bagagedrager het meest geschikt is voor u, uw Lafree en uw auto. Transport van uw fiets op een auto gebeurt altijd op eigen risico. Als de fiets op het dak of het koppelstuk voor de aanhangwagen van een auto wordt getransporteerd, staan de bagagedrager en de fiets aan veel krachten bloot. Daarom moet u elke keer voordat u in een auto met een fiets erop gaat rijden, controleren of de fietsendrager goed op de auto is bevestigd. Controleer ook of de fiets geen losse onderdelen heeft, zoals jasbeschermers, pompen, waterflessen, zakken, etc. Behalve dit moet u elke keer voordat u de fiets na een transport op een auto gaat gebruiken, de hele fiets controleren om na te gaan of deze geen onderdelen heeft die los of beschadigd zijn geraakt. Verschillende bedrijven hebben speciale fietsdragers ontwikkeld, waarmee vrijwel alle soorten fietsen op een veilige manier op uw auto kunnen worden getransporteerd. Sommige fietsdragers zijn zelfs uitgerust met sloten. De meeste fietsdragers kunnen met speciale verbindingsstukken worden bevestigd op het koppelstuk voor de aanhangwagen of op het dak van uw auto. Omdat er veel verschillende soorten fietsdragers zijn, met elk een ander ontwerp en systeem om de fiets vast te zetten, kan Giant onmogelijk zeggen welke een Lafree Twist kan vervoeren en welke niet. 27 8 REPARATIE EN ONDERHOUD 8.1 Algemeen de fabrikant voor onderdelen op uw fiets beschikbaar zijn. 2 Vraag uw leverancier om een boek over het repareren van fietsen aan te bevelen. 3 Vraag uw leverancier over de beschikbaarheid van fietsreparatiecursussen in uw omgeving of via de fietsenwinkel. Ongeacht welke optie u kiest, raden wij aan om aan uw leverancier te vragen de kwaliteit van uw werk te controleren als u voor het eerst aan iets hebt gewerkt en voordat u op de fiets stapt, alleen om er zeker van te zijn dat u alles correct hebt uitgevoerd. Aangezien dit enige tijd van een monteur zal vergen, zal deze dienst mogelijk een bescheiden vergoeding kosten. OPMERKING: Door technologische ontwikkelingen zijn fietsen en fietsonderdelen meer geperfectioneerd dan ooit tevoren, terwijl de innovatiesnelheid toeneemt. Door deze voortgaande ontwikkeling kan deze handleiding onmogelijk alle benodigde informatie verschaffen om uw fiets naar behoren te kunnen repareren en/of onderhouden. Om de kans op een ongeluk en mogelijk letsel te helpen minimaliseren, is het belangrijk dat u reparatie- of onderhoudswerk dat niet specifiek in deze handleiding wordt beschreven, laat uitvoeren door uw leverancier. Even belangrijk is dat uw persoonlijke onderhoudsbehoeften zullen worden vastgesteld op basis van alles: van uw rijstijl tot de geografische locatie. Raadpleeg uw leverancier om uw onderhoudsbehoeften te helpen vaststellen. 8.2 Reparatie- en onderhoudsschema Sommige reparatie- en onderhoudswerkzaamheden kunnen en moeten door de eigenaar worden uitgevoerd en vereisen geen speciale gereedschappen of kennis buiten wat in deze handleiding wordt aangeboden. De hoeveelheid en het soort onderhoud dat u zelf kunt doen, zijn afhankelijk van uw vaardigheidsniveau en ervaring, en of u beschikt over de benodigde speciale gereedschappen. Hieronder staan voorbeelden van soorten reparaties die u zelf kunt uitvoeren. Al het andere onderhouds- en reparatiewerk moet in een goed uitgeruste faciliteit worden uitgevoerd door een bevoegde fietsmonteur die de juiste gereedschappen en methoden gebruikt die worden aangegeven door de fabrikant. WAARSCHUWING: Veel onderhouds- en reparatiewerk aan de fiets vereisen speciale kennis en gereedschappen. Ga uw fiets niet afstellen of repareren als u ook maar enigszins twijfelt over uw vermogen om deze naar behoren te kunnen voltooien. Een onjuiste afstelling of reparatie kan de fiets beschadigen of tot een ongeluk leiden dat ernstig letsel kan veroorzaken. A) Inrijdperiode: uw fiets zal langer meegaan en beter werken als u deze inrijdt alvorens er hard op te rijden. De bedieningskabels en de spaken van de wielen kunnen uitrekken of gaan “zitten” als een nieuwe fiets voor het eerst wordt gebruikt en moeten mogelijk worden bijgesteld door uw leverancier. Uw mechanische veiligheidscontroles (zie paragraaf 3.5) zullen u helpen sommige dingen te herkennen die moeten worden Als u dingen wilt leren over onderhouds- en reparatiewerk aan uw fiets, hebt u drie opties: 1 Vraag uw leverancier of er kopieën van installatie- en onderhoudsinstructies van 28 wielvelg niet recht raken, laat deze dan bijstellen of vervangen door uw leverancier. • Controleer of de besturingskabels en kabelhuisjes roest, kinken of rafels hebben. Als u een van deze problemen merkt of als uw remmen en/of schakelaar niet soepel functioneren, vraag uw leverancier dan om de kabels te controleren en zo nodig te vervangen. • Knijp spaken in aangrenzende paren aan beide kanten van elk wiel tussen uw duim en wijsvinger samen. Deze moeten alle ongeveer dezelfde “spanning” hebben. Als een spaak los voelt, laat uw leverancier dan de spanning van de spaken en de uitlijning van het wiel controleren. • Controleer of het frame (vooral in de buurt van alle gelaste naden), het stuur, stuurpen en de zadelpen diepe krassen, breuken of verkleuringen hebben. Dit zijn tekens van met spanning verband houdende vermoeidheid die aangeven dat een onderdeel het einde van zijn nuttige gebruiksduur heeft bereikt en moet worden vervangen. • Controleer of alle onderdelen en accessoires nog vast zitten en zet deze zo nodig vast. E) Zo nodig: Als een remgreep onbevredigend werkt bij de mechanische veiligheidscontroles (zie paragraaf 3.5), herstel dan het traject van de remgreep door de afstelbout voor de remkabel tegen de klok in te draaien en zet vervolgens de afstelling vast door de borgmoer zo ver mogelijk met de klok mee. Als de hendel nog steeds niet voldoet bij de mechanische veiligheidscontroles, laat uw leverancier dan de remmen controleren. F) Als de fiets niet soepel en rustig van versnelling naar versnelling schakelt: het tandwielmechanisme is mogelijk niet goed meer afgesteld. De oorzaak is mogelijk slechts een aangespannen besturingskabel, wat u dan kan compenseren door de afsteltrommel van de schakelkabel te draaien. Draai de versnellingsschakelaar op het stuur naar de 2e versnelling. bijgesteld. Maar zelfs als alles prima lijkt, kunt u het beste uw fiets naar de leverancier terugbrengen voor een algemeen onderzoek. Leveranciers raden doorgaans aan om de fiets na 30 dagen terug te brengen voor een algemeen onderzoek. Een andere manier om te schatten wanneer het tijd is voor het eerste algemene onderzoek, is de fiets terug te brengen nadat deze ongeveer 10 tot 15 uur is gebruikt. Als u echter meent dat er iets mis is met de fiets, breng deze dan naar uw leverancier alvorens er weer op te rijden. B) Voor elke rit: mechanische veiligheidscontroles (zie paragraaf 3.5) C) Na elke lange of zware rit; als de fiets werd blootgesteld aan water of gruis; of minstens eens per 150 km: • Reinig de fiets, incl. de kettingring en het getande kettingwiel van het achterwiel. • Reinig de ketting en olie deze licht. • Veeg overtollige olie weg. Doorsmering is afhankelijk van het klimaat. Praat met uw leverancier over de beste smeermiddelen en de aanbevolen smeerfrequentie voor uw gebied. D) Na elke lange of zware rit of na 10 tot 20 uur rijden: • Knijp de voorrem in, houd deze vast en schud de fiets voor- en achteruit. Als u gerammel of slapte merkt bij elke voorof achterwaartse beweging van de fiets, hebt u mogelijk een los balhoofd. Laat dit controleren door uw leverancier. • Til het voorwiel van de grond en draai het stuur enkele keren naar links en naar rechts. Als u klemming of stroefheid merkt in het stuurmechanisme, hebt u mogelijk een vastzittend balhoofd of moet er mogelijk vet aan de kogellagers van het balhoofd worden toegevoegd. Vraag uw leverancier om dit te controleren. • Houd één pedaal vast en schommel deze heen en terug over de middellijn van de fiets; doe vervolgens hetzelfde bij de andere pedaal. Als iets los voelt, vraag uw leverancier om dit te controleren. • Kijk naar de remblokken. Als deze versleten beginnen te lijken of de 29 Het geel gekleurde deel moet tussen de 2 gele lijnen op het kijkglas liggen (achterste wielas, RH-kant). Zie afb. 26. Als dit niet zo is, stel dan de afsteltrommel voor de schakelkabel bij het achterwiel af tot de positie van de geel geschilderde arm correct is. Zet de afstelling vast door de borgmoer van de trommel vast te draaien. Probeer opnieuw te schakelen. Als het probleem niet wordt verholpen door de afsteltrommel voor de kabel te draaien, neem dan contact op met uw leverancier. G) Elke 50 uur rijden: Breng uw fiets naar uw leverancier voor een algemeen onderzoek. AFB. 26 afsteltrommel voor schakelkabel borgmoer zet op gele lijn gele lijn geel gekleurd deel 8.3 Aanhaalkoppel AFB. 27 1 6 3 2 7 8 4 5 Nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 Beschrijving Afstelbout voor stuurpen Klembout voor stuur Afstelbout voor stuurpenhoek Bouten voor trapas Bouten voor wielas (achter) Bouten voor remhandgreep) Borgbout voor zadel Klembout voor zitting Aanhaalkoppel [Nm.] 20 - 22 Nm 13 - 15 Nm 15 - 18 Nm 35 - 45 Nm 30 - 45 Nm 5 - 9 Nm 8 - 12 Nm 15 - 16 Nm 30 9 VOORZORGSMAATREGELEN EN PROCEDURES 9.1 Nooduitrusting en kennis (doorn, glassplinter, spijker, etc.) en verwijder het object als het nog aanwezig is. Als er een snee in de buitenband zit, vul de binnenkant van de buitenband in de omgeving van de snee dan met iets dat zal voorkomen dat de binnenband door de snee naar buiten wordt geperst als deze wordt opgepompt: een reservepleister, een stuk binnenband, een bankbiljet, een wikkel van een energiestaaf, een stuk plastic van een melkpak, etc. c Repareer de binnenband (volg de instructies in uw reparatiedoos) of gebruik een nieuwe binnenband. Het is altijd verstandig om zowel een reparatiedoos als een nieuwe binnenband mee te nemen voor het geval de oude binnenband niet kan worden geplakt. Als er een nieuwe binnenband moet worden aangebracht, moet het wiel worden gedemonteerd. d Alvorens de nieuwe/gerepareerde binnenband terug te zetten, moet u er net voldoende lucht in pompen om deze wat vorm te geven. Begin bij het luchtventiel om de binnenband in de buitenband te installeren. Begin dan bij het ventiel om de velgrand van de blootgestelde buitenband in de velg te schuiven door deze omlaag te drukken. Zorg ervoor dat de velgrand wordt gezet onder de dikke rubberen onderlaag van het ventiel. Druk vervolgens de velgrand van de buitenband omlaag in de velg, met uw duimen langs beide zijden van de omtrek van de velg, niet slechts aan één kant. Zorg ervoor dat de binnenband niet bekneld raakt door de velgrand. Als u de laatste paar centimeters van de velgrand moeilijk met uw duimen over de rand van de velg kunt drukken, gebruik dan een bandenlichter, maar zorg ervoor dat de binnenband niet bekneld raakt. U moet nooit een fietstocht maken zonder de volgende nooduitrusting en kennis: • Inbussleutels voor 4 mm, 5 mm en 6 mm, om verschillende klembouten vast te zetten die los kunnen zijn geraakt • Reparatiedoos en een reservebinnenband • Bandenlichters • Fietspomp met geschikte kop voor uw ventielen van uw binnenbanden • Identiteitsbewijs (adres, telefoonnummer, verzekeringsmaatschappij, contactpersoon voor noodsituaties, bloedtype, medische allergieën en omstandigheden). 9.2 Als u een lekke band krijgt a Laat alle lucht uit de binnenband lopen (zie paragraaf 6.6.2). Verwijder één kant van de buitenkant van de velg door een bandenlichter te steken tussen de velg en de onderkant van de zijwand van de buitenband (“velgrand”). Wrik de velgrand los van de velg door de bandenlichter omlaag te drukken. Neem een andere bandenlichter en wrik de velgrand van de velg los op ongeveer 10-15 cm afstand van waar u begon. Er kan een derde lichter nodig zijn, maar op dit moment moet u de velgrand zodanig kunnen beginnen los te wrikken van de velg dat de hele omtrek van één kant van de velgrand van de buitenband loskomt van de velg. b Verwijder de binnenband. Verwijder eerst de moer die het luchtventiel bevestigt op de velg. Verwijder hierna het ventiel uit het ventielgat in de velg en verwijder dan de binnenband. Inspecteer zorgvuldig de buiten- en binnenkant van de buitenband om de oorzaak van het lek te vinden 31 passeert. Als het wiel niet draait omdat het tegen een of meer remblokjes schuurt, probeer dan de afsteltrommel(s) van de remkabel met de klok mee te draaien om de kabel te vieren en de remmen te openen (zie paragraaf 3.5.3). Als het wiel nog niet wil draaien, maak dan de gebogen kabelgeleider van de rem los (zie paragraaf 6.3.4: “Een snel ontkoppelend voorwiel verwijderen”) en zet elke losse kabel zo goed mogelijk vast. Loop met de fiets of, als het niet anders kan, rijd buitengewoon voorzichtig. Nadrukkelijk wordt echter aanbevolen niet te fietsen als slechts één rem functioneert, en nooit als beide remmen niet functioneren. VOORZICHTIG: Gebruik geen schroevendraaier of een ander gereedschap dan een bandenlichter, omdat u anders wellicht de binnenband zult dichtknijpen en lek prikken. e Controleer of de buitenband gelijkmatig is geplaatst rondom de beide kanten van de velg en of de binnenband zich bevindt binnen de velgranden van de buitenband. Druk op het ventiel van de binnenband om te controleren of de onderkant ervan binnen de velgranden van de buitenband zit. Pomp de binnenband langzaam vol tot de aanbevolen druk (zie paragraaf 6.6.1), terwijl u voortdurend controleert of de velgranden van de buitenband in de velg blijven zitten. Monteer de moer die het ventiel bevestigt, weer op de velg. Zet het ventieldopje weer op z’n plaats. Zet het wiel in de fiets terug (zie paragraaf 6.3). 9.4 Als u botst Controleer eerst of u bent gewond. Zoek zo nodig medische hulp. Als u bij een ander voertuig bent betrokken, probeer dan zoveel mogelijk informatie van de betrokken partij en getuigen te krijgen. WAARSCHUWING: Als u met een platte of slappe buitenband op uw Lafree Twist rijdt, kunnen de velg, de buiten- en binnenband en de fiets ernstig worden beschadigd en kunt u de controle verliezen en vallen. Controleer vervolgens of uw fiets is beschadigd en herstel wat u kunt. Als u thuiskomt, voer dan zorgvuldig de in paragraaf 8.2 (reparatie- en onderhoudsschema) beschreven controles uit en controleer of er andere beschadigde onderdelen zijn. Alle verbogen, ingekerfde of verkleurde onderdelen zijn verdacht en moeten worden vervangen. 9.3 Als u een spaak breekt a Een wiel met een losse of gebroken spaak is veel zwakker dan een volledig gespannen wiel. Als u tijdens het fietsen een spaak breekt, zult u veel langzamer en voorzichtiger moeten rijden, omdat een verzwakt wiel meer gebroken spaken kan krijgen en nutteloos kan worden. WAARSCHUWING: Een botsing kan buitengewone spanning op fietsonderdelen uitoefenen, waardoor deze voortijdig vermoeid raken. Onderdelen die lijden aan vermoeidheid door spanning, kunnen het plotseling en rampzalig laten afweten, wat verlies van controle en ernstig letsel kan veroorzaken. WAARSCHUWING: Een gebroken spaak verzwakt het wiel ernstig, waardoor het kan gaan wiebelen en de remmen of het frame kan raken. Als u met een of meer gebroken spaken rijdt, kunt u de controle verliezen en vallen. VOORZICHTIG: Als u twijfelt over de toestand van de fiets of onderdelen ervan, breng deze dan naar uw leverancier voor een grondige controle. b Buig de gebroken spaak om de spaak ernaast om te voorkomen dat deze rondklapt en tussen het wiel en het frame vastraakt. Draai het wiel rond om te zien of de velg de remblokken en het frame 32 Als u het frame regelmatig controleert en verdachte tekens onder de aandacht brengt van uw Lafree leverancier of een andere bevoegde persoon, zal hierdoor een veilig gebruik van uw frame en onderdelen worden bevorderd. 10 ACCESSOIRES VOOR GEMAK EN CAPACITEIT Er bestaat een ruim assortiment aan voor uw fiets beschikbare accessoires. Ga er echter niet van uit dat u de accessoires goed kunt installeren en bedienen zonder eerst de bij het product gevoegde instructies te hebben gelezen. Lees en begrijp de instructies die vergezeld gaan met de accessoires die u aanschaft voor uw fiets. Als u ook maar enigszins twijfelt over uw vermogen om deze goed te kunnen installeren, vraag uw leverancier dan om hulp. 11 VERKOOPSERVICE 11.1 Over uw leverancier 2. Het is de taak van uw leverancier om u te helpen uw Lafree elektrische fiets goed te repareren en te onderhouden, alsmede om u te helpen producten en accessoires te selecteren en te begrijpen die u wilt onderzoeken en aanschaffen. Het personeel van uw fietsenwinkel beschikt over de kennis, gereedschappen en ervaring om u betrouwbaar advies en deskundige service te kunnen geven. Uw leverancier verkoopt de producten van verschillende fabrikanten, waardoor u beschikt over de keuzemogelijkheden die het beste passen bij uw behoeften en uw budget. 3. 4. 5. 11.2 Garantiebepalingen van Lafree Europe 1. 6. De garantiebepalingen van Lafree Europe (Lafree) gelden uitsluitend voor de eerste eigenaar (eigenaar) van de Lafree fiets. In geval van een garantieclaim conform de garantiebepalingen, is de eigenaar verplicht het verkoopbewijs en/of de 33 Lafree garantiekaart te tonen. De hierna genoemde garantieperiodes zijn altijd geldig vanaf de aankoopdatum van de Lafree fiets (aankoopdatum). Lafree garandeert de eigenaar van de Lafree fiets dat het frame en de ongeveerde voorvork van de Lafree fiets geen materiële en/of constructieve defecten hebben gedurende een periode van 10 jaar. Lafree garandeert de eigenaar van de Lafree fiets dat de lak op het frame en de ongeveerde voorvork bestand is tegen corrosie en niet zal afschilferen gedurende een periode van 2 jaar. Lafree garandeert de eigenaar van de Lafree fiets dat de in de fiets gebruikte onderdelen geen materiële en/of constructieve defecten hebben gedurende een periode van 1 jaar. De oorspronkelijke onderdelen van andere fabrikanten die worden gebruikt bij de Lafree fiets, zullen door Lafree worden gegarandeerd overeenkomstig de voorwaarden en condities van de fabrikant van de genoemde onderdelen. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. Lafree zal de eigenaar desgevraagd op de hoogte houden met betrekking tot de toepasselijkheid, de voorwaarden en de condities. De enige fietsen die voor garantie in aanmerking zullen komen, zijn degene die zijn gekocht bij en zijn goedgekeurd door een Lafree leverancier, en die zijn gemonteerd en gebruiksklaar voor fietsen zijn gemaakt door deze leverancier. Alle garantieclaims moeten uitsluitend worden ingediend door een erkende Lafree leverancier. Als de Lafree fiets binnen 60 dagen na de aankoopdatum materiële en/of constructieve defecten vertoont die worden genoemd in de garantie, heeft de eigenaar het recht op een gratis reparatie en/of vervanging van het specifieke onderdeel. Nadat het genoemde tijdsbestek is verstreken, heeft de eigenaar het recht op een reparatie en/of een vervanging, waarbij de kosten (transportkosten, loonkosten, etc.) voor de reparatie voor rekening komen van de eigenaar. Lafree zal onderdelen die moeten worden gerepareerd of vervangen, altijd repareren en/of door een gelijkwaardig onderdeel vervangen. De keuze en het model van het specifieke onderdeel worden uitsluitend door Lafree beoordeeld. Uitgesloten van de garantie zijn defecten ten gevolge van slijtage door normaal gebruik, alsmede defecten ten gevolge van ongelukken, excentrisch gebruik, respectievelijk een gebruik waarvoor de fiets niet was bedoeld. De garantie is niet geldig als de fiets niet correct is gemonteerd, als de fiets is gerepareerd door een ander dan een erkende Lafree leverancier, en/of als de fiets niet is geleverd met de oorspronkelijke onderdelen. Of de garantie al dan niet van toepassing is, wordt uitsluitend beslist door Lafree. 34
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60
  • Page 61 61
  • Page 62 62
  • Page 63 63
  • Page 64 64
  • Page 65 65
  • Page 66 66
  • Page 67 67
  • Page 68 68
  • Page 69 69
  • Page 70 70
  • Page 71 71
  • Page 72 72
  • Page 73 73
  • Page 74 74
  • Page 75 75
  • Page 76 76
  • Page 77 77
  • Page 78 78
  • Page 79 79
  • Page 80 80
  • Page 81 81
  • Page 82 82
  • Page 83 83
  • Page 84 84
  • Page 85 85
  • Page 86 86
  • Page 87 87
  • Page 88 88
  • Page 89 89
  • Page 90 90
  • Page 91 91
  • Page 92 92
  • Page 93 93
  • Page 94 94
  • Page 95 95
  • Page 96 96
  • Page 97 97
  • Page 98 98
  • Page 99 99
  • Page 100 100
  • Page 101 101
  • Page 102 102
  • Page 103 103
  • Page 104 104
  • Page 105 105
  • Page 106 106
  • Page 107 107
  • Page 108 108
  • Page 109 109
  • Page 110 110
  • Page 111 111
  • Page 112 112
  • Page 113 113
  • Page 114 114
  • Page 115 115
  • Page 116 116
  • Page 117 117
  • Page 118 118
  • Page 119 119
  • Page 120 120
  • Page 121 121
  • Page 122 122
  • Page 123 123
  • Page 124 124
  • Page 125 125
  • Page 126 126
  • Page 127 127
  • Page 128 128
  • Page 129 129
  • Page 130 130
  • Page 131 131
  • Page 132 132
  • Page 133 133
  • Page 134 134
  • Page 135 135
  • Page 136 136
  • Page 137 137
  • Page 138 138
  • Page 139 139
  • Page 140 140
  • Page 141 141
  • Page 142 142
  • Page 143 143
  • Page 144 144
  • Page 145 145
  • Page 146 146
  • Page 147 147
  • Page 148 148

GIANT BICYCLES LAFREE TWIST Handleiding

Categorie
Fietsen
Type
Handleiding