Bartscher A120823 Handleiding

Type
Handleiding
AT230-MDI
A120823
Bartscher GmbH
Franz-Kleine-Str. 28
D-33154 Salzkotten
Duitsland
tel. +49 5258 971-0
fax.: +49 5258 971-120
Infolinia service: +49 5258 971-197
www.bartscher.com
Versie: 1.0
Datum van opmaak: 2023-01-31
NL
2
A120823 1 / 30
Originele gebruiksaanwijzing
1 Veiligheid ....................................................................................................... 2
1.1 Symboolverklaring ................................................................................... 2
1.2 Veiligheidsaanwijzingen ........................................................................... 3
1.3 Gebruik volgens bestemming .................................................................. 6
1.4 Oneigenlijk gebruik .................................................................................. 6
2 Algemeen ...................................................................................................... 7
2.1 Aansprakelijkheid en vrijwaring ................................................................ 7
2.2 Auteursrecht ............................................................................................ 7
2.3 Conformiteitsverklaring ............................................................................ 7
3 Transport, verpakking en opslag ................................................................... 8
3.1 Transportinspectie ................................................................................... 8
3.2 Verpakking ............................................................................................... 8
3.3 Opslag ..................................................................................................... 8
4 Technische Gegevens ................................................................................... 9
4.1 Technische Gegevens ............................................................................. 9
4.2 Onderdelenoverzicht .............................................................................. 11
4.3 Functies van het apparaat ..................................................................... 11
5 Installatie en bediening ................................................................................ 12
5.1 Installatie ................................................................................................ 12
5.2 Bediening ............................................................................................... 15
6 Reiniging ..................................................................................................... 26
6.1 Aanwijzingen betreffende de veiligheid tijdens het reinigen ................... 26
6.2 Reiniging ................................................................................................ 26
7 Mogelijke storingen ...................................................................................... 28
8 Verwijdering ................................................................................................. 30
Veiligheid
2 / 30 A120823
NL
Diese Bedienungsa nleitung besc hreibt die Installa tion, Bedienu ng und Wartu ng des Geräts un d gilt als wichtig e Informationsqu elle und N achschlagewer k. Die Kenntnis aller enthaltene n Sicherheitshin weise und Han dlungsanweisunge n schafft die Voraussetz ung für das sich ere und sac hgerechte Ar beiten mit de m Gerät. Darüber hi naus müssen die für den Eins atzbereich d es Geräts gelt enden örtlich en Unfallverhütungs vorschriften u nd allgemeine n Sicherheitsb estimmungen eing ehalten werde n. Diese Bedi enungsanleit ung ist Bestan dteil des Produ kts und muss i n unmittelbarer N ähe des Ger äts für das In¬stall ations-, B edienungs-, Wartungs- und R einigungspers onal jederzeit z ugänglich auf¬b ewahrt werden. W enn das Ger ät an eine dritt e Person
weitergegeben wird, muss die B edienungsanlei tung mit ausgehä ndigt werden.
Deze handleiding bevat de beschrijving van de installatie, de bediening en het
onderhoud van het apparaat en dient als belangrijke informatiebron en naslagwerk.
De kennis en het in acht nemen van alle hier beschreven veiligheidsvoorschriften
en instructies is een voorwaarde voor veilig en juist gebruik van het apparaat.
Bovendien zijn de bepalingen inzake ongevallenpreventie, gezondheids- en
veiligheidsvoorschriften en wettelijke voorschriften die van kracht zijn op het
toepassingsgebied van het apparaat van toepassing.
Lees deze gebruikershandleiding voordat u met het apparaat gaat werken, en vóór
de inbedrijfsstelling, om schade aan personen en zaken te voorkomen. Onjuist
gebruik kan beschadigingen veroorzaken.
Deze handleiding is een integraal onderdeel van het product en moet in de directe
nabijheid van het apparaat worden bewaard en te allen tijde beschikbaar zijn.
Wanneer het apparaat wordt overgedragen, is het ook noodzakelijk deze
gebruiksaanwijzing erbij te leveren.
1 Veiligheid
Het apparaat is gemaakt volgens de laatste stand van de techniek. Het kan echter
een bron van gevaar vormen als het apparaat niet in overeenstemming met zijn
bestemming gebruikt wordt. Alle personen die het apparaat gebruiken, moeten zich
houden aan de aanbevelingen en veiligheidsaanwijzingen in deze handleiding.
1.1 Symboolverklaring
Belangrijke veiligheids- en technische instructies zijn in deze gebruiksaanwijzing
aangeduid door symbolen. Deze instructies moeten bij het gebruik van dit apparaat
absoluut in acht worden genomen om letsel, ongelukken, of materiële schade te
vermijden.
GEVAAR!
Het signaalwoord GEVAAR waarschuwt voor gevaren die leiden tot
ernstige verwondingen of overlijden als ze niet worden vermeden.
Veiligheid
A120823 3 / 30
NL
WAARSCHUWING!
Het signaalwoord WAARSCHUWING waarschuwt voor gevaren die
gematigd tot zwaar letsel of overlijden kunnen veroorzaken, als ze niet
worden vermeden.
VOORZICHTIG!
Het signaalwoord VOORZICHTIG waarschuwt voor gevaren die licht
of matig letsel kunnen veroorzaken, als ze niet worden vermeden.
, die
ATTENTIE!
Het signaalwoord ATTENTIE geeft mogelijke materiële schade aan
die kan optreden als u de veiligheidsinstructies niet volgt.
OPMERKING!
Het icoon OPMERKING informeert de gebruiker over aanvullende
informatie en tips voor het gebruik van het apparaat.
1.2 Veiligheidsaanwijzingen
Elektrische stroom
Een te hoge netspanning of onjuiste installatie kan leiden tot elektrische
schokken.
Sluit het apparaat alleen aan als de specificaties op het typeplaatje
overeenkomen met de netspanning.
Om elektrische kortsluiting te voorkomen, moet het apparaat droog worden
gehouden.
Koppel het apparaat onmiddellijk los van het elektriciteitsnet als er tijdens het
gebruik storingen optreden.
Raak de stekker van het apparaat niet aan met natte handen.
Raak het apparaat nooit aan nadat het in het water is gevallen. Onmiddellijk het
apparaat van het elektriciteitsnet koppelen.
Het herstellen en openen van de behuizing uitsluitend door specialisten en
gespecialiseerde werkplaatsen laten uitvoeren.
Draag het apparaat niet aan de verbindingskabel.
Veiligheid
4 / 30 A120823
NL
Stel de verbindingskabel niet bloot aan warmte of scherpe randen.
Knik, plet of knoop de verbindingskabel niet.
Altijd de verbindingskabel volledig uitrollen.
Plaats het apparaat of andere voorwerpen nooit op de verbindingskabel.
Om het apparaat uit te schakelen van de elektrische voeding, altijd de stekker
vastpakken.
Controleer de voedingskabel regelmatig op beschadigingen. Het apparaat niet
gebruiken wanneer de voedingskabel beschadigd is. Laat een beschadigde
voedingskabel vervangen door de servicedienst of een gekwalificeerde
elektricien om gevaar te voorkomen.
Brandbare materialen
Stel het apparaat nooit bloot aan hoge temperaturen, zoals een fornuis, een
kachel, open vuur, apparaten voor het behouden van warmte, enz.
Het apparaat moet regelmatig worden schoongemaakt om het risico van brand
te voorkomen.
Het apparaat niet bedekken met bijv. aluminiumfolie of doeken.
Gebruik het apparaat alleen met de hiervoor bestemde materialen en met de
juiste temperatuurinstellingen. Materialen, voedselproducten en etensresten in
het apparaat kunnen ontbranden.
Het apparaat nooit gebruiken in de buurt van brandbare, licht ontvlambare
materialen, bijv. benzine, spiritus, alcohol. Hoge temperaturen veroorzaken
verdamping van deze materialen en als gevolg van contact met
ontstekingsbronnen kan een explosie plaatsvinden.
In geval van brand, vóór het blussen het apparaat ontkoppelen van de voeding.
Blus het vuur nooit met water als het apparaat op het elektriciteitsnet is
aangesloten. Na het blussen zorgen voor genoeg frisse lucht.
Hete oppervlakken
Het oppervlak van het apparaat wordt tijdens het werk heet. Er bestaat gevaar
voor verbranding. Ook na het uitschakelen blijft het apparaat nog enige tijd heet.
Geen enkel heet oppervlakken van het apparaat aanraken. Gebruik de daarvoor
voorziene bedieningselementen en handgrepen.
Het apparaat pas na volledig afkoelen verplaatsen en reinigen.
Het is verboden hete oppervlakken met koud water of brandbare vloeistoffen te
begieten.
Bedienend personeel
Veiligheid
A120823 5 / 30
NL
Het apparaat mag alleen worden bediend door gekwalificeerd en geschoold
vakpersoneel.
Dit apparaat mag niet worden bediend door personen (inclusief kinderen) met
beperkte fysieke, sensorische of mentale vaardigheden, evenals door personen
met beperkte ervaring en / of beperkte kennis.
Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet met het
apparaat spelen of het starten.
Exploitatie alleen onder toezicht
Het apparaat mag alleen onder toezicht worden geëxploiteerd.
Blijf altijd in de directe nabijheid van het apparaat.
Onjuist gebruik
Onjuist gebruik of verboden gebruik kan het apparaat beschadigen.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt als het zich in goede staat bevindt en
veilig werken mogelijk maakt.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt als alle aansluitingen zijn uitgevoerd
volgens de voorschriften.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt als het schoon is.
Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Nooit zelf het apparaat repareren.
Verboden om veranderingen of modificaties aan het apparaat aan te brengen.
Veiligheid
6 / 30 A120823
NL
1.3 Gebruik volgens bestemming
Elk gebruik van het apparaat voor andere doeleinden en / of afwijkend van het
normale bedoelde gebruik zoals hieronder beschreven, is verboden en wordt
beschouwd als onbedoeld gebruik.
Het volgende gebruik is in overeenstemming met het beoogde gebruik:
- Bereiding van vlees, vis en groenten
- Bakken van brood, gebak en taart
- Gerechten verwarmen
- Ontdooien van diepgevroren producten
- Gratineren
- Verwerking van ingevroren en diepgevroren gerechten.
1.4 Oneigenlijk gebruik
Onjuist gebruik kan leiden tot schade aan personen en zaken veroorzaakt door
gevaarlijke elektrische spanning, brand en hoge temperaturen. Met behulp van het
apparaat kan alleen werk worden uitgevoerd dat in deze handleiding wordt
beschreven.
Het volgende gebruik is niet in overeenstemming met het beoogde gebruik:
Het verwarmen van ruimtes
- Drogen van kleding
- Opslag van ontvlambare objecten
- Verwarmen van brandbare, schadelijk voor de gezondheid, gemakkelijk
verdampende of soortgelijke vloeistoffen en materialen.
Algemeen
A120823 7 / 30
NL
2 Algemeen
2.1 Aansprakelijkheid en vrijwaring
Alle gegevens en aanwijzingen die zijn opgenomen in deze gebruiksaanwijzing zijn
samengesteld rekening houdend met de geldende voorschriften, de actuele
technische stand van zaken en onze langdurige inzichten en ervaring. In het geval
van het bestellen van speciale modellen of extra opties, en in het geval van het
gebruik van de nieuwste technische kennis, kan het geleverde apparaat onder
bepaalde omstandigheden verschillen van de uitleg en de talrijke tekeningen in
deze handleiding.
De producent is niet aansprakelijk voor de schade en storingen die zijn ontstaan als
gevolg van:
het niet in acht nemen van de aanwijzingen,
oneigenlijk gebruik,
het aanbrengen van technische wijzigingen door de gebruiker,
de toepassing van ongeoorloofde reserveonderdelen.
Wij behouden ons het recht voor om technische veranderingen in het product aan
te brengen die leiden tot verbetering van de gebruikseigenschappen en de verdere
ontwikkeling van het apparaat.
2.2 Auteursrecht
De gebruiksaanwijzing en de erin opgenomen teksten, tekeningen, foto’s en andere
afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd. Niets (ook gedeeltelijk) uit deze
uitgave mag in ongeacht welke vorm worden verveelvoudigd, verwerkt en/of
gepubliceerd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de fabrikant.
Overtreding van het bovenstaande verplicht tot schadevergoeding. Wij behouden
ons het recht voor tot verdere vorderingen.
2.3 Conformiteitsverklaring
Het apparaat beantwoordt aan de actuele EU-normen en richtlijnen. Dit bevestigen
we in de EG-verklaring van Conformiteit. Indien gewenst, sturen we u graag de
betreffende Verklaring van Conformiteit toe.
Transport, verpakking en opslag
8 / 30 A120823
NL
3 Transport, verpakking en opslag
3.1 Transportinspectie
Als het apparaat afgeleverd is, onmiddellijk controleren of het compleet en zonder
transportschade is. Als er duidelijk zichtbare transportschade is, het geleverde
apparaat niet of alleen onder voorbehoud aannemen. De schade opschrijven op de
transportdocumenten/ het leveringsdocument van de leverancier. Vervolgens
reclameren. Verborgen gebreken onmiddellijk nadat ze zijn geconstateerd,
reclameren, omdat eisen tot schadevergoeding alleen binnen de reclamatieperiode
mogelijk zijn.
Neem contact op met onze klantenservice als er onderdelen of accessoires
ontbreken.
3.2 Verpakking
Gooi de buitenste doos van uw apparaat niet weg. U kunt het nodig hebben tijdens
een verhuizing, of als u het apparaat naar ons servicecentrum wilt sturen bij
schade.
De verpakking en de afzonderlijke componenten zijn gemaakt van recyclebare
materialen. In het bijzonder: kunststof folie en zakken, kartonnen verpakking.
Als u de verpakking wilt weggooien, dient u de geldende voorschriften in uw land in
acht te nemen. Verpakkingsmateriaal dat hergebruikt kan worden, recyclen.
3.3 Opslag
Zorg ervoor dat de verpakkingen verzegeld zijn tot de installatie en houd ze in
overeenstemming met de op de buitenkant aangebrachte plaatsingmarkering en
opslagmarkering. Bewaar de pakketten alleen onder de volgende voorwaarden:
in een afgesloten ruimte
droog en stofvrij
verwijderd houden van corrosief materiaal
op een plaats beschermd tegen zonlicht
beschermd tegen mechanische schokken.
Bij langere bewaring (> 3 maanden) regelmatig de algemene toestand van alle
bestanddelen en van de verpakking controleren. Als het nodig is de verpakking
vervangen voor een nieuwe.
Technische Gegevens
A120823 9 / 30
NL
4 Technische Gegevens
4.1 Technische Gegevens
Naam:
Heteluchtoven AT230-MDI
Art. nr.:
A120823
Materiaal:
roestvast staal
Materiaal gaarruimte:
roestvast staal
Afmetingen kookruimte (b x d x h) in mm:
560 x 380 x 350
Aantal inschuifelementen:
4
Geleiderformaat:
1/1 GN
Afstand tussen geleiderparen in mm:
75
Temperatuurbereik van tot °C:
50 - 300
Tijdsinstelling van tot in min.:
0 - 120
Opwarmtijd (150 °C) ong. in min.:
12
Aantal gaarprogramma’s:
1
Aantal gaarfasen:
1
Aantal motoren:
2
Snelheidsniveau ventilator:
1
Beschermingsgraad:
IPX 3
Aansluitingswaarde:
3 kW | 230 V | 50 Hz
Afmetingen (b x d x h) in mm:
700 x 650 x 550
Gewicht in kg:
47,0
Recht op technische veranderingen voorbehouden!
Technische Gegevens
10 / 30 A120823
NL
Versie / eigenschappen
Serie: AT
Apparaataansluiting: stekkerklaar
Functies: thermo-circulatie | grill | bevochtiging
Temperatuurregeling: thermostatisch | in stappen tot 1°C
Timer
Thermostaat
Soort geleiderparen: overlangs
Binnenverlichting
LED-display: temperatuur | tijd
Besturing: MDI-draaiknop
Aan/uit-schakelaar
Controlelampjes:
Aan/uit
opwarmen
verloop van tijd op timer
Eigenschappen:
Gemakkelijk laden van de kamer dankzij het scharnier van de zijdeur
Draaiknop met digitale display voor temperatuur en tijd
Mogelijke stop van het warmtebehandelingsproces door middel van een
temperatuurregelaar
Dubbele deurbeglazing
Afgeronde gaarruimte
Uitneembare geleiders
Geluidssignaal na verstrijken van de tijd
Memory-functie
• Inclusief:
1 x rooster 1/1 GN
1 x container 1/1 GN
slang voor vaste wateraansluiting
Technische Gegevens
A120823 11 / 30
NL
4.2 Onderdelenoverzicht
Afb.1
1. Ventilator (2x)
2. Binnenverlichting
3. Glazen deur
4. Handgreep glazen deur
5. Geleiders
6. Poten (4x)
7. Druk-/draaiknop voor het instellen
van de temperatuur
8. Thermo-/grillregelaar
9. Stoomsensor
10. Druk-/draaiknop voor het instellen
van de tijd
11. Schakelaar met geïntegreerd
lichtnet controlelampje (groen)
12. Behuizing
13. Verwarmingselement
4.3 Functies van het apparaat
De convectieoven AT220-MDI combineert de beproefde kenmerken van de AT
serie en biedt extra comfort met een geïntegreerde grill- en bevochtigingsfunctie.
Ultiem bedieningscomfort wordt geboden door de Bartscher MDI digitale regeling
met snelle en ongecompliceerde temperatuur- en tijdregeling. De convectieoven
vergemakkelijkt het laden van de thermische behandelkamer dankzij het scharnier
van de zijdeur.
Installatie en bediening
12 / 30 A120823
NL
5 Installatie en bediening
5.1 Installatie
VOORZICHTIG!
In het geval van onjuiste installatie, bediening, onderhoud of bij het niet
juist hanteren van het apparaat kan dat leiden tot letsel en
beschadigingen.
De plaatsing en de installatie, alsook reparaties mogen uitsluitend worden
uitgevoerd door een geautoriseerde technische service volgens de
geldende voorschriften in het land van plaatsing.
AANWIJZING!
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid of garantie voor schade
die kan worden toegeschreven aan het niet naleven van de
aanwijzingen of onjuiste installatie.
Uitpakken / plaatsing
Pak het apparaat uit en verwijder alle externe en interne verpakkingselementen
en transportbeveiliging.
VOORZICHTIG!
Gevaar voor verstikking!
Houdt verpakkingsmateriaal zoals plasticfolie en piepschuim uit handen
van kinderen.
Als er beschermfolie op het apparaat zit, verwijdert u deze. De folie dient
langzaam van het apparaat te worden getrokken zodat er geen lijmresten
achterblijven. Eventuele lijmresten verwijderen met een geschikt oplosmiddel.
Pas op dat u het typeplaatje en de waarschuwingsinstructies op het apparaat
niet beschadigt.
Het apparaat nooit in een vochtige of natte omgeving neerzetten.
Het apparaat moet zo worden ingesteld dat de verbindingen gemakkelijk
toegankelijk zijn om snel uit te schakelen als dat nodig is.
Plaats het apparaat op een oppervlak met de volgende eigenschappen:
recht, met voldoende draagkracht, bestand tegen water, droog en
bestand tegen hoge temperaturen
Installatie en bediening
A120823 13 / 30
NL
groot genoeg om probleemloos met het apparaat te werken
goed bereikbaar
goede ventilatie.
Houd voldoende afstand tot de randen van de tafel. Het apparaat kan kantelen
en vallen.
Houd een minimale afstand tot brandbare wanden en objecten; 10 cm vanaf de
zijkant en 20 cm vanaf de achterkant.
Bevestig de bijgeleverde poten door ze onder het apparaat te vast te draaien.
Aanwijzing:
Gebruik de machine niet zonder de poten.
HINWEIS ATTENTIE!
Het apparaat is niet geschikt voor inbouw!
Wateraansluiting
1. Zorg ervoor dat de drinkwateraansluiting zich dicht bij het apparaat bevindt.
2. Voordat u het apparaat aansluit, moet u voldoende water aftappen om
eventuele resterende stoffen in de leidingen te verwijderen zodat ze niet in de
magneetkleppen terechtkomen.
TIP:
Om een goede werking te garanderen en kalkafzetting in de ovenkamer te
voorkomen, moet het apparaat worden voorzien van drinkwater met een
hardheid tussen 0,5 en 5 ° dH (Duitse graden). Bij hogere waarden moet
een wateronthardingssysteem worden geïnstalleerd.
3. Sluit de meegeleverde waterdrukslang op de connector voor de
watertoevoerleiding (3/4 ") aan op de achterkant van het apparaat.
4. Sluit het andere uiteinde van de drukslang aan op een koudwaterinstallatie met
een afsluitventiel.
Installatie en bediening
14 / 30 A120823
NL
Het inlaatdrinkwater moet een druk hebben
tussen 50 kPa (0,5 bar) en 200 kPa (2 bar).
Als de inlaatwaterdruk hoger is dan 200
kPa (2 bar), moet een drukregelaar
worden geïnstalleerd.
Afb. 2
Aansluiting op het lichtnet
Controleer of de technische specificaties van het apparaat (zie naamplaatje)
overeenstemmen met de gegevens van de lokale stroomvoorziening.
Sluit het apparaat aan op een enkele, voldoende beschermde aansluiting met
een beveiligd contact. Sluit het apparaat niet aan op een meervoudige
aansluiting.
Leg de verbindingskabel zo dat niemand erop kan lopen of erover kan struikelen.
Installatie en bediening
A120823 15 / 30
NL
5.2 Bediening
Przed pierwszym u życiem w yczyścić urządzeni e i wyposażenie zg odnie ze ws kazówkami za wartymi w pu nkcie 6 „Czyszc zenie”. Uw ażać, aby do ins talacji elektr ycznej i skrzyn ki rozdzielczej nie do stała się wo da. Następnie d okładnie osuszyć urządzenie i elementy wypos ażenia.
Setzen Sie die Boden-Abdec kung in das Bec ken ein. Osłona pełni funkcję rozp órki pomiędzy el ementem grze wczym a tacką na resztki jedze nia itd.
Setzen Sie de n Schaltkasten mit Heizelement vorsichtig auf d en hinteren Ran d des Gerätes. Sworzeń w d olnej części s krzynki rozdzielczej musi wchodzić w otwór w urz ądzeniu głó wnym. W taki sp osób skrzyn ka rozdzielcza jest prawidłowo ust awiona.
WAARSCHUWING!
Verbrandingsgevaar!
Tijdens gebruik worden de behuizing en het glazen deur erg heet en
blijven ze na het uitschakelen nog enige tijd heet.
Raak het apparaat nooit aan tijdens het gebruik en direct na het
uitschakelen. Open en sluit de heteluchtoven uitsluitend met behulp van
de handgreep op de glazen deur.
Voor de bediening de hiervoor voorziene handgrepen en
bedieningselementen gebruiken.
Het rooster, de plaat en de containers worden tijdens het gebruik erg
heet.
Gebruik vaatdoeken of beschermende handschoenen om hete gerechten
te verwijderen.
Voorbereiden van het apparaat
1. Voor het inschakelen het apparaat en de accessoires aan de binnen- en
buitenkant schoonmaken volgens de aanwijzingen in hoofdstuk 6 "Reiniging".
2. Voor het eerste gebruik zonder gerechten opwarmen, rekening houdend met de
instructies in het hoofdstuk "Instellingen” om onaangename geuren van de
thermische isolatie te verwijderen. Selecteer de hoogste temperatuurinstelling
en de langste tijd.
Het kan gebeuren dat er een beetje rook of een onaangename geur vrijkomt. Bij het
eerste gebruik is dit normaal en dit gebeurt niet meer wanneer de oven weer wordt
gebruikt.
3. Open vervolgens de glazen deur met de mogelijke rook zodat de resterende
rook kan ontsnappen.
Installatie en bediening
16 / 30 A120823
NL
Setzen Sie de n Schaltkasten mit Heizelement vorsichtig auf d en hinteren Rand des Gerätes. S worzeń w doln ej części s krzynki rozdzi elczej musi wcho dzić w otwór w urz ądzeniu głó wnym. W taki spos ób skrzynka ro zdzielcza jest prawidłowo usta wiona.
Instellingen
De heteluchtoven wordt bestuurd door middel van twee draai/drukknoppen:
De draai/drukknop voor het instellen van de tijd (aan de linkerkant van
het bedieningspaneel)
De draai/drukknop voor het instellen van de temperatuur (aan de
rechterkant van het bedieningspaneel)
De draai/drukknoppen worden gebruikt om tijd en temperatuur in te stellen en om
programmamodi te activeren.
De draai/drukknoppen bevatten digitale displays waarop de ingestelde tijd en
temperatuur kunnen worden gelezen.
Informatie-controlelampjes geven de status van het werk aan.
Bouw van draai/drukknoppen
Druk/draaiknop
Digitaal display
Informatie-controlelampje
Tijdsinstelling
De bedrijfstijd van het apparaat wordt ingesteld met een draai/drukknop (links op
het bedieningspaneel). De tijd kan worden ingesteld van 1 tot 120 minuten in
intervallen van 1 minuut.
Temperatuurinstelling
De temperatuur wordt ingesteld met een draai/drukknop (aan de rechterkant van
het bedieningspaneel). De temperatuur kan worden ingesteld tussen 50 °C en
300 °C met een interval van 1 °C.
Normaal werk
1. Het apparaat aansluiten op een enkel geaard contact.
2. Zetten de schakelaar in positie „I“.
Het groen controlelampje op de schakelaar licht op.
Installatie en bediening
A120823 17 / 30
NL
Het apparaat staat nu in het hoofdmenu.
De digitale displays van de draai/drukknoppen geven de laatst gebruikte
temperatuur en tijd aan, de informatie-controlelampjes zijn uit.
3. Stel de gewenste parameters in door aan de bijbehorende draai/drukknopjes te
draaien.
4. Druk op de draaiknop om het programma te starten.
De verwarming, interne verlichting en ventilatormotoren zijn ingeschakeld.
Het informatie-controlelampje van de drukregelaar begint te knipperen.
Het lampje van de temperatuurregelaar blijft branden zolang de ingestelde
temperatuur niet wordt bereikt en daarna alleen wanneer de naverwarming
plaatsvindt.
Tijdens bedrijf kunt u zowel de tijd als de temperatuur vrij wijzigen door aan de
juiste draai/drukknop te draaien.
Nadat de ingestelde tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Dit wordt
herhaald totdat het wordt bevestigd door op één van de twee draai/drukknop te
drukken. Het informatie-controlelampje van de draai/drukknop gaat uit.
Het apparaat staat nu in het hoofdmenu.
De laatst gebruikte waarden worden weergegeven op de digitale displays, de
informatie-controlelampjes zijn uit.
Wanneer het apparaat in de standby-modus staat (digitale displays en informatie-
controlelampjes van beide draai/drukknoppen zijn zwart), kunnen ze worden
geactiveerd door op één van de draai/drukknoppen te drukken.
Aanwijzing: De ventilatoren van de heteluchtoven werken bij temperaturen boven
80 °C zolang het apparaat afkoelt.
Als de heteluchtoven de volgende 60 minuten niet wordt gebruikt, keert deze terug
naar de stand-bymodus. Alle displays in draai/drukknoppen zijn uitgeschakeld. Door
op één van de draai/drukknoppen te drukken, kan het apparaat opnieuw worden
geactiveerd.
Break modus
U kunt het programma tijdens het werk onderbreken. Om dit te doen, drukt u op de
draai/drukknop om de temperatuur in te stellen.
De indicatoren van beide draai/drukknoppen knipperen, ventilatoren en verlichting
zijn actief, de verwarming is uitgeschakeld, de tijd is gestopt.
Door op de knop te drukken om de temperatuur opnieuw in te stellen, wordt het
programma opnieuw geactiveerd en worden de ingestelde parameters voortgezet.
Installatie en bediening
18 / 30 A120823
NL
Voorbereiden van de gerechten
AANWIJZING!
Voor elk gebruik moet de convectieoven goed worden opgewarmd. Stel de
temperatuur ongeveer 30 °C hoger in dan de gewenste temperatuur en
corrigeer na het in de oven plaatsen van de gerechten om een gelijkmatig
effect te verkrijgen.
1. Zodra de ingestelde temperatuur is bereikt, plaats je het gewenste voedsel in
GN-bakken of andere geschikte bakken op het rooster in de
warmtebehandelingskamer van het apparaat.
2. Stel indien nodig de warmtebehandelingstijd en -temperatuur opnieuw in.
U kunt 4 GN-containers tegelijkertijd op 4 paar combisteamerrekken plaatsen. Zorg
er bij het laden van het apparaat voor dat er een ruimte van minstens 40 mm tussen
de GN-containers (of andere containers) is, zodat de warmte optimaal over de
ovenkamer wordt verdeeld.
Nadat de ingestelde tijd is verstreken, klinkt een pieptoon die wordt herhaald totdat
deze wordt bevestigd door op één van de twee draai/drukknoppen te drukken.
Het indicatielampje van de roterende druktoets gaat uit.
3. Verwijder het bereide voedsel voorzichtig.
4. Als het apparaat niet meer wordt gebruikt, schakel het dan uit met de aan / uit-
schakelaar.
5. Haal het apparaat van het lichtnet.
Bevochtigen
Bevochtiging (stoomvorming) wordt gestart door op de bevochtigingsknop op het
bedieningspaneel te drukken. Door te drukken wordt water op de ventilator
gesproeid en verandert het in stoom in de thermische behandelingskamer van het
apparaat.
1. Het toestel aanzetten met de aan/uit-schakelaar.
2. Stel de gewenste parameters in door aan de betreffende indrukbare draaiknop
te draaien:
temperatuur op 170 °C - 300 °C,
tijd in een bereik van 0 tot 120 minut.
3. Druk op de draaiknop om het programma te starten.
Installatie en bediening
A120823 19 / 30
NL
4. Druk alleen op de bevochtigingstoets wanneer de temperatuur in het apparaat
hoger is dan 170 °C om het vocht met handmatige pulsen naar de thermische
behandelkamer te leiden.
Er wordt water in de bakkamer geïnjecteerd zolang de stoomknop wordt ingedrukt.
AANWIJZING!
Druk slechts kort op de stoomknop (max. 3 sec), omdat zich anders
overtollig water op de bodem van de kookkamer verzamelt.
Stoomafzuiging
Tijdens het sproeien (bevochtiging) wordt stoom
gegenereerd in de thermische behandelingskamer
van het apparaat. Deze stoom wordt afgevoerd via
de dampafzuiger, die zich aan de achterwand van
het apparaat bevindt.
Afb.3
Installatie en bediening
20 / 30 A120823
NL
Kook- / bakproces met thermocirculatie
Het kook-/bakproces in de convectieoven vindt plaats met behulp van hete
luchtcirculatie in het apparaat. Dit maakt gelijkmatig koken / bakken mogelijk dankzij
een homogene temperatuurverdeling.
Het voordeel van een convectieoven is dat u tegelijkertijd verschillende gerechten
kunt koken / bakken (wanneer de kooktemperatuur hetzelfde is), en de
verschillende voedselaroma's niet mengen.
1. Voer de voor het gekozen voedsel vereiste temperatuur- en tijdsinstellingen uit
volgens de aanwijzingen onder “Instellingen / Normale werking”.
2. Schakel de thermo-/grillknop naar links om de
thermofunctie te activeren.
Afb.4
OPGELET!
De functie "Thermo" en de functie "Grill" kunnen niet tegelijkertijd worden
gebruikt.
3. Om het warmtebehandelingsproces te starten, drukt u op de indruktimer.
4. Zodra de ingestelde temperatuur is bereikt, plaats je het gewenste voedsel in
GN-bakken of andere geschikte bakken op het rooster in de
warmtebehandelingskamer van het apparaat.
5. Om door te gaan met het warmtebehandelingsproces drukt u op de roterende
tijdregelaar.
6. Bereiden van gerechten.
Nadat de ingestelde tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Dit wordt
herhaald totdat het wordt bevestigd door op één van de twee draai/drukknop te
drukken. Het indicatielampje van de roterende druktoets gaat uit.
7. Verwijder het bereide voedsel voorzichtig na het kookproces.
Grill-proces
De grillfunctie kan worden gebruikt door het bovenste verwarmingselement in te
schakelen.
Het grillproces wordt uitgevoerd door middel van de warmtestraling van het
lichtgevende verwarmingselement in het bovenste gedeelte van de
warmtebehandelingskamer. De opgewekte temperatuur is zeer hoog en de warmte
Installatie en bediening
A120823 21 / 30
NL
wordt slechts in één richting afgegeven (van boven naar beneden), waardoor het
oppervlak van het voedsel onmiddellijk bruin wordt.
1. Voer de voor het gekozen voedsel vereiste temperatuur- en tijdsinstellingen uit
volgens de aanwijzingen onder “Instellingen / Normale werking”.
2. Zet de thermostaat naar rechts om de grillfunctie te
activeren.
Afb. 5
OPGELET!
De functie "Thermo" en de functie "Grill" kunnen niet tegelijkertijd worden
gebruikt.
3. Om het apparaat voor te verwarmen drukt u op de draaitimer.
4. Bereid de benodigde gerechten voor het grillen (vlees, vis, groenten) en plaats
ze op het juiste grillrooster.
5. Bestrijk de gerechten met een kleine hoeveelheid olie.
6. Na het bereiken van de ingestelde temperatuur, het grillrooster met voedsel op
het hoogste niveau van de heteluchtoven schuiven.
7. Schuif een vetopvangbak onder het rooster.
8. Om het barbecueproces te starten, drukt u op de indruktimer.
9. Het grillproces moet constant worden gecontroleerd, omdat de warmtestraling
van het verwarmingselement erg hoog is en het gerecht gemakkelijk kan
verbranden.
10. Wanneer het bovenoppervlak van het gerecht bruin is, opent u de deur van de
heteluchtoven, trekt u het grillrooster eruit, draait u het gerecht om en schuift u
het rooster weer in de heteluchtoven om de producten van de andere kant te
grillen.
Nadat de ingestelde tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Dit wordt
herhaald totdat het wordt bevestigd door op één van de twee draai/drukknop te
drukken. Het indicatielampje van de roterende druktoets gaat uit.
11. Verwijder de bereide gerechten na het grillproces.
Installatie en bediening
22 / 30 A120823
NL
Oververhittingsbeveiliging
Het apparaat is uitgerust met een beveiliging tegen oververhitting die bij 320 ° C
wordt geactiveerd en het apparaat uitgeschakeld.
Wanneer de oververhittingsbeveiliging is geactiveerd, moeten de volgende stappen
worden genomen:
het apparaat dan enig tijd afkoelen,
schroef de plastic dop van de beveiliging aan
de achterkant van het apparaat los,
druk op de RESETknop,
schroef de plastic dop er weer op,
het apparaat opnieuw aanzetten.
Afb.6
Warmtebehandelingsmethoden
Voorgerechten
Lasagne, ovenschotel met pasta, cannelloni moet worden gebakken bij een
temperatuur tussen 185 °C en 190 °C. Verhoog de temperatuur aan het einde van
het bakproces aan het einde van het bakproces tot 220 °C - 230 °C.
Bakken
Rundvlees, varkensvlees, kip, kalkoen, lam. Om het vlees te laten braden, moet het
kookproces op 180 °C plaatsvinden. Stel in de laatste fase de temperatuur enkele
minuten in op 240 °C 250 °C om het vlees te drogen.
Vlees bruinen
Kotelet, schnitzel, worst, hamburger.
Plaats het rooster waarop licht geoliede bakproducten liggen. Schuif een bak met
druipend vet onder het rooster. Bak op 220 °C 230 °C. Verhoog de temperatuur
ten slotte enkele minuten tot 280 ° C om de gerechten licht te bruinen.
Roastbeef
Bakken bij een temperatuur van 220 °C.
Vis
Bak schol, kabeljauw, heek op 200 °C.
Gebakken aardappeltjes
Installatie en bediening
A120823 23 / 30
NL
Bakken bij een temperatuur van 170 °C - 180 °C.
Cake
Standaard oven op 180 °C. Vermijd tijdens het bakken de deur van de
heteluchtoven te openen.
Brood
Bakken bij een temperatuur van 200 °C.
Thermische verwerking van diepgevroren producten
Ontdooi bevroren brood en bak op 200 °C.
Plaats de voorgebakken, bevroren pizza in de heteluchtoven terwijl deze nog
bevroren is en bak op de aanbevolen temperatuur gedurende enkele minuten.
Volg de instructies van de fabrikant op de verpakking.
Bolletjes/toast
Verwarmen bij een temperatuur van 220 °C.
Opwarmen van gerechten
Gerechten bereiden bij ong. 150 °C.
Ontdooien van gerechten
Ontdooien bij 80 °C.
Installatie en bediening
24 / 30 A120823
NL
Tabel voor bakken / warmtebehandeling
Bakken / warmtebehandeling van
gerechten
Temperatuur
in ° C
Warmtebehan
delingstijd
in min. ong.
Cake
Taart
135 - 160
Afhankelijk van
het gewicht
Biscuit
160 - 175
25 - 35
Kleine koekjes
175
Taarten met gist /
bakpoeder
Kirschtorte
175
Vruchtentaart
220
Bladerdeeg
210
Taartjes
200 - 225
Cake
175
40 - 50
Gebak en
zoetwaren
Schuimpjes
100
100 - 130
Koekjes
175
15 20
Beschuit
150 - 175
5
Vruchtentaart
200
8
Croissants
180
18 - 20
Pudding
Brood- /puddingpudding
175 - 190
45
Vla
165
45
Vruchtenpudding
160
45
Voorgerechten
Gevulde cannelloni
190
20
Ei-ovenschotel
185
25
Lasagne
190
27
Pasta schotel
190
40
Snel braden
Gebakken worst (mager)
225
10 - 15
Gebraad aan het spit
225
15 - 30
Lever
250
10 - 15
Dij
250
15 - 30
Kipfilet
200
30
Installatie en bediening
A120823 25 / 30
NL
Bakken / warmtebehandeling van
gerechten
Temperatuur
in ° C
Warmtebehan
delingstijd
in min. ong.
Vlees
Goed gebruinde kalkoen
tot de laatste
30 minuten bakken
160 - 175
de laatste
30 minuten bakken
175 - 200
30/kg
Roze lamsvlees
Poot 1,5 2 kg
175
50/kg
Lamsbraad
175
30/kg
Lamsschouder
175
50/kg
Goed gebakken varkensvlees
Poot tot 2 kg
175
50/kg
Dij en schouder
175
60/kg
Rundvlees medium
Entrecote 2 kg
175
30/kg
Gebraad aan het spit
175
30/kg
Filet
175 - 200
20/kg
Kip 2 kg goudbruin
gebakken/gesmoord
175
50/kg
Eend 2 kg in eigen vet,
niet droog
180
60/kg
Wild
Haas 2 kg
175
60 - 90
Ree
170 - 200
90
Fazant
175 - 200
35 - 90
Extra's
Gebakken, knapperige
aardappels
175
60
Aardappelplakjes, goed
gekookt, met saus
150 - 175
30/kg
Vis
Filet (klein)
200
15 - 20
Vis 1 ½ kg
200
30 - 40
Reiniging
26 / 30 A120823
NL
6 Reiniging
6.1 Aanwijzingen betreffende de veiligheid tijdens het
reinigen
Voordat het apparaat kan worden gereinigd, dient het apparaat van het lichtnet
te worden gehaald.
Het apparaat geheel laten afkoelen.
Zorg ervoor dat er geen water in het apparaat komt. Dompel het apparaat niet in
water of andere vloeistoffen om het te reinigen. Gebruik geen waterstraal onder
druk om het apparaat te reinigen.
Gebruik geen scherpe of metalen voorwerpen (mes, vork, enz.) om het apparaat
schoon te maken. Scherpe voorwerpen kunnen het apparaat beschadigen en
leiden tot elektrische schokken wanneer ze in contact komen met geleidende
componenten.
Gebruik geen schuurmiddelen, oplosmiddelen of bijtende schoonmaakmiddelen.
Dit kan het oppervlak beschadigen.
6.2 Reiniging
1. Het apparaat regelmatig reinigen aan het eind van de werkdag of als het nodig
is ook in de tussentijd of als het apparaat langere tijd niet is gebruikt.
Door regelmatig te reinigen, kunt u voorkomen dat de bak- en braadresten
verschroeien.
2. Haal gebruikte bakjes, grillroosters, voedselcontainers uit het apparaat.
3. Reinig de thermische behandelingskamer met een zachte, vochtige doek en een
mild reinigingsmiddel.
4. Gebruik in geval van zware vervuiling de algemeen verkrijgbare
reinigingsmiddelen voor ovens. Zich houden aan de beschrijving van de
producent van het desinfecterende middel.
Reiniging
A120823 27 / 30
NL
Om het reinigen van de gaarruimte te
vergemakkelijken, kunnen de geleiders worden
verwijderd.
5. Maak hiervoor de kartelschroeven (rechts en
links) los en trek de geleiders uit de
gaarruimte.
6. De geleiders zorgvuldig reinigen met warm
water, een zacht doekje en een mild
reinigingsmiddel.
Afb. 7
7. Reinig de ovenkamer zoals hierboven is beschreven.
8. Plaats de geleiders terug en draai ze vast met de duimschroeven.
9. Veeg de binnenkant van het apparaat en de glazen deur schoon met een
zachte, vochtige doek.
10. Droog tenslotte de gereinigde onderdelen en de oppervlakken af met een
zachte doek.
Accessoires:
1. Gebruikte accessoires moeten worden schoongemaakt met warm water, een
mild reinigingsmiddel en een zachte doek of spons.
2. Spoel gereinigde accessoires met schoon water.
3. Droog accessoires met een zachte doek.
Mogelijke storingen
28 / 30 A120823
NL
7 Mogelijke storingen
Mögliche
De onderstaande tabel beschrijft mogelijke oorzaken en methoden voor het
verwijderen van storingen of fouten die optreden tijdens de werking van het
apparaat. Neem contact op met het servicecentrum als storingen niet kunnen
worden verholpen.
Vermeld aub het artikelnummer, modelnaam en serienummer. Deze gegevens
staan op het typeplaatje van het apparaat.
Fout
Mogelijke oorzaken
Oplossing
Het apparaat is
aangesloten op het
lichtnet, maar de digitale
displays op de druk/
draaiknoppen geven
geen waarden weer
Slecht aangesloten
stekker.
De stekker eruit trekken en
opnieuw juist in het contact
steken
Het apparaat bevindt
zich in de Standby
modus.
Druk op één van de
draai/drukknoppen
Het apparaat is aange-
sloten op de voeding
maar warmt niet op
De temperatuur is niet
ingesteld
De temperatuur instellen
Het verwarmings-
element is beschadigd
Neem contact op met de
service
Het apparaat is
aangesloten op de
elektriciteit, maar het
werkt niet
Oververhittingsbeveili-
ging is geactiveerd
Het apparaat laten afkoelen.
Druk op de RESET-knop aan
de achterkant. Neem contact
op met de service als de
oververhittingsbeveiliging
weer wordt geactiveerd
Het kook / bakeffect is
niet gelijkmatig
Beschadigde ventilator
Neem contact op met de
service
Thermostaat
beschadigd
Neem contact op met de
service
De afstand tussen het
gerecht en de
bakplaten erboven is te
klein
Behoud een afstand van
minimaal 40 mm
Mogelijke storingen
A120823 29 / 30
NL
Fout
Mogelijke oorzaken
Oplossing
De verlichting in de
ovenruimte werkt niet
Beschadigde lamp
Koppel het apparaat los van
de voeding, laat het
afkoelen. Verwijder de
gloeilampkap. Schroef de
lamp los en vervang hem
door een nieuwe met
dezelfde technische
eigenschappen
Verwijdering
30 / 30 A120823
NL
8 Verwijdering
Elektrische apparaten
Elektrische apparaten zijn gemarkeerd met dit symbool.
Elektrische apparatuur moet op een correcte en
milieuvriendelijke manier worden verwijderd en gerecycled.
Niet-gevaarlijke apparaten mogen niet bij het huishoudelijk
afval worden gegooid. Koppel het apparaat los van de
voeding en verwijder de verbindingskabel van het apparaat.
Elektrische apparaten moeten naar aangewezen inzamelpunten worden gebracht.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32

Bartscher A120823 Handleiding

Type
Handleiding