Crosby type HSJ veiligheidstoestellen de handleiding

Type
de handleiding
Emerson.com/FinalControl
SERVICEDOCUMENTEN
Servicedocumenten moeten worden ingevuld
voordat het veiligheidstoestel teruggestuurd
wordt
voor service. Deze documenten zijn
belangrijk en kunnen een rol spelen bij het
vaststellen van de tijd tussen reparaties;
daarnaast geven ze een historisch overzicht
van reparaties en bedrijfs-
omstandigheden.
WAARSCHUWING
De veiligheid van personen en installaties
is vaak afhankelijk van de juiste werking
van een veiligheidstoestel. Daarom moeten
veiligheidstoestellen goed schoon worden
gehouden en periodiek worden getest en
gereconditioneerd om er zeker van te zijn dat ze
goed functioneren.
EMERSON FIELD SERVICE EN
REPARATIEPROGRAMMA’S
Field service
Emerson Field Service biedt mogelijkheden
voor het ter plaatse, in de leiding testen en
repareren voor alle typen veiligheidstoestellen.
Het wordt sterk aanbevolen dat bij nieuwe
installaties een service engineer van Emerson
aanwezig is bij het monteren en testen van
veiligheidstoestellen.
Onderdelen
Emerson helpt u, via Anderson
Greenwood Crosby’s eigen fabricage en
ondersteuningsmogelijkheden, bij het vaststellen
van de juiste combinatie reserveonderdelen om
ter plaatse in voorraad te houden
Training
Emerson biedt intensieve trainingseminars
aan (op de fabriek of bij u op locatie) om de
noodzakelijke vaardigheden voor onderhoud
en applicaties te verbeteren.
RESERVEONDERDELEN
Crosby beveelt reserveonderdelen aan zoals
aangegeven in Figuur 1. Bij het bestellen van
reserveonderdelen moeten de doorlaat van het
veiligheidstoestel, type en samenstellings- of
serienummer worden opgegeven, samen met
de insteldruk, benaming van het onderdeel en
het referentienummer volgens figuur 1. Het
samenstellingnummer staat op het typepaatje
aangegeven als “Shop No.” Reserveonderdelen
kunnen worden besteld bij elk regionaal
verkoopkantoor of officiële vertegenwoordiging
van Emerson.
CROSBY TYPE HSJ VEILIGHEIDSTOESTELLEN
Handleiding voor installatie, onderHoud en instelling
Testen
Emerson heeft de mogelijkheid om de werking
van veiligheidstoestellen te beoordelen in
het veld of in verschillende vestigingen van
Emerson. Speciale kwalificatieprogramma´s
kunnen uitgevoerd worden in onze laboratoria.
Technisch doc. #IS-V3146
© 2017 Emerson. All Rights Reserved. VCIOM-01062-NL 18/01
Voor installatie moeten deze instructies volledig zijn gelezen en begrepen
Contractmanagement
Emerson kan een combinatie van diensten
leveren om tegemoet te komen aan uw
specifieke onderhoudseisen.
Emerson’ volledige service
• Reparatie
• Field service
• Reserveonderdelen
• Training
• Testen
• Contractmanagement
Goed bijgehouden documenten
zijn nuttig bij
het voorspellen wanneer een toestel
uit bedrijf
moet worden genomen en bij het bepalen welke
reserveonderdelen op voorraad moeten worden
gehouden om ononderbroken bedrijf van de
installatie mogelijk te maken.
2
OPMERKINGEN
1. Verbruiksonderdelen: zachte onderdelen
(pakkingen, etc.) die moeten worden vervangen bij
demontage, en klepinzetten die moeten worden
vervangen als de zitting beschadigd is.
2. Reparatieonderdelen: onderdelen die bloot staan
aan slijtage en/of corrosie tijdens normaal bedrijf.
Ze komen voor in de vloeistofstroming en kunnen
vervangen moeten worden tijdens reparatie.
3. Verzekeringsonderdelen: harde onderdelen die
bloot staan aan slijtage en/of corrosie door het
proces of omgevingsinvloeden en die eventueel
vervangen moeten worden tijdens een grote
reparatie/revisie.
Emerson beveelt aan om voldoende
reserveonderdelen op voorraad te houden om te
kunnen voldoen aan de eisen die het proces stelt.
Gebruik uitsluitend originele Crosby onderdelen voor
behoud van prestaties en garantie.
OPMERKINGEN
Bij type HSJ met gesloten kap (behalve type HSJ-DOW)
moet de ontluchting van de kap ALTIJD OPEN blijven.
Het open houden van de ontluchting is noodzakelijk
voor een goede werking van het toestel!
Bij type HSJ-DOW (voor organic fluid vaporizer
generator toepassingen)moet een gesloten
kap gebruikt worden met een afgeplugde
ontluchtingsopening en een geschroefde kap type A.
Draad met verzegeling
Draad met
verzegeling
FIGUUR 1
STUKLIJST
Stuk-
nr.
Materiaal en maximum temperatuur Reserve- onderdelen klasse
(Zie opm. 1, 2, 3)Benaming 750°F (399°C) 1000°F (538°C)
1 Huis Koolstofstaal Gelegeerd staal
ASME SA-216 Gr. WCB ASME SA-217 GR. WC6
2 Nozzle Roestvaststaal Roestvaststaal 3
3 Nozzlering Roestvaststaal Roestvaststaal 3
4 Nozzleringstelschroef Roestvaststaal Roestvaststaal 3
5* Klephouder Nikkellegering Nikkellegering 2
6* Klepinzet Roestvaststaal Roestvaststaal 1
6A* Klep Roestvaststaal Roestvaststaal 1
7* Klepinzetspie Roestvaststaal Roestvaststaal 1
8 Geleiding Nikkellegering Nikkellegering 3
9 Geleidering Roestvaststaal Roestvaststaal 3
10 Geleideringstelschroef Roestvaststaal Roestvaststaal 3
11 Spindelsamenstelling Roestvaststaal Roestvaststaal 3
12 Veer Gelegeerd staal Gelegeerd staal 3
Corrosiebestendige coating Corrosiebestendige coating
13 Veerringen Staal Staal 3
14 Kap Koolstofstaal Gelegeerd staal
ASME SA-216 Gr. WCB ASME SA-217 GR. WC6
15 Kap draadeind ASME SA-193 Gr. B7 ASME SA-193 Gr. B7
16 Kapmoer ASME SA-194 Gr. 2H ASME SA-194 Gr. 2H
17 Stelschroef Roestvaststaal Roestvaststaal 3
18 Borgmoer Staal Staal 3
19 Deksel/hendel-samenstelling Staal/ijzer Staal/ijzer
Pakkingen Organische vezel (asbestvrij) Organische vezel (asbestvrij) 1
* Eéndelige klep (6A) vervangt onderdelen nummers 5, 6 en 7 bij doorlaten F, G, H, en J voor CL 150, CL 300 en CL 600.
CROSBY TYPE HSJ VEILIGHEIDSTOESTELLEN
Handleiding voor installatie, onderHoud en instelling
TYPEPLAATJE VEILIGHEIDSTOESTEL
3
Ring posities hier
ingeslagen
Draad en verzegeling
FIGUUR 2
2 OPSLAG EN HANTERING
Veiligheidstoestellen zijn dikwijls al maanden
voor de installatie plaatsvindt al aanwezig
op het werk. De werking van het toestel kan
hierdoor nadelig beïnvloed worden, als het
niet op de juiste wijze wordt opgeslagen en
beschermd.
Ruwe behandeling en vuil kunnen
beschadigingen veroorzaken of kunnen
een verkeerde uitlijning van onderdelen tot
gevolg hebben. Het verdient aanbeveling een
veiligheidstoestel tot het moment waarop
het wordt gebruikt in de oorspronkelijke
transportverpakking te laten en in een magazijn
op te slaan, of ten minste op een overdekt en
droog oppervlak.
Kortst
mogelijke
lengte*
Druppel-
vanger
Afvoer
Draad en
verzegeling
Afvoer
Afvoer
Afgerond en glad uiteinde
Zie opm. **
Ketel
OPMERKINGEN
* Raadpleeg ASME Boiler Code, sectie 1, blz. 71.2
** Laat voldoende ruimte zodat de afvoerpijp niet de bodem of de zijkant
kan raken bij maximale uitzetting
Aanbevolen minimumdiameter -
½” groter dan inlaat
Vaste ondersteuning verankerd aan gebouw
WAARSCHUWING
Reinig voor installatie alle inlaten en uitlaten
van veiligheids toestellen zorgvuldig voor een
probleemloze werking. Alle vuil, neerslag en
ketelsteen in de beveiligde ketel en leidingen
moet voor installatie volledig worden verwijderd
(vreemde deeltjes die in het toestel terechtkomen
kunnen lekkage, verstopping en onjuist
functioneren veroorzaken).
LET OP
Het veiligheidstoestel moet nooit opgetild of
beetgepakt worden aan de bedieningshendel.
1 INLEIDING
Crosby veiligheidstoestellen type HSJ
zijn geselecteerd voor hun prestaties,
betrouwbaarheid en eenvoudige onderhoud.
Het volgen van de installatie- en
onderhoudsprocedures in deze handleiding
biedt maximale prestaties, minimaal
onderhoud en een lange levensduur.
CROSBY TYPE HSJ VEILIGHEIDSTOESTELLEN
Handleiding voor installatie, onderHoud en instelling
Crosby veiligheidstoestellen type HSJ zijn
vervaardigd in overeenstemming met de eisen
van ‘Section I, Power Boilers’, en ‘Section VIII,
Unfired Pressure Vessels’ van de ‘ASME Boiler
and Pressure Vessel Code.’
4
CROSBY TYPE HSJ VEILIGHEIDSTOESTELLEN
Handleiding voor installatie, onderHoud en instelling
3 INSTALLATIE
Takelen
Veiligheidstoestellen moeten voorzichtig
worden behandeld en nooit blootgesteld
worden aan stootbelastingen. In de
oorspronkelijke transportverpakking of
onverpakt, er mag nooit tegen gestoten worden
en ze mogen niet vallen. Door een ruwe
behandeling kan de insteldruk veranderen,
kunnen onderdelen vervormd raken en de
zittingafdichting nadelig beïnvloed worden.
Wanneer het noodzakelijk is het toestel op te
hijsen, moet een sling zodanig om het huis en
de kap worden gelegd dat het toestel verticaal
hangt, om installatie te vergemakkelijken.
De flensbescherming moet op zijn plaats blijven
tot het toestel op het systeem kan worden
geïnstalleerd.
Inspectie
Veiligheidstoestellen moeten voor installatie
visueel geïnspecteerd worden, om er zeker
van te zijn dat er geen schade is opgetreden
tijdens transport of opslag. Alle beschermende
materialen, afdichtpluggen en opvulmateriaal
in het huis of de nozzle moet worden
verwijderd.
Het typeplaatje en andere identificatieplaatjes
moeten worden gecontroleerd om er zeker van
te zijn dat het onderhavige veiligheidstoestel
geïnstalleerd wordt op de plaats waarvoor het
bestemd was. De verzegeling van de veer en de
instelring moeten ongeschonden zijn. Als dit
niet het geval is, moet het toestel voor gebruik
geïnspecteerd worden, getest en van nieuwe
afdichtingen voorzien.
Inlaatleidingen
Veiligheidstoestellen moeten verticaal worden
opgesteld, rechtstreeks op het drukvat; de
nozzle moet een goed afgeronde ingang
hebben die een vlotte, onbelemmerde stroming
mogelijk maakt tussen het drukvat en het
toestel. Een veiligheidstoestel moet nooit
worden geïnstalleerd op een appendage
met een kleinere binnendiameter dan de
inlaataansluiting van het toestel, aangezien een
begrensde stroming een onjuiste werking van
het toestel kan veroorzaken.
Uitlaatleidingen
Afvoerleidingen moeten eenvoudig en recht
zijn. Waar mogelijk, verdient het aanbeveling
een korte verticale pijp te gebruiken, verbonden
naar de atmosfeer via een elleboog met grote
radius.
Afvoerleidingen moeten zodanig zijn ontworpen
dat ze geen grote mechanische spanningen
overbrengen op het veiligheidstoestel. Te
grote afvoerleidingen kunnen zittinglekkage of
verkeerde werking van het toestel veroorzaken.
De binnendiameter van de afvoerleiding mag
nooit kleiner zijn dan die van de uitlaat van het
toestel.
Uitgestoten medium moet worden afgevoerd
naar een veilige omgeving.
Het huis van het veiligheidstoestel is voorzien
van getapte gaten voor afvoeren. Deze moeten
worden aangesloten om ophoping van vloeistof
in het huis te voorkomen. Daarbij wordt het
aanbevolen de afvoerleiding af te tappen om
opeenhoping van vloeistof te voorkomen. Er
moet goed op worden gelet dat afvoeren gericht
zijn op of via leidingen verbonden zijn met een
veilige omgeving.
Inlaatleidingen (nozzles) moeten zodanig
zijn ontworpen dat de totale resultante
krachten kunnen weerstaan tengevolge van
het afblazen van het toestel bij maximale
drukopbouw en de te verwachten belasting
van de leidingen. De precieze aard van de
betasting en de resulterende krachten
hangen af van de configuratie van het toestel
en de afvoerleidingen. Hier moet rekening
mee worden gehouden door degenen die
verantwoordelijk zijn voor de installatie van het
veiligheidstoestel en het bijbehorende drukvat
en/of leidingwerk.
Veel veiligheidstoestellen raken beschadigd bij
eerste ingebruikname, omdat de aansluitingen
niet goed zijn schoongemaakt tijdens
installatie. Het is absoluut noodzakelijk dat
de inlaat van het toestel, het drukvat en de
leiding waarop het toestel wordt gemonteerd
grondig worden schoongemaakt en ontdaan
van alle verontreinigingen. De bouten of
draadeindmoeren van de inlaataansluiting
moeten gelijkmatig worden aangetrokken
om spanningen op het huis en vervorming te
voorkomen.
5
LET OP
Als de ringafstelling wordt gewijzigd terwijl het
toestel is geïnstalleerd op een drukhoudend vat,
moet het toestel worden afgestopt. Er moet goed
po worden gelet dat de stop niet te vast wordt
aangedraaid, om beschadiging van de spindel en
de zittingen te voorkomen. Er moet wel voldoende
kracht worden uitgeoefend om te voorkomen dat
de klep omhoogkomt.
BELANGRIJK
Bij Anderson Greenwood Crosby stalen
veiligheidstoestellen is de instelling van de ring
ingeslagen op het gemachineerde oppervlak
direct onder het deksel. Zie Figuur 2.
LET OP
Een prop moet niet worden gebruikt wanneer
de inlaatdruk meer dan 10% groter is dan de
insteldruk van het toestel. Schade aan het toestel
kan het gevolg zijn.
7 INSTELLEN
Insteldruk instellen
Voordat begonnen wordt met het veranderen
van de instelling, moet de systeemdruk 10%
tot 20% lager liggen dan de insteldruk die is
ingeslagen op het toestel. Dit voorkomt schade
aan het binnenwerk en minimaliseert de kans
op het onbedoeld openen van het toestel.
Voor identificatie van de onderdelen, zie Figuur
1 op blz. 2:
a. Verwijder het deksel (19) en de
bedieningshendel (indien aanwezig) volgens
de instructies op blz. 8.
b. Draai de borgmoer (18) los.
c. Draai de stelschroef (17) met de klok mee
om de insteldruk te vergroten en tegen de
klok in om hem te verlagen.
d. Draai de borgmoer (18) weer vast na elke
instelling.
e. Als de insteldruk is bereikt, plaats dan het
deksel (19) en de bedieningshendel (indien
aanwezig) weer terug volgens de instructies
op blz. 9en breng een nieuwe draad en
verzegeling aan.
6 BESCHRIJVING VAN DE WERKING
Het veiligheidstoestel open met een met een
snelle klap bij de ingestelde druk en blijft open,
met volledige capaciteit bij 3% overdruk. Als de
druk teru8gvalt beneden de openingsdruk, blijft
de klep open totdat de afblaasdruk is bereikt.
De klep sluit dan plotseling.
5 TESTEN VAN VEILIGHEIDSTOESTELLEN
Voordat een nieuwe ketel in gebruik wordt
genomen, moeten alle veiligheidstoestellen
worden getest. Elk toestel is ingesteld en getest
op de fabriek, maar bedrijfsomstandigheden
verschillen en het is soms noodzakelijk om
opnieuw in te stellen. Veiligheidstoestellen
kunnen worden getest door de systeemdruk te
laten stijgen en de klep te laten openen. Alle
veiligheidstoestellen met lagere insteldrukken
moeten worden afgestopt.
4 HYDROSTATISCH TESTEN
Wanneer een hydrostatische test op het systeem
wordt uitgevoerd, is het aan te bevelen blinde
flenzen te gebruiken in plaats van het afstoppen
van veiligheidstoestellen. Te vast draaien van de
prop (teststang) kan de spindel beschadigen of
verbuigen. Wanneer de toestellen toch moeten
worden afgestopt voor een hydrostatische
test, moet een stop worden gebruikt zoals
weergegeven in Figuur 4 op blz. 10.
Blinde flenzen moeten worden verwijderd en
het veiligheidstoestel gemonteerd voordat het
drukvat in bedrijf wordt genomen.
Wanneer teststangen worden gebruikt, moet
er goed op gelet worden dat te vast aandraaien
de spindel en de zittingen kan beschadigen.
Een teststang die handvast is gedraaid zal
doorgaans voldoende kracht uitoefenen om de
klep gesloten te houden.
Na de hydrostatische test, moet de teststang
(prop) worden verwijderd en vervangen door
ofwel een dekselplug ofwel een deksel zonder
teststang.
CROSBY TYPE HSJ VEILIGHEIDSTOESTELLEN
Handleiding voor installatie, onderHoud en instelling
Afstelling van nozzlering en geleidering
De afstelling van de nozzlering (3) en
geleidering (9) is in de fabriek gedaan en
opnieuw afstellen tijdens bedrijf is zelden
noodzakelijk.
Als het nodig is om de afblaasdruk te
veranderen of het trillen van de klep te
verminderen, moeten de volgende stappen
worden genomen:
Wanneer de instelling van de ring wordt
veranderd, moet goed worden genoteerd over
hoeveel nokken en in welke richting de ring is
verdraaid. Dit maakt het mogelijk om in geval
van fouten de oorspronkelijke instelling weer
terug te krijgen.
6
LET OP
Draai nooit de kapmoeren los voordat de
veerspanning geheel is opgeheven met de
stelschroef.
LET OP
Stelschroeven van de nozzle en de geleidering zijn
specifiek voor elk veiligheidstoestel en mogen niet
worden uitgewisseld.
c. Voor de veerspanning ontlast wordt, moet
de hoogte van de stelschroef (17) boven de
kap (14) worden opgemeten en genoteerd.
Deze gegevens zijn behulpzaam bij het
opnieuw monteren en terugbrengen van de
oorspronkelijke instelling.
d. Draai de borgmoer (18) los. Tel het
aantal slagen dat nodig is om de veer
te ontspannen door het tegen de klok in
draaien van de stelschroef.
e. Verwijder de kapmoeren (16).
f. Til de kap (14) zorgvuldig loodrecht op zodat
de spindel (11) en de veer (12) vrijkomen.
Wees voorzichtig bij het optillen van de kap,
aangezien de spindel en de veer vrij komen
en zijwaarts kunnen vallen.
g.
Neem de veer (12) en veerringen (13) van de
spindel. Veer en veerringen zitten aan elkaar
en moeten bij elkaar gehouden worden als
samenstelling. Veerringen van beide uiteinden
van de veer mogen niet verwisseld worden.
h. De klephoudersamenstelling (5), of klep
(6A) en spindel (11) kan nu uit het huis (1)
worden weggenomen door de spindel op te
tillen.
i. Verwijder de geleiding (8) en de geleidering
(9) van het huis (1) als een samenstelling en
schroef de geleidering los van de geleiding.
8 ONDERHOUD
De goede werking en de levensduur van een
veiligheidstoestel hangen hoofdzakelijk af van
de gevolgde onderhoudsmethode. Daarom
worden de volgende onderhoudsprocedures
aanbevolen:
Opnieuw inslaan
Als na het testen een andere positie van de
ring wordt verkregen, moet de nieuwe (geteste)
instelling van de ring worden ingeslagen op de
kap van het toestel.
Nozzlering instellen
De instelling van de nozzlering wordt in de
fabriek zorgvuldig vastgesteld en hoeft slechts
zelden gewijzigd te worden. Mocht dit toch
nodig zijn, wordt de nozzlering (3) ingesteld
door de nozzleringstelschroef (4) te verwijderen
en een schroevendraaier te steken tussen de
nokken van de ring. Draaien van de ring naar
rechts brengt de ring omhoog en resulteert
in een snellere opening die het afblazen
doet toenemen. Draaien van de ring naar
links brengt hem naar beneden, waardoor
het afblazen minder wordt; dit kan leiden tot
ratelen van de klep als de ring te laag komt.
Het instelgebied van de ring is beperkt en de
ring mag niet meer dan een nok tegelijk van
zijn instelpositie worden verdraaid. De werking
van het toestel moet na elke verandering
worden gecontroleerd. Na elke verandering
van de instelling moet de stelschroef (4)
worden teruggezet en verzegeld, waarbij er
goed opgelet moet worden dat de punt van de
schroef in de nok valt zonder de ring te raken
of op een tand te rusten. Het is zeer belangrijk
het toestel niet te laten openen voordat de
nozzleringstelschroef weer is geplaatst en
vastgedraaid.
Instellen geleidering
De geleidering (9) is de belangrijkste regeling
voor het afblazen van het toestel. Om de stand
van de geleidering te veranderen, moet de
geleideringstelschroef (10) verwijderd worden
en een schroevendraaier tussen de nokken
worden gestoken.
Draaien van de ring naar rechts doet hem
omhoogkomen en verminderd het afblazen.
Draaien van de ring naar links laat hem zakken
en vergroot het afblazen.
De geleidering (9) mag nooit meer dan tien
nokken worden verdraaid in beide richtingen
zonder het toestel opnieuw te testen. Na
elke verandering van de instelling moet de
stelschroef worden teruggezet en verzegeld,
waarbij er goed opgelet moet worden dat de
punt van de schroef in de nok valt zonder de
ring te raken of een tand te rusten.
CROSBY TYPE HSJ VEILIGHEIDSTOESTELLEN
Handleiding voor installatie, onderHoud en instelling
Demontage
Wanneer mogelijk moet het veiligheidstoestel
van het systeem verwijderd worden voordat
het gedemonteerd wordt. Het systeem moet
geheel drukloos zijn wanneer een toestel ter
plaatse wordt gedemonteerd of verwijderd voor
reparatie in de werkplaats.
Voor identificatie van de onderdelen, zie Figuur
1 op blz. 2:
a. Verwijder het deksel (19) en de
bedieningshendel (indien aanwezig) volgens
de instructies op blz. 8.
b. Verwijder de nozzleringstelschroef (4).
Controleer instelling van de nozzlering door
de nozzlering (3) naar rechts te draaien
en het aantal nokken te tellen voordat
hij contact maakt met de klephouder (5).
Noteer het aantal nokken. Deze locatie
wordt opgegeven als minus (-) het aantal
nokken van deze contactpositie.
Verwijder de geleideringinstelschroef (10).
Controleer de instelling van de geleidering
door de geleidering (9) terug te brengen
tot zijn vlakke stand. Deze stand is bereikt
wanneer de onderzijde van de geleidering
gelijk ligt met de onderzijde van de
klephouder (5). De geleidering moet naar
links of rechts gedraaid worden om hem in
de vlakke stand te brengen. De positie van
de geleidering moet worden genoteerd als
het aantal nokken minus (-) (naar beneden)
of plus (+) (omhoog) van de vlakke stand.
j. Als het toestel een tweedelige klep heeft
(inzet en houder), moeten de klepinzetspie
(7) en de klepinzet (6) verwijderd worden van
de klephouder (5).
k. Verwijder de spindel (11) van de klephouder
(5) of de klep (6A) door de spindel omhoog
te trekken zodat de draad aan de punt van
de spindel in de klep/klephouder pakt.
Draai de spindel tegen de klok in terwijl de
klep/klephouder vastgehouden wordt en
verwijder de spindel.
l. Draai de nozzlering (3) uit de nozzle (2).
m. Draai de nozzle (2) uit het huis (1).
7
Polijstblok
Polijstplaat voor polijstblok
Beweging aangegeven
met stippellijn
Onderzijde: ruw oppervlak,
niet gebruiken
Polijstblok dat gevlakt
moet worden
Bovenzijde
polijstvlak
Wanneer alle kerfjes en krassen zijn
verdwenen, moet alle polijstmiddel van het
blok en de zitting verwijderd worden. Breng
polijstmiddel op een ander blok aan en polijst
de zitting.
Als het polijsten bijna klaar is, mag er alleen
polijstmiddel aanwezig zijn in de poriën van
het blok. Dit moet een zeer glad oppervlak
geven. Als er krassen optreden, worden deze
waarschijnlijk veroorzaakt door vuil in het
polijstmiddel. Deze krassen kunnen verwijderd
worden door polijstmiddel te gebruiken dat niet
verontreinigd is.
Klep en klepinzet moeten op dezelfde
manier worden gepolijst als de nozzle. De
klepinzet moet voor het polijsten uit de houder
worden genomen. Voordat de klepinzet
wordt teruggezet in de houder. moeten alle
verontreinigingen van beide onderdelen worden
verwijderd. De inzet moet vrij kunnen bewegen
wanneer hij in de houder zit. Als de klepinzet
te veel is beschadigd om met polijsten te
kunnen worden gerepareerd, moet hij worden
vervangen. Opnieuw machineren van de
klepinzet verandert de kritische afmetingen,
heeft invloed o de werking van het toestel en
wordt afgeraden.
FIGUUR 3
TABEL 1
Korrelgrootte Omschrijving
320 Middelgrof
400 Middelfijn
600 Fijn
900 Polijsten
Polijstblok
Polijstblokken zijn gemaakt van een speciale
kwaliteit zachtgegloeid gietijzer. Er is een blok
voor elke diameter doorlaat. Elk blok heeft
twee perfect vlakke zijden en het is belangrijk
dat ze hun hoge graad van vlakheid behouden,
zodat er een werkelijk vlak zittingoppervlak
gemaakt kan worden op de klep, klephouder of
de nozzle.
Voor een polijstblok wordt gebruikt, moet
het gecontroleerd worden op vlakheid en na
gebruik gereconditioneerd worden op een
polijstblok-polijstplaat. Het blok moet gepolijst
worden door het in een achtvormige figuur te
bewegen, waarbij een gelijkmatige kracht wordt
uitgeoefend terwijl het blok geroteerd word
over de plaat, zoals aangegeven in Figuur 3.
Polijstblokken en polijstblok-polijtplaten zijn
leverbaar via de Service and Distributions
Centers van Emerson Sales.
Bewerken van nozzlezittingen
Als het nodig is de nozzlezitting te bewerken
of andere reparaties te verrichten, wordt het
aanbevolen het veiligheidstoestel terug te
sturen naar een door Emerson geautoriseerd
reparatiebedrijf. Alle onderdelenmoeten
nauwkeurig bewerkt worden volgens
specificaties van Crosby. Een veiligheidstoestel
zal alleen goed afdichten en correct
functioneren als alle onderdelen op de juiste
wijze bewerkt zijn. Als het niet mogelijk is het
toestel terug te sturen naar een geautoriseerd
reparatiebedrijf, wordt het gebruik van een
zittingslijpmachine aanbevolen.
Polijstprocedure
Tenzij de zittingen ernstig beschadigd zijn
door vuil of ketelsteen, moet het polijsten
van het zittingoppervlak voldoende zijn
om de zittingoppervlakken weer in hun
oorspronkelijke staat terug te brengen.
Polijst de klepinzet of klep nooit tegen de
nozzle.
Polijst el onderdeel afzonderlijk tegen een
gietijzeren polijstblok van de juiste afmetingen.
Dergelijke blokken houden polijstmiddel
vast in de poriën in het oppervlak en moeten
regelmatig gereconditioneerd worden. Polijst
het blok tegen de zitting. Draai het blok niet
constant rond, maar draai het heen en weer.
Er moet voortdurend zeer goed op worden gelet
dat de zittingen perfect vlak worden gehouden.
Als er stevig gepolijst moet worden, moet een
dunne laag middelgrof polijstmiddel worden
aangebracht op het blok. Na polijsten met dit
middel, moet opnieuw gepolijst worden met
een middelfijn polijstmiddel. De eerste stap kan
worden overgeslagen, tenzij er flink gepolijst
moet worden. Polijst daarna met een fijn middel.
Polijstmiddelen
Ervaring heeft geleerd dat middelgrof,
middelfijn, fijn en polijstmiddel voldoend zijn
om een beschadigde zitting te herstellen,
tenzij de beschadiging zo groot is dat de
zitting opnieuw gemachineerd moet worden.
De volgende slijp- en polijstmiddelen (of
gelijkwaardig) worden aanbevolen:
Reparatie procedure
Alle onderdelen moeten grondig gereinigd
worden. Geleidevlakken mogen gepolijst
worden met zeer fijn polijstpapier. Alle
onderdelen moeten gecontroleerd worden om
hun toestand te beoordelen. Inspectie van de
onderdelen van het toestel is noodzakelijk om
een goede werking te verzekeren.
Beschadigde onderdelen moeten worden
gerepareerd of vervangen. Onderdelen kunnen
worden geïdentificeerd aan de hand van Figuur
1 op blz. 2.
Polijsten en herstellen van toestelzittingen
Goede zittingvlakken voor de nozzle (2) en
de klepinzet (6) of klep (6A) zijn van het
grootste belang voor het reconditioneren van
veiligheidstoestellen.
De zittingen moeten vlak zijn en geheel vrij van
krassen.
CROSBY TYPE HSJ VEILIGHEIDSTOESTELLEN
Handleiding voor installatie, onderHoud en instelling
8
Montage
Alle onderdelen moeten schoon zijn. Voor
montage van de volgende onderdelen,
moeten ze gesmeerd worden met puur nikkel
“Never-Seez” of gelijkwaardig.
- Nozzle en schroefdraad in het huis
- Nozzle en dichtingsvlakken van het huis
- Alle draadeinden en moeren
- Spindellager oppervlak en schroefdraad
- Draad van stelschroef
- Veerringen
- Draad van stelschroef en kap
Voor identificatie van onderdelen, zie Figuur 1
op blz. 2:
a. Voor installatie van de nozzle (2), moet het
flensoppervlak dat contact maakt met het
huis (1) en de nozzleschroefdraad gesmeerd
worden. Schroef daarna de nozzle (2) in het
huis (1) en draai hem vast tot de nozzleflens
volledig tegen het huis ligt.
b. Schroef de nozzlering (3) op de nozzle (2).
Opmerking: De bovenzijde van de nozzlering
moet ongeveer een omwenteling van de
ring boven het dichtingsvlak van de nozzle
liggen.
Bewerken van klep/klepinzet-zitting
Wanneer de zitting van de klep/klepinzet te zeer
is beschadigd om met polijsten te herstellen,
moet de klep/klepinzet vervangen worden.
Opnieuw machineren van de zitting van de klep/
klepinzet wordt niet aanbevolen.
Het oppervlak van de klep/klepinzet-zitting
kan gepolijst worden, zolang de minimale
totale hoogte van de klep zoals aangegeven in
Figuur 6 behouden blijft.
h. Plaats de tweede geleidepakking voor
Type A en D veiligheidstoestellen bovenop
de geleiding (8). Plaats de samenstelling
van veer (12) en ringen (13) op de spindel
(11). Laat de kap (14) over de spindel en
veer zakken, op de draadeinden (15) in het
huis (1). Bij toestellen met een gesloten
kap moet de kapontluchting uitgelijnd
worden met de uitlaat van het toestel.
Positioneer de tegenboring van de kap op de
buitendiameter van de geleiding (8) en laat
de kap op de geleiding zakken.
i. Schroef de kapmoeren (16) op de
draadeinden (15) en zet ze gelijkmatig
vast om onnodige spanning en verkeerde
uitlijning te voorkomen.
j. Til de klepinzet een beetje op door de
spindelstang iets op te tillen. Laat de
nozzlering (3) onder de zitting zakken.
Laat de spindel langzaam los, zodat de
klepinzet voorzichtig contact maakt met de
nozzlezitting. Controleer of de nozzlering vrij
kan bewegen.
k. Schroef de stelschroef (17) en moer (18) in
de bovenzijde van de kap (14) met hetzelfde
aantal slagen dat oorspronkelijk nodig was
om de veerbelasting weg te nemen. De
oorspronkelijke insteldruk kan benaderd
worden door de stelschroef zover in te
draaien tot de hoogte boven de kap hetzelfde
is als tijden demontage opgemeten.
d. Als het veiligheidstoestel een tweedelige
klep heeft (inzet en houder), plaats dan de
klepinzet (6) in de klephouder (5). Draai de
inzet tot het gat aan het uiteinde van de inzet
en het gat in de onderzijde van de houder
tegenover elkaar liggen. Plaats de inzetspie
(7) om hem vast te zetten.
e.
Schroef de geleidering (9) op de geleiding (8).
f. Voor veiligheidstoestellen met deksels
van het type A/B en D/E zijn twee geleide
pakkingen nodig (niet getoond), een boven
en een onder de geleiding (8). Toestellen
met een type C deksel hebben geen
geleidepakkingen. Indien geleverd, moet
een geleidepakking bovenop het huis (1)
geplaatst worden. Plaats de geleiding (8)
en de geleidering (9) samenstelling bovenin
het huis. De geleiding van Type C toestellen
moet direct bovenop het huis liggen. Zorg
voor een goede uitlijning tussen de geleiding
(8) en het huis, zodat de geleiding op de
juiste wijze in het huis past.
g. Laat de spindel (11) en de klep (6A) of
klephouder samenstelling (5) in de geleiding
(8) zakken op de nozzle (2).
Als er geen reseating machine wordt gebruikt,
is de beste manier een nozzle te machineren
deze te verwijderen uit het huis. De nozzle kan
echter ook gemachineerd worden terwijl hij nog
in het huis gemonteerd is. Het is in elk geval
van het grootste belang dat de dichtingsvlakken
beslist goed lopen. Bewerkingstoleranties voor
Crosby type HSJ veiligheidstoestellen staan
in Figuur 5. Verwijder uitsluitend juist genoeg
metaal om het oppervlak weer in originele staat
te brengen.
Zo glad mogelijk afdraaien maakt het polijsten
eenvoudiger.
De nozzle moet worden vervangen wanneer de
minimale dikte van de zitting is bereikt. Deze
kritische maat is gegeven in Tabel 2.
CROSBY TYPE HSJ VEILIGHEIDSTOESTELLEN
Handleiding voor installatie, onderHoud en instelling
LET OP
Deze montagehandelingen moeten zorgvuldig
worden uitgevoerd om beschadiging van de
zittingevlakken te voorkomen.
c. Schroef de spindelsamenstelling (11) in de
klephouder (5) of klep (6A). Draai de spindel
tot hij van de inwendige draad loskomt en de
spindelkogel contact maakt met de klep of
klephouder lagerbus.
l. Beweeg de nozzlering (3) naar boven tot
hij de klephouder (5) raakt. Laat hem van
deze positie zakken tot de oorspronkelijk
genoteerde positie (zie blz. 6). Verplaats
de geleidering (9) tot de onderzijde ervan
gelijk ligt aan de onderzijde (6A) van de
klep of klephoudersamenstelling (5). Als
de oorspronkelijk genoteerde positie van
de geleidering een positief getal is, draai
de geleidering dan het aantal genoteerde
nokken naar boven; als het een negatief
getal is, laat de ring dan dat aantal nokken
zakken. De ring gaat naar boven door hem
naar rechts te draaien en naar beneden
door naar links te draaien.
9
Type D
Plaats de dekselpakking op de kap.
Schroef de spindelmoer op de spindel. Plaats
de klauw in het deksel en installeer de klauwas
zodanig dat de klauw horizonttaal ligt en het
vierkant aan het eind van de klauwas een
vierkant aan de bovenzijde heeft. Teken, met de
klauwas in deze positie, een horizontale streep
af op het uiteinde van de klauwas. Deze streep
moet horizontaal lopen wanneer uiteindelijk
hefinrichting gemonteerd is. Plaats de O-ring
voor de klauwas in het klauwaslager, en plaats
de klauwaslagerpakking op het klauwaslager.
Schroef het klauwaslager in het deksel. Draai
d
e klauwas zodanig dat de klauw naar beneden
wijst en plaats de dekselsamenstelling op de kap.
Draai de klauwas zodanig dat de klauw
de spindelmoer raakt. Verwijder nu, met
de afgetekende streep horizontaal, de
samenstelling en stel de positie van de
spindelmoer in. Herhaal deze handeling totdat
de afgetekende streep horizontaal is als de
klauw de spindel raakt.
Verwijder de samenstelling en plaats de
spindelmoerspie. Plaats de hefinrichting op de
kap en zet hem vast met de draadeinden en
moeren.
Voor type D hendels die een tweedelig deksel
hebben (deksel en bovenzijde), is bovenstaande
procedure eenvoudiger. Nadat het deksel
op de kap is geschroefd, kan de klauwas
gepositioneerd worden op dezelfde wijze, met
dien verstande dat het positioneren van de
spindelmoer op het laatst door de opening in
het deksel kan.
Schroef, met de klauwas horizontaal, de
spindelmoer op de spindel, totdat hij de klauw
raakt.
Plaats de spindelmoerspie en
dekselbovenpakking, en schroef de
dekselbovenzijde in het deksel.
Type E
Montage van een Type E hendel gaat hetzelfde
als bij Type D, met toevoeging van de
dekselplugpakking en dekselplug. De teststang
wordt alleen voor een hydrostatische test
gemonteerd. Monteer de teststang dus alleen
als er een hydrostatische systeemtest wordt
uitgevoerd.
9 MONTAGE VAN DEKSEL EN
BEDIENINGSHENDELS
veiligheidstoestellen type HSJ zijn voorzien
van verschillende types deksels en
bedieningshendels. Het volgende beschrijft
montage van de beschikbare types (demontage
gaat omgekeerd aan montage).
Zie Figuur 4 voor identificatie van onderdelen.
Type A
Plaats de dekselpakking en schroef het
deksel op de kap. Zet het deksel vast met een
bandsleutel.
Type B
Plaats de dekselpakking en schroef het
deksel op de kap. Zet het deksel vast met een
bandsleutel. Plaats de dekselplugpakking
en schroef de dekselplug in het deksel. De
teststang wordt alleen voor een hydrostatische
test gemonteerd. Monteer de teststang dus
alleen als er een hydrostatische systeemtest
wordt uitgevoerd.
Type C
Schroef de spindelmoer op de spindel.
Plaats het deksel op de kap. Plaats de gevorkte
hendel en de gevorktehendelpen. Bevestig
de hendel aan het deksel met de hendelpen
en zet hem vast met de hendelpenspie. Stel
de spindelmoer zo in dat er minimaal
1
/
16inch
speling zit tussen de gevorkte hendel en de
spindelmoer. De spindelmoer kan afgesteld
worden door de gevorktehendelpen, gevorkte
hendel en deksel te verwijderen. Plaats de
spindelmoerspie wanneer de spindelmoer
goed is uitgelijnd. Plaats het deksel weer
terug en installeer de gevorktehendelpen
en de gevorktehendelpenspie. Zet de hendel
tegenover de uitlaat van het veiligheidstoestel,
plaats de vier dekselstelschroeven en zet ze
vast tegen de groef in de bovenzijde van de kap.
m. Plaats de stelschroefpakkingen (niet
afgebeeld) op de stelschroeven (10, 4).
Schroef de stelschroeven in het huis (1),
tegen de nozzlering (3) en de geleidering (9)
aan. Beide ringen moeten een beetje een en
weer kunnen bewegen als de stelschroef is
aangedraaid.
n. Het veiligheidstoestel is nu gereed om te
testen. Na het testen moet het volgende
worden gedaan:
- Wees er zeker van dat de stelschroefmoer
(18) is geborgd.
- Plaats de dekselsamenstelling (zie
hieronder).
- Breng een draad met verzegeling aan om
afstellen door onbevoegden te voorkomen.
CROSBY TYPE HSJ VEILIGHEIDSTOESTELLEN
Handleiding voor installatie, onderHoud en instelling
10
FIGUUR 4
Deksel en hendels
Deksel draadeind
Dekselmoer
Dekselplug-
pakking
Dekselplug-
pakking
Pakking
Veerring
Bovenzijde deksel
Spindelmoer
Spindelmoer
Hendelmoer
Klauwaslager
O-ring
Klauwas
Dekselplug
Dekselplug
Dekselpakking
Dekselpakking
Stelschroefmoer
Stelschroef
Spindel
Klauwas
Klauw
Klauw
Dekselbovenpakking
Dekselbovenpakking
Spie
Spie
Spie
Dekselstelschroef
Hendel
Pen
Pen
Gevorkte hendel
Spindelmoer
Spindel
Deksel
Hendel
Teststang
Teststang
Teststang
Geschroefd deksel en teststang Type B
Normale hendel Type C
Hendel met pakking Type D
Hendel met pakking Type D
(Bovenaanzicht)
Type C Afgestopte uitvoering
Extra deksel voor afstoppen wordt alleen op aanvraag
geleverd
Hendel met pakking en teststang Type E
Geschroefd deksel type A
Verzegeling en draad
Verzegeling en draad
Deksel
Deksel
Deksel
Deksel
Deksel
CROSBY TYPE HSJ VEILIGHEIDSTOESTELLEN
Handleiding voor installatie, onderHoud en instelling
11
F 4.021 - - 4.021 - - 4.021 4.646
(102.133) - - (102.133) - - (102.133) (118.008)
G 4.115 - - 4.115 - - 4.115 5.115
(104.521) - - (104.521) - - (104.521) (129.921)
H 3.897 - 3.897 3.897 4.834 4.834 4.834 -
(98.984) - (98.984) (98.984) (122.784) (122.784) (122.784) -
J 4.646 4.646 4.678 5.427 6.761 5.427 6.761 -
(118.008) (118.008) (118.821) (137.846) (171.729) (137.846) (171.729) -
K 5.068 - 5.068 6.193 6.193 6.193 6.193 -
(128.727) - (128.727) (157.302) (157.302) (157.302) (157.302) -
L 5.350 - 5.350 5.568 6.256 6.256 - -
(135.890) - (135.890) (141.427) (158.902) (158.902) - -
M 5.881 - 5.881 5.881 6.693 6.693 - -
(149.377) - (149.377) (149.377) (170.002) (170.002) - -
N 6.990 - 6.990 6.990 - - - -
(177.546) - (177.546) (177.546) - - - -
P 6.303 - 8.053 8.053 - - - -
(160.096) - (204.546) (204.546) - - - -
Q 7.178 - 7.178 7.178 - - - -
(182.321) - (182.321) (182.321) - - - -
TABEL 2 - MINIMUM AFMETINGEN NOZZLEVOORZIJDE TOT ZITTING in inches (mm)
Opening
Veiligheidstoestel type
16 26 36, 37 46, 47 56 57 66, 67 76, 77
CROSBY TYPE HSJ VEILIGHEIDSTOESTELLEN
Handleiding voor installatie, onderHoud en instelling
12
F .002 .051
G .003 .076
H .003 .076
J .004 .102
K .005 .127
L .006 .152
M .007 .178
N .008 .203
P .009 .229
Q .012 .305
B AFMETINGEN
Opening NPS DN
CROSBY TYPE HSJ VEILIGHEIDSTOESTELLEN
Handleiding voor installatie, onderHoud en instelling
FIGUUR 5
Kritische afmetingen nozzlezitting in inches
FIGUUR 6
Minimale hoogte klepinzet
Minimum afm.
voorzijde tot zitting.
Opening F, G, H en J
CL150, CL300 en CL600
“B” min.
na polijsten
Zie tabel “opening”
“B” min.
na polijsten
Opening F t/m Q
(.203mm)
.008 min.
na polijsten
Mach.
Mach.
(.102mm)
.004 min.
na polijsten
Emerson, Emerson Automation Solutions of enige dochteronderneming aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor de selectie, het gebruik of het onderhoud van enig
product. De verantwoordelijkheid voor een juiste selectie, gebruik en onderhoud van de producten ligt uitsluitend bij de koper en eindgebruiker.
Het merk Crosby is eigendom van een van de ondernemingen in de Emerson Automation Solutions-bedrijfseenheid van Emerson Electric Co. Emerson Automation
Solutions, Emerson en het Emerson-logo zijn handelsmerken en servicemerken van Emerson Electric Co. Alle andere merken zijn eigendom van hun respectieve
houders.
De inhoud van deze publicatie dient uitsluitend ter informatie, en hoewel we ons uiterste best hebben gedaan om de nauwkeurigheid ervan te garanderen, kunnen er
geen garanties, expliciet noch impliciet, uit ontleend worden met betrekking tot de producten of diensten die hierin beschreven worden en het gebruik of de toepassing
daarvan. Alle verkopen zijn onderhevig aan onze voorwaarden en bepalingen, die op aanvraag verkrijgbaar zijn. We behouden ons het recht voor de ontwerpen of
specificaties van dergelijke producten zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen of verbeteren.
Emerson.com/FinalControl
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12

Crosby type HSJ veiligheidstoestellen de handleiding

Type
de handleiding