Kromschroder VAS 1-3, VCS 1-3 Handleiding

Type
Handleiding
INHOUDSOPGAVE
Cert. Version 07.19 · Edition 07.23 · NL · 03250322
DE, EN, FR, NL, IT, ES, DA, SV, NO, PT, EL, TR, CS, PL, RU, HU – www.docuthek.com
Gasmagneetklep VAS1–3,
dubbele magneetklep VCS1–3
1 Veiligheid .............................1
2 Gebruik controleren .....................2
3 Inbouwen .............................2
4 Bedraden .............................4
5 Lektest...............................5
6 In bedrijf stellen ........................6
7 Aandrijving wisselen .....................6
8 Demper vervangen......................8
9 Printplaat vervangen.....................8
10 Onderhoud ...........................9
11 Toebehoren .........................10
12 Technische gegevens ..................14
13 Luchtvolumestroom Q .................15
14 Levensduur..........................16
15 Certificering .........................16
16 Logistiek ............................ 17
17 Verwijdering van afvalstoffen.............17
1 VEILIGHEID
1.1 Lezen en bewaren
Deze handleiding voor montage en
werking zorgvuldig doorlezen. Na het monteren de
handleiding aan de exploitant doorgeven. Dit ap-
paraat moet volgens de geldende voorschriften en
normen worden geïnstalleerd en in bedrijf worden
gesteld. Deze handleiding vindt u ook op www.
docuthek.com.
1.2 Legenda
1, 2,3, a, b, c = bewerkingsfase
= aanwijzing
1.3 Aansprakelijkheid
Voor schade op grond van veronachtzaming van de
handleiding en onreglementair gebruik aanvaarden
wij geen aansprakelijkheid.
1.4 Veiligheidsrichtlijnen
Veiligheidsrelevante informatie wordt in deze hand-
leiding als volgt aangeduid:
GEVAAR
Duidt op levensgevaarlijke situaties.
WAARSCHUWING
Duidt op mogelijk levensgevaar of kans op licha-
melijk letsel.
OPGELET
Duidt op mogelijke materiële schade.
Alle werkzaamheden mogen uitsluitend door een
gekwalificeerde gasvakman worden uitgevoerd.
Elektrowerkzaamheden uitsluitend door een gekwa-
lificeerde elektromonteur.
1.5 Ombouwen, reserveonderdelen
Iedere technische verandering is verboden. Uitslui-
tend originele onderdelen gebruiken.
BEDIENINGSVOORSCHRIFT
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-2
2 GEBRUIK CONTROLEREN
Gasmagneetkleppen VAS voor het beveiligen van
gas of lucht aan gas- of luchttoestellen. Dubbele
magneetkleppen VCS zijn combinaties van twee
gasmagneetkleppen.
De functie is uitsluitend binnen de aangegeven gren-
zen gewaarborgd, zie pagina 14 (12 Technische
gegevens). Elk ander gebruik geldt als oneigenlijk
gebruik.
2.1 Typeaanduiding
VAS Gasmagneetklep
1-3 Uitvoeringen
Zonder flens
10–65 Nominale diameter in- en uitgangsflens
R Rp-binnendraad
F Flens conform ISO 7005
N NPT-binnendraad
/N Snel openend, snel sluitend
/L Langzaam openend, snel sluitend
W Netspanning 230V~, 50/60Hz
Q Netspanning 120V~, 50/60Hz
K Netspanning 24V=
P Netspanning 100V~, 50/60Hz
Y Netspanning 200V~, 50/60Hz
S Met eindschakelaar en optische positie
indicatie
G Met eindschakelaar voor 24V en opti-
sche positie indicatie
R Aanzichtzijde: rechts
L Aanzichtzijde: links
2.2 Benamingen onderdelen
VAS..S,
VAS..G
VAS
1
5
4
3
2
7
6
1 Magneetspoel
2 Doorstromingslichaam
3 Aansluitkastje
4 Aansluitflens
5 Eindschakelaar
6 Verbindingstechniek
7 Sluitstop
2.3 Typeplaatje
Netspanning, opgenomen elektrisch vermogen, om-
gevingstemperatuur, beschermingswijze, inlaatdruk
en inbouwpositie: zie typeplaatje.
Elster GmbH
Osnabrück, Germany
Vxx
.XXXX
3 INBOUWEN
OPGELET
Ondeskundige inbouw
Om ervoor te zorgen dat het apparaat bij het mon-
teren en in werking niet beschadigd raakt, moet er
op het volgende gelet worden:
Afdichtingsmateriaal en vuil, bijv. spanen,
mogen niet in het klephuis terechtkomen.
Voor elke installatie moet een filter worden
ingebouwd.
Laten vallen van het apparaat kan tot perma-
nente beschadiging van het apparaat leiden. In
dat geval het complete apparaat en de
bijbehorende modules voor gebruik vervangen.
Het apparaat niet in een bankschroef klemmen.
Alleen op de achtkant van de flens met een pas-
sende sleutel vasthouden. Gevaar voor lekkage
aan de buitenkant.
Het is niet toegestaan, de gasmagneetklepVAS
achter de volumestroomregelaarVAH/VRH en
voor het fijninstelventielVMV in te bouwen.
Daarmee zou de functie van de VAS als tweede
veiligheidsklep niet meer aanwezig zijn.
Als er achtereenvolgens meer dan drie
valVario-armaturen worden ingebouwd, moeten
de armaturen ondersteund worden.
Magneetkleppen met eindschakelaar en
optische positie indicatie VAS..SR/SL:
aandrijving niet draaibaar.
Bij de dubbele magneetklep kan de positie van
het aansluitkastje alleen veranderd worden, door
de aandrijving te demonteren en 90° of 180°
gedraaid weer aan te brengen.
Bij het monteren van twee kleppen voor het
inbouwen in de buisleiding de positie van de
aansluitkastjes vastleggen, strips op de aansl-
uitkastjes doorsteken en de kabeldoorvoerset
inbouwen, zie de toebehoren, kabeldoorvoerset
voor dubbele magneetkleppen.
Het apparaat spanningsvrij in de leiding monte-
ren.
Bij de aanbouw achteraf van een tweede
gasmagneetklep in plaats van de O-ringen de
dubbele blokafdichting gebruiken. De dubbele
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-3
blokafdichting behoort tot de standaardlevering
van de afdichtingsset, zie de toebehoren, afdich-
tingsset voor uitvoering1–3.
Inbouwpositie: zwarte magneetspoel verticaal
staand tot horizontaal liggend, niet onderste-
boven. Bij een vochtige omgeving: de zwarte
magneetspoel uitsluitend verticaal staand.
De behuizing mag geen muur aanraken, minima-
le afstand 20mm (0,79").
Op voldoende vrije ruimte voor montage, in-
stelling en onderhoud letten. Minimale afstand
50cm (19,7") boven de zwarte magneetspoel.
pd
pu
De inlaatdrukpu alsmede de uitlaatdrukpd
kunnen aan beide kanten met behulp van de
meetnippel worden gemeten, zie de toebehoren.
Zeef
Ingangszijdig moet in het apparaat een zeef wor-
den ingebouwd. Als er achtereenvolgens twee of
meer gasmagneetkleppen worden ingebouwd,
moet ingangszijdig alleen in de eerste klep een
zeef worden ingebouwd.
Terugmelder
Indien de drukregelaar VAD/VAG/VAV1 nader-
hand voor de gasmagneetklep VAS1 wordt
geplaatst, moet in de uitgang van de drukrege-
laar een terugmelder DN25 met de uitlaatope-
ning d= 30mm(1,18") worden aangebracht. Bij
de drukregelaar VAx115 of VAx120 moet de
terugmelder DN25 apart besteld en bijgeplaatst
worden, bestelnr.74922240.
Om de terugmelder in de uitgang van de regelaar
te fixeren, moet het montageframe gemonteerd
zijn.
Montageframe
Worden er twee armaturen (regelaars of kleppen)
samengebouwd, dan moet een montageframe
met dubbele blokafdichting ingebouwd worden.
Bestelnr. voor afdichtingsset: uitvoering 1:
74921988, uitvoering 2: 74921989, uitvoering 3:
74921990.
Persfittingen
De afdichtingen van enkele persfittingen zijn tot
70°C (158°F) toegelaten. Deze temperatuur-
grens wordt bij een flow van minimaal 1m3/h
(35,31SCFH) door de leiding en max. 50°C
(122°F) omgevingstemperatuur aangehouden.
1 Het opgeplakte plaatje of de afsluitdop op de
ingang en uitgang verwijderen.
2 Op de markering van de doorstroomrichting op
het apparaat letten!
3.1 VAS1–3 met flenzen
a b c
3.2 VAS1–3 zonder flenzen
a b c
O-ring en zeef (afbeelding c) moeten ingebouwd
zijn.
d e
De aanbevolen aanhaalkoppels voor de verbin-
dingstechniek in acht nemen! Zie pagina 15
(12.2.1 Aanhaalkoppel).
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-4
f g
4 BEDRADEN
WAARSCHUWING
Verwondingsgevaar!
Om ervoor te zorgen dat er geen schade ontstaat,
het volgende in acht nemen:
Levensgevaar door elektrische schok! Alvorens
aan stroomvoerende onderdelen te werken de
elektrische bedrading spanningsvrij maken!
De magneetspoel wordt tijdens bedrijf heet.
Oppervlaktetemperatuur ca. 85°C (ca. 185°F).
Temperatuurbestendige kabels (>80°C) gebrui-
ken.
1 Installatie spanningsvrij maken.
2 Gastoevoer afsluiten.
UL-eisen voor NAFTA-markt. Om de UL-be-
schermingsklasse type 2 te handhaven, moeten
de openingen voor kabelwartels met UL-toe-
gelaten wartels van het type 2, 3, 3R, 3RX, 3S,
3SX, 3X, 4X, 5, 6, 6P, 12, 12K of 13 worden
gesloten. Gasmagneetkleppen moeten met een
veiligheidsvoorziening van max. 15A worden
beveiligd.
Bedrading volgens EN60204-1.
De strip in het aansluitkastje doorbreken en eruit
nemen, wanneer het deksel nog gemonteerd is.
Als de M20-wartel of de stekker reeds inge-
bouwd is, vervalt het uitbreken van de strip.
3 4
M20-wartel
a b c
d e
(+)
LV1 N
(-)
LV1 NLV1 N
(+) (+) (-)(-)
Stekker
LV1V1 (+) = zwart, LV1V2 (+) = bruin, N (–) =
blauw
a b
(+)
LV1 N
(-)
LV1 NLV1 N
(+) (+) (-)(-)
Contrastekker
1 = N (–), 2 = LV1V1 (+), 3 = LV1V2 (+)
a b c
d e
21
21
3
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-5
Eindschakelaar
VAS1–3 open: contacten 1 en2 gesloten,
VAS1–3 gesloten: contacten 1 en 3 gesloten.
Melding eindschakelaar: rood= VAS1–3 geo-
pend, wit= VAS1–3 gesloten.
Dubbele magneetklep: indien er een stekker met
contrastekker is gemonteerd, kan er slechts één
eindschakelaar worden aangesloten.
OPGELET
Om een storingvrije werking te garanderen, het
volgende in acht nemen:
De eindschakelaar is niet geschikt voor
cycluswerking.
De bedrading van klep en eindschakelaar elk
gescheiden door een M20-wartel voeren of
apart een stekker gebruiken. Anders bestaat
gevaar door beïnvloeding van klepspanning en
spanning van de eindschakelaar.
Om het bedraden te vereenvoudigen, kan de
aansluitklem van de eindschakelaar eraf getrok-
ken worden.
1
2
Valve open
Valve closed
COM 3
1 32
LV1
(+)
N
(-)
1 32 LV1
(+)
N
(-)
1 3
2LV1
(+)
N
(-) 132 LV 1
(+)
N
(-)
LV1
(+)
N
(-)
1
2
Valve open
Valve closed
COM 3
1 32
LV1
(+)
N
(-)
Bij het inbouwen van twee stekkers op VAS1–3
met eindschakelaar: stekkers en contrastekkers
tegen verwisseling markeren.
21
3
21
1
COM
2
Valve open
Valve closed
3
Erop letten, dat de aansluitklem voor de eind-
schakelaar er weer opgestoken is.
Bedrading afsluiten
5
5 LEKTEST
1 Gasmagneetklep sluiten.
2 Om de dichtheid te kunnen controleren, direct na
de klep de leiding afsluiten.
3
0
4
5
0
6 Magneetklep openen.
7
0
8
9 Dichtheid in orde: leiding openen.
Leiding lek: de afdichting op de flens vervangen,
zie de toebehoren.
Bestelnr. voor afdichtingsset: uitvoering 1:
74921988, uitvoering 2: 74921989, uitvoering 3:
74921990.
Vervolgens nogmaals op lekkage controleren.
Apparaat lek: het apparaat demonteren en aan
de fabrikant retourneren.
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-6
6 IN BEDRIJF STELLEN
6.1 Volumestroom instellen
Bij levering is de klep op de max. volu-
mestroomQ ingesteld.
Voor de grofinstelling van de volumestroom dient
de aanduiding op de dop.
De dop is draaibaar, zonder de actuele volu-
mestroom te veranderen.
Inbussleutel: 2,5mm.
Niet over het punt “max.” heen draaien.
Q [%]
max.
min.
100
0
U
-+
min.
max.
De dichtheid van de VAS1–3 blijft bestaan wan-
neer de stelschroef overdraaid wordt.
6.2 Starthoeveelheid op VAS1–3../L instellen
De starthoeveelheid is met max. 5omwentelin-
gen van de demper instelbaar.
De maximale schakelfrequentie in acht nemen,
zie pagina 14 (12.2 Mechanische gegevens).
Draadstift M5 (inbus 2,5mm) losdraaien/niet
helemaal uitschroeven.
1 2
-+
3 Instellen van de starthoeveelheid door draaien
van de demping, linksom of rechtsom.
4
5 Draadstift M5 er stevig inschroeven.
6.3 Dempingssnelheid op de VAS1–3../L
instellen
Via de restrictieschroef op de demping kan de
snelheid van openen worden beïnvloed. De lak
op de schroef borgt alleen de fabrieksinstelling.
OPGELET
Attentie! Om lekkage te voorkomen, moet op het
volgende gelet worden:
Wordt de restrictieschroef meer dan 1omwen-
teling verdraaid, dan raakt de demping lek en
moet worden vervangen.
Restrictieschroef max. een 1/2omwenteling in
de betreffende richting draaien.
-
+
7 AANDRIJVING WISSELEN
De aandrijvingadapterset voor de nieuwe aandrij-
ving moet afzonderlijk worden besteld.
VAx 2 3,
VCx 2 3
VAx 1,
VCx 1
VAx 1, VCx 1: bestelnr. 74924468,
VAx 2–3, VCx 2–3: bestelnr. 74924469.
7.1 Magneetandrijving demonteren
VAS zonder demping
1 Installatie spanningsvrij maken.
2 Gastoevoer sluiten.
3 4 5
6 7 8
M20-wartel of andere aansluiting demonteren.
VAS zonder eindschakelaar
a b c
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-7
VAS met eindschakelaar
a b c
d e
VAS met demping
1 Installatie spanningsvrij maken.
2 Gastoevoer sluiten.
M20-wartel of andere aansluiting demonteren.
Draadstiften losdraaien/niet helemaal uitschroe-
ven (M3= inbus 1,5mm, M5= inbus 2,5mm).
3
M3
4 5
M5
6
1.
2.
7 8
9 10 11
7.2 Nieuwe magneetaandrijving monteren
De afdichtingen uit de aandrijvingadapterset zijn
van een glijlaag voorzien. Er is geen extra vet
nodig.
Volgens de bouwserie van het apparaat worden
de aandrijvingen op twee verschillende manieren
vervangen:
Wanneer het betreffende apparaat geen O-ring
op deze plaats heeft (pijl), vervangt u de aan-
drijving zoals hier wordt beschreven. Anders de
volgende aanwijzing lezen.
1
2 Afdichtingen aanbrengen.
3 Positionering van de metalen ring kiesbaar.
4
VAx 1, VAN 1 VAx 2–3, VAN 2
5 Afdichting onder de tweede groef schuiven.
6
Wanneer het betreffende apparaat een O-ring op
deze plaats heeft (pijl), vervangt u de aandrijving
zoals hier wordt beschreven. VAS 1: alle afdich-
tingen uit de aandrijvingadapterset gebruiken.
VAS2, VAS3: de kleine en slechts één grote
afdichting uit de aandrijvingadapterset gebruiken.
1 2
VAx 1–3,
VAN 1–2
3 Afdichting onder de tweede groef schuiven.
4
VAS zonder demping
1 2 3
4 5 6
7 Gasmagneetklep en gastoevoer openen.
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-8
VAS met eindschakelaar
Afhankelijk van de uitvoering van de eindscha-
kelaar moet een van de twee bijgevoegde af-
dichtingen in de behuizing van het aansluitkastje
gebruikt worden.
1 2 3
4 5 6
7 8 9
10 11 12
13 Gasmagneetklep en gastoevoer openen.
VAS met demping
1 2 3
4 5 6
7
1.
2.
8 9
M3
10 Draadstiften M3 er stevig inschroeven.
11 Gasmagneetklep en gastoevoer openen.
12 Hoeveelheid startgas instellen, zie pagina 6
(6.2 Starthoeveelheid op VAS1–3../L instellen).
Daarna moet de verbinding tussen magneetaan-
drijving en demping op lekkage gecontroleerd
worden.
13 14
8 DEMPER VERVANGEN
1 Installatie spanningsvrij maken.
2 Gastoevoer sluiten.
Draadstiften M3 (inbus 1,5mm) losdraaien/niet
helemaal uitschroeven.
3
M3
4 5
6 Hoeveelheid startgas instellen, zie pagina 6
(6.2 Starthoeveelheid op VAS1–3../L instellen).
Daarna moet de verbinding tussen magneetaan-
drijving en demping op lekkage gecontroleerd
worden.
7 8
9 PRINTPLAAT VERVANGEN
WAARSCHUWING
Verwondingsgevaar!
Om ervoor te zorgen dat er geen schade ontstaat,
het volgende in acht nemen:
Levensgevaar door elektrische schok! Alvorens
aan stroomvoerende onderdelen te werken de
elektrische bedrading spanningsvrij maken!
De magneetspoel wordt tijdens bedrijf heet.
Oppervlaktetemperatuur ca. 85°C (ca. 185°F).
Voor het later herstellen van de bedrading raden
wij aan, de contactaansluitingen te noteren.
1 = N (–), 2 = LV1 (+)
1 Installatie spanningsvrij maken.
2 Gastoevoer sluiten.
3 4
(+)
LV1 N
(-)
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-9
Is er een eindschakelaar bedraad, ook deze
aansluiting losmaken.
5
Alle constructiedelen voor de latere montage
bewaren.
6 7 8
9 10 11
12 Nieuwe printplaat inzetten.
13 Montage in omgekeerde volgorde.
14 Alle aansluitingen weer tot stand brengen.
Nieuwe printplaat bedraden, zie pagina 4 (4
Bedraden).
Het aansluitkastje voor de elektrische controle
nog open laten.
9.1 Elektrische controle op spanningsbesten-
digheid
1 Na het bedraden en voor de inbedrijfstelling van
de apparaten een elektrische controle op
overslag uitvoeren.
Controlepunten: aansluitklemmen voor het stroom-
net (N,L) tegen klem aardleiding(PE ).
Nominale spanning >150V: 1752V~ of 2630V=,
controletijd 1seconde.
Nominale spanning ≤150V: 1488V~ of 2240V=,
controletijd 1seconde.
2 Na een geslaagde elektrische controle het deksel
weer op het aansluitkastje vastschroeven.
3 Het apparaat is weer gereed voor gebruik.
10 ONDERHOUD
OPGELET
Om een storingvrije werking te garanderen, de
dichtheid en het functioneren van het apparaat
controleren:
1x per jaar, bij biogas 2x per jaar; intern en
extern op lekkage controleren, zie pagina 5
(5 Lektest).
1x per jaar de elektrische installatie overeen-
komstig de plaatselijk daarvoor geldende
voorschriften controleren en met name op de
aardleiding letten, zie pagina 4 (4 Bedraden).
Als de doorstroomhoeveelheid vermindert, de
zeef reinigen.
Indien meer dan één valVario-armatuur in serie is
ingebouwd: de armaturen mogen alleen samen
op de in- en uitgangsflens vanuit de leiding uit-
en weer ingebouwd worden.
Wij adviseren u alle afdichtingen te vervangen,
zie de toebehoren, pagina 10 (11.1 Afdich-
tingsset voor uitvoering 1–3).
1 Installatie spanningsvrij maken.
2 Gastoevoer afsluiten.
3 Verbindingstechniek losmaken.
4 5 6
7 8
9 Na het vervangen van de afdichtingen het
apparaat in omgekeerde volgorde monteren.
De aanbevolen aanhaalkoppels voor de verbin-
dingstechniek in acht nemen! Zie pagina 15
(12.2.1 Aanhaalkoppel).
10 Tot slot het apparaat intern en extern op lekkage
controleren, zie pagina 5 (5 Lektest).
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-10
11 TOEBEHOREN
11.1 Afdichtingsset voor uitvoering 1–3
Bij het achteraf aanbouwen van toebehoren of bij
een tweede valVario-armatuur of bij onderhoud
wordt aanbevolen, de afdichtingen te vervangen.
C
AB
C
D
VAx1–3
VA1, bestelnr. 74921988,
VA2, bestelnr. 74921989,
VA3, bestelnr. 74921990.
Leveringsomvang:
A 1 x dubbele blokafdichting,
B 1 x montageframe,
C 2 x O-ringen flens,
D 2 x O-ringen drukschakelaar,
voor meetnippel/sluitschroef:
E 2 x afdichtringen (vlakke afdichting),
2x profieldichtringen.
VCx1–3
VA1, bestelnr. 74924978,
VA2, bestelnr. 74924979,
VA3, bestelnr. 74924980.
Leveringsomvang:
A 1 x dubbele blokafdichting,
B 1 x montageframe.
11.2 Gasdrukschakelaar DG..VC
De gasdrukschakelaar bewaakt de inlaatdrukpu, de
tussenruimtedrukpz en de uitlaatdrukpd.
Inlaatdruk pu bewaken: de gasdrukschakelaar is
op de ingangszijde gemonteerd.
Uitlaatdruk pd bewaken: de gasdrukschakelaar is
op de uitgangszijde gemonteerd.
p
u
pd
Leveringsomvang:
1xgasdrukschakelaar,
2xzelftappende bevestigingsschroeven,
2xafdichtringen.
Ook met vergulde contacten voor 5 tot 250V
leverbaar.
Bij gebruik van twee drukschakelaars aan dezelfde
aanbouwzijde van de dubbele magneetklep
kan om bouwkundige redenen alleen de combinatie
DG..C..1 en DG..C..9 gebruikt worden.
DG..C..1
DG..C..1
DG..C..9
pu
pz
DG..C..9
Wanneer de gasdrukschakelaar wordt bijge-
plaatst, zie de bijgevoegde bedieningshandlei-
ding “Gasdrukschakelaar DG..C”, hoofdstuk
“DG..C.. aan een valVario-gasmagneetklep
monteren”.
Het schakelpunt is door middel van het handwiel
instelbaar.
1 2 3
Type
Instelbereik
(insteltolerantie
= ±15% van de
op de schaal
aangegeven
waarde)
Gemiddeld
schakelverschil
bij min. en max.
instelling
[mbar] ["WC] [mbar] ["WC]
DG17VC 2–17 0,8–6,8 0,7–1,7 0,3–0,8
DG40VC 5–40 2–16 1–2 0,4–1
DG110VC 30–110 12–44 3–8 0,8–3,2
DG300VC 100–
300 40–120 6–15 2,4–8
Verloop van het schakelpunt bij controle volgens
EN1854 gasdrukschakelaars: ±15%.
11.3 Lektester TC1V
1 Installatie spanningsvrij maken.
2 Gastoevoer afsluiten.
Bij magneetkleppen met eindschakelaar VCx..S
of VCx..G is de magneetspoel niet draaibaar!
De TC aan de klep aan de ingang op de aan-
sluitingen inlaatdrukpu en tussenruimtedrukpz
aansluiten. Op de aansluitingen pu en pz aan de
TC en aan de gasmagneetklep letten.
TC en bypass-klep/aansteek-gasklep kunnen
niet samen aan dezelfde aanbouwzijde van de
duoblokklep gemonteerd worden.
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-11
Bij een VCx-combinatie wordt aanbevolen, de
bypass-klep/aansteek-gasklep altijd aan de ach-
terkant van de tweede klep en de lektester altijd
aan de aanzichtzijde van de eerste klep samen
met het aansluitkastje te monteren.
Via twee onverliesbare, zelftappende com-
bi-schroeven voor Torx T20(M4) in de binnen-
ruimte van de behuizing wordt de TC bevestigd.
Andere schroeven niet losdraaien!
Torx T20
3 4 5
6 7
pz
pu
8
max. 250 Ncm
Voor meer informatie over de bedrading, de
lektest en v.w.b. de inbedrijfstelling, zie de bijge-
voegde bedieningshandleiding “Lektester TC1,
TC2, TC3”.
9 Na het bedraden, de lektest en inbedrijfstelling
van de TC, het deksel van de behuizing van de
TC weer monteren.
11.4 Kabeldoorvoerset
Voor de bedrading van een dubbele magneetklep
VCx1–3 worden de aansluitkastjes onderling d.m.v.
een kabeldoorvoerset verbonden.
De kabeldoorvoerset kan alleen worden toegepast
wanneer de aansluitkastjes op dezelfde hoogte en
aan dezelfde kant zitten en beide kleppen zijn uitge-
rust met of zonder een eindschakelaar.
VCx 1 VCx 2 VCx 3
VA1, bestelnr. 74921985,
VA2, bestelnr. 74921986,
VA3, bestelnr. 74921987.
Wij adviseren, de aansluitkastjes voor te be-
reiden, voordat de dubbele magneetklep in de
leiding gemonteerd wordt. Anders moet voor de
voorbereiding een aandrijving als hieronder be-
schreven gedemonteerd worden en er 90° verzet
weer opgestoken worden.
1 Installatie spanningsvrij maken.
2 Gastoevoer sluiten.
3 4 5
6 7 8
In beide aansluitkastjes het gat voor de ka-
beldoorvoerset doorstoten – pas daarna het
deksel van de aansluitkastjes nemen om het
afbreken van de strips te voorkomen.
9 10
11 12 13
14 15 16
17 Kleppen elektrisch aansluiten, zie het hoofdstuk
“Bedraden”.
18
11.5 Aanbouwblok VA1–3
Voor de tegen verdraaien geborgde montage van
een manometer of andere toebehoren aan de gas-
magneetklep VAS1–3.
B
A
C
Aanbouwblok Rp 1/4, bestelnr. 74922228,
Aanbouwblok 1/4 NPT, bestelnr. 74926048.
Leveringsomvang:
A 1 x aanbouwblok,
B 2 x zelftappende schroeven voor de montage,
C 2 x O-ringen.
1 Installatie spanningsvrij maken.
2 Gastoevoer sluiten.
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-12
Bijgaande zelftappende schroeven voor de
montage gebruiken.
3 4 5
6 7
8 9
10 De gasleiding direct na de magneetklep afsluiten.
11 Magneetklep openen.
12 13
11.6 Bypass-kleppen/aansteek-gaskleppen
De ingebouwde hoofdklep voorbereiden.
1 Installatie spanningsvrij maken.
2 Gastoevoer sluiten.
De aandrijving zo draaien, dat de aanbouwzijde
voor de bypass-klep/aansteek-gasklep vrij ligt.
3 4 5
11.6.1 VBY voor VAx 1
Omgevingstemperatuur: 0 tot +60°C (32 tot 140°F),
geen condensatie toegestaan.
Beschermingswijze: IP 54.
Leveringsomvang
B
C
A
VBY 8
VAS 1
VBY8I als bypass-klep
A 1 x bypass-klep VBY 8I
B 2 x bevestigingsschroeven met 4 x O-ringen:
beide bevestigingsschroeven hebben een bypass-
boring
VBY..I
C 1 x vet voor O-ringen
De sluitschroef in de uitgang blijft zitten.
VBY8R als aansteek-gasklep
A 1 x aansteek-gasklep VBY 8R
B 2 x bevestigingsschroeven met 5 x O-ringen: één
bevestigingsschroef heeft een bypassboring (2x
O-ringen), de andere is zonder bypassboring (3x
O-ringen)
VBY..R
C 1 x vet voor O-ringen
De sluitschroef in de uitgang demonteren en de
gasontstekingsleiding Rp1/4 aansluiten.
VBY monteren
1 O-ringen B invetten.
2 3 4
5
De bevestigingsschroeven afwisselend aantrek-
ken, opdat de VBY aaneensluitend op de VAx ligt.
Volumestroom instellen
De volumestroom kan via de volumestroomres-
trictie (inbus 4mm) met een 1/4-omwenteling
worden ingesteld.
+
-
De volumestroomrestrictie alleen in het geken-
merkte bereik instellen, anders wordt de gewens-
te hoeveelheid gas niet behaald.
6 Contrastekker bedraden, zie het hoofdstuk
“Bedraden”.
7 Dichtheid controleren, zie de toebehoren,
“Bypass-klep/aansteek-gasklep op lekkage
controleren”.
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-13
11.6.2 VAS1 voor VAx 1, VAx 2, VAx 3
Leveringsomvang
VAS 1 VAS 2/3
A
C
DF
B
E
A 1 x bypass-klep/aansteek-gasklep VAS1,
B 4 x O-ringen,
C 4 x dubbele moeren voor VAS1 –> VAx1,
C 4 x afstandshulzen voor VAS1 –> VAx2/VAx3,
D 4 x Verbindungstechnik,
E 1 x montagehulp.
Aansteek-gasklep VAS1:
F 1 x verbindingsleiding, 1 x afdichtstop, wanneer
de aansteek-gasklep aan de uitgang een schroef-
draadflens heeft.
Bypass-klep VAS1:
F 2 x verbindingsleidingen wanneer de bypass-klep
aan de uitgang een blinde flens heeft.
Standaard: Ø10mm.
Aan de ingang van de hoofdklep altijd een verbin-
dingsleiding F inzetten.
Voor een bypass-klep: aan de uitgang van de
hoofdklep de verbindingsleiding F Ø10mm
(0,39") inzetten, wanneer de uitgangsflens van
de bypass-klep een blinde flens is.
Voor de aansteek-gasklep: afdichtstop F aan
de uitgang van de hoofdklep inzetten wanneer
de uitgangsflens van de aansteek-gasklep een
schroefdraadflens is.
1
F
B
B
2 3
4 Aan de montagekant van de bypass-klep de
sluitstop verwijderen.
VAS1 aan VAx 1 monteren
a De moeren van de verbindingstechniek aan de
montagekant van de hoofdklep verwijderen.
b De verbindingstechniek van de bypass-klep/
aansteek-gasklep verwijderen.
De nieuwe verbindingstechniek C en D uit het
leveringspakket bypass-klep/aansteek-gasklep
gebruiken.
De aanbevolen aanhaalkoppels voor de verbin-
dingstechniek in acht nemen! Zie pagina 15
(12.2.1 Aanhaalkoppel).
c
C
D
d
e f
g Bypass-klep/aansteek-gasklep VAS1 bedraden,
zie het hoofdstuk “Bedraden”.
h Dichtheid controleren, zie de toebehoren,
“Bypass-klep/aansteek-gasklep op lekkage
controleren”.
VAS1 aan VAx 2 of VAx 3 monteren
De verbindingstechniek van de hoofdklep blijft
gemonteerd.
a De verbindingstechniek van de bypass-klep/
aansteek-gasklep verwijderen.
b De nieuwe verbindingstechniek C en D uit het
leveringspakket bypass-klep/aansteek-gasklep
gebruiken. Bij VAx2 en VAx3 gaat het bij de
verbindingstechniek om zelftappende schroeven.
De aanbevolen aanhaalkoppels voor de verbin-
dingstechniek in acht nemen! Zie pagina 15
(12.2.1 Aanhaalkoppel).
c
C
D
d
e
f Bypass-klep/aansteek-gasklep VAS1 bedraden,
zie het hoofdstuk “Bedraden”.
g Dichtheid controleren, zie de toebehoren,
“Bypass-klep/aansteek-gasklep op lekkage
controleren”.
11.6.3 Bypass-klep/aansteek-gasklep op lekk-
age controleren
1 Om de dichtheid te kunnen controleren, de
leiding zo kort mogelijk achter de klep afsluiten.
2 Hoofdklep sluiten.
3 Bypass-klep/aansteek-gasklep sluiten.
OPGELET
Mogelijke lekkage!
Als de aandrijving van de VBY gedraaid is, kan
de dichtheid niet meer worden gegarandeerd.
Om lekkages uit te sluiten, de aandrijving van de
VBY op lekkage controleren.
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-14
a b
Bypass-/aansteek-gasklep aan de in- en aan de
uitgang op lekkage controleren.
4 5
6
0
7 Bypass-klep of aansteek-gasklep openen.
Bypass-klep
8 9
Aansteek-gasklep
10 11
12
12 TECHNISCHE GEGEVENS
12.1 Omgevingsomstandigheden
IJsvorming, condensatie en condensatiewater in en
aan het apparaat is niet toegestaan.
Direct zonlicht of straling van gloeiende oppervlak-
ken op het apparaat voorkomen. Max. medium- en
omgevingstemperatuur in acht nemen!
Corrosieve invloeden, bijv. een zilte omgevingslucht
of SO2, vermijden.
Het apparaat mag alleen in gesloten ruimtes/gebou-
wen opgeslagen/ingebouwd worden.
Het apparaat is geschikt voor een maximale plaat-
singshoogte van 2000m boven zeeniveau.
Omgevingstemperatuur: -20 tot +60°C (-4 tot
+140°F), geen condensatie toegestaan.
Continubedrijf bij hoge omgevingstemperaturen
versnelt de veroudering van het elastomeermateriaal
en vermindert de levensduur (neem contact op met
de fabrikant).
Opslagtemperatuur = transporttemperatuur: -20 tot
+40°C (-4 tot +104°F).
Beschermingswijze: IP65.
Het apparaat is niet geschikt voor reiniging met een
hogedrukreiniger en/of reinigingsmiddelen.
12.2 Mechanische gegevens
Gassoorten: aardgas, lpg (gasvormig), biogas (max.
0,1vol.-% H2S), waterstof of schone lucht; andere
gassen op aanvraag. Het gas moet onder alle
temperatuurcondities schoon en droog zijn en mag
niet condenseren.
Temperatuur van het medium = omgevingstempe-
ratuur.
CE-, UL- en FM-goedgekeurd, max. inlaatdrukpu:
500mbar (7,25psig).
FM-goedgekeurd, non operational pressure:
700mbar (10psig).
ANSI/CSA-goedgekeurd: 350mbar (5psig).
De hoeveelheidsregeling beperkt de maximale door-
stroomhoeveelheid tussen ca. 20 en 100%.
Instelling van de hoeveelheid startgas: 0tot ca.70%.
Openingstijden:
VAS../N snel openend: <1s;
VAS../L langzaam openend tot max. 10s.
Sluittijd:
VAS../N, VAS../L snel sluitend: <1s.
Schakelfrequentie:
VAS../N: willekeurig, max.30x per minuut.
VAS../L: max.2x per minuut. Tussen uit- en
inschakelen moeten 20s liggen, zodat de demping
volledig werkzaam is.
Veiligheidsklep:
klasseA, groep2 volgens EN13611 en EN161,
Factory Mutual (FM) Research klasse: 7400 en 7411,
ANSIZ21.21 en CSA6.5.
Klephuis: aluminium, klepafdichting: NBR.
Aansluitflenzen:
tot uitvoering3: met binnendraad Rp volgens
ISO7-1, NPT volgens ANSI/ASME;
vanaf uitvoering2: met ISO-flens PN16 (conform
ISO7005),
vanaf uitvoering 6: met ANSI-flens conform
ANSI150.
Kabelwartel: M20x1,5.
Elektrische aansluiting: leiding met max. 2,5mm2
(AWG12) of stekker met contrastekker conform
EN175301-803.
Inschakelduur: 100%.
Vermogensfactor van de magneetspoel: cosφ=0,9.
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-15
12.2.1 Aanhaalkoppel
Aanbevolen aanhaalkoppels voor de verbindings-
techniek:
Verbindingstechniek
Aanhaal-
koppel
[Ncm]
VAx 1: M5 500 ± 50
VAx 2: M6 800 ± 50
VAx 3: M8 1400 ± 100
12.3 Elektrische gegevens VAS1–3/VCS1–3
Netspanning:
230V~, +10/-15 %, 50/60Hz;
200V~, +10/-15 %, 50/60Hz;
120V~, +10/-15 %, 50/60Hz;
100V~, +10/-15 %, 50/60Hz;
24V=, ±20 %.
Opgenomen vermogen:
Type Spanning Vermogen
VAS1 24V= 25 W
VAS1 100V~ 25 W (26 VA)
VAS1 120V~ 25 W (26 VA)
VAS1 200V~ 25 W (26 VA)
VAS1 230V~ 25 W (26 VA)
VAS2,
VAS3 24V= 36 W
VAS2,
VAS3 100V~ 36 W (40 VA)
VAS2,
VAS3 120V~ 40 W (44 VA)
VAS2,
VAS3 200V~ 40 W (44 VA)
VAS2,
VAS3 230V~ 40 W (44 VA)
VBY 24V= 8 W
VBY 120V~ 8 W
VBY 230V~ 9,5 W
Contactbelasting eindschakelaar:
Type Spanning Stroom (resistie-
ve belasting)
min. max.
VAS..S, VCS..S
12–
250V~,
50/60Hz
100mA 3A
VAS..G, VCS..G 12–30V= 2mA 0,1A
Schakelfrequentie eindschakelaar: max. 5 x per minuut.
Schakel-
stroom Schakelcycli*
cosφ=1 cosφ=0,6
0,1 500000 500000
0,5 300000 250000
1 200000 100000
3 100000 –
* Bij verwarmingsinstallaties tot max. 200.000 schakelcycli
beperkt.
13 LUCHTVOLUMESTROOM Q
Luchtvolumestroom Q bij drukverlies Δp = 1mbar
(0,4"WC):
∆p = 1 mbar (0,4 "WC)
1 x VAS
Luchtvolumestroom
Q [m3/h] Q [SCFH]
VAS110 4,4 155,4
VAS115 5,6 197,7
VAS120 8,4 296,6
VAS125 9,5 335,5
VAS225 16,7 589,7
VAS232 21 741,5
VAS240 23,2 819,2
VAS250 23,7 836,8
VAS340 33,6 1186,4
VAS350 36,4 1285,3
VAS365 37,9 1338,2
Luchtvolumestroom Q bij drukverlies Δp = 10mbar
(4"WC):
∆p = 10 mbar (4 "WC)
1 x VBY/1 x VAS
Luchtvolumestroom
Q [m3/h] Q [SCFH]
Bypass-klep VBY 0,85 30,01
Aansteek-gasklep
VBY 0,89 31,43
Bypass-klep VAS1: Luchtvolumestroom
Ø [mm] Q [m3/h] Ø ["] Q [m3/h]
1 0,2 0,04 7,8
2 0,5 0,08 17,7
3 0,8 0,12 28,2
4 1,5 0,16 53,1
5 2,3 0,20 81,2
6 3,1 0,24 109,5
7 3,9 0,28 137,7
8 5,1 0,31 180,1
9 6,2 0,35 218,9
10 7,2 0,39 254,2
Aansteek-gasklep VAS1: Luchtvolu-
mestroom
Ø [mm] Q [m3/h] Ø ["] Q [m3/h]
10 8,4 0,39 296,6
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-16
14 LEVENSDUUR
Dit aangeven van de levensduur is gebaseerd
op een gebruik van het product conform deze
bedieningshandleiding. Het is noodzakelijk de veilig-
heidsrelevante producten na het bereiken van hun
levensduur te vervangen.
Levensduur (gerelateerd aan de datum van produc-
tie) conform EN13611, EN161 voor VAS,VAS:
Type Levensduur
Schakelcycli Tijd (jaren)
VAS110 tot
225 500.000 10
VAS232 tot
365 200.000 10
VAS/VCS665
tot 780 100.000 10
VAS/VCS8100
tot 9125 50.000 10
Een verdere toelichting vindt u bij de geldige regels
en het internetportaal van afecor (www.afecor.org).
Deze handelwijze geldt voor verwarmingsinstallaties.
Voor thermische installaties de plaatselijk daarvoor
geldende voorschriften in acht nemen.
15 CERTIFICERING
15.1 Downloaden certificaten
Certificaten, zie www.docuthek.com
15.2 Conformiteitsverklaring
Wij verklaren als fabrikant dat de producten VAS/
VCS1–3 met het product-identificatienummer
CE-0063BO1580 aan het gestelde in de vermelde
richtlijnen en normen voldoen.
Richtlijnen:
2014/35/EU – LVD
2014/30/EU – EMC
2011/65/EU – RoHS II
2015/863/EU – RoHS III
Verordening:
(EU) 2016/426 – GAR
Normen:
EN161:2011+A3:2013
Het betreffende product komt overeen met het
gecontroleerde type.
De productie is volgens de controleprocedure
conform de verordening (EU) 2016/426 Annex III
paragraph3.
Elster GmbH
15.3 SIL en PL
Zie TI VAS, VCS, Veiligheidsspecifieke specificaties.
15.4 UKCA-gecertificeerd
Gas Appliances (Product Safety and Metrology etc.
(Amendment etc.) (EU Exit) Regulations 2019)
BS EN161:2011+A3:2013
BS EN13611:2015
15.5 FM-goedgekeurd
De goedkeuring geldt niet voor 100V~ en 200V~.
Factory Mutual (FM) Research klasse: 7400 en 7411
afslagveiligheden (veiligheidskleppen). Passend voor
toepassingen conform NFPA85 en NFPA86.
15.6 ANSI/CSA-goedgekeurd
De goedkeuring geldt niet voor 100V~ en 200V~.
Canadian Standards Association – ANSIZ21.21 en
CSA6.5
15.7 VAS1–3 (120V~): UL-goedgekeurd
Underwriters Laboratories – UL 429 “Electrically
operated valves” (Elektrische kleppen).
15.8 AGA-goedgekeurd
De goedkeuring geldt niet voor 100V~ en 200V~.
Australian Gas Association, goedkeuringsnr.: 3968.
15.9 Eurazische douane-unie
De producten VAS1–3 voldoen aan de technische
richtlijnen van de Eurazische douane-unie.
15.10 REACH-verordening
Het apparaat bevat zeer zorgwekkende stoffen die
in de kandidatenlijst van de Europese REACH-ver-
ordening nr.1907/2006 zijn opgenomen. Zie Reach
list HTS op www.docuthek.com.
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-17
15.11 China RoHS
Richtlijn betreffende de beperking van het gebruik
van gevaarlijke stoffen (RoHS) in China. Scan van de
blootstellingentabel (Disclosure Table China RoHS2),
zie certificaten op www.docuthek.com.
16 LOGISTIEK
Transport
Het apparaat beschermen tegen belasting van
buitenaf (schok, klap, trillingen).
Transporttemperatuur: zie pagina 14 (12 Techni-
sche gegevens).
De voor het transport beschreven omgevingsom-
standigheden zijn van toepassing.
Transportschade aan het apparaat of de verpakking
direct melden.
Leveringsomvang controleren.
Opslag
Opslagtemperatuur: zie pagina 14 (12 Technische
gegevens).
De voor de opslag beschreven omgevingsomstan-
digheden zijn van toepassing.
Opslagduur: 6 maanden voordat het apparaat voor
het eerst gebruikt wordt, in de originele verpakking.
Mocht de opslagtijd langer zijn, dan wordt de totale
levensduur met deze extra periode verkort.
17 VERWIJDERING VAN AFVAL-
STOFFEN
Apparaten met elektronische componenten:
AEEA-richtlijn 2012/19/EU – richtlijn betreffen-
de afgedankte elektrische en elektronische
apparatuur
Het product en de verpakking ervan na afloop
van de levensduur van het product (aantal schakel-
cycli) bij een recyclingcentrum inleveren. Het appa-
raat niet bij het gewone huisvuil doen. Het product
niet verbranden.
Indien gewenst worden oude apparaten door de
fabrikant in het kader van de afvalrechtelijke bepalin-
gen, bij levering franco huis, teruggenomen.
VAS1–3 · Edition 07.23
NL-18
© 2023 Elster GmbH
Technische wijzigingen ter verbetering van onze producten voorbehouden.
Het productspectrum van Honeywell Thermal Solutions omvat
Honeywell Combustion Safety, Eclipse, Exothermics, Hauck,
Kromschröder en Maxon. Kijk voor meer informatie over onze
producten op de site ThermalSolutions.honeywell.com of neem
contact op met uw Honeywell verkoopingenieur.
Elster GmbH
Strotheweg 1, D-49504 Lotte
T +49 541 1214-0
www.kromschroeder.com
Leiding van de wereldwijde centrale servicedienst:
T +49 541 1214-365 of -555
Vertaling uit het Duits
VOOR MEER INFORMATIE
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18

Kromschroder VAS 1-3, VCS 1-3 Handleiding

Type
Handleiding